computable

121 nieuwsberichten gevonden
ASML paait personeel met 20 mille aan aandelen
1 dag
ASML probeert zijn medewerkers sterker aan zich te binden door een aandelenpakket te bieden dat momenteel 20.000 euro waard is. Een van de voorwaarden is dat deze werknemers tot ten minste 1 januari 2030 bij de chipmachinebouwer in dienst blijven. Verder werkt het techbedrijf nog aan bijkomende voorwaarden.  De NOS meldde vrijdag dat de werknemers een mail hebben gekregen waarin de regeling wordt aangekondigd. In de techwereld zijn aandelenplannen vrij gebruikelijk, zeker als het gevaar dreigt dat hoog gekwalificeerde mensen worden weggekocht. Een woordvoerder van ASML verklaart het aandelenplan ook als een extra incentive voor de komende jaren. Woensdag meldde ASML dat de productie van nieuwe machines tussen 2026 en 2028  tot het uiterste moet worden opgerekt om aan de extreem hoge klantvraag te voldoen.  Vooruitzichten Tegelijk verhoogde ASML de vooruitzichten voor de rest van dit jaar. Grote banken als Citi, Barclays, Bank of America, Deutsche Bank en ING hebben daarop hun koersdoelen verhoogd, soms zelfs aanzienlijk. ASML gaat niet alleen de capaciteit flink opschroeven maar ziet ook ruimte om de prijzen te verhogen, wat resulteert in nog betere brutomarges. Barclays verwacht dat de gemiddelde verkoopprijzen van EUV-machines in de tweede helft van dit jaar verbeteren, in 2027 verder stijgen en in 2028 echt versnellen wanneer de prijsverhogingen merkbaar worden.  Bank of America ziet ‘genoeg redenen om erg optimistisch te zijn.’  Scemama, analist bij deze bank, ziet ruimte voor ASML om in 2030 op een omzet te zitten van 90 miljard euro met een brutomarge van 59 procent en een winst van meer dan 100 euro per aandeel. ‘Dit impliceert een samengestelde winstgroei van gemiddeld 33 procent per jaar. Ai-gedreven vraag Citibank-analist Gardner merkt op dat de door ai gedreven investeringscyclus in de halfgeleiderindustrie zich nog in een vroeg stadium bevindt, met een sterke vraag naar zowel geavanceerde logic als geheugen vanaf 2025. Ook ING-analist Marc Hesselink heeft veel vertrouwen in een duurzame ai-gedreven vraag. 
Nieuwe Cy­ber­be­vei­li­gings­wet van kracht. Dit moet je weten…
1 dag
Op 15 augustus 2026 treedt de Cyberbeveiligingswet (Cbw) in werking. De Cbw omvat de Europese NIS2‑richtlijn die na bijna twee jaar vertraging is omgezet naar Nederlandse wetgeving. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten en achtergronden die organisaties nu moeten kennen. #1 Cyberbeveiligingswet: NIS2 komt bijna twee jaar te laatDe Cyberbeveiligingswet is op 7 juli 2026 aangenomen en treedt op 15 augustus 2026 in werking. Dat is bijna twee jaar na de oorspronkelijke deadline van 17 oktober 2024. De wet geldt voor zo’n 8.000 organisaties. Nederland miste de deadline voor het omzetten van de EU-richtlijn NIS2 (Network and Information Security 2). Dat is aangescherpte Europese wetgeving die de cyberbeveiliging en digitale weerbaarheid van organisaties en vitale sectoren binnen de Europese Unie moet verhogen. Het omzetten van de NIS2-richtlijn naar Nederlandse wetgeving liep vertraging op door discussies over de reikwijdte, conflicten tussen toezichthouders en gesteggel over het principe van zelfindicatie. Organisaties moeten namelijk zelf bepalen of ze onder de wet vallen en zich melden. Dat leidde tot juridische onzekerheid en uitstel.#2 Wie vallen er onder de Cyberbeveiligingswet?Bij de Cyberbeveiligingswet vallen veel organisaties van rechtswege onder de wet. Organisaties zijn zelf verantwoordelijk om te bepalen of zij onder deze wet vallen. De wet geldt voor organisaties in negentien sectoren waaronder energie, digitale infrastructuur, overheid, ruimtevaart en onderzoek. Daarnaast vallen ook middelgrote en grote bedrijven onder de wet. Het gaat om organisaties met vijftig of meer medewerkers en/of een omzet of balanstotaal van tien miljoen euro. Toeleveranciers en dochterbedrijven kunnen eveneens in beeld komen, afhankelijk van hun rol in de keten. Organisaties kunnen met een NIS2-zelfevaluatietool een eerste beoordeling doen of ze onder de Cyberbeveiligingswet vallen en hoe ze worden gekwalificeerd (‘essentieel’ of ‘belangrijk’).#3 De vijf basisverplichtingen van de CyberbeveiligingswetElke organisatie die onder de Cyberbeveiligingswet valt, moet voldoen aan deze generieke normen:Registratieplicht. Organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, moeten zich vanaf 15 augustus 2026 registreren bij het NCSC (Nationaal Cyber Security Center) via mijn.ncsc.nl. Na registratie krijgen zij toegang tot hun sectorale csirt (computer security incident response team). Elke organisatie is zelf verantwoordelijk voor tijdige registratie én voor het actueel houden van alle gegevens in het entiteitenregister dat informatie ophaalt uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.Zorgplicht. Organisaties moeten passende technische, organisatorische én fysieke beveiligingsmaatregelen nemen, zoals beleid voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, basispraktijken voor cyberhygiëne, het gebruik van multifactor-authenticatie of continue-authenticatieoplossingen. Bekijk hier de tien vereiste zorgplichtmaatregelen.Bestuurlijke verantwoordelijkheid. Bestuurders moeten beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om cyberrisico’s en de maatregelen die worden genomen te kunnen beoordelen. Om die reden bevat de wet ook een trainingsplicht voor bestuurders.Meldplicht. Organisaties onder de Cyberbeveiligingswet moeten ‘significante cyberincidenten’ melden via het NCSC‑meldportaal. De meldplicht moet helpen om schade te beperken, te ondersteunen bij herstel en dreigingsinformatie te verbeteren. Een incident is significant wanneer het de dienstverlening ernstig verstoort, grote financiële schade veroorzaakt, of ook andere entiteiten kan raken met materiële of immateriële schade. Ze moeten binnen 24 uur gemeld zijn.Informatieplicht. Naast de verplichte melding aan toezichthouders moeten organisaties onder de Cyberbeveiligingswet ook hun eigen klanten informeren bij een significant cyberincident. Ze moeten duidelijk maken wat er is gebeurd, welke impact dat heeft, en welke acties klanten zelf moeten nemen om schade te beperken. Deze informatieplicht staat los van de bestaande AVG‑meldplicht bij de Autoriteit Persoonsgegevens.#4 Toezicht: versnipperd, afhankelijk van sectorHet toezicht op de Cyberbeveiliginsgwet is verdeeld over meerdere instanties. De Doorverwijsboom Cyberbeveiligingswet laat zien welk ministerie en welke csirt en toezichthouder per sector verantwoordelijk zijn.Zo vallen banken bijvoorbeeld onder de verantwoordelijkheid van het Ministerie van Financiën, bij incidenten kunnen ze zich melden bij het csirt van NCSC (Nationaal Cyber Security Center) en DNB (De Nederlandsche Bank) is toezichthouder. Leveranciers van digitale infrastructuur vallen onder het Ministerie van EZK, het csirt van NCSC en de RDI (Rijksinspectie Digitale Infrastructuur) is toezichthouder#5 ‘Essentiële’ versus ‘belangrijke’ organisaties: twee toezichtregimesIn de Cyberbeveiligingswet wordt onderscheid gemaakt tussen ‘essentiële’ en ‘belangrijke’ organisaties.‘Essentiële organisaties’ zijn onder meer actief in de energie-sector, digitale infrastructuur, ict‑dienstbeheer, overheid en ruimtevaart. Ze  krijgen proactief toezicht. Dat wil zeggen dat er inspecties en nalevingscontrole plaatsvinden ook als er geen incident is gemeld.Onder ‘belangrijke organisaties’ vallen onder andere: post- en koeriersbedrijven, aanbieders van digitale diensten en onderzoeksbedrijven die niet onder het onderwijs vallen. Zij krijgen ‘reactief toezicht’. Dat wil zeggen dat controle pas plaatsvindt na een incident of signaal.#6 Kritiek op de CyberbeveiligingswetExperts wijzen op drie zwakke plekken: De wet bevat geen concrete technische beveiligingsnormen: de wet zegt wat er moet gebeuren, maar niet concreet hoe. Ketenonduidelijkheid: criteria voor wanneer een leverancier ‘essentieel’ wordt, zijn vaag. Het toezichtmodel is veel te complex. Er zijn veel loketten en er is veel variatie per sector.Meer informatieDit artikel is samengesteld uit informatie van de volgende bronnen: Cyberbeveiligingswet, Doorverwijsboom Cyberbeveiligingswet.
Kort: EU dwingt Google tot meer open Android, geld zoek bij Knaken, Meta gek op privé-data (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Google mag de eigen ai-diensten op Android niet meer bevoordelen, Crypto-broker Knaken failliet, Meta kampioen persoonlijke data verzamelen en Unit4 geeft klanten vrijblijvend toegang tot virtuele ai-agent.  EU grijpt in bij Android De Europese Unie wil eerlijke concurrentie op de markten van ai-assistenten voor Android-apparaten en zoekmachines. Google moet daarom vanaf 1 juli 2027 ai-diensten van andere fabrikanten meer toegang geven tot het besturingssysteem Android.  Momenteel hebben ai-assistenten van derden zoals Claude en ChatGPT slechts beperkte entree tot de belangrijkste functionaliteiten van het Android-besturingssysteem. Met een spraakopdracht moeten die alternatieven net zo gemakkelijk aan Android instructies kunnen geven als Google’s eigen Gemini.  Dit heeft de Europese Commissie donderdag besloten. Alternatieve zoekmachines mogen niet meer worden achtergesteld bij Google Search. Er komen regels hoe Google zoekgegevens moet delen met andere zoekmachines. Dat moeten dezelfde gegevens zijn als Google verzamelt om zijn eigen zoekdiensten te optimaliseren. Het delen van gegevens is van cruciaal belang voor de ontwikkeling en optimalisatie van zoekmachines van derden. Het helpt om een gelijker speelveld te creëren met Google Search en bevordert innovatieve zoekdiensten, waaronder op privacy gerichte alternatieven.  Meta gek op persoonlijke data We delen onze locatie, contacten en browser-geschiedenis dagelijks met apps zonder erbij stil te staan. Holafly onderzocht welke sociale media-, reis- en ai-apps de meeste gegevens verzamelen en hoeveel daarvan direct aan je identiteit is gekoppeld. De eSIM-verkoper deed dit aan de hand van de privacy-labels van de Apple App Store. De sociale netwerken Instagram, Facebooks en Threads hebben de twijfelachtige eer bovenaan te staan. Het trio platforms van Meta verzamelen liefst 21 data points, waarvan 14 gekoppeld aan een persoon als gebruiker. Die lijst omvat contactgegevens, locatie, browser- en zoekgeschiedenis, financiële informatie, gezondheids- en fitnessgegevens, gevoelige informatie en meer. Meta gebruikt zeven gegevenstypen om iemand actief te volgen op andere platforms. Eveneens grote verzamelaars van persoonlijke data zijn TikTok, Shein (shopping), Snapchat, X (Twitter), ChatGPT, Amazon Shopping en DoorDash. Ook Pinterest, Temu (shopping), Uber en LinkedIn zijn wat dat betreft erg actief. Wat deze apps onderscheidt van bijna alle andere apps in het onderzoek: geen enkel datapunt valt buiten de categorie ‘aan de gebruiker gekoppeld’. Veel doekoe kwijt bij Knaken De Rotterdamse rechtbank heeft Knaken Cryptohandel en de daaraan gelieerde stichting (Knaken) failliet verklaard. Het Openbaar Ministerie (OM) is een strafrechtelijk onderzoek gestart omdat er zeven miljoen euro aan tegoeden zou ontbreken van klanten. De klanten weten hier volgens het OM niet van, omdat de crypto-dienstverlener de toegang van klanten tot het handelsplatform heeft geblokkeerd. Knaken heeft zich tegen een faillissement verzet. Maar de rechter vindt die maatregel van openbaar belang gelet op het forse dekkingstekort. ‘Er is veel geld van klanten verdwenen zonder dat duidelijk is hoe dat kan zijn gebeurd.’ Knaken behoorde tot de vele crypto-brokers die voetbalclubs ondersteunden. Feijenoord en Sparta lieten zich sponsoren. Eigenaar Ronald Jonkers richtte het platform in 2017 op.  Bravenboer met pensioen Rob Bravenboer gaat na een loopbaan van meer dan veertig jaar bij IBM en Kyndryl met pensioen. Bij het uit IBM voortgekomen Kyndryl bediende hij vooral financiële instellingen. Sinds oktober was hij vice president en algemeen directeur bij dat bedrijf.  De van Capgemini afkomstige Vivian Kap is benoemd tot zijn opvolger. In deze rol geeft zij leiding aan de Nederlandse organisatie van Kyndryl. Of het hoofdstedelijke it-bedrijf Solvinity door Kyndryl kan worden ingelijfd, is nog allerminst zeker. Eerder deze week besloot de Rotterdamse rechter dat de transactie voorlopig niet door kan gaan. Vooral de veiligheid van de data (onder meer DigiD) is een issue.  Unit4: vrijblijvend ruiken aan ai  Unit4, leverancier van bedrijfssoftware voor dienstverleners, biedt ERP-klanten de mogelijkheid om de ai-functionaliteiten vrijblijvend uit te proberen. Dit aanbod geldt voor huidige en nieuwe klanten. Op 31 augustus 2027 kunnen klanten overstappen op een abonnement of stoppen met het gebruik van de technologie.  Klanten krijgen toegang tot de Advanced Virtual Agent (Ava), die geïntegreerd werkt met toepassingen als Microsoft Teams. Ava signaleert openstaande acties en biedt begeleiding en inzichten, zonder dat gebruikers hoeven te schakelen tussen applicaties. De ai-mogelijkheden werken binnen het volledige Unit4 ERPx-platform. Ze ondersteunen processen op het gebied van finance, HR, inkoop en projectmanagement. Klanten krijgen volledige toegang met een – naar eigen zeggen – ruime gebruikslimiet, voldoende voor dagelijkse werkzaamheden. Digitale twin voor keuze noodsteunpunten De gemeente Tilburg ontwikkelt samen met het databedrijf Argaleo uit Den Bosch een zogeheten digital twin. Die helpt bij vragen als ‘welke wijk is bij langdurige stroomuitval het kwetsbaarst’ en ‘waar is bij een crisis als eerste hulp nodig’. De eerste concrete toepassing is een scan die berekent welke gebouwen geschikt zijn als noodsteunpunt. Tilburg pakt de opgave datagedreven aan. In de digitale ondersteuning komen honderden databronnen samen, van pandkenmerken en bereikbaarheid tot leeftijdsopbouw, zelfredzaamheid en het risico op wateroverlast. Per thema ontstaat een score en de gemeente bepaalt zelf hoe zwaar elk thema meetelt. Zo worden keuzes over voorzieningen onderbouwd, uitlegbaar en herhaalbaar. Veel gemeenten werken aan een betere weerbaarheid. Argaleo hoopt op landelijke opschaling van hun systeem.
Gecompromitteerde identiteiten zijn nieuwe hoofdingang voor ransomware
1 dag
Inloggen is het nieuwe hacken. Niet langer softwarelekken, maar gehackte gebruikersaccounts vormen inmiddels de voornaamste toegangspoort voor ransomware-aanvallers. Criminelen hoeven systemen steeds minder te kraken: ze loggen simpelweg in met gestolen inloggegevens.Dat blijkt uit de zevende editie van het State of Ransomware-rapport van Sophos, gebaseerd op een bevraging van it- en cybersecurityleiders in zeventien landen.Bij 79 procent van de ransomware-aanvallen verkrijgen criminelen toegang via gecompromitteerde identiteiten. Kwaadaardige e-mails (26 procent) en phishing (24 procent) zijn daarbij de meest gebruikte methoden. Het misbruik van kwetsbaarheden, jarenlang de dominante aanvalsvector, zakt voor het eerst in vier jaar naar de tweede plaats.Dat betekent, zo benadrukken de onderzoekers, niet dat kwetsbaarheden irrelevant zijn geworden. Meer zelfs: de impact blijft behoorlijk. Wanneer aanvallers binnenkomen via een firewall-lek, loopt 59 procent van die aanvallen uit op een losgeldeis van meer dan een miljoen dollar, tegenover 48 procent gemiddeld over alle aanvallen.Mfa biedt geen garantieMultifactorauthenticatie biedt minder bescherming dan verwacht: bij 97 procent van de incidenten waarbij gecompromitteerde inloggegevens de hoofdoorzaak waren, stond mfa al ingeschakeld.Ook hier is er de impact van ai. ‘Nu we zien dat ransomwarecriminelen experimenteren met ai, bestaat het risico dat zij hierdoor sneller waardevolle bedrijfsmiddelen kunnen stelen, deze kunnen gijzelen en dit op een veel grotere schaal kunnen doen dan voorheen mogelijk was’, aldus Ross McKerchar, chief information security officer bij Sophos.Bij 56 procent van de getroffen organisaties slaagden aanvallers erin data te versleutelen, een stijging na twee jaar van daling. Wanneer versleuteling plaatsvond, betaalde 48 procent van de slachtoffers losgeld: het op één na laagste percentage in vier jaar onderzoek. Maar in vergelijking met heel wat andere onderzoeken over ransomware is dit wel een hoog percentage.Al is negotiatie ook hier aan de orde. Van de betalers uit het Sophos-onderzoek handelde 51 procent succesvol een korting af op de initiële losgeldeis.
Veel on­dui­de­lijk­he­den over uitholling ICS
1 dag
FNV: Zoveelste schoffering van werknemers door ABN AMRO Er bestaat nog veel onduidelijkheid over de outsourcingsplannen bij ABN Amro waarbij een groot deel van de taken van creditcarddochter ICS naar de Franse betaalverwerker Worldline worden overgeheveld. FNV Finance zegt woedend te zijn over dit voorgenomen besluit waarbij zo’n 450 werknemers in een langdurige periode van onzekerheid terecht komen, omdat zij niet mee over zullen gaan. International Card Services (ICS) wil vanaf het tweede kwartaal van 2028 een groot deel van zijn kernactiviteiten aan Worldline uitbesteden. Het gaat onder meer om creditcarduitgifte, transactieverwerking, het it-platform en de klantenservice. Volgens ICS biedt samenwerking met een gespecialiseerde, grotere partij meer ruimte om zich te richten op productontwikkeling, innovatie en klantdienstverlening. Ook moet de organisatie hierdoor flexibeler worden en de kosten beter beheersbaar houden. Volgens FNV Finance gaat het echter gewoon om een nieuwe, ordinaire bezuinigingsmaatregel. ‘Dit is de zoveelste schoffering van werknemers door ABN Amro’, zegt FNV-bestuurder Arne Gorter. ‘Er vindt nu al een grote reorganisatie plaats, het cao-overleg zit muurvast en werknemers krijgen te maken met een loonbod van slechts 1,5 procent. Daar komt nu nog eens bovenop dat honderden mensen twee jaar lang in onzekerheid worden gehouden over hun toekomst.’ De overgang staat gepland voor het tweede kwartaal van 2028. Bij ICS werken circa 850 medewerkers. Ongeveer 450 fte zijn werkzaam binnen onderdelen waarvan activiteiten geheel of gedeeltelijk onder de uitbesteding vallen. Medewerkers gaan niet over naar Worldline. De gevolgen voor het personeel worden de komende periode verder uitgewerkt, onder meer via herplaatsing, natuurlijk verloop en het afbouwen van externe inhuur. Geen mens volgt werk Opmerkelijk is dat de bank niet kiest voor het ‘mens volgt werk’-principe waarbij werknemers bij een uitbesteding meegaan naar de nieuwe werkgever. Hoogstwaarschijnlijk speelt daarbij mee dat de werkzaamheden naar Worldline in Frankrijk worden overgeheveld en dan geldt dat principe niet (voor het buitenland). Een woordvoerster van ABN Amro reageert op een vraag hierover met de mededeling: ‘De exacte gevolgen voor collega’s worden de komende periode verder uitgewerkt. De ondernemingsraad is intensief betrokken bij dit traject tot op heden en heeft conform de wettelijke procedures een adviesaanvraag ontvangen. De uitbesteding is onder voorbehoud van de relevante goedkeurings- en adviesprocessen, zoals die van de ondernemingsraad.’ Volgens bestuurder Gorter van FNV Finance is het duidelijk dat er bij Worldline volop wordt ingezet op automatisering door middel van ai en dat er daarom geen plek is voor de medewerkers.Recent maakte Worldline nog bekend samen met ING en Mastercard een van de eerste Europese praktijktoepassingen voor zogeheten agentic payments te hebben gedemonstreerd. Daarbij initieert een ai-agent namens een consument een betaling, terwijl de uiteindelijke goedkeuring en verificatie via bestaande bancaire processen verloopt. In opspraak De vakbond plaatst bovendien vraagtekens bij de keuze voor de Franse betaalverwerker. Dat bedrijf verkeert in zwaar weer en nieuwe medewerkers vallen er niet onder een cao. Vorig jaar werd nog bekend dat de betaalverwerker jarenlang onvoldoende optrad tegen frauderende webwinkels. Het Franse bedrijf zou commerciële belangen regelmatig zwaarder hebben laten wegen dan fraudebestrijding, waardoor klanten met opvallend veel verdachte transacties toch konden aanblijven. Ook het Nederlandse dochterbedrijf Global Collect Services kwam in opspraak vanwege gebrekkige controles op klanten en transacties. De kwestie trok de aandacht van toezichthouder De Nederlandsche Bank, die sinds 2022 onderzoek doet naar de klantscreening van GCS.   Inbesteding? Bij ABN Amro zijn wel vaker producten uitbesteed. Denk aan de pensioenproducten (Topolis), hypotheken (Stater) en verzekeringen bij AAV/Nationale Nederlanden (draaiend op saas-software van SalesForce en Axon). Het betalingsverkeer loopt nog bij de bank en gaat via mainframes (cloud kan dat volumetechnisch niet aan). De zegsvrouw wil niet aangeven wat voor technisch platform bij ICS draait, maar aangezien het betaalprocessen betreft, gaat het hier hoogstwaarschijnlijk ook om mainframetransacties. Op de vraag waarom ABN Amro dit deel dan niet inbesteedt om het zelf te doen, komt alleen als antwoord: ‘Over de technische aspecten van onze it-omgeving geven we vanuit veiligheidsoverwegingen geen informatie.’ Ongenoegen Volgens de FNV wringt het voorgenomen besluit des te meer omdat ABN AMRO financieel uitstekend presteert. ‘De bank maakt hoge winsten en toch kiest zij ervoor om opnieuw mensen onder druk te zetten. Dat is cynisch. Werknemers hebben jarenlang bijgedragen aan het succes van ICS en krijgen daarvoor onzekerheid terug’, stelt Gorter. Gorter ziet het ongenoegen onder werknemers groeien. Ook raakt deze beslissing volgens hem niet alleen werknemers. ‘Weer wordt er bezuinigd op dienstverlening. Dit gaat niet alleen over werknemersbescherming, maar ook over de kwaliteit van de dienstverlening en hoe de bank zich verhoudt tot haar klanten. Die lijken wederom de pineut te worden’, besluit hij.
Tomorrowland 2026: uitverkocht festival is magneet voor online fraude
2 dagen
Fraudeurs misbruiken festivalkoorts met valse biometrische registratie Nepsites, valse ticketshops en frauduleuze accommodatiepagina’s: met Tomorrowland 2026 in aantocht dient een gecoördineerde golf van online oplichting gericht op festivalgangers zich wereldwijd aan.Het festival vindt plaats op de laatste twee weekends in juli (= 16-19 juli en 24-26 juli) in Boom en trekt jaarlijks zo’n 400.000 bezoekers uit meer dan 200 landen. Die combinatie van schaarste, urgentie en internationale vraag maakt het volgens het Indiase cyberbeveiligingsbedrijf CloudSEK een ideale voedingsbodem voor fraude.Dat een bedrijf uit India hierover waarschuwingen uitstuurt, geeft aan hoe internationaal Tomorrowland intussen opereert, maar de online fraude dus ook. Hun onderzoekers identificeerden een dozijn actieve nepdomeinen die inspelen op zoektermen zoals DreamVille, Global Journey en Full Madness. Valse biometrische registratie Een van de meest doordachte voorbeelden was een nepticketshop die de look-and-feel van de officiële festivalsite kopieerde, inclusief een afteltimer, correcte locatiegegevens en verwijzingen naar het cashloze ‘Pearls’-systeem van Tomorrowland.De site vroeg bezoekers om ‘biometrische registratie’ voor zogenaamd gepersonaliseerde barcodes. Dat is een klassieke truc om volledige identiteitsgegevens, adressen en betaalinfo te verzamelen. De betaalpagina verwees naar een echte Stripe-checkout, maar de begunstigde was een niet aan het festival gelieerde entiteit.‘De inzet van valse biometrische registratie is bijzonder zorgwekkend’, stelt onderzoeker Shobhit Mishra van CloudSEK. ‘Slachtoffers verliezen niet alleen geld, maar stellen ook persoonlijke gegevens bloot die later kunnen worden ingezet voor vervolgfraude.’ Meertalige campagnes CloudSEK stelde vast dat de fraudecampagnes niet beperkt blijven tot Engelstalige gebruikers. Onderzoekers ontdekten gerichte nepdomeinen in het Frans, Duits en Tsjechisch, wat wijst op georganiseerde en gelokaliseerde oplichting. Daarnaast identificeerden ze een accommodatiepagina die Tomorrowland- en Airbnb-branding combineerde zonder enige toestemming. Net als wat andere beveiligingsexperts vaak aanraden bij grootschalige evenementen, adviseert het Indiase bedrijf festivalgangers om uitsluitend tickets te kopen via de officiële kanalen, domeinnamen zorgvuldig te controleren op spelfouten of afwijkende extensies, en verzoeken om biometrische registratie of betaling via bankoverschrijving als directe alarmsignalen te beschouwen.
Kort: Rijk neemt Eset in de arm, actie Extinction Rebellion tegen datacenter Microsoft (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: ILC-Europe koopt Bankers ICT, raamovereenkomst Rijk met Eset, NiceCloud onderdeel van de Futureproof Group, fusie Fourthline en Veridas en Extinction Rebellion verzwakt fundering datacenter Microsoft. ILC-Europe lijft Bankers ICT in ILC-Europe, een it-managed-serviceprovider uit Eindhoven, neemt Bankers ICT uit Deurne volledig op in de organisatie. De integratie maakt deel uit van de groeistrategie van Smizer, het platform van regionaal opererende managed serviceproviders van investeringsmaatschappij Riverdam. Met de samenvoeging willen de bedrijven beter inspelen op de vraag naar moderne werkplekken, connectivity- en cybersecurityoplossingen in de regio Eindhoven. Bankers ICT brengt daarbij zijn bestaande klantenbestand en regionale aanwezigheid in. Volgens de betrokken partijen blijven de vaste contactpersonen van Bankers ICT aan boord. ILC-Europe verwacht met de overname zijn capaciteit en kennis verder uit te breiden. Smizer bestaat uit een groep van it-dienstverleners met negentien vestigingen verspreid over Nederland. Met de toevoeging van Bankers ICT komt het totaal aantal overnames binnen het platform op 31. Rijksoverheid kiest Eset voor Europese cybersecuritydiensten De rijksoverheid heeft een raamovereenkomst gesloten met Eset, een Europese leverancier van cybersecurityoplossingen. Hierdoor kunnen rijksorganisaties gebruikmaken van beveiligingsdiensten onder uniforme voorwaarden, zonder afzonderlijke contractonderhandelingen te voeren. De overeenkomst is bedoeld om de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers te verkleinen. Daarbij zijn afspraken gemaakt over privacy, veiligheid en controle. De naleving daarvan wordt onafhankelijk getoetst. Ook kunnen rijksorganisaties de samenwerking in bepaalde gevallen kosteloos beëindigen, bijvoorbeeld wanneer sprake is van een verandering van eigenaar die risico’s met zich meebrengt. Volgens het kabinet neemt het belang van digitale weerbaarheid toe doordat cyberaanvallen steeds vaker organisaties treffen die een publieke rol vervullen, zoals overheden, scholen en ziekenhuizen. Door te kiezen voor Europese beveiligingsdiensten wil de overheid meer grip houden op waar gegevens worden verwerkt en wie toegang heeft tot die data. Het contract is tot stand gekomen via Strategisch leveranciersmanagement Rijk. Deelname is vrijwillig; er gelden geen afnameverplichtingen of minimale bestedingen. Organisaties kunnen naar eigen inzicht diensten onder de overeengekomen voorwaarden afnemen. NiceCloud sluit zich aan bij Futureproof Group NiceCloud, een managed-serviceprovider uit Zwolle, wordt onderdeel van Futureproof Group. Door de aansluiting krijgt het bedrijf toegang tot extra kennis, capaciteit en specialistische expertise, terwijl het onder eigen naam blijft opereren. Volgens NiceCloud neemt de complexiteit van it-vraagstukken toe, onder meer op het gebied van cybersecurity, Microsoft-oplossingen, ai, compliance en cloudtransformatie. Via Futureproof Group kan het bedrijf klanten op deze terreinen breder ondersteunen. Op zijn beurt versterkt Futureproof Group met de toevoeging van NiceCloud zijn aanwezigheid in Overijssel, waar het al actief is met it-dienstverlener Selles. Futureproof Group ondersteunt mkb- en middelgrote organisaties met beheer van it-infrastructuren, cloudomgevingen en digitale werkplekken. NiceCloud levert onder meer cloudwerkplekken, netwerkoplossingen, communicatie en it-beheer. Fourthline fuseert met Veridas voor identiteitsplatform Fourthline uit Amsterdam gaat fuseren met Veridas uit het Spaanse Pamplona. De bedrijven hebben een overeenkomst getekend om gezamenlijk een platform voor identiteitsverificatie, fraudepreventie en compliance op te bouwen voor klanten in Europa, Latijns-Amerika en de Verenigde Staten. De combinatie brengt de identiteitsverificatie en compliance-oplossingen van Fourthline samen met de identiteits- en biometrische technologie van Veridas. Volgens de ondernemingen zal het gezamenlijke bedrijf dit jaar naar verwachting 115 miljoen verificaties uitvoeren in meer dan vijftig landen. Na afronding van de fusie blijven aandeelhouders van Veridas, waaronder BBVA, betrokken. De transactie wordt deels gefinancierd door bestaande investeerder Finch Capital en nieuwe investeerders, waaronder Rabo Investments. De afronding wordt in de tweede helft van 2026 verwacht, onder voorbehoud van goedkeuring door toezichthouders.   Extinction Rebellion verzet zich tegen bouw datacenter Microsoft Extinction Rebellion (XR) heeft de betonnen fundering verzwakt van een Microsoft-datacenter in aanbouw nabij het station Amsterdam Sloterdijk. De activisten gooiden in de nacht van woensdag 15 op donderdag 16 juli waterballonnen – naar eigen zeggen gevuld met chemicaliën – over het hek op het beton.   Volgens de activistische beweging zat daarin een mengsel van waterstofperoxide, azijnzuur, zout en acrylverf. Dit zure mengsel tast beton aan en het waterstofperoxide zorgt ervoor dat staal sneller roest. Met de actie sluit XR zich aan bij de Geef Tegengas-campagne tegen de bouw van het datacenter. Volgens XR zijn datacenters overbodig en funest voor het klimaat. Ook beweert XR dat Microsoft in zijn datacenter in Middenmeer surveillance-data over Palestijnen opsloeg. In het Westelijk Havengebied verrijzen drie torens van elk tachtig meter hoog met een totaal vloeroppervlak van honderddiuizend vierkante meter. Deze torens worden verhuurd aan Microsoft. XR zegt meer acties te gaan voeren tegen de bouw van het datacenter. [Alfred Monterie]
Grote inhuurcontracten domineren sourcingmarkt tweede kwartaal
2 dagen
In het afgelopen tweede kwartaal zijn zeventig nieuwe sourcingcontracten gesloten. Daarbij valt op dat de grootste deals uit het segment ‘Staffing & Hiring’ komen, met als grootste klapper het inhuurcontract dat energienetwerkbeheerder Enexis sloot met Harvey Nash. De potentiële contractwaarde loopt daarbij op tot twee miljard euro. Dit blijkt uit de kwartaalrapportage van VPPipeline, een register voor gepubliceerde Nederlandse it-transacties met een waarde boven de één miljoen euro. Enexis selecteerde Harvey Nash als partner voor de tijdelijke inhuur van externe professionals. De broker verzorgt het volledige proces rondom inhuur voor de energienetwerkbeheerder: van arbeidsmarktbenadering en kandidaatselectie tot contractering, administratie en rapportage. Met de keuze voor één centrale partner wil Enexis meer grip realiseren op kwaliteit, continuïteit, kostenbeheersing en naleving van wet- en regelgeving. Het contract heeft een looptijd van drie jaar en de mogelijkheid tot verlenging met vijf keer één jaar. De totale geschatte waarde is zo’n twee miljard euro. Op basis van de inhuurmix uit 2024 zou daarvan meer dan vijfhonderd miljoen euro betrekking hebben op ict-gerelateerde functies, aldus VPPipeline. Den Bosch en DUO Ook de gemeente ’s Hertogenbosch sloot een vergelijkbare deal met één centrale partij die alles regelt rond externe inhuur: Magnit. De gemeente Oss en de Veiligheidsregio Brabant-Noord doen ook mee aan deze overeenkomst met een maximale looptijd van vijf jaar en een geschatte waarde van rond de vijfhonderd miljoen euro. Een ander groot contract in de periode april-juni betreft eveneens een inhuurdeal: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) trok na een aanbesteding een trits partijen aan voor het leveren van it’ers, met als hoofdaannemers Bergler, Cim Solutions, Circle8, Divetro, Get There, LinkIT, Need Staffing en Seven Stars. De raamovereenkomst heeft een looptijd van vier jaar en een totale waarde die tussen de 280 miljoen en 350 miljoen ligt.  Managed Services & Outsourcing VPPipeline constateert dan ook in zijn Q2 2026 Market Pulse dat de markt voor externe inhuur bij publieke organisaties steeds sterker gedomineerd door grote broker- en msp (managed service provider)-contracten waarbij alles in handen van één partij wordt gelegd. Uit het kwartaaloverzicht blijkt wel dat, hoewel in het tweede kwartaal van dit jaar de grootste contracten uit het segment Staffing & Hiring (in totaal vijf) komen, in deze periode de meeste deals tot de categorie Managed Services & Outsourcing (35) behoren, gevolgd door Assets & Licensing (23) en Consulting & Projcts (7). Zo sloot het eerder genoemde Enexis in maart een telefoniecontract met Odido en KPN, goed voor een kleine veertig miljoen euro. Deze dominantie van dit soort ‘managed services’-ict-deals, doorgaans een stuk kleiner in omvang, zal de komende tijd nog voortduren omdat er veel contracten aflopen (en dus verlengd gaan worden). In totaal registreerde VPPipeline zeventig transacties, een normaal niveau voor een tweede kwartaal. Risico’sGrote brokercontracten kunnen handige inkoop- en sourcinginstrumenten zijn, maar zitten er ook operationeel risico’s aan vast wanneer zo’n centrale partij onderuitgaat. Zeker omdat financiering en voorfinanciering in dit businessmodel een belangrijke rol spelen. Zo viel eerder dit jaar personeelsintermediair OneStopSourcing om. Nadat de samenwerking met een factoringmaatschappij onder druk kwam te staan, konden leveranciers en zzp’ers niet meer tijdig worden betaald en ging het bedrijf afgelopen maart failliet, meldde onder andere de vakbladen Zipconomy en Flexnieuws.OneStopSourcing beheerde volgens deze berichtgeving contracten voor ongeveer negenhonderd externen bij onder meer de Belastingdienst, de Tweede Kamer, provincies en gemeenten. VPPipeline signaleerde in TED (Tender European Daily) meerdere tijdelijke onderhandse gunningen die lijken te passen bij maatregelen om de dienstverlening tijdelijk te borgen. 
De ‘breach gap’ als structureel securityprobleem
2 dagen
Matt Hull (NCC Group) tijdens Cybersec Netherlands 2026De meeste cyberincidenten ontstaan niet doordat aanvallers geavanceerdere technieken inzetten, maar doordat organisaties een onvolledig beeld hebben van hun eigen digitale blootstelling. Tussen wat securityteams denken te beschermen en wat in werkelijkheid extern toegankelijk of misgeconfigureerd is, ontstaat een structurele kloof die steeds moeilijker te dichten is. In die ruimte tussen veronderstelde controle en feitelijke exposure ligt de zogenoemde ‘breach gap’: het verschil tussen de beveiligingsrealiteit zoals die wordt aangenomen en zoals die door aanvallers wordt aangetroffen.Tijdens Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september in Jaarbeurs, Utrecht staat dit fenomeen op dag twee centraal in de keynote van Matt Hull, VP Cyber Intelligence and Response bij NCC Group (Fox-IT), getiteld ‘The breach gap: why you’re easier to breach than you think’. Vanuit incident response en threat intelligence schetst hij hoe deze kloof er in de praktijk uitziet: niet als theoretisch risico, maar als terugkerend patroon in daadwerkelijke compromitteringen waarin misconfiguraties, identity-sprawl en verborgen exposure een belangrijkere rol spelen dan nieuwe aanvalstechnieken.Structurele blind spotsDe groei van de Breach Gap hangt direct samen met de manier waarop IT-omgevingen zich hebben ontwikkeld. Waar securitymodellen historisch zijn ontworpen voor relatief stabiele infrastructuren, is de werkelijkheid inmiddels dynamisch en continu veranderend geworden. Cloudplatformen schalen automatisch, API’s worden permanent toegevoegd en identity-structuren groeien buiten traditionele governance-modellen om.Het gevolg is dat organisaties steeds vaker opereren met een beveiligingsbeeld dat niet synchroon loopt met de actuele situatie. Inventarissen zijn incompleet, configuraties verschuiven zonder expliciete controle en assets verdwijnen uit zicht zonder daadwerkelijk te worden verwijderd. Deze afwijking tussen administratie en realiteit is precies waar exposure ontstaat.Verschuivend perspectief op cyberrisicoIn veel incidenten blijkt dat aanvallers niet primair zoeken naar geavanceerde kwetsbaarheden, maar naar bestaande toegangspunten die al aanwezig waren. Het gaat daarbij om vergeten service-accounts, te ruime rechtenstructuren, verkeerd ingestelde cloudservices of assets die buiten het zicht van securityteams zijn geraakt.Deze ontwikkeling verschuift het perspectief op cyberrisico. De centrale vraag is niet langer uitsluitend welke aanvalstechniek wordt gebruikt, maar vooral welke digitale mogelijkheden onbedoeld beschikbaar zijn. Daarmee verschuift cybersecurity van een dreigingsgedreven discipline naar een exposure-gedreven realiteit.Identity als dominante aanvalsvectorEen belangrijk gevolg van deze verschuiving is de rol van identity. Waar endpoints en netwerken traditioneel het primaire aanvalsvlak vormden, zijn identiteiten inmiddels een van de meest kritieke factoren geworden. Niet alleen menselijke accounts, maar vooral machine identities, API-tokens en service accounts bepalen in hoge mate hoe ver een aanvaller zich binnen een omgeving kan bewegen.Over-privilege, langdurig geldige credentials en gebrek aan eigenaarschap maken dat veel compromissen plaatsvinden zonder dat er sprake is van een klassieke ‘hack’. In plaats daarvan wordt legitieme toegang misbruikt binnen een omgeving waar de context van die toegang onvoldoende wordt bewaakt.Complexiteit als structureel risicoNaast identity speelt complexiteit een steeds grotere rol. Moderne securityorganisaties beschikken over een groeiend aantal tools, dashboards en signalen, maar dat leidt niet automatisch tot beter inzicht. Integendeel, want de hoeveelheid data maakt het lastiger om te bepalen wat daadwerkelijk relevant is.Dit leidt tot een situatie waarin securityteams vooral reactief opereren. Niet omdat signalen ontbreken, maar omdat de prioritering ervan steeds moeilijker wordt in een omgeving die continu verandert. De breach gap wordt daarmee ook een informatieprobleem, namelijk het gat tussen wat zichtbaar is en wat daadwerkelijk risico vormt.AI als versnellerHoewel kunstmatige intelligentie veel aandacht krijgt binnen cybersecurity, is de rol ervan in deze context vooral versterkend in plaats van fundamenteel nieuw. AI verandert niet de aard van de kwetsbaarheden zelf, maar versnelt wel de manier waarop exposure kan worden gevonden en geëxploiteerd.Automatisering maakt het mogelijk om grotere hoeveelheden systemen te analyseren, configuraties sneller te doorzoeken en patronen efficiënter te herkennen. Daarmee neemt vooral de snelheid toe waarmee bestaande zwaktes worden gevonden, niet het type zwaktes zelf.Probleem van zichtbaarheidDe kern van de breach gap is uiteindelijk een probleem van zichtbaarheid. Organisaties die geen actueel en volledig beeld hebben van hun digitale footprint, kunnen hun werkelijke risico niet volledig inschatten. Security verschuift daarmee van het beveiligen van bekende assets naar het continu identificeren van onbekende of verkeerd geïnterpreteerde exposure.Dat maakt de uitdaging voor securityteams minder een technisch probleem en meer een structureel governance-vraagstuk. Want wie is verantwoordelijk voor welke assets, welke rechten zijn nog noodzakelijk en welke risico’s zijn impliciet ontstaan zonder expliciete besluitvorming?Perceptie en werkelijkheidDe keynote van Matt Hull tijdens Cybersec Netherlands 2026 plaatst deze ontwikkelingen in een praktijkcontext, gebaseerd op ervaring uit incident response en threat intelligence. Zijn analyse onderstreept een ontwikkeling die steeds duidelijker zichtbaar wordt in de sector, want de meeste organisaties worden niet gecompromitteerd door uitzonderlijke aanvallen, maar door structurele blinde vlekken in hun eigen digitale omgeving.‘The breach gap: why you’re easier to breach than you think’ is daarmee niet alleen een keynote over aanvalspatronen, maar vooral over de realiteit van moderne digitale infrastructuren waarin perceptie en werkelijkheid steeds verder uit elkaar zijn komen te liggen.Meer informatie Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Registreer je gratis
Oorlog begint niet met een schot, maar met een storing
2 dagen
Pieter Cobelens tijdens Cybersec Netherlands 2026 Het is maandagochtend. Containers verlaten de Rotterdamse haven niet meer, een deel van het betalingsverkeer ligt stil en meerdere ziekenhuizen schakelen over op noodprocedures. Er zijn geen explosies, geen tanks aan de grens en geen straaljagers in de lucht. Toch is Nederland aangevallen. Dit scenario is allang geen sciencefiction meer. Cyberaanvallen op vitale infrastructuur, desinformatiecampagnes en digitale sabotage zijn uitgegroeid tot vaste onderdelen van geopolitieke machtsuitoefening. De vraag is niet langer of digitale conflicten plaatsvinden, maar hoe goed landen en organisaties erop zijn voorbereid. Dat is ook het centrale thema van de keynote die generaal-majoor b.d. Pieter Cobelens verzorgt tijdens Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september in Jaarbeurs, Utrecht. Cruciale digitale infrastructuur Wie nog denkt dat cybersecurity uitsluitend een IT-vraagstuk is, loopt volgens Cobelens achter de feiten aan. Cybersecurity is uitgegroeid tot een strategisch vraagstuk waarin technologie, economie, defensie en geopolitiek samenkomen. De digitale infrastructuur waarop overheden, bedrijven en burgers dagelijks vertrouwen, is inmiddels even cruciaal geworden als de fysieke infrastructuur van wegen, havens en energievoorzieningen. Juist Nederland is daarin bijzonder kwetsbaar. Ons land behoort tot de meest gedigitaliseerde economieën ter wereld. Internetknooppunten, hyperscale-datacenters, logistieke ketens, financiële dienstverlening en cloudplatformen vormen gezamenlijk het digitale fundament onder de Nederlandse economie. Die positie levert economische voordelen op, maar maakt Nederland tegelijkertijd tot een aantrekkelijk doelwit voor statelijke actoren, cybercriminelen en andere kwaadwillenden. Geavanceerde aanvalstechnieken De oorlog in Oekraïne heeft bovendien duidelijk gemaakt hoe snel de aard van conflicten verandert. Waar militaire slagkracht vroeger vrijwel uitsluitend was voorbehouden aan staten met enorme defensiebudgetten, zorgen relatief goedkope drones ervoor dat ook kleinere spelers grote schade kunnen aanrichten. Volgens Cobelens voltrekt zich dezelfde democratisering in het cyberdomein. Geavanceerde aanvalstechnieken worden toegankelijker, terwijl kunstmatige intelligentie de drempel verder verlaagt. AI verandert het speelveld fundamenteel. Waar aanvallers vroeger veel specialistische kennis nodig hadden om overtuigende phishingcampagnes of malware te ontwikkelen, kan generatieve AI grote delen van dat proces automatiseren. Deepfakes worden realistischer, aanvallen schaalbaarder en desinformatie overtuigender. Daarmee vervagen de grenzen tussen cyberoorlog, informatieoorlog en psychologische beïnvloeding. AI detecteert en neutraliseert Dat betekent echter niet dat verdedigers kansloos zijn. Ook aan de verdedigende kant wordt AI steeds belangrijker. Moderne securityplatformen analyseren miljoenen gebeurtenissen per seconde en herkennen afwijkingen die voor menselijke analisten onzichtbaar blijven. De consequentie is volgens Cobelens dat cybersecurity steeds minder een strijd wordt tussen mensen en steeds meer tussen algoritmen. De komende jaren ontstaat een permanente technologische wapenwedloop waarin AI aanvallen ontwikkelt en AI diezelfde aanvallen weer detecteert en neutraliseert. Daar houdt de ontwikkeling niet op. Aan de horizon dient zich de volgende technologische revolutie al aan: quantum computing. Quantumcomputers beloven enorme doorbraken op het gebied van simulaties, logistiek, materiaalonderzoek en defensie. Tegelijkertijd vormen zij een directe bedreiging voor de encryptie waarop vrijwel alle digitale communicatie is gebaseerd. Post-quantumbeveiliging Dat leidt tot een strategisch risico waar nog relatief weinig organisaties zich bewust van zijn. Staten verzamelen vandaag al grote hoeveelheden versleutelde data, niet omdat zij die nu kunnen lezen, maar omdat zij verwachten dat toekomstige quantumcomputers dat wel kunnen. Deze strategie, bekend als Harvest Now, Decrypt Later, betekent dat informatie die vandaag veilig lijkt, over tien of vijftien jaar alsnog openbaar kan worden. Organisaties die met gevoelige gegevens werken, zullen daarom veel eerder dan gedacht moeten overstappen op post-quantumbeveiliging. Naast technologische ontwikkelingen plaatst Cobelens ook vraagtekens bij de afhankelijkheid van buitenlandse digitale infrastructuur. Digitale soevereiniteit gaat volgens hem niet over protectionisme, maar over controle. Wanneer vitale data, cloudplatformen en communicatiekanalen volledig buiten de eigen jurisdictie vallen, levert een land onvermijdelijk een deel van zijn strategische autonomie in. De discussie over een nationale cloud of andere vormen van digitale regie raakt daarmee niet alleen de IT-sector, maar ook economie, bestuur en nationale veiligheid. Kern van moderne afschrikking De belangrijkste conclusie is misschien wel dat weerbaarheid niet langer uitsluitend een verantwoordelijkheid van Defensie is. Vitale infrastructuur bevindt zich grotendeels in handen van bedrijven. Een aanval op een logistieke dienstverlener kan de voedselvoorziening raken. Een verstoring bij een cloudprovider kan honderden organisaties tegelijk treffen. Een cyberincident bij een ziekenhuis kan uitgroeien tot een nationale crisis. Digitale weerbaarheid is daarmee een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid, bedrijfsleven en samenleving. Volgens Cobelens is dat uiteindelijk ook de kern van moderne afschrikking. Tijdens de Koude Oorlog draaide afschrikking om militaire macht. In het digitale tijdperk wordt geloofwaardige afschrikking bepaald door een combinatie van cybercapaciteit, economische kracht, technologische innovatie en maatschappelijke weerbaarheid. Een tegenstander moet ervan overtuigd zijn dat een aanval onvoldoende oplevert en te veel kost. Digitale oorlog al begonnen Die strategische blik op cybersecurity vormt de rode draad van de keynote waarmee Pieter Cobelens Cybersec Netherlands 2026 de tweede dag van de beurs opent. Niet om een toekomstscenario te schetsen, maar om duidelijk te maken dat de digitale oorlog al is begonnen. Daarmee is investeren in weerbaarheid misschien wel de belangrijkste vorm van verdediging is die Nederland vandaag kan organiseren. Meer informatie Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies Bezoek Cybersec Netherlands 2026 Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratis
Amerikanen Pratt & Whitney lijven Amsterdamse Aiir in
2 dagen
Pratt & Whitney (vliegtuigmotoren) neemt het Amsterdamse ai-bedrijf Aiir Innovations over. De uit een studieproject van de Universiteit van Amsterdam (UvA) voortgekomen startup levert software voor de inspectie van motoren. De Amerikaanse fabrikant, dochter van RTX (voorheen Raytheon), behoort tot de grootste leveranciers van motoren voor de commerciële en militaire luchtvaart. Pratt & Whitney gaat motoren inspecteren met ai-ondersteunde borescope-software van Aiir. Deze technologie maakt een fundamentele verandering mogelijk in de manier waarop inspecties worden uitgevoerd. Daardoor worden de consistentie en efficiëntie binnen wereldwijde onderhouds-, reparatie- en revisie-activiteiten voor motoren verbeterd.  Problemen zijn hiermee eerder te detecteren. Ook kunnen de doorlooptijden worden verkort. De operationele tijd is te verlengen, terwijl operationele verstoringen voor klanten verminderen. Feedback De software van Aiir ondersteunt inspecteurs door kunstmatige intelligentie toe te passen op borescopie-video’s, waardoor snellere en meer reproduceerbare beoordelingen mogelijk zijn. Door zich aan te passen aan feedback van inspecteurs om de classificatie-prestaties te verbeteren, wordt de technologie slimmer, nauwkeuriger en steeds beter afgestemd op de praktijkervaring. De technologie biedt ook configureerbare rapportagemogelijkheden, waardoor processen die voorheen veel tijd in beslag namen, nu in enkele minuten kunnen worden voltooid met een hogere kwaliteit, consistentie, traceerbaarheid en nauwkeurigheid. KLM Aiir ontstond nadat de studenten Miriam Huijser (nu directeur technologie) en Bart Vredebregt (algemeen directeur) tien jaar geleden een opdracht van de onderhoudsafdeling van AirFrance/KLM kregen. Hen werd gevraagd om de potentie van kunstmatige intelligentie bij motorinspecties in kaart te brengen. Uit dit initiatief is de software van AIIR voortgekomen, die deep learning en andere technieken op gebied van computer vision combineert. De Amsterdamse vestiging wordt volledig in Pratt &Whitney geïntegreerd. Pratt & Whitney werd in 1860 opgericht. Het bedrijf bouwt motoren voor onder meer de Airbus A220 en A320neo. Ook de jachtvliegtuigen als de F-35 Lightning II worden erdoor voortgestuwd. De ai-revolutie herdefinieert de interactie tussen jonge techbedrijven en de gevestigde orde. Meer dan ooit richten grote ondernemingen hun blik naar buiten om innovatie te omarmen. Dit uit zich in een sterke toename van strategische allianties, durfinvesteringen en gerichte acquisities zoals die van Aiir.
Ai-hype maakt plaats voor nuchterheid: ‘Geen autonoom won­der­mid­del’
2 dagen
AI Appreciation Day 2026 Het is vandaag (16 juli 2026) AI Appreciation Day ofwel ai-waarderingsdag. Een dag die in 2021 in het leven is geroepen door de Amerikaanse voormalig tech-investeerder en later oprichter van ai-agentontwikkelaar Velanir: Nathan Ricks (zie kader). De dag is in het leven geroepen om stil te staan bij de relatie tussen mensen en kunstmatige intelligentie. Waar staan we nu en hoe verandert onze blik op ai? Waar de discussie jarenlang ging over de spectaculaire mogelijkheden van ai, verschuift de aandacht nu naar een fundamentelere vraag: hoe zorgen we dat ai veilig, verantwoord en met blijvende waarde wordt ingezet? Dat klinkt door in de reacties van experts die in dit artikel hun visie delen. Ze laten een duidelijke trend zien. Namelijk dat de romantiek rond ‘magische’ ai‑modellen plaatsmaakt voor nuchterheid, context en kritische reflectie. Malte Ubl, cto van cloudplatform voor webapplicaties Vercel, ziet dat organisaties eindelijk realistischer worden en van ‘modelfetisjisme’ naar pragmatisme bewegen. ‘Er is niet één model dat overal het beste in is. Succesvolle teams kiezen per taak het model dat het beste past en vinden zo de juiste balans tussen kwaliteit, snelheid en kosten.’ AI Appreciation Day wordt daarmee geen viering van nóg grotere modellen, maar van het besef dat ai een portfolio‑keuze is, geen religie. De hype verschuift naar efficiëntie, kostenbeheersing en taakgerichte inzet. Kritiek Binnen cybersecurity is de toon nog kritischer. Ai verandert het speelveld, maar niet altijd in het voordeel van verdedigers. Door de versnelling van ai versnellen de risico’s ook, stelt Jan Verhagen, verkoopdirecteur Nood-Europa bij cloud- en ai-beveiliger Wiz. Hij benadrukt dat de echte kracht van ai niet in automatisering zit, maar in contextbegrip: ‘Aanvallers kunnen delen van een omgeving in kaart brengen, maar alleen organisaties kunnen inzicht krijgen in de volledige context van hun eigen omgeving.’ Anouck Teiller, plaatsvervangend ceo bij cybersecurityplatform HarfangLab, gaat een stap verder: ‘Ai verkort de tijd tussen het ontdekken en misbruiken van kwetsbaarheden drastisch en maakt cyberaanvallen schaalbaarder dan ooit.’ De boodschap is helder: Ai maakt aanvallen sneller, overtuigender en moeilijker te detecteren. Detectie‑ en responsoplossingen moeten daarom ai‑bewust worden, met een bredere detectiebereik en nieuwe vormen van monitoring, vindt Teiler. Veld-ciso bij Check Point, Fred Streefland, waarschuwt dat vertrouwen een unieke kwaliteit wordt waarmee een ai-product of -dienst zich kan onderscheiden van concurrenten. ‘We zijn een nieuw tijdperk ingegaan waarin vertrouwen in ai de echte onderscheidende factor wordt.’ Organisaties hebben volgens hem behoefte aan krachtige ai met duidelijke waarborgen, zodat ze kunnen vertrouwen op de uitkomsten en weten dat de technologie niet kan worden misbruikt. Ai‑red‑teaming, ofwel aanvalssimulaties van hackmethodes en onafhankelijke toetsing worden volgens hem cruciaal om misbruik en ongewenst gedrag te voorkomen. De oprichter van AI Appreciation DayAI‑waarderingsdag werd geïnitieerd door Nathan Ricks, die de dag lanceerde als een filosofisch‑maatschappelijke beweging om stil te staan bij de relatie die mensen en organisaties opbouwen met kunstmatige intelligentie. Niet als marketingmoment, maar als jaarlijkse reflectie op de impact, risico’s en verantwoordelijkheden die met ai samenhangen.Sinds de introductie in 2021 wordt de dag jaarlijks ‘gevierd’ op 16 juli. Daarmee is het uitgegroeid tot een terugkerend moment waarop experts uit verschillende sectoren de balans opmaken: niet over wat ai kan, maar over hoe het verstandig, veilig en met blijvende waarde is in te zetten. De echte waarde van ai Luis Blando, chief product & technology officer bij low-codeplatform OutSystems, prikt door de hype van autonome ai-systemen heen: ‘Wanneer ai verkeerd wordt ingezet, gedraagt het zich als een team stagiairs: snel en productief, maar nog altijd afhankelijk van toezicht en controles.’ De echte waarde zit volgens hem in documentverwerking, transactionele processen en besluitondersteuning, niet in volledige autonomie. Ai werkt volgens hem pas goed als organisaties accepteren dat menselijke supervisie geen zwakte is, maar een randvoorwaarde. Remco Overweg, ai-consult bij ict-dienstverlener YaWorks, legt de vinger op een ander pijnpunt: ‘Veel kennis zit in de hoofden van medewerkers. De integratie van agents wordt meestal niet beperkt door technologie, maar doordat kennis en processen nog onvoldoende zijn vastgelegd’, aldus de adviseur van digitale infrastructuur. AI Appreciation Day laat daarmee zien dat de grootste bottleneck niet de technologie is, maar de organisatie zelf. Ai democratiseert geo‑informatie In de geo‑informatiesector is de toon positiever. Jeroen van Winden, cto van Esri Nederland, ziet dat ai de kennis van geo-informatiesystemen (gis) eindelijk ontsluit voor een breder publiek. Hij stelt dat door standaarden als mcp (model context protocol), een open standaard ontwikkeld door Anthropic, de brug tussen taalmodellen en ruimtelijke data wordt gevormd en agents ruimtelijke context gebruiken zonder dat gebruikers een gis‑expert hoeven te zijn. Zo maakt ai locatie‑data toegankelijk in tools die medewerkers al gebruiken, zoals Copilot, crm‑ en erp‑systemen. ‘Dat versnelt en verbetert besluitvorming rond grote maatschappelijke thema’s zoals energietransitie en klimaatadaptatie’, aldus Van Winden. Websites, data en digitale fundamenten moeten op orde zijn, anders versterkt ai vooral de chaos Bilal Ahmed, chief ai en data-officer bij webhoster en aanbieder van cloud computing Team.blue, wijst erop dat ai niets oplost als er geen digitaal fundament is. Hij waarschuwt dat veel kleine bedrijven verdwalen in een mistbank van ai. Als voorbeeld zegt hij: ‘Slechts 5,5 procent van het mkb heeft het gevoel volledig grip te hebben op hoe klanten het bedrijf online hebben weten te vinden.’ Om controle terug te krijgen, gaat de uitdaging voor bedrijven veel verder dan het bijhouden van de nieuwste ai-tools en -platformen, stelt hij. ‘Ze moeten begrijpen hoe ai impact heeft op de manier waarop klanten producten, diensten en merken ontdekken. Dit betekent bijvoorbeeld het versterken van de digitale fundamenten die het bedrijf al beheert, zoals de website. Dit is de informatie waarop ai-systemen vertrouwen en deze moet accuraat zijn om bedrijven vindbaar te maken in de complexe digitale omgeving van vandaag.’AI Appreciation Day legt hier een ongemakkelijke waarheid bloot: ai werkt alleen als de basis klopt. Websites, data en digitale fundamenten moeten op orde zijn, anders versterkt ai vooral de chaos. De experts zijn opvallend eensgezind: ai is geen magie, geen hype en geen autonoom wondermiddel. De toekomst van ai draait om zaken als context en procesinzicht, menselijke supervisie, betrouwbare modellen, volwassenheid van de organisatie, digitale fundamenten en vooral vertrouwen.
QuiX Quantum-mijlpaal bij fotonische quantum computing
2 dagen
QuiX Quantum uit Enschede levert binnenkort zijn eerste Carina-hardwareplatform. Het Duitse Lucht- en Ruimtevaartcentrum (DLR) gaat op basis hiervan werken aan zijn systeem voor quantum computing (DLR QCI). De startup, voortgekomen uit de Universiteit Twente, spreekt van Nederlands eerste quantumcomputer. Maar het is nog geen betrouwbaar rekentuig dat uit de doos kan worden gehaald en meteen zijn werk doet. Het hardware-platform is een universele fotonische quantumcomputerarchitectuur: op dit gebied ‘s werelds eerste architectuur waar klanten mee kunnen experimenteren. Maar het zal nog wel een jaar of vijf duren voordat de betrouwbaarheid van dit soort computers in de buurt komt van ‘gewone’ supercomputers.  De Carina-architectuur is ontworpen om de fotonische quantumcomputer-stack samen te brengen die nodig is om universele quantumcomputatie te demonstreren: fotongeneratie, multiplexing, toestandsgeneratie, fotonische geïntegreerde schakelingen, meting van individuele fotonen en toestanden, en snelle feed-forward-besturing in realtime. Het systeemontwerp is modulair en maakt gebruik van twee belangrijke standaardbouwstenen: de Photonic Assembly Control Unit en de Feed-forward Control Unit. Fotonen Dr. Stefan Hengesbach, CEO van QuiX Quantum, verduidelijkt: ‘Met de levering van belangrijke Carina-subsystemen aan DLR QCI verschuiven we van component-ontwikkeling naar systeemintegratie en -validatie in een echte klantomgeving. Carina is ontworpen om universele fotonische kwantumcomputing te demonstreren, en de volgende fase zal cruciaal zijn voor het valideren van de integratiekwaliteit, prestaties en operationele gereedheid.’ De qubits, zijnde de basiseenheden van informatie in een quantumcomputer, zijn fotonen. Concurrenten werken met elektronen, maar die zijn zeer gevoelig voor temperatuurschommelingen en straling. Ze worden daarom gekoeld tot temperaturen dicht bij het absolute nulpunt. Bij chips die data verwerken op basis van lichtdeeltjes, hoeft dat niet. QuiX Quantum denkt ze op gewone kamertemperatuur te kunnen laten werken.  Volgens Stefan Hengesbach heeft zijn bedrijf een mijlpaal bereikt bij fotonische quantum computing. ‘Dit speelveld is verdeeld tussen systemen die snel in gebruik genomen konden worden, maar niet zijn gebouwd voor universeel, fouttolerant computergebruik en ontwerpen met potentie voor de langere termijn die moeilijk uit te rollen zijn. Carina brengt die twee eisen samen in een universele architectuur voor installatie in echte klantomgevingen.’
Pragmatisch zaken oplossen
3 dagen
Dubbelinterview | Derk Boswijk (staatssecretaris Defensie) en Jeroen van der Vlugt (cio Defensie) Derk Boswijk ontvangt ons in zijn werkkamer aan het Haagse Plein. De handdruk is stevig, de blik open, de houding energiek. Terwijl de koffie wordt geserveerd, zegt hij te hopen dat de politiek de komende jaren aan Nederland laat zien dat ze kan leveren. ‘We moeten gewoon heel pragmatisch zaken gaan oplossen. En dat kán. Als je ziet waartoe we in Nederland in staat zijn…’ Hij kijkt naar zijn collega Jeroen van der Vlugt: ‘Neem jouw gebied, dat digitale domein, het is mega-indrukwekkend.’ ‘Heel veel mensen begrijpen niet dat we er al jaren niet in slagen een stabiel politiek bestuur te vormen met elkaar. Nederland had supersaaie politiek vroeger, daar moeten we eigenlijk weer een beetje naar terug. Dat er aan geen enkele talkshowtafel nog een politicus zit, omdat iedereen denkt ‘ze regelen het wel, het komt goed’. ProfielDerk Boswijk is sinds 23 februari staatssecretaris van Defensie namens het CDA in het kabinet-Jetten. Van 2015 tot 2021 was hij voor die partij lid van Provinciale Staten Utrecht en van 2021 tot 2026 lid van de Tweede Kamer. Vanaf juni 2019 tot zijn aanstelling als staatssecretaris was Boswijk ook Reserveofficier bij de Landmacht (1e luitenant). ProfielJeroen van der Vlugt is sinds 1 maart 2020 chief information officer (cio) bij het ministerie van Defensie en lid van de bestuursraad van Defensie. Van der Vlugt is tevens lid van de Agency Supervisory Board (ASB) van de Navo Communications and Information Agency (NCI Agency), die toezicht houdt op de strategische IT-initiatieven van de Navo. Als staatssecretaris is de hoofdprioriteit van Boswijk om eraan bij te dragen dat de krijgsmacht zich gereed maakt voor de toekomst. ‘Meer abstract is mijn ambitie daarboven écht te laten zien dat de politiek een oplossing weet te vinden voor grote opgaven: in mijn geval dus die sterke krijgsmacht, om te beschermen wat ons dierbaar is, maar ook stikstof, de woningcrisis, et cetera. Dus ik heb in mijn eerste week hier meteen de outreach gedaan naar alle collega-bewindspersonen.’ Hij noemt Jaimi van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, met als insteek: wij hebben natuurgebieden, jij hebt een stikstofprobleem. We hebben elkaar nodig, hoe vliegen we dat aan? Een tweede voorbeeld: Elanor Boekholt-O’Sullivan, de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, met de vraag: hoe kunnen we samen acteren richting Jo-Annes de Bat, de staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei? Jij hebt netcongestie problemen, wij willen kazernes bouwen, wellicht kunnen we die kazernes gebruiken voor de opslag of de opwekking van energie? Staatssecretaris Defensie Derk Boswijk (foto: Arie Cijfer). Boswijk: ‘We willen laten zien dat Defensie the force of good kan zijn op veel terreinen, dat wij een duwtje kunnen geven op bepaalde innovatie of bepaalde maatschappelijke problemen.’ Een dergelijke spin-off naar andere departementen zal het draagvlak vergroten. Wat is de relatie tussen de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) en de Digitale Transformatie Strategie (DTS) bij Defensie? Van der Vlugt: ‘De NDS kwam kort nadat wij de DTS hadden aangekondigd. Wij hebben toen meteen het initiatief genomen om op politiek en ambtelijk niveau rond de tafel te gaan om te kijken naar de grote overlap-punten. Nou, ai is er daar een van, cloud is er een van, en soevereiniteit is er een van. We zijn nu hard bezig om te kijken hoe we die samenwerking het beste kunnen insteken. Ik vind zelf een van de mooie voorbeelden wat wij noemen ‘hoog gerubriceerde informatie’- dat is staatsgeheime informatie, en het is best een tijd lastig geweest om daarin tussen de departementen uit te wisselen. Dat vraagt best veel technische kennis. Wat we nu doen, is dat we aanbieden aan andere departementen dat ze gebruik mogen maken van onze technische oplossing, waardoor ze binnen de Rijksoverheid omgeving kunnen werken. Het is niet zo dat wij met de kruiwagen naar binnenkomen en zeggen ‘hier heb je het, en lift maar mee’, ze moeten daar zelf ook een aantal dingen voor regelen.’ Bestaansrecht Maar de hand steken we wel graag uit, bevestigt Boswijk. ‘Sterker nog, ik leen Jeroen graag uit aan Willemijn Aerdts (de staatssecretaris die eindverantwoordelijk is voor de NDS – red.). Toen ik hier binnen kwam was ik meteen onder de indruk van hoe ver Jeroen en zijn team al zijn. Dus ik zei tegen Willemijn: jij bent verantwoordelijk voor het geheel, maar wij als Defensie hebben al bestaansrecht in dit domein, dus maak daar gebruik van. Als wij daarin kunnen helpen en kunnen samenwerken dan dat zou fantastisch zijn. Zij staat daar zeker voor open, zei ze, dus we hebben binnenkort een lunchafspraak.’ Jeroen, jij stelde onlangs in een programma van BNR dat de Nederlandse overheid wellicht zou moeten investeren in priority-aandelen van bedrijven die werken aan technologie die voor de veiligheid van Nederland van belang is. Op die manier zou kunnen worden voorkomen dat startups en scale-ups verdwijnen naar Amerika. Je zou ook voor technologie die overheidsbreed of Defensie-specifiek van belang is, kunnen zeggen: we hebben inkoopmacht, we gaan ons opstellen als ‘launching customer’? Cio Defensie Jeroen van der Vlugt (foto: Arie Cijfer). Van der Vlugt glimlacht: ‘Ik wil benadrukken dat ik niet heb willen suggereren dat we als overheid in bedrijven moeten gaan deelnemen. Ik denk dat je sowieso heel selectief daar naar zou moeten kijken – en wij kijken door de bril van nationale veiligheid. Voor de goede orde: er zijn verschillende instrumenten die je kunt toepassen, en een contract is ook een instrument. Wij zetten vaak al die contractuele mogelijkheden in om bedrijven opdrachten te geven op gebieden die voor Nederland heel erg belangrijk zijn. Maar je wilt voorkomen dat de kennis, het intellectueel eigendom, op een gegeven moment het land uitgaat. Vaak gaat het ook gewoon om mensen, de kennis die bij mensen zit, die je graag wilt behouden. Daar zou je een instrument als priority share in kunnen gebruiken. Heel nadrukkelijk niet bedoeld om economisch mee te delen bij die bedrijven, dat is iets van de ondernemers zelf, maar wel om een belang aan te geven richting dat bedrijf. En dan gaat het ook om het zeker stellen van de productiecapaciteit in Nederland. Als we nu kijken naar de defensie-industrie in de brede zin, dan is die productiecapaciteit een cruciaal asset en dat geldt voor digitalisering net zo hard.’ Opschalen Boswijk: ‘In het verlengde daarvan: we werken aan een Defensie Innovatie en Opschaling Autoriteit. We zijn in Nederland heel erg goed in innovatie. Maar als het prototype er eenmaal is, dan wordt het vaak stil en even later bloedt het dood. We moeten veel meer gaan focussen op de stappen daarna: we hebben iets fantastisch, hoe gaan we dit opschalen? In dat opschalen zien we de grote uitdaging op dit moment. Het kan zijn dat Defensie een soort launching customer gaat zijn, ergo: we gaan zelf bepaalde producten afnemen om wat massa te creëren. Maar ik vind ook: ik wil naar het buitenland met een catalogus onder mijn arm met wat wij als Nederlandse defensie-industrie kunnen, zodat ik ook tegen mijn counterparts kan zeggen: ik zie dat jullie dit nodig hebben, wij kunnen jullie dit bieden. Dan worden die bezoeken veel concreter en veel pragmatischer en dat is ook een instrument om te zorgen dat bedrijven hier blijven, omdat wij als Defensie bijdragen aan de massa die zij nodig hebben.’ Hoe latent is die capaciteit? Moet er deels een nieuwe industrie worden ontwikkeld? Boswijk: ‘Eerlijk gezegd beseffen we onvoldoende hoeveel bedrijven in Nederland echt in de top zitten in een bepaald segment – en op een heel breed spectrum. ASML kent iedereen, maar we hebben een aantal bedrijven die software produceren voor drones bijvoorbeeld. Het maken van een drone is niet zo ingewikkeld, het gaat meer en meer over de software en de toepassing daarvan. We hebben in Nederland bedrijven in de maritieme sector die op wereldniveau acteren. Wereldwijd is er een enorm tekort aan maritieme maakindustrie. Ik denk dat wij als overheid over het algemeen te weinig ondernemend zijn, te afwachtend zijn. Nog teveel denken: het is niet onze verantwoording, wij moeten gewoon zorgen dat de processen goed lopen. Ik denk dat we veel assertiever moeten zijn. En ik denk, omdat wij als Defensie bepaalde investeringen toch moeten doen, wij ook nog eens slim het vliegwiel kunnen zijn door met andere landen een verbond te smeden. Dán wordt het interessant.’ We kunnen niet buiten Amerikaanse technologie, en dat zal ook morgen niet anders zijn. Maar dit soort initiatieven zal helpen die strategische afhankelijkheden af te bouwen. Boswijk knikt: ‘Die afhankelijkheid is op dit moment niet gezond. De politieke reflex is soms om met de botte bijl alle banden met Amerika te verbreken. Dat zou onverstandig zijn. Allereerst zijn er nog geen alternatieven voor de kennis en de systemen die de Amerikanen hebben. De Oekraïners weten heel goed wat ze nodig hebben, als het over luchtafweer gaat zeggen ze: prachtig die Europese opties, maar geef ons gewoon Patriots. Dus ja, we moeten zorgen voor Europese alternatieven. Maar mijn tweede punt is: we zouden er veel strategischer naar moeten kijken, in de zin van: welke kennis hebben wij, die de Amerikanen niet hebben? Kunnen wij bijvoorbeeld, als het over de F35 gaat  – er zijn bepaalde systemen die wij in de F35 leveren, die alleen wij leveren  – kunnen we dat op het digitale terrein ook doen?’ Van der Vlugt voegt eraan toe: ‘We hebben het vaak over grote Amerikaanse techbedrijven in de defensie-industrie en dan wordt ook Palantir genoemd. Dat bedrijf is gestart met eigen middelen. Er is niemand geweest die heeft gezegd: hier heb je 100, 200, 500 miljoen. De oprichters ervan hebben op een gegeven moment zelf bedacht om in die markt te stappen. Nu is er in Silicon Valley veel geld, en er zijn daar veel slimme mensen, veel ondernemende mensen ook en de Amerikanen hebben een grote thuismarkt. Maar de Europese markt is ook groot en vandaar de oproep aan bedrijven om erin te stappen en ook zelf te investeren.’ De grote uitdaging die we zien is opschalen Boswijk: ‘We moeten een meer ondernemende overheid zijn en dat betekent risico’s nemen en accepteren dat er fouten worden gemaakt. Tegelijkertijd is het appel op de ondernemers: wees nog ondernemender. Ik sta regelmatig voor zaaltjes met ondernemers en  dan hoor ik: we willen een langjarig contract tekenen, we willen die zekerheid. En dan zeg ik: ja, voor een deel moet dat zijn, maar we kunnen nooit 100 procent jullie risico’s gaan afdekken want dan ben je een staatsbedrijf.’ Wat houdt die ondernemers tegen, vanwaar die terughoudendheid? Van der Vlugt: ‘Ik denk dat het voor een deel cultureel is bepaald. De grote Amerikaanse defensiebedrijven wachten eigenlijk ook totdat het Pentagon zegt ‘gaat u maar de opvolger van de F-35 bouwen’. Wat een Palantir heeft gedaan, maar ook een bedrijf als Anduril Industries dat autonome systemen bouwt, die zijn zelf gestart, die hebben vastgesteld: er is hier blijkbaar een markt, wij zien hier toekomst, we gaan op een andere manier deze markt in. Vervolgens zie je, in ieder geval als je kijkt naar beurswaarde, dat ze de traditionele defensiebedrijven voorbij streven. Ik zou hopen dat we dat ook in Nederland krijgen. Dus het is soms wat terughoudend, een beetje cultureel, maar het heeft zeker ook te maken met geld, met investeerders.’ De grote vier techbedrijven in de VS investeren dit jaar 650 miljard dollar in ai. Ga er maar aan staan. Hoe toegankelijk is kapitaal? Van der Vlugt: ‘Ons eigen ABP heeft haar belang afgebouwd maar zat met meer dan achthonderd miljoen dollar in Palantir. En dan denk ik, want het is ook mijn pensioengeld, waarom is dat niet geïnvesteerd in Europese partijen om iets dergelijks mee te doen? Het is best veel geld, hè, achthonderd miljoen dollar, substantieel.’ Nu is Palantir, en diens oprichter Peter Thiel, niet onomstreden. Is het probleem niet juist dat Big Tech gedragen wordt door miljardairs en gestuwd door venture capital? Zou je dan als belanghebbende overheid niet extra kritisch moeten kijken naar herkomst van middelen en intenties van investeerders? Het gaat hier toch ook om ethiek? Van der Vlugt: ‘Zeker. We zijn in 2023 gestart met Reaim: Responsible Artificial Intelligence in the Military Domain. Dit is nu het enige wereldwijde initiatief. We doen dit samen met Zuid-Korea en een aantal andere landen in de tweede ring. We proberen daarin afspraken te maken over hoe je op een verantwoorde manier deze technologie in kunt zetten. Verantwoord betekent op het gebied van ethiek, maar ook op het gebied van veiligheid. Responsible wordt in sommige kringen geduid als woke maar dat is het zeker niet. Elke militair wil met veilige wapens werken. Dus voorspelbaarheid, transparantie, wat heeft het gedaan, wat gaat het doen, dat zijn heel voor de hand liggende zaken. Die afspraken gaan ook over internationaal humanitair recht, waaraan al onze wapensystemen moeten voldoen. Ook als we daarin ai toepassen. De vraag is dan wel hoe je de juiste procedures en technologieën daarin kan ontwikkelen. We zijn daarom nu bezig om, via de Nederlandse Defensieacademie (NLDA), een netwerk op te bouwen met kennisinstellingen van verschillende landen. Dit is onderdeel van Reaim en langs die weg willen we kennis opbouwen, best practices delen, en eventueel kunnen we die kennis exporteren.’ Bestuursraad Van der Vlugt vertelt een uitnodiging te hebben gestuurd aan de bestuursraad van Defensie (bestaande uit secretaris-generaal Maarten Schurink, de Commandant der Strijdkrachten generaal Onno Eichelsheim, directeur-generaal beleid Koen Davidse en de directeur bestuursondersteuning en advies Marieke van Dok) voor een werksessie met het ai-model Claude van Anthropic. ‘Ze krijgen de opdracht om zelf programma’s te gaan schrijven die relevantie hebben voor hun werk. En ik kan je vertellen: niemand in de bestuursraad kan programmeren maar ik weet uit ervaring dat dit heel goed gaat lukken. Het is bizar, maar het laat zien wat ai nu al kan.’ Boswijk: ‘Wat jij met de bestuursraad gaat doen is wat we in heel Nederland zouden moeten doen.’ Hij deelt een anekdote over zijn schoonvader. ‘Die stuurt mij regelmatig grappige filmpjes. Toen we laatst op bezoek waren liet ik hem iets zien waar hij hartelijk om moest lachen. Totdat ik hem vertelde dat het niet echt was, volledig met ai gemaakt. Dat geloofde hij niet, dus ik liet hem zien hoe je zoiets met ChatGPT kunt maken. Dat was een eyeopener voor hem. Eigenlijk zou je dus dat gewoon maatschappelijk breed moeten doen.’ Dat klinkt als een indirecte outreach aan Rianne Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Van der Vlugt vult aan: ‘AI literacy is een belangrijk thema in onze strategie, ofwel het vermogen om ai te begrijpen, te gebruiken en kritisch te beoordelen. Commandanten aan de NLDA worden vanaf het moment dat ze binnenkomen opgeleid hoe om te gaan met ai. Wat voor vragen moet je stellen? Waar moet je opletten? Wat zijn de ethische en juridische uitgangspunten die we daarbij hanteren? Dat is in de nieuwe realiteit heel relevant.’ Boswijk: ‘De grootste zwakte zit uiteindelijk tussen onze oren. Je weet niet meer wat waar is met AI, en we weten dat de Russen heel goed in staat zijn geweest, meerdere keren, om maatschappelijke onrust te veroorzaken of verkiezingen te beïnvloeden. Dat was nog in een tijd van copy/paste en iedereen zag dat het nep was, en toch trapte een deel van de samenleving erin. Nu trapt in potentie iedereen erin. Dat baart me zorgen, daar moeten we ons echt realiseren dat er een aantal landen tegenover ons staan die minder ethische dilemma’s hebben dan wij hebben.’ Defensienota Voor de zomer wil Boswijk met de Defensienota naar de Tweede Kamer. ‘Dan hebben we ook de contouren staan voor wat betreft die Defensie Innovatie en Opschaling Autoriteit. We zien gewoon dat daar de grote uitdaging zit, in het opschalen. En die zit ‘m niet in een nieuw type drone maar veel meer in de manier van werken en denken. Dat is eigenlijk de innovatie die moet plaatsvinden: kort cyclisch werken, vertrouwen en verantwoording zo laag mogelijk organiseren. En ook accepteren dat er wel eens dingen fout zullen gaan en we geld investeren in een systeem dat als het klaar is misschien toch niet het effect heeft dat we hadden voorzien – bijvoorbeeld omdat de wereld weer is veranderd.’ ‘We hebben over de besteding van belastinggelden natuurlijk politiek verantwoording af te leggen, mijn grote verantwoording is de Kamer mee te nemen in het verhaal dat investeren de moeite loont maar dat er een risico is dat we tegen een desinvestering aan lopen. En ja, we hebben het over belastinggeld, en dat maakt het superfrustrerend en waardeloos, en toch: het kan gebeuren. Maar als we nu op safe gaan spelen dan weten we één ding zeker, dan lopen we altijd achter en dat maakt Nederland per definitie minder weerbaar en minder veilig. Daarnaast beogen we met die investeringen in Defensie zoals gezegd ook positieve neveneffecten voor de samenleving.’   (Dit artikel is ook te lezen in GOV Magazine nummer 22 van Atos.)
ASML schroeft productie chipmachines maximaal op
3 dagen
Orderboeken puilen uit door ai-storm Ai-bedrijven hebben zo’n enorme honger naar geavanceerde logica- en geheugenchips dat ASML de productie van chipmachines tot het uiterste gaat verhogen. Het totale productportfolio van Nederlandse grootste techbedrijf profiteert mee van de ai-hausse.Dit blijkt uit de toelichting op de cijfers over het tweede kwartaal die ASML vanmorgen presenteerde. ASML-topman Christophe Fouquet spreekt van een extreem sterke orderontvangst in de eerste helft van dit jaar. Niet alleen de resultaten over het afgelopen halfjaar waren uitstekend, ook de vooruitzichten zijn glanzend. ASML verwacht dat zijn klanten hun plannen voor uitbreiding van de capaciteit verder versnellen.De planning is volgend jaar 85 EUV-machines met lage NA-lasers (extreem ultraviolette lithografie-systemen voor de allernieuwste chips) te maken. Dat is 30 procent meer dan de geplande 65. De Veldhovense fabrikant bekijkt of het mogelijk is om in 2028 nog eens 30 procent extra van deze machines te vervaardigen bovenop de eerder genoemde 85. Worstenbroodjes Ook de iets minder geavanceerde DUV-machines (voor het maken van standaard-chips) ‘vliegen als warme worstenbroodjes over de toonbank.’ De planning is om 170 machines van dit soort te maken. Dat is 30 procent meer dan de geplande 130. Er wordt onderzocht of de productie in 2028 met nog eens 30 procent omhoog kan. Het bedrijf blijft ook meer (software)updates aanbieden om bestaande, oudere machines te verbeteren.De tweede kwartaalcijfers zijn bijzonder goed en nog beter dan analisten hadden verwacht. De netto-omzet kwam uit op €9,3 miljard euro, de bruto-marge op 54 procent en de nettowinst op 2,9 miljard euro. ASML verwacht dat de netto-omzet over het lopende kwartaal ergens tussen de elf miljard en twaalf 12 miljard euro uitkomt met een bruto-marge van 55 à 57 procent. De r&d-kosten worden geraamd op ongeveer 1,2 miljard euro en de verkoop-, algemene en administratieve kosten op ongeveer 0,4 miljard euro.Voor heel 2026 wordt een netto-omzet verwacht van 43-45 miljard euro, met een bruto-marge van 54 à 56 procent. Een vijfde van deze omzet komt uit China. Mijlpaal In een apart persbericht zegt ASML dat de uiterst geavanceerde High NA EUV nu gereed is voor gebruik in een productieomgeving. Intel Foundry is gestart met de productie in grote volumes van een deel van de Panther Lake-processors (Intel Core Ultra Series 3), met behulp van High NA EUV. ASML spreekt van een mijlpaal.Dit lithografieproces (High Numerical Aperture Extreme Ultraviolet) is een belangrijke volgende stap in EUV-lithografie, ontwikkeld door ASML om nauwkeurigere patronen mogelijk te maken voor geavanceerde chipfabricage. Kleinere, dichtere patronen zullen de vooruitgang in ai en andere opkomende technologieën versnellen, aldus ASML. Intel heeft zo’n 380 miljoen dollar kostende machine in zijn fabriek in Oregon goed werkende gekregen. Het Taiwanese TSMC, ‘s werelds grootste chipfabrikant, vindt ASML’s ‘neusje van de zalm’ te duur. 
Spoelstra Spreekt: Langzaam naar de kloten
3 dagen
COLUMN – Je hebt soms van die kleine berichtjes waar je eerst snel overheen leest, om daarna nog een keer te kijken en ineens denkt: shit, staat dat er echt? Zo las ik het berichtje over een datacenter van Microsoft in Middenmeer dat in 2025 ongeveer één procent van alle stroom in Nederland verbruikte.Ik las door en toen viel het kwartje pas. Eén procent ? En dat is alleen nog maar één datacentrum van Microsoft, we hebben er nog veel meer. En daarbij: niet alleen het datacenter verbruikt stroom maar ook alle devices waar Microsoft op draait.Als je het water langzaam opwarmt, dan gaat die kikker al kokend doodWat gaan we eraan doen? Helemaal niks. Ja, we verbazen ons erover dat het steeds warmer wordt. En vervolgens zeggen we er achteraan, ter geruststelling voor onszelf, dat het in 1975 ook warm was. Wel gemiddeld vier graden kouder dan nu, maar toch.ExperimentEén procent, het lijkt weinig. Net zoals een paar graden warmer geen probleem lijkt. Er is een bekend experiment dat als je een kikker in kokend water gooit, hij er direct uit springt. Maar als je het water langzaam opwarmt, net zolang totdat het kookt, dan gaat die kikker al kokend dood. Hier kun je ons ook mee vergelijken. We gebruiken steeds meer energie en ondertussen wordt het warmer en warmer.Trouwens, nog even over dat experiment. Als je een kikker in kokend water gooit, dan springt hij er niet uit, maar verbrandt hij direct. En nog iet: welke sadist heeft dit experiment bedacht? Wat waren de alternatieven? Een paard in brand steken en kijken hoelang hij nog galoppeert?Neemt allemaal niet weg dat we heel langzaam naar de kloten gaan. Maar ondertussen hebben we palmbomen in de achtertuin staan en genieten we van het mooie weer. Tot het gaat koken natuurlijk.Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Camping-datalek treft kampeerders, datacenter Microsoft goed voor 1 procent NL-stroomverbruik (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Gegevens Nederlandse kampeerders buitgemaakt bij Franse boekingssite, Accenture bouwt ai-assistent voor Europese Commissie, Crowe koopt C)solutions, 130 miljoen voor Oxylabs en datacenter Microsoft goed voor 1 procent van Nederlands stroomverbruik. Hack bij campingboekingssysteem treft ruim 41.000 Nederlanders Een datalek bij het Franse bedrijf Ctoutvert heeft geleid tot de diefstal van gegevens van 41.577 Nederlandse campinggasten. Aanvallers kregen eind februari toegang tot het boekingssysteem Secureholiday, dat door circa vijfhonderd campings in onder meer Frankrijk, Spanje en Italië wordt gebruikt. Dat meldt nieuwsprogramma EenVandaag. Volgens Ctoutvert zijn namen, e-mailadressen, reisbestemmingen, boekingsdata en betaalde bedragen buitgemaakt. Het beveiligingslek zou dezelfde dag zijn verholpen. De gevolgen werden pas later zichtbaar toen cybercriminelen in mei en juni phishingmails verstuurden uit naam van campings. Die berichten bevatten persoonlijke boekingsgegevens, waardoor ze geloofwaardig overkwamen. Ctoutvert, actief in achttien landen en goed voor circa 1,2 miljoen boekingen per jaar, zegt de betrokken campings te hebben geïnformeerd. Veel kampeerders werden volgens onderzoek van EenVandaag echter pas gewaarschuwd nadat zij zelf melding maakten van verdachte berichten. Accenture ontwikkelt ai-assistent voor Europese Commissie Accenture heeft samen met het Directoraat-Generaal Internationale Partnerschappen van de Europese Commissie (DG Intpa) een ai-assistent ontwikkeld. Sinds maart 2026 gebruiken ruim 2.000 medewerkers het platform voor beleids- en financieringsvraagstukken. De assistent biedt beveiligde toegang tot interne kennis, documenten en online bronnen en ondersteunt bij complexe analyses. Het platform is afgestemd op de terminologie en werkwijzen van DG INTPA, dat teams heeft in meer dan honderd landen. Medewerkers krijgen training om antwoorden kritisch te beoordelen. Accenture ondersteunt DG Intpa sinds september 2025 bij de invoering van ai. In de volgende fase wil DG Intpa ai-agents inzetten voor taakuitvoering binnen werkprocessen. Crowe neemt Utrechtse Microsoft-specialist C)solutions over Crowe, met hoofdkantoor in Eindhoven, neemt de Utrechtse it-dienstverlener C)solutions uit Utrecht over. Met de overname wil de accountants- en adviesorganisatie zijn dienstverlening rond Microsoft-oplossingen en digitaal samenwerken uitbreiden. Door de overname voegt Crowe tien Microsoft-specialisten toe aan zijn technologie-praktijk. Volgens Crowe groeit de vraag naar geïntegreerde technologie-, data- en ai-oplossingen. De kennis van C)solutions moet de positie van het bedrijf bij zowel publieke als private organisaties versterken. Het bedrijf gaat op in dochterbedrijf ACA IT-Solutions, dat overigens in de tweede helft van 2026 verder gaat onder de naam Crowe IT Solutions. Oxylabs haalt 130 miljoen dollar op voor verdere groei Oxylabs, een in Litouwen opgericht bedrijf voor webdata-infrastructuur, heeft een investering van 130 miljoen dollar ontvangen van investeerder Warburg Pincus. De transactie waardeert het bedrijf op 3,6 miljard dollar. Volgens Oxylabs laat de investering zien dat Europese technologiebedrijven een rol kunnen spelen in de markt voor ai- en data-infrastructuur. Het bedrijf pleit daarbij voor ruimte voor innovatie binnen Europese regelgeving. Oxylabs groeide ook via overnames. In 2022 nam het bedrijf het Amerikaanse Webshare Software Company over, gevolgd door het Franse ScrapingBee in 2025. Volgens Oxylabs ondersteunen die acquisities de ontwikkeling van producten voor ontwikkelaars van ai-agents en andere datagedreven toepassingen. Microsoft-datacenter verbruikt 1 procent van alle stroom in Nederland Het datacenter van Microsoft bij Middenmeer in Noord-Holland heeft in 2025 ongeveer 1,17 terawattuur (TWh) elektriciteit verbruikt. Dat blijkt uit gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Daarmee was het datacenter goed voor circa 1 procent van het totale Nederlandse stroomverbruik van ruim 112 TWh. Dat meldt de NOS. De cijfers geven voor het eerst inzicht in het energieverbruik van individuele grote datacenters. Gegevens van de Nederlandse datacenters van Google ontbreken, omdat het bedrijf die niet openbaar wil maken. Het stroomverbruik van datacenters ligt onder een vergrootglas vanwege de druk op het Nederlandse elektriciteitsnet. Volgens eerdere cijfers van het CBS waren ongeveer 45 datacenters in 2024 samen verantwoordelijk voor 4,2 procent van het nationale stroomverbruik. Bedrijven kunnen verzoeken hun verbruiksgegevens niet openbaar te maken.
Van assistent naar aanvaller: ai opereert steeds zelf­stan­di­ger
3 dagen
Kunstmatige intelligentie (ai) speelt een steeds actievere rol bij cyberaanvallen. Waar de technologie voorheen vooral werd ingezet om aanvallen voor te bereiden, kan de technologie inmiddels ook zelfstandig onderdelen van een aanval uitvoeren. Dat blijkt uit het ‘AI Security Report 2026‘ van Check Point Research.Volgens het jaarlijkse onderzoek verschuift ai daarmee van ondersteunend hulpmiddel naar een autonome uitvoerder binnen de aanvalsketen. Check Point beschrijft onder meer een aanval op negen Mexicaanse overheidsinstanties waarbij twee generatieve-ai-modellen werden ingezet om netwerken te verkennen, gestolen gegevens te analyseren en vervolgacties uit te voeren. Daarbij zou ai meer dan vijfduizend opdrachten hebben gegenereerd, verdeeld over 34 aanvalssessies, met beperkte menselijke tussenkomst.De onderzoekers constateren daarnaast dat de tijd die organisaties hebben om beveiligingslekken te dichten verder afneemt. Ai zou nieuw ontdekte kwetsbaarheden binnen enkele uren kunnen omzetten in een werkende exploit, waardoor organisaties sneller beveiligingsupdates moeten doorvoeren.PromptOok signaleren de onderzoekers een sterke toename van zogeheten prompt-injectionaanvallen, waarbij aanvallers ai-systemen via gemanipuleerde invoer proberen te misleiden. Volgens het rapport is het aantal detecties van dergelijke aanvallen tussen maart en mei 2026 ongeveer vervijfvoudigd.Daarnaast waarschuwt Check Point dat ai-gegenereerde stemmen, gezichten, documenten en videobeelden traditionele vormen van identiteitscontrole minder betrouwbaar maken. Organisaties zullen daarom vaker aanvullende verificatiemethoden, zoals multi-factorauthenticatie, moeten inzetten.Verder blijkt uit het onderzoek dat medewerkers steeds vaker gevoelige bedrijfsinformatie delen met generatieve-ai-tools. Het aantal risicovolle interacties met ai binnen organisaties is volgens Check Point in een jaar tijd verdubbeld, terwijl veel gebruikte ai-toepassingen buiten het formele it-beleid vallen.TelemetrieHet ‘AI Security Report 2026’ is gebaseerd op telemetriedata, praktijkvoorbeelden en casestudies van Check Point Research. De aanbevelingen van de leverancier richten zich op betere beveiliging van ai-toepassingen, snellere detectie van ai-gestuurde aanvallen en strengere controle op het gebruik van ai binnen organisaties.
Solvinity haalt bakzeil bij Rotterdamse rechter
4 dagen
De Rotterdamse rechter heeft besloten dat Kyndryl het Amsterdamse it-bedrijf Solvinity voorlopig nog niet mag overnemen.  Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie & Soevereiniteit) had de overname eerder verboden om de privacy van Nederlandse (DigiD-)gegevens te beschermen. Solvinity kan als dienstverlener die de infrastructuur onder DigiD regelt, onder Amerikaans eigenaarschap worden verplicht mee te werken aan extraterritoriale wetgeving van de VS. Solvinity en de huidige eigenaar Vitruvian Partners (Host Lux) vroegen de rechter om dit verbod tijdelijk te pauzeren. Maar die besliste in hun nadeel. De rechter ziet geen reden om het verbodsbesluit te schorsen zodat de overname op korte termijn kan worden afgerond. Er is geen haast bij. Solvinity en Host Lux kunnen namelijk de officiële bezwaarprocedure afwachten, zonder dat dat onomkeerbare gevolgen heeft. Aerdts denkt eind september daarover een besluit te kunnen nemen.  Bevoegdheid De voorzieningenrechter gaat in zijn uitspraak nog wel in op het argument van Solvinity en Host Lux dat de staatssecretaris niet bevoegd zou zijn om het verbod op te leggen. Dat argument volgt de voorzieningenrechter niet.  De Telecommunicatiewet geeft de staatssecretaris de bevoegdheid voor het opleggen van het verbod. Aerdts heeft zich ook op het standpunt kunnen stellen dat de overname van Solvinity door Kyndryl een bedreiging van het publiek belang oplevert. Want als dochter van het Amerikaanse – uit IBM voortgekomen – Kyndryl staat het bedrijf onder de invloedssfeer van de regering Trump. Als een bedrijf onder Amerikaanse rechtsmacht valt (zoals Kyndryl), kan het volgens de staatssecretaris verplicht worden data te overhandigen, ook wanneer deze op servers in Europa staat. Aerdts zal nog moeten onderzoeken of minder verstrekkende maatregelen dan een verbod passend zouden zijn.
IBM-topman trekt boetekleed aan: niet snel genoeg aangepast
4 dagen
IBM heeft afgelopen kwartaal te laat en ook niet handig gereageerd op belangrijke veranderingen in haar afzetmarkten. Het concern lijdt onder de zwakkere vraag naar software en infrastructuur, waardoor de omzet achterbleef bij de verwachtingen. Ceo Arvind Krishna erkent in een brief aan IBM-beleggers dat zijn mensen hebben gefaald. ‘We hebben ons niet snel genoeg aangepast en gehandeld, en talloze grote deals zijn niet binnen de verwachte termijnen afgerond.’ Op de beurs zakte de koersdaling van IBM-aandelen tot 25 procent weg, nadat Big Blue een winstwaarschuwing had gegeven. De introductie van het nieuwe mainframe Z17 die speciaal is ontwikkeld voor de verwerking van ai-taken, viel tegen. Volgens Krishna bracht Z17 qua omzet niet wat IBM ervan had verwacht. Ten onrechte was aangenomen dat het nieuwe mainframe de voorziene daling in de infrastructuur-omzet zou dempen. Maar dat bleek niet het geval. Krishna: ‘Wat er gebeurde, was echter erger dan onze verwachtingen, veroorzaakt door een tekort aan prestaties van onze Z-serie en de bijbehorende software-stack, met name op het gebied van transactieverwerking.’ Prijsdynamiek In de laatste weken van juni zag IBM dat klanten hun kwartaalinkopen verschoven naar de aanschaf van servers, opslag en geheugen om de beperkte beschikbaarheid van infrastructuur veilig te stellen in aanloop naar verwachte prijsstijgingen. Deze dynamiek beïnvloedde het koopgedrag van klanten. ‘Hoewel we in onze verwachtingen wel enige impact op de toeleveringsketen hadden voorzien, hadden we de omvang van de herprioritering van de kapitaaluitgaven niet voorzien. Bovendien werden klanten in dit kwartaal afgeleid door de snel evoluerende, sectorbrede cybersecurityproblemen.’ IBM boekte over het tweede kwartaal een winst van 3.01 dollar per aandeel over een omzet van 17.86 miljard dollar. De inkomsten uit software waren 5 procent hoger vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Consultancy bleef gelijk, terwijl infrastructuur 7 procent minder omzet opleverde. IBM zal volgende week woensdag meer in detail ingaan op de tegenvallende resultaten.
DataExpert neemt Deense ADO Security over voor uitbreiding cy­ber­se­cu­ri­ty­dien­sten
4 dagen
DataExpert Group neemt het Deense ADO Security over. Met de acquisitie wil het Veenendaalse cybersecuritybedrijf zijn positie op de Europese markt versterken en zijn aanbod van cybersecuritydiensten uitbreiden. Financiële details van de overname zijn niet bekendgemaakt.ADO Security, gevestigd in Kopenhagen, is gespecialiseerd in managed detection & response, waarbij organisaties continu worden gemonitord op cyberdreigingen, en offensieve beveiligingsdiensten zoals penetratietesten en red teaming (een methode waarbij beveiligingsspecialisten de rol van aanvaller aannemen om de beveiliging van een organisatie realistisch te testen).DataExpert brengt onder meer expertise in op het gebied van digitale forensische onderzoeken, incidentrespons, threat intelligence en governance, risk & compliance.Volgens DataExpert sluit de overname aan bij de groeiende vraag naar geïntegreerde cybersecuritydiensten. Organisaties zoeken steeds vaker partners die niet alleen incidenten kunnen afhandelen, maar ook ondersteuning bieden bij preventie, monitoring, onderzoek en het voldoen aan wet- en regelgeving.CombinerenDoor de activiteiten van beide bedrijven te combineren ontstaat een breder dienstenpakket dat de volledige cyberweerbaarheidsketen bestrijkt: van beveiligingsanalyses en penetratietesten tot continue dreigingsmonitoring, incidentrespons, digitaal forensisch onderzoek en strategisch beveiligingsadvies.DataExpert meldt dat klanten van beide bedrijven met hun bestaande contactpersonen blijven werken. Tegelijkertijd krijgen zij toegang tot aanvullende expertise en diensten binnen de gecombineerde organisatie. De integratie moet volgens het bedrijf gericht zijn op het behouden van de bestaande dienstverlening, terwijl de internationale activiteiten verder worden uitgebreid. Met de overname van ADO Security breidt DataExpert  bovendien zijn aanwezigheid in Noord-Europa verder uit en zet het een volgende stap in zijn Europese groeistrategie.
Taal­bar­ri­è­res kosten bedrijven omzet, ai-vertaaltool biedt verlichting
4 dagen
Meer dan een derde (37 procent) van de Nederlandse C-suite executives loopt tijdens het werk tegen taalbarrières aan. Uit angst om minder competent over te komen, houden zij zich soms stil tijdens internationale vergaderingen. In België ligt dit percentage met 46 procent nog hoger. Dat blijkt uit onderzoek van Censuswide onder zeshonderd zakelijke professionals in Nederland en België, in opdracht van ai-taalleverancier DeepL. De resultaten laten zien dat de Engelse taalvaardigheid binnen het internationale bedrijfsleven niet altijd toereikend is om effectief samen te werken. De gevolgen zijn volgens de respondenten ook financieel merkbaar. Zo geeft bijna zestig procent aan jaarlijks meer dan vijftigduizend euro aan inkomsten mis te lopen door communicatieproblemen. Bijna een kwart schat het verlies op meer dan een ton. Verkoopdeals Daarnaast zegt 43 procent van de Nederlandse en veertig procent van de Belgische respondenten dat zij soms verkoopdeals mislopen door taalproblemen. Driekwart van de ondervraagden vindt dat moedertaalsprekers van het Engels collega’s soms onbedoeld buitensluiten door snel te praten, idiomen te gebruiken of culturele verwijzingen te maken die niet voor iedereen duidelijk zijn. Ook zegt 62 procent van de Nederlandse en 71 procent van de Belgische respondenten regelmatig internationale vergaderingen te verlaten zonder alle belangrijke informatie, technische details of besluiten te hebben meegekregen. Volgens DeepL kunnen nieuwe ai-vertaaltools, zoals realtime-spraak-naar-spraakvertaling, helpen om deze taalbarrières te verminderen. Hierdoor kunnen medewerkers makkelijker deelnemen aan internationale gesprekken in hun eigen taal.
Kort: Nieuw spoorsein op ‘rood’ kost ProRail miljoenen, cy­ber­sec­teams versnellen ai-inzet (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Mislukt spoorsein dwingt ProRail tot nieuwe aanbesteding, cybersecurity omarmt ai in hoog tempo, ai-startup Promptwatch haalt groeikapitaal op, Whitevision zet internationale groeistrategie voort, en fintech Nopan breidt betaalinfrastructuur uit. ProRail schikt conflict over mislukt nieuw spoorseinsysteem ProRail heeft een langlopend conflict met de Duitse leverancier Pintsch geschikt over de ontwikkeling van een nieuw type spoorsein. Daarmee komt een einde aan een project dat na zeven jaar geen bruikbaar nieuw seinsysteem heeft opgeleverd. Over de financiële afspraken doen beide partijen geen mededelingen. Het Nieuwe Generatie Sein (NG Sein) moest de circa tienduizend bestaande seinen op het Nederlandse spoor geleidelijk vervangen. Het systeem zou energiezuiniger zijn, beter zichtbaar en eenvoudiger te onderhouden. Volgens ProRail voldeed het uiteindelijke ontwerp niet aan de afgesproken eisen, onder meer doordat het sein onvoldoende zichtbaar was. Pintsch stelde daarentegen dat ProRail tijdens het project steeds nieuwe, onhaalbare eisen stelde. ProRail trok eind 2024 de stekker uit het project en stapte naar de rechter. De schikking voorkomt een uitspraak in die zaak. Door het mislukken van het NG Sein moet de spoorbeheerder de aanbesteding voor een nieuw sein opnieuw uitschrijven. Volgens berichtgeving van het AD heeft de mislukte ontwikkeling ProRail tientallen miljoenen euro’s gekost. Sans: Ai in cybersecurity fors toegenomen Het gebruik van artificiële intelligentie (ai) binnen cybersecurity is in een jaar tijd gestegen van vijftig naar 78 procent van de organisaties. Dat blijkt uit het jaarlijkse ai-onderzoek van opleidingsinstituut SANS Institute onder ruim vijfhonderd cybersecurity- en it-professionals wereldwijd. Volgens de studie wordt ai steeds vaker ingezet voor red teaming (waarbij beveiligingsspecialisten cyberaanvallen simuleren om zwakke plekken op te sporen), incidentrespons en applicatiebeveiliging. Tegelijkertijd lopen het toezicht en de beheersing (governance) van ai achter op de snelle invoering ervan. Zo meldt 63 procent van de respondenten tekortkomingen bij het gebruik van ai voor dreigingsdetectie en incidentrespons, tegenover 45 procent een jaar eerder. Daarnaast zegt 78 procent van de organisaties het afgelopen jaar te maken te hebben gehad met bevestigde of vermoedelijke ai-ondersteunde cyberaanvallen. Hoewel ai een grotere rol speelt, benadrukt Sans dat menselijke expertise onmisbaar blijft voor effectieve dreigingsdetectie en incidentrespons. Promptwatch haalt 6 miljoen euro op voor uitbreiding ai-zoekplatform Het Amsterdamse Promptwatch heeft een seed-investering van zes miljoen euro opgehaald om zijn platform voor optimalisatie voor ai-zoekmachines verder uit te bouwen. De investeringsronde werd geleid door de Duitse durfkapitaalinvesteerder Seed + Speed Ventures, met deelname van Blum Ventures. Bestaande investeerder Arches Capital breidde zijn belang uit. De startup gebruikt de financiering voor de verdere ontwikkeling van zijn software, internationale uitbreiding en de groei van de ontwikkel- en salesteams. Ook opent Promptwatch een kantoor in New York. Het in 2025 opgerichte bedrijf ontwikkelt software waarmee organisaties kunnen analyseren hoe vaak en op welke manier zij worden genoemd in antwoorden van ai-chatbots zoals ChatGPT, Claude en Perplexity. Het platform doet daarnaast suggesties om die zichtbaarheid te verbeteren en automatiseert een deel van dat optimalisatieproces. Volgens Promptwatch maken ruim 1.840 organisaties gebruik van de software. Het bedrijf bereikte in mei een jaarlijkse terugkerende omzet van twee miljoen euro. Whitevision neemt Britse idp-specialist Documation over Het Bredase softwarebedrijf Whitevision heeft het Britse Documation overgenomen. Met de acquisitie wil de leverancier van software voor intelligent document processing (software die documenten automatisch leest, begrijpt en verwerkt) zijn positie in het Verenigd Koninkrijk versterken. Financiële details van de transactie zijn niet bekendgemaakt. De overname is de vijfde add-on-acquisitie van Whitevision sinds de samenwerking met investeerder Main Capital Partners in 2024 en de tweede in het Verenigd Koninkrijk. Eerder dit jaar nam het bedrijf Document Logistix over. Documation, gevestigd in Southampton, ontwikkelt software voor de automatisering van financiële documentverwerking en purchase-to-pay-processen en bedient circa 65 klanten. Whitevision, dat software levert voor documentverwerking en workflowautomatisering, wil met de overname zijn productportfolio uitbreiden en de internationale buy-and-buildstrategie voortzetten. Het bedrijf verwerkt naar eigen zeggen jaarlijks ruim dertig miljoen documenten voor meer dan 2.350 klanten. Nopan haalt 7,2 miljoen euro op voor uitbreiding Europees betaalplatform Het Amsterdamse fintechbedrijf Nopan heeft 7,2 miljoen euro aan groeikapitaal opgehaald. De investeringsronde werd geleid door venturecapitalinvesteerder Newion, met vervolginvesteringen van bestaande aandeelhouders Crane en Seedcamp. Nopan ontwikkelt een platform voor account- en walletbetalingen waarmee bedrijven via één api verschillende betaalmethoden kunnen integreren en optimaliseren. De scale-up wil de nieuwe financiering gebruiken om de ondersteuning voor deze betaalmethoden in Europa uit te breiden en de technologie verder te ontwikkelen. Volgens Nopan groeit de vraag naar account- en walletbetalingen in Europa, mede door initiatieven als Wero. Het platform, opgericht door voormalig Netflix-betaalspecialisten Konstantin Surkov en Nick Ryabov, richt zich op digitale bedrijven en betaaldienstverleners die deze betaalmethoden op grotere schaal willen inzetten.
IBM betreedt met Bob de drukke markt van ai assisted softwareontwikkeling
4 dagen
De markt voor ai Code Assistants is inmiddels behoorlijk bevolkt. Claude Code, Cursor en GitHub Copilot domineren, samen met AWS en Google Cloud. Maar IBM denkt met Bob voldoende troeven in handen te hebben om hier een vuist te maken. Enkele lokale softwaremakers gaan intussen met IBM Bob aan de slag. In plaats van ontwikkelaars alleen te helpen code te schrijven, orkestreert IBM Bob het volledige software development lifecycle: van planning en design tot testing, deployment en modernization. Het platform is sinds april algemeen beschikbaar.Modernisering is alvast een belangrijk speerpunt voor Bob, want die gebeurt nu eenmaal vaak vanuit en met IBM-infrastructuur. ‘60 tot 80 procent van het ontwikkelwerk draait om modernisering. En driekwart van de bedrijven hebben een tekort in ontwikkelaars voor talen als Java of Cobol’, zo haalt Marty van de Korput, cto bij IBM in België en Luxemburg aan. Waarin moet IBM Bob het verschil maken? Multimodel orkestratie vormt een kernkenmerk. ‘Bob routeert taken automatisch naar het meest geschikte model. Dit gaat van kleinere modellen voor eenvoudige taken tot frontier language models voor complexe werkzaamheden’, benadrukt Marty van de Korput.Dit moet volgens IBM het kostenprobleem waar Gartner recent voor waarschuwde adresseren, want ongecontroleerde tokenverbruik kan snel alle voordelen van ai opslokken. IBM voert hier transparantie in via ‘Bob coins’, een kostenmechanisme waarmee organisaties zien waar hun ai-budget naartoe gaat. ‘Naast het feit dat wij het volledige softwaretraject ondersteunen en onze multimodel-aanpak, zijn wij ook sterk in modernisatie van legacy systemen’, vult Marty van de Korput aan. ‘Denk aan support voor RPG, Cobol en mainframe.’Verder is er de integratie met het IBM-ecosysteem. Zo voegt het bedrijf mogelijkheden voor maatwerk toe, bijvoorbeeld gespecialiseerde versies voor Z-platforms, terwijl Bob via model context protocol (mcp) ook open-source modellen ondersteunt en niet aan IBM-exclusieve technologie gebonden is. ‘Bob staat los van IBM-klanten. Ook niet-IBM klanten en -techprofielen kunnen ermee aan de slag’, benadrukt de cto, benadrukt de cto. Eerste adopters in Benelux Intussen hebben de eerste gebruikers in de Benelux zich aangediend. Zo gebruikt Integration Designers (Cronos Groep) Bob voor integratieprojecten. Tech Mahindra’s Belgisch team testte het platform in een workshop bij IBM.Binnen IBM zelf gebruiken intussen al meer dan 80.000 medewerkers Bob. Gebruikers rapporteren gemiddeld, volgens IBM, een productiviteitswinst van 45 procent. Bij specifieke taken zijn de cijfers hoger: het eigen IBM Instana-team meldde een reductie van 70 procent in tijd voor bepaalde werkzaamheden. IBM biedt Bob als SaaS aan, met on-premises deployment. ‘Interessant voor organisaties met data-soevereiniteitsbehoeften’, aldus Van de Korput.Kortom: voor wie dacht dat de ai code assistant-markt verzadigd was, daar denkt IBM dus anders over. Al lijkt toch vooral de hele moderniseringsuitdaging (vanuit IBM-infrastructuur) een belangrijk verkoopargument te worden.En voor wie eraan twijfelde. Bob is niet afgeleid van Bob de Bouwer. Al dragen ze beiden een helm.
Nederland derde op EU-innovatieranglijst
4 dagen
Nederland is na Zweden en Denemarken het meest innovatieve land van Europa, maar de Nederlandse score op het toonaangevende European Innovation Scoreboard (EIS) is voor het tweede jaar op rij gedaald. In 2024 zat Nederland 31,8 procent boven het EU-gemiddelde, nu nog maar 27,4 procent erboven. Een score van meer dan 25 procent is nodig om een positie als Innovatieleider te behouden. Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat) constateert dat Nederland ‘een niveau lager ligt’ dan in 2022. Andere EU-landen en zeker landen van buiten Europa zetten veel meer stappen als het gaat om technologie en innovatie. Om deze ontwikkeling te doorbreken, heeft het kabinet diverse maatregelen in de maak voor meer publiek en privaat kapitaal, het wegnemen van belemmeringen en stimuleren van productiviteit en talent. De nu nog goede positie van Nederland komt vooral door onze wetenschap, opleidingen, digitalisering en publiek-private samenwerking. Extra investeringen in onderzoek en ontwikkeling (r&d) zijn nodig om een sterke positie in de toekomst vast te kunnen houden.  Nederland haalt met 2,29 procent investeringen in r&d van het bruto binnenlands product – ondanks de kabinetsambities – al jaren niet de 3 procent-norm. Nederland staat als nummer 7 in de EU op ruime afstand van Denemarken (3,0%), Duitsland (3,1%), Finland (3,2%), Oostenrijk (3,3%), België (3,4%) en Zweden (3,6%). Ook landen als de Verenigde Staten (3,4%) en Zuid-Korea (4,9%) zijn hiermee intensiever bezig. Na Nederland volgen op het European Innovation Scoreboard Finland, België, Ierland, Luxemburg en Oostenrijk. Daarna komen pas Duitsland en Frankrijk.
Technische schuld is goud waard voor cybercriminelen
5 dagen
Rebecca Lumley en Tom Moester (Hunt & Hackett) tijdens Cybersec Netherlands 2026 Jarenlang werd technische schuld (technical debt) vooral gezien als een intern it-vraagstuk. Legacy-systemen die nog een paar jaar mee moeten. Verouderde softwarecomponenten die voorlopig niet vervangen worden. Cloudomgevingen die sneller zijn gegroeid dan de governance daaromheen. En afhankelijkheden waarvan niemand precies weet waar ze zich bevinden. Juist die ontwikkeling staat centraal op 9 en 10 september tijdens Cybersec Netherlands 2026, waar Tom Moester en Rebecca Lumley van Hunt & Hackett op dag twee de keynote ‘The painful cost of ‘we’ll fix it later’: how cybercriminals exploit technical debt for profit’ verzorgen. Hun centrale stelling is dat technische schuld allang niet meer alleen een operationeel of governancevraagstuk is. In een steeds verder digitaliserende economie vormt het een aantrekkelijk verdienmodel voor cybercriminelen die systematisch op zoek gaan naar organisaties waar achterstallig technisch onderhoud zich heeft vertaald in een groter aanvalsoppervlak. In een tijd waarin organisaties onder druk staan om sneller te digitaliseren, wordt technische schuld vaak beschouwd als een onvermijdelijke consequentie van innovatie. Maar volgens steeds meer cybersecurityspecialisten verdient deze erfenis een andere benadering. Technische schuld is niet langer alleen een operationeel probleem. Het vormt een aantrekkelijk verdienmodel voor cybercriminelen. Van kwetsbaarheid naar verdienmodel Waar traditionele securityprogramma’s zich vaak richten op individuele kwetsbaarheden, ontstaat steeds meer aandacht voor de onderliggende oorzaken die systemen aantrekkelijk maken voor aanvallers. Niet één ontbrekende patch vormt het risico, maar een opeenstapeling van verouderde technologie, onvoldoende inzicht in afhankelijkheden en uitgestelde modernisering. Dat is zichtbaar in vrijwel alle onderdelen van de digitale infrastructuur. Organisaties beheren tegenwoordig een combinatie van on-premises systemen, meerdere cloudplatformen, saas-diensten, ot-omgevingen, edge-devices en ai-integraties. Tegelijkertijd worden softwareketens steeds complexer. Een enkele applicatie kan afhankelijk zijn van honderden externe componenten en open-sourcebibliotheken. Het gevolg is een voortdurend groeiend aanvalsoppervlak waarin technische schuld zich vaak jarenlang ongemerkt ophoopt. Professionelere cybercrime Daar komt een tweede ontwikkeling bij. Cybercriminaliteit professionaliseert in hoog tempo. Aanvallers werken steeds vaker volgens een gespecialiseerd bedrijfsmodel waarbij verschillende groepen verantwoordelijk zijn voor specifieke onderdelen van een aanval. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor zogeheten Initial Access Brokers (IAB’s). Deze partijen richten zich uitsluitend op het identificeren van kwetsbare organisaties en het verkrijgen van toegang tot systemen. Die toegang wordt vervolgens doorverkocht aan ransomwaregroepen of andere criminele netwerken. In deze markt vertegenwoordigt technische schuld een directe economische waarde. Verouderde systemen, slecht beheerde cloudomgevingen en vergeten digitale assets vormen een relatief goedkope manier om toegang tot organisaties te verkrijgen. Ai versnelt zoektocht Ook de opkomst van kunstmatige intelligentie verandert het speelveld. Securityteams zetten ai steeds vaker in voor detectie en analyse, maar dezelfde technologie kan ook door aanvallers worden ingezet. Onderzoekers zien een ontwikkeling waarbij het identificeren van kwetsbare systemen steeds verder wordt geautomatiseerd. Hierdoor kunnen cybercriminelen sneller en op grotere schaal potentiële doelwitten selecteren. Niet elke kwetsbaarheid hoeft daarbij direct misbruikt te worden. Het gaat vooral om het vinden van omgevingen waarin verschillende vormen van technische schuld samenkomen en zo nieuwe aanvalspaden creëren. Inzicht in digitale weerbaarheid Voor bestuurders en securityverantwoordelijken betekent dit dat traditionele kwetsbaarheidsmanagementprogramma’s mogelijk niet langer voldoende zijn. Een hoge CVSS-score vertelt immers niet altijd welke systemen voor een aanvaller daadwerkelijk interessant zijn. Steeds vaker ontstaat daarom de behoefte aan een bredere benadering waarin niet alleen individuele kwetsbaarheden worden beoordeeld, maar ook de onderliggende technische schuld, afhankelijkheden en potentiële aanvalsketens. De centrale vraag verschuift daarmee van ‘welke actor vormt een bedreiging?’ naar ‘welke onderdelen van onze omgeving maken ons aantrekkelijk voor aanvallers?’. Cyberweerbaarheidsstrategie Deze verschuiving staat centraal in de keynote ‘The painful cost of ‘we’ll fix it later’: how cybercriminals exploit technical debt for profit’ tijdens Cybersec Netherlands 2026. In hun presentatie laten Tom Moester en Rebecca Lumley zien hoe cybercriminelen technische schuld steeds vaker benaderen als een economisch exploiteerbaar bezit. Daarbij gaan zij onder meer in op de groei van gespecialiseerde cybercriminele markten, de rol van ai bij het identificeren van kwetsbare doelwitten en de vraag hoe organisaties technische schuld kunnen benaderen als onderdeel van hun cyberweerbaarheidsstrategie. Voor organisaties die hun digitale weerbaarheid willen versterken, is dat een discussie die verder gaat dan patchmanagement alleen. Want wie technische schuld uitsluitend als it-achterstallig onderhoud blijft zien, loopt het risico dat cybercriminelen de rekening uiteindelijk innen. Bezoek Cybersec Netherlands 2026 Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratis via deze link. Meer informatie: klik hier.
Kort: CSR bezorgd over vitale infrastructuur, QuTech brengt quantumprocessor Tuna-177 uit (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Continuïteit telecom- en internetnetwerken onder druk, SAP zet zeven ai-agents in, QuTech komt met quantumprocessor Tuna-17, Asyntis meet merkreputatie in ai-systemen en Nederland doelwit van Russische spionageoperatie via ip-camera’s.CSR waarschuwt kabinet voor kwetsbaarheid telecom- en internetnetwerkenDe Cyber Security Raad (CSR) uit Den Haag roept het kabinet op om extra maatregelen te nemen om telecom- en internetnetwerken beschikbaar te houden. Volgens de raad staat de continuïteit van deze vitale infrastructuur onder druk door een verslechterende veiligheidssituatie en toenemende risico’s op sabotage.De CSR baseert zich mede op onderzoek van TNO naar de weerbaarheid van de Nederlandse communicatie-infrastructuur. Hoewel de kwaliteit van de netwerken hoog is en de sector de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in digitale weerbaarheid, nemen de dreigingen toe. De raad wijst op waarschuwingen van AIVD, MIVD en NCTV dat statelijke actoren zich niet alleen bezighouden met spionage, maar ook met voorbereidingen op sabotage.In het advies Verbinding onder druk doet de raad vijf aanbevelingen. Zo moet de infrastructuur geografisch beter worden gespreid en meer redundantie krijgen. Ook pleit de CSR voor nauwere samenwerking tussen de telecom- en energiesector, automatische uitwijkmogelijkheden bij langdurige netwerkuitval, meer noodstroomcapaciteit en minder afhankelijkheid van buitenlandse datacenterdiensten voor vitale processen.SAP zet zeven ai-agents in om erp-migraties te versnellenSAP heeft zeven ai-agents ontwikkeld die migraties naar moderne SAP-omgevingen moeten versnellen. Volgens Augusta Spinelli, toppresident Europe, Middle East and Africa bij SAP, kunnen organisaties daardoor de benodigde inspanning en doorlooptijd van zulke trajecten met ongeveer 50 procent terugbrengen.Verouderd maatwerk vormt volgens het bedrijf vaak een belemmering voor modernisering. Volgens SAP zijn migraties vaak complex doordat processen, data, applicaties en maatwerk eerst in kaart moeten worden gebracht. De ai-agents moeten een deel van dit werk automatiseren, waardoor organisaties sneller kunnen overstappen naar nieuwe erp-, crm-, cloud- en dataomgevingen.Spinelli stelt dat de vraag naar ai de afgelopen twee jaar is veranderd. Waar organisaties eerder experimenteerden met pilots, zoeken zij nu naar aantoonbare bedrijfswaarde. De inzet van ai moet volgens haar bijdragen aan snellere resultaten uit bestaande software-investeringen. Het Duitse softwareconcern kondigde recent aanhonderd miljoen euro te pompen in een mondiaal innovatieprogramma dat klanten moet helpen om sneller aan de slag te gaan met ai-agents.QuTech stelt quantumprocessor Tuna-17 wereldwijd beschikbaar via cloudQuTech, onderdeel van de TU Delft in Delft, heeft de quantumprocessor Tuna-17 toegevoegd aan het cloudplatform Quantum Inspire. De nieuwe superconducting quantumcomputer met open architectuur is wereldwijd beschikbaar voor onderzoekers, studenten en docenten.Tuna-17 is ontwikkeld door het DiCarlo-lab en volgt op de eerdere systemen Tuna-5 en Tuna-9. Volgens QuTech is het de derde processor uit deze reeks die binnen een jaar wordt uitgebracht. Het team werkt inmiddels aan een volgende versie, Tuna-28. De processor beschikt over 17 qubits en 24 instelbare koppelingen. Daarmee moet het systeem experimenten op het gebied van quantumfoutcorrectie ondersteunen. Daarnaast zijn geavanceerde quantumalgoritmen en NISQ-experimenten mogelijk.Aan de ontwikkeling werkten meerdere partijen uit het Delftse quantumecosysteem mee. Naast QuTech en de TU Delft leverden TNO, Orange Quantum Systems uit Delft, Qblox uit Delft, Delft Circuits uit Delft en QuantWare uit Delft bijdragen aan onder meer software, besturingselektronica en systeemintegratie. Via Quantum Inspire kunnen gebruikers zonder gebruikslimieten met de hardware werken. Het platform ondersteunt meer dan 100.000 zogeheten shots per opdracht en biedt automatische kalibratie en prestatiegegevens. QuTech zet het systeem ook in voor onderwijs, onder meer binnen de masteropleiding Quantum Information Science & Technology.Asyntis lanceert platform voor meten van merkreputatie in ai-systemenAsyntis uit Bussum introduceert AIRepScore, een platform dat inzicht moet geven in hoe ai-systemen organisaties beschrijven, vergelijken en aanbevelen. Volgens de startup ontstaat hiermee een nieuwe discipline binnen marketing en communicatie: AI Reputation.Aanleiding is het toenemende gebruik van generatieve ai-systemen zoals ChatGPT, Gemini, Claude en Perplexity bij de oriëntatie op producten, diensten en leveranciers. Volgens Asyntis verschuift een deel van het beslissingsproces daardoor van zoekmachines naar ai-assistenten. AIRepScore analyseert organisaties vanuit vier invalshoeken: AI Reputation, AI Brand Perception, AI Recommendation en AI Comparison. Het platform moet zichtbaar maken hoe ai-systemen een merk interpreteren en hoe dat zich verhoudt tot concurrenten.Oprichter Robert Jan van Nouhuys stelt dat veel organisaties hun positie in zoekmachines kennen, maar weinig inzicht hebben in hoe ai-systemen hen beoordelen. Asyntis wil de komende maanden diverse sectoronderzoeken publiceren. De eerste benchmark richt zich op de Nederlandse markt voor zorgverzekeringen.AIVD en MIVD: Russische hackers bespioneren ip-camera’s in NederlandRussische statelijke hackers voeren digitale spionage uit via ip-camera’s die rechtstreeks met internet zijn verbonden. Dat melden de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) in een gezamenlijk beveiligingsadvies.De operatie richt zich op Navo-landen in Europa, waaronder Nederland, en op Oekraïne. Volgens de diensten proberen de aanvallers informatie te verzamelen over onder meer militair-logistieke routes, wapentransporten en leveringen aan Oekraïne. Uit onderzoek blijkt dat bij de operatie ook een klein aantal camera’s langs militair-logistieke routes in Nederland is gehackt. Betrokken organisaties zijn hierover geïnformeerd zodat zij maatregelen konden nemen.De hackers zoeken via online scans naar toegankelijk gemaakte ip-camera’s. Toegang wordt vaak verkregen doordat systemen onvoldoende zijn beveiligd, bijvoorbeeld door standaardwachtwoorden, verouderde firmware of standaardinstellingen. Met hun advies willen AIVD en MIVD organisaties helpen de risico’s van internettoegankelijke camera’s te beperken en de digitale weerbaarheid tegen Russische cyberdreigingen te vergroten.
Toezichthouders pleiten voor versnelling digitale autonomie
5 dagen
De Autoriteit Consument & Markt (ACM), Autoriteit Financiële Markten (AFM), Autoriteit Persoonsgegevens (AP), De Nederlandsche Bank (DNB) en Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) roepen overheid en bedrijfsleven op de overgang naar meer digitale autonomie te versnellen. Dat schrijven de toezichthouders in het rapport De route naar digitale autonomie, dat is aangeboden aan staatssecretaris Aerdts van Digitale Economie en Soevereiniteit. Volgens de toezichthouders brengt de concentratie van it-diensten bij een klein aantal leveranciers risico’s met zich mee voor de continuïteit van digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven. Verstoringen, cyberincidenten en geopolitieke ontwikkelingen kunnen daardoor een grote impact hebben op organisaties en de samenleving. Daarnaast zou de afhankelijkheid van een beperkt aantal niet-Europese dienstverleners de keuzevrijheid verkleinen en het wisselen van leverancier kostbaar en complex maken. De toezichthouders benadrukken dat digitale autonomie niet hetzelfde is als volledige technologische onafhankelijkheid. Het gaat volgens hen om meer keuzevrijheid en regie voor organisaties die it-diensten afnemen. Dat vraagt om een meer open it-architectuur, betere mogelijkheden om tussen leveranciers te wisselen en een markt waarin concurrentie wordt bevorderd. Aanbevelingen Om die digitale autonomie te versterken, doen de toezichthouders in het rapport De route naar digitale autonomie vier aanbevelingen: Bundel vraag naar Europese diensten: de overheid kan optreden als aanjager door de vraag naar nieuwe Europese digitale diensten te bundelen en zelf als eerste afnemer op te treden; Weeg digitale autonomie mee bij aanbestedingen: overheden en bedrijven zouden bij de inkoop van it-diensten eisen moeten stellen aan open standaarden, interoperabiliteit en overstapmogelijkheden; Werk als sector samen: bedrijven kunnen binnen hun sector gezamenlijk optreden bij de afname van it-diensten en als eerste klant fungeren voor sectorspecifieke oplossingen. Volgens de toezichthouders bieden de concurrentieregels hiervoor voldoende ruimte; Ontwikkel Europese alternatieven: it-aanbieders kunnen meer samenwerken om Europese digitale diensten te ontwikkelen die keuzevrijheid en weerbaarheid vergroten. Weerbaarheid De oproep sluit aan bij bestaande regelgeving rond digitale weerbaarheid. De toezichthouders wijzen daarbij op Dora en de nieuwe Cyberbeveiligingswet (NIS2-richtlijn), die vanaf 15 augustus van kracht is. Beide regelingen leggen nadruk op het beperken van risico’s in de toeleveringsketen en het versterken van de weerbaarheid van essentiële en belangrijke organisaties. Met hun gezamenlijke visie willen de vijf toezichthouders bijdragen aan een digitale infrastructuur waarin organisaties meer controle hebben over hun it-voorzieningen en minder afhankelijk zijn van een beperkt aantal aanbieders.
Apple sleept OpenAI voor de rechter
5 dagen
Apple heeft een rechtszaak aangespannen tegen OpenAI en twee voormalige Apple-medewerkers wegens vermeende diefstal van bedrijfsgeheimen. De zaak, ingediend bij een federale rechtbank in Californië, markeert een opvallende escalatie in de relatie tussen beide technologiebedrijven, die in 2024 nog samenwerkten rond de integratie van ChatGPT in Apple-producten. Volgens Apple heeft OpenAI systematisch vertrouwelijke informatie verzameld over productontwikkeling, productieprocessen en de toeleveringsketen van de iPhone-maker. Daarbij zouden voormalige Apple-medewerkers zijn ingezet om gevoelige kennis en documenten over te dragen ten behoeve van OpenAI’s ambities op het gebied van consumentenelektronica, aldus nieuwsdienst Reuters. Delen vertrouwelijke info Centraal in de aanklacht staan Tang Yew Tan, voormalig Apple-topman en tegenwoordig chief hardware officer bij OpenAI, en Chang Liu, een ex-Apple-ingenieur die eerder dit jaar overstapte naar het AI-bedrijf. Apple stelt dat Tan tijdens sollicitatiegesprekken Apple-medewerkers heeft aangezet tot het delen van vertrouwelijke informatie. Liu zou na zijn vertrek ongeoorloofd toegang hebben gehouden tot interne Apple-systemen en technische documenten hebben gedownload. OpenAI ontkent de beschuldigingen. In een verklaring aan Reuters zegt het bedrijf ‘geen interesse te hebben in de bedrijfsgeheimen van andere ondernemingen’ en zich te richten op de ontwikkeling van innovatieve technologie. Eigen ai-apparatuur De achtergrond van het conflict is de groeiende hardwarestrategie van OpenAI in de strijd om de volgende generatie ai-apparaten. Na de overname van device-startup Io Products eind vorig jaar voor 6,5 miljard dollar, opgericht door voormalig Apple-ontwerper Jony Ive, werkt het bedrijf naar verwachting aan eigen ai-apparatuur die mogelijk gaat concurreren met de iPhone.   De klacht van Apple komt kort nadat OpenAI een veelbesproken rechtszaak tegen Elon Musk, ceo van Tesla en SpaceX, had gewonnen. Een federale jury oordeelde dat Musk, die medeoprichter was van OpenAI, te lang had gewacht met het aanklagen van het OpenAI vanwege beweringen dat topman Sam Altman, medeoprichter Greg Brockman en het bedrijf zich niet hadden gehouden aan afspraken om het als non-profitorganisatie te runnen. Musk zei dat hij in beroep zou gaan.
Nutanix lanceert Agent Gateway voor beheer van agentic ai
5 dagen
Nutanix introduceert Agent Gateway, een nieuwe beheerlaag binnen Nutanix Enterprise AI 2.7 waarmee organisaties naar eigen zeggen grip krijgen op de kosten en governance van agentic ai. De functionaliteit is per direct algemeen beschikbaar.Agent Gateway fungeert als centrale toegangspoort tussen ai-agents, large language models en model context protocol (mcp)-servers, waarlangs agents gecontroleerde toegang krijgen tot applicaties zoals GitHub en Stripe. Volgens Nutanix beveiligt de gateway alle communicatie tussen deze componenten en handhaaft ze centraal het toegangsbeleid, zowel voor publiek gehoste als private ai-modellen. Het product moet vooral een antwoord bieden op de groeiende operationele last van agentic ai: naarmate meer agents zelfstandig taken uitvoeren en zelfs nieuwe subagents aanmaken, lopen tokenverbruik en toegangsrisico’s op. Agent Gateway geeft it-teams inzicht in tokenkosten en modelgebruik, met de mogelijkheid om quota per agent of team af te dwingen en workloads te verplaatsen naar lokaal gehoste modellen. Dat laatste moet volgens Nutanix zowel de afhankelijkheid van externe aanbieders als de operationele kosten verminderen.

Pagina's

Abonneren op computable