computable

126 nieuwsberichten gevonden
Kort: TNO en Intelic sluiten drone-pact, Amerikaanse robots naar Europa (en meer)
2 uur
In dit nieuwsoverzicht: TNO en Intelic gaan militaire drones bouwen, Specsavers kiest Workday, Prometheus Informatics stoot E-Ident af aan Binfinity, Dynatrace neemt Bindplane over en NewConsultancy distrubueert Richtech-robots. TNO en Intelic werken samen aan snellere inzet van militaire drones TNO en het Amsterdamse softwarebedrijf Intelic zijn een samenwerking gestart om technologie voor militaire drones sneller van onderzoek naar operationeel gebruik te brengen. Centraal staat het softwareplatform Nexus van Intelic, dat meerdere onbemande systemen samenbrengt tot één operationele omgeving voor planning en aansturing. TNO levert onder meer onderzoek, verificatie en validatie; Intelic vertaalt deze kennis naar toepasbare software. De partijen willen zo de doorlooptijd tussen ontwikkeling en inzet verkorten. Intelic doet daarbij ervaring op in Oekraïne, waar software in korte feedbackloops wordt aangepast aan snel veranderende omstandigheden. Specsavers vernieuwt financiële systemen met Workday Optiek- en hoorzorgketen Specsavers heeft gekozen voor Workday Financial Management om zijn wereldwijde financiële organisatie te moderniseren. De retailer, met drieduizend winkels in twaalf landen waaronder Nederland, wil financiële processen vereenvoudigen en beter ondersteunen bij verdere groei. Met de cloudoplossing van Workday (Pleasanton, Californië) krijgt Specsavers één centraal financieel systeem voor rapportage, boekhouding en analyses. Dit moet de overstap naar een omnichannelmodel ondersteunen en handmatig werk binnen financiële teams verminderen. De ai van Workday automatiseert de verwerking van transacties en maakt een einde aan duizenden uren handmatige controles in spreadsheets. Binfinity neemt E-Ident over van Prometheus Informatics Prometheus Informatics (Veenendaal) heeft de E-Ident-oplossing voor containeridentificatie overgedragen aan Binfinity (Eindhoven). De bedrijven blijven nauw samenwerken rond integratie en doorontwikkeling. E‑Ident wordt gebruikt voor de automatische identificatie en registratie van containers tijdens afvalinzameling en ondersteunt verwerking en facturatie. De oplossing past binnen het portfolio van Binfinity, dat al identificatiesystemen levert aan de afvalbranche, voornamelijk op basis van laagfrequente (LF) en steeds vaker ultra-high frequency (UHF) technologie. Prometheus Informatics richt zich na de overdracht verder op boordcomputeroplossingen, die blijven integreren met E‑Ident. Daarbij maken klanten gebruik van de serviceorganisatie van Binfinity voor implementatie en beheer. Dynatrace koopt Bindplane voor telemetriebeheer Dynatrace neemt softwarebedrijf Bindplane (Austin, Texas) over. Met de overname wil de leverancier van software voor application performance monitoring (apm)klanten beter ondersteunen bij het beheren van toenemende hoeveelheden telemetriegegevens uit cloud‑ en ai‑omgevingen. Bindplane levert een op open standaarden gebaseerde telemetrie‑pipeline voor het verzamelen en verwerken van metrics, logs en traces. De technologie van Bindplane richt zich op dataverwerking aan de rand van het netwerk, met aandacht voor datakwaliteit, kostenbeheersing en compliance, onder meer via het maskeren en versleutelen van gevoelige informatie. Volgens Dynatrace versnelt de overname de ontwikkeling van logbeheer en ‑analyse. NewConsultancy wordt Europees distributeur van Richtech-robots NewConsultancy (Utrecht) is een distributiepartnerschap aangegaan met Richtech Robotics (Las Vegas) voor de Europese markt. De Nederlandse ict‑dienstverlener ondersteunt organisaties bij de implementatie, integratie en het beheer van service- en transportrobots van de Amerikaanse leverancier, binnen Nederland en de EU/Schengen-regio. Richtech Robotics ontwikkelt robots voor professionele omgevingen, bedoeld voor repetitieve en voorspelbare taken. NewConsultancy richt zich op het laten aansluiten van deze oplossingen op bestaande it‑omgevingen en bedrijfsprocessen. Daarmee moeten robots onderdeel worden van reguliere operatie en beheer. De oplossingen zijn per direct beschikbaar voor Europese organisaties.
Overheid360°: grip houden op AI, data en digitale autonomie binnen de overheid
2 uur
Overheid 360° is het jaarlijkse event voor professionals binnen de overheid die werken aan digitalisering en informatiemanagement. Je duikt in actuele thema’s als AI, datagedreven werken en digitale toegankelijkheid. Ga in gesprek met experts, doe kennis op tijdens verschillende sessies en leer hoe je nieuwe inzichten in je eigen werk toepast. Zo zetten we stappen naar een overheid die slimmer werkt en beter aansluit bij de behoeften van inwoners en bedrijven. Ben jij erbij op woensdag 17 juni 2026? Die opgave wordt steeds complexer. AI‑toepassingen worden volwassen, datagedreven werken is niet langer experimenteel en tegelijkertijd groeit de afhankelijkheid van omvangrijke IT‑ecosystemen en cloudleveranciers. Dat vraagt om meer dan technologische keuzes alleen. Overheidsorganisaties staan voor bestuurlijke en organisatorische vragen over regie, transparantie en het borgen van publieke waarden. Tijdens Overheid360° komen professionals uit de publieke sector samen om te bespreken hoe zij deze vraagstukken in de praktijk aanpakken. In het programma komen de belangrijkste digitale opgaven van dit moment samen. Zo is er aandacht voor digitale soevereiniteit en de vraag hoe overheden grip houden op data, infrastructuur en cloudkeuzes in een steeds internationaler speelveld. Ook onderwerpen als verantwoord gebruik van AI, cybersecurity, informatiestrategie en IT‑sourcing lopen als rode draad door het programma. Daarbij gaat het niet alleen over technologie, maar juist over de bestuurlijke en organisatorische keuzes die daarbij horen: hoe borg je publieke waarden, hoe werk je veilig samen met marktpartijen en hoe zorg je dat innovatie hand in hand gaat met compliance en uitvoerbaarheid binnen de overheid. Van technologische mogelijkheden naar bestuurlijke keuzes De inzet van AI en data biedt grote kansen voor betere dienstverlening, efficiëntere processen en meer maatschappelijke impact. Tegelijkertijd vraagt dit om zorgvuldige afwegingen. Overheidsorganisaties moeten voldoen aan wet- en regelgeving, transparant zijn richting burgers en rekening houden met ethische vraagstukken. Tijdens Overheid360° delen gemeenten, provincies, rijk en uitvoeringsorganisaties hoe zij hiermee omgaan in de praktijk. Bezoekers ontdekken welke aanpakken werken, waar organisaties tegenaan lopen en welke lessen zij met elkaar delen. Leren van elkaar, over de hele organisatie heen Het programma bestaat uit tientallen sessies, praktijkcases en gesprekken met vakgenoten. De opzet is bewust breed: Overheid360° is bedoeld voor de hele organisatie. Bestuurders, beleidsmedewerkers, informatiemanagers, IT‑specialisten en uitvoerende ambtenaren vinden hier relevante inzichten voor hun eigen rol. Juist die mix van perspectieven maakt het evenement waardevol. Digitalisering is geen geïsoleerde IT‑opgave meer, maar raakt beleid, uitvoering en bestuur. Door kennis en ervaringen te delen tussen verschillende disciplines ontstaan beter onderbouwde keuzes en realistische vervolgstappen die passen bij de dagelijkse praktijk van publieke organisaties. Praktisch, toepasbaar en maatschappelijk relevant Wat Overheid360° onderscheidt, is de focus op toepasbaarheid. Deelnemers gaan naar huis met concrete handvatten die direct van waarde zijn in hun werk. Of het nu gaat om het inrichten van datagedreven besluitvorming, het omgaan met ethische vraagstukken rond AI of het verbeteren van digitale toegankelijkheid: de praktijk staat centraal. Alles met één gezamenlijk doel: maatschappelijke impact maken met een digitale overheid die betrouwbaar, transparant en toegankelijk is voor iedereen. Praktische informatie Overheid360° vindt plaats op woensdag 17 juni 2026 in de Jaarbeurs Utrecht, van 09.00 tot 17.00 uur. Deelname is gratis voor iedereen die werkt bij gemeenten, overheden of publieke organisaties. Meld je aan
Easy Office Online stroomlijnt werkprocessen bij FGN
8 uur
Fysiogroep Nederland (FGN) werkt met it-dienstverlener Easy Office Online om een gestandaardiseerde it-omgeving in te richten voor zijn tientallen zelfstandig opererende fysiotherapiepraktijken. De stroomlijning van de werkprocessen is ook nodig om overnames goed te kunnen integreren, zoals recent met de overgenomen Logopediegroep Nederland (LGN). FGN is een snelgroeiende speler in de paramedische zorg. Het Amsterdamse bedrijf is in 2018 opgericht met als missie het samenbrengen van fysiotherapiepraktijken om gezamenlijk sterker te staan en de kwaliteit van de zorgverlening richting patiënten te verbeteren. De fysiotherapiemarkt is versnipperd met zo’n 29.000 fysiotherapeuten in Nederland. Inmiddels bestaat FGN uit tientallen entiteiten met honderden medewerkers. Kortgeleden nam het nog LGN over, dat zes praktijken verspreid over het land kent. It speelt een belangrijke rol in de groei van de organisatie. Door werkplekken, communicatie en beveiliging centraal te organiseren, ontstaat rust in de organisatie en ruimte voor verdere uitbreiding, stelt financieel directeur Robert Oudshoorn van FGN. Standaardisatie was hard nodig; iedere organisatie had zijn eigen manier van werken. ‘De één werkte volledig in een Google-omgeving, de ander gebruikte Dropbox of lokale opslag. Dat maakte samenwerken en kennisdelen lastig en zorgde voor onnodige variatie in werkprocessen.’ Die verschillen raakten niet alleen de it, maar ook administratieve processen, overlegstructuren en bereikbaarheid. Maatwerk FGN zocht daarom een it-partner die niet alleen systemen kon beheren, maar ook kon meedenken over hoe werkprocessen eenvoudiger en consistenter ingericht kunnen worden. Oudshoorn kreeg een sterke aanbeveling voor Easy Office Online vanuit een van de deelnemingen. ‘We zochten een partij die alle it-vraagstukken voor FGN oplost. Door onze landelijke spreiding was maatwerk noodzakelijk. Een grote it-partij maakt de oplossing te duur en onnodig complex. Waar tegenover staat dat een kleine it-partner onze snelle groei en de complexiteit van onze processen niet aan kan. We zochten een partij die in het midden zat. Easy Office Online sloot aan op onze behoeften.’ De it-dienstverlener uit Deventer heeft de verschillende praktijken samengebracht binnen één Microsoft 365-omgeving, waarbij ruimte blijft voor regionale en discipline-specifieke verschillen. Niet iedere medewerker krijgt overigens dezelfde digitale werkplek; voorzieningen worden afgestemd op wat in de praktijk nodig is. ‘Een fysiotherapeut of logopedist heeft andere eisen dan een stafmedewerker’, aldus Oudshoorn. ‘Door dat onderscheid te maken, blijft de omgeving overzichtelijk.’ Gefaseerde aanpak Ook beveiliging is onderdeel van de gestroomlijnde aanpak. Easy Office Online heeft technische beveiligingsmaatregelen ingericht, zoals multifactorauthenticatie en centrale back-ups, aangevuld met een bewustwordingsprogramma voor de 1300 medewerkers, belangrijk, omdat zorgverleners werken met gevoelige patiëntgegevens.  Easy Office Online ondersteunt daarnaast bij randvoorwaarden zoals internetverbindingen en telefonie, zodat praktijken bereikbaar blijven tijdens veranderingen. Daarmee fungeert het bedrijf als één aanspreekpunt voor it-gerelateerde vragen binnen alle regio’s. Bij de integratie van LGN-praktijken hanteert FGN een gefaseerde aanpak. Medewerkers stappen niet direct over op nieuwe systemen en werkwijzen. Eerst wordt gekeken hoe bestaande processen verlopen en waar standaardisatie waarde toevoegt. ‘We willen voorkomen dat mensen tegelijk te maken krijgen met een overname én een compleet nieuwe manier van werken’, zegt Oudshoorn. ‘Door het stap voor stap te doen, ontstaat meer begrip en acceptatie.’ De eerste praktijken zijn inmiddels opgenomen in de it-beheeromgeving van Easy Office Online.
Bonden bij ASML willen vertrekregeling voor iedereen
8 uur
De vakbonden betrokken bij ASML willen alles in het werk stellen voor behoud van banen. Naast vrij vertrek voor boventalligen sturen zij aan op een plaatsmakersregeling die ook geldt voor mensen die niet boventallig zijn. Dit om gedwongen ontslagen te voorkomen.  Zo blijkt uit het sociaal plan dat de bonden hebben opgesteld. Als het niet anders kan, wensen ze een goede ontslagvergoeding die past bij de aard van de reorganisatie (geen economische gronden) en de financiële positie van ASML. De bonden beschouwen dit als een prikkel aan ASML om het aantal gedwongen ontslagen zo veel mogelijk te beperken. Zij vinden dat ASML als technologisch koploper en maatschappelijk bepalende werkgever alles op alles moet zetten om mensen binnen boord te houden.  Het sociaal plan richt zich op behoud van werk, interne herplaatsing, scholing, begeleiding van werk naar werk, intern en extern.  Mochten er toch dienstverbanden worden beëindigd dan komt er een stevig sociaal vangnet. Dat bestaat uit onder meer: lange en serieuze termijnen voor herplaatsing; maatwerk-begeleiding; outplacement en externe bemiddeling; financiële zekerheid met ruimte voor een nieuw perspectief.  Onrust De bonden vinden dat de beëindigingsvergoedingen de kantonrechtersformule als basis moeten hebben. Financieel is ASML sterk genoeg voor zo’n ontslagvergoeding, aldus de bonden. FNV Metaal, CNV, VHP2 en De Unie zijn het erover eens de nadelige gevolgen van de reorganisatie op deze wijze op te vangen. De herstructurering maakt ruim drieduizend van de 4.500 technologisch leidinggevenden overbodig. Peter Reniers, bestuurder Metaalbond FNV, vindt dat de onrust en onzekerheid die nu onder medewerkers is ontstaan, gevolg is van keuzes die de ondernemingsleiding zelf heeft gemaakt.’ De noodzakelijke aanpassingen hadden veel eerder en fasegewijs kunnen worden doorgevoerd. 
Kamer fileert kabinetslijn: ‘Digitale ambities torenhoog, budget 0 euro’
21 uur
De Tweede Kamer heeft geen goed woord over voor de weigering van het kabinet geld uit te trekken voor de digitale infrastructuur. Voor de ai-gigafabriek in Rotterdam noch voor de aanleg van zeekabels is staatsgeld beschikbaar. ‘Als je geen geld hebt, beloof dan geen dingen die je niet kunt waarmaken’, was de veel gehoorde klacht van Kamerleden tijdens een debat. Of zoals GroenLinks-PvdA-kamerlid Barbara Kathmann in goed Rotterdams zei: ‘Er is geen rooie rotcent beschikbaar voor de digitale infrastructuur. Het budget voor digitale autonomie is nul euro. Dat voor de uitvoering van de Nederlandse Digitalisering Strategie (NDS) is eveneens nul euro. De ambities zijn torenhoog. Maar zonder geld niet te staven.’ Ook Daniël van den Berg (JA 21) sprak van loze ambities, ‘waarmee de weg naar de hel is geplaveid.’ Henk Vermeer (BBB) ergert zich eveneens aan de vele loze woorden die het kabinet op dit gebied uitspreekt, terwijl er gewoonweg geen budget voor is. ‘Willemijn Aerdts ondertekent nu haar brieven met staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit.’ Volgens Vermeer kan de D66-politica daar beter staatssecretaris van Digitale Dromen onder zetten. Markt lost het op? Aerdts liet duidelijk weten dat Nederland geen rekenkracht uit de geplande Rotterdamse ai-fabriek wil vooruit bestellen; een voorwaarde tot deelname aan de EU-tender voor maximaal vijf ai-gigafabrieken.  Ze lichtte haar brief aan de Tweede Kamer hierover toe. De bewindsvrouw verwees meermalen naar het rapport-Wennink met de conclusie dat deelname van de rijksoverheid niet nodig zou zijn omdat de markt dit zelf oplost. Maar volgens Han de Groot van het bedrijf Volt, initiatiefnemer tot de Nederlandse ai-gigafactory, is die aanname onjuist. Hij zegt: ‘Subsidies zijn inderdaad niet nodig, maar een rol van de overheid als ‘launching customer’ wél. Dit punt kwam ook meerdere keren terug in het debat, opgebracht door Barbara Kathmann, Henk Vermeer, Daniël van den Berg en Sara El Boujdaini (D66). Volgens De Groot is het onderliggende probleem marktfalen. ‘In Europa is de vraag naar ai-rekenkracht sterk versnipperd: honderdduizenden bedrijven hebben behoefte aan compute, maar treden niet als één koper op. In de VS wordt die vraag wél gebundeld via hyperscalers en juist daardoor ontstaan grootschalige investeringen in ai-infrastructuur. In Europa ontbreekt zo’n bundelende partij. Er is geen Europese hyperscaler die deze rol vervult. Gevolg is dat investeringen onvoldoende op gang komen. Europa zit op 5 procent versus de VS op 75 procent van de wereldwijde ai-rekenkracht-capaciteit. Launching customer De Groot vervolgt: ‘Daarom is tijdelijke publieke coördinatie nodig. Niet via subsidies, maar via het bundelen van vraag, bijvoorbeeld doordat de rijksoverheid optreedt als ‘launching customer’ en via gezamenlijke Europese inkoop (EuroHPC), waarvoor Nederland nu juist heeft bedankt. Overheid en Europa kunnen zo tijdelijk de rol vervullen die in de VS door hyperscalers wordt gespeeld en daarmee investeringen mogelijk maken die de markt nu niet zelfstandig realiseert.’ Vooruit halen (in tijd) van inkoopkosten van ai-rekencapaciteit (‘gpu-uren’) die de overheid in de toekomst toch moet maken, betekent dat de EU mee helpt het project van de grond te tillen. Maar de staatssecretaris vindt dat de markt het maar moet oppakken. Barbara Kathmann vindt dat geen oplossing, nu het ernaar uitziet dat de markt hier faalt.
Com­pres­si­e redt de wereld
23 uur
Interview | Nicholas Stavrinou & Stuart Marlow (SISP Technology) De Britse startup SISP Technology ontwikkelde technologie waarbij de verdichtingsmogelijkheden van bijvoorbeeld WinZip, 7-Zip en WinRAR verbleken. Oprichter en ceo Nicholas Stavrinou kreeg de ingeving tijdens het oplossen van een wiskundige paradox, met als resultaat een nieuwe methode voor datacompressie, genaamd CompressionX. ‘Hiermee redden we de planeet.’ Tijdens de IT Press Tour in Amsterdam legt Stavrinou – samen met medeoprichter Stuart Marlow – uit wat hij bedoelt met ‘saving the planet’. ‘Bijdragen aan het verminderen van de milieu-impact van datacenters en dataopslag.’ Door efficiëntere compressie is de behoefte aan hardware te verminderen, wat leidt tot lagere energiekosten en minder CO2-uitstoot. De groei van datagebruik door ai en andere technologieën legt een grote druk op de infrastructuur en het milieu, met datacenters die wereldwijd meer CO2 uitstoten dan de luchtvaartindustrie. ‘Behalve met onze technologie ondersteunen wij financieel projecten die zich richten op CO2-afvang, methaanlekdichting, bescherming van zeegras, bestrijding van stroperij en herstel van woestijnland via regenwateropvang. Klanten kunnen stemmen met welke projecten hun donaties ondersteuning krijgen’, aldus Stavrinou. IT Press TourEen IT Press Tour is een gespecialiseerd pr-evenement waarbij it-bedrijven journalisten, bloggers en analisten uitnodigen voor exclusieve bezoeken, presentaties en ontmoetingen met executives. Het doel is om informatie te delen, relaties op te bouwen en media-aandacht te genereren voor nieuwe producten of technologieën.  Calculuslimieten Het idee voor het compressie-algoritme ontstond in 2007 vanuit een wiskundige paradox rond dimensie-loze ruimte en calculuslimieten. ‘Ik bekijk het vanuit het perspectief van een zuivere wiskundige formule, die zegt dat alle data tot niets zijn te comprimeren en weer terug. En als je de curve op het maximum zet, ja, bijna nul, wat betekent dat de eerste afwijking van de curve op dat punt nul is, toch? Nou, dat is het paradijs’, vertelt Stavrinou. Nicholas Stavrinou. Na vijf jaar met het idee stoeien, schreef hij de wiskundige samenvatting op een servet. ‘Stuart snapte het in ongeveer vijf seconden. Het waren letterlijk twee cirkels en een lijn. En we konden zien hoe we data bijna konden samenvoegen. We konden het samenvoegen en weer samenvoegen. Ik wist niet dat we een datacompressiebedrijf zouden beginnen. Hij zag alleen maar datacompressie.’ In 2012 is het bedrijf opgericht. Het proces om internationale patenten te verkrijgen, hielp het tweetal verder. Er werden vragen gesteld, en met elke vraag en elke poging om die vraag te beantwoorden, kwam het tweetal steeds dichter bij het hebben van dit algoritme en het bewijs dat ze iets konden wat nog niet eerder was gedaan. Stavrinou vertelt dat zijn vader uit Cyprus in 1957 naar Londen kwam en daar in 1979 het restaurant Dover Street Wine Bar begon dat uitgroeide tot Mayfair, een beroemde jazzclub. Van hem kregen ze de kans een eigen bedrijf te beginnen. ‘Hin gaf me de tijd en middelen, en wilde er niets voor terug, omdat hij geloofde in wat ik deed. Ook mijn moeder en broers zijn bereid om bij te dragen aan ons familiebedrijf. We kunnen ervoor kiezen om investeerders te vinden, of we kunnen ervoor kiezen dat niet te doen. We hebben het lot dus in eigen hand.’ Unieke aanpak Stuart Marlow. Het algoritme gebruikt een unieke aanpak waarbij data in grote blokken (tot 65.535 bits) wordt verwerkt, wat aanzienlijk groter is dan traditionele methoden van 32 of 64 bits. Dit maakt een veel hogere compressie mogelijk, vooral bij gestructureerde data zoals csv-bestanden, waar compressiepercentages tot negentig procent worden bereikt. Ongestructureerde data, zoals video en afbeeldingen, worden gemiddeld met twee derde gecomprimeerd. Het algoritme is lossless en dus zonder kwaliteitsverlies, wat het geschikt maakt voor toepassingen waar behoud van originele data cruciaal is, zoals audio-opnames en sensordata. De software is ontwikkeld in C en is ontworpen voor cross-platformgebruik (Windows, Mac, Android, iOS). Het integreert naadloos met bestandsbeheerders zoals Finder en Explorer, en biedt functies zoals encryptie, snelle compressie en decompressie, en intuïtieve gebruikerservaring zonder overbodige schermen of opties. Er is een focus op snelheid. Daarnaast is er een roadmap voor streamingcompressie, wat realtime-datacompressie mogelijk maakt, met toepassingen in onder meer autonome voertuigen die data via Lidar en radar in realtime kunnen uitwisselen en comprimeren. ‘Het is onze droom een streamingversie te maken’, zegt Marlow. ‘We hebben al een proof of concept gedaan; het werkt, maar we moeten het nog verfijnen.’ Beveiliging Compressie (lees CompressionX) is de sleutel waarmee duurzaamheid is te bevorderen en kosten te besparen. Maar in het huidige dataverkeer geldt beveiliging eveneens als een doorslaggevend argument om voor bepaalde software te kiezen. Het bedrijf integreert versleuteling rechtstreeks in het compressieproces. Gebruikers kunnen bestanden met een wachtwoord beveiligen en aangezien de oplossing niet cloudgebaseerd is, behouden ze de volledige controle over hun gegevens. Als het wachtwoord verloren gaat, is het niet mogelijk om de informatie te herstellen – iets dat de beveiligingsernst van de installatie onderstreept. Volgens de oprichters is het doel dat de compressie op de achtergrond transparant is: ‘Als de gebruiker niet merkt dat de software draait, dan doen we ons werk’, zegt Marlow. Freemium De software wordt online verkocht via een geautomatiseerd model zonder verkopers, met een freemium-abonnement waarbij gratis gebruikers tot 25 GB per maand kunnen comprimeren en betaalde gebruikers onbeperkt toegang hebben. De decompressie is gratis voor iedereen, zodat gecomprimeerde bestanden breed zijn te delen zonder extra kosten. ‘Wij zetten nu bewust in op bewustwording en marketing in sectoren zoals it, financiën, juridische diensten, media, detailhandel en toerisme. Onze tool is natuurlijk overal te gebruiken, maar we moeten keuzes maken. We kunnen ons geld maar één keer uitgeven’, aldus Stavrinou. Het product richt zich op zowel zakelijke als particuliere gebruikers en wil bestaande compressietools vervangen door een efficiëntere en gebruiksvriendelijkere oplossing. Toekomstplannen Het bedrijf werkt aan verdere optimalisatie van de software, uitbreiding naar meer platforms, en integratie met cloudopslagdiensten. Er is een wens om de technologie te integreren in hardware zoals fpga’s (bijzondere, programmeerbare chips) en dpu’s (Data Processing Unit) voor offload-functionaliteit, maar beperkte middelen en de impact van Covid-19 hebben de ontwikkeling vertraagd. Investeringen zijn nodig om de marktintroductie te versnellen en samen te werken met OEM’s en partners. ‘Wij zoeken partners die het belang inzien van behoud van controle over data, veiligheid door encryptie, en het vermijden van complexe gebruikersinterfaces. En achter onze visie staan om software de groeiende behoefte aan hardware te laten vervangen, wat een grote bijdrage kan leveren aan duurzaamheid en efficiëntie.’
NCSC: patch Fortinet-lek meteen
1 dag
Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) roept Nederlandse organisaties op om haast te maken met het patchen van een kritieke kwetsbaarheid in Fortinet FortiClient EMS. Het Amerikaanse cyberagentschap Cisa op zijn beurt draagt overheidsinstanties in de VS op om de update voor het beveiligingslek binnen drie dagen te installeren. Volgens The Shadowserver Foundation zijn in Nederland 45 FortiClient EMS-systemen vanaf het internet toegankelijk. Hoeveel er daarvan kwetsbaar zijn, is onbekend. FortiClient EMS (Endpoint Management Server) is een oplossing waarmee beheerders op afstand systemen beheren waarop de FortiClient-software draait. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om zaken als antivirussoftware, webfilters, vpn en signature-updates in te stellen. Een gecompromitteerd EMS kan dan ook vergaande gevolgen hebben. Op 4 april waarschuwde Fortinet voor een ‘Improper Access Control’-kwetsbaarheid in de software. Daardoor kan een aanvaller ongeautoriseerde code of commando’s op het systeem uitvoeren. Verdere details over de kwetsbaarheid zijn niet gegeven.Bij het uitbrengen van de beveiligingsupdates meldde Fortinet ook dat aanvallers actief misbruik van het probleem maken. Het NCSC kwam vanwege de kwetsbaarheid al met een standaardbeveiligingsbulletin, maar geeft nu ook een aparte waarschuwing af. ‘Deze kwetsbaarheid wordt beoordeeld als zeer ernstig en bevindt zich in de fase van actief misbruik.’ Het NCSC adviseert daarom om de beschikbare update meteen te installeren. ‘Er is op dit moment (nog) geen publieke proof-of-concept-code of exploit bekend. Het NCSC verwacht echter wel op korte termijn dat de die code beschikbaar komt, waardoor de kans op scanverkeer en grootschalig misbruik toeneemt. Cyberagentschap Cisa houdt een overzicht bij van actief aangevallen kwetsbaarheden. Het Amerikaanse cyberagentschap kan federale overheden verplichten om deze beveiligingslekken binnen een bepaalde termijn te patchen. Normaliter wordt hiervoor een periode van twee weken gehanteerd. Alleen in het geval van ernstige kwetsbaarheden wijkt het Cisa hier vanaf, wat het ook doet in het geval van het Fortinet-lek. Federale overheidsinstanties hebben nu drie dagen de tijd gekregen om de beschikbaar gestelde update te installeren.The Shadowserver Foundation, een stichting die onderzoek naar kwetsbare systemen op internet doet, detecteerde wereldwijd 1.800 FortiClient EMS-systemen die vanaf het internet toegankelijk zijn, waarvan 45 in Nederland. Het is onbekend hoeveel van deze systemen nog niet zijn gepatcht.
Kort: Girls’ Day in Amsterdam, BAM calculeert met Acto In­for­ma­ti­se­ring (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Girls’ Day op 14 april, dubbele overname Your.Cloud, BAM kiest voor ActoBusiness Calculatie, VDL steekt geld in AlixLabs en minder hardware-reparaties. Jonge meiden maken kennis met it-wereld tijdens Girls’ Day Tijdens Girls’ Day op 14 april organiseren de Dutch Data Center Association (DDA), Dell Technologies, Equinix en HackShield een programma rond it en cybersecurity. De activiteiten vinden plaats in Amsterdam. De deelnemende meiden wachten een rondleiding door het AM4-datacenter van Equinix en spelen een cybersecuritygame van HackShield. Ook ontdekken zij bij het Dutch NAO Team van de Universiteit van Amsterdam hoe studenten robots programmeren voor internationale RoboCup-competities. Girls’ Day speelt een cruciale rol in het doorbreken van stereotypen en het vergroten van diversiteit in technische beroepen. Meiden van twaalf en dertien jaar bevinden zich in een fase waarin ze hun studiekeuzes beginnen te vormen, maar worden vaak beïnvloed door traditionele rolpatronen. De datacenterbranche kampt, zoals veel techsectoren, met een tekort aan (vrouwelijk) talent terwijl diversiteit bewezen leidt tot betere besluitvorming, meer innovatie en sterkere teams. Your.Cloud neemt CIP Solutions en NXT GEN ICT over Your.Cloud heeft de overname van CIP Solutions en NXT GEN ICT afgerond. Het it-dienstverleningsplatform uit Amsterdam breidt daarmee zijn aanwezigheid in Nederland verder uit. CIP Solutions en NXT GEN ICT richten zich op mkb-organisaties en leveren diensten op het gebied van werkplekbeheer, cybersecurity, connectiviteit, hosting, hardware en slimme print- en scanoplossingen. De bedrijven zijn actief vanuit vestigingen in Mijdrecht, Rotterdam en Vlijmen en behouden hun eigen naam en management. De Your.Cloud-groep bestaat uit meer dan 35 bedrijven en circa 1.500 medewerkers. De financiële details van de transactie, ondersteund door Strikwerda Investments, zijn niet bekendgemaakt. BAM stapt over op ActoBusiness Calculatie BAM Bouw en Techniek gebruikt voortaan ActoBusiness Calculatie als standaardsoftware voor zijn calculatieprocessen. De bouw- en installatiegroep, gevestigd in Bunnik, vervangt daarmee een intern ontwikkeld systeem. Aanleiding waren onder meer beperkte schaalbaarheid, gebrek aan uniformiteit en toenemende behoefte aan koppelingen met andere systemen. De software van Acto Informatisering uit Amersfoort is begin april in gebruik genomen door de eerste honderd calculators. BAM past ActoBusiness Calculatie in voor verschillende typen calculaties, waaronder projecten en beheercontracten. Ook is in samenspraak een nieuwe module ontwikkeld voor het inzichtelijk maken van de CO₂-impact van projecten. VDL investeert in Zweedse chipstartup AlixLabs Industriegroep VDL investeert in het Zweedse startup AlixLabs, ontwikkelaar van apparatuur voor halfgeleiderproductie. AlixLabs is gevestigd in Lund en richt zich op zogeheten patterningtechnologie op basis van atomic layer etching. Met de investering wil VDL de verdere industrialisatie van de door AlixLabs ontwikkelde APS-technologie ondersteunen. APS staat voor Atomic Pitch Splitting, is een patterningtechniek voor de halfgeleiderindustrie die is ontwikkeld om steeds kleinere structuren te maken op chips. De investering loopt via VDL ETG Projects, onderdeel van VDL Groep uit Eindhoven, en hangt samen met de gezamenlijke ontwikkeling van productieapparatuur. De partijen willen de technologie doorontwikkelen van onderzoeksfase naar inzet in chipfabrieken. Financiële details van de investering zijn niet bekendgemaakt. Onderzoek: smartphones en laptops gaan langer mee, reparaties nemen af Smartphones en laptops raken minder vaak beschadigd en worden ook minder vaak gerepareerd. Dat blijkt uit recent onderzoek van Telecom Paper. Zo meldt 75 procent van de smartphonegebruikers in de afgelopen twee jaar geen schade te hebben gehad, tegen 64 tot 68 procent in eerdere jaren. Het aandeel gebruikers dat een reparatie liet uitvoeren, daalde van negentien naar veertien procent. Volgens ThePhoneLab, gevestigd in Amsterdam, spelen robuustere ontwerpen en bewuster gebruik een rol. Fabrikanten maken toestellen minder kwetsbaar en consumenten gebruiken vaker beschermhoesjes. Daarnaast zorgt Europese regelgeving ervoor dat apparaten eenvoudiger te repareren zijn, wat hun levensduur verlengt.
Spoelstra Spreekt: Naar de maan
1 dag
COLUMN – We gaan naar de maan! Tenminste, als Donald Trump nog langer aan de macht blijft, zit die kans er dik in. De oranje kleuter is hard op weg om van deze planeet een grote puinhoop te maken. Maar we gaan ook weer echt naar de maan. Afgelopen week gingen voor het eerst sinds 1972 weer astronauten richting de maan. In dat jaar waren we al tot de conclusie gekomen dat op de maan net zo veel te doen is als in Stadskanaal. Dus daarna zijn ze niet meer gegaan. Waarom ze nu gaan? Dat weten ze zelf ook nog niet maar daar hopen ze tijdens de reis achter te komen. Even voor de boomers: fomo is fear of missing out Een aantal jaren geleden was er een gevleugelde uitspraak onder jongeren: omdat het kan! Waarom koop je een nieuwe telefoon? Omdat het kan! Dit lijkt ook met de maanmissie het geval te zijn. Waarom gaan we naar de maan? Nou, gewoon omdat het kan! We zijn nu al drie jaar in Noord-Italië op vakantie geweest, dit jaar gaan we naar de maan. En daarbij, we hebben de achterkant nog nooit gezien, ze schijnen er prachtige muziek te draaien. Fomo De echte reden waarom we naar de maan willen, is omdat China ook gaat. Oftewel, de regeringsleiders wereldwijd nemen beslissingen alsof ze een stel gen Z’ers met fomo zijn. Even voor de boomers: fomo is fear of missing out. Oftewel, je bent bang om het feestje te missen. Oh, en als je niet weet wat een boomer is, dan ben je er waarschijnlijk zelf een. Misschien een gekke gedachte, maar als we al dat geld wat we in de ruimtevaart steken, nu eens spenderen aan de energietransitie? Dan zijn we misschien ook iets minder afhankelijk van olie. En dan hoeft die oranje kleuter er ook niet zo’n puinhoop van te maken in de wereld. We hoeven niet naar de maan, je mist er niks. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Aanval op ChipSoft heeft grote impact op zorg­in­stel­lin­gen
1 dag
Een ernstige cyberaanval heeft ChipSoft getroffen, leverancier van elektronische patiëntendossiers (epd’s). De medische wereld, sterk afhankelijk van ChipSoft, vreest ernstige problemen. Elf ziekenhuizen hebben hun portaal uit voorzorg offline gehaald, meldt de NOS.Het ziet er sterk naar uit dat ransomware de Amsterdamse software-ontwikkelaar parten speelt. De website van het bedrijf was gisteren uit de lucht. Z-Cert, het expertisecentrum voor cybersecurity in de zorg, adviseert zorginstellingen de vpn-verbinding naar ChipSoft te verbreken.De Volkskrant en NOS lazen in een vertrouwelijk bericht van Z-Cert aan zorginstellingen dat sprake is van een hack met ransomware. Het bedrijf zelf bevestigt noch ontkent dat het om ransomware gaat. Wel kan ChipSoft niet uitsluiten dat persoonsgegevens van patiënten zijn ingezien of ontvreemd. Het bedrijf spreekt van mogelijk ongeautoriseerde toegang. Veel impact De impact van het incident bij ChipSoft kan een van de grootste worden op gebied van zorg-ict. Het bedrijf heeft driekwart van de Nederlandse ziekenhuizen als klant. De patiëntgegevens van miljoenen mensen zitten in HiX, het patiëntendossier van ChipSoft. Daarbij worden epd’s steeds meer zorgplatforms ter ondersteuning van besluitvorming, workflow en interactie.Verwacht wordt dat de aanvallers een flinke eis tot losgeld zullen indienen. ChipSoft haalde in 2024 een nettowinst van 66,9 miljoen euro op een omzet van 174,8 miljoen euro.
AirHub haalt 4,4 miljoen euro op voor verdere ontwikkeling drone-operatiesoftware
1 dag
Het in Den Haag gevestigde drone-softwarebedrijf AirHub heeft een Series A-investeringsronde van 4,4 miljoen euro afgerond. Met het kapitaal wil het bedrijf zijn software voor drone-operaties in sectoren als veiligheid, defensie, openbare orde en kritieke infrastructuur verder ontwikkelen en internationaal opschalen. De investering komt van Keen Venture Partners, Runway FBU en de bestaande aandeelhouders Lumaux en Lumo Labs. AirHub ontwikkelt software waarmee organisaties drone-missies kunnen plannen, uitvoeren en beheren in complexe operationele omgevingen. De kern van het aanbod is het AirHub Drone Operations Center, een platform dat ondersteuning biedt bij mission planning, realtime-operatie tijdens incidenten, live-videostreaming voor commandovoering en administratieve processen zoals compliance en rapportage. Daarmee positioneert het bedrijf drones niet als losse tools, maar als onderdeel van reguliere operationele processen. De vraag naar dit soort software neemt toe. Drones worden steeds vaker ingezet bij onder meer politieoptreden, grensbewaking, incidentrespons en inspecties van infrastructuur. In Europa speelt daarbij ook het onderwerp digitale en operationele soevereiniteit een rol: organisaties zoeken technologie die controle over data, processen en systemen binnen de eigen jurisdictie mogelijk maakt. AirHub profileert zich nadrukkelijk als Europese leverancier voor deze toepassingen. Gebruikers Het bedrijf heeft inmiddels klanten in verschillende landen. Tot de gebruikers behoren onder meer de politie van Dubai, de Portugese brandweer, de Belgische federale politie, beveiligingsbedrijven Prosegur en Securitas, de Nederlandse Douane, en infrastructuur- en energiebedrijven zoals Shell, Boskalis en ProRail. De software wordt gebruikt voor onder meer ‘Drone as First Responder’-toepassingen, incidentmanagement, inspecties en beveiligingstaken. Met de nieuwe financiering wil AirHub het internationale team uitbreiden, het Drone Operations Center doorontwikkelen en het productportfolio verbreden. Daarbij horen MilHub, gericht op defensietoepassingen, en SecHub, bedoeld voor bredere beveiligingsoperaties. SecHub bevat ook functionaliteit voor het detecteren en beheersen van dreigingen die uitgaan van drones. Sneller groeien Volgens medeoprichter en co-ceo Thomas Brinkman stelt de investering AirHub in staat om sneller te groeien als Europese softwareleverancier voor organisaties die opereren in omgevingen waar betrouwbaarheid en controle centraal staan. Medeoprichter en co-ceo Stephan van Vuren benadrukt dat de software is ontwikkeld voor gebruik tijdens echte incidenten, onder hoge druk. Investeerder Keen Venture Partners brengt ervaring mee in defensie- en security-technologie binnen Europa. Runway FBU, verbonden aan de Noorse Aker Group, richt zich op toepassingen in kritieke infrastructuur en industriële omgevingen. Lumaux en Lumo Labs blijven AirHub ondersteunen bij de volgende groeifase.
Terwijl ai versnelt, hapert de cloud: slechts 14 procent is echt klaar
1 dag
De cloud moest al lang de ruggengraat van digitale innovatie zijn. Maar in de praktijk blijft die belofte opvallend vaak steken. Slechts 14 procent van de organisaties wereldwijd haalt vandaag het hoogste niveau van cloudvolwassenheid. Terwijl er nog drie andere cloudniveaus zijn. Dat blijkt uit het rapport Cloud-led innovation in the era of AI: The new rules for driving value with cloud van NTT Data, gebaseerd op een bevraging van meer dan 2.300 beslissingsnemers wereldwijd, waaronder ook in België en Nederland. De conclusie: bedrijven zetten massaal in op artificiële intelligentie, maar botsen daarbij op hun eigen cloudfundament. ‘AI ontwikkelt zich sneller dan de cloudmaturiteit binnen bedrijven’, zegt Charlie Li, wereldwijd hoofd van de cloud- en securitytak van de it-dienstverlener. De cijfers tonen een duidelijke paradox. Ai jaagt investeringen in cloud aan, met 99 procent van de organisaties die meer vraag verwachten in dit domein. Tegelijk zegt 88 procent dat de huidige investeringen onvoldoende zijn om ai- en moderniseringsplannen waar te maken. Vrij vertaald: bedrijven duwen op het gaspedaal, terwijl de motor niet is aangepast. Vier types bedrijven, één kloof Het rapport schetst een markt met vier snelheden. Aan de onderkant zitten de cloud-novices (24 procent), die zelfs anno 2026 nog in een experimentele fase zitten. De cloud-enabled groep (28 procent) gebruikt cloud vooral als hostingplatform. De grootste groep, cloud-mature (34 procent), zet cloud strategisch in, maar worstelt om dat te vertalen naar concrete businesswaarde. En dan is er de kleine kopgroep van leiders: de cloud-evolved organisaties (14 procent). Daar zit cloud diep verankerd in de strategie, met cloud-native applicaties, ai-integratie en continue innovatie. Het zijn deze bedrijven die effectief waarde halen uit ai. ‘Op dit niveau versnelt cloudgedreven innovatie de bedrijfstransformatie’, stellen de onderzoekers. ‘De rest blijft hangen in een tussenfase.’ Oude obstakels worden kritischer De oorzaken van die stagnatie zijn niet nieuw: legacy-systemen, technical debt en een gebrek aan vaardigheden. Maar ai verhoogt de druk aanzienlijk. Zo geeft de helft van de organisaties aan dat verouderde applicaties en dataplatformen innovatie afremmen, terwijl modernisering tegelijk de hoogste prioriteit blijft. Ook de kloof op het vlak van vaardigheden verschuift: het grootste tekort zit vandaag bij ai-kennis, niet bij cloudtechnologie. Security en governance als rem Naast technologie en vaardigheden speelt ook security een steeds grotere rol. Het is vandaag de belangrijkste investeringsprioriteit binnen cloud. Ai-gedreven omgevingen zijn complexer, dynamischer en moeilijker te beveiligen. Nieuwe risico’s ontstaan in datastromen en autonome processen, terwijl klassieke beveiligingsmodellen achterop raken. Bovendien nemen veel organisaties bestaande kwetsbaarheden gewoon mee naar de cloud. ‘Lift-and-shift migraties lossen weinig op en vergroten soms zelfs de risico’s’, klinkt het. Zes regels als richtingaanwijzer Om uit die impasse te raken, formuleren de onderzoekers zes duidelijke regels. Cloud en ai moeten samen ontwikkeld worden. Architectuurkeuzes worden bepalend voor succes. Cloud-native applicaties zijn cruciaal om ai te laten renderen. Platformen nemen het over van manuele processen. KPI’s moeten focussen op businesswaarde. En security moet integraal onderdeel zijn van de strategie. De boodschap is duidelijk: time to move on. ‘Cloud is verder gegaan dan een plek om systemen te hosten. Het is nu de operationele kern van ai’, stellen de onderzoekers.
Webhosters houden klanttevredenheid op hoog niveau
1 dag
De Nederlandse hostingmarkt laat ook in 2025 een hoog niveau van klanttevredenheid zien. Dat blijkt uit een overzicht van de best beoordeelde webhosters, samengesteld door hostingvergelijkingssite Webhosters.nl. Winnaar is Theory7.net. De webhostingvergelijker baseert zich op klantreviews en concludeert dat de verschillen aan de top klein zijn. Meerdere aanbieders scoren sterk, wat wijst op een volwassen en competitieve markt. Voor deze editie hanteerde Webhosters.nl een ondergrens van minimaal vijftien reviews per aanbieder. Daarmee wil de site voorkomen dat hostingbedrijven met slechts enkele beoordelingen hoog in de lijst eindigen, terwijl ook kleinere aanbieders voldoende kans houden om opgenomen te worden. Het gemiddelde cijfer in de top tien ligt hoog, wat volgens de samenstellers aangeeft dat Nederlandse hostingbedrijven over de hele linie goed presteren op klanttevredenheid. Top 10 De nummer één van 2025 is Theory7.net, met een score van 5,00 op basis van achttien reviews. Op korte afstand volgen Hoasted (4,98), Esmero (4,95), Cloud86 (4,94) en VDX (4,91). Ook buiten de top vijf blijven de cijfers hoog. SiteGround scoort 4,90, Mijn.host 4,88 en Junda 4,85. Bhosted.nl komt uit op 4,78. Yourhosting valt op met een score van 4,68, gebaseerd op 1.910 reviews. Dat is veruit het hoogste aantal beoordelingen in de lijst, wat volgens Webhosting.nl laat zien dat ook bij grotere volumes een stabiele waardering mogelijk is. Diverse factoren Uit de resultaten blijkt dat klanten niet alleen kijken naar prijs, snelheid en techniek. Factoren als support, bereikbaarheid en de algemene klantervaring wegen steeds zwaarder mee. Opvallend is verder dat namen als Hoasted, Cloud86, VDX, Mijn.host en SiteGround vaker terugkeren in de hogere regionen van eerdere edities, wat volgens de vergelijker duidt op structureel goede prestaties. Buiten de top tien zijn er eveneens diverse positief beoordeelde aanbieders, waaronder WebOké, Site.nl, Budget Webhosting, Versio en HostSlim B.V., allemaal actief vanuit Nederland. Vooral Versio springt eruit met 336 reviews en een gemiddelde score van 4,47. Meer reviewsWebhosters.nl kondigt aan dat voor de editie van 2026 de minimale ondergrens wordt verhoogd naar dertig reviews per aanbieder. Daarmee wil de vergelijkingssite de betrouwbaarheid van het overzicht verder vergroten en hostingbedrijven stimuleren actief met klantfeedback te blijven werken.
Ot-security: markt in kaart
1 dag
De markt voor ot-security groeit snel, maar is versnipperd en complex. Welke soorten problemen zijn er? Welke partijen bieden oplossingen? En hoe vindt een beheerder van ot-installaties zijn of haar weg in dit landschap? Kiezen voor standaarden in plaats van producten zal helpen. Operational technology (ot) vormt het digitale zenuwstelsel van industriële processen, infrastructuur en moderne gebouwen. Van gebouwbeheersystemen en energievoorzieningen tot bruggen, tunnels en productielijnen: waar fysieke processen worden aangestuurd door software en netwerken, is ot aanwezig. Tegelijk groeit de aandacht voor ot-security. Incidenten laten zien dat kwetsbaarheden in deze omgevingen niet alleen datalekken veroorzaken, maar ook fysieke schade, veiligheidsrisico’s en langdurige uitval. Uitdagingen rond ot-security zijn grotendeels structureel van aard en komen in vrijwel elke sector terug. Er zijn globaal zes soorten uitdagingen. Allereerst speelt de lange levensduur van ot-systemen een rol. Programmable logic controllers (plc’s) en industriële controllers gaan vaak twintig tot dertig jaar mee, met firmware die nooit is ontworpen voor hedendaagse dreigingen. Patches zijn schaars (een keer per half jaar is geen uitzondering) of ontbreken volledig. Daarnaast is er de historische scheiding tussen it en ot. Ot-engineers zijn gericht op continuïteit en veiligheid van processen, terwijl it-securityteams focussen op beleid, logging en updates. Die cultuurkloof leidt regelmatig tot onvolledige risico-analyses. Een derde categorie is het principe dat beschikbaarheid nog vaak boven veiligheid gaat. In veel ot- omgevingen is stilstand duurder dan het risico op een cyberincident. Althans, dat was vaak de houding die bedrijven aannamen. Maatregelen die downtime of latency veroorzaken, worden daarom uitgesteld of vermeden. Daar komt bij dat ot-omgevingen complex en heterogeen zijn: uiteenlopende protocollen zoals Modbus, OPC-UA en DNP3, vaak van verschillende generaties en leveranciers, maken uniforme beveiliging lastig. Ook supply chain-risico’s spelen een grote rol. Veel ot-componenten bevatten firmware van derden, soms met vaste wachtwoorden en maken gebruik van niet direct zichtbare services op de achtergrond. Kwetsbaarheden worden daardoor soms pas ontdekt als systemen al jaren in productie zijn. Verder ontbreekt het in veel omgevingen aan zichtbaarheid en monitoring. Traditionele it-securitytools begrijpen ot-protocollen niet of onvoldoende, waardoor afwijkend gedrag onopgemerkt blijft. Ten slotte zijn er regelgeving-druk en resource-beperkingen. Standaarden als IEC 62443 en NIST SP 800-82 zijn breed geaccepteerd, maar lastig te vertalen naar concrete maatregelen. Tegelijk is er een tekort aan professionals die zowel ot-kennis als cybersecurity-expertise combineren. Een markt met duidelijke segmenten Deze probleemcategorieën hebben geleid tot een markt die is opgedeeld in vier segmenten: A: Een eerste groep bestaat uit asset-discovery en visibility-specialisten. Zij leveren tools die passief ot-netwerken analyseren en inzicht geven in apparaten, firmwareversies en communicatiepatronen. Zonder deze basis is verdere beveiliging nauwelijks mogelijk. B: Een tweede groep richt zich op netwerksegmentatie en perimeterbeveiliging. Industriële firewalls, datadiodes en secure gateways scheiden ot-netwerken van it en externe verbindingen, met gecontroleerde en gelogde toegang. Dit segment wordt deels bediend door klassieke it-securityleveranciers, maar ook door partijen met een meer industriële achtergrond. C: Daarnaast is er een groeiende markt voor ot-specifieke monitoring en detectie. Deze oplossingen herkennen afwijkingen in industriële protocollen en procesgedrag, in plaats van alleen bekende malware-signaturen. Ze worden vaak gekoppeld aan soc-diensten. D: Een vierde categorie bestaat uit governance-, risk- en compliance-specialisten. Zij helpen organisaties bij risico-analyses, maturity-assessments en het implementeren van normen als IEC 62443. Dit zijn vaak adviseurs, soms voortgekomen uit de it-securitywereld, soms uit industriële engineering. Specialisatie en schaalvergroting De dynamiek in de ot-securitymarkt laat twee parallelle bewegingen zien: verdere specialisatie en schaalvergroting. Enerzijds ontstaan niche-spelers die zich toeleggen op één onderdeel, zoals protocol-analyse of veilige remote access voor onderhoudspartijen. Anderzijds breiden grote it-securityleveranciers hun portfolio uit met ot-functionaliteit, vaak via overnames. Marktanalyses van onder meer MarketsandMarkets en Grand View Research laten zien dat deze consolidatie de komende jaren doorzet, aangejaagd door de vraag naar geïntegreerde platforms en ondersteuning in meerdere landen en regio’s. Peter Roelofsma van het Cyber Security Living Lab CSyLL in Zoetermeer ziet die ontwikkeling dagelijks terug. ‘Organisaties worstelen met losse oplossingen’, zegt hij. ‘Er is behoefte aan samenhang: zichtbaarheid, segmentatie en monitoring moeten op elkaar aansluiten, maar wel met respect voor de specifieke ot-context.’ CSyLL leidt zowel hbo- als mbo-studenten op en doet samen met partners onderzoek op het gebied van risicomanagement en cybersecurity in zowel it- als ot-omgevingen. Initiatieven rond open standaarden en opensource, benadrukken het belang van bouwen op standaarden in plaats van gesloten producten Amerikaanse dominantie, Europese accenten Net als in it-security spelen Amerikaanse leveranciers een hoofdrol. Veel grote platforms en detectietools komen uit de VS, mede dankzij schaalvoordelen en een volwassen investeringsklimaat. Tegelijk is in Europa een tegenbeweging ontstaan die wordt gevoed door zorgen over digitale soevereiniteit, regelgeving en afhankelijkheid. Initiatieven rond open standaarden en opensource, denk aan Clouds of Europe, benadrukken het belang van bouwen op standaarden in plaats van gesloten producten. Dat klinkt logisch, maar gebeurt in de praktijk vaak nog niet. In ot kiest men vaak een bij de situatie passend product van een leverancier, terwijl men daarmee al gauw ‘opgesloten’ raakt in de oplossingen van die ene aanbieder. Overstappen naar een andere partij wordt dan erg lastig. Door te kiezen voor standaarden en vervolgens daarbij passende producten te selecteren, kan men deze vendor lock-in voorkomen. Volgens Roelofsma zijn er kansen: ‘In Europa zie je relatief veel kennis rond industriële automatisering en infrastructuur. Die combinatie van ot-domeinkennis en security is precies waar de markt naartoe beweegt.’ Europese spelers profileren zich vaker als specialist of system integrator, die oplossingen combineren en afstemmen op lokale regelgeving en specifieke branches. It-roots of industriële achtergrond? Opvallend is dat ot-securityleveranciers vaak uit twee verschillende werelden komen. Een deel is voortgekomen uit de it-securityindustrie en past bestaande technologie aan voor ot-omgevingen. Dat levert schaal en volwassen tooling op, maar soms ook frictie met de eisen van industriële processen. Een ander deel komt juist uit de industriële en installatiewereld: systeemintegratoren, gebouwautomatiseringsspecialisten en industriële dienstverleners die security toevoegen aan hun bestaande portfolio. Zij kennen de installaties en processen goed, maar moeten vaak investeren in security-expertise en tooling. In de praktijk werken deze werelden steeds vaker samen. Roelofsma: ‘De meest effectieve aanpak ontstaat wanneer installateurs, ot-engineers en securityspecialisten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Security wordt dan geen add-on, maar integraal onderdeel van ontwerp en beheer.’ Wegwijzer voor ot-beheerders Voor beheerders van gebouwen en (industriële) infrastructuur met ot-installaties is de markt niet eenvoudig te doorgronden. Een logische eerste stap is het opbouwen van een volledige asset-inventaris. Zonder inzicht in wat er binnen de eigen organisaties in gebruik is, is elke securitymaatregel symptoombestrijding. Vervolgens is netwerksegmentatie essentieel: scheiding tussen it en ot, met gecontroleerde koppelingen voor beheer en data-uitwisseling. Ot-security is geen product dat je koopt, maar een traject dat je organiseert op basis van een weldoordachte risico-analyse Daarna komt monitoring op maat. Kies oplossingen die ot-protocollen begrijpen en passief werken, zodat processen niet worden verstoord. Tegelijk is het verstandig om regelmatige risico-assessments uit te voeren, bijvoorbeeld langs de lijnen van IEC 62443, en bevindingen te vertalen naar een meerjarenplan. Tot slot vraagt ot-security om organisatie en cultuur. Training van ot-engineers in de basisprincipes van cybersecurity en omgekeerd begrip bij it-teams voor industriële processen verkleint de kloof. Roelofsma vat het samen: ‘Ot-security is geen product dat je koopt, maar een traject dat je organiseert op basis van een weldoordachte risico-analyse. Wie dat beseft, kan ook in deze complexe markt gefundeerde keuzes maken.’ Conclusie De ot-securitymarkt weerspiegelt de complexiteit van de omgevingen die zij moet beschermen. Structurele technische uitdagingen, een divers landschap aan aanbieders en een spanningsveld tussen specialisatie en schaal maken het speelveld onoverzichtelijk. Amerikaanse leveranciers domineren in volume, maar Europese partijen brengen veel domeinkennis en integratievermogen in. Voor beheerders ligt de sleutel tot succes in inzicht, gefaseerde verbetering en samenwerking. Niet door blind te kiezen voor één oplossing of product, maar door ot-security te benaderen als een samenhangend onderdeel van het beheer van kritieke systemen. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
PUE in datacenters is nuttige graadmeter (in juiste context)
1 dag
BLOG – Power usage effectiveness (PUE) is de bekendste efficiëntie-metric in de datacentersector. De eenvoud van de metric heeft ertoe geleid dat PUE breed wordt toegepast, geciteerd en zelfs ingezet als marketinginstrument. Tegelijkertijd is diezelfde eenvoud een valkuil. Wie PUE gebruikt zonder context of aanvullende metrics kan tot verkeerde conclusies komen. In het ergste geval ontstaan zelfs prikkels die haaks staan op daadwerkelijke energiebesparing. Dit artikel schetst de ontstaansgeschiedenis van PUE, legt in eenvoudige bewoordingen uit wat PUE meet, waarom een dalende PUE niet automatisch betekent dat een datacenter efficiënter wordt, en waarom verschillen tussen hyperscalers en co-locatiedatacenters essentieel zijn. Daarnaast wordt de server idle coefficient (SIC) geïntroduceerd als noodzakelijke aanvulling en wordt duidelijk waarom het huidige PUE-denken soms een ongewenste economische prikkel creëert, met name in co-locatieomgevingen. Wat is PUE? PUE beantwoordt één kernvraag: hoeveel energie is nodig om 1 kWh bij de it-apparatuur te krijgen? De formule luidt als volgt: PUE = totale energie van het datacenter / energieverbruik van de it-apparatuur De teller omvat het totale energieverbruik, inclusief koeling, ups-verliezen en verlichting. De noemer betreft alleen de it-apparatuur zoals servers en storage. Een PUE van 2,0 betekent dat er voor elke kWh it-verbruik nog 1 kWh extra nodig is. Bij een PUE van 1,1 is dat slechts 0,1 kWh. Van PUE 3,0 naar 1,1 Toen PUE in 2007 werd geïntroduceerd door The Green Grid, was de gemiddelde efficiëntie van datacenters laag. Veel enterprise- en vroege co-locatiedatacenters draaiden met zware overdimensionering, inefficiënte ups-systemen en weinig aandacht voor airflow en thermisch ontwerp. PUE-waarden rond 2,5 tot 3,0 waren geen uitzondering. In de vijftien jaar daarna heeft de sector grote stappen gezet. Warm- en koudgangscheiding, containment, vrije koeling, hogere aanvoertemperaturen en efficiëntere ups-topologieën hebben de facilitaire overhead sterk verlaagd. Vooral hyperscalers hebben deze optimalisaties op grote schaal doorgevoerd, met PUE-waarden rond 1,1 en soms zelfs lager. Deze cijfers gelden echter vooral voor best-in-class-omgevingen. Wereldwijd ligt de gemiddelde PUE hoger, onder meer door oudere datacenters, multi-tenantomgevingen en variabele bezettingsgraden. PUE is geen maat voor totale efficiëntie Een misvatting is dat PUE gelijkstaat aan totale efficiëntie. De metric zegt niets over de hoeveelheid nuttig werk van it, de efficiëntie van servers, de CO₂-uitstoot, of de absolute energievraag. Een dalende PUE betekent daarom niet automatisch energiebesparing. Omdat het een ratio is, kan PUE verbeteren doordat de overhead daalt, maar ook doordat het it-verbruik stijgt terwijl de overhead gelijk blijft. In dat laatste geval neemt het totale energieverbruik juist toe. Hyperscalers versus co-locatie Hyperscalers hebben duidelijke voordelen: volledige controle over it en faciliteiten, hoge bezettingsgraad en homogene omgevingen. Idle it is direct een kostenpost, waardoor efficiëntie op alle niveaus wordt nagestreefd. Bij co-locatiedatacenters ligt dat anders. Daar is sprake van heterogene omgevingen, wisselende bezetting en beperkte invloed op klant-it. Extra capaciteit voor flexibiliteit en redundantie verhoogt de overhead. Een hogere PUE betekent hier dan ook niet automatisch een slechter ontwerp, maar vaak een andere context. De ontbrekende schakel: SIC Waar PUE stopt, begint de server idle coefficient SIC. Deze metric laat zien welk deel van het it-verbruik wordt veroorzaakt door servers die weinig werk doen. In veel gevallen blijft het energieverbruik van servers relatief constant, ook bij lage belasting. Daardoor bestaat een aanzienlijk deel van het it-verbruik uit idle-energie. Hier ontstaat een spanningsveld. Wanneer it efficiënter wordt ingezet, bijvoorbeeld door virtualisatie of consolidatie, daalt het it-verbruik. De noemer van de PUE wordt kleiner, terwijl de facilitaire energie grotendeels gelijk blijft. Het gevolg is dat de PUE stijgt, ondanks daadwerkelijke energiebesparing. Dit leidt tot een paradox: efficiëntere it kan resulteren in een slechtere PUE-score. Dit effect heeft ook economische implicaties. PUE beloont volume in plaats van efficiëntie: meer it-verbruik leidt tot een betere score, zelfs als dat verbruik weinig waarde toevoegt. In co-locatiemodellen speelt bovendien dat elektriciteit vaak wordt doorbelast aan klanten. Minder verbruik betekent lagere inkomsten, terwijl de kosten grotendeels vast blijven. Hierdoor zijn kpi’s en verdienmodellen niet altijd in lijn met it-efficiëntie. Bij hyperscalers speelt dit minder, omdat zij zowel it als infrastructuur beheren. Energiecijfers Datacenters geven vaak geen absolute energiecijfers vrij vanwege concurrentieoverwegingen. Toch wordt dit argument minder houdbaar. Factoren zoals netcongestie en regelgeving vragen om meer transparantie. Die transparantie is te bieden zonder commerciële schade, bijvoorbeeld via geaggregeerde cijfers, bandbreedtes of normalisatie per rack. Conclusie PUE heeft een belangrijke rol gespeeld in het verbeteren van datacenter-efficiëntie. Maar in de huidige context is het onvoldoende als enige maatstaf. Zonder aanvullende metrics zoals de SIC ontstaat een situatie waarin it-efficiëntie niet zichtbaar wordt en zelfs negatief kan uitpakken in de score. Een realistische beoordeling van datacenters vraagt daarom om een bredere blik, waarin zowel facilitaire efficiëntie als daadwerkelijk it-gebruik worden meegenomen. Alleen dan ontstaat inzicht in de volledige keten: van workload tot energieverbruik. Marco Verzijl, medeoprichter Stichting Save Energy Foundation
Kort: di­gi­ta­li­se­ring gaat aan horeca voorbij, SoftwareOne helpt Utrecht met ai (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Nederlandse horeca vertrouwt op pen en papier, ai ondersteunt routinetaken Utrechtse ambtenaren, ITSM Company breidt uit in Europa, ValueBlue verder als BlueDolphin en B Corp-certificering voor Afas (en nog een uitgaanstip). Horeca blijft achter in digitalisering De Nederlandse horeca maakt nog beperkt gebruik van digitale processen. Dat blijkt uit onderzoek van Scanfie en Klearly onder ruim driehonderd ondernemers. Zo neemt 78 procent van de horecazaken bestellingen nog handmatig op en houdt negentig procent de voorraad bij met pen en papier. Ook op andere vlakken ontbreekt automatisering. Ondernemers meten wachttijden vaak op gevoel en voeren taken als roostering, boekhouding en concurrentieanalyse regelmatig zonder digitale ondersteuning uit. Minder dan één procent ziet zichzelf als koploper in datagedreven werken. Volgens de onderzoekers laat de sector daarmee kansen liggen. Door processen te automatiseren en realtime-inzicht te verkrijgen, kunnen horecaondernemers efficiënter werken en beter inspelen op drukte en veranderende omstandigheden. De studie staat enigszins haaks op eerdere bevindingen die erop wijzen dat er juist veel wordt gedigitaliseerd in de horeca. SoftwareOne helpt gemeente Utrecht met ai in dienstverlening Stadskantoor Utrecht. De gemeente Utrecht werkt samen met SoftwareOne aan ai-toepassingen die routinetaken van ambtenaren ondersteunen. De inzet van large language models (llm’s) moet leiden tot efficiëntere processen en meer ruimte voor kwalitatieve dienstverlening. Binnen het project is een prototype ontwikkeld dat grote hoeveelheden tekst kan structureren, analyseren en samenvatten. Medewerkers beoordelen vervolgens de output. Volgens de gemeente blijven ambtenaren altijd verantwoordelijk voor besluitvorming. Bij de inzet van ai staan naar eigen zeggen ethiek en transparantie centraal. Zo worden toepassingen vooraf getoetst en continu gemonitord met controlemechanismen zoals human-in-the-loop (de mens blijft actief betrokken bij de besluitvorming of het toezicht) en audits. De gemeente onderzoekt daarnaast bredere toepassingen, waaronder ondersteuning bij trainingen en simulaties voor medewerkers. ITSM Company haalt investeerders binnen voor Europese uitbreiding ITSM360 ITSM Company heeft twee private investeerders aangetrokken om de groei van zijn esm/itsm-platform ITSM360 te versnellen. Met de investering wil het Deense bedrijf zijn Europese partnernetwerk uitbreiden en een vestiging in Duitsland openen. ITSM360 draait native op Microsoft 365 en speelt in op de groeiende vraag naar servicemanagement binnen de Microsoft-omgeving. Volgens ITSM Company verschuift servicemanagement richting enterprise service management (esm), waarbij ook afdelingen als hr en finance aansluiten. Integratie met tools als Microsoft Copilot, Power Automate en Power BI maakt verdere automatisering en datagedreven werken mogelijk. De investeerders, onder wie Joop van Voorthuijsen (Oxano Capital) en Johanan Bos, moeten de internationale groei ondersteunen. Het bedrijf zet daarbij nadrukkelijk in op samenwerking met Microsoft-partners. ValueBlue gaat verder als BlueDolphin met platform voor ai-regie ValueBlue gaat verder onder de naam BlueDolphin en introduceert een platform voor het centraal aansturen van ai-agents. Het Utrechtse bedrijf speelt hiermee in op de groeiende behoefte aan controle over autonome ai-toepassingen binnen organisaties. Het platform gebruikt enterprise-architectuur als ‘control plane’ om ai-systemen te beheren en te coördineren. Daarmee kunnen organisaties ai-agents aansturen, scenarioanalyses uitvoeren en veranderingen centraal doorvoeren. Volgens ceo Jelle Visser worstelen veel bedrijven met versnipperde ai-initiatieven. BlueDolphin wil deze fragmentatie tegengaan door één gedeeld model voor zowel mens als machine. Met de rebranding positioneert het bedrijf zich breder als platform voor digitale transformatie en bedrijfsverandering. Afas behaalt B Corp-certificering voor duurzame bedrijfsvoering Afas Software heeft de B Corp-certificering behaald. Het softwarebedrijf uit Leusden krijgt daarmee internationale erkenning voor zijn inzet op het gebied van duurzaamheid, maatschappelijke impact en goed werkgeverschap. De certificering geldt voor de gehele organisatie, inclusief buitenlandse vestigingen. De zogenoemde B Corp-certificering beoordeelt bedrijven op onder meer bestuur, milieu-impact en arbeidsomstandigheden. Volgens Afas is de erkenning geen eindpunt, maar een bevestiging van een langetermijnstrategie. Het bedrijf werkt vanuit drie zogeheten ‘wereldwensen’, gericht op duurzaamheid, werkgeluk en maatschappelijke betrokkenheid. Voorbeelden zijn een elektrisch wagenpark en een vierdaagse werkweek. Met de certificering sluit Afas zich aan bij een groeiende groep bedrijven die duurzaamheid structureel integreren in hun bedrijfsvoering. HCC organiseert ai-lezing HaarlemDe HCC organiseert op 18 april een lezing over artificiële intelligentie (ai) in Haarlem. Tijdens de bijeenkomst staat de vraag centraal of ai kansen biedt of juist risico’s met zich meebrengt. Aanleiding is de snelle opkomst van toepassingen zoals ChatGPT. Naast de mogelijkheden komen ook de risico’s aan bod, zoals controle en betrouwbaarheid van ai-systemen. De lezing is gratis voor HCC-leden; niet-leden betalen vijf euro.
Kabinet: steun voor ai‑herziening, stevige kritiek op versmalling AVG
2 dagen
Het kabinet steunt de aanpassingen in de Omnibus Digitaal en de Omnibus AI die de Europese Commissie wil doorvoeren, zolang de doelen van deze digitale wetgeving overeind blijven. Een deel van de voorstellen gaat echter verder dan versimpeling, verduidelijking en stroomlijning. Hier is het kabinet kritisch op, zeker als een voorstel niet effectief de regeldruk verlaagt.Dit bleek donderdag tijdens een technische briefing die de Tweede Kamer kreeg van ambtenaren van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Justitie en Veiligheid (JenV). Medio november 2025 presenteerde de Europese Commissie herzieningen van de digitale wetgeving en de AI Act. Over de Omnibus AI bereikte de Europese Raad half maart een compromis. Uitkleed-appsHet kabinet is blij dat de registratieplicht behouden blijft voor ai-systemen die in een hoog-risico context worden gebruikt, maar zelf geen hoog-risico ai-systeem zijn. Gebruik van bijzondere persoonsgegevens voor bias-detectie moet beperkt blijven tot strikt noodzakelijke verwerkingen. Toegevoegd aan de lijst met verboden ai zijn de zogenoemde uitkleed-apps, software die seksuele of naaktbeelden kan genereren dan wel kinderpornografisch materiaal.Verder zijn de uiterste data verschoven wanneer systemen aan de AI Act moeten voldoen. Voor hoog-risico ai-systemen is de deadline bepaald op 2 december 2027. Ai in gereguleerde producten moet vanaf 2 augustus 2028 voldoen aan de eisen.De Omnibus Digitaal bevat voor Nederland een aantal hete hangijzers. Het kabinet heeft moeite met de aanpassing van de definitie van het begrip persoonsgegevens. De voorgestelde wijziging beperkt de reikwijdte van de AVG (algemene verordening gegevensbescherming) aanzienlijk. Bovendien wordt de rechtsonzekerheid erdoor vergroot. Het kabinet is ook weinig enthousiast over de verruiming van de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ bij het verwerken van persoonsgegevens voor het trainen en exploiteren van ai. Deze verruiming zou afbreuk doen aan de rechtsbescherming die de AVG biedt. Voorgesteld wordt dat gerechtvaardigd belang grondslag is, tenzij wetgeving uitdrukkelijk toestemming vereist of de belangen (of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene) zwaarder wegen.Administratieve lastMet name voor het midden- en kleinbedrijf betekent de DPIA (Data Protection Impact Assessment) een zware administratieve last. De Europese Commissie stelt een lijst op van gegevensverwerkingen waarvoor zo’n DPIA verplicht is. Het kabinet vindt dat de EDBP (European Data Protection Board) dat moet doen in plaats van de Commissie zelf. Als de Commissie dat doet, kan dat leiden tot meer politieke besluitvorming.Tenslotte is Nederland ook tegen een uitzondering die de Commissie wil maken op het verbod op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens voor zogenoemde residuele (bijzondere) persoonsgegevens (bijvoorbeeld ras, seksuele oriëntatie en religie) bij ontwikkeling en exploitatie van ai-systemen en -modellen. Het gaat om gegevens die eigenlijk niet mogen worden verwerkt maar waarvan het verwijderen onevenredig veel moeite kost. Het kabinet vreest dat zeker bij grootschalige verwerkingen te gemakkelijk een beroep op deze uitzonderingsbepaling wordt gedaan. Juist omdat het om gevoelige gegevens kan gaan, wil Nederland deze uitzonderingsbepaling schrappen.
Hoofdpijndossier GrIT verdiept zich: private cloud blijkt nieuwe bottleneck voor Defensie
2 dagen
Het programma Grensverleggende IT (GrIT), dat de digitalisering van Defensie op een moderne leest moet schoeien, blijft een hoofdpijndossier. Het tien jaar geleden gestarte project tot vernieuwing van de it-infrastructuur ondervindt een nieuwe tegenslag.  De ontwikkeling van het Private Cloud Platform (PCP) is flink vertraagd. De oorzaak ligt bij de leverancier van dit platform dat het defensie-apparaat aan een eigen, veilige cloudomgeving moet helpen. Dit meldt staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) in een brief aan de Tweede Kamer over de achtste voortgangsrapportage over GrIT. De acceptatie- en productieomgevingen van de private cloud worden te laat opgeleverd. De vertraging heeft gevolgen voor andere onderdelen van het programma. Dit betreft onder meer de migratie van applicaties en uitbreiding van het it-servicemanagement. Eerder werd bekend dat KPN en Thales voor Defensie een soevereine cloud bouwen waarin de krijgsmacht gevoelige informatie kan opslaan. Vooralsnog is niet duidelijk of deze extra veilige cloud voor militaire data nu het grote knelpunt is. Defensie heeft een herstelplan geëist van de leverancier. Adviesbureau PwC beoordeelde dit plan positief. Onderzoeksbureau Gartner toetste het platform technisch en concludeerde dat het ontwerp en de gekozen oplossing solide zijn. Verbeterplan Het verbeterplan omvat onder meer extra capaciteit van de leverancier, driewekelijkse sprints voor betere tussentijdse sturing en meer duidelijke procesafspraken. De vertraging mag niet leiden tot meerkosten. De eerste onderdelen van het platform, waaronder netwerkbeveiliging en updatebeheer, zijn inmiddels opgeleverd. De eerste helft van dit jaar is nodig voor het uitvoeren van operationele beproevingen van de ontplooide it bij de operationele commando’s. Ook de afronding van nog openstaande werk uit voorgaande releases kost tijd.  Boswijk schrijft dat het vooralsnog onduidelijk is welke gevolgen de vertraging van het PCP heeft voor de eindmijlpaal van het programma dat binnenkort het tweede decennium ingaat. De staatssecretaris is nu nog niet in staat om een aangepaste planning te presenteren. Eerder was als einddatum december 2030 genoemd. Doel van GrIT is militairen in staat te stellen om sneller informatie te delen, beter samen te werken en weerbaar te blijven tegen digitale dreigingen. Op het gebied van it voor militaire eenheden in het veld zijn positieve resultaten behaald.
Kijk eens naar deze Franse middelbare scholen
3 dagen
De Overstap, deel 2In deze aflevering van de rubriek over digitale soevereiniteit: Franse middelbare scholen op Europese cloud, NLNet Labs van Github naar Codeberg, office.eu wil kantoorpakket toesnijden op branches, Teams in tijden van NIS2 plus tips en trics voor thuis.Terwijl Europa worstelt met de afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen, toont de Franse regio Île-de-France hoe een digitale migratie naar soevereine oplossingen in de praktijk werkt. Sinds september 2024 maken bijna 550.000 middelbare scholieren, leraren en medewerkers gebruik van Monlycée, een digitaal leerplatform gebaseerd op de open source collaboration-software van NextCloud.Digitale soevereiniteit is hot. Maar hoe gaan we die overstap van big tech naar Europese oplossingen aanpakken? In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict-journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen.De keuze voor deze Duitse technologie, geïmplementeerd door het Franse Leviia, is een bewust afscheid van Microsoft-diensten. ‘We wilden ons losmaken van Amerikaanse bouwstenen’, vertelde Bernard Giry, plaatsvervangend directeur-generaal voor digitale transformatie bij de regio Île-de-France, in een interview met de Franse website Republik IT.De schoolregio Île-de-France, met een jaarlijks budget van vijf miljard euro en 11.000 medewerkers, beheert 470 openbare scholen. Voor de digitale leeromgeving kozen zij voor een hybride aanpak: de e-mail wordt verzorgd door Worldline (met redundante hosting in Noord-Frankrijk en de Auvergne), terwijl Leviia – een relatief klein Frans softwarebedrijf – NextCloud inzet voor bestandsdeling en samenwerking. ‘We willen een soevereine, open source-oplossing die we zelf kunnen beheren’, legt Giry uit. De data wordt gehost door Free Pro, waardoor alle gegevens binnen Europa blijven.De overstap was niet zonder uitdagingen. Zo eisten leraren opmerkelijk genoeg naast LibreOffice ook Microsoft Office ‘omdat leerlingen die software later in bedrijven zouden tegenkomen’. Toch blijft het doel duidelijk: ‘We willen niet langer zo afhankelijk zijn van de Amerikanen’, benadrukte Giry. De migratie van een half miljoen gebruikers is inmiddels afgerond, met verdere uitbreidingen op de planning.De Franse overheid zet sowieso breed in op digitale soevereiniteit. Zo schrapt ze Zoom en Microsoft Teams en vervangt deze door Visio, een open source-alternatief. Ook andere Franse regio’s en steden, zoals Lyon, Grenoble en Chamonix, volgen het voorbeeld van Île-de-France. Een aanpak die in schril contrast staat met wat we in Nederland tegenkomen. Hier zijn Office 365 en Google Workspace nog altijd heer-en-meester in onderwijsland.Giry benadrukt dat een volledige breuk met Microsoft niet van de ene op de andere dag kan. ‘We moeten stap-voor-stap werken. In ons geval is betrouwbaarheid cruciaal: alles moet 365 dagen per jaar functioneren.’ Voor de interne it van de regio blijft Office 365 voorlopig in gebruik, maar een herziening staat gepland voor 2028.NLNet Labs vertrekt bij GithubEerder al gaf ik in deze rubriek aan dat Github (onderdeel van Microsoft) een zeer overheersende positie heeft als het gaat om het hosten van softwareprojecten. NLNet Labs, een organisatie die zich bezig houdt met het ontwikkelen van open source-software en internetstandaarden, heeft de laatste tijd goed nagedacht over de plek waar zij hun code hosten. ‘Momenteel maken we gebruik van Github voor het hosten en publiceren van onze code, evenals voor het draaien van onze continue integratie (CI). Al enige tijd overwegen we echter om hiervan af te stappen’, schrijft de organisatie in een recent verstuurde nieuwsbrief. Dat heeft geleid tot een keuze voor Codeberg.Als non profit-organisatie sluit Codeberg veel beter aan bij wat de missie is van NLNet Labs, schrijft de organisatie. ‘Daarnaast voelen we ons, vanuit geopolitiek oogpunt, prettiger bij het hosten van onze code binnen de Europese Unie. Bovendien maken we ons zorgen over de sterke opmars van taalmodellen (llm’s) in ons dagelijks werk en willen we liever zelf beslissingen nemen.’De komende tijd zullen de projecten van NLNet Labs stapsgewijs naar dit platform worden verplaatst. ‘Dit zal een gecoördineerd (en enigszins geleidelijk) proces zijn, zodat we kunnen zorgen dat de migratie soepel verloopt. Op korte termijn zullen we Github-mirrors beschikbaar stellen voor iedereen die afhankelijk is van die URL’s. Het eerste project is al gemigreerd: Roto is nu te vinden op Codeberg.’ Roto is overigens een embedded scripting taal voor Rust.De grootste uitdaging bij deze overstap is het overzetten van de CI, aldus NLNet Labs. Door de  donatie van een server kan men nu zelf Forgejo Actions (workflow files) en Woodpecker (een CI/CD engine) draaien. ‘Zo kunnen we al onze CI-processen uitvoeren zonder de CI-runners van Codeberg te overbelasten.’office.eu richt zich op MKBNee, office.eu is geen poging van Microsoft of een partner van dit concern om Office 365 te verpakken als digitaal soevereine oplossing. Wat het wel is? Een nieuwe en op open source-technologie gebaseerde kantooromgeving van een in Den Haag gevestigde startup met Europese ambities.‘We hosten in Duitsland en gebruiken open source-oplossingen als basis om een zo intuïtief mogelijke kantooromgeving voor met name kleinere bedrijven en organisaties aan te bieden’, vertelt Maarten Roelfs, een van de oprichters. ‘Waar veel open source-projecten nog wel eens last van hebben, is een overdaad aan keuzes. Daar zitten de meeste kleinere ondernemers helemaal niet op te wachten. Die willen gewoon it die werkt en dan graag zo intuïtief mogelijk. Daarom zetten wij doelbewust heel veel functies uit. Als de klant verder in het adoptieproces is en er nieuwe wensen komen, kunnen we in overleg altijd extra functies weer aan zetten.’Interessant is dat office.eu ook nadrukkelijk kijkt naar mogelijkheden om op open source gebaseerde kantoorsoftware te combineren met branchegerichte functionaliteit. ‘We willen graag met ontwikkelaars van branchepakketten samenwerken. Die staan daar zeker voor open, want we merken dat veel van dit soort bedrijven nauwelijks meer marge kunen maken op de wederverkoop van Microsoft-oplossingen. Maar zij hebben wel de contacten binnen specifieke branches en beschikken over zeer relevante kennis van die branches – of het nu gaat om installateurs, fysiotherapeuten of transportbedrijven, noem maar op. Open source-kantoorsoftware in combinatie met hun branche-oplossing biedt serieuze kansen om het mkb naar digitaal soevereine cloudomgevingen te helpen.’Zoek Europese alternatievenOp zoek naar alternatieven voor hyperscaleroplossingen? Neem eens een kijkje bij European Tech Map. Hier is een – je zou bijna zeggen – Google-achtige zoekmachine te vinden om in de EU ontwikkelde applicaties en infrastructuuroplossingen te doorzoeken en te bekijken. Er zijn namelijk veel meer hoogwaardige Europese alternatieven dan we ons vaak realiseren. De stand staat bij deze portal inmiddels op ruim 1850 Europese IT-bedrijven uit 37 landen die oplossingen aanbieden in 87 categorieën.NIS2 en rode vlaggenIk spreek nogal wat bedrijven. Vaak via video calls. Dan gaan na enige tijd toch wat dingen opvallen. Discussies over digtale soevereiniteit worden dan vaak gevoerd via … jawel: Teams. Zoom is vaak niet toegestaan ‘want dat wil eerst dingen installeren en dat mag niet van IT’. Tools als Jitsi Meet kent al helemaal niemand.Vaak zijn de bedrijven die ik spreek onderdeel van wat wel de kritieke infrastructuur van Nederland wordt genoemd. Die vallen dus onder de Cyberbeveiligingswet ofwel NIS2. ‘Maar’, zo vraag ik aan het einde van dit soort calls eigenlijk steevast: ‘hoe zit het dan met jullie afhankelijkheid van niet-Europese hyperscalers? Moeten jullie dat op basis van NIS2 niet aanmerken als risicofactor?’ Meestal is het dan even stil, maar vaak volgt dan al snel een glimlach: ‘Ja. dat weten we. We werken er aan.’Dat klinkt als een dooddoener, maar dat is het vaak toch niet. Soms zijn de directies van deze organisaties wel degelijk van dit risico op de hoogte en heeft men reeds opdracht gegeven om alternatieven te ontwikkelen. Maar dat kost tijd. In andere gevallen is de glimlach wat meewarig. En volgt er als commentaar: ‘We hebben de directie hierover geïnformeerd, maar zij geloven de verhalen van de hyperscalers dat zij Europese soevereine alternatieven beschikbaar hebben. Ook maken directies nog wel eens opmerkingen als: zorg dat onze data versleuteld en veilig is, dan kunnen we altijd bij onze eigen gegevens. Zonder dat men zich realiseert dat er in het ergste geval helemaal geen technische infrastructuur meer is om bij die versleutelde data te komen’.Mijn conclusie tot nu toe? Het spreekwoordelijke kwartje begint bij steeds meer organisaties te vallen, maar we zijn er nog lang niet. En menig directie en it-afdeling schrikt van de enorme klus die geklaard moet worden. En toch zal het moeten – willen zij zich tenminste aan de wet houden.Tips voor een persoonlijke migratieOok privé moeten we natuurlijk stappen maken. Dat is prima te doen, voor wie de weg weet. Een paar tips:Voor wie privé weg wil bij Office 365 maar toch graag online teksten en spreadsheets gebruikt: Libre Office heeft het in 2022 gestaakte project rond een online-versie van dit officepakket opnieuw opgestart. Er is helaas nog geen datum voor de lancering. Een prima alternatief is Collabora Online.Op zoek naar een open source-oplossing om jouw eigen digitale boekenverzameling te beheren? Kijk eens naar Kavita.Goed nieuws voor iedereen die liever geen iPhone of Android telefoon meer gebruikt. Motorola gaat nauw samenwerken met GrapheneOS voor een zeer privacygerichte telefoon. En op LinkedIn deed Rik Viergever, Chief Operating Officer van Murena, de firma achter het Europese e/OS besturingssysteem voor smart phones, onlangs een oproep aan Europese banken en andere geïntereseerden om te zorgen dat bankapps zo snel mogelijk vlekkeloos draaien op e/OS. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Op ieder forum over alternatieven voor iOS en Android lees je namelijk steevast de bezorgde vraag: maar draait mijn banking app wel op e/OS, Sailfish enz.? Werk aan de winkel dus voor de Europese banken.
‘Uitstel Solvinity‑deal kan DigiD beschermen tegen VS‑wetgeving’
5 dagen
De overname van it-dienstverlener Solvinity door Kyndryl, waardoor het DigiD-platform onder de Amerikaanse invloedssfeer komt, is nabij. Een privacy-jurist van het ministerie heeft een alternatief plan voor DigiD ontwikkeld. Als het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) geen bezwaren tegen de voorgenomen transactie ziet, krijgt de regering Trump spoedig als het ware de sleutels in handen tot DigiD, MijnOverheid, eHerkenning en Digipoort. Binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de uitvoeringsorganisatie Logius, opdrachtgever van Solvinity, is hierover grote onrust ontstaan. Een privacy-jurist van het ministerie heeft op persoonlijke titel een alternatief plan ontwikkeld. Maar de ambtelijke top van BZK wil daar niets van weten. De secretaris-generaal wenst de overname door te laten gaan, zeggen bronnen. Maar dan met mitigerende voorwaarden die de privacy en continuïteit van DigiD verbeteren.  Geen soelaas It-experts hebben in een gesprek met de Kamercommissie Digitale Zaken al laten weten dat deze verzachtende maatregelen weinig soelaas en zeker geen garanties bieden. Gezien de huidige architectuur is het platform technisch niet zodanig dicht te zetten dat de leverancier niet meer bij data/persoonsgegevens zou kunnen komen of de beschikbaarheid zou kunnen beïnvloeden. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft grote bezwaren tegen een Amerikaanse overname. Grootste potentiële gevaar is dat de regering in Washington in de toekomst na een conflict met Nederland het DigiD-platform uitschakelt met alle gevolgen van dien.  Oplossing In een uiterste poging om zo’n doemscenario af te wenden heeft Pieter van Oordt, chief privacy officer van Logius, een oplossing uitgewerkt die de persoonlijke gegevens bij de overheid beschermt en het gebruik van DigiD niet buiten Nederland of de EU laat komen.  De oplossing is met partijen te overleggen over het uitstellen van de overname met enkele maanden. Die tijd is nodig totdat het platform met DigiD (en andere genoemde diensten) is weggehaald bij Solvinity. Per augustus kan de Britse investeerder VP dan de beoogde exit doen, echter zonder DigiD. Ter compensatie voor het uitpellen van het DigiD-platform moet de Nederlandse Staat wel met een schadevergoeding komen.  Maar volgens Van Oordt wegen deze kosten niet op tegen eventuele toekomstige kosten en de impact op de Nederlandse samenleving van Amerikaanse overheidsbemoeienis met DigiD. Ook bespaart men de kosten van de mitigerende maatregelen. Om in het gesprek met de eigenaren van Solvinity het initiatief te kunnen behouden wordt Solvinity eerst geïnformeerd over de juridische consequenties van het niet willen meewerken aan de exitstrategie en het uitstel van de overname.  Achterdeur Van Oordt meent dat het doorzetten van de verkoop een onrechtmatige daad is (waarschijnlijk), omdat hiermee direct een ‘achterdeur’ in het platform wordt gezet waardoor de privacy en continuïteit van DigiD niet meer te garanderen zijn. Volgens Van Oordt voorziet zijn aanpak in 100% behoud van soevereiniteit, autonomie en beschikbaarheid van DigiD. De privacy-officer van Logius zal zich met de openbaring van zijn plan niet populair maken bij de ambtelijke top van BZK. Al sinds begin november, toen de overname van Solvinity door Kyndryl bij Logius bekend werd, probeert hij dit alternatief onder de aandacht te brengen. Maar de ambtelijke top heeft er geen oren naar, want die vindt dat de verkoop gewoon moet doorgaan inclusief het DigiD-platform. Van Oordt is ook verboden zijn plan aan de toenmalige staatssecretaris Eddie van Marum en diens opvolger Eric van der Burg toe te lichten. Hij hoopt nu op response vanuit de Tweede Kamer. Op LinkedIn heeft hij al honderden reacties gekregen. 
5 manieren waarop gemeenten gen-ai gebruiken
6 dagen
Steeds meer gemeenten gebruiken generatieve ai-toepassingen. Vooral voor taken binnen de interne bedrijfsvoering, zoals het automatisch schrijven, samenvatten en analyseren van teksten, wordt naar generatieve ai-toepassingen gegrepen. We zetten de belangrijkste taken waar ai wordt ingezet op een rij. Waar ai enkele jaren geleden nog gold als experimenteel terrein is het inmiddels doorgedrongen tot de kern van de gemeentelijke bedrijfsvoering, blijkt uit de AI Monitor 2025 van M&I Partners waar dertig Nederlandse gemeenten aan meewerkten. Computable tekende eerder al op dat duidelijke kaders en aandacht voor digitale soevereiniteit achterblijven. In dit artikel noemen we de vijf belangrijkste gebieden waarop gemeenten generatieve ai inzetten. 1. Samenvatten, analyseren en informatie verwerkenGemeenten gebruiken ai intensief om grote hoeveelheden informatie te verwerken. Toepassingen zijn onder meer: Samenvatten van beleidsstukken, rapporten en verslagen. Vergelijken en analyseren van omgevingsplannen. Analyseren van enquêtes en peilingen. Zoeken naar relevante bronnen en verwijzingen. Signaleren van inconsistenties of verouderde beleidsinformatie. Deze toepassingen leveren volgens de ondervraagden directe tijdwinst op en helpen medewerkers sneller tot onderbouwde adviezen te komen. 2. Ondersteuning Ai fungeert ook steeds vaker als een digitale collega die de effectiviteit van ambtenaren vergroot en werkondersteuning biedt. Gemeenten zetten ai in voor het plannen, structureren en creëren van overzicht, brainstormen en genereren van ideeën. Ook het voor het maken van procestekeningen en voor ondersteuning bij programmeren en coderen schakelen ambtenaren de hulp van generatieve ai in. Denk ook aan het genereren van afbeeldingen voor interne communicatie. Zo verschuift ai van puur tekstverwerking naar bredere werkondersteuning. 3. Tekstproductie en schrijfondersteuningGeneratieve ai wordt veel gebruikt voor schrijfwerk, zoals het herschrijven en verbeteren van teksten. Het aanpassen van mails en brieven naar B1‑taalniveau is ook een populaire taak waarbij gen-ai wordt ingezet. Ook het opstellen van presentaties en schrijven van vacatureteksten. Vooral het herschrijven naar begrijpelijke taal wordt gezien als waardevolle ondersteuning richting inclusieve communicatie, blijkt uit het onderzoek. 4. Chatbots en assistentenGemeenten ontwikkelen steeds vaker ai‑gestuurde assistenten voor interne en externe dienstverlening. Zoals chatbots voor klantcontactcenter‑medewerkers (kcc). Chatbots voor interne servicedesks en agents voor het genereren van bewonersbrieven. Deze toepassingen moeten de druk op frontoffice‑teams verlagen en de responstijd verbeteren. 5. Data- en informatieanalyseTot slot wordt ai ingezet voor het analyseren van complexe datasets en juridische informatie: Data‑analyse voor beleid en uitvoering. Ophalen en interpreteren van relevante wetgeving. Analyseren van grote hoeveelheden tekst- of beleidsdata. Hiermee ontstaat een fundament voor datagedreven werken, al blijft de volwassenheid sterk wisselen per gemeente.
Salarisgroei ict-sector blijft achter; loyaliteit slecht beloond
6 dagen
In de Nederlandse ict‑sector groeit het salaris van medewerkers minder hard dan de cao‑lonen. Dat blijkt uit een onderzoek onder circa 450 ict’ers, uitgevoerd eind 2025 op initiatief van FNV IT, met medewerking van de vakbonden CNV, De Unie en Computable. De uitkomsten laten zien dat salarisontwikkeling sterk afhangt van factoren als leeftijd, bedrijf, loyaliteit en gender. Een centrale conclusie uit het ‘Salarisonderzoek in de ICT 2025’ is dat de autonome salarisontwikkeling (dus exclusief promoties, functiewijzigingen of extra uren) bij veel ict‑bedrijven duidelijk achterblijft bij de cao‑loongroei. Vooral bedrijven met een relatief oudere medewerkerspopulatie scoren laag. Alleen organisaties met veel jonge medewerkers laten gemiddeld hogere jaarlijkse stijgingen zien. Daarmee ontstaat binnen de sector een structureel verschil tussen medewerkers die vaak van baan wisselen en collega’s die langjarige loyaliteit tonen. Vooral die laatste groep blijkt financieel in het nadeel. Gemiddelde uurloontarieven en verschillen per bedrijf Het gemiddelde uurloon onder de bijna 450 respondenten bedraagt 37,76 euro, ofwel 1,55 keer modaal. Dat ligt ruim boven het nationale gemiddelde uurloon van 27,10 euro. Toch laten bedrijven grote onderlinge verschillen zien. Bij enkele grote it‑dienstverleners, waaronder Capgemini, Atos en DXC, liggen de gemiddelde uurloontarieven onder het sectorgemiddelde. Atos laat wel sinds 2024 een duidelijke stijging zien doordat het bedrijf besloot de verhogingen uit de ICK‑cao te volgen. Booking.com vormt de meest opvallende uitschieter in het onderzoek: de salarisgroei ligt daar ver boven die van andere bedrijven. Volgens de onderzoekers wijst die trend op agressieve arbeidsmarktconcurrentie. Sterk leeftijdsgebonden salarisverloop Salarissen stijgen het snelst tot ongeveer veertig jaar. Daarna vlakt de groei af. Medewerkers tussen de 45 en 55 jaar zitten gemiddeld rond de veertig euro per uur, met een lichte piek rond de 43 euro op vijftigjarige leeftijd. Voor hoger opgeleiden met een PhD ligt die piek wat eerder, rond hun 45e. Voor ict’ers boven de 55 jaar is het beeld ronduit ongunstig: hun salarisstijging over de afgelopen tien jaar bleef gemiddeld zelfs achter bij de inflatie. Het onderzoek benadrukt dat de sector hierdoor in toenemende mate een generatiekloof laat zien, waarbij jongere medewerkers sneller groeien en oudere collega’s structureel achterblijven. Loyaliteit kost geld Een tweede duidelijke trend is dat loyaliteit aan één werkgever financieel nadelig uitpakt: wie langer dan tien jaar bij dezelfde werkgever werkt, blijft meestal onder de cao‑ontwikkeling en wie meer dan twintig jaar blijft, groeit gemiddeld zelfs minder dan de inflatie. De enige manier waarop medewerkers hun koopkracht op peil houden, is door regelmatig van baan te veranderen. Boven de 45 jaar blijkt dat echter moeilijker, waardoor vooral oudere ict’ers in de knel komen. Bij bedrijven met hogere autonome loongroei is het gemiddelde personeelsbestand aanzienlijk jonger. Alle bedrijven met een groei boven 3,5 procent hebben een gemiddelde leeftijd onder de vijftig jaar. Structurele genderkloof zichtbaar in vrijwel alle functiegroepen Een van de meest opvallende uitkomsten is de genderkloof in salaris. Vrouwen verdienen gemiddeld 17 procent minder per uur dan mannen. Het verschil blijft zichtbaar in vrijwel alle leeftijds- en opleidingscategorieën: Bij HBO-geschoolden verdienen vrouwen gemiddeld 73 procent van hun mannelijke collega’s; Alleen bij PhD‑niveau ligt de kloof kleiner; In specifieke gevallen komt de kloof zelfs omgekeerd voor, zoals bij IBM Nederland (Amsterdam), waar vrouwelijke PhD’ers gemiddeld meer verdienen dan mannelijke PhD’ers. Deze verschillen blijken deels voort te komen uit functie‑indeling: vrouwen zijn in sommige bedrijven vaker te vinden in lager betaalde functies. Kindwens Dat er in de ict-sector een duidelijke genderkloof bestaat, blijkt ook uit het percentage vrouwelijke respondenten in de it dat een kind heeft: dat ligt beduidend lager dan het percentage van hun mannelijke collega’s. Vrouwen met een kindwens kiezen er regelmatig voor de harde ict-sector te verlaten en te gaan werken in een sector waar ook it-banen zijn, maar arbeidsvoorwaarden beter geregeld zijn. ‘Vrouwen met een kindwens stappen dan over naar de zorg, overheid of financiën. Allemaal sectoren met cao’s en transparantere arbeidsvoorwaarden’, licht Ger Klinkenberg, FNV-bestuurder en initiafnemer van dit salarisonderzoek, toe. OnderzoekDit onderzoek, waaraan 450 ict’er meededen, is eind 2025 mede op initiatief van FNV IT en met medewerking van vakbonden CNV en De Unie en vakblad Computable uitgevoerd. Ongeveer tweederde van de respondenten is FNV-lid; een kwart is geen lid van een vakbond. Beoordeel je ict-werkgever of opleider!Wie zijn de beste ict-werkgevers en -opleiders van Nederland? Voor de Computable Career Guide 2026 verzamelt de redactie ervaringen uit de praktijk. Jouw mening is belangrijk. Doe daarom mee (anoniem) aan deze onderzoeken. De vragenlijsten invullen duurt ongeveer 6 minuten. Wie mee doet, maakt kans op één van de vijf Bol waardebonnen van vijftig euro.Beoordeel je werkgever.Beoordeel je opleider.
CNV en De Unie akkoord met ICK-cao 2026/27; FNV tegen
6 dagen
De NLdigital Werkgeversvereniging heeft een akkoord bereikt met CNV en de Unie voor de cao voor de informatie-, communicatie- en kantoortechnologiebranche (ICK-cao) 2026/27. Het gaat onder meer om een salarisverhoging van 3 procent. De leden van vakbond FNV stemden tegen. Over de gehele looptijd van twaalf maanden van de ICK-cao 2026/27 is een totale salarisverhoging van 3 procent afgesproken. Per 1 april 2026 wordt het loon met 1,5 procent verhoogd en per 1 januari 2027 komt er nog eens 1,5 procent bij. Op andere onderwerpen bewegen de werkgevers zeer beperkt. Aan het opnemen in de cao van een minimum voor de reiskosten per kilometer en het verkorten van de eigen reistijd, gebeurt ook dit jaar niets. De Regeling Vervroegde Uittreding (RVU), die het voor werknemers mogelijk maakt om maximaal 3 jaar vóór hun AOW-leeftijd te stoppen met werken, keert niet terug.   Desondanks sloten CNV en De Unie hun ledenraadpleging af met een positief stemresultaat. De leden van de FNV hebben tegen het eindbod van de NLdigital Werkgeversvereniging gestemd. De cao ICK is met name bedoeld voor bedrijven uit de hardwaresector. Het merendeel van de leden van de NLdigital Werkgeversvereniging valt er onder; denk aan grote bedrijven als Ericsson, Ricoh, Canon, Xerox en HP. Maar ook diverse kleinere bedrijven en zogeheten volgers hanteren de cao ICK: dat zijn bedrijven die de overeenkomst wel overnemen maar niet rechtstreeks meepraten aan de onderhandelingstafel. Ook ict-concern Atos volgt sinds kort ten dele deze cao.
Slackbot krijgt ruim dertig nieuwe functies
6 dagen
Salesforce introduceert meer dan dertig nieuwe functies voor Slackbot, de ingebouwde digitale assistent in Slack, ontworpen om gebruikers te helpen met vragen, taken en automatisering binnen het platform. Volgens Salesforce verandert de assistent met de aanpassingen van een persoonlijke helper in een collega die een groter deel van het werk ondersteunt. Slack wordt volgens het concern hiermee de plek waar medewerkers informatie vinden, taken uitvoeren en apps benaderen. Volgens Salesforce‑cto Parker Harris moet Slackbot vooral zorgen voor soepelere samenwerking en snellere afhandeling van terugkerende werkzaamheden. De nieuwe functies bestrijken verschillende onderdelen van het werk. Zo kan Slackbot vergaderingen transcriberen en automatisch notities maken. Op het bureaublad volgt de assistent wat gebruikers doen en kan de bot handelingen uitvoeren in gekoppelde bedrijfsapplicaties. Teams kunnen daarnaast eigen ai‑vaardigheden definiëren die Slackbot automatisch inzeten wanneer een prompt daarmee overeenkomt. Ook is Slackbot gekoppeld aan Agentforce van Salesforce en andere interne agents en apps, zodat medewerkers taken kunnen starten zonder te weten welk systeem deze afhandelt. Voor kleinere bedrijven kan Slackbot klantgegevens bijhouden door gesprekken en activiteiten te analyseren. Verder kunnen Salesforce‑klanten hun klantprocessen via natuurlijke taal in Slack aansturen. Slackbot leert bovendien van eerder gedrag en past zich daarop aan, aldus het softwareconcern.
FME slaat alarm: digitalisering in mkb blijft achter  
6 dagen
De metaalwerkgevers verenigd in de FME maken zich zorgen over het uitblijven van grootschalige digitalisering in het mkb. En dat terwijl de productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt. De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven, stelt Theo Henrar, voorzitter van FME. Om die reden heeft FME de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026–2028 opgesteld. Henrar overhandigde die agenda tijdens een bedrijfsbezoek bij Festo aan minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat). De agenda bevat een concreet uitvoeringsprogramma waarmee mkb-bedrijven hun productiviteit met 15 tot 25 procent kunnen verhogen door slimme inzet van digitalisering, ai en werkplekinnovatie. Deze productiviteitsagenda kiest nadrukkelijk voor inzet van bestaande technologie boven experiment. Geen nieuwe ideeën, maar de nadruk op veranderprojecten die voor het gros van de maakbedrijven snel renderen. Technologie, organisatie en menselijk kapitaal worden hierbij integraal benaderd. De urgentie is groot, aldus Henrar. De maakindustrie draagt jaarlijks ruim 116 miljard euro bij aan de Nederlandse economie, maar de productiviteitsgroei stagneert. Tegelijkertijd erkent een overgrote meerderheid van de industriële mkb‑bedrijven het belang van digitalisering. Toch blijft daadwerkelijke implementatie achter: plannen genoeg, maar weinig meetbare resultaten op de werkvloer. De agenda omvat onder meer een Blauwdruk Digitale Fabriek. Met deze praktische stappenplannen en referentiearchitecturen kunnen bedrijven gestructureerd transformeren: van standaardisatie en modularisatie naar digitalisering en robotisering.
Met eSim voor iot is SGP.32 een feit
6 dagen
BLOG – De belofte van de eSim (embedded sim) bestaat sinds jaar en dag: flexibiliteit, geen fysieke simkaarten meer en eenvoudig wisselen tussen mobile network operators. In de consumentenmarkt heeft deze technologie zijn plek gevonden, met de travel sims als voorbeeld. Voor de internet-of-things (iot)-wereld bleef brede adoptie uit omdat de complexiteit van devices zonder scherm of gebruikersinterface implementatie te lastig maakt. Daar komt nu verandering in. Tijdens de Mobile World Congress (MWC) is een ontwikkeling die al geruime tijd in de maak was, formeel voor de markt geïntroduceerd: SGP.32, de eSim-standaard voor iot. Deze norm maakt het mogelijk om op schaal en op afstand connectiviteit te beheren, zonder fysieke handelingen en met aanzienlijk meer flexibiliteit in het gebruik van diverse operators. Waarom is dit zo relevant voor de iot-industrie en in hoeverre is deze standaard vandaag al toe te passen? Smartphones Vrijwel iedereen die dit leest, heeft weleens van eSim gehoord. Nieuwe smartphones en tablets zijn er standaard mee uitgerust en laten het steeds vaker níét toe om een fysieke simkaart te plaatsen. Het apparaat bevat de functionaliteit van de simkaart dus al intern. Voorheen werd een eSim geactiveerd via een activatie- of qr-code (SGP.22), en tegenwoordig ook via apps (SGP.22+). Vaak wordt gezegd dat een eSim wordt ‘gedownload’, maar feitelijk gaat het om het laden van een profiel van een operator op een radiomodule (silicon) in het apparaat. Het grote voordeel van eSim is dat meerdere profielen op één apparaat zijn te gebruiken. Veel gebruikers hebben bijvoorbeeld tijdens reizen buiten Europa een lokaal data-abonnement toegevoegd en later weer verwijderd. Voor iot-apparatuur ligt dat anders. Deze apparaten hebben geen scherm, geen camera en geen apps. Het scannen van een qr-code of installeren van een app is dus niet mogelijk. Daarom was een nieuwe methode nodig om profielen beschikbaar te stellen, en dat is precies waarvoor SGP.32 is ontwikkeld. Hosting profile De voordelen van SGP.32 voor de iot-industrie zijn vergelijkbaar met die voor smartphones en tablets. Naast een zogenaamd hosting profile zijn meerdere profielen toe te voegen en over-the-air te beheren. De onderliggende techniek is complex, maar de impact is groot. Een van de belangrijkste – en vaak onderschatte – voordelen is zero-touch provisioning. Veel iot-apparaten worden geïnstalleerd op moeilijk bereikbare locaties. De mogelijkheid om configuraties pas na installatie op afstand door te voeren, is dan essentieel. Geen voorafgaande configuratie meer in de fabriek of werkplaats, maar volledige flexibiliteit op locatie. Daarnaast maakt deze standaard wereldwijde inzet eenvoudiger. In plaats van afhankelijk te zijn van één operator en diens zonetarieven, is per land of regio het (indien gewenst automatisch) geschiktste profiel te kiezen en over-the-air te activeren. Dit biedt niet alleen flexibiliteit, maar ook directe kostenoptimalisatie. Tot slot speelt security een rol. Met elke nieuwe standaard worden ook de beveiligingsmogelijkheden uitgebreid, onder andere door ondersteuning van meerdere secure communication protocols en verbeterde controle over toegang en beheer. Realiteit Hoewel we eSim vaak associëren met embedded hardware, is de realiteit dat een groot deel van de iot-apparatuur nog jarenlang gebruik zal maken van fysieke simkaarten. Gelukkig heeft de voorloper van SGP.32, namelijk SGP.22+, al een bewezen tussenoplossing. Hierbij functioneert een fysieke simkaart als een embedded eSim. Op deze kaart wordt een hosting profile geplaatst, waarna extra profielen zijn toe te voegen, volgens SGP.32. Dit maakt het mogelijk om bestaande hardware toch te laten profiteren van de voordelen van eSim. Buiten het zicht Veel technologische standaarden ontwikkelen zich buiten het zicht van de eindgebruiker. We zien de marketingtermen – terwijl de onderliggende veranderingen grote impact hebben. Hardware moet worden aangepast, ecosystemen moeten zich ontwikkelen en organisaties moeten hun processen herzien. Maar de richting is duidelijk. Met de groei van iot-toepassingen neemt de behoefte aan flexibiliteit, schaalbaarheid en kostenbeheersing alleen maar toe. SGP.32 biedt hiervoor een structurele oplossing en haalt een knelpunt uit de markt. Wat vandaag als innovatie wordt gepresenteerd, zal binnen enkele jaren de norm zijn. De partijen die nu al inspelen op deze ontwikkeling, bouwen daarmee een voorsprong op — zowel technisch als commercieel. Jan Buis, manager business development Genexis
Baan en Nederlof sluiten pact tegen esg-software uit VS
1 week
Ict-nestors Jan Baan en Ad Nederlof hebben de handen ineengeslagen voor een alternatief voor de esg-software van Amerikaanse aanbieders. Hun tool ESG Collect & Report biedt software voor het verzamelen en extern publiceren van informatie over duurzame bedrijfsvoering, zonder dat die data in handen komen van een leverancier uit de VS.   Esg staat voor: environmental, social en governance, oftewel: milieu, maatschappij en bestuur. Het slaat op de toenemende verplichting van bedrijven om gegevens over de duurzaamheid van hun bedrijfsvoering te publiceren. Volgens Baan en Nederlof vinden veel grote organisaties het verzamelen en extern publiceren van die informatie lastig. Het duo wijst erop dat dit nu vaak versnipperd plaatsvindt. Bijvoorbeeld in Excel‑bestanden. Ook kunnen data vaak pas verzameld worden na allerlei interne verzoeken, benadrukken ze. Baan en Nederlof vinden dat het huidige geopolitieke ict-landschap een risico vormt waarin gevoelige bedrijfsinformatie in handen komt van Amerikaanse leveranciers van esg-software die op dit moment de Europese markt domineren. Vandaar dat ze nu de markt op gaan met een Europees alternatief. Dat gebeurt via Tangelo Software, aanbieder van onder meer een applicatie voor het maken van jaarverslagen. Dat bedrijf is onderdeel is van de Vanad Groep, een conglomeraat van ict- en softwarebedrijven van oprichter Ad Nederlof. Jan Baan tekende met Rappit voor de ontwikkeling van de software. Rappit is het bedrijf waar zijn zoon Ardjan Baan ceo is en Baan als oprichter en voorzitter aan verbonden is. Ad Nederlof Vriendschap Jan Baan en Ad Nederlof kennen elkaar goed. Ze bouwden een jarenlange vriendschap op in de vorige eeuw toen Baan wereldwijd furore maakte met erp-softwareleverancier Baan Company en Nederlof onder meer topfuncties bekleedde bij Oracle en Genesys. Volgens het duo brengt hun oplossing ‘de ontbrekende schakel’ in de esg-keten doordat deze oplossing organisaties kan helpen om ‘betrouwbaar, controleerbaar en volgens Europese en internationale ISSB standaarden data te verzamelen én te publiceren.’ Ze zeggen in te springen op het gat tussen dataverzameling en externe rapportage door met hun software bedrijven te beoordelen op duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en goed bestuur.  Jan Baan Als tweede reden om samen te werken, noemen de ict-iconen ‘de groeiende afhankelijkheid van Amerikaanse software voor gevoelige bedrijfsinformatie.’ Veel organisaties zijn volgens hen zoek naar Europese alternatieven op het gebied van governance, databescherming en publieke infrastructuren. Volgens Nederlof geeft ESG Collect & Report bedrijven controle over hun eigen data. ‘Met deze software kunnen deze data makkelijk worden ontsloten naar de markt toe, bijvoorbeeld middels publicatie in het jaarverslag.’ Baan voegt toe: ‘We zien dagelijks hoe groot de behoefte is aan innovatieve, toekomstbestendige software. Daarom hebben Ad en ik, met duurzaamheid hoog op de agenda, de handen ineengeslagen.’ Volgens Baan kunnen klanten moderne applicaties realiseren die klaar zijn voor ai-toepassingen. SAP en OracleDe markt voor esg-software in de Verenigde Staten wordt gedomineerd door een mix van gevestigde bedrijfssoftwarebedrijven en gespecialiseerde saas-aanbieders die zich richten op databeheer, rapportage (cdrd/sec), en CO2-boekhouding. De leveranciers leggen verschillende accenten in hun reportages, sommigen zijn meer gericht op wet- en regelgeving, andere meer op klimaat en CO2-uitstoot. Ook beschikken grote erp-softwareleveranciers als SAP en Oracle over eigen esg-platformen die vaak geïntegreerd zijn in de erp-suite. Computable CaféComputable sprak Ad Nederlof en Jan Baan in een serie gesprekken in Computable Café over onder meer Silicon Valley, innovatie en ondernemerschap.
Kort: Twee datablunders Anthropic in één week, vernieuwde HP LaserJet‑lijn (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Datablunders bij Anthropic, Europese samenwerking Distology en Snyk, vernieuwde Laserjet-lijn HP, waarschuwingen voor besmette npm- en Python‑packages en ABP kapt met beleggen in Palantir. Anthropic zet broncode Claude Code en info over Mythos per ongeluk online Ai-specialist Anthropic heeft per ongeluk de volledige broncode van zijn programmeertool Claude Code online gezet. Het gaat om circa 1.900 bestanden en ruim 512.000 regels code, aldus De Volkskrant. Een securityonderzoeker ontdekte dat de code publiek te downloaden was, waarna kopieën snel op GitHub verschenen. Het bedrijf spreekt van een menselijke fout. Volgens zakenblad Fortune werd ook eerder in dezelfde week interne documentatie over een nieuw model, Mythos, openbaar door een verkeerd geconfigureerde databank. Hierdoor krijgt de concurrentie inzicht in de werking van het systeem en in ontwerpkeuzes die normaal vertrouwelijk blijven Distology gaat Snyk‑oplossingen distribueren in Noord‑Europa Het Britse Distology gaat de ai‑securityproducten van het in Boston gevestigde Snyk distribueren in het VK, de Benelux en de DACH‑regio. De distributeur voegt het Snyk AI Security Platform en Agent Security toe aan zijn aanbod om wederverkopers te helpen profiteren van de groeiende vraag naar applicatiegerichte ai-security. Het platform van Snyk is ontworpen om ontwikkelaars te ondersteunen kwetsbaarheden te identificeren en op te lossen terwijl ze code schrijven. Op deze manier worden problemen vroegtijdig opgespoord, voordat ze later in de levenscyclus complexer en duurder worden om op te lossen. HP vernieuwt LaserJet‑lijn met focus op snelheid en beveiliging HP heeft tijdens Imagine 2026 nieuwe LaserJet‑modellen aangekondigd voor het mkb en grotere organisaties. De LaserJet Pro 4000/4100‑serie richt zich op kleinere bedrijven en biedt snelle dubbelzijdige prints, lagere kosten door efficiëntere TerraJet‑toner en quantum-resistente beveiliging. De Enterprise 5000/6000‑serie is bedoeld voor intensief gebruik in grotere organisaties en levert hoge print- en scansnelheden, ai‑gestuurde workflowoptimalisatie en uitgebreide beveiliging via HP Wolf Enterprise Security. Beide series zijn energiezuinig en ondersteunen certificeringen zoals Epeat Gold, Blue Angel en Energy Star. Hiermee wil HP het beheer van printomgevingen verder vereenvoudigen en beter laten aansluiten op digitaliserende werkprocessen. NCSC waarschuwt voor besmette npm- en Python‑packages Het Nationaal Cyber Security Centrum waarschuwt softwareontwikkelaars voor gecompromitteerde npm‑ en Python‑packages. Aanvallers hebben onder meer de vulnerabilityscanner Trivy en de veelgebruikte HTTP‑library Axios voorzien van malware. Hierdoor kunnen kwaadwillenden inloggegevens en andere gevoelige data buitmaken en via die toegang verdere systemen compromitteren, aldus vakwebsite Security.nl. Volgens het NCSC worden gestolen gegevens mogelijk gebruikt voor afpersing of doorverkocht aan andere criminelen. Ontwikkelaars wordt aangeraden actie te ondernemen en hun omgeving te controleren. ABP stopt belegging in Palantir vanwege zorgen over inzet software Pensioenfonds ABP beëindigt uit ethische overwegingen zijn investering in het Amerikaanse Palantir Technologies, meldt het FD. Palantir levert analysetools aan onder meer de Amerikaanse immigratiedienst ICE en het Israëlische leger. Amnesty International uit al langere tijd zorgen over mogelijke mensenrechtenschendingen bij het gebruik van deze software. ABP had afgelopen najaar nog 825 miljoen euro in het bedrijf belegd, maar zegt dat het “maatschappelijk verantwoord” wil investeren. Het fonds, dat het pensioen beheert voor onder meer ambtenaren, leraren en militairen, stopte eerder ook met beleggingen in bedrijven, zoals Booking.com en Airbnb, die betrokken zijn bij omstreden activiteiten in Israëlische nederzettingen.
NSDC: Nederlandse datacenters achtergesteld bij Amerikaanse hyperscalers
1 week
De Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC) constateert een groot verschil in behandeling tussen Nederlandse en niet‑Europese datacenters. Nederlandse datacenters krijgen nauwelijks nog vergunningen, terwijl recent zeven nieuwe vergunningen voor Amerikaanse hyperscalers zijn afgegeven.René Corbijn, directeur van de onlangs opgerichte NSDC, vraagt staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Zaken & Soevereiniteit) om deze ten achterstelling ongedaan te maken. Volgende week woensdag debatteert de Tweede Kamer met de D66-staatssecretaris over de digitale infrastructuur. De NSDC dringt er bij de regering op aan om een nationale aanpak datacenters en datakabels op te stellen. De Kamerleden Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) hebben daar eind maart in een motie om gevraagd. Planning en regie op de ruimte zijn volgens hen hard nodig.Corbijn vraagt om snelle uitvoering van deze motie. Niet alleen is het aanscherpen van criteria vereist, maar Nederland moet vooral kiezen welke datacenters wél nodig zijn. De NSDC wil ruimte voor overheidsdatacenters, soevereine colocaties en regionale datacenters. Deze belangenorganisatie pleit voor herziening van de Datacenterstrategie uit 2022. Soevereine Rijkscloud Aandacht wordt gevraagd voor de meerjarige behoefte aan soevereine capaciteit. Er moet ruimte komen voor een soevereine Rijkscloud in 2030. Want zonder soevereine datacentercapaciteit is er geen digitale soevereiniteit, aldus Corbijn. Nodig is ook een integrale visie op de volledige digitale stack, waaronder zeekabels, datacenters, cloud en ai-faciliteiten. Corbijn: ‘Belangrijk is te voorkomen dat nieuwe infrastructuur opnieuw door niet‑Europese partijen wordt gebouwd of beheerd.’Grinwis zegt hierover in de motie: ‘Hyperscalers dragen beperkt bij aan de Nederlandse economie, maar verbruiken wel schaarse ruimte en capaciteit die nodig is voor zorg, overheid en andere vitale sectoren.’
Hacktivisme draait steeds meer om psychologische ontwrichting
1 week
Hacktivistische aanvallen verschuiven van technische verstoring naar beeldvorming. Zoals recent in Noorwegen, waar op afstand een klep van een waterdam werd geopend met als doel publieke onrust te veroorzaken. Of zoals ddos-aanvallen die het vertrouwen in Europese instellingen moeten helpen ondermijnen.Hacktivisme heeft een nieuwe gedaante aangenomen, en technische schade is niet langer het voornaamste doel. Dat is een van de centrale bevindingen uit de Security Navigator 2026 van Orange Cyberdefense.Waar vroeger een gehackte homepage of platgelegde website het einddoel was, gaat het vandaag steeds vaker om zichtbaarheid, mediagenieke acties en maatschappelijke onrust. Grijs gebied Volgens de experts van Orange Cyberdefense opereert een nieuwe generatie hacktivisten in een grijs gebied tussen onafhankelijk activisme en staatsinvloed. Groepen als NoName057(16) en Killnet presenteren zichzelf als autonoom, maar hun acties sluiten opvallend nauw aan bij de geopolitieke agenda van specifieke landen. Een formele aansturing ontbreekt, maar de ruimte om te opereren wordt hen kennelijk gegund.Eigenlijk is de term hacktivisme intussen achterhaald, vindt Charl van der Walt, head of security research bij Orange Cyberdefense. ‘Het draait niet om het maken van een statement, maar om het bewust aanwakkeren van angst en onzekerheid. Daarachter zit een duidelijke strategische agenda. Het heeft weinig meer met digitaal activisme te maken.’ Waterdruk gemanipuleerd in Canada Uit het onderzoek blijkt dat hacktivistische groepen zich steeds vaker richten op industriële controlesystemen, met beperkte technische schade maar grote symbolische impact. In Noorwegen werd een waterklep op afstand geopend, in Canada werden waterdruk en landbouwsensoren gemanipuleerd. In Europa zetten groepen ddos-campagnes in tegen publieke diensten, niet om geld te verdienen, maar om vertrouwen in instellingen te ondermijnen. Een opvallende tactiek: hacktivisten delen schermopnames van vermeend geslaagde aanvallen op systemen totdat duidelijk wordt het doelwit nep was. Maar juist dat creëert verwarring en onrust. Van der Walt stelt dat alleen technische maatregelen niet volstaan. Samenwerking tussen overheden en vitale sectoren, en heldere communicatie richting burgers, worden even essentieel. ‘Het beveiligen van systemen en het beschermen van vertrouwen in de samenleving zijn niet meer los van elkaar te zien.’

Pagina's

Abonneren op computable