computable

126 nieuwsberichten gevonden
Avendar krijgt 2,2 miljoen euro voor ai-ondersteuning opsporing
5 uur
Het in Eindhoven gevestigde Avendar heeft 2,2 miljoen euro aan seedfinanciering opgehaald. De investering is geleid door venturecapitalfonds Lumo Labs en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Met het geld wil de startup de ontwikkeling en uitrol versnellen van zijn ai-platform voor opsporing, toezicht en intelligence binnen de publieke sector. Avendar ontwikkelt software die versnipperde databronnen van overheidsorganisaties automatisch analyseert en samenbrengt. Het systeem ondersteunt onder meer fraude- en criminaliteitsonderzoeken door signalen te detecteren en arbeidsintensieve stappen in het onderzoek te automatiseren. Volgens het bedrijf werken veel publieke organisaties nog met grotendeels handmatige processen, terwijl de hoeveelheid data en de complexiteit van zaken toenemen. Publieke sector De Avendar-software wordt al gebruikt binnen de Nederlandse publieke sector. Tot de gebruikers behoren onder meer de politie en de gemeente Amsterdam. Daarnaast lopen er pilots en implementaties via programma’s van het ministerie van Justitie en Veiligheid, onder meer rond strafrechtelijk onderzoek en Bibob-screening. Volgens medeoprichter Marijn van Aerle is er in Europa behoefte aan AI-oplossingen die voldoen aan Europese wet- en regelgeving en die binnen het publieke domein kunnen worden ingezet. ‘Organisaties lossen belangrijke vraagstukken vaak nog op met verouderde software’, zegt hij. ‘Met deze investering kunnen we de ontwikkeling versnellen.’ Avendar zal het nieuwe kapitaal gebruiken om het ontwikkel- en productteam uit te breiden, de schaalbaarheid van het platform te vergroten en de Europese markt verder te verkennen. Eerder ontving het bedrijf al financiering via onder meer de Rabobank Innovatielening en regionale fondsen.
Nederlandse Staat kan verlengen met Solvinity
17 uur
De kans is uiterst miniem dat de Nederlandse Staat afziet van verlenging van de overeenkomst met it-dienstverlener Solvinity voor de ondersteuning van het DigiD-platform. De Haagse rechter wees de vordering van drie burgers af dat de Staat wordt verboden het contract met twee jaar te verlengen.  Dit blijkt uit een zogenoemd kop-staartvonnis dat de kortgedingrechter woensdag velde. Vanwege het spoedeisende belang van deze zaak is er woensdag meteen uitspraak gedaan. De motivering van de uitspraak volgt binnen twee weken. Vandaag liep de termijn af waarop het mogelijk is om de optie tot verlenging niet te lichten. De drie burgers willen voorkomen dat de Staat de overeenkomst verlengt. Ze vrezen dat het bedrijf binnenkort wordt overgenomen door het Amerikaanse Kyndryl. Dat zou betekenen dat de activiteiten van Solvinity binnen de reikwijdte van de Amerikaanse wet vallen. Persoonsgegevens zouden daardoor in handen kunnen komen van de Amerikaanse overheid, stellen de drie burgers. Volgens hen is dit in strijd met fundamentele rechten van Nederlanders. Privacyrecht  De advocaat van de drie burgers, mr. R. Sharaf, noemde de verlenging met Solvinity onrechtmatig. Als (gevoelige) persoonsgegevens van burgers toegankelijk worden voor de Amerikaanse autoriteiten, levert dat volgens hem strijd op met het privacyrecht, Staatssecretaris Eric van der Burg (BZK) schreef woensdag aan de Tweede Kamer dat hij voor de deadline van 6 mei geen mogelijkheden ziet om af te zien van contractverlenging. Logius zegt het DigiD-platform niet in eigen beheer te kunnen nemen omdat de kennis en capaciteit daarvoor ontbreken. Het versneld onderbrengen van het beheer bij een puur Nederlandse organisatie waar de regering in Washington geen vat op kan krijgen, is evenmin haalbaar. Migratie zou zes tot twaalf maanden kosten.  Andere gedachten De staatssecretaris volgde in deze affaire steeds het advies van zijn ambtenaren, waaronder de Logius-top. Die willen bij Solvinity blijven omdat anders de continuïteit van de dienstverlening in gevaar zou komen. De Tweede Kamer heeft meerdere moties ingediend om BZK tot andere gedachten te brengen, echter zonder enig resultaat. Tijdens het Kamerdebat van 21 april verzuimde Van der Burg te vermelden dat hij op 27 maart al had besloten dat Logius zijn contract met Solvinity mag verlengen met twee jaar en dat de ondertekening begin mei zou plaatsvinden. Als die informatie toen wel was gegeven, had de Kamer nog kunnen ingrijpen. De drie eisers vinden dat de democratie daarmee is geschaad.  Overigens bestaat er nog wel een kleine kans dat de overname van Solvinity door Kyndryl niet doorgaat. Het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) kan de basis leggen voor een verbod als de toetsing van de overname op aspecten rondom nationale veiligheid negatief uitvalt. 
Lessen uit de lab-hack
18 uur
De datahack bij Clinical Diagnostics, afgelopen zomer, maakte opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar digitale zorgketens zijn. Cyberincidenten komen in de zorg al langer voor, maar deze aanval roept bredere vragen op over informatiebeveiliging, certificering en samenwerking binnen de sector.Hoewel elke cyberaanval uniek is, keren dezelfde problemen vaak terug. Complexe it-landschappen, afhankelijkheden tussen organisaties en beperkte informatie-uitwisseling maken zorginstellingen kwetsbaar. De hack bij Clinical Diagnostics onderstreept hoe groot de impact kan zijn wanneer diagnostische systemen of data worden getroffen.Hoe zat het ook alweer? In de zomer van 2025 drongen hackers de systemen binnen van Clinical Diagnostics, een medisch diagnostisch laboratorium in Rijswijk dat bevolkingsonderzoeken en medische tests uitvoert voor zorginstellingen. De buit bestond uit grote hoeveelheden patiëntgegevens, waaronder namen, adressen, burgerservicenummers en medische onderzoeksresultaten. Aanvankelijk leek het om ongeveer 485.000 mensen te gaan, maar later werd de vrees bewaarheid dat gegevens van zo’n 941.000 personen waren ingezien of gestolen.De criminelen probeerden het laboratorium vervolgens af te persen. Toen betaling van een geëist bedrag in cryptovaluta uitbleef, verscheen een deel van de data op het darkweb. De zaak is in onderzoek door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), het Nationaal Cyber Security Centrum, het Openbaar Ministerie, Bevolkingsonderzoek Nederland en PwC. Daarbij wordt gekeken naar mogelijke overtredingen van de AVG en naar de vraag hoe de aanval kon plaatsvinden en wie erachter zit.SchakelDiagnostische organisaties vormen een essentiële schakel in de zorgketen. Laboratoriumuitslagen, medische analyses en testresultaten vormen immers de basis voor diagnoses en behandelbeslissingen. In de praktijk zijn deze processen vrijwel volledig gedigitaliseerd. De it-omgeving van diagnostische laboratoria bestaat daardoor uit een complex ecosysteem van systemen. Denk aan laboratoriuminformatiesystemen, medische apparatuur met netwerkverbindingen, koppelingen met ziekenhuizen en huisartsen, cloudplatformen voor dataopslag en analyse en integraties met elektronische patiëntendossiers.Juist deze uitgebreide integraties vergroten de kwetsbaarheid. Wanneer een aanvaller toegang krijgt tot één onderdeel van het netwerk, kan dat gevolgen hebben voor meerdere organisaties in de zorgketen. Een incident bij één partij kan daardoor directe gevolgen hebben voor zorginstellingen, patiënten en andere ketenpartners.Het incident bij Clinical Diagnostics laat zien dat cybersecurity in de zorg niet alleen een kwestie is van individuele organisaties beveiligen, maar ook van ketenbrede digitale weerbaarheid.Zwakke plekken Cyberincidenten in de zorg blijken vaak het gevolg van een combinatie van technische en organisatorische tekortkomingen. Hoewel het onderzoek naar de hack nog loopt, wijzen eerste analyses op verschillende mogelijke kwetsbaarheden.·      Onvoldoende toegangsbeveiligingWanneer aanvallers toegang krijgen tot systemen met patiëntgegevens blijkt regelmatig dat authenticatiemaatregelen tekortschieten, bijvoorbeeld door het ontbreken van multi-factorauthenticatie of slecht beveiligde accounts.·      Gebrekkige netwerksegmentatieDat hackers grote hoeveelheden data konden buitmaken suggereert dat systemen met gevoelige informatie niet strikt genoeg waren gescheiden van andere delen van het netwerk.·      Beperkte monitoring en detectieHet feit dat de datadiefstal niet direct werd gestopt kan erop wijzen dat realtime monitoring en detectie onvoldoende effectief waren ingericht.·      Kwetsbaarheden in de ketenLaboratoria hebben veel koppelingen met zorginstellingen en ict-leveranciers. Daardoor bestaat de kans dat aanvallers via een indirecte ingang toegang hebben gekregen.CertificeringIn de berichtgeving rond het incident kwam ook de rol van certificering volgens de informatiebeveiligingsnorm NEN 7510 naar voren. Deze norm beschrijft hoe zorgorganisaties hun informatiebeveiliging moeten organiseren. Irma Timmerman, woordvoerder van NEN, benadrukt dat het normalisatie-instituut zelf geen toezichthouder is. ‘NEN-normen zijn in essentie afspraken,’ zegt zij. ‘Ze gaan over veiligheid, kwaliteit en prestaties van producten en diensten, met als doel de betrouwbaarheid en veiligheid in de praktijk te vergroten.’NEN brengt marktpartijen samen om zulke normen te ontwikkelen. Die vormen vervolgens de basis voor certificering. De beoordeling of organisaties daadwerkelijk aan de normen voldoen ligt bij onafhankelijke certificerende instellingen, waarvan de kwaliteit weer wordt bewaakt door de Raad voor Accreditatie. Voor zorgorganisaties en hun leveranciers betekent dit dat zij moeten kunnen aantonen dat hun informatiebeveiliging voldoet aan normen zoals NEN 7510.Certificering is geen wettelijke verplichting, benadrukt Timmerman, maar wel een objectieve manier om te laten zien dat een organisatie de norm toepast. ‘Een certificerende instelling beoordeelt of beleid, processen en maatregelen voldoen,’ zegt zij. ‘Een certificaat is dus geen formaliteit, maar een bevestiging dat de norm in de praktijk wordt toegepast.’ Tegelijk biedt certificering geen garantie tegen incidenten. ‘Het is geen waterdichte verzekering, maar een manier om vast te stellen dat een organisatie structureel werkt aan informatiebeveiliging.’SamenwerkingNaast technische maatregelen speelt samenwerking een rol bij het beperken van de impact van cyberincidenten. Wanneer meerdere organisaties in een zorgketen betrokken zijn, kan het lastig zijn snel een volledig beeld van de situatie te krijgen. Volgens Edwin Feldmann, communicatieadviseur bij Z-Cert, het expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg, was dat ook bij deze hack het geval. ‘Het was ingewikkeld om een volledig overzicht te krijgen van de situatie, omdat de communicatie met Clinical Diagnostics langzamer op gang kwam dan gewenst.’ Volgens Feldmann heeft dat te maken met de huidige wettelijke situatie. ‘Omdat de cyberbeveiligingswet nog niet van kracht is, kunnen wij samenwerking en informatie-uitwisseling niet afdwingen. Ook zijn niet alle ketenpartners in de zorg bekend met onze rol.’Over de precieze aanvalsmethode of de beveiligingsmaatregelen van het laboratorium deelt Z-Cert geen details. Cybersecurityorganisaties proberen te voorkomen dat kwetsbaarheden openbaar worden voordat organisaties hun systemen hebben kunnen verbeteren. Wel benadrukt Feldmann dat Z-Cert in de afgelopen jaren veel kennis heeft opgebouwd over cyberincidenten in de zorg. Op basis daarvan zijn best practices opgesteld voor zorgorganisaties, waaronder een lijst met basismaatregelen tegen ransomware.De komende jaren moet nieuwe wetgeving helpen om informatie-uitwisseling binnen de sector te verbeteren. Zo werkt Nederland aan de Cyberbeveiligingswet, de nationale implementatie van de Europese NIS2-richtlijn. Volgens Feldmann zullen hierdoor veel organisaties in het zorgdomein een wettelijke meldplicht krijgen voor cyberincidenten. ‘Met die meldplicht zullen wij sneller een beeld krijgen van de impact van cyberincidenten en kunnen we andere zorginstellingen eerder waarschuwen voor actuele dreigingen en kwetsbaarheden.’ Snellere informatie-uitwisseling kan volgens hem helpen om herhaling bij andere organisaties te voorkomen.TerughoudendCybersecurityautoriteiten zijn doorgaans terughoudend zolang een incidentonderzoek nog loopt. Job Holzhauer, woordvoerder van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), bevestigt dat beleid. Volgens hem kunnen vragen over het incident beter worden gesteld aan de organisatie zelf of aan Z-Cert.Ook AP wil niet inhoudelijk reageren. Volgens woordvoerder Mark Schenkel zou dat op gespannen voet staan met de rol van de toezichthouder zolang het onderzoek nog loopt. Wel is bekend dat de toezichthouder onderzoekt wat er precies is misgegaan en of de privacywetgeving onder de AVG is overtreden. AP stemt haar aanpak af met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), die zelfstandig onderzoek doet naar de informatiebeveiliging bij het laboratorium. Die inspectie wil eveneens weinig kwijt over de zaak. ‘Algemeen is onze boodschap dat zorgaanbieders aan de NEN 7510 moeten voldoen,’ laat een woordvoerder weten. Ook het getroffen lab wenst geen inhoudelijke vragen te beantwoorden over het datalek en verwijst naar zijn website.Spraakzamer is de brancheorganisatie Samenwerkende ICT-Leveranciers in de Zorg (Silizo). Zij benadrukt dat informatieveiligheid in de zorg een gedeelde verantwoordelijkheid is van zorginstellingen en hun ict-leveranciers. Volgens woordvoerder Robert van Wijk moeten beide partijen voldoen aan strenge normen en regelgeving, zoals de NEN-normen en Europese kaders als de AVG en de MDR. Tegelijk wijst hij erop dat absolute veiligheid in een sterk verbonden zorgketen nauwelijks haalbaar is. Zorginstellingen, leveranciers en zorgprofessionals wisselen steeds meer gegevens uit via digitale netwerken, waardoor kwetsbaarheden sneller kunnen worden misbruikt.Volgens Van Wijk moet de nadruk daarom niet alleen liggen op preventie, maar ook op voorbereiding. Organisaties moeten risico’s beperken, draaiboeken hebben voor incidenten en voorbereid zijn op crisiscommunicatie wanneer een hack plaatsvindt. Om de digitale weerbaarheid van de zorg te vergroten pleit Silizo voor nauwere samenwerking tussen leveranciers en zorgorganisaties, het delen van dreigingsinformatie en het regelmatig trainen van medewerkers. Informatieveiligheid moet daarbij nadrukkelijk op bestuurlijk niveau worden aangestuurd.Brede lessenHoewel nog niet alle details van het incident bekend zijn, zijn er wel bredere lessen te trekken.1. De hack onderstreept dat cybersecurity niet alleen een technisch vraagstuk is, maar ook een organisatorisch en bestuurlijk probleem. Het gaat niet alleen om firewalls en antivirussoftware, maar ook om governance, samenwerking en crisismanagement.2. Daarnaast laat het incident zien hoe afhankelijk de zorg is van digitale infrastructuur. Diagnostische data, patiëntinformatie en medische systemen vormen de ruggengraat van moderne zorgprocessen. Raakt een cyberaanval deze systemen, dan heeft dat directe gevolgen voor zorgverlening en patiëntvertrouwen.3. Cyberincidenten zijn pijnlijk, maar kunnen ook een katalysator zijn voor verbetering. In de praktijk investeren organisaties vaak pas structureel in cybersecurity nadat zij – of hun partners – met een aanval te maken krijgen.4. Voor de zorgsector ligt de uitdaging vooral in het versterken van samenwerking en het verbeteren van het zicht op risico’s in de keten. Normen zoals NEN 7510 bieden daarbij een belangrijk kader, terwijl sectororganisaties zoals Z-Cert helpen om kennis over dreigingen te delen.5. De belangrijkste les van de hack bij Clinical Diagnostics is dan ook dat cybersecurity geen optionele extra meer is. In een zorgomgeving waarin data steeds centraler staat, is digitale weerbaarheid een randvoorwaarde voor betrouwbare en veilige zorg.SlotwoordVolgens Arwi van der Sluijs, directeur van cybersecuritybureau Nederlands Forensics en Incident Response (NFIR), vraagt een cybercrisis vooral om openheid, regie en voorbereiding. ‘Wat we in 2025 en 2026 hebben gezien, is dat organisaties te vaak in stilte proberen een incident te beheersen, terwijl schade in de zorg zich juist razendsnel door een hele keten kan verspreiden.’ Volgens hem wordt digitale weerbaarheid niet alleen bepaald door firewalls of certificaten, maar vooral door de volwassenheid van het incidentresponseproces: weten wat er geraakt is, snel handelen, transparant communiceren en samenwerken met partijen als Z-Cert, AP, de IGJ en de politie. ‘Dat is geen zwaktebod maar professioneel crisismanagement.’Volgens Van der Sluijs kan de zorg zich geen langdurige onduidelijkheid of gesloten communicatie veroorloven. Patiëntgegevens zijn te gevoelig en de maatschappelijke impact is te groot. Cyberincidenten moeten daarom sneller, opener en met een ketenbrede aanpak worden aangepakt. Alleen wanneer elke partij zijn verantwoordelijkheid neemt, kan herhaling worden voorkomen en kan het vertrouwen behouden blijven dat zorgorganisaties dagelijks nodig hebben om hun werk veilig te doen.Computable schreef een uitgebreide serie artikelen over inhoud, toepassing en handhaving van informatiebeveiliging in de zorg, naar aanleiding van de labhack.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #3.
Waarom leren in digitale trans­for­ma­ties fun­da­men­teel verandert
19 uur
Organisaties investeren volop in ai, digitale platformen en nieuwe manieren van samenwerken. Daarentegen verandert de manier waarop professionals kennis ontwikkelen veel langzamer. Juist daar ontstaat een groeiend knelpunt binnen digitale transformaties. Technologie, ai en nieuwe manieren van werken volgen elkaar in hoog tempo op, terwijl veel organisaties nog grotendeels leunen op klassieke opleidingsmodellen en losse veranderinterventies. Die blijven waardevol, maar sluiten niet altijd meer aan op de snelheid en complexiteit van moderne organisaties. In de praktijk raakt digitale transformatie zelden nog één team of afdeling. Vraagstukken rondom samenwerking, besluitvorming en waardecreatie spelen gelijktijdig op meerdere niveaus in de organisatie, van teams en agile release trains tot programma- en portfolioniveau. Wat lokaal goed werkt, blijkt niet automatisch effectief binnen de bredere context van een organisatie. Daar ontstaat een herkenbaar spanningsveld. Kennis ontwikkelt zich versnipperd, terwijl de vraagstukken juist steeds meer met elkaar samenhangen. Een groot deel van leren gebeurt buiten het klaslokaal. Formele trainingen blijven voor veel organisaties een belangrijk startpunt, maar een groot deel van het daadwerkelijke leerproces ontstaat in de dagelijkse praktijk. Professionals leren vooral door samen te werken, ervaringen uit te wisselen en vraagstukken gezamenlijk op te lossen. Juist daar lopen veel organisaties tegen dezelfde uitdaging aan. Professionals die actief verandering proberen te realiseren, hebben vaak beperkt toegang tot peers die vergelijkbare situaties herkennen. Dat geldt voor uiteenlopende rollen. Van developers en scrum masters tot architecten, productprofessionals, programmamanagers en leiders die de verbinding proberen te maken tussen strategie en uitvoering. Veel van deze professionals vervullen een belangrijke informele rol binnen organisaties. Zij signaleren knelpunten, verbeteren samenwerking en helpen beweging creëren binnen complexe veranderomgevingen. Tegelijkertijd opereren zij regelmatig relatief geïsoleerd binnen hun eigen afdeling of programma. Daardoor ontstaat steeds vaker behoefte aan aanvullende vormen van kennisdeling, niet als vervanging van training of consultancy, maar als aanvulling daarop. Dagelijkse praktijk Steeds meer organisaties zoeken daarom naar manieren om leren dichter bij de dagelijkse praktijk te organiseren. Niet alleen via opleidingen of tijdelijke veranderprogramma’s, maar ook via professionele netwerken waarin ervaringen continu zijn uit te wisselen. Volgens Rutger Bruins, community lead bij Connected Movement, ontstaat juist daar vaak een belangrijk deel van de versnelling binnen transformaties: ‘De snelheid van verandering vraagt om een andere manier van leren. Niet alleen kennis opdoen, maar vooral continu in gesprek zijn met anderen die met vergelijkbare vraagstukken bezig zijn.’ Binnen grotere organisaties blijkt vooral behoefte te bestaan aan uitwisseling tussen verschillende rollen en niveaus. Veel veranderinitiatieven blijven namelijk hangen binnen één discipline of afdeling, terwijl de daadwerkelijke complexiteit organisatiebreed is. Bredere groep Steeds meer gespecialiseerde practitioner-netwerken openen zich daarom voor een bredere groep professionals. Daarin worden ervaringen gedeeld tussen mensen die dagelijks werken aan digitale transformatie, productontwikkeling en organisatieverandering. Ook Connected Movement heeft zijn practitioner-community, die sinds 2019 actief is, toegankelijk gemaakt voor professionals uit verschillende organisaties en sectoren. Binnen dergelijke netwerken staat peer learning centraal: professionals die praktijkervaringen delen over samenwerking, besluitvorming, agile-werken, portfolio-aansturing en de implementatie van nieuwe technologieën zoals ai. Volgens betrokken professionals helpt deze vorm van kennisuitwisseling om inzichten sneller toepasbaar te maken in de praktijk. Niet door opnieuw modellen of frameworks toe te voegen, maar door mensen met vergelijkbare vraagstukken structureel met elkaar in contact te brengen.
Spoelstra Spreekt: Monster
23 uur
COLUMN – Nog geen twee jaar geleden vroegen we ons nog weleens af of ai niet de ondergang van de mensheid inluidt. Niemand die die vraag nog stelt want we kunnen niet meer terug. We zijn er ingestapt, op de gok. Nu maar hopen dat het goed gaat. Het is een beetje een experiment, net zoals het een experiment is om Donald Trump president te maken van het machtigste land ter wereld. Je hebt er grote verwachtingen van, maar geen enkel idee over de uitkomst. Elke keer als hij iets doms doet, denk je dat het misschien onderdeel uitmaakt van een groots plan dat hij heeft maar wij nog niet zien. Maar veel vaker blijkt het inderdaad gewoon iets doms te zijn. Inmiddels zijn we vooral aan het repareren wat hij kapot maakt. Niemand wilde áltijd bereikbaar zijn Met ai kan het die kant ook op gaan. Het is ook als: we hebben een hond gekocht, maar geen idee hoe hij zich gaat gedragen. We vroegen nog wel even aan de verkoper of ‘ie lief is. ‘Ik denk het wel’, antwoordde de verkoper. Als je het monster eenmaal in huis hebt, dan raak je eraan gehecht, dan doe je hem niet meer weg. Kijk maar naar je telefoon. Niemand wilde áltijd bereikbaar zijn. Maar als je accu onder de twintig procent zit, dan begin je al te hyperventileren. En je noemt hem ook liefkozend ‘mijn iPhone’. Beste vriend Met ai hebben we nog geen idee welk monster we in huis hebben gehaald. Wordt het onze beste vriend of juist niet? We hebben het gekregen zonder handleiding. Je moet maar gewoon op een knopje drukken en kijken wat er gebeurt. Er stond op de doos wel ‘handle with care’, maar dat doen we allang niet meer. Dus de vraag of ai de ondergang van de mensheid gaat worden, is allang een gepasseerd station. Of aieen beetje lief voor ons is? Ik denk het wel. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Europese tech-ceo’s roepen op tot actie, groei voor Wolters Kluwer (en meer)
23 uur
In dit nieuwsoverzicht: Europese tech-ceo’s pleiten voor gezamenlijke Europese aanpak, Europese organisaties hebben beperkt zicht op ai-gedreven cyberaanvallen, Wolters Kluwer laat groei zien dankzij cloud- en ai-diensten, Protime versterkt zijn planningsplatform met overname van Checks, en Esprit ICT benoemt nieuwe ceo.Europese tech-ceo’s roepen op om als één Europa te handelenASML-ceo Christophe Fouquet heeft samen met zes Europese technologiebedrijven een opiniestuk gepubliceerd waarin zij regeringen oproepen snel in te grijpen om Europa’s concurrentiekracht te behouden. Volgens de bedrijven verliest Europa terrein door versnipperde markten en complexe regelgeving, terwijl concurrenten wereldwijd opschalen.De groep benadrukt dat sectoren als halfgeleiders, ai en defensie cruciaal zijn voor economische groei en technologische soevereiniteit. Initiatieven van de Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen bieden hoop, maar moeten sneller worden omgezet in concrete maatregelen. Europa moet volgens de ceo’s minder reguleren vóór innovatie en juist investeren in schaal, talent en samenwerking om wereldwijd relevant te blijven.Tot de ondertekenaars behoren – naast Fouquet – Guillaume Faury (Airbus), Börje Ekholm (Ericsson), Arthur Mensch (Mistral AI), Justin Hotard (Nokia), Christian Klein (SAP) en Roland Busch (Siemens).Europese organisaties blind voor ai-aanvallenUit onderzoek van Isaca blijkt dat 35 procent van de Europese organisaties niet weet of zij slachtoffer zijn geweest van een ai-gedreven cyberaanval. De studie onderstreept een groeiende kloof tussen snel evoluerende dreigingen en het vermogen van organisaties om deze te detecteren.Volgens de respondenten zijn ai-gegenereerde phishing en social engineering moeilijker te herkennen (71%). Ook neemt het vertrouwen in traditionele detectiemethoden af. Tegelijkertijd zet een groeiend aantal organisaties ai juist in voor cybersecurity. De adoptie van ai op de werkvloer verloopt echter sneller dan de governance: slechts 42 procent heeft een volledig ai-beleid. In combinatie met nieuwe regelgeving zoals de EU AI Act vergroot dit de urgentie om kennis en toezicht snel op orde te brengen.Isaca is een internationale beroepsorganisatie voor professionals op het gebied van it, cybersecurity, risicomanagement en digitale governance.Wolters Kluwer groeit dankzij cloud en aiWolters Kluwer is dit jaar solide gestart met vijf procent organische omzetgroei in het eerste kwartaal. De groei wordt vooral gedragen door terugkerende inkomsten en cloudsoftware, die respectievelijk met zeven en veertien procent toenamen. Printactiviteiten drukten het resultaat.De informatieleverancier ziet vooral tractie in ai-gedreven oplossingen, zoals UpToDate Expert AI (een ai-functionaliteit binnen het medische platform van Wolters Kluwer, bedoeld voor zorgprofessionals) en nieuwe modules binnen CCH Axcess (een cloudplatform voor tax & accounting). Volgens ceo Stacey Caywood versnelt het bedrijf de inzet van ai binnen alle divisies.De aangepaste operationele winst steeg met elf procent en de vrije kasstroom met vijftien procent. Wolters Kluwer handhaaft de prognose voor 2026 en rekent op verdere groei, margeverbetering en hogere investeringen in productontwikkeling, met nadruk op ai.Protime versterkt planningsplatform met overname ChecksProtime neemt het Nederlandse Checks over om zijn aanbod in personeelsplanning uit te breiden. Met de acquisitie speelt de Belgische onderneming in op de groeiende vraag naar geïntegreerde workforce-management-oplossingen in Europa. De technologie van Checks, specialist in complexe planningsvraagstukken, wordt geïntegreerd in het platform van Protime. Daarmee wil de leverancier organisaties beter ondersteunen bij forecasting, capaciteitsplanning en het verminderen van overuren.Checks blijft voorlopig als aparte entiteit opereren, met behoud van eigen team en strategie. Volgens ceo Jan Van Autreve sluit de overname aan bij de ambitie om uit te groeien tot een toonaangevende Europese speler. Medeoprichter Willem Boersma ziet de stap als versnelling van verdere groei en innovatie.Esprit ICT krijgt nieuwe ceoMaarten de Roos.Esprit ICT stelt Maarten de Roos per 1 juni 2026 aan als nieuwe ceo. Hij volgt Tom Tank op, die het bedrijf de afgelopen twaalf jaar leidde en verantwoordelijk was voor een periode van groei en consolidatie. De Roos brengt ruime ervaring mee als bestuurder, onder meer bij Circular IT Group en BauWatch Group. Bij Esprit ICT zal hij zich richten op internationale expansie en verdere innovatie in digitale werkplekken en zorgoplossingen.Volgens Tank is het bedrijf klaar voor een volgende groeifase. De overdracht vindt de komende weken plaats, waarbij beide bestuurders samenwerken aan een soepele transitie.
Ai, gedrag en soe­ve­rei­ni­teit centraal op Cybersec Netherlands 2026
1 dag
Vakbeurs kondigt eerste drie sprekers aan De eerste sprekers voor Cybersec Netherlands 2026 zijn bekend. Met bijdragen van Mandy Andress, Arno Reuser en Ferry Stelte zet het congres direct de toon: minder abstractie, meer realiteit. De editie van 2026, die op 9 en 10 september plaatsvindt bij Jaarbeurs in Utrecht, richt zich nadrukkelijk op de vraag hoe organisaties zich daadwerkelijk staande houden in een steeds complexer digitaal dreigingslandschap. Cybersec Netherlands positioneert zich al jaren als ontmoetingsplek voor chief information security officers (ciso’s), bestuurders, beleidsmakers en securityprofessionals. De inhoudelijke koers voor 2026 is mede bepaald door de raad van advies, waarin vertegenwoordigers uit zowel bedrijfsleven als publieke sector zitting hebben. Hun input laat een duidelijke verschuiving zien: van technologie en tooling naar verantwoordelijkheid, weerbaarheid en strategische keuzes. Themalijnen 2026 Een van de belangrijkste lijnen daarin is digitale soevereiniteit, niet als abstract beleidsbegrip, maar als concrete afweging in architectuur, afhankelijkheden en geopolitieke realiteit. De vraag hoe Europa en Nederland controle houden over kritieke digitale infrastructuur loopt als rode draad door het programma. Tegelijkertijd wordt gekeken naar de impact van ai op het dreigingslandschap, waarbij niet alleen de risico’s centraal staan, maar juist ook de fundamentele herdefinitie van securitymodellen die hiermee gepaard gaat. Daarnaast ligt er een sterke focus op leiderschap, en specifiek de rol van de ciso Niet alleen vanuit governance en strategie, maar juist ook vanuit de druk en verantwoordelijkheid die gepaard gaan met incidenten en publieke verantwoording. Cybersecurity is daarmee nadrukkelijk geen puur technische discipline meer, maar een bestuursvraagstuk. Opvallend is ook de expliciete keuze voor ‘the real stories’: praktijkverhalen die verder gaan dan geslaagde implementaties of theoretische modellen. Incidenten, dilemma’s en besluitvorming onder druk krijgen een centrale plek in het programma. Dit sluit aan bij de groeiende behoefte in de markt aan herkenning en toepasbare inzichten, in plaats van abstracte best practices. Tot slot wordt cybersecurity steeds nadrukkelijker benaderd als een ecosysteemvraagstuk. Organisaties opereren niet in isolatie, maar in ketens van afhankelijkheden, waarin kwetsbaarheden zich verplaatsen en versterken. Innovatie speelt hierin een rol, maar altijd in samenhang met samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Eerste drie sprekers De eerste aangekondigde sprekers sluiten naadloos aan op deze thematiek. Mandy Andress, de wereldwijde ciso van Elastic, richt zich in haar keynote op de impact van AI op cybersecurity. Volgens haar bevinden we ons op een kantelpunt waarin traditionele, compliance-gedreven securitymodellen niet langer volstaan. In plaats daarvan pleit zij voor een fundamenteel risicogedreven benadering, waarbij organisaties hun aanvalsoppervlak, dreigingsmodellen en risicotolerantie opnieuw moeten definiëren. Ai is daarin niet alleen een bedreiging, maar ook een strategisch instrument voor verdediging. Waar Andress de toekomst adresseert, kijkt security-expert en -adviseur Arno Reuser juist kritisch naar het heden. In zijn keynote stelt hij dat cybersecurity niet faalt door aanvallers, maar door de manier waarop organisaties zichzelf proberen te beschermen. De fixatie op technologie, gecombineerd met gebrek aan bewustzijn en verantwoordelijkheid, creëert volgens hem een structureel kwetsbaar systeem. Zijn boodschap is confronterend: zolang gedrag en accountability niet centraal staan, blijft security een schijnzekerheid. Met Ferry Stelte krijgt het programma een uitgesproken praktijkverhaal. Als ciso van SIDN belandde hij in zijn eerste week direct in een nationale discussie over de cloudstrategie achter het .nl-domein. Wat begon als een technische keuze, groeide uit tot een politiek en maatschappelijk debat over digitale soevereiniteit. Zijn verhaal laat zien hoe abstracte concepten als autonomie en controle concreet worden onder publieke en politieke druk, en waarom die zelden zwart-wit zijn. Van theorie naar realiteit Met deze eerste namen maakt Cybersec Netherlands 2026 duidelijk welke richting het op wil: minder focus op tools en meer op keuzes, minder op belofte en meer op realiteit. In een tijd waarin cyberdreigingen steeds verwevener raken met geopolitiek, economie en maatschappelijke stabiliteit, verschuift ook het gesprek. Niet langer draait het alleen om hoe systemen veilig blijven, maar vooral om wie er verantwoordelijk is, welke risico’s acceptabel zijn en hoe organisaties zich positioneren in een veranderend digitaal landschap. De komende maanden worden meer sprekers en sessies aangekondigd. Wat nu al duidelijk is: Cybersec Netherlands 2026 wordt geen overzicht van oplossingen, maar een confrontatie met de vragen die ertoe doen.Gratis registreren voor Cybersec Netherlands kan hier.
Delftse QuantWare bouwt grootste quantumprocessor-fabriek
1 dag
QuantWare uit Delft haalt 152 miljoen euro op om ’s werelds krachtigste quantumprocessoren te bouwen in Nederland. De Prinsenstad krijgt een Kilofab, de grootste open-architectuur-quantumprocessor-fabriek ter wereld. Deze processoren moeten het mogelijk maken quantumcomputers op industriële schaal te maken. Het is de bedoeling om vanuit Nederland de wereldmarkt te bedienen met echte krachtpatsers op gebied van ‘quantum-computing’. Nieuwe grote investeerders als Intel Capital, het aan de CIA gelieerde In-Q-Tel en ETF Partners springen aan boord bij het bedrijf dat vijf jaar geleden werd opgericht door onderzoekers van de TU Delft en QuTech. Ook bestaande investeerders als Forward.one, het Invest-NL Deep Tech Fund, InnovationQuarter Capital, Ground State Ventures en Graduate Ventures pompen er extra geld in.  Naar verluidt slaagde nog nooit een Nederlands techbedrijf erin zo’n grote Series-B-financiering binnen te halen. Zo’n tweede grote financiering komt na de startfinanciering als is bewezen dat een innovatie werkt. Commerciële quantumprocessoren Het Delftse bedrijf, een afsplitsing van QuTech, is in vijf jaar uitgegroeid tot ‘s werelds grootste leverancier van commerciële quantumprocessoren. Kike Mirales (Intel Capital) legt uit wat QuantWare zo bijzonder maakt: ‘Bij supergeleidende quantumcomputers wordt de schaalbaarheid steeds meer beperkt door routing, verpakking en produceerbaarheid – niet alleen door het ontwerp van de qubits.’  Volgens de Intel-expert zag QuantWare dat al vroeg in. De beide oprichters Matt Rijlaarsdam en Alessandro Bruno ontwikkelden de VIO-architectuur om dit probleem aan te pakken. ‘Deze QPU-architectuur is ontworpen om belangrijke knelpunten in supergeleidende QPU’s weg te nemen, met een roadmap naar processoren van 10.000 qubits in 2028 en een potentieel van vele malen hoger daarna.’  Schaaloplossing Maar VIO (Vector–Instruction–Operator) is niet alleen een tool voor QuantWare om zijn groeiende activiteiten rond QPU (Quantum Processing Unit) verder op te schalen. VIO is ontworpen als de eerste horizontale schaaloplossing voor het ecosysteem, waardoor teams overal ter wereld van deze architectuur kunnen profiteren zonder dat er één geïntegreerde stack nodig is’, aldus Mirales. Opschaling van ‘quantum processing units’ op een chip behoort tot de grootste uitdagingen in de quantumwereld. Een jaar geleden kreeg QuantWare een financiering van 20 miljoen euro om deze techniek verder te ontwikkelen, naar nu blijkt met veel succes.
Gartner: overstap naar mainframe soms goedkoper dan bij VMware blijven
1 dag
Broadcom wil met VMware Cloud Foundation de private cloud-markt domineren. Maar terwijl het bedrijf zijn vlaggenschipproduct verder uitbouwt, wijst analistenbureau Gartner op een onverwachte concurrent: de IBM-mainframe. Volgens Alessandro Galimberti, vice president analyst bij Gartner, hebben meerdere organisaties berekend dat een overstap van VMware naar een IBM-mainframe financieel voordeliger uitvalt dan de nieuwe licentiestructuur van Broadcom te aanvaarden. Die nieuwe structuur verplicht klanten praktisch om het volledige Cloud Foundation-pakket af te nemen. ‘Ik was zelf verrast dat deze businesscases kloppen’, zegt Galimberti aan The Register, ‘maar onder bepaalde omstandigheden maakt een mainframe gewoon meer zin.’ Mainframe niet dood Galimberti ziet de mainframe als bijzonder geschikt voor organisaties met grote vloten Linux-VM’s, typisch tussen de 500 en 700 stuks. Hij raadt het mainframe evenwel niet voor alle toepassingen aan. Bedrijfskritische toepassingen, die de komende tien jaar waarschijnlijk niet veel zullen veranderen, zijn volgens hem het meest geschikt voor mainframes. Net als Linux-toepassingen, omdat het open-sourcebesturingssysteem op IBM-hardware draait.De analist vindt dat het idee dat mainframes dood zijn al tientallen jaren bestaat. Hij vindt wel dat consultants migraties weg van mainframes te lang als gegarandeerde succesverhalen hebben verkocht, waarbij ze de complexiteit van zo’n overstap onderschatten. Cloud Foundation groeit, maar traag Ondertussen kondigt VMware versie 9.1 van Cloud Foundation aan, met verbeterde geheugenoptimalisatie, betere opslagcompressie voor ai-workloads en ondersteuning voor AMD Instinct MI350 GPU’s. Het bedrijf meldt meer dan 2.000 implementaties van VCF 9 (= VMware Cloud Foundation) in één jaar, naar eigen zeggen de snelste adoptie ooit voor een VMware-product. Toch nuanceert die vaststelling zichzelf meteen: vóór de overname door Broadcom telde VMware meer dan 350.000 klanten. Minder dan één procent heeft tot nu toe de overstap naar Cloud Foundation gemaakt.Bij Broadcom rekenen ze er bij monde van VCF-marketingverantwoordelijke Prashanth Shenoy op dat de groeiende behoefte aan on-premises ai-infrastructuur meer klanten richting VCF zal duwen. En dat vanwege kosten, regelgeving en beveiligingsoverwegingen. Of die klanten vanuit het mainframe-kamp komen, is zeer de vraag. Gartner verwacht intussen dat tegen 2030 slechts tien procent van de mainframe-gebruikers de overstap naar een ander platform wil maken. De mainframe is dus niet dood. Meer zelfs: Broadcom heeft hem onbedoeld nieuw leven ingeblazen.
Kort: ‘Ai-ontslagen’ betekenen zelden hoger rendement, ai moet maak­in­du­strie verslimmen (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Gartner waarschuwt voor ‘ai-ontslagen’, schoonmaakrobots in opmars, Mastercard en Rabobank voeren succesvolle betaling via ai-agent uit, Techleap krijgt andere organisatie en pilot moet ai-inzet in maakindustrie versnellen. Minder personeel door ai leidt niet tot meer rendement Investeren in autonome bedrijfsvoering met ai én personeel ontslaan, betekent niet automatisch dat resultaten verbeteren. Dat stelt Gartner op basis van onderzoek onder 350 internationale executives. Volgens het analistenbureau meldt circa tachtig procent van de organisaties met autonome technologieën een afname van het personeelsbestand. Opvallend is dat deze reducties nauwelijks samenhangen met een hogere return on investment. Gartner concludeert dat bedrijven met betere resultaten juist investeren in vaardigheden, rollen en governance rond ai. Technologieën zoals ai-agents en robotic process automation verschuiven werk, maar vervangen mensen niet volledig. Op langere termijn verwacht Gartner zelfs dat autonome bedrijfsvoering leidt tot meer werkgelegenheid. Door groeiende ai-investeringen en nieuwe rollen zou de technologie tussen 2028 en 2029 per saldo banen creëren. Gom sluit zich aan bij NLrobotics Schoonmaakbedrijf Gom gaat een partnerschap aan met NLrobotics. Met deze stap wil het bedrijf robotisering verder opschalen en structureel integreren in zijn dienstverlening. Gom – onderdeel van Facilicom Groep, een van de grotere schoonmaakorganisaties van ons land – zet momenteel circa honderd schoonmaakrobots in op locaties als kantoren, scholen en industriële omgevingen. De samenwerking met NLrobotics biedt toegang tot een breed ecosysteem van technologiepartners en kennisinstellingen, waardoor nieuwe toepassingen sneller zijn te ontwikkelen. Volgens de partijen markeert de samenwerking een verschuiving van experiment naar grootschalige inzet. Robotisering moet bijdragen aan consistente kwaliteit en efficiënter gebruik van personeel in een krappe arbeidsmarkt. De komende jaren richt Gom zich op verdere standaardisatie en opschaling van robottoepassingen. Eerste ai-betaling in Nederland geslaagd Mastercard en Rabobank hebben voor het eerst in Nederland een betaling uitgevoerd via een ai-agent. De pilot markeert een stap richting transacties die volledig binnen ai-omgevingen plaatsvinden, zonder tussenkomst van webshops. In de proef boekte een ai-agent op basis van een gebruikersprompt een ervaring via Priceless.com, waarbij de betaling werd afgehandeld met een Rabobank-creditcard. De technische verwerking verliep via PayOS en Mastercard Agent Pay, waarbij kaartgegevens afgeschermd blijven. De toepassing moet consumenten in staat stellen direct binnen ai-assistenten aankopen te doen. Volgens de betrokken partijen staan veiligheid, transparantie en gebruikerscontrole centraal. De ontwikkeling past binnen de bredere strategie van Mastercard om ai en tokenisatie (het proces waarbij gevoelige gegevens worden vervangen door een unieke code) in betalingen verder te integreren. Techleap hervormt en splitst publiek-private activiteiten Techleap kent sinds deze maand een nieuwe organisatiestructuur, waarbij publieke en private activiteiten worden gescheiden in twee entiteiten. De aanpassing volgt op een besluit van het ministerie van Economische Zaken om delen van de organisatie te privatiseren. De nieuwe opzet bestaat uit Techleap Deeptech & Ecosystem, gefinancierd door de overheid en gericht op deeptech-innovatie, en Stichting Techleap, die zonder subsidie opereert en zich richt op de community en een nieuwe ai-hub. Beide onderdelen blijven samenwerken binnen één ecosysteem. Met de herstructurering wil Techleap, dat onder leiding staat van Constantijn van Oranje, meer focus en slagkracht creëren in het ondersteunen van startups en scale-ups. Tegelijkertijd vertrekt managing director Maarten Cleeren, die een rol speelde in de ontwikkeling van de organisatie. Pilot moet ai-inzet in maakindustrie versnellen Non-profitorganisatie Kickstartai start samen met Goma, het ministerie van Economische Zaken, ondernemersorganisatie FME en Koninklijke Metaalunie een pilot om productieprocessen in de maakindustrie slimmer te organiseren met ai. De proef vindt plaats bij Goma, een familiebedrijf in de metaalbewerking, en richt zich op een ai-oplossing voor productieplanning, die naar verwachting eind dit jaar operationeel wordt. Aanleiding zijn stijgende energiekosten, netcongestie en personeelstekorten. Binnen de pilot onderzoeken de partijen hoe ai kan bijdragen aan efficiënter energiegebruik en voorspelbare productiekosten. Momenteel worden data verzameld en het productieproces geanalyseerd. De initiatiefnemers willen met het project aantonen dat ai-toepassingen niet alleen experimenteel zijn, maar concreet inzetbaar en opschaalbaar binnen de sector.
Rechter kan verlenging DigiD-contract nog tegenhouden
2 dagen
Drie burgers uit de activistische hoek die anoniem willen blijven, doen woensdag een uiterste poging om via de rechter te voorkomen dat de Staat het contract verlengt met Solvinity voor de ondersteuning van het Picard-platform. Op dat platform draaien voorzieningen zoals DigiD en MijnOverheid. Die voorzieningen mogen volgens het trio eisers niet onder de Amerikaanse invloedssfeer komen. Dat zou kunnen gebeuren als de Amerikaanse dienstverlener Kyndryl het voornemen tot overname van het Nederlandse Solvinity doorzet.  Woensdag zal mr. R. Sharaf (Adelmeijer Hoyng Advocaten) in een kort geding voor de Haagse rechtbank eisen dat de Staat wordt verboden de overeenkomst te verlengen. Logius, de it-dienst van het ministerie van BZK, heeft tot 6 mei de tijd om de optie tot verlenging met twee jaar niet te lichten.  Sharaf noemt de verlenging met Solvinity onrechtmatig. Volgens hem leidt dit ertoe dat (gevoelige) persoonsgegevens van een groot aantal burgers toegankelijk worden voor de Amerikaanse autoriteiten. Dit levert strijd op met het privacyrecht, vindt Sharaf. Eisers dreigen daarnaast schade te lijden bij verlenging van de overeenkomst. Staatssecretaris Eric van der Burg (BZK) meent dat het niet mogelijk is om voor augustus aanstaande over te stappen naar een andere partij zonder dat hierbij de continuïteit en veiligheid van de dienstverlening van Logius in gevaar komt. De Tweede Kamer wacht nog op een onderbouwing hiervan. Het kabinet heeft al laten weten de verlenging door te zetten, tegen de wens van een meerderheid in de Tweede Kamer. Tot de verlenging had het ministerie van BZK al eind maart besloten. De petitie ‘Houd DigiD in Nederland’ is inmiddels meer dan 4550 keer ondertekend.
Ai als snelste penetratietester ter wereld, met opensource als achterpoort
2 dagen
Wat een team ervaren beveiligingsexperts een jaar kost, zou een ai-model intussen in minder dan drie weken kunnen klaren. Die toegenomen snelheid heeft alvast gevolgen voor organisaties en hun beveiligingsaanpak. ‘De tijd van wekelijkse scans is voorbij.’Dat is de conclusie van nieuw onderzoek van Unit 42, de onderzoekstak van Palo Alto Networks. Aanleiding is onder meer de opkomst van krachtige nieuwe ai-modellen zoals Mythos van Anthropic, die uitzonderlijk sterk presteren op het vinden van beveiligingslekken. Met name in opensourcesoftware, die overigens in vrijwel elke bedrijfsapplicatie verweven zit. De onderzoekers testten de nieuwste ai-modellen op hun vermogen om kwetsbaarheden op te sporen en te misbruiken. Het resultaat is volgens de onderzoekers verontrustend: de ai leest broncode, identificeert fouten en bouwt werkende aanvallen volledig zelfstandig.Bijzonder gevaarlijk is hierbij het vermogen om kleinere lekken te combineren tot grotere aanvalspaden. In één test koppelde de ai twee fouten van gemiddelde ernst aan een minder ernstige fout, samen goed voor een kritieke aanval. ‘Het is net dat soort combinaties dat voor menselijke onderzoekers enorm tijdrovend is om te ontdekken’, klinkt het bij de onderzoekers. Van N-days naar N-hours In cybersecurity bestaat het begrip N-day: een bekend lek waarvoor een patch bestaat, maar die nog niet overal is doorgevoerd. Traditioneel hadden aanvallers dagen tot weken om dat venster te misbruiken. Ai dringt die marge terug tot uren.Securityspecialisten spreken vandaag niet meer van N-days maar van N-hours. In de snelste gedocumenteerde gevallen hadden aanvallers amper 72 minuten nodig om van eerste toegang tot het stelen van bedrijfsdata te gaan. Vorig jaar was dat nog bijna vijf uur. Aanvallen verlopen vandaag vier keer sneller dan een jaar geleden. Drie aanbevelingen Tegelijk verlaagt ai de drempel voor minder ervaren hackers. Wat vroeger jarenlange expertise vergde, lukt nu met een fractie van die kennis. Unit 42 verwacht dan ook een forse toename van zowel zero-day- als N-day-aanvallen in de komende maanden.Vooral de snelheid waarmee aanvallers opereren, is opvallend, vindt ook Jesper Olsen, cso Northern Europe bij Palo Alto Networks. ‘Organisaties die hun detectie- en reactietijd vandaag niet in minuten meten, lopen een groot risico.’Concreet raadt Olsen bedrijven drie dingen aan: ‘Automatiseer het patchen van bekende lekken zodat de N-day-kloof zo klein mogelijk wordt, breng in kaart welke opensourcecomponenten in je software zitten en monitor die actief, en investeer in detectiesystemen die in realtime werken’, somt hij op. ‘De tijd van wekelijkse scans is voorbij.’
Migreren naar soevereine it? Kijk voor budget eerst naar je bestaande contracten
2 dagen
In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Deel 4: van slimmer contractmanagement en soevereine cloudkeuzes tot praktische tools en Europese samenwerkingsinitiatieven. Digitale soevereiniteit is geen abstract begrip meer dat alleen in beleidsstukken rondzingt. In gesprekken met it-managers, cio’s en bestuurders komt het onderwerp inmiddels steevast op tafel. Vaak al binnen de eerste tien minuten. De vragen die volgen zijn opvallend consistent: waar begin je met zo’n ingrijpende transitie en – minstens zo belangrijk – hoe financier je die? Dat tweede vraagstuk – het vrijmaken van budget – kreeg voor mij onlangs een interessante invalshoek. Tijdens een gesprek met Harry Arends kwam een oplossing voorbij die minder complex is dan je misschien zou denken. Geen grootschalige reorganisaties of strategische herprioritering, maar iets veel directers: beter onderhandelen over bestaande it-contracten. Volgens Arends betalen veel organisaties structureel (veel) te veel voor softwarelicenties en it-diensten. Niet omdat ze onzorgvuldig inkopen, maar omdat ze simpelweg onvoldoende zicht hebben op wat ‘normaal’ is in de markt. ‘Als je met de juiste informatie het gesprek met leveranciers aangaat, kun je vaak al snel 8 tot 10 procent besparen op je it-budget’, vertelt hij. In enterprise-omgevingen, waar contracten al snel miljoenen euro’s vertegenwoordigen, loopt dat bedrag snel op. Arends werkt bij Green Cabbage, een adviesbureau dat zich specialiseert in het analyseren van it-contracten. Hun aanpak is gebaseerd op iets wat in andere sectoren al langer gebruikelijk is, maar in it nog verrassend weinig gebeurt: benchmarking. Door grote aantallen contracten te verzamelen en te vergelijken, ontstaat een gedetailleerd beeld van marktprijzen en voorwaarden. De impact van een benchmark kan aanzienlijk zijn. Organisaties leveren hun contracten aan, die, eenmaal anoniem gemaakt, vervolgens regel-voor-regel worden afgezet tegen een uitgebreide benchmark. Dat maakt zichtbaar waar afwijkingen zitten: hogere tarieven, minder gunstige voorwaarden of onverwachte clausules. “Het gaat dan echt om serieus geld”, aldus Arends. De rol van partijen als Green Cabbage blijft daarbij bewust beperkt. Zij leveren de analyse en de onderbouwing, maar het gesprek met de leverancier moet de organisatie zelf voeren. Dat gesprek verandert echter wezenlijk als je beschikt over concrete vergelijkingsdata. Niet langer gebaseerd op aannames, maar op wat andere organisaties daadwerkelijk betalen en afspreken. Interessant is hoe deze aanpak raakt aan het bredere soevereiniteitsvraagstuk. Waar die discussie vaak begint bij technologiekeuzes – hyperscalers versus Europese aanbieders, closed source versus open source – laat Arends zien dat de financiële kant minstens zo bepalend is. Zonder budget blijft elke strategie immers steken in theoretische bespiegelingen. Volgens hem ontstaat er bij steeds meer organisaties inmiddels een tweesporenbeleid. Enerzijds wordt in kaart gebracht welke processen en systemen echt cruciaal zijn voor de bedrijfsvoering. Denk aan kernapplicaties, data-infrastructuren en integraties die direct impact hebben op de continuïteit. Juist daar ligt de focus voor migratie naar meer soevereine alternatieven, zoals Europese cloudomgevingen of opensource-oplossingen. Het andere spoor – de minder cruciale applicaties en contracten – kan daarbij een belangrijke rol spelen door financiële ruimte vrij te spelen. Overheid kiest voor eigen weblocatie voor hosten van broncode De problemen die Github en Gitlab kunnen opleveren als het om digitale soevereiniteit gaat, is geen nieuw thema in deze rubriek. Daarom is het een slimme en principiële zet van de Nederlandse overheid om nu zelf het heft in handen te nemen. Met de lancering van code.overheid.nl, een eigen, zelfgehoste omgeving voor opensource-software, toont Nederland dat digitale autonomie geen loze kreet hoeft te zijn. Door te kiezen voor Forgejo, een volledig vrije en zelfstandige oplossing, zet de overheid niet alleen een technisch alternatief neer, maar geeft het ook een duidelijk signaal: wie zijn eigen code en data wil beschermen, moet zelf de regie voeren. Een voorbeeld dat navolging verdient, zou ik zeggen. Supersnel (en gratis) bestanden uitwisselen Wie zoals ik uit het Apple-wereldje komt, is gewend aan supersoepele manieren om bestanden uit te wisselen tussen bijvoorbeeld een iPhone en een MacBook. Gaan we echter weg uit zo’n ecosysteem naar bijvoorbeeld een mix van iPhone, Android-tablet en Linux-laptop, dan wordt het uitwisselen van files ineens een stuk ingewikkelder. Althans, dat lijkt het in eerste instantie. Er zijn echter wel degelijk allerlei oplossingen die vaak verrassend goed werken. Zo is in de Linux-wereld KDE Connect populair. Het is een app die je op al je apparaten installeert (ook Windows, iOS en Android). Vervolgens kun je van het ene systeem bestanden overzetten naar het andere. Maar ja, dat is toch weer een extra app. Een andere oplossing is bestanden naar jezelf emailen. Heb ik ook een tijdje gedaan en ik geef toe: het werkt prima, maar was op termijn toch best omslachtig. Ook file sharing via bijvoorbeeld Nextcloud kan natuurlijk, maar ook dat vraagt weer om een extra app op de telefoon en tablet. Of het mijn definitieve keuze wordt, zal de tijd leren, maar vooralsnog ben ik best wel gecharmeerd van SnapDrop.net. Dat werkt volledig in de browser en maakt het uitwisselen van bestanden heel eenvoudig. Belangrijk is wel dat zowel beide apparaten aan hetzelfde wifi-netwerk zijn gekoppeld. Je uploadt bij het ene apparaat de bestanden via de browser, waarna je in de browser op het andere apparaat een melding krijgt dat een apparaat bestanden wil aanleveren en of je dat apparaat vertrouwt. Simpel, maar zeer effectief. Bundelen van krachten Laatst raakte ik tijdens het kijken naar een hockeywedstrijd van een van mijn dochters aan de praat met een andere ouder. Hij bleek actief in de wereld van cybersecurity, cloud en it-infrastructuur voor banken. Hij uitte ruimschoots zijn verbazing (misschien is ‘frustratie’ wel een betere term) over de gang van zaken die hij daarbij dagelijks tegenkomt. Bijvoorbeeld over het feit dat veel banken cruciale applicaties in Amerikaanse public clouds hebben gezet. En dat iedere bank op it-gebied het eigen wiel aan het uitvinden is. Sterker nog, kijk niet raar op als binnen een grote bank iedere dochter of grote divisie volledig zijn eigen gang gaat en er dus van regie weinig sprake lijkt. Zeker met digitale soevereiniteit en de migraties die daar waarschijnlijk de komende jaren uit voort gaan komen, kwam hij met een interessante suggestie: waarom bundelen de Nederlandse banken niet hun it-infrastructuur voor zover die niet concurrentiegevoelig is en marktverstorend zal werken? Richt daarvoor een nieuw it-bedrijf op die vervolgens op soevereine basis een Europese cloudomgeving inricht waar banken hun basisinfrastructuur kunnen afnemen. Alles wat onderscheidend is bouwen de banken vervolgens zelf. Het idee deed me een beetje denken aan de Coöperatieve Centrale Schadeverzekering. Dat bedrijf is in 1983 (!) opgezet om precies te doen waar deze hockeyouder mee kwam: bundel een aantal niet-concurrentiegevoelige it-diensten voor partijen die actief zijn met schadeverzekeringen. Daarmee wordt wildgroei verwijderd, gaan de kosten omlaag, kunnen wellicht nog een paar stappen worden gezet op het gebied van cybersecurity en – zeker niet in de laatste plaats – kan een migratie naar een Europese soevereine infrastructuur waarschijnlijk veel sneller en makkelijker worden gemaakt. Ik weet het, dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar wat in 1983 kon, kan natuurlijk ook in 2026. En is dus zeker de moeite van het onderzoeken waard, lijkt me. En wie zich mocht afvragen hoe het is afgelopen met de Coöperatieve Centrale Schadeverzekering, zij bieden tegenwoordig het zogeheten ‘Digital Insurance Platform’ aan, waar meer dan 2000 verzekeraars, distributiecombinaties en beursmakelaars bij zijn aangesloten. Europa’s eerste ‘kill-switch proof’ cloud recovery stack Tijdens de European Data Summit in Berlijn hebben Cubbit, SUSE, Elemento Cloud en StorPool Storage Europa’s een – naar zij claimen – eerste volledig soevereine disaster recovery-omgeving gepresenteerd. Deze biedt organisaties een oplossing om hun afhankelijkheid van buitenlandse cloudinfrastructuur te verminderen en kritieke data te beschermen tegen externe bedreigingen, zoals een ‘kill-switch’ door niet-Europese leveranciers. De service zorgt volgens de initiatiefnemers tevens voor compliance met regelgeving zoals NIS2, DORA en GDPR. Het initiatief combineert bestaande Europese technologieën op het gebied van opslag, cloudbeheer en netwerken in één stack. Hiermee kunnen bedrijven in relatief korte tijd een soevereine recovery-oplossing implementeren, zo stellen de deelnemers aan dit project, zonder dat zij hun bestaande systemen volledig hoeven te vervangen. De service is al succesvol ingezet door een Italiaanse it-dienstverlener en staat open voor integratie door andere organisaties in Europa. MetaVox brengt SharePoint-ervaring naar Nextcloud Organisaties die op zoek zijn naar een alternatief voor SharePoint, maar na een migratie over de volledige metadata van hun documenten willen beschikken, zouden eens kunnen kijken naar MetaVox. Deze app is bedoeld voor gebruik in een Nextcloud-omgeving en maakt het mogelijk om documenten te migreren van SharePoint naar Nextcloud zonder verlies van cruciale metadata — iets wat bij een standaardmigratie vaak wel gebeurt. Rik Dekker, een van de ontwikkelaars van MetaVox, vertelt: “MetaVox 2.0 is speciaal ontwikkeld voor organisaties die de overstap willen maken naar Nextcloud, maar niet willen inboeten op functionaliteit. De app voegt aanpasbare metadata-velden toe aan de Nextcloud-bestandslijst, vergelijkbaar met SharePoint-documentbibliotheken. Gebruikers kunnen zelf velden definiëren (zoals tekst, datums, dropdowns, gebruikers en url’s) en bestanden op dezelfde manier van metadata voorzien, filteren en sorteren als ze gewend zijn.” Nieuw in de laatste versie van MetaVox is onder andere inline bewerken, realtime samenwerking, AI-ondersteuning waardoor AI metadata-waarden suggesteert op basis van documentinhoud en bulkbewerking. MetaVox is beschikbaar in de appstore van Nextcloud. Een intranet bouwen met IntraVox En voor wie dan toch bezig is met Sharepoint-migraties en intranetten, bekijk dan ook eens IntraVox. Daarmee bouw je SharePoint-achtige intranetpagina’s met een drag-and-drop editor. Handig voor bedrijfsintranets, knowledge bases en team wiki’s. Cross-platform notities maken en synchroniseren Als je voor telefoon, tablet en laptop verschillende platformen gebruikt, is het vaak lastig om notities te synchroniseren. Hier thuis doen we dat voor van alles: boodschappenlijstje, een lijstje met dingen die we vorig jaar tijdens de vakantie vergeten waren, klusjes die in huis gedaan moeten worden (en door wie!), noem maar op. Doordat wij in ons gezin allemaal andere apparatuur gebruiken, zocht ik een echt cross-platform notitie-app. Ik vond er snel een paar mooie. Bijvoorbeeld SimpleNote. De naam zegt het heel goed: het eenvoudig te gebruiken om notities op allerlei apparaten te maken en te synchroniseren. Ook via de browser. Zeker ook interessant: Notesnook. Beschikbaar voor iOS, Android, Windows, MacOS en een aantal Linux-smaken. Weer een probleem opgelost, zeg maar. Digitale soevereiniteit is hot. Maar hoe gaan we die overstap van big tech naar Europese oplossingen aanpakken? In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict-journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Heb je naar aanleiding van deze rubriek tips, reacties of opmerkingen, stuur ze naar redactie@computable.nl.
SAP koopt open-sourceplatform Dremio en ai-bedrijf Prior Labs
2 dagen
Twee overnames, één strategie: SAP wil de datalaag voor agentic ai bezitten SAP heeft vandaag twee overnames aangekondigd die samen een duidelijk strategisch verhaal moeten ondersteunen: wie enterprise ai serieus neemt, moet eerst de data op orde hebben. Met Dremio haalt SAP alvast een open, krachtig data-lakehouseplatform in huis. Met Prior Labs koopt het concern een pionier in zogenaamde tabular foundation models. Enterprise ai-projecten mislukken zelden door het model. Ze mislukken door de data. Die zit verspreid over tientallen systemen, is opgesloten in gesloten formaten en mist de bedrijfscontext die nodig is om er betekenis aan te geven. Het gevolg is een patroon dat veel it-organisaties herkennen: pilots die niet schalen, integraties die te lang duren en compliance-risico’s wanneer een ai-beslissing niet meer te verklaren valt. Met de twee aangekondigde overnames wil SAP precies dergelijke uitdagingen aanpakken. ‘Krachtige ai begint met kwalitatieve data die uitstekende voorspellingen mogelijk maakt’, stelt SAP-ceo Christian Klein in een mededeling naar aanleiding van de overnames. Dremio: deal met meeste impact De overname van Dremio is strategisch de meest impactvolle van de twee. Dremio is weliswaar een relatief kleine speler, met zowat vierhonderd medewerkers en een omzet van zowat 40 miljoen dollar. Maar in de datawereld heeft Dremio een sterke naam opgebouwd dankzij zijn vermogen om razendsnel grote hoeveelheden data te bevragen. De kracht van Dremio zit in zijn architectuur. Het platform is volledig open source en maakt gebruik van Apache Arrow voor extreem snelle in-memory dataverwerking. Via SQL kunnen eindgebruikers grote datasets rechtstreeks bevragen vanuit uiteenlopende bronnen, van klassieke Hadoop- en Oracle-omgevingen tot moderne cloudopslag. Om vervolgens de resultaten door te sturen naar visualisatietools als Tableau. Dremio heeft altijd ingezet op een leveranciersneutraal ecosysteem. Precies die openheid maakt de combinatie met SAP op het eerste zicht best verrassend. SAP staat historisch bekend als een gesloten, proprietair ecosysteem. Anderzijds lanceerde SAP eerder al SAP Business Data Cloud, een dataplatform dat SAP- en niet-SAP-data samenvoegt als fundament voor AI-toepassingen. De aankondigingen bouwen hier op verder. ‘We zijn van plan om data-barrières verder te doorbreken’, aldus SAP-ceo Christian Klein. Prior Labs: de wetenschappelijke inzet Naast Dremio kondigt SAP ook de overname aan van Prior Labs, een Duits ai-onderzoeksbedrijf gevestigd in Freiburg. Prior Labs is de bedenker van tabular foundation models (tfm’s), een categorie ai-modellen die specifiek gebouwd zijn voor gestructureerde, tabellarische data. Dat onderscheid is relevant. Grote taalmodellen zoals GPT of Gemini zijn krachtig in tekst, maar presteren eerder zwak op tabellen, cijfers en statistische redenering. Tfm’s zijn precies daarvoor ontworpen. Ze kunnen op basis van tabeldata nauwkeurig bedrijfsuitkomsten voorspellen: betalingsvertragingen, leveranciersrisico’s, klantverloop, upsell-kansen. Prior Labs’ vlaggenschipmodel TabPFN-2.6 staat momenteel bovenaan TabArena, de toonaangevende benchmark voor tfm’s. SAP verbindt zich ertoe meer dan één miljard euro te investeren over de komende vier jaar om het uit te bouwen tot een van de toonaangevende ai-labs ter wereld. Hierbij blijft Prior Labs als zelfstandige entiteit opereren. Open formaten zijn in Beide transacties zijn nog onderhevig aan regulatoire goedkeuring. Financiële details werden voor geen van beide deals bekendgemaakt. Beide deals verwacht SAP in de loop van 2026 af te ronden, om ook het integratiewerk te kunnen aanvatten. In elk geval wijzen de twee overnames op een geheel. Dremio moet het data-integratievraagstuk helpen oplossen: alle data (SAP en niet-SAP) beschikbaar maken op één open platform, snel en zonder onnodige verplaatsing. Prior Labs levert de voorspellende intelligentielaag. Dit allemaal in teken van het tijdperk van agentic ai. De overnames passen tenslotte ook in een bredere sectortrend. Cloud- en ai-leveranciers als Databricks, Snowflake en Microsoft investeren zwaar in open dataformaten en ai-gedreven analytics. SAP, traditioneel sterk in transactionele bedrijfssystemen maar minder dominant in de analytische datamarkt, probeert met deze stappen een positie te veroveren als end-to-end platform voor enterprise ai.
Kort: Albert Heijn pakt met ai broodverspilling aan, 5 jaar garantie Brother-printers (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Albert Heijn bakt brood slim af met ai, 1,8 miljoen voor Alalpha.one, Palo Alto Networks neemt Portkey over, robotmaaiers van Roborock naar de Benelux en Brother-printers krijgen vijf jaar garantie. Albert Heijn gebruikt ai voor minder broodverspilling Albert Heijn rolt in alle Nederlandse winkels een combinatie uit van slim afbakken en dynamisch afprijzen op de broodafdeling. Met intern ontwikkelde ai-systemen voorspelt de supermarkt per winkel de vraag naar brood, waarna het aanbod hierop wordt afgestemd. Overgebleven producten worden later op de dag automatisch afgeprijsd, met kortingen tot 70 procent. De landelijke uitrol start op 4 mei. Volgens Albert Heijn kan hiermee jaarlijks ruim twee miljoen kilo voedselverspilling worden voorkomen. De aanpak bouwt voort op de bakkerijapplicatie Bak, die in 2025 is ingevoerd en al leidde tot minder overproductie. Ai-startup Alalpha.one ontvangt 1,8 miljoen Het Amsterdamse Alpha.one heeft 1,8 miljoen euro aan groeikapitaal opgehaald voor de verdere ontwikkeling van zijn ai-platform dat marketingprestaties voorspelt. De investeringsronde is geleid door Orange Mills Ventures (eigendom van deeptech-investeerder Cees Meeuwis), samen met investeringsmaatschappij Capital Mills en het managementteam. Het platform gebruikt neurowetenschappelijke data om te voorspellen welke marketingcontent naar verwachting het beste presteert. Met de financiering wil Alpha.one zijn modellen verder trainen en het platform doorontwikkelen richting actieve optimalisatie van content. Het bedrijf werkt onder meer voor internationale klanten als Google, Ikea en Vodafone en wil zijn activiteiten verder uitbreiden in Europa, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Palo Alto Networks wil Portkey overnemen voor beveiliging van ai‑agents Palo Alto Networks is van plan ai‑startup Portkey over te nemen. Dit bedrijf uit San Francisco ontwikkelt zogeheten ai‑gateways voor het beheren en beveiligen van autonome ai‑agents. Na afronding van de overname moet Portkey worden geïntegreerd in Prisma AIRS, het ai‑securityplatform van Palo Alto Networks. Met de overname speelt het Amerikaanse beveiligingsbedrijf in op de toename van ai‑agents die zelfstandig taken uitvoeren binnen organisaties. Deze agents krijgen vaak brede toegangsrechten en vormen daarmee een nieuw beveiligingsrisico. Financiële details zijn niet bekendgemaakt. De transactie moet in het vierde kwartaal van boekjaar 2026 worden afgerond. Roborock brengt robotmaaiers naar de Benelux Het Chinese Roborock introduceert in de Benelux Nederland een nieuwe productlijn met robotgrasmaaiers. Het gaat om de RockNeo‑ en RockMow‑series, bedoeld voor uiteenlopende tuinen, van kleinere stadstuinen tot grotere en complexere percelen. De maaiers maken gebruik van sensoren, navigatie en ai‑gestuurde software om het gazon automatisch te onderhouden, zonder perimeterdraad. De modellen verschillen in capaciteit, aandrijving en prijs, waarbij de duurste varianten zijn ontworpen voor grotere oppervlakken en hellingen. De robotmaaiers zijn vanaf deze maand verkrijgbaar via geselecteerde retailers in Nederland en België. Met de robotmaaiers gaat Roborock onder meer de concurrentie aan met de slimme machines van Husqvarna. Brother verlengt printergarantie tot vijf jaar Brother, gevestigd in Amstelveen, biedt voortaan tot vijf jaar garantie op al zijn printers. Klanten krijgen na registratie boven op de standaard fabrieksgarantie van twee jaar extra garantie, zonder meerprijs. Voor zakelijke modellen geldt in het eerste jaar na registratie on-site service. Voor printers die worden ingezet binnen managed print services kan Brother inmiddels tot zeven jaar service leveren. Met de maatregel wil het bedrijf apparaten langer in gebruik houden en vervanging uitstellen. De verlengde garantie sluit aan bij eerdere initiatieven rond hergebruik, recycling en het verlengen van de levensduur van hardware. Daarnaast introduceert Brother een nieuwe generatie kleurenlaserprinters, uitgerust met de nieuwste chips en speciaal ontwikkeld voor de werkomgeving. De modellen verenigen een strak en compact ontwerp – tot wel 25 procent kleiner dan hun voorgangers – met een sterke focus op beveiliging.
Nederlands ai-bedrijf Nebius koopt Amerikaanse Eigen AI
3 dagen
Nebius neemt voor 643 miljoen dollar het Amerikaanse Eigen AI over. Dit heeft Nederlands grootste ai-cloudbedrijf aangekondigd. Een vestiging voor engineering en onderzoek wordt opgezet in de buurt van San Francisco. Onderzoekers van Eigen AI die optimalisatietechnieken en -tools hebben ontwikkeld voor ai-infrastructuur zullen zich bij Nebius voegen. De kern bestaat uit een team van wetenschappers afkomstig van het MIT HAN Lab. De acquisitie moet leiden tot een snellere implementatietijd van ai-projecten, aanzienlijk betere kostenefficiëntie en de mogelijkheid om sneller nieuwe modellen te implementeren. Nebius heeft zijn hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Dankzij contracten met Meta en Microsoft ten bedrage van 46 miljard dollar kan het techbedrijf een enorme financiële armslag maken. Nvidia investeerde tweemiljard dollar in het bedrijf dat veel computerwetenschappers kent die uit Rusland zijn geëmigreerd.  Russische wortels Het snelgroeiende Nebius komt voort uit Yandex N.V., de Nederlandse moeder van het Russische Yandex. In 2024 werden alle Russische activiteiten uit de Nederlandse vennootschap gehaald. Het bedrijf werd afgesplitst van Yandex, het ‘Russische Google’. Eigen AI bestaat uit vooraanstaande onderzoekers op het gebied van ai-computing en optimalisatie van modellen. Ze zijn gespecialiseerd in inferentie, de fase in een ai-systeem waarin een getraind model beslissingen neemt of voorspellingen doet op basis van nieuwe, onbekende data. Wat een systeem dat is getraind op grote datasets eerder heeft geleerd, gaat het in de inferentie-fase toepassen op binnenkomende data. De overname zorgt ervoor dat Nebius Token Factory een sterker en completer platform wordt voor het draaien van ai‑modellen. Eigen AI combineert zijn bestaande optimalisatietechniek met de wereldwijde rekenkracht en ai‑cloud van Nebius dat meerdere datacenters bezit. Nebius haalt met de overname extra topexperts in huis, waardoor hun eigen ai‑onderzoek en ontwikkeling een flinke boost krijgt. Inferentie Het is de bedoeling om de inferentie- en optimalisatielagen (post-training) van Eigen AI direct te integreren in Nebius Token Factory. Dit platform biedt bedrijfsbrede, automatisch schaalbare endpoints en ‘fine-tuning pipelines’ voor alle belangrijke open-source modellen. De twee bedrijven hebben al gezamenlijk geoptimaliseerde implementaties van toonaangevende opensource-modellen geleverd die tot de snelste behoren als het gaat om ‘artificial analysis’. Inferentie is momenteel het snelst groeiende segment van ai. Naar verwachting zal dit later dit jaar ongeveer twee derde van de rekenkracht voor zijn rekening nemen. Het gebruik van opensource-modellen neemt eveneens toe. Nu steeds meer workloads in productie worden genomen, wordt de systeem-optimalisatielaag een cruciale infrastructuur. Grenzen verleggen Roman Chernin, medeoprichter Nebius, wijst op de beperkte rekencapaciteit voor ai. Geoptimaliseerde inferentie en schaalbare infrastructuur zijn daardoor hard nodig. Ryan Hanrui Wang, medeoprichter van Eigen AI, wil de grenzen van inferentie-prestaties verleggen. ‘Samen met Nebius nemen we de frictie weg bij het aanpassen en implementeren van ai-modellen, zodat ontwikkelaars modellen betrouwbaar in productie kunnen draaien zonder de onderliggende infrastructuur te hoeven beheren.’ Het efficiënt uitvoeren van inferentie in productie is inherent complex. Volgens Nebius vereist dit diepgaande expertise over de gehele uitvoeringsstack, van hoe modellen worden weergegeven tot hoe gpu-kernels ze uitvoeren en hoe workloads in realtime worden gepland. Full-stack optimalisatie Open-sourcemodellen worden doorgaans niet geoptimaliseerd geleverd, en nieuwere architecturen zoals Mixture-of-Experts (MoE), Compressed Sparse Attention (CSA), redeneermodellen en modellen met een lange context introduceren extra uitdagingen op het gebied van geheugen, routing en rekenkracht. De meeste teams hebben niet de capaciteit om deze problemen intern op te lossen, stelt Nebius. Eigen AI pakt deze uitdaging aan met een full-stack optimalisatie-aanpak die de gehele levenscyclus van het model omvat. Van post-training en finetuning tot optimalisatie van inferentie in productie, voor alle belangrijke opensource-modellen die in productie worden gebruikt, waaronder GPT-OSS, Gemma, Qwen, Llama, Nemotron, DeepSeek, GLM, Kimi en MiniMax.
Rotterdam verbreekt samenwerking Centric voor nieuw belastingsysteem
5 dagen
De gemeente Rotterdam stopt de samenwerking met Centric bij de ontwikkeling van een gemeentelijke belasting-applicatie. De it-dienstverlener zou voor de Maasstad een nieuw it-systeem voor de gemeentelijke heffingen ontwikkelen. Maar het project, De Nieuwe Hef genaamd, loopt zo slecht dat Rotterdam Centric ervan af haalt.  Sinds het afsluiten van de aanbesteding is gebleken dat Centric mijlpalen miste, zo staat in een brief aan de gemeenteraad. Planning en afspraken worden niet nagekomen. Vanaf de start vorig jaar doen zich structurele problemen voor, aldus de gemeente. De impasse leidde ertoe dat Centric afgelopen januari formeel in gebreke is gesteld.  Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd en stukken gewisseld. Maar die hebben niet geleid tot meer vertrouwen bij de gemeente in een succesvolle tijdige afronding van de implementatie. Het boterde ook in de dagelijkse samenwerking niet tussen beide partijen. Zowel qua proces als inhoud bleef verbetering uit, zo blijkt uit de brief.  De gemeente vreest dat als op deze wijze wordt doorgegaan, de continuïteit van het belastingproces onder druk komt te staan. Dit zou een direct effect hebben op de belastingbaten als belangrijke inkomstenbron voor de gemeente. Wethouder Robert Simons (onder meer voor bestuur) noemt dat een onaanvaardbaar risico.  Wachtkamer Centric heeft nog niet gereageerd op het beëindigen van de samenwerking. Overigens is er een wachtkamerovereenkomst met een, niet nader genoemde, alternatieve leverancier. Deze overeenkomst stelt de gemeente in staat om binnen de kaders van de Aanbestedingswet op korte termijn door te starten met deze leverancier. Daarmee wordt de continuïteit van het belastingproces gewaarborgd. In de tussentijd blijft de huidige zelfgebouwde belastingapplicatie ONS live.   De gemeente tracht de gemaakte en nog te maken kosten zoveel mogelijk binnen de contractuele kaders te verhalen. Financiële details ontbreken nog. Centric kent een groot aantal gemeenten als klant. De it-dienstverlener werd in de zomer van 2024 overgenomen door een groep Nederlandse ondernemers actief in de it-dienstverlening. Adriaan Mol (Mollie en Bird), Ronald Bezuur (Uniserver) en Bram Bastiaansen (ACT Group) staken er geld in. Centric leek na de exit van Gerard Sanderink in rustig vaarwater te zijn beland. 
SaaS‑pocalypse
5 dagen
Wie overleeft de ai-golf? De bomen leken voor veel klassieke softwarebedrijven tot in de hemel te groeien. Tot voor kort. Want in het ai-tijdperk is niet iedere softwareleverancier automatisch een winnaar. Geavanceerde ai-tools kunnen traditionele bedrijfssoftware vervangen. Leveranciers met een verdienmodel dat kwetsbaar is voor ai-gestuurde automatisering moeten op hun tellen passen.  Begin februari verdween er ongeveer driehonderd miljard dollar aan marktwaarde uit aandelen van software- en databedrijven. Een handelaar van Jefferies bedacht hiervoor de term ‘SaaSpocalypse’ en beschreef het handelsgedrag als paniekverkopen: beleggers wilden vooral zo snel mogelijk van hun aandelen in enterprise-softwarebedrijven af. De directe aanleiding voor deze onrust was dat Anthropic op 30 januari elf open-source-plug-ins voor hun ai-agent Claude Cowork uitbracht. Deze plug-ins richten zich op werkprocessen zoals juridische taken, sales, marketing, financiën en data-analyse. Het was de eerste keer dat een grote llm-aanbieder zich rechtstreeks op verticale bedrijfsapplicaties richtte. De recente aankondiging van de met ai ontwikkelde ai-bot OpenClaw, die zelfstandig allerlei taken kan overnemen, past in dezelfde trend. Businessmodel Bedrijven die vooral verdienen aan het digitaliseren of efficiënter maken van processen, lopen dus risico. Want ai-agenten kunnen dat werk zelf steeds beter doen, zo is de gedachte. En dat stadium is nu bereikt. Ook workflowsoftware, databedrijven en consultancy zitten in de hoek waar klappen vallen. Hamvraag is de mate waarin ai bedrijfsmodellen ondermijnt. Wie blijft overeind als ai-automatisering écht doorzet? En is het businessmodel van saas houdbaar? ‘Veel taken die nu via software of consultants gaan, kan ai straks direct overnemen. Denk aan documenten maken, workflows beheren, vertalen, analyseren. Kenniswerkers worden sleets,’ zegt Sander Wolfensberger, cco en mede-oprichter van AIAIAI.eu. ‘Alle banen die digitale output creëren, veranderen sowieso. De impact van ai begint nu echt voelbaar te worden. De collectieve brainpower van de fysieke medewerkers in een bedrijf is straks vele malen kleiner dan die van ai.’ Modulaire software Leveranciers van traditionele software krijgen het moeilijk. Het tijdperk van dominantie door saas-leveranciers loopt ten einde, waarschuwt Gartner. Nieuwe vormen van ai‑agents maken het voor organisaties makkelijker om dure, starre saas‑tools te vervangen, stelt deze marktvorser. Veel van die oude tools leveren steeds minder op terwijl ze wel veel geld kosten. Bedrijven die kiezen voor flexibele, modulaire software die vanaf het begin goed met api’s en ai werkt, kunnen sneller vernieuwen en goedkoper werken. Zij lopen voorop in de race om de beste ai‑diensten te bouwen. Wolfensberger legt uit: ‘Ai is in staat functies over te nemen waar medewerkers voorheen aparte software voor gebruikten. Denk aan het opstellen van jaarcijfers voor een jaarverslag of het bijhouden van sales in het crm-pakket. Daar hebben bedrijven binnenkort echt geen speciale software meer voor nodig. Ai doet het zodra het is gekoppeld aan de bronsystemen zoals bancaire gegevens. Je ziet dat klassieke aanbieders allerlei ai in hun producten stoppen om relevant te blijven. Maar een echte, alwetende ai-kern zal het binnenkort toch over gaan nemen. De waarde van software-ip zal heel snel verdwijnen. Ai maakt binnenkort alle software on demand na.’ Ook Mark van Kampen, sectorspecialist TMT bij Rabobank, ziet dat software-oplossingen makkelijker zijn na te bouwen, maar hij verwacht dat kleinere apps die een slim dingetje kunnen doen, makkelijker door ai kunnen worden vervangen dan bijvoorbeeld een heel groot erp-systeem. ‘Complexe systemen zijn nog niet snel in te ruilen, zeker niet als daar stukken maatwerk in zitten.’  Grootste verliezers Gartner rekent traditionele saas-bedrijven tot de grootste verliezers van de verschuivingen als gevolg van ai-agenten. Dat geldt voor leveranciers die blijven vasthouden aan gesloten systemen waardoor agentic ai van derden buiten de deur blijft. De markt zal deze leveranciers afstraffen als gebruikers zelf geen agenten kunnen ontwikkelen en niet kunnen samenwerken met agenten van derden die op andere platforms zijn ontwikkeld. Ook het opleggen van restrictieve, eigen governance-modellen kan tot verlies aan klanten leiden. Minder developers nodig Softwarebedrijven zullen uiteraard ook zelf profiteren van ai. Door ai toe te voegen aan bestaande producten kunnen zij efficiënter werken en meer waarde bieden aan klanten. Maar als ze minder softwareontwikkelaars nodig hebben, kunnen ze die ook goedkoper inhuren. Wolfensberger: ‘Bepaalde developers die een paar jaar geleden nog met een salaris van 180.000 euro per jaar werden binnengehaald, krijgen nu 70.000 euro aangeboden. We hebben momenteel al veel ondersteunende agenten draaien, die automatisch bugs oplossen. We zien dan ook dat de snelheid van software development al tien keer hoger is dan zo’n anderhalf jaar geleden.’ Marcus Groeneveld, oprichter en ceo van Freeday.ai, ziet bij een groter aanbod van developers meer ruimte ontstaan voor nieuwkomers die alternatieven bouwen voor klassieke software-oplossingen. ‘Dit kan leiden tot lichtere pakketten voor kleinere organisaties.’ Meer aanbod betekent lagere prijzen waardoor de ‘consumptie’ van software stijgt.  Vrijdagmiddag Tech-educator Jim Stolze: ‘De code die ai-agenten schrijven, is kwalitatief beter dan die van een gemiddelde programmeur. Deze ‘robots’ voelen ook geen stress als de baas vrijdagmiddag roept dat hun werk nog dezelfde week af moet. Evenmin wordt gedacht: ‘we leveren het gewoon op en fixen de fouten de volgende maand wel.’ Ai-agenten werken gewoon rustig door en komen met een goed product dat ook netjes is gedocumenteerd’. Roel Hoeks, mede-oprichter van low-code ontwikkelaar EsperantoXL, verwacht niet dat klassieke softwarebedrijven helemaal worden weggevaagd. Software ontwikkelen is niet alleen coderen, maar ook nadenken over het totale plaatje, de risico’s en het in control zijn: ‘Met de komst van de cloud veranderde de security. Ai brengt weer nieuwe gevaren met zich mee.’  Ook Jim Stolze ziet traditionele softwarehuizen niet zomaar verdwijnen. Wel dreigt concurrentie van kleinere bureaus en startups. Die kunnen nu een grote broek aantrekken door een legertje ai-agenten in te schakelen. Grotere leveranciers hebben wel het voordeel dat ze de mensen hebben om goed naar nieuwe producten te kijken. ‘Ze voelen ook meer verantwoordelijkheid. Ervaringen uit het verleden kunnen uitglijders voorkomen.’ Zaken als compliance en governance zijn dus over het algemeen beter bij de grotere leveranciers geregeld. Maar bedrijven die ai-native software ontwikkelen, leren snel bij. Roel Hoeks: ‘Je kunt guardrails inbouwen door ai-agenten alleen dingen toe te staan die menselijke medewerkers mogen doen.’   Erp-leveranciers Veel discussie is gaande over de toekomst van grote erp-leveranciers als Oracle en SAP. Hoeks: ‘De klant krijgt bij hen software met functies die door anderen zijn bedacht. Anders gezegd: je bent gebonden aan wat de leverancier aanbiedt. Wil je iets speciaals dan is vaak duur maatwerk nodig. Ai-native software is flexibeler. Rekening wordt gehouden met de functionaliteit en de ‘business rules’ die je wenst.’ Hoeks ziet bedrijfssystemen onder invloed van ai sterk evolueren. De manier van werken wordt anders. Je hoeft niet meer dagelijks achter een computer te zitten. Een vr- of ar-bril waarop een ai-agent is aangesloten, kan als interface dienen. Al lopende door een magazijn kan je vragen inspreken over de voorraad en direct het antwoord krijgen. Ai biedt meer mogelijkheden als de software toegang heeft tot allerlei data. In plaats van stap voor stap te werken kan je met processen converseren.  Agenten kunnen ook zelf inkooporders geven of op verkoopopdrachten reageren. Van Kampen ziet dat ai-agenten echte uitvoerders van processen worden waarbij de mensen alleen nog de eindcontrole doen. Leveranciers die deze features niet inbouwen, gaan de boot missen. Volgens Groeneveld verandert de betekenis van ai-software. Eerst had je software die mensen efficiënter laat werken. Nu zie je de opkomst van ai-agenten die het werk helemaal overnemen. Daarbij zijn pakketten noch mensen meer nodig. De Freeday-ceo: ‘Je ziet al teams van meerdere agents actief worden. Ze kunnen tussenstappen automatiseren en werk aan elkaar geven. Mensen kunnen feedback aan hen geven waarmee deze agenten bij de bouw rekening kunnen houden.’ Ook komt het al voor dat ai-agenten zelf aangeven wanneer ze meer menselijke collega’s erbij willen krijgen.  Verdienmodellen Behalve andere concurrentieverhoudingen krijgen klassieke saas-leveranciers ook een minder sterke positie tegenover klanten. Traditionele saas-verdienmodellen die uitgaan van het aantal gebruikers, zijn op hun retour. Relevant wordt of de gebruiker er allerlei slimme dingen mee kan doen, niet zozeer de beschikbaarheid an sich. De vraag is welke invloed deze verschuiving heeft op de kasstromen van leveranciers. ‘Die financiële resultaten worden mogelijk minder voorspelbaar. Een van de redenen is dat de vaste saas-abonnementen door de komst van ai-agents steeds meer onder druk staan. Bij de inzet van ai-agents wordt steeds vaker afgerekend op basis van het daadwerkelijk behaalde resultaat, bijvoorbeeld de behaalde efficiency uitgedrukt in een bedrag in euro’s. Daardoor kan de omzet van softwarebedrijven per maand flink schommelen, omdat inkomsten niet meer gegarandeerd zijn maar afhangen van het succes dat de klant met de software behaalt,’ stelt Van Kampen. Agenten in bedrijven Jim Stolze onderscheidt aan de klantzijde drie categorieën bedrijven.  Organisaties die het gebruik van ai-agenten verbieden met de kans dat er shadow it, ontstaat wat de risico’s vergroot.  Organisaties waarin ai-agenten als een soort junior-programmeur met ervaren senior-ontwikkelaars samenwerken. Zulke op rol of taak gebaseerde ontwikkelaars die toegang hebben tot GitHub,voelen als een superkracht. Routine-klussen worden overgenomen en senior-ontwikkelaars krijgen dan de tijd om nieuwe dingen te bedenken. Organisaties waarin ai-agenten in plaats van alleen een rol ook een doel meekrijgen en zelf bepalen hoe ze dat bereiken. OpenClaw biedt die mogelijkheid.Bedrijven die in de eerste  categorie zitten, krijgen het moeilijk. Stolze: ‘Vroeger had je tien jaar de tijd om zo’n achterstand in te halen. Nu gaan de ontwikkelingen zo snel dat je er meteen mee aan de slag moet. Anders wordt het heel lastig om nog aan te haken.’ Het gebruik van ai neemt hand over hand toe. Van Kampen refereert aan studies waaruit blijkt dat in een jaar tijd tien keer zoveel bedrijven met ai-agenten zijn gaan werken. Adoptie van ai Bij de adoptie van ai onderscheidt Wolfensberger vier fasen:1.    Gebruik van ChatGPT zonder achtergrond;2.    Gebruik van ai-software die de context van bedrijven meeneemt;3.    Software die proactief werkt in plaats van alleen reactief. De ai-modellen en agenten zijn naadloos gekoppeld aan externe data, tools en systemen;4.    Agenten die helemaal zelfstandig beslissingen gaan nemen. Informatie wordt teruggesluisd naar bronsystemen.De derde fase is al binnen het bereik van voorlopers. Wolfensberger: ‘Dit is waar we met AIAIAI.eu mkb-bedrijven nu mee helpen.’ Ook Groeneveld’s Freeday.ai ziet veel progressie. Dit uitzendbureau voor digitale medewerkers heeft zelf dertig werknemers die worden bijgestaan door zeventig agents die het werk doen voor 250 man personeel.  Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #3.
Ai-wedloop Big Tech centraal bij kwar­taal­cij­fers
5 dagen
Bij de cijfers die Big Tech deze week presenteerde, staat de omvang van de investeringen centraal in plaats van omzet en winst zoals gebruikelijk is. Ai vergt enorme bedragen. En de ene tech-gigant tast nog dieper in de geldbuidel dan de andere.  De vier grootste Amerikaanse cloudspelers gaan in 2026 voor 770 miljard dollar in ai-infrastructuur steken. De gedachte achter deze investeringsdrift is dat wie leidend is in infrastructuur de ai-race wint. Big Tech is ervan overtuigd dat een ‘nieuwe cloud’ nodig is, specifiek afgestemd op de verwerking van de ai-workloads die veel routinewerk overnemen dat nu nog door mensen wordt gedaan.  Miljarden AWS investeert dit jaar tweehonderd miljard dollar, 60 procent meer dan in 2025 toen Amazon al de meest expansieve hyperscaler was. Alphabet/Google verwacht dit jaar 180 miljard à 190 miljard dollar te investeren. Microsoft is van plan in 2026 ongeveer hetzelfde bedrag te spenderen in ai-infrastructuur. In twee jaar verdubbelt de datacenter-capaciteit.  Meta, moeder van Facebook, Whatsapp en Instagram, is van plan dit jaar voor 145 miljard dollar aan kapitaaluitgaven te doen. Het merendeel daarvan gaat naar datacenters om ai-modellen te trainen en te gebruiken.  Vlak ook Oracle niet uit. Dit fiscale jaar trekt de database-gigant vijftig miljard dollar uit voor een agressieve expansie in ai-datacenters. IBM en Apple houden zich tussen al dit geweld relatief rustig. Opdrijven Zeker is dat de huidige investeringsgolf de kosten van ai-datacenters opdrijft. De gpu’s die snelle ai-berekeningen mogelijk maken, zijn al een tijd lang schaars. Hetzelfde geldt voor geheugens met een hoge bandbreedte evenals andere componenten. De beurs houdt zijn adem is. De hamvraag is hoe lang het duurt voordat deze investeringen zijn terugverdiend. Beleggers vragen zich af hoe hoog het rendement op deze ‘ai-avonturen’ wordt. Het is een onbekende tak van sport.  AWS De kwartaalcijfers die Big Tech-bedrijven deze week presenteerden, zijn goed. De inkomsten uit de cloud groeien snel. Bij AWS namen deze in het tweede kwartaal van het fiscale jaar met 28 procent toe vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder. Dat was de snelste groei in vijftien kwartalen. Als het tempo waarin de vraag naar ai-diensten in het huidige tempo blijft groeien, stijgen de ai-inkomsten van AWS (run rate) dit jaar naar vijftien miljard dollar. De verkoop van chips (Graviton, Trainium en Nitro) loopt dit jaar op tot twintig miljard (run rate).  Amazon meldt een netto omzetstijging van 17 procent tot 181 miljard dollar in het eerste kwartaal. De nettowinst kwam uit op 30,3 miljard dollar Google Alphabet/Google zag de inkomsten over het eerste kwartaal met 22 procent stijgen tot 110 miljard dollar, terwijl de winst 81 procent omhoog spoot tot 62,6 miljard dollar. Ai stimuleert het gebruik van de cloud aanzienlijk. Die divisie haalde twintig miljard aan omzet binnen; 63 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. Google heeft nu voor 460 miljard dollar aan getekende contracten in de boeken staan tegen 240 miljard in het vorige kwartaal. Niet alleen rekenkracht, maar ook toegang tot ai-platforms wordt op grote schaal ingekocht. Google’s ai-chips verkopen als warme broodjes.  Sundar Pichai, topman van Alphabet en Google, zei: ‘2026 is fantastisch van start gegaan. Onze investeringen in ai en onze full-stack aanpak geven een boost aan elk onderdeel van het bedrijf. De zoekfunctie kende een sterk kwartaal, waarbij ai-ervaringen het gebruik stimuleerden, het aantal zoekopdrachten een recordhoogte bereikte en de omzet met 19 procent groeide.’ Microsoft Ook Microsoft meldt een snelle groei (40 procent) van haar cloud (Azure en een aantal andere clouddiensten). Azure geldt als de voornaamste infrastructuur waarop OpenAI en een aantal andere grote ai-aanbieders hun business baseren. Als de trend van het afgelopen kwartaal doorzet, komt de ai-omzet dit jaar uit op 37 miljard dollar; 123 procent meer dan een jaar geleden. De totale cloud-omzet bedroeg 54,5 miljard dollar, een stijging van 29 procent. De totale Microsoft-omzet steeg met 18 procent naar 82,9 miljard dollar, terwijl 31,8 miljard dollar nettowinst werd behaald. ‘We zijn gefocust op het leveren van cloud- en ai-infrastructuur en -oplossingen die elk bedrijf in staat stellen hun resultaten in het agentic computing-tijdperk te maximaliseren,’ zegt Satya Nadella, voorzitter en ceo van Microsoft. IBM IBM begon het jaar goed. De omzet over het eerste kwartaal steeg 9 procent tot 15,9 miljard dollar. De inkomsten uit infrastructuur (15 procent) namen het meest toe, gevolgd door software (11 procent) en consultancy (4 procent). Vooral hybride infrastructuur en dan met name IBM Z zit stevig in de lift.  ‘Ai blijft een drijvende kracht achter onze wereldwijde activiteiten. IBM-producten en -diensten helpen klanten bij het orkestreren, implementeren en beheren van ai in hybride omgevingen,’ aldus Arvind Krishna, topman van IBM. 
Kort: Atos bundelt krachten met Elastic voor ai-uitrol, 2 miljoen voor Delfts Fiducial (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Atos en Elastic sluiten ai-pact, Descartes koopt Idelic, verzekeraar Stoïk naar Nederland, Mnemonic opent soc in Utrecht en dronesoftwaremaker Fiducial krijgt twee miljoen euro.Atos en Elastic werken samen aan ai-dataplatformsAtos en Elastic starten een samenwerking rond de uitrol van dataplatforms voor ai-toepassingen in de Benelux en Nordics. Atos neemt het Elasticsearch‑platform op in zijn Smart Platforms‑portfolio voor data-, security- en ai-oplossingen.De partners richten zich op organisaties die hun data-architectuur willen voorbereiden op schaalbare en veilige ai‑workloads, met aandacht voor lokale en sectorspecifieke eisen. Atos levert integratie en beheer, terwijl Elastic technologie biedt voor data-analyse en zoekfunctionaliteit. De samenwerking moet later worden uitgebreid naar andere Europese landen.Descartes breidt software voor wagenparkveiligheid uit met overname IdelicDescartes Systems Group uit Waterloo (Ontario, Canada) heeft Idelic overgenomen, een leverancier van software voor chauffeursveiligheid en prestatiebeheer. Idelic, gevestigd in Pittsburgh (Pennsylvania, VS), ontwikkelt een safety‑intelligenceplatform dat training, monitoring, rapportage en coaching voor wagenparken samenbrengt. De oplossing analyseert onder meer telemetrie- en ongevalsdata om rijrisico’s te signaleren.Descartes zegt de technologie te integreren in zijn eigen logistieke netwerk, onder meer voor toepassingen in last‑mile‑distributie en route-uitvoering. De overnamesom bedraagt circa 28 miljoen dollar, aangevuld met een mogelijke prestatieafhankelijke nabetaling tot 12 miljoen dollar.Cyberverzekeraar Stoïk start in Nederland met Robert Spaan als directeurStoïk, een aanbieder van cyberverzekeringen, betreedt de Nederlandse markt. Het bedrijf, gevestigd in Parijs, richt zich op het mkb en combineert verzekering met preventie, monitoring en incidentrespons. Voor de Nederlandse activiteiten is Robert Spaan aangesteld als ‘country manager’. Hij was eerder onder meer managing director bij Aon en verantwoordelijk voor Europese business development bij Eye Security.Volgens Stoïk neemt het aantal cyberincidenten en claims onder Europese bedrijven snel toe, met name door e-mailfraude en ransomware. De uitbreiding naar Nederland past in de bredere Europese groei van het bedrijf, dat actief is in meerdere landen en samenwerkt met verzekeringsintermediairs.Mnemonic opent Nederlands soc in nieuw kantoor UtrechtDe Noorse cybersecurityspecialist Mnemonic heeft een soc (security operations centre) geopend in zijn nieuwe kantoor aan de Hondiuslaan in Papendorp, Utrecht. Vanuit dit soc biedt het bedrijf uit Oslo ook eerstelijns-monitoring en incidentafhandeling in het Nederlands, uitgevoerd door lokale analisten. De dienstverlening wordt ondersteund door soc‑teams in andere Noord‑Europese landen, waaronder Noorwegen en Zweden.Mnemonic is sinds negen jaar actief in de Benelux en bedient organisaties in onder meer vitale en gereguleerde sectoren. De uitbreiding moet verdere groei in Nederland en België ondersteunen. Het bedrijf stelt dat het met zo’n lokaal soc tegemoet komt aan de groeiende behoefte aan Europese, soevereine cybersecuritydiensten.Graduate Ventures en SecFund steken 2 miljoen in FiducialGraduate Ventures investeert samen met SecFund ruim twee miljoen euro in Fiducial, een ontwikkelaar van computer‑visionsoftware voor autonome drones. De startup is gevestigd in Delft en opgericht door hoofdzakelijk TU Delft‑alumni. De software stelt drones in staat te navigeren en objecten te detecteren in omgevingen waar gps en radar onvoldoende functioneren. De financieringsronde omvat ook een lening van Rabobank.Fiducial begon in 2022 als studentenproject aan de TU Delft, gericht op visuele inspectie voor industriële toepassingen. Sinds 2025 wordt de technologie ook ingezet voor defensiegerelateerde scenario’s.Graduate Ventures, gevestigd in Rotterdam, is een investeringsfonds van alumni van de Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus MC en TU Delft en richt zich op deeptech‑startups met een universitaire oorsprong. SecFund is een samenwerking van het ministerie van Defensie, ministerie van Economische Zaken en de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen, verenigd in ROM-Nederland. Het fonds investeert in defensietechnologie.
UWV stopt met Le Chat, start proef met Copilot
6 dagen
Vanaf half mei start UWV een pilot met de ai-chatbot Microsoft Copilot Chat Web. Deze proef duurt tot het einde van dit jaar. Dit betekent dat de uitvoeringsorganisatie stopt met het gebruik van Le Chat van het Franse Mistral AI. Le Chat is de ai‑assistent van het Franse bedrijf Mistral AI. Het is vergelijkbaar met ChatGPT, maar met een sterke focus op Europese datasoevereiniteit, snelheid en agent‑functionaliteit. Toch stopt het UWV met deze, sinds juni 2025 actieve, ai-agent. ‘Le Chat was bedoeld als een tijdelijke oplossing totdat een gecontracteerde ai-toepassing beschikbaar kon worden gesteld’, zegt een woordvoerder. ‘Daarom onderzoekt UWV of ai-toepassingen die beschikbaar zijn binnen het Microsoft Copilot-ecosysteem, verantwoord kunnen worden ingezet.’ Betere resultaten Volgens de zegsman draait Copilot Chat Web binnen de Microsoft-omgeving van UWV. Daardoor kunnen meer instellingen beheerd worden en zijn er betere mogelijkheden om de beveiliging af te stemmen op UWV-eisen. De verwachting is dat Copilot Chat Web betere resultaten oplevert, wat voor meer gebruiksgemak zorgt en shadow-ai tegengaat. Eind van dit jaar worden de uitkomsten van deze pilot geëvalueerd. Toch lijkt het inruilen van een Europese tool voor een Amerikaanse vanuit het oogpunt van soevereiniteit en digitale autonomie niet handig in deze geopolitieke tijden. UWV meldt desgevraagd hierover: ‘Ondertussen wordt ook gekeken naar andere betrouwbare (soevereine) alternatieven.’
Google zet alles op Gemini Enterprise: ambitie, architectuur én een leger consultants
6 dagen
Google zet zwaar in op Gemini Enterprise als end-to-end-systeem voor het agentic-tijdperk. Maar naast de technologie is de samenwerking met de nodige consultants een cruciale factor voor succes. ‘In enterprise ai zijn het de consultants die de klant bezitten. En Google weet dat.’Google Cloud heeft een duidelijke strategische keuze gemaakt: Gemini Enterprise wordt het centrale platform voor de zogenaamde ‘agentic enterprise’, waarbij autonome ai-agents niet langer adviseren maar ook zelfstandig handelen.Tijdens de voorbije Google Cloud Next ’26 werden de contouren van die ambitie concreet. ‘Gemini Enterprise is het bindweefsel tussen data, mensen, apps en agents dat alle processen binnen organisaties kan omzetten in één intelligente workflow’, aldus Thomas Kurian, ceo van Google Cloud. ‘We bieden een verticaal geoptimaliseerde stack waarin alles gezamenlijk is ontwikkeld.’ Gemini Enterprise als totaalplatform Gemini Enterprise wordt dus uitgebreid met een volledig ontwikkel- en beheerplatform voor ai-agents. Daarmee wordt de aankondiging van oktober vorig jaar dus flink opgeschaald. Google wil af van het imago van aanbieder van losse bouwstenen. Met functies als agent studio, long-running agents en een agent marketplace – met partners als Workday, ServiceNow en Atlassian – positioneert het zich als orkestrator van het volledige enterprise ai-ecosysteem. De verdere aankondigingen tijdens Google Cloud Next ’26 omvatten onder meer nieuwe tpu-generaties, een agentic data cloud, een vernieuwd cyberbeveiligingsplatform en uitgebreide Workspace-updates die volledige aankoopprocessen via natuurlijke taal afhandelen. De consultant als troefkaart Technologie alleen wint geen enterprise-contracten. Precies daar zit de tweede strategische laag van Next ’26, en die draait niet om technologie, maar wel om een investeringsfonds van 750 miljoen dollar om adoptie via partners te versnellen.Google stalt eigen engineers bij Accenture, Deloitte en Cognizant, geeft McKinsey, BCG en Bain vroege toegang tot Gemini-modellen, en zet in op een ecosysteem van 120.000 partners met meer dan 330.000 getrainde experts. ‘Het is niet alleen het inschakelen van consultants, maar het uitbeden van je distributie’, oppert Alex Richards, vice president of partnerships bij analyseplatform Quantum Metric. De logica is volgens hem helder. Als Accenture herhaalbare agentic ai-oplossingen bouwt op Gemini, wordt Gemini automatisch aanbevolen aan elke Fortune 500-klant. Niet per se omdat het de beste keuze is, maar omdat het het meest ingebedde platform is. Richards vat het samen: ‘In enterprise ai zijn het de consultants die de klant bezitten. En Google weet dat.’Daarmee wordt ook de rivaliteit met Microsoft en AWS volgens hem scherper. ‘Microsoft vertrouwt op de integratie van OpenAI in bestaande workflows, AWS op infrastructuurdominantie via Bedrock. Google koopt zich in bij de bedrijven die de transformatiebudgetten al beheren.’ En daarvoor heeft het 750 miljoen dollar en een leger consultants aan zijn zijde.
De toekomst van Max en Vera
6 dagen
DATAREVIVAL – Tot haar grote genoegen (persoonlijk en financieel) krijgen de kinderen van mijn vriendin de komende maanden hun hbo-diploma’s en betreden zij de arbeidsmarkt. Max gaat als verpleegkundige de zorg in en Vera de ict. Tot voor kort dacht ik dat beiden zich geen zorgen hoefden te maken over hun toekomst. Door de vergrijzing komt de zorg elk jaar meer handen tekort en de ict is in een digitaliserende samenleving eveneens een groeimarkt. Daar denk ik nu heel anders over. Laten we beginnen met Max, de verpleegkundige. De komende jaren is er geen vuiltje aan de lucht voor handen aan het bed, maar de dreiging heet robotica. Tien jaar geleden hadden we in Nederland een idiote hype rond robots die op het punt stonden om mensenwerk over te nemen, maar dat dit binnen de komende tien jaar wel staat te gebeuren is helemaal geen hype. De tekenen zijn overal. Kort geleden wees een Nederlands bedrijfje een overnamebod van vijfhonderd miljoen dollar van OpenAI af. Het bedrijf verzamelde trainingsdata, goud voor het aanleren van de (fijne) motoriek van robots. Die kunnen op een dag dus een klysma plaatsen of een injectie doen. En de ai-taalmodellen die nu bezig zijn om de wereld te veroveren, lijken zeer geschikt voor het voorkomen van medische missers. Robots die zowel fysiek als mentaal competent zijn kunnen in beginsel elke fysieke menselijke activiteit overnemen. Op een dag worden het dus robot-handen aan het bed. Waarschijnlijk zijn het ook warme handen, want de vermoedelijk benodigde rekenkracht vereist wel een Nvidia-gpu en die doen het niet op AAA-batterijtjes. Dit alles wordt nog onderstreept door de pivot die Tesla maakt van (steeds maar niet) zelfrijdende auto’s naar humanoïde robots die onder meer een auto kunnen besturen. Het is na Spacex en Tesla zelf Elon Musks derde grote gok, maar Musk heeft bepaald een goed track record. Op een kwade dag wordt Max misschien door de robot die de zorg voor zijn patiënten overneemt naar het UWV gereden (waar ze zijn gegevens invoeren in het ww-systeem uit de jaren tachtig van de vorige eeuw). Wat voor Max mogelijk nog tien of twintig jaar duurt, staat voor Vera de ict’er nu al voor de deur. Mijn vorige Data Revival was gewijd aan een experiment om ChatGPT een database te laten ontwerpen. ChatGPT zakte daarbij flink door het ijs, maar dat krijg je als je een ai traint op een wereld van slecht ontworpen databases. Ik vermoed dat het nu al stukken beter kan als je zorgt voor adequate prompts, maar ik stelde ook dat de huidige ai’s uitermate geschikt zijn voor database herstructurering en gegevensconversies. Waar een echte database-ontwerpblunder (voorbeeld) in de praktijk niet te herstellen is, kan dat met ai wel. Dat zou betekenen dat legacy-systemen werkelijk een tweede leven kunnen krijgen en we niet meer zijn gebonden aan de keuze tussen kostbaar doormodderen (‘softwareveroudering’) en kostbaar en gevaarlijk herbouwen. Dat gaat heel veel banen kosten. Veel meer acuut is wat ai nu al doet voor de productiviteit van ontwikkelaars. Het algemene beeld rond ai is dat het vooral nuttig is in de handen van experts en dat was ook de conclusie in mijn vorige Data Revival. Maar voor beginnende of minder begaafde software ontwikkelaars is dat helemaal niet zo. Zelf behoor ik tot die tweede categorie en ik kan uit eigen ervaring melden dat mijn productiviteit door het dak gaat met ChatGPT. En het is niet alleen de productiviteit maar ook de consistentie. Het bedrijf Block (van Twitters Jack Dorsey) besloot om 40 procent van het personeel te lozen Ik heb bijvoorbeeld een hekel aan sommige aspecten van de SQL syntax (joins) en mijd deze, tot groot ongenoegen van mijn collega’s. Nu doe ik mijn eigen ding en laat het resultaat herschrijven in de stijl van mijn collega’s. Het lijkt triviaal, maar wat er nu al kan en gebeurt rond software is een enorme revolutie. En zelfs als we er voor zouden kiezen om software ontwikkeling volledig uit te besteden aan junioren, ict-kneuzen en rommelende vibe coders zou er nog geen man overboord zijn als de beroerde resultaten door ai kunnen worden herontworpen en hercodeerd. Het oude en niet zo succesvolle idee van softwareprototyping door niet-ict’ers met materiekennis komt misschien wel weer terug, terwijl iedereen die zich nu architect noemt een andere baan kan gaan zoeken. En ook hier is de toekomst er al. Het bedrijf Block (van Twitters Jack Dorsey) besloot om 40 procent van het personeel te lozen. Softwareontwikkeling gaat extreem veel sneller met kleine teams met ai. Block is ook niet het enige voorbeeld, al vind ik zo snel nog niets uit Nederland. Max en Vera bezitten gelukkig straks hun professionele kwalificaties en per saldo maken we ons weinig zorgen. Gelukkig zijn ze midden twintig en flexibel en zitten ze nog niet op een ‘veilige’ positie in een zorginstelling of op een ict-afdeling. Het komt vast goed, maar spannend wordt het wel. Datarevival is een rubriek van René Veldwijk over de wondere wereld van data. Veldwijk is associé bij Ockham Groep en opiniemaker bij Computable. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #3. Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies
Kort: Fujitsu en Carnegie Mellon onderzoeken fysieke ai, Broeders nieuwe ciso Rijk (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: onderzoekscentrum Fujitsu en Carnegie Mellon voor fysieke ai, Zebra Ventures steekt geld in Apera AI, IG&H lijft Alii in, Crayon gaat verder onder naam SoftwareOne en Justin Broeders wordt nieuwe ciso Rijk. Fujitsu en Carnegie Mellon starten onderzoekscentrum voor fysieke ai Fujitsu Limited, gevestigd in Tokio, en Carnegie Mellon University (CMU) uit Pittsburgh hebben een gezamenlijk onderzoekscentrum opgericht voor zogeheten fysieke ai. In het Fujitsu–Carnegie Mellon Physical AI Research Center werken onderzoekers van beide organisaties aan technologieën die kunstmatige intelligentie toepasbaar maken in machines en apparaten die opereren in de fysieke wereld. Het centrum richt zich op onderzoek naar onder meer robotica, machine learning, simulatie en mens-robotinteractie. Doel is om ai-systemen te ontwikkelen die inzetbaar zijn in sectoren als industrie, logistiek, infrastructuur en zorg. Daarbij wordt gebruikgemaakt van faciliteiten van CMU’s Robotics Innovation Center in Pittsburgh. De onderzoeksresultaten moeten op termijn worden verwerkt in Fujitsu’s Kozuchi Physical OS, een platform dat robots, sensoren en systemen gezamenlijk aanstuurt, van cloud tot edge. Zebra Ventures investeert in vision‑startup Apera AI Zebra Ventures, de investeringsarm van het Amerikaanse Zebra Technologies, heeft een minderheidsbelang genomen in Apera AI. Dat Canadese bedrijf, gevestigd in Vancouver, ontwikkelt 4d‑visionsoftware waarmee industriële robots objecten herkennen en hanteren in wisselende productieomgevingen. De technologie combineert 3d‑beeldvorming met ai en is bedoeld voor toepassingen waar onderdelen overlappen, glanzen of transparant zijn. Met de investering wil Zebra zijn aanbod voor fabrieks- en logistieke automatisering uitbreiden. Apera AI kan het kapitaal gebruiken om implementaties bij fabrikanten op te schalen. De software is ontworpen om te integreren met bestaande robotsystemen en vraagt relatief weinig kalibratie. IG&H neemt ai-zorgplatform Alii over IG&H, een Utrechts advies- en technologiebedrijf, neemt zorgplatform Alii over. Met de overname breidt IG&H zijn activiteiten in de zorg uit met ai-ondersteunde besluitvorming voor zorgprofessionals. Het platform van Alii vertaalt medische richtlijnen, protocollen en patiëntgegevens naar beslisondersteuning tijdens het zorgproces. Dat moet helpen bij consistentere keuzes in een sector met personeelstekorten en toenemende zorgvraag. Alii is eveneens gevestigd in Utrecht en telt tien medewerkers. De oplossing wordt al ingezet in onder meer ggz, ziekenhuiszorg en langdurige zorg en kan integreren met bestaande epd-omgevingen. IG&H zegt cliënten zo één aanbod te bieden voor strategie, implementatie en ai-toepassingen in de dagelijkse zorgpraktijk. De techconsultant meldde haast gelijktijdig ook al de overnamedeal rond CloudNation. Crayon-naam verdwijnt na integratie met SoftwareOne SoftwareOne voert de merknaam Crayon niet langer en gaat verder onder één naam. Dat maakt het bedrijf bekend na de afronding van de fusie tussen SoftwareOne en Crayon, die in juli 2025 werd voltooid. Het Zwitserse bedrijf kocht zijn Noorse concurrent Crayon Group voor omgerekend ruim 1,3 miljard euro. De rebranding wordt vanaf april gefaseerd doorgevoerd. Volgens SoftwareOne moet één merk de organisatie duidelijker positioneren richting klanten en partners. Het bedrijf richt zich op dienstverlening rond software-inkoop, cloud en aanverwante it-diensten. SoftwareOne is gevestigd in Zwitserland en telt circa 13.000 medewerkers in meer dan zeventig landen. In Nederland opereert het bedrijf vanuit Amsterdam. Justin Broeders nieuwe ciso Rijk Justin Broeders is met ingang van 1 juni aanstaande benoemd tot chief information security officer (ciso) Rijk. Hij heeft ruime ervaring binnen en buiten de overheid op gebied van informatiebeveiliging.  Broeders volgt als ciso Rijk Aart Jochem op die eind 2025 na vijf jaar afzwaaide en tijdelijk werd opgevolgd door Martijn de Hamer. Art de Blaauw, de huidige cio Rijk bij het ministerie van BZK, roemt het overzicht dat Broeders heeft en de rust die hij uitstraalt. Broeders maakt al drie jaar deel uit van de Ciso-raad van de rijksoverheid. Hij wordt daar nu ook de voorzitter van.  Belangrijke verantwoordelijkheid bij zijn rol is het vormgeven en borgen van een veilige digitale overheid. De ciso Rijk speelt een sleutelrol in het versterken van de digitale weerbaarheid en autonomie van Nederland. 
Datacenter in Vijfhuizen kan 9 jaar wachten op stroom
1 week
Infrastructuur-reus Goodman moet mogelijk negen jaar wachten voordat het geplande datacenter in Vijfhuizen van stroom wordt voorzien. Netbeheerder TenneT hoeft het aansluittraject met de Australische projectontwikkelaar, die nabij verkeersknooppunt Rottepolderplein een datacentern wil neerzetten, niet voort te zetten. De verplichting tot hervatting hiervan ontbreekt omdat er geen sprake is van een gecontracteerde afnemer.  Zo heeft de rechtbank Gelderland bepaald. TenneT handelt niet onrechtmatig door de projectontwikkelaar vanwege netcongestie in het focusgebied op wachtlijst te zetten. De rechter vindt dat het belang van TenneT bij een veilig en goed functionerend elektriciteitsnet het zwaarst weegt. Dat belang gaat boven het (zuiver financiële) belang van Goodman om de door haar aangevraagde aansluiting op het net binnen de door haar gewenste termijn te hebben gerealiseerd.  Goodman eiste dat ze de beloofde 70 MW-aansluiting uiterlijk in het vierde kwartaal van 2029 in gebruik kan nemen. Begin dit jaar kreeg het datacenter-bedrijf van TenneT te horen dat dit onmogelijk is vanwege congestie. Goodman had in 2023 de offerte ondertekend voor werkzaamheden die TenneT in het voortraject zou doen. Maar daarmee had TenneT nog geen verplichting tot het sluiten van realisatieovereenkomsten, aansluit- en transportovereenkomsten.  In oktober 2025 kreeg Goodman te horen dat die contracten er voorlopig ook niet aankwamen omdat het te druk werd op het stroomnet. Goodman is op de wachtlijst geplaatst. De netcongestie in Noord-Holland zal pas in 2033-2036 zijn opgelost. Dit betekent dat Goodman nog wel negen jaar kan wachten. En dat terwijl beide partijen al vijf jaar praten over realisatie van de aanvraag. Goodman had al de komende zomer met de bouw willen beginnen. Samen met het Canadese pensioenfonds CPP Investments steken de Australiërs acht miljard euro in Europese datacenters.
Cloudsector voelt zich gepasseerd bij keuze voor StackIT
1 week
De brancheorganisatie Dutch Cloud Community (DCC) vindt dat de raamovereenkomst die de rijksoverheid met het Duitse StackIT aanging, ook met de Nederlandse sector had moeten worden afgesloten. Het is nog niet te laat om dat alsnog te doen. Als vertegenwoordiger van de Nederlandse cloud- en hostingsector heeft DCC herhaaldelijk voorgesteld aan de rijksoverheid en aan Strategisch Leveranciersmanagement Rijk (SLM Rijk) om samen aan de slag te gaan. Simon Besteman, director of public affairs bij DCC, betreurt het dat het SLM Rijk hier nooit gehoor aan heeft gegeven. Hij vindt het moeilijk te verteren dat het Rijk voor het Duitse StackIT koos, zonder de Nederlandse sector te spreken. Het kwam nooit tot verkennende gesprekken, laat staan tot een roadmap met stappen die van beide kanten genomen moeten worden om een level playing field te maken. Nederlandse bedrijven zouden ten minste de kans moeten krijgen om mee te dingen naar opdrachten van de rijksoverheid, vindt Besteman. Geen contact Ook toen SLM de opdracht kreeg om naast de overeenkomsten met Microsoft, AWS en Google naar een soevereine partij te kijken om daar afspraken mee te maken, is er volgens Besteman geen contact gezocht met de eigen Nederlandse cloudsector.  En dat terwijl de sector de voorbereidingen heeft getroffen voor zo’n raamovereenkomst. Besteman: ‘Wij hebben een overzicht van Nederlandse bedrijven die aan de eisen van digitale autonomie en soevereiniteit voldoen. Wij hebben met de bedrijven een accreditatie ontworpen. Initiatieven als de Open Cloud Alliantie laten ook zien dat de branche in staat is om de consortia te vormen die nodig zijn om als opdrachtgever van de overheid te dienen.’ Niet doorpakken Besteman spreekt van een gemiste kans. ‘Het aanbod is er, de bedrijven zijn er, de structuur die nodig is om zo’n overeenkomst te sluiten is aanwezig.’ De DCC-woordvoerder constateert dat de politieke wil er zeker is. Het kabinet-Jetten kent immers een staatssecretaris voor Digitale Economie en Soevereiniteit. Met de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is er ook een strategie. Maar de rijksoverheid weet volgens Besteman niet door te pakken. De ministeries van EZK en Justitie en Veiligheid zijn om commentaar gevraagd. Afgelopen dinsdag stelde het kamerlid Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) al vragen over de raamovereenkomst met StackIT.
Kamer zet kabinet onder druk om DigiD‑contract alsnog te torpederen
1 week
De Tweede Kamer wil weten of het kabinet toch nog mogelijkheden heeft om begin mei af te zien van verlenging van het contract met Solvinity voor de ondersteuning van het DigiD-platform. Over deze voortzetting heeft het ministerie van BZK al op 27 maart jongstleden besloten, maar de overeenkomst tot verlenging met twee jaar is nog niet ondertekend.  Uit vragen die de Kamerleden Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA), Chris Stoffer (SGP) en Henk Vermeer (BBB) op 29 april hebben gesteld, blijkt dat betrokken fracties in deze kwestie een uiterste poging willen doen om de verlenging tegen te houden. Ze hopen te kunnen voorkomen dat het beheer van DigiD onder de Amerikaanse invloedssfeer komt te staan.  Het liefst ziet een Kamermeerderheid dat de voorgenomen overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl helemaal niet doorgaat. Het zo snel mogelijk beëindigen van het contract voor de levering van infrastructuur-diensten voor DigiD is een andere mogelijkheid.  Alles bij het oude laten Logius, de it-dienst die onder BZK valt, heeft tot 6 mei aanstaande de tijd de optie tot verlenging van het contract met twee jaar niet te lichten en een nieuwe aanbesteding uit te schrijven. Maar de ambtenaren van Logius willen gewoon alles bij het oude laten en met Solvinity doorgaan, ook al raakt dit bedrijf in Amerikaanse handen.  Eerder genoemde Kamerleden willen weten welke overwegingen aan deze keuze ten grondslag liggen. Ook vragen zij of het niet verlengen van het contract wel serieus is overwogen. En of er (juridische) mogelijkheden zijn om voor woensdag aanstaande alsnog af te zien van de contractverlenging van twee jaar. En zo niet, of er dan een mogelijkheid is om het contract slechts onder voorbehoud te verlengen zolang Solvinity niet door een Amerikaans bedrijf wordt overgenomen. Contract weghalen Tot slot willen GroenLinks-PvdA, SGP en BBB weten of het DigiD-contract bij Solvinity valt weg te halen en wat hiervan de kosten zijn. Pieter van Oordt, chief privacy officer van Logius, opperde onlangs het plan met Kyndryl te onderhandelen over uitstel van de overname van Solvinity met enkele maanden. In de tussentijd zou het DigiD-contract naar een partij kunnen worden overgeheveld die Nederlands is en ook blijft. Maar Van Oordt mocht dit plan van de Logius-leiding niet aan de betrokken staatssecretaris presenteren. De privacy-ambtenaar werd met bijzonder verlof gestuurd.  Volgens staatssecretaris Eric van der Burg (BZK) is het niet mogelijk is om voor augustus 2026 over te stappen naar een andere partij zonder dat hierbij de continuïteit en veiligheid van de dienstverlening van Logius in gevaar komt. De drie Kamerleden willen een nadere uitleg hiervan, liefst ook met onderzoek dat deze conclusie onderbouwt. Inmiddels zijn burgers een petitie gestart om het DigiD-platform en ook andere overheidsdiensten buiten de Amerikaanse invloedssfeer te houden. 
Hoge Colleges van Staat ruilen Oracle in voor SAP S/4Hana  
1 week
WIE GUNT WAT – De Hoge Colleges van Staat vervangen hun bestaande financiële Oracle-landschap door SAP S/4Hana. Het project wordt uitgevoerd door iQibt uit ’s‑Hertogenbosch, dat optreedt als managed service provider en centraal aanspreekpunt. Het contract heeft een looptijd van tien jaar en een waarde van zo’n acht miljoen euro. De implementatie neemt naar verwachting een jaar in beslag. De Tweede Kamer, Eerste Kamer, Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman – de Hoge Colleges van Staat (HoCoSta’s) – doen mee aan het traject. Aanleiding voor het project is de verouderde software en het veranderende kader waarin de organisaties opereren. Wet- en regelgeving, governance-eisen en it‑architecturen zijn de afgelopen jaren sterk in beweging geweest. Momenteel is er sprake van één FIS (Financieel Informatie Systeem) dat door zowel de Tweede Kamer (de grootste én hoofdgebruiker) als de vier andere genoemde HoCoSta’s wordt gebruikt.   Complex beheer Het beheer van het Oracle EBS-FIS is momenteel onderverdeeld. De eigen it-dienst van de Tweede Kamer is er voor de infrastructuur en het operating system (OS) van de applicatieserver, de functionele ondersteuning hoort bij leverancier Apps&Us, het databasebeheer bij leverancier DBA.nl en het technisch beheer bij leverancier MCX. Daarnaast is er nog het beheer van de aanpalende systemen Apro, Apro Banking en Cognos door de respectievelijke leveranciers Apro, Apps&Us en Centric. De verschillende verdeelde verantwoordelijkheden die bij de diverse partijen zijn belegd, creëren momenteel coördinatieproblemen. Deze beheeruitdaging is een belangrijke reden een oplossing te zoeken in een saas-cloudoplossing, aldus het bestek van deze tender. Toekomstige gewenste situatie Er wordt een saas-cloud-oplossing op basis van SAP S/4Hana – het Rijk is een groot SAP-gebruiker – neergezet die minimaal de huidige functionaliteiten in het FIS weet te dekken en mogelijkheden biedt om verder te optimaliseren. Daarnaast wordt elke HoCoSta verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer van het eigen deel van de applicatie in plaats van afhankelijk te zijn van de dienstverlening vanuit de Tweede Kamer. Elke organisatie krijgt een eigen, logisch gescheiden SAP‑omgeving binnen één platform, waarbij wordt samengewerkt met twee it-partners (iQibt en SAP) in plaats van de huidige riedel. Wie gunt wat: Veel ict-opdrachten worden verstrekt via een aanbestedingstraject. Computable maakt regelmatig melding van de publiek gemaakte gunningen.
Space datacenters blijven voorlopig sciencefiction
1 week
Datacenters in de ruimte; een futuristische fantasie of een serieuze optie om de explosieve vraag naar ai-rekencapaciteit te dekken? Bestaat er een toekomst waarin computerkracht niet langer op aarde staat, maar in een baan eromheen draait?  Begin februari voegde Elon Musk zijn ai-bedrijf xAi bij zijn rakettenfirma SpaceX om ‘de meest ambitieuze, verticaal-geïntegreerde innovatiemachine’ te vormen waarin ai, ruimtevaart, space-based internet en direct-to-mobile communicatie samenkomen. Musk stelde dat ‘het lanceren van een miljoen ton satellieten per jaar met 100 kW rekenkracht per ton jaarlijks 100 gigawatt ai-rekencapaciteit zou toevoegen, zonder voortdurende operationele of onderhoudsbehoeften. Uiteindelijk is er een pad om 1 TW per jaar vanaf de aarde te lanceren. Mijn schatting is dat binnen twee tot drie jaar de goedkoopste manier om ai-computing te genereren in de ruimte zal zijn.’  Plannen prematuur Musks visie om tot een miljoen ton ai-satellieten te lanceren die functioneren als ai-datacenters is bepaald niet onomstreden. Vrij unaniem is de mening die Computable optekende, dat de plannen van de rijkste man ter wereld in ieder geval prematuur zijn. Realisatie is niet onmogelijk, maar dan moet er veel, zo niet alles, meezitten.  Patrick Bolder, strategisch adviseur NLR (Nederlands Lucht- en Ruimtevaartcentrum) en HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies), ziet qua technologie wel kansen. Maar hij gaat er niet vanuit dat de Amerikaanse tech-miljardair zijn droom snel realiseert. ‘Het kan nog wel tien tot vijftien jaar duren voordat dit soort datacenters rendabel worden.’ Ook Rick Pijpers, bestuurslid NSDC (Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie), denkt dat Musk nog een lange weg te gaan heeft. Bolder en Pijpers denken dat het realisme bij Musk nog ver is te zoeken. Behalve economische, ecologische, juridische en politieke bezwaren zijn er ook technische belemmeringen.  Het mooie is dat Nederland juist een aantal belangrijke knelpunten voor Musk kan oplossen. Bolder: ‘Laser-communicatie maakt het mogelijk data veilig en duurzaam naar de aarde te brengen. Ook bij de ontwikkeling van energiezuinige photonica loopt Nederland voorop. En om de risico’s op botsingen tussen satellieten en brokstukken in de ruimte te verminderen zijn geavanceerde radars nodig. Thales in Hengelo maakt radars met een bereik van wel tweeduizend kilometer. Deze drie technische ontwikkelingen zijn cruciaal voor het slagen van Musk’s plannen.’ Desondanks heeft Bolder nog veel vraagtekens. Voor een aantal problemen is geen snelle oplossing te voorzien. Musk stelt dat ai-datacenters in de ruimte de enige manier zijn om echt te schalen. Volgens de miljardair wordt de ruimte niet voor niets ‘ruimte’ genoemd. Maar de realiteit is dat de lage aardbanen (500 tot 2500 km boven de aarde) die zich het beste lenen voor datacenters, al behoorlijk vol zitten. Je vindt daar satellieten, brokstukken daarvan, rondzwevende onderdelen en ruimtepuin. Alle kans dus op cascade-effecten. En bij grote constellaties nemen de risico’s op botsingen exponentieel toe.  Bolder waagt het dan ook te betwijfelen of voor de aantallen satellieten die Musk in zijn hoofd heeft, wel voldoende plek is. En ook geopolitiek zit dit moeilijk. Behalve Musk en mede-miljardair Bezos (Amazon) heeft ook China enorme ambities om de banen rond de aarde met satellieten te vullen. En de ruimte wordt ook steeds belangrijker voor militaire operaties, wat weer tot extra spanningen kan leiden.  Koeling Musks idee dat de zon in de ruimte altijd schijnt en de hoeveelheid energie kolossaal groot is, klopt natuurlijk wel. Maar daartegenover staat dat de koeling van de chips een uitdaging is. Bolder: ‘Aan de zonzijde ontstaat een enorme hitte, terwijl het aan de andere kant heel koud is. De hitteafvoer in vacuüm is moeilijker dan op aarde. Vloeistofleidingen kunnen de chips koeler maken, maar dat maakt de satelliet weer zwaarder. Snelle oplossingen zijn er niet.’ Chips zijn bovendien niet goed bestand tegen straling. De apparatuur in de datacenters zal snel moeten worden vervangen. Daar komt bij dat onderhoud zeer moeilijk en kostbaar is. Een ander knelpunt zijn de hoge kosten die de bouw van datacenters in de ruimte met zich meebrengt. Datacenters hebben een hoog gewicht. Musk speelt met de gedachte wel een miljoen extra servers de ruimte in te sturen. Een server rack weegt al gauw meer dan duizend kilo. En de lancering kost minimaal tweehonderd dollar per kilo, stellen deskundigen.  Bolder: ‘De kosten van een lancering zijn per kilo materiaal dat naar de ruimte wordt gebracht, de afgelopen jaren weliswaar flink gedaald, maar nog altijd aanzienlijk. SpaceX heeft met zijn Falcon 9 raketten op dit gebied indrukwekkende resultaten bereikt. Toch is er nog een flinke kostendaling nodig om dergelijke projecten rendabel te maken. Volgens Bolder kan dat nog wel tien tot vijftien jaar duren.  Zoektocht nieuwe infrastructuur Ai verbruikt veel stroom op aarde. Volgens Musk lopen de energie‑ en koelcapaciteit van datacenters tegen de grenzen aan. Bedrijven als Starcloud schetsen hun concepten vaak als kolossale satellieten, waarbij een compacte ai‑server kern wordt omgeven door enorme ringen van zonnepanelen die de installatie van stroom voorzien. Stijn Grove, managing director Dutch Datacenter Association (DDA), noemt het idee van datacenters in de ruimte technologisch interessant. ‘Dit past in de bredere zoektocht naar nieuwe infrastructuur voor een snel groeiende digitale economie. Vanuit de datacenter-sector zien we het vooral als een mogelijke aanvullende ontwikkeling, niet als een vervanging van de bestaande infrastructuur op aarde.’  Rick Pijpers (NSDC) denkt dat deze op zonne-energie gebaseerde rekencapaciteit vooral de basisvraag voor het trainen van ai-modellen kan dekken. Net als kernenergie en waterkracht vormt zonne-energie vanuit de ruimte een continue bron van stroom. Verschillen tussen dag en nacht zijn er niet. Maar ook Pijpers noemt de praktische haalbaarheid van Musk’s ideeën beperkt. Hij vindt het een aannemelijk scenario dat kernfusie in reactoren op aarde in de toekomst de vraag naar rekenkracht voor ai-training gaat dekken.  Pijpers: ‘Op de termijn van drie tot vijf jaar die Musk denkt nodig te hebben om de eerste ruimte-datacenters draaiende te krijgen, zijn alleen heel kleine voorlopers mogelijk. Maar dan spreek je echt om rekencapaciteit in de marge.’ Voorlopig gaat Musk uit van theorie. Hij heeft echter wel bewezen snel ideeën vanuit de theorie naar de praktijk te kunnen brengen. De satellieten die SpaceX lanceerde voor communicatie tot in de verste uithoeken van de wereld, zijn een groot succes.  Latency Grove ziet eveneens grote vraagstukken rond latency, connectiviteit, onderhoud, betrouwbaarheid en enorme kosten van lancering en infrastructuur. Data moet uiteindelijk altijd naar gebruikers en netwerken op aarde, waardoor terrestrische netwerken en datacenters essentieel blijven. Grove: ‘Daarom is het realistischer om dergelijke initiatieven te zien als experimentele of aanvullende capaciteit voor specifieke toepassingen, bijvoorbeeld voor bepaalde vormen van high-performance computing of specifieke dataverwerking dicht bij satellietsystemen. Het zal echter niet de bestaande datacenter-architectuur vervangen.  ‘De ontwikkeling van digitale infrastructuur beweegt juist richting een steeds meer gedistribueerd model. We zien een combinatie van grote internationale hubs, nationale en regionale datacenters en een groeiend netwerk van edge-locaties. Die infrastructuur groeit omdat de vraag naar data, compute en opslag blijft stijgen. Nieuwe concepten, of dat nu onder water, in de ruimte of in andere innovatieve vormen is, kunnen daarbij een rol spelen. Maar ze zullen vooral aanvullend zijn op de bestaande ecosystemen die de digitale samenleving vandaag al draaiende houden.’ Thermisch beheer Met ai-workloads neemt de vermogensdichtheid in datacenters aanzienlijk toe. Dit verandert de eisen aan de infrastructuur. Koeling, energieverbruik en systeemevaluatie moeten opnieuw worden bekeken. Een factor die lange tijd als een bijproduct werd beschouwd, komt nu in beeld: restwarmte. Een rack met een stroomverbruik van 150 kilowatt zet bijna al deze energie om in restwarmte. Alleen luchtkoeling is niet langer voldoende. Thermisch beheer is een van de voornaamste uitdagingen waarvoor Musk zich gesteld voelt. De afvoer van hitte in een vacuüm, zoals in de ruimte, behoort tot de grote thema’s waar het NLR onderzoek naar doet. Het kwijtraken van warmte is geen sinecure. NLR ontwikkelt modellen, tools en ontwerpconcepten om warmte af te voeren, componenten te koelen en complete thermische systemen te integreren in toekomstige ontwerpen.  Debris-mitigatie Een belangrijk onderzoeksgebied van NLR betreft debris-mitigatie; het geheel aan maatregelen om het ontstaan van nieuw ruimtepuin te voorkomen en bestaand puin minder gevaarlijk te maken. Satellieten en raketten moeten zo worden ontworpen dat ze geen onderdelen verliezen tijdens normaal gebruik. Ook het voorkomen van explosies en fragmentaties is belangrijk. Veilige verwijdering na het einde van de levensduur is het streven. Een van de maatregelen is een satelliet uit zijn baan te halen en die gecontroleerd te verbranden. Ook het verplaatsen naar een hogere, minder drukke baan is een optie. Bedrijven met plannen voor datacenters in space 1. Starcloud Amerikaanse startup die specifiek datacenters in lage baan om de aarde bouwt. Lanceerde in 2025 de satelliet Starcloud-1, met o.a. een ai-gpu. Dit wordt gezien als het eerste echte operationele orbital data center. 2. Axiom Space Bouwt een commercieel ruimtestation dat ook een datacenter moet bevatten. Eerste module gepland rond 2026, met een orbital data center rond 2027. 3. Orbital Bouwt infrastructuur voor ‘Orbital AI factories’. Heeft al servers op het International Space Station getest. 4. SpaceX Heeft plannen ingediend voor een constellatie van mogelijk tot een miljoen ton aan ai-datacenter-satellieten. 5. Blue Origin Werkt aan ruimte-infrastructuur die ook space-based computing en datanetwerken moet ondersteunen. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #3.
Spoelstra Spreekt: Marathon
1 week
COLUMN – Het werd altijd voor onmogelijk gehouden maar er is van de week voor het eerst een marathon onder de twee uur gelopen. Door twee personen nog wel. Dat lijkt me ook kut. Loop je onder de twee uur een marathon, wat een prestatie is die in alle kranten over de hele wereld komt te staan, loopt er nog iemand onder de twee uur. En die is nog sneller ook! Hardlopen is populair. Vooral op sociale media. Veel mensen delen hun tijden en afstanden in hun tijdlijn. Strava is de bekendste app. Ik gebruik zelf ook Strava. Dan doe ik de app aan, zet hem op hardlopen en dan fiets ik met mijn elektrische fiets een halve marathon en dan deel ik het op Instagram. Het hoeft niet. Tenzij je achterna wordt gezeten door een wolf natuurlijk Daarbij, en dat wil ik even tegen de hardlopers zeggen, het hoeft niet. Tenzij je achterna wordt gezeten door een wolf natuurlijk. Intensief sporten schijnt namelijk ook helemaal niet zo gezond te zijn. Sporten wel maar intensief sporten, zoals het lopen van een marathon, dus niet. Dus voordat je je Strava gaat delen, bedenk even dat een halve marathon lopen net zo gezond is als het hele weekend barbecueën. Ik weet dat nu een aantal spareribliefhebbers denken, oh dan ben ik eigenlijk best goed bezig! Maar die vlieger gaat ook niet op. Ultieme revanche Dus lieve hardlopers, het hoeft niet. In China hebben ze inmiddels jaarlijks een wedstrijd waar echte lopers het tijdens een halve marathon opnemen tegen robots. De robots hebben dit jaar voor het eerst gewonnen. Het leuke is natuurlijk dat die robot is gemaakt door één of andere nerd die vroeger altijd als laatste werd gekozen met gym. De ultieme revanche. Het lijkt me ook heel frustrerend om een wedstrijd te verliezen van een machine. Bijna net zo kut als een marathon onder twee uur lopen en dan toch nog verliezen. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl.

Pagina's

Abonneren op computable