computable

129 nieuwsberichten gevonden
Ai speurt naar het awe-moment tijdens zonsverduistering
2 uur
Studenten van De Haagse Hogeschool ontwikkelen prijswinnende analysetool voor TotalTogether Hoe reageren mensen wanneer de maan de zon volledig bedekt? Die vraag stond centraal in een onderzoek van vier studenten Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Haagse Hogeschool. In opdracht van TotalTogether ontwikkelden zij een ai-systeem dat videobeelden van totale zonsverduisteringen automatisch analyseert en patronen in menselijk gedrag en emoties zichtbaar maakt. Daarom is er nu een oproep: maak videobeelden tijdens de totale zonsverduistering van 12 augustus 2026! TotalTogether is een Nederlands initiatief dat mensen samenbrengt rondom totale zonsverduisteringen. De organisatie organiseert evenementen, bijeenkomsten en reizen naar locaties waar zulke verduisteringen zichtbaar zijn. Met de totale zonsverduisteringen van 2026 en 2027 in Spanje in het vooruitzicht wil de organisatie niet alleen bezoekers een bijzondere ervaring bieden, maar ook beter begrijpen wat die gebeurtenis emotioneel met mensen doet. Tijdens eerdere zonsverduisteringen zijn er veel videobeelden gemaakt van toeschouwers. Op die video’s zijn vaak sterke reacties te zien: mensen juichen, omhelzen elkaar, kijken vol ontzag naar de hemel of houden hun handen voor hun mond van verbazing. Toch werd dit materiaal nooit systematisch onderzocht. Het handmatig bekijken en analyseren van uren aan videobeelden kost simpelweg te veel tijd. TotalTogether zag daarom kansen in kunstmatige intelligentie. De organisatie wilde weten of ai in staat is om automatisch patronen te herkennen in de reacties van deelnemers aan eclips-evenementen. Met die praktische vraag klopte de organisatie aan bij de opleiding Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Haagse Hogeschool, waarna vier studenten aan de slag gingen met het onderzoek ‘Eclipse Dynamiek’ binnen het vak DataLab IV. Zij onderzochten hoe moderne beeldanalyse kan helpen om grote hoeveelheden videobeelden op een consistente manier te verwerken. Het door hen ontwikkelde prototype herkent onder meer de verschillende fasen van een zonsverduistering, telt personen in beeld, detecteert gezichten en brengt veranderingen in zichtbare publieksreacties gedurende de opname in kaart. Videobeelden blijken lastig materiaal Al vroeg ontdekten de studenten – Nika de Vries, Maan Lammers, Thida Churam en Bram Veelenturf – dat zonsverduisteringsvideo’s veel minder uniform zijn dan verwacht. Sommige camera’s zijn volledig op de hemel gericht, andere tonen grote mensenmassa’s en weer andere bevatten close-ups van individuele toeschouwers. Eén analysemethode voor al deze beelden bleek onmogelijk. Daarom kozen de onderzoekers voor een modulaire aanpak (zie kader onderaan) waarin beelden eerst worden geclassificeerd voordat verdere analyse plaatsvindt. Daarnaast kampte het team met een relatief kleine dataset. Vooral beelden van bewolkte omstandigheden en overgangsmomenten rond de verduistering waren schaars. Daardoor had het classificatiemodel soms moeite met uitzonderlijke situaties. Hun advies: op toekomstige evenementen nog meer trainingsmateriaal verzamelen. Ook de gezichts- en emotieherkenning kende beperkingen. Tegenlicht, schuine camerahoeken, zonnebrillen en grote afstanden maakten het moeilijk om gezichten betrouwbaar te detecteren. Niet alle emoties zijn bovendien zichtbaar in het gezicht. Mensen kunnen diep onder de indruk zijn zonder dat hun gezichtsuitdrukking dat duidelijk verraadt. Het grootste probleem: de eclips zelf De opvallendste uitdaging bleek paradoxaal genoeg het hoogtepunt van de zonsverduistering zelf. Tijdens een totale eclips wordt het zo donker dat gewone camera’s onvoldoende licht ontvangen om gezichten nog goed vast te leggen. Daardoor werken gezichtsdetectie en emotieanalyse op dat moment niet meer betrouwbaar. Om dit probleem op te lossen ontwikkelden de studenten een speciale twee-fasenaanpak. Het systeem analyseert vooral de periode vlak vóór en vlak ná de totale verduistering. Die momenten blijken juist bijzonder interessant, omdat deelnemers dan vaak spanning, verwachting, opluchting, blijdschap en verwondering tonen. De feitelijke eclipsfase wordt automatisch herkend via een donkerte-algoritme en overgeslagen voor de gezichtsanalyse. Positieve emoties nemen duidelijk toe De resultaten van het onderzoek zijn veelbelovend, luidde de beoordeling. Het classificatiemodel behaalde een nauwkeurigheid van ongeveer 95 procent. Ook de persoon- en gezichtsdetectie presteerden goed onder geschikte omstandigheden. Het meest interessante resultaat kwam uit de emotieanalyse. Tijdens de eclipsfase en de omliggende momenten nam het aandeel gezichten dat als ‘blij’ werd geclassificeerd toe met 12,6 procentpunt. Het aandeel ‘verrast’ steeg eveneens met 12,6 procentpunt. Tegelijkertijd nam het aantal neutrale gezichtsuitdrukkingen sterk af. Volgens de onderzoekers sluit dat nauw aan bij wetenschappelijke theorieën over het gevoel van awe: een emotie van ontzag en verwondering die ontstaat bij indrukwekkende natuurverschijnselen. Het project leverde dus een werkend prototype op en nieuwe inzichten in de beleving van een van de meest indrukwekkende natuurverschijnselen. Het project werd tijdens een recente HHS Expo bekroond met zowel de Studentenprijs als de Docentenprijs. En het kreeg en krijgt een vervolg in de praktijk. Na afronding van het onderzoek heeft initiatiefnemer Marjan Schnetz van TotalTogether de methode toegepast op videobeelden van de totale zonsverduistering in Exmouth (Australië) van 20 april 2023. Op basis daarvan werd de eerste Eclipse Experience Card (ECC) ontwikkeld: een compacte rapportage waarin de analyse van een volledige eclipsvideo overzichtelijk wordt samengevat. Daarmee wordt zichtbaar hoe een gestandaardiseerde analyse van videobeelden er in de praktijk uit kan zien. Internationale praktijktest én oproep De volgende stap vindt plaats tijdens de totale zonsverduistering van 12 augustus 2026. TotalTogether organiseert die dag een ‘field test’ in Noord-Spanje, maar doet tegelijkertijd een internationale oproep aan eclipswaarnemers in het volledige pad van de totaliteit – van Groenland en IJsland tot Spanje en de Balearen – om volgens een eenvoudige opnamehandleiding videobeelden van het publiek vast te leggen. Hiervoor is de speciale app Halo Eclipse Moments ontwikkeld. Door beeldmateriaal uit verschillende locaties en omstandigheden te verzamelen ontstaat een unieke internationale dataset waarmee de analysemethode verder kan worden getest en verbeterd. Halo Eclipse MomentsDe door Marjan Schnetz ontwikkelde app Halo Eclipse Moments is beschikbaar in de Apple App Store en Google Play. Halo helpt je om de zonsverduistering op 12 augustus 2026 optimaal te beleven én je kunt meedoen aan een internationaal citizen science-project.Meer info: totaltogether.com Op weg naar 2 augustus 2027 De praktijktest van 12 augustus is bovendien de laatste mogelijkheid om ervaring op te doen vóór de totale zonsverduistering van 2 augustus 2027, die met een maximale totaliteit van ruim zes minuten de langste totale zonsverduistering boven land van deze eeuw wordt en naar verwachting honderdduizenden waarnemers naar het Middellandse Zeegebied zal trekken. Daarmee krijgt het prijswinnende studentenproject een vervolg als internationaal praktijkproject waarin onderwijs, citizen science en een unieke astronomische gebeurtenis samenkomen, aldus Schnetz. Vier stappen naar inzicht De centrale onderzoeksvraag van de vier studenten Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Haagse Hogeschool luidde: hoe kan een ‘ai-pipeline’ (productielijn) worden ontwikkeld die videobeelden van een zonsverduistering automatisch analyseert, zodat patronen in menselijke reacties zichtbaar worden? In hun eindrapport beschrijft het kwartet hoe het tot een praktische ai-pipeline van vier opeenvolgende stappen is gekomen: De eerste stap was eclipseclassificatie. Hierbij bepaalt het systeem of een videoframe een verduistering toont, de zon zichtbaar is of dat er helemaal geen zon in beeld staat. De studenten bouwden een zogeheten Convolutional Neural Network (CNN), met de tools TensorFlow en Keras (twee opensource-softwarebibliotheken voor neurale netwerken). Als type CNN kozen ze voor MobileNetV2, een lichtgewicht, efficiënt neuraal netwerk, door Google ontwikkeld voor beeldherkenning en computervisie op apparaten met weinig rekenkracht, zoals smartphones. Zo’n CNN is speciaal ontworpen voor het herkennen van patronen in beelden. Qua werking is het te vergelijken met dat van een menselijk oog: het scant een afbeelding op vormen, kleuren en structuren, en leert na verloop van tijd te herkennen wat het ziet. De studenten trainden het ai-model op honderden handmatig gelabelde frames. Vervolgens kwam persoondetectie. Met behulp van het ai-objectdetectiemodel Yolov8 (Yolo: ‘You Only Look Once’) werd automatisch geteld hoeveel mensen in elk frame zichtbaar zijn. Zo kunnen veranderingen in groepsgrootte en publieksdynamiek worden gevolgd. Yolov8 is voorgetraind op de CoCo-dataset (Common Objects in Context), een verzameling van foto’s met labels (in onder meer tachtig objectklassen, waaronder ‘persoon’). De derde stap was gezichtsdetectie. Alleen beelden waarop daadwerkelijk gezichten zichtbaar waren, werden doorgestuurd naar de volgende fase. Hiervoor werd het gespecialiseerde model Yolov11m-face ingezet. Dat is een gespecialiseerd gezichtsdetectiemodel van Ultralytics, specifiek getraind op menselijke gezichten. Tot slot volgde emotieherkenning. De onderzoekers maakten gebruik van een Vision Transformer-model van Hugging Face dat gezichtsuitdrukkingen koppelt aan de zeven basisemoties: blij, verrast, bang, boos, verdrietig, afkeer en neutraal. Het systeem is gebaseerd op het wereldwijd bekende Facial Action Coding System van psycholoog Paul Ekman en Wallace Friesen.
Mistral waait door ABN Amro
5 uur
ABN Amro gaat strategisch samenwerken met het Franse Mistral dat zich profileert als een Europees alternatief voor Amerikaanse ai-modellen. Doel is geavanceerde ai-oplossingen voor de bank te ontwikkelen en in te zetten. Versterking van de digitale weerbaarheid en autonomie is nadrukkelijk een van de motieven van ABN Amro om met Mistral in zee te gaan. De bank wil meerdere opties hebben om producten en diensten op gebied van ai in te kopen, ook niet-Amerikaanse.  De oplossingen die samen worden ontwikkeld, zijn exclusief voor ABN Amro en niet voor andere financiële instellingen, aldus een woordvoerder. De bank zegt hoge eisen te stellen aan veiligheid, transparantie, privacy en naleving van wet- en regelgeving. Daarnaast sluiten de toepassingen aan bij Europese waarden en normen. Europese innovatie Carsten Bittner, chief innovation & technology officer van ABN AMRO: ‘De samenwerking met Mistral stelt ons in staat gebruik te maken van de meest geavanceerde ai-technologieën, terwijl we tegelijkertijd kiezen voor betrouwbare Europese innovatie. In een snel veranderende wereld is het belangrijker dan ooit dat Europa digitaal weerbaar, concurrerend en strategisch zelfstandig blijft.’ Marjorie Janiewicz, chief revenue officer van Mistral: ‘ABN Amro loopt voorop in de financiële sector. Hun keuze om ai te ontwikkelen met volledige controle en transparantie is hét voorbeeld van hoe grote Europese organisaties dit zouden moeten aanpakken.’ Eerste samenwerking Het bedrijf uit Parijs is bezig zijn Europese ai-infrastructuur te versterken. Microsoft, het bedrijf waarmee de Fransen nauw samenwerken, gaat daar miljarden euro’s insteken. Maar ontkend wordt dat Microsoft meedoet aan de nieuwe financieringsronde waaraan Mistral werkt. De deal met ABN Amro is de eerste samenwerking tussen Mistral en een grote Nederlandse bank. Begin dit jaar startte Mistral een partnerschap met de Britse bank HSBC. Rabobank maakte afgelopen dinsdag bekend de komende drie jaar tot twee miljard euro te steken in het versterken van de data- en it-infrastructuur, een betere klantbeleving en het opschalen van ai. Rabo werkt samen met Microsoft.
Ambtenarenbonden willen ban op software van Palantir
6 uur
Europese ambtenarenbonden vinden dat overheden niet meer in zee moeten gaan met het omstreden softwarebedrijf Palantir. De Europese Federatie van ambtenarenvakbonden (EPSU) waaronder de FNV in Nederland en de ACOD/CGSP in België vallen, wil de Amerikanen uitsluiten van aanbestedingen van de overheid. Palantir is al langer in opspraak wegens zijn spyware, surveillance-technologie, militaire software, samenwerking met het Israëlische leger en de extreme opvattingen van zijn oprichters Peter Thiel en Alex Karp. Het verzet van betrokken bonden tegen uitbesteding van diensten wordt heviger, nu blijkt dat Palantir in Europa weinig tot geen vennootschapsbelasting betaalt. En dat terwijl het bedrijf vooral dankzij overheidsopdrachten enorme winsten boekt en zijn beurswaarde sterk ziet stijgen. Cictar, een internationaal onderzoekscentrum dat de belastingstructuren en financiële constructies van grote multinationals onderzoekt, legt in een nieuw rapport grootscheepse belastingontwijking bij het softwarebedrijf bloot. Bijna geen belasting Het bedrijf betaalt in Europa vrijwel geen vennootschapsbelasting, mede omdat winsten naar de VS worden verschoven en de verloning deels op aandelen wordt gebaseerd. Volgens Cictar is de belastingstrategie van Palantir echter niet illegaal; van ontduiking is niet gebleken. Dat Palantir goud geld verdient aan Europese overheidsopdrachten maar nauwelijks belasting betaalt, schiet de Europese vakbonden in het verkeerde keelgat. Dit oneerlijke concurrentievoordeel maakt het voor Europese techbedrijven bijna onmogelijk om nog met de Amerikaanse reus te concurreren. Voormalig kamerlid Jesse Six Dijkstra zei tegenover Follow The Money dat het belastingvoordeel dat Palantir geniet, het voor de EU nog moeilijker maakt digitaal soeverein te worden. Democratische waarden EPSU steunt de oproep van Cictar aan beleidsmakers om de huidige overheidscontracten met Palantir opnieuw te beoordelen, toekomstige contracten te vermijden en de lokale dochterondernemingen van het bedrijf door te lichten. Ook wordt het volgens de federatie tijd om de EU-regels inzake overheidsopdrachten te herzien, zodat geen overheidscontracten worden gesloten met bedrijven die hun belastingen ontwijken. De Europese Commissie werkt aan nieuwe aanbestedingsregels waarbij digitale soevereiniteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen zwaarder gaan wegen. Overheden kunnen voorrang geven aan bedrijven die meer bijdragen aan Europa en technologie gebruiken die past bij haar (democratische) waarden. Belgische zorgen In België kijkt de ACOD/CGSP, onderdeel van het ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond), met argusogen naar de Belgische dochteronderneming die Palantir onlangs heeft opgericht. Zijn aanwezigheid in België is mogelijk gericht op de Navo, die haar hoofdzetel in Brussel heeft en al contracten met Palantir afsluit. Hoewel het bedrijf momenteel geen contracten met de Belgische staat heeft, ontving het in 2025 een delegatie met onder meer de Belgische minister van Defensie en de chef Defensie. Premier Bart De Wever verklaarde geen juridisch obstakels te zien voor de toekenning van Belgische overheidsopdrachten aan Palantir. De belastingontwijking die het rapport van Cictar blootlegde, maakt de bond extra bezorgd over de technologische soevereiniteit, zeker nu de regering in Brussel werk maakt van een grondige hervorming van Defensie. Laurent Pirnay, voorzitter van ACOD/CGSP, zegt: ‘Wij verzetten ons tegen de uitbesteding van openbare diensten. Die uitbesteding is nog onaanvaardbaarder wanneer ze grote Amerikaanse technologiebedrijven zoals Palantir betreft, waarvan het gedrag en de waarden volledig indruisen tegen waar wij voor staan. Naast de ernstige problemen rond hun fiscale praktijken zien wij geen enkele reden om hun waarden te importeren. Als Belgische federale, gewestelijke of gemeentelijke overheden overwegen om van hun diensten gebruik te maken, zal dit voor ons van het allergrootste belang zijn om de privégegevens van werknemers en gebruikers te beschermen.’
UU brengt met model it-kwetsbaarheden in kaart 
20 uur
Digital Autonomy Assessment Framework brengt afhankelijkheden van it-systemen systematisch in kaartDigitale soevereiniteit is voor veel organisaties nog altijd een abstract begrip. Het gaat over afhankelijkheden van leveranciers, controle over data en de vraag hoe wendbaar je nog bent als omstandigheden veranderen. Maar hoe maak je dat concreet? De Universiteit Utrecht (UU) laat zien dat dit wel degelijk kan. Met het zogeheten Digital Autonomy Assessment Framework (Daaf) heeft de universiteit een methodiek ontwikkeld die de kwetsbaarheid van applicaties systematisch in kaart brengt – en die bovendien vrij beschikbaar is voor anderen.De aanpak is niet de enige in zijn soort, maar onderscheidt zich doordat hij niet alleen theoretisch is, maar ook in de praktijk van een grote Nederlandse organisatie is toegepast en doorontwikkeld. Daarmee biedt het een interessant hulpmiddel voor organisaties die worstelen met dezelfde vragen.Van abstract naar meetbaarBinnen veel organisaties bestaan uiteenlopende interpretaties van digitale autonomie, zo bleek uit een presentatie van Marije de Vries, strategic coordinator digital autonomy van de UU, tijdens de drukbezochte Enterprise Summit die opensourcecloudplatform Nextcloud onlangs in de Jaarbeurs organiseerde. Die uiteenlopende interpretaties bleken ook binnen de UU te bestaan. Verschillende teams hanteerden hun eigen definities en prioriteiten, waardoor het lastig werd om eenduidige keuzes te maken.Daaf brengt daar structuur in door digitale autonomie te koppelen aan concrete strategische keuzes. Denk aan vraagstukken rond data-portabiliteit, exit-strategieën, de inzet van open versus gesloten architecturen en de mate van vendor lock-in. Door deze aspecten expliciet te maken, verschuift het gesprek van abstracte principes naar toetsbare criteria.Drie assen: risico, capaciteit en belangDe kern van de methodiek bestaat uit drie analysethema’s die samen de kwetsbaarheid van een applicatie bepalen:Risico-exposure: in hoeverre is een organisatie afhankelijk van een specifieke leverancier of technologie?Mitigatiecapaciteit: welke technische, organisatorische en contractuele mogelijkheden zijn er om die afhankelijkheid te verkleinen?Strategisch belang: hoe kritisch is de applicatie voor de organisatie?Door deze drie dimensies te combineren ontstaat een genuanceerd beeld. Een applicatie met een hoge afhankelijkheid hoeft bijvoorbeeld niet direct problematisch te zijn als de strategische impact beperkt is of als er voldoende alternatieven beschikbaar zijn, lichtte De Vries toe.Acht dimensiesOm de analyse concreet te maken, werkt het framework met 22 indicatoren verdeeld over acht dimensies. Daarin komen onder meer juridische, technische en organisatorische aspecten samen. Denk aan licentiemodellen, contractuele exitmogelijkheden, interoperabiliteit, datatoegang en governance.Deze brede benadering voorkomt dat digitale soevereiniteit wordt gereduceerd tot een puur technisch vraagstuk. Juist de combinatie van factoren bepaalt in de praktijk hoe afhankelijk een organisatie daadwerkelijk is.Van score naar actieEen belangrijk element van de methodiek is dat de uitkomst niet blijft hangen in een score of rapport. De resultaten worden vertaald naar vier duidelijke categorieën:Optimaal: weinig afhankelijkheid, minimale actie nodigBeheersbaar: risico’s zijn aanwezig, maar onder controleAandachtspunt: gerichte verbeteracties nodigKritiek: urgente maatregelen vereistDeze indeling maakt het voor bestuurders en it-verantwoordelijken direct duidelijk waar de prioriteiten liggen. Het framework fungeert daarmee niet alleen als analyse-instrument, maar ook als stuurmiddel.Van applicatie naar roadmapDe kracht van de Utrechtse aanpak zit in de doorvertaling naar concrete stappen. Na de beoordeling van individuele applicaties volgt een proces waarin:Applicaties worden geanalyseerdBenodigde capabilities worden vastgesteldHiaten worden geïdentificeerdEen roadmap wordt opgesteldDaarmee ontstaat een praktische routekaart. Organisaties krijgen niet alleen inzicht in hun huidige situatie, maar ook in wat nodig is om die te verbeteren.Leren door te doenDe UU heeft de methodiek niet in één keer perfect ontwikkeld, gaf De Vries tijdens de Nextcloud-dag aan. Uit de gepresenteerde ‘lessons learned’ bleek dat het traject gepaard ging met voortschrijdend inzicht.Een les is dat digitale autonomie geen puur it-thema is. Betrokkenheid vanuit de hele organisatie – van bestuur tot operationele teams – blijkt essentieel. Daarnaast werd duidelijk dat het verzamelen van de juiste informatie vaak complexer is dan vooraf gedacht, bijvoorbeeld doordat contractinformatie versnipperd is of er onduidelijkheid bestaat over wie eigenaar is van een applicatie. Ook bleek dat standaardisatie helpt. Door een uniforme aanpak te hanteren, wordt het mogelijk om applicaties onderling te vergelijken en prioriteiten beter te onderbouwen.Tegelijkertijd vraagt de methodiek om realisme. Niet elke afhankelijkheid is problematisch en niet elk risico hoeft volledig te worden geëlimineerd. Het gaat om het vinden van een balans tussen controle, kosten en wendbaarheid.Geen silver bullet, wel bruikbaar instrumentDaaf is niet de enige methodiek om digitale soevereiniteit te analyseren. Er bestaan meerdere frameworks en benaderingen, variërend van vendor risk assessments tot bredere enterprise-architectuurmodellen. Denk aan het Europese Cloud Sovereignty Framework of ENISA’s Cloud Security & Sovereignty Guidelines. Ook het GAIA-X Policy Rules & Compliance Framework en de maturitymodellen van het Open Source Program Office (OSPO) kunnen hierbij helpen.Wat de Utrechtse aanpak interessant maakt, is dat deze in de praktijk is getest in een complexe organisatie met een breed applicatielandschap. Daardoor biedt het niet alleen een theoretisch model, maar ook praktische handvatten die in vergelijkbare omgevingen toepasbaar zijn.Vrij beschikbaar voor iedereenOpvallend is dat de UU ervoor heeft gekozen om de methodiek open te stellen. Overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen kunnen het framework gratis downloaden en gebruiken, zo vertelde De Vries. Niet onbelangrijk: alle data blijft hierbij op het eigen systeem van de gebruiker die het framework toepast.Het vrij beschikbaar stellen van Daaf sluit aan bij de bredere gedachte achter digitale soevereiniteit: minder afhankelijkheid begint niet alleen bij technologie, maar ook bij het delen van kennis en het ontwikkelen van gemeenschappelijke instrumenten.Van inzicht naar autonomieDe belangrijkste bijdrage van Daaf ligt misschien wel in de manier waarop deze aanpak het gesprek verandert. Door afhankelijkheden zichtbaar en meetbaar te maken, ontstaat ruimte voor gerichte keuzes.Digitale soevereiniteit blijft daarmee geen abstract ideaal, maar wordt een praktisch vraagstuk: waar zitten de risico’s, wat zijn de opties en welke stappen zijn nodig? Voor organisaties die hun afhankelijkheden beter willen begrijpen – en beheersen – biedt de Utrechtse aanpak een concreet vertrekpunt.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Schwarz Digits meldt zich in Benelux
20 uur
De Duitse cloudaanbieder Schwarz Digits breidt zijn activiteiten uit naar de Benelux. Als directeur van Schwarz Digits Benelux – StackIT is Stephano Bosman benoemd. Hij krijgt de leiding over de opbouw van een lokale organisatie en een regionaal kantoor in Nederland. Stephano Bosman komt van Amazon Web Services (AWS) vandaan waar hij in Nederland de verkooptak voor de publieke overheid leidde. Daarvoor werkte hij onder meer bij Microsoft, SAP Ariba en Sogeti. Met de uitbreiding richt Schwarz Digits zich op Benelux-organisaties die hun data binnen Europese kaders willen beheren. Daarbij legt het bedrijf de nadruk op datasoevereiniteit, naleving van regelgeving en cloudprestaties. De focus ligt onder meer op de publieke sector, zorg en financiële dienstverlening. Volgens Bosman staat de Benelux voor belangrijke keuzes rond datacontrole. Hij stelt dat organisaties hun digitale transformatie willen versnellen zonder de zeggenschap over hun gegevens uit handen te geven. Voor de verdere uitbouw van zijn aanwezigheid in de regio zoekt het bedrijf naar personeel op het gebied van solution architecture, enterprise sales en business development. Het presenteert zijn activiteiten voor de Benelux ook tijdens de vierde Cloud X Summit by Stackit op 17 september 2026 in Wiesbaden. Google Het bedrijf sloot afgelopen mei nog een samenwerkingsovereenkomst met KPN voor het aanbieden van eenEuropese soevereine cloud.StackIT, het cloudplatform van Schwarz (dat dezelfde moeder heeft als supermarkt-reus Lidl), levert daarbij de Europese cloud-infrastructuur, op basis van opensourcesoftware. Even daarvoor sloot de rijksoverheid een raamovereenkomst met StackIT en maakte De Nederlandsche Bank (DNB) bekend voor clouddiensten in zee te gaan met het Duitse technologiebedrijf. Met zulke grote klanten en partners is het openen van een regiovestiging dan ook logisch. Wel blijft de hamvraag hoe onafhankelijk Schwarz Digits is van Amerikaanse dienstverleners. Voor zijn cloudbeheer en -back-up gebruikt Schwarz Google-software, maar wel op een eigen manier. Zo kan Google niet bij de data, zo kreeg Computable tijdens een bezoek afgelopen april aan de stand op de Hannover Messe te horen. Door middel van encryptie zijn de gegevens als het ware afgescheiden, aldus het bedrijf. 
Conclusion wint BDI-aanbesteding voor digitale data-uitwisseling
22 uur
WIE GUNT WAT – It-dienstverlener Conclusion heeft de aanbesteding voor de realisatie van de kerncomponenten van de Basis Data Infrastructuur (BDI) gewonnen. Tot nu toe stonden deze afspraken en technische blauwdrukken grotendeels nog op papier. De BDI is het publiek-private samenwerkingsverband dat gestandaardiseerd digitaal datadelen in logistieke ketens en supply chains in Nederland en daarbuiten stimuleert en faciliteert. Conclusion realiseert en beheert de technische componenten waarmee bedrijven onderling én met overheidsorganisaties data kunnen uitwisselen. De maximale waarde van het vierjarig contract (inclusief verlengingen) bedraagt zo’n twee miljoen euro, aldus het aanbestedingsbestek. Data-uitwisseling met concurrenten De logistiek en supply chains in onder meer de logistiek en landbouw- en voedselsector staan voor een specifiek digitaliseringsvraagstuk: hoe wissel je data uit met partijen waarmee je tegelijk concurreert? De BDI heeft daarvoor een afsprakenstelsel ontwikkeld dat regelt hoe vertrouwen, eigenaarschap en governance worden geborgd bij het delen van data. Tot nu toe stonden deze afspraken en technische blauwdrukken grotendeels op papier. De opdracht aan Conclusion is om ze daadwerkelijk te bouwen en in gebruik te nemen. De aanpak is bewust opensource: er wordt geen nieuw gesloten platform gebouwd, maar een set herbruikbare componenten die bestaande systemen aanvullen en met elkaar verbinden. Van Excel-bestanden naar realtime zicht op de keten De eerste concrete toepassing in de containerlogistiek maakt inzichtelijk waar een container zich bevindt in de keten. Dat klinkt eenvoudig, maar bedrijven wisselen deze informatie nog vaak uit via e-mail of Excel-bestanden. Door in een centraal autorisatieregister het vertrouwen binnen de keten vast te leggen en gegevensstromen te standaardiseren worden veel drempels voor toegang tot relevante data over die container weggenomen en zijn die data tijdig en volledig beschikbaar. Andere toepassingen die in de pijplijn zitten, zijn gericht op ‘lastmile delivery’ in de bouw, een pharma-datacorridor voor end-to-end tracking van medicijnen en CO2-voetafdrukdata in voorraadketens in de landbouw- en voedingssector. Bewezen aanpak Vijf partijen namen deel aan de finale fase van de aanbesteding. Conclusion zegt geselecteerd te zijn op basis van een pragmatische aanpak en aantoonbare ervaring met vergelijkbare vraagstukken in andere sectoren. Het bedrijf uit de Domstad verzorgt binnen het project zowel het projectmanagement, de architectuur en adoptie als de technische ontwikkeling en het testen. Technisch onderscheidend is onder meer de inzet van de opensource-identity-and-access-managementoplossing Keycloak als kern van de identificatielaag. Conclusion ontwikkelde hiervoor plug-ins die door Keycloak zelf zijn overgenomen. Het platform dat voor de BDI wordt gebouwd, is opgezet als een overdraagbaar model: de open standaarden en modulaire architectuur maken het toepasbaar voor andere sectoren of regio’s waar data-uitwisseling tussen concurrerende partijen een drempel vormt voor samenwerking, zoals de eerdergenoemde agrifood supply chains, stelt Conclusion. Leon Roseleur, principal consultant bij Conclusion: ‘Logistiek raakt vrijwel elke vitale sector in Nederland. Wie goederen, medicijnen of bouwmaterialen wil laten stromen, heeft data nodig die over organisatiegrenzen heen beweegt. Dat lukt alleen als je de afspraken over eigenaarschap en vertrouwen goed regelt. Wat de BDI heeft neergezet, is een fundament waarop de logistiek zelf verder kan bouwen, zonder afhankelijk te worden van één platform of leverancier. Dat is precies de aanpak die schaalbare innovatie mogelijk maakt.’ Europees niveau Ook in Europa zijn er diverse initiatieven voor veilige gegevensuitwisselingen op basis van afsprakenstelsels. Zo is er de European Mobility Data Space, een virtueel netwerk waar de logistieke sector en overheidsinstanties binnen Europa eenvoudig en op een standaard wijze data veilig kunnen uitwisselen. Daar wordt in dit decennium stapsgewijs naar toegewerkt, zoals Computable eerder belichtte. Wie gunt wat: Veel ict-opdrachten worden verstrekt via een aanbestedingstraject. Computable maakt regelmatig melding van de publiek gemaakte gunningen.
Spoelstra Spreekt: Lui en niet te vertrouwen
1 dag
COLUMN – Albert Einstein zei ooit, als je doet wat je altijd deed dan krijg je wat je altijd kreeg. Maar dan in het Duits natuurlijk. En ik moest hieraan denken toen ik het stukje las over de pijnlijke blunder van de mensen van PwC. En natuurlijk heb ik hard gelachen. Wie niet? Nou de mensen van PwC want over hen ging het nieuws. PwC heeft namelijk een pijnlijke misstap begaan door potentiële klanten rapporten te sturen waarin fictieve informatie als feit werd gepresenteerd. De Financial Times meldt dat vier rapporten over ai en elektrische voertuigen tal van zogenoemde ai-hallucinaties bevatten. In de rapporten werden op grote schaal fictieve bronnen, verzonnen artikelen en verkeerde citaten aangetroffen. Er stond zelfs een zelfbedacht onderzoek in. En niet eens zelfbedacht door PwC maar door ai. Wat blijkt nu, de mensen van PwC zijn ook lui en niet te vertrouwen Kijk, als je kantoren zoals PwC inhuurt weet je, ik betaal veel te veel. Maar je huurt ze natuurlijk ook niet zomaar in. Dat doe je omdat je lui en onzeker bent en je eigen mensen niet vertrouwt. Je wilt gewoon een stukje zekerheid. Wat blijkt nu, de mensen van PwC zijn ook lui en niet te vertrouwen. Zelfverzekerd zijn ze dan weer wel. Einstein? PWC laat zo’n duur rapport normaal altijd maken door een paar stagiaires. Maar ja, die moet je ook een stagevergoeding betalen dus waarom het niet gewoon het rapport grotendeels door ai laten genereren? Nou, omdat ai, naast dat het heel goed is in het snel in elkaar flansen van een rapport, ook heel goed is in het fout gebruiken van bronnen.  Net zoals ik aan het begin heb gedaan met een uitspraak van Einstein die helemaal niet van Einstein schijnt te zijn. Daarom hebben we een partij nodig die controleert of ai wel goed zijn werk doet. Ik weet in ieder geval één partij die daar totaal ongeschikt is. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl.
Kort: Meer winst voor Wolters Kluwer, Bending Spoons lijft AirTable in (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: goede halfjaarcijfers Wolters Kluwer, Accenture en IBM moderniseren UniCredit, Scaleup Europe gestart, Red Hat slaagt bij overheid en Italianen kopen AirTable. Wolters Kluwer ziet winst stijgen dankzij cloud en ai Wolters Kluwer heeft over de eerste helft van 2026 een omzet van 3,03 miljard euro geboekt, een groei van zo’n 4 procent. De nettowinst steeg met 5 procent naar 580 miljoen euro.   Wat verder aan de halfjaarcijfers van 2026 opvalt, is de verdere verschuiving naar terugkerende software- en abonnementsinkomsten. Die groeiden organisch met 7 procent en zijn inmiddels goed voor 85 procent van de omzet. De omzet uit cloudsoftware nam organisch met 14 procent toe. Het informatieconcern uit Alphen aan den Rijn haalt ook nog steeds opbrengsten uit papieren vakinformatie binnen, goed voor zo’n 4 procent van de omzet. Volgens topvrouw Stacey Caywood profiteert het informatie- en softwareconcern van de groeiende vraag naar ai-toepassingen voor zorg-, fiscale en juridische professionals. Analisten waren kortgeleden nog bezorgd dat de vraag zou dalen vanwege ai-ontwikkelingen die de software overbodig zou maken. Veruit de meeste omzet komt uit Noord-Amerika (64 procent), gevolgd door Europa (29 procent) en Azië/Australië en de rest van de wereld (7 procent). UniCredit moderniseert bankplatform met Accenture en IBM UniCredit gaat zijn technologische infrastructuur vernieuwen met ondersteuning van Accenture en IBM. De Italiaanse bankgroep wil meer regie krijgen over de ontwikkeling van zijn it-landschap en tegelijk bestaande systemen combineren met cloud-, data- en ai-technologie. Het meerjarige programma omvat ook een wijziging in de bestaande joint venture die een groot deel van de technologieomgeving van UniCredit beheert. Accenture neemt daarin een meerderheidsbelang over van IBM. Big Blue blijft betrokken als technologie- en adviespartner en levert onder meer IBM Z-platformen, software en consultancy. De drie partijen ontwikkelen een nieuw operationeel model voor banktechnologie. Volgens UniCredit moet dit de bank meer controle geven over toekomstige technologische ontwikkelingen en de invoering van ai ondersteunen. Scaleup Europe ondersteunt jonge techbedrijven De Europese Commissie lanceert het nieuwe fonds Scaleup Europe zodat veelbelovende tech-startups niet langer elders naar financiering hoeven te zoeken. Het fonds richt zich op technologiesectoren die cruciaal worden geacht voor de digitale en ecologische transformatie. Dit omvat toepassingen in kunstmatige intelligentie, quantumtechnologie, biotechnologie en schone technologie. Het financieringsinstrument heeft een streefbedrag van vijf miljard euro en is bedoeld om snelgroeiende Europese techbedrijven te helpen sneller te schalen. Tot nu toe ontbrak het Europa vaak aan voldoende durfkapitaal voor latere groeifasen. Naast de Europese Commissie nemen ook institutionele beleggers deel zoals de Nederlandse pensioeninvesteerder APG namens het ABP-pensioenfonds. [Alfred Monterie] Red Hat OpenShift voldoet grotendeels aan beveiligingsnormen overheid De informatiebeveiliging van leverancier Red Hat en zijn OpenShift-oplossing voldoet voor het grootste deel aan de vereisten zoals opgenomen in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO 2 v1.1). Zo oordeelt adviseur Capgemini. Deze versie van het normenkader voor informatiebeveiliging binnen de Nederlandse overheid kent 93 ISO gebaseerde maatregelen en 120 specifieke overheidsmaatregelen. Van deze 120 overheidsmaatregelen zijn er na beoordeling 95 in scope genomen als relevant voor de leverancier en zijn oplossing. Daarmee zijn er vijfentwintig buiten scope gebleven omdat ze in hoge mate overheid-specifiek zijn of betrekking hebben op de beherende partij binnen de overheid. Van deze 95 zijn er 82 als voldoende afgedekt. In totaal dertien maatregelen zijn aangemerkt als mogelijke aandachtspunten. Die punten kunnen zowel voortkomen uit onvoldoende specifieke eisen vanuit de BIO als wel maatregelen (al dan niet met een gedeelde verantwoordelijkheid) waar leverancier Red Hat nog onvoldoende in staat was om compliance aan te tonen. [Alfred Monterie] Bending Spoons neemt Airtable over voor 1,28 miljard dollar Bending Spoons neemt Airtable over voor 1,28 miljard dollar in contanten. Met de acquisitie haalt de softwareontwikkelaar opnieuw een bekende technaam binnen. Bending Spoons is gevestigd in Milaan, Italië. Airtable, met hoofdkantoor in San Francisco, ontwikkelt software voor spreadsheets, databases en workflowbeheer. Het bedrijf bedient volgens eigen zeggen meer dan vijfhonderdduizend organisaties.   De overnameprijs ligt aanzienlijk lager dan de waardering van meer dan elf miljard dollar die Airtable tijdens de techhausse van 2021 bereikte. Volgens Bending Spoons genereerde Airtable in juni 2026 circa 480 miljoen dollar aan jaarlijkse terugkerende omzet, een stijging van ruim 20 procent ten opzichte van een jaar eerder. Bending Spoons, dat recent een beursnotering kreeg aan de Nasdaq, nam eerder onder andere AOL, Brightcove, Eventbrite, Evernote, Harvest, Komoot, Remini, StreamYard, Vimeo en WeTransfer over. Het bedrijf, onder leiding van Luca Ferrari, staat erom bekend overgenomen bedrijven te reorganiseren middels ontslagrondes en het verhogen van
ABN Amro: ict-sector herstelt zich fors
1 dag
De omzet in de Nederlandse ict-sector steeg in het eerste kwartaal van dit jaar met 5,8 procent na een zwak vierde kwartaal van 2025 (minus 2,9 procent). Deze forse ommekeer blijkt uit het ABN Amro-rappobrt Stand van Technologie, Media en Telecom (TMT).  Ook het optimisme is terug. Na een dip in april (-4,9) is het ondernemersvertrouwen in de TMT-sector de afgelopen maand hersteld met een positieve waarde van 5,2. Geopolitieke onzekerheid drukte tijdelijk het sentiment, maar het vertrouwen is inmiddels opnieuw positief. TMT presteert daarmee beter dan alle andere sectoren, waar het ondernemersvertrouwen nog negatief scoort. Het vertrouwen ligt ook boven het langjarig gemiddelde, maar nog onder de piekniveaus van vóór 2020.Sinds 2023 is de vacaturegraad in de TMT-sector geleidelijk afgenomen door normalisatie van de arbeidsmarkt na de sterke digitaliseringsgolf tijdens en direct na de coronapandemie. De opkomst van generatieve ai versterkt deze ontwikkeling: routinematige werkzaamheden worden efficiënter uitgevoerd, waardoor organisaties terughoudender zijn geworden met het aannemen van met name junior talent. Ondanks deze afkoeling blijft TMT een van de meest krappe sectoren van de Nederlandse economie. Herstel Sinds eind 2025 laat de ict-branche een duidelijk herstel zien. De bank baseert zich daarbij op CBS-cijfers over de ontwikkeling in de categorieën ‘IT Services & Software’; ‘ICT Hardware’ en ‘Telecom IT-services & software’. De vraag blijft breed: ai-toepassingen, cloud, data, cybersecurity en integratie in kernprocessen vragen om advies, implementatie en beheer. It-diensten en software staan in het teken van ai. Generatieve ai (gen-ai) verschuift dit jaar verder van experiment naar toepassing in de bedrijfsvoering. Organisaties bouwen nieuwe ai-rollen op en zoeken vaak externe implementatiepartners. Voor it-dienstverleners en softwarebedrijven betekent dit extra vraag, maar ook druk op het verdienmodel: klanten vragen vaker om resultaat-, consumptie- of op agenten gebaseerde prijsmodellen, aldus de onderzoekers van ABN Amro. Integratie Een andere trend, signaleert de bank, is dat ai-agenten steeds vaker worden geïntegreerd in saas-applicaties en bestaande software-landschappen. Daarmee verschuift de waarde van losse softwarelicenties naar procesautomatisering, datakwaliteit en veilige orkestratie van meerdere agents. De implementatie blijft complex. Architectuurkeuzes, operationele kennis en governance bepalen of ai-projecten schaalbaar worden. Dat vergroot de behoefte aan systeemintegratie, data- en cloudarchitectuur, cybersecurity, compliance en beheer. Bij ict-hardware zet het herstel door: van +4 procent in Q3 2025 naar +12 procent in het vierde kwartaal van 2025. Bedrijven haalden investeringen naar voren vanwege verwachte prijsstijgingen en het vervangen van hardware rond het einde van de Windows 10-ondersteuning. Hogere kosten voor geheugen, opslag en processors zetten marges onder druk en kunnen doorwerken in prijzen en beschikbaarheid, ook bij resellers, hosting en it-dienstverlening. Telecom Ai houdt de structurele vraag naar rekenkracht, opslag en netwerkcapaciteit hoog. Investeringen in datacenters, cloudcapaciteit en digitale infrastructuur blijven daardoor naar verwachting stevig, al maken energieverbruik en componentenkosten de businesscase uitdagender, aldus de bank. In de telecomsector versnelde de groei na een zwak 2025 licht naar +1,1 procent in het eerste kwartaal van 2026, mede door prijsverhogingen van grote aanbieders in oktober 2025. De sector blijft echter gekenmerkt door beperkte volumegroei, hoge investeringsdruk en stevige concurrentie. ABN Amro zoomt in haar publicatie Stand van TMT ook in op de impact van ai op de boekenbranche.
Rabobank investeert miljarden in it
1 dag
Rabobank steekt de komende drie jaar tot twee miljard euro in het versterken van de data- en it-infrastructuur, een betere klantbeleving en het opschalen van ai. Dat meldde de bank bij de presentatie van de van de halfjaarcijfers.  ‘Kunstmatige intelligentie, data en andere nieuwe technologieën veranderen de manier waarop klanten willen bankieren en het werk van onze medewerkers,’ aldus topman Stefaan Decraene bij de presentatie. Meer dan 27.000 medewerkers hebben inmiddels geavanceerde ai-trainingen gevolgd die verder gaan dan het verplichte programma. Rolgebaseerd leren is beschikbaar voor functies zoals engineers, product owners, data scientists en leidinggevenden.  Ambities Een op de drie medewerkers heeft een Copilot Work-licentie, terwijl 90 procent van alle medewerkers Copilot Chat gebruikt. Dit draagt bij aan productiviteitsverbeteringen en efficiëntere werkmethoden binnen de hele organisatie, beweert de bank. Zo vermindert de Summarizer de administratie en verbetert de tool de consistentie van gegevens, terwijl de CHRO Virtual Assistant gevalideerde hr-, it-, facilitaire en werkplekondersteuning biedt. Daardoor neemt selfservice toe van 51 procent naar 66 procent, terwijl er ongeveer 1.255 uur per kwartaal wordt bespaard, stelt de Rabobank. Gestandaardiseerde gen-ai managed services van de bank moeten de ai-adoptie bevorderen. Rabobank’s ‘responsible gen-ai services’ voegen privacy, beveiliging en kwaliteitscontroles toe gedurende de gehele ai-levenscyclus. Weerbaarder De investeringen zijn mede bedoeld om de bank digitaal weerbaarder te maken. Eerder dit jaar waarschuwde onder meer De Nederlandsche Bank (DNB) voor mogelijke ai-gedreven cyberaanvallen. DNB-president Olaf Sleijpen drong er bij banken op aan dat ze goed aan hun beveiliging werken. De Rabobank liet afgelopen juni ook weten een Agentic Hub te hebben opgericht. Het gaat om een initiatief dat de eigen engineeringteams helpt om ai-agents sneller, veiliger en effectiever toe te passen in softwareontwikkeling. In een interview met Computable zegt Rabobank‑cito Alexander Zwart de opkomst van agentic ai te zieen als een kantelpunt dat de dagelijkse praktijk van softwareontwikkeling ingrijpend verandert.
Zakendoen met samenwerkingsverbanden
1 dag
Digitale soevereiniteit is in korte tijd veranderd van een abstract begrip in een belangrijk punt op de agenda van cio’s en it-managers. Waar draaien onze kritieke applicaties? Wie kan juridisch of technisch bij onze data? Hoe snel kunnen we overstappen naar een andere leverancier als dat nodig is? Tegelijkertijd schieten initiatieven met nieuwe namen als paddenstoelen uit de grond: Euro-Office, Open Cloud Alliantie, Ecofed, Dosba, noem maar op. Hoewel deze organisatie nog nauwelijks bekend zijn, tonen ze aan dat digitale soevereiniteit verschuift van ambitie naar technische, organisatorische en commerciële werkelijkheid. Vier initiatieven nader bekeken. Euro-Office: soevereine, webgebaseerde werkplek Neem Euro-Office. Dat is geen nieuwe cloudprovider en ook geen los alternatief voor Microsoft 365. Euro-Office is een Europese opensource-officesuite voor documenten, spreadsheets en presentaties, ontwikkeld als soeverein alternatief voor Microsoft Office. Het initiatief werd eind maart gelanceerd door onder meer Ionos, Nextcloud, Eurostack, XWiki, OpenProject, Soverin, Abilian en Btactic. De techpreview is beschikbaar via GitHub. Een eerste stabiele versie wordt deze zomer verwacht. Voor Jos Poortvliet van Nextcloud wil benadrukken dat Euro-Office geen product is dat organisaties simpelweg als losse desktopsoftware installeren. ‘Euro-Office is bedoeld als webgebaseerde officecomponent die je integreert in een bredere digitale werkplek’, zegt hij. Denk aan bestandsdeling, wiki’s, projectmanagement en samenwerkingsomgevingen. Daarmee is Euro-Office vooral een bouwsteen voor een soevereine werkplek. Volgens Poortvliet is die nuance belangrijk. ‘Veel organisaties zoeken niet alleen een tekstverwerker of spreadsheet, maar hebben behoefte aan een geloofwaardig alternatief voor de volledige productiviteitslaag waarvan zij nu afhankelijk zijn.’ Daarbij telt niet alleen functionaliteit, maar ook governance. Wie bepaalt de koers van de software? Waar wordt de code beheerd? Wie kan bijdragen? En onder welk juridisch regime valt de ontwikkeling? Een communitygedreven opensource-oplossing als Euro-Office past volgens hem beter bij een soevereine werkplek dan een gesloten softwaremodel. Open Cloud Alliantie: federatieve cloudinfrastructuur Een andere rol speelt de Open Cloud Alliantie. Dit samenwerkingsverband van zeven Nederlandse cloudbedrijven, met gezamenlijk twintig in Nederland gevestigde datacenters, richt zich in eerste instantie op de publieke sector. Het idee is niet dat een gemeente, ministerie of uitvoeringsorganisatie rechtstreeks met de Open Cloud Alliantie zaken doet. Het model draait juist om raamovereenkomsten met een of meerdere aanbieders, die toegang geven tot een geharmoniseerd dienstenaanbod en – belangrijk – de mogelijkheid om workloads eenvoudig te verdelen of te verplaatsen. Ludo Baauw, ceo van Intermax Groep en een van de oprichters van de Open Cloud Alliantie, vat het zo samen: ‘Stel dat een middelgrote gemeente bedrijfskritische applicaties wil onderbrengen in een Nederlandse it-omgeving. Dan moet je voorkomen dat die organisatie opnieuw afhankelijk wordt van één partij. Dat regelen we binnen de Open Cloud Alliantie met dergelijke raamovereenkomsten.’ Zo’n overeenkomst geeft toegang tot een reeks geharmoniseerde diensten en een referentiearchitectuur. Een klant sluit zo’n contract overigens niet met de alliantie zelf, maar maakt met een of meerdere individuele leden afspraken over workloads, opslaglocaties en dataverwerking. Bij grote trajecten is hiervoor een aparte juridische entiteit in te richten. Het onderliggende doel blijft hetzelfde: klanten moeten eenvoudig kunnen kiezen welke services zij bij welke aanbieder afnemen, terwijl workloads altijd eenvoudig verplaatsbaar blijven. Baauw noemt de aanpak van de alliantie ‘vendor lock-out’. Daarmee bedoelt hij dat de architectuur waarop de leden van de alliantie hun diensten baseren zodanig is opgebouwd dat klanten niet vast komen te zitten in één technische of juridische omgeving. De alliantie werkt daarvoor met een referentiearchitectuur genaamd Orca. ‘Die beschrijft hoe je een omgeving zo opbouwt dat je op elk moment van de ene naar de andere aanbieder binnen de alliantie kunt overschakelen’, aldus Baauw. In Orca hebben onder meer afspraken als Haven+ een plaats gekregen. Belangrijk is dat het aanbod van de leden van de alliantie geharmoniseerd is. ‘Vendor lock-in ontstaat wanneer een aanbieder diensten ontwikkelt die andere partijen niet bieden en waarvan klanten vervolgens volledig afhankelijk worden. Dan wordt overstappen lastig. Daarom kijken we als alliantie ook naar de manier waarop cloudservices worden benoemd. Daarbij hebben we gekeken naar het werk van Gaia-X. Soms hebben services van hyperscalers totaal verschillende benamingen, terwijl ze hetzelfde doen. In andere gevallen lijken namen juist sterk op elkaar, terwijl de functionaliteit behoorlijk verschilt. Voor klanten kan dat verwarrend zijn. Door servicenamen te standaardiseren, willen we duidelijkheid creëren.’ De urgentie bij overheden om grip te krijgen op hun digitale infrastructuur is groot, maar de angst om opnieuw afhankelijk te worden van één leverancier is minstens zo groot. Daarom is de Open Cloud Alliantie zo’n interessante ontwikkeling: het biedt de publieke sector een serieus, soeverein alternatief zonder verlies van keuzevrijheid. Bestuurders kunnen daadwerkelijk schakelen tussen aanbieders binnen Nederlands recht. En is dat niet wat digitale soevereiniteit in de praktijk betekent? Baauw wil nog een misverstand wegnemen: hij hoort regelmatig dat Nederlandse cloudbedrijven te klein zouden zijn voor grote klanten zoals overheidsorganisaties. ‘Niets is minder waar’, stelt hij. ‘Via de Open Cloud Alliantie is een omvangrijke en complexe cloudomgeving in te richten. Vaak kunnen wij dat individueel ook, maar via de alliantie werkt het nog beter. En laten we niet vergeten: alleen al de zeven leden van de alliantie hebben samen een omzet van ruim 2,5 miljard euro per jaar. Dan ben je echt niet klein meer.’ Ecofed: federatieve cloudomgeving voor eenvoudig workloadbeheer Voor het verplaatsen van workloads tussen meerdere cloudbedrijven maakt de Open Cloud Alliantie gebruik van technologie die is ontwikkeld binnen Ecofed. Die naam staat voor European Cloud Services in an Open FEDerated ecosystem. Het project valt onder IPCEI-CIS, het Europese programma voor cloudinfrastructuur en -diensten. De Europese Commissie keurde dit programma eind 2023 goed. In totaal wordt 2,6 miljard euro geïnvesteerd in Europese cloudinfrastructuur, waarvan Nederland met drie projecten en zeventig miljoen euro deelneemt. Ecofed richt zich op cloudfederatie, open interfaces en opensource-tooling om overstappen tussen aanbieders eenvoudiger te maken. De officiële doelstelling van Ecofed is de ontwikkeling van een technisch framework voor een opener en geïntegreerd cloudmodel. Clouds van verschillende aanbieders moeten zich daarbij als één samenhangend systeem kunnen gedragen. Gebruikers moeten eenvoudiger kunnen wisselen tussen clouds, terwijl data binnen de Europese Unie blijft. Alex Bik, cto van BIT en een van de deelnemers aan Ecofed, is enthousiast over het project, maar plaatst het wel graag in perspectief. ‘Als je vandaag van een hyperscaler naar een Nederlandse cloudprovider wilt migreren, heb je Ecofed eerlijk gezegd niet nodig. Dat kan nu namelijk ook al.’ Het probleem waar veel klanten van hyperscalers mee worstelen, zit volgens hem in de diensten die deze buitenlandse cloudbedrijven rond hun infrastructuur hebben gebouwd. Die services bestaan bij andere aanbieders vaak niet, en al helemaal niet in exact dezelfde vorm. ‘Daar zit de vendor lock-in. Niet in de virtuele machine of container, want die kun je eenvoudig verplaatsen. Het probleem zit in alle aanvullende diensten daaromheen.’ Ecofed is volgens Bik vooral interessant voor de volgende stap: een cloudomgeving waarin overstappen eenvoudiger, voorspelbaarder en minder ingrijpend wordt. Hij wijst erop dat de onderliggende technologie inmiddels succesvol is gedemonstreerd. ‘Het gaat erom dat workloads veel makkelijker van de ene naar de andere provider kunnen bewegen. Juist dat is nodig als je keuzevrijheid serieus neemt. Mede dankzij Ecofed is dat nu al goed mogelijk.’ Dosba bouwt coöperatie voor opensource-support Dan is er tenslotte nog Dutch Open Source Business Alliance, ofwel Dosba. Waar Euro-Office zich richt op de werkplek, de Open Cloud Alliantie op infrastructuur en Ecofed op federatieve cloudtechnologie, richt dit initiatief zich op opensource-bedrijven achter veel van deze oplossingen. Directeur Ronny Lam omschrijft de vereniging als ‘een spreekbuis voor en van opensource-gerelateerde bedrijven’. De vereniging telt 42 leden en groeit nog steeds. Het gaat om consultancybedrijven, ontwikkelaars, hosters en leveranciers die hun geld verdienen met opensource-technologie, bijvoorbeeld via implementatie, beheer, support of softwareontwikkeling. Ook Lam wil afrekenen met een hardnekkig misverstand: opensource betekent niet dat alles gratis is. ‘Ope source-software is op zich gratis, maar moet wel worden geïmplementeerd en onderhouden.’ Organisaties kunnen dat onderhoud zelf organiseren, maar kunnen ook support- en servicecontracten afsluiten met gespecialiseerde bedrijven. Daar zit ook de relevantie voor digitale soevereiniteit. Veel opensource-bedrijven zijn klein of middelgroot. Individueel zijn zij voor grote aanbestedingen soms lastig te contracteren. Daarom werkt Dosba aan samenwerkingsvormen, waaronder een coöperatie waarin meerdere bedrijven gezamenlijk implementatie, beheer en support kunnen leveren. Een coöperatie heeft als voordeel dat zij een eigen rechtspersoon is, contracten kan afsluiten en een herkenbare reputatie kan opbouwen. Lam verwacht dat rond de zomer een eerste coöperatie operationeel zal zijn. Volgens Lam draait het bij Dosba om organisatiekracht. ‘De mensen zijn er, de kennis is er, de bedrijven zijn er, we moeten het nu goed organiseren.’ Hij schat dat Nederland beschikt over circa 50.000 it-professionals met ruime ervaring in opensource-software. Ruim voldoende, volgens hem. De uitdaging ligt in het organiseren en bundelen van die kennis: zorgen dat inkopers, cio’s en it-managers niet met tientallen individuele specialisten hoeven te praten, maar met een herkenbare partij die verantwoordelijkheid kan nemen, ook bij grotere cloud- en it-projecten. Nederlandse soevereine infrastructuur Zo ontstaat langzaam maar zeker een nieuw beeld van een soevereine infrastructuur. Euro-Office bouwt aan een soevereine werkplekomgeving. De Open Cloud Alliantie maakt Nederlandse cloudinfrastructuur contractueel en technisch bruikbaar voor de publieke sector. Ecofed ontwikkelt technologie voor federatie en eenvoudig overstappen, omdat organisaties niet willen overstappen van vendor lock-in bij Amerikaanse hyperscalers naar nieuwe afhankelijkheid van Nederlandse of Europese aanbieders. En Dosba organiseert de opensource-bedrijven die met hun kennis en diensten op het gebied van softwareontwikkeling, implementatie en support de technische basis hiervoor leveren en onderhouden. Voor cio’s en it-managers is de les misschien wel dat digitale soevereiniteit geen product is dat je eenvoudig kunt inkopen. Het is tegelijk een ontwerpprincipe, inkoopvraagstuk, architectuurkeuze en beheeropgave. En dat vereist kennis. Kennis die de afgelopen jaren binnen veel organisaties minder belangrijk werd gevonden, omdat cloud simpelweg werd ingekocht bij hyperscalers. Wie echter baas wil zijn over zijn eigen digitale infrastructuur, moet beschikken over de kennis en vaardigheden om die infrastructuur te ontwerpen, te bouwen, te beheren en te onderhouden. Met steeds dezelfde gedachte in het achterhoofd: nooit meer volledig afhankelijk worden van welke monopolist dan ook. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Nieuw Europees netwerk onderzoekt ai in de rechtbank
1 dag
Kunstmatige intelligentie (ai) wint terrein in de rechtspraak, wat tijd kan besparen maar ook risico’s met zich meebrengt. Dat stelt de onderzoeker Benedikt Schmitz van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Ter nader onderzoek heeft Schmitz daarom met twee Duitse collega’s de Europese Groep voor de Digitalisering van Justitie (EGDJ) opgericht. Hoewel ai nuttig is als technisch hulpmiddel, mag het volgens Benedikt Schmitz (RUG) nooit de plaats van de rechter innemen vanwege de noodzaak van menselijke controle. Ondanks dat de EU ai-systemen in de rechtspraak als hoog risico bestempelt, ziet hij advocaten en rechters in de praktijk al chatbots gebruiken. Ze doen dat om te brainstormen en zelfs om verzoekschriften of dagvaardingen te schrijven. Oprichting EGDJ Digitalisering van de rechtspraak vraagt ook in bredere zin veel aandacht. In geheel Europa voltrekt zich een digitale transformatie van rechtsstelsels. Daarom heeft de Groningse universitair docent samen met twee Duitse collega’s de Europese Groep voor de Digitalisering van Justitie (EGDJ) opgericht. De groep fungeert als een knooppunt voor rechtsgeleerden, praktijkjuristen en beleidsmakers om de uitdagingen en kansen van een door technologie gedreven juridisch landschap in alle juridische (procedurele) disciplines te bespreken. Doel is een netwerk op te zetten dat de gehele Europese Unie omvat. Gerechtelijke procedures, administratieve procedures en buitengerechtelijke geschillenbeslechting worden in toenemende mate beïnvloed door digitale communicatie en het gebruik van ai. Hoewel deze ontwikkelingen aanzienlijke mogelijkheden bieden op het gebied van efficiëntie, toegankelijkheid en transparantie binnen het rechtssysteem, roepen ze tegelijkertijd fundamentele vragen op over de rechtsstaat en procedurele rechtvaardigheid. Schmitz ziet ai als technische vernieuwing, niet als een revolutie die mensen straks overbodig maakt. ‘Maar ook als technische vernieuwing is er nog genoeg om voorzichtig mee te zijn.’ EU AI Act Afgelopen zondag 2 augustus is de volgende stap van de EU AI Act in werking getreden. Die verordening reguleert ai-systemen op basis van het risico dat ze vormen voor mensen en de samenleving. Schmitz: ‘De rechtspraak hoort tot de hoogste risicocategorieën. Het ‘Iura novit curia’-beginsel is essentieel: de rechter hoort het recht te kennen en moet erop letten dat de juiste regels worden toegepast. Blind vertrouwen op ai is dus gevaarlijk en iemand automatisch veroordelen, zonder tussenkomst van een mens, mag al helemaal niet.’ Ook advocaten mogen niet klakkeloos overnemen wat ai hen suggereert te doen. Onlangs berispte de tuchtrechter in Den Bosch een Limburgse advocate wegens juridisch broddelwerk als gevolg van verkeerd en ondoordacht ai-gebruik.
Kort: Keylane slaat Britse slag, Nutanix tuigt Benelux-organisatie op (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Keylane koopt 360Globalnet, Techniek Nederland vraagt om actie voor Right to Repair, Deel doet eerste security-overname, Uniserver sluit samenwerking met Veeam voor Entra ID-back-ups en Luc Costers verantwoordelijk voor Nutanix Benelux. Keylane neemt Britse leverancier van schadeplatform over Keylane lijft 360Globalnet in. Met de acquisitie breidt de Utrechtse leverancier van software voor verzekeraars en pensioendienstverleners zijn aanbod voor schadeverzekeraars uit met software voor digitale schadeafhandeling. Het Britse 360Globalnet, dat actief is in Europa, Azië-Australië en Noord-Amerika, levert het no-codeplatform SiteView, waarmee verzekeraars schadeprocessen kunnen digitaliseren, workflows automatiseren en digitale schaderapportages uitvoeren. Volgens Keylane kan SiteView naast bestaande kernverzekeringssystemen, zoals Axon, worden ingezet, waardoor verzekeraars delen van hun schadeafhandeling kunnen moderniseren zonder grote aanpassingen aan hun bestaande it-landschap. De bedrijfsnaam 360Globalnet wordt geleidelijk vervangen door Keylane, terwijl de productnaam SiteView behouden blijft. In augustus 2024 nam Pollen Street Keylane over van Waterland Private Equity. De van oorsprong Britse vermogensbeheerder die ook in Texas zit, wil van Keylane een pan-Europese marktleider maken. Techniek Nederland wil financiële prikkel voor recht op reparatie Techniek Nederland pleit voor extra steun om het Europese recht op reparatie succesvol te maken. De brancheorganisatie reageert daarmee op de Europese richtlijn Right to Repair, die vanaf 1 augustus door alle EU-lidstaten in nationale wetgeving moet zijn opgenomen. Het Nederlandse kabinet stuurde op 10 juli een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Naar verwachting treedt het recht op reparatie eind dit jaar in werking. Fabrikanten worden dan verplicht producten ook na de garantieperiode te repareren als dat technisch mogelijk is. Ook moeten zij onderdelen, gereedschappen en reparatie-informatie beschikbaar stellen. Volgens Techniek Nederland is aanvullende stimulering nodig, bijvoorbeeld via een reparatievoucher of belastingaftrek. De organisatie wijst erop dat Nederlanders jaarlijks 378 miljoen kilo elektronisch afval produceren. In het Nationaal Reparateursregister staan inmiddels bijna vierhonderd erkende reparatiebedrijven vermeld. Deel koopt specialist in identiteitsverificatie Clarity Deel uit San Francisco neemt Clarity over, een Israëlisch bedrijf dat software ontwikkelt voor identiteitsverificatie, deepfake-detectie en fraudepreventie. Met de overname breidt het hr- en payrollplatform zijn beveiligingsmogelijkheden uit voor de volledige werknemerscyclus. Deel neemt zowel de ai-technologie als het engineeringteam van Clarity over. De technologie wordt geïntegreerd in het platform van Deel. Daarmee wil het bedrijf onder meer identiteitscontroles van nieuwe medewerkers, apparaatuitgifte en toegangsbeheer samenbrengen in één proces via Deel IT. De deal heeft een waarde van 45-50 miljoen dollar en betekent de vijftiende acquisitie van Deel. Het is de eerste beveiligingsovername en moet klanten helpen wereldwijd medewerkers veilig aan te nemen, te onboarden en te beheren. Het Amerikaanse bedrijf schat in dat de omzet in de eerste helft van 2026 zo’n 1,5 miljard dollar bereikt. Dat biedt ruimte voor investeringen in ai en nieuwe overnames.   Veeam en Uniserver leveren backups voor Microsoft Entra ID Veeam Software heeft een samenwerking gesloten met Uniserver voor de levering van een beheerde back-updienst voor Microsoft Entra ID. De oplossing is per direct beschikbaar voor klanten van Uniserver. Uniserver, gevestigd in Almere, slaat de backup-data op in zijn Nederlandse cloudinfrastructuur. De dienst is gebaseerd op Veeam Backup for Microsoft Entra ID en richt zich op het beschermen en herstellen van identiteitsgegevens zoals gebruikers, groepen, rollen, app-registraties en configuraties. Volgens Veeam blijven identiteitsgegevens in veel organisaties buiten de back-upstrategie, terwijl organisaties zelf verantwoordelijk zijn voor herstel van deze gegevens. De oplossing biedt onder meer granulair herstel van specifieke objecten, ondersteuning voor meerdere omgevingen en opslag van data binnen Nederland. Met het gezamenlijke aanbod hoeven organisaties geen eigen back-upinfrastructuur voor Entra ID te beheren. De partijen richten zich daarmee op het herstel van toegang tot systemen na bijvoorbeeld configuratiefouten of cyberincidenten. Nutanix geeft Luc Costers de leiding over de Benelux-organisatie Nutanix heeft Luc Costers benoemd tot regional sales director Benelux. Daarmee is hij verantwoordelijk voor de activiteiten van de leverancier van cloud- en infrastructuursoftware in Nederland, België en Luxemburg. Sinds 2018 was hij verantwoordelijk voor de Belux-activiteiten. Nutanix, gevestigd in Hoofddorp, wil met de benoeming de samenwerking binnen de Benelux-regio versterken. Daarbij wil het bedrijf ervaringen uit verschillende markten samenbrengen. Volgens Nutanix behaalde Nederland de afgelopen jaren vooral resultaten in de publieke sector, terwijl België en Luxemburg referenties opbouwden in de private sector. Met de nieuwe organisatiestructuur kiest Nutanix voor een Benelux-brede aanpak, waarbij verkoop, technische ondersteuning en regionale samenwerking nauwer op elkaar worden afgestemd.
Hoe houd je ai-security onder controle?
2 dagen
Volg deze route op Cybersec Netherlands 2026 voor grip op aiOrganisaties bouwen ai in applicaties, gebruiken agents om taken uit te voeren en geven systemen steeds meer ruimte om zelfstandig beslissingen te nemen. Hoe houd je controle over systemen die steeds meer zelf kunnen doen? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands.De discussie over ai-security ging lang vooral over data en vertrouwelijke informatie. Maar ai-systemen krijgen inmiddels toegang tot bedrijfsinformatie, applicaties en workflows en kunnen steeds vaker zelfstandig acties uitvoeren. Daarmee worden ze niet alleen een hulpmiddel, maar een actor binnen de organisatie.Dat verandert de risicoverdeling. Een medewerker die een verkeerde prompt invoert, is één probleem. Een ai-agent die zelfstandig tientallen acties kan uitvoeren met de rechten van die medewerker, is van een andere orde. De centrale vraag voor securityverantwoordelijken wordt daarom steeds concreter, want weten we welke ai-systemen binnen onze organisatie actief zijn, wat ze mogen doen en wanneer iemand moet kunnen ingrijpen? Precies daar begint de route over Cybersec Netherlands 2026.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Stap 1: begrijp eerst hoe ai het risicolandschap verandertEen logische eerste stop is de keynote ‘Redefining risk in the age of ai: cybersecurity at a tipping point’ (10 september, 11.25 – 11.45 uur, Mainstage) van Mandy Andress, ciso van Elastic. Ai raakt inmiddels het hele securitymodel. Aanvallers kunnen ai gebruiken om sneller en op grotere schaal te opereren, terwijl ai-agents nieuwe risico’s voor organisaties introduceren. Als ai onderdeel wordt van processen en besluitvorming, moeten organisaties daarom opnieuw bepalen welke risico’s zij acceptabel vinden en hoeveel autonomie zij willen toestaan.Daar sluit KnowBe4 goed op aan (stand 11.E043). De organisatie kijkt niet alleen naar het menselijk risico, maar ook naar het risico van autonome ai-agents. Daarmee vervaagt het onderscheid tussen menselijk gedrag en technologisch risico. De eerste vraag is dan ook niet welke ai-oplossing je moet aanschaffen, maar welke rol ai binnen je organisatie mag krijgen.Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van de manier waarop ai het bestaande risicomodel verandert. Niet alleen ai als hulpmiddel, maar ook ai als nieuwe actor binnen de organisatie.Stap 2: ontdek wat er verandert als ai zelfstandig gaat handelenDe volgende stap is de sessie ‘Beyond automation: defending against autonomous threats’ (10 september, 10.15 – 10.45 uur, Masterclass theater 4) van Achuthan Ramesh, expert mobile device management en endpoint security bij ManageEngine. De titel raakt een fundamenteel verschil, want automatisering volgt vaste regels, terwijl een ai-systeem zelfstandig een situatie kan beoordelen en een volgende stap kan kiezen. Wat gebeurt er wanneer zo’n agent zelfstandig een ticket aanmaakt, een configuratie wijzigt, informatie verzamelt of een securitymaatregel uitvoert?ManageEngine is daarom een interessante halte op deze route (stand 11.D073). Het bedrijf ontwikkelt ai-agents die taken binnen it-management en security zelfstandig kunnen uitvoeren, waarbij juist ook observability en guardrails belangrijk worden. Dat maakt de ontwikkeling tastbaar, want dezelfde autonomie die organisaties efficiënter kan maken, moet ook beheersbaar blijven. Hoe meer autonomie een systeem krijgt, hoe belangrijker het wordt om vooraf grenzen te bepalen en achteraf te kunnen reconstrueren wat het heeft gedaan.Wat levert deze stop op?Een concreter beeld van het verschil tussen ai die ondersteunt en ai die handelt. En daarmee ook van de extra beveiligingsmaatregelen die nodig zijn zodra een agent niet alleen adviseert, maar zelf acties mag uitvoeren.Stap 3: wie is er eigenlijk ingelogd als een agent namens jou handelt?Daarmee komen we bij een van de lastigste vragen van agentic ai: identiteit. De sessie ‘The authentication abyss – with agentic ai authentication will never be the same’ (10 september, 14.00 – 14.30 uur, Tech Theatre 6) van Peter Rietveld, board member van de Dutch Cyber Warfare Community, pakt precies dat vraagstuk op. Als een ai-agent namens een medewerker inlogt, wordt de klassieke vraag ‘wie is de gebruiker?’ ineens een stuk minder eenvoudig. Het gaat niet meer alleen om de identiteit van de mens achter het account, maar ook om de identiteit van de software die namens die persoon handelt.Dat raakt rechtstreeks aan authenticatie, autorisatie en accountability. Welke rechten krijgt een agent? Hoe lang gelden die rechten? Mag een agent zelfstandig nieuwe rechten aanvragen? En hoe voorkom je dat een ai-systeem met een legitieme identiteit acties uitvoert die de organisatie nooit heeft bedoeld?Keypasco Europe past daarom goed in dit deel van de route (stand 11.C037). Authentication en identity vormen immers de basis waarop vertrouwen in digitale toegang wordt georganiseerd. De komst van ai-agents maakt die basis juist ingewikkelder. De interessante vraag is daarom niet alleen of een organisatie multi-factor authentication (mfa) gebruikt, maar ook of zij al heeft nagedacht over machine identities en de grenzen van hun bevoegdheden.Wat levert deze stop op?Een nieuwe kijk op identiteit en toegang. Want als ai namens medewerkers en organisaties gaat handelen, moet niet alleen duidelijk zijn wie toegang heeft, maar ook welke digitale actor die toegang daadwerkelijk gebruikt.Stap 4: bepaal wie de risico’s van ai eigenlijk bestuurtTechnologie kan veel oplossen, maar uiteindelijk blijft een organisatorische vraag over. Want wie bepaalt wat ai wel en niet mag doen? Dat is het punt waarop ai-security overgaat in governance. Zonder duidelijke verantwoordelijkheden ontstaat al snel een nieuwe schaduw-it. Medewerkers experimenteren met tools, afdelingen bouwen toepassingen en agents krijgen toegang tot systemen zonder dat security precies weet wat er gebeurt.RiskStudio is op deze route daarom een interessante halte (stand 11.B032). De organisatie brengt risico en governance bij elkaar en sluit daarmee aan op de vraag die achter alle technische ontwikkelingen ligt. Want welke risico’s zijn acceptabel, wie bepaalt dat en wanneer moet een menselijke beslissing het overnemen?Wat levert deze stop op?Een manier om ai-security te vertalen naar verantwoordelijkheid en besluitvorming. Wie mag ai inzetten, welke risico’s accepteert de organisatie en wie grijpt in als een agent buiten zijn opdracht treedt?Stap 5: bereid je voor op de aanvaller die dezelfde technologie gebruiktTot slot is er een ongemakkelijke realiteit, want aanvallers krijgen toegang tot dezelfde technologie. Daarmee kunnen zij kwetsbaarheden sneller zoeken, aanvallen aanpassen en informatie verzamelen. Het verschil tussen een menselijke aanvaller met ai en een autonome aanvalsketen wordt steeds kleiner. Daarmee komen we terug bij de vraag van Mandy Andress, want kan een securityorganisatie zich blijven verdedigen met dezelfde processen en aannames als ai het dreigingslandschap fundamenteel verandert?Rapid7 past goed in dit laatste deel van de route (stand 11.E033). De organisatie bevindt zich op het snijvlak van vulnerability management, detection, incident response en security operations. Daarmee brengt de beursvloer de ai-discussie terug naar de dagelijkse praktijk. Het gaat immers niet alleen om het beveiligen van ai, maar ook om een tegenstander die ai gebruikt om sneller en slimmer te opereren.Wat levert deze stop op?Een realistischer beeld van de andere kant van het ai-verhaal. Niet alleen het veilig inzetten van ai, maar ook hoe ai de manier verandert waarop aanvallers onze organisatie kunnen aanvallen.Bestuurbare technologieWie deze route volgt, ontdekt dat ai-security verder gaat dan het blokkeren van generatieve ai-tools. Het gaat om de combinatie van risico, autonomie, identiteit, governance en de dreiging van ai-gebruikende aanvallers.Ai-security is daarmee vooral een vraagstuk van controle. Niet: kunnen we ai tegenhouden? Wel: hoeveel ruimte geven we ai zonder de controle over data, identiteit, beslissingen en bedrijfsprocessen uit handen te geven? Dat vraagt om een combinatie van technologie, governance en securityoperatie. Cybersec Netherlands 2026 biedt de mogelijkheid om die puzzel vanuit verschillende kanten te bekijken.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Meta duldt nudify-ads van voor­aan­staan­de Chinese partner
2 dagen
Duizenden advertenties voor ‘nudify’-apps, software die vrouwen digitaal kan uitkleden of in pornografische video’s kan plaatsen, worden via Facebook en Instagram verspreid. Veel advertenties tonen expliciete beelden en schenden Meta’s eigen beleid.Onderzoek van de non-profitorganisatie Tech Transparency Project (TTP) onthult dat GatherOne, één van Meta’s vooraanstaande advertentiepartners in China, achter deze campagne zit. TTP identificeerde 210 Facebook-pagina’s onder GatherOne die gezamenlijk 30.800 advertenties runnen voor dergelijke apps. Sommige apps hadden reviews waarin gebruikers mogelijke kinderporno meldden.Terwijl Meta publiekelijk een ‘zero-tolerance-beleid’ voor nudify-apps claimt, laat het bedrijf GatherOne zonder gevolgen verder opereren, stelt TTP vast.Falende handhaving, Chinese belangenDit weerspiegelt Meta’s commerciële strategie in China. Hoewel Meta’s apps daar geblokkeerd zijn, verdient het bedrijf miljarden via Chinese adverteerders. Deze advertenties lopen via gespecialiseerde partners als GatherOne, die grote vrijheid krijgen en minder toezicht ondergaan dan adverteerders in andere landen.TTP vond dat 85 procent van de GatherOne-gerelateerde pagina’s advertenties hadden lopen die Meta later verwijderde vanuit haar beleid. Toch bleven veel accounts actief na deze verwijderingen.Het incident benadrukt evenwel het spanningsveld tussen ethiek en (big) business, aldus TTP: ‘Het lijkt er op te wijzen dat Meta de enorme Chinese advertentiemarkt wil blijven aanboren, ongeacht de gevolgen voor de gebruikers.’Kleren uittrekkenReuters meldde vorig jaar dat Meta jaarlijks ongeveer 3 miljard dollar verdient aan verboden content uit China, denk aan scams, illegaal gokken en pornografie. Meta gaf vorig jaar aan om ‘agressief’ op te treden tegen nudify-apps en spande rechtszaken aan tegen ontwikkelaars.Overigens zit de uitdaging niet enkel bij Meta, maar ook bij de app-aanbieders. ‘Apple en Google verbieden apps waarmee seksueel getinte afbeeldingen kunnen worden gemaakt’, zo haalt TTP aan. ‘Maar beide bedrijven bieden tientallen apps aan waarmee je mensen hun kleren kunt uittrekken.’
Minder verlies, wel aanhoudende omzetkrimp bij Atos
2 dagen
Nog steeds rode cijfers en opnieuw een daling van de omzet. Atos, waarbij twee jaar geleden het water aan de lippen stond, herstelt zich langzaam. De it-dienstverlener meldt over de eerste helft van dit jaar minder verlies dan een jaar eerder. Wel daalde de omzet opnieuw. Het nettoverlies bedroeg in de eerste zes maanden van 2026 504 miljoen euro, tegenover een verlies van 696 miljoen euro een jaar eerder. Dit resultaat werd met name beïnvloed door eenmalige posten in verband met een herfinanciering van de schuld. De groep realiseerde een omzet van 3,4 miljard euro en een operationele marge van 169 miljoen euro, vergeleken met respectievelijk vier miljard euro en 113 miljoen euro in de eerste helft van 2025. Zelf rept het concern in een ronkend persbericht over ‘sterke’ resultaten. Dat het met Atos de goede kant uitgaat, wordt met name gebaseerd op de verhouding tussen het orderboek en de omzet (book-to-bill). Maar die verbetering is vooral te danken aan een daling van de omzet, de teller in de breuk van de book-to-bill-ratio. Het is dus een optische verbetering; geen fundamentele ‘plus’. Desinvesteringen Voor een deel is de omzetdaling een bewuste keuze. In verschillende landen en regio’s werden activiteiten stopgezet, met name in Zuid-Amerika. Atos haalde ook een streep door verliesgevende contracten, wat de operationele marge ten goede kwam. Eind maart werd Bull (de Advanced Computing-activiteiten) definitief verkocht aan de Franse Staat. De transactie had een ondernemingswaarde van maximaal 404 miljoen euro, inclusief mogelijke aanvullende betalingen (‘earn-outs’; Atos kocht Bull zelf in 2014 voor circa €620 miljoen euro). Buiten de deal bleef het onderdeel zData, een aanbieder van big data-advies en -oplossingen (waardoor de dealwaarde werd aangepast van 410 naar 404 miljoen euro). Uiteindelijk leverde de desinvesteringen Atos 215 miljoen aan netto- kasopbrengsten op. Voor het hele jaar verwacht Atos nu een omzetdaling van circa 5 procent, na in april een daling van 1 tot 5 procent te hebben voorspeld. Topman Philippe Salle zei te streven naar een ‘stabiele omzet’. Maar tegelijk houdt hij een slag om de arm. ‘Precieze voorspellingen zijn in dit stadium moeilijk te maken,’ aldus Salle. Analisten voorspellen een lagere omzet dan een jaar geleden. Ook hun winstprognoses zijn er op zijn zachtst gezegd niet beter op geworden. Benelux en Noord-Europa In de Benelux en Noord-Europa daalde de omzet in de eerste helft van dit jaar naar 369 miljoen euro bij de huidige omvang (exclusief afgestoten bedrijfsonderdelen). Dat is een organische daling van -7,5 procent ten opzichte van de eerste helft van 2025. Deze afname op jaarbasis werd voornamelijk veroorzaakt door gecontroleerde beëindiging van contracten met een lage winstgevendheid en afbouw van activiteiten bij bestaande klanten. Overigens sleepte dochter Eviden in Nederland een belangrijk contract binnen, namelijk van het ministerie van Defensie voor cybersecurity en advies. Verder sleepte Atos een nieuwe vierjarige raamovereenkomst met de Nationale Politie binnen, met een potentiële waarde van maximaal veertig miljoen euro, voor digitale toepassingen. Het contract voor de levering van it-diensten aan de kerncentrale te Borssele werd verlengd. Eind juni kondigde Atos Nederland zijn 1.500 medewerkers wel een vrijwillige vertrekregeling aan.
Garbage In – Garbage Out – Garbage Lost
2 dagen
Deel 6: Het datadrama onder het mislukte ict-project bij UWV WERKbedrijf OPINIE – In de voorgaande artikelen zagen we dat het UWV en 8Vance al drie jaar lang niet lukt om een standaardsoftware-oplossing voor arbeidsmarktmatching werkend te krijgen. Maar komt dat door die software of door UWV? Een groot deel van het antwoord ligt in de kwaliteit van de UWV-data en hoe UWV die aan 8Vance levert. Dit artikel gaat vrijwel geheel over de belangrijkste bijdrage die UWV moet leveren om het 8Vance-pakket te laten werken: DATA, in het bijzonder cv-data van werkzoekenden. De UWV-gegevenshuishouding vóór 8Vance Zoals eerder besproken gebruikt UWV WERKbedrijf drie decennia-oude systemen om mensen aan banen te koppelen. Werk.nl is bedoeld voor de zelfredzame mensen: vaak, maar niet altijd, mensen met een WW-uitkering. Sonar en WBS zijn bedoeld voor degenen voor wie UWV WERKbedrijf echt is bedoeld: mensen die hulp van UWV nodig hebben. De systemen hebben hun eigen databases (Oracle). Het matchen van honderdduizenden werkzoekenden aan eveneens honderdduizenden vacatures is een uitdaging, ongeacht of je dat met klassieke logica doet of met ai. UWV gebruikt daarom vanouds een gespecialiseerd in-memory databaseproduct: ELISE van het Nederlandse bedrijf WCC. Hoog-over ziet de huidige situatie er zo uit: De gegevens van verschillende populaties, zelfredzamen en hulpbehoevenden, zitten in verschillende databases. Die populaties overlappen: wie wordt begeleid via Sonar kan zichzelf in Werk.nl opvoeren. Vacatures, vaak van het internet gescrapet, komen in beide omgevingen terecht. De omgevingen hebben hun eigen implementaties van het Elise-matchproduct: Elise-Sonar, Elise-WBS en Elise-Werk.nl. De drie Elises bevatten dus in-memory de gegevens die noodzakelijk zijn om mensen aan vacatures te koppelen. Natuurlijk gaat de synchronisatie tussen de permanente Oracle-data en de vluchtige Elise-data soms mis, maar een relatief eenvoudige reload vanuit de onderliggende database lost dat op. Deze systeemarchitectuur lijkt dubbelop, maar dat komt vooral door het hoge abstractieniveau van het plaatje. Van mensen met een beperking worden meer gegevens vastgelegd dan van zelfdoeners. Bij Werk.nl (en WBS) is matching en bemiddeling de kern van het systeem, waar het bij Sonar primair gaat om planning en uitvoering van begeleidingstaken. Zo gek is de huidige constructie dus niet. De aanbesteding: Het wordt tijdelijk (?) iets complexer Al vóór de aanbesteding, in 2021, besluit UWV dat de aan te schaffen bemiddelingssoftware die Elise moet vervangen vanuit één ‘Geconsolideerde Database’ moet worden bediend. Het opzetten en vullen van deze Arbeidsbemiddeling en Re-integratie (ABR)-database wordt een apart UWV-project, onderhands gegund aan het bedrijf Valcon. Het einddoel is dat de legacy-databases verdwijnen, maar onderweg daarheen wordt het datalandschap ’tijdelijk’ complexer. Vanuit de ABR-database wordt de database gevoed waarop de 8Vance-software werkt. En de matchresultaten van 8Vance gaan dan weer via de ABR-database, direct of via de legacy-databases, terug naar de gebruiker. Het bestaande abstracte plaatje gaat er nu als volgt uitzien: De werking van 8Vance, inclusief de onderliggende database, is voor UWV een zwart gat. De communicatie tussen de Geconsolideerde Database en 8Vance gaat via 8Vance-api’s, die weer zouden werken op een voor UWV bijgebouwde ‘voorzet-database’. UWV kiest voor een hoop extra (data)complexiteit en faalgevoelige kopie-datalogistiek, zonder dat daar een harde noodzaak voor is. Toezichthouder AcICT vraagt zich dat in haar rapport ook af: ‘Motiveer de functie en toegevoegde waarde van de geconsolideerde ABR-database in het geheel‘. Drie jaar geleden zou het antwoord zijn geweest dat de drie legacysystemen snel zouden worden vervangen, grotendeels door de software van 8Vance. Nu blijft het stil. En… hoe gaat het met die Geconsolideerde Database? Het project is afgerond. De ABR-database is, zoals dat heet, bestuurlijk opgeleverd. Dat betekent dat het niet wordt gebruikt. Omdat het systeem grotendeels overbodig is en vooral extra complexiteit oplevert, is dat geen ramp. Bewijzen dat 8Vance werkt kun je ook met drie losse instances doen, net als nu met Elise. Gaat 8Vance het doen, dan wordt de tijdelijke oplossing permanent en wordt de ABR-database het zoveelste mislukte bouwproject. Ondertussen is het natuurlijk de vraag waarom het in één database onderbrengen van data uit andere databases zo moeilijk en duur is. De officiële teller van de bouwkosten staat op zeven miljoen euro en wat er nu ligt (en dus niet werkt) is nog lang niet alles dat moet gaan werken. Datalogistiek bij UWV: Fire-and-Forget Op het eerste gezicht is het consolideren van de databases van Werk.nl en Sonar/WBS geen groot probleem. Elke persoon heeft een BSN en de gegevens die worden vastgelegd zijn grotendeels complementair. Toch ontspoort het project – hoe dan? De toezichthouder geeft een reden: ‘UWV heeft gekozen voor near real-time datasynchronisatie van BMS met informatie uit de bestaande systemen, via de ABR-database en een aantal koppelmodules. Deze informatieketen wordt gebouwd door een scrumteam van UWV en is nog steeds niet af. Eenvoudiger alternatieven, zoals informatie alleen via een batchproces inlezen, zijn niet gekozen.‘ Elke UWV-veteraan herkent dit. UWV zal nooit een koppeling doen via zoiets simpels als een SQL-statement dat elke paar seconden wordt uitgevoerd op een geïndexeerd timestamp-veldje. Welnee, er moet worden gewerkt met atomaire berichten. Dat gaat met het Fire-and-Forget-principe. Komt een bericht niet goed aan of gaat er iets fout bij de vastlegging, dan zijn de data ongemerkt verdwenen. Aan periodieke validaties tussen systemen doen ze bij UWV ook vanouds niet. Dit gaat bij UWV al 24 jaar fout. Het echte probleem met de Geconsolideerde Database: de brondata Zoals gezegd zitten de data van zelfredzame werkzoekenden in de database van Werk.nl. Deze worden ingevoerd en bijgehouden door de persoon zelf. De belangrijkste regels waaraan de gegevens moeten voldoen worden ook afgedwongen door de Werk.nl-database. Verder stuurt UWV regelmatig mailtjes waarin gebruikers moeten aanloggen op straffe van verwijdering van hun gegevens. Het resultaat is dat de kwaliteit van de Werk.nl-data puik is: consistent, volledig en actueel en voor het overgrote deel juist. Maar dan Sonar. Sonar is een verbouwd pakket (Siebel) en de onderliggende database is daardoor zeer permissief: een kaartenbak, populair gezegd. Dat hoeft nog geen ramp te zijn, mits het datamanagement op orde is. Dat is het bij UWV dus niet. De ongelukkige die de Sonar-data ziet wordt geconfronteerd met een hutspot van deels verouderde sets masterdata met een overlappende betekenis. De data zelf zijn nog erger. Voor sommige UWV-cliënten ontbreken de meest basale data of heeft een luie arbeidsdeskundige steeds op een Select/Deselect ALL button geklikt. De data van de niet-zelfredzamen, de mensen voor wie UWV WERKbedrijf er in de eerste plaats is, zijn veelal onvolledig, verouderd of onjuist en gewoonweg onbruikbaar om mee te matchen. De corrupte Sonar-kaartenbak in een nette database krijgen is een grote technische uitdaging. Kaartenbakdata vangen in restrictieve datastructuren is kansloos. De Geconsolideerde Database wordt zelf ook tot een kaartenbak, of niet alle informatie wordt overgezet. En de dataconversie wordt een stuk complexer, zeker als de data ook weer terug moeten naar de Sonar-database. Wat betekent dit voor 8Vance? Laten we aannemen dat 8Vance alles doet wat het UWV heeft beloofd. In dat geval wil je als 8Vance natuurlijk dat de software primair gaat werken met Werk.nl-data. In 2023 was dat inderdaad het plan. Door ‘gedoe’ binnen de UWV-organisatie is dat niet doorgegaan. Dat is doodjammer. Het bemiddelingsalgoritme dat UWV in Elise heeft gestopt is uitermate zwak en verbetering ervan vergt niet eens de hightech-ai die 8Vance beweert te hebben. UWV had goede sier kunnen maken met een systeem waarvan de burger zelf de werking had kunnen controleren. En vervanging van het intensief gebruikte Werk.nl door 8Vance zou ook hebben bewezen dat 8Vance acceptabele responsetijden zou opleveren. Niet iedereen bij UWV is daarvan overtuigd. Het is allemaal niet gebeurd. Na alle vertraging is er in februari van dit jaar een minipilot uitgevoerd op de brakke persoonsdata van WBS. De resultaten waren dramatisch (later meer hierover). Dat kan dus liggen aan de kwaliteit van de data waarmee de pilot is uitgevoerd. In dat geval zou zelfs briljante ai-software van 8Vance stapels verkeerde matches opleveren. Tegen gecorrumpeerde, verouderde of botweg onjuiste data is geen ai opgewassen. Een realistisch vervolgscenario Recente informatie vanuit UWV suggereert dat UWV het heeft opgegeven om de bestaande bemiddelingssoftware (Elise) volledig uit te faseren. Dat kan betekenen dat UWV erkent dat het 8Vance-project nog vele jaren zal doorlopen. Maar het kan ook betekenen dat UWV met 8Vance doormoddert in de Sonar/WBS-hoek en weg blijft van Werk.nl. Politiek-tactisch zou dat slim zijn omdat alle processen zich binnen de UWV-muren afspelen en de interesse van politiek alleen uitgaat naar de WIA-hersteloperatie. Jammer voor hulpbehoevende werkzoekenden en belastingbetalers. 8Vance zelf komt er in dit scenario sowieso relatief goed uit. De forse geldstromen vanuit UWV lopen nog een aantal jaar door, terwijl UWV en 8Vance mooi weer blijven spelen. Als de 8Vance-software zo grensverleggend goed is als 8Vance beweert, dan is dit niet de beste uitkomst voor ze, maar het geld maakt dan veel goed. Maar ook bij UWV wordt na drie jaar getwijfeld of ze met 8Vance geen kat in de zak hebben gekocht. Hoe dan ook hoeft 8Vance vanwege de data-ellende die ik hier heb beschreven geen claims en rechtszaken met UWV te vrezen zolang UWV weg blijft van Werk.nl. Ik bied mij in dat geval graag als getuige-deskundige voor de verdediging van 8Vance aan. De Sonar-data zijn onbruikbaar. Serie en SubStack Dit is het zesde artikel van de serie die René Veldwijk is gestart over de ict bij het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen), in het bijzonder over een groot ict-project bij het UWV: de vervanging van drie probleemsystemen, waarmee de divisie WERKbedrijf mensen aan vacatures koppelt (Werk.nl, Sonar en WBS), door software van 8Vance (het project BMS – Bemiddelingsservice). Na drie jaar is het nog steeds niet gelukt om deze software-oplossing werkend te krijgen. De vijfde aflevering van deze serie is nog niet gepubliceerd na juridische bezwaren van 8Vance. Veldwijk gaat in op die bezwaren op zijn speciale blog op SubStack. Eerder verschenen in deze serie de afleveringen: 1) UWV is terug met een mega-ict-project 2) Het mega-ict-project van UWV Werkbedrijf 3) Het [nep?] mega-ict-project van UWV WERKbedrijf 4) Een nieuw, uniek ict-dieptepunt bij het UWV
Kort: FTTH Council Europe omgedoopt tot Fibre Council Europe, nation-state-aanvallers dol op gen-ai (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: FTTH Council Europe wordt Fibre Council Europe, grote hack in Liechtenstein, ai-inzet bij mkb vooralsnog operationeel, DEF CON 34 badge security-hoogstandje en Nation-state-aanvallers gebruiken generatieve ai steeds vaker.FTTH Council Europe gaat verder als Fibre Council EuropeDe brancheorganisatie FTTH Council Europe uit Brussel heeft haar naam gewijzigd in Fibre Council Europe. Volgens voorzitter Stefano Fogli weerspiegelt de nieuwe naam de bredere rol van glasvezel binnen de Europese digitale infrastructuur, naast traditionele glasvezelaansluitingen voor huishoudens (het oorsponkelijke FTTH: Fiber to the Home).Met de naamswijziging richt de organisatie zich voortaan op het volledige glasvezelecosysteem, waaronder vaste verbindingen, mobiele netwerken, datacenters en digitale diensten. Volgens directeur-generaal Vincent Garnier verandert er voor leden weinig. ‘Dit is een evolutie, geen afscheid. Alles wat leden en partners waarderen aan de Council blijft bestaan onder de nieuwe naam en met een bredere reikwijdte.’Ook het jaarlijkse evenement van de organisatie krijgt een nieuwe naam. De FTTH Conference gaat verder als Fibre Horizons. De volgende editie vindt op 17 en 18 maart plaats in Allianz MiCo in Milaan en brengt operators, leveranciers, investeerders en beleidsmakers uit de glasvezelsector samen.Hackers maken gegevens buiten van 31.000 rechtspersonen in LiechtensteinHackers hebben in de nacht van 29 op 30 juli ingebroken in het Liechtensteinse register van uiteindelijk belanghebbenden (een zogeheten UBO-register). Daarbij zijn gegevens van circa 31.000 bedrijven, stichtingen en trusts gekopieerd. Het register werd in april 2021 opgericht om witwassen en de financiering van terrorisme tegen te gaan. Het bevat gegevens over de personen die daadwerkelijk zeggenschap hebben over bedrijven, stichtingen en trusts die in het vorstendom geregistreerd zijn.  De aanval werd op 30 juli ontdekt nadat onregelmatigheden werden vastgesteld in het systeem. Uit voorzorg werd het getroffen platform direct offline gehaald. Volgens de eerste onderzoeksresultaten maar zijn er geen aanwijzingen dat informatie is gewijzigd of verwijderd. Een speciale crisisstaf onderzoekt het incident en informeert betrokken organisaties. Wie achter de aanval zit en wat er met de gestolen data gebeurt, is vooralsnog onbekend.Mkb gebruikt ai vaker, maar inzet blijft vooral operationeelHet midden- en kleinbedrijf gebruikt ai steeds vaker. Inmiddels zet 70 procent van de ondernemers de technologie in, tegen 33 procent een jaar eerder. Dat blijkt uit de MKB Barometer van softwareontwikkelaar Exact uit Delft, gebaseerd op onderzoek onder ruim 1.700 ondernemers.De toepassingen zijn vooral praktisch van aard. Zo gebruikt 56 procent ai voor het schrijven van teksten en het genereren van afbeeldingen. Slechts 36 procent zet de technologie in voor inzicht in bedrijfsprestaties. Ondanks de snelle opmars blijft er terughoudendheid. Bijna de helft van de ondernemers is huiverig en 48 procent vindt het spannend om medewerkers met bedrijfsdata in ai-systemen te laten werken. Toch noemt 41 procent investeren in ai een prioriteit.De bereidheid om te investeren verschilt per sector. In de accountancy geeft 61 procent van de ondernemers prioriteit aan ai-investeringen, gevolgd door zakelijke dienstverlening met 53 procent. In de bouw en horeca liggen die percentages met respectievelijk 27 en 31 procent aanzienlijk lager.Nederlandse security-inbreng voor jubileumbadge DEF CON 34Bezoekers van hackersconferentie DEF CON 34 in Las Vegas ontvangen dit jaar een elektronische badge die ook na afloop bruikbaar blijft als securitytoken en wachtwoordmanager.Het ontwerp kwam tot stand via een internationaal team van vier personen, van wie drie uit Nederland. De kernmodule is ontwikkeld door Andrew ‘bunnie’ Huang van Bunnie Studios, in hackerskringen vooral bekend van het reverse-engineeren van de originele Xbox. De module is gebaseerd op zijn nieuwste chipontwerp, de Baochip-1x, waarvan de broncode voor het besturingssysteem, de firmware, de processorkern, de cryptografische engines en het I/O systeem is gepubliceerd. Huang noemt het ‘waarschijnlijk ’s werelds eerste opensource-security token’ dat tot op transistorniveau geïnspecteerd kan worden.Het artwork is ontworpen door Cheeso, een Nederlandse studio voor cybersecuritymarketing en -design. Voor DEF CON, dat van 6 tot en met 9 augustus plaatsvindt in het Las Vegas Convention Center, worden 27.000 badges geproduceerd.TrendAI: nation-states zetten generatieve ai breder in bij cyberaanvallenNation-state-aanvallers gebruiken generatieve ai steeds vaker in meerdere fasen van cyberaanvallen. Dat stelt TrendAI, een businessunit van Trend Micro. Volgens de onderzoekers zetten aan China gelieerde groepen gen-ai in voor het verfijnen van exploits en het ontwikkelen van malware. Daarbij voerde een ai-agent zelfstandig verkenningen en laterale bewegingen uit binnen een doelnetwerk.Noord-Koreaanse actoren integreerden commerciële ai-tools in hun operaties en gebruikten een besmet softwarepakket om ontwikkelaars te bereiken. Iraanse groepen maakten binnen enkele dagen gebruik van een nieuw ontdekte Ivanti-kwetsbaarheid en richtten zich daarnaast op via internet toegankelijke operationele technologie.TrendAI signaleert verder dat bekende en zero-day-kwetsbaarheden steeds sneller worden misbruikt, terwijl aanvallers hun command-and-control-infrastructuur vaker verbergen in cloudplatforms, developer tunnels, blockchains en paste-sites. Daarnaast groeit het gebruik van malware-as-a-service, waardoor het lastiger wordt om aanvallers te identificeren. Volgens het onderzoeksbureau verschuift ai daarmee van hulpmiddel naar actieve component binnen cyberoperaties.
Wat je moeten weten van de AI Act en de nieuwe transparantie-eisen
3 dagen
De Europese Commissie is op zondag 2 augustus 2026 begonnen met de handhaving van de regels van de EU AI-wet (AI Act) en de nieuwe transparantie-eisen. In de praktijk betekent dit dat er vanaf nu strenge, wettelijk afdwingbare regels gelden voor het gebruik en de herkenbaarheid van kunstmatige intelligentie binnen de EU. Ze zijn niet alleen geldig maar ook van kracht of anders gezegd ‘in werking’. Bedrijven en overheden kunnen vanaf deze datum officieel gecontroleerd en beboet worden als zij de regels overtreden. Organisaties die ai-systemen ontwikkelen, aanbieden of op de werkvloer gebruiken, dragen nu juridische verantwoordelijkheid. De deadline voor verplichtingen voor ai-systemen met een hoog risico is echter verschoven naar december 2027, zo werd begin mei bekend. In de tijdlijn voor de implementatie van de AI Act is 2 augustus een mijlpaal met het van toepassing worden van veel regels en de handhaving van eerder geldende regels. De meeste impact voor bedrijven komt van de nieuwe transparantie-regels. Die regels gelden voor elk bedrijf dat ai gebruikt, ook als het ai-systeem niet zelf is ontwikkeld. Onlangs publiceerde de Commissie de richtlijnen hiervoor. Stap voor stap De implementatie van de AI Act gaat stapsgewijs. Verwacht wordt dat de belangrijkste stappen over twee jaar helemaal zijn genomen. De AI Act wordt sinds augustus 2024 gefaseerd ingevoerd. Sinds februari 2025 zijn bepaalde ai-praktijken verboden zoals ‘social scoring’. Toen gingen ook verplichtingen gelden voor ai-geletterdheid van medewerkers. Een jaar geleden kwamen daar regels bij voor general-purpose ai-modellen, terwijl ook nationale ‘governance’ structuren van kracht werden. We zetten de belangrijkste zaken die bedrijven in de nieuwe fase van implementatie moeten weten, op een rijtje. Strikte plichten gelden momenteel al voor: • Risicobeheer: systemen met een algemeen doel (zoals grote taalmodellen) moeten voldoen aan strenge EU-eisen rondom auteursrecht en technische documentatie; • Ai-geletterdheid: werkgevers moeten ervoor zorgen dat hun personeel voldoende kennis heeft om veilig en begrijpelijk met ai-tools te werken; • Informatieplicht: bedrijven moeten hun systemen zo inrichten dat de verplichte meldingen en labels automatisch aan de eindgebruiker worden getoond. Kenbaar maken Bepaalde ai-systemen dienen gebruikers kenbaar te maken wanneer ze met ai interageren en wanneer content door ai is gegenereerd of bewerkt. Volgens de nieuwe regels moeten chatbots en andere interactieve ai-systemen gebruikers laten weten dat ze met ai te maken hebben en niet met een mens. Deepfakes (afbeeldingen, video’s of audio die zijn bewerkt of gegenereerd met behulp van ai) moeten worden gelabeld. Door ai gegenereerde of bewerkte content moet ook machineleesbare markeringen bevatten, zodat deze gemakkelijker kan worden gedetecteerd. Applicaties met een beperkt risico hoeven alleen aan de transparantie-regels te voldoen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) benadrukt dat burgers deze informatie uiterlijk moeten krijgen op het moment van eerste interactie met het ai-systeem of de ai-content. Sven Stevenson, directeur van de Directie Coördinatie Algoritmes (DCA) van de AP, zegt: ‘Chat je met de klantenservice of hoor je een stem namens de huisarts of gemeente antwoorden?  Dan moet duidelijk zijn dat je met een ai-chatbot praat. Of zie je een video waarin een politicus iets schokkends zegt? Is die met ai gemaakt of bewerkt, dan moet dat herkenbaar zijn. Heb je een perfecte match op een dating-app? Als je feitelijk met ai communiceert, moet dat ook duidelijk zijn. Zo kunnen mensen beter beoordelen wat zij zien of horen.’ Handhaving Naast de nieuwe transparantieregels zijn nu ook maatregelen toepasbaar die de innovatie moeten bevorderen. Een belangrijke stap is dat nu de handhaving van veel regels zijn beslag krijgt, zowel nationaal als op niveau van de EU. Die handhaving geldt voor: • general-purpose ai-modellen (GPAI); • strikt verboden ai-praktijken zoals schadelijke systemen; • de eerder genoemde transparantie-regels; • ai-geletterdheid. Alle aanbieders van GPAI-modellen (ook de minder geavanceerde) moeten bepaalde informatie documenteren en deze verstrekken aan bevoegde autoriteiten of downstream-aanbieders. Ze moeten ook een auteursrechtbeleid opstellen en een voldoende gedetailleerde samenvatting publiceren van de inhoud die is gebruikt om hun modellen te trainen. Hiervoor is een vrijwillige tool beschikbaar. Toezicht Het Europese AI Office houdt toezicht over aanbieders van de GPAI-modellen en systemen die zijn geïntegreerd in zeer grote online platforms of zeer grote online zoekmachines. Nationale autoriteiten controleren de andere ai-systemen. In Nederland houdt de AP (samen met andere specifieke markt-toezichthouders) toezicht op Nederlandse bedrijven en overheidsinstanties. Overtreding kan tot pittige boetes leiden. Bij ai met een hoog risico ligt het plafond op 15 miljoen euro of 3 procent van de jaaromzet wereldwijd. Verboden ai-praktijken kunnen tot 35 miljoen euro boete kosten of 7 procent van de totale omzet. Commentaren Veeam Volgens Tim Pfaelzer, general manager bij Veeam Software (data & ai trust), lijken op het eerste gezicht de transparantie-eisen op het gebied van ai-governance en operationele verantwoording eenvoudig te realiseren. In de praktijk blijken ze echter aanzienlijk complexer. ‘Veel organisaties zullen dat ondervinden zodra zij proberen hun ai-toepassingen in lijn te brengen met deze nieuwe eisen,’ zegt hij. ‘Het gaat namelijk niet om het simpelweg afvinken van een compliance-checklist, maar om het fundamenteel herzien van de volledige data-omgeving. Alleen zo kunnen organisaties de audit-trails, het governancebeleid en de solide basis creëren die nodig zijn om ai op schaal verantwoord in te zetten.’ Volgens Pfaelzer is die herziening van de data-omgeving nodig om daadwerkelijk inzicht te krijgen in waar data zich bevinden, hoe deze worden gebruikt en wie er toegang toe heeft. ‘Het proactief inrichten van transparantie, governance-kaders en strategieën voor weerbaarheid is daarbij essentieel. Zo wordt gewaarborgd dat de data waarop ai draait veilig, beheerd, beschikbaar en herstelbaar zijn. Uiteindelijk zijn ai-uitkomsten immers slechts zo betrouwbaar als de data waarop zij zijn gebaseerd.’ Bruegel Volgens Mario Mariniello, fellow bij de denktank Bruegel, is de AI Act opgezet als een traditionele ex-ante regulering ter bevordering van de veiligheid. Ai-systemen moeten vóór hun uitrol voldoen aan bepaalde vereisten. Probleem is echter dat ze in ongewisse omgevingen werken en acties ondernemen die bij de ontwikkeling van hun code niet te voorzien waren. Ai-systemen, met name die zijn gebaseerd op de eerder genoemde GPAI-modellen, zijn geen statische producten. Bij een onvoorziene of ongecontroleerde verandering in use cases kunnen systemen die als laag risico zijn gekwalificeerd, ineens in de categorie hoog risico vallen. Commvault Commvault (cyberbeveiliging) ziet dat de recente ai-incidenten bij Anthropic Claude en OpenAI het belang van de EU AI-wet benadrukken. De voorvallen laten zien hoe snel nieuwe technologie tot onverwachte veiligheids- en privacyrisico’s kan leiden. Honderden gebruikers ontdekten dat hun gedeelde chats met de chatbot Claude vindbaar waren via zoekmachines. OpenAI meldde dat een ai-agent niet alleen Hugging Face had gecompromitteerd, maar ook andere externe diensten. Het zijn recente voorbeelden van hoe ai beveiligingslekken kan creëren en gegevens in gevaar kan brengen. Volgens Commvault is het verstandig om nu te beoordelen welke verplichtingen uit de AI Act van toepassing zijn en of de bestaande governance daarop is ingericht. ‘Het beveiligingsmodel moet zich net zo snel moet ontwikkelen als de ai-toepassingen binnen de organisatie.’ De recente incidenten maken duidelijk dat organisaties niet langer kunnen uitgaan van de veronderstelling dat autonome ai-systemen altijd functioneren zoals bedoeld. De belangrijkste les is dat vertrouwen in ai nooit vanzelfsprekend mag zijn. Het moet voortdurend worden getoetst, aldus Commvault. HarfangLab Anouck Teiller, deputy ceo bij HarfangLab, ziet in de laatste update van de AI Act een belangrijke stap richting een betere balans tussen innovatie en veiligheid in Europa. ‘Nu ai steeds dieper wordt geïntegreerd in bedrijfsprocessen, is het niet langer voldoende om alleen te kijken naar wat een ai-systeem kan. Organisaties moeten ook kunnen uitleggen hoe ai wordt gebruikt, welke risico’s ermee gepaard gaan en waar menselijk toezicht plaatsvindt. Dat niveau van transparantie is essentieel om vertrouwen in ai op te bouwen.’ Volgens Teiller benadrukt de AI-wet dat organisaties niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor de inzet van ai, maar ook voor het zorgvuldig integreren van ai in bestaande processen en het transparant en verantwoord beheren van deze systemen. Uiteindelijk draait betrouwbare ai om sterke governance, inzicht in hoe ai-modellen worden gebruikt en blijvend menselijk toezicht. OutSystems Volgens Luis Blando, chief product & technology officer bij OutSystems, verschuift met de AI Act de aandacht van ai bouwen naar ai beheersen. ‘Toch ontbreekt bij bijna twee derde van de organisaties nog altijd een centrale aanpak voor ai-governance,’ zegt hij. Een belangrijke oorzaak is dat het voldoen aan governance-eisen net zo afhankelijk is van de onderliggende it-architectuur als van beleid. ‘Tegelijkertijd proberen veel organisaties ai-oplossingen te bouwen op legacy-systemen die nooit zijn ontworpen om de zichtbaarheid, traceerbaarheid en controleerbaarheid te bieden die de AI Act vraagt. Governance kan daarom niet achteraf als extra laag worden toegevoegd. Het moet vanaf het begin onderdeel zijn van de architectuur, zodat organisaties ai-systemen centraal kunnen beheren, monitoren en orkestreren, ook wanneer deze op grote schaal worden ingezet.’
Exposities over de invloed van gaming
3 dagen
Het Nemo Science Museum in Amsterdam laat in de tentoonstelling ‘Game On’ zien wat de invloed is van games op ons dagelijks leven. Op de expositie ‘Archive of Retro Computing’ van de Britse Kingston University staat vooral het retro-element centraal en de basis die gamingtechnologie legde voor carrières van latere softwareontwikkelaars en gameprogrammeurs. Nemo Science Museum In de tentoonstelling Game On laat Nemo Science Museum zien hoe games ons dagelijks leven mede vormgeven en welke rol ze spelen in wetenschap, kunst en sociale verbinding. ‘Videogames beïnvloeden hoe we onze vrije tijd besteden, hoe we elkaar ontmoeten, communiceren, samenwerken, onszelf uiten en met elkaar concurreren. Dankzij technologische ontwikkelingen worden videogames steeds slimmer, creatiever en veelzijdiger. Ze bieden nieuwe manieren van spelen én van leren’, stelt het museum. Bezoekers kunnen op de expositie games als kunstvorm ervaren en ontdekken hoe gamen bij kan dragen aan creativiteit en probleemoplossend vermogen. In de tentoonstelling wordt ook ingezoomd op het sociale aspect van gamen, hoe het mensen samenbrengt, maar ook de uitdagingen die gamen met zich meebrengt. En er wordt aandacht besteed aan hoe wetenschappers onderzoek doen naar de invloed van videogames, bijvoorbeeld op emoties, gedrag en zelfs pijnbeleving. En natuurlijk kan er ook worden gegamed: van Nintendo 1992 tot Playstation 5. Game On is nog te zien tot en met 26 oktober 2026. Werkplaats en woordenboekDe werkplaats in het museum staat ook in het teken van gaming. In samenwerking met Cinekid en Copotato is een workshop ontwikkeld waarin bezoekers zelf een level van een game kunnen bouwen. Ook is er een game te spelen die is ontwikkeld door studenten van de Hogeschool van Amsterdam en waarbij valt te ontdekken hoe zij de game hebben gemaakt. In de vitrines is meer te zien over beroepen in de game-industrie, in samenwerking met Guerrilla Games.In samenwerking met het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) heeft Nemo een digitaal gamewoordenboek ontwikkeld, in pdf-vorm gratis te downloaden via Nemo Kennislink. Op deze website staan daarnaast diverse achtergrondverhalen, waaronder over de geschiedenis van het Nederlandse gamen. Kingston University De Kingston University in Kingston upon Thames organiseert van 5 tot en met 11 augustus een tentoonstelling rond de geschiedenis van computers en videogames. Deze kortlopende expositie, Archive of Retro Computing (ARC), vormt de opmaat naar een permanente presentatie van retrocomputers en spelconsoles op de universiteitscampus.   Onder de tentoongestelde systemen bevinden zich onder meer de Sinclair Spectrum, Commodore 64, Acorn-computers, Atari-consoles, Nintendo 64 en Sega Mega Drive. Ook de Fairchild Channel F is aanwezig. Deze spelcomputer geldt als de eerste console die gebaseerd was op een microprocessor en gebruikmaakte van verwisselbare ROM-cartridges. De tentoonstelling biedt een overzicht van ruim veertig jaar computer- en gamegeschiedenis. Daarbij komt zowel de opkomst van thuiscomputers als de ontwikkeling van spelconsoles aan bod. Bezoekers kunnen klassieke titels spelen op de originele hardware, waaronder Sonic the Hedgehog, Super Mario Bros., Pac-Man, Tomb Raider, Space Invaders en Street Fighter. De expositie wordt georganiseerd door ARC@KU, een initiatief van Kingston University dat zich richt op het bewaren en toegankelijk maken van historische microcomputers en spelconsoles. Volgens cursusleider Computer Science Paul Neve speelden veel van de getoonde systemen een belangrijke rol bij de verspreiding van computertechnologie buiten laboratoria en bedrijfsomgevingen. Neve stelt dat deze computers en consoles ervoor zorgden dat technologie voor het eerst op grote schaal beschikbaar kwam voor huishoudens. Daardoor maakten veel jongeren kennis met programmeren en ontstond volgens hem de basis voor carrières van latere softwareontwikkelaars en gameprogrammeurs. Leeromgeving Na afloop van de tentoonstelling krijgt de collectie een vaste plek in gebouw Sopwith Building op de Penrhyn Road-campus van de universiteit. De permanente presentatie moet dienen als leeromgeving voor studenten, medewerkers en andere geïnteresseerden die meer willen weten over de ontwikkeling van computersystemen, programmeertechnieken en spelcomputers. De Kingston University organiseerde in dit kader al eerder tentoonstellingen.
Afpersing via technologische afhankelijkheid door de VS: is dat echt een risico?
5 dagen
OPINIE – Iedereen voelt intuïtief aan dat onze afhankelijkheid van Amerikaanse technologie een risico vormt. Maar is dat wel zo? Het The Hague Centre for Strategic Studies maakte een raamwerk om de risico’s van zogeheten chokepoints meetbaar te maken – waarbij een chokepoint staat omschreven als een economische afhankelijkheid die tegen een land is te activeren voor economische of politieke chantage. Hierdoor geïnspireerd stellen we drie vragen rond het activeren van chokepoints door de VS: kunnen ze het, willen ze het en doen ze het ook? Over de auteur: Marcel van Kooten studeerde internationale betrekkingen en is consultant informatiestrategie bij Highberg. Kunnen ze het? ★★★★★ Kunnen de VS levering van it door een leverancier stoppen? Het antwoord luidt: ja dat kan bijvoorbeeld op basis van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA). Per geval zal Nederland op het niveau van kritische infrastructuur en organisaties op het niveau van hun kritische bedrijfsprocessen moeten beoordelen hoe potentieel gevaarlijk een afhankelijkheid is, bijvoorbeeld omdat er geen alternatieven (meer) bestaan. Willen ze het? ★★★★★ Is er rivaliteit rond als kritisch beschouwde hulpbronnen? Wat is het beleid, nu en in de toekomst, van de VS in de relatie tot Nederland en de EU? Als het gaat om hulpbronnen, dan heeft Nederland in ieder geval tijdelijk een aparte positie in de toeleveringsketen van ai. Dit blijkt uit de deelname van Nederland aan het Pax Silica-initiatief. Vanuit EU-beleid is dat opvallend. Deelname aan het Amerikaanse Pax Silica heeft ongetwijfeld een rationeel verdedigbaar argument. Maar dat de VS voor dit deel van de AI-keten van Nederland afhankelijk zijn, leidt ongetwijfeld tot druk. Diverse Amerikaanse strategieën op verschillende niveaus wijzen op een streven naar technologische, economische en militaire dominantie: de National Security Strategy (NSS), het Pax Silica-initiatief, de executive order over ai (juli 2025), de militaire ai-strategie van 2026 en de Cyber Strategy van 2026. Conform de NSS steunen de VS eurosceptische (extreemrechtse) bewegingen ter ondermijning van de EU, in lijn met de politiek van Rusland, onder andere via desinformatie. Maar stel dat we de kwestie van haar deels ideologische lading ontdoen: wat zien we dan? Amerika wil zich kunnen richten op China, een beweging die al is ingezet onder het presidentschap van Obama. Daarbij horen níét een machtig, eensgezind en concurrerend Europa dat het Amerikaanse bedrijven lastig maakt als normerende supermacht, een conflict met Rusland en een conflict tussen Europa en Rusland. Daarbij horen wél een relatieve verzwakking van Europa, een ‘normalisering’ van de relatie met Rusland en inschikkelijkheid van Europa tegenover Rusland. Dat gaat ten koste van Europese soevereiniteit en opent de weg naar verdere Europese ondermijning door Rusland. Het gedrag van de VS ten opzichte van Oekraïne is in zekere zin een potentiële voorafschaduwing van wat voor heel Europa in het verschiet ligt. Afpersing, zoals bijvoorbeeld in de zaak Groenland met een beroep op de IEEPA. En het uitoefenen van druk voor concessies aan Rusland, zoals bijvoorbeeld al gebeurde bij onderhandelingen over steun aan Oekraïne. Dit laatste kan zeer problematisch worden als Rusland zijn imperialistische agenda ook tegen andere delen van de voormalige Sovjet-Unie gaat uitvoeren. Het belang van Amerikaanse technologiebedrijven is een factor op zich. Deze bedrijven hebben een eigenstandig belang om Europa te beïnvloeden op het vlak van marktregulering en normering. Zij zullen daarbij steun hebben van de Amerikaanse overheid, gelet op het gezamenlijke belang dat blijkt uit de eerder genoemde strategieën. Economische en politieke rivaliteit tussen de VS en de EU is verbonden aan Amerikaans beleid en staat voor het grootste deel los van wat Nederland of de EU doet. Het is ook niet verbonden aan de persoon Donald Trump. Kijkend naar de toekomst geldt dat hij niet de start maar het product van een ontwikkeling is. Beoogd opvolger J.D. Vance, de huidige vicepresident, loopt voorop in het willen afbreken van de EU. Daarbij geldt dat de vooruitzichten op een meer liberale democratische regering met een mogelijk mildere houding tegenover Europa op termijn niet gunstig lijken te zijn. Doen ze het? ★★★★☆ Hebben de VS een historie van interventies of het dreigen daarmee? Zijn de kosten van interventie hoog? De Amerikaanse insider Edward Fishman geeft inzicht in de grote variatie aan chokepoints die zijn en worden gebruikt. Een voorbeeld dicht bij de EU is chantage van Oekraïne om wapens van Amerikaanse bedrijven te mogen kopen in ruil voor het inleveren van grondstoffen. Een voorbeeld voor de EU als geheel is de inzet van handelstarieven, mede als poging om Europese digitale en groene regelgeving te dwarsbomen en politieke steun voor internationaal beleid af te dwingen. Een voorbeeld met betrokkenheid van Nederland betrof de dreiging met sancties in de kwestie-Groenland. Het blokkeren van het Microsoft-account van het ICC was een primeur voor het doen stoppen van leveringen door een bedrijf. Een illustratie van escalatie voor dit type sancties is het dreigen door de VS met opschorting van alle commerciële transacties met Spanje nadat dit land een beroep deed op het internationaal recht in de kwestie-Iran. Recent nog uitte de VS een ongespecificeerd dreigement na de weigering van NAVO-lidstaten militaire steun te verlenen in de oorlog tegen Iran: ‘als je ons niet helpt, zullen we dat onthouden. Denk daaraan, over een paar maanden. Mijn woorden hebben een betekenis, vergeet dat niet. We kunnen dit niet vergeten.’ Kosten van chantage kunnen hoog zijn als deze leidt tot represailles door de EU, maar kunnen bij een gerichte en beperkte actie wel degelijk laag blijven. In dat licht bezien is het categorisch blokkeren van levering door bijvoorbeeld Microsoft minder waarschijnlijk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het blokkeren van levering van btw-software aan de Belastingdienst, of het blokkeren van levering door Solvinity voor DigiD. Conclusie Chantage van de VS jegens Nederland en de EU is gemeengoed. Voor het stoppen van leveringen is er na de zaak van het ICC sprake van een zekere mate van escalatie door dreigementen. Het is aan bestuurders om in deze tijd van steeds verder oplopende internationale spanning invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid tegenover de samenleving, door bestaande chokepoints te verwijderen en geen nieuwe te creëren. Als de impact van een onderbroken levering groot is, geldt bij twijfel: niet inhalen. Marcel van Kooten studeerde internationale betrekkingen en is consultant informatiestrategie bij Highberg. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: Geen 5 maar 7 ai-gigafabrieken EU, tweede locatie HomeComputerMuseum (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: zeven ai-fabrieken EU, Oracle en Google Cloud breiden samenwerking uit, Simpel blijft grootste virtuele operator, halfjaarcijfers Cellnex en HomeComputerMuseum breidt uit. Brussel wil tot zeven ai-gigafabrieken financieren, Nederland doet niet mee De Europese Commissie wil geen vijf maar zeven ai-gigafabrieken laten bouwen. Achttien EU-lidstaten willen samen met Brussel de komende jaren tien miljard euro investeren, aangevuld met naar verwachting twintig miljard euro van private partijen. De eerste installaties moeten uiterlijk in 2028 operationeel zijn en beschikken over minimaal 75.000 ai-chips, aldus De Telegraaf. Nederland neemt niet deel aan het programma en komt daardoor niet in aanmerking voor Europese bijdragen die kunnen oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Volgens Brussel zijn gesprekken gevoerd met Den Haag en waren er geïnteresseerde private consortia. Het kabinet ziet investeringen in ai-gigafabrieken echter als een marktactiviteit, zoals het plan voor zo’n fabriek in de haven van Rotterdam, en stelt dat binnen de huidige begroting geen ruimte bestaat voor deelname. Wel werkt de EU samen met Nederland aan een reguliere ai-fabriek in Groningen. Oracle brengt Google Gemini naar Fusion en NetSuite Oracle en Google Cloud breiden hun samenwerking uit om Google Gemini-modellen te integreren in Oracle’s portfolio van bedrijfsapplicaties. De samenwerking bouwt voort op de bestaande toegang die gebruikers al hebben tot Gemini-modellen via Oracle Cloud Infrastructure (OCI) Enterprise AI. Het doel is Gemini-modellen beschikbaar te maken in Oracle AI Agent Studio voor Fusion Applications. Via dit uitgebreide ontwikkelplatform kunnen organisaties ai-automatisering en agent applicaties ontwikkelen, koppelen, uitvoeren en beheren met behulp van herbruikbare agents van Oracle, partners en externe partijen. Daarnaast gaat Oracle Gemini-modellen inzetten voor geïntegreerde AI-toepassingen binnen Oracle Fusion Applications en Oracle NetSuite. De keuze voor een model wordt daarbij afhankelijk van het beoogde gebruik en de prijs-prestatieverhouding Simpel blijft grootste virtuele operator (vo), maar levert marktaandeel in Simpel uit Diemen blijft de grootste virtuele mobiele operator van Nederland, maar zag zijn marktaandeel voor het derde kwartaal op rij dalen. Volgens onderzoek van marktonderzoeks- en persbureau Telecompaper zakte het aandeel van het Odido-merk naar 17,5 procent van alle vo-sims, tegen 18,1 procent een jaar eerder. Het aantal Simpel-klanten groeide wel naar 1,171 miljoen, maar minder snel dan de totale markt voor virtuele operators. Lebara behield met 15,6 procent zijn marktaandeel, terwijl Hollandsnieuwe licht groeide naar 11,5 procent en 29.000 klanten toevoegde. Lyca Mobile verloor marktaandeel ondanks groei in sim-only-abonnementen. Ben zag zijn aandeel eveneens dalen. Opvallend is de opmars van 50+ Mobiel uit Almere. De aanbieder vergrootte zijn marktaandeel van 3,6 naar 5,2 procent en groeide in zes maanden naar 350.000 klanten. Volgens Telecompaper was dat de sterkste stijging onder de virtuele operators. Cellnex groeit in Nederland mee met Europese vraag naar telecominfrastructuur Het Spaanse Cellnex heeft in de eerste helft van 2026 zijn omzet in Nederland zien uitkomen op 75 miljoen euro, goed voor circa 4 procent van de totale groepsomzet. De brutowinst (ebitda) bedroeg 66 miljoen euro. Het bedrijf beheert in Nederland meer dan 4.100 masten en 5.800 points of presence (PoP’s). Op Europees niveau zag Cellnex de omzet organisch met 5 procent groeien tot 1,994 miljard euro. De vrije kasstroom steeg van 19 miljoen naar 301 miljoen euro. Volgens het bedrijf blijft de vraag naar digitale infrastructuur toenemen door groeiend mobiel dataverkeer en verdere netwerkverdichting. Voor de komende jaren wijst het telco-concern erop dat Europa tussen 2026 en 2036 naar schatting 475 miljard euro moet investeren in mobiele netwerken voor onder meer 5G-uitrol en ai-gerelateerde infrastructuur. De onderneming verwacht dat gedeelde telecominfrastructuur daarbij een belangrijke rol blijft spelen. HomeComputerMuseum opent nieuwe locatie op 25 september De tweede locatie van het HomeComputerMuseum in Helmond gaat op 25 september feestelijk open. Het museum krijgt daarmee een grotere werkplaats voor vrijwilligers van de reparatiedienst en een winkel voor gereviseerde laptops, oude computerhardware, kabels en boeken. Het filiaal aan de Noord Koninginnewal 53-55 staat tegenover het museumpand. Oprichter Bart van den Akker zei eerder tegen techsite Tweakers dat het museum al lange tijd met ruimtegebrek kampte vanwege de verschillende activiteiten van de stichting. De nieuwe locatie wordt deels mogelijk gemaakt door Commodore. Het vernieuwde retromerk werd vorig jaar overgenomen door Perifractic. De winkel krijgt een aparte Commodore-hoek met ‘nieuwe Commodore-producten.
Is je organisatie écht klaar voor NIS2?
6 dagen
Vind antwoorden op deze route door Cybersec Netherlands 2026De Cyberbeveiligingswet (NIS2) treedt op 15 augustus 2026 in werking. Ruim 8.000 organisaties krijgen te maken met nieuwe verplichtingen, waaronder een registratieplicht, meldplicht en zorgplicht. Hoe breng je dat in praktijk? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je deze route volgt langs workshops en stands.Cybersecurity verschuift voor duizenden Nederlandse organisaties van ‘belangrijk onderwerp’ naar een formele verantwoordelijkheid. Die zorgplicht vraagt om passende maatregelen op basis van een risicoanalyse.Dat klinkt overzichtelijk, maar de praktijk is weerbarstiger. Want hoe kun je straks aantonen dat je beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk werken? Dat is een wezenlijk andere vraag dan ‘hebben we beleid?’ of ‘hebben we een ISO 27001-certificaat?’.Precies daar wordt Cybersec Netherlands 2026 interessant. Wie op 9 en/of 10 september naar Jaarbeurs Utrecht komt, kan de NIS2-discussie vertalen naar concrete actiepunten: van regelgeving en governance naar risicoanalyse, technische maatregelen, testen, monitoring en uiteindelijk aantoonbare weerbaarheid.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Van vinkje naar bewijsDe verleiding is groot om NIS2 te behandelen als een compliance-project. Beleidsdocumenten actualiseren, verantwoordelijkheden vastleggen, een risicoanalyse uitvoeren en vervolgens aantonen dat de organisatie aan de eisen voldoet. Maar cybersecurity werkt niet zo netjes.Het NCSC benadrukt zelf dat risicomanagement de basis vormt van de zorgplicht. Dat maakt de centrale vraag voor securityverantwoordelijken eigenlijk vrij simpel, want als de auditor, bestuurder of toezichthouder je morgen vraagt welke risico’s er onder controle zijn, welk bewijs leg je dan op tafel? Dat is ook de vraag waarmee je Cybersec Netherlands kunt bezoeken.Stap 1: begin bij het raamwerk, niet bij de toolDe eerste stop op deze route is daarom niet een security operations center (soc), firewall of vulnerability-scanner. Begin bij de manier waarop je organisatie risico’s organiseert.Een logische start is de sessie ‘Hoe helpt ISO/IEC 27001 bij NIS-compliance?’ (9 en 10 september,  10.15 – 10.45 uur, Masterclass theater 3). Hierin kijkt Rob Jansen, lead auditor Zakelijke Dienstverlening & ICT bij DNV Business Assurance, naar de relatie tussen de Cyberbeveiligingswet, risicobeoordeling, maatregelen, scope, ketenrisico’s en bedrijfscontinuïteit.ISO 27001 kan helpen om informatiebeveiliging systematisch te organiseren, maar certificering is geen bewijs dat een organisatie immuun is voor aanvallen. Het gaat uiteindelijk om de vertaling van risico’s naar maatregelen en aantoonbare werking.Ook BSI Group The Netherlands past in dit eerste deel van de route (stand 11.E061). De organisatie richt zich op normen, certificering en assessment. Voor bezoekers die willen weten hoe je van ‘we doen aan security’ naar een aantoonbaar ingerichte aanpak komt, is dat een logische halte.Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van de governance-vraag achter NIS2: welke risico’s accepteer je, wie is daarvoor verantwoordelijk en hoe toon je aan dat je maatregelen niet alleen bestaan, maar daadwerkelijk onderdeel zijn van een werkend managementproces?Stap 2: ontdek waar je werkelijk kwetsbaar bentEen risicoanalyse heeft weinig waarde als het onderliggende beeld van de organisatie niet klopt. Welke assets zijn daadwerkelijk verbonden met internet? Welke systemen zijn vergeten? Welke accounts hebben nog toegang? Welke externe afhankelijkheden bestaan er? En wat gebeurt er als een leverancier uitvalt?De sessie ‘The breach gap: how attackers really get in’ (10 september, 13.30 – 13.50 uur, Mainstage) sluit daar goed op aan. Matt Hull, verantwoordelijk voor cyber intelligence en response bij NCC Group, stelt dat organisaties zich vaak voorbereiden op geavanceerde aanvallers, terwijl succesvolle inbraken veel vaker voortkomen uit bekende problemen zoals onbeheerde exposure, identity sprawl, verkeerde vertrouwensaannames, configuratiedrift en operationele blinde vlekken.Dat is misschien wel een van de interessantste NIS2-lessen van de beurs. Risicomanagement begint niet met de vraag welke dreiging morgen op je afkomt, maar met de vraag welke zwakke plekken je vandaag niet meer ziet. Daarom hoort Censys op deze route thuis (stand 11.D058). Internet-exposure en externe attack-surface visibility helpen organisaties om hun beeld van de buitenkant aan te scherpen: de praktische tegenhanger van de theoretische risicoanalyse.Wat levert deze stop op?Een inventarisatie van de plekken waar je NIS2-aanpak mogelijk op een verkeerde aanname rust. Niet wat volgens de administratie bestaat, maar wat een aanvaller daadwerkelijk kan zien en bereiken.Stap 3: kijk of je beveiliging het in de praktijk houdtDan komt het ongemakkelijke gedeelte. Je hebt je risico’s in kaart, je hebt maatregelen en processen. Maar werken ze ook? Dat is het onderwerp van de sessie ‘Your last pentest is already outdated: the case for continuous purple teaming’ (9 september, 14.45 – 15.15 uur, Masterclass theater 4) van Sander Maas, co-founder van Offensys. De gedachte is simpel: een eenmalige pentest laat zien wat er op het moment van testen werd gevonden. Maar infrastructuur, configuraties en detectieregels veranderen voortdurend.Offensys (stand 11.C023) richt zich daarom op geautomatiseerde en herhaalbare aanvalssimulaties waarmee securityteams continu kunnen controleren of hun verdediging nog doet wat zij denken dat die doet. Dat verschuift de discussie van ‘we hebben onze controls getest’ naar ‘we weten dat onze controls vandaag werken’. Voor organisaties met een soc is dat een wezenlijk verschil.Wat levert deze stop op?Een praktische manier om van compliance-bewijs naar operationeel bewijs te gaan: niet alleen documenteren dat maatregelen bestaan, maar regelmatig vaststellen of ze daadwerkelijk effect hebben.Stap 4: vergeet de omgeving die niet zomaar gepatcht kan wordenVoor organisaties met industriële processen komt daar nog een extra complicatie bij. In it kun je een kwetsbaar systeem relatief eenvoudig patchen of vervangen. In operationele technologie (ot) ligt dat vaak anders. Een plc, hmi of scada-component kan onderdeel zijn van een productieproces dat niet zomaar kan worden stilgelegd.De sessie ‘Ot-security: van inzicht naar aantoonbare risicoreductie’ (9 en 10 september, 11.00 – 11.30 uur, OT Security Dome 1) is daarom relevant voor iedereen die NIS2 niet alleen vanuit IT bekijkt. Stefan Barten, sales engineer bij Modelec Data-Industrie, behandelt onder meer asset-inzicht, continue monitoring, segmentatie, ids/ips en compenserende maatregelen wanneer patchen geen optie is.Ook Modelec Data-Industrie (stand 11.B078) hoort daarom op deze route thuis. De focus op secure OT-networking en netwerkzichtbaarheid sluit aan op de vraag hoe je kwetsbaarheden beheerst zonder de continuïteit van industriële processen uit het oog te verliezen.Wat levert deze stop op?Een beter beeld van hoe je aantoonbare risicoreductie organiseert in omgevingen waar patchen, vervangen of opnieuw opstarten niet altijd mogelijk is.Stap 5: maak toegang beheersbaarEr is nog een categorie risico die in vrijwel iedere NIS2-discussie terugkomt: identiteit. Wie heeft toegang tot welke systemen? Zijn die rechten nog noodzakelijk? En hoe houd je daar aantoonbaar grip op?De sessie ‘IAM & NIS2 – 5 steps to take control of user access within days’ (9 september, 14.45 – 15.15 uur, Masterclass theater 2) pakt precies dit vraagstuk aan. Jakob Festraets, head of delivery bij Elimity, laat zien hoe organisaties inzicht krijgen in wie toegang heeft tot wat en hoe zij toegangsrisico’s kunnen reduceren.Dat maakt Elimity (stand 11.C010) een logische halte op de beursvloer. De focus op identity governance en het beheersen van gebruikersrechten sluit direct aan op de vraag hoe je toegang niet alleen organiseert, maar ook aantoonbaar onder controle houdt.Wat levert deze stop op?Een concreter antwoord op een vraag die bestuurders steeds vaker zullen stellen: wie kan bij onze kritieke informatie en systemen, en weten we zeker dat die toegang terecht is?Bewijsbare veiligheidsketenWie deze route volgt, krijgt uiteindelijk geen checklist met ‘NIS2-tools’. De rode draad door Cybersec Netherlands 2026 is juist dat cyberweerbaarheid uit meerdere lagen bestaat. Je begint bij governance en risico, brengt vervolgens exposure en kwetsbaarheden in kaart en toetst of maatregelen daadwerkelijk werken. In ot moet dat bovendien zonder de operatie onnodig te verstoren, terwijl identiteit en toegang beheersbaar moeten blijven.Dat sluit aan op de manier waarop de Cyberbeveiligingswet is opgebouwd. De wet kent niet alleen een meldplicht, maar ook een zorgplicht waarbij organisaties passende maatregelen moeten nemen op basis van hun risico’s. Bij significante incidenten geldt bovendien een eerste waarschuwing die zo snel mogelijk en in ieder geval binnen 24 uur moet worden gedaan. Daarmee wordt de vraag uiteindelijk groter dan ‘zijn we NIS2-compliant?’ De betere vraag is: kunnen we aantonen dat onze organisatie bestand is tegen de risico’s die er werkelijk toe doen?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Ai krijgt sneller impact op arbeidsmarkt dan verwacht
6 dagen
Kunstmatige intelligentie transformeert de arbeidsmarkt sneller en fundamenteler dan organisaties verwachten. Ai neemt niet alleen werk over, maar verandert ook de menselijke vaardigheden die organisaties nodig hebben. In functies waarin ai een grote rol speelt, stijgt juist de vraag naar menselijk inzicht, creativiteit en oordeelsvorming. Dit blijkt uit de AI Jobs Barometer 2026 van accountants- en adviesorganisatie PwC. Wereldwijd ontstaat er volgens PwC, die het onderzoek baseert op een miljard meldingen van vacatures, een tweedeling in rollen, die de toekomst van werk op twee verschillende manieren vormgeeft: • Geprofessionaliseerde rollen: ai neemt routinetaken over. Hierdoor krijgen medewerkers meer ruimte voor expertise. Advocaten gebruiken ai bijvoorbeeld voor documentanalyse, zodat zij zich kunnen richten op complexe rechtszaken. Of personeelwervers, die laten ai cv’s screenen om zelf meer tijd te besteden aan contractonderhandelingen. • Gedemocratiseerde functies: ai neemt juist de complexe, specialistische taken over. De minder complexe taken blijven bij de mens liggen. Voorraadbeheerders laten het ingewikkelde voorraadbeheer over aan ai en richten zich nu vooral op de fysieke verplaatsing van goederen. Nederland De Nederlandse resultaten wijken af van de mondiale trends. Wereldwijd groeit het aantal vacatures het hardst binnen organisaties die veel met ai te maken hebben. In Nederland is dit niet het geval. Hier groeit de werkgelegenheid juist het snelst in sectoren die minder beïnvloed worden door ai. Opvallend is dat de loonpremie voor specifieke ai-vaardigheden achterblijft. Het aantal vacatures in Nederland waarin kennis van ai wordt gevraagd, is tussen 2022 en 2025 met ‘slechts’ vijfduizend toegenomen, wat bescheiden is ten opzichte van wat wereldwijd zichtbaar is. Het aandeel ai-gerelateerde vacatures is in dezelfde periode wel verder gestegen: van 1,5 procent in 2022 naar 2,1 procent in 2025. PwC vindt dat opvallend, omdat ai bij veel organisaties hoog op de agenda staat. De sector technologie, media en telecommunicatie (TMT) loopt wereldwijd voorop in ai-werving, waarbij bijna één op de acht nieuwe functies ai-gerelateerd is. Niet zo verwonderlijk want deze sector levert niet alleen ai-oplossingen maar loopt ook voor bij de toepassing ervan. In 2024 groeide het percentage vacatures waarin ai-kennis is vereist, met 47,8 procent. Vorig jaar versnelde de toename tot 82,7 procent. Medewerkers met ai-expertise verdienen in deze sector 84 procent meer dan collega’s in functies ‘zonder ai’.
De weg naar meer digitale autonomie
6 dagen
Dubbelgesprek: Jacco Brouwers (VNG) en Ruud Alaerds (DCC)Publieke organisaties en het bedrijfsleven streven naar meer platform- en leveranciersonafhankelijkheid. Het volgen van een hybride-cloudstrategie is een van de pijlers waarop dit is te realiseren.‘Voor de Nederlandse gemeenten doen we dat stap voor stap en in nauwe samenwerking met de marktpartijen’, aldus Jacco Brouwer, beleidscoördinator Cloud & Digitalisering bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Om eraan toe te voegen dat de partijen elkaar ‘keihard nodig hebben’. Hij vervolgt: ‘We zijn het verplicht aan de democratie en de maatschappij om digitalisering in het publieke domein zoveel mogelijk onafhankelijk te organiseren.’Gemeenten als Venlo, Haarlem en Nijmegen zijn drukdoende een hybride-cloudstrategie in de praktijk uit te voeren. Maar er zijn veel meer organisaties die hier al aan werken via de Havenstandaard (2021) van de VNG. Volgens hem gaat deze standaard over platform- en leveranciersonafhankelijke cloud en de inrichting daarvan. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is de Havenstandaard een van de vijf versnellers binnen de prioriteit Cloud. Haven is daarmee een overheidsbrede standaard aan het worden. Haven biedt de portabiliteit en de wendbaarheid die je nodig hebt om weg te kunnen bewegen van leveranciers als een situatie daarom vraagt. ‘Met Haven zijn we in staat om een volledige technische constellatie van bijvoorbeeld Microsoft Azure binnen een uur te verplaatsen naar een Nederlandse of Europese aanbieder’, aldus Brouwer.Alle sectorenRuud Alaerds, managing director van de Dutch Cloud Community (DCC), ziet drie redenen waarom organisaties overstappen op een hybride-cloudstrategie. Dit speelt volgens hem in alle sectoren, groot en klein, maar kritische sectoren zoals overheid, gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur lopen enigszins voorop. Ze zijn op zoek naar cloud-, hosting- of softwarediensten die wél onder Europees recht vallen, privacy respecteren én bijdragen aan de Nederlandse economie.Alaerds stelt dat er veel onrust is over de mogelijkheid dat de Amerikaanse overheid data kan opeisen bij cloud-aanbieders die hun hoofdkantoor in de VS hebben of zelfs een bepaalde dienst kan stopzetten. Een tweede overweging die daarmee samenhangt, is de zorg om de continuïteit van de dienstverlening. En ten derde: spreid je risico. ‘Dus niet al je eitjes in één mand leggen bij grote, allesvermogende leveranciers’, aldus Alaerds.VNG en de DCC hebben regelmatig contact. ‘DCC heeft her en der nog wel wat zendingswerk te verrichten’, zegt Brouwer. Hij doelt op het algemene onderbuikgevoel dat Nederlandse (of Europese) cloud-aanbieders niet zouden kunnen voldoen aan de verwachtingen.De DCC heeft de website digitale-autonomie.nl in het leven geroepen. Alaerds: ‘Daar presenteren wij de Nederlandse alternatieven op het gebied van infrastructurele diensten, security, platform, storage en compute. Maar het is een versnipperd landschap. Je wilt natuurlijk het liefst met één loket te maken hebben, ook als je een hybride platform gebruikt. Daar speelt de Open Cloud Alliantie op in, een Nederlandse coalitie van cloud- en it-bedrijven die samen een soeverein, open en Nederlands cloud-alternatief aanbieden voor overheid en vitale sectoren. De alliantie wil de afhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers verminderen en een veilig, Europees juridisch geborgd cloudecosysteem bieden. Veel van onze leden zitten in die alliantie.’Helpende handBij het maken van de risicoanalyse kunnen it-dienstverleners als Accenture, Capgemini en EY, maar ook éénpitters, de helpende hand bieden. Zowel Brouwer als Alaerds stellen dat je ervoor moet waken dat je niet doorschiet.‘Je hoeft niet alles in een soevereine cloud te zetten’, zegt Alaerds. ‘Dan schiet je door. Niet alle data hoeven de hoogste mate van bescherming te hebben, want daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan. Zo ga je ook niet meer alles on-premises plaatsen; dat is inefficiënt. Wij zullen ook nooit zeggen: iedereen moet van de Amerikaanse hyperscalers af. Waar je in elk geval op moet letten, is of de gekozen oplossing past binnen de Nederlandse wet- en regelgeving.’Het vergroten van digitale autonomie vergt altijd een initiële investering voordat de voordelen zichtbaar worden. Het is wat dit betreft goed te vergelijken met de aankoop van een nieuwbouwwoning: je betaalt een periode dubbele hypotheek. Brouwer komt met een voorbeeld: gemeenten hebben gemiddeld vier- tot vijfhonderd applicaties in gebruik — met uitschieters naar boven — waarvan zeventig procent als saas door de markt wordt geleverd. Een van de stappen die gemeenten zetten in het vergroten van hun digitale autonomie is het stellen van de eis dat verwerking en opslag van gevoelige gegevens uit bedrijfskritische saas-systemen voortaan uitsluitend plaatsvinden op platformen waarvan de statutaire zetel onder Nederlands of Europees recht valt.Brouwer: ‘Uit onze gesprekken met de markt is gebleken dat saas-aanbieders absoluut bereid zijn om deze ambitie gezamenlijk te realiseren, met kostenstructuren die over tijd en bij voldoende volume minimaal competitief — of zelfs goedkoper — zullen zijn dan wat we vandaag gewend zijn.’VerantwoordUit de gesprekken met de markt blijkt ook dat de kernwaarden van maatschappelijk verantwoord digitaliseren worden omarmd, maar dat marktpartijen twee belangrijke aandachtspunten zien. Ten eerste worstelen zij zelf met een diepgewortelde afhankelijkheid van Big Tech -hun medewerkers zijn jarenlang opgeleid en gevormd op die platformen, en een omslag naar NL/EU-aanbod is voor hen ook een meerjaren-aanpak. Ten tweede vragen zij de overheid om consistentie: een soevereiniteitsagenda die morgen minder urgent wordt bij een andere politieke wind ondermijnt het vertrouwen en maakt langetermijninvesteringen voor de markt onmogelijk.Brouwer: ‘De VNG laat daarover geen misverstand bestaan: de verplichting om digitalisering in het publieke domein altijd onafhankelijk te organiseren, staat los van geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Wat beide kanten van de tafel verbindt, is de overtuiging dat de transitie naar meer digitale autonomie alleen slaagt als markt en overheid die weg samen bewandelen, waarbij het maatschappelijk belang leidend is en een gezond verdienmodel randvoorwaardelijk.’De HavenstandaardDe Havenstandaard is een open standaard voor platform- en leveranciersonafhankelijke cloudhosting. Ze is door de VNG in 2022 officieel verklaard volgens het pas-toe-of-leg-uitprincipe. De standaard is gebaseerd op Kubernetes en het portfolio van de Cloud Native Computing Foundation (CNCF), waarmee applicaties op elke type infrastructuur kunnen draaien. Een applicatie die op één Haven-omgeving werkt, werkt op alle Haven-omgevingen, ongeacht het onderliggende platform. Dit doorbreekt vendor lock-in en geeft gemeenten keuzevrijheid. Haven is opensource en vrij te gebruiken. Strategie van HaarlemDe gemeente Haarlem kiest in zijn nota ‘Cloudvisie’ bewust voor een hybride-cloudstrategie, omdat niet alle gemeentelijke data en processen verantwoord in de publieke cloud kunnen landen. Waar publieke-cloudoplossingen schaalbaarheid, flexibiliteit en moderne functionaliteit bieden, ziet Haarlem ook grenzen: gevoelige gegevens, wettelijke verplichtingen en publieke waarden zoals autonomie, privacy en continuïteit vragen om meer controle dan grote commerciële cloudplatformen standaard kunnen garanderen. Daarom combineert Haarlem publieke-clouddiensten met private cloud en on-premise voorzieningen. Via een afwegingskader bepaalt de gemeente per applicatie waar deze het beste kan landen, zodat technologische voordelen worden benut zonder de zeggenschap over data of de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) te compromitteren. De hybride strategie is daarmee geen tussenfase, maar een structurele keuze om digitale modernisering te verbinden met bestuurlijke verantwoordelijkheid.Verschillen tussen gemeenten Amsterdam:– Publieke cloud tenzij…– Innovatie, schaalbaarheid, kostenbeheersingRotterdam:– Hybride cloud als norm– Risicobeheersing, continuïteit, BIO-complianceEindhoven:– Cloud first, maar met strikte dataclassificatie– Regionale samenwerking, efficiëntie, dataveiligheidHaarlem:– Hybride cloud uit noodzaak– Publieke waarden, datasoevereiniteit, vendor lock-in vermijdenStappenplanControleer de bestaande contracten met saas-leveranciers en cloud-aanbieders;Gebruik het moment dat een contract afloopt om na te gaan of de data in een applicatie kritisch is of niet. Deze risicoanalyse is bepalend voor de plaats waar de gegevens het beste kunnen worden opgeslagen (on-prem, private of public cloud);Gebruik Haven voor het beheer van (gecontaineriseerde) applicaties. Benut de Haven Compliance Checker om na te gaan of de cloud-inrichting voldoet aan de Havenstandaard. Is dat het geval, dan is het mogelijk om een cluster te verplaatsen tussen verschillende aanbieders;Maak gebruik van de Haven+-referentie-implementatie. Haven+ organiseert ook alle benodigde services om software te deployen en te onderhouden, is cloud-agnostisch en gebaseerd op het CNCF-landscape. Zo is het mogelijk een compleet cluster met data en/of applicaties te verplaatsen;Bekijk de website van de DCC om alternatieven te kiezen.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Advocate berispt na juridisch geknoei met ai
6 dagen
De Raad van Discipline in ‘s-Hertogenbosch heeft een Limburgse advocate berispt wegens juridisch broddelwerk als gevolg van verkeerd en ondoordacht ai-gebruik. De advocate nam een jaar geleden in twee huurzaken klakkeloos over wat een ai-tool oplepelde. De advocate die geen enkele ervaring op gebied van huurrecht had, vertrouwde blindelings op ai, zonder ook maar iets te checken. Ze beschouwde ai als een soort zoekmachine en was niet bedacht op het risico dat ai-tools zelf niet bestaande rechtspraak of anderszins onjuiste informatie genereren. De advocate verzuimde de verwijzingen op juistheid te controleren of de uitspraken ook maar te lezen. Ook liet ze allerlei andere steken vallen, zoals het door elkaar haspelen van de nummers waarnaar de aangehaalde uitspraken verwijzen. De tuchtrechter vindt haar handelen uiterst onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. De vrouw weigert te vertellen welke ai-tools zij bij het vervaardigen van de processtukken precies heeft gebruikt. Ze noemt alleen een juridische ai-tool die een maand lang gratis op proef beschikbaar was. Behalve dat het gebruik van ai tot knoeiwerk leidde, vindt de Raad het ook kwalijk dat de vrouw niet bij de zittingen voor beide zaken verscheen. De Raad voert als verzachtende omstandigheid aan dat ai-geletterdheid een jaar geleden nog geen gemeengoed was.
Microsoft eindigt record boekjaar met groeispurt
6 dagen
Microsoft heeft een record boekjaar 2025/2026 achter de rug. De jaaromzet liep 18 procent op tot meer dan 331 miljard dollar. Microsoft Cloud overschreed de 214 miljard dollar, een stijging van 27 procent. En Azure passeerde de honderd miljard dollar, een stijging van 41 procent. Het vierde kwartaal dat liep tot afgelopen eind juni verliep boven verwachting. Microsoft-topman Satya Nadella spreekt van een zeer sterke afsluiting van het record-boekjaar. De kwartaalomzet steeg met 18 procent tot negentig miljard dollar. De nettowinst klom met 31 procent tot 35,8 miljard dollar. De inkomsten uit ai versnellen zich. Copilot heeft nu dertig miljoen betalende abonnees. Dat is inclusief Office-pakketten waar ai als extra in zit. Datacenters Microsoft voegde 31 nieuwe datacenters toe op vijf continenten, waarmee het totaal dit jaar op 88 komt. Het bedrijf blijft nieuwe datacenters bouwen met het oog op de toenemende ai-vraag. ‘We liggen op koers om onze totale capaciteit in slechts twee jaar ongeveer te verdubbelen,’ aldus Nadella. Microsoft haalt ook meer uit de bestaande infrastructuur door te optimaliseren over silicium, systemen en software. Zo is bijvoorbeeld de doorvoer voor Copilot-workloads met vier keer verhoogd sinds het begin van het jaar. Het it-concern claimt de breedste model-catalogus in de cloud, met meer dan 11.000 modellen. Sinds het begin van het jaar vervijfvoudigde het aantal klanten dat bouwt met modellen van meerdere aanbieders. Azure groeide het afgelopen kwartaal met 43 procent. De klantvraag is zelfs groter dan de beschikbare capaciteit. Nadella noemde TomTom als klant die de ai-workloads via de datacenters van Microsoft laat lopen.
Kort: Kendis naar Futureproof Group, Raad van State fluit AP terug (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Futureproof Group neemt Kendis over, wereldwijde durfkapitaalinvesteringen op recordkoers, Jelmer Schreuder manager public affairs bij DCC, Therabody voert Oracle NetSuite in en geen AP-boete voor Enschede.Kendis sluit zich aan bij Futureproof GroupKendis, een managed-serviceprovider uit Hardenberg, is onderdeel geworden van de Futureproof Group. Door de aansluiting krijgt het bedrijf toegang tot de kennis, expertise en capaciteit van deze groep. Kendis levert diensten op het gebied van werkplekbeheer, cloudoplossingen, connectiviteit en security voor het mkb. Volgens algemeen directeur Martin Drenth biedt de samenwerking meer mogelijkheden om de dienstverlening verder uit te bouwen en in te spelen op ontwikkelingen zoals ai.Met de komst van Kendis vergroot Futureproof Group zijn aanwezigheid in Overijssel. Eerder traden ook Selles en NiceCloud uit de provincie toe tot de groep. Samen vormen zij een regionale organisatie van circa veertig it-professionals die bedrijven ondersteunen bij digitale vraagstukken.Wereldwijde durfkapitaalmarkt stevent af op recordjaarWereldwijd werd in het tweede kwartaal van 2026 voor 227,4 miljard dollar aan durfkapitaal (vc = venture capital) geïnvesteerd, verdeeld over 8.440 deals. Daarmee was het volgens adviesbureau KPMG het op één na sterkste kwartaal ooit (alleen overtroffen door een recordbedrag in 2021). Met ruim 560 miljard dollar aan investeringen in de eerste helft van het jaar ligt 2026 op koers voor het hoogste niveau in vijf jaar.De Verenigde Staten waren goed voor 144,9 miljard dollar aan investeringen, terwijl Azië uitkwam op 50,8 miljard dollar, het hoogste niveau in achttien kwartalen. Europa bleef stabiel op 25,6 miljard dollar. Nederlandse startups en scale-ups trokken ongeveer 1,3 miljard euro aan, 32,2 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2026 en 81,2 procent meer dan een jaar eerder. De groei in Nederland wordt vooral gedragen door enkele grote investeringen, terwijl financiering voor jonge startups achterblijft, een ontwikkeling die ook in andere landen te zien is.Ai bleef een belangrijke bestemming voor investeerders, net als defensietechnologie. Volgens KPMG blijven beide sectoren naar verwachting belangrijke investeringsgebieden in de rest van het jaar.Dutch Cloud Community haalt public affairs-manager weg bij NLdigitalDutch Cloud Community (DCC), de branchevereniging voor de Nederlandse cloud- en internetsector, heeft Jelmer Schreuder benoemd tot manager public affairs. Hij treedt op 1 september in dienst en maakt de overstap van NLdigital. Volgens DCC, gevestigd in Den Haag, moet Schreuder de belangenbehartiging van de sector verder versterken. Hij brengt ervaring mee op het gebied van beleid, politiek en softwareontwikkeling. Binnen zijn nieuwe functie richt hij zich onder meer op dossiers rond digitale autonomie en cyberweerbaarheid.Schreuder wordt ondersteund door specialisten van aangesloten bedrijven, waaronder compliance-specialisten, security officers en juristen. DCC vertegenwoordigt ruim 170 bedrijven uit de Nederlandse cloud- en internetsector en behartigt hun belangen richting overheid, politiek en technologiepartners.Therabody vervangt losse systemen door Oracle NetSuiteTherabody heeft Oracle NetSuite ingezet om zijn wereldwijde bedrijfsvoering te ondersteunen. Het wellness-technologiebedrijf, opgericht door Dr. Jason Wersland, gebruikt het cloudgebaseerde erp-platform om activiteiten te integreren, orderbeheer te automatiseren en processen te stroomlijnen.Volgens Therabody heeft de vervanging van een waaier aan systemen en handmatige processen door NetSuite geleid tot een verlaging van de technologiekosten met 45 procent. Ook zijn financiële en operationele processen verder geautomatiseerd. Het bedrijf verkoopt zijn producten inmiddels in meer dan zestig landen.Oracle NetSuite levert onder meer ai-functionaliteit voor rapportages, voorraadbeheer en orderverwerking. Therabody gebruikt daarnaast de NetSuite AI Connector Service om ai-modellen te koppelen aan bedrijfsdata voor onder meer besluitvorming en automatisering van administratieve processen.Raad van State: Enschede hoeft AP-boete van 600.000 euro niet te betalenDe gemeente Enschede hoeft een boete van zeshonderdduizend euro wegens wifi-tracking definitief niet te betalen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ongegrond verklaard en daarmee een eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.  De AP legde de boete in 2021 op omdat Enschede via meetkastjes wifi-signalen van mobiele apparaten gebruikte om bezoekersstromen in de binnenstad te analyseren. Volgens de toezichthouder werden daarbij persoonsgegevens verwerkt zonder geldige grondslag. De rechtbank oordeelde eerder dat de AP onvoldoende had bewezen dat daadwerkelijk persoonsgegevens waren verwerkt. De Raad van State volgt dat oordeel. Daardoor vervalt de boete definitief.  
ITB2 Datacenters gaat na dertig jaar stoppen
1 week
ITB2 Datacenters is aan het afbouwen en neemt geen nieuwe klanten meer aan. Sterker nog, alle klantcontracten zijn opgezegd. Het datacenter in Apeldoorn is verkocht; dat in Deventer staat nog te koop. ‘Er kwam een mooie kans voorbij. Het is een goed besluit geweest’, vertelt directeur/eigenaar Niels Hensen. ITB2 Datacenters werd als organisatie in april 1997 opgericht, oorspronkelijk als specialist op het gebied van informatiebeveiliging en ict-beheer. Gaandeweg heeft het bedrijf zich gespecialiseerd in datacenterdienstverlening met twee colocatie-datacenters, in Deventer (sinds 2007) en Apeldoorn (vanaf 2013). De laatste locatie op het Apeldoornse industrieterrein De Ecofactorij werd al van begin af aan zeer energiezuinig ingericht qua technologie. Opvallende beslissing Dat een goedlopende datacenterexploitant aankondigt te stoppen, is in deze markt een opvallend bericht, gezien de enorme vraag naar capaciteit. Directeur/eigenaar Niels Hensen legt uit: ‘We zijn als middelgroot datacenter in de afgelopen jaren regelmatig benaderd voor een overname maar een echt serieus bod kwam er nooit. Totdat een potentiële koper aangaf ons vastgoed te willen hebben. Alleen, onze omzet zit niet in de stenen maar in onze datacenterdienstverlening. Dat begreep die partij wel en uiteindelijk zijn we er qua prijs uitgekomen en hebben we een goede deal kunnen sluiten.’ Welke partij de datacenterlocatie koopt, bijvoorbeeld toch een colocatie-speler of een bedrijf met andere ambities, mag Hensen niet zeggen. ‘Daar hebben we contractueel afspraken over gemaakt. Wel kan ik aangeven dat we ook in Deventer stoppen. Die datacenterlocatie staat nog te koop.’ Geen spijt De deal en het besluit met het bedrijf te stoppen betekende wel dat de contracten met klanten moesten worden opgezegd waarbij de dienstverlening, in overleg, is en wordt afgebouwd. Spijt heeft Hensen niet van zijn beslissing. ‘We zijn met z’n drieën en we stoppen alle drie. Iedereen heeft uiteindelijk zijn prijs; het is een goed besluit geweest en we zijn er heel tevreden over. Ik ben 59 jaar en ik kan nu eindelijk een keer relaxed op vakantie.’ Wat overigens niet wil zeggen dat hij daarna gaat stilzitten. ‘Dat kan ik niet. Ik ben ondernemer en altijd gespitst op kansen. Maar het zal niet iets worden waarbij ik weer 24*7 verantwoordelijk ben voor dienstverlening aan klanten’, lacht hij.   
It-distributeurs willen grotere rol in tech-ecosysteem
1 week
It-distributeurs worden geen doorgeefluik meer, maar het operationele hart van moderne technologie‑ecosystemen. Zo ziet The Global Technology Distribution Council (GTDC), een internationaal verband van distributeurs, zijn toekomst. Dit blijkt uit het rapport The Evolving Role of Distribution in Technology Go-To-Market Models, opgesteld in samenwerking met Channelnomics.  Volgens deze studie evolueert distributie tot een strategisch platform dat leveranciers en partners helpt om complexe oplossingen – zoals ai‑integratie, cybersecurity‑diensten en hybride cloud – op schaal te leveren. Klanten verwachten geïntegreerde resultaten, maar leveranciers en partners kunnen dat vaak niet alleen. Distributeurs willen die kloof vullen door technische expertise, ecosysteembeheer, financiering, compliance‑ondersteuning en lifecycle‑management te bundelen. Klanten willen oplossingen die meerdere leveranciers combineren, maar slechts een klein deel van partners kan dat zelfstandig. Daarom wordt distributie een krachtversterker, aldus het rapport: het vermindert frictie, vergroot het bereik en maakt schaalbare uitvoering mogelijk. Het rapport adviseert leveranciers om distributie nauwer te koppelen aan hun go‑to‑marketstrategie, ai‑gereedheid te versnellen, marktplaatsen en lifecycle‑processen te versterken en betere workflow‑integratie te bouwen.

Pagina's

Abonneren op computable