computable

113 nieuwsberichten gevonden
Ai-systemen overtreden massaal EU AI Act en AVG
10 uur
Geen enkel groot ai-model houdt zich aan de Europese wet- en regelgeving. Het best scorende systeem overtrad de wet in 46 procent van de getoetste gevallen, het slechtst presterende in 93 procent.Dat blijkt uit nieuw onderzoek van het Amsterdamse ai-onderzoekinstituut Aithos. Het ai-onderzoeksinstrument Lara (Legal Assessment for Real-world Agents) toetste toonaangevende commerciële ai-modellen op verboden en risicovolle gedragingen op grond van Europese wet- en regelgeving. Vooral Google gooit er met de pet naar. Google’s Gemini 3.1 Pro (preview release in februari) bleef steken op slechts 10 procent wettelijke naleving (‘legal compliance’). Gemini 2.5-pro zit op 11 procent. Twee Chinese modellen (Alibaba’s qwen3p6-plus en Moonshot AI’s kimi-k2p6) kwamen nog slechter uit de bus.Fundamentele grondrechtenNog het beste bracht het in april gelanceerde Anthropic’s Claude-opus-4-7 er van af met een wettelijke naleving van circa 54 procent. Claude-sonnet-4-6 reikte tot 43 procent, Claude-opus-4-6 haalde 34 procent. OpenAI’s GPT-5.5 scoorde rond de 38 procent, beter dan versie 5.4 die op 17 procent kwam. Het Franse Mistral (large-2512) haalde 12 procent, DeepSeek-v4-pro 11 procent. De toetsen zijn gebaseerd op tien fundamentele grondrechten uit de wet- en regelgeving voor AI in Europa: de AVG (GDPR), die persoonsgegevens beschermt, en de EU AI-verordening (EU AI Act), die scherpe grenzen stelt aan wat AI-systemen wel en niet mogen doen.SchendingenNiet alleen breekt elk van de ‘frontier’-modellen de wet, ook zijn alle geteste wetten gebroken. Op grote schaal vinden schendingen plaats op het gebied van gegevensbescherming, manipulatie, emotieherkenning en psychologische profilering. Ook worden verplichtingen genegeerd om menselijke supervisie toe te passen.Gebrek aan naleving kan leiden tot boetes van maximaal 35 miljoen euro of 7 procent van de wereldwijde omzet op grond van de EU AI-verordening. Overtreding van de AVG kost maximaal twintig miljoen euro of 4 procent van hun jaarlijkse omzet. Bedrijven die ai-agents bouwen en op de markt brengen – dus niet de makers van het onderliggende ai-model – dragen primair de wettelijke verantwoordelijkheid voor naleving van de EU AI-verordening en de AVG. Organisaties die zo’n agent vervolgens inzetten, zijn daarvoor eveneens aansprakelijk. Serieuze schadeNadia Kadhim, executive drector bij Aithos, benadrukt dat dit geen abstracte wettelijke overtredingen zijn. ‘Wat wij met Lara willen aantonen, is dat de systemen waarop mensen dagelijks vertrouwen, nog niet zijn ingericht om hun rechten te beschermen.’ Volgens haar zouden de uitkomsten niet alleen de bedrijven die commerciële modellen inzetten grote zorgen moeten baren, maar iedereen die met een ai-systeem te maken krijgt. Ze zegt: ‘Deze wetten zijn er niet voor niets: Ai kan echt serieuze schade aan mensen toebrengen. Onze autonomie, onze privacy maar ook andere fundamentele mensenrechten staan op het spel.’Daan Henselmans, research director bij Aithos, legt de werkwijze uit. ‘We plaatsen het model in een actieve simulatie, waarin het e-mails kan lezen, tools kan gebruiken of kan praten met klanten. Lara test hoe ai-systemen zich in de praktijk gedragen, niet hoe ze scoren op een vragenlijst.’ LaraLara is gratis beschikbaar en ontwikkeld met het oog op brede publiekelijke toegankelijkheid. De eerstvolgende update maakt het voor iedereen mogelijk om scenario’s te bouwen om vervolgens de ai-tools die van invloed zijn op hun leven te toetsen op basis van hun eigen voorkeuren. Ook zal Lara worden uitgebreid met de mogelijkheid verschillende nationale en internationale wetten te toetsen.
DNB: cyberincidenten en ai bedreigen financiële stabiliteit
12 uur
Ook de AFM en het CPB maken zich zorgen De Nederlandsche Bank (DNB) maakt zich zorgen over de financiële stabiliteit, niet alleen door de toenemende geopolitieke spanningen en militaire conflicten maar ook door de grotere kans op cyberincidenten. Dit kan leiden tot verstoringen in de vitale infrastructuur van het financiële systeem.  Cyberdreigingen kunnen zich bovendien in hoog tempo voordoen dankzij krachtige (generatieve) ai-modellen. Daardoor neemt de tijd om digitale kwetsbaarheden te adresseren af. Dit legt de lat hoger voor financiële instellingen om kwetsbaarheden snel te verhelpen en tijdig te herstellen. Zo blijkt uit het halfjaarlijkse Overzicht Financiële Stabiliteit van DNB. In navolging van veel ciso’s en het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) ziet de centrale bank een structurele verschuiving in het cyberdreiging-landschap, mede door de snelle ontwikkeling van ai. De tijd wordt steeds korter tussen het moment waarop een kwetsbaarheid in software wordt ontdekt en het moment waarop daar misbruik van gemaakt wordt. Volgens DNB-president Olaf Sleijpen is dringend actie nodig, zowel van financiële instellingen als van beleidsmakers.  Onrust Een bijkomend risico is dat beleggers uitgaan van hoge winstgroei, vooral van techbedrijven die fors in ai investeren, terwijl de gevraagde risicocompensatie laag blijft. Beleggers lijken zich vooralsnog dan ook weinig zorgen te maken over de impact van de omvangrijke ai-investeringen op de winstgevendheid van technologiebedrijven. Tegelijk zijn er toenemende zorgen over de impact van ai op andere sectoren. DNB wijst ook op de recente onrust op de Amerikaanse private credit-markten. Het aandeel software-as-a-service-edrijven, waarbij software als online-dienst wordt geleverd, is de afgelopen jaren aanzienlijk gestegen in private credit-portefeuilles. Een op de vijf leningen is aan softwarebedrijven. Dat betekent een groter risico op gelijktijdige verliezen bij economische tegenwind. DNB gaat ook uitgebreid in op de opkomst van stablecoins, crypto-activa die hun waarde stabiel proberen te houden ten opzichte van gangbare valuta. AFM en CPB Tegelijk met de DNB kwamen ook de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en het Centraal Planbureau (CPB) met hun jaarlijkse risicorapportages. Volgens de AFM verhoogt digitalisering verhoogt de efficiëntie van de financiële sector, maar er is ook een keerzijde. Tegelijk wordt de kwetsbaarheid vergroot door sterke afhankelijkheid van digitale infrastructuur en een beperkte groep cloud- en ai-dienstverleners.  Ook het gebruik van ai op kapitaalmarkten houdt een gevaar in. De complexiteit en beperkte uitlegbaarheid van ai-modellen maken markten minder transparant. Bovendien vergroten zij de risico’s voor marktintegriteit, hogere volatiliteit en onbedoelde manipulatie, met name bij autonoom en homogeen algoritmisch gedrag. Digitalisering en toenemend ai-gebruik vertalen zich in hogere operationele risico’s en cyber-kwetsbaarheden. Die worden versterkt door geopolitieke spanningen en afhankelijkheid van externe it- en datadienstverleners.  Het CPB ziet in de Risicorapportage financiële markten 2026 nieuwe risico’s buiten het traditionele bankensysteem. Grote investeringen in kunstmatige intelligentie worden vaker gefinancierd via complexe schuldconstructies, zoals private credit en financiering buiten de balans. Ook de kredietverlening via niet-bancaire financiële instellingen neemt toe. Dit vraagt om meer inzicht in de hieraan verbonden risico’s en onderlinge afhankelijkheden. Eerder financierden grote techbedrijven hun investeringen grotendeels uit operationele kasstromen. Maar nu wordt er flink geleend. De vraag is wanneer deze investeringen worden terugverdiend.  Koersdalingen? Tegelijkertijd brengt een scenario waarin ai-toepassingen zeer succesvol blijken eveneens aanpassingskosten met zich mee, aldus het CPB. Ai-bedrijven concurreren met meer traditionele software-, data-, en cybersecuritybedrijven. Onverwachte ai-successen kunnen zich voordoen bij relatief onbekende bedrijven, wat de bedrijfsmodellen van de meer gevestigde techbedrijven onder druk zet.  Dergelijke innovaties passen in beginsel binnen een proces van creatieve destructie en kunnen bijdragen aan productiviteitsgroei. Ze kunnen echter gepaard gaan met grote koersdalingen op financiële markten wanneer de winstgevendheid van hooggewaardeerde ondernemingen onder druk komt te staan. Deze onzekerheid vertaalt zich ook naar kredietmarkten, een gevaar dat ook de DNB signaleert.
Spoelstra Spreekt: Te veel moeite
14 uur
COLUMN – We zijn te gemakkelijk geworden. We willen geen moeite meer doen. Het is allemaal begonnen met de afstandsbediening van de tv. Sindsdien willen we zo veel mogelijk zittend doen. Waarom opstaan, een knopje indrukken en weer gaan zitten, als je dit ook met één vingerbeweging kunt doen? Het moet simpeler en sneller. En dat is gelukt. Misschien wel té goed. Want tegenwoordig automatiseren we alles wat we kunnen automatiseren. Niet dat dit heeft geleid tot minder werknemers – integendeel. De boekhouder deed vroeger de administratie met een rekenmachine en een kladblok. Nu doet hij dat nog steeds, maar dan met een boekhoudprogramma, een functioneel beheerder, een systeembeheerder en een consultant die uitlegt waarom de update van versie 7.3 naar 7.4 ‘kritisch’ is. Er zijn meer mensen bij betrokken dan vroeger. Het voelt wel makkelijker. Dat wel. Zodra we moeten aanwijzen op welke plaatjes een auto te zien is, worden we boos Iets omslachtig doen vinden we zonde. Het mag geen moeite kosten. We willen inloggen met onze wenkbrauwen of door even naar het scherm te zwaaien. Zodra we moeten aanwijzen op welke plaatjes een auto te zien is, worden we boos. En terecht overigens, want telt alleen een bumper ook? En wat als de auto verdeeld is over drie plaatjes, moet je dan alle drie aanklikken? En is een busje eigenlijk een auto? Niemand die het weet. We gokken maar wat net zo lang we binnen zijn. Trage Trudy En gedoe is de vijand. Alles moet makkelijk. Immers, ook Trage Trudy van de receptie moet ermee kunnen werken. Trudy heeft het zichzelf al makkelijk gemaakt door haar wachtwoord op een geeltje te schrijven en dat op haar scherm te plakken. En doordat wij alles zo makkelijk willen maken, maken we het ook makkelijk voor de hacker. Die hoeft niet eens meer in te breken, hij hoeft alleen maar even rond te kijken. Het hoeft echt niet moeilijker. Niemand vraagt om een digitale hindernisbaan. Maar iets meer moeite doen zou de veiligheid al enorm verhogen. Bijvoorbeeld door een extra stap toe te voegen bij het inloggen. Dus niet alleen de wenkbrauwen optillen, maar ook het eerste couplet van het Wilhelmus zingen. Niet dat dit het gaat redden. Dit gaat namelijk moeite kosten, en moeite doen is precies wat we niet meer willen. Bovendien gaat Trage Trudy het eerste couplet van het Wilhelmus gewoon op de zijkant van haar beeldscherm plakken. Op een geeltje. Uiteraard. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl. Dit artikel staat ook in Computable Magazin 2026 #4.
Kort: TCS komt met variabele soevereine cloud, onderzoek PwC naar de data-economie (en meer)  
14 uur
In dit nieuwsoverzicht: TCS komt met eigen soevereine cloudopzet, Ajax-hacker gearresteerd, Eraneos koopt Deus, PWV neemt data-economie onder de loep en twee nieuwe deals Main. TCS introduceert soevereine cloud met variabel controleniveau Tata Consultancy Services (TCS) introduceert in Nederland de SovereignSecure Cloud. Deze dienst is gericht op overheden en organisaties in gereguleerde sectoren en combineert cloudgebruik met eisen rond datacontrole en regelgeving. Aanleiding is de groeiende druk vanuit Europese wetgeving zoals AVG, NIS2 en Dora. Ook nationale initiatieven als de Nederlandse Digitaliseringsstrategie en Europese plannen voor cloud- en ai-infrastructuur vergroten de behoefte aan meer grip op data en systemen. De oplossing van TCS bestaat uit drie lagen. Organisaties kunnen kiezen voor cloudgebruik via hyperscalers binnen EU-regels, nationale cloudvoorzieningen met lokale opslag of een centrale aansturingslaag die per toepassing het gewenste niveau van soevereiniteit bepaalt. Daarnaast biedt TCS een beoordelingsraamwerk om per applicatie het juiste beschermingsniveau vast te stellen. Volgens het bedrijf verschuift cloudsoevereiniteit daarmee van een beleidsvraag naar een praktische inrichting van it-omgevingen. Ajax-cyberaanvaller aangehouden De recherche heeft dinsdag een 35-jarige man uit de gemeente Buren aangehouden voor computervredebreuk bij Ajax. De man wordt verdacht van het meerdere keren opzettelijk wederrechtelijk binnendringen in de computersystemen van Ajax. Bij een hack bleek eind maart dat seizoenskaarten konden worden gestolen. Ook was het mogelijk te zien wie er allemaal een stadionverbod had en deze zelfs op te heffen. De politie heeft de woning van de verdachte doorzocht. Daarbij zijn gegevensdragers in beslag genomen voor verder onderzoek. Of de man gegevens van Ajax heeft gestolen, is nog niet bekend. It-beveiliger Acronis leverde Ajax zijn Cyber Protect-suite. Het bedrijf is nog steeds partner van Ajax. [Alfred Monterie] Eraneos neemt ai-specialist Deus over Eraneos, gevestigd in Zürich, neemt het Amsterdamse Deus over, een bureau dat zich richt op het ontwerpen en bouwen van ai-toepassingen. Met de overname wil het adviesbureau organisaties helpen om ai breder toe te passen binnen hun bedrijfsvoering. Volgens Eraneos blijven veel organisaties steken in pilots, doordat strategie, ontwikkeling en implementatie van ai los van elkaar plaatsvinden. DEUS brengt expertise in op het gebied van data, engineering en gebruikerservaring om die kloof te verkleinen. Deus telt ruim honderd medewerkers en heeft naast Amsterdam ook vestigingen in Porto en A Coruña. Binnen Eraneos gaat het bedrijf fungeren als kenniscentrum voor ai. PwC: bijna 10 procent Nederlandse economie draait op data PwC becijfert dat dataproducten in 2024 goed waren voor 9,6 procent van het Nederlandse bbp, circa 108 miljard euro. Daarmee zijn data uitgegroeid tot een belangrijk onderdeel van de economie. Volgens het rapport van het adviesbureau neemt de waarde van data toe doordat organisaties meer inzetten op analyse in plaats van alleen verzamelen. Investeringen in data science stegen van 17,4 miljard euro in 2013 naar 32,2 miljard euro in 2024. Nederland heeft naast wegen, bruggen en dijken ook een grootschalige, digitale data-infrastructuur opgebouwd, stelt PWC vast. Het adviesbureau ziet ook een verband tussen data-investeringen en economische groei. Een stijging van de data-intensiteit met 1 procent hangt samen met 0,13 procentpunt extra groei in het jaar erna. De zorgsector investeert het meest in data, terwijl financiële dienstverlening en ict vooroplopen in data-intensiteit. Tegelijk blijft er krapte aan personeel met datavaardigheden. Main ondersteunt deals van TMA en Xert Twee deelnemingen van Main Capital hebben overnames gepleegd. Zo lijft het Utrechtse TMA implementatiepartner Priman volledig over. Het bedrijf was al aandeelhouder. Priman richt zich op talentgedreven performanceverbetering en helpt organisaties bij het toepassen van talentdata in de praktijk. Het Rotterdamse bedrijf ondersteunt circa dertig grote organisaties, waaronder KPN en meerdere ministeries. Met de overname wil TMA zijn platform voor talentmanagement verder uitbreiden. Eerdere acquisities, zoals Decisionwise, Styr en BrainsFirst, worden daarin geïntegreerd. De combinatie moet organisaties ondersteunen bij talentidentificatie, ontwikkeling en prestaties. De overnames wordt ondersteund door Main die begin 2025 instapte bij TMA. De investeerder heeft ook Xait, een Noorse aanbieder van software voor complexe documentcreatie, geholpen aan een acquisitie: SAE GmbH. Dat is een in Duitsland gevestigde aanbieder van software voor het automatiseren van configuratie-, prijs- en offerteprocessen voor de industrie. Voor Xait, opgericht in 2000 met hoofdkantoor in Stavanger, is het de eerste add-on-overname sinds Main in juli 2025 instapte bij het bedrijf.
Zeven be­lang­rijk­ste trends op Cybersec Europe 2026
19 uur
We liepen twee dagen rond op Cybersec Europe 2026. We volgden sessies en polsten bij sprekers, deelnemers en exposanten. Op de beursvloer en in het volledige contentprogramma – van main stage tot tech theater en vendor-sessies – kwamen enkele duidelijke trends naar voren die samen de richting van de Europese cyberagenda bepalen.1. Ai als versneller van aanval én verdedigingAi was overal aanwezig op Cybersec Europe 2026, niet zozeer als toekomstvisie maar als dagelijkse realiteit, zowel in defensieve processen als in aanvalstechnieken. ‘Met AI verschuift cybercriminaliteit naar een industriële schaal, waarbij automatisatie de snelheid en complexiteit van aanvallen drastisch verhoogt’, stelt Kristof Lossie, manager security engineering team bij Check Point.Sessies op Cybersec Europe als You’re already using AI. But are you in control?, One Prompt Away from Disaster en Securing the AI Multiverse draaiden om de beveiliging van AI-modellen, prompts, identiteiten en data.Ook de rol van securityteams verandert fundamenteel. David Vanderoost, ceo van het Belgische securitybedrijf Approach Cyber stelt: ‘AI is de olifant in de kamer, zonder twijfel. De securitysector wordt er enorm door uitgedaagd.”2. Digitale soevereiniteit als strategische prioriteitGeopolitieke spanningen vertalen zich steeds sterker naar concrete cybersecuritykeuzes in organisaties. Volgens Anouck Teiller, co-ceo bij HarfangLab, is er een evolutie ten opzichte van vorig jaar in de perceptie van het belang van een sterk Europees cybersecurityframework, vooral gedreven door geopolitieke bezorgdheden. ‘We zien heel duidelijk dat klanten op zoek gaan naar soevereine oplossingen’, oppert ze.En in de praktijk groeit ook de voorkeur voor controleerbare technologie. ‘Overheidsinstellingen beginnen te kijken naar open source-oplossingen puur voor de garantie op soevereiniteit’, bevestigt Wouter Decruy, ceo van Acen.3. Van compliance naar echte cyberweerbaarheidRegelgeving zoals NIS2 en de Cyber Resilience Act blijft een belangrijke drijfveer, maar de nadruk verschuift naar proactieve, continue cyberweerbaarheid. Dat kwam terug in sessies rond resilience, MDR, threat hunting en incident response.Cybersecurity wordt steeds minder een checklist. Al is er nog werk, zeker ook bij de kleinere organisaties. ‘Cybersecurity wordt door hen nog te vaak gezien als een eenmalige actie in plaats van een continu proces’, aldus Eléonore Simonet, Belgische minister van KMO en Middenstand, in haar openingskeynote.4. Cyberoorlog en geopolitiek als permanente realiteitDe geopolitieke dimensie van cybersecurity was prominent aanwezig in het programma, met sessies over digitale oorlogsvoering, Europese defensiesamenwerking en cyberespionage. Met ook met een Belgische minister van defensie – Theo Francken dus – die een keynote kwam verzorgen.Cyber wordt steeds explicieter een onderdeel van bredere geopolitieke machtsverhoudingen, waarbij staten, infrastructuren en bedrijven deel worden van hetzelfde dreigingslandschap. Belangrijke dreigingen zijn cyberespionage, cybersabotage en desinformatie, die vaak samen worden gebruikt om het effect te versterken’, aldus Pierre Ciparisse, commandant van de Belgische Cyber Force.5. It/ot-convergentie en fysieke impact van cyberrisicoDe grens tussen it en ot vervaagt verder, waardoor cyberincidenten steeds vaker ook operationele en fysieke gevolgen hebben. ‘Maar cyberweerbaarheid in industriële en kritieke infrastructuren kan niet louter met technologie worden bereikt’, zo was de boodschap van Marc Samson, adviseur bij Isaca tijdens zijn keynote op main stage. ‘Er is een fundamentele verandering nodig in de manier waarop organisaties leidinggeven, communiceren en beslissingen nemen over de scheidslijn tussen it en ot heen.’Sessies zoals OT Cybersecurity as the Operating Model for Modern Industry en 5 Critical Controls for OT & CPS Security maakten duidelijk dat industriële omgevingen inzake security aandacht verdienen. Dit jaar was er op Cybersec Europe ook voor het eerst een speciaal OT-theater.6. Platformisering zonder vendor lock-inEen duidelijke verschuiving in de markt is de vraag naar geïntegreerde platformen die verschillende securitytools samenbrengen zonder afhankelijkheid van één specifieke leverancier. Wat dat betreft zindert de Crowdstrike-storing van anderhalf jaar geleden toch nog na.Kristof Lossie van Check Point vat die spanning samen vanuit de markt: ‘Klanten zeggen vandaag: we willen de voordelen van een platformaanpak, zonder de vendor lock-in die we niet willen.’Maar die evolutie draait ook om snelheid en samenwerking tussen tools. ‘Tijd is het cruciale element’, benadrukt hij. ‘Als securityoplossingen niet samenwerken, dan ben je simpelweg te traag.’7. De basics: cyberhygiëne, supply chain en menselijke factor blijven cruciaalOndanks alle aandacht voor ai en geopolitiek blijven klassieke risico’s overeind: phishing, menselijke fouten en kwetsbare leveranciers blijven de meest gebruikte aanvalsvectoren. Mkb’ers zijn vaak extra kwetsbaar door beperkte middelen, terwijl supply chain-aanvallen structureel blijven groeien in impact en complexiteit.Want tegelijk blijft de basis onveranderd belangrijk: mensen, processen en supply chains bepalen nog steeds de echte weerbaarheid van organisaties. ‘Elk klein bedrijf dat aandacht besteedt aan zijn cyberbeveiliging is een gemakkelijk doelwit minder’, zo besloot Simonet haar keynote. ‘Maar het is ook een crisis minder en een succesverhaal meer op het gebied van bedrijfscontinuïteit, vertrouwen en groei.’
Anthropic Mythos maakt weg vrij voor publieke release
20 uur
Anthropic heeft vorige week een eerste voortgangsupdate gepubliceerd over Project Glasswing, het selectieve toegangsprogramma voor zijn controversiële beveiligingsmodel Mythos. De update bevat zowel een opvallende belofte als een bekentenis.Het bedrijf wil Mythos-klasse modellen ooit algemeen beschikbaar stellen, maar erkent tegelijk dat niemand, en dus ook Anthropic zelf niet, vandaag over de nodige veiligheidswaarborgen beschikt om dat te doen. Intussen wordt de toegang tot Mythos uitgebreid naar nieuwe partners, waaronder Amerikaanse en geallieerde overheden. Tot de oprichtende partners van het project behoren Amazon Web Services, Apple, Broadcom, Cisco, CrowdStrike, Google, JPMorganChase, de Linux Foundation, Microsoft, Nvidia en Palo Alto Networks. 23.000 kwetsbaarheden later De cijfers uit de update zijn zowel best indrukwekkend als alarmerend. Mythos scande meer dan duizend opensourceprojecten die een groot deel van de internetinfrastructuur ondersteunen, en vond automatisch 23.019 mogelijke kwetsbaarheden, waarvan 6.202 initieel als hoog of kritiek werden beoordeeld.Maar een ruwe ai-scan is nog geen bewijs. Anthropic filterde die bevindingen eerst intern en rapporteerde 1.752 gevallen aan de betrokken softwareonderhouders. Van die gerapporteerde gevallen bevestigden de maintainers 90,6 procent als een reëel lek, waarvan 62 procent effectief hoog of kritiek ernstig bleek, goed voor 1.094 ernstige kwetsbaarheden. Een van de zwaarste trof de cryptografiebibliotheek WolfSSL, die op miljarden apparaten draait. Mythos construeerde daarvoor een werkend exploit waarmee aanvallers valse certificaten konden aanmaken voor bank- of mailwebsites. De patching loopt echter achter. Van die 1.094 bevestigd ernstige lekken zijn er vooralsnog slechts 75 verholpen. Opensourceonderhouders klagen over een lawine van meldingen en onvoldoende capaciteit om bij te benen. Dat bevestigt wat critici in april al aanstipten: Mythos voegt druk toe aan een al overbelast beveiligingsecosysteem. Of hoe ai vaak voor meer uitdagingen dan oplossingen zorgt
Vervanging verkiezingssoftware op goede spoor
1 dag
De Kiesraad zit op schema met het project Abacus, nieuwe software voor de berekening van verkiezingsuitslagen. Het doel om de huidige (Duitse) programmatuur (OSV2020) daarmee te vervangen is een stuk dichterbij gekomen.   Fleur van Leusden, ciso bij de Kiesraad, meldt dat dit opensourceproject, een eigen ontwikkeling, goede voortgang boekt. Een succesvolle oplevering ligt in het verschiet. Omdat de broncode openbaar is, kan iedereen meekijken en zelf ook wat bijdragen. De software is ontwikkeld in de programmeertaal Rust. Vervanging van OSV2020 was nodig omdat dit oude programma onvoldoende aansloot op het proces van uitslagvaststelling. Bovendien moest beter invulling worden gegeven aan het wettelijke opensource-vereiste in het Kiesbesluit. De voorloper van Abacus werd voortijdig beëindigd.  Het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT) concludeerde eind 2025 dat de Kiesraad snel lering heeft getrokken en met Abacus effectief heeft gehandeld. Wel drong het AcICT aan op meer sturing. Zo moest nader worden gespecificeerd wanneer Abacus goed genoeg is. De Kiesraad kwam met de toezegging dit verder uit te werken. 
Hoe betrouwbaar is onze software?
1 dag
Van vertrouwen naar bewijs | Interview Marieke Huisman Software is uitgegroeid van ondersteunend hulpmiddel tot kritieke infrastructuur. In een wereld van geopolitieke spanningen, digitale afhankelijkheid en toenemende systeemcomplexiteit wordt betrouwbaarheid een strategische factor. Volgens Marieke Huisman, hoogleraar Software Reliability aan de Universiteit Twente, is het tijd voor een omslag: van impliciet vertrouwen naar aantoonbaar bewijs. ‘Onze maatschappij draait op software’, stelt Huisman. ‘Van financiële systemen tot energievoorziening: alles is digitaal.’ Software is daarmee niet langer alleen een technisch vraagstuk, maar ook een geopolitieke factor. Europa is in hoge mate afhankelijk van buitenlandse technologie, met name van Amerikaanse cloud- en platformleveranciers. Die afhankelijkheid beperkt de controle over data en systemen en brengt risico’s met zich mee voor digitale soevereiniteit. Softwareketens zijn bovendien internationaal en complex, waardoor organisaties beperkt zicht hebben op de herkomst en werking van componenten. Zolang systemen functioneren, blijft die afhankelijkheid grotendeels onzichtbaar — tot het misgaat. Volgens Huisman zou het helpen als kritieke software, zoals systemen rond DigiD, vaker opensource beschikbaar is. ‘Dan kan een brede groep experts meekijken en fouten sneller aan het licht brengen.’ Hoewel organisaties daar terughoudend in zijn, kan meer transparantie volgens haar juist bijdragen aan betere softwarekwaliteit. Huisman wijst erop dat afhankelijkheden ook een strategische dimensie hebben. Moderne systemen, inclusief defensietoepassingen, zijn in sterke mate softwaregedreven. ‘Dat onderstreept hoe belangrijk het is om te begrijpen en te beheersen hoe software zich gedraagt, zeker wanneer die afkomstig is uit internationale ketens’, aldus de hoogleraar. Tegelijkertijd is het maatschappelijke besef van deze afhankelijkheid beperkt. Software is zo diep verankerd in het dagelijks leven dat ze grotendeels onzichtbaar blijft. Juist in tijden van internationale spanningen krijgt die afhankelijkheid extra gewicht. De kwetsbaarheid neemt verder toe door de groeiende complexiteit van software. Moderne systemen bestaan uit miljoenen regels code en zijn opgebouwd uit externe libraries, api’s en diensten. Volledige controle is daardoor nauwelijks haalbaar. Nieuwe ontwikkelingen versterken dat effect. De opkomst van ai-gegenereerde code versnelt softwareontwikkeling, maar vermindert vaak het inzicht in de werking ervan. Ontwikkelaars vertrouwen steeds vaker op automatisch gegenereerde code zonder die volledig te doorgronden. Dat leidt tot software die wel functioneert, maar waarvan het gedrag niet altijd volledig begrepen wordt. Juist in die context neemt het belang van verificatie toe. Huisman: ‘Het is noodzakelijk om niet minder, maar juist méér te verifiëren: als software essentieel is, moet aantoonbaar zijn wat systemen doen.’ Wiskundige modellen De technieken om software systematisch te controleren zijn niet nieuw; de eerste ideeën stammen uit de jaren zestig en zeventig. Formele methoden maken gebruik van wiskundige modellen om eigenschappen van software te bewijzen, bijvoorbeeld door gewenst gedrag exact te specificeren of alle mogelijke toestanden van een systeem te analyseren. In theorie bieden deze technieken krachtige mogelijkheden om fouten vroegtijdig op te sporen. In de praktijk blijft toepassing echter achter. Volgens Huisman ligt dat niet aan de effectiviteit, maar aan de toegankelijkheid. ‘De methoden zijn complex en vereisen specialistische kennis, wat voor veel ontwikkelteams een drempel vormt. Daarnaast spelen tijdsdruk en kosten een rol: verificatie wordt nog vaak gezien als extra stap, terwijl de baten zich later uitbetalen.’ Dat leidt tot een klassiek spanningsveld tussen korte- en langetermijnbelangen. Onder druk van deadlines en budgetten krijgen snelheid en functionaliteit vaak prioriteit boven zekerheid. Toch is de economische logica volgens Huisman helder: fouten die laat worden ontdekt, zijn aanzienlijk duurder om te herstellen. In kritische systemen kunnen ze bovendien leiden tot verstoringen, beveiligingsincidenten en reputatieschade. De waarde van verificatie zit juist in het voorkomen van problemen. VerCors Om de kloof tussen theorie en praktijk te verkleinen, werkt Huisman met haar onderzoeksgroep aan VerCors (Verification of Concurrent Software), een verificatietool die sinds 2011 in ontwikkeling is. ‘Het doel is formele methoden toegankelijk te maken voor reguliere ontwikkelaars. De tool analyseert broncode en controleert of die voldoet aan gespecificeerde eigenschappen, zodat fouten vroeg zichtbaar worden. Ontwikkelaars krijgen directe feedback over mogelijke problemen en oplossingen.’ De ontwikkeling van dergelijke tools blijft volgens haar echter een uitdaging. Programmeertalen, frameworks en ontwikkelmethoden veranderen snel, waardoor onderzoek zich continu moet aanpassen. Het doel is verificatie zo te integreren in bestaande workflows dat het net zo vanzelfsprekend wordt als testen of code review. Perspectief In de loop van haar carrière heeft Huisman haar perspectief op softwareverificatie zien verschuiven. Waar ze aanvankelijk uitging van volledig bewezen, foutloze software, erkent ze dat volledige zekerheid in de praktijk zelden haalbaar is. De complexiteit en schaal van moderne systemen maken sluitend bewijs vrijwel onmogelijk. Dat maakt verificatie echter niet minder relevant. Het doel verschuift naar aantoonbare kwaliteitsverbetering en het zo vroeg mogelijk opsporen van fouten, zegt ze daarover. Betrouwbaarheid en veiligheid zijn daarbij nauw verweven. Softwarefouten vormen vaak de basis voor beveiligingslekken, variërend van onbedoelde datatoegang tot exploiteerbare kwetsbaarheden. Volgens Huisman ontstaan deze risico’s vaak doordat het gedrag van software niet expliciet wordt vastgelegd en gecontroleerd. Verificatietechnieken kunnen helpen om die eigenschappen inzichtelijk te maken en te borgen. Veiligheid moet daarom geen sluitpost zijn, maar een integraal onderdeel van ontwerp en ontwikkeling. Kloof Er bestaat nog altijd een kloof tussen academisch onderzoek en de praktijk. Universiteiten richten zich op fundamentele inzichten en publicaties, terwijl bedrijven behoefte hebben aan direct toepasbare oplossingen. Ook binnen de academie speelt een spanningsveld: promovendi moeten publiceren, terwijl het ontwikkelen van bruikbare tools andere prioriteiten vraagt. Voor implementatie zijn vaak aanvullende rollen nodig, gericht op engineering en productontwikkeling. Tegelijkertijd ziet Huisman dat bedrijven zich meer en meer bewust zijn van het belang van softwarekwaliteit. De uitdaging ligt in het aantonen van de meerwaarde en het praktisch toepasbaar maken van technieken. Ook bij de overheid is ruimte voor verbetering. Besluitvorming over digitale systemen vindt niet altijd plaats met voldoende technische kennis, terwijl de impact groot is. Volgens Huisman vraagt dat om meer inhoudelijke expertise bij beleidsmakers. Geen enkele partij kan dit vraagstuk alleen oplossen. Bedrijven brengen praktijkervaring, de wetenschap methodologische kennis en de overheid sturingskracht. Juist de combinatie daarvan is nodig om softwarebetrouwbaarheid structureel te verbeteren. Studenten Onderwijs speelt hierin een belangrijke rol. Studenten leren niet alleen programmeren, maar vooral hoe ze software bouwen die begrijpelijk en controleerbaar is. Het gaat niet om de hoeveelheid code, maar om de kwaliteit en de verantwoording ervan. Daarmee ontstaat een nieuwe generatie ontwikkelaars die betrouwbaarheid als uitgangspunt neemt. De conclusie: in een samenleving waarin software de ruggengraat vormt van vrijwel alle processen, volstaat impliciet vertrouwen niet langer. Systemen worden complexer, afhankelijkheden nemen toe en de impact van fouten groeit. Organisaties moeten daarom toewerken naar aantoonbare controle over hun software. Zekerheid zal nooit absoluut zijn, maar met betere methoden, tooling en samenwerking kan de betrouwbaarheid aanzienlijk worden vergroot. Of zoals Huisman het samenvat: ‘We moeten van vertrouwen naar bewijs. Alleen dan houden we grip op de systemen die ons dagelijks leven bepalen.’ Profiel | Marieke Huisman Marieke Huisman is hoogleraar Software Reliability aan de Universiteit Twente. Haar onderzoek richt zich op formele methoden voor softwareverificatie en het vroegtijdig opsporen van fouten in complexe systemen. Zij leidt de ontwikkeling van de verificatietool VerCors en werkt op het snijvlak van theorie en praktijk. Voor de liefhebber Hoe werkt VerCors in de praktijk? In dit voorbeeld ziet VerCors dat de implementatie iets anders doet dan de specificatie zegt.  In vector-add.c een functie die 2 arrays optelt, plus specificaties die dit beschrijven (alle commentaarregels). Context beschrijft dingen die voor en na de functie moeten gelden, ensures is een postconditie: dit geldt na afloop. De specificaties op regel 10 en 11 beschrijven het gedrag van één loop iteratie. Deze specificaties kunnen we verifiëren. Als de specificaties veranderen, bijv. op regel 11 in: ensures a[i]==b[i]+c[i] + 1; Dan verschijnt de volgende foutmelding: Marieke Huisman: ‘De specificatie met de Perm op regel 10 heeft te maken met het feit dat we over concurrent programma’s redeneren (het zegt of een thread mag lezen of schrijven naar een geheugenlocatie die mogelijk door meerdere threads gelezen wordt). Eén van de onderzoeksonderwerpen voor ons is hoe we kunnen zorgen dat zoveel min mogelijk annotaties geschreven moeten worden door de persoon die de code wil verifiëren. De specificatie op regel 4 is wat we echt willen weten, de rest zou je willen genereren. Een ander onderwerp is om zo goed mogelijke informatie te geven als de code niet verifieert.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
Amerikaanse overname Solvinity ketst af; DigiD gered
1 dag
Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) verbiedt de overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. Hiermee wordt voorkomen dat DigiD onder de invloedssfeer van de regering Trump komt.  Aerdts volgt met deze vergaande maatregel het advies van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). De toezichthouder die de veiligheidsrisico’s van de voorgenomen transactie onderzocht, adviseert een volledig verbod. BTI concludeert dat deze beoogde overname van Solvinity mogelijk een risico vormt voor het publieke belang. Deze toetsing is gebaseerd op de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT). Solvinity, die het beheer van het DigiD-platform ondersteunt, geldt als onderdeel van de digitale infrastructuur. Het besluit van Aerdts is op Pinkstermaandag genomen. Er was haast mee omdat voltooiing van de transactie aanstaande was. Het gebeurt zelden dat het BTI overnames verbiedt.  BTI De staatssecretaris benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer dat de investeringstoets risico-gebaseerd is. Het BTI oordeelt landenneutraal. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van anti-Amerikaanse gevoelens. Het gaat er alleen om risico’s voor het publieke belang te voorkomen. De WOZT is gelijkelijk van toepassing op alle investeerders, ongeacht het land van herkomst. Aerdts voegt hier aan toe dat Nederland grote waarde hecht aan de aanwezigheid van buitenlandse, waaronder nadrukkelijk ook Amerikaanse technologiebedrijven en hun bijdrage aan de Nederlandse economie en digitale infrastructuur.  Doemscenario De brief laat onvermeld welke risico’s precies zijn meegewogen. De Tweede Kamer krijgt daar in een vertrouwelijk overleg nog een toelichting op. Vooral uitval van DigiD als de regering in Washington Nederland wil ‘straffen’ is een doemscenario dat zeker onder ogen zal zijn genomen. Ook was er brede maatschappelijke angst dat persoonlijke gegevens van Nederlandse burgers bij de regering Trump zouden belanden. Er bestonden ook twijfels of mitigerende maatregelen voldoende zouden zijn om de beschikbaarheid en privacy te waarborgen. Kyndryl zegt in een persverklaring ‘uiterst teleurgesteld’ te zijn over het verbod. De it-dienstverlener voelt zich slachtoffer van ‘de politisering van het proces’.
Kort: Opensource-sector trekt aan de EU-bel, recordjaar voor Lenovo (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: zorgen over vage opensource-strategie EU, Nextview breidt uit naar Noordse regio, Teamenergie zet ai-samenwerkingsplatform op, beste boekjaar Lenovo en advies aan kabinet: ga weg van X. Opensource-bedrijven vragen EU om ‘opensource-first’-beleid Een coalitie van Europese opensource-bedrijven roept de Europese Unie op om opensource standaard mee te nemen bij de inkoop van software. In een open brief aan de Europese Commissie, lidstaten en het Europees Parlement pleiten de partijen voor een ‘opensource-first’-beleid. De brief is mede opgesteld door bedrijven als Suse, Nextcloud en OpenNebula. Zij pleiten ervoor dat overheden eerst beoordelen of er een geschikt opensource-alternatief is, voordat zij kiezen voor gesloten software. De initiatiefnemers roepen andere bedrijven op om de open brief te ondertekenen. De oproep komt in aanloop naar het Tech Sovereignty Package, dat de Europese Commissie op 3 juni wil presenteren. De coalitie wijst erop dat de opensource-strategie mogelijk geen deel meer uitmaakt van het pakket. Volgens de ondertekenaars kan een vaste toets op opensource bijdragen aan minder afhankelijkheid van leveranciers en meer transparantie bij overheidsinkoop. Nextview neemt Pole Consulting over voor uitbreiding in Scandinavië Nextview Consulting uit Amsterdam neemt Pole Consulting uit Stockholm over. Met de deal wil het bedrijf zijn positie als Salesforce-partner in Scandinavië versterken en inspelen op de groeiende vraag naar ai-toepassingen. De medewerkers van Pole, gespecialiseerd in Salesforce-projecten, worden onderdeel van het Nordics-team van Nextview. Klanten krijgen toegang tot een breder Europees netwerk en aanvullende diensten, waaronder ondersteuning rond data en ai. Na afronding telt Nextview, opgericht in 2009, meer dan tweehonderd specialisten en is het actief in zeven Europese landen. Het bedrijf richt zich op advies, implementatie en beheer van Salesforce-oplossingen. Ai-platform laat teams zelf hun ontwikkeling sturen Teamenergie uit Naarden introduceert een ai-platform waarmee teams hun eigen ontwikkeling kunnen analyseren en verbeteren. De oplossing combineert een teamanalyse met een interventieplan en een ai-coach die vragen beantwoordt. De methode is ontwikkeld door onderzoeker Cees van der Zwan, die honderden teams onderzocht. Volgens het bedrijf heeft een groot deel van de gangbare interventies weinig tot negatief effect. Het platform moet gerichter advies geven, afgestemd op de ontwikkelfase van een team. Teamenergie stelt dat organisaties met de aanpak minder afhankelijk zijn van externe coaches en kosten kunnen besparen. De tool is gebaseerd op data uit meer dan zeshonderd teammetingen en richt zich op prestatie, samenwerking en inzetbaarheid. Lenovo sluit sterkste boekjaar uit de geschiedenis af Lenovo Group heeft in het boekjaar 2025/26 een recordomzet van 83,1 miljard dollar gerealiseerd, een stijging van 20 procent. De aangepaste nettowinst kwam uit op twee miljard dollar, 42 procent hoger dan een jaar eerder. De groei wordt volgens het bedrijf vooral gedreven door ai-activiteiten. Die verdubbelden op jaarbasis en zijn goed voor een derde van de totale omzet. In het vierde kwartaal steeg de omzet zelfs met 27 procent tot 21,6 miljard dollar. Alle businessgroepen realiseerden een dubbelcijferige omzetgroei over het volledige boekjaar. Volgens Lenovo onderstrepen de resultaten de kracht van de groep in een complexe marktomgeving, gekenmerkt door onder meer voorrraadtekorten en stijgende componentkosten. De groei wordt daarbij sterk gedreven door Lenovo’s hybride ai-strategie en de toenemende vraag naar ai-apparatuur, ai-infrastructuur en ai-services. Lenovo verhoogde zijn investeringen in onderzoek en ontwikkeling met 9 procent. Negatief ambtelijk memo over X De Voorlichtingsraad, bestaande uit de communicatie-directeuren van alle ministeries, adviseert het kabinet om zich grotendeels terug te trekken van X. Zo blijkt uit een intern memo waarover De Volkskrant bericht. Dit Amerikaanse communicatieplatform zou ‘actief’ desinformatie, racisme, haatzaaien en andere strafbare content faciliteren. Sinds de overname door Elon Musk is X sterk gepolariseerd geraakt door minder moderatie en wijzigingen in het algoritme. Het gebruik door de rijksoverheid staat daardoor op gespannen voet met de eigen wettelijke normen, aldus de ambtenaren.  Uit onderzoek van De Volkskrant blijkt bovendien dat politici op X veel bedreigingen en opruiing ontvangen. Een vertrek zou gevolgen hebben voor de accounts van bewindspersonen en ministeries; alleen in diplomatie en crisissituaties zou X nog worden gebruikt. Na de zomer volgt een besluit. [Alfred Monterie]
Wingtech opent frontale juridische aanval op Nexperia
1 dag
Wingtech, de Chinese eigenaar van Nexperia, trekt juridisch alle registers open in het conflict over de vraag wie het voor het zeggen krijgt bij de Europese bedrijven van de chipfabriek met hoofdkantoor in Nijmegen. De machtsstrijd wordt op vele fronten uitgevochten en escaleert verder. In China heeft Wingtech Nexperia Holding, Nexperia BV, Itec BV en drie Europese bestuurders aansprakelijk gesteld voor verliezen die voorlopig worden geraamd op bijna 1 miljard euro maar die mogelijk nog kunnen oplopen. Eerder claimde Wingtech ook nog eens acht miljard dollar van de Nederlandse staat. Dat moet via een internationale arbitrageprocedure. Wingtech-eigenaar Zhang Xuezheng (alias mr. Wing) wil de volledige macht terug over de Europese vestigingen. Het is nog niet zeker of de Middenklasse Volksrechtbank van Guangdong de zaak wil behandelen. Wingtech beschuldigt Nexperia Europa van onrechtmatig handelen. De Chinezen verwijten de bestuurders Ruben Lichtenberg, Achim Kempe en Stefan Tilger dat door hun toedoen mr. Wing de controle over Nexperia is kwijtgeraakt.  Schuld in de schoenen schuiven Deze drie managers beschuldigden Wing vorig jaar september van ernstig wanbeleid toen deze cruciale kennis en productiemiddelen zou hebben geprobeerd naar China over te hevelen. Ook zou hij bezig zijn geweest Nexperia Europa financieel uit te hollen. Het trio stapte naar de Ondernemingskamer die hen in het gelijk stelde. Mr. Wing werd tijdelijk geschorst. De rechtbank wees in zijn plaats een niet-uitvoerende bestuurder aan. Verder is er een vervolgonderzoek gaande dat nog niet is afgerond.  Een dag voor de uitspraak van de Ondernemingskamer had het ministerie van EZK de macht van mr. Wing al ingeperkt. Deze maatregel werd in november opgeschort, mede om een chipcrisis te voorkomen. De Chinese autoriteiten hadden Nexperia China in oktober verboden om bepaalde volledig afgewerkte componenten en halffabricaten naar Europa uit te voeren. De leveringsketen raakte hierdoor ontwricht, wat vooral de Duitse auto-industrie als belangrijke afnemer schaadde.   Hoewel China zelf de leveringsketen verstoorde, schuift Wingtech de Nederlandse regering, de Ondernemingskamer en het eerder genoemde trio bestuurders alle schuld in de schoenen. Nexperia stelt in een reactie dat ‘het nooit de bedoeling is geweest om de belangen van de aandeelhouders van Wingtech te schaden, noch die van klanten en partners wereldwijd’. Het bedrijf zegt dat het alleen een onderzoek heeft verzocht ‘om een einde te maken aan ernstig wanbeleid’. Onrechtmatig handelen? De rechtszaak tegen Nexperia Europa vindt zijn basis in de Chinese anti-sanctiewetgeving. Wingtech meent dat de gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld of geholpen bij de uitvoering van discriminerende beperkingen door het ministerieel besluit en de uitspraak van de Ondernemingskamer. Het Chinese bedrijf eist dat Nexperia Holding en Nexperia BV de Ondernemingskamer vragen het onderzoek naar vermeend wanbeleid door mr. Wing te stoppen. Ook moeten zij het ministerie van EZK ertoe bewegen de voorlopig bevroren maatregel tegen de Chinese eigenaar definitief in te trekken zodat deze weer volledig vrij spel heeft. De drie gedaagde managers dienen beide zaken in gang te zetten. Lukt dat niet dan moet Nexperia heel Nexperia Semiconductor en alle Chinese dochters kosteloos overdragen aan Wingtech. De drie managers zijn ook hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de bijna één miljard euro schade die Wingtech zegt te hebben geleden. Het wordt voor hen en Nexperia Europa extra moeilijk als de uitspraken van de Ondernemingskamer en die van Chinese rechter conflicteren, terwijl er ook nog een internationale arbitrageprocedure loopt.
Huawei beweert zonder ASML top van chipindustrie te bereiken
1 dag
Huawei verwacht over vijf jaar chips te kunnen maken van slechts 1,4 nanometer, zonder dat daarvoor de meest geavanceerde machines van ASML nodig zijn.  Daarmee zou de achterstand op het Taiwanese TSMC, dat verwacht in 2028 dit soort chips op grote schaal te kunnen vervaardigen, nog slechts een jaar of drie bedragen. TSMC zal hiervoor de laatste generatie machines van ASML gebruiken die voor Huawei vanwege de Westerse sancties taboe zijn.  De Chinese techgigant borduurt voort op een manier van chipontwerp die afwijkt van wat andere fabrikanten zoals TSMC doen. Voor deze technologie zouden geen ASML-machines nodig zijn waardoor China zijn eigen weg kan gaan. Hoewel Huawei nog geen onafhankelijke data kan overleggen over de prestaties die met deze techniek momenteel haalbaar zijn, is het concern ervan overtuigd dat het op de goede weg zit.  Schaalwet Tijdens het IEEE International Symposium on Circuits and Systems (ISCAS) lichtte Huawei het tipje van de sluier op. He Tingbo, hoofd van de chiptak van Huawei, presenteerde op Pinkstermaandag in Shanghai de Tau (τ) schaalwet, een nieuw principe voor de toekomstige ontwikkeling van de halfgeleiderindustrie. Haar speech droeg de titel ‘Een nieuw pad voor halfgeleiders in de praktijk’. De nadruk ligt op geavanceerde methoden van ‘packaging’ in plaats van op verdere miniaturisering van transistors. Een slimme architectuur, kortere bewegingen van data en nauwere integratie moeten Huawei op chipgebied langszij brengen met TSMC. De Tau-wet stelt voor om geometrische schaling te vervangen door tijdschaling (τ) als nieuw leidend principe voor de evolutie van zowel halfgeleiders als elektronische systemen. Op basis van dit principe kunnen innovatieve technologieën zoals LogicFolding worden gebruikt om de signaalvertraging continu te comprimeren en de transistor-dichtheid gestaag te verbeteren, wat de voortdurende evolutie van halfgeleiders en elektronische systemen zal stimuleren. Wet van Moore De afgelopen jaren heeft de Wet van Moore – die de halfgeleiderindustrie al meer dan vijf decennia leidt – te maken gekregen met ernstige fysieke beperkingen en afnemende economische rendementen. De wereldwijde industrie wordt steeds meer beperkt door de vertraging in de geometrische schaalvergroting van transistors en de afname van de kosten per transistor. Volgens He Tingbo moet de industrie nu de uitdaging aangaan om de fysieke beperkingen van traditionele processen te overwinnen en een nieuw, duurzaam evolutiepad te vinden dat kan voldoen aan de snelgroeiende vraag naar rekenkracht. Dit is waar de τ-schaalwet in beeld komt. Innovatieve basistechnieken Gebaseerd op deze wet heeft Huawei innovatieve basistechnieken ontwikkeld, zoals LogicFolding, en een co-optimalisatiemechanisme op meerdere niveaus opgezet dat zich uitstrekt over halfgeleidercomponenten, circuits, chips en systemen. Dit mechanisme is erop gericht de tijdconstante τ systematisch te verkorten om de prestaties, energie-efficiëntie en transistordichtheid op elk niveau te verhogen. Niveaus + Op componentniveau gaat het om optimalisatie van de weerstand en parasitaire effecten. Gesleuteld wordt aan de capaciteit van transistors en interconnecties om de tijdconstante τ op apparaatniveau in de onderliggende fysieke laag te minimaliseren. + Op circuitniveau wordt de LogicFolding-architectuur toegepast. Dit om de fysieke grenzen van traditionele circuitlay-outs te doorbreken, de kritieke-padbekabeling aanzienlijk te verkorten, de resistieve en capacitieve belasting van signaalpropagatie effectief te verminderen en uiteindelijk de transistordichtheid en circuitprestaties te verhogen. + Op systeemniveau worden de interconnectieprotocollen geherdefinieerd voor computersystemen met UnifiedBus. Dit om uniforme geheugenadressering en native geheugensemantiek voor SuperPoDs te bereiken Kirin-chips Huawei stelt al 381 soorten chips op basis van de τ-schaalwet te hebben ontworpen en in massaproductie te hebben genomen. De Kirin-chips, die naar verwachting komend najaar op de markt komen, zullen de allereerste zijn die de LogicFolding-architectuur toepassen. De fabrikant verwacht dat dit de prestaties van de chips aanzienlijk zal verbeteren.  Deze architectuur zal omstreeks 2030 ook zijn toepassing vinden in de Ascend-chips die de Chinese ao-modellen moeten aandrijven. Tegen 2031 zullen de high-end chips die Huawei ontwerpt op basis van de τ-schaalwet naar verwachting een transistordichtheid hebben die gelijkwaardig is aan die van 14 Å (1,4 nm) processen. He Tingbo riep wetenschappers, ingenieurs en industriële partners op tot nauwe samenwerking bij de τ Scaling Law.
Van openSUSE naar Linux Mint: soms begint soevereiniteit gewoon opnieuw
1 dag
In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Deel 5: Overstappen naar Linux Mint, nieuwtjes over onder andere DeepL en Wero, tips over Qubes en EuroSky en ervaringen van overstappers. Ik ben deze rubriek ooit begonnen met een bericht over mijn overstap van macOS naar een Lenovo-laptop met openSUSE. Dat voelde toen als een bewuste stap richting meer digitale zelfstandigheid: weg uit de vanzelfsprekende maar gesloten ecosystemen, terug naar een werkplek die meer op open source en eigen controle is gebaseerd. Maar eerlijk is eerlijk: helemaal soepel liep dat avontuur niet. De printerproblemen waar ik eerder al over schreef, bleken toch hardnekkiger dan gedacht. En ook Thunderbird, dat ik als mailprogramma gebruikte, vertoonde mij net iets te vaak kuren. Niet onoverkomelijk misschien, maar wel vervelend genoeg om mijn dagelijkse werkritme te verstoren. Als je de hele dag schrijft, mailt, bestanden uitwisselt en publiceert, wil je niet voortdurend met je gereedschap bezig zijn. Dan moet een laptop vooral doen wat hij moet doen. Na flink wat onderzoek en een tip van een kennis ben ik daarom helemaal opnieuw begonnen. Niet met dezelfde hardware en een andere Linux-distributie, maar met een nieuwe laptop: een Slimbook EVO, geleverd door de Spaanse fabrikant Slimbook. Daarop staat Linux Mint al vanuit de fabriek geïnstalleerd. En dat verschil merk je meteen. De hardware voelt uitstekend aan: stevig, robuust en duidelijk beter afgewerkt dan veel goedkopere laptops die ik nog wel eens tegenkom. Die zijn op papier vaak aantrekkelijk geprijsd, maar voelen in de praktijk ook echt goedkoop. De Slimbook EVO doet dat niet. Sterker nog, het uiterlijk heeft eerlijk gezegd wel iets weg van een MacBook, al is mijn uitvoering wat dikker omdat ik bewust een model wilde met een ethernetpoort. Voor mij is dat geen nadeel, maar juist praktisch. Een laptop hoeft niet per se zo dun mogelijk te zijn; hij moet betrouwbaar zijn, prettig typen en goed passen bij mijn dagelijkse werk. En als ik op reis ben, wil ik me niet voortdurend zorgen hoeven maken over mogelijke beschadigingen. Linux Mint blijkt daarbij precies het soort besturingssysteem te zijn dat ik zocht. Het is overzichtelijk, logisch opgebouwd en vooral heel makkelijk te gebruiken. Alles werkte eigenlijk direct out of the box. Zelfs die vermaledijde HP-printer, die eerder zoveel gedoe gaf, doet nu zonder morren wat hij moet doen. Omdat een klant erop staat om bestanden via Dropbox uit te wisselen, heb ik ook de Dropbox-app geïnstalleerd. Dat werkte zonder problemen en integreert keurig met het bestandssysteem. Hetzelfde geldt voor Nextcloud, dat de basis voor mijn werkomgeving vormt. Via applets en desklets heb ik inmiddels allerlei handige tooltjes als internetradio netjes in de taakbalk geïntegreerd. Het klinkt misschien als een klein detail, maar juist dat soort dingen maken een werkomgeving prettig. Van een gebruiker met een vergelijkbare EVO met Linux Mint, hoorde ik dat zij last had van een scherm dat af en toe flikkerde. Dat bleek uiteindelijk een kleinigheid: de refresh rate stond op 120 Hz en na het terugzetten naar 60 Hz was het probleem verdwenen. Voor normaal kantoorwerk is dat geen enkel probleem. Voorlopig is mijn conclusie dan ook: mijn eerdere Linux-stap was leerzaam, maar met Slimbook en Linux Mint begint het echt als een volwassen alternatief voor mijn oude Mac-omgeving te voelen. Europese betaaldienst Wero worstelt met Amerikaanse cloudafhankelijkheid Wero vind ik een interessant voorbeeld van hoe ingewikkeld digitale soevereiniteit in de praktijk kan zijn. De Europese betaaldienst is juist opgezet als alternatief voor Amerikaanse betaaloplossingen, maar blijkt voorlopig nog niet helemaal los te zijn van Amerikaanse technologie. Volgens Heise heeft de European Payment Initiative (EPI), de organisatie achter Wero, erkend dat de dienst voor bepaalde onderdelen gebruikmaakt van managed infrastructure- en softwarediensten van AWS. Dat schuurt natuurlijk met het beeld van een volledig Europese betaaldienst. Niet omdat daarmee meteen alles mis is, maar wel omdat Amerikaanse aanbieders onder de Amerikaanse Cloud Act vallen, ook wanneer data netjes in Europese datacenters staat. Gelukkig heeft de EPI toegezegd de afhankelijkheid van niet-Europese cloudproviders stap voor stap af te bouwen, nu de Europese cloudmarkt volgens EPI volwassen genoeg is om die overstap mogelijk te maken. Juist dat maakt Wero voor mij zo’n leerzaam voorbeeld. Digitale soevereiniteit is geen aan-uitknop. Je kunt aan de voorkant een Europees merk, Europese governance en Europese ambities hebben, terwijl er onder de motorkap nog steeds niet-Europese technologie meedraait. Wero laat daarmee vooral zien dat echte soevereiniteit pas ontstaat als ook de technische keten achter de dienst stap voor stap wordt meegenomen. Ook DeepL laat zien hoe sterk Europa nog aan Amerikaanse ai-infrastructuur hangt Ook in de Europese ai-sector blijkt digitale soevereiniteit gemakkelijker beloofd dan gerealiseerd. Vertaalbedrijf DeepL, een van Europa’s bekendste ai-succesverhalen, heeft betalende klanten laten weten dat hun data niet langer uitsluitend op de eigen servers wordt verwerkt en dat AWS als subverwerker wordt toegevoegd. Volgens DeepL krijgt Amazon geen toegang tot klantdata in bruikbare vorm, worden gegevens versleuteld en worden data uit betaalde diensten niet gebruikt om ai-modellen te trainen. Toch heeft de samenwerking tot onrust geleid, juist omdat DeepL veel wordt gebruikt voor gevoelige documenten zoals contracten, beleidsstukken en bedrijfsstrategieën. De discussie raakt daarmee aan een breder Europees probleem: zolang snelgroeiende ai-bedrijven voor schaal, lage latency en wereldwijde infrastructuur afhankelijk blijven van Amerikaanse cloudplatforms, blijft volledige digitale soevereiniteit kwetsbaar. DeepL laat zo zien dat Europa wel sterke ai-toepassingen kan bouwen, maar nog altijd moeite heeft om daar een even sterke, eigen digitale infrastructuur onder te leggen. Van Linux Mint-comfort naar Qubes OS-paranoia? Zoals aan het begin van deze rubriek al aangegeven, ben ik inmiddels behoorlijk fan geworden van Linux Mint. Het is stabiel, overzichtelijk, snel genoeg voor dagelijks werk en vooral prettig onopvallend: precies wat je wilt van een besturingssysteem wanneer je vooral gewoon wilt schrijven, mailen, browsen en produceren. Toch begint mijn drang naar experimenteren alweer te kriebelen. Qubes OS trekt namelijk aan een heel andere kant van het spectrum. Waar Linux Mint vooral inzet op gebruiksgemak, draait Qubes OS om ‘security by compartmentalization’: het idee dat je je digitale leven opdeelt in strikt gescheiden omgevingen, ofwel qubes. Werk, privé, onbetrouwbare websites, gevoelige bestanden en bijvoorbeeld wachtwoordbeheer draaien dan niet allemaal in één grote desktopomgeving, maar in afzonderlijke, geïsoleerde compartimenten. Als er in één omgeving iets misgaat, hoeft dat dus niet meteen je hele systeem mee te sleuren. Qubes OS noemt zichzelf dan ook een gratis en open source besturingssysteem dat is gebouwd voor veilig single-user desktopgebruik. Dat klinkt minder comfortabel dan Linux Mint en waarschijnlijk ook een stuk bewerkelijker. Maar juist daarom is het interessant. Digitale soevereiniteit begint immers niet alleen bij Europese cloudproviders of open standaarden, maar ook bij de vraag hoeveel controle je op je eigen werkplek wilt terugpakken. En hoewel ik Linux Mint voorlopig nog niet zomaar opgeef, zou het zomaar kunnen dat mijn nieuwsgierigheid het wint van mijn behoefte aan rust. Qubes OS voelt als zo’n experiment waarvan je vooraf weet dat het gedoe gaat opleveren, maar waarvan je achteraf misschien zegt: nu begrijp ik pas echt wat isolatie op de desktop betekent. Kortom, ik heb hier nog een geschikte laptop liggen waarop ik binnenkort maar eens Qubes OS ga uitproberen. EuroSky bouwt aan een Europees fundament onder het sociale web Wat mij aanspreekt aan EuroSky is dat het project digitale soevereiniteit heel concreet maakt. Niet als groot beleidswoord, maar als infrastructuurvraag. Want sociale media bestaan niet alleen uit een app op je telefoon of een tijdlijn in je browser. Daaronder zit uiteraard een complexe technische laag van servers, relays, indexering, zoekfuncties, feeds en moderatie. Precies die laag is nu vaak afhankelijk van een beperkt aantal grote, veelal Amerikaanse partijen. EuroSky wil daar een Europees alternatief naast zetten: onafhankelijke infrastructuur voor het open sociale web, stap voor stap opgebouwd, component voor component. Inmiddels zijn twee van de negen onderdelen klaar, waaronder een Europese Personal Data Server waarop posts en data onder Europees recht worden gehost, en een migratietool waarmee bestaande Bluesky-accounts naar EuroSky kunnen worden overgezet. Andere onderdelen, zoals de relay en een mirror van de PLC Directory voor identiteit op het netwerk, zijn nog in ontwikkeling. Ik vind dit soort initiatieven erg interessant omdat ze laten zien dat digitale soevereiniteit niet alleen gaat over cloudcontracten, ai-modellen of overheidsaanbestedingen. Het gaat ook over iets alledaags als de plek waar we online praten, publiceren, volgen en discussiëren. EuroSky wil overigens niet alleen infrastructuur bouwen, maar ook een eigen microblogging-app ontwikkelen om te bewijzen dat de hele stack op onafhankelijke Europese infrastructuur kan draaien. Dat is ambitieus, en natuurlijk is het project nog lang niet af. Zoekfuncties, feedgeneratie, moderatie en een datalaag moeten nog worden gebouwd. Maar juist dat maakt het interessant om te volgen. Hier wordt niet alleen geklaagd over afhankelijkheid van Big Tech; hier proberen mensen de ontbrekende stukken van een Europees sociaal web daadwerkelijk te bouwen. En dat is misschien wel precies waar digitale soevereiniteit uiteindelijk begint: niet bij de vraag welke app we gebruiken, maar wie de onzichtbare infrastructuur daaronder bouwt en beheert. Europese cloudomgevingen voor startups Jelle van Miltenburg plaatste op LinkedIn (werkt er al iemand aan een Europees alternatief?) een interessant overzicht van Europese cloudproviders met speciale programma’s voor startups. Hij schrijft: ‘Voor Databaas (ons eigen Europese data platform, https://databaas.eu) waren we op zoek naar een Europese cloud provider. Nu zijn we als Nederlanders natuurlijk altijd op zoek naar goede (gratis) deals. Daarom hebben we zeven EU-cloudproviders onder de loep genomen om te ontdekken waar je gratis cloud credits kunt krijgen, wat de voorwaarden zijn, en hoe makkelijk het is om je aan te melden.’ Dat werd een interessante zoektocht. Zeker de moeite van het lezen waard mocht je werken bij of denken aan een startup. ‘Why I’m leaving GitHub for Forgejo’ Onder die titel schreef Jorijn Schrijvershof, een Nederlandse freelance DevOps engineer en developer, een zeer interessante blog. Hij zegt daarin: ‘I moved my code from GitHub to a self-hosted Forgejo. Not because of the outages, but because of who owns what runs on top of them. The Dutch government just made the same call.’ Hij beschrijft in de blog zijn redenen om weg te gaan bij Github, waaronder de genoemde outages van de laatste tijd. Maar er speelt wat hem betreft veel meer. Zoals het feit dat Github in feite geen zelfstandig bedrijf of project meer is. Het heeft inmiddels geen eigen ceo meer en is in de CoreAI-divisie van Microsoft geïntegreerd. Dat geeft in mijn ogen wel aan hoe het met de zelfstandigheid van Github zit. Zoals eerder aangegeven, heeft niet voor niets ook de Nederlandse overheid besloten een eigen hostingplek voor eigen code in te richten. Iedere developer, ieder ontwikkelbedrijf, iedere it-afdeling en iedere universiteit moet uiteraard zijn of haar eigen afweging maken. Maar wie digitale soevereiniteit een belangrijk thema vindt, kan zo langzamerhand niet meer om het feit heen dat Github niet in een digitaal soevereine aanpak past. Nog een overstapverhaal: hoe een fotograaf migreerde Wimer Hazenberg is een in Friesland wonende fotograaf met een stevige belangstelling voor ai. Op zijn website vertelt hij over zijn avonturen als het gaat om migreren naar een Europese omgeving. Hij schrijft onder andere: ‘There’s a version of this post that starts with a spreadsheet and ends with a quiet sense of satisfaction. That’s mostly how it went. But underneath the practical exercise of swapping one SaaS tool for another was something that felt more urgent, a growing discomfort with how much of my digital infrastructure sat on servers I didn’t control, in a jurisdiction increasingly prone to unpredictability, operated by companies whose incentives don’t always align with mine.’ Vervolgens lees je in zijn blog hoe hij alle veranderingen heeft doorgevoerd en welke keuzes hij daarbij heeft gemaakt: van Google Analytics tot password management en van compute tot Object Storage en offline backups. Wat mij betreft een leestip, want een zeer lezenswaardig verslag van een ingrijpende verandering. Waarom gebeurt dit eigenlijk? Twee schijnbaar los van elkaar staande berichten die de laatste tijd mijn aandacht trokken en die gevoelsmatig dicht tegen digitale soevereiniteit aan liggen: – Google Chrome laadt in de achtergrond een 4GB grote LLM op je device zonder dat je ergens om hebt gevraagd. – Microsoft Edge stores all your saved passwords unencrypted in memory’. Laten we de gebruiker niet vergeten Tenslotte nog een link naar een blog die Claudia van Kruistum, project manager Nextcloud bij SURF, schreef over een van de gevolgen als je weggaat bij een hyperscaler. Je wordt dan in veel gevallen geconfronteerd met een minder goed geïntegreerde set aan tools. Zo beschrijft ze een voorbeeld van het aanmaken van een agenda en ineens wordt de vergaderlink niet meer automatisch gegenereerd, maar moet dit handmatig gebeuren. Voor wie techniek geen vies woord vindt, is dat geen probleem. Sterker nog, het geeft misschien zelfs wel een gevoel van autonomie. Maar voor veel mensen die techniek slechts als een hulpmiddel zien om hun eigenlijke werk te doen, is dit een forse drempel. Zij zijn vaak juist fan van al die geïntegreerde tools en zien een verandering daarin als een groot nadeel. Daarom heeft SURF, zo schrijft Van Kruistum, in de zoektocht naar een digitaal soevereine werkplekomgeving doelbewust gekozen voor een alternatieve Europese omgeving die alleen flinke mate van integratie kent. Want, zo stelt zij, werkbaarheid is geen bijzaak. Mijn conclusie? De zorgen van gebruikers over veranderingen die hun productiviteit – in ieder geval in eerste instantie – in gevaar kunnen brengen, moeten we serieus nemen. Zij zitten niet te wachten op steile leercurves. Voor hen is belangrijk dat zij dat rapport, die slidedeck of die belangrijke e-mail snel en efficiënt kunnen opstellen en afronden. Misschien wel de grootste fout die wij als enthousiaste digitale soevereinen (is dat een goed Nederlands woord?) kunnen maken, is dat we in onze drang naar verandering de volstrekt terechte zorgen van gebruikers over het hoofd zien. De it-omgeving die wij voor hen optuigen, moet uiteraard aan tal van eisen voldoen. Een heel belangrijke is – zoals Van Kruistum schrijft -werkbaarheid. Want wat we natuurlijk niet willen, is dat we straks ‘alles’ keurig naar een Europese omgeving hebben gemigreerd, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat de acceptatie onder gebruikers nul is en zij als een variant op ‘Bring Your Own Device’ gewoon door blijven werken met hun niet-soevereine werktools. Omdat het alternatief dat wij als digitale enthousiastelingen voor hen opgebouwd hebben voor hen simpelweg niet werkt.
Ciso’s en NCSC slaan alarm: patchgolf en cyberchaos dreigen deze zomer
1 dag
Met de geavanceerde ai-tool Claude Mythos Preview zijn inmiddels meer dan tienduizend ernstige of kritieke kwetsbaarheden gevonden in de meest systeemrelevante software ter wereld. Met vijftig partners scande het ai-bedrijf Anthropic de afgelopen maanden meer dan duizend open-sourceprojecten die samen een groot deel van het internet ondersteunen. Mythos spoorde bij het project Glasswing al 23.019 kwetsbaarheden op waarvan 6.202 ernstig of kritiek waren. Vergeleken met Anthropics vorige model Opus 4.6 presteert Mythos dat nog niet voor het publiek is vrijgegeven, aanzienlijk beter. In bijna elk besturingssysteem en iedere webbrowser ontdekte de tool ‘bugs’. Neem bijvoorbeeld Firefox waarin 423 lekken werden gevonden. Zelfs het bijna onkraakbaar geachte MacOS blijkt niet onfeilbaar. Anthropics-partner Cloudflare vond met Mythos tweeduizend bugs. Meest verontrustend is dat Mythos Preview kwetsbaarheden blijkt te kunnen omzetten in exploitatiemogelijkheden en deze mogelijkheden vervolgens kan combineren tot complete aanvalsketens. Uitstel betekent afstel Het is dus zaak dat de enorme aantallen kwetsbaarheden heel snel worden gepatcht. Uitstel is geen optie. Dit vereist een grote paraatheid van cyberbeveiligers die deze systemen moeten beschermen tegen aanvallers die van ai gebruik maken. Ai versnelt namelijk niet alleen de verdediging – die nu eerder weet waar de zwakke plekken zitten – maar ook de handelswijze van cybercriminelen die dezelfde technologie voor aanvallen kunnen gebruiken. Alles gaat zo snel dat tijdige anticipatie nodig is. Aanvallen moeten worden voorkomen voordat ze schade kunnen veroorzaken. Het is een race tegen de klok. De verwachting is dat de ai om kwetsbaarheden te ontdekken zeer binnenkort op grote schaal in verkeerde handen terechtkomt. Daarvoor is niet eens software van het kaliber Mythos nodig. Ook minder krachtige ai vormt een potentieel breekijzer. Voorlopig houdt Anthropic het model Mythos, dat niet alleen voor hacken maar ook voor andere toepassingen geschikt is, achter slot en grendel.  Replicatie Maar gevaar dreigt ook van elders. Binnen enkele maanden valt een replicatie van de mogelijkheden – die ai-modellen van het niveau Mythos bieden – te verwachten in open-sourcemodellen. Dit gebeurt al met openbare grote taalmodellen (llm’s). Kwaadwillende ontwikkelaars weten op die manier gelijkwaardige mogelijkheden te misbruiken Dan kan in principe iedereen hiermee aan de gang gaan met alle gevaren vandien. Een golf dreigt van cyberaanvallen, geautomatiseerde fraude en andere schadelijke toepassingen. De frequentie en intensiteit hiervan nemen toe. Deze technologie werkt als een soort loper, een sleutel waarmee aanvallers zonder een security-achtergrond heel snel en tegen lage kosten toegang kunnen krijgen tot kritische it-infrastructuur. De vrees bestaat dat menselijke securityteams dit tempo niet kunnen bijhouden. Extra zorgelijk ook is dat tegenstanders met weinig technische kennis nu nog gemakkelijker systemen kunnen aanvallen.  Hete zomer Om deze redenen maakt de cybersecurity-wereld zich op voor een lange hete zomer. Weerbaarheid tegen misbruik van ai-modellen kost veel inzet en energie. De CISO Community Nederland waarschuwde in april al voor de opkomst van deze nieuwe generatie ai-modellen. Het potentieel voor disruptie is enorm, waarschuwt Dimitri van Zandvliet, voorzitter van deze gemeenschap. Europarlementariër Bart Groothuis vreest deze zomer een cyber-bloedbad. Het Amsterdamse securitybedrijf Hadrian toonde onlangs aan hoe gemakkelijk en goedkoop het is om in systemen binnen te dringen.  Chefsache ‘Enterprise vulnerability management’ verdient de hoogste prioriteit van de ondernemingsleiding. Cybersecurity is geen zaak om alleen aan cio’s en ciso’s over te laten. Het is geen it-probleem dat je aan hen kunt delegeren, maar chefsache.  Tijdens de Cisoday 2026 werd onderkend dat zo snel mogelijk dit gevaar moet worden ingedamd. Wacht geen moment meer met de digitale verdediging, is de boodschap. Wie denkt de kat uit de boom te kunnen kijken, komt straks bedrogen uit. Ook het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) maant tot spoed. Het gebruik van ai om kwetsbaarheden te vinden is overigens niet zonder risico’s, stelt het Britse National Cyber Security Centre. Hoe je je moet voorbereiden op een golf aan patches valt hier te lezen.
Rus­sisch­spre­ken­de cy­ber­net­wer­ken vestigen zich in Europa
5 dagen
Event | Cybersec Europe 2026 Russischsprekende cybercriminele netwerken zijn niet alleen actiever in Europa, maar brengen ook hun logistieke structuren en technologische innovaties mee. Artificiële intelligentie (ai) versnelt die evolutie bovendien aanzienlijk. Tijdens Cybersec Europe waarschuwde cybersecurityonderzoeker Vladimir Kropotov voor deze fundamentele verschuiving.Cybercriminelen opereren steeds meer als volwassen ondernemingen, compleet met gespecialiseerde rollen, samenwerkingsmodellen en schaalbare businessprocessen. Dat stelde cybersecurityexpert Vladimir Kropotov (TrendAI) tijdens zijn keynote op Cybersec Europe, waar hij de evolutie van Russischsprekende cybercriminele ecosystemen analyseerde. Volgens Kropotov zijn moderne cybercriminele groepen uitgegroeid tot flexibele organisaties die sterk lijken op technologiebedrijven. ‘Mature groepen functioneren zoals corporates, terwijl nieuwere spelers zoals startups opereren’, stelt hij. ‘Ze combineren externe expertise, gespecialiseerde leveranciers en eigen ontwikkeling om hun activiteiten efficiënter en winstgevender te maken.’ Dat ecosysteem omvat vandaag gespecialiseerde marktplaatsen, social engineering, geldtransport, malwareontwikkeling en zelfs hr-processen. ‘De underground-economie is volledig winstgedreven’, stelde Kropotov. ‘Ze beschikt vandaag over eigen communicatieplatformen, jobboards en gespecialiseerde diensten.’ Fysieke aanwezigheid in Europa Een van de opvallendste observaties in de keynote was dat Russischsprekende cybercriminaliteit zich niet langer beperkt tot online-activiteiten vanuit het buitenland. Volgens Kropotov heeft de oorlog tussen Rusland en Oekraïne geleid tot een fysieke verplaatsing van cybercriminelen richting Europa. Daardoor worden criminele processen die vroeger voornamelijk in Russischtalige regio’s actief waren, nu lokaal georganiseerd binnen Europese landen. Dat vertaalt zich onder meer in frauduleuze callcenters, logistieke operaties, geldezels en het misbruik van legitieme bedrijven of werknemers. Ook identiteitsfraude neemt volgens de spreker sterk toe. Europese burgers worden gebruikt voor het openen van bankrekeningen, accountovernames of financiële transacties zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Ai verandert de schaal van aanvallen Kropotov besteedde tijdens zijn keynote veel aandacht aan de impact van artificiële intelligentie op cybercrime. ‘Ai elimineert wat vroeger hun grootste beperking was: taal- en cultuurbarrières’, aldus Kropotov. ‘Aanvallers kunnen vandaag slachtoffers aanspreken in vloeiend Nederlands, Frans of Duits, zonder die talen zelf te kennen.’ Daardoor worden phishingcampagnes, fraude en social engineering niet alleen geloofwaardiger, maar ook veel schaalbaarder. ‘Realtime-deepfake-oproepen en ai-gestuurde interacties maken het mogelijk om overtuigende scams uit te voeren die enkele jaren geleden technisch of operationeel nog onhaalbaar waren.’ Daarnaast waarschuwde hij voor nieuwe risico’s rond digitale identiteiten en biometrische data. Gecompromitteerde identiteiten kunnen worden ingezet voor witwasoperaties, accountovernames, framing of manipulatie van audiovisueel bewijsmateriaal. De keynote benadrukte ook hoe het aanvalsvlak verschuift richting cyberfysieke systemen. Naast endpoints en klassieke it-infrastructuur worden steeds vaker iot-devices, camera’s, sensoren, edge-devices en verbonden voertuigen geviseerd. Zo omschrijft hij moderne voertuigen als potentiële ‘360 graden surveillance-apparaten.’ Volgens Kropotov moeten organisaties hun beveiligingsstrategie fundamenteel verbreden. ‘Dat betekent niet alleen investeren in ai-gedreven detectie en threat intelligence, maar ook meer aandacht voor digitale identiteiten, ai-systemen en cyberfysieke infrastructuur.’
5 adviezen voor be­drijfs­con­ti­nu­ï­teit bij brand
5 dagen
De brand op 7 mei 2026  in het North‑C‑datacenter in Almere laat zien hoe snel organisaties stilvallen wanneer hun digitale omgeving plotseling wegvalt. Toegangssystemen, websites, digitale diensten en administraties lagen plat. Het incident onderstreept hoe kwetsbaar organisaties zijn en hoe belangrijk het is om voorbereid te zijn op langdurige uitval.De brand toont hoe één fysiek incident een kettingreactie van digitale verstoringen veroorzaakt. Volgens Cindy Wubben, ciso bij Visma, bewijst dit dat veel organisaties onvoldoende voorbereid zijn op langdurige uitval. ‘Bestuurders moeten nu nadenken over scenario’s waarin systemen plotseling niet beschikbaar zijn en over transparante communicatie richting klanten.’ In dit artikel zet ze vijf belangrijke aandachtspunten op een rij. #1 Fysieke incidenten hebben dezelfde impact als cyberaanvallen Organisaties focussen vaak op cybercriminaliteit, maar brand of stroomuitval kan dezelfde schade veroorzaken. In Almere vielen websites, toegangssystemen en administratieve processen uit. De onzekerheid over de duur van de storing vergrootte de impact. ‘Eén technisch of fysiek incident kan de hele dienstverlening raken’, benadrukt Wubben. #2 Breng mogelijke uitwijkopties voor continuïteit in kaart ‘Het incident laat zien hoe business continuity er in de praktijk uitziet. Organisaties moeten vooraf bepalen hoeveel uitval acceptabel is en welke maatregelen daarbij horen’, aldus de Visma-ciso. Voor sommige partijen is een tweede omgeving op een andere locatie logisch, zodat systemen snel kunnen worden overgeschakeld en downtime beperkt blijft, stelt ze. #3 Bepaal welke processen tijdelijk handmatig kunnen worden uitgevoerd Niet elke organisatie hoeft een volledige uitwijkomgeving te hebben. Sommige processen kunnen tijdelijk handmatig worden opgevangen. Het is cruciaal om vooraf te bepalen welke risico’s ontstaan bij het uitvallen van een datacenter en welke maatregelen daarbij passen, stelt Wubben. #4 Communicatie is tijdens een storing cruciaal Klanten verwachten tijdens een storing duidelijke en regelmatige updates. In Almere waren er organisaties die via statuspagina’s continu informatie deelden over impact en herstel. ‘Dat is hoe crisiscommunicatie hoort te werken. Zeker wanneer systemen uitvallen, bepaalt communicatie voor een groot deel hoe klanten de situatie ervaren’, licht de ciso toe. Het moet daarom onderdeel zijn van incidentrespons en continuïteitsplannen, benadrukt ze. #5. Business continuity hoort bij de digitale strategie Zolang organisaties afhankelijk blijven van één locatie of één omgeving, kan één incident grote maatschappelijke gevolgen hebben, waarschuwt Wubben. ‘Business continuity moet daarom een vast onderdeel zijn van de digitale strategie en is niet iets dat pas na een incident aandacht krijgt.’ Uitval door brandHet NorthC-datacenter in Almere waar op 7 mei 2026 een brand woedde, is een colocatie. Klanten draaien en beheren er hun eigen systemen. Omdat op last van de brandweer de stroomvoorziening werd uitgeschakeld en de noodstroom was weggevallen, konden veel klanten geen gebruik maken van hun systemen. Naast de Universiteit Utrecht waren dat bijvoorbeeld de gemeente Dronten, CBS, vervoersbedrijf TransDev, diverse huisartsenpraktijken, Univé, Nationale Nederlanden, Infomedics, Rova en de Kamer van Koophandel.
VU-hoogleraar Giuffrida wint pres­ti­gi­eu­ze Intel- award
5 dagen
Cristiano Giuffrida, onderzoeker aan de VU Amsterdam, behoort tot de tien academische vernieuwers die een Intel Outstanding Researcher-award hebben gewonnen. Deze prestigieuze onderscheiding kwam hem toe vanwege een doorbraak op gebied van software-beveiliging. De Amsterdamse hoogleraar systeem-veiligheid ontwikkelde een snelle manier om software waterdicht te beveiligen door slim gebruik te maken van de rekenkracht die al in een computer zit. Het is lastig om computersoftware honderd procent te beveiligen zonder dat de computer er traag van wordt. Het bekroonde onderzoek van Christiano Giuffrida presenteert een nieuwe, snelle manier om programmeerfouten in het geheugen te stoppen. Snelle en modulaire verdediging Giuffrida zette slimme technieken in. Hij maakte gebruik van speciale functies in moderne Intel-processors zoals Linear Address Masking en de floating-point-unit. Hierdoor schaalde de oplossing effectief op naar grote, ongewijzigde applicaties. Grote, bestaande programma’s hoeven niet te worden aangepast om toch veilig te werken. De bescherming is dubbel. Zijn methode beveiligt zowel de plek waar data worden opgeslagen als het moment waarop dit gebeurt. Zijn oplossing is nu al snel, maar laat ook zien hoe toekomstige chips nóg veiliger kunnen worden. Volgens Intel biedt dit onderzoek een snelle en modulaire verdediging tegen ruimtelijke en temporele geheugen-kwetsbaarheden door veilige geheugenallocatie te integreren met runtime monitoring, verbeterd door de huidige mogelijkheden van Intel-processoren. In totaal kregen tien wetenschappelijke onderzoekers een onderscheiding. Giuffrida is al bijna achttien jaar aan de VU verbonden.
Kort: Aantal it-vacatures gedaald, Cegeka doet eerste Zwitserse overname (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Daling it-vacatures, Avex neemt av-tak Yielder over, Duitse overheid gebruikt cloud T-Systems, Keuze lijft Equa in en Cegeka nu ook actief in Zwitserland.   Minder it-vacatures, vraag naar specialisten blijft Het aantal it‑vacatures in Nederland is in het eerste kwartaal van 2026 met 14,4 procent gedaald vergeleken met een jaar eerder. Tegelijkertijd blijft de vraag naar gespecialiseerde it‑professionals hoog. Dat blijkt uit de IT‑Arbeidsmonitor van detacheerder Hello Professionals uit Nederland. Volgens het bureau zijn organisaties terughoudender met het uitzetten van grote aantallen vacatures, maar zoeken zij wel gericht naar specialisten. Met name kennis van ai, data en software‑engineering blijft schaars. Werkgevers kijken daarnaast vaker naar een combinatie van technische vaardigheden en soft skills, zoals communicatie en samenwerking. Uit de monitor blijkt verder dat vooral medior‑professionals gewild zijn en dat vacatures gemiddeld sneller worden ingevuld. Een vast dienstverband blijft het meest gebruikelijk, terwijl bedrijven flexibele inzet vaker gebruiken voor specialistische projecten. Ondanks de daling in vacatures ervaren organisaties nog steeds moeite om geschikte kandidaten te vinden. Yielder verkoopt audiovisuele tak aan Avex It- en communicatiedienstverlener Yielder uit Hoofddorp heeft Yielder Audiovisual verkocht aan Avex uit Breukelen. De afgelopen jaren reeg Yielder met steun van investeerder Capital A de ene overname na de andere aan een op het vlak van it- en communicatiediensten. Sinds januari 2026 staat het bedrijf onder leiding van Bas Kamphuis. Die heeft besloten om meer focus aan te brengen in de koers en de audiovisuele activiteiten af te stoten aan Avex. Medewerkers en klanten van de av-divisie gaan over naar Avex. Dit familiebedrijf is actief in de Benelux en het Verenigd Koninkrijk.  T‑Systems levert soevereine cloud aan Duitse overheid T‑Systems levert met zijn T Cloud Public‑platform cloudinfrastructuur aan de Duitse overheid. De dienst maakt deel uit van een raamovereenkomst voor cloud‑ en ai‑diensten die via het it-concern Bechtle wordt aangeboden aan federale, regionale en lokale overheden. Dankzij de overeenkomst kunnen Duitse overheidsorganisaties cloud- en ai‑capaciteit afnemen zonder aparte aanbestedingen. Toegang loopt via het multicloud‑portaal van Bechtle. Volgens de betrokken partijen moet dit de inkoop vereenvoudigen en versnellen. De cloudinfrastructuur voldoet aan Europese eisen voor dataprotectie en wordt volledig in Duitse datacenters gehost. Daarmee behouden overheden controle over data en systemen. Kreuze breidt uit in Zuid-Nederland met acquisitie Equa It‑dienstverlener Kreuze uit Maastricht neemt ict‑specialist Equa uit Simpelveld op in de organisatie. Met de stap versterkt Kreuze zijn activiteiten in Zuid‑Nederland, gericht op connectiviteit, werkplekbeheer, it‑ en telefoniediensten voor het mkb. Equa ondersteunt al meer dan veertig jaar mkb‑bedrijven in Limburg. Equa‑oprichter Ron Wiertz draagt zijn bedrijf nu over aan Kreuze en moederbedrijf Your.Cloud. Cegeka neemt Zwitserse erp-specialist Lean Projects over It-dienstverlener Cegeka neemt Lean Projects over, een Zwitsers softwarebedrijf dat erp-oplossingen levert voor de print- en verpakkingsindustrie op basis van Microsoft Dynamics 365. Met de overname breidt de it-dienstverlener uit Hasselt zijn aanbod in industrie-oplossingen uit en zet het in op verdere internationale groei. Lean Projects uit Schafisheim ontwikkelt en implementeert al ruim twintig jaar software voor productiebedrijven in onder meer verpakkingsdruk, labelproductie en vouwkarton. De oplossing wordt wereldwijd gebruikt en richt zich op het ondersteunen van complexe productieprocessen.
Kabinet gaat zorg-ict beschermen tegen ongewenste overnames 
5 dagen
Zorginstellingen en aanbieders van gezondheidsdata en ict gaan mogelijk onder de Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames (Wet vifo) vallen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) bekijkt in overleg met Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) welke delen van de zorgsector onder de verdere uitbreiding van het toepassingsbereik van de Wet vifo moeten vallen. Minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) zei dit donderdag tijdens een kamerdebat over digitale ontwikkelingen in de zorg. Onder meer kunstmatige intelligentie, biotechnologie en nucleaire technologie voor medisch gebruik gaan zeker onder de uitbreiding vallen. Vitale processenDe wet Vifo geeft het kabinet de mogelijkheid bepaalde overnames door bedrijven uit niet-bevriende landen zoals China tegen te houden als de nationale veiligheid daarmee wordt bedreigd. Vooral de continuïteit van vitale processen maakt deel uit van de risico-analyse. Het ministerie van VWS bekijkt ook welke zorginstellingen onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) gaan vallen, de Nederlandse vertaling van de Europese CER-richtlijn. Minister Sterk wilde vanwege staatsgeheim niet zeggen welke cruciale spelers dat zullen zijn. Verder benadrukte ze dat data-aanbieders die voor zorginstellingen werken, zelf geen toegang hebben tot patiëntgegevens. De zorgorganisaties moeten dat contractueel goed afspreken. Hoofdelijk aansprakelijkZe moeten voor 20 februari 2027 voldoen aan NEN 7510, de norm voor informatiebeveiliging in de Nederlandse zorgsector. Die norm geldt voor alle organisaties die persoonlijke gezondheidsinformatie verwerken. De bestaande norm wordt slecht nageleefd. Maar minister Sterk denkt dat dit gaat veranderen als managers in de zorg straks hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld.  Veel wordt verwacht van ai in de zorg. Dit ook met het oog op dataveiligheid belangrijk. Een werkgroep met vertegenwoordigers van 18 koepels bekijkt welke toepassingsgebieden voorrang verdienen. Voorlopig ligt de focus op spraakgestuurde rapportage en capaciteitsplanning met behulp van ai.
FME wil beter klimaat voor eigen chipindustrie
5 dagen
De Europese vraag naar halfgeleiders verdubbelt richting 2040. In industriële toepassingen groeit de vraag tot circa 2,4 keer het huidige niveau. Maar deze grotere behoefte vertaalt zich niet automatisch in investeringen in Europa.  Dat blijkt uit de European Semiconductor Demand Study, een onderzoek dat in aanloop naar een nieuwe Europese Chips Act is gedaan. De eerste Chips Act bracht de EU niet de gewenste ai-chips en andere geavanceerde halfgeleider-technologie. Voor de meest geavanceerde chips (sub-7 nanometer) ligt het Europese aandeel momenteel rond circa 3 procent. Europees marktaandeel De eerste Europese Chips Act had als ambitie dat Europa 20 procent van de wereldwijde chipproductie zou leveren, maar dat doel is tot nu toe niet in zicht. Momenteel ligt het Europese marktaandeel in de wereldwijde halfgeleiderproductie rond circa 8 procent.  De FME (metaal- en techindustrie) vreest dat ook het vervolg hierop (Chips Act 2.0) tekortschiet. Deze werkgeversclub betwijfelt zeer of de benodigde investeringen loskomen om op de grotere vraag naar chips in te spelen in Europa.  Samen met onder meer de Duitse ZVEI heeft de FME eerdergenoemde studie laten maken die de noodzaak van structurele keuzes in het Nederlands en Europees chipbeleid onderbouwt. De FME pleit voor gerichte politieke keuzes en gezamenlijke actie van industrie en eindmarkten om vraag en investeringen beter met elkaar te verbinden.  Investeringsklimaat Het huidige investeringsklimaat is niet aantrekkelijk genoeg, stelt de FME. Theo Henrar, voorzitter van FME: ‘We zijn sterk in ecosystemen en samenwerking, maar investeringen om aan de toenemende vraag te voldoen, landen hier alleen als andere randvoorwaarden aantoonbaar beter worden. Met bijvoorbeeld meer technisch talent, snellere procedures en overheidsstimulering moeten we het hier kunnen opnemen tegen landen als Singapore en Taiwan.’ De onderzoekers brengen ook kostenverschillen in kaart tussen Europa en andere halfgeleiderregio’s bij het opschalen van productie. Front-end productie in Europa is gemiddeld 15 tot 30 procent duurder dan in de meest kostenefficiënte Aziatische regio’s.  Tegelijk laat de studie zien dat er bij diverse front-endprocessen en bij advanced packaging, waar het verschil circa 10 tot 20 procent is, kansen zijn om de kostenkloof te verkleinen. Dat vraagt wel om meer investeringen in robotisering en automatisering, lagere en stabiele energiekosten en het beter benutten van Europese sterktes. De Nederlandse industrie is in Europa het duurst uit qua stroomkosten.
Bedrijven gebruiken steeds vaker veilige internetstandaarden
5 dagen
Het gebruik van moderne internetstandaarden voor websites en e-mail vertoont een stijgende lijn. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De gemiddelde score van websites op Internet.nl steeg van 60,4 procent in 2020 naar 74,7 procent in 2026. Bij e-maildomeinen is een verbetering te zien van 58,9 procent in 2023 naar 73,2 procent in 2026.Internetstandaarden dragen bij aan een veiliger, betrouwbaarder en toegankelijker internet. Correct gebruik van deze standaarden helpt organisaties bijvoorbeeld beter bestand te zijn tegen afluisteren en phishing of helpt beveiligingsonderzoekers om kwetsbaarheden op een website te melden.Voor het onderzoek zijn websites en e-mailservers getest met de tool Internet.nl. Daarbij is gekeken naar de juiste configuratie van internetstandaarden zoals IPv6, DNSSEC, RPKI, STARTTLS en DANE. Ook de beveiliging van e-maildomeinen is verbeterd. Vooral standaarden die helpen tegen phishing en spoofing (DKIM, DMARC en SPC) worden vaker toegepast.De verschillen tussen de bedrijfstakken en tussen kleine en grote bedrijven blijken beperkt als er gekeken wordt naar de totale eindscore van websites en e-mailscans. Kleine bedrijven scoren op sommige onderdelen zelfs beter dan grotere organisaties. Dat komt omdat ze vaker gebruikmaken van externe adviseurs. Zo ondersteunen kleinere bedrijven relatief vaker IPv6, de opvolger van het huidige internetprotocol IPv4. Grote bedrijven behalen juist hogere scores op HTTPS en e-mail authenticatie. Via internet.nl kan iedereen zelf checken of de eigen web- en mailserver up-to-date zijn. Na het invoeren van het websiteadres en het maildomein volgt de score. De methodebeschrijving staat hier.
Inloggen is het nieuwe hacken
6 dagen
Cyberdreigingen worden niet fundamenteel anders, maar ze evolueren wel sneller dan ooit. Aanvallen zijn geraffineerder, beter getarget en steeds vaker geautomatiseerd. Tegelijk verschuift de focus van infrastructuur naar identiteit. ‘Vroeger trachtte een aanvaller je wachtwoord of code te bemachtigen, tegenwoordig probeert hij jou te zijn.’‘We zien eigenlijk niet zo veel nieuwe trends. Het zijn nog altijd identiteitsdiefstal, ransomware en phishing. Maar die gaan veel sneller en veel dieper dan vroeger’, zo begint Yves Lemage, director systems engineering bij Fortinet in België en Luxemburg, het interview. Met hem en andere specialisten bezien we dreiging, aanpak en technologie.1. Dreigingslandschap – sneller, geraffineerder en gericht op identiteitHet huidige dreigingslandschap wordt vooral gekenmerkt door snelheid. Aanvallen volgen elkaar sneller op, kwetsbaarheden worden sneller misbruikt en campagnes worden op grotere schaal uitgerold. ‘Kwetsbaarheden worden automatisch gedetecteerd. Dat voert de snelheid ook op om ze uit te buiten’, aldus Yves Lemage.Die evolutie wordt sterk gedreven door kunstmatige intelligentie. Phishingmails zijn vandaag nauwelijks nog te onderscheiden van legitieme communicatie en worden vaak gecombineerd met andere kanalen. ‘We zien dat phishing veel realistischer is geworden. Zelfs telefoongesprekken worden nagebootst.’Ook supply chain-risico’s blijven toenemen. Door de verregaande digitalisering zijn bedrijven steeds nauwer met elkaar verbonden. ‘Hoe meer koppeling, hoe groter het risico dat er ergens iets misloopt en het doelwit er last van heeft.’Volgens Lemage zit de zwakte vaak in controle en governance. ‘Er worden wel vereisten opgelegd, maar de verificatie daarvan is in veel gevallen niet aangepast aan de huidige realiteit.’Ai als versneller én intern risicoAi speelt een dubbele rol. Enerzijds maakt het aanvallen efficiënter, anderzijds creëert het nieuwe risico’s binnen organisaties zelf. Een recente case bij McKinsey & Company toont hoe een autonome ai-agent via een klassieke api-kwetsbaarheid toegang kreeg tot een intern ai-platform en grote hoeveelheden data kon raadplegen.Al ziet Fleur van Leusden, security expert en ciso, het gevaar van ai vooral in het interne gebruik. ‘Mensen gebruiken ai voor zaken waar het niet geschikt voor is, of zonder voldoende begrenzing. Dat heeft vaak onbedoelde consequenties’, meent ze. Of hoe het grootste securityrisico rondom ai vaak het onveilige of onjuiste gebruik van ai zélf is.2. Aanpak – proactief waar mogelijk, maar processen blijven de sleutelVeel organisaties willen proactiever worden in hun security-aanpak, maar de realiteit is complex. Toch ziet Yves Lemage duidelijke vooruitgang, vooral bij grotere bedrijven. ‘Die omslag is wel bezig.’Organisaties brengen hun aanvalsvlak in kaart, identificeren kritische data en bereiden zich voor op incidenten. ‘Ze doen oefeningen en bereiden proactief hun acties voor. Ze wachten niet meer tot er iets gebeurt.’ Die evolutie vertaalt zich in meer aandacht voor threat hunting, threat intelligence en incident response. Security wordt minder reactief en meer anticiperend.Mkb blijft worstelen met de basisDie maturiteit is echter niet overal gelijk. Vooral kleinere organisaties blijven achter, vaak door een gebrek aan structuur. Volgens Lemage ligt de kern van het probleem bij processen. ‘Als die securityprocessen er niet zijn, dan kan je nog zoveel oplossingen implementeren als je wilt. Er zal altijd wel een weg omheen zijn.’Hij wijst op het ontbreken van basismaatregelen zoals patchmanagement, monitoring en incident response. ‘Heel veel bedrijven hebben daar zelfs nog niet over nagedacht. Maar zonder processen en discipline blijven organisaties kwetsbaar.’Mfa onder druk: de les van OdidoZelfs wanneer technologie correct is geïmplementeerd, blijft de menselijke factor een doorslaggevende rol spelen. Dat blijkt onder meer uit de beperkingen van multifactorauthenticatie of mfa. Hoewel mfa breed is ingevoerd, is het geen waterdichte oplossing. Volgens Fleur van Leusden toont de hack bij Odido, waarbij gegevens van ongeveer 6,2 miljoen accounts werden buitgemaakt, dat duidelijk aan. Bij die aanval kregen criminelen toegang doordat medewerkers onder druk mfa-verzoeken goedkeurden. ‘Zelfs mfa kon hen niet tegenhouden als medewerkers op ‘approve’ klikken’, stelt ze vast. Aanvallers maken gebruik van social engineering en zogenaamde mfa-fatigue om gebruikers te misleiden. Dat onderstreept het belang van monitoring en duidelijke processen.Volgens cybersecurity-ondernemer Erik Westhovens toont de Odido-aanval ook aan dat organisaties moeten omdenken. Jarenlang lag de focus op sterke wachtwoorden en tweefactorauthenticatie. Dat blijft belangrijk, maar aanvallers richten hun pijlen steeds vaker op wat er gebeurt nadat een gebruiker al is ingelogd. ‘Het gaat om de sessie: cookies, tokens en digitale sleutels, die het systeem vertellen dat iemand geverifieerd is. Voor een aanvaller zijn die sleutels vaak waardevoller dan het wachtwoord zelf’, zo legt Westhovens uit. ‘Trachtte een aanvaller vroeger je wachtwoord of code te bemachtigen, dan wil hij tegenwoordig jou zijn.’3. Securityportfolio – integratie, identiteit en controleDe evoluties in het dreigingslandschap en de aanpak vertalen zich rechtstreeks naar het securityportfolio. Organisaties zoeken meer integratie, meer automatisering en vooral meer zicht op hun omgeving.Volgens Yves Lemage is er een duidelijke trend naar platformisering. ‘Bedrijven gaan niet meer met twintig verschillende leveranciers werken. Ze kiezen voor een beperkt aantal platformen die goed samenwerken.’ Voor grotere organisaties betekent dat een combinatie van meerdere platformen, terwijl kleinere bedrijven eerder kiezen voor één geïntegreerde oplossing.Meer visibiliteit met EDR en XDREen belangrijke evolutie is de verschuiving naar meer visibiliteit, met technologieën zoals EDR en XDR. EDR, of Endpoint Detection and Response, focust op het beveiligen van endpoints zoals laptops en servers. Het registreert wat er op die systemen gebeurt, analyseert gedrag en kan verdachte activiteiten detecteren en isoleren.XDR, of Extended Detection and Response, bouwt daarop verder. ‘Waar EDR zich beperkt tot endpoints, combineert XDR signalen uit meerdere bronnen’, legt Lemage uit. Denk aan cloudomgevingen, e-mail en identiteitsbeheer. ‘Een XDR-oplossing zorgt ervoor dat gegevens gedeeld worden tussen verschillende systemen, zodat er automatisch actie kan worden ondernomen.’Zero trust vraagt focusZero trust – waarbij geen enkele gebruiker of toegang automatisch wordt vertrouwd en alles continu wordt gecontroleerd – blijft een belangrijk concept, maar de implementatie blijkt uitdagend. Volgens Lemage proberen organisaties het vaak te breed toe te passen. ‘Het is belangrijk dat klanten kijken naar hun grootste dreigingen en daar het principe toepassen, en niet overal een beetje.’De focus ligt daarbij op identiteit en toegangsbeheer, zeker in omgevingen met externe partners. Identiteit wordt steeds meer het centrale controlepunt. Oplossingen zoals privileged access management winnen aan belang. ‘We zien meer en meer vraag naar oplossingen waarbij gebruikers niet meer zelf hun wachtwoord kennen en toegang automatisch wordt beheerd. Dat maakt het mogelijk om toegang strikt te controleren en volledig te monitoren.’Ai onder controle houdenTot slot verschuift de aandacht opnieuw naar data. Door het gebruik van ai-tools groeit de behoefte aan controle over waar informatie naartoe gaat. ‘Wat klanten vandaag vooral bezighoudt, is: waar kunnen mijn gebruikers naartoe en wat kunnen ze uploaden?’, aldus Lemage.Daarom zien we vandaag een heropleving van het klassieke data loss prevention en nieuwe oplossingen zoals ai-gateways, die het gebruik van ai binnen organisaties moeten controleren. Of hoe dergelijke oplossingen toch ook een antwoord geven op de gevaren die van binnenuit komen.Dreiging in cijfersKwetsbaarheden worden gemiddeld binnen vijf dagen misbruikt, vaak al binnen 24 uur. Accountmisbruik is het meest voorkomende incidenttype. (Centrum voor Cybersecurity België)Ransomware-aanvallen stegen in 2025 wereldwijd met 50 procent. (Annual Threat Monitor Report van NCC Group)78 procent van medewerkers gebruikt ai zonder toestemming van de it-afdeling. (Awareways)Cyberverzekeraar Stoïk registreerde in 2025 een stijging van 150 procent in de claimfrequentie. Waar in 2024 nog 4,3 procent van de klanten een claim indiende, steeg dat cijfer in 2025 naar 10,6 procent.Dit is een verhaal uit het e-zine ‘Cybersecurity in de keten’ van april 2026.
Kort: Nvidia stijgt als een komeet, Gartner ziet ai-uitgaven verder oplopen (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Nvidia spekkoper, grote honger naar ai-servers, enterprise-ai in troebel juridisch vaarwater, Accenture koopt Aera, Nvidia overtreft verwachtingen, Klarna helpt ai-shopper, online tracking onder vuur.  Nvidia stapelt record op record De uitbouw van ai-fabrieken versnelt in een buitengewoon hoog tempo. Ook de enorme opkomst van ai-agenten stuwt de vraag naar chips. Chipleverancier Nvidia haalt dan ook een recordomzet over het eerste kwartaal dat eindigde op 26 april.  Jensen Huang, oprichter en ceo van Nvidia, presenteerde woensdagnacht nog fraaiere kwartaalcijfers dan verwacht. De omzet kwam uit op 81,6 miljard dollar, een stijging van 20 procent ten opzichte van het vorige kwartaal en een stijging van 85 procent ten opzichte van een jaar geleden. Voor computing in de datacenters leverde Nvidia voor een recordbedrag van 60,4 miljard dollar, een stijging van 77 procent ten opzichte van een jaar geleden en een stijging van 18 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal.  De omzet uit datacenter-netwerken bedroeg 14,8 miljard dollar, een stijging van 199 procent ten opzichte van een jaar geleden en een stijging van 35 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Ook edge computing brengt veel omzet binnen.  De netto-winst bedroeg 58,3 miljard dollar, ruim drie keer meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De vooruitzichten voor het lopende kwartaal zijn onverminderd gunstig. Ai-uitgaven dit jaar naar 2590 miljard dollar  De wereldwijde uitgaven aan ai zullen dit jaar oplopen tot 2,59 biljoen dollar, een stijging van 47 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Zo verwacht marktvorser Gartner. De komende jaren is er vooral veel behoefte aan ai-infrastructuur. Denk aan ai-geoptimaliseerde IaaS, ai-geoptimaliseerde servers, ai-netwerk-fabric alsmede chips die speciaal ontwikkeld zijn voor ai en apparatuur. Deze categorie vormt het grootste deel van de markt, goed voor meer dan 45 procent van de uitgaven.   Binnen dit segment krijgen de ai-geoptimaliseerde servers het grootste aandeel. De uitgaven hieraan zullen de komende vijf jaar verdrievoudigen om alle verwachte workloads te kunnen verwerken. Enterprise-ai zit juridisch vaak scheef Enterprise‑ai botst steeds vaker op strengere eisen rond privacy, security en data-soevereiniteit. Volgens onderzoek van NTT DATA sluiten bestaande infrastructuren onvoldoende aan op de noodzaak voor lokale verwerking, controle en governance.  Daardoor wordt data-jurisdictie een cruciale ontwerpvoorwaarde; een architectonische randvoorwaarde. Data kan nog steeds bewegen, maar niet altijd op de manier die ai nodig heeft. Omdat ai afhankelijk is van continue toegang tot data, bepaalt jurisdictie steeds vaker waar data worden opgeslagen, waar modellen draaien en hoe systemen worden ingericht en beheerd. Daarmee komt de beperking van traditionele, grensoverschrijdende datastromen scherp in beeld.  Hoewel meer dan 95 procent van de organisaties het belang van private en soevereine ai erkent, vertaalt slechts een minderheid dit naar concrete actie. De kloof groeit tussen koplopers die hun architectuur tijdig herontwerpen en organisaties die blijven bouwen op oude modellen. Wie vroeg aanpast, creëert een voorsprong in schaalbaarheid en ai‑volwassenheid. Private en souvereine ai worden zo bepalend voor de volgende fase van enterprise‑ai. Accenture in decision intelligence Accenture investeert in Aera Technology, een Amerikaanse ontwikkelaar van zogeheten agentic decision intelligence. Hiermee zijn leveringsketens sneller, autonomer en datagedreven te maken. Veel ketens werken nog met gefragmenteerde systemen en handmatige besluiten; slechts een kwart van de organisaties zet actief in op autonomie.  Aera’s ai‑agents analyseren continu data, voorspellen verstoringen en automatiseren besluiten, terwijl Accenture advies en sector­expertise toevoegt. Dit moet leiden tot minder handmatige interventies, lagere kosten en meer wendbaarheid. De samenwerking speelt in op de groeiende behoefte aan autonome besluitvorming, zeker in complexe internationale ketens. Grote bedrijven gebruiken deze technologie al om risico’s eerder te signaleren en sneller te reageren. Klarna haakt in op ChatGPT Het Zweedse betaalbedrijf Klarna introduceert de Shopping Search-app in ChatGPT. Daarmee kunnen gebruikers tijdens een ai-gesprek direct producten ontdekken, compleet met actuele prijzen, beschikbaarheid en aanbiedingen. Klarna speelt met deze app in op de explosieve groei van ai‑gedreven shopping. Tijdens de cadeaumaand december 2025 steeg het verkeer vanuit ai-platformen naar retailers met bijna 700 procent, terwijl conversies 31procent hoger lagen.  De app elimineert het openen van meerdere tabs en vergelijkt realtime miljoenen producten uit dertien markten via Klarna’s Product Search MCP‑server. Retailers verschijnen organisch op relevantie, met opties voor gesponsorde zichtbaarheid, waardoor een nieuw discovery‑kanaal ontstaat op het moment dat consumenten aankoopintentie tonen. Rechtszaak tegen online tracking The Privacy Collective (TPC) daagt AppLovin voor de rechter omdat het bedrijf via verborgen volgsoftware in populaire gratis games en apps illegaal gegevens zou verzamelen van minstens 8,5 miljoen Nederlanders, waaronder 1,5 miljoen kinderen.  Volgens TPC worden de data gecombineerd tot profielen en gedeeld met honderden partijen voor advertentiedoeleinden, zonder geldige toestemming. AppLovin negeert bovendien kinderbeschermingsregels en blijft volgen zelfs wanneer gebruikers dit uitschakelen. De profielen worden gebruikt voor manipulatieve advertenties, aldus TPC. En dat maakt kinderen extra kwetsbaar. TPC eist een verbod op deze praktijken en schadevergoeding voor alle gedupeerden, gesteund door diverse privacy‑ en kinderrechtenorganisaties. The Privacy Collective is een Nederlandse stichting die opkomt voor de privacyrechten van internetgebruikers. TPC voert ook een collectieve rechtszaak tegen Oracle en Salesforce wegens vermeende grootschalige, onrechtmatige online tracking.
Nieuw e-zine: Digitale soevereiniteit in de praktijk
6 dagen
Hoe maak je digitale soevereiniteit concreet? Dat is het uitgangspunt geweest van het themagedeelte in het nieuwe Computable e-zine. Digitale soevereiniteit is voor veel organisaties nog altijd een abstract begrip. Het gaat over afhankelijkheden van leveranciers, controle over data en de vraag hoe wendbaar je nog bent als omstandigheden veranderen. Maar hoe breng je dat in de praktijk? Wie bepaalt onder welke wetgeving data vallen? Hoe groot is de afhankelijkheid van één leverancier? Kun je migreren als de geopolitieke wind draait, prijzen oplopen of voorwaarden veranderen? Wie deze vragen vandaag niet stelt, krijgt er morgen waarschijnlijk onder tijdsdruk mee te maken. Daarbij draait het om zeggenschap, uitwijkvermogen en onderhandelingskracht. In dit e-zine werken we deze vragen uit in de volgende artikelen: It-veteraan Hans Timmerman (ex-Dell) pleit niet voor volledige autonomie of het afzweren van internationale technologie. Zijn boodschap is pragmatischer: wees je bewust van afhankelijkheden, bescherm wat cruciaal is en bouw gericht aan alternatieven. Digitale soevereiniteit betekent in die zin vooral: keuzes maken. Weten wat je zelf moet kunnen, waar je op wilt vertrouwen en hoe je als overheid actief bijdraagt aan een ecosysteem waarin die keuzes ook daadwerkelijk bestaan. Lees het interview met Hans Timmerman … De Universiteit Utrecht (UU) heeft met het zogeheten Digital Autonomy Assessment Framework (Daaf) een methodiek ontwikkeld die de kwetsbaarheid van applicaties systematisch in kaart brengt – en die bovendien vrij beschikbaar is voor anderen. Aan de hand van zo’n inventarisatie kunnen organisaties keuzes maken om soevereiner te worden. Lees meer over DAAF … Initiatieven die alternatieven bieden schieten als paddenstoelen uit de grond, zoals Euro-Office, Open Cloud Alliantie, Ecofed en Dosba. Wat hebben zij te bieden en hoe kun je met deze allianties zakendoen? Gemeenten hebben gemiddeld vier- tot vijfhonderd applicaties in gebruik. Welke stappen zetten zij om hun digitale autonomie te vergroten? Lees het dubbelgesprek met Jacco Brouwer (VNG) en Ruud Alaerds (DCC)… Iedereen voelt intuïtief aan dat onze afhankelijkheid van Amerikaanse technologie een risico vormt. Maar is dat wel zo? Het The Hague Centre for Strategic Studies maakte een raamwerk om de risico’s van zogeheten chokepoints meetbaar te maken – waarbij een chokepoint staat omschreven als een economische afhankelijkheid die tegen een land is te activeren voor economische of politieke chantage. Hierdoor geïnspireerd stellen we drie vragen rond het activeren van chokepoints door de VS: kunnen ze het, willen ze het en doen ze het ook? Het kabinet heeft de mond vol van digitale soevereiniteit en autonomie. Er is met Willemijn Aerdts zelfs een aparte staatssecretaris aangesteld die zich over dit onderwerp moet ontfermen. Maar ingrijpen wanneer zich een acuut vraagstuk aandient — zoals de uitbesteding van de bouw van een omzetbelastingsysteem aan een Amerikaans bedrijf — blijkt dan weer een brug te ver. Intussen weten ze in Polen wel beter. Plus: Gemeenten lanceren ai‑tool voor bron‑a­no­ni­mi­se­ring Alle hens aan cybersecurity-dek Drone-software komt vliegensvlug van de grond Rene Veldwijk: Datasoevereiniteit of data-nihilisme?
Cloud is volwassen, de advisering nog niet
6 dagen
Van technisch uitvoerder naar strategisch sparringpartner Cloud is volwassen geworden, maar de belofte is voor veel organisaties nog niet ingelost: complexiteit neemt toe, kosten vallen tegen en onafhankelijk advies is schaarser dan het lijkt. De Nieuwegeinse cloudspecialist inQdo wil dat veranderen, en haalt daarvoor een van de meest ervaren AWS-strategen van Nederland in huis. inQdo heeft een naam opgebouwd als betrouwbare AWS-partner die technisch complexe vraagstukken oplost. Nu zet het Nieuwegeinse bedrijf een volgende stap: van technische uitvoerder naar strategisch sparringpartner. Daarvoor trok algemeen directeur Dennis van Bavel een van de meest ervaren AWS-veteranen in Nederland aan als strategisch adviseur: Edwin van Nuil. De aanleiding is even simpel als urgent: cloud is commodity geworden, maar de advisering loopt achter. Edwin van Nuil bouwde in de beginjaren van cloud mee aan de Nederlandse AWS‑markt. In 1998 richtte hij Oblivion op, een software‑ en internetconsultancybedrijf dat al vroeg experimenteerde met Amazon Web Services. In 2014 bracht hij de groeiende cloudpraktijk onder in een apart bedrijf, Oblivion Cloud Control, dat in 2018 als eerste in de Benelux de Premier Consulting Partner‑status van AWS behaalde. Na de overname door Xebia in 2021 bleef hij daar nog enkele jaren actief als CEO Cloud AWS, waarvan de laatste jaren in een global rol. Xebia was een andere wereld. Waar Oblivion Cloud Control klein en gefocust dicht op de klant opereerde, groeide Xebia in korte tijd uit tot een internationale organisatie met activiteiten in zestien landen. Die schaal bracht andere structuren met zich mee. Van Nuil merkte dat de afstand tot de klant toenam en dat hij minder vaak direct bij inhoudelijke gesprekken aan tafel zat dan hij gewend was. “Ik wilde terug naar het intieme, naar de directe lijn met de klant, naar een plek waar je de volledige scope kunt overzien zonder het telkens over interne muurtjes heen te gooien.” Te laat aangehaakt Dat verlies aan klantcontact is niet alleen een persoonlijk gevoel van Van Nuil. Het tekent een bredere ontwikkeling in de markt. De Algemene Rekenkamer constateerde eerder dit jaar dat het rijk voor een groot deel de cloud in is gegaan zonder de vereiste risicoafwegingen, met beperkt zicht op gebruikte diensten en alternatieven. Bij private organisaties ligt dat niet wezenlijk anders. Cloudpartners worden doorgaans ingeschakeld op het moment dat de technische richting al vaststaat. Tegen die tijd liggen de belangrijkste keuzes al vast: welk platform, welke architectuur, welke mate van vendor lock-in. Wie dan aanschuift, kan nog optimaliseren maar niet meer bijsturen. Reden voor inQdo om eerder aan tafel te willen zitten, bij de business, niet alleen bij IT. “Wij haken nu vaak aan op het moment dat de technische keuzes al gemaakt zijn,” zegt Van Bavel. “Dan gaat het nog over de invulling, niet meer over de richting.” Zonde, want juist in het voortraject zit de meeste ruimte voor impact. Eerder betrokken betekent meedenken over de vraag of een SaaS-oplossing volstaat of dat iets custom gebouwd moet worden, over architectuurprincipes, over hoeveel flexibiliteit een organisatie straks nodig heeft. Van Nuil herkent dat patroon. Bij zijn eerdere bedrijf werkte hij voor grote organisaties als Tempo-Team, ABN Amro en Wolters Kluwer, altijd vanuit de business. Dat gaf hem de vrijheid om de technologie te kiezen die paste bij het probleem, niet andersom. “Als je met de business aan tafel zit, kun je alle technieken inzetten die passen bij het vraagstuk. Dat maakt je flexibel, maar ook veel effectiever. We leverden projecten op tijd en binnen budget omdat we wisten wat er écht speelde.” inQdo is AWS Advanced Partner en IBM Silver Partner, partnerships die klanten direct toegang geven tot de nieuwste technologie en diepe productkennis. Maar een partnerschap is geen keurslijf. Van Nuil is eerlijk over die spanning: als cloudspecialist kun je al snel worden gezien als verlengstuk van de leverancier. Maar wie eerder aan tafel zit dan de leverancier, adviseert vanuit het vraagstuk, niet vanuit het partnerbelang. Concreet vertaalt zich dat in eigen frameworks die niet aan één platform gebonden zijn, zodat een oplossing die vandaag op AWS draait morgen ook op een Europese provider of andere omgeving kan landen. “We zorgen ervoor dat klanten altijd de vrijheid hebben om andere keuzes te maken,” zegt Van Bavel. “Dat begint bij de architectuur die je aan het begin neerzet.” Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies De aannemer als voorbeeld Een recente opdracht bij een grote aannemer laat zien hoe die werkwijze er in de praktijk uitziet. inQdo organiseerde een workshop, niet met de IT-afdeling, maar met de business: de mensen van de werkvloer, de beslissers, iedereen die dagelijks met het proces te maken heeft. Het onderwerp was een kritisch bedrijfsproces waarbij data-integriteit van levensbelang is. Technologie kwam die dag nauwelijks ter sprake. “We hebben alleen maar gevraagd: wat zoeken jullie? Wat willen jullie zien?” vertelt Van Bavel. Op basis van die ene workshop lag er anderhalve week later een werkend proof of concept. Zo concreet dat drie andere aannemers zich uit eigen beweging bij het traject aansloten. “Een van hen zei: ik heb dit jaar drie oplossingen gezien. Dit is de eerste waarvan ik zie dat het aansluit bij onze behoeften.” AI speelde daarin een cruciale rol, niet als doel maar als versneller. Waar een vergelijkbaar traject vroeger maanden in beslag nam, comprimeerde inQdo het tot anderhalve week. “Daardoor houd je het momentum bij de klant,” zegt Van Bavel. “De businesscase wordt tastbaar voordat de twijfel toeslaat.” AI helpt zijn consultants ook sneller voet aan de grond te krijgen in een nieuw en nog onbekend domein. Vaktermen die een klant gebruikt, processen die ze nog niet kennen, inzichten die normaal weken kosten om op te doen, zijn nu binnen handbereik. “Je wordt in het domein gezogen en kunt veel sneller meegaan in het gesprek op het niveau van de klant.”  AI verandert het speelveld voor organisaties in rap tempo. Dat biedt kansen, zoals de aannemer-casus laat zien, maar het roept ook nieuwe vragen op. Welke data gaat er door welke netwerklijnen? Wie heeft er toegang tot welke informatie? En in hoeverre ben je als organisatie nog in control over je eigen omgeving? Het zijn vragen die steeds vaker op tafel komen, ook al worden ze niet altijd expliciet gesteld. Soevereiniteit: de hype doorprikken De politieke agenda staat er vol mee, en de zorgen in de markt zijn reëel: uit de Dutch IT Sourcing Study 2026 van Whitelane Research blijkt dat sovereign IT bij 62 procent van de publieke sector een significante impact heeft op de IT-strategie, en ook in het bedrijfsleven groeit de bezorgdheid. Toch krijgt inQdo de vraag zelden spontaan van klanten. De bewustwording is er, de vertaalslag naar concrete actie nog niet. En die bewustwording creëren is precies waar inQdo zich op richt, niet door klanten te sturen naar een bepaalde oplossing, maar door hen te helpen begrijpen wat de impact is van de keuzes die ze maken. Een klant wilde onlangs alles tot in de puntjes geregeld hebben rond soevereiniteit, vertelt Van Bavel. Tot bleek dat hij Anthropic wilde blijven gebruiken voor zijn AI. “Dat kan prima,” zegt Van Bavel, “maar dan moet je wel weten dat alle data die je daar laat analyseren op Amerikaanse servers terechtkomt.” Dat gesprek voeren, transparant en zonder verkoopagenda, is precies de rol die inQdo wil innemen. Niet de keuze maken voor de klant, maar zorgen dat die klant weet wat hij kiest. Dat geldt ook voor de bredere afweging rond vendor lock-in. Het gemak van volledig serverless bouwen is aantrekkelijk, maar brengt afhankelijkheden met zich mee die later moeilijk terug te draaien zijn. Wie nu al weet dat hij over twee jaar misschien naar een andere omgeving wil, bouwt anders dan wie daar niet bij stilstaat. “Denk dan nu al aan containers in plaats van volledig serverless,” zegt Van Nuil. “Dat kost iets meer moeite, maar geeft je later de vrijheid om te kiezen.” Pragmatisme boven ideologie dus. Van Nuil plaatst het in historisch perspectief: “In de begindagen van cloud zei iedereen ook dat de Nederlandse Bank multicloud verplicht stelde, maar dat lag een stuk genuanceerder. Als pragmatische partner kon je door de hype heen prikken en de klant laten zien wat de regelgeving daadwerkelijk vereiste.” Die rol als onafhankelijke sparringpartner is onverminderd belangrijk, alleen is het onderwerp verschoven van cloudmigratie naar soevereiniteit en AI-governance. Kleinschalig als onderscheidend vermogen inQdo richt zich bewust op het hogere middensegment, niet op de grote enterprise, niet op het kleinbedrijf. Dat is geen beperking, maar een bewuste keuze die Van Bavel en Van Nuil allebei verdedigen. Want juist in dat segment is de behoefte aan een partner die écht meekijkt het grootst, en de bereidheid om een langdurige vertrouwensrelatie op te bouwen het meest aanwezig. Die vertrouwensrelatie krijgt bij inQdo een concrete invulling. Medewerkers zijn regelmatig fysiek bij klanten aanwezig, gebruiken het kantoor van de klant als werkplek en vangen bij de koffieautomaat gesprekken op over wat er speelt. Andersom lopen klanten net zo makkelijk bij inQdo binnen. “Dat soort nabijheid bouw je niet op met wisselende teams en jaarlijkse contractverlengingen,” zegt Van Bavel. Van Nuil typeert dat als een relatie die niet draait om de maximale projectomvang, maar om lange termijn‑betrokkenheid. “Ik kom niet om zoveel mogelijk te doen, maar om je zo lang mogelijk te helpen. Klanten bleven niet omdat ze vastzaten aan een contract, maar omdat ze wilden blijven.” Daarbij hoort ook een expliciete belofte richting de klant. “We komen bij een klant met de intentie om het voor te doen, samen te doen en er uiteindelijk voor te zorgen dat de klant het zelf kan,” zegt Van Nuil. “Wij willen de rol van trusted advisor vervullen en ons blijven focussen op verbetering en innovatie.” Niet de afhankelijkheid vergroten, maar juist zorgen voor wendbaarheid van de klant.  Dat is de cultuur die inQdo verder wil uitbouwen nu Van Nuil aan boord is. Niet groter worden om groter te zijn, maar relevanter worden voor de klanten die strategisch partnerschap zoeken. In een markt waarin veel partners pas aanhaken als de technische keuzes al grotendeels zijn gemaakt, positioneert inQdo zich bewust eerder in het traject. Voor organisaties die een strategisch partnerschap zoeken in een compacte setting, kan dat een wezenlijk ander soort samenwerking opleveren dan ze gewend zijn. Bezoek de website van inQdo
Ministerie waarschuwt ict-werkgevers snel pensioenregeling om te zetten
6 dagen
Kleinere bedrijven, waaronder veel werkgevers in de ict, lopen nog steeds achter bij de overstap naar de nieuwe pensioenregels. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarschuwt opnieuw niet langer te wachten en vóór 1 juli met de omzetting van de pensioenregeling te starten. Op 1 januari 2028 moet elk bedrijf het geregeld hebben.  Begin dit jaar maande het ministerie de (ict-)werkgevers al tot actie, maar aan die oproep werd onvoldoende gehoor gegeven. Bedrijven met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) lopen een groot risico. Wie te laat is, riskeert ernstige financiële gevolgen. Dat kan in ernstige gevallen de bedrijfsvoering in gevaar brengen, waarschuwt het ministerie. Als de pensioenregeling niet op tijd is aangepast aan de nieuwe pensioenregels, wordt de regeling fiscaal onzuiver. Verzekeraars of PPI’s zullen een fiscaal onzuivere pensioenregeling niet uitvoeren. Ook wordt de uitvoering van de pensioenregeling stopgezet.  Grote gevolgen Het risico op overlijden en het arbeidsongeschiktheidspensioen voor de werknemers is dan niet meer verzekerd. Als een werknemer bijvoorbeeld overlijdt, moet u het nabestaandenpensioen zelf betalen. Kortom, het niet voldoen aan de nieuwe pensioenregeling kan ernstige financiële gevolgen hebben die direct bij de werkgever terechtkomen. Dat kan in ernstige gevallen de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Ook voor werknemers heeft een fiscaal onzuiver pensioenregeling grote gevolgen. De Belastingdienst ziet het volledige opgebouwde pensioen van de werknemers dan als loon. Daarover moet direct inkomstenbelasting worden betaald. Werknemers kunnen zo bijna de helft van hun pensioenopbouw verliezen. Zij kunnen de werkgever vervolgens juridisch aansprakelijk stellen voor het verlies van pensioen. Deadline De deadline is 1 januari 2028. Dat lijkt lang, maar de overstap naar de nieuwe pensioenregeling vraagt flink meer tijd dan een normale contractverlenging. Werkgevers moeten verschillende stappen doorlopen om tot een nieuwe pensioenregeling te komen. Dat kan zes tot achttien maanden in beslag nemen. Start daarom vóór 1 juli. Een brochure van het ministerie helpt werkgevers verder op weg. De pensioentransitie behoort tot de grootste stelselherzieningen van de afgelopen jaren. Het nieuwe pensioen zou begrijpelijker en transparanter worden. Pensioendeskundigen zijn het er over eens dat daar niets van terecht is gekomen. Vooral de communicatie met de pensioendeelnemers kan problematisch worden. Het is bijna niet uit te leggen hoe de veranderingen
Nijmegen biedt alternatief voor DigiD
6 dagen
Nijmegen biedt haar ingezetenen alvast de mogelijkheid DigiD als identificatiemiddel voor gemeentelijke zaken te omzeilen. Nu het vrijwel zeker is dat de ondersteuning van het DigiD-platform binnen de Amerikaanse invloedssfeer komt, is in de oudste stad van Nederland al de alternatieve app voor identificatie Yivi beschikbaar. Ontwikkelaar van Yivi is Bart Jacobs, hoogleraar cybersecurity en veiligheid aan de Radboud Universiteit. Volgens hem zijn er geen kwalijke consequenties als de Amerikanen de stekker uit DigiD trekken, verzekert hij omroep Gelderland. Volgens Jacobs is zijn app ook privacyvriendelijker, nuttiger en breder inzetbaar dan DigiD. Waar DigiD uitsluitend het BSN gebruikt, werkt Yivi als een persoonlijke gegevenskluis op je telefoon. Je bepaalt zelf welke gegevens je toevoegt – naast je BSN kunnen dat bijvoorbeeld je adres, e-mail, telefoonnummer of zelfs je bloedgroep zijn. Bij het inloggen wordt vervolgens alleen die informatie gedeeld die op dat moment noodzakelijk is. Meer regie De app biedt ook meer grip en leidt tot minder administratie. Alle data staan uitsluitend op de telefoon van de gebruiker en niet bij een externe partij. Volgens een woordvoerder van de gemeente Nijmegen kan daardoor niemand anders zien welke gegevens je hebt gedeeld en met wie. Inwoners krijgen zo meer regie over hun eigen gegevens. Voor de gemeente levert het bovendien betrouwbare data op én minder administratieve lasten. Daarnaast wilde Nijmegen voorbereid zijn op de nieuwe Europese wetgeving die eind dit jaar ingaat. Die verplicht overheden om, naast DigiD, ook dit soort digitale id-wallets te accepteren voor hun online dienstverlening. Arnhem GroenLinks-PvdA, D66 alsmede twee lokale fracties in Arnhem willen het Nijmeegse voorbeeld graag overnemen. Maar zij stuiten op verzet van wethouder Maurits van de Geijn. Die wijst erop dat DigiD het enige middel is dat wettelijk is erkend om inwoners digitaal te laten inloggen bij de overheid. Volgens Jacobs klopt dat op zich wel, maar de gemeente Nijmegen is tot nog toe niet op juridische bezwaren gestuit. Anders dan veel commerciële identiteitsoplossingen is Yivi niet afhankelijk van buitenlandse investeerders of techgiganten. Yivi is volledig opensource, in Nederlandse handen, en contractueel beschermd tegen verkoop aan buitenlandse partijen.
De zwakste schakel telt
1 week
Meer dan compliance: risicobeheer als sleutel tot supply chain securityRecente incidenten, zoals op Europese luchthavens, tonen aan hoe kwetsbaar digitale ketens zijn. Europese wetgeving zoals NIS2 probeert die afhankelijkheden beter te beheersen, maar regelgeving alleen volstaat niet. ‘De belangrijkste onderdelen van basisbeveiliging kunnen met zeer weinig moeite worden gerealiseerd’, zegt expert Thomas Stubbings.Reizigers moesten manueel inchecken, vluchten werden geannuleerd of vertraagd en operationele processen kwamen onder druk te staan. Het waren maar enkele gevolgen van de cyberaanval op onderaannemer Collins Aerospace, die enkele maanden geleden meerdere Europese luchthavens trof.Het is een schoolvoorbeeld van hoe supply chain-aanvallen werken. Systemen voor check-in en bagageafhandeling vielen uit op onder meer Brussels Airport, London Heathrow en Berlin Brandenburg, en dat via een leverancier die diep geïntegreerd was in hun processen.Cyberveiligheid valt niet uit te bestedenJuridisch gezien kan bijvoorbeeld de Belgische luchthaven zich niet zomaar achter Collins verschuilen. Onder de Belgische NIS2-wet – die Europese verplichtingen omzet in nationale regels én waarvan België een van de eerste landen was die de omzetting doorvoerde – moeten essentiële bedrijven aantonen dat ze hun volledige toeleveringsketen actief controleren en beveiligen.De wet verplicht niet alleen tot technische maatregelen, maar bevordert vooral governance, transparantie en controle, dus ook over partners, leveranciers en subcontractors. Dat betekent: risicoanalyses uitvoeren, leveranciers auditen, en erop toezien dat ook externe partners voldoen aan cybersecuritynormen. Of hoe NIS2 een cultuurverandering verankert waarbij cyberveiligheid niet langer kan worden ‘uitbesteed’.Gebrek aan inzichtThomas Stubbings, de Oostenrijker die de werkgroep trusted supply chain implementation leidt bij de onafhankelijke security-organisatie Ecso, erkent dat – mede door dergelijke incidenten – de beveiliging van de toeleveringsketen hoog op de agenda staat. ‘Beveiliging stopt niet aan de perimeter van een organisatie,’ stelt hij. ‘Iedereen is verbonden en afhankelijk van talrijke leveranciers, die it-hardware, software of diensten leveren. Elk van hen vormt een potentiële toegangspoort voor kwaadwillige activiteiten.’Niet alleen bij Ecso, maar ook via zijn eigen bedrijf koppelt Stubbings het strategische en governance-aspect van cybersecurity aan wetgeving en compliance, met aandacht voor kleinere bedrijven. ‘Het huidige dreigingslandschap richt zich niet alleen op grote organisaties, maar maakt ook systematisch misbruik van kleinere leveranciers, softwarecomponenten en dienstverleners om hele waardeketens te bereiken’, is zijn punt.De beveiliging van de toeleveringsketen is een kwestie van vertrouwen en transparantie in plaats van louter technologie, maar hoe moeten organisaties hun strategische aanpak aanpassen?Stubbings: ‘De kern van het probleem is een gebrek aan inzicht. Wie kan voor elk van zijn leveranciers garanderen dat hun beveiliging op het juiste niveau is? Maar dat is precies wat we moeten weten. Transparantie is een voorwaarde voor vertrouwen geworden. En het moet een integraal onderdeel worden van het inkoop- en leveranciersbeheerproces. Wie hier niet aan voldoet, komt niet in aanmerking. Dit is een kwestie van risicobeheer en moet daarom op de agenda van het management staan, ongeacht de sector of de omvang van het bedrijf.’Veel huidige benaderingen rond supply chain security zijn gebaseerd op vragenlijsten en individuele beoordelingen. Wat zijn de belangrijkste beperkingen hiervan en hoe kan dit beter?‘Beveiligingsvragenlijsten zijn doorgaans eigendom van een bepaalde partij en niet reproduceerbaar. Dit legt een enorme last op zowel de koper als de leverancier bij het opstellen, verspreiden, invullen en beoordelen van die vragenlijsten. Het is simpelweg niet efficiënt om telkens opnieuw het wiel uit te vinden. Ten tweede is een niet-gevalideerde zelfverklaring vrijwel waardeloos omdat er geen controle of verificatie op zit.’‘Het enige bruikbare alternatief zijn gestandaardiseerde benaderingen met vertrouwde derde partijen, die gestandaardiseerde vragenlijsten valideren en de resultaten beschikbaar stellen aan alle betrokkenen. Er zijn in Europa opkomende benaderingen (het onderwerp van Stubbings’ keynote op Cybersec Europe, nvdr) – zoals schema’s, basisbeveiligingsmodellen en gedeelde vertrouwenskaders – die erop gericht zijn de markttransparantie te verbeteren en tegelijkertijd de complexiteit voor zowel grote ondernemingen als het mkb te verminderen.’Mkb’s maken vaak deel uit van grotere toeleveringsketens, maar beschikken over minder middelen – hoe kunnen zij de beveiliging van de toeleveringsketen in de praktijk aanpakken zonder dat dit tot buitensporige complexiteit of kosten leidt?Stubbings: ‘Het is belangrijk om te beseffen dat ook mkb-bedrijven over adequate basisbeveiliging moeten beschikken. Dit is geen luxe en ook niet voorbehouden aan grote ondernemingen. De belangrijkste onderdelen van basisbeveiliging kunnen met zeer weinig moeite worden gerealiseerd, zoals het regelmatig installeren van patches, het maken van back-ups, het uitvoeren van tests en het trainen van medewerkers. Iedereen kan dit doen. Hiervoor zijn geen grote budgetten nodig, alleen focus op de juiste onderwerpen.’Hoe kunnen organisaties de risico’s in de toeleveringsketen beter begrijpen, beoordelen en communiceren op een manier die zowel zinvol als schaalbaar is?‘De sleutel ligt bij adequaat risicobeheer. Compliance moet altijd gekoppeld zijn aan risicobeheer. Het heeft geen zin om organisaties te zwaar te belasten, alleen maar omwille van compliance. Aan de andere kant kan compliance zonder risicobeheer een formaliteit worden die niemand helpt. Als risicobeheer correct wordt toegepast, leidt dit tot een adequaat beveiligingsniveau dat ook aan de compliance-eisen zou moeten voldoen.’5 risicofactoren in complexe supply chainsVolgens het Global Cybersecurity Outlook 2025 van het World Economic Forum zijn supply chain-interdependenties één van de grootste bronnen van cyberrisico. Vijf factoren springen eruit:1. Cyber-ongelijkheidGrote organisaties boeken vooruitgang in cyberweerbaarheid, maar kleinere spelers blijven achter. Daardoor ontstaat een structurele kwetsbaarheid in de keten. Aanvallers maken daar misbruik van door zich te richten op minder goed beveiligde partners.2. Beperkte zichtbaarheidVeel organisaties hebben onvoldoende zicht op hun volledige supplychain, zeker wanneer ook subleveranciers en afhankelijkheden verderop in de keten worden meegerekend.3. Kwetsbaarheden via derde partijenExterne software, opensourcecomponenten en nieuwe technologieën zoals ai brengen bijkomende risico’s met zich mee. Wanneer beveiliging niet grondig wordt geëvalueerd, kunnen kwetsbaarheden ongemerkt binnensluipen en zich verspreiden over meerdere systemen en organisaties.4. Afhankelijkheid van kritieke leveranciersDe concentratie rond een beperkt aantal dominante spelers, zoals cloudproviders, creëert potentiële single points of failure. Problemen bij zulke partijen kunnen een brede impact hebben op volledige sectoren. Dat maakt redundantie en business continuity cruciaal, maar vaak complex.5. Geopolitieke spanningenInternationale spanningen beïnvloeden steeds vaker supply chains en cyberdreigingen. Ze kunnen leiden tot veranderende leveranciersrelaties, verstoringen in beschikbaarheid en een verhoogd risico op geavanceerde aanvallen.Cybersec EuropeOp 20 en 21 mei komen Europese cybersecurity-leiders en specialiste samen op Cybersec Europe in Brussel. Kijk voor het programma en details op cyberseceurope.com.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
‘Ai net zo goed in phishen als mensen’
1 week
Event | Cybersec Europe 2026E-mail is nog steeds de nummer 1 aanvalsvector en ai speelt daarin een prominente rol, aldus Frank Benus en Bart van den Branden van Cegeka in een sessie op de drukbezochte eerste dag van Cybersec Europe.Ai is de grote drijvende kracht achter de perfectionering van phishing mails. Er zijn tegenwoordig tal van platforms waar iedereen voor honderd tot vierhonderd dollar per maand complete phishing-workflows kan laten maken met een paar simpele opdrachten via een chatbot, aldus Benus.Deze platforms bieden onder andere diensten om inlogprocessen te imiteren, reverse proxies op te zetten, branding te imiteren, malicieuze svg-afbeeldingen te genereren en dynamische url’s te maken. De mails zien er gelikt en foutloos uit. Aanvallers doen zich vervolgens voor als vertrouwde personen door onder andere van LinkedIn informatie te halen om de mails er ook inhoudelijk geloofwaardig uit te laten zien.Benus en Van den Branden hameren erop dat multifactor authenticatie (mfa) niet voldoende bescherming biedt. Ze onderscheiden zeven manieren waarop aanvallers mfa kunnen omzeilen:mfa bombing (zoveel notificaties dat het slachtoffer uiteindelijk toehapt);een eigen malicieuze 2FA-inschrijving na een geslaagde aanval;kapen van session cookies;one time password phishing;consent phishing;adversary-in-the-middle aanvallen;credential phishing.Traditionele methoden om business email compromise (BEC) te voorkomen, zoals url-scanning, voldoen niet meer, aldus de experts. Aanvallers zetten ai maximaal in om detectie te voorkomen. Inmiddels zou uit onderzoek zijn gebleken dat ai net zulke goede phishing mails kan maken als mensen.De oplossing zou volgens Benus en Van den Branden liggen in ‘behavorial ai’. Mails die er perfect uitzien, kunnen toch afwijken van verwachte kenmerken en patronen. Met behulp van ai zouden deze afwijkingen snel opgespoord moeten worden.Klik hier voor meer informatie over Cybersec Europe.
Imec maakt qubit met ASML-lithografie
1 week
Het Leuvense onderzoekscentrum Imec meldt een doorbraak op gebied van quantumcomputers. Voor het eerst is een qubit (quantumbit) vervaardigd met behulp van High NA EUV-lithografie, ASML’s geavanceerde chip-productietechniek om ultrafijne patronen met hoge precisie te printen.  Imec spreekt van een mijlpaal richting industriële opschaling van betrouwbaardere qubits, de basis-rekeneenheden van quantumcomputers. Extreem ultraviolet (euv)-lithografie met high-numerical aperture (high na) zal hierbij een sleutelrol vervullen, aldus het Vlaamse r&d-centrum dat nauw samenwerkt met ASML. In Leuven staat zelfs ASML’s meest geavanceerde, een paar honderd miljoen euro kostende, chipmachine voor onderzoek naar toekomstige chip-productieprocessen. Voor er sprake kan zijn van een nuttige quantumcomputer, moet het aantal qubits aanzienlijk groter worden. Een quantumcomputer vergt miljoenen qubits, die onderling verbonden zijn, en dat vereist dan weer een hoge betrouwbaarheid en nauwkeurige aansturing. Beloftevol Van de verschillende quantumplatformen die momenteel onderzocht worden, gelden ‘silicium quantumdot spin-qubits’ als een beloftevolle kandidaat voor industriële opschaling. Hun productieproces is namelijk in grote mate compatibel met de productie van reguliere computerchips (cmos), een onderzoeksgebied waarin Imec de afgelopen decennia internationale autoriteit heeft opgebouwd.  Volgens Sofie Beyne, projectleider en quantumintegratie-ingenieur bij Imec, kan het Leuvense onderzoekscentrum de stap maken van labo-experimenten naar grootschalige, produceerbare kwantumsystemen. ‘Dit is waar de op silicium gebaseerde qubits een duidelijk voordeel hebben,’ legt ze uit. Qubits-netwerk Silicium-kwantumdot-spin-qubits sluiten een elektron op in een silicium-nanostructuur (de poortlaag). De ‘spin’ van het opgesloten elektron wordt gebruikt om quantuminformatie op te slaan. De tussenruimtes tussen de verschillende poorten moeten tot een minimum worden beperkt om omgevingsruis te beperken. En daar heeft Imec nu resultaten geboekt: high NA levert superieure resultaten op als het gaat om het uniform en foutloos afdrukken van dergelijke ultrafijne structuren. Zo is Imec erin geslaagd een functionerend netwerk van qubits te fabriceren met openingen van amper 6 nanometer.  ‘Met onze resultaten tonen we aan dat High NA EUV ingezet kan worden om deze qubits nauwkeuriger te maken, wat elementair is voor hun betrouwbaarheid. Dit is een belangrijke technische prestatie,’ zegt Kristiaan De Greve, Imec-fellow en programmadirecteur Quantum Computing.

Pagina's

Abonneren op computable