computable

119 nieuwsberichten gevonden
Markt in beweging: gevestigde orde versus uitdagers
5 uur
BLOG – De it-wereld bevindt zich in een fascinerende transitie. Jarenlang werden de grote enterprise-markten gedomineerd door vaste namen die hun positie als vanzelfsprekend beschouwden. Maar er is een technische kanteling gaande. Organisaties pikken de ‘arrogantie van de macht’ niet meer en stappen massaal over naar wendbaardere en vaak slimmere alternatieven. Het doorbreken van deze dominante marktposities is pijnlijk voor de gevestigde orde, maar luidt een welkome periode van innovatie en versimpeling in. Vier domeinen De verschuiving in de markt is duidelijk zichtbaar in vier grote domeinen: Servicemanagement: ServiceNow is lange tijd de onbetwiste standaard geweest, maar stuit steeds vaker op weerstand vanwege licentiekosten en complexe implementaties. Dit creëert ruimte voor HaloItsm, een uitdager die bekendstaat om zijn gebruiksvriendelijkheid, snellere time-to-value en scherpere prijsstelling. Virtualisatie & cloud: VMware was decennialang oppermachtig in datacenters. De overname door Broadcom en de drastische wijzigingen in licentiemodellen hebben echter veel kwaad bloed gezet. Nutanix profiteert hier optimaal van. Het bedrijf biedt een moderner, hyperconverged alternatief dat eenvoudiger te beheren is en minder vendor lock-in kent. Netwerkbeveiliging: Cisco gold decennialang als de veilige, logische keuze voor enterprise-netwerken en is dat nog steeds. Het bedrijf wordt echter ingehaald door Fortinet. Door zwaar in te zetten op geconsolideerde beveiliging (security-driven networking) en de integratie van firewalls met sd-wan biedt Fortinet vaak een betere en kostenefficiëntere bescherming. Werkplek & vdi: Citrix was ooit de pionier op het gebied van virtuele desktops, maar focust zich inmiddels vrijwel uitsluitend op de allergrootste enterprise-klanten. Hierdoor voelt de brede middenmarkt zich in de kou gezet. Dit biedt kansen voor innovatieve, cloud-native alternatieven die wél oog hebben voor de gehele markt. Het is niet verrassend dat deze kanteling plaatsvindt. In de it-sector zagen we de afgelopen jaren vaak de typische dynamiek van de gevestigde orde: marktleiders die door hun dominante positie minder luisterden naar de werkelijke behoeften van de klant. Hoge licentiekosten, gedwongen abonnementsvormen, complexe contractonderhandelingen en trage innovatie leidden tot frustratie bij it-beslissers. Deze ‘arrogantie van de macht’ heeft gezorgd voor een drive in de markt om alternatieven te omarmen. Uitdagingen De roep om verandering brengt echter ook uitdagingen met zich mee. Overstappen naar een andere leverancier of technologiearchitectuur is niet zomaar geregeld; dat gaat niet zonder horten of stoten. Het vereist migratietrajecten, het omscholen van it-personeel en het heroverwegen van bestaande processen. Toch is deze stap terug – of het tijdelijk inleveren van comfort – noodzakelijk. Door terug te gaan naar de tekentafel dwingen we onszelf om kritisch te kijken naar wat we écht nodig hebben. Dit leidt tot de broodnodige versimpeling van it-infrastructuren. De technische kanteling die we nu zien, is een volstrekt logische en gezonde ontwikkeling. Het doorbreken van de gevestigde marktposities stimuleert concurrentie, wat direct resulteert in betere producten, lagere kosten en creatievere oplossingen. Het tijdelijke ongemak van de transitie zal op de lange termijn ruimschoots worden terugbetaald in de vorm van een wendbaardere, modernere en toekomstbestendige it-omgeving. Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology
Hoe zorg je voor digitale soevereiniteit?
7 uur
Vind je route naar meer grip op je digitale omgeving op Cybersec Netherlands 2026 Wie gebruikt welke data, waar staat die data en wie kan er uiteindelijk over beschikken? Voor veel organisaties zijn dat allang geen puur technische vragen meer. Cloudplatformen, ai-diensten, softwareleveranciers en digitale infrastructuur verbinden organisaties met partijen en jurisdicties waar ze niet altijd zelf controle over hebben. Hoe maak je daarin de juiste keuzes? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands. Dat maakt digitale soevereiniteit steeds relevanter. Het gaat daarbij niet om de vraag of alle technologie Europees moet zijn of dat organisaties de cloud moeten verlaten. De kern is hoeveel regie een organisatie houdt over data, infrastructuur, technologie en de leveranciers waarvan ze afhankelijk is. Kom naar Cybersec Netherlands 2026! Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek. 👉🏼 Registreer je gratis. Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vraag vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van Europese digitale autonomie en cloudkeuzes tot infrastructuur, nationale cybercapaciteit en de rol van de ciso. Samen vormen ze een route langs vijf manieren om meer grip te krijgen op digitale soevereiniteit. Meer dan data opslaan in Europa Digitale soevereiniteit wordt vaak teruggebracht tot die ene vraag of de data binnen de Europese Unie staat. Maar daarmee is het vraagstuk niet opgelost. Ook de eigenaar van de infrastructuur, de gebruikte technologie, de juridische zeggenschap en de mogelijkheid om van leverancier te veranderen spelen een rol. Digitale soevereiniteit is daarmee vooral een vraagstuk van controle. Wie bepaalt wat er met data gebeurt? Wie beheert de systemen? Hoe afhankelijk is de organisatie van een specifieke leverancier? En wat gebeurt er wanneer geopolitieke ontwikkelingen, wetgeving of een storing een digitale dienst onder druk zetten? Stap 1: bepaal wat digitale soevereiniteit voor jouw organisatie betekent Een logische eerste stop is de keynote ‘European digital sovereignty and cybersecurity in the age of agentic AI’ (9 september, 11.00 – 11.20 uur, Mainstage). Europarlementariër Bart Groothuis kijkt daarin naar de manier waarop cybersecurity en de opkomst van geavanceerde ai-systemen de Europese benadering van digitale soevereiniteit veranderen. Dat is een goed vertrekpunt, omdat digitale soevereiniteit niet alleen een technische keuze is. Het raakt ook economische, juridische en geopolitieke belangen. De vraag is daarom wat een organisatie onder soevereiniteit verstaat en welke afhankelijkheden voor haar bedrijfskritische processen relevant zijn. Cegeka Nederland sluit hier goed op aan als exposant (stand 11.C010). De organisatie biedt onder meer soevereine cloudoplossingen waarbij controle over data, infrastructuur en operationele processen centraal staan. Ook keuzevrijheid, interoperabiliteit en het voorkomen van vendor lock-in maken onderdeel uit van die benadering. Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van wat digitale soevereiniteit voor jouw organisatie betekent en welke vormen van controle daarbij belangrijk zijn. Stap 2: kijk verder dan waar je data fysiek staat Een organisatie kan haar data binnen Europa opslaan en toch afhankelijk blijven van technologie, infrastructuur of wetgeving van buiten Europa. Dataresidentie is daarmee slechts één onderdeel van het grotere geheel. De keynote ‘70 shades of sovereignty: a CISO’s first crisis inside a national cloud decision’ (10 september, 12.30 – 12.35 uur, Mainstage) laat zien hoe complex zo’n afweging kan worden. Ferry Stelte, ciso bij SIDN, vertelt hoe een cloudbeslissing rond de .nl-domeinregistratie uitgroeide tot een publiek en politiek debat over digitale soevereiniteit. Zijn belangrijkste les is dat soevereiniteit geen binaire keuze is, maar bestaat uit verschillende afwegingen tussen controle, continuïteit en afhankelijkheid. PRIM’X Technologies past goed bij deze stap (stand 11.C020). De organisatie richt zich op bescherming van gevoelige data met encryptie en datacontrole. Waar data staat is belangrijk, maar ook wie toegang heeft en wie de controle over de beveiliging en encryptiesleutels houdt. Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op datasoevereiniteit. Niet alleen de locatie van data telt mee, maar ook juridische controle, toegang, technologie en afhankelijkheden. Stap 3: houd grip op de infrastructuur waarvan je afhankelijk bent Digitale soevereiniteit stopt niet bij data. Ook netwerken en infrastructuur bepalen hoeveel controle een organisatie heeft over haar digitale dienstverlening. Wanneer de digitale economie afhankelijk is van internationale infrastructuur, kan een verstoring bovendien gevolgen hebben die verder gaat dan één organisatie. De sessie ‘Cyber warfare and weapons of mass disruption’ (9 september, 13.15 – 13.45 uur, Tech Theatre 6) van Hans-Dieter Hiep, assistant professor aan de Nederlandse Defensie Academie, kijkt naar precies dat vraagstuk. Hij bespreekt de afhankelijkheid van internet en cloudinfrastructuur en de gevolgen wanneer wereldwijde connectiviteit wordt verstoord. Daarbij staat het behouden van controle over kritieke infrastructuur centraal. Colt Technology Services sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.D084). De organisatie biedt netwerk- en connectiviteitsdiensten en richt zich onder meer op oplossingen waarbij organisaties meer controle houden over datastromen. Met zogenoemde ‘Sovereign SASE’-oplossingen kan data binnen het eigen netwerk en specifieke regio’s blijven. Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de afhankelijkheid van netwerken en infrastructuur en in de vraag waar organisaties zelf controle moeten houden. Stap 4: verminder afhankelijkheden zonder jezelf af te sluiten Digitale soevereiniteit betekent niet dat iedere organisatie haar eigen technologie moet ontwikkelen. Volledige onafhankelijkheid is in een verbonden digitale economie nauwelijks realistisch. De vraag is daarom welke afhankelijkheden acceptabel zijn en waar gezamenlijke nationale of Europese capaciteit meerwaarde biedt. Dat komt sterk terug in het panel ‘Mythos meets its match: The Netherlands builds a national cyber capability’ (9 september, 11.00 – 11.30 uur, Stronger Together Partner Dome 7). Het panel gaat over Prometheus, een initiatief waarin Nederlandse cyberbedrijven, overheid, vitale infrastructuur en kennisinstellingen samenwerken aan een nationale cybercapaciteit. Het doel is om cyberweerbaarheid als een gezamenlijke voorziening voor de Nederlandse economie en samenleving te ontwikkelen. LiveDrop sluit hier als exposant op aan (stand 11.C024). De organisatie ontwikkelt technologie waarmee systemen gecontroleerd en eenzijdig data kunnen uitwisselen. Daarmee kunnen kritieke systemen worden afgeschermd zonder noodzakelijke gegevensuitwisseling onmogelijk te maken. Wat levert deze stop op?Een realistischer beeld van digitale autonomie. Het gaat niet om alles zelf doen, maar om bewust bepalen welke afhankelijkheden je accepteert en waar je zelf de regie wilt houden. Stap 5: zorg dat de ciso de regie ook kan houden Digitale soevereiniteit raakt uiteindelijk aan governance. Wie bepaalt welke cloud- en technologiekeuzes acceptabel zijn? Wie beoordeelt de risico’s van leveranciers? En wie neemt het besluit wanneer geopolitieke ontwikkelingen of nieuwe regelgeving een bestaande architectuur onder druk zetten? De sessie ‘De CISO in een wereld van datasoevereiniteit, NIS2 en AI … Over leiderschap wanneer controle, dreiging en verantwoordelijkheid verschuiven’ (9 september, 14.00 – 14.30 uur, Masterclass theater 5 en 10 september, 11.45 – 12.15 uur, Masterclass theater 4) brengt die vraag naar het niveau van de securityleider. Menno Methorst, principal information security advisor bij L2P, bespreekt onder meer de gevolgen van datasoevereiniteit, complexere leveranciersketens, ai en NIS2 voor de positie van de ciso. Key2XS sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C033). De Nederlandse startup koppelt fysieke toegangscontrole aan digitale identiteit en governance. Daarmee maakt het bedrijf zichtbaar dat controle over toegang niet ophoudt bij accounts en cloudplatformen. Ook fysieke toegang tot kritieke infrastructuur moet bestuurbaar, controleerbaar en aantoonbaar zijn. Wat levert deze stop op?Een concreter beeld van digitale soevereiniteit als governancevraagstuk. Technologiekeuzes, afhankelijkheden en toegangsrechten moeten niet alleen technisch werken, maar ook bestuurbaar zijn. Digitale soevereiniteit begint bij regie Wie deze route volgt, ziet dat digitale soevereiniteit veel verder gaat dan de vraag waar data wordt opgeslagen. Het begint met inzicht in wat soevereiniteit voor de organisatie betekent. Daarna volgen data, infrastructuur en de afhankelijkheden van leveranciers en technologie. Volledige onafhankelijkheid is daarbij niet het doel. Organisaties blijven onderdeel van een internationale digitale economie. De uitdaging is om bewust te bepalen waar afhankelijkheid acceptabel is en waar meer controle noodzakelijk is. Digitale soevereiniteit wordt daarmee een strategisch vraagstuk. Niet alles zelf willen doen, maar weten waar je afhankelijk van bent, welke risico’s dat oplevert en welke keuzes je hebt wanneer de omstandigheden veranderen. Wie die regie goed organiseert, houdt meer grip op data, technologie en de continuïteit van de eigen organisatie.
Kort: Licentie-koppeling VMware en Azure stopt, medisch drone-netwerk in de maak (en meer)
9 uur
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft faseert het gekoppelde licentieaanbod van Azure en VMware (AVS) uit, lage instroom technici, medisch drone-netwerk start in Meppel en Zwolle, cloudreuzen ontwijken Nvidia en verkoop serverkasten in de lift door groeiende vraag naar soevereiniteit. Microsoft staakt licentie-koppeling VMware en Azure Microsoft faseert de huidige licentieconstructie van Azure VMware Solution (AVS) uit. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid om VMware‑omgevingen in Azure te draaien zonder zelf een VMware Cloud Foundation (VCF)‑licentie aan te schaffen. Bestaande klanten moeten uiterlijk 30 augustus 2027 overstappen. Dat meldt Microsoft in een Azure-update. In de huidige AVS‑variant zijn VMware‑producten zoals vSphere, vCenter, vSAN en NSX inbegrepen. Dat stopt: vanaf 31 oktober 2026 verkoopt Microsoft geen nieuwe AVS‑omgevingen meer met ingebouwde VMware‑licenties. Klanten moeten voortaan een eigen VCF‑licentie bij Broadcom kopen en AVS gebruiken via het Bring Your Own License model (AVS VCF BYOL). De wijziging volgt uit Broadcoms nieuwe licentiestrategie na de overname van VMware. Hyperscalers mogen VMware‑licenties niet langer als onderdeel van hun clouddiensten aanbieden. Lage instroom technici vormt risico voor groei Nederland heeft een sterke basis aan bèta‑technische experts, maar de aanwas blijft achter. Dat blijkt uit de Global STEM Skills Outlook van het Centre for Economics and Business Research (Cebr), in opdracht van workforce‑consultancy SThree. Ons land telt 11 bèta‑technische afgestudeerden per duizend werkenden en scoort daarmee boven het gemiddelde. Maar slechts 18,6 procent van de studenten kiest voor een technische opleiding, fors lager dan het Europese gemiddelde van 26,9 procent. Volgens de onderzoekers botst Nederland daarmee op een structureel risico: een sterke technologiesector en hoge R&D‑investeringen, maar een te lage instroom van nieuw talent. Dat kan de toekomstige groei remmen. De index plaatst Nederland daarom in een gematigd risicoprofiel. Blijvend investeren in talentontwikkeling en het aantrekken én behouden van technische professionals zijn volgens de onderzoekers noodzakelijk om frictie op de arbeidsmarkt te voorkomen. Zwolle–Meppel blauwdruk voor medisch dronenetwerk Een pilot met medische dronevluchten tussen de Isala-ziekenhuizen in Meppel en Zwolle wordt verlengd tot medio 2027. Het gaat om de eerste Nederlandse proef waarbij een jaar lang structureel medische goederen per drone zijn vervoerd tussen twee ziekenhuislocaties. In totaal zijn meer dan achthonderd vluchten uitgevoerd over een vaste route van 22 kilometer. Dat gebeurde met een gemiddelde vluchtduur van 14 minuten en een operationele inzetbaarheid van 92 tot 95 procent. De drones van ANWB vervoerden onder meer paracetamol, gekoelde medicatie en bloedmonsters. Daarbij is onderzocht hoe dronevervoer aansluit op ziekenhuisprocessen en of de kwaliteit van medische goederen behouden blijft. De vluchten vonden plaats in gedeeld luchtruim, wat waardevolle praktijkervaring opleverde voor veilige integratie in het Nederlandse luchtruim. Technisch draait de operatie op KPN Drone Connect, waarbij de drones via het 4G‑ en 5G‑netwerk realtime inzicht hebben in dekking en verbindingskwaliteit op dronehoogte. Het ministerie van IenW, ANWB, Isala, KPN en Luchtverkeersleiding Nederland gebruiken de resultaten als basis voor verdere ontwikkeling van een landelijk medisch dronenetwerk. Grote techbedrijven ontwikkelen vaker zelf ai-chips Grote aanbieders van clouddiensten zoals Amazon, Microsoft en Oracle proberen minder afhankelijk te worden van de dure ai-chips van Nvidia. Ze ontwikkelen steeds vaker zelf chips, schetst Jean-Paul van Oudheusden van beleggingsplatform Etoro in een marktcommentaar. Hij wijst op de opkomst van ai‑inference. Dat is het proces waarbij een al getraind ai-model nieuwe, onbekende data analyseert om voorspellingen, beslissingen of antwoorden te genereren. Het model leert hierbij niet meer bij, maar past de eerder geleerde patronen direct toe in de praktijk. Uit aangehaalde cijfers van onderzoeksinstituut Epoch AI blijkt dat Amazon inmiddels bijna de helft van zijn rekenkracht uit eigen chips haalt. Google gaat nog verder: het grootste deel van zijn ai‑capaciteit draait op zelf ontworpen chips. Microsoft, Meta, Oracle, CoreWeave en xAI leunen nog sterk op Nvidia‑hardware. Ai-inference groeit snel door de opkomst van ai‑agents, die zelfstandig meerdere stappen uitvoeren. Daardoor wordt de prijs per berekening belangrijker dan maximale flexibiliteit, wat kansen biedt voor gespecialiseerde zogenoemde asic‑chips (application-specific integrated circuit), vat Van Oudheusden samen. Flinke groei verkoop serverkasten De verkoop van serverkasten bij het Almelose DSIT lag in juni van dit jaar 47 procent hoger dan een jaar eerder. Dat blijkt uit een analyse van de verkoopcijfers van het bedrijf. De piek valt samen met de maand waarin de Europese Commissie voorstelde minder afhankelijk te worden van Amerikaanse clouddiensten. ‘De groei loopt al twee kwartalen op en komt vrijwel volledig van zakelijke kopers: bedrijven met een eigen serverruimte en it-dienstverleners die bij klanten installeren’, schrijft het bedrijf in een persbericht. In het eerste kwartaal van dit jaar lag de verkoop 12 procent hoger dan een jaar eerder. In het tweede kwartaal liep dat op tot 19 procent, met juni als uitschieter. Het zijn de twee sterkste kwartalen sinds het begin van de meting in januari 2023. Van de verkochte kasten gaat 95 procent naar zakelijke klanten.‘Serverkasten staan doorgaans in serverruimtes van bedrijven, instellingen en kantoren. Wie e-mail, bestanden of bedrijfssoftware in eigen beheer wil draaien in plaats van bij een Amerikaanse clouddienst, heeft daar fysiek plek voor nodig. Dat begint bij een kast. De verkoop ervan geldt daarmee als vroege indicator voor investeringen in eigen it-infrastructuur’, aldus het bedrijf. De bestellingen komen uit onder meer Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en Zwitserland.
Unit4 breidt klantenbestand in publieke sector uit
15 uur
Unit4 breidt zijn positie in de publieke sector uit met nieuwe klanten in Nederland, Engeland en Zweden. Volgens de leverancier van cloud-erp groeit de vraag naar saas-oplossingen doordat overheden onder druk staan om te digitaliseren, ai toe te passen en kosten te verlagen. In Nederland stapten de gemeenten Delft en Eindhoven over op Unit4 ERPx. Ook een organisatie die lokale overheden in Engeland en Wales vertegenwoordigd (Britse Local Government Association) en de Zweedse gemeente Södertälje behoren tot de nieuwe klanten. Unit4 noemt geen contractwaarden. Het softwarebedrijf, met het hoofdkantoor in Utrecht en locaties en kantoren in onder andere Dordrecht en Sliedrecht, breidt zijn erp-platform daarnaast uit met Data Hub en FIX. Data Hub maakt het eenvoudiger om gegevens uit ERPx te ontsluiten en te koppelen aan analysetools. FIX biedt financiële teams en budgethouders een centraal overzicht van operationele cijfers. Unit4 heeft bovendien Christoffer Crona aangesteld als topman Global Sales Public Sector. Ian Owen wordt Global Industry Director Public Sector.
Fortinet neemt Virtue AI over om snelgroeiende ai-beveiligingsmarkt
15 uur
Cybersecuritybedrijf Fortinet neemt Virtue AI over, een Amerikaanse ontwikkelaar van technologie voor de beveiliging van ai-modellen, applicaties en autonome ai-systemen. Met de overname wil Fortinet zijn Security for AI-strategie uitbreiden naar zogeheten agentic ai. De markt voor het beveiligen van ai-systemen groeit snel doordat organisaties vaker naar ai-applicaties en autonome agents grijpen. Daarmee ontstaat een nieuw aanvalsoppervlak dat verder gaat dan traditionele netwerken en endpoints. Ook prompts, modellen, agents, model context protocol-tools (waarmee ai-modellen en ai-agents op een gestandaardiseerde manier toegang krijgen tot externe gegevens en hulpmiddelen) en api-aanroepen moeten worden beveiligd. Volgens Gartner groeit de markt voor producten en diensten voor ai-beveiliging van 2,8 miljard dollar in 2026 naar 16,4 miljard dollar in 2030. Virtue AI, gevestigd in San Francisco, Californië, ontwikkelt onder meer technologie voor geautomatiseerde validatie en realtimebescherming. De software kan autonome agents testen op kwetsbaarheden, ai-tools en agents binnen organisaties in kaart brengen en verdachte tool-aanroepen blokkeren. Ook worden ai-systemen continu getest bij modelupdates. De technologie vormt een aanvulling op FortiAIGate, dat onder meer bescherming biedt tegen prompt injection (waarbij gepoogd wordt een ai-model instructies te laten uitvoeren die de oorspronkelijke opdracht omzeilen) datalekken en model poisoning (trainingsdata van een ai-model worden gemanipuleerd). Financiële details van de overname zijn niet bekendgemaakt.
Verkoop Solvinity vertraagt bouw nieuw inlogstelsel overheid niet
1 dag
De mogelijke verkoop van Solvinity aan Kyndryl heeft geen invloed op de ontwikkeling van het afsprakenstelsel en technische netwerk van de overheid voor het gebruik van verschillende erkende inlogmiddelen, zoals DigiD en eHerkenning. Het kabinet verwacht geen vertraging van het zogenoemde Stelsel Toegang als rechtstreeks gevolg van een mogelijke verkoop van ketenpartners aan buitenlandse partijen. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) antwoordt dit op vragen van de Eerste Kamer over de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo). Het Stelsel Toegang geeft invulling aan het wettelijke kader van die wet. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van autonomie en soevereiniteit kunnen volgens Aerdts aanleiding zijn om het stelsel verder aan te passen. Aerdts benadrukt dat het Stelsel Toegang geen statisch eindproduct is, maar voortdurend wordt doorontwikkeld. Het afsprakenstelsel, waaraan een technische infrastructuur is gekoppeld, is begin volgend jaar technisch beschikbaar. Vervolgens wordt het modulair en gefaseerd uitgebreid. Functionaliteiten die volgend jaar beschikbaar komen, hebben betrekking op wettelijke vertegenwoordiging en de open toelating van private inlogmiddelen voor publieke dienstverlening. Publieke dienstverleners kunnen volgend jaar starten met aansluiten op het stelsel. De voorbereidingen daarvoor zijn al begonnen. Buitenlandse handen De mogelijke verkoop van Solvinity geeft volgens het kabinet geen aanleiding tot extra beleid om te voorkomen dat it-diensten die de publieke dienstverlening raken in buitenlandse handen vallen. Het kabinet zet al in op het verminderen van ongewenste strategische afhankelijkheden en het vergroten van de technologische zelfredzaamheid. Aerdts wijst daarnaast op de beveiligingseisen die sinds begin dit jaar gelden voor bedrijven die overheidsopdrachten uitvoeren waarbij de nationale veiligheid in het geding kan zijn. Ook is er een Rijksbrede it-sourcingstrategie, waarmee het Rijk risico-gebaseerd en uniform kan besluiten over it-inkoop en leverancierskeuze. Verder wordt onderzocht of naast de huidige eisen uit de Wdo aanvullende eisen voor inlogmiddelen nodig zijn vanwege soevereiniteit. Het Stelsel Toegang moet ertoe leiden dat overheden in één keer kunnen aansluiten op alle beschikbare inlogmiddelen en machtigingsdiensten. Daarbij gelden de strenge eisen uit de Wdo, onder meer voor het verwerken van gevoelige gegevens in sectoren zoals de zorg.
Advies GTIA aan msp’s: bouw nu EU-soevereine stack naast je Amerikaanse tools
1 dag
Interview | Steven Tytgat (Benelux Executive Council) Managed service providers (msp’s) moeten naast hun klassieke Amerikaanse stack een EU-soevereine stack ontwikkelen. Daar ligt de groei in de komende jaren. Een succesvolle Europese msp heeft vanaf nu beide naast elkaar nodig. De Global Technology Industry Association (GTIA), de vendor-neutrale non-profitorganisatie die het wereldwijde it-kanaal vertegenwoordigt, ziet grote veranderingen op de EU-markt. Europese soevereiniteit biedt nieuwe kansen voor msp’s. Steven Tytgat, voorzitter Benelux Executive Council. Steven Tytgat, voorzitter van de Benelux Executive Council (regionale raad die de lokale it- en tech-community in Benelux aanstuurt en nauw samenwerkt met GTIA), roept msp’s op om snel te reageren op het snel veranderende technologische en geopolitieke landschap. ‘Zorg zo spoedig mogelijk voor een EU-stack’, zegt hij. ‘De markt is bijna gelijk aan de klassieke Amerikaanse stack.’ En, niet onbelangrijk, met een EU-stack zijn hogere marges te bereiken. ‘Want het vereist meer technische kennis van de msp.’ Tytgat, tevens ceo van het Vlaamse bedrijf Tyneso (serviceprovider en it-outsourcing), ziet dat de tijd dat we blindelings Amerikaanse technologie volgden voorbij is. De Europese Commissie wil krachtiger en directer ingrijpen in de it-structuren en de software-inkoop van EU-lidstaten, zo bleek afgelopen voorjaar. Brussel De kern van het EU Tech Souvereiniteit Pakket is dat de EU niet alleen diensten moet afnemen, maar actief de markt wil vormgeven. Anders gezegd: Brussel trekt de regie naar zich toe. De Commissie ambieert een leidende, vormgevende rol. Dit alles met het doel de EU technologisch minder afhankelijk te maken van Amerikaanse tech. Strategische afhankelijkheden met een hoog risico moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Tot de belangrijkste bestanddelen van het soevereiniteitspakket behoren de EU Chips Act 2.0 en de Cloud & AI Development Act (cAda). Hoewel de Europese plannen nog niet definitief zijn, zouden channelpartners nu al moeten nadenken over een data-sovereign-stack van Europese signatuur. msp’s die uitsluitend een ‘klassieke Amerikaanse stack’ bieden, lopen het risico straks de boot te missen. Tytgat onderstreept dat de nieuwe regels waarmee de Commissie onherroepelijk gaat komen, nieuwe kansen bieden. ‘En wie snel reageert, wint de opdrachten.’ De spreekbuis van GTIA beschouwt het EU-soevereiniteitspakket als een echte gamechanger. Het eerst zal dit te merken zijn bij de overheidsaanbestedingen, met name als het gaat om kritieke infrastructuur. Bedrijven in het mkb zullen volgen. Cada Bij de stapel beleid die de Commissie heeft voorgesteld, springt vooral de nieuwe Cloud & AI Development Act (Cada) eruit. Dit wetsvoorstel legt veel nadruk op Europese datacenters en cloud. Volgens Tytgat krijgen bestaande Europese leveranciers en cloudproviders hierdoor meer kansen. Cada stelt niet expliciet dat soevereine datacenters voorrang moeten krijgen, zo blijkt uit een analyse van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC). Het pakket omvat geen verplicht Europees inkoopbeleid. Wel komen er meerdere mechanismen waarmee deze datacenters feitelijk een voorkeurspositie krijgen bij vergunningen, toegang tot schaarse infrastructuur en ondersteuning bij vergunningverlening. Hoe breder de EU-stack wordt gebruikt, des te minder weerstand Bij publieke aanbestedingen voor clouddiensten of ai vereist de Commissie dat er toegevoegde waarde bestaat voor de EU. Ook Europese msp’s die zich op dit punt onderscheiden, kunnen hiervan profiteren. Tytgat ziet al initiatieven om hierop in te spelen: ‘msp’s overwegen ofwel hun eigen cloud te bouwen, ofwel samen te werken met EU-providers zoals Hetzner, Ionos en Scaleway. Voorheen keken ze simpelweg niet verder dan AWS en Azure.’ Opensource Een andere kans voor msp’s vloeit voort uit de wens van de EU om opensource in de gehele stack te integreren. Volgens Tytgat is het it-kanaal daar klaar voor. ‘De meeste msp’s werken actief met Linux. Ze kijken naar op Linux gebaseerde alternatieven zoals Proxmox voor VMware. Voorlopig blijft opensource op de achtergrond of in het datacenter. Aan de voorkant, in het contact met de consument, gebruiken we nog steeds Windows/OS X/365/Google Workspace. De overstap naar Linux voor de klant, met Office EU – Europa’s opensourceproductiviteitssuite – zal eerst op overheidsniveau plaatsvinden (bijvoorbeeld Sleeswijk-Holstein) en daarna bij het mkb.’ Tytgat verwacht dat het EU Tech Souvereiniteit Pakket over een jaar of vijf succesvol zal zijn. ‘Hoe breder de EU-stack wordt gebruikt, des te minder weerstand er zal zijn bij commerciële bedrijven om deze stack te adopteren. Dit zal uitgroeien tot een aanzienlijk deel van de markt. Als de overheid het onderwijs al vroeg kan aanpassen om de EU-standaarden te implementeren, zal de nieuwe beroepsbevolking eraan wennen en de overgang naar open source verder stimuleren.’ Voor de msp’s is afwachten terwijl de EU snel verandert geen optie. Want dan dreigt een verouderd aanbod. Kortom, nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Wie is eigenaar van cyberweerbaarheid?
1 dag
Mietta Groeneveld en Jeroen Gaiser tijdens Cybersec Netherlands 2026 Op donderdag 10 september verzorgen kolonel Mietta Groeneveld van het Nato Command & Control Centre of Excellence en Jeroen Gaiser, plaatsvervangend ciso van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, op Cybersec Netherlands 2026 een sessie met de titel ‘Between threat and reality: who owns cyber resilience today?’ Een vraag die actueler is dan ooit. Omdat geopolitieke spanningen hun weerslag vinden in het digitale domein, rijst de fundamentele kwestie wie eigenlijk verantwoordelijk is voor onze digitale weerbaarheid. Cybersecurity is allang geen onderwerp meer dat zich beperkt tot de it-afdeling. De afgelopen jaren maken duidelijk dat digitale aanvallen onderdeel zijn geworden van een bredere geopolitieke werkelijkheid. Staten zetten cyberoperaties in om economische druk uit te oefenen, maatschappelijke onrust te creëren of vitale processen te verstoren. Daarbij zijn niet alleen militaire doelwitten interessant. Juist de civiele infrastructuur is uitgegroeid tot een aantrekkelijk aangrijpingspunt. Alles digitaal verbonden Dat is niet verrassend. Vrijwel alles wat onze samenleving draaiende houdt, is tegenwoordig digitaal verbonden. Energievoorziening, drinkwater, transport, havens, telecom, gezondheidszorg en overheidsdiensten vormen samen het fundament van onze economie en maatschappij. Een verstoring van een schakel blijft zelden beperkt tot één organisatie. Door de onderlinge afhankelijkheden verspreiden de gevolgen zich razendsnel door de hele keten. Cyber resilience verschuift van een technisch begrip naar een strategische bestuursopgave Daarmee verandert ook de betekenis van cybersecurity. Waar organisaties jarenlang vooral investeren in het voorkomen van aanvallen, groeit het besef dat volledige bescherming simpelweg niet meer realistisch is. De vraag is niet langer of een organisatie wordt geraakt, maar hoe snel zij een aanval kan detecteren, de impact kan beperken en haar dienstverlening kan herstellen. Cyber resilience (digitale weerbaarheid) verschuift daarmee van een technisch begrip naar een strategische bestuursopgave. Operationeel domein Juist daar ontstaat een interessante spanning. Defensie kijkt al langer naar cyber als een operationeel domein waarin dreigingen continu aanwezig zijn. Niet elke aanval is zichtbaar, niet iedere tegenstander maakt zich bekend en niet elke verstoring is direct toe te schrijven aan een specifieke actor. In dat speelveld draait het niet uitsluitend om bescherming, maar vooral om veerkracht, samenwerking en het vermogen om onder alle omstandigheden operationeel te blijven. Voor organisaties die onderdeel uitmaken van de kritieke infrastructuur is die werkelijkheid inmiddels net zo herkenbaar. Zij opereren in een omgeving waarin it en operationele technologie (ot) met elkaar verweven raken, afhankelijkheden binnen internationale ketens toenemen en wet- en regelgeving hogere eisen stelt aan bestuurders. Tegelijkertijd blijven personeelstekorten, legacy-systemen en de voortdurende stroom aan nieuwe dreigingen dagelijkse uitdagingen. Cyberrisico’s Digitale risico’s hebben directe gevolgen voor bedrijfscontinuïteit, publieke dienstverlening en maatschappelijke stabiliteit. Bestuurders kunnen verantwoordelijkheid voor digitale weerbaarheid daarom niet uitsluitend beleggen bij de ciso of de it-afdeling. Net zoals financiële risico’s of fysieke veiligheid onderdeel zijn van goed bestuur, geldt dat inmiddels ook voor cyberrisico’s. Digitale weerbaarheid kan nooit uitsluitend individueel worden georganiseerd Er is nog een tweede vraag die minstens zo belangrijk is. Want zelfs wanneer organisaties hun eigen beveiliging op orde hebben, zijn zij afhankelijk van leveranciers, partners, overheden en andere partijen binnen de keten. Kritieke infrastructuur bestaat uit een netwerk van onderling verbonden organisaties. Digitale weerbaarheid kan daarom nooit uitsluitend individueel worden georganiseerd. Maatschappelijke continuïteit Samenwerking wordt daarmee een strategische noodzaak. Het delen van dreigingsinformatie, gezamenlijke oefeningen, uniforme standaarden en publiek-private samenwerking zijn geen vrijblijvende initiatieven meer, maar voorwaarden om maatschappelijke continuïteit te waarborgen. Dat vraagt om vertrouwen, transparantie en de bereidheid om over organisatiegrenzen heen te kijken. Tegelijkertijd blijkt dat juist in de praktijk vaak weerbarstig door uiteenlopende belangen, verantwoordelijkheden en volwassenheidsniveaus. De centrale vraag verschuift daardoor van ‘hoe beveiligen we onze organisatie?’ naar ‘hoe zorgen we ervoor dat de samenleving als geheel digitaal weerbaar blijft?’. Dat vraagt om een fundamenteel andere manier van denken over eigenaarschap. Cyber resilience is niet langer exclusief van de ciso, de cio of Defensie. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van bestuurders, overheid, bedrijfsleven en de organisaties die samen onze vitale infrastructuur vormen. Wie is eigenaar? Precies dat spanningsveld staat tijdens Cybersec Netherlands 2026 centraal tijdens de gezamenlijke sessie van Mietta Groeneveld en Jeroen Gaiser op 10 september om 13.05 uur. Vanuit hun verschillende verantwoordelijkheden laten zij zien hoe de strategische realiteit van geopolitieke dreigingen en de dagelijkse praktijk van de Nederlandse kritieke infrastructuur steeds dichter naar elkaar toe groeien. Niet om eenvoudige antwoorden te geven, maar om het gesprek te voeren over de vraag die iedere bestuurder zou moeten bezighouden: wie is eigenaar van cyber resilience wanneer alles met elkaar verbonden is? Bezoek Cybersec Netherlands 2026! Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratis
Ai-supercomputer Groningen boet aan rekenkracht in door oplopende kosten
1 dag
De nationale ai-fabriek in Groningen krijgt naar alle waarschijnlijkheid een minder krachtige ai-supercomputer dan anderhalf jaar geleden werd voorzien. Het beschikbare investeringsbudget van 64 miljoen euro staat onder druk door sterk gestegen prijzen van belangrijke componenten en leveringsproblemen. De supercomputer moet eind 2027 of begin 2028 operationeel zijn. Dat heeft gevolgen voor zowel de uiteindelijke omvang als de planning van de supercomputer. Alex Berg heeft vanuit Suef de supervisie over de aanbestedingen van de ai-supercomputer en het datacenter. Hoeveel gpu’s de supercomputer uiteindelijk precies krijgt, kan hij tijdens de lopende aanbesteding nog niet zeggen. Berg ziet dat de markt voor het type ai-hardware dat Groningen vereist, snel is veranderd. ‘Er zitten op dit moment heel veel onzekerheden in de markt, en daarmee ook in de kosten en planning’, aldus Berg. De explosieve groei van ai speelt daarin een grote rol. Grote techbedrijven investeren wereldwijd enorme bedragen in ai-infrastructuur. Daardoor is de vraag naar onder meer gpu’s, geheugen en opslag veel groter dan het beschikbare aanbod. Hoogten Sommige geheugenchips zijn in een jaar tijd vijf keer zo duur geworden, meldde Deloitte onlangs. De vraag vanuit ai-datacenters heeft de prijzen tot ongekende hoogten gestuwd. Nieuwe productiecapaciteit is pas tegen 2029/2030 te verwachten. Terwijl processors steeds sneller worden, heeft het traditionele computergeheugen zijn fysieke grenzen bereikt. Dit heeft ook effect op faciliteiten zoals die in Groningen, waar ai-modellen moeten worden getraind. De beoogde supercomputer dient krachtig genoeg te zijn om geavanceerde ai-modellen te trainen. Tegelijk moet de computer ook een ‘werkpaard’ worden: een machine die dagelijks gebruikt kan worden voor een veel breder scala aan ai-toepassingen en ontwikkelprojecten. Startups, scale-ups, onderzoekers, onderwijsinstellingen en publieke organisaties moeten daar terecht kunnen. Volgens Berg gaat het niet alleen om de hardware zelf. Het is minstens zo belangrijk hoe het systeem wordt ingericht, welke software erop staat en hoe goed de computer is beveiligd om met privacygevoelige gegevens te werken. Dit alles bepaalt wat gebruikers er straks daadwerkelijk mee kunnen. ‘We moeten niet alleen kijken naar hoe groot de computer is, maar vooral naar wat je ermee kunt doen,’ zegt Berg. Finale Naast de aanbesteding van de supercomputer loopt de aanbesteding voor het datacenter in de provincie Groningen. De besluitvorming rond het datacenter wordt de komende maand al verwacht. ‘Dat proces is inmiddels vergevorderd. De finale voorstellen van gegadigden zijn ontvangen en worden beoordeeld.’ Naast de prijs wegen ook de haalbaarheid van de planning, soevereiniteit, duurzaamheid en kwaliteit van de dienstverlening zwaar. Een contract voor het datacenter betekent overigens nog niet dat de ai-supercomputer er staat. De twee aanbestedingen zijn nauw met elkaar verbonden. Naar verwachting wordt de aanbesteding van de ai-supercomputer in januari 2027 afgerond. Als alles meezit, kan het systeem eind 2027 of begin 2028 operationeel zijn.
Kort: Vercel zet miljoen in op eigen ai-sandbox, Nederland tweede van Europa met export ai-goederen (en meer)
1 dag
In dit nieuwsoverzicht: 50.000 dollar voor wie Vercels ai-sandbox kraakt, Nederlandse chipmachines stuwen export ai-goederen naar tachtig miljard euro, Meta onder vuur om verslavende sociale media, Macaw vindt in Robbert de Ruijter nieuwe ceo, en digitaal zorgplatform Compaan in Finse handen. Vercel looft miljoen dollar uit voor kraken ai-sandbox Vercel daagt beveiligingsonderzoekers uit om zijn Sandbox voor ai-agents te kraken. Het Amerikaanse bedrijf stelt maximaal één miljoen dollar aan beloningen beschikbaar tijdens een twee weken durende challenge op het door hackers aangedreven beveiligingsplatform HackerOne. Per gevonden kwetsbaarheid kan de beloning oplopen tot een halve ton. Deelnemers kunnen proberen de sandbox te omzeilen, toegang te krijgen tot die van andere gebruikers of netwerkbeperkingen te doorbreken. Omdat ai-agents zelfstandig code kunnen uitvoeren, software installeren en programma’s genereren, is isolatie van mogelijk kwaadaardige code essentieel. De challenge test zowel de reken- als netwerkbeveiliging van Vercel Sandbox. Onderzoekers moeten hun bevindingen voorzien van een werkende proof of concept. Vercel gebruikt de ontdekte aanvalstechnieken vervolgens om de beveiliging verder aan te scherpen. De uitdaging loopt tot 1 september 2026. Nederland tweede Europese exporteur van ai-goederen Nederland is na Duitsland de grootste Europese exporteur van goederen die nodig zijn voor de ontwikkeling en toepassing van ai. Wereldwijd staat Nederland met ruim tachtig miljard euro aan export op de elfde plaats, blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Atradius. Vooral chipproductiemachines doen duit in het zakje. Nederland is dankzij ASML wereldwijd de grootste exporteur in deze productcategorie. De wereldwijde export van ai-gerelateerde goederen, waaronder processors, geheugenchips, servers en netwerkapparatuur, bedroeg in 2024 ruim 2,9 biljoen euro, drie keer zoveel als tien jaar eerder. Aziatische economieën zijn goed voor 65 procent van deze export. China, Hongkong, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea domineren de productie van halfgeleiders en ai-apparatuur. Volgens Atradius maakt deze concentratie Europa kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en verstoringen van toeleveringsketens. Juridische storm bedreigt verdienmodel Meta Het bedrijfsmodel van Meta staat onder druk nu het moederbedrijf van Facebook en Instagram de ene rechtszaak na de andere aan de broek krijgt. Volgens de Wall Street Journal wordt Meta geconfronteerd met duizenden juridische procedures.Tientallen staten, schooldistricten en individuele gebruikers van sociale media beweren dat Meta winstbejag stelt boven de mentale gezondheid van minderjarige gebruikers. Procureurs-generaals menen dat Meta diverse wetten ter bescherming van consumenten en ook jongeren overtreedt.Als meerdere zaken in nederlagen eindigen, zal het moeilijk worden op dezelfde manier greep op zijn publiek te houden. Dinsdag beschuldigden vier Amerikaanse staten Meta ervan zijn platforms voor minderjarigen bewust verslavend te maken. Meta wijst de claims af die gepaard gaan met astronomische financiële eisen. In New Mexico heeft een rechter Meta al bevolen een compensatiefonds van 567 miljard dollar op te richten. Macaw benoemt Robbert de Ruijter tot nieuwe topman Digitale dienstverlener Macaw heeft Robbert de Ruijter benoemd tot ceo. De Ruijter moet het bedrijf verder positioneren als strategische partner voor organisaties die ai en digitale transformatie willen vertalen naar concrete bedrijfswaarde. Robbert de Ruijter. De nieuwe topman brengt ervaring mee in it-dienstverlening, transformatie en private-equityomgevingen. Hij was onder meer ceo van Eshgro Group, portfolio director bij Your.World en coo van AFAS Software. Bij Macaw richt hij zich op verdere groei in Nederland en daarbuiten en op het versterken van de positie op het gebied van ai en digitale transformatie. De Ruijter vormt samen met cfo/coo Patrick Steenvoorden de directie. Macaw telt circa vierhonderd medewerkers in Nederland, Duitsland en Litouwen en is strategisch partner van Microsoft. Evondos neemt digitaal zorgplatform Compaan over Het Finse healthtechbedrijf Evondos neemt het Nederlandse digitale zorgplatform Compaan over. Met de overname willen beide bedrijven hun aanbod voor thuiszorg en geriatrische revalidatiezorg versterken. Compaan biedt onder meer beeldzorg, zorg op afstand en digitale werkprocessen via een gebruiksvriendelijke tabletoplossing. Het platform wordt gebruikt door ruim tienduizend cliënten bij meer dan 150 thuiszorgorganisaties en 45 revalidatieorganisaties. Wekelijks faciliteert Compaan circa 33.000 virtuele zorgmomenten. Evondos is actief met geautomatiseerde medicatie-uitgifte en ondersteunt meer dan veertigduizend patiënten in Europa bij zelfstandig wonen. Volgens Evondos-ceo Frans Cromme vullen de oplossingen elkaar aan en ontstaat een breder platform voor efficiëntere en cliëntgerichte zorg. Er zijn geen plannen voor personeelsreducties. Voor bestaande klanten en partners verandert er voorlopig niets.
Helft NIS2-organisaties mist deadline: D66 uit zorgen
1 dag
D66 vindt het zorgelijk dat ruim de helft van de organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, zich nog niet heeft geregistreerd. De registratieplicht geldt sinds 15 augustus. Veel bedrijven en instellingen misten de eerste deadline bleek uit navraag van Computable. Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini, die bij D66 de portefeuille Digitale Zaken beheert, vraagt zich af waarom veel organisaties zich nog niet hebben geregistreerd. Organisaties die essentiële of kritieke diensten verlenen, moeten zich aanmelden bij het Nationaal Cybersecurity Centrum (NCSC). Waarom dat onvoldoende gebeurt, is nog onduidelijk.De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitvoering van de Europese NIS2-richtlijn. El Boujdaini constateert dat over NIS2 jarenlang uitvoerig is gesproken. De komst van wet- en regelgeving die organisaties met kritieke diensten verplicht om hun beveiliging goed in te richten, kan voor niemand een echte verrassing zijn. ‘Het is nu echt tijd om actief met effectieve implementatie bezig te zijn, te meer daar er nog heel veel digitale technologie in aantocht is die actief beveiligingsbeleid urgent maakt.’BewustwordingscampagneSarah noemt ai en quantumcomputing als voorbeelden; allemaal zaken die veel voorbereiding vereisen. ‘De Cyberbeveiligingswet gaat ons daarbij helpen,’ zegt het D66-kamerlid dat eerder bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) als ambtenaar de CIO en CDO adviseerde. Ze weet uit ervaring bij I en W dat het soms lang kan duren voordat bedrijven zich van bepaalde nieuwe regelgeving bewust zijn. Voor de vrachtwagenheffing bijvoorbeeld, moet elke vrachtwagen een werkend tolkastje aan boord hebben. Een bewustwordingscampagne was nodig om eigenaren van vrachtwagens te bewegen met zo’n kastje de weg op te gaan. El Boujdaini vreest dat het met de implementatie van de Cyberbeveiligingswet niet anders is. ‘Naast het creëren van meer bewustzijn ligt op de overheid de taak om hulp en ondersteuning te bieden.’ Het Nationaal Cybersecurity Centrum doet dat overigens ook bij organisaties die zich registreren en aangeven hulp nodig te hebben. Mocht straks blijken dat de overheid niet genoeg heeft gedaan om de duizenden bedrijven die onder deze wet vallen actief te informeren en te waarschuwen dan zijn volgens haar extra maatregelen nodig. Ze gaat er vooralsnog niet van uit dat het niet voldoen aan de Cyberbeveiligingswet een kwestie van onwil is of dat de wet te complex is dan wel onduidelijk is geformuleerd.Het D66-kamerlid ziet ook een parallel met de privacywetgeving AVG die regels oplegt aan organisaties die persoonsgegevens verwerken. ‘Sommige bedrijven blijken hulp nodig te hebben om alles goed in te regelen. Met name de beveiliging moet op orde zijn.’ DatalekkenCyberbeveiliging krijgt in de Tweede Kamer veel aandacht. De datalekken bij Basic Fit, Booking.com, Odido, bevolkingsonderzoek borstkanker en nu ook CEVA Logistics duperen grote aantallen burgers. El Boujdaini bereidt momenteel een initiatiefnota voor om meer te doen aan de preventieve kant. Ze licht toe: ‘Na ieder nieuw datalek voeren we steeds hetzelfde gesprek: hoe heeft dit kunnen gebeuren, welke gegevens zijn gelekt en hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt? Het zijn belangrijke vragen, maar ze komen pas nadat de schade al is aangericht. Als we echt vooruit willen, vraagt dat om meer dan het voorkomen van het volgende datalek. Het vraagt om een ander systeem, een steviger slot op persoonsgegevens waarvan iedereen de sleutel zelf in handen heeft. Vandaag de dag laten we onze gegevens immers nog overal achter, bijvoorbeeld voor een sportabonnement of bij de telecomprovider. Hiermee geven we die sleutel nog te vaak uit handen aan organisaties die grote hoeveelheden persoonsgegevens opslaan. De vraag is daarom hoe we ervoor zorgen dat mensen in het digitale tijdperk baas blijven over hun eigen gegevens.’Initiatiefnota voor dataminimalisatieDe initiatiefnota wil het systeem veranderen door te werken aan dataminimalisatie: gegevens meer bij personen houden en die niet overal verspreiden. Volgens El Boujdaini biedt de digitale wallet kans meer gegevens bij jezelf te houden. Verificatiemethoden vragen niet altijd om een grote detaillering. Soms is het niet nodig precies te weten hoe oud iemand is. Volstaan kan worden met het gegeven dat een persoon ouder is dan 18 jaar. ‘De Europese verordening voor elektronische identificatie en vertrouwensdiensten (eIDAS) zal de komst van digitale ID- en business-wallets kunnen versnellen,’ aldus Sarah. Qua digitale weerbaarheid moet er in Nederland nog veel gebeuren. El Boujdaini constateert dat Nederland op de National Cyber Security Index (NCSI) is gedaald van de 20ste naar de 36ste plek. Afgelopen juni nam de Tweede Kamer unaniem haar motie aan die de regering verzoekt dit jaar nog een plan van aanpak te sturen ter verbetering van de cyberweerbaarheid van Nederland.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Omstreden EU-datawet van kracht voor ict-sector
1 dag
Digitale dienstverleners moeten verplicht data afstaan als een rechter uit een Europese lidstaat hen daartoe verzoekt. Dat staat in de omstreden Europese eEvidence‑verordening die op 18 augustus in werking is gegaan. Hoewel de database voor de registratie van dergelijke verzoeken nog niet klaar is, moeten bedrijven al wel aan de wet voldoen, waarschuwt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Critici wijzen al langer op privacyrisico’s, disproportionele bevoegdheden en onrealistische deadlines. De eEvidence-verordening geldt voor aanbieders van internet- en communicatiediensten, cloud- en opslagproviders, online platforms en marktplaatsen en organisaties die domeinnamen of ip-diensten beheren. De wet moet grensoverschrijdende opsporing versnellen door het delen van data, zoals e-mailgegevens, contactinformatie, ip-adressen en communicatiegegevens. Het doel is om deze verzoeken beter op elkaar af te stemmen tussen EU-landen en het proces eenvoudiger te maken voor alle betrokken partijen. De impact is aanzienlijk. Organisaties moeten hun systemen zo inrichten dat zij Europese verstrekkings- en bewaringsbevelen binnen vastgestelde termijnen kunnen verwerken, inclusief het veilig bewaren van data wanneer een bewaringsbevel wordt afgegeven. Voor een verstrekkingsbevel geldt standaard een termijn van tien dagen. In bepaalde spoedgevallen kan een dienstverlener verplicht worden om binnen acht uur te reageren. Ook moeten zij zich registreren in de nieuwe Court Database (CDB), zodat autoriteiten hen snel kunnen vinden. In Nederland kan die registratie naar verwachting pas vanaf begin 2027 worden afgerond, omdat de ACM nog geen bevoegdheid heeft om toezicht te houden op de registratieplicht. De verplichtingen uit de Europese verordening gelden vanaf gisteren 2026. Nederlandse dienstverleners kunnen daardoor al te maken krijgen met verzoeken uit andere EU-landen. Forse kritiek Hoewel de eEvidence-verordening bedoeld is om grensoverschrijdende opsporing te versnellen, klinkt stevige kritiek vanuit privacy-experts, advocaten, dienstverleners en belangenorganisaties. Zo wijzen critici erop dat justitiële autoriteiten in één EU-land rechtstreeks data kunnen opvragen bij providers in een ander land. Daarbij is niet in alle gevallen voorafgaande toetsing door de autoriteiten van het land waar de provider gevestigd is vereist. Dat kan ertoe leiden dat gegevens worden gedeeld voor feiten die in het land van de provider niet strafbaar zijn, zoals bepaalde uitingen online. Ook wijzen critici op de korte reactietermijnen: tien dagen standaard en acht uur bij spoed. Volgens privacyorganisaties en cloudproviders zijn deze deadlines ‘agressief’ en in de praktijk moeilijk haalbaar, zeker wanneer het gaat om complexe dataverzoeken of grote hoeveelheden communicatiegegevens. Rechtsbescherming Ook zijn er zorgen over fundamentele rechten. Gebruikers worden niet vooraf geïnformeerd dat hun data naar een ander EU-land worden gestuurd, wat volgens critici de transparantie en rechtsbescherming ondermijnt. Bovendien kan de autoriteit in het land waar de provider gevestigd is in bepaalde gevallen bezwaar maken tegen een bevel, terwijl de gegevens in spoedsituaties al kunnen zijn overgedragen. Dat is een constructie die volgens juristen kan leiden tot misbruik of onterechte dataverzameling. Internationale juristen wijzen verder op mogelijke conflicten met niet-EU-wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act en Electronic Communications Privacy Act (ECPA). Omdat de EU-VS-overeenkomst hierover nog steeds niet is afgerond, kunnen providers klem komen te zitten tussen tegenstrijdige wettelijke verplichtingen.
GTIA vergroot aandacht voor leden in Benelux
1 dag
De Global Technology Industry Association (GTIA) zet extra in op verantwoorde ai met opleidingen, standaarden en zelfregulering. Tegelijk breidt de wereldwijde branchevereniging van het it-channel haar activiteiten in de Benelux verder uit met nieuwe community- en kennisinitiatieven voor leden. Dat kondigde GTIA aan tijdens ChannelCon 2026, dat begin deze maand plaatsvond in het Amerikaanse San Diego. Zo lanceert de organisatie een mentorprogramma voor leden in de regio en worden nieuwe chapters opgezet in Nederland en België. De organisatie wil it-dienstverleners wereldwijd ondersteunen bij de verdere adoptie van ai. De initiatieven richten zich op ai-vaardigheden, standaarden en governance voor de snelgroeiende markt van ai-diensten wereldwijd. ‘Ook in het tijdperk van ai blijven vertrouwen, standaarden en een sterke community de basis voor succes’, zegt Dan Wensley, ceo van GTIA. ‘It-dienstverleners spelen een cruciale rol bij het helpen van organisaties om nieuwe technologieën veilig en verantwoord toe te passen. Daarom investeren we in kennisontwikkeling, samenwerking en governance.’ Tempo Om leden te ondersteunen bij die ontwikkeling heeft GTIA een samenwerking gesloten met CompTIA, de organisatie die uit GTIA is voortgekomen. Hierdoor krijgen leden toegang tot de AI Essentials Library, een online-leeromgeving met trainingen voor technische, commerciële en leidinggevende professionals. De trainingen zijn op eigen tempo te volgen en leiden tot erkende competentiecertificaten. Verder begint GTIA samen met het Global Cyber Research Institute (GCRI) het Consortium for Responsible IT Services (CRITS). Doel is een raamwerk voor zelfregulering binnen de it-sector te ontwikkelen en organisaties te ondersteunen bij verantwoord ondernemerschap in een snel veranderend technologisch landschap. Een tweede initiatief is de Managed Intelligence Alliance, die zich richt op beheerde ai-diensten. De alliantie gaat werken aan standaarden, open specificaties, accreditatieprogramma’s en onderzoek om verdere professionalisering van deze snelgroeiende markt mogelijk te maken. Vrijwel alle it-dienstverleners in de Benelux zetten inmiddels ai in, maar slechts een kleine groep weet die technologie structureel te vertalen naar groei en nieuwe verdienmodellen. Dat bleek onlangs uit de studie ‘State of the Channel 2026‘ van GTIA.
Kernplatforms als rem op innovatie: waarom cio’s opnieuw moeten kiezen
2 dagen
Eén systeem dat e-commerce, data en transacties direct kon meeschalen met de ambities van de organisatie. Dat was ooit de belofte die veel cio’s verleidde flink te investeren in een kernplatform. Stukje bij beetje veranderde dat platform echter in een lastig te upgraden en onderhouden systeem dat steeds vaker de bottleneck vormt voor organisaties die snel willen inspringen op de mogelijkheden van nieuwe (AI-)technologie. Hoe ga je daar als cio mee om? De Britse theoretisch natuurkundige Stephen Hawking zei ooit: ‘Intelligence is the ability to adapt to change’. Bij de keuze van een nieuw digitaal platform sorteer je voor op de speelruimte en snelheid waarmee jouw organisatie in de toekomst kan inspringen op nieuwe klantbehoeften en de mogelijkheden van nieuwe technologie. Ooit was dat een belangrijke reden om te kiezen voor een slagvaardig kernplatform dat al jouw wensen en behoeften direct kon ondersteunen en schalen. Helaas nam de flexibiliteit van dat platform gaandeweg steeds verder af en kwam er telkens iets anders bij: een nieuw kanaal, een uitzondering, een integratie, een stuk maatwerk. Stuk voor stuk waren die aanpassingen verdedigbaar. Bij elkaar leverden ze een landschap op dat steeds moeilijker te veranderen werd. Nu, in een tijd waarin ai vraagt om snelheid, toegankelijke data en modulaire architectuur, dringt de vraag zich op of dit fundament de organisatie nog vooruithelpt — of juist vasthoudt. In gesprekken met cio’s en cto’s ontstaat dan ook een nieuw vraagstuk: niet hoe je verder optimaliseert, maar of het huidige platform nog past bij de toekomst van de organisatie. Als complexiteit sneller groeit dan de business De patronen ontstaan geleidelijk, maar de signalen zijn duidelijk. Organisaties zien hun operationele kosten oplopen, terwijl teams groeien om relatief standaardfunctionaliteit in stand te houden. Tegelijkertijd duren zelfs kleine wijzigingen steeds langer en ontstaat er een afhankelijkheid van een beperkt aantal experts. Wat begon als maatwerk om flexibiliteit te creëren, is uitgegroeid tot een landschap waarin elke verandering complex en kostbaar is. De onderliggende dynamiek is ongewenst: systemen die ooit zijn ontworpen om te schalen, schalen steeds vaker vooral complexiteit. Ai legt de zwakke plekken bloot Waar deze problematiek eerder vooral impact had op kosten en snelheid, speelt nu een extra factor: ai. Veel organisaties ontdekken dat hun platform niet alleen traag is, maar ook onvoldoende voorbereid op ai-toepassingen. Data is versnipperd, van wisselende kwaliteit, niet realtime beschikbaar of moeilijk toegankelijk. Integratie van ai-modellen of agentic systemen vraagt daardoor disproportioneel veel inspanning. De implicatie is direct: organisaties met een inflexibel platform lopen achter in hun vermogen om ai effectief toe te passen. De kernvraag voor cio’s Daarmee verschuift de discussie naar een fundamenteler niveau. Ondersteunt het platform de ambities van de organisatie, of beperkt het deze juist? Het antwoord bepaalt of optimalisatie nog zinvol is, of dat structurele verandering noodzakelijk is. Van optimaliseren naar herontwerpen Organisaties die deze vraag serieus beantwoorden, doorlopen doorgaans drie stappen: inzicht, keuze en uitvoering. Inzicht: waar zit het echte probleem? Een effectieve analyse kijkt niet alleen naar technologie, maar ook naar data en organisatie. Het gaat om de verhouding tussen kosten en waarde, de snelheid van delivery en de mate waarin de organisatie afhankelijk is van specifieke kennis. Tegelijk wordt steeds duidelijker dat de vraag naar datakwaliteit en geschiktheid voor realtimegebruik en ai-toepassingen een doorslaggevende factor is. Keuze: welke route past bij de toekomst? Op basis van deze analyse ontstaan doorgaans drie richtingen. Organisaties kunnen ervoor kiezen om te vereenvoudigen door complexiteit terug te brengen en te standaardiseren. Een andere optie is replatformen, waarbij wordt gemigreerd naar een moderner technologisch fundament. In meer ingrijpende situaties kiezen organisaties ervoor om hun platform volledig te herbouwen als een nieuw, modulair geheel. In de praktijk blijkt dat organisaties die expliciet sturen op modulaire architecturen en standaardcomponenten beter in staat zijn om snelheid en schaalbaarheid terug te brengen. Zeker in combinatie met data en ai-gedreven toepassingen biedt deze aanpak meer controle. Uitvoering: vernieuwen zonder stilstand De grootste uitdaging ligt in de uitvoering. Hoe vernieuw je een platform zonder de business te verstoren? In de praktijk maken organisaties gebruik van een aantal bewezen aanpakken. Onderdelen worden gefaseerd vervangen volgens het zogenoemde strangler pattern, terwijl nieuwe functionaliteit parallel wordt opgebouwd naast het bestaande platform. Tegelijk zorgen api’s voor een duidelijke scheiding tussen oud en nieuw, waardoor migraties gecontroleerd kunnen plaatsvinden. Deze aanpak maakt het mogelijk om continu door te ontwikkelen terwijl het fundament wordt vernieuwd. Tegelijk ontstaat een architectuur waarin nieuwe functionaliteit, zoals ai, sneller en eenvoudiger kan worden geïntegreerd. Begin waar de impact zit Succesvolle organisaties kiezen zelden voor een allesomvattende aanpak. Ze starten gericht op plekken waar de impact het grootst is. Dat zijn vaak onderdelen met hoge kosten of beperkte flexibiliteit, maar ook domeinen waar innovatie wordt geblokkeerd of waar ai direct waarde kan toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan personalisatie in digitale kanalen, verbeterde zoekfunctionaliteit of het automatiseren van klantinteracties. Door hier te beginnen ontstaan snel zichtbare resultaten, wat helpt om draagvlak binnen de organisatie op te bouwen. Technologie én organisatie moeten veranderen Een terugkerend inzicht is dat platformproblemen zelden puur technisch zijn. Ook de manier waarop organisaties werken speelt een belangrijke rol. Besluitvorming verloopt vaak via complexe afhankelijkheden, cruciale kennis zit bij een klein aantal individuen en er gaat veel tijd naar afstemming in plaats van uitvoering. Daarom vraagt platformvernieuwing ook om organisatorische verandering. Het gaat om duidelijk eigenaarschap van systemen en data, teams die end-to-end verantwoordelijk zijn en een werkwijze waarin de afhankelijkheid van individuele experts wordt verminderd. Zonder deze veranderingen blijft complexiteit bestaan, ongeacht de gekozen technologie. Van platform naar fundament voor ai De organisaties die vooroplopen, behandelen platformvernieuwing niet als een it-project, maar als een strategische heroriëntatie. Het doel is niet alleen een stabieler systeem, maar een fundament dat data centraal stelt, modulair is opgebouwd en snel nieuwe capabilities kan ondersteunen. Dit maakt het mogelijk om ai-toepassingen, inclusief meer geavanceerde en agentic systemen, daadwerkelijk op schaal in te zetten. Dit vraagt om andere ontwerpkeuzes dan in het verleden, met minder maatwerk en meer gebruik van standaard- en managed services. Conclusie: geen optimalisatievraag, maar een keuzevraag Voor veel cio’s is de conclusie helder. Het vraagstuk rondom kernplatforms is geen pure optimalisatievraag meer, maar een keuzevraag. Blijf je investeren in een complex fundament, of kies je voor een gerichte heroriëntatie? Organisaties die de impact van toenemende complexiteit op hun slagvaardigheid erkennen, kunnen hierop inspelen door hun kernplatforms opnieuw vorm te geven. Daarmee creëren ze de basis om sneller te bewegen, beter in te spelen op verandering en ai daadwerkelijk toe te passen.
Kort: Exchange-update opnieuw uitgesteld, miljoen voor controle op ai-agents (en meer)
2 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft stelt grote Exchange-update opnieuw uit, Bossche startup krijgt een miljoen voor extra beveiligingslaag ai-agents, piek in phishing en id-misbruik in zorg, Google start ai-proef in luchtvaart, en Unit4 meldt groei in publieke sector.Microsoft stelt Exchange‑update opnieuw uit door aiMicrosoft kan nog niet zeggen wanneer de eerste grote pakket-update, ofwel cumulative update, voor Microsoft Exchange plaatsvindt. Klanten moeten dus langer wachten op de samenvoeging van bugfixes, beveiligingsupdates en probleemoplossingen, meldt The Register. Volgens het Exchange‑team van Microsoft leidt een stortvloed aan kwetsbaarheden die door interne ai‑tools worden gevonden tot zoveel extra werk dat er simpelweg geen release‑moment te noemen is. Het gaat om taken zoals het valideren, reproduceren, fixen van de software en regressietests. Eerder werd de eerste helft van 2026 genoemd als termijn, later werd deze verschoven naar de tweede helft van het jaar. De maandelijkse security‑payload wordt wel in de interne build (vroege, niet-gepubliceerde versie voor testers) verwerkt, maar een definitieve datum voor de update ontbreekt dus.1 miljoen voor beveiliginglaag ai‑agentsKyvvu, een spin‑off van opleider Jheronimus Academy of Data Science in Den Bosch, heeft een investering van ruim een miljoen euro binnengehaald. Met dat geld wordt een extra beveiligingslaag gebouwd voor ai‑agents die zelfstandig acties uitvoeren binnen bedrijfsnetwerken. De jonge onderneming richt zich op het afvangen van risicovol gedrag van autonome agents, zoals ongeautoriseerde systeemaanpassingen of het uitlezen van gevoelige data. Nu organisaties experimenteren met agentic-ai‑modellen die zonder menselijke tussenkomst code kunnen schrijven, systemen doorzoeken en workflows aanpassen, wordt de noodzaak voor de controle van ai-agents bij bijvoorbeeld banken, verzekeraars en zorginstellingen snel groter, stelt het bedrijf. De financiering (pre-seedronde) komt van Volta Ventures en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) en moet de technologie versneld productierijp maken.Piek in phishing en id-misbruik binnen zorg, overheid en industriePhishing en misbruik van authenticatie bereiken worden volop ingezet door cyberbendes. Dat melden beveiligingsonderzoekers van Cisco Talos in een analyse van het tweede kwartaal van 2026. Daarin was phishing goed voor de helft van alle onderzochte incidenten, terwijl identiteitsmisbruik opliep tot 65 procent. Cybercriminelen zetten daarbij steeds vaker legitieme remote‑supporttools zoals MeshAgent en Zoho Assist in om langdurig onder de radar te blijven. Dat gebeurt vooral bij ransomware-aanvallen.De zorgsector werd opnieuw het hardst getroffen, gevolgd door overheid en maakindustrie. Criminelen omzeilen multi-factorauthenticatie en zetten qr‑phishing in. De beveiligingsonderzoekers adviseren bedrijven en organisaties om versneld over te stappen op phishing‑bestendige authenticatie, langere logretentie en strikte patchprocessen.Google start ai-proef om klimaateffect luchtvaart te verlagenGoogle Groot-Brittannië start samen met de Britse overheid en luchtvaartpartners het project Operation Blue Skies. Volgens het bedrijf gaat het om ’s werelds eerste grootschalige proef om met ai vliegroutes over de Atlantische Oceaan aan te passen om de vorming van opwarmende condensstrepen te voorkomen. Die witte strepen zijn volgens de betrokkenen verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de klimaatimpact (opwarming) door de luchtvaart. Met ai‑modellen, satellietdata en nieuwe meteorologische voorspellingen worden vluchten licht omgeleid om zones te mijden waar die strepen kunnen ontstaan. Het gaat om een proef van dertig maanden en zo’n tienduizend vluchten per jaar. Google draagt ongeveer 1,6 miljoen euro bij en levert rekenkracht.Unit4 meldt flinke groei in publieke sectorBedrijfssoftwareleverancier Unit4 meldt dat het bedrijf de vraag naar saas-oplossingen in de publieke sector flink ziet toenemen. In een persbericht schrijft het bedrijf dat de gemeenten Delft en Eindhoven zijn overgestapt op Unit4 ERPx.  In de afgelopen zes maanden tekende het ook de nationale koepelorganisatie voor lokale overheden in Engeland (Local Government Association), de grootste werkgever in de regio Yorkshire (East Riding of Yorkshire Council) en de Zweedse gemeente Södertälje als klant op.Om de groei binnen de publieke sector in goede banen te leiden, zijn nieuwe managers benoemd. Christoffer Crona wordt svp global sales public sector en Ian Owen treedt aan als global industry director. Zij moeten organisaties begeleiden bij hun transformatieplannen en de inzet van ai.
AP waarschuwt: Bereid je nu al voor op verplichte ai-test
2 dagen
Bepaalde organisaties moeten zich nu al voorbereiden op de verplichte test die vanaf december 2027 geldt voordat ze ai-systemen met een hoog risico gaan gebruiken.  Hoewel deze deadline veraf lijkt, maant de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) alvast te gaan oefenen met een zogenoemde grondrechten-effectbeoordeling (of FRIA). Dat is een test die uitwijst of het gebruikte ai-systeem de rechten en de privacy van mensen kan beschadigen. Door alvast ervaring op te doen, ontstaat beter inzicht in de ai-systemen die worden gebruikt en kunnen betrokkenen zich tijdig voorbereiden op de nieuwe verplichtingen. De privacywaakhond richt zich met haar oproep tot overheden of bedrijven die publieke diensten leveren. Ze zijn straks tot zo’n test verplicht als een ai-systeem met een hoog risico in gebruik is, dan wel sprake is van een beoordelingssysteem voor financiële risico’s van mensen. Behalve overheden gaat het ook bedrijven aan in bijvoorbeeld het openbaar vervoer of de zorg.  Grondrechten Doel is burgers te beschermen tegen de risico’s van ai waar de grondrechten van mensen in het geding zijn. Zoals het recht op gelijke behandeling, het recht op privacy en het recht op toegang tot essentiële voorzieningen (zoals energie, gezondheidszorg en huisvesting). Steeds vaker nemen ai-systemen beslissingen die direct gevolgen hebben voor mensen. Bijvoorbeeld of zij een uitkering of verzekering krijgen, toegelaten worden tot een opleiding of uitgenodigd worden voor een sollicitatiegesprek. Terwijl een ai-systeem ook fouten kan maken of mensen ongelijk kan behandelen. Daarom gelden er vanaf december 2027 strenge regels voor ai. Fundamental rights impact assessment Een van die nieuwe regels uit de Europese AI-verordening is dat onder meer overheidsorganisaties die bepaalde ai-systemen met hoge risico’s willen gaan gebruiken, eerst goed moeten kijken wat de gevolgen kunnen zijn voor mensen. En wat zij daartegen kunnen doen. Vervolgens moeten zij hierover een rapportage aanleveren bij de toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Zo’n beoordeling heet een ‘fundamental rights impact assessment’ (FRIA). Dit is een aanvulling op de DPIA (‘data protection impact assessment’).  De AP helpt met uitleg hierover. Bovendien start de AP een pilot. Deelnemers kunnen zo praktijkervaring opdoen met het Europese template voor de FRIA-rapportage. De AP geeft ook feedback op de aanpak. Aanmelden kan tot en met 21 september aanstaande. De AP is beoogd toezichthouder op het merendeel van de hoogrisico-ai-systemen die onder de ai-verordening vallen.
Logistiek dienstverlener CEVA worstelt nog steeds met gevolgen datalek
2 dagen
De online kledingwinkel About You voegt zich in de rij van webshops die dupe zijn geworden van het datalek bij CEVA Logistics. Op grote schaal zijn tussen 29 juli en 1 augustus verzendgegevens ontvreemd bij deze logistieke reus die in 170 landen actief is en meer dan 170.000 medewerkers telt. De Duitse modewebshop About You, die deel uitmaakt van Zalando, heeft bepaalde activiteiten uit het getroffen distributiecentrum verplaatst naar andere locaties. Bol.com, Bijenkorf, voetbalclub Ajax, ING, Ace & Tate en Steam behoorden tot het dozijn bedrijven die eerder hun klanten waarschuwden voor het datalek. Een aantal van hen kampt met leveringsproblemen of haalde een streep door bestellingen.Opvallend is hoe lang het onderzoek naar de oorzaak van het cyberincident duurt. Onder meer wordt gekeken of CEVA zijn beveiliging op orde had. Begin november 2025 kreeg CEVA ook een aanval te verduren waarbij data in verkeerde handen zijn beland. Hackers beweerden toen over de complete database van CEVA te beschikken. Het gaat nu om meerdere distributiecentra die CEVA voor Europese klanten beheert. Cybercriminelen bleken toegang te hebben gekregen tot systemen en gegevens van CEVA als warehousing partner. Data van klanten die vanuit een beheerd distributiecentrum worden verwerkt voor bestellingen en de bezorging, zijn daarbij mogelijk bekeken of gekopieerd. Zeker acht, veelal zeer omvangrijke, magazijnen zijn getroffen. CEVA geeft nauwelijks informatie over de omvang en oorzaak van het incident waarvan de gevolgen al meer dan twee weken merkbaar zijn. Vragen hierover staan nog open. Bol heeft op 1 augustus uit voorzorg de gegevensuitwisseling met CEVA direct stopgezet. Deze wordt pas hervat wanneer is vastgesteld dat dit veilig kan gebeuren. Ook is melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Ceva noemt zichzelf een groep vernieuwers, samenwerkers en probleemoplossers. Veel it-systemen zijn zelf ontwikkeld.Meer te weten komen over crisismanagement bij cyberaanvallen? Kom naar Cybersec Netherlands (9+10 september, Jaarbeurs Utrecht)!👉🏼 Registreer nu gratis …
De Overstap 9: Nextcloud op het strand
3 dagen
In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar soevereine zakelijke oplossingen. In deel 9: je kunt ook zonder Android-toestel of iPhone op reis, om adoptie van soevereine oplossingen te stimuleren moet de leercurve omlaag en tips voor o.a. een Duitse personal knowlegde management app. Deze zomer was het zover. Voor het eerst ging ik op vakantie met een techomgeving die vrijwel geheel is gebaseerd op open source en alternatieven voor Big Tech. Geen Windows-laptop, geen MacBook, geen iPhone of standaard Android-telefoon en zo min mogelijk afhankelijkheid van Google-diensten. Hoe dat beviel? Uiteindelijk uitstekend. Het interessante woord in die zin is alleen wel: ‘uiteindelijk’. Even de technische inventarisatie. Mijn laptop is een Slimbook Evo met Linux Mint. De toepassingen die ik daarop gebruik zijn open source. Mijn telefoon is inmiddels een Fairphone 6 met Murena’s /e/OS. Daar probeer ik het aantal geïnstalleerde apps beperkt te houden. Waar het kan gebruik ik een webapp. Waar dat niet praktisch is, installeer ik gewoon een app. En daarmee vertrokken we richting de Zuid-Franse kust. Stoppen voor koffie en tech support We rijden elektrisch, met een Volvo die in de praktijk een bereik heeft van maximaal zo’n 400 kilometer. Dat betekende dus regelmatig stoppen om te laden. Onderweg kwamen we kennissen tegen die met hun Skoda-stationwagen ruim 800 kilometer op een tank benzine konden rijden. Dat schiet uiteraard aanzienlijk sneller op. Toch heeft elektrisch rijden op zo’n lange reis ook een grappig voordeel: het dwingt je om rustiger te reizen. Het bekende advies om na ongeveer twee uur rijden even een kwartiertje te stoppen, wordt door veel automobilisten vooral beschouwd als iets dat voor andere mensen bedoeld is. Met een elektrische auto heb je weinig keuze. De accu bepaalt regelmatig dat het tijd is voor koffie. Dit keer bleek zo’n laadstop nog om een andere reden bijzonder nuttig. Tijdens het rijden viel mij aanvankelijk niets op. Mijn telefoon lag ergens in een vakje naast me en notificaties mis je dan gemakkelijk. Eenmaal over de grens begon mij echter iets op te vallen. Mijn partner en ik zitten in een aantal dezelfde groepsapps. Op haar telefoon kwamen berichten binnen. Op de mijne bleef het opvallend stil. Bij de eerste laadstop in het buitenland keek ik wat beter. En inderdaad: geen internet. Dat is toch een bijzonder moment. Je hebt bewust afscheid genomen van het mobiele ecosysteem dat je jarenlang gebruikte, bent ergens onderweg in het buitenland en ontdekt vervolgens dat je nieuwe telefoon niet online komt. Dan begint het Grote Zoeken naar de oplossing. APN? Welke APN? /e/OS is wat instellingen betreft eigenlijk heel overzichtelijk. Ik liep alles na en voor zover ik kon zien stond het goed. Mobiele data aan. Roaming aan. Netwerk beschikbaar. Maar internet? Nee. Murena’s /e/OS Ik gebruik al enige tijd Mistral Vibe als een soort technische assistent. Dus legde ik het probleem voor. Zoals vaker bij technische problemen kwam daar een indrukwekkende lijst mogelijke oorzaken uit. Instellingen controleren, netwerk opnieuw aanmelden, roaming bekijken, SIM-instellingen nalopen, enz. Uiteindelijk kwamen we terecht bij de APN-instellingen: de ‘Access Point Names’ waarmee een telefoon weet hoe hij verbinding moet maken met het mobiele datanetwerk van een provider. Daar leek aanvankelijk niets mis mee. Ik zag een hele lijst namen, inclusief iets met ‘KPN 4G/LTE’. KPN is mijn provider, dus mijn eerste gedachte was: dan zal dit gedeelte wel goed staan. Toch niet. Je kunt Vibe, net als veel andere ai-tools, simpelweg een screenshot van zo’n scherm sturen en vragen of het klopt. Het antwoord was vrij duidelijk: de juiste KPN-APN ontbrak. Vervolgens kreeg ik de instellingen die ik handmatig kon toevoegen. En ja hoor: enkele seconden later leefde ik digitaal weer. Het interessante is natuurlijk dat er technisch gezien helemaal niets kapot was. De telefoon werkte. /e/OS werkte. KPN werkte. Roaming werkte. Er ontbrak alleen simpelweg een instelling. Mijn Slimbook gaf gedurende de vakantie dan weer geen enkel probleem. Openklappen, verbinden met wifi en werken. Precies zoals je van een laptop verwacht. En misschien zit daar wel een belangrijk deel van het verhaal. We hebben inmiddels jarenlang geleerd hoe Windows, macOS, Android en iOS werken. Veel instellingen worden automatisch voor ons geregeld. We kennen bovendien de eigenaardigheden van die platformen. Als iets niet werkt, weten we vaak ongeveer waar we moeten zoeken. Stap je over op iets anders, dan moet je een deel van die aangeleerde vanzelfsprekendheden weer loslaten. Dat is niet noodzakelijk een tekortkoming van het alternatief. Het is voor een deel simpelweg gewenning. Maar niet helemaal. De learning curve moet omlaag De open source-wereld kent namelijk nog steeds regelmatig een vrij stevige ‘learning curve’. Misschien geldt dat wel breder voor technologie die probeert een alternatief te bieden voor de dominante platforms. Dat is historisch gezien ook niet zo vreemd. Veel open source-projecten zijn ontstaan binnen gemeenschappen waarvan de gebruikers zelf behoorlijk technisch waren. Wie Linux installeerde, vond het vaak helemaal niet erg om een configuratiebestand te openen. Sterker nog: voor een flink deel van die gebruikers was dat juist de aantrekkingskracht. Bij sommige projecten zie je bovendien veel forks, verschillende distributies en uiteenlopende manieren om hetzelfde probleem op te lossen. Voor ontwikkelaars en ervaren gebruikers is dat keuzevrijheid. Voor iemand die simpelweg zijn telefoon wil gebruiken, kan het ook verwarrend zijn. Dit punt wordt belangrijker nu digitale autonomie en digitale soevereiniteit steeds minder uitsluitend onderwerpen zijn voor technisch onderlegde enthousiastelingen. De doelgroep verandert. En daarmee moeten de producten eigenlijk mee veranderen. Het gaat niet alleen meer om de vraag of een alternatief technisch kan wat het Big Tech-product kan. Want dat zit vaak wel goed. Het gaat steeds vaker ook (vooral?) om de vraag of een – zeg maar – normale gebruiker ermee overweg kan zonder eerst een halve opleiding systeembeheer te volgen. Nextcloud op het strand Hoezeer die doelgroep aan het veranderen is, merkte ik deze zomer zelfs op het strand. Ik liep daar op een dag rond in een oud t-shirt met een Nextcloud-logo. Niet direct kleding waarmee je verwacht in Zuid-Frankrijk veel aandacht te trekken. Toch werd ik er enkele keren op aangesproken. Alle keren door Fransen die het logo herkenden. En voor je het weet sta je dan bij 35 graden Celsius op een strand te praten over Nextcloud, digitale autonomie, Amerikaanse technologiebedrijven en Europese alternatieven. Het is uiteraard geen wetenschappelijk marktonderzoek. Maar het zegt naar mijn idee wel iets. Namen als Nextcloud komen langzaam buiten de traditionele open source-gemeenschap terecht. Datzelfde geldt voor /e/OS. Murena en /e/OS proberen het probleem van appcompatibiliteit onder andere op te lossen met microG, een open source-herimplementatie van Google Play Services. Daarmee kunnen veel apps die afhankelijk zijn van Google-diensten toch functioneren zonder dat daarvoor een persoonlijk Google-account nodig is. Op mijn Fairphone 6 is /e/OS inmiddels een officieel ondersteund besturingssysteem. De documentatie van /e/OS vermeldt voor dit toestel onder meer ondersteuning voor het basisniveau van Play Integrity. Maar daarmee zijn niet alle problemen verdwenen. Als Google mag bepalen of je telefoon betrouwbaar is Met enige regelmaat zie ik namelijk Murena’s COO Rik Viergever (inderdaad, een Nederlander) op LinkedIn oproepen plaatsen met de vraag of iemand hem in contact kan brengen met de ontwikkelaars van bekende apps. Meestal verwijst hij in zo’n post al direct naar een belangrijk discussiepunt bij alternatieve Android-systemen: de Google Play Integrity API. Die technologie is bedoeld om appontwikkelaars te helpen beoordelen of interacties met hun applicatie afkomstig zijn van wat Google en de ontwikkelaar als een legitieme app- en apparaatomgeving beschouwen. Google positioneert Play Integrity onder andere als een manier om misbruik, gemanipuleerde apps en risicovolle apparaten te detecteren. Dat is vanuit beveiligingsoogpunt begrijpelijk. Maar er ontstaat een probleem wanneer zo’n integriteitscontrole feitelijk verandert in een toegangscontrole. Een applicatie kan bijvoorbeeld eisen dat een toestel voldoet aan een bepaalde Play Integrity-uitkomst. Google’s documentatie laat zien dat daarbij verschillende ‘integrity verdicts’ kunnen worden gebruikt en dat ontwikkelaars hun applicatie daar vervolgens op kunnen laten reageren. Het gevolg kan zomaar zijn dat een app op een alternatieve Android-distributie niet volledig functioneert, terwijl er technisch gezien met de app zelf niks mis hoeft te zijn. En daarmee komen we bij een interessante nieuwe fase van digitale autonomie. De volgende stap is saai De eerste strijd van open source was vooral technisch: kunnen we een alternatief bouwen? Voor een verrassend groot aantal toepassingen kunnen we die vraag inmiddels met een volmondig “ja” beantwoorden. Linux op mijn laptop? Werkt. Nextcloud? Werkt. Fairphone met /e/OS? Werkt. Open source-applicaties voor vrijwel alles wat ik dagelijks doe? Werken. De volgende stap is misschien minder spannend voor ontwikkelaars, maar voor brede adoptie minstens zo belangrijk: maak het saai. Een telefoon moet gewoon online komen zodra ik Frankrijk binnenrijd. Een bank-app moet gewoon starten. Een treinkaartje moet gewoon beschikbaar zijn. Een parkeer-app moet werken. Een gebruiker die overstapt omdat zijn of haar organisatie digitale autonomie belangrijk vindt, zou niet eerst hoeven uitzoeken wat een APN is of waarom een bepaalde app een Play Integrity-verdict verlangt. Natuurlijk zal er altijd een groep zijn die het juist leuk vindt om dat allemaal uit te zoeken. Daar hoor ik waarschijnlijk zelf ook wel een beetje bij. Maar digitale autonomie wordt pas echt interessant als die technische nieuwsgierigheid geen voorwaarde meer is. Mijn eerste volledig Big Tech-arme vakantie is uiteindelijk uitstekend verlopen. Laptop gaf geen enkel probleem. En mijn Fairphone met /e/OS eigenlijk ook niet, nadat ik één ontbrekende instelling had gevonden. Daarna heb ik nauwelijks nog over de techniek hoeven nadenken. En dat is misschien wel het beste compliment dat je zo’n alternatieve techomgeving kunt geven: je vergeet dat het een alternatief is, want het werkt gewoon. Opnieuw aan de slag met personal knowledge management In een eerdere editie van deze rubriek kwam personal knowledge management, kortweg PKM, al eens voorbij. Het idee is eigenlijk eenvoudig: hoe verzamel je informatie die voor jou relevant is op één centrale plek, zó dat je die later gemakkelijk kunt terugvinden en verbanden kunt leggen tussen verschillende onderwerpen, soorten informatie enz.? Een object in Capacities. Van een lezer kreeg ik onlangs de tip om eens naar Capacities.io te kijken. Die naam kende ik al. Ik had eerder met de Duitse tool geëxperimenteerd, maar was er uiteindelijk weer mee gestopt. Niet omdat de tool niets kon, maar vooral omdat ik er destijds onvoldoende tijd in had gestoken. De tip was voor mij echter reden om tijdens mijn vakantie opnieuw te beginnen. En dit keer ben ik ronduit enthousiast. Capacities,io wijkt af van klassieke notitie-apps doordat het werkt met zogenoemde objecten. Je kunt eigen typen informatie definiëren, zoals personen, bedrijven, projecten, boeken, artikelen of ideeën. Daar maak je vervolgens pagina’s voor die precies passen bij de manier waarop jij zelf informatie organiseert. Daarnaast kun je vrijwel alles taggen en met andere objecten verbinden. Juist dat maakt het interessant als je – zoals ik – veel verschillende soorten informatie over veel verschillende onderwerpen verzamelt. Een interview, een bedrijf, een technologie en een interessant artikel kunnen allemaal aan elkaar worden gekoppeld zonder dat je eerst ingewikkelde mappenstructuren hoeft te bedenken. De keerzijde is er ook: de learning curve is behoorlijk steil. De lezer die mij Capacities,io opnieuw aanbeval, waarschuwde daar al voor. Je moet echt even ontdekken hoe het systeem ‘denkt’ en hoe je het voor je eigen werkwijze kunt inrichten. Ik vermoed dat ik inmiddels hooguit vijf procent van alle mogelijkheden heb ontdekt. Maar die vijf procent bevalt tot nu toe uitstekend. En misschien is dat voor PKM wel belangrijker dan honderd functies kennen: dat je een systeem vindt waarin je informatie daadwerkelijk wilt blijven verzamelen. Nog vier interessante alternatieven om eens te bekijken Tot slot nog een paar kleinere vondsten die goed passen bij de zoektocht naar een wat opener en onafhankelijker digitale omgeving. Sommige zijn heel praktisch, andere vooral interessant omdat ze laten zien dat technologie ook heel anders georganiseerd kan worden. littleFedi – Stefano Marinelli beschrijft op zijn persoonlijke site hoe hij met littleFedi teruggrijpt op het idee van de oude BBS-wereld: een Fediverse-server die niet afhankelijk hoeft te zijn van een datacenter, grote cloudprovider of omvangrijke infrastructuur. Het idee is bijna ouderwets eenvoudig: een computer die ergens staat en rechtstreeks onderdeel wordt van een gedecentraliseerd netwerk. Juist daardoor is het interessant. Het Fediverse hoeft helemaal niet groot en zwaar te zijn. Vim, Neovim en Sublime Text– Wie vooral teksten schrijft of snelle aantekeningen maakt, hoeft natuurlijk helemaal geen uitgebreide tekstverwerker te gebruiken. Vim en Neovim zijn razendsnelle editors die vooral populair zijn onder programmeurs, maar ook prima geschikt zijn voor gewone .txt- en Markdown (md)-bestanden. Sublime Text biedt een toegankelijker grafische variant. Voor wie veel in Markdown schrijft, kan zo’n eenvoudige editor verrassend prettig en snel werken. Maar wederom: het is even wennen. soev.ai – Een Nederlands platform voor soevereine ai. Organisaties kunnen er chatbots, kennisbanken en ai-agents mee bouwen, waarbij de software volgens de aanbieder op open source-technologie is gebaseerd en in Nederland of zelfs on-premise kan draaien. Data wordt volgens soev.ai niet gebruikt om modellen te trainen. mtux.nl – Een Nederlandse publieke server op het open Matrix-netwerk. Het idee is simpel: chatten via een decentraal netwerk, zonder advertenties en tracking. Interessant is bovendien dat mtux inmiddels koppelingen met WhatsApp en Signal aanbiedt, zodat verschillende berichtenstromen op één plek kunnen samenkomen. Vier heel verschillende voorbeelden dus. Maar ze hebben iets gemeen: ze laten zien hoeveel alternatieven er bestaan zodra je buiten de gebruikelijke Big Tech-paden durft te gaan kijken.
Tech-overnamemarkt: Nederland koelt af, België in de lift
3 dagen
De Benelux-techmarkt bleef in het tweede kwartaal van 2026 stabiel. Met 143 geregistreerde transacties lag het aantal deals vrijwel gelijk aan het voorgaande kwartaal. Toch gaat achter die stabiliteit een fundamentele verschuiving schuil. Add-on-overnames zijn uitgegroeid tot de dominante dealvorm, private-equitypartijen stellen exits uit en België ontwikkelt zich tot de meest dynamische markt van de regio. Dat blijkt uit het overzicht van deals dat financieel adviesbureau CFI met Computable samenstelde.‘Het aantal deals stortte niet in, maar de markt ziet er fundamenteel anders uit dan een jaar geleden’, zegt Randy de Visser, director binnen het Benelux Technology-team van CFI. ‘Kopers bleven actief, maar investeren vooral in bestaande platformen. De grote verandering zit aan de verkoopkant van de markt.’Add-ons voeren de boventoonDe belangrijkste ontwikkeling van het tweede kwartaal is de verdere opmars van add-on-overnames. Van de 143 geregistreerde transacties (zie de te downloaden overzichten onderaan het artikel) waren er 68 bedoeld om bestaande portefeuillebedrijven uit te bouwen. Daarmee vertegenwoordigen add-ons bijna de helft van alle deals in de Benelux, het hoogste aandeel in drie kwartalen.Dat laat volgens De Visser zien dat investeerders nog altijd bereid zijn kapitaal in te zetten, maar vooral binnen bedrijven die zij al kennen. ‘Veel investeerders kiezen ervoor om bestaande deelnemingen sterker te maken in plaats van nieuwe platformen op te zetten. Dat voelt in de huidige markt simpelweg beter beheersbaar.’Voorbeelden zijn er in Nederland volop. Main Capital bouwde verder aan zijn softwareportfolio, terwijl partijen als Your.Cloud, Smizer, Odin Groep (voor Previder) en Total Specific Solutions onverminderd actief bleven met vervolgovernames.De aantrekkingskracht van add-ons is eenvoudig te verklaren. Dergelijke transacties kunnen vaak worden gefinancierd vanuit bestaande platformbedrijven en zijn eenvoudiger te rechtvaardigen dankzij schaalvoordelen, kostenbesparingen en uitbreiding van expertise of klantenbestanden. Daardoor zijn ze minder gevoelig voor discussies over waarderingen dan volledig nieuwe investeringen.Private equity koopt wel, maar verkoopt nauwelijksWaar de koopzijde relatief actief bleef, liet de verkoopkant een heel ander beeld zien. Het aantal secondary buy-outs, waarbij een investeerder een bedrijf verkoopt aan een andere investeerder, zakte naar slechts één transactie in het hele kwartaal. Daarmee viel een belangrijke exitroute vrijwel stil.Volgens De Visser ligt de verklaring vooral bij de veranderde financieringsmarkt. De renteverhoging van de ECB naar 2,25 procent afgelopen juni zorgde ervoor dat kopers en verkopers anders tegen waarderingen aankijken. Veel transacties worden daardoor niet afgeblazen, maar uitgesteld. ‘Zowel kopers als verkopers kijken naar een markt die in korte tijd is veranderd. Daardoor ontstaat discussie over prijs.’Die terughoudendheid is ook zichtbaar in de cijfers rond private-equityverkopers. Hun aandeel daalde fors ten opzichte van een jaar eerder. Tegelijkertijd bleven ondernemers en oprichters verantwoordelijk voor het overgrote deel van de verkopen. Bij vier van de vijf transacties waren de betrokken bedrijven nog grotendeels in handen van hun oprichters.Opmerkelijk genoeg is er geen sprake van een gebrek aan geld. Integendeel. In het tweede kwartaal sloten Main Capital en Waterland nieuwe fondsen van ieder vier miljard euro, terwijl Main Foundation III nog eens 1,25 miljard euro ophaalde. Kapitaal is volop beschikbaar, maar investeerders wachten nog op gunstiger omstandigheden om echt te kopen.België verrast met sterke groeiDe opvallendste geografische ontwikkeling speelt zich af in België. Jarenlang werd de Benelux-overnamemarkt gedomineerd door Nederland, maar in 2026 laat België de sterkste groei zien.Belgische bedrijven waren in het tweede kwartaal van 2026 doelwit bij 33 transacties, tegenover 21 een jaar eerder. Ook Belgische kopers werden aanzienlijk actiever. Het aantal transacties tussen twee Belgische partijen bereikte zelfs het hoogste niveau van de afgelopen jaren.De investering van Apheon in software- en managed-servicesbedrijf Easi springt daarbij in het oog. Ook de combinatie van Dynamate met Van Roey ICT Group vormde een belangrijke consolidatieslag binnen de Belgische it-sector. Dat blijkt onder meer uit deals zoals de overname van 3Point door Cegeka, van AXS Guard door Approach Cyber en van het Amerikaanse Root.io door Aikido Security. ‘België was jarenlang de stille helft van het Benelux-verhaal’, zegt De Visser. ‘Maar Belgische softwarebedrijven en it-dienstverleners hebben inmiddels voldoende schaal bereikt om zelf actief te consolideren. Dat zien we nu terug in de cijfers.’Volgens hem gaat het inmiddels om meer dan een tijdelijke opleving. Al drie kwartalen op rij neemt de activiteit toe, zowel aan de koop- als aan de verkoopzijde. Dat wijst op een structurele versterking van het Belgische technologielandschap.Nederland blijft grootste markt, maar koelt afTegenover de Belgische groei staat een afname van de Nederlandse activiteit. Nederlandse bedrijven waren doelwit bij 73 transacties, tegen 87 in het eerste kwartaal en 86 een jaar eerder. Ook het aantal transacties tussen Nederlandse partijen liep terug.Dat betekent niet dat de Nederlandse markt zwak is geworden. Nederland blijft nog altijd veruit de grootste technologiesector binnen de Benelux. Wel lijkt de uitzonderlijke dynamiek van de afgelopen jaren tijdelijk af te nemen.Een duidelijke oorzaak is lastig aan te wijzen, vindt De Visser van CFI. Mogelijk speelt mee dat veel aantrekkelijke overnamekandidaten de afgelopen jaren al onderdeel zijn geworden van grotere consolidatieplatforms. Ook kan sprake zijn van uitgestelde verkooptrajecten als gevolg van de onzekerheid rond waarderingen en financieringskosten. De komende kwartalen moeten uitwijzen of hier sprake is van een tijdelijke dip of een structurele ontwikkeling.Grensoverschrijdende deals namen afEen tweede geografische verschuiving betreft de richting van de grensoverschrijdende deals. Transacties over de grens waren goed voor tachtig van de 143 deals, oftewel 56 procent van het volume, in lijn met recente kwartalen.De samenstelling van die stroom draaide echter om. Inkomende transacties, waarbij een buitenlandse koper een Benelux-bedrijf overneemt, kwamen uit op 35, tegen veertig in het eerste kwartaal van 2026. Uitgaande transacties, waarbij een Benelux-koper een bedrijf in het buitenland koopt, stegen van 23 naar 34, een toename van 48 procent ten opzichte van het vorige kwartaal. De regio verschoof van een duidelijke netto-importeur van overnamekapitaal naar iets dat bijna in evenwicht is.De bestemmingen van de uitgaande deals zijn veelzeggend: Amerikaanse doelwitten scoorden het hoogst met acht transacties, gevolgd door onder andere het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Italië en Duitsland. Amerikaanse overnames van Benelux-bedrijven daalden juist, van twaalf in het eerste kwartaal naar zeven in het tweede kwartaal. De euro werd in de loop van het kwartaal zwakker tegenover de dollar, van een piek rond 1,20 in januari naar ongeveer 1,14 halverwege juni. ‘Dat gaat regelrecht in tegen wat we in onze eerstekwartaalanalyse verwachtten’, zegt De Visser. ‘Een sterkere dollar maakt Europese bedrijven goedkoper voor Amerikaanse kopers, en toch daalde de Amerikaanse interesse in plaats van te stijgen. De rem op trans-Atlantische deals is op dit moment strategische selectiviteit, niet de wisselkoers.’Kwaliteit bepaalt de prijsIn de sectorverdeling bleef software met afstand de belangrijkste overnamedoelgroep. Ruim vier op de tien transacties betroffen softwarebedrijven. It-dienstverlening volgde op enige afstand, terwijl fintech en cybersecurity duidelijk aan terrein wonnen.Achter die cijfers gaat nog een andere ontwikkeling schuil. ‘Het onderscheid tussen een uitstekend softwarebedrijf en een gemiddeld softwarebedrijf is groter geworden’, zegt De Visser. ‘Kopers kijken verder dan groei alleen. Ze willen weten of een bedrijf ook over drie of vijf jaar nog relevant is in een markt waarin ai een steeds grotere rol speelt. Kwalitatief hoogwaardige softwarebedrijven blijven meerdere geïnteresseerde kopers trekken en realiseren nog altijd hoge waarderingen. Voor bedrijven met een minder overtuigend groeiverhaal geldt het tegenovergestelde.’Daardoor verliest de gemiddelde marktwaardering steeds meer betekenis. Waar vroeger naar sectorbrede multiples werd gekeken, draait het nu vooral om kwaliteit, schaalbaarheid en toekomstbestendigheid, aldus De Visser.VooruitblikOp weg naar de tweede helft van 2026 is de rem op de Benelux tech-M&A niet zozeer verdwenen als wel van vorm veranderd. De waarderingsvraag die het eerste kwartaal van 2026 domineerde, uit zich nu via het verkoopkanaal: waar koper en verkoper het niet eens worden over de prijs, worden deals niet opnieuw geprijsd maar uitgesteld, constateert De Visser.Maar dat betekent geen afstel, nuanceert hij. ‘Verkooptrajecten mislukten niet in het tweede kwartaal, kopers wachtten, en het daaruit ontstane stuwmeer is nu zichtbaar in de pijplijn voor de komende maanden. De opdrachtenstroom van CFI wijst op een aanzienlijk volume aan verkopen door private-equity- en durfkapitaalpartijen dat in de tweede jaarhelft naar de markt komt, met België als onevenredig grote leverancier. Het verkoopkanaal is niet structureel kapot; het is verstopt, en die verstopping bouwt al twee kwartalen op.’Opmerkelijke deals in NederlandNog een tiental opvallende Nederlandse transacties uit het tweede kwartaal van 2026 (zie voor de gehele lijst het te downloaden overzicht onderaan dit kader):IG&H, een consultancy- en technologiebedrijf gevestigd in Utrecht, nam in april cloudspecialist CloudNation uit Bunnik over van de Atomic Group. Met de overname krijgt IG&H er ruim zestig cloud- en ai-specialisten bij en breidt het zijn dienstverlening op het gebied van AWS en Microsoft Azure uit, onder andere gericht op de financiële sector, zorg en detailhandel. Kort daarna kocht het eveneens het zorgplatform Alii. Met deze overname breidt IG&H zijn activiteiten in de zorg uit met ai-ondersteunde besluitvorming voor zorgprofessionals.In het tweede kwartaal was er opnieuw een aantal transacties met durfkapitaal (venture capital): risicodragend geld dat investeerders steken in jonge startups en scale-ups met een hoog groeipotentieel. Twee voorbeelden uit mei: Graduate Ventures stapte in bij FrostByte, een quantum-startup gevestigd in Delft. FrostByte ontwikkelt cryogene chips die de besturing van quantumcomputers dichter bij de kern van het systeem brengen. De investering viel samen met het vijfjarig bestaan van het Rotterdamse Graduate Ventures dat zich richt op deeptech-startups met een universitaire oorsprong. En het in Eindhoven gevestigde Avendar haalde 2,2 miljoen euro aan seedfinanciering op. De investering is geleid door venturecapitalfonds Lumo Labs en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Met het geld wil de startup de ontwikkeling en uitrol versnellen van zijn ai-platform voor opsporing, toezicht en intelligence binnen de publieke sector.Centric liet in mei zijn oog vallen op OrtaX, een WOZ-softwareleverancier en onderdeel van Ortec Finance uit Rotterdam. Met de overname breidt Centric zijn aanbod voor het belastingdomein bij lokale overheden uit. OrtaX blijft als zelfstandige entiteit binnen de groep opereren, met behoud van personeel en werkwijze. De software ondersteunt gemeenten bij het uitvoeren van WOZ-waarderingen.Eset uit Bratislava haalde medio mei de Cyber Defense Group binnen. Dit bedrijf van algemeen directeur Dave Maasland is al jarenlang de vertegenwoordiger van Eset in Nederland en handelt onder de naam Eset Nederland. Met deze stap krijgt het Slowaakse cybersecbedrijf officieel een eigen vestiging in Nederland. Eset wil zich internationaler duidelijker profileren. Naast de Nederlandse overname opent het bedrijf eigen kantoren in Frankrijk en India. Maasland zelf blijft in zijn huidige rol betrokken bij de nieuwe Eset-organisatie.In mei nam investeringsmaatschappij EyeTi SiSo Computers uit Almere over van Greendelta Corporate Investments. Met de overname wil EyeTi zijn positie als investeerder op de markt van duurzame en circulaire it versterken. SiSo richt zich op it-lifecyclemanagement, van aanschaf tot verwerking van apparatuur. Het bedrijf bestaat 35 jaar en levert diensten rond hergebruik en afvoer van hardware.Valid Managed Services (VMS), gevestigd in Eindhoven, werd in mei ingelijfd door it-dienstverlener Datagroup uit Pliezhausen, Duitsland. Met de overname sluit VMS zich aan bij een internationale organisatie die actief is in meerdere Europese landen. Het is voor Datagroup de eerste acquisitie buiten het moederland. Bij deze groep werken zo’n vierduizend man; de omzet ligt op ruim 560 miljoen euro. Na de afronding van de overname van VMS gaat Valid zich volledig focussen op de doorontwikkeling en groei van zijn consultancyactiviteiten.Zig blijft maar uitbreiden. In juni kocht het vastgoed- en corporatiesoftwarebedrijf Provadie, een Nederlandse leverancier van saas-oplossingen voor vastgoedwaardering en taxaties. De acquisitie betekent de zevende uitbreiding van Zig sinds de samenwerking met investeerder Main Capital Partners in 2021. De transactie daarvoor vond plaats in mei en betrof de fusie met de Deense branchegenoot Unik (eveneens een Main-deelneming). Deze samengestelde groep telt meer dan vijfhonderd medewerkers en bedient ruim duizend klanten in de Benelux, Scandinavië, de Dach-regio en Frankrijk op de markt van woningcorporaties en commercieel vastgoed (‘proptech’). Aan het einde van dit jaar zal Unik de naam veranderen naar Zig.Investeerder BB Capital Investments uit Den Haag nam in juni een meerderheidsbelang in Logis.P uit Zwolle, een softwareleverancier voor logistieke en administratieve processen in de zorg. Logis.P ontwikkelt modulaire software voor onder meer afspraakplanning, wachtrijsturing en zorgdeclaraties. De oplossingen worden gebruikt door ziekenhuizen, laboratoria en ggz-instellingen in Nederland en Duitsland. Met de investering wil het in 2011 opgerichte bedrijf de volgende groeifase ingaan, gericht op professionalisering en schaalvergroting.Hr-softwareleverancier BCS uit Den Haag, ondersteund door Main Capital, liet in juni weer van zich horen door het Noorse workforce-managementbedrijf Timegrip over te nemen. Timegrip bedient meer dan 1.100 klanten in ruim dertig landen met oplossingen voor personeelsplanning, urenregistratie en hr-kostenbeheersing. Met de overname ontstaat volgens de betrokken partijen een pan-Europees platform voor human capital management, payroll en workforce-management.Eind juni nam SLTN-eigenaar Eugène Tuijnman het minderheidsaandeel van ING Corporate Investments over. De investeerder stapte in september 2019 in. Toen verkocht Rabo Investments zijn meerderheidsbelang van 60 procent in de Hilversumse automatiseerder aan topman Tuijnman en ING Corporate Investments. Tuijnman verwierf daarmee een ‘zeer ruim’ meerderheidsbelang in het bedrijf dat hij in 1997 oprichtte. Nu neemt hij ook het resterende belang van ING over.Computable NL Q2 2026DownloadenOpmerkelijke deals in BelgiëNog een aantal andere opvallende Belgische transacties uit het tweede kwartaal van 2026 (zie voor de gehele lijst het te downloaden overzicht onderaan dit kader):Investeerder Main Capital Partners nam in juni softwarespecialist Ferranti over. Het vijftig jaar oude bedrijf uit Antwerpen levert software voor onder meer energieleveranciers, netbeheerders en waterbedrijven. De nieuwe aandeelhouder wil inzetten op verdere productontwikkeling, internationale uitbreiding en de overname van aanvullende softwarebedrijven.In mei kocht it-dienstverlener Cegeka het Zwitserse Lean Projects, een softwarebedrijf dat erp-oplossingen levert voor de print- en verpakkingsindustrie op basis van Microsoft Dynamics 365. Met de overname breidt de it-dienstverlener uit Hasselt zijn aanbod in industrie-oplossingen uit en zet het in op verdere internationale groei.Het Mechelse bedrijf Dokapi, specialist in e-facturatie en financiële documentverwerking, lijfde in april het product en merk Peppoledge in. Met de deal versterkt Dokapi zijn Peppol-expertise en zet het gericht in op expansie naar Frankrijk en Duitsland. Dokapi ontstond in 2018 als IxorDocs, een onderdeel van digitaal bedrijf Ixor, en werd begin 2025 als zelfstandig platform gelanceerd. Vandaag bedient het platform naar eigen zeggen meer dan honderdduizend bedrijven voor de verwerking en uitwisseling van facturen, bestelbonnen, loonfiches en belastingaangiften.Het Gentse Solvice, specialist in ai-gestuurde optimalisatietechnologie, werd in april overgenomen door het Amerikaanse softwarebedrijf Quickbase. Solvice (opgericht in 2015) ontwikkelt api’s waarmee bedrijven routeplanning en personeelsscheduling automatisch kunnen optimaliseren. Die technologie is vandaag al ingebed in grote platformen voor field service management, last-mile delivery en logistiek wereldwijd. Quickbase is een Amerikaans saas-platform dat organisaties helpt bij het beheren van complexe, multi-site operaties door data, workflows en teams samen te brengen.Computable BE Q2 2026Downloaden
Kort nieuws: Mistral gaat regionaal, Dynatrace koopt Arize, SpaceX rondt Cursor-deal af (en meer)
3 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Nieuwe regionale ai-diensten van Mistral, inferentiekosten agentic workflows stijgen vijfvoudig, Stripe neemt OpenRouter over, Dynatrace koopt ai-observability-bedrijf Arize en SpaceX rondt overname Cursor af. Mistral lanceert regionale ai-diensten De Franse llm-aanbieder Mistral AI introduceert regionale inference-endpoints. Gebruikers kunnen daarmee kiezen waar ze de ai-toepassing willen laten draaien: in Europa of de VS. Daarnaast stelt het bedrijf haar platform open voor taalmodellen van derde partijen Gartner: inferentiekosten agentic workflows stijgen vijfvoudig De inferentiekosten van ai per agentic workflow zullen tot en met 2028 meer dan vijfvoudig stijgen, voorspelt Gartner. De kostenefficiëntie van foundation models verbetert snel, die efficiëntie maakt juist de inzet van krachtigere en duurdere modellen mogelijk voor geavanceerdere toepassingen, en die geavanceerdere workflows verbruiken veel meer tokens dan simpele chatbotinteracties. Waar een chatbot een vraag leest en snel een waarschijnlijk antwoord geeft, moet een ai-agent voortdurend redeneren, onderhandelen en zichzelf bevragen. Het routeren van een taak naar een agentic reasoning-model verhoogt de inferentiekosten bij providers met minstens een factor vijf ten opzichte van een basaal chatbotgesprek, en vaak veel meer naarmate de complexiteit toeneemt. Stripe koopt OpenRouter Betaaldienst Stripe zou voor ruim 7 miljard dollar ai-gateway-startup OpenRouter hebben overgenomen, meldt Techcrunch. Stripe zelf wil niet reageren. OpenRouter geeft klanten via één platform toegang tot meer dan 400 ai-modellen en zou 8 miljoen gebruikers hebben. De gerapporteerde overnamesom steekt schril af tegen de waardering van 1,3 miljard dollar die het bedrijf in mei nog kreeg bij een Series B-ronde. Dynatrace haalt Arize binnen Dynatrace neemt ai-observability-marktleider Arize over voor 915 miljoen dollar in contanten en aandelen. De combinatie moet klanten volledige observability over de ai-levenscyclus bieden, van modelevaluatie tot gedrag in productie. SpaceX rondt overname Cursor af SpaceX heeft de overname van ai-codeerplatform Cursor (Anysphere) afgerond, in een aandelendeal van ongeveer 60 miljard dollar. Cursor krijgt daarmee toegang tot SpaceX’ datacenters om krachtigere en goedkopere modellen te ontwikkelen.
OT-patchmanagement herzien: beheersing van het risico boven snelheid van patching
3 dagen
Kwetsbaarheden in software en firmware zijn onvermijdelijk, ook binnen OT-omgevingen. De manier waarop organisaties hiermee omgaan, bepaalt echter of die kwetsbaarheden daadwerkelijk leiden tot verhoogd risico. Waar in IT omgevingen snelheid van patching vaak centraal staat, geldt in OT een ander uitgangspunt: niet hoe snel een patch wordt geïnstalleerd is doorslaggevend, maar of het risico aantoonbaar wordt beheerst zonder de operatie te verstoren. OT-omgevingen kennen lange levenscycli, beperkte onderhoudsvensters en directe afhankelijkheid van fysieke processen. Het ongecontroleerd of versneld doorvoeren van patches kan daarmee grotere risico’s introduceren dan de kwetsbaarheid zelf. Tegelijkertijd nemen dreigingen toe en stellen wet- en regelgeving, zoals NIS2 en de Cyber Resilience Act (CRA), steeds hogere eisen aan aantoonbare risicobeheersing. Dat vraagt om een herijking van patch en kwetsbaarhedenbeheer binnen OT. Patchen is een middel, geen doel Een veelvoorkomend misverstand is dat kwetsbaarheden automatisch verdwijnen door zo snel mogelijk te patchen. In OT ligt dat genuanceerder. Direct patchen kan impact hebben op beschikbaarheid, veiligheid en procesbetrouwbaarheid. Daarom draait kwetsbaarhedenbeheer in OT niet om vaste update cycli, maar om risico gestuurde besluitvorming. Daarbij is het essentieel onderscheid te maken tussen generieke IT componenten, zoals Windows systemen, OT specifieke componenten zoals PLC’s, industriële netwerkapparatuur en embedded systemen. IT systemen kennen doorgaans frequente updates, terwijl OT updates minder vaak beschikbaar zijn en eerst door leveranciers moeten worden gevalideerd voor specifieke configuraties. Een uniforme patchaanpak is daardoor niet realistisch. Verschuivende verantwoordelijkheden in de keten Onder invloed van regelgeving zoals de CRA verschuift een groter deel van de verantwoordelijkheid naar fabrikanten en leveranciers. Van hen wordt verwacht dat zij kwetsbaarheden structureel identificeren, analyseren, oplossen en communiceren. Eindgebruikers mogen daarbij rekenen op tijdige security advisories, context over de impact in OT-omgevingen en praktische mitigerende maatregelen wanneer patching niet direct mogelijk is. Tegelijkertijd blijft de eindgebruiker verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen binnen de eigen operationele context. Dat vereist inzicht in assets, softwareversies en afhankelijkheden, maar ook het vastleggen van besluiten: wordt een kwetsbaarheid gepatcht, gemitigeerd of tijdelijk geaccepteerd? Van patchmanagement naar risicoreductie Wanneer patching niet direct uitvoerbaar is, spelen compenserende maatregelen een sleutelrol in het beheersen van risico. (Micro-)segmentatie, beperking van communicatie en versterkte monitoring verminderen de blootstelling van kwetsbare systemen. Een belangrijke aanvullende maatregel is virtual patching, waarbij kwetsbaarheden worden afgedekt zonder het onderliggende OT systeem te wijzigen. Virtual patching maakt gebruik van IDS- en IPS-functionaliteit om kwaadaardig of afwijkend verkeer te detecteren en (indien gewenst) preventief te blokkeren. Hierdoor kan bescherming sneller worden aangepast dan met traditionele patchcycli. Patchmanagement en virtual patching vullen elkaar aan: patches blijven noodzakelijk, maar risico’s kunnen in de tussentijd aantoonbaar worden beperkt. Voor legacy- of end-of-life systemen, waarvoor geen patches meer beschikbaar zijn, is deze benadering vaak essentieel. Het voorkomt hoge investeringen en enorme operationele impact bij overhaaste vervangingen. Het maakt het mogelijk om migraties zorgvuldig te plannen binnen de lange termijn van OT-architecturen. Aantoonbare beheersing in plaats van patchtempo Het doel van OT-patchmanagement is geen maximale patchgraad, maar een beheersbare en aantoonbare risicopositie. Door patching, monitoring en compenserende maatregelen in samenhang te organiseren, ontstaat grip op kwetsbaarheden zonder de operatie onder druk te zetten. Besluitvorming is controleerbaar, maatregelen zijn verdedigbaar richting audits en incidentrespons wordt voorspelbaar. De bijbehorende whitepaper gaat dieper in op deze benadering en beschrijft hoe kwetsbaarheden, patchmanagement en mitigatie in samenhang kunnen worden ingericht binnen de realiteit van OT-omgevingen. Dit artikel is een derde publicatie in aanloop naar Cybersec Netherlands 2026. De publicatie in mei gaat over OT monitoring herzien: van inzicht naar daadwerkelijke risicoreductie. Kun je niet wachten, neem dan contact op met Stefan Barten | Improving Operational Resilience | van MODELEC Data-Industrie.
Grootste softwaredeal ooit in de maak: Silver Lake wil Workday inlijven
3 dagen
De grote Amerikaanse techinvesteerder Silver Lake aast op Workday, leverancier van ai-gedreven cloudsoftware voor personeelszaken, payroll, financiën en it. Mocht het tot een deal komen, dan wordt het een van de grootste overnames uit de geschiedenis van de software-industrie. Persbureau Reuters meldde als eerste de besprekingen over de overname. De beurswaarde van Workday lag vóór het overnamebericht rond de 43 miljard dollar. Nadat het aandeel afgelopen donderdag zo’n achttien procent steeg, liep de beurswaarde op tot circa 51,1 miljard dollar. Beide partijen hebben de overnamegesprekken maandenlang geheim kunnen houden. Zowel Silver Lake als Workday onthouden zich van commentaar. Reuters meldt op basis van zijn bronnen dat een deal nog niet helemaal zeker is. Als het wel lukt, kan dat veel impact hebben. Begin dit jaar leken leveranciers van traditionele software het moeilijk te gaan krijgen. Geavanceerde ai-tools zouden hen kunnen wegblazen. Er werd zelfs gevreesd voor een saas-pocalypse. Maar als grootmachten als Silver Lake kapitaal in saas-bedrijven steken, wordt de soep kennelijk niet zo heet gegeten. Dat kan een ommekeer in het denken over leveranciers van grote, complexe softwaresystemen inluiden. Die zijn niet zo gemakkelijk na te bouwen. Bovendien blijkt de kwaliteit van met ai ontwikkelde software heel gemiddeld of zelfs matig. Zeker veelomvattende software die, zoals bij Workday, naast hr ook financiën omvat, moet zeer betrouwbaar functioneren. Silver Lake is zich ervan bewust dat Workday met zijn uitgebreide productsuite een sterke positie kan innemen. Bovendien biedt Workday ook ai-agenten. Met Sana brengt het bedrijf een conversatiegerichte ai-ervaring naar zijn platform voor hr- en financiële processen. Tot de partners van Workday behoort ook Randstad Digital, naast Accenture, Deloitte, PwC en KPMG. Onlangs breidde Workday zijn value-added reseller-programma uit naar de EMEA-regio, waaronder Nederland. Silver Lake had een jaar geleden al meer dan 110 miljard dollar aan activa onder beheer. De bedrijven waarin het investeert, zijn gezamenlijk goed voor een jaaromzet van 260 miljard dollar. Het private-equitybedrijf deed eerder – succesvol – investeringen in Dell, VMware en Electronic Arts.
Voldoen aan NIS2 is niet hetzelfde als voorbereid zijn
6 dagen
Vanaf morgen (15 augustus) geldt in Nederland de Cyberbeveiligingswet, de Nederlandse vertaling van de Europese NIS2-richtlijn. Zo’n achtduizend organisaties moeten eraan voldoen: zorg-, meld- en registratieplicht. De meeste bedrijven pakken dat aan zoals ze dat bij elke wet doen. Ze checken de vereisten af, kopen mogelijk een extra tool aan, halen een certificaat en zetten een vinkje: job done. Andere Europese landen, waaronder België, begonnen twee jaar geleden al met de implementatie van de wet. Die ervaring leert: je komt er niet met een vinkje. Een certificaat bevestigt dat je op de dag van de audit aan de vereisten voldeed. Het zegt niets over hoe snel je reageert op de dag dat het misgaat. Risicobeheer is een proces, geen rapport. Een bestuur dat cybersecurity afvinkt op basis van wat it aanlevert, doet wat de wet wil vermijden De Cyberbeveiligingswet vraagt in de kern iets anders dan een opsomming van genomen maatregelen. Ze vraagt dat een organisatie haar eigen kritieke processen kent, weet welke risico’s het zwaarst wegen en kan aantonen dat iemand daarvoor verantwoordelijk is. Niet één keer per jaar bij een audit, maar doorlopend. Dat klinkt eenvoudig. In de praktijk is het meestal het punt waarop trajecten vastlopen. Niet op de techniek. Firewalls en backups regelen bedrijven doorgaans wel. Maar op een eenvoudigere vraag: wie is er eigenaar van, vandaag en morgen? De keten tekent mee Dat eigenaarschap stopt niet bij de eigen muren. Artikel 21 van de NIS2-richtlijn maakt supply-chainsecurity verplicht onderdeel van het risicobeheer. Het risico van je leverancier is voortaan ook jouw risico. Cybersecurity is op die manier zoals een verbouwing. Je kunt voor elektriciteit, sanitair en isolatie elk een andere aannemer inschakelen. Maar als er iets misgaat, vraagt niemand welke onderaannemer de fout maakte. De vraag luidt: wie voerde de regie? Een klant die zelf onder de wet valt, stelt jou diezelfde vraag, in een aanbesteding of bij een contractverlenging. Wie daar geen antwoord op heeft, verliest tijd of de opdracht zelf. Aansprakelijkheid klimt omhoog De wet maakt van cybersecurity ook uitdrukkelijk een bestuurskwestie. Bestuurders moeten toezicht houden en voldoende kennis hebben om risico’s zelf te beoordelen. Bij nalatigheid kunnen ze persoonlijk worden aangesproken. Een bestuur dat cybersecurity enkel afvinkt op basis van wat it aanlevert, doet precies wat de wet wil vermijden: risico’s beheren zonder ze zelf te doorgronden. Geen enkele tool vervangt ervaren eigenaarschap Als cybersecuritybedrijf begeleiden we al bijna twee jaar organisaties in andere landen, waaronder België, die met dezelfde wetgeving worstelen. Het patroon is steeds hetzelfde: niet de bedrijven met de duurste tools komen er goed door, maar de bedrijven die weten wie beslist, wie opvolgt en wie het merkt zodra er iets verandert. Stel jezelf daarom niet de vraag of je compliant bent. Stel jezelf daarentegen de vraag: als het morgen misgaat, in de eigen organisatie of bij de belangrijkste leverancier, wie weet dan wat er moet gebeuren? En hoeveel tijd is daarvoor nodig? Wouter Decruy, managing director Acen
Helft organisaties mist deadline registratie Cyberbeveiligingswet (NIS2)
6 dagen
Minder dan de helft van de acht- à tienduizend organisaties die in Nederland onder de Cyberbeveiligingswet (Cbw) vallen, heeft zich geregistreerd. Gisteren aan het begin van de avond stond de teller op 2.942 registraties in het Cbw-entiteitenregister.Dat meldt het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) desgevraagd. Worden de verbonden organisaties meegeteld, dan komt het bereik op 4.144 organisaties. Met verbonden organisaties worden organisaties bedoeld die afzonderlijke organisaties zijn, maar door bijvoorbeeld eigendom of zeggenschap nauw met elkaar verweven zijn. Die verbondenheid kan meewegen bij de vraag of een organisatie onder de Cyberbeveiligingswet valt.In werkingMorgen (15 augustus) treedt de langverwachte wet eindelijk in werking. Dan gelden nieuwe verplichtingen op het gebied van cyberbeveiliging. Circa negenduizend Nederlandse organisaties moeten voldoen aan strengere maatregelen voor de beveiliging van hun netwerk- en informatiesystemen. De normen voor cybersecurity gaan flink omhoog.Maar in weerwil van de naderende deadline voor registratie laat het aantal aanmeldingen deze maand tot nog toe geen grote piek zien. In augustus staat de teller op 653 registraties, waarmee juli (599) is ingehaald, met nog dertien werkdagen te gaan. Op basis van de huidige cijfers, van vóór het ingaan van de wet en de registratieplicht, is het nog te vroeg om te zeggen welke sectoren qua aantallen registraties vooroplopen en welke achterblijven.De implementatie van de Europese NIS2-richtlijn in Nederland is van toepassing op organisaties die essentiële of belangrijke diensten verlenen. De wet ziet toe op organisaties uit achttien sectoren, waaronder energie, drinkwater, digitale infrastructuur, gezondheidszorg, overheid en vervoer.InschrijvingEen van de eerste stappen voor organisaties is het registreren bij het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Inschrijving in het nationaal entiteitenregister is per 15 augustus verplicht. Organisaties moeten toetsen of ze onder de Cyberbeveiligingswet vallen. Elk bedrijf is zelf verantwoordelijk voor tijdige registratie én voor het actueel houden van alle gegevens.Het klantcontactcentrum van het NCSC krijgt regelmatig vragen over de registratie, zegt woordvoerder Roger Kaemingk. Die gaan over verschillende onderwerpen, zoals complexe bedrijfsmodellen en niet in Nederland gevestigde bedrijven zonder KvK-nummer die zich hier willen inschrijven. Het NCSC biedt organisaties in dit soort situaties maatwerk en actieve ondersteuning.Volgens Thomas Margner, technisch directeur bij TrendAI, nemen veel organisaties een afwachtende houding aan. Een groot aantal heeft nog niet vastgesteld of het onder de Cyberbeveiligingswet valt. Dat geldt met name voor organisaties die niet eerder met dit type toezicht te maken hebben gehad. Margner: ‘Uit onderzoek van Grant Thornton blijkt dat slechts een derde van de mkb-bedrijven die onder de Cyberbeveiligingswet vallen daadwerkelijk actief met compliance bezig is, wat aansluit bij wat wij in de praktijk zien: ruim de helft staat nog aan het begin.’Nieuw in de wet is dat managers persoonlijk aansprakelijk zijn te stellen voor tekortkomingen in de cybersecurity, zoals een gebrek aan training. De verantwoordelijkheid voor het beheersen van cyberrisico’s komt daarmee daadwerkelijk op bestuursniveau te liggen.Michel Woudstra, partner account manager bij Rohde & Schwarz Networks & Cybersecurity, stelt dat cybersecurity met de officiële inwerkingtreding van NIS2 nu definitief van de serverruimte naar de bestuurskamer is verhuisd. ‘Te vaak wordt digitale veiligheid nog gezien als een verantwoordelijkheid van de it-afdeling. NIS2 daarentegen legt duidelijk de persoonlijke aansprakelijkheid van de bedrijfsleiding vast.’De directie kan niet meer op afstand blijven. Volgens Christian Boertje, directeur van Boem Cybersecurity, kunnen toezichthouders bij ernstig falen maatregelen richting bestuurders zelf nemen. Het begint bij aanwijzingen en het opleggen van verbetermaatregelen. Daarna volgen bestuurlijke boetes, waarbij de bedragen voor essentiële entiteiten hoger liggen dan voor belangrijke entiteiten.Delegeren mag; de verantwoordelijkheid overdragen niet. Boertje raadt aan om besluiten ter verbetering van de weerbaarheid met datum, onderbouwing en naam vast te leggen.RisicobeheerDe wettelijke verplichting bestaat uit drie delen. Het leidinggevend orgaan keurt de maatregelen voor risicobeheer goed, ziet toe op de uitvoering daarvan en volgt scholing, zodat het de risico’s en beheersmaatregelen daadwerkelijk kan beoordelen. Volgens Boertje wordt dat laatste vaak onderschat. Het gaat niet om technische kennis, maar om het vermogen om een risicoafweging te lezen, er kritische vragen bij te stellen en een besluit te nemen dat je later kunt uitleggen.Bestuurders moeten beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om cyberrisico’s en de genomen maatregelen te kunnen beoordelen. Ze krijgen daarvoor twee jaar de tijd. Om die reden bevat de wet ook een trainingsplicht voor bestuurders.Volgens Martin Krämer, ciso advisor bij KnowBe4, lijkt die periode van twee jaar ruim, maar het opbouwen van echte competentie op bestuursniveau kost meer tijd dan veel bestuurders denken. Met het volgen van een awareness-training en het behalen van een deelnamecertificaat kom je er niet. ‘Bestuurders moeten cyberrisico’s en de manier waarop deze worden beheerst kunnen identificeren, evalueren en beoordelen. Ze moeten vooral begrijpen welke impact deze risico’s op de organisatie kunnen hebben. Dat betekent dat zij actief betrokken moeten zijn bij beslissingen over risicomanagement.’Als je bedrijf wordt gehackt, ben je niet automatisch schuldig. Volgens Christian Boertje ben je pas strafbaar of aansprakelijk als je vooraf je best niet hebt gedaan.Regels in het kort:Pech hebben mag; was de beveiliging goed, maar kwamen de hackers er toch doorheen? Dan is het domme pech.Niets doen mag niet; heeft de directie nooit naar de beveiliging gekeken of gevraagd? Dan heeft het bedrijf een probleem.De overheid verwacht niet dat je honderd procent onkwetsbaar bent. De controleur stelt vooral deze vragen:Wist je wat de digitale risico’s van je bedrijf waren?Was de directie op de hoogte van deze risico’s?Is er bewust gekozen welke risico’s wel en niet werden aangepakt?Is er geluisterd naar eerdere waarschuwingen?Het gevaarlijkste is waarschuwingen negeren. Heb je een rapport gekregen waarin staat dat de beveiliging slecht is en heb je daar niets aan gedaan? Dan is dat rapport achteraf het bewijs dat je wist van het probleem, maar weigerde om het op te lossen. Een cyberverzekering kan schade dekken, maar neemt de wettelijke verantwoordelijkheid niet weg. Bestuurlijke boetes zijn bovendien vaak uitgesloten van dekking.BoetesWanneer boetes worden gegeven en hoe hoog die uitvallen, zal in de praktijk moeten blijken. Gilles van Heijst, transformation lead bij YaWorks (digitale infrastructuur), stelt dat het onduidelijk is waar de lat precies komt te liggen. ‘Dat zal waarschijnlijk pas blijken bij de eerste boetes. Wacht daar niet op: de wet kent geen overgangsperiode en bestuurders worden persoonlijk aansprakelijk als de beveiligingsmaatregelen niet op orde zijn.’ Zijn indruk is dat veel organisaties basisprocessen zoals identiteits- en toegangsbeheer, het intrekken van oude accounts of het uitfaseren van verouderde systemen nog onvoldoende hebben geborgd.Ook bedrijven die niet onder de Cyberbeveiligingswet vallen, kunnen hiermee te maken krijgen. Cindy Wubben, ciso bij Visma, verwacht dat deze wet een vergelijkbaar effect zal hebben als de AVG. ‘Natuurlijk moeten de organisaties die onder de wet vallen de juiste maatregelen implementeren, maar door de ketenverantwoordelijkheid zullen ook bedrijven die momenteel buiten de directe reikwijdte vallen uiteindelijk via de klantvraag aan de eisen gaan voldoen. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel mkb-bedrijven en toeleveranciers die diensten leveren aan grotere organisaties die wel rechtstreeks onder de wet vallen. Het toezicht verloopt in die gevallen niet via de formele toezichthouder, maar via klantrelaties en contractuele afspraken.’Aan value added resellers, it-adviseurs en dergelijke biedt het expliciet neerleggen van eindverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bij het bestuur nog een unieke kans. Michel Woudstra: ‘Ze kunnen het gesprek over digitale weerbaarheid nu rechtstreeks op directieniveau voeren.’ Volgens hem kan dit leiden tot een betere afstemming tussen it-strategie en bedrijfsdoelstellingen, het vrijmaken van noodzakelijke budgetten en een organisatiebrede veiligheidscultuur. Een maatschappelijk en zakelijk voordeel hiervan is dat bedrijven niet langer reactief branden blussen, maar proactief hun bedrijf beschermen tegen kostbare uitval, datalekken en reputatieschade.Meer te weten komen over NIS2? Kom naar Cybersec Netherlands (9+10 september, Jaarbeurs Utrecht)👉🏼 Registreer nu gratis …
Kort: Mkb blijft doelwit van cyberaanvallers, Databricks groeit 80 procent (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Cyberincidenten in mkb eerder regel dan uitzondering, Databricks noteert spectaculaire omzet-run-rate, Google zet met Gemini 3.7 Flash in op ai-agents, eclips zet Europa in e-commercepauze, en Oracle en AWS vinden elkaar.Bijna 9 op 10 mkb-bedrijven slachtoffer van cyberincidentMaar liefst 86 procent van de kleine en middelgrote bedrijven heeft het afgelopen jaar te maken gehad met een cyberincident. Dat blijkt uit internationaal onderzoek van Kaspersky onder it-beveiligingsspecialisten in achttien landen. Gemiddeld kregen organisaties met drie verschillende soorten incidenten te maken.Bij mkb-bedrijven waren phishing (20 procent), misbruik van softwarekwetsbaarheden (17 procent) en aanvallen via externe toegang (16 procent) de meest voorkomende incidenten. Opvallend is dat slechts veertien procent van de bedrijven met minder dan vijfhonderd medewerkers geen incident meldde.Gebrek aan expertise bij securitymedewerkers en onvoldoende veiligheidsbewustzijn onder personeel vallen als belangrijkste risicofactoren. Driekwart van de mkb-bedrijven heeft het cybersecuritybudget dit jaar verhoogd. Zeventig procent wil de beveiligingsfunctie verder versterken.Databricks passeert omzetgrens van 7 miljard dollarDatabricks heeft in het tweede kwartaal een omzet-run-rate van meer dan zeven miljard dollar bereikt. Dat betekent een groei van ruim tachtig procent ten opzichte van een jaar eerder. Het Amerikaanse data- en ai-bedrijf haalt daarnaast vijf miljard dollar aan nieuwe financiering op, tegen een waardering van 190 miljard dollar.Databricks wil het geld inzetten voor de verdere ontwikkeling van Lakebase, Genie en Unity AI Gateway. Lakebase, een serverloze PostgreSQL-database voor ai-agents, passeerde inmiddels een omzet-run-rate van honderd miljoen dollar. Genie moet ai-agents toegang geven tot bedrijfscontext, terwijl Unity AI Gateway het gebruik van verschillende ai-modellen beheert en kosten helpt beheersen.Volgens topman Ali Ghodsi groeit de vraag naar ai-agents die zelfstandig bedrijfsprocessen kunnen uitvoeren snel.Google lanceert Gemini 3.7 Flash voor code en ai-agentsGoogle heeft Gemini 3.7 Flash gelanceerd, een ai-model dat zich richt op complexe programmeertaken en ai-agents. De nieuwe versie verschijnt drie weken na Gemini 3.6 Flash en moet vooral op het gebied van software-engineering, webdevelopment en kennisintensieve toepassingen betere prestaties leveren.Google zegt dat de verbeteringen voortkomen uit sterkere redeneermogelijkheden. Tegelijkertijd moet het model goedkoper zijn om op grote schaal in te zetten. De introductieprijs ligt volgens Google op de helft van die van Gemini 3.6 Flash.Ook de persoonlijke ai-assistent Gemini Spark maakt voortaan gebruik van het nieuwe model. Volgens Google moet dit leiden tot een betere integratie met Google Workspace. De techgigant publiceert daarnaast nieuwe benchmarkresultaten en veiligheidsmaatregelen rond Gemini 3.7 Flash.Zonsverduistering legt Europese e-commerce tijdelijk platDe Europese consument zette tijdens de zonsverduistering het online-winkelen vrijwel stil. Dat blijkt uit transactiedata van financieel dienstverlener Mollie, dat betalingsstromen van meer dan 250.000 bedrijven in ruim dertig Europese markten analyseerde.Tijdens het hoogtepunt van de totale eclips daalde het digitale transactievolume met bijna 38 procent ten opzichte van een normale avond. De pauze bleek van korte duur: in de 33 minuten daarna steeg het aantal transacties vanaf het ‘dieptepunt’ met 64 procent.De opvallende V-vormige transactiegrafiek was zichtbaar in uiteenlopende retailsectoren. Volgens Mollie wijst dat op een continentbrede onderbreking van online-activiteit, in plaats van een effect dat beperkt bleef tot specifieke productcategorieën. De data laten volgens het bedrijf zien hoe snel consumentengedrag door een grote externe gebeurtenis kan veranderen.Oracle en AWS breiden samenwerking rond ai-databases uitOracle en Amazon Web Services (AWS) breiden hun strategische samenwerking uit om migraties van Oracle-databases naar AWS te versnellen. Oracle AI Database@AWS is beschikbaar in 22 regio’s wereldwijd. De dienst wordt onder meer gebruikt door CJ Olive Young, Kobalt Music Group en de Metropolitan Transport Authority van Barcelona voor bedrijfskritische workloads.Nieuw is Oracle Exadata Database Service on Exascale Infrastructure. Daarmee krijgen organisaties toegang tot Exadata-prestaties via een pay-per-use-model. Gebruikers kunnen reken- en opslagcapaciteit bovendien flexibel afstemmen op hun behoeften.Oracle AI Database@AWS biedt daarnaast integratie met AWS-diensten zoals Amazon Bedrock, SageMaker en Redshift. Volgens Oracle kunnen bedrijven zo ai- en analytics-toepassingen ontwikkelen op basis van hun bestaande Oracle-data, zonder deze te verplaatsen of te dupliceren.
Hoe manage je een cybercrisis?
6 dagen
Vind je route naar cybercrisismanagement op Cybersec Netherlands 2026Geen organisatie is volledig immuun voor een incident. Een kwetsbaarheid kan worden misbruikt, een account kan worden overgenomen of een aanvaller kan via een leverancier binnenkomen. Hoe naticipeer je op een cybercrisis? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands.Een cybercrisis vraagt namelijk om meer dan een technisch antwoord. Wie neemt de beslissingen? Hoe snel wordt duidelijk wat er aan de hand is? Hoe voorkom je dat een incident zich verder verspreidt? En wanneer kun je zeggen dat de crisis daadwerkelijk voorbij is?Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vragen vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van crisisleiding en zichtbaarheid tot beheersing, herstel en samenwerking. Samen vormen ze een route langs vijf stappen om beter voorbereid te zijn op het moment waarop cybersecurity niet langer een preventievraagstuk is, maar een crisis.Meer dan securityincidentEen securityincident hoeft niet direct uit te groeien tot een crisis. Dat gebeurt wanneer de gevolgen verder reiken dan het securityteam en bijvoorbeeld de bedrijfsvoering, klanten of reputatie raken. Op dat moment moeten beslissingen vaak onder tijdsdruk worden genomen, terwijl informatie onvolledig is en belangen uiteenlopen.Daarom begint goed cybercrisismanagement niet pas wanneer een aanvaller is ontdekt. Het begint met voorbereiding. Wie verantwoordelijkheden vooraf helder heeft, weet welke informatie nodig is en regelmatig oefent, staat tijdens een incident sterker.Stap 1: bepaal wie er beslist wanneer het misgaatEen cybercrisis kan technische problemen veroorzaken, maar de belangrijkste beslissingen zijn lang niet altijd technisch. Moet een systeem offline? Wanneer informeer je klanten of partners? Welke risico’s accepteer je om de bedrijfsvoering draaiende te houden?De keynote ‘From banking to academia to manufacturing: what every CISO can learn across industries’ (9 september, 13.30 – 13.50 uur, Mainstage) sluit hier goed op aan. Martin de Vries, chief information security officer bij VDL Groep, kijkt vanuit ruim twintig jaar ervaring naar het cybersecurityleiderschap in verschillende sectoren. Daarbij komen onder meer governance, stakeholdermanagement, crisisrespons en risico-eigenaarschap aan bod.Northwave sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C057). De organisatie houdt zich bezig met cybersecurity en incident response en biedt daarmee een praktische aanvulling op de vraag hoe organisaties zich voorbereiden op situaties waarin een securityincident uitgroeit tot een bedrijfscrisis.Wat levert deze stop op?Meer duidelijkheid over verantwoordelijkheden en besluitvorming wanneer een cyberincident niet meer alleen een zaak van het securityteam is.Stap 2: zorg dat je snel weet wat er gebeurtEen crisis wordt moeilijker te beheersen wanneer de organisatie geen betrouwbaar beeld heeft van haar eigen digitale omgeving. Welke systemen zijn bereikbaar? Welke assets staan publiekelijk bloot? En welke nieuwe verbindingen of kwetsbaarheden zijn ontstaan zonder dat het securityteam daarvan op de hoogte is?De sessie ‘The intelligence gap: why modern SOCs depend on complete internet visibility’ (10 september, 13.15 – 13.45 uur, Masterclass theater 5) gaat precies over dat probleem. Security operations centers (soc’s) moeten steeds sneller dreigingen detecteren, onderzoeken en beantwoorden, terwijl hun informatie over systemen met internettoegang en dreigingsactiviteiten soms onvolledig of verouderd is.Hadrian sluit hier goed op aan als exposant (stand 11.D074). De organisatie richt zich op external attack surface management en combineert continue asset discovery met het valideren van kwetsbaarheden vanuit het perspectief van een aanvaller. Daarmee past Hadrian bij de praktische vraag achter deze stap. Je kunt een crisis immers pas goed beheersen wanneer je weet wat er daadwerkelijk aan de buitenkant van je organisatie zichtbaar en bereikbaar is.Wat levert deze stop op?Een beter beeld van de digitale omgeving en daarmee een snellere startpositie wanneer een incident zich voordoet.Stap 3: voorkom dat een incident uitgroeit tot een crisisWanneer een aanvaller eenmaal binnen is, telt iedere minuut. Zeker bij ransomware kan een relatief klein incident zich snel ontwikkelen tot een situatie waarin systemen en data niet meer beschikbaar zijn.De sessie ‘Welcome to Cryptographic Park: how ransomware finds a way’ (9 en 10 september, 12.30 – 13.00 uur, Masterclass theater 5) kijkt naar de manier waarop ransomware langs traditionele beveiligingsmaatregelen kan komen. De nadruk ligt volgens Ross Asquith, solutions engineering director bij Halcyon, niet alleen op preventie, maar ook op detectie, het blokkeren van encryptie en snel herstel.Keepit past goed bij deze stap (stand 11.B050). De organisatie richt zich op cloudback-up en dataresilience. Daarmee brengt de beursvloer een belangrijk perspectief in bij ransomware. Als preventie en detectie tekortschieten, moet een organisatie kunnen voorkomen dat een aanval meteen leidt tot langdurig verlies van kritieke data en bedrijfscontinuïteit.Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de maatregelen die nodig zijn om een aanval te beperken voordat een securityincident uitgroeit tot een bedrijfscrisis.Stap 4: herstel betekent meer dan systemen weer online brengenEen organisatie kan technisch herstellen terwijl de gevolgen van een incident nog jarenlang merkbaar zijn. Denk aan gestolen persoonsgegevens, phishing, identiteitsfraude of klanten die het vertrouwen in een organisatie verliezen.De sessie ‘The breach is over. The damage isn’t’ (10 september, 10.15 – 10.45 uur, Stronger Together Partner Dome 7) kijkt juist naar die periode na een datalek. Willemijn Rodenburg, strategisch adviseur bij Cyberveilig Nederland, richt zich op de gevolgen voor mensen van wie persoonsgegevens zijn gestolen en op de vraag waar de verantwoordelijkheid van organisaties ophoudt en die van slachtoffers begint.Kiteworks sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.D056). De organisatie richt zich op het veilig delen en beheren van gevoelige informatie. Daarmee ontstaat een bredere kijk op herstel. Niet alleen systemen moeten weer functioneren, maar ook de informatie waarmee organisaties, medewerkers, klanten en partners werken, moet zorgvuldig worden behandeld.Wat levert deze stop op?Een bredere definitie van herstel. Een crisis is niet voorbij zodra de systemen weer werken, maar pas wanneer ook de gevolgen voor de organisatie en haar omgeving beheersbaar zijn.Stap 5: gebruik een crisis om structureel weerbaarder te wordenEen organisatie die een cybercrisis heeft doorstaan, heeft iets waardevols geleerd. De vraag is alleen of die lessen ook daadwerkelijk worden omgezet in verbetering.De sessie ‘From islands to alliances: how collaboration transforms cyber resilience’ (10 september, 14.45 – 15.15 uur, Stronger Together Partner Dome 7) kijkt naar cyberweerbaarheid vanuit samenwerking. De centrale gedachte van Aernout Reijmer, ceo van CyberAlloy, is dat organisaties niet als geïsoleerde eilanden functioneren. Juist samenwerking tussen bedrijven, overheid, kennisinstellingen en andere partijen kan helpen om structureel weerbaarder te worden.S2 Grupo sluit aan bij deze laatste stap van de route (stand 11.C024). De organisatie richt zich op cybersecurity en cyberresilience en kan daarmee de vraag achter deze stap helpen verbreden. Een cybercrisis moet niet alleen worden geëvalueerd vanuit de vraag wat er fout ging, maar ook vanuit de vraag welke structurele verbeteringen nodig zijn om een volgende crisis beter op te vangen.Wat levert deze stop op?Een manier om van incident response naar structurele cyberweerbaarheid te gaan. Niet alleen herstellen wat kapot ging, maar de organisatie sterker maken voor een volgende aanval.Crisis begint niet bij incidentWie deze route volgt, ziet dat cybercrisismanagement veel verder gaat dan een incident response-plan. Het begint met duidelijke verantwoordelijkheden en goede voorbereiding. Daarna gaat het om zicht op de omgeving, het beperken van de impact en het daadwerkelijk kunnen herstellen.Maar misschien wel het belangrijkste is wat daarna gebeurt. Een cybercrisis levert informatie op over de manier waarop een organisatie functioneert onder druk. Wie die lessen benut en samenwerking zoekt buiten de eigen organisatie, kan de volgende crisis beter voorbereid tegemoet gaan.Cyberweerbaarheid betekent uiteindelijk niet dat een organisatie iedere aanval kan voorkomen. Het betekent dat een organisatie weet wat ze moet doen wanneer preventie tekortschiet, snel kan handelen wanneer dat nodig is en sterker uit een incident kan komen.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Industrie 5.0 stuwt overnames in Nederlandse maakindustrie
6 dagen
Nederlandse fabrieken gaan steeds meer digitale hulpmiddelen gebruiken. Vroeger ging het vooral om slimme machines en computers (Industrie 4.0). Nu kijken bedrijven verder (Industrie 5.0): technologie moet niet alleen zorgen voor méér productiviteit, maar moet ook goed zijn voor de werknemers, het milieu en de toekomst. De aandacht in de maakindustrie verschuift naar mensgerichte, duurzame en weerbare productie. Deze ontwikkeling is duidelijk zichtbaar in recente overnames van Nederlandse bedrijven in industriële automatisering, productiesoftware, sensortechnologie en energiebeheer. Zo blijkt uit een rapport van Aeternus, adviesbureau bij bedrijfsovernames en -financiering. Een sprekend voorbeeld is de overname van Sensorfact, een Nederlandse aanbieder van software voor energiebeheer, door het Zweeds-Zwitserse concern ABB. Digitale systemen nodig Volgens Aeternus kijken kopers gerichter naar technologie die productieprocessen schaalbaarder, voorspelbaarder en minder afhankelijk van handmatige arbeid maakt. Om fabrieken zo goed mogelijk te laten draaien, zijn digitale systemen nodig. Door slim gebruik te maken van gegevens uit de machines, is de productie sneller en zonder fouten aan te sturen. De voordelen zijn: Meer winst: Je werkt een stuk efficiënter. Betere producten: De kwaliteit gaat omhoog. Sneller aanpassen: Je bent flexibeler als klanten iets anders willen. Makkelijker groeien: Je bedrijf kan simpel groter worden. Factory automation Aeternus ziet een aanhoudende vraag naar factory automation, robotics en machine vision. Een tweede trend is de opkomst van software als verbindende laag binnen de maakindustrie. Waar productiebedrijven vroeger vaak werkten met losse systemen voor planning, ERP, controle op de werkvloer en kwaliteitsregistratie, is de behoefte aan geïntegreerde software-omgevingen gegroeid.
EU-geld voor Zweedse vibecoding-gigant Lovable
6 dagen
Het nieuwe Scaleup Europe Fund, waarin onder andere de Europese Commissie deelneemt, is één van de investeerders in het Zweedse Lovable. De nieuwe investeringsronde waardeert het bedrijf op 13,3 miljard dollar. Lovable biedt software waarmee niet-technische klanten met behulp van vibecoding prototypes, websites, apps en tools kunnen bouwen. De startup is gelanceerd in november 2024 en zegt dat er sindsdien 60 miljoen projecten met de software zijn gebouwd. Onduidelijk is de status en omvang van die projecten. Sinds kort kan elke zakelijke gebruiker op het Lovable-platform een ’trust center’ aan zijn app of site toevoegen. Daarin kan de gebruiker zien welke security-maatregelen genomen zijn. Eerder dit jaar nog kwam Lovable in opspraak door een groot datalek. Scaleup Europe Fund De recente series C-ronde bracht 400 miljoen dollar voor de Zweden op. Naast het Scaleup Europe Fund investeerden diverse venture capital-partijen uit onder andere de VS en China in deze ronde.   Het Scaleup Europe Fund (SEF) is een nieuwe publiek-private samenwerking waarin de private investeerder EQT de leiding heeft. Het fonds is vorig jaar door de Europese Commissie aangekondigd als antwoord op het rapport Draghi, dat opriep om het investeringsgat voor deep-tech bedrijven te dichten. Het fonds richt zich op nieuwe ‘later stage’ Europese ondernemingen die willen doorgroeien tot ‘global leaders’. Het SEF investeert in ai, quantum technologie, semiconductor technologie, robotics en autonomous systems, energietechnologie, ruimtevaarttechnologie, biotechnologie, medische technologie, advanced materials en agritech. De Europese commissie neemt op gelijke voorwaarden deel als de andere investeerders in het SEF en brengt 1 miljard euro in. Een van de andere investeerders is het Nederlandse APG Asset Management, dat onder andere pensioengeld van ABP belegt.  
Meer of minder beloning door ai?
1 week
Hoe ontwikkelen de salarissen en freelance-tarieven zich in de ict-markt? Wat kun je doen om beter te verdienen?Recente cijfers wijzen erop dat de arbeidsmarkt voor zelfstandige professionals, waaronder ict’ers, minder gunstig wordt. Het aantal aanbiedingen per opdracht ligt inmiddels vier keer hoger dan tijdens het dieptepunt van de coronaperiode. Opdrachten zonder reacties zijn zeldzaam geworden.Volgens de Talent Monitor van HeadFirst Group en Intelligence Group staan de tarieven in delen van de ict inmiddels onder druk. De verwachte tariefstijging voor 2026 bedraagt gemiddeld slechts één procent, terwijl juniortarieven zelfs licht dalen, een ontwikkeling die de onderzoekers mede toeschrijven aan meer aanbod, minder schaarste en de impact van ai.Medior- en seniortarieven blijven wel stijgen: het gemiddelde uurtarief van een zelfstandige ict-consultant kwam in 2026 uit op 108 euro (excl. btw), tegen een gemiddelde van 83 euro voor alle Nederlandse zzp’ers samen. Aan de top van de markt liggen de tarieven nog hoger: informatiemanagers vragen gemiddeld 122 euro per uur, security architects 125 euro en enterprise architects 127 euro.Ict-salarissen stijgen minder hardOok in de salarisgroei lijkt de rek eruit. Eerder dit jaar berichtte Computable dat in de Nederlandse ict‑sector het salaris van medewerkers minder hard groeit dan de cao‑lonen. Dat bleek uit een onderzoek onder circa 450 ict’ers, uitgevoerd eind 2025 op initiatief van FNV IT, met medewerking van de vakbonden CNV, De Unie en Computable. De uitkomsten van het ‘Salarisonderzoek in de ICT 2025’ laten zien dat salarisontwikkeling sterk afhangt van factoren als leeftijd, bedrijf, loyaliteit en gender.Wat kan medewerker met aiKunstmatige intelligentie verandert niet alleen het werk van ict-professionals, maar ook de manier waarop werkgevers talent beoordelen, belonen en inzetten. De vraag verschuift van wat iemand weet naar wat iemand met die kennis en ai kan bereiken. Volgens Niels Agterberg, managing partner van recruitmentburerau ACES International, wordt het vermogen om ai effectief in te zetten steeds belangrijker. Die ontwikkeling ziet hij niet alleen bij ontwikkelaars, maar ook bij managers, marketeers en consultants: ‘Het gaat veel meer naar: als een klant iets wil hebben, hoe zet je nou ai in om dat op een goede manier te presenteren?’Voor softwareontwikkelaars ziet Agterberg een vergelijkbare verschuiving. Ai-tools en vibe coding nemen steeds meer routinematig programmeerwerk over. De waarde van ervaren ontwikkelaars ligt daardoor minder in het schrijven van code en meer in het beoordelen van de kwaliteit ervan.De grootste winnaars lijken niet per se de professionals die de meeste code produceren, maar degenen die technologie, domeinkennis en ai effectief weten te combineren.Beloning in het ai-tijdperkHoe kun je nu meer gaan verdienen? Wie meer salaris of een hoger tarief wil, doet er verstandig aan verder te kijken dan functietitel, diploma’s of certificaten. Door de opkomst van ai verschuift de waarde van werknemers steeds meer naar hun vermogen om technologie daadwerkelijk toe te passen en daarmee resultaten te boeken.Voor werknemers betekent dit dat een salarisonderhandeling steeds minder draait om wat zij weten en steeds meer om wat zij aantoonbaar realiseren, legt Dr. Ken Matos, Director of Market Insights (Human Capital Management) bij hr-platform HiBob uit. Maar uit onderzoek van Hibob onder 1.200 ai-beslissers blijkt dat werkgevers niet bereid zijn extra te betalen voor algemene ‘ai literacy’.‘Ze betalen extra voor schaarse vaardigheden die direct bedrijfsrisico’s verkleinen of productiviteit verhogen,’ zegt Matos. ‘Wie kan laten zien dat ai leidt tot kortere doorlooptijden, lagere kosten, minder fouten of betere dienstverlening, beschikt over sterkere argumenten dan iemand die vooral benadrukt welke tools hij gebruikt.’Een goede voorbereiding begint daarom met het verzamelen van concrete resultaten, stelt Matos. ‘Welke processen zijn versneld? Hoeveel tijd is bespaard? Zijn fouten verminderd? Welke nieuwe diensten of producten zijn mogelijk geworden?’ Hoe concreter de bijdrage aan bedrijfsdoelstellingen, hoe sterker de onderhandelingspositie.SalarispremieDe drie vaardigheden waarvoor het vaakst een salarispremie van minimaal 10 procent wordt genoemd zijn automatisering en technische integratie (34%), ai safety, ethiek en governance (34%) en evaluatie en kwaliteitscontrole van ai-output (33%).‘Dat zijn interessante uitkomsten,’ aldus Matos. ‘Het zijn immers niet direct de vaardigheden waar momenteel de meeste aandacht naar uitgaat. Ja, veel werknemers leren prompten. Maar werkgevers blijken vooral te zoeken naar mensen die ai-systemen beheersbaar maken.’Een tweede inzicht is dat ai steeds vaker onderdeel wordt van promotiebeleid. Matos: ’67 procent van de organisaties koppelt ai-vaardigheden aan promoties en 50 procent aan beoordelingsgesprekken.’Vijf tips voor de salarisonderhandelingOnderhandel op basis van behaalde resultaten, niet op basis van gebruikte ai-tools.Verzamel cijfers over tijdsbesparing, productiviteitswinst of kwaliteitsverbetering.Ontwikkel expertise in schaarse domeinen zoals ai-governance, beveiliging en automatisering — juist deze vaardigheden leveren volgens onderzoek van HiBob de hoogste salarispremies op.Maak zichtbaar hoe jouw inzet bijdraagt aan omzet, klanttevredenheid of kostenreductie.Wacht niet op de jaarlijkse beoordeling, maar documenteer successen gedurende het hele jaar.
Kort nieuws: Nebius profiteert van ai, ‘SpaceX is vooral ai’
1 week
In dit nieuwsoverzicht: VAR-programma Workday ook in Nederland, IG&H neemt RevoData over, Musk vindt SpaceX vooral ai-bedrijf, Securitas doet ook cybersecurity parkeercamera’s Rotterdam en omzet Nebius op de Zuidas groeit enorm door ai. Nebius profiteert van enorme vraag naar ai-capaciteit Nebius, het ai-cloudbedrijf met hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas, zag zijn inkomsten in het afgelopen kwartaal met 454 procent stijgen vergeleken met een jaar eerder. De omzet reikte tot 582 miljoen euro. De vraag naar ai-capaciteit stijgt exponentieel. In het tweede kwartaal werden vier grote deals gesloten, elk met een waarde van meer dan 1 miljard euro, waaronder die met Reflection en Cohere. Volgens Nebius-topman Arkady Volozh sloot zijn bedrijf nooit eerder zulke grote ai-cloud-deals af tegen zulke gunstige voorwaarden.  Behalve via lange termijncontracten verkoopt Nebius ook capaciteit via veilingen en korte termijn deals. Die kunnen zeer lucratief zijn. Nebius verwacht dit jaar voor 9 miljard dollar aan vooruitbetalingen van klanten te krijgen. Het van oorsprong Russische Nebius heeft in IJsland, Finland, het Verenigd Koninkrijk, de VS, Frankrijk en Israël datacenters. Dit jaar komen daar 14 nieuwe datacenters bij, vooral in de VS. SpaceX nu al meer ai-bedrijf SpaceX is niet langer – primair – een lanceer-onderneming voor satellieten, maar ontwikkelt zich razendsnel in een ai-bedrijf. Die transformatie is nu grotendeels voltooid. Oprichter Elon Musk ziet enorme kansen. SpaceX zou in 2028 500 miljard dollar kunnen verdienen, zegt hij in een 29 minuten durende presentatie. ‘Onze ai-inkomsten zullen waarschijnlijk in september alle andere SpaceX-inkomsten overtreffen en zullen in het vierde kwartaal aanzienlijk hoger uitvallen dan alle andere SpaceX-inkomsten,’ aldus Musk. ‘Ai is dus een extreem belangrijk onderdeel geworden van de toekomst van SpaceX.’  ‘Waarschijnlijk zal ai over vier of vijf jaar 99% van de waarde van SpaceX uitmaken; ik denk zeker binnen vijf jaar,’ zei Musk. ‘En de waarde van SpaceX zal een astronomisch bedrag zijn.’ SpaceX lanceerde deze week nieuwe ai-software (Grok Bot) die ai-agenten als een team laat werken bij het uitvoeren van verschillende taken. Eerder dit jaar kocht SpaceX xAI, een startup die Musk in 2023 oprichtte. xAI ontwikkelde de chatbot Grok en beheert ook een krachtig supercomputer-cluster in Tennessee genaamd Colossus. Musk wil één miljoen ai-satellieten voor datacenters in de ruimte brengen.  Securitas Technology tekent voor camerabeheer parkeervoorzieningen Rotterdam Securitas Technology heeft een raamovereenkomst gesloten met de gemeente Rotterdam voor het integraal beheer en de verdere ontwikkeling van de videosurveillancesystemen (VSS) in de gemeentelijke parkeervoorzieningen, waaronder parkeergarages en fietsenstallingen. De overeenkomst ging in op 1 juli 2026, loopt in eerste instantie twee jaar en kan twee keer met een jaar worden verlengd. Securitas Technology neemt het volledige levenscyclusbeheer van de systemen voor zijn rekening: van preventief en correctief onderhoud tot de installatie van nieuwe camera’s, uitbreidingen, upgrades en de levering van hardware en software. Ook cybersecurity krijgt aandacht, met onder meer veilige netwerkarchitecturen, toegangsbeheer en encryptie, en het bedrijf verkent toepassingen als video-analyse en ai om cameratoezicht meer preventief en datagedreven in te zetten. IG&H neemt RevoData over van Atomic Group IG&H heeft RevoData overgenomen van Atomic Group en versterkt daarmee zijn leidende positie in data en ai. Met de overname haalt IG&H een gespecialiseerd team van ruim 40 Databricks-professionals in huis. RevoData’s Databricks-expertise wordt gecombineerd met IG&H’s schaalbare, internationale platform- en sectorkennis. Atomic Group, dat RevoData verkoopt, richt zich voortaan volledig op soevereine cloud-, data- en ai-infrastructuur voor Nederland. Beide bedrijven blijven partners in het leveren van data- en ai-oplossingen op soevereine infrastructuur. Workday breidt VAR-programma uit naar EMEA, ook Nederland Workday breidt zijn Value-Added Reseller (VAR)-programma uit naar de EMEA-regio, waaronder Nederland. Via het nieuwe VAR-ecosysteem krijgen organisaties via vertrouwde regionale partners bredere toegang tot Workday Services en Agentic AI-capabilities. De uitbreiding moet vooral middelgrote organisaties helpen die nog met gescheiden hr- en financiële systemen werken en op zoek zijn naar één schaalbaar platform. Met deze stap maakt Workday de overstap van een volledig direct verkoopmodel naar een hybride model, waarin directe verkoop wordt gecombineerd met een groeiend netwerk van partners. Ook in Nederland zijn lokale VAR-partners actief. Partner HR Path ziet het VAR-model als een logische stap om het mkb in Nederland breder te ondersteunen, van strategische besluitvorming tot operationele implementatie, aldus Angelo Van Stijn, Associate Partner bij HR Path.

Pagina's

Abonneren op computable