computable

131 nieuwsberichten gevonden
Van ventilator naar vloeistof
4 weken
Wordt liquid cooling strategische factor voor Nederlandse ai-datacenters? De opmars van generatieve ai en high-performance computing vergroot niet alleen de vraag naar rekenkracht, maar ook naar efficiënte koeling. Vooral in Nederland, waar ruimte en netcapaciteit schaars zijn, heeft liquid cooling de potentie om te promoveren van nichetechnologie naar een strategische bouwsteen voor nieuwe datacenters. Die ontwikkeling stond centraal tijdens een internationaal persevenement van Schneider Electric in Buffalo, in de Amerikaanse staat New York (en op ongeveer dertig kilometer vanaf de Niagara Falls die met donderend geweld grote hoeveelheden energie opwekken). Volgens het bedrijf produceren moderne ai-workloads twintig tot vijftig keer meer warmte dan traditionele serveromgevingen. Daarmee komt de klassieke luchtgekoelde serverruimte steeds verder onder druk te staan. Voor Nederland is dat geen louter technisch vraagstuk meer. Het raakt direct aan de groei van datacenters, de energietransitie, netcongestie en de ambitie om een rol te blijven spelen in de Europese ai-infrastructuur. In die context ontwikkelt liquid cooling zich snel van nichetoepassing tot strategische infrastructuur. Om dat belang te begrijpen, moet duidelijk zijn wat er in moderne ai-datacenters verandert. Traditionele datacenters draaien vooral op cpu-servers: systemen met een beperkt aantal krachtige rekenkernen voor algemene it-taken, zoals databases, cloudtoepassingen en bedrijfssoftware. Ai-toepassingen gebruiken steeds vaker gpu-servers. Deze processoren, oorspronkelijk ontwikkeld voor grafische berekeningen, bevatten duizenden kleinere rekenkernen die gelijktijdig grote aantallen berekeningen kunnen uitvoeren. Dat maakt ze geschikt voor machine learning, ai-training, inferencing en high-performance computing (hpc). Prijs Die parallelle rekenkracht heeft wel een prijs: een fors hoger energieverbruik. Moderne ai-chips, zoals Nvidia H100- en Blackwell-gpu’s, kunnen honderden tot meer dan duizend watt per chip verbruiken. Een ai-server met meerdere gpu’s komt daardoor gemakkelijk boven de tien tot twintig kilowatt uit, terwijl complete racks inmiddels richting 150 tot 250 kilowatt bewegen. Dat is een vermogensdichtheid die traditionele luchtkoeling nauwelijks nog aankan. Volgens Schneider Electric ligt de praktische grens van luchtkoeling inmiddels rond tachtig kilowatt per rack. Daarboven wordt vloeistofkoeling feitelijk noodzakelijk. ‘De hoeveelheid lucht en luchtsnelheid die nodig zijn om zulke racks te koelen, zitten nu al aan hun maximum,’ zegt Hoang. Jarenlang was luchtkoeling voldoende. Koele lucht werd via serverruimtes, gangen en ventilatoren langs servers geleid om warmte af te voeren. Die techniek werd steeds verder verfijnd met containment-systemen, rijkoeling en high-density air cooling. Maar ai verandert de spelregels. Waar traditionele racks vaak tussen drie en twintig kilowatt verbruiken, zitten moderne ai-racks daar ver boven. Volgens Schneider Electric beperkt luchtkoeling inmiddels letterlijk het aantal gpu’s dat in een rack is te plaatsen. De reden is dat lucht warmte relatief inefficiënt afvoert, terwijl vloeistoffen daar veel beter in zijn. Schneider Electric stelt dat directe vloeistofkoeling tot drieduizend keer effectiever kan zijn in warmteafvoer dan luchtkoeling. Daarom verschuift de sector snel richting liquid cooling. Volgens het bedrijf zal uiteindelijk circa driekwart van de ai-deployments op vloeistofkoeling uitkomen. Direct-to-chip De belangrijkste vorm van liquid cooling in moderne ai-datacenters is direct-to-chip cooling. Daarbij stroomt koelvloeistof — meestal water in een gesloten systeem — direct langs de heetste onderdelen van een server: de cpu’s en gpu’s. Op die chips worden metalen cold plates geplaatst. De vloeistof neemt de warmte bij de bron op en transporteert die via leidingen naar een coolant distribution unit (cdu), die temperatuur, druk en doorstroming regelt. Het grote voordeel is dat warmte niet eerst via lucht uit de serverruimte hoeft te worden verwijderd. Daardoor zijn veel minder ventilatoren nodig en zijn racks veel dichter te bouwen. Luchtkoeling verdwijnt daarmee niet volledig. Ook in direct-to-chip-systemen blijft ongeveer tien tot dertig procent van de warmtebelasting afhankelijk van luchtkoeling, bijvoorbeeld voor geheugenmodules, netwerkcomponenten en andere elektronica. Dat maakt liquid cooling relevant voor hybride omgevingen waarin bestaande datacenters stapsgewijs worden aangepast aan ai-workloads. Ruimtedruk Tuan Hoang, head of cooling technology and product development bij Schneider Electric, legt uit dat liquid cooling juist voor Nederland een antwoord kan zijn op de groeiende ruimtedruk rond datacenters. ‘Liquid cooling kan veel meer warmte afvoeren dan traditionele luchtkoeling. Daardoor is minder ruimte nodig voor luchtstromen en luchtbeheer in een datacenter. En dat maakt de totale ruimtebehoefte kleiner, wat interessant is voor landen zoals Nederland, waar ruimte schaars is.’ Tuan Hoang, head of cooling technology and product development Schneider Electric. Volgens Hoang leidt de groei van ai normaal gesproken tot steeds grotere ondersteunende infrastructuren voor koeling en ventilatie. ‘Alle energie wordt uiteindelijk warmte. Traditionele luchtkoeling vraagt daarom grote ventilatoren, luchtkanalen en koelsystemen.’ Bij vloeistofkoeling verandert dat fundamenteel. Een cdu — de installatie die de koelvloeistof beheert — neemt volgens hem relatief weinig ruimte in beslag. ‘Een cdu voor één megawatt heeft ongeveer het formaat van een kast. In traditionele datacenters zou je daarvoor complete fan walls of grote luchtkoelsystemen nodig hebben.’ Volgens Hoang kan liquid cooling daardoor meer dan tachtig procent ruimte besparen ten opzichte van klassieke luchtkoeling. Dat komt doordat vloeistof warmte veel efficiënter transporteert dan lucht. ‘Vloeistof voert warmte ongeveer drieduizend keer efficiënter af’, aldus de koelingsexpert. Netcongestie Voor Nederland is vooral de mogelijke impact op netcongestie relevant. Nieuwe datacenters lopen tegen beperkingen van het elektriciteitsnet aan. Volgens Hoang kan liquid cooling helpen om beschikbare netcapaciteit efficiënter te benutten, omdat minder energie nodig is voor koeling en dus meer vermogen beschikbaar blijft voor it-apparatuur. Hij schetst een voorbeeld van een datacenter met een aansluiting van vijftig megawatt. Bij een traditionele Power Usage Effectiveness (PUE; internationale maatstaf om de energie-efficiëntie van datacenters en serverruimtes te meten) van 1,2 gaat ongeveer tien megawatt naar ondersteunende systemen zoals koeling, terwijl veertig megawatt beschikbaar blijft voor servers. ‘Als je met liquid cooling de benodigde koelenergie kunt terugbrengen naar bijvoorbeeld vijf megawatt, dan komt die extra vijf megawatt beschikbaar voor rekencapaciteit. Je benut de beschikbare stroom dus veel efficiënter voor het daadwerkelijke doel van het datacenter.’ Dat, zo stelt Hoang in het vooruitzicht, kan in een land met beperkte netcapaciteit een belangrijk economisch voordeel worden. Immersion cooling Naast direct-to-chip bestaat ook immersion cooling. Daarbij worden volledige servers ondergedompeld in een niet-geleidende vloeistof. Hierdoor is vrijwel alle warmte direct af te voeren zonder ventilatoren. Immersion cooling biedt maximale thermische efficiëntie en is geschikt voor extreme hpc-omgevingen en supercomputers. Tegelijk vraagt het om ingrijpende aanpassingen aan infrastructuur en hardware. Daarom lijkt direct-to-chip voorlopig de dominante route voor commerciële ai-datacenters. Immersion cooling blijft waarschijnlijk vooral relevant voor nichetoepassingen met extreme vermogensdichtheden. Wisselstroom De volgende ontwikkeling dient zich inmiddels ook al aan: 800 volt gelijkstroomarchitecturen (800 VDC). Traditionele datacenters gebruiken wisselstroom (AC), waarbij elektriciteit meerdere keren wordt omgezet voordat servers ermee kunnen werken. Dat veroorzaakt energieverlies en extra warmte. Bij 800 VDC wordt elektriciteit efficiënter verdeeld via gelijkstroom. Daardoor zijn minder omzettingen nodig, dalen verliezen en kunnen veel hogere vermogens per rack worden ondersteund. Voor ai-datacenters is dat essentieel. Nieuwe gpu-clusters verbruiken inmiddels zoveel stroom dat traditionele AC-architecturen steeds minder schaalbaar worden. Liquid cooling en 800 VDC versterken elkaar daarbij. Hogere elektrische dichtheid leidt immers direct tot hogere warmtedichtheid. Zonder geavanceerde koeling worden zulke vermogens praktisch onhaalbaar. Voor een land als Nederland, waar ruimte schaars en netcapaciteit beperkt zijn, kan deze combinatie bijzonder interessant worden. Compactere, efficiëntere ai-infrastructuur maakt het mogelijk om meer rekenkracht te leveren binnen dezelfde fysieke en energetische grenzen. Duurzaamheid Volgens Hoang wordt duurzaamheid een kernonderdeel van de ontwikkeling van nieuwe datacentertechnologie. ‘Alles wat we ontwikkelen, is erop gericht klanten te helpen hun duurzaamheidsdoelen te behalen,’ zegt hij. Watergebruik speelt daarin een belangrijke rol. Hoewel liquid cooling vaak met water wordt geassocieerd, benadrukt Schneider Electric dat ook waterloze of gesloten systemen mogelijk zijn. Het bedrijf ontwikkelt onder meer luchtgekoelde chillers die zonder waterverbruik functioneren. Belangrijker nog is volgens hem dat de sector meer keuzemogelijkheden krijgt. ‘Het belangrijkste is dat klanten zien dat er alternatieven zijn en dat duurzame groei van datacenters mogelijk is.’ Grotere vragen Liquid cooling lijkt op het eerste gezicht een technische optimalisatie van serverkoeling. In de praktijk raakt de technologie aan grotere vragen over energie, economie en digitale autonomie. Zonder efficiëntere koeling wordt verdere groei van ai-infrastructuur steeds moeilijker — technisch, financieel en maatschappelijk. Dat geldt wereldwijd, maar zeker voor een dichtbevolkt land als Nederland waar de keuze voor koeling kan uitgroeien tot een strategische factor in de verdere ontwikkeling van datacenters. Dat allemaal maakt dat de ai-economie van de toekomst niet alleen draait om chips en algoritmen, maar ook om iets fundamenteler: hoe houden we de enorme warmte van die digitale revolutie beheersbaar?
Deel datacenter NorthC in Almere weer aangesloten op netspanning
4 weken
Het datacenter van NorthC Datacenters in Almere is gedeeltelijk weer aangesloten op netspanning na de brand van 7 mei. Het bedrijf meldt dat het deel ‘Almere 2’ inmiddels weer volledig op reguliere stroom draait. Klanten in dit deel hebben overigens vrijwel geen hinder van de brand ondervonden.  Het datacenter in Almere bestaat uit twee, functioneel gescheiden delen/datazalen, met aparte noodstroomvoorzieningen. De brand woedde in de technische ruimte van één van die twee delen (‘Almere 1’). Toen de stroom voor het hele datacenter op last van de brandweer werd afgeschakeld, sloegen de noodstroomgeneratoren in het andere deel (‘Almere 2’) automatisch aan. Klanten met hun systemen in dat deel van het datacenter draaiden dus gewoon door. Dat is de reden dat een aantal klanten geen last van de brand heeft gehad.Volgens NorthC heeft de technische ruimte van ‘Almere 2’ geen schade opgelopen. Tijdelijke generatoren die na de brand werden ingezet, zijn inmiddels buiten gebruik gesteld. Klanten in dit deel zijn weer aangesloten op netspanning.Voor ‘Almere 1’ ligt het hersteltraject op schema. NorthC verwacht eind juni het eerste deel weer aan te kunnen sluiten op netstroom. Tegen eind juli moet het volledige datacenter weer op de reguliere stroomvoorziening draaien. In die maand worden ook de uitkomsten verwacht van het onderzoek naar de oorzaak van de brand.ComputableEen van de gebruikers van het datacenter in Almere is de Jaarbeurs. De beursorganisatie maakt voor het hosten van zijn websites, waaronder die van Computable, gebruik van de dienstverlening van TrueFullstaq die is ondergebracht in ‘Almere 2’. Klanten van TrueFullstaq, onderdeel van The Digital Neighborhood, ondervonden daarom nauwelijks hinder van de brand. De websites van Computable.nl en Computable.be waren tijdens de brand gewoon in de lucht.TrueFullstaq huurt overigens nog ruimtes in twee andere datacenters in Amsterdam, waar gespiegelde omgevingen en back-ups van klanten zijn ondergebracht, laat een woordvoerder weten. Hierdoor kunnen klanten, indien zij daarvoor een contract hebben lopen bij True, bij calamiteiten snel uitwijken naar een andere locatie. Bij de brand in het NorthC-datacenter in Almere viel namelijk op dat diverse klanten, waaronder de Universiteit Utrecht, dagen offline waren. Die zullen hoogstwaarschijnlijk hun disaster recovery-plan nog eens onder de loep nemen.
ING en Worldline voeren eerste Europese agentic betaling in productie uit
4 weken
ING en Worldline hebben samen met Mastercard naar eigen zeggen een eerste zogenoemde Europese agentic betaling in productie gedemonstreerd. Daarbij wordt een betaling geïnitieerd door een ai‑agent, maar uitgevoerd binnen bestaande betaalinfrastructuur én met reguliere beveiligingsmechanismen. De transactie vond plaats op de financiële vakbeurs Money 20/20 begin juni in de RAI Amsterdam. De transactie vond plaats tussen een kaarthouder van ING en een Nederlandse webshop. Volgens de betrokken partijen verliep de betaling via bestaande netwerken in Nederland en België en werd deze verwerkt via het Mastercard-netwerk. Authenticatie en autorisatie gebeurden met de gebruikelijke methoden. De Franse betaalverwerker Worldline stelt dat hiermee is aangetoond dat door ai aangestuurde betalingen ook grensoverschrijdend binnen Europa kunnen functioneren, met behoud van inzicht en controle. ING trad op als uitgevende bank en verzorgde de verificatie van de betaling, terwijl Worldline de verwerking voor zijn rekening nam via zijn ‘acquiring- en issuing’-platforms. Herkenbaarheid In het praktijkvoorbeeld zoekt een klant van ING online een cadeau voor een huwelijksjubileum. Een ai-agent van de webshop selecteert concertkaarten binnen een vooraf vastgesteld budget en toont een voorstel. Pas na expliciete goedkeuring van de consument wordt de betaling uitgevoerd. Daarmee blijft de eindbeslissing bij de gebruiker, aldus de betrokken partijen. Volgens de partijen is het een belangrijk uitgangspunt dat deze transacties herkenbaar zijn als ‘agentic betalingen’. Banken houden daarmee zicht op de aard van de betaling en kunnen deze traceren, terwijl het koopproces voor consumenten en webwinkels grotendeels geautomatiseerd verloopt. Hans Overeem, hoofd betalingen bij ING Nederland, wijst op het praktische effect van dergelijke toepassingen: het kan het aankoopproces vereenvoudigen zonder dat dit ten koste gaat van beveiliging en vertrouwen. ‘Voor ING is dit een bouwsteen om ook in een omgeving met digitale assistenten een rol te blijven spelen’, zegt hij. Opschaling Ook Mastercard ziet de ontwikkeling als een volgende stap in digitale handel. Het bedrijf werkt aan standaarden voor zogeheten agentic commerce, waarbij software namens gebruikers transacties kan uitvoeren binnen afgesproken kaders. De demonstratie komt op een moment dat banken en betaalnetwerken kijken naar de opschaling van dit soort toepassingen. De vraag verschuift daarbij van technische haalbaarheid naar betrouwbaarheid en inzet op grotere schaal. Volgens ING, Worldline, en Mastercard legt deze productiebetaling een basis voor verdere toepassingen, zoals terugkerende transacties of aankopen binnen vooraf ingestelde limieten.
Defensie zoekt alternatief voor Palantir-software
4 weken
Het ministerie van Defensie wil zo snel mogelijk af van Palantir, de softwareleverancier die tot vrees van de Tweede Kamer bij geheime militaire data kan komen. Maar voorlopig blijft het leger afhankelijk van dit Amerikaanse techbedrijf dat ook qua ethiek zeer omstreden is. Staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) hoopt binnen twee jaar een volwaardig alternatief te vinden voor Palantir. Veel sneller gaat dat niet, zegt hij. ‘Op het gebied van specifieke militaire kunstmatige intelligentie bestaan op dit moment geen Europese alternatieven van hetzelfde niveau,’ aldus Boswijk. Palantir is evenmin zomaar te vervangen zonder dat extra veiligheidsrisico’s ontstaan. De software is vooralsnog cruciaal voor operationele gevechtssystemen, de logistiek binnen Defensie en het verwerken van inlichtingen. Boswijk wil afbouwen. Maar hij vindt het onverstandig meteen de banden met het Amerikaanse bedrijf door te hakken. Kleinschalig? Zo blijkt uit een debat dat de Tweede Kamer dinsdag hield naar aanleiding van publicaties in Follow The Money. Via dit medium lekte uit dat ook het Special Operations Command (Socom) van Defensie leunt op Palantir. Het Nederlandse leger gebruikt in Navo-verband Palantir om beter met wapensystemen van andere landen te kunnen communiceren. Ook de politie is klant van Palantir. Boswijk bevestigt dat Palantir toelevert aan Defensie. Dat gebeurt al sinds 2010. Volgens de staatssecretaris is het gebruik ‘zeer beperkt, gecompartimenteerd en kleinschalig’. Hij zegt: ‘De data die worden gebruikt, zijn en blijven altijd Nederlands bezit. Externen hebben toegang tot synthetische data, dus kunstmatig gemaakte data om mee te kunnen oefenen.’ Ook gaat het om oude data, ‘tenzij er op incidentele basis ineens een verbetering nodig is en een externe specialist moet worden ingehuurd, bijvoorbeeld bij een operatie.’ Al deze externe specialisten worden gescreend door de militaire inlichtingendienst MIVD. ‘Zij werken ook nooit zonder toezicht van Defensie. Er zit dus nooit een extern iemand te werken aan deze systemen, die niet in het zicht is van iemand van Defensie.’ Onethisch De staatssecretaris erkent de zorg van de Tweede Kamer dat Nederland erg afhankelijk is van Amerikaanse wapensystemen en ai in het militaire domein. Verder deelde hij de zorg van D66, SP, GroenLinks-PvdA, Volt en PvdD dat Defensie door zaken te doen met Palantir tegen ethische dilemma’s aanloopt. D66 verwijt de oprichters van Palentir ‘openlijk racistisch en walgelijk gedachtegoed’. Boswijk zei hun uitspraken verwerpelijk te vinden. Hij doelde op uitlatingen van Palentir-oprichters dat ‘democratie en vrijheid niet verenigbaar zijn’. Ze zeiden dat het prima is ‘als onze software wordt gebruikt om burgers te doden. Er bestaat een hiërarchie tussen culturen. Sommige zijn disfunctioneel en regressief.’
De Cloud Act en digitale soe­ve­rei­ni­teit ontrafelt
4 weken
BLOG – De discussie over de Cloud Act en digitale soevereiniteit staat volop in de belangstelling. Het debat wordt echter regelmatig gevoed door aannames die ongemerkt als feiten worden gepresenteerd. Wanneer informatie ontbreekt, ontstaan al snel emotionele reacties, en dat is geen solide basis voor een inhoudelijke en constructieve dialoog.Dit kan leiden tot polarisatie en vormt soms zelfs een voedingsbodem voor wantrouwen en negatieve gevoelens. Juist daarom is nuance essentieel. De Cloud Act is in de kern bedoeld om veiligheid en rechtshandhaving te versterken, niet om willekeurige controle uit te oefenen. Ook digitale soevereiniteit speelt met goede intenties een prominente rol in het debat. Zoals bij veel complexe vraagstukken geldt echter dat er altijd meerdere perspectieven zijn. Door ruimte te maken voor die verschillende kanten van het verhaal ontstaat begrip, en daarmee een gesprek dat verder gaat dan angst of aannames.Amerikaanse wetDe Cloud Act (Clarifying Lawful Overseas Use of Data Act) is een Amerikaanse wet uit 2018 die het voor Amerikaanse opsporingsinstanties mogelijk maakt om technologiebedrijven te verplichten gegevens te verstrekken, ook wanneer deze data fysiek buiten de Verenigde Staten zijn opgeslagen. De wet geldt voor organisaties die onder Amerikaans rechtsgebied vallen, waaronder grote internationale cloud- en technologieproviders. Het primaire doel van de Cloud Act is het versterken van internationale opsporing en rechtshandhaving, met name bij zware criminaliteit zoals terrorisme, drugscriminaliteit en cybercrime. Door meer juridische duidelijkheid te bieden, moet de wet langdurige conflicten over de locatie en toegankelijkheid van data voorkomen.Data van Europese burgers, organisaties en overheden kunnen indirect onder Amerikaanse rechtsmacht vallenTegelijkertijd roept de Cloud Act in Europa belangrijke vragen op. De wet kan namelijk op gespannen voet staan met de Europese privacywetgeving, met name de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Hierdoor ontstaat een spanningsveld tussen Amerikaanse vorderingen tot gegevensverstrekking en de Europese verplichting om persoonsgegevens te beschermen. In de praktijk kan dit betekenen dat data van Europese burgers, organisaties en overheden indirect onder Amerikaanse rechtsmacht vallen, zonder dat hier Europese democratische controle tegenover staat. Dit zet druk op het principe van datasoevereiniteit en transparantie.Een nuancepunt is dat de Cloud Act geen onbeperkte of willekeurige toegang tot data toestaat. Bedrijven kunnen zich juridisch verweren en belangenafwegingen spelen een rol. Desondanks vindt de uiteindelijke besluitvorming plaats binnen het Amerikaanse juridische kader, wat bij Europese partijen onzekerheid veroorzaakt over rechtsbescherming en zeggenschap over data. Om deze risico’s te beperken, nemen organisaties diverse technische en organisatorische maatregelen, zoals sterke encryptie, klantgestuurd sleutelbeheer, contractuele afspraken met leveranciers en het uitvoeren van gegevensbeschermende effectbeoordelingen (DPIA’s). Hoewel deze maatregelen de risico’s verkleinen, kunnen zij de toepassing van de Cloud Act niet volledig uitsluiten.ControleDe discussie rond de Cloud Act loopt parallel aan de discussie over het streven naar digitale soevereiniteit. Digitale soevereiniteit verwijst naar het vermogen van landen en regio’s om controle te behouden over hun digitale infrastructuur, data en technologie. Voor Nederland en de Europese Unie wordt dit onderwerp steeds belangrijker. Een belangrijk voordeel van digitale soevereiniteit is de toegenomen controle over data.De uitvoering van digitale soevereiniteit is complex. De digitale wereld is sterk geglobaliseerd en verweven, waardoor volledige onafhankelijkheid in de praktijk nauwelijks haalbaar is. Eenzijdige focus op nationale of regionale oplossingen kan leiden tot fragmentatie van het internet en kan internationale handel en samenwerking belemmeren. Een alles-in-Nederland-benadering werkt belemmerend en staat haaks op het principe van een vrije markt. Effectieve beveiliging, duidelijke en goed afgestemde wet- en regelgeving en een bewuste verdeling van risico’s bieden organisaties op de lange termijn meer houvast.Nieuwe wetgevingEuropa werkt ondertussen aan een eigen juridisch kader, waaronder nieuwe wetgeving die vergelijkbaar is met de Cloud Act. Dit benadrukt het belang van een gezamenlijke Europese aanpak, waarin samenwerking centraal staat. Daarbij moet niet alleen worden gekeken naar juridische en technische maatregelen, maar ook naar realistische risicobeheersing. Hoe geavanceerd wetgeving ook is, één factor blijft constant: hackers lezen geen wetten, en juist daarom blijven goede beveiliging, bewustzijn en samenwerking cruciaal.Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC TechnologyDit liveblog is afgelopen.Er zijn nog geen liveblog-updates. Toon meer
Per­so­neels­te­kort stuwt in­ves­te­rin­gen in au­to­ma­ti­se­ring en ai
4 weken
Om personeelstekorten op te vangen, zetten Nederlandse bedrijven steeds vaker automatisering en ai in. Bijna twee derde van de ondernemingen kampt met een dergelijke schaarste, waarbij vervolgens automatisering de meest gekozen ‘oplossing’ is. Dat blijkt uit de nieuwste Conjunctuurenquête Nederland van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van alle bedrijven geeft 64 procent aan te maken te hebben met een personeelstekort. Voor bijna de helft van deze groep is verdere automatisering de belangrijkste maatregel. Het gaat daarbij onder meer om robotisering, procesautomatisering en ai-ondersteuning. De uitkomsten wijzen op een verschuiving ten opzichte van vorig jaar. Toen richtten bedrijven zich vooral op het aantrekkelijker maken van de werkomgeving om personeel aan te trekken en te behouden. In april 2026 staat automatisering voor het eerst bovenaan de lijst van maatregelen (zie tabel). Grote bedrijven lopen voorop Vooral grote organisaties kiezen voor automatisering. Het kleinbedrijf kiest vaker voor het beperken van de productie wanneer vacatures moeilijk zijn in te vullen. Ook tussen sectoren zijn duidelijke verschillen zichtbaar. In vrijwel alle bedrijfstakken is het aandeel bedrijven dat meer inzet op automatisering gestegen. De sterkste groei doet zich voor in de sector informatie en communicatie. Daar is automatisering de populairste strategie om personeelstekorten op te vangen. Tegelijkertijd neemt in de meeste sectoren het belang van werkgeverschap als oplossing af. Alleen in de bouwsector blijft het verbeteren van arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden relatief in trek. Bedrijven in de informatie- en communicatiesector noemen deze maatregel juist het minst vaak. Productiviteit hoger op agenda De aanhoudende arbeidsmarktkrapte leidt er ook toe dat organisaties nadrukkelijker kijken naar productiviteitsverbetering. Meer dan driekwart van de ondernemers zegt maatregelen te nemen om efficiënter te werken. Bij grote bedrijven ligt dat aandeel op 85 procent, tegenover 71 procent in het midden- en kleinbedrijf. Investeringen in technologie en automatisering komen daarbij het vaakst voorbij. Daarnaast zetten organisaties in op het stroomlijnen van processen. Mkb-bedrijven richten zich relatief vaker op het verbeteren van de bestaande werkomgeving en faciliteiten. Obstakels Volgens het CBS vormen personeelstekorten en economische onzekerheid momenteel de grootste obstakels voor verdere productiviteitsgroei. Vooral de invloed van economische onzekerheid is het afgelopen jaar toegenomen, wat investeringsbeslissingen bij veel organisaties bemoeilijkt. (Voor meer info, zie hier.)
Kort: Mil­jar­den­ver­lies door verouderde be­taal­sys­te­men, Knaken-klanten toegang ontzegd tot crypto (en meer)
4 weken
In dit nieuwsoverzicht: miljardenverlies door verouderde betaalsystemen, onzekerheid rond crypto Knaken, samenwerking tussen Impact IM en I-Experts, Siemens’ nieuwe industriële ai-platform en de overname van Timegrip door BCS. Onderzoek: verouderde betaalsystemen zijn miljardenstrop voor bedrijven Nederlandse bedrijven verliezen jaarlijks circa 7,15 miljard euro aan werkkapitaal door inefficiënties in internationale betaalsystemen. Dat blijkt uit onderzoek van financieel technologiebedrijf Airwallex en het Britse onderzoeksbureau Cebr. De kosten ontstaan door betalingsfouten, valutamarges, kosten van correspondentbanken (’tussenbanken’) en trage afwikkeling van internationale transacties. Wereldwijd zou hierdoor naar schatting 284 miljard euro aan bedrijfskapitaal vastzitten. Voor Nederland bedragen de kosten van betalingsfouten en herstelwerkzaamheden jaarlijks circa 551 miljoen euro. Daarnaast resulteren valutakosten en correspondentbanken in aanzienlijke verliezen, terwijl vertraagde afwikkelingen volgens het onderzoek honderden miljoenen euro aan werkkapitaal blokkeren. Airwallex stelt dat moderne betalingsinfrastructuur deze inefficiënties kan verminderen. Het bedrijf kondigt een vervolgstudie aan naar de impact van de zogenoemde Global Growth Tariff per sector en bedrijfsgrootte, met speciale aandacht voor saas, toerisme en e-commerce. Klanten in stress na stilvallen cryptoplatform Knaken Klanten van het Nederlandse cryptoplatform Knaken verkeren in onzekerheid nadat het bedrijf zijn dienstverlening heeft stopgezet. Gebruikers kunnen sinds eind vorige week niet meer inloggen en hebben daardoor geen toegang tot hun cryptobezittingen. Dat meldt NOS.nl. Volgens een mededeling op de website van Knaken volgt naar verwachting half juni meer informatie. Hoeveel klanten zijn getroffen en om hoeveel vermogen het gaat, is niet bekend. De problemen hangen samen met de invoering van de Europese cryptoregelgeving MiCA. Sinds eind juni 2025 moeten cryptodienstverleners beschikken over een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Knaken beschikte eerder over een registratie bij De Nederlandsche Bank, maar die volstaat niet meer onder de nieuwe regels. Branchekenners stellen dat de vergunningseisen voor kleinere cryptobedrijven zwaar zijn. Uit de jaarrekening over 2024 blijkt bovendien dat Knaken financieel kwetsbaar was, met een nettowinst van minder dan 30.000 euro op een omzet van circa 765.000 euro. Impact IM en I-Experts bundelen activiteiten De Apeldoornse it-bedrijven Impact IM en I-Experts gaan verder als één organisatie met twee afzonderlijke merken. De samenwerking is gisteren bekendgemaakt tijdens de klantendag van Impact IM. Met de krachtenbundeling willen de bedrijven organisaties ondersteunen bij datagedreven werken, de moderne digitale werkplek en de inzet van ai. Volgens de partijen neemt de vraag toe naar oplossingen die data, procesautomatisering en werkplektechnologie combineren. Impact IM is gespecialiseerd in data-analyse en business intelligence voor met name lokale overheden en bedient ruim tweehonderd organisaties. I-Experts richt zich als Microsoft Solutions Partner op Azure, ai, het Power Platform (verzameling low-code- en no-code-tools van Microsoft) en moderne werkplekoplossingen. De twee bedrijven blijven onder hun eigen naam actief, maar delen expertise en gaan vanaf oktober vanuit één kantoor in Apeldoorn werken. Financiële details over de samenwerking zijn niet bekendgemaakt. Siemens introduceert platform voor grootschalige inzet van industriële ai Siemens kondigt Intelligence Center X aan, een softwareplatform dat organisaties moet helpen ai-toepassingen op grote schaal in productieomgevingen te implementeren. Het platform combineert ai-agents, bedrijfsdata en workflows in één beheerde omgeving, zodat medewerkers en ai-systemen gezamenlijk kunnen opereren. Volgens Siemens biedt de nieuwe omgeving een antwoord op de problemen waarmee veel organisaties kampen bij het opschalen van ai-projecten. Door data, processen en governance centraal te organiseren, kunnen bedrijven ai volgens de leverancier sneller en meer gecontroleerd inzetten binnen operationele processen. Het platform combineert technologie uit het Mendix-lowcode-platform met Graph Studio en AI Studio uit het RapidMiner-portfolio van Siemens. Intelligence Center X maakt deel uit van het Siemens Xcelerator-portfolio en is beschikbaar voor industriële organisaties, maar ook voor sectoren als zorg, overheid, financiële dienstverlening en retail. BCS neemt Timegrip over en bouwt Europees hr-softwareplatform Hr-softwareleverancier BCS uit Den Haag neemt het Scandinavische workforce-managementbedrijf Timegrip over. Met de overname ontstaat volgens de betrokken partijen een pan-Europees platform voor human capital management, payroll en workforce-management. BCS levert hr- en payrollsoftware aan ruim 3.600 organisaties in de Benelux. Timegrip bedient meer dan 1.100 klanten in ruim dertig landen met oplossingen voor personeelsplanning, urenregistratie en hr-kostenbeheersing. De bedrijven zijn actief in onder meer retail, zorg, industrie en de publieke sector. De gecombineerde organisatie realiseert een omzet van meer dan zestig miljoen euro en telt circa 330 medewerkers. Het hoofdkantoor blijft gevestigd in Nederland, terwijl de gezamenlijke activiteiten zich uitstrekken over de Benelux, Scandinavië en Dach-regio.
Spoelstra Spreekt: Geen gezicht
4 weken
COLUMN – Weet je wanneer je tegen een mens of een bot praat? Soms staat het erbij, maar soms ook niet. Vorige week kreeg het bedrijf achter Ticketveiling.nl een tik op de vingers. Deze site biedt producten aan die bezoekers via het bieden tegen andere bezoekers kunnen verkrijgen. Ben je de hoogste bieder, dan win je de veiling. Mijn vrouw doet er ook weleens aan mee en dan roept ze heel blij: ‘Ik heb gewonnen!’ ‘Nee’, zeg ik dan, ‘je hebt niks gewonnen, je hebt iets gekocht.’ Alsof mijn e-mailadres en telefoonnummer niet allang te koop staan Nu blijkt dat bij een groot aantal websites van dit bedrijf ook bots meededen aan die biedingen. Dus terwijl jij dacht dat je met heel veel deelnemers spannend aan het bieden was op een luxe vakantie op Ameland, zat je in je eentje te bieden op een reis die niemand wilde. Datingsites Het probleem gaat alleen maar groter worden. Hele helpdesks worden vervangen door bots. Ook X staat vol met bots die de ene na de andere racistische tweet tegen elkaar plaatsen. Het wachten is op datingsites met meer bots dan leden, en die je wekenlang aan het lijntje houden en dan nét niet met je afspreken – of gebeurt dit al? Wat we nodig hebben is gezichtsherkenning. Dat als je achter de laptop zit, de computer ook daadwerkelijk een gezicht aan de andere kant van de laptop herkent. Je kunt natuurlijk ook verplicht worden – zoals bij ontvoeringszaken in de jaren zeventig – de krant van vandaag omhoog te houden om te controleren dat je live naar een levend persoon zit te kijken. Zelf laat ik de persoon aan de andere kant van het scherm altijd eerst naar negen plaatjes kijken en diegene moet dan raden op welk plaatje een stoplicht te zien is. Maar de beste oplossing is waarschijnlijk dat we iets minder achter het scherm gaan zitten en iets meer fysiek gaan afspreken. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Vier oorzaken van iot-storingen en hoe je de risico’s kunt beperken
4 weken
BLOG – Als het internet-of-things (iot) uitvalt, kunnen de gevolgen best ernstig zijn: straatverlichting die uitvalt, beveiligingssystemen die niet meer werken, monitoren in ziekenhuizen die stilvallen… Ik zet de vier voornaamste oorzaken van iot-storingen op een rijtje en geeft aanbevelingen om het risico op uitval en de gevolgen ervan tot een minimum te beperken. In alle sectoren en zeker in kritieke nationale infrastructuur moet de uptime van het iot gemaximaliseerd worden om te vermijden dat de productie stilvalt, de regelgeving niet wordt nageleefd en klanten worden teleurgesteld. Daarvoor moet vanaf het begin bestendigheid en beveiliging in iot-oplossingen worden ingebouwd. Stroom- en netwerkstoringen De eerste keuze die je moet maken als je met het iot aan de slag wil gaan heeft te maken met connectiviteit: welke draadloze technologie wil je gebruiken – wifi, mobiel, satelliet, enzovoort? Die hebben allemaal voor- en nadelen, ook inzake bestendigheid. Van mobiele netwerken zijn de zendmasten bijvoorbeeld uitgerust met back-upsystemen. Zo blijft de connectiviteit vaak gewaarborgd, zelfs in situaties waarin andere opties, zoals wifi en glasvezel, uitvallen. Alle draadloze technologieën kunnen natuurlijk beïnvloed worden door omgevings- en technische factoren, zoals een storm of een ongeval die de stroomvoorziening of netwerkapparatuur doet uitvallen. Dat zijn bijna altijd tijdelijke storingen en de gevolgen ervan kunnen variëren, maar je kunt het risico uiteraard niet negeren. Je moet nog altijd maatregelen nemen om de continuïteit van de dienstverlening zo goed mogelijk te waarborgen. Dat kan bijvoorbeeld door middel van oplossingen voor noodstroom, zoals batterijen of noodgeneratoren. Je kunt je telecomleverancier vragen om te voorzien in geavanceerde netwerk- en sim-mogelijkheden die de bestendigheid vergroten. Denk hierbij aan basisfuncties met extra hoge beschikbaarheid of verbindingen tussen geografisch verspreide datacenters met afzonderlijke stroomvoorzieningen. Ook SIM-kaarten met ondersteuning voor meerdere netwerken en eSIM’s spelen hierin een belangrijke rol. Daarmee kun je namelijk tussen de infrastructuur van verschillende netwerkproviders schakelen. Om een maximale dekking en veerkracht te garanderen, moeten daarin voor elk land waar je oplossing wordt ingezet de simprofielen van drie tot vier netwerken opgeslagen zijn. Elektrische of mechanische storing of schade Slecht weer, natuurrampen en materiële schade (al dan niet opzettelijk veroorzaakt) kunnen leiden tot storingen in de netwerkinfrastructuur en apparatuur. Met een goede voorbereiding en een snel automatisch herstel kun je echter het risico op langdurige uitval beperken. Mobiele netwerken zijn ontworpen met een hoge mate van redundantie en meerdere lagen van noodoplossingen. Telecombedrijven maken vaak gebruik van redundante basisstations, onderlinge verbindingen en andere infrastructuur om een ononderbroken werking te garanderen in geval van natuurrampen of plaatselijke storingen. Je moet zelf wel vanaf het begin je doelstellingen vastleggen wat de hersteltijd betreft en maatregelen nemen om deze te halen. Daartoe behoren bijvoorbeeld redundantie en noodherstelplannen (die regelmatig moeten worden getest), evenals een back-upstrategie voor je gegevens, uiteraard met oplossingen voor gegevensherstel. Cyberaanvallen Een cyberaanval kan flink wat schade veroorzaken en ernstige gevolgen hebben voor zowel je reputatie als je bedrijfsactiviteiten. Daar kun je je tegen beschermen door een Zero-Trust-architectuur te implementeren met een robuust identiteits- en toegangsbeheer, inclusief meervoudige authenticatie en op rollen gebaseerde toegangscontrole. Gevoelige gegevens moeten zowel in rust als tijdens het transport worden versleuteld en je moet regelmatig kwetsbaarheidsscans uitvoeren. Krachtige eindpuntbeveiliging en netwerksegmentatie zijn eveneens essentieel. Beveiligingsmaatregelen moeten overigens niet alleen bedoeld zijn om inbreuken te voorkomen en op te sporen, maar ook om erop te reageren. Voorzie bijvoorbeeld in geautomatiseerd patchbeheer om kwetsbaarheden snel te verhelpen. Gebrekkig onderhoud Veel problemen kunnen worden vermeden als je je iot-infrastructuur, -applicaties en -apparaten in realtime monitort. Met AI-gestuurde voorspellende analyses kun je dan op storingen anticiperen en indien nodig proactief onderhoud uitvoeren. Door het logboekbeheer te centraliseren kun je problemen sneller opsporen en het incidentbeheer automatiseren, inclusief het uitsturen van waarschuwingen. Maak gebruik van de beschikbare tools voor snelle en betrouwbare software-updates. Ook zelfherstellende systemen vormen een effectieve aanvullende onderhoudsmaatregel. Kortom, iot-storingen zijn vaak het gevolg van verschillende factoren die je meestal niet in de hand hebt, maar hun impact kan aanzienlijk worden beperkt met de juiste aanpak. Organisaties die inzetten op redundantie, beveiliging en proactief beheer, beschermen niet alleen hun infrastructuur, maar ook hun reputatie en klanttevredenheid. Iot-betrouwbaarheid is dus zeker geen bijzaak, maar een strategische noodzaak.Rob Snijders is managing director bij Wireless Logic Benelux.
AWS en Snowflake verdiepen partnerschap met 6 miljard dollar
4 weken
Event I Snowflake Summit 2026 Snowflake investeert de komende vijf jaar zes miljard dollar in infrastructuur op Amazon Web Services. Dat maakte het databedrijf bekend naar aanleiding van de Snowflake Summit in San Francisco.Het is de grootste investering die Snowflake ooit deed in één cloudplatform en onderstreept de centrale rol van AWS in de groeiende ai-strategie van het bedrijf. De overeenkomst bouwt voort op een jarenlange relatie: Snowflake werd veertien jaar geleden opgericht en koos voor AWS als eerste platform. Het merendeel van zijn klanten draait vandaag nog steeds op dat platform.De samenwerking richt zich nu expliciet op agentic ai: systemen die niet alleen vragen beantwoorden, maar ook actief workflows coördineren. Zes miljard aan investeringen: het is een bedrag dat tot voor een paar jaar nog buitensporig leek, maar in het ai-tijdperk al een stuk minder opvalt. AWS first, maar niet AWS only De deal roept vragen op over Snowflakes multi-cloudbelofte. Vergelijkbare investeringsafspraken met Microsoft Azure of Google Cloud zijn er niet. Ceo Sridhar Ramaswamy erkende die asymmetrie op de briefing met de journalisten op de Snowflake Summit, maar relativeerde haar: ‘We zijn diep geëngageerd met andere partijen, Microsoft en GCP. We behandelen alle hyperscalers op een gelijkaardige manier’, stelde Ramaswamy. ‘Maar AWS was de eerste waarmee we een partnerschap hadden. De businessverdeling weerspiegelt dat simpelweg.’ Volgens Ramaswamy gaat zowat 70 procent van Snowflakes zakelijk verkeer via AWS.Financieel loopt het platform alvast op volle toeren: Snowflake passeerde inmiddels de zeven miljard dollar aan cumulatieve omzet via de AWS Marketplace. De nieuwe overeenkomst moet die groei verder aanjagen, met gezamenlijke initiatieven rond klantsucces, workloadmigraties en brancheoplossingen voor sectoren als financiële dienstverlening en gezondheidszorg.
EU’s deeptech-fonds officieel van start
4 weken
De Europese Innovatie Raad (EIC) lanceert woensdag 3 juni een miljardenfonds dat de meest veelbelovende Europese scale-ups op gebied van deep tech vleugels moet geven.  De officiële introductie van het Scaleup Europe Fund vindt plaats tijdens de EIC Summit in Brussel waar bijna ttweeduizend ondernemers, investeerders, onderzoekers en beleidsmakers samenkomen. Op elke euro die de EU bijdraagt, leggen private investeerders 3,5 euro bij. In totaal komt op deze manier vijf miljard euro aan groeikapitaal beschikbaar.  Inmiddels zijn bijna 350 investeringsrondes in startups en mkb-bedrijven afgerond. De nadruk ligt op investeringen in kansrijke gebieden zoals kunstmatige intelligentie, quantumtechnologie, chiptechniek, robotica en autonome systemen. Naast de Europese Commissie behoort ook het pensioenfonds ABP tot de oprichters van het fonds. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen had het fonds eerder aangekondigd. Tijdens het evenement in Brussel wordt ook het EU Innovatie Platform gelanceerd, een digitaal trefpunt voor innovatieve bedrijven die met EU-steun werken, de investeerderswereld en service providers. 

Pagina's

Abonneren op computable