computable

115 nieuwsberichten gevonden
Inloggen is het nieuwe hacken
7 uur
Cyberdreigingen worden niet fundamenteel anders, maar ze evolueren wel sneller dan ooit. Aanvallen zijn geraffineerder, beter getarget en steeds vaker geautomatiseerd. Tegelijk verschuift de focus van infrastructuur naar identiteit. ‘Vroeger trachtte een aanvaller je wachtwoord of code te bemachtigen, tegenwoordig probeert hij jou te zijn.’‘We zien eigenlijk niet zo veel nieuwe trends. Het zijn nog altijd identiteitsdiefstal, ransomware en phishing. Maar die gaan veel sneller en veel dieper dan vroeger’, zo begint Yves Lemage, director systems engineering bij Fortinet in België en Luxemburg, het interview. Met hem en andere specialisten bezien we dreiging, aanpak en technologie.1. Dreigingslandschap – sneller, geraffineerder en gericht op identiteitHet huidige dreigingslandschap wordt vooral gekenmerkt door snelheid. Aanvallen volgen elkaar sneller op, kwetsbaarheden worden sneller misbruikt en campagnes worden op grotere schaal uitgerold. ‘Kwetsbaarheden worden automatisch gedetecteerd. Dat voert de snelheid ook op om ze uit te buiten’, aldus Yves Lemage.Die evolutie wordt sterk gedreven door kunstmatige intelligentie. Phishingmails zijn vandaag nauwelijks nog te onderscheiden van legitieme communicatie en worden vaak gecombineerd met andere kanalen. ‘We zien dat phishing veel realistischer is geworden. Zelfs telefoongesprekken worden nagebootst.’Ook supply chain-risico’s blijven toenemen. Door de verregaande digitalisering zijn bedrijven steeds nauwer met elkaar verbonden. ‘Hoe meer koppeling, hoe groter het risico dat er ergens iets misloopt en het doelwit er last van heeft.’Volgens Lemage zit de zwakte vaak in controle en governance. ‘Er worden wel vereisten opgelegd, maar de verificatie daarvan is in veel gevallen niet aangepast aan de huidige realiteit.’Ai als versneller én intern risicoAi speelt een dubbele rol. Enerzijds maakt het aanvallen efficiënter, anderzijds creëert het nieuwe risico’s binnen organisaties zelf. Een recente case bij McKinsey & Company toont hoe een autonome ai-agent via een klassieke api-kwetsbaarheid toegang kreeg tot een intern ai-platform en grote hoeveelheden data kon raadplegen.Al ziet Fleur van Leusden, security expert en ciso, het gevaar van ai vooral in het interne gebruik. ‘Mensen gebruiken ai voor zaken waar het niet geschikt voor is, of zonder voldoende begrenzing. Dat heeft vaak onbedoelde consequenties’, meent ze. Of hoe het grootste securityrisico rondom ai vaak het onveilige of onjuiste gebruik van ai zélf is.2. Aanpak – proactief waar mogelijk, maar processen blijven de sleutelVeel organisaties willen proactiever worden in hun security-aanpak, maar de realiteit is complex. Toch ziet Yves Lemage duidelijke vooruitgang, vooral bij grotere bedrijven. ‘Die omslag is wel bezig.’Organisaties brengen hun aanvalsvlak in kaart, identificeren kritische data en bereiden zich voor op incidenten. ‘Ze doen oefeningen en bereiden proactief hun acties voor. Ze wachten niet meer tot er iets gebeurt.’ Die evolutie vertaalt zich in meer aandacht voor threat hunting, threat intelligence en incident response. Security wordt minder reactief en meer anticiperend.Mkb blijft worstelen met de basisDie maturiteit is echter niet overal gelijk. Vooral kleinere organisaties blijven achter, vaak door een gebrek aan structuur. Volgens Lemage ligt de kern van het probleem bij processen. ‘Als die securityprocessen er niet zijn, dan kan je nog zoveel oplossingen implementeren als je wilt. Er zal altijd wel een weg omheen zijn.’Hij wijst op het ontbreken van basismaatregelen zoals patchmanagement, monitoring en incident response. ‘Heel veel bedrijven hebben daar zelfs nog niet over nagedacht. Maar zonder processen en discipline blijven organisaties kwetsbaar.’Mfa onder druk: de les van OdidoZelfs wanneer technologie correct is geïmplementeerd, blijft de menselijke factor een doorslaggevende rol spelen. Dat blijkt onder meer uit de beperkingen van multifactorauthenticatie of mfa. Hoewel mfa breed is ingevoerd, is het geen waterdichte oplossing. Volgens Fleur van Leusden toont de hack bij Odido, waarbij gegevens van ongeveer 6,2 miljoen accounts werden buitgemaakt, dat duidelijk aan. Bij die aanval kregen criminelen toegang doordat medewerkers onder druk mfa-verzoeken goedkeurden. ‘Zelfs mfa kon hen niet tegenhouden als medewerkers op ‘approve’ klikken’, stelt ze vast. Aanvallers maken gebruik van social engineering en zogenaamde mfa-fatigue om gebruikers te misleiden. Dat onderstreept het belang van monitoring en duidelijke processen.Volgens cybersecurity-ondernemer Erik Westhovens toont de Odido-aanval ook aan dat organisaties moeten omdenken. Jarenlang lag de focus op sterke wachtwoorden en tweefactorauthenticatie. Dat blijft belangrijk, maar aanvallers richten hun pijlen steeds vaker op wat er gebeurt nadat een gebruiker al is ingelogd. ‘Het gaat om de sessie: cookies, tokens en digitale sleutels, die het systeem vertellen dat iemand geverifieerd is. Voor een aanvaller zijn die sleutels vaak waardevoller dan het wachtwoord zelf’, zo legt Westhovens uit. ‘Trachtte een aanvaller vroeger je wachtwoord of code te bemachtigen, dan wil hij tegenwoordig jou zijn.’3. Securityportfolio – integratie, identiteit en controleDe evoluties in het dreigingslandschap en de aanpak vertalen zich rechtstreeks naar het securityportfolio. Organisaties zoeken meer integratie, meer automatisering en vooral meer zicht op hun omgeving.Volgens Yves Lemage is er een duidelijke trend naar platformisering. ‘Bedrijven gaan niet meer met twintig verschillende leveranciers werken. Ze kiezen voor een beperkt aantal platformen die goed samenwerken.’ Voor grotere organisaties betekent dat een combinatie van meerdere platformen, terwijl kleinere bedrijven eerder kiezen voor één geïntegreerde oplossing.Meer visibiliteit met EDR en XDREen belangrijke evolutie is de verschuiving naar meer visibiliteit, met technologieën zoals EDR en XDR. EDR, of Endpoint Detection and Response, focust op het beveiligen van endpoints zoals laptops en servers. Het registreert wat er op die systemen gebeurt, analyseert gedrag en kan verdachte activiteiten detecteren en isoleren.XDR, of Extended Detection and Response, bouwt daarop verder. ‘Waar EDR zich beperkt tot endpoints, combineert XDR signalen uit meerdere bronnen’, legt Lemage uit. Denk aan cloudomgevingen, e-mail en identiteitsbeheer. ‘Een XDR-oplossing zorgt ervoor dat gegevens gedeeld worden tussen verschillende systemen, zodat er automatisch actie kan worden ondernomen.’Zero trust vraagt focusZero trust – waarbij geen enkele gebruiker of toegang automatisch wordt vertrouwd en alles continu wordt gecontroleerd – blijft een belangrijk concept, maar de implementatie blijkt uitdagend. Volgens Lemage proberen organisaties het vaak te breed toe te passen. ‘Het is belangrijk dat klanten kijken naar hun grootste dreigingen en daar het principe toepassen, en niet overal een beetje.’De focus ligt daarbij op identiteit en toegangsbeheer, zeker in omgevingen met externe partners. Identiteit wordt steeds meer het centrale controlepunt. Oplossingen zoals privileged access management winnen aan belang. ‘We zien meer en meer vraag naar oplossingen waarbij gebruikers niet meer zelf hun wachtwoord kennen en toegang automatisch wordt beheerd. Dat maakt het mogelijk om toegang strikt te controleren en volledig te monitoren.’Ai onder controle houdenTot slot verschuift de aandacht opnieuw naar data. Door het gebruik van ai-tools groeit de behoefte aan controle over waar informatie naartoe gaat. ‘Wat klanten vandaag vooral bezighoudt, is: waar kunnen mijn gebruikers naartoe en wat kunnen ze uploaden?’, aldus Lemage.Daarom zien we vandaag een heropleving van het klassieke data loss prevention en nieuwe oplossingen zoals ai-gateways, die het gebruik van ai binnen organisaties moeten controleren. Of hoe dergelijke oplossingen toch ook een antwoord geven op de gevaren die van binnenuit komen.Dreiging in cijfersKwetsbaarheden worden gemiddeld binnen vijf dagen misbruikt, vaak al binnen 24 uur. Accountmisbruik is het meest voorkomende incidenttype. (Centrum voor Cybersecurity België)Ransomware-aanvallen stegen in 2025 wereldwijd met 50 procent. (Annual Threat Monitor Report van NCC Group)78 procent van medewerkers gebruikt ai zonder toestemming van de it-afdeling. (Awareways)Cyberverzekeraar Stoïk registreerde in 2025 een stijging van 150 procent in de claimfrequentie. Waar in 2024 nog 4,3 procent van de klanten een claim indiende, steeg dat cijfer in 2025 naar 10,6 procent.Dit is een verhaal uit het e-zine ‘Cybersecurity in de keten’ van april 2026.
Kort: Nvidia stijgt als een komeet, Gartner ziet ai-uitgaven verder oplopen (en meer)
8 uur
In dit nieuwsoverzicht: Nvidia spekkoper, grote honger naar ai-servers, enterprise-ai in troebel juridisch vaarwater, Accenture koopt Aera, Nvidia overtreft verwachtingen, Klarna helpt ai-shopper, online tracking onder vuur.  Nvidia stapelt record op record De uitbouw van ai-fabrieken versnelt in een buitengewoon hoog tempo. Ook de enorme opkomst van ai-agenten stuwt de vraag naar chips. Chipleverancier Nvidia haalt dan ook een recordomzet over het eerste kwartaal dat eindigde op 26 april.  Jensen Huang, oprichter en ceo van Nvidia, presenteerde woensdagnacht nog fraaiere kwartaalcijfers dan verwacht. De omzet kwam uit op 81,6 miljard dollar, een stijging van 20 procent ten opzichte van het vorige kwartaal en een stijging van 85 procent ten opzichte van een jaar geleden. Voor computing in de datacenters leverde Nvidia voor een recordbedrag van 60,4 miljard dollar, een stijging van 77 procent ten opzichte van een jaar geleden en een stijging van 18 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal.  De omzet uit datacenter-netwerken bedroeg 14,8 miljard dollar, een stijging van 199 procent ten opzichte van een jaar geleden en een stijging van 35 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Ook edge computing brengt veel omzet binnen.  De netto-winst bedroeg 58,3 miljard dollar, ruim drie keer meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De vooruitzichten voor het lopende kwartaal zijn onverminderd gunstig. Ai-uitgaven dit jaar naar 2590 miljard dollar  De wereldwijde uitgaven aan ai zullen dit jaar oplopen tot 2,59 biljoen dollar, een stijging van 47 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Zo verwacht marktvorser Gartner. De komende jaren is er vooral veel behoefte aan ai-infrastructuur. Denk aan ai-geoptimaliseerde IaaS, ai-geoptimaliseerde servers, ai-netwerk-fabric alsmede chips die speciaal ontwikkeld zijn voor ai en apparatuur. Deze categorie vormt het grootste deel van de markt, goed voor meer dan 45 procent van de uitgaven.   Binnen dit segment krijgen de ai-geoptimaliseerde servers het grootste aandeel. De uitgaven hieraan zullen de komende vijf jaar verdrievoudigen om alle verwachte workloads te kunnen verwerken. Enterprise-ai zit juridisch vaak scheef Enterprise‑ai botst steeds vaker op strengere eisen rond privacy, security en data-soevereiniteit. Volgens onderzoek van NTT DATA sluiten bestaande infrastructuren onvoldoende aan op de noodzaak voor lokale verwerking, controle en governance.  Daardoor wordt data-jurisdictie een cruciale ontwerpvoorwaarde; een architectonische randvoorwaarde. Data kan nog steeds bewegen, maar niet altijd op de manier die ai nodig heeft. Omdat ai afhankelijk is van continue toegang tot data, bepaalt jurisdictie steeds vaker waar data worden opgeslagen, waar modellen draaien en hoe systemen worden ingericht en beheerd. Daarmee komt de beperking van traditionele, grensoverschrijdende datastromen scherp in beeld.  Hoewel meer dan 95 procent van de organisaties het belang van private en soevereine ai erkent, vertaalt slechts een minderheid dit naar concrete actie. De kloof groeit tussen koplopers die hun architectuur tijdig herontwerpen en organisaties die blijven bouwen op oude modellen. Wie vroeg aanpast, creëert een voorsprong in schaalbaarheid en ai‑volwassenheid. Private en souvereine ai worden zo bepalend voor de volgende fase van enterprise‑ai. Accenture in decision intelligence Accenture investeert in Aera Technology, een Amerikaanse ontwikkelaar van zogeheten agentic decision intelligence. Hiermee zijn leveringsketens sneller, autonomer en datagedreven te maken. Veel ketens werken nog met gefragmenteerde systemen en handmatige besluiten; slechts een kwart van de organisaties zet actief in op autonomie.  Aera’s ai‑agents analyseren continu data, voorspellen verstoringen en automatiseren besluiten, terwijl Accenture advies en sector­expertise toevoegt. Dit moet leiden tot minder handmatige interventies, lagere kosten en meer wendbaarheid. De samenwerking speelt in op de groeiende behoefte aan autonome besluitvorming, zeker in complexe internationale ketens. Grote bedrijven gebruiken deze technologie al om risico’s eerder te signaleren en sneller te reageren. Klarna haakt in op ChatGPT Het Zweedse betaalbedrijf Klarna introduceert de Shopping Search-app in ChatGPT. Daarmee kunnen gebruikers tijdens een ai-gesprek direct producten ontdekken, compleet met actuele prijzen, beschikbaarheid en aanbiedingen. Klarna speelt met deze app in op de explosieve groei van ai‑gedreven shopping. Tijdens de cadeaumaand december 2025 steeg het verkeer vanuit ai-platformen naar retailers met bijna 700 procent, terwijl conversies 31procent hoger lagen.  De app elimineert het openen van meerdere tabs en vergelijkt realtime miljoenen producten uit dertien markten via Klarna’s Product Search MCP‑server. Retailers verschijnen organisch op relevantie, met opties voor gesponsorde zichtbaarheid, waardoor een nieuw discovery‑kanaal ontstaat op het moment dat consumenten aankoopintentie tonen. Rechtszaak tegen online tracking The Privacy Collective (TPC) daagt AppLovin voor de rechter omdat het bedrijf via verborgen volgsoftware in populaire gratis games en apps illegaal gegevens zou verzamelen van minstens 8,5 miljoen Nederlanders, waaronder 1,5 miljoen kinderen.  Volgens TPC worden de data gecombineerd tot profielen en gedeeld met honderden partijen voor advertentiedoeleinden, zonder geldige toestemming. AppLovin negeert bovendien kinderbeschermingsregels en blijft volgen zelfs wanneer gebruikers dit uitschakelen. De profielen worden gebruikt voor manipulatieve advertenties, aldus TPC. En dat maakt kinderen extra kwetsbaar. TPC eist een verbod op deze praktijken en schadevergoeding voor alle gedupeerden, gesteund door diverse privacy‑ en kinderrechtenorganisaties. The Privacy Collective is een Nederlandse stichting die opkomt voor de privacyrechten van internetgebruikers. TPC voert ook een collectieve rechtszaak tegen Oracle en Salesforce wegens vermeende grootschalige, onrechtmatige online tracking.
Nieuw e-zine: Digitale soevereiniteit in de praktijk
9 uur
Hoe maak je digitale soevereiniteit concreet? Dat is het uitgangspunt geweest van het themagedeelte in het nieuwe Computable e-zine. Digitale soevereiniteit is voor veel organisaties nog altijd een abstract begrip. Het gaat over afhankelijkheden van leveranciers, controle over data en de vraag hoe wendbaar je nog bent als omstandigheden veranderen. Maar hoe breng je dat in de praktijk? Wie bepaalt onder welke wetgeving data vallen? Hoe groot is de afhankelijkheid van één leverancier? Kun je migreren als de geopolitieke wind draait, prijzen oplopen of voorwaarden veranderen? Wie deze vragen vandaag niet stelt, krijgt er morgen waarschijnlijk onder tijdsdruk mee te maken. Daarbij draait het om zeggenschap, uitwijkvermogen en onderhandelingskracht. In dit e-zine werken we deze vragen uit in de volgende artikelen: It-veteraan Hans Timmerman (ex-Dell) pleit niet voor volledige autonomie of het afzweren van internationale technologie. Zijn boodschap is pragmatischer: wees je bewust van afhankelijkheden, bescherm wat cruciaal is en bouw gericht aan alternatieven. Digitale soevereiniteit betekent in die zin vooral: keuzes maken. Weten wat je zelf moet kunnen, waar je op wilt vertrouwen en hoe je als overheid actief bijdraagt aan een ecosysteem waarin die keuzes ook daadwerkelijk bestaan. Lees het interview met Hans Timmerman … De Universiteit Utrecht (UU) heeft met het zogeheten Digital Autonomy Assessment Framework (Daaf) een methodiek ontwikkeld die de kwetsbaarheid van applicaties systematisch in kaart brengt – en die bovendien vrij beschikbaar is voor anderen. Aan de hand van zo’n inventarisatie kunnen organisaties keuzes maken om soevereiner te worden. Lees meer over DAAF … Initiatieven die alternatieven bieden schieten als paddenstoelen uit de grond, zoals Euro-Office, Open Cloud Alliantie, Ecofed en Dosba. Wat hebben zij te bieden en hoe kun je met deze allianties zakendoen? Gemeenten hebben gemiddeld vier- tot vijfhonderd applicaties in gebruik. Welke stappen zetten zij om hun digitale autonomie te vergroten? Lees het dubbelgesprek met Jacco Brouwer (VNG) en Ruud Alaerds (DCC)… Iedereen voelt intuïtief aan dat onze afhankelijkheid van Amerikaanse technologie een risico vormt. Maar is dat wel zo? Het The Hague Centre for Strategic Studies maakte een raamwerk om de risico’s van zogeheten chokepoints meetbaar te maken – waarbij een chokepoint staat omschreven als een economische afhankelijkheid die tegen een land is te activeren voor economische of politieke chantage. Hierdoor geïnspireerd stellen we drie vragen rond het activeren van chokepoints door de VS: kunnen ze het, willen ze het en doen ze het ook? Het kabinet heeft de mond vol van digitale soevereiniteit en autonomie. Er is met Willemijn Aerdts zelfs een aparte staatssecretaris aangesteld die zich over dit onderwerp moet ontfermen. Maar ingrijpen wanneer zich een acuut vraagstuk aandient — zoals de uitbesteding van de bouw van een omzetbelastingsysteem aan een Amerikaans bedrijf — blijkt dan weer een brug te ver. Intussen weten ze in Polen wel beter. Plus: Gemeenten lanceren ai‑tool voor bron‑a­no­ni­mi­se­ring Alle hens aan cybersecurity-dek Drone-software komt vliegensvlug van de grond Rene Veldwijk: Datasoevereiniteit of data-nihilisme?
Cloud is volwassen, de advisering nog niet
9 uur
Van technisch uitvoerder naar strategisch sparringpartner Cloud is volwassen geworden, maar de belofte is voor veel organisaties nog niet ingelost: complexiteit neemt toe, kosten vallen tegen en onafhankelijk advies is schaarser dan het lijkt. De Nieuwegeinse cloudspecialist inQdo wil dat veranderen, en haalt daarvoor een van de meest ervaren AWS-strategen van Nederland in huis. inQdo heeft een naam opgebouwd als betrouwbare AWS-partner die technisch complexe vraagstukken oplost. Nu zet het Nieuwegeinse bedrijf een volgende stap: van technische uitvoerder naar strategisch sparringpartner. Daarvoor trok algemeen directeur Dennis van Bavel een van de meest ervaren AWS-veteranen in Nederland aan als strategisch adviseur: Edwin van Nuil. De aanleiding is even simpel als urgent: cloud is commodity geworden, maar de advisering loopt achter. Edwin van Nuil bouwde in de beginjaren van cloud mee aan de Nederlandse AWS‑markt. In 1998 richtte hij Oblivion op, een software‑ en internetconsultancybedrijf dat al vroeg experimenteerde met Amazon Web Services. In 2014 bracht hij de groeiende cloudpraktijk onder in een apart bedrijf, Oblivion Cloud Control, dat in 2018 als eerste in de Benelux de Premier Consulting Partner‑status van AWS behaalde. Na de overname door Xebia in 2021 bleef hij daar nog enkele jaren actief als CEO Cloud AWS, waarvan de laatste jaren in een global rol. Xebia was een andere wereld. Waar Oblivion Cloud Control klein en gefocust dicht op de klant opereerde, groeide Xebia in korte tijd uit tot een internationale organisatie met activiteiten in zestien landen. Die schaal bracht andere structuren met zich mee. Van Nuil merkte dat de afstand tot de klant toenam en dat hij minder vaak direct bij inhoudelijke gesprekken aan tafel zat dan hij gewend was. “Ik wilde terug naar het intieme, naar de directe lijn met de klant, naar een plek waar je de volledige scope kunt overzien zonder het telkens over interne muurtjes heen te gooien.” Te laat aangehaakt Dat verlies aan klantcontact is niet alleen een persoonlijk gevoel van Van Nuil. Het tekent een bredere ontwikkeling in de markt. De Algemene Rekenkamer constateerde eerder dit jaar dat het rijk voor een groot deel de cloud in is gegaan zonder de vereiste risicoafwegingen, met beperkt zicht op gebruikte diensten en alternatieven. Bij private organisaties ligt dat niet wezenlijk anders. Cloudpartners worden doorgaans ingeschakeld op het moment dat de technische richting al vaststaat. Tegen die tijd liggen de belangrijkste keuzes al vast: welk platform, welke architectuur, welke mate van vendor lock-in. Wie dan aanschuift, kan nog optimaliseren maar niet meer bijsturen. Reden voor inQdo om eerder aan tafel te willen zitten, bij de business, niet alleen bij IT. “Wij haken nu vaak aan op het moment dat de technische keuzes al gemaakt zijn,” zegt Van Bavel. “Dan gaat het nog over de invulling, niet meer over de richting.” Zonde, want juist in het voortraject zit de meeste ruimte voor impact. Eerder betrokken betekent meedenken over de vraag of een SaaS-oplossing volstaat of dat iets custom gebouwd moet worden, over architectuurprincipes, over hoeveel flexibiliteit een organisatie straks nodig heeft. Van Nuil herkent dat patroon. Bij zijn eerdere bedrijf werkte hij voor grote organisaties als Tempo-Team, ABN Amro en Wolters Kluwer, altijd vanuit de business. Dat gaf hem de vrijheid om de technologie te kiezen die paste bij het probleem, niet andersom. “Als je met de business aan tafel zit, kun je alle technieken inzetten die passen bij het vraagstuk. Dat maakt je flexibel, maar ook veel effectiever. We leverden projecten op tijd en binnen budget omdat we wisten wat er écht speelde.” inQdo is AWS Advanced Partner en IBM Silver Partner, partnerships die klanten direct toegang geven tot de nieuwste technologie en diepe productkennis. Maar een partnerschap is geen keurslijf. Van Nuil is eerlijk over die spanning: als cloudspecialist kun je al snel worden gezien als verlengstuk van de leverancier. Maar wie eerder aan tafel zit dan de leverancier, adviseert vanuit het vraagstuk, niet vanuit het partnerbelang. Concreet vertaalt zich dat in eigen frameworks die niet aan één platform gebonden zijn, zodat een oplossing die vandaag op AWS draait morgen ook op een Europese provider of andere omgeving kan landen. “We zorgen ervoor dat klanten altijd de vrijheid hebben om andere keuzes te maken,” zegt Van Bavel. “Dat begint bij de architectuur die je aan het begin neerzet.” Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies De aannemer als voorbeeld Een recente opdracht bij een grote aannemer laat zien hoe die werkwijze er in de praktijk uitziet. inQdo organiseerde een workshop, niet met de IT-afdeling, maar met de business: de mensen van de werkvloer, de beslissers, iedereen die dagelijks met het proces te maken heeft. Het onderwerp was een kritisch bedrijfsproces waarbij data-integriteit van levensbelang is. Technologie kwam die dag nauwelijks ter sprake. “We hebben alleen maar gevraagd: wat zoeken jullie? Wat willen jullie zien?” vertelt Van Bavel. Op basis van die ene workshop lag er anderhalve week later een werkend proof of concept. Zo concreet dat drie andere aannemers zich uit eigen beweging bij het traject aansloten. “Een van hen zei: ik heb dit jaar drie oplossingen gezien. Dit is de eerste waarvan ik zie dat het aansluit bij onze behoeften.” AI speelde daarin een cruciale rol, niet als doel maar als versneller. Waar een vergelijkbaar traject vroeger maanden in beslag nam, comprimeerde inQdo het tot anderhalve week. “Daardoor houd je het momentum bij de klant,” zegt Van Bavel. “De businesscase wordt tastbaar voordat de twijfel toeslaat.” AI helpt zijn consultants ook sneller voet aan de grond te krijgen in een nieuw en nog onbekend domein. Vaktermen die een klant gebruikt, processen die ze nog niet kennen, inzichten die normaal weken kosten om op te doen, zijn nu binnen handbereik. “Je wordt in het domein gezogen en kunt veel sneller meegaan in het gesprek op het niveau van de klant.”  AI verandert het speelveld voor organisaties in rap tempo. Dat biedt kansen, zoals de aannemer-casus laat zien, maar het roept ook nieuwe vragen op. Welke data gaat er door welke netwerklijnen? Wie heeft er toegang tot welke informatie? En in hoeverre ben je als organisatie nog in control over je eigen omgeving? Het zijn vragen die steeds vaker op tafel komen, ook al worden ze niet altijd expliciet gesteld. Soevereiniteit: de hype doorprikken De politieke agenda staat er vol mee, en de zorgen in de markt zijn reëel: uit de Dutch IT Sourcing Study 2026 van Whitelane Research blijkt dat sovereign IT bij 62 procent van de publieke sector een significante impact heeft op de IT-strategie, en ook in het bedrijfsleven groeit de bezorgdheid. Toch krijgt inQdo de vraag zelden spontaan van klanten. De bewustwording is er, de vertaalslag naar concrete actie nog niet. En die bewustwording creëren is precies waar inQdo zich op richt, niet door klanten te sturen naar een bepaalde oplossing, maar door hen te helpen begrijpen wat de impact is van de keuzes die ze maken. Een klant wilde onlangs alles tot in de puntjes geregeld hebben rond soevereiniteit, vertelt Van Bavel. Tot bleek dat hij Anthropic wilde blijven gebruiken voor zijn AI. “Dat kan prima,” zegt Van Bavel, “maar dan moet je wel weten dat alle data die je daar laat analyseren op Amerikaanse servers terechtkomt.” Dat gesprek voeren, transparant en zonder verkoopagenda, is precies de rol die inQdo wil innemen. Niet de keuze maken voor de klant, maar zorgen dat die klant weet wat hij kiest. Dat geldt ook voor de bredere afweging rond vendor lock-in. Het gemak van volledig serverless bouwen is aantrekkelijk, maar brengt afhankelijkheden met zich mee die later moeilijk terug te draaien zijn. Wie nu al weet dat hij over twee jaar misschien naar een andere omgeving wil, bouwt anders dan wie daar niet bij stilstaat. “Denk dan nu al aan containers in plaats van volledig serverless,” zegt Van Nuil. “Dat kost iets meer moeite, maar geeft je later de vrijheid om te kiezen.” Pragmatisme boven ideologie dus. Van Nuil plaatst het in historisch perspectief: “In de begindagen van cloud zei iedereen ook dat de Nederlandse Bank multicloud verplicht stelde, maar dat lag een stuk genuanceerder. Als pragmatische partner kon je door de hype heen prikken en de klant laten zien wat de regelgeving daadwerkelijk vereiste.” Die rol als onafhankelijke sparringpartner is onverminderd belangrijk, alleen is het onderwerp verschoven van cloudmigratie naar soevereiniteit en AI-governance. Kleinschalig als onderscheidend vermogen inQdo richt zich bewust op het hogere middensegment, niet op de grote enterprise, niet op het kleinbedrijf. Dat is geen beperking, maar een bewuste keuze die Van Bavel en Van Nuil allebei verdedigen. Want juist in dat segment is de behoefte aan een partner die écht meekijkt het grootst, en de bereidheid om een langdurige vertrouwensrelatie op te bouwen het meest aanwezig. Die vertrouwensrelatie krijgt bij inQdo een concrete invulling. Medewerkers zijn regelmatig fysiek bij klanten aanwezig, gebruiken het kantoor van de klant als werkplek en vangen bij de koffieautomaat gesprekken op over wat er speelt. Andersom lopen klanten net zo makkelijk bij inQdo binnen. “Dat soort nabijheid bouw je niet op met wisselende teams en jaarlijkse contractverlengingen,” zegt Van Bavel. Van Nuil typeert dat als een relatie die niet draait om de maximale projectomvang, maar om lange termijn‑betrokkenheid. “Ik kom niet om zoveel mogelijk te doen, maar om je zo lang mogelijk te helpen. Klanten bleven niet omdat ze vastzaten aan een contract, maar omdat ze wilden blijven.” Daarbij hoort ook een expliciete belofte richting de klant. “We komen bij een klant met de intentie om het voor te doen, samen te doen en er uiteindelijk voor te zorgen dat de klant het zelf kan,” zegt Van Nuil. “Wij willen de rol van trusted advisor vervullen en ons blijven focussen op verbetering en innovatie.” Niet de afhankelijkheid vergroten, maar juist zorgen voor wendbaarheid van de klant.  Dat is de cultuur die inQdo verder wil uitbouwen nu Van Nuil aan boord is. Niet groter worden om groter te zijn, maar relevanter worden voor de klanten die strategisch partnerschap zoeken. In een markt waarin veel partners pas aanhaken als de technische keuzes al grotendeels zijn gemaakt, positioneert inQdo zich bewust eerder in het traject. Voor organisaties die een strategisch partnerschap zoeken in een compacte setting, kan dat een wezenlijk ander soort samenwerking opleveren dan ze gewend zijn. Bezoek de website van inQdo
Ministerie waarschuwt ict-werkgevers snel pensioenregeling om te zetten
16 uur
Kleinere bedrijven, waaronder veel werkgevers in de ict, lopen nog steeds achter bij de overstap naar de nieuwe pensioenregels. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarschuwt opnieuw niet langer te wachten en vóór 1 juli met de omzetting van de pensioenregeling te starten. Op 1 januari 2028 moet elk bedrijf het geregeld hebben.  Begin dit jaar maande het ministerie de (ict-)werkgevers al tot actie, maar aan die oproep werd onvoldoende gehoor gegeven. Bedrijven met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) lopen een groot risico. Wie te laat is, riskeert ernstige financiële gevolgen. Dat kan in ernstige gevallen de bedrijfsvoering in gevaar brengen, waarschuwt het ministerie. Als de pensioenregeling niet op tijd is aangepast aan de nieuwe pensioenregels, wordt de regeling fiscaal onzuiver. Verzekeraars of PPI’s zullen een fiscaal onzuivere pensioenregeling niet uitvoeren. Ook wordt de uitvoering van de pensioenregeling stopgezet.  Grote gevolgen Het risico op overlijden en het arbeidsongeschiktheidspensioen voor de werknemers is dan niet meer verzekerd. Als een werknemer bijvoorbeeld overlijdt, moet u het nabestaandenpensioen zelf betalen. Kortom, het niet voldoen aan de nieuwe pensioenregeling kan ernstige financiële gevolgen hebben die direct bij de werkgever terechtkomen. Dat kan in ernstige gevallen de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Ook voor werknemers heeft een fiscaal onzuiver pensioenregeling grote gevolgen. De Belastingdienst ziet het volledige opgebouwde pensioen van de werknemers dan als loon. Daarover moet direct inkomstenbelasting worden betaald. Werknemers kunnen zo bijna de helft van hun pensioenopbouw verliezen. Zij kunnen de werkgever vervolgens juridisch aansprakelijk stellen voor het verlies van pensioen. Deadline De deadline is 1 januari 2028. Dat lijkt lang, maar de overstap naar de nieuwe pensioenregeling vraagt flink meer tijd dan een normale contractverlenging. Werkgevers moeten verschillende stappen doorlopen om tot een nieuwe pensioenregeling te komen. Dat kan zes tot achttien maanden in beslag nemen. Start daarom vóór 1 juli. Een brochure van het ministerie helpt werkgevers verder op weg. De pensioentransitie behoort tot de grootste stelselherzieningen van de afgelopen jaren. Het nieuwe pensioen zou begrijpelijker en transparanter worden. Pensioendeskundigen zijn het er over eens dat daar niets van terecht is gekomen. Vooral de communicatie met de pensioendeelnemers kan problematisch worden. Het is bijna niet uit te leggen hoe de veranderingen
Nijmegen biedt alternatief voor DigiD
17 uur
Nijmegen biedt haar ingezetenen alvast de mogelijkheid DigiD als identificatiemiddel voor gemeentelijke zaken te omzeilen. Nu het vrijwel zeker is dat de ondersteuning van het DigiD-platform binnen de Amerikaanse invloedssfeer komt, is in de oudste stad van Nederland al de alternatieve app voor identificatie Yivi beschikbaar. Ontwikkelaar van Yivi is Bart Jacobs, hoogleraar cybersecurity en veiligheid aan de Radboud Universiteit. Volgens hem zijn er geen kwalijke consequenties als de Amerikanen de stekker uit DigiD trekken, verzekert hij omroep Gelderland. Volgens Jacobs is zijn app ook privacyvriendelijker, nuttiger en breder inzetbaar dan DigiD. Waar DigiD uitsluitend het BSN gebruikt, werkt Yivi als een persoonlijke gegevenskluis op je telefoon. Je bepaalt zelf welke gegevens je toevoegt – naast je BSN kunnen dat bijvoorbeeld je adres, e-mail, telefoonnummer of zelfs je bloedgroep zijn. Bij het inloggen wordt vervolgens alleen die informatie gedeeld die op dat moment noodzakelijk is. Meer regie De app biedt ook meer grip en leidt tot minder administratie. Alle data staan uitsluitend op de telefoon van de gebruiker en niet bij een externe partij. Volgens een woordvoerder van de gemeente Nijmegen kan daardoor niemand anders zien welke gegevens je hebt gedeeld en met wie. Inwoners krijgen zo meer regie over hun eigen gegevens. Voor de gemeente levert het bovendien betrouwbare data op én minder administratieve lasten. Daarnaast wilde Nijmegen voorbereid zijn op de nieuwe Europese wetgeving die eind dit jaar ingaat. Die verplicht overheden om, naast DigiD, ook dit soort digitale id-wallets te accepteren voor hun online dienstverlening. Arnhem GroenLinks-PvdA, D66 alsmede twee lokale fracties in Arnhem willen het Nijmeegse voorbeeld graag overnemen. Maar zij stuiten op verzet van wethouder Maurits van de Geijn. Die wijst erop dat DigiD het enige middel is dat wettelijk is erkend om inwoners digitaal te laten inloggen bij de overheid. Volgens Jacobs klopt dat op zich wel, maar de gemeente Nijmegen is tot nog toe niet op juridische bezwaren gestuit. Anders dan veel commerciële identiteitsoplossingen is Yivi niet afhankelijk van buitenlandse investeerders of techgiganten. Yivi is volledig opensource, in Nederlandse handen, en contractueel beschermd tegen verkoop aan buitenlandse partijen.
De zwakste schakel telt
1 dag
Meer dan compliance: risicobeheer als sleutel tot supply chain securityRecente incidenten, zoals op Europese luchthavens, tonen aan hoe kwetsbaar digitale ketens zijn. Europese wetgeving zoals NIS2 probeert die afhankelijkheden beter te beheersen, maar regelgeving alleen volstaat niet. ‘De belangrijkste onderdelen van basisbeveiliging kunnen met zeer weinig moeite worden gerealiseerd’, zegt expert Thomas Stubbings.Reizigers moesten manueel inchecken, vluchten werden geannuleerd of vertraagd en operationele processen kwamen onder druk te staan. Het waren maar enkele gevolgen van de cyberaanval op onderaannemer Collins Aerospace, die enkele maanden geleden meerdere Europese luchthavens trof.Het is een schoolvoorbeeld van hoe supply chain-aanvallen werken. Systemen voor check-in en bagageafhandeling vielen uit op onder meer Brussels Airport, London Heathrow en Berlin Brandenburg, en dat via een leverancier die diep geïntegreerd was in hun processen.Cyberveiligheid valt niet uit te bestedenJuridisch gezien kan bijvoorbeeld de Belgische luchthaven zich niet zomaar achter Collins verschuilen. Onder de Belgische NIS2-wet – die Europese verplichtingen omzet in nationale regels én waarvan België een van de eerste landen was die de omzetting doorvoerde – moeten essentiële bedrijven aantonen dat ze hun volledige toeleveringsketen actief controleren en beveiligen.De wet verplicht niet alleen tot technische maatregelen, maar bevordert vooral governance, transparantie en controle, dus ook over partners, leveranciers en subcontractors. Dat betekent: risicoanalyses uitvoeren, leveranciers auditen, en erop toezien dat ook externe partners voldoen aan cybersecuritynormen. Of hoe NIS2 een cultuurverandering verankert waarbij cyberveiligheid niet langer kan worden ‘uitbesteed’.Gebrek aan inzichtThomas Stubbings, de Oostenrijker die de werkgroep trusted supply chain implementation leidt bij de onafhankelijke security-organisatie Ecso, erkent dat – mede door dergelijke incidenten – de beveiliging van de toeleveringsketen hoog op de agenda staat. ‘Beveiliging stopt niet aan de perimeter van een organisatie,’ stelt hij. ‘Iedereen is verbonden en afhankelijk van talrijke leveranciers, die it-hardware, software of diensten leveren. Elk van hen vormt een potentiële toegangspoort voor kwaadwillige activiteiten.’Niet alleen bij Ecso, maar ook via zijn eigen bedrijf koppelt Stubbings het strategische en governance-aspect van cybersecurity aan wetgeving en compliance, met aandacht voor kleinere bedrijven. ‘Het huidige dreigingslandschap richt zich niet alleen op grote organisaties, maar maakt ook systematisch misbruik van kleinere leveranciers, softwarecomponenten en dienstverleners om hele waardeketens te bereiken’, is zijn punt.De beveiliging van de toeleveringsketen is een kwestie van vertrouwen en transparantie in plaats van louter technologie, maar hoe moeten organisaties hun strategische aanpak aanpassen?Stubbings: ‘De kern van het probleem is een gebrek aan inzicht. Wie kan voor elk van zijn leveranciers garanderen dat hun beveiliging op het juiste niveau is? Maar dat is precies wat we moeten weten. Transparantie is een voorwaarde voor vertrouwen geworden. En het moet een integraal onderdeel worden van het inkoop- en leveranciersbeheerproces. Wie hier niet aan voldoet, komt niet in aanmerking. Dit is een kwestie van risicobeheer en moet daarom op de agenda van het management staan, ongeacht de sector of de omvang van het bedrijf.’Veel huidige benaderingen rond supply chain security zijn gebaseerd op vragenlijsten en individuele beoordelingen. Wat zijn de belangrijkste beperkingen hiervan en hoe kan dit beter?‘Beveiligingsvragenlijsten zijn doorgaans eigendom van een bepaalde partij en niet reproduceerbaar. Dit legt een enorme last op zowel de koper als de leverancier bij het opstellen, verspreiden, invullen en beoordelen van die vragenlijsten. Het is simpelweg niet efficiënt om telkens opnieuw het wiel uit te vinden. Ten tweede is een niet-gevalideerde zelfverklaring vrijwel waardeloos omdat er geen controle of verificatie op zit.’‘Het enige bruikbare alternatief zijn gestandaardiseerde benaderingen met vertrouwde derde partijen, die gestandaardiseerde vragenlijsten valideren en de resultaten beschikbaar stellen aan alle betrokkenen. Er zijn in Europa opkomende benaderingen (het onderwerp van Stubbings’ keynote op Cybersec Europe, nvdr) – zoals schema’s, basisbeveiligingsmodellen en gedeelde vertrouwenskaders – die erop gericht zijn de markttransparantie te verbeteren en tegelijkertijd de complexiteit voor zowel grote ondernemingen als het mkb te verminderen.’Mkb’s maken vaak deel uit van grotere toeleveringsketens, maar beschikken over minder middelen – hoe kunnen zij de beveiliging van de toeleveringsketen in de praktijk aanpakken zonder dat dit tot buitensporige complexiteit of kosten leidt?Stubbings: ‘Het is belangrijk om te beseffen dat ook mkb-bedrijven over adequate basisbeveiliging moeten beschikken. Dit is geen luxe en ook niet voorbehouden aan grote ondernemingen. De belangrijkste onderdelen van basisbeveiliging kunnen met zeer weinig moeite worden gerealiseerd, zoals het regelmatig installeren van patches, het maken van back-ups, het uitvoeren van tests en het trainen van medewerkers. Iedereen kan dit doen. Hiervoor zijn geen grote budgetten nodig, alleen focus op de juiste onderwerpen.’Hoe kunnen organisaties de risico’s in de toeleveringsketen beter begrijpen, beoordelen en communiceren op een manier die zowel zinvol als schaalbaar is?‘De sleutel ligt bij adequaat risicobeheer. Compliance moet altijd gekoppeld zijn aan risicobeheer. Het heeft geen zin om organisaties te zwaar te belasten, alleen maar omwille van compliance. Aan de andere kant kan compliance zonder risicobeheer een formaliteit worden die niemand helpt. Als risicobeheer correct wordt toegepast, leidt dit tot een adequaat beveiligingsniveau dat ook aan de compliance-eisen zou moeten voldoen.’5 risicofactoren in complexe supply chainsVolgens het Global Cybersecurity Outlook 2025 van het World Economic Forum zijn supply chain-interdependenties één van de grootste bronnen van cyberrisico. Vijf factoren springen eruit:1. Cyber-ongelijkheidGrote organisaties boeken vooruitgang in cyberweerbaarheid, maar kleinere spelers blijven achter. Daardoor ontstaat een structurele kwetsbaarheid in de keten. Aanvallers maken daar misbruik van door zich te richten op minder goed beveiligde partners.2. Beperkte zichtbaarheidVeel organisaties hebben onvoldoende zicht op hun volledige supplychain, zeker wanneer ook subleveranciers en afhankelijkheden verderop in de keten worden meegerekend.3. Kwetsbaarheden via derde partijenExterne software, opensourcecomponenten en nieuwe technologieën zoals ai brengen bijkomende risico’s met zich mee. Wanneer beveiliging niet grondig wordt geëvalueerd, kunnen kwetsbaarheden ongemerkt binnensluipen en zich verspreiden over meerdere systemen en organisaties.4. Afhankelijkheid van kritieke leveranciersDe concentratie rond een beperkt aantal dominante spelers, zoals cloudproviders, creëert potentiële single points of failure. Problemen bij zulke partijen kunnen een brede impact hebben op volledige sectoren. Dat maakt redundantie en business continuity cruciaal, maar vaak complex.5. Geopolitieke spanningenInternationale spanningen beïnvloeden steeds vaker supply chains en cyberdreigingen. Ze kunnen leiden tot veranderende leveranciersrelaties, verstoringen in beschikbaarheid en een verhoogd risico op geavanceerde aanvallen.Cybersec EuropeOp 20 en 21 mei komen Europese cybersecurity-leiders en specialiste samen op Cybersec Europe in Brussel. Kijk voor het programma en details op cyberseceurope.com.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
‘Ai net zo goed in phishen als mensen’
1 dag
Event | Cybersec Europe 2026E-mail is nog steeds de nummer 1 aanvalsvector en ai speelt daarin een prominente rol, aldus Frank Benus en Bart van den Branden van Cegeka in een sessie op de drukbezochte eerste dag van Cybersec Europe.Ai is de grote drijvende kracht achter de perfectionering van phishing mails. Er zijn tegenwoordig tal van platforms waar iedereen voor honderd tot vierhonderd dollar per maand complete phishing-workflows kan laten maken met een paar simpele opdrachten via een chatbot, aldus Benus.Deze platforms bieden onder andere diensten om inlogprocessen te imiteren, reverse proxies op te zetten, branding te imiteren, malicieuze svg-afbeeldingen te genereren en dynamische url’s te maken. De mails zien er gelikt en foutloos uit. Aanvallers doen zich vervolgens voor als vertrouwde personen door onder andere van LinkedIn informatie te halen om de mails er ook inhoudelijk geloofwaardig uit te laten zien.Benus en Van den Branden hameren erop dat multifactor authenticatie (mfa) niet voldoende bescherming biedt. Ze onderscheiden zeven manieren waarop aanvallers mfa kunnen omzeilen:mfa bombing (zoveel notificaties dat het slachtoffer uiteindelijk toehapt);een eigen malicieuze 2FA-inschrijving na een geslaagde aanval;kapen van session cookies;one time password phishing;consent phishing;adversary-in-the-middle aanvallen;credential phishing.Traditionele methoden om business email compromise (BEC) te voorkomen, zoals url-scanning, voldoen niet meer, aldus de experts. Aanvallers zetten ai maximaal in om detectie te voorkomen. Inmiddels zou uit onderzoek zijn gebleken dat ai net zulke goede phishing mails kan maken als mensen.De oplossing zou volgens Benus en Van den Branden liggen in ‘behavorial ai’. Mails die er perfect uitzien, kunnen toch afwijken van verwachte kenmerken en patronen. Met behulp van ai zouden deze afwijkingen snel opgespoord moeten worden.Klik hier voor meer informatie over Cybersec Europe.
Imec maakt qubit met ASML-lithografie
1 dag
Het Leuvense onderzoekscentrum Imec meldt een doorbraak op gebied van quantumcomputers. Voor het eerst is een qubit (quantumbit) vervaardigd met behulp van High NA EUV-lithografie, ASML’s geavanceerde chip-productietechniek om ultrafijne patronen met hoge precisie te printen.  Imec spreekt van een mijlpaal richting industriële opschaling van betrouwbaardere qubits, de basis-rekeneenheden van quantumcomputers. Extreem ultraviolet (euv)-lithografie met high-numerical aperture (high na) zal hierbij een sleutelrol vervullen, aldus het Vlaamse r&d-centrum dat nauw samenwerkt met ASML. In Leuven staat zelfs ASML’s meest geavanceerde, een paar honderd miljoen euro kostende, chipmachine voor onderzoek naar toekomstige chip-productieprocessen. Voor er sprake kan zijn van een nuttige quantumcomputer, moet het aantal qubits aanzienlijk groter worden. Een quantumcomputer vergt miljoenen qubits, die onderling verbonden zijn, en dat vereist dan weer een hoge betrouwbaarheid en nauwkeurige aansturing. Beloftevol Van de verschillende quantumplatformen die momenteel onderzocht worden, gelden ‘silicium quantumdot spin-qubits’ als een beloftevolle kandidaat voor industriële opschaling. Hun productieproces is namelijk in grote mate compatibel met de productie van reguliere computerchips (cmos), een onderzoeksgebied waarin Imec de afgelopen decennia internationale autoriteit heeft opgebouwd.  Volgens Sofie Beyne, projectleider en quantumintegratie-ingenieur bij Imec, kan het Leuvense onderzoekscentrum de stap maken van labo-experimenten naar grootschalige, produceerbare kwantumsystemen. ‘Dit is waar de op silicium gebaseerde qubits een duidelijk voordeel hebben,’ legt ze uit. Qubits-netwerk Silicium-kwantumdot-spin-qubits sluiten een elektron op in een silicium-nanostructuur (de poortlaag). De ‘spin’ van het opgesloten elektron wordt gebruikt om quantuminformatie op te slaan. De tussenruimtes tussen de verschillende poorten moeten tot een minimum worden beperkt om omgevingsruis te beperken. En daar heeft Imec nu resultaten geboekt: high NA levert superieure resultaten op als het gaat om het uniform en foutloos afdrukken van dergelijke ultrafijne structuren. Zo is Imec erin geslaagd een functionerend netwerk van qubits te fabriceren met openingen van amper 6 nanometer.  ‘Met onze resultaten tonen we aan dat High NA EUV ingezet kan worden om deze qubits nauwkeuriger te maken, wat elementair is voor hun betrouwbaarheid. Dit is een belangrijke technische prestatie,’ zegt Kristiaan De Greve, Imec-fellow en programmadirecteur Quantum Computing.
Generatieve ai maakt rekrutering steeds complexer
1 dag
Steeds meer werkzoekenden zetten generatieve ai in om hun sollicitaties te optimaliseren. Dat zet werkgevers voor een nieuw probleem: hoe onderscheid je echte competenties van aangescherpte zelfpresentatie? Generatieve ai heeft de sollicitatiemarkt voorgoed veranderd. Werkzoekenden gebruiken ai-tools om cv’s en motivatiebrieven te verfijnen en af te stemmen op specifieke vacatures.Het resultaat is een stroom aan opvallend gelijkaardige, vlekkeloos geformuleerde kandidaturen. ‘Sollicitaties kunnen vandaag volledig afgestemd worden op een vacature. Dat lijkt positief, maar het zorgt ervoor dat cv’s en motivatiebrieven steeds meer op elkaar lijken’, zegt Jeroen Diels, managing director bij Robert Half. ‘Daardoor wordt het voor werkgevers moeilijker om de meest geschikte kandidaten snel en accuraat te identificeren.’Dat blijkt ook uit cijfers. In Canada geeft 61 procent van de hr-leiders aan dat ai-gegenereerde sollicitaties het selectieproces complexer maken. In de VS ziet 65 procent van de hiring managers er een bijkomende uitdaging in. Hoewel lokale cijfers ontbreken, signaleren, volgens Diels, ook lokale talent managers dezelfde tendens. Focus op authenticiteit Naast de uniformisering speelt ook een betrouwbaarheidsprobleem. Ai-tools kunnen werkervaring of vaardigheden verfraaien of zelfs verzinnen. ‘Voor bedrijven is het cruciaal om te focussen op authenticiteit en de juiste match’, vindt hij.Persoonlijke gesprekken, referenties en testimonials winnen daardoor, volgens hem, aan belang. Het cv is niet langer een betrouwbaar startpunt. Maar het sollicitatiegesprek des te meer.
Kort: Kamer wil niet van WAS af, Centric koopt OrtaX (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Tweede Kamer wil luchtalarm behouden, Stellantis bouwt auto’s met ai en digital twins, Dell kondigt innovaties op voor ai, opslag en datacenterinfrastructuur aan, 7,6 miljoen voor zorgapp Ditto en Centric lijft OrtaX in.Kamer wil ook na 2028 luchtalarmsysteem behoudenEen meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het luchtalarmsysteem ook na 2028 in gebruik blijft, meldt De Telegraaf. Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid wil het systeem afschaffen en geheel vervangen door NL-Alert en een alternatief, omdat onderhoud van de ruim vierduizend sirenes te kostbaar is en het bereik beperkt. NL-Alert bereikt volgens het kabinet circa 92 procent van de bevolking.Kamerleden vrezen dat een deel van de bevolking zonder smartphone niet wordt bereikt en wijzen op risico’s bij storingen in telecomnetwerken. Meerdere partijen zoeken naar alternatieve financiering. Zij vinden dat een vervangend systeem pas kan worden ingevoerd als het minstens hetzelfde bereik en betrouwbaarheid heeft. Al vaker is gesproken over het vervangen van het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem). Tot nu toe trok het ministerie vaan J&V steeds aan het kortste eind.Stellantis test ai en digital twins met Accenture en NvidiaStellantis gaat met hulp van Accenture en Nvidia digital twins en ai inzetten om productieprocessen te verbeteren. Het autoconcern ontwikkelt virtuele fabrieken waarin processen in realtime worden gesimuleerd en aangepast. Accenture levert ai- en productietoepassingen, terwijl Nvidia simulatietechnologie en rekenkracht levert.De zogeheten digital twins worden continu gevoed met productiedata. Daarmee kan Stellantis knelpunten voorspellen en processen vooraf testen. De eerste pilots starten in 2026 in fabrieken in Noord-Amerika. Het bedrijf onderzoekt toepassingen voor realtime optimalisatie en voorspellend onderhoud als onderdeel van een bredere digitaliseringsstrategie.Dell richt zich op opschalen van ai naar productieomgevingenDell Technologies kondigt nieuwe producten en updates aan voor ai, opslag en datacenterinfrastructuur. Het bedrijf wil organisaties helpen ai-toepassingen op schaal in productie te brengen. Met Dell Deskside Agentic AI kunnen bedrijven lokaal ai-agents ontwikkelen op workstations met Nvidia-technologie (gevestigd in Santa Clara), waarbij data on-premises blijven.Daarnaast breidt Dell zijn AI Data Platform en PowerEdge-servers uit voor betere prestaties en beheer. Nieuwe beveiligingsoplossingen moeten ransomware sneller detecteren. Op storagegebied introduceert Dell PowerStore Elite voor hogere prestaties en upgrades zonder downtime. De aankondigingen werden gedaan tijdens Dell Technologies World in Las Vegas.Ditto haalt 7,6 miljoen euro op voor uitbreiding ai-zorgappDe Rotterdamse healthtech-startup Ditto heeft 7,6 miljoen euro opgehaald voor de verdere ontwikkeling van zijn ai-platform en uitbreiding in Europa. De investeringsronde werd geleid door Heal Capital, met deelname van Rubio Impact Ventures en Optiverder Dit laatste fonds van ondernemer Chris Oomen investeerder vorige maand ook al 2,1 miljoen euro in de Nederlandse startup Captain die een ai‑gedreven analytics‑platform voor winkels ontwikkelt.Ditto, opgericht door Tobias Polak, Bart Voorn en Merlijn van Breugel, ontwikkelt een app die medische gesprekken samenvat in begrijpelijke taal. Gebruikers kunnen consulten opnemen of documenten uploaden, waarna de software een samenvatting genereert en vertaalt. De app is sinds vorig jaar bijna honderdduizend keer gedownload. Met de investering wil Ditto nieuwe functies toevoegen, zoals ondersteuning bij het voorbereiden van consulten en het delen van informatie met familie.Centric neemt WOZ-specialist OrtaX overCentric heeft OrtaX overgenomen, een WOZ-softwareleverancier en onderdeel van Ortec Finance uit Rotterdam. Met de overname breidt Centric zijn aanbod voor het belastingdomein bij lokale overheden uit. OrtaX blijft als zelfstandige entiteit binnen de groep opereren, met behoud van personeel en werkwijze. De software ondersteunt gemeenten bij het uitvoeren van WOZ-waarderingen.Door de combinatie van technologie en domeinkennis willen de partijen hun productaanbod voor belastingen, WOZ en BAG versterken. Klanten houden hun bestaande contactpunten. De overname moet bijdragen aan verdere productontwikkeling en ondersteuning van gemeenten bij waarderingsprocessen.
Privacyclubs: koers VWS maakt zorgcommunicatie onnodig kwetsbaar
1 dag
Vijf privacy-organisaties slaan gezamenlijk alarm over de beleidskoers van het ministerie van Volksgezondheid (VWS). De systemen voor zorgcommunicatie die door VWS worden uitgerold, zijn onverantwoord kwetsbaar voor hackers en andere kwaadwillenden. ‘Zodra het misgaat, en het gaat een keer mis, dan raakt dat iedereen,’ zo luidt de waarschuwing. Door de keuze voor grote centrale systemen zoals Mitz en de European Health Data Space (EHDS) verliezen patiënt en arts de controle over medische gegevens. Dan wordt de zorgcommunicatie kwetsbaar voor hackers. De recente ransomware-aanval op ChipSoft, waarbij medische gegevens werden gestolen, zou een wake-up call moeten zijn, vinden Platform Burgerrechten, Privacy First, Stichting KDVP, Stichting Decozo en de nieuwe stichting Spidz. Deze vijf privacy-organisaties zien grote gevaren. De systemen die het ministerie van VWS op dit moment uitrolt, bieden via één punt toegang tot tien- tot honderdduizenden dossiers, aldus het vijftal.Een en ander gebeurt zonder dat de arts die de gegevens bewaart, kan controleren wie ze voor welke reden opvraagt. Dit maakt ze een dankbaar doelwit voor hackers, die slechts één ingang nodig hebben om bij de gegevens van talloze patiënten te kunnen komen. Desondanks gaat de uitrol van deze systemen door, stellen de vijf privacy-organisaties.MitzHet gaat binnen Nederland om het systeem Mitz, waarop alle zorgverleners van Nederland moeten worden aangesloten. Het is in Mitz mogelijk om tien- tot honderdduizenden zorgverleners tegelijk ongericht toegang te geven tot medische dossiers, waarna de dossierhoudend arts geen controle meer heeft over wie de gegevens inziet. Ook is het mogelijk om toestemmingen die patiënten al dan niet hebben gegeven, te overrulen door derden, beweert het vijftal.Daarnaast wordt vanuit Brussel de EHDS ingevoerd, een systeem dat vergelijkbaar werkt, maar dan zorggegevens in alle lidstaten van de Europese Unie toegankelijk maakt. Daar wordt iedere Nederlander automatisch in opgenomen. Wil je er buiten blijven, dan moet je zelf in actie komen en bezwaar registreren (opt-out). De EHDS biedt lidstaten geen ruimte om dit op basis van voorafgaande, geïnformeerde toestemming (opt-in) te doen, zoals het medisch beroepsgeheim vereist. Sterker nog, de mogelijkheid tot opt-out is optioneel onder de EHDS – waardoor lidstaten er zelfs voor kunnen kiezen burgers niet eens de keuze te geven over het al dan niet delen van hun medische gegevens.BeroepsgeheimOmdat de toestemmingsrechten van patiënten onder de EHDS worden ondermijnd en zelfs volledig kunnen worden afgeschaft, is deze verordening volgens de organisaties in strijd met het medisch beroepsgeheim zoals dat beschermd wordt onder Artikel 8 van het EVRM en in strijd met de eisen die de AVG stelt aan het delen van medisch persoonsgegevens. De organisaties roepen de Tweede Kamer op tot een koerswijziging: er moet nu worden gekozen voor systemen die de risico’s van hacks daadwerkelijk wegnemen of sterk minimaliseren, in plaats van ze verder te vergroten. Een kleinschaliger aanpak is veiliger, eenvoudiger en houdt het medisch beroepsgeheim zoals dat sinds vanouds werkt, intact. Er bestaan al geruime tijd alternatieve systemen voor zorgcommunicatie. Deze maken het mogelijk om gegevens gericht en veilig uit te wisselen, zonder dat er centrale databases of toegangspunten nodig zijn die een groot doelwit vormen voor hackers. Desondanks geven het ministerie van Volksgezondheid en de besturen van zorgkoepels deze systemen geen kans.
Re­ge­rings­par­tij­en tegen snel Kamerdebat over DigiD
2 dagen
De regeringspartijen D66, VVD en CDA willen pas een debat over de voorgenomen overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl als de investeringstoetsing van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) klaar is. Ze vinden dat eerst een compleet beeld nodig is van de risico’s voor de nationale veiligheid bij de beoogde overname.  Het Kamerlid Hidde Heutink (Groep Markuszower) kreeg dinsdag opnieuw geen meerderheid voor zijn aanvraag zo snel mogelijk hierover een debat te houden. Hij noemde het idee dat we kunnen wachten ‘ontzettend naïef’. Ook Kamerlid Barbara Kathmann (GrL-PvdA) vindt verder uitstel onverstandig. ‘We kunnen wachten tot we een ons wegen, maar dan zijn we DigiD kwijt.’ D66 en CDA nemen volgens Heutink ten onrechte aan dat de overname van Solvinity pas kan doorgaan als ook afspraken met deze dienstverlener zijn gemaakt over aanvullende maatregelen die de risico’s verkleinen. Het gaat dan vooral om dataveiligheid, zeggenschap en continuïteit van het DigiD-platform dat Solvinity in de lucht houdt.  Gisteren dook een eind vorig jaar gestuurde brief op van Solvinity aan het ministerie van BZK. Daarin stelt het bedrijf niet akkoord te gaan met vertraging van de overname (na toetsing door het BTI). Solvinity weigert te wachten totdat afspraken zijn gemaakt over deze mitigerende maatregelen.  Gelopen race Maar deze cruciale informatie werd aan de Tweede Kamer onthouden. De toenmalige staatssecretaris Eddie van Marum (BZK) liet in zijn Kamerbrief van 11 februari jongstleden namelijk achterwege dat Solvinity geen verder uitstel duldt na toetsing door het BTI. Hidde Heutink ziet daarin een extra reden om volgende week over DigiD te debatteren.  Ook voor Barbara Kathmann (GrL-PvdA) maakt de publicatie in Computable duidelijk dat Solvinity ‘niet meer op ons gaat wachten’. Zij vreest dat DigiD na de overname door het Amerikaanse Kyndryl onder de invloedssfeer van de regering Trump komt met alle risico’s vandien. Maar een meerderheid in de Tweede Kamer kiest ervoor eerst alle informatie over deze kwestie op tafel te krijgen, ook al leidt dit tot het risico dat de overname een gelopen race is.
Gemeenten lanceren ai‑tool voor bron‑a­no­ni­mi­se­ring
2 dagen
Event | Overheid 360° De overheid krijgt de smaak van ai te pakken. Zo helpt een groot taalmodel de gemeente Hoeksche Waard documenten automatisch te anonimiseren zonder tekst te verwijderen of zwart te lakken. Woorden of namen worden om privacyredenen vervangen door neutrale termen. Dit voorkomt dat informatie onleesbaar wordt of verkeerd wordt geïnterpreteerd. Wordt zo’n naam voorgelezen, dan hoor je geen piep, maar een alternatieve term. De Zuid-Hollandse gemeente ontving in november vorig jaar de Computable Award 2025 in de categorie Overheidsproject. Bij het project ‘Anonimiseren met LLM’ vervulde de gemeente de rol van regievoerder in een samenwerking tussen zes gemeenten: de bedrijfsvoeringspartner Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk, de gemeente Buren en de gemeente Krimpen aan den IJssel. Tijdens het Overheid 360°-congres – dat woensdag 17 juni in Jaarbeurs Utrecht plaatsgrijpt – presenteert de gemeente Hoeksche Waard de voortgang van dit project. Ofwel, hoe zijn ai-processen bij de overheid veel efficiënter en beter in te richten? Amanda Hanemaaijer. Reden om met Amanda Hanemaaijer (informatiemanager gemeente Hoeksche Waard) en Remco Damhuis (projectleider vanuit Remdam) te spreken over de voortgang. Het succes van ‘Anonimiseren met LLM’ krijgt een vervolg in het project ‘Anonimiseren bij de bron’. Dit innovatieproject richt zich op anonimisering op de plek waar documenten worden opgeslagen, zodat het risico op onderschepping wordt geminimaliseerd. Context en toegankelijkheid blijven daarbij behouden. De tool wordt verder gebruiksvriendelijk gemaakt en kan ook voor andere overheden van grote waarde zijn. Hanemaaijer: ‘Anonimisering door mensen kost veel tijd en moeite; uren die beter kunnen worden besteed aan publieke dienstverlening.’ Damhuis vervolgt: ‘Bij de ontwikkeling van een llm-gebaseerde tool voor anonimisering stond vooral de techniek centraal. In de huidige fase, die in oktober vorig jaar is gestart, wordt de tool doorontwikkeld tot een gebruiksvriendelijk product dat beter aansluit op de behoeften van Nederlandse gemeenten.’ Met de bedrijfsvoeringspartner Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk wordt gewerkt aan een opensourcemodel binnen de Open Webconcept-beweging. Het technische ontwerp en de uitvoering liggen bij Conduction, terwijl Centric meewerkt aan de ontwikkeling. Acato bouwt de front-end. Nog voor de zomervakantie moet een minimum viable product gereed zijn dat geschikt is voor breed gebruik. Opschaling naar meerdere overheden is het doel. Remco Damhuis. Volgens Damhuis wordt ook de anonimisering zelf verbeterd. ‘Maar er bestaat geen garantie dat dit altijd volledig correct gebeurt. Adressen worden in principe altijd weggelaten, maar bij het gemeentehuis is dat juist niet de bedoeling. En ook bestuurders hoeven niet anoniem te zijn. Bij de Wet open overheid bepalen juristen hoe ver anonimisering moet gaan. De techniek kan dat niet volledig oplossen.’ Hanemaaijer wijst erop dat voor documenten met gevoelige gegevens een puntoplossing de voorkeur heeft. ‘Zodat data de server niet hoeven te verlaten. Dat kan met gespecialiseerde software die voor één specifiek probleem is ontwikkeld’, zegt ze. Damhuis: ‘Wie geen toegang heeft tot een externe server kan zo’n tool bij de bron installeren. Met een nieuwe functie gebeurt alles binnen de eigen afgeschermde omgeving, wat veiliger en efficiënter is.’ Saas Binnen het project wordt gewerkt met twee varianten: een lichte on-premises-variant die eenvoudig te installeren is, en een zwaardere software-as-a-service (saas)-variant. Deze laatste maakt gebruik van een moderner groot taalmodel met meer reken- en opslagcapaciteit. De ai-technologie is daar inmiddels op voorbereid. Hosting vindt in dat geval plaats bij de leverancier. Voor ‘Anonimiseren bij de bron’ is gekozen voor een opensourcemodel dat meer grip, zekerheid en veiligheid biedt. Het is geen black box, waardoor gebruikers inzicht houden en aanpassingen kunnen doen zonder afhankelijk te zijn van één leverancier. Hanemaaijer: ‘De ontwikkeling vindt plaats binnen het Open Webconcept, waarbij meer dan veertig gemeenten samen met marktpartijen digitale dienstverlening ontwikkelen op basis van Common Ground.’ De basisgedachte is dat data worden losgekoppeld van applicaties, zodat gegevens herbruikbaar zijn bij de bron. Standaardisatie maakt dit mogelijk. Het Open Webconcept kent geen hiërarchie; alle partijen werken gelijkwaardig samen. Momenteel wordt gewerkt aan de governance-structuur voor beheer, doorontwikkeling en monitoring. Ook de community wordt verder uitgebreid en eindgebruikers blijven betrokken. Een volledig automatisch systeem zonder menselijke controle is volgens de betrokkenen niet realistisch. Er blijft altijd een mens in de loop. Hanemaaijer: ‘Maar de tijdwinst van het ai-project is enorm.’ Meedoen? De Computable Award gaf ‘Anonimiseren met LLM’ veel zichtbaarheid, wat leidde tot brede interesse vanuit andere gemeenten. De nieuwe tool ‘Anonimiseren bij de bron’ wordt later dit jaar geïntegreerd in Nextcloud, een opensource-cloudplatform. Wie wil meedenken of deelnemen, kan contact opnemen met Remco Damhuis (remco@remdam.nl). Overheid 360°Op woensdag 17 juni 2026 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht Overheid 360° plaats, het jaarlijkse kennisevenement over informatiemanagement voor de overheid. Er is een beursvloer en er zijn zo’n zestig presentaties, verdeeld over de thema’s artificial intelligence, digitale toegankelijkheid, it-outsourcing & cloud computing, cybersecurity, informatiestrategie en datagedreven overheid. Iedereen die werkzaam is bij gemeenten, overheden of publieke organisaties is gratis welkom. Voor meer informatie en aanmelden, klik hier.
Kort KickstartAI verlengt samenwerking met oprichters, Dave Maasland verkoopt bedrijf aan Eset (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: KickstartAI loopt zeker door tot in 2029, eerste Duitse overname voor SDB Groep, Panasonic koopt Hive Media Control, nieuwe grootformaat-printers van HP en Eset lijft Cyber Defense Group in. KickstartAI verlengt samenwerking met Ahold Delhaize, ING, KLM en NS   KickstartAI verlengt de samenwerking met de oprichtende partijen Ahold Delhaize, ING, KLM en NS tot en met 2029. De organisatie uit Delft wil ai sneller van experiment naar toepassing brengen en het aantal partners uitbreiden. Sinds de oprichting van dit steunprogramma in 2019 zijn projecten ontwikkeld voor onder meer bagagedetectie bij NS en vraagvoorspelling bij Bol. Ook werkt ING aan een digitale financiële gids die consumenten begrijpelijke informatie biedt over geldzaken en met KLM wordt gewerkt aan het verminderen van voedselverspilling door preciezere planning van maaltijden aan boord. Daarnaast werkt KickstartAI samen met organisaties als Erasmus MC en de politie. Volgens de betrokken partijen ligt de uitdaging vooral in het opschalen van toepassingen binnen organisaties en het delen van praktijkervaringen. SDB Groep breidt uit naar Duitsland via acquisitie Buchner SDB Groep uit Den Haag lijft Buchner uit Kiel in en betreedt daarmee de Duitse markt voor zorgsoftware. De stap volgt op de overname van Alfa eCare in Scandinavië en past in de internationale uitbreidingsstrategie van SDB, dat wordt gesteund door Main Capital Partners uit Den Haag. SDB levert software voor zorg- en kinderopvangorganisaties, waaronder ecd/epd-systemen en toepassingen voor planning en analytics. Buchner richt zich op software voor therapeuten en ambulante zorg, met meer dan achtduizend klanten. Door hun producten te combineren willen de partijen hun aanbod verbreden en beter inzetten in de DACH-regio. Panasonic neemt Hive Media Control over voor uitbreiding in mediasoftware Panasonic Projector & Display Corporation uit Osaka heeft Hive Media Control uit Londen overgenomen. Met de acquisitie wil het bedrijf zijn positie versterken in software voor mediaplatformen en besturing van audiovisuele installaties. Hive levert mediaservers voor onder meer musea, waaronder the National Museum of Qatar, en immersieve projecten, zoals de BBC Earth Experience en het plafond van de Sixtijnse Kapel (Michelangelo). Het bedrijf blijft zelfstandig opereren en houdt een leveranciersneutrale aanpak. Panasonic wil met de overname zijn aanbod verbreden van hardware naar software en workflowoplossingen. De technologie van Hive maakt integratie mogelijk met projectoren en ledschermen, en ondersteunt het beheer en de afspeelprocessen van content in complexe installaties. HP introduceert nieuwe DesignJet-printers voor grootformaat prints HP presenteert de DesignJet Z6 en Z9⁺ PostScript Printer Series Plus Edition. De printers richten zich op kleine en middelgrote organisaties, waaronder fotostudio’s, retailers, copyshops, onderwijsinstellingen en architectenbureaus. Ze combineren printkwaliteit met workflowfuncties binnen één platform. De nieuwe modellen bouwen voort op bestaande DesignJet-systemen, waarvan wereldwijd meer dan veertigduizend stuks zijn geïnstalleerd. Ze ondersteunen toepassingen variërend van fotografie tot technische prints. HP breidt ook zijn PrintOS Production Hub uit met functies voor orderbeheer en beeldoptimalisatie met AI. De printers zijn vanaf 22 juni 2026 beschikbaar. De grootformaatdivisie van HP is gevestigd in Barcelona. Eset neemt Nederlandse Cyber Defense Group over Eset uit Bratislava neemt Cyber Defense Group over. Dit bedrijf van algemeen directeur Dave Maasland is al jarenlang de vertegenwoordiger van Eset in Nederland en handelt onder de naam Eset Nederland. Met deze stap krijgt het Slowaakse cybersecbedrijf officieel een eigen vestiging in Nederland. Daarbij wordt het Nederlandse security operations center (soc) onderdeel van de Europese cybersecurityactiviteiten van het bedrijf. Eset wil zich internationaler duidelijker profileren. Naast de Nederlandse overname opent het bedrijf eigen kantoren in Frankrijk en India. Maasland zelf blijft in zijn huidige rol betrokken bij de nieuwe Eset-organisatie. Op de langere termijn gaat hij zich richten op het opbouwen van banden met defensieorganisaties, Europese instellingen en de Navo, zegt hij tegen BNR Nieuwsradio. Bij Eset Nederland werkten tachtig mensen die nu gaan samenwerken met een team van drieduizend mensen. ‘Heel belangrijk’, zegt Maasland: ‘als je in die defensiemarkt zaken wil doen, dan moet je echt wel wat body hebben. Die krijgen we nu hiermee.’
Hadrian vindt in recordtijd ernstige overheidslekken met goedkope ai
2 dagen
Het blijkt kinderspel om met ai binnen te dringen bij de Nederlandse overheid. Het Amsterdamse cybersecuritybedrijf Hadrian vond honderden beveiligingslekken, zo meldt het FD. Bij het ministerie van Binnenlandse Zaken werd zelfs een lek van het hoogste risiconiveau gevonden. Het duurde negen dagen voordat dat lek was gedicht. Hadrian was vooral verbaasd over hoe snel hun ai‑systeem dit allemaal ontdekte: in enkele uren tijd. Volgens ceo Rogier Fischer zal ai binnen een jaar in staat zijn om alle kwetsbaarheden in software op te sporen – en dat betekent dat criminelen of vijandige staten er ook snel bij kunnen zijn. Hij benadrukt dat de grote taalmodellen (llm’s) ‘extreem goed ‘ zijn in het vinden van de zwakke plekken, de kwetsbaarheden waarop hackers scannen. Hij bestrijdt de gedachte dat ai-bedrijven als Anthropic en Open AI om redenen van marketing hoog opgeven van de prestaties van hun ai-modellen, met name als het gaat om het opsporen van kwetsbaarheden. Volgens Fischer is de dreiging zo groot dat elke organisatie, van klein tot groot, zich ernstig zorgen moet maken. Het niet-patchen van kwetsbaarheden kan tot veel schade leiden.Veel gevaarNiet alleen de overheid maar vooral ook bedrijven en instellingen lopen veel gevaar. Want volgens Fischer blijkt uit de onderzoeken die Hadrian deed, dat het bedrijfsleven qua kwetsbaarheden er nog slechter aan toe is. De gemiddelde opensource-code-gebruiker buiten de overheid scoort lager, zo is zijn indruk. De overheid doet namelijk relatief veel pentesten om kwetsbaarheden in haar systemen op te sporen. Hadrian komt begin deze week met een gratis open‑sourceharnas voor pentesten, een ai-tool waaronder een llm zit met een manier van aansturing om er een agent van te maken die geautomatiseerde penetratietests kan doen. Dit harnas bevat instructies, biedt toegang tot bepaalde tools en werkt zonder toegang te hebben tot de source-code.Hackers-harnasHet harnas ‘omklemt’ de software‑onderdelen die moeten worden getest en levert wat nodig is om tests automatisch, reproduceerbaar en geïsoleerd uit te voeren. Hadrian heeft dit harnas ontwikkeld als onderdeel van zijn agentische pentest-motor Nova, autonome pentesting die ‘on demand’ draait. Nova kan menselijke pentesters vervangen en bootst de werkwijze van hackers na. Met het gratis harnas kunnen organisaties zelf testen. Fischer maakt zich geen zorgen dat hackers dit misbruiken. Volgens hem hebben zij dit soort middelen allang.Hij denkt dat het belangrijk is dat bedrijven en overheden ook zelf kunnen speuren naar kwetsbaarheden. Deze ai-tool helpt organisaties beter opgewassen te zijn tegen aanvallen waarbij hackers ai-modellen inzetten. Want die dreiging is nu zeer actueel. Open huis bij Open RegelsOm in enkele uren honderden kwetsbaarheden bij de overheid te vinden had Hadrian niet eens het duurste of krachtigste ai‑model nodig. Zelfs goedkopere modellen zoals Deepseek konden de lekken vinden. Hadrian begon met GPT 5.5 van OpenAI, dat volgens Fischer net zo krachtig is als het beruchte Mythos‑model van Anthropic, dat eerder al veel onrust veroorzaakte vanwege zijn hackcapaciteiten.Het grootste lek zat bij Open Regels, een overheidsdienst die wetten vertaalt naar praktische regels. Volgens Hadrian stond ‘de voordeur wagenwijd open’. De ai vond serverinformatie en zelfs een bestand met inloggegevens. Daarmee kreeg Hadrian toegang tot de database én de Azure‑cloudomgeving. In principe kon een aanvaller daar software aanpassen of ransomware plaatsen.Een basiscontrole – het checken van het IP‑adres – ontbrak volledig. Het ging om een kritiek P1‑lek. Hadrian meldde dit op 6 mei, maar pas op vrijdag ging de dienst offline om het probleem te verhelpen. Volgens Fischer zou geen enkel bedrijf zo lang wachten. Het ministerie zegt dat de melding door een communicatiefout verkeerd terechtkwam en dat het lek nu niet meer te misbruiken is.We zien nu pas hoeveel kwetsbaarheden er in dertig jaar softwareontwikkeling zittenBij Open Zaak, software die gemeenten gebruiken voor onder meer paspoortaanvragen, vond Hadrian eveneens een ernstig probleem. Het binnendringen was ingewikkeld, maar dankzij ai toch mogelijk. Ook bleken honderden gebruikers te veel rechten te hebben – een fout die een hacker met gestolen inloggegevens veel speelruimte zou geven.Volgens Fischer gaan we nu pas zien hoeveel kwetsbaarheden er in dertig jaar softwareontwikkeling zitten. De komende twee jaar wordt het hard werken om alles te repareren. Nieuwe software wordt dankzij ai wel veiliger, maar het digitale slagveld blijft bestaan.Hadrian Hadrian is vijf jaar geleden opgericht. Het bedrijf kijkt vanuit het perspectief van de hacker naar kwetsbaarheden van online-omgevingen van bedrijven. Het bedrijf voert met behulp van machine learning en cloudtechnologie preventieve aanvallen uit. Onder meer Microsoft-oprichter Bill Gates en Amazon-miljardair Jeff Bezos hebben destijds voor een deel van het startkapitaal gezorgd. Ook voormalig ABN Amro-bankier Chris Vogelzang en voormalig TomTom-bestuurder Alexander Ribbink behoren tot de groep privé-investeerders die Hadrian van de grond hielpen te komen. 
Tech-corridor tussen Amsterdam en Eindhoven maakt Nederland nog sterker
2 dagen
Amsterdam Economic Board ziet graag dat er een tech-corridor tot stand komt tussen de regio’s Amsterdam en Eindhoven. Samenwerking tussen de metropoolregio Amsterdam en Brainport kan daarvoor een belangrijk startpunt zijn.  Beide regio’s kunnen elkaar bijvoorbeeld kunnen aanvullen in de koppeling van ai-expertise van Amsterdam met de hightech-systemen en hoogwaardige materialen van Brainport. Te denken valt aan de inzet van ai voor fysieke systemen, industriële toepassingen en robotica, en andersom voor het ontwikkelen van chips voor toekomstgerichte ai.  Door de ai-kennis in Amsterdam te combineren met de semicon-kennis in Eindhoven, ligt hier potentieel een kans voor Nederland om een grotere rol te spelen bij de ontwikkeling en het design van toekomstige chips. Potentie  Onderzoeken van de Vrije Universiteit (VU) en Rabobank tonen de potentie van beide Nederlandse topregio’s. Maar ze leggen ook gebrek aan structurele verbinding en gezamenlijke programmering bloot. Verder blijven ze qua investeringen achter bij andere Europese topregio’s.  Een tech-corridor tussen metropoolregio Amsterdam en Brainport Eindhoven zou de Nederlandse tech-positie in Europa flink versterken. Zo is de conclusie van een onderzoek van VU-hoogleraar Haroon Sheikh, in opdracht van Amsterdam Economic Board. Voorbeelden zijn de Route 128/I-95 Corridor (Verenigde Staten) en de M4 Corridor (Verenigd Koninkrijk). De regio’s Amsterdam en Eindhoven zijn volgens onderzoek van Rabobank complementair. Ze lijken ‘bij elkaar opgeteld’ meer op een Europese topregio. Samen maken ze ongeveer de helft van het Nederlands BBP (bruto binnenlands product) uit. Almere, Haarlemmermeer en Hilversum kunnen daarbij aanhaken. R&D Brainport heeft een sterke focus op halfgeleidertechnologie en hardware-innovaties. Het gebied is goed voor 57 procent van de private r&d-uitgaven, terwijl vanuit Noord-Brabant 52 procent van de Nederlandse patentaanvragen worden gedaan. De High Tech Campus Eindhoven is de thuisbasis van tweehonderd hightechbedrijven en meer dan 12.500 innovators, onderzoekers en engineers. Samenwerken zit in hun DNA.  Noord-Holland kende vorig jaar 3.473 technologiebedrijven kent. Dat is bijna 30 procent van het nationale totaal, goed voor ruim 131.000 banen. In Amsterdam zijn meer dan 420 ai-startups en scale-ups gevestigd. 6.307 studenten worden momenteel opgeleid in ai-gerelateerde richtingen. De stad is sterk in sectoren zoals fintech, saas en technologieën gericht op duurzaamheid.  Op dit moment heeft Amsterdam een goede digitale infrastructuur, maar deze staat onder druk. In veel van de ruim interviews die de VU hield, komt de negatieve attitude die er in Amsterdam is rond datacenters ter sprake. Anderzijds is Amsterdam nog steeds een aantrekkelijke plek voor jonge talentvolle wetenschappers om zich te vestigen.  Profiel Anders dan Brainport heeft de Amsterdamse tech-community een veel minder duidelijk profiel. Het ontbreekt daarom ook aan een duidelijk programma zoals Project Beethoven in de Brainport.   Haroon Sheikh vindt het verassend hoe beperkt de onderlinge samenwerking tussen de regio’s is. Bedrijven in Amsterdam kijken naar mondiale spelers en halen hun talent uit de hele wereld, terwijl Brainport met ASML voorop weer met andere netwerken en ecosystemen verbonden is. Ook zijn er over en weer stereotypen en culturele verschillen tussen de meer op virtuele diensten gerichte metropoolregio Amsterdam en de high-tech-maakindustrie van Brainport.  Verdere ontwikkeling Het VU-onderzoek betreft specifiek de synergieën tussen de twee regio’s. De negen voornaamste gebieden zijn: ai voor applicaties; slimme verbonden apparaten; ai voor chips, machines en systemen; chips voor toekomstige ai, ai voor grondstoffen en chips, tech voor defensie, infrastructuur voor data en ai, nieuwe digitale media en wereldmodellen. Aanbevolen wordt projecten en samenwerkingsverbanden rondom deze negen synergieën te ontwikkelen. Verder heeft het zin om te werken naar een gemeenschappelijk verhaal van de technologiesector in de metropoolregio Amsterdam met de hoofdstad als trekker. Derde tip is het technische profiel van Amsterdamse kennisinstellingen te versterken. Verschillende mensen stelden voor om een TU op te zetten, een soort ‘MIT aan de Amstel’, door bijvoorbeeld de bètafaculteiten van de UvA en VU te fuseren. Vierde aanbeveling is een ‘frontier ai-lab’ naar de regio Amsterdam te halen als magneet voor talent en kraamkamer voor innovatie. Dat is een laboratorium waarin aan de meest nieuwe en geavanceerde ai-technieken wordt gewerkt. Ook is het verstandig om experimenteerruimte op specifieke locaties te scheppen met het oog op de realisatie van synergie.
Cybersec Europe verwacht 75 na­ti­o­na­li­tei­ten in Brussel
2 dagen
Op 20 en 21 mei 2026 vindt Cybersec Europe plaats in Brussels Expo. Het grootste cybersecurity-event van de Benelux ontvangt opnieuw duizenden professionals aan rond de belangrijkste trends, technologieën en uitdagingen in het vakgebied. Opvallend is het toenemende internationale karakter van de beurs.Bezoekers op Cybersec Europe kunnen in Brussels Expo rekenen op meer dan 200 exposanten en partners, 170 sessies, keynotes en rondetafels verspreid over 12 theaterzalen, een uitgebreid ot-securityprogramma en een startup & innovation zone met Europese techstarters. Dat staat onder meer op het programma.Het sprekersprogramma is bewust Europees opgebouwd. Bevestigde namen zijn onder meer Theo Franken, Belgisch minister van Defensie, Eléonore Simonet, minister voor KMO’s, en ethische hackers Chris Kubecka en Ken Munro van Pen Test Partners. Ook het team achter de Belgische tv-reeks Hacked is van de partij voor een live keynote op de mainstage.Maar niet alleen ‘on stage’, maar ook ‘on the floor’ is Engels steeds vaker de voertaal op de beurs. ‘Het is geweldig om te zien hoe het internationale bereik van het event blijft groeien’, zegt Jordi van Herk, director it media & events bij Jaarbeurs. ‘Tot nu toe ontvingen we al registraties uit meer dan 75 nationaliteiten.’ Tech Theater & Awards Nieuw dit jaar is ook een vernieuwde en uitgebreide editie van het Tech Theater voor diepgaande technische sessies. Inhoudelijk staan daar thema’s centraal als ai-security, digitale soevereiniteit, cyberwarfare, ot-security, supply chain security en de bescherming van kritieke infrastructuur.Op dag 2, tijdens de middag, reiken de Computable Awards en de Cybersec Europe Awards uit op de mainstage. ‘Het belooft een van de sterkste edities van Cybersec Europe tot nu toe te worden’, besluit Van Herk. Inschrijven is gratis en kan via cyberseceurope.com.
BZK houdt cruciale info achter over standpunt Solvinity
3 dagen
Het achterhouden van cruciale informatie door ambtenaren van BZK kan ertoe leiden dat de Tweede Kamer te laat gaat debatteren over de voorgenomen overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. Alleen een snelle actie vanuit Tweede Kamer kan nog voorkomen dat deze transactie een gelopen race is en het DigiD-platform, dat onder beheer van Solvinity staat, onder de Amerikaanse invloedssfeer komt. Het Kamerlid Hidde Heutink (Groep Markuszower) wil hierover zo spoedig mogelijk een debat voeren. Hij vraagt dinsdag wederom een debat aan. Vorige week dinsdag deed hij dat ook, maar CDA en D66 vonden dat toen voorbarig. Ze wachten op het resultaat van de investeringstoetsing die het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) doet op de risico’s voor de nationale veiligheid bij de beoogde overname. Beide fracties verkeren in de veronderstelling dat de overname pas doorgang kan vinden als ook afspraken met Solvinity zijn gemaakt over aanvullende maatregelen die de risico’s verkleinen. Het gaat hier om meer dataveiligheid, zeggenschap en continuïteit. Niet akkoord De toenmalige staatssecretaris Eddie van Marum (BZK) liet in zijn Kamerbrief van 11 februari van dit jaar echter achterwege dat Solvinity niet akkoord gaat met vertraging van de overname (na toetsing door het BTI) en niet wil wachten totdat afspraken zijn gemaakt over deze mitigerende maatregelen. Solvinity heeft dat eind december in een brief aan BZK duidelijk laten weten, maar de Kamer werd daar op 11 februari niet van op de hoogte gesteld. Na de investeringstoetsing door de BTI die naar verwachting positief uitvalt, is de overname door Kyndryl zo goed als zeker. Computable heeft de Solvinity-brief van eind december 2025 kunnen inzien. In Nederlandse handen Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) steunt het verzoek van Heutink om een debat over DigiD/Solvinity. ‘We hebben namelijk geen tijd te verliezen. Gezien de moties die zijn aangenomen in de Kamer, is het niet de vraag of we DigiD in Nederlandse handen kúnnen brengen, maar hoe we dat doen en wanneer. We hebben geen tijd te verliezen,’ zei Kathmann onlangs in de Tweede Kamer. Ook BBB, PVV, FVD, Lid Keyzer, Denk, ChristenUnie en SGP steunden vorige week dit voorstel, maar daarmee was er net geen meerderheid; reden waarom Heutink dinsdag weer hetzelfde verzoek zal doen. De Kamer kan nog een stokje steken voor de transactie door er bij de betrokken bewindslieden van BZK en EZK op aan te dringen er voor te zorgen dat Solvinity naar een Nederlandse partij gaat en het bedrijf daarvoor te compenseren. Daarmee worden niet alleen DigiD en MijnOverheid ‘gered’, maar ook systemen van onder andere de politie, het Openbaar Ministerie, de gemeente Amsterdam en het ministerie van Justitie en Veiligheid blijven dan buiten de invloedssfeer van de regering Trump.
Digitale dienst moet bij overheid gebruik standaarden afdwingen
3 dagen
De NDS-Raad adviseert een Nederlandse Digitale Dienst (NDD) in te richten die overheidsbrede digitalisering moet versnellen. De kern van het advies is dat de digitale dienst niet zelf alle digitale voorzieningen ontwikkelt of beheert. De digitale dienst moet ‘geen centrale ict-bouwer’ worden, maar een ‘regie-organisatie ’die toepassing van afspraken, standaarden en bouwstenen afdwingbaar maakt, aldus de NDS-Raad. De raad die vorig jaar september van start ging om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) aan te zwengelen, beëindigt met dit advies haar werk. Een maand geleden besloot staatssecretaris Willemijn Aerdts (EZK) de advisering rond de NDS anders vorm te geven. De raad benadrukt dat een digitale dienst alleen effectief kan zijn als deze vanaf de start beschikt over een helder politiek en bestuurlijk mandaat. Dat mandaat moet intern richting geven aan prioritering, normering, implementatie en opschaling, en extern duidelijk maken dat overheidsbrede keuzes niet vrijblijvend zijn voor betrokken organisaties en ook richting marktpartijen leidend zijn. Alleen dan kan de digitale dienst functioneren als een herkenbaar en gezaghebbend instrument om gezamenlijke doelen te realiseren, aldus de NDS-Raad die onder voorzitterschap staat van Nathan Ducastel. De digitale dienst verbindt de portfolio’s, capaciteit en implementatieplanning van uitvoeringspartners aan overheidsbreed vastgestelde NDS-prioriteiten. Maar dit gebeurt, zonder de verantwoordelijkheid van afzonderlijke overheidsorganisaties voor hun primaire processen over te nemen. Randvoorwaarden De raad vindt dat deze dienst vier samenhangende randvoorwaarden moet organiseren: •             Architectuur en portfoliosturing als toetsbaar kompas, inclusief overzicht van lopende initiatieven, gebruik, afhankelijkheden en afwijkingen binnen het digitale uitvoeringslandschap. Zo kan overheidsbreed worden gestuurd op samenhang, prioritering, hergebruik en adoptie. •             Operationele slagkracht voor implementatie- en adoptie-ondersteuning van overheidsbrede bouwstenen. •             Passende financiering voor frictiekosten, migraties en organisatie-eigen legacy-afbouw (voor zover nodig om overheidsbrede bouwstenen te adopteren). •             Bundeling van marktvraag via gezamenlijke eisen, contract-kaders en marktbevraging waar dat zinvol is, met aandacht voor exit en leveranciersonafhankelijkheid. Overheden hebben al allerlei gezamenlijke standaarden en voorzieningen, of werken daar binnen het NDS-programma aan. Maar ze worden nog niet breed gebruikt en groeien niet snel genoeg mee. Dat komt mede doordat organisaties hun eigen keuzes blijven maken, te weinig capaciteit hebben, investeringen lastig vinden en omdat er geen duidelijk overheidsbreed systeem is om nieuwe standaarden echt ingevoerd te krijgen. Daardoor ontstaan verschillende oplossingen naast elkaar, is hergebruik lastig en heeft de overheid onvoldoende overzicht op ict-kosten en afhankelijkheden. Ook de groeiende hoeveelheid verouderde systemen zorgt voor vertraging.
ChipSoft-ziekenhuizen bijna hersteld van ransomware-aanval
3 dagen
Het herstel van de ransomware-aanval op ChipSoft, uitgevoerd door cybercriminelen, zit in een afrondende fase. Nagenoeg alle functionaliteiten zullen deze week weer werkzaam zijn, inclusief digitaal verwijzen. Zo verwacht de Vereniging Samenwerkende ChipSoft Ziekenhuizen (SaCZ). Minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) meldt dit in een brief aan de Tweede Kamer. Bij deze aanval op 7 april jongstleden zijn gegevens van patiënten gestolen van de zorgaanbieders die gebruikmaken van de cloudomgeving van ChipSoft.Inmiddels is gebleken dat ChipSoft de publicatie van de buitgemaakte bestanden, of gegevens uit die bestanden, heeft kunnen voorkomen. ChipSoft heeft laten weten dat de bestanden vernietigd zijn. Maar de minister plaatst hierbij de kanttekening dat nooit met volledige zekerheid is vast te stellen dat de buitgemaakte bestanden ook daadwerkelijk volledig zijn vernietigd. Z-CertOp verzoek van het Landelijk Coördinatieteam staan de experts van Z-Cert, het expertisecentrum cybersecurity in de zorg, hierover in contact met ChipSoft om te monitoren of deze toezegging daadwerkelijk in de praktijk blijkt. Ook communiceren zij hierover aan het zorgveld. Z-Cert kan en mag niet zeggen wat het resultaat van deze monitoring is. Nog steeds wordt onderzoek gedaan naar hoe de digitale bestanden buitgemaakt konden worden bij de digitale aanval bij ChipSoft. Op 28 april meldde de epd-specialist dat het herstelproces voorspoedig verloopt, maar duurde toch nog zes weken totdat de dagelijkse processen bij de zorginstellingen en hun patiënten geen hinder meer ondervinden.
India haalt ASML binnen voor opbouw halfgeleidersector 
3 dagen
ASML gaat een belangrijke rol spelen in de opbouw van de Indiase halfgeleiderindustrie. De chipmachinefabrikant gaat een strategisch partnerschap aan met Tata Electronics ter bevordering van de chipproductie in India. ASML ondersteunt de bouw en opschaling van Tata’s nieuwe 300 mm‑fab met zijn volledige suite aan lithografie-oplossingen. De samenwerking werd zaterdag aangekondigd tijdens het bezoek van de Indiase president Narendra Modi aan Nederland. India heeft de ambitie een grote en geavanceerde halfgeleiderindustrie op te zetten. Met enorme investeringen, een sterke talentenpool en krachtige steun van de overheid moet dat lukken. De Indiase halfgeleidermarkt zal naar verwachting dit jaar de 55 miljard dollar overschrijden en in 2030 de 100 miljard dollar. ASML verwacht een complete reeks lithografie-tools en -oplossingen te kunnen leveren voor de nieuwe Dholera-fabriek van Tata Electronics in de deelstaat Gujarat, maar daar is nog geen contract voor getekend. De twee bedrijven zullen samenwerken bij de ontwikkeling van lokaal talent, de vorming van een veerkrachtige toeleveringsketen en r&d-infrastructuur; cruciaal voor India’s langetermijnambities in halfgeleiders. Volgens dr. Randhir Thakur, topman van Tata Electronics, zal de diepgaande expertise van ASML in holistische lithografie-oplossingen de tijdige opstart van de chipfabriek in Dholera garanderen. De holistische lithografie-aanpak van ASML integreert geavanceerde lithografiesystemen, software voor computationele lithografie, meet- en inspectietools. Door deze combinatie kunnen chipfabrikanten productiever worden, fouten verminderen en het aantal goede wafers per dag te verhogen.  Tata Tata heeft al technologie-partnerschappen, onder andere met PSMC (Taiwan), voor nodes van 28–110 nm. De Dholera-fab, waarin Tata elf miljard dollar investeert, richt zich op chips voor automotive, mobiele apparaten, 5G iot, ai en andere segmenten. Christophe Fouquet, topman van ASML, ziet India als een groeiende strategische markt en benadrukt de langetermijnrelatie die hiermee wordt opgebouwd. Het land wil minder afhankelijk worden van Taiwan en China. Ook op gebied van ai heeft India grote plannen. Tata Consultancy Services (TCS) gaat samen met OpenAI ai-diensten leveren. Tata is een tech-conglomeraat dat in Nederland in IJmuiden de staalfabriek bezit en met TCS in Nederland veel it-diensten levert.  India heeft een blauwdruk voor de toekomst ontwikkeld, The Vision India@2047. Het land ligt op koers om in 2028 de derde economie ter wereld te worden. Gemikt wordt op een jaarlijkse economische groei van 9%. Een vergaande digitalisering moet dat mogelijk maken.
GTIA: Ai geeft spanning tussen it-kanaal en tech-leveranciers
3 dagen
It-dienstverleners in de Benelux zijn niet meer zo happy met de technologiepartners waarmee ze samenwerken. De ontevredenheid is in een jaar tijd flink gestegen; van 3 procent naar 15 procent. De satisfactie over de meest gebruikte oplossingen daalde van 77 procent naar 64 procent, aldus onderzoek van GTIA. De cijfers stammen uit het State of the Channel 2026‑onderzoek van branchevereniging Global Technology Industry Association (GTIA). Het Benelux-kanaal omarmt ai massaal, maar dat geeft ook meer spanning met de tech-partners die de overgang maken naar het ai-tijdperk.  De minder positieve relatie tussen bedrijven in het kanaal en hun tech-leveranciers blijkt mede verband te houden met de komst van ai. Want ai verandert het ecosysteem. In de Benelux komt daar extra druk bovenop. Door de meertaligheid en de versnipperde ondersteuning aldaar raken mensen sneller gefrustreerd, omdat programma’s niet goed genoeg zijn aangepast aan kleinere, lokale markten zoals in België en Nederland. Andere licentiestructuur Estelle Johannes, Head of Regional Communities bij GTIA, constateert dat de introductie van ai de relatie tussen it-dienstverleners en hun technologiepartners onder druk zet. ‘It-dienstverleners zitten ook met het probleem dat hun leveranciers mede in verband met ai de licentiestructuur overhoop halen,’ zegt Johannes. Dat vergt veel uitleg aan klanten. ‘De samenstelling van softwarepakketten verandert, wat gepaard gaat met een nieuwe prijsopbouw. De klanten moeten beoordelen met welke variant ze het beste uit zijn. Voor it-dienstverleners is het lastig om het juiste advies te geven, temeer daar veel leveranciers niet meer van het aantal gebruikers uitgaan maar van het verbruik van ai-diensten. Die wezenlijk andere tariefstructuur geeft onzekerheid. Een vrij nieuw fenomeen is resultaatgerichte facturatie waarbij de leverancier een deel van de extra opbrengst, de toegevoegde waarde van ai, in de rekening verwerkt,’ legt Johannes uit.  Nieuwe features met ai worden toegevoegd waarvan niet duidelijk is hoeveel die worden gebruikt en welke impact die op de factuur hebben. ‘Als die extra ai-functies vast onderdeel vormen van de basislicenties maar de klant gebruikt ze niet, krijgt die al gauw het gevoel te veel te betalen. Bovendien wordt aan de contractvoorwaarden regelmatig gesleuteld,’ zegt Johannes. It-dienstverleners verwachten meer ondersteuning voor ai, betere aansluiting op hun businessmodel en sterkere lokale ondersteuning in de Benelux-markt. Groeimotor Verder blijkt uit het Benelux-onderzoek dat it-dienstverleners voor de komende jaren vooral groei uit nieuwe domeinen verwachten. AI-diensten worden het vaakst genoemd als groeimotor. 30 procent verwacht de komende twee jaar aanzienlijke groei, terwijl 10 procent denkt dat ai de belangrijkste inkomstenbron wordt. Momenteel haalt 35 procent van de it-serviceproviders in de Benelux tussen de 6 procent en 10 procent van de inkomsten uit producten en/of diensten die met ai verband houden.  RapportHet volledige rapport is voor GTIA-leden beschikbaar op https://gtia.org/research. De GTIA is een onafhankelijke, vendor-neutrale non-profitorganisatie die het wereldwijde it-kanaal vertegenwoordigt.
Dit zijn de gevaren van ai (6) voor mens en maat­schap­pij
6 dagen
Ai is aan een enorme opmars bezig, op korte termijn is het misschien een hype, maar op de lange termijn heeft ai waarschijnlijk meer invloed op de economie, ons werk en de maatschappij dan we nu kunnen overzien. Ai-aanbieders buitelen over elkaar heen met juichverhalen over ai. Maar wat zijn de gevaren? In het boek De grote verandering – Hoe machines slimmer worden en wat dat voor jou betekent, benoemt futurist en ai-spreker Robbert van Empel naast allerlei kansen en mogelijkheden ook zes gevaren van ai die op de loer liggen. We zetten ze samengevat op een rij. #1 De ai-wapenwedloop leidt tot risico’s De wedstrijd om de slimste te zijn met ai en toepassingen te ontwikkelen die op vrijwel alle vlakken slimmer zijn dan mensen speelt zich af tussen de machtsblokken China en de VS. De Amerikaanse aanpak is door keiharde concurrentie tussen een aantal grote spelers enigszins chaotisch, maar qua regeling krijgen die spelers veel ruimte omdat de Amerikaanse overheid ‘als de dood’ is om de voorsprong op China te verliezen, beschrijft Van Empel. Waar eerder nog een bredere discussie was over ethiek en het doel van ai en de gevaren voor mensen, sluit de overheid nu contracten voor ai-toepassingen voor het leger, spionage en nieuwe wapens. In China loopt de ai-ontwikkeling via een strak door de staat gestuurd groeiprogramma. Ze dwingen de beste ai-onderzoekers, en eigenaren van grote datasets en supercomputers tot samenwerking waarbij nieuwe ai-datacenters voor hun energietoevoer waarschijnlijk aan kerncentrales worden gekoppeld. Die dynamiek van een machtsstrijd kan leiden tot het nemen van steeds grotere risico’s en het overslaan van veiligheidsstappen om de concurrentie voor te blijven. Van Empel: ‘De overtuiging dat snelheid en innovatie belangrijker zijn dan het voorkomen van kleine foutjes, in Sillicon Valley-motto: ‘move fast and break things’, krijgt een nieuwe angstaanjagende betekenis als het ‘ding’ dat je kapot kunt maken de toekomst van de mensheid is.’ #2 Het gevaar van ai-kolonialisme Van Empel spreekt over een onzichtbare overheersing door ai. Een gevaar dat volgens hem subtieler is dan de ai-wapenwedloop. Hij noemt dat ai-kolonialisme. ‘We denken vaak dat technologie neutraal is. Dat een rekenmachine geen mening heeft. Maar ai is geen rekenmachine. Ai is getraind op data en die data bevatten een wereldbeeld.’Hij wijst op de cultuur en de normen die in de ai-oplossingen terecht komen. In het geval van de VS is deze ai ‘doordrenkt’ met typische waarden van de Amerikaanse Westkust en Sillicon Valley, zoals hyper-kapitalisme, liberalisme, efficiëntie en winst. De Chinese ai bevat de waarden van de Communistische Partij die sociale stabiliteit boven individuele vrijheid stelt. Het model verkiest harmonie boven kritiek en de belangen van de groep gaan altijd boven die van het individu. ‘Het risico is dat we eindigen in een wereld waarin er nog maar twee smaken zijn: De Amerikaanse of de Chinese’, schrijft Van Empel die wijst op het belang van open ai-modellen die de eigen waarden en culturen van de makers én gebruikers weerspiegelen. ‘Als we niet oppassen worden we digitaal gekoloniseerd zonder dat er ooit een soldaat aan te pas komt.’ #3 Strenge regelgeving zet Europa buitenspel in ai-innovatie Europa kiest in de mondiale ai‑race niet voor schaal of snelheid, maar voor regulering als strategisch antwoord, duidt Van Empel. De EU AI‑Act werkt volgens een risico‑piramide, duidt hij. Bovenaan staan ‘verboden toepassingen’ zoals social scoring, onbewuste manipulatie, realtime biometrie in de openbare ruimte en emotieherkenning op school of werk. In de volgende laag komen ‘hoog‑risico’‑systemen aanbod. Het gaat om ai-toepassingen voor onder meer rechtshandhaving, migratie en onderwijs, die aan strenge eisen moeten voldoen. Toepassingen met ‘beperkt risico’, zoals chatbots vormen de derde laag, aanbevelingssystemen en spamfilters vallen in de vierde ‘minimaal risico’-categorie.   Met deze structuur wil Brussel ethische grenzen afdwingen en wereldwijd de standaard zetten voor verantwoorde ai, duidt de auteur. Dat is het zogeheten Brussels effect: Europese regels worden zo invloedrijk dat ze internationaal worden overgenomen. De gedachte daarachter is dat Europa niet hoeft te winnen op rekenkracht, maar op normstelling — door de spelregels van de ai‑race te herschrijven. Critici waarschuwen dat deze aanpak de Europese ai-innovatie kan afremmen. Terwijl Amerikaanse en Chinese bedrijven op volle snelheid doorgaan, dreigt Europa te verzanden in bureaucratie. Dat kan leiden tot technologische achterstand, afhankelijkheid van buitenlandse ai‑systemen en tragere toegang voor Europese burgers tot nieuwe ai‑toepassingen. Kortom: bescherming en normstelling botsen met het risico dat Europa zichzelf buitenspel zet in de innovaties rondom ai, aldus de ai-expert. #4 Slechte mensen misbruiken ai-superkrachten ‘Een van de meest directe, tastbare gevaren van ai is dat het een ongelooflijk krachtig gereedschap is in handen van mensen met slechte bedoelingen’, schrijft Van Empel die wijst op de destructieve gevolgen van de ‘krachtversterker’ die ai is. Hij wijst bijvoorbeeld op ai-modellen die de kennis vergaren van alle beschikbare wetenschappelijke informatie rondom bijvoorbeeld biologische wapens of het ontwerp van een gevaarlijk virus. Ai verlaagt volgens hem de drempel voor het creëren van een pandemie. Konden eerst alleen supermachten zoiets creëren, nu ligt die weg ook open voor een paar ‘slimme’ studenten in een garage die via ai-toegang hebben tot allerlei informatie en het systeem bevragen op tips om zo’n virus te verspreiden. ‘Ook is ai een geducht wapen in de informatieoorlog’, schrijft de auteur. Nu wordt ai al ingezet voor nep-informatie en propaganda, dat kan met de opkomst van deepfake videos, nepprofielen op sociale media en aanvallen op de feitelijke waarheid alleen maar toenemen, stelt hij.Ook de opkomst van door ai aangestuurde wapens die zelfstandig, dus zonder de tussenkomt van mensen beslissen over leven en dood, leiden tot zorgen. En dan is er ook de angst voor ai die cyberoorlogsvoering en kwaadwillende hackers 24×7 kan ondersteunen.#5 Controleverlies als de computer niet meer luistertEén van de meest existentiële en fundamentele gevaren waar de makers van ai van wakker liggen is het risico op controleverlies, stelt Van Empel. ‘Wat gebeurt er als we erin slagen een ai te maken die zo onvoorstelbaar slim is (superintelligent) dat het zijn eigen doelen begint na te streven en zich niet langer laar sturen door de menselijke makers?’, vraagt hij zich af. Hij schetst een aantal apocalyptische scenario’s uit onder mee het AI 2027-rapport en wijst erop dat ai echt gevaarlijk wordt als het de mens als belemmering gaat zien voor zijn eigen voorbestaan. #6 Het verlies van de vrijheid door ai als controle-instrument ‘Naast de apocalyptische scenario’s van een op hol geslagen superintelligentie, is er een ander, meer sluipend en misschien wel waarschijnlijker gevaar. Een gevaar dat niet onze levens bedreigt maar wel onze vrijheid en autonomie. Ai is namelijk het perfecte, meest efficiënte instrument voor surveillance en sociale controle dat ooit is uitgevonden’, schrijft Van Empel. Hij wijst op autoritaire staten zoals China waar die controle al dagelijkse realiteit is doordat camera’s met geavanceerde technologie voor gezichtsherkenning burgers volgen en beoordelen en bij overtredingen beperkingen opleggen, zo ontstaat een ‘digitale gevangenis met onzichtbare tralies.’ Hij schrijft dat in Westerse landen inlichtingendiensten onder het mom van ‘veiligheid’ hun boekje te buiten gaan door op zoek in een databerg van telefoongesprekken, emails en internetverkeer de privacy van burgers te schenden. ‘De grote verandering dwingt ons om een fundamenteel en dringend debat te voeren over de balans tussen technologie, veiligheid en vrijheid.’ De Grote Verandering – Hoe machines slimmer worden en wat dat voor jou betekentAuteur: Robbert van EmpelISBN: 9789493480148Uitgeverij: Van Duuren Management
Geen ai zonder keurmerk: waarom voor­uit­lo­pen op ISO 42001 slim is
6 dagen
BLOG – KPMG en CM.com haalden onlangs het keurmerk voor ISO 42001. Daarmee sluiten zij zich aan bij zo’n driehonderd organisaties wereldwijd die deze nieuwe internationale norm voor verantwoord ai-gebruik invoerden. Hoewel het nog om beperkte aantallen gaat, is het patroon herkenbaar. ISO 27001, de norm voor informatiebeveiliging, was eerst ook een strategische keuze. Nu is het vanzelfsprekend en in aanbestedingen niet zelden een harde eis.  Toch wachten veel organisaties nog af. En precies daar zit de spanning: wie pas in beweging komt wanneer de norm breed wordt geëist, loopt het risico achter te raken. Vier organisaties, Milgro, Ictivity, Ilionx en Thinkwise, maakten die afweging nu al. In dit artikel leggen ze uit waarom zij niet wachten op de norm, maar ISO 42001 overwegen of omarmen als strategische investering en wat dat intern oplevert.Niet wachten op de vraagDe norm is in opkomst, maar deze organisaties handelen er nu al naar. Ze wachten niet tot klanten, de markt of de overheid erom vragen, maar verwerken de ontwikkeling proactief in hun beleid en processen. Mariët Scholten, cfo bij Thinkwise, trekt een parallel met cybersecurity: ‘Vragen over cybersecurity zijn al leidend in klantgesprekken. Ai volgt dezelfde route: eerst bewustwording, dan verwachting, dan eis. De organisaties die dan al gecertificeerd zijn, hoeven niet meer te reageren, die kunnen het gewoon laten zien.’Ook bij Milgro houden ze de ontwikkeling nauw in de gaten. Waar nu bestaande AVG- en geheimhoudclausules nog volstaan, verwacht directeur Gijs Derks dat dit snel verandert: ‘Ai-specifieke eisen vinden hun weg naar tenders en contracten. ISO 42001 wordt voor ons een aankomende license to operate. Iets wat je gewoon moet hebben om serieus mee te doen.’Diezelfde urgentie klinkt ook door bij it-dienstverlener Ilionx. ‘Nu ai een grotere rol speelt in interne processen en klantoplossingen, wordt het ook belangrijker om de inzet ervan op een gestructureerde en aantoonbare manier te organiseren’, zegt Rik Opdam, managing consultant ai bij Ilionx. Michael Schmitt, portfolio manager bij Ictivity kijkt naar sectoren waar de druk snel toeneemt. ‘Het is een kwestie van tijd, zeker in zorg, lokale overheid en woningcorporaties. Wie dan al gecertificeerd is, staat sterk, niet alleen in aanbestedingen, maar ook in de dagelijkse klantrelatie.’Het is geen kostenpost, het is een investeringAls certificering onvermijdelijk wordt, verschuift de vraag van of naar wanneer. Of scherper gesteld: wat kost het om te wachten? De certificering kost grofweg tienduizend tot honderdduizend euro, afhankelijk van de omvang van de organisatie. Dat bedrag kan doen twijfelen. Maar genoemde vier organisaties draaien de vraag bewust om: wat kost het om het níet te doen?Voor Milgro is die afweging al gemaakt. ISO 42001 is daarbij geen losstaand project, maar de volgende stap na ISO 27001 en NIS2. ‘Je kunt zeggen dat je het goed doet, maar een keurmerk onderbouwt dat’, vertelt Gijs Derks. Ictivity deelt die redenering, maar benadert het ook vanuit een zakelijke invalshoek. ‘De kosten zijn reëel, maar de strategische waarde staat voor ons buiten kijf. ISO 42001 wordt uiteindelijk een onderscheidende bouwsteen voor organisaties. Het keurmerk is een signaal dat je als organisatie verantwoordelijkheid neemt’, zegt Michael Schmitt.Bij Ilionx ligt de nadruk ook op de klantrelatie. Marco Marti, kwaliteitsmanager GRC bij Ilionx, vult aan: ‘ISO 42001 is voor ons relevant om aan te tonen dat we klanten verantwoord adviseren over het gebruik en de implementatie van ai-toepassingen. Niet als verplichting, maar als bewijs van wat de organisatie al doet.’ Thinkwise koppelt de overweging rechtstreeks aan bedrijfsrisico. De organisatie zet ai in voor het efficiënter maken van interne processen en ze zijn volop bezig met het implementeren van ai-functionaliteiten in haar modelgedreven ontwikkelplatform. Het bedrijf weet daardoor uit ervaring wat er op het spel staat als ai-systemen niet goed worden beheerd. ‘Het gaat om het beheersen van risico’s, het bewaken van de kwaliteit van output en het versterken van vertrouwen richting klanten. Dat is geen abstract streven, maar iets wat dagelijks in de operatie terugkomt’, zegt Mariët Scholten van Thinkwise.Intern vertrouwen is minstens zo waardevolDe investering wordt vaak gerechtvaardigd door externe factoren: klantverwachtingen, concurrentiepositie en risicobeheersing. Maar intern blijkt de impact minstens zo groot.Dat wordt bij Milgro misschien wel het meest concreet zichtbaar. De organisatie investeert niet alleen in processen, maar bewust in mensen. Er komt een dedicated ai-compliance-medewerker en een ai agent officer: iemand die in de eerste maanden volledige vrijheid kreeg om tools en toepassingen te verkennen en nu agents bouwt samen met het operations excellence team. ‘Ai-vragen komen bij de juiste mensen, omdat die er zijn en de processen kloppen. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar vraagt om echte investering. We winnen er vertrouwen mee: we weten dat vragen over ai in goede handen zijn’, licht Gijs Derks toe.Bij Ilionx is de certificering een richtinggevend kader voor de hele organisatie, niet als een project met een einddatum. Rik Opdam: ‘We scholen onze medewerkers, werken onze algemene voorwaarden bij en verantwoord AI nemen we mee bij de beoordeling van nieuwe en bestaande producten en diensten.’Vooroplopen of inhalen  Het beeld is duidelijk: ISO 42001 is nog geen harde eis, maar beweegt die kant op. De klantvraag komt, de investering is te onderbouwen en interne opbrengst is groter dan gedacht. Daarmee verandert ook de kernvraag voor organisaties. Niet langer: moeten we hier al iets mee? Maar: willen we vooroplopen of straks inhalen?Marianne Snapper, contentspecialist Marcommit
Nieuwe Box 3-stelsel jaagt techtalent het land uit
6 dagen
Een groep Nederlandse techbedrijven hekelt het nieuwe Box 3-stelsel waaraan het kabinet werkt. Ze vrezen dat deze vermogensaanwasbelasting, waarbij wordt uitgegaan van het werkelijk rendement, (internationaal) talent wegjaagt. Het kabinetsvoorstel betekent dat medewerkers die voor een deel in aandelen worden beloond, daaropvolgend in Nederland belasting moeten betalen over de papieren winst, zonder dat zij aandelen hebben verzilverd. Techbedrijven als Adyen, Bird, Bunq, Catawiki, CM.com, DataSnipper, Just Eat Takeaway.com, Mews, Picnic, Polarsteps, Remote, Sendcloud, Smart Photonics, TomTom en Transferz staan op hun achterste poten. Ook een aantal in Nederland gevestigde techbedrijven waaronder Booking.com, Uber en Prosus hebben de felle schriftelijke reactie over deze fiscale aanpak ondertekend. Samen hebben deze techbedrijven een coalitie gevormd die het kabinet in een brief waarschuwt voor de gevolgen. Aandelen Bedrijven concurreren wereldwijd om dezelfde schaarse specialisten, van ai-specialisten en engineers tot senior management. De beloningen die (grote) techbedrijven hun medewerkers bieden, moeten aansluiten op de internationale arbeidsmarkt, vindt de coalitie. In de internationale techwereld is het gebruikelijk dat een groot deel van de medewerkers deels wordt beloond in aandelen (equity). Het kabinet wil niet alleen daadwerkelijk gerealiseerd inkomen zoals dividend, als vermogensaanwas belasten maar ook jaarlijkse papieren waardestijgingen van bezittingen. En tot ongenoegen van de techwereld worden aandelenbeloningen daar bijgerekend. Een stijging van dit aandelenpakket kan tot een flinke belastingaanslag leiden. Belasting bij realisatie Betrokken techbedrijven pleiten met klem voor belasting bij realisatie: waardestijgingen van aandelen worden pas belast op het moment van verkoop, bijvoorbeeld wanneer werknemers uit dienst gaan en hun aandelen te gelde willen maken. Dan wordt het een vermogenswinstbelasting, zoals die in vrijwel alle andere Europese landen geldt. Middels een reparatie via de Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups tracht het kabinet een deel van het tech-ecosysteem te ontzien. Maar de grotere vaak internationaal opererende techbedrijven vallen daar buiten. De tech-coalitie met Jeroen van Glabbeek, ceo CM.com, als spreekbuis noemt dat een systeemfout. Als belasting bij realisatie niet mogelijk is, stelt de coalitie voor om de uitzondering in de Wet fiscale stimulering van startups en scale-ups breder toe te passen. Alle aandelen verkregen als onderdeel van een beloningspakket worden dan belast via een vermogenswinstbelasting in plaats van een vermogensaanwasbelasting. Speciale belastingstatus Een ander voorstel tot reparatie is herstel van de partiële buitenlandse belastingplicht binnen de 27 procent-regeling. Dit betekent dat mensen die uit het buitenland komen werken, een speciale belastingstatus kunnen krijgen zodat ze minder belasting betalen over bepaalde inkomsten. Voor sommige onderdelen doet de fiscus alsof iemand in het buitenland woont. Buitenlandse werknemers vallen nu onder een regeling waarbij 27 procent van het loon onbelast mag worden vergoed. Tenslotte vraagt de coalitie een ruime verliesverrekening: introductie van een effectieve ‘carry-back-regeling’ van ten minste drie jaar (als een bedrijf nu verlies maakt, mag het dat verlies aftrekken van winsten die het in de afgelopen drie jaar heeft gemaakt. Daardoor krijgt het belasting terug, n.v.d.r.)
Groen licht voor moderne Archiefwet
1 week
Digitale overheid moet sneller archiveren De overheid krijgt per 1 januari 2027 een nieuwe Archiefwet die is toegesneden op het digitale tijdperk. De Eerste Kamer stemde afgelopen dinsdag in met de modernisering. De belangrijkste verandering is dat overheden hun blijvend te bewaren informatie voortaan binnen tien jaar moeten overdragen aan een archiefdienst, in plaats van na twintig jaar. Dat moet zorgen voor meer openheid, beter behoud van digitaal erfgoed en snellere toegang voor onderzoekers en journalisten. Minister Rianne Letschert (OCW) zegt dat de wet nodig is om digitale overheidsinformatie veilig te stellen. ‘Alleen als informatie vindbaar, betrouwbaar en leesbaar blijft, kunnen burgers, politici, journalisten en onderzoekers de overheid volgen en bevragen. Dat versterkt het vertrouwen in de overheid en de democratische rechtsstaat.’ Papier De huidige Archiefwet stamt uit 1995, een tijd waarin overheden vooral met papier werkten. De nieuwe wet sluit aan op hoe informatie nu ontstaat: digitaal, versnipperd en in grote hoeveelheden. Overheden worden daarom verplicht om digitale informatie ‘vanaf het moment van ontstaan’ goed te beheren. Dat geldt voor e-mails, chatberichten, videobeelden, websites en andere digitale bronnen. Ze moeten duurzaam worden opgeslagen, zodat ze niet verdwijnen bij systeemupdates of verouderde technologie. Achteraf ordenen werkt simpelweg niet meer. Ook wordt het toezicht op informatiebeheer aangescherpt, met onder meer een meldplicht en de mogelijkheid tot boetes. Vaak uitstel De wet verduidelijkt verantwoordelijkheden, vertaalt oude begrippen naar de digitale praktijk en moderniseert de diploma‑eis voor archivarissen. Daarnaast komt er meer aandacht voor scholing en professionalisering. Zo moet de wet een stevige basis leggen voor toekomstbestendig beheer van overheidsinformatie. De invoering van de nieuwe Archiefwet is meermaals uitgesteld. Begin 2022 werd nog aangenomen dat de wet begin 2024 van kracht kon zijn. Daarna werd 1 juli 2026 genoemd en uiteindelijk is de inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2027. 
Van Empel ontrafelt impact van ai – en zet lezer aan het werk
1 week
Boekbespreking | ‘De grote verandering’ van Robbert van Empel De discussie over ai schiet vaak door in doemscenario’s of marketingpraat, maar in De Grote Verandering kiest futurist en ai-spreker Robbert van Empel voor een nuchtere, meer afgewogen kijk. Hij laat zien dat de ai-revolutie al in volle gang is, dat ontwikkelingen elkaar razendsnel opvolgen en dat de gevolgen direct relevant zijn voor de lezer. Geen hype, geen handboek, maar een helder geschreven gids die uitlegt waarom de impact van ai sneller en breder voelbaar wordt dan veel organisaties beseffen. In De Grote Verandering – Hoe machines slimmer worden en wat dat voor jou betekent noemt de auteur vier technologische revoluties die tegelijkertijd plaatsvinden: de doorbraak van ai (kennisexplosie), de overgang naar vrijwel schone energie, de revolutie in biotechnologie en de explosieve groei van sensortechnologie. Samen vormen deze ontwikkelingen een versnellingsmechanisme dat de economie, samenleving en zelfs onze definitie van mens-zijn opnieuw vormgeeft, aldus de schrijver. In zijn 144 pagina’s tellende werk, dat door Van Duuren Management is uitgegeven, gaat Van Empel van de vier genoemde technologische revoluties vooral in op ai. Verwacht echter geen technisch handboek. De schrijver probeert in heldere taal en zonder jargon de complexe krachten achter ai te ontrafelen en laat zien waarom de toekomst sneller dichterbij komt dan veel mensen denken. Hij legt niet alleen uit wat er gebeurt, maar ook waarom dit relevant is voor iedereen: van ondernemers en beleidsmakers tot studenten en nieuwsgierige lezers. Van Empel koppelt de opkomst van ai aan lessen uit technologische doorbraken uit de geschiedenis, vat kernachtig samen wat ai volgens hem eigenlijk is en beschrijft met tal van voorbeelden hoe ai de wereld nu al verandert. Hij schetst feitelijk, dus zonder de vaak angstaanjagende scenario’s die in opinies over ai meestal doorklinken, welke gevaren er op de loer liggen. Die feitelijke benadering is verfrissend in een tijd waarin het lijkt alsof de opkomst van ai alleen nog door voor- of tegenstanders wordt geanalyseerd. Mensentaal Een onderwerp dat meermaals in het boek terugkomt, is vibe coding, oftewel programmeren zonder code. Iedereen kan in principe zonder kennis van programmeertalen als Python, C++ of JavaScript software bouwen in ‘gewone mensentaal’, stelt Van Empel. Door die ‘democratisering’ van softwareontwikkeling is de barrière tussen een idee hebben en software maken volgens hem vrijwel verdwenen. Van Empel biedt ook handvatten waarmee lezers zelf kunnen experimenteren met ai. Dat doet hij zonder oog te verliezen voor de risico’s. Het boek wordt afgesloten met een hoofdstuk waarin de lezer kennismaakt met prompt engineering. In die ‘praktijkgids’ leert de lezer hoe ai-modellen het beste kunnen worden bevraagd om tot bevredigende antwoorden te komen. Ook legt Van Empel de werking van veelgebruikte taalmodellen uit. Daarnaast bespreekt Van Empel de verschillen tussen veelgebruikte ai-modellen zoals Gemini (Google), Claude (Anthropic) en ChatGPT (OpenAI). Ook deelt hij een promptbibliotheek met eigen voorbeelden voor het bouwen van ai-tools. Het gaat om toepassingen voor het maken van samenvattingen, projectvoorstellen of werkplanningen. Om up-to-date te blijven in de snel veranderende wereld van ai deelt hij bovendien een link naar informatie over nieuw beschikbare ai-tools. De auteur bepleit in zijn boek dat lezers vooral zelf met ai aan de slag moeten gaan. Of zoals hij het samenvat: ‘Je kunt honderden boeken lezen over zwemmen, maar je leert het pas echt als je in het water springt.’ Door te doen, verdwijnt de angst en worden mogelijkheden ontdekt, stelt Van Empel, die vervolgens een gereedschapskist aanreikt waarmee ai-vaardigheden zijn te ontwikkelen. De Grote Verandering – Hoe machines slimmer worden en wat dat voor jou betekentAuteur: Robbert van EmpelISBN: 978-94-9348-014-8Uitgeverij: Van Duuren Management
TikTok-advocaat Geert Potjewijd neemt roer over bij privacywaakhond AP
1 week
Geert Potjewijd wordt de nieuwe voorzitter van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Hij volgt Aleid Wolfsen op, die deze functie tien jaar bekleedde. De benoeming voor een periode van vijf jaar gaat in per 1 augustus aanstaande.  Hij stond als advocaat onder meer ByteDance bij, het moederbedrijf van TikTok, in een zaak over vermeende inbreuk op de privacy. Potjewijd werkt bij De Brauw Blackstone Westbroek, het grootste advocatenkantoor van Nederland. Hij geeft mede leiding aan de praktijkgroep gegevensbescherming. Potjewijd is gespecialiseerd in complexe rechtszaken en de handhaving van regelgeving, met name op het gebied van gegevensbescherming, gegevensbeheer en gegevensbeveiliging.  Zijn werk bevindt zich vaak op het snijvlak van juridische risico’s, technologie en publieke controle, en hij adviseert over belangrijke internationale kwesties. Bij het advocatenkantoor was hij eerder ook voorzitter van het bestuur. Voor zijn lange carrière als advocaat was hij docent en onderzoeker aan de Universiteit Leiden. Onvoorspelbare werkwijze Bij de AP wacht hem een aantal grote uitdagingen. Vertrekkend voorzitter Aleid Wolfsen is niet geheel onomstreden. Hij krijgt al jaren kritiek op zijn bestuurlijke stijl, de trage en soms ook onvoorspelbare werkwijze van de AP onder zijn leiding, en zijn manier van omgaan met onafhankelijkheid en toezicht.  Onder zijn leiding was de AP vaak slecht bereikbaar en onderbemand. De AP nam de telefoon bewust minder vaak op om de werkdruk te verlagen: nog maar twee uur per dag, vier dagen per week bereikbaar. Dit leidde tot minder klachten, maar werd gezien als symptoombestrijding en gebrek aan capaciteit. Bedrijven en overheden ervaren het boetebeleid als onvoorspelbaar. Dit leidt tot onzekerheid in de markt over wat wel en niet mag onder de privacywetgeving. Wolfsen zou zich te veel beroepen op de volledige onafhankelijkheid van de toezichthouder, waardoor zijn ‘wil wet is’, terwijl de buitenwereld meer overleg en afstemming verwacht.  Kritiek Deze kritiek kwam vooral naar voren in de officiële evaluatie van de AP door de Universiteit Tilburg en Berenschot, die in maart 2025 naar de Tweede Kamer is gestuurd. De toenmalige staatssecretaris uitte kritiek op het feit dat Wolfsen zichzelf als opdrachtgever van de evaluatie positioneerde. De AP leverde het rapport bovendien te laat aan het ministerie, waardoor een gelijktijdige reactie onmogelijk was. Voor het rapport zijn ook medewerkers van de AP geïnterviewd. Zij bevestigen de organisatorische problemen, gebrek aan duidelijke prioritering en een cultuur waarin kritiek lastig is. Digitale samenleving Monique Verdier, vicevoorzitter van de AP: ‘Wij zijn heel blij dat Geert Potjewijd deze rol op zich wil nemen. Hij brengt letterlijk de buitenwereld binnen. Hij weet veel over gegevensbescherming, maar zijn intrinsieke motivatie om mensenrechten te versterken en de democratie te beschermen, is nog belangrijker.’ Geert Potjewijd: ‘De digitale samenleving en de groei van artificiële intelligentie raken ons allemaal. De AP heeft daarin als toezichthouder een belangrijke rol. De nieuwe voorzitter van de AP staat voor de taak om leiding en richting te geven aan een toezichthouder in een digitale samenleving. Een samenleving die met de dag verder digitaliseert en waarin enorme hoeveelheden persoonsgegevens worden verzameld, gebruikt en doorgegeven. Algoritmes en artificiële intelligentie maken de impact op het leven van mensen nog veel groter.  Dat vraagt om een toezichthouder die mensen beschermt, stelt de AP in een persbericht. ‘En om een voorzitter die stevig leiding geeft, op de toekomst gericht is en oog heeft voor wat er speelt in de maatschappij en wat mensen nodig hebben. Maar die ook voortdurend de balans bewaakt tussen innovatie en de bescherming van grondrechten.’
Inspectie vernietigend over beveiliging Clinical Diagnostics na datahack
1 week
Dit ging er allemaal mis bij Clinical DiagnosticsClinical Diagnostics voldeed tijdens de geruchtmakende hack begin juli 2025 niet aan de wettelijk verplichte norm NEN 7510 voor informatiebeveiliging in de zorg. Als dat wel was gebeurd, zou de kans op een massale datahack kleiner zijn geweest en waren de gevolgen minder ernstig uitgevallen. Dat concludeert de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) na onderzoek bij het medisch diagnostisch laboratorium in Rijswijk, dat deel uitmaakt van het Franse Eurofins.Tijdens de hack werden de (medische) gegevens van zo’n 941.000 personen ingezien of gestolen. Vooral onder deelnemers aan het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker was de onrust groot.Organisaties die werken met patiëntgegevens moeten voldoen aan de norm NEN 7510 om risico’s op cyberincidenten te beperken. Maar zelfs in december vorig jaar had het lab zijn zaken bij de betrokken bedrijfsonderdelen (LCPL en NMDL in Rijswijk) nog niet op orde. Er was geen onafhankelijke audit uitgevoerd op de informatiebeveiliging. Daarnaast had het bedrijf de risico’s bij het verwerken van gegevens niet periodiek in kaart gebracht, zoals is voorgeschreven. Zonder inzicht in die risico’s kon het niet bepalen welke maatregelen nodig waren voor databeveiliging. De inspectie gaat hier de komende tijd scherper op letten.VeronderstellingVolgens Clinical Diagnostics bleek het niet mogelijk vast te stellen hoe de aanvallers toegang kregen tot een gecompromitteerd gebruikersaccount. Het moederbedrijf Eurofins verkeerde in de veronderstelling dat de gehele omgeving van Clinical Diagnostics werd gemonitord door het security operations center (soc). De legacy-omgevingen die de hackers wisten binnen te dringen, zouden echter door een menselijke fout buiten de scope van de monitoring zijn geraakt.Het SOC dacht ten onrechte dat die omgevingen niet langer actief waren en schakelde de monitoring ervan uit. Hierdoor werden afwijkende patronen in de logging niet opgemerkt. Het viel daardoor niet op dat hackers data van bijna een miljoen burgers wisten te ontfutselen.Het bedrijf zei tegenover de onderzoekers van de IGJ dat de toegang tot het gecompromitteerde account ten tijde van de hack was beveiligd met een wachtwoord van zestien karakters. Op het getroffen account bleek echter geen multi-factorauthenticatie actief. In het verleden zou dat wel het geval zijn geweest.Juist beeldDe inspecteurs hadden nogal wat tijd en moeite nodig om van de situatie bij Clinical Diagnostics een juist beeld te krijgen. Zo zei het bedrijf gedeeltelijk aan de NEN 7510-norm te voldoen. Later bleek echter dat dit alleen gold voor een bedrijfsonderdeel dat buiten de hack was gebleven. Verder hadden de inspecteurs gevraagd of de getroffen bedrijfsonderdelen aantoonbaar voldeden aan de norm NEN 7510. Het bedrijf zei niet te weten of hier in het verleden een audit had plaatsgevonden. Anderhalve maand later moest Clinical Diagnostics erkennen dat dit al meer dan drie jaar niet was gebeurd.Gezien de grote omvang van de gegevensverwerking en de risico’s voor de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen, vanwege de gevoelige aard van de gegevens, had het bedrijf meer verantwoordelijkheid moeten nemen, aldus de inspectie. De wettelijke plicht om volgens NEN 7510 te werken bestaat juist om dit soort risico’s te beperken. Clinical Diagnostics had de risico’s van de verwerking van deze gegevens periodiek en bij grote veranderingen in kaart moeten brengen. Zonder die risico’s te kennen, was het bedrijf niet in staat passende maatregelen te treffen.CertificaatDe affaire rond Clinical Diagnostics geeft de IGJ aanleiding om zorgaanbieders op te roepen om aantoonbaar te werken volgens NEN 7510. Zij moeten beschikken over een certificaat en/of beoordeling door een onafhankelijke partij. Voor zorgaanbieders die gebruikmaken van laboratoria of andere derde partijen betekent dit dat zij ook actief moeten controleren of de informatiebeveiliging van deze partijen aantoonbaar voldoet. De inspectie besteedt hier de komende tijd extra aandacht aan in haar toezicht, omdat zorgketens bijzonder kwetsbaar blijken. Eén hack kan direct handenvol zorginstellingen raken.De IGJ kan geen sancties opleggen. De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) kan dat wel, maar heeft het onderzoek naar de zaak nog niet afgerond. Clinical Diagnostics heeft na de aanval al losgeld betaald aan de cybercriminelen. De financiële schade kan nog verder oplopen nu blijkt dat het bedrijf meer verantwoordelijkheid had moeten nemen.

Pagina's

Abonneren op computable