computable

117 nieuwsberichten gevonden
Belastingdienst vergaloppeert zich met keuze Amerikaanse bouwer omzetbelastingsysteem
1 uur
De Belastingdienst zette eind 2024 een opvallende stap door de bouw van een nieuw omzetbelastingsysteem te gunnen aan het Amerikaanse Fast Enterprises, een partij die in Europa nauwelijks voet aan de grond heeft. Uit een reconstructie van het besluitvormingsproces blijkt dat strategische, geopolitieke en continuïteitsaspecten nauwelijks zijn meegewogen. Het besluit van de Belastingdienst valt op omdat binnen de EU juist wordt ingezet op digitale soevereiniteit en het verminderen van afhankelijkheden van Amerikaanse technologie. De keuze is des te opmerkelijker omdat andere inschrijvers, zoals Capgemini en SAP, Europese spelers waren. Capgemini vocht de gunning nog aan, maar verloor het kort geding, waarbij de rechter oordeelde dat het bedrijf niet voldeed aan de gestelde aanbestedingseisen. Uit de reconstructie van dit proces, opgesteld door Marcel van Kooten op persoonlijke titel en gebruikmakend van openbare bronnen, blijkt dat strategische, geopolitieke en continuïteitsaspecten nauwelijks zijn meegewogen. Wel speelde in de voorfase het McKinsey‑rapport Maken of kopen een dominante rol. Dit rapport beoordeelde twee pakketoplossingen – GenTax van Fast Enterprises en SAPTRM van SAP – en plaatste Fast Enterprises feitelijk op poleposition, ondanks beperkte Europese referenties, met onder meer een conflictueus project in Polen. Op gespannen voet Opvallend is dat de Belastingdienst inzet op on‑premises applicatiediensten, terwijl geopolitieke risico’s juist niet verdwijnen wanneer Amerikaanse leveranciers betrokken blijven. De software blijft eigendom van de leverancier, waarmee afhankelijkheid structureel is, ook zonder cloud. Dit staat op gespannen voet met de Europese inzet op strategische autonomie, zeker omdat omzetbelasting verantwoordelijk is voor circa veertig procent van de totale belastingopbrengst—kritieke infrastructuur dus. De reconstructie van Van van Kooten laat ook zien dat geopolitieke afwegingen, ondanks toenemende waarschuwingen vanuit EU‑beleid en Nederlands parlementair debat, geen rol lijken te hebben gespeeld in de uiteindelijke gunningsbeslissing. Daarmee begint de Belastingdienst aan een langdurig traject met aanzienlijke risico’s, terwijl alternatieven binnen de EU wel degelijk beschikbaar waren. Lees hier de uitgebreide reconstructie: Digitale autonomie en de uitbesteding applicatiediensten omzetbelasting door de Staat
Digitale autonomie en de uitbesteding applicatiediensten omzetbelasting door de Staat
1 uur
Een reconstructie in vijf vragen EXPERTVERSLAG – Op 14 mei 2023 kondigden het ministerie van Financiën en het onderdeel de Belastingdienst ( [1]) de aanbesteding aan voor softwarediensten voor de omzetbelasting, een cruciaal proces voor het functioneren van de overheid. Op 6 november 2024 ging de voorlopige gunning naar het Amerikaanse Fast Enterprises, op 20 maart van vorig jaar gevolgd door de definitieve gunning. Daarmee rolde de bal naar een oplossing die op gespannen voet staat met het Europese streven naar digitale autonomie. Een reconstructie van die besluitvorming op basis van openbare bronnen en met aandacht voor de geopolitieke situatie. Nederland lijkt zich als medeoprichter van het European Digital Infrastructure Consortium (EDIC) te positioneren als voorloper op het vlak van Europese digitale autonomie. Of misschien toch niet? In een interview met NRC van 7 juli 2025 geven de algemeen directeur Informatievoorziening (IV) en de chief information officer (cio/concerndirectie IVenD) van de Belastingdienst aan dat ze ‘de autonome droom’ delen, maar vragen ze zich af of deze ‘binnen zes jaar’ is te realiseren, en wat ‘in de tussentijd’ te doen. Het zou niet realistisch zijn om simpelweg afscheid te nemen van clouddiensten, omdat goede alternatieven ontbreken. Dit terwijl op dat moment een politieke discussie speelt over de afhankelijkheid van cloudleveranciers en over de overstap van de Belastingdienst naar Microsoft Office Cloud-technologie waar de Tweede Kamer tegen heeft gestemd (en waartoe in december 2025 alsnog wordt besloten). En terwijl op hetzelfde moment Denemarken en Duitsland voorbereidingen treffen om daarvan afscheid te nemen. Ook wordt benoemd dat de belangrijkste systemen bij de Belastingdienst on-premises draaien, dus niet afhankelijk zijn van clouddiensten. Dit terwijl de Belastingdienst zojuist een project is gestart voor on-premises applicatiediensten voor de omzetbelasting (OB) met een Amerikaans bedrijf als leverancier, voor een maximale looptijd van twintig jaar en met een jaarlijkse waarde van negentien miljoen euro voor de eerste tien jaar. Dat betreft geen ondersteunend proces zoals kantoorautomatisering maar een kritisch bedrijfsproces. Circa 35 tot 40 procent van de belastingopbrengst komt uit de omzetbelasting. Oftewel, cruciaal voor het financieren van de overheid, inclusief zaken als veiligheid en defensie. Tactische afwegingen doorslaggevend voor ‘kopen’ Speelden strategische afwegingen überhaupt een rol bij de Make or Buy beslissing? Modernisering van de software voor de omzetbelasting staat al jaren op de agenda van het ministerie. Als algemeen geldende vuistregel geniet voor kritische (doorgaans primaire) bedrijfsprocessen met het oog op maximale zeggenschap over productiemiddelen ‘maken’ (Make) de voorkeur boven ‘kopen’ (Buy). Als dan continuïteit van dienstverlening in gevaar komt vanwege een tekort aan mensen en middelen of slechte performance van de eigen organisatie, dan komt ‘uitbesteden’ in beeld. Maar bij de voorbereiding van het besluit spelen niet deze strategische maar tactische overwegingen de hoofdrol. Het rapport ‘Maken of kopen’ van McKinsey (13 juni 2022) heeft kennelijk de hoofdrol gespeeld bij het maken van de uiteindelijke keuze voor kopen. De studie benoemt twee koopopties (pakketten), te weten GenTax van Fast Enterprises en SAPTRM van SAP (met Capgemini als implementator). Het rapport neemt het pakket van Fast Enterprises als uitgangspunt voor evaluatie en zet dit bedrijf daarmee op pole position voor het scenario ‘kopen.’ Het rapport was tot voor kort van internet te downloaden maar is inmiddels verwijderd. Het beoordeelt scenario’s op basis van de criteria Technologie, Strategische Fit, Financieel, Vaardigheden & Capaciteiten, en Implementatiesnelheid & Risico’s. Over Strategische Fit wordt gesteld dat zelfbouw de dominante ontwikkelrichting is bij de Belastingdienst. De componenten waarop de Strategische Fit wordt bepaald zijn vervolgens weinig strategisch: Functionele Eisen, Systeemdoelstellingen, Klantervaring, Impact op Belastingdienstmedewerkers, en Impact op Processen. Op het onderdeel Strategische Fit scoort Buy beter indien risicodetectie ten behoeve van compliance (dit is het verschil tussen enerzijds de mogelijke en anderzijds de gerealiseerde belastingopbrengst) niet via het aan te schaffen pakket wordt gedaan. Voor Implementatiesnelheid & Risico’s zijn de componenten waarop wordt gescoord Tijd tot Waarde, Mogelijkheid tot Bijsturing, Complexiteit van Migratie (waaronder het risico onderbreking van processen), Implementatievertraging, en Alternatieven. De adviseurs verwachten dat de ‘pakketoplossing’ aanzienlijk sneller is te realiseren dan zelfbouw. Op het aspect Alternatieven (dit komt het dichtst bij een strategisch criterium, te weten continuïteit) scoort Make iets beter dan Buy omdat voor Make de stap naar een pakket altijd mogelijk blijft en voor Buy er maar één alternatief pakket is en overstap naar zelfbouw bovendien heropbouw van kennis en capaciteit vergt. Continuïteit is geen eigenstandig criterium voor beoordeling. De term valt in de context van de criteria Strategische Fit (impact op medewerkers: minder handmatig werk bij Buy), Financieel (uitvalbehandeling: sneller nieuwe functionaliteit bij Buy) en vaardigheden en capaciteiten (capaciteit: opschaling mogelijk lastig bij Make, kennis van de Engelse taal mogelijk lastig bij Buy). McKinsey adviseert Buy, en wel het zogenoemde aangescherpte buy-scenario. Het scenario Buy kreeg op Tijd tot Waarde een relatief zeer hoge score. Volgens het rapport heeft Buy nog als optiewaarde dat door uitbreiding naar andere middelen dan OB schaalvoordelen kunnen ontstaan. Een opmerking die potentieel explosief is voor de eigen directie IV en die gezien de gangbare adviespraktijk niet zonder overleg met de opdrachtgever zal zijn opgeschreven. Continuïteit Was Buy werkelijk de voorkeursoptie gelet op de continuïteit van dienstverlening door de Belastingdienst? De dienst heeft een robuuste IT-afdeling die ongeveer vijftien procent van het personeelsbestand beslaat (circa vierduizend medewerkers). Er is een opgave voor het op peil houden van de personele capaciteit, waarbij de beschikbare capaciteit beperkend werkt om alle initiatieven te kunnen realiseren. Bij inzet en werving van capaciteit heeft de Belastingdienst het voordeel dat haar it-ontwikkelafdelingen vooral in het oosten des lands zijn gehuisvest en niet in de Randstad waar de concurrentie het grootst is. De op zich gunstige arbeidsvoorwaarden bij de overheid zijn eveneens een pré. Het it-jaarbudget bedraagt in de jaren 2022 en 2023 ongeveer 850 miljoen euro. De it-performance van de eigen it-directie van de Belastingdienst is rond de start van de aanbesteding gewoon goed. Het lukt om de technische schuld voor ict-systemen terug te brengen. In 2023 blijkt de technische schuld van de Belastingdienst sinds 2018 te zijn gehalveerd: van 52 procent van het aantal systemen naar 26 procent in 2022. Daarbij werd tevens gemeld de modernisering van systemen voor omzetbelasting via de markt en via aanbesteding voor een pakketoplossing te laten verlopen, waarbij werd aangegeven dat nieuwe projecten in de bestaande eigen it-omgeving doorgang vinden, met name voor het implementeren van Europese regelgeving. Specifiek voor omzetbelasting was de technische schuld op dat moment sinds 2017 nog onverminderd hoog, waarbij prioritering op het vlak van resources medeoorzaak lijkt te zijn geweest. Tijdsdruk op modernisering van de omzetbelastingsystemen lijkt vooral ingegeven door het niet kunnen realiseren van nieuwe fiscale regelgeving. Qua performance weten we dat uitbestedingsprojecten riskant zijn. Cijfers over het slagen of falen van projecten hebben gemeen dat ze tonen dat de faalkans hoog is (bijvoorbeeld PMI, Wellingtone, de Standish group, en de overheid in de VK). Ook blijkt dat voor projecten met een omvang van meerdere miljoenen euro’s de risico’s groter zijn dan gemiddeld. Het rapport van McKinsey bevat geen overzichtelijke en vergelijkende evaluatie van projectrisico’s in het licht van ervaringen bij uitbesteding. Uiteindelijke winnaar Fast Enterprises is een specialist op het gebied van belastingsoftware met circa 2.200 werknemers en heeft binnen de EU twee referentieprojecten. Een project in Finland is geslaagd, een project in Polen verliep blijkbaar conflictueus. Het succesvolle Finse project wordt door McKinsey wel genoemd als referentie, het Poolse project niet. Het rapport meldt wel dat de Belastingdienst een track record heeft van problematische koop-projecten (McKinsey noemt ETM en CRM/OSWO). De Directie IV&D heeft klaarblijkelijk wel oog voor het continuïteits-criterium. In een aan de internetversie van het McKinsey-rapport toegevoegde adviesnota van deze concerndirectie van 1 juli 2022 lezen we het voorstel om tussentijdse evaluatiemomenten in te bouwen in het contract met daarbij exit-mogelijkheden. Vroege signalen voor het project omzetbelasting in wording vanuit het Adviescollege ICT-toetsing bleken al in april 2024 zorgwekkend te zijn. Geopolitiek Wat zijn nu precies geopolitieke risico’s? Beheersing van geopolitieke risico’s betreft factoren die leiden tot de mogelijkheid van chantage van een maatschappij of land door afhankelijkheid van een vijandig regime of een daaruit afkomstig bedrijf. Dit betreft minimaal zogenoemde kritische infrastructuur. Een tweede factor is de mogelijkheid dat de transactie met een bedrijf uit een vijandig land bedreigd kan worden, ook al zou dat bedrijf zelf goedwillend zijn. Voor het tweede risico komt de bedreiging van zowel het vijandige regime als de partner bij de transactie en van de eigen overheid. Dit laatste omdat de bescherming van Europese economische belangen in het geval van (economische) conflicten kan worden ‘uitgevochten’ tot op het niveau van individuele bedrijven. Een recent Nederlands voorbeeld van een bedrijf dat in een geopolitieke storm belandde is Nexperia. Bij geopolitieke risico’s gaat het dus niet alleen over de partners bij een transactie maar over een maatschappij/land of zelfs een groep van landen (bijvoorbeeld de EU). Als de Amerikaanse overheid met een beroep op veiligheid (de ratio achter de Patriot Act en de Cloud Act) gebruikmaakt (via een Amerikaans bedrijf) van data van een Nederlandse instelling is dat een beperking van zeggenschap van die instelling. Maar als gebruik van deze data wordt ingezet als instrument van geopolitieke chantage, dan ontstaat een kwalitatief nieuwe situatie met betrokkenheid van Nederland als maatschappij/land. Risico’s ontstaan niet alleen door toegang tot data (bijvoorbeeld op grond van de Patriot Act of de Cloud Act) maar door afhankelijkheid van (in dit geval Amerikaanse) technologie sec, ook als ‘on premises’ het implementatiemodel is. Het gaat er om of de Amerikaanse regering een bedrijf als chokepoint kan gebruiken tegen Nederland en dat kan net zo goed als de software van dat bedrijf on premises draait in Nederland. Het Amerikaanse bedrijf blijft immers eigenaar en de klant blijft van de leverancier afhankelijk voor implementatie en beheer. Bij geopolitieke risico’s gelden businesscases op het niveau van de individuele organisatie minder of zelfs niet meer. De Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland noemt als geopolitieke risico’s bij inkoop en aanbesteding de sterke afhankelijkheid van partijen en landen met andere geopolitieke belangen: nationale sancties of politieke druk en – in ernstigere gevallen – dreiging en manipulatie. De VS komen niet voor op de lijst van risicolanden waarvoor inkopers aan een specifieke zorgplicht moeten voldoen. Juridische verboden gelden voor landen die vallen onder een sanctieregime (zoals nu Rusland) en voor vitale sectoren. Het proces van belastingheffing is kennelijk door de NCTV vooralsnog niet als vitaal aangemerkt. Aanloop naar het besluit Was er aanleiding om onderweg naar het gunningsbesluit van eind 2024 van koers te veranderen? Sinds 2022 wordt op Europees niveau invulling gegeven aan het concept van strategische autonomie onder andere voor software omdat onder meer de VS (bedrijfs)economische relaties als chokepoint gebruiken. Gelet op Europese autonomie ontstaan binnen het scenario ‘kopen’ twee varianten en wel binnen de EU en buiten de EU. Het scenario ‘buiten EU’ komt voor belastingsoftware de facto neer op: in de VS. De voorkeursvolgorde voor scenario’s gelet op geopolitiek is dan ook: zelf doen, kopen binnen de EU en kopen buiten de EU. Welke expert zou in de loop van 2024 gelet op Europees en opkomend Nederlands beleid niet hebben geprobeerd om het ministerie te behoeden voor het doorzetten van een OB-deal met een Amerikaans bedrijf? In de aanloop van de gunningsbeslissing aan Fast worden geopolitieke risico’s van afhankelijkheid van Amerikaanse technologie steeds duidelijker. De VS zijn al als risicoland te beschouwen sinds de inwerkingtreding van de Patriot Act (2001) en Cloud Act (2018). Nederland is al geruime tijd kwetsbaar voor chantage door de VS wat op het niveau van de rijksoverheid in ruime mate bekend, was bijvoorbeeld door de gang van zaken rond ASML al sinds 2019.[2] In Nederland wees TNO in een studie uit 2022 met beleidsmakers als doelgroep op risico’s rond digitale soevereiniteit. Specifiek op het gebied van regulering in het digitale domein krijgen spanningen tussen de VS en Europa, in 2022 een extra impuls met de komst van de Digital Services Act (DSA). Discussies rond afhankelijkheid van Amerikaanse Big tech kregen sinds de zomer van 2024 een boost met het rapport ‘Wolken aan de Horizon’, overigens in een bredere Europese context. Uit openbare stukken blijkt niet dat de keuze binnen of buiten de EU een rol heeft gespeeld bij het scenario ‘kopen’. Welke expert zou in de loop van 2024 gelet op Europees en opkomend Nederlands beleid niet hebben geprobeerd om het ministerie te behoeden voor het doorzetten van een OB-deal met een Amerikaans bedrijf? Discussie met de Kamer Spelen geopolitieke afwegingen geen zichtbare rol in de openbare discussie over strategie rond de uitbestedingsbeslissing? De Strategie Directie IV 2021-2025 (14 juni 2021, kort voor de beslissing tot uitbesteding) merkt op dat een duidelijke sourcingstrategie ontbreekt. Ze formuleert het voornemen tot het opstellen van een toekomstige sourcingstrategie met als uitgangspunt dat waar mogelijk standaardoplossingen van derde partijen te gebruiken in lijn met het ‘re-use, before buy, before build’-principe. En ten tweede: voor geselecteerde systemen die bijvoorbeeld niet bedrijfsspecifiek zijn, uitbestedingsopties te onderzoeken (bijvoorbeeld binnen het infradomein). Volgens een bericht aan de Tweede Kamer van de staatssecretaris van 14 oktober 2024, dus kort voor de beslissing van 6 november tot voorlopige gunning aan Fast Enterprises, werd ‘de sourcingstrategie’ gebruikt in het beleidsproces rond modernisering van ict. De voorkeur is om standaardoplossingen uit de markt te gebruiken, zodat de Belastingdienst marktconform kan werken. Daarnaast wordt waar mogelijk gekozen voor de realisatie van ict door derde partijen. Zelf doen is het beleid voor activiteiten: Waarvoor uitvoering door de Belastingdienst vereist is door wet- en regelgeving en/of dit noodzakelijk is om de continuïteit van processen van de Belastingdienst en/of de informatieveiligheid te kunnen borgen; Die van belang zijn om de eindverantwoordelijkheid waar te kunnen maken en de kennis te borgen. Bijv. het omzetten van wetgeving in fiscale processen. Ook wordt aangegeven dat geen zaken wordt gedaan met leveranciers uit risicolanden, e.e.a. ‘conform Rijksbeleid.’ Het bericht bevat geen verwijzing naar het rapport van McKinsey. Gezien de inhoud van de Strategie Directie IV 2021-2025 en de weergave van zaken door de staatssecretaris lijkt uitbesteding van it voor omzetbelasting niet het beleid. En toch gebeurt het. Op 6 maart 2025 bericht de staatsecretaris van Financiën de Kamer dat gunning definitief is geworden en dat ingrijpende wijzigingen in de omzetbelasting daarmee op zijn vroegst in 2027 mogelijk zijn. Dit bericht meldt niet dat de gunning de pakketoplossing betreft van een Amerikaans bedrijf. De keuze voor Buy lijkt alles overziende vooral te berusten op het willen realiseren van nieuw fiscaal beleid voor een domein dat al geruime tijd wordt ontzien op basis van een ‘beleidsluwte’. Het bericht wordt verstrekt in aanloop naar het commissiedebat Belastingdienst van de vaste commissie voor Financiën op 13 maart 2025. In dit commissiedebat verwijst de staatssecretaris terloops naar de gunning aan “het programma van Fast Enterprises, GenTax, wat in verschillende Europese landen wordt gebruikt voor btw-inning.” De commissieleden gaan hier niet verder op in. Weinig opties Leverancier Fast en daarmee ook de VS hebben vrijwel zeker nu toegang tot Nederlandse omzetbelastingdata. Uit de National Security Strategy (NSS) van de VS blijkt dat het land streeft naar een politieke reset in Europa in de richting van een donker verleden (autoritair, racistisch en nationalistisch) én Amerikaanse bedrijven ziet als een verlengstuk voor het uitoefenen van buitenlands-politieke invloed. We lezen dat de VS beschikt over ‘de meest geavanceerde, meest innovatieve en meest winstgevende technologiesector ter wereld, die (…) onze wereldwijde invloed versterkt’ en dat ‘het succesvol beschermen van ons halfrond nauwere samenwerking vereist tussen de Amerikaanse overheid en de Amerikaanse private sector. Al onze ambassades moeten zich bewust zijn van grote zakelijke kansen in hun land, vooral grote overheidscontracten. Elke Amerikaanse regeringsfunctionaris die met deze landen in contact komt, moet begrijpen dat een deel van zijn of haar taak is om Amerikaanse bedrijven te helpen concurreren en slagen.’ Voorbeelden van invloed door chokepoints zijn toepassing van de Digital Services Act (DSA) en zeer waarschijnlijk ook druk op tech-regulering in Europa (het Omnibus-voorstel) beide voor het kunnen manipuleren van verkiezingen in Europa, Microsoft (relatie met het International Criminal Court), SAP (DEI-beleid), en waarschijnlijk ook Oersted (de Deense overheid). Het OB-traject introduceert een chokepoint op de regering van de vijfde economie van de EU voor de komende twintig jaar (de looptijd van het project). Niemand kan voorspellen wat er gebeurt als de EU of Nederland de VS tegen de haren instrijkt. Zo bezien is een nieuw en ander plan nodig voor de omzetbelasting. Het OB-project introduceert een potentieel grote kwetsbaarheid, maar is qua projectkosten klein gelet op de omvang van het IV-budget van de Belastingdienst. Het alternatief in de vorm van het verkrijgen van volledige controle over de software van Fast lijkt, los van implementatieproblemen, ook moeilijk omdat een leverancier gewoonlijk niet bereid zal zijn daarmee akkoord te gaan. Marcel van Kooten schreef dit artikel op persoonlijke titel. [1] De Belastingdienst is een organisatieonderdeel van het ministerie van Financiën dat destijds onder politieke leiding stond van de staatssecretaris voor Fiscaliteit en Belastingdienst Van Rij (CDA). [2] Diederik Baazil, Cagan Koc (2025), De Belangrijkste Machine ter Wereld.
Kort: Voors en tegens van de digitale euro, Netcompany vliegt op Heathrow (en meer)
5 uur
In dit nieuwsoverzicht: Digitale euro, TMA neemt Styr over, Script koopt Hacklab, Heathrow kiest Netcompany en groeikapitaal voor Celebratix.  Digitale euro kan bijdragen aan Europese soevereiniteit De digitale euro is volgens de Europese Centrale Bank technisch klaar voor invoering en kreeg onlangs steun van het Europees Parlement. Formele goedkeuring volgt later. Volgens Annelieke Mooij, universitair docent bij Tilburg Law School, zijn zorgen over de privacy beperkt omdat de bescherming van persoonsgegevens volgens haar voldoende is geregeld. Bovendien zou de digitale betaalinfrastructuur, die wordt aangeboden naast de digitale euro, in het huidige geopolitieke klimaat een belangrijke stap zijn naar digitale soevereiniteit. Mooij is auteur van Designing the Digital Euro, waarin zij de juridische en technische basis van de digitale euro uiteenzet. De digitale euro moet burgers een extra betaalmogelijkheid bieden naast contant geld, dat steeds minder wordt gebruikt. Consumenten krijgen onder andere meer zekerheid bij bankfaillissementen en kunnen eenvoudiger overstappen naar andere banken. Daarnaast ontstaat een Europese betaalinfrastructuur die de afhankelijkheid van Amerikaanse aanbieders vermindert. Risico’s zijn er ook, zoals mogelijke zorgen over datatoegang, veiligheid en energieverbruik. Volgens Mooij zijn constitutionele waarborgen binnen de EU echter sterk genoeg en investeert de centrale bank zwaar in cyberveiligheid. Designing the Digital Euro. Privacy and Security through Blockchain Design verschijnt op 23 februari 2026 en is digitaal beschikbaar via open access, mede dankzij de NWO Startersbeurs waarmee Mooij haar onderzoek uitvoerde. TMA doet met Styr eerste Nederlandse overname TMA neemt Styr over, een softwarebedrijf voor organisatiedesign en beloningsmanagement. Beide bedrijven komen uit de Domstad. De transactie volgt op de eerdere overnames van het Amerikaanse DecisionWise en het Franse Groupe Human Mobility, nadat Main Capital als investeerder instapte. De overname van Styr versterkt de positie van TMA in de softwaremarkt voor personeelszaken. Styr bedient zo’n 230 klanten en biedt een platform voor functiearchitectuur, beloningskaders en loopbaanpaden. Het systeem is al geïntegreerd met het talentplatform van TMA. Door de overname ontstaat één suite voor talentontwikkeling en beloningsstructuren, wat relevant is met het oog op toekomstige Europese regelgeving rond beloningstransparantie. Beide bedrijven verwachten extra mogelijkheden voor gezamenlijke dienstverlening. Script neemt Hacklab over en breidt uit naar Leeuwarden Script, gevestigd in Groningen, neemt de activiteiten van de in Leeuwarden gevestigde stichting Hacklab over en opent op 1 mei 2026 een nieuwe locatie in Leeuwarden. Daarmee worden it‑leer- en -werktrajecten voor mensen met autisme of hoogbegaafdheid ook in Friesland beschikbaar. Script begeleidde in de afgelopen jaren ruim vijfhonderd mensen en hielp ruim vijftig van hen aan een betaalde baan in de it. De nieuwe Friese vestiging biedt ondersteuning richting werk, onderwijs of dagbesteding. Hacklab-oprichtster Nienke Hoeksma blijft in 2026 betrokken om de overdracht soepel te laten verlopen. Script biedt trajecten via de WMO, de Jeugdwet en gemeenten. Netcompany wordt digitale partner voor Heathrow Netcompany, gevestigd in Denemarken, is door Heathrow Airport in het Verenigd Koninkrijk geselecteerd als hoofdpartner voor digitale operaties. De luchthaven wil met behulp van het Airhart‑platform processen stroomlijnen en de doorstroming van meer dan tachtig miljoen reizigers per jaar verbeteren. Airhart brengt operationele systemen en realtime data samen en ondersteunt besluitvorming met ai.Heathrow ziet de samenwerking als een stap om technologische ondersteuning toekomstbestendig te maken. Netcompany levert al vergelijkbare diensten aan luchthavens in onder meer Kopenhagen en München. Het programma omvat onder andere een nieuwe operationele databank, gezamenlijke besluitvorming en een continu geoptimaliseerd operatieplan. Celebratix haalt groeikapitaal op voor Europese uitbreiding Celebratix, gevestigd in Amsterdam, heeft 2,2 miljoen euro opgehaald bij Airbridge Equity Partners, een in Nederland gevestigde investeerder. Met de investering wil de ticketingstartup zijn positie in Europa versterken via verdere overnames. Celebratix telt negenentwintig medewerkers en werkt vanuit een kantoor aan het Leidseplein. Het bedrijf richt zich op het overnemen van kleinere ticketaanbieders en het samenbrengen van hun klanten op één platform. In 2025 nam Celebratix al Compo Tickets uit Maastricht over. De nieuwe investering geldt als opmaat naar een Series A‑ronde in 2027 en moet leiden tot uitbreiding in meerdere Europese landen.
Hackers dreigen Odido‑data te lekken als losgeld uitblijft  
6 uur
De cybercriminelen die zeggen dat zij Odido hebben gehackt, dreigen de gestolen klantgegevens online te zetten op het dark web. Ze eisen dat de zwaar getroffen telecomprovider meer dan één miljoen euro betaalt. Volgens hen loopt de deadline aanstaande donderdagochtend af. Als de gegevens echt worden gepubliceerd, kunnen andere criminelen ze makkelijk misbruiken, bijvoorbeeld voor phishing. De informatie zou dan voor iedereen toegankelijk zijn. Beveiligingsexpert Dominic Alvieri berichtte op X als eerste over de chantage-poging van de aanvallers, die zich ShinyHunters noemen. Deze criminele hackersgroep is naar verluidt betrokken (geweest) bij een groot aantal datalekken. ShinyHunters zou zich meerdere malen hebben bezondigd aan chantage. Als de criminelen hun zin niet krijgen, plegen ze hun dreigementen waar te maken. Ze gaan dan daadwerkelijk over tot publicatie van gestolen data zodat iedereen die kan misbruiken. Dat zou een golf van phishing kunnen leiden. Met name voor malafide telefoontjes valt te vrezen. Salesforce De criminele groep die al sinds 2019 bestaat, heeft het vooral gemunt op Salesforce-omgevingen. Ook Odido gebruikt een klantcontactsysteem van die leverancier.  Volgens Alvieri heeft de bende 21 miljoen records buit gemaakt waaronder plain text wachtwoorden (niet versleuteld). Odido blijft volhouden dat er geen wachtwoorden van Mijn Odido of andere inlogsystemen zijn gelekt. Maar de criminelen hebben tegenover RTL Nieuws het tegendeel verklaard. Odido suggereert dat het mogelijk gaat om verificatiewoorden tijdens telefonische contacten met de helpdesk. Het datalek trof 6,2 miljoen Odido-klanten. Volgens ShinyHunters gaat om acht miljoen klanten en 21 miljoen regels aan data. Nog steeds heeft Odido niet kunnen verklaren waarom de massale datalek in het weekeinde van 7 en 8 februari lange tijd onopgemerkt bleef. Security-experts vragen zich af of Odido de logging en monitoring van systemen wel goed in orde had.
Doorbraak ASML: krachtiger EUV-lichtbron verhoogt chipproductie fors
9 uur
ASML heeft een manier gevonden om met een EUV-machine chips in grotere volumes te produceren dan tot nog toe mogelijk was. Onderzoekers van de chipmachinefabrikant hebben ontdekt hoe ze de lichtbron in hun meest geavanceerde chipmachine veel krachtiger kunnen maken. Ze slaagden erin het vermogen van de EUV-lichtbron te verhogen van de huidige 600 watt naar 1000 watt. Zo meldt persbureau Reuters dat hierover ingenieurs bij de ASML-vestiging in San Diego sprak. Daardoor kunnen tegen het einde van dit decennium tot 50 procent meer chips geproduceerd worden. Het gaat om machines voor extreem ultraviolette lithografie (EUV), die de modernste chips kunnen maken. De technische doorbraak helpt ASML om voor te blijven op nieuwe, zwaar gesubsidieerde concurrenten uit de VS en China. Michael Purvis, hoofdtechnoloog van ASML in Californië, zei tegen Reuters: ‘Het is geen trucje of iets dergelijks, waarbij we heel even laten zien dat het werkt.’ Volgens hem is het een systeem dat 1000 watt kan produceren onder dezelfde omstandigheden als bij een klant. Extreem krachtig EUV-licht De doorbraak van ASML betreft het moeilijkste onderdeel van de machine: het maken van extreem krachtig EUV-licht. Dat gebeurt door gesmolten tindruppels met een laser te verhitten tot plasma, dat EUV licht uitzendt. Door het aantal druppels te verdubbelen en twee laserpulsen te gebruiken in plaats van één, is het vermogen flink gestegen. ASML verwacht dat machines rond 2030 ongeveer 330 wafers per uur kunnen verwerken, tegenover 220 nu. Wetenschappers noemen het bereiken van 1000 watt verbazingwekkend. ASML denkt zelfs dat 1500 tot 2000 watt in de toekomst haalbaar is.
Kabinet-Jetten: Digitale zaken verhuist van BZK naar EZK
10 uur
Digitale zaken wordt in het nieuwe kabinet-Jetten overgeheveld van het ministerie van BZK naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Zo blijkt uit de nieuwe portefeuilleverdeling van het kabinet.  Eric van den Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), krijgt de taak de overheid slagvaardiger te maken. Maar het zwaartepunt van de Rijks-it gaat naar staatssecretaris Willemijn Aerdts (EZK) die politiek verantwoordelijk wordt voor de digitale economie en soevereiniteit. Ook moet zij de Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS) implementeren waar een ander ministerie (BZK) het fundament voor heeft gelegd. Hoe ziet de verdeling van alle ‘digitale’ portefeuilles eruit? De minister van Economische Zaken en Klimaat krijgt: Innovatiebeleid; Industriebeleid;  Rijksdienst Ondernemend Nederland (RVO);  Aanpak regeldruk; Vestigingsklimaat, concurrentievermogen en productiviteitsgroei;  Nationale Investeringsinstelling; CPB, CBS, ACM, DICTU, Kamers van Koophandel. De staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit gaat over: Digitale economie en infrastructuur; Coördinatie digitalisering en soevereiniteit; Telecom en RDI;  Digitale samenleving;  Digitale overheid; Normering en regulering van beleid t.a.v. digitalisering, technologie en soevereiniteit in samenleving en overheid, waaronder ai en algoritmes (incl. aanspreekpunt algoritme-autoriteit bij de AP);  Nederlandse Digitale Dienst;  Open data;  Digitale Wallet;  Europees en internationaal digitaliseringsbeleid;   Adviescollege ICT Toetsing;  Nationale Digitaliseringsstrategie (NDS). De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt verantwoordelijk voor: De slagvaardigheid van de rijksoverheid; Verminderen regeldruk; CIO-Rijk;  Informatieveiligheid voor (rijks)overheid;  SSC-ICT;  Wet open overheid;  Openbaarheid van bestuur en informatiehuishouding;  Programma Open Overheid, ACOI, Rijksorganisatie voor Informatiehuishouding (RvIHH), Rijksorganisatie ODI; Identiteit (onder andere paspoort, ID-kaart), Basisregistratie Personen (BRP); Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG);  Coördinatie ai binnen de rijksoverheid;  Toegankelijke en mensgerichte digitale dienstverlening, GDI;  Human it capital voor de (rijks)overheid;  Logius en Ictu. Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening: Digitaal Stelsel Omgevingswet;  Stelsel van geo-informatica. Minister van Defensie: Strategisch industriebeleid en contacten grote leveranciers;  MIVD.   Staatssecretaris van Defensie: Industriebeleid en innovatie gericht op realisatie materieel;  It/digitalisering (nationaal en internationaal). Minister van Justitie en Veiligheid: Politie; OM;  NCTV;  Cybersecurity; Missiekritische communicatie en meldkamers. 
KPN laat op MWC Barcelona zien hoe je de fysieke wereld kunt bevragen
22 uur
KPN Campus toont tijdens het komende Mobile World Congress (MWC26) in Barcelona een ‘bevraagbare infrastructuur’. Samen met Nokia en Cordis Suite wordt deze innovatie vanaf maandag 2 maart live gedemonstreerd. De gebruiker hoeft niet te zoeken of te klikken in de interface, maar kan vragen in gewone taal stellen en direct acties uitvoeren. Concurrenten zoals NTT DATA, Vodafone/IBM, Accenture/Capgemini/Deloitte zijn met soortgelijke integraties bezig.  Het idee is dat de werkomgeving geen geheimen meer heeft, of het nu een fabriek, ziekenhuis dan wel een magazijn betreft. Medewerkers kunnen meteen allerlei informatie krijgen over wat daar gebeurt. Ze kunnen zien waarom een productielijn vertraagt, waar kritische apparatuur staan, wat een blokkade veroorzaakt en welke assets onderhoud nodig hebben. KPN’s boodschap is dat bedrijven geen gebrek aan data hebben. Maar ze worstelen met de toegankelijkheid. Data liggen verspreid. Ze zijn soms ook lastig te interpreteren. Een bevraagbare infrastructuur maakt data bruikbaar door een dialoog aan te gaan. Paul Cobben, portfolio lead KPN Campus: ‘Dit verlaagt zoektijd, downtime en fouten, en verhoogt veiligheid en productiviteit.’ Hij ziet vooral marktkansen in de maak- en procesindustrie, gezondheidszorg en logistiek.  Geïntegreerde stack Na jarenlang op het grootste tech-evenement van Europa hooguit een bijrol te hebben gespeeld treedt KPN met deze iot-toepassing op de voorgrond. Het is een van de eerste publieke demonstraties van een volledig geïntegreerde stack die realtime antwoorden geeft. Dankzij de naadloze integratie van private 5G, realtime data en ai is eenvoudige interactie mogelijk met de (werk)omgeving, systemen en infrastructuren. Het geheim achter de bevraagbare infrastructuur zit ‘m in de integratie van deze technologieën. KPN Campus brengt alles samen in een beheerde, modulaire oplossing.  De ruggengraat is private 5G die werkt met een reactietijd van milliseconden. Real‑time connectiviteit betekent dat sensoren, machines, robots en bijvoorbeeld ook medische apparatuur ongestoord, naadloos en betrouwbaar met elkaar kunnen communiceren. Je kunt bijvoorbeeld zien waar de dichtstbijzijnde beschikbare gecertificeerde defibrillator ligt. Of alle ongebruikte infuuspompen in een ziekenhuis. En in het magazijn wordt zichtbaar waar de pallets zich bevinden die nog voor een bepaalde zending ontbreken. Ook vertelt het systeem je welke machines de rest van de week onderhoud behoeven en waar die staan.  Binnenshuis zijn ook van alle activa, tools en apparatuur de exacte locaties in real time te bepalen. Alle bewegingen zijn te volgen. Ook wie iets gebruikt en hoe lang.  Edge computing On-premise edge computing leidt tot directe verwerking. Makkelijk te gebruiken modellen helpen een computer dingen te snappen. Deze in low code ontwikkelde modellen beschrijven hoe apparatuur werkt.  Kleine lokale taalmodellen (aan de rand van het netwerk) begrijpen heel snel de bedoeling van de gebruiker. Ze zijn getraind in een bepaald domein. Deze modellen zetten natuurlijke taal om in precieze vragen en combineren data uit allerlei bronnen. Samen krijg je zo een omgeving die niet meer passief is, maar bewust, responsief en klaar om met medewerkers samen te werken.
Een high performer staat na vallen ook gewoon weer op
22 uur
HIGH PERFORMERS – In deze columns hebben we het tot nu toe vooral gehad over bedrijven en organisaties als high performer. Maar naast alle aandacht voor de nodige bedrijfsprocessen is het minstens zo waardevol om de ondernemers zelf – de menselijke factor –onder de loep te nemen. De grote winnaar bij de Computable Awards 2025 in de categorie high performers was ASML. Een zeer terechte keuze vonden zowel de vakjury als het publiek. Bovendien toont de leiding van ASML visie: het bedrijf gaat één miljard euro investeren in de Europese cloud. Vergeleken met de Amerikaanse biljoenen dollars lijkt dat misschien een druppel op een gloeiende plaat, maar het is een begin. Zelfs de runners-up in de strijd om de award waren tevreden met de overwinning van de Nederlandse techgigant. Zo hoorde ik iemand zeggen: ‘In hetzelfde rijtje staan als ASML is een eer. Dan is verliezen niet erg.’ Een heel belangrijke eigenschap van een high performer – als persoon – is dat hij of zij na een val gewoon weer opstaat en doorgaat. Ook daarvan weet awardwinnaar ASML alles. In het begin – we spreken over de jaren negentig van de vorige eeuw – maakte het bedrijf alleen maar verlies en had het het imago van een losersclubje van een paar honderd man. In het uiteindelijke succes speelde één persoon een grote rol, iemand die we gerust de waardering mogen geven die hij verdient: high performer en Philips-topman Jan Timmer. Hij had het vertrouwen om ASML los te weken van Philips en er vervolgens veel geld in te investeren. Die investering maakte de ontwikkeling mogelijk van de PAS 5500-machine, het systeem dat later de basis zou vormen voor de internationale doorbraak. ‘Een aardige prestatie’, zo noemde geestelijk vader Timmer het ooit toen ik hem daarover sprak. Inmiddels weten we dat dit een understatement is: ASML is een wereldspeler waar zowel Donald Trump als Xi Jinping soms slapeloze nachten van hebben. En het bedrijf is gewoon in Veldhoven gevestigd, in Noord-Brabant. High performers weten dat dingen kunnen misgaan. Dat geldt ook voor de winnaar van de Computable Lifetime Achievement Award 2025: Chris Ouwinga. In mijn ogen nog zo’n high performer. In zijn podiumspeech benadrukte Chris ondernemerschap en technologie. Zijn bedrijf, Unit4, werd in de beginjaren meerdere keren door de banken onder druk gezet, vertelde hij. Maar telkens wist hij het vertrouwen terug te winnen. Juist tegenslagen leren je wie je collega’s zijn en wie je zelf bent. Aan starters gaf hij het advies om vooral vol te houden. “Baan had met flinke tegenslagen te maken, maar juist dan is de mentaliteit van een high performer doorslaggevend: opstaan en doorzetten” Een hoogtepunt voor hem was de beursgang van Unit4. Daarbij verwees hij in zijn speech naar Jan Baan, ook een Computable Lifetime Achievement-laureaat. Baan had met zijn bedrijf Baan Systems al bewezen dat een Nederlands bedrijf it internationaal kon neerzetten. Vliegtuigfabrikant Boeing boekte mede successen dankzij de software van Baan Systems. Na de beursnotering op de Nasdaq was Baan op een gegeven moment zelfs meer waard dan KLM. Vervolgens had Baan met flinke tegenslagen te maken, maar juist dan is de mentaliteit van een high performer doorslaggevend: opstaan en doorzetten. Er is nog een derde Lifetime Achievement Award-winnaar die ik na de uitreiking sprak: Ad Nederlof. Hij bouwde in de Verenigde Staten en China aan bedrijven waarvan Genesys later voor een aanzienlijk bedrag werd overgenomen en richtte daarna de Vanad Group op. Nederlof is een pionier in de ontwikkeling van software-as-a-service en ziet met zijn internationale blik kansen voordat ze gemeengoed worden. Deze drie awardwinnaars hebben stuk voor stuk de genen van een high performer. Ze weten alle drie wat tegenslagen zijn en hoe je die te boven komt. Ze gingen door fases van mislukte pogingen, harde keuzes en moeilijke jaren. En ze hebben alle drie uiteindelijk de stap gezet om nieuwe ondernemers te ondersteunen en hun kennis door te geven. De loopbanen van Baan, Nederlof en Ouwinga laten zien dat succes zelden ontstaat door één briljant inzicht, maar door een combinatie van vakmanschap, doorzettingsvermogen en de aanwezigheid van mensen die bereid zijn te investeren in talent en visie. Succes draait niet alleen om het najagen van een doel, maar om het vermogen om verder te kijken dan de eerste hobbel, om te leren van de generaties voor je en om sponsors te vinden die durven te geloven in wat jij nog moet waarmaken. Niemand bereikt high performance alleen. Elke stap voorwaarts bouwt voort op een keuze, een kans of een vertrouwen dat eerder door iemand anders is gegeven. Ook al zegt de bank het vertrouwen in je op, ook al dringen mensen om je heen erop aan dat je moet stoppen: je moet doorzetten. Dat is een van de belangrijkste disciplines die je nodig hebt als je een high performer wilt zijn: opstaan en weer doorgaan. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe Ouwinga, Baan en Nederlof hun eigen high performance zien! High PerformersIn deze rubriek laat it-mediator prof. dr. Hans Mulder zijn gedachten gaan over de vraag: wat maakt dat sommige organisaties in dit digitale tijdperk het (veel) beter doen dan andere? Wat zijn de unieke eigenschappen van deze ‘High Performers’? En welke rol speelt it hierin?
Kort: Epson in zee met DLL voor nieuwe leasing, Ctac gaat achter winkeldief aan (en meer)
23 uur
In dit nieuwsoverzicht: Nieuw leasingaanbod Epson, Ctac pakt winkeldiefstal, Sturdy Digital koopt Klikkracht (beide WordPress‑specialisteem), HP en Huawei actief in het onderwijs en overname in WordPress‑land. Epson breidt leasing uit met DLL om circulariteit te verbeteren Epson werkt samen met DLL om het leaseprogramma in Europa uit te breiden en meer regie te krijgen over retourstromen voor hergebruik, revisie en recycling. Circulariteit vormt een belangrijke pijler binnen de bedrijfsstrategie van Epson. De geïntegreerde leaseoptie geldt voor het volledige portfolio, van printers tot robotica, en moet voor organisaties de instap zonder hoge initiële investering mogelijk maken.   Met zijn nieuwe leaseoplossing verwacht Epson beter te kunnen inspelen op grootschalige aanbestedingen vanuit zowel de zakelijke markt als de publieke sector, die eerder moeilijk te bedienen waren. Klanten profiteren daarnaast van ondersteuning via bestaande Epson-partners, waaronder diensten op het gebied van fleet management en onderhoud. De samenwerking met DLL biedt bovendien aanvullende financieringsmogelijkheden in Europese markten waar toegang tot financiering traditioneel uitdagender is, zoals Finland en Ierland. DLL, gevestigd in Eindhoven en onderdeel van Rabobank, is een asset-financieringsmaatschappij voor apparatuur en technologie. Ctac brengt StoreIQ op de markt om winkeldiefstal tegen te gaan Ctac uit Den Bosch introduceert StoreIQ AI Fraud Prevention, een oplossing die winkelderving moet terugdringen met Visual AI‑technologie van iRetailCheck. De software van dit Belgische bedrijf detecteert situaties zoals niet‑scannen bij self‑checkout (sco), diefstal bij kassa’s en het verlaten van de sco‑zone zonder betaling. Meldingen komen centraal binnen zodat medewerkers alleen hoeven te reageren wanneer dat nodig is. StoreIQ werkt platformonafhankelijk en is snel uit te rollen door minimale koppeling met bestaande kassasystemen. De oplossing draait op desktop, pda en tablet en ondersteunt winkels bij het verbeteren van toezicht zonder de doorstroming aan de kassa te verstoren. HP en Nou lanceren ‘Print per kind’-model voor basisscholen Printerfabrikant HP en -dienstverlener Nou introduceren een printmodel waarbij basisscholen per leerling betalen. Scholen krijgen voor een vast bedrag per maand per leerling toegang tot HP‑multifunctionals, inclusief service, support en automatische levering van verbruiksartikelen. Het contract is jaarlijks opzegbaar. Het programma bevat beveiligingsopties zoals HP Wolf Security en beheer via één online portal. Printen vanaf laptops, tablets en smartphones wordt ondersteund. De aanbieders richten zich hiermee op de behoefte aan eenvoud, voorspelbaarheid en digitale ondersteuning in het onderwijs. Nou uit Apeldoorn biedt print-, scan- en documentoplossingen. Het bedrijf is voortgekomen uit de fusie van OSN Nederland, Repromat, Canonline, Het Serviceteam, Canon Business Center Noord, Canon Business Center Oost en meerdere Ricoh Business/Document Centers in het land. Het bedrijf is onderdeel van het managed printing services (msp)‑platform van Strikwerda Investments. Huawei introduceert edtech‑oplossingen voor digitale leeromgevingen Huawei heeft Smart Education‑oplossingen aangekondigd voor het primair, voortgezet en beroepsonderwijs. Het bedrijf toont hoe onderwijsinstellingen hun infrastructuur kunnen moderniseren met slimme campusnetwerken, cloudbeheer en een all‑optical netwerk dat glasvezel tot in het klaslokaal brengt. Ook biedt Huawei de eKit‑oplossing en IdeaHub‑displays voor realtime samenwerking en hybride onderwijs. Daarnaast benadrukt het bedrijf het belang van beveiliging met zero trust‑toegang via het iMaster NCE‑platform. Huawei realiseerde bij MBO Amersfoort een moderne campusnetwerkomgeving die grote aantallen gelijktijdige gebruikers ondersteunt. De oplossing levert stabiele en snelle wifi-connectiviteit in klaslokalen, auditoria en tijdens digitale examens, zonder onderbrekingen wanneer gebruikers zich over de campus verplaatsen. Door netwerkbeheer te centraliseren en de infrastructuur te vereenvoudigen, kan de onderwijsinstelling zich sterker richten op digitale leerprocessen en onderwijsinnovatie.   Sturdy Digital neemt Klikkracht over Sturdy Digital, gevestigd in Halfweg, heeft per 1 februari het Bossche bureau Klikkracht overgenomen. Daarmee beheert het bedrijf nu circa 650 WordPress‑websites. De overname past binnen de focus op specialisatie, waarbij beide partijen volledig op WordPress werken. Oprichter Frans Eldering benadrukt dat gespecialiseerde teams beter kunnen inspelen op technische en communicatieve eisen rondom webontwikkeling. Sturdy Digital richt zich op maatwerk, waaronder koppelingen met externe software en procesautomatisering. Het bedrijf zet daarnaast in op dagelijks beheer en monitoring om veiligheid en beschikbaarheid te waarborgen. Ook klanten van Klikkracht profiteren nu van deze beheerstructuur.
Waarom OpenClaw het ChatGPT-moment voor agents kan zijn
1 dag
Van hobbyproject tot OpenAI: de vliegende start van OpenClaw Een maand geleden was OpenClaw nog een hobbyproject. Vandaag werkt de maker ervan bij OpenAI om ‘de volgende generatie persoonlijke agents’ te bouwen. Het verhaal van de Oostenrijkse ontwikkelaar Peter Steinberger en zijn ai-agent illustreert niet alleen de snelheid waarmee ai zich ontwikkelt, maar mogelijk ook de toekomst van hoe we met (ai-)technologie zullen werken. Intussen is zijn geesteskind al drie keer van naam veranderd: van Clawdbot ging het naar Moltbot om nu als OpenClaw door het leven te gaan.Maar in wezen komt het altijd op hetzelfde neer. Peter Steinberger bouwde een ai-agent die namens gebruikers taken uitvoert: agenda’s beheren, vluchten boeken, communiceren met andere ai-agents. Wenen is het nieuwe Silicon Valley Het project ging al snel viraal, met ook de nodige reserves. Maar bovenal trok het binnen weken de aandacht van techmagnaten als Mark Zuckerberg (Meta), Satya Nadella (Microsoft) en Sam Altman (OpenAI). Uiteindelijk koos Steinberger voor OpenAI, terwijl OpenClaw zelf wordt ondergebracht in een stichting en open source blijft.Dat de snelheid waarmee ai evolueert hoog en ongezien is, erkent ook Wim Casteels, coördinator it & ai aan de AP Hogeschool. ‘Eén individuele ontwikkelaar kan in weken bouwen wat maanden geleden nog een heel team vergde’, stelt hij vast. ‘De afstand tussen experiment en product wordt steeds kleiner.’Opvallend is ook dat Peter Steinberger zijn toepassing bouwde vanuit Wenen, en niet vanuit Silicon Valley. Al bleek OpenClaw voor hem wel zijn visitekaartje om in Silicon Valley aan de slag te gaan. Systemen die modellen verslaan En dan is er nog het technologische aspect. ‘OpenClaw is misschien geen technologische doorbraak, maar het zou wel eens een eerste glimp kunnen zijn van hoe de standaardinterface voor ons werk en leven er in de toekomst uit zal zien’, zo analyseert Jan Vanalphen, ai strategy & advisory lead bij Faktion in een post op Linkedin.Vanalphen identificeert een aantal redenen waarom OpenClaw wijst naar de toekomst van agentic ai. Ten eerste functioneert de assistent als een persoonlijke runtime. Door te draaien op een lokale machine of private server wordt de agent iets dat gebruikers echt bezitten en controleren, vergelijkbaar met een browser. ‘De data, credentials en workflows blijven bij de gebruiker, terwijl het ai-model een vervangbare component wordt.’ Daarnaast bewijst OpenClaw dat het model niet langer het product is. De agent levert waarde, zelfs met goedkopere, zwakkere modellen. ‘Wat gebruikers ervaren als intelligentie is niet het model zelf, maar de orkestratie: geheugen, tools, feedback en context die samenwerken als een systeem. Of met andere woorden: systems beat models’, aldus Vanalphen. Interface van de toekomst die er geen is Voorts signaleert OpenClaw het einde van gefragmenteerde bot-landschappen. ‘Gebruikers willen geen aparte bots voor financiën, HR of research. Ze willen één assistent die hen kent en over alles heen werkt’, oppert hij. Volgens hem toont de explosieve groei van ClawHub, OpenClaw’s zogenaamde skills marketplace, aan dat agent-platforms evolueren naar plugin-ecosystemen.Tenslotte – en last but not least – verspreidt OpenClaw zich niet door een prachtige interface, maar juist door het ontbreken ervan. De agent leeft binnen WhatsApp, Telegram en Teams, waarbij gebruikers niets hoeven te veranderen aan hun gedrag. ‘Distributie en workflow-integratie zijn hierbij productfeatures.’ ChatGPT-moment Of OpenClaw zelf een grote winnaar wordt, is minder relevant dan wat het project symboliseert: een verschuiving van ai-modellen als eindproduct naar ai-agents als persoonlijke, persistente assistenten die naadloos integreren in bestaande workflows.Sommigen spreken in dit kader over het ChatGPT-moment voor agentic ai. Waar ChatGPT de conversationele ai mainstream maakte, kan OpenClaw hetzelfde doen voor autonome agents.Al is er natuurlijk wel een fundamenteel verschil: waar ChatGPT nog reactief is, wordt OpenClaw proactief. De assistent wacht niet op vragen, maar handelt namens de gebruiker.Voor Vanalphen is het alvast duidelijk. ‘We worden elke dag in duizend richtingen getrokken door de ai-nieuwscyclus. Het meeste daarvan is ruis’, erkent hij. ‘Maar af en toe springt er iets uit. OpenClaw is zo’n moment.’
Uitbreiding WOZT kan overnames cloudbedrijven aan banden leggen
1 dag
Mogelijk gaan ook Nederlandse cloudbedrijven onder de WOZT (Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie) vallen. Momenteel wordt onderzocht of de reikwijdte van die wet uitbreiding behoeft.  Deze wet is al toepasbaar op bepaalde digitale infrastructuur. Dit geldt bijvoorbeeld voor datacenters met meer dan 50 MW capaciteit, behalve wanneer deze alleen of hoofdzakelijk voor eigen gebruik zijn. Hosting-providers, grotere aanbieders van internet en communicatienetwerken vallen daar ook onder. De meest radicale stap is de overname te verbieden. Doel van deze wet is het beschermen van de nationale veiligheid en openbare orde. Dit geldt voor situaties waarin een kwaadwillende partij zo veel zeggenschap in vitale onderdelen van de telecomsector verkrijgt dat dit de regering in een chantabele of anderszins kwetsbare positie kan brengen. Evaluatie WOZT en Vifo Dit blijkt uit een evaluatie van de WOZT en een tussentijds evaluatie van de wet Vifo (Wet veiligheidstoets, investeringen, fusies en overnames). Deze laatste wet moet de risico’s voor de nationale veiligheid indammen bij bepaalde overnames. Ook de voorgenomen overname van Solvinity door Kyndryl, belangrijk in verband met DigiD, valt onder toezicht van de wet Vifo. Universiteit Leiden en onderzoeksbureau SEO hebben in opdracht van het ministerie van Economische Zaken onderzoek gedaan naar de werking en effectiviteit van beide wetten.  Begin 2025 is in de Tweede Kamer gevraagd of clouddiensten in de WOZT kunnen worden ondergebracht, waarbij ook wordt gewezen op de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven. Het is uiteindelijk een politieke keuze of cloudaanbieders onder de reikwijdte horen te vallen. Het onderbrengen van aanbieders van clouddiensten onder de WOZT is aan het kabinet Jetten.  Nieuw kabinet aan zet Ten aanzien van het deel van de markt dat in handen is van Amerikaanse hyperscalers is deze wet niet erg effectief. Toch is het beschermen van de Nederlandse cloudaanbieders die relevante diensten aanbieden van belang, stellen de onderzoekers. Hoe dat te bereiken en of de WOZT daar een rol bij kan hebben zal het kabinet Jetten moeten bepalen. Uitbreiding van de reikwijdte van de WOZT kan extra risico’s ondervangen, maar moet worden afgewogen tegen de extra toetsingsdruk en impact op het investeringsklimaat. De WOZT geldt vooral als politiek signaal. Daarnaast heeft het een preventieve werking. Die waarborgfunctie geldt voor ‘minder zichtbare’ delen van de digitale infrastructuur, zoals datacenters en internetknooppunten, die zo alsnog getoetst moeten worden. Vitale processen De Wet Vifo is van toepassing op vitale aanbieders, beheerders van bedrijfscampussen en ondernemingen die actief zijn op het gebied van (zeer) sensitieve technologie. De onderzoekers wijzen erop dat sommige statelijke actoren Nederlandse vitale processen willen (of kunnen) verstoren. Dit kan middels cyberaanvallen, maar ook door verwerving van zeggenschap over vitale aanbieders ‘om via de bedrijfsvoering het vitale proces te saboteren, staatsgevoelige informatie te verkrijgen of Nederland in een chantabele positie te brengen.’ De onderzoekers achten het indammen van de risico’s en de directe impact van beide wetten moeilijk aantoonbaar. Hun voorzichtige conclusie: ze zijn ‘potentieel tot waarschijnlijk effectief’.
Achterstallige cyberhygiëne blijft grootste risico voor aanvallen
1 dag
De meeste cyberaanvallen slagen niet zozeer omdat criminelen zo slim zijn maar door pure verwaarlozing van de basale cybersecurity-hygiëne. Achterstallig it-onderhoud, zwakke identiteitsbeveiliging en gebrekkige monitoring vormen onder andere de echte oorzaak.Dit blijkt uit het ‘2026 Hunt & Hackett Trend Report‘ van het Nederlandse cyberbeveiligingsbedrijf van Ronald Prins en Jurjen Harskamp. Ook de geruchtmakende hack bij Odido deed twijfels ontstaan over de identiteitsbeveiliging en monitoring daar. En het Forum Standaardisatie signaleert dat het veel overheden maar niet lukt om hun internetdomeinen veilig te configureren.Het nieuwe trendrapport laat zien dat relatief eenvoudige aanvalstechnieken al een grote impact kunnen hebben op organisaties. Dit terwijl de complexiteit van de dreigingen in hoog tempo toeneemt. In de meeste gevallen waren de gebruikte technieken al lang bekend, uitvoerig gedocumenteerd en detecteerbaar met de juiste controles.StapelenIn ingewikkelde it- en ot-omgevingen blijkt het lastig voor organisaties om die controles structureel en op grote schaal te implementeren en te onderhouden. Volgens Jurjen Harskamp van Hunt & Hackett is het dan geenszins eenvoudig om alles veilig te houden. ‘In de loop der tijd stapelen kwetsbaarheden zich op door legacy-systemen, ingebedde componenten en complexe afhankelijkheden die vaak slechts gedeeltelijk worden begrepen. Omdat systemen gelaagd en onderling verbonden zijn, kan het oplossen van één kwetsbaarheid elders gevolgen hebben. Juist van deze hiaten en vertragingen maken aanvallers gebruik.’Van alle 54.000 incidenten die voor het rapport werden geanalyseerd, was 71 procent financieel gemotiveerd. Ransomware kwam het meest voor (43 procent), gevolgd door mailfraude (29 procent).Verder blijkt dat aanvallers vooral misbruik maken van zwakke plekken in de identiteitsbeveiliging; precies zoals bij Odido gebeurde. Overigens heeft het telecombedrijf nog steeds weinig over het datalek bekendgemaakt.Vier prioriteitenHet rapport van Hunt & Hackett benoemt vier prioriteiten die het risico direct verlagen:Versterk identiteitsbeveiligingBeperk overmatige toegangsrechten, bescherm beheerdersaccounts en dwing sterke multifactor-authenticatie af;Beperk blootstellingPatch internet-gerichte systemen snel en verwijder onnodige diensten van het publieke internet;Vergroot zichtbaarheidZorg dat kritieke systemen security-logs genereren, monitor deze actief en bewaar deze lang genoeg voor incidentonderzoek, proactieve detectie en threat hunting;Test responsOefen response-scenario’s en zorg dat forensisch bewijs snel veiliggesteld kan worden.
De zelfrijdende auto moet het lab uit
3 dagen
Nederland kan een belangrijke rol als testland voor zelfrijdende auto’s vergeten wanneer de wet- en regelgeving daar onvoldoende mogelijkheden toe biedt. Meer in het algemeen remt deze lacune ook Nederlands onderzoek naar en ontwikkeling van de nieuwste artificial intelligence. Zelfrijdende voertuigen zijn een belangrijk speerpunt voor de ai-ontwikkeling in Nederland. Daarom moet er snel een groot gebied komen om systemen zoals autonome bussen, bestelwagens, robot-taxi’s en ook auto’s zonder chauffeur gewoon veilig en in realistische omstandigheden te testen, aldus diverse experts. Transformer-architectuur Qua vooruitgang is de wisselwerking tussen ai en geautomatiseerd vervoer op de openbare weg groot. Bij de nieuwe end-to-end ai, een vorm van deep learning – waarbij zogenaamde foundation models worden getraind – is er geen mens meer nodig om de oplossing voor de zelfrijdende functie te programmeren. De oplossing komt uit data, gebruikmakend van een generieke architectuur voor kunstmatige neurale netwerken, de zogenaamde transformer-architectuur. Het model leert uit de data alle stappen te maken tussen de sensors (voor de input) en de actuatoren (voor de output). Gijs Dubbelman, head of Mobile Perception System lab (TU/e): ‘De ai komt dus zelf achter de beste oplossing.’ Belangrijke toepassingen van end-to-end ai liggen bij ‘computer vision’ en robotica, het leren van ‘control policies’ uit sensor-data. Voor de training van deze ai zijn veel data nodig, zegt Jan-Pieter Paardekooper, research scientist integrated vehicle safety bij TNO. Daarvoor moet het zelfrijdende voertuig uiteindelijk uit het lab komen. Te beperkt is de campus van de universiteiten zoals die van Delft en Eindhoven waar veel onderzoek op dit gebied wordt gedaan. De openbare weg kent een veel grotere verscheidenheid aan situaties waar dit soort auto’s op moeten worden voorbereid. “Ook de Rijksdienst voor het wegverkeer – RDW – zou zich meer moeten richten op het mogelijk maken van grootschalige en langdurende testen” – Gijs Dubbelman, head of Mobile Perception System lab (TU/e) Gijs Dubbelman: ‘We staan te popelen om samen met de industrie hiermee aan de slag te gaan.’ Hij hoopt dan ook zeer dat een nieuw kabinet gehoor geeft aan de oproep uit het Nationaal AI Deltaplan om een speciale economische zone in te richten waar op grote schaal kan worden getest. Ook de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW) zou zich meer moeten richten op het mogelijk maken van grootschalige en langdurende testen. Nu heeft die dienst de focus op het toelaten van nieuwe automodellen die mogen worden verkocht, wat heel iets anders is. Menselijk gedrag Veel onderzoek naar mobiliteit en kunstmatige intelligentie wordt gedaan bij het Automated Driving lab (AUDRI) dat valt onder het Eindhoven Artificial Intelligence Systems Institute (EAISI) aan de TU/e. EAISI-directeur Carlo van de Weijer ziet ai-oplossingen niet alleen bijdragen tot betere zelfrijdende voertuigen, maar ook het hele mobiliteitssysteem veiliger maken. AUDRI werkt aan systemen die op basis van sensoren zien wat er in de verkeersomgeving ofwel de buitenwereld gebeurt. Naast de observatie verbetert ai ook de interpretatie van beelden. ‘Ai is daar erg goed in,’ aldus Paardekooper. Net als mensen die op hun ogen zijn aangewezen, leert het systeem steeds beter wat iets is en hoe gevaarlijk dat is. Als er een matras op de weg ligt, kan een risico ontstaan. Een lading stenen die van een vrachtwagen valt, vormt een nog groter gevaar. De zelfrijdende auto moet snel beslissen of hij afremt dan wel erom heen rijdt. Het afgelopen jaar is ai tegelijk ook aanzienlijk beter geworden in het nemen van beslissingen; de planning van het pad dat het voertuig moet nemen zoals het veranderen van rijbaan. Het is kijken, denken en uitvoeren. Meerdere modules zijn daarbij betrokken. Paardekooper: ‘We zien ook dat als je veel voorbeelden hebt van menselijk gedrag, de neurale systemen op die data zijn te trainen. End-to-end learning leidt tot het meest menselijke gedrag van de auto. Data van niet-zelfrijdende auto’s kunnen de autonome voertuigen beter maken. De sensor kan voorbeelden halen uit het gedrag van de menselijke bestuurder.’ Data Machine learning-modellen analyseren sensordata om te voorspellen hoe objecten zullen bewegen en om veilige rij-acties te bepalen. Dit bootst het menselijk oordeel na, maar dan op machinesnelheid. Prof. Theo Gevers, hoogleraar Computer Vision (UvA): ‘Snel valt te voorspellen of voetgangers al dan niet oversteken. Vergeleken met menselijke bestuurders gaat de reactiesnelheid omhoog. Want deze systemen kunnen heel snel alle kanten op kijken. Ze kunnen steeds beter voorspellen hoe voetgangers op straat en langs de weg bewegen en wat er fout kan gaan. Zonder ai zouden voertuigen complexe omgevingen niet kunnen interpreteren of zelfstandig beslissingen kunnen nemen.’ Behalve ruwe data afkomstig van automerken waarmee TomTom een contract heeft, komen ook heel veel metadata binnen via een soort crowdsourcing. Ai-algoritmen verwerken deze informatie om objecten zoals voetgangers, verkeerslichten en andere voertuigen te detecteren en te classificeren. 3d-waarneming Veel wetenschappelijk onderzoek richt zich momenteel op 3d-waarneming. Het maakt Nederland tot een broedplaats van dit soort ai-onderzoek. Computer vision stelt systemen in staat om heel snel achter elkaar beslissingen te nemen. Zeker als de auto snel rijdt en de omgeving in hoog tempo verandert, is het een uitdaging om de algoritmen in de pas te laten lopen. De Universiteit van Amsterdam doet veel onderzoek om de 3d-ruimte beter te kunnen begrijpen. Drukke straten in binnensteden geven een complex beeld met voetgangers, fietsers en veel ander verkeer. Die dynamische werelden vragen om simultane waarnemingen waarbij zeer grote hoeveelheden data vereist zijn. Ook moet voor problemen zoals mistvorming een oplossing worden gevonden. Goed kaartmateriaal draagt er mede toe bij dat zelfrijdende auto’s veel veiliger zijn. Gevers, tevens co-director van het Atlas Lab (UvA-TomTom): ‘De zelfrijdende auto’s van Waymo rapporteren 92 procent minder letselclaims dan menselijke gebruikers.’ “Ai moet data van verschillende sensoren zoals een camera, gps, radar of LiDAR combineren tot één betrouwbaar beeld van de omgeving” – Prof. Theo Gevers, hoogleraar Computer Vision (UvA) Kaarten Cruciaal voor autonome voertuigen is nauwkeurig kaartmateriaal. Prof. Theo Gevers: ‘Alles moet kloppen; de waarnemingen en de beslissingen vanuit de auto. Ai moet data van verschillende sensoren zoals een camera, GPS, radar of LiDAR combineren tot één betrouwbaar beeld van de omgeving. Een zelfrijdende auto moet een kaart van de omgeving opbouwen. Hij dient te weten waar alles staat, terwijl tegelijkertijd zijn positie binnen die kaart wordt bepaald. Dit proces heet SLAM wat staat voor Simultaneous Localization and Mapping.’ De eerdergenoemde end-to-end ai-modellen maken ook steeds meer gebruik van een zogenoemde ‘open vocabulary’. Ze kunnen daardoor situaties herkennen die niet in de dataset zitten maar wel op andere soorten ‘foundation models’ zijn getraind. Dankzij deze vorm van ai zijn de kaarten te verrijken met dingen die niet eerder zijn gezien, bijvoorbeeld bijzondere objecten die op het wegdek liggen. Meer testmogelijkheden Alle geïnterviewden benadrukken het belang van meer testmogelijkheden. Zeker bij weinig voorkomende of extreme incidenten is het belangrijk dat het systeem een soortgelijke situatie heeft meegemaakt. Hoe meer data, des te groter de kans dat de auto juist reageert. Daarom hebben testen met bijvoorbeeld robot-taxi’s zoveel nut. Alleen al in San Francisco en omgeving maken die 250.000 ritten per week, wat een schat aan data oplevert. De grote uitdaging is de interactie met het tegemoetkomende verkeer. Automobilisten kunnen de chauffeur van de tegenligger aankijken en hun beslissingen daarop afstemmen. De vraag is hoe je dat doet met auto’s die zelf rijden. Tot de bedrijven die van meer ruimte tot experimenten kunnen profiteren, behoren chipmaker NXP, TomTom, bussenbouwer VDL en DAF Trucks. NXP werkt aan het goedkoper maken van de LiDAR (light detection and ranging), een apparaat dat laserpulsen uitstuurt en de afstand berekent door de terugkaatsing-tijd te meten. De nauwkeurigheid is erg hoog, wat de techniek geschikt maakt voor 3D-kaarten en autonome voertuigen. Mobiliteitsdeskundige Van de Weijer: ‘Nu kost zo’n compleet LiDAR-systeem duizenden euro’s. Het streven is de prijs onder 100 euro te drukken.’ Ook Gevers ziet zelfrijdende auto’s als een speerpunt voor ai. Hierdoor wordt snelle vooruitgang geboekt bij het redeneren in 3D, het combineren van multimodale camera’s en LiDARs en het trainen van taalmodellen op video voor classificatie. Ook nieuwe methoden zoals Gaussian Splatting (GS) zijn te leren uit 2D-beelden. Al video-opnamen makend kun je met de eerder genoemde SLAM-omgevingen steeds preciezer en sneller in 3D reconstrueren. Door meer 2D-camerabeelden op te nemen zijn die kaarten verder te perfectioneren met nieuwe GS- en SLAM-technieken. Dankzij ai wordt snelle vooruitgang geboekt, aldus de Amsterdamse hoogleraar. “Alles is te zwaar gereguleerd waardoor zelfrijdende auto’s, ook met een chauffeur erbij, niet gemakkelijk de openbare weg op kunnen” – Gijs Dubbelman, head of Mobile Perception System lab (TU/e) Veiligheid Testen met testrijders levert veel inzichten op. Maar het schort nog aan de uitlegbaarheid van deze ai. En het is nog moeilijk om op basis hiervan de veiligheid te garanderen. Dit soort ai valt onder de hoog risico-toepassingen waarvoor de strengste regels gelden. Het systeem leert om mensen na te doen, maar leert daar geen verkeersregels uit te halen. De zelfrijdende auto leert (nog) niet de basis waarop mensen autorijden. Anders gezegd: het is lastig te bepalen hoe ze reageren. Het zomaar de weg op sturen van deze voertuigen is nog een veiligheidsrisico, aldus Paardekooper. Net als ChatGPT kunnen deze systemen soms nog hallucineren. Mogelijk biedt hybride ai soelaas. Het idee is lerende systemen te combineren met systemen die kunnen redeneren. ‘Dit houdt in dat een extra veiligheidslaag wordt toegevoegd die ervoor zorgt dat hallucinaties worden ontdekt. Het systeem krijgt zo extra vangrails. Hybride ai voegt expliciet verkeersregels toe. En impliciet komen er regels bij voor gewenst gedrag van automobilisten. Die geven aan hoe mensen het beste met elkaar omgaan in het verkeer. Dit kan per land verschillen. De afstand tussen auto’s is in Nederland bijvoorbeeld kleiner dan elders. Er zijn ook ongeschreven regels.’ BelemmeringenVolgens Gijs Dubbelman ligt de EU op gebied van autonome voertuigen mijlenver achter op de VS en China, uitgezonderd het Britse Wayve. Alles is te zwaar gereguleerd waardoor zelfrijdende auto’s, ook met een chauffeur erbij, niet gemakkelijk de openbare weg op kunnen. Daardoor wordt de achterstand nog groter. Voor zover hier kennis aanwezig is, is het testen van nieuwe technologie bijna onmogelijk. De Nederlandse wetgeving vormt een belemmering, terwijl niemand de verantwoordelijkheid durft te nemen om ruimte te scheppen. De betrokken rijksdienst heeft ook weinig begrip van hoe ai zich ontwikkelt. Het feit dat je niets in de ai-software mag veranderen tijdens het hele testtraject, werkt remmend. De praktische uitrol schiet daarom niet op. De behoefte aan een automatische testomgeving is groot. In Duitsland en België is het testen met r&d-voertuigen makkelijker.  Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #1.
7 ai-hubs in Nederland uitgelicht
4 dagen
Nederland telt een groeiend netwerk van ai-hubs die de kloof tussen onderzoek naar ai en de inzet van ai-toepassingen in de praktijk moeten dichten. Van medische beeldvorming tot forensische opsporing en slimme logistiek. Deze publiek-private initiatieven brengen ai naar het werkveld. Computable zet de belangrijkste ai-hubs op een rij. Wie het Nederlandse ai-landschap probeert te doorgronden, komt al snel terecht in een woud van hubs, labs, fieldlabs, programma’s en consortia. De termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar achter die labels schuilt een duidelijke structuur. Die structuur bepaalt hoe ai‑innovatie in Nederland wordt ontwikkeld, getest en uiteindelijk toegepast in het werkveld. De kern: Ai‑hubs bouwen het ecosysteem, ai‑labs bouwen de technologie. Ofwel: hubs bouwen netwerken, labs bouwen toepassingen. Een ai‑hub is in essentie dus een regionaal of sectoraal samenwerkingsverband. Het verbindt bedrijven, overheden, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties om innovatie te versnellen. Hubs richten zich op ecosysteemvorming: het samenbrengen van partijen, het organiseren van programma’s, het stimuleren van opschaling en het creëren van een regionale of sectorale ai‑strategie. Ze opereren op het niveau van provincies of economische clusters, zoals Zuid-Holland, Brainport of Noord-Nederland. Ai-hubs Koepelorganisatie de Nederlandse AI Coalitie (NL AIC)  werkt met zeven regionale ai‑hubs. 1. AI‑hub Zuid-Holland Deze hub omvat de regio Leiden – Den Haag – Rotterdam. Partners zijn TU Delft, Erasmus Universiteit, Universiteit Leiden, TNO, Medical Delta en grote bedrijven uit de Rotterdamse haven zoals Shell en DSM. Er zijn ongeveer driehonderd onderzoekers betrokken via universiteiten en tientallen bedrijven. De focus ligt op ai voor havenlogistiek, zorg, veiligheid en energie. 2. AI‑hub Oost-Nederland Deze ai-hub omvat bedrijven en instellingen in de provincies Gelderland en Overijssel. Partners zijn de Universiteit Twente, Radboud Universiteit, OnePlanet en Health Valley. Er zijn ongeveer tweehonderd onderzoekers aangesloten die werken aan ai voor sterke publiek-private samenwerking in de zorg en maakindustrie. De focus ligt op zorg, semiconductors en robotica. 3. Ai‑hub Noord-Nederland Deze hub is verspreid over de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Partners zijn Rijksuniversiteit Groningen, Hanzehogeschool, UMCG. Het gaat om zo’n 150 onderzoekers. De focus ligt op ai voor energie, landbouw en taaltechnologie. 4. Ai‑hub Amsterdam Deze ai-hub in de metropoolregio Amsterdam bestaat onder meer uit de partners Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit, Hogeschool van Amsterdam, CWI, AMS-IX, Booking en Adyen. De hub bestaat uit zo’n vierhonderd ai‑onderzoekers en vormt daarmee één van de grootste concentraties van ai-activiteiten. De focus van hun werk ligt op computer vision, natural language processing (nlp), ai‑ethiek en fintech. Internetgigant Google investeert in een nieuwe ai‑hub die uiteindelijk moet groeien tot 10.000 vierkante meter vloeroppervlak. 5. Ai‑hub Brainport (Eindhoven) De partners van deze hub zijn TU/e, Philips, ASML en High Tech Campus. Met zo’n vijfhonderd ai‑professionals in het ecosysteem (indicatief) vormt deze hub één van de grootste clusters van ai-onderzoek in Nederland. De focus ligt op high-tech systemen, embedded ai en slimme ai-toepassingen voor de industrie. 6. Ai‑hub Brightlands (Limburg) Deze hub op de Brightlands campussen, Maastricht University en Zuyd Hogeschool (Heerlen) telt zo’n 150 onderzoekers. De focus is ai voor chemie, gezondheid en voedsel. 7. Ai‑hub Midden-Nederland Deze hub in de provincie Utrecht bestaat uit partners van de Universiteit Utrecht, HU, UMC Utrecht en bedrijven in de mobiliteit en zorg. Het gaat om zo’n tweehonderd onderzoekers die zich focussen op ai voor gezondheid, mobiliteit en toepassingen in de publieke sector. Ai-labsEen ai‑lab is veel concreter dan een ai-hub. Labs zijn plekken waar onderzoekers, promovendi en bedrijfsengineers samenwerken aan toegepaste ai‑vraagstukken. Hier worden algoritmes ontwikkeld, datasets opgebouwd, prototypes getest en pilots uitgevoerd. Labs zijn vaak verbonden aan universiteiten of onderzoeksinstituten en werken in nauwe samenwerking met één of meerdere bedrijven of overheidsorganisaties. Waar hubs de infrastructuur en het netwerk bouwen, leveren labs de daadwerkelijke innovaties. Het verschil is dus vergelijkbaar met dat tussen een bedrijventerrein en een fabriek: de hub organiseert de ruimte en samenwerking, het lab produceert de technologie.Bekende voorbeelden zijn: ➡️ Amsterdamse ICAI Labs (Innovation Center for Artificial Intelligence) vormt het grootste Nederlands netwerk van ai‑labs. Het bestaat op dit moment uit ruim dertig labs. Partners zijn de Universiteit van Amsterdam en bedrijven als Ahold, KPN, ING, NS, Qualcomm en Elsevier. Elk lab telt tussen de 15 en 40 onderzoekers. In totaal gaat het om ruim zeshonderd onderzoekers die zich richten op toegepaste ai in industrie, media, zorg, taal en veiligheid. Voorbeelden zijn: ING AI Lab (fraudedetectie, risk modelling), Ahold Delhaize Lab (retail en personalisatie met ai), KPN Responsible AI Lab (ai en privacy), National Police Lab (forensische ai-toepassingen en -opsporing), AI for Retail Lab Delft (AIRLab), (robotica en logistiek).➡️ TNO werkt in tientallen labs samen met de industrie en de overheid. Het gaat om ongeveer driehonderd  ai‑experts. Voorbeelden van die labs zijn: Appl.AI (toegepast ai‑onderzoek), AI4Boundaries (grensbewaking) en Smart Industry Fieldlabs (ai in de maakindustrie). De financiering van de labs komt vaak deels vanuit betrokken bedrijven en gedeeltelijk van universiteiten. Er zijn ook labs die (mede)gefinancierd worden vanuit de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Dat financiert bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek naar kwaliteit en vernieuwing. Het gaat om rondes tussen de een en vijf miljoen euro. Onder NWO-programma’s vallen labs zoals Appl.AI, Human-Centered AI en KIC.➡️ Daarnaast zijn er de labs per sector. In de zorg zijn dat onder meer: UMCU AI Lab (medische beeldvorming), Radboud AI for Health Lab (radiologie, pathologie) Amsterdam UMC AI Lab (klinische AI). Er zijn labs rondom Industrie en robotica, zoals: RoboHouse (TU Delft), (robotica en ai) en Brainport Industries Campus Fieldlabs, dat gericht is op smart manufacturing. Binnen de domeinen overheid en veiligheid zijn er National Police Lab AII (opsporing) en AI4Gov Labs (publieke dienstverlening). Rondom media en taal zien we CLARIAH & NLeSC Labs (taaltechnologie) en MediaLab (NPO), (ai voor media-analyse).
Kort: Miljoenenklus Netcompany bij Surf en Studielink, Also leent 250 miljoen (en meer)
4 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Surf en Studielink selecteren Netcompany, Smile stapt in bij RegLab, 250 miljoen voor Also, iot-overname Suse en Eset ontdekt gen-ai-dreiging PromptSpy. Netcompany bouwt nieuwe onderwijsvoorziening Surf en Studielink Surf en Studielink hebben na een tender een raamovereenkomst gesloten met het Deense Netcompany voor de ontwikkeling en het beheer van de sectorvoorziening ‘Aanmelden, Inschrijven en Intekenen’. Surf is de ict-coöperatie van Nederlandse onderwijs- en onderzoeksinstellingen en Studielink de regieorganisatie rond het proces van aanmelden en inschrijven in het hoger onderwijs. De overeenkomst loopt tien jaar en moet mbo-, hbo- en wo‑instellingen ondersteunen bij een gezamenlijke administratieve onderwijsomgeving die lerenden ondersteunt bij een leven lang ontwikkelen. De nieuwe voorziening vervangt bestaande systemen en moet flexibel, instellingsoverstijgend onderwijs mogelijk maken. De geraamde waarde is 37 miljoen met een maximale waarde van 47,7 miljoen euro.  Het project maakt deel uit van het Nationaal Groeifondsprogramma Npuls. Daarbij werken de drie onderwijssectoren samen om innovaties door te voeren en administratieve drempels voor lerenden weg te nemen. Smile Sail verwerft meerderheidsbelang in RegLab RegLab uit Haarlem, Nederland, krijgt een meerderheidsinvestering van de Belgische kapitaalverstrekker Smile Sail om de groei in Europa te versnellen. Het bedrijf levert anti-witwas‑compliancesoftware aan advocatenkantoren en investeringsfondsen en ondersteunt meer dan driehonderd organisaties in vijfentwintig landen. De oprichters Joost Tulkens en Pieter Hallebeek blijven RegLab leiden. De investering komt uit het Evergreen‑fonds van Smile Sail (onderdeel van de Smile-fondsgroep). RegLab wil hiermee verder uitbreiden in Europa en zijn software, waaronder ai‑gedreven risicobeoordeling, doorontwikkelen. Also plaatst promessenlening van 250 miljoen voor langjarige financiering Also Holding uit Emmen, Zwitserland, heeft een promessenlening (een schuldbekentnis met de belofte om terug te betalen) van 250 miljoen geplaatst. Het bedrag was aanvankelijk vastgesteld op honderd miljoen maar werd door hoge belangstelling ruim overschreven. De lening bestaat uit drie tranches met looptijden van 3,5, vijf en zeven jaar met vaste of variabele rente. Voor de variabele delen zet het bedrijf renteswaps in om kosten te stabiliseren. Aan de plaatsing deden 26 banken mee. De it-distributeur gebruikt de opbrengst om de balans te versterken en de overname van Westcoast uit 2025 te herfinancieren, aldus topman Wolfgang Krainz. Suse neemt Losant over voor uitbreiding industriële iot‑aanbod Opensourcesoftwarespecialist Suse, gevestigd in Luxemburg, neemt het Amerikaanse Losant over om zijn industrial internet=of-things (iot)‑portfolio uit te breiden en toepassingen aan de ‘edge’ te ondersteunen. Losant, dat voorkomt in het Gartner Magic Quadrant for Global Industrial IoT Platforms, wordt onderdeel van Suse’s Edge‑divisie. De combinatie van beide platforms moet organisaties helpen hun operationele technologie te koppelen aan enterprise‑systemen en processen te automatiseren. Suse wil de technologie van Losant verder openstellen via open‑source‑gemeenschappen.   Eset ontdekt Android‑malware die gen-ai inzet Eset meldt de ontdekking van PromptSpy, een Android‑dreiging die generatieve ai (gen-ai) gebruikt om actief te blijven op geïnfecteerde apparaten. De malware analyseert de interface via Google’s Gemini en voert handelingen uit om in de lijst met recente apps te blijven staan. PromptSpy installeert een VNC (Virtual Network Computing)‑module waarmee aanvallers op afstand meekijken en het toestel kunnen bedienen. De software legt vergrendelschermgegevens vast, blokkeert de installatie en kan schermactiviteit opnemen. De verspreiding lijkt gericht op gebruikers in Argentinië. PromptSpy staat niet in Google Play; verwijdering kan alleen via de veilige modus.
Overheid faalt bij verplichte internetbeveiliging
4 dagen
Twee op de drie domeinen schieten tekort; Justitie en Financiën diep in het roodDe overheid boekt nagenoeg geen verbetering bij de toepassing van verplichte (informatieveiligheid)standaarden. Slechts een op de drie internetdomeinen (36 procent) voldoet aan alle regels. Zo blijkt uit metingen die het Forum Standaardisatie in maart 2025 heeft gedaan. Deze adviescommissie heeft zo’n 12.000 overheidsdomeinen laten controleren. Vergeleken met de meting daarvoor (augustus 2024) is de vooruitgang minimaal. Overheden die internetdomeinen niet veilig configureren nemen onnodige risico’s. Het gaat daarbij om een verhoogde kans op phishing uit naam van overheidsorganisaties. Ook bestaat er gevaar op manipulatie en afluisteren van web- en e‑mailverkeer. Vooral het ministerie van Justitie en Veiligheid en die van Financiën bakken er weinig van, , zo blijkt uit de Meting Informatieveiligheidsstandaarden. Deze departementen hebben nog veel werk te verzetten om e‑mailvervalsing namens haar domeinnamen te voorkomen.ImpasseDemissionair staatssecretaris Van Marum (Digitalisering) kondigt maatregelen ter verbetering aan. Bestaande implementatieteams die nu letten op de naleving van standaarden voor data-uitwisseling, gaan meer op de informatieveiligheid letten. Overheidsbreed zijn afspraken gemaakt om moderne internetstandaarden voor websites en e‑mail versneld te adopteren. Maar daar is tot nog toe bar weinig van terecht gekomen.Ook uit de Monitor Open Standaarden 2025 die Van Marum tegelijk naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, blijkt een impasse. Overheidsorganisaties vragen gemiddeld 51 procent van alle standaarden uit die in een aanbesteding relevant zijn. Sinds 2018 is dit percentage niet omhoog gegaan. Alleen Rijkswaterstaat, de Belastingdienst, RDW, ICTU en de gemeenten Amsterdam en Sittard-Geleen zijn goede voorbeelden. Gebrek aan kennis, onduidelijke governance en dominante leveranciersBelangrijkste reden waarom de adoptie stagneert, is het gebrek aan kennis bij aanbestedende diensten. Ook leveranciers missen vaak inzicht in open standaarden. Een andere verklaring ligt in de machtsverhouding tussen aanbestedende diensten en leveranciers, stelt het rapport. Er wordt vaak gewezen op het probleem van (grote, dominante) leveranciers die open standaarden niet willen of kunnen toepassen. Dit vanwege gebrek aan kennis, conflicterende technologie of commerciële belangen. Men is bang dat als de open standaarden geëist worden, er minder of zelfs geen inschrijvingen komen op aanbestedingen. Een derde verklaring is het ontbreken van een duidelijke governance bij overheidsorganisaties: de rollen zijn versnipperd en de verantwoordelijkheden zijn niet belegd. Het is niet altijd duidelijk wie binnen de organisatie het beleid rond open standaarden bepaalt en toeziet op de naleving daarvan.Het Forum Standaardisatie heeft een ‘Pas toe of leg uit’-lijst ontwikkeld met standaarden waar overheidsinstantie gebruik van moeten maken. De verplichting geldt voor gemeenten, provincies, rijk, waterschappen en alle uitvoeringsorganisaties. Maar de naleving is een probleem en verbetert ook niet.
Deze drie factoren versnellen cyberaanvallen
4 dagen
Cybercriminaliteit lijkt zich in een soort van ‘perfect storm’-scenario te bevinden. Cyberaanvallen worden niet alleen frequenter, ze verlopen ook exponentieel sneller. Drie factoren staan daarbij voorop, en versterken elkaar. Artificiële intelligentie is daar één van.Uit het Global Incident Response Report 2026 van Unit 42, de onderzoekscel van Palo Alto Networks blijkt dat het aanvalstempo het afgelopen jaar is verviervoudigd. Op basis van een analyse van meer dan 750 high-impact cyberincidenten identificeert het rapport drie hoofdoorzaken: ai-versnelling, complexe it-omgevingen en identiteitsmisbruik. 72 minuten Het toenemende gebruik van ai en geavanceerde automatisering heeft dramatische gevolgen. In de snelste aanvallen is de tijd tussen initiële toegang en data-exfiltratie gedaald naar slechts 72 minuten. Hackers zetten ai in gedurende de gehele aanvalsketen, waardoor traditionele detectie- en responsmechanismen simpelweg te traag zijn geworden.Maar artificiële intelligentie is slechts één deel van het verhaal. ‘De complexiteit binnen ondernemingen is het grootste voordeel geworden van aanvallers’, meent Sam Rubin, SVP Unit 42 consulting & threat intelligence bij Palo Alto Networks. ‘Dit risico wordt nog groter nu hackers zich steeds vaker richten op inloggegevens en autonome ai-agents inzetten om menselijke en machine-identiteiten met elkaar te verbinden en zelfstandig te laten opereren.’ Strijden op tien fronten Dat de groeiende complexiteit binnen organisaties cybercriminelen in de kaart speelt, blijkt ook uit de cijfers. Maar liefst 87% van de aanvallen strekt zich uit over twee of meer aanvalsvlakken, waarbij activiteiten zich gelijktijdig afspelen op endpoints, in cloud-omgevingen, op SaaS-platforms en binnen identiteitssystemen. In extreme gevallen opereren aanvallers tegelijk op tien verschillende fronten.Bovendien blijkt identiteitsmisbruik de achilleshiel van moderne organisaties. In 89 procent van de onderzochte incidenten werden, in het onderzoek van Unit 42, zwakke plekken in het identiteitsbeheer misbruikt. Bij 65 procent van de aanvallen verkrijgen hackers hun eerste toegang via identiteitsgerelateerde technieken zoals social engineering en het misbruiken van inloggegevens.
Wat is de prijs van ict-autonomie?
5 dagen
BLOG – De roep om meer ict-autonomie klinkt onweerlegbaar. Minder afhankelijk van Amerikaanse hyperscalers. Meer grip op data. Minder geopolitiek risico. Maar het debat adresseert het verkeerde risicotype.Het geopolitieke scenario – ‘een buitenlandse regering draait de knop om’ – is een laagfrequent, extreem scenario. Het risico bestaat, maar is zeldzaam en speculatief. De dagelijkse werkelijkheid van it-onveiligheid is anders: phishing, misconfiguraties, identity-sprawl, trage patching, tokenmisbruik, gebrekkige detectie en respons. Operationele zwakte waardoor systemen daadwerkelijk omvallen, ook nog steeds na conformeren aan 25 jaar NIS, GDPR, Dora, enz.Toch richten we ons beleid op het zeldzame risico en niet op het structurele. Dat is geen toeval. Ons bestuurlijk systeem wordt afgerekend op zichtbare calamiteiten, niet op onzichtbare gemiste kansen. Regelgeving minimaliseert aantoonbare schade, maar verandert ook kansverdelingen. Innovatie is geen lineair proces, het is een staartverschijnsel. Doorbraken ontstaan uit variatie, experiment en een hoge fouttolerantie. Wie variatie dempt, dempt de kans op nieuw succes. Dat zie je niet terug want gemiste successen laten geen sporen na.We richten ons beleid op het zeldzame risico en niet op het structureleDe Europese halfgeleidergeschiedenis laat zien hoe dat werkt. Ambitieuze programma’s halen zelden hun oorspronkelijke doel maar de opgebouwde competenties blijken later ook veel waardevoller dan het beoogde resultaat. Toevallige combinaties van mensen, technologie en marktkansen leveren uiteindelijk de doorbraken op. Juist die toevalligheid moet meer onderdeel van het mechanisme worden gemaakt.DrempelsAls we vandaag autonomie definiëren als het systematisch uitsluiten van bestaande aanbieders, stapelen we drempels in een ecosysteem dat leeft van doorlaatbaarheid. Subsidie- en aanbestedingsregimes verschuiven risico’s naar ondernemers, terwijl beslissingsmacht richting toetsingskaders van overheden verschuift. Private investeerders worden risicomijdend als exit-scenario’s juridisch verstarren. Groei wordt ‘bet-the-company’, omdat terugschalen juridisch en financieel onvoorspelbaar of zelfs voorspelbaar onhaalbaar is.Ict-autonomie dreigt zo het verkeerde probleem te lossen en oude problemen weer te introduceren. Voorstanders van strengere kaders hebben een valide punt: zonder regulering ontstaan machtsconcentraties en systeemrisico’s. Maar regulering die uitsluitend schade wil voorkomen, zonder systematisch te toetsen wat zij aan kansruimte vernietigt, is bijziend voor haar eigen keerzijden.Minder afhankelijkDe kernvraag rond ict-autonomie is dus niet: hoe worden we minder afhankelijk maar verschuiven we afhankelijkheid niet ook naar een systeem dat minder schaal, minder incidentervaring en minder herstelvermogen heeft? Veiligheid is niet alleen juridische soevereiniteit. Veiligheid is operationele competentie. Die ontstaat door jarenlange innovatie en de noodzaak om te overleven. Dat vermogen kopieer je niet bij voorbaat door leveranciers te nemen. Wie niet innoveert, kan niet falen. Wie niet groeit, hoeft niet te herstructureren. Beleid lijkt zo te werken terwijl de kansruimte krimpt.Misschien moeten we autonomie niet definiëren als uitsluiting, maar als het vergroten van keuzevrijheid, experimenteerruimte en terugschakelbaarheid. Dat is wellicht een ongemakkelijke gedachte in een tijd waarin maximale controle als grootste deugd geldt.Rob Koelmans, directeur MetaMicro Automatisering
Liberty Global bundelt VodafoneZiggo en Telenet
5 dagen
De Amerikaanse telecom- en mediagroep Liberty Global herschikt zijn Benelux-activiteiten grondig. In een meervoudige operatie worden het Belgische Telenet en het Nederlandse VodafoneZiggo samengebracht in een aparte entiteit: Ziggo Group. De operatie start, volgens de Belgische zakenkrant De Tijd, met de uitkoop van het 50 procentbelang van Vodafone in VodafoneZiggo voor 1 miljard euro in cash. In ruil krijgt Vodafone Group een participatie van 10 procent in Ziggo Group ((met de optie om zijn belang van 10 procent in Ziggo Group aan een derde partij te verkopen als de afsplitsing niet binnen 18 maanden na voltooiing plaatsvindt). Liberty Global consolideert zo zijn Nederlandse activiteiten volledig en creëert volgens ceo Mike Fries een ‘regionale grootmacht’ in de Benelux. Die holding moet volgens de huidige plannen in 2027 een beursnotering krijgen in Amsterdam waarbij negentig percent van de aandelen wordt afgesplitst naar de eigen aandeelhouders van Liberty Global. Daarmee keert Telenet, vier jaar na zijn zogenaamde delisting, via een Nederlandse omweg terug naar de beurs.Strategisch betekent dit dat VodafoneZiggo en Telenet onder één financiële en operationele paraplu worden geplaatst, met verwachte synergievoordelen die volgens Liberty Global worden geraamd op 1 miljard euro. Scheiding diensten en infrastructuur Intussen wordt gewerkt aan de verkoop van een deel van het Belgische Wyre, de netwerkdochter van Telenet en Fluvius. Liberty Global bevestigt dat het ongeveer de helft van Telenets belang in Wyre, de netwerkdochter van Telenet en Fluvius, wil verkopen.Voor Wyre zou er sterke interesse zijn van infrastructuurinvesteerders. De opbrengst moet de schuldenlast van Telenet verlagen en de balans van Ziggo Group versterken. Opvallend is dat Wyre buiten Ziggo Group blijft. De scheiding tussen diensten en infrastructuur wordt daarmee explicieter. VodafoneZiggoVodafoneZiggo, gevestigd in Utrecht en met ongeveer zesduizendvijfhonderd medewerkers, rapporteert in het afgelopen kwartaal een omzet van iets meer dan één miljard euro. De omzet daalde licht door een afname van internetklanten, terwijl hogere inkomsten uit Ziggo Sport voor enige compensatie zorgden. De operationele winst bedroeg 425 miljoen euro, een daling door extra investeringen in netwerkvernieuwing en digitale weerbaarheid.
Kort: Info Support lanceert cloudplatform zorg, Aizy en Clonable halen geld op (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: investeringen in Aizy en Clonable, nieuwe zorgplatform Syncura van Info Support, QRC loopt Wiconic en Graduate Ventures haalt de FT-top 180. Aizy krijgt 2 miljoen extra van bestaande investeerders AI‑marketingbedrijf Aizy uit Breda heeft twee miljoen euro opgehaald bij zijn huidige investeerders: oprichter/directeur Stefan Nuijten, Michiel Mol, Joost van der Klooster en Gijs Nagel. Zij investeerden in augustus al 1,5 miljoen euro in het bedrijf. Aizy ontwikkelt een ai‑platform dat mkb‑ondernemers helpt advertentiebudgetten voor onder meer Google en sociale media efficiënter in te zetten. Met het nieuwe kapitaal wil het bedrijf de software verder uitbreiden en beschikbaar maken voor marketingbureaus in binnen‑ en buitenland. Aizy telt vijfentwintig medewerkers en werkt voor meer dan honderdvijftig klanten in sectoren als de detaihandel, e‑commerce en automotive. Info Support introduceert zorgplatform Syncura voor veilige data-uitwisseling Info Support heeft Syncura gelanceerd, een cloudplatform voor zorgorganisaties dat veilige data-uitwisseling en beter it beheer moet ondersteunen. Het platform gebruikt standaarden zoals OpenEHR en FHIR, waardoor systemen eenvoudiger met elkaar kunnen communiceren. Zorginstellingen houden controle over hun gegevens en kunnen dankzij open standaarden toepassingen makkelijker integreren of vervangen. In de zorgsector zijn gebrekkige data-uitwisseling en verouderde it-systemen veelvoorkomende problemen. Zo sloeg de Federatie Medisch Specialisten (FMS) eerder dit jaar alarm dat gebrekkige data-uitwisseling patiënten in gevaar kan brengen. Syncura ondersteunt tweezijdige synchronisatie, zodat wijzigingen direct in alle gekoppelde systemen worden doorgevoerd. Het platform biedt daarnaast ruimte voor maatwerkapplicaties binnen een schaalbare omgeving. Syncura is inmiddels operationeel en wordt bij meerdere zorgorganisaties ingevoerd. Clonable haalt 1 miljoen aan groeikapitaal op voor internationale uitbreiding Clonable uit Gemert heeft één miljoen euro aan groeikapitaal opgehaald bij het Bossche Investeringsfonds, Imec.Istart en een groep angel‑investeerders. Het bedrijf biedt een saas‑platform waarmee organisaties hun websites kunnen klonen, vertalen en onderhouden voor internationale markten. Clonable heeft ruim driehonderd klanten in onder meer e‑commerce en toerisme en breidt zijn activiteiten uit richting Duitsland en Scandinavië. De investering wordt gebruikt om het platform verder te ontwikkelen, meer systemen te ondersteunen en de lokalisatie‑ en personalisatiefuncties te verbeteren. Daarnaast investeert het bedrijf in marketing en partnerprogramma’s om de volgende groeifase te realiseren. QRC Group neemt Wiconic over QRC Group uit Amstelveen heeft Wiconic ingelijfd. Dit Utrechtse bedrijf helpt organisaties helpt hun softwareontwikkeling en it‑processen te versnellen en te verbeteren. De overname volgt op een recente overname van Ditp. Volgens QRC-dircecteur Shahrooz Safarghandi past Wiconic bij de ambitie om een netwerk van specialistische bedrijven te bouwen. QRC Group bestaat onder meer uit QRC Infra & Cloud, QRC Finance, QRC Security, QRC AI, Ditp, Curelytics en nu dus Wiconic. Graduate Ventures voor het eerst in FT‑ranking beste Europese startup hubs Graduate Ventures uit Rotterdam en Delft is opgenomen in de lijst Europe’s Leading Start‑Up Hubs van de Financial Times, techplatform Sifted en onderzoeksbureau Statista. De ranking beoordeelt ruim drieduizend Europese startup hubs op onder meer mentoring, toegang tot kapitaal en netwerk. Graduate Ventures werd in 2021 opgericht door alumni van TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC en richt zich op het versnellen van ondernemerschap vanuit deze kennisinstellingen. Het fonds haalde in vijf jaar tijd bijna zestig miljoen euro op en investeerde in meer dan vijfenzeventig startups. Het platform richt zich vooral op deeptech, medtech en climatetech en wordt gedragen door ruim tweehonderd betrokken alumni‑ondernemers. De lijst van dit jaar omvat 180 hubs in vijfentwintig landen in Europa. Het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en Spanje waren de thuisbasis van de meeste winnaars in het algemeen. De top drie was zelfs helemaal Duits: UnternehmerTUM, Start2 Group en BayStartUP (alle drie uit Beieren). Naast Graduate Ventures (plek 96) zijn er nog acht andere Nederlandse vermeldingen van startup-hubs in de top 180: UtrechtInc (15), Startupbootcamp (33), Esa Bics (43), Yes!Delft (51), Techleap (53), Unknown University of Applied Sciences (73), Climate KIC (93) en StartLife (111).
Ierse vakbondskwestie bij ASML escaleert
5 dagen
De weigering van ASML Ierland om bij zijn vestiging in de provincie Kildare de vakbeweging te erkennen, krijgt een vervolg. Er komt een diepgaand onderzoek naar de naleving door ASML van de Oeso-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De Oeso staat voor de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en heeft richtlijnen voor verantwoord ondernemen, met name voor multinationals. Het Nederlandse Nationaal Contactpunt Oeso-richtlijnen (OESO-NCP) dat is gevestigd in het ministerie van Buitenlandse Zaken, is met deze zaak belast. Het onderzoek komt na klachten van Unite the Union die ontvankelijk zijn verklaard. Chipfabrikant ASML weigert deze grote Brits-Ierse vakbond te erkennen. In plaats daarvan wil het bedrijf met hoofdkantoor in Veldhoven alleen rechtstreeks met haar werknemers communiceren. In een reactie stelt ASML dat werknemers aangemoedigd worden openlijk te communiceren. Ze kunnen ideeën en zorgen met het management delen over arbeidsomstandigheden en managementpraktijken. Daarbij hoeven ze geen angst te hebben voor discriminatie, represailles, intimidatie of pesterijen. Oeso-richtlijnen ASML staat het haar werknemers toe om lid te worden, maar weigert collectief te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Volgens de bond Unite is dat in strijd met de Oeso-richtlijnen. Het Nederlandse NCP heeft nog een poging tot arbitrage gedaan, maar ASML wijst bemiddeling af. In juni 2025 verwierp ASML Ierland al bemiddeling door de Workplace Relations Commission (WRC), de Ierse nationale autoriteit voor arbeidsverhoudingen en arbeidsrechten.  De Metaalbond FNV steunt Unite in deze kwestie. In een brief heeft bestuurder Peter Reniers zijn steun betuigd. Ook hebben de bonden in een brief aan ASML-topman Fouquet hun grote bezorgdheid geuit over deze ontwikkelingen en de implicaties ervan voor arbeidsverhoudingen binnen ASML wereldwijd. De ASML-top wordt om een formeel standpunt gevraagd over de kernpunten van de klacht, namelijk het niet erkennen van vakbonden in landen als Ierland. Vraagtekens Als OESO-NCP de chipmachine-maker op de vingers tikt, schaadt dat volgens Reniers de reputatie van ASML. Hij kan zich voorstellen dat dit bij de aandeelhouders slecht valt en dat vraagtekens worden gezet achter het ESG-beleid (milieu, mensen & maatschappij en bestuur & integriteit) van ASML. Unite heeft al laten weten in Ierland het wapen van stakingen achter de hand te houden. Ook rond Eindhoven is het onrustig. De voorgenomen reorganisatie van ASML die alleen al in Brabant 1400 banen kost, wordt op de werkvloer slecht begrepen. Volgende week donderdag voeren de vakbonden hierover vervolgoverleg.
Energiezuinigheid bepaalt opvolger Nvidia
5 dagen
Professor Bram Nauta over ai-processoren Het Eindhovense Euclyd zou zomaar over pakweg tien jaar de nieuwe Nvidia kunnen zijn, zo meent Bram Nauta, hoogleraar Micro Chip Design aan de Universiteit Twente. ‘Maar een chipfabriek zie ik hier niet gebouwd worden.’ Europa heeft de chipproductie uit handen gegeven. Siemens Nixdorf was in de jaren negentig de grootste producent van processoren in Europa, maar gooide al in 1999 de handdoek in de ring. Philips volgde in 2006 toen het zijn eigen chipdivisie afstootte, waarmee NXP werd geboren. Dit bedrijf, evenals bijvoorbeeld Nexperia, draait mee in de wereldtop van chipontwerp en -productie. En natuurlijk ASML als afsplitsing van Philips. De productie van de meeste chips vindt evenwel in Taiwan plaats. ‘De productiefaciliteit van NXP in Nijmegen wordt gesloten’, vertelt Bram Nauta, wereldwijd erkend expert in het ontwerpen van chips. ‘Alles gaat weg. Deels door laksheid, desinteresse. Mensen hebben heel lang gedacht dat het niet uitmaakt waar je ze maakt. Dus komen ze nu vooral uit Taiwan. Tien jaar geleden kwam ik bij het ministerie van Economische Zaken het belang van chip-ontwerp en -productie bepleiten. Dat vonden ze niet interessant. Toen kwam corona en vervolgens viel alles stil. En toen ontdekten we dat chips wel belangrijk zijn, maar we maken ze niet meer. Ze hebben gewoon niks gedaan. Dus ja, dan is het weg.’ Frankrijk neemt in Europa op it-gebied nog wel een zelfstandige rol in. Zo maakt STMicroelectronics nog zelf chips. Nauta: ‘Zij gebruiken 22 nanometer-technologie. Maar dat is niet geschikt voor de meeste geavanceerde processoren. Dat is meer voor wearables of bluetooth radio’s, wifi, auto-elektronica.’ Energiezuinigheid Daar komt bij dat de opkomst van ai het speelveld compleet heeft veranderd. ‘Het bijzondere aan processoren voor kunstmatige intelligentie is dat ze heel snel parallel kunnen rekenen’, vervolgt Nauta. ‘Een gewone processor haalt een instructie uit het geheugen, voert dan iets uit en zet het resultaat terug in het geheugen. Allemaal na elkaar. Grafische processoren doen heel veel dingen parallel. Nvidia is als producent van grafische processoren daarom heel groot geworden in ai. Die processoren bestonden al en de softwareomgeving bestond al. Maar het is nog niet optimaal. Die dingen zijn gemaakt voor grafische kaarten om tekenfilms te maken of games. Maar het zijn nog steeds chips die heel veel energie vreten. Je praat toch over een chip met een vermogen van 2000 watt. Die wordt zo heet dat hij in de olie moet hangen om te koelen.’ Euclyd zou zomaar Nvidia van de troon kunnen stoten. Dan zouden we in Europa Craftwerk-chips kunnen maken Nauta ziet een nieuwe generatie ai-chips aankomen die honderd keer zuiniger is dan de huidige. Onder andere het Eindhovense Euclyd (met een nevenvestiging in San Jose, Californië) produceert die nieuwe generatie. Zij maken een enorme chip met 16.384 SIMD-processoren (parallelle rekenkernen) en 1 tb geheugen die zelfs sneller is dan Nvidia’s paradepaardje. Het systeem onder de naam Craftwerk, is afgelopen september geïntroduceerd op de Kisaco Infrastructure Summit in Santa Clara. ‘De grote kosten van ai zijn de stroomkosten. Het is nu al zo dat als je een groot datacenter neerzet, er eigenlijk een kerncentrale naast moet om de stroom te leveren. Dat maakt Euclyd – opgezet door, jawel, oud-Philips mensen – bijzonder interessant’, verklaart Nauta. ‘Ze zouden zomaar Nvidia van de troon kunnen stoten. Dan zouden we in Europa een fabriek kunnen bouwen om de Craftwerk-chips te maken. Het is logisch om dat door TMSC te laten doen, want dit Taiwanese bedrijf bouwt de ene chipfabriek na de andere. Zij maken geen fouten meer. Maar Nederland is te klein voor een chipfabriek; de energieprijs hier is veel te hoog. Waarschijnlijk komt er dan een fabriek in Dresden of rond Grenoble in Frankrijk.’ Nauta verwacht trouwens dat meer bedrijven wereldwijd iets bouwen dat Euclyd maakt. ‘Het is de logische, volgende stap in processorontwerp. Het is wel heel moeilijk om ze te ontwerpen.’ Mijn grootste zorg is de afnemende belangstelling om technologie te studeren. We hebben de ingenieurs hard nodig Twente Intussen floreert het chiponderzoek in Twente. De Universiteit Twente werkt veel samen met bedrijven wereldwijd, vertelt Nauta. ‘Wij ontwerpen chips en laten ze bakken in Dresden. In de buurt van onze universiteit zitten negen chipontwerpbedrijven. Eentje maakt infraroodcamera’s voor professionele toepassingen zoals inspectie bij productieprocessen. Een andere maakt radars voor auto’s en andere bedrijven maken weer bluetooth-ontvangers en -zenders. Ze lopen allemaal goed.’ ‘Allerlei bedrijven komen naar ons toe als ze een probleem hebben waar ze zelf niet uitkomen. Dan laten ze ons onderzoeken. Als wij het oplossen, krijgen zij de patenten. Dat is ons verdienmodel. Wij verdienen er genoeg mee; we hebben haast geen subsidie meer nodig.’ Nederlandse politici zijn inmiddels overtuigd van het belang een eigen it-industrie te hebben. ‘Mijn grootste zorg is de afnemende belangstelling om technologie te studeren’, verzucht Nauta. ‘We hebben de ingenieurs hard nodig.’ Cruciale sector in NederlandDe Nederlandse halfgeleiderindustrie groeide van € 39,1 miljard in 2021 naar ongeveer € 65 miljard in 2024 en bleef in 2025 rond de € 65–70 miljard omzet. De groei komt vooral door ASML, NXP en ASM International. De sector blijft cruciaal voor zowel economie als geopolitiek. De cijfers komen van de Nederlandse overheid die op een website investeerders warm wil maken om geld in deze industrie te steken. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #1.
SoftwareOne wint Utrechtse 20-miljoen-cloudtender
6 dagen
WIE GUNT WAT – SoftwareOne, de Zwitserse it-dienstverlenner annex reseller, heeft de aanbesteding voor cloudbroker bij de gemeente Utrecht gewonnen. De geraamde waarde van de opdracht bedraagt zo’n twintig miljoen euro over vier jaar.   De gemeente Utrecht koos voor SoftwareOne omdat het bedrijf de best beoordeelde inschrijving (lees: goedkoopste) heeft ingediend en bewezen expertise in huis heeft. Naast de opdracht voor het leveren van cloudplatformen zoals Azure, Oracle Cloud, AWS en Google Cloud zal het bedrijf zich in de komende periode toeleggen op het aanbod van soevereine cloudplatformen. Hiermee draagt SoftwareOne bij aan de digitale ambities van de gemeente Utrecht, die veel waarde hecht aan de flexibiliteit in de keuze van cloudplatformen. De gemeente ontvangt tevens ondersteuning, advies over clouddiensten, licentiemodellen en gebruiksrechten. SoftwareOne biedt tevens inzicht in cloudconsumptie en bijbehorende kosten en levert indien wenselijk ook finops (datagedreven financieel cloudbeheer), waarmee onnodige kosten voor het gebruik van cloudomgevingen kunnen worden voorkomen. Geopolitiek Armand Steens, supply manager cloud a.i. bij de gemeente Utrecht: ‘Deze nieuwe overeenkomst met SoftwareOne versterkt onze regierol op cloudafname. De brokerconstructie biedt ruimte om in te spelen op geopolitieke en marktontwikkelingen en ondersteunt onze ambitie op het gebied van digitale soevereiniteit, waaronder de mogelijkheid om toekomstige Europese clouddiensten te betrekken. SoftwareOne heeft zich daarbij bewezen als een betrouwbare partner voor brede clouddienstverlening.’ De geraamde waarde van de opdracht bedraagt twintig miljoen euro exclusief btw, waarvan jaarlijks circa vijf miljoen aan Microsoft-cloudproducten en tweehonderd uur consultancy. De looptijd van de overeenkomst is twee jaar met tweemaal een verlengingsoptie van één jaar. Wie gunt wat: Veel ict-opdrachten worden verstrekt via een aanbestedingstraject. Computable maakt regelmatig melding van de publiek gemaakte gunningen.
Spoelstra Spreekt: Succes
6 dagen
COLUMN – Het nieuwe kabinet is druk bezig vorm te krijgen en de eerste bewindspersoon is alweer naar huis gestuurd. Of ze heeft zelf haar conclusies getrokken. Beoogd staatssecretaris Van Berkel had haar cv opgeleukt. En hoewel we dat allemaal doen, mag dat niet. Het was ook niet nodig. Als je een keer de avondvierdaagse hebt gelopen, heb je al meer op je cv staan dan sommige ministers uit het vorige kabinet. Dat is ook het grote voordeel van dit kabinet: slechter kunnen de bewindsvoerders het niet doen. Het vorige kabinet is alleen maar bezig geweest met het pesten van asielzoekertjes. En zelfs dat is niet gelukt. Zowat alle belangrijke dossier zijn blijven liggen. In het overdrachtsdocument van het vorige kabinet voor het nieuwe kabinet stonden maar twee woordjes: succes ermee! In het overdrachtsdocument van het vorige kabinet stonden maar twee woordjes CDA en D66 hebben er zin in. Van de VVD weten we het nog niet. De VVD zit natuurlijk alleen maar in het kabinet om de hypotheekrenteaftrek en box 3 te bewaken. Het eerste lijkt al gelukt, bij het tweede weten ze dat ze daar niks aan hoeven te doen. Ze begrijpen daar dat het tot en met 2075 duurt voordat er aanpassingen in de systemen van de belastingdienst zijn door te voeren. Plank Maar er wachten genoeg uitdagingen. Vooral ook op digitaal vlak. Want er ligt genoeg op de plank. Denk alleen maar aan cybersecurity, gegevensuitwisseling en het te kort aan digitale professionals. Daarbij komt nog eens dat de systemen die we daarbij inzetten uit Amerika, het land van onze voormalige bondgenoot, komen. Bovendien zijn die systemen alleen te benaderen met een 5G-netwerk uit China, onze hopelijk toekomstige bondgenoot. Wat dat betreft geef ik het vorige kabinet gelijk: succes ermee! Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Vraag naar ai-chips drijft hardwareprijs op, Louvre-kunst komt met ar tot leven (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: wereldwijde vraag naar ai-chips leidt tot hogere pc-prijzen, Cloudflare en Mastercard werken aan cyberbeveiligingsoplossingen, McLaren Racing blijft trouw aan techpartner Dell Technologies, Snap brengt kunstwerken in het Louvre tot leven, en ai-governanceplatforms gaan lucratieve tijden tegemoet. ‘Geheugenverlies’ drijft pc-prijzen op door ai-verschuiving De wereldwijde vraag naar ai-chips leidt tot structurele geheugentekorten en hogere pc-prijzen. Fabrikanten als Dell, Microsoft, Lenovo en HP verhoogden hun prijzen al met vijftien tot twintig procent. Analisten verwachten dat de stijgingen nog dit jaar oplopen tot 25 procent, aldus wederverkoper Tech Outlet. Geheugenproducenten verschuiven capaciteit naar high bandwidth memory voor ai-servers. Daardoor laten de prijzen van onder meer DDR5-geheugen (Double Data Rate 5; de nieuwste generatie ram-werkgeheugen, ontworpen voor hogere snelheden, grotere capaciteiten en betere energie-efficiëntie dan voorganger DDR4) forse stijgingen zien. Tegelijk versnelt de migratie naar Windows 11 de vervangingsvraag. Volgens marktanalisten houdt de schaarste mogelijk aan tot 2027 of 2028, waardoor hardwarevernieuwing voor veel organisaties duurder uitvalt. Cloudflare en Mastercard beschermen de kleintjes Cloudflare en Mastercard gaan samenwerken aan nieuwe cyberbeveiligingsoplossingen voor kleine bedrijven en overheden. De partijen combineren dreigingsinformatie van het internationale threat Intelligence-cloudplatform Recorded Future en het cybersecurityplatform RiskRecon (beide dochters van Mastercard) met het applicatiesecurityplatform van Cloudflare. De geïntegreerde oplossing moet organisaties inzicht geven in hun internetgerichte assets, kwetsbaarheden prioriteren en automatisch beveiligingsmaatregelen activeren, zoals een web application firewall. Volgens beide bedrijven helpt dit om blinde vlekken door schaduw-it en externe leveranciers te verminderen. Het partnerschap richt zich vooral op organisaties met beperkte securitycapaciteit, die volgens de bedrijven in toenemende mate doelwit zijn van cyberaanvallen. McLaren Racing verlengt techpartnerschap met Dell Technologies McLaren Racing heeft zijn samenwerking met Dell Technologies verlengd om zijn technologische voorsprong in de Formule 1 te behouden. Dell blijft het team (dat vorig jaar de Drivers’ Championship en in 2024 en 2025 het Constructors’ Championship won) voorzien van ai-infrastructuur, storage en pc’s voor toepassingen variërend van autodesign tot raceday-operaties. Met behulp van Dell-systemen verwerkt McLaren anderhalf terabyte aan data per raceweekend. Deze data worden gebruikt voor simulaties, digital twins en realtime-strategiebeslissingen. Volgens de partijen is de technologie cruciaal om prestaties te optimaliseren in een sport waar milliseconden het verschil maken. Dell is sinds 2018 innovatiepartner van het team. Snap en het Louvre brengen kunstwerken tot leven Het Amerikaanse techbedrijf Snap en Musée du Louvre introduceren een augmented-reality (ar)-ervaring waarmee bezoekers zes meesterwerken interactief kunnen verkennen. De gratis service, onder de titel ‘The Incredible Unknowns of the Louvre’, is vanaf vandaag beschikbaar via smartphones en Snapchat. Met de ar-technologie kunnen bezoekers verborgen details, oorspronkelijke kleuren en technieken van kunstwerken ontdekken. Dat zijn: de codex van Hammurabi, de buste van Achnaton, het portret van Anna van Kleef, de Hera van Samos, De vier gevangenen en rustieke figulines. Naast de museumervaring is ook een wereldwijde Snapchat-versie beschikbaar. Daarmee willen de partners cultureel erfgoed toegankelijker maken en nieuwe, digitale vormen van educatie en publieksbeleving stimuleren.Het techbedrijf Snap kent drie pijlers: de visuele berichtenapp Snapchatt, Lens Studio, een tool voor het creëren van ar-ervaringen, en Spectacles, een bril die digitale ervaringen integreert met de echte wereld. Gartner: ai-governanceplatforms zijn door strengere regelgeving miljardenmarkt De wereldwijde uitrol van ai-regelgeving jaagt de vraag naar ai-governanceplatforms sterk aan. Volgens Gartner zal in 2030 circa driekwart van de wereldeconomie onder ai-regels vallen, goed voor meer dan een miljard dollar aan compliance-uitgaven. Organisaties investeren daarom sneller in gespecialiseerde governance-tools. Deze tools en platforms helpen bedrijven ai-systemen te monitoren, risico’s te beheersen en continu aan regelgeving te voldoen. Gartner stelt dat organisaties met dergelijke platforms hun ai-governance ruim drie keer effectiever uitvoeren dan bedrijven zonder deze technologie.
Kamervragen over onjuiste cv-claims Van Berkel
6 dagen
D66-politica Nathalie van Berkel, in opspraak na publicaties in De Volkskrant over onvolkomenheden in haar cv, heeft ook onjuiste informatie over haar opleidingen verschaft toen zij toetrad tot de raad van bestuur van het UWV. FvD wil nu van de minister weten of de Algemene Bestuursdienst (ABD) cv’s van topambtenaren afdoende controleert. Nadat Van Berkel zich afgelopen maandag had teruggetrokken als beoogd staatssecretaris van Financiën, gaf zij dinsdag ook haar Kamerlidmaatschap voor D66 op. De gevallen politica Van Berkel was van 2019 tot augustus 2025 lid van de raad van bestuur. De eerste vier jaar ‘deed’ Van Berkel behalve het UWV Werkbedrijf ook de ict, wat tot de nodige kritiek leidde. Met het aantreden van ict-professional René Steenvoorden in de raad van bestuur werd er meer kennis over digitalisering binnengehaald. Van Berkel bleef nog wel betrokken bij het ict-beleid. Ze steunde de door Van Steenvoorden gestarte, omstreden operatie Verandermotor die vooral de it van UWV op zijn kop zet. Kamervragen Bij haar aantreden als bestuurslid stuurde het UWV een persbericht uit waarin stond dat Van Berkel Nederlands recht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam studeerde en Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. In werkelijkheid had ze alleen een HBO-propedeuse had en rondde ze het toelatingstraject voor de master nooit af. De genoemde studie Rechten heeft ze nooit afgemaakt. Tweede Kamerlid Pepijn van Houwelingen (FvD) vraagt naar aanleiding van de berichtgeving opheldering van minister Frank Rijkaart (Binnenlands Zaken). Hij wil weten of de Algemene Bestuursdienst (ABD) wist dat de cv van Van Berkel was opgepoetst. Van Houwelingen wil ook van de bewindsman weten of de cv’s van ambtenaren die vallen onder de ABD worden gecontroleerd. En zo nee, waarom niet. Hij dringt erop aan om de cv van betrokken ambtenaren door een extern bureau te laten controleren. Dit zou op zijn minst moeten gebeuren bij de ambtenaren die behoren tot de Topmanagementgroep van de ABD. Materiekennis René Jan Veldwijk, ict-expert bij de Ockham Groep en jarenlang UWV-watcher, was in een LinkedIn-post verbaasd dat Van Berkel werd beoogd als staatssecretaris van Financiën, zonder fiscale kennis en zonder een goede track record op gebied van ict (hij wijst erop dat zij destijds zelfs de lichtste portefeuille bij het UWV – Werkbedrijf – niet aan kon).Terwijl zo’n bewindspersoon effectief de eindbaas is van de Belastingdienst, een organisatie die op ict-gebied veel problemen kent.  Veldwijk alsook een andere UWV-watcher, Daan Rijsenbrij, vinden de discussie over haar cv uiteindelijk eigenlijk minder relevant. Het werkelijke probleem in hun ogen is dat er te veel bestuurders/managers zonder materiekennis op posities worden geplaatst die voor de samenleving cruciaal zijn. Met veel maatschappelijke probleemdossiers tot gevolg.
Belastingdienst afwerend tegenover Microsoft-alternatieven
6 dagen
De Belastingdienst voelt er helemaal niets voor om de overstap naar Microsoft 365 voor de kantoorautomatisering terug te draaien. In de nieuwe kantooromgeving is sinds 2021, toen de keuze voor M365 werd gemaakt, al 14,4 miljoen euro geïnvesteerd. Het continueren van de huidige, sterk verouderde werkomgeving wordt niet raadzaam geacht, want die software is aan vervanging toe.  Dit blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Eugène Heijnen (Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane) op vragen van de Eerste Kamerfracties GroenLinks-PvdA en BBB. Het onderhouden van de oude omgeving is complex en kostbaar. Verder is het op orde houden van de informatiehuishouding in deze omgeving ingewikkeld. Daarnaast zijn de functionaliteiten voor medewerkers om goed, flexibel en efficiënter samen te kunnen werken zeer beperkt. Alternatieven Omdat bij de uitrol van de nieuwe werkplekken rekening is gehouden met de implementatie van M365 worden medewerkers nu geconfronteerd met workarounds die resulteren in productiviteitsverlies. De workarounds zijn (inefficiënte) manieren om vanaf deze nieuwe werkplekken met de beperkingen van de huidige werkomgeving om te gaan. Deze workarounds zijn vrij technisch van aard. Heijnen ziet ook geen brood in alternatieven. In het geval dat er een geschikte Europese oplossing beschikbaar is, moet er een geheel nieuwe werkomgeving worden ontworpen en geïmplementeerd. De doorlooptijd hiervan is aanzienlijk en is afhankelijk van de te configureren oplossing. De verwachting is dat dit in ieder geval enkele jaren zal kosten. Daarnaast kan er niet met zekerheid gezegd worden dat er over één of twee jaar een alternatief beschikbaar is met een vergelijkbaar niveau zoals M365. Het doorwerken in de huidige verouderde omgeving is daarmee vooral het uitstellen van een noodzakelijke keuze. Exit-strategie De kans wordt klein geacht dat Microsoft onder druk van de Amerikaanse overheid de dienstverlening aan Nederland moet stopzetten. De Belastingdienst heeft een exit-strategie opgesteld voor het geval er een (acuut) vertrek uit de cloudomgeving moet plaatsvinden. Dan wordt er teruggevallen op een afgeslankte versie van de huidige (on premises) HCL-omgeving met beperktere functionaliteiten. Doordat er daarnaast gezorgd wordt voor een lokale backup functionaliteit kan de fiscus een reservekopie van de data uploaden naar de HCL-omgeving. Europese alternatieven zoals Nextcloud of OpenDesk kunnen functionaliteiten bieden die aansluiten bij overheidsbehoeften, maar zijn niet als gelijkwaardig beoordeeld. Ook als er een geschikte Europese oplossing beschikbaar zou zijn, moet er een geheel nieuwe werkomgeving worden ontworpen en geïmplementeerd. De doorlooptijd hiervan is aanzienlijk en is afhankelijk van de te configureren oplossing. De verwachting is dat dit in ieder geval enkele jaren zal kosten. Afwerende houding Overigens heeft de Belastingdienst geen uitgebreide verkenning gedaan naar Europese alternatieven, zoals Nextcloud voor de Europese oplossing of Scaleway voor hybride cloud. De BBB-fractie vroeg waarom dit niet is gebeurd, maar kreeg daar nauwelijks antwoord op. Naar verluidt was er recent wel een werkbezoek aan de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein om te kijken hoe de regering daar met haar opensource-strategie gaat met digitale soevereiniteit. Ook op vragen vanuit de Tweede Kamer antwoordt Heijnen sterk afwerend. Kern van zijn standpunt is dat er gezien de (technische) keuzes van de Belastingdienst in het verleden, op korte termijn geen alternatief is voor de overgang naar Microsoft 365, anders dan gebruik blijven maken van de huidige verouderde werkomgeving. De Belastingdienst meent dat er nog geen volledig geïntegreerd Europees alternatief is voor M365. Een (grootschalige) implementatie van een soeverein alternatief als MijnBureau is op dit moment niet realistisch en uitvoerbaar, zo besluit Heijnen.
D66 dringt aan op strengere eisen en meer toezicht na mega-datalek Odido
6 dagen
D66 wil strengere eisen stellen aan telecomproviders om grootschalige datalekken te voorkomen zoals bij Odido is gebeurd. Ook zouden er meer toezichtmaatregelen moeten komen. Dit blijkt uit vragen van de Tweede Kamer-leden Sarah El Boujdaini en Jan Schoonis aan minister Vincent Karrermans (Economische Zaken) en staatssecretaris Eddie van Marum (Digitalisering).Beide D66-Kamerleden vragen zich af of de eisen, die momenteel worden gesteld aan telecomproviders voor wat betreft cyberbeveiliging en gegevensbescherming, nog aan de huidige dreigingscontext voldoen. Veel aanvallen zijn verschoven naar identiteiten in plaats van firewalls. De meeste grote incidenten vinden momenteel via geldige accounts plaats, merkt Ronald Prins, medeoprichter van het cybersecuritybedrijf Hunt & Hackett op.El Boujdani wil ook weten of er sprake is van nalatigheid dan wel onvoldoende naleving van de Europese privacy- en beveiligingsverplichtingen, zoals de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), door Odido.Lampje branden?Veiligheidsexperts vinden het opmerkelijk dat de monitoring bij Odido geen alarm sloeg, terwijl massale data-exfiltratie van 6,2 miljoen records plaatsvond. Als dit ook ‘s nachts of buiten de kantooruren gebeurt en de hele dag voortduurt, had er volgens Prins toch ergens een lampje moeten gaan branden. Pieken in het netwerkverkeer dienen te worden gesignaleerd, zegt hij.Momenteel is nog niet duidelijk wat de aanvallers met de ‘buit’ gaan doen. D66 vraagt het kabinet het risico te beoordelen dat de bij Odido gestolen persoonsgegevens in de toekomst alsnog openbaar worden gemaakt, en welke gevolgen dit kan hebben voor de veiligheid en privacy van betrokken burgers.
Cloud kent vier winnaars (maar ai schudt kussen op)
6 dagen
Artificiële intelligentie geeft de cloudstrijd een totaal nieuwe dynamiek, waarbij vier partijen zich met hun groei momenteel onderscheiden als de winnaars. Google Cloud overtreft voor het eerst Microsoft op cruciale parameters. Vermeende legacy-spelers Oracle en SAP groeien sneller dan cloud-native concurrenten. En een speler als Palantir schiet als een raket omhoog. Dat blijkt op basis van een analyse van de financiële cijfers van vooraanstaande softwarespelers door gespecialiseerde website en cloudonderzoeker Cloud Wars, met focus op groei (zie onder) in hun cloud-business. Ook al is (procentuele) groei natuurlijk een relatief begrip, volgens analist Bob Evans markeren deze verschuivingen een fundamentele verandering in de markt. Het resultaat van de analyse is best opmerkelijk. De klassieke cloudnamen (zowel cloudinfrastructuur als cloudsoftware, of beide) zoals Microsoft, AWS, en ook Salesforce en Workday volgen qua groei op enige afstand van deze vier: 1. Google Cloud: de toekomst winnen Met een verbluffende groei van 48 procent in het vierde kwartaal toont Google Cloud aan dat het zich ontwikkelt tot de cloud- en ai-leverancier bij uitstek voor enterprise-klanten. Het meest opvallende cijfer: Google Cloud genereerde 2,5 miljard dollar aan incrementele omzet, meer dan de 2,4 miljard dollar van Microsoft Cloud. Deze prestatie is des te opmerkelijker omdat de totale omzet van Microsoft Cloud nog altijd driemaal zo groot is als die van Google Cloud (51,5 miljard tegenover 17,7 miljard dollar). Toch slaagt Google Cloud erin meer nieuwe business binnen te halen. ‘Maar terwijl Microsoft Cloud het verleden heeft gedomineerd, wint Google Cloud meer van de toekomstgerichte business’, aldus Evans. De groei is geen toevalstreffer. Google Cloud sprong van 34 procent groei in het derde kwartaal naar 48 procent in Q4, terwijl Microsoft stabiel bleef op 26 procent. De sterke positie dankt Google Cloud aan een combinatie van factoren: de Gemini-innovaties (van Gemini Enterprise tot Gemini 3 en Gemini for Government), plus een volledige stack van tpu’s en gpu’s tot Vertex ai en verdere ai-toepassingen. Ook de vroege focus op cybersecurity werpt vruchten af. 2. Palantir: explosieve groei met minder verkopers Met een groeicijfer van 70 procent in het vierde kwartaal en een omzet van 1,41 miljard dollar, laat Palantir opmerkelijke resultaten mogelijk optekenen. In Europa is Palantir  een stuk minder ingeburgerd. Maar hun toepassingen worden wel gebruikt, al is het bedrijf ietwat omstreden. Vooral in de VS gaat Palantir hard: de Amerikaanse commerciële tak groeide het voorbije kwartaal met 137 procent tot 507 miljoen dollar. Palantir’s succesverhaal is opmerkelijk. Het bedrijf behaalt deze groei zonder een proportionele uitbreiding van het verkoopteam – tijdens Q3 daalde het aantal verkopers zelfs terwijl de omzet met 63 procent groeide. Hun aanpak is gericht op klantresultaten. De vooruitzichten voor Palantir blijven overigens rooskleurig: voor Q1 2026 voorspelt Palantir een groei van 73 procent tot zowat 1,5 miljard dollar, en voor het volledige jaar 60 procent groei naar ruim 7 miljard dollar. 3. Oracle: de vijftiger als pionier Oracle, inmiddels 49 jaar oud, laat 34 procent groei (zie tabel) optekenen in het voorbije kwartaal. Het bedrijf investeert fors in infrastructuur. Hun jarenlange expertise met diverse technologieën en diepe kennis van on-premise systemen, die nog altijd grote delen van de wereldeconomie aandrijven, blijkt best waardevol in het ai-tijdperk.Ervaring blijkt voor hen eerder een concurrentievoordeel. ‘Deze bedrijven dragen hun boomer-leeftijd als een ereteken en doen het ongelooflijk goed op de markt’, stelt Evans vast. ‘Ze kunnen hun expertise gebruiken met vrijwel elke technologie die ooit is uitgevonden.’ Oracle combineert dit met agressieve cloud- en ai-innovaties. 4. SAP: legacy wordt awesome SAP, met 54 jaar de oudste in dit rijtje, behaalt consistent meer dan 25 procent groei, een direct bewijs van klantvraag in een markt met heel wat alternatieven. De sterke positie van SAP weerlegt volgens Evans bovendien ook de mythe dat gevestigde techbedrijven niet kunnen meekomen in tijden van disruptie. SAP paste zich succesvol aan, eerst aan de cloud en vervolgens aan ai. De groei komt ondanks intensieve concurrentie.De recente groei van deze vier partijen – Google Cloud, Palantir, Oracle en SAP – illustreert een belangrijke les: in de enterprise-technologie leidt succes van nieuwe spelers niet automatisch tot het verdwijnen van gevestigde namen.Maar tegelijk kunnen, zoals Palantir doet uitschijnen, new kids on the block ook flink doorgroeien en brokken maken. (Bron: Cloud Wars, 2026)
Van ai-hallucinaties naar governance: de opdracht voor it
1 week
BLOG – Een inauguratiespeech vol verzonnen citaten van Einstein en een miljoenenrapport vol fouten en niet-bestaande bronnen. Het zijn pijnlijke voorbeelden van blind vertrouwen op ai. Ze hallucineert en output moet je altijd controleren, maar de lijn tussen nuttig en nep is soms dun. Terwijl organisaties ai massaal inzetten, blijft de vraag: wie houdt hier toezicht op? Die rol is de it-afdeling op het lijf geschreven. Maar daar wringt het: een derde van de it-professionals geeft nu al aan een hoge werkdruk te ervaren, blijkt uit ‘Inside ITSM 2026’. Hoe monitor je ai-gebruik in de organisatie als je er eigenlijk geen tijd voor hebt? Razendsnel AI verspreid zich razendsnel in organisaties, vaak zonder dat it er weet van heeft. Marketing genereert teksten, sales beoordeelt offertes en hr screent sollicitaties met ai. Afdelingen experimenteren enthousiast, maar niet altijd in afstemming met veiligheidseisen of doelen vanuit it. Zonder toezicht kan dit misgaan, variërend van fouten in teksten tot het sturen en maken van beslissingen op onjuiste informatie. Ai-gebruik vraagt om continue monitoring. Wie controleert of de output klopt, of securityprotocollen zijn gevolgd en of ai-tools toegang hebben tot de juiste systemen? Het is in veel organisaties nog niet geregeld en dat is een probleem. Want de rol van toezichthouder vereist zowel technische kennis als organisatie-inzicht om te valideren of ai de juiste informatie gebruikt. Neem een chatbot op de helpdesk. Als deze geen toegang heeft tot bepaalde systemen, dan zullen antwoorden bij bijvoorbeeld een niet-werkende applicatie stoppen na ‘probeer opnieuw op te starten.’ Maar met de juiste koppelingen kan diezelfde chatbot al een concrete oplossing bieden op basis van systeemdata. Vergelijk het met de implementatie van Microsoft Teams. Ook dan zorgt it voor ondersteuning, integraties en de juiste kennis. Met ai is dat nog complexer. Modellen ontwikkelen razendsnel en brengen nieuwe risico’s met zich mee, waardoor er bewaking nodig is van datagebruik en output. Geen eenmalige implementatie dus, maar structureel toezicht. De vraag is daarom niet of it deze rol moet pakken, maar vooral hoe je dit met de huidige werkdruk realiseert. Waarom uitbesteden en delegeren niet werkt Daar zit de uitdaging: it-afdelingen komen nauwelijks aan strategisch werk toe. Veertig procent is zo druk met brandjes blussen dat ze weinig tijd overhouden om preventieve maatregelen te nemen. En slechts een kwart voelt zich als afdeling toekomstbestendig. Dat maakt het een kip-ei-situatie: ai bespaart uiteindelijk tijd, maar daar gaan investeringen aan vooraf. Medewerkers trainen, tools implementeren, processen inrichten. En ook daarna vraagt ai-gebruik om blijvende aandacht. Je moet als afdeling immers bijblijven met updates en ontwikkelingen wil je het goed kunnen monitoren. Er zijn ook andere opties, zoals ai-governance uitbesteden, een andere afdeling verantwoordelijk maken of monitoring in zijn geheel laten. Maar die komen allemaal met nadelen: verlies van regie over bedrijfsdata, afdelingen zonder technische kennis laten monitoren of kwetsbaarheid door helemaal geen structurele aandacht aan ai te schenken. Het is simpel en complex tegelijk: it kan het er in veel gevallen niet zomaar bij doen, maar andere oplossingen schieten tekort. Dat vraagt om fundamenteel andere keuzes in organisaties. Vijf keuzes voor it in de lead It kan die keuzes niet alleen maken. Organisaties moeten bereid zijn om te investeren in een strak ai-beleid waar it de leiding in pakt. Daarvoor hoeft het roer niet direct helemaal om. Pak het stap voor stap aan. Wat betekent dat concreet? Herzie prioriteitenWaar i tijd vrij te maken voor ai-governance? Denk aan het automatiseren, uitbesteden of schrappen van operationele werkzaamheden. Haal kennis opTraining en cursussen zijn essentieel, maar schakel als it-afdeling ook met externe experts. Zo leer je niet alleen hoe ai technisch gezien werkt, maar ook hoe je de rest van de organisatie bewust maakt van de risico’s en meeneemt in het controleren van ai-output. Heroverweeg rollenMisschien is het aannemen van een ai-expert nodig of is het slim om te schuiven met rollen in het it-team? Wijs bijvoorbeeld een ai officer aan, vergelijkbaar met de security officer. Iemand die fulltime bezig is met ai-governance, in contact staat met andere afdelingen en inhoudelijk en technisch toetst of ai-output klopt. Pak het organisatiebreed aanWees als it-afdeling de verbinder tussen afdelingen. Daarmee kom je tot één ai-beleid zonder dat elke afdeling op zichzelf met ai aan de slag gaat en aan jou de rekening presenteert. Juist met samenwerking haal je de meeste waarde uit ai. Bewijs dat het werktKoppel regelmatig aan de organisatie terug wat it-sturing en bovenal controle oplevert. Dan is ai-governance geen kostenpost, maar een investering. Hallucinaties stoppen niet Ai blijft hallucineren, dus toezicht blijft noodzakelijk. Dat maakt de uitdaging voor it-afdelingen niet kleiner. Tijdgebrek is reëel en vraagt om nieuwe keuzes. Wat laten we los om ai-governance goed te doen? Organisaties die hier een antwoord op vinden, positioneren it als bewaker van hun ai-transitie. En als we de verzonnen Einstein-citaten en onjuiste rapporten mogen geloven, is dat hard nodig. Max Veenhof, businessconsultant TOPdesk

Pagina's

Abonneren op computable