computable

103 nieuwsberichten gevonden
Imec krijgt geld voor doorbraak bij quantumcomputers
3 weken
Het Leuvense Imec wil quantumprocessoren op een volledig nieuwe manier bouwen. Anton Potočnik, onderzoeker aan dit research-centrum, krijgt 2,86 miljoen euro om een nieuwe onderzoekslijn te bouwen rond ‘SuperQold’.  Dit project moet een van de grote technische hindernissen voor quantumcomputers oplossen. Deze prestigieuze beurs, ERC Consolidator Grant genaamd, komt van de European Research Council (ERC).  ‘Met SuperQold willen we aantonen dat geavanceerde nano-elektronica ook bij extreem lage temperaturen kan werken en qubits betrouwbaar kan uitlezen,’ zegt Potočnik. Bij SuperQold wordt de elektronica die de qubits uitleest, meteen naast de qubits geplaatst. Dit gebeurt eveneens op temperaturen van slechts enkele millikelvin (duizendsten van een graad boven het absolute nulpunt).  Deze werkwijze heeft drie grote voordelen: * veel minder bekabeling in het koelsysteem;* geen grote, energieverslindende meetapparatuur meer nodig op kamertemperatuur;* snellere en efficiëntere foutcorrectie, essentieel voor schaalbare kwantumcomputers.   Momenteel bestaan er al quantumprocessoren met tientallen qubits, terwijl processoren met enkele honderden van deze quantumbits worden ontwikkeld. Maar om echt bruikbare toepassingen te ondersteunen, zijn miljoenen qubits nodig.   Opschalen Dat vraagt echter veel meer dan ‘gewoon opschalen’. In huidige systemen worden qubits uitgelezen via een wirwar aan bekabeling en grote meetcomponenten die vertrekken vanuit een koelkast die tot bijna het absolute nulpunt wordt gekoeld. Enkel bij deze ultra lage temperaturen ontstaan de quantumtoestanden die nodig zijn om informatie op te slaan, en blijven ze ook lang genoeg stabiel om berekeningen uit te voeren. ‘Die hele aanpak is inefficiënt, complex en duur,’ aldus Potočnik. Het ERC-project SuperQold wil dit fundamenteel anders oplossen.  Kristiaan De Greve, program director Quantum Computing en fellow bij het Vlaamse onderzoekscentrum. ‘Het SuperQold-project sluit perfect aan bij Imecs ambitie om quantumcomputers op te schalen van labo-opstellingen naar industriële productie. Om zulke grote systemen te bouwen, moeten qubits en de elektronica die hen aanstuurt perfect samenwerken, zelfs bij extreem lage temperaturen. Antons ERC-project richt zich precies op die uitdaging: het verbeteren van de uitlezing van qubits vlak bij de bron. Dat is een belangrijke stap om huidige technische knelpunten weg te nemen.’
Werken aan weerbaarheid
4 weken
Interview | Matthijs van Amelsfort, directeur Nationaal Cyber Security CentrumRegelmatig duiken berichten op over hacks bij de overheid, zoals recent het Openbaar Ministerie en Bevolkingsonderzoek Nederland. Dat heeft de nodige impact op de bedrijfsvoering maar zeker ook op het vertrouwen in de overheid. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) verwacht aan het einde van dit jaar 50.000 meldingen van een kwetsbaarheid. Vorig jaar was dit nog 40.000. Dat betekent volgens directeur Matthijs van Amelsfort maar één ding: cybercrime is here to stay.Het NCSC maakt zich hard voor digitale weerbaarheid; het vermogen om digitale dreigingen, zoals malware, phishing, quishing en desinformatie, te weerstaan. De organisatie is zelf ook niet verschoond gebleven: uit naam van het NCSC zijn begin juni phishingmails verzonden. ‘Dat het NCSC gebruikt wordt voor phishingcampagnes, betekent dat we als organisatie zichtbaar zijn maar dat er wel neveneffecten zijn’, stelt Matthijs van Amelsfort vast. ‘Het is niet anders dan BN’ers die gebruikt worden voor allerlei fraude. De naam van NCSC werd gebruikt samen met de politie en Europol.’Matthijs van AmelsfortMatthijs van Amelsfort is sinds september 2024 directeur van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC), dat bedrijven helpt om de digitale weerbaarheid te vergroten door middel van advies, onderzoek en het delen van kennis. Het NCSC ressorteert onder het ministerie van Justitie en Veiligheid.Van Amelsfort was eerder werkzaam bij de Nationale Politie, Landelijke Eenheid Opsporing en Interventies, Dienst Landelijke Recherche (DLR) – locatie Driebergen. Hij leidde daar het Team High Tech Crime met een focus op cybercrime en digitale opsporing.Een jaar is voorbij gegaan sinds Van Amelsfort aantrad als directeur van het NCSC. ‘En in dat jaar is een hoop veranderd in de wereld. De situatie bij het Internationaal Strafhof (ISH) is daarbij het mooiste voorbeeld als eye-opener in de zin van de risico’s van digitale afhankelijkheid. Ofwel waar kun je nog op vertrouwen in je systemen, hoe moet je risico’s inschatten?’ Volgens de directeur kan dat gaan over vertrouwen in de opslag van de data en de beschikbaarheid, wat vaak speelt bij ransomwarezaken en vergelijkbare dreigingen. ‘Maar ook als data naar buiten komen, wat doet dat met jouw vertrouwen in hoe je gegevens zijn opgeslagen? Vertrouwen en veiligheid kennen verschillende aspecten en dus ook verschillende invalshoeken van waaruit je ernaar moet kijken.’Matthijs van Amelsfort, directeur NCSC (foto: Arie Cijfer).Van Amelsfort adresseert het onderwerp data aan de hand van verschillende fases. Hij gebruikt de termen at rest (opgeslagen), in use (actief gebruik ) en in transit (de data bewegen tussen gebruikers en systemen). Voor al die verschillende fases zou je specifieke encryptie maatregelen moeten nemen.‘De omgeving is complexer geworden’, stelt Van Amelsfort, doelend op ontwikkelingen als bring your own device en het thuiswerken dat post-corona gemeengoed is geworden. ‘Veel systemen worden aan elkaar gekoppeld, zowel it als ot, wat weer nieuwe risico’s met zich meebrengt. Wat dat betreft hebben we te maken met een veelkoppig monster en honderd procent veiligheid is een illusie. Wel moet je bij je vitale infrastructuur echt inzetten op die honderd procent. Daar streven we natuurlijk wel naar en dat betekent enerzijds de boel op orde hebben en anderzijds – en dat is het tweede aspect van weerbaarheid – als je dan toch slachtoffer wordt: hoe organiseer je dan je businesscontinuïteit? Wat heb je geregeld om te kunnen uitwijken, dat je niet in een vendor-lock terechtkomt, wat is je Plan B?”De geopolitieke situatie voedt de behoefte aan strategische digitale soevereiniteit in de EU. Wat betekent dat voor de positie van het NCSC daarin?‘Wij zijn altijd wel van het schetsen van het bredere plaatje. Dus als we praten over een soevereine datacloud in Nederland of Europa, dan is het een feit dat heel veel apparatuur die daarbij wordt gebruikt, die komt van buiten Europa. Denk aan servers, aan routers, aan softwarepakketten. In de basis is de vraag: welke risico’s loop je en welke risico’s vind je acceptabel? En wat is de voorspelbaarheid van die risico’s, vooral dat is de laatste tijd veranderd. Het is niet zo van ‘we hebben straks die cloud in Europa en dan zijn we klaar’. Veiligheid is een continu proces.’Ook het NCSC maakt – natuurlijk – die afweging qua risico acceptatie ten aanzien van waar het zijn data neerzet, zegt Van Amelsfort. ‘We hebben nu voor Nederland de registratieplicht bij het NCSC vanuit de Network and Information Security Directive (NIS2-richtlijn) die in de aanstaande Cyberbeveiligingswet is geïmplementeerd. Deze is gericht op de verbetering van de digitale en economische weerbaarheid van belangrijke en essentiële diensten en organisaties in Europa. Dat register is een van de kroonjuwelen van het NCSC en die beschermen we uiteraard maximaal.’SleutelrolAls hét centrale informatieknooppunt en expertisecentrum voor cybersecurity in Nederland gaat het NCSC een sleutelrol spelen in het informeren van organisaties en bedrijven om hun cyberweerbaarheid te verhogen. Daarbij vindt er begin 2026 een integratie plaats met het Digital Trust Center (DTC), dat ressorteert onder het ministerie van EZ, en het Computer Security Incident Response Team voor digitale dienstverleners (CSIRT- DSP). Hierbij vallen ruim 2,3 miljoen entiteiten onder het NCSC.Van Amelsfort refereert aan the best of three worlds. Want ‘het gaat absoluut helpen als uiteenlopende doelgroepen – van zzp’ers tot mkb en van multinational  tot vitale bedrijven – kunnen bouwen op identieke adviezen. Om die reden hebben we vijf basisprincipes (zie kader) vastgesteld om duidelijkheid en uniformiteit te creëren.’Wat is de staat van cybersecurity in Nederland?‘Dat is moeilijk te meten. Het aantal meldingen van kwetsbaarheden wordt ongeveer 50.000 dit jaar. Dat is heel breed en heel divers, en ook de impact kan heel verschillend zijn. Het is gewoon lastig om vast te stellen wanneer hebben we ons weerbaar getoond en wat hebben we kunnen voorkomen door alle adviezen die we uitdragen? Meet je zo’n staat af aan het aantal keren dat het is fout gegaan of het aantal keren dat het is goed gegaan? Maar natuurlijk genereren we uit die informatie ook trends en analyses, die we delen met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid.”Is het dweilen met de kraan open?Met een glimlach: ‘Ik heb een ‘Loesje-spreuk’ die ik al vanaf het begin gebruik en die luidt: ‘Het is fijner dweilen als je weet dat iemand de kraan aan het repareren is.’ Die blijft wat mij betreft actueel. Dus dat doen we als het NCSC, wij zijn die kraan aan het repareren samen met onze publieke en private partners. Dat zie ik als een taak als je het hebt over Nederland digitaal weerbaar maken: met elkaar die kraan repareren.’Van Amelsfort spreekt van ‘een continu proces’ rond de vraag wat een geaccepteerd risico is. Dat bedrijven in Nederland en Europa qua marktpositie achterop zijn geraakt het laatste decennium wijt hij niet aan een gebrek aan kennis of innovatie, integendeel. ‘Maar door de globalisering en keuzes die in het verleden zijn gemaakt, zit je nu in een hele andere werkelijkheid en die draai je niet zomaar terug. Helemaal onafhankelijk kun je niet zijn en ik denk dat we vooral moeten streven naar een wereld waarin we met elkaar kunnen leven, misschien is dat wel het grotere doel. Eigenlijk heb je een soort wederzijdse afhankelijkheid nodig om in die balans te komen. Als ik kijk naar de innovatiekracht in Nederland, en naar alle startups die voorbij komen, dan denk ik dat we echt wel wat kunnen en dat je dat ook moet blijven stimuleren.’Member statesHet NCSC werkt samen met Europese partners waarbij Van Amelsfort aantekent dat de samenwerking onderling tussen EU-landen (hij spreekt van member states) anders is dan die met andere landen binnen de grenzen van Europa. ‘Ook tijdens ONE Conference zijn er veel ontmoetingen waarin met elkaar wordt overlegd over de geopolitieke situatie, maar ook over de uitdagingen die we gezamenlijk hebben, bijvoorbeeld als het gaat over implementatie van wetgeving. En we delen met elkaar ook successen. België heeft een Anti-Phishing Shield (Baps) dat uitermate succesvol is. Wij zijn nu gestart, samen met KPN, om te kijken hoe we dat kunnen adopteren en implementeren in Nederland. Dat ziet er op het eerste gezicht al veelbelovend uit.’Die samenwerking over de grenzen  is ook noodzakelijk bij het snel delen van informatie. ‘Een criminele actor kijkt niet snel naar landsgrenzen of een bepaalde sector als hij in de aanval gaat, die schiet met hagel en dan heeft-ie ergens raak en gaat daarop verder. Maar in de recente Citrix-lek, waardoor enkele organisaties, ook binnen de Rijksoverheid, konden worden gehackt, hebben we gezien dat het heel belangrijk is om internationaal informatie met elkaar te delen. De eerste signalen kregen wij toen vanuit een Europese instantie en daar konden wij weer op verder bouwen. We konden vrij snel reageren en proactief communiceren en scripts ter beschikking stellen binnen Europa zodat ook andere landen daarmee hun voordeel konden doen.’Data gedreven werken is een drijfveer. ‘We maken gebruik van ai om te kijken in welke mate we data-analyses geautomatiseerd kunnen doen. Natuurlijk, de check kent nog altijd de menselijke factor: wat het systeem ons vertelt, is dat in overeenstemming met wat wij ook zien? Maar dat soort technieken helpt ons natuurlijk wel om snelheid in processen te brengen.’Dat geldt ook voor een ontwikkeling als quantumcomputing. ‘Wij hebben een proactieve houding waar het gaat om het onderzoeken van wat nieuwe risico’s kunnen zijn, voorbij de horizon die we nu kennen. En toch, wat wij in de praktijk vooral zien: die vijf basisprincipes, dat is nog steeds waar het misgaat.’Niet of maar wanneerDe dreiging is groot, de materie complex en het wordt met een steeds meer digitaliserende samenleving ook niet makkelijker, stelt Van Amelsfort. ‘Het is niet de vraag óf maar wanneer je een keer slachtoffer wordt van cybercrime of cyberaanvallen, in wat voor mate dan ook. Dat kan variëren van een ddos-aanval tot een daadwerkelijk binnentreding van je systeem.’De boodschap: wees niet naïef, de wereld is veranderd. ‘Tegelijkertijd is bij mij het glas ook altijd wel weer halfvol. Dat is ook de reden geweest dat ik ben overgestapt na 25 jaar bij de politie naar hier om écht die kranen te gaan repareren, écht te gaan werken aan die weerbaarheid. Het is de taak van het NCSC om dat overkoepelende beeld te hebben en informatie te delen om die weerbaarheid te kunnen garanderen. Bij ernstige securityincidenten zijn er directe contacten met de AIVD, MIVD en de Nationale Politie. En ik denk dat in 2026, met onze nieuwe organisatie en de context van de nieuwe Cyberbeveiligingswet, we vanuit die informatiepositie goed geëquipeerd zullen zijn om die dreigingen het hoofd te kunnen bieden, en te zien en te horen en te voelen wat er gebeurt in de wereld van cybersecurity.’De 5 basisprincipes van weerbaarheidBasisprincipe 1: Breng je risico’s in kaart;Basisprincipe 2: Bevorder veilig gedrag;Basisprincipe 3: Bescherm systemen, applicaties en apparaten;Basisprincipe 4: Beheer toegang tot data en diensten;Basisprincipe 5: Bereid je voor op incidenten.Dit artikel is ook te lezen in GOV magazine nummer 21 van Atos.
Hernieuwd CIO-stelsel zet digitale transformatie Rijk in hogere versnelling
4 weken
Per 1 januari 2026 treedt het vernieuwde Besluit CIO-stelsel Rijksdienst 2025 in werking. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van staatssecretaris Van Marum (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Met de herziening wil het kabinet een grote stap zetten richting een effectiever, efficiënter en verantwoordelijker functionerende digitale overheid. Het nieuwe stelsel geeft invulling aan de behoefte om digitalisering steviger te verankeren in de aansturing van de Rijksoverheid. Het CIO-stelsel vormt sinds jaren de ruggengraat van de rijksbrede samenwerking rond ict en informatievoorziening. Iedere departementale cio is verantwoordelijk voor het digitaliseringsbeleid binnen het eigen ministerie, terwijl het CIO-beraad (het belangrijkste overlegorgaan) onder leiding van de CIO Rijk de strategische knopen doorhakt op thema’s als cloudbeleid, interoperabiliteit en de inzet van generatieve ai. Door de nauwere coördinatie kan de overheid sneller reageren op maatschappelijke en technologische ontwikkelingen, zo is het idee. Specialistische functies De herziening volgt op evaluaties in 2024 door de Auditdienst Rijk en het Adviescollege ICT-toetsing. Op basis daarvan worden nieuwe specialistische functies toegevoegd: chief privacy officer, chief data officer en chief technology officer. Deze rollen moeten de strategische deskundigheid op privacy, data en technologie structureel versterken. Ook wordt de cio van de Rijksdienst Caribisch Nederland formeel onderdeel van het stelsel. Opvallend is de versterking van de positie van de CIO Rijk, die nu expliciete bevoegdheden krijgt om bindende kaders vast te stellen voor alle ministeries. Wanneer in het CIO-beraad geen consensus wordt bereikt, kan de CIO Rijk zelf een besluit nemen, wat de slagvaardigheid ten goede komt. Een andere pijler is het verbeteren van de informatiehuishouding. Departementale cio’s krijgen de taak om interoperabiliteit te waarborgen en systemen beter te laten samenwerken. Daarnaast moeten zij werken aan duurzame, vindbare en betrouwbare informatieopslag. Met het vernieuwde stelsel verwacht het kabinet dat de overheid innovatiever en efficiënter gaat opereren. De toevoeging van specialistische rollen en de versterkte centrale sturing moeten bijdragen aan meer digitale autonomie en een toekomstbestendige, wendbare overheid.
Groningse ai-fabriek krijgt voor 150 miljoen aan hardware
4 weken
Zeker driekwart van de tweehonderd miljoen euro die de regering voornemens is in de Groningse ai-fabriek te investeren, gaat naar hardware. Het bedrag van ruim honderdvijftig miljoen euro is inclusief alle operationele kosten van de supercomputer die speciaal voor het trainen van geavanceerde ai-modellen wordt ingericht.  Dit schrijft minister Vincent Karremans (Economische Zaken) in antwoord op vragen van het FvD-kamerlid Frederik Jansen. De rest van het geld wordt besteed aan een kenniscentrum met zo’n vijftig medewerkers ter ondersteuning van gebruikers. Dit expertisecentrum zal samen met de supercomputer de ai-fabriek vormen. Als vestiging van het kantoor is gekozen voor de voormalige tabaksfabriek Koninklijke Theodorus Niemeyer in Groningen. De supercomputer komt elders in een nog te kiezen datacenter.  De ai-fabriek richt zich op het aanbod van hoogwaardige rekenkracht en ai-expertise die relevant is voor meerdere maatschappelijke en economische sectoren. De doelgroep bestaat uit jonge bedrijven, het mkb en overheidsinstellingen.   Aanbesteding Hoe de supercomputer er precies technisch uit zal komen te zien, is nog afhankelijk van de aanbesteding die door de EuroHPC Joint Undertaking (EuroHPC JU) zal worden uitgevoerd in samenwerking met Surf, de it-dienstverlener voor het hoger onderwijs. Van deze aanbesteding is nog het precieze aantal gpu’s en cpu’s afhankelijk. Anders dan bij de Tsjechische ai-fabriek die vijfhonderd gpu’s en 1.600 cpu’s krijgt, voorziet het ontwerp van Groningen in meer gpu’s dan cpu’s.  Groningen maakt deel uit van het EuroHPC-programma, dat Europese samenwerking op het gebied van supercomputing en ai faciliteert. De financiering en het eigenaarschap zijn verdeeld tussen nationale en Europese bijdragen. Een deel van de ai-fabriek wordt nationaal beheerd. Het Rijk draagt bijna zeventig miljoen euro bij aan de bouw. Eenzelfde bedrag komt van de EU. De regio Groningen en Noord-Drenthe komt met maximaal zestig miljoen euro over de brug. Het is de bedoeling dat de supercomputer begin 2027 op volle toeren draait.
Kort: 150-megawatt-datacenter in Lelystad, Nederlandse ict-sector verwacht groei (en meer)
4 weken
In dit nieuwsoverzicht: Equinix investeert anderhalf miljard euro in een datacenter in Lelystad, Nederlandse ict-sector verwacht flinke groei maar niet voor arbeidsmigranten, Anthropic Claude Code ook in Slack, overnames door Proofpoint en SuperOffice, en Suse en Evroc lanceren Europese soevereine cloud. Equinix investeert 1,5 miljard euro in datacenter Lelystad Equinix bouwt een groot datacenter op Flevokust Haven in Lelystad met een investering van anderhalf miljard euro, aangevuld door partners met nog eens 5,5 miljard, zo melden lokale media. Het centrum krijgt een capaciteit van 150 megawatt per jaar en gebruikt direct stroom van de nabijgelegen Maximacentrale, waardoor het distributienet niet extra wordt belast.Het project omvat drie laagbouwpanden en creëert circa 150 permanente banen, naast vijfhonderd bouwfuncties. Koeling gebeurt via bodemwater in plaats van het IJsselmeer. Het datacenter biedt ruimte aan ongeveer honderd organisaties, waaronder overheid, zorginstellingen en ai-bedrijven, en krijgt een ai-lab voor startups. Nederlandse ict-sector verwacht flinke groei, maar niet voor arbeidsmigranten In het eerste kwartaal van 2026 verwacht 36 procent van de Nederlandse werkgevers meer personeel aan te nemen, de hoogste werkgelegenheidsverwachting van Europa, concludeert Manpower uit eigen onderzoek. Binnen de informatiesector voorziet ook 36 procent van de werkgevers groei, een stijging van zelfs twintig procentpunten ten opzichte van het vorige kwartaal. Tegelijkertijd verliest Nederland aantrekkingskracht voor Europese arbeidsmigranten: het aantal geïnteresseerden daalde van 623.000 in 2018 naar 457.000 in 2025, een afname van 27 procent, meldt Intelligence Group. Hierdoor zakte Nederland verder weg op de internationale ranglijst van voorkeurslanden, van plek elf naar dertien. Anthropic Claude Code ook in Slack Anthropic introduceert Claude Code in Slack als bètaversie. Ontwikkelaars kunnen ermee volledige coding workflows direct vanuit chatthreads starten. Waar Claude eerder alleen snippets, debugging en uitleg bood, kan @Claude nu complete sessies opzetten op basis van context zoals bugreports of feature requests. Het systeem kiest de juiste repository, deelt voortgang in threads en genereert pull requests. Concurrenten als Cursor, GitHub Copilot en OpenAI’s Codex bieden vergelijkbare integraties: de timing benadrukt dat differentiatie steeds meer draait om workflow en distributie, aldus TechCrunch hierover. Overnames door Proofpoint en SuperOffice Proofpoint meldt de overname van Hornetsecurity Group voor 1,8 miljard dollar. Hornetsecurity biedt ai-gestuurde Microsoft 365-beveiliging en compliance en bedient via meer dan 12.000 managed service providers ruim 125.000 klanten. Proofpoint zegt met de overname het bereik in het mkb en msp-marktsegment te vergroten. Ook SuperOffice noteert een overname van het Finse eventmanagementplatform Lyyti, dat jaarlijks meer dan honderdduizend evenementen en 26 miljoen deelnemers ondersteunt. De acquisitie volgt op de eerdere overname van het Zweedse i-Centrum en versterkt de positie van SuperOffice in de Europese eventtechmarkt, die een waarde van drie tot vier miljard euro vertegenwoordigt. Suse en Evroc lanceren Europese soevereine cloud Suse en het Zweedse Evroc starten een samenwerking om Europese bedrijven te voorzien van soevereine cloudoplossingen, zo melden de partijen. Het infrastructuurbeheer van de een, met het cloudplatform van de ander, levert kant-en-klaar inzetbare bedrijfsoplossingen, beschikbaar vanaf het eerste kwartaal van 2026. Suse Linux Enterprise, Suse Linux Micro en Rancher Prime worden geïntegreerd in de Evroc-cloud, waarmee Kubernetes-beheer wordt versterkt. Alle oplossingen worden standaard geleverd met Europese ondersteuning via hun Sovereign Premium Support, die moet organisatie helpen volledige data-, technische en operationele soevereiniteit te realiseren binnen het strenger wordende Europese regelgevingslandschap.
Kabinet vergroot digitale weerbaarheid
4 weken
Het kabinet geeft concreet invulling aan drie moties rond digitale weerbaarheid die de Tweede Kamer eerder heeft aangenomen. Dat blijkt uit een brief van minister Foort van Oosten (Justitie en Veiligheid).  Ontwikkeld worden plannen om essentiële dienstverlening (zoals zorg, energie, transport) zoveel mogelijk in stand te houden bij een grootschalige digitale storing. Dit moet voorkomen dat de dienstverlening aan burgers en bedrijven volledig stilvalt. De Kamerleden Chakor en Kathmann (beiden GroenLinks-PvdA) hadden daarop aangedrongen. Verplicht Met de inwerkingtreding van de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) in het tweede kwartaal van 2026 zijn kritieke entiteiten wettelijk verplicht om een risicobeoordeling uit te voeren. Op basis daarvan moeten zij technische, operationele en organisatorische maatregelen nemen voor de beveiliging van hun netwerken en de informatiesystemen die worden gebruikt voor de verlening van hun diensten.  Ook moeten zij maatregelen nemen om incidenten te voorkomen of de gevolgen van incidenten te beperken. Dit omvat onder meer het in kaart brengen van (analoge) terugvalopties ten behoeve van de bedrijfscontinuïteit. Kamerlid Rajkowski (VVD) had daar in een motie om gevraagd.  Bovendien geeft het kabinet gehoor aan haar oproep tot het uitvoeren van een scan van apparatuur of software uit landen met een tegen Nederland gerichte offensieve cyberagenda die aanwezig is binnen (de kernsystemen van) de vitale sector. Op basis van een verkenning onder vitale aanbieders heeft TNO een zelfscan-tool ontwikkeld waarmee betrokken organisaties dit soort risico’s kunnen afwegen. Zo helpt deze opensource-cybersecuritytool (Soarca) om de digitale weerbaarheid te testen en versterken. Het is geen klassieke hr‑zelfscan, maar een instrument om cyberoperaties te automatiseren en zo offensieve en defensieve strategieën te evalueren.
Microsoft jaagt prijzen M365-abonnementen tot 33 procent omhoog
4 weken
Microsoft gaat volgend jaar onverdroten verder met het verhogen van de prijzen van Microsoft 365-abonnementen. Per 1 juli 2026 zullen de prijzen van de meeste licenties wereldwijd stijgen, soms tot wel 33 procent.  Microsoft kondigt dit aan, nadat begin november jongstleden al allerlei volumekortingen voor grote klanten waren geschrapt. De afgelopen jaren heeft deze leverancier al regelmatig de prijzen van zijn M365-abonnementen verhoogd, vaak onder het mom van ‘vereenvoudiging’ of uitbreidingen in de suites. Volgens licentie-adviesbureau BeSharp Experts zijn zakelijke klanten de laatste drie jaar structureel meer gaan betalen. Managing partner Kevin Pastor ziet over deze periode een cumulatieve stijging (totaal van alle stijgingen samen) van 15 tot 25 procent. M365 E3, een veel gebruikt cloudproduct werd 23 procent duurder.  Meer functionaliteit De nieuwe tarieven betekenen in veel gevallen een acceleratie. Een abonnement op M365 F3, bedoeld voor ‘front lane’-medewerkers zonder vaste werkplek (bijvoorbeeld in de zorg), gaat in juli 25 procent in prijs omhoog, F1 zelfs 33,33 procent.  Net als in een aantal voorgaande jaren onderbouwt Microsoft de prijsverhogingen met een uitbreiding van de functionaliteit in de suites. Nieuwe features op gebied van ai, security en beheer worden standaard toegevoegd aan verschillende abonnementen. BeSharp Experts vraagt zich echter af of organisaties echt zitten te wachten op deze functies, of dat zij worden gedwongen meer te betalen voor functionaliteiten die ze niet nodig hebben. De werkelijke meerwaarde verschilt per organisatie. Onderscheid vervagen  Met name de forse stijging voor de zogenoemde F-plannen (M365 FF1 en F3) valt op. Deze abonnementen zijn juist bedoeld voor frontline-medewerkers met beperkte productiviteitsbehoeften. Pastor: ‘Dat roept de vraag op of hiermee niet juist het onderscheid tussen verschillende gebruikerspersona’s aan het vervagen is.’ Een andere trend is dat lagere licentie-categorieën (tiers) relatief harder worden getroffen dan hogere categorieën met meer functionaliteit. Daarmee ontstaat een prikkel om duurdere abonnementen af te nemen. Martijn Meekel, managing partner bij BeSharp Experts, heeft de indruk dat Microsoft dat doet om de afname van een volledige stack te stimuleren om concurrenten op bijvoorbeeld ai-gebied de pas af te snijden. Opvallend ook is dat de laagste prijsverhogingen bij M365 E5 zitten, een suite met veel security en beheer; functies waar nog veel concurrentie heerst. De impact van de prijsverhogingen verschilt per organisatie, licentiemodel en gebruikersgroep. Voor een gerichte inschatting van kosten en functionaliteit raadt Pastor een evaluatie van de huidige Microsoft 365-omgeving aan. Scherp onderhandelen Wim Zuman, onderhandelingsexpert, zegt: ‘Effectieve onderhandelingen met Microsoft beginnen lang voordat je aan tafel zit. Voorbereiding bepaalt je leverage; de onderhandeling bepaalt hoeveel je daarvan verzilvert. Je hebt ze allebei nodig — een sterke licentiestrategie én een scherp onderhandelingsproces — om echt resultaat te boeken.’  Een exit-strategie is zeker in deze tijd van geopolitieke spanningen geen overbodige luxe meer. In Duitsland is de deelstaat Sleeswijk-Holstein met succes overgestapt van Microsoft naar opensource-software. Volgens minister Dirk Schrödter (Digitalisering) bespaart de staat alleen al volgend jaar meer dan vijftien miljoen euro aan licentiekosten voor Windows, Microsoft Office en andere software. Soortgelijke besparingen worden ook in de daaropvolgende jaren verwacht.  Wel is in 2026 nog een eenmalige investering van negen miljoen euro nodig voor het ombouwen van werkplekken en het verder ontwikkelen van oplossingen met opensource-software. Gezien de jaarlijkse besparingen zal dit bedrag in minder dan een jaar zijn terugverdiend. Al 80 procent van de arbeidsplaatsen is inmiddels over op LibreOffice. 
Ahold Delhaize Pensioen kiest voor AZL
4 weken
AZL neemt per 1 januari 2028 de pensioenadministratie van Stichting Ahold Delhaize Pensioen (Ahold Delhaize Pensioen) over. De uitvoerder en het ondernemingspensioenfonds hebben hiervoor een intentieovereenkomst ondertekend. AZL start de komende periode met de begeleiding van de transitie naar het vernieuwde pensioenstelsel.  Ahold Delhaize Pensioen verzorgt de pensioenen voor ruim 127.000 deelnemers. Het gaat hierbij om deelnemers die werken, of gewerkt hebben, bij een van de volgende Ahold Delhaize-ondernemingen: Albert Heijn, Etos, Gall & Gall, Ahold Delhaize Coffee Company en Ahold Delhaize. Het ondernemingspensioenfonds maakt sinds 1 januari 2024 gebruik van het it-platform AllVida van APS (Achmea Pensioenservices), in samenwerking met technologiepartner IG&H. Daarvoor maakte het pensioenfonds gebruik van het it-platform Lifetime van Keylane. Alleen APS maakte in juli van dit jaar bekend om uiterlijk in 2030 te stoppen met hun pensioendienstverlening voor externe klanten. Na deze bekendmaking moest Ahold Delhaize Pensioen op zoek naar een nieuwe pensioenuitvoeringsorganisatie voor de toekomst. De keuze viel op AZL. Deze overstap betekende ook dat de transitie naar de nieuwe pensioenregeling met een jaar wordt uitgesteld naar 1 januari 2028. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor de ‘dubbele’ transitie met alle betrokken partijen in gang gezet. Hierin speelt ook APS een belangrijke rol. De dienstverlener zal tot 1 januari 2028 de huidige pensioenuitvoering van het pensioenfonds voortzetten én zorgdragen voor een juiste en tijdige overgang van de pensioenadministratie naar de systemen van AZL. Gedegen planning en afstemming Op de vraag of de transitie naar een nieuwe it-omgeving ingewikkeld is, antwoordt eenwoordvoerster van Ahold Delhaize Pensioen: ‘Er zijn altijd veel aandachtspunten bij zo’n transitie. Bij de migratie naar het it-platform AllVida ging het niet alleen om een migratie van alle data, met alle noodzakelijke waarborgen, maar ook een livegang op een nieuw systeem waarop wij de launching customer waren. Ook bij de migratie naar AZL moeten alle data uiteraard weer juist en volledig over en betreft het tevens een wijziging naar het nieuwe pensioenstelsel WTP. Voordeel van deze aankomende transitie ten opzichte van die in 2024 is dat we geen launching customer zijn en dat het it-systeem tegen die tijd proven technology is.’ De zegsvrouw stelt dat elke transitie naar een nieuwe omgeving dus specifieke aandachtspunten kent en dus vraagt om een gedegen planning met goede afstemming tussen alle partijen. ‘Het is hierbij belangrijk tussentijdse meetmomenten in te bouwen om te valideren dat je nog steeds op de juiste koers ligt of dat er wellicht hier en daar wat bijgeschaafd moet worden.’ Afgelopen mei maakte AZL nog bekend per januari 2027 de pensioenadministratie van de Stichting Rabobank Pensioenfonds over te nemen. AZL, dochteronderneming van verzekeringsconcern NN Groep, werkt op it-gebied samen met onder andere pensioensoftwarebedrijf Festina Finance.
Slimmer eten, minder verspillen
4 weken
Ai als hoofdingrediënt voor verduurzamen van voedselketen Wereldwijd gaat tot een derde van het geproduceerde voedsel verloren. Tegelijkertijd voeren klimaatverandering, stijgende kosten en schaarse grondstoffen de druk op de voedselketen op. Ai kan helpen deze complexe puzzel op te lossen Wereldwijd hebben ongeveer achthonderd miljoen mensen onvoldoende voedsel (bron: WFP). Tegelijkertijd produceren we genoeg om tien miljard mensen te voeden, terwijl de wereldbevolking naar schatting acht miljard telt. Een derde van het geproduceerde voedsel wordt verspild. Dat levert een economische schade op van een biljoen euro per jaar, naast de negatieve impact op het milieu. De wereldwijde foodsector staat dus voor een grote uitdaging: hoe voedsel efficiënter te produceren, distribueren en consumeren? Milieu-impact van voedsel– Voedselproductie is verantwoordelijk voor iets meer dan een kwart van de wereldwijde broeikasgasuitstoot;– Als voedselverspilling een land zou zijn, zou het de derde grootste uitstoter van CO₂ zijn (na China en de VS);– Met voedselverspilling gaan ook verloren: water (een kwart van al het zoetwatergebruik), land (tot dertig procent van het landbouwareaal), en energie, arbeid en middelen die zijn ingezet voor productie en distributie. Setting Een groot puzzelstuk voor de oplossing van het probleem ligt verscholen in de supply chain — waar miljoenen beslissingen worden genomen over productie, transport, opslag en vraagvoorspelling. Ai biedt in deze setting onvermoede mogelijkheden: van realtime-monitoring van gewassen tot slimme voorspellingsmodellen die vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen. Maar ook van algoritmes die bederf voorspellen tot platforms die overtollige voorraden herverdelen. Even naar de traditionele foodsector die drijft op schattingen: hoeveel oogst zal er zijn, hoeveel vraag verwacht de markt en hoelang blijft een product houdbaar? Dit model is aanbodgedreven (de producent bepaalt grotendeels wat en hoeveel er wordt gemaakt) en informatieluw (beslissingen worden veelal genomen op basis van ervaring), terwijl de handel draait op vertrouwen, netwerken en langetermijnrelaties. Het is een ketting waar in elke schakel onnauwkeurigheden ontstaan die leiden tot overschotten of juist tekorten. Ai verandert dat spel fundamenteel. Door het combineren van data uit weerpatronen, sensoren, verkoopcijfers en logistieke processen kunnen algoritmes nauwkeurige voorspellingen doen over productievolumes, optimale transportmomenten en verwachte afzet. Zo wordt verspilling niet alleen inzichtelijk, maar ook actief voorkomen. Een voorbeeld: machine learning-modellen die supermarktdata analyseren, kunnen de houdbaarheid van verse producten beter inschatten dan standaarddatumlabels. Daardoor kunnen winkels hun voorraden dynamisch prijzen of herverdelen, wat direct leidt tot minder afval en hogere marges. Temperatuur Een groot deel van de voedselverspilling vindt plaats tijdens transport en opslag. Ai-gedreven routeplanning en temperatuurmonitoring leiden tot precisie in de ‘koude keten’. Door realtime-data te analyseren — van vrachtwagens, koelcontainers en distributiecentra — kan ai afwijkingen detecteren en automatisch bijsturen. Stel dat een vracht met verse groenten dreigt te bederven door files en vertraging, dan kan een ai-systeem alternatieve routes of nabije afnemers voorstellen. Zo wordt verlies beperkt en blijven producten binnen de keten circuleren. Bedrijven als IBM en het wereldwijd opererende transportconglomeraat Maersk experimenteren met dergelijke oplossingen, waarbij blockchain wordt gecombineerd met ai voor maximale transparantie en traceerbaarheid. Ai maakt niet alleen reductie van verspilling mogelijk, maar ook hergebruik van reststromen Voorspellen is besparen Een krachtige toepassing van ai in de foodsector is demand forecasting, ofwel het voorspellen van vraag. Waar traditionele methoden werken met historische gemiddelden, gebruikt ai realtime-data, zoals weersverwachtingen, promotiecampagnes, feestdagen (!), consumentengedrag en zelfs sociale-mediatrends en lokale evenementen. Multinationals als Nestlé en Unilever zetten deze technologie in om productie en distributie flexibeler te maken. Zo vangen ze pieken en dalen in de vraag beter op, waardoor minder voorraad ongebruikt blijft. Ai maakt niet alleen reductie van verspilling mogelijk, maar ook hergebruik van reststromen. Er zijn startups actief om platforms te ontwikkelen, die via ai overtollige producten koppelen aan nieuwe afnemers — denk aan voedselbanken, lokale restaurants, supermarkten of producenten van diervoeding en biogas. Door patronen in vraag en aanbod te herkennen, zijn deze platforms in staat reststromen sneller en efficiënter te herverdelen en krijgt voedsel dat anders verloren zou gaan, opnieuw waarde binnen de circulaire economie. Toekomst De waarde van ai in de strijd tegen voedselverspilling is niet louter technologisch, maar ook maatschappelijk. Het helpt de wereldvoedselvoorziening robuuster te maken in tijden van onzekerheid. Door betere voorspellingen, snellere besluitvorming en slimmere logistiek kan de sector grote stappen zetten richting een duurzamer voedselsysteem. We moeten ook wel, omdat het klimaatbeleid staat of valt met de aanpak van voedselverspilling. Volgens het toonaangevende Drawdown Project (dat klimaatoplossingen rangschikt op impact), is vermindering van voedselverspilling een van de top drie maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Een geluk bij een ongeluk: het terugdringen van voedselverspilling is relatief laaghangend fruit met veel winst voor milieu, economie én maatschappij. De toekomst van de voedselketen ligt in data; ai is de motor die die data omzet in daadkracht Wereldwijde initiatieven Zit de politiek niet stil (merk de VN-doelstelling SDG 12.3 op, die stelt dat we in 2030 voedselverspilling per hoofd van de bevolking moeten halveren op consument- en retailniveau), ook het bedrijfsleven roert zich. Er zijn  wereldwijd tal van initiatieven waarbij de foodsector ai inzet om verspilling te verminderen en de keten efficiënter te maken. – In de VS personaliseert Hungryroot online-boodschappen door ai-receptsuggesties te koppelen aan gebruikersvoorkeuren, zodat alleen benodigde ingrediënten worden geleverd.– Het Britse Ocado gebruikt machine-learningmodellen voor realtime-vraagvoorspelling, dynamische prijszetting en robotgestuurde magazijnen.– Relex Solutions biedt vergelijkbare ai-oplossingen voor voorraad- en leveringsplanning. – Winnow Solutions geeft via sensoren en beeldherkenning in professionele keukens inzicht in wat er wordt weggegooid.– Het Australisch-Britse Fresho automatiseert orderverwerking met ai die ongestructureerde bestellingen omzet naar bruikbare data en voorraadbeheer optimaliseert.– Zest, een platform uit het VK, koppelt via ai overtollige voedselvoorraden aan nieuwe bestemmingen, zoals liefdadigheidsinstellingen.Ook in Nederland is de inzet van ai groeiende. – Orbisk monitort keukenafval met camera’s en weegschalen.– OneThird gebruikt spectroscopie en beeldanalyse om de houdbaarheid van groente en fruit te voorspellen.– KLM stemt via ai het aantal boordmaaltijden af op het daadwerkelijke aantal passagiers.– Supermarktketen Hoogvliet werkt met dynamische prijsalgoritmes van Wasteless, die producten met een naderende houdbaarheidsdatum automatisch afprijzen. Gezamenlijk laten deze initiatieven zien hoe ai de voedselketen slimmer, duurzamer en data-gedreven maakt. Want de toekomst van de voedselketen ligt in data; ai is de motor die die data omzet in daadkracht. ‘Ai alleen kan geen oplossing bieden’Ioannis Athanasiadis is als hoogleraar en hoofd van de afdeling Kunstmatige Intelligentie verbonden aan Wageningen University & Research. Hij beaamt dat het produceren van voldoende voedzaam voedsel om een snelgroeiende wereldbevolking te voeden, een complexe en urgente uitdaging vormt. Volgens hem wordt die opdracht bovendien gekenmerkt door tegenstrijdige prioriteiten en beperkte middelen. Athanasiadis: ‘De vraag naar voedsel stijgt als gevolg van demografische verschuivingen, verstedelijking en stijgende inkomens wereldwijd. De wereldwijde voedselproductie zal naar verwachting toenemen, voornamelijk dankzij productiviteitsverbeteringen in de landbouw, maar de toegang blijft ongelijk verdeeld, waardoor miljoenen mensen nog altijd te maken hebben met honger en ondervoeding.’De hoogleraar ziet in ai een technologie die innovatieve oplossingen biedt om voedselvoorzieningsketens te optimaliseren, van klimaatregeling van containers tot routeplanning, waardoor de duurzaamheid en efficiëntie worden verbeterd. ‘Ai kan boeren ondersteunen met duurzame praktijken, fokkers helpen zich aan te passen aan klimaatverandering en consumenten in staat stellen gezondere keuzes te maken en verspilling tegen te gaan.’ Maar, zegt Athanasiadis, ai alleen kan geen oplossing bieden voor kernproblemen in de sector, zoals conflicten tussen belanghebbenden, schaarste aan gegevens en ongelijkeden in de toeleveringsketen. ‘Hiervoor is interdisciplinaire samenwerking en de ontwikkeling van nieuw talent op het gebied van datawetenschap nodig. Initiatieven zoals die van de Universiteit van Wageningen, die BSc- en MSc-programma’s aanbiedt, zijn erop gericht een nieuwe generatie datawetenschappers op te leiden die in staat zijn complexe gegevens om te zetten in bruikbare inzichten voor mondiale voedselsystemen, waarbij de nadruk ligt op het belang van collaboratieve, innovatieve oplossingen voor mondiale uitdagingen.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2025 #7.
Transparantie, redundantie en weerbaarheid: fundament voor vertrouwen in mobiele netwerken
4 weken
BLOG – Dit jaar werd Nederland meerdere keren opgeschrikt door grootschalige storingen bij mobiele-telecomaanbieders. KPN, VodafoneZiggo en Odido kampten met problemen die honderdduizenden tot miljoenen gebruikers troffen. Niet zelden gingen de storingen urenlang door. De impact? Van hinderlijk tot potentieel gevaarlijk. In een samenleving waar vrijwel alles leunt op draadloze connectiviteit komt een landelijke storing neer op een digitale black-out. Burgers en bedrijven vragen zich af: waarom gebeurt dit zo vaak, en kunnen we nog wel op deze netwerken vertrouwen? Wat deze storingen extra pijnlijk maakt, is dat onze afhankelijkheid van mobiele netwerken explosief is gegroeid. We gebruiken ze niet alleen voor bellen of internetten, maar ook voor thuiswerken, navigeren, zorg op afstand, betalingen, slimme apparaten in huis en op kantoor en zelfs cruciale meldsystemen, zoals NL-Alert of alarmering bij hulpdiensten. Waar vroeger een storing hinderlijk was, kan het nu directe gevolgen hebben voor onze veiligheid, bereikbaarheid en economie. En toch lijkt het alsof dergelijke incidenten zich steeds vaker voordoen. En waarom is dat specifiek in de afgelopen maanden zo vaak het geval? De recente toename van storingen lijkt geen toeval. Juist in de afgelopen maanden hebben zich verschillende trends en gebeurtenissen gekruist, die de stabiliteit van mobiele netwerken onder druk zetten. Virtualisatie De oorzaak is te zoeken in de invoering en toepassing van nieuwe technologieën. Mobiele operators zijn in 2024 en 2025 massaal overgegaan op virtualisatie van netwerkfuncties en het uitrollen van geavanceerde 5G-netwerkcomponenten, zoals software-defined networking, network function virtualization en cloud-native core networks. Deze technologieën zijn krachtig en flexibel, maar ook complex en gevoelig voor fouten. Eén foutieve configuratie of instabiliteit in een virtuele schakel kan uitval veroorzaken op grote schaal. Bovendien is het opsporen en oplossen van fouten in zo’n netwerk lastiger dan voorheen. Waarom zijn diensten zoals pinverkeer en alarmering nog steeds afhankelijk van één mobiel netwerk? Bovendien zijn de providers bezig met versnelde consolidaties, updates en systeemmigraties. De overgang van T-Mobile naar Odido brengt backend-veranderingen met zich mee. Operators rollen nieuwe softwareplatformen bij voorkeur uit tijdens rustige zomerperiodes. Deze ingrepen vergroten tijdelijk het risico op verstoringen. Odido geeft zelf aan dat de megastoring afgelopen zomer het gevolg was van onderhoudswerkzaamheden. Ten slotte zijn de meeste operators zijn al jaren bezig met het terugdringen van operationele kosten (opex). Dat leidt tot veel reorganisaties, waarbij ook de operations-teams niet worden gespaard. Cruciale kennis en ervaring gaat daarmee verloren, monitoring wordt geautomatiseerd, en de marges voor foutcorrectie worden kleiner. In een netwerk dat continu in verandering is, kan deze gereduceerde bezetting het verschil maken tussen een tijdige ingreep of een landelijke storing. Verdienen Transparantie is cruciaal. Na een storing volgt vaak een summier bericht met ‘de oorzaak wordt onderzocht’ of ‘de storing is verholpen’. Maar consumenten en bedrijven verdienen beter. Heldere communicatie over oorzaak, impact en maatregelen om herhaling te voorkomen is niet alleen informatief maar wekt ook vertrouwen. Daarnaast moeten we nadenken over redundantie en weerbaarheid. Waarom zijn sommige diensten (zoals pinverkeer en alarmering) nog steeds afhankelijk van één mobiel netwerk? Kunnen we kritieke functies niet dubbel uitvoeren via alternatieve netwerken of technologieën? Gelukkig wordt deze discussie meer en meer nadrukkelijker gevoerd. Want de vraag is niet of we dit nog een keer meemaken, maar hoe goed we erop voorbereid zijn. Gregor Hendrikse, management consultant, Highberg
Kort: Evides selecteert Digital Survival Company en KPMG in zee met Databricks (en meer)
4 weken
Digital Survival Company vernieuwt werkplekken Evides, overname Fikks door The Irixs Group, nieuwe naam Vanad Interactions, Infinum lijft AMR CyberSecurity in, Surf serieus aan de slag met Nextcloud, alliantie KPMG en Databricks en Afas sluit juridische samenwerking met Lefebvre Sdu. Dat zijn de onderwerpen in dit nieuwsoverzicht. Evides Waterbedrijf selecteert Digital Survival Company voor werkplekken Evides Waterbedrijf met hoofdkantoor in Rotterdam heeft Digital Survival Company na een aanbesteding geselecteerd als it-partner voor de transitie én het beheer van de moderne digitale 365-werkplek. In drie maanden neemt het it-bedrijf uit Nieuwegein het beheer over van de huidige leverancier en wordt de werkplek doorontwikkeld op basis van een ‘Microsoft-tenzij’-beleid en de architectuur- en beveiligingskaders van Evides. Het contract heeft een looptijd van vier jaar en een geschatte waard van 6,3 miljoen euro. Fikks sluit zich aan bij The Irixs Group The Irixs Group uit Enter heeft Fikss overgenomen, een it-bedrijf actief voor non-profit-organisaties én Afas-specialist. Met deze stap breidt de groep zijn dienstverlening binnen het Afas-partnernetwerk uit, met name op het gebied van projectleiding, testen en kwaliteitsborging. Daarnaast versterkt The Irixs Group zijn positie in de zorgsector, waar Fikss in korte tijd een positie heeft opgebouwd. Het bedrijf uit Leusden, dat ook nog branche-specifieke softwareoplossingen onder het productenlabel Xolve aanbiedt, blijft zelfstandig opereren binnen de groep Vanad Engage wordt Vanad Interactions Vanad Engage kondigt een rebranding aan en gaat verder onder de naam Vanad Interactions. Het bedrijf is specialist in ai-automation en menselijke klantcontact. Met de nieuwe naam wil Vanad Interactions duidelijker uitstralen dat het een dienstverlener is op het gebied van geautomatiseerde klantprocessen, menselijke service en data-gedreven inzichten om de klantbeleving bij bedrijven te verbeteren. Het bedrijf is onderdeel van de Vanad Group uit Capelle aan den IJssel. Infinum koopt AMR CyberSecurity Infinum, een technologie-adviesbureau uit Kroatië, heeft het Britse AMR CyberSecurity overgenomen. AMR is gespecialiseerd in penetratietesten en cybersecurity-advies. Het is de tweede overname van Infinum dit jaar, na de toevoeging van het Nederlandse digitale-marketingbureau Your Majesty uit Amsterdam. Het bedrijf uit Zagreb heeft ook kantoren in New York, Londen, Ljubljana, Macedonië en Podgorica. Surf trekt samenwerking meet Nextcloud door Surf gaat de samenwerkingsomgeving Nextcloud breed uitrollen. Na succesvolle ervaringen bij een interne pilot en een pilot met het AlgoSoc-consortium kunnen vanaf het nieuwe jaar ook de leden van Surf met Nextcloud aan de slag. Om zijn digitale soevereiniteit te versterken onderzoekt de it-dienstverlener voor het hoger onderwijs alternatieve toepassingen, zoals Nextcloud. Dit is een samenwerkingsomgeving voor tekstverwerken, documenten delen, e-mailintegratie en online vergaderen. KPMG start samenwerking met Databricks KPMG Nederland sluit een alliantie met Databricks om klanten beter te ondersteunen bij het op orde brengen van data en het effectief toepassen van kunstmatige intelligentie. Veel organisaties hebben te maken met versnipperde, moeilijk toegankelijke data of data die niet voldoen aan de wet- en regelgeving, wat de inzet van ai bemoeilijkt. Het intelligente dataplatform van Databricks helpt om data te centraliseren en te structureren, zodat deze geschikt wordt voor betrouwbare en effectieve ai-oplossingen, aldus het adviesbureau. Afas en Lefebvre Sdu sluiten juridisch ai-pact Afas Software en Lefebvre Sdu gaan samenwerken om juridische kennis toegankelijker te maken voor zowel professionals als medewerkers die minder vaak met juridisch werk te maken hebben. Via de software van Afas kunnen gebruikers straks op hun werkplek rechtstreeks vragen stellen over wetten, regels of fiscale onderwerpen. De ai-technologie van Lefebvre Sdu (GenIA-L), gericht op juridische en fiscale vragen, wordt daarvoor geïntegreerd in Jonas, de ai-sssistent van Afas. Jonas vormt het aanspreekpunt binnen de Afas-omgeving. Wanneer een gebruiker een vraag stelt, raadpleegt Jonas op de achtergrond GenIA-L om relevante en actuele informatie op te halen.
eEvidence: goodbye privacy, vaarwel digitale soevereiniteit
4 weken
Volgend jaar gaat een ingrijpende wet in: eEvidence. Bedrijven moeten dan zélf bijhouden of Europese organisaties vertrouwelijke digitale gegevens opeisen. Die moeten dan telkens binnen tien dagen overhandigd zijn, op straffe van boetes tot twee procent van de omzet. Deel één van een drieluik over eEvidence.De waarde van bedrijfsdata, het nieuwe goud, valt of staat met digitale zelfbeschikking. Het is dan ook geen verrassing dat digitale soevereiniteit hoog op alle agenda’s staat. Dat begint bij persoonlijke soevereiniteit, de wetgeving rond privacy. Die is zo belangrijk geworden, dat zelfs wetsvoorstellen om opsporingsdiensten meer armslag te geven om bijvoorbeeld kinderporno eens goed te kunnen aanpakken, daardoor sneuvelen.Maar intussen dreigt heel stilletjes een nog veel ingrijpender Europees voorstel tussen alle commotie door te glippen en vanaf volgend jaar wet te worden: het zogenoemde eEvidence. De voorstellen voor die nieuwe regels zijn al zeven jaar bekend bij rijksoverheden en zijn dusdanig ingrijpend, dat zelfs de nationale opsporingsdiensten buiten spel worden gezet. Als het voorstel zoals gepland vanaf volgend jaar wettelijk verplicht wordt, lijkt er niet veel over te blijven van onze privacy of digitale bedrijfssoevereiniteit. Computable duikt erin en praat erover met experts.Shoot firstOnder de nieuwe regels, aldus de officiële uitleg, ‘zijn bedrijven verplicht zich zodanig in te richten dat zij in staat zijn om binnen de gestelde termijnen aan bevelen te voldoen.’ Die bevelen – geen verzoeken dus – kunnen door willekeurig welke Europese opsporingsinstantie dan ook gedaan worden, zonder tussenkomst van de Nederlandse overheid. Zulke bevelen eisen overhandiging van digitale informatie, zoals ‘naam en contactinformatie van een gebruiker, informatie over het dataverkeer’ of, een mooie catch-all-definitie, ‘de inhoud van communicatie’.Een bedrijf heeft niet de keuze om eerst eens een advocaat of rechter naar het verzoek te laten kijken. De regels werken volgens het principe ‘shoot first, ask questions later’. Achteraf kan best blijken dat het verzoek ongeoorloofd was of de data helemaal niet ter zake deden, maar dan zijn die data dus al overhandigd aan die buitenlandse partij, een partij waarover de Nederlandse autoriteiten geen enkele controle hebben. Om het principe kracht bij te zetten, zijn de termijnen tussen bevel en deadline erg krap, slechts tien dagen, en de boetes bij niet op tijd voldoen torenhoog, tot twee procent van de wereldwijde omzet.Privacy, wat is dat?Het ministerie van Justitie en Veiligheid windt er geen doekjes om: ‘18 augustus 2026 gaat de eEvidence verordening officieel van kracht. Vanaf moment bent u wettelijk verplicht te voldoen aan alle verzoeken die u via het digitale platform ontvangt.’ Organisaties moeten vanaf dat moment zélf contact houden met het eEvidence-platform, dus zelf maar uitzoeken of er een instantie ergens in Europa hun data opeist, en dan telkens dus op zeer korte termijn voldoen aan eisen van welke Europese opsporingsbevoegde dan ook.Het is interessant dat Den Haag overheidsadviezen over deze ingrijpende voorstellen compleet lijkt te negeren. ‘De Verordening treedt volgend jaar in werking. Eerder, in 2018, heeft de European Data Protection Board (EDPB), waarin Europese gegevensbeschermingsautoriteiten deelnemen, een standpunt hierover ingenomen,’ legt Elizabeth Palandeng uit aan Computable. Zij is woordvoerder van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dat zeven jaar oude standpunt omvat maar liefst achttien aanbevelingen die een aantal van de meest vergaande excessen aanpakken. Zo zouden in het land van de organisatie die de gegevens moet verstrekken de bevoegde autoriteiten geraadpleegd moeten worden, om, aldus de aanbeveling, ‘subjectieve interpretaties van een enkele rechtbank te voorkomen.’Vrij spel voor de (s)pionnen van Poetin?Met andere woorden, een lokale overheid in bijvoorbeeld Hongarije zou niet zomaar – onder dwang van krappe deadlines en hoge en snel opeisbare boetes – de bezoekersgegevens moeten kunnen opeisen van een evenement in, zeg maar, Utrecht (zoals de verordening nu nog wél toestaat), zónder tussenkomst van een Nederlandse autoriteit. Daarom ook zegt de EDPB: ‘de verordening moet drempels opwerpen voor de uitvaardiging van bevelen en bevelen moeten worden uitgevaardigd of goedgekeurd door rechtbanken.’Dat het voorstel al die zaken zonder meer wil toelaten is op z’n minst schokkend te noemen. Alsof dat nog niet genoeg is, hanteert de verordening bijvoorbeeld een andere definitie van ‘wettelijk vertegenwoordiger’ dan de AVG, waardoor de nieuwe wet de toch al aanzienlijke regeldruk en bijkomende kosten voor het bedrijfsleven alleen maar verhogen. Palandeng: ‘Het ministerie van J&V is nog bezig met de implementatie en uitvoering van de Verordening. De AP zal dit wetsvoorstel toetsen aan de AVG. Op een later moment kunnen we daar meer over zeggen.’In deel 2 vraagt Computable de advocatuur om eens te kijken naar de onbegrijpelijk ingrijpende verordening.
Binnen drie jaar is 1 op 4 sollicitaties frauduleus
4 weken
De combinatie van artificiële intelligentie en datadiefstal maakt het voor bedrijven steeds moeilijker om echte kandidaten te onderscheiden van digitale schijnprofielen. Of hoe ai-fraude steeds meer de sollicitatieprocedure binnensluipt.Volgens een recent rapport van Gartner zou tegen 2028 gemiddeld 1 op 4 sollicitaties frauduleus kunnen zijn. Vooral bij remote jobs is het voor bedrijven steeds moeilijker om echt talent te onderscheiden van gemanipuleerde profielen.Özlem Simsek, managing director bij rekruteringsspecialist Robert Walters, ziet de gevolgen in de praktijk. ‘De grens tussen modern en misleidend is snel overschreden – zeker als het gaat om door ai gegenereerde sollicitatiefoto’s’, zegt ze. ‘We hebben meerdere gevallen gezien waarbij het duidelijk was dat de foto met artificiële intelligentie was gemaakt. Het oogt onnatuurlijk en het wekt vandaag meteen argwaan.’ Best niet te perfect Met tools zoals Midjourney of DALL·E kunnen in enkele seconden ogenschijnlijk perfecte sollicitatiefoto’s worden gemaakt – allemaal in de hoop op een sterke eerste indruk. Maar deze aanpak kan dus averechts werken, steeds vaker zelfs. ‘Sollicitaties met echte foto’s – zelfs als ze niet perfect zijn – wekken meer vertrouwen dan vlekkeloze maar kunstmatige beelden’, legt Simsek uit. De dreiging gaat verder dan cosmetische aanpassingen. Steeds vaker gebruiken oplichters echte persoonsgegevens voor valse sollicitaties. ‘Sommige mensen krijgen uitnodigingen voor gesprekken voor functies waarop ze nooit hebben gesolliciteerd, omdat hun LinkedIn-profiel werd gekopieerd’, waarschuwt Simsek. En de kandidaat zelf? Ook kandidaten zelf zijn niet veilig. Nepaanbiedingen met beloftes van hoge lonen of snelle plaatsing duiken steeds vaker op. ‘We zien jonge kandidaten die betalen voor zogezegde opleidingen of werkmateriaal. Dat moet meteen een alarmbel doen rinkelen’, zegt Simsek. ‘Gerenommeerde rekruteringskantoren vragen nooit geld aan kandidaten’, haalt ze aan. ‘Bij twijfel: neem je best rechtstreeks contact op met het echte bureau.’

Pagina's

Abonneren op computable