computable

126 nieuwsberichten gevonden
Als eerste lokale Benelux-partner officieel erkend door Anthropic
1 uur
Cloudar, een it-bedrijf met hoofdkantoor in het Antwerpse Kontich, heeft naar eigen zeggen als eerste lokale speler in de Benelux de status van Anthropic Authorized Reseller behaald. Hiermee volgt het enkele grotere internationale spelers die status recent aankondigden. Om in aanmerking te komen, moet een partner aantoonbare omzet en een substantiële Anthropic-gerelateerde pipeline voorleggen. Dat is een lat die slechts een handvol AWS-partners wereldwijd haalt. ‘We hebben van bij het begin ingezet op AWS als ons enige platform en op ai als onze grootste groeipijler’, zo licht Senne Vaeyens, mede-oprichter en managing partner bij Cloudar, toe.De erkenning maakt de partner tot één van de weinige geselecteerde partijen wereldwijd die via AWS Bedrock officieel de nieuwste Claude-modellen van Anthropic kan aanbieden aan enterprise-klanten. Naast namen als Nordcloud (een IBM-bedrijf) en Xebia, staat nu ook Cloudar op die lijst. Nieuw beleid De timing is niet toevallig. Sinds een AWS-beleidswijziging in oktober 2025 vereist toegang tot de nieuwste Claude-modellen via Bedrock dat de beheerende AWS-partner officieel erkend is door Anthropic. Klanten die werkten met een niet-erkende partner konden deze modellen simpelweg niet activeren, ongeacht hun budget of intentie. Grote organisaties in de Benelux stonden hierdoor maandenlang voor een gesloten deur. Met de erkenning kan Cloudar nu als Benelux-partner enterprise seats voor Anthropic leveren, klanten onboarden op modellen zoals Claude 4 en Claude Code, en ai-oplossingen bouwen rechtstreeks op AWS-infrastructuur.De erkenning van Cloudar past in een bredere beweging bij Anthropic. Begin maart kondigde het bedrijf het Claude Partner Network aan, een programma voor partnerorganisaties die ondernemingen helpen bij de adoptie van Claude. Anthropic trekt daar initieel honderd miljoen dollar voor uit, te besteden aan opleidingen, technische ondersteuning en gezamenlijke marktontwikkeling. Claude is volgens Anthropic momenteel het enige frontier ai-model dat beschikbaar is op alle drie de grote cloudplatformen: AWS, Google Cloud en Microsoft Azure.
Hackers dringen systemen ministerie van Financiën binnen
10 uur
De ict-beveiliging van het ministerie van Financiën heeft afgelopen donderdag 19 maart ongeautoriseerde toegang gesignaleerd tot systemen voor een aantal primaire processen op het beleidsdepartement. Zo heeft het ministerie meegedeeld. Naar aanleiding van de signalering is direct onderzoek gestart. Maandag is de toegang tot deze systemen geblokkeerd. Dit heeft effect op de werkzaamheden van een deel van de medewerkers. Sommige ambtenaren kunnen niet meer inloggen.  De dienstverlening aan burgers en bedrijven door Belastingdienst, Douane en Toeslagen is niet geraakt. Ook de geldstromen van en naar het ministerie kunnen gewoon doorgaan. Het ministerie wil niet zeggen om welke systemen het precies gaat. Evenmin is bekend hoe ver ze in de systemen zijn gekomen. Het meest desastreus zou zijn als ze gegevens hebben weten te veranderen. Niet duidelijk is of de hack ook onderdelen van de Belastingdienst betreft, die onder Financiën valt. Bekend is dat de fiscus met flink verouderde systemen zit. Het btw-systeem is al 40 jaar oud. Dat kwam vorige week donderdag naar buiten tijdens het debat in de Tweede Kamer over de aanbesteding van een nieuw omzetbelasting-systeem aan het Amerikaanse Fast Enterprises. 
De Maeslantkering en digitale waterveiligheid
15 uur
De praktijk De enorme armen van de Maeslantkering bij Hoek van Holland domineren de horizon. Niet voor niets wordt het kunstwerk vaak beschreven als een van de grootste bewegende robotsystemen ter wereld. De kering is een symbool van de eeuwenlange Nederlandse strijd tegen het water. Een strijd waarbij tegenwoordig ook een digitale verdedigingslinie noodzakelijk is. De Maeslantkering, geopend in 1997, is onderdeel van de Deltawerken. De kering sluit de Nieuwe Waterweg in Hoek van Holland af bij storm en hoge waterstanden. Daarmee beschermt de kering het dichtbevolkte achterland en de economisch zo belangrijke Rotterdamse haven tegen overstromingen. De Maeslantkering kering wordt aangestuurd door een controlesysteem dat tijdens het stormseizoen elke tien minuten de verwachte waterstand berekent (zie ook kader). Zodra de kritieke drempelwaarde wordt bereikt, sluiten de enorme stalen deuren zonder tussenkomst van operators, vertelt Peter Persoon, technisch voorlichter van Het Keringhuis, het publiekscentrum van de Maeslantkering, tijdens een rondleiding. ‘In negenentwintig jaar tijd is de Maeslantkering slechts één keer onder echte stormcondities dichtgegaan, op 21 december 2023; overige sluitingen waren testsluitingen.’ Normaal liggen de deuren in droogdokken, zodat corrosie beperkt blijft en inspecties van ventielen, pompen en mechanische delen veilig zijn te controleren. Eens per jaar wordt een testsluiting uitgevoerd en elke twintig jaar wordt de volledige coating vernieuwd, goed voor driehonderdduizend liter witte verf (best bestand tegen temperatuurinvloeden). Het geheel is een redundant opgebouwd systeem van hydrauliek, sensoren, pompen en datacenter- en noodstroomvoorzieningen. Zelfs wanneer de helft van de onderdelen uitvalt, kan de kering nog worden bediend, stelt Persoon. Een grote uitdaging ligt volgens hem wel in het behoud van de benodigde specialistische kennis. Veel medewerkers gaan met pensioen, terwijl vervanging lastig is door de unieke aard van de constructie en de expertise daarover. Toch verzekert hij de bezoekers, met een knipoog: ‘De komende vierentwintig uur houden wij het land droog.’ Digitale verdedigingslinie De rondleiding maakt duidelijk: de Maeslantkering is niet alleen een technisch hoogstandje, maar vooral een onmisbare veiligheidsvoorziening voor Nederland tegen extreem hoogwater. Maar het verhaal achter de constructie gaat verder dan hydrauliek en staal. Rijkswaterstaat, sinds 1798 verantwoordelijk voor de waterveiligheid van het land, is uitgegroeid tot een organisatie die niet alleen fysieke werken beheert, maar ook een complex digitaal ecosysteem. Waar vroeger dijken en dammen de voornaamste verdedigingslinie vormden, is daar digitale veiligheid bijgekomen, vertellen chief technology officier (cto) Adriaan Schutte en lead architect Michiel Koolen van Rijkswaterstaat in het kader van het door netwerkpartner Cisco georganiseerde bezoek aan de Maeslantkering. Cto Schutte maakt meteen duidelijk hoe sterk het dreigingsbeeld is veranderd. Waar Rijkswaterstaat zich van oorsprong richtte op stormvloeden, verzakkingen, hoogwater en onderhoud, is digitale dreiging inmiddels een structureel onderdeel van het werk. Het is bijvoorbeeld geen hypothetisch scenario dat een buitenlandse staatsactor interesse heeft in systemen zoals de Maeslantkering. Sabotage? Wellicht, maar vooral om te weten te komen hoe Nederland zulke objecten bouwt, aanstuurt en onderhoudt. De kennis die Rijkswaterstaat bezit, is internationaal schaars en daarom waardevol. Over het aantal recente pogingen om de Maeslantkering en andere kunstwerken digitaal binnen te dringen, doet het agentschap echter ‘in verband met de veiligheid geen uitspraken’. “Veiligheid is niet langer alleen een civiel‑technische uitdaging” – Adriaan Schutte, cto Rijkswaterstaat Volgens Schutte is bescherming tegenwoordig een gelaagd vraagstuk. Het gaat nog steeds om fysieke beveiliging van kunstwerken, maar net zo goed om het voorkomen van datadiefstal, netwerkstoringen en manipulatie van sensoren. Rijkswaterstaat heeft te maken met duizenden objecten – van bruggen en tunnels tot sluizen en stormvloedkeringen – die vaak digitaal gekoppeld zijn. Elk van die objecten vormt dan een potentieel risico voor cyberaanvallen. ‘Veiligheid is niet langer alleen een civiel‑technische uitdaging’, zegt Schutte. ‘Het is net zo goed een digitale uitdaging. En dat betekent dat onze infrastructuur toekomstbestendig moet zijn in beide werelden.’ Waar Rijkswaterstaat ooit object voor object beheerde, is dat model volledig losgelaten. Lead architect Michiel Koolen noemt het een onvermijdelijke ontwikkeling. Nederland is te klein en te complex om afzonderlijke kunstwerken geïsoleerd te beheren. Het gevolg is dat Rijkswaterstaat tegenwoordig werkt vanuit het idee dat heel Nederland één groot geïntegreerd infrastructuursysteem is. Wegen, waterwegen en watersystemen vormen drie netwerken die voortdurend op elkaar ingrijpen. Minder zichtbaar, maar minstens zo belangrijk, is dat haast ieder fysiek object onderdeel is geworden van een vierde netwerk: het digitale netwerk dat alles verbindt. Dat digitale netwerk bestaat uit duizenden routers en switches, verbonden via duizenden kilometers glasvezel en gekoppeld aan sensoren, besturingssystemen, dataplatforms en controlekamers. Via dat netwerk wordt informatie gedeeld over de waterstanden, verkeersbewegingen, objectbediening, brugopeningen, stormvoorspellingen en technische gezondheid van installaties. Betrouwbaar én kwetsbaar Een van de meest complexe uitdagingen voor Rijkswaterstaat bevindt zich in de operationele technologie (ot), de ot‑laag waarmee de machines, deuren, pompen, signaleringssystemen en bruggen worden aangestuurd. Ot‑systemen zijn ontworpen voor robuustheid, niet voor flexibiliteit. Ze zijn gebouwd om decennia mee te gaan en zonder onderbreking te functioneren. Dat maakt ze uiterst betrouwbaar in mechanische zin, maar tegelijk kwetsbaar voor moderne digitale dreigingen. De verschillen tussen it en ot zijn groot. It‑systemen worden regelmatig geüpdatet, vervangen en gemonitord. Ot‑systemen kunnen niet zomaar offline of opnieuw opgestart worden zonder dat fysieke processen in gevaar komen. Een storing van enkele seconden in een tunnelinstallatie kan bijvoorbeeld betekenen dat operaties stilgelegd moeten worden. Een fout in de aansturing van een kering kan directe gevolgen hebben voor waterveiligheid. Dat maakt ot‑beveiliging een discipline met eigen spanningsvelden. Ot moet blijven draaien. Updates kunnen niet altijd worden doorgevoerd. Monitoring moet realtime functioneren. Segmentatie dient strikt te zijn. En er moet altijd een fallback bestaan naar fysieke of handmatige bediening. In sommige situaties is het zelfs raadzaam om een ot-netwerk niet te verbinden met het it-netwerk van Rijkswaterstaat. Drie parallelle levenscycli Het beheer wordt nog complexer doordat ot‑systemen vaak stammen uit een tijd waarin cyberdreiging nauwelijks bestond. Ze waren nooit ontworpen om te functioneren in een wereld vol netwerken en datastromen. Ot‑besturing wordt meestal eens in de vijftien tot twintig jaar vernieuwd. It‑systemen worden doorgaans om de vijf tot zeven jaar vervangen. Daarbovenop is in de fysieke wereld een lange levensduur de norm. Zo’n Maeslantkering is ontworpen voor een levensduur van honderd jaar. Dat creëert drie parallelle levenscycli die tegelijkertijd moeten worden beheerd, aldus Koolen. De uitdaging is om oude en nieuwe generaties systemen veilig te laten samenwerken zonder dat betrouwbaarheid of veiligheid in het geding komt. De huidige situatie is verspreid over het land en kent een diversiteit aan technologieën. Rijkswaterstaat staat de komende jaren voor de opgave om zowel de fysieke objecten als de ot-systemen daarin te moderniseren. Koolen ziet in hyperstandaardisatie (exact weten hoe componenten zich gedragen) en hyperautomatisering (ervoor zorgen dat menselijke fouten in kritieke processen worden geminimaliseerd) technische oplossingen. Maar, benadrukt hij, de crux zit ‘m wel in het goed laten samenwerken van de verschillende afdelingen en het blijven beschikken over goed opgeleid personeel. Ai als nieuw hulpmiddel Koolen merkt dat artificiële intelligentie (ai) steeds vaker wordt ingezet als ondersteuning voor besluitvorming. Traditionele watermodellen zijn nauwkeurig maar traag; een volledige simulatie van de Noordzee kost veel tijd. Machine-learning‑modellen kunnen zulke berekeningen in minuten uitvoeren. Dat opent mogelijkheden, zeker in een tijd waarin extreem weer vaker voorkomt. Toch ziet Koolen ai niet als vervanging van menselijk toezicht, maar als versneller. In missiekritische omgevingen moet elke vorm van autonomie controleerbaar en omkeerbaar blijven. Een systeem mag assisteren, maar niet zonder toezicht handelen. Het gevaar van te snelle automatisering is dat beslissingen ondoorzichtig worden, wat tot risicovolle situaties kan leiden. ‘We moeten altijd kunnen begrijpen waarom een systeem iets doet,’ zegt hij. ‘In een vitale omgeving zoals de onze mag automatisering nooit onbegrensd zijn.’ Zowel Schutte als Koolen benadrukken dat Rijkswaterstaat deze digitale transformatie niet alleen kan uitvoeren. Partners uit de industrie, zoals Cisco, spelen een grote rol in het ontwikkelen van veilige netwerken, redundante infrastructuren en moderne beveiligingsarchitecturen. Die samenwerking is nodig vanwege de schaal en complexiteit van de systemen (zie kader). De Maeslantkering staat symbool voor een bredere ontwikkeling bij Rijkswaterstaat. Waar ooit beton, staal en hydrauliek voldoende waren om Nederland te beschermen, is dat vandaag niet langer zo. De digitale wereld is even cruciaal geworden als de fysieke.  Koolen brengt het terug tot de essentie: ‘We beschermen Nederland door orkestratie – fysiek én digitaal. Onze vitale systemen moeten altijd blijven werken. De eisen aan beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid liggen veel hoger dan in traditionele enterprise‑it. De lat ligt op het hoogste niveau.’ Maeslantkering én Hartelkering Het besturingssysteem voor zowel de Maeslant­kering als de Hartelkering is gebouwd door Logica en verder ontwikkeld en beheerd door CGI (dat Logica overnam). Dit Beslis en Ondersteunend Systeem (BOS) werkt volledig geautomatiseerd zonder tussenkomst van personeel. Het systeem beslist of de stormvloedkeringen gesloten moeten worden en voor hoe lang deze sluiting nodig is. Die beslissing wordt genomen aan de hand van meetgegevens en voorspellingen van nabijgelegen weersstations en meetapparatuur aan de wal, boeien en palen. BOS gebruikt deze gegevens om elke tien minuten het waterpeil te voorspellen bij Rotterdam en Dordrecht. Als het systeem een dreiging van overstroming signaleert, treft het eerst een serie voorzorgsmaatregelen om uiteindelijk, indien nodig, de sluiting van de stormvloedkering te initiëren. Volgens CGI hoort BOS qua hoge betrouwbaarheidsbehoefte in dezelfde categorie als die van systemen voor kerncentrales en de Space Shuttle. BOS moest voldoen aan een extreem lage foutkans. Er waren ruim 2.500 pagina’s gespecificeerd technisch ontwerp en meer dan 400.000 regels code nodig om de computers van het systeem op de juiste manier te ondersteunen. Een paar jaar geleden was er sprake van dat BOS vervangen zou worden. Op advies van waakhond AcICT, die vaststelde dat het systeem nog goed werkte, werd de aanbesteding in 2023 stopgezet. Wel wordt de bestaande software (‘de Bediening- en Besturingssystemen’) van de keringen gemigreerd naar nieuwe hardware in 2026/2027. Een tender voor de vernieuwing van de bedienings- en besturingssystemen wordt na 2035 verwacht. Partners en ot-invulling bij Rijkswaterstaat Cisco werkt al zo’n twintig jaar voor Rijkswaterstaat. Het landelijke glasvezelkabelnetwerk is bijna vijfduizend kilometer lang en bevat circa vijftienhonderd routers, ruim zesduizend switches en zo’n duizend wifi-toegangspunten. De software van Splunk wordt ingezet om het netwerk te monitoren, niet alleen voor de beveiliging, maar ook voor operationele inzichten. In mei 2024 trok Rijkswaterstaat na een aanbesteding de ict-dienstverleners Conclusion en Quanza aan die de komende jaren de netwerkinfrastructuur beheren, onderhouden en verder optimaliseren (meer standaardiseren). Op ot-gebied werkt het agentschap van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met een trits aan technische dienstverleners, aannemers en ingenieurs (geselecteerd via de tenders Samenwerkingsraamovereenkomsten ‘Ingenieursdiensten voor projecten en programma’s’ en ‘Project- en Procesbeheersing’.) Binnen Rijkswaterstaat is er geen aparte tak die zich met ot-systemen bezighoudt. Wel zijn er diverse specialistische teams. De centrale coördinatie hiervan valt onder de cio (chief information officer) van Rijkswaterstaat. Binnen de zogeheten Centrale Informatievoorziening (CIV) is er een aantal gespecialiseerde afdelingen voor security in ot-omgevingen. Deze afdelingen ondersteunen de uitvoerende teams bij het veilig ontwerpen en beheren van ot-systemen.  Rijkswaterstaat bracht november vorig jaar een uitgebreide ‘Handreiking risicobeheer in OT‘ uit waarmee organisaties aan de slag kunnen de beveiliging van objecten en systemen adequaat te borgen. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #1.
Kort: Kabinet moet zich wapenen tegen ai-cyberaanvallen, ‘stroopwafel-succes’ DNA Services (en meer)
15 uur
In dit nieuwsoverzicht: CSR adviseert versneld opbouwen ai‑kennis voor cyberverdediging, twee miljoen voor Legal Mind, Markus & Markus Stroopwafels verbetert productieplanning, ddos-aanval DigiD en wellicht datacenter Waddinxveen. CSR waarschuwt voor groeiend risico van ai‑gestuurde cyberaanvallen De Cyber Security Raad (CSR) uit Den Haag waarschuwt in een signaalbrief dat Nederland onvoldoende is voorbereid op cyberaanvallen waarin artificial intelligence (ai) wordt ingezet. Volgens de raad worden aanvallen sneller en moeilijker te detecteren, terwijl de Nederlandse kennisbasis achterblijft. De CSR adviseert het kabinet om ai‑expertise versneld op te bouwen en het beleid, budget en plannen hier op aan te passen. Ook pleit de raad voor politieke steun voor initiatieven zoals een zogeheten Grand Challenge waarin wetenschap en bedrijfsleven samenwerken. AI‑aanvallen zijn geen theoretisch risico. Een aan China gelieerde hackersgroep voerde vorig jaar een wereldwijde aanval uit met autonome ai, terwijl in 2025 een Russische staatsgelieerde groep adaptieve malware gebruikte die eenvoudige opdrachten omzet in gerichte aanvallen, aldus de CSR. De raad benadrukt dat kennis over deze technieken beperkt gedeeld wordt en dat Nederland dit zelf moet ontwikkelen. Geautomatiseerde detectiesystemen, voorspellende modellen en herstelmethoden zijn volgens de raad essentieel om weerbaarder te worden. Legal Mind haalt nieuwe investering op voor verdere groei in juridische ai Legal Mind, gevestigd in Amsterdam, heeft begin 2026 een tweede investeringsronde afgerond. De ronde van tweemiljoen euro is volledig gefinancierd door Mees Holding, waardoor de totale funding uitkomt op 2,75 miljoen euro. Het in 2022 bedrijf bedient inmiddels juridische kantoren in heel Nederland en groeit snel binnen de legal‑techsector. Het platform ondersteunt juridische professionals met onderzoek, dossieranalyse en documentgeneratie binnen één omgeving, ingericht op Nederlandse wet- en regelgeving en gehost op Nederlandse servers. De startup zet de investering ingezet voor verdere ontwikkeling van het platform, uitbreiding van het team en versterking van de marktpositie en klantondersteuning. DNA Services ‘bakt’ webapplicatie Uniconta voor Markus & Markus Stroopwafels Markus & Markus Stroopwafels uit Waddinxveen laat door DNA Services een webapplicatie ontwikkelen om de productieplanning te verbeteren. Het koekjesbedrijf zocht al langer naar een systeem dat de afstemming tussen verkoop en productie ondersteunt. De applicatie is gebouwd op het Uniconta‑erp‑platform en bevat enkele specifieke uitbreidingen. Medewerkers krijgen via tablets bij de productielijnen direct inzicht in de planning en kunnen productie gereed melden. Het bedrijf onderzoekt of Uniconta ook andere boekhoudsystemen kan vervangen. Volgens Markus helpt de digitaliseringsstap om werkprocessen voorspelbaarder te maken en beter te plannen. DNA Services uit Hendrik-Ido-Ambachtverzorgt naast de webapplicatie ook beheer en ondersteuning. Markus & Markus staat daarnaast internationaal bekend om de stroopwafelmuur, een zelfbedacht zelfbedieningsconcept dat sinds de coronaperiode succesvol is. Na de eerste locatie volgden in 2021 een tweede muur in Gouda en in 2025 een derde bij station Gouda. DigiD getroffen door ddos‑aanval DigiD heeft last van een gerichte ddos‑aanval. Volgens beheerder Logius begon de verstoring rond 11.00 uur en werd de dienst overladen met terugkerende verzoeken, waardoor inloggen voor gebruikers nauwelijks mogelijk was. De eerste meldingen verschenen al eerder op Allestoringen. DigiD werkt aan herstel en onderzoekt de herkomst van de aanval. Rond 14.15 uur werd de dienst weer geleidelijk beschikbaar, maar aan het eind van de dag is de dienst nog steeds minder, of niet beschikbaar.   Raad Waddinxveen wil duidelijkheid over mogelijk datacenter In Waddinxveen vraagt GroenLinks‑PvdA‑raadslid Nikki ten Zijthoff om opheldering over plannen voor een datacenter in de gemeente. Aanleiding zijn signalen dat het college daarover in gesprek is met een aantal partijen. De raad moet eerst een standpunt innemen, stelt Ten Zijthoff, vanwege mogelijke negatieve gevolgen voor energiegebruik, ruimtelijke inrichting en lokale duurzaamheidsdoelen, meldt het AD.
De QR-code als strategische sleutel voor productdata
23 uur
Productdata speelt een belangrijke rol binnen productieketens. Consumenten verwachten transparantie en ketenpartners vragen om betrouwbare informatie. En ook wet- en regelgeving stelt steeds hogere eisen aan de beschikbaarheid en kwaliteit van productinformatie. CIO’s moeten dus zorgen dat product- én locatiedata op een beheersbare en efficiënte manier toegankelijk is, over systemen en organisatiegrenzen heen. De QR Code powered by GS1 biedt nieuwe mogelijkheden om aan veel uitdagingen van vandaag tegemoet te komen. “Ik zie dagelijks hoeveel tijd en energie organisaties kwijt zijn aan het verzamelen, controleren en toegankelijk maken van productdata,” zegt Maarten Vergouwen, CIO/CTO van GS1 Nederland. “GS1 helpt organisaties bij het maken van eenduidige afspraken over productdata en ondersteunt dit met gestandaardiseerde oplossingen. De vertrouwde barcode is daarvoor de basis. Daarachter ligt een heel systeem dat dat product- en locatiedata toegankelijk maakt voor verschillende toepassingen, ook voor AI.” Productdata gestandaardiseerd beschikbaar stellen De hoeveelheid data groeit snel. Informatie over herkomst, duurzaamheid, samenstelling, certificering en regelgeving moet niet alleen beschikbaar zijn, maar ook actueel en betrouwbaar. Tegelijkertijd is productdata in veel organisaties verdeeld over meerdere systemen, zoals ERP-, PIM- en logistieke omgevingen, vaak aangevuld met externe databronnen. Maarten licht toe: “Het gaat erom hoe je data beheersbaar en eenduidig toegankelijk kunt maken voor verschillende gebruikers en toepassingen. Hoe meer gestandaardiseerd kan worden, hoe beter voor iedereen in de keten. Onze QR-code fungeert als sleutel om productinformatie te ontsluiten voor verschillende gebruikers en toepassingen.” Het verschil met de ‘gewone’ QR-code De nieuwe QR-code gaat verder dan de traditionele varianten. Dankzij de integratie van de wereldwijde artikelcode (GTIN/EAN) met houdbaarheidsinformatie of serienummers geeft één scan toegang tot meerdere dynamische informatiebronnen, zoals productpagina’s, handleidingen of digitale productpaspoorten. Je kunt de achterliggende data met een resolver dynamisch re-directen en die data wijzigen zonder dat de QR-code zelf verandert. Je bepaalt zelf welke informatie na het scannen getoond wordt. De QR Code powered by GS1 verbindt productdata, zonder dat dit vraagt om nieuwe manieren van identificatie, datamodellen of ingrijpende aanpassingen aan bestaande systemen. De kracht van samenwerken in een complexe wereld Naarmate ketens complexer worden, groeit de noodzaak om samen te werken aan het gecontroleerd en gestandaardiseerd beschikbaar stellen van productdata. GS1 speelt hierin een toonaangevende rol. Als not-for-profit-organisatie helpt GS1 organisaties bij het maken van afspraken over productidentificatie en productdata. Maarten licht toe: “Een belangrijk effect daarvan is dat organisaties eenvoudiger koppelingen kunnen leggen tussen ERP-systemen, logistieke platforms, e-commerceomgevingen en leveranciersportalen. Dat vermindert handmatig werk, verkleint de kans op fouten en draagt bij aan een hogere kwaliteit van productdata. Op weg naar een wereldwijde adoptie in 2027 De inzet van de QR Code powered by GS1 komt voort uit een bredere behoefte binnen organisaties en productieketens om product- en locatiedata beter, efficiënter en eenduidiger toegankelijk te maken. Het doel is dat de QR-code van GS1 eind 2027 overal wordt gebruikt, ook als nieuwe standaard aan de kassa. Dit initiatief is een wens van de industrie om standaarden te gebruiken die efficiëntie, veiligheid en duurzaamheid bevorderen. Maarten: “Dit is niet iets wat wij bedacht hebben. Grote bedrijven zoals Albert Heijn, Alibaba.com, AS Watson, L’Oréal en Nestle hebben hier wereldwijd hun commitment voor af gegeven.” Bouwen aan het fundament voor morgen Uniforme, internationaal afgestemde oplossingen helpen CIO’s om met die ontwikkelingen om te gaan, terwijl zij ruimte houden om keuzes te maken die passen bij de eigen organisatie en IT-context. Maarten zegt: “Wie vandaag kiest voor GS1, bouwt aan het fundament voor morgen. Met gestandaardiseerde oplossingen, betrouwbare productdata en systemen die moeiteloos met elkaar praten.” Het is tijd voor de QR Code powered by GS1. Meer informatie Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies
Hoe kom ik van mijn MacBook af?
1 dag
De overstap, deel 1 Digitale soevereiniteit is een enorme trend. Maar hoe gaan we die overstap van big tech naar Europese oplossingen aanpakken? In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict-journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Ook wij moeten, dus laat ik beginnen met mijn persoonlijke ervaringen. Want ja, ik ben al over. Jarenlang zat ik in het Apple-ecosysteem. Alles werkte vlekkeloos, de verschillende apparaten sloten naadloos op elkaar aan, geen vuiltje aan de lucht. Toch ben ik overgestapt. Omdat ik vond dat het moest. Mijn MacBook is nu vervangen door een al wat oudere ThinkPad (Core i7) met openSUSE. De Mac mini die ik gebruikte als server is vervangen door een Slimbook Zero, een bijna industrieel ogende kleine computer van Spaanse makelij waarop bij mij Debian draait. Daar staat onder andere Ollama op, dat via de terminal geïnstalleerd moest worden. Dat was interessant. Voor veel gebruikers is werken met terminalcommando’s een stevige uitdaging, maar er is zoveel uitleg over te vinden dat zelfs ik het voor elkaar kreeg. Via Ollama gebruik ik een aantal open source ai-modellen (met name Mistral) voor zowel werk- als hobbyprojecten. Gedoe met bestandsformaten De overstap naar open source ging eerlijk gezegd bijzonder gemakkelijk. Open source kantoorprogramma’s zijn er genoeg. Ik gebruik nu LibreOffice. Een van de grootste angsten van eindgebruikers is natuurlijk dat ‘de knopjes’ na zo’n overstap ineens op andere plekken zitten dan zij gewend zijn en ze er ‘dus’ niet mee kunnen werken. Mijn ervaring is dat dit onzin is. Inderdaad, ze zitten ergens anders dan bij Apple’s kantoorsoftware of bij Microsoft Office. Maar na een paar dagen wist ik al niet beter. Mijn browser is nu Vivaldi, compleet met workspaces voor specifieke projecten en een functie die pagina’s die ik open automatisch groepeert op basis van die workspaces — superhandig en efficiënt. E-mail doe ik met Thunderbird en ik synchroniseer alle mijn bestanden via Nextcloud.  Dit is een van oorsprong Duits alternatief voor Office 365, waarvan ik momenteel eigenlijk alleen de bestandsuitwisseling gebruik. Ik host Nextcloud bij een Europees datacenter (Tab.digital). Die Slimbook Zero draait overigens ook een Nextcloud-client net als een Mac mini die ik voor werk moet gebruiken (zie verder). Als ik open bestandsformaten als odt gebruik, kan ik altijd overal bij – ondanks de ‘multivendor’-omgeving die ik dus heb. Ook WeTransfer is weg. Ik kies nu soms voor Smash, dan weer voor Wormhole (supersnel, want ze ondersteunen streaming, zodat de ontvanger al kan beginnen met downloaden, terwijl de upload aan jouw kant nog bezig is), en soms gewoon voor KPN Secure File Transfer. En ik kan natuurlijk altijd mappen en bestanden delen via Nextcloud. Lastiger was het overzetten van bestaande bestanden. Een flink aantal daarvan was in Mac-native formaat gemaakt en LibreOffice kan daar niets mee. De belangrijkste heb ik na een grove selectie geconverteerd naar docx en xlsx. Nieuwe bestanden gaan in principe in odt enz. Mocht ik de komende tijd nog een oud bestand nodig hebben, dan open ik wel weer mijn oude MacBook en converteer ik dat bestand alsnog. Samenwerken met klanten Voor videocalls die ik zelf opzet, gebruik ik vaak Jitsi. Vaak word ik echter uitgenodigd en dan word je in veel gevallen geconfronteerd met Microsoft Teams. Een tool die op openSUSE Teams-calls mogelijk maakt, draait weliswaar, maar daar is ook alles mee gezegd. Soms wijk ik dus maar noodgedwongen uit naar mijn iPhone. Ik ben dus inderdaad nog niet van alle Apple-apparatuur af. Mijn iPhone is relatief nieuw. Als die vervangen moet worden, ga ik waarschijnlijk over op een Fairphone met het Europese en volledig “de-googled” e/OS-besturingssysteem van het Franse Murena. Ook heb ik dus nog een Mac mini draaien. Een klant heeft zijn workflows namelijk zo ingericht dat ik niet om de door dit bedrijf gekozen Adobe-software heen kan. Dat is een probleem waar natuurlijk veel mensen, maar ook bedrijven tegenaan gaan lopen: je bent onderdeel van een digitale keten en als dat proces gebaseerd is — of blijft — op Big Tech, dan wordt het lastig en moet je keuzes maken. Het is vooralsnog niet anders. De overstap van Apple naar open source is mij enorm meegevallen. Het is veel minder ingewikkeld en tijdrovend dan ik had verwacht. Natuurlijk moest ik allerlei vaste gewoontes die ik in de loop der jaren rond mijn Apple-wereldje had opgebouwd compleet veranderen. Maar interessant genoeg merk ik nu al dat, als ik om wat voor reden dan ook mijn MacBook weer even nodig heb, ik al aardig afgekickt ben. Veel toetscombinaties die ik nu heel gewoon vind, werken op een Mac niet, ze zijn inherent aan mijn Linux-laptop. Ik ben overgestapt op een nieuwe manier van werken en die bevalt inmiddels prima. Zitten er ook nadelen aan deze overstap? Natuurlijk. Zo was het een crime om mijn oude HP-printer aan de praat te krijgen. Dat lukte pas nadat een kennis van mij ‘even’ (lees: vele uren) had geholpen. Maar zoals laatst iemand op LinkedIn zei: als er iets ontbreekt bij een open source-product, dan kun je je daaraan ergeren en het zien als een reden om alles lekker bij het oude (Big Tech) te laten. Maar je kunt ook besluiten om te helpen om die ontbrekende functie gerealiseerd te krijgen. En dat is natuurlijk ook meteen een van de belangrijkste kenmerken van een open source-community: samenwerken om een product of technologie beter te maken — voor iedereen. Het is meteen ook de reden waarom ik enkele keren per jaar naar open source community-bijeenkomsten ga – feedback geven en leren van anderen. Het vliegwiel komt langzaam in beweging In deze rubriek gaan we ook aandacht besteden aan tal van zakelijke ontwikkelingen die wellicht nieuw en nog niet bekend zijn. We gaan praktijkvoorbeelden van migraties bespreken. Binnenkort bijvoorbeeld een mooie case over een Frans onderwijsproject dat in de regio Parijs inmiddels meer dan een half miljoen leerkrachten en leerlingen ondersteunt met een op open source gebaseerde digitale omgeving die lesmiddelen biedt, apps voor roosters en dergelijke, en voor het opslaan en tussen leerkrachten en leerlingen delen van bestanden. Dat is natuurlijk heel wat anders dan Nederlandse hogescholen die simpelweg roepen dat er geen alternatief voor Microsoft is, zoals ik laatst een directielid van zo’n instelling zonder blikken of blozen hoorde beweren. Geen idee of die uitspraak gebaseerd was op door hem verricht onderzoek of omdat hij zich simpelweg niet kan voorstellen dat er iets anders is om mee te werken dan Office 365. LinkedIn is ook een belangrijk aandachtspunt. Veel discussies over digitale soevereiniteit worden daar gevoerd. Vreemd eigenlijk. Ook iemand als Christina Caffarra van EuroStack post er veel, en zij is zeker niet de enige. Maar toen ik laatst langs het sportveld een andere hockey-ouder verbaasd hoorde zeggen: ‘Oh, is LinkedIn Amerikaans? Dat wist ik niet’, kon ik er wel weer wat begrip voor opbrengen. Maar we moeten natuurlijk naar een Europees platform. Het Duitse Xing is dat vooralsnog niet – vooral een Duitse digitale arbeidsmarkt en niet of nauwelijks discussie. Wie suggesties of ideeën heeft, stuur ze naar redactie@computable.nl. Voor de goede orde: LinkedIn is onderdeel van Microsoft. Op zoek naar Europese alternatieven Een andere grootmacht in de professionele it is uiteraard GitHub. Precies, ook onderdeel van Microsoft. GitHub is een enorme verzamelplek voor developers die code schrijven en hun projecten daar hosten — cruciaal dus voor innovatie. Er was altijd een soort automatisme: softwareproject => GitHub. Stapje voor stapje lijken nu wat eerste scheurtjes in die positie te ontstaan. Het is je vergeven als je zo snel geen alternatief voor GitHub weet, maar ga bijvoorbeeld eens kijken bij Codeberg. Of GitLab, Gitea of SourceHut. Met name de pogingen van Microsoft om ook bij GitHub Copilot nadrukkelijk naar voren te schuiven, lijken niet bij iedere developer in goede aarde te vallen. Daarom stapte bijvoorbeeld Gentoo Linux al over naar Codeberg. Wordt ongetwijfeld vervolgd. Tot slot nog drie tips voor wie op zoek is naar Europese en bij voorkeur open source-alternatieven. De eerste is European Alternatives, een Oostenrijks initiatief. De naam zegt het al. Ook interessant: European AI Atlas. Derde punt: Discord. Deze community-tool heeft het idee opgevat om leeftijdsherkenning van gebruikers te eisen. Dat viel bij veel van hen al in slechte aarde. Toen bleek ook nog eens dat hackers de code voor deze leeftijdsherkenning wisten te kraken en ontdekten dat het naar hun mening zowel wat security als privacy betreft niet best in elkaar zit. Europees alternatief voor Discord? Ga eens kijken bij Fluxer om je eigen community-omgeving compleet met VoIP, chat en dergelijke op te zetten. Er zijn inmiddels veel websites die een uitstekende bron blijken te zijn voor wie op zoek is naar alternatieven voor Big Tech. Ga er eens kijken en laat je nooit meer door iemand vertellen dat er geen alternatieven zijn voor Big Tech.
Sous voor 2,75 miljoen aan de slag met horeca‑ai
1 dag
Het in Amsterdam gevestigde softwarebedrijf Sous heeft 2,75 miljoen euro aan seedfinanciering opgehaald bij diverse investeerders. De startup bouwt een ai‑agent die restaurants moet helpen minder verschillende softwaresystemen te gebruiken. Volgens de oprichters, die eerder tijdens Covid-19 het online-horecaplatform Eat Sous lanceerden, kunnen restauranthouders zo’n vijf van de huidige tien tools schrappen, bijvoorbeeld voor het volgen van reviews, concurrentieanalyse en het verbeteren van online zichtbaarheid. Sous werkt daarnaast aan een eigen bestel- en bezorglaag waarvoor restaurants een vast bedrag per maand betalen, zonder commissies zoals bij Uber Eats of Thuisbezorgd. Klanten zijn onder andere Brut172, De Foodhallen en Taco Mundo. Via een samenwerking met het Europese reserveringsplatform Zenchef worden restaurants aangesloten. In Nederland, België en Duitsland maken al honderden zaken gebruik van Sous. Het bedrijf wil uitbreiden naar Frankrijk en Zuid‑Afrika. Ai niet negeren Ook horecaondernemers ontkomen niet aan ai’, zegt medeoprichter Thomas Scholte tegen zakenblad Quote. ‘Zij moeten daar rekening mee houden en hun vindbaarheid op orde hebben. We hebben altijd nagedacht over hoe software de omzet van horecaondernemers kan verhogen en geen enkel systeem hielp bij meer omzet of direct klantcontact. Een simpel ‘hé Siri…’ volstaat straks om een terras in de zon te vinden doordat ai-agents taken overnemen. Niet alleen via Google, maar ook via ai-chatbots als ChatGPT.’ Sous haalde de 2,75 miljoen euro aan zaai-investering op bij onder andere het Duitse investeringsfonds Seed + Speed, Altitude VC, Gekko Capital en PeakBridge VC. Enigszins verwarrend is wel dat er nog andere horecasoftware-ondernemingen zijn die de naam Sous dragen. De laatste jaren is horeca-tech een interessant domein geworden voor investeerders. De horeca is een van de sectoren die door de Covid-19-pandemie digitaal fors is gaan versnellen. Uithangborden zijn onder meer het Nederlandse Mews en het Belgische Deliverect, waarin al honderden miljoenen zijn gestoken.
Hoe Noord-Korea westerse it-bedrijven op industriële schaal infiltreert
3 dagen
Honderdduizend nepwerknemers in veertig landen. Goed voor vijfhonderd miljoen dollar per jaar. Dat zijn de cijfers achter het Noord-Koreaanse systeem van nep-it-werknemers, dat onderzoekers van IBM X-Force en Flare Research nu in detail in kaart hebben gebracht. In hun rapport ‘Inside the North Korean infiltrator threat’ beschrijven ze hoe Noord-Koreaanse staatsburgers zich voordoen als freelance it-contractors of voltijdse technologiemedewerkers bij nietsvermoedende westerse bedrijven.Het geld dat ze verdienen – soms meer dan 300.000 dollar per jaar – vloeit rechtstreeks naar het Noord-Koreaanse regime in Pyongyang. Daarnaast stelen ze gevoelige bedrijfsinformatie. De boodschap van de onderzoekers is dat de schaal en verfijning van deze operatie nog altijd worden onderschat door de beveiligingssector. Trust the process Wat het rapport bijzonder maakt, is de gedetailleerde beschrijving van de interne organisatie. Die functioneert als een soort van industrieel proces. Het systeem werkt met recruiters, facilitators, it-werkers en westerse medewerkers die hun identiteit ter beschikking stellen en allemaal meedraaien.Recruiters screenen kandidaten en sturen hen door naar facilitators, die beslissen over aanwerving. Kandidaten worden gecoacht om te solliciteren bij westerse bedrijven en krijgen een Amerikaanse identiteit toegewezen. Met dank aan Google Translate Eenmaal aangenomen presteren de nepwerknemers vaak goed. Dit omdat meerdere mensen hen helpen bij hun taken, in de hoop promotie te maken en zo meer toegang te krijgen tot bedrijfssystemen. Google Translate blijkt daarbij een onmisbaar hulpmiddel, zo blijkt uit het rapport.Hoe kunnen (westerse) bedrijven zich wapenen tegen deze praktijken? De onderzoekers suggereren om tijdens online sollicitatiegesprekken te letten op ai-gegenereerde gezichten of stemmen en inconsistenties tussen cv en interview. Ook verdachte tools zoals de Noord-Koreaanse VPN OConnect of de serverloze berichtenapp IP Messenger moeten een alarmbelletje doen afgaan.
ASML kleurt tevredenheidsonderzoek bij: personeel woedend
3 dagen
Het vertrouwen tussen ASML-top en het personeel in Veldhoven is naar een nieuw dieptepunt gezakt, nu de resultaten van een tevredenheidsonderzoek door het bedrijf zijn bijgekleurd. Op de interne communicatie-tool van de chip-machinemaker zijn flinke discussies ontstaan over deze actie. Nadat ASML de resultaten van deze sentiments-meting onder medewerkers had ontvangen, meende het bedrijf eigenhandig een correctie te moeten doen omdat deze uitkomst niet zou kloppen. De groene kleur, zijnde het percentage personen dat positief reageerde, werd aangepast. ASML, die alleen op de achtergrond wil reageren en zich onthoudt van een formeel commentaar, meent dat het om een storm in een glas water gaat. Maar volgens Peter Reniers, bestuurder van de Metaalbond FNV, verbaast veel personeel zich erover dat het hoger management bewust morrelt aan de enquête-uitslag om maar beter voor de dag te komen. ‘Dan onderschat je toch echt je personeel,’ zegt hij. De ASML-medewerkers zijn mede door de aard van hun werk uiterst precies. Velen zagen direct dat er iets niet klopte. Reniers: ‘Dit gaat als een lopend vuurtje door de organisatie.’ Storm niet geluwd Zes slides, die afgelopen dinsdag via myASML zijn verspreid en die Computable onder ogen kreeg, verschillen duidelijk zichtbaar van wat de dag daarvoor in beperkte kring werd getoond. ASML zegt dat het maar om een enkele slide gaat. ‘Er is niets achtergehouden. Informatie is volledig transparant gedeeld. Intern is inmiddels alles aan iedereen uitgelegd,’ aldus het bedrijf. Maar gelet op de vele discussies is de storm nog niet geluwd. Met het zogenoemde Pulse-onderzoek wilde de directie de stemming meten sinds een grote reorganisatie werd aangekondigd die alleen al bij Development en Engineering (D&E) 1.700 banen gaat kosten. Ook bij IT & Data verdwijnen banen. In totaal moeten 4.500 mensen op een andere functie solliciteren. Tegelijk wil ASML tienduizenden nieuwe medewerkers binnenhalen. Het onderzoek liet zien dat van de 14.073 ASML-medewerkers die reageerden op het tevredenheidsonderzoek, het merendeel negatief is gestemd. Dit geldt vooral voor de technologie-organisatie en dan met name voor D&E. Ook binnen IT & Data is de onzekerheid groot. Aanstaande dinsdag 24 maart is er weer een ‘walk out’ waarmee de FNV een duidelijk signaal wil geven.
Kort: Neergeschoten Iraniër werkt bij politie‑ict, Java 26 ziet licht (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Toedracht neergeschoten politie‑ict’er nog onduidelijk, ai-pact Accenture en Microsoft, jaarcijfers Visma, Oracle brengt Java 26 uit en zaai-geld voor Specssan. Neergeschoten Iraanse politie-ict’er fel op regime De 36‑jarige man die donderdag in Schoonhoven werd neergeschoten, is een medewerker van het Politiedienstencentrum (PDC) in Odijk. Het slachtoffer ligt zwaargewond in het ziekenhuis. De dader is voortvluchtig. De man is een uitgesproken tegenstander van het Iraanse regime, maar een verband daarmee is nog niet vastgesteld. Volgens de politie is de toedracht nog onduidelijk en wordt rekening gehouden met meerdere scenario’s. ‘Gezien de Iraanse achtergrond van het slachtoffer zijn de NCTV, OM, politie en de lokale gezagen alert en nemen zij de veiligheidsmaatregelen die nodig zijn’, reageert minister David van Weel van Justitie en Veiligheid. Om welke maatregelen het gaat, is niet bekend gemaakt. Accenture en Microsoft vormen gezamenlijke ai‑engineeringtak Accenture en Microsoft starten een gezamenlijke engineeringpraktijk om bedrijven te helpen artificiële intelligentie (ai) sneller te ontwikkelen en in te voeren. Teams van beide partijen gaan bij klanten aan de slag om toepassingen met Microsoft‑technologie binnen dagen operationeel te krijgen. Volgens Accenture blijven veel ai‑projecten steken omdat organisaties wel technologie hebben, maar onvoldoende expertise om deze breed toe te passen. Door duizenden engineers te bundelen willen de bedrijven de stap van ai-experiment naar -gebruik versnellen. De nieuwe praktijk bouwt voort op de bestaande samenwerking tussen beide technologiebedrijven. Visma ziet omzet en klantenbestand verder groeien in 2025 Visma heeft in 2025 een jaaromzet van 2,8 miljard euro geboekt, een stijging van 17 procent. Het klantenbestand groeide met 22 procent naar 2,4 miljoen in Europa en Latijns-Amerika. De brutowinst (ebitda) steeg tot 975 miljoen euro. Visma nam vorig jaar 28 softwarebedrijven over in Europa en Latijns‑Amerika. Daarmee betrad het bedrijf onder meer de Braziliaanse markt via Conta Azul en versterkte het zijn positie in Europa met partijen als het Franse Evoliz en een minderheidsbelang in Accountable uit België. Het Noorse softwareconcern meldt verder dat binnen de groep inmiddels 250 ai‑projecten draaien. Voorbeelden zijn Smartscan, dat documentverwerking grotendeels automatiseert, en Taxy.io, dat in Duitsland miljoenen fiscale cases afhandelde. Oracle introduceert Java 26 met nieuwe ai‑ en cryptofuncties Oracle kondigt de beschikbaarheid aan van Java 26, de nieuwste versie van de bekende programmeertaal annex ontwikkelplatform. Oracle JDK 26 (JDK = Java Development Kit) biedt volgens het softwareconcern duizenden verbeteringen die de productiviteit van ontwikkelaars verhogen, de taal vereenvoudigen en ontwikkelaars helpen ai- en cryptografiefuncties te integreren in hun applicaties. Oracle kondigt ook het nieuwe Java Verified Portfolio (JVP) aan, een selectie van door het bedrijf ondersteunde tools, frameworks, bibliotheken en services waarmee ontwikkelaars hun ontwikkelinitiatieven verder kunnen stroomlijnen en versterken. Ook biedt Oracle nu commerciële ondersteuning voor JavaFX, een op Java gebaseerd ui-framework, en Helidon, een Java-framework voor microservices. Daarnaast is Oracle van plan om de releasecyclus van Helidon af te stemmen op die van Java en Helidon voor te stellen als een OpenJDK-project.   Specscan haalt zaaigeld op voor automatisering bouwvoorbereiding Specscan, gevestigd in Goes, heeft seed‑kapitaal opgehaald bij Impuls Zeeland en Rabobank. De startup ontwikkelt een platform dat de pre‑constructiefase in de bouw automatiseert. Het systeem zet Stabu‑bestekken en technische documenten om in werkpakketten die direct naar onderaannemers en leveranciers kunnen worden gestuurd. Volgens oprichter Oscar Meijerink verkorten aannemers hiermee het offertetraject met 70 tot 90 procent. Het platform analyseert documenten, vergelijkt offertes automatisch en doet voorstellen voor geschikte partijen op basis van projectdata. Specscan koppelt met Microsoft‑omgevingen zoals SharePoint en Teams en kan binnen één minuut worden gestart. Onderaannemers en leveranciers gebruiken het gratis. Ongeveer honderd aannemers testen het systeem; binnen twee maanden volgt bredere beschikbaarheid.
Autonome ai-agents verhogen cy­ber­drei­ging
4 dagen
De hack bij McKinsey door een autonome ai-agent van een securitystartup heeft de kwetsbaarheid van bedrijfchatbots pijnlijk blootgelegd. Binnen twee uur verkreeg de agent volledige lees- en schrijftoegang tot hun interne ai-platform, waardoor talloze chatberichten en vertrouwelijke klantbestanden toegankelijk werden. Experts waarschuwen dat de potentiële schade veel groter had kunnen zijn.De aanval illustreert hoe ai-agents steeds effectiever worden in het uitvoeren van cyberaanvallen, ook tegen andere ai-systemen. De agent van CodeWall, een securitystartup, selecteerde McKinsey zelfstandig als doelwit op basis van het publieke responsible disclosure-beleid van het bedrijf en recente updates aan Lilli. Het hele proces verliep volledig autonoom, van doelwitonderzoek tot rapportage, zonder menselijke tussenkomst.De agent startte met het vinden van publiek toegankelijke api-documentatie, waaronder 22 endpoints die geen authenticatie vereisten. Een van deze endpoints verwerkte gebruikerszoekopdrachten waarbij zogenaamde json-sleutels direct werden samengevoegd in sql-queries. De agent herkende een sql-injectie-kwetsbaarheid die standaardtools niet zouden detecteren. Via deze kwetsbaarheid kreeg de agent toegang tot 46,5 miljoen chatberichten over strategie, fusies en overnames, en klantengagementen, allemaal in platte tekst. Daarnaast werden 728.000 bestanden met vertrouwelijke klantgegevens, 57.000 gebruikersaccounts en 95 systeemprompts die het gedrag van de ai sturen toegankelijk.Omdat de sql-injectie zowel lees- als schrijfrechten gaf, had een aanvaller deze prompts kunnen manipuleren om de antwoorden van Lilli aan alle consultants te vergiftigen, en dat zonder code-aanpassingen of deployment.Snelle respons, blijvende dreigingCodeWall vond de kwetsbaarheid eind februari en deelde de volledige aanvalsketen op 1 maart. McKinsey patchte binnen enkele uren alle niet-geauthenticeerde endpoints, haalde de ontwikkelomgeving offline en blokkeerde publieke api-documentatie. Een woordvoerder van McKinsey bevestigde dat er geen bewijs is dat klantgegevens door de onderzoekers of andere ongeautoriseerde partijen zijn ingezien. De potentiële schade had echter veel groter kunnen zijn. ‘McKinsey zelf doet nu alsof het allemaal wel meevalt. Maar als dit écht een bende cybercriminelen was geweest, had dit zomaar het einde van deze consultant kunnen betekenen’, stelt Madelein van der Hout, senior security analyst bij Forrester, in BusinessWise.Zo had een kwaadwillende aanvaller Lilli kunnen manipuleren om consultants verkeerd advies te geven over klantcommunicatie of miljoenentransacties. De gecompromitteerde systeemprompts zouden gebruikt kunnen worden om de chatbot instructies te geven die rampzalige gevolgen hadden voor McKinsey’s klanten wereldwijd.Volgens Paul Price, ceo van CodeWall, zullen hackers dezelfde technologie en strategieën gebruiken om willekeurig aan te vallen met specifieke doelen zoals financiële chantage of ransomware. Het incident onderstreept in elk geval dat autonome ai-agents niet alleen een tool voor verdedigers zijn, maar ook een groeiende dreiging vormen in de handen van aanvallers.
‘Klik of je wordt geblokkeerd’ en nog 11 social engineering-trucs
4 dagen
Social engineering is een succesvolle aanvalsmethode in het Nederlandse bedrijfsleven en bij overheden. Aanvallers gaan steeds geraffineerder te werk in het misbruiken van menselijk gedrag. Ze spelen in op reflexen als urgentie, vertrouwen en autoriteit. En dat zijn precies de factoren die medewerkers ertoe brengen om zélf de digitale deur open te zetten.De recente onthulling dat Russische staatshackers Signal‑ en WhatsApp‑accounts van Nederlandse ambtenaren hebben overgenomen, laat zien hoe geraffineerd social engineering inmiddels is geworden. Aanvallers spelen in op urgentie, vertrouwen en autoriteit. Ze creëren een geloofwaardig verhaal, doen zich voor als collega, leverancier of leidinggevende, of zetten slachtoffers onder druk. Zo kunnen organisaties die de beveiliging technisch op orde hebben toch in de problemen komen.De Fraudehelpdesk, een landelijk meldpunt waar particulieren en ondernemers terecht kunnen voor vragen, advies en het melden van online fraude en oplichting, ziet dagelijks nieuwe varianten opduiken. Criminelen ontwikkelen voortdurend nieuwe methoden om slachtoffers te misleiden. Daarmee verschuift de dreiging steeds verder van techniek naar menselijk gedrag, ziet het door het Ministerie van Justitie en Veiligheid opgezette meldpunt. In dit artikel zetten we de bekendste vormen van social engineering op een rij:1. Phishing bestaat uit e‑mails die lijken te komen van banken, cloudproviders of interne afdelingen. Een voorbeeld uit de Nederlandse praktijk is de fraude bij bioscoopketen Pathé (2018), waarbij criminelen zich via e‑mail voordeden als de ceo en 19 miljoen euro  lieten overmaken.2. Spearphishing is een gerichte phishing met kennis van de organisatie of persoon. Zo werd de Universiteit Maastricht in 2019 getroffen door een gerichte spearphishingcampagne die leidde tot een grote ransomware-uitbraak. De aanval begon met een zeer geloofwaardige phishingmail gericht op specifieke medewerkers.3. Vishing is telefonische oplichting waarbij aanvallers zich voordoen als it‑support of bank. Volgens de Fraudehelpdesk is de situatie waarbij criminelen zich telefonisch voordoen als bankmedewerkers en slachtoffers overtuigen om geld ‘veilig te stellen’ een groeiend probleem.4. Smishing is phishing via sms of WhatsApp. De Rijksoverheid waarschuwt dat twee op de drie Nederlanders jaarlijks nep‑sms’jes of misleidende WhatsApp‑berichten ontvangt, vaak uit naam van banken, pakketdiensten of MijnOverheid.5. Pretexting is een verzonnen scenario dat vertrouwen wekt. Zoals de Ubiquiti‑fraude (hoewel internationaal) is qua methode identiek aan Nederlandse ceo‑fraudezaken. In Nederland waarschuwt de politie expliciet voor pretexting waarbij criminelen zich voordoen als accountant, auditor of leverancier om betalingen af te dwingen.6. Tailgating staat voor meelopen met medewerkers om fysieke toegang te krijgen. De Nederlandse beveiligingsbranche rapporteert regelmatig tailgating‑incidenten. Een bekend voorbeeld is een test van beveiligingsbedrijf Northwave, waarbij een ‘mystery guest’ zonder pasje meerdere kantoorpanden in Nederland binnenkwam door simpelweg mee te lopen met medewerkers.Nog complexere social engineeringDe genoemde zes methoden vormen de basis, maar de afgelopen jaren is er een duidelijke verschuiving zichtbaar naar complexere, psychologisch verfijnde varianten. De nieuwe generatie social engineering die in ons land de kop opsteekt, combineert psychologische druk met nieuwe technologieën zoals ai en deepfakes. Het gaat bijvoorbeeld om:7. Deepfake‑stemfraude. PwC Nederland waarschuwt dat deepfake‑technologie wordt gebruikt om stemmen van leidinggevenden na te bootsen en zo betalingen af te dwingen. PwC noemt dit expliciet een groeiende vorm van imitatiefraude.8. Quishing (QR‑phishing). De Rijksoverheid meldt dat twee op de drie Nederlanders jaarlijks nep‑sms’jes, misleidende appjes of valse e‑mails ontvangen, waaronder qr‑links die naar nep‑inlogpagina’s leiden.9. Business Email Compromise, ofwel BEC‑fraude, wordt door Nederlandse instanties genoemd als groeiende vorm van imitatiefraude. De politie koppelt BEC expliciet aan moderne identiteitsfraude en deepfake‑technieken. Het is een vorm van cyberfraude waarbij criminelen e-mails vervalsen om geld of gevoelige informatie te ontfutselen. Oplichters doen zich vaak voor als directieleden (ceo-fraude) of vertrouwde leveranciers om medewerkers te misleiden en betalingen te laten doen. 10. Helpdesk‑spoofing. Ook nep‑helpdesks die bellen vanaf gespoofde nummers vormen een groeiend probleem. Criminelen doen zich voor als bank‑ of it‑medewerkers en nemen op afstand de systemen over van slachtoffers.11. Social‑media‑impersonatie is de term die gebruikt wordt voor criminelen die zich steeds vaker voordoen als overheidsinstanties of bedrijven via gespoofde nummers en nep‑profielen.12. Usb‑lokacties zijn campagnes waarbij een usb-stick met schadelijke software wordt achtergelaten. Als een medewerker de usb-stick in een apparaat plaatst dat aan het netwerk gekoppeld is dan starten in de systemen vaak allerlei processen waarmee criminelen netwerken binnendringen, data stelen of gijzelen en systemen platgooien.De gevolgen van social engineering zijn vaak groter dan de initiële schade. Denk aan: financiële verliezen door frauduleuze betalingen, verstoring van bedrijfsprocessen, reputatieschade, verlies van klantvertrouwen, juridische gevolgen bij datalekken. De Fraudehelpdesk benadrukt dat meldingen cruciaal zijn om nieuwe trends te herkennen en organisaties tijdig te waarschuwen.Hoe kunnen bedrijven en organisaties zich wapenen tegen social engineering? Effectieve verdediging vraagt om een combinatie van techniek, proces en mens veelgenoemde manieren om weerbaarder te zijn tegen social engineering:Doorlopende bewustwordingstraining met realistische scenario’s.Zero‑trust‑principes waarbij geen enkele aanvraag blind wordt vertrouwd.Strakke financiële processen zoals het vier-ogenprincipe.Technische maatregelen zoals multifactor-authenticatie (mfa), phishingfilters en regels rondom identiteitsgebruik (identity governance).Incidentmeldingen bij de Fraudehelpdesk om trends vroeg te signaleren.
Spoelstra spreekt: Vlotte babbel
4 dagen
Scholen zijn in de war. Nu heb ik dat mijn gehele schoolloopbaan al gedacht. Ik ben niet gek, de school is dat. Maar nu zijn ze echt in de war. Ze weten zich geen raad met de opkomst van ai. Misschien riepen ze dit ook toen de rekenmachine uitkwam. Straks kunnen kinderen geen staartdelingen meer maken. Nou, slecht nieuws, niemand kan meer staartdelingen maken. Nu roepen ze dat met ai. Niemand kan straks meer een scriptie maken. Natuurlijk is het helemaal niet erg als kinderen gebruikmaken van ai. Hun ouders doen inmiddels niet meer anders. En ai poept er binnen een paar seconde een goede afstudeerscriptie uit, dus waarom zou je zelf gaan klooien? De scriptie was oorspronkelijk bedoeld om te controleren of de student de stof beheerste. Maar het middel is een beetje het doel geworden. En het wordt voor de school steeds lastiger om te herkennen of het werkstuk is gemaakt door ai of zelf. Je kunt een werkstuk alleen herkennen als het zo slecht is dat het zeker weten niet door ai is gemaakt. Hetzelfde geldt natuurlijk voor sollicitaties. We nemen mensen aan op basis van een vlotte brief en dito babbel. Of ze ook daadwerkelijk een goede fysiotherapeut of loodgieter zijn, daar kom je pas na hun proeftijd achter. Maar het mooie is dus dat de dyslectische schoolverlater nu ook een goede sollicitatiebrief kan schrijven. Nu alleen nog een vlotte babbel en hij of zij is binnen.   En ik denk dat er voor scholen ook niet anders op zit om weer mondeling te gaan overhoren. De leraar heeft daar nu weer tijd voor. Lessen kunnen immers voorbereid worden door Chatgpt en op YouTube zijn meer dan genoeg filmpjes te vinden die de stelling van Pythagoras tien keer beter uitleggen dan die zwetende leraar voor de klas. Maar ja, nadeel van mondeling overhoren is natuurlijk dat degene met de meest vlotte babbel al fluitend cum laude afstudeert. Daarom een tip voor bedrijven: maak de proeftijd niet te lang. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk voor meer informatie op www.jacobspoelstra.nl.
Staatssecretaris: Breken met Fast Enterprises voor btw-systeem kost 200 miljoen
4 dagen
Het opzeggen of niet nakomen van het contract met het Amerikaanse Fast Enterprises voor de bouw van een nieuw omzetbelasting-systeem gaat zo’n 200 miljoen euro kosten.  Staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) zei dit donderdagmiddag tijdens een debat in de Tweede Kamer over de Belastingdienst. Hij noemde dit bedrag op vragen van kamerleden die er veel moeite mee hebben dat Nederland met deze aanbesteding opnieuw een stukje digitale soevereiniteit opgeeft. Het bedrag lijkt te zijn afgeleid uit de contractwaarde van negentien miljoen euro per jaar gedurende een periode van tien jaar.  Zelfbouw Stoppen met Fast en opnieuw beginnen met vervanging van het huidige systeem gaat flink in de papieren lopen. Nog even doorgaan met het huidige, veertig jaar oude btw-systeem kost ook veel. Want dat systeem kan niet communiceren met andere belangrijke systemen. Gegevens moeten nu met de hand worden overgetypt, vertelde Eerenberg, wat de kans op fouten vergroot. Zelfbouw, een optie die de eigen it-afdeling van de Belastingdienst zeker mogelijk acht, kost volgens Eerenberg veel tijd. De ambtelijke top van zijn ministerie meent dat dit drie tot zes jaar moet kosten.  Luc Stultiens, kamerlid voor GroenLinks-PvdA, vroeg Eerenberg om een toezegging dat geen onomkeerbare stappen worden genomen voordat alternatieven zijn gewogen. Hij wil kunnen wegen of uitbesteding aan Fast veilig genoeg is. Henk-Jan Oosterhuis (D66) vindt de risico’s ondanks de mitigerende maatregelen die Eerenberg heeft aangekondigd, toch nog onaanvaardbaar hoog. Met name GroenLinks-PvdA en D66 twijfelen of het Amerikaanse Fast het aangewezen bedrijf is dat het btw-systeem moet moderniseren.  Onafhankelijk oordeel Om die twijfels weg te nemen laat de staatssecretaris een onafhankelijke derde partij een oordeel vellen of de risico’s van uitbesteding aan een Amerikaanse partij aanvaardbaar zijn en de verzachtende maatregelen voldoende zijn. Uiterlijk in juni moet dit onafhankelijke oordeel op tafel liggen. Hoewel de deal met Fast voorlopig niet in het geding is, is het dus nog geen gelopen race.  It-expert Marcel van Kooten, gespecialiseerd in advies over sourcing en strategie, zegt: ‘Het is goed dat er een onafhankelijk onderzoek komt. Dat zou dan niet moeten plaatsvinden door een marktpartij die nu al tot de hofhouding van de Belastingdienst behoort, maar bijvoorbeeld door de Auditdienst Rijk.’ Verder wil Eerenberg bekijken of medewerkers van de Belastingdienst zelf ook de systemen van de omzetbelasting kunnen beheren. Overigens doet de Belastingdienst al het beheer en onderhoud van de infrastructuur, zegt Van Kooten, die zeer kritisch staat tegenover de deal met de Amerikanen. Fast doet het technisch applicatiebeheer en voert wijzigingen in de software door.  Eerenberg staat een verschuiving van housing naar hosting voor. Daarbij wil hij de grens opzoeken van wat kan en mag gelet op de bestaande contracten.  De staatssecretaris zei volledig de ambitie van het kabinet te onderschrijven om Nederland digitaal onafhankelijker te maken. De Belastingdienst moet zelfs koploper worden, zei hij. Maar zo gemakkelijk gaat dit niet. Op de plank ligt een groot aantal projecten die wachten op verdere ontwikkeling. Zelf doen betekent dat prioriteiten worden bijgesteld. Bovendien wordt de autonomie beperkt door de netcongestie. Schaarste aan stroom staat uitbreiding van datacenters in de weg. 
Kort: ING-banen weg door ai, aanpak ai-dis­cri­mi­na­tie faalt, Esprit koopt Veerman, Thinkwise naar België
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: ING schrapt dit jaar 1.250 voltijdbanen, fairness-methoden werken onvoldoende tegen discriminatie door algoritmen, Esprit ICT (voorheen Detron) neemt Veerman ICT over en het Apeldoornse platform voor legacy-software Thinkwise breidt uit naar België. ING bespaart met ai 1.250 fte’s ING verwacht dit jaar wereldwijd 1.250 fte’s te schrappen door verdere digitalisering en (generatieve) ai. De bankbrede netwerk-organisatie vormt daarvoor de basis. Dit jaar leidt de impact van tech tot drie procent meer efficiency; een kostenverlaging van 350 miljoen euro. Dat meldde de financiële groep gisteren tijdens een presentatie aan institutionele beleggers. De volgende stappen bestaan uit de toepassing van ai-agenten op gebieden waar veel waarde valt te halen. Zo gaan persoonlijke assistenten met agentische ervaring klanten bijstaan. Daarnaast maakt conversational banking steeds meer diensten toegankelijk met snelle resultaten.   Ook de eerste, geautomatiseerde hypotheekadviseur is in Nederland live. Het doel is naar instant hypotheken toe te werken. Binnen een jaar moet deze dienst in Duitsland worden uitgerold. ING streeft ernaar om aanvragers van een hypotheek binnen een etmaal uitsluitsel te geven. Een ander doel is het aantal klachten met de helft terug te brengen. Verder biedt ai meer mogelijkheden om klanten tegen fraude-dreigingen te beschermen.   ING gaat de bestaande initiatieven voor (generatieve) ai-diensten in alle landen waar de groep actief is, uitrollen. Bovendien komen er steeds meer domeinen bij. Over succes heeft de bank niet te klagen: meer dan negentig procent van de ai-proefprojecten bereikt de productiefase. Fairness‑methode herkent discriminatie door algoritme onvoldoende Zogeheten fairness‑methodes die gebruikt worden om discriminatie door algoritmes zelfstandig vast te stellen, zijn nuttig, maar schieten tekort. Dat concludeert de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) in een onderzoek, uitgevoerd in opdracht van het College voor de Rechten van de Mens. Organisaties vertrouwen steeds vaker op algoritmes om processen te stroomlijnen, maar de risico’s daarvan worden opnieuw onderstreept. De onderzoekers zien duidelijke parallellen tussen fairness‑indicatoren en juridische kaders voor gelijke behandeling. Toch blijft discriminatie volgens hen geen puur technisch probleem. Het vraagt om multidisciplinaire samenwerking, structurele monitoring en het borgen van toetsing in de werkprocessen. De recente affaires rond de kinderopvangtoeslagen en de controle op uitwonende studenten laten zien hoe groot de impact kan zijn wanneer dat ontbreekt. Het College presenteert daarom een set praktische handvatten voor organisaties die algoritmes inzetten. Die moeten helpen bij het signaleren van risico’s, het ondersteunen van juridische beoordelingen en het ontwikkelen van eerlijkere, juridisch houdbare systemen. In de samenvatting van het onderzoek worden onder meer het onderscheid tussen directe en indirecte discriminatie uitgelegd en essentiële vragen aangereikt die organisaties moeten stellen bij het beoordelen van mogelijke ongelijke behandeling. Esprit ICT neemt Veerman ICT over Leverancier van digitale werkplekoplossingen Esprit ICT neemt de Roosendaalse ict-dienstverlener Veerman ICT Services over. Zo verstevigt Esprit ICT zijn positie in Zuid-Nederland en breidt het zijn kennis en ervaring op het gebied van de digitale werkplek, datacommunicatie en it-security verder uit. Veerman ICT zal voorlopig onder de eigen naam en vanuit de vestiging in Roosendaal verdergaan als onderdeel van Esprit ICT. Directeur Ivan Peeters van Veerman ICT blijft na de overname nauw betrokken, medeoprichter Johan van Eekelen neemt afscheid van de organisatie, deelt het bedrijf in een persbericht. Esprit ICT krijgt door de overname een twaalfde vestiging in Nederland. Er werken ruim zevenhonderd mensen. Het bedrijf  is in september 2024 ontstaan uit de fusie van Detron en Zetacom en heeft zijn hoofdkantoor in Veenendaal gevestigd. Thinkwise breidt uit naar België Het Apeldoornse Thinkwise betreedt de Belgische markt. De maker van een platform voor het moderniseren van legacy software ziet marktkansen bij onze zuiderburen. Het gaat vooralsnog niet om een nieuwe vestiging, maar het bedrijf heeft speciaal voor deze stap een aantal nieuwe mensen aangenomen. Net als in Nederland verwacht Thinkwise in België vooral klanten te helpen die RPG (Report Program Generator) gebruiken. Dat is een programmeertaal die oorspronkelijk door IBM is ontwikkeld en die wordt beschouwd als verouderde en klassieke programmeertaal (legacy). In plaats van over te schakelen op standaard saas-oplossingen en processen aan te passen aan nieuwe software, moderniseert Thinkwise de bestaande applicaties van organisaties. Zo moeten eigen processen en businesslogica behouden blijven terwijl die organisaties beschikken over een moderne, toekomstbestendige ict-architectuur.
Microsoft onthult netwerktechnieken die datacenters zuiniger maken
5 dagen
Microsoft kondigt een doorbraak aan in de infrastructuur achter ai en cloud. Het bedrijf introduceert twee netwerktechnologieën die datacenters zowel sneller als energiezuiniger maken. De ontwikkeling komt op een moment dat de explosieve groei van ai de grenzen van bestaande infrastructuur bereikt. Datacenters verbruiken wereldwijd steeds meer energie. Ze vormen daarmee een groeiende zorg  voor zowel techbedrijven als overheden.  Microsoft zet nu in op twee innovaties. Zo is de verwachting dat MicroLed-technologie tot de helft minder energie verbruikt dan huidige optische verbindingen die op lasers zijn gebaseerd. Data zijn ook goedkoper te verzenden dan via koper en glasvezel. De tweede innovatie is hollow core fiber, een nieuwe generatie glasvezel die data tot bijna vijftig procent sneller verstuurt en de latency (vertraging in het netwerk) met circa een derde verlaagt. Hollow core fiber duikt al op in Azure-datacenters, terwijl MicroLed naar verwachting eind 2027 commercieel beschikbaar is. Volgens Microsoft zijn deze stappen nodig om ai op grote schaal mogelijk te blijven maken zonder dat het energieverbruik even hard meegroeit. Microsoft ziet goedkope MicroLeds als een efficiënter alternatief voor de kabels die momenteel data in datacenters transporteren. Onlangs is een proof-of-concept-project afgerond met MediaTek en andere leveranciers. Beeldvormende glasvezel ziet eruit als standaardglasvezel, maar van binnen bevat het duizenden kernen. De technologie bestond al in de kabels die worden gebruikt voor medische endoscopie, waarbij in feite een kleine camera in het menselijk lichaam wordt gebracht. MicroLed-bekabeling verandert de manier waarop data worden verzonden. Het is mogelijk om duizenden parallelle kanalen in één kabel te transporteren.
Rechter dwingt QDNL tot wijzigen naam: geen House of Quantum meer
5 dagen
Quantum Delta NL (QDNL) moet van de rechter stoppen met het gebruik van het Quantum-merk omdat verwarring kan ontstaan met de Duitse Quantum Group die het woordmerk Quantum voert. De Delftse stichting biedt ruimtes en werkplekken aan onder het merk House of Quantum. QDNL maakt inbreuk op het Quantum-merk, vinden de Duitsers. Zowel QDNL als het Duitse Quantum Immobilien bieden diensten op gebied van onroerend goed en financiële diensten aan. Ze komen daarbij in elkaars vaarwater. De Haagse rechter stelt de Duitsers op dit punt in het gelijk. Visueel en fonetisch lijken het merk en de tekens te veel op elkaar. QDNL zegt dat het woord ‘quantum’ gewoon een beschrijving is van wat zij doet — het stimuleren van quantumtechnologie — en dat Quantum Immobilien daarom niet het alleenrecht op dat woord mag hebben. Maar beide partijen zijn het erover eens dat het merk Quantum wél onderscheidend is voor de diensten waarvoor het is geregistreerd, en dus niet puur beschrijvend is. Het verbod om het woord ‘quantum’ te gebruiken voor precies die diensten betekent daarom niet dat Quantum het woord in het algemeen probeert te claimen. De uitspraak betekent dat de Delftenaren voor de nationale campus voor het quantumtechnologie-ecosysteem een andere naam moeten vinden dan House of Quantum, als de stichting op gebied van vastgoed actief wil blijven. Ook gaat er dan een streep door het plan om het House of Quantum-concept uit te breiden naar andere Europese landen.  QDNL, opgericht vanuit het Nationaal Groeifonds, bevordert de quantumtechnologie. Tot haar taken behoort het verdelen van 615 miljoen euro overheidssubsidie.
Ai jaagt sol­li­ci­ta­ties door het dak
5 dagen
Recruiters worden overspoeld door geïnteresseerde jobkandidaten. Voor sommige middenkaderfuncties is op een jaar tijd het aantal sollicitaties meer dan verdubbeld. De economische onzekerheid speelt hierbij een rol, maar artificiële intelligentie (ai) nog veel meer. Uit onderzoek van het Amsterdamse werving- en selectiebureau Robert Walters blijkt dat 56 procent van de professionals ai gebruikt bij het solliciteren, en bijna één op de vijf doet dat regelmatig. Dat heeft zijn weerslag. Ai-tools zoals LazyApply en automatische sollicitatiebots stellen kandidaten in staat om tientallen vacatures in enkele minuten te bestoken, vaak zonder de functie goed gelezen te hebben. Het resultaat is een toestroom die recruiters nauwelijks kunnen bijhouden. ‘Sommige recruiters krijgen meer dan achthonderd sollicitaties voor een middenkadervacature, en dat is meer dan het dubbele van vorig jaar’, zegt Tom Lakin, strategisch adviseur bij Robert Walters. De kwestie is natuurlijk om die sollicitaties te valoriseren. Werkgevers zien steeds meer generieke, ai-gegenereerde cv’s binnenkomen, waardoor het moeilijker wordt om de sterke kandidaten te onderscheiden van de rest. ‘Veel sollicitaties lijken bijna identiek. In een markt die door ai wordt aangedreven, is menselijk oordeel dus essentieel.’ Robot versus robot Om de toestroom te beheren, grijpen organisaties op hun beurt naar ai-gestuurde screeningsystemen. Wat dus op een robot-versus-robotconstructie lijkt. Maar zo’n robot langs de kant van de werkgever is ook geen zorgeloos verhaal, aldus de specialisten bij het bureau. Geautomatiseerde selectie vergroot namelijk het risico op onbewuste vooroordelen, vermindert transparantie en duwt het menselijke oordeel naar de achtergrond.Daarom dat de recruitment-specialist pleit voor een hybride aanpak. ‘Slimme teams automatiseren het probleem niet volledig weg, maar plaatsen de menselijke beoordeling terug centraal: door vaardigheden vroeg in het proces te toetsen, ai-shortlists kritisch te bekijken en selectietools regelmatig te evalueren.’
Eerenberg (Financiën) houdt vast aan belastingdeal met Fast Enterprises
5 dagen
De Belastingdienst blijft vasthouden aan de implementatie van het nieuwe systeem voor de omzetbelasting door het Amerikaanse bedrijf Fast Enterprises. Staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) is van plan deze omstreden aanbesteding voort te zetten. Dat blijkt uit een brief aan de vooravond van een debat in de Tweede Kamer. Mede naar aanleiding van artikelen in Computable hadden Kamerleden Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Jan Struijs (50Plus) gevraagd om alternatieven voor de Amerikaanse leverancier te onderzoeken. Zij stellen dat de keuze haaks staat op het streven naar digitale autonomie en vrezen dat de relatie met Fast Enterprises door de VS als politiek drukmiddel is in te zetten. Nederland is kwetsbaar, omdat jaarlijks circa tachtig miljard euro aan omzetbelasting via het systeem loopt. De staatssecretaris zegt echter weinig ruimte te hebben om de koers te wijzigen. Het huidige btw-systeem is circa veertig jaar oud. De kennis ervan neemt af, terwijl risico’s op storingen toenemen en de ruimte voor nieuw beleid beperkt is. Modernisering kan daarom niet langer wachten. Volgens Eerenberg is bewust gekozen voor een pakketoplossing. Zelfbouw acht hij onhaalbaar vanwege de lange doorlooptijd. De aanbesteding is zorgvuldig doorlopen en in maart 2025 definitief gegund. Stopzetting zou juridische en financiële consequenties hebben. Tegelijk erkent de bewindsman de zorgen over geopolitieke afhankelijkheid. De Belastingdienst is voor veel infrastructuur al afhankelijk van Amerikaanse software, zoals virtualisatie en besturingssystemen. Ook bij eigen beheer blijven die risico’s bestaan. Terugdraaien It-expert Marcel van Kooten betwist dat terugdraaien niet meer mogelijk is. Tijdens het Kamerdebat moet Eerenberg uitleggen waarom de overheid verder afhankelijk wordt van Amerikaanse leveranciers, terwijl het kabinet inzet op digitale autonomie. Die ambitie onderschrijft de staatssecretaris, maar noemt hij niet snel realiseerbaar. Andere Europese landen werken eveneens met Fast. Zo heeft de Finse fiscus de oplossing al breed geïmplementeerd en volgt mogelijk een overstap naar een Amerikaanse cloud. Ook Denemarken sloot een contract. Nederland kiest voor een integrale oplossing waarbij Fast het beheer van software en infrastructuur verzorgt. De infrastructuur staat in Apeldoorn. Volgens Eerenberg is geen sprake van cloudopslag van belastingdata, al blijkt uit aanbestedingsstukken dat dit op termijn kan veranderen. De staatssecretaris is zich bewust van risico’s rond datatoegang en continuïteit. Er wordt onderzocht of de Belastingdienst het infrastructuurbeheer kan overnemen. Ook wordt broncode in escrow (de broncode wordt ondergebracht bij een onafhankelijke derde partij, die het alleen vrijgeeft onder vooraf afgesproken voorwaarden) geplaatst en extern onderzocht op kwetsbaarheden.
Kort: Mastercard verleidt fin­tech­star­tups, Vertiv en Nvidia tillen ai-fabriek omhoog (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Mastercard organiseert voor derde keer Mastercard For Fintechs-programma, Vertiv en Nvidia verbeteren infrastructuur ai-fabrieken, Workday plaatst ai-assistent in hr- en financeplatform en TrendAI meldt zich bij ai-partnerprogramma HPE. Mastercard start nieuwe editie fintech-programma Mastercard lanceert de derde editie van zijn Mastercard For Fintechs, een programma, gericht op het versnellen van fintechstartups en scale-ups in Nederland en Europa. Deelnemers krijgen toegang tot kennis, mentoring en het internationale netwerk van de betaaldienstverlener. De winnaar ontvangt honderdduizend euro aan marketingondersteuning en toegang tot het partnershipprogramma Start Path. Ook wachten er masterclasses, netwerksessies en begeleiding door experts uit het betaalecosysteem. Fintechs met een operationeel product in onder meer Nederland, België en Frankrijk kunnen zich aanmelden. Na lokale halve finales volgt een Europese eindronde in Italië. Met het programma wil Mastercard innovatie en samenwerking binnen het fintech-ecosysteem stimuleren. Vorig jaar namen ruim honderd Europese startups deel; het Nederlandse regtechbedrijf Cense won de competitie. Vertiv en Nvidia verbeteren infrastructuur ai-fabrieken Vertiv, een leverancier van kritieke digitale infrastructuur, ontwikkelt samen met hardwareproducent Nvidia een geconvergeerde fysieke infrastructuur voor ai-fabrieken, gebaseerd op het Nvidia Vera Rubin DSX-referentieontwerp. De oplossing combineert stroomvoorziening, koeling en besturing in een geïntegreerd model, met als doel implementaties te versnellen en risico’s te beperken. Centraal staan zogeheten SimReady-modellen en herhaalbare infrastructuurblokken, die vooraf via simulaties gevalideerd zijn. Daarmee kunnen datacenteroperators sneller opschalen en de complexiteit van ai-omgevingen beter beheersen. De aanpak richt zich op volledige systeemintegratie, van netaansluiting tot chipkoeling. Volgens beide partijen maakt dit snellere ingebruikname en efficiënter energiegebruik mogelijk. De oplossing is bedoeld voor grootschalige ai-fabrieken en moet ook doorwerken naar hyperscale- en colocatie-omgevingen. Workday verwelkomt ai-assistent Sana voor hr en finance Workday brengt met Sana een conversatiegerichte ai-ervaring naar zijn platform voor hr- en financiële processen. De wereldwijd beschikbare oplossing combineert een ai-interface met agents die taken kunnen uitvoeren binnen en buiten Workday. De Sana Self-Service Agent beschikt over meer dan driehonderd vaardigheden en automatiseert onder meer salaris-, verlof- en administratieve processen. Met Sana Enterprise koppelt Workday daarnaast systemen als Microsoft Outlook, Google Gmail en Salesforce om workflows over applicaties heen te coördineren. Volgens Workday leidt de integratie van ai in kernsystemen tot hogere nauwkeurigheid en betere compliance. De oplossing is per direct beschikbaar voor klanten via het bestaande abonnementsmodel. TrendAI treedt toe tot ai-partnerprogramma van HPE Trend Micro sluit met zijn ai-beveiligingstak TrendAI aan bij het Unleash AI-partnerprogramma van Hewlett Packard Enterprise (HPE). Doel is organisaties te ondersteunen bij het veilig versnellen van ai-initiatieven op basis van HPE Private Cloud AI. De samenwerking maakt het mogelijk om beveiligingsplatform TrendAI Vision One direct te integreren in ai-omgevingen. Daarmee krijgen bedrijven inzicht in en controle over de ai-levenscyclus, van infrastructuur en modellen tot applicaties. Volgens beide partijen helpt de integratie om implementatierisico’s te verlagen en governance en compliance te waarborgen. Het Unleash AI-programma van HPE richt zich op een ecosysteem van partners dat organisaties ondersteunt bij het opschalen en operationaliseren van ai-toepassingen.
Ook (eveneens Amerikaanse) Equinix kan dienst­ver­le­ning DigiD verstoren
6 dagen
It-dienstverlener Solvinity draait DigiD en andere ict-rijksdiensten op een datacenter van Equinix in Amsterdam. Opdrachtgever Logius erkent dat deze Amerikaanse exploitant onder druk van de regering Trump de levering van stroom, koeling en ruimte zou kunnen beperken. ‘We onderzoeken of eerdere afspraken en risico’s nog passen bij de wereld van vandaag’, stelt een woordvoerster. Het Rijk telt vier zogeheten overheidsdatacenters (ODC): die van de Belastingdienst en SSC-ICT zijn van de overheid, ODC Noord draait binnen het datacenter van NorthC in Groningen en ODC RWS/DJI huurt sinds 2013 ruimte in twee datacenters (AM2 en AM3) van Equinix in Amsterdam. Daar waar NorthC van origine Nederlands is en sinds eind vorig jaar een Franse meerderheidsaandeelhouder kent, is Equinix door en door Amerikaans. Daar geldt dus de Amerikaanse Cloud Act, Fisa Act en andere regelgeving voor die de digitale soevereiniteit een autonomie van Europa kunnen bedreigen. Verstoring Veel ophef was er de afgelopen tijd over de overname van het Nederlandse Solvinity door de Amerikaanse it-dienstverlener Kyndryl. Daarmee zou het DigiD-beheer in Amerikaanse handen vallen met alle digitale-soevereiniteitsrisico’s vandien. Een daarbij onderbelicht punt is dat Logius-platform sinds een paar jaar is ondergebracht bij ODC RWS/DJI, ook wel ODC Amsterdam genoemd, in de datacentra van het Amerikaanse Equinix. De woordvoering van rijks-ict-dienstverlener Logius bevestigt dat het ODC Amsterdam een door de overheid aanbesteedde datacenteromgeving is waar diverse overheidsorganisaties van gebruikmaken. ‘Elke overheidsorganisatie bepaalt zelf welke servers geplaatst worden in het datacenter. Het floormanagement van de datacenteromgeving wordt uitgevoerd door overheidsmedewerkers. Zij zijn verantwoordelijk voor het organiseren en beheren van racks, kabels, ruimte en koeling zodat alles veilig werkt en overzichtelijk is.’ Maar, erkent zij, ‘het is in theorie mogelijk dat leverancier Equinix invloed uitoefent op de beschikbaarheid van de omgeving en daarmee de dienstverlening van de deelnemende overheidsorganisaties verstoort. Toegang tot DigiD-gegevens door Equinix is niet mogelijk.’ Geopolitiek Equinix levert dus de facilitaire voorzieningen, zoals stroom, koeling en ruimte. Volgens Logius is het contract met deze exploitant gericht op een continue levering van deze diensten. ‘Het contract wordt zorgvuldig gehandhaafd om uitval van die dienstverlening te voorkomen. In de huidige tijd van veranderende geopolitieke risico’s is het niet ondenkbaar dat er internationale beïnvloeding zou kunnen ontstaan via een Amerikaanse leverancier.’ Volgens de woordvoering verandert de wereld snel en onderzoekt Logius of eerdere afspraken en risico’s nog passen bij de wereld van vandaag. Maar dit onderwerp hangt ook samen met politieke keuzes en regels van de overheid. ‘Logius werkt binnen deze regels en neemt daarin zijn verantwoordelijkheid. Als we risico’s zien die niet acceptabel zijn, nemen we direct maatregelen. Het gebruik van een ander ODC behoort tot de mogelijkheden. Ons uitgangspunt is dat de veiligheid en betrouwbaarheid van gegevens van Nederlandse burgers altijd voorop staan.’ Bredere dreiging Logius wijst er verder op dat de geopolitieke risico’s die aan het werken met een Amerikaanse leverancier in feite gelden voor alle vitale it-systemen die werken met niet-Europese partijen. Op datacentergebied geldt dat bijvoorbeeld voor andere Amerikaanse datacenter-exploitanten als DigitalRealty, CyrusOne en Iron Mountain en de hyperscalers. Geen commentaarOp de vraag aan Equinix wat de zienswijze is op de geopolitieke en digitale-soevereiniteitsvraagstukken, komt na bijna twee maanden nog steeds geen antwoord. Kan het concern door de Amerikaanse overheid worden gedwongen om housing-beperkingen in zijn datacenters door te voeren, bijvoorbeeld het afsluiten van de stroom of het uitzetten van de koeling? Zijn hierover garanties gegeven aan klanten zoals Logius? Krijgt Equinix veel vragen van hen over digitale soevereiniteit? Zijn er al klanten vertrokken? Het blijft oorverdovend stil.
Hoge Raad: mag bank selfie van klant verplicht stellen?
6 dagen
De Hoge Raad vraagt in een tussenarrest duidelijkheid over financiële instellingen die klanten verplichten een selfie en kopie van hun identiteitsbewijs te verstrekken.De zaak gaat over creditcardmaatschappij ICS, die de overeenkomst met een kaarthoudster beëindigde omdat zij weigerde mee te werken aan een nieuwe online-identificatie. De kaarthoudster beriep zich op privacybezwaren tegen het opslaan van pasfoto en selfie.De Hoge Raad maakt voorlopig onderscheid tussen gewone foto’s en biometrische gegevens. Het enkel opslaan van een foto vormt volgens het hof nog geen verwerking van biometrische gegevens; daarvoor is bijvoorbeeld een gezichtsherkenningsprofiel nodig.Complexer is de verhouding tussen de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de AVG. ICS stelde dat zij op grond van de Wwft verplicht was kopieën van identiteitsbewijzen te bewaren, inclusief pasfoto. De Hoge Raad merkt op dat ‘art. 33 Wwft’ op verschillende manieren is uit te leggen en dat de AVG minimale en proportionele verwerking van persoonsgegevens vereist. Ook speelt mee dat een foto informatie kan bevatten over ras of etnische afkomst, die extra bescherming geniet onder ‘art. 9 AVG’.Geen duidelijk antwoordOmdat de bestaande rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU hierover geen duidelijk antwoord geeft, kondigt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan over de verplichtingen uit de vierde anti-witwasrichtlijn en de voorwaarden waaronder foto’s als bijzondere persoonsgegevens mogen worden opgeslagen.Het arrest is een tussenarrest (ECLI:NL:HR:2026:392). De Hoge Raad beslist dus nog niet of ICS de overeenkomst terecht beëindigde. Wel is de uitspraak van belang voor de grens tussen Wwft-verplichtingen en privacyrechten van klanten bij financiële instellingen.
Omstreden omzetbelastingsysteem op termijn naar de cloud
6 dagen
Het omstreden, door de Amerikaanse leverancier Fast Enterprises te bouwen nieuwe omzetbelastingsysteem gaat op termijn de cloud in. Dat blijkt uit het door de Belastingdienst opgestelde aanbestedingsbestek. Het idee dat een Amerikaanse leverancier een closed-source-systeem bouwt voor de Nederlandse omzetbelasting stuit op veel kritiek. Artikelen in Computable leidde daarover tot Tweede Kamervragen. De Belastingdienst levert zich geheel uit aan Fast Enterprises. Het leveringsmodel creëert een totale afhankelijkheid want als Fast Enterprises onder druk van de Amerikaanse regering vanwege geopolitieke overwegingen geen ondersteuning meer verleent voor bijvoorbeeld incident response, bug fixes, beheer en onderhoud, en systeemupdates dan stopt het in ‘Apeldoorn’ gewoon, legde it-expert Marcel van Kooten al eerder uit. Van on-premises naar cloud Dit GenTax-systeem van Fast Enterprises is in zijn oorspronkelijke opzet een on-premises-systeem. Maar als het aan de fiscus ligt, ligt er een toekomstige overgang naar de cloud in het verschiet. Uit het aanbestedingsdocument blijkt dat dit een selectiecriterium voor leveranciers is geweest waaraan nadere condities zijn verbonden qua (markt)prijs. De overgang naar de cloud dient een kostenbesparing op te leveren. In het bestek staat: ‘Opdrachtnemer moet dit schriftelijk kunnen onderbouwen. De te betalen vergoedingen voor de (cloud)diensten dienen lager te zijn dan de vergoeding die wordt betaald voor de ‘on-premises’. Ook al sluit de Belastingdienst niet uit dat beide vormen naast elkaar komen te staan.   Een overgang naar de (Amerikaanse) cloud is al helemaal een open zenuw bij Kamerleden. Eerder al was er veel tegenstand te horen over de migratie van de Belastingdienst van de kantoorautomatisering naar de clouddienst Microsoft 365 (M365). De toenmalige staatssecretaris Eugène Heijnen zei dat terugdraaien van dit besluit niet kon. In de nieuwe kantooromgeving is sinds 2021, toen de keuze voor M365 werd gemaakt, al 14,4 miljoen euro gestoken. Het continueren van de huidige, sterk verouderde werkomgeving wordt niet raadzaam geacht, want die software is aan vervanging toe. 
Ai in ziekenhuis: hoge verwachtingen, beperkte realisatie
6 dagen
Nederlandse ziekenhuizen zetten in 2026 flinke stappen in de inzet van artificiële intelligentie (ai), maar de hoge verwachtingen worden nog niet volledig waargemaakt. Dat blijkt uit de ‘AI Monitor Ziekenhuizen 2026’ van M&I/Partners, waaraan 52 ziekenhuizen deelnamen. Hoewel ziekenhuizen positieve effecten verwachten op de ervaring van medewerkers en patiënten, is er weinig optimisme over de financiële impact: 46 procent voorziet een negatieve invloed op de zorgkosten. In de afgelopen drie jaar is het daadwerkelijke gevolg van ai in veel ziekenhuizen beperkt zichtbaar, waardoor verwachtingen hoger liggen dan de realiteit. De inzet van ai groeit, maar blijft kleinschalig: 53 procent van de toepassingen is beperkt van omvang, grootschalige implementatie blijft achter (8%). De ai-readiness verbetert wel, vooral op het gebied van expertise en strategieontwikkeling. Tegelijkertijd zijn er knelpunten, zoals beperkte financiële ruimte (45%), onvoldoende ai-bewustzijn bij medewerkers (42%) en een beperkt transformatievermogen om ai daadwerkelijk te implementeren (39%). Bijna de helft van de ziekenhuizen heeft een uitgewerkte ai-visie en -strategie, en driekwart beschikt over een ai-beleid. De focus verschuift daarbij van puur medische toepassingen naar ondersteuning van zorgprocessen en bedrijfsvoering, met name in zorgadministratie en facturatie (80%), diagnostiek (71%) en communicatie (65%). De achtste editie van de ‘AI Monitor Ziekenhuizen’ biedt hiermee een actueel overzicht van de ambities, inzet en uitdagingen van ai binnen de Nederlandse ziekenhuissector, en laat zien dat veel verwachtingen nog niet volledig zijn ingelost.
EU Cloud Sovereignty Framework: beleidsstuk dat geen slaappil is
6 dagen
BLOG – EU-beleidsdocumenten lezen doorgaans alsof ze zijn geschreven door een commissie van juristen die te veel espresso hebben gedronken en achter hun toetsenbord alsnog in slaap zijn gevallen. Maar zie, met het EU Cloud Sovereignty Framework zet de Europese Commissie een belangrijke stap in het concretiseren van digitale soevereiniteit. Waar het begrip ‘sovereign cloud’ lange tijd diffuus en marketinggedreven was, introduceert dit framework voor het eerst een gestructureerde en toetsbare benadering. Jarenlang was ‘sovereign cloud’ een term zonder betekenis. Iedere cloudprovider claimde het, niemand kon het definiëren, en klanten hadden geen manier om claims te verifiëren. Het nieuwe Cloud Sovereignty Framework (het volledige stuk is hier te lezen) verandert dit door twee complementaire beoordelingssystemen te introduceren. Allereerst is er het Sovereignty Effectiveness Assurance Level (Seal), dat fungeert als harde ondergrens. Leveranciers die het vereiste niveau niet halen, worden uitgesloten van deelname. De niveaus lopen van volledige afhankelijkheid van niet-EU jurisdicties (Seal-0) tot volledige EU-controle zonder kritieke externe afhankelijkheden (Seal-4). Daarmee introduceert de Commissie een mechanisme dat vooraf selecteert op minimale soevereiniteit, in plaats van dit achteraf mee te wegen. Vervolgens differentieert de Sovereignty Score tussen gekwalificeerde aanbieders. Deze score is gebaseerd op acht dimensies, waaronder strategische, juridische, operationele en supply chain-soevereiniteit. De weging van deze dimensies maakt expliciet welke aspecten het zwaarst wegen, met name de controle over de toeleveringsketen. Twee factoren De effectiviteit van het framework zal in de praktijk afhangen van twee factoren. Ten eerste het gekozen SEAL-niveau. Indien aanbestedende diensten genoegen nemen met lage drempels, blijft de feitelijke impact beperkt en ontstaat ruimte voor aanbieders met substantiële afhankelijkheden buiten de EU. Ten tweede de toepassing van de weging binnen de Sovereignty Score. Met name de vraag of lage scores op strategische en juridische soevereiniteit gecompenseerd kunnen worden door hogere scores op andere dimensies, is bepalend voor de uitkomst. Deze balans is niet alleen technisch, maar ook beleidsmatig van aard. Marktimpact en positionering hyperscalers Volgens de de non-profitbrancheorganisatie Cispe bestaat het risico dat dominante niet-Europese aanbieders, zoals Amazon Web Services, Microsoft Azure en Google Cloud, via Europese entiteiten en aanvullende compliance-maatregelen alsnog concurrerend blijven binnen dit model. De vraag is in hoeverre het framework in staat is om structurele afhankelijkheden — bijvoorbeeld op het gebied van governance, wetgeving en technologie — daadwerkelijk zichtbaar en doorslaggevend te maken in de beoordeling. Praktijktest De lopende aanbesteding van de Europese Commissie voor sovereign-clouddiensten, met een omvang van 180 miljoen euro over zes jaar, fungeert als eerste praktijktest. De selectie van maximaal vier aanbieders zal inzicht geven in de mate waarin het framework onderscheidend vermogen heeft. Deze casus zal richtinggevend zijn voor bredere adoptie binnen zowel de publieke sector als gereguleerde industrieën. Voor organisaties biedt het framework een bruikbaar referentiekader voor cloudstrategie en leveranciersselectie. De acht dimensies van de Sovereignty Score kunnen direct worden vertaald naar evaluatiecriteria. Dit vraagt wel om een meer volwassen benadering van inkoop en architectuur, waarbij niet alleen naar functionaliteit en kosten wordt gekeken, maar ook naar juridische positie, operationele autonomie en ketenafhankelijkheden. Dit betekent: het expliciet meenemen van juridische en geopolitieke risico’s in besluitvorming; het opvragen van aantoonbare bewijslast en onafhankelijke audits; het ontwerpen van architecturen met interoperabiliteit en portabiliteit als uitgangspunt; het ontwikkelen van interne expertise om leveranciersclaims kritisch te beoordelen. Conclusie Het EU Cloud Sovereignty Framework markeert een verschuiving van beleidsmatige ambities naar praktische instrumenten. Voor het eerst wordt digitale soevereiniteit vertaald naar concrete en toetsbare criteria. De uiteindelijke impact zal echter niet alleen worden bepaald door het framework zelf, maar vooral door de wijze waarop organisaties het toepassen. Strikte drempelwaarden en consistente beoordeling zijn daarbij essentieel. Zonder die discipline bestaat het risico dat het framework verwordt tot een compliance-instrument zonder wezenlijke invloed. Met de juiste toepassing kan het daarentegen bijdragen aan een structurele versterking van digitale autonomie binnen Europa. Robbrecht van Amerongen, hoofd strategie, Amis, hoofd iot, Conclusion
Reorganisatie ASML resulteert in vertrouwenscrisis
6 dagen
De ondernemingsleiding van ASML zal er een zware dobber aan hebben om het vertrouwen te herstellen in de koers die de chipmachinefabrikant gaat varen. Een meerderheid van het personeel meent dat het hogere bedrijfskader verkeerd zit met de manier waarop de ingrijpende herstructurering wordt aangepakt. Van de 14.073 ASML-medewerkers die reageerden op een tevredenheidsonderzoek, is het merendeel negatief gestemd. Vooral in de technologie-organisatie – die volgens ASML te stroperig en bureaucratisch zou zijn – is het ongenoegen groot. In de afdeling IT & Data mist iets meer dan de helft vertrouwen in de aanpak. Hard Uit de enquête blijkt dat de reorganisatieplannen bijzonder hard zijn aangekomen. Eind januari maakte ASML bekend dat van de 4.500 technologisch leidinggevenden er ruim drieduizend niet nodig zijn. Voor zo’n 1.400 van hen – bijna de helft van dit ‘overtollige’ management – ziet de raad van bestuur nog kansen voor een overstap naar een technische rol. Voor de medewerkers kwam die radicale ingreep als een donderslag bij heldere hemel. Wel blijkt uit de meting van het sentiment onder hen dat een ruime meerderheid begrijpt dat de transformatie nodig is. Te veel tijd gaat verloren aan vergaderen. In de technologie-organisatie en IT & Data ziet een grote meerderheid geen verbetering in hoe efficiënt en goed georganiseerd de werkprocessen in hun sector verlopen. De rest van het bedrijf is milder. Tegenover begrip voor de onderbouwing van de reorganisatie staat onzekerheid over welke veranderingen in de komende maanden worden verwacht. Vooral in de technologie-organisatie overheersen twijfels. Een overgrote meerderheid aldaar gelooft allerminst dat de transformatie een positief effect heeft op ASML’s toekomst op de lange termijn. In de afdeling IT & Data bestaat meer vertrouwen in de goede afloop.  Op de vraag of de medewerker vooruitgang merkt in hoe goed deze begrijpt wat er van hem/haar wordt verwacht, geeft een miniem percentage een positief antwoord. De enquête vond tussen 6 en 13 maart plaats. In die periode viel ook de eerste walk-out bij ASML Veldhoven. Alle werknemers konden aan het onderzoek meedoen. In de hele organisatie deed een derde dat. Bij technologie gaf 51 procent zijn mening, bij IT & Data was dat 41.  Zwaar Binnen technologie wordt vooral Delivery & Engineering (D&E) zwaar getroffen, ASML’s grootste organisatie voor onderzoek en ontwikkeling. Die afdeling heeft de taak om de technologie-roadmap om te zetten in werkende lithografiesystemen.  ASML wil D&E veranderen in een deel dat Delivery heet, waar de verantwoordelijkheid ligt op product- en moduleniveau, en een Foundation om synergieën tussen producten en modules te verbeteren. Dit laatste kan door ontwerp-gemeenschappelijkheid mogelijk te maken en competenties, middelen en methodes te behouden en te ontwikkelen. D&E is gestructureerd in functionele clusters, elk met een competentie zoals software en algoritmes alsmede system engineering. Oplossing Peter Reniers, bestuurder Metaalbond FNV, ziet in de enquête-uitslag een bevestiging dat ASML-medewerkers er allerminst van overtuigd zijn dat deze nieuwe organisatie de oplossing is voor de stroperigheid. D&E kende eerdere reorganisaties zonder dat dit probleem werd aangepakt. Hij vraagt zich af wat de ASML-top van het verleden heeft geleerd en waarom nu ineens een zware sanering met gedwongen ontslagen nodig is.  Jarenlang leed de organisatiestructuur onder achterstallig onderhoud, aldus Reniers. ‘Als de leiding dit eerder had onderkend en aangepakt, hadden noodzakelijke aanpassingen gefaseerd en in overleg met OR en vakbonden kunnen plaatsvinden. De onrust en onzekerheid die nu onder medewerkers ontstaat, is daardoor het gevolg van keuzes die de organisatie zelf heeft gemaakt.’ Volgens Reniers kan het gebrek aan vertrouwen in het management ook de cultuur van creativiteit en innovatie schaden. En daar moet ASML het juist van hebben, stelt hij. ASML ziet in de enquête-uitslag het positieve punt dat de beweegredenen achter de reorganisatie worden onderkend. ASML stelt verder in een reactie de resultaten van de enquête intern te hebben gedeeld met alle medewerkers. ‘De resultaten bevestigen wat we dagelijks horen, in vergaderingen en in informele gesprekken. Een transformatie met zo’n impact op medewerkers creëert onzekerheid. Het kan de motivatie tijdelijk ondermijnen. De enquête laat dit duidelijk zien. We hebben de enquête niet gehouden om gerustgesteld te worden, maar om te begrijpen waar we staan en waar we actie moeten ondernemen. We begrijpen dat mensen willen weten wat er gaat gebeuren. Daarom werken we er hard aan om zo snel mogelijk duidelijkheid te scheppen.’ ASML bleek niet bereid de plannen in te trekken. Vanavond houdt FNV Metaal ledenvergaderingen waarin het sociaal plan van ASML wordt besproken.
Kort: it-krapte houdt aan, ChatGPT beschikt over wiskundeknobbel (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: senior it’ers schaars, ChatGPT genereert wiskundig bewijs, werkgevers misbruiken cameratoezicht, Impacto Group zet in op ai-‘digitale collega’s’ en LVNL heeft nieuwe cio. It-krapte verschuift naar tekort aan senior skills, innovatie onder druk Nederlandse organisaties kampen nog altijd met it-schaarste, maar het probleem verschuift van aantallen naar vaardigheden. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van Linkit onder 505 it-beslissers. Zo ervaart 38 procent een tekort aan it-personeel, terwijl 62 procent een gebrek ziet aan specifieke vaardigheden, met name in ai, cybersecurity en it-architectuur. Vooral senior profielen zijn schaars. De krapte leidt tot hogere werkdruk (35%), vertraging van projecten (34%) en minder innovatie (24%). It-teams richten zich daardoor vaker op beheer in plaats van vernieuwing. Externe inzet blijft cruciaal: bijna negentig procent van de organisaties maakt er gebruik van. Tegelijkertijd staat kennisborging onder druk, doordat overdracht tussen externen en vast personeel tekortschiet. ChatGPT ontwikkelt zelfstandig wiskundige bewijzen Onderzoekers van het Data Analytics Lab van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) stellen dat commerciële ai-modellen in staat zijn om originele wiskundige bewijzen te genereren. In een studie laten zij zien dat ChatGPT-5.2 (Thinking) zelfstandig een bewijs ontwikkelde voor een wiskundige/computationele stelling (conjectuur). Een conjectuur is een bewering waarvan men denkt dat ze waar is, omdat er veel voorbeelden of aanwijzingen voor zijn, maar waarvoor nog geen formeel bewijs bestaat. Zodra het wél bewezen wordt, verandert het in een stelling (theorema). Volgens de onderzoekers markeert dit een verschuiving: ai wordt niet alleen gebruikt voor programmeren of tekst, maar ook voor theoretisch onderzoek. De VUB plaatst de ontwikkeling in de context van ‘vibe-proving’ (ai-geassisteerd programmeren). Ofwel ai helpt bij het structureren van complexe redeneringen, terwijl menselijke verificatie daarbij essentieel blijft. CNV ziet sterke toename meldingen over cameramisbruik op werkvloer CNV ontvangt steeds vaker meldingen over misbruik van cameratoezicht op de werkvloer. Sinds 2018 zijn er 427 meldingen gedaan, met een stijging naar circa 125 per jaar. Volgens de vakbond plaatsen werkgevers regelmatig zonder overleg camera’s en gebruiken ze deze om personeel te controleren of zelfs af te luisteren. Dat is in strijd met privacywetgeving. Vooral camera’s met microfoons baren zorgen. CNV stelt dat cameratoezicht alleen is toegestaan bij een gerechtvaardigd belang, zoals veiligheid, en nooit mag worden ingezet om werknemers te beoordelen. Werknemers worden opgeroepen misbruik te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Het cameragebruik leidt volgens de vakbond regelmatig tot een onveilige werksfeer. Impacto Group investeert in AgentsLab voor inzet ai-‘digitale collega’s’ Impacto Group heeft geïnvesteerd in AgentsLab, dat ai-gedreven digitale collega’s ontwikkelt voor het uitvoeren van bedrijfsprocessen. De samenwerking sluit aan bij de strategie van BPM Company, eveneens onderdeel van Impacto. Het platform van AgentsLab automatiseert processen zoals factuurverwerking, orderafhandeling en recruitment met ai-agents. Daarmee kunnen organisaties repetitieve taken automatiseren en piekbelasting opvangen. Voor BPM Company betekent de samenwerking een uitbreiding van het aanbod rond procesautomatisering. Door ai-agents te combineren met procesoptimalisatie wil het bedrijf klanten helpen hun digitale weerbaarheid en capaciteit te vergroten. Ronald Dubbeldam nieuwe cio van LVNL Ronald Dubbeldam is per 15 maart benoemd tot chief information officer van Luchtverkeersleiding Nederland. Hij vervult de functie voor een periode van vier jaar, met een mogelijke eenmalige verlenging van vier jaar. Dubbeldam is sinds twintig jaar werkzaam bij LVNL en bekleedde diverse leidinggevende rollen binnen het technische domein. Als cio wordt hij verantwoordelijk voor it- en infrastructuurprojecten, waaronder de overgang naar het nieuwe luchtverkeersleidingssysteem ICas en de verdere modernisering van systemen. De benoeming komt op een moment dat LVNL inzet op technologische vernieuwing en aansluiting bij het Europese luchtverkeersinitiatief Single European Sky. Binnen het bestuur werkt Dubbeldam samen met ceo Joost Meijs en cfo Marlou Banning.
EY pleit voor verplichte e‑facturatie Nederlandse ondernemers vanaf 2030
1 week
Ondernemers die in Nederland zaken met elkaar doen, zouden vanaf 1 januari 2030 verplicht elektronische facturen moeten sturen, zegt Ernst & Young (EY) in een advies aan het kabinet. Belangrijkste aanbeveling is de introductie van een brede vorm van e-facturatie en e-rapportage in Nederland; dus ook voor binnenlandse transacties. Vanaf midden 2030 geldt deze verplichting in de hele EU sowieso voor facturen tussen bedrijven in verschillende landen. Die digitale facturen sturen dan automatisch gegevens mee naar de Belastingdienst, zodat die de btw beter kan controleren. Deze elektronische facturen moeten aan een vastgestelde EU-norm voldoen. Dit vraagt inspanningen van alle betrokken partijen waaronder veel ondernemers, fiscaal dienstverleners en softwareontwikkelaars in Nederland.  ViDA EY deed op verzoek van het ministerie van Financiën onderzoek naar een aantal beleidsvragen die samenhangen met het onderwerp e-facturatie en digitale rapportage. De Europese Unie heeft het pakket btw-regels voor het digitale tijdperk (ViDA ofwel Vat in the Digital Age) een jaar geleden officieel aanvaard.  De huidige rapportageverplichting van grensoverschrijdende handel in de EU is niet meer actueel. Dit beperkt de effectiviteit voor de fraudebestrijding. Daarnaast bestaan er tussen lidstaten verschillen in de nationale digitale rapportageverplichtingen die gelden voor de btw. Deze fragmentatie leidt tot extra administratieve lasten voor exporteurs en importeurs. De inzet van e-facturatie en digitale rapportage moet soelaas brengen.  Volgens de nieuwe regels moeten de facturen in principe voldoen aan de Europese norm, het zogeheten EN16931-format, en moeten in een gestructureerd formaat worden verzonden. Tegelijkertijd moeten de kerngegevens van deze facturen vrijwel real-time worden gerapporteerd aan de nationale belastingdiensten.  Twee scenario’s EY onderzocht twee centrale vragen:  In hoeverre is het noodzakelijk om de doelstellingen en randvoorwaarden van e-facturatie en digitale rapportageverplichtingen (de zogenoemde infrastructuur) concreet in regelgeving vast te leggen; Welke voor- en nadelen bestaan er voor Nederland bij het invoeren van een eerdere verplichting voor binnenlandse e-facturatie en/of digitale rapportage;  Daartoe werden twee scenario’s gedefinieerd. Zowel ViDA-A als ViDA-B kent verplicht gebruik van e-facturen voor prestaties waarvoor de digitale rapportageverplichtingen gelden. Deze verplichtingen gelden voor leveringen binnen de EU en bepaalde verlegde prestaties alsmede voor verwervingen. ViDA-B voegt daar verplichtingen voor binnenlandse b2b-prestaties aan toe. Dit laatste is, zoals gezegd, een beleidskeuze voor Nederland.  Peppol Wat betreft de gewenste centrale digitale infrastructuur hebben vrijwel alle partijen die EY sprak, een voorkeur voor Peppol. Dit is een internationaal afgestemd netwerk voor e-facturatie, oorspronkelijk ontwikkeld voor overheidsopdrachten, maar tegenwoordig breed inzetbaar voor alle soorten facturen. In Nederland is er al een governance-organisatie voor Peppol (de Nederlandse Peppolautoriteit, NPa) met toezicht via de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI). Bedrijven en softwareleveranciers geven aan dat zij liever voortbouwen op dit bestaande netwerk dan dat er een geheel nieuw systeem wordt opgelegd. Peppol biedt een standaard die interoperabel en schaalbaar is, kent meerdere dienstverleners (zogenaamde Access Points of Peppol-dienstverleners) waardoor er keuze en concurrentie is, en is internationaal breed gedragen. Als Nederland Peppol als verplicht kanaal neemt, sluit het aan op omringende landen die vaak hetzelfde doen. Dit maakt grensoverschrijdend zakendoen eenvoudiger omdat men niet voor elk land een ander technisch systeem hoeft te gebruiken. Voor de twee alternatieven voor Peppol, een eigen nationaal platform en een Frans model met gecertificeerde platforms, bestaat in Nederland minder enthousiasme. Die vallen af. De aanbeveling is dan ook om onder voorwaarden voor zowel de e-facturen als de digitale rapportage één uniforme infrastructuur te kiezen, namelijk Peppol. Op dit moment is EN16931 reeds de verplichte standaard voor e-facturen aan de overheid; het ligt voor de hand die standaard te verbreden naar alle b2b-facturen. Wat zijn de baten? EY verwacht belangrijke baten. Elektronisch factureren maakt factuurverwerking efficiënter: waar nu nog vaak handmatig gegevens van een papieren of PDF-factuur worden overgetypt, gebeurt dit straks automatisch. Onafhankelijke analyses tonen aan dat dit leidt tot ongeveer 55–70 procent kostenbesparing per factuur vergeleken met papieren processen. Uit internationale benchmarks blijkt bijvoorbeeld een gemiddelde besparing van zo’n vijf à zes euro per verzonden factuur en zelfs acht euro per ontvangen factuur door over te stappen op volledig digitaal. Naast pure kostenbesparing is er ook een tijdsvoordeel: digitale facturen worden gemiddeld sneller verwerkt en betaald, wat de cashflow bij bedrijven verbetert. Uit evaluaties blijkt bijvoorbeeld dat e-facturatie betaaltermijnen verkort en het aantal betwiste facturen reduceert, wat weer scheelt in incasso- en correctiewerkzaamheden. Ook de overheid profiteert. Met digitale rapportage heeft de Belastingdienst een veel beter en actueler zicht op transacties.
Nvidia verkoopt tot eind 2027 voor 1 biljoen aan nieuwe ai-chips
1 week
Nvidia-topman Jensen Huang verwacht dat zijn bedrijf tot en met 2027 voor ten minste één biljoen (duizend miljard) dollar aan omzet zal genereren met zijn nieuwe ai-chips. Tijdens een grote conferentie van Nvidia in San Jose zei hij hoge verwachtingen te hebben van de verkoop van de huidige Blackwell-chips en de ‘volgende generatie’ Vera Rubin chips. De vraag naar rekencapaciteit kan zelfs nog hoger liggen dan nu wordt voorzien. Vorig jaar oktober zei Huang voor vijfhonderd miljard dollar aan orders voor ai-chips te hebben tot eind 2026.  De ai-economie verschuift van het trainen van ai-modellen naar inferentie: wanneer een ai-model nieuwe informatie verwerkt en zijn bestaande model toepast om iets nieuws te doen of te produceren. Dit verhoogt de vraag naar complexe chips. En uiteindelijk gaat ai mensen productiever maken. Nvidia komt met Vera, een cpu van de nieuwe generatie, speciaal bedoeld voor workloads voor ai-agenten.  De gpu’s waar Nvidia mee groot is geworden, kunnen niet zo goed overweg met die opeenvolgende taken die een korte reactietijd behoeven. Dit bracht Huang tot de uitspraak dat Nvidia niet langer vooral een gpu-fabrikant is, maar een leverancier van een ‘full-stack’ ai-infrastructuur. De cpu’s waren een remmende factor geworden in moderne ai-systemen. De nieuwe Vera-cpu-racks komen dan ook als geroepen. Ze gaan steeds belangrijker worden in datacenters. Computers in space Nvidia ontwikkelt verder een computer voor gebruik in de ruimte. Maar het is technisch zeer ingewikkeld om een goed functionerende computer te maken. ‘In de ruimte is er geen geleiding, geen convectie, alleen straling,’ zei Huang. ‘Dus we moeten uitzoeken hoe we deze systemen in de ruimte kunnen koelen.’ Nvidia heeft diverse platforms ontworpen voor omgevingen waar omvang, gewicht en stroomverbruik beperkt zijn. Volgens Huang leveren deze platforms prestaties van datacenter-klasse en ai-inferentie. Dit maakt orbitale datacenters, geospatiale intelligentie en autonome ruimte-operaties mogelijk. Verder kondigde Nvidia veel samenwerkingsverbanden aan met makers van industriële software die ai gaan inpassen in ontwerpprocessen, engineering en fabricage.
Zuidas-Russen (Nebius) sluiten deals van 46 miljard met Meta en Microsoft
1 week
Nebius Group, het ai-cloudbedrijf met hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas, heeft overeenkomsten met Meta (Facebook, WhatsApp, Instagram) afgesloten die kunnen oplopen tot 27 miljard dollar (23,5 miljard euro). Inclusief een deal met Microsoft hebben de Zuidas-Russen al voor 46 miljard dollar aan contracten binnengesleept. Daarbovenop komt nog een investering van twee miljard van Nvidia. Volgens Arkady Volozh, oprichter en ceo van Nebius, kan zijn bedrijf hierdoor zijn kernactiviteiten op het gebied van ai-cloud versnellen. ‘We zullen blijven leveren,’ zegt de Russische ondernemer die zijn bedrijf twee jaar geleden afsplitste van Yandex, het ‘Russische Google’. Nebius is vanaf dag één gebouwd voor ai, aldus Volozh. ‘Het is geen aanpassing van een algemene cloud, maar ontworpen voor wat ontwikkelaars daadwerkelijk nodig hebben,’ verklaart hij zijn succes. ‘Dedicated’ capaciteit Nebius gaat vanaf begin 2027 gedurende vijf jaar voor twaalf miljard dollar aan ‘dedicated’ capaciteit leveren op meerdere locaties, gebaseerd op een van de eerste grootschalige implementaties van het Nvidia Vera Rubin-platform. Bovendien heeft Meta zich ertoe verbonden om, in verband met de toegang tot deze implementaties, extra beschikbare rekenkracht af te nemen in bepaalde toekomstige Nebius-clusters. Dit totaalbedrag kan oplopen tot vijftien miljard dollar over een periode van vijf jaar. Daarnaast wil Nebius nog andere klanten bedienen met zijn ai-cloud. Ook met Microsoft werd een grote deal gesloten. In september 2025 kwam het tot een vijfjarige overeenkomst met een waarde van 19 miljard dollar. Hyperscale-cloud Nebius bouwt een compleet platform waarmee ontwikkelaars en bedrijven de regie over hun ai-toekomst in handen kunnen nemen; van data- en modeltraining tot implementatie in productie. Het bedrijf heeft datacenters in Finland, New Jersey, een colocaties in Missouri, Surrey (Verenigd Koninkrijk), Keflavik (IJsland) en Parijs. Vanuit Amsterdam leidt Volozh zijn team dat merendeels bestaat uit Russische emigranten.  Een week geleden kondigde de Russische ondernemer een strategisch partnerschap met Nvidia aan voor de volgende generatie hyperscale-cloud voor de ai-markt. Nvidia investeert twee miljard dollar in Nebius, waardoor het Amsterdamse bedrijf de uitbouw van zijn complete ai-cloudplatform kan versnellen.  Nebius kan in een vroegtijdig stadium rekenen op steun van Nvidia bij de adoptie van de nieuwste generatie van het Accelerated Computing Platform. Ze gaan samen ai-fabrieken bouwen en de systeemsoftware daarvoor ontwikkelen.Nebius krijgt ook voorrang bij het gebruik van Nvidia-computerarchitecturen. 

Pagina's

Abonneren op computable