computable

119 nieuwsberichten gevonden
Kort: Vercel zet miljoen in op eigen ai-sandbox, Nederland tweede van Europa met export ai-goederen (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: 50.000 dollar voor wie Vercels ai-sandbox kraakt, Nederlandse chipmachines stuwen export ai-goederen naar tachtig miljard euro, Meta onder vuur om verslavende sociale media, Macaw vindt in Robbert de Ruijter nieuwe ceo, en digitaal zorgplatform Compaan in Finse handen. Vercel looft miljoen dollar uit voor kraken ai-sandbox Vercel daagt beveiligingsonderzoekers uit om zijn Sandbox voor ai-agents te kraken. Het Amerikaanse bedrijf stelt maximaal één miljoen dollar aan beloningen beschikbaar tijdens een twee weken durende challenge op het door hackers aangedreven beveiligingsplatform HackerOne. Per gevonden kwetsbaarheid kan de beloning oplopen tot een halve ton. Deelnemers kunnen proberen de sandbox te omzeilen, toegang te krijgen tot die van andere gebruikers of netwerkbeperkingen te doorbreken. Omdat ai-agents zelfstandig code kunnen uitvoeren, software installeren en programma’s genereren, is isolatie van mogelijk kwaadaardige code essentieel. De challenge test zowel de reken- als netwerkbeveiliging van Vercel Sandbox. Onderzoekers moeten hun bevindingen voorzien van een werkende proof of concept. Vercel gebruikt de ontdekte aanvalstechnieken vervolgens om de beveiliging verder aan te scherpen. De uitdaging loopt tot 1 september 2026. Nederland tweede Europese exporteur van ai-goederen Nederland is na Duitsland de grootste Europese exporteur van goederen die nodig zijn voor de ontwikkeling en toepassing van ai. Wereldwijd staat Nederland met ruim tachtig miljard euro aan export op de elfde plaats, blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Atradius. Vooral chipproductiemachines doen duit in het zakje. Nederland is dankzij ASML wereldwijd de grootste exporteur in deze productcategorie. De wereldwijde export van ai-gerelateerde goederen, waaronder processors, geheugenchips, servers en netwerkapparatuur, bedroeg in 2024 ruim 2,9 biljoen euro, drie keer zoveel als tien jaar eerder. Aziatische economieën zijn goed voor 65 procent van deze export. China, Hongkong, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea domineren de productie van halfgeleiders en ai-apparatuur. Volgens Atradius maakt deze concentratie Europa kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en verstoringen van toeleveringsketens. Juridische storm bedreigt verdienmodel Meta Het bedrijfsmodel van Meta staat onder druk nu het moederbedrijf van Facebook en Instagram de ene rechtszaak na de andere aan de broek krijgt. Volgens de Wall Street Journal wordt Meta geconfronteerd met duizenden juridische procedures.Tientallen staten, schooldistricten en individuele gebruikers van sociale media beweren dat Meta winstbejag stelt boven de mentale gezondheid van minderjarige gebruikers. Procureurs-generaals menen dat Meta diverse wetten ter bescherming van consumenten en ook jongeren overtreedt.Als meerdere zaken in nederlagen eindigen, zal het moeilijk worden op dezelfde manier greep op zijn publiek te houden. Dinsdag beschuldigden vier Amerikaanse staten Meta ervan zijn platforms voor minderjarigen bewust verslavend te maken. Meta wijst de claims af die gepaard gaan met astronomische financiële eisen. In New Mexico heeft een rechter Meta al bevolen een compensatiefonds van 567 miljard dollar op te richten. Macaw benoemt Robbert de Ruijter tot nieuwe topman Digitale dienstverlener Macaw heeft Robbert de Ruijter benoemd tot ceo. De Ruijter moet het bedrijf verder positioneren als strategische partner voor organisaties die ai en digitale transformatie willen vertalen naar concrete bedrijfswaarde. Robbert de Ruijter. De nieuwe topman brengt ervaring mee in it-dienstverlening, transformatie en private-equityomgevingen. Hij was onder meer ceo van Eshgro Group, portfolio director bij Your.World en coo van AFAS Software. Bij Macaw richt hij zich op verdere groei in Nederland en daarbuiten en op het versterken van de positie op het gebied van ai en digitale transformatie. De Ruijter vormt samen met cfo/coo Patrick Steenvoorden de directie. Macaw telt circa vierhonderd medewerkers in Nederland, Duitsland en Litouwen en is strategisch partner van Microsoft. Evondos neemt digitaal zorgplatform Compaan over Het Finse healthtechbedrijf Evondos neemt het Nederlandse digitale zorgplatform Compaan over. Met de overname willen beide bedrijven hun aanbod voor thuiszorg en geriatrische revalidatiezorg versterken. Compaan biedt onder meer beeldzorg, zorg op afstand en digitale werkprocessen via een gebruiksvriendelijke tabletoplossing. Het platform wordt gebruikt door ruim tienduizend cliënten bij meer dan 150 thuiszorgorganisaties en 45 revalidatieorganisaties. Wekelijks faciliteert Compaan circa 33.000 virtuele zorgmomenten. Evondos is actief met geautomatiseerde medicatie-uitgifte en ondersteunt meer dan veertigduizend patiënten in Europa bij zelfstandig wonen. Volgens Evondos-ceo Frans Cromme vullen de oplossingen elkaar aan en ontstaat een breder platform voor efficiëntere en cliëntgerichte zorg. Er zijn geen plannen voor personeelsreducties. Voor bestaande klanten en partners verandert er voorlopig niets.
Helft NIS2-organisaties mist deadline: D66 uit zorgen
1 week
D66 vindt het zorgelijk dat ruim de helft van de organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, zich nog niet heeft geregistreerd. De registratieplicht geldt sinds 15 augustus. Veel bedrijven en instellingen misten de eerste deadline bleek uit navraag van Computable. Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini, die bij D66 de portefeuille Digitale Zaken beheert, vraagt zich af waarom veel organisaties zich nog niet hebben geregistreerd. Organisaties die essentiële of kritieke diensten verlenen, moeten zich aanmelden bij het Nationaal Cybersecurity Centrum (NCSC). Waarom dat onvoldoende gebeurt, is nog onduidelijk.De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitvoering van de Europese NIS2-richtlijn. El Boujdaini constateert dat over NIS2 jarenlang uitvoerig is gesproken. De komst van wet- en regelgeving die organisaties met kritieke diensten verplicht om hun beveiliging goed in te richten, kan voor niemand een echte verrassing zijn. ‘Het is nu echt tijd om actief met effectieve implementatie bezig te zijn, te meer daar er nog heel veel digitale technologie in aantocht is die actief beveiligingsbeleid urgent maakt.’BewustwordingscampagneSarah noemt ai en quantumcomputing als voorbeelden; allemaal zaken die veel voorbereiding vereisen. ‘De Cyberbeveiligingswet gaat ons daarbij helpen,’ zegt het D66-kamerlid dat eerder bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) als ambtenaar de CIO en CDO adviseerde. Ze weet uit ervaring bij I en W dat het soms lang kan duren voordat bedrijven zich van bepaalde nieuwe regelgeving bewust zijn. Voor de vrachtwagenheffing bijvoorbeeld, moet elke vrachtwagen een werkend tolkastje aan boord hebben. Een bewustwordingscampagne was nodig om eigenaren van vrachtwagens te bewegen met zo’n kastje de weg op te gaan. El Boujdaini vreest dat het met de implementatie van de Cyberbeveiligingswet niet anders is. ‘Naast het creëren van meer bewustzijn ligt op de overheid de taak om hulp en ondersteuning te bieden.’ Het Nationaal Cybersecurity Centrum doet dat overigens ook bij organisaties die zich registreren en aangeven hulp nodig te hebben. Mocht straks blijken dat de overheid niet genoeg heeft gedaan om de duizenden bedrijven die onder deze wet vallen actief te informeren en te waarschuwen dan zijn volgens haar extra maatregelen nodig. Ze gaat er vooralsnog niet van uit dat het niet voldoen aan de Cyberbeveiligingswet een kwestie van onwil is of dat de wet te complex is dan wel onduidelijk is geformuleerd.Het D66-kamerlid ziet ook een parallel met de privacywetgeving AVG die regels oplegt aan organisaties die persoonsgegevens verwerken. ‘Sommige bedrijven blijken hulp nodig te hebben om alles goed in te regelen. Met name de beveiliging moet op orde zijn.’ DatalekkenCyberbeveiliging krijgt in de Tweede Kamer veel aandacht. De datalekken bij Basic Fit, Booking.com, Odido, bevolkingsonderzoek borstkanker en nu ook CEVA Logistics duperen grote aantallen burgers. El Boujdaini bereidt momenteel een initiatiefnota voor om meer te doen aan de preventieve kant. Ze licht toe: ‘Na ieder nieuw datalek voeren we steeds hetzelfde gesprek: hoe heeft dit kunnen gebeuren, welke gegevens zijn gelekt en hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt? Het zijn belangrijke vragen, maar ze komen pas nadat de schade al is aangericht. Als we echt vooruit willen, vraagt dat om meer dan het voorkomen van het volgende datalek. Het vraagt om een ander systeem, een steviger slot op persoonsgegevens waarvan iedereen de sleutel zelf in handen heeft. Vandaag de dag laten we onze gegevens immers nog overal achter, bijvoorbeeld voor een sportabonnement of bij de telecomprovider. Hiermee geven we die sleutel nog te vaak uit handen aan organisaties die grote hoeveelheden persoonsgegevens opslaan. De vraag is daarom hoe we ervoor zorgen dat mensen in het digitale tijdperk baas blijven over hun eigen gegevens.’Initiatiefnota voor dataminimalisatieDe initiatiefnota wil het systeem veranderen door te werken aan dataminimalisatie: gegevens meer bij personen houden en die niet overal verspreiden. Volgens El Boujdaini biedt de digitale wallet kans meer gegevens bij jezelf te houden. Verificatiemethoden vragen niet altijd om een grote detaillering. Soms is het niet nodig precies te weten hoe oud iemand is. Volstaan kan worden met het gegeven dat een persoon ouder is dan 18 jaar. ‘De Europese verordening voor elektronische identificatie en vertrouwensdiensten (eIDAS) zal de komst van digitale ID- en business-wallets kunnen versnellen,’ aldus Sarah. Qua digitale weerbaarheid moet er in Nederland nog veel gebeuren. El Boujdaini constateert dat Nederland op de National Cyber Security Index (NCSI) is gedaald van de 20ste naar de 36ste plek. Afgelopen juni nam de Tweede Kamer unaniem haar motie aan die de regering verzoekt dit jaar nog een plan van aanpak te sturen ter verbetering van de cyberweerbaarheid van Nederland.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Omstreden EU-datawet van kracht voor ict-sector
1 week
Digitale dienstverleners moeten verplicht data afstaan als een rechter uit een Europese lidstaat hen daartoe verzoekt. Dat staat in de omstreden Europese eEvidence‑verordening die op 18 augustus in werking is gegaan. Hoewel de database voor de registratie van dergelijke verzoeken nog niet klaar is, moeten bedrijven al wel aan de wet voldoen, waarschuwt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Critici wijzen al langer op privacyrisico’s, disproportionele bevoegdheden en onrealistische deadlines. De eEvidence-verordening geldt voor aanbieders van internet- en communicatiediensten, cloud- en opslagproviders, online platforms en marktplaatsen en organisaties die domeinnamen of ip-diensten beheren. De wet moet grensoverschrijdende opsporing versnellen door het delen van data, zoals e-mailgegevens, contactinformatie, ip-adressen en communicatiegegevens. Het doel is om deze verzoeken beter op elkaar af te stemmen tussen EU-landen en het proces eenvoudiger te maken voor alle betrokken partijen. De impact is aanzienlijk. Organisaties moeten hun systemen zo inrichten dat zij Europese verstrekkings- en bewaringsbevelen binnen vastgestelde termijnen kunnen verwerken, inclusief het veilig bewaren van data wanneer een bewaringsbevel wordt afgegeven. Voor een verstrekkingsbevel geldt standaard een termijn van tien dagen. In bepaalde spoedgevallen kan een dienstverlener verplicht worden om binnen acht uur te reageren. Ook moeten zij zich registreren in de nieuwe Court Database (CDB), zodat autoriteiten hen snel kunnen vinden. In Nederland kan die registratie naar verwachting pas vanaf begin 2027 worden afgerond, omdat de ACM nog geen bevoegdheid heeft om toezicht te houden op de registratieplicht. De verplichtingen uit de Europese verordening gelden vanaf gisteren 2026. Nederlandse dienstverleners kunnen daardoor al te maken krijgen met verzoeken uit andere EU-landen. Forse kritiek Hoewel de eEvidence-verordening bedoeld is om grensoverschrijdende opsporing te versnellen, klinkt stevige kritiek vanuit privacy-experts, advocaten, dienstverleners en belangenorganisaties. Zo wijzen critici erop dat justitiële autoriteiten in één EU-land rechtstreeks data kunnen opvragen bij providers in een ander land. Daarbij is niet in alle gevallen voorafgaande toetsing door de autoriteiten van het land waar de provider gevestigd is vereist. Dat kan ertoe leiden dat gegevens worden gedeeld voor feiten die in het land van de provider niet strafbaar zijn, zoals bepaalde uitingen online. Ook wijzen critici op de korte reactietermijnen: tien dagen standaard en acht uur bij spoed. Volgens privacyorganisaties en cloudproviders zijn deze deadlines ‘agressief’ en in de praktijk moeilijk haalbaar, zeker wanneer het gaat om complexe dataverzoeken of grote hoeveelheden communicatiegegevens. Rechtsbescherming Ook zijn er zorgen over fundamentele rechten. Gebruikers worden niet vooraf geïnformeerd dat hun data naar een ander EU-land worden gestuurd, wat volgens critici de transparantie en rechtsbescherming ondermijnt. Bovendien kan de autoriteit in het land waar de provider gevestigd is in bepaalde gevallen bezwaar maken tegen een bevel, terwijl de gegevens in spoedsituaties al kunnen zijn overgedragen. Dat is een constructie die volgens juristen kan leiden tot misbruik of onterechte dataverzameling. Internationale juristen wijzen verder op mogelijke conflicten met niet-EU-wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act en Electronic Communications Privacy Act (ECPA). Omdat de EU-VS-overeenkomst hierover nog steeds niet is afgerond, kunnen providers klem komen te zitten tussen tegenstrijdige wettelijke verplichtingen.
GTIA vergroot aandacht voor leden in Benelux
1 week
De Global Technology Industry Association (GTIA) zet extra in op verantwoorde ai met opleidingen, standaarden en zelfregulering. Tegelijk breidt de wereldwijde branchevereniging van het it-channel haar activiteiten in de Benelux verder uit met nieuwe community- en kennisinitiatieven voor leden. Dat kondigde GTIA aan tijdens ChannelCon 2026, dat begin deze maand plaatsvond in het Amerikaanse San Diego. Zo lanceert de organisatie een mentorprogramma voor leden in de regio en worden nieuwe chapters opgezet in Nederland en België. De organisatie wil it-dienstverleners wereldwijd ondersteunen bij de verdere adoptie van ai. De initiatieven richten zich op ai-vaardigheden, standaarden en governance voor de snelgroeiende markt van ai-diensten wereldwijd. ‘Ook in het tijdperk van ai blijven vertrouwen, standaarden en een sterke community de basis voor succes’, zegt Dan Wensley, ceo van GTIA. ‘It-dienstverleners spelen een cruciale rol bij het helpen van organisaties om nieuwe technologieën veilig en verantwoord toe te passen. Daarom investeren we in kennisontwikkeling, samenwerking en governance.’ Tempo Om leden te ondersteunen bij die ontwikkeling heeft GTIA een samenwerking gesloten met CompTIA, de organisatie die uit GTIA is voortgekomen. Hierdoor krijgen leden toegang tot de AI Essentials Library, een online-leeromgeving met trainingen voor technische, commerciële en leidinggevende professionals. De trainingen zijn op eigen tempo te volgen en leiden tot erkende competentiecertificaten. Verder begint GTIA samen met het Global Cyber Research Institute (GCRI) het Consortium for Responsible IT Services (CRITS). Doel is een raamwerk voor zelfregulering binnen de it-sector te ontwikkelen en organisaties te ondersteunen bij verantwoord ondernemerschap in een snel veranderend technologisch landschap. Een tweede initiatief is de Managed Intelligence Alliance, die zich richt op beheerde ai-diensten. De alliantie gaat werken aan standaarden, open specificaties, accreditatieprogramma’s en onderzoek om verdere professionalisering van deze snelgroeiende markt mogelijk te maken. Vrijwel alle it-dienstverleners in de Benelux zetten inmiddels ai in, maar slechts een kleine groep weet die technologie structureel te vertalen naar groei en nieuwe verdienmodellen. Dat bleek onlangs uit de studie ‘State of the Channel 2026‘ van GTIA.
Kernplatforms als rem op innovatie: waarom cio’s opnieuw moeten kiezen
1 week
Eén systeem dat e-commerce, data en transacties direct kon meeschalen met de ambities van de organisatie. Dat was ooit de belofte die veel cio’s verleidde flink te investeren in een kernplatform. Stukje bij beetje veranderde dat platform echter in een lastig te upgraden en onderhouden systeem dat steeds vaker de bottleneck vormt voor organisaties die snel willen inspringen op de mogelijkheden van nieuwe (AI-)technologie. Hoe ga je daar als cio mee om? De Britse theoretisch natuurkundige Stephen Hawking zei ooit: ‘Intelligence is the ability to adapt to change’. Bij de keuze van een nieuw digitaal platform sorteer je voor op de speelruimte en snelheid waarmee jouw organisatie in de toekomst kan inspringen op nieuwe klantbehoeften en de mogelijkheden van nieuwe technologie. Ooit was dat een belangrijke reden om te kiezen voor een slagvaardig kernplatform dat al jouw wensen en behoeften direct kon ondersteunen en schalen. Helaas nam de flexibiliteit van dat platform gaandeweg steeds verder af en kwam er telkens iets anders bij: een nieuw kanaal, een uitzondering, een integratie, een stuk maatwerk. Stuk voor stuk waren die aanpassingen verdedigbaar. Bij elkaar leverden ze een landschap op dat steeds moeilijker te veranderen werd. Nu, in een tijd waarin ai vraagt om snelheid, toegankelijke data en modulaire architectuur, dringt de vraag zich op of dit fundament de organisatie nog vooruithelpt — of juist vasthoudt. In gesprekken met cio’s en cto’s ontstaat dan ook een nieuw vraagstuk: niet hoe je verder optimaliseert, maar of het huidige platform nog past bij de toekomst van de organisatie. Als complexiteit sneller groeit dan de business De patronen ontstaan geleidelijk, maar de signalen zijn duidelijk. Organisaties zien hun operationele kosten oplopen, terwijl teams groeien om relatief standaardfunctionaliteit in stand te houden. Tegelijkertijd duren zelfs kleine wijzigingen steeds langer en ontstaat er een afhankelijkheid van een beperkt aantal experts. Wat begon als maatwerk om flexibiliteit te creëren, is uitgegroeid tot een landschap waarin elke verandering complex en kostbaar is. De onderliggende dynamiek is ongewenst: systemen die ooit zijn ontworpen om te schalen, schalen steeds vaker vooral complexiteit. Ai legt de zwakke plekken bloot Waar deze problematiek eerder vooral impact had op kosten en snelheid, speelt nu een extra factor: ai. Veel organisaties ontdekken dat hun platform niet alleen traag is, maar ook onvoldoende voorbereid op ai-toepassingen. Data is versnipperd, van wisselende kwaliteit, niet realtime beschikbaar of moeilijk toegankelijk. Integratie van ai-modellen of agentic systemen vraagt daardoor disproportioneel veel inspanning. De implicatie is direct: organisaties met een inflexibel platform lopen achter in hun vermogen om ai effectief toe te passen. De kernvraag voor cio’s Daarmee verschuift de discussie naar een fundamenteler niveau. Ondersteunt het platform de ambities van de organisatie, of beperkt het deze juist? Het antwoord bepaalt of optimalisatie nog zinvol is, of dat structurele verandering noodzakelijk is. Van optimaliseren naar herontwerpen Organisaties die deze vraag serieus beantwoorden, doorlopen doorgaans drie stappen: inzicht, keuze en uitvoering. Inzicht: waar zit het echte probleem? Een effectieve analyse kijkt niet alleen naar technologie, maar ook naar data en organisatie. Het gaat om de verhouding tussen kosten en waarde, de snelheid van delivery en de mate waarin de organisatie afhankelijk is van specifieke kennis. Tegelijk wordt steeds duidelijker dat de vraag naar datakwaliteit en geschiktheid voor realtimegebruik en ai-toepassingen een doorslaggevende factor is. Keuze: welke route past bij de toekomst? Op basis van deze analyse ontstaan doorgaans drie richtingen. Organisaties kunnen ervoor kiezen om te vereenvoudigen door complexiteit terug te brengen en te standaardiseren. Een andere optie is replatformen, waarbij wordt gemigreerd naar een moderner technologisch fundament. In meer ingrijpende situaties kiezen organisaties ervoor om hun platform volledig te herbouwen als een nieuw, modulair geheel. In de praktijk blijkt dat organisaties die expliciet sturen op modulaire architecturen en standaardcomponenten beter in staat zijn om snelheid en schaalbaarheid terug te brengen. Zeker in combinatie met data en ai-gedreven toepassingen biedt deze aanpak meer controle. Uitvoering: vernieuwen zonder stilstand De grootste uitdaging ligt in de uitvoering. Hoe vernieuw je een platform zonder de business te verstoren? In de praktijk maken organisaties gebruik van een aantal bewezen aanpakken. Onderdelen worden gefaseerd vervangen volgens het zogenoemde strangler pattern, terwijl nieuwe functionaliteit parallel wordt opgebouwd naast het bestaande platform. Tegelijk zorgen api’s voor een duidelijke scheiding tussen oud en nieuw, waardoor migraties gecontroleerd kunnen plaatsvinden. Deze aanpak maakt het mogelijk om continu door te ontwikkelen terwijl het fundament wordt vernieuwd. Tegelijk ontstaat een architectuur waarin nieuwe functionaliteit, zoals ai, sneller en eenvoudiger kan worden geïntegreerd. Begin waar de impact zit Succesvolle organisaties kiezen zelden voor een allesomvattende aanpak. Ze starten gericht op plekken waar de impact het grootst is. Dat zijn vaak onderdelen met hoge kosten of beperkte flexibiliteit, maar ook domeinen waar innovatie wordt geblokkeerd of waar ai direct waarde kan toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan personalisatie in digitale kanalen, verbeterde zoekfunctionaliteit of het automatiseren van klantinteracties. Door hier te beginnen ontstaan snel zichtbare resultaten, wat helpt om draagvlak binnen de organisatie op te bouwen. Technologie én organisatie moeten veranderen Een terugkerend inzicht is dat platformproblemen zelden puur technisch zijn. Ook de manier waarop organisaties werken speelt een belangrijke rol. Besluitvorming verloopt vaak via complexe afhankelijkheden, cruciale kennis zit bij een klein aantal individuen en er gaat veel tijd naar afstemming in plaats van uitvoering. Daarom vraagt platformvernieuwing ook om organisatorische verandering. Het gaat om duidelijk eigenaarschap van systemen en data, teams die end-to-end verantwoordelijk zijn en een werkwijze waarin de afhankelijkheid van individuele experts wordt verminderd. Zonder deze veranderingen blijft complexiteit bestaan, ongeacht de gekozen technologie. Van platform naar fundament voor ai De organisaties die vooroplopen, behandelen platformvernieuwing niet als een it-project, maar als een strategische heroriëntatie. Het doel is niet alleen een stabieler systeem, maar een fundament dat data centraal stelt, modulair is opgebouwd en snel nieuwe capabilities kan ondersteunen. Dit maakt het mogelijk om ai-toepassingen, inclusief meer geavanceerde en agentic systemen, daadwerkelijk op schaal in te zetten. Dit vraagt om andere ontwerpkeuzes dan in het verleden, met minder maatwerk en meer gebruik van standaard- en managed services. Conclusie: geen optimalisatievraag, maar een keuzevraag Voor veel cio’s is de conclusie helder. Het vraagstuk rondom kernplatforms is geen pure optimalisatievraag meer, maar een keuzevraag. Blijf je investeren in een complex fundament, of kies je voor een gerichte heroriëntatie? Organisaties die de impact van toenemende complexiteit op hun slagvaardigheid erkennen, kunnen hierop inspelen door hun kernplatforms opnieuw vorm te geven. Daarmee creëren ze de basis om sneller te bewegen, beter in te spelen op verandering en ai daadwerkelijk toe te passen.
Kort: Exchange-update opnieuw uitgesteld, miljoen voor controle op ai-agents (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft stelt grote Exchange-update opnieuw uit, Bossche startup krijgt een miljoen voor extra beveiligingslaag ai-agents, piek in phishing en id-misbruik in zorg, Google start ai-proef in luchtvaart, en Unit4 meldt groei in publieke sector.Microsoft stelt Exchange‑update opnieuw uit door aiMicrosoft kan nog niet zeggen wanneer de eerste grote pakket-update, ofwel cumulative update, voor Microsoft Exchange plaatsvindt. Klanten moeten dus langer wachten op de samenvoeging van bugfixes, beveiligingsupdates en probleemoplossingen, meldt The Register. Volgens het Exchange‑team van Microsoft leidt een stortvloed aan kwetsbaarheden die door interne ai‑tools worden gevonden tot zoveel extra werk dat er simpelweg geen release‑moment te noemen is. Het gaat om taken zoals het valideren, reproduceren, fixen van de software en regressietests. Eerder werd de eerste helft van 2026 genoemd als termijn, later werd deze verschoven naar de tweede helft van het jaar. De maandelijkse security‑payload wordt wel in de interne build (vroege, niet-gepubliceerde versie voor testers) verwerkt, maar een definitieve datum voor de update ontbreekt dus.1 miljoen voor beveiliginglaag ai‑agentsKyvvu, een spin‑off van opleider Jheronimus Academy of Data Science in Den Bosch, heeft een investering van ruim een miljoen euro binnengehaald. Met dat geld wordt een extra beveiligingslaag gebouwd voor ai‑agents die zelfstandig acties uitvoeren binnen bedrijfsnetwerken. De jonge onderneming richt zich op het afvangen van risicovol gedrag van autonome agents, zoals ongeautoriseerde systeemaanpassingen of het uitlezen van gevoelige data. Nu organisaties experimenteren met agentic-ai‑modellen die zonder menselijke tussenkomst code kunnen schrijven, systemen doorzoeken en workflows aanpassen, wordt de noodzaak voor de controle van ai-agents bij bijvoorbeeld banken, verzekeraars en zorginstellingen snel groter, stelt het bedrijf. De financiering (pre-seedronde) komt van Volta Ventures en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) en moet de technologie versneld productierijp maken.Piek in phishing en id-misbruik binnen zorg, overheid en industriePhishing en misbruik van authenticatie bereiken worden volop ingezet door cyberbendes. Dat melden beveiligingsonderzoekers van Cisco Talos in een analyse van het tweede kwartaal van 2026. Daarin was phishing goed voor de helft van alle onderzochte incidenten, terwijl identiteitsmisbruik opliep tot 65 procent. Cybercriminelen zetten daarbij steeds vaker legitieme remote‑supporttools zoals MeshAgent en Zoho Assist in om langdurig onder de radar te blijven. Dat gebeurt vooral bij ransomware-aanvallen.De zorgsector werd opnieuw het hardst getroffen, gevolgd door overheid en maakindustrie. Criminelen omzeilen multi-factorauthenticatie en zetten qr‑phishing in. De beveiligingsonderzoekers adviseren bedrijven en organisaties om versneld over te stappen op phishing‑bestendige authenticatie, langere logretentie en strikte patchprocessen.Google start ai-proef om klimaateffect luchtvaart te verlagenGoogle Groot-Brittannië start samen met de Britse overheid en luchtvaartpartners het project Operation Blue Skies. Volgens het bedrijf gaat het om ’s werelds eerste grootschalige proef om met ai vliegroutes over de Atlantische Oceaan aan te passen om de vorming van opwarmende condensstrepen te voorkomen. Die witte strepen zijn volgens de betrokkenen verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de klimaatimpact (opwarming) door de luchtvaart. Met ai‑modellen, satellietdata en nieuwe meteorologische voorspellingen worden vluchten licht omgeleid om zones te mijden waar die strepen kunnen ontstaan. Het gaat om een proef van dertig maanden en zo’n tienduizend vluchten per jaar. Google draagt ongeveer 1,6 miljoen euro bij en levert rekenkracht.Unit4 meldt flinke groei in publieke sectorBedrijfssoftwareleverancier Unit4 meldt dat het bedrijf de vraag naar saas-oplossingen in de publieke sector flink ziet toenemen. In een persbericht schrijft het bedrijf dat de gemeenten Delft en Eindhoven zijn overgestapt op Unit4 ERPx.  In de afgelopen zes maanden tekende het ook de nationale koepelorganisatie voor lokale overheden in Engeland (Local Government Association), de grootste werkgever in de regio Yorkshire (East Riding of Yorkshire Council) en de Zweedse gemeente Södertälje als klant op.Om de groei binnen de publieke sector in goede banen te leiden, zijn nieuwe managers benoemd. Christoffer Crona wordt svp global sales public sector en Ian Owen treedt aan als global industry director. Zij moeten organisaties begeleiden bij hun transformatieplannen en de inzet van ai.
AP waarschuwt: Bereid je nu al voor op verplichte ai-test
1 week
Bepaalde organisaties moeten zich nu al voorbereiden op de verplichte test die vanaf december 2027 geldt voordat ze ai-systemen met een hoog risico gaan gebruiken.  Hoewel deze deadline veraf lijkt, maant de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) alvast te gaan oefenen met een zogenoemde grondrechten-effectbeoordeling (of FRIA). Dat is een test die uitwijst of het gebruikte ai-systeem de rechten en de privacy van mensen kan beschadigen. Door alvast ervaring op te doen, ontstaat beter inzicht in de ai-systemen die worden gebruikt en kunnen betrokkenen zich tijdig voorbereiden op de nieuwe verplichtingen. De privacywaakhond richt zich met haar oproep tot overheden of bedrijven die publieke diensten leveren. Ze zijn straks tot zo’n test verplicht als een ai-systeem met een hoog risico in gebruik is, dan wel sprake is van een beoordelingssysteem voor financiële risico’s van mensen. Behalve overheden gaat het ook bedrijven aan in bijvoorbeeld het openbaar vervoer of de zorg.  Grondrechten Doel is burgers te beschermen tegen de risico’s van ai waar de grondrechten van mensen in het geding zijn. Zoals het recht op gelijke behandeling, het recht op privacy en het recht op toegang tot essentiële voorzieningen (zoals energie, gezondheidszorg en huisvesting). Steeds vaker nemen ai-systemen beslissingen die direct gevolgen hebben voor mensen. Bijvoorbeeld of zij een uitkering of verzekering krijgen, toegelaten worden tot een opleiding of uitgenodigd worden voor een sollicitatiegesprek. Terwijl een ai-systeem ook fouten kan maken of mensen ongelijk kan behandelen. Daarom gelden er vanaf december 2027 strenge regels voor ai. Fundamental rights impact assessment Een van die nieuwe regels uit de Europese AI-verordening is dat onder meer overheidsorganisaties die bepaalde ai-systemen met hoge risico’s willen gaan gebruiken, eerst goed moeten kijken wat de gevolgen kunnen zijn voor mensen. En wat zij daartegen kunnen doen. Vervolgens moeten zij hierover een rapportage aanleveren bij de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Zo’n beoordeling heet een ‘fundamental rights impact assessment’ (FRIA). Dit is een aanvulling op de DPIA (‘data protection impact assessment’).  De AP helpt met uitleg hierover. Bovendien start de AP een pilot. Deelnemers kunnen zo praktijkervaring opdoen met het Europese template voor de FRIA-rapportage. De AP geeft ook feedback op de aanpak. Aanmelden kan tot en met 21 september aanstaande. De AP is beoogd toezichthouder op het merendeel van de hoogrisico-ai-systemen die onder de ai-verordening vallen.
Logistiek dienstverlener CEVA worstelt nog steeds met gevolgen datalek
1 week
De online kledingwinkel About You voegt zich in de rij van webshops die dupe zijn geworden van het datalek bij CEVA Logistics. Op grote schaal zijn tussen 29 juli en 1 augustus verzendgegevens ontvreemd bij deze logistieke reus die in 170 landen actief is en meer dan 170.000 medewerkers telt. De Duitse modewebshop About You, die deel uitmaakt van Zalando, heeft bepaalde activiteiten uit het getroffen distributiecentrum verplaatst naar andere locaties. Bol.com, Bijenkorf, voetbalclub Ajax, ING, Ace & Tate en Steam behoorden tot het dozijn bedrijven die eerder hun klanten waarschuwden voor het datalek. Een aantal van hen kampt met leveringsproblemen of haalde een streep door bestellingen.Opvallend is hoe lang het onderzoek naar de oorzaak van het cyberincident duurt. Onder meer wordt gekeken of CEVA zijn beveiliging op orde had. Begin november 2025 kreeg CEVA ook een aanval te verduren waarbij data in verkeerde handen zijn beland. Hackers beweerden toen over de complete database van CEVA te beschikken. Het gaat nu om meerdere distributiecentra die CEVA voor Europese klanten beheert. Cybercriminelen bleken toegang te hebben gekregen tot systemen en gegevens van CEVA als warehousing partner. Data van klanten die vanuit een beheerd distributiecentrum worden verwerkt voor bestellingen en de bezorging, zijn daarbij mogelijk bekeken of gekopieerd. Zeker acht, veelal zeer omvangrijke, magazijnen zijn getroffen. CEVA geeft nauwelijks informatie over de omvang en oorzaak van het incident waarvan de gevolgen al meer dan twee weken merkbaar zijn. Vragen hierover staan nog open. Bol heeft op 1 augustus uit voorzorg de gegevensuitwisseling met CEVA direct stopgezet. Deze wordt pas hervat wanneer is vastgesteld dat dit veilig kan gebeuren. Ook is melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ceva noemt zichzelf een groep vernieuwers, samenwerkers en probleemoplossers. Veel it-systemen zijn zelf ontwikkeld.Meer te weten komen over crisismanagement bij cyberaanvallen? Kom naar Cybersec Netherlands (9+10 september, Jaarbeurs Utrecht)!👉🏼 Registreer nu gratis …
De Overstap 9: Nextcloud op het strand
1 week
In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar soevereine zakelijke oplossingen. In deel 9: je kunt ook zonder Android-toestel of iPhone op reis, om adoptie van soevereine oplossingen te stimuleren moet de leercurve omlaag en tips voor o.a. een Duitse personal knowlegde management app. Deze zomer was het zover. Voor het eerst ging ik op vakantie met een techomgeving die vrijwel geheel is gebaseerd op open source en alternatieven voor Big Tech. Geen Windows-laptop, geen MacBook, geen iPhone of standaard Android-telefoon en zo min mogelijk afhankelijkheid van Google-diensten. Hoe dat beviel? Uiteindelijk uitstekend. Het interessante woord in die zin is alleen wel: ‘uiteindelijk’. Even de technische inventarisatie. Mijn laptop is een Slimbook Evo met Linux Mint. De toepassingen die ik daarop gebruik zijn open source. Mijn telefoon is inmiddels een Fairphone 6 met Murena’s /e/OS. Daar probeer ik het aantal geïnstalleerde apps beperkt te houden. Waar het kan gebruik ik een webapp. Waar dat niet praktisch is, installeer ik gewoon een app. En daarmee vertrokken we richting de Zuid-Franse kust. Stoppen voor koffie en tech support We rijden elektrisch, met een Volvo die in de praktijk een bereik heeft van maximaal zo’n 400 kilometer. Dat betekende dus regelmatig stoppen om te laden. Onderweg kwamen we kennissen tegen die met hun Skoda-stationwagen ruim 800 kilometer op een tank benzine konden rijden. Dat schiet uiteraard aanzienlijk sneller op. Toch heeft elektrisch rijden op zo’n lange reis ook een grappig voordeel: het dwingt je om rustiger te reizen. Het bekende advies om na ongeveer twee uur rijden even een kwartiertje te stoppen, wordt door veel automobilisten vooral beschouwd als iets dat voor andere mensen bedoeld is. Met een elektrische auto heb je weinig keuze. De accu bepaalt regelmatig dat het tijd is voor koffie. Dit keer bleek zo’n laadstop nog om een andere reden bijzonder nuttig. Tijdens het rijden viel mij aanvankelijk niets op. Mijn telefoon lag ergens in een vakje naast me en notificaties mis je dan gemakkelijk. Eenmaal over de grens begon mij echter iets op te vallen. Mijn partner en ik zitten in een aantal dezelfde groepsapps. Op haar telefoon kwamen berichten binnen. Op de mijne bleef het opvallend stil. Bij de eerste laadstop in het buitenland keek ik wat beter. En inderdaad: geen internet. Dat is toch een bijzonder moment. Je hebt bewust afscheid genomen van het mobiele ecosysteem dat je jarenlang gebruikte, bent ergens onderweg in het buitenland en ontdekt vervolgens dat je nieuwe telefoon niet online komt. Dan begint het Grote Zoeken naar de oplossing. APN? Welke APN? /e/OS is wat instellingen betreft eigenlijk heel overzichtelijk. Ik liep alles na en voor zover ik kon zien stond het goed. Mobiele data aan. Roaming aan. Netwerk beschikbaar. Maar internet? Nee. Murena’s /e/OS Ik gebruik al enige tijd Mistral Vibe als een soort technische assistent. Dus legde ik het probleem voor. Zoals vaker bij technische problemen kwam daar een indrukwekkende lijst mogelijke oorzaken uit. Instellingen controleren, netwerk opnieuw aanmelden, roaming bekijken, SIM-instellingen nalopen, enz. Uiteindelijk kwamen we terecht bij de APN-instellingen: de ‘Access Point Names’ waarmee een telefoon weet hoe hij verbinding moet maken met het mobiele datanetwerk van een provider. Daar leek aanvankelijk niets mis mee. Ik zag een hele lijst namen, inclusief iets met ‘KPN 4G/LTE’. KPN is mijn provider, dus mijn eerste gedachte was: dan zal dit gedeelte wel goed staan. Toch niet. Je kunt Vibe, net als veel andere ai-tools, simpelweg een screenshot van zo’n scherm sturen en vragen of het klopt. Het antwoord was vrij duidelijk: de juiste KPN-APN ontbrak. Vervolgens kreeg ik de instellingen die ik handmatig kon toevoegen. En ja hoor: enkele seconden later leefde ik digitaal weer. Het interessante is natuurlijk dat er technisch gezien helemaal niets kapot was. De telefoon werkte. /e/OS werkte. KPN werkte. Roaming werkte. Er ontbrak alleen simpelweg een instelling. Mijn Slimbook gaf gedurende de vakantie dan weer geen enkel probleem. Openklappen, verbinden met wifi en werken. Precies zoals je van een laptop verwacht. En misschien zit daar wel een belangrijk deel van het verhaal. We hebben inmiddels jarenlang geleerd hoe Windows, macOS, Android en iOS werken. Veel instellingen worden automatisch voor ons geregeld. We kennen bovendien de eigenaardigheden van die platformen. Als iets niet werkt, weten we vaak ongeveer waar we moeten zoeken. Stap je over op iets anders, dan moet je een deel van die aangeleerde vanzelfsprekendheden weer loslaten. Dat is niet noodzakelijk een tekortkoming van het alternatief. Het is voor een deel simpelweg gewenning. Maar niet helemaal. De learning curve moet omlaag De open source-wereld kent namelijk nog steeds regelmatig een vrij stevige ‘learning curve’. Misschien geldt dat wel breder voor technologie die probeert een alternatief te bieden voor de dominante platforms. Dat is historisch gezien ook niet zo vreemd. Veel open source-projecten zijn ontstaan binnen gemeenschappen waarvan de gebruikers zelf behoorlijk technisch waren. Wie Linux installeerde, vond het vaak helemaal niet erg om een configuratiebestand te openen. Sterker nog: voor een flink deel van die gebruikers was dat juist de aantrekkingskracht. Bij sommige projecten zie je bovendien veel forks, verschillende distributies en uiteenlopende manieren om hetzelfde probleem op te lossen. Voor ontwikkelaars en ervaren gebruikers is dat keuzevrijheid. Voor iemand die simpelweg zijn telefoon wil gebruiken, kan het ook verwarrend zijn. Dit punt wordt belangrijker nu digitale autonomie en digitale soevereiniteit steeds minder uitsluitend onderwerpen zijn voor technisch onderlegde enthousiastelingen. De doelgroep verandert. En daarmee moeten de producten eigenlijk mee veranderen. Het gaat niet alleen meer om de vraag of een alternatief technisch kan wat het Big Tech-product kan. Want dat zit vaak wel goed. Het gaat steeds vaker ook (vooral?) om de vraag of een – zeg maar – normale gebruiker ermee overweg kan zonder eerst een halve opleiding systeembeheer te volgen. Nextcloud op het strand Hoezeer die doelgroep aan het veranderen is, merkte ik deze zomer zelfs op het strand. Ik liep daar op een dag rond in een oud t-shirt met een Nextcloud-logo. Niet direct kleding waarmee je verwacht in Zuid-Frankrijk veel aandacht te trekken. Toch werd ik er enkele keren op aangesproken. Alle keren door Fransen die het logo herkenden. En voor je het weet sta je dan bij 35 graden Celsius op een strand te praten over Nextcloud, digitale autonomie, Amerikaanse technologiebedrijven en Europese alternatieven. Het is uiteraard geen wetenschappelijk marktonderzoek. Maar het zegt naar mijn idee wel iets. Namen als Nextcloud komen langzaam buiten de traditionele open source-gemeenschap terecht. Datzelfde geldt voor /e/OS. Murena en /e/OS proberen het probleem van appcompatibiliteit onder andere op te lossen met microG, een open source-herimplementatie van Google Play Services. Daarmee kunnen veel apps die afhankelijk zijn van Google-diensten toch functioneren zonder dat daarvoor een persoonlijk Google-account nodig is. Op mijn Fairphone 6 is /e/OS inmiddels een officieel ondersteund besturingssysteem. De documentatie van /e/OS vermeldt voor dit toestel onder meer ondersteuning voor het basisniveau van Play Integrity. Maar daarmee zijn niet alle problemen verdwenen. Als Google mag bepalen of je telefoon betrouwbaar is Met enige regelmaat zie ik namelijk Murena’s COO Rik Viergever (inderdaad, een Nederlander) op LinkedIn oproepen plaatsen met de vraag of iemand hem in contact kan brengen met de ontwikkelaars van bekende apps. Meestal verwijst hij in zo’n post al direct naar een belangrijk discussiepunt bij alternatieve Android-systemen: de Google Play Integrity API. Die technologie is bedoeld om appontwikkelaars te helpen beoordelen of interacties met hun applicatie afkomstig zijn van wat Google en de ontwikkelaar als een legitieme app- en apparaatomgeving beschouwen. Google positioneert Play Integrity onder andere als een manier om misbruik, gemanipuleerde apps en risicovolle apparaten te detecteren. Dat is vanuit beveiligingsoogpunt begrijpelijk. Maar er ontstaat een probleem wanneer zo’n integriteitscontrole feitelijk verandert in een toegangscontrole. Een applicatie kan bijvoorbeeld eisen dat een toestel voldoet aan een bepaalde Play Integrity-uitkomst. Google’s documentatie laat zien dat daarbij verschillende ‘integrity verdicts’ kunnen worden gebruikt en dat ontwikkelaars hun applicatie daar vervolgens op kunnen laten reageren. Het gevolg kan zomaar zijn dat een app op een alternatieve Android-distributie niet volledig functioneert, terwijl er technisch gezien met de app zelf niks mis hoeft te zijn. En daarmee komen we bij een interessante nieuwe fase van digitale autonomie. De volgende stap is saai De eerste strijd van open source was vooral technisch: kunnen we een alternatief bouwen? Voor een verrassend groot aantal toepassingen kunnen we die vraag inmiddels met een volmondig “ja” beantwoorden. Linux op mijn laptop? Werkt. Nextcloud? Werkt. Fairphone met /e/OS? Werkt. Open source-applicaties voor vrijwel alles wat ik dagelijks doe? Werken. De volgende stap is misschien minder spannend voor ontwikkelaars, maar voor brede adoptie minstens zo belangrijk: maak het saai. Een telefoon moet gewoon online komen zodra ik Frankrijk binnenrijd. Een bank-app moet gewoon starten. Een treinkaartje moet gewoon beschikbaar zijn. Een parkeer-app moet werken. Een gebruiker die overstapt omdat zijn of haar organisatie digitale autonomie belangrijk vindt, zou niet eerst hoeven uitzoeken wat een APN is of waarom een bepaalde app een Play Integrity-verdict verlangt. Natuurlijk zal er altijd een groep zijn die het juist leuk vindt om dat allemaal uit te zoeken. Daar hoor ik waarschijnlijk zelf ook wel een beetje bij. Maar digitale autonomie wordt pas echt interessant als die technische nieuwsgierigheid geen voorwaarde meer is. Mijn eerste volledig Big Tech-arme vakantie is uiteindelijk uitstekend verlopen. Laptop gaf geen enkel probleem. En mijn Fairphone met /e/OS eigenlijk ook niet, nadat ik één ontbrekende instelling had gevonden. Daarna heb ik nauwelijks nog over de techniek hoeven nadenken. En dat is misschien wel het beste compliment dat je zo’n alternatieve techomgeving kunt geven: je vergeet dat het een alternatief is, want het werkt gewoon. Opnieuw aan de slag met personal knowledge management In een eerdere editie van deze rubriek kwam personal knowledge management, kortweg PKM, al eens voorbij. Het idee is eigenlijk eenvoudig: hoe verzamel je informatie die voor jou relevant is op één centrale plek, zó dat je die later gemakkelijk kunt terugvinden en verbanden kunt leggen tussen verschillende onderwerpen, soorten informatie enz.? Een object in Capacities. Van een lezer kreeg ik onlangs de tip om eens naar Capacities.io te kijken. Die naam kende ik al. Ik had eerder met de Duitse tool geëxperimenteerd, maar was er uiteindelijk weer mee gestopt. Niet omdat de tool niets kon, maar vooral omdat ik er destijds onvoldoende tijd in had gestoken. De tip was voor mij echter reden om tijdens mijn vakantie opnieuw te beginnen. En dit keer ben ik ronduit enthousiast. Capacities,io wijkt af van klassieke notitie-apps doordat het werkt met zogenoemde objecten. Je kunt eigen typen informatie definiëren, zoals personen, bedrijven, projecten, boeken, artikelen of ideeën. Daar maak je vervolgens pagina’s voor die precies passen bij de manier waarop jij zelf informatie organiseert. Daarnaast kun je vrijwel alles taggen en met andere objecten verbinden. Juist dat maakt het interessant als je – zoals ik – veel verschillende soorten informatie over veel verschillende onderwerpen verzamelt. Een interview, een bedrijf, een technologie en een interessant artikel kunnen allemaal aan elkaar worden gekoppeld zonder dat je eerst ingewikkelde mappenstructuren hoeft te bedenken. De keerzijde is er ook: de learning curve is behoorlijk steil. De lezer die mij Capacities,io opnieuw aanbeval, waarschuwde daar al voor. Je moet echt even ontdekken hoe het systeem ‘denkt’ en hoe je het voor je eigen werkwijze kunt inrichten. Ik vermoed dat ik inmiddels hooguit vijf procent van alle mogelijkheden heb ontdekt. Maar die vijf procent bevalt tot nu toe uitstekend. En misschien is dat voor PKM wel belangrijker dan honderd functies kennen: dat je een systeem vindt waarin je informatie daadwerkelijk wilt blijven verzamelen. Nog vier interessante alternatieven om eens te bekijken Tot slot nog een paar kleinere vondsten die goed passen bij de zoektocht naar een wat opener en onafhankelijker digitale omgeving. Sommige zijn heel praktisch, andere vooral interessant omdat ze laten zien dat technologie ook heel anders georganiseerd kan worden. littleFedi – Stefano Marinelli beschrijft op zijn persoonlijke site hoe hij met littleFedi teruggrijpt op het idee van de oude BBS-wereld: een Fediverse-server die niet afhankelijk hoeft te zijn van een datacenter, grote cloudprovider of omvangrijke infrastructuur. Het idee is bijna ouderwets eenvoudig: een computer die ergens staat en rechtstreeks onderdeel wordt van een gedecentraliseerd netwerk. Juist daardoor is het interessant. Het Fediverse hoeft helemaal niet groot en zwaar te zijn. Vim, Neovim en Sublime Text– Wie vooral teksten schrijft of snelle aantekeningen maakt, hoeft natuurlijk helemaal geen uitgebreide tekstverwerker te gebruiken. Vim en Neovim zijn razendsnelle editors die vooral populair zijn onder programmeurs, maar ook prima geschikt zijn voor gewone .txt- en Markdown (md)-bestanden. Sublime Text biedt een toegankelijker grafische variant. Voor wie veel in Markdown schrijft, kan zo’n eenvoudige editor verrassend prettig en snel werken. Maar wederom: het is even wennen. soev.ai – Een Nederlands platform voor soevereine ai. Organisaties kunnen er chatbots, kennisbanken en ai-agents mee bouwen, waarbij de software volgens de aanbieder op open source-technologie is gebaseerd en in Nederland of zelfs on-premise kan draaien. Data wordt volgens soev.ai niet gebruikt om modellen te trainen. mtux.nl – Een Nederlandse publieke server op het open Matrix-netwerk. Het idee is simpel: chatten via een decentraal netwerk, zonder advertenties en tracking. Interessant is bovendien dat mtux inmiddels koppelingen met WhatsApp en Signal aanbiedt, zodat verschillende berichtenstromen op één plek kunnen samenkomen. Vier heel verschillende voorbeelden dus. Maar ze hebben iets gemeen: ze laten zien hoeveel alternatieven er bestaan zodra je buiten de gebruikelijke Big Tech-paden durft te gaan kijken.
Tech-overnamemarkt: Nederland koelt af, België in de lift
1 week
De Benelux-techmarkt bleef in het tweede kwartaal van 2026 stabiel. Met 143 geregistreerde transacties lag het aantal deals vrijwel gelijk aan het voorgaande kwartaal. Toch gaat achter die stabiliteit een fundamentele verschuiving schuil. Add-on-overnames zijn uitgegroeid tot de dominante dealvorm, private-equitypartijen stellen exits uit en België ontwikkelt zich tot de meest dynamische markt van de regio. Dat blijkt uit het overzicht van deals dat financieel adviesbureau CFI met Computable samenstelde.‘Het aantal deals stortte niet in, maar de markt ziet er fundamenteel anders uit dan een jaar geleden’, zegt Randy de Visser, director binnen het Benelux Technology-team van CFI. ‘Kopers bleven actief, maar investeren vooral in bestaande platformen. De grote verandering zit aan de verkoopkant van de markt.’Add-ons voeren de boventoonDe belangrijkste ontwikkeling van het tweede kwartaal is de verdere opmars van add-on-overnames. Van de 143 geregistreerde transacties (zie de te downloaden overzichten onderaan het artikel) waren er 68 bedoeld om bestaande portefeuillebedrijven uit te bouwen. Daarmee vertegenwoordigen add-ons bijna de helft van alle deals in de Benelux, het hoogste aandeel in drie kwartalen.Dat laat volgens De Visser zien dat investeerders nog altijd bereid zijn kapitaal in te zetten, maar vooral binnen bedrijven die zij al kennen. ‘Veel investeerders kiezen ervoor om bestaande deelnemingen sterker te maken in plaats van nieuwe platformen op te zetten. Dat voelt in de huidige markt simpelweg beter beheersbaar.’Voorbeelden zijn er in Nederland volop. Main Capital bouwde verder aan zijn softwareportfolio, terwijl partijen als Your.Cloud, Smizer, Odin Groep (voor Previder) en Total Specific Solutions onverminderd actief bleven met vervolgovernames.De aantrekkingskracht van add-ons is eenvoudig te verklaren. Dergelijke transacties kunnen vaak worden gefinancierd vanuit bestaande platformbedrijven en zijn eenvoudiger te rechtvaardigen dankzij schaalvoordelen, kostenbesparingen en uitbreiding van expertise of klantenbestanden. Daardoor zijn ze minder gevoelig voor discussies over waarderingen dan volledig nieuwe investeringen.Private equity koopt wel, maar verkoopt nauwelijksWaar de koopzijde relatief actief bleef, liet de verkoopkant een heel ander beeld zien. Het aantal secondary buy-outs, waarbij een investeerder een bedrijf verkoopt aan een andere investeerder, zakte naar slechts één transactie in het hele kwartaal. Daarmee viel een belangrijke exitroute vrijwel stil.Volgens De Visser ligt de verklaring vooral bij de veranderde financieringsmarkt. De renteverhoging van de ECB naar 2,25 procent afgelopen juni zorgde ervoor dat kopers en verkopers anders tegen waarderingen aankijken. Veel transacties worden daardoor niet afgeblazen, maar uitgesteld. ‘Zowel kopers als verkopers kijken naar een markt die in korte tijd is veranderd. Daardoor ontstaat discussie over prijs.’Die terughoudendheid is ook zichtbaar in de cijfers rond private-equityverkopers. Hun aandeel daalde fors ten opzichte van een jaar eerder. Tegelijkertijd bleven ondernemers en oprichters verantwoordelijk voor het overgrote deel van de verkopen. Bij vier van de vijf transacties waren de betrokken bedrijven nog grotendeels in handen van hun oprichters.Opmerkelijk genoeg is er geen sprake van een gebrek aan geld. Integendeel. In het tweede kwartaal sloten Main Capital en Waterland nieuwe fondsen van ieder vier miljard euro, terwijl Main Foundation III nog eens 1,25 miljard euro ophaalde. Kapitaal is volop beschikbaar, maar investeerders wachten nog op gunstiger omstandigheden om echt te kopen.België verrast met sterke groeiDe opvallendste geografische ontwikkeling speelt zich af in België. Jarenlang werd de Benelux-overnamemarkt gedomineerd door Nederland, maar in 2026 laat België de sterkste groei zien.Belgische bedrijven waren in het tweede kwartaal van 2026 doelwit bij 33 transacties, tegenover 21 een jaar eerder. Ook Belgische kopers werden aanzienlijk actiever. Het aantal transacties tussen twee Belgische partijen bereikte zelfs het hoogste niveau van de afgelopen jaren.De investering van Apheon in software- en managed-servicesbedrijf Easi springt daarbij in het oog. Ook de combinatie van Dynamate met Van Roey ICT Group vormde een belangrijke consolidatieslag binnen de Belgische it-sector. Dat blijkt onder meer uit deals zoals de overname van 3Point door Cegeka, van AXS Guard door Approach Cyber en van het Amerikaanse Root.io door Aikido Security. ‘België was jarenlang de stille helft van het Benelux-verhaal’, zegt De Visser. ‘Maar Belgische softwarebedrijven en it-dienstverleners hebben inmiddels voldoende schaal bereikt om zelf actief te consolideren. Dat zien we nu terug in de cijfers.’Volgens hem gaat het inmiddels om meer dan een tijdelijke opleving. Al drie kwartalen op rij neemt de activiteit toe, zowel aan de koop- als aan de verkoopzijde. Dat wijst op een structurele versterking van het Belgische technologielandschap.Nederland blijft grootste markt, maar koelt afTegenover de Belgische groei staat een afname van de Nederlandse activiteit. Nederlandse bedrijven waren doelwit bij 73 transacties, tegen 87 in het eerste kwartaal en 86 een jaar eerder. Ook het aantal transacties tussen Nederlandse partijen liep terug.Dat betekent niet dat de Nederlandse markt zwak is geworden. Nederland blijft nog altijd veruit de grootste technologiesector binnen de Benelux. Wel lijkt de uitzonderlijke dynamiek van de afgelopen jaren tijdelijk af te nemen.Een duidelijke oorzaak is lastig aan te wijzen, vindt De Visser van CFI. Mogelijk speelt mee dat veel aantrekkelijke overnamekandidaten de afgelopen jaren al onderdeel zijn geworden van grotere consolidatieplatforms. Ook kan sprake zijn van uitgestelde verkooptrajecten als gevolg van de onzekerheid rond waarderingen en financieringskosten. De komende kwartalen moeten uitwijzen of hier sprake is van een tijdelijke dip of een structurele ontwikkeling.Grensoverschrijdende deals namen afEen tweede geografische verschuiving betreft de richting van de grensoverschrijdende deals. Transacties over de grens waren goed voor tachtig van de 143 deals, oftewel 56 procent van het volume, in lijn met recente kwartalen.De samenstelling van die stroom draaide echter om. Inkomende transacties, waarbij een buitenlandse koper een Benelux-bedrijf overneemt, kwamen uit op 35, tegen veertig in het eerste kwartaal van 2026. Uitgaande transacties, waarbij een Benelux-koper een bedrijf in het buitenland koopt, stegen van 23 naar 34, een toename van 48 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. De regio verschoof van een duidelijke netto-importeur van overnamekapitaal naar iets dat bijna in evenwicht is.De bestemmingen van de uitgaande deals zijn veelzeggend: Amerikaanse doelwitten scoorden het hoogst met acht transacties, gevolgd door onder andere het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland. Amerikaanse overnames van Benelux-bedrijven daalden juist, van twaalf in het eerste kwartaal naar zeven in het tweede kwartaal. De euro werd in de loop van het kwartaal zwakker tegenover de dollar, van een piek rond 1,20 in januari naar ongeveer 1,14 halverwege juni. ‘Dat gaat regelrecht in tegen wat we in onze eerstekwartaalanalyse verwachtten’, zegt De Visser. ‘Een sterkere dollar maakt Europese bedrijven goedkoper voor Amerikaanse kopers, en toch daalde de Amerikaanse interesse in plaats van te stijgen. De rem op trans-Atlantische deals is op dit moment strategische selectiviteit, niet de wisselkoers.’Kwaliteit bepaalt de prijsIn de sectorverdeling bleef software met afstand de belangrijkste overnamedoelgroep. Ruim vier op de tien transacties betroffen softwarebedrijven. It-dienstverlening volgde op enige afstand, terwijl fintech en cybersecurity duidelijk aan terrein wonnen.Achter die cijfers gaat nog een andere ontwikkeling schuil. ‘Het onderscheid tussen een uitstekend softwarebedrijf en een gemiddeld softwarebedrijf is groter geworden’, zegt De Visser. ‘Kopers kijken verder dan groei alleen. Ze willen weten of een bedrijf ook over drie of vijf jaar nog relevant is in een markt waarin ai een steeds grotere rol speelt. Kwalitatief hoogwaardige softwarebedrijven blijven meerdere geïnteresseerde kopers trekken en realiseren nog altijd hoge waarderingen. Voor bedrijven met een minder overtuigend groeiverhaal geldt het tegenovergestelde.’Daardoor verliest de gemiddelde marktwaardering steeds meer betekenis. Waar vroeger naar sectorbrede multiples werd gekeken, draait het nu vooral om kwaliteit, schaalbaarheid en toekomstbestendigheid, aldus De Visser.VooruitblikOp weg naar de tweede helft van 2026 is de rem op de Benelux tech-M&A niet zozeer verdwenen als wel van vorm veranderd. De waarderingsvraag die het eerste kwartaal van 2026 domineerde, uit zich nu via het verkoopkanaal: waar koper en verkoper het niet eens worden over de prijs, worden deals niet opnieuw geprijsd maar uitgesteld, constateert De Visser.Maar dat betekent geen afstel, nuanceert hij. ‘Verkooptrajecten mislukten niet in het tweede kwartaal, kopers wachtten, en het daaruit ontstane stuwmeer is nu zichtbaar in de pijplijn voor de komende maanden. De opdrachtenstroom van CFI wijst op een aanzienlijk volume aan verkopen door private-equity- en durfkapitaalpartijen dat in de tweede jaarhelft naar de markt komt, met België als onevenredig grote leverancier. Het verkoopkanaal is niet structureel kapot; het is verstopt, en die verstopping bouwt al twee kwartalen op.’Opmerkelijke deals in NederlandNog een tiental opvallende Nederlandse transacties uit het tweede kwartaal van 2026 (zie voor de gehele lijst het te downloaden overzicht onderaan dit kader):IG&H, een consultancy- en technologiebedrijf gevestigd in Utrecht, nam in april cloudspecialist CloudNation uit Bunnik over van de Atomic Group. Met de overname krijgt IG&H er ruim zestig cloud- en ai-specialisten bij en breidt het zijn dienstverlening op het gebied van AWS en Microsoft Azure uit, onder andere gericht op de financiële sector, zorg en detailhandel. Kort daarna kocht het eveneens het zorgplatform Alii. Met deze overname breidt IG&H zijn activiteiten in de zorg uit met ai-ondersteunde besluitvorming voor zorgprofessionals.In het tweede kwartaal was er opnieuw een aantal transacties met durfkapitaal (venture capital): risicodragend geld dat investeerders steken in jonge startups en scale-ups met een hoog groeipotentieel. Twee voorbeelden uit mei: Graduate Ventures stapte in bij FrostByte, een quantum-startup gevestigd in Delft. FrostByte ontwikkelt cryogene chips die de besturing van quantumcomputers dichter bij de kern van het systeem brengen. De investering viel samen met het vijfjarig bestaan van het Rotterdamse Graduate Ventures dat zich richt op deeptech-startups met een universitaire oorsprong. En het in Eindhoven gevestigde Avendar haalde 2,2 miljoen euro aan seedfinanciering op. De investering is geleid door venturecapitalfonds Lumo Labs en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Met het geld wil de startup de ontwikkeling en uitrol versnellen van zijn ai-platform voor opsporing, toezicht en intelligence binnen de publieke sector.Centric liet in mei zijn oog vallen op OrtaX, een WOZ-softwareleverancier en onderdeel van Ortec Finance uit Rotterdam. Met de overname breidt Centric zijn aanbod voor het belastingdomein bij lokale overheden uit. OrtaX blijft als zelfstandige entiteit binnen de groep opereren, met behoud van personeel en werkwijze. De software ondersteunt gemeenten bij het uitvoeren van WOZ-waarderingen.Eset uit Bratislava haalde medio mei de Cyber Defense Group binnen. Dit bedrijf van algemeen directeur Dave Maasland is al jarenlang de vertegenwoordiger van Eset in Nederland en handelt onder de naam Eset Nederland. Met deze stap krijgt het Slowaakse cybersecbedrijf officieel een eigen vestiging in Nederland. Eset wil zich internationaler duidelijker profileren. Naast de Nederlandse overname opent het bedrijf eigen kantoren in Frankrijk en India. Maasland zelf blijft in zijn huidige rol betrokken bij de nieuwe Eset-organisatie.In mei nam investeringsmaatschappij EyeTi SiSo Computers uit Almere over van Greendelta Corporate Investments. Met de overname wil EyeTi zijn positie als investeerder op de markt van duurzame en circulaire it versterken. SiSo richt zich op it-lifecyclemanagement, van aanschaf tot verwerking van apparatuur. Het bedrijf bestaat 35 jaar en levert diensten rond hergebruik en afvoer van hardware.Valid Managed Services (VMS), gevestigd in Eindhoven, werd in mei ingelijfd door it-dienstverlener Datagroup uit Pliezhausen, Duitsland. Met de overname sluit VMS zich aan bij een internationale organisatie die actief is in meerdere Europese landen. Het is voor Datagroup de eerste acquisitie buiten het moederland. Bij deze groep werken zo’n vierduizend man; de omzet ligt op ruim 560 miljoen euro. Na de afronding van de overname van VMS gaat Valid zich volledig focussen op de doorontwikkeling en groei van zijn consultancyactiviteiten.Zig blijft maar uitbreiden. In juni kocht het vastgoed- en corporatiesoftwarebedrijf Provadie, een Nederlandse leverancier van saas-oplossingen voor vastgoedwaardering en taxaties. De acquisitie betekent de zevende uitbreiding van Zig sinds de samenwerking met investeerder Main Capital Partners in 2021. De transactie daarvoor vond plaats in mei en betrof de fusie met de Deense branchegenoot Unik (eveneens een Main-deelneming). Deze samengestelde groep telt meer dan vijfhonderd medewerkers en bedient ruim duizend klanten in de Benelux, Scandinavië, de Dach-regio en Frankrijk op de markt van woningcorporaties en commercieel vastgoed (‘proptech’). Aan het einde van dit jaar zal Unik de naam veranderen naar Zig.Investeerder BB Capital Investments uit Den Haag nam in juni een meerderheidsbelang in Logis.P uit Zwolle, een softwareleverancier voor logistieke en administratieve processen in de zorg. Logis.P ontwikkelt modulaire software voor onder meer afspraakplanning, wachtrijsturing en zorgdeclaraties. De oplossingen worden gebruikt door ziekenhuizen, laboratoria en ggz-instellingen in Nederland en Duitsland. Met de investering wil het in 2011 opgerichte bedrijf de volgende groeifase ingaan, gericht op professionalisering en schaalvergroting.Hr-softwareleverancier BCS uit Den Haag, ondersteund door Main Capital, liet in juni weer van zich horen door het Noorse workforce-managementbedrijf Timegrip over te nemen. Timegrip bedient meer dan 1.100 klanten in ruim dertig landen met oplossingen voor personeelsplanning, urenregistratie en hr-kostenbeheersing. Met de overname ontstaat volgens de betrokken partijen een pan-Europees platform voor human capital management, payroll en workforce-management.Eind juni nam SLTN-eigenaar Eugène Tuijnman het minderheidsaandeel van ING Corporate Investments over. De investeerder stapte in september 2019 in. Toen verkocht Rabo Investments zijn meerderheidsbelang van 60 procent in de Hilversumse automatiseerder aan topman Tuijnman en ING Corporate Investments. Tuijnman verwierf daarmee een ‘zeer ruim’ meerderheidsbelang in het bedrijf dat hij in 1997 oprichtte. Nu neemt hij ook het resterende belang van ING over.Computable NL Q2 2026DownloadenOpmerkelijke deals in BelgiëNog een aantal andere opvallende Belgische transacties uit het tweede kwartaal van 2026 (zie voor de gehele lijst het te downloaden overzicht onderaan dit kader):Investeerder Main Capital Partners nam in juni softwarespecialist Ferranti over. Het vijftig jaar oude bedrijf uit Antwerpen levert software voor onder meer energieleveranciers, netbeheerders en waterbedrijven. De nieuwe aandeelhouder wil inzetten op verdere productontwikkeling, internationale uitbreiding en de overname van aanvullende softwarebedrijven.In mei kocht it-dienstverlener Cegeka het Zwitserse Lean Projects, een softwarebedrijf dat erp-oplossingen levert voor de print- en verpakkingsindustrie op basis van Microsoft Dynamics 365. Met de overname breidt de it-dienstverlener uit Hasselt zijn aanbod in industrie-oplossingen uit en zet het in op verdere internationale groei.Het Mechelse bedrijf Dokapi, specialist in e-facturatie en financiële documentverwerking, lijfde in april het product en merk Peppoledge in. Met de deal versterkt Dokapi zijn Peppol-expertise en zet het gericht in op expansie naar Frankrijk en Duitsland. Dokapi ontstond in 2018 als IxorDocs, een onderdeel van digitaal bedrijf Ixor, en werd begin 2025 als zelfstandig platform gelanceerd. Vandaag bedient het platform naar eigen zeggen meer dan honderdduizend bedrijven voor de verwerking en uitwisseling van facturen, bestelbonnen, loonfiches en belastingaangiften.Het Gentse Solvice, specialist in ai-gestuurde optimalisatietechnologie, werd in april overgenomen door het Amerikaanse softwarebedrijf Quickbase. Solvice (opgericht in 2015) ontwikkelt api’s waarmee bedrijven routeplanning en personeelsscheduling automatisch kunnen optimaliseren. Die technologie is vandaag al ingebed in grote platformen voor field service management, last-mile delivery en logistiek wereldwijd. Quickbase is een Amerikaans saas-platform dat organisaties helpt bij het beheren van complexe, multi-site operaties door data, workflows en teams samen te brengen.Computable BE Q2 2026Downloaden
Kort nieuws: Mistral gaat regionaal, Dynatrace koopt Arize, SpaceX rondt Cursor-deal af (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Nieuwe regionale ai-diensten van Mistral, inferentiekosten agentic workflows stijgen vijfvoudig, Stripe neemt OpenRouter over, Dynatrace koopt ai-observability-bedrijf Arize en SpaceX rondt overname Cursor af. Mistral lanceert regionale ai-diensten De Franse llm-aanbieder Mistral AI introduceert regionale inference-endpoints. Gebruikers kunnen daarmee kiezen waar ze de ai-toepassing willen laten draaien: in Europa of de VS. Daarnaast stelt het bedrijf haar platform open voor taalmodellen van derde partijen Gartner: inferentiekosten agentic workflows stijgen vijfvoudig De inferentiekosten van ai per agentic workflow zullen tot en met 2028 meer dan vijfvoudig stijgen, voorspelt Gartner. De kostenefficiëntie van foundation models verbetert snel, die efficiëntie maakt juist de inzet van krachtigere en duurdere modellen mogelijk voor geavanceerdere toepassingen, en die geavanceerdere workflows verbruiken veel meer tokens dan simpele chatbotinteracties. Waar een chatbot een vraag leest en snel een waarschijnlijk antwoord geeft, moet een ai-agent voortdurend redeneren, onderhandelen en zichzelf bevragen. Het routeren van een taak naar een agentic reasoning-model verhoogt de inferentiekosten bij providers met minstens een factor vijf ten opzichte van een basaal chatbotgesprek, en vaak veel meer naarmate de complexiteit toeneemt. Stripe koopt OpenRouter Betaaldienst Stripe zou voor ruim 7 miljard dollar ai-gateway-startup OpenRouter hebben overgenomen, meldt Techcrunch. Stripe zelf wil niet reageren. OpenRouter geeft klanten via één platform toegang tot meer dan 400 ai-modellen en zou 8 miljoen gebruikers hebben. De gerapporteerde overnamesom steekt schril af tegen de waardering van 1,3 miljard dollar die het bedrijf in mei nog kreeg bij een Series B-ronde. Dynatrace haalt Arize binnen Dynatrace neemt ai-observability-marktleider Arize over voor 915 miljoen dollar in contanten en aandelen. De combinatie moet klanten volledige observability over de ai-levenscyclus bieden, van modelevaluatie tot gedrag in productie. SpaceX rondt overname Cursor af SpaceX heeft de overname van ai-codeerplatform Cursor (Anysphere) afgerond, in een aandelendeal van ongeveer 60 miljard dollar. Cursor krijgt daarmee toegang tot SpaceX’ datacenters om krachtigere en goedkopere modellen te ontwikkelen.
OT-patchmanagement herzien: beheersing van het risico boven snelheid van patching
1 week
Kwetsbaarheden in software en firmware zijn onvermijdelijk, ook binnen OT-omgevingen. De manier waarop organisaties hiermee omgaan, bepaalt echter of die kwetsbaarheden daadwerkelijk leiden tot verhoogd risico. Waar in IT omgevingen snelheid van patching vaak centraal staat, geldt in OT een ander uitgangspunt: niet hoe snel een patch wordt geïnstalleerd is doorslaggevend, maar of het risico aantoonbaar wordt beheerst zonder de operatie te verstoren. OT-omgevingen kennen lange levenscycli, beperkte onderhoudsvensters en directe afhankelijkheid van fysieke processen. Het ongecontroleerd of versneld doorvoeren van patches kan daarmee grotere risico’s introduceren dan de kwetsbaarheid zelf. Tegelijkertijd nemen dreigingen toe en stellen wet- en regelgeving, zoals NIS2 en de Cyber Resilience Act (CRA), steeds hogere eisen aan aantoonbare risicobeheersing. Dat vraagt om een herijking van patch en kwetsbaarhedenbeheer binnen OT. Patchen is een middel, geen doel Een veelvoorkomend misverstand is dat kwetsbaarheden automatisch verdwijnen door zo snel mogelijk te patchen. In OT ligt dat genuanceerder. Direct patchen kan impact hebben op beschikbaarheid, veiligheid en procesbetrouwbaarheid. Daarom draait kwetsbaarhedenbeheer in OT niet om vaste update cycli, maar om risico gestuurde besluitvorming. Daarbij is het essentieel onderscheid te maken tussen generieke IT componenten, zoals Windows systemen, OT specifieke componenten zoals PLC’s, industriële netwerkapparatuur en embedded systemen. IT systemen kennen doorgaans frequente updates, terwijl OT updates minder vaak beschikbaar zijn en eerst door leveranciers moeten worden gevalideerd voor specifieke configuraties. Een uniforme patchaanpak is daardoor niet realistisch. Verschuivende verantwoordelijkheden in de keten Onder invloed van regelgeving zoals de CRA verschuift een groter deel van de verantwoordelijkheid naar fabrikanten en leveranciers. Van hen wordt verwacht dat zij kwetsbaarheden structureel identificeren, analyseren, oplossen en communiceren. Eindgebruikers mogen daarbij rekenen op tijdige security advisories, context over de impact in OT-omgevingen en praktische mitigerende maatregelen wanneer patching niet direct mogelijk is. Tegelijkertijd blijft de eindgebruiker verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen binnen de eigen operationele context. Dat vereist inzicht in assets, softwareversies en afhankelijkheden, maar ook het vastleggen van besluiten: wordt een kwetsbaarheid gepatcht, gemitigeerd of tijdelijk geaccepteerd? Van patchmanagement naar risicoreductie Wanneer patching niet direct uitvoerbaar is, spelen compenserende maatregelen een sleutelrol in het beheersen van risico. (Micro-)segmentatie, beperking van communicatie en versterkte monitoring verminderen de blootstelling van kwetsbare systemen. Een belangrijke aanvullende maatregel is virtual patching, waarbij kwetsbaarheden worden afgedekt zonder het onderliggende OT systeem te wijzigen. Virtual patching maakt gebruik van IDS- en IPS-functionaliteit om kwaadaardig of afwijkend verkeer te detecteren en (indien gewenst) preventief te blokkeren. Hierdoor kan bescherming sneller worden aangepast dan met traditionele patchcycli. Patchmanagement en virtual patching vullen elkaar aan: patches blijven noodzakelijk, maar risico’s kunnen in de tussentijd aantoonbaar worden beperkt. Voor legacy- of end-of-life systemen, waarvoor geen patches meer beschikbaar zijn, is deze benadering vaak essentieel. Het voorkomt hoge investeringen en enorme operationele impact bij overhaaste vervangingen. Het maakt het mogelijk om migraties zorgvuldig te plannen binnen de lange termijn van OT-architecturen. Aantoonbare beheersing in plaats van patchtempo Het doel van OT-patchmanagement is geen maximale patchgraad, maar een beheersbare en aantoonbare risicopositie. Door patching, monitoring en compenserende maatregelen in samenhang te organiseren, ontstaat grip op kwetsbaarheden zonder de operatie onder druk te zetten. Besluitvorming is controleerbaar, maatregelen zijn verdedigbaar richting audits en incidentrespons wordt voorspelbaar. De bijbehorende whitepaper gaat dieper in op deze benadering en beschrijft hoe kwetsbaarheden, patchmanagement en mitigatie in samenhang kunnen worden ingericht binnen de realiteit van OT-omgevingen. Dit artikel is een derde publicatie in aanloop naar Cybersec Netherlands 2026. De publicatie in mei gaat over OT monitoring herzien: van inzicht naar daadwerkelijke risicoreductie. Kun je niet wachten, neem dan contact op met Stefan Barten | Improving Operational Resilience | van MODELEC Data-Industrie.
Grootste softwaredeal ooit in de maak: Silver Lake wil Workday inlijven
1 week
De grote Amerikaanse techinvesteerder Silver Lake aast op Workday, leverancier van ai-gedreven cloudsoftware voor personeelszaken, payroll, financiën en it. Mocht het tot een deal komen, dan wordt het een van de grootste overnames uit de geschiedenis van de software-industrie. Persbureau Reuters meldde als eerste de besprekingen over de overname. De beurswaarde van Workday lag vóór het overnamebericht rond de 43 miljard dollar. Nadat het aandeel afgelopen donderdag zo’n achttien procent steeg, liep de beurswaarde op tot circa 51,1 miljard dollar. Beide partijen hebben de overnamegesprekken maandenlang geheim kunnen houden. Zowel Silver Lake als Workday onthouden zich van commentaar. Reuters meldt op basis van zijn bronnen dat een deal nog niet helemaal zeker is. Als het wel lukt, kan dat veel impact hebben. Begin dit jaar leken leveranciers van traditionele software het moeilijk te gaan krijgen. Geavanceerde ai-tools zouden hen kunnen wegblazen. Er werd zelfs gevreesd voor een saas-pocalypse. Maar als grootmachten als Silver Lake kapitaal in saas-bedrijven steken, wordt de soep kennelijk niet zo heet gegeten. Dat kan een ommekeer in het denken over leveranciers van grote, complexe softwaresystemen inluiden. Die zijn niet zo gemakkelijk na te bouwen. Bovendien blijkt de kwaliteit van met ai ontwikkelde software heel gemiddeld of zelfs matig. Zeker veelomvattende software die, zoals bij Workday, naast hr ook financiën omvat, moet zeer betrouwbaar functioneren. Silver Lake is zich ervan bewust dat Workday met zijn uitgebreide productsuite een sterke positie kan innemen. Bovendien biedt Workday ook ai-agenten. Met Sana brengt het bedrijf een conversatiegerichte ai-ervaring naar zijn platform voor hr- en financiële processen. Tot de partners van Workday behoort ook Randstad Digital, naast Accenture, Deloitte, PwC en KPMG. Onlangs breidde Workday zijn value-added reseller-programma uit naar de EMEA-regio, waaronder Nederland. Silver Lake had een jaar geleden al meer dan 110 miljard dollar aan activa onder beheer. De bedrijven waarin het investeert, zijn gezamenlijk goed voor een jaaromzet van 260 miljard dollar. Het private-equitybedrijf deed eerder – succesvol – investeringen in Dell, VMware en Electronic Arts.
Voldoen aan NIS2 is niet hetzelfde als voorbereid zijn
1 week
Vanaf morgen (15 augustus) geldt in Nederland de Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn. Zo’n achtduizend organisaties moeten eraan voldoen: zorg-, meld- en registratieplicht. De meeste bedrijven pakken dat aan zoals ze dat bij elke wet doen. Ze checken de vereisten af, kopen mogelijk een extra tool aan, halen een certificaat en zetten een vinkje: job done. Andere Europese landen, waaronder België, begonnen twee jaar geleden al met de implementatie van de wet. Die ervaring leert: je komt er niet met een vinkje. Een certificaat bevestigt dat je op de dag van de audit aan de vereisten voldeed. Het zegt niets over hoe snel je reageert op de dag dat het misgaat. Risicobeheer is een proces, geen rapport. Een bestuur dat cybersecurity afvinkt op basis van wat it aanlevert, doet wat de wet wil vermijden De Cyberbeveiligingswet vraagt in de kern iets anders dan een opsomming van genomen maatregelen. Ze vraagt dat een organisatie haar eigen kritieke processen kent, weet welke risico’s het zwaarst wegen en kan aantonen dat iemand daarvoor verantwoordelijk is. Niet één keer per jaar bij een audit, maar doorlopend. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk is het meestal het punt waarop trajecten vastlopen. Niet op de techniek. Firewalls en backups regelen bedrijven doorgaans wel. Maar op een eenvoudigere vraag: wie is er eigenaar van, vandaag en morgen? De keten tekent mee Dat eigenaarschap stopt niet bij de eigen muren. Artikel 21 van de NIS2-richtlijn maakt supply-chainsecurity verplicht onderdeel van het risicobeheer. Het risico van je leverancier is voortaan ook jouw risico. Cybersecurity is op die manier zoals een verbouwing. Je kunt voor elektriciteit, sanitair en isolatie elk een andere aannemer inschakelen. Maar als er iets misgaat, vraagt niemand welke onderaannemer de fout maakte. De vraag luidt: wie voerde de regie? Een klant die zelf onder de wet valt, stelt jou diezelfde vraag, in een aanbesteding of bij een contractverlenging. Wie daar geen antwoord op heeft, verliest tijd of de opdracht zelf. Aansprakelijkheid klimt omhoog De wet maakt van cybersecurity ook uitdrukkelijk een bestuurskwestie. Bestuurders moeten toezicht houden en voldoende kennis hebben om risico’s zelf te beoordelen. Bij nalatigheid kunnen ze persoonlijk worden aangesproken. Een bestuur dat cybersecurity enkel afvinkt op basis van wat it aanlevert, doet precies wat de wet wil vermijden: risico’s beheren zonder ze zelf te doorgronden. Geen enkele tool vervangt ervaren eigenaarschap Als cybersecuritybedrijf begeleiden we al bijna twee jaar organisaties in andere landen, waaronder België, die met dezelfde wetgeving worstelen. Het patroon is steeds hetzelfde: niet de bedrijven met de duurste tools komen er goed door, maar de bedrijven die weten wie beslist, wie opvolgt en wie het merkt zodra er iets verandert. Stel jezelf daarom niet de vraag of je compliant bent. Stel jezelf daarentegen de vraag: als het morgen misgaat, in de eigen organisatie of bij de belangrijkste leverancier, wie weet dan wat er moet gebeuren? En hoeveel tijd is daarvoor nodig? Wouter Decruy, managing director Acen
Helft organisaties mist deadline registratie Cyberbeveiligingswet (NIS2)
1 week
Minder dan de helft van de acht- à tienduizend organisaties die in Nederland onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) vallen, heeft zich geregistreerd. Gisteren aan het begin van de avond stond de teller op 2.942 registraties in het Cbw-entiteitenregister.Dat meldt het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) desgevraagd. Worden de verbonden organisaties meegeteld, dan komt het bereik op 4.144 organisaties. Met verbonden organisaties worden organisaties bedoeld die afzonderlijke organisaties zijn, maar door bijvoorbeeld eigendom of zeggenschap nauw met elkaar verweven zijn. Die verbondenheid kan meewegen bij de vraag of een organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt.In werkingMorgen (15 augustus) treedt de langverwachte wet eindelijk in werking. Dan gelden nieuwe verplichtingen op het gebied van cyberbeveiliging. Circa negenduizend Nederlandse organisaties moeten voldoen aan strengere maatregelen voor de beveiliging van hun netwerk- en informatiesystemen. De normen voor cybersecurity gaan flink omhoog.Maar in weerwil van de naderende deadline voor registratie laat het aantal aanmeldingen deze maand tot nog toe geen grote piek zien. In augustus staat de teller op 653 registraties, waarmee juli (599) is ingehaald, met nog dertien werkdagen te gaan. Op basis van de huidige cijfers, van vóór het ingaan van de wet en de registratieplicht, is het nog te vroeg om te zeggen welke sectoren qua aantallen registraties vooroplopen en welke achterblijven.De implementatie van de Europese NIS2-richtlijn in Nederland is van toepassing op organisaties die essentiële of belangrijke diensten verlenen. De wet ziet toe op organisaties uit achttien sectoren, waaronder energie, drinkwater, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, overheid en vervoer.InschrijvingEen van de eerste stappen voor organisaties is het registreren bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Inschrijving in het nationaal entiteitenregister is per 15 augustus verplicht. Organisaties moeten toetsen of ze onder de Cyberbeveiligingswet vallen. Elk bedrijf is zelf verantwoordelijk voor tijdige registratie én voor het actueel houden van alle gegevens.Het klantcontactcentrum van het NCSC krijgt regelmatig vragen over de registratie, zegt woordvoerder Roger Kaemingk. Die gaan over verschillende onderwerpen, zoals complexe bedrijfsmodellen en niet in Nederland gevestigde bedrijven zonder KvK-nummer die zich hier willen inschrijven. Het NCSC biedt organisaties in dit soort situaties maatwerk en actieve ondersteuning.Volgens Thomas Margner, technisch directeur bij TrendAI, nemen veel organisaties een afwachtende houding aan. Een groot aantal heeft nog niet vastgesteld of het onder de Cyberbeveiligingswet valt. Dat geldt met name voor organisaties die niet eerder met dit type toezicht te maken hebben gehad. Margner: ‘Uit onderzoek van Grant Thornton blijkt dat slechts een derde van de mkb-bedrijven die onder de Cyberbeveiligingswet vallen daadwerkelijk actief met compliance bezig is, wat aansluit bij wat wij in de praktijk zien: ruim de helft staat nog aan het begin.’Nieuw in de wet is dat managers persoonlijk aansprakelijk zijn te stellen voor tekortkomingen in de cybersecurity, zoals een gebrek aan training. De verantwoordelijkheid voor het beheersen van cyberrisico’s komt daarmee daadwerkelijk op bestuursniveau te liggen.Michel Woudstra, partner account manager bij Rohde & Schwarz Networks & Cybersecurity, stelt dat cybersecurity met de officiële inwerkingtreding van NIS2 nu definitief van de serverruimte naar de bestuurskamer is verhuisd. ‘Te vaak wordt digitale veiligheid nog gezien als een verantwoordelijkheid van de it-afdeling. NIS2 daarentegen legt duidelijk de persoonlijke aansprakelijkheid van de bedrijfsleiding vast.’De directie kan niet meer op afstand blijven. Volgens Christian Boertje, directeur van Boem Cybersecurity, kunnen toezichthouders bij ernstig falen maatregelen richting bestuurders zelf nemen. Het begint bij aanwijzingen en het opleggen van verbetermaatregelen. Daarna volgen bestuurlijke boetes, waarbij de bedragen voor essentiële entiteiten hoger liggen dan voor belangrijke entiteiten.Delegeren mag; de verantwoordelijkheid overdragen niet. Boertje raadt aan om besluiten ter verbetering van de weerbaarheid met datum, onderbouwing en naam vast te leggen.RisicobeheerDe wettelijke verplichting bestaat uit drie delen. Het leidinggevend orgaan keurt de maatregelen voor risicobeheer goed, ziet toe op de uitvoering daarvan en volgt scholing, zodat het de risico’s en beheersmaatregelen daadwerkelijk kan beoordelen. Volgens Boertje wordt dat laatste vaak onderschat. Het gaat niet om technische kennis, maar om het vermogen om een risicoafweging te lezen, er kritische vragen bij te stellen en een besluit te nemen dat je later kunt uitleggen.Bestuurders moeten beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om cyberrisico’s en de genomen maatregelen te kunnen beoordelen. Ze krijgen daarvoor twee jaar de tijd. Om die reden bevat de wet ook een trainingsplicht voor bestuurders.Volgens Martin Krämer, ciso advisor bij KnowBe4, lijkt die periode van twee jaar ruim, maar het opbouwen van echte competentie op bestuursniveau kost meer tijd dan veel bestuurders denken. Met het volgen van een awareness-training en het behalen van een deelnamecertificaat kom je er niet. ‘Bestuurders moeten cyberrisico’s en de manier waarop deze worden beheerst kunnen identificeren, evalueren en beoordelen. Ze moeten vooral begrijpen welke impact deze risico’s op de organisatie kunnen hebben. Dat betekent dat zij actief betrokken moeten zijn bij beslissingen over risicomanagement.’Als je bedrijf wordt gehackt, ben je niet automatisch schuldig. Volgens Christian Boertje ben je pas strafbaar of aansprakelijk als je vooraf je best niet hebt gedaan.Regels in het kort:Pech hebben mag; was de beveiliging goed, maar kwamen de hackers er toch doorheen? Dan is het domme pech.Niets doen mag niet; heeft de directie nooit naar de beveiliging gekeken of gevraagd? Dan heeft het bedrijf een probleem.De overheid verwacht niet dat je honderd procent onkwetsbaar bent. De controleur stelt vooral deze vragen:Wist je wat de digitale risico’s van je bedrijf waren?Was de directie op de hoogte van deze risico’s?Is er bewust gekozen welke risico’s wel en niet werden aangepakt?Is er geluisterd naar eerdere waarschuwingen?Het gevaarlijkste is waarschuwingen negeren. Heb je een rapport gekregen waarin staat dat de beveiliging slecht is en heb je daar niets aan gedaan? Dan is dat rapport achteraf het bewijs dat je wist van het probleem, maar weigerde om het op te lossen. Een cyberverzekering kan schade dekken, maar neemt de wettelijke verantwoordelijkheid niet weg. Bestuurlijke boetes zijn bovendien vaak uitgesloten van dekking.BoetesWanneer boetes worden gegeven en hoe hoog die uitvallen, zal in de praktijk moeten blijken. Gilles van Heijst, transformation lead bij YaWorks (digitale infrastructuur), stelt dat het onduidelijk is waar de lat precies komt te liggen. ‘Dat zal waarschijnlijk pas blijken bij de eerste boetes. Wacht daar niet op: de wet kent geen overgangsperiode en bestuurders worden persoonlijk aansprakelijk als de beveiligingsmaatregelen niet op orde zijn.’ Zijn indruk is dat veel organisaties basisprocessen zoals identiteits- en toegangsbeheer, het intrekken van oude accounts of het uitfaseren van verouderde systemen nog onvoldoende hebben geborgd.Ook bedrijven die niet onder de Cyberbeveiligingswet vallen, kunnen hiermee te maken krijgen. Cindy Wubben, ciso bij Visma, verwacht dat deze wet een vergelijkbaar effect zal hebben als de AVG. ‘Natuurlijk moeten de organisaties die onder de wet vallen de juiste maatregelen implementeren, maar door de ketenverantwoordelijkheid zullen ook bedrijven die momenteel buiten de directe reikwijdte vallen uiteindelijk via de klantvraag aan de eisen gaan voldoen. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel mkb-bedrijven en toeleveranciers die diensten leveren aan grotere organisaties die wel rechtstreeks onder de wet vallen. Het toezicht verloopt in die gevallen niet via de formele toezichthouder, maar via klantrelaties en contractuele afspraken.’Aan value added resellers, it-adviseurs en dergelijke biedt het expliciet neerleggen van eindverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij het bestuur nog een unieke kans. Michel Woudstra: ‘Ze kunnen het gesprek over digitale weerbaarheid nu rechtstreeks op directieniveau voeren.’ Volgens hem kan dit leiden tot een betere afstemming tussen it-strategie en bedrijfsdoelstellingen, het vrijmaken van noodzakelijke budgetten en een organisatiebrede veiligheidscultuur. Een maatschappelijk en zakelijk voordeel hiervan is dat bedrijven niet langer reactief branden blussen, maar proactief hun bedrijf beschermen tegen kostbare uitval, datalekken en reputatieschade.Meer te weten komen over NIS2? Kom naar Cybersec Netherlands (9+10 september, Jaarbeurs Utrecht)👉🏼 Registreer nu gratis …
Kort: Mkb blijft doelwit van cyberaanvallers, Databricks groeit 80 procent (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Cyberincidenten in mkb eerder regel dan uitzondering, Databricks noteert spectaculaire omzet-run-rate, Google zet met Gemini 3.7 Flash in op ai-agents, eclips zet Europa in e-commercepauze, en Oracle en AWS vinden elkaar.Bijna 9 op 10 mkb-bedrijven slachtoffer van cyberincidentMaar liefst 86 procent van de kleine en middelgrote bedrijven heeft het afgelopen jaar te maken gehad met een cyberincident. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van Kaspersky onder it-beveiligingsspecialisten in achttien landen. Gemiddeld kregen organisaties met drie verschillende soorten incidenten te maken.Bij mkb-bedrijven waren phishing (20 procent), misbruik van softwarekwetsbaarheden (17 procent) en aanvallen via externe toegang (16 procent) de meest voorkomende incidenten. Opvallend is dat slechts veertien procent van de bedrijven met minder dan vijfhonderd medewerkers geen incident meldde.Gebrek aan expertise bij securitymedewerkers en onvoldoende veiligheidsbewustzijn onder personeel vallen als belangrijkste risicofactoren. Driekwart van de mkb-bedrijven heeft het cybersecuritybudget dit jaar verhoogd. Zeventig procent wil de beveiligingsfunctie verder versterken.Databricks passeert omzetgrens van 7 miljard dollarDatabricks heeft in het tweede kwartaal een omzet-run-rate van meer dan zeven miljard dollar bereikt. Dat betekent een groei van ruim tachtig procent ten opzichte van een jaar eerder. Het Amerikaanse data- en ai-bedrijf haalt daarnaast vijf miljard dollar aan nieuwe financiering op, tegen een waardering van 190 miljard dollar.Databricks wil het geld inzetten voor de verdere ontwikkeling van Lakebase, Genie en Unity AI Gateway. Lakebase, een serverloze PostgreSQL-database voor ai-agents, passeerde inmiddels een omzet-run-rate van honderd miljoen dollar. Genie moet ai-agents toegang geven tot bedrijfscontext, terwijl Unity AI Gateway het gebruik van verschillende ai-modellen beheert en kosten helpt beheersen.Volgens topman Ali Ghodsi groeit de vraag naar ai-agents die zelfstandig bedrijfsprocessen kunnen uitvoeren snel.Google lanceert Gemini 3.7 Flash voor code en ai-agentsGoogle heeft Gemini 3.7 Flash gelanceerd, een ai-model dat zich richt op complexe programmeertaken en ai-agents. De nieuwe versie verschijnt drie weken na Gemini 3.6 Flash en moet vooral op het gebied van software-engineering, webdevelopment en kennisintensieve toepassingen betere prestaties leveren.Google zegt dat de verbeteringen voortkomen uit sterkere redeneermogelijkheden. Tegelijkertijd moet het model goedkoper zijn om op grote schaal in te zetten. De introductieprijs ligt volgens Google op de helft van die van Gemini 3.6 Flash.Ook de persoonlijke ai-assistent Gemini Spark maakt voortaan gebruik van het nieuwe model. Volgens Google moet dit leiden tot een betere integratie met Google Workspace. De techgigant publiceert daarnaast nieuwe benchmarkresultaten en veiligheidsmaatregelen rond Gemini 3.7 Flash.Zonsverduistering legt Europese e-commerce tijdelijk platDe Europese consument zette tijdens de zonsverduistering het online-winkelen vrijwel stil. Dat blijkt uit transactiedata van financieel dienstverlener Mollie, dat betalingsstromen van meer dan 250.000 bedrijven in ruim dertig Europese markten analyseerde.Tijdens het hoogtepunt van de totale eclips daalde het digitale transactievolume met bijna 38 procent ten opzichte van een normale avond. De pauze bleek van korte duur: in de 33 minuten daarna steeg het aantal transacties vanaf het ‘dieptepunt’ met 64 procent.De opvallende V-vormige transactiegrafiek was zichtbaar in uiteenlopende retailsectoren. Volgens Mollie wijst dat op een continentbrede onderbreking van online-activiteit, in plaats van een effect dat beperkt bleef tot specifieke productcategorieën. De data laten volgens het bedrijf zien hoe snel consumentengedrag door een grote externe gebeurtenis kan veranderen.Oracle en AWS breiden samenwerking rond ai-databases uitOracle en Amazon Web Services (AWS) breiden hun strategische samenwerking uit om migraties van Oracle-databases naar AWS te versnellen. Oracle AI Database@AWS is beschikbaar in 22 regio’s wereldwijd. De dienst wordt onder meer gebruikt door CJ Olive Young, Kobalt Music Group en de Metropolitan Transport Authority van Barcelona voor bedrijfskritische workloads.Nieuw is Oracle Exadata Database Service on Exascale Infrastructure. Daarmee krijgen organisaties toegang tot Exadata-prestaties via een pay-per-use-model. Gebruikers kunnen reken- en opslagcapaciteit bovendien flexibel afstemmen op hun behoeften.Oracle AI Database@AWS biedt daarnaast integratie met AWS-diensten zoals Amazon Bedrock, SageMaker en Redshift. Volgens Oracle kunnen bedrijven zo ai- en analytics-toepassingen ontwikkelen op basis van hun bestaande Oracle-data, zonder deze te verplaatsen of te dupliceren.
Hoe manage je een cybercrisis?
1 week
Vind je route naar cybercrisismanagement op Cybersec Netherlands 2026Geen organisatie is volledig immuun voor een incident. Een kwetsbaarheid kan worden misbruikt, een account kan worden overgenomen of een aanvaller kan via een leverancier binnenkomen. Hoe naticipeer je op een cybercrisis? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands.Een cybercrisis vraagt namelijk om meer dan een technisch antwoord. Wie neemt de beslissingen? Hoe snel wordt duidelijk wat er aan de hand is? Hoe voorkom je dat een incident zich verder verspreidt? En wanneer kun je zeggen dat de crisis daadwerkelijk voorbij is?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vragen vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van crisisleiding en zichtbaarheid tot beheersing, herstel en samenwerking. Samen vormen ze een route langs vijf stappen om beter voorbereid te zijn op het moment waarop cybersecurity niet langer een preventievraagstuk is, maar een crisis.Meer dan securityincidentEen securityincident hoeft niet direct uit te groeien tot een crisis. Dat gebeurt wanneer de gevolgen verder reiken dan het securityteam en bijvoorbeeld de bedrijfsvoering, klanten of reputatie raken. Op dat moment moeten beslissingen vaak onder tijdsdruk worden genomen, terwijl informatie onvolledig is en belangen uiteenlopen.Daarom begint goed cybercrisismanagement niet pas wanneer een aanvaller is ontdekt. Het begint met voorbereiding. Wie verantwoordelijkheden vooraf helder heeft, weet welke informatie nodig is en regelmatig oefent, staat tijdens een incident sterker.Stap 1: bepaal wie er beslist wanneer het misgaatEen cybercrisis kan technische problemen veroorzaken, maar de belangrijkste beslissingen zijn lang niet altijd technisch. Moet een systeem offline? Wanneer informeer je klanten of partners? Welke risico’s accepteer je om de bedrijfsvoering draaiende te houden?De keynote ‘From banking to academia to manufacturing: what every CISO can learn across industries’ (9 september, 13.30 – 13.50 uur, Mainstage) sluit hier goed op aan. Martin de Vries, chief information security officer bij VDL Groep, kijkt vanuit ruim twintig jaar ervaring naar het cybersecurityleiderschap in verschillende sectoren. Daarbij komen onder meer governance, stakeholdermanagement, crisisrespons en risico-eigenaarschap aan bod.Northwave sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C057). De organisatie houdt zich bezig met cybersecurity en incident response en biedt daarmee een praktische aanvulling op de vraag hoe organisaties zich voorbereiden op situaties waarin een securityincident uitgroeit tot een bedrijfscrisis.Wat levert deze stop op?Meer duidelijkheid over verantwoordelijkheden en besluitvorming wanneer een cyberincident niet meer alleen een zaak van het securityteam is.Stap 2: zorg dat je snel weet wat er gebeurtEen crisis wordt moeilijker te beheersen wanneer de organisatie geen betrouwbaar beeld heeft van haar eigen digitale omgeving. Welke systemen zijn bereikbaar? Welke assets staan publiekelijk bloot? En welke nieuwe verbindingen of kwetsbaarheden zijn ontstaan zonder dat het securityteam daarvan op de hoogte is?De sessie ‘The intelligence gap: why modern SOCs depend on complete internet visibility’ (10 september, 13.15 – 13.45 uur, Masterclass theater 5) gaat precies over dat probleem. Security operations centers (soc’s) moeten steeds sneller dreigingen detecteren, onderzoeken en beantwoorden, terwijl hun informatie over systemen met internettoegang en dreigingsactiviteiten soms onvolledig of verouderd is.Hadrian sluit hier goed op aan als exposant (stand 11.D074). De organisatie richt zich op external attack surface management en combineert continue asset discovery met het valideren van kwetsbaarheden vanuit het perspectief van een aanvaller. Daarmee past Hadrian bij de praktische vraag achter deze stap. Je kunt een crisis immers pas goed beheersen wanneer je weet wat er daadwerkelijk aan de buitenkant van je organisatie zichtbaar en bereikbaar is.Wat levert deze stop op?Een beter beeld van de digitale omgeving en daarmee een snellere startpositie wanneer een incident zich voordoet.Stap 3: voorkom dat een incident uitgroeit tot een crisisWanneer een aanvaller eenmaal binnen is, telt iedere minuut. Zeker bij ransomware kan een relatief klein incident zich snel ontwikkelen tot een situatie waarin systemen en data niet meer beschikbaar zijn.De sessie ‘Welcome to Cryptographic Park: how ransomware finds a way’ (9 en 10 september, 12.30 – 13.00 uur, Masterclass theater 5) kijkt naar de manier waarop ransomware langs traditionele beveiligingsmaatregelen kan komen. De nadruk ligt volgens Ross Asquith, solutions engineering director bij Halcyon, niet alleen op preventie, maar ook op detectie, het blokkeren van encryptie en snel herstel.Keepit past goed bij deze stap (stand 11.B050). De organisatie richt zich op cloudback-up en dataresilience. Daarmee brengt de beursvloer een belangrijk perspectief in bij ransomware. Als preventie en detectie tekortschieten, moet een organisatie kunnen voorkomen dat een aanval meteen leidt tot langdurig verlies van kritieke data en bedrijfscontinuïteit.Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de maatregelen die nodig zijn om een aanval te beperken voordat een securityincident uitgroeit tot een bedrijfscrisis.Stap 4: herstel betekent meer dan systemen weer online brengenEen organisatie kan technisch herstellen terwijl de gevolgen van een incident nog jarenlang merkbaar zijn. Denk aan gestolen persoonsgegevens, phishing, identiteitsfraude of klanten die het vertrouwen in een organisatie verliezen.De sessie ‘The breach is over. The damage isn’t’ (10 september, 10.15 – 10.45 uur, Stronger Together Partner Dome 7) kijkt juist naar die periode na een datalek. Willemijn Rodenburg, strategisch adviseur bij Cyberveilig Nederland, richt zich op de gevolgen voor mensen van wie persoonsgegevens zijn gestolen en op de vraag waar de verantwoordelijkheid van organisaties ophoudt en die van slachtoffers begint.Kiteworks sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.D056). De organisatie richt zich op het veilig delen en beheren van gevoelige informatie. Daarmee ontstaat een bredere kijk op herstel. Niet alleen systemen moeten weer functioneren, maar ook de informatie waarmee organisaties, medewerkers, klanten en partners werken, moet zorgvuldig worden behandeld.Wat levert deze stop op?Een bredere definitie van herstel. Een crisis is niet voorbij zodra de systemen weer werken, maar pas wanneer ook de gevolgen voor de organisatie en haar omgeving beheersbaar zijn.Stap 5: gebruik een crisis om structureel weerbaarder te wordenEen organisatie die een cybercrisis heeft doorstaan, heeft iets waardevols geleerd. De vraag is alleen of die lessen ook daadwerkelijk worden omgezet in verbetering.De sessie ‘From islands to alliances: how collaboration transforms cyber resilience’ (10 september, 14.45 – 15.15 uur, Stronger Together Partner Dome 7) kijkt naar cyberweerbaarheid vanuit samenwerking. De centrale gedachte van Aernout Reijmer, ceo van CyberAlloy, is dat organisaties niet als geïsoleerde eilanden functioneren. Juist samenwerking tussen bedrijven, overheid, kennisinstellingen en andere partijen kan helpen om structureel weerbaarder te worden.S2 Grupo sluit aan bij deze laatste stap van de route (stand 11.C024). De organisatie richt zich op cybersecurity en cyberresilience en kan daarmee de vraag achter deze stap helpen verbreden. Een cybercrisis moet niet alleen worden geëvalueerd vanuit de vraag wat er fout ging, maar ook vanuit de vraag welke structurele verbeteringen nodig zijn om een volgende crisis beter op te vangen.Wat levert deze stop op?Een manier om van incident response naar structurele cyberweerbaarheid te gaan. Niet alleen herstellen wat kapot ging, maar de organisatie sterker maken voor een volgende aanval.Crisis begint niet bij incidentWie deze route volgt, ziet dat cybercrisismanagement veel verder gaat dan een incident response-plan. Het begint met duidelijke verantwoordelijkheden en goede voorbereiding. Daarna gaat het om zicht op de omgeving, het beperken van de impact en het daadwerkelijk kunnen herstellen.Maar misschien wel het belangrijkste is wat daarna gebeurt. Een cybercrisis levert informatie op over de manier waarop een organisatie functioneert onder druk. Wie die lessen benut en samenwerking zoekt buiten de eigen organisatie, kan de volgende crisis beter voorbereid tegemoet gaan.Cyberweerbaarheid betekent uiteindelijk niet dat een organisatie iedere aanval kan voorkomen. Het betekent dat een organisatie weet wat ze moet doen wanneer preventie tekortschiet, snel kan handelen wanneer dat nodig is en sterker uit een incident kan komen.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Industrie 5.0 stuwt overnames in Nederlandse maakindustrie
1 week
Nederlandse fabrieken gaan steeds meer digitale hulpmiddelen gebruiken. Vroeger ging het vooral om slimme machines en computers (Industrie 4.0). Nu kijken bedrijven verder (Industrie 5.0): technologie moet niet alleen zorgen voor méér productiviteit, maar moet ook goed zijn voor de werknemers, het milieu en de toekomst. De aandacht in de maakindustrie verschuift naar mensgerichte, duurzame en weerbare productie. Deze ontwikkeling is duidelijk zichtbaar in recente overnames van Nederlandse bedrijven in industriële automatisering, productiesoftware, sensortechnologie en energiebeheer. Zo blijkt uit een rapport van Aeternus, adviesbureau bij bedrijfsovernames en -financiering. Een sprekend voorbeeld is de overname van Sensorfact, een Nederlandse aanbieder van software voor energiebeheer, door het Zweeds-Zwitserse concern ABB. Digitale systemen nodig Volgens Aeternus kijken kopers gerichter naar technologie die productieprocessen schaalbaarder, voorspelbaarder en minder afhankelijk van handmatige arbeid maakt. Om fabrieken zo goed mogelijk te laten draaien, zijn digitale systemen nodig. Door slim gebruik te maken van gegevens uit de machines, is de productie sneller en zonder fouten aan te sturen. De voordelen zijn: Meer winst: Je werkt een stuk efficiënter. Betere producten: De kwaliteit gaat omhoog. Sneller aanpassen: Je bent flexibeler als klanten iets anders willen. Makkelijker groeien: Je bedrijf kan simpel groter worden. Factory automation Aeternus ziet een aanhoudende vraag naar factory automation, robotics en machine vision. Een tweede trend is de opkomst van software als verbindende laag binnen de maakindustrie. Waar productiebedrijven vroeger vaak werkten met losse systemen voor planning, ERP, controle op de werkvloer en kwaliteitsregistratie, is de behoefte aan geïntegreerde software-omgevingen gegroeid.
EU-geld voor Zweedse vibecoding-gigant Lovable
1 week
Het nieuwe Scaleup Europe Fund, waarin onder andere de Europese Commissie deelneemt, is één van de investeerders in het Zweedse Lovable. De nieuwe investeringsronde waardeert het bedrijf op 13,3 miljard dollar. Lovable biedt software waarmee niet-technische klanten met behulp van vibecoding prototypes, websites, apps en tools kunnen bouwen. De startup is gelanceerd in november 2024 en zegt dat er sindsdien 60 miljoen projecten met de software zijn gebouwd. Onduidelijk is de status en omvang van die projecten. Sinds kort kan elke zakelijke gebruiker op het Lovable-platform een ’trust center’ aan zijn app of site toevoegen. Daarin kan de gebruiker zien welke security-maatregelen genomen zijn. Eerder dit jaar nog kwam Lovable in opspraak door een groot datalek. Scaleup Europe Fund De recente series C-ronde bracht 400 miljoen dollar voor de Zweden op. Naast het Scaleup Europe Fund investeerden diverse venture capital-partijen uit onder andere de VS en China in deze ronde.   Het Scaleup Europe Fund (SEF) is een nieuwe publiek-private samenwerking waarin de private investeerder EQT de leiding heeft. Het fonds is vorig jaar door de Europese Commissie aangekondigd als antwoord op het rapport Draghi, dat opriep om het investeringsgat voor deep-tech bedrijven te dichten. Het fonds richt zich op nieuwe ‘later stage’ Europese ondernemingen die willen doorgroeien tot ‘global leaders’. Het SEF investeert in ai, quantum technologie, semiconductor technologie, robotics en autonomous systems, energietechnologie, ruimtevaarttechnologie, biotechnologie, medische technologie, advanced materials en agritech. De Europese commissie neemt op gelijke voorwaarden deel als de andere investeerders in het SEF en brengt 1 miljard euro in. Een van de andere investeerders is het Nederlandse APG Asset Management, dat onder andere pensioengeld van ABP belegt.  
Meer of minder beloning door ai?
1 week
Hoe ontwikkelen de salarissen en freelance-tarieven zich in de ict-markt? Wat kun je doen om beter te verdienen?Recente cijfers wijzen erop dat de arbeidsmarkt voor zelfstandige professionals, waaronder ict’ers, minder gunstig wordt. Het aantal aanbiedingen per opdracht ligt inmiddels vier keer hoger dan tijdens het dieptepunt van de coronaperiode. Opdrachten zonder reacties zijn zeldzaam geworden.Volgens de Talent Monitor van HeadFirst Group en Intelligence Group staan de tarieven in delen van de ict inmiddels onder druk. De verwachte tariefstijging voor 2026 bedraagt gemiddeld slechts één procent, terwijl juniortarieven zelfs licht dalen, een ontwikkeling die de onderzoekers mede toeschrijven aan meer aanbod, minder schaarste en de impact van ai.Medior- en seniortarieven blijven wel stijgen: het gemiddelde uurtarief van een zelfstandige ict-consultant kwam in 2026 uit op 108 euro (excl. btw), tegen een gemiddelde van 83 euro voor alle Nederlandse zzp’ers samen. Aan de top van de markt liggen de tarieven nog hoger: informatiemanagers vragen gemiddeld 122 euro per uur, security architects 125 euro en enterprise architects 127 euro.Ict-salarissen stijgen minder hardOok in de salarisgroei lijkt de rek eruit. Eerder dit jaar berichtte Computable dat in de Nederlandse ict‑sector het salaris van medewerkers minder hard groeit dan de cao‑lonen. Dat bleek uit een onderzoek onder circa 450 ict’ers, uitgevoerd eind 2025 op initiatief van FNV IT, met medewerking van de vakbonden CNV, De Unie en Computable. De uitkomsten van het ‘Salarisonderzoek in de ICT 2025’ laten zien dat salarisontwikkeling sterk afhangt van factoren als leeftijd, bedrijf, loyaliteit en gender.Wat kan medewerker met aiKunstmatige intelligentie verandert niet alleen het werk van ict-professionals, maar ook de manier waarop werkgevers talent beoordelen, belonen en inzetten. De vraag verschuift van wat iemand weet naar wat iemand met die kennis en ai kan bereiken. Volgens Niels Agterberg, managing partner van recruitmentburerau ACES International, wordt het vermogen om ai effectief in te zetten steeds belangrijker. Die ontwikkeling ziet hij niet alleen bij ontwikkelaars, maar ook bij managers, marketeers en consultants: ‘Het gaat veel meer naar: als een klant iets wil hebben, hoe zet je nou ai in om dat op een goede manier te presenteren?’Voor softwareontwikkelaars ziet Agterberg een vergelijkbare verschuiving. Ai-tools en vibe coding nemen steeds meer routinematig programmeerwerk over. De waarde van ervaren ontwikkelaars ligt daardoor minder in het schrijven van code en meer in het beoordelen van de kwaliteit ervan.De grootste winnaars lijken niet per se de professionals die de meeste code produceren, maar degenen die technologie, domeinkennis en ai effectief weten te combineren.Beloning in het ai-tijdperkHoe kun je nu meer gaan verdienen? Wie meer salaris of een hoger tarief wil, doet er verstandig aan verder te kijken dan functietitel, diploma’s of certificaten. Door de opkomst van ai verschuift de waarde van werknemers steeds meer naar hun vermogen om technologie daadwerkelijk toe te passen en daarmee resultaten te boeken.Voor werknemers betekent dit dat een salarisonderhandeling steeds minder draait om wat zij weten en steeds meer om wat zij aantoonbaar realiseren, legt Dr. Ken Matos, Director of Market Insights (Human Capital Management) bij hr-platform HiBob uit. Maar uit onderzoek van Hibob onder 1.200 ai-beslissers blijkt dat werkgevers niet bereid zijn extra te betalen voor algemene ‘ai literacy’.‘Ze betalen extra voor schaarse vaardigheden die direct bedrijfsrisico’s verkleinen of productiviteit verhogen,’ zegt Matos. ‘Wie kan laten zien dat ai leidt tot kortere doorlooptijden, lagere kosten, minder fouten of betere dienstverlening, beschikt over sterkere argumenten dan iemand die vooral benadrukt welke tools hij gebruikt.’Een goede voorbereiding begint daarom met het verzamelen van concrete resultaten, stelt Matos. ‘Welke processen zijn versneld? Hoeveel tijd is bespaard? Zijn fouten verminderd? Welke nieuwe diensten of producten zijn mogelijk geworden?’ Hoe concreter de bijdrage aan bedrijfsdoelstellingen, hoe sterker de onderhandelingspositie.SalarispremieDe drie vaardigheden waarvoor het vaakst een salarispremie van minimaal 10 procent wordt genoemd zijn automatisering en technische integratie (34%), ai safety, ethiek en governance (34%) en evaluatie en kwaliteitscontrole van ai-output (33%).‘Dat zijn interessante uitkomsten,’ aldus Matos. ‘Het zijn immers niet direct de vaardigheden waar momenteel de meeste aandacht naar uitgaat. Ja, veel werknemers leren prompten. Maar werkgevers blijken vooral te zoeken naar mensen die ai-systemen beheersbaar maken.’Een tweede inzicht is dat ai steeds vaker onderdeel wordt van promotiebeleid. Matos: ’67 procent van de organisaties koppelt ai-vaardigheden aan promoties en 50 procent aan beoordelingsgesprekken.’Vijf tips voor de salarisonderhandelingOnderhandel op basis van behaalde resultaten, niet op basis van gebruikte ai-tools.Verzamel cijfers over tijdsbesparing, productiviteitswinst of kwaliteitsverbetering.Ontwikkel expertise in schaarse domeinen zoals ai-governance, beveiliging en automatisering — juist deze vaardigheden leveren volgens onderzoek van HiBob de hoogste salarispremies op.Maak zichtbaar hoe jouw inzet bijdraagt aan omzet, klanttevredenheid of kostenreductie.Wacht niet op de jaarlijkse beoordeling, maar documenteer successen gedurende het hele jaar.
Kort nieuws: Nebius profiteert van ai, ‘SpaceX is vooral ai’
1 week
In dit nieuwsoverzicht: VAR-programma Workday ook in Nederland, IG&H neemt RevoData over, Musk vindt SpaceX vooral ai-bedrijf, Securitas doet ook cybersecurity parkeercamera’s Rotterdam en omzet Nebius op de Zuidas groeit enorm door ai. Nebius profiteert van enorme vraag naar ai-capaciteit Nebius, het ai-cloudbedrijf met hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas, zag zijn inkomsten in het afgelopen kwartaal met 454 procent stijgen vergeleken met een jaar eerder. De omzet reikte tot 582 miljoen euro. De vraag naar ai-capaciteit stijgt exponentieel. In het tweede kwartaal werden vier grote deals gesloten, elk met een waarde van meer dan 1 miljard euro, waaronder die met Reflection en Cohere. Volgens Nebius-topman Arkady Volozh sloot zijn bedrijf nooit eerder zulke grote ai-cloud-deals af tegen zulke gunstige voorwaarden.  Behalve via lange termijncontracten verkoopt Nebius ook capaciteit via veilingen en korte termijn deals. Die kunnen zeer lucratief zijn. Nebius verwacht dit jaar voor 9 miljard dollar aan vooruitbetalingen van klanten te krijgen. Het van oorsprong Russische Nebius heeft in IJsland, Finland, het Verenigd Koninkrijk, de VS, Frankrijk en Israël datacenters. Dit jaar komen daar 14 nieuwe datacenters bij, vooral in de VS. SpaceX nu al meer ai-bedrijf SpaceX is niet langer – primair – een lanceer-onderneming voor satellieten, maar ontwikkelt zich razendsnel in een ai-bedrijf. Die transformatie is nu grotendeels voltooid. Oprichter Elon Musk ziet enorme kansen. SpaceX zou in 2028 500 miljard dollar kunnen verdienen, zegt hij in een 29 minuten durende presentatie. ‘Onze ai-inkomsten zullen waarschijnlijk in september alle andere SpaceX-inkomsten overtreffen en zullen in het vierde kwartaal aanzienlijk hoger uitvallen dan alle andere SpaceX-inkomsten,’ aldus Musk. ‘Ai is dus een extreem belangrijk onderdeel geworden van de toekomst van SpaceX.’  ‘Waarschijnlijk zal ai over vier of vijf jaar 99% van de waarde van SpaceX uitmaken; ik denk zeker binnen vijf jaar,’ zei Musk. ‘En de waarde van SpaceX zal een astronomisch bedrag zijn.’ SpaceX lanceerde deze week nieuwe ai-software (Grok Bot) die ai-agenten als een team laat werken bij het uitvoeren van verschillende taken. Eerder dit jaar kocht SpaceX xAI, een startup die Musk in 2023 oprichtte. xAI ontwikkelde de chatbot Grok en beheert ook een krachtig supercomputer-cluster in Tennessee genaamd Colossus. Musk wil één miljoen ai-satellieten voor datacenters in de ruimte brengen.  Securitas Technology tekent voor camerabeheer parkeervoorzieningen Rotterdam Securitas Technology heeft een raamovereenkomst gesloten met de gemeente Rotterdam voor het integraal beheer en de verdere ontwikkeling van de videosurveillancesystemen (VSS) in de gemeentelijke parkeervoorzieningen, waaronder parkeergarages en fietsenstallingen. De overeenkomst ging in op 1 juli 2026, loopt in eerste instantie twee jaar en kan twee keer met een jaar worden verlengd. Securitas Technology neemt het volledige levenscyclusbeheer van de systemen voor zijn rekening: van preventief en correctief onderhoud tot de installatie van nieuwe camera’s, uitbreidingen, upgrades en de levering van hardware en software. Ook cybersecurity krijgt aandacht, met onder meer veilige netwerkarchitecturen, toegangsbeheer en encryptie, en het bedrijf verkent toepassingen als video-analyse en ai om cameratoezicht meer preventief en datagedreven in te zetten. IG&H neemt RevoData over van Atomic Group IG&H heeft RevoData overgenomen van Atomic Group en versterkt daarmee zijn leidende positie in data en ai. Met de overname haalt IG&H een gespecialiseerd team van ruim 40 Databricks-professionals in huis. RevoData’s Databricks-expertise wordt gecombineerd met IG&H’s schaalbare, internationale platform- en sectorkennis. Atomic Group, dat RevoData verkoopt, richt zich voortaan volledig op soevereine cloud-, data- en ai-infrastructuur voor Nederland. Beide bedrijven blijven partners in het leveren van data- en ai-oplossingen op soevereine infrastructuur. Workday breidt VAR-programma uit naar EMEA, ook Nederland Workday breidt zijn Value-Added Reseller (VAR)-programma uit naar de EMEA-regio, waaronder Nederland. Via het nieuwe VAR-ecosysteem krijgen organisaties via vertrouwde regionale partners bredere toegang tot Workday Services en Agentic AI-capabilities. De uitbreiding moet vooral middelgrote organisaties helpen die nog met gescheiden hr- en financiële systemen werken en op zoek zijn naar één schaalbaar platform. Met deze stap maakt Workday de overstap van een volledig direct verkoopmodel naar een hybride model, waarin directe verkoop wordt gecombineerd met een groeiend netwerk van partners. Ook in Nederland zijn lokale VAR-partners actief. Partner HR Path ziet het VAR-model als een logische stap om het mkb in Nederland breder te ondersteunen, van strategische besluitvorming tot operationele implementatie, aldus Angelo Van Stijn, Associate Partner bij HR Path.
Steeds betere beveiliging, maar cybercriminelen blijven winnen
1 week
Arno Reuser (OSINT Solutions) tijdens Cybersec Netherlands 2026Cybersecurity is volwassener dan ooit. Organisaties investeren miljoenen in security operations centers, threat intelligence, zero trust, endpoint protection en ai-gedreven detectie. Toch blijven ransomware-aanvallen, datalekken en digitale verstoringen aan de orde van de dag. De vraag is dan ook niet of we investeren in cybersecurity, maar of we onze aandacht op de juiste plekken richten.De reflex bij vrijwel iedere nieuwe dreiging is dezelfde: er komt een nieuwe tool, een extra beveiligingslaag of een geavanceerdere detectietechniek. Technologische innovatie is onmisbaar, maar tegelijkertijd lijkt cybersecurity steeds vaker te worden benaderd als een puur technisch vraagstuk. En juist daar wringt het, meent osint-specialist Arno Reuser tijdens Cybersec Netherlands. Op 10 september verzorgt hij een keynote over deze spagaat.AannamesWant de meeste succesvolle aanvallen beginnen niet met een technisch hoogstandje, maar met menselijk gedrag. Een medewerker die op een overtuigende phishingmail klikt. Een wachtwoord dat wordt hergebruikt. Een verzoek dat zonder controle wordt goedgekeurd. Of simpelweg iemand die beveiligingsmaatregelen ervaart als een obstakel om zijn werk gedaan te krijgen.Dat betekent niet dat gebruikers het probleem zijn. Integendeel. Het betekent dat organisaties hun verdediging vaak bouwen op de aanname dat mensen zich altijd veilig zullen gedragen. Een aanname die in de praktijk nauwelijks standhoudt.OrganisatievraagstukToch blijft de nadruk vooral liggen op technologie. Security awareness wordt vaak gereduceerd tot een verplichte e-learning of een periodieke phishingtest, terwijl veilig gedrag veel meer vraagt. Het gaat om organisatiecultuur, leiderschap, eigenaarschap en het ontwerpen van processen waarin de veilige keuze vanzelfsprekend is. Cybersecurity is uiteindelijk niet alleen een it-vraagstuk, maar ook een organisatievraagstuk.‘Zolang de menselijke factor een sluitpost blijft, blijven organisaties investeren in symptoombestrijding’Daarmee ontstaat een opvallende paradox. We worden steeds beter in het detecteren van aanvallen, maar veel minder goed in het voorkomen van de omstandigheden die aanvallers succesvol maken. Zolang de menselijke factor een sluitpost blijft, blijven organisaties investeren in symptoombestrijding.Keynote Arno ReuserJuist die stelling staat centraal in de keynote van Arno Reuser tijdens Cybersec Netherlands. Onder de titel ‘You are all wrong: cybersecurity is failing, and it’s not the hackers’ houdt hij op 10 september om 12.40 uur de cybersecuritysector een spiegel voor. Volgens Reuser is de grootste bedreiging voor cybersecurity niet de cybercrimineel zelf, maar onze beperkte manier van denken over beveiliging. Zolang organisaties vooral blijven vertrouwen op technische oplossingen en de menselijke kant verwaarlozen, zal de kloof tussen investeren en daadwerkelijk veiliger worden, alleen maar groter worden.Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Registreer je gratis…Tijdens zijn keynote laat Reuser aan de hand van actuele praktijkvoorbeelden zien waar de grootste blinde vlekken zitten en waarom een fundamenteel andere kijk op cybersecurity noodzakelijk is. Niet door technologie minder belangrijk te maken, maar door haar weer onderdeel te maken van een bredere strategie waarin mens, organisatie en techniek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
DeepSeek stoot Google van ai-troon bij bedrijven
1 week
Bedrijven gebruiken steeds meer ai, terwijl de kosten per stukje tekst dat een ai-model als rekeneenheid verwerkt, oftewel een token, dalen. Het tokenvolume dat via Vercel AI Gateway (platform waarmee bedrijven via één api verschillende ai-modellen kunnen gebruiken, beheren en monitoren) werd verwerkt, groeide in juli met 59 procent ten opzichte van juni. De totale uitgaven stegen met 37 procent, maar de gemiddelde prijs per token daalde met 13,6 procent. Dat blijkt uit de nieuwste AI Gateway Production Index van het Amerikaans technologiebedrijf Vercel. De dalende kosten hangen samen met een verschuiving naar goedkopere modellen. Driekwart van de teams die in juni en juli meer dan tien miljoen tokens verwerkten, wijzigde minimaal tien procent van zijn modelmix. Vooral open-weight-modellen (modellen waarvan de getrainde modelgewichten beschikbaar worden gesteld, zodat ontwikkelaars ze zelf kunnen downloaden, draaien en aanpassen) winnen terrein. Hun aandeel in het totale tokenvolume steeg van elf procent in april naar 36 procent in juli. Chinese model DeepSeek groeide uit tot de op een na grootste ai-aanbieder gemeten naar tokenvolume. Het Chinese model verwerkte in juli meer dan twee keer zoveel tokens als Google. Het aandeel van DeepSeek steeg in enkele maanden van minder dan één naar 25 procent, terwijl Google terugviel van bijna veertig naar 10,7 procent. DeepSeek V4 Flash was alleen al goed voor bijna een vijfde van het totale volume. De markt splitst zich daarmee verder op. Goedkope modellen verwerken grote hoeveelheden ai-taken, terwijl duurdere modellen voor gespecialiseerde toepassingen worden ingezet. Het Amerikaanse Anthropic had bijna dertig procent van het tokenvolume, maar was goed voor 65,1 procent van de uitgaven. Bij coding agents verwerkte DeepSeek bijna een derde van de tokens, terwijl Anthropic meer dan tachtig procent van de uitgaven voor zijn rekening nam.
ABN Amro voortvarend met ai
1 week
ABN Amro gaat flink door met het integreren van ai in het dagelijkse, interne werk. Inmiddels staat de teller op bijna vijftig use-cases in productie. Dit meldt de bank bij de cijfers over het tweede kwartaal. In die periode lanceerde de bank de eerste gen-ai-gestuurde spraak-bot voor klanten om vragen te beantwoorden en advies te geven over geselecteerde onderwerpen.  Ook werd een gen-ai-kennisassistent geïntroduceerd voor Know Your Customer (KYC) en antiwitwas-analisten, waarmee ze gemakkelijker toegang krijgen tot relevant beleid, procedures en werkinstructies.  Grote bedragen Eerder ontwikkelde ABN Amro samen met Rabobank een app die bij het witwassen van grote bedragen het gebruik opspoort van meerdere transacties bij verschillende banken. Ook TNO en het Centrum Wiskunde & Informatica waren bij deze oplossing betrokken. Met multi-party computation (MPC) hebben beide banken een wapen om geraffineerde witwassers toch te ontmaskeren.  MPC biedt banken de mogelijkheid om via ai analyses uit te voeren op gezamenlijke data, zowel nationaal als internationaal. Doordat de data op een cryptografische manier beschermd zijn (bijvoorbeeld door het een aantal keer te vermenigvuldigen met een willekeurig getal) krijgt geen mens of systeem die data te zien. Code ABN Amro behoort tot de eerste grote Europese banken die grootschalig een ai-assistent gebruikt bij het schrijven van code. Voor de Computable Awards 2026 (categorie Future of Work) zond de bank de implementatie van GitHub Copilot in als ai-assistent voor softwareontwikkelaars. De adoptiegraad is inmiddels zo’n tachtig procent waarvan 95 procent de tool maandelijks actief gebruikt. Ontwikkelaars zijn twintig tot veertig procent minder tijd kwijt aan het schrijven van code en kunnen hierdoor hun tijd besteden aan andere zaken. De bank let er sterk op dat ai op een gecontroleerde en veilige manier wordt ingezet. Zo is iedere ontwikkelaar die ai wil gebruiken verplicht een training te doen en een aantal voorwaarden te ondertekenen.  De kwartaalcijfers waren boven verwachting. De nettowinst over het afgelopen kwartaal nam met bijna een derde toe tot 781 miljoen euro.
Maakt ai de programmeur overbodig?
1 week
‘Kwaliteit van ai-code blijft vaak matig’Ai bouwt steeds vaker helemaal zelf software. We vragen ons dan ook af welk ai-model het beste is. Maar volgens de Software Improvement Group (SIG), het Amsterdamse bedrijf dat de kwaliteit van software meet, is dat niet de hamvraag.De uitdaging is: hoe controleer je of de door ai ontwikkelde computercode wel veilig, goed en makkelijk aan te passen is? Want over de hele levensduur van software is de onderhoudbaarheid een belangrijke kostenpost.Om de kernvraag rond softwarekwaliteit te onderzoeken, voerde SIG een experiment uit met Claude Sonnet 4.6. Daaruit bleek volgens SIG dat realtime kwaliteits- en securitychecks tijdens het ontwikkelproces een veel grotere impact hadden op de uitkomst dan alleen betere prompts of een krachtiger model.Alle reden dus om Werner Heijstek, chief delivery officer bij SIG, te spreken over het gebruik van ai voor programmering; een onderwerp waarover de meningen verdeeld zijn. Vaststaat dat ai bij de softwareontwikkeling niet meer is weg te denken. Heel snel hebben ai-agenten hun plaats veroverd. Heijstek: ‘Je kunt er heel gave dingen mee doen.’ Maar de code die deze agenten voortbrengen, is volgens hem vaak heel gemiddeld of zelfs matig, iets dat nog weleens wordt vergeten.Werner Heijstek, chief delivery officer SIG.‘Op verjaardagsfeesten hoor je vaak dat ontwikkelaars straks naar huis kunnen omdat ai-agents hun rol overnemen. Ook de vrees de boot te missen is groot. Het management wil niet achterraken en zet snel in op dure ai. En wie OpenAI-topman Sam Altman beluistert, krijgt al gauw de indruk dat software hele afdelingen overbodig maakt.Ook bij vorige golven van digitalisering hoorde je dat vaak, maar de realiteit is dat meer software bijna altijd gepaard gaat met meer werkgelegenheid. En je ziet dat de komst van ai dikwijls als een excuus wordt gebruikt om een gewone reorganisatie door te voeren.Tegenover de groep die vindt dat we haast moeten maken met de implementatie van ai, staat ook een groep die denkt: het zal mijn tijd wel duren. Hoe goed ai-software werkt, valt het beste te toetsen in je eigen vakgebied. Let er scherp op wat eruit komt en vergelijk dat met de kennis die je zelf hebt.’Training op bestaande codeUit de benchmarkstudies van SIG kwam naar voren dat de kwaliteit van autonoom ontwikkelde software volgens het bedrijf niet heel goed is. ‘En dat valt te verklaren uit het feit dat deze ai-modellen zijn getraind op code die er al is. De ai-leveranciers hebben in hun grote taalmodellen jarenlang alle software gestopt die ze maar konden krijgen.’Volgens Heijstek kan de kwaliteit van bestaande code een verklaring zijn voor problemen in door ai gegenereerde software. ‘Omdat de gemiddelde code niet zo goed is, genereert ai ook software met problemen. Te denken valt aan de security, de architectuur en bepaalde technische aspecten. Op het eerste gezicht lijkt het vaak heel aardig, maar vooral de onderhoudbaarheid laat meestal te wensen over.’Ai-systemen waarbij mensen verantwoordelijk blijven en toezicht houden, scoorden in het onderzoek van SIG wel een voldoende. Ook kun je deterministische vangrails toevoegen, zoals kwaliteitscontroles tijdens het ontwikkelproces. Anders dan ‘agentic ai’ gaat het hier om systemen die voorspelbaar werken. In combinatie met ai kunnen deze volgens Heijstek een betere kwaliteit bieden. ‘Dit biedt een aardige productiviteitswinst. Denk aan 10 à 20 procent.’UitblinkersVerkeerd is de gedachte dat je de softwareontwikkeling voortaan kunt overlaten aan junior developers en ai-agents. Volgens Heijstek maakt het gebruik van ai-codingtools vooral senior ontwikkelaars productiever die hun sporen hebben verdiend. De uitblinkers worden nog beter.Daarentegen is het gevaarlijker om ai-agents te laten ondersteunen door junior developers. ‘Want die kunnen minder kritisch kijken naar wat er uit de ai is gekomen. Ze zijn gemakkelijker voor de gek te houden. Senior developers kunnen beter een review doen. Om senior te worden moet je zelf software hebben geschreven. Dan leer je het handwerk.’BatmanHeijstek trekt een parallel met Batman en Robin. De laatste is de ai en doet dingen voor de superheld. Batman bepaalt wat er gebeurt en houdt een vinger aan de pols. Om de leiding te houden moet je wel boven de materie staan. Voor junioren is dat moeilijk.Heijstek heeft de indruk dat meer of betere ai de zwaktes van ai-gedreven softwareontwikkeling op termijn niet zal oplossen. ‘De oplossing zit in een slimmer gebruik van ai; het harnas eromheen, ofwel de keten om ai beter te maken. Winst valt te halen uit zaken die niet direct tot het ai-model behoren, zoals het toevoegen van normen en waarden, beleid en de context van de organisatie.’TokenomicsOok moet je goed nadenken waarvoor je ai wilt gebruiken, welk model zich daarvoor het beste leent en hoe diep je dat model laat nadenken. Zeker met het oog op de kosten heeft het geen zin alles maar in een ai-model te gooien. Je wilt een maximaal resultaat uit een minimale investering halen. Ai-tokenomics, de economie van het gebruik van tokens, zal de komende tijd veel aandacht krijgen. Taken moeten niet alleen goed, maar ook zonder hoge kosten worden uitgevoerd. Kies voor een licht en voordelig model wanneer dat net zulke bevredigende resultaten oplevert als een zwaar ‘frontier’-model.Prachtig zou het zijn als ai-agents verouderde software met succes kunnen moderniseren, zeker als het legacy-kernsystemen betreft waar bedrijven hun geld mee verdienen. Maar SIG waarschuwt voor al te hoge verwachtingen. Volgens Heijstek levert het genereren van code uit een traditioneel systeem van lage kwaliteit niet vaak een goed nieuw systeem op. ‘De problemen van de oude code plegen te worden gekopieerd naar de nieuwe. Alles is in een nieuwe programmeertaal gezet zonder dat bijvoorbeeld de architectuur is verbeterd. Je bent dus niet veel verder. Wanneer er geen menselijke ontwikkelaar in de ‘drivers seat’ zit, zal het resultaat snel tegenvallen.’Heijstek wijst daarnaast op de kosten. ‘Het gebruik van ai-modellen wordt steeds duurder. De prijzen liggen inmiddels zo hoog dat een ai-agent bijna net zo duur is als een mens.’WaagstukHeijstek vindt het nog een heel waagstuk om bij kernsystemen het coderen volledig over te laten aan ai-agents. Zeker als daar klantdata of persoonsgegevens bij zijn betrokken, moet je je wel twee keer bedenken. Zijn advies is om met laagrisicosystemen te beginnen: kleine applicaties die bijvoorbeeld op de werkvloer de productiviteit net een beetje omhoogbrengen. Denk aan niet-essentiële software die een bedrijf voor zichzelf gebruikt zonder dat die de klant raakt, securityproblemen geeft of tot stagnatie in de productie kan leiden.De combinatie van ai en kwaliteitsborging kan volgens Heijstek ook worden gebruikt bij complexere systemen, mits menselijke ontwikkelaars de controle houden.Volgens Heijstek maakt ai zonder hulp vaak software die er op het oog prima uitziet, maar waarbij je niet goed weet hoe zo’n systeem in elkaar steekt. ‘Als er dan een probleem ontstaat of iets moet veranderen, dan kost dat veel moeite.’Technische schuldBij de matige code die ai genereert, zal het lastiger en ook duurder zijn om een functie toe te voegen dan als een systeem van hoge kwaliteit is. Coderen met ai leidt volgens Heijstek al gauw tot technische schuld. Later ontstaan dan extra kosten en problemen. En op den duur gaat de meeste tijd zitten in het onderhoud van systemen. De wetgeving verandert, nieuwe hardware dient zich aan en software-updates zijn nodig. In elk systeem zitten problemen. Het is een optelsom van elastiekjes en noodverbanden. En die kunnen problematisch worden.Een extra complicatie is dat het management graag meer functionaliteit wil, zeker als dat de omzet en winst vergroot. Minder oog heeft de business voor de prestaties, veiligheid en betrouwbaarheid. Als die zaken niet goed op orde zijn, gaat het toevoegen van nieuwe functies steeds langer duren. Dan keert de wal het schip.Dikwijls is er in een organisatie een blind geloof dat problemen zichzelf wel allemaal oplossen. ‘In de praktijk zien we andere dingen. Met ai is dat niet anders. Ai kan met bepaalde zaken helpen. Maar je moet goed weten wanneer en vooral hoe je ermee werkt’, besluit Heijstek.Claude SonnetSoftware Improvement Group (SIG) deed een test met het ai-model Claude Sonnet 4.6. Volgens SIG zorgen directe controles op fouten en veiligheid tijdens het programmeren voor betere software dan wanneer alleen een slimmer ai-model wordt gebruikt of betere opdrachten worden gegeven. SIG baseert zijn onderzoek naar softwarekwaliteit onder meer op een database met meer dan honderd miljard regels aan broncode van honderden verschillende technologieën.
Kort: Ai dwingt tot herbouw data-architectuur, Ryanair kiest voor Google Cloud (en meer)
2 weken
In dit nieuwsoverzicht: Ai dwingt bedrijven hun fundament te verbouwen, Ryanair zet vol in op Google Cloud en ai, ai-datacenters stuwen vraag naar precisielasers, Yokogawa helpt Enlightra ai-optica verfijnen, en Arctic Wolf helpt partners cyberrisico’s in kaart brengen. ‘95 procent stelt ai-project uit door tekortkomingen in data-architectuur’ Bijna alle organisaties hebben het afgelopen jaar minstens één ai-project uitgesteld of geannuleerd vanwege beperkingen rond data, infrastructuur, governance of regelgeving. Dat blijkt uit onderzoek van Cloudera onder 1.500 enterprise-, cloud- en data-architecten wereldwijd. Hoewel 77 procent ai actief gebruikt, zegt 72 procent dat de huidige data-architectuur ingrijpend moet worden aangepast voor toekomstige ai-toepassingen. Ai leidt bovendien tot hogere infrastructuurkosten: 84 procent van de ondervraagden meldt een stijging. Bij 75 procent heeft ai de opslag en data-architectuur al veranderd. Hybride infrastructuren winnen terrein. Zo heeft twee derde het afgelopen jaar ai-workloads vanuit publieke clouds naar private clouds of on-premises omgevingen verplaatst. Cloudera spreekt daarom van een ‘grote ai-herarchitectuur’, waarbij organisaties hun datafundamenten geschikt maken voor schaalbare en beheersbare ai. Ryanair kiest Google Cloud voor data en ai Ryanair gaat de komende vijf jaar Google Cloud-diensten inzetten om de groei naar driehonderd miljoen passagiers in 2034 te ondersteunen. De luchtvaartmaatschappij rolt Google Workspace en Google Cloud uit onder 35.000 medewerkers. Ook wordt Gemini Enterprise ingezet, het agentic ai-platform van Google Cloud. Daarmee wil Ryanair de besluitvorming automatiseren, crewlogistiek optimaliseren en productiviteit verhogen. De samenwerking omvat daarnaast een dual-cloudstrategie om de weerbaarheid van de infrastructuur te vergroten. Bij storingen bij een cloudprovider moeten kritieke diensten kunnen overschakelen naar een andere omgeving. Ryanair gaat ook Google DeepMind-modellen als AlphaEvolve en WeatherNext gebruiken voor vlootoperaties en onderhoudsplanning. Met Google Workspace en Gemini wil de luchtvaartmaatschappij bovendien bestaande samenwerkingssystemen vervangen door een cloudgebaseerd platform. Enlightra test optische ai-verbindingen met Yokogawa Het Zwitserse fotonicabedrijf Enlightra gebruikt optische spectrumanalysers (soort ‘kijkinstrument voor signalen’) van het Japans technologiebedrijf Yokogawa bij de ontwikkeling van optische verbindingen voor ai-datacenters. Enlightra ontwikkelt compacte laserbronnen met meerdere kanalen op basis van optical frequency comb-technologie. Daarmee zijn vanuit één laser meerdere nauwkeurig gescheiden golflengtes op te wekken. De systemen moeten tussen acht en 32 optische kanalen leveren, met een vaste onderlinge afstand en voldoende signaal-ruisverhouding. Yokogawa’s AQ6370E-spectrumanalyser biedt volgens de bedrijven een resolutie van 0,02 nanometer en een dynamisch bereik van meer dan zeventig decibel. Daarmee kunnen ontwikkelaars afzonderlijke kanalen, vermogensniveaus en ruisniveaus nauwkeurig meten. Enlightra gebruikt de apparatuur bij de karakterisering van duizenden fotonische chips en voor demonstraties aan potentiële klanten. Ai-datacenters stuwen vraag naar femtosecondelasers De snelle groei van ai-datacenters vergroot de vraag naar zogeheten femtosecondelasers, die worden gebruikt voor de productie van componenten voor geavanceerde datacenterapparatuur. Femtosecondelasers produceren extreem korte lichtpulsen (één femtoseconde is een biljardste van een seconde), waardoor materialen met minimale warmteontwikkeling zijn te bewerken. Dat is onder meer relevant voor glazen interposers, een dunne tussenlaag die chiponderdelen met elkaar verbinden en daarvoor zeer kleine elektrische verbindingen bevatten. Het Litouwse Litilit bouwt in Vilnius nu een fabriek voor de geautomatiseerde productie van deze lasers. Volgens Goldman Sachs stijgen de jaarlijkse investeringen in ai-infrastructuur van 765 miljard dollar in 2026 naar 1,6 biljoen dollar in 2031. Tegelijkertijd verwacht TrendForce dat de markt voor optische verbindingen groeit van circa honderd miljoen dollar in 2025 naar meer dan 39 miljard dollar in 2030. Arctic Wolf helpt partners met ai-programma cyberweerbaarheid Arctic Wolf introduceert de Cyber AI Readiness Accelerator, een programma waarmee partners organisaties helpen cyberrisico’s beter in kaart te brengen en te verkleinen. Het programma combineert Aurora Attack Surface Management met diensten van partners op het gebied van consultancy, advies en herstel. In een assessment van dertig dagen krijgen organisaties inzicht in onbekende en kwetsbare assets en mogelijke aanvalsroutes. Op basis daarvan ontvangen zij een geprioriteerde roadmap voor herstelmaatregelen. Arctic Wolf wijst erop dat misbruik van kwetsbaarheden volgens Verizon verantwoordelijk is voor bijna een derde van de datalekken. De accelerator koppelt bestaande security- en vulnerabilitydata om blinde vlekken te verminderen. Het programma is momenteel als bèta beschikbaar voor een selecte groep partners.
Visma rondt kaap van 3 miljard euro aan jaarlijkse omzet
2 weken
Visma heeft in de eerste helft van 2026 een omzet van 1,62 miljard euro behaald, 18,8 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. De leverancier van bedrijfssoftware zag de aangepaste ebitda met 19,2 procent stijgen tot 547 miljoen euro. De annualised recurring revenue (ARR), oftewel jaarlijks terugkerende omzet, kwam eind juni uit op 3,05 miljard euro, een groei van 18,7 procent. Het klantenbestand groeide met 30,2 procent naar 2,7 miljoen. Organisch nam de omzet met 11,8 procent toe en de ARR met dertien procent. Volgens ceo Merete Hverven kiezen bedrijven steeds vaker voor geïntegreerde software voor onder meer boekhouding, salarisadministratie, facturatie en belastingen. Businessplatforms Visma zet daarbij sterk in op ai. Alle strategische nationale businessplatforms beschikken inmiddels over geïntegreerde ai-functionaliteit. Klanten die toegang hebben tot deze mogelijkheden zijn inmiddels goed voor veertig procent van de ARR. Zo automatiseert het Deense E-conomic financiële gegevens voor accountants en mkb-bedrijven. Volgens Visma kan dit klanten tot 67 uur per maand aan handmatig werk besparen. Het Finse FabricAI automatiseert factuurverwerking en kan naar schatting driekwart op de verwerkingskosten besparen. In Zweden biedt Spiris een ai-gebaseerde virtuele cfo die realtime bankgegevens combineert met voorspellende modellen voor financieel advies. Ook fusies en overnames dragen bij aan de groei. Visma rondde in de eerste helft van het jaar zes transacties af, waaronder de overname van MaisMei en Dootax in Brazilië. Daarnaast investeerde het bedrijf in het Franse Fulll en nam het de Italiaanse oplossing Fattura Elettronica en het Braziliaanse Mister Contador over.
‘Het zou niet wijs zijn om Amerikaanse technologie volledig te negeren’
2 weken
Interview | Kurt Rommens, Google Benelux De adoptie van artificiële intelligentie in de publieke sector komt op gang, zij het versnipperd. Dat zegt Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. ‘We zien te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daarmee alleen krijg je geen waarde.’We spraken Kurt Rommens naar aanleiding van Google Cloud AI Live- event in Zaandam over onderwerpen als ai, hybride cloud en soevereiniteit. Volgens het Google-hoofd publieke sector groeit de belangstelling voor ai bij overheden, zorginstellingen en onderwijsorganisaties snel. Tegelijk verschilt de maturiteit sterk tussen organisaties en landen. Nederland en België bevinden zich volgens Rommens ongeveer in dezelfde fase. In beide landen bestaan tal van proefprojecten en taskforces, maar een grootschalige uitrol blijft voorlopig beperkt. ‘In Luxemburg is dat iets beter, omdat daar een push is vanuit de overheid die expliciet investeert in ai en start-ups.’ Toch is de potentiële impact groot. Volgens door Google aangehaald studiewerk kan ai-adoptie in de Belgische publieke sector ongeveer vier miljard euro extra waarde per jaar creëren. ‘Als je dan weet dat onze overheid nu ook weer zeven miljard op zoek is, dan denk ik: laat het dat eerst optimaliseren en efficiënter maken’, zegt hij. Adoptie Kurt Rommens, head of government & public sector Benelux bij Google Cloud. Binnen de verschillende domeinen ziet Google duidelijke verschillen. In de zorg is de nood het hoogst en daardoor ook de adoptie. Ai helpt er vandaag al bij personeelsplanning, administratieve taken en medische ondersteuning. ‘Een planning die soms weken duurde, is nu met ai op twee minuten rond’, stelt hij.Daarnaast verwijst hij naar toepassingen bij AZ Delta, UZ Leuven en het Prinses Máxima Centrum in Nederland. In dat laatste centrum werd een bibliotheek met miljoenen medische publicaties via ai ontsloten, zodat artsen tijdens overlegmomenten sneller tot relevante inzichten komen. ‘Daarvoor hadden ze de board, dan twee weken onderzoek en dan terug een board. Nu doen ze dat in één sessie.’Ook in het onderwijs groeit de interesse. Rommens verwijst naar de universiteiten van Groningen en Hasselt, die met Google Workspace werken, naar onderzoek met Google-technologie aan KU Leuven en naar de VUB, die logistieke SAP-processen op Google Cloud laat draaien om data met ai-inzichten te verrijken.Volgens Rommens zijn het uiteindelijk de instellingen zelf die het tempo bepalen, en gaat het niet zozeer om verschillen tussen landen. ‘De ene instelling is de andere niet, en de ene gaat wat sneller.’ De grootste rem zit daarbij volgens hem niet altijd in de technologie, maar in het veranderingsproces. Verkeerd Het debat over digitale soevereiniteit is de voorbije maanden alleen maar belangrijker geworden. Toch vindt Rommens dat de discussie vaak verkeerd begint. ‘Waar wij willen inspelen is de waardecreatie. Wat kan ai gaan betekenen? En dan is er die andere vraag: kunnen we die innovatie op een soevereine, veilige manier doen landen?’ Een partij als Google benadrukt de waarde van ai. ‘We zien al te vaak dat de discussie gaat over de infrastructuur, die veilig en soeverein moet zijn. Allemaal correct, maar daar alleen krijg je geen waarde mee.’ Tegelijk erkent hij dat beide discussies – infrastructuur en soevereiniteit – niet los van elkaar staan. ‘Als je dat eerste niet goed hebt, wordt het heel moeilijk om die waarde te bereiken. Dus het hangt wel aan elkaar.’ Voor Google betekent digitale soevereiniteit bovendien niet voor elke organisatie hetzelfde. Voor de ene overheid draait het vooral om de plaats waar data wordt opgeslagen, voor de andere om wie toegang kan krijgen, wie de infrastructuur beheert of hoe snel men naar een andere leverancier kan overstappen.Ook de politieke context speelt mee. Rommens erkent dat het soevereiniteitsvraagstuk wel sterker op de voorgrond is gekomen door geopolitieke spanningen en de houding van de regering-Trump. Volgens hem is de discussie over digitale soevereiniteit vandaag met name in Nederland gevoeliger dan enkele jaren geleden. ‘Daar speelt het soevereine sentiment meer op’, stelt Rommens vast. Hybride model Google verwacht niet dat overheden volledig voor publieke cloud of volledig voor eigen infrastructuur zullen kiezen. ‘Het zal een hybride model zijn, afhankelijk van de noden die men heeft.’ Om daarop in te spelen, biedt Google verschillende niveaus van soevereiniteit aan. De eerste variant bestaat uit de publieke cloud met aanvullende controles. Klanten kunnen bijvoorbeeld zelf hun encryptiesleutels beheren of bepalen wanneer Google-medewerkers bij een supportvraag toegang krijgen. Voor organisaties met strengere eisen werkt Google onder meer met lokaal beheerde, Europese cloudomgevingen. Rommens verwijst naar de samenwerking met Thales in Frankrijk, waarbij de omgeving onder Franse wetgeving draait en door Franse medewerkers wordt beheerd. ‘Google heeft als Amerikaans bedrijf geen enkel contact inzake operaties, omdat die volledig onder Franse wetgeving vallen.’ Een derde model is een volledig geïsoleerde, zogenoemde air-gapped omgeving. Die kan in het eigen datacenter van een klant draaien en hoeft niet met Google Cloud verbonden te zijn. Dit model richt zich vooral op defensie, inlichtingendiensten en andere organisaties met uiterst gevoelige data. Omdat dit model vooral bedoeld is voor zeer gevoelige workloads, is het technologische aanbod beperkter dan in de publieke cloud. De omgeving beschikt volgens Rommens wel over ingebouwde AI-mogelijkheden. Volgens Rommens bestaat er geen oplossing die alle risico’s uitsluit. ‘Er bestaat geen zero risk, laat dat ook duidelijk zijn.’ Wel moeten klanten volgens hem de technologie, controlemaatregelen en restrisico’s feitelijk kunnen beoordelen, samen met hun juridische diensten en data protection officers. Concurrenten Opvallend is dat Google Europese cloudinitiatieven niet uitsluitend of zozeer als concurrenten beschouwt. Volgens Rommens kunnen platformen zoals StackIT juist een aanvulling vormen op het eigen aanbod. ‘Wij vinden het goed dat er nu Europese alternatieven zijn. Wij zien hen inderdaad als een partner.’ Hij verwijst naar Europese partijen die een soevereine werkplek aanbieden op basis van Google-technologie, maar de dienstverlening zelf beheren. Volgens Google creëert dat extra mogelijkheden voor klanten die lokale operationele controle willen combineren met technologie van een wereldwijde hyperscaler. ‘Het is een verrijking van ons portfolio en het beantwoordt aan de noden van Europa’, stelt Rommens. Tegelijk waarschuwt hij ervoor om Amerikaanse technologie volledig uit te sluiten. ‘Ik denk dat het niet wijs zou zijn van Europa om Amerikaanse technologie volledig te negeren.’ Volgens hem zal de Europese cloudmarkt de komende jaren steeds meer bestaan uit samenwerkingen tussen hyperscalers en lokale aanbieders. Daarbij kunnen Europese partners extra garanties rond juridische controle, beheer en continuïteit bieden, terwijl ze tegelijk gebruikmaken van technologie die wereldwijd wordt ontwikkeld. Volgens Rommens ligt het antwoord daarom niet in één dominant cloudmodel, maar in keuzevrijheid. ‘We hebben altijd oplossingen gebouwd samen met Europa.’
Een verloren seizoen begint met slechte voorbereiding, ook bij erp-migratie
2 weken
Een voetbalclub die pas in augustus begint met trainen, verliest de competitie al voordat die begint. De voorbereiding bepaalt de conditie, tactiek en scherpte waarmee een ploeg het seizoen ingaat. Grote erp-migraties verdienen dezelfde blik, maar worden vrijwel altijd benaderd als een probleem dat verholpen moet worden. Het doel is om aan het einde van de rit op dezelfde plek uit te komen als waar je begon, alleen dan op een nieuw systeem dat wel ondersteund wordt. Die framing klopt niet. Grootschalige migraties zijn zeldzaam, en juist daarom een uitgelezen moment om te onderzoeken hoe een organisatie werkelijk functioneert. Een kans om winst te boeken die groter kan zijn dan de kosten van de migratie zelf.   Tegenstanders De beste trainers gebruiken de voorbereiding om zich over lastige vragen te buigen. Tegen welke tegenstanders spelen we dit seizoen? Welke patronen moeten we doorbreken? Hoe spelen we door als de wedstrijd uit onze handen glipt? De antwoorden bepalen alles, van de opstelling en de tactiek tot hoe je traint. Ploegen die jaar in jaar uit dezelfde oefeningen draaien, houden een vaste plek in de middenmoot. Alleen het ontwerp van het tenue verandert misschien. In augustus ziet het er prima uit, maar in november blijkt dat je weer op dezelfde vlakken tekortschiet. Veel erp-migraties eindigen zo. Het nieuwe systeem draait, maar de processen, de datafragmentatie en de workarounds van jaren geleden lopen gewoon door. De kansen zitten niet per se in het nieuwe systeem zelf, maar in de manier waarop je eromheen organiseert.   Migratie Kijk verder dan welk systeem je kiest of hoe je veilig migreert. Relevanter is welke beslissingen de organisatie na de migratie moet kunnen nemen op basis van data. Wat willen we over ons bedrijf weten dat we tot nu toe niet makkelijk kunnen achterhalen? Welke beslissingen nemen we nog op basis van gebrekkige informatie, omdat data verspreid zijn over systemen die niet met elkaar praten? De meeste migratieprogramma’s werken andersom. Eerst het systeem, ingericht naar het oude systeem. Dan de data erin. Pas daarna de controle of het resulterende model de juiste vragen beantwoordt. Tegen die tijd staan de opstelling en de tactiek al vast, ongeacht of die daadwerkelijk een beter seizoen kunnen opleveren.   Plan Een goede trainer wacht niet negentig minuten op de uitkomst van het voorbereide plan. Die leest het spel en wisselt of past de opstelling aan wanneer dat nodig is. Dat vraagt om een organisatie die getraind is om nieuwe vragen te stellen zodra de omstandigheden veranderen. Daar raken ontologie en ai elkaar. Een goed ontworpen ontologie beschrijft de organisatie in data, inclusief bedrijfslogica en betrouwbare metadata. Voeg daar ai aan toe en je ontwikkelt een flexibel datamodel dat beslissingen tijdens de wedstrijd ondersteunt. Wat is een ontologie?Wedstrijdbeelden tonen alles wat er gebeurd is, maar een trainer leest het spel vanaf het tactiekbord, waar spelers, posities en opties in één oogopslag zichtbaar zijn. Een ontologie vervult diezelfde rol voor een organisatie. Het is een levend model van het bedrijf, dat beschrijft waar de organisatie op draait, zoals orders, producten, fabrieken en klanten, hoe die met elkaar samenhangen en welke acties erop mogelijk zijn. Erp-systemen registreren de transacties. De ontologie geeft er betekenis aan, zodat mensen en ai samen het spel kunnen lezen en erop kunnen handelen. Volgende golf Grootschalige migraties komen eens in de vijftien tot twintig jaar voor. Wat je nu bouwt, moet dus nieuwe economische cycli, bestuurswisselingen en de volgende golf van ai-mogelijkheden kunnen doorstaan. Lift-and-shift, het één-op-één overzetten van het oude landschap, doet niets meer dan de interessante mogelijkheden uitstellen tot de volgende seizoensvoorbereiding. Dat is een lange tijd om te draaien op een systeem dat eerder bij toeval dan met opzet tot stand kwam.    
Microsoft duwt ai door bij klanten
2 weken
Microsoft en zijn partnerkanaal gaan bij hun klanten de komende maanden sterk aansturen op daadwerkelijke groei van het ai-gebruik en alles wat daarvoor nodig is. Bij contractverlengingen zullen zij afnemers verleiden tot een grotere ai-adoptie, workload-uitbreiding en meer cloudconsumptie. De onderhandelingsdynamiek rondom Microsoft-contracten staat voor sterke veranderingen, stellen Martijn Meekel en Kevin Pastor, beiden managing partner bij Be Sharp Experts. Het licentie-adviesbureau ziet de contractonderhandelingen er in het ai-tijdperk zeker niet gemakkelijker op worden. Ai moet voor Microsoft dé melkkoe worden. Aan de klantzijde is goed beheer van ai nodig om te voorkomen dat de kosten niet door het dak gaan. Als je te veel licenties hebt, krijg je niet meer zoals vroeger daarvan een melding. Het geven van instructies aan een ai-bot vereist niet alleen een gebruikerslicentie, maar ook voor de consumptie in de vorm van credits betaal je. Vaak is moeilijk in te schatten hoeveel een ai-bot moet doen om tot het gewenste resultaat te komen. Ook het terugpraten van de bot kost credits. Het aan het werk zetten van een ai-assistent is nog te overzien. Moeilijker wordt het met ai-agenten die zelfstandig werken en niet meer aan een gebruiker zijn gekoppeld. Naast Copilot Chat (voor vragen, het maken van content en samenvattingen binnen Microsoft 365) en Copilot Cowork (voor het uitvoeren van langlopende taken in meerdere stappen in M365) is er nu ook Microsoft Scout, een autopilot die lokaal als desktop-app werkt of binnen M365 E7. Ai duwt kosten verder omhoog Om het gebruik van deze nieuwe enterprise-suite voor het ai-tijdperk aan te zwengelen, geeft Microsoft op E7 percentueel de grootste kortingen. Klanten met een E5-bundel worden ontmoedigd bij zo’n variant te blijven. Meer agressief worden klanten naar duurdere bundels met ‘veel’ ai gepusht. Over de hele linie heeft Microsoft de prijzen afgelopen juli verhoogd. Volgens Martijn Meekel zijn de onderhandelingen over verlengingen moeilijker geworden. Resellers gaan organisaties met minder dan 2.400 werkplekken bedienen. Microsoft doet zelf alleen nog de hele groten. Veel korting wordt niet meer gegeven. De volumekortingen krimpen. Aan het begin van een nieuwe contractperiode zijn de kortingen relatief het hoogst, ook om klanten snel te laten innoveren en het gebruik te stimuleren. Elk jaar worden die kortingen minder. Bij een nieuwe verlenging herhaalt zich dit patroon. Als de klant eenmaal vastzit aan ai, is er weinig prikkel meer nodig. De komende maanden richt de verkoopinspanning van Microsoft zich vooral op de introductie van nieuwe ai-oplossingen, uitbreiding van het aantal gebruikers en meer adoptie binnen bestaande klantomgevingen. De nadruk ligt op de promotie van Microsoft 365 Copilot, Copilot Chat, Azure ai Services en Microsoft Fabric. Partners die het gebruik bij klanten weten aan te zwengelen, worden beter beloond dan partners die uitsluitend softwarelicenties verkopen. Microsoft heeft er alle belang bij dat klanten ai structureel integreren in hun dagelijkse bedrijfsvoering. Roadmap Kevin Pastor ziet ai steeds vaker onderdeel worden van commerciële gesprekken, roadmapdiscussies en contractverlengingen. Azure-consumptie blijft het fundament onder Microsofts strategie. De laatste kwartaalcijfers lieten zien dat Azure enorm snel groeit en Microsofts financiële motor is. Microsoft blijft nadrukkelijk sturen op Azure-consumptie, Marketplace-omzet, Azure ai Services, dataplatformen, cloudmigraties en langlopende Azure-commitments. De relatie tussen ai en Azure wordt daarbij steeds sterker. Vrijwel iedere ai-oplossing binnen het Microsoft-portfolio genereert aanvullende consumptie van cloudcapaciteit, opslag, dataverwerking en ai-services. Een ai-initiatief reikt vaak verder dan Copilot alleen en kan leiden tot aanvullende investeringen in dataplatformen, integraties, governance en Azure-consumptie. Ai kost doorgaans veel meer dan alleen de software. Als je begint met een klein ai-project, ga je ongemerkt veel meer data opslaan en clouddiensten gebruiken. Hierdoor lopen de totale kosten snel op. Kijk daarom niet alleen naar de prijs van de ai-software zelf. Let ook goed op de kosten voor de cloud (zoals Azure), de dataopslag en de regels voor het beheer ervan. Meekel noemt als voorbeeld een organisatie die vijfhonderd Copilot-licenties aanschafte. ‘Vervolgens groeide de Azure-opslag met dertig procent, werd Purview ingericht voor governance en ontstond behoefte aan ai Foundry. De totale investering bleek uiteindelijk drie keer hoger dan alleen de Copilot-licenties.’ Meekel onderstreept dat investeringen in ai niet per se verkeerd hoeven uit te pakken. Voor organisaties met een duidelijke ai-roadmap en goede governance kan deze investering juist veel rendement opleveren. Het probleem ontstaat wanneer technologie de strategie gaat bepalen in plaats van andersom. Grip op ai-kosten en contracten Bedrijven moeten dus goed nadenken voordat ze geld uitgeven aan ai. Ze moeten niet alleen naar de techniek kijken, maar naar het totale plaatje. Dat betekent dat ze vooraf moeten checken wat het betekent voor: Extra kosten voor opslag in de cloud; Regels over wie de software mag gebruiken; Veiligheid van de bedrijfsgegevens; Contracten waar ze voor langere tijd aan vastzitten. Veel organisaties nemen onder tijdsdruk grote Microsoft-beslissingen zonder de risico’s en totale kosten te kennen. Hierdoor spelen ze de leverancier in de kaart, in plaats van hun eigen organisatiedoelen te behalen. De kwestie is niet langer uitsluitend welke technologie beschikbaar is. De vraag wordt steeds vaker: Welke workloads leveren daadwerkelijk bedrijfswaarde? Welke ai-oplossingen worden daadwerkelijk gebruikt? Welke Azure-commitments zijn realistisch? Welke contractuele verplichtingen beperken toekomstige flexibiliteit? Welke investeringen worden gedreven door bedrijfsbehoeften en welke door strategieën van de leverancier? Dat onderscheid wordt steeds belangrijker naarmate softwareleveranciers overstappen op modellen die gebaseerd zijn op consumptie, gebruik en adoptie. Juist daardoor verschuift de uitdaging van licentiebeheer steeds vaker naar het beheersen van gebruik, governance en langetermijnverplichtingen binnen het cloud-ecosysteem. LicentieWatch is een rubriek over licenties, tarieven, abonnementen en andere afrekenmodellen voor ict-diensten, hard- en software. Tips, vragen of opmerkingen? Mail ons op redactie@computable.nl.

Pagina's

Abonneren op computable