computable

108 nieuwsberichten gevonden
Waarom OpenClaw het ChatGPT-moment voor agents kan zijn
6 uur
Van hobbyproject tot OpenAI: de vliegende start van OpenClaw Een maand geleden was OpenClaw nog een hobbyproject. Vandaag werkt de maker ervan bij OpenAI om ‘de volgende generatie persoonlijke agents’ te bouwen. Het verhaal van de Oostenrijkse ontwikkelaar Peter Steinberger en zijn ai-agent illustreert niet alleen de snelheid waarmee ai zich ontwikkelt, maar mogelijk ook de toekomst van hoe we met (ai-)technologie zullen werken. Intussen is zijn geesteskind al drie keer van naam veranderd: van Clawdbot ging het naar Moltbot om nu als OpenClaw door het leven te gaan.Maar in wezen komt het altijd op hetzelfde neer. Peter Steinberger bouwde een ai-agent die namens gebruikers taken uitvoert: agenda’s beheren, vluchten boeken, communiceren met andere ai-agents. Wenen is het nieuwe Silicon Valley Het project ging al snel viraal, met ook de nodige reserves. Maar bovenal trok het binnen weken de aandacht van techmagnaten als Mark Zuckerberg (Meta), Satya Nadella (Microsoft) en Sam Altman (OpenAI). Uiteindelijk koos Steinberger voor OpenAI, terwijl OpenClaw zelf wordt ondergebracht in een stichting en open source blijft.Dat de snelheid waarmee ai evolueert hoog en ongezien is, erkent ook Wim Casteels, coördinator it & ai aan de AP Hogeschool. ‘Eén individuele ontwikkelaar kan in weken bouwen wat maanden geleden nog een heel team vergde’, stelt hij vast. ‘De afstand tussen experiment en product wordt steeds kleiner.’Opvallend is ook dat Peter Steinberger zijn toepassing bouwde vanuit Wenen, en niet vanuit Silicon Valley. Al bleek OpenClaw voor hem wel zijn visitekaartje om in Silicon Valley aan de slag te gaan. Systemen die modellen verslaan En dan is er nog het technologische aspect. ‘OpenClaw is misschien geen technologische doorbraak, maar het zou wel eens een eerste glimp kunnen zijn van hoe de standaardinterface voor ons werk en leven er in de toekomst uit zal zien’, zo analyseert Jan Vanalphen, ai strategy & advisory lead bij Faktion in een post op Linkedin.Vanalphen identificeert een aantal redenen waarom OpenClaw wijst naar de toekomst van agentic ai. Ten eerste functioneert de assistent als een persoonlijke runtime. Door te draaien op een lokale machine of private server wordt de agent iets dat gebruikers echt bezitten en controleren, vergelijkbaar met een browser. ‘De data, credentials en workflows blijven bij de gebruiker, terwijl het ai-model een vervangbare component wordt.’ Daarnaast bewijst OpenClaw dat het model niet langer het product is. De agent levert waarde, zelfs met goedkopere, zwakkere modellen. ‘Wat gebruikers ervaren als intelligentie is niet het model zelf, maar de orkestratie: geheugen, tools, feedback en context die samenwerken als een systeem. Of met andere woorden: systems beat models’, aldus Vanalphen. Interface van de toekomst die er geen is Voorts signaleert OpenClaw het einde van gefragmenteerde bot-landschappen. ‘Gebruikers willen geen aparte bots voor financiën, HR of research. Ze willen één assistent die hen kent en over alles heen werkt’, oppert hij. Volgens hem toont de explosieve groei van ClawHub, OpenClaw’s zogenaamde skills marketplace, aan dat agent-platforms evolueren naar plugin-ecosystemen.Tenslotte – en last but not least – verspreidt OpenClaw zich niet door een prachtige interface, maar juist door het ontbreken ervan. De agent leeft binnen WhatsApp, Telegram en Teams, waarbij gebruikers niets hoeven te veranderen aan hun gedrag. ‘Distributie en workflow-integratie zijn hierbij productfeatures.’ ChatGPT-moment Of OpenClaw zelf een grote winnaar wordt, is minder relevant dan wat het project symboliseert: een verschuiving van ai-modellen als eindproduct naar ai-agents als persoonlijke, persistente assistenten die naadloos integreren in bestaande workflows.Sommigen spreken in dit kader over het ChatGPT-moment voor agentic ai. Waar ChatGPT de conversationele ai mainstream maakte, kan OpenClaw hetzelfde doen voor autonome agents.Al is er natuurlijk wel een fundamenteel verschil: waar ChatGPT nog reactief is, wordt OpenClaw proactief. De assistent wacht niet op vragen, maar handelt namens de gebruiker.Voor Vanalphen is het alvast duidelijk. ‘We worden elke dag in duizend richtingen getrokken door de ai-nieuwscyclus. Het meeste daarvan is ruis’, erkent hij. ‘Maar af en toe springt er iets uit. OpenClaw is zo’n moment.’
Uitbreiding WOZT kan overnames cloudbedrijven aan banden leggen
10 uur
Mogelijk gaan ook Nederlandse cloudbedrijven onder de WOZT (Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie) vallen. Momenteel wordt onderzocht of de reikwijdte van die wet uitbreiding behoeft.  Deze wet is al toepasbaar op bepaalde digitale infrastructuur. Dit geldt bijvoorbeeld voor datacenters met meer dan 50 MW capaciteit, behalve wanneer deze alleen of hoofdzakelijk voor eigen gebruik zijn. Hosting-providers, grotere aanbieders van internet en communicatienetwerken vallen daar ook onder. De meest radicale stap is de overname te verbieden. Doel van deze wet is het beschermen van de nationale veiligheid en openbare orde. Dit geldt voor situaties waarin een kwaadwillende partij zo veel zeggenschap in vitale onderdelen van de telecomsector verkrijgt dat dit de regering in een chantabele of anderszins kwetsbare positie kan brengen. Evaluatie WOZT en Vifo Dit blijkt uit een evaluatie van de WOZT en een tussentijds evaluatie van de wet Vifo (Wet veiligheidstoets, investeringen, fusies en overnames). Deze laatste wet moet de risico’s voor de nationale veiligheid indammen bij bepaalde overnames. Ook de voorgenomen overname van Solvinity door Kyndryl, belangrijk in verband met DigiD, valt onder toezicht van de wet Vifo. Universiteit Leiden en onderzoeksbureau SEO hebben in opdracht van het ministerie van Economische Zaken onderzoek gedaan naar de werking en effectiviteit van beide wetten.  Begin 2025 is in de Tweede Kamer gevraagd of clouddiensten in de WOZT kunnen worden ondergebracht, waarbij ook wordt gewezen op de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven. Het is uiteindelijk een politieke keuze of cloudaanbieders onder de reikwijdte horen te vallen. Het onderbrengen van aanbieders van clouddiensten onder de WOZT is aan het kabinet Jetten.  Nieuw kabinet aan zet Ten aanzien van het deel van de markt dat in handen is van Amerikaanse hyperscalers is deze wet niet erg effectief. Toch is het beschermen van de Nederlandse cloudaanbieders die relevante diensten aanbieden van belang, stellen de onderzoekers. Hoe dat te bereiken en of de WOZT daar een rol bij kan hebben zal het kabinet Jetten moeten bepalen. Uitbreiding van de reikwijdte van de WOZT kan extra risico’s ondervangen, maar moet worden afgewogen tegen de extra toetsingsdruk en impact op het investeringsklimaat. De WOZT geldt vooral als politiek signaal. Daarnaast heeft het een preventieve werking. Die waarborgfunctie geldt voor ‘minder zichtbare’ delen van de digitale infrastructuur, zoals datacenters en internetknooppunten, die zo alsnog getoetst moeten worden. Vitale processen De Wet Vifo is van toepassing op vitale aanbieders, beheerders van bedrijfscampussen en ondernemingen die actief zijn op het gebied van (zeer) sensitieve technologie. De onderzoekers wijzen erop dat sommige statelijke actoren Nederlandse vitale processen willen (of kunnen) verstoren. Dit kan middels cyberaanvallen, maar ook door verwerving van zeggenschap over vitale aanbieders ‘om via de bedrijfsvoering het vitale proces te saboteren, staatsgevoelige informatie te verkrijgen of Nederland in een chantabele positie te brengen.’ De onderzoekers achten het indammen van de risico’s en de directe impact van beide wetten moeilijk aantoonbaar. Hun voorzichtige conclusie: ze zijn ‘potentieel tot waarschijnlijk effectief’.
Achterstallige cyberhygiëne blijft grootste risico voor aanvallen
10 uur
De meeste cyberaanvallen slagen niet zozeer omdat criminelen zo slim zijn maar door pure verwaarlozing van de basale cybersecurity-hygiëne. Achterstallig it-onderhoud, zwakke identiteitsbeveiliging en gebrekkige monitoring vormen onder andere de echte oorzaak.Dit blijkt uit het ‘2026 Hunt & Hackett Trend Report‘ van het Nederlandse cyberbeveiligingsbedrijf van Ronald Prins en Jurjen Harskamp. Ook de geruchtmakende hack bij Odido deed twijfels ontstaan over de identiteitsbeveiliging en monitoring daar. En het Forum Standaardisatie signaleert dat het veel overheden maar niet lukt om hun internetdomeinen veilig te configureren.Het nieuwe trendrapport laat zien dat relatief eenvoudige aanvalstechnieken al een grote impact kunnen hebben op organisaties. Dit terwijl de complexiteit van de dreigingen in hoog tempo toeneemt. In de meeste gevallen waren de gebruikte technieken al lang bekend, uitvoerig gedocumenteerd en detecteerbaar met de juiste controles.StapelenIn ingewikkelde it- en ot-omgevingen blijkt het lastig voor organisaties om die controles structureel en op grote schaal te implementeren en te onderhouden. Volgens Jurjen Harskamp van Hunt & Hackett is het dan geenszins eenvoudig om alles veilig te houden. ‘In de loop der tijd stapelen kwetsbaarheden zich op door legacy-systemen, ingebedde componenten en complexe afhankelijkheden die vaak slechts gedeeltelijk worden begrepen. Omdat systemen gelaagd en onderling verbonden zijn, kan het oplossen van één kwetsbaarheid elders gevolgen hebben. Juist van deze hiaten en vertragingen maken aanvallers gebruik.’Van alle 54.000 incidenten die voor het rapport werden geanalyseerd, was 71 procent financieel gemotiveerd. Ransomware kwam het meest voor (43 procent), gevolgd door mailfraude (29 procent).Verder blijkt dat aanvallers vooral misbruik maken van zwakke plekken in de identiteitsbeveiliging; precies zoals bij Odido gebeurde. Overigens heeft het telecombedrijf nog steeds weinig over het datalek bekendgemaakt.Vier prioriteitenHet rapport van Hunt & Hackett benoemt vier prioriteiten die het risico direct verlagen:Versterk identiteitsbeveiligingBeperk overmatige toegangsrechten, bescherm beheerdersaccounts en dwing sterke multifactor-authenticatie af;Beperk blootstellingPatch internet-gerichte systemen snel en verwijder onnodige diensten van het publieke internet;Vergroot zichtbaarheidZorg dat kritieke systemen security-logs genereren, monitor deze actief en bewaar deze lang genoeg voor incidentonderzoek, proactieve detectie en threat hunting;Test responsOefen response-scenario’s en zorg dat forensisch bewijs snel veiliggesteld kan worden.
De zelfrijdende auto moet het lab uit
2 dagen
Nederland kan een belangrijke rol als testland voor zelfrijdende auto’s vergeten wanneer de wet- en regelgeving daar onvoldoende mogelijkheden toe biedt. Meer in het algemeen remt deze lacune ook Nederlands onderzoek naar en ontwikkeling van de nieuwste artificial intelligence. Zelfrijdende voertuigen zijn een belangrijk speerpunt voor de ai-ontwikkeling in Nederland. Daarom moet er snel een groot gebied komen om systemen zoals autonome bussen, bestelwagens, robot-taxi’s en ook auto’s zonder chauffeur gewoon veilig en in realistische omstandigheden te testen, aldus diverse experts. Transformer-architectuur Qua vooruitgang is de wisselwerking tussen ai en geautomatiseerd vervoer op de openbare weg groot. Bij de nieuwe end-to-end ai, een vorm van deep learning – waarbij zogenaamde foundation models worden getraind – is er geen mens meer nodig om de oplossing voor de zelfrijdende functie te programmeren. De oplossing komt uit data, gebruikmakend van een generieke architectuur voor kunstmatige neurale netwerken, de zogenaamde transformer-architectuur. Het model leert uit de data alle stappen te maken tussen de sensors (voor de input) en de actuatoren (voor de output). Gijs Dubbelman, head of Mobile Perception System lab (TU/e): ‘De ai komt dus zelf achter de beste oplossing.’ Belangrijke toepassingen van end-to-end ai liggen bij ‘computer vision’ en robotica, het leren van ‘control policies’ uit sensor-data. Voor de training van deze ai zijn veel data nodig, zegt Jan-Pieter Paardekooper, research scientist integrated vehicle safety bij TNO. Daarvoor moet het zelfrijdende voertuig uiteindelijk uit het lab komen. Te beperkt is de campus van de universiteiten zoals die van Delft en Eindhoven waar veel onderzoek op dit gebied wordt gedaan. De openbare weg kent een veel grotere verscheidenheid aan situaties waar dit soort auto’s op moeten worden voorbereid. “Ook de Rijksdienst voor het wegverkeer – RDW – zou zich meer moeten richten op het mogelijk maken van grootschalige en langdurende testen” – Gijs Dubbelman, head of Mobile Perception System lab (TU/e) Gijs Dubbelman: ‘We staan te popelen om samen met de industrie hiermee aan de slag te gaan.’ Hij hoopt dan ook zeer dat een nieuw kabinet gehoor geeft aan de oproep uit het Nationaal AI Deltaplan om een speciale economische zone in te richten waar op grote schaal kan worden getest. Ook de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) zou zich meer moeten richten op het mogelijk maken van grootschalige en langdurende testen. Nu heeft die dienst de focus op het toelaten van nieuwe automodellen die mogen worden verkocht, wat heel iets anders is. Menselijk gedrag Veel onderzoek naar mobiliteit en kunstmatige intelligentie wordt gedaan bij het Automated Driving lab (AUDRI) dat valt onder het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (EAISI) aan de TU/e. EAISI-directeur Carlo van de Weijer ziet ai-oplossingen niet alleen bijdragen tot betere zelfrijdende voertuigen, maar ook het hele mobiliteitssysteem veiliger maken. AUDRI werkt aan systemen die op basis van sensoren zien wat er in de verkeersomgeving ofwel de buitenwereld gebeurt. Naast de observatie verbetert ai ook de interpretatie van beelden. ‘Ai is daar erg goed in,’ aldus Paardekooper. Net als mensen die op hun ogen zijn aangewezen, leert het systeem steeds beter wat iets is en hoe gevaarlijk dat is. Als er een matras op de weg ligt, kan een risico ontstaan. Een lading stenen die van een vrachtwagen valt, vormt een nog groter gevaar. De zelfrijdende auto moet snel beslissen of hij afremt dan wel erom heen rijdt. Het afgelopen jaar is ai tegelijk ook aanzienlijk beter geworden in het nemen van beslissingen; de planning van het pad dat het voertuig moet nemen zoals het veranderen van rijbaan. Het is kijken, denken en uitvoeren. Meerdere modules zijn daarbij betrokken. Paardekooper: ‘We zien ook dat als je veel voorbeelden hebt van menselijk gedrag, de neurale systemen op die data zijn te trainen. End-to-end learning leidt tot het meest menselijke gedrag van de auto. Data van niet-zelfrijdende auto’s kunnen de autonome voertuigen beter maken. De sensor kan voorbeelden halen uit het gedrag van de menselijke bestuurder.’ Data Machine learning-modellen analyseren sensordata om te voorspellen hoe objecten zullen bewegen en om veilige rij-acties te bepalen. Dit bootst het menselijk oordeel na, maar dan op machinesnelheid. Prof. Theo Gevers, hoogleraar Computer Vision (UvA): ‘Snel valt te voorspellen of voetgangers al dan niet oversteken. Vergeleken met menselijke bestuurders gaat de reactiesnelheid omhoog. Want deze systemen kunnen heel snel alle kanten op kijken. Ze kunnen steeds beter voorspellen hoe voetgangers op straat en langs de weg bewegen en wat er fout kan gaan. Zonder ai zouden voertuigen complexe omgevingen niet kunnen interpreteren of zelfstandig beslissingen kunnen nemen.’ Behalve ruwe data afkomstig van automerken waarmee TomTom een contract heeft, komen ook heel veel metadata binnen via een soort crowdsourcing. Ai-algoritmen verwerken deze informatie om objecten zoals voetgangers, verkeerslichten en andere voertuigen te detecteren en te classificeren. 3d-waarneming Veel wetenschappelijk onderzoek richt zich momenteel op 3d-waarneming. Het maakt Nederland tot een broedplaats van dit soort ai-onderzoek. Computer vision stelt systemen in staat om heel snel achter elkaar beslissingen te nemen. Zeker als de auto snel rijdt en de omgeving in hoog tempo verandert, is het een uitdaging om de algoritmen in de pas te laten lopen. De Universiteit van Amsterdam doet veel onderzoek om de 3d-ruimte beter te kunnen begrijpen. Drukke straten in binnensteden geven een complex beeld met voetgangers, fietsers en veel ander verkeer. Die dynamische werelden vragen om simultane waarnemingen waarbij zeer grote hoeveelheden data vereist zijn. Ook moet voor problemen zoals mistvorming een oplossing worden gevonden. Goed kaartmateriaal draagt er mede toe bij dat zelfrijdende auto’s veel veiliger zijn. Gevers, tevens co-director van het Atlas Lab (UvA-TomTom): ‘De zelfrijdende auto’s van Waymo rapporteren 92 procent minder letselclaims dan menselijke gebruikers.’ “Ai moet data van verschillende sensoren zoals een camera, gps, radar of LiDAR combineren tot één betrouwbaar beeld van de omgeving” – Prof. Theo Gevers, hoogleraar Computer Vision (UvA) Kaarten Cruciaal voor autonome voertuigen is nauwkeurig kaartmateriaal. Prof. Theo Gevers: ‘Alles moet kloppen; de waarnemingen en de beslissingen vanuit de auto. Ai moet data van verschillende sensoren zoals een camera, GPS, radar of LiDAR combineren tot één betrouwbaar beeld van de omgeving. Een zelfrijdende auto moet een kaart van de omgeving opbouwen. Hij dient te weten waar alles staat, terwijl tegelijkertijd zijn positie binnen die kaart wordt bepaald. Dit proces heet SLAM wat staat voor Simultaneous Localization and Mapping.’ De eerdergenoemde end-to-end ai-modellen maken ook steeds meer gebruik van een zogenoemde ‘open vocabulary’. Ze kunnen daardoor situaties herkennen die niet in de dataset zitten maar wel op andere soorten ‘foundation models’ zijn getraind. Dankzij deze vorm van ai zijn de kaarten te verrijken met dingen die niet eerder zijn gezien, bijvoorbeeld bijzondere objecten die op het wegdek liggen. Meer testmogelijkheden Alle geïnterviewden benadrukken het belang van meer testmogelijkheden. Zeker bij weinig voorkomende of extreme incidenten is het belangrijk dat het systeem een soortgelijke situatie heeft meegemaakt. Hoe meer data, des te groter de kans dat de auto juist reageert. Daarom hebben testen met bijvoorbeeld robot-taxi’s zoveel nut. Alleen al in San Francisco en omgeving maken die 250.000 ritten per week, wat een schat aan data oplevert. De grote uitdaging is de interactie met het tegemoetkomende verkeer. Automobilisten kunnen de chauffeur van de tegenligger aankijken en hun beslissingen daarop afstemmen. De vraag is hoe je dat doet met auto’s die zelf rijden. Tot de bedrijven die van meer ruimte tot experimenten kunnen profiteren, behoren chipmaker NXP, TomTom, bussenbouwer VDL en DAF Trucks. NXP werkt aan het goedkoper maken van de LiDAR (light detection and ranging), een apparaat dat laserpulsen uitstuurt en de afstand berekent door de terugkaatsing-tijd te meten. De nauwkeurigheid is erg hoog, wat de techniek geschikt maakt voor 3D-kaarten en autonome voertuigen. Mobiliteitsdeskundige Van de Weijer: ‘Nu kost zo’n compleet LiDAR-systeem duizenden euro’s. Het streven is de prijs onder 100 euro te drukken.’ Ook Gevers ziet zelfrijdende auto’s als een speerpunt voor ai. Hierdoor wordt snelle vooruitgang geboekt bij het redeneren in 3D, het combineren van multimodale camera’s en LiDARs en het trainen van taalmodellen op video voor classificatie. Ook nieuwe methoden zoals Gaussian Splatting (GS) zijn te leren uit 2D-beelden. Al video-opnamen makend kun je met de eerder genoemde SLAM-omgevingen steeds preciezer en sneller in 3D reconstrueren. Door meer 2D-camerabeelden op te nemen zijn die kaarten verder te perfectioneren met nieuwe GS- en SLAM-technieken. Dankzij ai wordt snelle vooruitgang geboekt, aldus de Amsterdamse hoogleraar. “Alles is te zwaar gereguleerd waardoor zelfrijdende auto’s, ook met een chauffeur erbij, niet gemakkelijk de openbare weg op kunnen” – Gijs Dubbelman, head of Mobile Perception System lab (TU/e) Veiligheid Testen met testrijders levert veel inzichten op. Maar het schort nog aan de uitlegbaarheid van deze ai. En het is nog moeilijk om op basis hiervan de veiligheid te garanderen. Dit soort ai valt onder de hoog risico-toepassingen waarvoor de strengste regels gelden. Het systeem leert om mensen na te doen, maar leert daar geen verkeersregels uit te halen. De zelfrijdende auto leert (nog) niet de basis waarop mensen autorijden. Anders gezegd: het is lastig te bepalen hoe ze reageren. Het zomaar de weg op sturen van deze voertuigen is nog een veiligheidsrisico, aldus Paardekooper. Net als ChatGPT kunnen deze systemen soms nog hallucineren. Mogelijk biedt hybride ai soelaas. Het idee is lerende systemen te combineren met systemen die kunnen redeneren. ‘Dit houdt in dat een extra veiligheidslaag wordt toegevoegd die ervoor zorgt dat hallucinaties worden ontdekt. Het systeem krijgt zo extra vangrails. Hybride ai voegt expliciet verkeersregels toe. En impliciet komen er regels bij voor gewenst gedrag van automobilisten. Die geven aan hoe mensen het beste met elkaar omgaan in het verkeer. Dit kan per land verschillen. De afstand tussen auto’s is in Nederland bijvoorbeeld kleiner dan elders. Er zijn ook ongeschreven regels.’ BelemmeringenVolgens Gijs Dubbelman ligt de EU op gebied van autonome voertuigen mijlenver achter op de VS en China, uitgezonderd het Britse Wayve. Alles is te zwaar gereguleerd waardoor zelfrijdende auto’s, ook met een chauffeur erbij, niet gemakkelijk de openbare weg op kunnen. Daardoor wordt de achterstand nog groter. Voor zover hier kennis aanwezig is, is het testen van nieuwe technologie bijna onmogelijk. De Nederlandse wetgeving vormt een belemmering, terwijl niemand de verantwoordelijkheid durft te nemen om ruimte te scheppen. De betrokken rijksdienst heeft ook weinig begrip van hoe ai zich ontwikkelt. Het feit dat je niets in de ai-software mag veranderen tijdens het hele testtraject, werkt remmend. De praktische uitrol schiet daarom niet op. De behoefte aan een automatische testomgeving is groot. In Duitsland en België is het testen met r&d-voertuigen makkelijker.  Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #1.
7 ai-hubs in Nederland uitgelicht
3 dagen
Nederland telt een groeiend netwerk van ai-hubs die de kloof tussen onderzoek naar ai en de inzet van ai-toepassingen in de praktijk moeten dichten. Van medische beeldvorming tot forensische opsporing en slimme logistiek. Deze publiek-private initiatieven brengen ai naar het werkveld. Computable zet de belangrijkste ai-hubs op een rij. Wie het Nederlandse ai-landschap probeert te doorgronden, komt al snel terecht in een woud van hubs, labs, fieldlabs, programma’s en consortia. De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar achter die labels schuilt een duidelijke structuur. Die structuur bepaalt hoe ai‑innovatie in Nederland wordt ontwikkeld, getest en uiteindelijk toegepast in het werkveld. De kern: Ai‑hubs bouwen het ecosysteem, ai‑labs bouwen de technologie. Ofwel: hubs bouwen netwerken, labs bouwen toepassingen. Een ai‑hub is in essentie dus een regionaal of sectoraal samenwerkingsverband. Het verbindt bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties om innovatie te versnellen. Hubs richten zich op ecosysteemvorming: het samenbrengen van partijen, het organiseren van programma’s, het stimuleren van opschaling en het creëren van een regionale of sectorale ai‑strategie. Ze opereren op het niveau van provincies of economische clusters, zoals Zuid-Holland, Brainport of Noord-Nederland. Ai-hubs Koepelorganisatie de Nederlandse AI Coalitie (NL AIC)  werkt met zeven regionale ai‑hubs. 1. AI‑hub Zuid-Holland Deze hub omvat de regio Leiden – Den Haag – Rotterdam. Partners zijn TU Delft, Erasmus Universiteit, Universiteit Leiden, TNO, Medical Delta en grote bedrijven uit de Rotterdamse haven zoals Shell en DSM. Er zijn ongeveer driehonderd onderzoekers betrokken via universiteiten en tientallen bedrijven. De focus ligt op ai voor havenlogistiek, zorg, veiligheid en energie. 2. AI‑hub Oost-Nederland Deze ai-hub omvat bedrijven en instellingen in de provincies Gelderland en Overijssel. Partners zijn de Universiteit Twente, Radboud Universiteit, OnePlanet en Health Valley. Er zijn ongeveer tweehonderd onderzoekers aangesloten die werken aan ai voor sterke publiek-private samenwerking in de zorg en maakindustrie. De focus ligt op zorg, semiconductors en robotica. 3. Ai‑hub Noord-Nederland Deze hub is verspreid over de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Partners zijn Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool, UMCG. Het gaat om zo’n 150 onderzoekers. De focus ligt op ai voor energie, landbouw en taaltechnologie. 4. Ai‑hub Amsterdam Deze ai-hub in de metropoolregio Amsterdam bestaat onder meer uit de partners Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit, Hogeschool van Amsterdam, CWI, AMS-IX, Booking en Adyen. De hub bestaat uit zo’n vierhonderd ai‑onderzoekers en vormt daarmee één van de grootste concentraties van ai-activiteiten. De focus van hun werk ligt op computer vision, natural language processing (nlp), ai‑ethiek en fintech. Internetgigant Google investeert in een nieuwe ai‑hub die uiteindelijk moet groeien tot 10.000 vierkante meter vloeroppervlak. 5. Ai‑hub Brainport (Eindhoven) De partners van deze hub zijn TU/e, Philips, ASML en High Tech Campus. Met zo’n vijfhonderd ai‑professionals in het ecosysteem (indicatief) vormt deze hub één van de grootste clusters van ai-onderzoek in Nederland. De focus ligt op high-tech systemen, embedded ai en slimme ai-toepassingen voor de industrie. 6. Ai‑hub Brightlands (Limburg) Deze hub op de Brightlands campussen, Maastricht University en Zuyd Hogeschool (Heerlen) telt zo’n 150 onderzoekers. De focus is ai voor chemie, gezondheid en voedsel. 7. Ai‑hub Midden-Nederland Deze hub in de provincie Utrecht bestaat uit partners van de Universiteit Utrecht, HU, UMC Utrecht en bedrijven in de mobiliteit en zorg. Het gaat om zo’n tweehonderd onderzoekers die zich focussen op ai voor gezondheid, mobiliteit en toepassingen in de publieke sector. Ai-labsEen ai‑lab is veel concreter dan een ai-hub. Labs zijn plekken waar onderzoekers, promovendi en bedrijfsengineers samenwerken aan toegepaste ai‑vraagstukken. Hier worden algoritmes ontwikkeld, datasets opgebouwd, prototypes getest en pilots uitgevoerd. Labs zijn vaak verbonden aan universiteiten of onderzoeksinstituten en werken in nauwe samenwerking met één of meerdere bedrijven of overheidsorganisaties. Waar hubs de infrastructuur en het netwerk bouwen, leveren labs de daadwerkelijke innovaties. Het verschil is dus vergelijkbaar met dat tussen een bedrijventerrein en een fabriek: de hub organiseert de ruimte en samenwerking, het lab produceert de technologie.Bekende voorbeelden zijn: ➡️ Amsterdamse ICAI Labs (Innovation Center for Artificial Intelligence) vormt het grootste Nederlands netwerk van ai‑labs. Het bestaat op dit moment uit ruim dertig labs. Partners zijn de Universiteit van Amsterdam en bedrijven als Ahold, KPN, ING, NS, Qualcomm en Elsevier. Elk lab telt tussen de 15 en 40 onderzoekers. In totaal gaat het om ruim zeshonderd onderzoekers die zich richten op toegepaste ai in industrie, media, zorg, taal en veiligheid. Voorbeelden zijn: ING AI Lab (fraudedetectie, risk modelling), Ahold Delhaize Lab (retail en personalisatie met ai), KPN Responsible AI Lab (ai en privacy), National Police Lab (forensische ai-toepassingen en -opsporing), AI for Retail Lab Delft (AIRLab), (robotica en logistiek).➡️ TNO werkt in tientallen labs samen met de industrie en de overheid. Het gaat om ongeveer driehonderd  ai‑experts. Voorbeelden van die labs zijn: Appl.AI (toegepast ai‑onderzoek), AI4Boundaries (grensbewaking) en Smart Industry Fieldlabs (ai in de maakindustrie). De financiering van de labs komt vaak deels vanuit betrokken bedrijven en gedeeltelijk van universiteiten. Er zijn ook labs die (mede)gefinancierd worden vanuit de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Dat financiert bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek naar kwaliteit en vernieuwing. Het gaat om rondes tussen de een en vijf miljoen euro. Onder NWO-programma’s vallen labs zoals Appl.AI, Human-Centered AI en KIC.➡️ Daarnaast zijn er de labs per sector. In de zorg zijn dat onder meer: UMCU AI Lab (medische beeldvorming), Radboud AI for Health Lab (radiologie, pathologie) Amsterdam UMC AI Lab (klinische AI). Er zijn labs rondom Industrie en robotica, zoals: RoboHouse (TU Delft), (robotica en ai) en Brainport Industries Campus Fieldlabs, dat gericht is op smart manufacturing. Binnen de domeinen overheid en veiligheid zijn er National Police Lab AII (opsporing) en AI4Gov Labs (publieke dienstverlening). Rondom media en taal zien we CLARIAH & NLeSC Labs (taaltechnologie) en MediaLab (NPO), (ai voor media-analyse).
Kort: Miljoenenklus Netcompany bij Surf en Studielink, Also leent 250 miljoen (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Surf en Studielink selecteren Netcompany, Smile stapt in bij RegLab, 250 miljoen voor Also, iot-overname Suse en Eset ontdekt gen-ai-dreiging PromptSpy. Netcompany bouwt nieuwe onderwijsvoorziening Surf en Studielink Surf en Studielink hebben na een tender een raamovereenkomst gesloten met het Deense Netcompany voor de ontwikkeling en het beheer van de sectorvoorziening ‘Aanmelden, Inschrijven en Intekenen’. Surf is de ict-coöperatie van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen en Studielink de regieorganisatie rond het proces van aanmelden en inschrijven in het hoger onderwijs. De overeenkomst loopt tien jaar en moet mbo-, hbo- en wo‑instellingen ondersteunen bij een gezamenlijke administratieve onderwijsomgeving die lerenden ondersteunt bij een leven lang ontwikkelen. De nieuwe voorziening vervangt bestaande systemen en moet flexibel, instellingsoverstijgend onderwijs mogelijk maken. De geraamde waarde is 37 miljoen met een maximale waarde van 47,7 miljoen euro.  Het project maakt deel uit van het Nationaal Groeifondsprogramma Npuls. Daarbij werken de drie onderwijssectoren samen om innovaties door te voeren en administratieve drempels voor lerenden weg te nemen. Smile Sail verwerft meerderheidsbelang in RegLab RegLab uit Haarlem, Nederland, krijgt een meerderheidsinvestering van de Belgische kapitaalverstrekker Smile Sail om de groei in Europa te versnellen. Het bedrijf levert anti-witwas‑compliancesoftware aan advocatenkantoren en investeringsfondsen en ondersteunt meer dan driehonderd organisaties in vijfentwintig landen. De oprichters Joost Tulkens en Pieter Hallebeek blijven RegLab leiden. De investering komt uit het Evergreen‑fonds van Smile Sail (onderdeel van de Smile-fondsgroep). RegLab wil hiermee verder uitbreiden in Europa en zijn software, waaronder ai‑gedreven risicobeoordeling, doorontwikkelen. Also plaatst promessenlening van 250 miljoen voor langjarige financiering Also Holding uit Emmen, Zwitserland, heeft een promessenlening (een schuldbekentnis met de belofte om terug te betalen) van 250 miljoen geplaatst. Het bedrag was aanvankelijk vastgesteld op honderd miljoen maar werd door hoge belangstelling ruim overschreven. De lening bestaat uit drie tranches met looptijden van 3,5, vijf en zeven jaar met vaste of variabele rente. Voor de variabele delen zet het bedrijf renteswaps in om kosten te stabiliseren. Aan de plaatsing deden 26 banken mee. De it-distributeur gebruikt de opbrengst om de balans te versterken en de overname van Westcoast uit 2025 te herfinancieren, aldus topman Wolfgang Krainz. Suse neemt Losant over voor uitbreiding industriële iot‑aanbod Opensourcesoftwarespecialist Suse, gevestigd in Luxemburg, neemt het Amerikaanse Losant over om zijn industrial internet=of-things (iot)‑portfolio uit te breiden en toepassingen aan de ‘edge’ te ondersteunen. Losant, dat voorkomt in het Gartner Magic Quadrant for Global Industrial IoT Platforms, wordt onderdeel van Suse’s Edge‑divisie. De combinatie van beide platforms moet organisaties helpen hun operationele technologie te koppelen aan enterprise‑systemen en processen te automatiseren. Suse wil de technologie van Losant verder openstellen via open‑source‑gemeenschappen.   Eset ontdekt Android‑malware die gen-ai inzet Eset meldt de ontdekking van PromptSpy, een Android‑dreiging die generatieve ai (gen-ai) gebruikt om actief te blijven op geïnfecteerde apparaten. De malware analyseert de interface via Google’s Gemini en voert handelingen uit om in de lijst met recente apps te blijven staan. PromptSpy installeert een VNC (Virtual Network Computing)‑module waarmee aanvallers op afstand meekijken en het toestel kunnen bedienen. De software legt vergrendelschermgegevens vast, blokkeert de installatie en kan schermactiviteit opnemen. De verspreiding lijkt gericht op gebruikers in Argentinië. PromptSpy staat niet in Google Play; verwijdering kan alleen via de veilige modus.
Overheid faalt bij verplichte internetbeveiliging
3 dagen
Twee op de drie domeinen schieten tekort; Justitie en Financiën diep in het roodDe overheid boekt nagenoeg geen verbetering bij de toepassing van verplichte (informatieveiligheid)standaarden. Slechts een op de drie internetdomeinen (36 procent) voldoet aan alle regels. Zo blijkt uit metingen die het Forum Standaardisatie in maart 2025 heeft gedaan. Deze adviescommissie heeft zo’n 12.000 overheidsdomeinen laten controleren. Vergeleken met de meting daarvoor (augustus 2024) is de vooruitgang minimaal. Overheden die internetdomeinen niet veilig configureren nemen onnodige risico’s. Het gaat daarbij om een verhoogde kans op phishing uit naam van overheidsorganisaties. Ook bestaat er gevaar op manipulatie en afluisteren van web- en e‑mailverkeer. Vooral het ministerie van Justitie en Veiligheid en die van Financiën bakken er weinig van, , zo blijkt uit de Meting Informatieveiligheidsstandaarden. Deze departementen hebben nog veel werk te verzetten om e‑mailvervalsing namens haar domeinnamen te voorkomen.ImpasseDemissionair staatssecretaris Van Marum (Digitalisering) kondigt maatregelen ter verbetering aan. Bestaande implementatieteams die nu letten op de naleving van standaarden voor data-uitwisseling, gaan meer op de informatieveiligheid letten. Overheidsbreed zijn afspraken gemaakt om moderne internetstandaarden voor websites en e‑mail versneld te adopteren. Maar daar is tot nog toe bar weinig van terecht gekomen.Ook uit de Monitor Open Standaarden 2025 die Van Marum tegelijk naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt een impasse. Overheidsorganisaties vragen gemiddeld 51 procent van alle standaarden uit die in een aanbesteding relevant zijn. Sinds 2018 is dit percentage niet omhoog gegaan. Alleen Rijkswaterstaat, de Belastingdienst, RDW, ICTU en de gemeenten Amsterdam en Sittard-Geleen zijn goede voorbeelden. Gebrek aan kennis, onduidelijke governance en dominante leveranciersBelangrijkste reden waarom de adoptie stagneert, is het gebrek aan kennis bij aanbestedende diensten. Ook leveranciers missen vaak inzicht in open standaarden. Een andere verklaring ligt in de machtsverhouding tussen aanbestedende diensten en leveranciers, stelt het rapport. Er wordt vaak gewezen op het probleem van (grote, dominante) leveranciers die open standaarden niet willen of kunnen toepassen. Dit vanwege gebrek aan kennis, conflicterende technologie of commerciële belangen. Men is bang dat als de open standaarden geëist worden, er minder of zelfs geen inschrijvingen komen op aanbestedingen. Een derde verklaring is het ontbreken van een duidelijke governance bij overheidsorganisaties: de rollen zijn versnipperd en de verantwoordelijkheden zijn niet belegd. Het is niet altijd duidelijk wie binnen de organisatie het beleid rond open standaarden bepaalt en toeziet op de naleving daarvan.Het Forum Standaardisatie heeft een ‘Pas toe of leg uit’-lijst ontwikkeld met standaarden waar overheidsinstantie gebruik van moeten maken. De verplichting geldt voor gemeenten, provincies, rijk, waterschappen en alle uitvoeringsorganisaties. Maar de naleving is een probleem en verbetert ook niet.
Deze drie factoren versnellen cyberaanvallen
3 dagen
Cybercriminaliteit lijkt zich in een soort van ‘perfect storm’-scenario te bevinden. Cyberaanvallen worden niet alleen frequenter, ze verlopen ook exponentieel sneller. Drie factoren staan daarbij voorop, en versterken elkaar. Artificiële intelligentie is daar één van.Uit het Global Incident Response Report 2026 van Unit 42, de onderzoekscel van Palo Alto Networks blijkt dat het aanvalstempo het afgelopen jaar is verviervoudigd. Op basis van een analyse van meer dan 750 high-impact cyberincidenten identificeert het rapport drie hoofdoorzaken: ai-versnelling, complexe it-omgevingen en identiteitsmisbruik. 72 minuten Het toenemende gebruik van ai en geavanceerde automatisering heeft dramatische gevolgen. In de snelste aanvallen is de tijd tussen initiële toegang en data-exfiltratie gedaald naar slechts 72 minuten. Hackers zetten ai in gedurende de gehele aanvalsketen, waardoor traditionele detectie- en responsmechanismen simpelweg te traag zijn geworden.Maar artificiële intelligentie is slechts één deel van het verhaal. ‘De complexiteit binnen ondernemingen is het grootste voordeel geworden van aanvallers’, meent Sam Rubin, SVP Unit 42 consulting & threat intelligence bij Palo Alto Networks. ‘Dit risico wordt nog groter nu hackers zich steeds vaker richten op inloggegevens en autonome ai-agents inzetten om menselijke en machine-identiteiten met elkaar te verbinden en zelfstandig te laten opereren.’ Strijden op tien fronten Dat de groeiende complexiteit binnen organisaties cybercriminelen in de kaart speelt, blijkt ook uit de cijfers. Maar liefst 87% van de aanvallen strekt zich uit over twee of meer aanvalsvlakken, waarbij activiteiten zich gelijktijdig afspelen op endpoints, in cloud-omgevingen, op SaaS-platforms en binnen identiteitssystemen. In extreme gevallen opereren aanvallers tegelijk op tien verschillende fronten.Bovendien blijkt identiteitsmisbruik de achilleshiel van moderne organisaties. In 89 procent van de onderzochte incidenten werden, in het onderzoek van Unit 42, zwakke plekken in het identiteitsbeheer misbruikt. Bij 65 procent van de aanvallen verkrijgen hackers hun eerste toegang via identiteitsgerelateerde technieken zoals social engineering en het misbruiken van inloggegevens.
Wat is de prijs van ict-autonomie?
4 dagen
BLOG – De roep om meer ict-autonomie klinkt onweerlegbaar. Minder afhankelijk van Amerikaanse hyperscalers. Meer grip op data. Minder geopolitiek risico. Maar het debat adresseert het verkeerde risicotype.Het geopolitieke scenario – ‘een buitenlandse regering draait de knop om’ – is een laagfrequent, extreem scenario. Het risico bestaat, maar is zeldzaam en speculatief. De dagelijkse werkelijkheid van it-onveiligheid is anders: phishing, misconfiguraties, identity-sprawl, trage patching, tokenmisbruik, gebrekkige detectie en respons. Operationele zwakte waardoor systemen daadwerkelijk omvallen, ook nog steeds na conformeren aan 25 jaar NIS, GDPR, Dora, enz.Toch richten we ons beleid op het zeldzame risico en niet op het structurele. Dat is geen toeval. Ons bestuurlijk systeem wordt afgerekend op zichtbare calamiteiten, niet op onzichtbare gemiste kansen. Regelgeving minimaliseert aantoonbare schade, maar verandert ook kansverdelingen. Innovatie is geen lineair proces, het is een staartverschijnsel. Doorbraken ontstaan uit variatie, experiment en een hoge fouttolerantie. Wie variatie dempt, dempt de kans op nieuw succes. Dat zie je niet terug want gemiste successen laten geen sporen na.We richten ons beleid op het zeldzame risico en niet op het structureleDe Europese halfgeleidergeschiedenis laat zien hoe dat werkt. Ambitieuze programma’s halen zelden hun oorspronkelijke doel maar de opgebouwde competenties blijken later ook veel waardevoller dan het beoogde resultaat. Toevallige combinaties van mensen, technologie en marktkansen leveren uiteindelijk de doorbraken op. Juist die toevalligheid moet meer onderdeel van het mechanisme worden gemaakt.DrempelsAls we vandaag autonomie definiëren als het systematisch uitsluiten van bestaande aanbieders, stapelen we drempels in een ecosysteem dat leeft van doorlaatbaarheid. Subsidie- en aanbestedingsregimes verschuiven risico’s naar ondernemers, terwijl beslissingsmacht richting toetsingskaders van overheden verschuift. Private investeerders worden risicomijdend als exit-scenario’s juridisch verstarren. Groei wordt ‘bet-the-company’, omdat terugschalen juridisch en financieel onvoorspelbaar of zelfs voorspelbaar onhaalbaar is.Ict-autonomie dreigt zo het verkeerde probleem te lossen en oude problemen weer te introduceren. Voorstanders van strengere kaders hebben een valide punt: zonder regulering ontstaan machtsconcentraties en systeemrisico’s. Maar regulering die uitsluitend schade wil voorkomen, zonder systematisch te toetsen wat zij aan kansruimte vernietigt, is bijziend voor haar eigen keerzijden.Minder afhankelijkDe kernvraag rond ict-autonomie is dus niet: hoe worden we minder afhankelijk maar verschuiven we afhankelijkheid niet ook naar een systeem dat minder schaal, minder incidentervaring en minder herstelvermogen heeft? Veiligheid is niet alleen juridische soevereiniteit. Veiligheid is operationele competentie. Die ontstaat door jarenlange innovatie en de noodzaak om te overleven. Dat vermogen kopieer je niet bij voorbaat door leveranciers te nemen. Wie niet innoveert, kan niet falen. Wie niet groeit, hoeft niet te herstructureren. Beleid lijkt zo te werken terwijl de kansruimte krimpt.Misschien moeten we autonomie niet definiëren als uitsluiting, maar als het vergroten van keuzevrijheid, experimenteerruimte en terugschakelbaarheid. Dat is wellicht een ongemakkelijke gedachte in een tijd waarin maximale controle als grootste deugd geldt.Rob Koelmans, directeur MetaMicro Automatisering
Liberty Global bundelt VodafoneZiggo en Telenet
4 dagen
De Amerikaanse telecom- en mediagroep Liberty Global herschikt zijn Benelux-activiteiten grondig. In een meervoudige operatie worden het Belgische Telenet en het Nederlandse VodafoneZiggo samengebracht in een aparte entiteit: Ziggo Group. De operatie start, volgens de Belgische zakenkrant De Tijd, met de uitkoop van het 50 procentbelang van Vodafone in VodafoneZiggo voor 1 miljard euro in cash. In ruil krijgt Vodafone Group een participatie van 10 procent in Ziggo Group ((met de optie om zijn belang van 10 procent in Ziggo Group aan een derde partij te verkopen als de afsplitsing niet binnen 18 maanden na voltooiing plaatsvindt). Liberty Global consolideert zo zijn Nederlandse activiteiten volledig en creëert volgens ceo Mike Fries een ‘regionale grootmacht’ in de Benelux. Die holding moet volgens de huidige plannen in 2027 een beursnotering krijgen in Amsterdam waarbij negentig percent van de aandelen wordt afgesplitst naar de eigen aandeelhouders van Liberty Global. Daarmee keert Telenet, vier jaar na zijn zogenaamde delisting, via een Nederlandse omweg terug naar de beurs.Strategisch betekent dit dat VodafoneZiggo en Telenet onder één financiële en operationele paraplu worden geplaatst, met verwachte synergievoordelen die volgens Liberty Global worden geraamd op 1 miljard euro. Scheiding diensten en infrastructuur Intussen wordt gewerkt aan de verkoop van een deel van het Belgische Wyre, de netwerkdochter van Telenet en Fluvius. Liberty Global bevestigt dat het ongeveer de helft van Telenets belang in Wyre, de netwerkdochter van Telenet en Fluvius, wil verkopen.Voor Wyre zou er sterke interesse zijn van infrastructuurinvesteerders. De opbrengst moet de schuldenlast van Telenet verlagen en de balans van Ziggo Group versterken. Opvallend is dat Wyre buiten Ziggo Group blijft. De scheiding tussen diensten en infrastructuur wordt daarmee explicieter. VodafoneZiggoVodafoneZiggo, gevestigd in Utrecht en met ongeveer zesduizendvijfhonderd medewerkers, rapporteert in het afgelopen kwartaal een omzet van iets meer dan één miljard euro. De omzet daalde licht door een afname van internetklanten, terwijl hogere inkomsten uit Ziggo Sport voor enige compensatie zorgden. De operationele winst bedroeg 425 miljoen euro, een daling door extra investeringen in netwerkvernieuwing en digitale weerbaarheid.
Kort: Info Support lanceert cloudplatform zorg, Aizy en Clonable halen geld op (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: investeringen in Aizy en Clonable, nieuwe zorgplatform Syncura van Info Support, QRC loopt Wiconic en Graduate Ventures haalt de FT-top 180. Aizy krijgt 2 miljoen extra van bestaande investeerders AI‑marketingbedrijf Aizy uit Breda heeft twee miljoen euro opgehaald bij zijn huidige investeerders: oprichter/directeur Stefan Nuijten, Michiel Mol, Joost van der Klooster en Gijs Nagel. Zij investeerden in augustus al 1,5 miljoen euro in het bedrijf. Aizy ontwikkelt een ai‑platform dat mkb‑ondernemers helpt advertentiebudgetten voor onder meer Google en sociale media efficiënter in te zetten. Met het nieuwe kapitaal wil het bedrijf de software verder uitbreiden en beschikbaar maken voor marketingbureaus in binnen‑ en buitenland. Aizy telt vijfentwintig medewerkers en werkt voor meer dan honderdvijftig klanten in sectoren als de detaihandel, e‑commerce en automotive. Info Support introduceert zorgplatform Syncura voor veilige data-uitwisseling Info Support heeft Syncura gelanceerd, een cloudplatform voor zorgorganisaties dat veilige data-uitwisseling en beter it beheer moet ondersteunen. Het platform gebruikt standaarden zoals OpenEHR en FHIR, waardoor systemen eenvoudiger met elkaar kunnen communiceren. Zorginstellingen houden controle over hun gegevens en kunnen dankzij open standaarden toepassingen makkelijker integreren of vervangen. In de zorgsector zijn gebrekkige data-uitwisseling en verouderde it-systemen veelvoorkomende problemen. Zo sloeg de Federatie Medisch Specialisten (FMS) eerder dit jaar alarm dat gebrekkige data-uitwisseling patiënten in gevaar kan brengen. Syncura ondersteunt tweezijdige synchronisatie, zodat wijzigingen direct in alle gekoppelde systemen worden doorgevoerd. Het platform biedt daarnaast ruimte voor maatwerkapplicaties binnen een schaalbare omgeving. Syncura is inmiddels operationeel en wordt bij meerdere zorgorganisaties ingevoerd. Clonable haalt 1 miljoen aan groeikapitaal op voor internationale uitbreiding Clonable uit Gemert heeft één miljoen euro aan groeikapitaal opgehaald bij het Bossche Investeringsfonds, Imec.Istart en een groep angel‑investeerders. Het bedrijf biedt een saas‑platform waarmee organisaties hun websites kunnen klonen, vertalen en onderhouden voor internationale markten. Clonable heeft ruim driehonderd klanten in onder meer e‑commerce en toerisme en breidt zijn activiteiten uit richting Duitsland en Scandinavië. De investering wordt gebruikt om het platform verder te ontwikkelen, meer systemen te ondersteunen en de lokalisatie‑ en personalisatiefuncties te verbeteren. Daarnaast investeert het bedrijf in marketing en partnerprogramma’s om de volgende groeifase te realiseren. QRC Group neemt Wiconic over QRC Group uit Amstelveen heeft Wiconic ingelijfd. Dit Utrechtse bedrijf helpt organisaties helpt hun softwareontwikkeling en it‑processen te versnellen en te verbeteren. De overname volgt op een recente overname van Ditp. Volgens QRC-dircecteur Shahrooz Safarghandi past Wiconic bij de ambitie om een netwerk van specialistische bedrijven te bouwen. QRC Group bestaat onder meer uit QRC Infra & Cloud, QRC Finance, QRC Security, QRC AI, Ditp, Curelytics en nu dus Wiconic. Graduate Ventures voor het eerst in FT‑ranking beste Europese startup hubs Graduate Ventures uit Rotterdam en Delft is opgenomen in de lijst Europe’s Leading Start‑Up Hubs van de Financial Times, techplatform Sifted en onderzoeksbureau Statista. De ranking beoordeelt ruim drieduizend Europese startup hubs op onder meer mentoring, toegang tot kapitaal en netwerk. Graduate Ventures werd in 2021 opgericht door alumni van TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC en richt zich op het versnellen van ondernemerschap vanuit deze kennisinstellingen. Het fonds haalde in vijf jaar tijd bijna zestig miljoen euro op en investeerde in meer dan vijfenzeventig startups. Het platform richt zich vooral op deeptech, medtech en climatetech en wordt gedragen door ruim tweehonderd betrokken alumni‑ondernemers. De lijst van dit jaar omvat 180 hubs in vijfentwintig landen in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Spanje waren de thuisbasis van de meeste winnaars in het algemeen. De top drie was zelfs helemaal Duits: UnternehmerTUM, Start2 Group en BayStartUP (alle drie uit Beieren). Naast Graduate Ventures (plek 96) zijn er nog acht andere Nederlandse vermeldingen van startup-hubs in de top 180: UtrechtInc (15), Startupbootcamp (33), Esa Bics (43), Yes!Delft (51), Techleap (53), Unknown University of Applied Sciences (73), Climate KIC (93) en StartLife (111).
Ierse vakbondskwestie bij ASML escaleert
4 dagen
De weigering van ASML Ierland om bij zijn vestiging in de provincie Kildare de vakbeweging te erkennen, krijgt een vervolg. Er komt een diepgaand onderzoek naar de naleving door ASML van de Oeso-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Oeso staat voor de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en heeft richtlijnen voor verantwoord ondernemen, met name voor multinationals. Het Nederlandse Nationaal Contactpunt Oeso-richtlijnen (OESO-NCP) dat is gevestigd in het ministerie van Buitenlandse Zaken, is met deze zaak belast. Het onderzoek komt na klachten van Unite the Union die ontvankelijk zijn verklaard. Chipfabrikant ASML weigert deze grote Brits-Ierse vakbond te erkennen. In plaats daarvan wil het bedrijf met hoofdkantoor in Veldhoven alleen rechtstreeks met haar werknemers communiceren. In een reactie stelt ASML dat werknemers aangemoedigd worden openlijk te communiceren. Ze kunnen ideeën en zorgen met het management delen over arbeidsomstandigheden en managementpraktijken. Daarbij hoeven ze geen angst te hebben voor discriminatie, represailles, intimidatie of pesterijen. Oeso-richtlijnen ASML staat het haar werknemers toe om lid te worden, maar weigert collectief te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Volgens de bond Unite is dat in strijd met de Oeso-richtlijnen. Het Nederlandse NCP heeft nog een poging tot arbitrage gedaan, maar ASML wijst bemiddeling af. In juni 2025 verwierp ASML Ierland al bemiddeling door de Workplace Relations Commission (WRC), de Ierse nationale autoriteit voor arbeidsverhoudingen en arbeidsrechten.  De Metaalbond FNV steunt Unite in deze kwestie. In een brief heeft bestuurder Peter Reniers zijn steun betuigd. Ook hebben de bonden in een brief aan ASML-topman Fouquet hun grote bezorgdheid geuit over deze ontwikkelingen en de implicaties ervan voor arbeidsverhoudingen binnen ASML wereldwijd. De ASML-top wordt om een formeel standpunt gevraagd over de kernpunten van de klacht, namelijk het niet erkennen van vakbonden in landen als Ierland. Vraagtekens Als OESO-NCP de chipmachine-maker op de vingers tikt, schaadt dat volgens Reniers de reputatie van ASML. Hij kan zich voorstellen dat dit bij de aandeelhouders slecht valt en dat vraagtekens worden gezet achter het ESG-beleid (milieu, mensen & maatschappij en bestuur & integriteit) van ASML. Unite heeft al laten weten in Ierland het wapen van stakingen achter de hand te houden. Ook rond Eindhoven is het onrustig. De voorgenomen reorganisatie van ASML die alleen al in Brabant 1400 banen kost, wordt op de werkvloer slecht begrepen. Volgende week donderdag voeren de vakbonden hierover vervolgoverleg.
Energiezuinigheid bepaalt opvolger Nvidia
4 dagen
Professor Bram Nauta over ai-processoren Het Eindhovense Euclyd zou zomaar over pakweg tien jaar de nieuwe Nvidia kunnen zijn, zo meent Bram Nauta, hoogleraar Micro Chip Design aan de Universiteit Twente. ‘Maar een chipfabriek zie ik hier niet gebouwd worden.’ Europa heeft de chipproductie uit handen gegeven. Siemens Nixdorf was in de jaren negentig de grootste producent van processoren in Europa, maar gooide al in 1999 de handdoek in de ring. Philips volgde in 2006 toen het zijn eigen chipdivisie afstootte, waarmee NXP werd geboren. Dit bedrijf, evenals bijvoorbeeld Nexperia, draait mee in de wereldtop van chipontwerp en -productie. En natuurlijk ASML als afsplitsing van Philips. De productie van de meeste chips vindt evenwel in Taiwan plaats. ‘De productiefaciliteit van NXP in Nijmegen wordt gesloten’, vertelt Bram Nauta, wereldwijd erkend expert in het ontwerpen van chips. ‘Alles gaat weg. Deels door laksheid, desinteresse. Mensen hebben heel lang gedacht dat het niet uitmaakt waar je ze maakt. Dus komen ze nu vooral uit Taiwan. Tien jaar geleden kwam ik bij het ministerie van Economische Zaken het belang van chip-ontwerp en -productie bepleiten. Dat vonden ze niet interessant. Toen kwam corona en vervolgens viel alles stil. En toen ontdekten we dat chips wel belangrijk zijn, maar we maken ze niet meer. Ze hebben gewoon niks gedaan. Dus ja, dan is het weg.’ Frankrijk neemt in Europa op it-gebied nog wel een zelfstandige rol in. Zo maakt STMicroelectronics nog zelf chips. Nauta: ‘Zij gebruiken 22 nanometer-technologie. Maar dat is niet geschikt voor de meeste geavanceerde processoren. Dat is meer voor wearables of bluetooth radio’s, wifi, auto-elektronica.’ Energiezuinigheid Daar komt bij dat de opkomst van ai het speelveld compleet heeft veranderd. ‘Het bijzondere aan processoren voor kunstmatige intelligentie is dat ze heel snel parallel kunnen rekenen’, vervolgt Nauta. ‘Een gewone processor haalt een instructie uit het geheugen, voert dan iets uit en zet het resultaat terug in het geheugen. Allemaal na elkaar. Grafische processoren doen heel veel dingen parallel. Nvidia is als producent van grafische processoren daarom heel groot geworden in ai. Die processoren bestonden al en de softwareomgeving bestond al. Maar het is nog niet optimaal. Die dingen zijn gemaakt voor grafische kaarten om tekenfilms te maken of games. Maar het zijn nog steeds chips die heel veel energie vreten. Je praat toch over een chip met een vermogen van 2000 watt. Die wordt zo heet dat hij in de olie moet hangen om te koelen.’ Euclyd zou zomaar Nvidia van de troon kunnen stoten. Dan zouden we in Europa Craftwerk-chips kunnen maken Nauta ziet een nieuwe generatie ai-chips aankomen die honderd keer zuiniger is dan de huidige. Onder andere het Eindhovense Euclyd (met een nevenvestiging in San Jose, Californië) produceert die nieuwe generatie. Zij maken een enorme chip met 16.384 SIMD-processoren (parallelle rekenkernen) en 1 tb geheugen die zelfs sneller is dan Nvidia’s paradepaardje. Het systeem onder de naam Craftwerk, is afgelopen september geïntroduceerd op de Kisaco Infrastructure Summit in Santa Clara. ‘De grote kosten van ai zijn de stroomkosten. Het is nu al zo dat als je een groot datacenter neerzet, er eigenlijk een kerncentrale naast moet om de stroom te leveren. Dat maakt Euclyd – opgezet door, jawel, oud-Philips mensen – bijzonder interessant’, verklaart Nauta. ‘Ze zouden zomaar Nvidia van de troon kunnen stoten. Dan zouden we in Europa een fabriek kunnen bouwen om de Craftwerk-chips te maken. Het is logisch om dat door TMSC te laten doen, want dit Taiwanese bedrijf bouwt de ene chipfabriek na de andere. Zij maken geen fouten meer. Maar Nederland is te klein voor een chipfabriek; de energieprijs hier is veel te hoog. Waarschijnlijk komt er dan een fabriek in Dresden of rond Grenoble in Frankrijk.’ Nauta verwacht trouwens dat meer bedrijven wereldwijd iets bouwen dat Euclyd maakt. ‘Het is de logische, volgende stap in processorontwerp. Het is wel heel moeilijk om ze te ontwerpen.’ Mijn grootste zorg is de afnemende belangstelling om technologie te studeren. We hebben de ingenieurs hard nodig Twente Intussen floreert het chiponderzoek in Twente. De Universiteit Twente werkt veel samen met bedrijven wereldwijd, vertelt Nauta. ‘Wij ontwerpen chips en laten ze bakken in Dresden. In de buurt van onze universiteit zitten negen chipontwerpbedrijven. Eentje maakt infraroodcamera’s voor professionele toepassingen zoals inspectie bij productieprocessen. Een andere maakt radars voor auto’s en andere bedrijven maken weer bluetooth-ontvangers en -zenders. Ze lopen allemaal goed.’ ‘Allerlei bedrijven komen naar ons toe als ze een probleem hebben waar ze zelf niet uitkomen. Dan laten ze ons onderzoeken. Als wij het oplossen, krijgen zij de patenten. Dat is ons verdienmodel. Wij verdienen er genoeg mee; we hebben haast geen subsidie meer nodig.’ Nederlandse politici zijn inmiddels overtuigd van het belang een eigen it-industrie te hebben. ‘Mijn grootste zorg is de afnemende belangstelling om technologie te studeren’, verzucht Nauta. ‘We hebben de ingenieurs hard nodig.’ Cruciale sector in NederlandDe Nederlandse halfgeleiderindustrie groeide van € 39,1 miljard in 2021 naar ongeveer € 65 miljard in 2024 en bleef in 2025 rond de € 65–70 miljard omzet. De groei komt vooral door ASML, NXP en ASM International. De sector blijft cruciaal voor zowel economie als geopolitiek. De cijfers komen van de Nederlandse overheid die op een website investeerders warm wil maken om geld in deze industrie te steken. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #1.
SoftwareOne wint Utrechtse 20-miljoen-cloudtender
4 dagen
WIE GUNT WAT – SoftwareOne, de Zwitserse it-dienstverlenner annex reseller, heeft de aanbesteding voor cloudbroker bij de gemeente Utrecht gewonnen. De geraamde waarde van de opdracht bedraagt zo’n twintig miljoen euro over vier jaar.   De gemeente Utrecht koos voor SoftwareOne omdat het bedrijf de best beoordeelde inschrijving (lees: goedkoopste) heeft ingediend en bewezen expertise in huis heeft. Naast de opdracht voor het leveren van cloudplatformen zoals Azure, Oracle Cloud, AWS en Google Cloud zal het bedrijf zich in de komende periode toeleggen op het aanbod van soevereine cloudplatformen. Hiermee draagt SoftwareOne bij aan de digitale ambities van de gemeente Utrecht, die veel waarde hecht aan de flexibiliteit in de keuze van cloudplatformen. De gemeente ontvangt tevens ondersteuning, advies over clouddiensten, licentiemodellen en gebruiksrechten. SoftwareOne biedt tevens inzicht in cloudconsumptie en bijbehorende kosten en levert indien wenselijk ook finops (datagedreven financieel cloudbeheer), waarmee onnodige kosten voor het gebruik van cloudomgevingen kunnen worden voorkomen. Geopolitiek Armand Steens, supply manager cloud a.i. bij de gemeente Utrecht: ‘Deze nieuwe overeenkomst met SoftwareOne versterkt onze regierol op cloudafname. De brokerconstructie biedt ruimte om in te spelen op geopolitieke en marktontwikkelingen en ondersteunt onze ambitie op het gebied van digitale soevereiniteit, waaronder de mogelijkheid om toekomstige Europese clouddiensten te betrekken. SoftwareOne heeft zich daarbij bewezen als een betrouwbare partner voor brede clouddienstverlening.’ De geraamde waarde van de opdracht bedraagt twintig miljoen euro exclusief btw, waarvan jaarlijks circa vijf miljoen aan Microsoft-cloudproducten en tweehonderd uur consultancy. De looptijd van de overeenkomst is twee jaar met tweemaal een verlengingsoptie van één jaar. Wie gunt wat: Veel ict-opdrachten worden verstrekt via een aanbestedingstraject. Computable maakt regelmatig melding van de publiek gemaakte gunningen.
Spoelstra Spreekt: Succes
5 dagen
COLUMN – Het nieuwe kabinet is druk bezig vorm te krijgen en de eerste bewindspersoon is alweer naar huis gestuurd. Of ze heeft zelf haar conclusies getrokken. Beoogd staatssecretaris Van Berkel had haar cv opgeleukt. En hoewel we dat allemaal doen, mag dat niet. Het was ook niet nodig. Als je een keer de avondvierdaagse hebt gelopen, heb je al meer op je cv staan dan sommige ministers uit het vorige kabinet. Dat is ook het grote voordeel van dit kabinet: slechter kunnen de bewindsvoerders het niet doen. Het vorige kabinet is alleen maar bezig geweest met het pesten van asielzoekertjes. En zelfs dat is niet gelukt. Zowat alle belangrijke dossier zijn blijven liggen. In het overdrachtsdocument van het vorige kabinet voor het nieuwe kabinet stonden maar twee woordjes: succes ermee! In het overdrachtsdocument van het vorige kabinet stonden maar twee woordjes CDA en D66 hebben er zin in. Van de VVD weten we het nog niet. De VVD zit natuurlijk alleen maar in het kabinet om de hypotheekrenteaftrek en box 3 te bewaken. Het eerste lijkt al gelukt, bij het tweede weten ze dat ze daar niks aan hoeven te doen. Ze begrijpen daar dat het tot en met 2075 duurt voordat er aanpassingen in de systemen van de belastingdienst zijn door te voeren. Plank Maar er wachten genoeg uitdagingen. Vooral ook op digitaal vlak. Want er ligt genoeg op de plank. Denk alleen maar aan cybersecurity, gegevensuitwisseling en het te kort aan digitale professionals. Daarbij komt nog eens dat de systemen die we daarbij inzetten uit Amerika, het land van onze voormalige bondgenoot, komen. Bovendien zijn die systemen alleen te benaderen met een 5G-netwerk uit China, onze hopelijk toekomstige bondgenoot. Wat dat betreft geef ik het vorige kabinet gelijk: succes ermee! Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Vraag naar ai-chips drijft hardwareprijs op, Louvre-kunst komt met ar tot leven (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: wereldwijde vraag naar ai-chips leidt tot hogere pc-prijzen, Cloudflare en Mastercard werken aan cyberbeveiligingsoplossingen, McLaren Racing blijft trouw aan techpartner Dell Technologies, Snap brengt kunstwerken in het Louvre tot leven, en ai-governanceplatforms gaan lucratieve tijden tegemoet. ‘Geheugenverlies’ drijft pc-prijzen op door ai-verschuiving De wereldwijde vraag naar ai-chips leidt tot structurele geheugentekorten en hogere pc-prijzen. Fabrikanten als Dell, Microsoft, Lenovo en HP verhoogden hun prijzen al met vijftien tot twintig procent. Analisten verwachten dat de stijgingen nog dit jaar oplopen tot 25 procent, aldus wederverkoper Tech Outlet. Geheugenproducenten verschuiven capaciteit naar high bandwidth memory voor ai-servers. Daardoor laten de prijzen van onder meer DDR5-geheugen (Double Data Rate 5; de nieuwste generatie ram-werkgeheugen, ontworpen voor hogere snelheden, grotere capaciteiten en betere energie-efficiëntie dan voorganger DDR4) forse stijgingen zien. Tegelijk versnelt de migratie naar Windows 11 de vervangingsvraag. Volgens marktanalisten houdt de schaarste mogelijk aan tot 2027 of 2028, waardoor hardwarevernieuwing voor veel organisaties duurder uitvalt. Cloudflare en Mastercard beschermen de kleintjes Cloudflare en Mastercard gaan samenwerken aan nieuwe cyberbeveiligingsoplossingen voor kleine bedrijven en overheden. De partijen combineren dreigingsinformatie van het internationale threat Intelligence-cloudplatform Recorded Future en het cybersecurityplatform RiskRecon (beide dochters van Mastercard) met het applicatiesecurityplatform van Cloudflare. De geïntegreerde oplossing moet organisaties inzicht geven in hun internetgerichte assets, kwetsbaarheden prioriteren en automatisch beveiligingsmaatregelen activeren, zoals een web application firewall. Volgens beide bedrijven helpt dit om blinde vlekken door schaduw-it en externe leveranciers te verminderen. Het partnerschap richt zich vooral op organisaties met beperkte securitycapaciteit, die volgens de bedrijven in toenemende mate doelwit zijn van cyberaanvallen. McLaren Racing verlengt techpartnerschap met Dell Technologies McLaren Racing heeft zijn samenwerking met Dell Technologies verlengd om zijn technologische voorsprong in de Formule 1 te behouden. Dell blijft het team (dat vorig jaar de Drivers’ Championship en in 2024 en 2025 het Constructors’ Championship won) voorzien van ai-infrastructuur, storage en pc’s voor toepassingen variërend van autodesign tot raceday-operaties. Met behulp van Dell-systemen verwerkt McLaren anderhalf terabyte aan data per raceweekend. Deze data worden gebruikt voor simulaties, digital twins en realtime-strategiebeslissingen. Volgens de partijen is de technologie cruciaal om prestaties te optimaliseren in een sport waar milliseconden het verschil maken. Dell is sinds 2018 innovatiepartner van het team. Snap en het Louvre brengen kunstwerken tot leven Het Amerikaanse techbedrijf Snap en Musée du Louvre introduceren een augmented-reality (ar)-ervaring waarmee bezoekers zes meesterwerken interactief kunnen verkennen. De gratis service, onder de titel ‘The Incredible Unknowns of the Louvre’, is vanaf vandaag beschikbaar via smartphones en Snapchat. Met de ar-technologie kunnen bezoekers verborgen details, oorspronkelijke kleuren en technieken van kunstwerken ontdekken. Dat zijn: de codex van Hammurabi, de buste van Achnaton, het portret van Anna van Kleef, de Hera van Samos, De vier gevangenen en rustieke figulines. Naast de museumervaring is ook een wereldwijde Snapchat-versie beschikbaar. Daarmee willen de partners cultureel erfgoed toegankelijker maken en nieuwe, digitale vormen van educatie en publieksbeleving stimuleren.Het techbedrijf Snap kent drie pijlers: de visuele berichtenapp Snapchatt, Lens Studio, een tool voor het creëren van ar-ervaringen, en Spectacles, een bril die digitale ervaringen integreert met de echte wereld. Gartner: ai-governanceplatforms zijn door strengere regelgeving miljardenmarkt De wereldwijde uitrol van ai-regelgeving jaagt de vraag naar ai-governanceplatforms sterk aan. Volgens Gartner zal in 2030 circa driekwart van de wereldeconomie onder ai-regels vallen, goed voor meer dan een miljard dollar aan compliance-uitgaven. Organisaties investeren daarom sneller in gespecialiseerde governance-tools. Deze tools en platforms helpen bedrijven ai-systemen te monitoren, risico’s te beheersen en continu aan regelgeving te voldoen. Gartner stelt dat organisaties met dergelijke platforms hun ai-governance ruim drie keer effectiever uitvoeren dan bedrijven zonder deze technologie.
Kamervragen over onjuiste cv-claims Van Berkel
5 dagen
D66-politica Nathalie van Berkel, in opspraak na publicaties in De Volkskrant over onvolkomenheden in haar cv, heeft ook onjuiste informatie over haar opleidingen verschaft toen zij toetrad tot de raad van bestuur van het UWV. FvD wil nu van de minister weten of de Algemene Bestuursdienst (ABD) cv’s van topambtenaren afdoende controleert. Nadat Van Berkel zich afgelopen maandag had teruggetrokken als beoogd staatssecretaris van Financiën, gaf zij dinsdag ook haar Kamerlidmaatschap voor D66 op. De gevallen politica Van Berkel was van 2019 tot augustus 2025 lid van de raad van bestuur. De eerste vier jaar ‘deed’ Van Berkel behalve het UWV Werkbedrijf ook de ict, wat tot de nodige kritiek leidde. Met het aantreden van ict-professional René Steenvoorden in de raad van bestuur werd er meer kennis over digitalisering binnengehaald. Van Berkel bleef nog wel betrokken bij het ict-beleid. Ze steunde de door Van Steenvoorden gestarte, omstreden operatie Verandermotor die vooral de it van UWV op zijn kop zet. Kamervragen Bij haar aantreden als bestuurslid stuurde het UWV een persbericht uit waarin stond dat Van Berkel Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam studeerde en Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. In werkelijkheid had ze alleen een HBO-propedeuse had en rondde ze het toelatingstraject voor de master nooit af. De genoemde studie Rechten heeft ze nooit afgemaakt. Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen (FvD) vraagt naar aanleiding van de berichtgeving opheldering van minister Frank Rijkaart (Binnenlands Zaken). Hij wil weten of de Algemene Bestuursdienst (ABD) wist dat de cv van Van Berkel was opgepoetst. Van Houwelingen wil ook van de bewindsman weten of de cv’s van ambtenaren die vallen onder de ABD worden gecontroleerd. En zo nee, waarom niet. Hij dringt erop aan om de cv van betrokken ambtenaren door een extern bureau te laten controleren. Dit zou op zijn minst moeten gebeuren bij de ambtenaren die behoren tot de Topmanagementgroep van de ABD. Materiekennis René Jan Veldwijk, ict-expert bij de Ockham Groep en jarenlang UWV-watcher, was in een LinkedIn-post verbaasd dat Van Berkel werd beoogd als staatssecretaris van Financiën, zonder fiscale kennis en zonder een goede track record op gebied van ict (hij wijst erop dat zij destijds zelfs de lichtste portefeuille bij het UWV – Werkbedrijf – niet aan kon).Terwijl zo’n bewindspersoon effectief de eindbaas is van de Belastingdienst, een organisatie die op ict-gebied veel problemen kent.  Veldwijk alsook een andere UWV-watcher, Daan Rijsenbrij, vinden de discussie over haar cv uiteindelijk eigenlijk minder relevant. Het werkelijke probleem in hun ogen is dat er te veel bestuurders/managers zonder materiekennis op posities worden geplaatst die voor de samenleving cruciaal zijn. Met veel maatschappelijke probleemdossiers tot gevolg.
Belastingdienst afwerend tegenover Microsoft-alternatieven
5 dagen
De Belastingdienst voelt er helemaal niets voor om de overstap naar Microsoft 365 voor de kantoorautomatisering terug te draaien. In de nieuwe kantooromgeving is sinds 2021, toen de keuze voor M365 werd gemaakt, al 14,4 miljoen euro geïnvesteerd. Het continueren van de huidige, sterk verouderde werkomgeving wordt niet raadzaam geacht, want die software is aan vervanging toe.  Dit blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Eugène Heijnen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) op vragen van de Eerste Kamerfracties GroenLinks-PvdA en BBB. Het onderhouden van de oude omgeving is complex en kostbaar. Verder is het op orde houden van de informatiehuishouding in deze omgeving ingewikkeld. Daarnaast zijn de functionaliteiten voor medewerkers om goed, flexibel en efficiënter samen te kunnen werken zeer beperkt. Alternatieven Omdat bij de uitrol van de nieuwe werkplekken rekening is gehouden met de implementatie van M365 worden medewerkers nu geconfronteerd met workarounds die resulteren in productiviteitsverlies. De workarounds zijn (inefficiënte) manieren om vanaf deze nieuwe werkplekken met de beperkingen van de huidige werkomgeving om te gaan. Deze workarounds zijn vrij technisch van aard. Heijnen ziet ook geen brood in alternatieven. In het geval dat er een geschikte Europese oplossing beschikbaar is, moet er een geheel nieuwe werkomgeving worden ontworpen en geïmplementeerd. De doorlooptijd hiervan is aanzienlijk en is afhankelijk van de te configureren oplossing. De verwachting is dat dit in ieder geval enkele jaren zal kosten. Daarnaast kan er niet met zekerheid gezegd worden dat er over één of twee jaar een alternatief beschikbaar is met een vergelijkbaar niveau zoals M365. Het doorwerken in de huidige verouderde omgeving is daarmee vooral het uitstellen van een noodzakelijke keuze. Exit-strategie De kans wordt klein geacht dat Microsoft onder druk van de Amerikaanse overheid de dienstverlening aan Nederland moet stopzetten. De Belastingdienst heeft een exit-strategie opgesteld voor het geval er een (acuut) vertrek uit de cloudomgeving moet plaatsvinden. Dan wordt er teruggevallen op een afgeslankte versie van de huidige (on premises) HCL-omgeving met beperktere functionaliteiten. Doordat er daarnaast gezorgd wordt voor een lokale backup functionaliteit kan de fiscus een reservekopie van de data uploaden naar de HCL-omgeving. Europese alternatieven zoals Nextcloud of OpenDesk kunnen functionaliteiten bieden die aansluiten bij overheidsbehoeften, maar zijn niet als gelijkwaardig beoordeeld. Ook als er een geschikte Europese oplossing beschikbaar zou zijn, moet er een geheel nieuwe werkomgeving worden ontworpen en geïmplementeerd. De doorlooptijd hiervan is aanzienlijk en is afhankelijk van de te configureren oplossing. De verwachting is dat dit in ieder geval enkele jaren zal kosten. Afwerende houding Overigens heeft de Belastingdienst geen uitgebreide verkenning gedaan naar Europese alternatieven, zoals Nextcloud voor de Europese oplossing of Scaleway voor hybride cloud. De BBB-fractie vroeg waarom dit niet is gebeurd, maar kreeg daar nauwelijks antwoord op. Naar verluidt was er recent wel een werkbezoek aan de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein om te kijken hoe de regering daar met haar opensource-strategie gaat met digitale soevereiniteit. Ook op vragen vanuit de Tweede Kamer antwoordt Heijnen sterk afwerend. Kern van zijn standpunt is dat er gezien de (technische) keuzes van de Belastingdienst in het verleden, op korte termijn geen alternatief is voor de overgang naar Microsoft 365, anders dan gebruik blijven maken van de huidige verouderde werkomgeving. De Belastingdienst meent dat er nog geen volledig geïntegreerd Europees alternatief is voor M365. Een (grootschalige) implementatie van een soeverein alternatief als MijnBureau is op dit moment niet realistisch en uitvoerbaar, zo besluit Heijnen.
D66 dringt aan op strengere eisen en meer toezicht na mega-datalek Odido
5 dagen
D66 wil strengere eisen stellen aan telecomproviders om grootschalige datalekken te voorkomen zoals bij Odido is gebeurd. Ook zouden er meer toezichtmaatregelen moeten komen. Dit blijkt uit vragen van de Tweede Kamer-leden Sarah El Boujdaini en Jan Schoonis aan minister Vincent Karrermans (Economische Zaken) en staatssecretaris Eddie van Marum (Digitalisering).Beide D66-Kamerleden vragen zich af of de eisen, die momenteel worden gesteld aan telecomproviders voor wat betreft cyberbeveiliging en gegevensbescherming, nog aan de huidige dreigingscontext voldoen. Veel aanvallen zijn verschoven naar identiteiten in plaats van firewalls. De meeste grote incidenten vinden momenteel via geldige accounts plaats, merkt Ronald Prins, medeoprichter van het cybersecuritybedrijf Hunt & Hackett op.El Boujdani wil ook weten of er sprake is van nalatigheid dan wel onvoldoende naleving van de Europese privacy- en beveiligingsverplichtingen, zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), door Odido.Lampje branden?Veiligheidsexperts vinden het opmerkelijk dat de monitoring bij Odido geen alarm sloeg, terwijl massale data-exfiltratie van 6,2 miljoen records plaatsvond. Als dit ook ‘s nachts of buiten de kantooruren gebeurt en de hele dag voortduurt, had er volgens Prins toch ergens een lampje moeten gaan branden. Pieken in het netwerkverkeer dienen te worden gesignaleerd, zegt hij.Momenteel is nog niet duidelijk wat de aanvallers met de ‘buit’ gaan doen. D66 vraagt het kabinet het risico te beoordelen dat de bij Odido gestolen persoonsgegevens in de toekomst alsnog openbaar worden gemaakt, en welke gevolgen dit kan hebben voor de veiligheid en privacy van betrokken burgers.
Cloud kent vier winnaars (maar ai schudt kussen op)
5 dagen
Artificiële intelligentie geeft de cloudstrijd een totaal nieuwe dynamiek, waarbij vier partijen zich met hun groei momenteel onderscheiden als de winnaars. Google Cloud overtreft voor het eerst Microsoft op cruciale parameters. Vermeende legacy-spelers Oracle en SAP groeien sneller dan cloud-native concurrenten. En een speler als Palantir schiet als een raket omhoog. Dat blijkt op basis van een analyse van de financiële cijfers van vooraanstaande softwarespelers door gespecialiseerde website en cloudonderzoeker Cloud Wars, met focus op groei (zie onder) in hun cloud-business. Ook al is (procentuele) groei natuurlijk een relatief begrip, volgens analist Bob Evans markeren deze verschuivingen een fundamentele verandering in de markt. Het resultaat van de analyse is best opmerkelijk. De klassieke cloudnamen (zowel cloudinfrastructuur als cloudsoftware, of beide) zoals Microsoft, AWS, en ook Salesforce en Workday volgen qua groei op enige afstand van deze vier: 1. Google Cloud: de toekomst winnen Met een verbluffende groei van 48 procent in het vierde kwartaal toont Google Cloud aan dat het zich ontwikkelt tot de cloud- en ai-leverancier bij uitstek voor enterprise-klanten. Het meest opvallende cijfer: Google Cloud genereerde 2,5 miljard dollar aan incrementele omzet, meer dan de 2,4 miljard dollar van Microsoft Cloud. Deze prestatie is des te opmerkelijker omdat de totale omzet van Microsoft Cloud nog altijd driemaal zo groot is als die van Google Cloud (51,5 miljard tegenover 17,7 miljard dollar). Toch slaagt Google Cloud erin meer nieuwe business binnen te halen. ‘Maar terwijl Microsoft Cloud het verleden heeft gedomineerd, wint Google Cloud meer van de toekomstgerichte business’, aldus Evans. De groei is geen toevalstreffer. Google Cloud sprong van 34 procent groei in het derde kwartaal naar 48 procent in Q4, terwijl Microsoft stabiel bleef op 26 procent. De sterke positie dankt Google Cloud aan een combinatie van factoren: de Gemini-innovaties (van Gemini Enterprise tot Gemini 3 en Gemini for Government), plus een volledige stack van tpu’s en gpu’s tot Vertex ai en verdere ai-toepassingen. Ook de vroege focus op cybersecurity werpt vruchten af. 2. Palantir: explosieve groei met minder verkopers Met een groeicijfer van 70 procent in het vierde kwartaal en een omzet van 1,41 miljard dollar, laat Palantir opmerkelijke resultaten mogelijk optekenen. In Europa is Palantir  een stuk minder ingeburgerd. Maar hun toepassingen worden wel gebruikt, al is het bedrijf ietwat omstreden. Vooral in de VS gaat Palantir hard: de Amerikaanse commerciële tak groeide het voorbije kwartaal met 137 procent tot 507 miljoen dollar. Palantir’s succesverhaal is opmerkelijk. Het bedrijf behaalt deze groei zonder een proportionele uitbreiding van het verkoopteam – tijdens Q3 daalde het aantal verkopers zelfs terwijl de omzet met 63 procent groeide. Hun aanpak is gericht op klantresultaten. De vooruitzichten voor Palantir blijven overigens rooskleurig: voor Q1 2026 voorspelt Palantir een groei van 73 procent tot zowat 1,5 miljard dollar, en voor het volledige jaar 60 procent groei naar ruim 7 miljard dollar. 3. Oracle: de vijftiger als pionier Oracle, inmiddels 49 jaar oud, laat 34 procent groei (zie tabel) optekenen in het voorbije kwartaal. Het bedrijf investeert fors in infrastructuur. Hun jarenlange expertise met diverse technologieën en diepe kennis van on-premise systemen, die nog altijd grote delen van de wereldeconomie aandrijven, blijkt best waardevol in het ai-tijdperk.Ervaring blijkt voor hen eerder een concurrentievoordeel. ‘Deze bedrijven dragen hun boomer-leeftijd als een ereteken en doen het ongelooflijk goed op de markt’, stelt Evans vast. ‘Ze kunnen hun expertise gebruiken met vrijwel elke technologie die ooit is uitgevonden.’ Oracle combineert dit met agressieve cloud- en ai-innovaties. 4. SAP: legacy wordt awesome SAP, met 54 jaar de oudste in dit rijtje, behaalt consistent meer dan 25 procent groei, een direct bewijs van klantvraag in een markt met heel wat alternatieven. De sterke positie van SAP weerlegt volgens Evans bovendien ook de mythe dat gevestigde techbedrijven niet kunnen meekomen in tijden van disruptie. SAP paste zich succesvol aan, eerst aan de cloud en vervolgens aan ai. De groei komt ondanks intensieve concurrentie.De recente groei van deze vier partijen – Google Cloud, Palantir, Oracle en SAP – illustreert een belangrijke les: in de enterprise-technologie leidt succes van nieuwe spelers niet automatisch tot het verdwijnen van gevestigde namen.Maar tegelijk kunnen, zoals Palantir doet uitschijnen, new kids on the block ook flink doorgroeien en brokken maken. (Bron: Cloud Wars, 2026)
Van ai-hallucinaties naar governance: de opdracht voor it
6 dagen
BLOG – Een inauguratiespeech vol verzonnen citaten van Einstein en een miljoenenrapport vol fouten en niet-bestaande bronnen. Het zijn pijnlijke voorbeelden van blind vertrouwen op ai. Ze hallucineert en output moet je altijd controleren, maar de lijn tussen nuttig en nep is soms dun. Terwijl organisaties ai massaal inzetten, blijft de vraag: wie houdt hier toezicht op? Die rol is de it-afdeling op het lijf geschreven. Maar daar wringt het: een derde van de it-professionals geeft nu al aan een hoge werkdruk te ervaren, blijkt uit ‘Inside ITSM 2026’. Hoe monitor je ai-gebruik in de organisatie als je er eigenlijk geen tijd voor hebt? Razendsnel AI verspreid zich razendsnel in organisaties, vaak zonder dat it er weet van heeft. Marketing genereert teksten, sales beoordeelt offertes en hr screent sollicitaties met ai. Afdelingen experimenteren enthousiast, maar niet altijd in afstemming met veiligheidseisen of doelen vanuit it. Zonder toezicht kan dit misgaan, variërend van fouten in teksten tot het sturen en maken van beslissingen op onjuiste informatie. Ai-gebruik vraagt om continue monitoring. Wie controleert of de output klopt, of securityprotocollen zijn gevolgd en of ai-tools toegang hebben tot de juiste systemen? Het is in veel organisaties nog niet geregeld en dat is een probleem. Want de rol van toezichthouder vereist zowel technische kennis als organisatie-inzicht om te valideren of ai de juiste informatie gebruikt. Neem een chatbot op de helpdesk. Als deze geen toegang heeft tot bepaalde systemen, dan zullen antwoorden bij bijvoorbeeld een niet-werkende applicatie stoppen na ‘probeer opnieuw op te starten.’ Maar met de juiste koppelingen kan diezelfde chatbot al een concrete oplossing bieden op basis van systeemdata. Vergelijk het met de implementatie van Microsoft Teams. Ook dan zorgt it voor ondersteuning, integraties en de juiste kennis. Met ai is dat nog complexer. Modellen ontwikkelen razendsnel en brengen nieuwe risico’s met zich mee, waardoor er bewaking nodig is van datagebruik en output. Geen eenmalige implementatie dus, maar structureel toezicht. De vraag is daarom niet of it deze rol moet pakken, maar vooral hoe je dit met de huidige werkdruk realiseert. Waarom uitbesteden en delegeren niet werkt Daar zit de uitdaging: it-afdelingen komen nauwelijks aan strategisch werk toe. Veertig procent is zo druk met brandjes blussen dat ze weinig tijd overhouden om preventieve maatregelen te nemen. En slechts een kwart voelt zich als afdeling toekomstbestendig. Dat maakt het een kip-ei-situatie: ai bespaart uiteindelijk tijd, maar daar gaan investeringen aan vooraf. Medewerkers trainen, tools implementeren, processen inrichten. En ook daarna vraagt ai-gebruik om blijvende aandacht. Je moet als afdeling immers bijblijven met updates en ontwikkelingen wil je het goed kunnen monitoren. Er zijn ook andere opties, zoals ai-governance uitbesteden, een andere afdeling verantwoordelijk maken of monitoring in zijn geheel laten. Maar die komen allemaal met nadelen: verlies van regie over bedrijfsdata, afdelingen zonder technische kennis laten monitoren of kwetsbaarheid door helemaal geen structurele aandacht aan ai te schenken. Het is simpel en complex tegelijk: it kan het er in veel gevallen niet zomaar bij doen, maar andere oplossingen schieten tekort. Dat vraagt om fundamenteel andere keuzes in organisaties. Vijf keuzes voor it in de lead It kan die keuzes niet alleen maken. Organisaties moeten bereid zijn om te investeren in een strak ai-beleid waar it de leiding in pakt. Daarvoor hoeft het roer niet direct helemaal om. Pak het stap voor stap aan. Wat betekent dat concreet? Herzie prioriteitenWaar i tijd vrij te maken voor ai-governance? Denk aan het automatiseren, uitbesteden of schrappen van operationele werkzaamheden. Haal kennis opTraining en cursussen zijn essentieel, maar schakel als it-afdeling ook met externe experts. Zo leer je niet alleen hoe ai technisch gezien werkt, maar ook hoe je de rest van de organisatie bewust maakt van de risico’s en meeneemt in het controleren van ai-output. Heroverweeg rollenMisschien is het aannemen van een ai-expert nodig of is het slim om te schuiven met rollen in het it-team? Wijs bijvoorbeeld een ai officer aan, vergelijkbaar met de security officer. Iemand die fulltime bezig is met ai-governance, in contact staat met andere afdelingen en inhoudelijk en technisch toetst of ai-output klopt. Pak het organisatiebreed aanWees als it-afdeling de verbinder tussen afdelingen. Daarmee kom je tot één ai-beleid zonder dat elke afdeling op zichzelf met ai aan de slag gaat en aan jou de rekening presenteert. Juist met samenwerking haal je de meeste waarde uit ai. Bewijs dat het werktKoppel regelmatig aan de organisatie terug wat it-sturing en bovenal controle oplevert. Dan is ai-governance geen kostenpost, maar een investering. Hallucinaties stoppen niet Ai blijft hallucineren, dus toezicht blijft noodzakelijk. Dat maakt de uitdaging voor it-afdelingen niet kleiner. Tijdgebrek is reëel en vraagt om nieuwe keuzes. Wat laten we los om ai-governance goed te doen? Organisaties die hier een antwoord op vinden, positioneren it als bewaker van hun ai-transitie. En als we de verzonnen Einstein-citaten en onjuiste rapporten mogen geloven, is dat hard nodig. Max Veenhof, businessconsultant TOPdesk
Kort: It’ers gezocht, Trump draait Haags cyberexpertisecentrum nek om (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: werkgevers voeren it-werving op, GFCE failliet na wegvallen Amerikaanse subsidie, Anthropic stijgt naar waardering van 380 miljard, verstoring van GNSS op lage hoogte risico voor dronevluchten, en Unilever en Google Clouid sluiten ai-deal. Werkgevers voeren it-werving op ondanks krappe arbeidsmarkt Nederlandse werkgevers schroeven hun wervingsplannen voor it-personeel dit jaar verder op. Dat blijkt uit onderzoek van Robert Half. Zo wil 55 procent van de werkgevers het aantal vaste it-medewerkers uitbreiden. Ook groeit de vraag naar projectmatig it-talent, onder meer in cybersecurity, infrastructuur en softwareontwikkeling. Volgens de recruiter investeren organisaties bewust in technologie en digitale transformatie. Tegelijk blijft schaarste aan gekwalificeerde specialisten de grootste uitdaging. Werkgevers proberen dit te ondervangen met hogere salarissen, betere arbeidsvoorwaarden, snellere sollicitatieprocessen en extra opleidingsmogelijkheden om it-talent aan te trekken en te behouden. Cyberexpertisecentrum GFCE failliet na wegvallen subsidie VS Het bureau achter het Global Forum on Cyber Expertise (GFCE) in Den Haag is failliet verklaard, meldt het AD. Volgens de curator ontstonden acute geldproblemen toen de regering van Donald Trump besloot de financiering te beëindigen. Vorige maand werd bekend dat de Verenigde Staten zich terugtrok uit een drietal internationale organisaties op gebied van cybersecurity, waaronder GFCE. Het in 2015 opgerichte cyberkenniscentrum ondersteunde internationale samenwerking rond cyberveiligheid. Door het wegvallen van meerdere subsidies konden schuldeisers niet meer worden betaald. Over een mogelijke doorstart is nog geen duidelijkheid. Het failliete bureau had één werknemer in dienst; de GFCE-website blijft vooralsnog in de lucht. Anthropic stijgt naar waardering van 380 miljard Ai-ontwikkelaar Anthropic heeft in een nieuwe investeringsronde dertig miljard dollar opgehaald, waarmee de waardering uitkomt op 380 miljard dollar. Investeerders als Microsoft en Nvidia namen deel aan de financiering. Het bedrijf, bekend van chatbot Claude, wil het kapitaal aanwenden voor verdere ontwikkeling van ai-modellen en infrastructuur. Anthropic concurreert hevig met partijen als OpenAI en Google, die eveneens miljarden investeren. Anthropic, opgericht door oud-OpenAI-medewerkers, profileert zich met nadruk op veilige ai en groeit snel, mede dankzij sterke adoptie van zijn codeerassistent in het bedrijfsleven. Finse pilot toont risico’s GNSS-verstoring voor drones Een test in de Finse hoofdstad Helsinki toont aan dat Global Navigation Satellite System (GNSS)-verstoring op lage hoogte een serieus risico vormt voor stedelijke dronevluchten. GNSS is de overkoepelende term voor satellietsystemen die wereldwijd positie-, navigatie- en tijdsbepalingsgegevens leveren. Het onderzoek, uitgevoerd door het smartcitybedrijf Forum Virium Helsinki binnen het EU-project Cityam, bevestigt meldingen van drone-operators over plotseling verlies van positiebepaling. Met een sensornetwerk verzamelde de stad tussen april en november van vorig jaar data, waaruit blijkt dat interferentie ook voorkomt in lagere luchtlagen, cruciaal voor stedelijke logistiek. De onderzoekers adviseren permanente monitoring en betere detectie. De bevindingen zijn volgens de initiatiefnemers essentieel om veilige inzet van autonome drones en toekomstige stedelijke luchtmobiliteit mogelijk te maken. Unilever sluit ai-deal met Google Cloud Unilever en Google Cloud hebben een vijfjarige samenwerking gesloten om ai breder in te zetten binnen marketing, data en bedrijfsprocessen. De consumentengoederenfabrikant migreert zijn data- en cloudplatform naar Google Cloud en gebruikt onder meer Vertex AI en Gemini-modellen. De samenwerking moet zogeheten ‘agentic commerce’ mogelijk maken, waarbij ai autonoom marketing- en bedrijfsprocessen ondersteunt. Volgens Unilever wordt technologie daarmee de kern van waardecreatie en digitale transformatie. Het bedrijf wil sneller inspelen op marktveranderingen en consumentengedrag. De overeenkomst moet ook leiden tot nieuwe ai-gedreven marketing- en analysemogelijkheden voor merken als Dove en Hellmann’s.
Odido‑hack toont: niet de firewall, maar de identiteit ligt onder vuur
6 dagen
De massale lek van klantgegevens bij Odido past in een bredere, structurele ontwikkeling dat bedrijven kwetsbaar zijn voor identiteitsmisbruik. De meeste grote incidenten ontstaan doordat criminelen met iemands identiteit aan de haal gaan in combinatie met gebrekkige basismaatregelen.Het type aanval dat Odido trof, staat centraal in het aankomende Hunt & Hackett Trend Report 2026. Volgens Ronald Prins, medeoprichter van dit Nederlandse cybersecurity-bedrijf, laat dit ernstige incident bij Odido zien waarom organisaties hun focus moeten verleggen van traditionele perimeterbeveiliging naar identiteitscontrole, monitoring en logging. Niet de firewall, maar de identiteit is vandaag de belangrijkste aanvalsvector.De geruchtmakende aanval op Odido oogt als een geavanceerde hack, maar draait in de kern om iets veel fundamentelers: medewerkers die zijn misleid en inloggegevens die zijn buitgemaakt.Social engineeringVolgens Hunt & Hackett kregen aanvallers toegang tot een customer relationship management (crm)-omgeving via phishing en het social engineeren van 2FA (two-factor-authentication)-codes. Bij phishing sturen criminelen nepmails om te proberen informatie te achterhalen, zoals inloggegevens, en daarmee toegang te krijgen tot een netwerk of systeem. Social engineering betekent dat het een aanvaller kennelijk is gelukt een medewerker van Odido ervan te overtuigen dat het legitiem is om een 2FA‑code te delen. Dit kan bijvoorbeeld door zich voor te doen als een collega van de it-helpdesk of een leidinggevende.Door zowel de inloggegevens als de 2FA-code te bemachtigen kunnen aanvallers in het klantcontactsysteem binnendringen, waarna klantgegevens zijn te downloaden. Dit soort aanvallen, waarbij criminelen simpelweg inloggen met geldige accounts in plaats van technisch ‘in te breken’, ziet Hunt & Hackett steeds vaker bij grote organisaties.Geen bevredigend antwoordMedio vorige week meldde Odido dat de ongeautoriseerde toegang tot het klantcontactsysteem is geblokkeerd. Het lek, waarbij 6,2 miljoen accounts werden gekraakt, vond plaats in het weekeinde van 7 en 8 februari. Nu meer dan een week later heeft Odido nog maar weinig feiten hierover naar buiten gebracht.Zo is nog geen bevredigend antwoord gegeven op de vraag hoe de aanvallers alle gegevens van 6,2 miljoen klanten konden wegsluizen zonder dat de monitoring tijdig alarm sloeg. Normaal zou er een soort automatische noodrem op het systeem moeten zitten.  Volgens Tom Moester, cybersecurity consultancy Lead bij Hunt & Hackett, is afwijkend gedrag in software-as-a-service (saas)-omgevingen goed detecteerbaar.Maar bij veel organisaties zitten nog blinde vlekken, met name rond logging, correlatie en gedragsanalyse.Juridisch staartje?Overigens is niet duidelijk of het lek inderdaad in het klantcontactsysteem zat dan wel in de onderliggende database. Evenmin is helder of het bij Odido om Salesforce dan wel Netcracker gaat. Zeker is dat de gestolen ID-documenten zoals paspoortnummers en geldigheidsdata van de hoogste risicoklasse zijn. Onderzoek moet uitwijzen of die in een klantcontactsysteem mogen zitten. Een mogelijke verklaring voor de aanwezigheid van bepaalde paspoortgegevens in het crm-systeem is een wettelijke verplichting. Maar als bepaalde persoonsgegevens onnodig zijn opgeslagen en bewaard, kan daar een juridisch staartje aan vast zitten.De ongerustheid bij klanten is enorm groot, zo bevestigt het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) dat veel vragen van Odido-klanten over het datalek heeft ontvangen.Schatkisten aan dataTom Leijte, ceo bij darkweb-monitoringbedrijf Passguard, vindt dat Odido haar klanten snel inzicht moet geven welke persoonlijke gegevens precies zijn ontvreemd. Gaat het om bijvoorbeeld recente paspoortgegevens en adresgegevens, of een adres van jaren geleden en een paspoort dat allang verlopen is? Komen de data uit een actueel systeem, dan zal de schade groter zijn dan als de gegevens afkomstig zijn uit een niet meer actueel legacysysteem. Als mensen exact weten welke gegevens gelekt zijn, kunnen zij zich volgens Leijte beter wapenen tegen criminelen die hier misbruik van maken.Leijte ziet dat meer cybercriminelen hun werkterrein verplaatsen van ransomware naar massale data-exfiltratie, waarvan nu bij Odido ogenschijnlijk ook sprake is. Het doel van het ongeoorloofd buitmaken en grootschalig wegsluizen van data is meestal chantage van de gehackte organisatie. Wordt er niet betaald, dan komt de informatie op straat te liggen.Er zijn legio mogelijkheden om dergelijke ‘schatkisten aan data’ te benutten, waarbij het vooral de combinatie van relevante gegevens is die deze dataset interessant maakt. Leijte denkt aan helpdesk-fraude, ceo-fraude en meerdere vormen van phishing. In het ai-tijdperk zijn gigantische databases interessant voor allerlei soorten fraudeurs en cybercriminelen: geloofwaardige phishingmails met echte informatie zijn zo op schaal mogelijk.“Klanten moeten daarom voorbereid zijn op valse facturen, phishingmails en telefoontjes van oplichters”Het zou Leijte niet verbazen als deze data op criminele marktplaatsen terechtkomen. Het publiceren van dergelijke grote datasets is volgens hem schering en inslag op het dark web. Hij maakt zich specifiek zorgen over statelijke actoren, die deze gegevens kunnen combineren met andere gestolen data om gedetailleerde profielen op te bouwen van personen werkzaam in de nationale veiligheid.Omdat zeer weinig bekend is over de aard en afkomst van de aanvallers, is momenteel nog niet aan te geven waar de risico’s precies liggen. Maar vaststaat dat criminelen met persoonsgegevens, e-mailadressen en IBAN-nummers overtuigende phishingberichten kunnen sturen. Klanten moeten daarom voorbereid zijn op valse facturen, phishingmails en telefoontjes van oplichters die zich voordoen als betrouwbare partijen.Actief monitorenDr. Martin Krämer, CISO Advisor bij KnowBe4, wijst op het gevaar dat oplichters met de buitgemaakte gegevens kredietaanvragen doen. ‘Het is daarom verstandig dat klanten dossiers bij het BKR – Bureau Krediet Registratie – controleren. Daarnaast helpt registratie bij de Fraudehelpdesk om identiteitsmisbruik sneller te signaleren.Omdat ook IBAN-nummers zijn buitgemaakt, is het belangrijk bankrekeningen actief te monitoren op ongeautoriseerde incasso’s. Mensen kunnen ongeautoriseerde automatische incasso’s binnen acht weken (56 dagen) via de bank laten terugboeken’, aldus Krämer.
Nexperia krijgt overheidslening van 60 miljoen
6 dagen
Invest International verstrekt namens de Nederlandse overheid een lening van 60 miljoen dollar aan Nexperia voor uitbreiding van de wereldwijde halfgeleiderproductie. De financiering maakt een reeks investeringen mogelijk in Nexperia’s internationale productiefaciliteiten. Deze zijn gericht op het opschalen van de productie, het moderniseren van productielijnen en het verbeteren van de operationele efficiëntie. Opvallend is dat in het persbericht waarin de financiële ondersteuning wordt aangekondigd, met geen woord wordt gerept over de enorme spanningen binnen de chipmaker. Het bedrijf lijdt onder een breuk tussen de Chinese bedrijfsonderdelen en die in Europa en de rest van Zuidoost-Azië. Nu de Chinese eigenaar van Nexperia, mr. Wing, voorlopig geschorst blijft als ceo, is er weinig zicht op herstel van de verhoudingen binnen de onderneming. De productieketen van Nexperia is ernstig verstoord sinds het bedrijf verscheurd wordt door financiële en juridische geschillen. Belangrijke schakel De fabriek in Dongguan (China) trekt zich nauwelijks iets aan van de opdrachten vanuit het Nijmeegse hoofdkantoor van Nexperia. Dongguan heeft zich min of meer afgescheiden en zendt veel te weinig chips naar Europa. Om de leveringsketen te herstellen wil Nexperia de productiecapaciteit in Maleisië en de Filipijnen uitbreiden. Dat is hard nodig om de merendeels Duitse en Japanse klanten van Nexperia in de auto-industrie te kunnen bedienen. Nexperia levert chips die op zichzelf niet heel bijzonder zijn, maar die wel een belangrijke schakel vormen in vrijwel alle moderne elektronische systemen. De vraag naar dit soort chips is groot. De overheid vult met deze financiering ook een deel van het gat dat is ontstaan nu mr. Wing als geschorste ceo zeker niet bereid zal zijn om met geld over de brug te komen. Nexperia in Nijmegen hoopt de komende maanden nog meer financiering aan te trekken.
Kort: Eerste 160 micron glasvezel Prysmian, Sanderink is zoek (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Prysmian en 160µm‑glasvezel, jaarcijfers Dassault, wereldwijde samenwerking KPMG en SAP, Sanderink is zoek en nieuwe WUR-leerstoelhouder Bioinformatica. Prysmian introduceert 160µm‑glasvezel voor compactere netwerkontwerpen Prysmian heeft een nieuwe 160µm (micrometer/micron)‑singlemodevezel geïntroduceerd die is ontworpen voor compacte glasvezelnetwerken. De BendBrightXS‑vezel maakt kleinere kabels met hogere dichtheid mogelijk, bedoeld voor toepassingen in ondergrondse leidingen, gebouwen en datacenters. De vezel voldoet aan de G.652‑ en G.657.A2‑normen en blijft compatibel met bestaande singlemode‑infrastructuren. Volgens Prysmian helpt de kleinere vezeldiameter netwerkbeheerders om meer vezels in beperkte ruimtes aan te leggen en zo toekomstige capaciteitsgroei op te vangen. In Nederland kan de vezel bijdragen aan efficiëntere benutting van bestaande duct‑infrastructuren (duct is een beschermende buis/leiding voor kabels), vooral in dichtbebouwde gebieden. Operators krijgen daarmee extra opties voor uitbreidings‑ en renovatieprojecten. Europese tegenwind temperde groei Dassault Systèmes De groei van Dassault Systèmes over geheel 2025 bedroeg vier procent, wat resulteerde in een totale omzet van 6,24 miljard euro. Daarmee kwam de jaaromzet van de 3d-software-expert uit aan de onderkant van de eerder afgegeven doelstelling. Volgens financieel directeur Rouven Bergmann waren de prestaties in Noord- en Zuid-Amerika stabiel en was er consistente groei in Azië maar ondervond het bedrijf in delen van Europa tegenwind door een zwakke automobielsector. Het bedrijfsresultaat kwam uit op 1,35 miljard euro. Het bedrijf maakte verder bekend in 2026 een omzetgroei van drie tot vijf procent te verwachten. Dassault Systèmes zet dit jaar vol in op industriële ai met zijn 3D UNIV+RSES-aanbod. Het lanceerde recent drie zogeheten Virtual Companions (Aura, Leo en Marie). Deze virtuele metgezellen combineren large language models met industriemodellen, ai, schaalbare, multidisciplinaire modellering en simulatie. Ze helpen ontwikkelaars bij de volledige levenscyclus van producten en diensten: van concept en ontwerp tot gebruik en regeneratie. KPMG sluit aan bij wereldwijd SAP‑partnerprogramma KPMG breidt zijn samenwerking met SAP uit en treedt toe tot het Global Strategic Service Partner‑programma. Daarmee krijgt KPMG toegang tot extra kennis, investeringen en ai‑technologie binnen het SAP‑ecosysteem. Doel is klanten te ondersteunen bij datagedreven procesvernieuwing, onder meer via SAP Business AI. Volgens KPMG versterkt de nieuwe status de mogelijkheden om digitale transformatie te versnellen. SAP ziet de uitbreiding als een volgende stap in een langdurige samenwerking. Door expertise in sector- en bedrijfsprocessen te koppelen aan SAP’s applicatie‑ en ai‑technologie willen beide partijen organisaties helpen hun bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Sanderink onvindbaar; uitbetaling Centric‑miljoenen stokt Gerard Sanderink is onvindbaar, waardoor it‑dienstverlener Centric hem vijftig miljoen euro uit de verkoop van zijn bedrijf niet kan overmaken. Volgens het AD reageert de in Duitsland ondergedoken Sanderink niet op brieven, e‑mails en telefoontjes. De rechtbank Den Haag heeft hem inmiddels geschorst als bestuurder van zijn aandelenstichting, omdat uitbetaling onmogelijk is en zijn administratie grote achterstanden vertoont. Een nieuwe bestuurder is aangesteld om orde op zaken te stellen. Ondertussen blijven schuldeisers in onzekerheid over hun vorderingen, mede door het gebrek aan overzicht in Sanderinks financiële administratie. WUR benoemt Marnix Medema tot leerstoelhouder Bioinformatica Wageningen University & Research heeft Marnix Medema per 1 februari aangesteld als leerstoelhouder van de Bioinformatica‑groep. Hij volgt Dick de Ridder op, die is overgestapt naar de rol van ‘dean of education’. Medema richt zich op de integratie van grote biologische datasets, waaronder DNA‑, RNA‑ en eiwitinformatie, om processen op moleculair niveau beter te kunnen analyseren. Daarbij spelen computationele methoden en multi‑omics (analyse van meerdere soorten biologische data tegelijk) een centrale rol. Daarnaast werkt Medema aan onderzoek naar antibioticaresistentie, waarin bioinformatica, ai en biotechnologie worden gecombineerd. Ook wil hij onderzoek en onderwijs nauwer verbinden, zodat studenten beter zijn voorbereid op data‑intensieve biologische vraagstukken. Medema ontwikkelde al vroeg belangstelling voor de moleculaire basis van het leven. Hij studeerde biologie in Nijmegen en Groningen en promoveerde in 2013 op bioinformaticaonderzoek naar microbiële genomen.
Gemeenten leunen zwaar op Amerikaanse cloud voor hun webapplicaties  
1 week
Bijna zes op de tien gemeentelijke webapplicaties (59,2 procent) draait op infrastructuur van Amerikaanse cloudproviders. Dat risico, momenteel een heet politiek hangijzer, blijkt uit onderzoek van MindYourPass. Deze Nederlandse security‑startup gebruikte voor dit onderzoek geanonimiseerde metingen van daadwerkelijk inloggedrag. Ruim twee miljoen login-momenten bij twintig Nederlandse gemeenten werden geanalyseerd. De helft van alle zevenduizend gebruikte zakelijke webapplicaties (50,5 procent) draait in of via de Verenigde Staten. Nog eens 46 procent staat bij Amerikaanse cloudproviders, maar dan in Europese datacenters. Slechts 39,3 procent wordt volledig in Europa gehost én beheerd. De resterende 1,5 procent draait buiten zowel Europa als de VS, bijvoorbeeld in Azië. Via de VS Het onderzoek laat zien dat een bewuste keuze voor een Europees datacenter bij een Amerikaanse cloudprovider niet automatisch betekent dat dataverkeer ook volledig binnen Europa blijft.  Ook wanneer data fysiek in Europa worden opgeslagen, kan het verkeer onderweg via de Verenigde Staten lopen, bijvoorbeeld door de manier waarop netwerken en ‘load balancers’ zijn ingericht. In dat geval worden data niet alleen juridisch geraakt door Amerikaanse wetgeving zoals de Cloud Act, maar loopt zij ook technisch via de VS. Alternatief Uit het onderzoek blijkt dat de afhankelijkheid van Amerika ook groot is bij de meest kritieke of ‘high impact’ applicaties die gemeenten gebruiken. Aanleiding om dit onderzoek te starten waren de eigen ervaringen van MindYourPass. Het bedrijf dat een alternatief biedt voor traditionele wachtwoordmanagers, koos bewust voor een Europees datacenter bij een Amerikaanse cloudprovider. Het deed dit in de veronderstelling dat daarmee alles binnen Europa bleef. Directeur Merijn de Jonge: ‘Pas toen we onze eigen infrastructuur analyseerden, zagen we dat dataverkeer alsnog via de VS kan lopen.  MindYourPass keek ook naar de toepassing van ai-tools binnen gemeenten. Vaak gaat het om tools die buiten het formele it- en inkoopbeleid om worden gebruikt. De twintig meest gebruikte ai-tools binnen gemeenten worden allemaal gehost in de Verenigde Staten. Veel gemeenten hebben formeel beleid vastgesteld voor het gebruik van Microsoft Copilot. Toch blijkt in de praktijk dat de meest gebruikte ai-tool ChatGPT van OpenAI is.
Wat de cybersecurity-sector kan leren van het digitale slagveld in Oekraïne
1 week
Moderne oorlogsvoering is hybride. Dus niet langer uitsluitend tanks en troepen, maar evenzeer cyberaanvallen, elektronische oorlogsvoering en autonome drones. ‘Centraal staat command & control: de realtime-integratie, fusie en analyse van gegevens uit diverse bronnen’, weet Henri van Soest van onderzoeksorganisatie Rand Europe.Henri van Soest is onderzoeksleider bij Rand Europe en hoogleraar beleidsanalyse aan de Rand School of Public Policy. Hij geeft er leiding aan het onderzoek naar opkomende en disruptieve technologieën op het gebied van defensie en veiligheid. Zijn recente onderzoek richt zich op de inzet van AI in kritieke nationale infrastructuur.Volgens Van Soest fungeert Oekraïne als een ‘levend laboratorium’ waarin nieuwe digitale verdedigingsconcepten onder extreme druk versneld worden getest en aangepast. De richting is bottom-up Op Cybersec Europe 2026 neemt van Soest bezoekers op 20 mei mee naar het digitale front in Oekraïne met zijn keynote ‘The future of warfare: lessons from the digital frontline in Ukraine’.Van Soest benadrukt dat Oekraïnes aanpak berust op een bottom-up benadering waarbij gedecentraliseerde producenten goedkope, modulaire en veerkrachtige systemen ontwikkelen. Deze tactiek staat in schril contrast met traditionele, hiërarchische militaire structuren, maar heeft zich bewezen in de praktijk.Ook de verdediging van Oekraïne is een kwestie van veerkracht en weerbaarheid. Het feit dat de EU onlangs Oekraïne consulteerde voor hun expertise in cybersecurity, en de aanpak met drones in het bijzonder, is daarbij bijvoorbeeld veelzeggend. Voor de cybersecuritysector onderstreept dit het belang van snelheid, schaalbaarheid en aanpasbaarheid. In strijd meegetrokken Een opvallende les uit het digitale slagveld in Oekraïne is de verschuiving in de defensie-industrie. Systemen die vroeger uitsluitend militair waren, zijn nu afhankelijk van een complex netwerk van publieke en private actoren. Want ook heel wat techbedrijven zijn betrokken bij dit conflict. Deze verwevenheid brengt nieuwe kwetsbaarheden met zich mee, maar ook kansen voor innovatie.Oekraïne is in de digitale strijd meegetrokken, al is waakzaamheid geboden: voor elk land en altijd.  ‘Het bouwen van een waakzame en adaptieve cybercultuur begint in vredestijd’, stelt hij. Ook daar ligt een parallel met het bedrijfsleven, waar cyberweerbaarheid vaak nog te reactief en incidentgedreven wordt benaderd. Drie trends Van Soest benadrukt drie urgente trends: de impact van ai-systemen op cybersecurity, de noodzaak van ‘secure by design’-software, en het belang van gestructureerde kennisdeling.Voor de toekomst voorziet de onderzoeker een toenemende afhankelijkheid van ruimte-infrastructuur en meer autonome onbemande voertuigen. Tegelijk pleit hij voor het herintroduceren van ‘reversionary modes’: handmatige alternatieven voor kritieke systemen wanneer digitale netwerken uitvallen. Ook dat heeft Oekraïne ons geleerd.Henri van Soest brengt zijn keynote op dag 1 van Cybersec Europe, om 12.40 uur op de main stage. Henri van Soest: Het bouwen van een waakzame en adaptieve cybercultuur begint in vredestijd
Girotel: bakermat van het thuisbankieren
1 week
ING viert 40 jaar pionierschap in fintech Het is vandaag precies veertig jaar geleden dat Nederland kennismaakte met het fenomeen thuisbankieren. Met de introductie van Girotel op 13 februari 1986 zette ING-rechtsvoorganger de Postbank een destijds futuristische stap: vanuit huis je bankzaken doen via de computer. Vandaag de dag is thuisbankieren niet meer weg te denken uit het dagelijks leven, al gaat het tegenwoordig voornamelijk via apps. Beeld & Geluid heeft een filmpje uit de late jaren 60 van een directeur van de PTT die spreekt over de mogelijkheden van bankieren met computers en over de telefoonlijn.  En een artikel uit 1970 waarin wordt voorzien dat iedereen in het jaar 2000 via de telefoon bankiert’, vertelt Jacoline Bodewes, curator en conservator van de historische objectencollectie en het audiovisueel archief van ING.   Plaats van handeling van het gesprek: het bedrijfshistorisch archief van de bank in Amsterdam-Zuidoost. Daar staat ING stil bij de start van Girotel, veertig jaar geleden, die in Nederland tot een doorbraak in het thuisbankieren heeft geleid en heeft bewezen dat bovenstaande voorspellingen niet meer tot de science fiction behoren. In het archief wordt dan ook middels een opstelling – een MSX-computer, een Girotel-modem en aanverwante documentatie en hulpmiddelen – terecht aandacht geschonken aan deze mijlpaal. Fintech avant la lettre Waar consumenten tot 1986 waren aangewezen op papieren overschrijfformulieren en de post, maakte Girotel het mogelijk om volledig via de computer vanuit huis bankzaken te regelen. Daarmee was het een van de allereerste digitale financiële diensten in Europa. Het systeem werd ontwikkeld binnen de net geprivatiseerde Postbank en vormde de basis voor de digitale transformatie van het betalingsverkeer zoals we dat nu kennen. Het bouwde voort op de technische fundamenten die begin jaren tachtig binnen de Postgiro werden gelegd dankzij experimenten met nieuwe technologieën zoals netwerken, cryptografie en Viditel-systemen. Bob Timmerman, binnen ING in Nederland verantwoordelijk voor Digitaal Bankieren: ‘Girotel was zijn tijd ver vooruit. Het zette Nederland op de kaart als digitale fintech-pionier, lang voordat het woord ‘fintech’ überhaupt bestond. De stap van papieren overschrijvingen naar digitale opdrachten vanuit huis was een grote sprong in klantgemak en betrouwbaarheid.’ Hij stelt dat Girotel begon als een Nederlandse uitvinding zonder internationaal voorbeeld. De Postbank stond ermee voorop in Europa. ‘Er was geen buitenlands systeem dat we konden kopiëren. We waren echt frontrunners.’ Piepen en kraken De eerste duizendproefgebruikers waren vooral technisch ingestelde pioniers die al een personal computer thuis hadden. Sommige kregen via de Postbank hulp bij het aanschaffen van een modem, dat in die tijd nog circa 125 gulden kostte. Voor Girotel moesten klanten met een modem (denk aan het klassieke piepende en krakende geluid) via de vaste telefoonlijn inbellen op de computersystemen van de Postbank. Hoewel dit destijds revolutionair was, bracht het continu inbellen hoge telefoonkosten met zich mee. Bovendien was er een praktische uitdaging: zolang klanten waren ingelogd, was de huislijn bezet. Het leidde in menig huishouden tot discussie, al ging die breder dan alleen thuisbankieren. Timmerman: ‘Als ik als kind met een vriendje wilde inbellen om computerspelletjes te spelen, kon mijn vader niet bankieren. Dat gaf thuis soms gedoe.’   ING ontwikkelde al snel een offline variant. Klanten konden hun betaalopdrachten offline voorbereiden en vervolgens in één keer verzenden, wat de kosten drastisch verlaagde. Dankzij deze verbetering groeide het aantal Girotel-gebruikers snel, met zo’n tienduizend nieuwe klanten per jaar. Dit was een aanzienlijk aantal in een tijd waarin computers nog lang geen vanzelfsprekendheid waren in Nederlandse huishoudens. Volgens ING-archivaris en -curator Bodewes was een opvallend neveneffect van Girotel dat het thuisbankieren niet alleen profiteerde van de opkomst van de pc – het stimuleerde die opkomst ook. Wie Girotel wilde gebruiken, had immers een home computer nodig. Daarmee kreeg de pc voor veel huishoudens een extra praktische functie, naast het gebruikelijke tekstverwerken, boekhouden en gamen. TAN-codes Beveiliging stond vanaf het begin centraal. Girotel introduceerde een combinatie van een persoonlijke identificatiecode en een TAN (Transactie Autorisatie Nummer)-code voor het bevestigen van betalingen (gebruikers kregen steeds een lijst van honderd codes opgestuurd). Dit TAN-systeem zou later ook worden gebruikt bij de internetbankierplatformen, eerst bij Mijnpostbank.nl en later bij Mijning.nl. Timmerman: ‘Het was destijds vooruitstrevend dat een consumentenproduct zulke geavanceerde beveiliging toepaste. De TAN-codes van Girotel vormden de basis voor het beveiligingsprincipe, – een extra controle per transactie -, dat we nu nog steeds herkennen in moderne, multifactor-authenticatiemethoden. Al is de TAN-lijst inmiddels bij ING vervangen door biometrie.’ Vanaf 1997 werd Girotel beschikbaar via ISDN, en in 1998 werd een internetvariant gelanceerd. Een periode lang bestonden Girotel en internetbankieren naast elkaar. Maar in 2005 beëindigde de Postbank de dienst voor particulieren en drie jaar later voor zakelijke klanten. Daarmee had internetbankieren het stokje definitief overgenomen. ‘Girotel plaveide de weg voor de moderne digitale betaalinfrastructuur die we vandaag vanzelfsprekend vinden. Denk aan mobiele apps, realtime-betalingen, Apple Pay, Google Pay en iDeal/Wero en 24/7-toegang.’ “We waren daar onze tijd net wat te ver vooruit. Mensen vonden dit nog ingewikkeld” – Bob Timmerman, hoofd Digitaal Bankieren ING Nederland Dat innoveren kan beteken dat je je neus kan stoten, gold ook voor ING toen het als Postbank na Girotel experimenteerde met mobiel bankieren op klassieke mobiele telefoons (in het pre-smartphonetijdperk). Zo bracht de bank in 2001, in samenwerking meet Libertel, een Siemens-telefoontje (de M35) op de markt waarop een functie van mobiel bankieren zat. Timmerman: ‘We waren daar onze tijd net wat te ver vooruit. Mensen vonden dit nog ingewikkeld. Het was ook qua gebruik niet intuïtief genoeg. Dat was wel een technologisch leerpunt. De betaalfunctie vond niet de adoptie die het bedrijf hoopte en verwachtte. En toen kwam Steve Jobs in 2007 met zijn fantastische smartphone, die veranderde echt het gehele landschap.’ ING werd niet de eerste bank met een mobiele app – Rabobank en ABN Amro waren sneller, moet Timmerman erkennen. ‘Het project rond de M35 had ons tijdelijk teruggeworpen. Maar het heeft ook voordelen om niet meteen de eerste te zijn, want we hebben toen goed naar de andere banken gekeken. Tegelijkertijd vond in de softwarewereld de overgang plaats van de traditionele waterval-ontwikkelmethode naar het agile-bouwen: van project naar project. We kozen ervoor om klein te beginnen en dan uitbouwen. In 2014 kwamen we met onze mobiele app en die hebben we stapsgewijs aan de hand van klantbehoeften doorontwikkeld.’ Kloppend hart Anno 2026 is de ING-app het kloppende hart van de bank. Zes miljoen Nederlanders gebruiken de app actief, goed voor circa tweehonderd miljoen transacties per maand. Ruim 40 procent van alle winkelbetalingen gebeurt inmiddels direct met de telefoon. De app draait al een aantal jaren niet meer op het mainframe, maar in de ING private cloud – een noodzakelijke stap omdat dezelfde app inmiddels ook wordt gebruikt in België, Australië en Italië. Timmerman: ‘Het Girotel‑tijdperk van losse telefoonkasten in een serverruimte heeft plaatsgemaakt voor een wereld waarin digitale bankinfrastructuur over continenten heen werkt.  En toch: wie de app vandaag opent, ziet dezelfde primaire drie functies als in 1986: een klant wil zijn saldo kunnen zien, een betaling kunnen doen en weten waar hij zijn geld aan uitgeeft. Dat was toen zo, en dat is in onze app nog steeds zo!’ Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies
Kort Cybercriminelen deden zich voor als Odido-ict’ers, Bravinci lid van de Caribbean Datacenter Association (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Nep-it‑afdeling en Odido‑hack, Bravinci en de CDA, Jaarbeurs en LogiNext Germany, overname Returnista door Katapull en Britten nemen extra maatregelen tegen Russische spionagestreken. Phishingtruc met ‘it‑afdeling’ geeft criminelen toegang tot Odido‑accounts Criminelen hebben toegang gekregen tot klantgegevens van Odido door in te loggen op accounts van individuele klantenservicemedewerkers. Zij verkregen wachtwoorden via phishing, melden bronnen aan de NOS. Daarna belden de aanvallers de medewerkers op en deden zich voor als de ict‑afdeling, waardoor zij een tweede beveiligingsstap konden omzeilen. Via meerdere gehackte accounts werden vervolgens geautomatiseerd klantdata uit Salesforce opgeslagen. Het is volgens een NOS-bron onzeker hoeveel gegevens zijn gedownload. Odido waarschuwt via zijn site en e-mail 6,2 miljoen huidige en voormalige klanten en heeft het datalek gemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook klanten van Ben zijn getroffen. Bravinci is lid geworden van de Caribbean Datacenter Association Bravinci is toegetreden als ‘affiliate member’ van de Caribbean Datacenter Association (CDA). Dat meldt de CDA. Bravinci biedt diensten op het gebied van data‑engineering, business intelligence, datawarehousing, data science en ai. Vanuit het hoofdkantoor in Beesd is Bravinci internationaal actief, onder meer in Frankrijk, Nigeria, Suriname en het Caribisch gebied. De CDA richt zich op het versterken van digitale infrastructuur in het Caribisch gebied en verenigt datacenters en technologiepartners in de regio. Met de toetreding zegt Bravinci data‑expertise te willen inzetten binnen het netwerk. Jaarbeurs lanceert Duits logistiek congres rond digitalisering Koninklijke Jaarbeurs en Hamburg Messe und Congress organiseren op 14 en 15 april 2026 de eerste editie van LogiNext Germany in het Congress Center Hamburg. Het congres richt zich op digitale en technologische ontwikkelingen in de logistieke sector, met thema’s als regelgeving, datagedreven besluitvorming, automatisering en duurzame ketens. Het programma bevat onder meer bijdragen van de Otto Group en de Open Logistics Foundation. Naast het congres groeit het aantal (internationale) exposanten en is er een Pitching Area voor nieuwe oplossingen. Tickets zijn verkrijgbaar via loginext.de. Volgens Dr. Melanie Leonhard, senator voor Economie, Arbeid en Innovatie van de Vrije en Hanzestad Hamburg, is Hamburg de ideale plek om dat gesprek te voeren: ‘De stad is de logistieke hub van Noord-Europa. Hier komen goederenstromen en datastromen samen en liggen ervaring en innovatie dicht bij elkaar. LogiNext Germany kijkt vooruit naar de logistiek van morgen.’ Leonhard geeft tijdens de beurs ook een keynote over efficiëntie en risicobeheersing. Katapull breidt e‑commerce aanbod uit met overname Returnista Katapull neemt het Amsterdamse retourenplatform Returnista over. Met de acquisitie voegt het Rotterdamse Katapull software voor retourenbeheer toe aan zijn bestaande aanbod van commerce-, erp-, wms-, transport-, marktplaats‑ en edi‑oplossingen. Volgens directeur Gino Keijzer helpt de integratie klanten hun processen beter te beheren binnen één platform. Returnista‑topman Olivier Muller verwacht dat de samenwerking retailers ondersteunt bij het verbeteren van retour- en post‑purchaseprocessen.Investeerder Nedvest noemt Returnista een logische toevoeging aan het Katapull‑portfolio. Met de overname krijgt Katapull een uitgebreider pakket voor order-, fulfilment‑ en retourstromen binnen e‑commerce. VK start operatie tegen risico’s rond onderzeese kabels na Russische activiteiten Het Verenigd Koninkrijk (VK) neemt extra maatregelen om onderzeese kabels te beschermen na recente incidenten met Russische schepen, meldt de NOS. Een Russisch vrachtschip lag onverwacht voor anker nabij trans‑Atlantische kabels bij Bristol en vertrok pas na tussenkomst van de Royal Navy. Britse autoriteiten wijzen op een toename van Russische aanwezigheid in de exclusieve economische zone en op schepen zoals de Yantar, die volgens defensieminister Healey in kaart brengt waar kabels liggen. Het VK reageert met operatie Atlantic Bastion, waarin drones, schepen, satellieten en patrouilles worden ingezet om kabelroutes te monitoren. Moskou ontkent spionageactiviteiten.
Hof draait schadevoorschot terug in backup-zaak Hallo en Blok
1 week
Het Gerechtshof Amsterdam heeft het vonnis vernietigd in de zaak tussen ict‑dienstverlener Hallo Nederland en metaalbedrijf Blok Enterprise Vastgoed uit Velsen. De rechtbank kende Blok eerder een schadevoorschot van zo’n vijf ton toe vanwege het ontbreken van cloud-backups van een nieuwe erp‑software-server, maar volgens het hof is de claim in deze fase onvoldoende aannemelijk. Daarmee moet Blok het volledige voorschot terugbetalen. De zaak draait om een crash in oktober 2024 van meerdere servers van Blok. Toen bleek dat er sinds medio 2022 geen cloud-backups waren gemaakt van de server waarop de erp‑software Bemet van ECI Solutions draaide. De nieuwe server was geplaatst nadat ECI een upgrade had uitgevoerd, omdat de bestaande configuratie te weinig capaciteit bood. Blok stelde dat Hallo verantwoordelijk was voor het opnemen van deze server in het backup-schema, zoals dat ook voor de oude server gold. De bedrijfsvoering kwam volgens het bedrijf nagenoeg stil te liggen door het dataverlies. Niet bewust Hallo betwistte dat het verantwoordelijk was voor het maken van backups van de nieuwe server. Volgens het bedrijf hadden de bestaande afspraken uit 2018 betrekking op een afgebakende set servers, die op de kantoorautomatisering sloegen en niet op de erp-software, en moest Blok een nieuwe opdracht geven om aanvullende systemen op te nemen. De dienstverlener wees erop dat de migratie door ECI is uitgevoerd en dat hierover geen nieuwe afspraken waren gemaakt. De periodieke rapportages waar Blok naar verwees, betroffen volgens Hallo uitsluitend controles van de systemen die daadwerkelijk in het backup-systeem stonden. De nieuwe server kwam daar niet in voor, waardoor controles geen waarschuwingen gaven. Het bedrijf benadrukte dat het ontbreken van de server in de geautomatiseerde processen een fout was, maar geen bewust nalatig handelen. Geen verplichting Het hof oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat Hallo uit de bestaande overeenkomst verplicht was om automatisch alle nieuwe servers van backups te voorzien. De afspraken uit 2018 bieden daarvoor geen ondubbelzinnige basis, en de vraag welke rolverdeling geldt bij vervanging van systemen vergt volgens het hof een nadere uitleg van de overeenkomst. Voor dat soort onderzoek leent een kort geding zich niet, omdat bewijslevering ontbreekt en de feiten onvoldoende vaststaan. Ook de stelling van Blok dat Hallo zou hebben gesuggereerd dat er wél backups werden gemaakt, vindt het hof niet overtuigend. Uit facturen bleek dat Hallo voor negen servers backups in rekening bracht, en niet voor tien. Dat correspondeerde met het stopzetten van de backup van de oude server. De rapportages wijzen volgens het hof slechts op controles van bestaande taken en kunnen niet worden gelezen als aanwijzing dat de nieuwe server onderdeel uitmaakte van het proces. Geen roekeloos gedrag Daarnaast blijft volgens het hof de contractuele aansprakelijkheidsbeperking van toepassing. Blok stelde dat Hallo zo ernstig had gehandeld dat deze bepaling buiten werking moest blijven, maar het hof ziet geen aanwijzingen voor opzet of roekeloos gedrag. Dat de nieuwe server langdurig niet in het systeem voorkwam, is volgens de rechters weliswaar problematisch, maar onvoldoende om de aansprakelijkheidsclausule te doorbreken. Het gaat volgens het hof om een fout, maar niet om gedrag dat zo ernstig is dat de contractuele bescherming moet vervallen. Het gevolg is dat de gevorderde bedragen niet toewijsbaar zijn. Blok moet daarom het eerder toegekende schadevoorschot van 509.606 euro terugbetalen aan Hallo. Ook draait het bedrijf op voor de proceskosten in beide instanties. De uitspraak betekent niet dat Blok geen kans maakt in een eventuele bodemprocedure, maar in deze spoedprocedure ligt de lat hoger: het hof moet kunnen vaststellen dat een vordering zeer waarschijnlijk standhoudt. Volgens de rechters is dat nu niet het geval. De kwestie toont opnieuw het belang aan van duidelijke afspraken over backups, zeker wanneer servers worden vervangen of software door derden wordt gemigreerd. De vraag wie verantwoordelijk is voor het opnieuw inrichten van backup-taken blijkt in de praktijk niet altijd eenduidig. In dit geval leidt die onduidelijkheid ertoe dat de dienstverlener voorlopig niet aansprakelijk wordt gehouden voor het verlies van ruim twee jaar aan erp‑data.

Pagina's

Abonneren op computable