computable

123 nieuwsberichten gevonden
Visma rondt kaap van 3 miljard euro aan jaarlijkse omzet
6 uur
Visma heeft in de eerste helft van 2026 een omzet van 1,62 miljard euro behaald, 18,8 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De leverancier van bedrijfssoftware zag de aangepaste ebitda met 19,2 procent stijgen tot 547 miljoen euro. De annualised recurring revenue (ARR), oftewel jaarlijks terugkerende omzet, kwam eind juni uit op 3,05 miljard euro, een groei van 18,7 procent. Het klantenbestand groeide met 30,2 procent naar 2,7 miljoen. Organisch nam de omzet met 11,8 procent toe en de ARR met dertien procent. Volgens ceo Merete Hverven kiezen bedrijven steeds vaker voor geïntegreerde software voor onder meer boekhouding, salarisadministratie, facturatie en belastingen. Businessplatforms Visma zet daarbij sterk in op ai. Alle strategische nationale businessplatforms beschikken inmiddels over geïntegreerde ai-functionaliteit. Klanten die toegang hebben tot deze mogelijkheden zijn inmiddels goed voor veertig procent van de ARR. Zo automatiseert het Deense E-conomic financiële gegevens voor accountants en mkb-bedrijven. Volgens Visma kan dit klanten tot 67 uur per maand aan handmatig werk besparen. Het Finse FabricAI automatiseert factuurverwerking en kan naar schatting driekwart op de verwerkingskosten besparen. In Zweden biedt Spiris een ai-gebaseerde virtuele cfo die realtime bankgegevens combineert met voorspellende modellen voor financieel advies. Ook fusies en overnames dragen bij aan de groei. Visma rondde in de eerste helft van het jaar zes transacties af, waaronder de overname van MaisMei en Dootax in Brazilië. Daarnaast investeerde het bedrijf in het Franse Fulll en nam het de Italiaanse oplossing Fattura Elettronica en het Braziliaanse Mister Contador over.
‘Het zou niet wijs zijn om Amerikaanse technologie volledig te negeren’
6 uur
Interview | Kurt Rommens, Google Benelux De adoptie van artificiële intelligentie in de publieke sector komt op gang, zij het versnipperd. Dat zegt Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. ‘We zien te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daarmee alleen krijg je geen waarde.’We spraken Kurt Rommens naar aanleiding van Google Cloud AI Live- event in Zaandam over onderwerpen als ai, hybride cloud en soevereiniteit. Volgens het Google-hoofd publieke sector groeit de belangstelling voor ai bij overheden, zorginstellingen en onderwijsorganisaties snel. Tegelijk verschilt de maturiteit sterk tussen organisaties en landen. Nederland en België bevinden zich volgens Rommens ongeveer in dezelfde fase. In beide landen bestaan tal van proefprojecten en taskforces, maar een grootschalige uitrol blijft voorlopig beperkt. ‘In Luxemburg is dat iets beter, omdat daar een push is vanuit de overheid die expliciet investeert in ai en start-ups.’ Toch is de potentiële impact groot. Volgens door Google aangehaald studiewerk kan ai-adoptie in de Belgische publieke sector ongeveer vier miljard euro extra waarde per jaar creëren. ‘Als je dan weet dat onze overheid nu ook weer zeven miljard op zoek is, dan denk ik: laat het dat eerst optimaliseren en efficiënter maken’, zegt hij. Adoptie Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. Binnen de verschillende domeinen ziet Google duidelijke verschillen. In de zorg is de nood het hoogst en daardoor ook de adoptie. Ai helpt er vandaag al bij personeelsplanning, administratieve taken en medische ondersteuning. ‘Een planning die soms weken duurde, is nu met ai op twee minuten rond’, stelt hij.Daarnaast verwijst hij naar toepassingen bij AZ Delta, UZ Leuven en het Prinses Máxima Centrum in Nederland. In dat laatste centrum werd een bibliotheek met miljoenen medische publicaties via ai ontsloten, zodat artsen tijdens overlegmomenten sneller tot relevante inzichten komen. ‘Daarvoor hadden ze de board, dan twee weken onderzoek en dan terug een board. Nu doen ze dat in één sessie.’Ook in het onderwijs groeit de interesse. Rommens verwijst naar de universiteiten van Groningen en Hasselt, die met Google Workspace werken, naar onderzoek met Google-technologie aan KU Leuven en naar de VUB, die logistieke SAP-processen op Google Cloud laat draaien om data met ai-inzichten te verrijken.Volgens Rommens zijn het uiteindelijk de instellingen zelf die het tempo bepalen, en gaat het niet zozeer om verschillen tussen landen. ‘De ene instelling is de andere niet, en de ene gaat wat sneller.’ De grootste rem zit daarbij volgens hem niet altijd in de technologie, maar in het veranderingsproces. Verkeerd Het debat over digitale soevereiniteit is de voorbije maanden alleen maar belangrijker geworden. Toch vindt Rommens dat de discussie vaak verkeerd begint. ‘Waar wij willen inspelen is de waardecreatie. Wat kan ai gaan betekenen? En dan is er die andere vraag: kunnen we die innovatie op een soevereine, veilige manier doen landen?’ Een partij als Google benadrukt de waarde van ai. ‘We zien al te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daar alleen krijg je geen waarde mee.’ Tegelijk erkent hij dat beide discussies – infrastructuur en soevereiniteit – niet los van elkaar staan. ‘Als je dat eerste niet goed hebt, wordt het heel moeilijk om die waarde te bereiken. Dus het hangt wel aan elkaar.’ Voor Google betekent digitale soevereiniteit bovendien niet voor elke organisatie hetzelfde. Voor de ene overheid draait het vooral om de plaats waar data wordt opgeslagen, voor de andere om wie toegang kan krijgen, wie de infrastructuur beheert of hoe snel men naar een andere leverancier kan overstappen.Ook de politieke context speelt mee. Rommens erkent dat het soevereiniteitsvraagstuk wel sterker op de voorgrond is gekomen door geopolitieke spanningen en de houding van de regering-Trump. Volgens hem is de discussie over digitale soevereiniteit vandaag met name in Nederland gevoeliger dan enkele jaren geleden. ‘Daar speelt het soevereine sentiment meer op’, stelt Rommens vast. Hybride model Google verwacht niet dat overheden volledig voor publieke cloud of volledig voor eigen infrastructuur zullen kiezen. ‘Het zal een hybride model zijn, afhankelijk van de noden die men heeft.’ Om daarop in te spelen, biedt Google verschillende niveaus van soevereiniteit aan. De eerste variant bestaat uit de publieke cloud met aanvullende controles. Klanten kunnen bijvoorbeeld zelf hun encryptiesleutels beheren of bepalen wanneer Google-medewerkers bij een supportvraag toegang krijgen. Voor organisaties met strengere eisen werkt Google onder meer met lokaal beheerde, Europese cloudomgevingen. Rommens verwijst naar de samenwerking met Thales in Frankrijk, waarbij de omgeving onder Franse wetgeving draait en door Franse medewerkers wordt beheerd. ‘Google heeft als Amerikaans bedrijf geen enkel contact inzake operaties, omdat die volledig onder Franse wetgeving vallen.’ Een derde model is een volledig geïsoleerde, zogenoemde air-gapped omgeving. Die kan in het eigen datacenter van een klant draaien en hoeft niet met Google Cloud verbonden te zijn. Dit model richt zich vooral op defensie, inlichtingendiensten en andere organisaties met uiterst gevoelige data. Omdat dit model vooral bedoeld is voor zeer gevoelige workloads, is het technologische aanbod beperkter dan in de publieke cloud. De omgeving beschikt volgens Rommens wel over ingebouwde AI-mogelijkheden. Volgens Rommens bestaat er geen oplossing die alle risico’s uitsluit. ‘Er bestaat geen zero risk, laat dat ook duidelijk zijn.’ Wel moeten klanten volgens hem de technologie, controlemaatregelen en restrisico’s feitelijk kunnen beoordelen, samen met hun juridische diensten en data protection officers. Concurrenten Opvallend is dat Google Europese cloudinitiatieven niet uitsluitend of zozeer als concurrenten beschouwt. Volgens Rommens kunnen platformen zoals StackIT juist een aanvulling vormen op het eigen aanbod. ‘Wij vinden het goed dat er nu Europese alternatieven zijn. Wij zien hen inderdaad als een partner.’ Hij verwijst naar Europese partijen die een soevereine werkplek aanbieden op basis van Google-technologie, maar de dienstverlening zelf beheren. Volgens Google creëert dat extra mogelijkheden voor klanten die lokale operationele controle willen combineren met technologie van een wereldwijde hyperscaler. ‘Het is een verrijking van ons portfolio en het beantwoordt aan de noden van Europa’, stelt Rommens. Tegelijk waarschuwt hij ervoor om Amerikaanse technologie volledig uit te sluiten. ‘Ik denk dat het niet wijs zou zijn van Europa om Amerikaanse technologie volledig te negeren.’ Volgens hem zal de Europese cloudmarkt de komende jaren steeds meer bestaan uit samenwerkingen tussen hyperscalers en lokale aanbieders. Daarbij kunnen Europese partners extra garanties rond juridische controle, beheer en continuïteit bieden, terwijl ze tegelijk gebruikmaken van technologie die wereldwijd wordt ontwikkeld. Volgens Rommens ligt het antwoord daarom niet in één dominant cloudmodel, maar in keuzevrijheid. ‘We hebben altijd oplossingen gebouwd samen met Europa.’
Een verloren seizoen begint met slechte voorbereiding, ook bij erp-migratie
20 uur
Een voetbalclub die pas in augustus begint met trainen, verliest de competitie al voordat die begint. De voorbereiding bepaalt de conditie, tactiek en scherpte waarmee een ploeg het seizoen ingaat. Grote erp-migraties verdienen dezelfde blik, maar worden vrijwel altijd benaderd als een probleem dat verholpen moet worden. Het doel is om aan het einde van de rit op dezelfde plek uit te komen als waar je begon, alleen dan op een nieuw systeem dat wel ondersteund wordt. Die framing klopt niet. Grootschalige migraties zijn zeldzaam, en juist daarom een uitgelezen moment om te onderzoeken hoe een organisatie werkelijk functioneert. Een kans om winst te boeken die groter kan zijn dan de kosten van de migratie zelf.   Tegenstanders De beste trainers gebruiken de voorbereiding om zich over lastige vragen te buigen. Tegen welke tegenstanders spelen we dit seizoen? Welke patronen moeten we doorbreken? Hoe spelen we door als de wedstrijd uit onze handen glipt? De antwoorden bepalen alles, van de opstelling en de tactiek tot hoe je traint. Ploegen die jaar in jaar uit dezelfde oefeningen draaien, houden een vaste plek in de middenmoot. Alleen het ontwerp van het tenue verandert misschien. In augustus ziet het er prima uit, maar in november blijkt dat je weer op dezelfde vlakken tekortschiet. Veel erp-migraties eindigen zo. Het nieuwe systeem draait, maar de processen, de datafragmentatie en de workarounds van jaren geleden lopen gewoon door. De kansen zitten niet per se in het nieuwe systeem zelf, maar in de manier waarop je eromheen organiseert.   Migratie Kijk verder dan welk systeem je kiest of hoe je veilig migreert. Relevanter is welke beslissingen de organisatie na de migratie moet kunnen nemen op basis van data. Wat willen we over ons bedrijf weten dat we tot nu toe niet makkelijk kunnen achterhalen? Welke beslissingen nemen we nog op basis van gebrekkige informatie, omdat data verspreid zijn over systemen die niet met elkaar praten? De meeste migratieprogramma’s werken andersom. Eerst het systeem, ingericht naar het oude systeem. Dan de data erin. Pas daarna de controle of het resulterende model de juiste vragen beantwoordt. Tegen die tijd staan de opstelling en de tactiek al vast, ongeacht of die daadwerkelijk een beter seizoen kunnen opleveren.   Plan Een goede trainer wacht niet negentig minuten op de uitkomst van het voorbereide plan. Die leest het spel en wisselt of past de opstelling aan wanneer dat nodig is. Dat vraagt om een organisatie die getraind is om nieuwe vragen te stellen zodra de omstandigheden veranderen. Daar raken ontologie en ai elkaar. Een goed ontworpen ontologie beschrijft de organisatie in data, inclusief bedrijfslogica en betrouwbare metadata. Voeg daar ai aan toe en je ontwikkelt een flexibel datamodel dat beslissingen tijdens de wedstrijd ondersteunt. Wat is een ontologie?Wedstrijdbeelden tonen alles wat er gebeurd is, maar een trainer leest het spel vanaf het tactiekbord, waar spelers, posities en opties in één oogopslag zichtbaar zijn. Een ontologie vervult diezelfde rol voor een organisatie. Het is een levend model van het bedrijf, dat beschrijft waar de organisatie op draait, zoals orders, producten, fabrieken en klanten, hoe die met elkaar samenhangen en welke acties erop mogelijk zijn. Erp-systemen registreren de transacties. De ontologie geeft er betekenis aan, zodat mensen en ai samen het spel kunnen lezen en erop kunnen handelen. Volgende golf Grootschalige migraties komen eens in de vijftien tot twintig jaar voor. Wat je nu bouwt, moet dus nieuwe economische cycli, bestuurswisselingen en de volgende golf van ai-mogelijkheden kunnen doorstaan. Lift-and-shift, het één-op-één overzetten van het oude landschap, doet niets meer dan de interessante mogelijkheden uitstellen tot de volgende seizoensvoorbereiding. Dat is een lange tijd om te draaien op een systeem dat eerder bij toeval dan met opzet tot stand kwam.    
Microsoft duwt ai door bij klanten
22 uur
Microsoft en zijn partnerkanaal gaan bij hun klanten de komende maanden sterk aansturen op daadwerkelijke groei van het ai-gebruik en alles wat daarvoor nodig is. Bij contractverlengingen zullen zij afnemers verleiden tot een grotere ai-adoptie, workload-uitbreiding en meer cloudconsumptie. De onderhandelingsdynamiek rondom Microsoft-contracten staat voor sterke veranderingen, stellen Martijn Meekel en Kevin Pastor, beiden managing partner bij Be Sharp Experts. Het licentie-adviesbureau ziet de contractonderhandelingen er in het ai-tijdperk zeker niet gemakkelijker op worden. Ai moet voor Microsoft dé melkkoe worden. Aan de klantzijde is goed beheer van ai nodig om te voorkomen dat de kosten niet door het dak gaan. Als je te veel licenties hebt, krijg je niet meer zoals vroeger daarvan een melding. Het geven van instructies aan een ai-bot vereist niet alleen een gebruikerslicentie, maar ook voor de consumptie in de vorm van credits betaal je. Vaak is moeilijk in te schatten hoeveel een ai-bot moet doen om tot het gewenste resultaat te komen. Ook het terugpraten van de bot kost credits. Het aan het werk zetten van een ai-assistent is nog te overzien. Moeilijker wordt het met ai-agenten die zelfstandig werken en niet meer aan een gebruiker zijn gekoppeld. Naast Copilot Chat (voor vragen, het maken van content en samenvattingen binnen Microsoft 365) en Copilot Cowork (voor het uitvoeren van langlopende taken in meerdere stappen in M365) is er nu ook Microsoft Scout, een autopilot die lokaal als desktop-app werkt of binnen M365 E7. Ai duwt kosten verder omhoog Om het gebruik van deze nieuwe enterprise-suite voor het ai-tijdperk aan te zwengelen, geeft Microsoft op E7 percentueel de grootste kortingen. Klanten met een E5-bundel worden ontmoedigd bij zo’n variant te blijven. Meer agressief worden klanten naar duurdere bundels met ‘veel’ ai gepusht. Over de hele linie heeft Microsoft de prijzen afgelopen juli verhoogd. Volgens Martijn Meekel zijn de onderhandelingen over verlengingen moeilijker geworden. Resellers gaan organisaties met minder dan 2.400 werkplekken bedienen. Microsoft doet zelf alleen nog de hele groten. Veel korting wordt niet meer gegeven. De volumekortingen krimpen. Aan het begin van een nieuwe contractperiode zijn de kortingen relatief het hoogst, ook om klanten snel te laten innoveren en het gebruik te stimuleren. Elk jaar worden die kortingen minder. Bij een nieuwe verlenging herhaalt zich dit patroon. Als de klant eenmaal vastzit aan ai, is er weinig prikkel meer nodig. De komende maanden richt de verkoopinspanning van Microsoft zich vooral op de introductie van nieuwe ai-oplossingen, uitbreiding van het aantal gebruikers en meer adoptie binnen bestaande klantomgevingen. De nadruk ligt op de promotie van Microsoft 365 Copilot, Copilot Chat, Azure ai Services en Microsoft Fabric. Partners die het gebruik bij klanten weten aan te zwengelen, worden beter beloond dan partners die uitsluitend softwarelicenties verkopen. Microsoft heeft er alle belang bij dat klanten ai structureel integreren in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Roadmap Kevin Pastor ziet ai steeds vaker onderdeel worden van commerciële gesprekken, roadmapdiscussies en contractverlengingen. Azure-consumptie blijft het fundament onder Microsofts strategie. De laatste kwartaalcijfers lieten zien dat Azure enorm snel groeit en Microsofts financiële motor is. Microsoft blijft nadrukkelijk sturen op Azure-consumptie, Marketplace-omzet, Azure ai Services, dataplatformen, cloudmigraties en langlopende Azure-commitments. De relatie tussen ai en Azure wordt daarbij steeds sterker. Vrijwel iedere ai-oplossing binnen het Microsoft-portfolio genereert aanvullende consumptie van cloudcapaciteit, opslag, dataverwerking en ai-services. Een ai-initiatief reikt vaak verder dan Copilot alleen en kan leiden tot aanvullende investeringen in dataplatformen, integraties, governance en Azure-consumptie. Ai kost doorgaans veel meer dan alleen de software. Als je begint met een klein ai-project, ga je ongemerkt veel meer data opslaan en clouddiensten gebruiken. Hierdoor lopen de totale kosten snel op. Kijk daarom niet alleen naar de prijs van de ai-software zelf. Let ook goed op de kosten voor de cloud (zoals Azure), de dataopslag en de regels voor het beheer ervan. Meekel noemt als voorbeeld een organisatie die vijfhonderd Copilot-licenties aanschafte. ‘Vervolgens groeide de Azure-opslag met dertig procent, werd Purview ingericht voor governance en ontstond behoefte aan ai Foundry. De totale investering bleek uiteindelijk drie keer hoger dan alleen de Copilot-licenties.’ Meekel onderstreept dat investeringen in ai niet per se verkeerd hoeven uit te pakken. Voor organisaties met een duidelijke ai-roadmap en goede governance kan deze investering juist veel rendement opleveren. Het probleem ontstaat wanneer technologie de strategie gaat bepalen in plaats van andersom. Grip op ai-kosten en contracten Bedrijven moeten dus goed nadenken voordat ze geld uitgeven aan ai. Ze moeten niet alleen naar de techniek kijken, maar naar het totale plaatje. Dat betekent dat ze vooraf moeten checken wat het betekent voor: Extra kosten voor opslag in de cloud; Regels over wie de software mag gebruiken; Veiligheid van de bedrijfsgegevens; Contracten waar ze voor langere tijd aan vastzitten. Veel organisaties nemen onder tijdsdruk grote Microsoft-beslissingen zonder de risico’s en totale kosten te kennen. Hierdoor spelen ze de leverancier in de kaart, in plaats van hun eigen organisatiedoelen te behalen. De kwestie is niet langer uitsluitend welke technologie beschikbaar is. De vraag wordt steeds vaker: Welke workloads leveren daadwerkelijk bedrijfswaarde? Welke ai-oplossingen worden daadwerkelijk gebruikt? Welke Azure-commitments zijn realistisch? Welke contractuele verplichtingen beperken toekomstige flexibiliteit? Welke investeringen worden gedreven door bedrijfsbehoeften en welke door strategieën van de leverancier? Dat onderscheid wordt steeds belangrijker naarmate softwareleveranciers overstappen op modellen die gebaseerd zijn op consumptie, gebruik en adoptie. Juist daardoor verschuift de uitdaging van licentiebeheer steeds vaker naar het beheersen van gebruik, governance en langetermijnverplichtingen binnen het cloud-ecosysteem. LicentieWatch is een rubriek over licenties, tarieven, abonnementen en andere afrekenmodellen voor ict-diensten, hard- en software. Tips, vragen of opmerkingen? Mail ons op redactie@computable.nl.
Kort: LemmaBase opent aanval op ondoorzichtige ai, phisher misbruikt vertrouwen in populaire cloudplatforms (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Nederlandse startup maakt ai-besluiten controleerbaar, Kaspersky waarschuwt voor phishing via Cloudflare en GitHub, IBM wil kloof tussen ai-uitgaven en opbrengsten dichten, Delmic automatiseert nanometingen met ai en robotica, en financiële sector ziet golf van ai-gestuurde cyberaanvallen.Nederlandse startup lanceert opensourcetaal voor betrouwbare aiDe Nederlandse startup LemmaBase introduceert de opensourceprogrammeertaal Lemma, waarmee organisaties wet- en regelgeving en bedrijfsregels controleerbaar kunnen vastleggen. De taal is gebaseerd op het principe ‘rules as code’ en moet een tegenwicht bieden aan de veelal ondoorzichtige ai-systemen.Lemma scheidt beslislogica van operationele systemen en maakt inzichtelijk welke regels tot een bepaalde uitkomst leiden en hoe die regels veranderen. Daardoor kunnen organisaties ai  inzetten voor processen waarbij controleerbaarheid en voorspelbaarheid belangrijk zijn. Toepassingen zijn onder meer kredietbeoordeling, toeslagen, vergunningverlening, zorgvergoedingen en douaneregels.Volgens LemmaBase verschuift de aandacht van ai-mogelijkheden naar ai-governance. De specificatie en broncode van Lemma zijn inmiddels als open source beschikbaar. De startup positioneert de taal als een standaard voor organisaties die ai willen gebruiken zonder de controle over besluitvorming uit handen te geven.Kaspersky ziet 390.000 phishingaanvallen via legitieme cloudKaspersky waarschuwt voor een sterke toename van phishing via legitieme cloudplatforms. Volgens onderzoek zijn de afgelopen twaalf maanden meer dan 390.000 aanvallen uitgevoerd via diensten als Cloudflare Workers, Vercel, Netlify, GitHub Pages en InterPlanetary File System (protocol voor het opslaan en delen van bestanden via internet).Aanvallers misbruiken het vertrouwen in deze platforms voor meerstapsaanvallen die zelfs multi-factorauthenticatie (mfa) kunnen omzeilen. In een onderzochte campagne worden slachtoffers via een valse captcha naar een nagemaakte Microsoft 365-inlogpagina geleid. Met de browser-in-the-browser-techniek lijkt deze pagina op een authentiek Office 365-venster. Ingevoerde gebruikersnamen, wachtwoorden, mfa-codes en sessiecookies worden vervolgens onderschept.Kaspersky meldt dat legitieme clouddiensten aantrekkelijk gevonden vanwege hun reputatie, gratis abonnementen en beschikbare ontwikkeltools. De beveiligingsspecialist adviseert extra alert te zijn op onverwachte inlogverzoeken en verdachte captcha’s.Delftse Delmic automatiseert voorbereiding nanometingenDe Delftse scale-up Delmic presenteert op het International Microscopy Congress in Liverpool (31 augustus t/m 4 september) nieuwe technologie om nanometingen te versnellen. Met ai, robotica en fluorescentiemicroscopie automatiseert het bedrijf stappen die onderzoekers nu nog grotendeels handmatig uitvoeren.Bij cryo-elektronenmicroscopie lokaliseert Delmics zogeheten Meteor-systeem eiwitten en celstructuren, waarna het automatisch op de juiste plek dunne plakjes kan uitsnijden. Ook de selectie van meetlocaties bij cathodoluminescentie (analysetechniek om materiaaldefecten of afwijkingen aan het licht te brengen) wordt geautomatiseerd met een nieuwe generatie Sparc-technologie. Daarmee zijn onder meer materialen voor chips, elektrische voertuigen, leds en datacenters op nanoschaal te onderzoeken.Volgens Delmic-ceo Sander den Hoedt vormt handwerk rond de microscoop steeds vaker de bottleneck. Delmic, een spin-off van TU Delft, levert inmiddels aan ruim 220 onderzoeksinstituten in meer dan dertig landen.Negen op tien financiële instellingen ziet meer ai-cyberaanvallenVan de wereldwijd ondervraagde financiële instellingen ziet 89 procent het aantal ai-gebaseerde cyberaanvallen toenemen. Dat blijkt uit onderzoek van TrendAI, onderdeel van het Japanse cybersecuritybedrijf Trend Micro. Aanvallers zetten ai in om phishing, fraude en ransomware op grotere schaal en met hogere snelheid uit te voeren.Volgens het onderzoek gaat 67 procent van de instellingen bovendien gebukt onder zogenoemde counter incident response. Aanvallers proberen tijdens een lopende aanval actief beveiligingsteams te hinderen, bijvoorbeeld door logbestanden te verwijderen of endpoint detection and response-systemen uit te schakelen. Ook api-aanvallen nemen toe: 55 procent meldt hiervan een stijging.TrendAI signaleert daarnaast het gebruik van ai-agents, steganografie en promptinjectie. Iets meer dan de helft van de ondervraagde organisaties krijgt ondanks de toenemende dreiging geen extra cybersecuritybudget.IBM koppelt ai-kosten aan bedrijfsresultaatIBM introduceert Apptio AI Value & ROI, waarmee organisaties ai-uitgaven koppelen aan meetbare bedrijfsresultaten. De functionaliteit biedt it-, financiële en ai-governanceleiders één overzicht van onder meer tokenverbruik, kosten en de opbrengsten van ai-initiatieven.De oplossing bouwt voort op IBM Apptio Costing Standard, de financiële basis voor het analyseren en toewijzen van it-kosten, en Apptio AI TCO & Usage. Die laatste functionaliteit brengt specifiek de totale kosten en het gebruik van ai in kaart, waaronder uitgaven voor modellen, cloudinfrastructuur, tokens en personeel. Apptio AI Value & ROI koppelt deze kosten vervolgens aan indicatoren voor omzet, kosten, snelheid, productiviteit en risico. Organisaties kunnen zo per ai-initiatief doelstellingen en gerealiseerde resultaten volgen.IBM stelt de software beschikbaar als public preview (publiek beschikbare testversie) voor klanten van Apptio Costing Standard en Apptio AI TCO & Usage. Algemene beschikbaarheid staat gepland voor het derde kwartaal van 2026.
Hoe verbeter je ot-security?
1 dag
Vind je route naar een weerbare kritieke omgeving op Cybersec Netherlands 2026Wanneer een cyberaanval een fabriek, brug, kerncentrale of andere operationele technologie (ot)-omgeving raakt, gaat het al snel over meer dan data en systemen. Dan staat ook fysieke veilgheid op het spel. Hoe beheers je die risico’s? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands. Moderne ot-omgevingen worden steeds sterker verbonden met it-netwerken, cloudplatformen, externe leveranciers en remote beheeroplossingen. Daardoor groeit het aanvalsoppervlak, terwijl systemen vaak niet zomaar kunnen worden stilgelegd, vervangen of gepatcht.Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die uitdaging vanuit verschillende invalshoeken bekijken: van netwerkisolatie en segmentatie tot supply-chain security, toegangsbeheer en monitoring. Samen vormen ze een route naar de vraag die er uiteindelijk toe doet: hoe maak je kritieke infrastructuur weerbaarder zonder de operatie zelf in gevaar te brengen?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je jouw collega’s weerbaarder maakt?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Security mag de operatie niet brekenIn een klassieke it-omgeving kun je een kwetsbaar systeem vaak patchen, vervangen of tijdelijk offline halen. Bij ot-security ligt dat anders. Een systeem kan onderdeel zijn van een productieproces, laboratorium of andere kritieke omgeving die permanent beschikbaar moet blijven.Beveiligen betekent hier daarom niet simpelweg zo veel mogelijk maatregelen implementeren. Het draait om de balans tussen vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid. Vooral die laatste is in kritieke omgevingen een voorwaarde voor de bedrijfsvoering. De centrale vraag is dan ook niet hoe je een omgeving maximaal dichtzet, maar hoe je de weerbaarheid verhoogt zonder de continuïteit in gevaar te brengen.Stap 1: breng eerst in kaart wat je moet beschermenIedere ot-securitystrategie begint met de vraag welke assets, installaties en verbindingen eigenlijk onderdeel uitmaken van de operationele omgeving. Een logische eerste stop is de sessie ‘Securing critical infrastructures through open-source network isolation’ (10 september van 15.30 tot 16.00 uur in Tech Theatre 6). Rogier Spoor, productmanager bij Surf, kijkt daarin naar de bescherming van kritieke infrastructuur vanuit netwerkisolatie. Encryptie, identity federation en open-source tooling worden gecombineerd om onder meer operationele technologie (ot) en onderzoeksinfrastructuur af te schermen van publieke netwerken en externe dreigingen. Dat brengt de discussie terug naar de fundamentele securityvraag van welke verbindingen een kritieke omgeving eigenlijk nodig heeft.Armis Security Netherlands sluit daar goed op aan (stand 11.C082). De organisatie richt zich op asset intelligence en het inzichtelijk maken van apparaten, systemen en hun onderlinge risico’s. Voordat je beveiligingsmaatregelen kunt bepalen, moet je immers weten wat er daadwerkelijk in de omgeving aanwezig is en hoe onderdelen met elkaar verbonden zijn.Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van de kritieke infrastructuur die je moet beschermen en van verbindingen die noodzakelijk zijn versus verbindingen die vooral extra risico opleveren.Stap 2: maak van netwerkisolatie geen eilandOt-omgevingen volledig isoleren klinkt aantrekkelijk, maar in de praktijk moeten productieomgevingen communiceren met leveranciers, engineers en onderhoudspartijen. Het gaat daarom niet alleen om of een netwerk is afgeschermd, maar vooral om hoe verkeer tussen verschillende omgevingen wordt gecontroleerd.Compumatica secure networks past hier goed bij (stand 11.C024). De organisatie richt zich op netwerkbeveiliging en beveiligde communicatie en biedt daarmee een praktische invalshoek op de vraag hoe noodzakelijke verbindingen beschikbaar blijven zonder de operationele omgeving onnodig bloot te stellen.De sessie ‘Maximale uptime in een zero trust wereld: hoe balanceer je tussen cybersecurity en efficiënte service’ (9 en 10 september, 10.15 – 10.45 uur, OT Security Dome 1) sluit hier direct op aan. Stefan van Dooren, productmanager bij IXON Cloud, schetst de spanning tussen het beperken van externe verbindingen en het beschikbaar houden van toegang voor machinebouwers en onderhoudspartners. Zero trust betekent in een ot-omgeving niet dat alle externe verbindingen worden geblokkeerd, maar dat toegang gerechtvaardigd en gecontroleerd wordt ingericht.Wat levert deze stop op?Een concreter beeld van hoe je kritieke systemen kunt isoleren zonder ze onbereikbaar te maken voor de mensen en systemen die ze nodig hebben.Stap 3: kijk ook buiten je eigen netwerkEen goed beveiligde ot-omgeving staat niet op zichzelf. Leveranciers van machines, industriële software, onderhoud en remote support maken tegenwoordig onderdeel uit van dezelfde digitale keten. Een leverancier met toegang tot een kritieke omgeving kan daarmee een aanvalspad vormen dat buiten de directe controle van de organisatie ligt.L2P sluit aan bij dit deel van de route (stand 11.C018). De organisatie richt zich op informatiebeveiliging, risicomanagement en compliance en benadert security daarmee ook als een kwestie van governance en aantoonbare beheersing.De sessie ‘Chain resilience in practice: making cybersecurity work for SMEs’ (9 september, 13.55 – 14.15 uur, Mainstage) sluit hierop aan. Anne Visser, senior programmamanager cybersecurity- en weerbaarheid bij Security Delta (HSD), kijkt naar cyberweerbaarheid vanuit het perspectief van organisaties die onderdeel zijn van complexe ketens. Leveranciers, serviceproviders en technologiepartners zijn geen losse schakels. De beveiliging van de ene organisatie heeft direct invloed op de weerbaarheid van andere partijen.Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op cyberrisico, want niet alleen de eigen systemen tellen mee, maar ook de leveranciers, technologie en verbindingen waarvan de continuïteit afhankelijk is.Stap 4: houd toegang tot kritieke systemen onder controleEen kritieke omgeving kan nog zo goed zijn gesegmenteerd, uiteindelijk moeten mensen en externe partijen er toegang toe hebben. Juist in ot-omgevingen is remote access vaak noodzakelijk voor machinebouwers, integrators en onderhoudspartijen. Daardoor is toegangsbeheer een van de belangrijkste ot-securityvraagstukken.De sessie ‘Identity at the core: building cyber resilience for 2026 and beyond’ (9 september, 10.15 – 10.45 uur, Masterclass theater 4) sluit hierop aan. Vivin Sathyan, chief technology evangelist bij ManageEngine, benadert identity als een belangrijk onderdeel van de security perimeter. De vraag is niet alleen wie toegang heeft, maar wat er gebeurt wanneer een aanvaller met gestolen inloggegevens, te ruime rechten of via een onbeheerd endpoint toegang krijgt.Uniqkey sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C041). De organisatie richt zich op password- en access management en biedt inzicht in toegangen, het beheren van rechten en het snel intrekken daarvan. Daarmee raakt Uniqkey aan het praktische vraagstuk achter least privilege: wie krijgt toegang tot welke systemen en wanneer moet die toegang weer verdwijnen?Wat levert deze stop op?Meer grip op de digitale voordeur van de kritieke omgeving, want wie heeft toegang, waarom en hoe snel kun je die toegang weer intrekken?Stap 5: bewijs dat de beveiliging ook in de praktijk werktUiteindelijk komt iedere securitystrategie uit bij dezelfde ongemakkelijke vraag: werkt het ook? Een architectuur kan er op papier uitstekend uitzien, maar wat gebeurt er wanneer een aanvaller daadwerkelijk probeert binnen te komen? En hoe snel merkt de organisatie dat er iets misgaat?Monitoring en periodiek testen zijn daarom noodzakelijk. Kritieke omgevingen veranderen voortdurend. Nieuwe PLC’s, HMI’s, sensoren en industriële verbindingen veranderen de ot-omgeving continu, waardoor periodieke validatie essentieel blijft. Een beveiligingsmaatregel die vandaag effectief is, kan daardoor morgen minder effectief zijn.De sessie ‘Live risk, real security: bridging the gap between SecOps and GRC’ (10 september, 11.00 – 11.30 uur, Masterclass theater 2) sluit hierop aan. Berry Rijnbeek en Diederik Schouten, senior security solutions engineers bij Rapid7, laten zien hoe security operations en governance, risk en compliance dichter bij elkaar kunnen worden gebracht. Door actuele dreigingsinformatie te koppelen aan assets, exposure en security controls ontstaat een continu beeld van risico’s en van de vraag of beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk effectief zijn.Ook Fox-IT sluit goed aan bij deze laatste stap van de route  (stand 11.E037). Met expertise in cybersecurity, incident response en onderzoek naar digitale aanvallen biedt de organisatie een praktische aanvulling. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag welke maatregelen nodig zijn, maar ook om wat er gebeurt wanneer die maatregelen worden omzeild of tekortschieten.Wat levert deze stop op?Een praktische manier om van ‘we hebben beveiliging ingericht’ naar ‘we weten dat onze kritieke omgeving daadwerkelijk weerbaar is’ te komen.Weerbaarheid zonder stilstandWie deze route volgt, ziet dat ot-security veel verder gaat dan het beveiligen van industriële netwerken. Het begint met inzicht in de ot-omgeving en de verbindingen met it, leveranciers en externe partijen. Daarna volgen netwerkisolatie, veilige verbindingen tussen it en ot, supply-chain security en gecontroleerde toegang. Monitoring en toetsing maken de cirkel rond.Cyberweerbaarheid betekent uiteindelijk niet dat er nooit iets misgaat. Het betekent dat een organisatie een aanval waar mogelijk kan voorkomen, snel kan detecteren wanneer dat niet lukt en de impact op kritieke processen beheersbaar kan houden.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je jouw collega’s weerbaarder maakt?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Gevallen wonderkind pompt 400 miljoen dollar extra in ASML-uitdager
1 dag
Situational Awareness investeert vierhonderd miljoen dollar bovenop de honderd miljoen dollar die het Amerikaanse hedgefonds eerder stak in Source Foundry. Deze startup uit Silicon Valley neemt de handschoen op tegen ASML met een hele nieuwe manier van chipproductie. Zo berichten de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal en persbureau Bloomberg. Source Foundry richt zich op geavanceerde materialen, nanofabricage en lithografie-apparatuur – de productiestappen voorafgaand aan de productie van silicium. Nu zijn er wel meer jonge techbedrijven die een alternatief voor ASML’s EUV-machines zeggen te ontwikkelen, maar het in juli 2025 opgerichte Source Foundry trekt zeer veel aandacht. Dat komt niet in de laatste plaats door de 25-jarige oprichter van Source Foundry’s geldschieter Situational Awareness, Leopold Aschenbrenner. De Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal verhaalt hoe de Duitse knaap met zijn fonds eind juli aan de rand van de afgrond stond. Zijn hedgefonds crashte bijna. In een maand verloor hij een dikke dertig miljard dollar, bijna twee derde van het kapitaal dat onder zijn beheer stond.  Riskante posities Aschenbrenner had met enorme hoeveelheden geleend geld zeer riskante posities in techbedrijven ingenomen. Hij kocht massaal aandelen in bedrijven op het gebied van ai-infrastructuur, terwijl met verkoopopties in saas-bedrijven werd gespeculeerd op een koersval. Toen de markt nerveus werd over het te verwachten rendement in de ai-sector en klassieke softwaremakers zich herstelden van eerdere koersdalingen, kwam Situational Awareness in gevaar. De banken die hem geld hadden geleend, vroegen meer onderpand en extra zekerheden.  Het gevallen wonderkind was gedwongen een groot deel van de aandelenportefeuille te gelde te maken. Hij verkocht een enorme hap belangen in ai -bedrijven zoals OpenAI aan een ander hedgefonds. Zijn rivaal Ken Griffin Citadel verwierf dit aandelenpakket tegen een korting van tien procent. Situational Awareness bleek voldoende geld over te hebben om Source Foundry vierhonderd miljoen dollar toe te stoppen. Hierbij gaat het om een gok op de lange termijn. Want naast de speculaties in tech-aandelen die Aschenbrenner bijna de kop hadden gekost, investeerde de Duitser ook in zeer jonge bedrijven die weinig verder zijn dan een eerste idee of prototype.  Stealth phase Source Foundry is, zoals ook uit de LinkedIn-profielen van de oprichters blijkt, in de ‘stealth phase’. Er is nagenoeg geen publieke informatie over de technologie die de startup ontwikkelt. Evenmin geeft het bedrijf details prijs over de alternatieve natuurkundige principes waarmee de huidige complexiteiten rondom ASML’s extreme ultraviolette techniek (EUV) worden omzeild. Source Foundry claimt een aanzienlijk goedkoper en eenvoudiger systeem te ontwikkelen, maar van validatie in een chipfabriek is geen sprake. Scepsis is op zijn plaats als zowel wetenschappelijk als industrieel de grenzen moeten worden opgezocht.  Om ASML’s complexe EUV-generatie met gesmolten tin te omzeilen, is een volledig nieuwe, stabiele lichtbron nodig die in staat is om structuren op angstrom-schaal te printen. Hardware-startups in Silicon Valley die alternatieve methoden proberen te gebruiken (zoals zachte röntgenstralen) stuiten historisch gezien op catastrofale technische obstakels met betrekking tot stralingsschade, materiaaldegradatie en nauwkeurige uitlijning.  Ook qua toeleveringsketen wacht Source Foundry een gigantische klus: ASML’s machines zijn afhankelijk van een enorm, exclusief netwerk van duizenden gespecialiseerde wereldwijde leveranciers, zoals Zeiss voor optica. Source Foundry moet een alternatieve toeleveringsketen helemaal opnieuw opbouwen.  Geloofwaardig En dan is er nog een gebrek aan validatie door Source Foundry: Om haar beweringen echt geloofwaardig te maken, zou een grote fabrikant zoals TSMC of Samsung in de toekomst kapitaal moeten investeren in hun apparatuur. Totdat een klant met een goede reputatie hun systeem in een cleanroom valideert, blijft de waardering van vijf miljard dollar van Source Foundry een gok op de theorie van een team in plaats van een fysieke realiteit. Dat team wordt geleid door twee voormalige onderzoekers van Stanford University, Abdulmalik Obaid en Joe Burg. Dit duo is er in ieder geval in geslaagd een aantal investeerders zoals Sequoia Capital (stapte ook vroeg in Google, Apple en Stripe) over de streep te trekken. Maar technisch is de uitdaging zo groot dat het nog vele jaren kan duren voordat hun chipmachines rijp voor de markt zijn, aldus de Wall Street Journal. Ook Amerikaanse start-ups als xLight, Substrate en Inversion proberen ASML’s monopolie te doorbreken. 
Cybersec keynote: Ashish Shrestha over leiderschap tijdens cybercrises
1 dag
Iedere organisatie heeft een crisisplan voor een cyberincident. Draaiboeken liggen klaar, crisisteams worden geactiveerd en technische specialisten weten welke stappen ze moeten zetten zodra het alarm afgaat. Maar vrijwel geen enkele organisatie bereidt de persoon voor die tijdens zo’n crisis de belangrijkste beslissingen moet nemen: de ciso. De organisatie heeft een crisisplan’, zegt Ashish Shrestha, ‘maar niemand bereidt de leider voor die uiteindelijk de verantwoordelijkheid draagt.’ Voormalig groeps-ciso van Jaguar Land Rover Shrestha stond aan het roer tijdens een van de meest spraakmakende cybercrises van de afgelopen jaren.Ashish Shrestha op Cybersec Netherlands 2026Tijdens Cybersec Netherlands 2026 verzorgt Ashish Shrestha de keynote over de menselijke kant van cyberleiderschap: When the alarm sounds: the call no leader wants – The human side of being a CISO (based on true events). Daarnaast neemt hij deel aan een paneldiscussie over de mentale belastbaarheid van ciso’s en de vraag hoe organisaties hun cyberleiders beter kunnen ondersteunen tijdens en na een crisis.Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.👉🏼 Registreer je gratis!Het is een uitspraak die de kern vormt van zijn verhaal. Wie hem spreekt, merkt al snel dat hij nauwelijks over technologie begint. Natuurlijk, hij werkte bijna twintig jaar in de internationale cybersecuritywereld en bekleedde sleutelposities bij onder meer Shell en Jaguar Land Rover. Tegenwoordig is hij ceo en medeoprichter van Zyn Global. Maar als Shrestha terugkijkt op zijn carrière, spreekt hij liever over mensen dan over systemen. ‘Cybersecurity is niet langer uitsluitend een technologievraagstuk’, zegt hij. ‘Het is steeds vaker een vraagstuk van besluitvorming met diep menselijke gevolgen.’Juist hij zou kunnen vertellen over ransomware, geavanceerde dreigingsactoren of de nieuwste ai-aanvallen. Toch kiest hij bewust een andere invalshoek. ‘Technologie blijft zich ontwikkelen. De menselijke natuur verandert veel langzamer. Uiteindelijk zijn het mensen die de kwaliteit bepalen van de beslissingen die onder onzekerheid worden genomen.’Geen rechte lijnWie denkt dat Shrestha al vroeg wist dat hij chief information security officer (ciso) zou worden, heeft het mis. Zijn loopbaan ontwikkelde zich niet volgens een strak uitgestippeld plan. ‘Ik heb nooit gezegd: ik wil ooit groeps-ciso worden. Mijn ambitie was altijd om betekenisvol werk te doen en telkens de volgende uitdaging aan te gaan.’Die houding bracht hem in uiteenlopende internationale omgevingen, waar hij leerde dat cybersecurity veel verder gaat dan firewalls en detectiesystemen. Vooral zijn jaren bij Shell vormden daarin een belangrijk fundament. ‘Je leert daar omgaan met een enorme complexiteit. Verschillende landen, verschillende culturen, verschillende risico’s. Maar vooral leer je dat veiligheid nooit alleen een technisch vraagstuk is. Uiteindelijk draait het altijd om mensen.’Juist daar ontstond zijn fascinatie voor leiderschap. ‘In het begin van je carrière denk je vooral na over oplossingen. Later realiseer je je dat de echte uitdaging niet zit in de techniek, maar in het meenemen van mensen.’De nieuwe cisoVolgens Shrestha verandert de rol van de ciso fundamenteel. Wat vroeger vooral een it- en gegevensbeveiligingsdiscipline was, verschuift nu naar het bieden van een veilige, betrouwbare en onderling verbonden ervaring, een stabiele wereldeconomie en het beschermen van onze manier van leven in de digitale paradigmaverschuiving waarin we ons nu bevinden.‘De vraag is niet langer of een organisatie bescherming nodig heeft en wat we moeten beschermen, maar iets fundamentelers: waarom is deze bescherming eigenlijk belangrijk? Wie beschermen we? Wat proberen we te behouden en wat is de impact als we dit verkeerd aanpakken?’‘Technische kennis blijft belangrijk, maar het onderscheid wordt steeds minder gemaakt op basis van wie de beste techneut is.’ Volgens hem worden andere vaardigheden steeds belangrijker. ‘Kun je complexe risico’s begrijpelijk uitleggen? Kun je vertrouwen opbouwen? Kun je mensen meenemen in moeilijke beslissingen? Kun je rust brengen wanneer iedereen naar jou kijkt? Dat zijn uiteindelijk leiderschapskwaliteiten. Geen technische.’OordeelsvermogenOpvallend genoeg denkt Shrestha niet dat organisaties een tekort hebben aan informatie. Integendeel. ‘We hebben steeds meer data, dashboards en ai. Tijdens een crisis ontbreekt het zelden aan informatie.’‘Goed oordeelsvermogen.’ Hij formuleert het bijna als een levensles: ‘Meer informatie leidt niet automatisch tot betere beslissingen.’ Juist daar ziet hij de grootste uitdaging voor de komende jaren. ‘Ai kan ons helpen patronen te herkennen en cognitieve belasting te verminderen. Maar context, ethiek en verantwoordelijkheid blijven menselijke eigenschappen.’Die overtuiging vormt ook de basis van Zyn Global. ‘We moeten technologie gebruiken om mensen betere beslissingen te laten nemen. Humans must lead. Technology must augment.’Jaguar Land RoverHalverwege het gesprek komt Jaguar Land Rover ter sprake. Als Group CISO in de afgelopen twee decennia heeft Shrestha enkele van de meest complexe cybercrises van de afgelopen jaren geleid. Hij vermijdt bewust operationele details.‘Uit respect voor mijn voormalige werkgevers en professionele vertrouwelijkheid ga ik niet in op operationele details.’ Toch bevestigde die periode de leiderschapsprincipes waar hij al lang in geloofde. ‘Tijdens een crisis verandert je rol volledig. Mensen kijken niet meer naar je functie; ze kijken naar jou.’Voor Shrestha draait leiderschap op zulke momenten niet om het hebben van alle antwoorden. ‘Leiderschap betekent voor mij duidelijkheid creëren wanneer onzekerheid overheerst, kalm blijven wanneer anderen onrust voelen en mensen helpen samen goede beslissingen te nemen. Ik heb leiderschap altijd gezien als een vorm van dienstbaarheid. Als mensen een moeilijke situatie verlaten met meer vertrouwen, meer verbondenheid en meer handelingsperspectief dan toen ze binnenkwamen, heb je als leider je werk goed gedaan.’Eenzame verantwoordelijkheidVoor veel buitenstaanders eindigt een cybercrisis op het moment dat systemen weer online komen. Voor de ciso begint dan vaak pas de verwerking. ‘De druk verdwijnt niet zodra de technische respons op gang komt’, zegt Shrestha. ‘Sterker nog, voor de leider begint het dan pas.’Organisaties investeren miljoenen in business continuity, disaster recovery en crisismanagement. Maar wie bereidt de leider voor die onder grote tijdsdruk beslissingen moet nemen waarvan de gevolgen soms pas maanden of jaren later duidelijk worden? ‘We bereiden organisaties voor op operationeel herstel, maar nauwelijks op de menselijke tol die zo’n crisis vraagt van de mensen die de verantwoordelijkheid dragen.’Rust uitstralenAshish Shrestha zal op de eerste dag van Cybersec Netherlands 2026 (9 en 10 september, Jaarbeurs Utrecht) het podium betreden als keynotespreker om zijn praktijkervaring en thought leadership te delen over de menselijke kant van cyberleiderschap en cyberweerbaarheid. ‘De meeste ciso’s herkennen dit onmiddellijk. Tijdens een crisis staat alles in dienst van de organisatie. Je adrenaline neemt het over. Je slaapt nauwelijks, leeft op koffie en beslissingen en probeert tegelijkertijd rust uit te stralen naar je team, de directie, toezichthouders en externe partners.’Maar zodra de crisis voorbij is, volgt vaak iets waar niemand het over heeft. ‘Dan verwacht iedereen dat je gewoon weer doorgaat.’ Hij noemt het één van de grootste blinde vlekken binnen het vakgebied. ‘We hebben het veel over cyberweerbaarheid. Maar hoe weerbaar zijn de mensen die die weerbaarheid moeten organiseren?’Vertrouwen opbouwenOp de vraag welke eigenschap een goede ciso onderscheidt van een uitstekende ciso hoeft Shrestha niet lang na te denken. ‘Vertrouwen.’ Niet technologie. Niet certificeringen. Niet ervaring. Vertrouwen. ‘Vertrouwen bouw je vóór een crisis. Tijdens een crisis wordt het getest.’Juist daarom besteedt hij zoveel aandacht aan relaties met bestuurders, collega’s en teams. Niet omdat dat ‘zacht’ leiderschap zou zijn, maar omdat vertrouwen volgens hem de belangrijkste versneller is tijdens een incident. ‘Wanneer bestuurders je vertrouwen, hoef je tijdens een crisis niet eerst je geloofwaardigheid te bewijzen. Dan kunnen alle gesprekken gaan over de juiste beslissingen.’Volgens Shrestha wordt de kwaliteit van een ciso uiteindelijk niet bepaald door het aantal aanvallen dat wordt tegengehouden. ‘Je wordt beoordeeld op de kwaliteit van je leiderschap wanneer de druk maximaal is.’ Dat vraagt volgens hem om iets wat in cybersecurity nog te weinig wordt ontwikkeld: oordeelsvermogen. ‘Cybersecurity is geen wedstrijd waarin je alle antwoorden hebt. Integendeel. Juist tijdens een crisis beschik je zelden over volledige informatie.’ Daarom gelooft hij ook niet dat organisaties vooral meer data nodig hebben. ‘We hebben behoefte aan betere besluitvorming, niet aan meer dashboards.’Misvatting over cybersecurityTijdens het gesprek komt Shrestha zelf met een onderwerp dat hij graag aan het interview wilde toevoegen. ‘Als ik één misvatting zou mogen wegnemen’, zegt hij, ‘dan is het dat cybersecurity nog steeds te vaak wordt gezien als een technisch probleem.’ Volgens hem ligt de echte uitdaging ergens anders. ‘Cybersecurity gaat uiteindelijk over menselijk gedrag. Over vertrouwen. Over samenwerking. Over verantwoordelijkheid.’Hij ziet nog steeds organisaties die cybersecurity behandelen als een afdeling in plaats van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. ‘Zolang medewerkers denken dat cybersecurity iets is van ‘de security-afdeling’, lopen we achter de feiten aan.’ Hij hoopt dat de sector de komende jaren een fundamentele omslag maakt. ‘We beschermen niet alleen organisaties, maar ook de samenleving die steeds afhankelijker wordt van digitale infrastructuur. Cybersecurity is uitgegroeid tot een maatschappelijke verantwoordelijkheid.’Vijf loopbaanlessen van Ashish ShresthaBouw vertrouwen voordat je het nodig hebt.Leer het bedrijf kennen, niet alleen de technologie.Zoek actief feedback, juist wanneer het ongemakkelijk is. En blijf nieuwsgierig en adaptief.Laat je functietitel nooit belangrijker worden dan je doel.Onthoud dat leiderschap draait om dienen, niet om status.Je doel bepaal je zelfNa bijna twintig jaar in internationale leidinggevende functies richtte Shrestha Zyn Global op. ‘Ik wilde iets bouwen waarmee we leiders helpen betere beslissingen te nemen.’Juist daarom spreekt hij tegenwoordig veel over leiderschap met een duidelijk doel. ‘Verwar je functietitel nooit met je doel.’ Dat is misschien wel de belangrijkste loopbaanles die hij zelf heeft geleerd. ‘Een titel krijg je van een organisatie. Je doel bepaal je zelf.’Leider van morgenTot slot vraagt Computable hem welk advies hij jonge cybersecurityprofessionals zou willen meegeven. ‘Blijf nieuwsgierig, investeer in communicatie, leer luisteren en zoek bewust mensen op die anders denken dan jij. Verlies nooit uit het oog waarom je dit werk doet.’Technologie blijft zich volgens Shrestha ontwikkelen. ‘De menselijke natuur verandert veel langzamer. Daarom wordt de toekomst van cybersecurity niet gevormd door technologie alleen, maar door leiders die vertrouwen bouwen, oordeelsvermogen versterken en mensen samenbrengen rond een gedeeld doel.’De ciso van morgenVolgens Ashish Shrestha worden dit de belangrijkste competenties voor toekomstige cybersecurityleiders:Strategisch denkvermogen om commerciële en organisatorische context op te bouwenOordeelsvermogen en kwaliteit van besluitvormingCommunicatie om vertrouwen en snellere besluitvorming te bevorderenEmpathie en emotionele intelligentie zijn essentieel om effectief leiding te gevenInvloed die wordt bereikt door vertrouwen, samenwerking en een gedeeld doel, niet door autoriteitNieuwsgierigheid en levenslang leren, afleren en herleren‘Technologie blijft belangrijk, maar uiteindelijk zullen organisaties het verschil maken met leiders die mensen weten te verbinden.’
Kort: OpenAi pauzeert Astra, ai-iaas groeit 96%, nieuwe CRA quick scan en gesimuleerde vishing
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: vraag naar ai-geoptimaliseerde infrastructuur groeit naar 42 miljard dollar, Northwave lanceert nieuwe CRA Quick Scan, KnowBe4 traint organisaties tegen vishing en OpenAi pauzeert de ontwikkeling van het model Astra wegens cybersecurity-gevaren. Gartner: uitgaven aan ai-optimised iaas groeien 96% De wereldwijde uitgaven aan ai-geoptimaliseerde infrastructure as a service (iaas) groeien tot en met 2026 met 96 procent naar 42 miljard dollar, meldt onderzoeksbureau Gartner. Voor 2027 wordt een verdere stijging naar 66 miljard dollar voorzien, een groei van 56,5 procent. Volgens senior analist Hardeep Singh van Gartner wordt de groei vooral gedreven door de vraag naar infrastructuur voor het trainen van large language models en de snelle inzet van ai in bedrijfsapplicaties. Daarbij verschuift het zwaartepunt van training naar inference: in 2026 overtreffen de wereldwijde inference-uitgaven (23,3 miljard dollar) voor het eerst die aan training (19 miljard dollar). Inference is dan goed voor 55 procent van de ai-iaas-uitgaven, oplopend tot 59 procent in 2027. Singh wijst erop dat de opkomst van agentic ai de rekenintensiteit vergroot doordat autonome systemen meerdere stappen zelfstandig uitvoeren, wat de vraag naar ai-geoptimaliseerde infrastructuur verder aanjaagt. Northwave lanceert CRA Quick Scan tegen onduidelijkheid over Cyber Resilience Act Cybersecuritybedrijf Northwave introduceert de CRA Quick Scan, een assessment waarmee organisaties snel inzicht krijgen in hun volwassenheid, risico’s en benodigde stappen om te voldoen aan de Cyber Resilience Act (CRA). Volgens Northwave weten veel bedrijven die producten met digitale componenten ontwikkelen nog niet goed of en hoe de wetgeving op hen van toepassing is. De CRA geldt voor vrijwel alle producten met digitale elementen op de Europese markt, van industriële systemen en iot-apparaten tot software zoals besturingssystemen en wachtwoordmanagers. De scan kijkt organisatiebreed, met gesprekken tussen onder meer engineering, productmanagement, security, compliance en management, en resulteert in een actieplan met een inschatting van benodigde tijd en investeringen. KnowBe4 introduceert gesimuleerde vishing tegen telefonische oplichting KnowBe4 lanceert een nieuwe functionaliteit voor gesimuleerde vishing, waarmee organisaties medewerkers kunnen trainen tegen telefonische phishingaanvallen. Vishing groeit snel: het CrowdStrike Global Threat Report 2025 meldt een toename van 442 procent tussen de eerste en tweede helft van 2024, en volgens het Verizon Data Breach Investigations Report 2026 lopen medewerkers 40 procent vaker in telefonische simulaties dan in traditionele e-mailphishingtests. ‘Een dringend telefoontje van iemand die zich voordoet als de it-afdeling of een directielid zet medewerkers direct onder druk. Cybercriminelen maken daarbij steeds vaker gebruik van AI-gegenereerde stemklonen om hun oproepen bijzonder geloofwaardig te maken’, zegt Greg Kras, Chief Product Officer bij KnowBe4. OpenAI pauzeert ai-model Astra vanwege mogelijk ‘kritieke’ cybercapaciteiten OpenAI pauzeert bepaalde interne activiteiten met zijn nog niet uitgebrachte ai-model Astra, nadat interne tests aanzienlijke vooruitgang lieten zien op het gebied van agentic coding en cybersecurity, aldus  The Hacker News. Het bedrijf zegt niet te kunnen uitsluiten dat Astra een ‘kritiek’ niveau van cybercapaciteiten heeft bereikt volgens zijn eigen Preparedness Framework. Dat is het punt waarop een model zelfstandig functionele zero-day exploits kan vinden, of end-to-end aanvalsstrategieën kan bedenken en uitvoeren. Als reactie voert OpenAI extra beveiligingsmaatregelen in voor krachtigere modellen, waaronder geïsoleerde testomgevingen, beperkte netwerk- en toolstoegang, versterkte bescherming en encryptie van modelgewichten, extra monitoring en sandboxed uitvoering.
TenneT blijkt koper van datacenter ITB2 in Apeldoorn  
2 dagen
Netbeheerder TenneT heeft het datacenter van ITB2 in Apeldoorn gekocht. Uit documenten van het Kadaster blijkt dat TenneT eind december 2025 zowel het erfpachtrecht op het terrein als de bijbehorende datacenteractiva heeft overgenomen. De totale transactiewaarde komt uit op ruim 20,5 miljoen euro. Computable berichtte eerder dat ITB2 Datacenters na dertig jaar gaat stoppen. Alle klantcontracten zijn opgezegd. Het datacenter in Apeldoorn is verkocht; dat in Deventer staat nog te koop. Directeur/eigenaar Niels Hensen mag echter contractueel niet zeggen wie de kopende partij van zijn Apeldoornse locatie is. Uit opgevraagde eigendoms-stukken bij het Kadaster blijkt de koper energienetbeheerder TenneT TSO te zijn. Voor het erfpachtrecht en het gebouw betaalt de energienetbeheerder circa 16,3 miljoen euro. Daarnaast neemt TenneT de operationele activa van het datacenter over voor zo’n 4,28 miljoen euro. Oorspronkelijk zou de levering pas in 2026 plaatsvinden, maar doordat partijen overeenkwamen de transactie al eind 2025 af te ronden, kwam de uiteindelijke verkoopprijs (totaal ruim 20,58 miljoen euro) hoger uit dan waarover eerder was gesproken. De grond onder het datacenter blijft eigendom van de gemeente Apeldoorn. Het terrein is sinds 2012 uitgegeven in eeuwigdurende erfpacht.   Bruikleenovereenkomst Hoewel TenneT sinds eind 2025 juridisch eigenaar is geworden van het datacenter, kan ITB2 de locatie nog geruime tijd blijven gebruiken. Tegelijk met de verkoop sloten beide partijen namelijk een bruikleenovereenkomst, blijkt uit de koopakte van het Kadaster. Daarin is vastgelegd dat ITB2 een deel van het erfpachtrecht en de activa mag blijven gebruiken tot uiterlijk 31 december 2027. ITB2 krijgt daarmee de tijd om zijn dienstverlening gecontroleerd af te bouwen en klanten naar andere locaties te migreren. Het bedrijf heeft daarbij beloofd zich in te spannen om het pand eerder leeg op te leveren. Bedoeling? Voor TenneT betekent de aankoop dat het de beschikking krijgt over een bestaand en energiezuinig datacenter uit 2013. De locatie op het Apeldoornse industrieterrein De Ecofactorij werd al van begin af aan zeer energiezuinig ingericht qua technologie. Maar wat de netbeheerder ermee gaat doen is vooralsnog onduidelijk. Navraag bij de woordvoerder levert alleen de summiere reactie op dat ‘het klopt dat TenneT dit datacenter heeft aangekocht. Verder doen wij in verband met de veiligheid van de elektriciteitsvoorziening in Nederland geen uitspraken over de inrichting van onze bedrijfsvoering.’ De beheerder zou momenteel gebruikmaken van twee datacenters. Maar of aankoop van de ITB2-locatie in Apeldoorn bedoeld is als vervanging is dus niet duidelijk. Ook geeft TenneT geen antwoord op de vraag waarom er, in plaats van koop, niet is gekozen voor colocatie, bijvoorbeeld bij een van de datacenters van glasvezelpartner Eurofiber, of voor nieuwbouw. Het datacenter in Apeldoorn zou ook bedoeld kunnen zijn als testlocatie in het kader van het vraagstuk van de energietransitie, gridbelasting en het oplossen van netcongestie, in samenwerking met de regionale netbeheerder Liander. Ook op die vraag komt geen antwoord van TenneT.
Wederom streep door aanbesteding werkplekapparatuur politie
2 dagen
In 2023 staakte de politie een aanbesteding om werkplekapparatuur centraal in te kopen. Drie jaar later herhaalt dit scenario zich min of meer. Op last van de rechter moet de hermandad een aanbesteding voor de levering van werkplekapparatuur en gerelateerde diensten stopzetten en opnieuw uitschrijven. Dit, nadat computerleverancier Dell een kort geding had aangespannen. Begin 2023 trok de nationale politie een grote aanbesteding voor werkplekapparatuur in om geopolitieke redenen. Computerfabrikant zou bezwaar hebben gemaakt tegen het meedoen van Bechtle, een grote Lenovo-partner. Gezien de Chinese komaf van Lenovo zou dit een veiligheidsrisico voor de Nederlandse overheid in het algemeen en de politie in het bijzonder kunnen zijn. Ruim drie jaar later blijkt Dell opnieuw spelbreker te zijn. Het bedrijf spande een kort geding aan nadat de politie een klacht over het bedrijf over de nieuwe tender voor werkplekapparatuur naast zich neer had gelegd. Volgens de rechter voldoet de opzet van de aanbesteding niet aan de Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied (ADV) en worden delen van de markt daardoor uitgesloten van mededinging, schrijft Pianoo, het expertisecentrum aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Op de aanbesteding voor werkplekapparatuur en bijbehorende diensten is dus de ADV van toepassing. Dell diende op 26 maart 2026 een klacht in bij het klachtenmeldpunt Inkoop van de politie. Volgens de ict-leverancier waren verschillende onderdelen van de aanbesteding in strijd met de wet en met aanbestedingsrechtelijke beginselen. Het meldpunt oordeelde dat de bezwaren ongegrond waren. Wel werden enkele adviezen en aanbevelingen meegegeven aan het inkoopteam voor de inschrijvingsfase. Dell nam daar geen genoegen mee en dagvaardde de politie op 21 april 2026 in kort geding. Te veel ruimte voor nadere invulling De kern van het geschil lag bij de wijze waarop de raamovereenkomst was ingericht, schrijft Pianoo. Volgens de politie bood artikel 2.131 van de ADV de mogelijkheid om inkoopprijzen en technische specificaties pas later, na het sluiten van de raamovereenkomst, nader te bepalen, bijvoorbeeld om nieuwe computermodellen te kunnen leveren. De voorzieningenrechter volgt die redenering niet. In het vonnis wordt verwezen naar artikel 2.129 ADV, waarin staat dat bij opdrachten die voortvloeien uit een raamovereenkomst geen substantiële wijzigingen mogen worden aangebracht in de eerder vastgestelde voorwaarden. De rechter verwijst daarnaast naar adviezen van de Commissie van Aanbestedingsexperts over een vergelijkbare bepaling in de Aanbestedingswet 2012. Volgens die commissie mag een raamovereenkomst niet zo ruim worden geformuleerd dat essentiële elementen, zoals producteisen en prijzen, pas later worden ingevuld. Bij een raamovereenkomst met één leverancier vindt de concurrentie immers alleen plaats tijdens de aanbesteding van die overeenkomst en niet meer bij de latere opdrachten. Deel van de markt uitgesloten Daarnaast heeft de gekozen constructie volgens de rechtbank een tweede belangrijk gevolg. In de opzet van de politie zou niet de politie zelf, maar een reseller na afloop van de eerste overeenkomsten nieuwe uitvragen doen bij betrokken onderaannemers. Daardoor kan een deel van de markt niet meedingen naar opdrachten onder de nieuwe voorwaarden. De politie voerde onder meer ook nog aan dat Dell als potentiële onderaannemer (de hoofdaannemer zou een wederverkoper worden) geen belang heeft om de opzet van de aanbesteding ter discussie te stellen. Dat verweer slaagt ook niet. De rechter was met name gevoelig voor Dell’s argument dat als gevolg van de buitenwettelijke opzet van de tender nadere opdrachten feitelijk aan de mededinging worden onttrokken en dat Dell zo niet vrij en open kan concurreren om de nadere opdrachten. Volgens de rechter kan de werkplekaanbesteding in de huidige vorm niet worden voortgezet. De vorderingen van Dell zijn daarom toegewezen. Als de politie de opdracht alsnog wil gunnen, zal zij een nieuwe aanbestedingsprocedure moeten starten.  
Wat een ciso kan leren van andere sectoren
4 dagen
Martin de Vries (VDL Groep) tijdens Cybersec Netherlands 2026Hoe verandert de rol van een chief information security officer (ciso) wanneer de omgeving verandert? Een ciso in de financiële sector werkt binnen een sterk gereguleerde wereld, een universiteit draait op open kennisdeling en een industriële organisatie moet digitale veiligheid verbinden aan productie, innovatie en internationale ketens.Toch zijn de fundamentele uitdagingen vaak vergelijkbaar. De manier waarop een organisatie risico’s beoordeelt, beslissingen neemt en omgaat met onzekerheid bepaalt uiteindelijk hoe effectief cybersecurity wordt georganiseerd.Tijdens Cybersec Netherlands 2026 gaat Martin de Vries hier dieper op in tijdens zijn keynote ‘From banking to academia to manufacturing: what every ciso can learn across industries’ (9 september, 13.30 uur). De Vries is sinds september 2025 ciso van VDL Groep, waar hij verantwoordelijk is voor het realiseren van veilige, toekomstgerichte en innovatieve digitale faciliteiten die aansluiten op de strategie van het internationale industrieconcern. Daarvoor vervulde hij cybersecurityrollen binnen onder meer de financiële sector en de academische wereld.Eigen definitie van risicoEen belangrijke les uit verschillende sectoren is dat er geen universele blauwdruk bestaat voor cybersecurity. De context bepaalt welke risico’s het zwaarst wegen en hoe een ciso zijn of haar rol moet invullen.In de financiële sector ligt de nadruk traditioneel sterk op governance, regelgeving en controle. Banken opereren in een omgeving waarin vertrouwen essentieel is en waarin incidenten direct kunnen leiden tot financiële en maatschappelijke impact. Hierdoor zijn processen, verantwoordelijkheden en risicobeheersing vaak zeer volwassen ingericht.Continu zoeken naar de balans tussen veiligheid en de vrijheid die innovatie mogelijk maaktDe academische wereld kent een andere dynamiek. Universiteiten zijn gebouwd rondom openheid, samenwerking en internationale kennisuitwisseling. Onderzoekers moeten toegang hebben tot systemen en informatie, terwijl tegelijkertijd gevoelige data en intellectueel eigendom beschermd moeten worden. Voor een ciso betekent dit continu zoeken naar de balans tussen veiligheid en de vrijheid die innovatie mogelijk maakt.In de industrie verschuift de focus opnieuw. Bij VDL Groep draait cybersecurity niet alleen om digitale systemen, maar ook om de continuïteit van productieprocessen, ot-omgevingen en internationale toeleveringsketens. Digitalisering creëert nieuwe mogelijkheden, maar brengt ook nieuwe afhankelijkheden en risico’s met zich mee.Invloed en communicatieOndanks de verschillen tussen sectoren ziet De Vries één belangrijke overeenkomst: de ciso moet de verbinding maken tussen cybersecurity en de bredere organisatie. ‘Hoewel de sector waarin je werkt verschillend kan zijn, is de belangrijkste boodschap dat je zorgt dat je inzichten deelt met het bestuur en je stakeholders om het gesprek te starten’, aldus De Vries.Daarmee raakt hij een fundamentele ontwikkeling binnen cybersecurity. De ciso is niet langer alleen verantwoordelijk voor technische beveiligingsmaatregelen, maar moet risico’s kunnen vertalen naar strategische keuzes. Het gaat minder om het voorkomen van ieder risico en meer om het helpen van organisaties bij het nemen van bewuste beslissingen.Volgens De Vries is het bovendien waardevol voor securityprofessionals om buiten hun eigen sector te kijken. ‘Ik moedig iedereen aan om in verschillende sectoren te werken’, zegt hij. Juist die variatie zorgt ervoor dat professionals verschillende perspectieven ontwikkelen op risico, governance en samenwerking.Nieuwe regelgeving en aiNaast sectorverschillen ziet De Vries ook ontwikkelingen die alle organisaties raken. Een positieve trend noemt hij de toenemende aandacht voor cybersecurity op bestuursniveau door de komst van de NIS2-richtlijn.De positie van de ciso verandert van specialist naar strategische gesprekspartnerWaar cybersecurity lange tijd vooral als technisch onderwerp werd gezien, komt het door nieuwe regelgeving steeds nadrukkelijker op de agenda van bestuurders en toezichthouders. Daarmee verandert ook de positie van de ciso van specialist binnen de it-organisatie naar strategische gesprekspartner voor de gehele organisatie.Tegelijkertijd zorgt ai volgens De Vries voor een fundamentele verandering binnen cybersecurity. ‘De fundamentele verandering die ai brengt voor de securitycommunity en ons dagelijks leven kan niet worden genegeerd. Het vraagt onze volledige aandacht, naast alle andere zaken waar we ons al mee bezighouden.’Toekomst blijft onzekerDe snelheid waarmee technologie zich ontwikkelt, maakt voorspellen steeds moeilijker. Ook voor ervaren securityprofessionals blijft de toekomst lastig te voorspellen. ‘Om eerlijk te zijn: ik weet het niet’, zegt De Vries over de vraag hoe cybersecurity zich de komende jaren zal ontwikkelen. ‘Wisten we of konden we de volledige impact van het internet voorzien? Ik zie wel dat het tempo waarin ontwikkelingen plaatsvinden alleen maar verder versnelt.’Juist die onzekerheid maakt de rol van de ciso belangrijker. Organisaties hebben niet alleen behoefte aan technische expertise, maar aan leiders die kunnen omgaan met verandering, verschillende belangen kunnen verbinden en risico’s bespreekbaar maken. Dat is de kern van Martin de Vries zijn keynote op 9 september tijdens Cybersec Netherlands 2026: ‘From banking to academia to manufacturing: what every CISO can learn across industries’. Een sessie over cybersecurity vanuit het perspectief van leiderschap, organisatie en menselijke besluitvorming; en over de lessen die ontstaan wanneer je verder kijkt dan je eigen sector.Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratis via deze link.Meer informatie: klik hier.
Kort: Bedrijven blijven hangen in ai-pilots, veel ontslagen in tech-sector (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: ceo’s ontevreden over ai-projecten, Donateursbelangen trekt op met GiveRadar, Nutanix helpt ASN, zakelijke telecommarkt krimpt en ruim 160.000 banen in techsector verdwenen. Meeste organisaties komen niet verder dan ai-pilots Hoewel ai bij vrijwel alle organisaties hoog op de agenda staat, lukt het veel bedrijven niet om de technologie om te zetten in structurele verandering. Dat blijkt uit een ceo-enquête van adviesbureau Bain & Company.   Volgens het onderzoek weet 85 procent van de organisaties ai nog niet effectief te vertalen naar blijvende transformatie. Daarnaast is 80 procent van de ondervraagde ceo’s ontevreden over de voortgang van hun ai-programma’s. Bain stelt dat de oorzaak vooral ligt in de aanpak: bedrijven blijven hangen in pilots en experimenten. Koplopers integreren ai juist in processen, data en besluitvorming. Daardoor ontstaat volgens het bureau een voorsprong die moeilijk is in te halen. In een artikel beschrijft Bain zeven beslissingsfactoren waarmee bedrijven met ai een blijvend concurrentievoordeel opbouwen. Donateursbelangen integreert data van GiveRadar op goede doelenpagina’s Stichting Donateursbelangen en GiveRadar gaan samenwerken om donateurs meer inzicht te geven in de betrouwbaarheid en verantwoording van goede doelen. Door de samenwerking worden de goede doelenpagina’s op donateursbelangen.nl uitgebreid met gegevens en analyses van GiveRadar. Bezoekers kunnen hierdoor op één plek informatie vinden over onder meer financiële verantwoording, beleid en organisatiegegevens van maatschappelijke organisaties. ‘De moderne donateur wil niet alleen weten óf een goed doel betrouwbaar is, maar ook hoe de organisatie is ingericht en hoe het geld verantwoord wordt”, zegt Jordan van Bergen, directeur-bestuurder van Stichting Donateursbelangen. Volgens hem moeten gevers daardoor beter onderbouwde keuzes kunnen maken. Ook GiveRadar ziet voordelen. ‘Onze missie is om de goededoelensector transparanter te maken door middel van data’, aldus initiatiefnemer Matt Timmermans.   ASN Bank vereenvoudigt it-landschap met Nutanix ASN Bank werkt aan een ingrijpende vernieuwing van zijn it-omgeving als onderdeel van de samenvoeging van de merken ASN Bank, RegioBank, SNS en BLG Wonen. Daarbij krijgt de bank ondersteuning van Nutanix. De bank, die circa 3,5 miljoen klanten bedient, wil af van een versnipperd it-landschap dat is ontstaan door historische keuzes, verschillende technologieën en meerdere leveranciers. Ook ontwikkelingen rond VMware, na de overname door Broadcom, speelden mee in de heroverweging van de infrastructuur. ASN Bank kiest voor een hybride model met een private cloud op basis van het Nutanix Cloud Platform, gecombineerd met publieke-cloudvoorzieningen en on-premises datacenters. Volgens cto Sebastiaan Kalshoven helpt de vereenvoudiging van het landschap om afhankelijkheden te verkleinen en de it-omgeving beter voorspelbaar te maken. Zakelijke telecommarkt krimpt ondanks groei breedband De Nederlandse zakelijke telecommarkt is in het eerste kwartaal van 2026 met 0,5 procent gekrompen ten opzichte van een jaar eerder. Dat blijkt uit onderzoek van marktonderzoek- en persbureau Telecompaper. De groei van zakelijk breedband was onvoldoende om de daling bij mobiele telefonie, vaste telefonie en datadiensten op te vangen. De omzet uit zakelijke breedbanddiensten nam met bijna 5 procent toe. KPN bleef marktleider met ruim 46 procent van de omzet, gevolgd door VodafoneZiggo met ruim 40 procent. Odido zag zijn aandeel groeien dankzij de dienst 5G Internet voor Bedrijven. De mobiele omzet, inclusief mobiel breedband, daalde met 2 procent. KPN vergrootte zijn marktaandeel, terwijl VodafoneZiggo en Odido omzet verloren. Ook vaste telefonie en datalijnen stonden onder druk, met omzetdalingen van respectievelijk ruim 4 en bijna 2 procent. Volgens Telecompaper speelt economische onzekerheid, onder meer door de oorlog in Iran, een rol bij de afzwakkende marktontwikkeling. Ruim 13.000 banen weg bij softwarebedrijven in 2026 Softwarebedrijven hebben dit jaar wereldwijd 13.308 banen geschrapt. Dat blijkt uit recent onderzoek van TradingPlatforms, een Britse vergelijkings- en onderzoekswebsite voor beleggers en handelaren. Amerikaanse bedrijven namen het grootste deel van de ontslagen voor hun rekening. Zo schrapte Cisco vierduizend banen en Amdocs sneed 2.900 functies weg. Recent kondigde ServiceNow aan tot duizend arbeidsplaatsen te schrappen. Dit terwijl het bedrijf in het afgelopen tweede kwartaal zijn omzet met 24 procent zag stijgen tot bijna vier miljard dollar.  Ook in Europa verdwenen banen. Elastic, gevestigd in Amsterdam, schrapte bijvoorbeeld 280 functies, terwijl het Duitse Staffbase 176 medewerkers liet gaan. Sinds begin 2026 zijn in de technologiesector wereldwijd 163.427 banen verdwenen. Daarmee staat deze sector op de vijfde plaats van hardst getroffen segmenten binnen de technologiesector. De meeste banen verdwenen bij cloudbedrijven (37.492), gevolgd door e-commerce- en marktplaatsbedrijven (22.633), leveranciers van it-diensten (16.756) en sociale-mediabedrijven (13.592). Bedrijfssoftware staat met 13.308 op de vijfde plek (ongeveer 8,1 procent van het totaal). Oracle is het meest agressies in zijn ontslagrondes: het stuurde dit jaar ruim vijfentwintigduizend man weg. Volgens TradingPlatforms werd ai bij 91.215 van de wereldwijd geregistreerde ontslagen genoemd als factor genoemd. ‘Wall Street is gestopt met het afstraffen van ontslagen op het moment dat bedrijven die gingen framen als ai-strategie. Beleggers reageren steeds positiever op dit zogenaamde verband,’ concludeert het platform in het rapport.
SSC-ICT, Dictu en DUO bouwen samen aan soevereine digitale werkomgeving
5 dagen
SSC-ICT, Dictu en DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) hebben opdracht gekregen om gezamenlijk te werken aan een meer soevereine digitale werkomgeving voor de rijksoverheid. De Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR) heeft hiermee een belangrijke knoop doorgehakt. Binnen de opdracht van de ICBR werken de drie rijksdiensten SSC-ICT, Dictu en DUO via verschillende sporen aan een veilige en toekomstbestendige digitale werkomgeving. Het is de bedoeling om bestaande initiatieven te integreren, zoals de samenwerkingssoftware MijnBureau en de Digitaal Autonome Werkomgeving Overheid (Dawo). De ICBR, een soort ambtelijk voorportaal, ‘stuurt’ de bedrijfsvoering binnen de Rijksoverheid. Dit overlegorgaan spreekt van een belangrijke stap om de digitale weerbaarheid en slagkracht van de Nederlandse overheid verder te versterken. Onafhankelijke werkplek Doel is te komen tot een beveiligde, onafhankelijke digitale werkplek en it-infrastructuur voor ambtenaren. Daarmee behoudt de overheid de volledige controle over haar data, software en informatiestromen, zonder met handen en voeten vast te zitten aan grote (Amerikaanse) leveranciers. Opslag en verwerking van gegevens vindt zoveel mogelijk plaats binnen eigen datacenters van het Rijk of via streng gecontroleerde, soevereine Europese cloud-oplossingen. Het Rijk zet ook sterk in op opensource-technologie om vendor lock-in te voorkomen. Europese suite Onder regie van Open BSW (een opensourceproject van het rijksbrede programma Beter Samen Werken) wordt MijnBureau ontwikkeld. Samen met Frankrijk en Duitsland is een Europese suite van samenwerksoftware in ontwikkeling waarin ook componenten van het platform Nextcloud zitten. MijnBureau is de Nederlandse implementatie daarvan. Een aantal gemeenten wil een Linux-gebaseerde werkplek in combinatie met MijnBureau testen. Deze werkomgeving draait op de Dawo, een open source blauwdruk van SSC-ICT. SSC-ICT werkt ook aan een rijksbreed ai-platform op basis van de chat-tool Vlam (Veilige Lokale AI Modellen). Dit gebeurt in samenwerking met de AIVD.
Hoe versterk je de cyberweerbaarheid van je collega’s?
5 dagen
Vind je route naar een sterkere securitycultuur op Cybersec Netherlands 2026Een organisatie kan investeren in firewalls, endpointsecurity en identity management. Toch blijft technologie afhankelijk van menselijk gedrag. Hoe organiseer je cyberweerbaarheid? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands.Een phishingmail herkennen, een wachtwoord niet hergebruiken, een verdachte situatie melden of juist onder tijdsdruk een procedure volgen: medewerkers nemen voortdurend securitybeslissingen. Wie hen alleen als risico ziet, mist daarom een belangrijke verdedigingslaag. Op Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht kun je op 9 en 10 september vanuit verschillende invalshoeken bekijken hoe mensen onderdeel worden van cyberweerbaarheid.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je jouw collega’s weerbaarder maakt?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Achter iedere securitymaatregel zitten mensen die waarschuwingen beoordelen, beslissingen nemen en soms onder druk handelen. De vraag is daarom niet alleen of medewerkers weten wat ze moeten doen, maar ook of ze veilig gedrag kunnen volhouden, verdachte situaties durven melden en begrijpen waarom maatregelen nodig zijn.Deze vijf stappen laten zien hoe organisaties de menselijke factor kunnen versterken.Stap 1: maak veilig gedrag onderdeel van het dagelijks werkSecurity awareness is meer dan een jaarlijkse training. Mensen krijgen voortdurend nieuwe berichten, werken met verschillende systemen en nemen onder tijdsdruk beslissingen. Veilig gedrag moet daarom onderdeel worden van de dagelijkse werkwijze.De sessie ‘Speed, trust, instinct: why defenders ran out of time to learn teamwork’ (9 september, 12.40 – 13.00 uur, Mainstage) van Quint Ketting, head of cybersecurity strategy & innovation bij Atos Nederland, sluit hierop aan. De sessie kijkt naar de manier waarop mensen, processen en technologie onder druk samenwerken.Junglemap – MetaCompliance sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.E029). De combinatie van security awareness en gedragsverandering past bij de gedachte dat veilig gedrag geen eenmalige activiteit is, maar onderdeel moet worden van de dagelijkse werkwijze.Wat levert deze stop op?Een securitycultuur waarin veilig gedrag niet alleen wordt aangeleerd, maar onderdeel wordt van het dagelijks werk.Stap 2: leer medewerkers omgaan met echte aanvalssituatiesWeten dat phishing bestaat is iets anders dan weten hoe je reageert wanneer een bericht afkomstig lijkt van een collega, leverancier of leidinggevende. Aanvallers combineren bovendien vaak verschillende kleine stukjes informatie en menselijke fouten.De sessie ‘You don’t need to be an expert to make an impact: how a 19-year-old student hacked the biggest Dutch news organization’ (9 september, 14.00 – 14.30 uur en 10 september, 11.00 – 11.30 uur, Tech Theatre 6) van Koen Kandelaars, inmiddels systeembeheerder bij ReMe Techniek, laat dat concreet zien. In de besproken praktijkcase leidden onder meer geldige gebruikersnamen, osint, een blootgesteld intern document en een werkende totp-code uiteindelijk tot toegang tot een geprivilegieerd account bij de NOS.Moxso past goed bij deze stap (stand 11.E051). De organisatie richt zich op het versterken van de menselijke weerbaarheid tegen onder meer phishing en social engineering. Niet alleen weten dat mensen doelwit kunnen worden, maar ook oefenen met situaties waarin aanvallers proberen vertrouwen en routine tegen hen te gebruiken.Wat levert deze stop op?Meer realiteitszin bij medewerkers. Niet iedere aanval ziet eruit als een overduidelijke phishingmail en niet iedere fout begint met een technisch kwetsbaar systeem.Stap 3: maak identity ook een menselijke verantwoordelijkheidIdentity security gaat niet alleen over authenticatie. Het gaat ook om de vraag wie toegang krijgt tot welke systemen, hoe lang die toegang nodig is en wat er gebeurt wanneer iemand van functie verandert of vertrekt. Met meer cloudapplicaties, saas-diensten en digitale platformen groeit de hoeveelheid accounts en toegangsrechten.De sessie ‘The attacker that never sleeps – how to secure AI on both sides of the firewall’ (9 september, 11.45 – 12.15 uur, Masterclass theater 2) van Rob Berends, senior cyber security consultant bij Northwave Cyber Security, voegt daar een nieuwe dimensie aan toe. Ai-agents kunnen namens medewerkers handelen en toegang krijgen tot systemen, waardoor de grens tussen menselijke en digitale identiteit minder vanzelfsprekend wordt.Elimity sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C010). De organisatie richt zich op identity- en accessmanagement. Naarmate mensen en digitale agents namens hen handelen, wordt het belangrijker om niet alleen te weten wie iemand is, maar ook welke rechten daarbij horen en wanneer die rechten moeten worden ingetrokken.Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op de menselijke factor. Identity security gaat niet alleen over authenticatie, maar ook over de vraag welke digitale mogelijkheden iemand krijgt en hoe lang die nodig zijn.Stap 4: houd securityleiders ook onder druk overeindDe menselijke factor raakt ook de mensen die cybersecurity zelf aansturen. Een chief information security officer (ciso) moet risico’s beoordelen, bestuurders adviseren, incidenten begeleiden en soms beslissen met onvolledige informatie. Cyberweerbaarheid vraagt daarom ook om leiderschap, veerkracht en realistische grenzen.De paneldiscussie ‘CISO under pressure: leadership on the frontline of cyber risk’ (9 september, 11.50 – 12.35 uur, Mainstage) behandelt onder meer besluitvorming onder druk, crisisleiderschap en mentale veerkracht. Naast ervaren securityprofessionals komt ook een recent gestarte ciso aan bod.Beyond Products, partner van Cybersec Netherlands 2026 en aanwezig in de Partner Zone, sluit hierop aan. De organisatie richt zich op het ontwikkelen en verbeteren van cybersecurity- en securityprogramma’s. Bram de Bruijn, managing director en oprichter van Beyond Products, modereert het panel.Wat levert deze stop op?Een realistischer beeld van security leadership. Goede cyberweerbaarheid vraagt namelijk niet alleen om goede beslissingen, maar ook om leiders die die verantwoordelijkheid kunnen dragen.Stap 5: bouw een cultuur die blijft werkenAwareness, trainingen en procedures zijn niet genoeg. Een organisatie kan medewerkers vertellen wat ze moeten doen, maar moet ook kunnen leren wanneer de werkelijkheid anders loopt dan gepland.De sessie ‘The illusion of control. Embrace chaos and be antifragile’ (10 september, 11.45 – 12.15 uur, Stronger Together Partner Dome 7) van Edzo Botjes, cyber security specialist bij ASML, draait om die organisatorische veerkracht. Niet alleen meer controles en governance zijn nodig, maar ook vaardigheden, leren en een cultuur die continuïteit ondersteunt.Kiwa past goed bij deze stap (stand 11.D024). De onafhankelijke organisatie voor testen, inspecteren en certificeren helpt organisaties om kwaliteit, veiligheid en betrouwbaarheid aantoonbaar te maken. De sessie ‘From compliance to resilience: ISO 27001 and the reality of cyber threats’ (9 september, 14.00 – 14.30 uur, OT Security Dome 1) van René Bisperink en Rutger Fugers laat namens Kiwa zien hoe ISO 27001 kan worden gecombineerd met ethisch hacken. Daarmee verschuift de aandacht van alleen compliance aantonen naar de vraag of maatregelen in de praktijk werken.Wat levert deze stop op?Een securitycultuur die niet alleen fouten probeert te voorkomen, maar ook leert, zich aanpast en weerbaar blijft.Sterke verdedigingslaagDe menselijke factor is veel breder dan security awareness. Het gaat om dagelijks gedrag, omgaan met realistische aanvallen, identity, security leadership en een cultuur waarin organisaties kunnen leren en aanpassen.De mens is daarom niet automatisch de zwakste schakel in cybersecurity. Wie medewerkers alleen als risico behandelt, laat een belangrijke verdedigingslaag onbenut. Wie mensen goed toerust, verantwoordelijkheden helder maakt en ruimte biedt om te leren, kan de menselijke factor juist veranderen in een kracht van cyberweerbaarheid.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je jouw collega’s weerbaarder maakt?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Kwestie van integratie: waarom Europese tech­gi­gan­ten scoren met ai
5 dagen
De verwachting was dat de ai-boom vooral de makers van grote taalmodellen zou verrijken. De praktijk laat echter een ander beeld zien. Europese techgiganten als SAP, Capgemini, Sopra Steria en OVHcloud rapporteren in de ai-race sterke cijfers. Zij danken hun succes aan het complexe werk om die modellen daadwerkelijk te laten draaien binnen grote organisaties. Een model aanbieden versus het goed laten werken: het blijkt namelijk een heel andere tak van sport. De grootste uitdaging voor bedrijven ligt niet in de keus van een ai-model, maar in de integratie met bestaande software, data en werkprocessen. ‘Ai-toepassingen zijn het slagveld, en dat is waar de meeste waarde zal worden gecreëerd’, stelde UBS in een recent rapport aangehaald door Reuters. De barrière van legacy-systemen Bedrijven als SAP, Capgemini, Sopra Steria en OVHcloud bouwen aan de integratie van ai in decennia oude systemen met gefragmenteerde databases, op maat gemaakte applicaties en steeds strengere governance-eisen. Dit is precies het domein waarin deze gevestigde spelers hun expertise hebben opgebouwd. Die integratie is in de praktijk zo complex dat het de uitrol van ai vertraagt. ‘De uitrol van ai vordert sneller dan het vermogen van bedrijven om het te beheren’, merkte Boston Consulting Group recent op. Het adviesbureau wees erop dat meer dan 70 procent van de investeerders twijfels heeft over de technische en operationele capaciteiten van organisaties om ai succesvol in te zetten. De vraag naar begeleiding vertaalt zich direct in de cijfers van Europese it-dienstverleners. Zo zag SAP zijn cloud-orderboek met 26 procent stijgen naar 22,9 miljard euro.Capgemini verhoogde zijn groeidoelstelling na een stijging van de orders met 9,2 procent, terwijl Sopra Steria de organische omzetgroei zag versnellen naar 5,3 procent. Alle drie behalen ze hun voordeel uit datamanagement, governance en workflow-integratie, zeg maar het uitdagende werk dat volgt na de eerste ai-adoptie. De factor soevereiniteit Een tweede trend versterkt de positie van de Europese spelers: de roep om controle. Sectoren zoals defensie, luchtvaart en kritieke infrastructuur eisen dat AI-uitrol onder Europese controle en wetgeving valt. Dat vliegtuigbouwer Airbus kiest voor Scaleway (onderdeel van het Franse Iliad) in combinatie met ai-modellen van het Franse Mistral voor gevoelige defensie- en industriële toepassingen, onderstreept die drang naar zelfbeschikking.Ook de Franse cloudprovider OVHcloud profiteert: de omzet uit de publieke cloud steeg met 20,2 procent, gedreven door vraag naar infrastructuur die niet onder de Amerikaanse Cloud Act valt. Druk op het traditionele consultancy-model Toch is het succes met name voor integratoren niet vanzelfsprekend. Naarmate ai routinewerk automatiseert, komt het traditionele businessmodel gebaseerd op ‘uurtje-factuurtje’ onder druk te staan. Dat risico werd recent duidelijk bij it-dienstverlener Accenture. Hoewel het bedrijf solide operationele resultaten en winstcijfers presenteerde, kreeg het aandeel een flinke tik op de beurs. Zo maakten beleggers zich zorgen over hoe een consultancygigant kan blijven groeien als klanten ai gebruiken om minder consultants nodig te hebben. Voor Europese it-reuzen geldt een vergelijkbare uitdaging. Dankzij hun langdurige klantrelaties en diepe integratie-expertise hebben zij momenteel vaak best goede papieren in de AI-race, maar succes is zeker niet voorbestemd. Laat staan gegarandeerd.
Die robot ziet er schattig uit, maar is hij ook te vertrouwen?
5 dagen
Start-up in de kijker: StormcatchRobots duiken steeds vaker op buiten de afgeschermde fabrieksomgeving. Ze brengen medicijnen rond in ziekenhuizen, rijden door distributiecentra en verschijnen stilaan ook in openbare gebouwen en op straat. Daarmee wordt een nieuwe vraag urgent: hoe weet je dat een robot werkelijk is wie hij beweert te zijn en alleen doet wat hij mag doen?Tijdens Cybersec Europe animeerden de robots van Stormcatch de uitreiking van de Computable Awards België. Naar aanleiding daarvan spraken we met Remco Koemans (ceo en medeoprichter van Stormcatch) en Frank van der Hulst (medeoprichter en cto).Hun optreden tijdens de awardshow was een leuke blikvanger, maar eigenlijk draait Stormcatch, dat twee jaar geleden werd opgericht, om iets heel anders. Het bedrijf ontwikkelt software die robots een digitale identiteit geeft. Niet de robot zelf staat centraal, maar de vraag of je hem kunt vertrouwen.‘Wij verwachten dat alle robots een digitale identiteit gaan krijgen. Een soort digitaal paspoort’, verklaart Koemans. ‘Aan dat paspoort kunnen bewijzen en bevoegdheden worden gekoppeld: waar een robot binnen mag, welke taken hij mag uitvoeren en op welke tijdstippen dat is toegestaan.’Niet de hardware, maar de identiteitRobots worden vandaag nog vaak bekeken als opvallende hardware of zelfs als speelgoed. Maar volgens Stormcatch  zal vooral de software bepalen of organisaties ze veilig kunnen inzetten. ‘In principe maakt het ons niet uit welke robot mensen gebruiken. Wij willen de software, en eventueel een klein stukje hardware, om welke robot dan ook veilig te kunnen maken’, zegt Frank van der Hulst. Het gaat daarbij om security, identity en accessmanagement.Het Erasmus MC-ziekenhuis in Rotterdam illustreert de uitdaging. Stormcatch  werkt er mee aan een proefproject rond robots die medicijnen ophalen bij de apotheek en naar ziekenhuisafdelingen brengen. Medewerkers gebruikten vroeger een badge om deuren te openen en liften te bedienen. Een autonome robot moet zich bij diezelfde systemen kunnen legitimeren en autoriseren.De omgeving bepaalt daarbij de regels: bijvoorbeeld dat een bepaalde robot alleen tussen bepaalde uren in een specifieke zone mag komen. Zo verschuift de supervisie van mensen naar een digitaal vertrouwensmodel.Volgens de oprichters is dat slechts het begin. Ze verwachten dat robots de komende jaren steeds meer repetitieve taken zullen overnemen, zowel in bedrijven als in de publieke ruimte. ‘Dan volstaat het niet langer dat een robot technisch goed werkt. Organisaties zullen ook moeten kunnen aantonen dat hij betrouwbaar is en aan alle veiligheids- en toegangsregels voldoet’, aldus Frank van der Hulst.Dezelfde robot, een andere bedoelingDie controle wordt nog belangrijker wanneer robots zich in publieke ruimtes bewegen. Een bezorgrobot die een pizza aflevert, lijkt onschuldig. Maar wat als een identiek uitziende robot een pakket komt ophalen? ‘Dan moet je wel weten of dat de goede robot is’, stelt Koemans.Volgens hem laten mensen zich nog te veel leiden door het uiterlijk van een robot. ‘Een robot is heel vrolijk en lief en schattig. Maar de daadwerkelijke reden waarom die robot er is, dat weet je niet.’ Hij illustreert dat met dezelfde robothond die tijdens Cybersec Europe de aandacht trok. ‘Gisteren waren wij bij Defensie… Toen hebben wij met de robothond een test gedaan met een nepsoldaat. Dan denk je: ‘Oh, wat een agressieve robot.’ En het lijkt exact dezelfde robot.’Net daarom gelooft Stormcatch  dat vertrouwen een van de belangrijkste thema’s wordt binnen de robotica. Niet omdat een robot er vriendelijk uitziet, maar omdat hij zich digitaal kan identificeren, zijn rechten kan aantonen en achteraf kan bewijzen welke handelingen hij heeft uitgevoerd.Zoals mensen een identiteitskaart hebben, zullen ook robots volgens Stormcatch  een digitaal paspoort nodig hebben.
Meta biedt ai-tool tegen ‘Chinese’ prijzen
5 dagen
Meta lanceert een nieuwe ai-codeeragent , Muse Code, die niet alleen even goed zou zijn als bijvoorbeeld GPT-5.6 Terra, Grok 4.5 en Claude Sonnet 5 maar ook qua prijs heel concurrerend is.  Het nieuwe Muse Code is bedoeld om goedkope Chinese modellen de wind uit de zeilen te nemen. Ook wil Meta marktaandeel afknabbelen van OpenAI en Anthropic door lagere gebruikskosten te bieden. Het moederbedrijf van Facebook, WhatsApp en Instagram investeerde de afgelopen maanden zwaar in ai-infrastructuur en dure ai-experts. Beleggers willen nu weleens rendement zien op die enorme kapitaaluitgaven.  Muse Code is gebaseerd op Meta’s nieuwe taalmodel Muse Spark 1.2 dat is geoptimaliseerd voor programmeertaken. Volgens het onafhankelijke benchmark-platform Artificial Analysis doet Muse Spark niet onder voor GPT-5.6 Terra, Grok 4.5 en Claude Sonnet 5. Meta wil bij de codeeragenten dichtbij de topmodellen van OpenAI en Anthropic komen. Grotere en nog krachtiger modellen zijn op komst, zo kondigt het techbedrijf aan.  Zelf programmeren Meta’s Muse Code is een slimme ai-assistent die zelfstandig grote programmeerklussen uitvoert. In plaats van dat je alles zelf moet doen, regelt deze tool het gehele proces: Het begint met plannen; uitdenken wat er moet veranderen. Vervolgens wordt de code daadwerkelijk getypt. Tenslotte komt de controle; testen of alles goed werkt. De hoofd-ai stuurt op de achtergrond een team van kleinere ai-hulpjes (subagents) aan. Zij verdelen het werk en lossen moeilijke problemen parallel op. Hierdoor is de klus sneller en met minder fouten geklaard, zonder dat de gebruiker er telkens op hoeft te letten. De prijs is ongeveer hetzelfde als die van Chinese computermodellen, zoals DeepSeek. Die kosten maar 18 cent per miljoen output-tokens. Meta zit op 20 cent per miljoen output-tokens in de goedkoopste versie waarbij gebruikers ermee instemmen feedback te geven om de agent te verbeteren. Hacken Ook het bedrijf OpenAI heeft de prijzen verlaagd van oudere modellen, zoals GPT-5.6 Luna. Eerst kostte dat model nog 6 dollar per miljoen woorden, maar nu is dat nog maar 1,20 dollar. Overigens heeft Muse Spark 1.1 bij een cybersecurity-test een ander bedrijf gehackt. Het ai-model wist zich via een lek bij een derde partij onbedoeld toegang tot internet te verschaffen. Net als eerder bij concurrent Anthropic ging het bij Meta om een configuratiefout. Bij OpenAI brak een ai-agent uit de testomgeving door een zero-day kwetsbaarheid te misbruiken.
Kort: Bouw schreeuwt om BIM-experts, onterecht ontslag na geheime monitoring (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: tekort aan BIM-specialisten in bouwsector neemt toe, Bol en Bijenkorf last van hack bij Ceva, ai-agents hacken erop los, Evoluon viert zestig jarig bestaan en controle laptop leidt tot onterecht ontslag van it-manager.Veel vraag naar Bouw Informatie Model (BIM)-coördinatorenDe vraag naar technische functies in de bouw groeit sneller dan de belangstelling van werkzoekenden. Dat blijkt uit een analyse van vacaturesite Indeed op basis van vacature- en zoekgegevens sinds 2019. Vooral digitale en technische functies zijn in trek. Het aandeel vacatures voor BIM-coördinatoren, verantwoordelijk voor digitale bouwmodellen en bouwinformatie, steeg met 114 procent. Ook installatiemonteurs (+80 procent), elektromonteurs (+45 procent) en servicemonteurs (+41 procent) worden vaker gezocht.Tegelijkertijd neemt de interesse van werkzoekenden in diverse bouwberoepen af. Bij bouwkundig medewerkers steeg het vacatureaandeel met 80 procent, terwijl het aantal zoekopdrachten met 70 procent daalde. Volgens Indeed groeit daarmee de kloof tussen vraag en aanbod. De vacaturesite ziet dat werkgevers steeds vaker moeten kijken naar vaardigheden in plaats van uitsluitend naar opleiding of werkervaring om technische functies ingevuld te krijgen.Hack bij Ceva Logistics raakt klanten van Bol en de BijenkorfEen cyberaanval op logistiek dienstverlener Ceva Logistics heeft mogelijk geleid tot een datalek bij webwinkel Bol en warenhuisketen de Bijenkorf. Ceva uit Bleiswijk, verwerkt logistieke activiteiten voor beide detailhandelaren.Volgens Bol konden onbevoegden toegang krijgen tot persoonsgegevens die worden gebruikt voor de afhandeling van bestellingen vanuit een distributiecentrum. Mogelijk gelekte gegevens zijn onder meer namen, adressen, e-mailadressen, telefoonnummers en bestelgegevens. Er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat betaalgegevens of wachtwoorden zijn buitgemaakt.De gevolgen zijn niet alleen privacygerelateerd. Bol heeft de gegevensuitwisseling met het getroffen warehouse tijdelijk stilgelegd en een deel van het assortiment offline gehaald. Daardoor lopen leveringen vertraging op en zijn sommige bestellingen geannuleerd. Ook de Bijenkorf meldt vertragingen bij bestellingen, retouren en terugbetalingen. Beide organisaties hebben het incident gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens en laten extern onderzoek uitvoeren naar de oorzaak en omvang van de aanval.Brits onderzoek: ai-agents plegen zelfstandig strafbare digitale handelingenHet Britse AI Security Institute (AISI) heeft tijdens veiligheidstests vastgesteld dat ai-agents van onder meer Anthropic en OpenAI zelfstandig acties uitvoerden die voor mensen in veel gevallen strafbaar zouden zijn. In 19 van de 122 testscenario’s verrichtten de systemen niet-geautoriseerde handelingen op internet.Het ernstigste incident betrof een ai-agent van Mythos die probeerde kwaadaardige code in een opensourceproject op GitHub te laten opnemen. Daarbij werden nepidentiteiten aangemaakt om een beheerder te beïnvloeden de software goed te keuren. Ook werden berichten verstuurd met schadelijke code en pogingen gedaan om andere systemen te misleiden.Volgens AISI ontstond het gedrag in een gecontroleerde testomgeving met internettoegang en uitgeschakelde beveiligingsmaatregelen. Desondanks spreekt het instituut van een opvallend voorbeeld van autonome en misleidende besluitvorming door ai-systemen.Evoluon viert zestig jaar met entreekaart van 1 euro en veiling van erfgoedHet in Eindhoven gevestigde Evoluon viert in september zijn zestigjarig bestaan met een speciaal programma. Op 19 september kunnen bezoekers het museum en het monumentale gebouw bezoeken voor 1 euro, hetzelfde bedrag als de entreeprijs in de beginjaren. Ook zijn er presentaties, ontmoetingen met robothond Neo en activiteiten rond de tentoonstelling.Op 25 september volgt een veiling van historische objecten uit de geschiedenis van het Evoluon, waaronder schetsen van architect Louis Kalff, servies en meubels. Het jubileum krijgt daarnaast een tentoonstelling met archiefmateriaal over zestig jaar Evoluon en de toekomst van het gebouw. Het Evoluon opende in 1966 als cadeau van Philips aan de stad Eindhoven en groeide uit tot een internationaal symbool van vooruitgang, technologie en innovatie.Geheime laptopcontrole kost werkgever ruim 90.000 euroEen manager, verantwoordelijk voor financiën en it bij EControls Europe, leverancier van gasmotorbesturingssystemen en wagenparkbeheer uit Delfgauw, is volgens de rechter ten onrechte bespioneerd en ontslagen. Dit meldt het AD.De werknemer kreeg toestemming om vaker vanuit huis te werken nadat zijn partner borstkanker kreeg. Toen de directie twijfels kreeg over zijn inzet, werden vier weken lang zonder zijn medeweten de in- en uitloggegevens van zijn laptop bijgehouden. Op basis daarvan stelde EControls dat hij 29 uur te weinig had gewerkt en volgde ontslag op staande voet wegens ‘dagdieverij’.De rechter oordeelt dat het heimelijke onderzoek niet gerechtvaardigd was. Onder de AVG is verborgen monitoring alleen toegestaan bij een zwaarwegend belang. Bovendien had de werkgever eerst het gesprek moeten aangaan. Ook zijn in- en uitloggegevens geen betrouwbare maatstaf voor gewerkte uren, zeker niet bij een functie waarin veel werkzaamheden offline plaatsvinden. Naast een billijke vergoeding van 60.000 euro moet EControls de manager onder meer een transitievergoeding en een vergoeding wegens onrechtmatige opzegging betalen.  
Ai speurt naar het awe-moment tijdens zonsverduistering
6 dagen
Studenten van De Haagse Hogeschool ontwikkelen prijswinnende analysetool voor TotalTogether Hoe reageren mensen wanneer de maan de zon volledig bedekt? Die vraag stond centraal in een onderzoek van vier studenten Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Haagse Hogeschool. In opdracht van TotalTogether ontwikkelden zij een ai-systeem dat videobeelden van totale zonsverduisteringen automatisch analyseert en patronen in menselijk gedrag en emoties zichtbaar maakt. Daarom is er nu een oproep: maak videobeelden tijdens de totale zonsverduistering van 12 augustus 2026! TotalTogether is een Nederlands initiatief dat mensen samenbrengt rondom totale zonsverduisteringen. De organisatie organiseert evenementen, bijeenkomsten en reizen naar locaties waar zulke verduisteringen zichtbaar zijn. Met de totale zonsverduisteringen van 2026 en 2027 in Spanje in het vooruitzicht wil de organisatie niet alleen bezoekers een bijzondere ervaring bieden, maar ook beter begrijpen wat die gebeurtenis emotioneel met mensen doet. Tijdens eerdere zonsverduisteringen zijn er veel videobeelden gemaakt van toeschouwers. Op die video’s zijn vaak sterke reacties te zien: mensen juichen, omhelzen elkaar, kijken vol ontzag naar de hemel of houden hun handen voor hun mond van verbazing. Toch werd dit materiaal nooit systematisch onderzocht. Het handmatig bekijken en analyseren van uren aan videobeelden kost simpelweg te veel tijd. TotalTogether zag daarom kansen in kunstmatige intelligentie. De organisatie wilde weten of ai in staat is om automatisch patronen te herkennen in de reacties van deelnemers aan eclips-evenementen. Met die praktische vraag klopte de organisatie aan bij de opleiding Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Haagse Hogeschool, waarna vier studenten aan de slag gingen met het onderzoek ‘Eclipse Dynamiek’ binnen het vak DataLab IV. Zij onderzochten hoe moderne beeldanalyse kan helpen om grote hoeveelheden videobeelden op een consistente manier te verwerken. Het door hen ontwikkelde prototype herkent onder meer de verschillende fasen van een zonsverduistering, telt personen in beeld, detecteert gezichten en brengt veranderingen in zichtbare publieksreacties gedurende de opname in kaart. Videobeelden blijken lastig materiaal Al vroeg ontdekten de studenten – Nika de Vries, Maan Lammers, Thida Churam en Bram Veelenturf – dat zonsverduisteringsvideo’s veel minder uniform zijn dan verwacht. Sommige camera’s zijn volledig op de hemel gericht, andere tonen grote mensenmassa’s en weer andere bevatten close-ups van individuele toeschouwers. Eén analysemethode voor al deze beelden bleek onmogelijk. Daarom kozen de onderzoekers voor een modulaire aanpak (zie kader onderaan) waarin beelden eerst worden geclassificeerd voordat verdere analyse plaatsvindt. Daarnaast kampte het team met een relatief kleine dataset. Vooral beelden van bewolkte omstandigheden en overgangsmomenten rond de verduistering waren schaars. Daardoor had het classificatiemodel soms moeite met uitzonderlijke situaties. Hun advies: op toekomstige evenementen nog meer trainingsmateriaal verzamelen. Ook de gezichts- en emotieherkenning kende beperkingen. Tegenlicht, schuine camerahoeken, zonnebrillen en grote afstanden maakten het moeilijk om gezichten betrouwbaar te detecteren. Niet alle emoties zijn bovendien zichtbaar in het gezicht. Mensen kunnen diep onder de indruk zijn zonder dat hun gezichtsuitdrukking dat duidelijk verraadt. Het grootste probleem: de eclips zelf De opvallendste uitdaging bleek paradoxaal genoeg het hoogtepunt van de zonsverduistering zelf. Tijdens een totale eclips wordt het zo donker dat gewone camera’s onvoldoende licht ontvangen om gezichten nog goed vast te leggen. Daardoor werken gezichtsdetectie en emotieanalyse op dat moment niet meer betrouwbaar. Om dit probleem op te lossen ontwikkelden de studenten een speciale twee-fasenaanpak. Het systeem analyseert vooral de periode vlak vóór en vlak ná de totale verduistering. Die momenten blijken juist bijzonder interessant, omdat deelnemers dan vaak spanning, verwachting, opluchting, blijdschap en verwondering tonen. De feitelijke eclipsfase wordt automatisch herkend via een donkerte-algoritme en overgeslagen voor de gezichtsanalyse. Positieve emoties nemen duidelijk toe De resultaten van het onderzoek zijn veelbelovend, luidde de beoordeling. Het classificatiemodel behaalde een nauwkeurigheid van ongeveer 95 procent. Ook de persoon- en gezichtsdetectie presteerden goed onder geschikte omstandigheden. Het meest interessante resultaat kwam uit de emotieanalyse. Tijdens de eclipsfase en de omliggende momenten nam het aandeel gezichten dat als ‘blij’ werd geclassificeerd toe met 12,6 procentpunt. Het aandeel ‘verrast’ steeg eveneens met 12,6 procentpunt. Tegelijkertijd nam het aantal neutrale gezichtsuitdrukkingen sterk af. Volgens de onderzoekers sluit dat nauw aan bij wetenschappelijke theorieën over het gevoel van awe: een emotie van ontzag en verwondering die ontstaat bij indrukwekkende natuurverschijnselen. Het project leverde dus een werkend prototype op en nieuwe inzichten in de beleving van een van de meest indrukwekkende natuurverschijnselen. Het project werd tijdens een recente HHS Expo bekroond met zowel de Studentenprijs als de Docentenprijs. En het kreeg en krijgt een vervolg in de praktijk. Na afronding van het onderzoek heeft initiatiefnemer Marjan Schnetz van TotalTogether de methode toegepast op videobeelden van de totale zonsverduistering in Exmouth (Australië) van 20 april 2023. Op basis daarvan werd de eerste Eclipse Experience Card (ECC) ontwikkeld: een compacte rapportage waarin de analyse van een volledige eclipsvideo overzichtelijk wordt samengevat. Daarmee wordt zichtbaar hoe een gestandaardiseerde analyse van videobeelden er in de praktijk uit kan zien. Internationale praktijktest én oproep De volgende stap vindt plaats tijdens de totale zonsverduistering van 12 augustus 2026. TotalTogether organiseert die dag een ‘field test’ in Noord-Spanje, maar doet tegelijkertijd een internationale oproep aan eclipswaarnemers in het volledige pad van de totaliteit – van Groenland en IJsland tot Spanje en de Balearen – om volgens een eenvoudige opnamehandleiding videobeelden van het publiek vast te leggen. Hiervoor is de speciale app Halo Eclipse Moments ontwikkeld. Door beeldmateriaal uit verschillende locaties en omstandigheden te verzamelen ontstaat een unieke internationale dataset waarmee de analysemethode verder kan worden getest en verbeterd. Halo Eclipse MomentsDe door Marjan Schnetz ontwikkelde app Halo Eclipse Moments is beschikbaar in de Apple App Store en Google Play. Halo helpt je om de zonsverduistering op 12 augustus 2026 optimaal te beleven én je kunt meedoen aan een internationaal citizen science-project.Meer info: totaltogether.com Op weg naar 2 augustus 2027 De praktijktest van 12 augustus is bovendien de laatste mogelijkheid om ervaring op te doen vóór de totale zonsverduistering van 2 augustus 2027, die met een maximale totaliteit van ruim zes minuten de langste totale zonsverduistering boven land van deze eeuw wordt en naar verwachting honderdduizenden waarnemers naar het Middellandse Zeegebied zal trekken. Daarmee krijgt het prijswinnende studentenproject een vervolg als internationaal praktijkproject waarin onderwijs, citizen science en een unieke astronomische gebeurtenis samenkomen, aldus Schnetz. Vier stappen naar inzicht De centrale onderzoeksvraag van de vier studenten Applied Data Science & Artificial Intelligence van de Haagse Hogeschool luidde: hoe kan een ‘ai-pipeline’ (productielijn) worden ontwikkeld die videobeelden van een zonsverduistering automatisch analyseert, zodat patronen in menselijke reacties zichtbaar worden? In hun eindrapport beschrijft het kwartet hoe het tot een praktische ai-pipeline van vier opeenvolgende stappen is gekomen: De eerste stap was eclipseclassificatie. Hierbij bepaalt het systeem of een videoframe een verduistering toont, de zon zichtbaar is of dat er helemaal geen zon in beeld staat. De studenten bouwden een zogeheten Convolutional Neural Network (CNN), met de tools TensorFlow en Keras (twee opensource-softwarebibliotheken voor neurale netwerken). Als type CNN kozen ze voor MobileNetV2, een lichtgewicht, efficiënt neuraal netwerk, door Google ontwikkeld voor beeldherkenning en computervisie op apparaten met weinig rekenkracht, zoals smartphones. Zo’n CNN is speciaal ontworpen voor het herkennen van patronen in beelden. Qua werking is het te vergelijken met dat van een menselijk oog: het scant een afbeelding op vormen, kleuren en structuren, en leert na verloop van tijd te herkennen wat het ziet. De studenten trainden het ai-model op honderden handmatig gelabelde frames. Vervolgens kwam persoondetectie. Met behulp van het ai-objectdetectiemodel Yolov8 (Yolo: ‘You Only Look Once’) werd automatisch geteld hoeveel mensen in elk frame zichtbaar zijn. Zo kunnen veranderingen in groepsgrootte en publieksdynamiek worden gevolgd. Yolov8 is voorgetraind op de CoCo-dataset (Common Objects in Context), een verzameling van foto’s met labels (in onder meer tachtig objectklassen, waaronder ‘persoon’). De derde stap was gezichtsdetectie. Alleen beelden waarop daadwerkelijk gezichten zichtbaar waren, werden doorgestuurd naar de volgende fase. Hiervoor werd het gespecialiseerde model Yolov11m-face ingezet. Dat is een gespecialiseerd gezichtsdetectiemodel van Ultralytics, specifiek getraind op menselijke gezichten. Tot slot volgde emotieherkenning. De onderzoekers maakten gebruik van een Vision Transformer-model van Hugging Face dat gezichtsuitdrukkingen koppelt aan de zeven basisemoties: blij, verrast, bang, boos, verdrietig, afkeer en neutraal. Het systeem is gebaseerd op het wereldwijd bekende Facial Action Coding System van psycholoog Paul Ekman en Wallace Friesen.
Mistral waait door ABN Amro
6 dagen
ABN Amro gaat strategisch samenwerken met het Franse Mistral dat zich profileert als een Europees alternatief voor Amerikaanse ai-modellen. Doel is geavanceerde ai-oplossingen voor de bank te ontwikkelen en in te zetten. Versterking van de digitale weerbaarheid en autonomie is nadrukkelijk een van de motieven van ABN Amro om met Mistral in zee te gaan. De bank wil meerdere opties hebben om producten en diensten op gebied van ai in te kopen, ook niet-Amerikaanse.  De oplossingen die samen worden ontwikkeld, zijn exclusief voor ABN Amro en niet voor andere financiële instellingen, aldus een woordvoerder. De bank zegt hoge eisen te stellen aan veiligheid, transparantie, privacy en naleving van wet- en regelgeving. Daarnaast sluiten de toepassingen aan bij Europese waarden en normen. Europese innovatie Carsten Bittner, chief innovation & technology officer van ABN AMRO: ‘De samenwerking met Mistral stelt ons in staat gebruik te maken van de meest geavanceerde ai-technologieën, terwijl we tegelijkertijd kiezen voor betrouwbare Europese innovatie. In een snel veranderende wereld is het belangrijker dan ooit dat Europa digitaal weerbaar, concurrerend en strategisch zelfstandig blijft.’ Marjorie Janiewicz, chief revenue officer van Mistral: ‘ABN Amro loopt voorop in de financiële sector. Hun keuze om ai te ontwikkelen met volledige controle en transparantie is hét voorbeeld van hoe grote Europese organisaties dit zouden moeten aanpakken.’ Eerste samenwerking Het bedrijf uit Parijs is bezig zijn Europese ai-infrastructuur te versterken. Microsoft, het bedrijf waarmee de Fransen nauw samenwerken, gaat daar miljarden euro’s insteken. Maar ontkend wordt dat Microsoft meedoet aan de nieuwe financieringsronde waaraan Mistral werkt. De deal met ABN Amro is de eerste samenwerking tussen Mistral en een grote Nederlandse bank. Begin dit jaar startte Mistral een partnerschap met de Britse bank HSBC. Rabobank maakte afgelopen dinsdag bekend de komende drie jaar tot twee miljard euro te steken in het versterken van de data- en it-infrastructuur, een betere klantbeleving en het opschalen van ai. Rabo werkt samen met Microsoft.
Ambtenarenbonden willen ban op software van Palantir
6 dagen
Europese ambtenarenbonden vinden dat overheden niet meer in zee moeten gaan met het omstreden softwarebedrijf Palantir. De Europese Federatie van ambtenarenvakbonden (EPSU) waaronder de FNV in Nederland en de ACOD/CGSP in België vallen, wil de Amerikanen uitsluiten van aanbestedingen van de overheid. Palantir is al langer in opspraak wegens zijn spyware, surveillance-technologie, militaire software, samenwerking met het Israëlische leger en de extreme opvattingen van zijn oprichters Peter Thiel en Alex Karp. Het verzet van betrokken bonden tegen uitbesteding van diensten wordt heviger, nu blijkt dat Palantir in Europa weinig tot geen vennootschapsbelasting betaalt. En dat terwijl het bedrijf vooral dankzij overheidsopdrachten enorme winsten boekt en zijn beurswaarde sterk ziet stijgen. Cictar, een internationaal onderzoekscentrum dat de belastingstructuren en financiële constructies van grote multinationals onderzoekt, legt in een nieuw rapport grootscheepse belastingontwijking bij het softwarebedrijf bloot. Bijna geen belasting Het bedrijf betaalt in Europa vrijwel geen vennootschapsbelasting, mede omdat winsten naar de VS worden verschoven en de verloning deels op aandelen wordt gebaseerd. Volgens Cictar is de belastingstrategie van Palantir echter niet illegaal; van ontduiking is niet gebleken. Dat Palantir goud geld verdient aan Europese overheidsopdrachten maar nauwelijks belasting betaalt, schiet de Europese vakbonden in het verkeerde keelgat. Dit oneerlijke concurrentievoordeel maakt het voor Europese techbedrijven bijna onmogelijk om nog met de Amerikaanse reus te concurreren. Voormalig kamerlid Jesse Six Dijkstra zei tegenover Follow The Money dat het belastingvoordeel dat Palantir geniet, het voor de EU nog moeilijker maakt digitaal soeverein te worden. Democratische waarden EPSU steunt de oproep van Cictar aan beleidsmakers om de huidige overheidscontracten met Palantir opnieuw te beoordelen, toekomstige contracten te vermijden en de lokale dochterondernemingen van het bedrijf door te lichten. Ook wordt het volgens de federatie tijd om de EU-regels inzake overheidsopdrachten te herzien, zodat geen overheidscontracten worden gesloten met bedrijven die hun belastingen ontwijken. De Europese Commissie werkt aan nieuwe aanbestedingsregels waarbij digitale soevereiniteit en maatschappelijk verantwoord ondernemen zwaarder gaan wegen. Overheden kunnen voorrang geven aan bedrijven die meer bijdragen aan Europa en technologie gebruiken die past bij haar (democratische) waarden. Belgische zorgen In België kijkt de ACOD/CGSP, onderdeel van het ABVV (Algemeen Belgisch Vakverbond), met argusogen naar de Belgische dochteronderneming die Palantir onlangs heeft opgericht. Zijn aanwezigheid in België is mogelijk gericht op de Navo, die haar hoofdzetel in Brussel heeft en al contracten met Palantir afsluit. Hoewel het bedrijf momenteel geen contracten met de Belgische staat heeft, ontving het in 2025 een delegatie met onder meer de Belgische minister van Defensie en de chef Defensie. Premier Bart De Wever verklaarde geen juridisch obstakels te zien voor de toekenning van Belgische overheidsopdrachten aan Palantir. De belastingontwijking die het rapport van Cictar blootlegde, maakt de bond extra bezorgd over de technologische soevereiniteit, zeker nu de regering in Brussel werk maakt van een grondige hervorming van Defensie. Laurent Pirnay, voorzitter van ACOD/CGSP, zegt: ‘Wij verzetten ons tegen de uitbesteding van openbare diensten. Die uitbesteding is nog onaanvaardbaarder wanneer ze grote Amerikaanse technologiebedrijven zoals Palantir betreft, waarvan het gedrag en de waarden volledig indruisen tegen waar wij voor staan. Naast de ernstige problemen rond hun fiscale praktijken zien wij geen enkele reden om hun waarden te importeren. Als Belgische federale, gewestelijke of gemeentelijke overheden overwegen om van hun diensten gebruik te maken, zal dit voor ons van het allergrootste belang zijn om de privégegevens van werknemers en gebruikers te beschermen.’
UU brengt met model it-kwetsbaarheden in kaart 
6 dagen
Digital Autonomy Assessment Framework brengt afhankelijkheden van it-systemen systematisch in kaartDigitale soevereiniteit is voor veel organisaties nog altijd een abstract begrip. Het gaat over afhankelijkheden van leveranciers, controle over data en de vraag hoe wendbaar je nog bent als omstandigheden veranderen. Maar hoe maak je dat concreet? De Universiteit Utrecht (UU) laat zien dat dit wel degelijk kan. Met het zogeheten Digital Autonomy Assessment Framework (Daaf) heeft de universiteit een methodiek ontwikkeld die de kwetsbaarheid van applicaties systematisch in kaart brengt – en die bovendien vrij beschikbaar is voor anderen.De aanpak is niet de enige in zijn soort, maar onderscheidt zich doordat hij niet alleen theoretisch is, maar ook in de praktijk van een grote Nederlandse organisatie is toegepast en doorontwikkeld. Daarmee biedt het een interessant hulpmiddel voor organisaties die worstelen met dezelfde vragen.Van abstract naar meetbaarBinnen veel organisaties bestaan uiteenlopende interpretaties van digitale autonomie, zo bleek uit een presentatie van Marije de Vries, strategic coordinator digital autonomy van de UU, tijdens de drukbezochte Enterprise Summit die opensourcecloudplatform Nextcloud onlangs in de Jaarbeurs organiseerde. Die uiteenlopende interpretaties bleken ook binnen de UU te bestaan. Verschillende teams hanteerden hun eigen definities en prioriteiten, waardoor het lastig werd om eenduidige keuzes te maken.Daaf brengt daar structuur in door digitale autonomie te koppelen aan concrete strategische keuzes. Denk aan vraagstukken rond data-portabiliteit, exit-strategieën, de inzet van open versus gesloten architecturen en de mate van vendor lock-in. Door deze aspecten expliciet te maken, verschuift het gesprek van abstracte principes naar toetsbare criteria.Drie assen: risico, capaciteit en belangDe kern van de methodiek bestaat uit drie analysethema’s die samen de kwetsbaarheid van een applicatie bepalen:Risico-exposure: in hoeverre is een organisatie afhankelijk van een specifieke leverancier of technologie?Mitigatiecapaciteit: welke technische, organisatorische en contractuele mogelijkheden zijn er om die afhankelijkheid te verkleinen?Strategisch belang: hoe kritisch is de applicatie voor de organisatie?Door deze drie dimensies te combineren ontstaat een genuanceerd beeld. Een applicatie met een hoge afhankelijkheid hoeft bijvoorbeeld niet direct problematisch te zijn als de strategische impact beperkt is of als er voldoende alternatieven beschikbaar zijn, lichtte De Vries toe.Acht dimensiesOm de analyse concreet te maken, werkt het framework met 22 indicatoren verdeeld over acht dimensies. Daarin komen onder meer juridische, technische en organisatorische aspecten samen. Denk aan licentiemodellen, contractuele exitmogelijkheden, interoperabiliteit, datatoegang en governance.Deze brede benadering voorkomt dat digitale soevereiniteit wordt gereduceerd tot een puur technisch vraagstuk. Juist de combinatie van factoren bepaalt in de praktijk hoe afhankelijk een organisatie daadwerkelijk is.Van score naar actieEen belangrijk element van de methodiek is dat de uitkomst niet blijft hangen in een score of rapport. De resultaten worden vertaald naar vier duidelijke categorieën:Optimaal: weinig afhankelijkheid, minimale actie nodigBeheersbaar: risico’s zijn aanwezig, maar onder controleAandachtspunt: gerichte verbeteracties nodigKritiek: urgente maatregelen vereistDeze indeling maakt het voor bestuurders en it-verantwoordelijken direct duidelijk waar de prioriteiten liggen. Het framework fungeert daarmee niet alleen als analyse-instrument, maar ook als stuurmiddel.Van applicatie naar roadmapDe kracht van de Utrechtse aanpak zit in de doorvertaling naar concrete stappen. Na de beoordeling van individuele applicaties volgt een proces waarin:Applicaties worden geanalyseerdBenodigde capabilities worden vastgesteldHiaten worden geïdentificeerdEen roadmap wordt opgesteldDaarmee ontstaat een praktische routekaart. Organisaties krijgen niet alleen inzicht in hun huidige situatie, maar ook in wat nodig is om die te verbeteren.Leren door te doenDe UU heeft de methodiek niet in één keer perfect ontwikkeld, gaf De Vries tijdens de Nextcloud-dag aan. Uit de gepresenteerde ‘lessons learned’ bleek dat het traject gepaard ging met voortschrijdend inzicht.Een les is dat digitale autonomie geen puur it-thema is. Betrokkenheid vanuit de hele organisatie – van bestuur tot operationele teams – blijkt essentieel. Daarnaast werd duidelijk dat het verzamelen van de juiste informatie vaak complexer is dan vooraf gedacht, bijvoorbeeld doordat contractinformatie versnipperd is of er onduidelijkheid bestaat over wie eigenaar is van een applicatie. Ook bleek dat standaardisatie helpt. Door een uniforme aanpak te hanteren, wordt het mogelijk om applicaties onderling te vergelijken en prioriteiten beter te onderbouwen.Tegelijkertijd vraagt de methodiek om realisme. Niet elke afhankelijkheid is problematisch en niet elk risico hoeft volledig te worden geëlimineerd. Het gaat om het vinden van een balans tussen controle, kosten en wendbaarheid.Geen silver bullet, wel bruikbaar instrumentDaaf is niet de enige methodiek om digitale soevereiniteit te analyseren. Er bestaan meerdere frameworks en benaderingen, variërend van vendor risk assessments tot bredere enterprise-architectuurmodellen. Denk aan het Europese Cloud Sovereignty Framework of ENISA’s Cloud Security & Sovereignty Guidelines. Ook het GAIA-X Policy Rules & Compliance Framework en de maturitymodellen van het Open Source Program Office (OSPO) kunnen hierbij helpen.Wat de Utrechtse aanpak interessant maakt, is dat deze in de praktijk is getest in een complexe organisatie met een breed applicatielandschap. Daardoor biedt het niet alleen een theoretisch model, maar ook praktische handvatten die in vergelijkbare omgevingen toepasbaar zijn.Vrij beschikbaar voor iedereenOpvallend is dat de UU ervoor heeft gekozen om de methodiek open te stellen. Overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen kunnen het framework gratis downloaden en gebruiken, zo vertelde De Vries. Niet onbelangrijk: alle data blijft hierbij op het eigen systeem van de gebruiker die het framework toepast.Het vrij beschikbaar stellen van Daaf sluit aan bij de bredere gedachte achter digitale soevereiniteit: minder afhankelijkheid begint niet alleen bij technologie, maar ook bij het delen van kennis en het ontwikkelen van gemeenschappelijke instrumenten.Van inzicht naar autonomieDe belangrijkste bijdrage van Daaf ligt misschien wel in de manier waarop deze aanpak het gesprek verandert. Door afhankelijkheden zichtbaar en meetbaar te maken, ontstaat ruimte voor gerichte keuzes.Digitale soevereiniteit blijft daarmee geen abstract ideaal, maar wordt een praktisch vraagstuk: waar zitten de risico’s, wat zijn de opties en welke stappen zijn nodig? Voor organisaties die hun afhankelijkheden beter willen begrijpen – en beheersen – biedt de Utrechtse aanpak een concreet vertrekpunt.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.
Schwarz Digits meldt zich in Benelux
6 dagen
De Duitse cloudaanbieder Schwarz Digits breidt zijn activiteiten uit naar de Benelux. Als directeur van Schwarz Digits Benelux – StackIT is Stephano Bosman benoemd. Hij krijgt de leiding over de opbouw van een lokale organisatie en een regionaal kantoor in Nederland. Stephano Bosman komt van Amazon Web Services (AWS) vandaan waar hij in Nederland de verkooptak voor de publieke overheid leidde. Daarvoor werkte hij onder meer bij Microsoft, SAP Ariba en Sogeti. Met de uitbreiding richt Schwarz Digits zich op Benelux-organisaties die hun data binnen Europese kaders willen beheren. Daarbij legt het bedrijf de nadruk op datasoevereiniteit, naleving van regelgeving en cloudprestaties. De focus ligt onder meer op de publieke sector, zorg en financiële dienstverlening. Volgens Bosman staat de Benelux voor belangrijke keuzes rond datacontrole. Hij stelt dat organisaties hun digitale transformatie willen versnellen zonder de zeggenschap over hun gegevens uit handen te geven. Voor de verdere uitbouw van zijn aanwezigheid in de regio zoekt het bedrijf naar personeel op het gebied van solution architecture, enterprise sales en business development. Het presenteert zijn activiteiten voor de Benelux ook tijdens de vierde Cloud X Summit by Stackit op 17 september 2026 in Wiesbaden. Google Het bedrijf sloot afgelopen mei nog een samenwerkingsovereenkomst met KPN voor het aanbieden van eenEuropese soevereine cloud.StackIT, het cloudplatform van Schwarz (dat dezelfde moeder heeft als supermarkt-reus Lidl), levert daarbij de Europese cloud-infrastructuur, op basis van opensourcesoftware. Even daarvoor sloot de rijksoverheid een raamovereenkomst met StackIT en maakte De Nederlandsche Bank (DNB) bekend voor clouddiensten in zee te gaan met het Duitse technologiebedrijf. Met zulke grote klanten en partners is het openen van een regiovestiging dan ook logisch. Wel blijft de hamvraag hoe onafhankelijk Schwarz Digits is van Amerikaanse dienstverleners. Voor zijn cloudbeheer en -back-up gebruikt Schwarz Google-software, maar wel op een eigen manier. Zo kan Google niet bij de data, zo kreeg Computable tijdens een bezoek afgelopen april aan de stand op de Hannover Messe te horen. Door middel van encryptie zijn de gegevens als het ware afgescheiden, aldus het bedrijf. 
Conclusion wint BDI-aanbesteding voor digitale data-uitwisseling
6 dagen
WIE GUNT WAT – It-dienstverlener Conclusion heeft de aanbesteding voor de realisatie van de kerncomponenten van de Basis Data Infrastructuur (BDI) gewonnen. Tot nu toe stonden deze afspraken en technische blauwdrukken grotendeels nog op papier. De BDI is het publiek-private samenwerkingsverband dat gestandaardiseerd digitaal datadelen in logistieke ketens en supply chains in Nederland en daarbuiten stimuleert en faciliteert. Conclusion realiseert en beheert de technische componenten waarmee bedrijven onderling én met overheidsorganisaties data kunnen uitwisselen. De maximale waarde van het vierjarig contract (inclusief verlengingen) bedraagt zo’n twee miljoen euro, aldus het aanbestedingsbestek. Data-uitwisseling met concurrenten De logistiek en supply chains in onder meer de logistiek en landbouw- en voedselsector staan voor een specifiek digitaliseringsvraagstuk: hoe wissel je data uit met partijen waarmee je tegelijk concurreert? De BDI heeft daarvoor een afsprakenstelsel ontwikkeld dat regelt hoe vertrouwen, eigenaarschap en governance worden geborgd bij het delen van data. Tot nu toe stonden deze afspraken en technische blauwdrukken grotendeels op papier. De opdracht aan Conclusion is om ze daadwerkelijk te bouwen en in gebruik te nemen. De aanpak is bewust opensource: er wordt geen nieuw gesloten platform gebouwd, maar een set herbruikbare componenten die bestaande systemen aanvullen en met elkaar verbinden. Van Excel-bestanden naar realtime zicht op de keten De eerste concrete toepassing in de containerlogistiek maakt inzichtelijk waar een container zich bevindt in de keten. Dat klinkt eenvoudig, maar bedrijven wisselen deze informatie nog vaak uit via e-mail of Excel-bestanden. Door in een centraal autorisatieregister het vertrouwen binnen de keten vast te leggen en gegevensstromen te standaardiseren worden veel drempels voor toegang tot relevante data over die container weggenomen en zijn die data tijdig en volledig beschikbaar. Andere toepassingen die in de pijplijn zitten, zijn gericht op ‘lastmile delivery’ in de bouw, een pharma-datacorridor voor end-to-end tracking van medicijnen en CO2-voetafdrukdata in voorraadketens in de landbouw- en voedingssector. Bewezen aanpak Vijf partijen namen deel aan de finale fase van de aanbesteding. Conclusion zegt geselecteerd te zijn op basis van een pragmatische aanpak en aantoonbare ervaring met vergelijkbare vraagstukken in andere sectoren. Het bedrijf uit de Domstad verzorgt binnen het project zowel het projectmanagement, de architectuur en adoptie als de technische ontwikkeling en het testen. Technisch onderscheidend is onder meer de inzet van de opensource-identity-and-access-managementoplossing Keycloak als kern van de identificatielaag. Conclusion ontwikkelde hiervoor plug-ins die door Keycloak zelf zijn overgenomen. Het platform dat voor de BDI wordt gebouwd, is opgezet als een overdraagbaar model: de open standaarden en modulaire architectuur maken het toepasbaar voor andere sectoren of regio’s waar data-uitwisseling tussen concurrerende partijen een drempel vormt voor samenwerking, zoals de eerdergenoemde agrifood supply chains, stelt Conclusion. Leon Roseleur, principal consultant bij Conclusion: ‘Logistiek raakt vrijwel elke vitale sector in Nederland. Wie goederen, medicijnen of bouwmaterialen wil laten stromen, heeft data nodig die over organisatiegrenzen heen beweegt. Dat lukt alleen als je de afspraken over eigenaarschap en vertrouwen goed regelt. Wat de BDI heeft neergezet, is een fundament waarop de logistiek zelf verder kan bouwen, zonder afhankelijk te worden van één platform of leverancier. Dat is precies de aanpak die schaalbare innovatie mogelijk maakt.’ Europees niveau Ook in Europa zijn er diverse initiatieven voor veilige gegevensuitwisselingen op basis van afsprakenstelsels. Zo is er de European Mobility Data Space, een virtueel netwerk waar de logistieke sector en overheidsinstanties binnen Europa eenvoudig en op een standaard wijze data veilig kunnen uitwisselen. Daar wordt in dit decennium stapsgewijs naar toegewerkt, zoals Computable eerder belichtte. Wie gunt wat: Veel ict-opdrachten worden verstrekt via een aanbestedingstraject. Computable maakt regelmatig melding van de publiek gemaakte gunningen.
Spoelstra Spreekt: Lui en niet te vertrouwen
1 week
COLUMN – Albert Einstein zei ooit, als je doet wat je altijd deed dan krijg je wat je altijd kreeg. Maar dan in het Duits natuurlijk. En ik moest hieraan denken toen ik het stukje las over de pijnlijke blunder van de mensen van PwC. En natuurlijk heb ik hard gelachen. Wie niet? Nou de mensen van PwC want over hen ging het nieuws. PwC heeft namelijk een pijnlijke misstap begaan door potentiële klanten rapporten te sturen waarin fictieve informatie als feit werd gepresenteerd. De Financial Times meldt dat vier rapporten over ai en elektrische voertuigen tal van zogenoemde ai-hallucinaties bevatten. In de rapporten werden op grote schaal fictieve bronnen, verzonnen artikelen en verkeerde citaten aangetroffen. Er stond zelfs een zelfbedacht onderzoek in. En niet eens zelfbedacht door PwC maar door ai. Wat blijkt nu, de mensen van PwC zijn ook lui en niet te vertrouwen Kijk, als je kantoren zoals PwC inhuurt weet je, ik betaal veel te veel. Maar je huurt ze natuurlijk ook niet zomaar in. Dat doe je omdat je lui en onzeker bent en je eigen mensen niet vertrouwt. Je wilt gewoon een stukje zekerheid. Wat blijkt nu, de mensen van PwC zijn ook lui en niet te vertrouwen. Zelfverzekerd zijn ze dan weer wel. Einstein? PWC laat zo’n duur rapport normaal altijd maken door een paar stagiaires. Maar ja, die moet je ook een stagevergoeding betalen dus waarom het niet gewoon het rapport grotendeels door ai laten genereren? Nou, omdat ai, naast dat het heel goed is in het snel in elkaar flansen van een rapport, ook heel goed is in het fout gebruiken van bronnen.  Net zoals ik aan het begin heb gedaan met een uitspraak van Einstein die helemaal niet van Einstein schijnt te zijn. Daarom hebben we een partij nodig die controleert of ai wel goed zijn werk doet. Ik weet in ieder geval één partij die daar totaal ongeschikt is. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl.
Kort: Meer winst voor Wolters Kluwer, Bending Spoons lijft AirTable in (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: goede halfjaarcijfers Wolters Kluwer, Accenture en IBM moderniseren UniCredit, Scaleup Europe gestart, Red Hat slaagt bij overheid en Italianen kopen AirTable. Wolters Kluwer ziet winst stijgen dankzij cloud en ai Wolters Kluwer heeft over de eerste helft van 2026 een omzet van 3,03 miljard euro geboekt, een groei van zo’n 4 procent. De nettowinst steeg met 5 procent naar 580 miljoen euro.   Wat verder aan de halfjaarcijfers van 2026 opvalt, is de verdere verschuiving naar terugkerende software- en abonnementsinkomsten. Die groeiden organisch met 7 procent en zijn inmiddels goed voor 85 procent van de omzet. De omzet uit cloudsoftware nam organisch met 14 procent toe. Het informatieconcern uit Alphen aan den Rijn haalt ook nog steeds opbrengsten uit papieren vakinformatie binnen, goed voor zo’n 4 procent van de omzet. Volgens topvrouw Stacey Caywood profiteert het informatie- en softwareconcern van de groeiende vraag naar ai-toepassingen voor zorg-, fiscale en juridische professionals. Analisten waren kortgeleden nog bezorgd dat de vraag zou dalen vanwege ai-ontwikkelingen die de software overbodig zou maken. Veruit de meeste omzet komt uit Noord-Amerika (64 procent), gevolgd door Europa (29 procent) en Azië/Australië en de rest van de wereld (7 procent). UniCredit moderniseert bankplatform met Accenture en IBM UniCredit gaat zijn technologische infrastructuur vernieuwen met ondersteuning van Accenture en IBM. De Italiaanse bankgroep wil meer regie krijgen over de ontwikkeling van zijn it-landschap en tegelijk bestaande systemen combineren met cloud-, data- en ai-technologie. Het meerjarige programma omvat ook een wijziging in de bestaande joint venture die een groot deel van de technologieomgeving van UniCredit beheert. Accenture neemt daarin een meerderheidsbelang over van IBM. Big Blue blijft betrokken als technologie- en adviespartner en levert onder meer IBM Z-platformen, software en consultancy. De drie partijen ontwikkelen een nieuw operationeel model voor banktechnologie. Volgens UniCredit moet dit de bank meer controle geven over toekomstige technologische ontwikkelingen en de invoering van ai ondersteunen. Scaleup Europe ondersteunt jonge techbedrijven De Europese Commissie lanceert het nieuwe fonds Scaleup Europe zodat veelbelovende tech-startups niet langer elders naar financiering hoeven te zoeken. Het fonds richt zich op technologiesectoren die cruciaal worden geacht voor de digitale en ecologische transformatie. Dit omvat toepassingen in kunstmatige intelligentie, quantumtechnologie, biotechnologie en schone technologie. Het financieringsinstrument heeft een streefbedrag van vijf miljard euro en is bedoeld om snelgroeiende Europese techbedrijven te helpen sneller te schalen. Tot nu toe ontbrak het Europa vaak aan voldoende durfkapitaal voor latere groeifasen. Naast de Europese Commissie nemen ook institutionele beleggers deel zoals de Nederlandse pensioeninvesteerder APG namens het ABP-pensioenfonds. [Alfred Monterie] Red Hat OpenShift voldoet grotendeels aan beveiligingsnormen overheid De informatiebeveiliging van leverancier Red Hat en zijn OpenShift-oplossing voldoet voor het grootste deel aan de vereisten zoals opgenomen in de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2 (BIO 2 v1.1). Zo oordeelt adviseur Capgemini. Deze versie van het normenkader voor informatiebeveiliging binnen de Nederlandse overheid kent 93 ISO gebaseerde maatregelen en 120 specifieke overheidsmaatregelen. Van deze 120 overheidsmaatregelen zijn er na beoordeling 95 in scope genomen als relevant voor de leverancier en zijn oplossing. Daarmee zijn er vijfentwintig buiten scope gebleven omdat ze in hoge mate overheid-specifiek zijn of betrekking hebben op de beherende partij binnen de overheid. Van deze 95 zijn er 82 als voldoende afgedekt. In totaal dertien maatregelen zijn aangemerkt als mogelijke aandachtspunten. Die punten kunnen zowel voortkomen uit onvoldoende specifieke eisen vanuit de BIO als wel maatregelen (al dan niet met een gedeelde verantwoordelijkheid) waar leverancier Red Hat nog onvoldoende in staat was om compliance aan te tonen. [Alfred Monterie] Bending Spoons neemt Airtable over voor 1,28 miljard dollar Bending Spoons neemt Airtable over voor 1,28 miljard dollar in contanten. Met de acquisitie haalt de softwareontwikkelaar opnieuw een bekende technaam binnen. Bending Spoons is gevestigd in Milaan, Italië. Airtable, met hoofdkantoor in San Francisco, ontwikkelt software voor spreadsheets, databases en workflowbeheer. Het bedrijf bedient volgens eigen zeggen meer dan vijfhonderdduizend organisaties.   De overnameprijs ligt aanzienlijk lager dan de waardering van meer dan elf miljard dollar die Airtable tijdens de techhausse van 2021 bereikte. Volgens Bending Spoons genereerde Airtable in juni 2026 circa 480 miljoen dollar aan jaarlijkse terugkerende omzet, een stijging van ruim 20 procent ten opzichte van een jaar eerder. Bending Spoons, dat recent een beursnotering kreeg aan de Nasdaq, nam eerder onder andere AOL, Brightcove, Eventbrite, Evernote, Harvest, Komoot, Remini, StreamYard, Vimeo en WeTransfer over. Het bedrijf, onder leiding van Luca Ferrari, staat erom bekend overgenomen bedrijven te reorganiseren middels ontslagrondes en het verhogen van
ABN Amro: ict-sector herstelt zich fors
1 week
De omzet in de Nederlandse ict-sector steeg in het eerste kwartaal van dit jaar met 5,8 procent na een zwak vierde kwartaal van 2025 (minus 2,9 procent). Deze forse ommekeer blijkt uit het ABN Amro-rappobrt Stand van Technologie, Media en Telecom (TMT).  Ook het optimisme is terug. Na een dip in april (-4,9) is het ondernemersvertrouwen in de TMT-sector de afgelopen maand hersteld met een positieve waarde van 5,2. Geopolitieke onzekerheid drukte tijdelijk het sentiment, maar het vertrouwen is inmiddels opnieuw positief. TMT presteert daarmee beter dan alle andere sectoren, waar het ondernemersvertrouwen nog negatief scoort. Het vertrouwen ligt ook boven het langjarig gemiddelde, maar nog onder de piekniveaus van vóór 2020.Sinds 2023 is de vacaturegraad in de TMT-sector geleidelijk afgenomen door normalisatie van de arbeidsmarkt na de sterke digitaliseringsgolf tijdens en direct na de coronapandemie. De opkomst van generatieve ai versterkt deze ontwikkeling: routinematige werkzaamheden worden efficiënter uitgevoerd, waardoor organisaties terughoudender zijn geworden met het aannemen van met name junior talent. Ondanks deze afkoeling blijft TMT een van de meest krappe sectoren van de Nederlandse economie. Herstel Sinds eind 2025 laat de ict-branche een duidelijk herstel zien. De bank baseert zich daarbij op CBS-cijfers over de ontwikkeling in de categorieën ‘IT Services & Software’; ‘ICT Hardware’ en ‘Telecom IT-services & software’. De vraag blijft breed: ai-toepassingen, cloud, data, cybersecurity en integratie in kernprocessen vragen om advies, implementatie en beheer. It-diensten en software staan in het teken van ai. Generatieve ai (gen-ai) verschuift dit jaar verder van experiment naar toepassing in de bedrijfsvoering. Organisaties bouwen nieuwe ai-rollen op en zoeken vaak externe implementatiepartners. Voor it-dienstverleners en softwarebedrijven betekent dit extra vraag, maar ook druk op het verdienmodel: klanten vragen vaker om resultaat-, consumptie- of op agenten gebaseerde prijsmodellen, aldus de onderzoekers van ABN Amro. Integratie Een andere trend, signaleert de bank, is dat ai-agenten steeds vaker worden geïntegreerd in saas-applicaties en bestaande software-landschappen. Daarmee verschuift de waarde van losse softwarelicenties naar procesautomatisering, datakwaliteit en veilige orkestratie van meerdere agents. De implementatie blijft complex. Architectuurkeuzes, operationele kennis en governance bepalen of ai-projecten schaalbaar worden. Dat vergroot de behoefte aan systeemintegratie, data- en cloudarchitectuur, cybersecurity, compliance en beheer. Bij ict-hardware zet het herstel door: van +4 procent in Q3 2025 naar +12 procent in het vierde kwartaal van 2025. Bedrijven haalden investeringen naar voren vanwege verwachte prijsstijgingen en het vervangen van hardware rond het einde van de Windows 10-ondersteuning. Hogere kosten voor geheugen, opslag en processors zetten marges onder druk en kunnen doorwerken in prijzen en beschikbaarheid, ook bij resellers, hosting en it-dienstverlening. Telecom Ai houdt de structurele vraag naar rekenkracht, opslag en netwerkcapaciteit hoog. Investeringen in datacenters, cloudcapaciteit en digitale infrastructuur blijven daardoor naar verwachting stevig, al maken energieverbruik en componentenkosten de businesscase uitdagender, aldus de bank. In de telecomsector versnelde de groei na een zwak 2025 licht naar +1,1 procent in het eerste kwartaal van 2026, mede door prijsverhogingen van grote aanbieders in oktober 2025. De sector blijft echter gekenmerkt door beperkte volumegroei, hoge investeringsdruk en stevige concurrentie. ABN Amro zoomt in haar publicatie Stand van TMT ook in op de impact van ai op de boekenbranche.
Rabobank investeert miljarden in it
1 week
Rabobank steekt de komende drie jaar tot twee miljard euro in het versterken van de data- en it-infrastructuur, een betere klantbeleving en het opschalen van ai. Dat meldde de bank bij de presentatie van de van de halfjaarcijfers.  ‘Kunstmatige intelligentie, data en andere nieuwe technologieën veranderen de manier waarop klanten willen bankieren en het werk van onze medewerkers,’ aldus topman Stefaan Decraene bij de presentatie. Meer dan 27.000 medewerkers hebben inmiddels geavanceerde ai-trainingen gevolgd die verder gaan dan het verplichte programma. Rolgebaseerd leren is beschikbaar voor functies zoals engineers, product owners, data scientists en leidinggevenden.  Ambities Een op de drie medewerkers heeft een Copilot Work-licentie, terwijl 90 procent van alle medewerkers Copilot Chat gebruikt. Dit draagt bij aan productiviteitsverbeteringen en efficiëntere werkmethoden binnen de hele organisatie, beweert de bank. Zo vermindert de Summarizer de administratie en verbetert de tool de consistentie van gegevens, terwijl de CHRO Virtual Assistant gevalideerde hr-, it-, facilitaire en werkplekondersteuning biedt. Daardoor neemt selfservice toe van 51 procent naar 66 procent, terwijl er ongeveer 1.255 uur per kwartaal wordt bespaard, stelt de Rabobank. Gestandaardiseerde gen-ai managed services van de bank moeten de ai-adoptie bevorderen. Rabobank’s ‘responsible gen-ai services’ voegen privacy, beveiliging en kwaliteitscontroles toe gedurende de gehele ai-levenscyclus. Weerbaarder De investeringen zijn mede bedoeld om de bank digitaal weerbaarder te maken. Eerder dit jaar waarschuwde onder meer De Nederlandsche Bank (DNB) voor mogelijke ai-gedreven cyberaanvallen. DNB-president Olaf Sleijpen drong er bij banken op aan dat ze goed aan hun beveiliging werken. De Rabobank liet afgelopen juni ook weten een Agentic Hub te hebben opgericht. Het gaat om een initiatief dat de eigen engineeringteams helpt om ai-agents sneller, veiliger en effectiever toe te passen in softwareontwikkeling. In een interview met Computable zegt Rabobank‑cito Alexander Zwart de opkomst van agentic ai te zieen als een kantelpunt dat de dagelijkse praktijk van softwareontwikkeling ingrijpend verandert.
Zakendoen met samenwerkingsverbanden
1 week
Digitale soevereiniteit is in korte tijd veranderd van een abstract begrip in een belangrijk punt op de agenda van cio’s en it-managers. Waar draaien onze kritieke applicaties? Wie kan juridisch of technisch bij onze data? Hoe snel kunnen we overstappen naar een andere leverancier als dat nodig is? Tegelijkertijd schieten initiatieven met nieuwe namen als paddenstoelen uit de grond: Euro-Office, Open Cloud Alliantie, Ecofed, Dosba, noem maar op. Hoewel deze organisatie nog nauwelijks bekend zijn, tonen ze aan dat digitale soevereiniteit verschuift van ambitie naar technische, organisatorische en commerciële werkelijkheid. Vier initiatieven nader bekeken. Euro-Office: soevereine, webgebaseerde werkplek Neem Euro-Office. Dat is geen nieuwe cloudprovider en ook geen los alternatief voor Microsoft 365. Euro-Office is een Europese opensource-officesuite voor documenten, spreadsheets en presentaties, ontwikkeld als soeverein alternatief voor Microsoft Office. Het initiatief werd eind maart gelanceerd door onder meer Ionos, Nextcloud, Eurostack, XWiki, OpenProject, Soverin, Abilian en Btactic. De techpreview is beschikbaar via GitHub. Een eerste stabiele versie wordt deze zomer verwacht. Voor Jos Poortvliet van Nextcloud wil benadrukken dat Euro-Office geen product is dat organisaties simpelweg als losse desktopsoftware installeren. ‘Euro-Office is bedoeld als webgebaseerde officecomponent die je integreert in een bredere digitale werkplek’, zegt hij. Denk aan bestandsdeling, wiki’s, projectmanagement en samenwerkingsomgevingen. Daarmee is Euro-Office vooral een bouwsteen voor een soevereine werkplek. Volgens Poortvliet is die nuance belangrijk. ‘Veel organisaties zoeken niet alleen een tekstverwerker of spreadsheet, maar hebben behoefte aan een geloofwaardig alternatief voor de volledige productiviteitslaag waarvan zij nu afhankelijk zijn.’ Daarbij telt niet alleen functionaliteit, maar ook governance. Wie bepaalt de koers van de software? Waar wordt de code beheerd? Wie kan bijdragen? En onder welk juridisch regime valt de ontwikkeling? Een communitygedreven opensource-oplossing als Euro-Office past volgens hem beter bij een soevereine werkplek dan een gesloten softwaremodel. Open Cloud Alliantie: federatieve cloudinfrastructuur Een andere rol speelt de Open Cloud Alliantie. Dit samenwerkingsverband van zeven Nederlandse cloudbedrijven, met gezamenlijk twintig in Nederland gevestigde datacenters, richt zich in eerste instantie op de publieke sector. Het idee is niet dat een gemeente, ministerie of uitvoeringsorganisatie rechtstreeks met de Open Cloud Alliantie zaken doet. Het model draait juist om raamovereenkomsten met een of meerdere aanbieders, die toegang geven tot een geharmoniseerd dienstenaanbod en – belangrijk – de mogelijkheid om workloads eenvoudig te verdelen of te verplaatsen. Ludo Baauw, ceo van Intermax Groep en een van de oprichters van de Open Cloud Alliantie, vat het zo samen: ‘Stel dat een middelgrote gemeente bedrijfskritische applicaties wil onderbrengen in een Nederlandse it-omgeving. Dan moet je voorkomen dat die organisatie opnieuw afhankelijk wordt van één partij. Dat regelen we binnen de Open Cloud Alliantie met dergelijke raamovereenkomsten.’ Zo’n overeenkomst geeft toegang tot een reeks geharmoniseerde diensten en een referentiearchitectuur. Een klant sluit zo’n contract overigens niet met de alliantie zelf, maar maakt met een of meerdere individuele leden afspraken over workloads, opslaglocaties en dataverwerking. Bij grote trajecten is hiervoor een aparte juridische entiteit in te richten. Het onderliggende doel blijft hetzelfde: klanten moeten eenvoudig kunnen kiezen welke services zij bij welke aanbieder afnemen, terwijl workloads altijd eenvoudig verplaatsbaar blijven. Baauw noemt de aanpak van de alliantie ‘vendor lock-out’. Daarmee bedoelt hij dat de architectuur waarop de leden van de alliantie hun diensten baseren zodanig is opgebouwd dat klanten niet vast komen te zitten in één technische of juridische omgeving. De alliantie werkt daarvoor met een referentiearchitectuur genaamd Orca. ‘Die beschrijft hoe je een omgeving zo opbouwt dat je op elk moment van de ene naar de andere aanbieder binnen de alliantie kunt overschakelen’, aldus Baauw. In Orca hebben onder meer afspraken als Haven+ een plaats gekregen. Belangrijk is dat het aanbod van de leden van de alliantie geharmoniseerd is. ‘Vendor lock-in ontstaat wanneer een aanbieder diensten ontwikkelt die andere partijen niet bieden en waarvan klanten vervolgens volledig afhankelijk worden. Dan wordt overstappen lastig. Daarom kijken we als alliantie ook naar de manier waarop cloudservices worden benoemd. Daarbij hebben we gekeken naar het werk van Gaia-X. Soms hebben services van hyperscalers totaal verschillende benamingen, terwijl ze hetzelfde doen. In andere gevallen lijken namen juist sterk op elkaar, terwijl de functionaliteit behoorlijk verschilt. Voor klanten kan dat verwarrend zijn. Door servicenamen te standaardiseren, willen we duidelijkheid creëren.’ De urgentie bij overheden om grip te krijgen op hun digitale infrastructuur is groot, maar de angst om opnieuw afhankelijk te worden van één leverancier is minstens zo groot. Daarom is de Open Cloud Alliantie zo’n interessante ontwikkeling: het biedt de publieke sector een serieus, soeverein alternatief zonder verlies van keuzevrijheid. Bestuurders kunnen daadwerkelijk schakelen tussen aanbieders binnen Nederlands recht. En is dat niet wat digitale soevereiniteit in de praktijk betekent? Baauw wil nog een misverstand wegnemen: hij hoort regelmatig dat Nederlandse cloudbedrijven te klein zouden zijn voor grote klanten zoals overheidsorganisaties. ‘Niets is minder waar’, stelt hij. ‘Via de Open Cloud Alliantie is een omvangrijke en complexe cloudomgeving in te richten. Vaak kunnen wij dat individueel ook, maar via de alliantie werkt het nog beter. En laten we niet vergeten: alleen al de zeven leden van de alliantie hebben samen een omzet van ruim 2,5 miljard euro per jaar. Dan ben je echt niet klein meer.’ Ecofed: federatieve cloudomgeving voor eenvoudig workloadbeheer Voor het verplaatsen van workloads tussen meerdere cloudbedrijven maakt de Open Cloud Alliantie gebruik van technologie die is ontwikkeld binnen Ecofed. Die naam staat voor European Cloud Services in an Open FEDerated ecosystem. Het project valt onder IPCEI-CIS, het Europese programma voor cloudinfrastructuur en -diensten. De Europese Commissie keurde dit programma eind 2023 goed. In totaal wordt 2,6 miljard euro geïnvesteerd in Europese cloudinfrastructuur, waarvan Nederland met drie projecten en zeventig miljoen euro deelneemt. Ecofed richt zich op cloudfederatie, open interfaces en opensource-tooling om overstappen tussen aanbieders eenvoudiger te maken. De officiële doelstelling van Ecofed is de ontwikkeling van een technisch framework voor een opener en geïntegreerd cloudmodel. Clouds van verschillende aanbieders moeten zich daarbij als één samenhangend systeem kunnen gedragen. Gebruikers moeten eenvoudiger kunnen wisselen tussen clouds, terwijl data binnen de Europese Unie blijft. Alex Bik, cto van BIT en een van de deelnemers aan Ecofed, is enthousiast over het project, maar plaatst het wel graag in perspectief. ‘Als je vandaag van een hyperscaler naar een Nederlandse cloudprovider wilt migreren, heb je Ecofed eerlijk gezegd niet nodig. Dat kan nu namelijk ook al.’ Het probleem waar veel klanten van hyperscalers mee worstelen, zit volgens hem in de diensten die deze buitenlandse cloudbedrijven rond hun infrastructuur hebben gebouwd. Die services bestaan bij andere aanbieders vaak niet, en al helemaal niet in exact dezelfde vorm. ‘Daar zit de vendor lock-in. Niet in de virtuele machine of container, want die kun je eenvoudig verplaatsen. Het probleem zit in alle aanvullende diensten daaromheen.’ Ecofed is volgens Bik vooral interessant voor de volgende stap: een cloudomgeving waarin overstappen eenvoudiger, voorspelbaarder en minder ingrijpend wordt. Hij wijst erop dat de onderliggende technologie inmiddels succesvol is gedemonstreerd. ‘Het gaat erom dat workloads veel makkelijker van de ene naar de andere provider kunnen bewegen. Juist dat is nodig als je keuzevrijheid serieus neemt. Mede dankzij Ecofed is dat nu al goed mogelijk.’ Dosba bouwt coöperatie voor opensource-support Dan is er tenslotte nog Dutch Open Source Business Alliance, ofwel Dosba. Waar Euro-Office zich richt op de werkplek, de Open Cloud Alliantie op infrastructuur en Ecofed op federatieve cloudtechnologie, richt dit initiatief zich op opensource-bedrijven achter veel van deze oplossingen. Directeur Ronny Lam omschrijft de vereniging als ‘een spreekbuis voor en van opensource-gerelateerde bedrijven’. De vereniging telt 42 leden en groeit nog steeds. Het gaat om consultancybedrijven, ontwikkelaars, hosters en leveranciers die hun geld verdienen met opensource-technologie, bijvoorbeeld via implementatie, beheer, support of softwareontwikkeling. Ook Lam wil afrekenen met een hardnekkig misverstand: opensource betekent niet dat alles gratis is. ‘Ope source-software is op zich gratis, maar moet wel worden geïmplementeerd en onderhouden.’ Organisaties kunnen dat onderhoud zelf organiseren, maar kunnen ook support- en servicecontracten afsluiten met gespecialiseerde bedrijven. Daar zit ook de relevantie voor digitale soevereiniteit. Veel opensource-bedrijven zijn klein of middelgroot. Individueel zijn zij voor grote aanbestedingen soms lastig te contracteren. Daarom werkt Dosba aan samenwerkingsvormen, waaronder een coöperatie waarin meerdere bedrijven gezamenlijk implementatie, beheer en support kunnen leveren. Een coöperatie heeft als voordeel dat zij een eigen rechtspersoon is, contracten kan afsluiten en een herkenbare reputatie kan opbouwen. Lam verwacht dat rond de zomer een eerste coöperatie operationeel zal zijn. Volgens Lam draait het bij Dosba om organisatiekracht. ‘De mensen zijn er, de kennis is er, de bedrijven zijn er, we moeten het nu goed organiseren.’ Hij schat dat Nederland beschikt over circa 50.000 it-professionals met ruime ervaring in opensource-software. Ruim voldoende, volgens hem. De uitdaging ligt in het organiseren en bundelen van die kennis: zorgen dat inkopers, cio’s en it-managers niet met tientallen individuele specialisten hoeven te praten, maar met een herkenbare partij die verantwoordelijkheid kan nemen, ook bij grotere cloud- en it-projecten. Nederlandse soevereine infrastructuur Zo ontstaat langzaam maar zeker een nieuw beeld van een soevereine infrastructuur. Euro-Office bouwt aan een soevereine werkplekomgeving. De Open Cloud Alliantie maakt Nederlandse cloudinfrastructuur contractueel en technisch bruikbaar voor de publieke sector. Ecofed ontwikkelt technologie voor federatie en eenvoudig overstappen, omdat organisaties niet willen overstappen van vendor lock-in bij Amerikaanse hyperscalers naar nieuwe afhankelijkheid van Nederlandse of Europese aanbieders. En Dosba organiseert de opensource-bedrijven die met hun kennis en diensten op het gebied van softwareontwikkeling, implementatie en support de technische basis hiervoor leveren en onderhouden. Voor cio’s en it-managers is de les misschien wel dat digitale soevereiniteit geen product is dat je eenvoudig kunt inkopen. Het is tegelijk een ontwerpprincipe, inkoopvraagstuk, architectuurkeuze en beheeropgave. En dat vereist kennis. Kennis die de afgelopen jaren binnen veel organisaties minder belangrijk werd gevonden, omdat cloud simpelweg werd ingekocht bij hyperscalers. Wie echter baas wil zijn over zijn eigen digitale infrastructuur, moet beschikken over de kennis en vaardigheden om die infrastructuur te ontwerpen, te bouwen, te beheren en te onderhouden. Met steeds dezelfde gedachte in het achterhoofd: nooit meer volledig afhankelijk worden van welke monopolist dan ook. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #5.

Pagina's

Abonneren op computable