computable

128 nieuwsberichten gevonden
Drone-software komt vliegensvlug van de grond
10 uur
Analyse drone-industrie Binnen de Europese Unie zijn meer dan 1.500 startups actief in defensietechnologie. Hoewel veel daarvan hardware ontwikkelen met een sterke focus op drones, werken naar schatting zo’n vijf- tot zeshonderd startups uitsluitend aan drone-software. ‘Het speelkwartier is voorbij.’ Juist op dat segment ligt onze focus’, zegt Ties Klinkhamer van investeerder Keen Investments. ‘De sector maakt momenteel een ongekende groei door.’ Volgens Jorrit van den Eerenbeemt van het NLR ontwikkelen nieuwe droneleveranciers zich steeds meer tot softwarebedrijven. Uit gesprekken die Computable met experts voerde, blijkt dat de Nederlandse dronewereld in hoog tempo professionaliseert. Waar drones tien jaar geleden nog werden gezien als gadgets of experimentele hulpmiddelen, zijn ze inmiddels een integraal onderdeel van inspecties, landbouw, veiligheid en logistiek. Politie ‘Het speelkwartier is voorbij’, zegt Stephan van Vuren van AirHub. ‘Naast civiele toepassingen zijn er nu drones voor politie, brandweer, douane, beveiliging en kritieke infrastructuur. Organisaties die essentieel zijn voor het functioneren van de maatschappij gaan drones diep integreren in hun processen. De nadruk ligt niet meer op wat drones kunnen, maar op hoe organisaties ermee kunnen werken.’ De echte innovatie zit volgens de experts niet meer in het plastic of de propellers, maar in de software. Autonomie, dataverwerking, navigatie, veiligheid en compliance draaien allemaal om code. Aan het woord– Jeroen Hanekamp, ceo en medeoprichter van AeroSophia (Utrecht)– Wiebe de Jager, drone-expert en oprichter van Dronewatch.nl– Ties Klinkhamer, associate defense bij Keen Investments– Stephan van Vuren, medeoprichter en directeur van AirHub– Jorrit van den Eerenbeemt, project-engineer bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) ‘In sommige drones wordt de software bijna wekelijks aangepast om ze effectief te houden’, zegt Van den Eerenbeemt. ‘Dat geldt zeker voor defensiedrones die worden tegengewerkt door jamming, waarbij de gps-positionering wordt verstoord.’ Een drone is daardoor steeds meer een vliegend softwareplatform geworden. De software-stack bestaat uit meerdere lagen die elkaar versterken. Volgens drone-expert Wiebe de Jager vormt de eerste laag de flight control en autonomie: software die de drone zelf aanstuurt. ‘De trend gaat richting meer autonomie en minder handmatige besturing’, zegt Jeroen Hanekamp van AeroSophia. ‘De software in de drone wordt steeds slimmer, waardoor de piloot minder handelingen hoeft uit te voeren.’ Van den Eerenbeemt vult aan: ‘Ook zonder verbinding met de piloot en zonder gps moet een drone kunnen blijven vliegen.’ De tweede softwarelaag draait om missieplanning, vlootbeheer en operationele aansturing. Hanekamp verwacht dat drones straks in groepen over vaste routes vliegen. ‘Drones kunnen elkaars vluchtplannen kennen en elkaar automatisch ontwijken’, zegt Van den Eerenbeemt. Daarmee komt veilig vliegen in stedelijke gebieden dichterbij. Vluchten worden vaker op afstand uitgevoerd en bewaakt door een remote operator Drone docks Ook de aansturing van zogenoemde drone docks ontwikkelt zich snel. Van Vuren: ‘Die docks worden steeds vaker gekoppeld aan bestaande systemen, bijvoorbeeld aan Computer Aided Dispatch-systemen van de politie.’ Het doel is om missies grotendeels automatisch te laten verlopen. In opkomst zijn kisten waarin een of meerdere drones automatisch kunnen opstijgen en landen. Daardoor kunnen inspecties of incidentrespons op afstand plaatsvinden. ‘Bij incidenten met een spoedeisend karakter kan automatisering cruciaal zijn’, zegt Van den Eerenbeemt. ‘Bij branden, ongevallen of op het slagveld kan het om seconden draaien.’ Volgens hem kunnen betere en sneller inzetbare drones levens redden. De Jager benadrukt dat autonomie veel software vereist. ‘De eerste twee lagen nemen steeds meer taken over van de traditionele dronepiloot. Vluchten worden vaker op afstand uitgevoerd en bewaakt door een remote operator.’ Operators beheren complete vlootoperaties vanuit één dashboard, inclusief onderhoud, batterijstatus en risicobeoordeling. Na de vlucht komt de datalaag aan bod: het verwerken van beelden en sensordata tot bruikbare informatie, zoals kaarten, 3d-modellen of inspectierapporten. Hanekamp: ‘Die data wordt vervolgens gebruikt in andere software om acties uit te voeren. Dankzij ai zijn dronebeelden, die soms vele terabytes omvatten, beter te interpreteren.’ Drones beschikken bovendien over steeds meer sensoren. Naast gewone camera’s worden lidar-sensoren ingezet voor nauwkeurige metingen. Dat levert veel grotere hoeveelheden data op. Daarnaast groeit het gebruik van multispectrale systemen, die licht opdelen in meerdere kleurbanden. Daarmee zijn bijvoorbeeld plantengroei te analyseren of illegale lozingen op te sporen via warmtebeelden. Hanekamp ziet ook kansen voor overheden en waterschappen om historische data opnieuw te analyseren met verbeterde algoritmen. ‘Multi-temporale analyses worden steeds belangrijker. Een scheur die in een week tijd verdubbelt, kan een risico vormen.’ Vluchtplanning Volgens De Jager verschuift drone-software van losse toepassingen naar geïntegreerde ecosystemen. ‘Waar software vroeger draaide om vluchtplanning en eenvoudige beeldverwerking, zien we nu end-to-end-platforms die alles combineren: van missieplanning en dataverzameling tot analyse en integratie met bestaande bedrijfsprocessen.’ AirHub uit Groningen ontwikkelt zo’n geïntegreerd platform. De software ondersteunt zowel civiele toepassingen als beveiliging tegen ongewenste drones en militaire robotica. ‘Waar vroeger meerdere losse applicaties nodig waren, zit nu alles in één platform’, zegt Van Vuren. ‘Bij de ontwikkeling is veel aandacht besteed aan gebruiksgemak, zodat klanten snel resultaat kunnen behalen.’ Voor grensbewaking kunnen volgens hem niet alleen luchtdrones worden ingezet, maar ook drones op het water en rijdende robots. Veel software voor militaire drones is dicht bij de frontlinie ontwikkeld Inspectie De markt groeit vooral doordat drones steeds vaker onderdeel worden van kritieke processen, bijvoorbeeld in inspectie, landbouw en infrastructuurbeheer. Daardoor verschuift de waarde van hardware naar software en data. Organisaties investeren minder in de drone zelf en meer in wat ze met de verzamelde data kunnen doen. Ook technisch verandert er veel. ‘Steeds meer intelligentie verschuift naar de drone zelf’, zegt De Jager. ‘Denk aan realtime-objectherkenning en onboard-dataverwerking zonder permanente verbinding met de cloud.’ Een Nederlandse partij die hierin vooroploopt is Dronebotics, met een zelfontwikkelde edge-ai-computer. Volgens Van den Eerenbeemt beschikken drones meestal over beperkte rekenkracht. ‘Voor geavanceerde taken zoals beeldherkenning schiet de standaardhardware vaak tekort. Door extra hardware zoals een Raspberry Pi toe te voegen, kan de drone zelfstandig meer analyses uitvoeren.’ Alleen relevante informatie wordt vervolgens doorgestuurd naar de thuisbasis. Dat bespaart bandbreedte en maakt het mogelijk dat één operator meerdere drones tegelijk beheert. Opensource-frameworks zoals PX4 en ArduPilot vormen steeds vaker de basis voor flight control en autonomie. Daardoor kunnen ontwikkelaars zich sneller richten op hogere softwarelagen. Klinkhamer ziet vooral in de defensiesector een sterke versnelling. ‘Veel software voor militaire drones is dicht bij de frontlinie ontwikkeld. Problemen die daar spelen worden tijdens Europese defensiehackathons heel concreet geformuleerd.’ De behoefte aan goedkope, schaalbare drones is groot. Tegelijkertijd vereisen autonome systemen geavanceerde chips, vaak de duurste onderdelen van een drone. Volgens Klinkhamer ligt de uitdaging daarom in software die met relatief weinig rekenkracht toch veel autonomie mogelijk maakt. Bedrijven uit het portfolio van Keen Investments hebben samen met TNO onderzocht hoe softwarecomponenten zoals gps, autopilot en applicaties efficiënter kunnen samenwerken. ‘Het softwarebrein van de drone is als het ware uit elkaar getrokken’, zegt Klinkhamer. ‘Daarna is gekeken hoe integratie in verschillende typen drones zo efficiënt mogelijk kan plaatsvinden.’ Interoperabiliteit Een belangrijke uitdaging blijft interoperabiliteit: software moet in uiteenlopende systemen met elkaar kunnen communiceren. Het huidige landschap is nog sterk gefragmenteerd. De Navo onderscheidt vijf groepen drones. Groep 1 en 2 bestaan uit relatief kleine systemen die geschikt zijn voor massaproductie. Groep 3 omvat grotere drones, terwijl groep 4 en 5 bestaan uit zeer grote en dure onbemande systemen. Met deelnemingen in onder meer AirHub en Intelic richt Keen Investments zich vooral op software en besturingssystemen voor drones in de zwaardere categorieën. Een ander probleem is dat de centrale it-systemen van defensieorganisaties vaak verouderd zijn en slecht aansluiten op moderne droneplatforms. Daarnaast blijven veel dronebedrijven volgens Klinkhamer te lang hangen in losse projecten. ‘Ze gaan van project naar project en schalen onvoldoende op. Daardoor blijven de ontwikkelkosten per verkocht systeem hoog.’ Volledig autonome systemen zijn bovendien nog geen realiteit. ‘Zeker in complexe omgevingen blijft een mens voorlopig onderdeel van de besluitvorming’, aldus Klinkhamer. Hij ziet tegelijkertijd veel ruimte voor innovatie. Grote defensiebedrijven zoals Rheinmetall en Leonardo hebben productieprocessen die volgens hem nog niet optimaal zijn ingericht voor snelle softwareontwikkeling. Klinkhamer verwacht daarom de komende jaren zowel nieuwe doorbraken als een consolidatieslag in de markt. Uiteindelijk zal volgens hem een beperkt aantal leveranciers overblijven. Nederlandse bedrijven maken daarbij volgens hem een goede kans. Intelic en het Nederlandse ecosysteem Het Amsterdamse Intelic lanceerde onlangs het inkoopplatform Base, dat dronefabrikanten uit verschillende Europese landen, waaronder Oekraïne, met elkaar verbindt. Het platform helpt ministeries van Defensie sneller interoperabele onbemande systemen te selecteren en in te zetten. Alle drones op het platform zijn gekoppeld aan Nexus, Intelics command-and-control-softwarelaag, waarmee systemen van verschillende fabrikanten binnen één missieomgeving kunnen samenwerken. Nederland kent inmiddels een groeiend ecosysteem van dronebedrijven en softwarestartups. Juist in Nederland, met zijn dichtbevolkte luchtruim en strenge regelgeving, speelt software een cruciale rol. Steeds meer gebieden worden ingericht voor zogenoemde Beyond Visual Line of Sight-vluchten, waarbij drones buiten het zicht van de piloot mogen vliegen. Daarmee kunnen drones grotere afstanden afleggen en taken uitvoeren die nu nog te duur, gevaarlijk of tijdrovend zijn. Naast Intelic, AirHub en AeroSophia trekken ook bedrijven als Acecore, Aerialtronics, Airborne, Atmos UAV, Avular, Avy, DeltaQuad, DroneQ, Dutch Drone Company, Height Technologies, Lobster Robotics, Optics11, Robin Radar Systems en VDL Defentec steeds meer aandacht. De rode draad in de sector is duidelijk: de toekomst van drones draait steeds minder om hardware en des te meer om software, data en autonomie. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: Quantum-kunststukje van QuTech, Schiphol sluit megacontract met HeadFirst (en meer)
15 uur
In dit nieuwsoverzicht: QuTech maakt miniatuur-Vermeer, HeadFirst regelt inhuur voor Schiphol, IBM koopt HRL van Boeing en General Motors, Dassault Systèmes lijft ArisGlobal in en kartelonderzoek ACM publieke sector. TU Delft toont precisie quantumchiptechniek met miniatuur van Vermeer Onderzoekers van QuTech, onderdeel van de TU Delft in Delft, hebben met UV-laserlicht een microscopische versie van Vermeers Meisje met de parel gemaakt. Het kunstwerk is ongeveer 50 micrometer groot, vergelijkbaar met de breedte van een mensenhaar. De miniatuur dient vooral als demonstratie van een techniek waarmee onderzoekers quantumdefecten kunnen aanbrengen in siliciumcarbide. Deze defecten kunnen functioneren als qubits, de bouwstenen van quantumtechnologie. De methode werd oorspronkelijk ontwikkeld aan Harvard en is door QuTech verder uitgewerkt voor toepassing in speciaal vervaardigde nanostructuren. Volgens de onderzoekers maakt de techniek het mogelijk om zeer gecontroleerd een siliciumatoom uit het kristalrooster te verwijderen. Siliciumcarbide wordt al op grote schaal gebruikt in onder meer elektronica voor elektrische auto’s. De techniek moet bijdragen aan de ontwikkeling van quantumchips en toepassingen zoals het quantum-internet.Foto-bijschrift: Laurens Feije (rechts) en mede-onderzoeker Jasper Hu (links) van QuTech werken aan de optische opstelling, die niet alleen wordt gebruikt voor het printen met UV-laserlicht, maar ook voor het testen van quantum internet-technieken. Schiphol kiest HeadFirst Group voor beheer externe inhuur Royal Schiphol Group heeft HeadFirst Group geselecteerd als zogeheten managed service provider (MSP) voor de sourcing, selectie en het contractbeheer van tijdelijke externe professionals. De samenwerking start op 1 januari 2027 en volgt op een Europese aanbestedingsprocedure. Het contract heeft een looptijd van vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd. De geraamde totale waarde in het bestek is 1,04 miljard euro. HeadFirst, gevestigd in Hoofddorp, gaat Schiphol ondersteunen bij het beheer van externe capaciteit en expertise. Daarbij ligt de nadruk op functies waarvoor schaarste bestaat, zoals it-specialisten, dataspecialisten, projectmanagers en security-experts. Met de keuze voor deze personeelsmakelaar zegt Schiphol te kiezen voor een partner die sourcing, leveranciersmanagement, arbeidsmarktdata en capaciteitsadvies samenbrengt. IBM koopt quantumonderzoeker HRL Laboratories IBM versterkt zich op quantumgebied met HRL IBM neemt HRL Laboratories over, een quantum-onderzoeks- en ontwikkelbedrijf uit Malibu (Californië). Financiële details zijn niet bekendgemaakt. De transactie wordt naar verwachting in het derde kwartaal van 2026 afgerond. Met de overname haalt IBM kennis in huis op het gebied van silicon-spin-qubits, een technologie voor quantumcomputers. Volgens het concern vult die expertise de bestaande werkzaamheden rond superconducting qubits aan. Daarnaast brengt HRL kennis mee op het gebied van quantumsensoren, materialenonderzoek, elektronica en geavanceerde productieprocessen. HRL is momenteel eigendom van Boeing en General Motors. Beide bedrijven blijven na de overname samenwerken met IBM aan quantumtoepassingen en andere technologieontwikkeling. Dassault Systèmes verstevigt positie in life sciences met overname ArisGlobal Dassault Systèmes heeft het Amerikaanse ArisGlobal overgenomen voor circa 1,8 miljard dollar in contanten met daarbovenop maximaal 200 miljoen dollar extra als ArisGlobal meerjarige doelstellingen voor ai-gerelateerde omzet behaalt. Met de acquisitie wil het Franse softwareconcern zijn positie in de life sciences-sector uitbreiden en werken aan een ai-platform dat gegevens over moleculen, patiënten en behandelresultaten met elkaar verbindt. Volgens topman Pascal Daloz combineert Dassault Systèmes daarmee zijn kennis van modellering en simulatie met de expertise van ArisGlobal op het gebied van veiligheid en regelgeving. Het platform moet processen rond onderzoek, klinische ontwikkeling, productie en compliance samenbrengen. Naast de overname presenteerde Dassault Systèmes zijn cijfers over het tweede kwartaal van 2026. De omzet steeg met 4 procent naar bijna 1,56 miljard euro en de operationele winst kwam uit op 358,3 miljoen euro. ACM onderzoekt mogelijk kartel bij leveranciers publieke sector De Autoriteit Consument & Markt maakte eerder deze maand bekend een onderzoek in te stellen naar een mogelijk kartel tussen toeleveranciers aan instellingen in de publieke sector. De toezichthouder heeft invallen gedaan bij enkele bedrijven en informatie opgevraagd. De ACM doet in deze fase vanwege het onderzoeksbelang geen verdere mededelingen over de inhoud van het kartelonderzoek. Volgens de ACM bestaat het vermoeden dat leveranciers onderling afspraken hebben gemaakt over de verdeling van klanten. Dergelijke kartelafspraken zijn verboden omdat ze kunnen leiden tot hogere prijzen, minder innovatie en minder keuze voor afnemers. De komende periode onderzoekt de toezichthouder of de mededingingsregels daadwerkelijk zijn overtreden. Daarbij kan ook blijken dat geen sprake is van een overtreding. Bij een vastgestelde overtreding kan de ACM een boete opleggen tot maximaal tien procent van de jaaromzet van een bedrijf.
Michael van de Wetering (VoiceByte) onverwacht overleden
15 uur
Michael van de Wetering, oprichter en directeur van VoiceByte, is afgelopen 15 juli onverwacht op 48-jarige leeftijd overleden tijdens een vakantie op Curaçao. Hij verkocht eerder dit jaar zijn bedrijf nog aan NDI ICT Solutions. Michael van de Wetering richtte VoiceByte in 2007 op vanuit zijn achtergrond in de telecom. In de eerste jaren lag de focus op telefonie. Vanuit die basis bouwde hij het bedrijf uit Oude Meer uit tot een managed service provider op het gebied van ict- en netwerkinfrastructuren voor commercieel vastgoed. Afgelopen april maakte NDI ICT Solutionsuit Amsterdam bekend VoiceByte over te nemen en met behoud van eigen naam toe te voegen aan zijn vastgoedlabel Building Connect.   Deze week liet NDI weten dat Van de Wetering plotseling is overleden. ‘Zijn plotselinge overlijden raakt ons diep. We verliezen niet alleen een ondernemer met een duidelijke visie, maar vooral een fijne collega en vriend die voor velen veel heeft betekend. Wij zullen Michael blijven herinneren om zijn betrokkenheid, ondernemerschap en vriendschap’, schrijft het bedrijf onder meer in een in memoriam op zijn website. Voor iedereen die Van de Wetering heeft gekend en hem een laatste groet wil brengen, heeft NDI een condoleanceadres geopend: condoleance@voicebyte.nl. Het bedrijf verzamelt de berichten en draagt ze over aan zijn familie Michaels en het team van VoiceByte.
Berkleef vs. Capgemini: slepende rechtszaak relevant voor it-sector
20 uur
ANALYSE – Wat ruim twaalf jaar geleden begon als een geschil over de ontwikkeling van bedrijfskritische software, heeft zich ontwikkeld tot een van de meest opmerkelijke civiele procedures van de afgelopen jaren. Op 17 juli 2026 sprak de Hoge Raad zich voor de vierde keer uit in dezelfde zaak: Berkleef vs. Capgemini. Opnieuw vernietigde het hoogste rechtscollege een arrest van een gerechtshof en verwees het de zaak, ditmaal naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. De meeste civiele procedures eindigen na een uitspraak van de rechtbank of het gerechtshof. Sommige halen de Hoge Raad. Slechts een handvol zaken keert daar meerdere malen terug. De zaak Berkleef vs. Capgemini behoort tot die uitzonderingen. Vier arresten van de Hoge Raad later moet de kwaliteit van de software nog altijd voor het eerst inhoudelijk worden beoordeeld. Een juridische marathon In de afgelopen twaalf jaar leek de procedure meerdere malen haar einde te hebben bereikt. Toch volgde telkens opnieuw een volgende processtap, omdat volgens Kenneth Berkleef (Equihold) de kern van het geschil nog steeds onbeantwoord was gebleven. Dat leidde uiteindelijk tot vier arresten van de Hoge Raad – een uitzonderlijk verloop in een civiele procedure. Die volharding beperkte zich niet tot de rechtszaal. De jarenlange procedure bracht aanzienlijke kosten met zich mee. Om de strijd te kunnen voortzetten ontwikkelde Berkleef CapClaim. Daarmee werd voor hem de financiële drempel van een langdurige procedure tegen een grote marktpartij overbrugd. De zaak vertelt niet alleen het verhaal van een conflict tussen een ondernemer en een beursgenoteerde multinational. Los van de uiteindelijke uitkomst laat deze zaak zien hoeveel creativiteit, doorzettingsvermogen en geloof in juridische beginselen soms nodig zijn om een principiële rechtsvraag tot aan de hoogste rechter te brengen. Het uiteindelijke antwoord op die vraag maakt de uitspraak relevant voor de ict-sector. In veel conflicten over softwareprojecten spelen contractuele afspraken, aansprakelijkheidsbeperkingen en discussies over ingebrekestellingen een centrale rol. Waar gaat de procedure nu nog over? De recente verwijzingsprocedure van de Hoge Raad gaat niet langer over de contractuele grondslag van het geschil. Het arrest van het Gerechtshof Den Haag is op dat onderdeel in stand gebleven. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de vordering uit onrechtmatige daad niet zonder zelfstandige beoordeling had mogen afwijzen. Daarom zal het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zich uitsluitend over die vraag buigen. De Hoge Raad heeft zich nadrukkelijk niet uitgelaten over de vraag of Capgemini daadwerkelijk onrechtmatig heeft gehandeld. Dat oordeel is aan het verwijzingshof. De kern van het geschil Juist op dat punt bevat de conclusie van Ruth de Bock, advocaat-generaal van het Parket van de Hoge Raad eerder dit jaar een opmerkelijke observatie. Zij adviseerde partijen serieus te onderzoeken of een minnelijke regeling mogelijk is en schreef: ‘Bij deze stand van zaken verdient het m.i. sterk aanbeveling dat partijen trachten in der minne tot een oplossing te komen, bijvoorbeeld onder leiding van een mediator. De raderen van de rechtspraak hebben tot nu toe bedroevend weinig bijgedragen aan een oplossing, althans een definitieve beslechting van het geschil tussen partijen. Dat is niet los te zien van het feit dat in ruim twaalf jaar procederen nog geen begin is gemaakt met de beoordeling van de kern van dit geschil, namelijk de kwaliteit van de door Capgemini geleverde software.’ Die passage springt in het oog. Niet omdat de advocaat-generaal vooruitloopt op de uitkomst van het geschil, maar omdat zij benoemt wat in deze procedure feitelijk is gebeurd: na ruim twaalf jaar procederen is de kwaliteit van de software nog steeds niet inhoudelijk door een rechter beoordeeld. Dat roept een bredere vraag op die verder reikt dan deze zaak alleen: in hoeverre laat het civiele procesrecht ruimte voor een inhoudelijke beoordeling wanneer een procedure jarenlang wordt beheerst door processuele vraagstukken? Meer dan een geschil tussen twee partijen Welke uitkomst de verwijzingsprocedure uiteindelijk ook krijgt, de zaak Berkleef vs. Capgemini heeft inmiddels een betekenis gekregen die verder reikt dan het belang van partijen. Zij roept vragen op die voor veel ondernemingen herkenbaar zijn. Hoe ver reikt de verantwoordelijkheid van een it-leverancier? Wanneer kan naast een contractuele tekortkoming ook sprake zijn van een onrechtmatige daad? En hoe voorkomt het procesrecht dat een inhoudelijke beoordeling van zulke verwijten jarenlang uitblijft? Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch zal zich uitsluitend uitlaten over de vraag of de door Berkleef gestelde feiten – indien en voor zover zij komen vast te staan – kunnen leiden tot aansprakelijkheid uit hoofde van onrechtmatige daad. Daarmee lijkt na ruim twaalf jaar procederen eindelijk de fase te zijn aangebroken waarin de inhoud van het geschil centraal komt te staan. Juist daarom zal de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch met belangstelling worden gevolgd. Niet alleen door de betrokken partijen, maar ook door juristen, it-specialisten, softwareleveranciers en ondernemingen die afhankelijk zijn van complexe softwareontwikkeling.
Hoge Raad blaast langlopend softwareconflict tussen Capgemini en Equihold nieuw leven in
20 uur
De Hoge Raad heeft een belangrijke overwinning toegekend aan Kenneth Berkleef, de voormalige eigenaar van softwareontwikkelaar Equihold in een al jarenlang slepend conflict met Capgemini over de ontwikkeling van een sportapplicatie. De hoogste rechter vernietigt een arrest van het gerechtshof Den Haag en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Daarmee is de discussie over de kwaliteit van door Capgemini ontwikkelde software nog altijd niet beslecht. De zaak draait om de sportapplicatie 1-2 Focus, een product dat begin jaren 2000 werd gebruikt door onder meer FC Barcelona en PSV. Equihold besloot de software rond 2004 om te bouwen van Visual Basic 6 naar het Microsoft .NET-platform en schakelde daarvoor Capgemini in. Partijen sloten in 2005 een raamovereenkomst. Capgemini was daarbij verantwoordelijk voor de kwaliteit van de software, terwijl Equihold de functionele eindverantwoordelijkheid behield. Kort na de opleveringen ontstond onenigheid over de kwaliteit van het ontwikkelwerk. Volgens Equihold kampte de software met ernstige tekortkomingen. In 2010 concludeerde een externe beoordeling zelfs dat een volledige herschrijving van de broncode onvermijdelijk was. Een ander onderzoek kende de software de laagste kwaliteitsclassificatie toe. Equihold stelde Capgemini aansprakelijk voor de schade. Het bedrijf ging in 2013 failliet, waarna de vorderingen op Capgemini werden overgenomen door grootaandeelhouder Kenneth Berkleef.   Claims afgewezen De rechtbank en later het Haagse hof wezen de claims af. Volgens het hof was Capgemini niet in verzuim geraakt en kon daarom geen aanspraak worden gemaakt op schadevergoeding wegens wanprestatie. Ook oordeelde het hof dat Capgemini zich mocht beroepen op een exoneratiebeding in zijn algemene voorwaarden, waarin aansprakelijkheid voor schade grotendeels wordt beperkt. De Hoge Raad laat die oordelen grotendeels in stand. Zo volgt de hoogste rechter het hof in de conclusie dat geen sprake was van een duidelijke fatale oplevertermijn. Ook blijft overeind dat Equihold Capgemini nooit formeel in gebreke heeft gesteld. Daardoor strandt een belangrijk deel van de argumentatie rond wanprestatie. Beroep op onrechtmatige daad Toch krijgt Berkleef als eiser op één cruciaal punt gelijk. Volgens de Hoge Raad heeft het Haagse hof ten onrechte geoordeeld dat een beroep op onrechtmatige daad automatisch hetzelfde lot moet ondergaan als de vordering wegens wanprestatie. Het hof had die grondslag zelfstandig moeten beoordelen. De verwijten aan Capgemini betroffen onder meer het achterhouden van een intern kwaliteitsrapport over de broncode, het verstrekken van een onjuiste voorstelling van zaken over de softwarearchitectuur en het inzetten van onvoldoende ervaren ontwikkelaars (daar waar onervaren developers uit India aan de slag moesten). De Hoge Raad benadrukt nu dat een mislukte wanprestatieclaim niet automatisch betekent dat ook een beroep op onrechtmatige daad van tafel is. De hoogste rechter heeft daarom het arrest van het gerechtshof Den Haag vernietigt en verwijst de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Kernvraag onbeantwoord Verder werd het door Capgemini ingestelde incidentele cassatieberoep werd volledig verworpen. Daarmee krijgt het it-concern geen gelijk op punten rond schuldeisersverzuim en de vergoeding van kosten voor een bankgarantie door Berkleef. Na ruim tien jaar procederen staat de kernvraag nog steeds open: was de door Capgemini geleverde software daadwerkelijk ondeugdelijk? Die vraag zal nu moeten worden beoordeeld door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Voor beide partijen betekent dit dat een van de langstlopende Nederlandse ict-rechtszaken nog altijd geen definitief einde heeft bereikt. Reacties In een reactie stelt Berkleef: ‘Na meer dan twaalf jaar procederen is er eindelijk ruimte ontstaan voor een inhoudelijke beoordeling van de resterende rechtsvraag. Dat is altijd mijn doel geweest. Ik heb nooit gezocht naar een procedure op zichzelf, maar naar een zorgvuldige beoordeling van de feiten en de juridische verwijten die ik aan Capgemini maak. Die beoordeling ligt nu bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, en ik zie die procedure met vertrouwen tegemoet.’ De woordvoerder van Capgemini laat desgevraagd weten: ‘We hebben ook kennisgenomen van de beslissing van de Hoge Raad en de verwijzing van het geding naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing. Zolang deze zaak nog onder de rechter is, geven we echter geen commentaar.’   Lees ook het achtergrondartikel: Berkleef vs. Capgemini: slepende rechtszaak relevant voor it-sector Eerdere artikelen Over de rechtszaak Berkleef vs Capgemini heeft Computable regelmatig artikelen geplaatst, onder meer: – Equihold’s kruistocht tegen Capgemini (2014)– Berkleef en Lakeman starten stichting Capclaim (2014) – De kwaliteit van de Capgemini-software (2014) – Computable-experts oordelen over Capclaim (2014) – Equihold en Capgemini eindelijk voor de rechter (2016) – Equihold en Capgemini schikken niet (2016) – Berkleef verliest Equihold-zaak tegen Capgemini (2016) – Hof gelast code-onderzoek in zaak Equihold-Capgemini (2020) – Berkleef versus Capgemini revisited (2020) – PG wijst klachten Capgemini af in zaak Equihold (2022)
Gaia-X en IDSA hopen op Duitse doorbraak dataspaces
20 uur
Digitale omgevingen waarin vertrouwd data gedeeld worden, ofwel dataspaces, moeten sneller hun weg vinden naar de praktijk. Daarin kan de Duitse industrie mogelijk een doorbraak forceren. Dat hopen ontwikkelaar van een soevereine Europese cloud Gaia-X en standaardisatieclub IDSA. Die twee partijen ondertekenden onlangs een samenwerkingsovereenkomst met de Acatech Foundation. Dat is een stichting verbonden aan de Duitse Nationale Academie voor Techniekwetenschappen. Zij geeft onafhankelijk advies over technologie, ondersteunt innovatieprojecten en helpt om nieuwe digitale infrastructuren, zoals Europese dataspaces, van de tekentafel naar de praktijk te brengen. De doelstelling van de samenwerking omvat het plan om dataspaces breed toepasbaar te maken, in Duitsland, Europa en wereldwijd. Dataspaces maken soevereine, regelgebaseerde data-uitwisseling tussen organisaties mogelijk. ‘De technische fundamenten zijn er al: standaarden, architecturen en referentie‑implementaties zijn ontwikkeld’, schrijven de drie organisaties in een gezamenlijk persbericht. Ze willen die bouwstenen nu willen opschalen naar praktische toepassingen over sectoren en landsgrenzen heen. Door competenties, netwerken en middelen te bundelen, moet een breed gebruik van vertrouwde data‑infrastructuren worden versneld. Daarin dienen dataspaces volgens de betrokken organisaties als motor voor innovatie, concurrentiekracht en digitale soevereiniteit. Digitale transformatie De Acatech Foundation brengt een onafhankelijk ecosysteem mee uit bedrijfsleven, wetenschap en politiek en heeft ervaring uit praktijkprojecten zoals de Mobility Data Space. Gaia‑X en IDSA leveren hun internationale netwerk van hubs en expertisecentra. Het gaat om technologische en organisatorische fundamenten voor soevereine dataruimtes zoals het IDSA Rulebook, het Manifesto for Data Spaces, het Reference Architecture Model en het Gaia‑X Trust Framework. De samenwerking richt zich op gezamenlijke initiatieven, kennisdeling, betrokkenheid in elkaars netwerken en gecoördineerde activiteiten richting politiek, bedrijfsleven en maatschappij. Zo willen de partners dataspaces positioneren als een essentieel instrument voor de digitale transformatie. Volgens Ulrich Ahle, ceo van Gaia‑X, zijn vertrouwde datainfrastructuren geen toekomstbeloften meer, maar staan deze klaar voor gebruik. Hij krijgt bijval van Manfred Rauhmeier, bestuurslid Acatech Foundation: ‘De conceptfase ligt achter ons.  Nu telt implementatie. Met IDSA en Gaia‑X verbinden we ons ecosysteem met de leidende initiatieven voor vertrouwde dataspaces en brengen we ze naar de praktijk waar ze waarde creëren.’ Lars Nagel, ceo van IDSA voegt toe: ‘We hebben de basis gelegd voor vertrouwde en soevereine data‑uitwisseling. Nu hebben we partners nodig die dit breed toepasbaar maken. De samenwerking met de Acatech Foundation is een belangrijke stap om dataspaces in de praktijk te brengen.’ Datasoevereiniteit Europa zet stevig in op technologische en data-soevereiniteit en Gaia‑X speelt daarin een centrale rol. Het initiatief, ooit gestart als Europees antwoord op Amerikaanse cloudreuzen, heeft de afgelopen jaren gewerkt aan gemeenschappelijke standaarden en een federatieve data‑infrastructuur. Nu verschuift de aandacht naar praktijktoepassingen en opschaling, maar veel dataspaces kampen nog met financiering, adoptieproblemen en een kip‑ei‑impasse. Succesverhalen zoals het data-collaboratie-platfom voor de automotive-sector Catena‑X en SCSN (Smart Connected Supplier Network) laten zien dat het model potentie heeft. Maar volgens betrokkenen is het nu aan Europa om door te pakken. De de tijd van praten is voorbij, blijkt ook uit het artikel: Gaia-X de papieren tijger getemd dat eerder op Computable verscheen. Gaia‑X AISBL is een internationale non‑profitorganisatie in Brussel die het Gaia‑X Trust Framework ontwikkelt en verspreidt via een netwerk van nationale hubs. Acatech Foundation richt zich op praktijkgerichte projecten die innovatie en concurrentiekracht in Duitsland versterken. IDSA is een non‑profitvereniging met meer dan 180 leden uit 33 landen en ontwikkelde de technische en governance‑basis voor wereldwijde dataspaces, waaronder de IDS‑referentiearchitectuur en internationale standaarden
Siemens: Europa is ijzersterk op het gebied van industriële tech
1 dag
Event | Realize Live Europe Wie de discussie over de internationale technologiestrijd volgt, krijgt al snel de indruk dat Europa op vrijwel ieder strategisch digitaal terrein achterloopt op de Verenigde Staten en China. Tijdens het recente Siemens Realize Live Europe in de Amsterdamse RAI klonk echter een genuanceerder geluid. Natuurlijk domineren Amerikaanse hyperscalers en ai-bedrijven de publieke aandacht en lopen Chinese fabrikanten voorop bij onder meer humanoid robots. Tegelijkertijd bleek tijdens het evenement dat veel van die geavanceerde producten juist worden ontwikkeld met Europese technologie. Een sprekend voorbeeld was UBTech, een van China’s bekendste fabrikanten van humanoid robots. Siemens liet zien hoe dit bedrijf zijn robots ontwerpt, simuleert, test, produceert en gedurende de volledige levenscyclus beheert met software uit het Siemens Xcelerator-portfolio. Daarmee onderstreepte het bedrijf dat Europa misschien minder zichtbaar is in de ai-hype, maar wel degelijk een zeer sterke positie inneemt op het gebied van industriële software, engineering en automatisering. Die boodschap vormde eigenlijk de rode draad door het meerdaagse evenement. Waar veel organisaties nog volop experimenteren met generatieve ai, richt Siemens Digital Industries zich vooral op toepassingen die direct zakelijke waarde opleveren: engineering, productontwikkeling, simulatie en productie. Ai is daarbij geen doel op zich, maar een hulpmiddel dat de complete industriële ontwikkelketen sneller en slimmer moet maken. Dat Siemens die strategie inmiddels ook daadwerkelijk in de praktijk brengt, bleek uit de opzet van het evenement. Volgens het bedrijf werd ruim zeventig procent van alle presentaties tijdens het evenement verzorgd door klanten zelf. Hun praktijkvoorbeelden laten zien dat industriële ai inmiddels veel verder is dan losse pilots en proof-of-concepts. Intelligence Center X als nieuwe ai-laag De meeste aandacht tijdens Realize Live Europe ging uit naar Intelligence Center X. Siemens positioneert dit platform als de intelligente laag boven zijn volledige softwareportfolio. Het stelt ai-agents in staat zelfstandig analyses uit te voeren, processen te starten en engineers te ondersteunen, zonder dat bedrijfsdata eerst naar allerlei afzonderlijke ai-omgevingen hoeven te worden gekopieerd. Ceo Tony Hemmelgarn benadrukte dat de kwaliteit van de onderliggende data uiteindelijk bepaalt hoe bruikbaar ai werkelijk is. Volgens hem kunnen ai-modellen alleen betrouwbare beslissingen nemen wanneer zij werken met actuele productgegevens, configuraties en engineeringinformatie. Daarom blijft Teamcenter volgens Siemens de centrale ruggengraat van het platform. Daarmee kiest Siemens nadrukkelijk voor een andere benadering dan veel generieke ai-platformen die vooral werken met gekopieerde data in data lakes. Intelligence Center X blijft verbonden met de oorspronkelijke bedrijfsinformatie, waardoor gegevens actueel blijven en iedere ai-beslissing volledig herleidbaar is. Ai versnelt het maken van technische 2d-tekeningen met ongeveer vijftig procent Joe Bohman van Siemens liet zien hoe ai inmiddels diep is geïntegreerd in vrijwel de volledige portfolio van het Duitse concern. Daarbij gaat het niet om experimentele toepassingen, maar om functionaliteit die volgens Siemens dagelijks door grote aantallen engineers wordt gebruikt. Zo stelt Bohman dat ai het maken van technische 2d-tekeningen met ongeveer vijftig procent versnelt en worden onderdelen in Teamcenter automatisch tien keer sneller geclassificeerd. Daarnaast introduceerde Siemens ai-agents die complete engineeringworkflows kunnen uitvoeren, terwijl engineers verantwoordelijk blijven voor de uiteindelijke controle en besluitvorming. Volgens Bohman is dat geen plotselinge ontwikkeling. Siemens werkt al zeven jaar aan ai-functionaliteit binnen een omgeving als Designcenter. Daarmee wil het bedrijf duidelijk maken dat industriële ai veel verder gaat dan de recente opkomst van generatieve ai. Simulatie wordt een ontwerpinstrument Ook Simcenter speelt een belangrijke rol in de ai-strategie. Siemens’ Sam Mahalingam liet zien hoe ‘Physics AI’ en gpu-versnelling simulaties honderden tot zelfs duizenden keren sneller kunnen uitvoeren. Dat verandert volgens hem de rol van simulatie fundamenteel. Waar simulatie vroeger vooral werd gebruikt om een ontwerp achteraf te controleren, wordt het nu een actief hulpmiddel tijdens het ontwerpen zelf. Praktijkvoorbeelden illustreren die ontwikkeling. Rolls-Royce gebruikt Simcenter Simsolid om motorontwerpen veel sneller te analyseren. Continental heeft complexe airbagsimulaties van twee uur naar minder dan dertig seconden verkort, terwijl Magna een simulatie terugbracht van veertien uur naar slechts tien seconden. Daardoor kunnen engineers aanzienlijk meer ontwerpvarianten onderzoeken voordat een fysiek prototype wordt gebouwd. De volledige digitale keten Opvallend tijdens Realize Live was hoe sterk Siemens de samenhang tussen zijn verschillende softwareproducten benadrukt. De overnames van Mentor Graphics, het van oorsprong Nederlandse Mendix en recent Altair moeten volgens het bedrijf steeds duidelijker hun waarde bewijzen. Waar vroeger afzonderlijke softwareproducten centraal stonden, spreekt Siemens nu vrijwel uitsluitend over één geïntegreerde “digital thread”. Van chipontwerp en elektronica tot mechanische engineering, simulatie, productieplanning, fabrieksautomatisering en onderhoud: alle informatie moet uiteindelijk met elkaar verbonden zijn. Ankur Gupta illustreerde dat met voorbeelden uit de halfgeleiderindustrie. Door gegevens uit chipontwerp, simulatie en operationeel gebruik te combineren, kunnen datacenters volgens hem hun energieverbruik aanzienlijk terugdringen. Sensoren leveren daarbij continu actuele gegevens terug aan een digital twin, waardoor systemen efficiënter kunnen worden aangestuurd. Ai ondersteunt ook de fabriek Niet alleen engineering verandert. Ook op de werkvloer speelt ai volgens Siemens een steeds grotere rol. Mark Hinsberg demonstreerde hoe ai afwijkingen in productieprocessen kan analyseren, automatisch verbanden legt tussen ontwerp-, erp- en productiedata en vervolgens voorstellen doet voor verbeteringen. Engineers houden daarbij de regie, maar veel tijdrovende analysewerkzaamheden kunnen worden geautomatiseerd. Volgens Siemens verschuift ai daarmee van een assistent die vragen beantwoordt naar software die complete bedrijfsprocessen helpt uitvoeren. Europa speelt nog altijd een hoofdrol Wie Realize Live Europe bezocht, kreeg uiteindelijk een bredere boodschap mee dan alleen de introductie van nieuwe ai- en andere functionaliteit. Siemens liet vooral zien dat Europa nog altijd een belangrijke rol speelt in de mondiale ontwikkeling van industriële technologie. Niet door zelf humanoid robots of generatieve ai-modellen te bouwen, maar door de software te leveren waarmee dergelijke systemen worden ontworpen, gesimuleerd, geproduceerd en beheerd. Juist die positie maakt de discussie over een vermeende Europese achterstand genuanceerder dan vaak wordt voorgesteld. Op het terrein van industriële software, digital twins, lifecycle management en engineering behoort Europa tot de absolute wereldtop. Siemens gebruikte Realize Live Europe dan ook niet alleen om nieuwe producten te introduceren, maar ook om te laten zien dat de volgende fase van industriële ai vooral draait om betrouwbare data, geïntegreerde engineering en een digitale keten waarin ai, software en menselijke expertise nauw samenwerken. Mendix en digitale soevereiniteit Een opvallende rol binnen deze strategie is weggelegd voor Mendix. Het Nederlandse low-codeplatform, sinds 2018 onderdeel van Siemens, vormt inmiddels een essentieel onderdeel van Intelligence Center X. Waar Teamcenter de industriële data beheert en Intelligence Center X de AI-functionaliteit levert, maakt Mendix het mogelijk om zelf agentic workflows en bedrijfsapplicaties te ontwikkelen waarin mensen en ai-agents samenwerken. Daarbij spelen governance, beveiliging en volledige traceerbaarheid een centrale rol. Tijdens gesprekken met Siemens werd bovendien duidelijk dat ook digitale soevereiniteit steeds nadrukkelijker onderdeel wordt van de softwarestrategie. Rond Mendix werkt Siemens inmiddels samen met het Duitse StackIT, zodat organisaties kunnen kiezen voor een Europese cloudomgeving. Dit geldt momenteel primair voor projecten van Mendix bij Nederlandse overheidsorganisaties, maar zal de komende tijd verder verbreed worden. Daarnaast voert het bedrijf gesprekken met onder meer OVHcloud om bij voorkeur nog dit jaar vergelijkbare samenwerkingen aan te kondigen voor het hosten van verschillende Siemens-oplossingen bij Europese cloudproviders.
Chipmachine-maker Besi floreert onder ai-hausse
1 dag
BE Semiconductor Industries (Besi) uit Duiven profiteert sterk van de ai-hausse. Vooral hogere ai-uitgaven bij klanten stuwden de omzet in het tweede kwartaal op tot 250 miljoen euro. Dat is een stijging van 68,7 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. De fabrikant van machines voor de assemblage van chips ziet ook een sterke ordergroei voor fotonica- en datacenter-toepassingen. De laatste vraag is eveneens ai-gedreven. Voor zowel huidige als volgende generatie ai-apparaten breidt de hybride bonding-capaciteit, een specialiteit van Besi, zich uit. Besi ontving ook nieuwe orders voor ai-energiebeheerapplicaties van meerdere klanten. Het bedrijf meldt over de eerste helft van dit jaar een ordergroei van 116,5 procent tot  562,6 miljoen euro, een toename van 302,7 miljoen euro. Ongeveer 60 procent van de opdrachten betreft systeemorders voor ai-applicaties. Een jaar geleden was dat 50 procent. Daarnaast ziet Besi hernieuwde groei voor high-end smartphone-toepassingen. Voorop lopen Besi maakt machines om computerchips in elkaar te zetten en te verbinden. Dit deel van het chipmaken verandert snel. Besi loopt voorop met een techniek (hybrid bonding) om meer losse chips op moleculair niveau samen te voegen in één behuizing. Hierdoor worden chips veel sneller. Deze techniek is erg belangrijk voor de groei van Besi. Het is wel de vraag hoe snel de chipwereld deze nieuwe methode gaat gebruiken, want concurrenten hebben andere (soms goedkopere) oplossingen. Positief is dat Besi in het afgelopen kwartaal voor hybrid bonding twee grote orders van bestaande klanten kreeg en één order van een nieuwe, nader genoemde hyperscaler-klant. Momentum De nettowinst over het tweede kwartaal kwam 177 procent hoger uit op 89 miljoen euro. Besi verwacht dat het order-momentum in het lopende kwartaal zal aanhouden. ‘Klanten geven aan dat we ons in een meerjarige investeringscyclus voor ai bevinden, die verder wordt ondersteund door de toegenomen vraag naar agentische ai-toepassingen. Deze vraag leidt tot een grotere vraag naar datacenter-cpu’s en veel van onze geavanceerde verpakkingssystemen’, aldus Besi.
Google furieus na forse DMA-boetes EU
1 dag
De Europese Commissie geeft Google boetes van in totaal 890 miljoen euro wegens twee ernstige overtredingen van de Digital Markets Act (DMA). Het bedrijf krijgt een sanctie van 460 miljoen euro voor het voortrekken van eigen diensten in Google Search, en 430 miljoen euro voor het beperken van app‑ontwikkelaars op Google Play die consumenten willen doorverwijzen naar goedkopere aankoopkanalen. Google is boos en stelt dat de DMA zijn producten verslechtert en veiligheidsfuncties afbreekt. Volgens de Commissie heeft Google zijn eigen winkel‑, hotel‑, vervoers‑ en sportresultaten prominenter weergegeven dan vergelijkbare diensten van derden. Daarmee overtrad het de verplichting tot eerlijke en niet‑discriminerende rangschikking die voor zogeheten ‘poortwachters’ geldt. Daarnaast verhinderde Google dat app‑ontwikkelaars vrij konden communiceren over alternatieve aanbiedingen buiten de Play Store, wat de concurrentie op mobiele platforms verstoorde. De Commissie eist dat Google binnen zestig dagen maatregelen neemt om de overtredingen te beëindigen. Zo moet het bedrijf derden gelijk behandelen in zoekresultaten en ontwikkelaars toestaan om buiten de Play Store contracten te sluiten en aanbiedingen te promoten. Google heeft inmiddels wijzigingen voorgesteld in de presentatie van eigen diensten en stuurvoorwaarden, die door Brussel worden beoordeeld. De boetes houden rekening met de ernst en duur van de overtredingen. Als Google niet tijdig voldoet aan de besluiten, riskeert het dwangsommen tot vijf procent van zijn wereldwijde omzet. Google reageert furieus Kent Walker, president global affairs bij Google & Alphabet, reageert furieus. In een statement dat door het bedrijf is verstuurd als reactie op de boetes schrijft Kent: ‘Deze uitvoering van de DMA blijft alledaagse producten kapotmaken.’ Hij stelt dat zijn bedrijf om te voldoen aan de Europese regels allerlei realtime‑zoekfuncties moet verwijderen die juist enorm populair zijn bij Europese gebruikers. Hij noemt onder meer directe prijsweergaven en informatie over de beschikbaarheid van hotels, vluchten en restaurants. Ook vindt hij dat Google door de sancties van de Europese Commissie de ‘veiligheidsbescherming in Google Play moet afbreken.’ Kent: ‘Dit is geen eerlijke concurrentie; het is een verslechtering van onze producten.’ Volgens hem wordt dat veroorzaakt door een kleine groep klagers die uit eigen belang stappen neemt tegen Google. Hij stelt dat Europese bedrijven en consumenten de dupe zijn. ‘Regulering zou producten moeten verbeteren, niet slechter maken.’ Voet bij stuk De Europese Commissie is standvast in haar oordeel: ‘De twee besluiten die we vandaag hebben aangenomen, bevestigen onze vastberadenheid om de wet inzake digitale markten toe te passen om bedrijven en innovatie te beschermen.’ De Commissie stelt dat Google tekortgeschoten is bij de effectieve naleving van de wet inzake digitale markten. ‘Vandaag hebben we doortastende maar evenwichtige handhavingsmaatregelen genomen om deze inbreuken te bestraffen.’ Google werd in september 2023 aangewezen als poortwachter voor zijn onlinezoekmachine Google Search. Op 25 maart 2024 heeft de Commissie niet-nalevingsonderzoeken geopend naar de maatregelen van Google om voorkeur voor eigen diensten te voorkomen en naar haar stuurregels. Op 19 maart 2025 heeft de Commissie Google in kennis gesteld van haar voorlopige standpunt dat de onderneming de DMA had geschonden.
Kort: Soevereine kritische cloud van Atos, nieuwe securitychip van Intel en Fortinet (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Atos Sovereign Cloud voor kritieke infrastructuur, Intel en Fortinet ontwikkelen nieuwe securitychip, ChatGPT beste WK-voorspeller, Amstelveense zorgen over privacy na datalek in Aalsmeer en NetApp koopt DataPelago.Atos lanceert Sovereign Cloud voor kritieke sectorenDe Franse it-dienstverlener Atos introduceert Atos Sovereign Cloud. Dat cloudplatform is specifiek gericht op overheden, defensie, zorginstellingen, beheerders van kritieke infrastructuur en andere sterk gereguleerde organisaties. Het platform is ontworpen met digitale soevereiniteit ‘als uitgangspunt’, meldt Atos in een persbericht. De componenten van het platform zijn opensource. Hosting, het operationele beheer en de contractering kunnen desgewenst volledig binnen de EU plaatsvinden.De aanbieder belooft uitgebreide mogelijkheden op het gebied van databeheer, operationele onafhankelijkheid, cyberweerbaarheid en ai-innovatie. Naast toepassingen voor het orkestreren en moderniseren van applicaties biedt de dienstverlener via Atos Amplify ook adviesdiensten rondom digitale soevereiniteit.Atos zet digitale soevereiniteit in als strategische herpositionering. Het bedrijf stabiliseert zich na een zware periode en verwacht veel van dit nieuw gekozen groeipad. [Pim van der Beek]Intel en Fortinet werken samen aan nieuwe securitychipChipmaker Intel en cyberbeveiliger Fortinet kondigen een strategische samenwerking aan voor de ontwikkeling van de Fortinet Security Processor 6 (SP6). De alliantie brengt Fortinets expertise op het gebied van eigen, speciaal ontwikkelde securityprocessors samen met de geavanceerde ontwerp-, packaging- en productiecapaciteiten van Intel. De krachtenbundeling moet de ontwikkeling van SP6 versnellen en versterken, melden beide bedrijven in een aankondiging van de samenwerking.Fortinet-ceo Ken Xie: ‘Door deze samenwerking met Intel verder uit te breiden, kunnen we profiteren van de unieke combinatie van geavanceerde halfgeleidertechnologie, productie-expertise en wereldwijde toeleveringscapaciteiten.’ Het doel van de samenwerking is een sterk geïntegreerde securityprocessor te ontwikkelen. Deze moet organisaties ondersteunen bij steeds complexere beveiligingsdiensten en voldoen aan de hoge prestatie-eisen van moderne ict-omgevingen.Het in 2000 opgerichte Fortinet maakt gebruik van asic chips (application specific integrated circuits) dat zijn chips die specifiek gericht zijn op één taak. Daardoor kunnen ze, anders dan generieke chips, security verwerking extreem snel, efficiënt en voorspelbaar uitvoeren. [Pim van der Beek]ChatGPT scoort het best in WK-voorspeltest van vijf ai-modellenChatGPT heeft van vijf onderzochte ai-modellen de meeste punten behaald bij het voorspellen van de 104 wedstrijden van het WK 2026. Dat blijkt uit een onderzoek van Bureau Onder uit Zwolle, dat de voorspellingen van ChatGPT, Claude, Gemini, Copilot en Perplexity gedurende het toernooi bijhield met het puntensysteem van Scorito.ChatGPT eindigde met 35 punten voorsprong op Claude. Het model voorspelde 33 keer een verkeerde uitslag en had bij 14 wedstrijden de exacte eindstand correct. Gemini eindigde als laatste.Alle modellen kregen vooraf dezelfde prompt, inclusief het Fifa-speelschema, Fifa-rankings en recente wedstrijdresultaten. Drie modellen – ChatGPT, Claude en Perplexity – voorspelden Spanje als wereldkampioen. Volgens het seo-bureau laat de test zien dat ai-antwoorden onderling kunnen verschillen en dat gebruikers uitkomsten niet zonder controle moeten overnemen.Amstelveense partij stelt vragen over privacy na datalek in AalsmeerActief voor Amstelveen heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college van B en W naar aanleiding van een datalek bij de gemeente Aalsmeer. Daarbij werden in twee gevallen burgerservicenummers van inwoners openbaar gepubliceerd in documenten rond omgevingsvergunningen, meldt het Amstelveens Nieuwsblad.De partij wijst erop dat Amstelveen en Aalsmeer sinds 2013 gebruikmaken van dezelfde ict-systemen en werkprocessen. De gemeente Amstelveen verzorgt daarbij de ict voor beide gemeenten. Begin dit jaar werd de samenwerking nog geëvalueerd en besloten beide gemeenten deze te verlengen tot 2030.De fractie wil weten of vergelijkbare incidenten ook in Amstelveen kunnen voorkomen en welke maatregelen worden genomen om de privacy van inwoners en ondernemers te beschermen. Daarnaast vraagt de partij of eventuele tekortkomingen samenhangen met een gebrek aan financiële middelen of gespecialiseerde ict-expertise.NetApp neemt DataPelago over voor ai-dataverwerking bij opslaglaagOpslagspecialist NetApp heeft DataPelago overgenomen, een leverancier van ai-data-infrastructuur uit Californië. Met de overname wil het eveneens Californische NetApp dataverwerking met gpu-versnelling dichter bij de opslaglaag brengen voor ai- en analytics-toepassingen.De technologie van DataPelago, Nucleus, verwerkt data op de plek waar deze is opgeslagen via een combinatie van cpu’s en gpu’s. Volgens NetApp maakt dit het mogelijk data voor ai-toepassingen te gebruiken zonder deze eerst naar aparte rekenomgevingen te verplaatsen.NetApp stelt dat deze aanpak infrastructuurkosten kan verlagen en prestaties kan verbeteren ten opzichte van traditionele methoden. Na afronding van de overname blijft DataPelago als volledige dochteronderneming opereren. Het bedrijf levert zijn technologie al aan grote ondernemingen in verschillende sectoren.
Relx is niet bang voor ai
1 dag
Relx, leverancier van op informatie gebaseerde ‘analytics’ en ‘decision tools’, merkt in de resultaten nog geen nadeel van ai. Alle divisies (risicobeheersing, ‘wetenschap, techniek & medisch’) die onder invloed van ai staan, toonden in de eerste helft van dit jaar groei. De divisie ‘legal’ die juristen bedient, meldt zelfs een verdere versnelling van de groei.  De totale operationele winst van het vroegere Elsevier-concern nam met 9 procent toe tot 1.727 miljoen Britse pond. De omzet steeg met 7 procent naar 4.871 miljoen pond. Beleggers waren begin dit jaar bezorgd dat voordelige ai-software de winstgevendheid van Relx zou bedreigen. Toen ai-modellenbouwer Anthropic zich op de juridische wereld ging richten, ontstond nog meer vrees dat het verdienmodel van Relx onder zware druk kwam te staan. Maar Relx verwacht voor heel 2026 continue (sterke) groei.  Ceo Erik Engstrom ziet per saldo voordelen van ai: ‘De voortdurende evolutie van kunstmatige intelligentie stelt ons in staat om meer waarde toe te voegen aan onze klanten, om sneller producten met een hogere toegevoegde waarde te ontwikkelen en te lanceren, en om de kostenstijging onder de omzetgroei te houden. Deze evolutie is al meer dan tien jaar een belangrijke drijfveer voor ons bedrijf en zal dat ook de komende jaren blijven voor klantwaarde en groei.’
Ai ontsnapt uit sandbox: OpenAI meldt ongezien cy­be­rin­ci­dent
1 dag
Tijdens een interne evaluatie ontsnapte een experimenteel OpenAI-model zelfstandig uit een beveiligde testomgeving en compromitteerde de productie-infrastructuur van ai-platform Hugging Face. OpenAI omschrijft het zelf als een ‘ongezien cyberincident waarbij gebruik is gemaakt van state-of-the-art cybermiddelen’.Terwijl de wereld nog nakijkt van Anthropic Mythos, publiceert OpenAI een incidentrapport dat best wel evenveel aandacht verdient.Wat is er precies gebeurd? Modellen op basis van GPT-5.6 Sol en een nog krachtiger pre-releasemodel – beide met bewust verlaagde veiligheidsdrempels om hun maximale cybercapaciteiten te kunnen meten – werden ingezet op een interne cybersecuritybenchmark.In die geïsoleerde omgeving vonden de modellen zelfstandig een zero-day kwetsbaarheid in een interne package registry proxy. Ze bouwden zo een keten van aanvalsvectoren op tot ze een remote code execution op de Hugging Face-servers bereikten en toegang kregen tot de productiedatabase. Het securityteam van Hugging Face detecteerde en stopte de activiteit. OpenAI ontdekte het anomale gedrag intern.Nieuw speelveldDimitri Van Zantvliet, ciso bij de NS, plaatst het incident in een bredere context. ‘Als dit representatief is voor waar frontier-modellen vandaag staan, dan verandert het speelveld fundamenteel’, schrijft hij op LinkedIn. ‘De tijd tussen het ontdekken van een kwetsbaarheid en het grootschalig misbruiken ervan wordt steeds korter. Cyberoperaties worden autonomer, meer schaalbaar en sneller dan veel organisaties kunnen bijbenen.’Onafhankelijke evaluaties van het UK AI Security Institute bevestigen overigens die trend: frontier-modellen zijn steeds beter in staat tot complexe, langdurige cyberoperaties in reële omgevingen. Van Zantvliet wijst ook op geopolitieke implicaties. ‘Als de VS en China dit soort modellen beschikbaar gaan stellen, hebben we er in de EU een ander probleem bij als we zelf niet snel eigen capaciteit ontwikkelen.’Strenge maatregelenOpenAI kondigt intussen strengere beveiligingsmaatregelen aan rond evaluatieomgevingen en trekt Hugging Face in zijn trusted access-programma. Beide bedrijven pleiten voor open samenwerking als basis voor ai-veiligheid, een boodschap die na dit incident moeilijk te negeren valt.Toch raadt Van Zantvliet aan om ook kritisch te blijven. ‘Misschien zit er een marketingcomponent in’, oppert hij. ‘Dat geldt inmiddels voor vrijwel alle frontier ai-labs. Die triljoenen moeten ook terugverdiend worden.’
Mistral vlijt zich nog meer tegen Microsoft aan
1 dag
Mistral AI, het Franse bedrijf dat zich profileert als een Europees alternatief voor Amerikaanse ai-modellen, valt nog meer in de armen van Microsoft. Beide ondernemingen breiden hun strategische samenwerking op ai-gebied sterk uit, zo werd deze week bekendgemaakt. Nu beide bedrijven ook qua marketing en technische infrastructuur een stevige alliantie vormen, dringt de vraag zich op of een hoofdkantoor in Parijs – zoals Mistral dat heeft – voldoende is om als Europese soevereine ai-aanbieder door het leven te kunnen gaan. Afspraken Microsoft investeert miljarden euro’s in de uitbreiding van Mistral’s Europese ai-infrastructuur. De claim van Mistral dat zijn klanten minder afhankelijk worden van Amerikaanse Big Tech komt hiermee op drijfzand te staan. De nieuwe overeenkomst versterkt de ai-infrastructuur van Microsoft in Europa, terwijl Mistral onderdeel wordt van Microsofts goed geoliede verkoopmachine. De voornaamste afspraken: • Microsoft gaat gebruikmaken van Mistrals groeiende Europese gpu-infrastructuur, zodat klanten eenvoudiger kunnen opschalen en profiteren van ai-innovaties; • De ai-modellen van Mistral zijn breed beschikbaar binnen de cloud- en ai-diensten van Microsoft; • Via Azure kunnen organisaties Mistral-modellen inzetten in cloud-, cloud-connected (lokaal verbonden) en volledig losgekoppelde omgevingen. Amerikaanse gigant Vanaf begin 2024 vlak na de oprichting van Mistral heeft Microsoft zich over de Franse startup ontfermd. Onbekend is hoeveel in Mistral is geïnvesteerd. Wel is het bedrijf voor de distributie van zijn ai-modellen altijd al sterk aangewezen geweest op de Amerikaanse gigant. Mistral krijgt nu Microsoft als belangrijke klant voor zijn rekencapaciteit; een soort afzetgarantie die helpt bij de financiering van nieuwe infrastructuur. Mistral Compute is bedoeld voor bedrijven die een Europese oplossing willen gebruiken voor hun berekeningen. Microsoft waarborgt als het ware de klanten, een hoog percentage Amerikaanse bedrijven financiert mee en de rekencentra krijgen (grafische) chips van het eveneens Amerikaanse Nvidia. Verankerd in de VS Enkele Mistral’s ai-modellen leunden al zwaar op Azure-infrastructuur. Nu komt het open-weight model (lokaal te downloaden en aanpasbaar) Mistral Medium 3.5 daar nog bij. Mistral’s OCR 4, een model om documenten structureel te bewerken, is nu beschikbaar in Microsoft Foundry. Medium 3.5, het paradepaardje van Mistral, komt ook in Copilot Studio. Verder maakte Mistral al gebruik van Google Cloud (Vertex AI) en CoreWeave. Veel investeerders zijn Amerikaans. Kortom, Mistral AI is qua technische infrastructuur en ook financieel sterk verankerd in Amerika. Nieuw is dat Microsoft ook op de marketing van Mistral invloed krijgt. Commercieel vindt er afstemming plaats. Voor Mistral heeft dat voordelen. Als onderdeel van het Microsoft-ecosysteem kan Mistral veel sneller nieuwe klanten aanboren dan op eigen houtje. Extra kapitaal? Hoe groot de greep van Microsoft na de laatste deal op Mistral wordt, is onduidelijk. Gesproken wordt van een multi-miljarden deal, zonder deze nader te specificeren. Microsoft is niet van plan om extra kapitaal in Mistral te steken. Financieel persbureau Bloomberg meldt dat Mistral besprekingen voert om via een nieuwe financieringsronde drie miljard dollar op te halen tegen een waardering van twintig miljard dollar. Mistral-topman Mensch onthoudt zich van commentaar. Volgens de Britse Financial Times zou Samsung honderden miljoenen euro’s willen fourneren.
Datasoevereiniteit of data-nihilisme?
2 dagen
DATAREVIVAL – Dit is mijn eerste Datarevival-bijdrage waarbij het mij niet lukt om een samenhangend betoog te produceren. Mijn bijdrage moet gaan over ‘datasoevereiniteit’, maar ik kom niet verder dan mijn losse aantekeningen te sorteren en puntsgewijs te droppen. Misschien ziet iemand een lijn in deze opsomming.  Onze overheid is terecht terughoudend met het centraal registreren van onze meest intieme fysieke persoonsgegevens. Foto’s en vingerafdrukken stoppen we niet in een centrale database. Maar vlieg naar sommige buitenlanden en dezelfde lichaamsgegevens belanden zonder veel maatschappelijk debat in grens- en immigratiesystemen. In bestuurderskringen leeft het idee dat data veiliger zijn als ze op een server in Nederland of de EU staan. Je doet gewoon alsof je niet weet wat de essentie van het begrip ‘cloud’ is en vertrouwt verder op het digibete publiek. Europese banken weigeren soms klanten met een link met de VS. De controle op deze US Persons voor de Amerikaanse overheid is te kostbaar. Telecombedrijf Odido lekte persoonsgegevens van zes miljoen (ex-)klanten, en dat op een manier die extreem nalatig was. Grote kans dat Odido wegkomt met een overzichtelijke boete. De rechtszaak die namens benadeelde (ex-)klanten is aangespannen, zal hun schade niet dekken. De verantwoordelijke Odido-bestuurders hoeven evenmin te vrezen voor strafrechtelijke consequenties, anders dan bijvoorbeeld bij omkoping of ernstige bedrijfsongevallen. Het brede verzet tegen de Solvinity-casus – ‘DigiD in Amerikaanse handen’ – is helemaal gerechtvaardigd. Maar er zijn legio situaties waarin Amerikaanse (of Chinese) bedrijven Nederlandse persoonsgegevens verwerken. Moeten we die gaan onteigenen? Geen beginnen aan. Ik begrijp het kabinet wel. Het UWV is in stilte bezig met het adopteren van Microsoft Dynamics als basis voor zijn cliëntenadministraties. Redelijkerwijs konden ze niet voorzien dat dit een politiek probleem zou worden. Maar daar bovenop komt het besluit – eveneens in stilte – dat de Europese ai-chatbot wordt ingeruild voor Microsoft Copilot. (Handig voor Microsoft: data en chats over data.) Uitvoerende ambtenaren lijken geen boodschap te hebben aan de zorgen van politiek en burgerij over de omgang met hun gegevens. Datzelfde UWV werkt met een leverancier van software die mensen aan vacatures koppelt op basis van tien miljoen van LinkedIn geripte Nederlandse persoonsprofielen. (Ja, ook dat van u.) Het UWV noch de Autoriteit Persoonsgegevens lijkt daar moeite mee te hebben. Het UWV heeft wel gevraagd of de directe persoonsgegevens uit het systeem zijn te halen. Dat is blijkbaar voldoende. Nog één UWV’tje om het af te leren: de WIA-uitkeringen van veel burgers zijn verkeerd berekend. Uitkeringsgerechtigden hebben recht om te weten op basis van welke persoonsgegevens hun uitkering is berekend, en het UWV erkent dat ook (blz. 50). Dat wil natuurlijk niet zeggen dat het UWV die gegevens ook uitlevert. Over naar de Belastingdienst. Vroeger waren belastingheffing en controle daarop gebaseerd op gegevens die wij burgers moesten aanleveren, alles bij wet geregeld. Nu controleert de Belastingdienst ook op basis van gedragsgegevens, denk aan leaseauto’s op het parkeerterrein van de Efteling. Hoe ver dat mag gaan, is nauwelijks geregeld. Iedere EU-burger mag zich vestigen in elk EU-land, maar registraties zijn nog steeds nationaal. Voor ‘legal aliens’ – belastingontwijkers, uitkeringsoplichters en criminelen – levert dat vaak grote voordelen op vergeleken met burgers die al vanaf hun geboorte in overheidsadministraties zitten (Polenfraude, Bulgarenfraude). Het gevolg is feitelijke rechtsongelijkheid tussen groepen burgers. Maar als fraude wordt aangepakt, krijgen we weer Ongekend Onrecht. De EU bespreekt toegang tot onze chatdata, uiteraard met een nobel doel. De uitvoering moet gebeuren door Amerikaanse Big Tech – what could possibly go wrong? Als uitsmijter deze testcase: de VS willen toegang tot Europese biometrische databanken. Als de EU niet meewerkt, is het mogelijk voorbij met visumvrij reizen voor EU-burgers. Dit is een greep uit eindeloos veel voorbeelden, maar hopelijk begrijpt u mijn punt. Natuurlijk is er laaghangend fruit. Maak dat Odido-laksheid niet meer loont. Geef het recht op inzage in eigen persoonsgegevens tanden. Regel bij wet dat de Belastingdienst, net als vroeger, alleen persoonsgegevens registreert die wettelijk zijn beschreven. Toon ballen richting de Amerikaanse overheid. En vanzelfsprekend: pak dat UWV eindelijk eens aan. Maar datasoevereiniteit – de greep van individuen op hun persoonsgegevens en het deugdelijke beheer en de bescherming van die gegevens door de overheid – is een brij van inconsistenties, hypocrisie en misstanden. Ophef is bijna altijd ad hoc en kortdurend. En als de politiek al iets belangrijk vindt, trekt de ambtenarij zich daar weinig van aan. Veiligheid, controle en internationale verhoudingen zijn veel belangrijker dan (data)soevereiniteit. Maar het echte probleem is dat we geen denkkader hebben om datasoevereiniteit vorm te geven in relatie tot andere, óók belangrijke criteria. Daardoor verliezen fatsoenlijke mensen én landen de discussie met autocraten en Big-Techplutocraten in de VS, die graag wijzen op de excessen in Europa. Dáár ligt de uitdaging. Al het andere is hypocrisie en de waan van de dag. Helaas. Ik heb geen idee hoe dit aan te pakken. Datarevival is een rubriek van René Veldwijk over de wondere wereld van data. Veldwijk is associé bij Ockham Groep en opiniemaker bij Computable. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Zwakkere business trends remmen omzetgroei KPN 
2 dagen
KPN heeft financieel een solide tweede kwartaal achter de rug. Een tegenvaller is echter de ontwikkeling van de omzet in de afgelopen drie maanden. In het tweede kwartaal daalde de omzet met 0,5 procent naar 1,46 miljard euro. De nettowinst nam met 1 procent af naar 207 miljoen euro. De dienstenomzet zal in de tweede helft naar verwachting weer toenemen, maar lang niet voldoende om de flauwte in het eerste halfjaar te compenseren. Waar eerder een jaarlijkse groei van 2 tot 2,5 procent werd geraamd, verwacht KPN dit jaar slechts 1,5 procent te kunnen groeien. Tijdens de webcast die KPN op 22 juli hield, vroegen de financiële analisten naar verdere details over de zwakkere business trends. KPN kiest bewust voor marge boven omzet. Dit geldt met name voor de zakelijke markt die bestaat uit systeemintegratie, iot, zorg, mkb en grootzakelijk. Het mkb-segment waarin klanten met minder dan 650 fte’s zitten, ontwikkelt zich goed. De dienstenomzet in het mkb steeg met 6,9 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Breedband, mobiel en ‘cloud en workspace’ groeiden in dat deel van de markt verder. Felle concurrentie Anders is de situatie bij de grote ondernemingen en corporates die niet via partners worden bediend. KPN krijgt daar te maken met professionele inkopers in een sterk concurrerende markt met ook buitenlandse partijen als BT International en kleinere gespecialiseerde aanbieders. Deze omzet aan grote bedrijven nam het afgelopen kwartaal licht af. KPN laat soms marktaandeel schieten voor betere marges. Dit geldt bijvoorbeeld voor het aanbieden van ‘cloud en workspace’. Als daar te weinig op valt te verdienen, haakt KPN bewust af. Ook contractkwaliteit speelt een rol. Volgens KPN-topman Joost Farwerck is de concurrentie op de cloudmarkt voor grote bedrijven momenteel erg fel. Hetzelfde geldt overigens ook voor corporate vpn en corporate connectivity, waaronder breedband en voice. Het internet of things (iot) laat sterke volumegroei zien, maar heeft ook te maken met herprijzing, vaak ook lagere tarieven. NPS De NPS-score, een indicator voor de klanttevredenheid, steeg op de zakelijke markt naar +8 (een jaar geleden +4). KPN behield daarmee zijn duidelijke leiderschapspositie in NPS binnen de Nederlandse zakelijke telecommarkt. Herstel dienstenomzet Farwerck zei op vragen van Goldman Sachs dat zijn bedrijf de focus verlegt naar connectiviteit waaronder glasvezel voor de zakelijke markt en CPaaS (Communications Platform as a Service). Onder dat laatste wordt verstaan een cloud-gebaseerd platform dat allerlei vormen van real-time communicatie omvat zoals voice calls, sms, video en WhatsApp. Glasvezel en CPaaS moeten in 2027 voor herstel van de dienstenomzet zorgen in de grootzakelijke markt. Dit herstel gaat geleidelijk, want het duurt wat langer zo’n nieuw portfolio op te bouwen en in de markt te zetten. Verder speelt mee dat een deel van de klanten aan de onderkant van dit segment nu onder het mkb-segment vallen, aldus Farwerck. Maatwerk Behalve de omzet aan grote bedrijven daalde de afgelopen drie maanden ook de omzet bij op wat KPN noemt ‘Tailored Solutions’. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook bepaalde iot-oplossingen die op maat zijn gemaakt en specifiek op de behoeften van de klant zijn toegespitst. Tailored Solutions kende een jaar geleden een opleving waardoor de nieuwe omzetcijfers minder goed ogen. Opvallend was dat geen enkele financiële analist vroeg naar de impact van de samenwerking met Schwarz Digits om een Europese soevereine cloud naar de Nederlandse markt te brengen. Daarbij combineert KPN haar veilige infrastructuur met het Duitse StackIT-cloudplatform. Volgens KPN biedt dit klanten meer controle over waar en hoe hun data worden opgeslagen en verwerkt. KPN gaat in beroep tegen ACM-vetoKPN bekijkt welke vervolgstappen zijn te nemen op het verbod van toezichthouder ACM op de overname van een deel van het glasvezelnetwerk van Delta Fiber. KPN-topman Farwerck zei woensdag bezwaar te maken tegen deze beslissing en beroep aan te tekenen bij de rechtbank in Rotterdam. Glaspoort, een samenwerkingsverband van KPN en pensioenuitvoerder APG, krijgt geen toestemming voor deze acquisitie. Want als Glaspoort dit deel in handen krijgt en Delta Fiber feitelijk in het KPN-kamp belandt, dan blijft VodafoneZiggo als enige concurrent met een eigen netwerk over. ACM vindt dat te weinig en vreest dat KPN na verloop van tijd de prijzen omhoog stuwt. KPN zei eerder het besluit van ACM te betreuren. Woensdag publiceerde ACM de openbare versie van het besluit.
Kort: Leaseweb koopt VMware-klantenbestand van ITQ, Amerikaanse datacenters stuwen omzet Randstad (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsbericht: VMware-klantenbestand ITQ naar Leaseweb, CuspAI brengt de AI Materials Foundry, 20 miljoen voor Keiron Printing Technologies, verlenging sponsorcontract Nexperia bij N.E.C en omzet Randstad stijgt.  Leaseweb neemt VMware-klanten van ITQ over Leaseweb neemt het Broadcom VMware VCSP-klantenbestand van ITQ over. Door de transactie stappen 51 klanten over naar het VMware Cloud Foundation-platform van Leaseweb. Samen vertegenwoordigen zij circa 35.000 cores. Daarmee groeit het aantal beheerde cores van Leaseweb naar 65.000. Het in Amsterdam gevestigde Leaseweb claimt hiermee de grootste VMware Pinnacle-partner van Nederland te zijn geworden. De overname volgt op een eerder aangekondigd partnerschap tussen Leaseweb en ITQ, waarbij ITQ Leaseweb koos als infrastructuurpartner voor VMware Cloud Foundation-diensten. De overgenomen white label-VSCP-partners kunnen hun VMware-diensten blijven aanbieden via de Pinnacle-partnerstatus van Leaseweb. Als geautoriseerde VMware Cloud Service Provider werkt het bedrijf rechtstreeks samen met Broadcom. Daarnaast richten Leaseweb en het in Beverwijk gevestigde ITQ zich op VMware-partners waarvan het Broadcom-partnerschap niet wordt verlengd. Zij kunnen hun activiteiten onderbrengen op de infrastructuur van Leaseweb. Binnen de samenwerking levert Leaseweb de VMware Cloud Foundation-infrastructuur, terwijl ITQ ondersteuning biedt op het gebied van VMware-advies, migraties en implementaties. Max Welling’s CuspAI lanceert AI Materials Foundry Het Brits-Nederlandse ai-bedrijf CuspAI introduceert de AI Materials Foundry. Oprichter Max Welling spreekt van een wereldwijd netwerk van data, laboratoria, rekenkracht en diepgaande wetenschappelijke expertise om het ontwerp van nieuwe materialen te versnellen. Doel is de bouwstenen van de toekomst te ontdekken. Meer dan 45 partners, waaronder Meta, Nvidia, Hyundai, Henkel en Lam Research, gaan samen enkele van de meest cruciale en complexe materiaaluitdagingen van de industrie aanpakken. Ai maakt een snelle transitie naar de fysieke wereld, aldus hoogleraar machine learning Welling. De enorme complexiteit van fysieke systemen wordt echter vaak onderschat. De echte wereld is rommelig, multidimensionaal en wordt beheerst door natuurwetten die geen enkele software zelfstandig kan doorgronden. Om echt impact te hebben, moet ai diep geworteld zijn in de fysieke realiteit. Dit vereist nauwe feedbackloops, domeinspecifieke expertise en robuuste wetenschappelijke partnerschappen. Dit is precies de gedachte achter de Materials Foundry. CuspAI sloot recent een Series B-financiering van 450 miljoen af, waarmee het bedrijf een waarde van 2,6 miljard dollar bereikt. [Alfred Monterie] 20 miljoen euro voor Eindhovens printtech-scale-up Keiron Printing Technologies uit Eindhoven haalt twintig miljoen euro op in een financieringsronde. De deeptech scale-up besteedt het geld aan marketing en het opschalen van een platform om printplaten (PCB’s) meer geschikt te maken voor ai. Keiron is pionier in het contactloos aanbrengen van soldeerpasta voor elektronica.  Ai-chips hebben zeer veel verbindingen waardoor dit uiterst nauwkeurig moet gebeuren. Keiron speelt met zijn lasertechniek daar op in. Dit productieplatform werkt niet alleen preciezer, maar biedt ook meer flexibiliteit en maakt een betere procescontrole mogelijk. Elektronicafabrikanten kunnen hierdoor gemakkelijker mee in de ontwikkelingen rondom ai. Het bedrijf bouwt voort op technologie die is ontstaan binnen TNO en werkt aan een oplossing voor een wereldwijd productieprobleem. Invest-NL, DeepTechXL, Waves Capital, Cottonwood Technology Fund, Atum, Ramphastos (van N.E.C.-geldschieter Marcel Boekhoorn) en TNO Ventures doen mee aan de financieringsronde. [Alfred Monterie] Nexperia verlengt hoofdsponsordeal met N.E.C. tot 2028 Betaaldvoetbalclub N.E.C. en hoofdsponsor Nexperia hebben hun samenwerking verlengd tot en met 2028. Het huidige contract liep nog tot de zomer van 2027, maar is opengebroken en met een seizoen verlengd. Daarmee blijft het logo van chipfabrikant Nexperia op het shirt van de Nijmeegse eredivisieclub staan. Volgens beide partijen bouwt de samenwerking sinds de start van het hoofdsponsorschap in 2024 voort op gedeelde sportieve, commerciële en maatschappelijke ambities. De verlenging valt samen met de plaatsing van N.E.C. voor Europees voetbal, waardoor club en sponsor voor het eerst in achttien jaar samen actief zijn op het Europese toneel. Het eveneens in de Waalstad gevestigde Nexperia noemt de overeenkomst een bevestiging van de langdurige betrokkenheid bij de stad en de regio. Randstad groeit dankzij vraag naar personeel voor Amerikaanse datacenters Randstad heeft in het afgelopen kwartaal de omzet met bijna 2 procent zien stijgen naar 5,9 miljard euro. Het uitzendbedrijf uit Diemen behaalde in dezelfde periode een winst van 84 miljoen euro. De groei komt vooral door de toenemende vraag naar uitzendkrachten voor datacenters in de Verenigde Staten. Volgens ceo Sander van ’t Noordende hangt die ontwikkeling samen met de opkomst van ai, waarvoor meer datacentercapaciteit nodig is. Daardoor groeit de behoefte aan vakmensen die datacenters bouwen en onderhouden, aldus een NOS-bericht. In Nederland daalde de vraag naar uitzendkrachten. Randstad wijt dat aan nieuwe regelgeving waardoor arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten en vaste medewerkers sinds 1 januari zijn gelijkgetrokken. In Spanje steeg de vraag juist met 12 procent, terwijl Frankrijk en België achterbleven door gewijzigde wetgeving en het verlies van enkele grote klanten. Randstad ziet de vraag inmiddels stabiliseren.
Spoelstra Spreekt: Zelf gemaakt
2 dagen
COLUMN – Toen begin vorige eeuw de eerste auto’s in het Verenigd Koninkrijk de weg op gingen moest er voor die auto iemand lopen met een vlag in zijn hand. Zo kon iedereen zien dat er een auto aankwam. Dit wil men nu ook met ai. Vanaf 2 augustus treedt er een Europese wet in werking die voorschrijft dat als er iets met ai is gegenereerd of bewerkt, dat zichtbaar moet zijn. Benieuwd hoe men dit voor zich ziet. Een bedrijf plaatst dan bijvoorbeeld op het internet een vacature. Uiteraard doet, de van nature luie hr-afdeling, dit met ai. Vacatureteksten zien er al honderd jaar hetzelfde uit en laten we dat lekker zo houden. Dus onder de advertentie moet dan duidelijk zichtbaar zijn dat de advertentie met behulp van ai is gemaakt. En hier wordt uiteraard op gereageerd door personen die volop van ai gebruikmaken. Dus ook onder de sollicitatiebrief staat: gegenereerd met AI, net als mijn afstudeerscriptie (zie mijn bijgesloten door ai gegenereerde cv).   Is this handmade? We vinden het belangrijk dat we weten hoe iets is gemaakt. Ik verbaas me er in arme vakantielanden ook altijd over dat toeristen per se zelf gemaakte souvenirs willen. Dan kopen ze iets voor 1 euro 50 en dan durven ze nog te vragen: Is this handmade? Ai in gesprek met ai En op zich is transparantie natuurlijk goed. Want waar we naar toe gaan is, dat we als consument met behulp van ai vragen stellen aan een bedrijf dat op zijn beurt die vragen laat beantwoorden door een ai-bot. Met andere woorden ai gaat in gesprek met ai. Gezellig! Ik denk dat het daarom handig is dat we niet de dingen die we met ai genereren labelen met een kenmerk maar andersom. Als iets niet is gemaakt met behulp van ai dan staat er het keurmerk ‘Zelf gemaakt’ naast. Ik vraag me wel af of dit een aanbeveling gaat zijn maar het scheelt wel veel tijd. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Switch Datacenters omzeilt bouwstop via vergroeningsplan
2 dagen
Switch Datacenters zet een eerste stap om een nieuw datacenter te realiseren in een gebied waar eigenlijk een bouwstop voor datacenters geldt. Het tekende deze week samen met de gemeente Uithoorn, een collectief van tientallen glastuinbouwers en energiebedrijf Liander een meerpartijenovereenkomst voor de ontwikkeling van een warmtenet. Dat warmtenet krijgt aanvoer van het geplande datacenter in De Kwakel-Kudelstaart (gemeente Uithoorn). Het plan is om daar in een bestaand pand een datacenter te bouwen. Door dat aan te sluiten op het nieuw warmtenet kunnen omliggende glastuinbouwbedrijven van het gas af en op stroom besparen. Maar zover is het nog niet. Eerst moeten de vergunningen nog rond. Het datacenter moet zorgen voor een vermindering van de verwachte netcongestiedruk doordat de tuinders geen grote industriële aansluitingen meer nodig hebben voor stroomverbruik, stelt energieleverancier Liander. Als de vergunningen rondkomen dan wordt er gebruik gemaakt van een bestaande netaansluiting en een bestaand logistiek centrum dat wordt omgebouwd tot datacenter. Het gaat om een pand met 7800 vierkante meter datacenter whitespace (serverruimte). Het pand dat wordt omgebouwd tot datacenter krijgt volgens de plannen een 60 MVA-aansluiting dat zich afhankelijk van de klant en apparatuurkeuzes vertaald naar 42 tot 50 megawatt it-vermogen. ‘Als de vergunning er komt in de komende periode zal het 12 tot 18 maanden duren voor de eerste fase van het plan klaar is. Op zijn allervroegst is de eerste fase dan in 2028 klaar voor oplevering aan klanten’ deelt woordvoerder van Switch Datacenters, Cara Mascini. In de gemeente Uithoorn geldt in principe een strikt verbod op de nieuwbouw van grootschalige datacenters. Volgens de provinciale Omgevingsverordening NH2020 valt Uithoorn namelijk onder het gebied waar datacenters zijn uitgesloten. Er mogen geen nieuwe datacenters worden gebouwd met een oppervlakte van meer dan 2000 m² en een elektrisch vermogen groter dan 5 MVA. De gemeente Uithoorn heeft dit verankerd in het beleidsplan Parapluplan Datacenters. Dat is ontworpen om datacenters zo veel mogelijk te weren wegens de druk op het energienet, landschapsvervuiling en lage werkgelegenheid. Switch Datacenters speelt slim in op de Datacenterstrategie Noord-Holland 2025–2027 van Provincie Noord-Holland. Dat beleidsstuk laat ruimte voor solitaire datacenterontwikkelingen buiten de aangewezen clustergemeenten (Amsterdam, Haarlemmermeer en Hollands Kroon). Voor deze ontwikkelingen geldt dat bedrijven, naast de bestaande vestigingsvoorwaarden, moeten voldoen aan aanvullende criteria. Zo moet een datacenterontwikkeling ‘aansluiten bij de ruimtelijke en strategische doelstellingen en ambities van de betreffende gemeente, bijdragen aan het verminderen van netcongestie en een positieve bijdrage leveren aan de brede welvaart.’ Uitzondering Het project in De Kwakel vormt die uitzondering ‘vanwege de maatschappelijke impact door vermindering van de netcongestiedruk in de regio’, stelt Switch. Ook andere elementen, zoals het hergebruik van een bestaand logistiek pand dat circulair verbouwd wordt tot een modulair datacenter, spelen mee. De restwarmte (datathermie) wordt direct gebruikt om nabijgelegen kassen grotendeels gasloos te verwarmen. Er blijft een restdeel nodig voor piekbelasting. Liander: ‘Door restwarmte uit het datacenter centraal te benutten, is niet voor iedere tuinder een eigen warmtepomp nodig. Dat vermindert de druk op het elektriciteitsnet en helpt netcongestie te voorkomen.’ Mascini van Switch Datacenters laat aan Computable weten dat er eerst nog heel wat stappen gezet moeten worden voor het datacenter gebouwd kan worden en dat het bedrijf een risico heeft genomen om voor de toekenningen van de vergunning al een pand te kopen. Switch Datacenters verwacht een goede afloop. Onlangs kreeg DKK Warmtenet De Kwakel -Kudelstaart BV een subsidie Stimulering Duurzame Energietransitie van het Rijk. Daarmee is volgens de betrokken partijen het fundament gelegd onder de financiële haalbaarheid van het project en krijgt de verdere ontwikkeling een versnelling. Als de vergunningen straks zijn verleend, dan is dat voor zover bekend de eerste uitzondering waarbij een datacenter vanwege maatschappelijk belang gebouwd kan worden in een gebied in Nederland waar eigenlijk een bouwstop is. Locaties Switch Datacenters Switch Datacenters heeft momenteel acht geplande of operationele datacenterlocaties. In Nederland zijn dit operationele en toekomstige locaties in en rond Amsterdam (waaronder Diemen) en Woerden. Daarnaast breidt het bedrijf internationaal uit met een locatie in Warschau (Polen).Het portfolio en de geplande locaties van Switch Datacenters zijn:AMS2: Woerden, Nederland;AMS3: Amsterdam Zuidoost, Nederland (operationeel, uitgebreid in 2026);AMS4: Diemen, Nederland (operationeel sinds 2024, nabij Amsterdam Science Park);AMS5: Regio Amsterdam (in ontwikkeling);AMS6: De Kwakel-Kudelstaart  (in ontwikkeling, waarschijnlijk geopend vanaf 2028);AMS7: Haarlemmerliede (in ontwikkeling, geopend vanaf 2027);AMS8: Maasdijk/Rotterdam (in ontwikkeling, bouw gepland in 2026);WAW1: Regio Warschau, Mory, Polen (in ontwikkeling).Switch had ook een AMS1-datacenter in Amsterdam-Zuidoost (Lemelerbergweg) maar dat is in april 2019 voor dertig miljoen euro overgenomen door Equinix (en is gebrand tot Equinix AM11).‘In alle projecten die in ontwikkeling zijn, werkt Switch samen met lokale warmtenetten en of bedrijfs/industriële afnemers zoals de kassen in De Kwakel, ook in het buitenland, het is onderdeel van onze formule’, meldt het bedrijf.  
We hebben ai sneller leren vertrouwen dan verdedigen
2 dagen
Quint Ketting (Atos) tijdens Cybersec Netherlands 2026Het begint niet met een hacker in een donkere hoodie. Het begint met een besluit dat logisch lijkt. Een proces wordt geautomatiseerd. Een ai-agent krijgt toegang tot bedrijfsgegevens. Een medewerker laat een algoritme zelfstandig e-mails afhandelen of code schrijven. Alles gaat sneller, efficiënter en slimmer. Tot het moment waarop niemand zich nog afvraagt wie de controle heeft als het misgaat.Dat is precies het patroon dat we eerder hebben gezien. Eind jaren negentig verbonden we de wereld met internet, terwijl beveiliging vooral een bijzaak was. Pas nadat cybercriminaliteit, ransomware en grootschalige datalekken de keerzijde van die digitale versnelling zichtbaar maakten, begon beveiliging een volwaardige discipline te worden. Nu staan organisaties opnieuw op een vergelijkbaar kantelpunt. Niet internet, maar autonome AI verandert in hoog tempo de manier waarop we werken, beslissingen nemen en systemen aansturen.Snellere aanvallen met aiDie ontwikkeling staat centraal in de keynote die Quint Ketting, Executive Advisor Cybersecurity bij Atos, verzorgt tijdens de eerste dag van Cybersec Netherlands 2026 (9 en 10 september in Jaarbeurs, Utrecht). Zijn centrale vraag is even eenvoudig als ongemakkelijk: zijn de spelregels waarop cybersecurity jarenlang heeft vertrouwd nog wel voldoende in een wereld waarin aanvallen zich met behulp van ai sneller ontwikkelen dan mensen kunnen reageren?Die vraag raakt een fundamentele verschuiving. Jarenlang draaide cybersecurity om controle. Processen werden ingericht, governance aangescherpt en compliance-eisen uitgebreid. Frameworks en certificeringen zorgden voor structuur en voorspelbaarheid. Dat blijft noodzakelijk. Maar wanneer aanvallers gebruikmaken van systemen die continu leren, automatisch beslissingen nemen en zonder onderbreking opereren, ontstaat een nieuw probleem: snelheid.Zorgvuldig ontworpen processenEen aanvaller hoeft niet meer te wachten op kantooruren of een menselijke beslissing. Ai kan kwetsbaarheden analyseren, phishingcampagnes personaliseren, malware aanpassen en nieuwe aanvalspaden verkennen zonder pauze. De traditionele verdedigingsorganisatie daarentegen kent vaak nog een heel ander ritme. Meldingen worden geëscaleerd, formulieren ingevuld, vergaderingen gepland en besluitvorming volgt vaste procedures. Die processen zijn zorgvuldig ontworpen, maar niet altijd ontworpen voor een tegenstander die zich in seconden aanpast.Dat betekent niet dat governance zijn waarde verliest. Integendeel. Goed bestuur, heldere verantwoordelijkheden en aantoonbare compliance blijven het fundament van digitale weerbaarheid. De uitdaging is dat governance alleen niet langer voldoende is. Organisaties zullen manieren moeten vinden om snelheid en beheersing met elkaar te combineren.Andere manier van samenwerkenDat vraagt om een andere manier van samenwerken. Niet alleen tussen securityteams en it-afdelingen, maar ook tussen bestuurders, ontwikkelaars, leveranciers en gebruikers. Cyberweerbaarheid wordt steeds minder een verzameling losse maatregelen en steeds meer een continu proces waarin informatie, inzichten en beslissingen sneller gedeeld moeten worden. Periodieke controles maken plaats voor voortdurende monitoring. Statische beveiligingsmaatregelen worden aangevuld met systemen die zich tijdens een aanval kunnen aanpassen. En vertrouwen verschuift van hiërarchische besluitvorming naar teams die bevoegd zijn om direct te handelen wanneer de situatie daarom vraagt.Juist daarin schuilt misschien wel de grootste uitdaging van het ai-tijdperk. Technologie ontwikkelt zich sneller dan organisaties hun werkwijzen aanpassen. Nieuwe ai-toepassingen worden geïmplementeerd omdat de voordelen evident zijn, terwijl de governance, beveiliging en samenwerking eromheen vaak pas later volgen. Daarmee dreigt dezelfde fout als bij de opkomst van internet: eerst massaal innoveren, daarna ontdekken welke risico’s zijn ontstaan.Sneller be­slis­sin­gen nemenDat vraagt om een andere reflex. Niet méér regels, maar betere samenwerking. Niet minder governance, maar governance die snelheid mogelijk maakt. Niet uitsluitend investeren in nieuwe technologie, maar ook in het vermogen van mensen en organisaties om gezamenlijk sneller beslissingen te nemen wanneer de omstandigheden daarom vragen.De opkomst van autonome ai maakt cybersecurity daarmee niet alleen tot een technisch vraagstuk, maar ook tot een organisatievraagstuk. Hoe organiseer je vertrouwen wanneer systemen zelfstandig handelen? Hoe houd je grip zonder innovatie af te remmen? En hoe zorg je ervoor dat beveiliging geen sluitpost wordt van digitale transformatie, maar vanaf het begin onderdeel is van de architectuur?Volgende fase cy­ber­se­cu­ri­tyDat zijn precies de vragen die de komende jaren bepalend zullen zijn voor de digitale weerbaarheid van organisaties. Tijdens Cybersec Netherlands 2026 neemt Quint Ketting op de eerste dag het publiek mee langs deze ontwikkeling. Niet met een pleidooi voor meer angst of meer regelgeving, maar met een kritische blik op de manier waarop organisaties zich voorbereiden op een tijdperk waarin snelheid, samenwerking en vertrouwen minstens zo bepalend worden als technologie zelf. Wie zich wil voorbereiden op de volgende fase van cybersecurity, zal niet alleen moeten investeren in betere systemen, maar vooral in een andere manier van denken en samenwerken.Meer informatie Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Registreer je gratis
Resultaten Ctac blijven weer achter
3 dagen
Ctac kampt nog steeds met tegenwind. De Bossche it-dienstverlener meldt net als vorig jaar druk op de omzet uit projecten, detachering en licentie-verkopen.  In de eerste helft van dit jaar is het Ctac nog niet gelukt om de resultaten een beter aanzien te geven. Algemeen directeur Gerben Moerland hintte eerder op een stabiele tot licht stijgende omzet en een geleidelijke normalisatie van de kostenstructuur in 2026. Hij noemde 2025 tijdens de presentatie van de jaarcijfers een transitiejaar, waarin gericht is geïnvesteerd in de technologische basis, schaalbaarheid en commerciële slagkracht. Hij verwachtte afgelopen februari dat deze investeringen vanaf 2026 bijdragen aan structurele verbetering van de resultaten.  Daar is nu nog weinig van zichtbaar. Ctac wijt dat aan ‘uitdagende marktomstandigheden’. Geopolitieke onzekerheid, langere besluitvormingstrajecten bij klanten en een lagere vraag naar resourcing hebben geleid tot tegenvallende cijfers. Door uitgestelde investeringsbeslissingen bij klanten en een veranderende marktdynamiek daalden de halfjaarresultaten. De omzet kromp van 62,8 miljoen euro naar 58,2 miljoen euro. Het ebitda-resultaat daalde van 4,6 miljoen euro naar drie miljoen euro. Het nettoresultaat was marginaal positief. Aanscherping? Ctac (vooral dienstverlening aan SAP-klanten en Microsoft-diensten) zegt de koers aan te scherpen in die veranderende markt. De meeste kansen bieden ai-gerelateerde dienstverlening. Ctac heeft zijn hoop gevestigd op zijn nieuwe ‘dedicated-ai’ bedrijfseenheid. Ook groeit de behoefte aan soevereine cloudoplossingen, waarbij data en it-omgevingen binnen Nederland of Europa worden beheerd. Het bedrijf neemt maatregelen om de organisatie aan deze snel veranderende marktomstandigheden aan te passen. Daarbij worden de commerciële activiteiten sterker op groeimarkten (ai en soevereine cloud) gericht. Voorts wordt het kostenniveau verder verlaagd, terwijl Ctac flexibeler moet worden. Ctac onthoudt zich van een resultaten-prognose voor geheel 2026. Wel zegt het bedrijf ‘in te zetten op een significant herstel van de resultaten in 2027’. 
Ict-analist Hans Timmerman: Overheid moet omdenken en tech aanjagen
3 dagen
Digitale soevereiniteit wordt vaak benaderd als een technisch of juridisch vraagstuk. Volgens Hans Timmerman ligt de kern echter ergens anders: bij de rol die de overheid kiest. Niet als afwachtende inkoper, maar als actieve aanjager van een eigen technologie-ecosysteem.‘De overheid kan zich puur opstellen als inkoper die de laagste prijs zoekt’, zegt Timmerman, ‘maar ze kan ook besluiten het goede voorbeeld te geven door met haar it-keuzes Nederlandse innovatie te stimuleren.’ Die keuze bepaalt volgens hem in hoge mate of Nederland – en Europa – grip krijgt op zijn digitale infrastructuur.De discussie over afhankelijkheid van Amerikaanse technologiebedrijven wordt vaak gevoed door geopolitiek. Maar dat is volgens hem slechts een deel van het verhaal. ‘Het gaat niet om wie er vandaag president is. Het probleem is dat je je digitale huishouding ophangt aan partijen die onder een ander juridisch regime vallen.’ Daarmee ontstaat een structurele spanning. Europese regels rond privacy, data en toezicht zijn niet altijd verenigbaar met de kaders waarbinnen niet-Europese aanbieders opereren. Die spanning verdwijnt niet met politieke wisselingen.Van ideologie naar risicobeheersingDigitale soevereiniteit moet daarom niet ideologisch worden benaderd, maar als risicobeheersing, stelt Timmerman. Organisaties – en zeker overheden – moeten bepalen wat hun minimum viable infrastructure is. ‘Welke systemen en data zijn strikt noodzakelijk om bij een aanval of uitval het kernproces draaiend te houden? Alles daarbuiten gaat bij een incident in quarantaine.’ Daarbij hoort ook een ‘kill switch’-protocol: vooraf vastleggen wat je uitschakelt bij een aanval.Die benadering is hard: je accepteert dat een groot deel van de organisatie tijdelijk stilvalt, zodat het essentiële kan blijven functioneren. ‘Je moet bereid zijn dat tachtig procent uitvalt om die cruciale twintig procent te beschermen.’ Voor de overheid betekent dit volgens Timmerman een fundamentele vraag: wat moet je als staat zélf overeind kunnen houden als externe systemen wegvallen? Dat geldt niet alleen voor infrastructuur, maar ook voor kennis. Alles wat niet kritisch is, kun je elders afnemen – mits je de kern beheerst.Differentiëren in plaats van dogma’sDat inzicht vraagt om nuance. Niet alles hoeft lokaal of Europees te zijn. Timmerman waarschuwt voor simplificatie, zoals een rigide ‘Europa eerst’-beleid. Het bekende 80/20-principe is ook hier van toepassing: het grootste deel van de data is relatief onschuldig, een klein deel is bedrijfskritisch. ‘Die laatste paar procent – je golden data – wil je onder geen beding kwijt. Daar moet je echt anders mee omgaan.’In de praktijk betekent dit differentiatie. Kritische systemen en data vereisen maximale controle; minder gevoelige toepassingen kunnen prima extern worden belegd. Grote bedrijven werken al zo, bijvoorbeeld door gevoelige communicatie en researchdata strikt intern te houden, terwijl andere processen in de cloud draaien.Een logische vervolgstap is een herijking van het inkoopbeleid. Jarenlang was ‘cloud first’ het dominante paradigma. Timmerman pleit voor een meer strategische benadering, waarin Europese technologie en open source een serieuze rol krijgen – zonder dat dit een dogma wordt. Cruciaal is dat de overheid haar inkoopkracht bewuster inzet. ‘Gebruik die om een markt te creëren.’ In plaats van automatisch te kiezen voor gevestigde leveranciers, zou de overheid actief ruimte moeten maken voor kleinere, innovatieve partijen. Dat vraagt om een andere houding ten opzichte van risico.Timmerman schetst een model waarbij de overheid jaarlijks een substantieel budget reserveert voor experimenten met startups en nieuwe technologie. Niet als vrijblijvende subsidie, maar gekoppeld aan concrete opdrachten en aanbestedingen. ‘Als je vierhonderd miljoen investeert en honderd miljoen mislukt, dan heb je het goed gedaan. Fouten maken is kenniscreatie. En juist die kennis missen we.’ Die benadering botst met het risicomijdende karakter van veel overheidsorganisaties. Maar volgens hem is dat precies het probleem: zonder experiment geen innovatie-ecosysteem.Verlies van kennisEen minstens zo groot probleem is het verdwijnen van technische kennis binnen de overheid zelf. Waar vroeger veel expertise intern aanwezig was, is die nu vaak uitbesteed. Timmerman wijst op organisaties waar complete teams uit externen bestaan. ‘Dat zijn goede mensen, maar het is niet jouw kennis. Als zij vertrekken, verdwijnt die ook.’ Dat ondermijnt het vermogen van de overheid om technologie kritisch te beoordelen. Zonder interne expertise ontstaat afhankelijkheid van leveranciers en adviesbureaus. ‘Dan ga je vertrouwen op partijen die onafhankelijk lijken, maar dat niet altijd zijn.’ Hij verwijst ook naar invloedrijke internationale analistenbureaus, waarvan de adviezen in Nederland vaak zonder veel kritische reflectie worden gevolgd. Het gevolg: gevestigde partijen blijven dominant, terwijl innovatieve spelers moeilijk toegang krijgen. Dat remt de ontwikkeling van een eigen technologie-ecosysteem.Versnippering binnen de overheidDie afhankelijkheid wordt versterkt door de versnippering binnen de overheid. Ministeries opereren grotendeels autonoom, met eigen it-strategieën en systemen. ‘We hebben in feite honderden verschillende it-aanpakken binnen één overheid.’ Timmerman pleit daarom voor meer centrale regie en standaardisatie, zodat data-uitwisseling en samenwerking eenvoudiger worden. Hij schetst het beeld van een ‘Rijkswaterstaat voor it’: een centrale organisatie die kaders stelt, kennis opbouwt en schaalvoordelen benut. Een dergelijke aanpak kan ook innovatie versnellen. Toepassingen die nu lokaal blijven hangen, kunnen dan sneller breder worden uitgerold.Digitale soevereiniteit raakt direct aan industriebeleid. Het gaat niet alleen om het stimuleren van nieuwe bedrijven, maar ook om het beschermen van strategische spelers. Timmerman pleit voor een tweesporenbeleid: enerzijds investeren in startups en innovatie, anderzijds bewaken welke bedrijven cruciaal zijn voor de digitale infrastructuur. ‘Zoals je monumenten beschermt vanwege hun waarde voor de samenleving, kun je ook bedrijven beschermen die essentieel zijn voor je digitale basis.’ Dat vraagt om politieke keuzes, inclusief de vraag op welk niveau die bescherming moet plaatsvinden: nationaal of Europees. Zonder actief beleid verdwijnt kennis en innovatiekracht echter onvermijdelijk.Realisme over EuropaTegelijkertijd waarschuwt Timmerman voor overspannen verwachtingen. Europa zal niet op korte termijn een volwaardig alternatief bouwen voor Amerikaanse hyperscalers. Hij verwijst naar industriële projecten als Airbus, die decennia vergden. ‘Zoiets bouw je niet in vijf jaar. Dat kost twintig jaar of meer.’ Daarom is een langetermijnvisie essentieel. Op korte termijn is pragmatisme nodig: risico’s beheersen, kritische systemen beschermen en afhankelijkheden beperken. Op langere termijn moet worden geïnvesteerd in eigen kennis, organisaties en technologie.Een concreet idee: breng de beste it-architecten binnen de overheid samen en laat hen een gezamenlijke visie ontwikkelen op de ideale digitale architectuur van de rijksoverheid. ‘Daar kan zomaar een sterke roadmap uit komen.’Soevereiniteit als ontwerpprincipeDe kern van Timmermans betoog is dat digitale soevereiniteit geen einddoel is, maar een ontwerpprincipe. Het begint bij architectuur: systemen zo ontwerpen dat ze robuust zijn, verstoringen kunnen opvangen en afhankelijkheden beheersbaar blijven. ‘Resilience moet je vanaf het begin inbouwen. Achteraf is het altijd duurder en minder effectief.’ Dat principe geldt op alle niveaus: van individuele organisaties tot nationale strategie. Het vraagt om een overheid die niet alleen regels stelt, maar ook richting geeft – onder meer via haar inkoopbeleid en investeringskeuzes.Timmerman pleit niet voor volledige autonomie of het afzweren van internationale technologie. Zijn boodschap is pragmatischer: wees je bewust van afhankelijkheden, bescherm wat cruciaal is en bouw gericht aan alternatieven. Digitale soevereiniteit betekent in die zin vooral: keuzes maken. Weten wat je zelf moet kunnen, waar je op wilt vertrouwen en hoe je als overheid actief bijdraagt aan een ecosysteem waarin die keuzes ook daadwerkelijk bestaan.ProfielHans Timmerman is als elektrotechnisch ingenieur afgestudeerd aan de TU Delft. Gedurende zijn carrière was hij werkzaam bij Fokker en maakte hij het ontstaan van Airbus van dichtbij mee.. Later werd hij cto bij EMC2 en Dell Technologies. Timmerman werkte meer dan veertig jaar in sectoren als luchtvaart, defensie en overheid. Belangrijke thema’s voor Timmerman waren – en zijn – toekomstverkenning en digitale transformatie binnen zowel de overheid als het bedrijfsleven. Tegenwoordig is hij actief als strategisch adviseur en interim cto. Ook houdt hij zich bij diverse startups bezig met thema’s als cybersecurity, blockchain, datamanagement en quantumsafetechnologie.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: RIVM kiest Conclusion voor screening-systeem, Sanderink verder op zijspoor bij Oranjewoud (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Conclusion wint Peridos-tender RIVM, snelste groei voor domeinspecifieke taalmodellen, Unit 42 waarschuwt voor bucket hijacking, Apple weer meest waardevolle bedrijf en Gerard Sanderink nog verder op zijspoor bij Oranjewoud gezet. Conclusion beheert Peridos voor RIVM Conclusion heeft een aanbesteding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gewonnen voor het beheer en de doorontwikkeling van Peridos, het landelijke informatiesysteem voor prenatale screening. Het contract heeft een looptijd van vier jaar, met een optie op twee verlengingen van drie jaar. De maximale contractwaarde wordt in het bestek geschat op zo’n vijfentwintig miljoen euro. Peridos, in 2011 ontwikkeld en daarna beheerd door Topicus, ondersteunt de registratie, beveiliging en gegevensuitwisseling rond prenatale screening tussen zorgverleners, laboratoria en screeningsorganisaties. Vanwege het medisch kritische karakter geldt voor het systeem een uptime-eis van 99,9 procent. De Coöperatie Landelijk Bureau Prenatale Screening (CLBPS) verzorgt het functionele beheer van de applicatie. Conclusion neemt de technische doorontwikkeling, het technisch beheer en de hosting op het AWS-platform voor zijn rekening. Bij het Utrechtse bedrijf werken ruim tweehonderd specialisten met kennis van de zorgsector aan digitaliserings- en informatie-uitwisselingsvraagstukken. Ook is het bedrijf betrokken bij de ontwikkeling van het Landelijk Platform Zorgcoördinatie. Snelste groei bij domeinspecifieke taalmodellen Aan ai-modellen en -platforms wordt dit jaar wereldwijd tot 64 miljard dollar uitgegeven. Dat is een stijging van 63,4 procent ten opzichte van 39 miljard dollar in 2025, aldus marktvorser Gartner. De uitgaven aan generatieve ai-modellen zullen naar verwachting met 117 procent groeien, terwijl de uitgaven aan ai-platforms in 2026 met 36,9 procent toenemen.  Het snelst is de groei van domeinspecifieke taalmodellen (DSLM’s) en gespecialiseerde modellen. Naar verwachting zullen die dit jaar met 210 procent toenemen. Op de lange termijn zullen de grootste winnaars de leveranciers zijn die bedrijven helpen bij het beheren van waar en hoe ai in workflow wordt ingezet.  De budgetten voor ai binnen bedrijven worden steeds kritischer bekeken, met een toenemende focus op efficiënt gebruik, kostenbeheersing en meetbare resultaten. De uitgaven verschuiven naar aanbieders die aantoonbare meerwaarde kunnen bieden op het gebied van kosten, latentie, prestaties en betrouwbaarheid, aldus Gartner. Waarschuwing voor misbruik verlopen cloud-opslaglocaties Het onderzoeksteam van netwerkbeveiliger Palo Alto Networks, Unit 42, waarschuwt voor een nieuwe vorm van datalekken in de cloud: het zogeheten bucket hijacking. Dat iseen aanval waarbij cybercriminelen verwijderde of verlopen cloud‑opslaglocaties opnieuw registreren en zo ongemerkt bedrijfsdata onderscheppen. Buckets in de context van cloud computing zijn containers voor objectopslag waarin elk type bestand – zoals foto’s, video’s, back-ups of logbestanden – samen met bijbehorende metadata opgeslagen worden. Vooral organisaties die buckets gebruiken voor automatische log‑opslag, back‑ups of configuratiebestanden lopen gevaar wanneer achterliggende koppelingen blijven bestaan nadat een bucket is verwijderd.  Applicaties blijven dan data sturen naar een bucketnaam die inmiddels is vrijgekomen en door een aanvaller kan worden geclaimd. Zo kunnen interne logs of configuraties onbedoeld bij derden belanden. De onderzoekers adviseren om verwijderrechten te beperken, afhankelijkheden volledig te inventariseren en actief te monitoren op het verwijderen en opnieuw aanmaken van kritieke opslaglocaties. Regelmatige controles op verouderde configuraties blijven daarbij essentieel. Apple neemt koppositie van Nvidia over als meest waardevolle bedrijf Apple heeft Nvidia afgelost als meest waardevolle beursgenoteerde onderneming ter wereld. De beurswaarde van de iPhone-maker kwam uit op circa 4,88 biljoen dollar, terwijl Nvidia door een koersdaling van 3,5 procent terugviel naar ongeveer 4,86 biljoen dollar.   De wisseling aan kop weerspiegelt een veranderende kijk van beleggers op kunstmatige intelligentie. Waar Nvidia lange tijd profiteerde van de vraag naar chips voor ai-toepassingen, krijgt Apple meer waardering voor de manier waarop het ai wil inzetten binnen zijn producten en diensten, aldus persbureau Reuters. Het in Cupertino gevestigde Apple stond voor het laatst in april 2025 bovenaan de ranglijst. Nvidia voerde sinds juni 2025 de lijst van meest waardevolle bedrijven aan. Vorige maand presenteerde Apple een vernieuwde versie van spraakassistent Siri, waarmee het bedrijf zijn positie in de ai-markt wil versterken.   Rechtbank zet Sanderink uit Stak bij Oranjewoud-concern De Haagse rechtbank heeft Gerard Sanderink ontslagen als bestuurder van de Stichting Administratiekantoor (Stak) die certificaten uitgeeft voor zijn bouw- en ingenieursbedrijven Oranjewoud, Strukton en Antea. De maatregel volgt op een verzoek van de holding van het concern, waar interim-bestuurders Peter Wakkie en Willem Meijer de leiding hebben. Dat meldt zakenblad Quote. Volgens de rechtbank is het ontslag logisch omdat Sanderink vanwege wanbeleid al geruime tijd geen zeggenschap meer heeft over zijn ondernemingen. Eerder verloor hij al zijn bestuursbevoegdheden over zijn zakenimperium en werd it-bedrijf Centric tegen zijn zin verkocht aan een consortium van investeerders. Het nieuw aangestelde Stak-bestuur zegt te streven naar stabiliteit bij Oranjewoud en de dochterondernemingen Strukton en Antea. Een verkoop van Oranjewoud is volgens het bestuur vooralsnog niet aan de orde. Sanderink verblijft volgens Quote sinds 2023 buiten Nederland en is niet bereikbaar voor commentaar.
Ai moet zichtbaar zijn: EC introduceert verplichte icoontjes en labeling
3 dagen
De Europese Commissie heeft maandag richtlijnen gepubliceerd om aanbieders en gebruikers van kunstmatige intelligentie (ai-systemen) te helpen voldoen aan de transparantieverplichtingen van de EU AI-wet. Zondag 2 augustus 2026 treden de meeste regels van deze veelbesproken wet in werking. Belangrijk onderdeel is dat mensen moeten kunnen herkennen wanneer ze met ai interageren of wanneer content door ai is gegenereerd of bewerkt. Daardoor wordt het risico op misleiding en manipulatie verminderd. De maandag gepubliceerde richtlijnen verduidelijken welke aanbieders en gebruikers moeten voldoen aan de transparantieverplichtingen voor interactieve ai-systemen en de markering en labeling van door ai gegenereerde content. De EU heeft daar ook icoontjes voor gemaakt. Organisaties die ai-systemen uitrollen, moeten gebruikers ook informeren wanneer ze worden blootgesteld aan deepfakes. Hetzelfde geldt voor door ai gegenereerde content over onderwerpen van publiek belang zonder menselijke beoordeling of redactionele controle, en aan emotieherkennings- of biometrische categorisatiesystemen. De richtlijnen leggen bepaalde concepten uit, geven uitzonderingen en voorbeelden. Dit omvat onder meer wat direct interactieve ai-systemen zijn, zoals chatbots, synthetische content. Dit is inclusief gedeeltelijk of volledig door ai gegenereerde tekst, deepfakes en door ai gegenereerde tekst over onderwerpen van publiek belang. Ook worden voorbeelden gegeven van relevante uitzonderingen zoals standaard-bewerking. Daaronder vallen  spelling- en grammatica-correctie. AI Act Tot slot leggen de richtlijnen uit hoe naleving van de transparantieverplichtingen van de ai-wet kan worden aangetoond. Dit kan onder meer door de Gedragscode inzake transparantie van door ai gegenereerde inhoud na te leven. Aanbieders en gebruikers (deployers) van ai-systemen kunnen die code ondertekenen als signaal dat ze aan de verplichtingen voldoen.De AI Act is twee jaar geleden van kracht geworden. Vooral voor applicaties met een hoog risico zijn er veel verplichtingen. De beperkingen voor deze ai-toepassingen zijn afgelopen mei uitgesteld tot december volgend jaar.  Applicaties met een beperkt risico hoeven alleen aan de transparantie-regels te voldoen.
EU wil eigen it-branche ruim baan geven bij openbare aanbestedingen
3 dagen
It-leveranciers uit de EU krijgen meer kans om bij openbare aanbestedingen in de prijzen te vallen. De Europese Commissie lanceert nieuwe plannen die overheden toestaan specifiek Europese bedrijven en producten te bevoordelen. Het Europees aanbestedingsrecht staat op het punt grote veranderingen door te maken die ook voor de it-branche behoorlijke gevolgen kunnen hebben. Volgens Table.Briefings gaat de Europese Commissie op het gebied van aanbestedingen steeds meer een ‘Chinese koers’ volgen waarbij de eigen industrie wordt bevoordeeld. Verschuiving naar kwaliteit Prijs is niet meer het dominante criterium, zo blijkt uit het concept-document dat is uitgelekt. De goedkoopste aanbieder krijgt niet langer automatisch de opdracht. Een verschuiving vindt plaats naar kwaliteit. De voorgestelde EU-verordening dwingt overheden meer op veiligheid en autonomie te letten. Het is de bedoeling dat ze meer nadruk leggen op criteria zoals klimaatbescherming, maatschappelijke verantwoordelijkheid en de veerkracht van de Europese toeleveringsketen. Duurzaamheids- en sociale criteria gaan een belangrijkere rol spelen, evenals strategische autonomie.  Kwaliteitscriteria moeten minstens dertig procent van de beoordeling uitmaken, meldt persbureau Reuters. Voor arbeidsintensieve contracten loopt dit percentage op tot minstens vijftig procent. Uitzonderingen voor de laagste bieding blijven mogelijk, maar moeten expliciet door de autoriteiten worden gemotiveerd. China Europese autoriteiten kunnen biedingen voor grote overheidscontracten die minder dan vijftig procent Europese componenten kennen, uitsluiten. In strategisch belangrijke sectoren mogen EU-bedrijven worden bevoordeeld, aldus Reuters. Hoewel China niet in het document wordt genoemd, is duidelijk dat het verminderen van China’s dominantie op het gebied van zeldzame metalen en het enorme handelstekort met China op de achtergrond spelen.  De voorstellen adresseren ook de veiligheidsaspecten van openbare aanbesteding. Inkopers van de overheid worden in sommige gevallen verplicht rekening te houden met risico’s die gepaard gaan met cybersecurity, kritieke infrastructuur, verstoringen in de leveringsketen, strategische afhankelijkheden en invloed van buitenlandse mogendheden.   De nieuwe Europese wet zorgt voor één digitaal systeem voor overheidsopdrachten in de hele EU. Er komen online bedrijfsreferenties met een overzicht van hun eerdere werk en ervaring. Verschillende computerprogramma’s voor aanbestedingen kunnen makkelijk informatie met elkaar delen. Verder wordt gewerkt aan gedeelde databanken. Er komen centrale plekken met gegevens over opdrachten in eigen land en de hele EU. Het moet eerlijker worden, makkelijker te controleren, en eenvoudiger voor bedrijven om opdrachten in andere EU-landen te krijgen. Dwingende verordening De hervorming van het aanbestedingsrecht is gericht op een fundamentele modernisering en vereenvoudiging. Bestaande richtlijnen worden samengevoegd tot één enkele, direct toepasbare EU-verordening. Een dwingende verordening gaat veel verder dan vrijblijvende richtlijnen. Verwacht wordt dat de nieuwe criteria wel tot meer administratieve druk leiden. Ook de verschuiving van economische marktwerking naar politiek-strategische sturing kan weerstanden oproepen.  De voorstellen van de Commissie beogen de Europese aanbestedingsregels uit 2014 te vervangen. Openbare aanbestedingen vertegenwoordigen 14 tot 19 procent van het bruto binnenlands product van de EU.
Rabobank: agentic ai verandert het werk van engineers enorm
3 dagen
Rabobank‑cito Alexander Zwart ziet de opkomst van agentic ai als een kantelpunt dat de dagelijkse praktijk van softwareontwikkeling ingrijpend verandert. Maar het betekent volgens hem allerminst het einde van de engineer. Terwijl ai‑agents steeds meer ontwikkeltaken overnemen, groeit juist de behoefte aan menselijk toezicht en regie en dat verandert de rol van softwareontwikkelaars. In een Computable-interview op het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht schetst Zwart hoe de bank in het agentic‑tijdperk haar ontwikkelproces opnieuw gaat organiseren. Hij voorziet dat ai‑agents steeds meer taken overnemen die traditioneel door ontwikkelaars worden uitgevoerd. ‘We gaan de squads aanvullen met agents en moeten leren hoe die samenwerking eruitziet.’ De taken van engineers verschuiven volgens hem van coderen naar regie. Engineers stellen veiligheidskaders in, definiëren intenties en orkestreren ai‑systemen. The shift to the left Taken schuiven op de tijdslijn van softwareontwikkeling naar links, waardoor de nadruk verschuift van programmeren naar ontwerp, kwaliteitsborging en risicobeheersing. ‘De eerste stap wordt niet meer ‘bouwen’, maar ‘intentie scherp krijgen’.’ Softwareontwikkeling wordt meer een proces van sturen en controleren dan van handmatig code produceren.’ Die verschuiving noemt hij ‘the shift to the left‘. Zwart die in zijn betoog veel Engelse woorden gebruikt, benadrukt dat de inzet van ai en agents vraagt om strikte governance. ‘Je moet weten welk model je waarvoor inzet en voorkomen dat je oversized modellen gebruikt voor simpele vragen.’ Rabobank investeert daarom in tooling voor model‑governance, lifecycle‑automatisering en compliance‑checks. Die investeringen gaan verder dan tooling alleen. Eind april 2026 nam Rabobank via het eigen investeringsfonds een minderheidsbelang in Domyn. Dat is een Italiaanse aanbieder van soevereine ai‑diensten voor gereguleerde sectoren. De bank test het platform inmiddels met large language models en ai‑agents. Zwart: ‘We zijn dus niet alleen klant, maar investeren ook in dit initiatief omdat we Europese oplossingen willen ondersteunen.’ Ai transformeert functies Zwart verwacht dat ai de werkgelegenheid binnen de bank niet verkleint, maar transformeert. ‘Alle banen gaan veranderen door ai. Over vijf jaar doen we taken die we nu nog niet kennen en doen we sommige huidige taken niet meer.’ Hij ziet nieuwe functies ontstaan rond ai‑regie, databeheer en model‑governance. De engineer blijft volgens hem onmisbaar. ‘Ik hoor mensen wel eens zeggen dat engineers verdwijnen. Dat is echt onzin.’ Door de exponentiële groei van software neemt het aantal controletaken volgens hem juist toe en zijn er mensen nodig die de kwaliteit beoordelen van iets dat met behulp van ai gemaakt is. ‘De rol van engineers verandert dus, maar verdwijnt niet.’ Agentic AI HubRabobank richtte in juni 2026 een Agentic Hub op als centrale plek voor het ontwikkelen en toepassen van ai‑agents in softwareontwikkeling. De hub ondersteunt ruim 1.100 ontwikkelteams met herbruikbare bouwblokken, gedeelde standaarden en gevalideerde toepassingen, zodat squads niet afzonderlijk experimenteren. De hub ontwikkelt agents voor onder meer backlog‑refinement, codegeneratie, code‑reviews en testwerk, en onderzoekt de impact op sprintritmes en teambezetting. De inzichten moeten het operationele ontwikkelmodel van Rabobank klaarstomen voor het agentic‑tijdperk, maar wel met de mens nadrukkelijk in the loop, benadrukt Zwart. Lees het hele interview in de Computable e-zine, editie Career Guide 2026.
KNVB en leverancier laten supporters-app onderzoeken na privacy-klachten
4 dagen
De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) en de Zwolse app-ontwikkelaar Sipp laten een supporters-app onderzoeken door een externe partij. Dat gebeurt nadat een beveiligingsonderzoeker aan de bel trok over onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens zoals het Burgerservicenummer (BSN) door de app. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het bedrijf Sportinnovator. ‘De uitkomsten worden uiterlijk in augustus 2026 verwacht’, meldt de KNVB na vragen van Computable. Het gaat om een pdt-app (persoonlijke digitale toegang) van de Zwolse leverancier Siip die de identiteit van een gebruiker koppelt aan een toegangskaart voor voetbalwedstrijden. De app wordt door meerdere clubs in het betaald voetbal gebruikt. De app-ontwikkelaar stelt dat het id-profiel van de gebruiker het toestel niet verlaat en dat dit niet op een server wordt opgeslagen. Maatschappelijk hacker en beveiligingsonderzoeker Mick Beer stelde na een test vast dat privacygevoelige data naar een server worden gestuurd en claimt dat dit in strijd is met privacyregels. Het gebruik van persoonsgegevens zoals BSN is volgens hem niet gegrond voor het doel van de app: toegangscontrole bij de verkoop van tickets voor voetbalwedstrijden. Of er op de server ook opslag plaatsvindt van die data is nog onderdeel van zijn vervolgonderzoek. Volgens de leverancier worden gegevens alleen geverifieerd via een proces dat versleuteld op de achtergrond loopt, maar worden gegevens niet opgeslagen in de app. Het id-profiel en de data blijven volgens de app-bouwer op het toestel van de gebruiker en worden ook niet op een server opgeslagen. De app-maker kondigde in een mailwisseling met de hacker een onafhankelijke externe audit aan naar de genoemde privacy-klachten. Het gaat om hetzelfde onderzoek dat nu ook door de KNVB bevestigd is.
Hoe engineers en data-scientists bij NS richting geven aan de treinreis van morgen
4 dagen
De eerste applicaties op basis van AI draaien er al. Cameratunnels stellen realtime de onderhoudsstatus vast van een trein die er op volle snelheid doorheen rijdt. Achter de schermen lost NS dagelijks een van de ingewikkeldste planningspuzzels van Nederland op, met zeer geavanceerde algoritmes. Ook speelt agentic AI een steeds grotere rol in het ontwikkelen van software bij NS. De eerste applicaties op basis van AI draaien er al. Cameratunnels stellen realtime de onderhoudsstatus vast van een trein die er op volle snelheid doorheen rijdt. Achter de schermen lost NS dagelijks een van de ingewikkeldste planningspuzzels van Nederland op, met zeer geavanceerde algoritmes. Ook speelt agentic AI een steeds grotere rol in het ontwikkelen van software bij NS. Veel van dit geavanceerde werk bouwt NS op een uitgebreide en innovatieve cloudomgeving, die de flexibiliteit, schaalbaarheid en technische basis biedt om nieuwe oplossingen sneller en betrouwbaarder naar de praktijk te brengen. Uiteraard zorgen wij 24/7 voor een geavanceerde beveiliging van onze vitale infrastructuur. Wie denkt dat IT, data en AI bij NS vooral over grote hoeveelheden reisinformatie in de app gaat, kijkt niet ver genoeg. Want in de NS-app (met meer dan een miljoen gebruikers) zit stiekem al veel state of the art-technologie zoals druktevoorspellingen, realtime aantallen beschikbare OV-fietsen en dynamic pricing. Maar er gebeurt binnen het NS-landschap nog zo veel meer.   Midden in maatschappij en economie NS staat letterlijk en figuurlijk midden in de Nederlandse maatschappij en economie. Iedere dag vertrouwen miljoenen reizigers, studenten, bedrijven en publieke organisaties op treinverkeer dat veilig, betrouwbaar en efficiënt moet functioneren. Wat veel mensen niet zien, is hoeveel technologisch vakmanschap daar inmiddels achter schuilgaat. De IT-, data- en AI-organisatie van NS is uitgegroeid tot een omgeving waar complexe, bedrijfskritische vraagstukken aan de orde van de dag zijn — en waar engineers werken aan oplossingen die direct doorwerken in de dienstverlening aan miljoenen reizigers.  Juist in die omgeving verandert ook het vak zelf. Van engineers en data scientists vraagt NS steeds vaker een bredere rol: niet alleen bouwen wat gevraagd wordt, maar meedenken over de richting. Het profiel ontwikkelt zich van uitvoerend vakmanschap naar inhoudelijk richting geven — naar ervaren engineers die technologische keuzes onderbouwen, en business en IT samen verder helpen.  Een omgeving die om vooruitkijken vraagt  De digitale omgeving van NS is groot, complex en direct verbonden met de dagelijkse dienstverlening aan miljoenen reizigers. Treinen, stations, onderhoud, personeelsplanning, reizigersstromen, veiligheid, data en commerciële dienstverlening grijpen voortdurend in elkaar. Een technologische keuze heeft daardoor zelden alleen technische gevolgen. Zij raakt ook de operatie, de miljoenen reizigers en onze 19.000 collega’s op de werkvloer. In de komende jaren zal dit landschap alleen maar groter en complexer worden. Dat maakt de behoefte aan ervaren mission critical engineers steeds groter. Mensen die kunnen vooruitkijken en samen met collega’s bepalen welke technologische capabilities de organisatie de komende jaren nodig heeft, welke architectuur daarbij past en hoe NS stap voor stap van de huidige naar de gewenste situatie groeit. Dat vraagt om technisch vakmanschap, maar ook om visie, beoordelingsvermogen en het vermogen om complexe keuzes helder uit te leggen.  Jasper ten Hove, CIO bij NS, vat het kernachtig samen: “We zoeken mensen die met technologie zorgen voor de beste oplossing voor businessvraagstukken — nu, op de middellange termijn en op de lange termijn.” Daarmee zegt hij ook iets over het profiel van deze mission critical engineers. Het gaat bij hen niet om technologie om de technologie. AI, cloud, data, automatisering en softwareontwikkeling zijn belangrijke middelen, maar de kernvraag blijft steeds: hoe helpt dit NS om beter te presteren voor de reiziger?  Engineers die de business slimmer maken  Een ervaren engineer bij NS kijkt daarom verder dan de eerste vraag uit de business. Wanneer een afdeling vraagt om software voor een onderhoudsproces, gaat het niet alleen om het bouwen van die functionaliteit, maar ook om wat de afdeling werkelijk wil bereiken, hoe het proces zich kan ontwikkelen, welke schaalbaarheid nodig is en welke technische keuzes voorkomen dat NS over een jaar opnieuw moet beginnen.  Zo helpen engineers NS om niet alleen afzonderlijke oplossingen te bouwen, maar een samenhangende technologische koers te ontwikkelen. Zij kunnen met IT-teams spreken over architectuur, stabiliteit, schaalbaarheid, codekwaliteit en platformkeuzes, en leggen tegelijk moeiteloos aan de business uit waarom bepaalde keuzes nodig zijn en wat realistisch is op korte én langere termijn.  Daan Debie, Director Data, AI & Innovation bij NS, benadrukt dat NS mensen zoekt die snappen “what good looks like”. Dat betekent: niet automatisch bouwen wat gevraagd wordt, maar de vraag achter de vraag stellen. Wat is de businessintentie? Welke verandering wil NS mogelijk maken?  Inhoudelijke leiders, geen klassieke managers  Daarmee groeien deze engineers uit tot inhoudelijke leiders. Geen managers in klassieke zin, maar mensen die richting geven op basis van expertise. Die anderen meenemen, standaarden helpen neerzetten en technische samenhang bewaken — soms dicht bij een groot businessinitiatief, soms centraler in de organisatie, rond architectuur, platformontwikkeling of technische capabilities die breder beschikbaar moeten komen.  Die rol vraagt om mensen met ervaring in bedrijfskritische omgevingen “at scale”. Engineers die complexiteit niet uit de weg gaan, maar er energie van krijgen. Die nieuwsgierig zijn naar nieuwe technologie, maar zich niet laten leiden door hypes. AI is bij NS bijvoorbeeld relevant, maar niet als losstaand innovatielabel: het gaat erom hoe AI, data en algoritmes verantwoord worden ingebed in processen die daadwerkelijk waarde opleveren voor de operatie en de reiziger.  Een unieke omgeving  Dat maakt NS de komende jaren een ontzettend interessante plek voor engineers. De organisatie staat midden in de Nederlandse samenleving, heeft op dit moment al een technisch zeer uitdagende operatie en heeft ambities en uitdagingen die groot genoeg zijn om nog jarenlang interessant te blijven. Wie hier werkt, krijgt de ruimte om verder te kijken dan de dagelijkse operatie en mee te denken over de volgende fase: welke technologie heeft NS nodig, hoe richten we die goed in en hoe zorgen we dat business en IT in dezelfde richting bewegen?  Dat maakt het werk van deze engineers strategisch, inhoudelijk en maatschappelijk relevant tegelijk. Zij geven richting aan de digitale ontwikkeling van een organisatie waar Nederland elke dag op vertrouwt.t tegelijk. Zij geven richting aan de digitale ontwikkeling van een organisatie waar Nederland elke dag op vertrouwt. 
Open source alleen maakt nog niet digitaal soeverein
4 dagen
In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar soevereine zakelijke oplossingen. In deel 8: waarom je soevereiniteit niet kunt kopen maar moet ontwerpen, de zoektocht naar alternatieven voor Linkedin en tips voor handige tools.Laatst hoorde ik iemand zeggen dat digitale soevereiniteit eigenlijk heel eenvoudig is: vervang Microsoft door open source, zet de software bij een Europese hostingprovider en klaar is Kees. Dat klinkt aantrekkelijk. Alleen werkt het in de praktijk natuurlijk niet zo.Open source kan een belangrijke bijdrage leveren aan digitale soevereiniteit, maar het installeren van een open source-platform betekent nog niet automatisch dat een organisatie werkelijk digitaal soeverein is. Wie bijvoorbeeld Drupal, Nextcloud of LibreOffice gebruikt, heeft onmiskenbaar een stap gezet. Je kunt de broncode bekijken, de software kan worden aangepast en de afhankelijkheid van één licentiemodel neemt af. Maar daarna beginnen de echte vragen.Waar draait de software?Wie beheert de infrastructuur waarop de software draait?Waar staan de back-ups?Welke externe diensten zijn gekoppeld?Wie levert de zoekfunctie, identiteitscontrole, analytics of ai-functionaliteit?En onder welk juridisch regime vallen die leveranciers?Precies daar zit volgens FOSS Force de volgende fase van het Europese debat over digitale soevereiniteit. De aandacht verschuift van de applicatie naar de volledige digitale keten. Hosting, beheer, integraties, databeschikbaarheid en bestuurlijke controle worden minstens zo belangrijk als de softwarelicentie.Van privacy naar infrastructuurDe soevereiniteitsdiscussie begon ooit vooral bij privacy en surveillance. Inmiddels gaat het veel breder over cloudafhankelijkheid, cybersecurity, kunstmatige intelligentie, digitale identiteit en de machtspositie van grote technologiebedrijven. Wetgeving als de AVG en NIS2 dwingt organisaties bovendien beter te kijken naar datastromen, leveranciersrisico’s, beveiligingsupdates, incidenten en continuïteit.Dat raakt ook open source. Een organisatie kan een open source-platform gebruiken en toch volledig afhankelijk blijven van een Amerikaanse cloudprovider. Bestanden kunnen in Nextcloud staan, terwijl gebruikers inloggen via een externe identity service en ai-verwerking plaatsvindt buiten Europa. Formeel is de software open. Praktisch ligt een belangrijk deel van de controle nog steeds elders.De hele keten teltEen applicatie staat nooit op zichzelf. Achter een eenvoudige website kunnen tientallen externe diensten schuilgaan: hosting, databases, zoektechnologie, kaartendiensten, analytics, formulieren, authenticatie en beveiliging. We kennen allemaal wel de online enquêtes over digitale autonomie die gemaakt zijn en verwerkt worden via (jawel) Google. Waarom gebruiken we niet gewoon Europese of open source-varianten als LimeSurvey, TypeForm of FormBricks. Is dat weer die eerder al in deze rubriek gesignaleerde gemakzucht? Of kennen we simpelweg die alternatieven niet?Terug naar open source en digitale soevereiniteit. Wanneer één onderdeel moeilijk te vervangen is, kan alsnog een stevige afhankelijkheid ontstaan. Dat geldt ook wanneer data wel geëxporteerd kan worden, maar daarna nauwelijks opnieuw bruikbaar blijkt. Digitale soevereiniteit draait daarom niet alleen om de vraag of een organisatie bij haar data kan. De belangrijkere vraag is of zij met die data en systemen verder kan wanneer een leverancier wegvalt, prijzen verhoogt of voorwaarden verandert.Open source als bouwsteenDat maakt open source niet minder belangrijk. Integendeel. Open source maakt het mogelijk software te onderzoeken, aan te passen en bij verschillende partijen onder te brengen. Ook kan kennis en beheer makkelijker over meerdere leveranciers worden verdeeld. Maar open source is een bouwsteen, geen eindresultaat. Een open platform dat slechts door één partij wordt beheerd, vormt immers ook een risico. Hetzelfde geldt voor open software die sterk leunt op gesloten clouddiensten of die nauwelijks professionele ondersteuning kent. Open source-leveranciers zullen daarom meer moeten bieden dan alleen toegankelijke broncode. Organisaties willen ook weten hoe updates, beveiliging, ondersteuning en dataoverdracht zijn geregeld.Het is geen vinkjeMisschien moeten organisaties daarom stoppen met open source als een eenvoudig vinkje te behandelen.Open source gebruikt? VinkjeEuropese cloud? CheckData in Nederland? Ook een vinkjeDigitale soevereiniteit geregeld? Helaas: geen vinkjeDigitale soevereiniteit is geen product dat je koopt. Het is een manier van ontwerpen, inkopen en besturen. Zeg maar: een architectuur. Het vraagt inzicht in de hele keten: van software en hosting tot contracten, kennis, koppelingen en data.Praten over digitale autonomie op LinkedInIk heb er in deze rubriek al vaker op gewezen: er zit iets merkwaardigs in de manier waarop we als Nederlanders en Europeanen met elkaar over digitale soevereiniteit praten. Veel mensen schrijven op LinkedIn hun vingers blauw over digitale autonomie. Ze waarschuwen daar keer op keer voor de macht van Amerikaanse technologiebedrijven en pleiten voor Europese alternatieven.Maar is LinkedIn niet gewoon onderdeel van diezelfde Big Tech?Het platform is eigendom van Microsoft. Wie op LinkedIn oproept om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologiebedrijven, doet dat dus op een platform van een van de grootste Amerikaanse technologieconcerns. Dat is een beetje alsof we de roadmap naar digitale autonomie van ons bedrijf met elkaar bespreken via Microsoft Teams.Natuurlijk begrijp ik waarom we het doen. LinkedIn is de plaats waar veel zakelijke contacten zitten. Wie iets publiceert, weet dat een relevant deel van de doelgroep daar aanwezig is. Maar dat is nu juist platformafhankelijkheid. We blijven omdat iedereen er zit. En omdat iedereen blijft, krijgen alternatieven nauwelijks een kans.Vertrouwen uitbestedenDaar komt nog iets bij. LinkedIn presenteert zich als de plaats waar professionele identiteit zichtbaar en controleerbaar wordt gemaakt. Een artikel van Hacking, but Legal laat zien hoe kwetsbaar dat systeem in feite is. In dat artikel wordt uitgelegd hoe iemand die ten onrechte beweerde voor een bedrijf te werken, toch een verificatiebadge kon krijgen. Met andere woorden: LinkedIn bevestigde dat deze persoon voor dat bedrijf werkte. Ten onrechte dus. Bizar genoeg kon de oprichter van datzelfde bedrijf zijn eigen arbeidsrelatie juist niet eenvoudig via de procedure van LinkedIn laten bevestigen.Een door LinkedIn geverifieerde identiteit bewijst dus niet automatisch dat ook de vermelde functie of werkgever klopt. Toch plaatst LinkedIn bij zo’n claim het bedrijfslogo, koppelt het profiel aan de bedrijfspagina en telt de persoon mee als medewerker. Voor de buitenwereld ziet dat er al snel officieel uit. Maar het hoeft dus helemaal niet te kloppen. Het bedrijf zelf kan zo’n foutieve vermelding niet direct verwijderen. Het moet de claim rapporteren en soms zelfs een formele procedure volgen.Heel vreemd natuurlijk: de drempel om een arbeidsrelatie te claimen is daarmee lager dan de drempel om die claim te corrigeren. Ook de verificatie zelf blijft sterk verbonden met Microsoft en LinkedIn. Daarmee besteedt een bedrijf dus niet alleen zichtbaarheid en werving uit, maar ook een deel van haar professionele identiteit en reputatie.Waar zijn de alternatieven?Een goede en belangrijke vraag! Want het lijkt me dat we op zoek moeten naar alternatieven. Zelf ben ik weer actief geworden op het Duitse Xing. Dat platform is vooral bekend in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Toch is het geen vanzelfsprekende vervanger van LinkedIn. Veel functies zijn alleen beschikbaar in de betaalde versie en het platform voelt behoorlijk gesloten.Maar misschien is dat vooral een kwestie van wennen.Bovendien is het de vraag hoe actief de gebruikers er zijn. Een Duitse bekende die ik uitnodigde om via Xing te linken, accepteerde mijn verzoek. Hij bedankte me echter vooral voor de herinnering dat hij überhaupt nog een account bij Xing had. Hij was het alweer vergeten. Dat lijkt me voor een sociaal netwerk geen sterk signaal.Een ander mogelijk alternatief is Monnett uit Luxemburg. Dat platform richt zich op echte sociale interactie en een schone, door gebruikers gestuurde omgeving. Het is nog jong en minder duidelijk op zakelijk netwerken gericht.Daarmee lijkt er ruimte voor een echt Europees professioneel netwerk. Zo’n platform moet dan wel meer bieden dan alleen een Europees adres. Het moet transparant zijn over algoritmen en datagebruik. Gebruikers moeten hun contacten en inhoud eenvoudig kunnen meenemen. Ook verificatie van professionele identiteit mag niet afhankelijk zijn van één commercieel ecosysteem.Dat is een stevig project. Het netwerkeffect van LinkedIn is moeilijk te doorbreken. Toch is het wellicht de moeite van een serieuze brainstorm waard. Want zolang we vrijwel alle discussies over Europese digitale autonomie voeren op een platform van Microsoft, blijft er iets wringen.Linux mee op vakantie?Met de vakantie voor de deur, komt ook weer de vraag op: wat nemen we aan elektronica mee? Voor mij draait die vraag vooral om: werklaptop mee? Of hobbylaptop? Of allebei? Een kennis van me die thuis net is overgestapt van Windows op Linux Mint kwam met een opmerkelijke vraag: ‘Is dat niet riskant, mijn Linux-laptop mee op vakantie nemen?’Die vraag kwam voort uit – zeg maar – gebrek aan ervaring. Na twintig jaar een Windows-laptop gebruiken, zijn mensen na een overstap vaak nog wat onwennig en onzeker: wat als die Linux-machine vastloopt of niet meer wil opstarten? Mijn antwoord was een wedervraag: ‘Heb je tot nu toe last van opstart- of andere problemen met de nieuwe laptop?’ Het antwoord was duidelijk: nee. Waarom zou dat tijdens een vakantie dan wel gebeuren? Vanwege de hogere temperaturen in Zuid-Europa? Met de zomerse temperaturen in ons eigen land zal dat het probleem niet zo snel zijn!Wellicht kun je het ook andersom zien: tijdens vakantie heb je tijd om soms even rustig wat te ‘rommelen’ met een nieuwe laptop. Bijvoorbeeld in de vroege ochtend als het gezin nog slaapt en jij met een overheerlijke espresso in de schaduw op het terras van het vakantiehuisje in Spanje of Italië zit. Voor mij persoonlijk zijn dat altijd fijne momenten.Open source notitie-appIk heb een haat/liefde-verhouding met persoonlijke productiviteit. Ik gebruik daar de nodige tools voor en test regelmatig nieuwe uit. Maar er ontbreekt eigenlijk altijd wel iets. Het zijn ook vaak silo’s: bedoeld voor dan wel notities maken, dan wel rss-feeds volgen dan wel bookmarks vastleggen en dergelijke. Tot nu toe heb ik geen oplossing gevonden die alles combineert. Ook tools als Obsidian bevielen uiteindelijk toch niet. Suggesties? Laat het weten.Dat is dan ook de reden dat ik begin volgend jaar naar de PKM Summit 2027 in Utrecht ga. Dit is een internationaal event over personal knowledge management met sprekers die ingaan op zowel tools als werkmethoden. Met name dat laatste vind ik interessant. Want misschien moet ik wel gewoon besluiten om mijn eigen manier van werken te ondersteunen met een eigen tool die ik dan maar zelf bouw. Het kernwoord in ’personal knowledge management’ is immers ‘persoonlijk’. Dus misschien moet ik wel iets maken op maat van mijn persoonlijke voorkeuren en kronkelige manier van werken.Persoonlijke toolsTenslotte nog een paar handige tools die ik aan het uitproberen ben:Flameshot, een open source-tool voor Windows, MacOS en Linux om screenshots mee te bewerken en bijvoorbeeld van opmerkingen te voorzien.Joplin is een open source notitie-app. Een betaalde cloudversie (kost 2 of 3 euro per maand) maakt het mogelijk de notities te synchroniseren tussen meerdere apparaten.Hiawatha is een open source webserver.Vikunja is een open source-project voor het werken met to do-lijstjes. Je kunt het zelf hosten of via de ontwikkelaar gebruiken.Bubbles is momenteel mijn favoriete website cq webapp als het gaat om het volgen van interessante nieuwe posts op indywebsites. Het is ontwikkeld door een Duitse developer en biedt posts over een bonte verzameling onderwerpen. Heerlijk om in de vroege ochtenduren onder het genot van een kop koffie doorheen te bladeren.
Kort: Ai-doorbraak dwarslaesie-patiënt, vaak maar 1 in­schrij­ving bij over­heids­gun­ning
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: TU Delft toont een wereldprimeur met een exoskelet dat op hersengolven loopt, overheids‑it trekt vaak maar één inschrijving, EY geraakt door datalek en versterkt Amista neemt Intellus Group over. Exoskelet TU Delft loopt op hersengolven Studenten van de TU Delft kondigen een doorbraak aan in zelfstandig lopen voor mensen met een dwarslaesie. Voor het eerst wordt de loophulp zonder knoppen of spraak aangestuurd op basis van de hersengolven van de drager. De toepassing werd getoond tijdens een presentatie van Project MARCH XI. Dat is een project waarin een multidisciplinair team een exoskelet ontwikkelt voor mensen met een dwarslaesie. De technologische kern van dit jaar is een nieuw softwarealgoritme: Generative Predictive Control (GPC). Dat genereert looppatronen en past die in real time aan op basis van sensordata uit het exoskelet. Eerder werd een looppatroon achteraf getuned in een simulatieomgeving. Nu reageert het systeem terwijl de drager, die piloot wordt genoemd, erin loopt. Volgens de bouwers is het voor het eerst ter wereld toegepast in een lopend exoskelet.Vince Kurtz, onderzoeker bij NVIDIA en Caltech en uitvinder van het GPC-algoritme, is onder de indruk. ‘De studenten hebben een neuraal netwerk dat met behulp van GPC motorische commando’s genereert helemaal zelf getraind met behulp van simulatiegegevens. Dit alles doen en werkend krijgen op een echt exoskelet is echt moeilijk.’ Derde van overheids‑it‑aanbestedingen krijgt maar één inschrijving Ruim één op de drie gegunde percelen in Nederlandse overheids-it kreeg precies één ontvangen inschrijving. Dat blijkt uit een analyse van 1.935 gunningsberichten van TED, de officiële Europese publicatiebron, door Tendervane. In een rapport (peildatum 15 juli 2026) wordt de concurrentiepositie binnen aanbestedingsprocedures in kaart gebracht.‘Van de gegunde percelen met een gepubliceerd aantal ontvangen inschrijvingen had 35,7% er precies één. Het gaat om 640 van 1.795 percelen sinds begin 2024’, stelt Ravid Efroni van Tendervane. In 2024 was het aandeel 39,8 procent. In 2025 daalde het naar 35,4 procent. Het idee van Europese aanbestedingen is juist dat bedrijven beter kunnen concurreren en de gunnende partij keuze uit meerdere aanbieders heeft. Maar Efroni plaatst ook een kanttekening: ‘Eén inschrijving betekent overigens niet dat er iets mis is met die ene gunning. Eén ontvangen inschrijving betekent dat de gepubliceerde procedure geen concurrerende biedingen opleverde. Dat zegt op zichzelf niet waarom andere ondernemingen niet inschreven.’ Ook bepaalt de hoogte van een aanbesteding in bepaalde mate hoeveel inschrijvingen er zijn, blijkt uit het rapport. Datalek Ernst & Young door hack supportsysteem Ernst & Young (EY) onderzoekt een groot datalek nadat hackers toegang kregen tot een extern supportplatform dat door de interne it‑afdeling wordt gebruikt. Tussen 28 maart en 12 april 2026 konden aanvallers documenten downloaden die worden gebruikt voor belastingaangiften, meldt BleepingComputer. EY ontdekte de inbraak pas op 23 april. Hoeveel klanten precies zijn geraakt – en of daar Nederlandse cliënten bij zitten – is nog onbekend. Amista neemt Intellus Group over SAP-specialist en dienstverlener rondom digitale transformaties in de Benelux Amista, neemt Intellus Group over. Dat van oorsprong Belgische bedrijf is specialist in data-, analytics- en ai-advies. De overname versterkt Amista’s positie in data, analytics en ai en het bedrijf hoopt zo door te groeien in de Benelux. Het in 2010 opgerichte Intellus Group bestaat uit de merken Cubis, Lytix en Aivix. De groep werd uitgebouwd door medeoprichters Wim Van Wuytswinkel en Jeroen Roosen. Intellus Group voegt expertise toe binnen Microsoft-, SAP-, AWS- en Databricks-ecosystemen. Intellus Group ondersteunt klanten in onder meer industrie, retail, financiële diensten en de publieke sector. Het aanbod varieert van advies over datastrategie en architectuur tot adviestrajecten rondom analytics, machine learning en generatieve ai. De overname volgt op de recente integraties van Alluvion, Aarini, GeOne en Nessi en past binnen Amista’s strategie om uit te groeien tot een brede aanbieder van data-, analytics -en ai-diensten in de Benelux.
Overheden mogelijk kwetsbaar via Spaanse wachtwoordkluis met Russische roots
4 dagen
Het in Spanje gevestigde Passwork, dat wachtwoordbeheer levert aan Europese overheden en universiteiten, is in opspraak geraakt. Dit meldt OCCRP, een internationaal netwerk van journalisten die corruptie en criminaliteit onderzoeken. Deze organisatie vreest dat beheerde wachtwoorden in Russische handen kunnen komen via een vermeend Russisch zusterbedrijf. Europese overheidsinstellingen die klant zijn, zouden gevaar lopen.  Het Spaanse bedrijf profileert zich als een volledig Europese, niet-Russische onderneming. Maar daar worden grote vraagtekens achter gezet. OCCRP-onderzoekers hebben ontdekt dat de ‘Spaanse’ Passworks-software verdacht veel lijkt op haar Russische tegenhanger. Technisch is er een grote gelijkenis. Software-updates zijn sterk gesynchroniseerd, terwijl beide technische handleidingen als twee druppels op elkaar lijken. De twee bedrijven hebben dezelfde naam en gebruiken een identiek logo.  Alexander Muntyan, CEO en eigenaar van het Spaanse Passwork, ontkent dat er een band bestaat tussen zijn bedrijf en zijn Russische tegenhanger. De gegevens van klanten worden veilig opgeslagen op hun eigen privé servers, zegt de Rus. OCCRP kwam er achter dat Passwork in Archangelsk in 2014 het levenslicht zag. Muntyan richtte dit bedrijf op samen met Ilya Garakh en Andrey Pyankov, die nu bij het Russische Passwork de baas zijn. Het duo is ook betrokken bij een softwarebedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten dat het Spaans Passwork van updates voorziet.  Broncode Het Russische bedrijf, dat prat gaat op klanten waaronder gesanctioneerde Russische raketfabrikanten, is gecertificeerd door een agentschap onder het Ministerie van Defensie. Dit vereist een grondige analyse van de broncode om te zoeken naar kwetsbaarheden of niet-aangegeven mogelijkheden. Experts waarschuwen dat een dergelijke beoordeling Moskou inzicht zou kunnen geven in hoe potentiële kwetsbaarheden in de Europese software kunnen worden misbruikt. Bart van den Berg, een beveiligingsexpert van het Clingendael Instituut, ziet toegang tot de broncode als een ernstig gevaar. Volgens hem zou dit de Russische staat ’verreikende inzichten in de software en de kwetsbaarheden ervan kunnen geven, of zelfs de mogelijkheid bieden om er opzettelijk elementen aan toe te voegen’.  De OCCRP-onderzoekers storen zich eraan dat het Spaanse Passworks en het in de Emiraten gevestigde bedrijf weigeren opening van zaken te geven. Juist bij security-software is transparantie belangrijk.  Volgens Investico gebruikten onder meer zonneparken-beheerder Novar, RTV Noord, een Frans havenbedrijf, de universiteit van Dresden en Ierse overheidsinstanties de wachtwoordkluis. Passwork zegt duizenden klanten te hebben. 

Pagina's

Abonneren op computable