computable

124 nieuwsberichten gevonden
Bert Hubert: over nerds versus bestuurders
10 uur
De cultuurkloof die Europese cloudinnovatie smoort Het wordt voor prille Europese alternatieven heel moeilijk te concurreren met grote Amerikaanse cloud providers als Microsoft. Dit zegt softwareontwikkelaar en entrepreneur Bert Hubert, die zich heeft ontwikkeld tot één van de belangrijkste technologie-commentatoren. Een vraaggesprek over cloud, opensource, schuld en verantwoordelijkheid. Technisch kunnen techbedrijven uit de EU zeker de software leveren ter vervanging van Amerikaanse bundels en ook qua infrastructuur hoeft de EU niet afhankelijk te zijn van Big Tech, is de stellige overtuiging van Bert Hubert. Een Europese versie van een cloudplatform als Azure met technisch gelijkwaardige online diensten, is dus geen utopie. Schuldafvangers Het grote probleem is echter dat AWS, Microsoft en Google veel meer verkopen dan de cloud, analyseert Hubert. Door complete, werkende oplossingen te bieden zijn deze hyperscalers ‘ideale schuldafvangers’. Zakelijke klanten kunnen bij hen de volledige verantwoordelijkheid neerleggen. Want wanneer een ministerie, rijksdienst of andere overheidsinstelling it inkoopt, zijn prijs en technische excellentie niet de belangrijkste overwegingen. De ambtelijke top wil geen persoonlijke blaam treffen bij een fiasco. Opensource-ontwikkelaars realiseren zich dat onvoldoende. Hun cultuur verschilt hemelsbreed van de bedrijfsopvatting in de top van de overheid, die zich kenmerkt door risicomijdend gedrag. Als het misgaat zal die opdrachtgevers geen blaam treffen, zeker niet op de korte termijn. Het overgaan op opensource-software van kleinere Europese aanbieders betekent niet alleen meer kans op gedoe als niet aan ieders verwachtingen wordt voldaan, maar vereist ook meer kennis en inzicht. En die knowhow gaat achteruit. Volgens Hubert is vooral de afgelopen vijf jaar veel expertise uit de overheid verdwenen. De kennis is er wel, maar niet in de bovenste bestuurlijke laag. Die bestaat tegenwoordig vooral uit juristen en bestuurskundigen. In de top is een cultuur ontstaan waarin meer aandacht is voor het spel van het bestuur dan de inhoud. Nerds De echte experts, waaronder de it’ers, zien vergaderingen als een onderbreking van hun werk. Daardoor kunnen ze niet bezig zijn met hun vak. Voor de beroepsbestuurders, zelden technici met domeinkennis, geldt precies het tegenovergestelde. Die zien het vergaderen als hun belangrijkste taak, zegt Hubert. Ze doen dat liefst de hele dag. Kortom, steeds meer ontstaan gescheiden werelden waarin de it’ers zich minder thuis voelen. De ‘nerds’ wordt soms zelfs duidelijk te verstaan gegeven dat de ‘beroepsbestuurders’ hen liever kwijt dan rijk zijn. Dat lot valt niet alleen it’ers ten deel, maar ook bijvoorbeeld pensioendeskundigen. Soms wil men helemaal niet meer naar hen luisteren, omdat ze als ‘moeilijk’ worden gezien. Bijna de hele Nederlandse overheid draait op het cloudplatform Azure. Zelfs in de VS leunt de overheid niet zo sterk op Microsoft Cloudaanbieders als Microsoft gedijen over het algemeen goed in zo’n cultuur. Ze geven hun klanten een gevoel van comfort. En weten het spel handig mee te spelen, vindt Hubert. Gebrek aan kennis doet de rest. Dit weerhoudt besluitvormers ervan alternatieve oplossingen onder ogen te zien. Het probleem zit echt aan de top. Als niemand enig benul van it heeft, wordt de gemakkelijkste weg gekozen; de meest voor de hand liggende oplossing. Zolang die situatie niet verandert, zal Microsoft veruit dominant blijven. Hubert durft de stelling aan dat geen land ter wereld zich zo sterk heeft overgeleverd aan het bedrijf uit Redmond. Bijna de hele Nederlandse overheid draait op het cloudplatform Azure. Zelfs in de VS leunt de overheid niet zo sterk op Microsoft. Staatsgeheimen Ambtenaren kunnen bij Microsoft diensten en netwerkcapaciteit heel gemakkelijk (bij)bestellen. Hoewel Google Cloud vaak veel goedkoper is, komt een switch naar dat platform in Nederland zelden voor. Hubert: ‘Het lukt Google al niet, laat staan dat een kleine Europese club die een minder soepele overgang kan garanderen en misschien ook storingsgevoeliger is daarin slaagt.’ De beste manier om een doorbraak op dit gebied te forceren, is bij een klein ministerie te laten zien dat een alternatief wel succesvol kan zijn. Voorbeeld doet volgen. Het ministerie van Algemene Zaken waar veel staatsgeheimen de revue passeren, zou een geschikte kandidaat zijn. Want een publieke cloud-omgeving als Microsoft365 voldoet niet aan de hoogste eisen voor dit toepassingsgebied. De ervaringen in de Duitse deelstaat Sleeswijk Holstein, waar Microsoft is ingewisseld voor opensource-software, laten zien dat een overstap goed kan. ‘Je moet uiteraard niet denken dit even te kunnen doen. Er moet wel een goed plan zijn waar alle gebruikers in mee worden genomen. En je moet niet alles in één keer veranderen.’ Inmiddels zijn in Sleeswijk Holstein 50.000 werkplekken af van het Microsoft-infuus. Helpdesk Belangrijk is te weten wie welke applicaties pleegt te gebruiken. Bij de overheid gebruikt zeventig procent alleen e-mail en een tekstverwerker. Een deel zal ook met Excel werken. Als wordt overgestapt naar een Europees alternatief is het zaak de ondersteuning goed te regelen. Bij Windows werd een keer een knop op een andere plek gezet waarna de helpdesk volledig overbelast raakte. Hubert merkt op dat mensen sterk de neiging hebben om computers als onprettig te ervaren. Al snel wordt gemopperd wanneer iemand zich in de steek gelaten voelt. Veranderingen van systeem stuiten zelden op enthousiasme. Maar als je de gebruikers hier tijdig bij betrekt, wordt de weerstand minder. Zeker bij nieuwe pakketten van bijvoorbeeld kleinere Europese partijen moet je heel veel testen en voorbereiden. WC De it-afdeling verdient ook een meer prominente plek in de organisatie van een overheidsinstelling. Hubert herinnert zich hoe zijn vader destijds als directeur facilitaire dienst van de Tweede Kamer ging over de wc’s, koffiemachines en de computers. ‘Helaas is er nog niet veel veranderd. Te weinig wordt beseft dat moderne bedrijven en overheidsinstellingen informatie-fabrieken zijn geworden. En de it moet op een hoger plan worden gezet dan de wc; het hoogste niveau. Zulke organisaties doen er verstandig aan om een echte it-expert boven in de boom te zetten.’ Hubert noemt als voorbeeld het Openbaar Ministerie dat al jaren verlamd is door it-problemen. Het bestuur van het OM laat alleen maar procureurs-generaal, dus juristen, tot zijn gelederen toe. En onlangs had de rijksoverheid een vacature voor een plaatsvervangende cto. Daarbij werd vermeld dat ‘ervaring met computers een pre’ was. Ook in de top van het bedrijfsleven leeft nog vaak het idee dat geen inhoudelijke kennis van it nodig is. Alle nadruk valt op het maken van beleid. De uitvoering is bij ministeries een ondergeschoven kind. De sterkste groei bij de rijksoverheid betreft beleidsambtenaren. Die nemen weer andere beleidsambtenaren aan wat hun macht versterkt. Hubert leert veel over organisaties door regelmatig functie-omschrijvingen bij vacatures te lezen. Laatst werd een senior-beleidsadviseur kernenergie gezocht. Ervaring op gebied van energie was daarvoor niet nodig. Wie is Europees?Probleem bij de overgang naar soevereine software vanuit de EU is dat heel veel grote Europese it-dienstverleners een soort verlengstuk van Microsoft zijn. Bijvoorbeeld Atos, CapGemini en Sopra Steria leveren bijna alleen Amerikaanse producten of hebben in de VS een belangrijk deel van hun productontwikkeling. Hun hoofdkantoren staan weliswaar in Europa, maar ze vallen onder de invloedssfeer van de VS. Dat geldt ook voor SAP. Hubert spreekt van Amerikanen met een Duits accent; een soort neppers. Hun banden met Microsoft zijn groot. Een dergelijk bedrijf is zo groot in de VS dat ze ook onder Amerikaanse wetgeving vallen, aldus Hubert.Het eveneens Duitse Stackit, ook wel bekend als de ‘Lidl-cloud’, is volgens hem wel echt Europees. Voorbeeld van een land dat zich aan de greep van Big Tech probeert te onttrekken, is Frankrijk. Ook Denemarken maakt met een dienstverlener als Netcompany stappen. Wie is Bert Hubert?Hubert is de oprichter van PowerDNS, software waar een groot deel van het Internet in Europa op draait. Daarnaast werkte hij voor de AIVD. Tot eind 2022 was hij lid van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Tegenwoordig is hij part-time technisch adviseur bij de Kiesraad en lid van de commissie van advies van de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal. Daarnaast geeft Bert regelmatig zijn visie over technologie en autonomie. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
Goddijn en Vigreux, mede-oprichters TomTom, vertrekken
10 uur
TomTom luidt een nieuw tijdperk in nu mede‑oprichters en echtelieden Harold Goddijn en Corinne Vigreux hun uitvoerende rollen neerleggen. De huidige chief revenue officer Mike Schoofs is voorgedragen als nieuwe ceo. Tijdens de aandeelhoudersvergadering op 16 april 2026 draagt Goddijn na vijfentwintig leiderschap het stokje over. Hij wordt voorgedragen voor een positie in de Raad van Commissarissen. Tegelijk eindigt ook de bestuursperiode van Alain De Taeye. Daarnaast stapt mede‑oprichter en chief marketing officer Corinne Vigreux terug uit haar dagelijkse leidinggevende functies. Sinds 1991 speelde zij een centrale rol in TomToms commerciële groei, merkstrategie en transformatie van consumentennavigatie naar b2b‑technologiepartner. Volgende groeifase Goddijns beoogd opvolger, de huidige chief revenue officer Mike Schoofs, werkt sinds 2005 bij TomTom. Hij bouwde de wereldwijde verkooporganisatie uit en versterkte strategische partnerships binnen automotive, enterprise en platformdiensten. Zijn focus ligt op schaalvergroting, uitvoering en langetermijnwaarde. De nieuwe bestuursstructuur bestaat straks uit algemeen directeur Mike Schoofs en financieel directeur Taco Titulaer. Met een vereenvoudigd portfolio, moderne technologie‑stack en sterke marktpositie zegt TomTom klaar te zijn voor zijn volgende groeifase in ai‑gedreven kaarten en mobiliteitsoplossingen. Lees ook: Pareltjes: TomTom
Hoe meet je llm-prestaties? Plus 7 andere vragen over grote taalmodellen
11 uur
Large language models (llm’s) zijn in korte tijd uitgegroeid tot de motor achter generatieve ai‑toepassingen. Toch blijft de technologie voor veel organisaties een zwarte doos. Wat doet een llm precies, hoe werkt het, en waarom praten leveranciers niet langer over het aantal parameters? In dit artikel zetten we acht belangrijke vragen en antwoorden over llm’s op een rij. 1. Wat is een llm (large language model)?Een llm is een vorm van kunstmatige intelligentie die getraind is om menselijke taal te begrijpen en te genereren. Het model leert patronen te herkennen in enorme hoeveelheden tekst en kan daardoor vragen beantwoorden, teksten schrijven, vertalen, redeneren en samenvatten. In essentie is een llm een ai‑systeem dat taal verwerkt en produceert op een manier die dicht in de buurt komt van menselijke communicatie. 2. Hoe werkt een llm?Een llm wordt getraind op gigantische hoeveelheden tekst. Bijvoorbeeld uit boeken, websites, artikelen, code en andere bronnen. Tijdens die training leert het model onder meer patronen herkennen in taal, voorspellen welk woord logisch volgt op een ander woord, context interpreteren en specifieke taken uitvoeren via het fijn slijpen van het systeem. Onder de motorkap draait een llm op een neuraal netwerk, dat is een computermodel dat is geïnspireerd op de werking van het menselijk brein en leert patronen te herkennen door miljoenen voorbeelden te analyseren. Dat gebeurt zonder expliciet geprogrammeerde regels.  Het neurale netwerk is meestal gebaseerd op de transformer‑architectuur, dat type netwerkarchitectuur, geïntroduceerd in 2017 blinkt uit in het verwerken en analyseren van sequentiële data zoals tekst doordat het de context van woorden in een zin beter begrijpt dan eerder gebruikte architecturen. Zo’n netwerk bestaat uit miljoenen tot miljarden parameters. Dat zijn interne waarden die bepalen hoe het model taal interpreteert en verbanden legt. (zie ook vraag over parameters). 3. Voor welke toepassingen wordt een llm gebruikt?Llm’s zijn vooral bekend van de inzet bij generatieve ai. Ofwel ai om iets te creëren  of te genereren, zoals het schrijven van teksten, e‑mails, scripts, samenvattingen, vertalingen en het genereren van code en creatieve content zoals slogans of verhalen. Maar de inzet van llm’s reikt veel verder. Er zijn ook niet‑generatieve toepassingen zoals classificatie, bijvoorbeeld spamdetectie, informatie‑extractie, zoals namen of juridische termen herkennen, semantisch zoeken, vraag‑antwoord‑systemen, conversatie‑interfaces zoals Copilot. De technologie is dus breder inzetbaar dan alleen voor het genereren van tekst. 4. Zijn er ook sector‑specifieke llm’s, zoals medische of juridische modellen?Ja, domeinspecifieke llm’s zijn sterk in opkomst. Bijvoorbeeld medische llm’s. Deze modellen worden getraind op medische literatuur, richtlijnen en patiëntinformatie. Ze ondersteunen onder meer triage, medische documentatie en klinische besluitvorming. Vanwege privacy‑ en veiligheidsrisico’s zijn ze vrijwel altijd gesloten systemen. Ook zijn er bijvoorbeeld juridische llm’s. Deze modellen zijn getraind op wetboeken, jurisprudentie en contracten. Ze worden gebruikt voor contractanalyse, wetsinterpretatie en juridische zoekmachines. Ook hier geldt dat de onderliggende data vaak auteursrechtelijk beschermd is, waardoor de modellen niet openbaar beschikbaar zijn. 5. Wat zijn de meest gebruikte llm’s wereldwijd? De markt wordt gedomineerd door een handvol grote spelers. Denk aan: GPT‑4 en GPT‑4.1 van OpenAI, Gemini 1.5 en 2.0 van Google, Claude 3 van Anthropic, Llama 3, een open source llm van Meta) en Mistral‑modellen, dat zijn open-source-modellen van Mistral AI. 6. Wat is een parameter van een llm?Een parameter is een numerieke waarde in het neurale netwerk die bepaalt hoe het model taal verwerkt. Tijdens training worden deze waarden voortdurend aangepast. Je kunt ze zien als de interne knoppen waarmee het model leert: welke woorden belangrijk zijn, hoe zinnen samenhangen, hoe betekenis wordt opgebouwd. Een llm met bijvoorbeeld 70 miljard parameters beschikt dus over 70 miljard van dit soort interne waarden. 7. Waardoor zijn parameter‑aantallen steeds minder relevant?De industrie is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Waar vroeger voor parameters gold: ‘hoe meer, hoe beter’, is dat nu niet meer het geval. Dat komt door een drietal ontwikkelingen. Allereerst is de werkwijze van llm’s verandert. Moderne modellen zoals GPT‑4, Claude 3 en Gemini gebruiken zogenoemde mixture of experts‑architecturen. Daarbij heeft het model weliswaar enorme aantallen parameters, maar wordt per opdracht of bevraging (token) slechts een klein deel geactiveerd. Het totale aantal parameters zegt daardoor weinig over de daadwerkelijke rekenkracht of kwaliteit. Ook komt de kwaliteitsverbetering van llm’s vooral uit verbeteredetrainingsdata, betere filtering, instructie-tuning, voortdurend leren van nieuwe inzichten (reinforcement learning) en optimalisatie van de architectuur. Kleinere modellen kunnen daardoor grotere modellen op specifieke taken verslaan.Een derde verandering is de opkomst van multimodale modellen. Moderne llm’s  bestaan uit modules. Modellen zoals Gemini 2.0 en GPT‑4.1 bestaan uit meerdere gespecialiseerde componenten: taal, beeld, audio, geheugen en tool‑interfaces. Eén enkel parametergetal is dan niet meer representatief.Anders dan open source-aanbieders delen commerciële partijen als OpenAI, Google en Anthropic bewust geen parameter‑aantallen meer. Omdat het weinig zegt over kwaliteit van het llm en doordat architecturen complexer zijn geworden. 8. Hoe kun je dan wél onderscheid maken in prestaties van llm’s?Dat gebeurt via benchmarks. Dat zijn gestandaardiseerde tests die meten wat een model daadwerkelijk kan. Voorbeelden zijn: MMLU dat een indruk geeft van de algemene kennis en het niveau van redeneren van het llm. Bij de inzet van een llm voor het schrijven van of software-ontwikkeling wordt bijvoorbeeld SWE-bench Verified gebruikt. Het is een belangrijke standaard voor de evaluatie van van llm’s op bestaande, complexe software engineering-taken die gedeeld worden op ontwikkelaarsplatform GitHub. Deze test is belangrijk nu door ai-agents steeds vaker code wordt gegenereerd.AIME 2025 (American Invitational Mathematics Examination) is één van de zwaarste wiskundige benchmarks om het redeneervermogen van llm’s te testen. Om modellen te vergelijken wordt anno 2026 ook veel gekeken naar de Artificial Analysis Intelligence Index. Deze staat bekend om zijn multi-dimensionale vergelijkingen zoals prestatie versus snelheid en kosten. GPT-NLNederland ontwikkelt eigen llm’s om minder afhankelijk te zijn van Amerikaanse aanbieders en beter aan te sluiten op Nederlandse taal, cultuur en wetgeving. Projecten als GPT‑NL (een initiatief van TNO, NFI, SURF en andere publieke partners), BLOOM‑NL en het Europese OpenGPT‑X richten zich op soevereiniteit, privacy en publieke data. Beschikbaarheid varieert: sommige modellen zijn open, andere zijn alleen beschikbaar voor de publieke sector en wetenschap.
Kort: Opnieuw Big Mac voor Capgemini, Odin koopt Proxsys (en meer)
15 uur
In dit nieuwsoverzicht: McDonald’s kiest weer Capgemini, Universiteit Tilburg krijgt hoogleraar digitale politiek, seed-investering voor AgentsLab, Enrique Lores (ex-HP) aan de slag bij PayPal en Odin lijft Proxsys in. McDonald’s verlengt samenwerking Capgemini voor modernisering digitale platforms McDonald’s Corporation heeft zijn contract meet Capgemini met vijf jaar verlengd. De it‑dienstverlener ondersteunt de hamburgerketen bij de verdere ontwikkeling van digitale klantkanalen en restauranttechnologie. McDonald’s wil via zijn digitale strategie onder andere meer deelnemers aan het loyalty‑programma bereiken en wereldwijd meer omzet uit loyaliteitsdiensten halen. De komende jaren richt Capgemini zich op modernisering van restaurants, snellere ontwikkeling van consumententechnologie en kostenreductie, middels de inzet van ai en cloud. Het bedrijf is al ruim tien jaar it-partner van McDonald’s. Tilburg University benoemt Ico Maly tot hoogleraar digitale politiek Tilburg University heeft dr. Ico Maly per 1 maart 2026 aangesteld als hoogleraar Digitale Media, Cultuur en Politiek aan de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences. De nieuwe leerstoel aan de Tilburgse universiteit richt zich op de rol van digitale platformen in politiek en cultuur. Maly onderzoekt hoe politici en activisten online communiceren en hoe platformen, inclusief ai‑systemen, zelf invloed uitoefenen op debat en cultuur. Hij geeft onderwijs binnen de opleiding Digital Culture Studies en is hoofdredacteur van Diggit Magazine, een publiek-academisch platform dat onderzoek, studenten en samenleving met elkaar verbindt. Maly studeerde Comparative Culture Studies aan de Universiteit van Gent, deed een post-masteropleiding Conflict and Development en promoveerde in 2012 aan Tilburg University. Ook is hij verbonden aan de academische werkplaats Resilient Democratic Society (Redes). AgentsLab krijgt kapitaal voor uitbreiding ai‑procesautomatisering AgentsLab, gevestigd in Amsterdam, heeft een seed-investering van 750.000 euro opgehaald bij Impacto Group (Eelco Vissinga). Het in 2024 door drie ex-Capgemini Invent-consultants opgerichte bedrijf ontwikkelt ai‑gestuurde digitale collega’s die volledige bedrijfsprocessen uitvoeren, zoals factuurverwerking, orderafhandeling en serviceverzoeken. De software draait inmiddels bij meer dan twintig organisaties in sectoren als bouw, groothandel, detailhandel en financiën. Vorig jaar verwerkte het platform zo’n driehonderdduizend cases; dit jaar mikt AgentsLab op 1,5 miljoen. Driekwart van de klanten breidt het gebruik uit naar extra processen. De investering wordt gebruikt voor verdere platformontwikkeling, teamgroei en de opbouw van een landelijk partnernetwerk. Ex-topman HP gestart als ceo bij PayPal Sinds 1 maart is Enrique Lores gestart als ceo van PayPal, nadat hij 36 jaar bij HP had gewerkt en sinds 2019 als topman. Lores zat al in de raad van toezicht bij de betaalverwerker en neemt het directeursstokje over van Alex Chriss. Die moest vertrekken omdat het tempo van verandering en uitvoering achterbleef bij de verwachtingen, aldus vakblad PC Mag. Lores’ vertrek kwam voor het HP‑bestuur onverwacht. Zijn beslissing valt in een moeilijke periode nu de pc-markt een moeilijk jaar tegemoet gaat door het aanhoudende geheugentekort, wat heeft geleid tot torenhoge prijzen voor RAM, opslag en grafische kaarten. Lores waarschuwde eerder dat hij verwacht dat stijgende geheugenprijzen tegen mei de marges van het bedrijf zullen aantasten, waardoor het de prijzen moet verhogen. Tot er een opvolger voor hem is geworden, heeft de computerfabrikant bestuurslid Bruce Broussard tot interim‑ceo benoemd. Odin Groep lijft Proxsys in voor uitbreiding in West‑Nederland Odin Groep, gevestigd in Hengelo, heeft Proxsys overgenomen om zijn positie in West‑Nederland te versterken. Eerder al werd hiervoor Inisi gekocht. Proxsys is een ict‑dienstverlener met locaties in Gorinchem en Rotterdam en ondersteunt organisaties sinds 2001 met onder meer werkplekdiensten, cloudomgevingen en connectiviteit. Het bedrijf blijft met ruim honderd medewerkers vanuit beide vestigingen opereren. De Odin Groep telt ruim 750 medewerkers (exclusief Proxsys), heeft vestigingen in Hengelo, Vianen, Rijen, Woerden, Maastricht, Herentals (België) en Georgsmarienhütte (Duitsland) en is in de markt bekend met de bedrijven Cloudwise en Previder. Bij laatstgenoemde onderdeel wordt Proxsys ondergebracht.
Grote platformen voor cybercriminelen aangepakt in internationale operatie
21 uur
Cybercrime-as-a-service krijgt klap na acties tegen LeakBase en Tycoon 2FA Internationale opsporingsdiensten en technologiebedrijven voeren de druk op tegen het groeiende ecosysteem van cybercrime-as-a-service. Twee recente acties lopen daarbij in de kijker: de ontmanteling van het forum LeakBase en de verstoring van het phishingplatform Tycoon 2FA. LeakBase gold als een van de grootste online marktplaatsen voor gestolen data. Tijdens een internationale politieactie in veertien landen werd het platform offline gehaald en werd de database in beslag genomen. Onderzoekers konden dankzij de in beslag genomen database gebruikers identificeren via posts, privéberichten en IP-logs.Volgens Europol telde het forum eind 2025 meer dan 142.000 geregistreerde gebruikers. Zij verhandelden onder meer accountgegevens, betaalkaartinformatie en andere gevoelige data uit gehackte databanken. De operatie, geleid door Amerikaanse autoriteiten met steun van onder meer Europese politiediensten zoals Europol, leidde tot meer dan honderd gerechtelijke acties tegen gebruikers. In België werd een verdachte opgepakt die volgens het federaal parket tot de belangrijkste bijdragers van het forum zou behoren. Tycoon 2FA Op dezelfde dag maakten Europol en technologiepartners als Microsoft ook bekend dat het phishingplatform Tycoon 2FA zwaar is verstoord. Dit platform bood cybercriminelen een gebruiksvriendelijk dashboard om phishingcampagnes op te zetten en realtime buitgemaakte inloggegevens te monitoren.De toolkit onderschepte inloggegevens, mfa-codes en sessiecookies om accounts over te nemen en gebruikte onder meer wisselende domeinen, slimme redirectketens en , aangepaste CAPTCHA’s om detectie te ontwijken.  Volgens Microsoft groeide Tycoon 2FA sinds 2023 uit tot een dominante speler in het phishinglandschap en was het halverwege 2025 verantwoordelijk voor ongeveer 62 procent van de phishingpogingen die door Microsoft-systemen werden geblokkeerd. Het bedrijf nam daarom samen met zijn partners 330 actieve domeinen in beslag die de kern van de infrastructuur vormden.
Van mobiel naar megatech: MWC26 trekt 105.000 bezoekers en 2.900 exposanten
21 uur
Event | MWC26 Met 105.000 bezoekers was MWC26 dat donderdag 4 maart de poorten sloot, opnieuw ‘s werelds grootste en meest invloedrijke evenement op gebied van connectiviteit. De twintigste editie in Barcelona trok 2.900 exposanten, sponsors en partners. Meer dan 1.700 sprekers betraden het podium. MWC is uitgegroeid tot een echte techbeurs. Voorbij is de tijd dat MWC stond voor Mobile World Congress. 58 procent van de bezoekers kwam uit sectoren die buiten de kernactiviteit mobiele telefonie vallen. Veel discussies waren rond echt moeilijke problemen. Denk aan open, verantwoorde en inclusieve ai. En het beschermen van de wereld tegen de groeiende dreiging van fraude en cybercriminaliteit. Ook het volledig benutten van het potentieel van 5G was een belangrijk thema. Huawei Huawei, wereldwijd marktleider, kondigde nieuwe producten aan die 5G-netwerken sneller en slimmer moeten maken, en tegelijk de stap richting 6G voorbereiden. Het bedrijf introduceert ook vernieuwde ai-gestuurde netwerksystemen die beter kunnen samenwerken met slimme diensten en apparatuur. Daarnaast laat Huawei voor het eerst buiten China zijn krachtige SuperPoD rekencluster zien, bedoeld voor zware ai-toepassingen. Met het motto ‘Advancing All Intelligence’ wil Huawei laten zien dat het inzet op netwerken en rekenkracht die volledig zijn afgestemd op het ai-tijdperk, zodat telecombedrijven en industrieën nieuwe kansen kunnen benutten. Ai-netwerk Ericsson, na Nokia de enige grote Europese leverancier van telecom-netwerken, kwam met een vergelijkbare boodschap. Het mobiele netwerk van de toekomst wordt veel slimmer. Ai krijgt daarin een centrale rol. Het bedrijf liet zien hoe we van het huidige 5G doorgroeien naar 6G, waarbij netwerken niet alleen data doorgeven, maar zelf kunnen meedenken en beslissen. 5G Advanced is daarbij een belangrijke tussenstap. Huawei, Ericsson, Nokia en andere grote leveranciers zien 6G als een netwerk dat vanaf het begin met ai is ontworpen. Omdat er steeds meer slimme apparaten, robots en ai diensten bijkomen, moet het mobiele netwerk veel meer data kunnen verwerken. Huawei acht vooral in de uplink (van gebruiker naar netwerk) een enorme vooruitgang mogelijk. Onder meer Nokia demonstreerde radio access networks (ran) waarin ai diep zit geïntegreerd. De samenwerking met Nvidia maakt het mogelijk de computerfuncties in het ran te versnellen. Ook waren er tijdens MWC robots in alle vormen en maten te zien. China Mobile toonde een café-restaurant dat volledig door robots werd gerund. Ze bereiden het eten, mixen de cocktails en brengen de bestellingen naar de klant. Alleen op het verzoek ‘sambal extra’ werd niet gereageerd. Maar dat kwam wellicht door de enorme drukte op de beursvloer. Oranje Paviljoen Ook het Nederland Paviljoen was vol bezoekers. Axelera AI trok veel aandacht met zijn gespecialiseerde chips die ai-toepassingen efficiënter en energiezuiniger maken. Qualinx en SemiBlocks spelen eveneens in op de vraag naar technologie die systemen niet alleen slimmer maar ook duurzamer maken. Een belangrijke productlancering was die van Teasol Technologies. Dit Eindhovense bedrijf ontwikkelde een intelligent netwerk-uitwisselingsplatform voor geautomatiseerde netwerkdeling. Operationele complexiteit en gefragmenteerde coördinatie belemmeren de schaalvergroting. Teasol heeft een oplossing om neutrale, interoperabele samenwerking tussen mobiele netwerkoperators, virtuele mobiele netwerkoperators, neutrale hosts en private netwerken mogelijk te maken. Contracten En mooie deals waren er ook. Het Amersfoortse BroadForward gaat het bedrijf E&UAE uit de Golfstaten helpen met het veiliger maken van 5G-roaming. BroadForward SEPP beveiligt 5G-interconnecties en zorgt voor veilige en betrouwbare communicatie tussen mobiele netwerken. Eurofiber en Colt kondigden het pan-Europese Quantum Safe Network aan. Dit initiatief maakt het mogelijk tussen Amsterdam, Londen en Brussel financiële data te beschermen tegen toekomstige quantumbedreigingen. Daarbij wordt Colt’s kracht in zeer lage latency en diensten op het niveau van een telecomoperator gecombineerd met Eurofiber’s glasvezelnetwerk. Closing The Loop (circulaire oplossingen) greep net naast een prestigieuze Glomo award (Global Mobile Award). Wel werd het bedrijf samen met Vodafone Duitsland finalist in de categorie ‘Marketing for Good’. Oorlog MWC26 was dit jaar nog steeds dé plek die exposanten, opinieleiders, startups en beleidsmakers samenbrengt. Maar de oorlog en chaos in het Midden-Oosten hadden veel impact. Verscheidene delegaties uit Zuidoost Azië, Australië en het Midden-Oosten trokken zich terug of hadden met aanzienlijke vertragingen te kampen. Het paviljoen van Israël bleef voor een deel leeg.
Van ai-experiment naar succesvolle use-case (maar waar begin je?)
1 dag
BLOG – De organisatie heeft de eerste stappen op ai-gebied gezet, maar de stapel ideeën groeit hard. Zonder gerichte aanpak eindig je met tientallen experimenten tegelijk, shadow-it in elke afdeling en geen grip op je ai-investeringen. Herkenbaar? Het gevolg is dat ai-projecten blijven steken in de experimenteerfase zonder meetbare resultaten. Met welke use-case zet je wel door? De eerste ai-use-case moet direct een succesverhaal zijn: voldoende draagvlak hebben, accuraat zijn en waarde bieden aan de organisatie. Hoe maak je die afweging?   Prioriteren met een multidisciplinair team   Bij het kiezen van een goede ai-use-case draait het erom dat je resources goed besteedt en investeert in datgene wat business-impact oplevert. Dat vraagt om prioritering. En precies daar zit de uitdaging: ai-projecten raken aan verschillende disciplines en aspecten in de organisatie. Om een goede classificatie en prioritering van use-cases te maken, heb je input nodig vanuit al deze disciplines. Ai-team Een effectieve manier om dat te organiseren, is door een multidisciplinair ai-team op te zetten. Dit team heeft een poortwachtersfunctie en neemt de selectie van use-cases op zich. Welke use-case heeft de meeste impact, grootste succeskans en lage complexiteit? Zij gaan de rangschikkingscriteria opstellen. Ga je voor een defensieve of offensieve use-case? Je hoort het al, dit is geen one-man job. Stel je team samen uit werknemers die met verschillende rollen en daarmee perspectieven naar de mogelijkheden van ai binnen jouw organisatie kijken. Denk aan een ciso, dataspecialist of jurist die in de gaten kan houden of use-cases voldoen aan de AI Act. Daar ligt de uitdaging voor het kiezen van de juiste use-case: betrek de juiste personen bij de selectie zodat alle belangen gewaarborgd zijn. Drie perspectieven voor de juiste keuze Dit multidisciplinaire team is zo belangrijk, omdat er meerdere wegen zijn die naar Rome leiden. Elke invalshoek vraagt om een andere expertise. Zo kun je een adoptiegedreven aanpak hanteren om een ai-use-case te kiezen. Dit betekent dat je als eerste een use-case pakt waarmee je een tijdrovend en onaantrekkelijk proces automatiseert. Denk aan administratie. Voor de meeste collega’s een fijne verandering en dus grote kans op adoptie. Deze aanpak vraagt om gebruikersinzicht en kennis van werkvloerprocessen. Een strategischere aanpak kan ook: ga je voor een defensieve use-case (inzetten op besparingen in geld of tijd) of een offensieve use-case (omzetverhoging via nieuwe diensten of het bedienen van andere klantsegmenten)? Dat vraagt om businessexpertise, marktkennis en inzicht in de bedrijfscultuur. In een conservatieve organisatie is het bijvoorbeeld niet verstandig om meteen een offensieve use-case op te pakken die het klantcontact verandert. De verkeersregels zijn onbekend en rijles krijg je er niet bij Vergeet ook de organisatorische kant niet. Wat heb je al beschikbaar aan technologie? En hoe digivaardig en adaptief zijn je collega’s? Ook dat bepaalt welke use-cases succesvol gaan zijn. Hiervoor heb je een it-, hr- of veranderperspectief nodig. Toegankelijk Als je eenmaal de juiste ai-use-case hebt geselecteerd, begint het echte werk. Dan moet je mensen met de nieuwe ai-technologie kunnen laten werken. Ai is ineens toegankelijk geworden voor iedereen. Het is alsof iedere medewerker een snelle auto voor de deur krijgt, maar de verkeersregels zijn onbekend en rijles krijg je er niet bij. Dat heeft gevolgen. Zo werkt de meerderheid van de Nederlanders op de werkvloer met ai, maar stelt slechts 27 procent er kritische vragen bij, blijkt uit onderzoek. In de praktijk zie je dit vaak. Organisaties trekken een sprint op ai-gebied, maar hebben oogkleppen op en vergeten de basisprincipes van innovatie. Want net als het internet ooit, is ai een systeemtechnologie en raakt het alles en iedereen in de organisatie. Dus sla je de rijles over? Dan ga je de technologie gebruiken als oplossing voor problemen waar ai niet geschikt voor is, worden verwachtingen niet waargemaakt en stokt de adoptie. Van criteria naar succesverhaal De criteria voor een goede ai use-case zijn maatwerk. Er is geen one-size-fits-all. Wat voor de ene organisatie een succesvolle ai-toepassing wordt, hoeft dat voor een ander verre van te zijn. Toch geldt er één universeel principe: om je use-cases van tevoren goed te prioriteren, heb je input nodig vanuit verschillende disciplines die nadenken over de technische, organisatorische en menselijke kant van een ai-toepassing. De ai-poortwachter is niet één persoon, maar een heel team. Dat is de succesfactor in elk ai-project dat voorbij de experimenteerfase komt. Niels Waslander, ai business lead Fellowmind
Zelfs röntgenfoto’s nu in Oracle’s nieuwe vector-database
1 dag
Video’s, audio, pdf’s, Excels, Powerpoints… Oracle heeft vector search toegevoegd aan de nieuwste database. Elke vorm van data zou er nu in moet passen en doorzoekbaar moeten zijn. ‘We bouwen zelfs ai-agents in de database om zinvolle zoekopdrachten te laten uitvoeren,’ vertelt Jenny Tsai-Smith die al jaren de scepter zwaait over de databaseontwikkeling bij het bedrijf. Computable spreekt Tsai-Smith tijdens Oracle AI World in oktober in Las Vegas. Even daarvoor had cto Larry Ellison in zijn toespraak een voorbeeld aangehaald van wat ai-agents kunnen doen in een database: ‘Wij weten heel veel over onze klanten. We hebben ai-agents ingezet om na te gaan waar klanten op dit moment behoefte aan hebben. Dat levert voor onze verkoopafdeling de onderwerpen op waar zij het komende half jaar aan gaat werken. Je kunt de ai-agent zelfs inzetten om een voorbeeldbrief te laten schrijven die gestuurd kan worden aan de mogelijk geïnteresseerde klanten.’ ‘Mensen vragen ons naar de ideeën om ai-agents in te zetten om complexe workloads te creëren,’ vertelt Tsai-Smith, vice president overall database product management. ‘Ik zie ze als programma’s die je kunt benutten om ai en taalmodellen te gebruiken om meer dan alleen content te genereren. Je geeft ze een taak en vraagt wat de beste manier is om die taak te uit te voeren. En dan genereren ze niet alleen informatie, maar geven ook aan welke stappen je zou moeten ondernemen.’ Multimodale database Tsai-Smith zegt dat het werk twee jaar geleden begon met het multimodaal maken van Oracle AI Database 26ai. Elke vorm van data zou erin moet passen en doorzoekbaar moeten zijn. ‘Er is hard gewerkt om een virtualisatielaag te maken in de kern van de database; nodig om nieuwe datatypes te kunnen opnemen. En vervolgens – in dit ai-tijdperk – hebben we vectorgebaseerde bestandstypes ontwikkeld. Dat is nodig om ongestructureerde data op te slaan en te kunnen manipuleren. Denk aan video’s, beelden, geluid, pdf-files, Excel-spreadsheets, Powerpoint, zelfs röntgenfoto’s. Dus alles dat bedrijven creëren, maar niet gestructureerd is in kolommen.’ Ze onderzochten speciale vectordatabases zoals Pinecone, ChromaDB, Weeviate en Milvus. ‘Sommige ervan zijn open source. Wij hebben in een jaar tijd flink gesleuteld aan vectoren in onze database. Ervoor gezorgd dat de gebruikelijke functionaliteiten, performance en beveiliging van onze enterprise database gewaarborgd zijn. En we hebben verfijningen aangebracht. We hebben tekst en vector search gecombineerd in een hybride index. En onze technologie is op elk platform hetzelfde: on premise, in de cloud. Dat is een groot voordeel voor beheerders.’ De Oracle AI Database 26ai heeft een Inverted File Index (IVF), een datastructuur die gebruikt wordt om grote hoeveelheden vectoren of records snel doorzoekbaar te maken, en heeft ook indexen die in het geheugen staan. ‘Dat laatste levert heel snel zoekresultaten op, maar kost natuurlijk wel geheugen. Daarom kan een IVF-index veel meer bevatten.’ Flexibiliteit Na veel gesleutel is het mogelijk geworden om databasefuncties in de kern op te nemen. ‘Maar we laten ook klanten hun eigen functies ontwikkelen, want de effectiviteit van de functie hangt van de vector die je aan het bewerken bent. En de vectoren zijn op hun beurt afhankelijk van het soort ongestructureerde inhoud. Werken met video’s, of iets dat video’s betreft, kan heel anders zijn dan werken met bijvoorbeeld pdf-bestanden. De functies kunnen heel specifiek zijn voor wat je wil vergelijken. Het idee is dat we flexibiliteit willen bouwen. De verschillende datatypes hebben elk hun eigen extra geoptimaliseerde indexen met de aanvullende sql-syntax en functies om de query uit te voeren. Het kost heel veel werk om nieuwe datatypes toe te voegen aan een database die al zo lang bestaat. Want ze moeten functioneel gelijk zijn aan wat al bestaat in de database. Ook op het vlak van beveiliging, toegangsrechten en prestaties. Het is belangrijk dat elk nieuw datatype goed werkt in alle omgevingen. Dat kost veel engineering.’ Samenwerking met Fusion Oracle heeft natuurlijk zijn Fusion-applicaties, een complete suite van cloudgebaseerde bedrijfsapplicaties. Tsai-Smith geeft een voorbeeld hoe deze applicaties samenwerken met de nieuwe database. ‘Je gaat gewoon naar ChatGPT en typt dat je een vakantie wilt houden in Nederland, naar musea wilt en natuurlijk ergens moet eten. Er moet dus een reisschema komen, ook voor de vlucht en het hotel. Dat kun je nu allemaal doen in één interface: ChatGPT in plaats van alle Fusion-applicaties die hierbij komen kijken. Het zal interessant zijn om te zien hoe deze ontwikkeling onze applicaties zal veranderen.’ Geen upgrade En moet je dan veel werk verrichten als beheerder om die mogelijkheden van de nieuwe database te gebruiken? Tsai-Smith beweert dat er geen upgrade nodig is. ‘Een upgrade-proces doorlopen kan lang duren. Maanden, soms een jaar, want je moet alles ook nog eens testen. Een upgrade betekent immers een architectonische verandering. Maar dit keer krijgen gebruikers alle voordelen door een vernieuwingsupdate toe te passen. Dat is een veel minder tijdrovend proces om de voordelen van de applicaties te benutten. Het is geen upgrade, maar gewoon een vervanging. Je kunt je applicaties nog gebruiken. Dat is het belangrijkste waar klanten zich zorgen over maken. Dat is niet nodig.’ Tsai-Smith vertelt dat bestaande klanten alles krijgen dat in ‘26AI’ zit zonder er extra voor te hoeven betalen. ‘Alle ai-capaciteiten zijn een deel van de Enterprise Edition. We hebben zelfs een gratis versie: Oracle AI Database Free. Die is vooral beschikbaar voor ontwikkelaars. Gewoonlijk beperkt het aantal aanwezige cpu’s de functiemogelijkheden. We hebben de data daarom beschikbaar in deze gratis in-memory database, zodat ontwikkelaars genoeg hebben om mee te spelen. Ze kunnen leren, ze kunnen wat code aanpassen. Ontwikkelaars zijn voor ons erg belangrijk, omdat zij de technologie bepalen die we gebruiken voor de volgende generatie van de applicaties.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
Brein en bytes in perfecte harmonie: Advanced Neural Control wint Computable Award 2025
1 dag
Met het project Advanced Neural Control to Restore Brain Function sleepten Radboud Universiteit en Universiteit Maastricht tijdens de vorige editie een felbegeerde Computable Award in de wacht. En terecht. Dit baanbrekende ict-project laat zien hoe technologie en wetenschap samenkomen om hersenfuncties te herstellen en daarmee levens ingrijpend te verbeteren. Het winnende project combineert brain-computer interfaces (BCI’s) met machine learning om gepersonaliseerde breinstimulatie mogelijk te maken voor patiënten met neurologische aandoeningen zoals Parkinson, epilepsie en beroertes. De kern: een systeem dat realtime hersenactiviteit monitort én direct bijstuurt. Dat is niet alleen technologisch hoogstaand, maar ook medisch revolutionair. Complexiteit op het scherpst van de snede De jury roemde vooral de technische diepgang en de zorgvuldige omgang met risico’s. Het ontwikkelen van een systeem dat direct ingrijpt op hersenactiviteit vraagt immers om uiterste precisie. Een kleine afwijking kan grote gevolgen hebben voor de gezondheid van een patiënt. Daarbovenop kwamen stevige uitdagingen rond privacy en security. Hersenactiviteit is misschien wel de meest gevoelige data die er bestaat. Het veilig verzenden, opslaan en analyseren van deze informatie vereiste nauwe samenwerking tussen neurowetenschappers, data-integratiespecialisten en cybersecurity-experts. Dat het systeem vandaag de dag betrouwbaar en gebruiksvriendelijk functioneert, is het resultaat van intensieve tests en multidisciplinaire samenwerking. Juist die combinatie van technologische complexiteit en maatschappelijke impact gaf de doorslag. Concrete meerwaarde voor patiënt én zorgverlener Advanced Neural Control is geen experimenteel labproject gebleven. Het biedt aantoonbare meerwaarde in de praktijk. Patiënten ervaren een betere kwaliteit van leven dankzij effectievere en gepersonaliseerde behandelingen. Zorgverleners krijgen toegang tot gedetailleerde en betrouwbare data, wat leidt tot scherpere diagnoses en gerichtere interventies. Het project sluit bovendien naadloos aan bij bredere digitaliseringsdoelstellingen in de zorg: hogere efficiëntie, betere kwaliteit en maximale patiëntveiligheid. Dit is ict die niet alleen processen optimaliseert, maar daadwerkelijk gezondheid herstelt. Innovatie die een ecosysteem creëert Wat dit project extra bijzonder maakt, is de innovatieve kracht. De slimme inzet van BCI’s en machine learning in een klinische context is uniek. Het systeem vormt bovendien een platform waarop nieuwe toepassingen ontwikkeld kunnen worden. Daarmee stimuleert het een groeiend ecosysteem van innovaties in de neurologische zorg, wat bijdraagt aan verdere digitalisering van de zorg. Kracht van samenwerking Het succes van Advanced Neural Control is het resultaat van sterke samenwerking tussen universiteiten, technologiepartners en zorginstellingen. Experts op het gebied van neurowetenschappen, data-integratie en cybersecurity hebben hun kennis ingebracht. De betrokkenheid van gebruikers uit zorginstellingen tijdens de testfase zorgde ervoor dat het systeem goed aansluit bij de praktische behoeften. Jouw kans om te winnen in de categorie zorg Het succes van Advanced Neural Control onderstreept wat de Computable Awards vieren: ict-projecten die lef tonen, complexiteit niet uit de weg gaan en aantoonbare impact maken. Werk jij aan een innovatieve zorgoplossing? Heb je een ict-project dat processen slimmer, veiliger of efficiënter maakt? Je kunt je case gratis inzenden tot en met 22 maart, onder andere in de categorie zorg. Grijp je kans, zet jouw organisatie in de schijnwerpers en wie weet sta jij dit jaar op het podium als winnaar van een Computable Award.
Kort: Almere staat bij Barcelona op de kaart, weer overname TMC (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Almere sluit techpact met Barcelona, TMC slaat slag met WEB, CloudFest 2026 komt eraan, ECI koopt DryPowder en nieuwe strategie Incubeta. Barcelona en Almere verbinden innovatieregio’s via samenwerking Tech Barcelona en Innovally Tech Barcelona uit Barcelona en Innovally uit Almere hebben tijdens 4YFN – het startup-event van het Mobile World Congress waar jonge technologiebedrijven hun oplossingen tonen – een driejarig ‘memorandum of understanding’ (mou) gesloten. De samenwerking koppelt het techecosysteem van Barcelona aan de groeiende hightechregio rond Almere, met aandacht voor hightech, dual use innovatie, energie, mobiliteit en stedelijke ontwikkeling. Beide organisaties richten zich op kennisdeling, netwerkuitwisseling en versnelling van projecten. Een jaarlijkse Accelerator Day moet leiden tot concrete pilots en zakelijke kansen. Ook worden gezamenlijke mogelijkheden in Europese innovatieprogramma’s onderzocht. TMC breidt engineeringdiensten uit met overname WEB TMC uit Eindhoven neemt het eveneens in de Lichtstad gevestigde WEB over om zijn projectgedreven engineeringactiviteiten te vergroten. WEB, goed voor een jaaromzet van 35 miljoen euro en meer dan 350 medewerkers, levert onder meer industrial engineering, softwareontwikkeling en statement of work projecten. De managing directors van WEB, waaronder oprichter Sjors Wartenbergh, worden medeaandeelhouders binnen TMC. Beide bedrijven spelen in op een groeiende vraag van klanten om complete engineeringtrajecten uit te besteden. WEB werkt vanuit Nederland met ondersteuning van teams in België, Portugal en Griekenland. De overname past in TMC’s versnelde acquisitiestrategie, die sinds 2025 meerdere Europese uitbreidingen omvat en ondersteund wordt door de investeerders/aandeelhouders Apheon en MML Capital. TMC – The Member Company – bestaat inmiddels uit meer dan drieduizend werknemers van 71 nationaliteiten, verspreid over 17 landen CloudFest 2026 opnieuw naar Europa-Park CloudFest 2026 vindt van 23 tot en met 26 maart opnieuw plaats in Europa Park in Rust, Duitsland. Het evenement brengt meer dan tienduizend professionals uit tachtig landen samen voor sessies, presentaties en ontmoetingen. CloudFest richt zich op de cloud-, hosting- en datacentersector en maakt gebruik van de volledige congresinfrastructuur van Europa Park, dat bekendstaat om het ‘confertainment’-concept. Alle onderdelen – van hotels en expo-ruimtes tot avondlocaties – liggen op één campus, wat de logistiek vereenvoudigt. De technische voorzieningen ondersteunen grootschalige livestreams en interactieve programma’s. ECI koopt fintechbedrijf DryPowder ECI Software Solutions uit Westlake (Texas) heeft het in fintech actieve DryPowder overgenomen. Het eveneens Amerikaanse DryPowder uit Kansas levert software voor debiteurenbeheer, facturatie en digitale betalingen aan bedrijven in de bouw- en bouwmaterialensector. De technologie wordt geïntegreerd in de erp-software oplossingen van ECI, dat in Nederland een vestiging in Leusden heeft. Daarmee wil ECI het factuur tot cashproces verder automatiseren. De combinatie moet klanten helpen betalingen sneller te innen en meer inzicht te krijgen in hun cashflow. DryPowder brengt twee producten mee: het betalingsplatform Vault en de debiteurenhub Homebase. Incubeta richt productontwikkeling wereldwijd op één ai gedreven strategie Het Zuid-Afrikaanse digitale-marketingbureau Incubeta, met een kantoor in Den Haag, zet stevig in op één wereldwijde productstrategie waarin ai centraal staat. Die koers moet de versnippering tussen databronnen, platforms en marketingprocessen verminderen en klanten meer voorspellende waarde uit hun data bieden. De benoeming van Adam Woods tot chief product officer is een gevolg van deze strategische keuze. Hij krijgt de taak om het productecosysteem van Incubeta wereldwijd te harmoniseren en alle AI middelen, waaronder de recent gelanceerde agentic tools CPI en OutperformBI, beter te benutten. Door teams en technologie te verbinden wil Incubeta marketeers helpen sneller en gerichter te sturen op prestaties.
AI-Impactbarometer op rood: AP eist snelle actie kabinet
1 dag
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) roept het nieuwe kabinet op om snel werk te maken van de uitvoering en handhaving van de Europese ai-regelgeving. Uit de zesde editie van de halfjaarlijkse ‘Rapportage AI & Algoritmes Nederland (RAN)‘ blijkt dat vier van de negen graadmeters van de AI-Impactbarometer nu rood kleuren, tegenover twee in de vorige rapportage. De AP signaleert een gebrek aan voortgang bij toezicht, standaarden, registratie van algoritmes en zicht op incidenten. Voorzitter Aleid Wolfsen waarschuwt: ‘Wie een nieuw schandaal wil voorkomen, moet nú handelen.’ De risico’s nemen exponentieel toe door nieuwe toepassingen zoals ‘agentic ai’, terwijl sommige organisaties proberen regelgeving te omzeilen, zoals bij OxRec, een systeem dat wordt gebruikt door reclasseringsorganisaties om het risico op recidive te voorspellen. Hoewel het in het algoritmeregister stond ingeschreven als een regulier algoritme, betreft het volgens de AP een volwaardig ai‑systeem dat onder zwaardere regels valt. De toezichthouder ziet wekelijks nieuwe inschrijvingen waarbij dezelfde fout wordt gemaakt, waardoor de risico’s voor burgers volgens de AP ‘voortdurend toenemen’. Wildgroei De toezichthouder wijst op toenemende risico’s zoals deepfakes, ai-fraude en psychische schade door chatbots, en benadrukt dat ai voor werving en selectie als hoogrisico geldt en vanaf augustus dit jaar aan strenge eisen moet voldoen. De AP dringt daarom aan op snelle wetgeving, aanwijzing van toezichthouders en structurele financiering om betrouwbare en veilige ai in Nederland te borgen. Daarnaast wijst de AP op een reeks recente ai‑incidenten die volgens de organisatie ook laten zien dat het toezicht momenteel tekortschiet. Zo leidde de wildgroei aan ai‑gestuurde stemwijzers tot misleidende adviezen, terwijl via Grok zonder moeite levensechte naaktbeelden van willekeurige personen konden worden gegenereerd. Deze voorbeelden onderstrepen volgens de AP hoezeer grondrechten, veiligheid en privacy onder druk staan, juist nu de technologische ontwikkeling sneller gaat dan de inrichting van toezicht en regelgeving.
Ai-agent treedt in de plaats van smartphone
1 dag
Het telecomlandschap staat op een kantelpunt: door de opkomst van ai verschuift het zwaartepunt van een smartphone‑gedreven ecosysteem naar een wereld waarin een ai‑agent het centrale knooppunt wordt.  Dit stelde Cristiano Amon, topman van chipfabrikant Qualcomm, tijdens zijn keynote op MWC26, het grote connectivity-congres in Barcelona. De rolverdeling van het apparaat-ecosysteem verandert dus ingrijpend. Amon schetste hoe vandaag de dag vrijwel alle draagbare apparaten vooral dienen als verlengstuk van de smartphone. Ze breiden de functionaliteit van de smartphone uit. Dit geldt voor smartwatches, oordopjes en slimme brillen. Maar dat gaat snel veranderen. In de volgende generatie mobiele technologie wordt de ai‑agent het middelpunt: een systeem dat menselijke intenties begrijpt, continu meeluistert, observeert, interpreteert en zelfstandig handelt. ‘Ai verandert computers en onze ervaringen, en we hebben een generatie draadloze technologie nodig die specifiek is ontworpen voor deze verschuiving naar ai. De agent wordt het centrum en zal realtime data nodig hebben, met context en een continue bewustwording van de omgeving.’ Wanneer ai‑agents op grote schaal worden ingezet, verschuift de logica van het ecosysteem. Apparaten zullen niet langer primair met de gebruiker communiceren, maar met de agent die alle context verzamelt en realtime beslissingen neemt. Die agent heeft daarbij constante toegang tot data en omgevingsinformatie nodig. Noodzaak 6G Om dit te realiseren, benadrukte Amon de noodzaak van 6G. ‘Het heeft een missie, net zoals elke generatie vóór 6G een specifieke rol had. De missie van 6G is om de draadloze technologie voor het ai-tijdperk te zijn.’ Dat vraagt om aanpassingen in de ai-interface ter ondersteuning van infrastructuur die ai overal kan laten draaien. ‘Over het algemeen zien we drie bouwstenen die deze transitie ondersteunen: connectiviteit, rekenkracht en sensoren,’ aldus Amon. Amon sprak zijn enthousiasme uit over de integratie van ai-sensorsystemen in diverse omgevingen en toepassingen. ‘Dit zal een van de grootste veranderingen zijn die eraan komen wanneer ai in het hele netwerk wordt ingeschakeld, en een belangrijk kenmerk van 6G dat de aanzet zal geven tot een reeks volledig nieuwe diensten die gebaseerd zijn op de sensor-infrastructuur.’
AWS-datacenters herstellen in Midden-Oosten van drone-aanvallen
1 dag
Amazon Web Services kampt sinds enkele dagen met een noodsituatie omdat meerdere datacenters in het Midden-Oosten werden getroffen door drone-aanvallen. Het herstel blijkt complexer dan bij een gewone storing en kan nog enkele dagen in beslag nemen vanwege de omvang van de fysieke schade. Zondagnamiddag Europese tijd meldde AWS op zijn servicestatuspagina dat een faciliteit in de Verenigde Arabische Emiraten was getroffen door ‘objecten’ die vonken en brand veroorzaakten. De brandweer schakelde de stroomvoorziening en generatoren uit om het vuur te blussen, waardoor de connectiviteit volledig wegviel.Het ging om gerichte drone-aanvallen. In totaal werden drie AWS-faciliteiten geraakt – twee in de Verenigde Arabische Emiraten en één in Bahrein. De aanvallen vonden plaats tijdens militaire aanvallen van de VS en Israël op Iran, gevolgd door Iraanse vergeldingsacties op meerdere Golfstaten. Of hoe datacenters van grote cloudproviders intussen aantrekkelijke doelwitten zijn in tijden van oorlog. Ter plaatse inspecteren De drones veroorzaakten structurele schade, verstoorden de stroomvoorziening, en zorgden in sommige gevallen voor waterschade door bluswerkzaamheden. In een update begin deze week waarschuwde AWS dat het herstel minstens een dag zou duren. ‘Het vereist reparatie van faciliteiten, koel- en stroomsystemen, coördinatie met lokale autoriteiten, en zorgvuldige beoordeling om de veiligheid van onze operators te garanderen’, aldus AWS. Bij een typische storing kan AWS snel overschakelen naar redundante systemen binnen dezelfde availability zone of regio. Maar fysieke schade aan gebouwen, koelsystemen en stroominfrastructuur vereist een fundamenteel andere aanpak. De ingenieurs moeten de faciliteit fysiek ter plaatse inspecteren, reparaties uitvoeren en systemen stap voor stap opnieuw opstarten. Migratie uit het Midden-Oosten Volgens de meest recente AWS-status van dinsdagavond Europese tijd is er vooruitgang in het herstel van sommige services. Amazon S3 toont verbetering voor nieuwe data, maar volledige toegang tot bestaande data, en onder meer hun DynamoDB-databanktoepassing, blijft afhankelijk van infrastructuurherstel. AWS riep klanten op om hun noodherstelplannen te activeren en data te herstellen vanuit externe back-ups in andere AWS-regio’s. Het bedrijf adviseerde om workloads ‘nu te migreren’ naar alternatieve AWS-faciliteiten wereldwijd, gezien ‘de onvoorspelbare operationele omgeving in het Midden-Oosten.’Dit laatste is een opmerkelijke boodschap. Normaliter belooft AWS hoge beschikbaarheid binnen een regio, maar nu erkent het bedrijf openlijk dat de situatie dusdanig instabiel is dat klanten beter hun workloads elders kunnen draaien. AWS beveelt regio’s aan in de Verenigde Staten, Europa of Azië-Pacific, afhankelijk van latentie- en data-residency-vereisten.
Kamervragen over mogelijkheid tot stoppen met Amerikaans btw-systeem
2 dagen
Tweede Kamerleden Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Jan Struijs (50PLUS) willen van de staatsecretarissen Aerdts (EZK) en Eerenberg (Financiën) weten of er nog mogelijkheden zijn om bij de bouw van een nieuw btw-systeem van de Amerikaanse leverancier Fast Enterprises af te komen. De gunning van de bouw van een nieuw omzetbelastingsysteem aan het Amerikaanse Fast Enterprises leidde tot landelijke ophef in media. De aanleiding was een reconstructie van ict-expert Marcel van Kooten op Computable van het besluitvormingsproces. Daaruit blijkt dat strategische, geopolitieke en continuïteitsaspecten nauwelijks zijn meegewogen. Fast Enterprises levert het pakket GenTax plus servers, beheer en onderhoud. De applicatie zou on-premises draaien in een datacenter van de Belastingdienst in Apeldoorn, en zou gekoppeld gaan worden aan 20 tot 25 andere applicaties bij de Belastingdienst. De parlementariërs vragen de bewindslieden om een kort, onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheid om het project alsnog stop te zetten, met behoud van de continuïteit van de belastingheffing. Kathmann gaf eerder aan van bronnen binnen de Belastingdienst te hebben gehoord dat stoppen met de migratie nog mogelijk is. Drukmiddel Critici vrezen dat de Verenigde Staten binnenkort in het hart kunnen ingrijpen van Nederlandse belastinginning. Kathmann en Struijs willen van de staatssecretarissen horen hoe zij garanderen dat de relatie met Fast Enterprises niet door de Verenigde Staten gebruikt zal worden als drukmiddel, in het licht van de Nationale Veiligheidsstrategie van de VS. Ook willen ze een toelichting op de vraag in welke mate medewerkers van Fast Enterprises toegang krijgen tot de gegevens die verwerkt worden bij het heffen van de omzetbelasting, en welke garantie is er dat data via deze medewerkers niet toegankelijk worden voor Amerikaanse overheidsdiensten. De Kamerleden willen antwoord op hun vragen voordat het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart 2026 plaatsvindt.
Spoelstra Spreekt: Hunted
2 dagen
COLUMN – Hoe belangrijk het beschermen van je privacy is, bleek afgelopen weekend maar weer. De privacy van de ayatollah van Iran en zijn voltallige regering werd wreed geschonden door een aantal bommen op zijn dak. Hoe de opperste leider precies is getraceerd, werd niet verteld, maar iedereen die ooit naar het programma Hunted heeft gekeken weet: er is altijd één sukkel die zijn telefoon tóch gebruikt. Iedere zzp’er wordt gek van die marketeers Terwijl de halve wereld in brand staat, maken wij in Nederland ons druk over het stelen en delen van onze adresgegevens bij telecomprovider Odido. Dat de Kamer van Koophandel onze adresgegevens aan Jan en alleman verspreidt en daar een bedrijfsmodel van heeft gemaakt, laten we even in het midden. Iedere zzp’er wordt gek van die marketeers die je ’s avonds bellen met een leuke aanbieding om over te stappen naar een andere telecomprovider. Als ze mij nu bellen, zeg ik: ‘Nee, dat hoeft niet, ik zit goed bij Odido. Maar dat wist je natuurlijk al, dat is overal op internet te lezen.’ Odido Wat mij het meeste stoort aan het nieuws over gedoe rond Odido is – en ik blijf dat zeggen – dat er te weinig aandacht is voor de daders. Er wordt vooral gewezen op de slechte beveiliging. Maar als je duizenden werknemers hebt, is er altijd wel één sukkel die niet oplet. Daarom mijn oproep aan de voltallige ict-industrie: stop met het maken van weer een bedrijfsinformatiesysteem, hr-module of weet ik wat voor zinloze app je aan het bouwen bent. Nee, sla de handen ineen en spoor die hackers eens op. Als je een ayatollah midden in zijn land kunt traceren, dan moet dat toch ook lukken met een stel hackers? Je hoeft ze wat mij betreft niet direct op te blazen, maar wel na drie waarschuwingen. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Cybersecurity Innovation Fund een succes, ai stimuleert containergebruik (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: subsidieregeling Cybersecurity Innovation Fund ontvangt 118 aanvragen, ai goed voor ‘risicovol’ containergebruik, Apple lanceert zijn nieuwste generatie silicon en Ookla in handen van Accenture. Grote belangstelling voor Cybersecurity Innovation Fund 2025 De subsidieregeling Cybersecurity Innovation Fund (CIF-NL 2025) heeft 118 aanvragen ontvangen, met een totaal aangevraagd subsidiebedrag van ruim tien miljoen euro. De regeling wordt uitgevoerd door het Nederlands Cybersecurity Coördinatiecentrum (NCC-NL), in opdracht van het ministerie van EZK en het European Cybersecurity Competence Centre (ECCC). Het fonds stimuleert innovatie die de nationale cyberweerbaarheid versterkt en richt zich op twee thema’s: crypto-agility en het vereenvoudigen van cybersecurity-oplossingen. Voor crypto-agility – snel overstappen op nieuwe, veilige versleuteling – zijn 23 aanvragen ingediend, goed voor circa 2,2 miljoen euro. Voor vereenvoudiging van cybersecurity kwamen 95 aanvragen binnen, met een subsidieomvang van circa 8,5 miljoen euro. Omdat respectievelijk zeventig en vijftig procent van de projectkosten subsidiabel is, vertegenwoordigen de aanvragen een totale projectwaarde van ongeveer 21 miljoen euro. Volgens NCC-NL toont de belangstelling de innovatiekracht van de Nederlandse cybersecuritysector. De regeling speelt in op de behoefte van organisaties om veiligere encryptie te gebruiken en eenvoudiger cyberbeveiliging toegankelijk te maken, ook voor het mkb. Nutanix: ai stimuleert containergebruik, maar vergroot risico’s Ai versnelt wereldwijd de adoptie van containers, maar legt tegelijk governance- en organisatorische uitdagingen bloot. Dat blijkt uit de achtste editie van de ‘Enterprise Cloud Index’ van Nutanix, gebaseerd op onderzoek onder 1.600 it- en cloudmanagers in zestien landen, waaronder Nederland, de VS en Duitsland. Uit de studie blijkt dat 85 procent de inzet van containers versnelt om ai-workloads sneller, betrouwbaarder en schaalbaarder te maken. Inmiddels bouwt 83 procent applicaties in containers en verwacht 87 procent dat het gebruik in de komende drie jaar verder toeneemt. Containers, waarin applicaties met alle benodigde afhankelijkheden worden verpakt, zijn daarmee een kernonderdeel van moderne applicatiestrategieën. Tegelijkertijd ontstaan risico’s: 82 procent van de respondenten noemt organisatorische silo’s tussen business en it een belemmering voor technologie-initiatieven, terwijl 79 procent ai-applicaties of -agents buiten de it-afdeling om ziet worden geïmplementeerd. Dit vergroot beveiligingsrisico’s, zoals blootstelling van gevoelige data en intellectueel eigendom. Daarnaast speelt datasoevereiniteit een rol: tachtig procent ziet dit als doorslaggevend bij infrastructuurkeuzes, en meer dan de helft wil systemen binnen nationale grenzen beheren. Hoewel 59 procent binnen drie jaar vijf of meer ai-toepassingen verwacht te implementeren, vindt 82 procent de huidige infrastructuur nog niet volledig ai-ready. Volgens Nutanix zijn modernisering van infrastructuur en uniform beheer van virtuele machines en containers essentieel om ai veilig en schaalbaar uit te rollen in hybride omgevingen. Apple introduceert M5 Pro en M5 Max voor nieuwe MacBook Pro Apple heeft de M5 Pro en M5 Max aangekondigd, de nieuwste generatie Apple-silicon (verzamelnaam voor de door Apple zelf ontworpen processors voor professionele laptops). De chips debuteren in de nieuwe MacBook Pro, die halverwege deze maand beschikbaar komt. Centraal staat de nieuwe Fusion Architecture, waarbij twee 3-nanometerchips via een high-bandwidthverbinding zijn samengevoegd. In één system-on-a-chip (soc) zitten een 18-core cpu, schaalbare gpu, neural engine, media engine, geheugencontroller en Thunderbolt 5. De cpu bestaat uit zes ‘supercores’ voor maximale single-threadprestaties en twaalf performance-cores voor energiezuinige multi-threadworkloads, goed voor tot dertig procent betere prestaties dan de vorige generatie. De gpu van M5 Pro telt twintig cores, M5 Max veertig, met in elke core een Neural Accelerator. Dankzij hogere geheugenbandbreedte zijn ai-workloads tot vier keer sneller uit te voeren dan bij eerdere chips. Bij ray tracing belooft Apple tot 35 procent betere grafische prestaties. Accenture neemt Ookla over om netwerkintelligentie en ai-capaciteit te versterken Accenture heeft een overeenkomst gesloten om Ookla over te nemen, bekend van producten zoals Speedtest, Downdetector, Ekahau en RootMetrics. Met de overname wil Accenture zijn netwerkintelligentie en ai-datacapaciteiten uitbreiden voor telecomproviders, hyperscalers en ondernemingen. Ookla, gevestigd in Seattle met circa 430 medewerkers, verzamelt wereldwijd data over netwerkprestaties, wifi en 5G, inclusief meer dan duizend attributen per test en 250 miljoen consumentgestuurde tests per maand. Deze informatie ondersteunt ai-toepassingen voor fraudepreventie, slimme thuisnetwerken en verkeersoptimalisatie in retail. De transactie is onderhevig aan gebruikelijke sluitingsvoorwaarden, waaronder goedkeuring door toezichthouders. Financiële voorwaarden zijn niet bekendgemaakt.
Den Haag koopt voormalig Aegon-hoofdkantoor voor House of Cyber
2 dagen
De gemeenteraad van Den Haag heeft ingestemd met de voorwaardelijke aankoop van het voormalige hoofdkantoor van Aegon in de groene wijk Mariahoeve. In het complex moet het nationale centrum voor digitale veiligheid verrijzen: het House of Cyber. Voor de aankoop en verbouwing is in totaal zestig miljoen euro gereserveerd. Volgens de gemeente worden deze kosten gedekt uit toekomstige huuropbrengsten. Het House of Cyber moet uitgroeien tot een centrale plek waar overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen structureel samenwerken aan de digitale weerbaarheid van Nederland. Beoogde gebruikers zijn het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), het ministerie van Defensie en Stichting Security Delta (HSD). Deze bundeling van partijen moet snellere kennisdeling in de hand werken om zo effectiever op te treden tegen cyberaanvallen, spionage en sabotage van vitale infrastructuur. De gemeente ziet het project als versterking van het Haagse cybersecuritycluster en het internationale profiel van de stad als centrum voor vrede en recht. In de regio werken ruim 21.000 mensen in de cybersecuritysector. Het Aegoncomplex omvat circa 40.000 vierkante meter kantoorruimte en ligt nabij station Mariahoeve. De combinatie van beveiligde en niet-beveiligde faciliteiten maakt het pand volgens betrokkenen geschikt voor de beoogde functie. Na afronding van de aankoop volgen gesprekken met toekomstige huurders over de contracten.
Cyberverzekeraar Stoïk ziet claimfrequentie met 150% stijgen in één jaar
2 dagen
Het Europese cyberrisico neemt flink toe. Cyberverzekeraar Stoïk registreerde in 2025 een stijging van 150 procent in de claimfrequentie vergeleken met het jaar ervoor. Waar in 2024 nog 4,3% van de klanten een claim indiende, steeg dat cijfer in 2025 naar 10,6 procent. ‘2025 werd het jaar waarin generatieve ai door cybercriminelen werd geïndustrialiseerd.’Dat blijkt uit het jaarlijkse Claims Report van Stoïk, gebaseerd op bijna 1000 cyberincidenten uit zes Europese landen waaronder België.E-mailgerelateerde incidenten blijven met 59,4 procent van alle claims veruit de meest voorkomende aanvalsvector. Klassieke fraude, phishing en business email compromise domineren het dreigingslandschap. Opvallend is dat 10 procent van de bedrijven die slachtoffer werden van fraude of business email compromise binnen het jaar opnieuw wordt getroffen.De cyberverzekeraar ziet de rol van ai explosief groeien. ‘Ai-modellen die stemmen imiteren slagen er steeds beter in om ook de nuances van lokale accenten te vatten, en ook de nuances in geschreven tekst ontglippen de algoritmes niet’, zegt Stef Vermeulen, cyberverzekeringsexpert en country manager bij Stoïk België.Vermeulen ziet ook steeds vaker gevallen van factuurfraude, die ook ai-gedreven zijn. ‘Door processen die als routine door een bedrijf behandeld worden, zoals facturatie, tot in de details te imiteren slagen cybercriminelen er vaak in om onoplettendheid te exploiteren’, oppert hij. Ai-gegenereerde content, ai-stemmen en real-time context-adaptatie helpen aanvallers om argwaan bij werknemers te omzeilen.Timing in het jaarHoewel ransomware met ongeveer één claim per week relatief zeldzaam blijft, heeft deze aanvalsvorm de grootste financiële impact. In 2025 waren ransomware-aanvallen 60 procent impactvoller dan het jaar ervoor. Aanvallers werken steeds vaker met dubbele afpersing: ze eisen losgeld om systemen te ontgrendelen én dreigen tegelijkertijd gestolen data publiek te maken.Cybercriminelen maken bovendien ook steeds vaker gebruik van alledaagse tools om toegang te krijgen tot systemen. Valse PDF-bewerkingsprogramma’s en browserextensies, gepubliceerd op professioneel ogende websites, liggen vaak aan de oorsprong van incidenten.
6 bedrijven, 230 miljoen per jaar – en niemand die zich afvraagt wat er gebeurt als er eentje omvalt
3 dagen
BLOG – Het Rijk gaf in 2024 ruim 230 miljoen euro uit aan acht it-leveranciers. In 2020 was dat nog 126 miljoen. Bijna een verdubbeling in vier jaar en niemand die er iets van zegt. Capgemini, Atos, CGI, IBM, KPN, Ordina. Wie weleens een overheids-it-aanbesteding heeft opengeslagen, kent de namen. Ze staan er altijd in. Als winnaar, als onderaannemer, of als de partij die de specificaties heeft helpen schrijven voordat de tender werd gepubliceerd. Maar dat laatste terzijde. Capgemini was betrokken bij 37 van de 148 grote it-projecten bij het Rijk, Atos bij 22, IBM bij negentien. Tel ze bij elkaar op en je hebt een handvol bedrijven dat de digitale ruggengraat van de overheid bezit. Niet omdat ze onvervangbaar zijn, maar omdat niemand het aandurft om ze te vervangen. En het wordt krapper, niet breder. Het aantal onderhandelingsprocedures zonder voorafgaande bekendmaking, contracten die worden gegund zonder open competitie, ging van 510 in 2018 naar 1.548 in 2024. Verdrievoudigd. Anderhalf duizend keer per jaar zegt een overheidsorganisatie: wij kunnen alleen bij déze leverancier terecht. Soms klopt dat, vaak is het gemak. Toen Atos bijna omviel In 2023 boekte Atos een verlies van 3,4 miljard euro. De schuld stond op 3,6 miljard. Hoofdfinancier Crédit Agricole wilde weg. Kretinsky deed een bod, dat mislukte. Airbus keek ernaar, haakte af. Wie op dat moment begonnen te zweten, waren de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Defensie. De SVB betaalt via Atos-systemen AOW en kinderbijslag aan miljoenen Nederlanders. Het CIZ beheert medische data van meer dan 350.000 langdurige zorgontvangers. Defensie zat midden in een infrastructuurvernieuwing. Noodplannen werden uit laden getrokken. Defensie begon te praten met Kyndryl als achtervang. Atos overleefde. Ternauwernood. Maar stel je voor dat het níét was gelukt. Geen AOW-uitkeringen meer vanwege een faillissement in Parijs. Dat had kunnen gebeuren. Hoe we hier zijn gekomen Het aanbestedingssysteem zelf bouwt de afhankelijkheid op. Grote raamcontracten, vaak vier jaar met verlengingsopties. Zware kwalificatie-eisen (ISO-certificeringen, referenties van vergelijkbare omvang, financiële ratio’s) die kleinere partijen niet kunnen of willen halen. En zodra een leverancier eenmaal binnen zit, wordt de overstapdrempel elk jaar hoger. Meer maatwerk, meer integraties, meer redenen om te verlengen in plaats van opnieuw aan te besteden. Vijftig procent van de Europese aanbestedingen in Nederland gaat naar één procent van de bedrijven. Die ene procent pakt 79 procent van de totale waarde. De rest mag de kruimels verdelen. In januari 2025 oordeelde het Europees Hof van Justitie (zaak C-578/23) dat je vendor lock-in niet kunt inroepen als uitsluitingsgrond voor mededinging, als je de exclusiviteit zelf hebt gecreëerd. Je moet aantonen dat je alles hebt gedaan om lock-in te voorkomen bij de oorspronkelijke inkoop, én dat je geen redelijke economische mogelijkheid had om eruit te stappen. Probeer dat eens uit te leggen aan een gemeente die al tien jaar op dezelfde leverancier draait. Wat het kost De Rapportage Grote ICT-activiteiten 2024 telt 184 projecten boven de vijf miljoen euro. Gemiddelde kostenoverschrijding: 27 procent. Het hoogste ooit gemeten. Niet ondanks de grote leveranciers. Mede dankzij een dynamiek waarin opdrachtgever en opdrachtnemer in elkaars gijzeling zitten en geen van beiden belang heeft bij transparantie over wat er misgaat. It-bedrijven die niet tot het clubje behoren herkennen dit. Je kunt technisch beter zijn, scherper aanbieden, sneller leveren. Maar je komt er niet tussen. Of je wordt getolereerd als onderaannemer: afhankelijk, inwisselbaar, en altijd de eerste die het voelt als er bezuinigd wordt. De vraag is niet of dit model een keer knapt. De Atos-crisis bewees dat het al is geknapt. De vraag is of we de moed hebben om het te veranderen voordat de volgende leverancier dreigt om te vallen. En er geen noodplan meer is dat op tijd uit de la komt. Christophoor Ram, aanbestedingsstrateeg TenderGrowth
Kort: ProRail beveiligt spoor zee met Genetec, Databricks wil in Amsterdam naar 1000 employees (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: ProRail in zee met Genetec, Topicus koopt PortalPlus, 1,75 miljoen voor Delphyr, Databricks opent groter Amsterdams kantoor en Ekco aquireert Nijmko ICT. ProRail ontsluit camerabeelden via Genetec‑platform ProRail uit Utrecht gebruikt oplossingen van Genetec uit Montreal om zevenduizend beveiligingscamera’s op stations, emplacementen en spoortrajecten centraal te beheren. De systemen Genetec Security Center en Omnicast worden ingezet voor sneller incidentmanagement en beter inzicht in camerabeelden. Vanuit de zogeheten Smart Monitoring Room kan ProRail storingen sneller opsporen en relevante beelden delen met partijen zoals de politie via Genetec Clearance. Ook wordt gewerkt met video‑analyse voor onder meer het detecteren van spoorlopers. ProRail onderzoekt daarnaast de inzet van nieuwe technologieën zoals drones en glasvezelsensoren die op het Genetec‑platform kunnen worden aangesloten. Topicus lijft PortalPlus in Topicus uit Deventer heeft de activiteiten van PortalPlus Cloud Solutions uit Rotterdam overgenomen. PortalPlus levert software voor studenteninstroom en ‑begeleiding, terwijl Topicus bekendstaat om zijn studentinformatiesystemen. Met de overname wil Topicus de ondersteuning van de volledige studentreis uitbreiden, inclusief toepassingen rond het idee van ‘Leven Lang Ontwikkelen’. PortalPlus‑oprichter Frank Reijenga blijft als directeur betrokken en de dienstverlening vanuit Rotterdam blijft ongewijzigd. Topicus onderzoekt bovendien hoe de PortalPlus‑oplossingen breder inzetbaar zijn binnen andere onderwijssectoren. Delphyr haalt financiering op voor uitbreiding ai‑assistenten Delphyr uit Amsterdam heeft 1,75 miljoen euro opgehaald bij meerdere investeerders, waaronder de oprichters van Hugging Face en Degiro. Het bedrijf ontwikkelt ai‑assistenten die in bestaande zorgsystemen worden geïntegreerd en helpt professionals bij taken zoals zoeken in patiëntgegevens, raadplegen van richtlijnen en het opstellen van consultnotities. Ook kan het platform consulten automatisch omzetten in gestructureerde notities. Volgens oprichter/ceo Michel Abdel Malek biedt de investering ruimte om de technologie verder te ontwikkelen. Patiëntgegevens blijven binnen de praktijkomgeving en worden verwerkt op Europese infrastructuur. Databricks breidt Nederlandse activiteiten uit met nieuw Amsterdams kantoor Databricks, gevestigd in San Francisco, opent eind 2026 een kantoor van 13.000 m² in kantoortoren The Rock in op de Amsterdamse Zuid-As. De locatie biedt ruimte voor verdere groei van het Nederlandse team; de data-expert wil doorgroeien tot duizend medewerkers. Amsterdam speelt binnen Databricks een grote rol als r&d‑centrum buiten de VS. Het bedrijf ontwikkelt onder meer Lakebase, een serverloze Postgres-database voor ai‑agenten, en de conversational assistent Genie. De uitbreiding in Nederland volgt op een sterk 2025 met nieuwe investeringen en grotere klantvraag. Dit voorjaar organiseert Databricks ai‑evenementen in Amsterdam en Brussel. Ekco neemt Nijmko ICT over Ekco uit Veenendaal heeft ict‑dienstverlener Nijmko ICT uit Stadskanaal ingelijfd. Met de transactie breidt Ekco zijn Nederlandse activiteiten uit en krijgen Nijmko‑klanten toegang tot een breder aanbod op het gebied van cloud, security en managed services. De diensten van Nijmko Telecom en Nijmko Printing & Document Solutions vallen buiten de overname en blijven actief onder hun eigen naam. Volgens beide partijen zorgt de samenwerking voor een grotere dienstverlening, terwijl de bestaande werkwijze van Nijmko ICT in stand blijft. Klanten merken vooralsnog weinig van de integratie, aldus de twee partners.
MWC26: Fraude-explosie dwingt telecomsector tot harde veiligheidsaanpak
3 dagen
Fraude en veiligheid behoren tot de voornaamste gespreksthema’s op de techbeurs MWC26. Leiders uit de telecomsector waarschuwden tijdens hun keynotes dat criminelen de overhand krijgen. Vivek Badrinath, directeur van de brancheorganisatie GSMA, wijst erop dat oplichters de wapenwedloop winnen. ‘Ze gebruiken technologie om een stap voor te blijven, buiten de lacunes tussen sectoren en landen uit, veranderen voortdurend van tactiek en passen zich steeds aan.’ Volgens Badrinath vormt fraude een wereldwijde bedreiging. ‘Daarom is urgente, gecoördineerde actie nodig.’  Sunil Bharti Mittal, topman van Bharti Enterprises, rekent uit dat digitale fraude nu jaarlijks 480 miljard dollar schade oplevert. Hij betoogt dat ai deze uitdaging heeft vergroot en waarschuwt dat ‘de kwetsbaarheid voor aanvallen is toegenomen.’ Volgens Mittal is connectiviteit alleen niet meer voldoende. Belangrijker nog is vertrouwen.Ook Christel Heydemann, ceo Orange, spreekt haar verontrusting uit. Telecombedrijven moeten een vertrouwde omgeving creëren, vindt zij. Zeker nu door ai gegenereerde content de door mensen gemaakte content overtreft, is het gevaar groot. Ze stelt vast dat burgers zich zorgen maken over desinformatie en verlies van controle. ‘Bedrijven zijn verontrust over veiligheid, betrouwbaarheid en naleving van regelgeving.’Overigens kunnen de operators niet alles doen. Volgens Badrinath vinden de meeste oplichtingspraktijken plaats buiten de controle van de aanbieders. De GSMA-directeur dringt aan op nauwere samenwerking met financiële dienstverleners, digitale platformen, overheden en beveiligingsspecialisten. Bharti Mittal pleit voor minder versnipperde regels: landen moeten hun aanpak beter op elkaar afstemmen. Zogeheten over-the-top (ott)‑platformen zoals WhatsApp, Google, Meta moeten meedoen aan dezelfde veiligheidsregels als telecombedrijven.
Gemeenten werken aan nieuwe massaovereenkomst met Microsoft
3 dagen
Nederlandse gemeenten bereiden een nieuwe collectieve overeenkomst met Microsoft voor na afloop van het huidige GT Microsoft 2-framework in 2027. Daarmee lijkt de samenwerking met de softwareleverancier een vervolg te krijgen, in weerwil van de groeiende discussie over digitale autonomie binnen de overheid. Dat meldt IBestuur op basis van bronnen bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Aan het huidige framework neemt circa negentig procent van de gemeenten deel, in totaal 321. Volgens de VNG richten de gesprekken zich niet alleen op prijsafspraken. Zo lopen er twee trajecten: één over commerciële voorwaarden en één over bredere thema’s als soevereiniteit, dataopslag en dataportabiliteit. Framework Het GT (Gemeentelijke Transitie) Microsoft 2-framework is de huidige collectieve licentie- en inkoopovereenkomst tussen Nederlandse gemeenten en Microsoft, afgesloten via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Het is bedoeld om gemeenten gezamenlijk afspraken te laten maken over het gebruik van Microsoft-software en clouddiensten, zoals Microsoft 365, Azure en gerelateerde producten. Het framework bevat afspraken over: Licentievoorwaarden en prijsstelling; Gebruik van clouddiensten; Beveiliging en compliance; Privacy, dataopslag en (in toenemende mate) soevereiniteit; Ondersteuning bij implementatie en migratie. Gemeenten zoeken daarbij naar een balans tussen versterking van digitale autonomie en het waarborgen van de continuïteit van dienstverlening aan burgers. Tegelijkertijd nemen de zorgen over afhankelijkheid toe. Kostbaar Eerder onderzoek van IBestuur (een onafhankelijk platform dat zich richt op de digitalisering van de overheid) en het vakmedium Binnenlands Bestuur liet zien dat vrijwel alle gemeenten Microsoft-software gebruiken en overstappen als complex en kostbaar ervaren. Daarbij spelen ook vragen rond prijsontwikkelingen, vendor lock-in en de invloed van Amerikaanse wetgeving op data. Voor de langere termijn worden alternatieven verkend, aldus de VNG. Over de huidige stand van de onderhandelingen zijn geen nadere mededelingen gedaan.
Nokia trekt aandacht op MWC26 met ai-ran en goedkopere 5G
3 dagen
Nokia boekt grote vooruitgang met de bouw van mobiele netwerken. Ai-ran, waarbij ai diep is geïntegreerd in het radio access network (ran), verandert in een platform dat zelf kan rekenen, optimaliseren en ai‑toepassingen aan de rand van het netwerk (edge) kan draaien. Het Finse bedrijf is met deze ‘voorloper van 6G’ de blikvanger van techbeurs MWC26 die deze week in Barcelona plaatsgrijpt. Door samenwerking met Nvidia (die de gpu’s levert) weet de Nokia de computerfuncties in het ran sneller te maken. Beide leveranciers zien dat hun samenwerking de stap naar ai-native 6G versnelt. Diverse operators laten in Barcelona zien dat een gpu-versnelde ran in de praktijk goed werkt. Nokia zegt dat het systeem schaalbaar is en efficiënter werkt dan klassieke ran-architecturen. Tests waarbij ai-taken en ran-taken tegelijk draaien op Nvidia’s gpu-platform, zijn bevredigend verlopen. Nederland Ook uit Nederland was er nieuws rond Nokia. Eurofiber introduceert samen met de Finse fabrikant 5G RedCap binnen het private 5G-ecosysteem dat beiden opbouwen. Nokia’s RedCap (5G Reduced Capability) brengt een lichtere, goedkopere en meer energiezuinige vorm van 5G naar iot-apparaten.De RedCap-technologie is ontworpen voor grootschalige iot‑toepassingen die betrouwbaarheid en lage latency vereisen, maar niet de volledige 5G‑bandbreedte nodig hebben. Deze biedt lagere complexiteit dan volledige 5G‑modems, minder energieverbruik, betaalbare modules en ondersteuning voor grote aantallen iot‑apparaten zoals sensoren, wearables en camera’s. Nokia claimt ook dat iot-projecten eenvoudiger zijn te starten. Stapsgewijze opschaling is mogelijk zonder grote initiële investeringen.Phaedra Kortekaas, managing director Eurofiber Nederland, spreekt van een krachtig nieuw bouwblok voor de digitale transformatie van klanten. ‘Organisaties die hun processen willen moderniseren met iot‑toepassingen zoeken maximale betrouwbaarheid en veiligheid.’ RedCap maakt deze innovatie nu breed toegankelijk, direct verbonden met Eurofibers open glasvezelnetwerk. ‘Met alle data die via iotwordt verzameld, kunnen ai‑modellen bovendien nog beter functioneren. Dit is een doorbraak om het volledige potentieel van AI te benutten voor bedrijven die datagedreven werken’, aldus Kortekaas. 
Kathmann: Stoppen migratie naar Amerikaans omzetbelastingsysteem kan nog  
3 dagen
Volgens Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) geven ‘goed ingelichte bronnen binnen de Belastingdienst’ aan dat de migratie naar een nieuw omzetbelastingsysteem van het Amerikaanse Fast Enterprises nog is te stoppen. Haar motie hierover is tijdens het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken van 2 maart echter ontijdig verklaard door Willemijn Aerdts, de kersverse staatssecretaris (D66) voor digitale soevereiniteit en digitale economie. Staatssecretaris Aerdts vindt dat Kathmann te vroeg is met haar motie. Zij verzocht haar te wachten op een brief van collega-staatssecretaris Eelco Eerenberg (D66) en het geplande commissiedebat op 19 maart aanstaande. Wel stelde zij haar zorgen hierover te delen en hem te adviseren ‘daar geen onomkeerbare stappen in te zetten totdat hij met de Kamer heeft gesproken.’ Kathmann vindt uitstel riskant: ‘We hebben eindelijk een kans om iets te stoppen dat niemand in de Kamer wenselijk vindt – wachten kan betekenen dat we opnieuw voor een voldongen feit worden gezet, zoals bij DigiD.’ In haar motie vraagt ze de regering ook om garanties ‘dat beheer en onderhoud van het btw‑systeem binnen Europa blijven totdat de Kamer volledig is geïnformeerd.’ Overigens is er op 3 maart het Vragenuur in de Tweede Kamer, waar Kathmann hoopt direct vragen te kunnen stellen aan de Staatssecretaris Financiën over de voorgenomen migratie. Reconstructie Vorige week ontstond landelijke ophef in politiek en media over de berichtgeving van Computable inzake de opvallende stap van de Belastingdienst om de bouw van een nieuw omzetbelastingsysteem te gunnen aan het Amerikaanse Fast Enterprises, een partij die in Europa nauwelijks voet aan de grond heeft. Uit een reconstructie van het besluitvormingsproces blijkt dat strategische, geopolitieke en continuïteitsaspecten nauwelijks zijn meegewogen. Critici vrezen dat de Verenigde Staten binnenkort in het hart kunnen ingrijpen van Nederlandse belastinginning. Staatssecretaris Eerenberg zei na de ministerraad ‘geen aanleiding’ te zien om aan de veiligheid van het nieuwe systeem te twijfelen, wijzend op ingebouwde waarborgen en de noodzaak om de btw‑inning te moderniseren. Om de zorgen over afhankelijkheid van een Amerikaanse leverancier te temperen, gaf hij aan dat de servers in het datacenter van de Belastingdienst in Apeldoorn staan en dat het systeem wordt beheerd door mensen die daar werken, aldus een bericht van het ANP. Terugdraaien Volgens Eerenberg is er geen realistische mogelijkheid meer om van leverancier te wisselen. Het proces zou te ver in de aanbesteding en uitvoering zitten om nog terug te draaien. Wel zei hij dat toekomstige aanbestedingen ‘veel kritischer’ zullen worden bekeken op afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven. Tweede Kamerlid Kathmann, die ook een blog over de zaak schreef, bestrijdt dat echter. Zij heeft gesproken met anonieme bronnen binnen de fiscus die aangeven dat de migratie nog kan worden teruggedraaid. De medewerkers en systemen die het huidige btw‑proces dragen, zijn immers nog aanwezig. Verder wijst zij op ‘alarmerende berichten’ waaruit blijkt dat zowel beheer als onderhoud van het nieuwe omzetbelastingsysteem in Amerikaanse handen komen. Zij benadrukte in het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken dat dit haaks staat op wat het kabinet afgelopen vrijdag aan de Kamer meldde. Uit informatie op TenderNed, waar onder meer tech-expert Bert Hubert op wees, blijkt dat de Belastingdienst wél inzet op uitbesteding. Naast de bouw en de implementatie van het nieuwe systeem staat in het bestek dat de opdrachtnemer (in dit geval dus Fast Enterprises) ook verantwoordelijk wordt voor het technisch beheer; de Belastingdienst doet dan het functioneel beheer. Btw-as-a-service Bovendien wordt GenTax, het btw-systeem van Fast Enterprises, gekoppeld aan een twintigtal andere applicaties van de fiscus. Dat geeft de Amerikanen toegang tot nog veel meer belastinggegevens en -systemen dan alleen de data die gerelateerd zijn aan de btw, aldus Hubert op zijn blog. ‘Met deze uitbesteding krijgen we nu ‘btw-as-a-service’ van Amerikanen. Als Trump weer eens dreigt met sancties kunnen ze bij de Belastingdienst direct alle verloven intrekken.’ In reactie op vragen van De Volkskrant meldt de Belastingdienst: ‘Bij de start en afronding van de aanbesteding was de (geo)politieke situatie anders dan nu. De dienst heeft constant maatregelen genomen om digitale risico’s te beperken. De realiteit blijft echter dat in een digitale wereld risico’s nooit volledig uit te bannen zijn.’ AandachtDe reconstructie in Computable zorgde voor een golf aan (tech)media‑aandacht. Ook internationaal, zoals bij het internationale vakblad Taxnotes.
Einde van de budgetlaptop: geheugen te duur geworden
3 dagen
Ai-geheugencrisis jaagt prijs van laptops en smartphones omhoog De prijzen van geheugen schieten omhoog, en dat voelen bedrijven en consumenten binnenkort in hun portemonnee. Onderzoeksbureau Gartner waarschuwt dat de aanhoudende krapte op de geheugenmarkt de komende jaren zwaar op de portemonnee van it-managers zal wegen. Volgens Gartner stijgen de prijzen van DRAM en NAND-flash – de twee meest gebruikte geheugentypen in laptops en smartphones – dit jaar met nog eens 130 procent. Sommige geheugensoorten zijn al verdubbeld of zelfs verviervoudigd in prijs ten opzichte van vorig jaar. De oorzaak ligt niet bij productieproblemen, zoals in eerdere geheugencycli het geval was, maar bij de explosieve vraag vanuit grote cloudbedrijven die massaal investeren in ai-infrastructuur. De gevolgen voor de it-markt zijn concreet. Gartner verwacht dat de wereldwijde pc-verkoop in 2026 met meer dan 10 procent krimpt, terwijl de smartphonemarkt met circa 8 procent daalt. De hardst getroffen categorie is het instapsegment. Fabrikanten kunnen geen betaalbare laptops meer bouwen onder de vijfhonderd dollar zonder verlies te draaien, en prijsgevoelige kopers haken simpelweg af als de prijs stijgt.HP illustreert de ernst van de situatie: dram-geheugen vertegenwoordigt inmiddels 35 procent van de totale bouwkosten van een laptop, tegenover 15 à 18 procent een kwartaal eerder. Directe gevolgen Voor it-managers heeft dit directe gevolgen. Gartner adviseert bedrijven die een vernieuwing plannen, nu te handelen. Want de prijzen zullen voorlopig niet dalen. Tegelijk verwacht Gartner dat organisaties hun bestaande hardware langer zullen gebruiken: de levensduur van zakelijke systemen neemt naar verwachting met 15 procent toe. Ai-laptops blijven ondertussen relatief duur. Gartner schat dat ai-laptops pas in 2028 meer dan de helft van de markt zullen uitmaken.Door de geheugenvereisten van platforms zoals Microsoft Copilot+ (minimaal 16 GB) blijven deze toestellen in het premiumsegment hangen. Al raadt Gartner op z’n minst 32 GB aan voor nieuwe enterprise pc’s.
Vodafone dringt tijdens MWC26 aan op meer samenwerking in de ruimte
4 dagen
Event | MWC26 Vodafone roept op tot meer samenwerking in de ruimte. De mobiele operator die samen met AST SpaceMobile direct-to-device (D2D) satelliet connectiviteit in heel Europa gaat bieden, waarschuwt op de beurs MWC26 tegen wild-west-toestanden in de ruimte. Vodafone ontwikkelt een nieuwe laag van mobiele connectiviteit die de bestaande 4G/5G moet aanvullen. Gewone smartphones kunnen via een nieuwe joint venture van Vodafone rechtstreeks verbinding maken met de satellieten van Satellite Connect Europe. Daartoe zijn LEO-satellieten met grote antennes nodig die in een lage baan om de aarde cirkelen. Deze satellieten kunnen zwakke radiosignalen opvangen. Margherita Della, ceo Vodafone, stelt dat de ruimte geen grenzen kent. Dit vereist nauwe samenwerking tussen alle landen die in de ruimte actief zijn. Alleen als die samenwerking goed is geregeld, kan deze vorm van connectiviteit de juiste schaal krijgen. Della sprak samen met twee topmensen van Starlink/SpaceX maandag tijdens MWC26 in Barcelona. Ruimtevaarttechnologie is een van de voornaamste onderwerpen tijdens deze techbeurs die dit jaar voor de twintigste keer in Barcelona wordt gehouden. Ruimte-regulering Ook de Britse astronaut Tim Peake (British European Space) pleitte vurig voor een regulering van de ruimte, als straks duizenden kleinere satellieten zich rond de aarde gaan bewegen. Volgens Della moeten er spelregels komen om de veiligheid en betrouwbaarheid te garanderen. Zoals altijd het geval is, loopt de technologie ook ditmaal op de regelgeving vooruit. Verder zei de Vodafone-topvrouw dat Satellite Connect Europe openstaat voor samenwerking. Orange, Telefonica en de 3 Group zijn al samenwerkingsverbanden aangegaan. Twee toplieden van SpaceX/Starlink gaven maandag ook inzicht in de rol van ruimtevaart in het thema van MWC26, The IQ Era, dat zich richt op intelligente, ai-gedreven infrastructuur. Maar Gwynne Shotwell, president en coo van SpaceX, sprak met geen woord over Elon Musks plan om datacenters in de ruimte te bouwen. Ook Michael Nicolls, vp engineering bij Starlink, onthield zich van een toelichting. Satellite-to-mobile Beide sprekers richtten zich op Starlink’s missie om wereldwijde toegang te bieden tot snel breedbandinternet met zeer lage responstijden (low latency). Met satellite-to-mobile is een enorme vooruitgang geboekt. Video streaming, online gaming en videobellen zijn momenteel in zeer afgelegen gebieden mogelijk. Witte plekken waarvan er ook nog veel in de VS zijn, verdwijnen in een hoog tempo. Gwynne Shotwell zei dat bij (natuur)rampen en grote branden de vaste verbindingen over land doorgaans het eerst worden getroffen. Wanneer die traditionele dekking wegvalt, biedt Starlink een alternatief. In Oekraïne werkt Kyivstar nauw samen met Starlink. Dertig miljoen mensen daar gebruiken satellietcommunicatie, ook voor spraak en videocalls. Allianties Wereldwijd heeft Starlink allianties met T-Mobile USA, Entel Chili, het Australische Telstra, het Canadese Rogers, KDDI (Japan), Globe (Filipijnen) en Airtel Africa. De tweede-generatie-satelliet-netwerken bieden 5G-snelheid. Volgens Shotwell bedraagt de download-snelheid 100GB per seconde, terwijl de upload-snelheid reikt tot 50GB per seconde. Over een half jaar denkt Starlink 1.200 satellieten in de ruimte te hebben. Ook de poolgebieden worden binnenkort met satellieten bediend. Shotwell: ‘We dichten heel snel de kloof in connectiviteit.’
Waarom voor taalmodellen kiezen – als werkelijke waarde in gestructureerde data zit?
4 dagen
Op LinkedIn woedt een interessante discussie over SAP RPT-1, aangezwengeld door analist John Santaferraro. In een besloten sessie op SAP TechEd in Berlijn schetste cto Philipp Herzig hoe een intern onderzoeksproject – ooit gestart als alternatief voor een eigen groot taalmodel (llm) – uitgroeide tot een nieuw type foundationmodel dat niet in woorden denkt, maar in cellen van tabellen. Niet wéér een llm boven op documenten, maar een model dat patronen leert in grootboekposten, orderregels en facturen. Twee jaar geleden stelde SAP zichzelf de vraag of het een eigen llm moest ontwikkelen. Het antwoord was ‘nee’. De argumentatie: de markt zou overspoeld worden met generieke modellen, getraind op publieke tekstdata. Wat voor enterprise-softwarebedrijven als SAP veel interessanter is, is toegang tot de enorme hoeveelheden gestructureerde bedrijfsdata in Hana- en andere relationele databases – plus de governance en toestemming om daar geanonimiseerd op te experimenteren. Daaruit ontstond RPT-1: Relational Pretrained Transformer. Waar llm’s tokens definiëren als woorden of subwoorden, beschouwt dit model de database-cel als token. Het model is van de grond af aan getraind op relationele tabellen en leert daar de afhankelijkheden tussen rijen, kolommen en tabellen uit af. SAP positioneert RPT-1 als een zogeheten ‘table-native foundation model’: niet bedoeld om teksten te genereren, maar om direct voorspellingen te doen op tabulaire data, met zo min mogelijk extra training of feature engineering. Paper Het technische fundament van RPT-1 is beschreven in het NeurIPS-paper ‘ConTextTab: A Semantics-Aware Tabular In-Context Learner’. ConTextTab is in feite de onderzoeksversie van RPT-1; de code staat als ‘sap-rpt-1-oss’ op GitHub. In ConTextTab wordt tabular in-context learning (ICL) geïntroduceerd. Waar taalmodellen context halen uit opeenvolgende woorden, haalt ConTextTab context uit rijen en kolommen. Het model gebruikt gespecialiseerde embedding-lagen voor: Kolomnamen en tabelnamen (semantische context) Categorische en tekstvelden (Bert-achtige vectoren) Datums (tijdsbewuste representatie) Numerieke waarden (gestandaardiseerd en lineair geprojecteerd) Daarnaast gebruikt het een tweedimensionale attention-architectuur: afwisselend over kolommen en over rijen. Zo kan het model zowel relaties tussen kenmerken (kolommen) als tussen records (rijen) leren, zonder dat de volgorde van rijen of kolommen uitmaakt – wat cruciaal is bij tabulaire data. In benchmarks zoals Carte, OpenML en TabReD haalt ConTextTab state-of-the-art-resultaten, vaak beter dan table-native modellen zoals TabPFN en TabICL, en concurrerend met geavanceerde gradient-boosting-ensembles zoals AutoGluon en CatBoost op semantisch rijke datasets. Drie varianten Met SAP RPT-1 brengt SAP deze architectuur naar de productwereld als een relational foundation-model voor bedrijfsdata. Het model wordt in drie varianten aangeboden: RPT-1 Small: geoptimaliseerd voor snelheid en efficiency; RPT-1 Large: gericht op maximale nauwkeurigheid; RPT-1 OSS: als opensource-variant voor experimenten en eigen implementaties. Belangrijk is de inzet op in-context learning: klanten leveren tabellen met enkele voorbeeldrijen inclusief gewenste uitkomst. Het model kan vervolgens direct voorspellingen doen voor nieuwe records, zonder aparte trainingsstap of fine tuning. SAP claimt dat zo weken aan klassiek ml-werk (data-engineering, modelselectie, training, tuning) worden teruggebracht tot een configuratie in uren. RPT-1 wordt binnenkort algemeen beschikbaar via SAP’s generatieve-ai-hub, terwijl de open weight-variant nu al op Hugging Face en in een web-gebaseerde playground te testen is. Taaktabel Een kernconcept in RPT-1 is de external task table. Voor iedere use-case definieert de gebruiker een taaktabel met de targetwaarden die voorspeld moeten worden (bijvoorbeeld ‘wordt deze order te laat geleverd?’ of ‘hoeveel dagen vertraging?’). Deze tabel wordt als gewone relationele tabel behandeld en vormt samen met de brontabellen de context voor de voorspelling. Daarbovenop introduceert SAP een relational attention-mechanisme dat expliciet rekening houdt met: Kolomdistributies (patronen binnen een kolom); Rijcontext (combinatie van waarden binnen één record); Neighborhood-relaties via primaire en vreemde sleutels (relaties tussen tabellen). In SAP’s positionering vervangt dit deels wat in de llm-wereld met RAG (retrieval-augmented generation), prompt-engineering en uitgebreide fine-tuning wordt opgelost. Het model werkt direct op de relationele structuur, in plaats van eerst alles via tekstrepresentaties te laten lopen. Initiatieven RPT-1 staat niet op zichzelf. In de research- en opensource-­wereld lopen al langer initiatieven om ai dichter bij relationele data te brengen. Denk aan: RelBench biedt een open benchmark voor modellen die moeten redeneren over relationele en tabulaire data, inclusief realistische bedrijfsdatasets; TabPFN en aanverwante tabular-modellen winnen aan aandacht als generieke, pretrained modellen voor gestructureerde datasets, met sterke prestaties op traditionele ml-taken; DB-GPT koppelt llm’s direct aan SQL-databases, zodat natuurlijke-taalvragen kunnen worden vertaald naar queries en resultaten, zonder dat het onderliggende schema naar buiten lekt; De community rond DuckDB experimenteert met het combineren van analytische SQL-workloads en ai, juist omdat DuckDB als in-process engine bedoeld is voor snelle iteraties op tabulaire data. In blogposts en analyses wordt RPT-1 daarom geregeld vergeleken met deze opensource-projecten: als een enterprise-variant van hetzelfde idee – een generiek, pretrained model dat tabulaire patronen leert, in plaats van telkens een apart ml-model per use-case. Discussies Niet alle commentaren in discussies als op LinkedIn zijn juichend. Sommige auteurs wijzen erop dat ConTextTab en RPT-1 vooralsnog onderzoeksprojecten zijn: het model is getraind op de publieke T4-dataset en geëvalueerd op benchmarks als Carte en OpenML, niet op echte SAP-productiedata. Ook is de schaal van de training bescheiden – één H100-gpu in plaats van een supercomputercluster – wat RPT-1 methodologisch interessant maakt, maar nog geen bewijs levert voor alle enterprise-scenario’s. Daarnaast schalen tabular ICL-architecturen nog niet onbeperkt. Bij erg grote tabellen of extreem hoge recordaantallen blijven klassieke gradient-boosting-methoden of domeinspecifieke modellen voorlopig concurrerend, stellen sommige criticasters. Ook ontbreekt het nog aan echt grote, semantisch rijke open tabulaire benchmarks die de complexiteit van erp-landschappen volledig benaderen. ‘Revolutie’ Voor it- en businessafdelingen is de vraag minder of RPT-1 en andere tabular foundation models een ‘revolutie’ zijn, maar meer hoe dit in de architectuur en governance past. Enkele praktische aandachtspunten die uit de discussies naar voren komen: Positionering ten opzichte van bestaande ml-stacks: RPT-1 richt zich op generieke classificatie- en regressietaken bovenop tabellen. Dat kan veel kleinere ml-projecten vervangen, maar gespecialiseerde modellen voor bijvoorbeeld beeld, tekst of zeer specifieke domeinen blijven nodig; Integratie met SAP-omgevingen: de kracht van RPT-1 zal in hoge mate afhangen van de integratie met S/4Hana, Datasphere en SAP’s AI Foundation. Daar ligt ook het risico op extra afhankelijkheid van één leverancier; Relatie met opensource: doordat RPT-1 ook als open-weight beschikbaar is, kunnen organisaties experimenteren buiten SAP-clouds om, of het model combineren met bestaande ml-ops-omgevingen en datawarehouses. De bredere trend is echter helder: voor veel enterprise-organisaties zal ai de komende jaren verschuiven van generieke llm’s naar een strategie waarin domain- en data­specifieke foundation modellen een steeds belangrijkere rol spelen. RPT-1 is daar een voorbeeld van, maar is zeker niet het echte model-in-aantocht. Het biedt voor veel Nederlandse enterprise-organisaties echter wel een duidelijke route naar het beter ontsluiten van de goudmijn waar zij al jaren op zitten: gestructureerde bedrijfsdata in relationele tabellen. Of deze benadering klassieke machine-learningprojecten daadwerkelijk verdringt, zal de praktijk de komende jaren moeten uitwijzen. Maar één conclusie laat RPT-1 nu al toe: wie serieus met ai aan de slag wil in erp- en andere datarijke ­omgevingen, doet er goed aan niet langer alleen naar tekst-llm’s kijken, maar ook na te denken over foundation models die – zeg maar – de taal van tabellen spreken.
Kort: Gemeenten boeken weinig winst in security, VGZ verlengt werkplekcontract met OGD (en meer)
4 dagen
Gemeenten blijven hangen in securityvolwassenheid, VGZ kiest weer OGD, Deryckere nieuwe ceo Cegeka, Caywood begonnen als topvrouw Wolters Kluwer en Weeda benoemd tot ‘Head of Private Market’ Nederland bij Atos. Gemeenten vergroten privacyteams, maar volwassenheid stagneert Gemeenten steken de afgelopen jaren meer geld en capaciteit in privacy en informatiebeveiliging, maar dat leidt nauwelijks tot hogere volwassenheid. Dat blijkt uit het Formatieonderzoek informatiebeveiliging en privacy 2025 van M&I/Partners uit Amersfoort. Voor het onderzoek zijn 35 gemeenten bevraagd. Hoewel het aantal fte’s voor privacy- en securityfuncties is toegenomen, blijven gemeenten steken op niveaus 1 tot en met 3 van het CMMI‑model. Geen enkele gemeente bereikt niveau 4 of 5. Opvallend is dat de gemiddelde volwassenheid op informatiebeveiliging zelfs daalt. Volgens de onderzoekers komt dit mogelijk doordat gemeenten kritischer naar hun eigen positie kijken, mede door geopolitieke spanningen en strengere regels zoals BIO 2.0 en de Cyberbeveiligingswet. Verder blijkt dat grote gemeenten vaak niet meer dan 1 fte voor de rollen ciso (chief information security officer) of fg (functionaris gegevensbescherming) hebben, dat dubbelrollen veel voorkomen en dat uitbesteding van ict leidt tot kleinere securityteams, wat risico’s voor de regie kan opleveren. VGZ verlengt werkplekdienstverlening met OGD met vijf jaar Zorgverzekeraar VGZ verlengt de samenwerking met OGD met vijf jaar. De it-dienstverlener, gevestigd in Delft, blijft daarmee verantwoordelijk voor het beheer en de ondersteuning van de werkplekken van de 2.500 medewerkers van VGZ uit Arnhem. Hoewel het contract ruimte bood voor een verlenging van één jaar, kozen beide partijen voor een nieuw meerjarig contract. Ook de komende jaren richten beide organisaties zich op het verbeteren van de digitale werkomgeving, onder meer door verdere optimalisatie, kostenbeheersing en aandacht voor gebruikerservaring. De dienstverlener adviseert VGZ over technologische ontwikkelingen en helpt bij thema’s als dataveiligheid, de inzet van ai en de ontwikkeling van werkplekconcepten. OGD maakt sinds 2025 deel uit van de it-groep BBTG. Cegeka benoemt Koen Deryckere tot nieuwe ceo Cegeka krijgt per 1 mei een nieuwe topman: Koen Deryckere volgt interim‑ceo Bart Watteeuw op die daarna chief operating officer (coo). Deryckere heeft dan een lange internationale loopbaan bij Accenture achter de rug, waar hij onder meer leiding gaf aan de organisaties in Frankrijk en de Benelux en eerder coo was voor de regio Europa, Midden‑Oosten en Afrika. Hij staat voor de taak Cegeka verder te laten groeien in Europa en de activiteiten in de Verenigde Staten, opererend onder de naam CTG, uit te bouwen. Deryckere, die zowel de Belgische als de Zwitserse nationaliteit heeft, volgt Stijn Bijnens op, die in juni 2025 per direct vertrok om topman te worden van Proximus. Tijdens de tussenperiode fungeerden Annelore Buijs, Bart Watteeuw en Stephan Daems als co‑ceo’s van de ict-dienstverlener uit Hasselt, waarna Watteeuw tijdelijk de rol van interim‑ceo op zich nam. Caywood begonnen als ceo Wolters Kluwer Stacey Caywood is per 27 februari 2026 gestart als ceo van Wolters Kluwer, gevestigd in Alphen aan den Rijn. Zij volgt Nancy McKinstry op, die begin 2026 vertrok na ruim twintig jaar leiding te hebben gegeven aan het bedrijf. Caywood leidde eerder de divisies Legal & Regulatory en Health binnen het data- en softwareconcern en zette daar in op digitalisering en platformontwikkeling. In haar nieuwe rol richt zij zich op verdere inzet van ai, uitbreiding van partnerschappen en versterking van commerciële activiteiten. Wolters Kluwer behaalde in 2025 een omzet van 6,1 miljard euro en is actief in meer dan veertig landen. Atos Nederland stelt Frijke Weeda aan voor private markt Atos, gevestigd in Amstelveen, heeft Frijke Weeda benoemd tot ‘Head of Private Market’ Nederland. Weeda werkte eerder bij Achmea en heeft ervaring met commerciële en organisatorische veranderingen in sectoren als financiële dienstverlening, it en zorg. Zij richt zich op thema’s als digitale soevereiniteit, data, ai en cybersecurity. Volgens Atos‑topman Hans Koolen brengt Weeda brede ervaring in verandertrajecten mee. Atos Group telt wereldwijd circa 67.000 medewerkers en behaalt een omzet van ongeveer tien miljard euro. Het bedrijf opereert onder de merknamen Atos en Eviden en is actief in 61 landen.
Deloitte bundelt EMEA-activiteiten en investeert fors in ai en soevereiniteit
4 dagen
Adviesbedrijf Deloitte lanceert op 1 juni 2026 een nieuwe EMEA-organisatie die de activiteiten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika nauwer moet integreren. De hervorming gaat gepaard met een stevige technologische investeringsagenda waar ai, cloud en soevereiniteit centraal staan.Met Deloitte EMEA worden 16 deelnemende firma’s in meer dan 80 landen onder één regionale structuur gebracht. Samen vertegenwoordigen ze 132.000 medewerkers en een gezamenlijke omzet van twintig miljard euro. Vier belangrijke pijlers De vorming van Deloitte EMEA gaat gepaard met een geplande kapitaalinjectie van meer dan 1,5 miljard euro over vier jaar. Die middelen worden voor een flink deel ingezet op vier strategische pijlers.In de eerste plaats generatieve AI (gen-ai), waarmee Deloitte ai structureel wil verankeren in advies, implementatie en managed services. Daarnaast investeert de organisatie in sovereign cloud-capaciteiten: cloudoplossingen die expliciet inspelen op lokale en regionale datasoevereiniteit, een cruciale vereiste in sterk gereguleerde sectoren. Een derde pijler is sectorspecifieke technologie-oplossingen, met platformen en acceleratoren voor onder meer financiële diensten, energie en industrie.Tot slot gaat ook een aanzienlijk deel van het budget naar bredere technologieën en platformen die klanten moeten ondersteunen in snel veranderende markten, met oplossingen die wendbaarheid, compliance en datagedreven besluitvorming versnellen. Ook naar opleidingen en talentontwikkeling gaan flink wat middelen. Hybride aanpak De nationale partnerships blijven juridisch zelfstandig en verantwoordelijk voor hun lokale dienstverlening, maar worden sterker regionaal aangestuurd om technologie-investeringen, innovatie en talentontwikkeling op elkaar af te stemmen. Die hybride aanpak moet schaalvoordelen creëren zonder de lokale verankering te verliezen.Aan het hoofd van Deloitte EMEA komt Richard Houston, vandaag ceo van Deloitte UK en van de regio North & South Europe. De integratie past overigens in een bredere beweging binnen de consulting- en outsourcingmarkt, waar grote spelers hun structuren hertekenen om zware investeringen in ai, cloud en platformtechnologie efficiënter te kunnen dragen en internationaal uit te rollen.
Waarom ot-incidenten vaak escaleren na detectie
4 dagen
Industriële omgevingen worden steeds digitaler. Productiesystemen, energie-installaties en logistieke processen zijn vandaag sterk verbonden met it-netwerken en externe platformen. Dat verhoogt de efficiëntie, maar ook de kwetsbaarheid, stelt Nick Peeters, oprichter van Soterics en keynote-spreker op Cybersec Europe. ‘Detectie is niet langer het moeilijke probleem, respons is dat wel.’In veel organisaties zijn detectiemechanismen de afgelopen jaren sterk verbeterd: anomaliedetectie, soc-monitoring en vulnerability scanning leveren sneller en vaker waarschuwingen op. ‘Toch blijkt in de praktijk dat incidenten in operational technology (ot)-omgevingen geregeld escaleren nadat ze zijn vastgesteld’, stelt Nick Peeters vast. 👉🏼 Nick Peeters spreekt over dit onderwerp op 20 mei 2026 in het Tech Theater van Cybersec Europe, dat plaatsvindt op 20 en 21 mei in Paleis 5 van Brussels Expo. Respons is geen tragere versie van it Waar it-incidentrespons vaak focust op snelheid — isoleren, patchen, herstellen — gelden in ot-omgevingen andere spelregels. Productieprocessen, veiligheidssystemen en fysieke installaties zijn nauw met elkaar verweven.Een overhaaste ingreep kan de continuïteit verstoren of zelfs veiligheidsrisico’s creëren. ‘Ot-incidentrespons is geen it-respons aan een trager tempo’, benadrukt Peeters. ‘Een slechte reactie kan meer schade veroorzaken dan het cyberincident zelf.’Hij pleit daarom voor een response-centric benadering van ot-cybersecurity. Niet snelheid, maar controle moet volgens hem de primaire maatstaf zijn. Organisaties moeten vooraf duidelijke grenzen definiëren: welke systemen zijn kritiek, welke processen zijn afhankelijk van elkaar, en wie mag beslissingen nemen onder onzekerheid? Technologie alleen volstaat niet Peeters ziet bovendien een bredere uitdaging. Veel organisaties investeren bijkomende tools wanneer er iets misloopt, terwijl het probleem vaak organisatorisch is. Cybersecurity in ot vraagt afgestemde processen en duidelijke verantwoordelijkheden tussen corporate beleid en lokale operationele teams. ‘Veerkracht is geen toolset, maar een beslissingsvermogen’, stelt hij. Het vermogen om onder druk de juiste afweging te maken, bepaalt uiteindelijk of een incident beperkt blijft of uitgroeit tot een crisis. Met zijn keynote richt Peeters zich niet alleen tot ot-specialisten, maar tot iedereen die cybersecurity bekijkt als een strategische discipline waarin technologie, processen en mensen samenkomen. Lees ook het themadossier ot-security in e-zine #2, 2026 Het nieuwe Computable e-zine bevat een themadossier met de volgende achtergronden, interviews en cases over ot: Ethical hacker Ken Munro: ‘Eén kwetsbaarheid kan vandaag miljoenen apparaten raken’ Ot-security: markt in kaart De praktijk: De Maeslantkering en digitale waterveiligheid It komt van Mars, ot van Venus 10 vragen over de regels voor ot

Pagina's

Abonneren op computable