computable

127 nieuwsberichten gevonden
Resultaten Ctac blijven weer achter
7 uur
Ctac kampt nog steeds met tegenwind. De Bossche it-dienstverlener meldt net als vorig jaar druk op de omzet uit projecten, detachering en licentie-verkopen.  In de eerste helft van dit jaar is het Ctac nog niet gelukt om de resultaten een beter aanzien te geven. Algemeen directeur Gerben Moerland hintte eerder op een stabiele tot licht stijgende omzet en een geleidelijke normalisatie van de kostenstructuur in 2026. Hij noemde 2025 tijdens de presentatie van de jaarcijfers een transitiejaar, waarin gericht is geïnvesteerd in de technologische basis, schaalbaarheid en commerciële slagkracht. Hij verwachtte afgelopen februari dat deze investeringen vanaf 2026 bijdragen aan structurele verbetering van de resultaten.  Daar is nu nog weinig van zichtbaar. Ctac wijt dat aan ‘uitdagende marktomstandigheden’. Geopolitieke onzekerheid, langere besluitvormingstrajecten bij klanten en een lagere vraag naar resourcing hebben geleid tot tegenvallende cijfers. Door uitgestelde investeringsbeslissingen bij klanten en een veranderende marktdynamiek daalden de halfjaarresultaten. De omzet kromp van 62,8 miljoen euro naar 58,2 miljoen euro. Het ebitda-resultaat daalde van 4,6 miljoen euro naar drie miljoen euro. Het nettoresultaat was marginaal positief. Aanscherping? Ctac (vooral dienstverlening aan SAP-klanten en Microsoft-diensten) zegt de koers aan te scherpen in die veranderende markt. De meeste kansen bieden ai-gerelateerde dienstverlening. Ctac heeft zijn hoop gevestigd op zijn nieuwe ‘dedicated-ai’ bedrijfseenheid. Ook groeit de behoefte aan soevereine cloudoplossingen, waarbij data en it-omgevingen binnen Nederland of Europa worden beheerd. Het bedrijf neemt maatregelen om de organisatie aan deze snel veranderende marktomstandigheden aan te passen. Daarbij worden de commerciële activiteiten sterker op groeimarkten (ai en soevereine cloud) gericht. Voorts wordt het kostenniveau verder verlaagd, terwijl Ctac flexibeler moet worden. Ctac onthoudt zich van een resultaten-prognose voor geheel 2026. Wel zegt het bedrijf ‘in te zetten op een significant herstel van de resultaten in 2027’. 
Ict-analist Hans Timmerman: Overheid moet omdenken en tech aanjagen
10 uur
Digitale soevereiniteit wordt vaak benaderd als een technisch of juridisch vraagstuk. Volgens Hans Timmerman ligt de kern echter ergens anders: bij de rol die de overheid kiest. Niet als afwachtende inkoper, maar als actieve aanjager van een eigen technologie-ecosysteem.‘De overheid kan zich puur opstellen als inkoper die de laagste prijs zoekt’, zegt Timmerman, ‘maar ze kan ook besluiten het goede voorbeeld te geven door met haar it-keuzes Nederlandse innovatie te stimuleren.’ Die keuze bepaalt volgens hem in hoge mate of Nederland – en Europa – grip krijgt op zijn digitale infrastructuur.De discussie over afhankelijkheid van Amerikaanse technologiebedrijven wordt vaak gevoed door geopolitiek. Maar dat is volgens hem slechts een deel van het verhaal. ‘Het gaat niet om wie er vandaag president is. Het probleem is dat je je digitale huishouding ophangt aan partijen die onder een ander juridisch regime vallen.’ Daarmee ontstaat een structurele spanning. Europese regels rond privacy, data en toezicht zijn niet altijd verenigbaar met de kaders waarbinnen niet-Europese aanbieders opereren. Die spanning verdwijnt niet met politieke wisselingen.Van ideologie naar risicobeheersingDigitale soevereiniteit moet daarom niet ideologisch worden benaderd, maar als risicobeheersing, stelt Timmerman. Organisaties – en zeker overheden – moeten bepalen wat hun minimum viable infrastructure is. ‘Welke systemen en data zijn strikt noodzakelijk om bij een aanval of uitval het kernproces draaiend te houden? Alles daarbuiten gaat bij een incident in quarantaine.’ Daarbij hoort ook een ‘kill switch’-protocol: vooraf vastleggen wat je uitschakelt bij een aanval.Die benadering is hard: je accepteert dat een groot deel van de organisatie tijdelijk stilvalt, zodat het essentiële kan blijven functioneren. ‘Je moet bereid zijn dat tachtig procent uitvalt om die cruciale twintig procent te beschermen.’ Voor de overheid betekent dit volgens Timmerman een fundamentele vraag: wat moet je als staat zélf overeind kunnen houden als externe systemen wegvallen? Dat geldt niet alleen voor infrastructuur, maar ook voor kennis. Alles wat niet kritisch is, kun je elders afnemen – mits je de kern beheerst.Differentiëren in plaats van dogma’sDat inzicht vraagt om nuance. Niet alles hoeft lokaal of Europees te zijn. Timmerman waarschuwt voor simplificatie, zoals een rigide ‘Europa eerst’-beleid. Het bekende 80/20-principe is ook hier van toepassing: het grootste deel van de data is relatief onschuldig, een klein deel is bedrijfskritisch. ‘Die laatste paar procent – je golden data – wil je onder geen beding kwijt. Daar moet je echt anders mee omgaan.’In de praktijk betekent dit differentiatie. Kritische systemen en data vereisen maximale controle; minder gevoelige toepassingen kunnen prima extern worden belegd. Grote bedrijven werken al zo, bijvoorbeeld door gevoelige communicatie en researchdata strikt intern te houden, terwijl andere processen in de cloud draaien.Een logische vervolgstap is een herijking van het inkoopbeleid. Jarenlang was ‘cloud first’ het dominante paradigma. Timmerman pleit voor een meer strategische benadering, waarin Europese technologie en open source een serieuze rol krijgen – zonder dat dit een dogma wordt. Cruciaal is dat de overheid haar inkoopkracht bewuster inzet. ‘Gebruik die om een markt te creëren.’ In plaats van automatisch te kiezen voor gevestigde leveranciers, zou de overheid actief ruimte moeten maken voor kleinere, innovatieve partijen. Dat vraagt om een andere houding ten opzichte van risico.Timmerman schetst een model waarbij de overheid jaarlijks een substantieel budget reserveert voor experimenten met startups en nieuwe technologie. Niet als vrijblijvende subsidie, maar gekoppeld aan concrete opdrachten en aanbestedingen. ‘Als je vierhonderd miljoen investeert en honderd miljoen mislukt, dan heb je het goed gedaan. Fouten maken is kenniscreatie. En juist die kennis missen we.’ Die benadering botst met het risicomijdende karakter van veel overheidsorganisaties. Maar volgens hem is dat precies het probleem: zonder experiment geen innovatie-ecosysteem.Verlies van kennisEen minstens zo groot probleem is het verdwijnen van technische kennis binnen de overheid zelf. Waar vroeger veel expertise intern aanwezig was, is die nu vaak uitbesteed. Timmerman wijst op organisaties waar complete teams uit externen bestaan. ‘Dat zijn goede mensen, maar het is niet jouw kennis. Als zij vertrekken, verdwijnt die ook.’ Dat ondermijnt het vermogen van de overheid om technologie kritisch te beoordelen. Zonder interne expertise ontstaat afhankelijkheid van leveranciers en adviesbureaus. ‘Dan ga je vertrouwen op partijen die onafhankelijk lijken, maar dat niet altijd zijn.’ Hij verwijst ook naar invloedrijke internationale analistenbureaus, waarvan de adviezen in Nederland vaak zonder veel kritische reflectie worden gevolgd. Het gevolg: gevestigde partijen blijven dominant, terwijl innovatieve spelers moeilijk toegang krijgen. Dat remt de ontwikkeling van een eigen technologie-ecosysteem.Versnippering binnen de overheidDie afhankelijkheid wordt versterkt door de versnippering binnen de overheid. Ministeries opereren grotendeels autonoom, met eigen it-strategieën en systemen. ‘We hebben in feite honderden verschillende it-aanpakken binnen één overheid.’ Timmerman pleit daarom voor meer centrale regie en standaardisatie, zodat data-uitwisseling en samenwerking eenvoudiger worden. Hij schetst het beeld van een ‘Rijkswaterstaat voor it’: een centrale organisatie die kaders stelt, kennis opbouwt en schaalvoordelen benut. Een dergelijke aanpak kan ook innovatie versnellen. Toepassingen die nu lokaal blijven hangen, kunnen dan sneller breder worden uitgerold.Digitale soevereiniteit raakt direct aan industriebeleid. Het gaat niet alleen om het stimuleren van nieuwe bedrijven, maar ook om het beschermen van strategische spelers. Timmerman pleit voor een tweesporenbeleid: enerzijds investeren in startups en innovatie, anderzijds bewaken welke bedrijven cruciaal zijn voor de digitale infrastructuur. ‘Zoals je monumenten beschermt vanwege hun waarde voor de samenleving, kun je ook bedrijven beschermen die essentieel zijn voor je digitale basis.’ Dat vraagt om politieke keuzes, inclusief de vraag op welk niveau die bescherming moet plaatsvinden: nationaal of Europees. Zonder actief beleid verdwijnt kennis en innovatiekracht echter onvermijdelijk.Realisme over EuropaTegelijkertijd waarschuwt Timmerman voor overspannen verwachtingen. Europa zal niet op korte termijn een volwaardig alternatief bouwen voor Amerikaanse hyperscalers. Hij verwijst naar industriële projecten als Airbus, die decennia vergden. ‘Zoiets bouw je niet in vijf jaar. Dat kost twintig jaar of meer.’ Daarom is een langetermijnvisie essentieel. Op korte termijn is pragmatisme nodig: risico’s beheersen, kritische systemen beschermen en afhankelijkheden beperken. Op langere termijn moet worden geïnvesteerd in eigen kennis, organisaties en technologie.Een concreet idee: breng de beste it-architecten binnen de overheid samen en laat hen een gezamenlijke visie ontwikkelen op de ideale digitale architectuur van de rijksoverheid. ‘Daar kan zomaar een sterke roadmap uit komen.’Soevereiniteit als ontwerpprincipeDe kern van Timmermans betoog is dat digitale soevereiniteit geen einddoel is, maar een ontwerpprincipe. Het begint bij architectuur: systemen zo ontwerpen dat ze robuust zijn, verstoringen kunnen opvangen en afhankelijkheden beheersbaar blijven. ‘Resilience moet je vanaf het begin inbouwen. Achteraf is het altijd duurder en minder effectief.’ Dat principe geldt op alle niveaus: van individuele organisaties tot nationale strategie. Het vraagt om een overheid die niet alleen regels stelt, maar ook richting geeft – onder meer via haar inkoopbeleid en investeringskeuzes.Timmerman pleit niet voor volledige autonomie of het afzweren van internationale technologie. Zijn boodschap is pragmatischer: wees je bewust van afhankelijkheden, bescherm wat cruciaal is en bouw gericht aan alternatieven. Digitale soevereiniteit betekent in die zin vooral: keuzes maken. Weten wat je zelf moet kunnen, waar je op wilt vertrouwen en hoe je als overheid actief bijdraagt aan een ecosysteem waarin die keuzes ook daadwerkelijk bestaan.ProfielHans Timmerman is als elektrotechnisch ingenieur afgestudeerd aan de TU Delft. Gedurende zijn carrière was hij werkzaam bij Fokker en maakte hij het ontstaan van Airbus van dichtbij mee.. Later werd hij cto bij EMC2 en Dell Technologies. Timmerman werkte meer dan veertig jaar in sectoren als luchtvaart, defensie en overheid. Belangrijke thema’s voor Timmerman waren – en zijn – toekomstverkenning en digitale transformatie binnen zowel de overheid als het bedrijfsleven. Tegenwoordig is hij actief als strategisch adviseur en interim cto. Ook houdt hij zich bij diverse startups bezig met thema’s als cybersecurity, blockchain, datamanagement en quantumsafetechnologie.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: RIVM kiest Conclusion voor screening-systeem, Sanderink verder op zijspoor bij Oranjewoud (en meer)
13 uur
In dit nieuwsoverzicht: Conclusion wint Peridos-tender RIVM, snelste groei voor domeinspecifieke taalmodellen, Unit 42 waarschuwt voor bucket hijacking, Apple weer meest waardevolle bedrijf en Gerard Sanderink nog verder op zijspoor bij Oranjewoud gezet. Conclusion beheert Peridos voor RIVM Conclusion heeft een aanbesteding van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) gewonnen voor het beheer en de doorontwikkeling van Peridos, het landelijke informatiesysteem voor prenatale screening. Het contract heeft een looptijd van vier jaar, met een optie op twee verlengingen van drie jaar. De maximale contractwaarde wordt in het bestek geschat op zo’n vijfentwintig miljoen euro. Peridos, in 2011 ontwikkeld en daarna beheerd door Topicus, ondersteunt de registratie, beveiliging en gegevensuitwisseling rond prenatale screening tussen zorgverleners, laboratoria en screeningsorganisaties. Vanwege het medisch kritische karakter geldt voor het systeem een uptime-eis van 99,9 procent. De Coöperatie Landelijk Bureau Prenatale Screening (CLBPS) verzorgt het functionele beheer van de applicatie. Conclusion neemt de technische doorontwikkeling, het technisch beheer en de hosting op het AWS-platform voor zijn rekening. Bij het Utrechtse bedrijf werken ruim tweehonderd specialisten met kennis van de zorgsector aan digitaliserings- en informatie-uitwisselingsvraagstukken. Ook is het bedrijf betrokken bij de ontwikkeling van het Landelijk Platform Zorgcoördinatie. Snelste groei bij domeinspecifieke taalmodellen Aan ai-modellen en -platforms wordt dit jaar wereldwijd tot 64 miljard dollar uitgegeven. Dat is een stijging van 63,4 procent ten opzichte van 39 miljard dollar in 2025, aldus marktvorser Gartner. De uitgaven aan generatieve ai-modellen zullen naar verwachting met 117 procent groeien, terwijl de uitgaven aan ai-platforms in 2026 met 36,9 procent toenemen.  Het snelst is de groei van domeinspecifieke taalmodellen (DSLM’s) en gespecialiseerde modellen. Naar verwachting zullen die dit jaar met 210 procent toenemen. Op de lange termijn zullen de grootste winnaars de leveranciers zijn die bedrijven helpen bij het beheren van waar en hoe ai in workflow wordt ingezet.  De budgetten voor ai binnen bedrijven worden steeds kritischer bekeken, met een toenemende focus op efficiënt gebruik, kostenbeheersing en meetbare resultaten. De uitgaven verschuiven naar aanbieders die aantoonbare meerwaarde kunnen bieden op het gebied van kosten, latentie, prestaties en betrouwbaarheid, aldus Gartner. Waarschuwing voor misbruik verlopen cloud-opslaglocaties Het onderzoeksteam van netwerkbeveiliger Palo Alto Networks, Unit 42, waarschuwt voor een nieuwe vorm van datalekken in de cloud: het zogeheten bucket hijacking. Dat iseen aanval waarbij cybercriminelen verwijderde of verlopen cloud‑opslaglocaties opnieuw registreren en zo ongemerkt bedrijfsdata onderscheppen. Buckets in de context van cloud computing zijn containers voor objectopslag waarin elk type bestand – zoals foto’s, video’s, back-ups of logbestanden – samen met bijbehorende metadata opgeslagen worden. Vooral organisaties die buckets gebruiken voor automatische log‑opslag, back‑ups of configuratiebestanden lopen gevaar wanneer achterliggende koppelingen blijven bestaan nadat een bucket is verwijderd.  Applicaties blijven dan data sturen naar een bucketnaam die inmiddels is vrijgekomen en door een aanvaller kan worden geclaimd. Zo kunnen interne logs of configuraties onbedoeld bij derden belanden. De onderzoekers adviseren om verwijderrechten te beperken, afhankelijkheden volledig te inventariseren en actief te monitoren op het verwijderen en opnieuw aanmaken van kritieke opslaglocaties. Regelmatige controles op verouderde configuraties blijven daarbij essentieel. Apple neemt koppositie van Nvidia over als meest waardevolle bedrijf Apple heeft Nvidia afgelost als meest waardevolle beursgenoteerde onderneming ter wereld. De beurswaarde van de iPhone-maker kwam uit op circa 4,88 biljoen dollar, terwijl Nvidia door een koersdaling van 3,5 procent terugviel naar ongeveer 4,86 biljoen dollar.   De wisseling aan kop weerspiegelt een veranderende kijk van beleggers op kunstmatige intelligentie. Waar Nvidia lange tijd profiteerde van de vraag naar chips voor ai-toepassingen, krijgt Apple meer waardering voor de manier waarop het ai wil inzetten binnen zijn producten en diensten, aldus persbureau Reuters. Het in Cupertino gevestigde Apple stond voor het laatst in april 2025 bovenaan de ranglijst. Nvidia voerde sinds juni 2025 de lijst van meest waardevolle bedrijven aan. Vorige maand presenteerde Apple een vernieuwde versie van spraakassistent Siri, waarmee het bedrijf zijn positie in de ai-markt wil versterken.   Rechtbank zet Sanderink uit Stak bij Oranjewoud-concern De Haagse rechtbank heeft Gerard Sanderink ontslagen als bestuurder van de Stichting Administratiekantoor (Stak) die certificaten uitgeeft voor zijn bouw- en ingenieursbedrijven Oranjewoud, Strukton en Antea. De maatregel volgt op een verzoek van de holding van het concern, waar interim-bestuurders Peter Wakkie en Willem Meijer de leiding hebben. Dat meldt zakenblad Quote. Volgens de rechtbank is het ontslag logisch omdat Sanderink vanwege wanbeleid al geruime tijd geen zeggenschap meer heeft over zijn ondernemingen. Eerder verloor hij al zijn bestuursbevoegdheden over zijn zakenimperium en werd it-bedrijf Centric tegen zijn zin verkocht aan een consortium van investeerders. Het nieuw aangestelde Stak-bestuur zegt te streven naar stabiliteit bij Oranjewoud en de dochterondernemingen Strukton en Antea. Een verkoop van Oranjewoud is volgens het bestuur vooralsnog niet aan de orde. Sanderink verblijft volgens Quote sinds 2023 buiten Nederland en is niet bereikbaar voor commentaar.
Ai moet zichtbaar zijn: EC introduceert verplichte icoontjes en labeling
15 uur
De Europese Commissie heeft maandag richtlijnen gepubliceerd om aanbieders en gebruikers van kunstmatige intelligentie (ai-systemen) te helpen voldoen aan de transparantieverplichtingen van de EU AI-wet. Zondag 2 augustus 2026 treden de meeste regels van deze veelbesproken wet in werking. Belangrijk onderdeel is dat mensen moeten kunnen herkennen wanneer ze met ai interageren of wanneer content door ai is gegenereerd of bewerkt. Daardoor wordt het risico op misleiding en manipulatie verminderd. De maandag gepubliceerde richtlijnen verduidelijken welke aanbieders en gebruikers moeten voldoen aan de transparantieverplichtingen voor interactieve ai-systemen en de markering en labeling van door ai gegenereerde content. De EU heeft daar ook icoontjes voor gemaakt. Organisaties die ai-systemen uitrollen, moeten gebruikers ook informeren wanneer ze worden blootgesteld aan deepfakes. Hetzelfde geldt voor door ai gegenereerde content over onderwerpen van publiek belang zonder menselijke beoordeling of redactionele controle, en aan emotieherkennings- of biometrische categorisatiesystemen. De richtlijnen leggen bepaalde concepten uit, geven uitzonderingen en voorbeelden. Dit omvat onder meer wat direct interactieve ai-systemen zijn, zoals chatbots, synthetische content. Dit is inclusief gedeeltelijk of volledig door ai gegenereerde tekst, deepfakes en door ai gegenereerde tekst over onderwerpen van publiek belang. Ook worden voorbeelden gegeven van relevante uitzonderingen zoals standaard-bewerking. Daaronder vallen  spelling- en grammatica-correctie. AI Act Tot slot leggen de richtlijnen uit hoe naleving van de transparantieverplichtingen van de ai-wet kan worden aangetoond. Dit kan onder meer door de Gedragscode inzake transparantie van door ai gegenereerde inhoud na te leven. Aanbieders en gebruikers (deployers) van ai-systemen kunnen die code ondertekenen als signaal dat ze aan de verplichtingen voldoen.De AI Act is twee jaar geleden van kracht geworden. Vooral voor applicaties met een hoog risico zijn er veel verplichtingen. De beperkingen voor deze ai-toepassingen zijn afgelopen mei uitgesteld tot december volgend jaar.  Applicaties met een beperkt risico hoeven alleen aan de transparantie-regels te voldoen.
EU wil eigen it-branche ruim baan geven bij openbare aanbestedingen
20 uur
It-leveranciers uit de EU krijgen meer kans om bij openbare aanbestedingen in de prijzen te vallen. De Europese Commissie lanceert nieuwe plannen die overheden toestaan specifiek Europese bedrijven en producten te bevoordelen. Het Europees aanbestedingsrecht staat op het punt grote veranderingen door te maken die ook voor de it-branche behoorlijke gevolgen kunnen hebben. Volgens Table.Briefings gaat de Europese Commissie op het gebied van aanbestedingen steeds meer een ‘Chinese koers’ volgen waarbij de eigen industrie wordt bevoordeeld. Verschuiving naar kwaliteit Prijs is niet meer het dominante criterium, zo blijkt uit het concept-document dat is uitgelekt. De goedkoopste aanbieder krijgt niet langer automatisch de opdracht. Een verschuiving vindt plaats naar kwaliteit. De voorgestelde EU-verordening dwingt overheden meer op veiligheid en autonomie te letten. Het is de bedoeling dat ze meer nadruk leggen op criteria zoals klimaatbescherming, maatschappelijke verantwoordelijkheid en de veerkracht van de Europese toeleveringsketen. Duurzaamheids- en sociale criteria gaan een belangrijkere rol spelen, evenals strategische autonomie.  Kwaliteitscriteria moeten minstens dertig procent van de beoordeling uitmaken, meldt persbureau Reuters. Voor arbeidsintensieve contracten loopt dit percentage op tot minstens vijftig procent. Uitzonderingen voor de laagste bieding blijven mogelijk, maar moeten expliciet door de autoriteiten worden gemotiveerd. China Europese autoriteiten kunnen biedingen voor grote overheidscontracten die minder dan vijftig procent Europese componenten kennen, uitsluiten. In strategisch belangrijke sectoren mogen EU-bedrijven worden bevoordeeld, aldus Reuters. Hoewel China niet in het document wordt genoemd, is duidelijk dat het verminderen van China’s dominantie op het gebied van zeldzame metalen en het enorme handelstekort met China op de achtergrond spelen.  De voorstellen adresseren ook de veiligheidsaspecten van openbare aanbesteding. Inkopers van de overheid worden in sommige gevallen verplicht rekening te houden met risico’s die gepaard gaan met cybersecurity, kritieke infrastructuur, verstoringen in de leveringsketen, strategische afhankelijkheden en invloed van buitenlandse mogendheden.   De nieuwe Europese wet zorgt voor één digitaal systeem voor overheidsopdrachten in de hele EU. Er komen online bedrijfsreferenties met een overzicht van hun eerdere werk en ervaring. Verschillende computerprogramma’s voor aanbestedingen kunnen makkelijk informatie met elkaar delen. Verder wordt gewerkt aan gedeelde databanken. Er komen centrale plekken met gegevens over opdrachten in eigen land en de hele EU. Het moet eerlijker worden, makkelijker te controleren, en eenvoudiger voor bedrijven om opdrachten in andere EU-landen te krijgen. Dwingende verordening De hervorming van het aanbestedingsrecht is gericht op een fundamentele modernisering en vereenvoudiging. Bestaande richtlijnen worden samengevoegd tot één enkele, direct toepasbare EU-verordening. Een dwingende verordening gaat veel verder dan vrijblijvende richtlijnen. Verwacht wordt dat de nieuwe criteria wel tot meer administratieve druk leiden. Ook de verschuiving van economische marktwerking naar politiek-strategische sturing kan weerstanden oproepen.  De voorstellen van de Commissie beogen de Europese aanbestedingsregels uit 2014 te vervangen. Openbare aanbestedingen vertegenwoordigen 14 tot 19 procent van het bruto binnenlands product van de EU.
Rabobank: agentic ai verandert het werk van engineers enorm
20 uur
Rabobank‑cito Alexander Zwart ziet de opkomst van agentic ai als een kantelpunt dat de dagelijkse praktijk van softwareontwikkeling ingrijpend verandert. Maar het betekent volgens hem allerminst het einde van de engineer. Terwijl ai‑agents steeds meer ontwikkeltaken overnemen, groeit juist de behoefte aan menselijk toezicht en regie en dat verandert de rol van softwareontwikkelaars. In een Computable-interview op het hoofdkantoor van de Rabobank in Utrecht schetst Zwart hoe de bank in het agentic‑tijdperk haar ontwikkelproces opnieuw gaat organiseren. Hij voorziet dat ai‑agents steeds meer taken overnemen die traditioneel door ontwikkelaars worden uitgevoerd. ‘We gaan de squads aanvullen met agents en moeten leren hoe die samenwerking eruitziet.’ De taken van engineers verschuiven volgens hem van coderen naar regie. Engineers stellen veiligheidskaders in, definiëren intenties en orkestreren ai‑systemen. The shift to the left Taken schuiven op de tijdslijn van softwareontwikkeling naar links, waardoor de nadruk verschuift van programmeren naar ontwerp, kwaliteitsborging en risicobeheersing. ‘De eerste stap wordt niet meer ‘bouwen’, maar ‘intentie scherp krijgen’.’ Softwareontwikkeling wordt meer een proces van sturen en controleren dan van handmatig code produceren.’ Die verschuiving noemt hij ‘the shift to the left‘. Zwart die in zijn betoog veel Engelse woorden gebruikt, benadrukt dat de inzet van ai en agents vraagt om strikte governance. ‘Je moet weten welk model je waarvoor inzet en voorkomen dat je oversized modellen gebruikt voor simpele vragen.’ Rabobank investeert daarom in tooling voor model‑governance, lifecycle‑automatisering en compliance‑checks. Die investeringen gaan verder dan tooling alleen. Eind april 2026 nam Rabobank via het eigen investeringsfonds een minderheidsbelang in Domyn. Dat is een Italiaanse aanbieder van soevereine ai‑diensten voor gereguleerde sectoren. De bank test het platform inmiddels met large language models en ai‑agents. Zwart: ‘We zijn dus niet alleen klant, maar investeren ook in dit initiatief omdat we Europese oplossingen willen ondersteunen.’ Ai transformeert functies Zwart verwacht dat ai de werkgelegenheid binnen de bank niet verkleint, maar transformeert. ‘Alle banen gaan veranderen door ai. Over vijf jaar doen we taken die we nu nog niet kennen en doen we sommige huidige taken niet meer.’ Hij ziet nieuwe functies ontstaan rond ai‑regie, databeheer en model‑governance. De engineer blijft volgens hem onmisbaar. ‘Ik hoor mensen wel eens zeggen dat engineers verdwijnen. Dat is echt onzin.’ Door de exponentiële groei van software neemt het aantal controletaken volgens hem juist toe en zijn er mensen nodig die de kwaliteit beoordelen van iets dat met behulp van ai gemaakt is. ‘De rol van engineers verandert dus, maar verdwijnt niet.’ Agentic AI HubRabobank richtte in juni 2026 een Agentic Hub op als centrale plek voor het ontwikkelen en toepassen van ai‑agents in softwareontwikkeling. De hub ondersteunt ruim 1.100 ontwikkelteams met herbruikbare bouwblokken, gedeelde standaarden en gevalideerde toepassingen, zodat squads niet afzonderlijk experimenteren. De hub ontwikkelt agents voor onder meer backlog‑refinement, codegeneratie, code‑reviews en testwerk, en onderzoekt de impact op sprintritmes en teambezetting. De inzichten moeten het operationele ontwikkelmodel van Rabobank klaarstomen voor het agentic‑tijdperk, maar wel met de mens nadrukkelijk in the loop, benadrukt Zwart. Lees het hele interview in de Computable e-zine, editie Career Guide 2026.
KNVB en leverancier laten supporters-app onderzoeken na privacy-klachten
1 dag
De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) en de Zwolse app-ontwikkelaar Sipp laten een supporters-app onderzoeken door een externe partij. Dat gebeurt nadat een beveiligingsonderzoeker aan de bel trok over onrechtmatig gebruik van persoonsgegevens zoals het Burgerservicenummer (BSN) door de app. Het onderzoek wordt uitgevoerd door het bedrijf Sportinnovator. ‘De uitkomsten worden uiterlijk in augustus 2026 verwacht’, meldt de KNVB na vragen van Computable. Het gaat om een pdt-app (persoonlijke digitale toegang) van de Zwolse leverancier Siip die de identiteit van een gebruiker koppelt aan een toegangskaart voor voetbalwedstrijden. De app wordt door meerdere clubs in het betaald voetbal gebruikt. De app-ontwikkelaar stelt dat het id-profiel van de gebruiker het toestel niet verlaat en dat dit niet op een server wordt opgeslagen. Maatschappelijk hacker en beveiligingsonderzoeker Mick Beer stelde na een test vast dat privacygevoelige data naar een server worden gestuurd en claimt dat dit in strijd is met privacyregels. Het gebruik van persoonsgegevens zoals BSN is volgens hem niet gegrond voor het doel van de app: toegangscontrole bij de verkoop van tickets voor voetbalwedstrijden. Of er op de server ook opslag plaatsvindt van die data is nog onderdeel van zijn vervolgonderzoek. Volgens de leverancier worden gegevens alleen geverifieerd via een proces dat versleuteld op de achtergrond loopt, maar worden gegevens niet opgeslagen in de app. Het id-profiel en de data blijven volgens de app-bouwer op het toestel van de gebruiker en worden ook niet op een server opgeslagen. De app-maker kondigde in een mailwisseling met de hacker een onafhankelijke externe audit aan naar de genoemde privacy-klachten. Het gaat om hetzelfde onderzoek dat nu ook door de KNVB bevestigd is.
Hoe engineers en data-scientists bij NS richting geven aan de treinreis van morgen
1 dag
De eerste applicaties op basis van AI draaien er al. Cameratunnels stellen realtime de onderhoudsstatus vast van een trein die er op volle snelheid doorheen rijdt. Achter de schermen lost NS dagelijks een van de ingewikkeldste planningspuzzels van Nederland op, met zeer geavanceerde algoritmes. Ook speelt agentic AI een steeds grotere rol in het ontwikkelen van software bij NS. De eerste applicaties op basis van AI draaien er al. Cameratunnels stellen realtime de onderhoudsstatus vast van een trein die er op volle snelheid doorheen rijdt. Achter de schermen lost NS dagelijks een van de ingewikkeldste planningspuzzels van Nederland op, met zeer geavanceerde algoritmes. Ook speelt agentic AI een steeds grotere rol in het ontwikkelen van software bij NS. Veel van dit geavanceerde werk bouwt NS op een uitgebreide en innovatieve cloudomgeving, die de flexibiliteit, schaalbaarheid en technische basis biedt om nieuwe oplossingen sneller en betrouwbaarder naar de praktijk te brengen. Uiteraard zorgen wij 24/7 voor een geavanceerde beveiliging van onze vitale infrastructuur. Wie denkt dat IT, data en AI bij NS vooral over grote hoeveelheden reisinformatie in de app gaat, kijkt niet ver genoeg. Want in de NS-app (met meer dan een miljoen gebruikers) zit stiekem al veel state of the art-technologie zoals druktevoorspellingen, realtime aantallen beschikbare OV-fietsen en dynamic pricing. Maar er gebeurt binnen het NS-landschap nog zo veel meer.   Midden in maatschappij en economie NS staat letterlijk en figuurlijk midden in de Nederlandse maatschappij en economie. Iedere dag vertrouwen miljoenen reizigers, studenten, bedrijven en publieke organisaties op treinverkeer dat veilig, betrouwbaar en efficiënt moet functioneren. Wat veel mensen niet zien, is hoeveel technologisch vakmanschap daar inmiddels achter schuilgaat. De IT-, data- en AI-organisatie van NS is uitgegroeid tot een omgeving waar complexe, bedrijfskritische vraagstukken aan de orde van de dag zijn — en waar engineers werken aan oplossingen die direct doorwerken in de dienstverlening aan miljoenen reizigers.  Juist in die omgeving verandert ook het vak zelf. Van engineers en data scientists vraagt NS steeds vaker een bredere rol: niet alleen bouwen wat gevraagd wordt, maar meedenken over de richting. Het profiel ontwikkelt zich van uitvoerend vakmanschap naar inhoudelijk richting geven — naar ervaren engineers die technologische keuzes onderbouwen, en business en IT samen verder helpen.  Een omgeving die om vooruitkijken vraagt  De digitale omgeving van NS is groot, complex en direct verbonden met de dagelijkse dienstverlening aan miljoenen reizigers. Treinen, stations, onderhoud, personeelsplanning, reizigersstromen, veiligheid, data en commerciële dienstverlening grijpen voortdurend in elkaar. Een technologische keuze heeft daardoor zelden alleen technische gevolgen. Zij raakt ook de operatie, de miljoenen reizigers en onze 19.000 collega’s op de werkvloer. In de komende jaren zal dit landschap alleen maar groter en complexer worden. Dat maakt de behoefte aan ervaren mission critical engineers steeds groter. Mensen die kunnen vooruitkijken en samen met collega’s bepalen welke technologische capabilities de organisatie de komende jaren nodig heeft, welke architectuur daarbij past en hoe NS stap voor stap van de huidige naar de gewenste situatie groeit. Dat vraagt om technisch vakmanschap, maar ook om visie, beoordelingsvermogen en het vermogen om complexe keuzes helder uit te leggen.  Jasper ten Hove, CIO bij NS, vat het kernachtig samen: “We zoeken mensen die met technologie zorgen voor de beste oplossing voor businessvraagstukken — nu, op de middellange termijn en op de lange termijn.” Daarmee zegt hij ook iets over het profiel van deze mission critical engineers. Het gaat bij hen niet om technologie om de technologie. AI, cloud, data, automatisering en softwareontwikkeling zijn belangrijke middelen, maar de kernvraag blijft steeds: hoe helpt dit NS om beter te presteren voor de reiziger?  Engineers die de business slimmer maken  Een ervaren engineer bij NS kijkt daarom verder dan de eerste vraag uit de business. Wanneer een afdeling vraagt om software voor een onderhoudsproces, gaat het niet alleen om het bouwen van die functionaliteit, maar ook om wat de afdeling werkelijk wil bereiken, hoe het proces zich kan ontwikkelen, welke schaalbaarheid nodig is en welke technische keuzes voorkomen dat NS over een jaar opnieuw moet beginnen.  Zo helpen engineers NS om niet alleen afzonderlijke oplossingen te bouwen, maar een samenhangende technologische koers te ontwikkelen. Zij kunnen met IT-teams spreken over architectuur, stabiliteit, schaalbaarheid, codekwaliteit en platformkeuzes, en leggen tegelijk moeiteloos aan de business uit waarom bepaalde keuzes nodig zijn en wat realistisch is op korte én langere termijn.  Daan Debie, Director Data, AI & Innovation bij NS, benadrukt dat NS mensen zoekt die snappen “what good looks like”. Dat betekent: niet automatisch bouwen wat gevraagd wordt, maar de vraag achter de vraag stellen. Wat is de businessintentie? Welke verandering wil NS mogelijk maken?  Inhoudelijke leiders, geen klassieke managers  Daarmee groeien deze engineers uit tot inhoudelijke leiders. Geen managers in klassieke zin, maar mensen die richting geven op basis van expertise. Die anderen meenemen, standaarden helpen neerzetten en technische samenhang bewaken — soms dicht bij een groot businessinitiatief, soms centraler in de organisatie, rond architectuur, platformontwikkeling of technische capabilities die breder beschikbaar moeten komen.  Die rol vraagt om mensen met ervaring in bedrijfskritische omgevingen “at scale”. Engineers die complexiteit niet uit de weg gaan, maar er energie van krijgen. Die nieuwsgierig zijn naar nieuwe technologie, maar zich niet laten leiden door hypes. AI is bij NS bijvoorbeeld relevant, maar niet als losstaand innovatielabel: het gaat erom hoe AI, data en algoritmes verantwoord worden ingebed in processen die daadwerkelijk waarde opleveren voor de operatie en de reiziger.  Een unieke omgeving  Dat maakt NS de komende jaren een ontzettend interessante plek voor engineers. De organisatie staat midden in de Nederlandse samenleving, heeft op dit moment al een technisch zeer uitdagende operatie en heeft ambities en uitdagingen die groot genoeg zijn om nog jarenlang interessant te blijven. Wie hier werkt, krijgt de ruimte om verder te kijken dan de dagelijkse operatie en mee te denken over de volgende fase: welke technologie heeft NS nodig, hoe richten we die goed in en hoe zorgen we dat business en IT in dezelfde richting bewegen?  Dat maakt het werk van deze engineers strategisch, inhoudelijk en maatschappelijk relevant tegelijk. Zij geven richting aan de digitale ontwikkeling van een organisatie waar Nederland elke dag op vertrouwt.t tegelijk. Zij geven richting aan de digitale ontwikkeling van een organisatie waar Nederland elke dag op vertrouwt. 
Open source alleen maakt nog niet digitaal soeverein
1 dag
In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar soevereine zakelijke oplossingen. In deel 8: waarom je soevereiniteit niet kunt kopen maar moet ontwerpen, de zoektocht naar alternatieven voor Linkedin en tips voor handige tools.Laatst hoorde ik iemand zeggen dat digitale soevereiniteit eigenlijk heel eenvoudig is: vervang Microsoft door open source, zet de software bij een Europese hostingprovider en klaar is Kees. Dat klinkt aantrekkelijk. Alleen werkt het in de praktijk natuurlijk niet zo.Open source kan een belangrijke bijdrage leveren aan digitale soevereiniteit, maar het installeren van een open source-platform betekent nog niet automatisch dat een organisatie werkelijk digitaal soeverein is. Wie bijvoorbeeld Drupal, Nextcloud of LibreOffice gebruikt, heeft onmiskenbaar een stap gezet. Je kunt de broncode bekijken, de software kan worden aangepast en de afhankelijkheid van één licentiemodel neemt af. Maar daarna beginnen de echte vragen.Waar draait de software?Wie beheert de infrastructuur waarop de software draait?Waar staan de back-ups?Welke externe diensten zijn gekoppeld?Wie levert de zoekfunctie, identiteitscontrole, analytics of ai-functionaliteit?En onder welk juridisch regime vallen die leveranciers?Precies daar zit volgens FOSS Force de volgende fase van het Europese debat over digitale soevereiniteit. De aandacht verschuift van de applicatie naar de volledige digitale keten. Hosting, beheer, integraties, databeschikbaarheid en bestuurlijke controle worden minstens zo belangrijk als de softwarelicentie.Van privacy naar infrastructuurDe soevereiniteitsdiscussie begon ooit vooral bij privacy en surveillance. Inmiddels gaat het veel breder over cloudafhankelijkheid, cybersecurity, kunstmatige intelligentie, digitale identiteit en de machtspositie van grote technologiebedrijven. Wetgeving als de AVG en NIS2 dwingt organisaties bovendien beter te kijken naar datastromen, leveranciersrisico’s, beveiligingsupdates, incidenten en continuïteit.Dat raakt ook open source. Een organisatie kan een open source-platform gebruiken en toch volledig afhankelijk blijven van een Amerikaanse cloudprovider. Bestanden kunnen in Nextcloud staan, terwijl gebruikers inloggen via een externe identity service en ai-verwerking plaatsvindt buiten Europa. Formeel is de software open. Praktisch ligt een belangrijk deel van de controle nog steeds elders.De hele keten teltEen applicatie staat nooit op zichzelf. Achter een eenvoudige website kunnen tientallen externe diensten schuilgaan: hosting, databases, zoektechnologie, kaartendiensten, analytics, formulieren, authenticatie en beveiliging. We kennen allemaal wel de online enquêtes over digitale autonomie die gemaakt zijn en verwerkt worden via (jawel) Google. Waarom gebruiken we niet gewoon Europese of open source-varianten als LimeSurvey, TypeForm of FormBricks. Is dat weer die eerder al in deze rubriek gesignaleerde gemakzucht? Of kennen we simpelweg die alternatieven niet?Terug naar open source en digitale soevereiniteit. Wanneer één onderdeel moeilijk te vervangen is, kan alsnog een stevige afhankelijkheid ontstaan. Dat geldt ook wanneer data wel geëxporteerd kan worden, maar daarna nauwelijks opnieuw bruikbaar blijkt. Digitale soevereiniteit draait daarom niet alleen om de vraag of een organisatie bij haar data kan. De belangrijkere vraag is of zij met die data en systemen verder kan wanneer een leverancier wegvalt, prijzen verhoogt of voorwaarden verandert.Open source als bouwsteenDat maakt open source niet minder belangrijk. Integendeel. Open source maakt het mogelijk software te onderzoeken, aan te passen en bij verschillende partijen onder te brengen. Ook kan kennis en beheer makkelijker over meerdere leveranciers worden verdeeld. Maar open source is een bouwsteen, geen eindresultaat. Een open platform dat slechts door één partij wordt beheerd, vormt immers ook een risico. Hetzelfde geldt voor open software die sterk leunt op gesloten clouddiensten of die nauwelijks professionele ondersteuning kent. Open source-leveranciers zullen daarom meer moeten bieden dan alleen toegankelijke broncode. Organisaties willen ook weten hoe updates, beveiliging, ondersteuning en dataoverdracht zijn geregeld.Het is geen vinkjeMisschien moeten organisaties daarom stoppen met open source als een eenvoudig vinkje te behandelen.Open source gebruikt? VinkjeEuropese cloud? CheckData in Nederland? Ook een vinkjeDigitale soevereiniteit geregeld? Helaas: geen vinkjeDigitale soevereiniteit is geen product dat je koopt. Het is een manier van ontwerpen, inkopen en besturen. Zeg maar: een architectuur. Het vraagt inzicht in de hele keten: van software en hosting tot contracten, kennis, koppelingen en data.Praten over digitale autonomie op LinkedInIk heb er in deze rubriek al vaker op gewezen: er zit iets merkwaardigs in de manier waarop we als Nederlanders en Europeanen met elkaar over digitale soevereiniteit praten. Veel mensen schrijven op LinkedIn hun vingers blauw over digitale autonomie. Ze waarschuwen daar keer op keer voor de macht van Amerikaanse technologiebedrijven en pleiten voor Europese alternatieven.Maar is LinkedIn niet gewoon onderdeel van diezelfde Big Tech?Het platform is eigendom van Microsoft. Wie op LinkedIn oproept om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologiebedrijven, doet dat dus op een platform van een van de grootste Amerikaanse technologieconcerns. Dat is een beetje alsof we de roadmap naar digitale autonomie van ons bedrijf met elkaar bespreken via Microsoft Teams.Natuurlijk begrijp ik waarom we het doen. LinkedIn is de plaats waar veel zakelijke contacten zitten. Wie iets publiceert, weet dat een relevant deel van de doelgroep daar aanwezig is. Maar dat is nu juist platformafhankelijkheid. We blijven omdat iedereen er zit. En omdat iedereen blijft, krijgen alternatieven nauwelijks een kans.Vertrouwen uitbestedenDaar komt nog iets bij. LinkedIn presenteert zich als de plaats waar professionele identiteit zichtbaar en controleerbaar wordt gemaakt. Een artikel van Hacking, but Legal laat zien hoe kwetsbaar dat systeem in feite is. In dat artikel wordt uitgelegd hoe iemand die ten onrechte beweerde voor een bedrijf te werken, toch een verificatiebadge kon krijgen. Met andere woorden: LinkedIn bevestigde dat deze persoon voor dat bedrijf werkte. Ten onrechte dus. Bizar genoeg kon de oprichter van datzelfde bedrijf zijn eigen arbeidsrelatie juist niet eenvoudig via de procedure van LinkedIn laten bevestigen.Een door LinkedIn geverifieerde identiteit bewijst dus niet automatisch dat ook de vermelde functie of werkgever klopt. Toch plaatst LinkedIn bij zo’n claim het bedrijfslogo, koppelt het profiel aan de bedrijfspagina en telt de persoon mee als medewerker. Voor de buitenwereld ziet dat er al snel officieel uit. Maar het hoeft dus helemaal niet te kloppen. Het bedrijf zelf kan zo’n foutieve vermelding niet direct verwijderen. Het moet de claim rapporteren en soms zelfs een formele procedure volgen.Heel vreemd natuurlijk: de drempel om een arbeidsrelatie te claimen is daarmee lager dan de drempel om die claim te corrigeren. Ook de verificatie zelf blijft sterk verbonden met Microsoft en LinkedIn. Daarmee besteedt een bedrijf dus niet alleen zichtbaarheid en werving uit, maar ook een deel van haar professionele identiteit en reputatie.Waar zijn de alternatieven?Een goede en belangrijke vraag! Want het lijkt me dat we op zoek moeten naar alternatieven. Zelf ben ik weer actief geworden op het Duitse Xing. Dat platform is vooral bekend in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Toch is het geen vanzelfsprekende vervanger van LinkedIn. Veel functies zijn alleen beschikbaar in de betaalde versie en het platform voelt behoorlijk gesloten.Maar misschien is dat vooral een kwestie van wennen.Bovendien is het de vraag hoe actief de gebruikers er zijn. Een Duitse bekende die ik uitnodigde om via Xing te linken, accepteerde mijn verzoek. Hij bedankte me echter vooral voor de herinnering dat hij überhaupt nog een account bij Xing had. Hij was het alweer vergeten. Dat lijkt me voor een sociaal netwerk geen sterk signaal.Een ander mogelijk alternatief is Monnett uit Luxemburg. Dat platform richt zich op echte sociale interactie en een schone, door gebruikers gestuurde omgeving. Het is nog jong en minder duidelijk op zakelijk netwerken gericht.Daarmee lijkt er ruimte voor een echt Europees professioneel netwerk. Zo’n platform moet dan wel meer bieden dan alleen een Europees adres. Het moet transparant zijn over algoritmen en datagebruik. Gebruikers moeten hun contacten en inhoud eenvoudig kunnen meenemen. Ook verificatie van professionele identiteit mag niet afhankelijk zijn van één commercieel ecosysteem.Dat is een stevig project. Het netwerkeffect van LinkedIn is moeilijk te doorbreken. Toch is het wellicht de moeite van een serieuze brainstorm waard. Want zolang we vrijwel alle discussies over Europese digitale autonomie voeren op een platform van Microsoft, blijft er iets wringen.Linux mee op vakantie?Met de vakantie voor de deur, komt ook weer de vraag op: wat nemen we aan elektronica mee? Voor mij draait die vraag vooral om: werklaptop mee? Of hobbylaptop? Of allebei? Een kennis van me die thuis net is overgestapt van Windows op Linux Mint kwam met een opmerkelijke vraag: ‘Is dat niet riskant, mijn Linux-laptop mee op vakantie nemen?’Die vraag kwam voort uit – zeg maar – gebrek aan ervaring. Na twintig jaar een Windows-laptop gebruiken, zijn mensen na een overstap vaak nog wat onwennig en onzeker: wat als die Linux-machine vastloopt of niet meer wil opstarten? Mijn antwoord was een wedervraag: ‘Heb je tot nu toe last van opstart- of andere problemen met de nieuwe laptop?’ Het antwoord was duidelijk: nee. Waarom zou dat tijdens een vakantie dan wel gebeuren? Vanwege de hogere temperaturen in Zuid-Europa? Met de zomerse temperaturen in ons eigen land zal dat het probleem niet zo snel zijn!Wellicht kun je het ook andersom zien: tijdens vakantie heb je tijd om soms even rustig wat te ‘rommelen’ met een nieuwe laptop. Bijvoorbeeld in de vroege ochtend als het gezin nog slaapt en jij met een overheerlijke espresso in de schaduw op het terras van het vakantiehuisje in Spanje of Italië zit. Voor mij persoonlijk zijn dat altijd fijne momenten.Open source notitie-appIk heb een haat/liefde-verhouding met persoonlijke productiviteit. Ik gebruik daar de nodige tools voor en test regelmatig nieuwe uit. Maar er ontbreekt eigenlijk altijd wel iets. Het zijn ook vaak silo’s: bedoeld voor dan wel notities maken, dan wel rss-feeds volgen dan wel bookmarks vastleggen en dergelijke. Tot nu toe heb ik geen oplossing gevonden die alles combineert. Ook tools als Obsidian bevielen uiteindelijk toch niet. Suggesties? Laat het weten.Dat is dan ook de reden dat ik begin volgend jaar naar de PKM Summit 2027 in Utrecht ga. Dit is een internationaal event over personal knowledge management met sprekers die ingaan op zowel tools als werkmethoden. Met name dat laatste vind ik interessant. Want misschien moet ik wel gewoon besluiten om mijn eigen manier van werken te ondersteunen met een eigen tool die ik dan maar zelf bouw. Het kernwoord in ’personal knowledge management’ is immers ‘persoonlijk’. Dus misschien moet ik wel iets maken op maat van mijn persoonlijke voorkeuren en kronkelige manier van werken.Persoonlijke toolsTenslotte nog een paar handige tools die ik aan het uitproberen ben:Flameshot, een open source-tool voor Windows, MacOS en Linux om screenshots mee te bewerken en bijvoorbeeld van opmerkingen te voorzien.Joplin is een open source notitie-app. Een betaalde cloudversie (kost 2 of 3 euro per maand) maakt het mogelijk de notities te synchroniseren tussen meerdere apparaten.Hiawatha is een open source webserver.Vikunja is een open source-project voor het werken met to do-lijstjes. Je kunt het zelf hosten of via de ontwikkelaar gebruiken.Bubbles is momenteel mijn favoriete website cq webapp als het gaat om het volgen van interessante nieuwe posts op indywebsites. Het is ontwikkeld door een Duitse developer en biedt posts over een bonte verzameling onderwerpen. Heerlijk om in de vroege ochtenduren onder het genot van een kop koffie doorheen te bladeren.
Kort: Ai-doorbraak dwarslaesie-patiënt, vaak maar 1 in­schrij­ving bij over­heids­gun­ning
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: TU Delft toont een wereldprimeur met een exoskelet dat op hersengolven loopt, overheids‑it trekt vaak maar één inschrijving, EY geraakt door datalek en versterkt Amista neemt Intellus Group over. Exoskelet TU Delft loopt op hersengolven Studenten van de TU Delft kondigen een doorbraak aan in zelfstandig lopen voor mensen met een dwarslaesie. Voor het eerst wordt de loophulp zonder knoppen of spraak aangestuurd op basis van de hersengolven van de drager. De toepassing werd getoond tijdens een presentatie van Project MARCH XI. Dat is een project waarin een multidisciplinair team een exoskelet ontwikkelt voor mensen met een dwarslaesie. De technologische kern van dit jaar is een nieuw softwarealgoritme: Generative Predictive Control (GPC). Dat genereert looppatronen en past die in real time aan op basis van sensordata uit het exoskelet. Eerder werd een looppatroon achteraf getuned in een simulatieomgeving. Nu reageert het systeem terwijl de drager, die piloot wordt genoemd, erin loopt. Volgens de bouwers is het voor het eerst ter wereld toegepast in een lopend exoskelet.Vince Kurtz, onderzoeker bij NVIDIA en Caltech en uitvinder van het GPC-algoritme, is onder de indruk. ‘De studenten hebben een neuraal netwerk dat met behulp van GPC motorische commando’s genereert helemaal zelf getraind met behulp van simulatiegegevens. Dit alles doen en werkend krijgen op een echt exoskelet is echt moeilijk.’ Derde van overheids‑it‑aanbestedingen krijgt maar één inschrijving Ruim één op de drie gegunde percelen in Nederlandse overheids-it kreeg precies één ontvangen inschrijving. Dat blijkt uit een analyse van 1.935 gunningsberichten van TED, de officiële Europese publicatiebron, door Tendervane. In een rapport (peildatum 15 juli 2026) wordt de concurrentiepositie binnen aanbestedingsprocedures in kaart gebracht.‘Van de gegunde percelen met een gepubliceerd aantal ontvangen inschrijvingen had 35,7% er precies één. Het gaat om 640 van 1.795 percelen sinds begin 2024’, stelt Ravid Efroni van Tendervane. In 2024 was het aandeel 39,8 procent. In 2025 daalde het naar 35,4 procent. Het idee van Europese aanbestedingen is juist dat bedrijven beter kunnen concurreren en de gunnende partij keuze uit meerdere aanbieders heeft. Maar Efroni plaatst ook een kanttekening: ‘Eén inschrijving betekent overigens niet dat er iets mis is met die ene gunning. Eén ontvangen inschrijving betekent dat de gepubliceerde procedure geen concurrerende biedingen opleverde. Dat zegt op zichzelf niet waarom andere ondernemingen niet inschreven.’ Ook bepaalt de hoogte van een aanbesteding in bepaalde mate hoeveel inschrijvingen er zijn, blijkt uit het rapport. Datalek Ernst & Young door hack supportsysteem Ernst & Young (EY) onderzoekt een groot datalek nadat hackers toegang kregen tot een extern supportplatform dat door de interne it‑afdeling wordt gebruikt. Tussen 28 maart en 12 april 2026 konden aanvallers documenten downloaden die worden gebruikt voor belastingaangiften, meldt BleepingComputer. EY ontdekte de inbraak pas op 23 april. Hoeveel klanten precies zijn geraakt – en of daar Nederlandse cliënten bij zitten – is nog onbekend. Amista neemt Intellus Group over SAP-specialist en dienstverlener rondom digitale transformaties in de Benelux Amista, neemt Intellus Group over. Dat van oorsprong Belgische bedrijf is specialist in data-, analytics- en ai-advies. De overname versterkt Amista’s positie in data, analytics en ai en het bedrijf hoopt zo door te groeien in de Benelux. Het in 2010 opgerichte Intellus Group bestaat uit de merken Cubis, Lytix en Aivix. De groep werd uitgebouwd door medeoprichters Wim Van Wuytswinkel en Jeroen Roosen. Intellus Group voegt expertise toe binnen Microsoft-, SAP-, AWS- en Databricks-ecosystemen. Intellus Group ondersteunt klanten in onder meer industrie, retail, financiële diensten en de publieke sector. Het aanbod varieert van advies over datastrategie en architectuur tot adviestrajecten rondom analytics, machine learning en generatieve ai. De overname volgt op de recente integraties van Alluvion, Aarini, GeOne en Nessi en past binnen Amista’s strategie om uit te groeien tot een brede aanbieder van data-, analytics -en ai-diensten in de Benelux.
Overheden mogelijk kwetsbaar via Spaanse wachtwoordkluis met Russische roots
1 dag
Het in Spanje gevestigde Passwork, dat wachtwoordbeheer levert aan Europese overheden en universiteiten, is in opspraak geraakt. Dit meldt OCCRP, een internationaal netwerk van journalisten die corruptie en criminaliteit onderzoeken. Deze organisatie vreest dat beheerde wachtwoorden in Russische handen kunnen komen via een vermeend Russisch zusterbedrijf. Europese overheidsinstellingen die klant zijn, zouden gevaar lopen.  Het Spaanse bedrijf profileert zich als een volledig Europese, niet-Russische onderneming. Maar daar worden grote vraagtekens achter gezet. OCCRP-onderzoekers hebben ontdekt dat de ‘Spaanse’ Passworks-software verdacht veel lijkt op haar Russische tegenhanger. Technisch is er een grote gelijkenis. Software-updates zijn sterk gesynchroniseerd, terwijl beide technische handleidingen als twee druppels op elkaar lijken. De twee bedrijven hebben dezelfde naam en gebruiken een identiek logo.  Alexander Muntyan, CEO en eigenaar van het Spaanse Passwork, ontkent dat er een band bestaat tussen zijn bedrijf en zijn Russische tegenhanger. De gegevens van klanten worden veilig opgeslagen op hun eigen privé servers, zegt de Rus. OCCRP kwam er achter dat Passwork in Archangelsk in 2014 het levenslicht zag. Muntyan richtte dit bedrijf op samen met Ilya Garakh en Andrey Pyankov, die nu bij het Russische Passwork de baas zijn. Het duo is ook betrokken bij een softwarebedrijf in de Verenigde Arabische Emiraten dat het Spaans Passwork van updates voorziet.  Broncode Het Russische bedrijf, dat prat gaat op klanten waaronder gesanctioneerde Russische raketfabrikanten, is gecertificeerd door een agentschap onder het Ministerie van Defensie. Dit vereist een grondige analyse van de broncode om te zoeken naar kwetsbaarheden of niet-aangegeven mogelijkheden. Experts waarschuwen dat een dergelijke beoordeling Moskou inzicht zou kunnen geven in hoe potentiële kwetsbaarheden in de Europese software kunnen worden misbruikt. Bart van den Berg, een beveiligingsexpert van het Clingendael Instituut, ziet toegang tot de broncode als een ernstig gevaar. Volgens hem zou dit de Russische staat ’verreikende inzichten in de software en de kwetsbaarheden ervan kunnen geven, of zelfs de mogelijkheid bieden om er opzettelijk elementen aan toe te voegen’.  De OCCRP-onderzoekers storen zich eraan dat het Spaanse Passworks en het in de Emiraten gevestigde bedrijf weigeren opening van zaken te geven. Juist bij security-software is transparantie belangrijk.  Volgens Investico gebruikten onder meer zonneparken-beheerder Novar, RTV Noord, een Frans havenbedrijf, de universiteit van Dresden en Ierse overheidsinstanties de wachtwoordkluis. Passwork zegt duizenden klanten te hebben. 
Ormer ICT beste werkgever in de ict-branche
1 dag
De Schiedamse it-dienstverlener Ormer ICT is de beste werkgever voor ict’ers in de ict-branche. Het Groene Hart Ziekenhuis is de beste werkgever voor ict’ers bij eindgebruikers en Ictivity is de beste ict-opleider. Dat komt naar voren uit het jaarlijkse Computable-onderzoek naar werkgevers en opleiders. Het werkgeversonderzoek wordt uitgevoerd door Enigma Research en laat zien hoe ict’ers over hun werkgever denken. Werkgevers zijn onderverdeeld in de categorieën ict-branche en eindgebruikers. Daarnaast worden aanbieders van ict-opleidingen en -cursussen beoordeeld door deelnemers. Alle resultaten zijn te lezen in de nieuwste editie van het Computable e-zine. Beste werkgevers ict-branche De it-dienstverlener Ormer ICT stijgt van de tweede plaats in 2025 naar de eerste plek dit jaar. De overall waardering voor het bedrijf uit Schiedam steeg van 9,66 in 2025 naar 9,87 in 2026. In totaal scoorden acht bedrijven een 9 of hoger, waar dat er in de vorige editie nog dertien en het jaar daarvoor twintig waren. Een aanzienlijke daling dus. Lees meer over de scores van ict-werkgevers op zestien deelaspecten en vijftien stellingen in het e-zine Career Guide. Beste werkgevers eindgebruikers Bij de werkgevers die niet tot ict-branche behoren (de ‘eindgebruikers’) is het Groene Hart Ziekenhuis uit Gouda de winnaar. Deze organisatie scoorde als enig in de top tien boven de 9. Lees meer over de scores van niet-ict-werkgevers op zestien deelaspecten en vijftien stellingen in het e-zine Career Guide. Beste ict-opleiders Het opleidersonderzoek van Enigma Research laat zien hoe Computable-lezers die een ict-gerelateerde opleiding, training en/of cursus hebben gevolgd over hun opleider denken. Acht van de tien best beoordeelde opleiders scoren boven een 9. Ictivity voert dit jaar de lijst aan. Lees meer over de scores van niet-ict-werkgevers op vijftien deelaspecten in het e-zine Career Guide.
ASML paait personeel met 20 mille aan aandelen
4 dagen
ASML probeert zijn medewerkers sterker aan zich te binden door een aandelenpakket te bieden dat momenteel 20.000 euro waard is. Een van de voorwaarden is dat deze werknemers tot ten minste 1 januari 2030 bij de chipmachinebouwer in dienst blijven. Verder werkt het techbedrijf nog aan bijkomende voorwaarden.  De NOS meldde vrijdag dat de werknemers een mail hebben gekregen waarin de regeling wordt aangekondigd. In de techwereld zijn aandelenplannen vrij gebruikelijk, zeker als het gevaar dreigt dat hoog gekwalificeerde mensen worden weggekocht. Een woordvoerder van ASML verklaart het aandelenplan ook als een extra incentive voor de komende jaren. Woensdag meldde ASML dat de productie van nieuwe machines tussen 2026 en 2028  tot het uiterste moet worden opgerekt om aan de extreem hoge klantvraag te voldoen.  Vooruitzichten Tegelijk verhoogde ASML de vooruitzichten voor de rest van dit jaar. Grote banken als Citi, Barclays, Bank of America, Deutsche Bank en ING hebben daarop hun koersdoelen verhoogd, soms zelfs aanzienlijk. ASML gaat niet alleen de capaciteit flink opschroeven maar ziet ook ruimte om de prijzen te verhogen, wat resulteert in nog betere brutomarges. Barclays verwacht dat de gemiddelde verkoopprijzen van EUV-machines in de tweede helft van dit jaar verbeteren, in 2027 verder stijgen en in 2028 echt versnellen wanneer de prijsverhogingen merkbaar worden.  Bank of America ziet ‘genoeg redenen om erg optimistisch te zijn.’  Scemama, analist bij deze bank, ziet ruimte voor ASML om in 2030 op een omzet te zitten van 90 miljard euro met een brutomarge van 59 procent en een winst van meer dan 100 euro per aandeel. ‘Dit impliceert een samengestelde winstgroei van gemiddeld 33 procent per jaar. Ai-gedreven vraag Citibank-analist Gardner merkt op dat de door ai gedreven investeringscyclus in de halfgeleiderindustrie zich nog in een vroeg stadium bevindt, met een sterke vraag naar zowel geavanceerde logic als geheugen vanaf 2025. Ook ING-analist Marc Hesselink heeft veel vertrouwen in een duurzame ai-gedreven vraag. 
Nieuwe Cy­ber­be­vei­li­gings­wet van kracht. Dit moet je weten…
4 dagen
Op 15 augustus 2026 treedt de Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. De Cbw omvat de Europese NIS2‑richtlijn die na bijna twee jaar vertraging is omgezet naar Nederlandse wetgeving. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten en achtergronden die organisaties nu moeten kennen. #1 Cyberbeveiligingswet: NIS2 komt bijna twee jaar te laatDe Cyberbeveiligingswet is op 7 juli 2026 aangenomen en treedt op 15 augustus 2026 in werking. Dat is bijna twee jaar na de oorspronkelijke deadline van 17 oktober 2024. De wet geldt voor zo’n 8.000 organisaties. Nederland miste de deadline voor het omzetten van de EU-richtlijn NIS2 (Network and Information Security 2). Dat is aangescherpte Europese wetgeving die de cyberbeveiliging en digitale weerbaarheid van organisaties en vitale sectoren binnen de Europese Unie moet verhogen. Het omzetten van de NIS2-richtlijn naar Nederlandse wetgeving liep vertraging op door discussies over de reikwijdte, conflicten tussen toezichthouders en gesteggel over het principe van zelfindicatie. Organisaties moeten namelijk zelf bepalen of ze onder de wet vallen en zich melden. Dat leidde tot juridische onzekerheid en uitstel.#2 Wie vallen er onder de Cyberbeveiligingswet?Bij de Cyberbeveiligingswet vallen veel organisaties van rechtswege onder de wet. Organisaties zijn zelf verantwoordelijk om te bepalen of zij onder deze wet vallen. De wet geldt voor organisaties in negentien sectoren waaronder energie, digitale infrastructuur, overheid, ruimtevaart en onderzoek. Daarnaast vallen ook middelgrote en grote bedrijven onder de wet. Het gaat om organisaties met vijftig of meer medewerkers en/of een omzet of balanstotaal van tien miljoen euro. Toeleveranciers en dochterbedrijven kunnen eveneens in beeld komen, afhankelijk van hun rol in de keten. Organisaties kunnen met een NIS2-zelfevaluatietool een eerste beoordeling doen of ze onder de Cyberbeveiligingswet vallen en hoe ze worden gekwalificeerd (‘essentieel’ of ‘belangrijk’).#3 De vijf basisverplichtingen van de CyberbeveiligingswetElke organisatie die onder de Cyberbeveiligingswet valt, moet voldoen aan deze generieke normen:Registratieplicht. Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, moeten zich vanaf 15 augustus 2026 registreren bij het NCSC (Nationaal Cyber Security Center) via mijn.ncsc.nl. Na registratie krijgen zij toegang tot hun sectorale csirt (computer security incident response team). Elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor tijdige registratie én voor het actueel houden van alle gegevens in het entiteitenregister dat informatie ophaalt uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.Zorgplicht. Organisaties moeten passende technische, organisatorische én fysieke beveiligingsmaatregelen nemen, zoals beleid voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, basispraktijken voor cyberhygiëne, het gebruik van multifactor-authenticatie of continue-authenticatieoplossingen. Bekijk hier de tien vereiste zorgplichtmaatregelen.Bestuurlijke verantwoordelijkheid. Bestuurders moeten beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om cyberrisico’s en de maatregelen die worden genomen te kunnen beoordelen. Om die reden bevat de wet ook een trainingsplicht voor bestuurders.Meldplicht. Organisaties onder de Cyberbeveiligingswet moeten ‘significante cyberincidenten’ melden via het NCSC‑meldportaal. De meldplicht moet helpen om schade te beperken, te ondersteunen bij herstel en dreigingsinformatie te verbeteren. Een incident is significant wanneer het de dienstverlening ernstig verstoort, grote financiële schade veroorzaakt, of ook andere entiteiten kan raken met materiële of immateriële schade. Ze moeten binnen 24 uur gemeld zijn.Informatieplicht. Naast de verplichte melding aan toezichthouders moeten organisaties onder de Cyberbeveiligingswet ook hun eigen klanten informeren bij een significant cyberincident. Ze moeten duidelijk maken wat er is gebeurd, welke impact dat heeft, en welke acties klanten zelf moeten nemen om schade te beperken. Deze informatieplicht staat los van de bestaande AVG‑meldplicht bij de Autoriteit Persoonsgegevens.#4 Toezicht: versnipperd, afhankelijk van sectorHet toezicht op de Cyberbeveiliginsgwet is verdeeld over meerdere instanties. De Doorverwijsboom Cyberbeveiligingswet laat zien welk ministerie en welke csirt en toezichthouder per sector verantwoordelijk zijn.Zo vallen banken bijvoorbeeld onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën, bij incidenten kunnen ze zich melden bij het csirt van NCSC (Nationaal Cyber Security Center) en DNB (De Nederlandsche Bank) is toezichthouder. Leveranciers van digitale infrastructuur vallen onder het Ministerie van EZK, het csirt van NCSC en de RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) is toezichthouder#5 ‘Essentiële’ versus ‘belangrijke’ organisaties: twee toezichtregimesIn de Cyberbeveiligingswet wordt onderscheid gemaakt tussen ‘essentiële’ en ‘belangrijke’ organisaties.‘Essentiële organisaties’ zijn onder meer actief in de energie-sector, digitale infrastructuur, ict‑dienstbeheer, overheid en ruimtevaart. Ze  krijgen proactief toezicht. Dat wil zeggen dat er inspecties en nalevingscontrole plaatsvinden ook als er geen incident is gemeld.Onder ‘belangrijke organisaties’ vallen onder andere: post- en koeriersbedrijven, aanbieders van digitale diensten en onderzoeksbedrijven die niet onder het onderwijs vallen. Zij krijgen ‘reactief toezicht’. Dat wil zeggen dat controle pas plaatsvindt na een incident of signaal.#6 Kritiek op de CyberbeveiligingswetExperts wijzen op drie zwakke plekken: De wet bevat geen concrete technische beveiligingsnormen: de wet zegt wat er moet gebeuren, maar niet concreet hoe. Ketenonduidelijkheid: criteria voor wanneer een leverancier ‘essentieel’ wordt, zijn vaag. Het toezichtmodel is veel te complex. Er zijn veel loketten en er is veel variatie per sector.Meer informatieDit artikel is samengesteld uit informatie van de volgende bronnen: Cyberbeveiligingswet, Doorverwijsboom Cyberbeveiligingswet.
Kort: EU dwingt Google tot meer open Android, geld zoek bij Knaken, Meta gek op privé-data (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Google mag de eigen ai-diensten op Android niet meer bevoordelen, Crypto-broker Knaken failliet, Meta kampioen persoonlijke data verzamelen en Unit4 geeft klanten vrijblijvend toegang tot virtuele ai-agent.  EU grijpt in bij Android De Europese Unie wil eerlijke concurrentie op de markten van ai-assistenten voor Android-apparaten en zoekmachines. Google moet daarom vanaf 1 juli 2027 ai-diensten van andere fabrikanten meer toegang geven tot het besturingssysteem Android.  Momenteel hebben ai-assistenten van derden zoals Claude en ChatGPT slechts beperkte entree tot de belangrijkste functionaliteiten van het Android-besturingssysteem. Met een spraakopdracht moeten die alternatieven net zo gemakkelijk aan Android instructies kunnen geven als Google’s eigen Gemini.  Dit heeft de Europese Commissie donderdag besloten. Alternatieve zoekmachines mogen niet meer worden achtergesteld bij Google Search. Er komen regels hoe Google zoekgegevens moet delen met andere zoekmachines. Dat moeten dezelfde gegevens zijn als Google verzamelt om zijn eigen zoekdiensten te optimaliseren. Het delen van gegevens is van cruciaal belang voor de ontwikkeling en optimalisatie van zoekmachines van derden. Het helpt om een gelijker speelveld te creëren met Google Search en bevordert innovatieve zoekdiensten, waaronder op privacy gerichte alternatieven.  Meta gek op persoonlijke data We delen onze locatie, contacten en browser-geschiedenis dagelijks met apps zonder erbij stil te staan. Holafly onderzocht welke sociale media-, reis- en ai-apps de meeste gegevens verzamelen en hoeveel daarvan direct aan je identiteit is gekoppeld. De eSIM-verkoper deed dit aan de hand van de privacy-labels van de Apple App Store. De sociale netwerken Instagram, Facebooks en Threads hebben de twijfelachtige eer bovenaan te staan. Het trio platforms van Meta verzamelen liefst 21 data points, waarvan 14 gekoppeld aan een persoon als gebruiker. Die lijst omvat contactgegevens, locatie, browser- en zoekgeschiedenis, financiële informatie, gezondheids- en fitnessgegevens, gevoelige informatie en meer. Meta gebruikt zeven gegevenstypen om iemand actief te volgen op andere platforms. Eveneens grote verzamelaars van persoonlijke data zijn TikTok, Shein (shopping), Snapchat, X (Twitter), ChatGPT, Amazon Shopping en DoorDash. Ook Pinterest, Temu (shopping), Uber en LinkedIn zijn wat dat betreft erg actief. Wat deze apps onderscheidt van bijna alle andere apps in het onderzoek: geen enkel datapunt valt buiten de categorie ‘aan de gebruiker gekoppeld’. Veel doekoe kwijt bij Knaken De Rotterdamse rechtbank heeft Knaken Cryptohandel en de daaraan gelieerde stichting (Knaken) failliet verklaard. Het Openbaar Ministerie (OM) is een strafrechtelijk onderzoek gestart omdat er zeven miljoen euro aan tegoeden zou ontbreken van klanten. De klanten weten hier volgens het OM niet van, omdat de crypto-dienstverlener de toegang van klanten tot het handelsplatform heeft geblokkeerd. Knaken heeft zich tegen een faillissement verzet. Maar de rechter vindt die maatregel van openbaar belang gelet op het forse dekkingstekort. ‘Er is veel geld van klanten verdwenen zonder dat duidelijk is hoe dat kan zijn gebeurd.’ Knaken behoorde tot de vele crypto-brokers die voetbalclubs ondersteunden. Feijenoord en Sparta lieten zich sponsoren. Eigenaar Ronald Jonkers richtte het platform in 2017 op.  Bravenboer met pensioen Rob Bravenboer gaat na een loopbaan van meer dan veertig jaar bij IBM en Kyndryl met pensioen. Bij het uit IBM voortgekomen Kyndryl bediende hij vooral financiële instellingen. Sinds oktober was hij vice president en algemeen directeur bij dat bedrijf.  De van Capgemini afkomstige Vivian Kap is benoemd tot zijn opvolger. In deze rol geeft zij leiding aan de Nederlandse organisatie van Kyndryl. Of het hoofdstedelijke it-bedrijf Solvinity door Kyndryl kan worden ingelijfd, is nog allerminst zeker. Eerder deze week besloot de Rotterdamse rechter dat de transactie voorlopig niet door kan gaan. Vooral de veiligheid van de data (onder meer DigiD) is een issue.  Unit4: vrijblijvend ruiken aan ai  Unit4, leverancier van bedrijfssoftware voor dienstverleners, biedt ERP-klanten de mogelijkheid om de ai-functionaliteiten vrijblijvend uit te proberen. Dit aanbod geldt voor huidige en nieuwe klanten. Op 31 augustus 2027 kunnen klanten overstappen op een abonnement of stoppen met het gebruik van de technologie.  Klanten krijgen toegang tot de Advanced Virtual Agent (Ava), die geïntegreerd werkt met toepassingen als Microsoft Teams. Ava signaleert openstaande acties en biedt begeleiding en inzichten, zonder dat gebruikers hoeven te schakelen tussen applicaties. De ai-mogelijkheden werken binnen het volledige Unit4 ERPx-platform. Ze ondersteunen processen op het gebied van finance, HR, inkoop en projectmanagement. Klanten krijgen volledige toegang met een – naar eigen zeggen – ruime gebruikslimiet, voldoende voor dagelijkse werkzaamheden. Digitale twin voor keuze noodsteunpunten De gemeente Tilburg ontwikkelt samen met het databedrijf Argaleo uit Den Bosch een zogeheten digital twin. Die helpt bij vragen als ‘welke wijk is bij langdurige stroomuitval het kwetsbaarst’ en ‘waar is bij een crisis als eerste hulp nodig’. De eerste concrete toepassing is een scan die berekent welke gebouwen geschikt zijn als noodsteunpunt. Tilburg pakt de opgave datagedreven aan. In de digitale ondersteuning komen honderden databronnen samen, van pandkenmerken en bereikbaarheid tot leeftijdsopbouw, zelfredzaamheid en het risico op wateroverlast. Per thema ontstaat een score en de gemeente bepaalt zelf hoe zwaar elk thema meetelt. Zo worden keuzes over voorzieningen onderbouwd, uitlegbaar en herhaalbaar. Veel gemeenten werken aan een betere weerbaarheid. Argaleo hoopt op landelijke opschaling van hun systeem.
Gecompromitteerde identiteiten zijn nieuwe hoofdingang voor ransomware
4 dagen
Inloggen is het nieuwe hacken. Niet langer softwarelekken, maar gehackte gebruikersaccounts vormen inmiddels de voornaamste toegangspoort voor ransomware-aanvallers. Criminelen hoeven systemen steeds minder te kraken: ze loggen simpelweg in met gestolen inloggegevens.Dat blijkt uit de zevende editie van het State of Ransomware-rapport van Sophos, gebaseerd op een bevraging van it- en cybersecurityleiders in zeventien landen.Bij 79 procent van de ransomware-aanvallen verkrijgen criminelen toegang via gecompromitteerde identiteiten. Kwaadaardige e-mails (26 procent) en phishing (24 procent) zijn daarbij de meest gebruikte methoden. Het misbruik van kwetsbaarheden, jarenlang de dominante aanvalsvector, zakt voor het eerst in vier jaar naar de tweede plaats.Dat betekent, zo benadrukken de onderzoekers, niet dat kwetsbaarheden irrelevant zijn geworden. Meer zelfs: de impact blijft behoorlijk. Wanneer aanvallers binnenkomen via een firewall-lek, loopt 59 procent van die aanvallen uit op een losgeldeis van meer dan een miljoen dollar, tegenover 48 procent gemiddeld over alle aanvallen.Mfa biedt geen garantieMultifactorauthenticatie biedt minder bescherming dan verwacht: bij 97 procent van de incidenten waarbij gecompromitteerde inloggegevens de hoofdoorzaak waren, stond mfa al ingeschakeld.Ook hier is er de impact van ai. ‘Nu we zien dat ransomwarecriminelen experimenteren met ai, bestaat het risico dat zij hierdoor sneller waardevolle bedrijfsmiddelen kunnen stelen, deze kunnen gijzelen en dit op een veel grotere schaal kunnen doen dan voorheen mogelijk was’, aldus Ross McKerchar, chief information security officer bij Sophos.Bij 56 procent van de getroffen organisaties slaagden aanvallers erin data te versleutelen, een stijging na twee jaar van daling. Wanneer versleuteling plaatsvond, betaalde 48 procent van de slachtoffers losgeld: het op één na laagste percentage in vier jaar onderzoek. Maar in vergelijking met heel wat andere onderzoeken over ransomware is dit wel een hoog percentage.Al is negotiatie ook hier aan de orde. Van de betalers uit het Sophos-onderzoek handelde 51 procent succesvol een korting af op de initiële losgeldeis.
Veel on­dui­de­lijk­he­den over uitholling ICS
4 dagen
FNV: Zoveelste schoffering van werknemers door ABN AMRO Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de outsourcingsplannen bij ABN Amro waarbij een groot deel van de taken van creditcarddochter ICS naar de Franse betaalverwerker Worldline worden overgeheveld. FNV Finance zegt woedend te zijn over dit voorgenomen besluit waarbij zo’n 450 werknemers in een langdurige periode van onzekerheid terecht komen, omdat zij niet mee over zullen gaan. International Card Services (ICS) wil vanaf het tweede kwartaal van 2028 een groot deel van zijn kernactiviteiten aan Worldline uitbesteden. Het gaat onder meer om creditcarduitgifte, transactieverwerking, het it-platform en de klantenservice. Volgens ICS biedt samenwerking met een gespecialiseerde, grotere partij meer ruimte om zich te richten op productontwikkeling, innovatie en klantdienstverlening. Ook moet de organisatie hierdoor flexibeler worden en de kosten beter beheersbaar houden. Volgens FNV Finance gaat het echter gewoon om een nieuwe, ordinaire bezuinigingsmaatregel. ‘Dit is de zoveelste schoffering van werknemers door ABN Amro’, zegt FNV-bestuurder Arne Gorter. ‘Er vindt nu al een grote reorganisatie plaats, het cao-overleg zit muurvast en werknemers krijgen te maken met een loonbod van slechts 1,5 procent. Daar komt nu nog eens bovenop dat honderden mensen twee jaar lang in onzekerheid worden gehouden over hun toekomst.’ De overgang staat gepland voor het tweede kwartaal van 2028. Bij ICS werken circa 850 medewerkers. Ongeveer 450 fte zijn werkzaam binnen onderdelen waarvan activiteiten geheel of gedeeltelijk onder de uitbesteding vallen. Medewerkers gaan niet over naar Worldline. De gevolgen voor het personeel worden de komende periode verder uitgewerkt, onder meer via herplaatsing, natuurlijk verloop en het afbouwen van externe inhuur. Geen mens volgt werk Opmerkelijk is dat de bank niet kiest voor het ‘mens volgt werk’-principe waarbij werknemers bij een uitbesteding meegaan naar de nieuwe werkgever. Hoogstwaarschijnlijk speelt daarbij mee dat de werkzaamheden naar Worldline in Frankrijk worden overgeheveld en dan geldt dat principe niet (voor het buitenland). Een woordvoerster van ABN Amro reageert op een vraag hierover met de mededeling: ‘De exacte gevolgen voor collega’s worden de komende periode verder uitgewerkt. De ondernemingsraad is intensief betrokken bij dit traject tot op heden en heeft conform de wettelijke procedures een adviesaanvraag ontvangen. De uitbesteding is onder voorbehoud van de relevante goedkeurings- en adviesprocessen, zoals die van de ondernemingsraad.’ Volgens bestuurder Gorter van FNV Finance is het duidelijk dat er bij Worldline volop wordt ingezet op automatisering door middel van ai en dat er daarom geen plek is voor de medewerkers.Recent maakte Worldline nog bekend samen met ING en Mastercard een van de eerste Europese praktijktoepassingen voor zogeheten agentic payments te hebben gedemonstreerd. Daarbij initieert een ai-agent namens een consument een betaling, terwijl de uiteindelijke goedkeuring en verificatie via bestaande bancaire processen verloopt. In opspraak De vakbond plaatst bovendien vraagtekens bij de keuze voor de Franse betaalverwerker. Dat bedrijf verkeert in zwaar weer en nieuwe medewerkers vallen er niet onder een cao. Vorig jaar werd nog bekend dat de betaalverwerker jarenlang onvoldoende optrad tegen frauderende webwinkels. Het Franse bedrijf zou commerciële belangen regelmatig zwaarder hebben laten wegen dan fraudebestrijding, waardoor klanten met opvallend veel verdachte transacties toch konden aanblijven. Ook het Nederlandse dochterbedrijf Global Collect Services kwam in opspraak vanwege gebrekkige controles op klanten en transacties. De kwestie trok de aandacht van toezichthouder De Nederlandsche Bank, die sinds 2022 onderzoek doet naar de klantscreening van GCS.   Inbesteding? Bij ABN Amro zijn wel vaker producten uitbesteed. Denk aan de pensioenproducten (Topolis), hypotheken (Stater) en verzekeringen bij AAV/Nationale Nederlanden (draaiend op saas-software van SalesForce en Axon). Het betalingsverkeer loopt nog bij de bank en gaat via mainframes (cloud kan dat volumetechnisch niet aan). De zegsvrouw wil niet aangeven wat voor technisch platform bij ICS draait, maar aangezien het betaalprocessen betreft, gaat het hier hoogstwaarschijnlijk ook om mainframetransacties. Op de vraag waarom ABN Amro dit deel dan niet inbesteedt om het zelf te doen, komt alleen als antwoord: ‘Over de technische aspecten van onze it-omgeving geven we vanuit veiligheidsoverwegingen geen informatie.’ Ongenoegen Volgens de FNV wringt het voorgenomen besluit des te meer omdat ABN AMRO financieel uitstekend presteert. ‘De bank maakt hoge winsten en toch kiest zij ervoor om opnieuw mensen onder druk te zetten. Dat is cynisch. Werknemers hebben jarenlang bijgedragen aan het succes van ICS en krijgen daarvoor onzekerheid terug’, stelt Gorter. Gorter ziet het ongenoegen onder werknemers groeien. Ook raakt deze beslissing volgens hem niet alleen werknemers. ‘Weer wordt er bezuinigd op dienstverlening. Dit gaat niet alleen over werknemersbescherming, maar ook over de kwaliteit van de dienstverlening en hoe de bank zich verhoudt tot haar klanten. Die lijken wederom de pineut te worden’, besluit hij.
Tomorrowland 2026: uitverkocht festival is magneet voor online fraude
5 dagen
Fraudeurs misbruiken festivalkoorts met valse biometrische registratie Nepsites, valse ticketshops en frauduleuze accommodatiepagina’s: met Tomorrowland 2026 in aantocht dient een gecoördineerde golf van online oplichting gericht op festivalgangers zich wereldwijd aan.Het festival vindt plaats op de laatste twee weekends in juli (= 16-19 juli en 24-26 juli) in Boom en trekt jaarlijks zo’n 400.000 bezoekers uit meer dan 200 landen. Die combinatie van schaarste, urgentie en internationale vraag maakt het volgens het Indiase cyberbeveiligingsbedrijf CloudSEK een ideale voedingsbodem voor fraude.Dat een bedrijf uit India hierover waarschuwingen uitstuurt, geeft aan hoe internationaal Tomorrowland intussen opereert, maar de online fraude dus ook. Hun onderzoekers identificeerden een dozijn actieve nepdomeinen die inspelen op zoektermen zoals DreamVille, Global Journey en Full Madness. Valse biometrische registratie Een van de meest doordachte voorbeelden was een nepticketshop die de look-and-feel van de officiële festivalsite kopieerde, inclusief een afteltimer, correcte locatiegegevens en verwijzingen naar het cashloze ‘Pearls’-systeem van Tomorrowland.De site vroeg bezoekers om ‘biometrische registratie’ voor zogenaamd gepersonaliseerde barcodes. Dat is een klassieke truc om volledige identiteitsgegevens, adressen en betaalinfo te verzamelen. De betaalpagina verwees naar een echte Stripe-checkout, maar de begunstigde was een niet aan het festival gelieerde entiteit.‘De inzet van valse biometrische registratie is bijzonder zorgwekkend’, stelt onderzoeker Shobhit Mishra van CloudSEK. ‘Slachtoffers verliezen niet alleen geld, maar stellen ook persoonlijke gegevens bloot die later kunnen worden ingezet voor vervolgfraude.’ Meertalige campagnes CloudSEK stelde vast dat de fraudecampagnes niet beperkt blijven tot Engelstalige gebruikers. Onderzoekers ontdekten gerichte nepdomeinen in het Frans, Duits en Tsjechisch, wat wijst op georganiseerde en gelokaliseerde oplichting. Daarnaast identificeerden ze een accommodatiepagina die Tomorrowland- en Airbnb-branding combineerde zonder enige toestemming. Net als wat andere beveiligingsexperts vaak aanraden bij grootschalige evenementen, adviseert het Indiase bedrijf festivalgangers om uitsluitend tickets te kopen via de officiële kanalen, domeinnamen zorgvuldig te controleren op spelfouten of afwijkende extensies, en verzoeken om biometrische registratie of betaling via bankoverschrijving als directe alarmsignalen te beschouwen.
Kort: Rijk neemt Eset in de arm, actie Extinction Rebellion tegen datacenter Microsoft (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: ILC-Europe koopt Bankers ICT, raamovereenkomst Rijk met Eset, NiceCloud onderdeel van de Futureproof Group, fusie Fourthline en Veridas en Extinction Rebellion verzwakt fundering datacenter Microsoft. ILC-Europe lijft Bankers ICT in ILC-Europe, een it-managed-serviceprovider uit Eindhoven, neemt Bankers ICT uit Deurne volledig op in de organisatie. De integratie maakt deel uit van de groeistrategie van Smizer, het platform van regionaal opererende managed serviceproviders van investeringsmaatschappij Riverdam. Met de samenvoeging willen de bedrijven beter inspelen op de vraag naar moderne werkplekken, connectivity- en cybersecurityoplossingen in de regio Eindhoven. Bankers ICT brengt daarbij zijn bestaande klantenbestand en regionale aanwezigheid in. Volgens de betrokken partijen blijven de vaste contactpersonen van Bankers ICT aan boord. ILC-Europe verwacht met de overname zijn capaciteit en kennis verder uit te breiden. Smizer bestaat uit een groep van it-dienstverleners met negentien vestigingen verspreid over Nederland. Met de toevoeging van Bankers ICT komt het totaal aantal overnames binnen het platform op 31. Rijksoverheid kiest Eset voor Europese cybersecuritydiensten De rijksoverheid heeft een raamovereenkomst gesloten met Eset, een Europese leverancier van cybersecurityoplossingen. Hierdoor kunnen rijksorganisaties gebruikmaken van beveiligingsdiensten onder uniforme voorwaarden, zonder afzonderlijke contractonderhandelingen te voeren. De overeenkomst is bedoeld om de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers te verkleinen. Daarbij zijn afspraken gemaakt over privacy, veiligheid en controle. De naleving daarvan wordt onafhankelijk getoetst. Ook kunnen rijksorganisaties de samenwerking in bepaalde gevallen kosteloos beëindigen, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een verandering van eigenaar die risico’s met zich meebrengt. Volgens het kabinet neemt het belang van digitale weerbaarheid toe doordat cyberaanvallen steeds vaker organisaties treffen die een publieke rol vervullen, zoals overheden, scholen en ziekenhuizen. Door te kiezen voor Europese beveiligingsdiensten wil de overheid meer grip houden op waar gegevens worden verwerkt en wie toegang heeft tot die data. Het contract is tot stand gekomen via Strategisch leveranciersmanagement Rijk. Deelname is vrijwillig; er gelden geen afnameverplichtingen of minimale bestedingen. Organisaties kunnen naar eigen inzicht diensten onder de overeengekomen voorwaarden afnemen. NiceCloud sluit zich aan bij Futureproof Group NiceCloud, een managed-serviceprovider uit Zwolle, wordt onderdeel van Futureproof Group. Door de aansluiting krijgt het bedrijf toegang tot extra kennis, capaciteit en specialistische expertise, terwijl het onder eigen naam blijft opereren. Volgens NiceCloud neemt de complexiteit van it-vraagstukken toe, onder meer op het gebied van cybersecurity, Microsoft-oplossingen, ai, compliance en cloudtransformatie. Via Futureproof Group kan het bedrijf klanten op deze terreinen breder ondersteunen. Op zijn beurt versterkt Futureproof Group met de toevoeging van NiceCloud zijn aanwezigheid in Overijssel, waar het al actief is met it-dienstverlener Selles. Futureproof Group ondersteunt mkb- en middelgrote organisaties met beheer van it-infrastructuren, cloudomgevingen en digitale werkplekken. NiceCloud levert onder meer cloudwerkplekken, netwerkoplossingen, communicatie en it-beheer. Fourthline fuseert met Veridas voor identiteitsplatform Fourthline uit Amsterdam gaat fuseren met Veridas uit het Spaanse Pamplona. De bedrijven hebben een overeenkomst getekend om gezamenlijk een platform voor identiteitsverificatie, fraudepreventie en compliance op te bouwen voor klanten in Europa, Latijns-Amerika en de Verenigde Staten. De combinatie brengt de identiteitsverificatie en compliance-oplossingen van Fourthline samen met de identiteits- en biometrische technologie van Veridas. Volgens de ondernemingen zal het gezamenlijke bedrijf dit jaar naar verwachting 115 miljoen verificaties uitvoeren in meer dan vijftig landen. Na afronding van de fusie blijven aandeelhouders van Veridas, waaronder BBVA, betrokken. De transactie wordt deels gefinancierd door bestaande investeerder Finch Capital en nieuwe investeerders, waaronder Rabo Investments. De afronding wordt in de tweede helft van 2026 verwacht, onder voorbehoud van goedkeuring door toezichthouders.   Extinction Rebellion verzet zich tegen bouw datacenter Microsoft Extinction Rebellion (XR) heeft de betonnen fundering verzwakt van een Microsoft-datacenter in aanbouw nabij het station Amsterdam Sloterdijk. De activisten gooiden in de nacht van woensdag 15 op donderdag 16 juli waterballonnen – naar eigen zeggen gevuld met chemicaliën – over het hek op het beton.   Volgens de activistische beweging zat daarin een mengsel van waterstofperoxide, azijnzuur, zout en acrylverf. Dit zure mengsel tast beton aan en het waterstofperoxide zorgt ervoor dat staal sneller roest. Met de actie sluit XR zich aan bij de Geef Tegengas-campagne tegen de bouw van het datacenter. Volgens XR zijn datacenters overbodig en funest voor het klimaat. Ook beweert XR dat Microsoft in zijn datacenter in Middenmeer surveillance-data over Palestijnen opsloeg. In het Westelijk Havengebied verrijzen drie torens van elk tachtig meter hoog met een totaal vloeroppervlak van honderddiuizend vierkante meter. Deze torens worden verhuurd aan Microsoft. XR zegt meer acties te gaan voeren tegen de bouw van het datacenter. [Alfred Monterie]
Grote inhuurcontracten domineren sourcingmarkt tweede kwartaal
5 dagen
In het afgelopen tweede kwartaal zijn zeventig nieuwe sourcingcontracten gesloten. Daarbij valt op dat de grootste deals uit het segment ‘Staffing & Hiring’ komen, met als grootste klapper het inhuurcontract dat energienetwerkbeheerder Enexis sloot met Harvey Nash. De potentiële contractwaarde loopt daarbij op tot twee miljard euro. Dit blijkt uit de kwartaalrapportage van VPPipeline, een register voor gepubliceerde Nederlandse it-transacties met een waarde boven de één miljoen euro. Enexis selecteerde Harvey Nash als partner voor de tijdelijke inhuur van externe professionals. De broker verzorgt het volledige proces rondom inhuur voor de energienetwerkbeheerder: van arbeidsmarktbenadering en kandidaatselectie tot contractering, administratie en rapportage. Met de keuze voor één centrale partner wil Enexis meer grip realiseren op kwaliteit, continuïteit, kostenbeheersing en naleving van wet- en regelgeving. Het contract heeft een looptijd van drie jaar en de mogelijkheid tot verlenging met vijf keer één jaar. De totale geschatte waarde is zo’n twee miljard euro. Op basis van de inhuurmix uit 2024 zou daarvan meer dan vijfhonderd miljoen euro betrekking hebben op ict-gerelateerde functies, aldus VPPipeline. Den Bosch en DUO Ook de gemeente ’s Hertogenbosch sloot een vergelijkbare deal met één centrale partij die alles regelt rond externe inhuur: Magnit. De gemeente Oss en de Veiligheidsregio Brabant-Noord doen ook mee aan deze overeenkomst met een maximale looptijd van vijf jaar en een geschatte waarde van rond de vijfhonderd miljoen euro. Een ander groot contract in de periode april-juni betreft eveneens een inhuurdeal: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) trok na een aanbesteding een trits partijen aan voor het leveren van it’ers, met als hoofdaannemers Bergler, Cim Solutions, Circle8, Divetro, Get There, LinkIT, Need Staffing en Seven Stars. De raamovereenkomst heeft een looptijd van vier jaar en een totale waarde die tussen de 280 miljoen en 350 miljoen ligt.  Managed Services & Outsourcing VPPipeline constateert dan ook in zijn Q2 2026 Market Pulse dat de markt voor externe inhuur bij publieke organisaties steeds sterker gedomineerd door grote broker- en msp (managed service provider)-contracten waarbij alles in handen van één partij wordt gelegd. Uit het kwartaaloverzicht blijkt wel dat, hoewel in het tweede kwartaal van dit jaar de grootste contracten uit het segment Staffing & Hiring (in totaal vijf) komen, in deze periode de meeste deals tot de categorie Managed Services & Outsourcing (35) behoren, gevolgd door Assets & Licensing (23) en Consulting & Projcts (7). Zo sloot het eerder genoemde Enexis in maart een telefoniecontract met Odido en KPN, goed voor een kleine veertig miljoen euro. Deze dominantie van dit soort ‘managed services’-ict-deals, doorgaans een stuk kleiner in omvang, zal de komende tijd nog voortduren omdat er veel contracten aflopen (en dus verlengd gaan worden). In totaal registreerde VPPipeline zeventig transacties, een normaal niveau voor een tweede kwartaal. Risico’sGrote brokercontracten kunnen handige inkoop- en sourcinginstrumenten zijn, maar zitten er ook operationeel risico’s aan vast wanneer zo’n centrale partij onderuitgaat. Zeker omdat financiering en voorfinanciering in dit businessmodel een belangrijke rol spelen. Zo viel eerder dit jaar personeelsintermediair OneStopSourcing om. Nadat de samenwerking met een factoringmaatschappij onder druk kwam te staan, konden leveranciers en zzp’ers niet meer tijdig worden betaald en ging het bedrijf afgelopen maart failliet, meldde onder andere de vakbladen Zipconomy en Flexnieuws.OneStopSourcing beheerde volgens deze berichtgeving contracten voor ongeveer negenhonderd externen bij onder meer de Belastingdienst, de Tweede Kamer, provincies en gemeenten. VPPipeline signaleerde in TED (Tender European Daily) meerdere tijdelijke onderhandse gunningen die lijken te passen bij maatregelen om de dienstverlening tijdelijk te borgen. 
De ‘breach gap’ als structureel securityprobleem
5 dagen
Matt Hull (NCC Group) tijdens Cybersec Netherlands 2026De meeste cyberincidenten ontstaan niet doordat aanvallers geavanceerdere technieken inzetten, maar doordat organisaties een onvolledig beeld hebben van hun eigen digitale blootstelling. Tussen wat securityteams denken te beschermen en wat in werkelijkheid extern toegankelijk of misgeconfigureerd is, ontstaat een structurele kloof die steeds moeilijker te dichten is. In die ruimte tussen veronderstelde controle en feitelijke exposure ligt de zogenoemde ‘breach gap’: het verschil tussen de beveiligingsrealiteit zoals die wordt aangenomen en zoals die door aanvallers wordt aangetroffen.Tijdens Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september in Jaarbeurs, Utrecht staat dit fenomeen op dag twee centraal in de keynote van Matt Hull, VP Cyber Intelligence and Response bij NCC Group (Fox-IT), getiteld ‘The breach gap: why you’re easier to breach than you think’. Vanuit incident response en threat intelligence schetst hij hoe deze kloof er in de praktijk uitziet: niet als theoretisch risico, maar als terugkerend patroon in daadwerkelijke compromitteringen waarin misconfiguraties, identity-sprawl en verborgen exposure een belangrijkere rol spelen dan nieuwe aanvalstechnieken.Structurele blind spotsDe groei van de Breach Gap hangt direct samen met de manier waarop IT-omgevingen zich hebben ontwikkeld. Waar securitymodellen historisch zijn ontworpen voor relatief stabiele infrastructuren, is de werkelijkheid inmiddels dynamisch en continu veranderend geworden. Cloudplatformen schalen automatisch, API’s worden permanent toegevoegd en identity-structuren groeien buiten traditionele governance-modellen om.Het gevolg is dat organisaties steeds vaker opereren met een beveiligingsbeeld dat niet synchroon loopt met de actuele situatie. Inventarissen zijn incompleet, configuraties verschuiven zonder expliciete controle en assets verdwijnen uit zicht zonder daadwerkelijk te worden verwijderd. Deze afwijking tussen administratie en realiteit is precies waar exposure ontstaat.Verschuivend perspectief op cyberrisicoIn veel incidenten blijkt dat aanvallers niet primair zoeken naar geavanceerde kwetsbaarheden, maar naar bestaande toegangspunten die al aanwezig waren. Het gaat daarbij om vergeten service-accounts, te ruime rechtenstructuren, verkeerd ingestelde cloudservices of assets die buiten het zicht van securityteams zijn geraakt.Deze ontwikkeling verschuift het perspectief op cyberrisico. De centrale vraag is niet langer uitsluitend welke aanvalstechniek wordt gebruikt, maar vooral welke digitale mogelijkheden onbedoeld beschikbaar zijn. Daarmee verschuift cybersecurity van een dreigingsgedreven discipline naar een exposure-gedreven realiteit.Identity als dominante aanvalsvectorEen belangrijk gevolg van deze verschuiving is de rol van identity. Waar endpoints en netwerken traditioneel het primaire aanvalsvlak vormden, zijn identiteiten inmiddels een van de meest kritieke factoren geworden. Niet alleen menselijke accounts, maar vooral machine identities, API-tokens en service accounts bepalen in hoge mate hoe ver een aanvaller zich binnen een omgeving kan bewegen.Over-privilege, langdurig geldige credentials en gebrek aan eigenaarschap maken dat veel compromissen plaatsvinden zonder dat er sprake is van een klassieke ‘hack’. In plaats daarvan wordt legitieme toegang misbruikt binnen een omgeving waar de context van die toegang onvoldoende wordt bewaakt.Complexiteit als structureel risicoNaast identity speelt complexiteit een steeds grotere rol. Moderne securityorganisaties beschikken over een groeiend aantal tools, dashboards en signalen, maar dat leidt niet automatisch tot beter inzicht. Integendeel, want de hoeveelheid data maakt het lastiger om te bepalen wat daadwerkelijk relevant is.Dit leidt tot een situatie waarin securityteams vooral reactief opereren. Niet omdat signalen ontbreken, maar omdat de prioritering ervan steeds moeilijker wordt in een omgeving die continu verandert. De breach gap wordt daarmee ook een informatieprobleem, namelijk het gat tussen wat zichtbaar is en wat daadwerkelijk risico vormt.AI als versnellerHoewel kunstmatige intelligentie veel aandacht krijgt binnen cybersecurity, is de rol ervan in deze context vooral versterkend in plaats van fundamenteel nieuw. AI verandert niet de aard van de kwetsbaarheden zelf, maar versnelt wel de manier waarop exposure kan worden gevonden en geëxploiteerd.Automatisering maakt het mogelijk om grotere hoeveelheden systemen te analyseren, configuraties sneller te doorzoeken en patronen efficiënter te herkennen. Daarmee neemt vooral de snelheid toe waarmee bestaande zwaktes worden gevonden, niet het type zwaktes zelf.Probleem van zichtbaarheidDe kern van de breach gap is uiteindelijk een probleem van zichtbaarheid. Organisaties die geen actueel en volledig beeld hebben van hun digitale footprint, kunnen hun werkelijke risico niet volledig inschatten. Security verschuift daarmee van het beveiligen van bekende assets naar het continu identificeren van onbekende of verkeerd geïnterpreteerde exposure.Dat maakt de uitdaging voor securityteams minder een technisch probleem en meer een structureel governance-vraagstuk. Want wie is verantwoordelijk voor welke assets, welke rechten zijn nog noodzakelijk en welke risico’s zijn impliciet ontstaan zonder expliciete besluitvorming?Perceptie en werkelijkheidDe keynote van Matt Hull tijdens Cybersec Netherlands 2026 plaatst deze ontwikkelingen in een praktijkcontext, gebaseerd op ervaring uit incident response en threat intelligence. Zijn analyse onderstreept een ontwikkeling die steeds duidelijker zichtbaar wordt in de sector, want de meeste organisaties worden niet gecompromitteerd door uitzonderlijke aanvallen, maar door structurele blinde vlekken in hun eigen digitale omgeving.‘The breach gap: why you’re easier to breach than you think’ is daarmee niet alleen een keynote over aanvalspatronen, maar vooral over de realiteit van moderne digitale infrastructuren waarin perceptie en werkelijkheid steeds verder uit elkaar zijn komen te liggen.Meer informatie Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Registreer je gratis
Oorlog begint niet met een schot, maar met een storing
5 dagen
Pieter Cobelens tijdens Cybersec Netherlands 2026 Het is maandagochtend. Containers verlaten de Rotterdamse haven niet meer, een deel van het betalingsverkeer ligt stil en meerdere ziekenhuizen schakelen over op noodprocedures. Er zijn geen explosies, geen tanks aan de grens en geen straaljagers in de lucht. Toch is Nederland aangevallen. Dit scenario is allang geen sciencefiction meer. Cyberaanvallen op vitale infrastructuur, desinformatiecampagnes en digitale sabotage zijn uitgegroeid tot vaste onderdelen van geopolitieke machtsuitoefening. De vraag is niet langer of digitale conflicten plaatsvinden, maar hoe goed landen en organisaties erop zijn voorbereid. Dat is ook het centrale thema van de keynote die generaal-majoor b.d. Pieter Cobelens verzorgt tijdens Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september in Jaarbeurs, Utrecht. Cruciale digitale infrastructuur Wie nog denkt dat cybersecurity uitsluitend een IT-vraagstuk is, loopt volgens Cobelens achter de feiten aan. Cybersecurity is uitgegroeid tot een strategisch vraagstuk waarin technologie, economie, defensie en geopolitiek samenkomen. De digitale infrastructuur waarop overheden, bedrijven en burgers dagelijks vertrouwen, is inmiddels even cruciaal geworden als de fysieke infrastructuur van wegen, havens en energievoorzieningen. Juist Nederland is daarin bijzonder kwetsbaar. Ons land behoort tot de meest gedigitaliseerde economieën ter wereld. Internetknooppunten, hyperscale-datacenters, logistieke ketens, financiële dienstverlening en cloudplatformen vormen gezamenlijk het digitale fundament onder de Nederlandse economie. Die positie levert economische voordelen op, maar maakt Nederland tegelijkertijd tot een aantrekkelijk doelwit voor statelijke actoren, cybercriminelen en andere kwaadwillenden. Geavanceerde aanvalstechnieken De oorlog in Oekraïne heeft bovendien duidelijk gemaakt hoe snel de aard van conflicten verandert. Waar militaire slagkracht vroeger vrijwel uitsluitend was voorbehouden aan staten met enorme defensiebudgetten, zorgen relatief goedkope drones ervoor dat ook kleinere spelers grote schade kunnen aanrichten. Volgens Cobelens voltrekt zich dezelfde democratisering in het cyberdomein. Geavanceerde aanvalstechnieken worden toegankelijker, terwijl kunstmatige intelligentie de drempel verder verlaagt. AI verandert het speelveld fundamenteel. Waar aanvallers vroeger veel specialistische kennis nodig hadden om overtuigende phishingcampagnes of malware te ontwikkelen, kan generatieve AI grote delen van dat proces automatiseren. Deepfakes worden realistischer, aanvallen schaalbaarder en desinformatie overtuigender. Daarmee vervagen de grenzen tussen cyberoorlog, informatieoorlog en psychologische beïnvloeding. AI detecteert en neutraliseert Dat betekent echter niet dat verdedigers kansloos zijn. Ook aan de verdedigende kant wordt AI steeds belangrijker. Moderne securityplatformen analyseren miljoenen gebeurtenissen per seconde en herkennen afwijkingen die voor menselijke analisten onzichtbaar blijven. De consequentie is volgens Cobelens dat cybersecurity steeds minder een strijd wordt tussen mensen en steeds meer tussen algoritmen. De komende jaren ontstaat een permanente technologische wapenwedloop waarin AI aanvallen ontwikkelt en AI diezelfde aanvallen weer detecteert en neutraliseert. Daar houdt de ontwikkeling niet op. Aan de horizon dient zich de volgende technologische revolutie al aan: quantum computing. Quantumcomputers beloven enorme doorbraken op het gebied van simulaties, logistiek, materiaalonderzoek en defensie. Tegelijkertijd vormen zij een directe bedreiging voor de encryptie waarop vrijwel alle digitale communicatie is gebaseerd. Post-quantumbeveiliging Dat leidt tot een strategisch risico waar nog relatief weinig organisaties zich bewust van zijn. Staten verzamelen vandaag al grote hoeveelheden versleutelde data, niet omdat zij die nu kunnen lezen, maar omdat zij verwachten dat toekomstige quantumcomputers dat wel kunnen. Deze strategie, bekend als Harvest Now, Decrypt Later, betekent dat informatie die vandaag veilig lijkt, over tien of vijftien jaar alsnog openbaar kan worden. Organisaties die met gevoelige gegevens werken, zullen daarom veel eerder dan gedacht moeten overstappen op post-quantumbeveiliging. Naast technologische ontwikkelingen plaatst Cobelens ook vraagtekens bij de afhankelijkheid van buitenlandse digitale infrastructuur. Digitale soevereiniteit gaat volgens hem niet over protectionisme, maar over controle. Wanneer vitale data, cloudplatformen en communicatiekanalen volledig buiten de eigen jurisdictie vallen, levert een land onvermijdelijk een deel van zijn strategische autonomie in. De discussie over een nationale cloud of andere vormen van digitale regie raakt daarmee niet alleen de IT-sector, maar ook economie, bestuur en nationale veiligheid. Kern van moderne afschrikking De belangrijkste conclusie is misschien wel dat weerbaarheid niet langer uitsluitend een verantwoordelijkheid van Defensie is. Vitale infrastructuur bevindt zich grotendeels in handen van bedrijven. Een aanval op een logistieke dienstverlener kan de voedselvoorziening raken. Een verstoring bij een cloudprovider kan honderden organisaties tegelijk treffen. Een cyberincident bij een ziekenhuis kan uitgroeien tot een nationale crisis. Digitale weerbaarheid is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven en samenleving. Volgens Cobelens is dat uiteindelijk ook de kern van moderne afschrikking. Tijdens de Koude Oorlog draaide afschrikking om militaire macht. In het digitale tijdperk wordt geloofwaardige afschrikking bepaald door een combinatie van cybercapaciteit, economische kracht, technologische innovatie en maatschappelijke weerbaarheid. Een tegenstander moet ervan overtuigd zijn dat een aanval onvoldoende oplevert en te veel kost. Digitale oorlog al begonnen Die strategische blik op cybersecurity vormt de rode draad van de keynote waarmee Pieter Cobelens Cybersec Netherlands 2026 de tweede dag van de beurs opent. Niet om een toekomstscenario te schetsen, maar om duidelijk te maken dat de digitale oorlog al is begonnen. Daarmee is investeren in weerbaarheid misschien wel de belangrijkste vorm van verdediging is die Nederland vandaag kan organiseren. Meer informatie Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies Bezoek Cybersec Netherlands 2026 Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratis
Amerikanen Pratt & Whitney lijven Amsterdamse Aiir in
5 dagen
Pratt & Whitney (vliegtuigmotoren) neemt het Amsterdamse ai-bedrijf Aiir Innovations over. De uit een studieproject van de Universiteit van Amsterdam (UvA) voortgekomen startup levert software voor de inspectie van motoren. De Amerikaanse fabrikant, dochter van RTX (voorheen Raytheon), behoort tot de grootste leveranciers van motoren voor de commerciële en militaire luchtvaart. Pratt & Whitney gaat motoren inspecteren met ai-ondersteunde borescope-software van Aiir. Deze technologie maakt een fundamentele verandering mogelijk in de manier waarop inspecties worden uitgevoerd. Daardoor worden de consistentie en efficiëntie binnen wereldwijde onderhouds-, reparatie- en revisie-activiteiten voor motoren verbeterd.  Problemen zijn hiermee eerder te detecteren. Ook kunnen de doorlooptijden worden verkort. De operationele tijd is te verlengen, terwijl operationele verstoringen voor klanten verminderen. Feedback De software van Aiir ondersteunt inspecteurs door kunstmatige intelligentie toe te passen op borescopie-video’s, waardoor snellere en meer reproduceerbare beoordelingen mogelijk zijn. Door zich aan te passen aan feedback van inspecteurs om de classificatie-prestaties te verbeteren, wordt de technologie slimmer, nauwkeuriger en steeds beter afgestemd op de praktijkervaring. De technologie biedt ook configureerbare rapportagemogelijkheden, waardoor processen die voorheen veel tijd in beslag namen, nu in enkele minuten kunnen worden voltooid met een hogere kwaliteit, consistentie, traceerbaarheid en nauwkeurigheid. KLM Aiir ontstond nadat de studenten Miriam Huijser (nu directeur technologie) en Bart Vredebregt (algemeen directeur) tien jaar geleden een opdracht van de onderhoudsafdeling van AirFrance/KLM kregen. Hen werd gevraagd om de potentie van kunstmatige intelligentie bij motorinspecties in kaart te brengen. Uit dit initiatief is de software van AIIR voortgekomen, die deep learning en andere technieken op gebied van computer vision combineert. De Amsterdamse vestiging wordt volledig in Pratt &Whitney geïntegreerd. Pratt & Whitney werd in 1860 opgericht. Het bedrijf bouwt motoren voor onder meer de Airbus A220 en A320neo. Ook de jachtvliegtuigen als de F-35 Lightning II worden erdoor voortgestuwd. De ai-revolutie herdefinieert de interactie tussen jonge techbedrijven en de gevestigde orde. Meer dan ooit richten grote ondernemingen hun blik naar buiten om innovatie te omarmen. Dit uit zich in een sterke toename van strategische allianties, durfinvesteringen en gerichte acquisities zoals die van Aiir.
Ai-hype maakt plaats voor nuchterheid: ‘Geen autonoom won­der­mid­del’
5 dagen
AI Appreciation Day 2026 Het is vandaag (16 juli 2026) AI Appreciation Day ofwel ai-waarderingsdag. Een dag die in 2021 in het leven is geroepen door de Amerikaanse voormalig tech-investeerder en later oprichter van ai-agentontwikkelaar Velanir: Nathan Ricks (zie kader). De dag is in het leven geroepen om stil te staan bij de relatie tussen mensen en kunstmatige intelligentie. Waar staan we nu en hoe verandert onze blik op ai? Waar de discussie jarenlang ging over de spectaculaire mogelijkheden van ai, verschuift de aandacht nu naar een fundamentelere vraag: hoe zorgen we dat ai veilig, verantwoord en met blijvende waarde wordt ingezet? Dat klinkt door in de reacties van experts die in dit artikel hun visie delen. Ze laten een duidelijke trend zien. Namelijk dat de romantiek rond ‘magische’ ai‑modellen plaatsmaakt voor nuchterheid, context en kritische reflectie. Malte Ubl, cto van cloudplatform voor webapplicaties Vercel, ziet dat organisaties eindelijk realistischer worden en van ‘modelfetisjisme’ naar pragmatisme bewegen. ‘Er is niet één model dat overal het beste in is. Succesvolle teams kiezen per taak het model dat het beste past en vinden zo de juiste balans tussen kwaliteit, snelheid en kosten.’ AI Appreciation Day wordt daarmee geen viering van nóg grotere modellen, maar van het besef dat ai een portfolio‑keuze is, geen religie. De hype verschuift naar efficiëntie, kostenbeheersing en taakgerichte inzet. Kritiek Binnen cybersecurity is de toon nog kritischer. Ai verandert het speelveld, maar niet altijd in het voordeel van verdedigers. Door de versnelling van ai versnellen de risico’s ook, stelt Jan Verhagen, verkoopdirecteur Nood-Europa bij cloud- en ai-beveiliger Wiz. Hij benadrukt dat de echte kracht van ai niet in automatisering zit, maar in contextbegrip: ‘Aanvallers kunnen delen van een omgeving in kaart brengen, maar alleen organisaties kunnen inzicht krijgen in de volledige context van hun eigen omgeving.’ Anouck Teiller, plaatsvervangend ceo bij cybersecurityplatform HarfangLab, gaat een stap verder: ‘Ai verkort de tijd tussen het ontdekken en misbruiken van kwetsbaarheden drastisch en maakt cyberaanvallen schaalbaarder dan ooit.’ De boodschap is helder: Ai maakt aanvallen sneller, overtuigender en moeilijker te detecteren. Detectie‑ en responsoplossingen moeten daarom ai‑bewust worden, met een bredere detectiebereik en nieuwe vormen van monitoring, vindt Teiler. Veld-ciso bij Check Point, Fred Streefland, waarschuwt dat vertrouwen een unieke kwaliteit wordt waarmee een ai-product of -dienst zich kan onderscheiden van concurrenten. ‘We zijn een nieuw tijdperk ingegaan waarin vertrouwen in ai de echte onderscheidende factor wordt.’ Organisaties hebben volgens hem behoefte aan krachtige ai met duidelijke waarborgen, zodat ze kunnen vertrouwen op de uitkomsten en weten dat de technologie niet kan worden misbruikt. Ai‑red‑teaming, ofwel aanvalssimulaties van hackmethodes en onafhankelijke toetsing worden volgens hem cruciaal om misbruik en ongewenst gedrag te voorkomen. De oprichter van AI Appreciation DayAI‑waarderingsdag werd geïnitieerd door Nathan Ricks, die de dag lanceerde als een filosofisch‑maatschappelijke beweging om stil te staan bij de relatie die mensen en organisaties opbouwen met kunstmatige intelligentie. Niet als marketingmoment, maar als jaarlijkse reflectie op de impact, risico’s en verantwoordelijkheden die met ai samenhangen.Sinds de introductie in 2021 wordt de dag jaarlijks ‘gevierd’ op 16 juli. Daarmee is het uitgegroeid tot een terugkerend moment waarop experts uit verschillende sectoren de balans opmaken: niet over wat ai kan, maar over hoe het verstandig, veilig en met blijvende waarde is in te zetten. De echte waarde van ai Luis Blando, chief product & technology officer bij low-codeplatform OutSystems, prikt door de hype van autonome ai-systemen heen: ‘Wanneer ai verkeerd wordt ingezet, gedraagt het zich als een team stagiairs: snel en productief, maar nog altijd afhankelijk van toezicht en controles.’ De echte waarde zit volgens hem in documentverwerking, transactionele processen en besluitondersteuning, niet in volledige autonomie. Ai werkt volgens hem pas goed als organisaties accepteren dat menselijke supervisie geen zwakte is, maar een randvoorwaarde. Remco Overweg, ai-consult bij ict-dienstverlener YaWorks, legt de vinger op een ander pijnpunt: ‘Veel kennis zit in de hoofden van medewerkers. De integratie van agents wordt meestal niet beperkt door technologie, maar doordat kennis en processen nog onvoldoende zijn vastgelegd’, aldus de adviseur van digitale infrastructuur. AI Appreciation Day laat daarmee zien dat de grootste bottleneck niet de technologie is, maar de organisatie zelf. Ai democratiseert geo‑informatie In de geo‑informatiesector is de toon positiever. Jeroen van Winden, cto van Esri Nederland, ziet dat ai de kennis van geo-informatiesystemen (gis) eindelijk ontsluit voor een breder publiek. Hij stelt dat door standaarden als mcp (model context protocol), een open standaard ontwikkeld door Anthropic, de brug tussen taalmodellen en ruimtelijke data wordt gevormd en agents ruimtelijke context gebruiken zonder dat gebruikers een gis‑expert hoeven te zijn. Zo maakt ai locatie‑data toegankelijk in tools die medewerkers al gebruiken, zoals Copilot, crm‑ en erp‑systemen. ‘Dat versnelt en verbetert besluitvorming rond grote maatschappelijke thema’s zoals energietransitie en klimaatadaptatie’, aldus Van Winden. Websites, data en digitale fundamenten moeten op orde zijn, anders versterkt ai vooral de chaos Bilal Ahmed, chief ai en data-officer bij webhoster en aanbieder van cloud computing Team.blue, wijst erop dat ai niets oplost als er geen digitaal fundament is. Hij waarschuwt dat veel kleine bedrijven verdwalen in een mistbank van ai. Als voorbeeld zegt hij: ‘Slechts 5,5 procent van het mkb heeft het gevoel volledig grip te hebben op hoe klanten het bedrijf online hebben weten te vinden.’ Om controle terug te krijgen, gaat de uitdaging voor bedrijven veel verder dan het bijhouden van de nieuwste ai-tools en -platformen, stelt hij. ‘Ze moeten begrijpen hoe ai impact heeft op de manier waarop klanten producten, diensten en merken ontdekken. Dit betekent bijvoorbeeld het versterken van de digitale fundamenten die het bedrijf al beheert, zoals de website. Dit is de informatie waarop ai-systemen vertrouwen en deze moet accuraat zijn om bedrijven vindbaar te maken in de complexe digitale omgeving van vandaag.’AI Appreciation Day legt hier een ongemakkelijke waarheid bloot: ai werkt alleen als de basis klopt. Websites, data en digitale fundamenten moeten op orde zijn, anders versterkt ai vooral de chaos. De experts zijn opvallend eensgezind: ai is geen magie, geen hype en geen autonoom wondermiddel. De toekomst van ai draait om zaken als context en procesinzicht, menselijke supervisie, betrouwbare modellen, volwassenheid van de organisatie, digitale fundamenten en vooral vertrouwen.
QuiX Quantum-mijlpaal bij fotonische quantum computing
5 dagen
QuiX Quantum uit Enschede levert binnenkort zijn eerste Carina-hardwareplatform. Het Duitse Lucht- en Ruimtevaartcentrum (DLR) gaat op basis hiervan werken aan zijn systeem voor quantum computing (DLR QCI). De startup, voortgekomen uit de Universiteit Twente, spreekt van Nederlands eerste quantumcomputer. Maar het is nog geen betrouwbaar rekentuig dat uit de doos kan worden gehaald en meteen zijn werk doet. Het hardware-platform is een universele fotonische quantumcomputerarchitectuur: op dit gebied ‘s werelds eerste architectuur waar klanten mee kunnen experimenteren. Maar het zal nog wel een jaar of vijf duren voordat de betrouwbaarheid van dit soort computers in de buurt komt van ‘gewone’ supercomputers.  De Carina-architectuur is ontworpen om de fotonische quantumcomputer-stack samen te brengen die nodig is om universele quantumcomputatie te demonstreren: fotongeneratie, multiplexing, toestandsgeneratie, fotonische geïntegreerde schakelingen, meting van individuele fotonen en toestanden, en snelle feed-forward-besturing in realtime. Het systeemontwerp is modulair en maakt gebruik van twee belangrijke standaardbouwstenen: de Photonic Assembly Control Unit en de Feed-forward Control Unit. Fotonen Dr. Stefan Hengesbach, CEO van QuiX Quantum, verduidelijkt: ‘Met de levering van belangrijke Carina-subsystemen aan DLR QCI verschuiven we van component-ontwikkeling naar systeemintegratie en -validatie in een echte klantomgeving. Carina is ontworpen om universele fotonische kwantumcomputing te demonstreren, en de volgende fase zal cruciaal zijn voor het valideren van de integratiekwaliteit, prestaties en operationele gereedheid.’ De qubits, zijnde de basiseenheden van informatie in een quantumcomputer, zijn fotonen. Concurrenten werken met elektronen, maar die zijn zeer gevoelig voor temperatuurschommelingen en straling. Ze worden daarom gekoeld tot temperaturen dicht bij het absolute nulpunt. Bij chips die data verwerken op basis van lichtdeeltjes, hoeft dat niet. QuiX Quantum denkt ze op gewone kamertemperatuur te kunnen laten werken.  Volgens Stefan Hengesbach heeft zijn bedrijf een mijlpaal bereikt bij fotonische quantum computing. ‘Dit speelveld is verdeeld tussen systemen die snel in gebruik genomen konden worden, maar niet zijn gebouwd voor universeel, fouttolerant computergebruik en ontwerpen met potentie voor de langere termijn die moeilijk uit te rollen zijn. Carina brengt die twee eisen samen in een universele architectuur voor installatie in echte klantomgevingen.’
Pragmatisch zaken oplossen
6 dagen
Dubbelinterview | Derk Boswijk (staatssecretaris Defensie) en Jeroen van der Vlugt (cio Defensie) Derk Boswijk ontvangt ons in zijn werkkamer aan het Haagse Plein. De handdruk is stevig, de blik open, de houding energiek. Terwijl de koffie wordt geserveerd, zegt hij te hopen dat de politiek de komende jaren aan Nederland laat zien dat ze kan leveren. ‘We moeten gewoon heel pragmatisch zaken gaan oplossen. En dat kán. Als je ziet waartoe we in Nederland in staat zijn…’ Hij kijkt naar zijn collega Jeroen van der Vlugt: ‘Neem jouw gebied, dat digitale domein, het is mega-indrukwekkend.’ ‘Heel veel mensen begrijpen niet dat we er al jaren niet in slagen een stabiel politiek bestuur te vormen met elkaar. Nederland had supersaaie politiek vroeger, daar moeten we eigenlijk weer een beetje naar terug. Dat er aan geen enkele talkshowtafel nog een politicus zit, omdat iedereen denkt ‘ze regelen het wel, het komt goed’. ProfielDerk Boswijk is sinds 23 februari staatssecretaris van Defensie namens het CDA in het kabinet-Jetten. Van 2015 tot 2021 was hij voor die partij lid van Provinciale Staten Utrecht en van 2021 tot 2026 lid van de Tweede Kamer. Vanaf juni 2019 tot zijn aanstelling als staatssecretaris was Boswijk ook Reserveofficier bij de Landmacht (1e luitenant). ProfielJeroen van der Vlugt is sinds 1 maart 2020 chief information officer (cio) bij het ministerie van Defensie en lid van de bestuursraad van Defensie. Van der Vlugt is tevens lid van de Agency Supervisory Board (ASB) van de Navo Communications and Information Agency (NCI Agency), die toezicht houdt op de strategische IT-initiatieven van de Navo. Als staatssecretaris is de hoofdprioriteit van Boswijk om eraan bij te dragen dat de krijgsmacht zich gereed maakt voor de toekomst. ‘Meer abstract is mijn ambitie daarboven écht te laten zien dat de politiek een oplossing weet te vinden voor grote opgaven: in mijn geval dus die sterke krijgsmacht, om te beschermen wat ons dierbaar is, maar ook stikstof, de woningcrisis, et cetera. Dus ik heb in mijn eerste week hier meteen de outreach gedaan naar alle collega-bewindspersonen.’ Hij noemt Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, met als insteek: wij hebben natuurgebieden, jij hebt een stikstofprobleem. We hebben elkaar nodig, hoe vliegen we dat aan? Een tweede voorbeeld: Elanor Boekholt-O’Sullivan, de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, met de vraag: hoe kunnen we samen acteren richting Jo-Annes de Bat, de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei? Jij hebt netcongestie problemen, wij willen kazernes bouwen, wellicht kunnen we die kazernes gebruiken voor de opslag of de opwekking van energie? Staatssecretaris Defensie Derk Boswijk (foto: Arie Cijfer). Boswijk: ‘We willen laten zien dat Defensie the force of good kan zijn op veel terreinen, dat wij een duwtje kunnen geven op bepaalde innovatie of bepaalde maatschappelijke problemen.’ Een dergelijke spin-off naar andere departementen zal het draagvlak vergroten. Wat is de relatie tussen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en de Digitale Transformatie Strategie (DTS) bij Defensie? Van der Vlugt: ‘De NDS kwam kort nadat wij de DTS hadden aangekondigd. Wij hebben toen meteen het initiatief genomen om op politiek en ambtelijk niveau rond de tafel te gaan om te kijken naar de grote overlap-punten. Nou, ai is er daar een van, cloud is er een van, en soevereiniteit is er een van. We zijn nu hard bezig om te kijken hoe we die samenwerking het beste kunnen insteken. Ik vind zelf een van de mooie voorbeelden wat wij noemen ‘hoog gerubriceerde informatie’- dat is staatsgeheime informatie, en het is best een tijd lastig geweest om daarin tussen de departementen uit te wisselen. Dat vraagt best veel technische kennis. Wat we nu doen, is dat we aanbieden aan andere departementen dat ze gebruik mogen maken van onze technische oplossing, waardoor ze binnen de Rijksoverheid omgeving kunnen werken. Het is niet zo dat wij met de kruiwagen naar binnenkomen en zeggen ‘hier heb je het, en lift maar mee’, ze moeten daar zelf ook een aantal dingen voor regelen.’ Bestaansrecht Maar de hand steken we wel graag uit, bevestigt Boswijk. ‘Sterker nog, ik leen Jeroen graag uit aan Willemijn Aerdts (de staatssecretaris die eindverantwoordelijk is voor de NDS – red.). Toen ik hier binnen kwam was ik meteen onder de indruk van hoe ver Jeroen en zijn team al zijn. Dus ik zei tegen Willemijn: jij bent verantwoordelijk voor het geheel, maar wij als Defensie hebben al bestaansrecht in dit domein, dus maak daar gebruik van. Als wij daarin kunnen helpen en kunnen samenwerken dan dat zou fantastisch zijn. Zij staat daar zeker voor open, zei ze, dus we hebben binnenkort een lunchafspraak.’ Jeroen, jij stelde onlangs in een programma van BNR dat de Nederlandse overheid wellicht zou moeten investeren in priority-aandelen van bedrijven die werken aan technologie die voor de veiligheid van Nederland van belang is. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat startups en scale-ups verdwijnen naar Amerika. Je zou ook voor technologie die overheidsbreed of Defensie-specifiek van belang is, kunnen zeggen: we hebben inkoopmacht, we gaan ons opstellen als ‘launching customer’? Cio Defensie Jeroen van der Vlugt (foto: Arie Cijfer). Van der Vlugt glimlacht: ‘Ik wil benadrukken dat ik niet heb willen suggereren dat we als overheid in bedrijven moeten gaan deelnemen. Ik denk dat je sowieso heel selectief daar naar zou moeten kijken – en wij kijken door de bril van nationale veiligheid. Voor de goede orde: er zijn verschillende instrumenten die je kunt toepassen, en een contract is ook een instrument. Wij zetten vaak al die contractuele mogelijkheden in om bedrijven opdrachten te geven op gebieden die voor Nederland heel erg belangrijk zijn. Maar je wilt voorkomen dat de kennis, het intellectueel eigendom, op een gegeven moment het land uitgaat. Vaak gaat het ook gewoon om mensen, de kennis die bij mensen zit, die je graag wilt behouden. Daar zou je een instrument als priority share in kunnen gebruiken. Heel nadrukkelijk niet bedoeld om economisch mee te delen bij die bedrijven, dat is iets van de ondernemers zelf, maar wel om een belang aan te geven richting dat bedrijf. En dan gaat het ook om het zeker stellen van de productiecapaciteit in Nederland. Als we nu kijken naar de defensie-industrie in de brede zin, dan is die productiecapaciteit een cruciaal asset en dat geldt voor digitalisering net zo hard.’ Opschalen Boswijk: ‘In het verlengde daarvan: we werken aan een Defensie Innovatie en Opschaling Autoriteit. We zijn in Nederland heel erg goed in innovatie. Maar als het prototype er eenmaal is, dan wordt het vaak stil en even later bloedt het dood. We moeten veel meer gaan focussen op de stappen daarna: we hebben iets fantastisch, hoe gaan we dit opschalen? In dat opschalen zien we de grote uitdaging op dit moment. Het kan zijn dat Defensie een soort launching customer gaat zijn, ergo: we gaan zelf bepaalde producten afnemen om wat massa te creëren. Maar ik vind ook: ik wil naar het buitenland met een catalogus onder mijn arm met wat wij als Nederlandse defensie-industrie kunnen, zodat ik ook tegen mijn counterparts kan zeggen: ik zie dat jullie dit nodig hebben, wij kunnen jullie dit bieden. Dan worden die bezoeken veel concreter en veel pragmatischer en dat is ook een instrument om te zorgen dat bedrijven hier blijven, omdat wij als Defensie bijdragen aan de massa die zij nodig hebben.’ Hoe latent is die capaciteit? Moet er deels een nieuwe industrie worden ontwikkeld? Boswijk: ‘Eerlijk gezegd beseffen we onvoldoende hoeveel bedrijven in Nederland echt in de top zitten in een bepaald segment – en op een heel breed spectrum. ASML kent iedereen, maar we hebben een aantal bedrijven die software produceren voor drones bijvoorbeeld. Het maken van een drone is niet zo ingewikkeld, het gaat meer en meer over de software en de toepassing daarvan. We hebben in Nederland bedrijven in de maritieme sector die op wereldniveau acteren. Wereldwijd is er een enorm tekort aan maritieme maakindustrie. Ik denk dat wij als overheid over het algemeen te weinig ondernemend zijn, te afwachtend zijn. Nog teveel denken: het is niet onze verantwoording, wij moeten gewoon zorgen dat de processen goed lopen. Ik denk dat we veel assertiever moeten zijn. En ik denk, omdat wij als Defensie bepaalde investeringen toch moeten doen, wij ook nog eens slim het vliegwiel kunnen zijn door met andere landen een verbond te smeden. Dán wordt het interessant.’ We kunnen niet buiten Amerikaanse technologie, en dat zal ook morgen niet anders zijn. Maar dit soort initiatieven zal helpen die strategische afhankelijkheden af te bouwen. Boswijk knikt: ‘Die afhankelijkheid is op dit moment niet gezond. De politieke reflex is soms om met de botte bijl alle banden met Amerika te verbreken. Dat zou onverstandig zijn. Allereerst zijn er nog geen alternatieven voor de kennis en de systemen die de Amerikanen hebben. De Oekraïners weten heel goed wat ze nodig hebben, als het over luchtafweer gaat zeggen ze: prachtig die Europese opties, maar geef ons gewoon Patriots. Dus ja, we moeten zorgen voor Europese alternatieven. Maar mijn tweede punt is: we zouden er veel strategischer naar moeten kijken, in de zin van: welke kennis hebben wij, die de Amerikanen niet hebben? Kunnen wij bijvoorbeeld, als het over de F35 gaat  – er zijn bepaalde systemen die wij in de F35 leveren, die alleen wij leveren  – kunnen we dat op het digitale terrein ook doen?’ Van der Vlugt voegt eraan toe: ‘We hebben het vaak over grote Amerikaanse techbedrijven in de defensie-industrie en dan wordt ook Palantir genoemd. Dat bedrijf is gestart met eigen middelen. Er is niemand geweest die heeft gezegd: hier heb je 100, 200, 500 miljoen. De oprichters ervan hebben op een gegeven moment zelf bedacht om in die markt te stappen. Nu is er in Silicon Valley veel geld, en er zijn daar veel slimme mensen, veel ondernemende mensen ook en de Amerikanen hebben een grote thuismarkt. Maar de Europese markt is ook groot en vandaar de oproep aan bedrijven om erin te stappen en ook zelf te investeren.’ De grote uitdaging die we zien is opschalen Boswijk: ‘We moeten een meer ondernemende overheid zijn en dat betekent risico’s nemen en accepteren dat er fouten worden gemaakt. Tegelijkertijd is het appel op de ondernemers: wees nog ondernemender. Ik sta regelmatig voor zaaltjes met ondernemers en  dan hoor ik: we willen een langjarig contract tekenen, we willen die zekerheid. En dan zeg ik: ja, voor een deel moet dat zijn, maar we kunnen nooit 100 procent jullie risico’s gaan afdekken want dan ben je een staatsbedrijf.’ Wat houdt die ondernemers tegen, vanwaar die terughoudendheid? Van der Vlugt: ‘Ik denk dat het voor een deel cultureel is bepaald. De grote Amerikaanse defensiebedrijven wachten eigenlijk ook totdat het Pentagon zegt ‘gaat u maar de opvolger van de F-35 bouwen’. Wat een Palantir heeft gedaan, maar ook een bedrijf als Anduril Industries dat autonome systemen bouwt, die zijn zelf gestart, die hebben vastgesteld: er is hier blijkbaar een markt, wij zien hier toekomst, we gaan op een andere manier deze markt in. Vervolgens zie je, in ieder geval als je kijkt naar beurswaarde, dat ze de traditionele defensiebedrijven voorbij streven. Ik zou hopen dat we dat ook in Nederland krijgen. Dus het is soms wat terughoudend, een beetje cultureel, maar het heeft zeker ook te maken met geld, met investeerders.’ De grote vier techbedrijven in de VS investeren dit jaar 650 miljard dollar in ai. Ga er maar aan staan. Hoe toegankelijk is kapitaal? Van der Vlugt: ‘Ons eigen ABP heeft haar belang afgebouwd maar zat met meer dan achthonderd miljoen dollar in Palantir. En dan denk ik, want het is ook mijn pensioengeld, waarom is dat niet geïnvesteerd in Europese partijen om iets dergelijks mee te doen? Het is best veel geld, hè, achthonderd miljoen dollar, substantieel.’ Nu is Palantir, en diens oprichter Peter Thiel, niet onomstreden. Is het probleem niet juist dat Big Tech gedragen wordt door miljardairs en gestuwd door venture capital? Zou je dan als belanghebbende overheid niet extra kritisch moeten kijken naar herkomst van middelen en intenties van investeerders? Het gaat hier toch ook om ethiek? Van der Vlugt: ‘Zeker. We zijn in 2023 gestart met Reaim: Responsible Artificial Intelligence in the Military Domain. Dit is nu het enige wereldwijde initiatief. We doen dit samen met Zuid-Korea en een aantal andere landen in de tweede ring. We proberen daarin afspraken te maken over hoe je op een verantwoorde manier deze technologie in kunt zetten. Verantwoord betekent op het gebied van ethiek, maar ook op het gebied van veiligheid. Responsible wordt in sommige kringen geduid als woke maar dat is het zeker niet. Elke militair wil met veilige wapens werken. Dus voorspelbaarheid, transparantie, wat heeft het gedaan, wat gaat het doen, dat zijn heel voor de hand liggende zaken. Die afspraken gaan ook over internationaal humanitair recht, waaraan al onze wapensystemen moeten voldoen. Ook als we daarin ai toepassen. De vraag is dan wel hoe je de juiste procedures en technologieën daarin kan ontwikkelen. We zijn daarom nu bezig om, via de Nederlandse Defensieacademie (NLDA), een netwerk op te bouwen met kennisinstellingen van verschillende landen. Dit is onderdeel van Reaim en langs die weg willen we kennis opbouwen, best practices delen, en eventueel kunnen we die kennis exporteren.’ Bestuursraad Van der Vlugt vertelt een uitnodiging te hebben gestuurd aan de bestuursraad van Defensie (bestaande uit secretaris-generaal Maarten Schurink, de Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim, directeur-generaal beleid Koen Davidse en de directeur bestuursondersteuning en advies Marieke van Dok) voor een werksessie met het ai-model Claude van Anthropic. ‘Ze krijgen de opdracht om zelf programma’s te gaan schrijven die relevantie hebben voor hun werk. En ik kan je vertellen: niemand in de bestuursraad kan programmeren maar ik weet uit ervaring dat dit heel goed gaat lukken. Het is bizar, maar het laat zien wat ai nu al kan.’ Boswijk: ‘Wat jij met de bestuursraad gaat doen is wat we in heel Nederland zouden moeten doen.’ Hij deelt een anekdote over zijn schoonvader. ‘Die stuurt mij regelmatig grappige filmpjes. Toen we laatst op bezoek waren liet ik hem iets zien waar hij hartelijk om moest lachen. Totdat ik hem vertelde dat het niet echt was, volledig met ai gemaakt. Dat geloofde hij niet, dus ik liet hem zien hoe je zoiets met ChatGPT kunt maken. Dat was een eyeopener voor hem. Eigenlijk zou je dus dat gewoon maatschappelijk breed moeten doen.’ Dat klinkt als een indirecte outreach aan Rianne Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van der Vlugt vult aan: ‘AI literacy is een belangrijk thema in onze strategie, ofwel het vermogen om ai te begrijpen, te gebruiken en kritisch te beoordelen. Commandanten aan de NLDA worden vanaf het moment dat ze binnenkomen opgeleid hoe om te gaan met ai. Wat voor vragen moet je stellen? Waar moet je opletten? Wat zijn de ethische en juridische uitgangspunten die we daarbij hanteren? Dat is in de nieuwe realiteit heel relevant.’ Boswijk: ‘De grootste zwakte zit uiteindelijk tussen onze oren. Je weet niet meer wat waar is met AI, en we weten dat de Russen heel goed in staat zijn geweest, meerdere keren, om maatschappelijke onrust te veroorzaken of verkiezingen te beïnvloeden. Dat was nog in een tijd van copy/paste en iedereen zag dat het nep was, en toch trapte een deel van de samenleving erin. Nu trapt in potentie iedereen erin. Dat baart me zorgen, daar moeten we ons echt realiseren dat er een aantal landen tegenover ons staan die minder ethische dilemma’s hebben dan wij hebben.’ Defensienota Voor de zomer wil Boswijk met de Defensienota naar de Tweede Kamer. ‘Dan hebben we ook de contouren staan voor wat betreft die Defensie Innovatie en Opschaling Autoriteit. We zien gewoon dat daar de grote uitdaging zit, in het opschalen. En die zit ‘m niet in een nieuw type drone maar veel meer in de manier van werken en denken. Dat is eigenlijk de innovatie die moet plaatsvinden: kort cyclisch werken, vertrouwen en verantwoording zo laag mogelijk organiseren. En ook accepteren dat er wel eens dingen fout zullen gaan en we geld investeren in een systeem dat als het klaar is misschien toch niet het effect heeft dat we hadden voorzien – bijvoorbeeld omdat de wereld weer is veranderd.’ ‘We hebben over de besteding van belastinggelden natuurlijk politiek verantwoording af te leggen, mijn grote verantwoording is de Kamer mee te nemen in het verhaal dat investeren de moeite loont maar dat er een risico is dat we tegen een desinvestering aan lopen. En ja, we hebben het over belastinggeld, en dat maakt het superfrustrerend en waardeloos, en toch: het kan gebeuren. Maar als we nu op safe gaan spelen dan weten we één ding zeker, dan lopen we altijd achter en dat maakt Nederland per definitie minder weerbaar en minder veilig. Daarnaast beogen we met die investeringen in Defensie zoals gezegd ook positieve neveneffecten voor de samenleving.’   (Dit artikel is ook te lezen in GOV Magazine nummer 22 van Atos.)
ASML schroeft productie chipmachines maximaal op
6 dagen
Orderboeken puilen uit door ai-storm Ai-bedrijven hebben zo’n enorme honger naar geavanceerde logica- en geheugenchips dat ASML de productie van chipmachines tot het uiterste gaat verhogen. Het totale productportfolio van Nederlandse grootste techbedrijf profiteert mee van de ai-hausse.Dit blijkt uit de toelichting op de cijfers over het tweede kwartaal die ASML vanmorgen presenteerde. ASML-topman Christophe Fouquet spreekt van een extreem sterke orderontvangst in de eerste helft van dit jaar. Niet alleen de resultaten over het afgelopen halfjaar waren uitstekend, ook de vooruitzichten zijn glanzend. ASML verwacht dat zijn klanten hun plannen voor uitbreiding van de capaciteit verder versnellen.De planning is volgend jaar 85 EUV-machines met lage NA-lasers (extreem ultraviolette lithografie-systemen voor de allernieuwste chips) te maken. Dat is 30 procent meer dan de geplande 65. De Veldhovense fabrikant bekijkt of het mogelijk is om in 2028 nog eens 30 procent extra van deze machines te vervaardigen bovenop de eerder genoemde 85. Worstenbroodjes Ook de iets minder geavanceerde DUV-machines (voor het maken van standaard-chips) ‘vliegen als warme worstenbroodjes over de toonbank.’ De planning is om 170 machines van dit soort te maken. Dat is 30 procent meer dan de geplande 130. Er wordt onderzocht of de productie in 2028 met nog eens 30 procent omhoog kan. Het bedrijf blijft ook meer (software)updates aanbieden om bestaande, oudere machines te verbeteren.De tweede kwartaalcijfers zijn bijzonder goed en nog beter dan analisten hadden verwacht. De netto-omzet kwam uit op €9,3 miljard euro, de bruto-marge op 54 procent en de nettowinst op 2,9 miljard euro. ASML verwacht dat de netto-omzet over het lopende kwartaal ergens tussen de elf miljard en twaalf 12 miljard euro uitkomt met een bruto-marge van 55 à 57 procent. De r&d-kosten worden geraamd op ongeveer 1,2 miljard euro en de verkoop-, algemene en administratieve kosten op ongeveer 0,4 miljard euro.Voor heel 2026 wordt een netto-omzet verwacht van 43-45 miljard euro, met een bruto-marge van 54 à 56 procent. Een vijfde van deze omzet komt uit China. Mijlpaal In een apart persbericht zegt ASML dat de uiterst geavanceerde High NA EUV nu gereed is voor gebruik in een productieomgeving. Intel Foundry is gestart met de productie in grote volumes van een deel van de Panther Lake-processors (Intel Core Ultra Series 3), met behulp van High NA EUV. ASML spreekt van een mijlpaal.Dit lithografieproces (High Numerical Aperture Extreme Ultraviolet) is een belangrijke volgende stap in EUV-lithografie, ontwikkeld door ASML om nauwkeurigere patronen mogelijk te maken voor geavanceerde chipfabricage. Kleinere, dichtere patronen zullen de vooruitgang in ai en andere opkomende technologieën versnellen, aldus ASML. Intel heeft zo’n 380 miljoen dollar kostende machine in zijn fabriek in Oregon goed werkende gekregen. Het Taiwanese TSMC, ‘s werelds grootste chipfabrikant, vindt ASML’s ‘neusje van de zalm’ te duur. 
Spoelstra Spreekt: Langzaam naar de kloten
6 dagen
COLUMN – Je hebt soms van die kleine berichtjes waar je eerst snel overheen leest, om daarna nog een keer te kijken en ineens denkt: shit, staat dat er echt? Zo las ik het berichtje over een datacenter van Microsoft in Middenmeer dat in 2025 ongeveer één procent van alle stroom in Nederland verbruikte.Ik las door en toen viel het kwartje pas. Eén procent ? En dat is alleen nog maar één datacentrum van Microsoft, we hebben er nog veel meer. En daarbij: niet alleen het datacenter verbruikt stroom maar ook alle devices waar Microsoft op draait.Als je het water langzaam opwarmt, dan gaat die kikker al kokend doodWat gaan we eraan doen? Helemaal niks. Ja, we verbazen ons erover dat het steeds warmer wordt. En vervolgens zeggen we er achteraan, ter geruststelling voor onszelf, dat het in 1975 ook warm was. Wel gemiddeld vier graden kouder dan nu, maar toch.ExperimentEén procent, het lijkt weinig. Net zoals een paar graden warmer geen probleem lijkt. Er is een bekend experiment dat als je een kikker in kokend water gooit, hij er direct uit springt. Maar als je het water langzaam opwarmt, net zolang totdat het kookt, dan gaat die kikker al kokend dood. Hier kun je ons ook mee vergelijken. We gebruiken steeds meer energie en ondertussen wordt het warmer en warmer.Trouwens, nog even over dat experiment. Als je een kikker in kokend water gooit, dan springt hij er niet uit, maar verbrandt hij direct. En nog iet: welke sadist heeft dit experiment bedacht? Wat waren de alternatieven? Een paard in brand steken en kijken hoelang hij nog galoppeert?Neemt allemaal niet weg dat we heel langzaam naar de kloten gaan. Maar ondertussen hebben we palmbomen in de achtertuin staan en genieten we van het mooie weer. Tot het gaat koken natuurlijk.Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Camping-datalek treft kampeerders, datacenter Microsoft goed voor 1 procent NL-stroomverbruik (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Gegevens Nederlandse kampeerders buitgemaakt bij Franse boekingssite, Accenture bouwt ai-assistent voor Europese Commissie, Crowe koopt C)solutions, 130 miljoen voor Oxylabs en datacenter Microsoft goed voor 1 procent van Nederlands stroomverbruik. Hack bij campingboekingssysteem treft ruim 41.000 Nederlanders Een datalek bij het Franse bedrijf Ctoutvert heeft geleid tot de diefstal van gegevens van 41.577 Nederlandse campinggasten. Aanvallers kregen eind februari toegang tot het boekingssysteem Secureholiday, dat door circa vijfhonderd campings in onder meer Frankrijk, Spanje en Italië wordt gebruikt. Dat meldt nieuwsprogramma EenVandaag. Volgens Ctoutvert zijn namen, e-mailadressen, reisbestemmingen, boekingsdata en betaalde bedragen buitgemaakt. Het beveiligingslek zou dezelfde dag zijn verholpen. De gevolgen werden pas later zichtbaar toen cybercriminelen in mei en juni phishingmails verstuurden uit naam van campings. Die berichten bevatten persoonlijke boekingsgegevens, waardoor ze geloofwaardig overkwamen. Ctoutvert, actief in achttien landen en goed voor circa 1,2 miljoen boekingen per jaar, zegt de betrokken campings te hebben geïnformeerd. Veel kampeerders werden volgens onderzoek van EenVandaag echter pas gewaarschuwd nadat zij zelf melding maakten van verdachte berichten. Accenture ontwikkelt ai-assistent voor Europese Commissie Accenture heeft samen met het Directoraat-Generaal Internationale Partnerschappen van de Europese Commissie (DG Intpa) een ai-assistent ontwikkeld. Sinds maart 2026 gebruiken ruim 2.000 medewerkers het platform voor beleids- en financieringsvraagstukken. De assistent biedt beveiligde toegang tot interne kennis, documenten en online bronnen en ondersteunt bij complexe analyses. Het platform is afgestemd op de terminologie en werkwijzen van DG INTPA, dat teams heeft in meer dan honderd landen. Medewerkers krijgen training om antwoorden kritisch te beoordelen. Accenture ondersteunt DG Intpa sinds september 2025 bij de invoering van ai. In de volgende fase wil DG Intpa ai-agents inzetten voor taakuitvoering binnen werkprocessen. Crowe neemt Utrechtse Microsoft-specialist C)solutions over Crowe, met hoofdkantoor in Eindhoven, neemt de Utrechtse it-dienstverlener C)solutions uit Utrecht over. Met de overname wil de accountants- en adviesorganisatie zijn dienstverlening rond Microsoft-oplossingen en digitaal samenwerken uitbreiden. Door de overname voegt Crowe tien Microsoft-specialisten toe aan zijn technologie-praktijk. Volgens Crowe groeit de vraag naar geïntegreerde technologie-, data- en ai-oplossingen. De kennis van C)solutions moet de positie van het bedrijf bij zowel publieke als private organisaties versterken. Het bedrijf gaat op in dochterbedrijf ACA IT-Solutions, dat overigens in de tweede helft van 2026 verder gaat onder de naam Crowe IT Solutions. Oxylabs haalt 130 miljoen dollar op voor verdere groei Oxylabs, een in Litouwen opgericht bedrijf voor webdata-infrastructuur, heeft een investering van 130 miljoen dollar ontvangen van investeerder Warburg Pincus. De transactie waardeert het bedrijf op 3,6 miljard dollar. Volgens Oxylabs laat de investering zien dat Europese technologiebedrijven een rol kunnen spelen in de markt voor ai- en data-infrastructuur. Het bedrijf pleit daarbij voor ruimte voor innovatie binnen Europese regelgeving. Oxylabs groeide ook via overnames. In 2022 nam het bedrijf het Amerikaanse Webshare Software Company over, gevolgd door het Franse ScrapingBee in 2025. Volgens Oxylabs ondersteunen die acquisities de ontwikkeling van producten voor ontwikkelaars van ai-agents en andere datagedreven toepassingen. Microsoft-datacenter verbruikt 1 procent van alle stroom in Nederland Het datacenter van Microsoft bij Middenmeer in Noord-Holland heeft in 2025 ongeveer 1,17 terawattuur (TWh) elektriciteit verbruikt. Dat blijkt uit gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarmee was het datacenter goed voor circa 1 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik van ruim 112 TWh. Dat meldt de NOS. De cijfers geven voor het eerst inzicht in het energieverbruik van individuele grote datacenters. Gegevens van de Nederlandse datacenters van Google ontbreken, omdat het bedrijf die niet openbaar wil maken. Het stroomverbruik van datacenters ligt onder een vergrootglas vanwege de druk op het Nederlandse elektriciteitsnet. Volgens eerdere cijfers van het CBS waren ongeveer 45 datacenters in 2024 samen verantwoordelijk voor 4,2 procent van het nationale stroomverbruik. Bedrijven kunnen verzoeken hun verbruiksgegevens niet openbaar te maken.
Van assistent naar aanvaller: ai opereert steeds zelf­stan­di­ger
6 dagen
Kunstmatige intelligentie (ai) speelt een steeds actievere rol bij cyberaanvallen. Waar de technologie voorheen vooral werd ingezet om aanvallen voor te bereiden, kan de technologie inmiddels ook zelfstandig onderdelen van een aanval uitvoeren. Dat blijkt uit het ‘AI Security Report 2026‘ van Check Point Research.Volgens het jaarlijkse onderzoek verschuift ai daarmee van ondersteunend hulpmiddel naar een autonome uitvoerder binnen de aanvalsketen. Check Point beschrijft onder meer een aanval op negen Mexicaanse overheidsinstanties waarbij twee generatieve-ai-modellen werden ingezet om netwerken te verkennen, gestolen gegevens te analyseren en vervolgacties uit te voeren. Daarbij zou ai meer dan vijfduizend opdrachten hebben gegenereerd, verdeeld over 34 aanvalssessies, met beperkte menselijke tussenkomst.De onderzoekers constateren daarnaast dat de tijd die organisaties hebben om beveiligingslekken te dichten verder afneemt. Ai zou nieuw ontdekte kwetsbaarheden binnen enkele uren kunnen omzetten in een werkende exploit, waardoor organisaties sneller beveiligingsupdates moeten doorvoeren.PromptOok signaleren de onderzoekers een sterke toename van zogeheten prompt-injectionaanvallen, waarbij aanvallers ai-systemen via gemanipuleerde invoer proberen te misleiden. Volgens het rapport is het aantal detecties van dergelijke aanvallen tussen maart en mei 2026 ongeveer vervijfvoudigd.Daarnaast waarschuwt Check Point dat ai-gegenereerde stemmen, gezichten, documenten en videobeelden traditionele vormen van identiteitscontrole minder betrouwbaar maken. Organisaties zullen daarom vaker aanvullende verificatiemethoden, zoals multi-factorauthenticatie, moeten inzetten.Verder blijkt uit het onderzoek dat medewerkers steeds vaker gevoelige bedrijfsinformatie delen met generatieve-ai-tools. Het aantal risicovolle interacties met ai binnen organisaties is volgens Check Point in een jaar tijd verdubbeld, terwijl veel gebruikte ai-toepassingen buiten het formele it-beleid vallen.TelemetrieHet ‘AI Security Report 2026’ is gebaseerd op telemetriedata, praktijkvoorbeelden en casestudies van Check Point Research. De aanbevelingen van de leverancier richten zich op betere beveiliging van ai-toepassingen, snellere detectie van ai-gestuurde aanvallen en strengere controle op het gebruik van ai binnen organisaties.

Pagina's

Abonneren op computable