computable

130 nieuwsberichten gevonden
FME slaat alarm: digitalisering in mkb blijft achter  
10 uur
De metaalwerkgevers verenigd in de FME maken zich zorgen over het uitblijven van grootschalige digitalisering in het mkb. En dat terwijl de productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt. De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven, stelt Theo Henrar, voorzitter van FME. Om die reden heeft FME de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026–2028 opgesteld. Henrar overhandigde die agenda tijdens een bedrijfsbezoek bij Festo aan minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat). De agenda bevat een concreet uitvoeringsprogramma waarmee mkb-bedrijven hun productiviteit met 15 tot 25 procent kunnen verhogen door slimme inzet van digitalisering, ai en werkplekinnovatie. Deze productiviteitsagenda kiest nadrukkelijk voor inzet van bestaande technologie boven experiment. Geen nieuwe ideeën, maar de nadruk op veranderprojecten die voor het gros van de maakbedrijven snel renderen. Technologie, organisatie en menselijk kapitaal worden hierbij integraal benaderd. De urgentie is groot, aldus Henrar. De maakindustrie draagt jaarlijks ruim 116 miljard euro bij aan de Nederlandse economie, maar de productiviteitsgroei stagneert. Tegelijkertijd erkent een overgrote meerderheid van de industriële mkb‑bedrijven het belang van digitalisering. Toch blijft daadwerkelijke implementatie achter: plannen genoeg, maar weinig meetbare resultaten op de werkvloer. De agenda omvat onder meer een Blauwdruk Digitale Fabriek. Met deze praktische stappenplannen en referentiearchitecturen kunnen bedrijven gestructureerd transformeren: van standaardisatie en modularisatie naar digitalisering en robotisering.
Met eSim voor iot is SGP.32 een feit
12 uur
BLOG – De belofte van de eSim (embedded sim) bestaat sinds jaar en dag: flexibiliteit, geen fysieke simkaarten meer en eenvoudig wisselen tussen mobile network operators. In de consumentenmarkt heeft deze technologie zijn plek gevonden, met de travel sims als voorbeeld. Voor de internet-of-things (iot)-wereld bleef brede adoptie uit omdat de complexiteit van devices zonder scherm of gebruikersinterface implementatie te lastig maakt. Daar komt nu verandering in. Tijdens de Mobile World Congress (MWC) is een ontwikkeling die al geruime tijd in de maak was, formeel voor de markt geïntroduceerd: SGP.32, de eSim-standaard voor iot. Deze norm maakt het mogelijk om op schaal en op afstand connectiviteit te beheren, zonder fysieke handelingen en met aanzienlijk meer flexibiliteit in het gebruik van diverse operators. Waarom is dit zo relevant voor de iot-industrie en in hoeverre is deze standaard vandaag al toe te passen? Smartphones Vrijwel iedereen die dit leest, heeft weleens van eSim gehoord. Nieuwe smartphones en tablets zijn er standaard mee uitgerust en laten het steeds vaker níét toe om een fysieke simkaart te plaatsen. Het apparaat bevat de functionaliteit van de simkaart dus al intern. Voorheen werd een eSim geactiveerd via een activatie- of qr-code (SGP.22), en tegenwoordig ook via apps (SGP.22+). Vaak wordt gezegd dat een eSim wordt ‘gedownload’, maar feitelijk gaat het om het laden van een profiel van een operator op een radiomodule (silicon) in het apparaat. Het grote voordeel van eSim is dat meerdere profielen op één apparaat zijn te gebruiken. Veel gebruikers hebben bijvoorbeeld tijdens reizen buiten Europa een lokaal data-abonnement toegevoegd en later weer verwijderd. Voor iot-apparatuur ligt dat anders. Deze apparaten hebben geen scherm, geen camera en geen apps. Het scannen van een qr-code of installeren van een app is dus niet mogelijk. Daarom was een nieuwe methode nodig om profielen beschikbaar te stellen, en dat is precies waarvoor SGP.32 is ontwikkeld. Hosting profile De voordelen van SGP.32 voor de iot-industrie zijn vergelijkbaar met die voor smartphones en tablets. Naast een zogenaamd hosting profile zijn meerdere profielen toe te voegen en over-the-air te beheren. De onderliggende techniek is complex, maar de impact is groot. Een van de belangrijkste – en vaak onderschatte – voordelen is zero-touch provisioning. Veel iot-apparaten worden geïnstalleerd op moeilijk bereikbare locaties. De mogelijkheid om configuraties pas na installatie op afstand door te voeren, is dan essentieel. Geen voorafgaande configuratie meer in de fabriek of werkplaats, maar volledige flexibiliteit op locatie. Daarnaast maakt deze standaard wereldwijde inzet eenvoudiger. In plaats van afhankelijk te zijn van één operator en diens zonetarieven, is per land of regio het (indien gewenst automatisch) geschiktste profiel te kiezen en over-the-air te activeren. Dit biedt niet alleen flexibiliteit, maar ook directe kostenoptimalisatie. Tot slot speelt security een rol. Met elke nieuwe standaard worden ook de beveiligingsmogelijkheden uitgebreid, onder andere door ondersteuning van meerdere secure communication protocols en verbeterde controle over toegang en beheer. Realiteit Hoewel we eSim vaak associëren met embedded hardware, is de realiteit dat een groot deel van de iot-apparatuur nog jarenlang gebruik zal maken van fysieke simkaarten. Gelukkig heeft de voorloper van SGP.32, namelijk SGP.22+, al een bewezen tussenoplossing. Hierbij functioneert een fysieke simkaart als een embedded eSim. Op deze kaart wordt een hosting profile geplaatst, waarna extra profielen zijn toe te voegen, volgens SGP.32. Dit maakt het mogelijk om bestaande hardware toch te laten profiteren van de voordelen van eSim. Buiten het zicht Veel technologische standaarden ontwikkelen zich buiten het zicht van de eindgebruiker. We zien de marketingtermen – terwijl de onderliggende veranderingen grote impact hebben. Hardware moet worden aangepast, ecosystemen moeten zich ontwikkelen en organisaties moeten hun processen herzien. Maar de richting is duidelijk. Met de groei van iot-toepassingen neemt de behoefte aan flexibiliteit, schaalbaarheid en kostenbeheersing alleen maar toe. SGP.32 biedt hiervoor een structurele oplossing en haalt een knelpunt uit de markt. Wat vandaag als innovatie wordt gepresenteerd, zal binnen enkele jaren de norm zijn. De partijen die nu al inspelen op deze ontwikkeling, bouwen daarmee een voorsprong op — zowel technisch als commercieel. Jan Buis, manager business development Genexis
Baan en Nederlof sluiten pact tegen esg-software uit VS
15 uur
Ict-nestors Jan Baan en Ad Nederlof hebben de handen ineengeslagen voor een alternatief voor de esg-software van Amerikaanse aanbieders. Hun tool ESG Collect & Report biedt software voor het verzamelen en extern publiceren van informatie over duurzame bedrijfsvoering, zonder dat die data in handen komen van een leverancier uit de VS.   Esg staat voor: environmental, social en governance, oftewel: milieu, maatschappij en bestuur. Het slaat op de toenemende verplichting van bedrijven om gegevens over de duurzaamheid van hun bedrijfsvoering te publiceren. Volgens Baan en Nederlof vinden veel grote organisaties het verzamelen en extern publiceren van die informatie lastig. Het duo wijst erop dat dit nu vaak versnipperd plaatsvindt. Bijvoorbeeld in Excel‑bestanden. Ook kunnen data vaak pas verzameld worden na allerlei interne verzoeken, benadrukken ze. Baan en Nederlof vinden dat het huidige geopolitieke ict-landschap een risico vormt waarin gevoelige bedrijfsinformatie in handen komt van Amerikaanse leveranciers van esg-software die op dit moment de Europese markt domineren. Vandaar dat ze nu de markt op gaan met een Europees alternatief. Dat gebeurt via Tangelo Software, aanbieder van onder meer een applicatie voor het maken van jaarverslagen. Dat bedrijf is onderdeel is van de Vanad Groep, een conglomeraat van ict- en softwarebedrijven van oprichter Ad Nederlof. Jan Baan tekende met Rappit voor de ontwikkeling van de software. Rappit is het bedrijf waar zijn zoon Ardjan Baan ceo is en Baan als oprichter en voorzitter aan verbonden is. Ad Nederlof Vriendschap Jan Baan en Ad Nederlof kennen elkaar goed. Ze bouwden een jarenlange vriendschap op in de vorige eeuw toen Baan wereldwijd furore maakte met erp-softwareleverancier Baan Company en Nederlof onder meer topfuncties bekleedde bij Oracle en Genesys. Volgens het duo brengt hun oplossing ‘de ontbrekende schakel’ in de esg-keten doordat deze oplossing organisaties kan helpen om ‘betrouwbaar, controleerbaar en volgens Europese en internationale ISSB standaarden data te verzamelen én te publiceren.’ Ze zeggen in te springen op het gat tussen dataverzameling en externe rapportage door met hun software bedrijven te beoordelen op duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en goed bestuur.  Jan Baan Als tweede reden om samen te werken, noemen de ict-iconen ‘de groeiende afhankelijkheid van Amerikaanse software voor gevoelige bedrijfsinformatie.’ Veel organisaties zijn volgens hen zoek naar Europese alternatieven op het gebied van governance, databescherming en publieke infrastructuren. Volgens Nederlof geeft ESG Collect & Report bedrijven controle over hun eigen data. ‘Met deze software kunnen deze data makkelijk worden ontsloten naar de markt toe, bijvoorbeeld middels publicatie in het jaarverslag.’ Baan voegt toe: ‘We zien dagelijks hoe groot de behoefte is aan innovatieve, toekomstbestendige software. Daarom hebben Ad en ik, met duurzaamheid hoog op de agenda, de handen ineengeslagen.’ Volgens Baan kunnen klanten moderne applicaties realiseren die klaar zijn voor ai-toepassingen. SAP en OracleDe markt voor esg-software in de Verenigde Staten wordt gedomineerd door een mix van gevestigde bedrijfssoftwarebedrijven en gespecialiseerde saas-aanbieders die zich richten op databeheer, rapportage (cdrd/sec), en CO2-boekhouding. De leveranciers leggen verschillende accenten in hun reportages, sommigen zijn meer gericht op wet- en regelgeving, andere meer op klimaat en CO2-uitstoot. Ook beschikken grote erp-softwareleveranciers als SAP en Oracle over eigen esg-platformen die vaak geïntegreerd zijn in de erp-suite. Computable CaféComputable sprak Ad Nederlof en Jan Baan in een serie gesprekken in Computable Café over onder meer Silicon Valley, innovatie en ondernemerschap.
Kort: Twee datablunders Anthropic in één week, vernieuwde HP LaserJet‑lijn (en meer)
17 uur
In dit nieuwsoverzicht: Datablunders bij Anthropic, Europese samenwerking Distology en Snyk, vernieuwde Laserjet-lijn HP, waarschuwingen voor besmette npm- en Python‑packages en ABP kapt met beleggen in Palantir. Anthropic zet broncode Claude Code en info over Mythos per ongeluk online Ai-specialist Anthropic heeft per ongeluk de volledige broncode van zijn programmeertool Claude Code online gezet. Het gaat om circa 1.900 bestanden en ruim 512.000 regels code, aldus De Volkskrant. Een securityonderzoeker ontdekte dat de code publiek te downloaden was, waarna kopieën snel op GitHub verschenen. Het bedrijf spreekt van een menselijke fout. Volgens zakenblad Fortune werd ook eerder in dezelfde week interne documentatie over een nieuw model, Mythos, openbaar door een verkeerd geconfigureerde databank. Hierdoor krijgt de concurrentie inzicht in de werking van het systeem en in ontwerpkeuzes die normaal vertrouwelijk blijven Distology gaat Snyk‑oplossingen distribueren in Noord‑Europa Het Britse Distology gaat de ai‑securityproducten van het in Boston gevestigde Snyk distribueren in het VK, de Benelux en de DACH‑regio. De distributeur voegt het Snyk AI Security Platform en Agent Security toe aan zijn aanbod om wederverkopers te helpen profiteren van de groeiende vraag naar applicatiegerichte ai-security. Het platform van Snyk is ontworpen om ontwikkelaars te ondersteunen kwetsbaarheden te identificeren en op te lossen terwijl ze code schrijven. Op deze manier worden problemen vroegtijdig opgespoord, voordat ze later in de levenscyclus complexer en duurder worden om op te lossen. HP vernieuwt LaserJet‑lijn met focus op snelheid en beveiliging HP heeft tijdens Imagine 2026 nieuwe LaserJet‑modellen aangekondigd voor het mkb en grotere organisaties. De LaserJet Pro 4000/4100‑serie richt zich op kleinere bedrijven en biedt snelle dubbelzijdige prints, lagere kosten door efficiëntere TerraJet‑toner en quantum-resistente beveiliging. De Enterprise 5000/6000‑serie is bedoeld voor intensief gebruik in grotere organisaties en levert hoge print- en scansnelheden, ai‑gestuurde workflowoptimalisatie en uitgebreide beveiliging via HP Wolf Enterprise Security. Beide series zijn energiezuinig en ondersteunen certificeringen zoals Epeat Gold, Blue Angel en Energy Star. Hiermee wil HP het beheer van printomgevingen verder vereenvoudigen en beter laten aansluiten op digitaliserende werkprocessen. NCSC waarschuwt voor besmette npm- en Python‑packages Het Nationaal Cyber Security Centrum waarschuwt softwareontwikkelaars voor gecompromitteerde npm‑ en Python‑packages. Aanvallers hebben onder meer de vulnerabilityscanner Trivy en de veelgebruikte HTTP‑library Axios voorzien van malware. Hierdoor kunnen kwaadwillenden inloggegevens en andere gevoelige data buitmaken en via die toegang verdere systemen compromitteren, aldus vakwebsite Security.nl. Volgens het NCSC worden gestolen gegevens mogelijk gebruikt voor afpersing of doorverkocht aan andere criminelen. Ontwikkelaars wordt aangeraden actie te ondernemen en hun omgeving te controleren. ABP stopt belegging in Palantir vanwege zorgen over inzet software Pensioenfonds ABP beëindigt uit ethische overwegingen zijn investering in het Amerikaanse Palantir Technologies, meldt het FD. Palantir levert analysetools aan onder meer de Amerikaanse immigratiedienst ICE en het Israëlische leger. Amnesty International uit al langere tijd zorgen over mogelijke mensenrechtenschendingen bij het gebruik van deze software. ABP had afgelopen najaar nog 825 miljoen euro in het bedrijf belegd, maar zegt dat het “maatschappelijk verantwoord” wil investeren. Het fonds, dat het pensioen beheert voor onder meer ambtenaren, leraren en militairen, stopte eerder ook met beleggingen in bedrijven, zoals Booking.com en Airbnb, die betrokken zijn bij omstreden activiteiten in Israëlische nederzettingen.
NSDC: Nederlandse datacenters achtergesteld bij Amerikaanse hyperscalers
22 uur
De Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC) constateert een groot verschil in behandeling tussen Nederlandse en niet‑Europese datacenters. Nederlandse datacenters krijgen nauwelijks nog vergunningen, terwijl recent zeven nieuwe vergunningen voor Amerikaanse hyperscalers zijn afgegeven.René Corbijn, directeur van de onlangs opgerichte NSDC, vraagt staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Zaken & Soevereiniteit) om deze ten achterstelling ongedaan te maken. Volgende week woensdag debatteert de Tweede Kamer met de D66-staatssecretaris over de digitale infrastructuur. De NSDC dringt er bij de regering op aan om een nationale aanpak datacenters en datakabels op te stellen. De Kamerleden Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) hebben daar eind maart in een motie om gevraagd. Planning en regie op de ruimte zijn volgens hen hard nodig.Corbijn vraagt om snelle uitvoering van deze motie. Niet alleen is het aanscherpen van criteria vereist, maar Nederland moet vooral kiezen welke datacenters wél nodig zijn. De NSDC wil ruimte voor overheidsdatacenters, soevereine colocaties en regionale datacenters. Deze belangenorganisatie pleit voor herziening van de Datacenterstrategie uit 2022. Soevereine Rijkscloud Aandacht wordt gevraagd voor de meerjarige behoefte aan soevereine capaciteit. Er moet ruimte komen voor een soevereine Rijkscloud in 2030. Want zonder soevereine datacentercapaciteit is er geen digitale soevereiniteit, aldus Corbijn. Nodig is ook een integrale visie op de volledige digitale stack, waaronder zeekabels, datacenters, cloud en ai-faciliteiten. Corbijn: ‘Belangrijk is te voorkomen dat nieuwe infrastructuur opnieuw door niet‑Europese partijen wordt gebouwd of beheerd.’Grinwis zegt hierover in de motie: ‘Hyperscalers dragen beperkt bij aan de Nederlandse economie, maar verbruiken wel schaarse ruimte en capaciteit die nodig is voor zorg, overheid en andere vitale sectoren.’
Hacktivisme draait steeds meer om psychologische ontwrichting
22 uur
Hacktivistische aanvallen verschuiven van technische verstoring naar beeldvorming. Zoals recent in Noorwegen, waar op afstand een klep van een waterdam werd geopend met als doel publieke onrust te veroorzaken. Of zoals ddos-aanvallen die het vertrouwen in Europese instellingen moeten helpen ondermijnen.Hacktivisme heeft een nieuwe gedaante aangenomen, en technische schade is niet langer het voornaamste doel. Dat is een van de centrale bevindingen uit de Security Navigator 2026 van Orange Cyberdefense.Waar vroeger een gehackte homepage of platgelegde website het einddoel was, gaat het vandaag steeds vaker om zichtbaarheid, mediagenieke acties en maatschappelijke onrust. Grijs gebied Volgens de experts van Orange Cyberdefense opereert een nieuwe generatie hacktivisten in een grijs gebied tussen onafhankelijk activisme en staatsinvloed. Groepen als NoName057(16) en Killnet presenteren zichzelf als autonoom, maar hun acties sluiten opvallend nauw aan bij de geopolitieke agenda van specifieke landen. Een formele aansturing ontbreekt, maar de ruimte om te opereren wordt hen kennelijk gegund.Eigenlijk is de term hacktivisme intussen achterhaald, vindt Charl van der Walt, head of security research bij Orange Cyberdefense. ‘Het draait niet om het maken van een statement, maar om het bewust aanwakkeren van angst en onzekerheid. Daarachter zit een duidelijke strategische agenda. Het heeft weinig meer met digitaal activisme te maken.’ Waterdruk gemanipuleerd in Canada Uit het onderzoek blijkt dat hacktivistische groepen zich steeds vaker richten op industriële controlesystemen, met beperkte technische schade maar grote symbolische impact. In Noorwegen werd een waterklep op afstand geopend, in Canada werden waterdruk en landbouwsensoren gemanipuleerd. In Europa zetten groepen ddos-campagnes in tegen publieke diensten, niet om geld te verdienen, maar om vertrouwen in instellingen te ondermijnen. Een opvallende tactiek: hacktivisten delen schermopnames van vermeend geslaagde aanvallen op systemen totdat duidelijk wordt het doelwit nep was. Maar juist dat creëert verwarring en onrust. Van der Walt stelt dat alleen technische maatregelen niet volstaan. Samenwerking tussen overheden en vitale sectoren, en heldere communicatie richting burgers, worden even essentieel. ‘Het beveiligen van systemen en het beschermen van vertrouwen in de samenleving zijn niet meer los van elkaar te zien.’
Oracle jaagt personeel stuipen op lijf met ontslaggolf 
1 dag
Oracle schrapt duizenden banen om de investeringen in ai-infrastructuur op te brengen. Op de kantoren van Oracle Nederland in Leidsche Rijn (Utrecht) en Oracle België in Vilvoorde houden medewerkers gespannen hun mailbox in de gaten. Het techbedrijf verstuurde eerder in de VS, India, Mexico en andere regio’s massaal e-mails om medewerkers per direct te ontslaan.  Werknemers kregen een summier berichtje dat hun functie was komen te vervallen. De dag waarop de e-mail werd ontvangen, was meteen hun laatste werkdag. Afzender: Oracle Leadership. Veel medewerkers hadden amper deze onheilstijding gelezen of de toegang tot interne systemen was al ontzegd. De hr-afdeling en het leidinggevende kader hadden vooraf geen signalen afgegeven dat een ontslaggolf aanstaande was. Details over de ontslagregeling zouden worden verstrekt nadat werknemers de ontslagdocumenten via DocuSign hadden ingevuld. Betrokken medewerkers – die bij Oracle wel wat gewend zijn – vonden de manier van ontslagaanzegging bijzonder abrupt en onpersoonlijk. Vooral de afdelingen Saas & Virtual Operations Services alsmede Revenue and Health Sciences ondergaan een flinke sanering. Medewerkers melden personeelsreducties van ongeveer dertig procent of meer. Ook het India Development Centre van NetSuite moet inkrimpen. Het techbedrijf vindt dat een officiële aankondiging van de reorganisatie niet nodig is. Ook onthoudt Oracle zich van commentaar op de berichten over de ontslaggolf die via de CNBC, de Wall Street Journal en het Britse Computing naar buiten zijn gekomen. Sanering Op de aandelenbeurs viel de herstructurering van Oracle goed. De sanering maakt veel kasstroom (het totaalbedrag aan geld dat een onderneming in een bepaalde periode binnenkrijgt en uitgeeft) vrij en verhoogt de winst op de lange termijn. Oracle zei onlangs dit jaar vijftig miljard dollar aan kapitaal op te halen voor uitbreiding van zijn datacenters. De ai-hyperscalers Alphabet, Amazon, Meta en Microsoft gaan in 2026 bijna zevenhonderd miljard uittrekken voor ai-infrastructuur.  Beleggers vrezen dat dit ten koste gaat van de vrije kasstroom. Bezuinigingen op personeel en lagere operationele kosten kunnen die stroom weer op peil brengen. Een personeelsreductie van twintig- tot dertigduizend werknemers zou tot wel tien miljard dollar aan extra vrije cashflow kunnen genereren, berekenden de analisten van TD Cowen onlangs.
It komt van Mars, ot van Venus
1 dag
Hoe versterken ze elkaar? Informatietechnologie (it) en operationele technologie (ot) zijn totaal verschillende werelden. De een komt van Mars, de ander van Venus, zo lijkt het wel. Maar in een dreigend aanvalslandschap zijn ze gedoemd om met elkaar samen te werken. Hoe kan dat het beste? ‘Door elkaars sterktes te gebruiken, kun je al een slag slaan.’ It kennen we allemaal, maar lang niet iedereen is vertrouwd met ot. Bij ot gaat het om industriële it, het is bijvoorbeeld sterk aanwezig in onze kritieke infrastructuur. De twee werelden groeien naar elkaar toe, al gebeurt dat niet zonder slag of stoot. Een recente wereldwijde studie van Omdia, bij vijfhonderd verantwoordelijken voor it- of ot-security in de manufacturing-industrie, toont aan dat de convergentie van it en ot aandacht vergt: tachtig procent zag het afgelopen jaar meer cyberincidenten, terwijl minder dan de helft (45 procent) zich voldoende voorbereid acht. Opvallend is dat driekwart van de aanvallen, volgens Omdia, bij it begint en vervolgens doorgaat naar ot, met vaak aanzienlijke impact op de beschikbaarheid en continuïteit van productieprocessen. Op presentaties, zoals onlangs op Cybersec Netherlands, wijst Ronald Beiboer, die vrijwillig SOC lead is bij het Dutch Institute for Vulnerability Disclosure (DIVD) en ook solutions engineer bij Splunk/Cisco, regelmatig op de verschillen tussen it en ot. En vooral: hoe ze beter kunnen samenwerken. Hoe verschillen it en ot in hun positionering en rol binnen de organisatie? It en ot situeren zich binnen organisaties meestal op verschillende niveaus en afdelingen. It richt zich vooral op kantoorautomatisering en informatiesystemen, terwijl ot verantwoordelijk is voor industriële processen en operationele aansturing. Dit vertaalt zich ook in uiteenlopende beveiligingsnormen en prioriteiten. Of meer operationeel beschouwd: it bevindt zich op het niveau van de enterprise of office zone. Bij ot spreken we over indu‌striële processen, industrial DMZ, site operations en basic control. Andere werelden met ook andere normen en risico’s. ‘Informatietechnologie in een ot-omgeving is de grootste bedreigingsvector voor organisaties,’ zo zet Ronald Beiboer meteen al de puntjes op de i. De verschillen uiten zich nog meer in de manier van werken en hoe ze tegen technologie aan­kijken. ‘Bij it-security spreek je over software, cloud en compliance. Het is gericht op de eindgebruiker in de organisatie en de veranderingscycli gaan snel’, aldus Beiboer. Bij ot gaat het om lang­durige lifecycles met impact op de fysieke wereld. ‘Ot fungeert ook meer vanuit een geïsoleerde mindset. De focus ligt heel erg op de operationele risico’s. Elke verandering in de infrastructuur wordt als risicovol beschouwd. Kortom, er heerst een heel andere dynamiek dan bij it-security.’ Welke misvattingen belemmeren de samenwerking tussen it en ot? Tussen it- en ot-teams bestaan hardnekkige aannames over elkaars werkwijze en verantwoordelijkheden, wat kan leiden tot het fout inschatten van risico’s. Vaak spelen een aantal misverstanden. ‘Dat een ot-omgeving helemaal air-gapped is en dus los van een netwerk staat, is bijvoorbeeld zelden het geval.’ Net zoals het een misverstand is dat it de hele cyberbeveiliging voor zijn rekening kan nemen. ‘Dat blijkt in de praktijk onhaalbaar. Je moet hiervoor kennis hebben van ot, de kernprocessen onder de knie hebben én in staat zijn om op een verantwoorde manier te reageren. Kortom, de twee teams, it en ot, hebben elkaar nodig.’ Welke factoren beïnvloeden de samenwerking tussen it- en ot? De relatie tussen it- en ot-teams wordt in menige organisatie gekenmerkt door afstand en wederzijds onbegrip, beweert Ronald Beiboer. ‘Verschillende doelen en culturen zorgen ervoor dat samenwerking niet altijd vanzelfsprekend is. De klassieke wij tegenover zij-bias is in organisaties vaak niet ver weg’, signaleert hij. ‘Let wel, dat is best menselijk. Mensen hebben de neiging om hun eigen groep of leefwereld te favoriseren, terwijl ze de andere groep vaak van stereotypen voorzien. Of ze zelfs wantrouwen.’ Volgens Beiboer speelt nog een ander psychologisch effect: de attribution bias. De neiging om het gedrag van anderen toe te wijzen aan hun persoonlijkheid, terwijl ze hun eigen gedrag wijten aan de omstandigheden.’ Of hoe ot-teams de collega’s van it al snel als roekeloos zullen bestempelen, terwijl de it-teams de ot-collega’s op hun beurt als stroef of star kapittelen. Wat ook meespeelt, is dat de twee groepen letterlijk een andere taal en ook een ander jargon hanteren. ‘Hebben de ot-mensen het over scada en plc, dan hanteren de it’ers siem en edr als termen. En meer dan eens zijn ze minder thuis in elkaars terminologie.’ Concrete stappen om de kloof tussen it en ot te verkleinen? Zoiets vergt bewuste inspanningen op menselijk en organisatorisch vlak. ‘Zoals met elk it-project of -initiatief is leadership buy-in, of toch op z’n minst betrokkenheid vanuit het management, een sleutelelement’, zo weet Beiboer. Voorts is het de kwestie om elkaars werelden en termen te leren kennen. ‘Je kunt best op zoek gaan naar gelijkenissen tussen de twee domeinen. En vooral: toon de voordelen van samenwerking aan. Beide partijen hebben elkaar nu eenmaal nodig om de cyberveiligheid op peil te krijgen en te houden. Gelet op de hedendaagse uitdagingen is dat overigens een must.’ Bewustwording van gevaren en belang van samenwerking staat voorop, net als vertrouwen. ‘Een aantal oefeningen kunnen hierbij helpen. Zoals gezamenlijke red-teaming en tech sessies en het opzetten van gemengde teams. Vaak is het aangewezen om zoiets klein te beginnen en dat vervolgens uit te bouwen.’ “Ot fungeert vanuit een geïsoleerde mindset. De focus ligt heel erg op de operationele risico’s” – Ronald Beiboer Hoe kunnen it en ot elkaar zelfs versterken? It en ot brengen elk hun eigen expertise en focus mee op het vlak van security. ‘Bij ot gaat het dan onder meer om risk awareness en de focus op uptime en continuïteit in de fysieke wereld. Terwijl de it’ers goed zijn in domeinen als patch management, detectie en monitoring en identity management. Ook innovatie en automatisatie zijn hen niet vreemd. Door elkaars sterktes te gebruiken, kun je in een organisatie al een slag slaan.’ De kwestie is om deze complementaire sterktes te combineren. Een goed voorbeeld ziet Beiboer in vulnerability management. ‘Daar kun je zogenaamde quick wins realiseren. Met één administratie, een overlap in kwetsbaarheden, gecombineerd risk management en eventueel de start van een gemeenschappelijke CMDB of configuration management database. Ook de mogelijke gezamenlijke planning voor patches is een meerwaarde.’ Toch is er volgens de security expert nog veel werk om de twee werelden dichter bij elkaar te brengen. ‘Al merk ik wel dat er op dit vlak in organisaties een en ander beweegt.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
Nederlandse cloudcoalitie vormt front tegen Amerikaanse dominantie
1 dag
Vandaag overhandigt de Open Cloud Alliantie in Den Haag een manifest waarin het kabinet en de Tweede Kamer worden opgeroepen een voorkeur uit te spreken voor Nederlandse en Europese cloud-oplossingen bij overheidsopdrachten. Alle bouwstenen voor een soevereine overheidscloud liggen klaar. De Open Cloud Alliantie presenteert zich als een volwaardig alternatief dat in staat is voldoende capaciteit te bieden en gestandaardiseerde clouddiensten te leveren. Deelnemers van het eerste uur zijn Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver. Mede-initiatiefnemer Ludo Baauw, topman van Intermax, verwacht dat nog meer Nederlandse bedrijven zich bij deze krachtenbundeling aansluiten. ‘Het is geen gesloten club’. Verder is het streven Europese samenwerking te zoeken. Stichting DINL en TNO ondersteunen de alliantie. ‘We kunnen voor Nederlandse waar kiezen’, aldus Baauw. Hij onderstreept dat de consensus er is, terwijl ook de capaciteit en expertise voorhanden zijn. De boodschap aan Den Haag luidt: de wil is er. Wat resteert is de politieke en bestuurlijke keuze om te investeren in digitale soevereiniteit.OmzetVolgens Baauw heeft genoemd zevental al 2,5 miljard euro omzet in de cloud. Bij elkaar is de totale omzet 6,5 miljard euro. Dat is meer dan bijvoorbeeld de Franse OVH Cloud. De deelnemers hebben twintig grote datacenters en 13.500 medewerkers. Baauw zegt blij verrast te zijn over het aantal mensen met cloud-expertise die al bij de zeven deelnemers werken.Belangrijke garantie is dat – mocht een partij door een Amerikaans bedrijf worden overgenomen – migratie naar een ander bedrijf uit de alliantie soepel verloopt. Een open architectuur, open standaarden en (zo veel mogelijk) opensourcesoftware moeten daarvoor zorgen. Dit voorkomt problemen zoals bij de voorgenomen overname van Solvinity door Kyndryl, laat Baauw weten.De diverse datacenters worden goed met elkaar verbonden. De Amsterdam Internet Exchange (Ams-ix) werkt aan een federatief model om clouds aan elkaar te knopen. Baauw: ‘Gevolg is dat een Nederlandse cloudprovider gemakkelijk verbinding kan maken met bijvoorbeeld een Italiaanse. Dit maakt opschaling gemakkelijker. Door de twintig datacenters te verbinden die de deelnemers in Nederland hebben, ontstaat sowieso veel slagkracht. SamenwerkingBaauw ziet de Open Cloud Alliantie als een privaat-publieke samenwerking; niet vanuit de overheid geïnitieerd maar vanuit het Nederlandse bedrijfsleven. Het is de bedoeling zich gezamenlijk naar de overheid toe te presenteren, waardoor grote projecten zijn op te pakken. Ook richt de alliantie zich op sectoren als het bankwezen en woningbouwcorporaties. De markt verenigt zich nu. Behalve het technische aspect benadrukt Baauw ook de economische kant. Onze digitale afhankelijkheid kost ons veel geld. Miljarden euro’s aan ict-uitgaven verlaten jaarlijks ons land. Autonomie is niet gratis, maar afhankelijkheid is duurder. Volgens Baauw is het voorstel in Den Haag goed ontvangen. ‘De top van Economische Zaken is enthousiast’, aldus de mede-initiatiefnemer.OproepDe Open Cloud Alliantie vraagt de politiek het volgende:Voorkeur voor cloud-oplossingen uit Nederland of Europa. Uitwerking is gewenst naar het voorbeeld van het European Sovereignty Framework;De bestaande informatiebeveiligingseisen te concretiseren, zodat hiervoor geselecteerde overheidsdata niet langer bij niet-Europese partijen ondergebracht mogen worden;Ruimte te maken voor een marktplaats waarop uitsluitend Europese aanbieders van clouddiensten en cloudsoftware worden toegelaten en waar overheidsorganisaties gezamenlijk inkopen kunnen doen;Actief in te zetten op publiek-private samenwerking om cloudcapaciteit te realiseren;Bij elke aanbesteding de juiste vragen te stellen: wat gebeurt er bij overname? Kan de data geëxporteerd worden in overeenstemming met NIS2 en data act wetgeving? Kunnen de applicaties overgezet worden? Voldoet de oplossing aan de drie uitgangspunten? Is er een uitgewerkte exitstrategie? Kortom: ontwikkel beleid en wetgeving dat ‘beschermd eigenaarschap’ mogelijk maakt;De inkoopkracht van de overheid gericht in te zetten voor het versterken van de Nederlandse en Europese it-sector, en waar nodig inkoopregels hierop aan te passen;Actief aan te sluiten bij Europese initiatieven en programma’s, zodat Nederlandse keuzes bijdragen aan bredere Europese ambities op het gebied van standaardisatie en strategische onafhankelijkheid;Ministeries, uitvoeringsorganisaties, provincies, gemeenten en waterschappen te stimuleren gesprekken aan te gaan met zowel overheidsdatacenters als private-clouddienstverleners over het terughalen van kritieke applicaties en data naar Nederland.
Kort: Full Join sorteert voor op post-quantumbeveiliging, Sodexo halveert foodwaste dankzij data (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: Eindhovense ontwikkelaar Full Join rust zijn samenwerkingsplatform uit met post-quantumcryptografie, Sodexo dringt voedselverspilling fors terug, digitale zorg verbetert zorg, Tilburg kiest voor Unit4 ERPx, en Wolter Kluwer doet zaken in Indiase Pune. Full Join rust Databeamer uit met post-quantumbeveiliging Full Join heeft zijn samenwerkingsplatform Databeamer uitgebreid met post-quantumcryptografie volgens de standaarden van NIST. Daarmee wil de Eindhovense ontwikkelaar organisaties voorbereiden op de opkomst van quantumcomputing, die bestaande encryptie op termijn kan ondermijnen. Databeamer combineert klassieke en post-quantum-algoritmen in een hybride model, zodat data beschermd blijven tegen zowel huidige als toekomstige dreigingen. De oplossing is gebaseerd op een zero-knowledge-architectuur, waarbij encryptie volledig aan de klantzijde plaatsvindt. Volgens Gartner lopen organisaties zonder tijdige overstap richting 2030 aanzienlijke risico’s. Full Join positioneert Databeamer daarom als Europees alternatief voor het veilig delen van gevoelige data, met nadruk op soevereiniteit en compliance. Sodexo Nederland dringt voedselverspilling fors terug met datagedreven aanpak Sodexo Nederland heeft in 2025 de voedselverspilling met 54 procent verminderd. In totaal werd 73.447 kilo waste voorkomen, wat neerkomt op een besparing van 512 ton CO₂-uitstoot. De reductie is gerealiseerd op locaties waar het dataplatform WasteWatch wordt ingezet, goed voor circa 88 procent van de inkoopwaarde. Volgens het bedrijf bewijst de aanpak dat meten en bijsturen effectief is. Keukenteams gebruiken realtime-data om slimmer in te kopen en productie beter af te stemmen op de vraag. De cateraar zet volgende stappen met voorspellende analyses en integratie van gebruikersdata uit apps. Daarmee wil Sodexo verspilling verder reduceren en tegelijkertijd de operationele efficiëntie en gastbeleving verbeteren. Wilhelmina Ziekenhuis Assen en Flevoziekenhuis zetten in op digitale zorg Nederlandse ziekenhuizen investeren versneld in digitale ondersteuning om zorg toegankelijker en efficiënter te maken. Zo zet het Wilhelmina Ziekenhuis Assen een ai-assistent van OurMind in voor patiëntcommunicatie via de app BeterDichtbij. De oplossing bespaart medisch assistenten tot twee uur per dag en levert consistente, empathische antwoorden op, terwijl medewerkers eindverantwoordelijk blijven. Tegelijk introduceert het Flevoziekenhuis een Helpdesk Digitale Zorg om patiënten te ondersteunen bij digitale toepassingen zoals DigiD en patiëntportalen. Hiermee wil het ziekenhuis voorkomen dat minder digitaal vaardige patiënten buiten de boot vallen. Beide initiatieven illustreren hoe technologie en persoonlijke begeleiding hand in hand gaan. Waar ai werkdruk verlaagt en processen versnelt, blijft menselijke ondersteuning cruciaal om digitale zorg voor iedereen toegankelijk te houden. Unit4 levert ERPx aan Tilburg voor modernisering financiële systemen Gemeente Tilburg heeft gekozen voor Unit4 ERPx als nieuw financieel systeem. Met de overstap wil de gemeente haar it-infrastructuur vernieuwen en interne processen verder digitaliseren. De implementatie is inmiddels gestart, met een geplande ingebruikname medio 2027. Volgens Unit4 biedt ERPx geïntegreerde financiële functionaliteiten en realtime-budgetbewaking, passend bij de eisen van de gemeente. Ook de ervaring van de leverancier binnen de Nederlandse publieke sector woog mee in de selectie. De migratie moet leiden tot efficiëntere processen, betere datakwaliteit en meer flexibiliteit voor medewerkers. Daarmee ondersteunt het platform de bredere digitaliseringsstrategie en organisatorische transformatie van de gemeente. Wolters Kluwer opent technologiecentrum in Pune Wolters Kluwer heeft een kantoor geopend in Pune, waarmee het bedrijf een volgende fase ingaat in zijn technologische groei in India. De locatie fungeert als het grootste wereldwijde engineeringcentrum van de leverancier van informatieoplossingen en software. Het nieuwe pand moet samenwerking en innovatie versnellen en biedt ruimte aan duizenden ontwikkelaars en engineers. De focus ligt op cloud-native platforms, datagedreven oplossingen en ai-toepassingen. Naar eigen zeggen onderstreept de investering het strategische belang van India binnen de organisatie. De uitbreiding in Pune sluit aan op bestaande innovatiehubs in onder meer de Indiase steden Chennai en Gurgaon en ondersteunt de wereldwijde productontwikkeling en digitale transformatie van het concern.
Spoelstra Spreekt: We zijn er bijna
1 dag
COLUMN – We zijn er nog niet, maar ai wordt steeds beter. Zag je op door ai gegenereerde beelden een jaar geleden nog zes vingers of maar één oor, tegenwoordig zijn ze nauwelijks van echt te onderscheiden. Dan vroeg je aan ChatGPT wie de beste zanger van Nederland is en dan kreeg je als antwoord ‘Jan Smit’. Maar ai ontwikkelt zich verder en begint steeds beter te worden. Maar we zijn er nog niet helemaal. Die vrouw met drie kleinkinderen is de fraudeur die we zoeken Dat we er nog niet helemaal zijn, bleek van vorige week in de Verenigde Staten. Daar werd een 50-jarige vrouw vrijgelaten nadat ai-software haar eerder als dader had aangewezen. Ai had het hele internet afgestruind naar de dader en was tot de conclusie gekomen: die vrouw met drie kleinkinderen is de fraudeur die we zoeken. Dat de vrouw uit de staat Tennessee nog nooit in de staat North Dakota was geweest, was geen probleem. ‘De foto lijkt en ze heeft vijf vingers, net als de dader, dus arresteer haar maar.’ En vervolgens kon de vrouw vijf maanden vastzitten. Pas toen ze haar pasgegevens controleerden, kwamen ze erachter dat ze niet op twee plekken tegelijk kon zijn geweest. Getuigen Dat ai de dader aanwijst, lijkt natuurlijk een gevaarlijke ontwikkeling. Aan de andere kant: het alternatief is natuurlijk dat mensen gaan getuigen en gezichten herkennen. Mensen zijn net zo onbetrouwbaar als ai. Sterker, als je mensen vraagt wie de beste zanger van Nederland is, dan antwoordt een veel te grote groep: ‘Jan Smit’. In Nederland hebben we gelukkig nog geen juryrechtspraak. In dat geval was Marco Borsato waarschijnlijk veroordeeld en Ridouan Taghi vrijgesproken. Dus misschien kan in de toekomst ai daar bij helpen, maar dan moet het nog wel een stukje betrouwbaarder worden. Want we zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Apple Museum in Utrecht van start
1 dag
Europa’s grootste Apple‑museum opent vandaag zijn deuren in winkelcentrum The Wall in Utrecht. De opening valt samen met het vijftigjarig bestaan van Apple, het Amerikaanse technologiebedrijf uit Cupertino dat op 1 april 1976 werd opgericht. Vanaf 2 april 2026 is het Apple Museum toegankelijk voor publiek. Met tweeduizend vierkante meter expositieruimte en een vrijwel volledige collectie Apple‑apparaten wil het museum laten zien hoe de producten van het bedrijf zich hebben ontwikkeld en welke rol zij spelen in de geschiedenis van persoonlijke technologie, alsook de zakelijke kant (denk onder meer aan desktop publishing). Van Apple I tot iPhone Bezoekers lopen door thematische ruimtes die de ontwikkeling van Apple volgen: van de eerste experimenten van Steve Jobs en Steve Wozniak in een garage tot de introductie van systemen die nu als belangrijke mijlpalen gelden, zoals de Apple I, Apple II en de Apple Lisa. Ook latere producten krijgen aandacht, waaronder natuurlijk Apple Macintosh of kortweg de Mac, iPod, iPhone en iPad. Volgens het museum is vrijwel elk apparaat dat Apple sinds 1976 heeft uitgebracht in de collectie aanwezig. In het museum ervaren bezoekers hoe een computerproject uitgroeide tot een bedrijf dat de moderne wereld mede heeft gevormd, stelt mede-initiatiefnemer Ed Bindels, eigenaar van Apple-wderverkoper Amac. ‘Apple speelt al vijftig jaar een heel belangrijke rol in het leven van miljoenen mensen wereldwijd. Samen met een groep vrijwilligers ben ik jaren bezig geweest om apparaten, accessoires, prototypes, handleidingen en merkmaterialen te verzamelen en te restaureren. Apple heeft zoveel teweeggebracht in de wereld. Dat willen we bezoekers laten zien en ervaren.’ Mensen achter Apple Met het museum wil Bindels niet alleen de geschiedenis van Apple vertellen, maar ook die van de mensen erachter. “Zo is er bijvoorbeeld een plek die laat zien wat er gebeurde nadat Steve Jobs Apple verliet en het bedrijf een moeilijke periode doormaakte. Via een ‘Think Different’-gang komen bezoekers daarna in een ronde ruimte vol kleurrijke iMacs. Bindels: ‘Deze kamer symboliseert het begin van een nieuw hoofdstuk voor Apple. Zo vertellen we door het hele museum verschillende verhalen aan de hand van producten.’ Een deel van de objecten is de laatste jaren gerestaureerd en kan door bezoekers worden gebruikt. Volgens Bindels is het museum meer dan een verzameling apparaten. ‘Het is een eerbetoon aan creativiteit, veerkracht en het geloof dat technologie ons leven kan veranderen. Het is een museum voor iedereen.”  ChronologieHet Apple Museum, dat zich in hetzelfde pand in de Domstad bevindt als Apple Premium Partner Amac, biedt onder het motto From pixel to perfection een chronologisch overzicht van vijftig jaar Apple‑geschiedenis. Het museum richt zich op zowel techliefhebbers als bezoekers die vooral geïnteresseerd zijn in de maatschappelijke rol van digitale technologie. Voor onderzoekers is een uitgebreide bibliotheek raadpleegbaar.
Na kritisch AcIC­T‑ad­vies zet DUO eindelijk vaart achter migratie naar ODC-Noord
1 dag
De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) gaat versneld standaardapplicaties migreren naar de cloudinfrastructuur van Overheidsdatacentrum Noord (ODC-Noord). Ook wordt de sturing op deze migratie verscherpt.  De uitvoeringsorganisatie volgt daarmee de aanbevelingen van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT). In het Advies Enterprise Cloud uitte het college kritiek op de huidige aanpak waarbij de migratie onnodig lang wordt uitgesteld: DUO stuurt onvoldoende op migratie naar ODC-Noord, zo luidde de kritiek. De voorbereiding van de migratie levert te weinig bruikbare resultaten op. Ook werd geconstateerd dat ODC-Noord moeite heeft met het leveren van de benodigde ondersteuning.  AcICT adviseerde een nieuwe, meer voortvarende aanpak met een effectieve vorm van samenwerking:  Laat DUO nu concrete stappen zetten om applicaties te migreren;  Zorg voor een vast projectteam met experts van DUO én ODC-Noord;  Zorg dat ODC-Noord de vCloud-dienstverlening beter laat aansluiten op de behoeften van gebruikers.  Minister Rianne Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) concludeert dat met de gekozen aanpak de migratie daadwerkelijk wordt gestart en de huidige dubbele infrastructuur beheersbaar wordt afgebouwd. Ook juicht zij toe dat de besturing wordt vereenvoudigd en verstevigd. En dat de samenwerking tussen DUO en ODC-Noord wordt geïntensiveerd. VMware Snelheid is geboden want de leverancier Broadcom/VMware heeft aangekondigd dat een belangrijk onderdeel van de huidige cloudinfrastructuur van ODC-Noord op de langere termijn niet meer wordt ondersteund. Het nieuwe platform biedt straks verbeterde en vereenvoudigde migratie- en beheermogelijkheden. VMware heeft een geactualiseerde planning van productupdates gegeven. Deze planning wordt meegenomen in de migratiestrategie. De migratie start binnenkort met circa 20 procent van de totale workload. Daarmee wordt daadwerkelijke productiecapaciteit verplaatst en wordt de overgang van DUO als eigen beheerder naar een regieorganisatie met ODC-Noord als leverancier voor de cloudinfrastructuur verder vormgegeven. Vervolgens worden delen van de andere applicaties stapsgewijs gemigreerd. De migratie neemt naar verwachting twee jaar in beslag. Vlot trekken Het project Enterprise Cloud loopt al sinds 2019. Het nieuwe cloudplatform bij ODC-Noord is in 2022 technisch opgeleverd als een multi-tenantplatform. Bij de oplevering ontdekte DUO verschillende blokkerende problemen waardoor de migratie is uitgesteld. Medio 2023 bleek een aantal van deze problemen nog niet opgelost. Dit heeft geleid tot een heroriëntatie waarbij DUO koos voor een andere oplossing, namelijk een specifiek ingericht cloudplatform voor alleen DUO, in plaats van een multi-tenantplatform. In 2024 heeft opnieuw een herijking plaatsgevonden. Op basis hiervan is gekozen om alsnog te gaan voor de oorspronkelijke multi-tenantoplossing. Ter voorbereiding op het migreren van applicaties naar het nieuwe cloudplatform voerde DUO een ‘proof of concept’ uit. Die was gepland van april 2025 tot en met januari 2026 maar liep uit. AcICT vreesde dat het een gebed zonder einde werd. Vandaar dat eerder genoemde actiepunten zijn geadviseerd die het project vlot moeten trekken. 
Financiën tast in het duister over herstel na hack
1 dag
Het ministerie van Financiën weet nog niet wanneer de verschillende systemen die zijn aangevallen en vervolgens buiten gebruik zijn gesteld, weer normaal kunnen draaien. Bijna twee weken nadat hackers bij het ministerie een aantal systemen binnendrongen, wordt nog altijd onderzoek gedaan naar de oorzaak van dit incident; meestal is dat geen goed teken. Minister Eelco Heinen (Financiën) meldt dit in een brief aan de Tweede Kamer. Vanwege het lopende forensisch onderzoek en uit oogpunt van veiligheid is onder meer het digitale portaal voor schatkistbankieren afgesloten. Hierdoor kunnen ongeveer 1.600 publieke instellingen hun tegoeden bij het ministerie van Financiën niet inzien. Evenmin is het voor hen mogelijk om leningen, deposito’s of kredieten aan te vragen, de intradaglimiet te wijzigen of rapportages uit te draaien.  Inkomende en uitgaande betalingen kunnen via de reguliere bancaire kanalen wel gewoon doorgang vinden. De dienstverlening aan burgers en bedrijven door Belastingdienst, Douane en Toeslagen is niet geraakt, zo was al eerder bekend gemaakt. De bewindsman schrijft dat alle betrokkenen er dag en nacht aan werken om dit incident te verhelpen. Inmiddels is aangifte gedaan bij het Team High Tech Crime van de politie en is een voormelding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Kabinet steekt geen geld in Rotterdamse ai-gigafabriek
2 dagen
Ondernemer Han de Groot, die een ai-gigafabriek in de Rotterdamse haven wil bouwen, hoeft niet te rekenen op financiële ondersteuning vanuit de rijksoverheid. Het kabinet weigert om rekenkracht vooruit te bestellen, een voorwaarde tot deelname aan de Europese tender.  De EU stelt voor de realisatie van maximaal vijf ai-gigafabrieken twintig miljard euro aan middelen beschikbaar, maar dan moeten deelnemende landen wel een financieel commitment aangaan. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) dat daar binnen de huidige begroting geen ruimte voor bestaat. Er is geen geld voor een grootschalige voorreservering van publieke rekencapaciteit bij eventuele toekomstige ai-gigafabrieken. Lidstaten worden geacht hun deel van een eventuele ai-gigafabriek op hun grondgebied mee te financieren. Duitsland bijvoorbeeld heeft al voor 805 miljoen euro aan ai-rekenkracht voorbesteld. Het kabinet vindt dat de commerciële fabriek (kosten 5 miljard euro) die De Groot met zijn bedrijf Volt in samenwerking met Eneco wil neerzetten, volledig door de markt moet worden gefinancierd. Volgens Aerdts is dit in lijn met het rapport Wennink. Er komt wel overheidsgeld voor de veel kleinere ai-fabriek in Groningen. Die fabriek bestaat uit een ai-geoptimaliseerde supercomputer en een expertisecentrum bedoeld voor ai-ontwikkeling in de pre-competitieve fase.  Ai-modellen Ook wijst Aerdts, als positief punt, op de ambitie van het kabinet om het vergunningenbeleid voor datacenters te stroomlijnen, wat ook een wens is van Volt en Eneco. Dat het kabinet verder weinig doet om het Rotterdamse project te stimuleren, heeft ook te maken met een niet al te positief rapport van Ecorys. De adviesbureau acht het onzeker of Nederlandse partijen op korte termijn zelfstandig zeer geavanceerde ai-modellen zullen ontwikkelen die een grote rekencapaciteit vereisen. ‘Voor veel toepassingen, met name het draaien van reeds getrainde ai-modellen (inferentie), volstaan kleinere rekenfaciliteiten.’ Ook wordt de vorm van ai-infrastructuur in sterke mate bepaald door de aard van de ai-toepassingen en de behoeften van gebruikers. Onduidelijk is nog de rekenbehoefte van de overheid. Verder rekent het kabinet erop dat Nederlandse afnemers van ai-rekencapaciteit ook kunnen aankloppen bij andere ai-fabrieken in de EU.
Digital Holland kent ruim 4,8 miljoen euro toe aan mkb-projecten rond digitale innovatie
2 dagen
Digital Holland heeft bijna vijf miljoen euro toegekend aan elf mkb‑projecten die zich richten op digitale innovatie. De toekenningen maken deel uit van de zogeheten PPS‑Innovatieregeling, bedoeld om publiek‑private samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen te stimuleren. Het gaat om de eerste eigen mkb‑call van Digital Holland sinds de naamswijziging; eerder heette dit programma van Topsector ICT. De projecten richten zich op toepassingen van ai, data en cybersecurity binnen uiteenlopende sectoren. De initiatieven lopen uiteen van detectie van deepfakes en ondersteuning van logopedische zorg tot vernieuwing in plantveredeling, cybercrimebestrijding en robotica voor het mkb. Elk consortium bestaat uit een of meer mkb‑bedrijven die samenwerken met een onderzoeksinstelling. De projecten starten in 2026 of bevinden zich in de voorbereidingsfase. Tegelijk met de bekendmaking kondigt Digital Holland aan dat in april 2026 een nieuwe mkb‑call wordt opengesteld. Ook daarin is minimaal vier miljoen euro beschikbaar. Voorlopige voorstellen moeten uiterlijk 28 mei 2026 worden ingediend. De call richt zich opnieuw op publiek‑private samenwerking binnen de thema’s AI/Data en Cybersecurity Technologies. In aanloop naar de deadline organiseert Digital Holland een webinar en een matchmaking­sessie. De elf toegekende projecten 1. DEEPTRUSTDuckDuckGoose, Hogeschool Leiden, Stichting Verzekeringsbureau VoertuigcriminaliteitOntwikkelt forensisch betrouwbare ai‑methoden om deepfakes en gemanipuleerd beeldmateriaal te herkennen. 2. Phonolearn AIReadLer, Studievaart, Vrije Universiteit AmsterdamBouwt ai die fonologische processen bij kinderen automatisch herkent ter ondersteuning van logopedisten. 3. SignEngineBrainBite, Digitaal Toegankelijk, TU EindhovenWerk aan ai‑technieken die Nederlandse gebarentaal automatisch vertalen naar tekst of spraak en omgekeerd. 4. PHENOMRadicle Crops, Wageningen University & ResearchGebruikt ai en fenotypering via drones om gewasveredeling te versnellen, met quinoa als proefgewas. 5. TWIN4PCInteger, Ambyon, TU EindhovenOntwikkelt fysisch‑geïnformeerde schattingsmethoden voor energiesystemen in gebouwen en logistieke omgevingen. 6. LADDERAiosyn, Radboud UMC, Nederlands Kanker InstituutCreëert AI‑biomarkers voor het voorspellen van risico op progressie van DCIS, een voorstadium van borstkanker. 7. TRUST‑AIBiocheck, Erasmus MC, Hogeschool RotterdamBouwt een ai‑platform dat multimodale zorgdata veilig combineert en uitlegbare inzichten biedt voor paramedische zorg. 8. ADAPTKeyGene, TU EindhovenOntwikkelt een zelflerende ai‑agent die genetische en biologische data integreert voor plantveredeling. 9. BASTIONEaglescience, TNO, Universiteit LeidenMaakt een opensource-testomgeving om ai‑gedreven beïnvloedingscampagnes te onderzoeken en weerbaarheid te vergroten. 10. ATLASTeleoperations Services, TU EindhovenPast imitatieleer toe zodat robots taken van operators kunnen overnemen en zich kunnen aanpassen aan variaties. 11. AAPIECFLW Cyber Strategies, TU DelftBouwt een ai‑gedreven methode om phishing‑infrastructuur vroegtijdig te detecteren voor opsporingsdiensten en csirt’s.
LCL opent grootste datacenter, met kunstwerk op dak
2 dagen
OPMERKELIJK – Twee jaar na de aankondiging is het zover: het Belgische LCL Data Centers heeft zijn nieuwe datacenter in Diegem officieel geopend. Het gaat om de grootste site van het bedrijf tot nu toe, en een strategische uitbreiding in een markt waar ai en datasoevereiniteit steeds zwaarder doorwegen. Het bouwwerk springt extra in het oog door het kunstwerk op het dak. Het project vertegenwoordigt een investering van 33,6 miljoen euro en vormt een uitbreiding van het vijfde datacenter dat LCL in België uitbaat. Volgens ceo Laurens van Reijen past de site in een bredere ambitie: ‘Met deze nieuwe locatie zetten we een volgende, belangrijke stap in de uitbouw van een écht Belgische en Europese digitale ruggengraat.’ Met de opening rondt LCL een project af dat al in 2024 werd aangekondigd. De site is ontworpen voor de volgende generatie workloads, met ondersteuning voor ai-toepassingen en omgevingen met hoge densiteit. Daarmee speelt het bedrijf in op de groeiende vraag naar rekenkracht en connectiviteit, gedreven door data-intensieve toepassingen. Daarnaast ligt de focus op duurzaamheid, onder meer via zonnepanelen geïntegreerd in de gevel. Opvallend is ook de keuze om het datacenter visueel zichtbaar te maken. Kunstenaar Luk Van Soom realiseerde een kunstwerk op het dak, als knipoog naar de doorgaans onzichtbare infrastructuur achter de cloud. ‘In zekere zin zijn datacenters de kathedralen van de 21ste eeuw’, aldus Luk Van Soom.
Kort: LVNL bouwt nieuwe radartoren op Schiphol, AMS-IX in zee met Uniserver (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Nieuwe radartoren LVNL, AMS-IX migreert naar Uniserver-cloud, Centric partner van Thinkwise, Rsult neemt Cadran en Yuccaa over en Leaseweb zet stappen in Europese cloud. LVNL start bouw nieuwe radartoren op Schiphol Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), gevestigd in Schiphol, is begonnen met de bouw van een nieuwe Terminal Approach Radar (TAR). De installatie vervangt de huidige radar, die na dertig jaar einde levensduur bereikt. De radar volgt vertrekkende en naderende vliegtuigen rond Schiphol en is daarmee essentieel voor luchtverkeersleiding. De werkzaamheden lopen in fases: sinds januari worden technische installaties vernieuwd en ondergronds een nieuwe shelter aangelegd. Vanaf juni wordt de toren bovengronds opgebouwd. Na testen moet het systeem in 2027 operationeel zijn. Thales uit Hengelo levert de radartechnologie. De afgelopen jaren (2019-2025) verving de LVNL alle zogeheten Instrument Landing Systemen op luchthaven Schiphol. De vervanging van de TAR maakt ook onderdeel uit van deze langjarige investeringsagenda die de continuïteit van de luchtverkeersdienstverlening moet garanderen.  AMS-IX zet workloads over naar Nederlandse cloud van Uniserver AMS-IX uit Amsterdam heeft een deel van zijn it‑omgevingen verhuisd naar de cloudinfrastructuur van Uniserver, dat is gevestigd in Nederland. Daarmee wil het internetknooppunt meer controle houden over data en infrastructuur. De workloads blijven hiermee binnen Nederlandse datacenters en onder Europees toezicht. Volgens AMS‑IX past de stap in een bredere aanpak om afhankelijkheden te verminderen en beter aan wet- en regelgeving te voldoen. Uniserver levert de cloudomgeving en richt zich op organisaties die waarde hechten aan datalocatie en compliance. De migratie is gefaseerd uitgevoerd, met aandacht voor continuïteit, beveiliging en prestaties. Thinkwise en Centric werken samen aan modernisering legacy‑systemen Thinkwise en Centric pakken modernisering it aan Thinkwise uit Apeldoorn en Centric uit Gouda starten een samenwerking om organisaties te helpen bij het vernieuwen van verouderde it‑systemen. Centric wordt full‑service partner en gaat het Thinkwise‑platform aanbieden, inclusief begeleiding bij modernisering, beheer en hosting. De samenwerking richt zich vooral op organisaties in overheid, financiële sector en industrie, waar systemen vaak lastig aan te passen zijn aan nieuwe eisen. Door gebruik te maken van Nederlandse leveranciers kunnen organisaties hun afhankelijkheid van Amerikaanse cloudpartijen verkleinen en meer controle houden over hun data en it‑omgeving, stellen de partners. Cadran en Yuccaa sluiten aan bij Rsult Group Rsult Group uit Eindhoven neemt Cadran Consultancy en Yuccaa op in de organisatie. Cadran uit Hoevelaken, brengt ervaring mee in erp-software‑implementaties met Oracle NetSuite en JD Edwards. Yuccaa uit Capelle aan den IJssel voegt adviesdiensten toe voor technologie-, software- en e‑commercebedrijven. Volgens Rsult versterkt de uitbreiding de positie van de groep binnen het NetSuite‑ecosysteem in de Benelux en EMEA. Met steun van investeerder Smile Sail wil Rsult verder groeien in erp-software‑ en data­diensten. Cadran (inclusief de dochterbedrijven Cadran Analytics and Rownit) blijft dit jaar nog onder eigen naam werken; Yuccaa gaat direct op in Rsult. Leaseweb bouwt verder aan Europese soevereine cloud Leaseweb meldt in samenwerking met partners nieuwe stappen in de ontwikkeling van zijn soevereine cloudplatform te hebben gezet. Dit in het kader van het programma Important Projects of Common European Interest on Cloud Infrastructure and Services (IPCEI-CIS)-programma. Dit programma, waaraan Leaseweb deelneemt, stimuleert de ontwikkeling van een sterke Europese cloud- en edge-infrastructuur. Het bedrijf breidde het cloudinfrastructuurplatform uit met functies zoals autoscaling, load balancing en een open compute‑API. Ook werd opslag via een privénetwerk geïntegreerd voor betere beveiliging en efficiëntie. Architecturale verbeteringen, waaronder programmeerbare virtuele overlay-netwerken, zijn in ontwikkeling om de netwerkflexibiliteit te vergroten, aldus Leaseweb.
Oracle en SAP zetten bijl in traditioneel licentiemodel
2 dagen
De klassieke licentiemodellen hebben hun langste tijd gehad. Ze sterven een stille dood. En dat gebeurt al heel snel. Cio’s en inkoopteams opgelet. Twee grote leveranciers van zakelijke software, Oracle en SAP, bereiden hun klanten voor op een toekomst waarin de traditionele softwarelicenties verdwijnen. Beide erp-softwaregiganten pompen hun pakketten vol ai-agenten, functies die klanten er als het ware bij krijgen. Oracle kwam afgelopen week tijdens de Oracle AI World Tour in Londen en Parijs met de boodschap dat die toegevoegde ai-functies gratis zijn. Het feit dat die agenten erin zitten, kost inderdaad niets extra’s. Maar zodra ze worden gebruikt, gaat de ‘meter’ tellen. Ook SAP komt met een dergelijk bedrijfsmodel. Oracle rekent ai-agenten af op basis van verbruik of transacties. Het is dus een strategische koerswijziging, zonder dat Oracle officieel aankondigt dat het licentiemodel verandert. De markt wordt geleidelijk aan voorbereid op deze radicale wijzigingen in de facturatie. Oracle kiest ervoor de toegang tot ai in de ‘gewone’ standaardpakketten te stoppen. Je hoeft dus geen duurder premium-pakket te nemen. LicentieWatch is een rubriek over licenties, tarieven, abonnementen en andere afrekenmodellen voor ict-diensten, hard- en software. Tips, vragen of opmerkingen? Mail ons op redactie@computable.nl. Is ai gratis? Neil Sholay, ai-specialist bij Oracle, zei vorig jaar herfst al tijdens een gesprek met Computable dat hun ai gratis is. Maar kenners van de markt plaatsten daar meteen de kanttekening bij dat de gevolgen van het gebruik zoals een grotere load in de cloud wel degelijk tot hogere facturen kunnen leiden. Erg duidelijk is nog niet wat de klant voor ai-gebruik precies moet gaan betalen. Bij de lancering van Fusion Agentic Applications lichtte Steve Miranda (EVP of Applications) een tipje van de sluier op. Oracle gaat de ai-agenten zeker niet gratis ‘weggeven’. Volgens Miranda komt er een dag dat Oracle’s prijsmodel verandert van op gebruikers gebaseerd naar op transacties of verbruik gebaseerd. Ook de bedrijfsgrootte kan een factor worden. Mensen kunnen ai gebruiken om hun apps slimmer te maken dan oorspronkelijk bedoeld. Verwacht wordt dat Oracle later geld gaat vragen voor de extra ai-functies die klanten toevoegen. Ai-agenten zorgen ervoor dat taken sneller en efficiënter worden uitgevoerd. Bedrijven als Oracle en SAP willen een vergoeding krijgen voor die resultatenverbetering. Zo werd de afgelopen weken duidelijk. Verschuiving SAP-topman Christian Klein zei onlangs al dat de bereikte resultaten gaan meewegen in de facturatie. Hoe sneller een ai-agent zaken weet te fixen, des te hoger de rekening. In een blog zei hij dat ai binnen de eigen organisatie voor efficiëntiewinsten van meer dan tien procent zorgt. In meer dan twee derde van SAP’s recente clouddeals in het vierde kwartaal kozen klanten voor ai-functionaliteit. Klein noemt ai de meest ingrijpende technologische verandering sinds de opkomst van het internet. Bovendien is het de grootste verschuiving die bedrijfssoftware heeft meegemaakt. In de applicatielaag vertaalt technologie zich in concrete bedrijfsresultaten. Steve Miranda (Oracle) signaleert dat klanten echt het gevoel hebben dat ai straks niets meer iets vreemds is. Ai mag dan volgens Oracle gratis zijn. De ai-agent wordt de nieuwe kassa van Oracle en SAP. Ook onder meer Salesforce, Workday en Microsoft zullen hun bedrijfsmodellen aanpassen.
GitHub gooit Copilot-interacties in de ai-trai­nings­ma­chi­ne
2 dagen
Vanaf 24 april zal GitHub interacties met zijn codeerassistent Copilot gebruiken om de onderliggende ai-modellen verder te trainen. De nieuwe voorwaarden gelden voor gebruikers van Copilot Free, Pro en Pro+.Dat maakte Mario Rodriguez, chief product officer bij GitHub, bekend via een blogpost. Wie niet wil dat zijn data wordt ingezet voor modeltraining, kan zich afmelden via de privacy-instellingen. Wie eerder al had aangegeven niet te willen meewerken aan productverbetering, behoudt automatisch die keuze. Concreet gaat het om een breed spectrum aan interactiedata: ingevoerde prompts, gegenereerde outputs, geaccepteerde of aangepaste codesuggesties, bestandsnamen, repositorystructuur en feedback op suggesties. ‘Real-world data leiden tot slimmere modellen’, zo vat Rodriguez de redenering samen.GitHub haalt daarbij zijn ervaringen aan met het trainen op interactiedata van Microsoft-medewerkers, waarbij het, volgens Mario Rodriguez, hogere acceptatiegraden noteerde voor meerdere programmeertalen. Copilot Business- en Enterprise-gebruikers vallen buiten de nieuwe regeling. Markt van drie Het inzetten van gebruikersdata om modellen te verbeteren is een gangbare praktijk in de sector, maar roept bij sommige ontwikkelaars vragen op over privacy en controle over hun code. GitHub benadrukt dat de data niet wordt gedeeld met externe ai-leveranciers, wel mogelijk met zusterbedrijven binnen de Microsoft-groep.Intussen heeft GitHub Copilot, ooit de onbetwiste marktleider in ai-ondersteund coderen, wel steeds meer af te rekenen met concurrentie. Volgens recente cijfers van CB Insights heeft Copilot zowat 25 procent van de ai-codeermarkt in handen, al volgen Cursor en Code Claude op korte achterstand.
HP zet in op ai-ecosysteem als ruggengraat van de werkplek
3 dagen
Event | Imagine 2026 Tijdens Imagine 2026 heeft HP Inc. zijn strategische koerswijziging verder ingezet. Het bedrijf verschuift nog meer van een productgedreven aanpak naar een geïntegreerd ecosysteem waarin ai, connectiviteit en gebruikerservaring centraal staan. ‘Als we vooruitkijken, draait de toekomst van werk om het eenvoudiger maken van werk in een wereld die steeds complexer wordt’, aldus Bruce Broussard, interim chief executive officer van HP Inc. Die complexiteit is niet theoretisch. Ondanks snelle digitale transformatie ervaart slechts 20% van de werknemers een gezonde relatie met werk en ondervindt 22% maandelijks technologische problemen. Dat blijkt uit onderzoek van HP zelf. Ai verschuift naar de edge Centraal in de aankondigingen staat HP IQ, een intelligentielaag die ai-functionaliteit lokaal op toestellen brengt. Die keuze voor on-device ai past in een bredere trend waarbij latency, privacy en autonomie steeds belangrijker worden. Ai moet niet langer afhankelijk zijn van de cloud, maar functioneren waar het werk gebeurt. Hoewel HP IQ op het eerste gezicht lijkt op andere ai-assistenten, kiest HP bewust voor een zakelijke benadering: een ‘workplace intelligence layer’ die draait op eigen hardware en gericht is op productiviteit, privacy en integratie. Daarmee wil het bedrijf meerwaarde creëren bovenop de klassieke ai-assistent die vooral generieke taken ondersteunt. Al is HP IQ nog vrij pril en werkt het voorlopig alleen binnen het HP-ecosysteem via een eigen interface. Helemaal revolutionair is het concept ook niet: met zijn ambitie om een naadloos ecosysteem te creëren is HP niet nieuw in de sector. NearSense Een belangrijk aspect binnen HP IQ is NearSense. HP omschrijft dit als een nieuwe vorm van ruimtelijke intelligentie die apparaten helpt elkaar te verbinden en samen te werken, en zo de overgang tussen taken en werkomgevingen vereenvoudigt. Met technologie zoals NearSense kunnen toestellen automatisch met elkaar verbinden, wat praktische toepassingen mogelijk maakt zoals eenvoudig deelnemen aan vergaderingen, snel bestanden delen tussen pc’s en het naadloos koppelen van randapparatuur zoals headsets en printers. Vooral die printerconnectiviteit zonder drivers wordt, zelfs anno 2026, nog gezien als een potentiële grote verbetering in dagelijkse workflows. Ook op hardwarevlak wordt die visie doorgetrokken, met ai-pc’s en krachtige workstations die lokale ai-workloads ondersteunen. Daarmee positioneert HP zich nadrukkelijk in hybride ai-architecturen waarin edge en cloud elkaar aanvullen. Beveiliging en workflow als fundament Naast ai zet HP in op beveiliging en beheer. Met oplossingen zoals HP TPM Guard, dat fysieke BitLocker-bypassaanvallen moet tegengaan, speelt het bedrijf in op een groeiend besef dat edge computing nieuwe risico’s introduceert. Ook printers krijgen een rol in die strategie, met ai-gestuurde documentverwerking en aandacht voor quantum-resistente beveiliging. Op het vlak van workflowautomatisering worden stappen gezet via het Workforce Experience Platform (WXP) en HP Build Workspace. Opvallend is dat WXP niet beperkt blijft tot HP-apparaten, maar ook toestellen van andere fabrikanten beheert. Dat wijst op een pragmatische benadering in heterogene IT-omgevingen. Wat alvast duidelijk is: HP wil evolueren van hardwareleverancier naar aanbieder van een samenhangend, ai-gedreven werkplatform waarin apparaten, software en workflows één (beveiligd) geheel vormen.
‘Eén kwetsbaarheid kan vandaag miljoenen apparaten raken’
3 dagen
Interview | Ot-hacker Ken Munro In de Verenigde Staten was het een aanleiding tot wetgeving toen My Friend Cayla, een pratende kinderpop, wereldwijd in opspraak kwam omdat onbekenden konden meeluisteren met gesprekken van kinderen. Zo tastbaar kunnen de gevolgen van slechte iot-security zijn. Die zaak werd mede onderzocht door Pen Test Partners, het Britse securitybedrijf onder leiding van Ken Munro. Ken Munro is geen onbekende in beleidskringen en op internationale podia: hij briefde Amerikaanse overheidsdepartementen, sprak op onder meer DEF CON, Black Hat, RSA en TEDx, en staat bekend om zijn confronterende live demonstraties. De Brit geldt dan ook als een van de meest uitgesproken stemmen in het debat over de beveiliging van verbonden apparaten. Als je zijn aandacht wilt trekken, breng je je slimme apparaat gewoon op de markt als ‘onhackbaar’, luidt het vaak geciteerde grapje. Zijn boodschap is dat, ondanks jaren van incidenten, waarschuwingen en rapporten, de beveiliging van internet of things (iot) en operational technology (ot)-systemen structureel ondermaats blijft. Menig onderzoek bevestigt dat ook. Zo rapporteerde Palo Alto Networks recent nog dat één op vijf iot-toestellen minstens één kwetsbaarheid bevat, en dit na een analyse van 27 miljoen toestellen bij 1.803 bedrijven wereldwijd. Stand van zaken, met de s van slecht Ken Munro beaamt: ‘Het is behoorlijk slecht gesteld, al zijn er hier en daar lichtpunten en voorbeelden van excellentie’ stelt hij. ‘Een klein aantal leveranciers neemt security serieus en levert grotendeels veilige producten, maar het overgrote deel bestaat uit white-label, onveilige rommel.’ Wat volgens hem vooral veranderd lijkt, is de schaal van het probleem. Waar kwetsbaarheden vroeger vaak één lokaal apparaat raakten, kan vandaag één fout miljoenen gebruikers treffen. ‘We zijn geëvolueerd van lokale compromittering van individuele apparaten naar kwetsbaarheden die in één klap miljoenen toestellen en eigenaars raken.’ Die vaststelling geldt niet alleen voor consumenten-iot, maar ook steeds vaker voor industriële omgevingen en ot-systemen, waar it-platformen, cloudkoppelingen en verbonden sensoren samenkomen. Toenemend belang De impact van falende security is intussen veel groter dan reputatieschade alleen. In ot-omgevingen kan een cyberincident leiden tot productie-uitval, fysieke schade of veiligheidsrisico’s. In consumentencontext raakt het rechtstreeks aan privacy en vertrouwen. De zaak rond My Friend Cayla blijft voor Munro illustratief. De pop bleek via bluetooth eenvoudig te benaderen, waardoor derden konden meeluisteren of praten met kinderen. Het onderzoek van zijn bedrijf Pen Test Partners werd later aangehaald als een van de aanleidingen voor California Senate Bill 327, een van de eerste iot-securitywetten in de VS. Maar de problemen zijn inherent. ‘De drijfveer bij veel iot-leveranciers is om zo snel mogelijk met een minimum viable product op de markt te komen,’ zegt Munro. ‘Met beperkte budgetten is dat gedrag ingebakken. Security zou vroeg in het ontwerp moeten worden meegenomen, maar wordt vaak doorgeschoven in de keten – als het al gebeurt.’ Vaak komt beveiliging pas op tafel wanneer een onderzoeker contact opneemt over een kwetsbaarheid. ‘Maar tegen die tijd is het eigenlijk al te laat.’ Vroeg advies over hardware-keuzes in het ontwerp is cruciaal om extreem dure fouten te vermijden Hoe kan en moet het beter? Volgens de ethische hacker ligt de sleutel niet langer bij vrijwillige best practices alleen, maar bij wetgeving. ‘Ik ben geen grote fan van regulering en geloof liever in marktkrachten, maar in het geval van iot-security werkt dat niet,’ stelt hij. ‘De gemiddelde consument kan simpelweg niet beoordelen welk product veilig is en welk niet. De markt is dus niet in staat om het juiste gedrag af te dwingen.’ Daarom verwelkomt hij initiatieven zoals ETSI EN 303 645 (de toonaangevende wereldwijde Europese norm, gepubliceerd in 2020, die essentiële cyberbeveiligingseisen stelt voor iot-apparaten voor consumenten), richtlijnen van NIST en ENISA en bindende regelgeving zoals de EU Cyber Resilience Act. ‘Vroeger was iot-security moeilijk door een gebrek aan standaarden, die bovendien vaak conflicteerden. Dat is intussen veranderd.’ Toch ziet hij nog steeds fundamentele fouten. ‘We zien nog steeds slimme apparaten op de markt met flagrante beveiligingsproblemen. Vroeg advies over hardware-keuzes in het ontwerp is cruciaal om extreem dure fouten te vermijden.’ De impact van ai Los van ot ziet Ken Munro nog andere aandachtspunten. Een nieuwe zorg is volgens hem de opkomst van ai-gedreven softwareontwikkeling. ‘Het gebruik van ai om te ‘vibe-coden’ en sneller naar de markt te gaan, baart me zorgen’, zegt hij daarover. ‘Securityfouten worden nu al gemaakt doordat fabrikanten kosten wilden drukken. De verleiding om ontwikkelkosten verder te verlagen en sneller te lanceren, vergroot het risico voor gebruikers aanzienlijk.’ Ook op platformniveau ziet hij problemen. Steeds meer fabrikanten outsourcen cloud, apps en hardware. ‘Helaas zijn veel iot-platformen zelf niet veilig. Daardoor zien we inbreuken op platforms die letterlijk miljoenen apparaten tegelijk blootstellen. De impact kan dus behoorlijk zijn.’ Kortom, iot- en ot-security verbeteren wel, maar niet snel genoeg en vaak pas onder dwang. ‘Wetgeving, duidelijke standaarden en vroege security-keuzes zijn geen rem op innovatie, maar een noodzakelijke voorwaarde ervoor.’ Ken Munro is keynote speaker op Cybersec Europe. Cybersec Europe vindt plaats op 20 en 21 mei in Brussels Expo. Meer info op cyberseceurope.com. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
Kort: Nieuw betaalmerk Pay by Bank, Utrechts Eneve naar Iberië (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: VBIN komt met ‘Pay by Bank’, Eneve koopt Spaanse Nemon, Your.Cloud lijft Indito in, Accenture steekt geld in DaVinci Commerce en Pegamento sluit partnership met Ziggo. Betaalinstellingen lanceren Pay by Bank als nieuw merk voor PSD2‑betalingen De Verenigde Betaalinstellingen Nederland (VBIN) introduceert Pay by Bank als gezamenlijk merk voor betalingen via PSD2‑gebaseerde ‘Payment Initiation Services’. De organisatie wil hiermee meer duidelijkheid geven aan consumenten en webwinkels nu iDeal de komende jaren opgaat in het Europese Wero. Volgens VBIN‑leden biedt Pay by Bank een alternatief voor situaties waarin directe bevestiging en betalingszekerheid nodig zijn. De methode stuurt gebruikers naar hun bankomgeving, waarna de betaaldienstverlener binnen enkele seconden een definitieve bevestiging ontvangt. Pay by Bank is beschikbaar voor alle Europese banken die PSD2 (Payment Service Directive 2) ondersteunen, de richtlijn voor betaaldiensten in Europa. Eneve betreedt Iberische energiemarkt met overname van Nemon Eneve uit Utrecht neemt het in Spanje gevestigde softwarebedrijf Nemon over en breidt daarmee zijn activiteiten uit naar Spanje en Portugal. De energiemarkten in beide landen veranderen snel door de groei van hernieuwbare energie en verdere elektrificatie, wat de vraag naar geïntegreerde software vergroot. Nemon uit Tarragona levert saas‑oplossingen voor onder meer marktcommunicatie, contractmanagement, forecasting en facturatie. Het bedrijf ondersteunt regionale energiebedrijven, waaronder Barcelona Energia Pública. Door de overname gaat Eneve ruim honderd Iberische energiebedrijven bedienen. Na afronding van de transactie verwacht het bedrijf uit de Domstad een omzet van ruim dertig miljoen euro te realiseren. Inclusief de circa dertig medewerkers van Nemon komt het aantal werknemers bij Eneve op ongeveer 180. Your.Cloud breidt diensten uit met overname Indito Your.Cloud uit Amsterdam neemt Indito uit Deventer over om zijn positie in de markt voor moderne werkplekoplossingen te versterken. Indito levert it‑diensten voor mkb‑ en grote organisaties, variërend van Microsoft 365‑werkplekken en cybersecurity tot workflowoptimalisatie. Volgens beide partijen sluit de overname goed aan op de groeiende vraag naar veilige en efficiënte digitale werkomgevingen. Met de integratie krijgt Indito toegang tot extra expertise en schaalvoordelen binnen Your.Cloud, de msp-groep die dat bestaat uit meer dan 35 bedrijven en circa 1.500 medewerkers. De financiële details van de transactie, ondersteund door Strikwerda Investments, zijn niet bekendgemaakt. Accenture investeert in ai‑gedreven commerceplatform DaVinci Commerce Accenture investeert via Accenture Ventures in DaVinci Commerce, gevestigd in de Verenigde Staten. Het bedrijf ontwikkelt ai‑gestuurde koopadvies‑ en transactietechnologie die inspeelt op een markt waarin autonome ai‑agents een grotere rol spelen bij productkeuze en aankoopmomenten. Accenture Song, de divisie die zich richt op marketing, design, commerce en klantbeleving, gaat samenwerken met DaVinci Commerce om organisaties te ondersteunen bij de inzet van agentic commerce in het volledige aankoopproces, van productontdekking tot levering en klantloyaliteit. DaVinci Commerce zet ai in om merkcontent te vertalen naar interactieve winkelervaringen die werken op commerceplatformen en systemen gebaseerd op large‑language‑models. De investering moet organisaties helpen hun commerceprocessen beter af te stemmen op ai‑gedreven klantgedrag. Pegamento kiest Ziggo als partner voor vaste netwerkdiensten Pegamento uit Zeist heeft een overeenkomst gesloten met Ziggo voor de levering van vaste netwerkdiensten. Daarmee krijgt de specialist in klantcontacttechnologie een operatorstatus die meer controle geeft over de eigen telecomdiensten. Voor mobiele diensten blijft Pegamento samenwerken met KPN. Door de nieuwe rol richt Pegamento processen voortaan deels zelf in zonder tussenpartijen, wat volgens het bedrijf leidt tot meer flexibiliteit en beter inzicht in prestaties en kosten. De samenwerking vraagt aanpassingen binnen techniek, productontwikkeling en operations. Intern is een project gestart om de overgang te begeleiden. De deal moet de telecompropositie van Pegamento verder versterken.
Euro-Office gelanceerd als alternatief voor Microsoft Office
3 dagen
In Berlijn is Euro-Office gepresenteerd, een open kantoorsoftwarepakket dat moet uitgroeien tot een Europees alternatief voor Microsoft Office. Het initiatief komt voort uit een samenwerking tussen Ionos, Nextcloud, OpenProject (Duits), XWiki SAS, Abilian (Frans), Btactic (Spaans), Soverin (Nederlands) en Eurostack, een industrieel beleidsinitiatief dat zich richt op het opbouwen van een soevereine digitale infrastructuur voor Europa. De introductie volgt op toenemende zorgen binnen Europese overheden, bedrijven en onderwijsinstellingen over afhankelijkheid van niet‑Europese platforms voor productiviteitstools. Volgens de initiatiefnemers ontbreekt het in Europa aan een pakket dat open source is, volledig Microsoft-formaten ondersteunt en onder transparant Europees bestuur valt. Euro-Office moet dat gat vullen. De deelnemers noemen het een poging om een volledig soevereine suite te bouwen zonder beperkingen in compatibiliteit of gebruiksgemak. De suite ondersteunt documenten, spreadsheets en presentaties en werkt volgens betrokken partijen zonder conversieproblemen met Microsoft-formaten. De interface is gericht op minimale overstapdrempels. De volledige broncode is vrij beschikbaar onder open‑sourcelicenties en wordt ontwikkeld via een publiek proces op GitHub. De tech-preview van de software is daar inmiddels te vinden. Een eerste stabiele versie staat gepland voor komende zomer. Te weinig samenwerking Volgens Ionos-directeur Achim Weiss is er door recente geopolitieke ontwikkelingen meer behoefte aan oplossingen die binnen Europese jurisdictie vallen. Ook Frank Karlitschek, topman van Nextcloud, benadrukt dat veel bouwstenen al bestonden, maar dat samenwerking ontbrak. De deelnemers zien Euro-Office als het resultaat van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor cruciale digitale infrastructuur. De coalitie wil een ecosysteem opbouwen rondom de suite en nodigt andere bedrijven en publieke instellingen uit mee te ontwikkelen of bij te dragen. De governance moet volledig transparant zijn, zonder afhankelijkheid van individuele leveranciers. Soverin Het Nederlandse Soverin, gevestigd in Amsterdam, is een van de initiatiefnemers. Het bedrijf levert al meer dan tien jaar privacy-first e‑maildiensten vanaf eigen hardware in drie datacenters in Nederland. Volgens Soverin is Euro-Office een logische uitbreiding op de bestaande diensten en een voorbeeld van samenwerking op Europese schaal om een alternatief te bieden voor grote Amerikaanse techbedrijven. Met de lancering van de tech-preview kunnen organisaties alvast testen, feedback geven en bijdragen aan de verdere ontwikkeling. De definitieve versie moet later dit jaar beschikbaar komen.
Gemeenten denken te weinig na over inzet van ai 
3 dagen
Nederlandse gemeenten maken steeds vaker gebruik van artificiële intelligentie (ai), maar duidelijke kaders en aandacht voor digitale soevereiniteit blijven achter. Dat blijkt uit de ‘AI Monitor Gemeenten 2025’ van M&I/Partners, het jaarlijkse onderzoek naar de adoptie en ontwikkeling van ai binnen het lokale bestuur. Uit het onderzoek komt naar voren dat een meerderheid van de gemeenten inmiddels experimenteert met ai‑toepassingen, vooral binnen de interne bedrijfsvoering. Generatieve ai, zoals automatisch schrijven, samenvatten en analyseren van teksten, wordt het meest gebruikt. Deze technologie helpt medewerkers bij administratieve werkzaamheden en procesoptimalisatie. Daarnaast stijgt het aantal gemeenten dat beschikt over een ai‑visie, ai‑strategie of beleidskaders. Hoewel embedded ai in bestaande systemen minder vaak wordt herkend, is er wel een voorzichtige groei van door gemeenten zelf ontwikkelde ai‑oplossingen. Die ontwikkeling staat echter nog in de kinderschoenen. Gemeenten zien ai vooral als middel om efficiënter te werken, de werkdruk te verlagen en de dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd signaleren zij risico’s rondom privacy, informatiebeveiliging, regie op ai‑gebruik en het risico op een ongecontroleerde groei van tools en toepassingen. Ai‑geletterdheid onder medewerkers vormt eveneens een knelpunt: hoewel veel gemeenten trainingen aanbieden of voorbereiden, heeft tot nu toe slechts een beperkt deel van de medewerkers deze gevolgd. Weinig aandacht voor soevereiniteit Opvallend is dat digitale soevereiniteit relatief weinig aandacht krijgt. Ondanks de discussie over afhankelijkheid van buitenlandse technologie, maakt slechts een kleine groep gemeenten bewust de keuze voor Europese ai‑oplossingen boven niet‑Europese varianten. Daar staat tegenover dat een groot deel van de gemeenten algoritmen heeft vastgelegd in het landelijke algoritmeregister of daar momenteel aan werkt. Dat register moet burgers en organisaties inzicht geven in welke algoritmen worden gebruikt en hoe deze functioneren. De AI Monitor van M&I laat zien dat ai een vaste plek begint in te nemen binnen het gemeentelijk werk, maar dat verdere professionalisering nodig is om toepassingen verantwoord en duurzaam in te zetten. Het onderzoek is gebaseerd op een enquête onder dertig gemeenten en verdiepend onderzoek bij Wierden, Dijk en Waard en Haarlemmermeer.
Kort: Dashboard Rekenkamer biedt blik op overheid, Xebia sluit Europees pact met OVHcloud (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Rekenkamer ontwikkelt ‘Blik op Nederland’, Groningse ai-bundeling, Xebia in zee met OVHcloud, Offlimits wint kort geding tegen Grok en Office IT neemt Freez.it over. Rekenkamer biedt met dasboard inzicht in overheidsbeleid   De Algemene Rekenkamer heeft een online dashboard ontwikkeld dat inzicht biedt in de voortgang van grote beleidsthema’s van de rijksoverheid. Het instrument, Blik op Nederland: Dashboard Doelen en Resultaten, bundelt indicatoren over onder meer economie, wonen, zorg, veiligheid en bestaanszekerheid. Ook toont het hoe deze onderwerpen zich ontwikkelen in de tijd en hoe zij aansluiten op nationale en internationale afspraken. De indicatoren die ict-raakvlakken hebben zijn r&d-uitgaven, digitale vaardigheid en de nationale cybersecurity-index en investeringsquote defensie-uitgaven. Voor de scores op de indicatoren gebruikt de rekenkamer cijfers van instituten zoals het CBS, het RIVM, het PBL of de OECD. Het dashboard is primair bedoeld om het eigen onderzoek van de Rekenkamer te ondersteunen, bijvoorbeeld bij risicoanalyses en het bepalen van het onderzoeksprogramma. Daarnaast kunnen Kamerleden en andere geïnteresseerden het gebruiken om ontwikkelingen op de middellange en lange termijn te volgen, ook wanneer deze niet in een regeerakkoord zijn opgenomen. New Nexus neemt Nexler over voor gezamenlijke ai-dienstverlening New Nexus uit Groningen neemt per 1 april Nexler uit Haren over. De twee it-consultancybedrijven zetten hun ai‑activiteiten vanaf dan voort onder de naam New Nexus AI Solutions. Hiermee willen zij inspelen op de toenemende vraag naar praktische ai‑toepassingen bij organisaties in Noord‑Nederland. New Nexus richt zich op softwareontwikkeling, ai, business intelligence en it‑ en verandermanagement. Nexler specialiseert zich in procesautomatisering en datatoepassingen. Door de bundeling ontstaat binnen New Nexus een nieuw bedrijfsonderdeel dat organisaties ondersteunt van strategie en experiment tot implementatie en gebruik. Xebia biedt Europese cloud via samenwerking met OVHcloud Xebia uit Hilversum gaat samenwerken met het Franse OVHcloud, om klanten een Europees cloudalternatief te bieden. De it-dienstverlener geeft organisaties daarmee de mogelijkheid hun data binnen Europese regels te houden. De stap speelt in op de groeiende vraag naar cloudoplossingen buiten Amerikaanse aanbieders, vooral in sectoren als financiële dienstverlening en zorg. Klanten krijgen toegang tot het volledige OVHcloud‑portfolio, waaronder publieke cloud, ai‑diensten en managed Kubernetes. In combinatie met de advies- en implementatiekennis van Xebia kunnen organisaties hun infrastructuur opbouwen binnen een soevereine Europese omgeving. Volgens Xebia vergroot de samenwerking de keuzevrijheid voor organisaties die controle over data en regelgeving belangrijk vinden. Rechter stopt uitkleedfunctie Grok na zaak Offlimits De voorzieningenrechter in Amsterdam heeft Grok, ontwikkeld door xAI, het ai‑bedrijf van Elon Musk, verboden om uitkleedbeelden en kinderpornografisch materiaal te genereren en te verspreiden. Het verbod geldt voor beelden van personen die in Nederland wonen en voor gebruik binnen Nederland. Aanleiding is een zaak van Offlimits uit Amsterdam, dat liet zien dat dergelijke beelden ondanks zogenaamde verboden en maatregelen van Grok en X nog steeds zijn te maken. De rechter legt een dwangsom op van honderdduizend euro per dag met een maximum van tien miljoen euro. X mag Grok niet aanbieden zolang het niet aan de verboden voldoet. Office IT versterkt positie in Friesland met overname Freez.it Office IT uit Sneek lijft Freez.it uit Bolsward in om zijn dienstverlening in Friesland verder uit te breiden. Door de samenvoeging ontstaat meer capaciteit en expertise voor moderne werkplekken, connectiviteitsdiensten en cybersecurityoplossingen in de regio, is de verwachting. Office IT maakt deel uit van Smizer, het managed services platform (msp)‑platform van Riverdam. De integratie past binnen de groeistrategie van investeringsmaatschappij die de afgelopen jaren meerdere regionaal opererende msp’s heeft toegevoegd aan het Smizer‑platform.
10 vragen over de regels voor OT 
6 dagen
Van NIS2 tot productwetgeving: operationele technologie (ot) staat volop in de aandacht van wetgevers. Toch is het voor veel it- en ot-professionals onduidelijk welke regels nu echt van toepassing zijn op industriële omgevingen. Deze faq biedt een overzicht van de kaders en hun betekenis voor ot in de praktijk.1.Waarom valt ot onder cyberwetgeving?Ot-systemen sturen fysieke processen aan en hebben invloed op veiligheid en continuïteit. Floris Dankaart, lead product manager bij Fox-it, merkt op dat ot lange tijd vooral vanuit safety gereguleerd werd. Ot wordt nu echter ook vanuit cybersecurity bekeken. ‘Digitale dreiging en fysieke veiligheid zijn niet van elkaar te scheiden.’Simon Dompeling, transformation lead bij YaWorks en ot-expert, stelt dat dit geen omslag is. ‘De regelgeving bouwt al jaren op, van NIS naar NIS2 en straks de Cyberbeveiligingswet.’ Wat veranderde is de context: door de koppeling van machines met it (‘industry 4.0’) zijn ot-omgevingen sterker verbonden met externe netwerken, waardoor het aanvalsoppervlak groeide. En tegelijkertijd neemt het dreigingsniveau toe door professionele criminelen en statelijke actoren.2.Wat beschouwen wetgevers als ot?Systemen die fysieke processen aansturen of beïnvloeden en waarvan uitval gevolgen heeft voor veiligheid of dienstverlening, vallen in de praktijk onder ot, zoals ook beschreven in publicaties van het Europese cybersecurity-agentschap ENISA over Industrial Control Systems en ot-security. Volgens Dankaart gaat het daarbij om systemen die fysieke processen aansturen, bewaken of beïnvloeden, zoals robotica of energie-infrastructuur. ‘Systemen zonder directe invloed op fysieke processen, zoals kantoorapplicaties, doorgaans niet.’ Tegelijkertijd benadrukt Dompeling dat de wet geen onderscheid maakt tussen it en ot. Wetgeving als NIS2 kijkt naar het vermogen van organisaties om essentiële functies te blijven uitvoeren. Of een verstoring via it of ot ontstaat, is ondergeschikt aan de impact.3.Welke ot-omgevingen vallen onder NIS2?NIS2 kijkt niet naar afzonderlijke installaties, maar naar de rol die systemen spelen in bij het leveren van essentiële diensten. Volgens Dankaart vallen alle systemen die een organisatie nodig heeft om haar maatschappelijke functie te vervullen binnen de scope. ‘Organisaties moeten kunnen onderbouwen waarom bepaalde systemen wel of niet zijn meegenomen.’Dompeling vult aan dat ot-omgevingen niet zelfstandig onder NIS2 vallen, maar via de organisatie waarvan ze onderdeel zijn. ‘Of een installatie onder de wet valt, hangt minder af van de techniek, maar meer van het belang ervan voor de dienstverlening.’4.Valt mijn organisatie onder NIS2 of de Cyberbeveiligingswet?Of een organisatie onder NIS2 of de Cyberbeveiligingswet valt, hangt af van omvang en maatschappelijke impact. Dompeling benadrukt dat NIS2 het oude principe omdraait. Waar onder NIS vooral expliciet aangewezen organisaties onder de wet vielen, geldt nu een brede lijst van sectoren en activiteiten die als maatschappelijk relevant worden beschouwd. In combinatie met omvangscriteria betekent dit dat veel meer organisaties zelf moeten vaststellen of zij NIS2-plichtig zijn.5.Welke verplichtingen gelden er al voor ot?Veel ot-omgevingen vallen al langer onder wettelijke verplichtingen. Dompeling wijst erop dat in Nederland de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen van kracht is, die de NIS-richtlijn implementeert. ‘De wet verplicht organisaties om risico’s inzichtelijk te maken, passende maatregelen te nemen en incidenten te melden, maar laat de technische invulling bij de organisatie zelf.’ Dankaart zegt dat het daarbij vaak gaat om verplichte risicobeoordelingen, veiligheidsintegriteitsnormen en incidentmeldingen. Veel van deze eisen zijn ouder dan cybersecuritywetgeving en vinden hun oorsprong in safety-engineering.6.Wat verandert er met de invoering van de Cybersecurity Act?Dompeling benadrukt dat cybersecurity met deze wetgeving een bestuursverantwoordelijkheid wordt. ‘Bestuurders zijn persoonlijk aansprakelijk op het naleven van de verplichtingen en moeten kennis hebben van cyberrisico’s.’ Organisaties moeten zelf beoordelen of zij onder de wet vallen en een cybersecurity-managementsysteem inrichten, met aandacht voor continuïteit, incident response, meldtermijnen en verantwoordelijkheid voor de toeleveringsketen. ‘De invoering van EU-brede cybersecuritycertificerings-programma’s zal leiden tot meer uniforme verwachtingen voor leveranciers en operators,’ zegt Dankaart. Dat heeft impact op inkoop, doordat minimale beveiligingsniveaus worden vastgelegd en het vertrouwen in ot-producten toeneemt.7.Welke regels raken ot de komende jaren?Dompeling wijst erop dat er regels komen die zich richten op fysieke veiligheid, sabotage en terrorismebestrijding. Leveranciers van machines en software krijgen daarbij verantwoordelijkheden.Daarbij gaat het onder meer om de Cyber Resilience Act, regelgeving rond ai en cryptografie en aangescherpte eisen aan de toeleveringsketen. ‘We verwachten ook updates van sectorspecifieke richtlijnen,’ zegt Dankaart, ‘zeker nu verdere automatisering en remote operations binnen industry 4.0 nieuwe risico’s introduceren.’8.Welke beveiligingseisen stelt de wetgever aan ot-systemen?De wet schrijft geen technische maatregelen voor ot-systemen voor, maar verlangt wel dat risico’s proportioneel en passend worden beheerst. ‘Dat zie je terug in generieke ot-standaarden zoals IEC 62443, aangevuld met sectorspecifieke normen, bijvoorbeeld voor energie-infrastructuur,’ stelt Dankaart.9.Heeft ot eigen standaarden?‘IEC 62443 vormt de basis voor ot-security,’ zegt Dankaart, ‘aangevuld met sectorspecifieke normen, bijvoorbeeld voor energie, transport, luchtvaart en scheepvaart.’In de praktijk combineren organisaties dit vaak met bestaande it-kaders. ‘Veel organisaties leunen voor hun cybersecuritymanagementsysteem op ISO 27001,’ merkt Dompeling daarom op, ‘ze vullen dat waar nodig aan met sectorspecifieke ot-richtlijnen.’10.Welke wet- en regelgeving hebben we niet behandeld?De Europese Machineverordening stelt eisen aan het ontwerp en de besturing van machines, inclusief software en digitale besturingen, blijkt uit toelichtingen van de Europese Commissie en conformiteitsinstanties. Voor zware industriële installaties geldt de Seveso-regelgeving, die zich richt op het voorkomen van grote ongevallen met gevaarlijke stoffen. Cyberverstoringen worden daarbij betrokken in risicoanalyses, meldt onder meer CET Journal. Daarnaast speelt IEC 61511 een rol als norm voor functionele veiligheid in de procesindustrie. Deze norm wordt in de praktijk vaak gecombineerd met IEC 62443 om safety en security samen te beoordelen.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
Datasoevereiniteit in tijden van geopolitieke frictie: wie bestuurt wie?
6 dagen
HIGH PERFORMERS – It-mediator en -deskundige prof. dr. Hans Mulder in debat met ai-chatbots. Hans Mulder: Ik stel voor dat we vandaag geen abstract debat voeren. Datasoevereiniteit is geen theoretisch begrip meer, het is een bestuursvraagstuk. En eerlijk gezegd: het is ook een machtsvraagstuk. Wie bepaalt de spelregels? Wie bezit de knoppen? Wie kan een stekker eruit trekken? En vooral: wie is verantwoordelijk als het misgaat? Ai-chatbots: Datasoevereiniteit is vooral een technisch probleem. Kies gewoon voor encryptie, goede cloud­leveranciers en compliance. Dan ben je er toch? Hans Mulder: Dat is precies de reflex die ons in de problemen brengt. High performers weten: techniek is een middel. Besturen gaat over regie, afhankelijkheden, belangen, tegenmacht en uitvoerbaarheid. Ik heb samen met Yves Vanderbeken en Eddy Van der Stock een boek geschreven voor besturen over datasoevereiniteit, niet als hype, maar als praktische route ‘van visie tot praktijk’. Niet om bestuurders bang te maken, maar om ze wakker te maken. Want wat ik in mijn werk telkens opnieuw zie, is dat digitale afhankelijkheid je sluipend overvalt: je merkt het pas als het te laat is. En dan blijkt dat je als bestuur wel verantwoordelijk bent, maar nauwelijks nog macht hebt. Ai-chatbots: Maar is die afhankelijkheid niet gewoon een logisch gevolg van specialisatie? Je kunt toch niet alles zelf doen? Hans Mulder: Zeker. En dat is ook niet het punt. Ik heb eerder gezegd: als bestuurder hoef je geen expert op je eigen wagenpark of gebouwencomplex te zijn. Maar it is geen gebouwbeheer. It is het zenuwstelsel van je organisatie. Het is de plek waar je processen leven, waar je beslissingen worden uitgevoerd, waar je dossiers worden gevormd. Als je daar de regie kwijtraakt, verlies je niet alleen controle, je verliest bestuurlijke autonomie. Datasoevereiniteit vraagt om een nieuw soort discipline: je moet structureel weten waar je data zijn, wie erbij kan, wie ze kopieert, wie ze verwerkt en wie de regels dicteert. En dat moet je kunnen uitleggen, niet alleen aan auditors, maar aan je eigen raad, je eigen medewerkers en uiteindelijk aan de burger en je klanten. Ai-chatbots: Toch zijn de cloudaanbieders niet de vijand. Het gaat om schaalvoordelen. Bovendien zijn grote aanbieders veiliger. Hans Mulder: Klopt, de cloud is niet de vijand, maar naïviteit wel. High performers laten zich niet sussen door het argument ‘ze zijn groter, dus veiliger’. Groter betekent ook: verder weg, minder beïnvloedbaar en soms: geopolitiek onvoorspelbaar. Datasoevereiniteit is in deze wereldorde geen luxe meer. We zien een wereld waarin handelsblokken verharden, waarin technologie een strategisch wapen is geworden en waarin sancties, exportrestricties en juridische extraterritoriale claims niet meer uitzonderlijk zijn. In zo’n wereld is de vraag niet: ‘is onze leverancier betrouwbaar?’ De vraag is: ‘wat gebeurt er als de context verandert en die leverancier móét meebewegen met krachten die buiten ons liggen?’ High performers denken niet alleen in het heden. Ze modelleren scenario’s. Ze bouwen redundantie in. Ze organiseren tegenmacht. High performers modelleren scenario’s, bouwen redundantie in en organiseren tegenmacht Ai-chatbots: Dus u pleit voor volledige onafhankelijkheid? Hans Mulder: Nee. Ik pleit voor volwassen afhankelijkheid. Dat is iets anders. Een volwassen afhankelijkheid betekent dat je expliciet kiest welke afhankelijkheden je accepteert — en welke niet. Dat je weet waar je ‘exit’ zit. Dat je open standaarden gebruikt waar het kan. Dat je contracten niet ziet als een juridisch schild, maar als een instrument van regie. En dat je verantwoordelijkheden niet uitbesteedt aan ai. We hebben een soort ai-trias-politica nodig: checks and balances, onafhankelijkheid van interpretatie en vooral: menselijke verantwoordelijkheid. Want als je niet onafhankelijk kunt oordelen, kun je niet meer besturen. Dan ben je slechts uitvoerder van een machine die je zelf niet meer begrijpt. Ai-chatbots: Maar ai kan toch juist helpen? Slimme systemen kunnen risico’s signaleren en softwarerobotjes kunnen repetitieve taken automatiseren. Hans Mulder: Zeker. Maar dan moeten we niet in de valkuil stappen dat ai de regie overneemt. High performers automatiseren pas als het proces vaak goed is gegaan en weten ook waar het mis kan gaan. Want dan moet de mens weer aan zet zijn. In de praktijk betekent dat: human-in-the-loop niet als marketingterm, maar als echte interventieplek. Als een soort rechterlijke macht in je proces. En dan is er nog een ongemakkelijke waarheid die in ons boek ook zonder omwegen benoemd wordt: cio’s dragen verantwoordelijkheid zonder de macht die daarbij hoort. Dat is niet alleen oneerlijk, het is gevaarlijk. Want dan creëer je een systeem waarin de schuld intern landt, terwijl de knoppen extern zitten. High performers lossen dat niet op met heroïek, maar ze organiseren tegenmacht. Ai-chatbots: Dus datasoevereiniteit is vooral… intern knoppen organiseren? Hans Mulder: Datasoevereiniteit is bestuurlijke volwassenheid. En volwassenheid betekent: extern samenwerken waar het kan, en autonoom blijven waar je niet afhankelijk mág worden. Want datasoevereiniteit is niet alleen ‘onze data blijven hier’, maar is blijven werken aan een digitale infrastructuur die betrouwbaar, uitlegbaar, corrigeerbaar, kortom bestuurbaar is, omdat de regie daar ligt waar ze hoort: bij het bestuur. En dat is precies wat high performers doen: ze laten zich niet leiden door de technologie, maar door de verantwoordelijkheid. High Performers In deze rubriek laat it-mediator prof. dr. Hans Mulder zijn gedachten gaan over de vraag: wat maakt dat sommige organisaties in dit digitale tijdperk het (veel) beter doen dan andere? Wat zijn de unieke eigenschappen van deze ‘High Performers’? En welke rol speelt it hierin? Dit artikel staat ook in Computable Magazin 2026 #1.
Nederland en België in Europese top vijf voor telewerk
6 dagen
Nederland en België behoren tot de Europese koplopers op het vlak van telewerk. Nederland staat op de tweede plek, België op de vijfde. Intussen moedigen steeds meer werkgevers hun medewerkers aan om vaker naar kantoor te komen. Al zou een nieuwe energiecrisis daar wel eens verandering in kunnen brengen. Inzake telewerk neemt Nederland met 45 procent de tweede plaats in, enkel het Verenigd Koninkrijk (47 procent doet beter. Dat percentage slaat op het aandeel werknemers dat de mogelijkheid krijgt om (soms) hybride of remote te werken. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van hr-dienstverlener SD Worx, gebaseerd op een bevraging van meer dan 16.500 werknemers en bijna zesduizend hr-managers in zestien Europese landen. België volgt op de vijfde plaats met 40 procent, net na Ierland (44 procent) en Finland (41 procent). In Oost-Europese landen, zoals Servië of Slovenië heeft slechts een kwart van de medewerkers de optie om te telewerken. In België werkt bijna de helft van de thuiswerkers volgens vaste afspraken en 86 procent houdt zich daar ook effectief aan. België en Frankrijk zijn daarmee Europese koplopers op het vlak van gestructureerde telewerkafspraken. Vaker naar kantoor Opvallend is dat landen die hoog scoren op hybride en remote werk ook een hogere tevredenheid over de werk-privébalans rapporteren. Toch waait er een andere wind bij werkgevers. Waar vorig jaar bijvoorbeeld nog een derde van de Belgische werkgevers zijn werknemers aanmoedigde om vaker naar kantoor te komen, is dat aandeel in 2026 gestegen tot meer dan de helft. Omgekeerd willen werknemers vaak net meer thuiswerken. Al kregen die werknemers en telewerkers onlangs een signaal uit eerder onverwachte hoek. Het Internationaal Energieagentschap riep namelijk expliciet op om telewerk te stimuleren als middel om energieverbruik te beperken. Dat geeft het debat een nieuwe dimensie: thuiswerk is niet langer alleen een kwestie van flexibiliteit, maar ook van duurzaamheid en energiebeleid.
Ai‑fabriek wil directe aansluiting op Noord­zee­stroom om netcongestie te voorkomen
6 dagen
De ai-gigafabriek die ondernemer Han de Groot (Volt) samen met Eneco in het Rotterdamse havengebied wil bouwen, hoeft niet tot extra netcongestie te leiden. Voorwaarde is wel dat deze ai-infrastructuur dan directe toegang heeft tot windenergie op de Noordzee. Zo’n aanlandingspunt en de nabijheid van een flexibele backup-energiecentrale kunnen de belasting van het stroomnet tot een minimum beperken. Dit zei Han de Groot die met zijn bedrijf Volt het initiatief tot dit project heeft genomen, donderdag in de Tweede Kamer. Hij reageerde daarmee op vragen van het BBB-kamerlid Henk Vermeer, die zich afvraagt waarom deze fabriek voorrang moet krijgen.  Energiebehoefte Tijdens een rondetafelgesprek over het optimaal benutten van ai-kansen zei De Groot dat er rond dit project een aantal misverstanden leeft. Een daarvan is de vrees dat ai met zijn enorme energiebehoefte het bedrijven nog moeilijker maakt om aan een stroomaansluiting te komen. Volgens De Groot heeft Nederland ruim voldoende elektrisch vermogen voor ai-infrastructuur in de vorm van stroom van windparken op zee.  Probleem is echter dat er momenteel te weinig capaciteit bestaat om die elektriciteit te transporteren naar locaties verder van de kust. Er zijn genoeg plannen voor windparken. Maar om die rendabel te maken moet je de stroom ophalen waar die aan land komt en al infrastructuur bestaat. Plaatsen als Borssele, IJmuiden en Rotterdam komen dan in aanmerking. Van de windparken naar de kust liggen al voor miljarden aan kabels.  De ai-fabrieken waar Nederland behoefte aan heeft, leveren in de volle breedte rekenkracht. Zeker de komst van digitale assistenten, virtuele collega’s die fysieke medewerkers bijstaan, vereist veel ‘ruwe’ rekencapaciteit. Zonder eigen infrastructuur voor ai-rekenkracht blijft Nederland afhankelijk van niet-Europese aanbieders, met geopolitieke, juridische en leveringsrisico’s.  Europese tender Die ai-gigafactory moet een plaats krijgen binnen een Europees netwerk van ai-rekencentra. De Europese Unie opent op korte termijn de aanbesteding voor de realisatie van vijf AI-Gigafabrieken, waarvoor 20 miljard euro aan Europese middelen beschikbaar is gesteld. Voorwaarde voor deelname aan de Europese tender is dat de Nederlandse overheid zelf ook een financieel commitment aangaat, of rekenkracht vooruitbestelt. Bij het laatste ontvangt Nederland ook nog een forse korting, vanwege de gezamenlijke inkoop-voordelen. Nederland heeft tot augustus de tijd hiervoor in te schrijven. Landen als Duitsland hebben dat al gedaan. Duitsland heeft reeds een vooruitbestelling van ai-rekenkracht ter waarde van €805 miljoen toegezegd voor een Duitse ai-gigafabriek. De Rotterdamse fabriek gaat ongeveer vijf miljard euro kosten. Het duurt twee jaar om zo’n fabriek te bouwen. Maar eerst moeten er vergunningen komen, wat ook twee jaar kost. De Groot pleit voor een versnelde vergunningsprocedure voor dit soort grote infrastructurele projecten. Ruimtelijk beleid is nodig waar ai-infrastructuur goed ingepast kan worden. In Duitsland is al gekozen voor een versnelling, terwijl Frankrijk zones heeft aangewezen waar de papiermolens sneller draaien. Troefkaart hyperconnectiviteit Volgens De Groot is zo’n fabriek bepaald geen overbodige luxe omdat de verdeling van ai-fabrieken wereldwijd volledig scheef is. Liefst 75 procent staat in de VS, terwijl de EU niet verder komt dan vijf procent. De troefkaart van Nederland is de hoge hyperconnectiviteit. Zo’n duizend datanetwerken zijn hier met elkaar verbonden; een systeem dat in dertig jaar is opgebouwd. Dit betekent dat data heel snel door de EU zijn te transporteren. Deze infrastructuur is goed voor ai te gebruiken, stelde De Groot.  De ai-fabriek die voor Groningen staat gepland, staat het Rotterdamse megaproject niet in de weg. Rotterdam krijgt een capaciteit die dertig keer hoger ligt. Deze ai-gigafabriek richt zich op commerciële processen in de industrie, terwijl Groningen voor instellingen van wetenschappelijk onderzoek is bedoeld. 

Pagina's

Abonneren op computable