Een nieuw rapport van Dealroom en Prosus legt een pijnlijke kloof bloot in de Europese AI-markt. In vroege investeringsrondes is Europa vergelijkbaar met de VS, maar in de break-out- en late-stage-fase blijft de EU een factor drie en negen achter.
Het onderzoek laat zien de Europese techwereld er in principe prima voor staat op het gebied van AI en start-ups. De kennis is aanwezig, de patenten worden aangevraagd en de slimste mensen staan in de juiste werkplaats. Maar op het punt dat een jong bedrijf moet versnellen en opschalen, weten VS-investeerders en -ondernemers het verschil te maken door royaler te financieren.
Dit is niet de eerste techgolf waarin dit patroon zichtbaar wordt. Het is een terugkerend thema over de afgelopen decennia.
General Intuition bijvoorbeeld, het Nederlandse world models-bedrijf geleid door Pim de Witte, haalde 115 miljoen euro op bij voornamelijk Amerikaanse investeerders, sloeg een overnamebod van OpenAI ter waarde van 500 miljoen dollar af, en blijft vooralsnog Europees. Maar voor hoe lang, lijken de onderzoekers zich af te vragen.
Uit het maandag verschenen rapport State of AI in Europe 2026, opgesteld door dataplatform Dealroom.co en bedrijvenbouwer Prosus, blijkt dat de Europese AI-sector gevangen zit in een vicieuze cirkel. Europa fungeert als broedplaats, de VS als opkoper en eigenaar.
Van het late-stage kapitaal dat naar Europese AI-bedrijven vloeit, is 58 procent afkomstig van buitenlandse (lees: Amerikaanse) geldschieters. De financiële waardecreatie, en daarmee de strategische zeggenschap, verlaat het continent zodra bedrijven echt doorbreken.
Een recent voorbeeld van zo’n continentverlater is de Oostenrijkse bedenker en ontwikkelaar van OpenClaw. Peter Steinberger is bij OpenAI gaan werken. Hij zegt dat hij zijn ambities niet in Europa had kunnen waarmaken. Als er een term is die de gloed rondom het begrip agents kan doen vervagen dan is dat het platform OpenClaw wel.
Terug naar de investeringscijfers van Dealroom en Prosus. In 2025 stroomde 21,8 miljard dollar naar Europese AI-startups, een stijging van 58 procent ten opzichte van het jaar ervoor en bijna tienmaal het niveau van 2016. AI is inmiddels goed voor meer dan 30 procent van al het Europese investeringskapitaal.
Wie de funding naar fase uitsplitst, ziet waar de schoen wringt. In de vroege fase zijn Europa en de VS redelijk gelijkwaardig: vier tegenover vijf miljard dollar. Bij de breakoutfase, moment waarop een start-up moet versnellen, loopt het al uiteen naar zeven versus achttien miljard. En in de late stage is de kloof ronduit absurd: twaalf miljard aan Europese zijde, tegen 141 miljard in de VS. Het zijn niet de aantallen start-ups die Europa tekortschiet. Het is het kapitaal om ze groot te maken.
Europa is, in de woorden van het rapport, ‘insanely entrepreneurial’. Het probleem zit niet in het creëren van bedrijven, maar in het opschalen ervan.
Op het oude continent is een vergelijkbaar aantal nieuwe AI-start-ups per jaar als in de VS: circa negenduizend. Europa telt circa 325.000 AI-professionals, evenveel als de VS. Maar 53 procent van dat talent werkt in de traditionele economie, tegenover veertig procent in de VS. Slechts 33 procent is werkzaam bij digitale techbedrijven, vergeleken met 46 procent aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.
De Europese AI-talentpool loopt niet leeg, maar wordt ingezet om bestaande industrieën te renoveren in plaats van nieuwe platforms te bouwen. Google, Meta en Amazon zijn bovendien de drie grootste werkgevers van AI-talent in Europa. Het beste Europese talent werkt voor Amerikaans kapitaal.
De onderzoekers doen een beroep op Europese pensioenfondsen om meer en royaler te investeren in lokale AI-starters. Gezamenlijk beheren zijn dertigduizend miljard, maar daarvan gaat gemiddeld slechts 0,12 procent naar durfkapitaal en groeifondsen. Dat valt in het niet bij de vijf procent die men in de VS en het VK aanhoudt.
Prosus en Dealroom zien kansen voor Europa in verticale AI-toepassingen, specifieke sectoren als energie, health, defensie, fintech en robotica.