computable

120 nieuwsberichten gevonden
Wat je moeten weten van de AI Act en de nieuwe transparantie-eisen
4 uur
De Europese Commissie is op zondag 2 augustus 2026 begonnen met de handhaving van de regels van de EU AI-wet (AI Act) en de nieuwe transparantie-eisen. In de praktijk betekent dit dat er vanaf nu strenge, wettelijk afdwingbare regels gelden voor het gebruik en de herkenbaarheid van kunstmatige intelligentie binnen de EU. Ze zijn niet alleen geldig maar ook van kracht of anders gezegd ‘in werking’. Bedrijven en overheden kunnen vanaf deze datum officieel gecontroleerd en beboet worden als zij de regels overtreden. Organisaties die ai-systemen ontwikkelen, aanbieden of op de werkvloer gebruiken, dragen nu juridische verantwoordelijkheid. De deadline voor verplichtingen voor ai-systemen met een hoog risico is echter verschoven naar december 2027, zo werd begin mei bekend. In de tijdlijn voor de implementatie van de AI Act is 2 augustus een mijlpaal met het van toepassing worden van veel regels en de handhaving van eerder geldende regels. De meeste impact voor bedrijven komt van de nieuwe transparantie-regels. Die regels gelden voor elk bedrijf dat ai gebruikt, ook als het ai-systeem niet zelf is ontwikkeld. Onlangs publiceerde de Commissie de richtlijnen hiervoor. Stap voor stap De implementatie van de AI Act gaat stapsgewijs. Verwacht wordt dat de belangrijkste stappen over twee jaar helemaal zijn genomen. De AI Act wordt sinds augustus 2024 gefaseerd ingevoerd. Sinds februari 2025 zijn bepaalde ai-praktijken verboden zoals ‘social scoring’. Toen gingen ook verplichtingen gelden voor ai-geletterdheid van medewerkers. Een jaar geleden kwamen daar regels bij voor general-purpose ai-modellen, terwijl ook nationale ‘governance’ structuren van kracht werden. We zetten de belangrijkste zaken die bedrijven in de nieuwe fase van implementatie moeten weten, op een rijtje. Strikte plichten gelden momenteel al voor: • Risicobeheer: systemen met een algemeen doel (zoals grote taalmodellen) moeten voldoen aan strenge EU-eisen rondom auteursrecht en technische documentatie; • Ai-geletterdheid: werkgevers moeten ervoor zorgen dat hun personeel voldoende kennis heeft om veilig en begrijpelijk met ai-tools te werken; • Informatieplicht: bedrijven moeten hun systemen zo inrichten dat de verplichte meldingen en labels automatisch aan de eindgebruiker worden getoond. Kenbaar maken Bepaalde ai-systemen dienen gebruikers kenbaar te maken wanneer ze met ai interageren en wanneer content door ai is gegenereerd of bewerkt. Volgens de nieuwe regels moeten chatbots en andere interactieve ai-systemen gebruikers laten weten dat ze met ai te maken hebben en niet met een mens. Deepfakes (afbeeldingen, video’s of audio die zijn bewerkt of gegenereerd met behulp van ai) moeten worden gelabeld. Door ai gegenereerde of bewerkte content moet ook machineleesbare markeringen bevatten, zodat deze gemakkelijker kan worden gedetecteerd. Applicaties met een beperkt risico hoeven alleen aan de transparantie-regels te voldoen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) benadrukt dat burgers deze informatie uiterlijk moeten krijgen op het moment van eerste interactie met het ai-systeem of de ai-content. Sven Stevenson, directeur van de Directie Coördinatie Algoritmes (DCA) van de AP, zegt: ‘Chat je met de klantenservice of hoor je een stem namens de huisarts of gemeente antwoorden?  Dan moet duidelijk zijn dat je met een ai-chatbot praat. Of zie je een video waarin een politicus iets schokkends zegt? Is die met ai gemaakt of bewerkt, dan moet dat herkenbaar zijn. Heb je een perfecte match op een dating-app? Als je feitelijk met ai communiceert, moet dat ook duidelijk zijn. Zo kunnen mensen beter beoordelen wat zij zien of horen.’ Handhaving Naast de nieuwe transparantieregels zijn nu ook maatregelen toepasbaar die de innovatie moeten bevorderen. Een belangrijke stap is dat nu de handhaving van veel regels zijn beslag krijgt, zowel nationaal als op niveau van de EU. Die handhaving geldt voor: • general-purpose ai-modellen (GPAI); • strikt verboden ai-praktijken zoals schadelijke systemen; • de eerder genoemde transparantie-regels; • ai-geletterdheid. Alle aanbieders van GPAI-modellen (ook de minder geavanceerde) moeten bepaalde informatie documenteren en deze verstrekken aan bevoegde autoriteiten of downstream-aanbieders. Ze moeten ook een auteursrechtbeleid opstellen en een voldoende gedetailleerde samenvatting publiceren van de inhoud die is gebruikt om hun modellen te trainen. Hiervoor is een vrijwillige tool beschikbaar. Toezicht Het Europese AI Office houdt toezicht over aanbieders van de GPAI-modellen en systemen die zijn geïntegreerd in zeer grote online platforms of zeer grote online zoekmachines. Nationale autoriteiten controleren de andere ai-systemen. In Nederland houdt de AP (samen met andere specifieke markt-toezichthouders) toezicht op Nederlandse bedrijven en overheidsinstanties. Overtreding kan tot pittige boetes leiden. Bij ai met een hoog risico ligt het plafond op 15 miljoen euro of 3 procent van de jaaromzet wereldwijd. Verboden ai-praktijken kunnen tot 35 miljoen euro boete kosten of 7 procent van de totale omzet. Commentaren Veeam Volgens Tim Pfaelzer, general manager bij Veeam Software (data & ai trust), lijken op het eerste gezicht de transparantie-eisen op het gebied van ai-governance en operationele verantwoording eenvoudig te realiseren. In de praktijk blijken ze echter aanzienlijk complexer. ‘Veel organisaties zullen dat ondervinden zodra zij proberen hun ai-toepassingen in lijn te brengen met deze nieuwe eisen,’ zegt hij. ‘Het gaat namelijk niet om het simpelweg afvinken van een compliance-checklist, maar om het fundamenteel herzien van de volledige data-omgeving. Alleen zo kunnen organisaties de audit-trails, het governancebeleid en de solide basis creëren die nodig zijn om ai op schaal verantwoord in te zetten.’ Volgens Pfaelzer is die herziening van de data-omgeving nodig om daadwerkelijk inzicht te krijgen in waar data zich bevinden, hoe deze worden gebruikt en wie er toegang toe heeft. ‘Het proactief inrichten van transparantie, governance-kaders en strategieën voor weerbaarheid is daarbij essentieel. Zo wordt gewaarborgd dat de data waarop ai draait veilig, beheerd, beschikbaar en herstelbaar zijn. Uiteindelijk zijn ai-uitkomsten immers slechts zo betrouwbaar als de data waarop zij zijn gebaseerd.’ Bruegel Volgens Mario Mariniello, fellow bij de denktank Bruegel, is de AI Act opgezet als een traditionele ex-ante regulering ter bevordering van de veiligheid. Ai-systemen moeten vóór hun uitrol voldoen aan bepaalde vereisten. Probleem is echter dat ze in ongewisse omgevingen werken en acties ondernemen die bij de ontwikkeling van hun code niet te voorzien waren. Ai-systemen, met name die zijn gebaseerd op de eerder genoemde GPAI-modellen, zijn geen statische producten. Bij een onvoorziene of ongecontroleerde verandering in use cases kunnen systemen die als laag risico zijn gekwalificeerd, ineens in de categorie hoog risico vallen. Commvault Commvault (cyberbeveiliging) ziet dat de recente ai-incidenten bij Anthropic Claude en OpenAI het belang van de EU AI-wet benadrukken. De voorvallen laten zien hoe snel nieuwe technologie tot onverwachte veiligheids- en privacyrisico’s kan leiden. Honderden gebruikers ontdekten dat hun gedeelde chats met de chatbot Claude vindbaar waren via zoekmachines. OpenAI meldde dat een ai-agent niet alleen Hugging Face had gecompromitteerd, maar ook andere externe diensten. Het zijn recente voorbeelden van hoe ai beveiligingslekken kan creëren en gegevens in gevaar kan brengen. Volgens Commvault is het verstandig om nu te beoordelen welke verplichtingen uit de AI Act van toepassing zijn en of de bestaande governance daarop is ingericht. ‘Het beveiligingsmodel moet zich net zo snel moet ontwikkelen als de ai-toepassingen binnen de organisatie.’ De recente incidenten maken duidelijk dat organisaties niet langer kunnen uitgaan van de veronderstelling dat autonome ai-systemen altijd functioneren zoals bedoeld. De belangrijkste les is dat vertrouwen in ai nooit vanzelfsprekend mag zijn. Het moet voortdurend worden getoetst, aldus Commvault. HarfangLab Anouck Teiller, deputy ceo bij HarfangLab, ziet in de laatste update van de AI Act een belangrijke stap richting een betere balans tussen innovatie en veiligheid in Europa. ‘Nu ai steeds dieper wordt geïntegreerd in bedrijfsprocessen, is het niet langer voldoende om alleen te kijken naar wat een ai-systeem kan. Organisaties moeten ook kunnen uitleggen hoe ai wordt gebruikt, welke risico’s ermee gepaard gaan en waar menselijk toezicht plaatsvindt. Dat niveau van transparantie is essentieel om vertrouwen in ai op te bouwen.’ Volgens Teiller benadrukt de AI-wet dat organisaties niet alleen verantwoordelijkheid dragen voor de inzet van ai, maar ook voor het zorgvuldig integreren van ai in bestaande processen en het transparant en verantwoord beheren van deze systemen. Uiteindelijk draait betrouwbare ai om sterke governance, inzicht in hoe ai-modellen worden gebruikt en blijvend menselijk toezicht. OutSystems Volgens Luis Blando, chief product & technology officer bij OutSystems, verschuift met de AI Act de aandacht van ai bouwen naar ai beheersen. ‘Toch ontbreekt bij bijna twee derde van de organisaties nog altijd een centrale aanpak voor ai-governance,’ zegt hij. Een belangrijke oorzaak is dat het voldoen aan governance-eisen net zo afhankelijk is van de onderliggende it-architectuur als van beleid. ‘Tegelijkertijd proberen veel organisaties ai-oplossingen te bouwen op legacy-systemen die nooit zijn ontworpen om de zichtbaarheid, traceerbaarheid en controleerbaarheid te bieden die de AI Act vraagt. Governance kan daarom niet achteraf als extra laag worden toegevoegd. Het moet vanaf het begin onderdeel zijn van de architectuur, zodat organisaties ai-systemen centraal kunnen beheren, monitoren en orkestreren, ook wanneer deze op grote schaal worden ingezet.’
Exposities over de invloed van gaming
5 uur
Het Nemo Science Museum in Amsterdam laat in de tentoonstelling ‘Game On’ zien wat de invloed is van games op ons dagelijks leven. Op de expositie ‘Archive of Retro Computing’ van de Britse Kingston University staat vooral het retro-element centraal en de basis die gamingtechnologie legde voor carrières van latere softwareontwikkelaars en gameprogrammeurs. Nemo Science Museum In de tentoonstelling Game On laat Nemo Science Museum zien hoe games ons dagelijks leven mede vormgeven en welke rol ze spelen in wetenschap, kunst en sociale verbinding. ‘Videogames beïnvloeden hoe we onze vrije tijd besteden, hoe we elkaar ontmoeten, communiceren, samenwerken, onszelf uiten en met elkaar concurreren. Dankzij technologische ontwikkelingen worden videogames steeds slimmer, creatiever en veelzijdiger. Ze bieden nieuwe manieren van spelen én van leren’, stelt het museum. Bezoekers kunnen op de expositie games als kunstvorm ervaren en ontdekken hoe gamen bij kan dragen aan creativiteit en probleemoplossend vermogen. In de tentoonstelling wordt ook ingezoomd op het sociale aspect van gamen, hoe het mensen samenbrengt, maar ook de uitdagingen die gamen met zich meebrengt. En er wordt aandacht besteed aan hoe wetenschappers onderzoek doen naar de invloed van videogames, bijvoorbeeld op emoties, gedrag en zelfs pijnbeleving. En natuurlijk kan er ook worden gegamed: van Nintendo 1992 tot Playstation 5. Game On is nog te zien tot en met 26 oktober 2026. Werkplaats en woordenboekDe werkplaats in het museum staat ook in het teken van gaming. In samenwerking met Cinekid en Copotato is een workshop ontwikkeld waarin bezoekers zelf een level van een game kunnen bouwen. Ook is er een game te spelen die is ontwikkeld door studenten van de Hogeschool van Amsterdam en waarbij valt te ontdekken hoe zij de game hebben gemaakt. In de vitrines is meer te zien over beroepen in de game-industrie, in samenwerking met Guerrilla Games.In samenwerking met het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) heeft Nemo een digitaal gamewoordenboek ontwikkeld, in pdf-vorm gratis te downloaden via Nemo Kennislink. Op deze website staan daarnaast diverse achtergrondverhalen, waaronder over de geschiedenis van het Nederlandse gamen. Kingston University De Kingston University in Kingston upon Thames organiseert van 5 tot en met 11 augustus een tentoonstelling rond de geschiedenis van computers en videogames. Deze kortlopende expositie, Archive of Retro Computing (ARC), vormt de opmaat naar een permanente presentatie van retrocomputers en spelconsoles op de universiteitscampus.   Onder de tentoongestelde systemen bevinden zich onder meer de Sinclair Spectrum, Commodore 64, Acorn-computers, Atari-consoles, Nintendo 64 en Sega Mega Drive. Ook de Fairchild Channel F is aanwezig. Deze spelcomputer geldt als de eerste console die gebaseerd was op een microprocessor en gebruikmaakte van verwisselbare ROM-cartridges. De tentoonstelling biedt een overzicht van ruim veertig jaar computer- en gamegeschiedenis. Daarbij komt zowel de opkomst van thuiscomputers als de ontwikkeling van spelconsoles aan bod. Bezoekers kunnen klassieke titels spelen op de originele hardware, waaronder Sonic the Hedgehog, Super Mario Bros., Pac-Man, Tomb Raider, Space Invaders en Street Fighter. De expositie wordt georganiseerd door ARC@KU, een initiatief van Kingston University dat zich richt op het bewaren en toegankelijk maken van historische microcomputers en spelconsoles. Volgens cursusleider Computer Science Paul Neve speelden veel van de getoonde systemen een belangrijke rol bij de verspreiding van computertechnologie buiten laboratoria en bedrijfsomgevingen. Neve stelt dat deze computers en consoles ervoor zorgden dat technologie voor het eerst op grote schaal beschikbaar kwam voor huishoudens. Daardoor maakten veel jongeren kennis met programmeren en ontstond volgens hem de basis voor carrières van latere softwareontwikkelaars en gameprogrammeurs. Leeromgeving Na afloop van de tentoonstelling krijgt de collectie een vaste plek in gebouw Sopwith Building op de Penrhyn Road-campus van de universiteit. De permanente presentatie moet dienen als leeromgeving voor studenten, medewerkers en andere geïnteresseerden die meer willen weten over de ontwikkeling van computersystemen, programmeertechnieken en spelcomputers. De Kingston University organiseerde in dit kader al eerder tentoonstellingen.
Afpersing via technologische afhankelijkheid door de VS: is dat echt een risico?
2 dagen
OPINIE – Iedereen voelt intuïtief aan dat onze afhankelijkheid van Amerikaanse technologie een risico vormt. Maar is dat wel zo? Het The Hague Centre for Strategic Studies maakte een raamwerk om de risico’s van zogeheten chokepoints meetbaar te maken – waarbij een chokepoint staat omschreven als een economische afhankelijkheid die tegen een land is te activeren voor economische of politieke chantage. Hierdoor geïnspireerd stellen we drie vragen rond het activeren van chokepoints door de VS: kunnen ze het, willen ze het en doen ze het ook? Over de auteur: Marcel van Kooten studeerde internationale betrekkingen en is consultant informatiestrategie bij Highberg. Kunnen ze het? ★★★★★ Kunnen de VS levering van it door een leverancier stoppen? Het antwoord luidt: ja dat kan bijvoorbeeld op basis van de International Emergency Economic Powers Act (IEEPA). Per geval zal Nederland op het niveau van kritische infrastructuur en organisaties op het niveau van hun kritische bedrijfsprocessen moeten beoordelen hoe potentieel gevaarlijk een afhankelijkheid is, bijvoorbeeld omdat er geen alternatieven (meer) bestaan. Willen ze het? ★★★★★ Is er rivaliteit rond als kritisch beschouwde hulpbronnen? Wat is het beleid, nu en in de toekomst, van de VS in de relatie tot Nederland en de EU? Als het gaat om hulpbronnen, dan heeft Nederland in ieder geval tijdelijk een aparte positie in de toeleveringsketen van ai. Dit blijkt uit de deelname van Nederland aan het Pax Silica-initiatief. Vanuit EU-beleid is dat opvallend. Deelname aan het Amerikaanse Pax Silica heeft ongetwijfeld een rationeel verdedigbaar argument. Maar dat de VS voor dit deel van de AI-keten van Nederland afhankelijk zijn, leidt ongetwijfeld tot druk. Diverse Amerikaanse strategieën op verschillende niveaus wijzen op een streven naar technologische, economische en militaire dominantie: de National Security Strategy (NSS), het Pax Silica-initiatief, de executive order over ai (juli 2025), de militaire ai-strategie van 2026 en de Cyber Strategy van 2026. Conform de NSS steunen de VS eurosceptische (extreemrechtse) bewegingen ter ondermijning van de EU, in lijn met de politiek van Rusland, onder andere via desinformatie. Maar stel dat we de kwestie van haar deels ideologische lading ontdoen: wat zien we dan? Amerika wil zich kunnen richten op China, een beweging die al is ingezet onder het presidentschap van Obama. Daarbij horen níét een machtig, eensgezind en concurrerend Europa dat het Amerikaanse bedrijven lastig maakt als normerende supermacht, een conflict met Rusland en een conflict tussen Europa en Rusland. Daarbij horen wél een relatieve verzwakking van Europa, een ‘normalisering’ van de relatie met Rusland en inschikkelijkheid van Europa tegenover Rusland. Dat gaat ten koste van Europese soevereiniteit en opent de weg naar verdere Europese ondermijning door Rusland. Het gedrag van de VS ten opzichte van Oekraïne is in zekere zin een potentiële voorafschaduwing van wat voor heel Europa in het verschiet ligt. Afpersing, zoals bijvoorbeeld in de zaak Groenland met een beroep op de IEEPA. En het uitoefenen van druk voor concessies aan Rusland, zoals bijvoorbeeld al gebeurde bij onderhandelingen over steun aan Oekraïne. Dit laatste kan zeer problematisch worden als Rusland zijn imperialistische agenda ook tegen andere delen van de voormalige Sovjet-Unie gaat uitvoeren. Het belang van Amerikaanse technologiebedrijven is een factor op zich. Deze bedrijven hebben een eigenstandig belang om Europa te beïnvloeden op het vlak van marktregulering en normering. Zij zullen daarbij steun hebben van de Amerikaanse overheid, gelet op het gezamenlijke belang dat blijkt uit de eerder genoemde strategieën. Economische en politieke rivaliteit tussen de VS en de EU is verbonden aan Amerikaans beleid en staat voor het grootste deel los van wat Nederland of de EU doet. Het is ook niet verbonden aan de persoon Donald Trump. Kijkend naar de toekomst geldt dat hij niet de start maar het product van een ontwikkeling is. Beoogd opvolger J.D. Vance, de huidige vicepresident, loopt voorop in het willen afbreken van de EU. Daarbij geldt dat de vooruitzichten op een meer liberale democratische regering met een mogelijk mildere houding tegenover Europa op termijn niet gunstig lijken te zijn. Doen ze het? ★★★★☆ Hebben de VS een historie van interventies of het dreigen daarmee? Zijn de kosten van interventie hoog? De Amerikaanse insider Edward Fishman geeft inzicht in de grote variatie aan chokepoints die zijn en worden gebruikt. Een voorbeeld dicht bij de EU is chantage van Oekraïne om wapens van Amerikaanse bedrijven te mogen kopen in ruil voor het inleveren van grondstoffen. Een voorbeeld voor de EU als geheel is de inzet van handelstarieven, mede als poging om Europese digitale en groene regelgeving te dwarsbomen en politieke steun voor internationaal beleid af te dwingen. Een voorbeeld met betrokkenheid van Nederland betrof de dreiging met sancties in de kwestie-Groenland. Het blokkeren van het Microsoft-account van het ICC was een primeur voor het doen stoppen van leveringen door een bedrijf. Een illustratie van escalatie voor dit type sancties is het dreigen door de VS met opschorting van alle commerciële transacties met Spanje nadat dit land een beroep deed op het internationaal recht in de kwestie-Iran. Recent nog uitte de VS een ongespecificeerd dreigement na de weigering van NAVO-lidstaten militaire steun te verlenen in de oorlog tegen Iran: ‘als je ons niet helpt, zullen we dat onthouden. Denk daaraan, over een paar maanden. Mijn woorden hebben een betekenis, vergeet dat niet. We kunnen dit niet vergeten.’ Kosten van chantage kunnen hoog zijn als deze leidt tot represailles door de EU, maar kunnen bij een gerichte en beperkte actie wel degelijk laag blijven. In dat licht bezien is het categorisch blokkeren van levering door bijvoorbeeld Microsoft minder waarschijnlijk, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het blokkeren van levering van btw-software aan de Belastingdienst, of het blokkeren van levering door Solvinity voor DigiD. Conclusie Chantage van de VS jegens Nederland en de EU is gemeengoed. Voor het stoppen van leveringen is er na de zaak van het ICC sprake van een zekere mate van escalatie door dreigementen. Het is aan bestuurders om in deze tijd van steeds verder oplopende internationale spanning invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid tegenover de samenleving, door bestaande chokepoints te verwijderen en geen nieuwe te creëren. Als de impact van een onderbroken levering groot is, geldt bij twijfel: niet inhalen. Marcel van Kooten studeerde internationale betrekkingen en is consultant informatiestrategie bij Highberg. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: Geen 5 maar 7 ai-gigafabrieken EU, tweede locatie HomeComputerMuseum (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: zeven ai-fabrieken EU, Oracle en Google Cloud breiden samenwerking uit, Simpel blijft grootste virtuele operator, halfjaarcijfers Cellnex en HomeComputerMuseum breidt uit. Brussel wil tot zeven ai-gigafabrieken financieren, Nederland doet niet mee De Europese Commissie wil geen vijf maar zeven ai-gigafabrieken laten bouwen. Achttien EU-lidstaten willen samen met Brussel de komende jaren tien miljard euro investeren, aangevuld met naar verwachting twintig miljard euro van private partijen. De eerste installaties moeten uiterlijk in 2028 operationeel zijn en beschikken over minimaal 75.000 ai-chips, aldus De Telegraaf. Nederland neemt niet deel aan het programma en komt daardoor niet in aanmerking voor Europese bijdragen die kunnen oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Volgens Brussel zijn gesprekken gevoerd met Den Haag en waren er geïnteresseerde private consortia. Het kabinet ziet investeringen in ai-gigafabrieken echter als een marktactiviteit, zoals het plan voor zo’n fabriek in de haven van Rotterdam, en stelt dat binnen de huidige begroting geen ruimte bestaat voor deelname. Wel werkt de EU samen met Nederland aan een reguliere ai-fabriek in Groningen. Oracle brengt Google Gemini naar Fusion en NetSuite Oracle en Google Cloud breiden hun samenwerking uit om Google Gemini-modellen te integreren in Oracle’s portfolio van bedrijfsapplicaties. De samenwerking bouwt voort op de bestaande toegang die gebruikers al hebben tot Gemini-modellen via Oracle Cloud Infrastructure (OCI) Enterprise AI. Het doel is Gemini-modellen beschikbaar te maken in Oracle AI Agent Studio voor Fusion Applications. Via dit uitgebreide ontwikkelplatform kunnen organisaties ai-automatisering en agent applicaties ontwikkelen, koppelen, uitvoeren en beheren met behulp van herbruikbare agents van Oracle, partners en externe partijen. Daarnaast gaat Oracle Gemini-modellen inzetten voor geïntegreerde AI-toepassingen binnen Oracle Fusion Applications en Oracle NetSuite. De keuze voor een model wordt daarbij afhankelijk van het beoogde gebruik en de prijs-prestatieverhouding Simpel blijft grootste virtuele operator (vo), maar levert marktaandeel in Simpel uit Diemen blijft de grootste virtuele mobiele operator van Nederland, maar zag zijn marktaandeel voor het derde kwartaal op rij dalen. Volgens onderzoek van marktonderzoeks- en persbureau Telecompaper zakte het aandeel van het Odido-merk naar 17,5 procent van alle vo-sims, tegen 18,1 procent een jaar eerder. Het aantal Simpel-klanten groeide wel naar 1,171 miljoen, maar minder snel dan de totale markt voor virtuele operators. Lebara behield met 15,6 procent zijn marktaandeel, terwijl Hollandsnieuwe licht groeide naar 11,5 procent en 29.000 klanten toevoegde. Lyca Mobile verloor marktaandeel ondanks groei in sim-only-abonnementen. Ben zag zijn aandeel eveneens dalen. Opvallend is de opmars van 50+ Mobiel uit Almere. De aanbieder vergrootte zijn marktaandeel van 3,6 naar 5,2 procent en groeide in zes maanden naar 350.000 klanten. Volgens Telecompaper was dat de sterkste stijging onder de virtuele operators. Cellnex groeit in Nederland mee met Europese vraag naar telecominfrastructuur Het Spaanse Cellnex heeft in de eerste helft van 2026 zijn omzet in Nederland zien uitkomen op 75 miljoen euro, goed voor circa 4 procent van de totale groepsomzet. De brutowinst (ebitda) bedroeg 66 miljoen euro. Het bedrijf beheert in Nederland meer dan 4.100 masten en 5.800 points of presence (PoP’s). Op Europees niveau zag Cellnex de omzet organisch met 5 procent groeien tot 1,994 miljard euro. De vrije kasstroom steeg van 19 miljoen naar 301 miljoen euro. Volgens het bedrijf blijft de vraag naar digitale infrastructuur toenemen door groeiend mobiel dataverkeer en verdere netwerkverdichting. Voor de komende jaren wijst het telco-concern erop dat Europa tussen 2026 en 2036 naar schatting 475 miljard euro moet investeren in mobiele netwerken voor onder meer 5G-uitrol en ai-gerelateerde infrastructuur. De onderneming verwacht dat gedeelde telecominfrastructuur daarbij een belangrijke rol blijft spelen. HomeComputerMuseum opent nieuwe locatie op 25 september De tweede locatie van het HomeComputerMuseum in Helmond gaat op 25 september feestelijk open. Het museum krijgt daarmee een grotere werkplaats voor vrijwilligers van de reparatiedienst en een winkel voor gereviseerde laptops, oude computerhardware, kabels en boeken. Het filiaal aan de Noord Koninginnewal 53-55 staat tegenover het museumpand. Oprichter Bart van den Akker zei eerder tegen techsite Tweakers dat het museum al lange tijd met ruimtegebrek kampte vanwege de verschillende activiteiten van de stichting. De nieuwe locatie wordt deels mogelijk gemaakt door Commodore. Het vernieuwde retromerk werd vorig jaar overgenomen door Perifractic. De winkel krijgt een aparte Commodore-hoek met ‘nieuwe Commodore-producten.
Is je organisatie écht klaar voor NIS2?
3 dagen
Vind antwoorden op deze route door Cybersec Netherlands 2026De Cyberbeveiligingswet (NIS2) treedt op 15 augustus 2026 in werking. Ruim 8.000 organisaties krijgen te maken met nieuwe verplichtingen, waaronder een registratieplicht, meldplicht en zorgplicht. Hoe breng je dat in praktijk? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je deze route volgt langs workshops en stands.Cybersecurity verschuift voor duizenden Nederlandse organisaties van ‘belangrijk onderwerp’ naar een formele verantwoordelijkheid. Die zorgplicht vraagt om passende maatregelen op basis van een risicoanalyse.Dat klinkt overzichtelijk, maar de praktijk is weerbarstiger. Want hoe kun je straks aantonen dat je beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk werken? Dat is een wezenlijk andere vraag dan ‘hebben we beleid?’ of ‘hebben we een ISO 27001-certificaat?’.Precies daar wordt Cybersec Netherlands 2026 interessant. Wie op 9 en/of 10 september naar Jaarbeurs Utrecht komt, kan de NIS2-discussie vertalen naar concrete actiepunten: van regelgeving en governance naar risicoanalyse, technische maatregelen, testen, monitoring en uiteindelijk aantoonbare weerbaarheid.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Van vinkje naar bewijsDe verleiding is groot om NIS2 te behandelen als een compliance-project. Beleidsdocumenten actualiseren, verantwoordelijkheden vastleggen, een risicoanalyse uitvoeren en vervolgens aantonen dat de organisatie aan de eisen voldoet. Maar cybersecurity werkt niet zo netjes.Het NCSC benadrukt zelf dat risicomanagement de basis vormt van de zorgplicht. Dat maakt de centrale vraag voor securityverantwoordelijken eigenlijk vrij simpel, want als de auditor, bestuurder of toezichthouder je morgen vraagt welke risico’s er onder controle zijn, welk bewijs leg je dan op tafel? Dat is ook de vraag waarmee je Cybersec Netherlands kunt bezoeken.Stap 1: begin bij het raamwerk, niet bij de toolDe eerste stop op deze route is daarom niet een security operations center (soc), firewall of vulnerability-scanner. Begin bij de manier waarop je organisatie risico’s organiseert.Een logische start is de sessie ‘Hoe helpt ISO/IEC 27001 bij NIS-compliance?’ (9 en 10 september,  10.15 – 10.45 uur, Masterclass theater 3). Hierin kijkt Rob Jansen, lead auditor Zakelijke Dienstverlening & ICT bij DNV Business Assurance, naar de relatie tussen de Cyberbeveiligingswet, risicobeoordeling, maatregelen, scope, ketenrisico’s en bedrijfscontinuïteit.ISO 27001 kan helpen om informatiebeveiliging systematisch te organiseren, maar certificering is geen bewijs dat een organisatie immuun is voor aanvallen. Het gaat uiteindelijk om de vertaling van risico’s naar maatregelen en aantoonbare werking.Ook BSI Group The Netherlands past in dit eerste deel van de route (stand 11.E061). De organisatie richt zich op normen, certificering en assessment. Voor bezoekers die willen weten hoe je van ‘we doen aan security’ naar een aantoonbaar ingerichte aanpak komt, is dat een logische halte.Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van de governance-vraag achter NIS2: welke risico’s accepteer je, wie is daarvoor verantwoordelijk en hoe toon je aan dat je maatregelen niet alleen bestaan, maar daadwerkelijk onderdeel zijn van een werkend managementproces?Stap 2: ontdek waar je werkelijk kwetsbaar bentEen risicoanalyse heeft weinig waarde als het onderliggende beeld van de organisatie niet klopt. Welke assets zijn daadwerkelijk verbonden met internet? Welke systemen zijn vergeten? Welke accounts hebben nog toegang? Welke externe afhankelijkheden bestaan er? En wat gebeurt er als een leverancier uitvalt?De sessie ‘The breach gap: how attackers really get in’ (10 september, 13.30 – 13.50 uur, Mainstage) sluit daar goed op aan. Matt Hull, verantwoordelijk voor cyber intelligence en response bij NCC Group, stelt dat organisaties zich vaak voorbereiden op geavanceerde aanvallers, terwijl succesvolle inbraken veel vaker voortkomen uit bekende problemen zoals onbeheerde exposure, identity sprawl, verkeerde vertrouwensaannames, configuratiedrift en operationele blinde vlekken.Dat is misschien wel een van de interessantste NIS2-lessen van de beurs. Risicomanagement begint niet met de vraag welke dreiging morgen op je afkomt, maar met de vraag welke zwakke plekken je vandaag niet meer ziet. Daarom hoort Censys op deze route thuis (stand 11.D058). Internet-exposure en externe attack-surface visibility helpen organisaties om hun beeld van de buitenkant aan te scherpen: de praktische tegenhanger van de theoretische risicoanalyse.Wat levert deze stop op?Een inventarisatie van de plekken waar je NIS2-aanpak mogelijk op een verkeerde aanname rust. Niet wat volgens de administratie bestaat, maar wat een aanvaller daadwerkelijk kan zien en bereiken.Stap 3: kijk of je beveiliging het in de praktijk houdtDan komt het ongemakkelijke gedeelte. Je hebt je risico’s in kaart, je hebt maatregelen en processen. Maar werken ze ook? Dat is het onderwerp van de sessie ‘Your last pentest is already outdated: the case for continuous purple teaming’ (9 september, 14.45 – 15.15 uur, Masterclass theater 4) van Sander Maas, co-founder van Offensys. De gedachte is simpel: een eenmalige pentest laat zien wat er op het moment van testen werd gevonden. Maar infrastructuur, configuraties en detectieregels veranderen voortdurend.Offensys (stand 11.C023) richt zich daarom op geautomatiseerde en herhaalbare aanvalssimulaties waarmee securityteams continu kunnen controleren of hun verdediging nog doet wat zij denken dat die doet. Dat verschuift de discussie van ‘we hebben onze controls getest’ naar ‘we weten dat onze controls vandaag werken’. Voor organisaties met een soc is dat een wezenlijk verschil.Wat levert deze stop op?Een praktische manier om van compliance-bewijs naar operationeel bewijs te gaan: niet alleen documenteren dat maatregelen bestaan, maar regelmatig vaststellen of ze daadwerkelijk effect hebben.Stap 4: vergeet de omgeving die niet zomaar gepatcht kan wordenVoor organisaties met industriële processen komt daar nog een extra complicatie bij. In it kun je een kwetsbaar systeem relatief eenvoudig patchen of vervangen. In operationele technologie (ot) ligt dat vaak anders. Een plc, hmi of scada-component kan onderdeel zijn van een productieproces dat niet zomaar kan worden stilgelegd.De sessie ‘Ot-security: van inzicht naar aantoonbare risicoreductie’ (9 en 10 september, 11.00 – 11.30 uur, OT Security Dome 1) is daarom relevant voor iedereen die NIS2 niet alleen vanuit IT bekijkt. Stefan Barten, sales engineer bij Modelec Data-Industrie, behandelt onder meer asset-inzicht, continue monitoring, segmentatie, ids/ips en compenserende maatregelen wanneer patchen geen optie is.Ook Modelec Data-Industrie (stand 11.B078) hoort daarom op deze route thuis. De focus op secure OT-networking en netwerkzichtbaarheid sluit aan op de vraag hoe je kwetsbaarheden beheerst zonder de continuïteit van industriële processen uit het oog te verliezen.Wat levert deze stop op?Een beter beeld van hoe je aantoonbare risicoreductie organiseert in omgevingen waar patchen, vervangen of opnieuw opstarten niet altijd mogelijk is.Stap 5: maak toegang beheersbaarEr is nog een categorie risico die in vrijwel iedere NIS2-discussie terugkomt: identiteit. Wie heeft toegang tot welke systemen? Zijn die rechten nog noodzakelijk? En hoe houd je daar aantoonbaar grip op?De sessie ‘IAM & NIS2 – 5 steps to take control of user access within days’ (9 september, 14.45 – 15.15 uur, Masterclass theater 2) pakt precies dit vraagstuk aan. Jakob Festraets, head of delivery bij Elimity, laat zien hoe organisaties inzicht krijgen in wie toegang heeft tot wat en hoe zij toegangsrisico’s kunnen reduceren.Dat maakt Elimity (stand 11.C010) een logische halte op de beursvloer. De focus op identity governance en het beheersen van gebruikersrechten sluit direct aan op de vraag hoe je toegang niet alleen organiseert, maar ook aantoonbaar onder controle houdt.Wat levert deze stop op?Een concreter antwoord op een vraag die bestuurders steeds vaker zullen stellen: wie kan bij onze kritieke informatie en systemen, en weten we zeker dat die toegang terecht is?Bewijsbare veiligheidsketenWie deze route volgt, krijgt uiteindelijk geen checklist met ‘NIS2-tools’. De rode draad door Cybersec Netherlands 2026 is juist dat cyberweerbaarheid uit meerdere lagen bestaat. Je begint bij governance en risico, brengt vervolgens exposure en kwetsbaarheden in kaart en toetst of maatregelen daadwerkelijk werken. In ot moet dat bovendien zonder de operatie onnodig te verstoren, terwijl identiteit en toegang beheersbaar moeten blijven.Dat sluit aan op de manier waarop de Cyberbeveiligingswet is opgebouwd. De wet kent niet alleen een meldplicht, maar ook een zorgplicht waarbij organisaties passende maatregelen moeten nemen op basis van hun risico’s. Bij significante incidenten geldt bovendien een eerste waarschuwing die zo snel mogelijk en in ieder geval binnen 24 uur moet worden gedaan. Daarmee wordt de vraag uiteindelijk groter dan ‘zijn we NIS2-compliant?’ De betere vraag is: kunnen we aantonen dat onze organisatie bestand is tegen de risico’s die er werkelijk toe doen?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Ai krijgt sneller impact op arbeidsmarkt dan verwacht
3 dagen
Kunstmatige intelligentie transformeert de arbeidsmarkt sneller en fundamenteler dan organisaties verwachten. Ai neemt niet alleen werk over, maar verandert ook de menselijke vaardigheden die organisaties nodig hebben. In functies waarin ai een grote rol speelt, stijgt juist de vraag naar menselijk inzicht, creativiteit en oordeelsvorming. Dit blijkt uit de AI Jobs Barometer 2026 van accountants- en adviesorganisatie PwC. Wereldwijd ontstaat er volgens PwC, die het onderzoek baseert op een miljard meldingen van vacatures, een tweedeling in rollen, die de toekomst van werk op twee verschillende manieren vormgeeft: • Geprofessionaliseerde rollen: ai neemt routinetaken over. Hierdoor krijgen medewerkers meer ruimte voor expertise. Advocaten gebruiken ai bijvoorbeeld voor documentanalyse, zodat zij zich kunnen richten op complexe rechtszaken. Of personeelwervers, die laten ai cv’s screenen om zelf meer tijd te besteden aan contractonderhandelingen. • Gedemocratiseerde functies: ai neemt juist de complexe, specialistische taken over. De minder complexe taken blijven bij de mens liggen. Voorraadbeheerders laten het ingewikkelde voorraadbeheer over aan ai en richten zich nu vooral op de fysieke verplaatsing van goederen. Nederland De Nederlandse resultaten wijken af van de mondiale trends. Wereldwijd groeit het aantal vacatures het hardst binnen organisaties die veel met ai te maken hebben. In Nederland is dit niet het geval. Hier groeit de werkgelegenheid juist het snelst in sectoren die minder beïnvloed worden door ai. Opvallend is dat de loonpremie voor specifieke ai-vaardigheden achterblijft. Het aantal vacatures in Nederland waarin kennis van ai wordt gevraagd, is tussen 2022 en 2025 met ‘slechts’ vijfduizend toegenomen, wat bescheiden is ten opzichte van wat wereldwijd zichtbaar is. Het aandeel ai-gerelateerde vacatures is in dezelfde periode wel verder gestegen: van 1,5 procent in 2022 naar 2,1 procent in 2025. PwC vindt dat opvallend, omdat ai bij veel organisaties hoog op de agenda staat. De sector technologie, media en telecommunicatie (TMT) loopt wereldwijd voorop in ai-werving, waarbij bijna één op de acht nieuwe functies ai-gerelateerd is. Niet zo verwonderlijk want deze sector levert niet alleen ai-oplossingen maar loopt ook voor bij de toepassing ervan. In 2024 groeide het percentage vacatures waarin ai-kennis is vereist, met 47,8 procent. Vorig jaar versnelde de toename tot 82,7 procent. Medewerkers met ai-expertise verdienen in deze sector 84 procent meer dan collega’s in functies ‘zonder ai’.
De weg naar meer digitale autonomie
3 dagen
Dubbelgesprek: Jacco Brouwers (VNG) en Ruud Alaerds (DCC)Publieke organisaties en het bedrijfsleven streven naar meer platform- en leveranciersonafhankelijkheid. Het volgen van een hybride-cloudstrategie is een van de pijlers waarop dit is te realiseren.‘Voor de Nederlandse gemeenten doen we dat stap voor stap en in nauwe samenwerking met de marktpartijen’, aldus Jacco Brouwer, beleidscoördinator Cloud & Digitalisering bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Om eraan toe te voegen dat de partijen elkaar ‘keihard nodig hebben’. Hij vervolgt: ‘We zijn het verplicht aan de democratie en de maatschappij om digitalisering in het publieke domein zoveel mogelijk onafhankelijk te organiseren.’Gemeenten als Venlo, Haarlem en Nijmegen zijn drukdoende een hybride-cloudstrategie in de praktijk uit te voeren. Maar er zijn veel meer organisaties die hier al aan werken via de Havenstandaard (2021) van de VNG. Volgens hem gaat deze standaard over platform- en leveranciersonafhankelijke cloud en de inrichting daarvan. Binnen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie is de Havenstandaard een van de vijf versnellers binnen de prioriteit Cloud. Haven is daarmee een overheidsbrede standaard aan het worden. Haven biedt de portabiliteit en de wendbaarheid die je nodig hebt om weg te kunnen bewegen van leveranciers als een situatie daarom vraagt. ‘Met Haven zijn we in staat om een volledige technische constellatie van bijvoorbeeld Microsoft Azure binnen een uur te verplaatsen naar een Nederlandse of Europese aanbieder’, aldus Brouwer.Alle sectorenRuud Alaerds, managing director van de Dutch Cloud Community (DCC), ziet drie redenen waarom organisaties overstappen op een hybride-cloudstrategie. Dit speelt volgens hem in alle sectoren, groot en klein, maar kritische sectoren zoals overheid, gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur lopen enigszins voorop. Ze zijn op zoek naar cloud-, hosting- of softwarediensten die wél onder Europees recht vallen, privacy respecteren én bijdragen aan de Nederlandse economie.Alaerds stelt dat er veel onrust is over de mogelijkheid dat de Amerikaanse overheid data kan opeisen bij cloud-aanbieders die hun hoofdkantoor in de VS hebben of zelfs een bepaalde dienst kan stopzetten. Een tweede overweging die daarmee samenhangt, is de zorg om de continuïteit van de dienstverlening. En ten derde: spreid je risico. ‘Dus niet al je eitjes in één mand leggen bij grote, allesvermogende leveranciers’, aldus Alaerds.VNG en de DCC hebben regelmatig contact. ‘DCC heeft her en der nog wel wat zendingswerk te verrichten’, zegt Brouwer. Hij doelt op het algemene onderbuikgevoel dat Nederlandse (of Europese) cloud-aanbieders niet zouden kunnen voldoen aan de verwachtingen.De DCC heeft de website digitale-autonomie.nl in het leven geroepen. Alaerds: ‘Daar presenteren wij de Nederlandse alternatieven op het gebied van infrastructurele diensten, security, platform, storage en compute. Maar het is een versnipperd landschap. Je wilt natuurlijk het liefst met één loket te maken hebben, ook als je een hybride platform gebruikt. Daar speelt de Open Cloud Alliantie op in, een Nederlandse coalitie van cloud- en it-bedrijven die samen een soeverein, open en Nederlands cloud-alternatief aanbieden voor overheid en vitale sectoren. De alliantie wil de afhankelijkheid van Amerikaanse hyperscalers verminderen en een veilig, Europees juridisch geborgd cloudecosysteem bieden. Veel van onze leden zitten in die alliantie.’Helpende handBij het maken van de risicoanalyse kunnen it-dienstverleners als Accenture, Capgemini en EY, maar ook éénpitters, de helpende hand bieden. Zowel Brouwer als Alaerds stellen dat je ervoor moet waken dat je niet doorschiet.‘Je hoeft niet alles in een soevereine cloud te zetten’, zegt Alaerds. ‘Dan schiet je door. Niet alle data hoeven de hoogste mate van bescherming te hebben, want daar hangt natuurlijk een prijskaartje aan. Zo ga je ook niet meer alles on-premises plaatsen; dat is inefficiënt. Wij zullen ook nooit zeggen: iedereen moet van de Amerikaanse hyperscalers af. Waar je in elk geval op moet letten, is of de gekozen oplossing past binnen de Nederlandse wet- en regelgeving.’Het vergroten van digitale autonomie vergt altijd een initiële investering voordat de voordelen zichtbaar worden. Het is wat dit betreft goed te vergelijken met de aankoop van een nieuwbouwwoning: je betaalt een periode dubbele hypotheek. Brouwer komt met een voorbeeld: gemeenten hebben gemiddeld vier- tot vijfhonderd applicaties in gebruik — met uitschieters naar boven — waarvan zeventig procent als saas door de markt wordt geleverd. Een van de stappen die gemeenten zetten in het vergroten van hun digitale autonomie is het stellen van de eis dat verwerking en opslag van gevoelige gegevens uit bedrijfskritische saas-systemen voortaan uitsluitend plaatsvinden op platformen waarvan de statutaire zetel onder Nederlands of Europees recht valt.Brouwer: ‘Uit onze gesprekken met de markt is gebleken dat saas-aanbieders absoluut bereid zijn om deze ambitie gezamenlijk te realiseren, met kostenstructuren die over tijd en bij voldoende volume minimaal competitief — of zelfs goedkoper — zullen zijn dan wat we vandaag gewend zijn.’VerantwoordUit de gesprekken met de markt blijkt ook dat de kernwaarden van maatschappelijk verantwoord digitaliseren worden omarmd, maar dat marktpartijen twee belangrijke aandachtspunten zien. Ten eerste worstelen zij zelf met een diepgewortelde afhankelijkheid van Big Tech -hun medewerkers zijn jarenlang opgeleid en gevormd op die platformen, en een omslag naar NL/EU-aanbod is voor hen ook een meerjaren-aanpak. Ten tweede vragen zij de overheid om consistentie: een soevereiniteitsagenda die morgen minder urgent wordt bij een andere politieke wind ondermijnt het vertrouwen en maakt langetermijninvesteringen voor de markt onmogelijk.Brouwer: ‘De VNG laat daarover geen misverstand bestaan: de verplichting om digitalisering in het publieke domein altijd onafhankelijk te organiseren, staat los van geopolitieke en technologische ontwikkelingen. Wat beide kanten van de tafel verbindt, is de overtuiging dat de transitie naar meer digitale autonomie alleen slaagt als markt en overheid die weg samen bewandelen, waarbij het maatschappelijk belang leidend is en een gezond verdienmodel randvoorwaardelijk.’De HavenstandaardDe Havenstandaard is een open standaard voor platform- en leveranciersonafhankelijke cloudhosting. Ze is door de VNG in 2022 officieel verklaard volgens het pas-toe-of-leg-uitprincipe. De standaard is gebaseerd op Kubernetes en het portfolio van de Cloud Native Computing Foundation (CNCF), waarmee applicaties op elke type infrastructuur kunnen draaien. Een applicatie die op één Haven-omgeving werkt, werkt op alle Haven-omgevingen, ongeacht het onderliggende platform. Dit doorbreekt vendor lock-in en geeft gemeenten keuzevrijheid. Haven is opensource en vrij te gebruiken. Strategie van HaarlemDe gemeente Haarlem kiest in zijn nota ‘Cloudvisie’ bewust voor een hybride-cloudstrategie, omdat niet alle gemeentelijke data en processen verantwoord in de publieke cloud kunnen landen. Waar publieke-cloudoplossingen schaalbaarheid, flexibiliteit en moderne functionaliteit bieden, ziet Haarlem ook grenzen: gevoelige gegevens, wettelijke verplichtingen en publieke waarden zoals autonomie, privacy en continuïteit vragen om meer controle dan grote commerciële cloudplatformen standaard kunnen garanderen. Daarom combineert Haarlem publieke-clouddiensten met private cloud en on-premise voorzieningen. Via een afwegingskader bepaalt de gemeente per applicatie waar deze het beste kan landen, zodat technologische voordelen worden benut zonder de zeggenschap over data of de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) te compromitteren. De hybride strategie is daarmee geen tussenfase, maar een structurele keuze om digitale modernisering te verbinden met bestuurlijke verantwoordelijkheid.Verschillen tussen gemeenten Amsterdam:– Publieke cloud tenzij…– Innovatie, schaalbaarheid, kostenbeheersingRotterdam:– Hybride cloud als norm– Risicobeheersing, continuïteit, BIO-complianceEindhoven:– Cloud first, maar met strikte dataclassificatie– Regionale samenwerking, efficiëntie, dataveiligheidHaarlem:– Hybride cloud uit noodzaak– Publieke waarden, datasoevereiniteit, vendor lock-in vermijdenStappenplanControleer de bestaande contracten met saas-leveranciers en cloud-aanbieders;Gebruik het moment dat een contract afloopt om na te gaan of de data in een applicatie kritisch is of niet. Deze risicoanalyse is bepalend voor de plaats waar de gegevens het beste kunnen worden opgeslagen (on-prem, private of public cloud);Gebruik Haven voor het beheer van (gecontaineriseerde) applicaties. Benut de Haven Compliance Checker om na te gaan of de cloud-inrichting voldoet aan de Havenstandaard. Is dat het geval, dan is het mogelijk om een cluster te verplaatsen tussen verschillende aanbieders;Maak gebruik van de Haven+-referentie-implementatie. Haven+ organiseert ook alle benodigde services om software te deployen en te onderhouden, is cloud-agnostisch en gebaseerd op het CNCF-landscape. Zo is het mogelijk een compleet cluster met data en/of applicaties te verplaatsen;Bekijk de website van de DCC om alternatieven te kiezen.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Advocate berispt na juridisch geknoei met ai
3 dagen
De Raad van Discipline in ‘s-Hertogenbosch heeft een Limburgse advocate berispt wegens juridisch broddelwerk als gevolg van verkeerd en ondoordacht ai-gebruik. De advocate nam een jaar geleden in twee huurzaken klakkeloos over wat een ai-tool oplepelde. De advocate die geen enkele ervaring op gebied van huurrecht had, vertrouwde blindelings op ai, zonder ook maar iets te checken. Ze beschouwde ai als een soort zoekmachine en was niet bedacht op het risico dat ai-tools zelf niet bestaande rechtspraak of anderszins onjuiste informatie genereren. De advocate verzuimde de verwijzingen op juistheid te controleren of de uitspraken ook maar te lezen. Ook liet ze allerlei andere steken vallen, zoals het door elkaar haspelen van de nummers waarnaar de aangehaalde uitspraken verwijzen. De tuchtrechter vindt haar handelen uiterst onzorgvuldig en tuchtrechtelijk verwijtbaar. De vrouw weigert te vertellen welke ai-tools zij bij het vervaardigen van de processtukken precies heeft gebruikt. Ze noemt alleen een juridische ai-tool die een maand lang gratis op proef beschikbaar was. Behalve dat het gebruik van ai tot knoeiwerk leidde, vindt de Raad het ook kwalijk dat de vrouw niet bij de zittingen voor beide zaken verscheen. De Raad voert als verzachtende omstandigheid aan dat ai-geletterdheid een jaar geleden nog geen gemeengoed was.
Microsoft eindigt record boekjaar met groeispurt
3 dagen
Microsoft heeft een record boekjaar 2025/2026 achter de rug. De jaaromzet liep 18 procent op tot meer dan 331 miljard dollar. Microsoft Cloud overschreed de 214 miljard dollar, een stijging van 27 procent. En Azure passeerde de honderd miljard dollar, een stijging van 41 procent. Het vierde kwartaal dat liep tot afgelopen eind juni verliep boven verwachting. Microsoft-topman Satya Nadella spreekt van een zeer sterke afsluiting van het record-boekjaar. De kwartaalomzet steeg met 18 procent tot negentig miljard dollar. De nettowinst klom met 31 procent tot 35,8 miljard dollar. De inkomsten uit ai versnellen zich. Copilot heeft nu dertig miljoen betalende abonnees. Dat is inclusief Office-pakketten waar ai als extra in zit. Datacenters Microsoft voegde 31 nieuwe datacenters toe op vijf continenten, waarmee het totaal dit jaar op 88 komt. Het bedrijf blijft nieuwe datacenters bouwen met het oog op de toenemende ai-vraag. ‘We liggen op koers om onze totale capaciteit in slechts twee jaar ongeveer te verdubbelen,’ aldus Nadella. Microsoft haalt ook meer uit de bestaande infrastructuur door te optimaliseren over silicium, systemen en software. Zo is bijvoorbeeld de doorvoer voor Copilot-workloads met vier keer verhoogd sinds het begin van het jaar. Het it-concern claimt de breedste model-catalogus in de cloud, met meer dan 11.000 modellen. Sinds het begin van het jaar vervijfvoudigde het aantal klanten dat bouwt met modellen van meerdere aanbieders. Azure groeide het afgelopen kwartaal met 43 procent. De klantvraag is zelfs groter dan de beschikbare capaciteit. Nadella noemde TomTom als klant die de ai-workloads via de datacenters van Microsoft laat lopen.
Kort: Kendis naar Futureproof Group, Raad van State fluit AP terug (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Futureproof Group neemt Kendis over, wereldwijde durfkapitaalinvesteringen op recordkoers, Jelmer Schreuder manager public affairs bij DCC, Therabody voert Oracle NetSuite in en geen AP-boete voor Enschede.Kendis sluit zich aan bij Futureproof GroupKendis, een managed-serviceprovider uit Hardenberg, is onderdeel geworden van de Futureproof Group. Door de aansluiting krijgt het bedrijf toegang tot de kennis, expertise en capaciteit van deze groep. Kendis levert diensten op het gebied van werkplekbeheer, cloudoplossingen, connectiviteit en security voor het mkb. Volgens algemeen directeur Martin Drenth biedt de samenwerking meer mogelijkheden om de dienstverlening verder uit te bouwen en in te spelen op ontwikkelingen zoals ai.Met de komst van Kendis vergroot Futureproof Group zijn aanwezigheid in Overijssel. Eerder traden ook Selles en NiceCloud uit de provincie toe tot de groep. Samen vormen zij een regionale organisatie van circa veertig it-professionals die bedrijven ondersteunen bij digitale vraagstukken.Wereldwijde durfkapitaalmarkt stevent af op recordjaarWereldwijd werd in het tweede kwartaal van 2026 voor 227,4 miljard dollar aan durfkapitaal (vc = venture capital) geïnvesteerd, verdeeld over 8.440 deals. Daarmee was het volgens adviesbureau KPMG het op één na sterkste kwartaal ooit (alleen overtroffen door een recordbedrag in 2021). Met ruim 560 miljard dollar aan investeringen in de eerste helft van het jaar ligt 2026 op koers voor het hoogste niveau in vijf jaar.De Verenigde Staten waren goed voor 144,9 miljard dollar aan investeringen, terwijl Azië uitkwam op 50,8 miljard dollar, het hoogste niveau in achttien kwartalen. Europa bleef stabiel op 25,6 miljard dollar. Nederlandse startups en scale-ups trokken ongeveer 1,3 miljard euro aan, 32,2 procent meer dan in het eerste kwartaal van 2026 en 81,2 procent meer dan een jaar eerder. De groei in Nederland wordt vooral gedragen door enkele grote investeringen, terwijl financiering voor jonge startups achterblijft, een ontwikkeling die ook in andere landen te zien is.Ai bleef een belangrijke bestemming voor investeerders, net als defensietechnologie. Volgens KPMG blijven beide sectoren naar verwachting belangrijke investeringsgebieden in de rest van het jaar.Dutch Cloud Community haalt public affairs-manager weg bij NLdigitalDutch Cloud Community (DCC), de branchevereniging voor de Nederlandse cloud- en internetsector, heeft Jelmer Schreuder benoemd tot manager public affairs. Hij treedt op 1 september in dienst en maakt de overstap van NLdigital. Volgens DCC, gevestigd in Den Haag, moet Schreuder de belangenbehartiging van de sector verder versterken. Hij brengt ervaring mee op het gebied van beleid, politiek en softwareontwikkeling. Binnen zijn nieuwe functie richt hij zich onder meer op dossiers rond digitale autonomie en cyberweerbaarheid.Schreuder wordt ondersteund door specialisten van aangesloten bedrijven, waaronder compliance-specialisten, security officers en juristen. DCC vertegenwoordigt ruim 170 bedrijven uit de Nederlandse cloud- en internetsector en behartigt hun belangen richting overheid, politiek en technologiepartners.Therabody vervangt losse systemen door Oracle NetSuiteTherabody heeft Oracle NetSuite ingezet om zijn wereldwijde bedrijfsvoering te ondersteunen. Het wellness-technologiebedrijf, opgericht door Dr. Jason Wersland, gebruikt het cloudgebaseerde erp-platform om activiteiten te integreren, orderbeheer te automatiseren en processen te stroomlijnen.Volgens Therabody heeft de vervanging van een waaier aan systemen en handmatige processen door NetSuite geleid tot een verlaging van de technologiekosten met 45 procent. Ook zijn financiële en operationele processen verder geautomatiseerd. Het bedrijf verkoopt zijn producten inmiddels in meer dan zestig landen.Oracle NetSuite levert onder meer ai-functionaliteit voor rapportages, voorraadbeheer en orderverwerking. Therabody gebruikt daarnaast de NetSuite AI Connector Service om ai-modellen te koppelen aan bedrijfsdata voor onder meer besluitvorming en automatisering van administratieve processen.Raad van State: Enschede hoeft AP-boete van 600.000 euro niet te betalenDe gemeente Enschede hoeft een boete van zeshonderdduizend euro wegens wifi-tracking definitief niet te betalen. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ongegrond verklaard en daarmee een eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.  De AP legde de boete in 2021 op omdat Enschede via meetkastjes wifi-signalen van mobiele apparaten gebruikte om bezoekersstromen in de binnenstad te analyseren. Volgens de toezichthouder werden daarbij persoonsgegevens verwerkt zonder geldige grondslag. De rechtbank oordeelde eerder dat de AP onvoldoende had bewezen dat daadwerkelijk persoonsgegevens waren verwerkt. De Raad van State volgt dat oordeel. Daardoor vervalt de boete definitief.  
ITB2 Datacenters gaat na dertig jaar stoppen
4 dagen
ITB2 Datacenters is aan het afbouwen en neemt geen nieuwe klanten meer aan. Sterker nog, alle klantcontracten zijn opgezegd. Het datacenter in Apeldoorn is verkocht; dat in Deventer staat nog te koop. ‘Er kwam een mooie kans voorbij. Het is een goed besluit geweest’, vertelt directeur/eigenaar Niels Hensen. ITB2 Datacenters werd als organisatie in april 1997 opgericht, oorspronkelijk als specialist op het gebied van informatiebeveiliging en ict-beheer. Gaandeweg heeft het bedrijf zich gespecialiseerd in datacenterdienstverlening met twee colocatie-datacenters, in Deventer (sinds 2007) en Apeldoorn (vanaf 2013). De laatste locatie op het Apeldoornse industrieterrein De Ecofactorij werd al van begin af aan zeer energiezuinig ingericht qua technologie. Opvallende beslissing Dat een goedlopende datacenterexploitant aankondigt te stoppen, is in deze markt een opvallend bericht, gezien de enorme vraag naar capaciteit. Directeur/eigenaar Niels Hensen legt uit: ‘We zijn als middelgroot datacenter in de afgelopen jaren regelmatig benaderd voor een overname maar een echt serieus bod kwam er nooit. Totdat een potentiële koper aangaf ons vastgoed te willen hebben. Alleen, onze omzet zit niet in de stenen maar in onze datacenterdienstverlening. Dat begreep die partij wel en uiteindelijk zijn we er qua prijs uitgekomen en hebben we een goede deal kunnen sluiten.’ Welke partij de datacenterlocatie koopt, bijvoorbeeld toch een colocatie-speler of een bedrijf met andere ambities, mag Hensen niet zeggen. ‘Daar hebben we contractueel afspraken over gemaakt. Wel kan ik aangeven dat we ook in Deventer stoppen. Die datacenterlocatie staat nog te koop.’ Geen spijt De deal en het besluit met het bedrijf te stoppen betekende wel dat de contracten met klanten moesten worden opgezegd waarbij de dienstverlening, in overleg, is en wordt afgebouwd. Spijt heeft Hensen niet van zijn beslissing. ‘We zijn met z’n drieën en we stoppen alle drie. Iedereen heeft uiteindelijk zijn prijs; het is een goed besluit geweest en we zijn er heel tevreden over. Ik ben 59 jaar en ik kan nu eindelijk een keer relaxed op vakantie.’ Wat overigens niet wil zeggen dat hij daarna gaat stilzitten. ‘Dat kan ik niet. Ik ben ondernemer en altijd gespitst op kansen. Maar het zal niet iets worden waarbij ik weer 24*7 verantwoordelijk ben voor dienstverlening aan klanten’, lacht hij.   
It-distributeurs willen grotere rol in tech-ecosysteem
4 dagen
It-distributeurs worden geen doorgeefluik meer, maar het operationele hart van moderne technologie‑ecosystemen. Zo ziet The Global Technology Distribution Council (GTDC), een internationaal verband van distributeurs, zijn toekomst. Dit blijkt uit het rapport The Evolving Role of Distribution in Technology Go-To-Market Models, opgesteld in samenwerking met Channelnomics.  Volgens deze studie evolueert distributie tot een strategisch platform dat leveranciers en partners helpt om complexe oplossingen – zoals ai‑integratie, cybersecurity‑diensten en hybride cloud – op schaal te leveren. Klanten verwachten geïntegreerde resultaten, maar leveranciers en partners kunnen dat vaak niet alleen. Distributeurs willen die kloof vullen door technische expertise, ecosysteembeheer, financiering, compliance‑ondersteuning en lifecycle‑management te bundelen. Klanten willen oplossingen die meerdere leveranciers combineren, maar slechts een klein deel van partners kan dat zelfstandig. Daarom wordt distributie een krachtversterker, aldus het rapport: het vermindert frictie, vergroot het bereik en maakt schaalbare uitvoering mogelijk. Het rapport adviseert leveranciers om distributie nauwer te koppelen aan hun go‑to‑marketstrategie, ai‑gereedheid te versnellen, marktplaatsen en lifecycle‑processen te versterken en betere workflow‑integratie te bouwen.
Grote ai-flater kost PwC reputatie
4 dagen
Accountants- en advieskantoor PwC heeft een enorme flater geslagen door een aantal potentiële klanten rapporten te sturen vol met verzonnen informatie. Vier documenten over kunstmatige intelligentie en elektrische voertuigen barsten van zogeheten ‘ai-hallucinaties’, aldus Financial Times. De Britse zakenkrant baseert zich op analyses van GPTZero, specialist op gebied van ai-detectie. GPTZero haalde een aantal publicaties van PwC door zijn Hallucination Detector, die bronnen checkt en met ai referenties vindt. Deze ai onderscheidt door ai gegenereerde bronnen van bronnen die van mensen komen. Betrokken PwC-rapporten bevatten op grote schaal verzonnen bronnen, niet-bestaande artikelen en foutieve citaten, zoals een fictief MIT-onderzoek. Uit software-analyse blijkt dat het overgrote deel van de inhoud rechtstreeks door ai is geschreven. Veel voetnoten verwijzen naar artikelen en onderzoeken die in werkelijkheid niet bestaan. Ook van de structuur maakte PwC een potje: de voetnoten staan in een onlogische, niet-chronologische volgorde, waarbij latere nummers vóór eerdere nummers verschijnen. Door het stof PwC gaat diep door het stof. Het regiokantoor in het Midden-Oosten die de rapporten verstuurde, neemt de situatie hoog op. De verkeerde bronnen worden gecorrigeerd. De timing is pijnlijk: juist de ‘Big Four’-kantoren zoals PwC verdienen hun geld met het begeleiden van bedrijven bij de overstap naar ai. Dat het kantoor nu zelf onderuit gaat door een gebrekkige kwaliteitscontrole op diezelfde techniek, zorgt voor reputatieschade. Mede door de komst van ai neemt PwC ook in Nederland minder nieuwe mensen aan. Ook de accountancy- en fiscale adviestak gaan snel over op ai, wat arbeidskosten scheelt maar ook risico’s brengt.
Waarom datasoevereiniteit over controle gaat, en niet over geografie
4 dagen
BLOG – Een soeverein datacenter: op de slides van een presentatie voor de board klinkt het bemoedigend. De onderliggende basis houdt zeker steek. De plaats waar data bewaard en verwerkt wordt, is voor veel sectoren immers een vereiste. Maar toch zijn residentie en soevereiniteit niet hetzelfde. De kloof tussen beide concepten blijft voor veel organisaties een valkuil.Volgens Gartner bedragen investeringen in soevereine cloud wereldwijd 80 miljard dollar in 2026. Dat is een jaar-op-jaar toename van 35,6 procent. In alle sectoren steken organisaties veel budget in het hosten van infrastructuur binnen de eigen grenzen. Wetgevers verplichten het en inkoopteams scoren er goede punten mee. Maar toch blijkt uit het 2026 Thales Data Threat Report dat slechts 47 procent van de data in de cloud versleuteld is. Dat cijfer is het voorbije jaar gedaald, niet gestegen.Terwijl de investeringen in geografische locatie toenemen, blijven investeringen in controle achter. Dat is de reden waarom soevereiniteitsstrategieën falen.Residentie is geen soevereiniteitBeide termen worden vaak door elkaar gebruikt. Die misvatting is een van de meest hardnekkige problemen in de manier waarop organisaties data-governance aanpakken. Dataresidentie heeft te maken met de locatie waar data bewaard en verwerkt moet worden. Datasoevereiniteit verwijst naar controle. Het bepaalt wie ultiem de juridische en operationele autoriteit over de data heeft: wie toegang heeft tot de data, gegevens kan verplaatsen, openbaarmaking kan afdwingen, of de macht heeft om privileges aan te passen.Een organisatie kan perfect voldoen aan de verwachtingen op het gebied van residentie, maar de boot ingaan als het over soevereiniteit gaat. Het meest duidelijke voorbeeld is de US Cloud Act die Amerikaanse autoriteiten de mogelijkheid geeft om bedrijven uit de VS te verplichten gegevens openbaar te maken, om het even waar in de wereld die data opgeslagen is. Een organisatie die in Frankfurt workloads host en samenwerkt met een leverancier die onder deze wetgeving valt, kan dus niet garanderen dat alle gegevens onder Europese soevereine controle vallen. De server mag dan wel lokaal zijn, de jurisdictie is dat niet.Hetzelfde principe is op subtiele wijze van toepassing in iedere complexe omgeving. Platformen die extern gehost worden, identiteitssystemen die onder controle vallen van een vreemde partij, processen die derde partijen toegang geven tot gevoelige omgevingen, … Al deze situaties leiden tot een afhankelijkheid waar organisaties geen controle over hebben. Hoe lokaal de infrastructuur ook is, de controle gaat nietsvermoedend verloren.Problemen ontstaan pas onder drukEen locatiegerichte soevereiniteitsstrategie ziet er doorgaans wel goed uit. De problemen worden enkel onder druk zichtbaar. Denk aan een audit. Auditeurs zijn niet geïnteresseerd in de plaats van de infrastructuur. Ze willen gedocumenteerd bewijs zien van wie toegang had tot systemen en wat er wanneer is veranderd, en onder welke autorisatie. Volgens IBM’s 2025 Cost of a Data Breach Report gebeurt 97 procent van de ai-verwante inbreuken in bedrijven die geen goede toegangscontrole hebben. Dit heeft rechtstreeks te maken governance, niet met infrastructuur.Hetzelfde zien we bij de herstelprocessen na een incident. Organisaties moeten na een aanval niet alleen snel kunnen handelen, maar ze moeten ook de governance-controles behouden. Een herstelprocedure die de toegangscontroles omzeilt of afhankelijk is van een externe tussenkomst, zal de bedrijfsvoering wel herstellen maar tevens de soevereiniteit ondermijnen.Tot slot is commerciële druk een derde factor die de spanning vergroot en onvoldoende aandacht krijgt. Technologieproviders evolueren, prijsmodellen verschuiven en de strategische prioriteiten veranderen. Organisaties die echte soevereiniteit nastreven, hebben keuzevrijheid wanneer iets gebeurt. Maar als het bedrijfsmodel sterk verankerd is met een enkele leverancier, dan ontdekken organisaties al gauw dat ze minder bewegingsruimte hebben dan ze aanvankelijk dachten.Hoe krijg je controle?Betekenisvolle soevereiniteit verkrijg je via een aantal operationele disciplines die niets te maken hebben met postcode. Autoriteit en toegangscontrole – wie kan systemen beheren, veranderingen goedkeuren en acties controleren – zijn essentieel. Rolgebaseerde toegang, least privilege, MFA en scheiding van taken vormen geen nieuwe concepten.Cryptografische controle is even belangrijk en vaak niet goed begrepen. Encryptie zonder controle over de sleutel is geen soevereiniteit. Het verschuift de controle naar de persoon die de sleutels in handen heeft. De vraag is niet óf data versleuteld is, maar wie de sleutels bezit en hoe toegang beheerd wordt. En wat gebeurt er met die controle als de relatie met een provider verandert?Operationele onafhankelijkheid is ook op dagelijkse basis van belang. Kan de organisatie patchen, problemen oplossen, monitoren en herstellen zonder een beroep te moeten doen op een externe dienst die ze niet beheert? Hier schiet het concept van een soeverein datacenter vaak tekort. Niet omdat de faciliteit niet voldoet, maar omdat het operationele model afhankelijkheden creëert.En tot slot: omkeerbaarheid. Vrijheid betekent dat je in staat bent om van richting te veranderen zonder grootschalige disruptie. Je hoeft geen plannen te maken om iedere leverancier te verlaten, maar wel zeker zijn dat de mogelijkheid bestaat.AI verhoogt de inzetDe roep om ai-governance klinkt luider dan ooit. Zeker nu de EU AI Act verplichtingen oplegt voor heel risicovolle systemen, stellen wetgevers vragen die verder gaan de plaats waar trainingsdata bewaard wordt.Wie controleert het gewicht van het model? Wie kan inference-prompts zien? Welke telemetrie gaat terug naar de provider en onder welke voorwaarden? Voor gevoelige ai-workloads (dossiers in healthcare, financiële beslissingen, biometrische data, burgerdiensten) moet de perimeter van soevereiniteit uitbreiden naar de volledige omgeving, en niet alleen onderliggende data.Om die reden versnelt ai de gesprekken over soevereiniteit. Dezelfde controles die bepalend zijn voor echte datasoevereiniteit, autoriteit, het beheer van encryptiesleutels, operationele onafhankelijkheid en aantoonbare governance, zijn precies de elementen waar toezichthouders naar vragen wanneer risicovolle ai-systemen onder de loep worden genomen.De auteur is svp EMEA bij Nutanix. Hij schrijft deze opinie op persoonlijke titel.
Zo maken cyberreservisten Nederland digitaal weerbaarder
4 dagen
Paneldiscussie met Defensie tijdens Cybersec Netherlands 2026Hoe zorg je ervoor dat een krijgsmacht kan beschikken over de beste cybersecuritykennis, terwijl die expertise zich vooral bevindt in het bedrijfsleven en bij kennisinstellingen? Het antwoord ligt steeds vaker bij cyberreservisten. Tijdens Cybersec Netherlands 2026 wordt dit onderwerp uitgebreid besproken in de paneldiscussie Cyber Reservists: the connective tissue between defence and the digital resilience of the Netherlands.De digitale dreiging voor Nederland neemt al jaren toe. Statelijke actoren, cybercriminelen en hacktivisten richten zich steeds vaker op vitale infrastructuur, overheden en bedrijven. Tegelijkertijd groeit de afhankelijkheid van digitale systemen in vrijwel iedere sector. Cybersecurity is daarmee niet langer uitsluitend een technisch vraagstuk, maar een belangrijk onderdeel van de nationale veiligheid.Juist op dat terrein ontstaat een nieuwe uitdaging. De vraag naar gespecialiseerde cybersecurityprofessionals is groter dan het aanbod. Dat geldt voor het bedrijfsleven, maar zeker ook voor Defensie. Het aantrekken en behouden van voldoende cyberexpertise is daarom een strategische opgave.Publiek-private aanpakDaarom kiest Defensie steeds nadrukkelijker voor een publiek-private aanpak. Cyberreservisten brengen specialistische kennis vanuit hun dagelijkse werk mee naar de krijgsmacht. Anders dan traditionele reservisten worden zij vaak juist vanwege hun specifieke expertise ingezet. Hun ervaring met incident response, cloudbeveiliging, ot-security, digitale forensische onderzoeken of threat intelligence is direct inzetbaar binnen de militaire cyberorganisatie.Die wisselwerking levert voordelen op voor alle betrokken partijen. Defensie krijgt toegang tot actuele kennis uit de markt, terwijl reservisten ervaring opdoen binnen een unieke operationele omgeving. Ook werkgevers profiteren hiervan. Medewerkers ontwikkelen zich in een omgeving waar samenwerking, crisisbeheersing en besluitvorming onder druk dagelijkse praktijk zijn. Die ervaring nemen zij vervolgens weer mee terug naar hun eigen organisatie.Nieuwe vraagstukkenCyberreservisme is daarmee veel meer dan een vorm van maatschappelijke betrokkenheid. Het is een concrete invulling van publiek-private samenwerking op een terrein waar samenwerking steeds belangrijker wordt. Digitale weerbaarheid houdt immers niet op bij de grenzen van één organisatie. Overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen zijn steeds sterker met elkaar verbonden. Daarom is het uitwisselen van kennis en ervaring essentieel.Tegelijkertijd brengt het reservistschap ook nieuwe vraagstukken met zich mee. Hoe combineer je een civiele carrière met een militaire verantwoordelijkheid? Welke afspraken maak je als werkgever wanneer een medewerker reservist is? Hoe ga je om met vertrouwelijkheid, operationele inzet en de toenemende geopolitieke spanningen? En wat betekent het eigenlijk om cyberreservist te zijn in een tijd waarin het cyberdomein een volwaardig operationeel domein is geworden?Dat zijn vragen waarop geen eenvoudige antwoorden bestaan. Juist daarom is het waardevol dat vertegenwoordigers vanuit verschillende perspectieven hierover met elkaar in gesprek gaan.Samenstelling panelTijdens de paneldiscussie op Cybersecurity Netherlands komen alle schakels binnen dit ecosysteem samen. Vanuit Defensie nemen Tessa Huisman-de Kort, directeur Personeelsbeleid en Management, en kolonel Jorrit de Gruijter, plaatsvervangend commandant van het Defensie Cyber Commando, deel aan het gesprek. Luitenant-kolonel Martijn Sprengers, oprichter van Tidal Control, deelt zijn ervaringen als cyberreservist. Vanuit het bedrijfsleven brengt André Beijen, network whisperer bij Kyndryl, het perspectief van werkgevers in. De discussie wordt gemodereerd door Martine Groen, professor Cyber Security aan de Hogeschool Utrecht, die al langere tijd onderzoek doet naar cyberweerbaarheid en reservisten.De sessie Cyber Reservists: the connective tissue between defence and the digital resilience of the Netherlands vindt plaats tijdens Cybersec Netherlands 2026 op donderdag 10 september, van 13.55 tot 14.40 uur bij Jaarbeurs in Utrecht. Bezoekers krijgen niet alleen inzicht in de rol van cyberreservisten binnen Defensie, maar vooral ook in de bredere vraag hoe overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen gezamenlijk kunnen bijdragen aan de digitale weerbaarheid van Nederland.Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Registreer je gratis via deze link.Meer informatie: klik hier.
Spoelstra Spreekt: Geen hond
4 dagen
COLUMN – Normaal gesproken sla ik hondennieuws altijd over. Er is tegenwoordig zo veel nieuws dat je moet kiezen wat je wel en wat je niet leest. En voor hondennieuws reserveer ik geen plekje in mijn hersenen. Mensen vragen wel eens aan mij, ben jij meer een kattenmens of hondenmens? Daarop antwoord ik ook altijd dat mij dat niks uitmaakt. Ik vind ze allebei lekker. Ik snap sowieso niet waarom je thuis een wolf gevangen zou houden. Dieren horen buiten en niet de hele dag binnen te zitten om hun plas op te houden. Maar goed er zijn mensen die daar anders over denken. En niet een paar ook. Honden gaan ongewenst gedrag vertonen als jij alleen maar op de telefoon zit Wat ik alleen niet snap is dat ik zoveel mensen zie die hun hond uitlaten, terwijl ze tegelijkertijd alleen maar op hun telefoon zitten. Je houdt toch zoveel van je huisdier? En hier ging het nieuwsberichtje dus over. Wat blijkt, het schijnt voor het huisdier in kwestie heel slecht te zijn als je tijdens het uitlaten constant op je telefoon zit. Volgens hondengedragsexperts (die bestaan echt), gaan honden ongewenst gedrag vertonen als jij ze uitlaat en vervolgens alleen maar op de telefoon zit. Te denken valt aan het uitvallen naar andere honden, afval eten of ongewenst opspringen tegen mensen. En ik zou denken, dat is toch wat een wolf ook zou doen? Maar een wolf woont natuurlijk niet in een hoekhuis met centrale verwarming. En hij hoeft natuurlijk ook niet de hele dag zijn plas op te houden. Schermpje Hoe dan ook, een hond merkt het dus dat je geen aandacht voor hem hebt. En als reactie zal het geen aandacht meer voor jou hebben. En daarom wilde je toch een hond? Kun je nagaan, als dit voor je hond al geldt, dan weet je ook wat de gevolgen voor je kind zijn als je de hele dag achter een schermpje zit. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl.
Kort: Nederlandse Loes.ai trekt de aandacht, nieuwe versie Duits taalmodel Soofi S (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: eerste gebruikers Loes.ai, intensievere samenwerking 4CEE en ReflexSystems, GVB en Hitachi in UWB-proef, managerswisselingen bij Suse, en taalmodel Soofi S 30B-A3B is uit. Nederlandse ai-assistent Loes.ai trekt eerste gebruikers Loes.ai, ontwikkeld door HostYourAI uit Groningen, profileert zich als een Nederlandstalig alternatief voor chatdiensten als ChatGPT. De ai-assistent draait op Europese servers en volgens de initiatiefnemers worden gebruikersgesprekken niet gebruikt voor het trainen van modellen, aldus de Groninger Internet Courant. Oprichter Jantine Doornbos werkt sinds 2020 aan het project. Inmiddels wordt Loes.ai ontwikkeld door een klein team en telt de dienst volgens de initiatiefnemers ruim 12.000 actieve gebruikers per dag. Ongeveer de helft daarvan komt uit Nederland.   Loes.ai maakt gebruik van open basismodellen die verder zijn getraind met Nederlandstalige datasets. De modellen en trainingsdata zijn openbaar beschikbaar via Hugging Face. Het platform biedt een gratis versie en een betaalde Pro-variant. 4CEE en ReflexSystems koppelen factuurverwerking aan foodsoftware 4CEE (Ede) en ReflexSystems (Almeree) werken samen aan een integratie voor geautomatiseerde factuurverwerking. 4CEE koppelt daarvoor zijn oplossing 4CEE Invoice aan de softwarepakketten Reflex 3000 en ReflexBlue van ReflexSystems. De bedrijven werken al samen op het gebied van e-facturatie via het Peppol-netwerk. Met de nieuwe integratie moeten gebruikers straks naast pdf-facturen ook inkomende elektronische facturen kunnen verwerken. De komende zes maanden werken beide partijen aan de koppeling. Volgens de bedrijven moet de integratie leiden tot minder handmatige verwerking, snellere factuurafhandeling en meer inzicht in de status van facturen. De oplossing richt zich op organisaties in de voedingsindustrie die financiële processen verder willen automatiseren. GVB test automatisch inchecken met UWB-technologie GVB heeft samen met spoorwegfabrikant Hitachi Rail een proef uitgevoerd met een nieuwe manier van inchecken in de metro. Daarbij werd gebruikgemaakt van Ultra Wideband (UWB), een techniek waarmee reizigers automatisch kunnen worden herkend wanneer zij een toegangspoortje passeren. Dit meldt Het Parool. Volgens het Amsterdamse vervoersbedrijf toonde de proef aan dat de technologie nauwkeurig genoeg werkt voor toegangspoortjes. Reizigers hoeven daardoor hun pinpas, smartphone of ander token niet meer actief te scannen. Van invoering is voorlopig geen sprake. GVB stelt dat eerst verdere optimalisatie van de techniek en aanpassingen aan systemen nodig zijn. Eventuele invoering wordt pas overwogen wanneer de huidige toegangspoortjes aan het einde van hun levensduur zijn. Suse schuift drie managers door naar nieuwe functies Suse, de in Luxemburg gevestigde opensourcesoftware-aanbieder, heeft drie benoemingen binnen het management bekendgemaakt. Sanne Vloon wordt regional manager Noord-Europa. Zij werkt sinds 2021 bij Suse en was eerder verantwoordelijk voor Inside Sales in Noord-Europa en actief als country manager Benelux. In haar nieuwe rol stuurt zij de activiteiten aan in de Benelux, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en Scandinavië. Mark Dando is benoemd tot general manager EMEA. Hij was eerder verantwoordelijk voor de regio Noord-Europa. Sando neemt de rol over van Ton Musters die afgelopen mei tot verkoopdirecteur is benoemd. Daarnaast wordt Frank Feldmann chief ai & strategy officer. Hij krijgt ook de leiding over de it-organisatie bij het bedrijf. Daarmee brengt Suse it, strategie en ai onder één verantwoordelijkheid samen. Duits open taalmodel Soofi S mikt op Europese ai-soevereiniteit Een Duits onderzoeksconsortium heeft het open-sourcetaalmodel Soofi S 30B-A3B uitgebracht. Het model is volledig getraind op de Industrial AI Cloud van Deutsche Telekom en behaalt volgens het consortium hogere benchmarkscores voor Duits, Engels en programmeertaken dan open modellen als OLMo 3 32B en Apertus 70B. Soofi S bevat 31,6 miljard parameters, maar activeert per token slechts 3,2 miljard parameters. Daardoor ligt de benodigde rekenkracht dichter bij die van een 3B-model. Het project wordt gecoördineerd door KI Bundesverband en uitgevoerd met Duitse onderzoeksinstellingen en bedrijven, waaronder DFKI, Fraunhofer, Merantix Momentum en T-Systems. Het project werd begin dit jaar aangekondigd; doel is een open Europese familie van ai-modellen voor industriële toepassingen.
Project Perception: Microsofts antwoord op ai-cybercrime
5 dagen
Microsoft lanceert Project Perception, een nieuw agentisch beveiligingssysteem dat inspeelt op de nieuwe realiteit van ai. Digitale beveiliging moet zich snel aanpassen. Hackers gebruiken steeds meer ai, die zelfstandig en continu werkt. Aanvallen worden hierdoor goedkoper, sneller en ingewikkelder. Oude beveiligingssystemen, die gemaakt zijn voor menselijke hackers, kunnen dit tempo niet meer bijhouden.Een heel nieuwe manier van beveiligen is nodig, verklaart Microsoft zijn nieuwe aanpak. Zo’n cyberstack moet continu risico’s detecteren in het hele computernetwerk ofwel de totale digitale omgeving. Het is zaak om grote hoeveelheden informatie te begrijpen en direct – op computersnelheid – in te grijpen. Belangrijk is dat de verdediging zichzelf aanpast als de omgeving verandert. Menselijke beveiligers moeten worden bijgestaan met betere informatie en handige hulpmiddelen. Het doel is niet om méér waarschuwingen te geven, maar om zelfstandig te kijken, na te denken en te handelen, aldus Microsoft.Project Perception introduceert een nieuwe security-architectuur die ai inzet om risico’s continu te signaleren, te beoordelen en sneller actie te ondernemen. Deze veelomvattende oplossing is opgebouwd uit drie typen gespecialiseerde agents, die samenwerken in een gesloten beveiligingscyclus. Red Team agents identificeren potentiële aanvalspaden, terwijl Blue Team agents risico’s analyseren en prioriteren. En Green Team agents voeren herstelacties uit om de beveiliging continu te versterken.Project Perception kiest per security-taak het meest geschikte ai-model. Hierdoor worden zowel prestaties als kostenefficiëntie geoptimaliseerd. Een van deze ai-modellen is de nieuwe MAI-Cyber-1-Flash, Microsofts eerste gespecialiseerde ai-model voor cybersecurity. Dit nieuwe model zou ook voordeliger in gebruik zijn dan een vorige combinatie van op security gerichte ai.Project Perception is vanaf 3 augustus 2026 beschikbaar in public preview.
Welke apps weten het meest over jou?
5 dagen
We delen onze locatie, contacten en browser-geschiedenis dagelijks met apps zonder erbij stil te staan. Een reden voor eSIM-aanbieder Holafly om in kaart te brengen welke apps het meeste over jou weten. Meta staat alvast helemaal bovenaan.Holafly onderzocht welke sociale media-, reis- en ai-apps de meeste gegevens verzamelen en hoeveel daarvan direct aan je identiteit is gekoppeld. De eSIM-verkoper deed dit aan de hand van de privacy-labels van de Apple App Store.De sociale netwerken Instagram, Facebook en Threads hebben de twijfelachtige eer bovenaan te staan. Het trio platforms van Meta verzamelen liefst 21 data points, waarvan veertien gekoppeld aan een persoon als gebruiker. Die lijst omvat contactgegevens, locatie, browser- en zoekgeschiedenis, financiële informatie, gezondheids- en fitnessgegevens, gevoelige informatie en meer. Meta gebruikt zeven gegevenstypen om iemand actief te volgen op andere platforms.Eveneens grote verzamelaars van persoonlijke data zijn TikTok (20 data points), gevolgd door Shein (shopping), Snapchat, X (Twitter) en ChatGPT, die allemaal goed zijn voor zeventien data points. Amazon Shopping, DoorDash en Pinterest volgen op korte afstand. En wat met reisapps? Wie sommige reisapps downloadt loopt eveneens risico om flink wat data door te sluizen. Volgens Holafly staan reisapps als Booking.com en Expedia aan kop wat dataverzameling betreft: beide halen zestien datapunten op, waarvan elf direct aan je identiteit gekoppeld zijn.Uber volgt met vijftien datapunten, maar onderscheidt zich door de aard van de data: real-time, nauwkeurige en tijdgestempelde locatiegegevens die precies bijhouden waar je was en wanneer. Een belangrijke kanttekening bij het onderzoek: de privacylabels in de App Store zijn door de ontwikkelaars zelf ingevuld en kunnen veranderen. Holafly benadrukt dan ook dat de resultaten een momentopname zijn van mei 2026. Dat neemt niet weg dat de bevindingen een duidelijk patroon tonen: hoe nuttiger een app, hoe meer toegang ze doorgaans opeist.
Fiscus verliest miljoenenstrijd tegen Mendix-oprichters
5 dagen
Na procederen tegen beter weten in Twee oprichters van het low-code softwarebedrijf Mendix, zijn na een jarenlange strijd met de Belastingdienst in het gelijk gesteld. De fiscus heeft hen ten onrechte aangeslagen wegens een resultaat uit een vermeend lucratief belang. Een van de twee oprichters werd zelfs voor 35 miljoen euro aangeslagen. Pittige aanslagen vloeiden voort uit de verkoop van Mendix aan Siemens ten bedrage van 628 miljoen euro. De drie oprichters, Derek Roos, Roald Kruit en Derckjan Kruit, streken daarbij in totaal een dikke 180 miljoen euro op. Maar op een hoge navordering in verband met een lucratief belang was niet gerekend. De uitspraak is geanonimiseerd, maar het FD  ontdekte dat het om de Mendix-oprichters gaat. Welke twee van de drie software-ondernemers precies naar de rechter stapten, is onbekend. Maar alle drie Mendix-oprichters kunnen opgelucht ademhalen. Verloren zaak De Haagse rechter laakt in deze zaak de handelwijze van de Belastingdienst. De fiscus procedeerde tegen beter weten in terwijl duidelijk was dat het een verloren zaak was. De rechtbank heeft geen goed woord over voor de wijze waarop de fiscus zich opstelde. Van begin af aan was duidelijk dat de Belastingdienst op basis van deze regeling geen aanslag mocht opleggen. Tegen beter weten in deed de dienst dat toch. De rechter neemt het de fiscus ook kwalijk dat pas ruim een jaar en tien maanden na het begin van het dispuut voor het eerst een inhoudelijk gesprek plaatsvond met de betrokken Mendix-oprichters. Gezien de buitensporige belastingdruk van bijna 100 procent bij een lucratief belang had dat naar het oordeel van de rechtbank veel eerder moeten gebeuren. De belastingadviseur had steeds op een dergelijk gesprek aangedrongen. Geen lucratief belang Voor de rechtbank staat als een paal boven water dat in het geval Mendix geen sprake was van een zogenoemd lucratief-belang. Roos en Kruit fourneerden alleen regulier oprichtersvermogen. Als ‘initial investors’ liepen zij daarbij oprichtersrisico, waardoor hun aandelenbezit allerminst kan worden gezien als een managementbeloning. Als oprichters en aandeelhouders van het eerste uur liften zij gewoon mee op de groei van de waarde van de onderneming. De lucratief-belangregeling is bedoeld is om excessieve bonussystemen van ingehuurde managers en extreme hefboomeffecten van private equity-trajecten te belasten. Opsteker Het Mendix-vonnis vormt mogelijk ook een opsteker voor andere software-ondernemers die hun bedrijf goed wisten te verkopen, maar met onterecht hoge navorderingen te maken kregen. Bij succesvolle exits probeert de Belastingdienst steeds vaker – ten onrechte – de waardestijging van aandelen aan te merken als ‘beloning voor werkzaamheden’, aldus de adviesdienst. De rechter veroordeelt de fiscus tot een ongebruikelijk hoge proceskostenvergoeding om de miljoenen aan verdedigingskosten van de ondernemers te dekken.
Het netwerk is niet langer een kabel, maar een beveiligingsstrategie
6 dagen
Jarenlang werd het bedrijfsnetwerk gezien als een noodzakelijke voorziening. Een soort digitale snelweg waarover applicaties, bestanden en communicatie van A naar B werden vervoerd. Security speelde zich elders af: in firewalls, antivirussoftware en gespecialiseerde beveiligingsoplossingen. Die scheiding tussen connectiviteit en beveiliging begint echter snel te verdwijnen.De manier waarop organisaties werken is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. Applicaties draaien in de cloud, medewerkers werken vanuit huis, onderweg of op kantoor, en leveranciers hebben steeds vaker directe toegang tot systemen en data. Daardoor is de traditionele grens van de organisatie grotendeels vervaagd. Het idee dat alles binnen een duidelijk afgebakende IT-omgeving plaatsvindt, behoort voor veel organisaties tot het verleden.Inzicht en overzicht biedenDie ontwikkeling heeft grote gevolgen voor cybersecurity. Waar vroeger de focus lag op het beschermen van de rand van het netwerk (denk bijvoorbeeld aan firewalls), verschuift de aandacht nu naar het netwerk zelf. Steeds meer experts beschouwen connectiviteit als een cruciale beveiligingslaag die niet alleen data transporteert, maar ook inzicht geeft in gebruikers, applicaties en datastromen.Dat is een belangrijke ontwikkeling, want veel organisaties hebben hun beveiliging de afgelopen jaren uitgebreid met een groeiend aantal losse oplossingen. Endpointbeveiliging, VPN’s, DNS-filtering, cloudbeveiliging en monitoringtools zijn vaak afzonderlijk toegevoegd om nieuwe risico’s af te dekken. Hoewel die aanpak begrijpelijk is, ontstaat daardoor echter een versnipperd landschap waarin overzicht en samenhang ontbreken.Juist daar ligt een van de grootste uitdagingen van moderne cybersecurity. Wanneer beveiliging uit tientallen losse componenten bestaat, wordt het lastiger om afwijkend gedrag te herkennen, incidenten snel op te sporen en beleid consequent toe te passen. Bovendien neemt de beheerlast toe en wordt het steeds moeilijker om zicht te houden op wat er daadwerkelijk binnen de digitale omgeving gebeurt.Meer controle hebbenTegelijkertijd groeit de behoefte aan meer controle. Organisaties krijgen te maken met strengere compliance-eisen, toenemende afhankelijkheid van cloudplatformen en een groeiend aantal cyberdreigingen. Daardoor ontstaat een verschuiving naar architecturen waarin netwerk en security veel nauwer met elkaar worden verweven.Concepten zoals Zero Trust, netwerksegmentatie en SASE-architecturen winnen mede daarom snel terrein. Het uitgangspunt daarbij is dat beveiliging niet achteraf wordt toegevoegd, maar direct onderdeel wordt van de manier waarop gebruikers, applicaties en systemen met elkaar verbonden zijn. Het netwerk verandert daarmee van een passieve infrastructuurlaag in een actieve verdedigingslinie.Voor middelgrote en grote organisatiesDie ontwikkeling speelt zowel bij middelgrote als bij grote organisaties. Voor het MKB draait het vaak om eenvoud, beheersbaarheid en het beperken van complexiteit. Grote organisaties hebben juist te maken met hybride omgevingen, meerdere leveranciers, uiteenlopende compliance-eisen en complexe governance-structuren. In beide gevallen groeit het besef dat een verzameling losse beveiligingsproducten niet automatisch leidt tot een veiligere omgeving.De vraag is allang niet meer welke securitytool nog aan het bestaande landschap moet worden toegevoegd. De echte uitdaging is hoe organisaties een samenhangende digitale omgeving creëren waarin netwerk, connectiviteit en beveiliging naadloos samenwerken. Dat klinkt misschien als een technische exercitie, maar de impact reikt veel verder. Het raakt direct aan bedrijfscontinuïteit, operationele veerkracht, risicobeheersing en de mate waarin bestuurders grip houden op hun organisatie.Hoofdrol voor het netwerkIn de whitepaper “Het netwerk als cruciale securitylaag” laat Vodafone Business zien waarom het traditionele onderscheid tussen netwerk en cybersecurity steeds minder relevant wordt. De publicatie biedt inzicht in de veranderende rol van het netwerk binnen moderne IT-omgevingen en legt uit waarom juist het netwerk een cruciale positie inneemt in het beschermen van gebruikers, applicaties en data. Daarnaast gaat de whitepaper in op de uitdagingen waarmee zowel MKB- als grootzakelijke organisaties worden geconfronteerd. Aan bod komen onder meer nieuwe architectuurmodellen zoals SASE, de voordelen van geïntegreerde netwerk- en securitydiensten en de vraag hoe organisaties meer overzicht, controle en weerbaarheid kunnen creëren in een steeds complexere digitale wereld. Voor organisaties die hun cybersecurity niet langer als een verzameling losse oplossingen willen benaderen, maar als een integraal onderdeel van hun bedrijfsvoering, biedt deze whitepaper waardevolle inzichten en praktische handvatten.Bekijk de whitepaper
Kort: Odin versterkt zich in Duitsland, Europese Right to Repair Act onbekend (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Odin Groep koopt Sysmind, Bigbridge treedt toe tot de Emico Group, Microsoft wil toch uitbreiden in Middenmeer, FrieslandCampina wil terreinlogistiek digitaliseren en onbekend maakt onbemind bij Europese Right to Repair Act. Odin Groep neemt Duits it-bedrijf Sysmind over Odin Groep uit Hengelo breidt zijn activiteiten in Duitsland verder uit met de overname van Sysmind Service- und Vertriebsgesellschaft uit Hamburg. De it-dienstverlener wordt onderdeel van managed services-provider Previder. Met de overname versterkt Odin Groep de positie van Previder in Noord-Duitsland. Eerder nam de groep al Log in Consultants in Karlsruhe en Heymanns IT-Solutions met vestigingen in Willich, Berlijn en München over. Sysmind blijft vanuit Hamburg opereren en directeur Heiko Müller blijft aan het bedrijf verbonden. ‘We blijven dicht bij onze klanten staan, met hetzelfde team, dezelfde betrouwbaarheid en dezelfde persoonlijke aanpak’, zegt Müller. Volgens Arno Witvliet, ceo van Odin Groep, is Duitsland een belangrijke groeimarkt. ‘Met Sysmind voegen we een betrokken en ervaren team toe dat de Duitse middenmarkt goed begrijpt en uitstekend aansluit bij onze manier van werken.’ Bigbridge sluit zich aan bij Emico Group Bigbridge uit Nijmegen is toegetreden tot de Emico Group, een groep van gespecialiseerde digitale bureaus die met steun van investeerder One Two Capital verder wordt uitgebreid. Het e-commercebureau brengt expertise mee op het gebied van Magento-platformen, B2B-commerce en webdevelopment. Volgens directeur Marco de Vries verandert er voor klanten weinig. ‘We sluiten ons aan bij een groep van technische vakmensen die elkaar iedere dag beter maken. Dat geeft onze collega’s meer ontwikkelmogelijkheden en onze klanten toegang tot nog meer specialistische kennis, terwijl we gewoon Bigbridge blijven.’ Met de aansluiting versterkt Emico Group uit Rhenen zijn kennis van complexe Magento-platformen.   Microsoft koopt grond voor uitbreiding datacentercampus Microsoft heeft in Middenmeer 37,5 hectare landbouwgrond gekocht voor een bedrag van 44 miljoen euro. Volgens gegevens uit het Kadaster wil het bedrijf daarmee ruimte reserveren voor een toekomstig datacenter. Ook is een stroomaansluiting aangevraagd bij de netbeheerder. Dat meldt NRC Handelsblad. De nieuwe locatie ligt naast een terrein waar TenneT een onderstation voor het hoogspanningsnet wil bouwen. Daarmee lijkt Microsoft vooruit te lopen op toekomstige capaciteit op het overbelaste Noord-Hollandse stroomnet. Microsoft heeft al twee hyperscale datacenters in Middenmeer, de grootste Nederlandse locatie van het bedrijf. Opvallend is dat de gemeente Hollands Kroon, waar Middenmeer onderdeel van is, eerder nog plannen voor nieuwe datacenters op dezelfde locatie afschoot. FrieslandCampina bereidt digitale aansturing van terreinlogistiek voor FrieslandCampina uit Amersfoort werkt samen met SAP-partner InsideSCM uit Veenendaal aan een template op basis van SAP Yard Logistics voor het digitaliseren van de terreinlogistiek op zijn productielocaties. Het zuivelbedrijf wil daarmee meer inzicht krijgen in vrachtwagenbewegingen, laad- en losmomenten beter plannen en de bezetting van docks efficiënter beheren. De oplossing richt zich op onder meer slotplanning, check-in en check-out, dock allocation en realtime registratie van bewegingen op het terrein. De template draait inmiddels in een testomgeving. Na afronding van de lopende migratie naar SAP S/4HANA wil FrieslandCampina de oplossing als eerste uitrollen naar vijf Europese locaties. Daarnaast onderzoekt FrieslandCampina de inzet van SAP Business Network for Logistics om vervoerders directer te betrekken bij transport- en slotplanning. Veel Nederlanders kennen Europese Right to Repair Act niet 54 procent van de Nederlanders is niet bekend met de Europese Right to Repair Act, die op 31 juli in werking treedt. Die wet moet reparaties eenvoudiger maken door onder meer de beschikbaarheid van onderdelen te verbeteren. Dat blijkt uit onderzoek van onlíne-marktplaats Refurbed onder duizend Nederlanders. Uit dit onderzoek blijkt verder dat hoewel Nederlanders zich zorgen maken over elektronisch afval, zij apparaten die nog werken regelmatig vervangen. Bijna twee derde van de ondervraagden (62 procent) onderzoekt eerst of een apparaat gerepareerd kan worden. Toch zegt 32 procent elektronica die nog functioneert te vervangen. Voor 42 procent zijn de reparatiekosten de belangrijkste reden om daarvan af te zien. Ook spelen tijd, gemak en onduidelijkheid over reparatiemogelijkheden een rol. Volgens Ruth Mugge, hoogleraar Design for Sustainable Consumer Behaviour aan de TU Delft, is dat geen kwestie van onwil: ‘We vragen mensen vaak om duurzamere keuzes te maken, maar het systeem waarin zij die keuzes maken is daar nog helemaal niet op ingericht. Zolang een nieuw apparaat sneller, eenvoudiger en zekerder is dan een reparatie, blijft vervangen voor veel mensen de meest logische keuze.’
China valt monopolie ASML aan met eigen DUV-machines
6 dagen
China is begonnen met de productie van zelf ontwikkelde Immersie-DUV-machines die de hegemonie van ASML (98,7 procent marktaandeel) op dit gebied kunnen doorbreken. Volgens de doorgaans goed ingelichte publicatie The Information zouden de Chinezen al zo ver zijn dat de eerste machines al dit jaar kunnen worden afgeleverd. Gemikt wordt op de productie van een vijftal machines dit jaar. Volgend jaar zou China er al twintig kunnen bouwen. ASML verwacht dit jaar 130 van dit soort systemen te bouwen. Qua prestaties en het percentage bruikbare chips (yield) zou de Chinese fabrikant nog op ASML achterlopen. Verdere tests zijn vereist voordat de productie verder kan worden opgeschaald. Vooraanstaande Chinese chipfabrikanten, waaronder SMIC, Hua Hong en ChangXin behoren tot de eerste afnemers. The Information baseert zich daarbij op wel geïnformeerde bronnen. SMIC was eerder een grote klant van ASML De fabrikant uit Veldhoven exporteert DUV-machines op grote schaal naar China. Voor de meer geavanceerde EUV-machines geldt een exportverbod, evenals voor de meest moderne duv-machines. Onzinverhalen? ASML onthoudt zich voorlopig van commentaar. Bij eerdere berichten over het klonen van ASML-machines verwees de fabrikant die verhalen naar het land der fabelen. Een woordvoerder beklaagde zich erover dat het ene onzinverhaal na het andere opduikt. ASML-topman Christophe Fouquet zei afgelopen april dat China nog ‘vele, vele jaren’ nodig zou hebben om technisch langszij te komen. Dat geldt voor EUV en in mindere mate ook voor de DUV-machines die China nu rijp voor productie zou hebben. Als de Chinezen inderdaad zo ver zijn, betekent dat Fouquet zijn concurrenten toch heeft onderschat. De beurs reageerde met een koersval van 8 procent. De regering Trump wil nog meer typen ASML-machines uitsluiten van export naar China. Maar zo’n handelsbeperking wordt minder effectief als eigen Chinese technologie hun chipfabrikanten een alternatieve bron van kritieke apparatuur kan bieden. Gevoeligheden De bronnen die The Information sprak, wilden in verband met gevoeligheden niet de naam van de Chinese chipmachinefabrikant onthullen. Wel is bekend dat het om een door de staat ondersteund bedrijf uit Shanghai gaat. Volgens de bronnen van The Information werken bij het project ontwikkelteams van verschillende Chinese bedrijven samen, waaronder de gesubsidieerde startup Shanghai Yuliangsheng Technology. De meeste componenten in de nieuwe systemen zijn van Chinese makelij, hoewel sommige cruciale onderdelen uit Japan komen. Immersie-DUV-machines, die circuitpatronen op siliciumwafers printen, zijn de meest geavanceerde lithografietools die Chinese chipfabrikanten beschikbaar hebben nadat handelsbeperkingen de toegang tot extreme ultraviolet lithografie (EUV)-systemen hebben afgesneden. Reverse engineering China is goed voor ongeveer 20 procent van de ASML-omzet. Vorig jaar was dat nog 33 procent. Het is overigens niet de eerste keer dat berichten over Chinese imitaties van ASML naar buiten kwamen. Eind 2025 meldde persbureau Reuters dat in Shenzhen een replica van een zeer geavanceerde EUV-machine was gebouwd naar Nederlands voorbeeld. ‘Reverse engineering’ lag daaraan de grondslag. De machine werkte wel, maar kon nog niet op grote schaal betrouwbare chips vervaardigen. Eerder duidden patentaanvragen van Huawei op de ontwikkeling van een extreme ultraviolette (EUV)-lithografiescanner die procesmatig anders werkt dan ASML doet. Afgelopen mei sprak Huawei de verwachting uit over vijf jaar chips van slechts 1,4 nanometer te kunnen maken, zonder dat het techbedrijf daarvoor de meest geavanceerde EUV van ASML nodig heeft. Telkens weer laat China zien dat het land qua high tech niet klein valt te krijgen. Met het uitlekken van berichten dat de productie van DUV-machines aanstaande is, geeft China invulling aan die strategie.
Eerste VSME-rapport Eurofiber: Volledig groene stroom en meer diversiteit
6 dagen
Eurofiber publiceert zijn eerste duurzaamheidsapportage volgens de vrijwillige VSME (Voluntary Sustainability Reporting Standard)-standaard die duidelijker inzicht moet geven in zijn omgang met het milieu. Ook het sociale beleid en de governance werden tegen het licht gehouden. In 2025 bestond alle stroom die Eurofiber in Nederland, België en Duitsland kocht, volledig uit hernieuwbare energie. Het percentage broeikas-gas-emissies liep verder terug. Verder blijkt uit het rapport dat bij circulariteit eveneens voortgang werd geboekt. 970 modems werden geretourneerd, waarvan er 411 zijn opgeknapt en hergebruikt. De aanbieder van open digitale infrastructuur liet ook zijn zakelijke partners onder de loep nemen. EcoVadis beoordeelde 52 belangrijke leveranciers op hun duurzaamheidsprestaties. De gemiddelde score was 70,4 op een schaal van 100, ruim voldoende dus. ESG-data Qua innovatie scoorde Eurofiber met doorlopende investeringen in quantum-safe- oplossingen en duurzame data-infrastructuur. Diversiteit en inclusie kregen ook aandacht. Het aandeel vrouwen in het senior management steeg van 19 procent in 2024 naar 22 procent in 2025. Jeroen Kanselaar, ESG Lead bij Eurofiber, constateert dat duurzaamheid een steeds belangrijkere rol speelt in gesprekken met klanten en stakeholders. De vraag naar betrouwbare ESG-data (milieu, sociaal en governance) groeit, evenals naar meer transparantie in de gehele waardeketen. ‘Door het rapport van dit jaar op te stellen volgens het VSME-kader hebben we een belangrijke stap gezet richting meer gestructureerde en consistente duurzaamheidsrapportage,’ aldus Kanselaar.
Prins Bernhard jr. stort zich in de ai-race
6 dagen
Prins Bernhard jr. stapt in de ‘ai-race’. Hij gaat volop investeren in ai. Bernhard van Oranje wil de enorme energie die hij als ondernemer stak in onder meer commercieel vastgoed, het nearshoring-bedrijf Levi9 en het circuit Zandvoort, in een nieuwe richting aanwenden: kunstmatige intelligentie.Zijn ambities op ai-gebied zijn zo groot dat de zakenprins radicaal al zijn belangen in vastgoed te gelde maakt. Daar hoort ook het circuit Zandvoort bij, zes keer het toneel van de F1-race. Hij doet het nearshoring-bedrijf Levi9 over aan zijn mede-eigenaren. Daar zit ook zijn beste vriend Menno de Jong bij, met wie hij rond de eeuwwisseling in de directie van het it-bedrijf Clockwork zat. Zakenpartner Coen Groeneveld neemt eveneens aandelen over.Het in 2005 opgerichte Levi9 is een van zijn grootste zakelijke successen. Zijn idee om maatwerk-software in Belgrado (Servië), Lviv en Kiev (Oekraïne) en Iasi (Roemenië) te ontwikkelen bleek een gouden greep. Vanuit Amsterdam – waar maar een handjevol mensen werkt – lieten deze buitenlandse, veelal aan technische universiteiten gebonden, vestigingen zich goed aansturen.Dit jaar voerde Levi9 samen met Schuberg Philis de tevredenheidsranglijst aan, aldus de Dutch IT Sourcing Study van Eraneos en Whitelane Research. Ook in 2025 stonden beide bedrijven bovenaan. Laatstelijk vervulde hij bij Levi9 de rol van non-executive board member. Hij is verantwoordelijk voor de marketing en het beschermen van de identiteit van Levi9. Van pandjesprins naar ai-prins Prins Bernhard jr. heeft zich altijd zeer gestoord aan zijn imago van ‘pandjesprins’ en ‘huisjesmelker’. In 2023 een gesprek met het FD zei hij zichzelf vooral als it-ondernemer te zien. Volgens hem heeft het vak van it’er in Nederland maar weinig aanzien.’ In het onderwijs is het een ondergeschoven kindje.’ In Oost-Europa is dat anders.Bernhard wil op ai-gebied aan innovaties werken en nieuwe ondernemingen opzetten. Het kapitaal daarvoor maakt hij snel vrij. En zijn ‘Rolodex’ heeft een enorme omvang. Ai en andere nieuwe tech zorgen volgens hem voor enorme kansen. Hij wil die als ‘ai-prins’ graag benutten. 
Gartner verhoogt groeiprognose it-uitgaven
6 dagen
De wereldwijde it-uitgaven stijgen met 14,2 procent in 2026 tot een totaal van 6,37 biljoen dollar, zo voorspelt marktvorser Gartner. Datacenter-systemen (+62,5 procent) en infrastructure-as-a-service (iaas, +29,3 procent) zijn de belangrijkste groeisegmenten.  Het bouwen van de benodigde rekenkracht voor ai is het grootste infrastructuurproject dat de mensheid ooit heeft ondernomen, stelt Gartner. Heel veel kapitaal wordt gestoken in ai-infrastructuur, ai-gebaseerde cloudplatformen en geavanceerde software-ecosystemen. In de laatste prognose-update van Gartner zijn de totale it-uitgaven naar boven bijgesteld met sterkere groeiprognoses. Maar de groei concentreert zich steeds meer op segmenten die direct profiteren van de adoptie van ai, terwijl traditionele segmenten relatief bescheiden veranderingen laten zien.  Lang niet elk marktsegment floreert. Technologie-budgetten staan onder druk door inflatie, tekorten in de toeleveringsketen, stijgende hardware- en geheugenkosten, ai-financieringsinitiatieven en verschuivende prioriteiten.
Kort: Nieuwe investeerder voor Lansweeper, Progress koopt Domo (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Bridgepoint stapt in bij Lansweeper, weer meer cloudomzet SAP, hackers vallen Thialf aan, dure scheiding voor SK Hynix-topman en Progress neemt Domo over. Bridgepoint neemt meerderheidsbelang in Lansweeper De Britse investeringsmaatschappij Bridgepoint neemt een meerderheidsbelang in Lansweeper, een aanbieder van software voor assetmanagement uit Merelbeke bij Gent. Algemeen directeur Dave Goossens en het managementteam blijven aandeelhouder. Bridgepoint neemt het belang over van het consortium Dovesco, Insight Partners en Imker Group, waarbij Dovesco als minderheidsaandeelhouder verbonden blijft aan het bedrijf. Lansweeper levert organisaties inzicht in alle apparaten binnen hun it-omgeving, waaronder laptops, servers, industriële systemen en iot-apparatuur. Het bedrijf bedient wereldwijd meer dan 30.000 organisaties en beschikt volgens eigen zeggen over een database met meer dan twee miljard geregistreerde technologie-assets. Met de komst van de nieuwe kapitaalverschaffer wil Lansweeper investeren in productontwikkeling, ai, cybersecurity, internationale uitbreiding en overnames. De transactie wordt naar verwachting eind 2026 afgerond. SAP ziet cloudomzet en cloudbacklog verder groeien SAP heeft in het tweede kwartaal van 2026 opnieuw groei geboekt in cloudactiviteiten en omzet. De cloudomzet steeg met 22 procent, terwijl de actuele cloudbacklog uitkwam op 22,9 miljard euro, een toename van 27 procent. De totale omzet groeide met 9 procent van 9,03 miljard euro naar 9,88 miljard euro. Ook de winst nam toe: met 26 procent van 1,7 miljard naar 2,2 miljard euro. SAP schrijft de resultaten mede toe aan de groei van zijn Autonomous Suite en Business AI Platform. Topman Christian Klein zegt dat klanten SAP inzetten voor ai-toepassingen die aansluiten op bedrijfsprocessen en data en voldoen aan regelgeving. Financieel directeur Dominik Asam wijst erop dat de cloudbacklog en vrije kasstroom zijn blijven groeien ondanks onrustige macro-economische omstandigheden. Volgens hem gebruikt SAP zelf ai om de eigen transformatie naar een autonomous enterprise te versnellen. Hackers eisen losgeld na cyberaanval op Thialf Thialf, het in Heerenveen gevestigde ijsstadion, is getroffen door een cyberaanval. Volgens het stadion heeft forensisch onderzoek uitgewezen dat de impact op data en operationele processen nihil is en dat geplande activiteiten gewoon doorgaan, aldus Omroep Friesland. RTL Nieuws meldt dat hackersgroep The Gentlemen verantwoordelijk is voor de aanval. De groep zou losgeld eisen en dreigt interne documenten, medewerkersinformatie, financiële contracten en andere gegevens te publiceren als niet binnen tien dagen wordt betaald. Hoe hoog de eis is, is niet bekend. Thialf bevestigt dat het in gesprek is met de aanvallers, maar wil verder geen inhoudelijke details geven. SK Hynix-topman moet ex-partner 640 miljoen dollar betalen Chey Tae-won, bestuursvoorzitter van de Zuid-Koreaanse chipmaker SK Hynix, moet zijn ex-vrouw Roh Soh-yeong een bedrag van 640 miljoen dollar betalen na een langdurige juridische strijd rond hun scheiding. De zaak kreeg veel aandacht nadat Chey in 2015 bekendmaakte dat hij een buitenechtelijke relatie had en daaruit een kind was geboren. Pogingen om via mediation tot een regeling te komen mislukten, waarna de kwestie voor de rechter kwam. De rechter kende Roh uiteindelijk 640 miljoen dollar toe, volgens de berichtgeving het hoogste bedrag ooit in een Zuid-Koreaanse echtscheidingszaak. Chey voerde aan dat een groot deel van zijn vermogen afkomstig was uit familie-erfenissen en daarom niet als gezamenlijk bezit moest worden beschouwd. Zijn vermogen wordt geschat op circa 5,6 miljard dollar, aldus zakenblad Quote. Progress koopt ai- en dataplatform van Domo voor 400 miljoen dollar Progress Software neemt vrijwel alle activa en bepaalde verplichtingen van Domo over voor vierhonderd miljoen dollar. Met de overname voegt het in Burlington (Massachusetts) gevestigde Progress het ai- en dataplatform van Domo toe aan zijn portfolio. Volgens Progress sluit de aankoop aan bij zijn strategie om klanten beter te ondersteunen bij ai-toepassingen. Domo levert software voor data-integratie, analyse en AI en brengt meer dan 2.400 zakelijke klanten en een internationaal partnernetwerk mee. Topman Yogesh Gupta van Progress verwacht dat de technologie van Domo de bestaande dataplatformactiviteiten van het bedrijf aanvult. Domo-oprichter Josh James zegt dat de combinatie klanten moet helpen ai-toepassingen te bouwen op basis van beheerde bedrijfsdata.
Alarmfase één in ai-sector: ontsnappende software en goedkope Chinese concurrentie
1 week
De ai-wereld schudt op haar grondvesten. Groot is de bezorgdheid over de veiligheid sinds bekend werd dat een ai-model van OpenAI tijdens een benchmarktest op eigen houtje uit de testomgeving brak. Veel is er momenteel ook te doen over ‘open weight ai’, gratis Chinese ai-modellen die makkelijk aanpasbaar zijn en ook lokaal (on-premises) zijn te draaien.OpenAI heeft nog veel uit te leggen over de ai-agent die eigenhandig de infrastructuur van Hugging Face, een platform voor het delen van ai-tools en -modellen, compromitteerde. En dan zijn er ook nog de gratis Chinese ai-modellen (‘open weight ai’): makkelijk aanpasbaar en lokaal te draaien. Deze open modellen zijn weliswaar technisch niet zo sophisticated als de ‘frontier modellen’ van Anthropic en OpenAI, maar goed genoeg voor ontwikkelaars met beperkte budgetten. Veel tumultChinese modellen als Kimi K3 hebben beduidend minder rekenkracht nodig waardoor ze veel marktaandeel kunnen wegsnoepen bij de grote Amerikaanse ai-bedrijven. Die hebben gigantische bedragen geïnvesteerd in ai-rekencentra, waardoor de vraag rijst of die ongekend hoge investeringen ooit zijn terug te verdienen. De ai-race is geen F1 in Monaco waarbij nauwelijks positiewisselingen mogelijk zijn. De concurrentieverhoudingen liggen nog lang niet vast. De afgelopen dagen boden veel tumult op ai-gebied. En die onzekerheid lijkt nog lang niet van de baan.De meeste aandacht ging de afgelopen week uit naar het ai-programma van OpenAI dat tijdens een proef de testomgeving verliet via een gat in de beveiliging. Kennelijk werkten de vangrails niet of stonden die uit. Volgens OpenAI was er sprake van een ontsnapping uit de sandbox (afgeschermde testomgeving) waardoor het ai-programma op internet wist te komen en Hugging Face kon hacken om de oplossing te vinden voor de testvraag. Pr-stunt?In de ai-wereld ontstond een hevig debat of het echt een ongeluk was of een ordinaire pr-stunt bedoeld om de superioriteit van OpenAI’s software aan te tonen. In ieder geval staat vast dat OpenAI er in slaagde de aandacht op zich te vestigen. En de sandboxen zoals OpenAI die toepast, zijn allerminst veilig als ai-agenten te veel vrijheid wordt geboden. Jaya Baloo, cybersecurity-expert bij security-adviseur Aisle, zei tegenover de NOS dat de ai ook niet op hol is geslagen maar precies deed wat OpenAI vroeg om te doen en dat toeliet. Hype marketing of niet, OpenAI zal snel volledig opening van zaken moeten geven over wat er precies is gebeurd. Ook strengere beveiligingsmaatregelen zijn broodnodig. Daar zijn alle ai-experts het over eens. Technische details over de ‘exploit’ en de precieze kwetsbaarheid ontbreken tot nog toe. Uiteraard moet de wijze van sandboxing die ongetwijfeld ook elders is uitgerold, eerst worden gerepareerd voordat nadere informatie naar buiten kan worden gebracht.Trage reactieBovendien moet OpenAI opheldering geven over haar trage respons op het veiligheidsincident. Uit een reconstructie van persbureau Reuters blijkt dat OpenAI pas na een week doorhad dat de ai-agent tijdens de test uit de sandbox was ontsnapt en Hugging Face was binnengedrongen. Inmiddels had deze opslagplaats van ai-software al de FBI ingeschakeld. Op 9 juli probeerde de ai-agent internet te bereiken. Twee dagen later begonnen de aanvallen op Hugging Face die tot 13 juli duurden. Pas nadat Hugging Face bekend had gemaakt door een ai-agent te zijn aangevallen, begon het bij OpenAI wat te schemeren. In zeer korte tijd vonden 17.000 aanvallen plaats op het netwerk van Hugging Face. Bloomberg meldt dat de agent er maar enkele uren voor nodig had om binnen te dringen. Een menselijke hacker zou daar weken mee bezig zijn geweest, aldus bronnen van het persbureau.AlarmbellenVolgens Reuters zag OpenAI niet eerder dan op 18 juli in de interne logboeken dat de ai-agent uit de geïsoleerde omgeving was ontsnapt. De monitoring was zo gebrekkig of de medewerkers hielden die zo slecht in de gaten dat de ontsnapping een week lang onopgemerkt bleek. Vervolgens traden OpenAI en Hugging Face hierover pas op 20 juli naar buiten.En OpenAI had nog een extra dag nodig om zijn verantwoordelijkheid te erkennen. Twee nieuwe versies van ChatGPT, afgericht op het hacken, waren de schuldigen. Dit verhevigt de discussie of ai-bouwers voldoende letten op de veiligheid. Het incident moet de alarmbellen in de ai-sector doen rinkelen.Goedkope ChinezenBehalve problemen met de veiligheid worstelt de Amerikaanse ai-industrie ook met goedkope Chinese ‘open weight’-ai-modellen die heel bruikbaar blijken voor ‘het gewone ai-werk’. Naar verluidt zouden de Chinezen deze modellen destilleren uit de dure, meer geavanceerde ai-modellen van Amerikaanse makelij. Ze zouden hun eigen modellen trainen met de output van andere modellen van concurrenten. Ze halen inzichten uit de analyse van deze koplopers en maken daar meer eenvoudige modellen van die aanzienlijk minder rekenkracht vergen. Volgens het Britse AI Security Institute (AISI) presteren recente open modellen als GLM-5.2 en DeepSeek V4-Pro even goed als hun Amerikaanse (frontier) gesloten tegenhangers van vier tot zeven maanden oud. Vorig jaar bedroeg die achterstand nog zes tot tien maanden. Protectionisme?Tot schrik van Silicon Valley dreigen de Chinezen steeds meer marktaandeel te kapen. Niet alleen omdat ze veel goedkoper in het gebruik zijn, maar ook omdat deze modellen parameters kennen die iedereen kan downloaden en wijzigen. Je kunt ze ook op eigen servers draaien. En de data hoeven niet terug naar de leveranciers van die modellen. Net als bij zonnepanelen en elektrische voertuigen lijkt China de VS te slim af te zijn. De gigantische kapitaaluitgaven die Big Tech doet aan ai, dreigen hierdoor minder rendement op te leveren. Google bijvoorbeeld investeert dit jaar 205 miljard dollar, voornamelijk aan ai. Met name OpenAI, Google Gemini en Anthropic zien de markt voor hun dure modellen kleiner worden als bijvoorbeeld ontwikkelaars van startups hun toevlucht nemen tot goedkope Chinese alternatieven. Nu hebben ze ongeveer driekwart van de markt voor ai-assistenten. Maar dat kan snel veranderen. In Amerika, tot voor kort allergisch voor overheidsbemoeienis, klinkt nu ineens de roep om regulering. Maatregelen zouden de destillatie van technologie moeten tegenhouden. De regering in Washington gaat in ieder geval al onderzoeken of de Chinezen zich aan diefstal van intellectueel eigendom schuldig gemaakt hebben. Ook dat is pikant want juist Amerikaanse ai-bedrijven bleken het de afgelopen jaren niet zo nauw te nemen bij het op grote schaal oogsten van persoonlijke data en informatie waarop auteursrechten rusten. Koekje van eigen deegVeel ai-aanbieders zijn ervan beschuldigd hun ai-modellen met content te trainen waarop geen rechten zijn afgedragen. Big Tech bleek ook allerminst vies te zijn van agressieve track-methodes en internet-scraping. Nu een koekje van eigen deeg dreigt, komt in Washington een lobby op gang die op maatregelen aanstuurt.Tegelijk is een tegenbeweging ontstaan. Zo’n 200 startups en investeerders uit Silicon Valley waarschuwen de regering Trump voor te verstrekkende beperkingen van de Chinese ‘open weight’-modellen. Volgens deze Little Tech Association (littletech.org) zouden veel jonge bedrijven (innovatie)kansen gaan missen als ze geen toegang krijgen tot goedkope alternatieven. 
Drone-software komt vliegensvlug van de grond
1 week
Analyse drone-industrie Binnen de Europese Unie zijn meer dan 1.500 startups actief in defensietechnologie. Hoewel veel daarvan hardware ontwikkelen met een sterke focus op drones, werken naar schatting zo’n vijf- tot zeshonderd startups uitsluitend aan drone-software. ‘Het speelkwartier is voorbij.’ Juist op dat segment ligt onze focus’, zegt Ties Klinkhamer van investeerder Keen Investments. ‘De sector maakt momenteel een ongekende groei door.’ Volgens Jorrit van den Eerenbeemt van het NLR ontwikkelen nieuwe droneleveranciers zich steeds meer tot softwarebedrijven. Uit gesprekken die Computable met experts voerde, blijkt dat de Nederlandse dronewereld in hoog tempo professionaliseert. Waar drones tien jaar geleden nog werden gezien als gadgets of experimentele hulpmiddelen, zijn ze inmiddels een integraal onderdeel van inspecties, landbouw, veiligheid en logistiek. Politie ‘Het speelkwartier is voorbij’, zegt Stephan van Vuren van AirHub. ‘Naast civiele toepassingen zijn er nu drones voor politie, brandweer, douane, beveiliging en kritieke infrastructuur. Organisaties die essentieel zijn voor het functioneren van de maatschappij gaan drones diep integreren in hun processen. De nadruk ligt niet meer op wat drones kunnen, maar op hoe organisaties ermee kunnen werken.’ De echte innovatie zit volgens de experts niet meer in het plastic of de propellers, maar in de software. Autonomie, dataverwerking, navigatie, veiligheid en compliance draaien allemaal om code. Aan het woord– Jeroen Hanekamp, ceo en medeoprichter van AeroSophia (Utrecht)– Wiebe de Jager, drone-expert en oprichter van Dronewatch.nl– Ties Klinkhamer, associate defense bij Keen Investments– Stephan van Vuren, medeoprichter en directeur van AirHub– Jorrit van den Eerenbeemt, project-engineer bij het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum (NLR) ‘In sommige drones wordt de software bijna wekelijks aangepast om ze effectief te houden’, zegt Van den Eerenbeemt. ‘Dat geldt zeker voor defensiedrones die worden tegengewerkt door jamming, waarbij de gps-positionering wordt verstoord.’ Een drone is daardoor steeds meer een vliegend softwareplatform geworden. De software-stack bestaat uit meerdere lagen die elkaar versterken. Volgens drone-expert Wiebe de Jager vormt de eerste laag de flight control en autonomie: software die de drone zelf aanstuurt. ‘De trend gaat richting meer autonomie en minder handmatige besturing’, zegt Jeroen Hanekamp van AeroSophia. ‘De software in de drone wordt steeds slimmer, waardoor de piloot minder handelingen hoeft uit te voeren.’ Van den Eerenbeemt vult aan: ‘Ook zonder verbinding met de piloot en zonder gps moet een drone kunnen blijven vliegen.’ De tweede softwarelaag draait om missieplanning, vlootbeheer en operationele aansturing. Hanekamp verwacht dat drones straks in groepen over vaste routes vliegen. ‘Drones kunnen elkaars vluchtplannen kennen en elkaar automatisch ontwijken’, zegt Van den Eerenbeemt. Daarmee komt veilig vliegen in stedelijke gebieden dichterbij. Vluchten worden vaker op afstand uitgevoerd en bewaakt door een remote operator Drone docks Ook de aansturing van zogenoemde drone docks ontwikkelt zich snel. Van Vuren: ‘Die docks worden steeds vaker gekoppeld aan bestaande systemen, bijvoorbeeld aan Computer Aided Dispatch-systemen van de politie.’ Het doel is om missies grotendeels automatisch te laten verlopen. In opkomst zijn kisten waarin een of meerdere drones automatisch kunnen opstijgen en landen. Daardoor kunnen inspecties of incidentrespons op afstand plaatsvinden. ‘Bij incidenten met een spoedeisend karakter kan automatisering cruciaal zijn’, zegt Van den Eerenbeemt. ‘Bij branden, ongevallen of op het slagveld kan het om seconden draaien.’ Volgens hem kunnen betere en sneller inzetbare drones levens redden. De Jager benadrukt dat autonomie veel software vereist. ‘De eerste twee lagen nemen steeds meer taken over van de traditionele dronepiloot. Vluchten worden vaker op afstand uitgevoerd en bewaakt door een remote operator.’ Operators beheren complete vlootoperaties vanuit één dashboard, inclusief onderhoud, batterijstatus en risicobeoordeling. Na de vlucht komt de datalaag aan bod: het verwerken van beelden en sensordata tot bruikbare informatie, zoals kaarten, 3d-modellen of inspectierapporten. Hanekamp: ‘Die data wordt vervolgens gebruikt in andere software om acties uit te voeren. Dankzij ai zijn dronebeelden, die soms vele terabytes omvatten, beter te interpreteren.’ Drones beschikken bovendien over steeds meer sensoren. Naast gewone camera’s worden lidar-sensoren ingezet voor nauwkeurige metingen. Dat levert veel grotere hoeveelheden data op. Daarnaast groeit het gebruik van multispectrale systemen, die licht opdelen in meerdere kleurbanden. Daarmee zijn bijvoorbeeld plantengroei te analyseren of illegale lozingen op te sporen via warmtebeelden. Hanekamp ziet ook kansen voor overheden en waterschappen om historische data opnieuw te analyseren met verbeterde algoritmen. ‘Multi-temporale analyses worden steeds belangrijker. Een scheur die in een week tijd verdubbelt, kan een risico vormen.’ Vluchtplanning Volgens De Jager verschuift drone-software van losse toepassingen naar geïntegreerde ecosystemen. ‘Waar software vroeger draaide om vluchtplanning en eenvoudige beeldverwerking, zien we nu end-to-end-platforms die alles combineren: van missieplanning en dataverzameling tot analyse en integratie met bestaande bedrijfsprocessen.’ AirHub uit Groningen ontwikkelt zo’n geïntegreerd platform. De software ondersteunt zowel civiele toepassingen als beveiliging tegen ongewenste drones en militaire robotica. ‘Waar vroeger meerdere losse applicaties nodig waren, zit nu alles in één platform’, zegt Van Vuren. ‘Bij de ontwikkeling is veel aandacht besteed aan gebruiksgemak, zodat klanten snel resultaat kunnen behalen.’ Voor grensbewaking kunnen volgens hem niet alleen luchtdrones worden ingezet, maar ook drones op het water en rijdende robots. Veel software voor militaire drones is dicht bij de frontlinie ontwikkeld Inspectie De markt groeit vooral doordat drones steeds vaker onderdeel worden van kritieke processen, bijvoorbeeld in inspectie, landbouw en infrastructuurbeheer. Daardoor verschuift de waarde van hardware naar software en data. Organisaties investeren minder in de drone zelf en meer in wat ze met de verzamelde data kunnen doen. Ook technisch verandert er veel. ‘Steeds meer intelligentie verschuift naar de drone zelf’, zegt De Jager. ‘Denk aan realtime-objectherkenning en onboard-dataverwerking zonder permanente verbinding met de cloud.’ Een Nederlandse partij die hierin vooroploopt is Dronebotics, met een zelfontwikkelde edge-ai-computer. Volgens Van den Eerenbeemt beschikken drones meestal over beperkte rekenkracht. ‘Voor geavanceerde taken zoals beeldherkenning schiet de standaardhardware vaak tekort. Door extra hardware zoals een Raspberry Pi toe te voegen, kan de drone zelfstandig meer analyses uitvoeren.’ Alleen relevante informatie wordt vervolgens doorgestuurd naar de thuisbasis. Dat bespaart bandbreedte en maakt het mogelijk dat één operator meerdere drones tegelijk beheert. Opensource-frameworks zoals PX4 en ArduPilot vormen steeds vaker de basis voor flight control en autonomie. Daardoor kunnen ontwikkelaars zich sneller richten op hogere softwarelagen. Klinkhamer ziet vooral in de defensiesector een sterke versnelling. ‘Veel software voor militaire drones is dicht bij de frontlinie ontwikkeld. Problemen die daar spelen worden tijdens Europese defensiehackathons heel concreet geformuleerd.’ De behoefte aan goedkope, schaalbare drones is groot. Tegelijkertijd vereisen autonome systemen geavanceerde chips, vaak de duurste onderdelen van een drone. Volgens Klinkhamer ligt de uitdaging daarom in software die met relatief weinig rekenkracht toch veel autonomie mogelijk maakt. Bedrijven uit het portfolio van Keen Investments hebben samen met TNO onderzocht hoe softwarecomponenten zoals gps, autopilot en applicaties efficiënter kunnen samenwerken. ‘Het softwarebrein van de drone is als het ware uit elkaar getrokken’, zegt Klinkhamer. ‘Daarna is gekeken hoe integratie in verschillende typen drones zo efficiënt mogelijk kan plaatsvinden.’ Interoperabiliteit Een belangrijke uitdaging blijft interoperabiliteit: software moet in uiteenlopende systemen met elkaar kunnen communiceren. Het huidige landschap is nog sterk gefragmenteerd. De Navo onderscheidt vijf groepen drones. Groep 1 en 2 bestaan uit relatief kleine systemen die geschikt zijn voor massaproductie. Groep 3 omvat grotere drones, terwijl groep 4 en 5 bestaan uit zeer grote en dure onbemande systemen. Met deelnemingen in onder meer AirHub en Intelic richt Keen Investments zich vooral op software en besturingssystemen voor drones in de zwaardere categorieën. Een ander probleem is dat de centrale it-systemen van defensieorganisaties vaak verouderd zijn en slecht aansluiten op moderne droneplatforms. Daarnaast blijven veel dronebedrijven volgens Klinkhamer te lang hangen in losse projecten. ‘Ze gaan van project naar project en schalen onvoldoende op. Daardoor blijven de ontwikkelkosten per verkocht systeem hoog.’ Volledig autonome systemen zijn bovendien nog geen realiteit. ‘Zeker in complexe omgevingen blijft een mens voorlopig onderdeel van de besluitvorming’, aldus Klinkhamer. Hij ziet tegelijkertijd veel ruimte voor innovatie. Grote defensiebedrijven zoals Rheinmetall en Leonardo hebben productieprocessen die volgens hem nog niet optimaal zijn ingericht voor snelle softwareontwikkeling. Klinkhamer verwacht daarom de komende jaren zowel nieuwe doorbraken als een consolidatieslag in de markt. Uiteindelijk zal volgens hem een beperkt aantal leveranciers overblijven. Nederlandse bedrijven maken daarbij volgens hem een goede kans. Intelic en het Nederlandse ecosysteem Het Amsterdamse Intelic lanceerde onlangs het inkoopplatform Base, dat dronefabrikanten uit verschillende Europese landen, waaronder Oekraïne, met elkaar verbindt. Het platform helpt ministeries van Defensie sneller interoperabele onbemande systemen te selecteren en in te zetten. Alle drones op het platform zijn gekoppeld aan Nexus, Intelics command-and-control-softwarelaag, waarmee systemen van verschillende fabrikanten binnen één missieomgeving kunnen samenwerken. Nederland kent inmiddels een groeiend ecosysteem van dronebedrijven en softwarestartups. Juist in Nederland, met zijn dichtbevolkte luchtruim en strenge regelgeving, speelt software een cruciale rol. Steeds meer gebieden worden ingericht voor zogenoemde Beyond Visual Line of Sight-vluchten, waarbij drones buiten het zicht van de piloot mogen vliegen. Daarmee kunnen drones grotere afstanden afleggen en taken uitvoeren die nu nog te duur, gevaarlijk of tijdrovend zijn. Naast Intelic, AirHub en AeroSophia trekken ook bedrijven als Acecore, Aerialtronics, Airborne, Atmos UAV, Avular, Avy, DeltaQuad, DroneQ, Dutch Drone Company, Height Technologies, Lobster Robotics, Optics11, Robin Radar Systems en VDL Defentec steeds meer aandacht. De rode draad in de sector is duidelijk: de toekomst van drones draait steeds minder om hardware en des te meer om software, data en autonomie. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: Quantum-kunststukje van QuTech, Schiphol sluit megacontract met HeadFirst (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: QuTech maakt miniatuur-Vermeer, HeadFirst regelt inhuur voor Schiphol, IBM koopt HRL van Boeing en General Motors, Dassault Systèmes lijft ArisGlobal in en kartelonderzoek ACM publieke sector. TU Delft toont precisie quantumchiptechniek met miniatuur van Vermeer Onderzoekers van QuTech, onderdeel van de TU Delft in Delft, hebben met UV-laserlicht een microscopische versie van Vermeers Meisje met de parel gemaakt. Het kunstwerk is ongeveer 50 micrometer groot, vergelijkbaar met de breedte van een mensenhaar. De miniatuur dient vooral als demonstratie van een techniek waarmee onderzoekers quantumdefecten kunnen aanbrengen in siliciumcarbide. Deze defecten kunnen functioneren als qubits, de bouwstenen van quantumtechnologie. De methode werd oorspronkelijk ontwikkeld aan Harvard en is door QuTech verder uitgewerkt voor toepassing in speciaal vervaardigde nanostructuren. Volgens de onderzoekers maakt de techniek het mogelijk om zeer gecontroleerd een siliciumatoom uit het kristalrooster te verwijderen. Siliciumcarbide wordt al op grote schaal gebruikt in onder meer elektronica voor elektrische auto’s. De techniek moet bijdragen aan de ontwikkeling van quantumchips en toepassingen zoals het quantum-internet.Foto-bijschrift: Laurens Feije (rechts) en mede-onderzoeker Jasper Hu (links) van QuTech werken aan de optische opstelling, die niet alleen wordt gebruikt voor het printen met UV-laserlicht, maar ook voor het testen van quantum internet-technieken. Schiphol kiest HeadFirst Group voor beheer externe inhuur Royal Schiphol Group heeft HeadFirst Group geselecteerd als zogeheten managed service provider (MSP) voor de sourcing, selectie en het contractbeheer van tijdelijke externe professionals. De samenwerking start op 1 januari 2027 en volgt op een Europese aanbestedingsprocedure. Het contract heeft een looptijd van vier jaar en kan tweemaal met twee jaar worden verlengd. De geraamde totale waarde in het bestek is 1,04 miljard euro. HeadFirst, gevestigd in Hoofddorp, gaat Schiphol ondersteunen bij het beheer van externe capaciteit en expertise. Daarbij ligt de nadruk op functies waarvoor schaarste bestaat, zoals it-specialisten, dataspecialisten, projectmanagers en security-experts. Met de keuze voor deze personeelsmakelaar zegt Schiphol te kiezen voor een partner die sourcing, leveranciersmanagement, arbeidsmarktdata en capaciteitsadvies samenbrengt. IBM koopt quantumonderzoeker HRL Laboratories IBM versterkt zich op quantumgebied met HRL IBM neemt HRL Laboratories over, een quantum-onderzoeks- en ontwikkelbedrijf uit Malibu (Californië). Financiële details zijn niet bekendgemaakt. De transactie wordt naar verwachting in het derde kwartaal van 2026 afgerond. Met de overname haalt IBM kennis in huis op het gebied van silicon-spin-qubits, een technologie voor quantumcomputers. Volgens het concern vult die expertise de bestaande werkzaamheden rond superconducting qubits aan. Daarnaast brengt HRL kennis mee op het gebied van quantumsensoren, materialenonderzoek, elektronica en geavanceerde productieprocessen. HRL is momenteel eigendom van Boeing en General Motors. Beide bedrijven blijven na de overname samenwerken met IBM aan quantumtoepassingen en andere technologieontwikkeling. Dassault Systèmes verstevigt positie in life sciences met overname ArisGlobal Dassault Systèmes heeft het Amerikaanse ArisGlobal overgenomen voor circa 1,8 miljard dollar in contanten met daarbovenop maximaal 200 miljoen dollar extra als ArisGlobal meerjarige doelstellingen voor ai-gerelateerde omzet behaalt. Met de acquisitie wil het Franse softwareconcern zijn positie in de life sciences-sector uitbreiden en werken aan een ai-platform dat gegevens over moleculen, patiënten en behandelresultaten met elkaar verbindt. Volgens topman Pascal Daloz combineert Dassault Systèmes daarmee zijn kennis van modellering en simulatie met de expertise van ArisGlobal op het gebied van veiligheid en regelgeving. Het platform moet processen rond onderzoek, klinische ontwikkeling, productie en compliance samenbrengen. Naast de overname presenteerde Dassault Systèmes zijn cijfers over het tweede kwartaal van 2026. De omzet steeg met 4 procent naar bijna 1,56 miljard euro en de operationele winst kwam uit op 358,3 miljoen euro. ACM onderzoekt mogelijk kartel bij leveranciers publieke sector De Autoriteit Consument & Markt maakte eerder deze maand bekend een onderzoek in te stellen naar een mogelijk kartel tussen toeleveranciers aan instellingen in de publieke sector. De toezichthouder heeft invallen gedaan bij enkele bedrijven en informatie opgevraagd. De ACM doet in deze fase vanwege het onderzoeksbelang geen verdere mededelingen over de inhoud van het kartelonderzoek. Volgens de ACM bestaat het vermoeden dat leveranciers onderling afspraken hebben gemaakt over de verdeling van klanten. Dergelijke kartelafspraken zijn verboden omdat ze kunnen leiden tot hogere prijzen, minder innovatie en minder keuze voor afnemers. De komende periode onderzoekt de toezichthouder of de mededingingsregels daadwerkelijk zijn overtreden. Daarbij kan ook blijken dat geen sprake is van een overtreding. Bij een vastgestelde overtreding kan de ACM een boete opleggen tot maximaal tien procent van de jaaromzet van een bedrijf.

Pagina's

Abonneren op computable