computable

122 nieuwsberichten gevonden
Webhosters houden klanttevredenheid op hoog niveau
14 uur
De Nederlandse hostingmarkt laat ook in 2025 een hoog niveau van klanttevredenheid zien. Dat blijkt uit een overzicht van de best beoordeelde webhosters, samengesteld door hostingvergelijkingssite Webhosters.nl. Winnaar is Theory7.net. De webhostingvergelijker baseert zich op klantreviews en concludeert dat de verschillen aan de top klein zijn. Meerdere aanbieders scoren sterk, wat wijst op een volwassen en competitieve markt. Voor deze editie hanteerde Webhosters.nl een ondergrens van minimaal vijftien reviews per aanbieder. Daarmee wil de site voorkomen dat hostingbedrijven met slechts enkele beoordelingen hoog in de lijst eindigen, terwijl ook kleinere aanbieders voldoende kans houden om opgenomen te worden. Het gemiddelde cijfer in de top tien ligt hoog, wat volgens de samenstellers aangeeft dat Nederlandse hostingbedrijven over de hele linie goed presteren op klanttevredenheid. Top 10 De nummer één van 2025 is Theory7.net, met een score van 5,00 op basis van achttien reviews. Op korte afstand volgen Hoasted (4,98), Esmero (4,95), Cloud86 (4,94) en VDX (4,91). Ook buiten de top vijf blijven de cijfers hoog. SiteGround scoort 4,90, Mijn.host 4,88 en Junda 4,85. Bhosted.nl komt uit op 4,78. Yourhosting valt op met een score van 4,68, gebaseerd op 1.910 reviews. Dat is veruit het hoogste aantal beoordelingen in de lijst, wat volgens Webhosting.nl laat zien dat ook bij grotere volumes een stabiele waardering mogelijk is. Diverse factoren Uit de resultaten blijkt dat klanten niet alleen kijken naar prijs, snelheid en techniek. Factoren als support, bereikbaarheid en de algemene klantervaring wegen steeds zwaarder mee. Opvallend is verder dat namen als Hoasted, Cloud86, VDX, Mijn.host en SiteGround vaker terugkeren in de hogere regionen van eerdere edities, wat volgens de vergelijker duidt op structureel goede prestaties. Buiten de top tien zijn er eveneens diverse positief beoordeelde aanbieders, waaronder WebOké, Site.nl, Budget Webhosting, Versio en HostSlim B.V., allemaal actief vanuit Nederland. Vooral Versio springt eruit met 336 reviews en een gemiddelde score van 4,47. Meer reviewsWebhosters.nl kondigt aan dat voor de editie van 2026 de minimale ondergrens wordt verhoogd naar dertig reviews per aanbieder. Daarmee wil de vergelijkingssite de betrouwbaarheid van het overzicht verder vergroten en hostingbedrijven stimuleren actief met klantfeedback te blijven werken.
Ot-security: markt in kaart
15 uur
De markt voor ot-security groeit snel, maar is versnipperd en complex. Welke soorten problemen zijn er? Welke partijen bieden oplossingen? En hoe vindt een beheerder van ot-installaties zijn of haar weg in dit landschap? Kiezen voor standaarden in plaats van producten zal helpen. Operational technology (ot) vormt het digitale zenuwstelsel van industriële processen, infrastructuur en moderne gebouwen. Van gebouwbeheersystemen en energievoorzieningen tot bruggen, tunnels en productielijnen: waar fysieke processen worden aangestuurd door software en netwerken, is ot aanwezig. Tegelijk groeit de aandacht voor ot-security. Incidenten laten zien dat kwetsbaarheden in deze omgevingen niet alleen datalekken veroorzaken, maar ook fysieke schade, veiligheidsrisico’s en langdurige uitval. Uitdagingen rond ot-security zijn grotendeels structureel van aard en komen in vrijwel elke sector terug. Er zijn globaal zes soorten uitdagingen. Allereerst speelt de lange levensduur van ot-systemen een rol. Programmable logic controllers (plc’s) en industriële controllers gaan vaak twintig tot dertig jaar mee, met firmware die nooit is ontworpen voor hedendaagse dreigingen. Patches zijn schaars (een keer per half jaar is geen uitzondering) of ontbreken volledig. Daarnaast is er de historische scheiding tussen it en ot. Ot-engineers zijn gericht op continuïteit en veiligheid van processen, terwijl it-securityteams focussen op beleid, logging en updates. Die cultuurkloof leidt regelmatig tot onvolledige risico-analyses. Een derde categorie is het principe dat beschikbaarheid nog vaak boven veiligheid gaat. In veel ot- omgevingen is stilstand duurder dan het risico op een cyberincident. Althans, dat was vaak de houding die bedrijven aannamen. Maatregelen die downtime of latency veroorzaken, worden daarom uitgesteld of vermeden. Daar komt bij dat ot-omgevingen complex en heterogeen zijn: uiteenlopende protocollen zoals Modbus, OPC-UA en DNP3, vaak van verschillende generaties en leveranciers, maken uniforme beveiliging lastig. Ook supply chain-risico’s spelen een grote rol. Veel ot-componenten bevatten firmware van derden, soms met vaste wachtwoorden en maken gebruik van niet direct zichtbare services op de achtergrond. Kwetsbaarheden worden daardoor soms pas ontdekt als systemen al jaren in productie zijn. Verder ontbreekt het in veel omgevingen aan zichtbaarheid en monitoring. Traditionele it-securitytools begrijpen ot-protocollen niet of onvoldoende, waardoor afwijkend gedrag onopgemerkt blijft. Ten slotte zijn er regelgeving-druk en resource-beperkingen. Standaarden als IEC 62443 en NIST SP 800-82 zijn breed geaccepteerd, maar lastig te vertalen naar concrete maatregelen. Tegelijk is er een tekort aan professionals die zowel ot-kennis als cybersecurity-expertise combineren. Een markt met duidelijke segmenten Deze probleemcategorieën hebben geleid tot een markt die is opgedeeld in vier segmenten: A: Een eerste groep bestaat uit asset-discovery en visibility-specialisten. Zij leveren tools die passief ot-netwerken analyseren en inzicht geven in apparaten, firmwareversies en communicatiepatronen. Zonder deze basis is verdere beveiliging nauwelijks mogelijk. B: Een tweede groep richt zich op netwerksegmentatie en perimeterbeveiliging. Industriële firewalls, datadiodes en secure gateways scheiden ot-netwerken van it en externe verbindingen, met gecontroleerde en gelogde toegang. Dit segment wordt deels bediend door klassieke it-securityleveranciers, maar ook door partijen met een meer industriële achtergrond. C: Daarnaast is er een groeiende markt voor ot-specifieke monitoring en detectie. Deze oplossingen herkennen afwijkingen in industriële protocollen en procesgedrag, in plaats van alleen bekende malware-signaturen. Ze worden vaak gekoppeld aan soc-diensten. D: Een vierde categorie bestaat uit governance-, risk- en compliance-specialisten. Zij helpen organisaties bij risico-analyses, maturity-assessments en het implementeren van normen als IEC 62443. Dit zijn vaak adviseurs, soms voortgekomen uit de it-securitywereld, soms uit industriële engineering. Specialisatie en schaalvergroting De dynamiek in de ot-securitymarkt laat twee parallelle bewegingen zien: verdere specialisatie en schaalvergroting. Enerzijds ontstaan niche-spelers die zich toeleggen op één onderdeel, zoals protocol-analyse of veilige remote access voor onderhoudspartijen. Anderzijds breiden grote it-securityleveranciers hun portfolio uit met ot-functionaliteit, vaak via overnames. Marktanalyses van onder meer MarketsandMarkets en Grand View Research laten zien dat deze consolidatie de komende jaren doorzet, aangejaagd door de vraag naar geïntegreerde platforms en ondersteuning in meerdere landen en regio’s. Peter Roelofsma van het Cyber Security Living Lab CSyLL in Zoetermeer ziet die ontwikkeling dagelijks terug. ‘Organisaties worstelen met losse oplossingen’, zegt hij. ‘Er is behoefte aan samenhang: zichtbaarheid, segmentatie en monitoring moeten op elkaar aansluiten, maar wel met respect voor de specifieke ot-context.’ CSyLL leidt zowel hbo- als mbo-studenten op en doet samen met partners onderzoek op het gebied van risicomanagement en cybersecurity in zowel it- als ot-omgevingen. Initiatieven rond open standaarden en opensource, benadrukken het belang van bouwen op standaarden in plaats van gesloten producten Amerikaanse dominantie, Europese accenten Net als in it-security spelen Amerikaanse leveranciers een hoofdrol. Veel grote platforms en detectietools komen uit de VS, mede dankzij schaalvoordelen en een volwassen investeringsklimaat. Tegelijk is in Europa een tegenbeweging ontstaan die wordt gevoed door zorgen over digitale soevereiniteit, regelgeving en afhankelijkheid. Initiatieven rond open standaarden en opensource, denk aan Clouds of Europe, benadrukken het belang van bouwen op standaarden in plaats van gesloten producten. Dat klinkt logisch, maar gebeurt in de praktijk vaak nog niet. In ot kiest men vaak een bij de situatie passend product van een leverancier, terwijl men daarmee al gauw ‘opgesloten’ raakt in de oplossingen van die ene aanbieder. Overstappen naar een andere partij wordt dan erg lastig. Door te kiezen voor standaarden en vervolgens daarbij passende producten te selecteren, kan men deze vendor lock-in voorkomen. Volgens Roelofsma zijn er kansen: ‘In Europa zie je relatief veel kennis rond industriële automatisering en infrastructuur. Die combinatie van ot-domeinkennis en security is precies waar de markt naartoe beweegt.’ Europese spelers profileren zich vaker als specialist of system integrator, die oplossingen combineren en afstemmen op lokale regelgeving en specifieke branches. It-roots of industriële achtergrond? Opvallend is dat ot-securityleveranciers vaak uit twee verschillende werelden komen. Een deel is voortgekomen uit de it-securityindustrie en past bestaande technologie aan voor ot-omgevingen. Dat levert schaal en volwassen tooling op, maar soms ook frictie met de eisen van industriële processen. Een ander deel komt juist uit de industriële en installatiewereld: systeemintegratoren, gebouwautomatiseringsspecialisten en industriële dienstverleners die security toevoegen aan hun bestaande portfolio. Zij kennen de installaties en processen goed, maar moeten vaak investeren in security-expertise en tooling. In de praktijk werken deze werelden steeds vaker samen. Roelofsma: ‘De meest effectieve aanpak ontstaat wanneer installateurs, ot-engineers en securityspecialisten gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Security wordt dan geen add-on, maar integraal onderdeel van ontwerp en beheer.’ Wegwijzer voor ot-beheerders Voor beheerders van gebouwen en (industriële) infrastructuur met ot-installaties is de markt niet eenvoudig te doorgronden. Een logische eerste stap is het opbouwen van een volledige asset-inventaris. Zonder inzicht in wat er binnen de eigen organisaties in gebruik is, is elke securitymaatregel symptoombestrijding. Vervolgens is netwerksegmentatie essentieel: scheiding tussen it en ot, met gecontroleerde koppelingen voor beheer en data-uitwisseling. Ot-security is geen product dat je koopt, maar een traject dat je organiseert op basis van een weldoordachte risico-analyse Daarna komt monitoring op maat. Kies oplossingen die ot-protocollen begrijpen en passief werken, zodat processen niet worden verstoord. Tegelijk is het verstandig om regelmatige risico-assessments uit te voeren, bijvoorbeeld langs de lijnen van IEC 62443, en bevindingen te vertalen naar een meerjarenplan. Tot slot vraagt ot-security om organisatie en cultuur. Training van ot-engineers in de basisprincipes van cybersecurity en omgekeerd begrip bij it-teams voor industriële processen verkleint de kloof. Roelofsma vat het samen: ‘Ot-security is geen product dat je koopt, maar een traject dat je organiseert op basis van een weldoordachte risico-analyse. Wie dat beseft, kan ook in deze complexe markt gefundeerde keuzes maken.’ Conclusie De ot-securitymarkt weerspiegelt de complexiteit van de omgevingen die zij moet beschermen. Structurele technische uitdagingen, een divers landschap aan aanbieders en een spanningsveld tussen specialisatie en schaal maken het speelveld onoverzichtelijk. Amerikaanse leveranciers domineren in volume, maar Europese partijen brengen veel domeinkennis en integratievermogen in. Voor beheerders ligt de sleutel tot succes in inzicht, gefaseerde verbetering en samenwerking. Niet door blind te kiezen voor één oplossing of product, maar door ot-security te benaderen als een samenhangend onderdeel van het beheer van kritieke systemen. Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
PUE in datacenters is nuttige graadmeter (in juiste context)
16 uur
BLOG – Power usage effectiveness (PUE) is de bekendste efficiëntie-metric in de datacentersector. De eenvoud van de metric heeft ertoe geleid dat PUE breed wordt toegepast, geciteerd en zelfs ingezet als marketinginstrument. Tegelijkertijd is diezelfde eenvoud een valkuil. Wie PUE gebruikt zonder context of aanvullende metrics kan tot verkeerde conclusies komen. In het ergste geval ontstaan zelfs prikkels die haaks staan op daadwerkelijke energiebesparing. Dit artikel schetst de ontstaansgeschiedenis van PUE, legt in eenvoudige bewoordingen uit wat PUE meet, waarom een dalende PUE niet automatisch betekent dat een datacenter efficiënter wordt, en waarom verschillen tussen hyperscalers en co-locatiedatacenters essentieel zijn. Daarnaast wordt de server idle coefficient (SIC) geïntroduceerd als noodzakelijke aanvulling en wordt duidelijk waarom het huidige PUE-denken soms een ongewenste economische prikkel creëert, met name in co-locatieomgevingen. Wat is PUE? PUE beantwoordt één kernvraag: hoeveel energie is nodig om 1 kWh bij de it-apparatuur te krijgen? De formule luidt als volgt: PUE = totale energie van het datacenter / energieverbruik van de it-apparatuur De teller omvat het totale energieverbruik, inclusief koeling, ups-verliezen en verlichting. De noemer betreft alleen de it-apparatuur zoals servers en storage. Een PUE van 2,0 betekent dat er voor elke kWh it-verbruik nog 1 kWh extra nodig is. Bij een PUE van 1,1 is dat slechts 0,1 kWh. Van PUE 3,0 naar 1,1 Toen PUE in 2007 werd geïntroduceerd door The Green Grid, was de gemiddelde efficiëntie van datacenters laag. Veel enterprise- en vroege co-locatiedatacenters draaiden met zware overdimensionering, inefficiënte ups-systemen en weinig aandacht voor airflow en thermisch ontwerp. PUE-waarden rond 2,5 tot 3,0 waren geen uitzondering. In de vijftien jaar daarna heeft de sector grote stappen gezet. Warm- en koudgangscheiding, containment, vrije koeling, hogere aanvoertemperaturen en efficiëntere ups-topologieën hebben de facilitaire overhead sterk verlaagd. Vooral hyperscalers hebben deze optimalisaties op grote schaal doorgevoerd, met PUE-waarden rond 1,1 en soms zelfs lager. Deze cijfers gelden echter vooral voor best-in-class-omgevingen. Wereldwijd ligt de gemiddelde PUE hoger, onder meer door oudere datacenters, multi-tenantomgevingen en variabele bezettingsgraden. PUE is geen maat voor totale efficiëntie Een misvatting is dat PUE gelijkstaat aan totale efficiëntie. De metric zegt niets over de hoeveelheid nuttig werk van it, de efficiëntie van servers, de CO₂-uitstoot, of de absolute energievraag. Een dalende PUE betekent daarom niet automatisch energiebesparing. Omdat het een ratio is, kan PUE verbeteren doordat de overhead daalt, maar ook doordat het it-verbruik stijgt terwijl de overhead gelijk blijft. In dat laatste geval neemt het totale energieverbruik juist toe. Hyperscalers versus co-locatie Hyperscalers hebben duidelijke voordelen: volledige controle over it en faciliteiten, hoge bezettingsgraad en homogene omgevingen. Idle it is direct een kostenpost, waardoor efficiëntie op alle niveaus wordt nagestreefd. Bij co-locatiedatacenters ligt dat anders. Daar is sprake van heterogene omgevingen, wisselende bezetting en beperkte invloed op klant-it. Extra capaciteit voor flexibiliteit en redundantie verhoogt de overhead. Een hogere PUE betekent hier dan ook niet automatisch een slechter ontwerp, maar vaak een andere context. De ontbrekende schakel: SIC Waar PUE stopt, begint de server idle coefficient SIC. Deze metric laat zien welk deel van het it-verbruik wordt veroorzaakt door servers die weinig werk doen. In veel gevallen blijft het energieverbruik van servers relatief constant, ook bij lage belasting. Daardoor bestaat een aanzienlijk deel van het it-verbruik uit idle-energie. Hier ontstaat een spanningsveld. Wanneer it efficiënter wordt ingezet, bijvoorbeeld door virtualisatie of consolidatie, daalt het it-verbruik. De noemer van de PUE wordt kleiner, terwijl de facilitaire energie grotendeels gelijk blijft. Het gevolg is dat de PUE stijgt, ondanks daadwerkelijke energiebesparing. Dit leidt tot een paradox: efficiëntere it kan resulteren in een slechtere PUE-score. Dit effect heeft ook economische implicaties. PUE beloont volume in plaats van efficiëntie: meer it-verbruik leidt tot een betere score, zelfs als dat verbruik weinig waarde toevoegt. In co-locatiemodellen speelt bovendien dat elektriciteit vaak wordt doorbelast aan klanten. Minder verbruik betekent lagere inkomsten, terwijl de kosten grotendeels vast blijven. Hierdoor zijn kpi’s en verdienmodellen niet altijd in lijn met it-efficiëntie. Bij hyperscalers speelt dit minder, omdat zij zowel it als infrastructuur beheren. Energiecijfers Datacenters geven vaak geen absolute energiecijfers vrij vanwege concurrentieoverwegingen. Toch wordt dit argument minder houdbaar. Factoren zoals netcongestie en regelgeving vragen om meer transparantie. Die transparantie is te bieden zonder commerciële schade, bijvoorbeeld via geaggregeerde cijfers, bandbreedtes of normalisatie per rack. Conclusie PUE heeft een belangrijke rol gespeeld in het verbeteren van datacenter-efficiëntie. Maar in de huidige context is het onvoldoende als enige maatstaf. Zonder aanvullende metrics zoals de SIC ontstaat een situatie waarin it-efficiëntie niet zichtbaar wordt en zelfs negatief kan uitpakken in de score. Een realistische beoordeling van datacenters vraagt daarom om een bredere blik, waarin zowel facilitaire efficiëntie als daadwerkelijk it-gebruik worden meegenomen. Alleen dan ontstaat inzicht in de volledige keten: van workload tot energieverbruik. Marco Verzijl, medeoprichter Stichting Save Energy Foundation
Kort: di­gi­ta­li­se­ring gaat aan horeca voorbij, SoftwareOne helpt Utrecht met ai (en meer)
19 uur
In dit nieuwsoverzicht: Nederlandse horeca vertrouwt op pen en papier, ai ondersteunt routinetaken Utrechtse ambtenaren, ITSM Company breidt uit in Europa, ValueBlue verder als BlueDolphin en B Corp-certificering voor Afas (en nog een uitgaanstip). Horeca blijft achter in digitalisering De Nederlandse horeca maakt nog beperkt gebruik van digitale processen. Dat blijkt uit onderzoek van Scanfie en Klearly onder ruim driehonderd ondernemers. Zo neemt 78 procent van de horecazaken bestellingen nog handmatig op en houdt negentig procent de voorraad bij met pen en papier. Ook op andere vlakken ontbreekt automatisering. Ondernemers meten wachttijden vaak op gevoel en voeren taken als roostering, boekhouding en concurrentieanalyse regelmatig zonder digitale ondersteuning uit. Minder dan één procent ziet zichzelf als koploper in datagedreven werken. Volgens de onderzoekers laat de sector daarmee kansen liggen. Door processen te automatiseren en realtime-inzicht te verkrijgen, kunnen horecaondernemers efficiënter werken en beter inspelen op drukte en veranderende omstandigheden. De studie staat enigszins haaks op eerdere bevindingen die erop wijzen dat er juist veel wordt gedigitaliseerd in de horeca. SoftwareOne helpt gemeente Utrecht met ai in dienstverlening Stadskantoor Utrecht. De gemeente Utrecht werkt samen met SoftwareOne aan ai-toepassingen die routinetaken van ambtenaren ondersteunen. De inzet van large language models (llm’s) moet leiden tot efficiëntere processen en meer ruimte voor kwalitatieve dienstverlening. Binnen het project is een prototype ontwikkeld dat grote hoeveelheden tekst kan structureren, analyseren en samenvatten. Medewerkers beoordelen vervolgens de output. Volgens de gemeente blijven ambtenaren altijd verantwoordelijk voor besluitvorming. Bij de inzet van ai staan naar eigen zeggen ethiek en transparantie centraal. Zo worden toepassingen vooraf getoetst en continu gemonitord met controlemechanismen zoals human-in-the-loop (de mens blijft actief betrokken bij de besluitvorming of het toezicht) en audits. De gemeente onderzoekt daarnaast bredere toepassingen, waaronder ondersteuning bij trainingen en simulaties voor medewerkers. ITSM Company haalt investeerders binnen voor Europese uitbreiding ITSM360 ITSM Company heeft twee private investeerders aangetrokken om de groei van zijn esm/itsm-platform ITSM360 te versnellen. Met de investering wil het Deense bedrijf zijn Europese partnernetwerk uitbreiden en een vestiging in Duitsland openen. ITSM360 draait native op Microsoft 365 en speelt in op de groeiende vraag naar servicemanagement binnen de Microsoft-omgeving. Volgens ITSM Company verschuift servicemanagement richting enterprise service management (esm), waarbij ook afdelingen als hr en finance aansluiten. Integratie met tools als Microsoft Copilot, Power Automate en Power BI maakt verdere automatisering en datagedreven werken mogelijk. De investeerders, onder wie Joop van Voorthuijsen (Oxano Capital) en Johanan Bos, moeten de internationale groei ondersteunen. Het bedrijf zet daarbij nadrukkelijk in op samenwerking met Microsoft-partners. ValueBlue gaat verder als BlueDolphin met platform voor ai-regie ValueBlue gaat verder onder de naam BlueDolphin en introduceert een platform voor het centraal aansturen van ai-agents. Het Utrechtse bedrijf speelt hiermee in op de groeiende behoefte aan controle over autonome ai-toepassingen binnen organisaties. Het platform gebruikt enterprise-architectuur als ‘control plane’ om ai-systemen te beheren en te coördineren. Daarmee kunnen organisaties ai-agents aansturen, scenarioanalyses uitvoeren en veranderingen centraal doorvoeren. Volgens ceo Jelle Visser worstelen veel bedrijven met versnipperde ai-initiatieven. BlueDolphin wil deze fragmentatie tegengaan door één gedeeld model voor zowel mens als machine. Met de rebranding positioneert het bedrijf zich breder als platform voor digitale transformatie en bedrijfsverandering. Afas behaalt B Corp-certificering voor duurzame bedrijfsvoering Afas Software heeft de B Corp-certificering behaald. Het softwarebedrijf uit Leusden krijgt daarmee internationale erkenning voor zijn inzet op het gebied van duurzaamheid, maatschappelijke impact en goed werkgeverschap. De certificering geldt voor de gehele organisatie, inclusief buitenlandse vestigingen. De zogenoemde B Corp-certificering beoordeelt bedrijven op onder meer bestuur, milieu-impact en arbeidsomstandigheden. Volgens Afas is de erkenning geen eindpunt, maar een bevestiging van een langetermijnstrategie. Het bedrijf werkt vanuit drie zogeheten ‘wereldwensen’, gericht op duurzaamheid, werkgeluk en maatschappelijke betrokkenheid. Voorbeelden zijn een elektrisch wagenpark en een vierdaagse werkweek. Met de certificering sluit Afas zich aan bij een groeiende groep bedrijven die duurzaamheid structureel integreren in hun bedrijfsvoering. HCC organiseert ai-lezing HaarlemDe HCC organiseert op 18 april een lezing over artificiële intelligentie (ai) in Haarlem. Tijdens de bijeenkomst staat de vraag centraal of ai kansen biedt of juist risico’s met zich meebrengt. Aanleiding is de snelle opkomst van toepassingen zoals ChatGPT. Naast de mogelijkheden komen ook de risico’s aan bod, zoals controle en betrouwbaarheid van ai-systemen. De lezing is gratis voor HCC-leden; niet-leden betalen vijf euro.
Kabinet: steun voor ai‑herziening, stevige kritiek op versmalling AVG
1 dag
Het kabinet steunt de aanpassingen in de Omnibus Digitaal en de Omnibus AI die de Europese Commissie wil doorvoeren, zolang de doelen van deze digitale wetgeving overeind blijven. Een deel van de voorstellen gaat echter verder dan versimpeling, verduidelijking en stroomlijning. Hier is het kabinet kritisch op, zeker als een voorstel niet effectief de regeldruk verlaagt.Dit bleek donderdag tijdens een technische briefing die de Tweede Kamer kreeg van ambtenaren van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en Justitie en Veiligheid (JenV). Medio november 2025 presenteerde de Europese Commissie herzieningen van de digitale wetgeving en de AI Act. Over de Omnibus AI bereikte de Europese Raad half maart een compromis. Uitkleed-appsHet kabinet is blij dat de registratieplicht behouden blijft voor ai-systemen die in een hoog-risico context worden gebruikt, maar zelf geen hoog-risico ai-systeem zijn. Gebruik van bijzondere persoonsgegevens voor bias-detectie moet beperkt blijven tot strikt noodzakelijke verwerkingen. Toegevoegd aan de lijst met verboden ai zijn de zogenoemde uitkleed-apps, software die seksuele of naaktbeelden kan genereren dan wel kinderpornografisch materiaal.Verder zijn de uiterste data verschoven wanneer systemen aan de AI Act moeten voldoen. Voor hoog-risico ai-systemen is de deadline bepaald op 2 december 2027. Ai in gereguleerde producten moet vanaf 2 augustus 2028 voldoen aan de eisen.De Omnibus Digitaal bevat voor Nederland een aantal hete hangijzers. Het kabinet heeft moeite met de aanpassing van de definitie van het begrip persoonsgegevens. De voorgestelde wijziging beperkt de reikwijdte van de AVG (algemene verordening gegevensbescherming) aanzienlijk. Bovendien wordt de rechtsonzekerheid erdoor vergroot. Het kabinet is ook weinig enthousiast over de verruiming van de grondslag ‘gerechtvaardigd belang’ bij het verwerken van persoonsgegevens voor het trainen en exploiteren van ai. Deze verruiming zou afbreuk doen aan de rechtsbescherming die de AVG biedt. Voorgesteld wordt dat gerechtvaardigd belang grondslag is, tenzij wetgeving uitdrukkelijk toestemming vereist of de belangen (of fundamentele rechten en vrijheden van de betrokkene) zwaarder wegen.Administratieve lastMet name voor het midden- en kleinbedrijf betekent de DPIA (Data Protection Impact Assessment) een zware administratieve last. De Europese Commissie stelt een lijst op van gegevensverwerkingen waarvoor zo’n DPIA verplicht is. Het kabinet vindt dat de EDBP (European Data Protection Board) dat moet doen in plaats van de Commissie zelf. Als de Commissie dat doet, kan dat leiden tot meer politieke besluitvorming.Tenslotte is Nederland ook tegen een uitzondering die de Commissie wil maken op het verbod op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens voor zogenoemde residuele (bijzondere) persoonsgegevens (bijvoorbeeld ras, seksuele oriëntatie en religie) bij ontwikkeling en exploitatie van ai-systemen en -modellen. Het gaat om gegevens die eigenlijk niet mogen worden verwerkt maar waarvan het verwijderen onevenredig veel moeite kost. Het kabinet vreest dat zeker bij grootschalige verwerkingen te gemakkelijk een beroep op deze uitzonderingsbepaling wordt gedaan. Juist omdat het om gevoelige gegevens kan gaan, wil Nederland deze uitzonderingsbepaling schrappen.
Hoofdpijndossier GrIT verdiept zich: private cloud blijkt nieuwe bottleneck voor Defensie
1 dag
Het programma Grensverleggende IT (GrIT), dat de digitalisering van Defensie op een moderne leest moet schoeien, blijft een hoofdpijndossier. Het tien jaar geleden gestarte project tot vernieuwing van de it-infrastructuur ondervindt een nieuwe tegenslag.  De ontwikkeling van het Private Cloud Platform (PCP) is flink vertraagd. De oorzaak ligt bij de leverancier van dit platform dat het defensie-apparaat aan een eigen, veilige cloudomgeving moet helpen. Dit meldt staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) in een brief aan de Tweede Kamer over de achtste voortgangsrapportage over GrIT. De acceptatie- en productieomgevingen van de private cloud worden te laat opgeleverd. De vertraging heeft gevolgen voor andere onderdelen van het programma. Dit betreft onder meer de migratie van applicaties en uitbreiding van het it-servicemanagement. Eerder werd bekend dat KPN en Thales voor Defensie een soevereine cloud bouwen waarin de krijgsmacht gevoelige informatie kan opslaan. Vooralsnog is niet duidelijk of deze extra veilige cloud voor militaire data nu het grote knelpunt is. Defensie heeft een herstelplan geëist van de leverancier. Adviesbureau PwC beoordeelde dit plan positief. Onderzoeksbureau Gartner toetste het platform technisch en concludeerde dat het ontwerp en de gekozen oplossing solide zijn. Verbeterplan Het verbeterplan omvat onder meer extra capaciteit van de leverancier, driewekelijkse sprints voor betere tussentijdse sturing en meer duidelijke procesafspraken. De vertraging mag niet leiden tot meerkosten. De eerste onderdelen van het platform, waaronder netwerkbeveiliging en updatebeheer, zijn inmiddels opgeleverd. De eerste helft van dit jaar is nodig voor het uitvoeren van operationele beproevingen van de ontplooide it bij de operationele commando’s. Ook de afronding van nog openstaande werk uit voorgaande releases kost tijd.  Boswijk schrijft dat het vooralsnog onduidelijk is welke gevolgen de vertraging van het PCP heeft voor de eindmijlpaal van het programma dat binnenkort het tweede decennium ingaat. De staatssecretaris is nu nog niet in staat om een aangepaste planning te presenteren. Eerder was als einddatum december 2030 genoemd. Doel van GrIT is militairen in staat te stellen om sneller informatie te delen, beter samen te werken en weerbaar te blijven tegen digitale dreigingen. Op het gebied van it voor militaire eenheden in het veld zijn positieve resultaten behaald.
Kijk eens naar deze Franse middelbare scholen
2 dagen
De Overstap, deel 2In deze aflevering van de rubriek over digitale soevereiniteit: Franse middelbare scholen op Europese cloud, NLNet Labs van Github naar Codeberg, office.eu wil kantoorpakket toesnijden op branches, Teams in tijden van NIS2 plus tips en trics voor thuis.Terwijl Europa worstelt met de afhankelijkheid van Amerikaanse techreuzen, toont de Franse regio Île-de-France hoe een digitale migratie naar soevereine oplossingen in de praktijk werkt. Sinds september 2024 maken bijna 550.000 middelbare scholieren, leraren en medewerkers gebruik van Monlycée, een digitaal leerplatform gebaseerd op de open source collaboration-software van NextCloud.Digitale soevereiniteit is hot. Maar hoe gaan we die overstap van big tech naar Europese oplossingen aanpakken? In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict-journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen.De keuze voor deze Duitse technologie, geïmplementeerd door het Franse Leviia, is een bewust afscheid van Microsoft-diensten. ‘We wilden ons losmaken van Amerikaanse bouwstenen’, vertelde Bernard Giry, plaatsvervangend directeur-generaal voor digitale transformatie bij de regio Île-de-France, in een interview met de Franse website Republik IT.De schoolregio Île-de-France, met een jaarlijks budget van vijf miljard euro en 11.000 medewerkers, beheert 470 openbare scholen. Voor de digitale leeromgeving kozen zij voor een hybride aanpak: de e-mail wordt verzorgd door Worldline (met redundante hosting in Noord-Frankrijk en de Auvergne), terwijl Leviia – een relatief klein Frans softwarebedrijf – NextCloud inzet voor bestandsdeling en samenwerking. ‘We willen een soevereine, open source-oplossing die we zelf kunnen beheren’, legt Giry uit. De data wordt gehost door Free Pro, waardoor alle gegevens binnen Europa blijven.De overstap was niet zonder uitdagingen. Zo eisten leraren opmerkelijk genoeg naast LibreOffice ook Microsoft Office ‘omdat leerlingen die software later in bedrijven zouden tegenkomen’. Toch blijft het doel duidelijk: ‘We willen niet langer zo afhankelijk zijn van de Amerikanen’, benadrukte Giry. De migratie van een half miljoen gebruikers is inmiddels afgerond, met verdere uitbreidingen op de planning.De Franse overheid zet sowieso breed in op digitale soevereiniteit. Zo schrapt ze Zoom en Microsoft Teams en vervangt deze door Visio, een open source-alternatief. Ook andere Franse regio’s en steden, zoals Lyon, Grenoble en Chamonix, volgen het voorbeeld van Île-de-France. Een aanpak die in schril contrast staat met wat we in Nederland tegenkomen. Hier zijn Office 365 en Google Workspace nog altijd heer-en-meester in onderwijsland.Giry benadrukt dat een volledige breuk met Microsoft niet van de ene op de andere dag kan. ‘We moeten stap-voor-stap werken. In ons geval is betrouwbaarheid cruciaal: alles moet 365 dagen per jaar functioneren.’ Voor de interne it van de regio blijft Office 365 voorlopig in gebruik, maar een herziening staat gepland voor 2028.NLNet Labs vertrekt bij GithubEerder al gaf ik in deze rubriek aan dat Github (onderdeel van Microsoft) een zeer overheersende positie heeft als het gaat om het hosten van softwareprojecten. NLNet Labs, een organisatie die zich bezig houdt met het ontwikkelen van open source-software en internetstandaarden, heeft de laatste tijd goed nagedacht over de plek waar zij hun code hosten. ‘Momenteel maken we gebruik van Github voor het hosten en publiceren van onze code, evenals voor het draaien van onze continue integratie (CI). Al enige tijd overwegen we echter om hiervan af te stappen’, schrijft de organisatie in een recent verstuurde nieuwsbrief. Dat heeft geleid tot een keuze voor Codeberg.Als non profit-organisatie sluit Codeberg veel beter aan bij wat de missie is van NLNet Labs, schrijft de organisatie. ‘Daarnaast voelen we ons, vanuit geopolitiek oogpunt, prettiger bij het hosten van onze code binnen de Europese Unie. Bovendien maken we ons zorgen over de sterke opmars van taalmodellen (llm’s) in ons dagelijks werk en willen we liever zelf beslissingen nemen.’De komende tijd zullen de projecten van NLNet Labs stapsgewijs naar dit platform worden verplaatst. ‘Dit zal een gecoördineerd (en enigszins geleidelijk) proces zijn, zodat we kunnen zorgen dat de migratie soepel verloopt. Op korte termijn zullen we Github-mirrors beschikbaar stellen voor iedereen die afhankelijk is van die URL’s. Het eerste project is al gemigreerd: Roto is nu te vinden op Codeberg.’ Roto is overigens een embedded scripting taal voor Rust.De grootste uitdaging bij deze overstap is het overzetten van de CI, aldus NLNet Labs. Door de  donatie van een server kan men nu zelf Forgejo Actions (workflow files) en Woodpecker (een CI/CD engine) draaien. ‘Zo kunnen we al onze CI-processen uitvoeren zonder de CI-runners van Codeberg te overbelasten.’office.eu richt zich op MKBNee, office.eu is geen poging van Microsoft of een partner van dit concern om Office 365 te verpakken als digitaal soevereine oplossing. Wat het wel is? Een nieuwe en op open source-technologie gebaseerde kantooromgeving van een in Den Haag gevestigde startup met Europese ambities.‘We hosten in Duitsland en gebruiken open source-oplossingen als basis om een zo intuïtief mogelijke kantooromgeving voor met name kleinere bedrijven en organisaties aan te bieden’, vertelt Maarten Roelfs, een van de oprichters. ‘Waar veel open source-projecten nog wel eens last van hebben, is een overdaad aan keuzes. Daar zitten de meeste kleinere ondernemers helemaal niet op te wachten. Die willen gewoon it die werkt en dan graag zo intuïtief mogelijk. Daarom zetten wij doelbewust heel veel functies uit. Als de klant verder in het adoptieproces is en er nieuwe wensen komen, kunnen we in overleg altijd extra functies weer aan zetten.’Interessant is dat office.eu ook nadrukkelijk kijkt naar mogelijkheden om op open source gebaseerde kantoorsoftware te combineren met branchegerichte functionaliteit. ‘We willen graag met ontwikkelaars van branchepakketten samenwerken. Die staan daar zeker voor open, want we merken dat veel van dit soort bedrijven nauwelijks meer marge kunen maken op de wederverkoop van Microsoft-oplossingen. Maar zij hebben wel de contacten binnen specifieke branches en beschikken over zeer relevante kennis van die branches – of het nu gaat om installateurs, fysiotherapeuten of transportbedrijven, noem maar op. Open source-kantoorsoftware in combinatie met hun branche-oplossing biedt serieuze kansen om het mkb naar digitaal soevereine cloudomgevingen te helpen.’Zoek Europese alternatievenOp zoek naar alternatieven voor hyperscaleroplossingen? Neem eens een kijkje bij European Tech Map. Hier is een – je zou bijna zeggen – Google-achtige zoekmachine te vinden om in de EU ontwikkelde applicaties en infrastructuuroplossingen te doorzoeken en te bekijken. Er zijn namelijk veel meer hoogwaardige Europese alternatieven dan we ons vaak realiseren. De stand staat bij deze portal inmiddels op ruim 1850 Europese IT-bedrijven uit 37 landen die oplossingen aanbieden in 87 categorieën.NIS2 en rode vlaggenIk spreek nogal wat bedrijven. Vaak via video calls. Dan gaan na enige tijd toch wat dingen opvallen. Discussies over digtale soevereiniteit worden dan vaak gevoerd via … jawel: Teams. Zoom is vaak niet toegestaan ‘want dat wil eerst dingen installeren en dat mag niet van IT’. Tools als Jitsi Meet kent al helemaal niemand.Vaak zijn de bedrijven die ik spreek onderdeel van wat wel de kritieke infrastructuur van Nederland wordt genoemd. Die vallen dus onder de Cyberbeveiligingswet ofwel NIS2. ‘Maar’, zo vraag ik aan het einde van dit soort calls eigenlijk steevast: ‘hoe zit het dan met jullie afhankelijkheid van niet-Europese hyperscalers? Moeten jullie dat op basis van NIS2 niet aanmerken als risicofactor?’ Meestal is het dan even stil, maar vaak volgt dan al snel een glimlach: ‘Ja. dat weten we. We werken er aan.’Dat klinkt als een dooddoener, maar dat is het vaak toch niet. Soms zijn de directies van deze organisaties wel degelijk van dit risico op de hoogte en heeft men reeds opdracht gegeven om alternatieven te ontwikkelen. Maar dat kost tijd. In andere gevallen is de glimlach wat meewarig. En volgt er als commentaar: ‘We hebben de directie hierover geïnformeerd, maar zij geloven de verhalen van de hyperscalers dat zij Europese soevereine alternatieven beschikbaar hebben. Ook maken directies nog wel eens opmerkingen als: zorg dat onze data versleuteld en veilig is, dan kunnen we altijd bij onze eigen gegevens. Zonder dat men zich realiseert dat er in het ergste geval helemaal geen technische infrastructuur meer is om bij die versleutelde data te komen’.Mijn conclusie tot nu toe? Het spreekwoordelijke kwartje begint bij steeds meer organisaties te vallen, maar we zijn er nog lang niet. En menig directie en it-afdeling schrikt van de enorme klus die geklaard moet worden. En toch zal het moeten – willen zij zich tenminste aan de wet houden.Tips voor een persoonlijke migratieOok privé moeten we natuurlijk stappen maken. Dat is prima te doen, voor wie de weg weet. Een paar tips:Voor wie privé weg wil bij Office 365 maar toch graag online teksten en spreadsheets gebruikt: Libre Office heeft het in 2022 gestaakte project rond een online-versie van dit officepakket opnieuw opgestart. Er is helaas nog geen datum voor de lancering. Een prima alternatief is Collabora Online.Op zoek naar een open source-oplossing om jouw eigen digitale boekenverzameling te beheren? Kijk eens naar Kavita.Goed nieuws voor iedereen die liever geen iPhone of Android telefoon meer gebruikt. Motorola gaat nauw samenwerken met GrapheneOS voor een zeer privacygerichte telefoon. En op LinkedIn deed Rik Viergever, Chief Operating Officer van Murena, de firma achter het Europese e/OS besturingssysteem voor smart phones, onlangs een oproep aan Europese banken en andere geïntereseerden om te zorgen dat bankapps zo snel mogelijk vlekkeloos draaien op e/OS. Dat is een belangrijke ontwikkeling. Op ieder forum over alternatieven voor iOS en Android lees je namelijk steevast de bezorgde vraag: maar draait mijn banking app wel op e/OS, Sailfish enz.? Werk aan de winkel dus voor de Europese banken.
‘Uitstel Solvinity‑deal kan DigiD beschermen tegen VS‑wetgeving’
4 dagen
De overname van it-dienstverlener Solvinity door Kyndryl, waardoor het DigiD-platform onder de Amerikaanse invloedssfeer komt, is nabij. Een privacy-jurist van het ministerie heeft een alternatief plan voor DigiD ontwikkeld. Als het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) geen bezwaren tegen de voorgenomen transactie ziet, krijgt de regering Trump spoedig als het ware de sleutels in handen tot DigiD, MijnOverheid, eHerkenning en Digipoort. Binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de uitvoeringsorganisatie Logius, opdrachtgever van Solvinity, is hierover grote onrust ontstaan. Een privacy-jurist van het ministerie heeft op persoonlijke titel een alternatief plan ontwikkeld. Maar de ambtelijke top van BZK wil daar niets van weten. De secretaris-generaal wenst de overname door te laten gaan, zeggen bronnen. Maar dan met mitigerende voorwaarden die de privacy en continuïteit van DigiD verbeteren.  Geen soelaas It-experts hebben in een gesprek met de Kamercommissie Digitale Zaken al laten weten dat deze verzachtende maatregelen weinig soelaas en zeker geen garanties bieden. Gezien de huidige architectuur is het platform technisch niet zodanig dicht te zetten dat de leverancier niet meer bij data/persoonsgegevens zou kunnen komen of de beschikbaarheid zou kunnen beïnvloeden. Een meerderheid van de Tweede Kamer heeft grote bezwaren tegen een Amerikaanse overname. Grootste potentiële gevaar is dat de regering in Washington in de toekomst na een conflict met Nederland het DigiD-platform uitschakelt met alle gevolgen van dien.  Oplossing In een uiterste poging om zo’n doemscenario af te wenden heeft Pieter van Oordt, chief privacy officer van Logius, een oplossing uitgewerkt die de persoonlijke gegevens bij de overheid beschermt en het gebruik van DigiD niet buiten Nederland of de EU laat komen.  De oplossing is met partijen te overleggen over het uitstellen van de overname met enkele maanden. Die tijd is nodig totdat het platform met DigiD (en andere genoemde diensten) is weggehaald bij Solvinity. Per augustus kan de Britse investeerder VP dan de beoogde exit doen, echter zonder DigiD. Ter compensatie voor het uitpellen van het DigiD-platform moet de Nederlandse Staat wel met een schadevergoeding komen.  Maar volgens Van Oordt wegen deze kosten niet op tegen eventuele toekomstige kosten en de impact op de Nederlandse samenleving van Amerikaanse overheidsbemoeienis met DigiD. Ook bespaart men de kosten van de mitigerende maatregelen. Om in het gesprek met de eigenaren van Solvinity het initiatief te kunnen behouden wordt Solvinity eerst geïnformeerd over de juridische consequenties van het niet willen meewerken aan de exitstrategie en het uitstel van de overname.  Achterdeur Van Oordt meent dat het doorzetten van de verkoop een onrechtmatige daad is (waarschijnlijk), omdat hiermee direct een ‘achterdeur’ in het platform wordt gezet waardoor de privacy en continuïteit van DigiD niet meer te garanderen zijn. Volgens Van Oordt voorziet zijn aanpak in 100% behoud van soevereiniteit, autonomie en beschikbaarheid van DigiD. De privacy-officer van Logius zal zich met de openbaring van zijn plan niet populair maken bij de ambtelijke top van BZK. Al sinds begin november, toen de overname van Solvinity door Kyndryl bij Logius bekend werd, probeert hij dit alternatief onder de aandacht te brengen. Maar de ambtelijke top heeft er geen oren naar, want die vindt dat de verkoop gewoon moet doorgaan inclusief het DigiD-platform. Van Oordt is ook verboden zijn plan aan de toenmalige staatssecretaris Eddie van Marum en diens opvolger Eric van der Burg toe te lichten. Hij hoopt nu op response vanuit de Tweede Kamer. Op LinkedIn heeft hij al honderden reacties gekregen. 
5 manieren waarop gemeenten gen-ai gebruiken
4 dagen
Steeds meer gemeenten gebruiken generatieve ai-toepassingen. Vooral voor taken binnen de interne bedrijfsvoering, zoals het automatisch schrijven, samenvatten en analyseren van teksten, wordt naar generatieve ai-toepassingen gegrepen. We zetten de belangrijkste taken waar ai wordt ingezet op een rij. Waar ai enkele jaren geleden nog gold als experimenteel terrein is het inmiddels doorgedrongen tot de kern van de gemeentelijke bedrijfsvoering, blijkt uit de AI Monitor 2025 van M&I Partners waar dertig Nederlandse gemeenten aan meewerkten. Computable tekende eerder al op dat duidelijke kaders en aandacht voor digitale soevereiniteit achterblijven. In dit artikel noemen we de vijf belangrijkste gebieden waarop gemeenten generatieve ai inzetten. 1. Samenvatten, analyseren en informatie verwerkenGemeenten gebruiken ai intensief om grote hoeveelheden informatie te verwerken. Toepassingen zijn onder meer: Samenvatten van beleidsstukken, rapporten en verslagen. Vergelijken en analyseren van omgevingsplannen. Analyseren van enquêtes en peilingen. Zoeken naar relevante bronnen en verwijzingen. Signaleren van inconsistenties of verouderde beleidsinformatie. Deze toepassingen leveren volgens de ondervraagden directe tijdwinst op en helpen medewerkers sneller tot onderbouwde adviezen te komen. 2. Ondersteuning Ai fungeert ook steeds vaker als een digitale collega die de effectiviteit van ambtenaren vergroot en werkondersteuning biedt. Gemeenten zetten ai in voor het plannen, structureren en creëren van overzicht, brainstormen en genereren van ideeën. Ook het voor het maken van procestekeningen en voor ondersteuning bij programmeren en coderen schakelen ambtenaren de hulp van generatieve ai in. Denk ook aan het genereren van afbeeldingen voor interne communicatie. Zo verschuift ai van puur tekstverwerking naar bredere werkondersteuning. 3. Tekstproductie en schrijfondersteuningGeneratieve ai wordt veel gebruikt voor schrijfwerk, zoals het herschrijven en verbeteren van teksten. Het aanpassen van mails en brieven naar B1‑taalniveau is ook een populaire taak waarbij gen-ai wordt ingezet. Ook het opstellen van presentaties en schrijven van vacatureteksten. Vooral het herschrijven naar begrijpelijke taal wordt gezien als waardevolle ondersteuning richting inclusieve communicatie, blijkt uit het onderzoek. 4. Chatbots en assistentenGemeenten ontwikkelen steeds vaker ai‑gestuurde assistenten voor interne en externe dienstverlening. Zoals chatbots voor klantcontactcenter‑medewerkers (kcc). Chatbots voor interne servicedesks en agents voor het genereren van bewonersbrieven. Deze toepassingen moeten de druk op frontoffice‑teams verlagen en de responstijd verbeteren. 5. Data- en informatieanalyseTot slot wordt ai ingezet voor het analyseren van complexe datasets en juridische informatie: Data‑analyse voor beleid en uitvoering. Ophalen en interpreteren van relevante wetgeving. Analyseren van grote hoeveelheden tekst- of beleidsdata. Hiermee ontstaat een fundament voor datagedreven werken, al blijft de volwassenheid sterk wisselen per gemeente.
Salarisgroei ict-sector blijft achter; loyaliteit slecht beloond
4 dagen
In de Nederlandse ict‑sector groeit het salaris van medewerkers minder hard dan de cao‑lonen. Dat blijkt uit een onderzoek onder circa 450 ict’ers, uitgevoerd eind 2025 op initiatief van FNV IT, met medewerking van de vakbonden CNV, De Unie en Computable. De uitkomsten laten zien dat salarisontwikkeling sterk afhangt van factoren als leeftijd, bedrijf, loyaliteit en gender. Een centrale conclusie uit het ‘Salarisonderzoek in de ICT 2025’ is dat de autonome salarisontwikkeling (dus exclusief promoties, functiewijzigingen of extra uren) bij veel ict‑bedrijven duidelijk achterblijft bij de cao‑loongroei. Vooral bedrijven met een relatief oudere medewerkerspopulatie scoren laag. Alleen organisaties met veel jonge medewerkers laten gemiddeld hogere jaarlijkse stijgingen zien. Daarmee ontstaat binnen de sector een structureel verschil tussen medewerkers die vaak van baan wisselen en collega’s die langjarige loyaliteit tonen. Vooral die laatste groep blijkt financieel in het nadeel. Gemiddelde uurloontarieven en verschillen per bedrijf Het gemiddelde uurloon onder de bijna 450 respondenten bedraagt 37,76 euro, ofwel 1,55 keer modaal. Dat ligt ruim boven het nationale gemiddelde uurloon van 27,10 euro. Toch laten bedrijven grote onderlinge verschillen zien. Bij enkele grote it‑dienstverleners, waaronder Capgemini, Atos en DXC, liggen de gemiddelde uurloontarieven onder het sectorgemiddelde. Atos laat wel sinds 2024 een duidelijke stijging zien doordat het bedrijf besloot de verhogingen uit de ICK‑cao te volgen. Booking.com vormt de meest opvallende uitschieter in het onderzoek: de salarisgroei ligt daar ver boven die van andere bedrijven. Volgens de onderzoekers wijst die trend op agressieve arbeidsmarktconcurrentie. Sterk leeftijdsgebonden salarisverloop Salarissen stijgen het snelst tot ongeveer veertig jaar. Daarna vlakt de groei af. Medewerkers tussen de 45 en 55 jaar zitten gemiddeld rond de veertig euro per uur, met een lichte piek rond de 43 euro op vijftigjarige leeftijd. Voor hoger opgeleiden met een PhD ligt die piek wat eerder, rond hun 45e. Voor ict’ers boven de 55 jaar is het beeld ronduit ongunstig: hun salarisstijging over de afgelopen tien jaar bleef gemiddeld zelfs achter bij de inflatie. Het onderzoek benadrukt dat de sector hierdoor in toenemende mate een generatiekloof laat zien, waarbij jongere medewerkers sneller groeien en oudere collega’s structureel achterblijven. Loyaliteit kost geld Een tweede duidelijke trend is dat loyaliteit aan één werkgever financieel nadelig uitpakt: wie langer dan tien jaar bij dezelfde werkgever werkt, blijft meestal onder de cao‑ontwikkeling en wie meer dan twintig jaar blijft, groeit gemiddeld zelfs minder dan de inflatie. De enige manier waarop medewerkers hun koopkracht op peil houden, is door regelmatig van baan te veranderen. Boven de 45 jaar blijkt dat echter moeilijker, waardoor vooral oudere ict’ers in de knel komen. Bij bedrijven met hogere autonome loongroei is het gemiddelde personeelsbestand aanzienlijk jonger. Alle bedrijven met een groei boven 3,5 procent hebben een gemiddelde leeftijd onder de vijftig jaar. Structurele genderkloof zichtbaar in vrijwel alle functiegroepen Een van de meest opvallende uitkomsten is de genderkloof in salaris. Vrouwen verdienen gemiddeld 17 procent minder per uur dan mannen. Het verschil blijft zichtbaar in vrijwel alle leeftijds- en opleidingscategorieën: Bij HBO-geschoolden verdienen vrouwen gemiddeld 73 procent van hun mannelijke collega’s; Alleen bij PhD‑niveau ligt de kloof kleiner; In specifieke gevallen komt de kloof zelfs omgekeerd voor, zoals bij IBM Nederland (Amsterdam), waar vrouwelijke PhD’ers gemiddeld meer verdienen dan mannelijke PhD’ers. Deze verschillen blijken deels voort te komen uit functie‑indeling: vrouwen zijn in sommige bedrijven vaker te vinden in lager betaalde functies. Kindwens Dat er in de ict-sector een duidelijke genderkloof bestaat, blijkt ook uit het percentage vrouwelijke respondenten in de it dat een kind heeft: dat ligt beduidend lager dan het percentage van hun mannelijke collega’s. Vrouwen met een kindwens kiezen er regelmatig voor de harde ict-sector te verlaten en te gaan werken in een sector waar ook it-banen zijn, maar arbeidsvoorwaarden beter geregeld zijn. ‘Vrouwen met een kindwens stappen dan over naar de zorg, overheid of financiën. Allemaal sectoren met cao’s en transparantere arbeidsvoorwaarden’, licht Ger Klinkenberg, FNV-bestuurder en initiafnemer van dit salarisonderzoek, toe. OnderzoekDit onderzoek, waaraan 450 ict’er meededen, is eind 2025 mede op initiatief van FNV IT en met medewerking van vakbonden CNV en De Unie en vakblad Computable uitgevoerd. Ongeveer tweederde van de respondenten is FNV-lid; een kwart is geen lid van een vakbond. Beoordeel je ict-werkgever of opleider!Wie zijn de beste ict-werkgevers en -opleiders van Nederland? Voor de Computable Career Guide 2026 verzamelt de redactie ervaringen uit de praktijk. Jouw mening is belangrijk. Doe daarom mee (anoniem) aan deze onderzoeken. De vragenlijsten invullen duurt ongeveer 6 minuten. Wie mee doet, maakt kans op één van de vijf Bol waardebonnen van vijftig euro.Beoordeel je werkgever.Beoordeel je opleider.
CNV en De Unie akkoord met ICK-cao 2026/27; FNV tegen
5 dagen
De NLdigital Werkgeversvereniging heeft een akkoord bereikt met CNV en de Unie voor de cao voor de informatie-, communicatie- en kantoortechnologiebranche (ICK-cao) 2026/27. Het gaat onder meer om een salarisverhoging van 3 procent. De leden van vakbond FNV stemden tegen. Over de gehele looptijd van twaalf maanden van de ICK-cao 2026/27 is een totale salarisverhoging van 3 procent afgesproken. Per 1 april 2026 wordt het loon met 1,5 procent verhoogd en per 1 januari 2027 komt er nog eens 1,5 procent bij. Op andere onderwerpen bewegen de werkgevers zeer beperkt. Aan het opnemen in de cao van een minimum voor de reiskosten per kilometer en het verkorten van de eigen reistijd, gebeurt ook dit jaar niets. De Regeling Vervroegde Uittreding (RVU), die het voor werknemers mogelijk maakt om maximaal 3 jaar vóór hun AOW-leeftijd te stoppen met werken, keert niet terug.   Desondanks sloten CNV en De Unie hun ledenraadpleging af met een positief stemresultaat. De leden van de FNV hebben tegen het eindbod van de NLdigital Werkgeversvereniging gestemd. De cao ICK is met name bedoeld voor bedrijven uit de hardwaresector. Het merendeel van de leden van de NLdigital Werkgeversvereniging valt er onder; denk aan grote bedrijven als Ericsson, Ricoh, Canon, Xerox en HP. Maar ook diverse kleinere bedrijven en zogeheten volgers hanteren de cao ICK: dat zijn bedrijven die de overeenkomst wel overnemen maar niet rechtstreeks meepraten aan de onderhandelingstafel. Ook ict-concern Atos volgt sinds kort ten dele deze cao.
Slackbot krijgt ruim dertig nieuwe functies
5 dagen
Salesforce introduceert meer dan dertig nieuwe functies voor Slackbot, de ingebouwde digitale assistent in Slack, ontworpen om gebruikers te helpen met vragen, taken en automatisering binnen het platform. Volgens Salesforce verandert de assistent met de aanpassingen van een persoonlijke helper in een collega die een groter deel van het werk ondersteunt. Slack wordt volgens het concern hiermee de plek waar medewerkers informatie vinden, taken uitvoeren en apps benaderen. Volgens Salesforce‑cto Parker Harris moet Slackbot vooral zorgen voor soepelere samenwerking en snellere afhandeling van terugkerende werkzaamheden. De nieuwe functies bestrijken verschillende onderdelen van het werk. Zo kan Slackbot vergaderingen transcriberen en automatisch notities maken. Op het bureaublad volgt de assistent wat gebruikers doen en kan de bot handelingen uitvoeren in gekoppelde bedrijfsapplicaties. Teams kunnen daarnaast eigen ai‑vaardigheden definiëren die Slackbot automatisch inzeten wanneer een prompt daarmee overeenkomt. Ook is Slackbot gekoppeld aan Agentforce van Salesforce en andere interne agents en apps, zodat medewerkers taken kunnen starten zonder te weten welk systeem deze afhandelt. Voor kleinere bedrijven kan Slackbot klantgegevens bijhouden door gesprekken en activiteiten te analyseren. Verder kunnen Salesforce‑klanten hun klantprocessen via natuurlijke taal in Slack aansturen. Slackbot leert bovendien van eerder gedrag en past zich daarop aan, aldus het softwareconcern.
FME slaat alarm: digitalisering in mkb blijft achter  
5 dagen
De metaalwerkgevers verenigd in de FME maken zich zorgen over het uitblijven van grootschalige digitalisering in het mkb. En dat terwijl de productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt. De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven, stelt Theo Henrar, voorzitter van FME. Om die reden heeft FME de Smart Industry Productiviteitsagenda 2026–2028 opgesteld. Henrar overhandigde die agenda tijdens een bedrijfsbezoek bij Festo aan minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat). De agenda bevat een concreet uitvoeringsprogramma waarmee mkb-bedrijven hun productiviteit met 15 tot 25 procent kunnen verhogen door slimme inzet van digitalisering, ai en werkplekinnovatie. Deze productiviteitsagenda kiest nadrukkelijk voor inzet van bestaande technologie boven experiment. Geen nieuwe ideeën, maar de nadruk op veranderprojecten die voor het gros van de maakbedrijven snel renderen. Technologie, organisatie en menselijk kapitaal worden hierbij integraal benaderd. De urgentie is groot, aldus Henrar. De maakindustrie draagt jaarlijks ruim 116 miljard euro bij aan de Nederlandse economie, maar de productiviteitsgroei stagneert. Tegelijkertijd erkent een overgrote meerderheid van de industriële mkb‑bedrijven het belang van digitalisering. Toch blijft daadwerkelijke implementatie achter: plannen genoeg, maar weinig meetbare resultaten op de werkvloer. De agenda omvat onder meer een Blauwdruk Digitale Fabriek. Met deze praktische stappenplannen en referentiearchitecturen kunnen bedrijven gestructureerd transformeren: van standaardisatie en modularisatie naar digitalisering en robotisering.
Met eSim voor iot is SGP.32 een feit
5 dagen
BLOG – De belofte van de eSim (embedded sim) bestaat sinds jaar en dag: flexibiliteit, geen fysieke simkaarten meer en eenvoudig wisselen tussen mobile network operators. In de consumentenmarkt heeft deze technologie zijn plek gevonden, met de travel sims als voorbeeld. Voor de internet-of-things (iot)-wereld bleef brede adoptie uit omdat de complexiteit van devices zonder scherm of gebruikersinterface implementatie te lastig maakt. Daar komt nu verandering in. Tijdens de Mobile World Congress (MWC) is een ontwikkeling die al geruime tijd in de maak was, formeel voor de markt geïntroduceerd: SGP.32, de eSim-standaard voor iot. Deze norm maakt het mogelijk om op schaal en op afstand connectiviteit te beheren, zonder fysieke handelingen en met aanzienlijk meer flexibiliteit in het gebruik van diverse operators. Waarom is dit zo relevant voor de iot-industrie en in hoeverre is deze standaard vandaag al toe te passen? Smartphones Vrijwel iedereen die dit leest, heeft weleens van eSim gehoord. Nieuwe smartphones en tablets zijn er standaard mee uitgerust en laten het steeds vaker níét toe om een fysieke simkaart te plaatsen. Het apparaat bevat de functionaliteit van de simkaart dus al intern. Voorheen werd een eSim geactiveerd via een activatie- of qr-code (SGP.22), en tegenwoordig ook via apps (SGP.22+). Vaak wordt gezegd dat een eSim wordt ‘gedownload’, maar feitelijk gaat het om het laden van een profiel van een operator op een radiomodule (silicon) in het apparaat. Het grote voordeel van eSim is dat meerdere profielen op één apparaat zijn te gebruiken. Veel gebruikers hebben bijvoorbeeld tijdens reizen buiten Europa een lokaal data-abonnement toegevoegd en later weer verwijderd. Voor iot-apparatuur ligt dat anders. Deze apparaten hebben geen scherm, geen camera en geen apps. Het scannen van een qr-code of installeren van een app is dus niet mogelijk. Daarom was een nieuwe methode nodig om profielen beschikbaar te stellen, en dat is precies waarvoor SGP.32 is ontwikkeld. Hosting profile De voordelen van SGP.32 voor de iot-industrie zijn vergelijkbaar met die voor smartphones en tablets. Naast een zogenaamd hosting profile zijn meerdere profielen toe te voegen en over-the-air te beheren. De onderliggende techniek is complex, maar de impact is groot. Een van de belangrijkste – en vaak onderschatte – voordelen is zero-touch provisioning. Veel iot-apparaten worden geïnstalleerd op moeilijk bereikbare locaties. De mogelijkheid om configuraties pas na installatie op afstand door te voeren, is dan essentieel. Geen voorafgaande configuratie meer in de fabriek of werkplaats, maar volledige flexibiliteit op locatie. Daarnaast maakt deze standaard wereldwijde inzet eenvoudiger. In plaats van afhankelijk te zijn van één operator en diens zonetarieven, is per land of regio het (indien gewenst automatisch) geschiktste profiel te kiezen en over-the-air te activeren. Dit biedt niet alleen flexibiliteit, maar ook directe kostenoptimalisatie. Tot slot speelt security een rol. Met elke nieuwe standaard worden ook de beveiligingsmogelijkheden uitgebreid, onder andere door ondersteuning van meerdere secure communication protocols en verbeterde controle over toegang en beheer. Realiteit Hoewel we eSim vaak associëren met embedded hardware, is de realiteit dat een groot deel van de iot-apparatuur nog jarenlang gebruik zal maken van fysieke simkaarten. Gelukkig heeft de voorloper van SGP.32, namelijk SGP.22+, al een bewezen tussenoplossing. Hierbij functioneert een fysieke simkaart als een embedded eSim. Op deze kaart wordt een hosting profile geplaatst, waarna extra profielen zijn toe te voegen, volgens SGP.32. Dit maakt het mogelijk om bestaande hardware toch te laten profiteren van de voordelen van eSim. Buiten het zicht Veel technologische standaarden ontwikkelen zich buiten het zicht van de eindgebruiker. We zien de marketingtermen – terwijl de onderliggende veranderingen grote impact hebben. Hardware moet worden aangepast, ecosystemen moeten zich ontwikkelen en organisaties moeten hun processen herzien. Maar de richting is duidelijk. Met de groei van iot-toepassingen neemt de behoefte aan flexibiliteit, schaalbaarheid en kostenbeheersing alleen maar toe. SGP.32 biedt hiervoor een structurele oplossing en haalt een knelpunt uit de markt. Wat vandaag als innovatie wordt gepresenteerd, zal binnen enkele jaren de norm zijn. De partijen die nu al inspelen op deze ontwikkeling, bouwen daarmee een voorsprong op — zowel technisch als commercieel. Jan Buis, manager business development Genexis
Baan en Nederlof sluiten pact tegen esg-software uit VS
5 dagen
Ict-nestors Jan Baan en Ad Nederlof hebben de handen ineengeslagen voor een alternatief voor de esg-software van Amerikaanse aanbieders. Hun tool ESG Collect & Report biedt software voor het verzamelen en extern publiceren van informatie over duurzame bedrijfsvoering, zonder dat die data in handen komen van een leverancier uit de VS.   Esg staat voor: environmental, social en governance, oftewel: milieu, maatschappij en bestuur. Het slaat op de toenemende verplichting van bedrijven om gegevens over de duurzaamheid van hun bedrijfsvoering te publiceren. Volgens Baan en Nederlof vinden veel grote organisaties het verzamelen en extern publiceren van die informatie lastig. Het duo wijst erop dat dit nu vaak versnipperd plaatsvindt. Bijvoorbeeld in Excel‑bestanden. Ook kunnen data vaak pas verzameld worden na allerlei interne verzoeken, benadrukken ze. Baan en Nederlof vinden dat het huidige geopolitieke ict-landschap een risico vormt waarin gevoelige bedrijfsinformatie in handen komt van Amerikaanse leveranciers van esg-software die op dit moment de Europese markt domineren. Vandaar dat ze nu de markt op gaan met een Europees alternatief. Dat gebeurt via Tangelo Software, aanbieder van onder meer een applicatie voor het maken van jaarverslagen. Dat bedrijf is onderdeel is van de Vanad Groep, een conglomeraat van ict- en softwarebedrijven van oprichter Ad Nederlof. Jan Baan tekende met Rappit voor de ontwikkeling van de software. Rappit is het bedrijf waar zijn zoon Ardjan Baan ceo is en Baan als oprichter en voorzitter aan verbonden is. Ad Nederlof Vriendschap Jan Baan en Ad Nederlof kennen elkaar goed. Ze bouwden een jarenlange vriendschap op in de vorige eeuw toen Baan wereldwijd furore maakte met erp-softwareleverancier Baan Company en Nederlof onder meer topfuncties bekleedde bij Oracle en Genesys. Volgens het duo brengt hun oplossing ‘de ontbrekende schakel’ in de esg-keten doordat deze oplossing organisaties kan helpen om ‘betrouwbaar, controleerbaar en volgens Europese en internationale ISSB standaarden data te verzamelen én te publiceren.’ Ze zeggen in te springen op het gat tussen dataverzameling en externe rapportage door met hun software bedrijven te beoordelen op duurzaamheid, maatschappelijke verantwoordelijkheid en goed bestuur.  Jan Baan Als tweede reden om samen te werken, noemen de ict-iconen ‘de groeiende afhankelijkheid van Amerikaanse software voor gevoelige bedrijfsinformatie.’ Veel organisaties zijn volgens hen zoek naar Europese alternatieven op het gebied van governance, databescherming en publieke infrastructuren. Volgens Nederlof geeft ESG Collect & Report bedrijven controle over hun eigen data. ‘Met deze software kunnen deze data makkelijk worden ontsloten naar de markt toe, bijvoorbeeld middels publicatie in het jaarverslag.’ Baan voegt toe: ‘We zien dagelijks hoe groot de behoefte is aan innovatieve, toekomstbestendige software. Daarom hebben Ad en ik, met duurzaamheid hoog op de agenda, de handen ineengeslagen.’ Volgens Baan kunnen klanten moderne applicaties realiseren die klaar zijn voor ai-toepassingen. SAP en OracleDe markt voor esg-software in de Verenigde Staten wordt gedomineerd door een mix van gevestigde bedrijfssoftwarebedrijven en gespecialiseerde saas-aanbieders die zich richten op databeheer, rapportage (cdrd/sec), en CO2-boekhouding. De leveranciers leggen verschillende accenten in hun reportages, sommigen zijn meer gericht op wet- en regelgeving, andere meer op klimaat en CO2-uitstoot. Ook beschikken grote erp-softwareleveranciers als SAP en Oracle over eigen esg-platformen die vaak geïntegreerd zijn in de erp-suite. Computable CaféComputable sprak Ad Nederlof en Jan Baan in een serie gesprekken in Computable Café over onder meer Silicon Valley, innovatie en ondernemerschap.
Kort: Twee datablunders Anthropic in één week, vernieuwde HP LaserJet‑lijn (en meer)
5 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Datablunders bij Anthropic, Europese samenwerking Distology en Snyk, vernieuwde Laserjet-lijn HP, waarschuwingen voor besmette npm- en Python‑packages en ABP kapt met beleggen in Palantir. Anthropic zet broncode Claude Code en info over Mythos per ongeluk online Ai-specialist Anthropic heeft per ongeluk de volledige broncode van zijn programmeertool Claude Code online gezet. Het gaat om circa 1.900 bestanden en ruim 512.000 regels code, aldus De Volkskrant. Een securityonderzoeker ontdekte dat de code publiek te downloaden was, waarna kopieën snel op GitHub verschenen. Het bedrijf spreekt van een menselijke fout. Volgens zakenblad Fortune werd ook eerder in dezelfde week interne documentatie over een nieuw model, Mythos, openbaar door een verkeerd geconfigureerde databank. Hierdoor krijgt de concurrentie inzicht in de werking van het systeem en in ontwerpkeuzes die normaal vertrouwelijk blijven Distology gaat Snyk‑oplossingen distribueren in Noord‑Europa Het Britse Distology gaat de ai‑securityproducten van het in Boston gevestigde Snyk distribueren in het VK, de Benelux en de DACH‑regio. De distributeur voegt het Snyk AI Security Platform en Agent Security toe aan zijn aanbod om wederverkopers te helpen profiteren van de groeiende vraag naar applicatiegerichte ai-security. Het platform van Snyk is ontworpen om ontwikkelaars te ondersteunen kwetsbaarheden te identificeren en op te lossen terwijl ze code schrijven. Op deze manier worden problemen vroegtijdig opgespoord, voordat ze later in de levenscyclus complexer en duurder worden om op te lossen. HP vernieuwt LaserJet‑lijn met focus op snelheid en beveiliging HP heeft tijdens Imagine 2026 nieuwe LaserJet‑modellen aangekondigd voor het mkb en grotere organisaties. De LaserJet Pro 4000/4100‑serie richt zich op kleinere bedrijven en biedt snelle dubbelzijdige prints, lagere kosten door efficiëntere TerraJet‑toner en quantum-resistente beveiliging. De Enterprise 5000/6000‑serie is bedoeld voor intensief gebruik in grotere organisaties en levert hoge print- en scansnelheden, ai‑gestuurde workflowoptimalisatie en uitgebreide beveiliging via HP Wolf Enterprise Security. Beide series zijn energiezuinig en ondersteunen certificeringen zoals Epeat Gold, Blue Angel en Energy Star. Hiermee wil HP het beheer van printomgevingen verder vereenvoudigen en beter laten aansluiten op digitaliserende werkprocessen. NCSC waarschuwt voor besmette npm- en Python‑packages Het Nationaal Cyber Security Centrum waarschuwt softwareontwikkelaars voor gecompromitteerde npm‑ en Python‑packages. Aanvallers hebben onder meer de vulnerabilityscanner Trivy en de veelgebruikte HTTP‑library Axios voorzien van malware. Hierdoor kunnen kwaadwillenden inloggegevens en andere gevoelige data buitmaken en via die toegang verdere systemen compromitteren, aldus vakwebsite Security.nl. Volgens het NCSC worden gestolen gegevens mogelijk gebruikt voor afpersing of doorverkocht aan andere criminelen. Ontwikkelaars wordt aangeraden actie te ondernemen en hun omgeving te controleren. ABP stopt belegging in Palantir vanwege zorgen over inzet software Pensioenfonds ABP beëindigt uit ethische overwegingen zijn investering in het Amerikaanse Palantir Technologies, meldt het FD. Palantir levert analysetools aan onder meer de Amerikaanse immigratiedienst ICE en het Israëlische leger. Amnesty International uit al langere tijd zorgen over mogelijke mensenrechtenschendingen bij het gebruik van deze software. ABP had afgelopen najaar nog 825 miljoen euro in het bedrijf belegd, maar zegt dat het “maatschappelijk verantwoord” wil investeren. Het fonds, dat het pensioen beheert voor onder meer ambtenaren, leraren en militairen, stopte eerder ook met beleggingen in bedrijven, zoals Booking.com en Airbnb, die betrokken zijn bij omstreden activiteiten in Israëlische nederzettingen.
NSDC: Nederlandse datacenters achtergesteld bij Amerikaanse hyperscalers
6 dagen
De Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC) constateert een groot verschil in behandeling tussen Nederlandse en niet‑Europese datacenters. Nederlandse datacenters krijgen nauwelijks nog vergunningen, terwijl recent zeven nieuwe vergunningen voor Amerikaanse hyperscalers zijn afgegeven.René Corbijn, directeur van de onlangs opgerichte NSDC, vraagt staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Zaken & Soevereiniteit) om deze ten achterstelling ongedaan te maken. Volgende week woensdag debatteert de Tweede Kamer met de D66-staatssecretaris over de digitale infrastructuur. De NSDC dringt er bij de regering op aan om een nationale aanpak datacenters en datakabels op te stellen. De Kamerleden Ani Zalinyan (GroenLinks-PvdA) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) hebben daar eind maart in een motie om gevraagd. Planning en regie op de ruimte zijn volgens hen hard nodig.Corbijn vraagt om snelle uitvoering van deze motie. Niet alleen is het aanscherpen van criteria vereist, maar Nederland moet vooral kiezen welke datacenters wél nodig zijn. De NSDC wil ruimte voor overheidsdatacenters, soevereine colocaties en regionale datacenters. Deze belangenorganisatie pleit voor herziening van de Datacenterstrategie uit 2022. Soevereine Rijkscloud Aandacht wordt gevraagd voor de meerjarige behoefte aan soevereine capaciteit. Er moet ruimte komen voor een soevereine Rijkscloud in 2030. Want zonder soevereine datacentercapaciteit is er geen digitale soevereiniteit, aldus Corbijn. Nodig is ook een integrale visie op de volledige digitale stack, waaronder zeekabels, datacenters, cloud en ai-faciliteiten. Corbijn: ‘Belangrijk is te voorkomen dat nieuwe infrastructuur opnieuw door niet‑Europese partijen wordt gebouwd of beheerd.’Grinwis zegt hierover in de motie: ‘Hyperscalers dragen beperkt bij aan de Nederlandse economie, maar verbruiken wel schaarse ruimte en capaciteit die nodig is voor zorg, overheid en andere vitale sectoren.’
Hacktivisme draait steeds meer om psychologische ontwrichting
6 dagen
Hacktivistische aanvallen verschuiven van technische verstoring naar beeldvorming. Zoals recent in Noorwegen, waar op afstand een klep van een waterdam werd geopend met als doel publieke onrust te veroorzaken. Of zoals ddos-aanvallen die het vertrouwen in Europese instellingen moeten helpen ondermijnen.Hacktivisme heeft een nieuwe gedaante aangenomen, en technische schade is niet langer het voornaamste doel. Dat is een van de centrale bevindingen uit de Security Navigator 2026 van Orange Cyberdefense.Waar vroeger een gehackte homepage of platgelegde website het einddoel was, gaat het vandaag steeds vaker om zichtbaarheid, mediagenieke acties en maatschappelijke onrust. Grijs gebied Volgens de experts van Orange Cyberdefense opereert een nieuwe generatie hacktivisten in een grijs gebied tussen onafhankelijk activisme en staatsinvloed. Groepen als NoName057(16) en Killnet presenteren zichzelf als autonoom, maar hun acties sluiten opvallend nauw aan bij de geopolitieke agenda van specifieke landen. Een formele aansturing ontbreekt, maar de ruimte om te opereren wordt hen kennelijk gegund.Eigenlijk is de term hacktivisme intussen achterhaald, vindt Charl van der Walt, head of security research bij Orange Cyberdefense. ‘Het draait niet om het maken van een statement, maar om het bewust aanwakkeren van angst en onzekerheid. Daarachter zit een duidelijke strategische agenda. Het heeft weinig meer met digitaal activisme te maken.’ Waterdruk gemanipuleerd in Canada Uit het onderzoek blijkt dat hacktivistische groepen zich steeds vaker richten op industriële controlesystemen, met beperkte technische schade maar grote symbolische impact. In Noorwegen werd een waterklep op afstand geopend, in Canada werden waterdruk en landbouwsensoren gemanipuleerd. In Europa zetten groepen ddos-campagnes in tegen publieke diensten, niet om geld te verdienen, maar om vertrouwen in instellingen te ondermijnen. Een opvallende tactiek: hacktivisten delen schermopnames van vermeend geslaagde aanvallen op systemen totdat duidelijk wordt het doelwit nep was. Maar juist dat creëert verwarring en onrust. Van der Walt stelt dat alleen technische maatregelen niet volstaan. Samenwerking tussen overheden en vitale sectoren, en heldere communicatie richting burgers, worden even essentieel. ‘Het beveiligen van systemen en het beschermen van vertrouwen in de samenleving zijn niet meer los van elkaar te zien.’
Oracle jaagt personeel stuipen op lijf met ontslaggolf 
6 dagen
Oracle schrapt duizenden banen om de investeringen in ai-infrastructuur op te brengen. Op de kantoren van Oracle Nederland in Leidsche Rijn (Utrecht) en Oracle België in Vilvoorde houden medewerkers gespannen hun mailbox in de gaten. Het techbedrijf verstuurde eerder in de VS, India, Mexico en andere regio’s massaal e-mails om medewerkers per direct te ontslaan.  Werknemers kregen een summier berichtje dat hun functie was komen te vervallen. De dag waarop de e-mail werd ontvangen, was meteen hun laatste werkdag. Afzender: Oracle Leadership. Veel medewerkers hadden amper deze onheilstijding gelezen of de toegang tot interne systemen was al ontzegd. De hr-afdeling en het leidinggevende kader hadden vooraf geen signalen afgegeven dat een ontslaggolf aanstaande was. Details over de ontslagregeling zouden worden verstrekt nadat werknemers de ontslagdocumenten via DocuSign hadden ingevuld. Betrokken medewerkers – die bij Oracle wel wat gewend zijn – vonden de manier van ontslagaanzegging bijzonder abrupt en onpersoonlijk. Vooral de afdelingen Saas & Virtual Operations Services alsmede Revenue and Health Sciences ondergaan een flinke sanering. Medewerkers melden personeelsreducties van ongeveer dertig procent of meer. Ook het India Development Centre van NetSuite moet inkrimpen. Het techbedrijf vindt dat een officiële aankondiging van de reorganisatie niet nodig is. Ook onthoudt Oracle zich van commentaar op de berichten over de ontslaggolf die via de CNBC, de Wall Street Journal en het Britse Computing naar buiten zijn gekomen. Sanering Op de aandelenbeurs viel de herstructurering van Oracle goed. De sanering maakt veel kasstroom (het totaalbedrag aan geld dat een onderneming in een bepaalde periode binnenkrijgt en uitgeeft) vrij en verhoogt de winst op de lange termijn. Oracle zei onlangs dit jaar vijftig miljard dollar aan kapitaal op te halen voor uitbreiding van zijn datacenters. De ai-hyperscalers Alphabet, Amazon, Meta en Microsoft gaan in 2026 bijna zevenhonderd miljard uittrekken voor ai-infrastructuur.  Beleggers vrezen dat dit ten koste gaat van de vrije kasstroom. Bezuinigingen op personeel en lagere operationele kosten kunnen die stroom weer op peil brengen. Een personeelsreductie van twintig- tot dertigduizend werknemers zou tot wel tien miljard dollar aan extra vrije cashflow kunnen genereren, berekenden de analisten van TD Cowen onlangs.
It komt van Mars, ot van Venus
6 dagen
Hoe versterken ze elkaar? Informatietechnologie (it) en operationele technologie (ot) zijn totaal verschillende werelden. De een komt van Mars, de ander van Venus, zo lijkt het wel. Maar in een dreigend aanvalslandschap zijn ze gedoemd om met elkaar samen te werken. Hoe kan dat het beste? ‘Door elkaars sterktes te gebruiken, kun je al een slag slaan.’ It kennen we allemaal, maar lang niet iedereen is vertrouwd met ot. Bij ot gaat het om industriële it, het is bijvoorbeeld sterk aanwezig in onze kritieke infrastructuur. De twee werelden groeien naar elkaar toe, al gebeurt dat niet zonder slag of stoot. Een recente wereldwijde studie van Omdia, bij vijfhonderd verantwoordelijken voor it- of ot-security in de manufacturing-industrie, toont aan dat de convergentie van it en ot aandacht vergt: tachtig procent zag het afgelopen jaar meer cyberincidenten, terwijl minder dan de helft (45 procent) zich voldoende voorbereid acht. Opvallend is dat driekwart van de aanvallen, volgens Omdia, bij it begint en vervolgens doorgaat naar ot, met vaak aanzienlijke impact op de beschikbaarheid en continuïteit van productieprocessen. Op presentaties, zoals onlangs op Cybersec Netherlands, wijst Ronald Beiboer, die vrijwillig SOC lead is bij het Dutch Institute for Vulnerability Disclosure (DIVD) en ook solutions engineer bij Splunk/Cisco, regelmatig op de verschillen tussen it en ot. En vooral: hoe ze beter kunnen samenwerken. Hoe verschillen it en ot in hun positionering en rol binnen de organisatie? It en ot situeren zich binnen organisaties meestal op verschillende niveaus en afdelingen. It richt zich vooral op kantoorautomatisering en informatiesystemen, terwijl ot verantwoordelijk is voor industriële processen en operationele aansturing. Dit vertaalt zich ook in uiteenlopende beveiligingsnormen en prioriteiten. Of meer operationeel beschouwd: it bevindt zich op het niveau van de enterprise of office zone. Bij ot spreken we over indu‌striële processen, industrial DMZ, site operations en basic control. Andere werelden met ook andere normen en risico’s. ‘Informatietechnologie in een ot-omgeving is de grootste bedreigingsvector voor organisaties,’ zo zet Ronald Beiboer meteen al de puntjes op de i. De verschillen uiten zich nog meer in de manier van werken en hoe ze tegen technologie aan­kijken. ‘Bij it-security spreek je over software, cloud en compliance. Het is gericht op de eindgebruiker in de organisatie en de veranderingscycli gaan snel’, aldus Beiboer. Bij ot gaat het om lang­durige lifecycles met impact op de fysieke wereld. ‘Ot fungeert ook meer vanuit een geïsoleerde mindset. De focus ligt heel erg op de operationele risico’s. Elke verandering in de infrastructuur wordt als risicovol beschouwd. Kortom, er heerst een heel andere dynamiek dan bij it-security.’ Welke misvattingen belemmeren de samenwerking tussen it en ot? Tussen it- en ot-teams bestaan hardnekkige aannames over elkaars werkwijze en verantwoordelijkheden, wat kan leiden tot het fout inschatten van risico’s. Vaak spelen een aantal misverstanden. ‘Dat een ot-omgeving helemaal air-gapped is en dus los van een netwerk staat, is bijvoorbeeld zelden het geval.’ Net zoals het een misverstand is dat it de hele cyberbeveiliging voor zijn rekening kan nemen. ‘Dat blijkt in de praktijk onhaalbaar. Je moet hiervoor kennis hebben van ot, de kernprocessen onder de knie hebben én in staat zijn om op een verantwoorde manier te reageren. Kortom, de twee teams, it en ot, hebben elkaar nodig.’ Welke factoren beïnvloeden de samenwerking tussen it- en ot? De relatie tussen it- en ot-teams wordt in menige organisatie gekenmerkt door afstand en wederzijds onbegrip, beweert Ronald Beiboer. ‘Verschillende doelen en culturen zorgen ervoor dat samenwerking niet altijd vanzelfsprekend is. De klassieke wij tegenover zij-bias is in organisaties vaak niet ver weg’, signaleert hij. ‘Let wel, dat is best menselijk. Mensen hebben de neiging om hun eigen groep of leefwereld te favoriseren, terwijl ze de andere groep vaak van stereotypen voorzien. Of ze zelfs wantrouwen.’ Volgens Beiboer speelt nog een ander psychologisch effect: de attribution bias. De neiging om het gedrag van anderen toe te wijzen aan hun persoonlijkheid, terwijl ze hun eigen gedrag wijten aan de omstandigheden.’ Of hoe ot-teams de collega’s van it al snel als roekeloos zullen bestempelen, terwijl de it-teams de ot-collega’s op hun beurt als stroef of star kapittelen. Wat ook meespeelt, is dat de twee groepen letterlijk een andere taal en ook een ander jargon hanteren. ‘Hebben de ot-mensen het over scada en plc, dan hanteren de it’ers siem en edr als termen. En meer dan eens zijn ze minder thuis in elkaars terminologie.’ Concrete stappen om de kloof tussen it en ot te verkleinen? Zoiets vergt bewuste inspanningen op menselijk en organisatorisch vlak. ‘Zoals met elk it-project of -initiatief is leadership buy-in, of toch op z’n minst betrokkenheid vanuit het management, een sleutelelement’, zo weet Beiboer. Voorts is het de kwestie om elkaars werelden en termen te leren kennen. ‘Je kunt best op zoek gaan naar gelijkenissen tussen de twee domeinen. En vooral: toon de voordelen van samenwerking aan. Beide partijen hebben elkaar nu eenmaal nodig om de cyberveiligheid op peil te krijgen en te houden. Gelet op de hedendaagse uitdagingen is dat overigens een must.’ Bewustwording van gevaren en belang van samenwerking staat voorop, net als vertrouwen. ‘Een aantal oefeningen kunnen hierbij helpen. Zoals gezamenlijke red-teaming en tech sessies en het opzetten van gemengde teams. Vaak is het aangewezen om zoiets klein te beginnen en dat vervolgens uit te bouwen.’ “Ot fungeert vanuit een geïsoleerde mindset. De focus ligt heel erg op de operationele risico’s” – Ronald Beiboer Hoe kunnen it en ot elkaar zelfs versterken? It en ot brengen elk hun eigen expertise en focus mee op het vlak van security. ‘Bij ot gaat het dan onder meer om risk awareness en de focus op uptime en continuïteit in de fysieke wereld. Terwijl de it’ers goed zijn in domeinen als patch management, detectie en monitoring en identity management. Ook innovatie en automatisatie zijn hen niet vreemd. Door elkaars sterktes te gebruiken, kun je in een organisatie al een slag slaan.’ De kwestie is om deze complementaire sterktes te combineren. Een goed voorbeeld ziet Beiboer in vulnerability management. ‘Daar kun je zogenaamde quick wins realiseren. Met één administratie, een overlap in kwetsbaarheden, gecombineerd risk management en eventueel de start van een gemeenschappelijke CMDB of configuration management database. Ook de mogelijke gezamenlijke planning voor patches is een meerwaarde.’ Toch is er volgens de security expert nog veel werk om de twee werelden dichter bij elkaar te brengen. ‘Al merk ik wel dat er op dit vlak in organisaties een en ander beweegt.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #2.
Nederlandse cloudcoalitie vormt front tegen Amerikaanse dominantie
6 dagen
Vandaag overhandigt de Open Cloud Alliantie in Den Haag een manifest waarin het kabinet en de Tweede Kamer worden opgeroepen een voorkeur uit te spreken voor Nederlandse en Europese cloud-oplossingen bij overheidsopdrachten. Alle bouwstenen voor een soevereine overheidscloud liggen klaar. De Open Cloud Alliantie presenteert zich als een volwaardig alternatief dat in staat is voldoende capaciteit te bieden en gestandaardiseerde clouddiensten te leveren. Deelnemers van het eerste uur zijn Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver. Mede-initiatiefnemer Ludo Baauw, topman van Intermax, verwacht dat nog meer Nederlandse bedrijven zich bij deze krachtenbundeling aansluiten. ‘Het is geen gesloten club’. Verder is het streven Europese samenwerking te zoeken. Stichting DINL en TNO ondersteunen de alliantie. ‘We kunnen voor Nederlandse waar kiezen’, aldus Baauw. Hij onderstreept dat de consensus er is, terwijl ook de capaciteit en expertise voorhanden zijn. De boodschap aan Den Haag luidt: de wil is er. Wat resteert is de politieke en bestuurlijke keuze om te investeren in digitale soevereiniteit.OmzetVolgens Baauw heeft genoemd zevental al 2,5 miljard euro omzet in de cloud. Bij elkaar is de totale omzet 6,5 miljard euro. Dat is meer dan bijvoorbeeld de Franse OVH Cloud. De deelnemers hebben twintig grote datacenters en 13.500 medewerkers. Baauw zegt blij verrast te zijn over het aantal mensen met cloud-expertise die al bij de zeven deelnemers werken.Belangrijke garantie is dat – mocht een partij door een Amerikaans bedrijf worden overgenomen – migratie naar een ander bedrijf uit de alliantie soepel verloopt. Een open architectuur, open standaarden en (zo veel mogelijk) opensourcesoftware moeten daarvoor zorgen. Dit voorkomt problemen zoals bij de voorgenomen overname van Solvinity door Kyndryl, laat Baauw weten.De diverse datacenters worden goed met elkaar verbonden. De Amsterdam Internet Exchange (Ams-ix) werkt aan een federatief model om clouds aan elkaar te knopen. Baauw: ‘Gevolg is dat een Nederlandse cloudprovider gemakkelijk verbinding kan maken met bijvoorbeeld een Italiaanse. Dit maakt opschaling gemakkelijker. Door de twintig datacenters te verbinden die de deelnemers in Nederland hebben, ontstaat sowieso veel slagkracht. SamenwerkingBaauw ziet de Open Cloud Alliantie als een privaat-publieke samenwerking; niet vanuit de overheid geïnitieerd maar vanuit het Nederlandse bedrijfsleven. Het is de bedoeling zich gezamenlijk naar de overheid toe te presenteren, waardoor grote projecten zijn op te pakken. Ook richt de alliantie zich op sectoren als het bankwezen en woningbouwcorporaties. De markt verenigt zich nu. Behalve het technische aspect benadrukt Baauw ook de economische kant. Onze digitale afhankelijkheid kost ons veel geld. Miljarden euro’s aan ict-uitgaven verlaten jaarlijks ons land. Autonomie is niet gratis, maar afhankelijkheid is duurder. Volgens Baauw is het voorstel in Den Haag goed ontvangen. ‘De top van Economische Zaken is enthousiast’, aldus de mede-initiatiefnemer.OproepDe Open Cloud Alliantie vraagt de politiek het volgende:Voorkeur voor cloud-oplossingen uit Nederland of Europa. Uitwerking is gewenst naar het voorbeeld van het European Sovereignty Framework;De bestaande informatiebeveiligingseisen te concretiseren, zodat hiervoor geselecteerde overheidsdata niet langer bij niet-Europese partijen ondergebracht mogen worden;Ruimte te maken voor een marktplaats waarop uitsluitend Europese aanbieders van clouddiensten en cloudsoftware worden toegelaten en waar overheidsorganisaties gezamenlijk inkopen kunnen doen;Actief in te zetten op publiek-private samenwerking om cloudcapaciteit te realiseren;Bij elke aanbesteding de juiste vragen te stellen: wat gebeurt er bij overname? Kan de data geëxporteerd worden in overeenstemming met NIS2 en data act wetgeving? Kunnen de applicaties overgezet worden? Voldoet de oplossing aan de drie uitgangspunten? Is er een uitgewerkte exitstrategie? Kortom: ontwikkel beleid en wetgeving dat ‘beschermd eigenaarschap’ mogelijk maakt;De inkoopkracht van de overheid gericht in te zetten voor het versterken van de Nederlandse en Europese it-sector, en waar nodig inkoopregels hierop aan te passen;Actief aan te sluiten bij Europese initiatieven en programma’s, zodat Nederlandse keuzes bijdragen aan bredere Europese ambities op het gebied van standaardisatie en strategische onafhankelijkheid;Ministeries, uitvoeringsorganisaties, provincies, gemeenten en waterschappen te stimuleren gesprekken aan te gaan met zowel overheidsdatacenters als private-clouddienstverleners over het terughalen van kritieke applicaties en data naar Nederland.
Kort: Full Join sorteert voor op post-quantumbeveiliging, Sodexo halveert foodwaste dankzij data (en meer)
6 dagen
In dit nieuwsoverzicht: Eindhovense ontwikkelaar Full Join rust zijn samenwerkingsplatform uit met post-quantumcryptografie, Sodexo dringt voedselverspilling fors terug, digitale zorg verbetert zorg, Tilburg kiest voor Unit4 ERPx, en Wolter Kluwer doet zaken in Indiase Pune. Full Join rust Databeamer uit met post-quantumbeveiliging Full Join heeft zijn samenwerkingsplatform Databeamer uitgebreid met post-quantumcryptografie volgens de standaarden van NIST. Daarmee wil de Eindhovense ontwikkelaar organisaties voorbereiden op de opkomst van quantumcomputing, die bestaande encryptie op termijn kan ondermijnen. Databeamer combineert klassieke en post-quantum-algoritmen in een hybride model, zodat data beschermd blijven tegen zowel huidige als toekomstige dreigingen. De oplossing is gebaseerd op een zero-knowledge-architectuur, waarbij encryptie volledig aan de klantzijde plaatsvindt. Volgens Gartner lopen organisaties zonder tijdige overstap richting 2030 aanzienlijke risico’s. Full Join positioneert Databeamer daarom als Europees alternatief voor het veilig delen van gevoelige data, met nadruk op soevereiniteit en compliance. Sodexo Nederland dringt voedselverspilling fors terug met datagedreven aanpak Sodexo Nederland heeft in 2025 de voedselverspilling met 54 procent verminderd. In totaal werd 73.447 kilo waste voorkomen, wat neerkomt op een besparing van 512 ton CO₂-uitstoot. De reductie is gerealiseerd op locaties waar het dataplatform WasteWatch wordt ingezet, goed voor circa 88 procent van de inkoopwaarde. Volgens het bedrijf bewijst de aanpak dat meten en bijsturen effectief is. Keukenteams gebruiken realtime-data om slimmer in te kopen en productie beter af te stemmen op de vraag. De cateraar zet volgende stappen met voorspellende analyses en integratie van gebruikersdata uit apps. Daarmee wil Sodexo verspilling verder reduceren en tegelijkertijd de operationele efficiëntie en gastbeleving verbeteren. Wilhelmina Ziekenhuis Assen en Flevoziekenhuis zetten in op digitale zorg Nederlandse ziekenhuizen investeren versneld in digitale ondersteuning om zorg toegankelijker en efficiënter te maken. Zo zet het Wilhelmina Ziekenhuis Assen een ai-assistent van OurMind in voor patiëntcommunicatie via de app BeterDichtbij. De oplossing bespaart medisch assistenten tot twee uur per dag en levert consistente, empathische antwoorden op, terwijl medewerkers eindverantwoordelijk blijven. Tegelijk introduceert het Flevoziekenhuis een Helpdesk Digitale Zorg om patiënten te ondersteunen bij digitale toepassingen zoals DigiD en patiëntportalen. Hiermee wil het ziekenhuis voorkomen dat minder digitaal vaardige patiënten buiten de boot vallen. Beide initiatieven illustreren hoe technologie en persoonlijke begeleiding hand in hand gaan. Waar ai werkdruk verlaagt en processen versnelt, blijft menselijke ondersteuning cruciaal om digitale zorg voor iedereen toegankelijk te houden. Unit4 levert ERPx aan Tilburg voor modernisering financiële systemen Gemeente Tilburg heeft gekozen voor Unit4 ERPx als nieuw financieel systeem. Met de overstap wil de gemeente haar it-infrastructuur vernieuwen en interne processen verder digitaliseren. De implementatie is inmiddels gestart, met een geplande ingebruikname medio 2027. Volgens Unit4 biedt ERPx geïntegreerde financiële functionaliteiten en realtime-budgetbewaking, passend bij de eisen van de gemeente. Ook de ervaring van de leverancier binnen de Nederlandse publieke sector woog mee in de selectie. De migratie moet leiden tot efficiëntere processen, betere datakwaliteit en meer flexibiliteit voor medewerkers. Daarmee ondersteunt het platform de bredere digitaliseringsstrategie en organisatorische transformatie van de gemeente. Wolters Kluwer opent technologiecentrum in Pune Wolters Kluwer heeft een kantoor geopend in Pune, waarmee het bedrijf een volgende fase ingaat in zijn technologische groei in India. De locatie fungeert als het grootste wereldwijde engineeringcentrum van de leverancier van informatieoplossingen en software. Het nieuwe pand moet samenwerking en innovatie versnellen en biedt ruimte aan duizenden ontwikkelaars en engineers. De focus ligt op cloud-native platforms, datagedreven oplossingen en ai-toepassingen. Naar eigen zeggen onderstreept de investering het strategische belang van India binnen de organisatie. De uitbreiding in Pune sluit aan op bestaande innovatiehubs in onder meer de Indiase steden Chennai en Gurgaon en ondersteunt de wereldwijde productontwikkeling en digitale transformatie van het concern.
Spoelstra Spreekt: We zijn er bijna
6 dagen
COLUMN – We zijn er nog niet, maar ai wordt steeds beter. Zag je op door ai gegenereerde beelden een jaar geleden nog zes vingers of maar één oor, tegenwoordig zijn ze nauwelijks van echt te onderscheiden. Dan vroeg je aan ChatGPT wie de beste zanger van Nederland is en dan kreeg je als antwoord ‘Jan Smit’. Maar ai ontwikkelt zich verder en begint steeds beter te worden. Maar we zijn er nog niet helemaal. Die vrouw met drie kleinkinderen is de fraudeur die we zoeken Dat we er nog niet helemaal zijn, bleek van vorige week in de Verenigde Staten. Daar werd een 50-jarige vrouw vrijgelaten nadat ai-software haar eerder als dader had aangewezen. Ai had het hele internet afgestruind naar de dader en was tot de conclusie gekomen: die vrouw met drie kleinkinderen is de fraudeur die we zoeken. Dat de vrouw uit de staat Tennessee nog nooit in de staat North Dakota was geweest, was geen probleem. ‘De foto lijkt en ze heeft vijf vingers, net als de dader, dus arresteer haar maar.’ En vervolgens kon de vrouw vijf maanden vastzitten. Pas toen ze haar pasgegevens controleerden, kwamen ze erachter dat ze niet op twee plekken tegelijk kon zijn geweest. Getuigen Dat ai de dader aanwijst, lijkt natuurlijk een gevaarlijke ontwikkeling. Aan de andere kant: het alternatief is natuurlijk dat mensen gaan getuigen en gezichten herkennen. Mensen zijn net zo onbetrouwbaar als ai. Sterker, als je mensen vraagt wie de beste zanger van Nederland is, dan antwoordt een veel te grote groep: ‘Jan Smit’. In Nederland hebben we gelukkig nog geen juryrechtspraak. In dat geval was Marco Borsato waarschijnlijk veroordeeld en Ridouan Taghi vrijgesproken. Dus misschien kan in de toekomst ai daar bij helpen, maar dan moet het nog wel een stukje betrouwbaarder worden. Want we zijn er bijna, maar nog niet helemaal. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Apple Museum in Utrecht van start
1 week
Europa’s grootste Apple‑museum opent vandaag zijn deuren in winkelcentrum The Wall in Utrecht. De opening valt samen met het vijftigjarig bestaan van Apple, het Amerikaanse technologiebedrijf uit Cupertino dat op 1 april 1976 werd opgericht. Vanaf 2 april 2026 is het Apple Museum toegankelijk voor publiek. Met tweeduizend vierkante meter expositieruimte en een vrijwel volledige collectie Apple‑apparaten wil het museum laten zien hoe de producten van het bedrijf zich hebben ontwikkeld en welke rol zij spelen in de geschiedenis van persoonlijke technologie, alsook de zakelijke kant (denk onder meer aan desktop publishing). Van Apple I tot iPhone Bezoekers lopen door thematische ruimtes die de ontwikkeling van Apple volgen: van de eerste experimenten van Steve Jobs en Steve Wozniak in een garage tot de introductie van systemen die nu als belangrijke mijlpalen gelden, zoals de Apple I, Apple II en de Apple Lisa. Ook latere producten krijgen aandacht, waaronder natuurlijk Apple Macintosh of kortweg de Mac, iPod, iPhone en iPad. Volgens het museum is vrijwel elk apparaat dat Apple sinds 1976 heeft uitgebracht in de collectie aanwezig. In het museum ervaren bezoekers hoe een computerproject uitgroeide tot een bedrijf dat de moderne wereld mede heeft gevormd, stelt mede-initiatiefnemer Ed Bindels, eigenaar van Apple-wderverkoper Amac. ‘Apple speelt al vijftig jaar een heel belangrijke rol in het leven van miljoenen mensen wereldwijd. Samen met een groep vrijwilligers ben ik jaren bezig geweest om apparaten, accessoires, prototypes, handleidingen en merkmaterialen te verzamelen en te restaureren. Apple heeft zoveel teweeggebracht in de wereld. Dat willen we bezoekers laten zien en ervaren.’ Mensen achter Apple Met het museum wil Bindels niet alleen de geschiedenis van Apple vertellen, maar ook die van de mensen erachter. “Zo is er bijvoorbeeld een plek die laat zien wat er gebeurde nadat Steve Jobs Apple verliet en het bedrijf een moeilijke periode doormaakte. Via een ‘Think Different’-gang komen bezoekers daarna in een ronde ruimte vol kleurrijke iMacs. Bindels: ‘Deze kamer symboliseert het begin van een nieuw hoofdstuk voor Apple. Zo vertellen we door het hele museum verschillende verhalen aan de hand van producten.’ Een deel van de objecten is de laatste jaren gerestaureerd en kan door bezoekers worden gebruikt. Volgens Bindels is het museum meer dan een verzameling apparaten. ‘Het is een eerbetoon aan creativiteit, veerkracht en het geloof dat technologie ons leven kan veranderen. Het is een museum voor iedereen.”  ChronologieHet Apple Museum, dat zich in hetzelfde pand in de Domstad bevindt als Apple Premium Partner Amac, biedt onder het motto From pixel to perfection een chronologisch overzicht van vijftig jaar Apple‑geschiedenis. Het museum richt zich op zowel techliefhebbers als bezoekers die vooral geïnteresseerd zijn in de maatschappelijke rol van digitale technologie. Voor onderzoekers is een uitgebreide bibliotheek raadpleegbaar.
Na kritisch AcIC­T‑ad­vies zet DUO eindelijk vaart achter migratie naar ODC-Noord
1 week
De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) gaat versneld standaardapplicaties migreren naar de cloudinfrastructuur van Overheidsdatacentrum Noord (ODC-Noord). Ook wordt de sturing op deze migratie verscherpt.  De uitvoeringsorganisatie volgt daarmee de aanbevelingen van het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT). In het Advies Enterprise Cloud uitte het college kritiek op de huidige aanpak waarbij de migratie onnodig lang wordt uitgesteld: DUO stuurt onvoldoende op migratie naar ODC-Noord, zo luidde de kritiek. De voorbereiding van de migratie levert te weinig bruikbare resultaten op. Ook werd geconstateerd dat ODC-Noord moeite heeft met het leveren van de benodigde ondersteuning.  AcICT adviseerde een nieuwe, meer voortvarende aanpak met een effectieve vorm van samenwerking:  Laat DUO nu concrete stappen zetten om applicaties te migreren;  Zorg voor een vast projectteam met experts van DUO én ODC-Noord;  Zorg dat ODC-Noord de vCloud-dienstverlening beter laat aansluiten op de behoeften van gebruikers.  Minister Rianne Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) concludeert dat met de gekozen aanpak de migratie daadwerkelijk wordt gestart en de huidige dubbele infrastructuur beheersbaar wordt afgebouwd. Ook juicht zij toe dat de besturing wordt vereenvoudigd en verstevigd. En dat de samenwerking tussen DUO en ODC-Noord wordt geïntensiveerd. VMware Snelheid is geboden want de leverancier Broadcom/VMware heeft aangekondigd dat een belangrijk onderdeel van de huidige cloudinfrastructuur van ODC-Noord op de langere termijn niet meer wordt ondersteund. Het nieuwe platform biedt straks verbeterde en vereenvoudigde migratie- en beheermogelijkheden. VMware heeft een geactualiseerde planning van productupdates gegeven. Deze planning wordt meegenomen in de migratiestrategie. De migratie start binnenkort met circa 20 procent van de totale workload. Daarmee wordt daadwerkelijke productiecapaciteit verplaatst en wordt de overgang van DUO als eigen beheerder naar een regieorganisatie met ODC-Noord als leverancier voor de cloudinfrastructuur verder vormgegeven. Vervolgens worden delen van de andere applicaties stapsgewijs gemigreerd. De migratie neemt naar verwachting twee jaar in beslag. Vlot trekken Het project Enterprise Cloud loopt al sinds 2019. Het nieuwe cloudplatform bij ODC-Noord is in 2022 technisch opgeleverd als een multi-tenantplatform. Bij de oplevering ontdekte DUO verschillende blokkerende problemen waardoor de migratie is uitgesteld. Medio 2023 bleek een aantal van deze problemen nog niet opgelost. Dit heeft geleid tot een heroriëntatie waarbij DUO koos voor een andere oplossing, namelijk een specifiek ingericht cloudplatform voor alleen DUO, in plaats van een multi-tenantplatform. In 2024 heeft opnieuw een herijking plaatsgevonden. Op basis hiervan is gekozen om alsnog te gaan voor de oorspronkelijke multi-tenantoplossing. Ter voorbereiding op het migreren van applicaties naar het nieuwe cloudplatform voerde DUO een ‘proof of concept’ uit. Die was gepland van april 2025 tot en met januari 2026 maar liep uit. AcICT vreesde dat het een gebed zonder einde werd. Vandaar dat eerder genoemde actiepunten zijn geadviseerd die het project vlot moeten trekken. 
Financiën tast in het duister over herstel na hack
1 week
Het ministerie van Financiën weet nog niet wanneer de verschillende systemen die zijn aangevallen en vervolgens buiten gebruik zijn gesteld, weer normaal kunnen draaien. Bijna twee weken nadat hackers bij het ministerie een aantal systemen binnendrongen, wordt nog altijd onderzoek gedaan naar de oorzaak van dit incident; meestal is dat geen goed teken. Minister Eelco Heinen (Financiën) meldt dit in een brief aan de Tweede Kamer. Vanwege het lopende forensisch onderzoek en uit oogpunt van veiligheid is onder meer het digitale portaal voor schatkistbankieren afgesloten. Hierdoor kunnen ongeveer 1.600 publieke instellingen hun tegoeden bij het ministerie van Financiën niet inzien. Evenmin is het voor hen mogelijk om leningen, deposito’s of kredieten aan te vragen, de intradaglimiet te wijzigen of rapportages uit te draaien.  Inkomende en uitgaande betalingen kunnen via de reguliere bancaire kanalen wel gewoon doorgang vinden. De dienstverlening aan burgers en bedrijven door Belastingdienst, Douane en Toeslagen is niet geraakt, zo was al eerder bekend gemaakt. De bewindsman schrijft dat alle betrokkenen er dag en nacht aan werken om dit incident te verhelpen. Inmiddels is aangifte gedaan bij het Team High Tech Crime van de politie en is een voormelding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP).
Kabinet steekt geen geld in Rotterdamse ai-gigafabriek
1 week
Ondernemer Han de Groot, die een ai-gigafabriek in de Rotterdamse haven wil bouwen, hoeft niet te rekenen op financiële ondersteuning vanuit de rijksoverheid. Het kabinet weigert om rekenkracht vooruit te bestellen, een voorwaarde tot deelname aan de Europese tender.  De EU stelt voor de realisatie van maximaal vijf ai-gigafabrieken twintig miljard euro aan middelen beschikbaar, maar dan moeten deelnemende landen wel een financieel commitment aangaan. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) dat daar binnen de huidige begroting geen ruimte voor bestaat. Er is geen geld voor een grootschalige voorreservering van publieke rekencapaciteit bij eventuele toekomstige ai-gigafabrieken. Lidstaten worden geacht hun deel van een eventuele ai-gigafabriek op hun grondgebied mee te financieren. Duitsland bijvoorbeeld heeft al voor 805 miljoen euro aan ai-rekenkracht voorbesteld. Het kabinet vindt dat de commerciële fabriek (kosten 5 miljard euro) die De Groot met zijn bedrijf Volt in samenwerking met Eneco wil neerzetten, volledig door de markt moet worden gefinancierd. Volgens Aerdts is dit in lijn met het rapport Wennink. Er komt wel overheidsgeld voor de veel kleinere ai-fabriek in Groningen. Die fabriek bestaat uit een ai-geoptimaliseerde supercomputer en een expertisecentrum bedoeld voor ai-ontwikkeling in de pre-competitieve fase.  Ai-modellen Ook wijst Aerdts, als positief punt, op de ambitie van het kabinet om het vergunningenbeleid voor datacenters te stroomlijnen, wat ook een wens is van Volt en Eneco. Dat het kabinet verder weinig doet om het Rotterdamse project te stimuleren, heeft ook te maken met een niet al te positief rapport van Ecorys. De adviesbureau acht het onzeker of Nederlandse partijen op korte termijn zelfstandig zeer geavanceerde ai-modellen zullen ontwikkelen die een grote rekencapaciteit vereisen. ‘Voor veel toepassingen, met name het draaien van reeds getrainde ai-modellen (inferentie), volstaan kleinere rekenfaciliteiten.’ Ook wordt de vorm van ai-infrastructuur in sterke mate bepaald door de aard van de ai-toepassingen en de behoeften van gebruikers. Onduidelijk is nog de rekenbehoefte van de overheid. Verder rekent het kabinet erop dat Nederlandse afnemers van ai-rekencapaciteit ook kunnen aankloppen bij andere ai-fabrieken in de EU.
Digital Holland kent ruim 4,8 miljoen euro toe aan mkb-projecten rond digitale innovatie
1 week
Digital Holland heeft bijna vijf miljoen euro toegekend aan elf mkb‑projecten die zich richten op digitale innovatie. De toekenningen maken deel uit van de zogeheten PPS‑Innovatieregeling, bedoeld om publiek‑private samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen te stimuleren. Het gaat om de eerste eigen mkb‑call van Digital Holland sinds de naamswijziging; eerder heette dit programma van Topsector ICT. De projecten richten zich op toepassingen van ai, data en cybersecurity binnen uiteenlopende sectoren. De initiatieven lopen uiteen van detectie van deepfakes en ondersteuning van logopedische zorg tot vernieuwing in plantveredeling, cybercrimebestrijding en robotica voor het mkb. Elk consortium bestaat uit een of meer mkb‑bedrijven die samenwerken met een onderzoeksinstelling. De projecten starten in 2026 of bevinden zich in de voorbereidingsfase. Tegelijk met de bekendmaking kondigt Digital Holland aan dat in april 2026 een nieuwe mkb‑call wordt opengesteld. Ook daarin is minimaal vier miljoen euro beschikbaar. Voorlopige voorstellen moeten uiterlijk 28 mei 2026 worden ingediend. De call richt zich opnieuw op publiek‑private samenwerking binnen de thema’s AI/Data en Cybersecurity Technologies. In aanloop naar de deadline organiseert Digital Holland een webinar en een matchmaking­sessie. De elf toegekende projecten 1. DEEPTRUSTDuckDuckGoose, Hogeschool Leiden, Stichting Verzekeringsbureau VoertuigcriminaliteitOntwikkelt forensisch betrouwbare ai‑methoden om deepfakes en gemanipuleerd beeldmateriaal te herkennen. 2. Phonolearn AIReadLer, Studievaart, Vrije Universiteit AmsterdamBouwt ai die fonologische processen bij kinderen automatisch herkent ter ondersteuning van logopedisten. 3. SignEngineBrainBite, Digitaal Toegankelijk, TU EindhovenWerk aan ai‑technieken die Nederlandse gebarentaal automatisch vertalen naar tekst of spraak en omgekeerd. 4. PHENOMRadicle Crops, Wageningen University & ResearchGebruikt ai en fenotypering via drones om gewasveredeling te versnellen, met quinoa als proefgewas. 5. TWIN4PCInteger, Ambyon, TU EindhovenOntwikkelt fysisch‑geïnformeerde schattingsmethoden voor energiesystemen in gebouwen en logistieke omgevingen. 6. LADDERAiosyn, Radboud UMC, Nederlands Kanker InstituutCreëert AI‑biomarkers voor het voorspellen van risico op progressie van DCIS, een voorstadium van borstkanker. 7. TRUST‑AIBiocheck, Erasmus MC, Hogeschool RotterdamBouwt een ai‑platform dat multimodale zorgdata veilig combineert en uitlegbare inzichten biedt voor paramedische zorg. 8. ADAPTKeyGene, TU EindhovenOntwikkelt een zelflerende ai‑agent die genetische en biologische data integreert voor plantveredeling. 9. BASTIONEaglescience, TNO, Universiteit LeidenMaakt een opensource-testomgeving om ai‑gedreven beïnvloedingscampagnes te onderzoeken en weerbaarheid te vergroten. 10. ATLASTeleoperations Services, TU EindhovenPast imitatieleer toe zodat robots taken van operators kunnen overnemen en zich kunnen aanpassen aan variaties. 11. AAPIECFLW Cyber Strategies, TU DelftBouwt een ai‑gedreven methode om phishing‑infrastructuur vroegtijdig te detecteren voor opsporingsdiensten en csirt’s.
LCL opent grootste datacenter, met kunstwerk op dak
1 week
OPMERKELIJK – Twee jaar na de aankondiging is het zover: het Belgische LCL Data Centers heeft zijn nieuwe datacenter in Diegem officieel geopend. Het gaat om de grootste site van het bedrijf tot nu toe, en een strategische uitbreiding in een markt waar ai en datasoevereiniteit steeds zwaarder doorwegen. Het bouwwerk springt extra in het oog door het kunstwerk op het dak. Het project vertegenwoordigt een investering van 33,6 miljoen euro en vormt een uitbreiding van het vijfde datacenter dat LCL in België uitbaat. Volgens ceo Laurens van Reijen past de site in een bredere ambitie: ‘Met deze nieuwe locatie zetten we een volgende, belangrijke stap in de uitbouw van een écht Belgische en Europese digitale ruggengraat.’ Met de opening rondt LCL een project af dat al in 2024 werd aangekondigd. De site is ontworpen voor de volgende generatie workloads, met ondersteuning voor ai-toepassingen en omgevingen met hoge densiteit. Daarmee speelt het bedrijf in op de groeiende vraag naar rekenkracht en connectiviteit, gedreven door data-intensieve toepassingen. Daarnaast ligt de focus op duurzaamheid, onder meer via zonnepanelen geïntegreerd in de gevel. Opvallend is ook de keuze om het datacenter visueel zichtbaar te maken. Kunstenaar Luk Van Soom realiseerde een kunstwerk op het dak, als knipoog naar de doorgaans onzichtbare infrastructuur achter de cloud. ‘In zekere zin zijn datacenters de kathedralen van de 21ste eeuw’, aldus Luk Van Soom.
Kort: LVNL bouwt nieuwe radartoren op Schiphol, AMS-IX in zee met Uniserver (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Nieuwe radartoren LVNL, AMS-IX migreert naar Uniserver-cloud, Centric partner van Thinkwise, Rsult neemt Cadran en Yuccaa over en Leaseweb zet stappen in Europese cloud. LVNL start bouw nieuwe radartoren op Schiphol Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), gevestigd in Schiphol, is begonnen met de bouw van een nieuwe Terminal Approach Radar (TAR). De installatie vervangt de huidige radar, die na dertig jaar einde levensduur bereikt. De radar volgt vertrekkende en naderende vliegtuigen rond Schiphol en is daarmee essentieel voor luchtverkeersleiding. De werkzaamheden lopen in fases: sinds januari worden technische installaties vernieuwd en ondergronds een nieuwe shelter aangelegd. Vanaf juni wordt de toren bovengronds opgebouwd. Na testen moet het systeem in 2027 operationeel zijn. Thales uit Hengelo levert de radartechnologie. De afgelopen jaren (2019-2025) verving de LVNL alle zogeheten Instrument Landing Systemen op luchthaven Schiphol. De vervanging van de TAR maakt ook onderdeel uit van deze langjarige investeringsagenda die de continuïteit van de luchtverkeersdienstverlening moet garanderen.  AMS-IX zet workloads over naar Nederlandse cloud van Uniserver AMS-IX uit Amsterdam heeft een deel van zijn it‑omgevingen verhuisd naar de cloudinfrastructuur van Uniserver, dat is gevestigd in Nederland. Daarmee wil het internetknooppunt meer controle houden over data en infrastructuur. De workloads blijven hiermee binnen Nederlandse datacenters en onder Europees toezicht. Volgens AMS‑IX past de stap in een bredere aanpak om afhankelijkheden te verminderen en beter aan wet- en regelgeving te voldoen. Uniserver levert de cloudomgeving en richt zich op organisaties die waarde hechten aan datalocatie en compliance. De migratie is gefaseerd uitgevoerd, met aandacht voor continuïteit, beveiliging en prestaties. Thinkwise en Centric werken samen aan modernisering legacy‑systemen Thinkwise en Centric pakken modernisering it aan Thinkwise uit Apeldoorn en Centric uit Gouda starten een samenwerking om organisaties te helpen bij het vernieuwen van verouderde it‑systemen. Centric wordt full‑service partner en gaat het Thinkwise‑platform aanbieden, inclusief begeleiding bij modernisering, beheer en hosting. De samenwerking richt zich vooral op organisaties in overheid, financiële sector en industrie, waar systemen vaak lastig aan te passen zijn aan nieuwe eisen. Door gebruik te maken van Nederlandse leveranciers kunnen organisaties hun afhankelijkheid van Amerikaanse cloudpartijen verkleinen en meer controle houden over hun data en it‑omgeving, stellen de partners. Cadran en Yuccaa sluiten aan bij Rsult Group Rsult Group uit Eindhoven neemt Cadran Consultancy en Yuccaa op in de organisatie. Cadran uit Hoevelaken, brengt ervaring mee in erp-software‑implementaties met Oracle NetSuite en JD Edwards. Yuccaa uit Capelle aan den IJssel voegt adviesdiensten toe voor technologie-, software- en e‑commercebedrijven. Volgens Rsult versterkt de uitbreiding de positie van de groep binnen het NetSuite‑ecosysteem in de Benelux en EMEA. Met steun van investeerder Smile Sail wil Rsult verder groeien in erp-software‑ en data­diensten. Cadran (inclusief de dochterbedrijven Cadran Analytics and Rownit) blijft dit jaar nog onder eigen naam werken; Yuccaa gaat direct op in Rsult. Leaseweb bouwt verder aan Europese soevereine cloud Leaseweb meldt in samenwerking met partners nieuwe stappen in de ontwikkeling van zijn soevereine cloudplatform te hebben gezet. Dit in het kader van het programma Important Projects of Common European Interest on Cloud Infrastructure and Services (IPCEI-CIS)-programma. Dit programma, waaraan Leaseweb deelneemt, stimuleert de ontwikkeling van een sterke Europese cloud- en edge-infrastructuur. Het bedrijf breidde het cloudinfrastructuurplatform uit met functies zoals autoscaling, load balancing en een open compute‑API. Ook werd opslag via een privénetwerk geïntegreerd voor betere beveiliging en efficiëntie. Architecturale verbeteringen, waaronder programmeerbare virtuele overlay-netwerken, zijn in ontwikkeling om de netwerkflexibiliteit te vergroten, aldus Leaseweb.

Pagina's

Abonneren op computable