computable

109 nieuwsberichten gevonden
Digitale soevereiniteit, hoe dan?
2 dagen
BLOG – In een wereld waarin organisaties steeds afhankelijker worden van digitale diensten, is digitale soevereiniteit een strategisch thema. Digitale soevereiniteit gaat over het vermogen van een organisatie om zelf controle te houden over haar data, systemen en digitale processen, zonder ongewenste afhankelijkheid van externe partijen. Het doel is om risico’s te beperken, compliance te waarborgen en de continuïteit van de organisatie te beschermen.De omgevingEen uitgangspunt van digitale soevereiniteit is dat organisaties maximale controle behouden over hun digitale omgeving en de daarin opgeslagen en verwerkte gegevens. Dit betekent niet dat alle systemen en applicaties per definitie lokaal (on-premises) moeten draaien; ook binnen cloud- en hybride omgevingen is het mogelijk om regie te voeren. Essentieel is dat de organisatie zelf bepaalt hoe de omgeving wordt ingericht, geconfigureerd en beveiligd en wie daar toegang toe heeft.Deze regie beperkt zich niet tot de technische inrichting, maar omvat ook bestuurlijke en strategische zeggenschap. Organisaties moeten in staat zijn hun eigen beveiligingsbeleid vast te stellen, te voldoen aan specifieke compliance-eisen en systemen flexibel aan te passen wanneer dat nodig is. Door bewust te kiezen voor oplossingen die deze autonomie ondersteunen – bijvoorbeeld via open standaarden, modulaire architecturen en transparante contractafspraken – kan afhankelijkheid van één specifieke leverancier worden voorkomen.Het behouden van controle over de digitale omgeving vergroot bovendien de flexibiliteit en wendbaarheid van een organisatie. Hierdoor kan sneller worden ingespeeld op veranderingen, zoals nieuwe wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen of veranderende bedrijfsbehoeften. Ook worden migraties naar andere systemen of leveranciers eenvoudiger wanneer er minder sprake is van afhankelijkheid van propriëtaire technologieën of gesloten ecosystemen.Het verminderen van afhankelijkheid van één partij verkleint het risico op vendor lock-in en versterkt de onderhandelingspositie. Daarnaast biedt het meer zekerheid op het gebied van continuïteit. Bij incidenten zoals storingen, beveiligingslekken of geopolitieke ontwikkelingen kan sneller en effectiever worden gehandeld. Organisaties behouden daarmee de mogelijkheid om tijdig passende maatregelen te nemen.Tegelijkertijd is er een rol weggelegd voor leveranciers. Zij moeten inspelen op de groeiende vraag naar digitale soevereiniteit door oplossingen te ontwikkelen en aan te bieden die organisaties daadwerkelijk in staat stellen de regie te behouden. Het aanbieden van soevereine omgevingen – waarin data, processen en infrastructuur voldoen aan duidelijke eisen op het gebied van controle, transparantie en juridische zekerheid – wordt hierbij cruciaal. Leveranciers die dit aantoonbaar kunnen ondersteunen, zullen hun positie in de markt versterken en bijdragen aan een toekomstbestendig digitaal ecosysteem.De dataVoor veel organisaties is de locatie van dataopslag van groot belang. Europese wet- en regelgeving, zoals de AVG, stelt eisen aan de verwerking en bescherming van persoonsgegevens. Daarom is het verstandig om contractueel vast te leggen dat data uitsluitend wordt opgeslagen en verwerkt binnen de Europese Unie. Door deze afspraken expliciet af te dwingen bij de (cloud)leverancier, verklein je het risico dat gegevens onder buitenlandse wetgeving vallen of worden verplaatst naar regio’s met minder strenge privacybescherming. Transparantie over datalocaties en eventuele subverwerkers is daarbij essentieel.Alleen het beveiligen van de dataopslag is niet voldoende; gegevens moeten ook goed worden beschermd. Encryptie vormt hierbij een belangrijke verdedigingslaag. Door data zowel tijdens transport als tijdens opslag te versleutelen, wordt de kans op misbruik aanzienlijk verkleind.Voor echte digitale soevereiniteit is het echter zaak dat de organisatie zelf eigenaar blijft van de encryptiesleutels en certificaten. Wanneer een leverancier de sleutels beheert, behoudt deze in theorie toegang tot de gegevens. Door certificaten en cryptografische sleutels in eigen beheer te houden, blijft de controle over de toegang tot de data volledig bij de organisatie. Deze aanpak wordt vaak aangeduid als ‘customer managed keys’ of ‘bring your own key’ en wordt steeds vaker toegepast binnen kritische en privacygevoelige omgevingen.Het contractEen ander essentieel onderdeel van digitale soevereiniteit is het juridisch vastleggen van eigenaarschap. In overeenkomsten met cloud- en it-leveranciers moet ondubbelzinnig worden opgenomen dat de organisatie eigenaar blijft van alle opgeslagen en verwerkte data. Daarnaast moet worden vastgelegd dat de leverancier gegevens nooit mag inzien, delen, analyseren of beschikbaar stellen aan derden zonder expliciete toestemming van de eigenaar. Ook moet duidelijk zijn hoe wordt omgegaan met verzoeken van overheden, toezichthouders of andere externe partijen.Sleutelafspraken zijn onder meer:De klant blijft te allen tijde eigenaar van de data;De leverancier mag data niet gebruiken voor eigen doeleinden;Data mag niet worden gedeeld met derden zonder schriftelijke toestemming;Verzoeken van externe partijen worden direct gemeld aan de klant, tenzij wetgeving dit verbiedt;Bij beëindiging van de dienstverlening wordt alle data volledig geretourneerd en verwijderd.Digitale soevereiniteit als strategische keuzeDigitale soevereiniteit gaat verder dan technologie alleen. Het is een combinatie van technische maatregelen, juridische afspraken en governance. Organisaties die investeren in een zelf beheerde omgeving, Europese dataopslag, eigen sleutelbeheer en duidelijke contractuele afspraken over eigenaarschap, versterken hun digitale onafhankelijkheid aanzienlijk.In een tijd waarin data een van de meest waardevolle bedrijfsmiddelen is, wordt het behoud van controle over die data steeds belangrijker. Digitale soevereiniteit biedt organisaties de mogelijkheid om innovatie te combineren met veiligheid, compliance en autonomie. Daarmee vormt het een belangrijke pijler voor een toekomstbestendige digitale strategie.Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology
Kort: Nederland wil minder Big Tech, pc-fabrikanten verkopen minder systemen (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Nederland wil minder Big Tech (maar zet nauwelijks stappen), HP ziet pc-verkoop dalen door duurdere componenten, DUO maakt digitale jaarverantwoording machineleesbaar, en Visa zet ai in voor sneller herstel van cyberlekken.Nederlandse organisaties willen minder afhankelijk zijn van Big TechNederlandse organisaties vinden dat Amerikaanse techbedrijven te veel macht hebben over data en ai. 85 procent wil dat Europa een sterker tegenwicht vormt. Toch heeft slechts vijftien procent concrete stappen gezet richting Europese of soevereine digitale infrastructuur. Bij 42 procent staat digitale soevereiniteit helemaal niet op de agenda.Dat blijkt uit de ‘Data & AI Monitor Benelux Edition’ van Xebia en Data Expo. Ruim zeven op de tien organisaties werken inmiddels met generatieve-ai-assistenten, maar slechts 24 procent meet de waarde daarvan volledig. Een kwart heeft minstens één ai-agent in productie.Datakwaliteit is met veertig procent de grootste belemmering voor verdere ai-implementatie, gevolgd door security en compliance (33 procent). Ook vertrouwen blijft een probleem: slechts 21 procent vertrouwt ai-output evenveel als het oordeel van een collega.HP verkoopt minder pc’s door stijgende geheugenkostenHP heeft in het derde kwartaal van zijn boekjaar zestien procent minder pc’s verkocht dan een jaar eerder. De omzet van de Personal Systems-divisie steeg desondanks met achttien procent naar 11,8 miljard dollar. Vooral hogere prijzen en een verschuiving naar duurdere systemen, waaronder ai-pc’s, stuwden de omzet. Volgens persbureau Reuters heeft HP, net als concurrenten Dell, Apple en Lenovo, te maken met oplopende kosten voor geheugen en andere componenten. De sterke vraag naar geheugen voor ai-datacenters beperkt de beschikbaarheid voor traditionele pc’s en drijft de prijzen op. HP verwacht dat de kostendruk ook in het vierde kwartaal aanhoudt.De cijfers illustreren een bredere ontwikkeling op de pc-markt: fabrikanten verkopen minder systemen, maar proberen de omzet op peil te houden met hogere prijzen en duurdere ai-pc’s.DUO start met iXBRL voor digitale jaarverantwoordingDienst Uitvoering Onderwijs (DUO) laat onderwijsinstellingen vanaf komende maand hun jaarverantwoording via iXBRL aanleveren. Daarvoor kiest de overheidsdienst voor SureSync Connect, een oplossing van SureSync.Bij iXBRL (Inline XBRLL; een digitale rapportagestandaard voor machineleesbare financiële gegevens) krijgen cijfers in een digitaal jaarverslag een vast label, zodat computers deze automatisch kunnen herkennen en controleren. Het handmatig overnemen van gegevens in het XBRL Onderwijsportaal vervalt daarmee, wat de kans op fouten en de correctielast moet verminderen.DUO start met een proefjaar. De ambitie is om vanaf 2027 alle circa 1.350 onderwijsinstellingen via iXBRL te laten rapporteren. SureSync levert al bijna twintig jaar systemen voor gegevensuitwisseling met de overheid en was eerder betrokken bij onder meer Digipoort en de DUO XBRL-taxonomie.Visa breidt cybersecurityaanbod uit met aiVisa breidt zijn cybersecurityportfolio uit met ai-gedreven risicobeheer en adviesdiensten. Centraal staat een nieuwe versie van de Visa Vulnerability Agentic Harness (VVAH), een modelonafhankelijk open-sourceframework dat organisaties helpt kwetsbaarheden te detecteren, te beoordelen en te verhelpen. Volgens Visa kan de doorlooptijd tussen het ontdekken en aanpakken van aanvalspaden hiermee in sommige gevallen worden teruggebracht van weken naar uren. De nieuwe versie breidt de eerdere functionaliteit uit van detectie naar herstel en validatie.Daarnaast breidt Visa Consulting & Analytics zijn Cybersecurity Advisory Practice uit. De adviesdiensten moeten klanten helpen cyberrisico’s in kaart te brengen, herstelmaatregelen te prioriteren en hun weerbaarheid te vergroten. VVAH ontstond uit Visa’s deelname aan Project Glasswing, een cybersecurity-initiatief van Anthropic.
Gedragscodes tegen online misbruik krijgen DSA-update
2 dagen
De Nederlandse internetsector heeft de Gedragscode Abusebestrijding en de Gedragscode Notice and Take Down vernieuwd. Met deze geactualiseerde versies wil de sector online misbruik sneller en effectiever bestrijden. Ook moeten de nieuwe codes praktische handvatten bieden voor digitale serviceproviders om te voldoen aan de Europese Digital Services Act (DSA).In de Gedragscode Abusebedrijding is onder meer een vereenvoudiging van de meldingen-sectie met doorverwijzing naar de Gedragscode Notice and-Take-Down doorgevoerd. Daarin zijn termijnen verduidelijkt. Ontvangstbevestiging, beoordeling én verwijdering moeten binnen één werkdag plaatsvinden. De gedragscodes zijn opgesteld door DINL, Dutch Cloud Community (DCC), NBIP en de Vereniging van Registrars (VvR) en worden ondersteund door onder meer de Dutch Data Center Association (DDA) en het Anti-Abuse-Netwerk (AAN). Ze zijn ondergebracht bij het onafhankelijke initiatief Clean Networks. Dat wordt beheerd door NBIP en is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Europese Unie en subsidies van (destijds) het Digital Trust Center en het SIDN Fonds. Ook het ministerie van Justitie & Veiligheid is nauw betrokken, meldt Clean Networks in een persbericht. Naast de gedragscodes heeft Clean Networks een threat intelligence-platform waar organisaties meldingen ontvangen over kwetsbaarheden binnen hun netwerken en als gevolg concrete acties kunnen nemen om misbruik te bestrijden. DSA Met de vernieuwde gedragscodes vertaalt de sector de verplichtingen uit de Digital Services Act (DSA) – de opvolger van de E-commercerichtlijn – samen met de Nederlandse wetgeving en actuele best practices naar concrete en toetsbare maatregelen voor digitale serviceproviders. Zo beschrijven de gedragscodes onder meer dat aanbieders gebruikers de mogelijkheid moeten bieden om technisch misbruik, zoals malware of DDoS-aanvallen, te melden. Daarnaast moeten zij beschikken over een duidelijke notice and take down-procedure voor de afhandeling van meldingen over illegale content. ‘Het gaat niet om vrijblijvende intenties, maar om praktische afspraken waarmee providers direct aan de slag kunnen’, reageert Octavia de Weerdt, algemeen directeur bij NBIP in een persbericht. Concrete normen op vijf onderdelen De gedragscode Abusebestrijding bevat concrete normen op vijf onderdelen:– Beleid & proceduresJe hanteert een Abuse Policy (AP) en Acceptable Use Policy (AUP). Je maakt duidelijk naar afnemers wat wel en niet is toegestaan en wat er gebeurt bij overtredingen.– Know Your Customer (KYC)Procedures voor het verifiëren van afnemers. Ook bij betaling met cryptovaluta vindt verificatie plaats voor de eerste transactie.– Notice-and-Take-Down (NTD)Een werkbare procedure om meldingen te ontvangen, te beoordelen en waar nodig actie te ondernemen.– Meldingen opvolgenJe bent proactief: bij abusemeldingen neem je direct contact op met de afnemer. Bij ernstige abuse neem je direct maatregelen.– HandhavingBij langdurig of herhaald overtreden van je AUP schors je diensten of beëindig je contract.De gedragscodes worden jaarlijks herzien, zodat zij blijven aansluiten op nieuwe vormen van online abuse, technologische ontwikkelingen en veranderende wet- en regelgeving.Bron: Clean Networks
Anic van Damme reikt Computable Awards 2026 uit
2 dagen
Presentator, journalist en dagvoorzitter Anic van Damme reikt op 17 november de Computable Awards uit. Van Damme richt zich voor haar werk als presentator vol op tech- en ict-onderwerpen. Ze vierde het feest van de Nederlandse ict-sector al eens mee. In 2021 reikte ze de Computable Awards ook uit. Op 17 november 2026 wordt tijdens een feestelijke gala-avond bekend welke bedrijven, organisaties, personen en samenwerkingsverbanden met een Computable Award naar huis gaan. De presentatie van de uitreiking van de prijzen in 16 categorieën is in handen van Anic van Damme. Zij maakte haar presentatiedebuut voor tv-programma’s over wetenschap en School TV en werkte voor het dagelijkse nieuwsprogramma voor millennials: NOS op 3. Daarna stapte ze over naar technologie-, gadget-, en innovatie-platform Bright waar haar techhart doorgroeide tot de kern van haar werk als zelfstandig host en presentator.Van Damme die in 2021 ook de Computable Awards uitreikte, zit goed in de materie van innovatie, tech en vernieuwing. Ze presenteert allerlei ict- en tech-gerelateerde bijeenkomsten en evenementen, zoals ai-event Google Think, een event voor ciso’s uit Europa: Alloyed26 en bijeenkomsten van Dawn Technology, Centric en Atlassian. Ook maak ze de podcast Cultuurshift over de digitale transformatie in de cultuursector en Van Damme host binnenkort Future Product Days in Kopenhagen waar negenduizend bezoekers zich laten bijpraten op het gebied van digitaal productontwerp.  Gevraagd naar hoe ze tegen de huidige ontwikkelingen rondom ai aankijkt, antwoordt ze: ‘Ai biedt kansen om onze samenleving positief en radicaal te veranderen. Op dit moment zijn we er al volop aan het experimenteren terwijl we ook nog moeten ontdekken wat we er allemaal mee kunnen.’ Ze ziet de toepassingen alle kanten op gaan terwijl de juiste begeleiding en vangrails rondom wet- en regelgeving soms nog onduidelijk zijn. Ondanks enkele zorgen overheerst bij haar de gedachte dat technologie in te zetten is om de wereld ‘gezonder, veiliger en een betere plek te maken’. The Age of Autonomous Systems Die visie sluit uitstekend aan op het thema van de 21-ste uitreiking van de Computable Awards: ‘Pushing Boundaries – The Age of Autonomous Systems’. Daarin staat de vraag centraal hoe organisaties innovatie, vertrouwen en menselijke regie in balans brengen. Het draait om het nieuwe tijdperk waarin technologie steeds zelfstandiger opereert. Het gaat om de werkelijkheid waarin ai‑systemen analyseren, voorspellen en beslissingen nemen, zoals netwerken die automatisch reageren op cyberdreigingen.   Het evenement belicht visionaire technologie, inspirerende leiders en projecten die de toekomst vormgeven. Bovendien komen technologie, gastronomie en innovatie samen in een sfeervolle gala-avond waarin bezoekers van ontvangst tot de laatste award ontdekken hoe autonome systemen onze wereld veranderen, en welke rol mensen blijven spelen in het sturen van die toekomst. Computable-lezers kunnen tot 4 oktober 2026 hun stem uitbrengen op de genomineerden voor de Computable Awards 2026. Dat oordeel wordt gewogen met dat van de achtkoppige jury en bepaalt aan wie Anic Van Damme namens Computable de prijzen mag uitreiken. Stemmen Breng hier uw stem uit op de genomineerden voor de Computable Awards 2026
Nvidia ziet de vraag naar ai-chips zelfs nog versnellen
2 dagen
Opnieuw recordcijfers voor Nvidia, de chipleverancier waarop de meeste ai-servers in datacenters draaien. Voor het kwartaal dat eindigde in juli meldt Nvidia een omzet van 96,2 miljard dollar, 18 procent meer dan in het kwartaal daarvoor en 106 procent meer dan een jaar geleden. De omzet overtrof de verwachtingen van de analisten. Die hadden uitgekeken naar de resultaten van Nvidia omdat dat een graadmeter is van de gezondheid van de ai-sector. Nvidia ziet de vraag naar haar chips verder versnellen. Dat vooruitzicht temperde de vrees dat de investeringen in ai-infrastructuur te ver doorschieten en er straks overcapaciteit bij de ai-datacenters ontstaat.  Nvidia levert niet alleen chips maar financiert ook steeds vaker de gigantische ai-fabrieken waar deze halfgeleiders terechtkomen. Beleggers begonnen zich de afgelopen weken zorgen te maken dat Nvidia zich in de vinger snijdt met deze deals. Maar de fraaie kwartaalresultaten en optimistische prognoses over de omzetgroei in het boekjaar 2028 (70 procent meer omzet) zorgden voor een koersstijging van 4 procent.  De bruto-marge kwam uit op liefst 75 procent, ook al niet mis. De netto-winst bedroeg 59,7 miljard dollar tegen 28,4 miljard dollar in dezelfde periode een jaar eerder. Nvidia profiteert als geen ander van de ai-hausse.  Nvidia-topman Jensen Huang zei tijdens de presentatie van de kwartaalcijfers dat ai een omslagpunt heeft bereikt. ‘Het verricht nuttig werk. De tokens ervan zijn productief en winstgevend. Nu is rekenkracht omzet genereren. En de vraag neemt toe. Vorig jaar rond deze tijd was één enkel ai-lab de drijvende kracht achter de ontwikkeling; vandaag beleven we een gouden tijdperk van nieuwe ai-labs en startups, meerdere grensverleggende labs die parallel opschalen, een bloeiend ecosysteem van open modellen en fysieke ai die online komt – met een sterke impuls in de VS en de rest van de wereld. De uitbouw van de ai-infrastructuur is in volle gang.’ Nvidia’s Vera Rubin platform dat ai-servers aandrijft, zal de komende maanden in datacenters belanden van CoreWeave, Google Cloud, Microsoft Azure, Oracle Cloud Infrastructure en Nebius. Anders dan bij de vorige generatie ai-chips (Blackwell geheten) zijn er geen technische vertragingen. Vera Rubin is nu volledig operationeel is, zei Jensen Huang.
De kortste carrière ooit: de prompt-engineer
2 dagen
Een Career Guide nodigt uit tot vooruitkijken. Maar soms kijk je beter naar een loopbaan, door even achterom te kijken. Neem de prompt-engineer. Begin 2023 leek het een droomberoep: geen klassieke informaticastudie, wel werken met de spannendste technologie van het moment. Een column van Prof. Hans Mulder over de kortste carrière ooit.LinkedIn vulde zich en aantal jaar geleden met ai-fluisteraars, promptkunstenaars en mensen die hun visitekaartje al hadden laten drukken voordat hun eerste prompt was uitgehallucineerd. Er verschenen vacatures met salarissen boven de drie ton dollar, onder meer bij Anthropic. Drie jaar later moet ik de vraag stellen: kijken we hier naar de kortste carrière ooit? We vragen het in simultaan debat met ai-chatbots Claude en ChatGPT.ChatGPT: Niet zo somber. Prompten is overal. Dus het beroep leeft.Claude: Dat is te makkelijk. Uw eigen analogie werkt tegen u. Zoeken werd een basisvaardigheid, maar daarboven ontstonden seo-specialisten en data scientists. Normalisering sluit specialisatie niet uit. Zij verplaatst deze beroepen omhoog.Hans Mulder: Eindelijk een chatbot die terugbijt. En Claude heeft een punt. Daarom moeten we preciezer zijn: de prompt-engineer-zonder-domein had de kortste carrière. De prompt-engineer-met-domein begint pas. Wie alleen trucjes kent als ‘gedraag je als expert’ of ‘maak dit overtuigender’ is de Cobol-krasser van de ai-golf. Nuttig bij schaarste, kwetsbaar bij volwassenwording. Herkenbaar met de begintijd van de automatsering en Max Euwe.ChatGPT: U haalt graag Max Euwe erbij. Wat heeft een oud-wereldkampioen schaken met prompts te maken?Veel. In de jaren vijftig trok Euwe door het land om topmanagers uit te leggen wat computers waren en hoe het binaire stelsel werkte. Niemand werd daarna ‘binair denker’ van beroep. Toch was die kennis nodig om bestuurders wakker te schudden. Mijn vader was later een van de eerste ict-docenten van Nederland bij NOVI en werkte mee aan AMBI, Automatisering en Mechanisering van de Bestuurlijke Informatievoorziening. De kracht van AMBI was niet dat het een modieuze titel opleverde, maar dat het fundamenten bood waarmee mensen meerdere technologiegeneraties konden overleven.Claude: Maar dat bewijst juist mijn punt. AMBI was geen cursusje voor iedereen. Het was een fundamentele opleiding. Dus waarom zou er geen ‘AMBI’ voor ai ontstaan?Daar ben ik het mee eens. Alleen heet dat niet: ‘prompten voor gevorderden in twee middagen, inclusief certificaat en LinkedIn-badge’. Een ai-opleiding gaat over data, context, processen, organisatie, recht, ethiek, security, evaluatie en domeinkennis. Niet over toverzinnen, maar over verantwoordelijkheid: wanneer mag een systeem iets beslissen, wat moet een mens zien, welke bron is betrouwbaar, en wie neemt de telefoon op als het misgaat?Claude: Elke nieuwe technologie roept toch nieuwe functies op?Tijdelijk wel. Vijftig jaar geleden dacht men dat een programmeur minstens academisch geschoold moest zijn. Daarna werd hij in de ogen van velen een codeur, iemand die opdrachten uitvoerde van een analist of ontwerper. Vervolgens kwamen ontwikkelaars, systeemprogrammeurs, projectmanagers, beheerders, architecten. Het Nederlands Genootschap voor Informatica probeerde functies in de automatisering al sinds 1980 te classificeren. In 1986 stonden er meer dan tachtig in de bijgewerkte uitgave. In de jaren negentig werd die technologiegedreven classificatie van functies praktisch onbruikbaar, simpelweg omdat elke nieuwe golf weer nieuwe titels baarde. Tegenwoordig gaat het sneller. Vroeger overleefde een functietitel een decennium. De prompt-engineer redde het amper twee jaar.ChatGPT: Dus prompt-engineering is dood?Nee, de chatbot is uit zijn kinderschoenen gegroeid. Aan de bovenkant spreken we steeds vaker over context engineering: zorgen dat een ai-systeem op het juiste moment de juiste informatie, instructies, voorbeelden, tools en grenzen krijgt. Dat is geen typen. Dat is het ontwerpen van de werkplek in het hoofd van de machine. Een analyse van 20.662 ai-gerelateerde LinkedIn-vacatures laat slechts 72 expliciete prompt-engineer-posities zien. Minder dan een half procent. En zelfs die 72 vragen niet alleen ‘mooi formuleren’, maar ai-kennis, communicatie en creatief probleemoplossen. Eerst dachten we dat de kunst zat in de formulering van de vraag. Nu weten we dat de kunst zit in het organiseren van de context, ‘context engineering’ boven ‘prompt engineering’.Claude: En daarmee weerspreekt u uw eigen zin dat iedereen een beetje prompt-engineer wordt.Niet helemaal. Iedereen moet ai-geletterd worden, zoals iedereen moet kunnen schrijven, zoeken en rekenen. Maar in gereguleerde sectoren kun je ai-instructies niet uitsmeren over iedereen die toevallig een chatbot opent. Dat is net zo onverstandig als zeggen: ‘security doen we allemaal een beetje’ en vervolgens verbaasd zijn over het datalek. Iedereen alert, niemand aanspreekbaar.ChatGPT: U deed onderzoek bij Achmea naar human-in-the-loop. Past dat hierbij?Precies. Human-in-the-loop is pas iets waard als iemand die plek bewust ontwerpt. Wanneer ondersteunt ai? Wanneer stopt het automatische proces? Wanneer moet het dossier open? Wanneer volgt een gesprek van mens tot mens? Dat is geen prompttruc. Dat is architectuur en governance. Als iedereen verantwoordelijk is, is niemand verantwoordelijk. En bij de daaropvolgende AVG-boete zegt de chatbot vermoedelijk: ‘Sorry, dat was niet mijn bedoeling.’Claude: Wat moet de beginnende of ervaren lezer van de Computable volgens deze Career Guide dan doen in hun loopbaan?Kies een vak, geen hype. Word jurist, verpleegkundige, controller, docent, mediator, of ondernemer— en leer ai gebruiken in dat vak. Voor de ervaren rotten: Leer ai vragen stellen, bronnen controleren, uitkomsten toetsen en aannames tegenspreken. De advocaat mét ai-vaardigheid is waardevoller dan de prompt-engineer zonder juridisch inzicht. De controller die ai-uitkomsten kan toetsen, is waardevoller dan iemand die alleen een instructie aan een chatbot formuleert. De docent die ai verantwoord inzet, is waardevoller dan iemand die prompttrucjes doceert zonder pedagogisch kompas.ChatGPT: En de prompt-engineer?De prompt-engineer-zonder-vak was een eendagsvlieg met een LinkedIn Premium-account. De prompt-engineer-met-een-vak ontpopt zich tot context engineer, model evaluator of ai-risk professional. High performers jagen niet op titels. Zij bouwen aan talent. De kortste carrière ooit is dus niet mislukt. Zij verdween in iedereen.In deze rubriek laat it-mediator prof. dr. Hans Mulder zijn gedachten gaan over de vraag: wat maakt dat sommige organisaties in dit digitale tijdperk het (veel) beter doen dan andere? Wat zijn de unieke eigenschappen van deze ‘High Performers’? En welke rol speelt it hierin?
Hoe krijg je meer grip op supplychain-security?
3 dagen
Vind je route naar een weerbare digitale keten op Cybersec Netherlands 2026Een organisatie kan kwetsbaar zijn voor een aanval via een leverancier. De vraag is niet alleen of een leverancier veilig is, maar ook hoe je die veiligheid gedurende de hele samenwerking beheerst. Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands.Dat maakt supply-chain security steeds belangrijker. Het gaat niet alleen om de selectie van leveranciers, maar ook om het beheersen van risico’s zodra systemen, data en processen met andere organisaties worden verbonden. Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vraag vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van inzicht in apparaten en technische afhankelijkheden tot leveranciersrelaties, securityvalidatie en samenwerking. Samen vormen ze een route langs vijf manieren om de digitale keten weerbaarder te maken.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je grip krijgt op supplychain-security?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Supply-chain security begint met de ongemakkelijke constatering dat een organisatie niet overal zelf controle over heeft. Leveranciers beheren systemen, software wordt ontwikkeld door externe partijen en digitale diensten draaien soms op infrastructuur van anderen. De vraag is daarom niet alleen of een leverancier veilig is, maar ook hoe je die veiligheid gedurende de hele samenwerking beheerst.Stap 1: breng ook apparaten en technologie van derden in kaartEen organisatie kan alleen grip houden op haar digitale keten wanneer duidelijk is welke apparaten en technologieën daadwerkelijk met de eigen omgeving zijn verbonden. Dat geldt niet alleen voor systemen die de organisatie zelf beheert. Ook onbekende of onvoldoende beheerde apparaten kunnen een aanvalspad vormen.De sessie ‘Via onbekend iot-device toegang tot 2000 servers: een real-life pentest case’ (9 september,14.00 – 14.30 uur, Masterclass theater 3) laat zien hoe groot de gevolgen daarvan kunnen zijn. Dirk Maij, chief technology officer bij Onyx Cybersecurity, bespreekt een praktijkcase waarin een onbekend iot-device uiteindelijk toegang gaf tot ongeveer tweeduizend servers.Audittrail sluit hier goed op aan als exposant (stand 11C024). De organisatie richt zich op inzicht en controle binnen digitale omgevingen. Welke apparaten zijn aanwezig, hoe zijn ze verbonden en welke risico’s ontstaan wanneer technologie buiten het directe beheer van de organisatie valt?Wat levert deze stop op?Een beter beeld van apparaten en technologie van derden die onderdeel zijn van je digitale keten en daarmee van mogelijke onbekende aanvalspaden.Stap 2: pak technische schuld en verouderde afhankelijkheden aanNiet ieder risico ontstaat doordat een organisatie iets onbekends over het hoofd ziet. Ook bekende systemen kunnen een probleem worden wanneer verouderde technologie, achterstallig onderhoud of technische schuld zich opstapelt.De sessie ‘The painful cost of ‘we’ll fix it later’: how cybercriminals exploit technical debt for profit’ (10 september, 14.45 – 15.05 uur, Mainstage) gaat precies daarover. Rebecca Lumley, strategic threat intelligence analyst, en Tom Moester, consultancy lead & commercial partnerships bij Hunt & Hackett, laten zien hoe technische schuld niet alleen een operationeel probleem is, maar ook door cybercriminelen kan worden uitgebuit. Uitgestelde verbeteringen kunnen zich uiteindelijk vertalen naar kwetsbaarheden, verouderde afhankelijkheden en grotere aanvalsmogelijkheden.DNV sluit als exposant goed aan bij deze stap (stand 11C051). Het houdt zich onder meer bezig met certificering, assurance en risicobeheersing en helpt organisaties risico’s binnen processen en systemen aantoonbaar te beheersen. Daarmee past het bij de vraag hoe technische risico’s structureel worden aangepakt.Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de risico’s van technische schuld en een duidelijker beeld van welke verouderde systemen en afhankelijkheden niet langer kunnen worden genegeerd.Stap 3: maak security onderdeel van de leveranciersrelatieEen leverancier beoordelen voordat een contract wordt gesloten is belangrijk. Maar security moet vervolgens onderdeel blijven van de relatie. Dat wordt extra relevant wanneer leveranciers software of technologie leveren die zelf weer onderdeel wordt van bedrijfskritische processen.De sessie ‘Preparing for the Cyber Resilience Act: EU funding and ready-to-use solutions’ (10 september, 14.00 – 14.30 uur,Stronger Together Partner Dome 7) sluit hierop aan. De Cyber Resilience Act legt volgens Nina Huijberts, adviseur bij NCC Nederland, nieuwe eisen op aan de cybersecurity van producten met digitale elementen.Qensora past goed bij deze stap als exposant (stand 11B028). De organisatie richt zich op cybersecurity en helpt organisaties onder meer met het beoordelen en beheersen van securityrisico’s. Daarmee sluit Qensora aan bij de praktische vraag hoe organisaties security niet als een eenmalige leverancierscheck moeten behandelen, maar als onderdeel van de hele relatie.Wat levert deze stop op?Een beter beeld van de securityverantwoordelijkheid binnen leveranciersrelaties en van de manier waarop nieuwe Europese regelgeving die verantwoordelijkheid verder vormgeeft.Stap 4: test of risico’s in de keten daadwerkelijk beheersbaar zijnSecurityafspraken en risicoanalyses zijn waardevol, maar uiteindelijk moet blijken of beveiligingsmaatregelen ook standhouden wanneer iemand ze daadwerkelijk probeert te omzeilen. Dat geldt voor de eigen organisatie, maar net zo goed voor onderdelen van de digitale keten.De sessie ‘Always under attack: turning purple teaming into continuous security validation’ (9 en 10 september, 12.30 – 13.00 uur, Masterclass theater 2) van Joey Verleg, security engineer bij Crimson7, sluit hierop aan. Purple teaming brengt aanvallende en verdedigende securityteams samen om beveiligingsmaatregelen continu in de praktijk te valideren. Zo wordt sneller zichtbaar waar verdediging en werkelijkheid uit elkaar lopen.Crimson7 zelf sluit hier natuurlijk goed op aan als exposant (stand 11C015). De organisatie richt zich op cybersecurity en securitytesting en past daarmee bij de gedachte achter deze stap. Het gaat niet alleen om de vraag of een leverancier aan beveiligingseisen voldoet, maar ook of de maatregelen daadwerkelijk bestand zijn tegen een aanval.Wat levert deze stop op?Meer zekerheid dat beveiligingsmaatregelen niet alleen op papier werken, maar ook in de praktijk worden getest en verbeterd.Stap 5: versterk de keten door samenwerkingEen digitale keten bestaat uit meerdere organisaties die van elkaar afhankelijk zijn. Geen enkele organisatie kan alle risico’s zelfstandig oplossen. Informatie delen, ervaringen uitwisselen en gezamenlijk leren zijn daarom belangrijke onderdelen van cyberweerbaarheid.De sessie ‘The new NCSC and increasing national cyber resilience through public private collaboration’ (9 september, 13.05 – 13.25 uur, Mainstage) sluit daar direct op aan. Eefje Zents, chief relations officer bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), bespreekt hoe het NCSC samenwerkt met verschillende stakeholders om kennisdeling en cyberweerbaarheid te vergroten. Voorbeelden als het Anti Phishing Shield en het Cyber Resilience Network laten zien hoe publieke en private partijen gezamenlijk aan weerbaarheid kunnen werken.Dat perspectief is ook relevant voor supply-chain security. Een kwetsbaarheid bij één partij kan gevolgen hebben voor meerdere organisaties in dezelfde keten. Door kennis en ervaringen te delen, kunnen organisaties niet alleen hun eigen risico’s beter begrijpen, maar ook bijdragen aan de weerbaarheid van de keten als geheel.Security Delta (HSD) is betrokken bij deze stap (stand 11C024). Het samenwerkingsverband brengt bedrijven, overheden en kennisinstellingen bij elkaar rond cybersecurity. Daarmee vormt het een logische laatste stop van de route, want de weerbaarheid van een keten wordt niet alleen bepaald door individuele maatregelen, maar ook door de bereidheid om kennis en verantwoordelijkheid te delen.Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op supply-chain security. Niet iedere organisatie hoeft ieder risico alleen op te lossen, zolang partijen kennis delen en de keten als geheel sterker maken.Keten zo sterk als het inzicht erinWie deze route volgt, ziet dat supply-chain security veel verder gaat dan een vragenlijst voor leveranciers. Het begint met inzicht in apparaten en technologie van derden en vraagt vervolgens om het aanpakken van technische schuld, structurele leveranciersafspraken en voortdurende securityvalidatie. Samenwerking maakt die aanpak compleet.Een digitale keten wordt niet weerbaar doordat alle risico’s verdwijnen, maar doordat afhankelijkheden zichtbaar en risico’s beheersbaar worden. Het doel is om afhankelijkheden zichtbaar te maken, risico’s beheersbaar te houden en snel te kunnen handelen wanneer er toch iets misgaat. Wie dat goed organiseert, maakt niet alleen zijn eigen organisatie sterker, maar ook de keten waarvan die organisatie afhankelijk is.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je grip krijgt op supplychain-security?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Kort: ‘Kyndryl staakt overname Solvinity’, omzet-verdubbeling chipindustrie (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Kyndryl ziet volgens NRC af van overname Solvinity, omzet chipindustrie stijgt naar 46 miljard euro, AWS neemt DuckLabs over, Finse satelliethub strijkt neer in Amsterdam en cx‑dienstverlener Change breidt uit via Turkije. ‘Kyndryl ziet af van overname DigiD-leverancier Solvinity’ Het Amerikaanse bedrijf Kyndryl ziet definitief af van een overname van DigiD-leverancier Solvinity. Dat stelt NRC op basis van een toelichting op kwartaalcijfers waarin Kyndryl de overnamepoging onder het kopje desinvesteringen noemt. In een toelichting aan de krant meldt Kyndryl dat het bedrijf het besluit van het Nederlandse kabinet accepteert en niet aanvecht. Ook gaat de Nederlandse directeur van Kyndryl vervroegd met pensioen. De Nederlandse staatssecretaris voor digitale soevereiniteit Willemijn Aerdts verbood de overname eind mei in verband met de soevereiniteit van de data van Nederlandse burgers die na de inlijving in Amerikaanse handen zouden komen. Solvinity vecht het verbod overigens nog steeds aan. Volgens Kyndryl zijn er met de overnamepoging geen noemenswaardige kosten gemoeid. Omzet chipindustrie in zes jaar ruim verdubbeld tot 46 miljard De omzet van de chipindustrie is tussen 2019 en 2025 ruim verdubbeld. Ook de werkgelegenheid in deze sector in Nederland verdubbelde. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een bericht over de Nederlandse chipsector. De omzet van de halfgeleidersector is in 2025 opgelopen tot 46 miljard euro. Het aantal werkzame personen nam in dezelfde periode toe van 23 duizend naar 43 duizend. De Nederlandse halfgeleidersector bestaat naast de producenten van chips en chipmachines ook uit bedrijven die onderdelen of diensten leveren aan de sector. In dit onderzoek is het aan Nederlandse halfgeleiders gerelateerde deel van de omzet en werkgelegenheid van bedrijven meegeteld. De omzet nam gemiddeld 14 procent per jaar toe. CBS baseert zich op nieuwe cijfers op basis van een dataset met meer dan driehonderd bedrijven in Nederland. AWS lijft Amsterdamse database-ontwikkelaar DuckLab in Amazon Web Services (AWS) neemt het Amsterdamse DuckLabs over. Dat is een het bedrijf achter DuckDB, een onder developers populaire opensource analytische database. ‘DuckDB is gebouwd om de alledaagse query snel te maken, de overgrote meerderheid die een terabyte of minder verwerkt, in plaats van alleen te optimaliseren voor de enorme queries’, meldt AWS in een persbericht. Dat ontwerp is volgens de webgigant de reden dat agents hier toe aangetrokken worden, aangezien zij ook door talloze kleine, snelle queries heen werken. Andy Warfield gaat in zijn blog All Things Distributed dieper in op waarom dit de fysica van analytics volgens hem verandert. Hannes Mühleisen en Mark Raasveldt, die DuckDB creëerden en DuckLabs mede oprichtten, sluiten zich met hun team aan bij AWS en blijven de technische richting van het project leiden. DuckDB blijft gratis en opensource onder de non-profit DuckDB Foundation. Volgens AWS verandert er niets voor de community. Amsterdam krijgt hub voor SAR-satellieten en data-analyse Fabrikant van microsatellieten ICEYE start een technologiehub in Amsterdam. Het Finse bedrijf beheert de grootste constellatie van Synthetic Aperture Radar (SAR)-satellieten ter wereld en levert inlichtingen aan de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht. SAR maakt het mogelijk om onafhankelijk van bewolking en duisternis beelden te verzamelen. De satellietcapaciteit wordt aangevuld met oplossingen voor het grondsegment en systemen voor data-analyse. Met de nieuwe technologiehub in Amsterdam wil ICEYE lokale engineeringcapaciteit en de verdere ontwikkeling van deze technologie in Nederland ondersteunen. In een persbericht meldt het bedrijf dat Joost Elstak is benoemd tot directeur van ICEYE Nederland. De stap sluit aan bij de Nederlandse ambities binnen het ruimtedomein, waaronder de recente oprichting van het Space Command, dat de ruimteactiviteiten binnen de krijgsmacht bundelt. In de Defensienota 2026 wordt de ruimte aangemerkt als een cruciaal domein voor de nationale veiligheid. Klantcontact-dienstverlener Change gaat Turkse markt op De Nederlandse cx-dienstverlener (customer experience) Change opent een vestiging in Turkije voor internationale expansie. De Turkse vestiging opent volgens het bedrijf de deur naar de Duitse markt, dankzij de aanwezigheid van veel Duitstalige sprekers in het land. In een persbericht meldt het bedrijf dat deze stap past bij de groeiambitie waarbij het zijn opdrachtgevers meer keuzemogelijkheden wil bieden bij het uitbesteden, optimaliseren en automatiseren van klantcontactprocessen.   Het kantoor in Istanbul is flexibel uit te breiden tot maximaal honderd werkplekken. Medewerkers krijgen ook de mogelijkheid om thuis te werken. Change beschikte al over drie vestigingen in Nederland en twee in Suriname.  Mark de Vries is als operationeel directeur (coo) aangetrokken om de internationale groei van Change aan te sturen Hij beschikt over ervaring in de klantcontactsector in zowel Suriname als Turkije, (onder andere bij Telenamic in Paramaribo). Bij het in 2021 opgerichte Change werken ongeveer zevenhonderd mensen.
Meta treft miljardenschikking in zaak over verslavende apps
3 dagen
Meta treft een schikking van maximaal 16,68 miljard dollar met Amerikaanse staten over de vermeend verslavende werking van Facebook en Instagram op jongeren. Het technologieconcern gaat de platforms bovendien aanpassen met gebruikslimieten en strengere nachtelijke blokkades. Gezien de veel hogere potentiële schadeclaims die lagen te wachten, lijkt Meta daarmee financieel relatief goed weg te komen. De zaak werd aangespannen door 29 Amerikaanse staten. Zij beschuldigen Meta ervan Facebook en Instagram bewust zo te hebben ontworpen dat kinderen en tieners er langdurig op blijven. Ook zou het bedrijf gebruikers hebben misleid over de veiligheid van zijn platforms en zonder toestemming persoonsgegevens van minderjarigen hebben verzameld. Meta ontkent de beschuldigingen. De schikking voorkomt een langdurig proces waarin de staten volgens eerdere inschattingen tientallen tot honderden miljarden dollars hadden kunnen eisen. Meta betaalt maximaal 16,68 miljard dollar, verspreid over tien jaar. Ongeveer 5,3 miljard dollar daarvan is voorwaardelijk: dit bedrag is afhankelijk van vergelijkbare afspraken met YouTube en TikTok. Meta verwacht daarnaast circa tien miljard dollar aan juridische kosten. Daar staat tegenover dat Meta zijn platforms ingrijpend moet aanpassen. Voor tieners komen standaard dagelijkse gebruikslimieten en nachtelijke blokkades. Ook worden leeftijdscontroles, ouderlijk toezicht en maatregelen tegen ongewenste content aangescherpt. De overeenkomst bevat geen erkenning van schuld en moet nog door een rechter worden goedgekeurd. Uit de lucht De schikking komt niet uit de lucht vallen. In New Mexico, een zuidelijke staat grenzend aan Mexico, werd Meta eerder dit jaar al veroordeeld tot in totaal 942 miljoen dollar wegens het misleiden van consumenten over de veiligheid van Facebook en Instagram en het schaden van het welzijn van kinderen. Daarnaast lopen nog duizenden vergelijkbare zaken tegen Meta en andere sociale platforms. Ook in Europa ligt Meta onder vuur. De Europese Commissie stelde onlangs voorlopig vast dat het ontwerp van Instagram en Facebook mogelijk in strijd is met de Digital Services Act. Daarbij kijkt Brussel naar eindeloos scrollen, automatisch afspelen, pushmeldingen en gepersonaliseerde aanbevelingen. Meta kan nog op de voorlopige bevindingen reageren.
Nederland versterkt met Oekraïne front tegen Russische cyberaanvallen
3 dagen
Nederland gaat intensiever samenwerken met Oekraïne op het gebied van cybersecurity. Het nieuwe strategische partnerschap moet de digitale weerbaarheid van beide landen versterken. Dinsdag zijn afspraken gemaakt over gerichte investeringen in informatie-uitwisseling en kennisdeling. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) tekende hiertoe een Memorandum of Understanding (MoU) met de State Service of Special Communications and Information Protection of Ukraine (SSSCIP).De samenwerking richt zich niet alleen op de korte termijn, maar ook op langlopende projecten. Nederland en Oekraïne werken sinds het begin van de grootschalige Russische invasie nauw samen op het gebied van cybersecurity. NCSC-directeur Matthijs van Amelsfort en SSSCIP-voorzitter Oleksandr Potii hebben afgesproken meer bruikbare informatie en technische expertise uit te wisselen.MijlpaalVan Amelsfort noemt de overeenkomst een mijlpaal in het partnerschap. Beide partijen verwachten dat de samenwerking het wederzijdse situationeel inzicht verbetert en de reactietijd bij opkomende cyberdreigingen verkort. Ook bespraken ze strategieën om de nationale cyberweerbaarheid te vergroten. Daarbij staat nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen centraal, zowel in civiele als militaire domeinen.Het delen van actuele cyberdreigingsinformatie vormt een belangrijk onderdeel van de samenwerking. Oekraïne heeft door de oorlog veel praktijkervaring opgedaan met Russische cyberaanvallen. Computer Emergency Response Team of Ukraine (Cert-UA), het Oekraïense nationale team dat zich bezighoudt met cybersecurity en cyberincidenten, waarschuwde onlangs voor een campagne van een aan Sandworm gelieerde dreigingsgroep die zich via vacaturesites richt op Oekraïense systeembeheerders en andere it-professionals. De aanvallers doen zich voor als recruiters en proberen slachtoffers tijdens een sollicitatieprocedure kwaadaardige software te laten installeren.WeerbaarheidOekraïne werkt behalve met Nederland ook nauw samen met onder meer de VS, Polen, Frankrijk, Roemenië en Slovenië. Ook technologiebedrijven zoals Microsoft, Cisco, Mandiant, Eset en Akamai dragen bij aan de digitale weerbaarheid van het land.Tijdens een interview met Computable in februari 2023 pleitte Potii al voor een multidimensionale aanpak. Daarbij zijn volgens hem niet alleen technische maatregelen nodig, maar ook aanpassingen van defensiedoctrines en internationale wetgeving. Ook zou er een gemeenschappelijk begrip moeten komen van cyberincidenten en jurisdictie. Inmiddels heeft Oekraïne ook op het gebied van risicobeoordeling stappen gezet. De SSSCIP keurde onlangs een methodologie goed voor het beoordelen van cybersecurityrisico’s. Het kader combineert kwalitatieve en kwantitatieve risicobeoordelingen en voorziet in een register van cybersecurityrisico’s, mitigatieplannen en regelmatige evaluatie van de resultaten.Nederland heeft tot nog toe zo’n 14,5 miljard euro bijgedragen aan de Oekraïense verdediging tegen Rusland. Ook bij de ontwikkeling en productie van drones werken beide landen nauw samen.Reactie NCSCHet NCSC benadrukt desgevraagd dat het vooral om investeringen in ‘effort’ gaat. ‘Dat wil zeggen dat er op verschillende vlakken wordt gekeken hoe we van elkaar kunnen leren door bestaande ervaring en expertises te delen. Denk bijvoorbeeld aan kennis over het opzetten van een incident managementsysteem, over hoe je met publieke organisaties samenwerkt om incidenten af te handelen, of over hoe een cyberintel-platform gebruikt. Zij hebben gerichte ervaring opgedaan in de afgelopen vier jaar waar wij veel van kunnen leren, en andersom hebben wij ook voor hun relevante kennis.’
Ai belemmert instroom junioren
3 dagen
In cybersecurity automatiseert ai steeds meer van het instapwerk, juist de taken waarmee junioren ooit het vak leerden. Dat zet de toevoer van nieuw talent onder druk, terwijl organisaties hun teams van bovenaf opnieuw opbouwen met schaarse senioren. Niet het aantal mensen, maar hun vaardigheden bepalen voortaan de arbeidsmarkt.Jarenlang luidde de cybersecuritysector dezelfde noodklok: er zijn te weinig mensen. Dat verhaal is ingehaald door de praktijk. Bedrijven die jarenlang vergeefs naar mensen zochten, ontdekken nu dat het echte gat ergens anders zit. Het simpele werk verdwijnt naar de machine: het uitpluizen van meldingen, het wegstrepen van loze alarmen, de eerste blik op een incident. Precies dat neemt ai nu over. De taken die overblijven, vragen om mensen met meer kennis, ervaring en oordeel.De leerschool verdwijnt‘Als er onvoldoende professionals zijn die de basisvaardigheden leren, hebben we straks geen senioren en experts meer’, zei James Lyne, ceo van SANS Institute, tijdens de presentatie van hun jaarlijkse Cybersecurity Workforce Report op RSAC in San Francisco eerder dit jaar. Het instapwerk in cybersecurity was de plek waar junioren het vak onder de knie kregen. Door duizenden meldingen te beoordelen, leerden ze patronen herkennen en een aanval doorzien. Verdwijnt dat werk, dan verdwijnen ook de eerste treden van de carrièreladder. ‘Het echte risico is niet de ai zelf. Het is dat we ai inzetten om die groeipaden weg te automatiseren in plaats van ze te versnellen’, zegt Jay Bhalodia, security customer success leader bij Microsoft Federal, in het SANS-rapport.Organisaties lossen het gat voorlopig op door ervaren mensen van buiten aan te trekken in plaats van ze zelf op te leiden. Maar die schaarse senioren zijn nauwelijks te vinden: meer dan de helft van de seniorfuncties kost organisaties langer dan een halfjaar om in te vullen, blijkt uit het SANS-onderzoek.Ai wast bezuinigingen witToch is voorzichtigheid op zijn plaats met de conclusie dat ai de banen inpikt. Volgens Rob T. Lee, chief ai officer bij SANS Institute groeien teams vooral nauwelijks doordat budgetten al jaren stagneren, niet door ai. Bedrijven die ontslagen aan ai toeschrijven, verbergen daarmee vaak een gewone bezuiniging. En het oude verhaal over een gigantisch tekort aan beveiligers klopt volgens hem niet. Hij zocht jarenlang naar de openstaande vacatures die het veelbesproken tekort aan cybersecuritymensen zouden moeten verklaren, maar kon ze niet vinden. ‘Vraag een ciso met tien mensen hoeveel hij er echt nodig heeft om zijn werk goed te doen, en hij zegt dertig. Zo is dat getal ontstaan’, zegt Lee.Wat ai wél doet, is werk verschuiven in plaats van mensen vervangen. ‘Ik zie ai als een netto positief voor de capaciteiten van het personeel’, aldus Lee. Onderzoek van securitybedrijf Exabeam bevestigt dat beeld: negen op de tien securityleiders zegt dat ai hun operaties al verbetert of dat dit jaar nog gaat doen. De voornaamste gebieden zijn dreigingsdetectie, productiviteitswinst voor het team en geautomatiseerde incidentrespons. Het gaat er niet om mensen te schrappen, maar het werk te verbeteren en efficiënter te doen. De security-analist gaat zo van zelf elke taak uitvoeren naar het aansturen en controleren van de techniek.Dat telt extra voor organisaties die een groot securityteam simpelweg niet kunnen betalen. ‘Neem waterleiding- en nutsbedrijven’ zegt Lee. ‘Die kunnen zich geen uitgebreid securityteam veroorloven. Maar als je ai-agents kunt inzetten om aanvallen te detecteren met het budget van één medewerker, dan lost ai dat probleem op.’ Daar is het geen bedreiging, maar de enige manier om mee te komen.Ouderwetse oplossingMaar ai lost alleen het capaciteitsprobleem op, niet het opleidingsprobleem. Hoe een sector nieuwe professionals kweekt als het instapwerk is verdwenen, is een vraag die andere vakgebieden al lang geleden hebben beantwoord. Zo doorlopen artsen coassistentschappen voordat ze zelfstandig patiënten zien. Advocaten beginnen als stagiair en leren het vak van binnenuit. Lee vindt dat cybersecurity dat ook gewoon moet doen. ‘We zijn niet de unieke uitzondering die we soms denken te zijn’, zegt hij. Gestructureerde begeleiding en interne leertrajecten zijn veruit de effectiefste manier om mensen te ontwikkelen, blijkt uit het SANS-onderzoek.In een markt waar vaardigheden het schaarse goed zijn, is behoud net zo urgent als doorstroom. Bijscholen pakt allebei aan. Burn-out is een van de voornaamste redenen waarom securitymensen vertrekken, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Niet verrassend: wie vastloopt in hetzelfde routinewerk zonder perspectief, brandt op. Doorlopend leren doorbreekt dat. Mensen die merken dat ze ergens naartoe werken, haken minder snel af. Toch heeft maar een kwart van de organisaties een helder loopbaanpad voor het securityteam. Wie dat verwaarloost, verliest mensen niet alleen aan burn-out, maar ook gewoon aan een beter aanbod van de concurrent.Nederlandse situatieNederlandse organisaties zijn beduidend voorzichtiger met ai in security dan organisaties elders. Slechts dertig procent zegt dat ai hun beveiliging nu al verbetert, tegen 46 procent wereldwijd, blijkt uit het Exabeam-onderzoek. Nederlands geld gaat eerder naar het moderniseren van verouderde systemen dan naar ai voor de securityafdeling zelf.Toch is dat geen teken van achterstand. In Europa is het tekort aan mensen juist relatief beperkt: slechts eenderde van de organisaties mist de juiste mensen en vaardigheden, meldt het World Economic Forum in zijn Global Cybersecurity Outlook. Het probleem is hier niet te weinig handen, maar te weinig actuele kennis. De Europese regelgeving jaagt die verschuiving aan: NIS2 en DORA verplichten organisaties tot nieuwe specialismen, en wie die inhaalslag niet maakt, loopt al snel achter de feiten aan.Daarmee verandert ook de waarde van de herkomst van een professional. Een diploma of een lange staat van dienst zegt steeds minder; aantoonbare en actuele kennis steeds meer. Lyne: ‘Cybersecurityprofessionals die ai gebruiken, vervangen waarschijnlijk degenen die dat niet doen.’ Werkgevers kijken dan ook steeds vaker naar wat iemand echt kan dan naar papieren.Tegelijk ontstaan er rollen die drie jaar geleden nog niet bestonden. Specialisten in het veilig inzetten van ai, red teamers die ai-systemen aanvallen om zwakke plekken te vinden, experts die deepfakes herkennen en bestrijden. Ingenieurs die organisaties begeleiden bij de overstap naar encryptie die bestand is tegen quantumcomputers. Dat is geen toekomstmuziek; bedrijven werven daar nu al actief op. Het WEF rekent netwerk- en securitykennis tot de snelst groeiende vaardigheden richting 2030.Organisaties die nu alleen ervaren mensen binnenhalen en het instapwerk wegautomatiseren, planten de kiem voor het tekort van morgen. Het talent dat over vijf jaar die nieuwe rollen moet invullen, krijgt nergens de kans om het vak te leren. Lee: ‘Voor de mensen die je nu in dienst hebt, moet je voortdurend manieren vinden om hun vaardigheden te vergroten, hen bij te scholen en nieuwe rollen te geven naarmate het vakgebied verandert.’ Wie dat niet doet, levert straks zijn beste mensen in bij een concurrent die hen die kans wél biedt.
Gates waarschuwt voor turbulente ai-toekomst
3 dagen
Bill Gates waarschuwt dat de wereld onvoldoende is voorbereid op de maatschappelijke gevolgen van ai. In een bijna zesduizend woorden tellend essay pleit de Microsoft-oprichter voor banen die voor mensen worden gereserveerd en voor belasting op ai en robots. Gates noemt de overgang naar het ai-tijdperk een van de turbulentste periodes uit de menselijke geschiedenis. Volgens hem ontwikkelt de technologie zich sneller dan overheden en samenlevingen zich kunnen aanpassen. Hij vreest dat grote aantallen banen verdwijnen en dat vooral werknemers die moeilijk kunnen omscholen daarvan de dupe worden. Gates introduceert daarom het concept ‘Human Reserved’. Bepaalde functies of taken zouden bewust voor mensen behouden moeten blijven, ook als ai ze technisch kan uitvoeren. Hij noemt onder meer kinderopvang en jurywerk. In zorg en onderwijs zou een deel van het werk eveneens voor mensen zijn te reserveren, terwijl ai werknemers ondersteunt. In het meest vergaande scenario zou volgens Gates tot veertig procent van de banen voor mensen kunnen worden behouden. Belasting Daarnaast pleit Gates voor een belasting op ai-tokens en robots. Het huidige belastingstelsel stimuleert bedrijven volgens hem om werknemers door machines te vervangen, omdat arbeid zwaarder wordt belast dan kapitaal. De opbrengsten kunnen volgens Microsoft-oprichter en filantroop worden gebruikt voor omscholing en sociale voorzieningen. Zijn zorgen beperken zich niet tot de arbeidsmarkt. Gates waarschuwt ook voor ai als hulpmiddel bij cyberaanvallen en biologische dreigingen. Ook maakt hij zich zorgen over ai-companions en de invloed daarvan op kinderen en menselijke relaties. Hij pleit daarom voor nieuwe nationale en internationale instituties om de risico’s van ai te beheersen. Gates benadrukt tegelijk dat ai een grote kracht ten goede kan zijn. De technologie kan volgens hem bijdragen aan vooruitgang, onder meer in gezondheidszorg en onderwijs. De vraag is volgens de techpionier vooral of overheden nu de juiste keuzes maken om de voordelen te benutten en de maatschappelijke schade te beperken.
Spoelstra Spreekt: Waarom kan dit nog niet?
4 dagen
COLUMN – Tijdens de World Humanoid Robot Games in China, een soort Olympische Spelen voor robots, heeft een robot het wereldrecord van Usain Bolt op de honderdmetersprint verpulverd. De robot deed 9,32 seconden over de afstand, meer dan een kwartseconde sneller dan de tijd van Bolt. Toen ik dit las, was ik verbaasd: ik dacht dat dit allang kon en we veel verder waren. Het lijkt me trouwens niet helemaal eerlijk. Het is een beetje alsof een puber van 15 de eerste etappe van de Tour de France heeft gewonnen, op z’n fatbike. We zouden ons meer moeten verbazen Dat ik in de veronderstelling was dat een robot al veel sneller is dan de mens, komt omdat we heel snel wennen aan ontwikkelingen. Vroeger waren we helemaal verbaasd als we twee balkjes op het scherm konden laten bewegen. En als die twee balkjes dan ook nog een klein vierkantje konden aantikken, dan was het net alsof je tennis speelde op de televisie. Kinderen hebben deze verbazing niet meer. Ik zag mijn neefje van anderhalf onlangs boos op z’n tablet kijken. Je zag hem denken: wat is dit ding traag, joh. Tubbies Je went eraan dat dingen snel gaan. Als je tegenwoordig naar de Chinees gaat en een rijstafel voor acht personen bestelt, dan ga je na drie minuten op je horloge kijken. Waar blijft het eten? Ik heb nog meer te doen vandaag. Ook als we een product online bestellen, zijn we boos als het de volgende ochtend nog niet is bezorgd. Wel jammer. We zouden ons meer moeten verbazen. We zouden met z’n allen kunnen juichen als Microsoft opstart, even een sprongetje als de wifi het doet en gewoon heel verbaasd kijken als je na zes minuten de rijsttafel voor acht personen in een tasje voor je neus hebt. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
‘Inside the DigiD storm’ – keynote Pieter van Oordt op Cybersec
4 dagen
Afhankelijkheid van buitenlandse technologiepartners kan onaanvaardbare risico’s opleveren. Dat werd glashelder bij de voorgenomen overname van Solvinity, beheerder van DigiD. Klokkenluider Pieter van Oordt laat op persoonlijke titel in zijn keynote op Cybersec Netherlands zien hoe een ogenschijnlijk commerciële overname kon uitgroeien tot een vraagstuk over de bedreiging van publieke belangen. Zodra een kritieke it-leverancier van eigenaar verandert, worden de vragen over digitale soevereiniteit ineens concreet. Heeft buitenlandse wetgeving invloed op de controle over de systemen en de data-integriteit? En is de continuïteit van essentiële dienstverlening gegarandeerd? De voorgenomen overname van het Nederlandse it-bedrijf Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl maakte die vragen zichtbaar. Solvinity beheert het platform Picard waarop belangrijke digitale overheidsdiensten als DigiD, MijnOverheid en Digipoort draaien. Een verandering van eigendom van Solvinity riep daarmee vragen op die veel verder gingen dan een reguliere commerciële transactie. Welke gevolgen heeft dit voor de maatschappij en de veiligheid? Welke wetgeving is van toepassing op een beheerder van een platform? Wie kan toegang krijgen tot systemen en data van de digitale overheid? En wat gebeurt er wanneer geopolitieke ontwikkelingen rechtstreeks invloed krijgen op een technologiepartner? Juist deze casus vormt de basis voor de keynote ‘Inside the DigiD storm: digital sovereignty and the story of a whistleblower’, die Pieter van Oordt verzorgt tijdens Cybersec Netherlands 2026. Vanuit zijn persoonlijke betrokkenheid bij de Solvinity-casus laat hij zien hoe een ogenschijnlijk commerciële overname kan uitgroeien tot een vraagstuk over de bedreiging van publieke belangen, waaronder de nationale veiligheid en het functioneren van vitale diensten in de samenleving. Eigendom is geen controle Een belangrijke misvatting rond digitale soevereiniteit is dat het voldoende is om data fysiek binnen Nederland of Europa op te slaan. In werkelijkheid is de vraag veel complexer. Controle wordt bepaald door factoren als waar de systemen draaien, wie de cryptografische sleutels beheert, wie toegang heeft, welke contracten zijn afgesloten en onder welke jurisdictie een leverancier valt. Kan een technologiepartner buitenlandse inmenging daadwerkelijk uitsluiten of is er wetgeving in het land van de moederonderneming die ingrijpt op het Europese grondgebied? En kan toepassing van die wetgeving afgedwongen worden? Daarmee kan een organisatie op papier eigenaar zijn van haar data, maar in de praktijk toch afhankelijk blijven van een externe partij die bepaalt hoe die data wordt verwerkt, beveiligd of beschikbaar gesteld. Voor publieke organisaties wordt dat vraagstuk nog gevoeliger. Diensten als DigiD, MijnOverheid en DigiPoort vormen een essentieel onderdeel van de digitale overheid. Een verstoring daarvan raakt niet alleen it, maar direct burgers, bedrijven en de continuïteit van de publieke dienstverlening. Europese strijd om digitale soevereiniteit Zoals het grondgebied van de Europese Unie onbetwist is, zo zou ook de digitale soevereiniteit van de Europese Unie onbetwist moeten zijn. Dat is een eenvoudige stelling die lastig uit te voeren is. En met de overname van Solvinity is dit de plek waar daadwerkelijk een strijd wordt gevoerd. Het gaat namelijk om DigiD met 700 miljoen authenticaties per jaar, MijnOverheid met 100 miljoen overheidsbrieven en 10 miljoen digitale brievenbussen en DigiPoort als knooppunt om vertrouwelijke gegevens tussen overheidsorganisaties te laten werken. Waar cybersecurity het veld van toegankelijkheid, data-integriteit en continuïteit bestrijkt, zou de overname van Solvinity aan de VS de mogelijkheid geven om al deze onderdelen te beïnvloeden. Het overnameverbod van Solvinity is een ijkpunt in de Europese strijd om digitale soevereiniteit. Digitale afhankelijkheid is dan ook een juridisch en geopolitiek vraagstuk waarmee bedrijven, organisaties en overheden rekening moeten houden. En bij iedere strategische technologiekeuze hoort ook de vraag wat er gebeurt als de omstandigheden veranderen. Soevereiniteit wordt governance Digitale soevereiniteit betekent niet dat iedere organisatie volledig onafhankelijk moet worden van buitenlandse technologie. Dat is in een mondiale digitale economie vaak simpelweg niet realistisch. Het gaat veel meer om een risicogestuurde aanpak en het behouden van voldoende handelingsvrijheid. Kun je overstappen wanneer dat nodig is? Kun je je data en systemen daadwerkelijk verplaatsen? Zijn contracten ingericht op een wijziging van eigendom? Zijn verantwoordelijkheden binnen de organisatie helder? En is er een realistisch exit-scenario wanneer een leverancier niet langer aanvaardbaar is? Daarmee wordt soevereiniteit uiteindelijk een governance-vraagstuk. Niet alleen de cio of ciso, maar ook bestuur, inkoop, juridische functies en privacyverantwoordelijken moeten gezamenlijk bepalen welke afhankelijkheden acceptabel zijn. Niet wachten tot crisis De Solvinity-casus laat zien dat digitale soevereiniteit vaak pas serieus wordt besproken wanneer er daadwerkelijk iets op het spel staat. Juist daarom is het belangrijk om de logische vragen niet pas tijdens een crisis te stellen. Organisaties kunnen nu een risico- en impactanalyse doen. Daarbij zijn change-of-control-bepalingen, alternatieve leveranciers, migratiemogelijkheden, exit-strategiën, contractuele waarborgen en de verdeling van verantwoordelijkheden aandachtspunten. Zijn de soevereiniteitsrisico’s in kaart gebracht en beheersbaar? En zijn de stakeholders geïnformeerd? Dat is ook de kern van de keynote ‘Inside the DigiD storm: digital sovereignty and the story of a whistleblower’, die Pieter van Oordt verzorgt tijdens Cybersec Netherlands 2026. Vanuit zijn persoonlijke ervaring met de Solvinity-casus laat hij zien hoe digitale afhankelijkheid, juridische macht en nationale veiligheid in de praktijk samenkomen. De belangrijkste vragen die daaruit volgen zijn hoeveel controle organisaties werkelijk hebben over de systemen waarvan ze afhankelijk zijn en welke risico’s en impact inbreuken hebben op de digitale soevereiniteit. Bezoek Cybersec Netherlands 2026 Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratisMeer informatie
Kort: Ai-beveiliging wordt miljardenmarkt, cio zet fundament boven snelle ai-winst (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Markt voor ai-beveiliging groeit naar 4,8 miljard dollar, Nederlandse cio investeert eerst in fundament voor ai, commissarissen waarschuwen voor samenkomende risico’s, Croonwolter&dros automatiseert service met SAP, Prianto breidt Quest-samenwerking uit in Benelux. Markt voor ai-beveiliging groeit naar 4,8 miljard dollar De wereldwijde markt voor het beveiligen van ai groeit volgend jaar naar bijna 4,8 miljard dollar. Dat is een stijging van 68,7 procent ten opzichte van 2026, voorspelt Gartner. In 2028 kan de markt bijna 7,7 miljard dollar bedragen. Ai-applicatiebeveiliging blijft in 2027 de grootste bestedingscategorie, met naar verwachting 851 miljoen dollar. Ai-gebruikscontrole volgt met 749 miljoen dollar en groeit met 73 procent het sterkst. Ook ai-gateways groeien snel, met 71 procent. Gartner waarschuwt dat meer dan de helft van succesvolle cyberaanvallen op ai-agents in 2029 misbruik zal maken van zwakke toegangscontroles of promptinjecties. Traditionele beveiligingstools schieten volgens het onderzoeksbureau tekort bij deze specifieke dreigingen. Organisaties hebben daarom gespecialiseerde ai-beveiliging nodig naast bestaande beveiligingsmaatregelen. Nederlandse cio kiest eerst voor stevige basis voor ai Nederlandse cio’s richten zich bij digitale investeringen vaker op cloud, infrastructuur en cybersecurity dan op snel rendement uit ai. Dat blijkt uit het rapport ‘CIO 2026 Outlook’ van Experis. Wereldwijd ziet 54 procent van de cio’s inmiddels positief rendement op ai-investeringen, tegenover 46 procent in Nederland. Cloud en schaalbare infrastructuur zijn in Nederland voor 53 procent de belangrijkste bron van rendement, tegen 41 procent wereldwijd. Automatisering en ai worden door 26 procent genoemd, tegenover 34 procent wereldwijd. Tegelijkertijd staat de afstemming tussen business en it hoog op de agenda. 65 procent van de Nederlandse cio’s noemt dit een grote verantwoordelijkheid, tegen 48 procent wereldwijd. Ook cybersecurity krijgt veel aandacht: 73 procent noemt dit een investeringsprioriteit voor het komende jaar. Het onderzoek ondervroeg 1.930 technologieleiders in twaalf landen. Commissarissen willen meer aandacht voor samenhangende risico’s Nederlandse commissarissen vinden dat organisaties beter moeten zijn voorbereid op risico’s die elkaar versterken. Vooral de combinatie van geopolitieke spanningen, cyberdreigingen, ai en digitale afhankelijkheid vraagt om meer aandacht in de boardroom. Dat blijkt uit het achttiende ‘Grant Thornton Commissarissen Benchmark’-onderzoek van Board in Balance. Een scenario met langdurige stroom- en internetuitval laat volgens de studie zien dat veel organisaties onvoldoende rekening houden met het samenvallen van risico’s. Ook de afhankelijkheid van cruciale software en hardware baart zorgen. Veel organisaties hebben Europese alternatieven nog onvoldoende onderzocht. Daarnaast moet het toezicht op ai worden versterkt. Commissarissen willen beter zicht op de voordelen, risico’s en beheersmaatregelen. Het onderzoek omvat 198 vragenlijsten en 113 persoonlijke interviews. De onderzoekers benadrukken dat een open bestuurscultuur, kritische tegenspraak en permanente educatie essentieel zijn voor weerbaar bestuur. Croonwolter&dros automatiseert met SAP Technisch dienstverlener Croonwolter&dros werkt met SAP-specialist McCoy aan verdere standaardisatie en automatisering van service- en onderhoudsprocessen. Het bedrijf gebruikt daarvoor SAP S/4HANA Private Cloud en SAP Field Service Management. Croonwolter&dros ging in 2024 live met de nieuwe SAP-omgeving. Na de migratie van een versnipperd applicatielandschap ligt de focus op het vereenvoudigen van processen en verminderen van handmatig werk. In sommige processen is het aantal benodigde handelingen al teruggebracht van tien naar vijf. Een voorbeeld is een klantenkaart op SAP Business Technology Platform, waarmee monteurs veiligheidsvoorschriften, contractafspraken en projectinformatie kunnen raadplegen. Ook onderzoekt het bedrijf verdere automatisering van de planning van serviceorders. De samenwerking krijgt een nieuwe dimensie doordat Accenture McCoy overneemt. De Nederlandse SAP-specialist telt meer dan 380 SAP-professionals en wordt onderdeel van Accenture Edge. De overname moet de SAP-dienstverlening van Accenture in het Europese mid-marketsegment versterken. Financiële details zijn niet bekendgemaakt; goedkeuring door toezichthouders is nog vereist. Croonwolter&dros bereidt zich daarnaast voor op SAP’s ai-copilot Joule en ai-agents. Prianto breidt samenwerking met Quest uit in Benelux Prianto | QBS Software breidt de samenwerking met softwareleverancier Quest Software in de Benelux uit. De distributeur richt zich daarbij op partnergroei, ondersteuning en business development rond datamanagement, cybersecurity en platformmodernisering. Onderdeel van de samenwerking is het nieuwe Quest Edge Partner Program. Dat programma moet partners helpen om niet alleen softwarelicenties te verkopen, maar klanten gedurende de hele levenscyclus te ondersteunen. Het programma werkt met de pijlers Build, Sell en Service. Prianto | QBS Software ondersteunt resellers, msp’s en solution providers vanuit Rotterdam met pre-sales en technische kennis. Via het Europese QBS-netwerk krijgen partners daarnaast toegang tot een breder ecosysteem van softwareleveranciers. Volgens Prianto | QBS Software moet de samenwerking partners helpen meer diensten en terugkerende omzet te realiseren en langdurige klantrelaties op te bouwen.
Google Cloud komt met sectorspecifieke ai voor finance en legal
4 dagen
Google Cloud introduceert ai-oplossingen voor de financiële en juridische sector: Gemini Enterprise for Financial Services en Gemini Enterprise for Legal. De systemen zijn gebouwd op het beheerde Gemini Enterprise-platform en moeten organisaties helpen complexe en tijdrovende werkprocessen veilig te automatiseren. Volgens Google Cloud zijn de oplossingen specifiek ontwikkeld voor deze sterk gereguleerde sectoren. De oplossingen bevatten kant-en-klare ai-agents, domeinspecifieke vaardigheden, dataconnectors en geoptimaliseerde modellen en zijn volgens Google Cloud direct inzetbaar binnen bestaande werkprocessen. Gemini Enterprise for Financial Services bundelt marktdata, regelgeving en interne systemen. Het aanbod omvat onder meer een Financial Research-agent, die volledige onderzoeksprocessen automatiseert. Deze wordt ondersteund door meer dan vijftig gespecialiseerde vaardigheden (skills) en dertien dataconnectors. Het gaat onder meer om FactSet, LSEG en Moody’s, leveranciers van financiële markt-, risico- en kredietinformatie. Zo moeten banken en andere financiële instellingen complexe workflows rond klantrisicoanalyses, deals en financieringsopties versnellen. Deutsche Bank gebruikt de oplossing al en werkte mee aan het ontwerp, meldt Google Cloud. Juridische sector Gemini Enterprise for Legal richt zich op contractbeoordeling en due diligence, bijvoorbeeld bij fusies en overnames, vastgoedtransacties en investeringen. Het platform koppelt rechtstreeks met dataplatformen zoals iManage, NetDocuments en Thomson Reuters, die juridische teams gebruiken voor documentbeheer, kennismanagement en juridisch onderzoek. ‘Antwoorden zijn altijd gebaseerd op primaire juridische bronnen en alle dossiers en data blijven binnen de beveiligde omgeving van de organisatie’, aldus Google Cloud. Onder meer Accenture, Deloitte en KPMG zijn consultingpartners binnen het ecosysteem van het nieuwe ai-aanbod. Beschikbaarheid Volgens Google Cloud zijn er nog steeds bedrijven die proberen complexe end-to-endprocessen te automatiseren met generieke ai-tools. Die bieden volgens het bedrijf niet de controles die juridisch werk vereist, zoals strikte vertrouwelijkheid, gescheiden toegangsrechten, aantoonbare juridische bronverwijzingen en volledige data-isolatie. Pogingen om dit op te lossen met oplossingen die slechts één specifiek probleem aanpakken, kunnen volgens Google Cloud leiden tot hoge integratiekosten en kwetsbare workflows. Met de introductie van Gemini Enterprise for Financial Services en Gemini Enterprise for Legal wil Google Cloud organisaties helpen de overstap te maken van generieke ai naar sectorspecifieke, gecontroleerde en veilige ai-systemen. Beide oplossingen zijn vanaf 25 augustus 2026 wereldwijd als preview beschikbaar voor Google Cloud-klanten.
NTT Data en Palo Alto Networks bundelen krachten voor veilige ai
4 dagen
NTT Data en Palo Alto Networks gaan een meerjarige strategische samenwerking aan om bedrijven te helpen ai veilig in te zetten en zich beter te wapenen tegen cyberaanvallen. De partijen willen hun gecombineerde activiteiten tegen eind 2029 laten uitgroeien tot een omzet van een miljard dollar. De samenwerking moet organisaties helpen bij de beveiligingsrisico’s die ontstaan door de snelle opkomst van ai. De technologie biedt bedrijven nieuwe mogelijkheden, maar maakt ook cyberaanvallen geavanceerder en vergroot het aantal systemen dat moet worden beveiligd. De beide bedrijven combineren daarvoor de cybersecuritytechnologie van Palo Alto Networks met de it- en dienstverleningsexpertise van NTT Data. De eerste aandacht gaat uit naar sterk gereguleerde en kritieke sectoren, waaronder financiële dienstverlening, gezondheidszorg, industrie en de publieke sector. De gezamenlijke oplossingen moeten onder meer ai inzetten om aanvallen sneller te detecteren en erop te reageren. Ook ondersteunen ze organisaties bij het opstellen van beleid voor verantwoord ai-gebruik en het beveiligen van digitale identiteiten van medewerkers, machines en ai-systemen. Daarnaast vallen cloudomgevingen, netwerken en firewalls binnen de samenwerking. Ingrijpend ‘Ai verandert zowel het bedrijfsleven als cybersecurity ingrijpend, waardoor nauwe samenwerking belangrijker is dan ooit’, zegt Nikesh Arora, voorzitter en ceo van Palo Alto Networks. Volgens hem moet de samenwerking bedrijven helpen sneller te moderniseren zonder concessies te doen aan beveiliging. Ook NTT Data-topman Abhijit Dubey wijst op het snel veranderende dreigingsbeeld. Door ai-gestuurde cybersecurity te combineren met de eigen expertise en dienstverlening wil het bedrijf klanten helpen ai sneller en veiliger toe te passen. De samenwerking wordt ondersteund door gezamenlijke investeringen en meer dan tweeduizend gecertificeerde specialisten. NTT Data beschikt wereldwijd over ruim 7.500 cybersecurityprofessionals, meer dan zeventig deliverycenters en meer dan twintig Cyber Defense Centers. Palo Alto Networks levert onder meer zijn beveiligingsplatformen en de dreigingsinformatie van Unit 42.
De it-kennis­kloof overbruggen: voorbereiden op golf van pensioneringen
4 dagen
Binnen organisaties ontstaat een stil maar kritiek risico: de naderende pensionering van zeer ervaren it-professionals die in de loop van tientallen jaren veel technische en organisatorische kennis hebben opgebouwd. Zij kennen niet alleen de systemen die ze beheren, maar ook de redenen achter architectuurkeuzes, uitzonderingen en work-arounds. Nu een deel van deze professionals de komende jaren vertrekt, staan organisaties voor de opgave om die kennis tijdig te borgen en over te dragen.Legacy-systemen worden vaak gezien als verouderde technologie die vervangen moet worden. In werkelijkheid gaat het vaak om bedrijfskritische systemen die in de loop der jaren zijn aangepast aan specifieke processen, compliance-eisen en operationele omstandigheden. De professionals die deze systemen hebben ontwikkeld, onderhouden en doorontwikkeld, beschikken daarom over meer dan technische expertise. Zij kennen de bedrijfscontext en weten waarom systemen functioneren zoals ze doen. Ook kennen zij de achterliggende redenen voor architectuurkeuzes, integraties en work-arounds. Daarnaast weten ze waar de kwetsbaarheden zitten, hoe afhankelijkheden lopen en welke onderdelen onder druk kunnen falen.Een deel van die kennis is zelden volledig gedocumenteerd. Ze bestaat vooral als impliciete kennis die door jarenlange ervaring is opgebouwd. Tegelijkertijd komt een nieuwe generatie it-professionals de arbeidsmarkt op met vaak een meer gespecialiseerde kennis. Denk aan cybersecurity, data-science, devops en ai. Die specialisaties zijn belangrijk, maar zeggen niet automatisch iets over het functioneren van complexe it-omgevingen als geheel.De naderende pensionering van ervaren it-professionals is niet alleen een personeelsvraagstukDat betekent niet dat jonge professionals minder deskundig zijn. Het verschil zit in de context. Een specialist kan uitstekend zijn in het uitrollen van applicaties in containers of het ontwerpen van cloud-native oplossingen, maar heeft mogelijk nog weinig ervaring met de historische afhankelijkheden van een legacy-omgeving, end-to-end-bedrijfsprocessen of de gevolgen van veranderingen voor gekoppelde systemen.Het vertrek van ervaren medewerkers kan daardoor een kennisvacuüm veroorzaken. Dat kan leiden tot operationele verstoringen, vertraging van moderniseringsprojecten en extra kosten doordat organisaties kennis opnieuw moeten opbouwen. Ook ontstaat het risico dat organisaties pas na een incident ontdekken welke informatie met een vertrekkende medewerker verloren is gegaan.Buddy-aanpak en coachingEen praktische manier om dit risico te beperken is structurele kennisoverdracht via buddyprogramma’s en coaching. Organisaties kunnen dergelijke programma’s voorzien van duidelijke doelstellingen, tijdslijnen en verantwoordelijkheden. Mentoring moet daarbij niet worden gezien als iets dat er ‘bij’ wordt gedaan, maar als een onderdeel van het reguliere werk.Daarbij is het belangrijk om niet alleen technische informatie vast te leggen. Ook de zakelijke context, historische keuzes en ervaringen met incidenten en uitzonderingssituaties zijn waardevol.Belangrijke elementen zijn:Meelopen (shadowing): nieuwe it-professionals observeren hoe ervaren collega’s problemen analyseren, beslissingen nemen en samenwerken met belanghebbenden uit de business;Gezamenlijke probleemoplossing: ervaren medewerkers en nieuwe collega’s werken samen aan concrete taken, waardoor impliciete kennis zichtbaar wordt;Continue dialoog: regelmatige gesprekken verbinden technische keuzes met bedrijfsdoelstellingen en operationele gevolgen.Coaching kan deze aanpak aanvullen door niet alleen uit te leggen hoe systemen werken, maar vooral waarom ze op een bepaalde manier zijn ingericht. Nieuwe medewerkers krijgen zo beter inzicht in organisatorische prioriteiten, technische beperkingen en onderlinge afhankelijkheden.In veel organisaties gebeurt een deel van deze kennisoverdracht al informeel. Maar wanneer de continuïteit sterk afhankelijk is van individuele bereidheid om kennis te delen, blijft de aanpak kwetsbaar. Structurele programma’s maken het mogelijk om kennisoverdracht beter te plannen en breder toe te passen.Kennis als onderdeel van continuïteitDe naderende pensionering van ervaren it-professionals is daarmee niet alleen een personeelsvraagstuk, maar ook een continuïteitskwestie. Het vertrek van medewerkers hoeft niet automatisch te leiden tot kennisverlies, maar vraagt wel om tijdige voorbereiding.Door kennisoverdracht structureel onderdeel te maken van het werk, kunnen organisaties technische expertise combineren met de bedrijfscontext die nodig is om complexe it-omgevingen goed te beheren. Daarmee wordt ervaring niet vervangen door innovatie, maar juist doorgegeven aan een nieuwe generatie professionals.Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology
Eurofiber haalt 2,2 miljard op voor duurzame groei
5 dagen
Eurofiber heeft een herfinanciering van 2,2 miljard euro afgerond om verdere investeringen in zijn digitale infrastructuur in Europa mogelijk te maken. De aanbieder van datacenterdiensten, die over een eigen glasvezelnetwerk beschikt, meldt dat de lening gekoppeld is aan zogenoemde ESG-doelen, (environmental, social & governance). ESG betekent dat er eisen worden gesteld aan CO2-reductie, circulariteit en genderdiversiteit binnen het bedrijf. De nieuwe langetermijnfinanciering vervangt een bestaande  ronde van 1,5 miljard euro en bestaat uit omvangrijke, nog niet opgenomen, toegezegde kredietfaciliteiten. De transactie kreeg brede steun van banken en institutionele beleggers, meldt Eurofiber. Eurofiber zegt dat de nieuwe lening het bedrijf meer financiële ruimte geeft en dat hun manier van financieren nu breder gespreid en stabieler is. ‘De middelen moeten de uitbreiding van glasvezelnetwerken, cloudinfrastructuurdiensten en klantgedreven innovatie ondersteunen, nu de vraag naar veilige en schaalbare connectiviteit blijft stijgen, schrijft het bedrijf. Volgens ceo Alex Goldblum bevestigt de transactie het vertrouwen van financiers in de langetermijnstrategie. BNP Paribas en Rothschild & Co traden op als financieel adviseurs; Clifford Chance verzorgde het juridisch advies. Recent deelde Eurifiber ook cijfers waaruit blijkt dat de groei van het bedrijf wordt gestuwd door overnames en net­werk­uit­brei­ding.
Kort: Phishing omzeilt e-mailbeveiliging, IBM opent Z-mainframe voor Arm met nieuwe processor (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Phishing via gehackte websites omzeilt url-checks van e-mailbeveiliging, IBM combineert Arm en Z-instructies in nieuwe mainframechip, ai bereikt werkvloer sneller dan organisaties kunnen bijbenen, digitaal productpaspoort moet reparatie elektronica versnellen, en Copaco neemt activiteiten van failliet BuyBay over.Nieuwe phishingtechniek omzeilt traditionele e-mailbeveiligingSecurity-onderzoekers van KnowBe4 waarschuwen voor een phishingtechniek die traditionele e-mailbeveiliging omzeilt. Ze ontdekten een zogenoemde Bulletproof Blind Redirector Kit, die legitieme websites gebruikt die zijn gecompromitteerd om slachtoffers ongemerkt door te sturen naar phishingpagina’s. Tussen 29 april en 14 juli van dit jaar bereikten duizenden e-mails via deze methode de inbox van gebruikers.De phishinginfrastructuur is niet zichtbaar in de e-mail, meldt KnowBe4 in een rapportage. De link verwijst naar een legitieme, maar gecompromitteerde website. Pas na het aanklikken wordt de gebruiker via die website doorgestuurd naar de phishingomgeving. Hierdoor blijft de uiteindelijke phishingbestemming buiten beeld bij de url-reputatiecontroles die secure email gateways (segs) uitvoeren op links in e-mails.IBM brengt Arm naar Z-mainframes met dual-architecture-chipIBM ontwikkelt een nieuwe processor waarmee toekomstige IBM Z- en LinuxOne-systemen zowel Arm- als IBM Z-instructies kunnen uitvoeren. Daarmee wil IBM de groeiende Arm-software-ecosysteem toegankelijk maken voor zijn mainframes en servers. De chip is het eerste concrete resultaat van de samenwerking tussen IBM en Arm, die in april 2026 werd aangekondigd.De processor wordt geproduceerd op een 2-nanometerproces en krijgt elf high-performance-cores met een kloksnelheid boven 5,7 GHz. Verder zijn ai-versnellers voor onder meer fraudedetectie, een dataprocessing unit voor i/o en een omvangrijke cache ingebouwd. Elke core kan Arm- en IBM Z-instructies gelijktijdig uitvoeren. Zo wil IBM meer softwarekeuze bieden zonder concessies te doen aan beveiliging, betrouwbaarheid en schaalbaarheid.Werknemer omarmt ai, organisatie blijft achter met begeleidingAi is in Nederland doorgedrongen tot de dagelijkse werkpraktijk, maar organisaties lopen achter met begeleiding. Van de 5,2 miljoen Nederlanders die ai op het werk gebruiken, heeft 57 procent de technologie inmiddels in de werkroutine opgenomen. Toch kreeg slechts 29 procent training of instructie. Dat blijkt uit de vijfde AI-Monitor van Newcom, uitgevoerd in juli onder 3.122 Nederlanders van achttien tot en met 65 jaar.Ook duidelijke regels ontbreken vaak. Slechts 42 procent zegt dat de organisatie voorschriften heeft voor ai-gebruik. Begin dit jaar was dat nog 57 procent. De verschillen per sector zijn groot. In de zorg kreeg slechts achttien procent training en zegt acht procent dat ai actief wordt aangemoedigd. Bij de overheid zegt slechts vijftien procent dat ai-regels bestaan. ChatGPT is overigens de populairste ai-tool: 43 procent gebruikt die op het werk als voornaamste toepassing.Digitaal productpaspoort maakt reparatie beeldscherm eenvoudigerEen digitaal productpaspoort kan reparaties van elektronica sneller en efficiënter maken, de levensduur van producten verlengen en nieuwe circulaire businessmodellen mogelijk maken. Dat blijkt uit een verkenning van de Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering (NCDD) en GS1 Nederland.Een digitaal productpaspoort is een digitaal dossier met informatie over onder meer de herkomst, materialen, reparatie en recycling van een product. De Europese Unie voert het paspoort binnen de Europese ecodesignregels stapsgewijs per productgroep in. NCDD en GS1 Nederland hebben in hun samenwerking een qr-code ontwikkeld die toegang geeft tot informatie over een beeldscherm.Door productspecificaties, onderdeleninformatie, reparatiemogelijkheden, garantiegegevens en duurzaamheidsinformatie beschikbaar te maken, kunnen fabrikanten, retailers en reparateurs eenvoudiger informatie uitwisselen en reparaties efficiënter uitvoeren.Copaco neemt activiteiten van failliet BuyBay overIct-distributeur en technologiegroothandel Copaco neemt de activiteiten over van BuyBay, dat in juli failliet werd verklaard. BuyBay, opgericht in 2014, is gespecialiseerd in het verwerken en opnieuw verkoopklaar maken van retourzendingen en overstock van webshops, retailers, distributeurs en fabrikanten.Volgens Copaco worden de expertise en dienstverlening van BuyBay voortgezet en verder ontwikkeld binnen de bestaande organisatie. De activiteiten sluiten volgens de distributeur aan bij zijn ambities op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en logistieke dienstverlening.BuyBay controleert, test en reinigt retourproducten voordat die opnieuw worden aangeboden. Daarmee kunnen producten hun economische waarde behouden en wordt verspilling in de keten beperkt. Copaco ziet de overname als een manier om zijn dienstverlening rond circulaire logistiek verder uit te bouwen.
Politieke steun groeit voor stevig innovatie-agentschap
5 dagen
Het nationaal agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) krijgt een budget dat mogelijk oploopt tot 1 miljard euro. Tijdens de Haagse begrotingsonderhandelingen zou er bereidheid zijn ontstaan om de 500 miljoen euro te verdubbelen die in het coalitieakkoord was gereserveerd. Dit melden bronnen aan BNR. Het agentschap wordt gegoten naar het model van het Amerikaanse innovatie-instituut Darpa en het Duitse Sprin-D.  Gemikt wordt op een startkapitaal van ten minste 300 miljoen euro met jaarlijkse overheidsbijdragen van 150 miljoen euro over een periode van vijf jaar. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien.  Ondernemer Jelle Prins, die de opzet en vormgeving van het agentschap leidt, is optimistisch over het politieke klimaat rond NADI. Volgens hem groeit het besef in Den Haag dat zo’n agentschap nodig is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. En om NADI echt goed van de grond te krijgen is een grote opzet gewenst. Om meer risico’s te nemen zijn veel projecten vereist omdat de kans op een mooie knaller dan veel groter wordt.  AI Deltaplan ‘Venture capital bedrijven werken ook zo. Ze wedden op meerdere paarden in de hoop dat daar een winnaar tussen zit. Wordt die grotere schaal niet bereikt dan zie je risicomijdend investeringsgedrag ontstaan. En dat is nou juist niet de bedoeling,’ aldus Prins die het Nederlandse AI Deltaplan schreef en ook mede-oprichter is van het medische ai-bedrijf Cradle.  Politiek Den Haag en beleidsmakers hebben volgens Prins ook goed geluisterd naar de adviezen van Rafael Laguna de la Vera, de oprichter/directeur van het Duitse Sprin-D. Laguna die meer dan veertig jaar onderneemt en investeert in de software-industrie, weet hoe belangrijk het is om een lange adem te hebben.  Instrumenten zoals NADI die technologische doorbraken moeten ondersteunen, zet je voor ten minste vijf jaar op, met verlengingen van vijf jaar. Pas over tien jaar worden de eerste successen zichtbaar. Het agentschap moet in een vroeg stadium potentieel veelbelovende projecten met een groot technologisch risico ondersteunen. Prins: ‘Zeker bij dit soort innovaties bestaat een lange horizon. Je weet pas over tien, soms wel twintig jaar of het werkt.’ Al twee decennia geleden startte het quantum computing onderzoek in Delft. Nu pas begint venture capital deze sector binnen te stromen. Ook voor ASML werd meer dan twintig jaar geleden de technische basis gelegd. ‘Financierders willen na zeven tot tien jaar hun geld terugzien’. Initiatieven zoals het Nederlandse Darpa zijn broodnodig om het gat tussen de publieke financiering van onderzoek en het aanbod van durfkapitaal te vullen. Dit geldt zeker als het technologisch risico nog te groot is, en het pad naar succes nog te ver weg is voor venture capital. Revolverende financiering De eerste opzet in het coalitieakkoord was een revolverende financiering. De opbrengsten van het 500 miljoen grote kapitaal zouden weer in het fonds terechtkomen voor nieuwe investeringen. De initiatiefnemers achter NADI vonden dat een te zwakke basis voor een geloofwaardige start, zo bleek uit een brief aan de Tweede Kamer. Het revolverende deel zou maximaal dertig procent moeten bedragen, menen investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. De rest krijgt de vorm van een subsidie. Ze schreven in hun brandbrief aan de Kamer minimaal 300 miljoen euro nodig te hebben plus 150 miljoen euro per jaar. Over een periode van vijf jaar is dat 1 miljard euro. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien. Het rapport van de commissie Wennink over het Nederlandse verdienvermogen beveelt voor NADI 1,5 tot 2 miljard euro aan. Maar dat bedrag lijkt politiek onhaalbaar. Onafhankelijk Prins vindt het ook belangrijk dat NADI echt onafhankelijk wordt zonder aansturing via ministeries of coalitiebelangen. Langdurige financiering moet mogelijk zijn, ook als kabinetten van politieke kleur wisselen. Uit ervaringen in andere landen blijkt dat een oprichtingswet dit veilig kan stellen. Bij Sprin-D bleef dit achterwege wat nu wordt betreurd. Bij het Britse Aria gebeurde dit wel met gunstige gevolgen. Ook van belang is dat de programmadirecteuren voldoende mandaat krijgen. Met aansturing per comité word je risicomijdend. De politieke bemoeienis werkt eveneens slecht want dan valt de keuze op een veilige invulling van projecten.  Als alles meezit, kan NADI dit jaar nog van de grond komen, aldus Prins. Hij denkt dat dit agentschap het meest gebaat is met een geleidelijke start, ook qua bestedingen. Ook Sprin-D pakte het zo aan. Inmiddels worden vanuit dit programma meer dan driehonderd projecten gesteund. Proxima Fusion, een startup op gebied van de risicovolle kernfusie-techniek, behoort tot de paradepaardjes. Onlangs verzekerde dit bedrijf, actief in de ontwikkeling van schone energie, zich van 411 miljoen euro aan nieuw kapitaal. Zonder een agentschap die het technologisch risico wegneemt, was het nooit zover gekomen. Maar risico dragen betekent ook dat dingen kunnen falen, besluit Prins die tot zijn tevredenheid constateert dat dit besef ook in Nederland is neergedaald.
‘DPIA-vrijstellingen voor kleine ondernemers gaan veel te ver’
5 dagen
Belangenorganisatie Privacy First vindt dat er te veel uitzonderingen gelden voor kleine ondernemers waardoor zij niet hoeven te voldoen aan de DPIA (Data Protection Impact Assessment). Volgens Privacy First schaden die uitzonderingen de privacy-belangen van burgers. Een DPIA (Data Protection Impact Assessment) is een privacy-effectbeoordeling waarmee een organisatie vooraf de privacyrisico’s in kaart brengt van gegevensverwerkingen. Ook wordt aangegeven hoe risico’s worden verkleind. Voor kleine ondernemers is een DPIA een flinke uitdaging vanwege een gebrek aan tijd, geld en gespecialiseerde juridische kennis. Daarom worden zij tegemoet gekomen met allerlei vrijstellingen waarvan een eerste voorstel door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is voorgelegd aan allerlei betrokken partijen waaronder Privacy First. De belangenorganisatie is zeer kritisch en stelt in een persbericht dat de voorgestelde uitzonderingen te ruim zijn en de privacy van burgers in gevaar is. Risicovolle verwerkingen In het geconsulteerde voorstel worden uitzonderingen voorgesteld op een eerder besluit van de AP waarin risicovolle verwerkingen zijn aangewezen. Het gaat onder meer om monitoring van financiële gegevens om de kredietwaardigheid of de inkomens- of vermogenspositie te beoordelen, grootschalige verwerkingen van gegevens over gezondheid, cameratoezicht en verwerking van locatie – en communicatiegegevens. Volgens Privacy First kunnen met het nieuwe voorstel verwerkingen met een hoog privacyrisico ten onrechte buiten de DPIA-plicht vallen. De organisatie pleit ervoor dat DPIA-vrijstellingen alleen gelden voor werkelijke laag-risicoverwerkingen. ‘Zodra sprake kan zijn van monitoring, profilering, gegevensdeling, doorgifte buiten de EU en Europese ruimte, biometrische gegevens, gezondheidsgegevens of andere gevoelige verwerkingen, moet een DPIAin beginsel verplicht blijven’, aldus de belangenorganisatie. Begrip ‘We hebben begrip voor de positie van kleine organisaties, dat moet er echter niet toe leiden dat de bescherming van mensen tegen risicovolle verwerkingen wordt ondermijnd’, stelt Privacy First. Het is onder meer kritisch op het voorstel om ondernemingen die op grond van de wet criminaliteitsbestrijding onderzoek moeten doen (‘witwasbestrijding’) vrij te stellen van een DPIA. Verder zijn onder andere suggesties gedaan over de voorgestelde uitzonderingen voor solistisch werkende zorgverleners en onderwijsinstellingen. Privacy First: ‘Voor zorg moet een afzonderlijke, strengere regeling gelden vanwege de gevoeligheid van gezondheidsdata.’ De belangenorganisatie wil dus dat deze groep niet wordt vrijgesteld van een DPIA. Gevoelige leerlinggegevens moeten volgens de belangenorganisatie ook strikt gescheiden blijven van reguliere leerlingadministraties. Ook zijn de privacy-voorvechters kritisch op de vrijstelling van kleine ondernemers voor zaken rondom cameratoezicht. Privacy First waarschuwt voor onveilige camera-oplossingen met cloudopslag en commerciële exploitatie van beelden. Het stelt dat er geen audio-opnamen toegestaan zijn en wil niet alleen gezichts- en stemherkenning verbieden, maar iedere vorm van identificatie van personen. Lees hier de volledige consultatiereactie van Privacy First.
Jan Willem des Tombe (Leaseweb): ‘Laat implementatie cloudbeleid over aan de doeners’
6 dagen
Niet-technici hebben de afgelopen maanden een zwaar stempel gedrukt op de herziening van het cloudbeleid in Nederland en de EU. Beleidsmakers, juristen, adviseurs en ambtenaren domineerden. Voor de komende fase waarin de implementatie voor de deur staat, is het belangrijk dat goed wordt geluisterd naar de techneuten. Geef de it’ers met praktische kennis van zaken een grotere stem, zegt Jan Willem des Tombe, global strategic relations director bij Leaseweb.  Het kabinet Jetten en de Europese Commissie hebben vlak voor het zomerreces de contouren van het gewenste beleid geschetst. Maar de uitvoering van de plannen heeft nog een lange weg te gaan. ‘Het stadium van praten is voorbij. Het komt nu aan op het doen; het invulling geven aan het beleid,’ aldus des Tombe. Een zinvolle praktische uitwerking van het autonome cloudbeleid is daar gebaat mee. ‘Want de industrie heeft vaak al lang de oplossingen in huis. It’ers kennen de valkuilen, de mogelijkheden en onmogelijkheden.’ Des Tombe constateert dat de afgelopen periode in het licht heeft gestaan van de vraag hoe we het willen hebben. ‘Dat betekende veel praatsessies en overleg. Geleidelijk komen daar vormen van standaarden uit.’ Maar de weg naar het einddoel van soevereiniteit is nog niet helemaal duidelijk. ‘De ideeën voor de implementatie kan je beter overlaten aan de technici, de doeners, de mensen die echt verstand hebben van it. En dat zijn meestal niet de juristen van het advocatenkantoor.’  Zelfbeschikking Den Haag en Brussel hebben zich volop op de soevereine cloud gestort. Rond juni werd de richting duidelijk. Zo zijn de kaders herzien voor het gebruik van de publieke cloud door de overheid. Er komen strengere regels. En de Europese Commissie heeft nu voorstellen gelanceerd voor Europese tech-soevereiniteit, het Cloud Sovereignty Framework en wetgeving inzake cloud- en ai-ontwikkeling (CADA).  Zelfbeschikking is het uitgangspunt. Regie over data in een geopolitieke wereld krijgt vorm, evenals de controle over de infrastructuur waarop de platformen van bedrijven rusten. Wat dat betreft gaat het de goede kant op, constateert Des Tombe. ‘De wens om het anders te doen vertaalt zich in nieuw beleid.’  Maar er liggen ook beren op de weg. ‘Vertragend werkt de versnippering binnen de EU: veel landen, wetten en culturen. Dat vraagt om interoperabiliteit. Bovendien zijn we gewoontedieren.’ De ministeries bepleiten veranderingen, maar als het op de uitvoering aankomt zijn er tegenkrachten. Dan wordt gezegd dat het toch wel heel complex is om van leverancier te veranderen. Des Tombe ziet dat de overheid een veelkoppig monster is dat niet altijd in de praktijk brengt wat wordt gepredikt. Soms blijft alles bij het oude.  Consumerization of it Ook in het bedrijfsleven is de invloed van het it-management geslonken. Vroeger domineerde de it-afdeling. ‘It was in de ogen van de business ingewikkeld. De it’ers zaten in een kamer zonder ramen. Tijdens het werk kon je hen maar beter niet lastig vallen. Rond 2010 kwam de cloud op waarna de business-afdelingen het stokje overnamen. De ‘consumerization of it’ speelde ook een rol. De business had bepaalde wensen die vanuit de cloud werden ingevuld. Voetstoots werd aangenomen dat alles uit de cloud okee was. Over wat er in cloud zit, hoe het werkt en of iets past bij de eigen business werden verder geen vragen gesteld.’  Evenmin kwam ter discussie of men niet te veel afhankelijk werd van één leverancier. ‘Het zal wel goed zijn,’ was de gedachte. Volgens Des Tombe is het heel gezond dat bedrijven en instellingen zich hierover bezinnen. De roep naar digitale soevereiniteit werkt wat dat betreft tot een mooie katalysator.  Denkfout Over soevereiniteit bestaan nogal wat misverstanden. Hardnekkig is het idee dat vooral de fysieke locatie van bijvoorbeeld de servers bepaalt hoe soeverein men is. ‘Er speelt veel meer. Denk aan eigenaarschap, juridische structuur, governance, inkoop en contractuele voorwaarden.’ Een tweede veelgemaakte denkfout is dat 100 procent autonomie mogelijk is. ‘It bestaat uit een samenstel van componenten in diverse lagen waardoor er altijd wel een niet-Europese schakel in de keten zit.’ Verder is soevereiniteit geen feature maar een architectonische keuze. Onafhankelijkheid en controle over de eigen data en technologie zijn niet achteraf met regels af te dwingen. Je moet vanaf het begin nadenken hoe it-systemen, infrastructuren en netwerken zijn ontworpen.  ‘Bij Leaseweb heeft die architectuurkeuze van begin af aan voorop gestaan,’ zegt Des Tombe. ‘Snelle, goedkope oplossingen mogen daarbij niet prevaleren. Daar past een hybride aanpak bij; een mix van private cloud met on premise en dedicated servers en publieke cloud met gebruikmaking van maatwerkoplossingen op basis van ontwikkelde standaarden. Bij elke soort workload wordt bepaald hoe en waar die het beste tot zijn recht kan komen. Data over industriële processen met al hun geheimen zullen al snel in een private cloud terecht komen. Niet-persoonlijke data en data die niet naar een klant zijn te herleiden kunnen naar de publieke cloud. Hyperscalers bieden uitkomst bijvoorbeeld in december als bepaalde webwinkels een groot deel van hun omzet moeten waarmaken en extra capaciteit nodig is.’ Europa Naast aanbieders van hybride clouds komen in Europa publieke cloud partijen op zoals OVHcloud, Scaleway, Proximus, T-Systems en Hetzner. Ook zijn grote private clouds in aanbouw zoals die van Schwarz Digits’ StackIT dat voor de infrastructuur samenwerkt met KPN. Leaseweb kijkt ook naar de mogelijkheden die de Open Cloud Alliantie (OCA) biedt. Dit samenwerkingsverband van Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver werkt aan technische standaarden die mogelijk ook voor Leaseweb interessant zijn.  De belangstelling voor de soevereine cloud laat de marketingafdelingen in de it-branche op volle toeren draaien. Iedereen benadrukt hoe ‘soeverein’, ‘trusted’, ‘EU-ready’ en ‘compliant-by-design’ het eigen aanbod. Maar door gebrek aan definities hebben de marketeers vrij spel. Zelden is het zichtbaar hoe soeverein een leverancier is op de meetlat van autonomie.  Des Tombe wijst in dit verband op de rol die zijn bedrijf speelt als actieve deelnemer aan IPCEI‑CIS, het EU‑programma voor soevereine cloud. Via het European Cloud Campus‑project bouwt Leaseweb aan een multi‑provider cloud‑edge‑continuüm dat Europese data-soevereiniteit moet versterken. Een schaalbaar compute platform, open api’s, container-platformen en multi‑tenant‑architecturen vormen de basis voor toekomstige soevereine cloud-diensten. Ook allerlei microservices komen daarbij.  Volgens Des Tombe is dit geen sinecure om te doen. Meerdere partijen zijn betrokken wat veel overleg vergt. Het is een dynamisch proces waarbij veel kennis en ervaring worden opgebouwd. Maar het project brengt Europa een stap in de richting van datasoevereiniteit.
Kort: It-kosten onduidelijk, ChatGPT-teksten ongezien online, satelliet‑IoT explodeert (en meer) *
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: organisaties missen grip op it‑kosten, medische Chat‑GPT‑teksten verschijnen ongezien online, satelliet‑IoT groeit explosief en Highberg versterkt zijn ai‑expertise met twee nieuwe partners. Organisaties missen volledig overzicht it-kosten Slechts 35 procent van de Nederlandse organisaties heeft een volledig overzicht van de it-kosten. Dat blijkt uit de Tech Reality Check 2026 van ict-adviesbedrijf Conclusion. Dat is een onderzoek onder 1.058 it-beslissers in Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje. Nederlandse organisaties investeren massaal in it, maar hebben weinig inzicht in de kosten en waarde hiervan. Van de respondenten geeft 66 procent aan vaak te investeren in technologie zonder te weten wat het oplevert. Medische ChatGPT-teksten ongecontroleerd online Teksten die zijn geschreven of worden aangepast door ChatGPT verschijnen steeds vaker zonder menselijke controle op Nederlandse websites. Het gaat ook om medische informatie die nagelezen had moeten worden door mensen. Dat concludeert AI-Checker.nl na onderzoek. Op websites staan steeds vaker tekstregels zoals: ‘Hier is een herschreven versie’ die het gebruik van generatieve ai verraden. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat de tekst wel is nagelezen, maar dat die regel uit de chat met de tekstgenerator over het hoofd is gezien. Het bedrijf trof de instructies binnen ChatGPT aan in content waar een fout echt schade kan veroorzaken, zoals een voorlichtingsbrochure voor tienjarigen over de HPV-prik en in een officieel aanbestedingsdocument voor jeugdhulp met verblijf. Ook de veiligheids- en doseerinstructies van een bestrijdingsmiddel verschenen hoogstwaarschijnlijk zonder menselijke controle op een website. Satelliet‑IoT groeit komende jaren explosief De wereldwijde markt voor satelliet‑IoT staat aan de vooravond van een forse versnelling. Onderzoeksbureau Omdia verwacht dat het aantal verbindingen stijgt van 7,7 miljoen in 2023 naar 197,6 miljoen in 2035 – een jaarlijkse groei van 31 procent. Vooral low earth orbit‑netwerken (leo) trekken de markt vooruit, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 88,6 procent dankzij snelle uitrol, hogere bandbreedte en dalende kosten. Geostationaire satellieten (geo) groeien mee, maar veel gematigder met 7,3 procent per jaar. Nu IoT‑toepassingen volwassen worden, eisen organisaties wereldwijde dekking zonder gaten en meer veerkracht wanneer communicatienetwerken met vaste of mobiele infrastructuur op aarde, zoals zendmasten, glasvezelkabels en koperlijnen, uitvallen, stelt Omdia‑analist John Canali. ‘Dat wordt steeds belangrijker nu IoT‑apparaten meer data‑intensieve modellen en geautomatiseerde processen ondersteunen.’ Highberg benoemt nieuwe partners voor ai-vraagstukken Het Amsterdamse adviesbedrijf Highberg kondigt vandaag de benoeming aan van Bob Verstraten (32) en Bart Giesbers (56) als nieuwe partners. Zij moeten twee expertisedomeinen die volgens het bedrijf momenteel hoog op de agenda staan van bestuurders en directieteams versterken, namelijk: organisatie & strategie en risk, resilience & compliance. In een persbericht meldt het bedrijf dat ontwikkelingen zoals ai, strengere regelgeving, cyberdreigingen en de energietransitie organisaties dwingen tot fundamentele keuzes. Highberg werkt onder meer voor de Politie, Shell en verschillende overheden.
Chipindustrie blijft fors doorgroeien
6 dagen
De wereldwijde omzet in de halfgeleiderindustrie zal naar verwachting dit jaar 1,6 biljoen dollar bedragen. Dit betekent een stijging van 92 procent ten opzichte van de omzet van 809 miljard dollar in 2025. Zo voorspelt marktvorser Gartner. In 2027 zal de omzet naar verwachting 1,9 biljoen dollar bedragen. ‘De halfgeleiderindustrie betreedt een fundamenteel nieuwe groeifase,’ aldus Ben Lee, analist bij Gartner. ‘Het tempo van de industriële expansie versnelt aanzienlijk, gedreven door aanhoudende investeringen in ai-infrastructuur en een sterker dan verwachte prijsontwikkeling voor geheugen.’ Naarmate de ai-infrastructuur groeit, hervormt dit niet alleen de investeringen in het halfgeleider-ecosysteem, maar herdefinieert het ook de toepassingsmix van de industrie. ‘Het ecosysteem van ai-datacenters zal naar verwachting groeien van 36,5 prcent van de chip-omzet in 2026 tot meer dan 53 procent in 2030.’ Geheugenchips blijven dit jaar de belangrijkste motor achter de groei van de halfgeleiderindustrie. Ze zullen naar verwachting 54 procent van de totale halfgeleider-omzet uitmaken; een stijging ten opzichte van 27 procent in 2025. Vorig jaar bedroeg de omzet van geheugenchips 220 miljard dollar. Dit jaar wordt een omzet van 837 miljard dollar verwacht, in 2027 zelfs 1.075 biljoen dollar. Momenteel is het tekort aan geheugenchips enorm, wat ook laptops en smartphones duurder maakt. Deloitte ziet tot 2029 geen verbetering in deze situatie.  De omzet van DRAM (tijdelijk werkgeheugen) zal dit jaar naar verwachting met 246 procent groeien, terwijl de omzet van NAND-flashgeheugen met 372 procent zal toenemen. Hoewel er in 2027 extra capaciteit op de markt komt, zullen de vraag-aanbodverhoudingen naar verwachting krap blijven, omdat de implementatie van ai-infrastructuur het geheugenverbruik blijft verhogen. AI heeft geheugenmarkt veranderd ‘Ai-infrastructuur heeft de dynamiek van de geheugenmarkt fundamenteel veranderd,’ aldus Shrish Pant, analist bij Gartner. ‘Hoewel de prijsstijgingen de groei in 2026 versnellen, zullen de voortdurende implementatie van ai-infrastructuur, de hogere geheugencapaciteit per ai-server en de aanhoudende vraag naar high-bandwidth memory (HBM) de omzetgroei van geheugen tot en met 2027 en daarna ondersteunen.’ Voorlopig lijkt de groei van de jaarlijkse kapitaaluitgaven voor de ontwikkeling van ai nog lang door te gaan. Investeringsbank Goldman Sachs ziet die uitgaven van ongeveer 765 miljard dollar dit jaar toenemen naar 1,6 biljoen dollar in 2031. Adviesbureau McKinsey schat dat de totale investering in de bouw van datacenters tegen het einde van dit decennium 1 biljoen dollar zal bedragen.
Politieke weerstand tegen watergebruik datacenters groeit
6 dagen
De koeling en het gebruik van drinkwater door nieuwe datacenters krijgen politiek steeds meer aandacht. Naast zorgen over ruimtegebruik en schaarste op het elektriciteitsnet groeit in de Tweede Kamer het verzet tegen het grote waterverbruik van datacenters. Kamerleden Ines Kostić en Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) hebben vragen gesteld over het drinkwaterverbruik van een nieuw te bouwen datacenter van Equinix in Amsterdam-Zuidoost. Het datacenter zou bij volledige realisatie jaarlijks circa 1,1 miljard liter water gebruiken. Voor de eerste van de vier geplande torens gaat het om ongeveer 274 miljoen liter per jaar. De PvdD wijst erop dat er alternatieve koeltechnieken beschikbaar zijn. Equinix stelt dat technieken met minder watergebruik, zoals een combinatie van lucht- en waterkoeling of waterloze systemen, niet in het gekozen ontwerp passen. Die technieken zouden meer ruimte vergen. Het bedrijf verwacht het watergebruik op termijn wel ongeveer te kunnen halveren. Zeker tijdens een periode van droogte vindt de PvdD het gebruik van drinkwater voor koeling onwenselijk. De partij verwijst daarbij naar de in februari aangenomen motie-Grinwis, die de regering oproept de juridische criteria voor hyperscale datacenters aan te scherpen en nieuwe wettelijke voorwaarden te verkennen om de groei te beperken en de belasting van het elektriciteitsnet te verminderen. De motie gaat niet specifiek over watergebruik. De PvdD vraagt het kabinet daarnaast om inzicht in de totale watervoetafdruk van datacenters, inclusief indirect watergebruik. Dat betreft onder meer water dat nodig is voor de productie van elektriciteit en in de toeleveringsketen. De partij wil ook weten welke maatregelen het kabinet neemt om dit watergebruik te reguleren. Verder vraagt de PvdD om landelijke regels voor datacenters die niet onder de huidige definitie van hyperscale vallen, maar wel veel drinkwater gebruiken of een groot beslag leggen op het elektriciteitsnet. De partij wil bij voorkeur dat nieuwe datacenters geen drinkwater meer gebruiken voor koeling. Als dat niet haalbaar is, pleit zij voor een landelijk maximum per datacenter en voor de sector als geheel.
AMD verdubbelt tempo op weg naar zuinigere ai-systemen
6 dagen
Advanced Micro Devices (AMD) heeft naar eigen zeggen halverwege 2026 een verviervoudiging bereikt van de energie-efficiëntie van zijn ai-systemen. Daarmee ligt de chipfabrikant voor op zijn tussendoel van een verdrievoudiging en ruim boven de historische ontwikkeling. AMD baseert de vergelijking op een referentie uit 2024. Het Amerikaanse chipbedrijf wil de energie-efficiëntie van ai-training en -inferentie op rackschaal tegen 2030 met een factor twintig verbeteren. Daarbij kijkt het niet alleen naar de chips, maar naar het complete systeem, inclusief geheugen, verbindingen, software en rackontwerp. Volgens AMD kunnen verdere efficiëntiewinsten klanten meer rekenkracht per watt leveren en tegelijk het elektriciteitsverbruik en de totale eigendomskosten verlagen. Ook moeten de verbeteringen beperkingen rond stroomvoorziening, koeling en datacenterinfrastructuur verminderen. Ai-racks AMD verwacht dat in 2030 twee van zijn ai-racks ongeveer dezelfde rekenprestaties kunnen leveren als 570 racks uit 2024. Bij een representatieve ai-trainingsbelasting zou dat het elektriciteitsverbruik in de gebruiksfase met een factor twintig en de koolstofintensiteit met een factor 28 kunnen verlagen. De cijfers komen tegelijk met AMD’s duurzaamheidsrapport over 2025-2026. Daarin meldt het bedrijf een daling van de operationele uitstoot van broeikasgassen met dertig procent sinds 2020. Daarnaast kwam 58 procent van het wereldwijd door AMD gebruikte elektriciteitsverbruik uit hernieuwbare bronnen. Ook zegt AMD 99 procent van de fabrieken van zijn productieleveranciers te hebben gecontroleerd op verantwoord ondernemen.
AP legt Uber recordboete van 825 miljoen op
1 week
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft Uber een boete van 825 miljoen euro opgelegd. De taxidienst overtrad volgens de toezichthouder de Europese privacyregels door chauffeursaccounts via geautomatiseerde systemen te deactiveren zonder betrokken chauffeurs daarover voldoende te informeren.Ook ontbrak volgens de AP betekenisvolle menselijke controle bij besluiten met aanzienlijke gevolgen. De opbrengst van de boete gaat naar de Nederlandse schatkist.De AP bevestigt de boete na berichtgeving van persbureau Reuters. Uber is het niet eens met de beslissing en gaat in beroep. Het is de op één na hoogste boete die ooit onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is opgelegd. Alleen Meta kreeg een hogere AVG-boete: 1,2 miljard euro. De Ierse toezichthouder legde die in 2023 op vanwege de doorgifte van gegevens van Europese Facebook-gebruikers naar de Verenigde Staten.De zaak betreft incidenten tussen 2020 en 2022. Uber schorste accounts van Europese chauffeurs die door systemen van fraude werden verdacht, bijvoorbeeld omdat zij volgens algoritmes onnodige omwegen maakten of ritten accepteerden zonder die uit te voeren. Volgens de AP werden ook sommige accounts permanent gedeactiveerd op basis van lage klantwaarderingen zonder menselijke beoordeling. Uber betwist dat en stelt dat permanente deactiveringen niet volledig geautomatiseerd plaatsvonden.De AVG stelt beperkingen aan besluiten die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking zijn gebaseerd en iemand juridisch of anderszins aanzienlijk treffen. In zulke gevallen moet onder meer betekenisvolle menselijke tussenkomst mogelijk zijn en moet de betrokkene het besluit kunnen aanvechten. Volgens de AP schond Uber daarnaast het recht van chauffeurs om over de besluitvorming te worden geïnformeerd.De zaak begon met een Franse klacht, maar werd in Nederland behandeld omdat het Europese hoofdkantoor van Uber in Amsterdam staat. Uber noemt de boete disproportioneel en wijst erop dat het huidige beleid voorziet in menselijke beoordeling en mogelijkheden om schorsingen aan te vechten.Het is niet de eerste grote privacyboete voor Uber in Nederland. In 2024 legde de AP het bedrijf een boete van 290 miljoen euro op wegens het onvoldoende beschermen van persoonsgegevens van Europese chauffeurs die naar de Verenigde Staten werden doorgegeven. Uber heeft die praktijk inmiddels beëindigd.
Code op de Camino: app bouwen tijdens 120 kilometer pelgrimstocht
1 week
In zes dagen 120 kilometer wandelen over de Camino Portugués en tegelijkertijd een mobiele app ontwikkelen. Drie jonge ontwikkelaars gaan volgende week (van 24 tot en met 31 augustus) deze uitdaging aan. Max Helmantel (26), Stijn Smit (24) en Caesar Schoorl (21) onderzoeken hoe een ai-ondersteunde digitale workflow eruitziet die niet aan een bureau is gebonden, maar met de ontwikkelaars meebeweegt. Tijdens de tocht van Tui naar Santiago de Compostela gebruiken de makers smart glasses, spraakbesturing en ai-tools. De laptops in hun rugzakken worden onder meer bediend met een Nintendo Switch-controller. Een Xreal-bril fungeert als scherm voor de code, terwijl de wandelaar zicht houdt op de omgeving. Ook een goede ventilatie van de laptops is belangrijk, omdat deze tijdens het wandelen in de rugzak worden meegenomen. Meerdere powerbanks staan garant voor voldoende stroom en een Starlink-verbinding moet onderweg internettoegang bieden. Vlnr: Stijn Smit, Caesar Schoorl en Max Helmantel. Voor spraakbesturing gebruiken de ontwikkelaars Wispr Flow, een ai-spraak- en dicteertool. Volgens de makers van de applicatie kunnen gebruikers er tot vier keer sneller mee schrijven dan met een toetsenbord. Via oortjes kunnen de ontwikkelaars opdrachten geven aan ai-agents die helpen bij het programmeren. Volgens Helmantel is de technologie inmiddels ver genoeg gevorderd om een mobiel kantoor mogelijk te maken. De drie ontwikkelaars verdelen de werkzaamheden zoals in een traditioneel ontwikkelteam, met taken rond planning, ontwerp, appconcept, gebruikersflows en assets. Bij de ontwikkeling besteden ze ook aandacht aan privacy by design. Mind De app komt na afloop van de tocht in handen van de Stichting Mind, die zich inzet voor mensen met psychische problemen en hun naasten. Het concept gebruikt praten over het weer als laagdrempelige ingang voor gesprekken over mentale gezondheid. Via een korte check-in kunnen gebruikers stilstaan bij hoe hun dag voelt, waarna de app passende tips, informatie en oefeningen biedt en kan verwijzen naar de Mind Hulplijn. Het project maakt deel uit van Back to Being, waarin de drie ontwikkelaars onderzoeken hoe ai en technologie kunnen helpen om mentale gezondheid laagdrempeliger bespreekbaar te maken. De tocht moet tegelijk laten zien dat technologie niet noodzakelijk betekent dat mensen achter een bureau en een scherm zitten. ‘We kunnen met ai steeds makkelijker ideeën uitwerken, teksten maken en processen versnellen’, zegt Schoorl. ‘Maar ondertussen verdwijnen we nog steeds vaak achter een laptop, binnen, aan een bureau. Met Back to Being willen we laten zien dat technologie ook anders kan werken.’ De makers zijn van plan hun voortgang tijdens de tocht te delen via Instagram en een speciale site.
Ongecontroleerde ai-hacks: geen cyberapocalyps, wel een storm voor ciso’s
1 week
Panel Sans Institute buigt zich over Hugging Face-incidentDe recente, zelfstandige ontsnapping van een experimenteel OpenAI-model uit een beveiligde testomgeving (een sandbox) zette de cyberwereld op z’n kop. Maar, stelt Sans Institute gerust, er is geen sprake van een cyberapocalyps. Wél moeten ciso’s rekening houden met een storm! Met als een belangrijke boodschap: begin met het oplossen van de problemen die al jaren bekend zijn.Wat gebeurde er een maand geleden ook alweer? Tijdens een test met ExploitGym, een benchmark voor het testen van ai-modellen op het ontdekken en misbruiken van softwarekwetsbaarheden, werden de veiligheidsbeperkingen van OpenAI-modellen tijdelijk verlaagd. De modellen ontdekten een zero-day in hun sandbox, verplaatsten zich door OpenAI-systemen en bereikten uiteindelijk een omgeving met internettoegang. Vervolgens compromitteerden zij de productie-infrastructuur van ai-platform Hugging Face, vermoedelijk omdat die organisatie de benchmark hostte en mogelijk informatie over de test bevatte. Het gevolg? Tienduizenden geautomatiseerde acties die zonder menselijke tussenkomst werden uitgevoerd (de aanval werd uiteindelijk gestopt door het securityteam van Hugging Face).Het klinkt als de plot van een sciencefictionfilm en vormde het uitgangspunt van een recente paneldiscussie van training- en adviesbureau Sans Institute over de toekomst van cybersecurity. Met als centrale vraag: wat betekent dit voor organisaties, beveiligingsteams en beleidsmakers?Niet fundamenteel nieuw‘Dit is niet zomaar een incident. Het raakt de kern van hoe we ai inzetten, beveiligen en onderzoeken’, stelt Sans Institute-president Ed Skoudis bij de opening van de discussie. En het incident is een waarschuwing over de huidige staat van cyberbeveiliging, aldus de deelnemende panelleden.Het panel is opvallend eensgezind over één punt: de gebruikte aanvalstechnieken waren niet fundamenteel nieuw (denk sandbox-escapes, privilege-escalatie en het stelen van inloggegevens). Ai introduceert dus niet per se nieuwe aanvalstechnieken, maar maakt bestaande aanvallen sneller, goedkoper én schaalbaarder. En dat baart de panelleden wel zorgen, want stelt Rob Lee, chief ai officer en chief of research bij Sans Institute: ‘Veel organisaties hebben hun basisbeveiliging nog steeds niet op orde. Verouderde accounts, onvoldoende netwerksegmentatie en niet-gepatchte systemen blijven zwakke plekken.’KroonjuwelenAnalist Rich Mogull, cloud security alliance bij Sans Institute, omschrijft het verschil tussen een menselijke pentester en een zwerm autonome agents. ‘Waar een mens gericht opereert binnen een beperkte scope, kan een verzameling ai-agents gelijktijdig talloze systemen onderzoeken, aanvallen en opnieuw proberen wanneer eerdere pogingen mislukken. Dat leidt tot een aanvalsvorm die tegelijk slim en opmerkelijk onbeholpen kan zijn: strategisch effectief, maar operationeel soms nog verrassend inefficiënt door acties regelmatig te herhalen. Maar die onhandigheid gaat zeker nog verdwijnen.’Voor chief information security officers (ciso’s) betekent dit dat traditionele beveiligingsmaatregelen niet verdwijnen, maar wel moeten opschalen. Prioriteiten zijn netwerksegmentatie, monitoring, vroegtijdige detectie en het aanpassen van incident responsprocessen aan aanvallen die op machinesnelheid plaatsvinden. Ook defensief gebruik van ai wordt steeds belangrijker. Volgens Mogull moeten organisaties daarbij vooral focussen op hun kroonjuwelen: de meest kritieke applicaties en databronnen. Die moeten beter worden afgeschermd en voorzien van aanvullende detectiemechanismen zoals canary tokens en honeypots.Tapletop-oefeningenChief ai officer Lee tekent daarbij aan dat, terwijl ai nu door allerlei fouten nog relatief eenvoudig te detecteren is, toekomstige ai-aanvallen juist gericht zijn op onopvallend gedrag. Hij adviseert daarom om zogeheten tabletop-oefeningen uit te voeren waarbij teams oefenen met ai-gestuurde aanvallen. Daarnaast zullen beveiligingsmaatregelen die gedrag detecteren steeds belangrijker worden. Detectiesystemen die alleen vertrouwen op bekende aanvalspatronen, zullen minder effectief zijn naarmate ai zich verder ontwikkelt.De Sans-expertsreppenvaneen overgangsfase. Ai is al in staat om zelfstandig kwetsbaarheden te vinden en te exploiteren, maar grootschalig misbruik door kwaadwillenden is nog geen dagelijkse realiteit. Het incident betekent in hun ogen niet dat ai op hol is geslagen. De modellen deden wat ze moesten doen binnen een testomgeving waarin veiligheidsmaatregelen bewust waren afgezwakt. Het gaat daarom vooral om een falen in testen, containment en governance–problemen die met gedegen engineering en beleid kunnen worden opgelost.Geen einde der tijdenTijdens het paneldebat verzet Sans-adviseur Ciaran Martin, voormalig directeur van het Britse National Cyber Security Centre en tegenwoordig verbonden aan Oxford University, zich tegen doemscenario’s waarin autonome systemen de digitale wereld volledig ontwrichten. ‘Het risico bestaat dat organisaties meer aandacht besteden aan dit soort hypothetische ai-scenario’s dan aan de aanvallen die vandaag al plaatsvinden. Cybercriminelen gebruiken ai weliswaar steeds vaker, maar de meeste schade wordt nog altijd veroorzaakt door bekende aanvalsmethoden, ransomware en menselijke fouten.’ De sector stevent niet af op een cyberapocalyps, maar op een storm, vervolgt Martin. ‘ Die storm kan ongemakkelijk zijn, schade veroorzaken en organisaties dwingen maatregelen te nemen. Maar het betekent niet automatisch het einde van bestaande veiligheidsmodellen.’

Pagina's

Abonneren op computable