computable

116 nieuwsberichten gevonden
AP waarschuwt: Bereid je nu al voor op verplichte ai-test
6 uur
Bepaalde organisaties moeten zich nu al voorbereiden op de verplichte test die vanaf december 2027 geldt voordat ze ai-systemen met een hoog risico gaan gebruiken.  Hoewel deze deadline veraf lijkt, maant de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) alvast te gaan oefenen met een zogenoemde grondrechten-effectbeoordeling (of FRIA). Dat is een test die uitwijst of het gebruikte ai-systeem de rechten en de privacy van mensen kan beschadigen. Door alvast ervaring op te doen, ontstaat beter inzicht in de ai-systemen die worden gebruikt en kunnen betrokkenen zich tijdig voorbereiden op de nieuwe verplichtingen. De privacywaakhond richt zich met haar oproep tot overheden of bedrijven die publieke diensten leveren. Ze zijn straks tot zo’n test verplicht als een ai-systeem met een hoog risico in gebruik is, dan wel sprake is van een beoordelingssysteem voor financiële risico’s van mensen. Behalve overheden gaat het ook bedrijven aan in bijvoorbeeld het openbaar vervoer of de zorg.  Grondrechten Doel is burgers te beschermen tegen de risico’s van ai waar de grondrechten van mensen in het geding zijn. Zoals het recht op gelijke behandeling, het recht op privacy en het recht op toegang tot essentiële voorzieningen (zoals energie, gezondheidszorg en huisvesting). Steeds vaker nemen ai-systemen beslissingen die direct gevolgen hebben voor mensen. Bijvoorbeeld of zij een uitkering of verzekering krijgen, toegelaten worden tot een opleiding of uitgenodigd worden voor een sollicitatiegesprek. Terwijl een ai-systeem ook fouten kan maken of mensen ongelijk kan behandelen. Daarom gelden er vanaf december 2027 strenge regels voor ai. Fundamental rights impact assessment Een van die nieuwe regels uit de Europese AI-verordening is dat onder meer overheidsorganisaties die bepaalde ai-systemen met hoge risico’s willen gaan gebruiken, eerst goed moeten kijken wat de gevolgen kunnen zijn voor mensen. En wat zij daartegen kunnen doen. Vervolgens moeten zij hierover een rapportage aanleveren bij de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Zo’n beoordeling heet een ‘fundamental rights impact assessment’ (FRIA). Dit is een aanvulling op de DPIA (‘data protection impact assessment’).  De AP helpt met uitleg hierover. Bovendien start de AP een pilot. Deelnemers kunnen zo praktijkervaring opdoen met het Europese template voor de FRIA-rapportage. De AP geeft ook feedback op de aanpak. Aanmelden kan tot en met 21 september aanstaande. De AP is beoogd toezichthouder op het merendeel van de hoogrisico-ai-systemen die onder de ai-verordening vallen.
Logistiek dienstverlener CEVA worstelt nog steeds met gevolgen datalek
6 uur
De online kledingwinkel About You voegt zich in de rij van webshops die dupe zijn geworden van het datalek bij CEVA Logistics. Op grote schaal zijn tussen 29 juli en 1 augustus verzendgegevens ontvreemd bij deze logistieke reus die in 170 landen actief is en meer dan 170.000 medewerkers telt. De Duitse modewebshop About You, die deel uitmaakt van Zalando, heeft bepaalde activiteiten uit het getroffen distributiecentrum verplaatst naar andere locaties. Bol.com, Bijenkorf, voetbalclub Ajax, ING, Ace & Tate en Steam behoorden tot het dozijn bedrijven die eerder hun klanten waarschuwden voor het datalek. Een aantal van hen kampt met leveringsproblemen of haalde een streep door bestellingen.Opvallend is hoe lang het onderzoek naar de oorzaak van het cyberincident duurt. Onder meer wordt gekeken of CEVA zijn beveiliging op orde had. Begin november 2025 kreeg CEVA ook een aanval te verduren waarbij data in verkeerde handen zijn beland. Hackers beweerden toen over de complete database van CEVA te beschikken. Het gaat nu om meerdere distributiecentra die CEVA voor Europese klanten beheert. Cybercriminelen bleken toegang te hebben gekregen tot systemen en gegevens van CEVA als warehousing partner. Data van klanten die vanuit een beheerd distributiecentrum worden verwerkt voor bestellingen en de bezorging, zijn daarbij mogelijk bekeken of gekopieerd. Zeker acht, veelal zeer omvangrijke, magazijnen zijn getroffen. CEVA geeft nauwelijks informatie over de omvang en oorzaak van het incident waarvan de gevolgen al meer dan twee weken merkbaar zijn. Vragen hierover staan nog open. Bol heeft op 1 augustus uit voorzorg de gegevensuitwisseling met CEVA direct stopgezet. Deze wordt pas hervat wanneer is vastgesteld dat dit veilig kan gebeuren. Ook is melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ceva noemt zichzelf een groep vernieuwers, samenwerkers en probleemoplossers. Veel it-systemen zijn zelf ontwikkeld.Meer te weten komen over crisismanagement bij cyberaanvallen? Kom naar Cybersec Netherlands (9+10 september, Jaarbeurs Utrecht)!👉🏼 Registreer nu gratis …
De Overstap 9: Nextcloud op het strand
20 uur
In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar soevereine zakelijke oplossingen. In deel 9: je kunt ook zonder Android-toestel of iPhone op reis, om adoptie van soevereine oplossingen te stimuleren moet de leercurve omlaag en tips voor o.a. een Duitse personal knowlegde management app. Deze zomer was het zover. Voor het eerst ging ik op vakantie met een techomgeving die vrijwel geheel is gebaseerd op open source en alternatieven voor Big Tech. Geen Windows-laptop, geen MacBook, geen iPhone of standaard Android-telefoon en zo min mogelijk afhankelijkheid van Google-diensten. Hoe dat beviel? Uiteindelijk uitstekend. Het interessante woord in die zin is alleen wel: ‘uiteindelijk’. Even de technische inventarisatie. Mijn laptop is een Slimbook Evo met Linux Mint. De toepassingen die ik daarop gebruik zijn open source. Mijn telefoon is inmiddels een Fairphone 6 met Murena’s /e/OS. Daar probeer ik het aantal geïnstalleerde apps beperkt te houden. Waar het kan gebruik ik een webapp. Waar dat niet praktisch is, installeer ik gewoon een app. En daarmee vertrokken we richting de Zuid-Franse kust. Stoppen voor koffie en tech support We rijden elektrisch, met een Volvo die in de praktijk een bereik heeft van maximaal zo’n 400 kilometer. Dat betekende dus regelmatig stoppen om te laden. Onderweg kwamen we kennissen tegen die met hun Skoda-stationwagen ruim 800 kilometer op een tank benzine konden rijden. Dat schiet uiteraard aanzienlijk sneller op. Toch heeft elektrisch rijden op zo’n lange reis ook een grappig voordeel: het dwingt je om rustiger te reizen. Het bekende advies om na ongeveer twee uur rijden even een kwartiertje te stoppen, wordt door veel automobilisten vooral beschouwd als iets dat voor andere mensen bedoeld is. Met een elektrische auto heb je weinig keuze. De accu bepaalt regelmatig dat het tijd is voor koffie. Dit keer bleek zo’n laadstop nog om een andere reden bijzonder nuttig. Tijdens het rijden viel mij aanvankelijk niets op. Mijn telefoon lag ergens in een vakje naast me en notificaties mis je dan gemakkelijk. Eenmaal over de grens begon mij echter iets op te vallen. Mijn partner en ik zitten in een aantal dezelfde groepsapps. Op haar telefoon kwamen berichten binnen. Op de mijne bleef het opvallend stil. Bij de eerste laadstop in het buitenland keek ik wat beter. En inderdaad: geen internet. Dat is toch een bijzonder moment. Je hebt bewust afscheid genomen van het mobiele ecosysteem dat je jarenlang gebruikte, bent ergens onderweg in het buitenland en ontdekt vervolgens dat je nieuwe telefoon niet online komt. Dan begint het Grote Zoeken naar de oplossing. APN? Welke APN? /e/OS is wat instellingen betreft eigenlijk heel overzichtelijk. Ik liep alles na en voor zover ik kon zien stond het goed. Mobiele data aan. Roaming aan. Netwerk beschikbaar. Maar internet? Nee. Murena’s /e/OS Ik gebruik al enige tijd Mistral Vibe als een soort technische assistent. Dus legde ik het probleem voor. Zoals vaker bij technische problemen kwam daar een indrukwekkende lijst mogelijke oorzaken uit. Instellingen controleren, netwerk opnieuw aanmelden, roaming bekijken, SIM-instellingen nalopen, enz. Uiteindelijk kwamen we terecht bij de APN-instellingen: de ‘Access Point Names’ waarmee een telefoon weet hoe hij verbinding moet maken met het mobiele datanetwerk van een provider. Daar leek aanvankelijk niets mis mee. Ik zag een hele lijst namen, inclusief iets met ‘KPN 4G/LTE’. KPN is mijn provider, dus mijn eerste gedachte was: dan zal dit gedeelte wel goed staan. Toch niet. Je kunt Vibe, net als veel andere ai-tools, simpelweg een screenshot van zo’n scherm sturen en vragen of het klopt. Het antwoord was vrij duidelijk: de juiste KPN-APN ontbrak. Vervolgens kreeg ik de instellingen die ik handmatig kon toevoegen. En ja hoor: enkele seconden later leefde ik digitaal weer. Het interessante is natuurlijk dat er technisch gezien helemaal niets kapot was. De telefoon werkte. /e/OS werkte. KPN werkte. Roaming werkte. Er ontbrak alleen simpelweg een instelling. Mijn Slimbook gaf gedurende de vakantie dan weer geen enkel probleem. Openklappen, verbinden met wifi en werken. Precies zoals je van een laptop verwacht. En misschien zit daar wel een belangrijk deel van het verhaal. We hebben inmiddels jarenlang geleerd hoe Windows, macOS, Android en iOS werken. Veel instellingen worden automatisch voor ons geregeld. We kennen bovendien de eigenaardigheden van die platformen. Als iets niet werkt, weten we vaak ongeveer waar we moeten zoeken. Stap je over op iets anders, dan moet je een deel van die aangeleerde vanzelfsprekendheden weer loslaten. Dat is niet noodzakelijk een tekortkoming van het alternatief. Het is voor een deel simpelweg gewenning. Maar niet helemaal. De learning curve moet omlaag De open source-wereld kent namelijk nog steeds regelmatig een vrij stevige ‘learning curve’. Misschien geldt dat wel breder voor technologie die probeert een alternatief te bieden voor de dominante platforms. Dat is historisch gezien ook niet zo vreemd. Veel open source-projecten zijn ontstaan binnen gemeenschappen waarvan de gebruikers zelf behoorlijk technisch waren. Wie Linux installeerde, vond het vaak helemaal niet erg om een configuratiebestand te openen. Sterker nog: voor een flink deel van die gebruikers was dat juist de aantrekkingskracht. Bij sommige projecten zie je bovendien veel forks, verschillende distributies en uiteenlopende manieren om hetzelfde probleem op te lossen. Voor ontwikkelaars en ervaren gebruikers is dat keuzevrijheid. Voor iemand die simpelweg zijn telefoon wil gebruiken, kan het ook verwarrend zijn. Dit punt wordt belangrijker nu digitale autonomie en digitale soevereiniteit steeds minder uitsluitend onderwerpen zijn voor technisch onderlegde enthousiastelingen. De doelgroep verandert. En daarmee moeten de producten eigenlijk mee veranderen. Het gaat niet alleen meer om de vraag of een alternatief technisch kan wat het Big Tech-product kan. Want dat zit vaak wel goed. Het gaat steeds vaker ook (vooral?) om de vraag of een – zeg maar – normale gebruiker ermee overweg kan zonder eerst een halve opleiding systeembeheer te volgen. Nextcloud op het strand Hoezeer die doelgroep aan het veranderen is, merkte ik deze zomer zelfs op het strand. Ik liep daar op een dag rond in een oud t-shirt met een Nextcloud-logo. Niet direct kleding waarmee je verwacht in Zuid-Frankrijk veel aandacht te trekken. Toch werd ik er enkele keren op aangesproken. Alle keren door Fransen die het logo herkenden. En voor je het weet sta je dan bij 35 graden Celsius op een strand te praten over Nextcloud, digitale autonomie, Amerikaanse technologiebedrijven en Europese alternatieven. Het is uiteraard geen wetenschappelijk marktonderzoek. Maar het zegt naar mijn idee wel iets. Namen als Nextcloud komen langzaam buiten de traditionele open source-gemeenschap terecht. Datzelfde geldt voor /e/OS. Murena en /e/OS proberen het probleem van appcompatibiliteit onder andere op te lossen met microG, een open source-herimplementatie van Google Play Services. Daarmee kunnen veel apps die afhankelijk zijn van Google-diensten toch functioneren zonder dat daarvoor een persoonlijk Google-account nodig is. Op mijn Fairphone 6 is /e/OS inmiddels een officieel ondersteund besturingssysteem. De documentatie van /e/OS vermeldt voor dit toestel onder meer ondersteuning voor het basisniveau van Play Integrity. Maar daarmee zijn niet alle problemen verdwenen. Als Google mag bepalen of je telefoon betrouwbaar is Met enige regelmaat zie ik namelijk Murena’s COO Rik Viergever (inderdaad, een Nederlander) op LinkedIn oproepen plaatsen met de vraag of iemand hem in contact kan brengen met de ontwikkelaars van bekende apps. Meestal verwijst hij in zo’n post al direct naar een belangrijk discussiepunt bij alternatieve Android-systemen: de Google Play Integrity API. Die technologie is bedoeld om appontwikkelaars te helpen beoordelen of interacties met hun applicatie afkomstig zijn van wat Google en de ontwikkelaar als een legitieme app- en apparaatomgeving beschouwen. Google positioneert Play Integrity onder andere als een manier om misbruik, gemanipuleerde apps en risicovolle apparaten te detecteren. Dat is vanuit beveiligingsoogpunt begrijpelijk. Maar er ontstaat een probleem wanneer zo’n integriteitscontrole feitelijk verandert in een toegangscontrole. Een applicatie kan bijvoorbeeld eisen dat een toestel voldoet aan een bepaalde Play Integrity-uitkomst. Google’s documentatie laat zien dat daarbij verschillende ‘integrity verdicts’ kunnen worden gebruikt en dat ontwikkelaars hun applicatie daar vervolgens op kunnen laten reageren. Het gevolg kan zomaar zijn dat een app op een alternatieve Android-distributie niet volledig functioneert, terwijl er technisch gezien met de app zelf niks mis hoeft te zijn. En daarmee komen we bij een interessante nieuwe fase van digitale autonomie. De volgende stap is saai De eerste strijd van open source was vooral technisch: kunnen we een alternatief bouwen? Voor een verrassend groot aantal toepassingen kunnen we die vraag inmiddels met een volmondig “ja” beantwoorden. Linux op mijn laptop? Werkt. Nextcloud? Werkt. Fairphone met /e/OS? Werkt. Open source-applicaties voor vrijwel alles wat ik dagelijks doe? Werken. De volgende stap is misschien minder spannend voor ontwikkelaars, maar voor brede adoptie minstens zo belangrijk: maak het saai. Een telefoon moet gewoon online komen zodra ik Frankrijk binnenrijd. Een bank-app moet gewoon starten. Een treinkaartje moet gewoon beschikbaar zijn. Een parkeer-app moet werken. Een gebruiker die overstapt omdat zijn of haar organisatie digitale autonomie belangrijk vindt, zou niet eerst hoeven uitzoeken wat een APN is of waarom een bepaalde app een Play Integrity-verdict verlangt. Natuurlijk zal er altijd een groep zijn die het juist leuk vindt om dat allemaal uit te zoeken. Daar hoor ik waarschijnlijk zelf ook wel een beetje bij. Maar digitale autonomie wordt pas echt interessant als die technische nieuwsgierigheid geen voorwaarde meer is. Mijn eerste volledig Big Tech-arme vakantie is uiteindelijk uitstekend verlopen. Laptop gaf geen enkel probleem. En mijn Fairphone met /e/OS eigenlijk ook niet, nadat ik één ontbrekende instelling had gevonden. Daarna heb ik nauwelijks nog over de techniek hoeven nadenken. En dat is misschien wel het beste compliment dat je zo’n alternatieve techomgeving kunt geven: je vergeet dat het een alternatief is, want het werkt gewoon. Opnieuw aan de slag met personal knowledge management In een eerdere editie van deze rubriek kwam personal knowledge management, kortweg PKM, al eens voorbij. Het idee is eigenlijk eenvoudig: hoe verzamel je informatie die voor jou relevant is op één centrale plek, zó dat je die later gemakkelijk kunt terugvinden en verbanden kunt leggen tussen verschillende onderwerpen, soorten informatie enz.? Een object in Capacities. Van een lezer kreeg ik onlangs de tip om eens naar Capacities.io te kijken. Die naam kende ik al. Ik had eerder met de Duitse tool geëxperimenteerd, maar was er uiteindelijk weer mee gestopt. Niet omdat de tool niets kon, maar vooral omdat ik er destijds onvoldoende tijd in had gestoken. De tip was voor mij echter reden om tijdens mijn vakantie opnieuw te beginnen. En dit keer ben ik ronduit enthousiast. Capacities,io wijkt af van klassieke notitie-apps doordat het werkt met zogenoemde objecten. Je kunt eigen typen informatie definiëren, zoals personen, bedrijven, projecten, boeken, artikelen of ideeën. Daar maak je vervolgens pagina’s voor die precies passen bij de manier waarop jij zelf informatie organiseert. Daarnaast kun je vrijwel alles taggen en met andere objecten verbinden. Juist dat maakt het interessant als je – zoals ik – veel verschillende soorten informatie over veel verschillende onderwerpen verzamelt. Een interview, een bedrijf, een technologie en een interessant artikel kunnen allemaal aan elkaar worden gekoppeld zonder dat je eerst ingewikkelde mappenstructuren hoeft te bedenken. De keerzijde is er ook: de learning curve is behoorlijk steil. De lezer die mij Capacities,io opnieuw aanbeval, waarschuwde daar al voor. Je moet echt even ontdekken hoe het systeem ‘denkt’ en hoe je het voor je eigen werkwijze kunt inrichten. Ik vermoed dat ik inmiddels hooguit vijf procent van alle mogelijkheden heb ontdekt. Maar die vijf procent bevalt tot nu toe uitstekend. En misschien is dat voor PKM wel belangrijker dan honderd functies kennen: dat je een systeem vindt waarin je informatie daadwerkelijk wilt blijven verzamelen. Nog vier interessante alternatieven om eens te bekijken Tot slot nog een paar kleinere vondsten die goed passen bij de zoektocht naar een wat opener en onafhankelijker digitale omgeving. Sommige zijn heel praktisch, andere vooral interessant omdat ze laten zien dat technologie ook heel anders georganiseerd kan worden. littleFedi – Stefano Marinelli beschrijft op zijn persoonlijke site hoe hij met littleFedi teruggrijpt op het idee van de oude BBS-wereld: een Fediverse-server die niet afhankelijk hoeft te zijn van een datacenter, grote cloudprovider of omvangrijke infrastructuur. Het idee is bijna ouderwets eenvoudig: een computer die ergens staat en rechtstreeks onderdeel wordt van een gedecentraliseerd netwerk. Juist daardoor is het interessant. Het Fediverse hoeft helemaal niet groot en zwaar te zijn. Vim, Neovim en Sublime Text– Wie vooral teksten schrijft of snelle aantekeningen maakt, hoeft natuurlijk helemaal geen uitgebreide tekstverwerker te gebruiken. Vim en Neovim zijn razendsnelle editors die vooral populair zijn onder programmeurs, maar ook prima geschikt zijn voor gewone .txt- en Markdown (md)-bestanden. Sublime Text biedt een toegankelijker grafische variant. Voor wie veel in Markdown schrijft, kan zo’n eenvoudige editor verrassend prettig en snel werken. Maar wederom: het is even wennen. soev.ai – Een Nederlands platform voor soevereine ai. Organisaties kunnen er chatbots, kennisbanken en ai-agents mee bouwen, waarbij de software volgens de aanbieder op open source-technologie is gebaseerd en in Nederland of zelfs on-premise kan draaien. Data wordt volgens soev.ai niet gebruikt om modellen te trainen. mtux.nl – Een Nederlandse publieke server op het open Matrix-netwerk. Het idee is simpel: chatten via een decentraal netwerk, zonder advertenties en tracking. Interessant is bovendien dat mtux inmiddels koppelingen met WhatsApp en Signal aanbiedt, zodat verschillende berichtenstromen op één plek kunnen samenkomen. Vier heel verschillende voorbeelden dus. Maar ze hebben iets gemeen: ze laten zien hoeveel alternatieven er bestaan zodra je buiten de gebruikelijke Big Tech-paden durft te gaan kijken.
Tech-overnamemarkt: Nederland koelt af, België in de lift
22 uur
De Benelux-techmarkt bleef in het tweede kwartaal van 2026 stabiel. Met 143 geregistreerde transacties lag het aantal deals vrijwel gelijk aan het voorgaande kwartaal. Toch gaat achter die stabiliteit een fundamentele verschuiving schuil. Add-on-overnames zijn uitgegroeid tot de dominante dealvorm, private-equitypartijen stellen exits uit en België ontwikkelt zich tot de meest dynamische markt van de regio. Dat blijkt uit het overzicht van deals dat financieel adviesbureau CFI met Computable samenstelde.‘Het aantal deals stortte niet in, maar de markt ziet er fundamenteel anders uit dan een jaar geleden’, zegt Randy de Visser, director binnen het Benelux Technology-team van CFI. ‘Kopers bleven actief, maar investeren vooral in bestaande platformen. De grote verandering zit aan de verkoopkant van de markt.’Add-ons voeren de boventoonDe belangrijkste ontwikkeling van het tweede kwartaal is de verdere opmars van add-on-overnames. Van de 143 geregistreerde transacties (zie de te downloaden overzichten onderaan het artikel) waren er 68 bedoeld om bestaande portefeuillebedrijven uit te bouwen. Daarmee vertegenwoordigen add-ons bijna de helft van alle deals in de Benelux, het hoogste aandeel in drie kwartalen.Dat laat volgens De Visser zien dat investeerders nog altijd bereid zijn kapitaal in te zetten, maar vooral binnen bedrijven die zij al kennen. ‘Veel investeerders kiezen ervoor om bestaande deelnemingen sterker te maken in plaats van nieuwe platformen op te zetten. Dat voelt in de huidige markt simpelweg beter beheersbaar.’Voorbeelden zijn er in Nederland volop. Main Capital bouwde verder aan zijn softwareportfolio, terwijl partijen als Your.Cloud, Smizer, Odin Groep (voor Previder) en Total Specific Solutions onverminderd actief bleven met vervolgovernames.De aantrekkingskracht van add-ons is eenvoudig te verklaren. Dergelijke transacties kunnen vaak worden gefinancierd vanuit bestaande platformbedrijven en zijn eenvoudiger te rechtvaardigen dankzij schaalvoordelen, kostenbesparingen en uitbreiding van expertise of klantenbestanden. Daardoor zijn ze minder gevoelig voor discussies over waarderingen dan volledig nieuwe investeringen.Private equity koopt wel, maar verkoopt nauwelijksWaar de koopzijde relatief actief bleef, liet de verkoopkant een heel ander beeld zien. Het aantal secondary buy-outs, waarbij een investeerder een bedrijf verkoopt aan een andere investeerder, zakte naar slechts één transactie in het hele kwartaal. Daarmee viel een belangrijke exitroute vrijwel stil.Volgens De Visser ligt de verklaring vooral bij de veranderde financieringsmarkt. De renteverhoging van de ECB naar 2,25 procent afgelopen juni zorgde ervoor dat kopers en verkopers anders tegen waarderingen aankijken. Veel transacties worden daardoor niet afgeblazen, maar uitgesteld. ‘Zowel kopers als verkopers kijken naar een markt die in korte tijd is veranderd. Daardoor ontstaat discussie over prijs.’Die terughoudendheid is ook zichtbaar in de cijfers rond private-equityverkopers. Hun aandeel daalde fors ten opzichte van een jaar eerder. Tegelijkertijd bleven ondernemers en oprichters verantwoordelijk voor het overgrote deel van de verkopen. Bij vier van de vijf transacties waren de betrokken bedrijven nog grotendeels in handen van hun oprichters.Opmerkelijk genoeg is er geen sprake van een gebrek aan geld. Integendeel. In het tweede kwartaal sloten Main Capital en Waterland nieuwe fondsen van ieder vier miljard euro, terwijl Main Foundation III nog eens 1,25 miljard euro ophaalde. Kapitaal is volop beschikbaar, maar investeerders wachten nog op gunstiger omstandigheden om echt te kopen.België verrast met sterke groeiDe opvallendste geografische ontwikkeling speelt zich af in België. Jarenlang werd de Benelux-overnamemarkt gedomineerd door Nederland, maar in 2026 laat België de sterkste groei zien.Belgische bedrijven waren in het tweede kwartaal van 2026 doelwit bij 33 transacties, tegenover 21 een jaar eerder. Ook Belgische kopers werden aanzienlijk actiever. Het aantal transacties tussen twee Belgische partijen bereikte zelfs het hoogste niveau van de afgelopen jaren.De investering van Apheon in software- en managed-servicesbedrijf Easi springt daarbij in het oog. Ook de combinatie van Dynamate met Van Roey ICT Group vormde een belangrijke consolidatieslag binnen de Belgische it-sector. Dat blijkt onder meer uit deals zoals de overname van 3Point door Cegeka, van AXS Guard door Approach Cyber en van het Amerikaanse Root.io door Aikido Security. ‘België was jarenlang de stille helft van het Benelux-verhaal’, zegt De Visser. ‘Maar Belgische softwarebedrijven en it-dienstverleners hebben inmiddels voldoende schaal bereikt om zelf actief te consolideren. Dat zien we nu terug in de cijfers.’Volgens hem gaat het inmiddels om meer dan een tijdelijke opleving. Al drie kwartalen op rij neemt de activiteit toe, zowel aan de koop- als aan de verkoopzijde. Dat wijst op een structurele versterking van het Belgische technologielandschap.Nederland blijft grootste markt, maar koelt afTegenover de Belgische groei staat een afname van de Nederlandse activiteit. Nederlandse bedrijven waren doelwit bij 73 transacties, tegen 87 in het eerste kwartaal en 86 een jaar eerder. Ook het aantal transacties tussen Nederlandse partijen liep terug.Dat betekent niet dat de Nederlandse markt zwak is geworden. Nederland blijft nog altijd veruit de grootste technologiesector binnen de Benelux. Wel lijkt de uitzonderlijke dynamiek van de afgelopen jaren tijdelijk af te nemen.Een duidelijke oorzaak is lastig aan te wijzen, vindt De Visser van CFI. Mogelijk speelt mee dat veel aantrekkelijke overnamekandidaten de afgelopen jaren al onderdeel zijn geworden van grotere consolidatieplatforms. Ook kan sprake zijn van uitgestelde verkooptrajecten als gevolg van de onzekerheid rond waarderingen en financieringskosten. De komende kwartalen moeten uitwijzen of hier sprake is van een tijdelijke dip of een structurele ontwikkeling.Grensoverschrijdende deals namen afEen tweede geografische verschuiving betreft de richting van de grensoverschrijdende deals. Transacties over de grens waren goed voor tachtig van de 143 deals, oftewel 56 procent van het volume, in lijn met recente kwartalen.De samenstelling van die stroom draaide echter om. Inkomende transacties, waarbij een buitenlandse koper een Benelux-bedrijf overneemt, kwamen uit op 35, tegen veertig in het eerste kwartaal van 2026. Uitgaande transacties, waarbij een Benelux-koper een bedrijf in het buitenland koopt, stegen van 23 naar 34, een toename van 48 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. De regio verschoof van een duidelijke netto-importeur van overnamekapitaal naar iets dat bijna in evenwicht is.De bestemmingen van de uitgaande deals zijn veelzeggend: Amerikaanse doelwitten scoorden het hoogst met acht transacties, gevolgd door onder andere het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland. Amerikaanse overnames van Benelux-bedrijven daalden juist, van twaalf in het eerste kwartaal naar zeven in het tweede kwartaal. De euro werd in de loop van het kwartaal zwakker tegenover de dollar, van een piek rond 1,20 in januari naar ongeveer 1,14 halverwege juni. ‘Dat gaat regelrecht in tegen wat we in onze eerstekwartaalanalyse verwachtten’, zegt De Visser. ‘Een sterkere dollar maakt Europese bedrijven goedkoper voor Amerikaanse kopers, en toch daalde de Amerikaanse interesse in plaats van te stijgen. De rem op trans-Atlantische deals is op dit moment strategische selectiviteit, niet de wisselkoers.’Kwaliteit bepaalt de prijsIn de sectorverdeling bleef software met afstand de belangrijkste overnamedoelgroep. Ruim vier op de tien transacties betroffen softwarebedrijven. It-dienstverlening volgde op enige afstand, terwijl fintech en cybersecurity duidelijk aan terrein wonnen.Achter die cijfers gaat nog een andere ontwikkeling schuil. ‘Het onderscheid tussen een uitstekend softwarebedrijf en een gemiddeld softwarebedrijf is groter geworden’, zegt De Visser. ‘Kopers kijken verder dan groei alleen. Ze willen weten of een bedrijf ook over drie of vijf jaar nog relevant is in een markt waarin ai een steeds grotere rol speelt. Kwalitatief hoogwaardige softwarebedrijven blijven meerdere geïnteresseerde kopers trekken en realiseren nog altijd hoge waarderingen. Voor bedrijven met een minder overtuigend groeiverhaal geldt het tegenovergestelde.’Daardoor verliest de gemiddelde marktwaardering steeds meer betekenis. Waar vroeger naar sectorbrede multiples werd gekeken, draait het nu vooral om kwaliteit, schaalbaarheid en toekomstbestendigheid, aldus De Visser.VooruitblikOp weg naar de tweede helft van 2026 is de rem op de Benelux tech-M&A niet zozeer verdwenen als wel van vorm veranderd. De waarderingsvraag die het eerste kwartaal van 2026 domineerde, uit zich nu via het verkoopkanaal: waar koper en verkoper het niet eens worden over de prijs, worden deals niet opnieuw geprijsd maar uitgesteld, constateert De Visser.Maar dat betekent geen afstel, nuanceert hij. ‘Verkooptrajecten mislukten niet in het tweede kwartaal, kopers wachtten, en het daaruit ontstane stuwmeer is nu zichtbaar in de pijplijn voor de komende maanden. De opdrachtenstroom van CFI wijst op een aanzienlijk volume aan verkopen door private-equity- en durfkapitaalpartijen dat in de tweede jaarhelft naar de markt komt, met België als onevenredig grote leverancier. Het verkoopkanaal is niet structureel kapot; het is verstopt, en die verstopping bouwt al twee kwartalen op.’Opmerkelijke deals in NederlandNog een tiental opvallende Nederlandse transacties uit het tweede kwartaal van 2026 (zie voor de gehele lijst het te downloaden overzicht onderaan dit kader):IG&H, een consultancy- en technologiebedrijf gevestigd in Utrecht, nam in april cloudspecialist CloudNation uit Bunnik over van de Atomic Group. Met de overname krijgt IG&H er ruim zestig cloud- en ai-specialisten bij en breidt het zijn dienstverlening op het gebied van AWS en Microsoft Azure uit, onder andere gericht op de financiële sector, zorg en detailhandel. Kort daarna kocht het eveneens het zorgplatform Alii. Met deze overname breidt IG&H zijn activiteiten in de zorg uit met ai-ondersteunde besluitvorming voor zorgprofessionals.In het tweede kwartaal was er opnieuw een aantal transacties met durfkapitaal (venture capital): risicodragend geld dat investeerders steken in jonge startups en scale-ups met een hoog groeipotentieel. Twee voorbeelden uit mei: Graduate Ventures stapte in bij FrostByte, een quantum-startup gevestigd in Delft. FrostByte ontwikkelt cryogene chips die de besturing van quantumcomputers dichter bij de kern van het systeem brengen. De investering viel samen met het vijfjarig bestaan van het Rotterdamse Graduate Ventures dat zich richt op deeptech-startups met een universitaire oorsprong. En het in Eindhoven gevestigde Avendar haalde 2,2 miljoen euro aan seedfinanciering op. De investering is geleid door venturecapitalfonds Lumo Labs en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Met het geld wil de startup de ontwikkeling en uitrol versnellen van zijn ai-platform voor opsporing, toezicht en intelligence binnen de publieke sector.Centric liet in mei zijn oog vallen op OrtaX, een WOZ-softwareleverancier en onderdeel van Ortec Finance uit Rotterdam. Met de overname breidt Centric zijn aanbod voor het belastingdomein bij lokale overheden uit. OrtaX blijft als zelfstandige entiteit binnen de groep opereren, met behoud van personeel en werkwijze. De software ondersteunt gemeenten bij het uitvoeren van WOZ-waarderingen.Eset uit Bratislava haalde medio mei de Cyber Defense Group binnen. Dit bedrijf van algemeen directeur Dave Maasland is al jarenlang de vertegenwoordiger van Eset in Nederland en handelt onder de naam Eset Nederland. Met deze stap krijgt het Slowaakse cybersecbedrijf officieel een eigen vestiging in Nederland. Eset wil zich internationaler duidelijker profileren. Naast de Nederlandse overname opent het bedrijf eigen kantoren in Frankrijk en India. Maasland zelf blijft in zijn huidige rol betrokken bij de nieuwe Eset-organisatie.In mei nam investeringsmaatschappij EyeTi SiSo Computers uit Almere over van Greendelta Corporate Investments. Met de overname wil EyeTi zijn positie als investeerder op de markt van duurzame en circulaire it versterken. SiSo richt zich op it-lifecyclemanagement, van aanschaf tot verwerking van apparatuur. Het bedrijf bestaat 35 jaar en levert diensten rond hergebruik en afvoer van hardware.Valid Managed Services (VMS), gevestigd in Eindhoven, werd in mei ingelijfd door it-dienstverlener Datagroup uit Pliezhausen, Duitsland. Met de overname sluit VMS zich aan bij een internationale organisatie die actief is in meerdere Europese landen. Het is voor Datagroup de eerste acquisitie buiten het moederland. Bij deze groep werken zo’n vierduizend man; de omzet ligt op ruim 560 miljoen euro. Na de afronding van de overname van VMS gaat Valid zich volledig focussen op de doorontwikkeling en groei van zijn consultancyactiviteiten.Zig blijft maar uitbreiden. In juni kocht het vastgoed- en corporatiesoftwarebedrijf Provadie, een Nederlandse leverancier van saas-oplossingen voor vastgoedwaardering en taxaties. De acquisitie betekent de zevende uitbreiding van Zig sinds de samenwerking met investeerder Main Capital Partners in 2021. De transactie daarvoor vond plaats in mei en betrof de fusie met de Deense branchegenoot Unik (eveneens een Main-deelneming). Deze samengestelde groep telt meer dan vijfhonderd medewerkers en bedient ruim duizend klanten in de Benelux, Scandinavië, de Dach-regio en Frankrijk op de markt van woningcorporaties en commercieel vastgoed (‘proptech’). Aan het einde van dit jaar zal Unik de naam veranderen naar Zig.Investeerder BB Capital Investments uit Den Haag nam in juni een meerderheidsbelang in Logis.P uit Zwolle, een softwareleverancier voor logistieke en administratieve processen in de zorg. Logis.P ontwikkelt modulaire software voor onder meer afspraakplanning, wachtrijsturing en zorgdeclaraties. De oplossingen worden gebruikt door ziekenhuizen, laboratoria en ggz-instellingen in Nederland en Duitsland. Met de investering wil het in 2011 opgerichte bedrijf de volgende groeifase ingaan, gericht op professionalisering en schaalvergroting.Hr-softwareleverancier BCS uit Den Haag, ondersteund door Main Capital, liet in juni weer van zich horen door het Noorse workforce-managementbedrijf Timegrip over te nemen. Timegrip bedient meer dan 1.100 klanten in ruim dertig landen met oplossingen voor personeelsplanning, urenregistratie en hr-kostenbeheersing. Met de overname ontstaat volgens de betrokken partijen een pan-Europees platform voor human capital management, payroll en workforce-management.Eind juni nam SLTN-eigenaar Eugène Tuijnman het minderheidsaandeel van ING Corporate Investments over. De investeerder stapte in september 2019 in. Toen verkocht Rabo Investments zijn meerderheidsbelang van 60 procent in de Hilversumse automatiseerder aan topman Tuijnman en ING Corporate Investments. Tuijnman verwierf daarmee een ‘zeer ruim’ meerderheidsbelang in het bedrijf dat hij in 1997 oprichtte. Nu neemt hij ook het resterende belang van ING over.Computable NL Q2 2026DownloadenOpmerkelijke deals in BelgiëNog een aantal andere opvallende Belgische transacties uit het tweede kwartaal van 2026 (zie voor de gehele lijst het te downloaden overzicht onderaan dit kader):Investeerder Main Capital Partners nam in juni softwarespecialist Ferranti over. Het vijftig jaar oude bedrijf uit Antwerpen levert software voor onder meer energieleveranciers, netbeheerders en waterbedrijven. De nieuwe aandeelhouder wil inzetten op verdere productontwikkeling, internationale uitbreiding en de overname van aanvullende softwarebedrijven.In mei kocht it-dienstverlener Cegeka het Zwitserse Lean Projects, een softwarebedrijf dat erp-oplossingen levert voor de print- en verpakkingsindustrie op basis van Microsoft Dynamics 365. Met de overname breidt de it-dienstverlener uit Hasselt zijn aanbod in industrie-oplossingen uit en zet het in op verdere internationale groei.Het Mechelse bedrijf Dokapi, specialist in e-facturatie en financiële documentverwerking, lijfde in april het product en merk Peppoledge in. Met de deal versterkt Dokapi zijn Peppol-expertise en zet het gericht in op expansie naar Frankrijk en Duitsland. Dokapi ontstond in 2018 als IxorDocs, een onderdeel van digitaal bedrijf Ixor, en werd begin 2025 als zelfstandig platform gelanceerd. Vandaag bedient het platform naar eigen zeggen meer dan honderdduizend bedrijven voor de verwerking en uitwisseling van facturen, bestelbonnen, loonfiches en belastingaangiften.Het Gentse Solvice, specialist in ai-gestuurde optimalisatietechnologie, werd in april overgenomen door het Amerikaanse softwarebedrijf Quickbase. Solvice (opgericht in 2015) ontwikkelt api’s waarmee bedrijven routeplanning en personeelsscheduling automatisch kunnen optimaliseren. Die technologie is vandaag al ingebed in grote platformen voor field service management, last-mile delivery en logistiek wereldwijd. Quickbase is een Amerikaans saas-platform dat organisaties helpt bij het beheren van complexe, multi-site operaties door data, workflows en teams samen te brengen.Computable BE Q2 2026Downloaden
Kort nieuws: Mistral gaat regionaal, Dynatrace koopt Arize, SpaceX rondt Cursor-deal af (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Nieuwe regionale ai-diensten van Mistral, inferentiekosten agentic workflows stijgen vijfvoudig, Stripe neemt OpenRouter over, Dynatrace koopt ai-observability-bedrijf Arize en SpaceX rondt overname Cursor af. Mistral lanceert regionale ai-diensten De Franse llm-aanbieder Mistral AI introduceert regionale inference-endpoints. Gebruikers kunnen daarmee kiezen waar ze de ai-toepassing willen laten draaien: in Europa of de VS. Daarnaast stelt het bedrijf haar platform open voor taalmodellen van derde partijen Gartner: inferentiekosten agentic workflows stijgen vijfvoudig De inferentiekosten van ai per agentic workflow zullen tot en met 2028 meer dan vijfvoudig stijgen, voorspelt Gartner. De kostenefficiëntie van foundation models verbetert snel, die efficiëntie maakt juist de inzet van krachtigere en duurdere modellen mogelijk voor geavanceerdere toepassingen, en die geavanceerdere workflows verbruiken veel meer tokens dan simpele chatbotinteracties. Waar een chatbot een vraag leest en snel een waarschijnlijk antwoord geeft, moet een ai-agent voortdurend redeneren, onderhandelen en zichzelf bevragen. Het routeren van een taak naar een agentic reasoning-model verhoogt de inferentiekosten bij providers met minstens een factor vijf ten opzichte van een basaal chatbotgesprek, en vaak veel meer naarmate de complexiteit toeneemt. Stripe koopt OpenRouter Betaaldienst Stripe zou voor ruim 7 miljard dollar ai-gateway-startup OpenRouter hebben overgenomen, meldt Techcrunch. Stripe zelf wil niet reageren. OpenRouter geeft klanten via één platform toegang tot meer dan 400 ai-modellen en zou 8 miljoen gebruikers hebben. De gerapporteerde overnamesom steekt schril af tegen de waardering van 1,3 miljard dollar die het bedrijf in mei nog kreeg bij een Series B-ronde. Dynatrace haalt Arize binnen Dynatrace neemt ai-observability-marktleider Arize over voor 915 miljoen dollar in contanten en aandelen. De combinatie moet klanten volledige observability over de ai-levenscyclus bieden, van modelevaluatie tot gedrag in productie. SpaceX rondt overname Cursor af SpaceX heeft de overname van ai-codeerplatform Cursor (Anysphere) afgerond, in een aandelendeal van ongeveer 60 miljard dollar. Cursor krijgt daarmee toegang tot SpaceX’ datacenters om krachtigere en goedkopere modellen te ontwikkelen.
OT-patchmanagement herzien: beheersing van het risico boven snelheid van patching
1 dag
Kwetsbaarheden in software en firmware zijn onvermijdelijk, ook binnen OT-omgevingen. De manier waarop organisaties hiermee omgaan, bepaalt echter of die kwetsbaarheden daadwerkelijk leiden tot verhoogd risico. Waar in IT omgevingen snelheid van patching vaak centraal staat, geldt in OT een ander uitgangspunt: niet hoe snel een patch wordt geïnstalleerd is doorslaggevend, maar of het risico aantoonbaar wordt beheerst zonder de operatie te verstoren. OT-omgevingen kennen lange levenscycli, beperkte onderhoudsvensters en directe afhankelijkheid van fysieke processen. Het ongecontroleerd of versneld doorvoeren van patches kan daarmee grotere risico’s introduceren dan de kwetsbaarheid zelf. Tegelijkertijd nemen dreigingen toe en stellen wet- en regelgeving, zoals NIS2 en de Cyber Resilience Act (CRA), steeds hogere eisen aan aantoonbare risicobeheersing. Dat vraagt om een herijking van patch en kwetsbaarhedenbeheer binnen OT. Patchen is een middel, geen doel Een veelvoorkomend misverstand is dat kwetsbaarheden automatisch verdwijnen door zo snel mogelijk te patchen. In OT ligt dat genuanceerder. Direct patchen kan impact hebben op beschikbaarheid, veiligheid en procesbetrouwbaarheid. Daarom draait kwetsbaarhedenbeheer in OT niet om vaste update cycli, maar om risico gestuurde besluitvorming. Daarbij is het essentieel onderscheid te maken tussen generieke IT componenten, zoals Windows systemen, OT specifieke componenten zoals PLC’s, industriële netwerkapparatuur en embedded systemen. IT systemen kennen doorgaans frequente updates, terwijl OT updates minder vaak beschikbaar zijn en eerst door leveranciers moeten worden gevalideerd voor specifieke configuraties. Een uniforme patchaanpak is daardoor niet realistisch. Verschuivende verantwoordelijkheden in de keten Onder invloed van regelgeving zoals de CRA verschuift een groter deel van de verantwoordelijkheid naar fabrikanten en leveranciers. Van hen wordt verwacht dat zij kwetsbaarheden structureel identificeren, analyseren, oplossen en communiceren. Eindgebruikers mogen daarbij rekenen op tijdige security advisories, context over de impact in OT-omgevingen en praktische mitigerende maatregelen wanneer patching niet direct mogelijk is. Tegelijkertijd blijft de eindgebruiker verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen binnen de eigen operationele context. Dat vereist inzicht in assets, softwareversies en afhankelijkheden, maar ook het vastleggen van besluiten: wordt een kwetsbaarheid gepatcht, gemitigeerd of tijdelijk geaccepteerd? Van patchmanagement naar risicoreductie Wanneer patching niet direct uitvoerbaar is, spelen compenserende maatregelen een sleutelrol in het beheersen van risico. (Micro-)segmentatie, beperking van communicatie en versterkte monitoring verminderen de blootstelling van kwetsbare systemen. Een belangrijke aanvullende maatregel is virtual patching, waarbij kwetsbaarheden worden afgedekt zonder het onderliggende OT systeem te wijzigen. Virtual patching maakt gebruik van IDS- en IPS-functionaliteit om kwaadaardig of afwijkend verkeer te detecteren en (indien gewenst) preventief te blokkeren. Hierdoor kan bescherming sneller worden aangepast dan met traditionele patchcycli. Patchmanagement en virtual patching vullen elkaar aan: patches blijven noodzakelijk, maar risico’s kunnen in de tussentijd aantoonbaar worden beperkt. Voor legacy- of end-of-life systemen, waarvoor geen patches meer beschikbaar zijn, is deze benadering vaak essentieel. Het voorkomt hoge investeringen en enorme operationele impact bij overhaaste vervangingen. Het maakt het mogelijk om migraties zorgvuldig te plannen binnen de lange termijn van OT-architecturen. Aantoonbare beheersing in plaats van patchtempo Het doel van OT-patchmanagement is geen maximale patchgraad, maar een beheersbare en aantoonbare risicopositie. Door patching, monitoring en compenserende maatregelen in samenhang te organiseren, ontstaat grip op kwetsbaarheden zonder de operatie onder druk te zetten. Besluitvorming is controleerbaar, maatregelen zijn verdedigbaar richting audits en incidentrespons wordt voorspelbaar. De bijbehorende whitepaper gaat dieper in op deze benadering en beschrijft hoe kwetsbaarheden, patchmanagement en mitigatie in samenhang kunnen worden ingericht binnen de realiteit van OT-omgevingen. Dit artikel is een derde publicatie in aanloop naar Cybersec Netherlands 2026. De publicatie in mei gaat over OT monitoring herzien: van inzicht naar daadwerkelijke risicoreductie. Kun je niet wachten, neem dan contact op met Stefan Barten | Improving Operational Resilience | van MODELEC Data-Industrie.
Grootste softwaredeal ooit in de maak: Silver Lake wil Workday inlijven
1 dag
De grote Amerikaanse techinvesteerder Silver Lake aast op Workday, leverancier van ai-gedreven cloudsoftware voor personeelszaken, payroll, financiën en it. Mocht het tot een deal komen, dan wordt het een van de grootste overnames uit de geschiedenis van de software-industrie. Persbureau Reuters meldde als eerste de besprekingen over de overname. De beurswaarde van Workday lag vóór het overnamebericht rond de 43 miljard dollar. Nadat het aandeel afgelopen donderdag zo’n achttien procent steeg, liep de beurswaarde op tot circa 51,1 miljard dollar. Beide partijen hebben de overnamegesprekken maandenlang geheim kunnen houden. Zowel Silver Lake als Workday onthouden zich van commentaar. Reuters meldt op basis van zijn bronnen dat een deal nog niet helemaal zeker is. Als het wel lukt, kan dat veel impact hebben. Begin dit jaar leken leveranciers van traditionele software het moeilijk te gaan krijgen. Geavanceerde ai-tools zouden hen kunnen wegblazen. Er werd zelfs gevreesd voor een saas-pocalypse. Maar als grootmachten als Silver Lake kapitaal in saas-bedrijven steken, wordt de soep kennelijk niet zo heet gegeten. Dat kan een ommekeer in het denken over leveranciers van grote, complexe softwaresystemen inluiden. Die zijn niet zo gemakkelijk na te bouwen. Bovendien blijkt de kwaliteit van met ai ontwikkelde software heel gemiddeld of zelfs matig. Zeker veelomvattende software die, zoals bij Workday, naast hr ook financiën omvat, moet zeer betrouwbaar functioneren. Silver Lake is zich ervan bewust dat Workday met zijn uitgebreide productsuite een sterke positie kan innemen. Bovendien biedt Workday ook ai-agenten. Met Sana brengt het bedrijf een conversatiegerichte ai-ervaring naar zijn platform voor hr- en financiële processen. Tot de partners van Workday behoort ook Randstad Digital, naast Accenture, Deloitte, PwC en KPMG. Onlangs breidde Workday zijn value-added reseller-programma uit naar de EMEA-regio, waaronder Nederland. Silver Lake had een jaar geleden al meer dan 110 miljard dollar aan activa onder beheer. De bedrijven waarin het investeert, zijn gezamenlijk goed voor een jaaromzet van 260 miljard dollar. Het private-equitybedrijf deed eerder – succesvol – investeringen in Dell, VMware en Electronic Arts.
Voldoen aan NIS2 is niet hetzelfde als voorbereid zijn
3 dagen
Vanaf morgen (15 augustus) geldt in Nederland de Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn. Zo’n achtduizend organisaties moeten eraan voldoen: zorg-, meld- en registratieplicht. De meeste bedrijven pakken dat aan zoals ze dat bij elke wet doen. Ze checken de vereisten af, kopen mogelijk een extra tool aan, halen een certificaat en zetten een vinkje: job done. Andere Europese landen, waaronder België, begonnen twee jaar geleden al met de implementatie van de wet. Die ervaring leert: je komt er niet met een vinkje. Een certificaat bevestigt dat je op de dag van de audit aan de vereisten voldeed. Het zegt niets over hoe snel je reageert op de dag dat het misgaat. Risicobeheer is een proces, geen rapport. Een bestuur dat cybersecurity afvinkt op basis van wat it aanlevert, doet wat de wet wil vermijden De Cyberbeveiligingswet vraagt in de kern iets anders dan een opsomming van genomen maatregelen. Ze vraagt dat een organisatie haar eigen kritieke processen kent, weet welke risico’s het zwaarst wegen en kan aantonen dat iemand daarvoor verantwoordelijk is. Niet één keer per jaar bij een audit, maar doorlopend. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk is het meestal het punt waarop trajecten vastlopen. Niet op de techniek. Firewalls en backups regelen bedrijven doorgaans wel. Maar op een eenvoudigere vraag: wie is er eigenaar van, vandaag en morgen? De keten tekent mee Dat eigenaarschap stopt niet bij de eigen muren. Artikel 21 van de NIS2-richtlijn maakt supply-chainsecurity verplicht onderdeel van het risicobeheer. Het risico van je leverancier is voortaan ook jouw risico. Cybersecurity is op die manier zoals een verbouwing. Je kunt voor elektriciteit, sanitair en isolatie elk een andere aannemer inschakelen. Maar als er iets misgaat, vraagt niemand welke onderaannemer de fout maakte. De vraag luidt: wie voerde de regie? Een klant die zelf onder de wet valt, stelt jou diezelfde vraag, in een aanbesteding of bij een contractverlenging. Wie daar geen antwoord op heeft, verliest tijd of de opdracht zelf. Aansprakelijkheid klimt omhoog De wet maakt van cybersecurity ook uitdrukkelijk een bestuurskwestie. Bestuurders moeten toezicht houden en voldoende kennis hebben om risico’s zelf te beoordelen. Bij nalatigheid kunnen ze persoonlijk worden aangesproken. Een bestuur dat cybersecurity enkel afvinkt op basis van wat it aanlevert, doet precies wat de wet wil vermijden: risico’s beheren zonder ze zelf te doorgronden. Geen enkele tool vervangt ervaren eigenaarschap Als cybersecuritybedrijf begeleiden we al bijna twee jaar organisaties in andere landen, waaronder België, die met dezelfde wetgeving worstelen. Het patroon is steeds hetzelfde: niet de bedrijven met de duurste tools komen er goed door, maar de bedrijven die weten wie beslist, wie opvolgt en wie het merkt zodra er iets verandert. Stel jezelf daarom niet de vraag of je compliant bent. Stel jezelf daarentegen de vraag: als het morgen misgaat, in de eigen organisatie of bij de belangrijkste leverancier, wie weet dan wat er moet gebeuren? En hoeveel tijd is daarvoor nodig? Wouter Decruy, managing director Acen
Helft organisaties mist deadline registratie Cyberbeveiligingswet (NIS2)
4 dagen
Minder dan de helft van de acht- à tienduizend organisaties die in Nederland onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) vallen, heeft zich geregistreerd. Gisteren aan het begin van de avond stond de teller op 2.942 registraties in het Cbw-entiteitenregister.Dat meldt het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) desgevraagd. Worden de verbonden organisaties meegeteld, dan komt het bereik op 4.144 organisaties. Met verbonden organisaties worden organisaties bedoeld die afzonderlijke organisaties zijn, maar door bijvoorbeeld eigendom of zeggenschap nauw met elkaar verweven zijn. Die verbondenheid kan meewegen bij de vraag of een organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt.In werkingMorgen (15 augustus) treedt de langverwachte wet eindelijk in werking. Dan gelden nieuwe verplichtingen op het gebied van cyberbeveiliging. Circa negenduizend Nederlandse organisaties moeten voldoen aan strengere maatregelen voor de beveiliging van hun netwerk- en informatiesystemen. De normen voor cybersecurity gaan flink omhoog.Maar in weerwil van de naderende deadline voor registratie laat het aantal aanmeldingen deze maand tot nog toe geen grote piek zien. In augustus staat de teller op 653 registraties, waarmee juli (599) is ingehaald, met nog dertien werkdagen te gaan. Op basis van de huidige cijfers, van vóór het ingaan van de wet en de registratieplicht, is het nog te vroeg om te zeggen welke sectoren qua aantallen registraties vooroplopen en welke achterblijven.De implementatie van de Europese NIS2-richtlijn in Nederland is van toepassing op organisaties die essentiële of belangrijke diensten verlenen. De wet ziet toe op organisaties uit achttien sectoren, waaronder energie, drinkwater, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, overheid en vervoer.InschrijvingEen van de eerste stappen voor organisaties is het registreren bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Inschrijving in het nationaal entiteitenregister is per 15 augustus verplicht. Organisaties moeten toetsen of ze onder de Cyberbeveiligingswet vallen. Elk bedrijf is zelf verantwoordelijk voor tijdige registratie én voor het actueel houden van alle gegevens.Het klantcontactcentrum van het NCSC krijgt regelmatig vragen over de registratie, zegt woordvoerder Roger Kaemingk. Die gaan over verschillende onderwerpen, zoals complexe bedrijfsmodellen en niet in Nederland gevestigde bedrijven zonder KvK-nummer die zich hier willen inschrijven. Het NCSC biedt organisaties in dit soort situaties maatwerk en actieve ondersteuning.Volgens Thomas Margner, technisch directeur bij TrendAI, nemen veel organisaties een afwachtende houding aan. Een groot aantal heeft nog niet vastgesteld of het onder de Cyberbeveiligingswet valt. Dat geldt met name voor organisaties die niet eerder met dit type toezicht te maken hebben gehad. Margner: ‘Uit onderzoek van Grant Thornton blijkt dat slechts een derde van de mkb-bedrijven die onder de Cyberbeveiligingswet vallen daadwerkelijk actief met compliance bezig is, wat aansluit bij wat wij in de praktijk zien: ruim de helft staat nog aan het begin.’Nieuw in de wet is dat managers persoonlijk aansprakelijk zijn te stellen voor tekortkomingen in de cybersecurity, zoals een gebrek aan training. De verantwoordelijkheid voor het beheersen van cyberrisico’s komt daarmee daadwerkelijk op bestuursniveau te liggen.Michel Woudstra, partner account manager bij Rohde & Schwarz Networks & Cybersecurity, stelt dat cybersecurity met de officiële inwerkingtreding van NIS2 nu definitief van de serverruimte naar de bestuurskamer is verhuisd. ‘Te vaak wordt digitale veiligheid nog gezien als een verantwoordelijkheid van de it-afdeling. NIS2 daarentegen legt duidelijk de persoonlijke aansprakelijkheid van de bedrijfsleiding vast.’De directie kan niet meer op afstand blijven. Volgens Christian Boertje, directeur van Boem Cybersecurity, kunnen toezichthouders bij ernstig falen maatregelen richting bestuurders zelf nemen. Het begint bij aanwijzingen en het opleggen van verbetermaatregelen. Daarna volgen bestuurlijke boetes, waarbij de bedragen voor essentiële entiteiten hoger liggen dan voor belangrijke entiteiten.Delegeren mag; de verantwoordelijkheid overdragen niet. Boertje raadt aan om besluiten ter verbetering van de weerbaarheid met datum, onderbouwing en naam vast te leggen.RisicobeheerDe wettelijke verplichting bestaat uit drie delen. Het leidinggevend orgaan keurt de maatregelen voor risicobeheer goed, ziet toe op de uitvoering daarvan en volgt scholing, zodat het de risico’s en beheersmaatregelen daadwerkelijk kan beoordelen. Volgens Boertje wordt dat laatste vaak onderschat. Het gaat niet om technische kennis, maar om het vermogen om een risicoafweging te lezen, er kritische vragen bij te stellen en een besluit te nemen dat je later kunt uitleggen.Bestuurders moeten beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om cyberrisico’s en de genomen maatregelen te kunnen beoordelen. Ze krijgen daarvoor twee jaar de tijd. Om die reden bevat de wet ook een trainingsplicht voor bestuurders.Volgens Martin Krämer, ciso advisor bij KnowBe4, lijkt die periode van twee jaar ruim, maar het opbouwen van echte competentie op bestuursniveau kost meer tijd dan veel bestuurders denken. Met het volgen van een awareness-training en het behalen van een deelnamecertificaat kom je er niet. ‘Bestuurders moeten cyberrisico’s en de manier waarop deze worden beheerst kunnen identificeren, evalueren en beoordelen. Ze moeten vooral begrijpen welke impact deze risico’s op de organisatie kunnen hebben. Dat betekent dat zij actief betrokken moeten zijn bij beslissingen over risicomanagement.’Als je bedrijf wordt gehackt, ben je niet automatisch schuldig. Volgens Christian Boertje ben je pas strafbaar of aansprakelijk als je vooraf je best niet hebt gedaan.Regels in het kort:Pech hebben mag; was de beveiliging goed, maar kwamen de hackers er toch doorheen? Dan is het domme pech.Niets doen mag niet; heeft de directie nooit naar de beveiliging gekeken of gevraagd? Dan heeft het bedrijf een probleem.De overheid verwacht niet dat je honderd procent onkwetsbaar bent. De controleur stelt vooral deze vragen:Wist je wat de digitale risico’s van je bedrijf waren?Was de directie op de hoogte van deze risico’s?Is er bewust gekozen welke risico’s wel en niet werden aangepakt?Is er geluisterd naar eerdere waarschuwingen?Het gevaarlijkste is waarschuwingen negeren. Heb je een rapport gekregen waarin staat dat de beveiliging slecht is en heb je daar niets aan gedaan? Dan is dat rapport achteraf het bewijs dat je wist van het probleem, maar weigerde om het op te lossen. Een cyberverzekering kan schade dekken, maar neemt de wettelijke verantwoordelijkheid niet weg. Bestuurlijke boetes zijn bovendien vaak uitgesloten van dekking.BoetesWanneer boetes worden gegeven en hoe hoog die uitvallen, zal in de praktijk moeten blijken. Gilles van Heijst, transformation lead bij YaWorks (digitale infrastructuur), stelt dat het onduidelijk is waar de lat precies komt te liggen. ‘Dat zal waarschijnlijk pas blijken bij de eerste boetes. Wacht daar niet op: de wet kent geen overgangsperiode en bestuurders worden persoonlijk aansprakelijk als de beveiligingsmaatregelen niet op orde zijn.’ Zijn indruk is dat veel organisaties basisprocessen zoals identiteits- en toegangsbeheer, het intrekken van oude accounts of het uitfaseren van verouderde systemen nog onvoldoende hebben geborgd.Ook bedrijven die niet onder de Cyberbeveiligingswet vallen, kunnen hiermee te maken krijgen. Cindy Wubben, ciso bij Visma, verwacht dat deze wet een vergelijkbaar effect zal hebben als de AVG. ‘Natuurlijk moeten de organisaties die onder de wet vallen de juiste maatregelen implementeren, maar door de ketenverantwoordelijkheid zullen ook bedrijven die momenteel buiten de directe reikwijdte vallen uiteindelijk via de klantvraag aan de eisen gaan voldoen. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel mkb-bedrijven en toeleveranciers die diensten leveren aan grotere organisaties die wel rechtstreeks onder de wet vallen. Het toezicht verloopt in die gevallen niet via de formele toezichthouder, maar via klantrelaties en contractuele afspraken.’Aan value added resellers, it-adviseurs en dergelijke biedt het expliciet neerleggen van eindverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij het bestuur nog een unieke kans. Michel Woudstra: ‘Ze kunnen het gesprek over digitale weerbaarheid nu rechtstreeks op directieniveau voeren.’ Volgens hem kan dit leiden tot een betere afstemming tussen it-strategie en bedrijfsdoelstellingen, het vrijmaken van noodzakelijke budgetten en een organisatiebrede veiligheidscultuur. Een maatschappelijk en zakelijk voordeel hiervan is dat bedrijven niet langer reactief branden blussen, maar proactief hun bedrijf beschermen tegen kostbare uitval, datalekken en reputatieschade.Meer te weten komen over NIS2? Kom naar Cybersec Netherlands (9+10 september, Jaarbeurs Utrecht)👉🏼 Registreer nu gratis …
Kort: Mkb blijft doelwit van cyberaanvallers, Databricks groeit 80 procent (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Cyberincidenten in mkb eerder regel dan uitzondering, Databricks noteert spectaculaire omzet-run-rate, Google zet met Gemini 3.7 Flash in op ai-agents, eclips zet Europa in e-commercepauze, en Oracle en AWS vinden elkaar.Bijna 9 op 10 mkb-bedrijven slachtoffer van cyberincidentMaar liefst 86 procent van de kleine en middelgrote bedrijven heeft het afgelopen jaar te maken gehad met een cyberincident. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van Kaspersky onder it-beveiligingsspecialisten in achttien landen. Gemiddeld kregen organisaties met drie verschillende soorten incidenten te maken.Bij mkb-bedrijven waren phishing (20 procent), misbruik van softwarekwetsbaarheden (17 procent) en aanvallen via externe toegang (16 procent) de meest voorkomende incidenten. Opvallend is dat slechts veertien procent van de bedrijven met minder dan vijfhonderd medewerkers geen incident meldde.Gebrek aan expertise bij securitymedewerkers en onvoldoende veiligheidsbewustzijn onder personeel vallen als belangrijkste risicofactoren. Driekwart van de mkb-bedrijven heeft het cybersecuritybudget dit jaar verhoogd. Zeventig procent wil de beveiligingsfunctie verder versterken.Databricks passeert omzetgrens van 7 miljard dollarDatabricks heeft in het tweede kwartaal een omzet-run-rate van meer dan zeven miljard dollar bereikt. Dat betekent een groei van ruim tachtig procent ten opzichte van een jaar eerder. Het Amerikaanse data- en ai-bedrijf haalt daarnaast vijf miljard dollar aan nieuwe financiering op, tegen een waardering van 190 miljard dollar.Databricks wil het geld inzetten voor de verdere ontwikkeling van Lakebase, Genie en Unity AI Gateway. Lakebase, een serverloze PostgreSQL-database voor ai-agents, passeerde inmiddels een omzet-run-rate van honderd miljoen dollar. Genie moet ai-agents toegang geven tot bedrijfscontext, terwijl Unity AI Gateway het gebruik van verschillende ai-modellen beheert en kosten helpt beheersen.Volgens topman Ali Ghodsi groeit de vraag naar ai-agents die zelfstandig bedrijfsprocessen kunnen uitvoeren snel.Google lanceert Gemini 3.7 Flash voor code en ai-agentsGoogle heeft Gemini 3.7 Flash gelanceerd, een ai-model dat zich richt op complexe programmeertaken en ai-agents. De nieuwe versie verschijnt drie weken na Gemini 3.6 Flash en moet vooral op het gebied van software-engineering, webdevelopment en kennisintensieve toepassingen betere prestaties leveren.Google zegt dat de verbeteringen voortkomen uit sterkere redeneermogelijkheden. Tegelijkertijd moet het model goedkoper zijn om op grote schaal in te zetten. De introductieprijs ligt volgens Google op de helft van die van Gemini 3.6 Flash.Ook de persoonlijke ai-assistent Gemini Spark maakt voortaan gebruik van het nieuwe model. Volgens Google moet dit leiden tot een betere integratie met Google Workspace. De techgigant publiceert daarnaast nieuwe benchmarkresultaten en veiligheidsmaatregelen rond Gemini 3.7 Flash.Zonsverduistering legt Europese e-commerce tijdelijk platDe Europese consument zette tijdens de zonsverduistering het online-winkelen vrijwel stil. Dat blijkt uit transactiedata van financieel dienstverlener Mollie, dat betalingsstromen van meer dan 250.000 bedrijven in ruim dertig Europese markten analyseerde.Tijdens het hoogtepunt van de totale eclips daalde het digitale transactievolume met bijna 38 procent ten opzichte van een normale avond. De pauze bleek van korte duur: in de 33 minuten daarna steeg het aantal transacties vanaf het ‘dieptepunt’ met 64 procent.De opvallende V-vormige transactiegrafiek was zichtbaar in uiteenlopende retailsectoren. Volgens Mollie wijst dat op een continentbrede onderbreking van online-activiteit, in plaats van een effect dat beperkt bleef tot specifieke productcategorieën. De data laten volgens het bedrijf zien hoe snel consumentengedrag door een grote externe gebeurtenis kan veranderen.Oracle en AWS breiden samenwerking rond ai-databases uitOracle en Amazon Web Services (AWS) breiden hun strategische samenwerking uit om migraties van Oracle-databases naar AWS te versnellen. Oracle AI Database@AWS is beschikbaar in 22 regio’s wereldwijd. De dienst wordt onder meer gebruikt door CJ Olive Young, Kobalt Music Group en de Metropolitan Transport Authority van Barcelona voor bedrijfskritische workloads.Nieuw is Oracle Exadata Database Service on Exascale Infrastructure. Daarmee krijgen organisaties toegang tot Exadata-prestaties via een pay-per-use-model. Gebruikers kunnen reken- en opslagcapaciteit bovendien flexibel afstemmen op hun behoeften.Oracle AI Database@AWS biedt daarnaast integratie met AWS-diensten zoals Amazon Bedrock, SageMaker en Redshift. Volgens Oracle kunnen bedrijven zo ai- en analytics-toepassingen ontwikkelen op basis van hun bestaande Oracle-data, zonder deze te verplaatsen of te dupliceren.
Hoe manage je een cybercrisis?
4 dagen
Vind je route naar cybercrisismanagement op Cybersec Netherlands 2026Geen organisatie is volledig immuun voor een incident. Een kwetsbaarheid kan worden misbruikt, een account kan worden overgenomen of een aanvaller kan via een leverancier binnenkomen. Hoe naticipeer je op een cybercrisis? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands.Een cybercrisis vraagt namelijk om meer dan een technisch antwoord. Wie neemt de beslissingen? Hoe snel wordt duidelijk wat er aan de hand is? Hoe voorkom je dat een incident zich verder verspreidt? En wanneer kun je zeggen dat de crisis daadwerkelijk voorbij is?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vragen vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van crisisleiding en zichtbaarheid tot beheersing, herstel en samenwerking. Samen vormen ze een route langs vijf stappen om beter voorbereid te zijn op het moment waarop cybersecurity niet langer een preventievraagstuk is, maar een crisis.Meer dan securityincidentEen securityincident hoeft niet direct uit te groeien tot een crisis. Dat gebeurt wanneer de gevolgen verder reiken dan het securityteam en bijvoorbeeld de bedrijfsvoering, klanten of reputatie raken. Op dat moment moeten beslissingen vaak onder tijdsdruk worden genomen, terwijl informatie onvolledig is en belangen uiteenlopen.Daarom begint goed cybercrisismanagement niet pas wanneer een aanvaller is ontdekt. Het begint met voorbereiding. Wie verantwoordelijkheden vooraf helder heeft, weet welke informatie nodig is en regelmatig oefent, staat tijdens een incident sterker.Stap 1: bepaal wie er beslist wanneer het misgaatEen cybercrisis kan technische problemen veroorzaken, maar de belangrijkste beslissingen zijn lang niet altijd technisch. Moet een systeem offline? Wanneer informeer je klanten of partners? Welke risico’s accepteer je om de bedrijfsvoering draaiende te houden?De keynote ‘From banking to academia to manufacturing: what every CISO can learn across industries’ (9 september, 13.30 – 13.50 uur, Mainstage) sluit hier goed op aan. Martin de Vries, chief information security officer bij VDL Groep, kijkt vanuit ruim twintig jaar ervaring naar het cybersecurityleiderschap in verschillende sectoren. Daarbij komen onder meer governance, stakeholdermanagement, crisisrespons en risico-eigenaarschap aan bod.Northwave sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C057). De organisatie houdt zich bezig met cybersecurity en incident response en biedt daarmee een praktische aanvulling op de vraag hoe organisaties zich voorbereiden op situaties waarin een securityincident uitgroeit tot een bedrijfscrisis.Wat levert deze stop op?Meer duidelijkheid over verantwoordelijkheden en besluitvorming wanneer een cyberincident niet meer alleen een zaak van het securityteam is.Stap 2: zorg dat je snel weet wat er gebeurtEen crisis wordt moeilijker te beheersen wanneer de organisatie geen betrouwbaar beeld heeft van haar eigen digitale omgeving. Welke systemen zijn bereikbaar? Welke assets staan publiekelijk bloot? En welke nieuwe verbindingen of kwetsbaarheden zijn ontstaan zonder dat het securityteam daarvan op de hoogte is?De sessie ‘The intelligence gap: why modern SOCs depend on complete internet visibility’ (10 september, 13.15 – 13.45 uur, Masterclass theater 5) gaat precies over dat probleem. Security operations centers (soc’s) moeten steeds sneller dreigingen detecteren, onderzoeken en beantwoorden, terwijl hun informatie over systemen met internettoegang en dreigingsactiviteiten soms onvolledig of verouderd is.Hadrian sluit hier goed op aan als exposant (stand 11.D074). De organisatie richt zich op external attack surface management en combineert continue asset discovery met het valideren van kwetsbaarheden vanuit het perspectief van een aanvaller. Daarmee past Hadrian bij de praktische vraag achter deze stap. Je kunt een crisis immers pas goed beheersen wanneer je weet wat er daadwerkelijk aan de buitenkant van je organisatie zichtbaar en bereikbaar is.Wat levert deze stop op?Een beter beeld van de digitale omgeving en daarmee een snellere startpositie wanneer een incident zich voordoet.Stap 3: voorkom dat een incident uitgroeit tot een crisisWanneer een aanvaller eenmaal binnen is, telt iedere minuut. Zeker bij ransomware kan een relatief klein incident zich snel ontwikkelen tot een situatie waarin systemen en data niet meer beschikbaar zijn.De sessie ‘Welcome to Cryptographic Park: how ransomware finds a way’ (9 en 10 september, 12.30 – 13.00 uur, Masterclass theater 5) kijkt naar de manier waarop ransomware langs traditionele beveiligingsmaatregelen kan komen. De nadruk ligt volgens Ross Asquith, solutions engineering director bij Halcyon, niet alleen op preventie, maar ook op detectie, het blokkeren van encryptie en snel herstel.Keepit past goed bij deze stap (stand 11.B050). De organisatie richt zich op cloudback-up en dataresilience. Daarmee brengt de beursvloer een belangrijk perspectief in bij ransomware. Als preventie en detectie tekortschieten, moet een organisatie kunnen voorkomen dat een aanval meteen leidt tot langdurig verlies van kritieke data en bedrijfscontinuïteit.Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de maatregelen die nodig zijn om een aanval te beperken voordat een securityincident uitgroeit tot een bedrijfscrisis.Stap 4: herstel betekent meer dan systemen weer online brengenEen organisatie kan technisch herstellen terwijl de gevolgen van een incident nog jarenlang merkbaar zijn. Denk aan gestolen persoonsgegevens, phishing, identiteitsfraude of klanten die het vertrouwen in een organisatie verliezen.De sessie ‘The breach is over. The damage isn’t’ (10 september, 10.15 – 10.45 uur, Stronger Together Partner Dome 7) kijkt juist naar die periode na een datalek. Willemijn Rodenburg, strategisch adviseur bij Cyberveilig Nederland, richt zich op de gevolgen voor mensen van wie persoonsgegevens zijn gestolen en op de vraag waar de verantwoordelijkheid van organisaties ophoudt en die van slachtoffers begint.Kiteworks sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.D056). De organisatie richt zich op het veilig delen en beheren van gevoelige informatie. Daarmee ontstaat een bredere kijk op herstel. Niet alleen systemen moeten weer functioneren, maar ook de informatie waarmee organisaties, medewerkers, klanten en partners werken, moet zorgvuldig worden behandeld.Wat levert deze stop op?Een bredere definitie van herstel. Een crisis is niet voorbij zodra de systemen weer werken, maar pas wanneer ook de gevolgen voor de organisatie en haar omgeving beheersbaar zijn.Stap 5: gebruik een crisis om structureel weerbaarder te wordenEen organisatie die een cybercrisis heeft doorstaan, heeft iets waardevols geleerd. De vraag is alleen of die lessen ook daadwerkelijk worden omgezet in verbetering.De sessie ‘From islands to alliances: how collaboration transforms cyber resilience’ (10 september, 14.45 – 15.15 uur, Stronger Together Partner Dome 7) kijkt naar cyberweerbaarheid vanuit samenwerking. De centrale gedachte van Aernout Reijmer, ceo van CyberAlloy, is dat organisaties niet als geïsoleerde eilanden functioneren. Juist samenwerking tussen bedrijven, overheid, kennisinstellingen en andere partijen kan helpen om structureel weerbaarder te worden.S2 Grupo sluit aan bij deze laatste stap van de route (stand 11.C024). De organisatie richt zich op cybersecurity en cyberresilience en kan daarmee de vraag achter deze stap helpen verbreden. Een cybercrisis moet niet alleen worden geëvalueerd vanuit de vraag wat er fout ging, maar ook vanuit de vraag welke structurele verbeteringen nodig zijn om een volgende crisis beter op te vangen.Wat levert deze stop op?Een manier om van incident response naar structurele cyberweerbaarheid te gaan. Niet alleen herstellen wat kapot ging, maar de organisatie sterker maken voor een volgende aanval.Crisis begint niet bij incidentWie deze route volgt, ziet dat cybercrisismanagement veel verder gaat dan een incident response-plan. Het begint met duidelijke verantwoordelijkheden en goede voorbereiding. Daarna gaat het om zicht op de omgeving, het beperken van de impact en het daadwerkelijk kunnen herstellen.Maar misschien wel het belangrijkste is wat daarna gebeurt. Een cybercrisis levert informatie op over de manier waarop een organisatie functioneert onder druk. Wie die lessen benut en samenwerking zoekt buiten de eigen organisatie, kan de volgende crisis beter voorbereid tegemoet gaan.Cyberweerbaarheid betekent uiteindelijk niet dat een organisatie iedere aanval kan voorkomen. Het betekent dat een organisatie weet wat ze moet doen wanneer preventie tekortschiet, snel kan handelen wanneer dat nodig is en sterker uit een incident kan komen.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Industrie 5.0 stuwt overnames in Nederlandse maakindustrie
4 dagen
Nederlandse fabrieken gaan steeds meer digitale hulpmiddelen gebruiken. Vroeger ging het vooral om slimme machines en computers (Industrie 4.0). Nu kijken bedrijven verder (Industrie 5.0): technologie moet niet alleen zorgen voor méér productiviteit, maar moet ook goed zijn voor de werknemers, het milieu en de toekomst. De aandacht in de maakindustrie verschuift naar mensgerichte, duurzame en weerbare productie. Deze ontwikkeling is duidelijk zichtbaar in recente overnames van Nederlandse bedrijven in industriële automatisering, productiesoftware, sensortechnologie en energiebeheer. Zo blijkt uit een rapport van Aeternus, adviesbureau bij bedrijfsovernames en -financiering. Een sprekend voorbeeld is de overname van Sensorfact, een Nederlandse aanbieder van software voor energiebeheer, door het Zweeds-Zwitserse concern ABB. Digitale systemen nodig Volgens Aeternus kijken kopers gerichter naar technologie die productieprocessen schaalbaarder, voorspelbaarder en minder afhankelijk van handmatige arbeid maakt. Om fabrieken zo goed mogelijk te laten draaien, zijn digitale systemen nodig. Door slim gebruik te maken van gegevens uit de machines, is de productie sneller en zonder fouten aan te sturen. De voordelen zijn: Meer winst: Je werkt een stuk efficiënter. Betere producten: De kwaliteit gaat omhoog. Sneller aanpassen: Je bent flexibeler als klanten iets anders willen. Makkelijker groeien: Je bedrijf kan simpel groter worden. Factory automation Aeternus ziet een aanhoudende vraag naar factory automation, robotics en machine vision. Een tweede trend is de opkomst van software als verbindende laag binnen de maakindustrie. Waar productiebedrijven vroeger vaak werkten met losse systemen voor planning, ERP, controle op de werkvloer en kwaliteitsregistratie, is de behoefte aan geïntegreerde software-omgevingen gegroeid.
EU-geld voor Zweedse vibecoding-gigant Lovable
4 dagen
Het nieuwe Scaleup Europe Fund, waarin onder andere de Europese Commissie deelneemt, is één van de investeerders in het Zweedse Lovable. De nieuwe investeringsronde waardeert het bedrijf op 13,3 miljard dollar. Lovable biedt software waarmee niet-technische klanten met behulp van vibecoding prototypes, websites, apps en tools kunnen bouwen. De startup is gelanceerd in november 2024 en zegt dat er sindsdien 60 miljoen projecten met de software zijn gebouwd. Onduidelijk is de status en omvang van die projecten. Sinds kort kan elke zakelijke gebruiker op het Lovable-platform een ’trust center’ aan zijn app of site toevoegen. Daarin kan de gebruiker zien welke security-maatregelen genomen zijn. Eerder dit jaar nog kwam Lovable in opspraak door een groot datalek. Scaleup Europe Fund De recente series C-ronde bracht 400 miljoen dollar voor de Zweden op. Naast het Scaleup Europe Fund investeerden diverse venture capital-partijen uit onder andere de VS en China in deze ronde.   Het Scaleup Europe Fund (SEF) is een nieuwe publiek-private samenwerking waarin de private investeerder EQT de leiding heeft. Het fonds is vorig jaar door de Europese Commissie aangekondigd als antwoord op het rapport Draghi, dat opriep om het investeringsgat voor deep-tech bedrijven te dichten. Het fonds richt zich op nieuwe ‘later stage’ Europese ondernemingen die willen doorgroeien tot ‘global leaders’. Het SEF investeert in ai, quantum technologie, semiconductor technologie, robotics en autonomous systems, energietechnologie, ruimtevaarttechnologie, biotechnologie, medische technologie, advanced materials en agritech. De Europese commissie neemt op gelijke voorwaarden deel als de andere investeerders in het SEF en brengt 1 miljard euro in. Een van de andere investeerders is het Nederlandse APG Asset Management, dat onder andere pensioengeld van ABP belegt.  
Meer of minder beloning door ai?
4 dagen
Hoe ontwikkelen de salarissen en freelance-tarieven zich in de ict-markt? Wat kun je doen om beter te verdienen?Recente cijfers wijzen erop dat de arbeidsmarkt voor zelfstandige professionals, waaronder ict’ers, minder gunstig wordt. Het aantal aanbiedingen per opdracht ligt inmiddels vier keer hoger dan tijdens het dieptepunt van de coronaperiode. Opdrachten zonder reacties zijn zeldzaam geworden.Volgens de Talent Monitor van HeadFirst Group en Intelligence Group staan de tarieven in delen van de ict inmiddels onder druk. De verwachte tariefstijging voor 2026 bedraagt gemiddeld slechts één procent, terwijl juniortarieven zelfs licht dalen, een ontwikkeling die de onderzoekers mede toeschrijven aan meer aanbod, minder schaarste en de impact van ai.Medior- en seniortarieven blijven wel stijgen: het gemiddelde uurtarief van een zelfstandige ict-consultant kwam in 2026 uit op 108 euro (excl. btw), tegen een gemiddelde van 83 euro voor alle Nederlandse zzp’ers samen. Aan de top van de markt liggen de tarieven nog hoger: informatiemanagers vragen gemiddeld 122 euro per uur, security architects 125 euro en enterprise architects 127 euro.Ict-salarissen stijgen minder hardOok in de salarisgroei lijkt de rek eruit. Eerder dit jaar berichtte Computable dat in de Nederlandse ict‑sector het salaris van medewerkers minder hard groeit dan de cao‑lonen. Dat bleek uit een onderzoek onder circa 450 ict’ers, uitgevoerd eind 2025 op initiatief van FNV IT, met medewerking van de vakbonden CNV, De Unie en Computable. De uitkomsten van het ‘Salarisonderzoek in de ICT 2025’ laten zien dat salarisontwikkeling sterk afhangt van factoren als leeftijd, bedrijf, loyaliteit en gender.Wat kan medewerker met aiKunstmatige intelligentie verandert niet alleen het werk van ict-professionals, maar ook de manier waarop werkgevers talent beoordelen, belonen en inzetten. De vraag verschuift van wat iemand weet naar wat iemand met die kennis en ai kan bereiken. Volgens Niels Agterberg, managing partner van recruitmentburerau ACES International, wordt het vermogen om ai effectief in te zetten steeds belangrijker. Die ontwikkeling ziet hij niet alleen bij ontwikkelaars, maar ook bij managers, marketeers en consultants: ‘Het gaat veel meer naar: als een klant iets wil hebben, hoe zet je nou ai in om dat op een goede manier te presenteren?’Voor softwareontwikkelaars ziet Agterberg een vergelijkbare verschuiving. Ai-tools en vibe coding nemen steeds meer routinematig programmeerwerk over. De waarde van ervaren ontwikkelaars ligt daardoor minder in het schrijven van code en meer in het beoordelen van de kwaliteit ervan.De grootste winnaars lijken niet per se de professionals die de meeste code produceren, maar degenen die technologie, domeinkennis en ai effectief weten te combineren.Beloning in het ai-tijdperkHoe kun je nu meer gaan verdienen? Wie meer salaris of een hoger tarief wil, doet er verstandig aan verder te kijken dan functietitel, diploma’s of certificaten. Door de opkomst van ai verschuift de waarde van werknemers steeds meer naar hun vermogen om technologie daadwerkelijk toe te passen en daarmee resultaten te boeken.Voor werknemers betekent dit dat een salarisonderhandeling steeds minder draait om wat zij weten en steeds meer om wat zij aantoonbaar realiseren, legt Dr. Ken Matos, Director of Market Insights (Human Capital Management) bij hr-platform HiBob uit. Maar uit onderzoek van Hibob onder 1.200 ai-beslissers blijkt dat werkgevers niet bereid zijn extra te betalen voor algemene ‘ai literacy’.‘Ze betalen extra voor schaarse vaardigheden die direct bedrijfsrisico’s verkleinen of productiviteit verhogen,’ zegt Matos. ‘Wie kan laten zien dat ai leidt tot kortere doorlooptijden, lagere kosten, minder fouten of betere dienstverlening, beschikt over sterkere argumenten dan iemand die vooral benadrukt welke tools hij gebruikt.’Een goede voorbereiding begint daarom met het verzamelen van concrete resultaten, stelt Matos. ‘Welke processen zijn versneld? Hoeveel tijd is bespaard? Zijn fouten verminderd? Welke nieuwe diensten of producten zijn mogelijk geworden?’ Hoe concreter de bijdrage aan bedrijfsdoelstellingen, hoe sterker de onderhandelingspositie.SalarispremieDe drie vaardigheden waarvoor het vaakst een salarispremie van minimaal 10 procent wordt genoemd zijn automatisering en technische integratie (34%), ai safety, ethiek en governance (34%) en evaluatie en kwaliteitscontrole van ai-output (33%).‘Dat zijn interessante uitkomsten,’ aldus Matos. ‘Het zijn immers niet direct de vaardigheden waar momenteel de meeste aandacht naar uitgaat. Ja, veel werknemers leren prompten. Maar werkgevers blijken vooral te zoeken naar mensen die ai-systemen beheersbaar maken.’Een tweede inzicht is dat ai steeds vaker onderdeel wordt van promotiebeleid. Matos: ’67 procent van de organisaties koppelt ai-vaardigheden aan promoties en 50 procent aan beoordelingsgesprekken.’Vijf tips voor de salarisonderhandelingOnderhandel op basis van behaalde resultaten, niet op basis van gebruikte ai-tools.Verzamel cijfers over tijdsbesparing, productiviteitswinst of kwaliteitsverbetering.Ontwikkel expertise in schaarse domeinen zoals ai-governance, beveiliging en automatisering — juist deze vaardigheden leveren volgens onderzoek van HiBob de hoogste salarispremies op.Maak zichtbaar hoe jouw inzet bijdraagt aan omzet, klanttevredenheid of kostenreductie.Wacht niet op de jaarlijkse beoordeling, maar documenteer successen gedurende het hele jaar.
Kort nieuws: Nebius profiteert van ai, ‘SpaceX is vooral ai’
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: VAR-programma Workday ook in Nederland, IG&H neemt RevoData over, Musk vindt SpaceX vooral ai-bedrijf, Securitas doet ook cybersecurity parkeercamera’s Rotterdam en omzet Nebius op de Zuidas groeit enorm door ai. Nebius profiteert van enorme vraag naar ai-capaciteit Nebius, het ai-cloudbedrijf met hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas, zag zijn inkomsten in het afgelopen kwartaal met 454 procent stijgen vergeleken met een jaar eerder. De omzet reikte tot 582 miljoen euro. De vraag naar ai-capaciteit stijgt exponentieel. In het tweede kwartaal werden vier grote deals gesloten, elk met een waarde van meer dan 1 miljard euro, waaronder die met Reflection en Cohere. Volgens Nebius-topman Arkady Volozh sloot zijn bedrijf nooit eerder zulke grote ai-cloud-deals af tegen zulke gunstige voorwaarden.  Behalve via lange termijncontracten verkoopt Nebius ook capaciteit via veilingen en korte termijn deals. Die kunnen zeer lucratief zijn. Nebius verwacht dit jaar voor 9 miljard dollar aan vooruitbetalingen van klanten te krijgen. Het van oorsprong Russische Nebius heeft in IJsland, Finland, het Verenigd Koninkrijk, de VS, Frankrijk en Israël datacenters. Dit jaar komen daar 14 nieuwe datacenters bij, vooral in de VS. SpaceX nu al meer ai-bedrijf SpaceX is niet langer – primair – een lanceer-onderneming voor satellieten, maar ontwikkelt zich razendsnel in een ai-bedrijf. Die transformatie is nu grotendeels voltooid. Oprichter Elon Musk ziet enorme kansen. SpaceX zou in 2028 500 miljard dollar kunnen verdienen, zegt hij in een 29 minuten durende presentatie. ‘Onze ai-inkomsten zullen waarschijnlijk in september alle andere SpaceX-inkomsten overtreffen en zullen in het vierde kwartaal aanzienlijk hoger uitvallen dan alle andere SpaceX-inkomsten,’ aldus Musk. ‘Ai is dus een extreem belangrijk onderdeel geworden van de toekomst van SpaceX.’  ‘Waarschijnlijk zal ai over vier of vijf jaar 99% van de waarde van SpaceX uitmaken; ik denk zeker binnen vijf jaar,’ zei Musk. ‘En de waarde van SpaceX zal een astronomisch bedrag zijn.’ SpaceX lanceerde deze week nieuwe ai-software (Grok Bot) die ai-agenten als een team laat werken bij het uitvoeren van verschillende taken. Eerder dit jaar kocht SpaceX xAI, een startup die Musk in 2023 oprichtte. xAI ontwikkelde de chatbot Grok en beheert ook een krachtig supercomputer-cluster in Tennessee genaamd Colossus. Musk wil één miljoen ai-satellieten voor datacenters in de ruimte brengen.  Securitas Technology tekent voor camerabeheer parkeervoorzieningen Rotterdam Securitas Technology heeft een raamovereenkomst gesloten met de gemeente Rotterdam voor het integraal beheer en de verdere ontwikkeling van de videosurveillancesystemen (VSS) in de gemeentelijke parkeervoorzieningen, waaronder parkeergarages en fietsenstallingen. De overeenkomst ging in op 1 juli 2026, loopt in eerste instantie twee jaar en kan twee keer met een jaar worden verlengd. Securitas Technology neemt het volledige levenscyclusbeheer van de systemen voor zijn rekening: van preventief en correctief onderhoud tot de installatie van nieuwe camera’s, uitbreidingen, upgrades en de levering van hardware en software. Ook cybersecurity krijgt aandacht, met onder meer veilige netwerkarchitecturen, toegangsbeheer en encryptie, en het bedrijf verkent toepassingen als video-analyse en ai om cameratoezicht meer preventief en datagedreven in te zetten. IG&H neemt RevoData over van Atomic Group IG&H heeft RevoData overgenomen van Atomic Group en versterkt daarmee zijn leidende positie in data en ai. Met de overname haalt IG&H een gespecialiseerd team van ruim 40 Databricks-professionals in huis. RevoData’s Databricks-expertise wordt gecombineerd met IG&H’s schaalbare, internationale platform- en sectorkennis. Atomic Group, dat RevoData verkoopt, richt zich voortaan volledig op soevereine cloud-, data- en ai-infrastructuur voor Nederland. Beide bedrijven blijven partners in het leveren van data- en ai-oplossingen op soevereine infrastructuur. Workday breidt VAR-programma uit naar EMEA, ook Nederland Workday breidt zijn Value-Added Reseller (VAR)-programma uit naar de EMEA-regio, waaronder Nederland. Via het nieuwe VAR-ecosysteem krijgen organisaties via vertrouwde regionale partners bredere toegang tot Workday Services en Agentic AI-capabilities. De uitbreiding moet vooral middelgrote organisaties helpen die nog met gescheiden hr- en financiële systemen werken en op zoek zijn naar één schaalbaar platform. Met deze stap maakt Workday de overstap van een volledig direct verkoopmodel naar een hybride model, waarin directe verkoop wordt gecombineerd met een groeiend netwerk van partners. Ook in Nederland zijn lokale VAR-partners actief. Partner HR Path ziet het VAR-model als een logische stap om het mkb in Nederland breder te ondersteunen, van strategische besluitvorming tot operationele implementatie, aldus Angelo Van Stijn, Associate Partner bij HR Path.
Steeds betere beveiliging, maar cybercriminelen blijven winnen
5 dagen
Arno Reuser (OSINT Solutions) tijdens Cybersec Netherlands 2026Cybersecurity is volwassener dan ooit. Organisaties investeren miljoenen in security operations centers, threat intelligence, zero trust, endpoint protection en ai-gedreven detectie. Toch blijven ransomware-aanvallen, datalekken en digitale verstoringen aan de orde van de dag. De vraag is dan ook niet of we investeren in cybersecurity, maar of we onze aandacht op de juiste plekken richten.De reflex bij vrijwel iedere nieuwe dreiging is dezelfde: er komt een nieuwe tool, een extra beveiligingslaag of een geavanceerdere detectietechniek. Technologische innovatie is onmisbaar, maar tegelijkertijd lijkt cybersecurity steeds vaker te worden benaderd als een puur technisch vraagstuk. En juist daar wringt het, meent osint-specialist Arno Reuser tijdens Cybersec Netherlands. Op 10 september verzorgt hij een keynote over deze spagaat.AannamesWant de meeste succesvolle aanvallen beginnen niet met een technisch hoogstandje, maar met menselijk gedrag. Een medewerker die op een overtuigende phishingmail klikt. Een wachtwoord dat wordt hergebruikt. Een verzoek dat zonder controle wordt goedgekeurd. Of simpelweg iemand die beveiligingsmaatregelen ervaart als een obstakel om zijn werk gedaan te krijgen.Dat betekent niet dat gebruikers het probleem zijn. Integendeel. Het betekent dat organisaties hun verdediging vaak bouwen op de aanname dat mensen zich altijd veilig zullen gedragen. Een aanname die in de praktijk nauwelijks standhoudt.OrganisatievraagstukToch blijft de nadruk vooral liggen op technologie. Security awareness wordt vaak gereduceerd tot een verplichte e-learning of een periodieke phishingtest, terwijl veilig gedrag veel meer vraagt. Het gaat om organisatiecultuur, leiderschap, eigenaarschap en het ontwerpen van processen waarin de veilige keuze vanzelfsprekend is. Cybersecurity is uiteindelijk niet alleen een it-vraagstuk, maar ook een organisatievraagstuk.‘Zolang de menselijke factor een sluitpost blijft, blijven organisaties investeren in symptoombestrijding’Daarmee ontstaat een opvallende paradox. We worden steeds beter in het detecteren van aanvallen, maar veel minder goed in het voorkomen van de omstandigheden die aanvallers succesvol maken. Zolang de menselijke factor een sluitpost blijft, blijven organisaties investeren in symptoombestrijding.Keynote Arno ReuserJuist die stelling staat centraal in de keynote van Arno Reuser tijdens Cybersec Netherlands. Onder de titel ‘You are all wrong: cybersecurity is failing, and it’s not the hackers’ houdt hij op 10 september om 12.40 uur de cybersecuritysector een spiegel voor. Volgens Reuser is de grootste bedreiging voor cybersecurity niet de cybercrimineel zelf, maar onze beperkte manier van denken over beveiliging. Zolang organisaties vooral blijven vertrouwen op technische oplossingen en de menselijke kant verwaarlozen, zal de kloof tussen investeren en daadwerkelijk veiliger worden, alleen maar groter worden.Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Registreer je gratis…Tijdens zijn keynote laat Reuser aan de hand van actuele praktijkvoorbeelden zien waar de grootste blinde vlekken zitten en waarom een fundamenteel andere kijk op cybersecurity noodzakelijk is. Niet door technologie minder belangrijk te maken, maar door haar weer onderdeel te maken van een bredere strategie waarin mens, organisatie en techniek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
DeepSeek stoot Google van ai-troon bij bedrijven
5 dagen
Bedrijven gebruiken steeds meer ai, terwijl de kosten per stukje tekst dat een ai-model als rekeneenheid verwerkt, oftewel een token, dalen. Het tokenvolume dat via Vercel AI Gateway (platform waarmee bedrijven via één api verschillende ai-modellen kunnen gebruiken, beheren en monitoren) werd verwerkt, groeide in juli met 59 procent ten opzichte van juni. De totale uitgaven stegen met 37 procent, maar de gemiddelde prijs per token daalde met 13,6 procent. Dat blijkt uit de nieuwste AI Gateway Production Index van het Amerikaans technologiebedrijf Vercel. De dalende kosten hangen samen met een verschuiving naar goedkopere modellen. Driekwart van de teams die in juni en juli meer dan tien miljoen tokens verwerkten, wijzigde minimaal tien procent van zijn modelmix. Vooral open-weight-modellen (modellen waarvan de getrainde modelgewichten beschikbaar worden gesteld, zodat ontwikkelaars ze zelf kunnen downloaden, draaien en aanpassen) winnen terrein. Hun aandeel in het totale tokenvolume steeg van elf procent in april naar 36 procent in juli. Chinese model DeepSeek groeide uit tot de op een na grootste ai-aanbieder gemeten naar tokenvolume. Het Chinese model verwerkte in juli meer dan twee keer zoveel tokens als Google. Het aandeel van DeepSeek steeg in enkele maanden van minder dan één naar 25 procent, terwijl Google terugviel van bijna veertig naar 10,7 procent. DeepSeek V4 Flash was alleen al goed voor bijna een vijfde van het totale volume. De markt splitst zich daarmee verder op. Goedkope modellen verwerken grote hoeveelheden ai-taken, terwijl duurdere modellen voor gespecialiseerde toepassingen worden ingezet. Het Amerikaanse Anthropic had bijna dertig procent van het tokenvolume, maar was goed voor 65,1 procent van de uitgaven. Bij coding agents verwerkte DeepSeek bijna een derde van de tokens, terwijl Anthropic meer dan tachtig procent van de uitgaven voor zijn rekening nam.
ABN Amro voortvarend met ai
5 dagen
ABN Amro gaat flink door met het integreren van ai in het dagelijkse, interne werk. Inmiddels staat de teller op bijna vijftig use-cases in productie. Dit meldt de bank bij de cijfers over het tweede kwartaal. In die periode lanceerde de bank de eerste gen-ai-gestuurde spraak-bot voor klanten om vragen te beantwoorden en advies te geven over geselecteerde onderwerpen.  Ook werd een gen-ai-kennisassistent geïntroduceerd voor Know Your Customer (KYC) en antiwitwas-analisten, waarmee ze gemakkelijker toegang krijgen tot relevant beleid, procedures en werkinstructies.  Grote bedragen Eerder ontwikkelde ABN Amro samen met Rabobank een app die bij het witwassen van grote bedragen het gebruik opspoort van meerdere transacties bij verschillende banken. Ook TNO en het Centrum Wiskunde & Informatica waren bij deze oplossing betrokken. Met multi-party computation (MPC) hebben beide banken een wapen om geraffineerde witwassers toch te ontmaskeren.  MPC biedt banken de mogelijkheid om via ai analyses uit te voeren op gezamenlijke data, zowel nationaal als internationaal. Doordat de data op een cryptografische manier beschermd zijn (bijvoorbeeld door het een aantal keer te vermenigvuldigen met een willekeurig getal) krijgt geen mens of systeem die data te zien. Code ABN Amro behoort tot de eerste grote Europese banken die grootschalig een ai-assistent gebruikt bij het schrijven van code. Voor de Computable Awards 2026 (categorie Future of Work) zond de bank de implementatie van GitHub Copilot in als ai-assistent voor softwareontwikkelaars. De adoptiegraad is inmiddels zo’n tachtig procent waarvan 95 procent de tool maandelijks actief gebruikt. Ontwikkelaars zijn twintig tot veertig procent minder tijd kwijt aan het schrijven van code en kunnen hierdoor hun tijd besteden aan andere zaken. De bank let er sterk op dat ai op een gecontroleerde en veilige manier wordt ingezet. Zo is iedere ontwikkelaar die ai wil gebruiken verplicht een training te doen en een aantal voorwaarden te ondertekenen.  De kwartaalcijfers waren boven verwachting. De nettowinst over het afgelopen kwartaal nam met bijna een derde toe tot 781 miljoen euro.
Maakt ai de programmeur overbodig?
5 dagen
‘Kwaliteit van ai-code blijft vaak matig’Ai bouwt steeds vaker helemaal zelf software. We vragen ons dan ook af welk ai-model het beste is. Maar volgens de Software Improvement Group (SIG), het Amsterdamse bedrijf dat de kwaliteit van software meet, is dat niet de hamvraag.De uitdaging is: hoe controleer je of de door ai ontwikkelde computercode wel veilig, goed en makkelijk aan te passen is? Want over de hele levensduur van software is de onderhoudbaarheid een belangrijke kostenpost.Om de kernvraag rond softwarekwaliteit te onderzoeken, voerde SIG een experiment uit met Claude Sonnet 4.6. Daaruit bleek volgens SIG dat realtime kwaliteits- en securitychecks tijdens het ontwikkelproces een veel grotere impact hadden op de uitkomst dan alleen betere prompts of een krachtiger model.Alle reden dus om Werner Heijstek, chief delivery officer bij SIG, te spreken over het gebruik van ai voor programmering; een onderwerp waarover de meningen verdeeld zijn. Vaststaat dat ai bij de softwareontwikkeling niet meer is weg te denken. Heel snel hebben ai-agenten hun plaats veroverd. Heijstek: ‘Je kunt er heel gave dingen mee doen.’ Maar de code die deze agenten voortbrengen, is volgens hem vaak heel gemiddeld of zelfs matig, iets dat nog weleens wordt vergeten.Werner Heijstek, chief delivery officer SIG.‘Op verjaardagsfeesten hoor je vaak dat ontwikkelaars straks naar huis kunnen omdat ai-agents hun rol overnemen. Ook de vrees de boot te missen is groot. Het management wil niet achterraken en zet snel in op dure ai. En wie OpenAI-topman Sam Altman beluistert, krijgt al gauw de indruk dat software hele afdelingen overbodig maakt.Ook bij vorige golven van digitalisering hoorde je dat vaak, maar de realiteit is dat meer software bijna altijd gepaard gaat met meer werkgelegenheid. En je ziet dat de komst van ai dikwijls als een excuus wordt gebruikt om een gewone reorganisatie door te voeren.Tegenover de groep die vindt dat we haast moeten maken met de implementatie van ai, staat ook een groep die denkt: het zal mijn tijd wel duren. Hoe goed ai-software werkt, valt het beste te toetsen in je eigen vakgebied. Let er scherp op wat eruit komt en vergelijk dat met de kennis die je zelf hebt.’Training op bestaande codeUit de benchmarkstudies van SIG kwam naar voren dat de kwaliteit van autonoom ontwikkelde software volgens het bedrijf niet heel goed is. ‘En dat valt te verklaren uit het feit dat deze ai-modellen zijn getraind op code die er al is. De ai-leveranciers hebben in hun grote taalmodellen jarenlang alle software gestopt die ze maar konden krijgen.’Volgens Heijstek kan de kwaliteit van bestaande code een verklaring zijn voor problemen in door ai gegenereerde software. ‘Omdat de gemiddelde code niet zo goed is, genereert ai ook software met problemen. Te denken valt aan de security, de architectuur en bepaalde technische aspecten. Op het eerste gezicht lijkt het vaak heel aardig, maar vooral de onderhoudbaarheid laat meestal te wensen over.’Ai-systemen waarbij mensen verantwoordelijk blijven en toezicht houden, scoorden in het onderzoek van SIG wel een voldoende. Ook kun je deterministische vangrails toevoegen, zoals kwaliteitscontroles tijdens het ontwikkelproces. Anders dan ‘agentic ai’ gaat het hier om systemen die voorspelbaar werken. In combinatie met ai kunnen deze volgens Heijstek een betere kwaliteit bieden. ‘Dit biedt een aardige productiviteitswinst. Denk aan 10 à 20 procent.’UitblinkersVerkeerd is de gedachte dat je de softwareontwikkeling voortaan kunt overlaten aan junior developers en ai-agents. Volgens Heijstek maakt het gebruik van ai-codingtools vooral senior ontwikkelaars productiever die hun sporen hebben verdiend. De uitblinkers worden nog beter.Daarentegen is het gevaarlijker om ai-agents te laten ondersteunen door junior developers. ‘Want die kunnen minder kritisch kijken naar wat er uit de ai is gekomen. Ze zijn gemakkelijker voor de gek te houden. Senior developers kunnen beter een review doen. Om senior te worden moet je zelf software hebben geschreven. Dan leer je het handwerk.’BatmanHeijstek trekt een parallel met Batman en Robin. De laatste is de ai en doet dingen voor de superheld. Batman bepaalt wat er gebeurt en houdt een vinger aan de pols. Om de leiding te houden moet je wel boven de materie staan. Voor junioren is dat moeilijk.Heijstek heeft de indruk dat meer of betere ai de zwaktes van ai-gedreven softwareontwikkeling op termijn niet zal oplossen. ‘De oplossing zit in een slimmer gebruik van ai; het harnas eromheen, ofwel de keten om ai beter te maken. Winst valt te halen uit zaken die niet direct tot het ai-model behoren, zoals het toevoegen van normen en waarden, beleid en de context van de organisatie.’TokenomicsOok moet je goed nadenken waarvoor je ai wilt gebruiken, welk model zich daarvoor het beste leent en hoe diep je dat model laat nadenken. Zeker met het oog op de kosten heeft het geen zin alles maar in een ai-model te gooien. Je wilt een maximaal resultaat uit een minimale investering halen. Ai-tokenomics, de economie van het gebruik van tokens, zal de komende tijd veel aandacht krijgen. Taken moeten niet alleen goed, maar ook zonder hoge kosten worden uitgevoerd. Kies voor een licht en voordelig model wanneer dat net zulke bevredigende resultaten oplevert als een zwaar ‘frontier’-model.Prachtig zou het zijn als ai-agents verouderde software met succes kunnen moderniseren, zeker als het legacy-kernsystemen betreft waar bedrijven hun geld mee verdienen. Maar SIG waarschuwt voor al te hoge verwachtingen. Volgens Heijstek levert het genereren van code uit een traditioneel systeem van lage kwaliteit niet vaak een goed nieuw systeem op. ‘De problemen van de oude code plegen te worden gekopieerd naar de nieuwe. Alles is in een nieuwe programmeertaal gezet zonder dat bijvoorbeeld de architectuur is verbeterd. Je bent dus niet veel verder. Wanneer er geen menselijke ontwikkelaar in de ‘drivers seat’ zit, zal het resultaat snel tegenvallen.’Heijstek wijst daarnaast op de kosten. ‘Het gebruik van ai-modellen wordt steeds duurder. De prijzen liggen inmiddels zo hoog dat een ai-agent bijna net zo duur is als een mens.’WaagstukHeijstek vindt het nog een heel waagstuk om bij kernsystemen het coderen volledig over te laten aan ai-agents. Zeker als daar klantdata of persoonsgegevens bij zijn betrokken, moet je je wel twee keer bedenken. Zijn advies is om met laagrisicosystemen te beginnen: kleine applicaties die bijvoorbeeld op de werkvloer de productiviteit net een beetje omhoogbrengen. Denk aan niet-essentiële software die een bedrijf voor zichzelf gebruikt zonder dat die de klant raakt, securityproblemen geeft of tot stagnatie in de productie kan leiden.De combinatie van ai en kwaliteitsborging kan volgens Heijstek ook worden gebruikt bij complexere systemen, mits menselijke ontwikkelaars de controle houden.Volgens Heijstek maakt ai zonder hulp vaak software die er op het oog prima uitziet, maar waarbij je niet goed weet hoe zo’n systeem in elkaar steekt. ‘Als er dan een probleem ontstaat of iets moet veranderen, dan kost dat veel moeite.’Technische schuldBij de matige code die ai genereert, zal het lastiger en ook duurder zijn om een functie toe te voegen dan als een systeem van hoge kwaliteit is. Coderen met ai leidt volgens Heijstek al gauw tot technische schuld. Later ontstaan dan extra kosten en problemen. En op den duur gaat de meeste tijd zitten in het onderhoud van systemen. De wetgeving verandert, nieuwe hardware dient zich aan en software-updates zijn nodig. In elk systeem zitten problemen. Het is een optelsom van elastiekjes en noodverbanden. En die kunnen problematisch worden.Een extra complicatie is dat het management graag meer functionaliteit wil, zeker als dat de omzet en winst vergroot. Minder oog heeft de business voor de prestaties, veiligheid en betrouwbaarheid. Als die zaken niet goed op orde zijn, gaat het toevoegen van nieuwe functies steeds langer duren. Dan keert de wal het schip.Dikwijls is er in een organisatie een blind geloof dat problemen zichzelf wel allemaal oplossen. ‘In de praktijk zien we andere dingen. Met ai is dat niet anders. Ai kan met bepaalde zaken helpen. Maar je moet goed weten wanneer en vooral hoe je ermee werkt’, besluit Heijstek.Claude SonnetSoftware Improvement Group (SIG) deed een test met het ai-model Claude Sonnet 4.6. Volgens SIG zorgen directe controles op fouten en veiligheid tijdens het programmeren voor betere software dan wanneer alleen een slimmer ai-model wordt gebruikt of betere opdrachten worden gegeven. SIG baseert zijn onderzoek naar softwarekwaliteit onder meer op een database met meer dan honderd miljard regels aan broncode van honderden verschillende technologieën.
Kort: Ai dwingt tot herbouw data-architectuur, Ryanair kiest voor Google Cloud (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Ai dwingt bedrijven hun fundament te verbouwen, Ryanair zet vol in op Google Cloud en ai, ai-datacenters stuwen vraag naar precisielasers, Yokogawa helpt Enlightra ai-optica verfijnen, en Arctic Wolf helpt partners cyberrisico’s in kaart brengen. ‘95 procent stelt ai-project uit door tekortkomingen in data-architectuur’ Bijna alle organisaties hebben het afgelopen jaar minstens één ai-project uitgesteld of geannuleerd vanwege beperkingen rond data, infrastructuur, governance of regelgeving. Dat blijkt uit onderzoek van Cloudera onder 1.500 enterprise-, cloud- en data-architecten wereldwijd. Hoewel 77 procent ai actief gebruikt, zegt 72 procent dat de huidige data-architectuur ingrijpend moet worden aangepast voor toekomstige ai-toepassingen. Ai leidt bovendien tot hogere infrastructuurkosten: 84 procent van de ondervraagden meldt een stijging. Bij 75 procent heeft ai de opslag en data-architectuur al veranderd. Hybride infrastructuren winnen terrein. Zo heeft twee derde het afgelopen jaar ai-workloads vanuit publieke clouds naar private clouds of on-premises omgevingen verplaatst. Cloudera spreekt daarom van een ‘grote ai-herarchitectuur’, waarbij organisaties hun datafundamenten geschikt maken voor schaalbare en beheersbare ai. Ryanair kiest Google Cloud voor data en ai Ryanair gaat de komende vijf jaar Google Cloud-diensten inzetten om de groei naar driehonderd miljoen passagiers in 2034 te ondersteunen. De luchtvaartmaatschappij rolt Google Workspace en Google Cloud uit onder 35.000 medewerkers. Ook wordt Gemini Enterprise ingezet, het agentic ai-platform van Google Cloud. Daarmee wil Ryanair de besluitvorming automatiseren, crewlogistiek optimaliseren en productiviteit verhogen. De samenwerking omvat daarnaast een dual-cloudstrategie om de weerbaarheid van de infrastructuur te vergroten. Bij storingen bij een cloudprovider moeten kritieke diensten kunnen overschakelen naar een andere omgeving. Ryanair gaat ook Google DeepMind-modellen als AlphaEvolve en WeatherNext gebruiken voor vlootoperaties en onderhoudsplanning. Met Google Workspace en Gemini wil de luchtvaartmaatschappij bovendien bestaande samenwerkingssystemen vervangen door een cloudgebaseerd platform. Enlightra test optische ai-verbindingen met Yokogawa Het Zwitserse fotonicabedrijf Enlightra gebruikt optische spectrumanalysers (soort ‘kijkinstrument voor signalen’) van het Japans technologiebedrijf Yokogawa bij de ontwikkeling van optische verbindingen voor ai-datacenters. Enlightra ontwikkelt compacte laserbronnen met meerdere kanalen op basis van optical frequency comb-technologie. Daarmee zijn vanuit één laser meerdere nauwkeurig gescheiden golflengtes op te wekken. De systemen moeten tussen acht en 32 optische kanalen leveren, met een vaste onderlinge afstand en voldoende signaal-ruisverhouding. Yokogawa’s AQ6370E-spectrumanalyser biedt volgens de bedrijven een resolutie van 0,02 nanometer en een dynamisch bereik van meer dan zeventig decibel. Daarmee kunnen ontwikkelaars afzonderlijke kanalen, vermogensniveaus en ruisniveaus nauwkeurig meten. Enlightra gebruikt de apparatuur bij de karakterisering van duizenden fotonische chips en voor demonstraties aan potentiële klanten. Ai-datacenters stuwen vraag naar femtosecondelasers De snelle groei van ai-datacenters vergroot de vraag naar zogeheten femtosecondelasers, die worden gebruikt voor de productie van componenten voor geavanceerde datacenterapparatuur. Femtosecondelasers produceren extreem korte lichtpulsen (één femtoseconde is een biljardste van een seconde), waardoor materialen met minimale warmteontwikkeling zijn te bewerken. Dat is onder meer relevant voor glazen interposers, een dunne tussenlaag die chiponderdelen met elkaar verbinden en daarvoor zeer kleine elektrische verbindingen bevatten. Het Litouwse Litilit bouwt in Vilnius nu een fabriek voor de geautomatiseerde productie van deze lasers. Volgens Goldman Sachs stijgen de jaarlijkse investeringen in ai-infrastructuur van 765 miljard dollar in 2026 naar 1,6 biljoen dollar in 2031. Tegelijkertijd verwacht TrendForce dat de markt voor optische verbindingen groeit van circa honderd miljoen dollar in 2025 naar meer dan 39 miljard dollar in 2030. Arctic Wolf helpt partners met ai-programma cyberweerbaarheid Arctic Wolf introduceert de Cyber AI Readiness Accelerator, een programma waarmee partners organisaties helpen cyberrisico’s beter in kaart te brengen en te verkleinen. Het programma combineert Aurora Attack Surface Management met diensten van partners op het gebied van consultancy, advies en herstel. In een assessment van dertig dagen krijgen organisaties inzicht in onbekende en kwetsbare assets en mogelijke aanvalsroutes. Op basis daarvan ontvangen zij een geprioriteerde roadmap voor herstelmaatregelen. Arctic Wolf wijst erop dat misbruik van kwetsbaarheden volgens Verizon verantwoordelijk is voor bijna een derde van de datalekken. De accelerator koppelt bestaande security- en vulnerabilitydata om blinde vlekken te verminderen. Het programma is momenteel als bèta beschikbaar voor een selecte groep partners.
Visma rondt kaap van 3 miljard euro aan jaarlijkse omzet
6 dagen
Visma heeft in de eerste helft van 2026 een omzet van 1,62 miljard euro behaald, 18,8 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De leverancier van bedrijfssoftware zag de aangepaste ebitda met 19,2 procent stijgen tot 547 miljoen euro. De annualised recurring revenue (ARR), oftewel jaarlijks terugkerende omzet, kwam eind juni uit op 3,05 miljard euro, een groei van 18,7 procent. Het klantenbestand groeide met 30,2 procent naar 2,7 miljoen. Organisch nam de omzet met 11,8 procent toe en de ARR met dertien procent. Volgens ceo Merete Hverven kiezen bedrijven steeds vaker voor geïntegreerde software voor onder meer boekhouding, salarisadministratie, facturatie en belastingen. Businessplatforms Visma zet daarbij sterk in op ai. Alle strategische nationale businessplatforms beschikken inmiddels over geïntegreerde ai-functionaliteit. Klanten die toegang hebben tot deze mogelijkheden zijn inmiddels goed voor veertig procent van de ARR. Zo automatiseert het Deense E-conomic financiële gegevens voor accountants en mkb-bedrijven. Volgens Visma kan dit klanten tot 67 uur per maand aan handmatig werk besparen. Het Finse FabricAI automatiseert factuurverwerking en kan naar schatting driekwart op de verwerkingskosten besparen. In Zweden biedt Spiris een ai-gebaseerde virtuele cfo die realtime bankgegevens combineert met voorspellende modellen voor financieel advies. Ook fusies en overnames dragen bij aan de groei. Visma rondde in de eerste helft van het jaar zes transacties af, waaronder de overname van MaisMei en Dootax in Brazilië. Daarnaast investeerde het bedrijf in het Franse Fulll en nam het de Italiaanse oplossing Fattura Elettronica en het Braziliaanse Mister Contador over.
‘Het zou niet wijs zijn om Amerikaanse technologie volledig te negeren’
6 dagen
Interview | Kurt Rommens, Google Benelux De adoptie van artificiële intelligentie in de publieke sector komt op gang, zij het versnipperd. Dat zegt Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. ‘We zien te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daarmee alleen krijg je geen waarde.’We spraken Kurt Rommens naar aanleiding van Google Cloud AI Live- event in Zaandam over onderwerpen als ai, hybride cloud en soevereiniteit. Volgens het Google-hoofd publieke sector groeit de belangstelling voor ai bij overheden, zorginstellingen en onderwijsorganisaties snel. Tegelijk verschilt de maturiteit sterk tussen organisaties en landen. Nederland en België bevinden zich volgens Rommens ongeveer in dezelfde fase. In beide landen bestaan tal van proefprojecten en taskforces, maar een grootschalige uitrol blijft voorlopig beperkt. ‘In Luxemburg is dat iets beter, omdat daar een push is vanuit de overheid die expliciet investeert in ai en start-ups.’ Toch is de potentiële impact groot. Volgens door Google aangehaald studiewerk kan ai-adoptie in de Belgische publieke sector ongeveer vier miljard euro extra waarde per jaar creëren. ‘Als je dan weet dat onze overheid nu ook weer zeven miljard op zoek is, dan denk ik: laat het dat eerst optimaliseren en efficiënter maken’, zegt hij. Adoptie Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. Binnen de verschillende domeinen ziet Google duidelijke verschillen. In de zorg is de nood het hoogst en daardoor ook de adoptie. Ai helpt er vandaag al bij personeelsplanning, administratieve taken en medische ondersteuning. ‘Een planning die soms weken duurde, is nu met ai op twee minuten rond’, stelt hij.Daarnaast verwijst hij naar toepassingen bij AZ Delta, UZ Leuven en het Prinses Máxima Centrum in Nederland. In dat laatste centrum werd een bibliotheek met miljoenen medische publicaties via ai ontsloten, zodat artsen tijdens overlegmomenten sneller tot relevante inzichten komen. ‘Daarvoor hadden ze de board, dan twee weken onderzoek en dan terug een board. Nu doen ze dat in één sessie.’Ook in het onderwijs groeit de interesse. Rommens verwijst naar de universiteiten van Groningen en Hasselt, die met Google Workspace werken, naar onderzoek met Google-technologie aan KU Leuven en naar de VUB, die logistieke SAP-processen op Google Cloud laat draaien om data met ai-inzichten te verrijken.Volgens Rommens zijn het uiteindelijk de instellingen zelf die het tempo bepalen, en gaat het niet zozeer om verschillen tussen landen. ‘De ene instelling is de andere niet, en de ene gaat wat sneller.’ De grootste rem zit daarbij volgens hem niet altijd in de technologie, maar in het veranderingsproces. Verkeerd Het debat over digitale soevereiniteit is de voorbije maanden alleen maar belangrijker geworden. Toch vindt Rommens dat de discussie vaak verkeerd begint. ‘Waar wij willen inspelen is de waardecreatie. Wat kan ai gaan betekenen? En dan is er die andere vraag: kunnen we die innovatie op een soevereine, veilige manier doen landen?’ Een partij als Google benadrukt de waarde van ai. ‘We zien al te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daar alleen krijg je geen waarde mee.’ Tegelijk erkent hij dat beide discussies – infrastructuur en soevereiniteit – niet los van elkaar staan. ‘Als je dat eerste niet goed hebt, wordt het heel moeilijk om die waarde te bereiken. Dus het hangt wel aan elkaar.’ Voor Google betekent digitale soevereiniteit bovendien niet voor elke organisatie hetzelfde. Voor de ene overheid draait het vooral om de plaats waar data wordt opgeslagen, voor de andere om wie toegang kan krijgen, wie de infrastructuur beheert of hoe snel men naar een andere leverancier kan overstappen.Ook de politieke context speelt mee. Rommens erkent dat het soevereiniteitsvraagstuk wel sterker op de voorgrond is gekomen door geopolitieke spanningen en de houding van de regering-Trump. Volgens hem is de discussie over digitale soevereiniteit vandaag met name in Nederland gevoeliger dan enkele jaren geleden. ‘Daar speelt het soevereine sentiment meer op’, stelt Rommens vast. Hybride model Google verwacht niet dat overheden volledig voor publieke cloud of volledig voor eigen infrastructuur zullen kiezen. ‘Het zal een hybride model zijn, afhankelijk van de noden die men heeft.’ Om daarop in te spelen, biedt Google verschillende niveaus van soevereiniteit aan. De eerste variant bestaat uit de publieke cloud met aanvullende controles. Klanten kunnen bijvoorbeeld zelf hun encryptiesleutels beheren of bepalen wanneer Google-medewerkers bij een supportvraag toegang krijgen. Voor organisaties met strengere eisen werkt Google onder meer met lokaal beheerde, Europese cloudomgevingen. Rommens verwijst naar de samenwerking met Thales in Frankrijk, waarbij de omgeving onder Franse wetgeving draait en door Franse medewerkers wordt beheerd. ‘Google heeft als Amerikaans bedrijf geen enkel contact inzake operaties, omdat die volledig onder Franse wetgeving vallen.’ Een derde model is een volledig geïsoleerde, zogenoemde air-gapped omgeving. Die kan in het eigen datacenter van een klant draaien en hoeft niet met Google Cloud verbonden te zijn. Dit model richt zich vooral op defensie, inlichtingendiensten en andere organisaties met uiterst gevoelige data. Omdat dit model vooral bedoeld is voor zeer gevoelige workloads, is het technologische aanbod beperkter dan in de publieke cloud. De omgeving beschikt volgens Rommens wel over ingebouwde AI-mogelijkheden. Volgens Rommens bestaat er geen oplossing die alle risico’s uitsluit. ‘Er bestaat geen zero risk, laat dat ook duidelijk zijn.’ Wel moeten klanten volgens hem de technologie, controlemaatregelen en restrisico’s feitelijk kunnen beoordelen, samen met hun juridische diensten en data protection officers. Concurrenten Opvallend is dat Google Europese cloudinitiatieven niet uitsluitend of zozeer als concurrenten beschouwt. Volgens Rommens kunnen platformen zoals StackIT juist een aanvulling vormen op het eigen aanbod. ‘Wij vinden het goed dat er nu Europese alternatieven zijn. Wij zien hen inderdaad als een partner.’ Hij verwijst naar Europese partijen die een soevereine werkplek aanbieden op basis van Google-technologie, maar de dienstverlening zelf beheren. Volgens Google creëert dat extra mogelijkheden voor klanten die lokale operationele controle willen combineren met technologie van een wereldwijde hyperscaler. ‘Het is een verrijking van ons portfolio en het beantwoordt aan de noden van Europa’, stelt Rommens. Tegelijk waarschuwt hij ervoor om Amerikaanse technologie volledig uit te sluiten. ‘Ik denk dat het niet wijs zou zijn van Europa om Amerikaanse technologie volledig te negeren.’ Volgens hem zal de Europese cloudmarkt de komende jaren steeds meer bestaan uit samenwerkingen tussen hyperscalers en lokale aanbieders. Daarbij kunnen Europese partners extra garanties rond juridische controle, beheer en continuïteit bieden, terwijl ze tegelijk gebruikmaken van technologie die wereldwijd wordt ontwikkeld. Volgens Rommens ligt het antwoord daarom niet in één dominant cloudmodel, maar in keuzevrijheid. ‘We hebben altijd oplossingen gebouwd samen met Europa.’
Een verloren seizoen begint met slechte voorbereiding, ook bij erp-migratie
6 dagen
Een voetbalclub die pas in augustus begint met trainen, verliest de competitie al voordat die begint. De voorbereiding bepaalt de conditie, tactiek en scherpte waarmee een ploeg het seizoen ingaat. Grote erp-migraties verdienen dezelfde blik, maar worden vrijwel altijd benaderd als een probleem dat verholpen moet worden. Het doel is om aan het einde van de rit op dezelfde plek uit te komen als waar je begon, alleen dan op een nieuw systeem dat wel ondersteund wordt. Die framing klopt niet. Grootschalige migraties zijn zeldzaam, en juist daarom een uitgelezen moment om te onderzoeken hoe een organisatie werkelijk functioneert. Een kans om winst te boeken die groter kan zijn dan de kosten van de migratie zelf.   Tegenstanders De beste trainers gebruiken de voorbereiding om zich over lastige vragen te buigen. Tegen welke tegenstanders spelen we dit seizoen? Welke patronen moeten we doorbreken? Hoe spelen we door als de wedstrijd uit onze handen glipt? De antwoorden bepalen alles, van de opstelling en de tactiek tot hoe je traint. Ploegen die jaar in jaar uit dezelfde oefeningen draaien, houden een vaste plek in de middenmoot. Alleen het ontwerp van het tenue verandert misschien. In augustus ziet het er prima uit, maar in november blijkt dat je weer op dezelfde vlakken tekortschiet. Veel erp-migraties eindigen zo. Het nieuwe systeem draait, maar de processen, de datafragmentatie en de workarounds van jaren geleden lopen gewoon door. De kansen zitten niet per se in het nieuwe systeem zelf, maar in de manier waarop je eromheen organiseert.   Migratie Kijk verder dan welk systeem je kiest of hoe je veilig migreert. Relevanter is welke beslissingen de organisatie na de migratie moet kunnen nemen op basis van data. Wat willen we over ons bedrijf weten dat we tot nu toe niet makkelijk kunnen achterhalen? Welke beslissingen nemen we nog op basis van gebrekkige informatie, omdat data verspreid zijn over systemen die niet met elkaar praten? De meeste migratieprogramma’s werken andersom. Eerst het systeem, ingericht naar het oude systeem. Dan de data erin. Pas daarna de controle of het resulterende model de juiste vragen beantwoordt. Tegen die tijd staan de opstelling en de tactiek al vast, ongeacht of die daadwerkelijk een beter seizoen kunnen opleveren.   Plan Een goede trainer wacht niet negentig minuten op de uitkomst van het voorbereide plan. Die leest het spel en wisselt of past de opstelling aan wanneer dat nodig is. Dat vraagt om een organisatie die getraind is om nieuwe vragen te stellen zodra de omstandigheden veranderen. Daar raken ontologie en ai elkaar. Een goed ontworpen ontologie beschrijft de organisatie in data, inclusief bedrijfslogica en betrouwbare metadata. Voeg daar ai aan toe en je ontwikkelt een flexibel datamodel dat beslissingen tijdens de wedstrijd ondersteunt. Wat is een ontologie?Wedstrijdbeelden tonen alles wat er gebeurd is, maar een trainer leest het spel vanaf het tactiekbord, waar spelers, posities en opties in één oogopslag zichtbaar zijn. Een ontologie vervult diezelfde rol voor een organisatie. Het is een levend model van het bedrijf, dat beschrijft waar de organisatie op draait, zoals orders, producten, fabrieken en klanten, hoe die met elkaar samenhangen en welke acties erop mogelijk zijn. Erp-systemen registreren de transacties. De ontologie geeft er betekenis aan, zodat mensen en ai samen het spel kunnen lezen en erop kunnen handelen. Volgende golf Grootschalige migraties komen eens in de vijftien tot twintig jaar voor. Wat je nu bouwt, moet dus nieuwe economische cycli, bestuurswisselingen en de volgende golf van ai-mogelijkheden kunnen doorstaan. Lift-and-shift, het één-op-één overzetten van het oude landschap, doet niets meer dan de interessante mogelijkheden uitstellen tot de volgende seizoensvoorbereiding. Dat is een lange tijd om te draaien op een systeem dat eerder bij toeval dan met opzet tot stand kwam.    
Microsoft duwt ai door bij klanten
6 dagen
Microsoft en zijn partnerkanaal gaan bij hun klanten de komende maanden sterk aansturen op daadwerkelijke groei van het ai-gebruik en alles wat daarvoor nodig is. Bij contractverlengingen zullen zij afnemers verleiden tot een grotere ai-adoptie, workload-uitbreiding en meer cloudconsumptie. De onderhandelingsdynamiek rondom Microsoft-contracten staat voor sterke veranderingen, stellen Martijn Meekel en Kevin Pastor, beiden managing partner bij Be Sharp Experts. Het licentie-adviesbureau ziet de contractonderhandelingen er in het ai-tijdperk zeker niet gemakkelijker op worden. Ai moet voor Microsoft dé melkkoe worden. Aan de klantzijde is goed beheer van ai nodig om te voorkomen dat de kosten niet door het dak gaan. Als je te veel licenties hebt, krijg je niet meer zoals vroeger daarvan een melding. Het geven van instructies aan een ai-bot vereist niet alleen een gebruikerslicentie, maar ook voor de consumptie in de vorm van credits betaal je. Vaak is moeilijk in te schatten hoeveel een ai-bot moet doen om tot het gewenste resultaat te komen. Ook het terugpraten van de bot kost credits. Het aan het werk zetten van een ai-assistent is nog te overzien. Moeilijker wordt het met ai-agenten die zelfstandig werken en niet meer aan een gebruiker zijn gekoppeld. Naast Copilot Chat (voor vragen, het maken van content en samenvattingen binnen Microsoft 365) en Copilot Cowork (voor het uitvoeren van langlopende taken in meerdere stappen in M365) is er nu ook Microsoft Scout, een autopilot die lokaal als desktop-app werkt of binnen M365 E7. Ai duwt kosten verder omhoog Om het gebruik van deze nieuwe enterprise-suite voor het ai-tijdperk aan te zwengelen, geeft Microsoft op E7 percentueel de grootste kortingen. Klanten met een E5-bundel worden ontmoedigd bij zo’n variant te blijven. Meer agressief worden klanten naar duurdere bundels met ‘veel’ ai gepusht. Over de hele linie heeft Microsoft de prijzen afgelopen juli verhoogd. Volgens Martijn Meekel zijn de onderhandelingen over verlengingen moeilijker geworden. Resellers gaan organisaties met minder dan 2.400 werkplekken bedienen. Microsoft doet zelf alleen nog de hele groten. Veel korting wordt niet meer gegeven. De volumekortingen krimpen. Aan het begin van een nieuwe contractperiode zijn de kortingen relatief het hoogst, ook om klanten snel te laten innoveren en het gebruik te stimuleren. Elk jaar worden die kortingen minder. Bij een nieuwe verlenging herhaalt zich dit patroon. Als de klant eenmaal vastzit aan ai, is er weinig prikkel meer nodig. De komende maanden richt de verkoopinspanning van Microsoft zich vooral op de introductie van nieuwe ai-oplossingen, uitbreiding van het aantal gebruikers en meer adoptie binnen bestaande klantomgevingen. De nadruk ligt op de promotie van Microsoft 365 Copilot, Copilot Chat, Azure ai Services en Microsoft Fabric. Partners die het gebruik bij klanten weten aan te zwengelen, worden beter beloond dan partners die uitsluitend softwarelicenties verkopen. Microsoft heeft er alle belang bij dat klanten ai structureel integreren in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Roadmap Kevin Pastor ziet ai steeds vaker onderdeel worden van commerciële gesprekken, roadmapdiscussies en contractverlengingen. Azure-consumptie blijft het fundament onder Microsofts strategie. De laatste kwartaalcijfers lieten zien dat Azure enorm snel groeit en Microsofts financiële motor is. Microsoft blijft nadrukkelijk sturen op Azure-consumptie, Marketplace-omzet, Azure ai Services, dataplatformen, cloudmigraties en langlopende Azure-commitments. De relatie tussen ai en Azure wordt daarbij steeds sterker. Vrijwel iedere ai-oplossing binnen het Microsoft-portfolio genereert aanvullende consumptie van cloudcapaciteit, opslag, dataverwerking en ai-services. Een ai-initiatief reikt vaak verder dan Copilot alleen en kan leiden tot aanvullende investeringen in dataplatformen, integraties, governance en Azure-consumptie. Ai kost doorgaans veel meer dan alleen de software. Als je begint met een klein ai-project, ga je ongemerkt veel meer data opslaan en clouddiensten gebruiken. Hierdoor lopen de totale kosten snel op. Kijk daarom niet alleen naar de prijs van de ai-software zelf. Let ook goed op de kosten voor de cloud (zoals Azure), de dataopslag en de regels voor het beheer ervan. Meekel noemt als voorbeeld een organisatie die vijfhonderd Copilot-licenties aanschafte. ‘Vervolgens groeide de Azure-opslag met dertig procent, werd Purview ingericht voor governance en ontstond behoefte aan ai Foundry. De totale investering bleek uiteindelijk drie keer hoger dan alleen de Copilot-licenties.’ Meekel onderstreept dat investeringen in ai niet per se verkeerd hoeven uit te pakken. Voor organisaties met een duidelijke ai-roadmap en goede governance kan deze investering juist veel rendement opleveren. Het probleem ontstaat wanneer technologie de strategie gaat bepalen in plaats van andersom. Grip op ai-kosten en contracten Bedrijven moeten dus goed nadenken voordat ze geld uitgeven aan ai. Ze moeten niet alleen naar de techniek kijken, maar naar het totale plaatje. Dat betekent dat ze vooraf moeten checken wat het betekent voor: Extra kosten voor opslag in de cloud; Regels over wie de software mag gebruiken; Veiligheid van de bedrijfsgegevens; Contracten waar ze voor langere tijd aan vastzitten. Veel organisaties nemen onder tijdsdruk grote Microsoft-beslissingen zonder de risico’s en totale kosten te kennen. Hierdoor spelen ze de leverancier in de kaart, in plaats van hun eigen organisatiedoelen te behalen. De kwestie is niet langer uitsluitend welke technologie beschikbaar is. De vraag wordt steeds vaker: Welke workloads leveren daadwerkelijk bedrijfswaarde? Welke ai-oplossingen worden daadwerkelijk gebruikt? Welke Azure-commitments zijn realistisch? Welke contractuele verplichtingen beperken toekomstige flexibiliteit? Welke investeringen worden gedreven door bedrijfsbehoeften en welke door strategieën van de leverancier? Dat onderscheid wordt steeds belangrijker naarmate softwareleveranciers overstappen op modellen die gebaseerd zijn op consumptie, gebruik en adoptie. Juist daardoor verschuift de uitdaging van licentiebeheer steeds vaker naar het beheersen van gebruik, governance en langetermijnverplichtingen binnen het cloud-ecosysteem. LicentieWatch is een rubriek over licenties, tarieven, abonnementen en andere afrekenmodellen voor ict-diensten, hard- en software. Tips, vragen of opmerkingen? Mail ons op redactie@computable.nl.
Kort: LemmaBase opent aanval op ondoorzichtige ai, phisher misbruikt vertrouwen in populaire cloudplatforms (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Nederlandse startup maakt ai-besluiten controleerbaar, Kaspersky waarschuwt voor phishing via Cloudflare en GitHub, IBM wil kloof tussen ai-uitgaven en opbrengsten dichten, Delmic automatiseert nanometingen met ai en robotica, en financiële sector ziet golf van ai-gestuurde cyberaanvallen.Nederlandse startup lanceert opensourcetaal voor betrouwbare aiDe Nederlandse startup LemmaBase introduceert de opensourceprogrammeertaal Lemma, waarmee organisaties wet- en regelgeving en bedrijfsregels controleerbaar kunnen vastleggen. De taal is gebaseerd op het principe ‘rules as code’ en moet een tegenwicht bieden aan de veelal ondoorzichtige ai-systemen.Lemma scheidt beslislogica van operationele systemen en maakt inzichtelijk welke regels tot een bepaalde uitkomst leiden en hoe die regels veranderen. Daardoor kunnen organisaties ai  inzetten voor processen waarbij controleerbaarheid en voorspelbaarheid belangrijk zijn. Toepassingen zijn onder meer kredietbeoordeling, toeslagen, vergunningverlening, zorgvergoedingen en douaneregels.Volgens LemmaBase verschuift de aandacht van ai-mogelijkheden naar ai-governance. De specificatie en broncode van Lemma zijn inmiddels als open source beschikbaar. De startup positioneert de taal als een standaard voor organisaties die ai willen gebruiken zonder de controle over besluitvorming uit handen te geven.Kaspersky ziet 390.000 phishingaanvallen via legitieme cloudKaspersky waarschuwt voor een sterke toename van phishing via legitieme cloudplatforms. Volgens onderzoek zijn de afgelopen twaalf maanden meer dan 390.000 aanvallen uitgevoerd via diensten als Cloudflare Workers, Vercel, Netlify, GitHub Pages en InterPlanetary File System (protocol voor het opslaan en delen van bestanden via internet).Aanvallers misbruiken het vertrouwen in deze platforms voor meerstapsaanvallen die zelfs multi-factorauthenticatie (mfa) kunnen omzeilen. In een onderzochte campagne worden slachtoffers via een valse captcha naar een nagemaakte Microsoft 365-inlogpagina geleid. Met de browser-in-the-browser-techniek lijkt deze pagina op een authentiek Office 365-venster. Ingevoerde gebruikersnamen, wachtwoorden, mfa-codes en sessiecookies worden vervolgens onderschept.Kaspersky meldt dat legitieme clouddiensten aantrekkelijk gevonden vanwege hun reputatie, gratis abonnementen en beschikbare ontwikkeltools. De beveiligingsspecialist adviseert extra alert te zijn op onverwachte inlogverzoeken en verdachte captcha’s.Delftse Delmic automatiseert voorbereiding nanometingenDe Delftse scale-up Delmic presenteert op het International Microscopy Congress in Liverpool (31 augustus t/m 4 september) nieuwe technologie om nanometingen te versnellen. Met ai, robotica en fluorescentiemicroscopie automatiseert het bedrijf stappen die onderzoekers nu nog grotendeels handmatig uitvoeren.Bij cryo-elektronenmicroscopie lokaliseert Delmics zogeheten Meteor-systeem eiwitten en celstructuren, waarna het automatisch op de juiste plek dunne plakjes kan uitsnijden. Ook de selectie van meetlocaties bij cathodoluminescentie (analysetechniek om materiaaldefecten of afwijkingen aan het licht te brengen) wordt geautomatiseerd met een nieuwe generatie Sparc-technologie. Daarmee zijn onder meer materialen voor chips, elektrische voertuigen, leds en datacenters op nanoschaal te onderzoeken.Volgens Delmic-ceo Sander den Hoedt vormt handwerk rond de microscoop steeds vaker de bottleneck. Delmic, een spin-off van TU Delft, levert inmiddels aan ruim 220 onderzoeksinstituten in meer dan dertig landen.Negen op tien financiële instellingen ziet meer ai-cyberaanvallenVan de wereldwijd ondervraagde financiële instellingen ziet 89 procent het aantal ai-gebaseerde cyberaanvallen toenemen. Dat blijkt uit onderzoek van TrendAI, onderdeel van het Japanse cybersecuritybedrijf Trend Micro. Aanvallers zetten ai in om phishing, fraude en ransomware op grotere schaal en met hogere snelheid uit te voeren.Volgens het onderzoek gaat 67 procent van de instellingen bovendien gebukt onder zogenoemde counter incident response. Aanvallers proberen tijdens een lopende aanval actief beveiligingsteams te hinderen, bijvoorbeeld door logbestanden te verwijderen of endpoint detection and response-systemen uit te schakelen. Ook api-aanvallen nemen toe: 55 procent meldt hiervan een stijging.TrendAI signaleert daarnaast het gebruik van ai-agents, steganografie en promptinjectie. Iets meer dan de helft van de ondervraagde organisaties krijgt ondanks de toenemende dreiging geen extra cybersecuritybudget.IBM koppelt ai-kosten aan bedrijfsresultaatIBM introduceert Apptio AI Value & ROI, waarmee organisaties ai-uitgaven koppelen aan meetbare bedrijfsresultaten. De functionaliteit biedt it-, financiële en ai-governanceleiders één overzicht van onder meer tokenverbruik, kosten en de opbrengsten van ai-initiatieven.De oplossing bouwt voort op IBM Apptio Costing Standard, de financiële basis voor het analyseren en toewijzen van it-kosten, en Apptio AI TCO & Usage. Die laatste functionaliteit brengt specifiek de totale kosten en het gebruik van ai in kaart, waaronder uitgaven voor modellen, cloudinfrastructuur, tokens en personeel. Apptio AI Value & ROI koppelt deze kosten vervolgens aan indicatoren voor omzet, kosten, snelheid, productiviteit en risico. Organisaties kunnen zo per ai-initiatief doelstellingen en gerealiseerde resultaten volgen.IBM stelt de software beschikbaar als public preview (publiek beschikbare testversie) voor klanten van Apptio Costing Standard en Apptio AI TCO & Usage. Algemene beschikbaarheid staat gepland voor het derde kwartaal van 2026.
Hoe verbeter je ot-security?
1 week
Vind je route naar een weerbare kritieke omgeving op Cybersec Netherlands 2026Wanneer een cyberaanval een fabriek, brug, kerncentrale of andere operationele technologie (ot)-omgeving raakt, gaat het al snel over meer dan data en systemen. Dan staat ook fysieke veilgheid op het spel. Hoe beheers je die risico’s? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands. Moderne ot-omgevingen worden steeds sterker verbonden met it-netwerken, cloudplatformen, externe leveranciers en remote beheeroplossingen. Daardoor groeit het aanvalsoppervlak, terwijl systemen vaak niet zomaar kunnen worden stilgelegd, vervangen of gepatcht.Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die uitdaging vanuit verschillende invalshoeken bekijken: van netwerkisolatie en segmentatie tot supply-chain security, toegangsbeheer en monitoring. Samen vormen ze een route naar de vraag die er uiteindelijk toe doet: hoe maak je kritieke infrastructuur weerbaarder zonder de operatie zelf in gevaar te brengen?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je jouw collega’s weerbaarder maakt?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Security mag de operatie niet brekenIn een klassieke it-omgeving kun je een kwetsbaar systeem vaak patchen, vervangen of tijdelijk offline halen. Bij ot-security ligt dat anders. Een systeem kan onderdeel zijn van een productieproces, laboratorium of andere kritieke omgeving die permanent beschikbaar moet blijven.Beveiligen betekent hier daarom niet simpelweg zo veel mogelijk maatregelen implementeren. Het draait om de balans tussen vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid. Vooral die laatste is in kritieke omgevingen een voorwaarde voor de bedrijfsvoering. De centrale vraag is dan ook niet hoe je een omgeving maximaal dichtzet, maar hoe je de weerbaarheid verhoogt zonder de continuïteit in gevaar te brengen.Stap 1: breng eerst in kaart wat je moet beschermenIedere ot-securitystrategie begint met de vraag welke assets, installaties en verbindingen eigenlijk onderdeel uitmaken van de operationele omgeving. Een logische eerste stop is de sessie ‘Securing critical infrastructures through open-source network isolation’ (10 september van 15.30 tot 16.00 uur in Tech Theatre 6). Rogier Spoor, productmanager bij Surf, kijkt daarin naar de bescherming van kritieke infrastructuur vanuit netwerkisolatie. Encryptie, identity federation en open-source tooling worden gecombineerd om onder meer operationele technologie (ot) en onderzoeksinfrastructuur af te schermen van publieke netwerken en externe dreigingen. Dat brengt de discussie terug naar de fundamentele securityvraag van welke verbindingen een kritieke omgeving eigenlijk nodig heeft.Armis Security Netherlands sluit daar goed op aan (stand 11.C082). De organisatie richt zich op asset intelligence en het inzichtelijk maken van apparaten, systemen en hun onderlinge risico’s. Voordat je beveiligingsmaatregelen kunt bepalen, moet je immers weten wat er daadwerkelijk in de omgeving aanwezig is en hoe onderdelen met elkaar verbonden zijn.Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van de kritieke infrastructuur die je moet beschermen en van verbindingen die noodzakelijk zijn versus verbindingen die vooral extra risico opleveren.Stap 2: maak van netwerkisolatie geen eilandOt-omgevingen volledig isoleren klinkt aantrekkelijk, maar in de praktijk moeten productieomgevingen communiceren met leveranciers, engineers en onderhoudspartijen. Het gaat daarom niet alleen om of een netwerk is afgeschermd, maar vooral om hoe verkeer tussen verschillende omgevingen wordt gecontroleerd.Compumatica secure networks past hier goed bij (stand 11.C024). De organisatie richt zich op netwerkbeveiliging en beveiligde communicatie en biedt daarmee een praktische invalshoek op de vraag hoe noodzakelijke verbindingen beschikbaar blijven zonder de operationele omgeving onnodig bloot te stellen.De sessie ‘Maximale uptime in een zero trust wereld: hoe balanceer je tussen cybersecurity en efficiënte service’ (9 en 10 september, 10.15 – 10.45 uur, OT Security Dome 1) sluit hier direct op aan. Stefan van Dooren, productmanager bij IXON Cloud, schetst de spanning tussen het beperken van externe verbindingen en het beschikbaar houden van toegang voor machinebouwers en onderhoudspartners. Zero trust betekent in een ot-omgeving niet dat alle externe verbindingen worden geblokkeerd, maar dat toegang gerechtvaardigd en gecontroleerd wordt ingericht.Wat levert deze stop op?Een concreter beeld van hoe je kritieke systemen kunt isoleren zonder ze onbereikbaar te maken voor de mensen en systemen die ze nodig hebben.Stap 3: kijk ook buiten je eigen netwerkEen goed beveiligde ot-omgeving staat niet op zichzelf. Leveranciers van machines, industriële software, onderhoud en remote support maken tegenwoordig onderdeel uit van dezelfde digitale keten. Een leverancier met toegang tot een kritieke omgeving kan daarmee een aanvalspad vormen dat buiten de directe controle van de organisatie ligt.L2P sluit aan bij dit deel van de route (stand 11.C018). De organisatie richt zich op informatiebeveiliging, risicomanagement en compliance en benadert security daarmee ook als een kwestie van governance en aantoonbare beheersing.De sessie ‘Chain resilience in practice: making cybersecurity work for SMEs’ (9 september, 13.55 – 14.15 uur, Mainstage) sluit hierop aan. Anne Visser, senior programmamanager cybersecurity- en weerbaarheid bij Security Delta (HSD), kijkt naar cyberweerbaarheid vanuit het perspectief van organisaties die onderdeel zijn van complexe ketens. Leveranciers, serviceproviders en technologiepartners zijn geen losse schakels. De beveiliging van de ene organisatie heeft direct invloed op de weerbaarheid van andere partijen.Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op cyberrisico, want niet alleen de eigen systemen tellen mee, maar ook de leveranciers, technologie en verbindingen waarvan de continuïteit afhankelijk is.Stap 4: houd toegang tot kritieke systemen onder controleEen kritieke omgeving kan nog zo goed zijn gesegmenteerd, uiteindelijk moeten mensen en externe partijen er toegang toe hebben. Juist in ot-omgevingen is remote access vaak noodzakelijk voor machinebouwers, integrators en onderhoudspartijen. Daardoor is toegangsbeheer een van de belangrijkste ot-securityvraagstukken.De sessie ‘Identity at the core: building cyber resilience for 2026 and beyond’ (9 september, 10.15 – 10.45 uur, Masterclass theater 4) sluit hierop aan. Vivin Sathyan, chief technology evangelist bij ManageEngine, benadert identity als een belangrijk onderdeel van de security perimeter. De vraag is niet alleen wie toegang heeft, maar wat er gebeurt wanneer een aanvaller met gestolen inloggegevens, te ruime rechten of via een onbeheerd endpoint toegang krijgt.Uniqkey sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C041). De organisatie richt zich op password- en access management en biedt inzicht in toegangen, het beheren van rechten en het snel intrekken daarvan. Daarmee raakt Uniqkey aan het praktische vraagstuk achter least privilege: wie krijgt toegang tot welke systemen en wanneer moet die toegang weer verdwijnen?Wat levert deze stop op?Meer grip op de digitale voordeur van de kritieke omgeving, want wie heeft toegang, waarom en hoe snel kun je die toegang weer intrekken?Stap 5: bewijs dat de beveiliging ook in de praktijk werktUiteindelijk komt iedere securitystrategie uit bij dezelfde ongemakkelijke vraag: werkt het ook? Een architectuur kan er op papier uitstekend uitzien, maar wat gebeurt er wanneer een aanvaller daadwerkelijk probeert binnen te komen? En hoe snel merkt de organisatie dat er iets misgaat?Monitoring en periodiek testen zijn daarom noodzakelijk. Kritieke omgevingen veranderen voortdurend. Nieuwe PLC’s, HMI’s, sensoren en industriële verbindingen veranderen de ot-omgeving continu, waardoor periodieke validatie essentieel blijft. Een beveiligingsmaatregel die vandaag effectief is, kan daardoor morgen minder effectief zijn.De sessie ‘Live risk, real security: bridging the gap between SecOps and GRC’ (10 september, 11.00 – 11.30 uur, Masterclass theater 2) sluit hierop aan. Berry Rijnbeek en Diederik Schouten, senior security solutions engineers bij Rapid7, laten zien hoe security operations en governance, risk en compliance dichter bij elkaar kunnen worden gebracht. Door actuele dreigingsinformatie te koppelen aan assets, exposure en security controls ontstaat een continu beeld van risico’s en van de vraag of beveiligingsmaatregelen daadwerkelijk effectief zijn.Ook Fox-IT sluit goed aan bij deze laatste stap van de route  (stand 11.E037). Met expertise in cybersecurity, incident response en onderzoek naar digitale aanvallen biedt de organisatie een praktische aanvulling. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag welke maatregelen nodig zijn, maar ook om wat er gebeurt wanneer die maatregelen worden omzeild of tekortschieten.Wat levert deze stop op?Een praktische manier om van ‘we hebben beveiliging ingericht’ naar ‘we weten dat onze kritieke omgeving daadwerkelijk weerbaar is’ te komen.Weerbaarheid zonder stilstandWie deze route volgt, ziet dat ot-security veel verder gaat dan het beveiligen van industriële netwerken. Het begint met inzicht in de ot-omgeving en de verbindingen met it, leveranciers en externe partijen. Daarna volgen netwerkisolatie, veilige verbindingen tussen it en ot, supply-chain security en gecontroleerde toegang. Monitoring en toetsing maken de cirkel rond.Cyberweerbaarheid betekent uiteindelijk niet dat er nooit iets misgaat. Het betekent dat een organisatie een aanval waar mogelijk kan voorkomen, snel kan detecteren wanneer dat niet lukt en de impact op kritieke processen beheersbaar kan houden.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je jouw collega’s weerbaarder maakt?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Gevallen wonderkind pompt 400 miljoen dollar extra in ASML-uitdager
1 week
Situational Awareness investeert vierhonderd miljoen dollar bovenop de honderd miljoen dollar die het Amerikaanse hedgefonds eerder stak in Source Foundry. Deze startup uit Silicon Valley neemt de handschoen op tegen ASML met een hele nieuwe manier van chipproductie. Zo berichten de Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal en persbureau Bloomberg. Source Foundry richt zich op geavanceerde materialen, nanofabricage en lithografie-apparatuur – de productiestappen voorafgaand aan de productie van silicium. Nu zijn er wel meer jonge techbedrijven die een alternatief voor ASML’s EUV-machines zeggen te ontwikkelen, maar het in juli 2025 opgerichte Source Foundry trekt zeer veel aandacht. Dat komt niet in de laatste plaats door de 25-jarige oprichter van Source Foundry’s geldschieter Situational Awareness, Leopold Aschenbrenner. De Amerikaanse zakenkrant Wall Street Journal verhaalt hoe de Duitse knaap met zijn fonds eind juli aan de rand van de afgrond stond. Zijn hedgefonds crashte bijna. In een maand verloor hij een dikke dertig miljard dollar, bijna twee derde van het kapitaal dat onder zijn beheer stond.  Riskante posities Aschenbrenner had met enorme hoeveelheden geleend geld zeer riskante posities in techbedrijven ingenomen. Hij kocht massaal aandelen in bedrijven op het gebied van ai-infrastructuur, terwijl met verkoopopties in saas-bedrijven werd gespeculeerd op een koersval. Toen de markt nerveus werd over het te verwachten rendement in de ai-sector en klassieke softwaremakers zich herstelden van eerdere koersdalingen, kwam Situational Awareness in gevaar. De banken die hem geld hadden geleend, vroegen meer onderpand en extra zekerheden.  Het gevallen wonderkind was gedwongen een groot deel van de aandelenportefeuille te gelde te maken. Hij verkocht een enorme hap belangen in ai -bedrijven zoals OpenAI aan een ander hedgefonds. Zijn rivaal Ken Griffin Citadel verwierf dit aandelenpakket tegen een korting van tien procent. Situational Awareness bleek voldoende geld over te hebben om Source Foundry vierhonderd miljoen dollar toe te stoppen. Hierbij gaat het om een gok op de lange termijn. Want naast de speculaties in tech-aandelen die Aschenbrenner bijna de kop hadden gekost, investeerde de Duitser ook in zeer jonge bedrijven die weinig verder zijn dan een eerste idee of prototype.  Stealth phase Source Foundry is, zoals ook uit de LinkedIn-profielen van de oprichters blijkt, in de ‘stealth phase’. Er is nagenoeg geen publieke informatie over de technologie die de startup ontwikkelt. Evenmin geeft het bedrijf details prijs over de alternatieve natuurkundige principes waarmee de huidige complexiteiten rondom ASML’s extreme ultraviolette techniek (EUV) worden omzeild. Source Foundry claimt een aanzienlijk goedkoper en eenvoudiger systeem te ontwikkelen, maar van validatie in een chipfabriek is geen sprake. Scepsis is op zijn plaats als zowel wetenschappelijk als industrieel de grenzen moeten worden opgezocht.  Om ASML’s complexe EUV-generatie met gesmolten tin te omzeilen, is een volledig nieuwe, stabiele lichtbron nodig die in staat is om structuren op angstrom-schaal te printen. Hardware-startups in Silicon Valley die alternatieve methoden proberen te gebruiken (zoals zachte röntgenstralen) stuiten historisch gezien op catastrofale technische obstakels met betrekking tot stralingsschade, materiaaldegradatie en nauwkeurige uitlijning.  Ook qua toeleveringsketen wacht Source Foundry een gigantische klus: ASML’s machines zijn afhankelijk van een enorm, exclusief netwerk van duizenden gespecialiseerde wereldwijde leveranciers, zoals Zeiss voor optica. Source Foundry moet een alternatieve toeleveringsketen helemaal opnieuw opbouwen.  Geloofwaardig En dan is er nog een gebrek aan validatie door Source Foundry: Om haar beweringen echt geloofwaardig te maken, zou een grote fabrikant zoals TSMC of Samsung in de toekomst kapitaal moeten investeren in hun apparatuur. Totdat een klant met een goede reputatie hun systeem in een cleanroom valideert, blijft de waardering van vijf miljard dollar van Source Foundry een gok op de theorie van een team in plaats van een fysieke realiteit. Dat team wordt geleid door twee voormalige onderzoekers van Stanford University, Abdulmalik Obaid en Joe Burg. Dit duo is er in ieder geval in geslaagd een aantal investeerders zoals Sequoia Capital (stapte ook vroeg in Google, Apple en Stripe) over de streep te trekken. Maar technisch is de uitdaging zo groot dat het nog vele jaren kan duren voordat hun chipmachines rijp voor de markt zijn, aldus de Wall Street Journal. Ook Amerikaanse start-ups als xLight, Substrate en Inversion proberen ASML’s monopolie te doorbreken. 
Cybersec keynote: Ashish Shrestha over leiderschap tijdens cybercrises
1 week
Iedere organisatie heeft een crisisplan voor een cyberincident. Draaiboeken liggen klaar, crisisteams worden geactiveerd en technische specialisten weten welke stappen ze moeten zetten zodra het alarm afgaat. Maar vrijwel geen enkele organisatie bereidt de persoon voor die tijdens zo’n crisis de belangrijkste beslissingen moet nemen: de ciso. De organisatie heeft een crisisplan’, zegt Ashish Shrestha, ‘maar niemand bereidt de leider voor die uiteindelijk de verantwoordelijkheid draagt.’ Voormalig groeps-ciso van Jaguar Land Rover Shrestha stond aan het roer tijdens een van de meest spraakmakende cybercrises van de afgelopen jaren.Ashish Shrestha op Cybersec Netherlands 2026Tijdens Cybersec Netherlands 2026 verzorgt Ashish Shrestha de keynote over de menselijke kant van cyberleiderschap: When the alarm sounds: the call no leader wants – The human side of being a CISO (based on true events). Daarnaast neemt hij deel aan een paneldiscussie over de mentale belastbaarheid van ciso’s en de vraag hoe organisaties hun cyberleiders beter kunnen ondersteunen tijdens en na een crisis.Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.👉🏼 Registreer je gratis!Het is een uitspraak die de kern vormt van zijn verhaal. Wie hem spreekt, merkt al snel dat hij nauwelijks over technologie begint. Natuurlijk, hij werkte bijna twintig jaar in de internationale cybersecuritywereld en bekleedde sleutelposities bij onder meer Shell en Jaguar Land Rover. Tegenwoordig is hij ceo en medeoprichter van Zyn Global. Maar als Shrestha terugkijkt op zijn carrière, spreekt hij liever over mensen dan over systemen. ‘Cybersecurity is niet langer uitsluitend een technologievraagstuk’, zegt hij. ‘Het is steeds vaker een vraagstuk van besluitvorming met diep menselijke gevolgen.’Juist hij zou kunnen vertellen over ransomware, geavanceerde dreigingsactoren of de nieuwste ai-aanvallen. Toch kiest hij bewust een andere invalshoek. ‘Technologie blijft zich ontwikkelen. De menselijke natuur verandert veel langzamer. Uiteindelijk zijn het mensen die de kwaliteit bepalen van de beslissingen die onder onzekerheid worden genomen.’Geen rechte lijnWie denkt dat Shrestha al vroeg wist dat hij chief information security officer (ciso) zou worden, heeft het mis. Zijn loopbaan ontwikkelde zich niet volgens een strak uitgestippeld plan. ‘Ik heb nooit gezegd: ik wil ooit groeps-ciso worden. Mijn ambitie was altijd om betekenisvol werk te doen en telkens de volgende uitdaging aan te gaan.’Die houding bracht hem in uiteenlopende internationale omgevingen, waar hij leerde dat cybersecurity veel verder gaat dan firewalls en detectiesystemen. Vooral zijn jaren bij Shell vormden daarin een belangrijk fundament. ‘Je leert daar omgaan met een enorme complexiteit. Verschillende landen, verschillende culturen, verschillende risico’s. Maar vooral leer je dat veiligheid nooit alleen een technisch vraagstuk is. Uiteindelijk draait het altijd om mensen.’Juist daar ontstond zijn fascinatie voor leiderschap. ‘In het begin van je carrière denk je vooral na over oplossingen. Later realiseer je je dat de echte uitdaging niet zit in de techniek, maar in het meenemen van mensen.’De nieuwe cisoVolgens Shrestha verandert de rol van de ciso fundamenteel. Wat vroeger vooral een it- en gegevensbeveiligingsdiscipline was, verschuift nu naar het bieden van een veilige, betrouwbare en onderling verbonden ervaring, een stabiele wereldeconomie en het beschermen van onze manier van leven in de digitale paradigmaverschuiving waarin we ons nu bevinden.‘De vraag is niet langer of een organisatie bescherming nodig heeft en wat we moeten beschermen, maar iets fundamentelers: waarom is deze bescherming eigenlijk belangrijk? Wie beschermen we? Wat proberen we te behouden en wat is de impact als we dit verkeerd aanpakken?’‘Technische kennis blijft belangrijk, maar het onderscheid wordt steeds minder gemaakt op basis van wie de beste techneut is.’ Volgens hem worden andere vaardigheden steeds belangrijker. ‘Kun je complexe risico’s begrijpelijk uitleggen? Kun je vertrouwen opbouwen? Kun je mensen meenemen in moeilijke beslissingen? Kun je rust brengen wanneer iedereen naar jou kijkt? Dat zijn uiteindelijk leiderschapskwaliteiten. Geen technische.’OordeelsvermogenOpvallend genoeg denkt Shrestha niet dat organisaties een tekort hebben aan informatie. Integendeel. ‘We hebben steeds meer data, dashboards en ai. Tijdens een crisis ontbreekt het zelden aan informatie.’‘Goed oordeelsvermogen.’ Hij formuleert het bijna als een levensles: ‘Meer informatie leidt niet automatisch tot betere beslissingen.’ Juist daar ziet hij de grootste uitdaging voor de komende jaren. ‘Ai kan ons helpen patronen te herkennen en cognitieve belasting te verminderen. Maar context, ethiek en verantwoordelijkheid blijven menselijke eigenschappen.’Die overtuiging vormt ook de basis van Zyn Global. ‘We moeten technologie gebruiken om mensen betere beslissingen te laten nemen. Humans must lead. Technology must augment.’Jaguar Land RoverHalverwege het gesprek komt Jaguar Land Rover ter sprake. Als Group CISO in de afgelopen twee decennia heeft Shrestha enkele van de meest complexe cybercrises van de afgelopen jaren geleid. Hij vermijdt bewust operationele details.‘Uit respect voor mijn voormalige werkgevers en professionele vertrouwelijkheid ga ik niet in op operationele details.’ Toch bevestigde die periode de leiderschapsprincipes waar hij al lang in geloofde. ‘Tijdens een crisis verandert je rol volledig. Mensen kijken niet meer naar je functie; ze kijken naar jou.’Voor Shrestha draait leiderschap op zulke momenten niet om het hebben van alle antwoorden. ‘Leiderschap betekent voor mij duidelijkheid creëren wanneer onzekerheid overheerst, kalm blijven wanneer anderen onrust voelen en mensen helpen samen goede beslissingen te nemen. Ik heb leiderschap altijd gezien als een vorm van dienstbaarheid. Als mensen een moeilijke situatie verlaten met meer vertrouwen, meer verbondenheid en meer handelingsperspectief dan toen ze binnenkwamen, heb je als leider je werk goed gedaan.’Eenzame verantwoordelijkheidVoor veel buitenstaanders eindigt een cybercrisis op het moment dat systemen weer online komen. Voor de ciso begint dan vaak pas de verwerking. ‘De druk verdwijnt niet zodra de technische respons op gang komt’, zegt Shrestha. ‘Sterker nog, voor de leider begint het dan pas.’Organisaties investeren miljoenen in business continuity, disaster recovery en crisismanagement. Maar wie bereidt de leider voor die onder grote tijdsdruk beslissingen moet nemen waarvan de gevolgen soms pas maanden of jaren later duidelijk worden? ‘We bereiden organisaties voor op operationeel herstel, maar nauwelijks op de menselijke tol die zo’n crisis vraagt van de mensen die de verantwoordelijkheid dragen.’Rust uitstralenAshish Shrestha zal op de eerste dag van Cybersec Netherlands 2026 (9 en 10 september, Jaarbeurs Utrecht) het podium betreden als keynotespreker om zijn praktijkervaring en thought leadership te delen over de menselijke kant van cyberleiderschap en cyberweerbaarheid. ‘De meeste ciso’s herkennen dit onmiddellijk. Tijdens een crisis staat alles in dienst van de organisatie. Je adrenaline neemt het over. Je slaapt nauwelijks, leeft op koffie en beslissingen en probeert tegelijkertijd rust uit te stralen naar je team, de directie, toezichthouders en externe partners.’Maar zodra de crisis voorbij is, volgt vaak iets waar niemand het over heeft. ‘Dan verwacht iedereen dat je gewoon weer doorgaat.’ Hij noemt het één van de grootste blinde vlekken binnen het vakgebied. ‘We hebben het veel over cyberweerbaarheid. Maar hoe weerbaar zijn de mensen die die weerbaarheid moeten organiseren?’Vertrouwen opbouwenOp de vraag welke eigenschap een goede ciso onderscheidt van een uitstekende ciso hoeft Shrestha niet lang na te denken. ‘Vertrouwen.’ Niet technologie. Niet certificeringen. Niet ervaring. Vertrouwen. ‘Vertrouwen bouw je vóór een crisis. Tijdens een crisis wordt het getest.’Juist daarom besteedt hij zoveel aandacht aan relaties met bestuurders, collega’s en teams. Niet omdat dat ‘zacht’ leiderschap zou zijn, maar omdat vertrouwen volgens hem de belangrijkste versneller is tijdens een incident. ‘Wanneer bestuurders je vertrouwen, hoef je tijdens een crisis niet eerst je geloofwaardigheid te bewijzen. Dan kunnen alle gesprekken gaan over de juiste beslissingen.’Volgens Shrestha wordt de kwaliteit van een ciso uiteindelijk niet bepaald door het aantal aanvallen dat wordt tegengehouden. ‘Je wordt beoordeeld op de kwaliteit van je leiderschap wanneer de druk maximaal is.’ Dat vraagt volgens hem om iets wat in cybersecurity nog te weinig wordt ontwikkeld: oordeelsvermogen. ‘Cybersecurity is geen wedstrijd waarin je alle antwoorden hebt. Integendeel. Juist tijdens een crisis beschik je zelden over volledige informatie.’ Daarom gelooft hij ook niet dat organisaties vooral meer data nodig hebben. ‘We hebben behoefte aan betere besluitvorming, niet aan meer dashboards.’Misvatting over cybersecurityTijdens het gesprek komt Shrestha zelf met een onderwerp dat hij graag aan het interview wilde toevoegen. ‘Als ik één misvatting zou mogen wegnemen’, zegt hij, ‘dan is het dat cybersecurity nog steeds te vaak wordt gezien als een technisch probleem.’ Volgens hem ligt de echte uitdaging ergens anders. ‘Cybersecurity gaat uiteindelijk over menselijk gedrag. Over vertrouwen. Over samenwerking. Over verantwoordelijkheid.’Hij ziet nog steeds organisaties die cybersecurity behandelen als een afdeling in plaats van een gezamenlijke verantwoordelijkheid. ‘Zolang medewerkers denken dat cybersecurity iets is van ‘de security-afdeling’, lopen we achter de feiten aan.’ Hij hoopt dat de sector de komende jaren een fundamentele omslag maakt. ‘We beschermen niet alleen organisaties, maar ook de samenleving die steeds afhankelijker wordt van digitale infrastructuur. Cybersecurity is uitgegroeid tot een maatschappelijke verantwoordelijkheid.’Vijf loopbaanlessen van Ashish ShresthaBouw vertrouwen voordat je het nodig hebt.Leer het bedrijf kennen, niet alleen de technologie.Zoek actief feedback, juist wanneer het ongemakkelijk is. En blijf nieuwsgierig en adaptief.Laat je functietitel nooit belangrijker worden dan je doel.Onthoud dat leiderschap draait om dienen, niet om status.Je doel bepaal je zelfNa bijna twintig jaar in internationale leidinggevende functies richtte Shrestha Zyn Global op. ‘Ik wilde iets bouwen waarmee we leiders helpen betere beslissingen te nemen.’Juist daarom spreekt hij tegenwoordig veel over leiderschap met een duidelijk doel. ‘Verwar je functietitel nooit met je doel.’ Dat is misschien wel de belangrijkste loopbaanles die hij zelf heeft geleerd. ‘Een titel krijg je van een organisatie. Je doel bepaal je zelf.’Leider van morgenTot slot vraagt Computable hem welk advies hij jonge cybersecurityprofessionals zou willen meegeven. ‘Blijf nieuwsgierig, investeer in communicatie, leer luisteren en zoek bewust mensen op die anders denken dan jij. Verlies nooit uit het oog waarom je dit werk doet.’Technologie blijft zich volgens Shrestha ontwikkelen. ‘De menselijke natuur verandert veel langzamer. Daarom wordt de toekomst van cybersecurity niet gevormd door technologie alleen, maar door leiders die vertrouwen bouwen, oordeelsvermogen versterken en mensen samenbrengen rond een gedeeld doel.’De ciso van morgenVolgens Ashish Shrestha worden dit de belangrijkste competenties voor toekomstige cybersecurityleiders:Strategisch denkvermogen om commerciële en organisatorische context op te bouwenOordeelsvermogen en kwaliteit van besluitvormingCommunicatie om vertrouwen en snellere besluitvorming te bevorderenEmpathie en emotionele intelligentie zijn essentieel om effectief leiding te gevenInvloed die wordt bereikt door vertrouwen, samenwerking en een gedeeld doel, niet door autoriteitNieuwsgierigheid en levenslang leren, afleren en herleren‘Technologie blijft belangrijk, maar uiteindelijk zullen organisaties het verschil maken met leiders die mensen weten te verbinden.’
Kort: OpenAi pauzeert Astra, ai-iaas groeit 96%, nieuwe CRA quick scan en gesimuleerde vishing
1 week
In dit nieuwsoverzicht: vraag naar ai-geoptimaliseerde infrastructuur groeit naar 42 miljard dollar, Northwave lanceert nieuwe CRA Quick Scan, KnowBe4 traint organisaties tegen vishing en OpenAi pauzeert de ontwikkeling van het model Astra wegens cybersecurity-gevaren. Gartner: uitgaven aan ai-optimised iaas groeien 96% De wereldwijde uitgaven aan ai-geoptimaliseerde infrastructure as a service (iaas) groeien tot en met 2026 met 96 procent naar 42 miljard dollar, meldt onderzoeksbureau Gartner. Voor 2027 wordt een verdere stijging naar 66 miljard dollar voorzien, een groei van 56,5 procent. Volgens senior analist Hardeep Singh van Gartner wordt de groei vooral gedreven door de vraag naar infrastructuur voor het trainen van large language models en de snelle inzet van ai in bedrijfsapplicaties. Daarbij verschuift het zwaartepunt van training naar inference: in 2026 overtreffen de wereldwijde inference-uitgaven (23,3 miljard dollar) voor het eerst die aan training (19 miljard dollar). Inference is dan goed voor 55 procent van de ai-iaas-uitgaven, oplopend tot 59 procent in 2027. Singh wijst erop dat de opkomst van agentic ai de rekenintensiteit vergroot doordat autonome systemen meerdere stappen zelfstandig uitvoeren, wat de vraag naar ai-geoptimaliseerde infrastructuur verder aanjaagt. Northwave lanceert CRA Quick Scan tegen onduidelijkheid over Cyber Resilience Act Cybersecuritybedrijf Northwave introduceert de CRA Quick Scan, een assessment waarmee organisaties snel inzicht krijgen in hun volwassenheid, risico’s en benodigde stappen om te voldoen aan de Cyber Resilience Act (CRA). Volgens Northwave weten veel bedrijven die producten met digitale componenten ontwikkelen nog niet goed of en hoe de wetgeving op hen van toepassing is. De CRA geldt voor vrijwel alle producten met digitale elementen op de Europese markt, van industriële systemen en iot-apparaten tot software zoals besturingssystemen en wachtwoordmanagers. De scan kijkt organisatiebreed, met gesprekken tussen onder meer engineering, productmanagement, security, compliance en management, en resulteert in een actieplan met een inschatting van benodigde tijd en investeringen. KnowBe4 introduceert gesimuleerde vishing tegen telefonische oplichting KnowBe4 lanceert een nieuwe functionaliteit voor gesimuleerde vishing, waarmee organisaties medewerkers kunnen trainen tegen telefonische phishingaanvallen. Vishing groeit snel: het CrowdStrike Global Threat Report 2025 meldt een toename van 442 procent tussen de eerste en tweede helft van 2024, en volgens het Verizon Data Breach Investigations Report 2026 lopen medewerkers 40 procent vaker in telefonische simulaties dan in traditionele e-mailphishingtests. ‘Een dringend telefoontje van iemand die zich voordoet als de it-afdeling of een directielid zet medewerkers direct onder druk. Cybercriminelen maken daarbij steeds vaker gebruik van AI-gegenereerde stemklonen om hun oproepen bijzonder geloofwaardig te maken’, zegt Greg Kras, Chief Product Officer bij KnowBe4. OpenAI pauzeert ai-model Astra vanwege mogelijk ‘kritieke’ cybercapaciteiten OpenAI pauzeert bepaalde interne activiteiten met zijn nog niet uitgebrachte ai-model Astra, nadat interne tests aanzienlijke vooruitgang lieten zien op het gebied van agentic coding en cybersecurity, aldus  The Hacker News. Het bedrijf zegt niet te kunnen uitsluiten dat Astra een ‘kritiek’ niveau van cybercapaciteiten heeft bereikt volgens zijn eigen Preparedness Framework. Dat is het punt waarop een model zelfstandig functionele zero-day exploits kan vinden, of end-to-end aanvalsstrategieën kan bedenken en uitvoeren. Als reactie voert OpenAI extra beveiligingsmaatregelen in voor krachtigere modellen, waaronder geïsoleerde testomgevingen, beperkte netwerk- en toolstoegang, versterkte bescherming en encryptie van modelgewichten, extra monitoring en sandboxed uitvoering.
TenneT blijkt koper van datacenter ITB2 in Apeldoorn  
1 week
Netbeheerder TenneT heeft het datacenter van ITB2 in Apeldoorn gekocht. Uit documenten van het Kadaster blijkt dat TenneT eind december 2025 zowel het erfpachtrecht op het terrein als de bijbehorende datacenteractiva heeft overgenomen. De totale transactiewaarde komt uit op ruim 20,5 miljoen euro. Computable berichtte eerder dat ITB2 Datacenters na dertig jaar gaat stoppen. Alle klantcontracten zijn opgezegd. Het datacenter in Apeldoorn is verkocht; dat in Deventer staat nog te koop. Directeur/eigenaar Niels Hensen mag echter contractueel niet zeggen wie de kopende partij van zijn Apeldoornse locatie is. Uit opgevraagde eigendoms-stukken bij het Kadaster blijkt de koper energienetbeheerder TenneT TSO te zijn. Voor het erfpachtrecht en het gebouw betaalt de energienetbeheerder circa 16,3 miljoen euro. Daarnaast neemt TenneT de operationele activa van het datacenter over voor zo’n 4,28 miljoen euro. Oorspronkelijk zou de levering pas in 2026 plaatsvinden, maar doordat partijen overeenkwamen de transactie al eind 2025 af te ronden, kwam de uiteindelijke verkoopprijs (totaal ruim 20,58 miljoen euro) hoger uit dan waarover eerder was gesproken. De grond onder het datacenter blijft eigendom van de gemeente Apeldoorn. Het terrein is sinds 2012 uitgegeven in eeuwigdurende erfpacht.   Bruikleenovereenkomst Hoewel TenneT sinds eind 2025 juridisch eigenaar is geworden van het datacenter, kan ITB2 de locatie nog geruime tijd blijven gebruiken. Tegelijk met de verkoop sloten beide partijen namelijk een bruikleenovereenkomst, blijkt uit de koopakte van het Kadaster. Daarin is vastgelegd dat ITB2 een deel van het erfpachtrecht en de activa mag blijven gebruiken tot uiterlijk 31 december 2027. ITB2 krijgt daarmee de tijd om zijn dienstverlening gecontroleerd af te bouwen en klanten naar andere locaties te migreren. Het bedrijf heeft daarbij beloofd zich in te spannen om het pand eerder leeg op te leveren. Bedoeling? Voor TenneT betekent de aankoop dat het de beschikking krijgt over een bestaand en energiezuinig datacenter uit 2013. De locatie op het Apeldoornse industrieterrein De Ecofactorij werd al van begin af aan zeer energiezuinig ingericht qua technologie. Maar wat de netbeheerder ermee gaat doen is vooralsnog onduidelijk. Navraag bij de woordvoerder levert alleen de summiere reactie op dat ‘het klopt dat TenneT dit datacenter heeft aangekocht. Verder doen wij in verband met de veiligheid van de elektriciteitsvoorziening in Nederland geen uitspraken over de inrichting van onze bedrijfsvoering.’ De beheerder zou momenteel gebruikmaken van twee datacenters. Maar of aankoop van de ITB2-locatie in Apeldoorn bedoeld is als vervanging is dus niet duidelijk. Ook geeft TenneT geen antwoord op de vraag waarom er, in plaats van koop, niet is gekozen voor colocatie, bijvoorbeeld bij een van de datacenters van glasvezelpartner Eurofiber, of voor nieuwbouw. Het datacenter in Apeldoorn zou ook bedoeld kunnen zijn als testlocatie in het kader van het vraagstuk van de energietransitie, gridbelasting en het oplossen van netcongestie, in samenwerking met de regionale netbeheerder Liander. Ook op die vraag komt geen antwoord van TenneT.

Pagina's

Abonneren op computable