computable

119 nieuwsberichten gevonden
Kort: ‘Kyndryl staakt overname Solvinity’, omzet-verdubbeling chipindustrie (en meer)
2 uur
In dit nieuwsoverzicht: Kyndryl ziet volgens NRC af van overname Solvinity, omzet chipindustrie stijgt naar 46 miljard euro, AWS neemt DuckLabs over, Finse satelliethub strijkt neer in Amsterdam en cx‑dienstverlener Change breidt uit via Turkije. ‘Kyndryl ziet af van overname DigiD-leverancier Solvinity’ Het Amerikaanse bedrijf Kyndryl ziet definitief af van een overname van DigiD-leverancier Solvinity. Dat stelt NRC op basis van een toelichting op kwartaalcijfers waarin Kyndryl de overnamepoging onder het kopje desinvesteringen noemt. In een toelichting aan de krant meldt Kyndryl dat het bedrijf het besluit van het Nederlandse kabinet accepteert en niet aanvecht. Ook gaat de Nederlandse directeur van Kyndryl vervroegd met pensioen. De Nederlandse staatssecretaris voor digitale soevereiniteit Willemijn Aerdts verbood de overname eind mei in verband met de soevereiniteit van de data van Nederlandse burgers die na de inlijving in Amerikaanse handen zouden komen. Solvinity vecht het verbod overigens nog steeds aan. Volgens Kyndryl zijn er met de overnamepoging geen noemenswaardige kosten gemoeid. Omzet chipindustrie in zes jaar ruim verdubbeld tot 46 miljard De omzet van de chipindustrie is tussen 2019 en 2025 ruim verdubbeld. Ook de werkgelegenheid in deze sector in Nederland verdubbelde. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in een bericht over de Nederlandse chipsector. De omzet van de halfgeleidersector is in 2025 opgelopen tot 46 miljard euro. Het aantal werkzame personen nam in dezelfde periode toe van 23 duizend naar 43 duizend. De Nederlandse halfgeleidersector bestaat naast de producenten van chips en chipmachines ook uit bedrijven die onderdelen of diensten leveren aan de sector. In dit onderzoek is het aan Nederlandse halfgeleiders gerelateerde deel van de omzet en werkgelegenheid van bedrijven meegeteld. De omzet nam gemiddeld 14 procent per jaar toe. CBS baseert zich op nieuwe cijfers op basis van een dataset met meer dan driehonderd bedrijven in Nederland. AWS lijft Amsterdamse database-ontwikkelaar DuckLab in Amazon Web Services (AWS) neemt het Amsterdamse DuckLabs over. Dat is een het bedrijf achter DuckDB, een onder developers populaire opensource analytische database. ‘DuckDB is gebouwd om de alledaagse query snel te maken, de overgrote meerderheid die een terabyte of minder verwerkt, in plaats van alleen te optimaliseren voor de enorme queries’, meldt AWS in een persbericht. Dat ontwerp is volgens de webgigant de reden dat agents hier toe aangetrokken worden, aangezien zij ook door talloze kleine, snelle queries heen werken. Andy Warfield gaat in zijn blog All Things Distributed dieper in op waarom dit de fysica van analytics volgens hem verandert. Hannes Mühleisen en Mark Raasveldt, die DuckDB creëerden en DuckLabs mede oprichtten, sluiten zich met hun team aan bij AWS en blijven de technische richting van het project leiden. DuckDB blijft gratis en opensource onder de non-profit DuckDB Foundation. Volgens AWS verandert er niets voor de community. Amsterdam krijgt hub voor SAR-satellieten en data-analyse Fabrikant van microsatellieten ICEYE start een technologiehub in Amsterdam. Het Finse bedrijf beheert de grootste constellatie van Synthetic Aperture Radar (SAR)-satellieten ter wereld en levert inlichtingen aan de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht. SAR maakt het mogelijk om onafhankelijk van bewolking en duisternis beelden te verzamelen. De satellietcapaciteit wordt aangevuld met oplossingen voor het grondsegment en systemen voor data-analyse. Met de nieuwe technologiehub in Amsterdam wil ICEYE lokale engineeringcapaciteit en de verdere ontwikkeling van deze technologie in Nederland ondersteunen. In een persbericht meldt het bedrijf dat Joost Elstak is benoemd tot directeur van ICEYE Nederland. De stap sluit aan bij de Nederlandse ambities binnen het ruimtedomein, waaronder de recente oprichting van het Space Command, dat de ruimteactiviteiten binnen de krijgsmacht bundelt. In de Defensienota 2026 wordt de ruimte aangemerkt als een cruciaal domein voor de nationale veiligheid. Klantcontact-dienstverlener Change gaat Turkse markt op De Nederlandse cx-dienstverlener (customer experience) Change opent een vestiging in Turkije voor internationale expansie. De Turkse vestiging opent volgens het bedrijf de deur naar de Duitse markt, dankzij de aanwezigheid van veel Duitstalige sprekers in het land. In een persbericht meldt het bedrijf dat deze stap past bij de groeiambitie waarbij het zijn opdrachtgevers meer keuzemogelijkheden wil bieden bij het uitbesteden, optimaliseren en automatiseren van klantcontactprocessen.   Het kantoor in Istanbul is flexibel uit te breiden tot maximaal honderd werkplekken. Medewerkers krijgen ook de mogelijkheid om thuis te werken. Change beschikte al over drie vestigingen in Nederland en twee in Suriname.  Mark de Vries is als operationeel directeur (coo) aangetrokken om de internationale groei van Change aan te sturen Hij beschikt over ervaring in de klantcontactsector in zowel Suriname als Turkije, (onder andere bij Telenamic in Paramaribo). Bij het in 2021 opgerichte Change werken ongeveer zevenhonderd mensen.
Meta treft miljardenschikking in zaak over verslavende apps
8 uur
Meta treft een schikking van maximaal 16,68 miljard dollar met Amerikaanse staten over de vermeend verslavende werking van Facebook en Instagram op jongeren. Het technologieconcern gaat de platforms bovendien aanpassen met gebruikslimieten en strengere nachtelijke blokkades. Gezien de veel hogere potentiële schadeclaims die lagen te wachten, lijkt Meta daarmee financieel relatief goed weg te komen. De zaak werd aangespannen door 29 Amerikaanse staten. Zij beschuldigen Meta ervan Facebook en Instagram bewust zo te hebben ontworpen dat kinderen en tieners er langdurig op blijven. Ook zou het bedrijf gebruikers hebben misleid over de veiligheid van zijn platforms en zonder toestemming persoonsgegevens van minderjarigen hebben verzameld. Meta ontkent de beschuldigingen. De schikking voorkomt een langdurig proces waarin de staten volgens eerdere inschattingen tientallen tot honderden miljarden dollars hadden kunnen eisen. Meta betaalt maximaal 16,68 miljard dollar, verspreid over tien jaar. Ongeveer 5,3 miljard dollar daarvan is voorwaardelijk: dit bedrag is afhankelijk van vergelijkbare afspraken met YouTube en TikTok. Meta verwacht daarnaast circa tien miljard dollar aan juridische kosten. Daar staat tegenover dat Meta zijn platforms ingrijpend moet aanpassen. Voor tieners komen standaard dagelijkse gebruikslimieten en nachtelijke blokkades. Ook worden leeftijdscontroles, ouderlijk toezicht en maatregelen tegen ongewenste content aangescherpt. De overeenkomst bevat geen erkenning van schuld en moet nog door een rechter worden goedgekeurd. Uit de lucht De schikking komt niet uit de lucht vallen. In New Mexico, een zuidelijke staat grenzend aan Mexico, werd Meta eerder dit jaar al veroordeeld tot in totaal 942 miljoen dollar wegens het misleiden van consumenten over de veiligheid van Facebook en Instagram en het schaden van het welzijn van kinderen. Daarnaast lopen nog duizenden vergelijkbare zaken tegen Meta en andere sociale platforms. Ook in Europa ligt Meta onder vuur. De Europese Commissie stelde onlangs voorlopig vast dat het ontwerp van Instagram en Facebook mogelijk in strijd is met de Digital Services Act. Daarbij kijkt Brussel naar eindeloos scrollen, automatisch afspelen, pushmeldingen en gepersonaliseerde aanbevelingen. Meta kan nog op de voorlopige bevindingen reageren.
Nederland versterkt met Oekraïne front tegen Russische cyberaanvallen
8 uur
Nederland gaat intensiever samenwerken met Oekraïne op het gebied van cybersecurity. Het nieuwe strategische partnerschap moet de digitale weerbaarheid van beide landen versterken. Dinsdag zijn afspraken gemaakt over gerichte investeringen in informatie-uitwisseling en kennisdeling. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) tekende hiertoe een Memorandum of Understanding (MoU) met de State Service of Special Communications and Information Protection of Ukraine (SSSCIP).De samenwerking richt zich niet alleen op de korte termijn, maar ook op langlopende projecten. Nederland en Oekraïne werken sinds het begin van de grootschalige Russische invasie nauw samen op het gebied van cybersecurity. NCSC-directeur Matthijs van Amelsfort en SSSCIP-voorzitter Oleksandr Potii hebben afgesproken meer bruikbare informatie en technische expertise uit te wisselen.MijlpaalVan Amelsfort noemt de overeenkomst een mijlpaal in het partnerschap. Beide partijen verwachten dat de samenwerking het wederzijdse situationeel inzicht verbetert en de reactietijd bij opkomende cyberdreigingen verkort. Ook bespraken ze strategieën om de nationale cyberweerbaarheid te vergroten. Daarbij staat nauwe samenwerking tussen publieke en private partijen centraal, zowel in civiele als militaire domeinen.Het delen van actuele cyberdreigingsinformatie vormt een belangrijk onderdeel van de samenwerking. Oekraïne heeft door de oorlog veel praktijkervaring opgedaan met Russische cyberaanvallen. Computer Emergency Response Team of Ukraine (Cert-UA), het Oekraïense nationale team dat zich bezighoudt met cybersecurity en cyberincidenten, waarschuwde onlangs voor een campagne van een aan Sandworm gelieerde dreigingsgroep die zich via vacaturesites richt op Oekraïense systeembeheerders en andere it-professionals. De aanvallers doen zich voor als recruiters en proberen slachtoffers tijdens een sollicitatieprocedure kwaadaardige software te laten installeren.WeerbaarheidOekraïne werkt behalve met Nederland ook nauw samen met onder meer de VS, Polen, Frankrijk, Roemenië en Slovenië. Ook technologiebedrijven zoals Microsoft, Cisco, Mandiant, Eset en Akamai dragen bij aan de digitale weerbaarheid van het land.Tijdens een interview met Computable in februari 2023 pleitte Potii al voor een multidimensionale aanpak. Daarbij zijn volgens hem niet alleen technische maatregelen nodig, maar ook aanpassingen van defensiedoctrines en internationale wetgeving. Ook zou er een gemeenschappelijk begrip moeten komen van cyberincidenten en jurisdictie. Inmiddels heeft Oekraïne ook op het gebied van risicobeoordeling stappen gezet. De SSSCIP keurde onlangs een methodologie goed voor het beoordelen van cybersecurityrisico’s. Het kader combineert kwalitatieve en kwantitatieve risicobeoordelingen en voorziet in een register van cybersecurityrisico’s, mitigatieplannen en regelmatige evaluatie van de resultaten.Nederland heeft tot nog toe zo’n 14,5 miljard euro bijgedragen aan de Oekraïense verdediging tegen Rusland. Ook bij de ontwikkeling en productie van drones werken beide landen nauw samen.Reactie NCSCHet NCSC benadrukt desgevraagd dat het vooral om investeringen in ‘effort’ gaat. ‘Dat wil zeggen dat er op verschillende vlakken wordt gekeken hoe we van elkaar kunnen leren door bestaande ervaring en expertises te delen. Denk bijvoorbeeld aan kennis over het opzetten van een incident managementsysteem, over hoe je met publieke organisaties samenwerkt om incidenten af te handelen, of over hoe een cyberintel-platform gebruikt. Zij hebben gerichte ervaring opgedaan in de afgelopen vier jaar waar wij veel van kunnen leren, en andersom hebben wij ook voor hun relevante kennis.’
Ai belemmert instroom junioren
22 uur
In cybersecurity automatiseert ai steeds meer van het instapwerk, juist de taken waarmee junioren ooit het vak leerden. Dat zet de toevoer van nieuw talent onder druk, terwijl organisaties hun teams van bovenaf opnieuw opbouwen met schaarse senioren. Niet het aantal mensen, maar hun vaardigheden bepalen voortaan de arbeidsmarkt.Jarenlang luidde de cybersecuritysector dezelfde noodklok: er zijn te weinig mensen. Dat verhaal is ingehaald door de praktijk. Bedrijven die jarenlang vergeefs naar mensen zochten, ontdekken nu dat het echte gat ergens anders zit. Het simpele werk verdwijnt naar de machine: het uitpluizen van meldingen, het wegstrepen van loze alarmen, de eerste blik op een incident. Precies dat neemt ai nu over. De taken die overblijven, vragen om mensen met meer kennis, ervaring en oordeel.De leerschool verdwijnt‘Als er onvoldoende professionals zijn die de basisvaardigheden leren, hebben we straks geen senioren en experts meer’, zei James Lyne, ceo van SANS Institute, tijdens de presentatie van hun jaarlijkse Cybersecurity Workforce Report op RSAC in San Francisco eerder dit jaar. Het instapwerk in cybersecurity was de plek waar junioren het vak onder de knie kregen. Door duizenden meldingen te beoordelen, leerden ze patronen herkennen en een aanval doorzien. Verdwijnt dat werk, dan verdwijnen ook de eerste treden van de carrièreladder. ‘Het echte risico is niet de ai zelf. Het is dat we ai inzetten om die groeipaden weg te automatiseren in plaats van ze te versnellen’, zegt Jay Bhalodia, security customer success leader bij Microsoft Federal, in het SANS-rapport.Organisaties lossen het gat voorlopig op door ervaren mensen van buiten aan te trekken in plaats van ze zelf op te leiden. Maar die schaarse senioren zijn nauwelijks te vinden: meer dan de helft van de seniorfuncties kost organisaties langer dan een halfjaar om in te vullen, blijkt uit het SANS-onderzoek.Ai wast bezuinigingen witToch is voorzichtigheid op zijn plaats met de conclusie dat ai de banen inpikt. Volgens Rob T. Lee, chief ai officer bij SANS Institute groeien teams vooral nauwelijks doordat budgetten al jaren stagneren, niet door ai. Bedrijven die ontslagen aan ai toeschrijven, verbergen daarmee vaak een gewone bezuiniging. En het oude verhaal over een gigantisch tekort aan beveiligers klopt volgens hem niet. Hij zocht jarenlang naar de openstaande vacatures die het veelbesproken tekort aan cybersecuritymensen zouden moeten verklaren, maar kon ze niet vinden. ‘Vraag een ciso met tien mensen hoeveel hij er echt nodig heeft om zijn werk goed te doen, en hij zegt dertig. Zo is dat getal ontstaan’, zegt Lee.Wat ai wél doet, is werk verschuiven in plaats van mensen vervangen. ‘Ik zie ai als een netto positief voor de capaciteiten van het personeel’, aldus Lee. Onderzoek van securitybedrijf Exabeam bevestigt dat beeld: negen op de tien securityleiders zegt dat ai hun operaties al verbetert of dat dit jaar nog gaat doen. De voornaamste gebieden zijn dreigingsdetectie, productiviteitswinst voor het team en geautomatiseerde incidentrespons. Het gaat er niet om mensen te schrappen, maar het werk te verbeteren en efficiënter te doen. De security-analist gaat zo van zelf elke taak uitvoeren naar het aansturen en controleren van de techniek.Dat telt extra voor organisaties die een groot securityteam simpelweg niet kunnen betalen. ‘Neem waterleiding- en nutsbedrijven’ zegt Lee. ‘Die kunnen zich geen uitgebreid securityteam veroorloven. Maar als je ai-agents kunt inzetten om aanvallen te detecteren met het budget van één medewerker, dan lost ai dat probleem op.’ Daar is het geen bedreiging, maar de enige manier om mee te komen.Ouderwetse oplossingMaar ai lost alleen het capaciteitsprobleem op, niet het opleidingsprobleem. Hoe een sector nieuwe professionals kweekt als het instapwerk is verdwenen, is een vraag die andere vakgebieden al lang geleden hebben beantwoord. Zo doorlopen artsen coassistentschappen voordat ze zelfstandig patiënten zien. Advocaten beginnen als stagiair en leren het vak van binnenuit. Lee vindt dat cybersecurity dat ook gewoon moet doen. ‘We zijn niet de unieke uitzondering die we soms denken te zijn’, zegt hij. Gestructureerde begeleiding en interne leertrajecten zijn veruit de effectiefste manier om mensen te ontwikkelen, blijkt uit het SANS-onderzoek.In een markt waar vaardigheden het schaarse goed zijn, is behoud net zo urgent als doorstroom. Bijscholen pakt allebei aan. Burn-out is een van de voornaamste redenen waarom securitymensen vertrekken, blijkt uit hetzelfde onderzoek. Niet verrassend: wie vastloopt in hetzelfde routinewerk zonder perspectief, brandt op. Doorlopend leren doorbreekt dat. Mensen die merken dat ze ergens naartoe werken, haken minder snel af. Toch heeft maar een kwart van de organisaties een helder loopbaanpad voor het securityteam. Wie dat verwaarloost, verliest mensen niet alleen aan burn-out, maar ook gewoon aan een beter aanbod van de concurrent.Nederlandse situatieNederlandse organisaties zijn beduidend voorzichtiger met ai in security dan organisaties elders. Slechts dertig procent zegt dat ai hun beveiliging nu al verbetert, tegen 46 procent wereldwijd, blijkt uit het Exabeam-onderzoek. Nederlands geld gaat eerder naar het moderniseren van verouderde systemen dan naar ai voor de securityafdeling zelf.Toch is dat geen teken van achterstand. In Europa is het tekort aan mensen juist relatief beperkt: slechts eenderde van de organisaties mist de juiste mensen en vaardigheden, meldt het World Economic Forum in zijn Global Cybersecurity Outlook. Het probleem is hier niet te weinig handen, maar te weinig actuele kennis. De Europese regelgeving jaagt die verschuiving aan: NIS2 en DORA verplichten organisaties tot nieuwe specialismen, en wie die inhaalslag niet maakt, loopt al snel achter de feiten aan.Daarmee verandert ook de waarde van de herkomst van een professional. Een diploma of een lange staat van dienst zegt steeds minder; aantoonbare en actuele kennis steeds meer. Lyne: ‘Cybersecurityprofessionals die ai gebruiken, vervangen waarschijnlijk degenen die dat niet doen.’ Werkgevers kijken dan ook steeds vaker naar wat iemand echt kan dan naar papieren.Tegelijk ontstaan er rollen die drie jaar geleden nog niet bestonden. Specialisten in het veilig inzetten van ai, red teamers die ai-systemen aanvallen om zwakke plekken te vinden, experts die deepfakes herkennen en bestrijden. Ingenieurs die organisaties begeleiden bij de overstap naar encryptie die bestand is tegen quantumcomputers. Dat is geen toekomstmuziek; bedrijven werven daar nu al actief op. Het WEF rekent netwerk- en securitykennis tot de snelst groeiende vaardigheden richting 2030.Organisaties die nu alleen ervaren mensen binnenhalen en het instapwerk wegautomatiseren, planten de kiem voor het tekort van morgen. Het talent dat over vijf jaar die nieuwe rollen moet invullen, krijgt nergens de kans om het vak te leren. Lee: ‘Voor de mensen die je nu in dienst hebt, moet je voortdurend manieren vinden om hun vaardigheden te vergroten, hen bij te scholen en nieuwe rollen te geven naarmate het vakgebied verandert.’ Wie dat niet doet, levert straks zijn beste mensen in bij een concurrent die hen die kans wél biedt.
Gates waarschuwt voor turbulente ai-toekomst
22 uur
Bill Gates waarschuwt dat de wereld onvoldoende is voorbereid op de maatschappelijke gevolgen van ai. In een bijna zesduizend woorden tellend essay pleit de Microsoft-oprichter voor banen die voor mensen worden gereserveerd en voor belasting op ai en robots. Gates noemt de overgang naar het ai-tijdperk een van de turbulentste periodes uit de menselijke geschiedenis. Volgens hem ontwikkelt de technologie zich sneller dan overheden en samenlevingen zich kunnen aanpassen. Hij vreest dat grote aantallen banen verdwijnen en dat vooral werknemers die moeilijk kunnen omscholen daarvan de dupe worden. Gates introduceert daarom het concept ‘Human Reserved’. Bepaalde functies of taken zouden bewust voor mensen behouden moeten blijven, ook als ai ze technisch kan uitvoeren. Hij noemt onder meer kinderopvang en jurywerk. In zorg en onderwijs zou een deel van het werk eveneens voor mensen zijn te reserveren, terwijl ai werknemers ondersteunt. In het meest vergaande scenario zou volgens Gates tot veertig procent van de banen voor mensen kunnen worden behouden. Belasting Daarnaast pleit Gates voor een belasting op ai-tokens en robots. Het huidige belastingstelsel stimuleert bedrijven volgens hem om werknemers door machines te vervangen, omdat arbeid zwaarder wordt belast dan kapitaal. De opbrengsten kunnen volgens Microsoft-oprichter en filantroop worden gebruikt voor omscholing en sociale voorzieningen. Zijn zorgen beperken zich niet tot de arbeidsmarkt. Gates waarschuwt ook voor ai als hulpmiddel bij cyberaanvallen en biologische dreigingen. Ook maakt hij zich zorgen over ai-companions en de invloed daarvan op kinderen en menselijke relaties. Hij pleit daarom voor nieuwe nationale en internationale instituties om de risico’s van ai te beheersen. Gates benadrukt tegelijk dat ai een grote kracht ten goede kan zijn. De technologie kan volgens hem bijdragen aan vooruitgang, onder meer in gezondheidszorg en onderwijs. De vraag is volgens de techpionier vooral of overheden nu de juiste keuzes maken om de voordelen te benutten en de maatschappelijke schade te beperken.
Spoelstra Spreekt: Waarom kan dit nog niet?
1 dag
COLUMN – Tijdens de World Humanoid Robot Games in China, een soort Olympische Spelen voor robots, heeft een robot het wereldrecord van Usain Bolt op de honderdmetersprint verpulverd. De robot deed 9,32 seconden over de afstand, meer dan een kwartseconde sneller dan de tijd van Bolt. Toen ik dit las, was ik verbaasd: ik dacht dat dit allang kon en we veel verder waren. Het lijkt me trouwens niet helemaal eerlijk. Het is een beetje alsof een puber van 15 de eerste etappe van de Tour de France heeft gewonnen, op z’n fatbike. We zouden ons meer moeten verbazen Dat ik in de veronderstelling was dat een robot al veel sneller is dan de mens, komt omdat we heel snel wennen aan ontwikkelingen. Vroeger waren we helemaal verbaasd als we twee balkjes op het scherm konden laten bewegen. En als die twee balkjes dan ook nog een klein vierkantje konden aantikken, dan was het net alsof je tennis speelde op de televisie. Kinderen hebben deze verbazing niet meer. Ik zag mijn neefje van anderhalf onlangs boos op z’n tablet kijken. Je zag hem denken: wat is dit ding traag, joh. Tubbies Je went eraan dat dingen snel gaan. Als je tegenwoordig naar de Chinees gaat en een rijstafel voor acht personen bestelt, dan ga je na drie minuten op je horloge kijken. Waar blijft het eten? Ik heb nog meer te doen vandaag. Ook als we een product online bestellen, zijn we boos als het de volgende ochtend nog niet is bezorgd. Wel jammer. We zouden ons meer moeten verbazen. We zouden met z’n allen kunnen juichen als Microsoft opstart, even een sprongetje als de wifi het doet en gewoon heel verbaasd kijken als je na zes minuten de rijsttafel voor acht personen in een tasje voor je neus hebt. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
‘Inside the DigiD storm’ – keynote Pieter van Oordt op Cybersec
1 dag
Afhankelijkheid van buitenlandse technologiepartners kan onaanvaardbare risico’s opleveren. Dat werd glashelder bij de voorgenomen overname van Solvinity, beheerder van DigiD. Klokkenluider Pieter van Oordt laat op persoonlijke titel in zijn keynote op Cybersec Netherlands zien hoe een ogenschijnlijk commerciële overname kon uitgroeien tot een vraagstuk over de bedreiging van publieke belangen. Zodra een kritieke it-leverancier van eigenaar verandert, worden de vragen over digitale soevereiniteit ineens concreet. Heeft buitenlandse wetgeving invloed op de controle over de systemen en de data-integriteit? En is de continuïteit van essentiële dienstverlening gegarandeerd? De voorgenomen overname van het Nederlandse it-bedrijf Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl maakte die vragen zichtbaar. Solvinity beheert het platform Picard waarop belangrijke digitale overheidsdiensten als DigiD, MijnOverheid en Digipoort draaien. Een verandering van eigendom van Solvinity riep daarmee vragen op die veel verder gingen dan een reguliere commerciële transactie. Welke gevolgen heeft dit voor de maatschappij en de veiligheid? Welke wetgeving is van toepassing op een beheerder van een platform? Wie kan toegang krijgen tot systemen en data van de digitale overheid? En wat gebeurt er wanneer geopolitieke ontwikkelingen rechtstreeks invloed krijgen op een technologiepartner? Juist deze casus vormt de basis voor de keynote ‘Inside the DigiD storm: digital sovereignty and the story of a whistleblower’, die Pieter van Oordt verzorgt tijdens Cybersec Netherlands 2026. Vanuit zijn persoonlijke betrokkenheid bij de Solvinity-casus laat hij zien hoe een ogenschijnlijk commerciële overname kan uitgroeien tot een vraagstuk over de bedreiging van publieke belangen, waaronder de nationale veiligheid en het functioneren van vitale diensten in de samenleving. Eigendom is geen controle Een belangrijke misvatting rond digitale soevereiniteit is dat het voldoende is om data fysiek binnen Nederland of Europa op te slaan. In werkelijkheid is de vraag veel complexer. Controle wordt bepaald door factoren als waar de systemen draaien, wie de cryptografische sleutels beheert, wie toegang heeft, welke contracten zijn afgesloten en onder welke jurisdictie een leverancier valt. Kan een technologiepartner buitenlandse inmenging daadwerkelijk uitsluiten of is er wetgeving in het land van de moederonderneming die ingrijpt op het Europese grondgebied? En kan toepassing van die wetgeving afgedwongen worden? Daarmee kan een organisatie op papier eigenaar zijn van haar data, maar in de praktijk toch afhankelijk blijven van een externe partij die bepaalt hoe die data wordt verwerkt, beveiligd of beschikbaar gesteld. Voor publieke organisaties wordt dat vraagstuk nog gevoeliger. Diensten als DigiD, MijnOverheid en DigiPoort vormen een essentieel onderdeel van de digitale overheid. Een verstoring daarvan raakt niet alleen it, maar direct burgers, bedrijven en de continuïteit van de publieke dienstverlening. Europese strijd om digitale soevereiniteit Zoals het grondgebied van de Europese Unie onbetwist is, zo zou ook de digitale soevereiniteit van de Europese Unie onbetwist moeten zijn. Dat is een eenvoudige stelling die lastig uit te voeren is. En met de overname van Solvinity is dit de plek waar daadwerkelijk een strijd wordt gevoerd. Het gaat namelijk om DigiD met 700 miljoen authenticaties per jaar, MijnOverheid met 100 miljoen overheidsbrieven en 10 miljoen digitale brievenbussen en DigiPoort als knooppunt om vertrouwelijke gegevens tussen overheidsorganisaties te laten werken. Waar cybersecurity het veld van toegankelijkheid, data-integriteit en continuïteit bestrijkt, zou de overname van Solvinity aan de VS de mogelijkheid geven om al deze onderdelen te beïnvloeden. Het overnameverbod van Solvinity is een ijkpunt in de Europese strijd om digitale soevereiniteit. Digitale afhankelijkheid is dan ook een juridisch en geopolitiek vraagstuk waarmee bedrijven, organisaties en overheden rekening moeten houden. En bij iedere strategische technologiekeuze hoort ook de vraag wat er gebeurt als de omstandigheden veranderen. Soevereiniteit wordt governance Digitale soevereiniteit betekent niet dat iedere organisatie volledig onafhankelijk moet worden van buitenlandse technologie. Dat is in een mondiale digitale economie vaak simpelweg niet realistisch. Het gaat veel meer om een risicogestuurde aanpak en het behouden van voldoende handelingsvrijheid. Kun je overstappen wanneer dat nodig is? Kun je je data en systemen daadwerkelijk verplaatsen? Zijn contracten ingericht op een wijziging van eigendom? Zijn verantwoordelijkheden binnen de organisatie helder? En is er een realistisch exit-scenario wanneer een leverancier niet langer aanvaardbaar is? Daarmee wordt soevereiniteit uiteindelijk een governance-vraagstuk. Niet alleen de cio of ciso, maar ook bestuur, inkoop, juridische functies en privacyverantwoordelijken moeten gezamenlijk bepalen welke afhankelijkheden acceptabel zijn. Niet wachten tot crisis De Solvinity-casus laat zien dat digitale soevereiniteit vaak pas serieus wordt besproken wanneer er daadwerkelijk iets op het spel staat. Juist daarom is het belangrijk om de logische vragen niet pas tijdens een crisis te stellen. Organisaties kunnen nu een risico- en impactanalyse doen. Daarbij zijn change-of-control-bepalingen, alternatieve leveranciers, migratiemogelijkheden, exit-strategiën, contractuele waarborgen en de verdeling van verantwoordelijkheden aandachtspunten. Zijn de soevereiniteitsrisico’s in kaart gebracht en beheersbaar? En zijn de stakeholders geïnformeerd? Dat is ook de kern van de keynote ‘Inside the DigiD storm: digital sovereignty and the story of a whistleblower’, die Pieter van Oordt verzorgt tijdens Cybersec Netherlands 2026. Vanuit zijn persoonlijke ervaring met de Solvinity-casus laat hij zien hoe digitale afhankelijkheid, juridische macht en nationale veiligheid in de praktijk samenkomen. De belangrijkste vragen die daaruit volgen zijn hoeveel controle organisaties werkelijk hebben over de systemen waarvan ze afhankelijk zijn en welke risico’s en impact inbreuken hebben op de digitale soevereiniteit. Bezoek Cybersec Netherlands 2026 Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratisMeer informatie
Kort: Ai-beveiliging wordt miljardenmarkt, cio zet fundament boven snelle ai-winst (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Markt voor ai-beveiliging groeit naar 4,8 miljard dollar, Nederlandse cio investeert eerst in fundament voor ai, commissarissen waarschuwen voor samenkomende risico’s, Croonwolter&dros automatiseert service met SAP, Prianto breidt Quest-samenwerking uit in Benelux. Markt voor ai-beveiliging groeit naar 4,8 miljard dollar De wereldwijde markt voor het beveiligen van ai groeit volgend jaar naar bijna 4,8 miljard dollar. Dat is een stijging van 68,7 procent ten opzichte van 2026, voorspelt Gartner. In 2028 kan de markt bijna 7,7 miljard dollar bedragen. Ai-applicatiebeveiliging blijft in 2027 de grootste bestedingscategorie, met naar verwachting 851 miljoen dollar. Ai-gebruikscontrole volgt met 749 miljoen dollar en groeit met 73 procent het sterkst. Ook ai-gateways groeien snel, met 71 procent. Gartner waarschuwt dat meer dan de helft van succesvolle cyberaanvallen op ai-agents in 2029 misbruik zal maken van zwakke toegangscontroles of promptinjecties. Traditionele beveiligingstools schieten volgens het onderzoeksbureau tekort bij deze specifieke dreigingen. Organisaties hebben daarom gespecialiseerde ai-beveiliging nodig naast bestaande beveiligingsmaatregelen. Nederlandse cio kiest eerst voor stevige basis voor ai Nederlandse cio’s richten zich bij digitale investeringen vaker op cloud, infrastructuur en cybersecurity dan op snel rendement uit ai. Dat blijkt uit het rapport ‘CIO 2026 Outlook’ van Experis. Wereldwijd ziet 54 procent van de cio’s inmiddels positief rendement op ai-investeringen, tegenover 46 procent in Nederland. Cloud en schaalbare infrastructuur zijn in Nederland voor 53 procent de belangrijkste bron van rendement, tegen 41 procent wereldwijd. Automatisering en ai worden door 26 procent genoemd, tegenover 34 procent wereldwijd. Tegelijkertijd staat de afstemming tussen business en it hoog op de agenda. 65 procent van de Nederlandse cio’s noemt dit een grote verantwoordelijkheid, tegen 48 procent wereldwijd. Ook cybersecurity krijgt veel aandacht: 73 procent noemt dit een investeringsprioriteit voor het komende jaar. Het onderzoek ondervroeg 1.930 technologieleiders in twaalf landen. Commissarissen willen meer aandacht voor samenhangende risico’s Nederlandse commissarissen vinden dat organisaties beter moeten zijn voorbereid op risico’s die elkaar versterken. Vooral de combinatie van geopolitieke spanningen, cyberdreigingen, ai en digitale afhankelijkheid vraagt om meer aandacht in de boardroom. Dat blijkt uit het achttiende ‘Grant Thornton Commissarissen Benchmark’-onderzoek van Board in Balance. Een scenario met langdurige stroom- en internetuitval laat volgens de studie zien dat veel organisaties onvoldoende rekening houden met het samenvallen van risico’s. Ook de afhankelijkheid van cruciale software en hardware baart zorgen. Veel organisaties hebben Europese alternatieven nog onvoldoende onderzocht. Daarnaast moet het toezicht op ai worden versterkt. Commissarissen willen beter zicht op de voordelen, risico’s en beheersmaatregelen. Het onderzoek omvat 198 vragenlijsten en 113 persoonlijke interviews. De onderzoekers benadrukken dat een open bestuurscultuur, kritische tegenspraak en permanente educatie essentieel zijn voor weerbaar bestuur. Croonwolter&dros automatiseert met SAP Technisch dienstverlener Croonwolter&dros werkt met SAP-specialist McCoy aan verdere standaardisatie en automatisering van service- en onderhoudsprocessen. Het bedrijf gebruikt daarvoor SAP S/4HANA Private Cloud en SAP Field Service Management. Croonwolter&dros ging in 2024 live met de nieuwe SAP-omgeving. Na de migratie van een versnipperd applicatielandschap ligt de focus op het vereenvoudigen van processen en verminderen van handmatig werk. In sommige processen is het aantal benodigde handelingen al teruggebracht van tien naar vijf. Een voorbeeld is een klantenkaart op SAP Business Technology Platform, waarmee monteurs veiligheidsvoorschriften, contractafspraken en projectinformatie kunnen raadplegen. Ook onderzoekt het bedrijf verdere automatisering van de planning van serviceorders. De samenwerking krijgt een nieuwe dimensie doordat Accenture McCoy overneemt. De Nederlandse SAP-specialist telt meer dan 380 SAP-professionals en wordt onderdeel van Accenture Edge. De overname moet de SAP-dienstverlening van Accenture in het Europese mid-marketsegment versterken. Financiële details zijn niet bekendgemaakt; goedkeuring door toezichthouders is nog vereist. Croonwolter&dros bereidt zich daarnaast voor op SAP’s ai-copilot Joule en ai-agents. Prianto breidt samenwerking met Quest uit in Benelux Prianto | QBS Software breidt de samenwerking met softwareleverancier Quest Software in de Benelux uit. De distributeur richt zich daarbij op partnergroei, ondersteuning en business development rond datamanagement, cybersecurity en platformmodernisering. Onderdeel van de samenwerking is het nieuwe Quest Edge Partner Program. Dat programma moet partners helpen om niet alleen softwarelicenties te verkopen, maar klanten gedurende de hele levenscyclus te ondersteunen. Het programma werkt met de pijlers Build, Sell en Service. Prianto | QBS Software ondersteunt resellers, msp’s en solution providers vanuit Rotterdam met pre-sales en technische kennis. Via het Europese QBS-netwerk krijgen partners daarnaast toegang tot een breder ecosysteem van softwareleveranciers. Volgens Prianto | QBS Software moet de samenwerking partners helpen meer diensten en terugkerende omzet te realiseren en langdurige klantrelaties op te bouwen.
Google Cloud komt met sectorspecifieke ai voor finance en legal
1 dag
Google Cloud introduceert ai-oplossingen voor de financiële en juridische sector: Gemini Enterprise for Financial Services en Gemini Enterprise for Legal. De systemen zijn gebouwd op het beheerde Gemini Enterprise-platform en moeten organisaties helpen complexe en tijdrovende werkprocessen veilig te automatiseren. Volgens Google Cloud zijn de oplossingen specifiek ontwikkeld voor deze sterk gereguleerde sectoren. De oplossingen bevatten kant-en-klare ai-agents, domeinspecifieke vaardigheden, dataconnectors en geoptimaliseerde modellen en zijn volgens Google Cloud direct inzetbaar binnen bestaande werkprocessen. Gemini Enterprise for Financial Services bundelt marktdata, regelgeving en interne systemen. Het aanbod omvat onder meer een Financial Research-agent, die volledige onderzoeksprocessen automatiseert. Deze wordt ondersteund door meer dan vijftig gespecialiseerde vaardigheden (skills) en dertien dataconnectors. Het gaat onder meer om FactSet, LSEG en Moody’s, leveranciers van financiële markt-, risico- en kredietinformatie. Zo moeten banken en andere financiële instellingen complexe workflows rond klantrisicoanalyses, deals en financieringsopties versnellen. Deutsche Bank gebruikt de oplossing al en werkte mee aan het ontwerp, meldt Google Cloud. Juridische sector Gemini Enterprise for Legal richt zich op contractbeoordeling en due diligence, bijvoorbeeld bij fusies en overnames, vastgoedtransacties en investeringen. Het platform koppelt rechtstreeks met dataplatformen zoals iManage, NetDocuments en Thomson Reuters, die juridische teams gebruiken voor documentbeheer, kennismanagement en juridisch onderzoek. ‘Antwoorden zijn altijd gebaseerd op primaire juridische bronnen en alle dossiers en data blijven binnen de beveiligde omgeving van de organisatie’, aldus Google Cloud. Onder meer Accenture, Deloitte en KPMG zijn consultingpartners binnen het ecosysteem van het nieuwe ai-aanbod. Beschikbaarheid Volgens Google Cloud zijn er nog steeds bedrijven die proberen complexe end-to-endprocessen te automatiseren met generieke ai-tools. Die bieden volgens het bedrijf niet de controles die juridisch werk vereist, zoals strikte vertrouwelijkheid, gescheiden toegangsrechten, aantoonbare juridische bronverwijzingen en volledige data-isolatie. Pogingen om dit op te lossen met oplossingen die slechts één specifiek probleem aanpakken, kunnen volgens Google Cloud leiden tot hoge integratiekosten en kwetsbare workflows. Met de introductie van Gemini Enterprise for Financial Services en Gemini Enterprise for Legal wil Google Cloud organisaties helpen de overstap te maken van generieke ai naar sectorspecifieke, gecontroleerde en veilige ai-systemen. Beide oplossingen zijn vanaf 25 augustus 2026 wereldwijd als preview beschikbaar voor Google Cloud-klanten.
NTT Data en Palo Alto Networks bundelen krachten voor veilige ai
1 dag
NTT Data en Palo Alto Networks gaan een meerjarige strategische samenwerking aan om bedrijven te helpen ai veilig in te zetten en zich beter te wapenen tegen cyberaanvallen. De partijen willen hun gecombineerde activiteiten tegen eind 2029 laten uitgroeien tot een omzet van een miljard dollar. De samenwerking moet organisaties helpen bij de beveiligingsrisico’s die ontstaan door de snelle opkomst van ai. De technologie biedt bedrijven nieuwe mogelijkheden, maar maakt ook cyberaanvallen geavanceerder en vergroot het aantal systemen dat moet worden beveiligd. De beide bedrijven combineren daarvoor de cybersecuritytechnologie van Palo Alto Networks met de it- en dienstverleningsexpertise van NTT Data. De eerste aandacht gaat uit naar sterk gereguleerde en kritieke sectoren, waaronder financiële dienstverlening, gezondheidszorg, industrie en de publieke sector. De gezamenlijke oplossingen moeten onder meer ai inzetten om aanvallen sneller te detecteren en erop te reageren. Ook ondersteunen ze organisaties bij het opstellen van beleid voor verantwoord ai-gebruik en het beveiligen van digitale identiteiten van medewerkers, machines en ai-systemen. Daarnaast vallen cloudomgevingen, netwerken en firewalls binnen de samenwerking. Ingrijpend ‘Ai verandert zowel het bedrijfsleven als cybersecurity ingrijpend, waardoor nauwe samenwerking belangrijker is dan ooit’, zegt Nikesh Arora, voorzitter en ceo van Palo Alto Networks. Volgens hem moet de samenwerking bedrijven helpen sneller te moderniseren zonder concessies te doen aan beveiliging. Ook NTT Data-topman Abhijit Dubey wijst op het snel veranderende dreigingsbeeld. Door ai-gestuurde cybersecurity te combineren met de eigen expertise en dienstverlening wil het bedrijf klanten helpen ai sneller en veiliger toe te passen. De samenwerking wordt ondersteund door gezamenlijke investeringen en meer dan tweeduizend gecertificeerde specialisten. NTT Data beschikt wereldwijd over ruim 7.500 cybersecurityprofessionals, meer dan zeventig deliverycenters en meer dan twintig Cyber Defense Centers. Palo Alto Networks levert onder meer zijn beveiligingsplatformen en de dreigingsinformatie van Unit 42.
De it-kennis­kloof overbruggen: voorbereiden op golf van pensioneringen
1 dag
Binnen organisaties ontstaat een stil maar kritiek risico: de naderende pensionering van zeer ervaren it-professionals die in de loop van tientallen jaren veel technische en organisatorische kennis hebben opgebouwd. Zij kennen niet alleen de systemen die ze beheren, maar ook de redenen achter architectuurkeuzes, uitzonderingen en work-arounds. Nu een deel van deze professionals de komende jaren vertrekt, staan organisaties voor de opgave om die kennis tijdig te borgen en over te dragen.Legacy-systemen worden vaak gezien als verouderde technologie die vervangen moet worden. In werkelijkheid gaat het vaak om bedrijfskritische systemen die in de loop der jaren zijn aangepast aan specifieke processen, compliance-eisen en operationele omstandigheden. De professionals die deze systemen hebben ontwikkeld, onderhouden en doorontwikkeld, beschikken daarom over meer dan technische expertise. Zij kennen de bedrijfscontext en weten waarom systemen functioneren zoals ze doen. Ook kennen zij de achterliggende redenen voor architectuurkeuzes, integraties en work-arounds. Daarnaast weten ze waar de kwetsbaarheden zitten, hoe afhankelijkheden lopen en welke onderdelen onder druk kunnen falen.Een deel van die kennis is zelden volledig gedocumenteerd. Ze bestaat vooral als impliciete kennis die door jarenlange ervaring is opgebouwd. Tegelijkertijd komt een nieuwe generatie it-professionals de arbeidsmarkt op met vaak een meer gespecialiseerde kennis. Denk aan cybersecurity, data-science, devops en ai. Die specialisaties zijn belangrijk, maar zeggen niet automatisch iets over het functioneren van complexe it-omgevingen als geheel.De naderende pensionering van ervaren it-professionals is niet alleen een personeelsvraagstukDat betekent niet dat jonge professionals minder deskundig zijn. Het verschil zit in de context. Een specialist kan uitstekend zijn in het uitrollen van applicaties in containers of het ontwerpen van cloud-native oplossingen, maar heeft mogelijk nog weinig ervaring met de historische afhankelijkheden van een legacy-omgeving, end-to-end-bedrijfsprocessen of de gevolgen van veranderingen voor gekoppelde systemen.Het vertrek van ervaren medewerkers kan daardoor een kennisvacuüm veroorzaken. Dat kan leiden tot operationele verstoringen, vertraging van moderniseringsprojecten en extra kosten doordat organisaties kennis opnieuw moeten opbouwen. Ook ontstaat het risico dat organisaties pas na een incident ontdekken welke informatie met een vertrekkende medewerker verloren is gegaan.Buddy-aanpak en coachingEen praktische manier om dit risico te beperken is structurele kennisoverdracht via buddyprogramma’s en coaching. Organisaties kunnen dergelijke programma’s voorzien van duidelijke doelstellingen, tijdslijnen en verantwoordelijkheden. Mentoring moet daarbij niet worden gezien als iets dat er ‘bij’ wordt gedaan, maar als een onderdeel van het reguliere werk.Daarbij is het belangrijk om niet alleen technische informatie vast te leggen. Ook de zakelijke context, historische keuzes en ervaringen met incidenten en uitzonderingssituaties zijn waardevol.Belangrijke elementen zijn:Meelopen (shadowing): nieuwe it-professionals observeren hoe ervaren collega’s problemen analyseren, beslissingen nemen en samenwerken met belanghebbenden uit de business;Gezamenlijke probleemoplossing: ervaren medewerkers en nieuwe collega’s werken samen aan concrete taken, waardoor impliciete kennis zichtbaar wordt;Continue dialoog: regelmatige gesprekken verbinden technische keuzes met bedrijfsdoelstellingen en operationele gevolgen.Coaching kan deze aanpak aanvullen door niet alleen uit te leggen hoe systemen werken, maar vooral waarom ze op een bepaalde manier zijn ingericht. Nieuwe medewerkers krijgen zo beter inzicht in organisatorische prioriteiten, technische beperkingen en onderlinge afhankelijkheden.In veel organisaties gebeurt een deel van deze kennisoverdracht al informeel. Maar wanneer de continuïteit sterk afhankelijk is van individuele bereidheid om kennis te delen, blijft de aanpak kwetsbaar. Structurele programma’s maken het mogelijk om kennisoverdracht beter te plannen en breder toe te passen.Kennis als onderdeel van continuïteitDe naderende pensionering van ervaren it-professionals is daarmee niet alleen een personeelsvraagstuk, maar ook een continuïteitskwestie. Het vertrek van medewerkers hoeft niet automatisch te leiden tot kennisverlies, maar vraagt wel om tijdige voorbereiding.Door kennisoverdracht structureel onderdeel te maken van het werk, kunnen organisaties technische expertise combineren met de bedrijfscontext die nodig is om complexe it-omgevingen goed te beheren. Daarmee wordt ervaring niet vervangen door innovatie, maar juist doorgegeven aan een nieuwe generatie professionals.Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology
Eurofiber haalt 2,2 miljard op voor duurzame groei
2 dagen
Eurofiber heeft een herfinanciering van 2,2 miljard euro afgerond om verdere investeringen in zijn digitale infrastructuur in Europa mogelijk te maken. De aanbieder van datacenterdiensten, die over een eigen glasvezelnetwerk beschikt, meldt dat de lening gekoppeld is aan zogenoemde ESG-doelen, (environmental, social & governance). ESG betekent dat er eisen worden gesteld aan CO2-reductie, circulariteit en genderdiversiteit binnen het bedrijf. De nieuwe langetermijnfinanciering vervangt een bestaande  ronde van 1,5 miljard euro en bestaat uit omvangrijke, nog niet opgenomen, toegezegde kredietfaciliteiten. De transactie kreeg brede steun van banken en institutionele beleggers, meldt Eurofiber. Eurofiber zegt dat de nieuwe lening het bedrijf meer financiële ruimte geeft en dat hun manier van financieren nu breder gespreid en stabieler is. ‘De middelen moeten de uitbreiding van glasvezelnetwerken, cloudinfrastructuurdiensten en klantgedreven innovatie ondersteunen, nu de vraag naar veilige en schaalbare connectiviteit blijft stijgen, schrijft het bedrijf. Volgens ceo Alex Goldblum bevestigt de transactie het vertrouwen van financiers in de langetermijnstrategie. BNP Paribas en Rothschild & Co traden op als financieel adviseurs; Clifford Chance verzorgde het juridisch advies. Recent deelde Eurifiber ook cijfers waaruit blijkt dat de groei van het bedrijf wordt gestuwd door overnames en net­werk­uit­brei­ding.
Kort: Phishing omzeilt e-mailbeveiliging, IBM opent Z-mainframe voor Arm met nieuwe processor (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Phishing via gehackte websites omzeilt url-checks van e-mailbeveiliging, IBM combineert Arm en Z-instructies in nieuwe mainframechip, ai bereikt werkvloer sneller dan organisaties kunnen bijbenen, digitaal productpaspoort moet reparatie elektronica versnellen, en Copaco neemt activiteiten van failliet BuyBay over.Nieuwe phishingtechniek omzeilt traditionele e-mailbeveiligingSecurity-onderzoekers van KnowBe4 waarschuwen voor een phishingtechniek die traditionele e-mailbeveiliging omzeilt. Ze ontdekten een zogenoemde Bulletproof Blind Redirector Kit, die legitieme websites gebruikt die zijn gecompromitteerd om slachtoffers ongemerkt door te sturen naar phishingpagina’s. Tussen 29 april en 14 juli van dit jaar bereikten duizenden e-mails via deze methode de inbox van gebruikers.De phishinginfrastructuur is niet zichtbaar in de e-mail, meldt KnowBe4 in een rapportage. De link verwijst naar een legitieme, maar gecompromitteerde website. Pas na het aanklikken wordt de gebruiker via die website doorgestuurd naar de phishingomgeving. Hierdoor blijft de uiteindelijke phishingbestemming buiten beeld bij de url-reputatiecontroles die secure email gateways (segs) uitvoeren op links in e-mails.IBM brengt Arm naar Z-mainframes met dual-architecture-chipIBM ontwikkelt een nieuwe processor waarmee toekomstige IBM Z- en LinuxOne-systemen zowel Arm- als IBM Z-instructies kunnen uitvoeren. Daarmee wil IBM de groeiende Arm-software-ecosysteem toegankelijk maken voor zijn mainframes en servers. De chip is het eerste concrete resultaat van de samenwerking tussen IBM en Arm, die in april 2026 werd aangekondigd.De processor wordt geproduceerd op een 2-nanometerproces en krijgt elf high-performance-cores met een kloksnelheid boven 5,7 GHz. Verder zijn ai-versnellers voor onder meer fraudedetectie, een dataprocessing unit voor i/o en een omvangrijke cache ingebouwd. Elke core kan Arm- en IBM Z-instructies gelijktijdig uitvoeren. Zo wil IBM meer softwarekeuze bieden zonder concessies te doen aan beveiliging, betrouwbaarheid en schaalbaarheid.Werknemer omarmt ai, organisatie blijft achter met begeleidingAi is in Nederland doorgedrongen tot de dagelijkse werkpraktijk, maar organisaties lopen achter met begeleiding. Van de 5,2 miljoen Nederlanders die ai op het werk gebruiken, heeft 57 procent de technologie inmiddels in de werkroutine opgenomen. Toch kreeg slechts 29 procent training of instructie. Dat blijkt uit de vijfde AI-Monitor van Newcom, uitgevoerd in juli onder 3.122 Nederlanders van achttien tot en met 65 jaar.Ook duidelijke regels ontbreken vaak. Slechts 42 procent zegt dat de organisatie voorschriften heeft voor ai-gebruik. Begin dit jaar was dat nog 57 procent. De verschillen per sector zijn groot. In de zorg kreeg slechts achttien procent training en zegt acht procent dat ai actief wordt aangemoedigd. Bij de overheid zegt slechts vijftien procent dat ai-regels bestaan. ChatGPT is overigens de populairste ai-tool: 43 procent gebruikt die op het werk als voornaamste toepassing.Digitaal productpaspoort maakt reparatie beeldscherm eenvoudigerEen digitaal productpaspoort kan reparaties van elektronica sneller en efficiënter maken, de levensduur van producten verlengen en nieuwe circulaire businessmodellen mogelijk maken. Dat blijkt uit een verkenning van de Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering (NCDD) en GS1 Nederland.Een digitaal productpaspoort is een digitaal dossier met informatie over onder meer de herkomst, materialen, reparatie en recycling van een product. De Europese Unie voert het paspoort binnen de Europese ecodesignregels stapsgewijs per productgroep in. NCDD en GS1 Nederland hebben in hun samenwerking een qr-code ontwikkeld die toegang geeft tot informatie over een beeldscherm.Door productspecificaties, onderdeleninformatie, reparatiemogelijkheden, garantiegegevens en duurzaamheidsinformatie beschikbaar te maken, kunnen fabrikanten, retailers en reparateurs eenvoudiger informatie uitwisselen en reparaties efficiënter uitvoeren.Copaco neemt activiteiten van failliet BuyBay overIct-distributeur en technologiegroothandel Copaco neemt de activiteiten over van BuyBay, dat in juli failliet werd verklaard. BuyBay, opgericht in 2014, is gespecialiseerd in het verwerken en opnieuw verkoopklaar maken van retourzendingen en overstock van webshops, retailers, distributeurs en fabrikanten.Volgens Copaco worden de expertise en dienstverlening van BuyBay voortgezet en verder ontwikkeld binnen de bestaande organisatie. De activiteiten sluiten volgens de distributeur aan bij zijn ambities op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en logistieke dienstverlening.BuyBay controleert, test en reinigt retourproducten voordat die opnieuw worden aangeboden. Daarmee kunnen producten hun economische waarde behouden en wordt verspilling in de keten beperkt. Copaco ziet de overname als een manier om zijn dienstverlening rond circulaire logistiek verder uit te bouwen.
Politieke steun groeit voor stevig innovatie-agentschap
2 dagen
Het nationaal agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) krijgt een budget dat mogelijk oploopt tot 1 miljard euro. Tijdens de Haagse begrotingsonderhandelingen zou er bereidheid zijn ontstaan om de 500 miljoen euro te verdubbelen die in het coalitieakkoord was gereserveerd. Dit melden bronnen aan BNR. Het agentschap wordt gegoten naar het model van het Amerikaanse innovatie-instituut Darpa en het Duitse Sprin-D.  Gemikt wordt op een startkapitaal van ten minste 300 miljoen euro met jaarlijkse overheidsbijdragen van 150 miljoen euro over een periode van vijf jaar. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien.  Ondernemer Jelle Prins, die de opzet en vormgeving van het agentschap leidt, is optimistisch over het politieke klimaat rond NADI. Volgens hem groeit het besef in Den Haag dat zo’n agentschap nodig is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. En om NADI echt goed van de grond te krijgen is een grote opzet gewenst. Om meer risico’s te nemen zijn veel projecten vereist omdat de kans op een mooie knaller dan veel groter wordt.  AI Deltaplan ‘Venture capital bedrijven werken ook zo. Ze wedden op meerdere paarden in de hoop dat daar een winnaar tussen zit. Wordt die grotere schaal niet bereikt dan zie je risicomijdend investeringsgedrag ontstaan. En dat is nou juist niet de bedoeling,’ aldus Prins die het Nederlandse AI Deltaplan schreef en ook mede-oprichter is van het medische ai-bedrijf Cradle.  Politiek Den Haag en beleidsmakers hebben volgens Prins ook goed geluisterd naar de adviezen van Rafael Laguna de la Vera, de oprichter/directeur van het Duitse Sprin-D. Laguna die meer dan veertig jaar onderneemt en investeert in de software-industrie, weet hoe belangrijk het is om een lange adem te hebben.  Instrumenten zoals NADI die technologische doorbraken moeten ondersteunen, zet je voor ten minste vijf jaar op, met verlengingen van vijf jaar. Pas over tien jaar worden de eerste successen zichtbaar. Het agentschap moet in een vroeg stadium potentieel veelbelovende projecten met een groot technologisch risico ondersteunen. Prins: ‘Zeker bij dit soort innovaties bestaat een lange horizon. Je weet pas over tien, soms wel twintig jaar of het werkt.’ Al twee decennia geleden startte het quantum computing onderzoek in Delft. Nu pas begint venture capital deze sector binnen te stromen. Ook voor ASML werd meer dan twintig jaar geleden de technische basis gelegd. ‘Financierders willen na zeven tot tien jaar hun geld terugzien’. Initiatieven zoals het Nederlandse Darpa zijn broodnodig om het gat tussen de publieke financiering van onderzoek en het aanbod van durfkapitaal te vullen. Dit geldt zeker als het technologisch risico nog te groot is, en het pad naar succes nog te ver weg is voor venture capital. Revolverende financiering De eerste opzet in het coalitieakkoord was een revolverende financiering. De opbrengsten van het 500 miljoen grote kapitaal zouden weer in het fonds terechtkomen voor nieuwe investeringen. De initiatiefnemers achter NADI vonden dat een te zwakke basis voor een geloofwaardige start, zo bleek uit een brief aan de Tweede Kamer. Het revolverende deel zou maximaal dertig procent moeten bedragen, menen investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. De rest krijgt de vorm van een subsidie. Ze schreven in hun brandbrief aan de Kamer minimaal 300 miljoen euro nodig te hebben plus 150 miljoen euro per jaar. Over een periode van vijf jaar is dat 1 miljard euro. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien. Het rapport van de commissie Wennink over het Nederlandse verdienvermogen beveelt voor NADI 1,5 tot 2 miljard euro aan. Maar dat bedrag lijkt politiek onhaalbaar. Onafhankelijk Prins vindt het ook belangrijk dat NADI echt onafhankelijk wordt zonder aansturing via ministeries of coalitiebelangen. Langdurige financiering moet mogelijk zijn, ook als kabinetten van politieke kleur wisselen. Uit ervaringen in andere landen blijkt dat een oprichtingswet dit veilig kan stellen. Bij Sprin-D bleef dit achterwege wat nu wordt betreurd. Bij het Britse Aria gebeurde dit wel met gunstige gevolgen. Ook van belang is dat de programmadirecteuren voldoende mandaat krijgen. Met aansturing per comité word je risicomijdend. De politieke bemoeienis werkt eveneens slecht want dan valt de keuze op een veilige invulling van projecten.  Als alles meezit, kan NADI dit jaar nog van de grond komen, aldus Prins. Hij denkt dat dit agentschap het meest gebaat is met een geleidelijke start, ook qua bestedingen. Ook Sprin-D pakte het zo aan. Inmiddels worden vanuit dit programma meer dan driehonderd projecten gesteund. Proxima Fusion, een startup op gebied van de risicovolle kernfusie-techniek, behoort tot de paradepaardjes. Onlangs verzekerde dit bedrijf, actief in de ontwikkeling van schone energie, zich van 411 miljoen euro aan nieuw kapitaal. Zonder een agentschap die het technologisch risico wegneemt, was het nooit zover gekomen. Maar risico dragen betekent ook dat dingen kunnen falen, besluit Prins die tot zijn tevredenheid constateert dat dit besef ook in Nederland is neergedaald.
‘DPIA-vrijstellingen voor kleine ondernemers gaan veel te ver’
2 dagen
Belangenorganisatie Privacy First vindt dat er te veel uitzonderingen gelden voor kleine ondernemers waardoor zij niet hoeven te voldoen aan de DPIA (Data Protection Impact Assessment). Volgens Privacy First schaden die uitzonderingen de privacy-belangen van burgers. Een DPIA (Data Protection Impact Assessment) is een privacy-effectbeoordeling waarmee een organisatie vooraf de privacyrisico’s in kaart brengt van gegevensverwerkingen. Ook wordt aangegeven hoe risico’s worden verkleind. Voor kleine ondernemers is een DPIA een flinke uitdaging vanwege een gebrek aan tijd, geld en gespecialiseerde juridische kennis. Daarom worden zij tegemoet gekomen met allerlei vrijstellingen waarvan een eerste voorstel door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is voorgelegd aan allerlei betrokken partijen waaronder Privacy First. De belangenorganisatie is zeer kritisch en stelt in een persbericht dat de voorgestelde uitzonderingen te ruim zijn en de privacy van burgers in gevaar is. Risicovolle verwerkingen In het geconsulteerde voorstel worden uitzonderingen voorgesteld op een eerder besluit van de AP waarin risicovolle verwerkingen zijn aangewezen. Het gaat onder meer om monitoring van financiële gegevens om de kredietwaardigheid of de inkomens- of vermogenspositie te beoordelen, grootschalige verwerkingen van gegevens over gezondheid, cameratoezicht en verwerking van locatie – en communicatiegegevens. Volgens Privacy First kunnen met het nieuwe voorstel verwerkingen met een hoog privacyrisico ten onrechte buiten de DPIA-plicht vallen. De organisatie pleit ervoor dat DPIA-vrijstellingen alleen gelden voor werkelijke laag-risicoverwerkingen. ‘Zodra sprake kan zijn van monitoring, profilering, gegevensdeling, doorgifte buiten de EU en Europese ruimte, biometrische gegevens, gezondheidsgegevens of andere gevoelige verwerkingen, moet een DPIAin beginsel verplicht blijven’, aldus de belangenorganisatie. Begrip ‘We hebben begrip voor de positie van kleine organisaties, dat moet er echter niet toe leiden dat de bescherming van mensen tegen risicovolle verwerkingen wordt ondermijnd’, stelt Privacy First. Het is onder meer kritisch op het voorstel om ondernemingen die op grond van de wet criminaliteitsbestrijding onderzoek moeten doen (‘witwasbestrijding’) vrij te stellen van een DPIA. Verder zijn onder andere suggesties gedaan over de voorgestelde uitzonderingen voor solistisch werkende zorgverleners en onderwijsinstellingen. Privacy First: ‘Voor zorg moet een afzonderlijke, strengere regeling gelden vanwege de gevoeligheid van gezondheidsdata.’ De belangenorganisatie wil dus dat deze groep niet wordt vrijgesteld van een DPIA. Gevoelige leerlinggegevens moeten volgens de belangenorganisatie ook strikt gescheiden blijven van reguliere leerlingadministraties. Ook zijn de privacy-voorvechters kritisch op de vrijstelling van kleine ondernemers voor zaken rondom cameratoezicht. Privacy First waarschuwt voor onveilige camera-oplossingen met cloudopslag en commerciële exploitatie van beelden. Het stelt dat er geen audio-opnamen toegestaan zijn en wil niet alleen gezichts- en stemherkenning verbieden, maar iedere vorm van identificatie van personen. Lees hier de volledige consultatiereactie van Privacy First.
Jan Willem des Tombe (Leaseweb): ‘Laat implementatie cloudbeleid over aan de doeners’
2 dagen
Niet-technici hebben de afgelopen maanden een zwaar stempel gedrukt op de herziening van het cloudbeleid in Nederland en de EU. Beleidsmakers, juristen, adviseurs en ambtenaren domineerden. Voor de komende fase waarin de implementatie voor de deur staat, is het belangrijk dat goed wordt geluisterd naar de techneuten. Geef de it’ers met praktische kennis van zaken een grotere stem, zegt Jan Willem des Tombe, global strategic relations director bij Leaseweb.  Het kabinet Jetten en de Europese Commissie hebben vlak voor het zomerreces de contouren van het gewenste beleid geschetst. Maar de uitvoering van de plannen heeft nog een lange weg te gaan. ‘Het stadium van praten is voorbij. Het komt nu aan op het doen; het invulling geven aan het beleid,’ aldus des Tombe. Een zinvolle praktische uitwerking van het autonome cloudbeleid is daar gebaat mee. ‘Want de industrie heeft vaak al lang de oplossingen in huis. It’ers kennen de valkuilen, de mogelijkheden en onmogelijkheden.’ Des Tombe constateert dat de afgelopen periode in het licht heeft gestaan van de vraag hoe we het willen hebben. ‘Dat betekende veel praatsessies en overleg. Geleidelijk komen daar vormen van standaarden uit.’ Maar de weg naar het einddoel van soevereiniteit is nog niet helemaal duidelijk. ‘De ideeën voor de implementatie kan je beter overlaten aan de technici, de doeners, de mensen die echt verstand hebben van it. En dat zijn meestal niet de juristen van het advocatenkantoor.’  Zelfbeschikking Den Haag en Brussel hebben zich volop op de soevereine cloud gestort. Rond juni werd de richting duidelijk. Zo zijn de kaders herzien voor het gebruik van de publieke cloud door de overheid. Er komen strengere regels. En de Europese Commissie heeft nu voorstellen gelanceerd voor Europese tech-soevereiniteit, het Cloud Sovereignty Framework en wetgeving inzake cloud- en ai-ontwikkeling (CADA).  Zelfbeschikking is het uitgangspunt. Regie over data in een geopolitieke wereld krijgt vorm, evenals de controle over de infrastructuur waarop de platformen van bedrijven rusten. Wat dat betreft gaat het de goede kant op, constateert Des Tombe. ‘De wens om het anders te doen vertaalt zich in nieuw beleid.’  Maar er liggen ook beren op de weg. ‘Vertragend werkt de versnippering binnen de EU: veel landen, wetten en culturen. Dat vraagt om interoperabiliteit. Bovendien zijn we gewoontedieren.’ De ministeries bepleiten veranderingen, maar als het op de uitvoering aankomt zijn er tegenkrachten. Dan wordt gezegd dat het toch wel heel complex is om van leverancier te veranderen. Des Tombe ziet dat de overheid een veelkoppig monster is dat niet altijd in de praktijk brengt wat wordt gepredikt. Soms blijft alles bij het oude.  Consumerization of it Ook in het bedrijfsleven is de invloed van het it-management geslonken. Vroeger domineerde de it-afdeling. ‘It was in de ogen van de business ingewikkeld. De it’ers zaten in een kamer zonder ramen. Tijdens het werk kon je hen maar beter niet lastig vallen. Rond 2010 kwam de cloud op waarna de business-afdelingen het stokje overnamen. De ‘consumerization of it’ speelde ook een rol. De business had bepaalde wensen die vanuit de cloud werden ingevuld. Voetstoots werd aangenomen dat alles uit de cloud okee was. Over wat er in cloud zit, hoe het werkt en of iets past bij de eigen business werden verder geen vragen gesteld.’  Evenmin kwam ter discussie of men niet te veel afhankelijk werd van één leverancier. ‘Het zal wel goed zijn,’ was de gedachte. Volgens Des Tombe is het heel gezond dat bedrijven en instellingen zich hierover bezinnen. De roep naar digitale soevereiniteit werkt wat dat betreft tot een mooie katalysator.  Denkfout Over soevereiniteit bestaan nogal wat misverstanden. Hardnekkig is het idee dat vooral de fysieke locatie van bijvoorbeeld de servers bepaalt hoe soeverein men is. ‘Er speelt veel meer. Denk aan eigenaarschap, juridische structuur, governance, inkoop en contractuele voorwaarden.’ Een tweede veelgemaakte denkfout is dat 100 procent autonomie mogelijk is. ‘It bestaat uit een samenstel van componenten in diverse lagen waardoor er altijd wel een niet-Europese schakel in de keten zit.’ Verder is soevereiniteit geen feature maar een architectonische keuze. Onafhankelijkheid en controle over de eigen data en technologie zijn niet achteraf met regels af te dwingen. Je moet vanaf het begin nadenken hoe it-systemen, infrastructuren en netwerken zijn ontworpen.  ‘Bij Leaseweb heeft die architectuurkeuze van begin af aan voorop gestaan,’ zegt Des Tombe. ‘Snelle, goedkope oplossingen mogen daarbij niet prevaleren. Daar past een hybride aanpak bij; een mix van private cloud met on premise en dedicated servers en publieke cloud met gebruikmaking van maatwerkoplossingen op basis van ontwikkelde standaarden. Bij elke soort workload wordt bepaald hoe en waar die het beste tot zijn recht kan komen. Data over industriële processen met al hun geheimen zullen al snel in een private cloud terecht komen. Niet-persoonlijke data en data die niet naar een klant zijn te herleiden kunnen naar de publieke cloud. Hyperscalers bieden uitkomst bijvoorbeeld in december als bepaalde webwinkels een groot deel van hun omzet moeten waarmaken en extra capaciteit nodig is.’ Europa Naast aanbieders van hybride clouds komen in Europa publieke cloud partijen op zoals OVHcloud, Scaleway, Proximus, T-Systems en Hetzner. Ook zijn grote private clouds in aanbouw zoals die van Schwarz Digits’ StackIT dat voor de infrastructuur samenwerkt met KPN. Leaseweb kijkt ook naar de mogelijkheden die de Open Cloud Alliantie (OCA) biedt. Dit samenwerkingsverband van Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver werkt aan technische standaarden die mogelijk ook voor Leaseweb interessant zijn.  De belangstelling voor de soevereine cloud laat de marketingafdelingen in de it-branche op volle toeren draaien. Iedereen benadrukt hoe ‘soeverein’, ‘trusted’, ‘EU-ready’ en ‘compliant-by-design’ het eigen aanbod. Maar door gebrek aan definities hebben de marketeers vrij spel. Zelden is het zichtbaar hoe soeverein een leverancier is op de meetlat van autonomie.  Des Tombe wijst in dit verband op de rol die zijn bedrijf speelt als actieve deelnemer aan IPCEI‑CIS, het EU‑programma voor soevereine cloud. Via het European Cloud Campus‑project bouwt Leaseweb aan een multi‑provider cloud‑edge‑continuüm dat Europese data-soevereiniteit moet versterken. Een schaalbaar compute platform, open api’s, container-platformen en multi‑tenant‑architecturen vormen de basis voor toekomstige soevereine cloud-diensten. Ook allerlei microservices komen daarbij.  Volgens Des Tombe is dit geen sinecure om te doen. Meerdere partijen zijn betrokken wat veel overleg vergt. Het is een dynamisch proces waarbij veel kennis en ervaring worden opgebouwd. Maar het project brengt Europa een stap in de richting van datasoevereiniteit.
Kort: It-kosten onduidelijk, ChatGPT-teksten ongezien online, satelliet‑IoT explodeert (en meer) *
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: organisaties missen grip op it‑kosten, medische Chat‑GPT‑teksten verschijnen ongezien online, satelliet‑IoT groeit explosief en Highberg versterkt zijn ai‑expertise met twee nieuwe partners. Organisaties missen volledig overzicht it-kosten Slechts 35 procent van de Nederlandse organisaties heeft een volledig overzicht van de it-kosten. Dat blijkt uit de Tech Reality Check 2026 van ict-adviesbedrijf Conclusion. Dat is een onderzoek onder 1.058 it-beslissers in Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje. Nederlandse organisaties investeren massaal in it, maar hebben weinig inzicht in de kosten en waarde hiervan. Van de respondenten geeft 66 procent aan vaak te investeren in technologie zonder te weten wat het oplevert. Medische ChatGPT-teksten ongecontroleerd online Teksten die zijn geschreven of worden aangepast door ChatGPT verschijnen steeds vaker zonder menselijke controle op Nederlandse websites. Het gaat ook om medische informatie die nagelezen had moeten worden door mensen. Dat concludeert AI-Checker.nl na onderzoek. Op websites staan steeds vaker tekstregels zoals: ‘Hier is een herschreven versie’ die het gebruik van generatieve ai verraden. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat de tekst wel is nagelezen, maar dat die regel uit de chat met de tekstgenerator over het hoofd is gezien. Het bedrijf trof de instructies binnen ChatGPT aan in content waar een fout echt schade kan veroorzaken, zoals een voorlichtingsbrochure voor tienjarigen over de HPV-prik en in een officieel aanbestedingsdocument voor jeugdhulp met verblijf. Ook de veiligheids- en doseerinstructies van een bestrijdingsmiddel verschenen hoogstwaarschijnlijk zonder menselijke controle op een website. Satelliet‑IoT groeit komende jaren explosief De wereldwijde markt voor satelliet‑IoT staat aan de vooravond van een forse versnelling. Onderzoeksbureau Omdia verwacht dat het aantal verbindingen stijgt van 7,7 miljoen in 2023 naar 197,6 miljoen in 2035 – een jaarlijkse groei van 31 procent. Vooral low earth orbit‑netwerken (leo) trekken de markt vooruit, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 88,6 procent dankzij snelle uitrol, hogere bandbreedte en dalende kosten. Geostationaire satellieten (geo) groeien mee, maar veel gematigder met 7,3 procent per jaar. Nu IoT‑toepassingen volwassen worden, eisen organisaties wereldwijde dekking zonder gaten en meer veerkracht wanneer communicatienetwerken met vaste of mobiele infrastructuur op aarde, zoals zendmasten, glasvezelkabels en koperlijnen, uitvallen, stelt Omdia‑analist John Canali. ‘Dat wordt steeds belangrijker nu IoT‑apparaten meer data‑intensieve modellen en geautomatiseerde processen ondersteunen.’ Highberg benoemt nieuwe partners voor ai-vraagstukken Het Amsterdamse adviesbedrijf Highberg kondigt vandaag de benoeming aan van Bob Verstraten (32) en Bart Giesbers (56) als nieuwe partners. Zij moeten twee expertisedomeinen die volgens het bedrijf momenteel hoog op de agenda staan van bestuurders en directieteams versterken, namelijk: organisatie & strategie en risk, resilience & compliance. In een persbericht meldt het bedrijf dat ontwikkelingen zoals ai, strengere regelgeving, cyberdreigingen en de energietransitie organisaties dwingen tot fundamentele keuzes. Highberg werkt onder meer voor de Politie, Shell en verschillende overheden.
Chipindustrie blijft fors doorgroeien
3 dagen
De wereldwijde omzet in de halfgeleiderindustrie zal naar verwachting dit jaar 1,6 biljoen dollar bedragen. Dit betekent een stijging van 92 procent ten opzichte van de omzet van 809 miljard dollar in 2025. Zo voorspelt marktvorser Gartner. In 2027 zal de omzet naar verwachting 1,9 biljoen dollar bedragen. ‘De halfgeleiderindustrie betreedt een fundamenteel nieuwe groeifase,’ aldus Ben Lee, analist bij Gartner. ‘Het tempo van de industriële expansie versnelt aanzienlijk, gedreven door aanhoudende investeringen in ai-infrastructuur en een sterker dan verwachte prijsontwikkeling voor geheugen.’ Naarmate de ai-infrastructuur groeit, hervormt dit niet alleen de investeringen in het halfgeleider-ecosysteem, maar herdefinieert het ook de toepassingsmix van de industrie. ‘Het ecosysteem van ai-datacenters zal naar verwachting groeien van 36,5 prcent van de chip-omzet in 2026 tot meer dan 53 procent in 2030.’ Geheugenchips blijven dit jaar de belangrijkste motor achter de groei van de halfgeleiderindustrie. Ze zullen naar verwachting 54 procent van de totale halfgeleider-omzet uitmaken; een stijging ten opzichte van 27 procent in 2025. Vorig jaar bedroeg de omzet van geheugenchips 220 miljard dollar. Dit jaar wordt een omzet van 837 miljard dollar verwacht, in 2027 zelfs 1.075 biljoen dollar. Momenteel is het tekort aan geheugenchips enorm, wat ook laptops en smartphones duurder maakt. Deloitte ziet tot 2029 geen verbetering in deze situatie.  De omzet van DRAM (tijdelijk werkgeheugen) zal dit jaar naar verwachting met 246 procent groeien, terwijl de omzet van NAND-flashgeheugen met 372 procent zal toenemen. Hoewel er in 2027 extra capaciteit op de markt komt, zullen de vraag-aanbodverhoudingen naar verwachting krap blijven, omdat de implementatie van ai-infrastructuur het geheugenverbruik blijft verhogen. AI heeft geheugenmarkt veranderd ‘Ai-infrastructuur heeft de dynamiek van de geheugenmarkt fundamenteel veranderd,’ aldus Shrish Pant, analist bij Gartner. ‘Hoewel de prijsstijgingen de groei in 2026 versnellen, zullen de voortdurende implementatie van ai-infrastructuur, de hogere geheugencapaciteit per ai-server en de aanhoudende vraag naar high-bandwidth memory (HBM) de omzetgroei van geheugen tot en met 2027 en daarna ondersteunen.’ Voorlopig lijkt de groei van de jaarlijkse kapitaaluitgaven voor de ontwikkeling van ai nog lang door te gaan. Investeringsbank Goldman Sachs ziet die uitgaven van ongeveer 765 miljard dollar dit jaar toenemen naar 1,6 biljoen dollar in 2031. Adviesbureau McKinsey schat dat de totale investering in de bouw van datacenters tegen het einde van dit decennium 1 biljoen dollar zal bedragen.
Politieke weerstand tegen watergebruik datacenters groeit
3 dagen
De koeling en het gebruik van drinkwater door nieuwe datacenters krijgen politiek steeds meer aandacht. Naast zorgen over ruimtegebruik en schaarste op het elektriciteitsnet groeit in de Tweede Kamer het verzet tegen het grote waterverbruik van datacenters. Kamerleden Ines Kostić en Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) hebben vragen gesteld over het drinkwaterverbruik van een nieuw te bouwen datacenter van Equinix in Amsterdam-Zuidoost. Het datacenter zou bij volledige realisatie jaarlijks circa 1,1 miljard liter water gebruiken. Voor de eerste van de vier geplande torens gaat het om ongeveer 274 miljoen liter per jaar. De PvdD wijst erop dat er alternatieve koeltechnieken beschikbaar zijn. Equinix stelt dat technieken met minder watergebruik, zoals een combinatie van lucht- en waterkoeling of waterloze systemen, niet in het gekozen ontwerp passen. Die technieken zouden meer ruimte vergen. Het bedrijf verwacht het watergebruik op termijn wel ongeveer te kunnen halveren. Zeker tijdens een periode van droogte vindt de PvdD het gebruik van drinkwater voor koeling onwenselijk. De partij verwijst daarbij naar de in februari aangenomen motie-Grinwis, die de regering oproept de juridische criteria voor hyperscale datacenters aan te scherpen en nieuwe wettelijke voorwaarden te verkennen om de groei te beperken en de belasting van het elektriciteitsnet te verminderen. De motie gaat niet specifiek over watergebruik. De PvdD vraagt het kabinet daarnaast om inzicht in de totale watervoetafdruk van datacenters, inclusief indirect watergebruik. Dat betreft onder meer water dat nodig is voor de productie van elektriciteit en in de toeleveringsketen. De partij wil ook weten welke maatregelen het kabinet neemt om dit watergebruik te reguleren. Verder vraagt de PvdD om landelijke regels voor datacenters die niet onder de huidige definitie van hyperscale vallen, maar wel veel drinkwater gebruiken of een groot beslag leggen op het elektriciteitsnet. De partij wil bij voorkeur dat nieuwe datacenters geen drinkwater meer gebruiken voor koeling. Als dat niet haalbaar is, pleit zij voor een landelijk maximum per datacenter en voor de sector als geheel.
AMD verdubbelt tempo op weg naar zuinigere ai-systemen
3 dagen
Advanced Micro Devices (AMD) heeft naar eigen zeggen halverwege 2026 een verviervoudiging bereikt van de energie-efficiëntie van zijn ai-systemen. Daarmee ligt de chipfabrikant voor op zijn tussendoel van een verdrievoudiging en ruim boven de historische ontwikkeling. AMD baseert de vergelijking op een referentie uit 2024. Het Amerikaanse chipbedrijf wil de energie-efficiëntie van ai-training en -inferentie op rackschaal tegen 2030 met een factor twintig verbeteren. Daarbij kijkt het niet alleen naar de chips, maar naar het complete systeem, inclusief geheugen, verbindingen, software en rackontwerp. Volgens AMD kunnen verdere efficiëntiewinsten klanten meer rekenkracht per watt leveren en tegelijk het elektriciteitsverbruik en de totale eigendomskosten verlagen. Ook moeten de verbeteringen beperkingen rond stroomvoorziening, koeling en datacenterinfrastructuur verminderen. Ai-racks AMD verwacht dat in 2030 twee van zijn ai-racks ongeveer dezelfde rekenprestaties kunnen leveren als 570 racks uit 2024. Bij een representatieve ai-trainingsbelasting zou dat het elektriciteitsverbruik in de gebruiksfase met een factor twintig en de koolstofintensiteit met een factor 28 kunnen verlagen. De cijfers komen tegelijk met AMD’s duurzaamheidsrapport over 2025-2026. Daarin meldt het bedrijf een daling van de operationele uitstoot van broeikasgassen met dertig procent sinds 2020. Daarnaast kwam 58 procent van het wereldwijd door AMD gebruikte elektriciteitsverbruik uit hernieuwbare bronnen. Ook zegt AMD 99 procent van de fabrieken van zijn productieleveranciers te hebben gecontroleerd op verantwoord ondernemen.
AP legt Uber recordboete van 825 miljoen op
5 dagen
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft Uber een boete van 825 miljoen euro opgelegd. De taxidienst overtrad volgens de toezichthouder de Europese privacyregels door chauffeursaccounts via geautomatiseerde systemen te deactiveren zonder betrokken chauffeurs daarover voldoende te informeren.Ook ontbrak volgens de AP betekenisvolle menselijke controle bij besluiten met aanzienlijke gevolgen. De opbrengst van de boete gaat naar de Nederlandse schatkist.De AP bevestigt de boete na berichtgeving van persbureau Reuters. Uber is het niet eens met de beslissing en gaat in beroep. Het is de op één na hoogste boete die ooit onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is opgelegd. Alleen Meta kreeg een hogere AVG-boete: 1,2 miljard euro. De Ierse toezichthouder legde die in 2023 op vanwege de doorgifte van gegevens van Europese Facebook-gebruikers naar de Verenigde Staten.De zaak betreft incidenten tussen 2020 en 2022. Uber schorste accounts van Europese chauffeurs die door systemen van fraude werden verdacht, bijvoorbeeld omdat zij volgens algoritmes onnodige omwegen maakten of ritten accepteerden zonder die uit te voeren. Volgens de AP werden ook sommige accounts permanent gedeactiveerd op basis van lage klantwaarderingen zonder menselijke beoordeling. Uber betwist dat en stelt dat permanente deactiveringen niet volledig geautomatiseerd plaatsvonden.De AVG stelt beperkingen aan besluiten die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking zijn gebaseerd en iemand juridisch of anderszins aanzienlijk treffen. In zulke gevallen moet onder meer betekenisvolle menselijke tussenkomst mogelijk zijn en moet de betrokkene het besluit kunnen aanvechten. Volgens de AP schond Uber daarnaast het recht van chauffeurs om over de besluitvorming te worden geïnformeerd.De zaak begon met een Franse klacht, maar werd in Nederland behandeld omdat het Europese hoofdkantoor van Uber in Amsterdam staat. Uber noemt de boete disproportioneel en wijst erop dat het huidige beleid voorziet in menselijke beoordeling en mogelijkheden om schorsingen aan te vechten.Het is niet de eerste grote privacyboete voor Uber in Nederland. In 2024 legde de AP het bedrijf een boete van 290 miljoen euro op wegens het onvoldoende beschermen van persoonsgegevens van Europese chauffeurs die naar de Verenigde Staten werden doorgegeven. Uber heeft die praktijk inmiddels beëindigd.
Code op de Camino: app bouwen tijdens 120 kilometer pelgrimstocht
5 dagen
In zes dagen 120 kilometer wandelen over de Camino Portugués en tegelijkertijd een mobiele app ontwikkelen. Drie jonge ontwikkelaars gaan volgende week (van 24 tot en met 31 augustus) deze uitdaging aan. Max Helmantel (26), Stijn Smit (24) en Caesar Schoorl (21) onderzoeken hoe een ai-ondersteunde digitale workflow eruitziet die niet aan een bureau is gebonden, maar met de ontwikkelaars meebeweegt. Tijdens de tocht van Tui naar Santiago de Compostela gebruiken de makers smart glasses, spraakbesturing en ai-tools. De laptops in hun rugzakken worden onder meer bediend met een Nintendo Switch-controller. Een Xreal-bril fungeert als scherm voor de code, terwijl de wandelaar zicht houdt op de omgeving. Ook een goede ventilatie van de laptops is belangrijk, omdat deze tijdens het wandelen in de rugzak worden meegenomen. Meerdere powerbanks staan garant voor voldoende stroom en een Starlink-verbinding moet onderweg internettoegang bieden. Vlnr: Stijn Smit, Caesar Schoorl en Max Helmantel. Voor spraakbesturing gebruiken de ontwikkelaars Wispr Flow, een ai-spraak- en dicteertool. Volgens de makers van de applicatie kunnen gebruikers er tot vier keer sneller mee schrijven dan met een toetsenbord. Via oortjes kunnen de ontwikkelaars opdrachten geven aan ai-agents die helpen bij het programmeren. Volgens Helmantel is de technologie inmiddels ver genoeg gevorderd om een mobiel kantoor mogelijk te maken. De drie ontwikkelaars verdelen de werkzaamheden zoals in een traditioneel ontwikkelteam, met taken rond planning, ontwerp, appconcept, gebruikersflows en assets. Bij de ontwikkeling besteden ze ook aandacht aan privacy by design. Mind De app komt na afloop van de tocht in handen van de Stichting Mind, die zich inzet voor mensen met psychische problemen en hun naasten. Het concept gebruikt praten over het weer als laagdrempelige ingang voor gesprekken over mentale gezondheid. Via een korte check-in kunnen gebruikers stilstaan bij hoe hun dag voelt, waarna de app passende tips, informatie en oefeningen biedt en kan verwijzen naar de Mind Hulplijn. Het project maakt deel uit van Back to Being, waarin de drie ontwikkelaars onderzoeken hoe ai en technologie kunnen helpen om mentale gezondheid laagdrempeliger bespreekbaar te maken. De tocht moet tegelijk laten zien dat technologie niet noodzakelijk betekent dat mensen achter een bureau en een scherm zitten. ‘We kunnen met ai steeds makkelijker ideeën uitwerken, teksten maken en processen versnellen’, zegt Schoorl. ‘Maar ondertussen verdwijnen we nog steeds vaak achter een laptop, binnen, aan een bureau. Met Back to Being willen we laten zien dat technologie ook anders kan werken.’ De makers zijn van plan hun voortgang tijdens de tocht te delen via Instagram en een speciale site.
Ongecontroleerde ai-hacks: geen cyberapocalyps, wel een storm voor ciso’s
5 dagen
Panel Sans Institute buigt zich over Hugging Face-incidentDe recente, zelfstandige ontsnapping van een experimenteel OpenAI-model uit een beveiligde testomgeving (een sandbox) zette de cyberwereld op z’n kop. Maar, stelt Sans Institute gerust, er is geen sprake van een cyberapocalyps. Wél moeten ciso’s rekening houden met een storm! Met als een belangrijke boodschap: begin met het oplossen van de problemen die al jaren bekend zijn.Wat gebeurde er een maand geleden ook alweer? Tijdens een test met ExploitGym, een benchmark voor het testen van ai-modellen op het ontdekken en misbruiken van softwarekwetsbaarheden, werden de veiligheidsbeperkingen van OpenAI-modellen tijdelijk verlaagd. De modellen ontdekten een zero-day in hun sandbox, verplaatsten zich door OpenAI-systemen en bereikten uiteindelijk een omgeving met internettoegang. Vervolgens compromitteerden zij de productie-infrastructuur van ai-platform Hugging Face, vermoedelijk omdat die organisatie de benchmark hostte en mogelijk informatie over de test bevatte. Het gevolg? Tienduizenden geautomatiseerde acties die zonder menselijke tussenkomst werden uitgevoerd (de aanval werd uiteindelijk gestopt door het securityteam van Hugging Face).Het klinkt als de plot van een sciencefictionfilm en vormde het uitgangspunt van een recente paneldiscussie van training- en adviesbureau Sans Institute over de toekomst van cybersecurity. Met als centrale vraag: wat betekent dit voor organisaties, beveiligingsteams en beleidsmakers?Niet fundamenteel nieuw‘Dit is niet zomaar een incident. Het raakt de kern van hoe we ai inzetten, beveiligen en onderzoeken’, stelt Sans Institute-president Ed Skoudis bij de opening van de discussie. En het incident is een waarschuwing over de huidige staat van cyberbeveiliging, aldus de deelnemende panelleden.Het panel is opvallend eensgezind over één punt: de gebruikte aanvalstechnieken waren niet fundamenteel nieuw (denk sandbox-escapes, privilege-escalatie en het stelen van inloggegevens). Ai introduceert dus niet per se nieuwe aanvalstechnieken, maar maakt bestaande aanvallen sneller, goedkoper én schaalbaarder. En dat baart de panelleden wel zorgen, want stelt Rob Lee, chief ai officer en chief of research bij Sans Institute: ‘Veel organisaties hebben hun basisbeveiliging nog steeds niet op orde. Verouderde accounts, onvoldoende netwerksegmentatie en niet-gepatchte systemen blijven zwakke plekken.’KroonjuwelenAnalist Rich Mogull, cloud security alliance bij Sans Institute, omschrijft het verschil tussen een menselijke pentester en een zwerm autonome agents. ‘Waar een mens gericht opereert binnen een beperkte scope, kan een verzameling ai-agents gelijktijdig talloze systemen onderzoeken, aanvallen en opnieuw proberen wanneer eerdere pogingen mislukken. Dat leidt tot een aanvalsvorm die tegelijk slim en opmerkelijk onbeholpen kan zijn: strategisch effectief, maar operationeel soms nog verrassend inefficiënt door acties regelmatig te herhalen. Maar die onhandigheid gaat zeker nog verdwijnen.’Voor chief information security officers (ciso’s) betekent dit dat traditionele beveiligingsmaatregelen niet verdwijnen, maar wel moeten opschalen. Prioriteiten zijn netwerksegmentatie, monitoring, vroegtijdige detectie en het aanpassen van incident responsprocessen aan aanvallen die op machinesnelheid plaatsvinden. Ook defensief gebruik van ai wordt steeds belangrijker. Volgens Mogull moeten organisaties daarbij vooral focussen op hun kroonjuwelen: de meest kritieke applicaties en databronnen. Die moeten beter worden afgeschermd en voorzien van aanvullende detectiemechanismen zoals canary tokens en honeypots.Tapletop-oefeningenChief ai officer Lee tekent daarbij aan dat, terwijl ai nu door allerlei fouten nog relatief eenvoudig te detecteren is, toekomstige ai-aanvallen juist gericht zijn op onopvallend gedrag. Hij adviseert daarom om zogeheten tabletop-oefeningen uit te voeren waarbij teams oefenen met ai-gestuurde aanvallen. Daarnaast zullen beveiligingsmaatregelen die gedrag detecteren steeds belangrijker worden. Detectiesystemen die alleen vertrouwen op bekende aanvalspatronen, zullen minder effectief zijn naarmate ai zich verder ontwikkelt.De Sans-expertsreppenvaneen overgangsfase. Ai is al in staat om zelfstandig kwetsbaarheden te vinden en te exploiteren, maar grootschalig misbruik door kwaadwillenden is nog geen dagelijkse realiteit. Het incident betekent in hun ogen niet dat ai op hol is geslagen. De modellen deden wat ze moesten doen binnen een testomgeving waarin veiligheidsmaatregelen bewust waren afgezwakt. Het gaat daarom vooral om een falen in testen, containment en governance–problemen die met gedegen engineering en beleid kunnen worden opgelost.Geen einde der tijdenTijdens het paneldebat verzet Sans-adviseur Ciaran Martin, voormalig directeur van het Britse National Cyber Security Centre en tegenwoordig verbonden aan Oxford University, zich tegen doemscenario’s waarin autonome systemen de digitale wereld volledig ontwrichten. ‘Het risico bestaat dat organisaties meer aandacht besteden aan dit soort hypothetische ai-scenario’s dan aan de aanvallen die vandaag al plaatsvinden. Cybercriminelen gebruiken ai weliswaar steeds vaker, maar de meeste schade wordt nog altijd veroorzaakt door bekende aanvalsmethoden, ransomware en menselijke fouten.’ De sector stevent niet af op een cyberapocalyps, maar op een storm, vervolgt Martin. ‘ Die storm kan ongemakkelijk zijn, schade veroorzaken en organisaties dwingen maatregelen te nemen. Maar het betekent niet automatisch het einde van bestaande veiligheidsmodellen.’
eEvidence? 9 vragen over EU-wet rondom digitaal bewijs
6 dagen
De nieuwe Europese eEvidence verordening verandert op ingrijpende wijze de manier waarop digitale dienstverleners moeten omgaan met verzoeken om digitaal bewijsmateriaal. Sinds 18 augustus 2026 zijn bedrijven verplicht om data – van ip adressen tot communicatiegegevens – bij een verzoek van justitiële autoriteiten in andere EU-landen snel en veilig te verstrekken. De regels zijn omvangrijk, de impact is groot en de kritiek is stevig. Dit zijn 9 dingen die je moet weten over eEvidence en wat de wet betekent voor jouw organisatie. #1 Wat is eEvidence? Sinds 18 augustus 2026 geldt in de hele EU de eEvidence verordening. Die verplicht digitale dienstverleners om op verzoek digitaal bewijsmateriaal te verstrekken aan justitiële autoriteiten in andere lidstaten. #2 Voor wie geldt de wet? Voor aanbieders van internet- en communicatiediensten, cloud- en opslagproviders, online platforms en marktplaatsen, en organisaties die domeinnamen of ip-diensten beheren. #3 Wat verandert er? Bedrijven moeten hun systemen zo inrichten dat zij digitaal bewijs – zoals e-mailgegevens, ip-adressen of communicatie-informatie – snel en veilig kunnen leveren. Autoriteiten kunnen daarvoor een Europees verstrekkings- of bewaringsbevel afgeven. #4 Wat moet een digitale dienstverlener doen? Digitale dienstverleners moeten zich registreren in de Court Database (CDB) van de Europese Commissie, zodat autoriteiten die organisatie kunnen vinden. In Nederland kan die registratie naar verwachting pas vanaf begin 2027 worden afgerond, omdat de ACM nog geen bevoegdheid heeft om toezicht te houden op de registratieplicht. De verplichtingen uit de Europese verordening gelden al wel vanaf 18 augustus 2026. Nederlandse dienstverleners kunnen daardoor al te maken krijgen met verzoeken uit andere EU-landen. Bedrijven moeten dus al wel aan de wet voldoen, waarschuwt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. #5 Welke data valt onder de regels? Alle gegevens die relevant kunnen zijn voor strafzaken, zoals contactinformatie, dataverkeer en opgeslagen communicatie. De privacy- en veiligheidsregels blijven daarbij volledig van kracht. #6 Wanneer moet dit geregeld zijn? De wet geldt al sinds 18 augustus 2026. Nederland verwacht in het eerste kwartaal van 2027 operationeel te zijn met het Europese digitale portaal (Court Database) voor eEvidence. #7 Waarom is dit belangrijk? Digitale sporen zijn cruciaal bij opsporing. eEvidence maakt het sneller en eenvoudiger om bewijs tussen landen te delen – binnen duidelijke kaders voor privacy en veiligheid. #8 Waarom is de eEvidence wet omstreden? Critici waarschuwen dat justitiële autoriteiten in één EU-land rechtstreeks data kunnen opvragen bij providers in een ander land, zonder dat de autoriteiten van het land waar de provider gevestigd is vooraf toetsen. Daardoor kunnen gegevens worden gedeeld voor feiten die lokaal niet strafbaar zijn. Ook worden gebruikers niet vooraf geïnformeerd dat hun data naar een ander EU-land gaat, wat volgens privacy-experts de transparantie en rechtsbescherming ondermijnt. #9 Waarom maken de deadlines en verplichtingen bedrijven bezorgd? Dienstverleners moeten binnen tien dagen reageren op een Europees verstrekkingsbevel, en in spoedgevallen zelfs binnen acht uur. Volgens privacyorganisaties en cloudproviders zijn deze termijnen onrealistisch, zeker bij complexe of omvangrijke dataverzoeken. Tegelijk moeten bedrijven nu al voldoen aan de verordening, terwijl de verplichte Court Database pas begin 2027 beschikbaar is. Daardoor kunnen providers klem komen te zitten tussen wettelijke verplichtingen die praktisch nog niet uitvoerbaar zijn.
Kort: Workday onderzoekt geheugen en samenwerking van ai-agents, private equity kijkt verder dan it (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Workday zet wetenschappelijk onderzoek naar enterprise-ai op, private equity kiest voor bouw en industrie, Nederlands Magic Lane brengt privacy-navigatie naar auto, Supply Value benoemt Anne IJkema voor verkoop en inkoop, en HCC-regiodag over ai en digitale veiligheid. Workday start onderzoeksteam voor betrouwbare enterprise-ai Workday tuigt een onderzoeksteam op dat zich richt op betrouwbare, efficiënte en verantwoorde ai voor bedrijven. Workday AI Research onderzoekt onder meer het geheugen van ai-agents, samenwerking tussen meerdere agents, verklaarbaarheid en efficiënt gebruik van rekenkracht. Volgens het Amerikaans softwarebedrijf (dat cloudsoftware levert aan grote organisaties en bekend staat om systemen voor personeelszaken, financiën en salarisadministratie) hebben onderzoekers al resultaten gepubliceerd op wetenschappelijke conferenties op het gebied van ai en machine learning (zoals International Conference on Machine Learning, International Conference on Learning Representations en Annual Meeting of the Association for Computational Linguistics). Ofwel, genoemd onderzoek wordt relevant gevonden binnen de internationale ai-onderzoeksgemeenschap. Een onderzoek naar selectief agentgeheugen leverde twaalf procent meer nauwkeurigheid en acht procent betere geheugenkwaliteit op, terwijl 97 procent van relevante informatie behouden bleef. Een andere studie laat zien dat samenwerking tussen gespecialiseerde agents de nauwkeurigheid met 5,8 procent kan verhogen. Workday waarschuwt daarnaast dat ‘vergeten’ door een agent niet altijd betekent dat informatie volledig is verwijderd. In een vijfde van de tests bleek informatie via oude samenvattingen te herstellen. Workday start ook een PhD-fellowship met jaarlijks vijftigduizend dollar onderzoeksgeld. Private equity verschuift focus van it naar bouw en industrie De Nederlandse private-equitymarkt heeft in 2025 een flinke terugval in nieuwe investeringen laten zien. Volgens adviesbureau Aeternus deden ruim driehonderd investeringsfirma’s samen 413 nieuwe investeringen, 46 procent minder dan een jaar eerder. Tegelijkertijd steeg het aantal exits van 156 naar 201, al blijft dat historisch gezien laag. Opvallend is de verschuivende sectorfocus. It, software en technologie blijven met 31 procent van de nieuwe investeringen het grootste investeringsgebied. Buitenlandse private-equitypartijen richten hun aandacht echter steeds meer op industriële productie, zakelijke dienstverlening en consumentengoederen. Volgens Aeternus speelt ook onzekerheid over de impact van ai op software een rol. Investeerders zoeken daardoor vaker naar sectoren met stabiele vooruitzichten en hoge marges, waaronder bouw en industrie. Nederland, aldus het onderzoek, blijft daarbij aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Privacygerichte navigatie Magic Earth naar auto met Android Automotive Magic Earth Navigation & Maps is wereldwijd beschikbaar in de Google Play Store voor auto’s met Android Automotive OS en Google built-in. De navigatie-app van het Nederlandse Magic Lane draait rechtstreeks op het autoscherm en heeft geen smartphone nodig. De software combineert on- en offline-navigatie. Zodra een verbinding beschikbaar is, biedt Magic Earth live verkeersinformatie, dynamische routeaanpassingen en incidentmeldingen. Offline zijn kaarten, routeberekening, zoekfuncties en gesproken navigatie beschikbaar voor meer dan tweehonderd landen en regio’s. Privacy staat naar eigen zeggen voorop. Zo meldt Magic Lane geen persoonlijke gegevens te verzamelen, locaties te volgen of bestuurders te profileren. Ook worden gegevens niet met derden gedeeld. De app kost 14,99 euro per jaar en heeft een gratis proefperiode. Een eenmalige licentie buiten Google om is eveneens beschikbaar. Supply Value haalt Anne IJkema binnen voor sales en procurement Supply Value heeft Anne IJkema aangesteld als director sales en senior managing consultant binnen het procurementteam. Met haar komst wil het Arnhemse strategie-implementatiebureau zijn commerciële slagkracht en expertise op het gebied van inkoop, supply chain en digitalisering versterken. IJkema brengt ruim 25 jaar ervaring in inkoop mee. Ze werkte bij De Bijenkorf, Compass Group en Accor Hotels en stapte later over naar een inkoopadviesbureau. Daar hield ze zich bezig met indirecte kosten, duurzame inkoop en het verbeteren van prijs, service, kwaliteit en interne processen. In haar nieuwe functie combineert IJkema inhoudelijke procurementkennis met projectmanagement, leiderschap en commerciële ervaring. Supply Value telt ruim tachtig medewerkers en adviseert organisaties over onder meer digitalisering, inkoop, supply chain en operations. HCC-regiodag in teken van ai en digitale veiligheid De HCC houdt op zaterdag 26 september de jaarlijkse HCC!regiodag in Apeldoorn. In het NewTechPark kunnen bezoekers van 10.00 tot 16.00 uur lezingen, workshops en demonstraties bijwonen. De toegang is gratis. Ai-specialist Kelly van der Minne spreekt over de menselijke factor bij de inzet van kunstmatige intelligentie. Sybren van der Velden-Walda van de Nationale Politie behandelt digitale veiligheid en online-criminaliteit. Ook staat Linux centraal. Belangstellenden kunnen ’s ochtends leren hoe ze het opensourcebesturingssysteem op oudere computers installeren en krijgen ’s middags uitleg over de mogelijkheden ervan. Daarnaast presenteren verschillende HCC-interessegroepen zich, waaronder die voor 3d-printing, domotica, drones, programmeren en opensource-software.
Nieuw Awards-jurylid Edith van de Weg: ‘Graag projecten met grotere ambities’
6 dagen
Edith van de Weg is al jarenlang actief als verbinder tussen de ict-sector, de zorgsector, onderzoekers en investeerders. Dit jaar maakt ze voor het eerst deel uit van de jury van de Computable Awards. Ze blikt vooruit op waar ze bij de nominaties op let. ‘Ik word niet zo blij van weer een facturatie-oplossing.’ Als kwartiermaker bij de Nederlandse AI Fabriek voor Noord-Nederland houdt Edith van de Weg zich vooral bezig met met het thema ai en health-data. ‘Ik ben op zoek naar interessante use cases op dat vlak en spreek daarover met zorginstellingen, mkb, bedrijfsleven, onderzoek, onderwijsinstellingen en investeerders. Ik zie vaak leuke projecten ontstaan die echter volledig afhankelijk zijn van subsidies. Voor Nederland is het belangrijk dat je soms zaken met subsidie moet aanjagen, maar dat je ook kijkt naar de economische spin-off die mogelijk is.’ Hoe zou je je functie omschrijven? ‘In de VS noemen ze dat een superconnector, en dat is daar een volwaardige baan. Ik heb eigenlijk drie rollen: verbinder, strateeg en business developer. Dat doe ik al sinds jaar en dag. Ik kijk nooit vanuit alleen de eigen industrie. Ik ben goed in staat om verschillende netwerken met elkaar te verbinden, en dat vind ik ook het leukste. Bij health kijk ik bijvoorbeeld ook naar wat de agrokant of voeding kan betekenen voor preventie, of naar de groene chemie in relatie tot pfas en andere ‘forever chemicals’. Ik kijk altijd naar de bredere businesscase: wat maak je nou, en heeft het potentie om meerdere markten te beïnvloeden? Ik heb weleens gezegd tegen een bedrijf dat biomarkers voor de ziekte MS maakt: we hebben bijna geen mensen met MS, wat is dan je businesscase? Dan bleek dat de data die ze ophalen ook relevant is voor Parkinson en andere chronische ziekten. Ze waren dus eigenlijk een platform aan het creëren. Vanuit investeringsperspectief kijk je naar de total addressable market: soms is die zo groot voor een klein subdomein dat het een no-brainer is, maar meestal moet je breder kijken naar meerdere afzetgebieden.’ Wat zie je gebeuren aan de afnemerskant van technologie in de zorg? ‘Er is een groot verschil tussen ziekenhuizen en andere zorgorganisaties. UMC’s ontwikkelen vaak zelf, andere organisaties kopen in en die zijn vaak niet in staat om alles zelf te beoordelen. Je ziet nu meer samenwerking ontstaan rond de vraag hoe je een ai-tool beoordeelt en welk inkoopbeleid daarbij hoort, vooral in de ouderenzorg en de langdurige zorg-sector.’ En bij de ontwikkelaars van ai-producten en diensten? ‘Er is veel meer aandacht voor de cybersecurity-kant. Daar heb ik zelf minder verstand van, dus ik ben blij dat daar anderen goed in zitten. Technologie maakt meer mogelijk, en dat heeft altijd een keerzijde. Je ziet ook dat in allerlei markten naar agentic ai wordt gekeken, maar dat daar ook zorgen over bestaan. Met name in de zorg zie je schaduw-ai ontstaan: zowel zorgverleners als patiënten of cliënten voeren gegevens in bij grote taalmodellen. Dat is een duidelijke keerzijde. Aan de publieke kant ontstaan alternatieven. Denk aan het initiatief van de gemeente Hoeksche Waard met een geanonimiseerde llm-tool die vorig jaar een Computable Award won. Of een groter project met de VNG en Binnenlandse Zaken waarbij inmiddels zo’n vijftig gemeenten de ai chatbot Mai gebruiken en met GovGPT een eigen llm gebruiken.’ Waarom richt de zorgsector zich eerst vooral op administratieve ai-toepassingen? ‘Omdat je daar nog geen MDR-certificering voor nodig hebt. MDR staat voor Medical Device Regulation: zodra software een medisch hulpmiddel is, bijvoorbeeld omdat het advies geeft, moet je een heel traject doorlopen dat al snel anderhalf jaar kost. Spraakgestuurd rapporteren of een geautomatiseerde rekening indienen mag nog wel. Een medisch hulpmiddel betekent vaak ook dat je in de hoogrisicocategorie van de AI Act valt, en dus aan allerlei aanvullende eisen moet voldoen. Dat maakt de zorg net iets anders dan andere sectoren.’ Jury Computable Awards De jury van de Computable Awards bestaat dit jaar uit: Lieke Hamers, Field CTO DellAnne Karine Hafkamp, Benelux Sales Director MnemonicEdith van de Weg, Kwartiermaker AI & Health /Dutch AI Factory Noord-Nederland & EHDS NV NOMRuud Mulder, Storage Solutions Architect NutanixFred Streefland, Global CISO Check Point SoftwareReza Sarshar, Data & Infrastructuur Projectmanager INNAXRichard Turk, CEO PrenetalJasper Wognum, CEO AI Salon Meer over de Computable Awards 2026 … Zie je daarom veel van hetzelfde soort oplossingen voorbijkomen? ‘Klopt. Ik word niet zo blij van weer een facturatie-oplossing, of de zoveelste no-show-voorspeller. De impact daarvan is vaak beperkt. Alles wordt heel snel generiek. Bij spraakgestuurd rapporteren heb je inmiddels zoveel aanbieders dat daar de eerste overnames zullen gaan plaatsvinden, want zoveel aanbieders naast elkaar houdt de markt niet vol.’ Waar word je wel blij van? ‘Van bedrijven die verder denken dan alleen een ‘foefje’ – partijen die niet zomaar een pleister plakken op één deel van het proces, maar kijken naar meerdere zaken tegelijk. Het ai-platform voor de zorg Delphyr vind ik daar een goed voorbeeld van. Het is eigenlijk een soort copiloot voor de zorg, omdat het in jouw bestaande omgeving werkt en tegelijkertijd toekomstgericht door ontwikkelt. In het algemeen zou ik graag zien dat we projecten met grotere ambities neerzetten. Kunnen we niet een ai-kliniek openen waarbij je de hele workflow anders inricht?’ Kun je dat idee van een ai-kliniek concretiseren? Zijn er al partijen mee bezig? ‘Je ziet nu al triage gebeuren door middel van ai-functies. Moet iemand wel of niet naar de huisarts? Maar ik bedoel echt een hele kliniek, waarbij je vanuit de beschikbare technologieën het werkproces opnieuw ontwerpt om mensen zoveel mogelijk thuis te houden. Wat kan er allemaal met technologie, tot en met een biopt of bloedprikken op afstand? Een technologische kliniek op afstand, dat zou ik graag willen zien. Er zijn nog geen concrete initiatieven in die richting omdat de zorgorganisaties zelf er de middelen niet voor hebben. In China gebeurt dit al met agents, wat niet betekent dat je dat een-op-een moet kopiëren, want het moet wel ethisch en juridisch verantwoord zijn.’ Waarom zien we dat soort grote initiatieven niet in Nederland? ‘Vergeleken met de ai-investeringen die in andere landen worden gedaan is Nederland heel risico-avers. Dan denk ik: laten we gewoon investeren, hetzij Europees, hetzij als Nederland. We zijn echt heel goed in R&D en het beginnende onderzoek, en toch zijn bijvoorbeeld veel goede imaging-bedrijven in de zorg verkocht aan Amerikanen. Het is een kwestie van investeren in scale-ups en daar zijn we in Nederland heel slecht in. We zetten enorm veel pilots op, zeker in de zorg. Er zijn meer pilots in de zorg dan bij de KLM, zoals het gezegde luidt. Maar we zijn niet in staat om dat strategisch op te schalen.’ Waar zie je kansen? ‘Met ai en farma kun je enorm veel. In Oss hadden we bij Organon een hele mooie hub op dat vlak, en met het Bio Science Park in Leiden hebben we dat gedeeltelijk nog steeds. Ik zou willen dat we dat onderzoek met ai weer wat meer naar ons toe trekken. Hetzelfde geldt voor de chemie, waar Europa inmiddels een achterstand heeft. Nederland heeft van oudsher een hele goede chemische sector, en door de energieprijzen staat die onder druk. Het zou zonde zijn als we die competentie verliezen. Dat is mijn oproep: investeer weer in ai en chemie, en in de industrie in bredere zin.’ Kunnen we een bruggetje maken naar de Computable Awards? Waar ga je op letten bij de nominaties? ‘Ik kijk vooral of de oplossing geen ‘one-trick’ is. Is er voldoende schaal te genereren? Is er eigenlijk een markt? En zit er potentie in om het verder uit te breiden, en wat is dan de impact daarvan? Ik zie wisselende resultaten bij de nominaties. In ieder geval zag ik wel een aantal partijen waarvan ik weet dat ze echt een goede businesscase hebben.’ Breng je stem uit! Stem direct op de genomineerden .. Of lees eerst de toelichting op de nominaties per categorie: Nominaties Computable Awards 2026: Nominaties: 10 stevige Cyber resilience-projecten Nominaties: 10 ict-projecten die uitblinken in klan­t­er­va­ring Nominaties: 9 ver­nieu­wen­de Digitale innovatie-projecten Nominaties: 10 voor­uit­stre­ven­de Future of work-projecten Nominaties: 10 in­spi­re­ren­de ict-projecten in de zorg Nominaties: 10 sterke ict-projecten in het mkb Nominaties: 10 toon­aan­ge­ven­de ict-projecten bij de overheid Nominaties: 10 lo­vens­waar­di­ge ict-projecten in het onderwijs Nominaties: 10 veel­be­lo­ven­de tech startups Nominaties: 10 groot­za­ke­lij­ke projecten Nominaties: 10 duurzame projecten Nominaties: wie wordt CxO van het jaar? Nominaties: wie wordt it-talent van het jaar? Nominaties: 4 High performers Nominaties: 10 aan­spre­ken­de Digitale trans­for­ma­tie-projecten Nominaties: 10 Sustainable tech-projecten die de wereld schoner maken
Defensie weerspreekt kritiek op aanschaf ‘Chinese’ 3d-printers
6 dagen
De drie metaal-3d-printers die Defensie aanschafte, worden in China in elkaar gezet. Ook sommige componenten komen uit China. Maar de kritieke onderdelen van dit systeem zijn van Europese en Japanse fabrikanten. Staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) stelt dit in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Maes van Lanschot. De CDA-parlementariër vroeg zich af waarom Defensie 3d-printers van Chinese makelij aanschaft, terwijl er ook Nederlandse producenten zijn die systemen van dezelfde of hogere kwaliteit aanbieden. De software is op een afgesloten netwerk te gebruiken, waardoor gegevens niet op externe of mogelijk onveilige servers hoeven te worden verwerkt. Volgens Boswijk klopt dit niet. ‘Defensie heeft een aanbesteding in concurrentie op de markt gezet met een waarde van zes miljoen euro voor drie metaalprinters, inclusief optieruimte, software, installatie, instructie, dienstverlening en onderhoud voor een periode van vijf jaar.’ Volgens de staatssecretaris is de opdracht conform de Aanbestedingswet met een Europese openbare aanbestedingsprocedure gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Eén van de geselecteerde producten is afkomstig van een Europese leverancier, maar wordt in China geassembleerd. Het CDA vraagt zich af of deze aanschaf strijdig is met de kabinetsambitie om meer defensie-orders aan de Nederlandse maakindustrie te gunnen. Boswijk zegt dat Defensie zich aan de aanbestedingsregels moet houden. Inschrijvende partijen en de producten die zij aanbieden mogen niet worden uitgesloten op basis van nationaliteit of herkomst. Defensie wil met deze printers onderzoek doen naar de potentiële operationele toepassingen van 3d-printtechnologie. Het doel is om ervaring en kennis op te doen met het ontwerpen en produceren van metalen reservedelen voor uiteenlopende machines en voertuigen. Deze techniek biedt nieuwe mogelijkheden om gevechtsschade snel te repareren. De aanbesteding betreft slechts enkele printers en geen productielijn, waardoor een eventuele overstap naar een ander systeem mogelijk blijft. Volgens Boswijk is de afhankelijkheid van deze specifieke printers laag en is Defensie er operationeel niet van afhankelijk.
Markt in beweging: gevestigde orde versus uitdagers
6 dagen
BLOG – De it-wereld bevindt zich in een fascinerende transitie. Jarenlang werden de grote enterprise-markten gedomineerd door vaste namen die hun positie als vanzelfsprekend beschouwden. Maar er is een technische kanteling gaande. Organisaties pikken de ‘arrogantie van de macht’ niet meer en stappen massaal over naar wendbaardere en vaak slimmere alternatieven. Het doorbreken van deze dominante marktposities is pijnlijk voor de gevestigde orde, maar luidt een welkome periode van innovatie en versimpeling in. Vier domeinen De verschuiving in de markt is duidelijk zichtbaar in vier grote domeinen: Servicemanagement: ServiceNow is lange tijd de onbetwiste standaard geweest, maar stuit steeds vaker op weerstand vanwege licentiekosten en complexe implementaties. Dit creëert ruimte voor HaloItsm, een uitdager die bekendstaat om zijn gebruiksvriendelijkheid, snellere time-to-value en scherpere prijsstelling. Virtualisatie & cloud: VMware was decennialang oppermachtig in datacenters. De overname door Broadcom en de drastische wijzigingen in licentiemodellen hebben echter veel kwaad bloed gezet. Nutanix profiteert hier optimaal van. Het bedrijf biedt een moderner, hyperconverged alternatief dat eenvoudiger te beheren is en minder vendor lock-in kent. Netwerkbeveiliging: Cisco gold decennialang als de veilige, logische keuze voor enterprise-netwerken en is dat nog steeds. Het bedrijf wordt echter ingehaald door Fortinet. Door zwaar in te zetten op geconsolideerde beveiliging (security-driven networking) en de integratie van firewalls met sd-wan biedt Fortinet vaak een betere en kostenefficiëntere bescherming. Werkplek & vdi: Citrix was ooit de pionier op het gebied van virtuele desktops, maar focust zich inmiddels vrijwel uitsluitend op de allergrootste enterprise-klanten. Hierdoor voelt de brede middenmarkt zich in de kou gezet. Dit biedt kansen voor innovatieve, cloud-native alternatieven die wél oog hebben voor de gehele markt. Het is niet verrassend dat deze kanteling plaatsvindt. In de it-sector zagen we de afgelopen jaren vaak de typische dynamiek van de gevestigde orde: marktleiders die door hun dominante positie minder luisterden naar de werkelijke behoeften van de klant. Hoge licentiekosten, gedwongen abonnementsvormen, complexe contractonderhandelingen en trage innovatie leidden tot frustratie bij it-beslissers. Deze ‘arrogantie van de macht’ heeft gezorgd voor een drive in de markt om alternatieven te omarmen. Uitdagingen De roep om verandering brengt echter ook uitdagingen met zich mee. Overstappen naar een andere leverancier of technologiearchitectuur is niet zomaar geregeld; dat gaat niet zonder horten of stoten. Het vereist migratietrajecten, het omscholen van it-personeel en het heroverwegen van bestaande processen. Toch is deze stap terug – of het tijdelijk inleveren van comfort – noodzakelijk. Door terug te gaan naar de tekentafel dwingen we onszelf om kritisch te kijken naar wat we écht nodig hebben. Dit leidt tot de broodnodige versimpeling van it-infrastructuren. De technische kanteling die we nu zien, is een volstrekt logische en gezonde ontwikkeling. Het doorbreken van de gevestigde marktposities stimuleert concurrentie, wat direct resulteert in betere producten, lagere kosten en creatievere oplossingen. Het tijdelijke ongemak van de transitie zal op de lange termijn ruimschoots worden terugbetaald in de vorm van een wendbaardere, modernere en toekomstbestendige it-omgeving. Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology
Hoe zorg je voor digitale soevereiniteit?
1 week
Vind je route naar meer grip op je digitale omgeving op Cybersec Netherlands 2026 Wie gebruikt welke data, waar staat die data en wie kan er uiteindelijk over beschikken? Voor veel organisaties zijn dat allang geen puur technische vragen meer. Cloudplatformen, ai-diensten, softwareleveranciers en digitale infrastructuur verbinden organisaties met partijen en jurisdicties waar ze niet altijd zelf controle over hebben. Hoe maak je daarin de juiste keuzes? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands. Dat maakt digitale soevereiniteit steeds relevanter. Het gaat daarbij niet om de vraag of alle technologie Europees moet zijn of dat organisaties de cloud moeten verlaten. De kern is hoeveel regie een organisatie houdt over data, infrastructuur, technologie en de leveranciers waarvan ze afhankelijk is. Kom naar Cybersec Netherlands 2026! Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek. 👉🏼 Registreer je gratis. Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vraag vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van Europese digitale autonomie en cloudkeuzes tot infrastructuur, nationale cybercapaciteit en de rol van de ciso. Samen vormen ze een route langs vijf manieren om meer grip te krijgen op digitale soevereiniteit. Meer dan data opslaan in Europa Digitale soevereiniteit wordt vaak teruggebracht tot die ene vraag of de data binnen de Europese Unie staat. Maar daarmee is het vraagstuk niet opgelost. Ook de eigenaar van de infrastructuur, de gebruikte technologie, de juridische zeggenschap en de mogelijkheid om van leverancier te veranderen spelen een rol. Digitale soevereiniteit is daarmee vooral een vraagstuk van controle. Wie bepaalt wat er met data gebeurt? Wie beheert de systemen? Hoe afhankelijk is de organisatie van een specifieke leverancier? En wat gebeurt er wanneer geopolitieke ontwikkelingen, wetgeving of een storing een digitale dienst onder druk zetten? Stap 1: bepaal wat digitale soevereiniteit voor jouw organisatie betekent Een logische eerste stop is de keynote ‘European digital sovereignty and cybersecurity in the age of agentic AI’ (9 september, 11.00 – 11.20 uur, Mainstage). Europarlementariër Bart Groothuis kijkt daarin naar de manier waarop cybersecurity en de opkomst van geavanceerde ai-systemen de Europese benadering van digitale soevereiniteit veranderen. Dat is een goed vertrekpunt, omdat digitale soevereiniteit niet alleen een technische keuze is. Het raakt ook economische, juridische en geopolitieke belangen. De vraag is daarom wat een organisatie onder soevereiniteit verstaat en welke afhankelijkheden voor haar bedrijfskritische processen relevant zijn. Cegeka Nederland sluit hier goed op aan als exposant (stand 11.C010). De organisatie biedt onder meer soevereine cloudoplossingen waarbij controle over data, infrastructuur en operationele processen centraal staan. Ook keuzevrijheid, interoperabiliteit en het voorkomen van vendor lock-in maken onderdeel uit van die benadering. Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van wat digitale soevereiniteit voor jouw organisatie betekent en welke vormen van controle daarbij belangrijk zijn. Stap 2: kijk verder dan waar je data fysiek staat Een organisatie kan haar data binnen Europa opslaan en toch afhankelijk blijven van technologie, infrastructuur of wetgeving van buiten Europa. Dataresidentie is daarmee slechts één onderdeel van het grotere geheel. De keynote ‘70 shades of sovereignty: a CISO’s first crisis inside a national cloud decision’ (10 september, 12.30 – 12.35 uur, Mainstage) laat zien hoe complex zo’n afweging kan worden. Ferry Stelte, ciso bij SIDN, vertelt hoe een cloudbeslissing rond de .nl-domeinregistratie uitgroeide tot een publiek en politiek debat over digitale soevereiniteit. Zijn belangrijkste les is dat soevereiniteit geen binaire keuze is, maar bestaat uit verschillende afwegingen tussen controle, continuïteit en afhankelijkheid. PRIM’X Technologies past goed bij deze stap (stand 11.C020). De organisatie richt zich op bescherming van gevoelige data met encryptie en datacontrole. Waar data staat is belangrijk, maar ook wie toegang heeft en wie de controle over de beveiliging en encryptiesleutels houdt. Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op datasoevereiniteit. Niet alleen de locatie van data telt mee, maar ook juridische controle, toegang, technologie en afhankelijkheden. Stap 3: houd grip op de infrastructuur waarvan je afhankelijk bent Digitale soevereiniteit stopt niet bij data. Ook netwerken en infrastructuur bepalen hoeveel controle een organisatie heeft over haar digitale dienstverlening. Wanneer de digitale economie afhankelijk is van internationale infrastructuur, kan een verstoring bovendien gevolgen hebben die verder gaat dan één organisatie. De sessie ‘Cyber warfare and weapons of mass disruption’ (9 september, 13.15 – 13.45 uur, Tech Theatre 6) van Hans-Dieter Hiep, assistant professor aan de Nederlandse Defensie Academie, kijkt naar precies dat vraagstuk. Hij bespreekt de afhankelijkheid van internet en cloudinfrastructuur en de gevolgen wanneer wereldwijde connectiviteit wordt verstoord. Daarbij staat het behouden van controle over kritieke infrastructuur centraal. Colt Technology Services sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.D084). De organisatie biedt netwerk- en connectiviteitsdiensten en richt zich onder meer op oplossingen waarbij organisaties meer controle houden over datastromen. Met zogenoemde ‘Sovereign SASE’-oplossingen kan data binnen het eigen netwerk en specifieke regio’s blijven. Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de afhankelijkheid van netwerken en infrastructuur en in de vraag waar organisaties zelf controle moeten houden. Stap 4: verminder afhankelijkheden zonder jezelf af te sluiten Digitale soevereiniteit betekent niet dat iedere organisatie haar eigen technologie moet ontwikkelen. Volledige onafhankelijkheid is in een verbonden digitale economie nauwelijks realistisch. De vraag is daarom welke afhankelijkheden acceptabel zijn en waar gezamenlijke nationale of Europese capaciteit meerwaarde biedt. Dat komt sterk terug in het panel ‘Mythos meets its match: The Netherlands builds a national cyber capability’ (9 september, 11.00 – 11.30 uur, Stronger Together Partner Dome 7). Het panel gaat over Prometheus, een initiatief waarin Nederlandse cyberbedrijven, overheid, vitale infrastructuur en kennisinstellingen samenwerken aan een nationale cybercapaciteit. Het doel is om cyberweerbaarheid als een gezamenlijke voorziening voor de Nederlandse economie en samenleving te ontwikkelen. LiveDrop sluit hier als exposant op aan (stand 11.C024). De organisatie ontwikkelt technologie waarmee systemen gecontroleerd en eenzijdig data kunnen uitwisselen. Daarmee kunnen kritieke systemen worden afgeschermd zonder noodzakelijke gegevensuitwisseling onmogelijk te maken. Wat levert deze stop op?Een realistischer beeld van digitale autonomie. Het gaat niet om alles zelf doen, maar om bewust bepalen welke afhankelijkheden je accepteert en waar je zelf de regie wilt houden. Stap 5: zorg dat de ciso de regie ook kan houden Digitale soevereiniteit raakt uiteindelijk aan governance. Wie bepaalt welke cloud- en technologiekeuzes acceptabel zijn? Wie beoordeelt de risico’s van leveranciers? En wie neemt het besluit wanneer geopolitieke ontwikkelingen of nieuwe regelgeving een bestaande architectuur onder druk zetten? De sessie ‘De CISO in een wereld van datasoevereiniteit, NIS2 en AI … Over leiderschap wanneer controle, dreiging en verantwoordelijkheid verschuiven’ (9 september, 14.00 – 14.30 uur, Masterclass theater 5 en 10 september, 11.45 – 12.15 uur, Masterclass theater 4) brengt die vraag naar het niveau van de securityleider. Menno Methorst, principal information security advisor bij L2P, bespreekt onder meer de gevolgen van datasoevereiniteit, complexere leveranciersketens, ai en NIS2 voor de positie van de ciso. Key2XS sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C033). De Nederlandse startup koppelt fysieke toegangscontrole aan digitale identiteit en governance. Daarmee maakt het bedrijf zichtbaar dat controle over toegang niet ophoudt bij accounts en cloudplatformen. Ook fysieke toegang tot kritieke infrastructuur moet bestuurbaar, controleerbaar en aantoonbaar zijn. Wat levert deze stop op?Een concreter beeld van digitale soevereiniteit als governancevraagstuk. Technologiekeuzes, afhankelijkheden en toegangsrechten moeten niet alleen technisch werken, maar ook bestuurbaar zijn. Digitale soevereiniteit begint bij regie Wie deze route volgt, ziet dat digitale soevereiniteit veel verder gaat dan de vraag waar data wordt opgeslagen. Het begint met inzicht in wat soevereiniteit voor de organisatie betekent. Daarna volgen data, infrastructuur en de afhankelijkheden van leveranciers en technologie. Volledige onafhankelijkheid is daarbij niet het doel. Organisaties blijven onderdeel van een internationale digitale economie. De uitdaging is om bewust te bepalen waar afhankelijkheid acceptabel is en waar meer controle noodzakelijk is. Digitale soevereiniteit wordt daarmee een strategisch vraagstuk. Niet alles zelf willen doen, maar weten waar je afhankelijk van bent, welke risico’s dat oplevert en welke keuzes je hebt wanneer de omstandigheden veranderen. Wie die regie goed organiseert, houdt meer grip op data, technologie en de continuïteit van de eigen organisatie.
Kort: Licentie-koppeling VMware en Azure stopt, medisch drone-netwerk in de maak (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft faseert het gekoppelde licentieaanbod van Azure en VMware (AVS) uit, lage instroom technici, medisch drone-netwerk start in Meppel en Zwolle, cloudreuzen ontwijken Nvidia en verkoop serverkasten in de lift door groeiende vraag naar soevereiniteit. Microsoft staakt licentie-koppeling VMware en Azure Microsoft faseert de huidige licentieconstructie van Azure VMware Solution (AVS) uit. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid om VMware‑omgevingen in Azure te draaien zonder zelf een VMware Cloud Foundation (VCF)‑licentie aan te schaffen. Bestaande klanten moeten uiterlijk 30 augustus 2027 overstappen. Dat meldt Microsoft in een Azure-update. In de huidige AVS‑variant zijn VMware‑producten zoals vSphere, vCenter, vSAN en NSX inbegrepen. Dat stopt: vanaf 31 oktober 2026 verkoopt Microsoft geen nieuwe AVS‑omgevingen meer met ingebouwde VMware‑licenties. Klanten moeten voortaan een eigen VCF‑licentie bij Broadcom kopen en AVS gebruiken via het Bring Your Own License model (AVS VCF BYOL). De wijziging volgt uit Broadcoms nieuwe licentiestrategie na de overname van VMware. Hyperscalers mogen VMware‑licenties niet langer als onderdeel van hun clouddiensten aanbieden. Lage instroom technici vormt risico voor groei Nederland heeft een sterke basis aan bèta‑technische experts, maar de aanwas blijft achter. Dat blijkt uit de Global STEM Skills Outlook van het Centre for Economics and Business Research (Cebr), in opdracht van workforce‑consultancy SThree. Ons land telt 11 bèta‑technische afgestudeerden per duizend werkenden en scoort daarmee boven het gemiddelde. Maar slechts 18,6 procent van de studenten kiest voor een technische opleiding, fors lager dan het Europese gemiddelde van 26,9 procent. Volgens de onderzoekers botst Nederland daarmee op een structureel risico: een sterke technologiesector en hoge R&D‑investeringen, maar een te lage instroom van nieuw talent. Dat kan de toekomstige groei remmen. De index plaatst Nederland daarom in een gematigd risicoprofiel. Blijvend investeren in talentontwikkeling en het aantrekken én behouden van technische professionals zijn volgens de onderzoekers noodzakelijk om frictie op de arbeidsmarkt te voorkomen. Zwolle–Meppel blauwdruk voor medisch dronenetwerk Een pilot met medische dronevluchten tussen de Isala-ziekenhuizen in Meppel en Zwolle wordt verlengd tot medio 2027. Het gaat om de eerste Nederlandse proef waarbij een jaar lang structureel medische goederen per drone zijn vervoerd tussen twee ziekenhuislocaties. In totaal zijn meer dan achthonderd vluchten uitgevoerd over een vaste route van 22 kilometer. Dat gebeurde met een gemiddelde vluchtduur van 14 minuten en een operationele inzetbaarheid van 92 tot 95 procent. De drones van ANWB vervoerden onder meer paracetamol, gekoelde medicatie en bloedmonsters. Daarbij is onderzocht hoe dronevervoer aansluit op ziekenhuisprocessen en of de kwaliteit van medische goederen behouden blijft. De vluchten vonden plaats in gedeeld luchtruim, wat waardevolle praktijkervaring opleverde voor veilige integratie in het Nederlandse luchtruim. Technisch draait de operatie op KPN Drone Connect, waarbij de drones via het 4G‑ en 5G‑netwerk realtime inzicht hebben in dekking en verbindingskwaliteit op dronehoogte. Het ministerie van IenW, ANWB, Isala, KPN en Luchtverkeersleiding Nederland gebruiken de resultaten als basis voor verdere ontwikkeling van een landelijk medisch dronenetwerk. Grote techbedrijven ontwikkelen vaker zelf ai-chips Grote aanbieders van clouddiensten zoals Amazon, Microsoft en Oracle proberen minder afhankelijk te worden van de dure ai-chips van Nvidia. Ze ontwikkelen steeds vaker zelf chips, schetst Jean-Paul van Oudheusden van beleggingsplatform Etoro in een marktcommentaar. Hij wijst op de opkomst van ai‑inference. Dat is het proces waarbij een al getraind ai-model nieuwe, onbekende data analyseert om voorspellingen, beslissingen of antwoorden te genereren. Het model leert hierbij niet meer bij, maar past de eerder geleerde patronen direct toe in de praktijk. Uit aangehaalde cijfers van onderzoeksinstituut Epoch AI blijkt dat Amazon inmiddels bijna de helft van zijn rekenkracht uit eigen chips haalt. Google gaat nog verder: het grootste deel van zijn ai‑capaciteit draait op zelf ontworpen chips. Microsoft, Meta, Oracle, CoreWeave en xAI leunen nog sterk op Nvidia‑hardware. Ai-inference groeit snel door de opkomst van ai‑agents, die zelfstandig meerdere stappen uitvoeren. Daardoor wordt de prijs per berekening belangrijker dan maximale flexibiliteit, wat kansen biedt voor gespecialiseerde zogenoemde asic‑chips (application-specific integrated circuit), vat Van Oudheusden samen. Flinke groei verkoop serverkasten De verkoop van serverkasten bij het Almelose DSIT lag in juni van dit jaar 47 procent hoger dan een jaar eerder. Dat blijkt uit een analyse van de verkoopcijfers van het bedrijf. De piek valt samen met de maand waarin de Europese Commissie voorstelde minder afhankelijk te worden van Amerikaanse clouddiensten. ‘De groei loopt al twee kwartalen op en komt vrijwel volledig van zakelijke kopers: bedrijven met een eigen serverruimte en it-dienstverleners die bij klanten installeren’, schrijft het bedrijf in een persbericht. In het eerste kwartaal van dit jaar lag de verkoop 12 procent hoger dan een jaar eerder. In het tweede kwartaal liep dat op tot 19 procent, met juni als uitschieter. Het zijn de twee sterkste kwartalen sinds het begin van de meting in januari 2023. Van de verkochte kasten gaat 95 procent naar zakelijke klanten.‘Serverkasten staan doorgaans in serverruimtes van bedrijven, instellingen en kantoren. Wie e-mail, bestanden of bedrijfssoftware in eigen beheer wil draaien in plaats van bij een Amerikaanse clouddienst, heeft daar fysiek plek voor nodig. Dat begint bij een kast. De verkoop ervan geldt daarmee als vroege indicator voor investeringen in eigen it-infrastructuur’, aldus het bedrijf. De bestellingen komen uit onder meer Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en Zwitserland.

Pagina's

Abonneren op computable