computable

129 nieuwsberichten gevonden
SAP’s autonome enterprise botst op praktijk bij Gasunie
3 uur
Event | SAP Sapphire 2026 Op SAP Sapphire 2026 in Madrid presenteerde SAP 224 agents en een nieuw ai-platform voor de autonome enterprise. Procesmanager Erik Grave van Gasunie schetst wat er in de praktijk aan die ambitie voorafgaat. Tijdens Sapphire 2026 in Madrid zette SAP zijn grootste strategische stap in jaren. Het bedrijf introduceerde de Autonomous Enterprise: een visie waarbij bedrijfssoftware niet langer wacht op instructies van medewerkers, maar processen zelfstandig uitvoert. Daarvoor presenteerde SAP het SAP Business AI Platform, een geïntegreerde omgeving waarin kunstmatige intelligentie, bedrijfsdata en proceskennis samenkomen. Bovenop dat platform introduceert SAP de Autonomous Suite, met meer dan tweehonderd gespecialiseerde ai-agents voor uiteenlopende bedrijfsfuncties: van financiële afsluiting en inkoop tot personeelsbeheer en klantcontact. Vijftig zogeheten Joule-assistenten bundelen die agents en voeren complete processen van begin tot eind uit. Ceo Christian Klein verwoordde de ambitie scherp: ‘Bijna goed is voor de meest kritieke bedrijfsprocessen van onze klanten simpelweg niet goed genoeg.’ Een onderdeel van de aankondiging is Company Memory, een nieuwe laag binnen het SAP-platform die de informele beslislogica van een organisatie vastlegt (zie ook kader). Waar proceshandboeken en beleidsregels het formele kader beschrijven, zit veel praktische kennis in de hoofden van medewerkers: uitzonderingen die altijd op een bepaalde manier worden afgehandeld, goedkeuringspatronen die nergens zijn opgeschreven en ervaringen die in e-mails en vergaderverslagen zijn beland. Company Memory haalt die kennis op, structureert die als kleine kenniseenheden en stelt die beschikbaar aan agents. Wanneer een uitzondering wordt afgehandeld, leert het systeem daarvan en past het de kennisbasis direct aan voor alle actieve agents. Wat is Company Memory?Company Memory is een nieuwe SAP Signavio-functionaliteit die de informele beslislogica van een organisatie vastlegt en beschikbaar stelt aan ai-agents. Denk aan uitzonderingen die altijd op een bepaalde manier worden afgehandeld, goedkeuringspatronen die nergens zijn opgeschreven of ervaringen die in e-mails en vergaderverslagen zijn beland. Het systeem structureert die kennis en synchroniseert updates direct naar alle actieve agents. Wanneer een uitzondering wordt verwerkt, leert het systeem daarvan en past het de kennisbasis direct aan voor alle andere agents. De praktijk bij Gasunie Maar voordat agents autonoom kunnen opereren, moet de basis op orde zijn. Bij Gasunie draait S/4Hana anderhalf jaar in productie. Erik Grave, procesmanager Requisition to Pay bij het bedrijf, sprak tijdens Sapphire met Computable over zijn ervaringen. Die laten zien hoe groot de afstand tussen belofte en praktijk kan zijn. Erik Grave (Gasunie). Gasunie beheert een groot deel van de Nederlandse en Noord-Duitse energie-infrastructuur en zit midden in de energietransitie: naast gastransport groeit het aandeel waterstof- en warmteprojecten. Dat vergroot de diversiteit van het inkooplandschap. Ruim 3.400 medewerkers kunnen bestellingen plaatsen, van persoonlijke beschermingsmiddelen tot complexe dienstverleningsopdrachten voor de energie-infrastructuur. Als staatsdeelneming en speciaal sectorbedrijf is Gasunie voor een groot deel van de inkoop verplicht aan te besteden, opereert het in meerdere entiteiten en joint ventures en heeft het te maken met strikte compliancevereisten rond sanctiemonitoring. Circa negentig procent van de inkoopprocessen is inmiddels gestandaardiseerd, een bewuste keuze om handmatige stappen te elimineren en bestellingen zoveel mogelijk geautomatiseerd uit te sturen na financiële goedkeuring. De implementatie van S/4Hana, project Max genaamd en uitgevoerd met Deloitte, ging op 1 oktober 2024 live via een greenfield big bang-migratie. De migratie nam twee jaar in beslag, waarbij 57,8 miljoen records werden geladen, meer dan zeventig interfaces en vijftig koppelingen werden gebouwd en meer dan vierhonderd medewerkers van Gasunie, Deloitte en SAP uit meerdere landen betrokken waren. Het doel was helder: twee losse inkoopstromen samenvoegen tot één geïntegreerd proces. ‘We wilden één plek waar orders worden aangemaakt en één kanaal met leveranciers, zodat voor hen ook duidelijk is hoe ze moeten factureren’, zegt Grave. Vast Dat plan liep gaandeweg vast op de integratie tussen twee SAP-systemen: Ariba Guided Buying, de inkoopfrontend die medewerkers gebruiken om aanvragen in te dienen, en S/4Hana, het centrale erp-systeem waarin orders worden aangemaakt en verwerkt. Halverwege het implementatietraject wijzigde SAP zijn advies: de eerder gehanteerde best-practice bleek te complex. Gasunie had die aanpak niet zelf bedacht, maar gevolgd omdat het binnen de SAP-standaard wilde blijven. SAP stopte ermee, maar Gasunie was al vergevorderd. ‘Dat is gewoon heel vervelend als je er zelf al bijna klaar voor bent’, zegt Grave. Anderhalf jaar later werkt zijn team nog steeds met work-arounds: van contractinformatie die niet correct doorkomt tot eindgebruikers die onduidelijke foutmeldingen krijgen. Toch is Grave niet bitter. Wie met SAP werkt, weet dat een langdurige relatie vraagt om pragmatisme aan beide kanten. ‘Het is altijd een kwestie van geven en nemen’, zegt hij. ‘De relatie met SAP is goed.’ Hij hoopt via dit soort gesprekken zijn behoeften bij SAP te articuleren en goodwill op te bouwen voor de momenten dat hij die nodig heeft. De structurele oplossing is in aantocht: SAP herbouwt de Ariba-omgeving volledig op het Business Technology Platform, waardoor de integratie met S/4Hana op dataniveau wordt verenigd en als één systeem kan functioneren. Grave verwacht die overgang ergens in 2027, afhankelijk van afstemming met it en SAP. ‘De trein rijdt, maar het spoor wordt nog gelegd’, zegt hij daarover. Versnelling Ondertussen verkent Gasunie actief de mogelijkheden van ai binnen het inkoopproces, maar altijd vanuit concrete procesbehoeften en de vraag hoe ai kan zorgen voor versnelling en productiviteitsgroei. ‘De vraag die ik altijd stel is: waar zit het probleem dat ai kan oplossen?’ zegt Grave. In de praktijk gaat het vaak mis bij de aanvraag zelf: een besteltekst die niet klopt, een verkeerde leverancier of een te vage specificatie. ‘Maar dat soort fouten kom je later in het proces pas tegen.’ Gasunie heeft daarom een procurement desk ingericht die niet-standaard aanvragen controleert voordat ze het proces ingaan. Ai-agents zouden een deel van die controles kunnen overnemen, zeker bij routinematige opdrachten. Voor complexe bestellingen blijft menselijk oordeel leidend. ‘De mens controleert, tenzij’, formuleert Grave het. De aankondiging van Company Memory volgt hij met interesse. Gasunie is een studie gestart naar procesanalyse, vooralsnog op basis van een andere tool, maar kijkt ook naar SAP Signavio, waarop Company Memory is gebaseerd. Toch waarschuwt Grave voor te hoge verwachtingen. ‘AI wordt vaak gezien als het duizend-dingen-doekje, maar dat is het niet. Wat levert het ons écht op? Waar gaat het ons daadwerkelijk iets brengen?’ Vanuit de Raad van Bestuur is de opdracht om ai toe te passen, maar implementatie vraagt om het identificeren van zinvolle use-cases, zegt hij. Dat is precies de context die de SAP-boodschap nuanceert. SAP-cto Philipp Herzig erkende in een gesprek met Computable dat de verantwoordelijkheid voor ai-governance primair bij de klant ligt. Gaat een agent de fout in, dan is de verantwoordelijkheid ‘gedeeld’ tussen SAP en klant, stelde hij, maar wie bepaalt wat een agent wel en niet mag doen? Dat is de klant, via de eigen it-afdeling, aldus SAP. Voor Gasunie, met aanbestedingsverplichtingen, strenge compliance-eisen en inkoopprocessen die raken aan kritieke energie-infrastructuur, is dat geen abstracte beleidskwestie maar dagelijkse praktijk. En die vraagt om een fundament dat op orde is vóórdat agents echt autonoom aan het werk gaan.
Kort: Digitale economie groeit ondanks krimp ict-banen, ai-ambities mkb missen vruchtbare grond (en meer)
8 uur
In dit overzicht: ai stuwt digitale economie (en verandert ict-arbeidsmarkt), geen fundament voor ai in mkb, meer ciso’s rapporteren direct aan ceo, Dick Lans nieuwe Benelux-topman bij Elastic, en Zig breidt vastgoedsoftware uit met overname Provadie. Digitale economie groeit, maar ai verandert arbeidsmarkt in ict-sector De Nederlandse digitale economie blijft groeien, maar de ontwikkeling verschilt sterk per onderdeel. Dat blijkt uit de ‘Kwartaalmonitor Digitale Economie‘ van Dutch Cloud Community, Dutch Data Center Association, Rabobank en Pb7 Research. De uitgaven aan publieke cloud stegen in het eerste kwartaal naar 2,9 miljard euro, een groei van 16,5 procent op jaarbasis. Vooral infrastructure-as-a-service profiteert van de groeiende vraag naar ai-toepassingen. Ook het aantal ict-professionals bereikte een record van 586.000 werkenden. Tegelijkertijd daalde de werkgelegenheid binnen de digitale sector met 4,2 procent naar 367.000 personen, terwijl de toegevoegde waarde met 2,8 procent groeide naar 10,7 miljard euro. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat ai steeds meer invloed krijgt op productiviteit en bedrijfsprocessen. Bijna 70 procent mkb blijft steken in experimentele ai-fase Hoewel ai hoog op de agenda staat bij bedrijven, lukt het veel mkb-organisaties nog niet om de technologie breed toe te passen. Uit onderzoek van SAS en IDC onder ruim 1.600 mkb-bedrijven in 28 landen blijkt dat bijna zeventig procent zich nog in een experimentele of opportunistische fase van ai-volwassenheid bevindt. Veel bedrijven gebruiken ai voor losse toepassingen, maar missen een stevige basis met onder meer een datastrategie, governance, vaardigheden en processen. Daardoor blijft de stap naar structurele bedrijfsbrede inzet uit. Volgens SAS liggen de grootste uitdagingen bij versnipperde data, gebrek aan expertise en onvoldoende inzicht in rendement. De volgende stap is volgens het bedrijf niet meer experimenteren, maar ai schaalbaar, betrouwbaar en verantwoord inzetten. Ai- en cyberrisico’s geven ciso prominente rol in boardroom De rol van de chief information security officer (ciso) wordt steeds belangrijker binnen organisaties. Inmiddels rapporteert 42 procent van de ciso’s direct aan de ceo, tegenover veertien procent een jaar eerder. Dat blijkt uit de ‘Global Chief Information Security Officer Organization and Compensation Survey 2025’ van Heidrick & Struggles onder 371 ciso’s in Europa, de Verenigde Staten en Canada. De groeiende aandacht komt door de toenemende impact van ai en cybersecurity op bedrijfsvoering. Ciso’s worden niet langer alleen gezien als verantwoordelijken voor beveiliging, maar ook als strategische partners bij innovatie en risicobeheersing. Uit het onderzoek blijkt verder dat 96 procent van de ciso’s ai inzet om digitale beveiliging te verbeteren. Bijna zes op de tien noemen ai, machine learning en data-analyse als expertisegebieden voor de toekomst. Elastic benoemt Dick Lans tot country manager Benelux Dick Lans. Elastic heeft Dick Lans benoemd tot country manager Benelux. Hij gaat leidinggeven aan de regionale activiteiten van het bedrijf op het gebied van search, security en observability. Lans volgt de ontwikkeling van Elastic richting ai-infrastructuur op een moment waarop organisaties steeds meer zoeken naar manieren om bedrijfsdata beschikbaar te maken voor ai-toepassingen. Lans brengt ruim dertig jaar ervaring mee in de technologiesector. Hij werkte eerder in leidinggevende functies bij onder meer Pure Storage, Confluent, Red Hat en Oracle. Volgens Elastic neemt het belang van datatoegang en context toe door de opkomst van ai en agentic ai. Lans richt zich op verdere groei in de Benelux en ondersteuning van organisaties bij het ontwikkelen van ai-toepassingen op basis van hun eigen data. Zig breidt vastgoedsoftware uit met overname van Provadie Zig neemt Provadie over, een Nederlandse leverancier van saas-oplossingen voor vastgoedwaardering en taxaties. Met de overname breidt Zig zijn softwareaanbod uit van propertymanagement naar de bredere vastgoedketen. Provadie, opgericht in 2019 en gevestigd in Arnhem, automatiseert het taxatieproces met onder meer digitale dataverzameling, rapportages en compliancecontroles. Het platform wordt gebruikt door meer dan 1.650 klanten en heeft naar eigen zeggen een marktaandeel van ruim vijfitig procent binnen de Nederlandse taxatiesector. De overname is de zevende uitbreiding van Zig sinds de samenwerking met investeerder Main Capital Partners in 2021. Volgens Zig moet de toevoeging van waarderingssoftware leiden tot meer datagedreven besluitvorming bij vastgoedpartijen. De bedrijven zien kansen om de technologie van Provadie ook beschikbaar te maken voor woningcorporaties en institutionele vastgoedeigenaren, onder meer voor portefeuillebeheer en langetermijnplanning.
Businessanalyse als fundament voor duurzame software- en businesskwaliteit
9 uur
Organisaties staan vandaag voor de uitdaging om hun dienstverlening continu te verbeteren, terwijl de druk op wendbaarheid, veiligheid en snelheid toeneemt. Middelgrote en grote organisaties hebben dagelijks te maken met incidenten, variërend van kleine verstoringen tot structurele problemen die bedrijfsprocessen raken. Hoewel veel organisaties investeren in het verlagen van de impact van incidenten, blijkt het lastig om structureel grip te krijgen op kwaliteit en voorspelbaarheid.  Een veelvoorkomende oorzaak ligt aan de start van verandertrajecten. Projecten worden vaak gestart met impliciete aannames over doelstellingen, scope en vereiste kwaliteit, zonder dat betrokken partijen een expliciet gezamenlijk beeld ontwikkelen van wat nodig is om verantwoord op te leveren. Hierdoor ontbreekt een gedeelde kwaliteitsbasis, wat zich later vertaalt in misverstanden, herstelwerk en onverwachte risico’s.  Een effectief traject begint bij het expliciet maken van businesswaarde. Die businesswaarde bestaat uit meer dan alleen functionele wensen. Het vraagt inzicht in de essentiële data, afhankelijkheden binnen processen en de wijze waarop de organisatie haar dienstverlening wil inrichten. Ook speelt de vraag of de huidige manier van werken wel aansluit bij de gewenste waarde creatie. Door deze aspecten expliciet uit te werken, stuurt een bedrijf beter op businesskwaliteit.  Daarbij komt dat kwaliteit geen statisch begrip is. Nieuwe inzichten, veranderende regelgeving of voortschrijdende technische mogelijkheden zorgen ervoor dat uitgangspunten tijdens een traject kunnen verschuiven. Wat eerder als acceptabel werd gezien, kan later onvoldoende blijken. Dit maakt het noodzakelijk om kwaliteit continu te evalueren en bewust bij te stellen, in plaats van deze uitsluitend vast te leggen aan het begin van een project.  Binnen deze context vervult businessanalyse een sleutelrol. De businessanalist zorgt ervoor dat behoeften, risico’s en randvoorwaarden vroegtijdig worden onderzocht en vastgelegd. Door samen met stakeholders te bepalen welke minimale kwaliteit nodig is om verantwoord live te gaan, ontstaat een stabiel fundament voor ontwerp en realisatie. Acceptatiecriteria, risicoafwegingen en afhankelijkheden worden expliciet gemaakt, waardoor teams beter weten waarop ze worden gestuurd.  Tijdens de uitvoering bewaakt businessanalyse dat de gekozen oplossingsrichting blijft aansluiten bij de beoogde businesswaarde. Nieuwe inzichten worden verwerkt in aangescherpte eisen of aangepaste kwaliteitsafspraken. Hierdoor worden afwijkingen eerder zichtbaar en kan bijsturing plaatsvinden voordat problemen zich opstapelen aan het einde van een traject, waar herstel vaak kostbaar en complex is.  Organisaties die businessanalyse structureel inzetten, verschuiven van een reactieve naar een meer voorspelbare werkwijze. Incidenten worden minder verrassend, omdat onderliggende oorzaken eerder worden herkend. De aandacht verschuift van het oplossen van verstoringen naar het structureel verbeteren van processen en systemen, op basis van onderbouwde keuzes.  De meerwaarde van businessanalyse reikt verder dan IT alleen. Ook besluitvorming binnen de business wordt beter gefundeerd, processen sluiten consistenter aan op gebruikersbehoeften en innovaties worden doelgerichter ingezet. Dit draagt bij aan stabielere dienstverlening en een organisatie die beter is voorbereid op toekomstige veranderingen.  Zoals aangegeven in dit artikel:  Impliciete aannames zorgen voor structurele risico’s  Businesswaarde is pas duidelijk wanneer deze bij de start expliciet en datagedreven wordt gemaakt  Stuur proactief op kwaliteit via businessanalyse en requirements; stop met het achteraf ‘repareren’ van kwaliteit  Advies- en kennispartijen die actief zijn op het gebied van Business Analyse, zoals Polteq, ondersteunen organisaties bij het versterken van deze basis. Niet door het aanbieden van kant-en-klare oplossingen, maar door expertise te leveren op het snijvlak van analyse, requirements en kwaliteitsborging. Daarmee wordt businessanalyse zichtbaar als wat het in de praktijk is: geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame software- en businesskwaliteit.  Auteur: Ard Vialle werkt bij Polteq als Test Architect | sr. Business Analist | Quality Lead en helpt organisaties op het raakvlak van Business en ICT.
Mislukte software-im­ple­men­ta­tie ontslaat klant niet van be­ta­lings­plicht voor licenties
13 uur
Veel softwareleveranciers dragen een implementatiepartner aan, maar dat maakt de softwareleverancier als licentiegever nog niet verantwoordelijk voor de installatie door die implementatiepartner. Dat is de les die voor de it-praktijk valt te trekken uit een recent gepubliceerd vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Een bedrijf dat via een reseller licenties op Salesforce had afgenomen, moet de vergoedingen voor die licenties betalen. Dat de aanbieder van de licenties een implementatiepartner had voorgesteld die het project niet tot een succesvol einde wist te brengen, is geen reden om de betaling van de softwarelicenties achterwege te laten. De implementatie duurde lang en mislukte uiteindelijk, waarna de licenties ongebruikt bleven. Toch moet de klant de licentievergoedingen over 2025 en de jaren 2026, 2027 en 2028 voldoen. Huub de Jong, it-advocaat en mediator bij Turing Law, wijst erop dat softwarelicenties ook in zo’n geval in principe gewoon betaald moeten worden. ‘Indien de implementatiepartner de software niet tijdig en/of correct heeft geïnstalleerd, betekent dit nog niet dat de software dus niet is geleverd.’ De rechter acht het daarbij van belang dat de klant werd bijgestaan door een ervaren projectmanager op het gebied van digitale diensten en producten. Dit onderstreept dat de klant wist, of had moeten weten, dat er een verschil bestaat tussen het aanbieden van licenties en de implementatie daarvan. Volgens De Jong werkt de kennis van een door de klant ingeschakelde projectmanager in dit geval in het nadeel van de klant, omdat deze kennis aan de klant kan worden toegerekend. De rechtbank oordeelt in het vonnis verder niet over het geschil tussen de klant en de implementatiepartner die voor de uitvoering van het project was ingeschakeld. Dat is een andere zaak die losstaat van de overeenkomst tot afname van de licenties. In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de licentiegever geen verantwoordelijkheid droeg voor het handelen van de implementatiepartner of voor het functioneren van de applicatie. Een actieve rol van de licentiegever bij de implementatie van de software is nergens aangetoond. Verder oordeelt de rechter dat niet is gebleken dat de licenties voor de klant waardeloos zijn geworden. De implementatie zou in principe nog kunnen worden uitgevoerd. Een andere partij zou de software kunnen configureren op basis van de bedrijfsprocessen van de klant en kunnen koppelen aan de bestaande systemen. LicentieWatch is een rubriek over licenties, tarieven, abonnementen en andere afrekenmodellen voor ict-diensten, hard- en software. Tips, vragen of opmerkingen? Mail ons op redactie@computable.nl.
Microsoft verlengt Windows 10-updates voor consumenten, bedrijven blijven betalen
13 uur
Microsoft verlengt het Extended Security Updates-programma (ESU) voor consumenten die nog Windows 10 gebruiken met een jaar. Zij ontvangen nu tot 12 oktober 2027 beveiligingsupdates. Voor bedrijven verandert er weinig: organisaties blijven aangewezen op het betaalde ESU-traject, waardoor migratie naar Windows 11 voor veel it-afdelingen een aandachtspunt blijft.De verlenging is relevant omdat Windows 10 nog altijd een aanzienlijk marktaandeel heeft. In Nederland draait ruim 23 procent van de desktops nog op het besturingssysteem, in België ligt dat aandeel rond de twintig procent, volgens cijfers van Statcounter.Voor consumenten is de extra ondersteuning gratis, maar gebruikers moeten zich wel zelf aanmelden. Dat kan via de Windows-instellingen, mits het apparaat aan de voorwaarden voldoet. Een Microsoft-account met beheerdersrechten is daarbij vereist. Gebruikers die al deelnemen aan het eerste ESU-jaar hoeven niets te doen; hun dekking loopt automatisch door.Alleen beveiligingsupdatesHet consumenten-ESU-programma biedt uitsluitend updates voor kritieke beveiligingsproblemen. Nieuwe functies, bugfixes en technische ondersteuning vallen buiten de regeling. Microsoft richt zich daarmee vooral op het tijdelijk veilig houden van systemen die nog niet zijn overgestapt.Voor bedrijven en onderwijsinstellingen blijft het zakelijke ESU-programma gelden. Dat biedt maximaal drie jaar extra ondersteuning, maar tegen betaling. De kosten starten bij ongeveer 60 euro per apparaat in het eerste jaar en lopen daarna verder op.Organisaties die later instappen, moeten bovendien eerdere jaren alsnog afrekenen. Microsoft koppelt daar wel alternatieven aan, zoals Windows 365 en Azure Virtual Desktop, waarbij ESU-updates in bepaalde situaties onderdeel zijn van de dienstverlening.MigratiesVoor it-afdelingen blijft oktober 2026 een belangrijk moment. Veel organisaties gebruiken de komende periode om migraties naar Windows 11 af te ronden voordat verdere kostenstijgingen volgen.Een deel van de bestaande apparaten kan niet eenvoudig worden geüpgraded vanwege de hardware-eisen van Windows 11, waaronder de verplichte aanwezigheid van een TPM 2.0-chip. Dat leidt tot discussie over de levensduur van hardware: apparaten die technisch nog prima functioneren, kunnen toch buiten de officiële ondersteuning vallen.Voor organisaties betekent de verlenging vooral extra tijd, maar geen structurele oplossing. De overstap naar Windows 11 of een alternatief platform blijft daarmee op de agenda staan.
UWV kan door met Microsoft Copilot, na stopzetten Mistral
13 uur
UWV gaat door met de tijdelijke proef met Microsoft Copilot en stopt met het Europese alternatief Mistral Le Chat. De keuze roept vragen op over digitale soevereiniteit, maar volgens minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) voldoet de pilot aan de geldende veiligheidseisen. Dit blijkt uit antwoorden van Vijlbrief op Kamervragen van Sarah El Boujdaini en Stephan Neijenhuis. Beide D66-kamerleden verbaasden zich over het inruilen van Le Chat. In het licht van soevereiniteit en autonomie is de UWV-pilot volgens hen onwenselijk. Vijlbrief benadrukt dat de pilot met Copilot tijdelijk en beperkt is. De proef past volgens hem binnen de rijksbrede kaders voor verantwoord gebruik van generatieve ai met de kanttekening dat er geen open of Europees ai-model is. UWV gebruikt in de pilot een gecontracteerde variant binnen het bestaande it-beheer, zodat vastgelegde afspraken rond beveiliging en gegevensverwerking worden nageleefd. De resultaten van de tijdelijke pilot worden eind dit jaar geëvalueerd. Er is geen besluit tot structurele inzet van Copilot Chat. Eventuele vervolgbesluiten worden nadrukkelijk beoordeeld op digitale soevereiniteit en het beperken van leveranciersafhankelijkheid. Daarom verkent UWV parallel Europese en soevereine alternatieven. Beperkt UWV verwerkt in deze tijdelijke pilot geen persoonsgegevens. Het gebruik is beperkt tot niet-gevoelige, niet-dossiergebonden toepassingen. Het eerder gebruikte Le Chat van het Franse Mistral AI wordt niet verder ingezet. Bij een pilot is het risico op vendor lock-in te verwaarlozen. Hetzelfde geldt voor het risico op geopolitieke afhankelijkheid van niet-Europese aanbieders. De tijdelijke pilot leidt niet automatisch tot voortzetting of uitbreiding. Doel van de proef is dat medewerkers leren hoe Copilot Chat Web dagelijkse werkzaamheden kan ondersteunen. Zij kunnen het bijvoorbeeld gebruiken voor het samenvatten van informatie, schrijven, vergadervoorbereiding, het opzoeken van informatie en het maken van presentaties op basis van openbare bronnen. De motie-El Boujdaini over het principe ‘Europees, tenzij’ en digitale soevereiniteit in aanbestedingen wordt momenteel getoetst aan het voorstel van de Europese Commissie voor een Cloud and AI Development Act. D66 vroeg ook welke Europese ai-oplossingen binnen de Nederlandse overheid momenteel worden gestimuleerd. Vijlbrief wijst op de doorontwikkeling van Vlam AI (Veilige Lokale AI Modellen). Andere voorbeelden zijn het Nederlandse taalmodel GPT.nl en het programma Saidkick, dat stap voor stap toewerkt naar een overheidsbrede marktplaats voor generatieve ai.
Drie drijfveren voor versnelling en verandering
1 dag
Interview | Kolonel Erik Buskens, hoofd afdeling Landgebonden IT De Bernhardkazerne in garnizoensstad Amersfoort is de thuisbasis van het Opleidings- en Trainingscommando (OTCo) van de Koninklijke Landmacht – en tevens van de afdeling Landgebonden IT van het JIVC. De kazerne heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in het moderniseren van de faciliteiten, waaronder virtuele trainingssimulatoren, innovatieve klaslokalen en geavanceerde sportfaciliteiten. Ook een eigen oefenterrein bereidt militairen optimaal voor. De kazerne is opgelijnd voor een grootschalige verbouwing en innovatie, die loopt tot 2037, en zal dan ook als een van de eerste kazernes energieneutraal zijn. In die inspirerende omgeving geeft kolonel Erik Buskens leiding aan inmiddels 450 m/v van de afdeling Landgebonden IT. Dat aantal is sinds zijn aantreden in 2022 verdubbeld. Landgebonden IT staat aan de lat om alle communicatie en informatievoorziening (C4i) van het landoptreden te verzorgen voor de Landmacht en de Mariniers, en deels voor de Luchtmacht en Marechaussee – voor zover die zich op land bewegen. Meer specifiek: Landgebonden IT levert it-oplossingen voor het militaire optreden in het mobiele domein, het uitgestegen domein en het optreden te voet. De afdeling verzorgt alle communicatie en it-infrastructuur in de voertuigen en op de man. ProfielKolonel Erik Buskens is sinds juni 2022 hoofd afdeling Landgebonden IT, dat ressorteert onder het Joint Informatievoorziening Commando (JIVC), JIVC is de strategische it-partner van Defensie en onderdeel van het Commando Materieel en IT. Buskens telt veertig dienstjaren bij Defensie, met name in operationele verbindingsfuncties. Zo was hij commandant van het Communication & Information Systems (CIS) Bataljon van het Eerste Duits-Nederlandse Legerkorps en commandant van het Command & Control Ondersteuningscommando (C2OstCo). In die laatste functie tekende hij ook voor de oprichting van de CEMA (Cyber and Electromagnetic Activities)-compagnie, die zich richt op cyber- en elektromagnetische activiteiten. Buskens: ‘Wij zorgen dat al die componenten geïntegreerd zijn met elkaar, we zorgen dat diverse wapensystemen met elkaar kunnen samenwerken en we leveren de applicaties die daarvoor nodig zijn.’ Stroomversnelling ‘Dat doen we hier al jaren’, aldus Buskens en hij voegt er in een adem aan toe dat dit nu wel in een stroomversnelling is geraakt. ‘Na dertig jaar bezuinigen kwam er ineens heel veel geld beschikbaar. Dat zorgde er voor dat allerlei ideeën die op de plank lagen om nog uitgevoerd te worden, in een keer gefinancierd werden. Daarnaast was er een technische achterstand ontstaan in de bestaande systemen, dus die generatiewissel kwam er ook nog eens overheen.’ Daarom was het programma Foxtrot al in het leven geroepen dat voorziet in het moderniseren en vervangen van tactische landgebonden communicatiemiddelen. Het gaat om apparatuur in ruim achtduizend voertuigen, schepen en vliegende systemen (het mobiele domein) en nog eens 3.500 soldaatsystemen (het uitgestegen domein – dat wil zeggen: soldaten te voet). De uitvoering van het programma ligt grotendeels bij Landgebonden IT. Dit alles noodzaakte tot een fundamentele andere manier van werken en leidde tot het inzetten van een transformatie van Landgebonden IT. Buskens tekent erbij aan dat dit proces zich voltrekt in samenwerking met programma Foxtrot en het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) onder leiding van luitenant-generaal Jan Swillens. Dit omdat het CLAS verantwoordelijk is voor het gereed stellen van militaire eenheden. ‘Het is niet eenvoudig om dit soort veranderingen door te voeren, maar we weten wel waar we het voor doen. Wij lopen nu vooraan in deze transitie binnen de krijgsmacht en dat is omdat wij het grootste probleem hadden. En je moet een probleem hebben om te veranderen. Het is best een complex vraagstuk, maar we zijn nu twee jaar verder en we zetten enorme stappen. Je ziet dat het JIVC in deze richting beweegt, je ziet dat ook de bestuurlijke wereld dit nu aan het omarmen is en graag wil faciliteren, en daarmee kunnen we veel meer gaan leveren van hetgeen nodig is.’ Hoe heb je dat in twee jaar kunnen bewerkstelligen? ‘Het begint ermee om te beseffen wat je probleem is. Dan kun je ook een oplossing bedenken. Er zijn drie drijfveren geweest om dat vorm te geven. De eerste is de blik richten op de gebruiker: voor wie doen we ’t? Hoe betrekken we die beter bij onze ontwikkelingen? Het tweede is: beseffen dat kennis van technische oplossingen op de werkvloer aanwezig is, dus beneden in de organisatie en niet per definitie bovenin. Die kennis moet je weten te benutten. En de derde: je realiseren dat de oude manier van werken niet meer houdbaar is. Die was behulpzaam in de tijdgeest van de afgelopen dertig jaar maar niet in deze moderne tijd. Dat heeft allemaal geholpen om die verandering teweeg te brengen. We hebben dat stap voor stap gedaan, risico’s durven nemen en stappen durven zetten ook al was de omgeving daar nog niet aan toe.’ Kortcyclisch De oude manier van werken waaraan Buskens refereert kwam er in de praktijk op neer: als de Landmacht iets wilde, dan moest er een plan ingediend worden in Den Haag. ‘Dan werd een budget toegewezen en dan werd het bij ons in uitvoering gegeven. De realiteit is vervolgens dat je na verloop van tijd iets oplevert waar ze dan niet meer op zitten te wachten, omdat de ontwikkelingen sneller zijn gegaan. Die gaan tegenwoordig nóg sneller en dus moet je veel meer kortcyclisch kunnen werken – en dan is het niet mogelijk om van tevoren alle projectdoelstellingen te beschrijven. Dus het vraagt ook wel om lef van de hele omgeving om zonder duidelijk te hebben wat het precies gaat opleveren, om daarvoor geld vrij te maken.’ Het punt volgens Buskens is: de systemen worden dag in dag uit gebruikt. ‘Dus je moet zorgen dat het altijd werkend blijft en dan moet je die veranderingen zien te absorberen. De eenheid moet inzetbaar blijven en dat was vroeger anders. Dan kon je nog zeggen: we halen er eentje uit, die gaan we eerst moderniseren en vervolgens gaan we daarmee aan de slag. Maar in de huidige situatie is dat niet meer mogelijk.’ De oorlog in Oekraïne leert dat snelle, kortcyclische innovatie essentieel is. ‘Dat kun je als Defensie niet alleen; daarvoor is nauwe samenwerking met marktpartijen en een directe verbinding met de eindgebruiker nodig. Een framework dat specifiek op al die aspecten veel houvast biedt is het SAFe framework. Een manier van werken waarbij je continue in gesprek bent met de gebruikers van je producten én je spreekt een taal die de markt ook begrijpt. We zijn ook gestopt met het denken in projecten en overgestapt naar het denken in producten. Deze producten ontwikkelen we door naar betere versies of naar andere producten. Dit doen we samen met de markt. Deze snelle innovatiecycli moeten regulier worden.’ Aan wat voor productlijnen moeten we dan denken? ‘Aan radio’s, intercoms en sensoren in de voertuigen en wapensystemen om die te ontsluiten, civiele communicatie, end-user devices – ook ‘op de man’, de soldaten te voet – en de netwerken en applicaties die daaromheen draaien waarmee sensoren, effectbrengers en besluitvorming worden gekoppeld. We faciliteren daarmee eigenlijk de gehele keten. De manier van werken die we daarvoor ingevoerd hebben is nu binnen het JIVC ook hetgeen wat verder uitgerold gaat worden. Wij vormen daarin een pilot om te leren hoe we dat binnen de rest van het JIVC, en daarmee de krijgsmacht, kunnen doen.’ Cruciaal daarin is de nauwe samenwerking met de gebruikers. ‘Ik zou ook het mooi vinden als de decentrale cio’s geen decentrale it meer zelf willen laten ontwikkelen, maar dat ze bij ons aankloppen. Wij zijn veel wendbaarder dan zij zelf kunnen zijn, en dan hebben we een structuur waarmee we enerzijds snel operationele waarde voor het landoptreden kunnen bieden en snel innovaties kunnen implementeren.’ Vertrouwen ‘We hebben ook best veel rechtstreekse contacten met eenheden aan het front in Oekraïne om daar lessen uit te trekken. Een belangrijke les is dat er korte lijnen moeten zijn tussen de ontwikkeling en het gebruik van producten. Wij hebben nog te maken met veel regels die echte snelheid in de weg staan. Het is logisch dat er bij ons nog veel regels zijn gezien de oude manier van werken. Wat wij doen is in ieder geval de structuur neerzetten om snelle veranderingen door te kunnen voeren zodra er meer ruimte ontstaat om echt snelheid te maken. Denk aan de integratie van drones, cloud oplossingen en primair er ook voor zorgen dat het huidige systeem gewoon goed werkt. Een ander aspect is dat we moeten oefenen met systemen die vandaag werken en niet met systemen die we over een aantal jaren uitrollen. Dat je die systemen doorontwikkelt is evident, maar het moet wel (blijven) werken. Als we het hebben over een systeem dan hebben we het over een mix aan middelen zodat je nooit afhankelijk bent van één kritiek systeem. Er bestaat geen one-size-fits-all-oplossing. Ten slotte zijn tijdigheid en interoperabiliteit belangrijke facetten. Snelheid en beschikbaarheid en continue innovatie via korte cycli. We komen uit een periode waarin bestuurlijk gezien elke euro vooraf verantwoord moest worden. Dat is op zich een valide vraag, alleen gaat dat principe nu ten koste van de snelheid. Dus je moet de controle aan de voorkant wat loslaten en meer vertrouwen geven aan daar waar het gebeurt en dat is bij de militairen in de operatie.. (Dit artikel is ook te lezen in GOV Magazine #22 van Atos.)
Kort: TU Delft wint onderwijsprijs, Nederland strea­ming­kam­pi­oen (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Mirte-robots winnen miljoenenpremie voor slimmer techniekonderwijs, Nederland heeft beste mobiele streamingnetwerk onder WK-landen, Tesorion introduceert autonome pentests, het verschil tussen modem of router dat iedereen vergeet, en CSM Ingredients centraliseert supplychainplanning met SAP IBP.TU Delft ontvangt 1,2 miljoen euro voor ontwikkeling Mirte-robotplatformHet Mirte Robotteam van TU Delft heeft de Nederlandse Onderwijspremie 2026 ontvangen. De onderscheiding, uitgereikt door OCW-minister Letschert (D66), gaat gepaard met een bedrag van 1,2 miljoen euro. Het team gebruikt het geld om het modulaire robotplatform verder te ontwikkelen en beschikbaar te maken voor meer scholen.Mirte biedt een doorlopende leerlijn robotica voor leerlingen en studenten, van basisschool tot PhD-niveau. Jaarlijks werken meer dan duizend TU Delft-studenten met het platform en via workshops maakten al ruim tweeduizend scholieren kennis met robotica.Volgens initiatiefnemer Martin Klomp helpt Mirte om robotica toegankelijker te maken. Met de prijs wil het team de technologie verder verbeteren, onderzoek doen naar de onderwijseffecten en een bredere community rond roboticaonderwijs opbouwen.Nederland scoort hoogste mobiele streamingprestatie onder ‘voetballanden’Nederland heeft de beste mobiele streamingprestaties van alle deelnemende landen aan het voetbaltoernooi van 2026. Dat blijkt uit een ranglijst van NPerf, gebaseerd op metingen tussen 1 januari en 31 mei 2026. Nederland behaalt een streamingprestatie-index van 87,2 procent en voert daarmee de top twintig aan.De index meet hoe goed mobiele netwerken videostreaming ondersteunen in resoluties van 720p, 1080p en 2160p. Volgens het Frans online-platform dat de prestaties van internetverbindingen meet, kunnen Nederlandse gebruikers daardoor rekenen op een stabiele kijkervaring met hoge beeldkwaliteit en weinig onderbrekingen.Nederland blijft landen als Turkije (83,8 procent), Duitsland en Zwitserland (beide 81,6 procent) voor. De resultaten laten zien dat de Nederlandse mobiele infrastructuur goed is toegerust op de groeiende vraag naar videocontent via smartphones.Tesorion voegt ai-gedreven securityvalidatie toe aan cybersecuritydienstenCybersecuritydienstverlener Tesorion gaat samenwerken met Horizon3.ai en breidt daarmee zijn dienstverlening uit met het NodeZero AI-native Proactive Security Platform. De oplossing voert continu autonome pentesten uit om kwetsbaarheden en aanvalspaden in on-premises-, cloud- en hybride omgevingen inzichtelijk te maken.Met NodeZero kunnen organisaties beter bepalen welke risico’s daadwerkelijk exploiteerbaar zijn en welke maatregelen prioriteit hebben. Tesorion combineert het platform met de expertise van zijn soc-consultants voor implementatie, analyse en opvolging. Volgens Tesorion helpt de samenwerking organisaties om van periodieke beveiligingstests naar continue validatie van cyberweerbaarheid te gaan.Verschil tussen modem of router voor veel internetgebruikers verwarrendHoewel vrijwel elk huishouden dagelijks afhankelijk is van internet, blijft het verschil tussen een modem en een router voor veel gebruikers onduidelijk. Een modem legt de verbinding met de internetprovider en vertaalt signalen zodat apparaten toegang krijgen tot het internet. Een router regelt vervolgens het netwerk binnenshuis en verdeelt de verbinding over apparaten zoals laptops, smartphones en smart-tv’s.Volgens Panda Security gebruiken veel huishoudens tegenwoordig een gecombineerd gateway-apparaat waarin beide functies zijn samengebracht. Daardoor zijn de afzonderlijke rollen minder zichtbaar geworden. De techniek speelt ook een rol in smartphones: een mobiel modem maakt verbinding met 4G- en 5G-netwerken, terwijl hotspotfunctionaliteit de telefoon deels als router laat functioneren. In een wereld met steeds meer verbonden apparaten blijft basiskennis over netwerkapparatuur belangrijk, meent het cybersecuritybedrijf.CSM Ingredients stroomlijnt supplychain met SAP-planningsplatformVoedingsingrediëntenproducent CSM Ingredients heeft zijn supplychainplanning geïntegreerd met SAP. Met de implementatie van SAP Integrated Business Planning (SAP IBP), gekoppeld aan SAP S/4Hana, beschikt het bedrijf over één platform voor vraag-, aanbod- en capaciteitsplanning.De overstap vervangt versnipperde processen en Excel-bestanden en moet zorgen voor snellere besluitvorming, meer transparantie en een betere afstemming tussen productie, voorraad en klantvraag. Het systeem ondersteunt zowel strategische planning als operationele bijsturing.Volgens CSM Ingredients helpt de oplossing ook bij uitdagingen zoals houdbaarheid van producten en capaciteitsbeheer. Samen met Implement Consulting Group richtte het bedrijf zich niet alleen op technologie, maar ook op procesverbetering en gebruikersadoptie. Het SAP-platform moet daarmee een fundament vormen voor verdere groei en toekomstige acquisities.
Keen zet in op ‘ai voor het mkb’ met nieuw Europees fonds
1 dag
Keen Venture Partners uit Amsterdam begint een nieuw fonds voor startups die ai-oplossingen ontwikkelen voor het mkb. De Nederlandse verstrekker van durfkapitaal ziet grote kansen in speciaal voor deze sector ontwikkelde (ai-)technologie. Bij ai gaat het vaak om grote bedrijven en grote bedragen. Het Keen SME Tech Fund richt zich daarentegen op een nieuwe generatie kleinere techbedrijven die met ai-native software ‘mkb-collega’s’ helpen een groeispurt te maken. Gerichte (ai-)technologie kan een enorme impact hebben op de productiviteit, slagvaardigheid, innovatief vermogen en welvaart, denkt general partner Robert Verwaayen.   MKB-Nederland, techbedrijven, investeerders en beleidsmakers kwamen vrijdag samen in Nieuwspoort om het belang van speciaal voor deze sector ontwikkelde technologie onder de aandacht te brengen.  Mkb als groeimotor Nieuwe mkb-technologie moet het mkb als groeimotor een impuls geven. Ai-software kan bijvoorbeeld snel en kostenefficiënt administratie, facturatie en ander routinewerk automatiseren. Of juridische, technologische en andere specialistische kennis snel en goedkoop beschikbaar maken. Deze technologie kan zonder ingewikkelde it-kennis gebruikt worden, zodat mkb-ondernemers zich kunnen richten op waar ze écht goed in zijn, is de gedachte.  Het fonds dat jonge techbedrijven ondersteunt vanaf de eerste seed-fase tot een Series B-ronde, is nog in opbouw. De voorkeur gaat uit naar ai voor de fysieke economie, ai-gedreven financiële software alsmede agents en no-code tools waarmee kleinere bedrijven workflows kunnen verbeteren en ‘mini-apps’ zonder it-afdeling kunnen ontwikkelen. Keen richt zich op ai-bedrijven in onder andere de Benelux, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk  Nog niet bekend is hoeveel geld er in het nieuwe b2bai-fonds gaat. Keen heeft al in totaal voor 450 miljoen euro aan investeringen gedaan, merendeels in tech en defensie. Een andere Nederlandse tech-investeerder, Main Capital, haalde onlangs 5,25 miljard euro op voor deelnames in enterprise software-bedrijven die ai toepassen.  .
Kabinet trekt 185 miljoen euro uit voor nieuwe nationale supercomputer
1 dag
Voor een nieuwe nationale supercomputer maakt het kabinet 185 miljoen euro vrij. De huidige supercomputer Snellius is namelijk dringend aan vervanging toe. Bij voorkeur wordt de supercomputer in Europa besteld. Bij de aanschaf en uitvoering van deze opvolger zullen NWO en SURF digitale autonomie, (cyber- en kennis-)veiligheid en (energie)duurzaamheid bevorderen. Beide instellingen gaan ook extra sparen om de structurele middelen voor super-computingfaciliteiten te borgen. Daarnaast komt er extra geld voor de Einstein Telescope. Impuls onderzoek en wetenschap Beide investeringen maken onderdeel van de extra impuls die het kabinet geeft aan onderzoek en wetenschap. Het kabinet kondigde afgelopen vrijdag aan om hier structureel 428 miljoen euro meer voor uit te trekken. Daarmee gaat ook een streep door bezuinigingen op onderzoek van het vorige kabinet. Zo komt er 47 miljoen euro in de cofinanciering van Europese partnerschappen zoals het ontwikkelen van supercomputers. Dit zorgt bijvoorbeeld voor dat de Nederlandse kennissector en het bedrijfsleven toegang houden tot onderzoeksdata via de European Open Science Cloud en tot supercomputers via EuroHPC. Een van de maatregelen waar meer geld voor komt is dat universiteiten meer focus aanbrengen in hun onderzoek. Voor de ene universiteit is dat bijvoorbeeld specialiseren op onderzoek over digitalisering en ai en voor een andere op biotechnologie of veiligheid en weerbaarheid. Afgelopen jaren is gebleken dat onderzoek van wereldniveau zo veel beter van de grond komt. Hier komt 132 miljoen euro per jaar extra voor. Ook komt er 80 miljoen per jaar extra voor wetenschappers om hen nog beter te helpen met het verkrijgen van Europese onderzoekssubsidies, waarmee nu al heel veel cruciaal onderzoek in Nederland wordt gefinancierd. Cyberweerbaarheid Ook voor veiligheid is extra aandacht. Daarom krijgen onderwijsinstellingen in de komende jaren extra geld, in totaal 80 miljoen euro, om hen te helpen met hun kennisveiligheid en het versterken van hun cyberweerbaarheid. Nodig zijn fysieke en digitale maatregelen ter bescherming van kennisontwikkeling en internationale samenwerking. Het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren laat zien dat Nederlandse kennisinstellingen en wetenschappers doelwit zijn van (digitale) aanvalscampagnes om hoogwaardige technologie buit te maken. Ook toont het dreigingsbeeld dat kennis en technologie ook op reguliere wijze worden verkregen, bijvoorbeeld via academische samenwerkingen.
Alle hens aan cy­ber­se­cu­ri­ty-dek
4 dagen
Maritieme industrie nog altijd kwetsbaar De maritieme sector digitaliseert in hoog tempo, maar die vooruitgang legt tegelijkertijd een pijnlijk zwakke plek bloot: de cybersecurity. Waar scheepvaart traditioneel draaide om fysieke veiligheid en operationele efficiëntie, daar is nu ook digitale weerbaarheid een strategische randvoorwaarde geworden. Toch blijkt de sector nog altijd kwetsbaar – en dat terwijl de dreigingen alom zijn. In 2019 waren er al analyses, onder meer van Computable, waarin werd gewaarschuwd dat de scheepvaart gevaar liep door een groeiend ‘security-gat’. Anno nu is dat gat niet vanzelf gedicht. Integendeel, de digitale transformatie lijkt de aanvalsvectoren alleen maar te vergroten. Zo werd tijdens een recent event in de Rotterdame haven van cybersecuritybedrijf Fortinet duidelijk hoe technologische versnelling, strengere regelgeving en geopolitieke spanningen samenkomen in een complex en risicovol dreigingslandschap. Een gesprek met Patrick Grillo, senior director solutions marketing EMEA bij het bedrijf, schetst het beeld van een sector die wel vooruit wil, maar nog niet klaar is voor de consequenties. Ook gastspreker en interim cio Martijn Groenewegen, waarschuwt (verderop in dit artikel) dat cybersecurity het vertrekpunt moet zijn, niet het sluitstuk. Onvolwassen Volgens Grillo wacht de maritieme sector nog een uitdaging als het gaat om cybersecurity. ‘Hoewel alle betrokken partijen – scheepseigenaren, vlootbeheerders en dienstverleners – inspanningen leveren, moeten we de sector nog als relatief onvolwassen beschouwen’, stelt hij vast. De kern van het probleem ligt volgens hem in de manier waarop technologie wordt benaderd: ‘Zolang de sector niet inziet dat technologie, en met name it, een cruciale motor is voor strategische doelen via digitale transformatie, zal technologie — inclusief cybersecurity —als kostenpost worden gezien.’ Dat dit geen theoretisch probleem is, blijkt uit eerdere incidenten zoals de aanval met NotPetya in 2017. Die begon als een ogenschijnlijk gerichte cyberactie tegen Oekraïne, waarbij besmette updates van boekhoudsoftware werden gebruikt om malware te verspreiden. Al snel escaleerde dit tot een wereldwijde uitbraak. De malware bleek feitelijk een wiper: systemen werden onherstelbaar beschadigd in plaats van gegijzeld voor losgeld. Ook het Deense Maersk, een van ’s werelds grootste logistieke en containerrederijbedrijven, werd zwaar getroffen. Complete it-systemen vielen uit, van terminals tot scheepsplanning. Het bedrijf moest wereldwijd operaties stilleggen en zelfs terugvallen op handmatige processen. In totaal gingen duizenden servers en tienduizenden pc’s offline. De schade liep op tot circa driehonderd miljoen dollar en het duurde weken voordat de systemen volledig waren hersteld. ‘Dat was eerder een toevallige dan gerichte aanval’, nuanceert Grillo. Hoe dan ook, de context is inmiddels veranderd. Grillo vervolgt: ‘In de huidige geopolitieke situatie zien kwaadwillenden — met name statelijke actoren — kansen. Ze zien verstoringen in meerdere toeleveringsketens en beschouwen de maritieme sector als een relatief zwak doelwit.’ Struikelblokken Een groot struikelblok ligt in de integratie van it- en ot-systemen aan boord. ‘Dit komt meestal door een gebrek aan vooruitplanning en onvoldoende inzicht in de verbindingsvereisten van verschillende systemen’, stipt Grillo aan. ‘Daarnaast speelt een gebrek aan samenwerking tussen leveranciers een rol.’ Maar zelfs als systemen technisch gekoppeld zijn, is het probleem nog niet opgelost. ‘It-cybersecurityeisen zijn goed bekend, terwijl ot-systemen vaak specifieke eisen hebben die deels overeenkomen, maar ook aanzienlijk verschillen.’ Daarbij komt dat passende oplossingen nog niet altijd voorhanden zijn. ‘Gezien de algemene onvolwassenheid van de sector zijn oplossingen voor ot-specifieke dreigingsdetectie en respons bovendien niet altijd beschikbaar.’ It vs ot It staat voor informatietechnologie en verwijst naar servers, netwerkapparatuur en endpoint-devices (desktopcomputers, laptops, smartphones, point of sale-systemen, printers, scanners en tablets). Ot staat voor operationele technologie en gaat doorgaans over industriële computerapparatuur, zoals iot-gateways en besturingssystemen en machines die verantwoordelijk zijn voor de fysieke processen van een bedrijf. Waren dit voorheen twee werelden, tegenwoord vervaagt de grens tussen ot en it. Meer, naarmate de technologie zich ontwikkelt, geeft het begrip it/ot-convergentie (de integratie van it-en ot-systemen) ongekende flexibiliteit en mogelijkheden – maar dus ook cyberrisico’s. Grillo gebruikt een treffende vergelijking om de complexiteit te duiden: ‘Een schip is als een winkel met een fabriek achterin. De it-systemen bevinden zich voorin (zoals in de winkel), en de ot-systemen achterin (zoals in de fabriek). Voeg daar een internetverbinding en enkele applicaties op het vasteland aan toe, en je hebt een gedistribueerd bedrijfsnetwerk. Terwijl netwerken op land vaak beschikken over beveiliging zoals segmentatie, geïntegreerde netwerken (zoals secure sd-wan en sd-branch), sterke authenticatie en gecentraliseerde detectie- en responsmogelijkheden, ondersteund door realtime-dreigingsinformatie, is dit precies het model dat de maritieme sector zou moeten overnemen.’ Dit vereist volgens Grillo wel meer netwerk- en beveiligingsinfrastructuur aan boord van elk schip. LEO Nieuwe technologieën zoals lage-aardbaansatelliet (LEO)-netwerken vergroten de mogelijkheden voor ‘always-on’-operaties. ‘Ze kunnen zeker bijdragen aan betere beveiliging’, zegt Grillo, wijzend op de voordelen van hogere bandbreedte en lagere latency. Maar er zit volgens hem ook een keerzijde aan. ‘Als de LEO-dienstverlener zelf niet goed beveiligd is, kan deze fungeren als toegangspoort voor cyberaanvallen vanaf het land.’ In dat scenario kan malware zich lateraal door een hele vloot verspreiden. Realtime-dreigingsdetectie en incidentrespons zijn essentieel, maar lastig te realiseren op zee. ‘Deze oplossingen zijn lokaal op een schip of centraal voor een hele vloot in te zetten, of een combinatie van beide’, legt Grillo uit. De effectiviteit staat of valt echter met updates. Zonder regelmatige updates ontstaat er een kloof tussen wat systemen kunnen en wat ze zouden moeten kunnen. Opvallend is zijn relativering van edge computing: ‘Edge computing maakt hier waarschijnlijk weinig verschil, omdat de zwakke schakel vooral de connectiviteit is.’ Om de weerbaarheid te vergroten, pleit Fortinet voor bredere toepassing van moderne beveiligingsprincipes zoals zero-trust. ‘Op zijn minst zouden de principes van zero-trust breed toegepast moeten worden,’ aldus Grillo. Dat betekent onder meer sterke authenticatie en segmentatie, en bij voorkeur via een oplossing aan boord zoals een firewall. Waar mogelijk moet ook zero-trust network access (‘nooit vertrouwen, altijd verifiëren’) worden ingezet voor kritieke applicaties. Kantelpunt De rode draad is duidelijk: de maritieme sector staat op een kantelpunt. Digitalisering biedt enorme kansen, maar vergroot ook de afhankelijkheid van goed beveiligde systemen. Volgens Fortinet ligt de sleutel in een geïntegreerde aanpak. Door it en ot te verbinden in één securitystrategie en deze consistent door te voeren van wal tot schip, kunnen organisaties risico’s beter beheersen zonder de operatie te verstoren. Of zoals Grillo het samenvat: zonder structurele investering in cybersecurity dreigt de sector achter de feiten aan te blijven lopen – en blijft het beeld van een industrie die ‘lek is als een mandje’ hardnekkig. Allseas Ook aanwezig op het Fortinet-cybersecurityevent is Martijn Groenewegen, interim cio en voormalig head of it bij Allseas. Hij gaat als gastspreker in op de digitale transformatie van Allseas. Met schepen als de Pioneering Spirit opereert dit Zwitsers-Nederlands offshorebedrijf in een wereld waar it en ot volledig zijn versmolten. Die realiteit maakt cybersecurity direct operationeel: als systemen uitvallen, ligt het werk stil. ‘Er bestaat geen it-storing meer, alleen nog operationele verstoring’, stelt Groenewegen. Tegelijkertijd groeit de afhankelijkheid van digitalisering en remote operations, terwijl connectiviteit op zee per definitie beperkt en kwetsbaar blijft. Volgens Groenewegen dwingt dat tot een fundamenteel andere benadering. Veel organisaties sturen it, ot en cyber nog steeds versnipperd aan, met suboptimale keuzes en onduidelijk eigenaarschap tot gevolg. ‘Fragmentatie is de grootste kwetsbaarheid die je kunt hebben,’ zegt hij. Allseas kiest daarom voor centrale regie en ‘security by design’, met offline-first-architecturen en edge computing: schepen als autonome, beveiligde datacenters. Dat is niet alleen een technische keuze, maar ook een geopolitieke. ‘Wie afhankelijk is van continue connectiviteit of externe platforms, geeft een deel van zijn controle uit handen.’ Tegelijkertijd voegt de opkomst van ai, en dan met name agentic ai, een nieuwe laag van complexiteit toe. Waar ai-systemen steeds autonomer beslissingen nemen en processen kunnen orkestreren over it- en ot-domeinen heen, ontstaat een fundamentele verschuiving in zowel kansen als risico’s. Aan de ene kant biedt dit ongekende mogelijkheden voor optimalisatie, voorspellend onderhoud en autonome operaties op schaal. Aan de andere kant neemt de noodzaak toe voor strakke orchestration en governance, omdat beslissingen niet langer uitsluitend door mensen worden genomen maar door samenwerkende ai-agenten met steeds bredere bevoegdheden. Dat vergroot de impact van fouten, bias of misconfiguratie exponentieel. Die discussie wordt urgenter nu de sector kijkt naar verdere automatisering en zelfs nucleaire voortstuwing. In zulke omgevingen is aantoonbaar ‘in control’ zijn geen ambitie maar een randvoorwaarde. ‘Als falen geen optie is, moet cybersecurity het vertrekpunt zijn, niet het sluitstuk’, aldus Groenewegen. ‘Voor cio’s en ciso’s betekent dat een scherpe conclusie: zonder integrale regie en architectuurgedreven keuzes blijft digitalisering een risico, in plaats van een strategisch voordeel.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Kort: TMC kiest voor groei met ondernemende techprofessionals, 10 jaar Tikkie (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: TMC behoudt ondernemerschap tijdens wereldwijde expansie, tijdelijke expositie in Amsterdam in teken van Tikkie, overheid zet stap naar quantumveilig netwerk met Rinis, Advisie wordt Alistar en verbreedt digitale dienstverlening, en Prosus investeert fors in zorgplatform Alan. TMC vernieuwt topmanagement voor internationale groeifase Technology consultancybedrijf TMC uit Eindhoven vernieuwt zijn topmanagement om de volgende fase van internationale groei te ondersteunen. Het bedrijf, actief in achtien landen, wil in 2032 doorgroeien naar 10.000 medewerkers en een omzet van een miljard euro. Het nieuwe managementteam bestaat uit vijf leiders met ieder een eigen verantwoordelijkheidsgebied. Ceo Emmanuel Mottrie blijft verantwoordelijk voor de strategische koers. Rogier van Beek wordt chief people officer, terwijl Pascal Klinkenberg de financiële leiding overneemt. Daarnaast starten Yves de Beauregard en Nassim Daoudi als verantwoordelijken voor respectievelijk kernmarkten en groeimarkten. Met de nieuwe structuur wil TMC inspelen op ontwikkelingen zoals ai, internationale engineeringteams en wereldwijde dienstverlening. De organisatie wil daarbij het eigen employeneurship-model (combinatie van een dienstverband met ondernemerschap) en de ondernemende cultuur behouden. Miljardste betaalverzoek via Tikkie als spiegel van Nederland Tikkie bestaat tien jaar (video). De betaalapp van ABN Amro groeide sinds de introductie in 2016 uit tot een vast onderdeel van het Nederlandse betaalgedrag. Inmiddels gebruiken ruim tien miljoen Nederlanders de app en zijn meer dan één miljard Tikkies verstuurd. De ontwikkeling van Tikkie weerspiegelt maatschappelijke trends. Zo groeide ‘padel’ uit tot een veelgebruikte omschrijving in betaalverzoeken en laat ook de populariteit van producten als matcha veranderingen in consumentengedrag zien. Nederlanders betalen hun Tikkies bovendien sneller: de gemiddelde betaaltermijn daalde van 21,5 uur in 2016 naar 11,5 uur in 2026. Ter gelegenheid van het jubileum opent Tikkie een tijdelijke expositie in Amsterdam over de geschiedenis van de app, betaalgewoonten en de rol die digitale betalingen spelen in het dagelijks leven. Buitenlandse Zaken kiest Rinis voor quantumveilige overheidscommunicatie Het ministerie van Buitenlandse Zaken sluit zich aan bij stichting Rinis als strategische netwerkpartner voor de ontwikkeling en het beheer van quantumveilige communicatie. De samenwerking krijgt hiermee een structurele basis binnen het quantumprogramma van het ministerie. Rinis ondersteunt de opbouw van ROQ-NL, het Nederlandse quantumnetwerk, waarin technieken als quantum key distribution en post-quantum cryptografie worden gecombineerd en getest. Deze technologieën moeten digitale communicatie beschermen tegen toekomstige aanvallen met quantumcomputers. Volgens Buitenlandse Zaken is voorbereiding noodzakelijk, omdat quantumtechnologie grote gevolgen kan hebben voor digitale veiligheid. Rinis brengt dertig jaar ervaring met kritieke overheidsinfrastructuur in en wil de opgedane kennis via zijn samenwerkingsverband beschikbaar maken voor de bredere publieke sector. Een eerste quantumveilige verbinding tussen Rinis, het ministerie van Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken is inmiddels operationeel. Prosus injecteert 400 miljoen euro in ai-zorgbedrijf Alan Prosus investeert vierhonderd miljoen euro in het Europese healthtechbedrijf Alan. De investering maakt deel uit van een financieringsronde van 480 miljoen euro en waardeert Alan op 5,5 miljard euro. Met de kapitaalinjectie wil het bedrijf internationale groei en de ontwikkeling van ai-gedreven zorgproducten versnellen. Alan combineert zorg, verzekering en preventie in één digitaal platform en richt zich daarmee op een verschuiving van reactieve behandeling naar continue gezondheidsbegeleiding. Kunstmatige intelligentie speelt een belangrijke rol in deze ontwikkeling. Het bedrijf behaalde in het eerste kwartaal van 2026 meer dan achthonderd miljoen euro aan terugkerende jaaromzet en bedient inmiddels ruim 1,1 miljoen gebruikers. Alan is actief in onder meer Frankrijk, Spanje, België en Canada. Voor Prosus past de investering binnen de strategie om het digitale zorgaanbod uit te breiden. De samenwerking moet Alan helpen internationaal op te schalen, terwijl Prosus zijn positie in de groeiende ai-zorgmarkt versterkt. Exact-specialist Advisie verder als Alistar Exact-partner Advisie gaat vanaf 1 juli verder onder de naam Alistar. Met de naamswijziging rondt het technologiebedrijf een integratieproces af dat begon nadat Advisie onderdeel werd van Alistar. Voor klanten verandert er weinig: de consultants, dienstverlening en Exact-expertise blijven behouden. Wel krijgen zij toegang tot een breder aanbod op het gebied van onder meer data, ai, cloud, cybersecurity en managed services. Met één merk wil Alistar duidelijker positioneren dat het organisaties ondersteunt met een geïntegreerde aanpak voor digitale transformatie. Exact blijft daarbij een belangrijke pijler binnen de dienstverlening. Alistar telt ruim 830 medewerkers en ondersteunt meer dan 5.000 klanten in België, Nederland en Frankrijk. Volgens ceo Jan Hofman blijft de kracht van Advisie binnen het Exact-ecosysteem behouden, terwijl klanten kunnen profiteren van de bredere technologische expertise binnen de organisatie.
China bezit krachtigste su­per­com­pu­ter ter wereld
4 dagen
China heeft de Verenigde Staten ingehaald op de Top 500-lijst van krachtigste supercomputers. Het Chinese LineShine-systeem passeert daarmee de Amerikaanse nummer één El Capitan. De ontwikkeling laat zien dat China ondanks Amerikaanse exportbeperkingen in staat blijft eigen supercomputertechnologie te ontwikkelen. LineShine maakt gebruik van in China ontworpen chips: custom Arm-processors. Het systeem is gebaseerd op het aangepaste LingKun-platform met 304-core LX2-processors, de eigen LingQi-interconnect en het Kylin-besturingssysteem. De supercomputer staat in het National Supercomputing Centre Shenzhen (NSCS), in de Chinese hightechstad Shenzhen. Het Shenzhen Cloud Computing Center bouwde het systeem. LineShine behaalde op de HPL-benchmark een rekenkracht van 2,198 exaflops per seconde. Daarmee is het systeem ruim twintig procent sneller dan de nummer twee. De supercomputer gebruikt meer dan 45.000 chips met in totaal 13.789.440 cores. Ook op de HPCG-ranglijst staat LineShine bovenaan met een score van 22 petaflops per seconde. Gemengde precisie Voor ai-gerelateerde rekentaken is LineShine minder dominant. Op de HPL-MxP-benchmark, die prestaties met gemengde precisie meet, eindigt het systeem op de vierde plaats met 7,92 exaflops per seconde. Dat is mede te verklaren doordat LineShine volledig op cpu’s is gebaseerd en geen gpu’s gebruikt. China stond tien jaar geleden ook boven aan de Top 500-lijst met TaihuLight, dat in het National Supercomputing Center in Wuxi staat. De Amerikaanse supercomputer El Capitan, van het Lawrence Livermore National Laboratory, zakt naar de tweede plaats. Het systeem wordt onder meer gebruikt voor simulaties rond het Amerikaanse kernwapenprogramma en draait op AMD-processors. Na El Capitan volgen Frontier van het Oak Ridge National Laboratory, Aurora van Argonne Leadership Computing Facility en de Europese supercomputer Jupiter Booster in het Duitse Jülich. Alle vijf systemen behoren tot de exascale-klasse. De Nederlandse supercomputer Snellius verdwijnt uit de Top 500. Volgens de samenstellers komt dat door de snelle groei van exascale-systemen en gpu-gebaseerde cloudclusters. De concurrentie om de snelste computers ter wereld gaat verder dan klassieke supercomputers. Ook op het gebied van quantum computing proberen de Verenigde Staten en China elkaar voor te blijven.
Ciso’s investeren massaal in monitoring door groei botverkeer
4 dagen
Botverkeer is inmiddels groter dan menselijk internetverkeer en verandert het cyberdreigingslandschap. Uit de jaarlijkse ‘IG&H CISO Pulse’ blijkt dat tachtig procent van de cybersecurityprofessionals extra investeert in monitoring, cloudbeveiliging en threat exposure management. Volgens het onderzoek zorgen autonome agents, agentische ai en grootschalige automatisering voor een groter aanvalsoppervlak. Bots kunnen op hoge snelheid verkenningen uitvoeren, inloggegevens testen en api’s misbruiken, waardoor traditionele beveiligingsmodellen steeds minder volstaan. De grootste zichtbaarheidstekorten ontstaan volgens het Nederlands advies- en technologiebedrijf in cloudomgevingen, saas-ketens en identity flows (de processen en gegevensstromen rondom digitale identiteiten en toegangsrechten binnen een organisatie). Organisaties richten zich daarom vaker op continue monitoring en inzicht in digitale afhankelijkheden. Naast technologie blijft de menselijke factor belangrijk: 65 procent van de ondervraagde organisaties investeert in personeel en securitycultuur. De rol van de ciso verschuift daarmee van incidentpreventie naar het beheersen van continu veranderende, machinegedreven risico’s.
Nederlands bedrijf trekt 320 miljoen aan voor ruimtelijke ai-modellen
4 dagen
Het Nederlandse ai-bedrijf General Intuition, opgericht door Pim de Witte uit Nijmegen, is in gesprek over een nieuwe financieringsronde. Het bedrijf haalde eerder dit jaar al 320 miljoen dollar op bij grote Amerikaanse investeerders.   Vandaag maakte de startup bekend in januari 320 miljoen dollar te hebben aangetrokken in een series A-ronde die geleid werd door het Amerikaanse Khosla Ventures, samen met General Catalyst, Bezos Expeditions en oud Google-topman Eric Schmidt. Dit betekent een waardering van het bedrijf op 2,3 miljard dollar. Drie maanden daarvoor haalde het bedrijf 133 miljoen dollar op in een Seed-ronde. De nieuwe series B-ronde zou naar verluidt gaan om een bedrag van driehonderd miljoen dollar. General Intuition is een soort onderzoekslaboratorium dat zich toelegt op het bouwen van fundamentele modellen voor omgevingen die diepgaand ruimtelijk en temporeel redeneren vereisen. Het bedrijf ontwikkelt ai-agenten die helpen systemen te begrijpen hoe dingen zich verhouden in zowel ruimte als tijd. Deze ai kan niet alleen patronen herkennen, maar ook redeneren over ‘waar’ en ‘wanneer’. Oprichter Pim de Witte draaide op 14-jarige leeftijd al de grootste particuliere server op Runescape. Op zijn 20e werkte hij voor Artsen zonder Grenzen. Hij bouwde daar een systeem om het uiterst besmettelijke en zeer dodelijke Ebola-virus te bestrijden. Verder ontwikkelde hij met Mapswipe nieuwe data-methoden voor het labelen van teledetectie- en satellietgegevens tijdens rampen.  Twee miljard gameplay-clips In 2018 richtte hij Medal op, een sociaal media-platform waar gamers clipjes kunnen plaatsen over unieke, actievolle hoogte- of dieptepunten. Jaarlijks worden twee miljard gameplay-clips op Medal gezet, waarop General Intuition voortborduurt. Met deze game-video’s traint en bouwt het bedrijf basismodellen en ai-agenten. Die kunnen dankzij een enorme hoeveelheid actie-gelabelde video-datasets begrijpen hoe objecten en entiteiten zich door ruimte en tijd bewegen. De Witte denkt dat de volgende doorbraak in ai komt van interactieve videodata. Het model van General Intuition kan omgevingen begrijpen waar het niet op getraind is en acties daarin correct voorspellen. Ai-agents hebben alleen beeld als input. Ze zien precies wat een menselijke speler op het scherm ziet. Deze agenten bewegen door de omgeving door dezelfde controller‑signalen te volgen die een mens zou geven. Volgens De Witte maakt dat deze aanpak makkelijk toepasbaar op echte systemen zoals robotarmen, drones en zelfrijdende voertuigen, die mensen nu ook vaak met gamecontrollers bedienen. Menselijke intelligentie gaat verder dan taal De volgende stap voor General Intuition bestaat uit twee doelen: nieuwe virtuele werelden (‘world models’) genereren om andere agents in te trainen, en agents laten leren om zelfstandig hun weg te vinden in volledig onbekende fysieke omgevingen (‘action models‘). De Witte: ‘De krachtigste fundamentele modellen worden getraind op geschreven woorden. Maar menselijke intelligentie gaat veel verder dan taal. Het is ontstaan in millennia van interactie en verkenning; door de eindeloze cyclus van intentie, actie en gevolgen in diverse omgevingen.’ Volgens De Witte moeten echt intelligente machines het vermogen verwerven om waar te nemen, te anticiperen en te improviseren binnen de zich ontvouwende dynamiek van de realiteit. ‘We omarmen games als de ultieme uitdrukking van vindingrijkheid en probleemoplossing.’ Hij vindt dat de ai’s van vandaag vooral boekenwijsheid bevatten. Alles wat ze weten, hebben ze geleerd van beschikbare taal, afbeeldingen en video’s. Om verder te evolueren, moeten ze ‘streetwise’ worden. Dan kan ook een grote stap naar algemene, universele ai worden gezet.  Met de opbrengst van de nieuwe investeringsronde gaat General Intuition op grote schaal GPU’s aanschaffen die nodig zijn om de rekencapaciteit uit te breiden. Naast vestigingen in New York, Genève, Londen en Parijs wordt het bedrijf in Nederland uitgebouwd. De IP en data zitten in ons land. De Witte zelf opereert vanuit New York. Ook de meeste investeerders in zijn bedrijf zijn Amerikaans. In een interview met NRC zegt hij dat alle Nederlandse risicokapitaalverstrekkers hem destijds hebben afgewezen. ‘Echt allemaal,’ verklaart hij. 
Waarom ‘in-country roaming’ relevant is voor iot-toepassingen
5 dagen
BLOG – In diverse rapporten wordt Nederland geprezen om de kwaliteit van zijn mobiele netwerken. Alle drie de mobiele aanbieders – KPN, Odido en Vodafone – scoren hoog en gezamenlijk dekken zij vrijwel het volledige landoppervlak. Toch kan geen enkele provider afzonderlijk volledige dekking garanderen. Dat vormt een aandachtspunt voor kritische iot-toepassingen, waar continuïteit en beschikbaarheid essentieel zijn. Roaming is bekend van mobiel gebruik in het buitenland, vaak in de context van extra kosten. Opvallend genoeg kunnen gebruikers daar doorgaans wel eenvoudig tussen netwerken schakelen, terwijl binnenlands gebruik meestal beperkt blijft tot één provider. Die beperking is vooral het gevolg van regelgeving en marktstructuur. Overheden hebben frequenties per kavel toegewezen aan individuele operators, met als doel concurrentie te stimuleren. Operators gebruiken die frequenties exclusief voor hun eigen klanten. Internationale roaming ontstaat juist via bilaterale afspraken tussen operators. Daardoor kunnen gebruikers in het buitenland op meerdere netwerken terechtkomen. Die selectie is echter niet altijd optimal: operators hanteren in veel gevallen ‘least cost routing’, waarbij kosten zwaarder kunnen wegen dan maximale kwaliteit of dekking. De behoefte aan robuuste connectiviteit groeit, vooral bij iot-toepassingen waar uitval directe gevolgen kan hebben. Voorbeelden zijn onder meer patiëntmonitoring in de thuiszorg, en detectiesystemen voor droogte en natuurbranden. In dit soort scenario’s is continue connectiviteit cruciaal. Elke onderbreking kan impact hebben op veiligheid of besluitvorming. Alternatieven In theorie kan maximale dekking worden bereikt door per locatie de best presterende operator te kiezen. In de praktijk is dat voor grootschalige iot-uitrol niet werkbaar. Alternatieven zoals multi-sim-oplossingen vergroten de beschikbaarheid, maar brengen extra kosten en technische complexiteit met zich mee. Een andere benadering is ‘in-country roaming’, waarbij devices binnen één land gebruikmaken van meerdere netwerken. Dit concept is al langer technisch mogelijk en wordt in specifieke toepassingen ook toegepast. Zo worden in de praktijk mobiele connectiviteitsoplossingen gebruikt waarbij via contractstructuren met meerdere operators toegang tot verschillende netwerken ontstaat. Mobile Virtual Network Operators (MVNO’s) spelen hierin vaak een rol, doordat zij diensten inkopen bij meerdere netwerkpartijen. Voor bedrijfskritische iot-toepassingen kan samenwerking met een operator of MVNO met multi-netwerktoegang een manier zijn om beschikbaarheid te verhogen. Daarbij spelen contractuele afspraken over quality of service en roaming een belangrijke rol. Wel kan dit leiden tot extra complexiteit, bijvoorbeeld wanneer ook voice- of sms-functionaliteit vereist is. In dergelijke gevallen zijn soms aanvullende nummerstructuren of buitenlandse iot-profielen nodig. Conclusie Hoewel Nederland beschikt over een hoogwaardige mobiele infrastructuur, blijft volledige dekking per individuele operator een theoretische grens. Voor kritische iot-scenario’s kan ‘in-country roaming’ of multi-netwerktoegang daarom een relevante aanvulling zijn. De keuze voor een oplossing hangt sterk af van de toepassing: waar maximale betrouwbaarheid vereist is, kan netwerk-onafhankelijke connectiviteit een strategisch voordeel bieden, ondanks de extra complexiteit die dit met zich meebrengt. Jan Buis, manager business development Genexis
Kort: Microsoft richt pijlen op cybercrime-tools, werknemer koopt eigen ai in (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft en Europol slaan toe in cybercrime-netwerk, werknemers regelt zelf ai op de werkvloer, Bunq stelt zijn bankinfrastructuur beschikbaar aan Europese bedrijven, Holland ICT Groep krijgt groeispurt met NLI Capital aan boord, en Levelfour Networks in handen van Photon Capital.Microsoft en Europol pakken cybercrime-tools Amadey en StealC aanMicrosoft Digital Crimes Unit (DCU), een gespecialiseerde afdeling van Microsoft die zich bezighoudt met het bestrijden van cybercriminaliteit, heeft samen met Europol en internationale partners juridische stappen gezet tegen de cybercrime-tools Amadey en StealC. De actie richt zich niet op één afzonderlijke dreiging, maar op de infrastructuur achter bredere cyberaanvallen.Volgens Microsoft worden tools als Amadey en StealC vaak gecombineerd: Amadey wordt ingezet om toegang tot systemen te verkrijgen, waarna StealC onder meer wachtwoorden en andere gevoelige gegevens buitmaakt. In de eerste twee weken van mei werden wereldwijd meer dan 140.000 geïnfecteerde ip-adressen gekoppeld aan deze malwarefamilies.Microsoft gebruikte ai-technologie, waaronder Copilot, om malware sneller te analyseren en verbanden tussen cybercriminele netwerken te leggen. Nederland behoort volgens het bedrijf tot de zwaarst getroffen landen door StealC en staat wereldwijd op de negende plaats qua aantal slachtoffers.Werknemers zetten eigen ai-tools in op werkEén op de vijf Nederlandse werknemers heeft zelf een betaald abonnement op ai-tools afgesloten om deze voor werk te gebruiken. Organisaties lopen daarmee achter op de ai-behoefte van het personeel, blijkt uit de ‘IT-Indicator 2026‘ van de Nederlandse it-leverancier en managed services-aanbieder Aces Direct onder ruim duizend werknemers bij organisaties met 250 tot 1.200 medewerkers.Volgens het onderzoek zegt 35 procent onvoldoende uitleg te hebben gekregen over het gebruik van ai binnen de organisatie. Daarnaast geeft slechts 43 procent aan dat er duidelijke ai-richtlijnen zijn. Het gebrek aan beleid vergroot het risico op schaduw-it: werknemers gebruiken dan zelfgekozen tools buiten het zicht van de it-afdeling.Aces Direct waarschuwt dat privéabonnementen mogelijk niet voldoen aan compliance-eisen en dat bedrijfsdata onbedoeld buiten de organisatie kan belanden.Bunq opent bankinfrastructuur voor bedrijvenNeobank Bunq stelt zijn bankinfrastructuur beschikbaar aan bedrijven in heel Europa. Met de nieuwe dienst – bunq-as-a-service (baas) – integreren organisaties financiële diensten in hun eigen producten en toepassingen.Via het platform krijgen bedrijven toegang tot onder meer Sepa (Single Euro Payments Area)-betalingen, digitale betaalpassen, fondsenbeheer en mogelijkheden voor loyaliteitsprogramma’s. Ook zijn abonnementen en cryptodiensten in betaaldiensten in te passen. Bunq zegt bedrijven hiermee te helpen sneller te voldoen aan eisen rond compliance en beveiliging.Volgens Joe Wilson, chief evangelist bij Bunq, wil de bank met de dienst bedrijven de technologie en licenties bieden waarmee zij eigen financiële diensten kunnen ontwikkelen. De Nederlandse neobank richt zich met baas op uitbreiding van zijn rol als infrastructuurleverancier voor digitale financiële toepassingen.NLI Capital neemt meerderheidsbelang in Holland ICT GroepNLI Capital neemt een meerderheidsbelang in Holland ICT Groep (HIG), een platform van Nederlandse managed it-dienstverleners voor het mkb. Met de investering wil de investeringsmaatschappij de groei, verdere investeringen en overnames van de organisatie ondersteunen. Holland ICT Groep levert vanuit zes regionale partnerbedrijven it-diensten zoals managed services, cybersecurity, cloud en modern workplace-oplossingen aan circa 1.300 klanten. De groep telt ruim zestig medewerkers.Ceo Pieter van Woerden blijft betrokken als aandeelhouder en directeur. Richard Bronzwaer treedt toe als coo en mede-investeerder. Hij brengt ervaring mee op het gebied van buy-and-build en het opschalen van managed serviceplatformen. De investering past binnen de consolidatie van de gefragmenteerde Nederlandse msp-markt, waarin digitalisering, cybersecurity en het tekort aan it-personeel de vraag naar uitbestede diensten stimuleren.Photon Capital neemt Levelfour Networks over voor uitbreiding managed securityplatformInvesteerder Photon Capital breidt zijn managed network- en securityplatform uit met de overname van Levelfour Networks. Het is de derde toevoeging aan het platform, na de eerdere overnames van CrowdXS en Cloud Networks.Levelfour levert zakelijke internet-, telefonie- en netwerkoplossingen en heeft een sterke positie opgebouwd in onder meer de retail-, hospitality- en zorgsector. Met de overname wil Photon Capital het dienstenaanbod op het gebied van connectiviteit, communicatie en security verder versterken.De drie bedrijven worden samengebracht in één platform voor het ontwerp, de implementatie en het 24/7-beheer van veilige it-omgevingen. Photon Capital wil de komende periode verder groeien via organische ontwikkeling en nieuwe strategische overnames.
Nederland sluit zich aan bij Pax Silica
5 dagen
Nederland treedt toe tot de Pax Silica-alliantie, een door de VS geïnitieerd samenwerkingsverband van sleutelpartners in de ai- en chipindustrie. De alliantie richt zich op de volledige keten, van kritieke grondstoffen tot eindproducten. Doel is het vergroten van de economische veiligheid in een geopolitiek onrustige wereld. Dinsdag tekende minister Sjoerd Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) in Washington D.C. een verklaring om toe te treden tot het initiatief. Hoewel dit niet met zoveel woorden wordt gezegd, is het blok van gelijkgestemde landen vooral bedoeld om minder afhankelijk van China te worden. De dominantie van China op het gebied van zeldzame aardmetalen en magneten baart zorgen. Pax Silica is ook te zien als de tegenhanger van China’s Digital Silk Road. De VS vrezen door China technologisch overvleugeld te raken. ASML, met hoofdkantoor in Veldhoven, speelt met zijn hoogwaardige lithografietechnologie een sleutelrol. Daarom willen de Amerikanen Nederland er graag bij hebben. Vrijwel alle deelnemers aan de alliantie zijn landen met unieke posities in de ai- en chipketen: de VS (ai-modellen, gpu’s en ontwerpsoftware), Japan (materialen en machines), Zuid-Korea en Taiwan (chips en geavanceerde productie). Ook Israël, de Verenigde Arabische Emiraten en India zijn lid. De Europese Commissie en andere Europese lidstaten hebben aangegeven zich op korte termijn bij het initiatief aan te zullen sluiten, meldt Sjoerdsma. Volgens de Wall Street Journal wil de VS ook de ai-regulering verminderen. Jacob Helberg, de Amerikaanse staatssecretaris van Economische Zaken, zei eerder dat de alliantie ervan verzekerd wil zijn dat wet- en regelgeving op het gebied van ai geen keurslijf mag worden. Volgens minister Sjoerdsma biedt Pax Silica kansen voor de Nederlandse economie en verstevigt het de handelspositie van Nederland. Hij zinspeelt erop dat deelname van Nederland kan leiden tot meer ai-financiering en extra banen in de hightechsector. ASML zegt in een reactie de Pax Silica te ondersteunen. Het bedrijf juicht toe dat Nederland zich aansluit bij een alliantie van landen die de weerbaarheid van tech-leveringsketens willen versterken. ASML is ook medeondertekenaar van de Trusted Tech Alliance, een initiatief van bedrijven dat afgelopen februari tijdens de Veiligheidsconferentie van München werd gelanceerd. Deze bedrijvencoalitie heeft dezelfde doelstellingen.
Cyberagentschappen Five Eyes roepen op tot actie tegen ai-dreigingen
5 dagen
De cybersecurity-agentschappen van de zogenaamde Five Eyes-landen (Australië, Canada, Nieuw-Zeeland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten) hebben een gezamenlijke verklaring gepubliceerd waarin ze bedrijfsleiders oproepen om sneller te reageren op de impact van ai op cyberrisico’s.Five Eyes is een van de hechtste inlichtingenallianties. De vijf westerse landen delen grote hoeveelheden inlichtingen over een breed scala aan veiligheidskwesties, waaronder terrorisme, cyberdreigingen en buitenlandse spionage.Een gezamenlijk statement is doorgaans eerder uitzonderlijk. Volgens de ondertekenaars, onder wie de hoofden van het Australian Cyber Security Centre, het Canadian Centre for Cyber Security en het Britse NCSC, versnelt ai zowel de snelheid als de schaal en complexiteit van cyberaanvallen. De agentschappen stellen dat de tijdlijn voor verandering ‘geen jaren, maar maanden’ bedraagt. Ai verkleint naar eigen zeggen het venster tussen het ontdekken van een kwetsbaarheid en de daadwerkelijke exploitatie ervan, wat de druk op patchprocessen verhoogt. Maatregelen In de verklaring roepen de agentschappen organisaties op om hun aanvalsoppervlak te beperken, patchprocessen te versnellen, verouderde systemen aan te pakken, identity- en accesscontroles te verstevigen en zich voor te bereiden op incidenten.Cyberweerbaarheid moet volgens hen niet langer als een louter technisch vraagstuk worden behandeld, maar als een kernverantwoordelijkheid van bestuurders en directies. Tegelijk benadrukken de agentschappen dat ai ook verdedigers kan helpen, onder meer bij het sneller detecteren van kwetsbaarheden en het monitoren van afwijkend gedrag. De ondertekenaars roepen de hele sector, inclusief leveranciers, op om samen te werken en informatie over dreigingen te blijven delen. De verklaring formuleert vooral bekende aanbevelingen, zoals secure-by-design en sneller patchen. En of de oproep tot snellere actie zich ook vertaalt in extra initiatieven of concrete richtlijnen voor organisaties, blijft in het statement zelf onbeantwoord.
Gluren achter de deuren van een digitale vesting
5 dagen
Reportage Nationale Datacenter Dag 2026Tijdens de Nationale Datacenter Dag op 9 juni 2026 zetten elf Nederlandse datacenterlocaties hun deuren open voor publiek. Computable bezocht het datacenter van Eurofiber in Groenekan, door het bedrijf standaard aangeduid als Eurofiber Utrecht 1. Naast hekwerken, toegangssluizen en streng beveiligde serverzalen bood de rondleiding ook inzicht in hoe het datacenter zich positioneert op het gebied van digitale soevereiniteit, cloudgebruik en energievoorziening.Een schuifhek waarvoor een toegangspas of code nodig is scheidt de parkeerplaats van de openbare weg. Gelukkig is er ook een bel. Een vriendelijke stem vraagt wie er bij het hek staat en adviseert een parkeerplek. De voordeur blijft gesloten totdat een medewerker deze opent en de identiteitskaart van de bezoeker scant bij een zuil waar gasten, medewerkers en klanten zich aanmelden. De eerste horden zijn genomen om de vesting van het Eurofiber-datacenter in Groenekan binnen te komen.Na de toegangscontrole is er tijd voor een kop koffie en een gesprek over het speelschema van het wk-voetbal dat op tafel ligt. De persoon die vandaag de rondleiding verzorgt – Eurofiber wil uit veiligheidsoverwegingen niet dat die naam in het artikel komt – wacht tot stipt 13.00 uur. Op dat moment start de tweede excursie van de dag. In de ochtend werd een groep van acht bezoekers rondgeleid. Nu gaan er drie bezoekers op pad naar ruimten waar normaal geen externen welkom zijn. Het gezelschap bestaat uit een Computable-verslaggever, een medewerker van een ministerie die liever anoniem blijft en Marco Koebbert van Rittal, een leverancier van kleinere serverruimten en patchkastoplossingen. Koebbert is vooral geïnteresseerd in de koeltechniek. Eerder die dag bezocht hij al een ander datacenter. Ook de locatiedirecteur sluit aan.Tijdens deze twaalfde editie van de Nationale Datacenter Dag, een initiatief van brancheorganisatie Dutch Datacenter Association (DDA), is Eurofiber Utrecht een van de elf locaties waar bezoekers van dichtbij kunnen zien hoe de infrastructuur achter moderne communicatie- en digitale diensten functioneert. Naast techniek is er aandacht voor thema’s als digitale soevereiniteit, verantwoord energiegebruik en de positie van Nederland als digitaal knooppunt.SoevereiniteitVolgens de rondleider kiezen steeds meer organisaties ervoor om hun afhankelijkheid van grote publieke cloudplatforms te heroverwegen. ‘Wat dat betreft is het beleid van Trump goed voor onze business, ook al zorgen geopolitieke spanningen, zoals de onrust rond Iran, voor hogere energieprijzen.’ Daarnaast ziet de gids dat bedrijven om financiële redenen terugkeren naar Nederlandse datacenters. Contracten met grote cloudleveranciers zijn volgens de rondleider vaak minder voorspelbaar geworden, mede doordat intern dataverkeer steeds vaker afzonderlijk wordt doorberekend.De open dag trekt in totaal ongeveer 170 bezoekers verdeeld over elf locaties. Daarmee blijft het evenement bescheiden vergeleken met publieksdagen als Kom in de Kas of Open Monumentendag, die overigens niet op een doordeweekse dag maar in het weekend worden georganiseerd. Toch nemen de deelnemende organisaties ruim de tijd om bezoekers rond te leiden en vragen te beantwoorden. Voor geïnteresseerden en omwonenden biedt het evenement een zeldzame kans om een sector te bekijken die normaal gesproken grotendeels aan het zicht is onttrokken.Via de sluis naar de datavloerHet gezelschap verplaatst zich naar de presentatieruimte. Om daar te komen, wordt een eenmanssluis geopend die de kantoor- en ontvangstruimte verbindt met de datavloer. In de sluis bevindt zich een weegschaal. Die moet voorkomen dat iemand ongezien met een stapel servers onder de arm het pand verlaat. Toegang tot de datavloeren wordt alleen verleend via een dubbele verificatie met zowel een persoonlijke toegangspas als een biometrisch kenmerk, zoals een scan van de vingerafdruk.Tijdens de presentatie in een kamer met tafels in carré-opstelling en luxe bureaustoelen neemt Eurofiber ook wat ruimte om het eigen bedrijf voor te stellen. Volgens de rondleider onderscheidt Eurofiber zich van andere datacenteraanbieders doordat het volledige controle heeft over zijn infrastructuur. De gids wijst op het eigen glasvezelnetwerk, de datacenters, directe internetpeering en publieke en private cloudvoorzieningen. Ook wordt het energiegebruik van datacenters gunstig gepositioneerd. Op een sheet met cijfers van de DDA staat dat het watergebruik van datacenters in Nederland nog geen één procent is en de datacentersector voor nog geen half procent van het energiegebruik in Nederland zorgt.Beveiliging tot op kastniveauWanneer de deur naar de datacenterzaal opengaat, klinkt direct het gezoem van servers en koelinstallaties. Eurofiber maakt gebruik van zogenoemde cold corridors. Koude lucht wordt via een verhoogde vloer aangevoerd, terwijl warme lucht in afgesloten gangen wordt afgevoerd. Hierdoor hoeft niet de volledige ruimte gekoeld te worden, maar alleen de directe omgeving van de apparatuur.Klanten kunnen een half of volledig rack huren, eerder was een kwart ook mogelijk, maar die worden niet meer verhuurd. Waar vroeger apparatuur van verschillende klanten soms in hetzelfde rack stond, is dat tegenwoordig ondenkbaar. Iedere klant beschikt over een eigen afsluitbaar rack. Standaard zijn deze voorzien van een codeslot. Steeds vaker kiezen klanten voor een combinatie van biometrische toegang en een toegangscode. Daardoor wordt nauwkeurig vastgelegd wie wanneer toegang heeft gehad tot een serverkast. Sommige klanten laten bovendien een extra beveiligingskooi, die cage wordt genoemd, rond hun racks plaatsen. Ook camera’s worden steeds vaker ingezet, zodat klanten op afstand kunnen volgen wie werkzaamheden uitvoert. De vier serverzalen, technische ruimten en blusinstallatieruimte beschikken allemaal over afzonderlijke toegangscontrole.Redundantie Tijdens de rondleiding komen begrippen als redundantie uitgebreid aan bod. Iedere server beschikt over een dubbele stroomvoorziening. Valt stroomgroep A uit, dan neemt groep B de belasting over. Volgens contract levert Eurofiber honderd procent uptime. Om die beschikbaarheid te ondersteunen, beschikt het datacenter over meerdere noodstroomgeneratoren. Bij uitval van het elektriciteitsnet zorgen accu’s en ups-systemen ervoor dat de overgang naar noodstroom binnen enkele seconden plaatsvindt, zonder dat servers of diensten uitvallen.Er is voldoende brandstof aanwezig om het datacenter minimaal 24 uur zelfstandig te laten functioneren. Daarnaast bestaan er afspraken met meerdere leveranciers voor aanvullende bevoorrading. Die wordt via verschillende routes aangevoerd. ‘Alles is hier redundant’. lacht de rondleider. Eurofiber Utrecht 1Het datacenter van Eurofiber in Groenekan is in 2012 gebouwd door Dataplace en in 2016 overgenomen door Eurofiber. Sindsdien worden doorlopend technische upgrades uitgevoerd. Tijdens het bezoek worden accu’s van de noodstroomvoorziening vervangen omdat deze het einde van hun levensduur hebben bereikt. Exacte aantallen en specificaties waren tijdens de rondleiding niet beschikbaar. ‘Dit is onze meterkast’, roept de gids terwijl de groep een ruimte met UPS-installaties binnenloopt.In een andere ruimte bevindt zich de blusinstallatie. In geval van brand wordt een gas in de betreffende ruimte geïnjecteerd om de zuurstofconcentratie te verlagen en zo het vuur te doven. Water is vanwege de aanwezige elektrische installaties en de potentiële schade aan apparatuur geen wenselijke optie. ‘Het is altijd de bedoeling om apparatuur te redden’, legt de rondleider uit. Koebbert zou graag nog een kijkje nemen bij de chillers op het dak, maar dat onderdeel maakt geen deel uit van de rondleiding. Na ruim een uur wordt het gezelschap weer richting de uitgang geleid.De Nationale Datacenter Dag trekt misschien geen honderdduizenden bezoekers, maar biedt wel iets wat zelden mogelijk is: een blik achter de gesloten deuren van een sector waarop vrijwel iedere digitale dienst dagelijks leunt.Eurofiber Utrecht 1– kerngegevensKenmerkSpecificatieTotale bruto vloeroppervlakte3.500 m²Totale netto datacenterruimte2.000 m²Tier-classificatieTier IIIToegangscontrole24/7 zelfstandig, toegangspas + biometrieVloerbelasting1.500 kg/m²Parkeerplaatsen13StroomvoorzieningN+1Stroomfeed per rack2× 32 A No BreakAutonomie noodstroomaggregaten≥ 24 uur zonder bevoorradingKoelvoorzieningN+1KoeltechniekenChillers met vrije koeling (gesloten circuit)Cold corridorsJaWat betekent Tier III?Een Tier III-datacenter is ontworpen om gelijktijdig onderhoud mogelijk te maken. Dat betekent dat onderdelen van de stroom- en koelvoorziening onderhouden of vervangen kunnen worden zonder dat de dienstverlening wordt onderbroken. Een Tier III-datacenter garandeert een beschikbaarheid van 99,982%. Dit betekent in de praktijk een maximale toegestane uitvaltijd (downtime) van 1,6 uur per jaar.Belangrijke kenmerken zijn:– Minimaal N+1 redundantie voor stroom- en koelsystemen.– Onderhoud zonder geplande downtime.– Hoge beschikbaarheid van de infrastructuur.– Onafhankelijke noodstroomvoorzieningen voor continuïteit bij stroomuitval.
ABN Amro: mkb gebruikt ai, maar ontbeert beleid voor relevante risico’s
6 dagen
Het Nederlandse mkb maakt steeds vaker gebruik van ai, maar veel bedrijven hebben nog onvoldoende maatregelen getroffen om de bijbehorende risico’s te beheersen. Zo gebruikt 78 procent van de mkb-bedrijven ai in enige vorm, terwijl negen procent formeel beleid heeft voor het gebruik van externe ai-oplossingen. Bij grote bedrijven ligt dat aandeel op een derde. Dat blijkt uit onderzoek van ABN Amro in samenwerking met marktonderzoeker MWM2 onder 777 Nederlandse organisaties. Vooral kleinere mkb-bedrijven blijken onvoldoende voorbereid op nieuwe digitale dreigingen die ontstaan door de snelle opkomst van ai. Ai vergroot digitale risico’s Volgens het onderzoek creëert ai niet alleen nieuwe mogelijkheden, maar ook extra veiligheidsrisico’s. Cybercriminelen gebruiken de technologie bijvoorbeeld om aanvallen sneller en gerichter uit te voeren. Daarnaast kunnen datalekken ontstaan wanneer medewerkers gevoelige bedrijfsinformatie invoeren in externe ai-tools zoals ChatGPT en Claude. Bijna een derde van de mkb-bedrijven maakt zich zorgen dat medewerkers vertrouwelijke informatie delen met dergelijke assistenten. Ook ontbreekt bij veel mkb-organisaties een actueel inzicht in digitale kwetsbaarheden. Slechts een derde voerde het afgelopen jaar een risicoscan uit. Bij grote bedrijven ligt dat aandeel iets boven de helft. De voorbereiding op cyberincidenten blijft eveneens achter. Slechts 26 procent van het mkb beschikt over een formeel incident-responsplan. Bij grote bedrijven is dat 49 procent. Daarnaast heeft 43 procent van de mkb-bedrijven nog nooit een cyberaanval geoefend. Minder incidenten, maar afhankelijkheid blijft risico Tegelijkertijd ziet ABN Amro positieve ontwikkelingen. Het aantal bedrijven dat daadwerkelijk een cyberincident meemaakte, is gedaald. In het mkb daalde dit aandeel van 72 naar zestig procent. Bij zzp’ers ging het om een daling van 57 naar 48 procent. Bij grote bedrijven was de daling al eerder ingezet en liep het aandeel getroffen organisaties terug van 86 naar 76 procent. Ook het aantal bedrijven dat financiële schade opliep door cyberincidenten nam af: van twintig naar vijftien procent. Vooral grote bedrijven zagen een duidelijke verbetering, met een daling van 29 naar 21 procent. Volgens ABN Amro wijzen deze cijfers erop dat organisaties meer grip krijgen op bekende risico’s, bijvoorbeeld door betere basisbeveiliging, e-mailfilters en snellere detectie van verdachte activiteiten. Daar tegenover staat een nieuwe kwetsbaarheid: de afhankelijkheid van een beperkt aantal cloud- en ai-aanbieders. Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven ervaart een gedeeltelijke tot zeer grote afhankelijkheid van Amerikaanse technologiebedrijven. Dat geldt voor 35 procent van de zzp’ers, 46 procent van het mkb en zestig procent van de grote organisaties. Geopolitieke en juridische ontwikkelingen kunnen daardoor gevolgen hebben voor de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van buitenlandse digitale diensten. Bedrijven zoeken meer digitale autonomie Veel organisaties nemen inmiddels maatregelen om die afhankelijkheid te verkleinen. Van de mkb-bedrijven werkt 63 procent hieraan; bij grote bedrijven is dat 69 procent. Ook stappen steeds meer organisaties deels over op Europese oplossingen. Dat geldt voor zeventien procent van het mkb en twaalf procent van de grote bedrijven. Volgens de studie laat dit een opvallend verschil zien: grote bedrijven zijn vaak verder met formele beveiligingsprocessen, terwijl kleinere organisaties soms sneller overstappen zodra de noodzaak duidelijk wordt.
Investeerder Main haalt recordbedrag op: 5,25 miljard voor ai-enterprise software
6 dagen
Main Capital haalt maar liefst 5,25 miljard euro op voor nieuwe investeringen in enterprise softwarebedrijven. Dit is de grootste private equity buyout-fondsenwerving ooit in Nederland.  De Haagse investeerder mikt vooral op softwarebedrijven die dankzij ai extra groeikansen krijgen. Main is zeer gefocust op de ingrijpende transformatie die ai teweegbrengt in de bedrijfsbrede zakelijke software-industrie. Ai verandert in hoog tempo de manier waarop software wordt ontwikkeld, verkocht en opgeschaald. Daardoor ontstaat een nieuwe golf van groeimogelijkheden in de kern-productmarkten van Main, van healthtech en govtech tot infrastructuur en proptech. ‘We staan op een kantelpunt voor de enterprise software-industrie,’ zegt Charly Zwemstra, oprichter en chief investment officer bij Main. 38 exits Main heeft al meer dan twintig jaar ervaring in overnames van bedrijfssoftware in het lagere middensegment. In de loop van haar geschiedenis heeft de overnamemachine  van Charly Zwemstra 38 exits gerealiseerd met een gewogen gemiddeld bruto rendement van 4,7x en een verliespercentage van ruim onder de 0,5 procent. Main heeft bewezen veel kennis te hebben van de softwaremarkt. De investeerder werkt bovendien nauw samen met de meer dan 55 softwarebedrijven uit zijn portefeuille. Daardoor kan het naar eigen zeggen goed zien waar ai echt waarde toevoegt en kan het deze bedrijven helpen om ai in hun producten en processen te gebruiken. Volgens Main zorgt de combinatie van marktconsolidatie en snelle ai‑innovatie ervoor dat dit moment een van de beste is om te investeren in enterprise software sinds het bedrijf twintig jaar geleden werd opgericht. Investeerders uit VS, Azië en Midden-Oosten De 5,25 miljard euro aan toezeggingen van investeerders zoals pensioenfondsen, verzekeraars en staatsinvesteerders vloeit naar twee nieuwe fondsen: Main Capital IX (4 miljard euro) en Main Foundation III (1,25 miljard euro), wat samen meer dan verdubbeling betekent ten opzichte van hun voorgangers. De totale beheerde activa van Main klimmen hierdoor naar meer dan twaalf miljard euro. Nieuwe investeerders komen voornamelijk uit de Verenigde Staten, Azië en het Midden-Oosten. Main investeert tussen de 5 miljoen euro en 150 miljoen euro in winstgevende, veerkrachtige softwarebedrijven. Het bouwt deze uit tot grotere, schaalbare, grensoverschrijdende softwareconcerns door een combinatie van organische groei en gerichte fusies en overnames. Main blijft zich sterk richten op haar kernregio’s, te weten Benelux, de Duitstalige landen, Scandinavië, Frankrijk en Noord-Amerika. Nieuw is uitbreiding naar het Verenigd Koninkrijk, een van de meest dynamische en volwassen enterprise software-markten.
Spoelstra spreekt: Moeilijk te handhaven
6 dagen
COLUMN – Groot-Brittannië gaat het gebruik van social media verbieden voor jongeren onder 16 jaar. In Nederland zouden we dit ook heel graag willen, maar dat kan niet door al die asielzoekers. Dit is natuurlijk niet waar, maar volgens sommige partijen kunnen we dit niet vaak genoeg roepen.  Dat we social media niet verbieden in Nederland komt omdat we niet weten hoe we het moeten handhaven. Dat is met veel wetten zo. We hebben het gehad met het verbod op vuurwerk, de leeftijdsgrens bij alcohol en bij het verbieden van drugs proberen we het niet eens meer. Bij alles roepen we: ‘maar hoe gaan we dat handhaven?’ En dan denk ik, nou dat is bij social media heel gemakkelijk. Want, waarom moet de overheid handhaven? Laat de social media-platforms het zelf doen. De overheid hoeft alleen maar de platforms in de gaten te houden en als te veel minderjarigen op zitten (en te veel is meer dan 0) dan krijgen ze een boete. En bij te veel boete worden ze verboden. Een platform verbieden is namelijk heel gemakkelijk te handhaven. Je hoeft er maar één stekker uit te trekken. Je zult versteld staan hoe snel de platforms overgaan op een strenge leeftijdskeuring. We hebben vaak een probleem met handhaving. Maar ouders kunnen ook handhaven, toch? Of durven we onze prinsjes en prinsesjes niet meer te corrigeren? En ik weet ook wel: corrigeren mag natuurlijk niet meer. We moeten onze prinsjes en prinsesjes nu belonen. Ik weet de beloning al. Met elke dag dat een kind niet op social media zit, verkleint hij of zij de kans een autist met een angststoornis te worden. Ze hoeven niet meer na te denken of ze wel net zo succesvol, slank en rijk zijn als al die andere mensen op social media. Lijkt me een hele mooie beloning. Scheelt ook heel veel ritalin. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl.
Kort: Ai straks duurder dan ontwikkelaar, nieuwe index voor soevereiniteit (en meer)
6 dagen
Vandaag in het nieuwsoverzicht: Gartner waarschut voor exploderende token-kosten, Accenture biedt nu ook advies aan kleinere bedrijven en  diepe integratie van ai leidt tot meer kans op incidenten. Ai-coderingskosten dreigen salaris van ontwikkelaar te overtreffen Tegen 2028 zullen de kosten van ai-codeertools het gemiddelde ontwikkelaarssalaris overtreffen, voorspelt Gartner. Oorzaak: snel stijgende tokenconsumptie en ondoorzichtige verbruiksgestuurde prijsmodellen. Ontwikkelaars optimaliseren voor snelheid, niet voor kostenefficiëntie, waardoor budgetten sneller slinken dan de productiviteitswinst rechtvaardigt. Gartner adviseert organisaties een strakker beheermodel te hanteren: duidelijke richtlijnen voor ai-inzet, slimme taakroutering naar kleinere modellen, en regelmatige reviews van tokenverbruik. Accenture richt nieuwe businessunit op middelgrote bedrijven Accenture lanceert Accenture Edge, een businessunit speciaal voor mid-marketbedrijven en betreedt daarmee een marktsegment van 240 miljard dollar. Middelgrote organisaties kampen met dezelfde uitdagingen als grote bedrijven zoals verouderde it, cyberrisico’s en ai-adoptie, maar beschikken over minder middelen. Accenture Edge biedt toegang tot Accenture’s expertise, branchekennis en partnernetwerk, waaronder Avanade. Doel: sneller waarde halen uit technologie en ai, tegen een schaal en tempo die passen bij deze organisaties. Bechtle maakt digitale soevereiniteit meetbaar met nieuwe index Bechtle Groep Nederland introduceert de Bechtle Index of Sovereignty (BIoS), een tool die organisaties inzicht geeft in hun digitale soevereiniteit. Via een assessment van kritieke it-processen, gecombineerd met ai-ondersteunde data-analyse en advies van gecertificeerde architecten, brengt de BIoS afhankelijkheden in kaart en volgt hoe die zich ontwikkelen. De tool ondersteunt ook compliance met regelgeving zoals AVG en DORA. De uitrol loopt in Nederland, met pilots in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Phishing-aanval bereikt volledige toegang binnen vijf minuten Uit een Red Team-simulatie van Barracuda Research blijkt dat aanvallers na één phishing-e-mail binnen vijf minuten na de eerste klik met ai-tools al permanente toegang weten te krijgen: zo werden inloggegevens gestolen, MFA omzeild en sessiecookies onderschept. Daarna volgen mailboxbeheer, SharePoint-toegang en verborgen backdoors. Geen enkele losstaande beveiligingsmaatregel stopt dit, volgens Barracuda.  Ai-adoptie verhoogt veiligheidsrisico’s: governance wordt urgent Organisaties die ai diep integreren, lopen veertig procent meer kans op incidenten dan early adopters, blijkt uit onderzoek van Jamf onder 687 it- en securityleiders. Bijna driekwart (73 procent) heeft al ai ingevoerd, maar de zichtbaarheid op welke ai er wordt gebruikt blijft achter. Ruim een op de vijf organisaties heeft al een incident meegemaakt rond onverwachte kosten of security. Ai-governance is daarmee een operationele noodzaak.
Rabobank start hub voor versnellen agentic ai
6 dagen
De Rabobank heeft een Agentic Hub opgericht. Het gaat om een initiatief dat de eigen engineeringteams helpt om ai-agents sneller, veiliger en effectiever toe te passen in softwareontwikkeling. De Agentic Hub richt zich op de inzet van ai‑agents die engineers binnen vooraf vastgestelde kaders ondersteunen bij software-ontwikkeling. Deze ai-agents kunnen delen van het ontwikkelproces zelfstandig uitvoeren. Ze helpen bijvoorbeeld bij het continu beoordelen, ordenen en bijwerken van de productbacklog (backlog refinement). Daarnaast ontwikkelt de hub ai‑agents voor het genereren van softwarecode en het uitvoeren van code‑reviews en testwerk. Met die centrale plek wil de Rabobank meer grip krijgen op de kwaliteit, veiligheid en compliance van software-ontwikkeling en agentic ai. Het moet voorkomen dat afdelingen op eigen houtje met agentic-ai aan de slag gaan. ‘Met ongeveer 1.100 teams die betrokken zijn bij softwareontwikkeling, vraagt de opschaling van ai om meer dan losse experimenten’, schrijft de bank in een persbericht. De Agentic Hub laat teams voortbouwen op gedeelde kaders, herbruikbare bouwblokken en gevalideerde toepassingen. Ook bundelt de hub de ontwikkeling van technische producten. De hub past binnen een bredere ai-strategie van de bank om ai te ontwikkelen tot een kerncapaciteit. Rabobank hoopt zo succesvolle toepassingen sneller te delen en op grotere schaal in de praktijk brengen. Vonk De Agentic Hub staat onder leiding van Myrna Vonk. Zij is inmiddels twaalf jaar in dienst bij de bank. Ze begeleidde de afgelopen jaren grote transformaties binnen tech- en innovatie-projecten van de bank. Vonk: ‘Ai verandert niet alleen hoe we software bouwen, maar ook hoe engineers samenwerken en hun werk inrichten. Als je die verandering niet bewust organiseert, blijft het bij losse experimenten.’ Volgens haar vraagt ai om scherpere keuzes, andere samenwerking en een vernieuwde manier van ontwikkelen. Cito Rabobank Computable sprak onlangs met Rabobanks chief information technology officer (cito) Alexander Zwart. In dat gesprek kwam ook de Agentic Hub naar voren. Hij vertelde dat de bank eerder met een Digital Hub ervaring opdeed om inzicht te krijgen in hoe werk verandert wanneer de overstap wordt gemaakt naar agile werken. Zwart: ‘Met de Agentic Hub zetten we nu de volgende stap. We willen leren wat het betekent om software te ontwerpen, ontwikkelen, testen en beheren in een wereld waarin ai-agents een integraal onderdeel van het ontwikkelproces worden.’ Volgens hem versnelt de hub de adoptie en opschaling van de mogelijkheden van agentic-ai over de volledige software-ontwikkelingscyclus. De geleerde lessen van de hub worden bovendien vertaald naar het operating model van de hele it‑organisatie van de bank. Bijvoorbeeld door te leren begrijpen hoe werkprocessen, sprintritmes en teamgroottes veranderen door agentic-ai. Het interview met Zwart verschijnt binnenkort op de website van Computable. ING en ABN Amro Ook andere banken zijn bezig met de toekomst van agentic ai en de impact op hun ontwikkelafdeling. In het Analytics Engineering Center of Excellence van ING Bank werken engineers aan het ontwerpen en schalen van geavanceerde software-ontwikkelingsprocessen op basis van agentic ai. ABN Amro werkt met zogenoemde GenAI factories en ai-teams binnen de innovatie-afdeling. Zij experimenteren met ai-agents en bouwen deze ook. Hoewel ze geen specifieke interne hub voor agentic-ai en software-ontwikkeling hebben, zijn ze wel mede-oprichter van The Stack. Dat is een nationale ai-hub die in september 2026 in Amsterdam wordt gevestigd.
Prosus lanceert ai-tools voor ‘niet-it’ers’
6 dagen
Tech-investeerder Prosus introduceert twee nieuwe ai-diensten – ToqanClaw en Zapia – waarmee bedrijven en consumenten sneller en eenvoudiger taken moeten kunnen uitvoeren. Volgens ceo Fabricio Bloisi maken deze diensten ai ‘praktisch, bruikbaar en direct inzetbaar’. Gebruikers hebben daarvoor geen technische kennis nodig. Prosus, met hoofdkantoor in Amsterdam en miljardenbelangen in Tencent en Just Eat Takeaway, heeft de ai-tools sterk vereenvoudigd. ToqanClaw is momenteel als bèta beschikbaar en richt zich op de ruim vijf miljoen restauranthouders, winkeliers en ondernemers binnen het Prosus-ecosysteem. Zij kunnen, net als hun medewerkers, zelf apps, dashboards en automatiseringen bouwen door eenvoudig te beschrijven wat zij nodig hebben. In Nederland werken caféketen Lebkov & Sons, de Rotterdamse hamburgerketen Burger & Frites en pokébowl-keten Poke Perfect met de technologie. Zij ontwikkelden respectievelijk een app voor financiële rapportage, een bezorganalyse-agent en een operations assistant. Die laatste is via WhatsApp toegankelijk en vermindert volgens Prosus het aantal routinematige personeelsvragen met zeventig procent, waardoor medewerkers meer tijd overhouden voor klanten. Ceo Fabricio Bloisi. Prosus-topman Bloisi benadrukte tijdens een toelichting in Amsterdam dat toegang tot een ai-model op zichzelf geen concurrentievoordeel meer is. Volgens hem draait het om de manier waarop bedrijven data, context en feedbackloops inzetten om ai daadwerkelijk waardevol te maken. ToqanClaw is gebaseerd op Prosus’ eigen Large Commerce Model (LCM), dat is getraind op data van meer dan een miljard klanten en vijfhonderd miljoen dagelijkse interacties. Door LCM te koppelen aan ToqanClaw kunnen ai-agents niet alleen opdrachten uitvoeren, maar ook voorspellen welke acties een bedrijf nodig heeft. De agents kunnen daardoor anticiperen op behoeften, nog voordat een gebruiker daar expliciet om vraagt. Van bedrijfsprocessen naar persoonlijke assistent De tweede tool, Zapia, is wereldwijd beschikbaar en een ai-assistent die consumenten helpt taken uit te voeren. Volgens Prosus gebruiken meer dan zes miljoen mensen de dienst voor restaurantreserveringen, bestellingen, mailboxbeheer en het plannen van afspraken. Een gebruiker kan bijvoorbeeld vragen: ‘Vind een restaurant in Barcelona voor acht mensen deze zaterdag om negen uur, met vegetarische opties. Zet de shortlist in de familie-WhatsApp, wacht tot iedereen stemt en boek het.’ Zapia geeft dan niet alleen suggesties, maar voert de volledige taak uit. Met ToqanClaw zijn 60.000 agents ontwikkeld, waarvan er 20.000 maandelijks actief zijn. Daarnaast zijn er 13.000 applicaties gebouwd. Volgens Prosus ontwikkelen juist medewerkers zonder softwarekennis, maar met veel domeinkennis, vaak de meest waardevolle toepassingen. Het bouwen van een applicatie kost volgens het bedrijf slechts enkele minuten. Gebruikers kunnen in twee minuten een app ontwikkelen en deze vervolgens in nog eens twee minuten via een website demonstreren. Daarnaast krijgen zij toegang tot een marktplaats waarop collega’s kennis delen, bijvoorbeeld over het schrijven van handleidingen of het verbeteren van processen.
Nextcloud Summit bewijst dat migratie naar soevereine cloud volop plaatsvindt
6 dagen
De tijd dat digitale soevereiniteit in Europa vooral een beleidsbegrip was, is voorbij. Tijdens de Nextcloud Enterprise Summit 2026, afgelopen week in München, ging het niet langer over de vraag óf organisaties meer controle over hun digitale werkplek moeten krijgen, maar hóé zij dat aanpakken. Verschillende organisaties lieten tijdens het evenement zien hoe zij zijn gemigreerd naar een Europese soevereine cloudomgeving. Daarnaast presenteerde Nextcloud in München een nieuwe versie van zijn platform voor bestanden, communicatie, kantoorapplicaties, groupware, ai-assistentie en workflowautomatisering. Nextcloud Hub 26 Spring is de jubileumrelease waarmee het bedrijf zijn tienjarig bestaan markeert. De release brengt geen losse verzameling functies, maar versterkt vooral het idee van één modulaire soevereine werkplek. Organisaties kunnen bestanden beheren, documenten gezamenlijk bewerken, chatten, videobellen, agenda’s gebruiken, workflows automatiseren en ai-functionaliteit inzetten binnen één omgeving die zij zelf kunnen beheren of via een Europese partner kunnen afnemen. Een vernieuwing is de introductie van Euro-Office als tweede standaardoptie binnen Nextcloud Office, naast de bestaande Collabora-suite. Daarmee krijgen organisaties meer keuze in de manier waarop zij documenten, spreadsheets en presentaties willen bewerken. Euro-Office richt zich op sterke compatibiliteit met Microsoft Office-bestanden, goede browserprestaties en lagere serverbelasting. Collabora Online blijft beschikbaar voor organisaties die juist maximale compatibiliteit met het Open Document Format belangrijk vinden. Belangrijk voor eindgebruikers Ook in de bestaande kantooromgeving zijn verbeteringen doorgevoerd, vertelde medeoprichter Jos Poortvliet. Zo kunnen gebruikers nu in documenten via een zijbalk met Nextcloud Assistant werken, mits de organisatie deze ai-functionaliteit heeft ingeschakeld. De statusbalk is beter aanpasbaar, presentaties krijgen ondersteuning voor slide-secties en dynamische zoom en spreadsheets zijn uitgebreid met praktische verbeteringen, zoals veiliger omgaan met formules en een flexibeler autofilter. Nextcloud Talk voor videoconferenties kreeg eveneens aandacht in de nieuwe versie. Het ondersteunt nu onder meer privéantwoorden op groepsberichten, Voice Rooms voor doorlopende gesprekken, verbeterde ruisonderdrukking, betere ordening van gesprekken, multi-accountondersteuning in de desktopclient en automatische updates voor die client. Daarmee schuift Talk verder op richting een volwaardig alternatief voor bekende, maar gesloten chat- en vergaderplatformen, binnen een soevereine werkplekomgeving. Het zijn op zichzelf geen spectaculaire functies, maar juist dit soort details bepalen of een alternatief platform dagelijks prettig werkt voor grote groepen gebruikers. Dat is belangrijk, want in de it-wereld is de acceptatie door eindgebruikers vaak bepalend voor het succes van een migratie. Nextcloud Governance Voor grote organisaties is ook Nextcloud Governance relevant. Deze nieuwe enterprise-functionaliteit richt zich op compliance, toegangscontrole en lifecyclebeheer van data en documenten. Denk aan gevoeligheidslabels, legal hold, archiveringsregels en hulpmiddelen om compliance-taken te volgen. Dat is interessant omdat digitale soevereiniteit in de praktijk verder gaat dan alleen data binnen Europa opslaan. Overheden, onderwijsinstellingen, zorgorganisaties en grotere bedrijven moeten ook kunnen aantonen wie toegang heeft tot informatie, hoelang data worden bewaard en welke regels op documenten van toepassing zijn. Tijdens de conferentie kon de aankondiging van Governance dan ook rekenen op opvallend veel enthousiasme vanuit de zaal. ‘Deze summit laat zien dat migreren naar Europese soevereine clouds gewoon mogelijk is. Veel organisaties draaien ook al jaren op Nextcloud als hun veilige en vertrouwde platform’, vertelde ceo Frank Karlitschek. Het Franse ministerie van Onderwijs is daarvan een aansprekend voorbeeld. De Franse onderwijsomgeving draait op Nuage, de Franse benaming van een Nextcloud-infrastructuur die volgens projectmanager Benoît Piédallu op termijn richting 1,2 miljoen gebruikers gaat. Op dit moment zijn er ruim 400.000 actieve accounts. Dat maakt duidelijk dat een soeverein samenwerkingsplatform geen kleinschalig experiment hoeft te blijven. Tegelijk liet de case zien dat de grootste uitdaging niet altijd in de software zit. De groei wordt momenteel bewust afgeremd, omdat uitbreiding van opslagcapaciteit door de huidige hardwaremarkt erg duur is geworden. Realistisch beeld Het Franse voorbeeld laat zien dat migreren kan, maar ook dat soevereiniteit als het ware een keten is. Wie de softwarelaag onder controle brengt, krijgt vervolgens te maken met vragen over hosting, opslag, rekenkracht, beheer, support en hardware. Ook andere cases op de summit wezen in die richting. Nextcloud noemt onder meer een ministerie in Oostenrijk, Amnesty International, Surf (met op termijn waarschijnlijk meer dan een miljoen gebruikers), een Oostenrijks radiostation en Deutsche Telekom als voorbeelden van organisaties of aanbieders die digitale soevereiniteit vertalen naar werkende infrastructuur, migratiepaden en diensten voor eindgebruikers. Deutsche Telekom is hierbij interessant. Het telecomconcern heeft al jaren een voor Duitse burgers bedoelde Nextcloud-omgeving die MagentaCloud heet en die miljoenen gebruikers telt. Tijdens het event werd duidelijk dat Deutsche Telekom inmiddels ook voor grote enterprise-organisaties en op basis van dezelfde technologie grootschalige projecten implementeert. In München ontstond door dit soort voorbeelden een realistisch beeld van migratie. Het gaat niet om een simpele ‘rip and replace’ van Microsoft 365 of Google Workspace, maar om een gefaseerde overgang waarbij techniek, gebruikersacceptatie, beheer en governance samenkomen. Partners als het Duitse Audriga en het Nederlandse Sendent laten zien dat juist bij migratie interoperabiliteit en het behoud van bestaande werkprocessen belangrijk zijn. Veel organisaties kunnen of willen niet van de ene op de andere dag hun werkwijzen aanpassen. Ze zoeken een route waarbij bestanden, e-mail, agenda’s, documenten en communicatie stap voor stap naar een open en meer controleerbare omgeving worden gebracht. De kennis en expertise die daarvoor nodig is, is ruimschoots beschikbaar. Opensourcesoftware op open hardware Nu er tempo kan worden gemaakt, komt ook de combinatie van opensourcesoftware en open hardware weer in beeld. Opensourceplatformen zoals Nextcloud, OpenStack en Kubernetes geven organisaties grip op software, data en beheer. Maar onder die softwarelaag draait nog altijd fysieke infrastructuur: servers, racks, opslag, netwerkcomponenten, voedingen en koeling. Als die laag volledig afhankelijk blijft van gesloten leveranciersmodellen, blijft digitale autonomie beperkt. Open hardware is geen nieuw fenomeen, maar net als bij opensourcesoftware zien we dat veel it-afdelingen en inkoopmanagers jarenlang hebben vastgehouden aan traditionele leveranciers. Open hardware biedt echter interessante mogelijkheden. ScaleUp Technologies kwam naar de summit met de gids Running on Open Hardware. Dit Duitse datacenter- en cloudbedrijf past al regelmatig OCP-hardware toe als fysieke basis voor de clouddiensten die het klanten biedt. In het document wordt uitgelegd welke mogelijkheden hardware op basis van de ontwerpprincipes van Open Compute Project biedt. OCP werkt met open specificaties voor onder meer servers, racks, stroomvoorziening, opslag, netwerkcomponenten en beheerinterfaces. Op basis hiervan leveren inmiddels tientallen hardwareleveranciers – in het geval van ScaleUp onder andere Mitac – voor specifieke taken en workloads geoptimaliseerde hardware. Dat biedt Europa kansen, stelt Christoph Streit, ceo van ScaleUp. Het toepassen van open hardware betekent natuurlijk niet dat Europa ineens al zijn hardware zelf produceert. Het betekent wel dat organisaties minder afhankelijk worden van één leverancier, één firmwaremodel en bijvoorbeeld één productroadmap. Voor digitale soevereiniteit is dat een belangrijk inzicht. De discussie verschuift van één applicatie naar de volledige stack. Een organisatie die Nextcloud gebruikt op Europese infrastructuur, met open source-cloudlagen en daaronder beter controleerbare open hardware, bouwt aan een omgeving waarin juridische, operationele en technische controle dichter bij elkaar komen. Dat maakt open hardware geen wondermiddel, maar wel een interessante volgende stap in digitale soevereiniteit. Volwassen en haalbaar De conclusie van het door meer dan zeshonderd mensen bezochte event in München is concreet: digitale soevereiniteit is volwassen geworden. De functies van Nextcloud Hub maken de soevereine werkplek bruikbaar voor een brede doelgroep. Het platform is beschikbaar voor hosting in een eigen enterprise-datacenter, via colocatie op eigen hardware en in gehoste vorm bij inmiddels tientallen grote en kleine cloudproviders. In Nederland zijn dat onder andere KPN en The Good Cloud, maar er zijn er veel meer. Wie ondersteuning zoekt bij implementatiepartners heeft inmiddels ook een ruime keuze: van Atos tot Centric en gespecialiseerde bedrijven die zich richten op specifieke branches en oplossingen. De cases die in München werden gepresenteerd, tonen aan dat migreren naar soevereine clouds haalbaar is. En de opkomst van open hardware laat zien dat de volgende vraag alweer op tafel ligt: op welke fysieke infrastructuur willen we die soevereine softwarestack eigenlijk laten draaien?
Wie is aansprakelijk?
1 week
Ivanti-zaak en ketenverantwoordelijkheidEen datalek in het EPMM-systeem van softwareleverancier Ivanti trof onlangs diverse overheidsorganisaties waaronder toezichthouder AP. Wat betekent het lek voor de aansprakelijkheid van partijen in de keten?Aanvallers wisten begin dit jaar misbruik te maken van een kwetsbaarheid in Ivanti Endpoint Manager Mobile (EPMM), dat wordt gebruikt voor het beheer van mobiele apparaten, apps en content, inclusief de beveiliging hiervan. Bij de Autoriteit Persoonsgegevens kregen onbevoegden toegang tot werkgerelateerde gegevens van medewerkers zoals naam, zakelijk e-mailadres en telefoonnummer.De Kamerbrief die Eric van der Burg, staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, op 27 februari over de Ivanti-zaak naar de Tweede Kamer stuurde, legt de vinger op de zere plek. Van der Burg had laten inventariseren welke overheidsorganisaties getroffen zijn door kwetsbaarheden in het systeem van Ivanti. Hij noemde tien organisaties: zijn eigen Ministerie van Justitie en Veiligheid, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Dienst Terugkeer en Vertrek, Justitiële ICT Organisatie, Raad voor de Rechtspraak, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, College ter Beoordeling van Geneesmiddelen en een gemeente waarvan de naam niet werd genoemd.Van der Burg ging in zijn brief specifieker in op de situatie bij DJI: ‘Ten aanzien van DJI kan ik melden dat werkgerelateerde gegevens van medewerkers, zoals naam, zakelijk e-mailadres, telefoonnummer en locatiegegevens, zijn ingezien door onbevoegden. Nadat het incident is ontdekt, zijn direct maatregelen getroffen. Daarnaast zijn de medewerkers van DJI op de hoogte gebracht en voorzien van een handelingskader.’ Dat laatste kan nauwelijks een geruststelling zijn voor de betrokkenen want een ‘handelingskader’ betekent nog niet dat ze zijn toegerust met effectieve maatregelen. Hoe dan ook: het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) riep ook andere organisaties die de bewuste software gebruiken op om contact op te nemen. ControlfreakerigIvanti is een Amerikaans producent van software voor onder andere it-beveiliging, servicemanagement, assetmanagement en supply chain management. Het betreffende EPPM-systeem is een platform waarmee klanten alle apparaten die ze in beheer hebben kunnen managen. Denk aan telefoons, laptops, tablets, et cetera. Op afstand kunnen deze apparaten geüpdatet en gewist worden. Een datalek in zo’n systeem is uitermate compromitterend. Het geeft hackers de tools in handen voor het uitvoeren van iets wat lijkt op een ‘openhartoperatie’. Medewerkers worden direct persoonlijk getroffen. De ethische vraag is of we die kant op moeten willen met cybersecurity. Op Tweakers ontstond daarover een felle discussie. Iemand schreef: ‘Worden we nu eigenlijk wel veiliger door dit soort controlfreakerige securityoplossingen die heel diep in je OS en devices geïntegreerd zijn en alle toegang centraliseren? Je probeert een probleem op te lossen, maar je krijgt er andere problemen voor terug.’DJI lijkt de partij met de meeste schade. Het VPRO-radioprogramma Argos meldde dat indringers ‘zeker vijf maanden’ toegang hadden tot de systemen en ongeautoriseerd gegevens van medewerkers konden inzien, zoals e-mailadressen, telefoonnummers en beveiligingscertificaten. Ze konden zelfs mobiele apparaten op afstand beheren. (Op 14 maart werd bekend dat de aanvallers via een kwetsbaarheid in Citrix-software bij de Justitiële ICT Organisatie waren binnengekomen. Door een fout in de interne firewall konden zij mogelijk verder doordringen in de systemen van DJI.) KetenaansprakelijkheidJuridisch is deze zaak interessant in het kader van ketenaansprakelijkheid. Computable liet zich bijpraten door advocaat Martijn Poulus van The Data Lawyers. Poulus houdt zich bezig met privacyrecht, it-recht en alles wat verder met technologie te maken heeft, inclusief datalekken en cybersecurity. Hij procedeert regelmatig over kwesties rond ketenaansprakelijkheid bij de rechter. Poulus was niet betrokken bij de Ivanti-zaak maar is bekend met de problematiek en is bereid de verantwoordelijkheden in de keten toe te lichten. In zijn algemeenheid moeten partijen, zo stelt Poulus, op basis van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) een overeenkomst sluiten waarin afspraken worden gemaakt over beveiliging. Poulus licht toe: ‘De wetgeving schrijft voor dat je afspraken moet maken zodra je een partij inschakelt die persoonsgegevens voor je verwerkt, de zogenaamde verwerkersovereenkomst. Daarin maken partijen afspraken over verwerking, beveiliging, geheimhouding, auditrechten en bijstand bij incidenten. In praktijk bevat zo’n overeenkomst vrijwel altijd aanvullende afspraken, bijvoorbeeld over aansprakelijkheid en verdeling van financiële risico’s. Zoals: wie betaalt als de AP een boete oplegt?’Niet ieder datalek betekent automatisch: verwijtbare schending van de AVG. Doorslaggevend is onder meer of er technische en organisatorische maatregelen waren getroffen en hoe partijen hun verantwoordelijkheden contractueel en operationeel hebben ingericht. Poulus: ‘In deze zaak gelden de genoemde overheidspartijen in principe als verantwoordelijk voor de verwerking van de persoonsgegevens van hun werknemers. Het door hen inschakelen van Ivanti betekent dat Ivanti in opdracht persoonsgegevens verwerkt. Dat er een data-incident heeft plaatsgevonden, doet vermoeden dat er iets mis is gegaan met de beveiliging bij Ivanti. Bijvoorbeeld dat er een poort is opengezet of updates niet zijn uitgevoerd. Maar dat de beveiliging niet voldoende is geweest, betekent niet automatisch AVG-schending. Ook bij het Odido-datalek, waarvan miljoenen mensen slachtoffer zijn geworden, is het nog maar de vraag of Odido de AVG heeft geschonden en waar de geleden schade kan worden verhaald.’IncidentenbeleidWie is de schuldige? Dat is altijd weer de vraag. De gedupeerden (lees: medewerkers van de betreffende overheidsorganisaties) zijn geneigd zich ‘met hooivorken’ te melden bij Ivanti, de partij die hen dit heeft aangedaan. Maar zo simpel aanwijsbaar is het niet. Poulus: ‘Volgens de AVG kunnen betrokkenen zich uitsluitend melden bij de verwerkingsverantwoordelijke, hun werkgever. Dat is de partij die helemaal boven in de keten staat.’Dan nog een advies. Poulus: ‘Ik zie in de praktijk twee typen organisaties, namelijk die met een incidentenbeleid inclusief stappenplan en organisaties die zo’n beleid niet hebben. De eerste groep volgt bij een hack meteen het stappenplan en neemt contact op met hun jurist en technische dienstverlener. Bij de tweede groep breekt vaak blinde paniek uit, met e-mails midden in de nacht et cetera. Wij adviseren onze cliënten altijd hun incidentenbeleid klaar te hebben voor als ze getroffen worden. Door de ontwikkeling van technologie horen datalekken er anno 2026 helaas gewoon bij. Het is een kwestie van tijd voordat je aan de beurt bent.’Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
Nieuwe Baan-generatie geeft met Rappit bedrijven grip op ai-gedreven softwareontwikkeling
1 week
Het Nederlandse Rappit introduceert vandaag een platform waarmee bedrijven met behulp van ai-agents bedrijfsapplicaties ontwerpen en realiseren. Het softwarebedrijf van de zonen van erp-pionier Jan Baan wil hiermee voorkomen dat organisaties die met ai software ontwikkelen, de grip op die ontwikkeling verliezen.Nu software steeds vaker niet meer volledig door programmeurs wordt geschreven, maar door kunstmatige intelligentie wordt gegenereerd, dreigt het risico dat organisaties het overzicht kwijtraken. Ze weten dan mogelijk niet meer wat er wordt gebouwd, waarom het wordt gebouwd en of de oplossing aansluit op de bedrijfsdoelen.Reden voor een gesprek met Ardjan Baan, ceo van Rappit. Zijn familie heeft een geschiedenis van bijna een halve eeuw in enterprise software. Een groot deel van die kennis en ervaring komt terug in Rappit. Bij het bedrijf uit het Veluwse Putten zijn naast Ardjan ook drie andere familieleden betrokken: Paul Baan (cfo), Bernhard Baan (coo) en kleinzoon Julian Baan (director product design).Rappit, onderdeel van de Vanenburg Group en met wortels in Baan Company (erp) en het later door OpenText overgenomen Cordys, speelt in op deze fundamenteel andere manier van softwareontwikkeling. Rappit AI (RAI) wordt gepositioneerd als een ‘companion’ die bedrijven helpt keuzes te structureren en grip te houden op het ontwikkelproces. De software moet risico’s rond controle, security, onderhoud en schaalbaarheid beperken.Ardjan Baan, ceo Rappit.Johan den Haan, voormalig cto van low-codeleverancier Mendix, is verantwoordelijk voor de productstrategie. Ook Jan Baan, die in de jaren negentig Baan Company uitbouwde tot een grote concurrent van SAP en Oracle, is nog regelmatig betrokken bij de familiebedrijven. Hij benadrukt bij Rappit dat niet het schrijven van code, maar het begrijpen van bedrijfsprocessen centraal moet staan. Zijn nazaten hebben die filosofie verder uitgewerkt in het Rappit Platform, waarmee maatwerksoftware toegankelijker moet worden.Ardjan Baan: ‘De wereld van standaardsoftware voor de systemen die een bedrijf uniek maken, gaat afkalven.’ Volgens hem ligt de toekomst bij maatwerksoftware die aansluit op de specifieke processen van organisaties. Niet voor generieke toepassingen zoals hr en administratie, maar voor systemen waarmee bedrijven zich onderscheiden. ‘Bij unieke processen past unieke software.’Van prompt naar gecontroleerde applicatieontwikkelingDe nieuwe versie van het Rappit-platform is daarom geen standaardpakket of erp 3.0, maar een gereedschapskist. Volgens Baan biedt het platform maatwerk tegen de prijs van een standaardpakket. De lock-in voor de Java-codegeneratie blijft beperkt. Klanten betalen voor het Rappit-platform, de ai-agent-orkestratielaag, op basis van de omvang van applicaties en het aantal betrokken ontwikkelaars. De orkestratie omvat de volledige levenscyclus van softwareontwikkeling. De Java-code die wordt gegenereerd, blijft eigendom van de klant. Dat verschilt van low-codeplatforms die vaak een eigen runtime-omgeving vereisen.Rappit analyseert en transformeert bestaande systemen. Legacy wordt opgeschoond en gemoderniseerd, waarbij nieuwe technologie een plaats krijgt. Volgens het bedrijf bieden low-codeplatforms zoals Mendix en OutSystems hierin beperktere mogelijkheden, terwijl generatieve-ai-tools zoals GitHub Copilot zich vooral richten op het schrijven van code.Ook op het gebied van governance wil Rappit zich onderscheiden. Volgens Baan zijn ai-beslissingen volledig herleidbaar en reproduceerbaar. Cio’s hoeven daardoor niet bang te zijn dat ai een black box wordt.Rappit automatiseert de werkstromen tijdens softwareontwikkeling in plaats van alleen afzonderlijke stappen. Daarbij gaat het om requirements, architectuur, code, testen en uitrol. Ai-gestuurde applicatieontwikkeling betekent volgens het bedrijf een gecontroleerde samenwerking tussen mensen en ai. Het platform laat AI-agents ontwerpen, modellen maken, broncode van software of applicaties herstructureren en applicaties onderhouden.De nieuwe versie die vandaag verschijnt, is een ai-native-platform voor enterprise-applicaties: een modelgedreven basis met een geïntegreerde ai-companion die oplossingen en de bijbehorende complexiteit beheersbaar moet houden. Baan: ‘Alles begint bij de vraag wat je precies wilt bouwen. Die intentie leggen we vast in het design, de blauwdruk voor modernisering. De ai kan naast broncode ook bijvoorbeeld oude screenshots en pdf’s inlezen. Vervolgens vindt de vertaling plaats naar modellen en daarna naar code.’Dat verschilt volgens Baan van het simpelweg geven van een prompt om code te genereren. ‘Wij maken ook de stappen daartussen controleerbaar en valideerbaar. Mensen blijven onderdeel van de cyclus. In alle lagen zit synchronisatie: van de blauwdruk naar het model en uiteindelijk de code. En andersom: van de code via de tussenstappen terug naar de business intent. Dat is een groot verschil met andere ai-tools, zoals die van Claude van Anthropic.’Grip op legacy, cloud en toekomstige groeiVolgens Baan kan legacysoftware op deze manier worden herbouwd naar een moderne, cloud-native architectuur. ‘We werken op een deterministische manier, volgens een vaste structuur. Wanneer code met ai wordt ontwikkeld, wil de structuur nogal eens verschillen. Bij bedrijfskritische applicaties mag dat niet gebeuren. De vangrails zitten bij ons ingebakken. Bij gewone ai-tools ontbreken die vaak.’Deze aanpak maakt het volgens Rappit mogelijk om rekening te houden met de nieuwste technologische ontwikkelingen. Het vergroot de schaalbaarheid en veiligheid en voorkomt dat nieuwe legacy ontstaat. Modellen kunnen bovendien eenvoudiger worden aangepast aan nieuwe versies.Rappit voegt de komende maanden nieuwe functionaliteit toe. De kennis die de Baan-bedrijven in het verleden hebben opgebouwd bij de ontwikkeling van complexe systemen, kan aan de ai worden meegegeven. Deze kennis vormt volgens het bedrijf een belangrijke basis voor de intelligentie van de ai. Baan vergelijkt ai-tools met hamers en zagen: ‘Je hebt ook kennis nodig om die goed te kunnen gebruiken. Daardoor worden de eindoplossingen van klanten beter. Niet alleen onze eigen ai wordt gevoed met meer achtergrond en kennis, gebruikers kunnen het platform ook aanroepen voor andere ai-modellen.’Het platform is bedoeld voor oplossingen die primair gericht zijn op mensen, maar ook slimme ai-agents bevatten die zelfstandig acties kunnen uitvoeren, zoals het opvragen van offertes of het plaatsen van bestellingen.Het Rappit-platform is geoptimaliseerd voor Google Cloud, waarmee al langer wordt samengewerkt. ‘Op het gebied van data en ai geldt Google als een van de koplopers. Bovendien leeft daar de opensourcegedachte,’ verklaart Baan de keuze. In een later stadium kan het platform ook geschikter worden gemaakt voor AWS en Microsoft Azure. Veel potentiële klanten werken met meerdere clouds, waardoor Rappit AI ook binnen die omgevingen toepasbaar moet zijn.Met eerdere versies van Rappit hebben onder meer Solvay (chemie), Valeo (auto-onderdelen), Hoyer (tanktransport), Eijerkamp (meubelen), Omoda (kleding) en Tangelo (software voor duurzaamheidsrapportage) ervaring opgedaan.
Kort: Ai-cloudspelers dagen hyperscalers uit, Nearfield haalt recordbedrag op (en meer) *
1 week
In dit nieuwsoverzicht: ai stuwt opmars van gespecialiseerde cloudproviders, Nearfield haalt 380 miljoen dollar op voor chiprevolutie, Sigmax verkoopt fieldservice-tak aan PCA, Newion mikt op miljardenstartups met nieuwe koers, en Indaver gaat van Excel naar ai-ready-logistiek. Gartner: ‘neoclouds’ pakken in 2030 vijfde van ai-cloudmarkt Nieuwe gespecialiseerde cloudproviders die zich richten op kunstmatige intelligentie en high-performance computing kunnen in 2030 goed zijn voor twintig procent van de wereldwijde ai-cloudmarkt. Dat voorspelt onderzoeksbureau Gartner, dat de totale marktwaarde tegen die tijd op 267 miljard dollar schat. De opkomst van zogeheten neocloudproviders wordt gedreven door de groeiende vraag naar gpu-capaciteit voor generatieve ai en de beperkingen van traditionele cloudmodellen. Deze aanbieders richten zich op ai-geoptimaliseerde infrastructuur, flexibele implementaties en datalokalisatie. Volgens Gartner dwingen strengere eisen rond datasoevereiniteit en regelgeving, waaronder de Europese AI Act, organisaties om hun cloudstrategie te herzien. Neoclouds kunnen een alternatief bieden voor hyperscalers door meer controle over data, compliance en ai-workloads te leveren. Recordinvestering voor Nederlands deeptechbedrijf Nearfield Instruments, gespecialiseerd in precisie-metrologie voor chipproductie, haalt 380 miljoen dollar op. Nooit eerder wist een Nederlands deeptechbedrijf in één klap zo’n hoge financiering te krijgen. De investeringsronde waardeert het bedrijf op 1,6 miljard dollar.  Geavanceerde meet- en inspectietechnieken zijn essentieel voor nieuwe generaties chips die zijn geoptimaliseerd voor ai-computing. Naarmate ai verder opschaalt, moet de halfgeleiderindustrie aanzienlijk meer rekenkracht leveren, het energieverbruik verlagen en garanderen dat data sneller en efficiënter zijn te verwerken. Het vermogen om chips met atomaire precisie te produceren, wordt een strategische noodzaak Het Rotterdamse Nearfield, een spin-off van TNO, biedt de nauwkeurige, betrouwbare en snelle metingen die nodig zijn om geavanceerde chipfabricage te beheersen. De financiering zal de innovatie-roadmap van het bedrijf versnellen. Nearfield gaat wereldwijde Application Centers of Excellence opzetten, de productiecapaciteit aanzienlijk uitbreiden en de samenwerking op het gebied van r&d met chipfabrikanten verdiepen. PCA koopt fieldservice van Sigmax PCA uit Raalte neemt de activiteiten van Sigmax Field Service Solutions over. De dienstverlener die technische bedrijven helpt om service- en onderhoudsprocessen te verbeteren, haalt hiermee een ervaren team van fieldservice-specialisten binnen. PCA voegt extra capaciteit, specialistische kennis en ontwikkelkracht toe. Sigmax gaat zich volledig richten op de ontwikkeling van software voor handhaving, parkeren en openbaar vervoer. Vooral gemeenten en het openbaar vervoer zijn klant. Het bedrijf uit Enschede wil ook internationaal verder groeien met zijn software voor publieke ruimtes. Newion krijgt nieuwe leiding, wil uitgroeien tot ‘Amerikaanse’ durfkapitalistinvesteerder van Nederland Mathijs de Wit. Venture capital-investeerder Newion heeft Mathijs de Wit (39) benoemd tot managing director. Hij neemt de dagelijkse leiding over van medeoprichter Patrick Polak, die samen met co-founder Frank Claassen zijn aandelen overdraagt aan de nieuwe generatie. De Wit, sinds 2012 actief bij Newion, gaat samen met Pieter Welten (40), afkomstig van Prime Ventures, de investeerder verder uitbouwen. Newion wil versnellen en zich ontwikkelen tot een meer ‘Amerikaanse’ venture capital-partij, met focus op zogeheten fund returners: startups die een volledig fonds kunnen terugverdienen. Het fonds beheert circa 350 miljoen euro en investeerde onder meer in unicorns als Collibra, Deliverect en Parloa. De nieuwe leiding ziet kansen door de groei van digitale technologie en ai. Indaver vervangt Excel-planning door slimme transportsturing met SAP Afvalbeheerbedrijf Indaver heeft zijn logistieke processen verder gedigitaliseerd met SAP S/4Hana Transportation Management. De implementatie maakt deel uit van een bredere SAP S/4Hana-cloudtransformatie en moet de planning van de bijna 120 trucks en externe transportpartners efficiënter maken. Door de overstap van losse Excel-planningen naar een geïntegreerd systeem krijgt Indaver meer inzicht in transportorders, vlootcapaciteit en documentstromen. Daardoor kan het bedrijf eigen voertuigen efficiënter inzetten en beter voldoen aan strenge regelgeving rond afvaltransport. Samen met implementatiepartner Flexso bouwde Indaver een oplossing (video) die aansluit bij de complexe logistieke realiteit van circulair afvalbeheer. De organisatie wil het platform verder uitbreiden, onder meer richting Duitsland, en tegelijk klaar zijn voor toekomstige groei.

Pagina's

Abonneren op computable