computable

119 nieuwsberichten gevonden
Kort: Phishing omzeilt e-mailbeveiliging, IBM opent Z-mainframe voor Arm met nieuwe processor (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Phishing via gehackte websites omzeilt url-checks van e-mailbeveiliging, IBM combineert Arm en Z-instructies in nieuwe mainframechip, ai bereikt werkvloer sneller dan organisaties kunnen bijbenen, digitaal productpaspoort moet reparatie elektronica versnellen, en Copaco neemt activiteiten van failliet BuyBay over.Nieuwe phishingtechniek omzeilt traditionele e-mailbeveiligingSecurity-onderzoekers van KnowBe4 waarschuwen voor een phishingtechniek die traditionele e-mailbeveiliging omzeilt. Ze ontdekten een zogenoemde Bulletproof Blind Redirector Kit, die legitieme websites gebruikt die zijn gecompromitteerd om slachtoffers ongemerkt door te sturen naar phishingpagina’s. Tussen 29 april en 14 juli van dit jaar bereikten duizenden e-mails via deze methode de inbox van gebruikers.De phishinginfrastructuur is niet zichtbaar in de e-mail, meldt KnowBe4 in een rapportage. De link verwijst naar een legitieme, maar gecompromitteerde website. Pas na het aanklikken wordt de gebruiker via die website doorgestuurd naar de phishingomgeving. Hierdoor blijft de uiteindelijke phishingbestemming buiten beeld bij de url-reputatiecontroles die secure email gateways (segs) uitvoeren op links in e-mails.IBM brengt Arm naar Z-mainframes met dual-architecture-chipIBM ontwikkelt een nieuwe processor waarmee toekomstige IBM Z- en LinuxOne-systemen zowel Arm- als IBM Z-instructies kunnen uitvoeren. Daarmee wil IBM de groeiende Arm-software-ecosysteem toegankelijk maken voor zijn mainframes en servers. De chip is het eerste concrete resultaat van de samenwerking tussen IBM en Arm, die in april 2026 werd aangekondigd.De processor wordt geproduceerd op een 2-nanometerproces en krijgt elf high-performance-cores met een kloksnelheid boven 5,7 GHz. Verder zijn ai-versnellers voor onder meer fraudedetectie, een dataprocessing unit voor i/o en een omvangrijke cache ingebouwd. Elke core kan Arm- en IBM Z-instructies gelijktijdig uitvoeren. Zo wil IBM meer softwarekeuze bieden zonder concessies te doen aan beveiliging, betrouwbaarheid en schaalbaarheid.Werknemer omarmt ai, organisatie blijft achter met begeleidingAi is in Nederland doorgedrongen tot de dagelijkse werkpraktijk, maar organisaties lopen achter met begeleiding. Van de 5,2 miljoen Nederlanders die ai op het werk gebruiken, heeft 57 procent de technologie inmiddels in de werkroutine opgenomen. Toch kreeg slechts 29 procent training of instructie. Dat blijkt uit de vijfde AI-Monitor van Newcom, uitgevoerd in juli onder 3.122 Nederlanders van achttien tot en met 65 jaar.Ook duidelijke regels ontbreken vaak. Slechts 42 procent zegt dat de organisatie voorschriften heeft voor ai-gebruik. Begin dit jaar was dat nog 57 procent. De verschillen per sector zijn groot. In de zorg kreeg slechts achttien procent training en zegt acht procent dat ai actief wordt aangemoedigd. Bij de overheid zegt slechts vijftien procent dat ai-regels bestaan. ChatGPT is overigens de populairste ai-tool: 43 procent gebruikt die op het werk als voornaamste toepassing.Digitaal productpaspoort maakt reparatie beeldscherm eenvoudigerEen digitaal productpaspoort kan reparaties van elektronica sneller en efficiënter maken, de levensduur van producten verlengen en nieuwe circulaire businessmodellen mogelijk maken. Dat blijkt uit een verkenning van de Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering (NCDD) en GS1 Nederland.Een digitaal productpaspoort is een digitaal dossier met informatie over onder meer de herkomst, materialen, reparatie en recycling van een product. De Europese Unie voert het paspoort binnen de Europese ecodesignregels stapsgewijs per productgroep in. NCDD en GS1 Nederland hebben in hun samenwerking een qr-code ontwikkeld die toegang geeft tot informatie over een beeldscherm.Door productspecificaties, onderdeleninformatie, reparatiemogelijkheden, garantiegegevens en duurzaamheidsinformatie beschikbaar te maken, kunnen fabrikanten, retailers en reparateurs eenvoudiger informatie uitwisselen en reparaties efficiënter uitvoeren.Copaco neemt activiteiten van failliet BuyBay overIct-distributeur en technologiegroothandel Copaco neemt de activiteiten over van BuyBay, dat in juli failliet werd verklaard. BuyBay, opgericht in 2014, is gespecialiseerd in het verwerken en opnieuw verkoopklaar maken van retourzendingen en overstock van webshops, retailers, distributeurs en fabrikanten.Volgens Copaco worden de expertise en dienstverlening van BuyBay voortgezet en verder ontwikkeld binnen de bestaande organisatie. De activiteiten sluiten volgens de distributeur aan bij zijn ambities op het gebied van duurzaamheid, circulariteit en logistieke dienstverlening.BuyBay controleert, test en reinigt retourproducten voordat die opnieuw worden aangeboden. Daarmee kunnen producten hun economische waarde behouden en wordt verspilling in de keten beperkt. Copaco ziet de overname als een manier om zijn dienstverlening rond circulaire logistiek verder uit te bouwen.
Politieke steun groeit voor stevig innovatie-agentschap
1 week
Het nationaal agentschap voor disruptieve innovatie (NADI) krijgt een budget dat mogelijk oploopt tot 1 miljard euro. Tijdens de Haagse begrotingsonderhandelingen zou er bereidheid zijn ontstaan om de 500 miljoen euro te verdubbelen die in het coalitieakkoord was gereserveerd. Dit melden bronnen aan BNR. Het agentschap wordt gegoten naar het model van het Amerikaanse innovatie-instituut Darpa en het Duitse Sprin-D.  Gemikt wordt op een startkapitaal van ten minste 300 miljoen euro met jaarlijkse overheidsbijdragen van 150 miljoen euro over een periode van vijf jaar. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien.  Ondernemer Jelle Prins, die de opzet en vormgeving van het agentschap leidt, is optimistisch over het politieke klimaat rond NADI. Volgens hem groeit het besef in Den Haag dat zo’n agentschap nodig is voor het toekomstige verdienvermogen van Nederland. En om NADI echt goed van de grond te krijgen is een grote opzet gewenst. Om meer risico’s te nemen zijn veel projecten vereist omdat de kans op een mooie knaller dan veel groter wordt.  AI Deltaplan ‘Venture capital bedrijven werken ook zo. Ze wedden op meerdere paarden in de hoop dat daar een winnaar tussen zit. Wordt die grotere schaal niet bereikt dan zie je risicomijdend investeringsgedrag ontstaan. En dat is nou juist niet de bedoeling,’ aldus Prins die het Nederlandse AI Deltaplan schreef en ook mede-oprichter is van het medische ai-bedrijf Cradle.  Politiek Den Haag en beleidsmakers hebben volgens Prins ook goed geluisterd naar de adviezen van Rafael Laguna de la Vera, de oprichter/directeur van het Duitse Sprin-D. Laguna die meer dan veertig jaar onderneemt en investeert in de software-industrie, weet hoe belangrijk het is om een lange adem te hebben.  Instrumenten zoals NADI die technologische doorbraken moeten ondersteunen, zet je voor ten minste vijf jaar op, met verlengingen van vijf jaar. Pas over tien jaar worden de eerste successen zichtbaar. Het agentschap moet in een vroeg stadium potentieel veelbelovende projecten met een groot technologisch risico ondersteunen. Prins: ‘Zeker bij dit soort innovaties bestaat een lange horizon. Je weet pas over tien, soms wel twintig jaar of het werkt.’ Al twee decennia geleden startte het quantum computing onderzoek in Delft. Nu pas begint venture capital deze sector binnen te stromen. Ook voor ASML werd meer dan twintig jaar geleden de technische basis gelegd. ‘Financierders willen na zeven tot tien jaar hun geld terugzien’. Initiatieven zoals het Nederlandse Darpa zijn broodnodig om het gat tussen de publieke financiering van onderzoek en het aanbod van durfkapitaal te vullen. Dit geldt zeker als het technologisch risico nog te groot is, en het pad naar succes nog te ver weg is voor venture capital. Revolverende financiering De eerste opzet in het coalitieakkoord was een revolverende financiering. De opbrengsten van het 500 miljoen grote kapitaal zouden weer in het fonds terechtkomen voor nieuwe investeringen. De initiatiefnemers achter NADI vonden dat een te zwakke basis voor een geloofwaardige start, zo bleek uit een brief aan de Tweede Kamer. Het revolverende deel zou maximaal dertig procent moeten bedragen, menen investeerders, onderzoekers, kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. De rest krijgt de vorm van een subsidie. Ze schreven in hun brandbrief aan de Kamer minimaal 300 miljoen euro nodig te hebben plus 150 miljoen euro per jaar. Over een periode van vijf jaar is dat 1 miljard euro. Dat zou voldoende zijn om zes tot tien programma’s parallel te laten draaien. Het rapport van de commissie Wennink over het Nederlandse verdienvermogen beveelt voor NADI 1,5 tot 2 miljard euro aan. Maar dat bedrag lijkt politiek onhaalbaar. Onafhankelijk Prins vindt het ook belangrijk dat NADI echt onafhankelijk wordt zonder aansturing via ministeries of coalitiebelangen. Langdurige financiering moet mogelijk zijn, ook als kabinetten van politieke kleur wisselen. Uit ervaringen in andere landen blijkt dat een oprichtingswet dit veilig kan stellen. Bij Sprin-D bleef dit achterwege wat nu wordt betreurd. Bij het Britse Aria gebeurde dit wel met gunstige gevolgen. Ook van belang is dat de programmadirecteuren voldoende mandaat krijgen. Met aansturing per comité word je risicomijdend. De politieke bemoeienis werkt eveneens slecht want dan valt de keuze op een veilige invulling van projecten.  Als alles meezit, kan NADI dit jaar nog van de grond komen, aldus Prins. Hij denkt dat dit agentschap het meest gebaat is met een geleidelijke start, ook qua bestedingen. Ook Sprin-D pakte het zo aan. Inmiddels worden vanuit dit programma meer dan driehonderd projecten gesteund. Proxima Fusion, een startup op gebied van de risicovolle kernfusie-techniek, behoort tot de paradepaardjes. Onlangs verzekerde dit bedrijf, actief in de ontwikkeling van schone energie, zich van 411 miljoen euro aan nieuw kapitaal. Zonder een agentschap die het technologisch risico wegneemt, was het nooit zover gekomen. Maar risico dragen betekent ook dat dingen kunnen falen, besluit Prins die tot zijn tevredenheid constateert dat dit besef ook in Nederland is neergedaald.
‘DPIA-vrijstellingen voor kleine ondernemers gaan veel te ver’
1 week
Belangenorganisatie Privacy First vindt dat er te veel uitzonderingen gelden voor kleine ondernemers waardoor zij niet hoeven te voldoen aan de DPIA (Data Protection Impact Assessment). Volgens Privacy First schaden die uitzonderingen de privacy-belangen van burgers. Een DPIA (Data Protection Impact Assessment) is een privacy-effectbeoordeling waarmee een organisatie vooraf de privacyrisico’s in kaart brengt van gegevensverwerkingen. Ook wordt aangegeven hoe risico’s worden verkleind. Voor kleine ondernemers is een DPIA een flinke uitdaging vanwege een gebrek aan tijd, geld en gespecialiseerde juridische kennis. Daarom worden zij tegemoet gekomen met allerlei vrijstellingen waarvan een eerste voorstel door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is voorgelegd aan allerlei betrokken partijen waaronder Privacy First. De belangenorganisatie is zeer kritisch en stelt in een persbericht dat de voorgestelde uitzonderingen te ruim zijn en de privacy van burgers in gevaar is. Risicovolle verwerkingen In het geconsulteerde voorstel worden uitzonderingen voorgesteld op een eerder besluit van de AP waarin risicovolle verwerkingen zijn aangewezen. Het gaat onder meer om monitoring van financiële gegevens om de kredietwaardigheid of de inkomens- of vermogenspositie te beoordelen, grootschalige verwerkingen van gegevens over gezondheid, cameratoezicht en verwerking van locatie – en communicatiegegevens. Volgens Privacy First kunnen met het nieuwe voorstel verwerkingen met een hoog privacyrisico ten onrechte buiten de DPIA-plicht vallen. De organisatie pleit ervoor dat DPIA-vrijstellingen alleen gelden voor werkelijke laag-risicoverwerkingen. ‘Zodra sprake kan zijn van monitoring, profilering, gegevensdeling, doorgifte buiten de EU en Europese ruimte, biometrische gegevens, gezondheidsgegevens of andere gevoelige verwerkingen, moet een DPIAin beginsel verplicht blijven’, aldus de belangenorganisatie. Begrip ‘We hebben begrip voor de positie van kleine organisaties, dat moet er echter niet toe leiden dat de bescherming van mensen tegen risicovolle verwerkingen wordt ondermijnd’, stelt Privacy First. Het is onder meer kritisch op het voorstel om ondernemingen die op grond van de wet criminaliteitsbestrijding onderzoek moeten doen (‘witwasbestrijding’) vrij te stellen van een DPIA. Verder zijn onder andere suggesties gedaan over de voorgestelde uitzonderingen voor solistisch werkende zorgverleners en onderwijsinstellingen. Privacy First: ‘Voor zorg moet een afzonderlijke, strengere regeling gelden vanwege de gevoeligheid van gezondheidsdata.’ De belangenorganisatie wil dus dat deze groep niet wordt vrijgesteld van een DPIA. Gevoelige leerlinggegevens moeten volgens de belangenorganisatie ook strikt gescheiden blijven van reguliere leerlingadministraties. Ook zijn de privacy-voorvechters kritisch op de vrijstelling van kleine ondernemers voor zaken rondom cameratoezicht. Privacy First waarschuwt voor onveilige camera-oplossingen met cloudopslag en commerciële exploitatie van beelden. Het stelt dat er geen audio-opnamen toegestaan zijn en wil niet alleen gezichts- en stemherkenning verbieden, maar iedere vorm van identificatie van personen. Lees hier de volledige consultatiereactie van Privacy First.
Jan Willem des Tombe (Leaseweb): ‘Laat implementatie cloudbeleid over aan de doeners’
1 week
Niet-technici hebben de afgelopen maanden een zwaar stempel gedrukt op de herziening van het cloudbeleid in Nederland en de EU. Beleidsmakers, juristen, adviseurs en ambtenaren domineerden. Voor de komende fase waarin de implementatie voor de deur staat, is het belangrijk dat goed wordt geluisterd naar de techneuten. Geef de it’ers met praktische kennis van zaken een grotere stem, zegt Jan Willem des Tombe, global strategic relations director bij Leaseweb.  Het kabinet Jetten en de Europese Commissie hebben vlak voor het zomerreces de contouren van het gewenste beleid geschetst. Maar de uitvoering van de plannen heeft nog een lange weg te gaan. ‘Het stadium van praten is voorbij. Het komt nu aan op het doen; het invulling geven aan het beleid,’ aldus des Tombe. Een zinvolle praktische uitwerking van het autonome cloudbeleid is daar gebaat mee. ‘Want de industrie heeft vaak al lang de oplossingen in huis. It’ers kennen de valkuilen, de mogelijkheden en onmogelijkheden.’ Des Tombe constateert dat de afgelopen periode in het licht heeft gestaan van de vraag hoe we het willen hebben. ‘Dat betekende veel praatsessies en overleg. Geleidelijk komen daar vormen van standaarden uit.’ Maar de weg naar het einddoel van soevereiniteit is nog niet helemaal duidelijk. ‘De ideeën voor de implementatie kan je beter overlaten aan de technici, de doeners, de mensen die echt verstand hebben van it. En dat zijn meestal niet de juristen van het advocatenkantoor.’  Zelfbeschikking Den Haag en Brussel hebben zich volop op de soevereine cloud gestort. Rond juni werd de richting duidelijk. Zo zijn de kaders herzien voor het gebruik van de publieke cloud door de overheid. Er komen strengere regels. En de Europese Commissie heeft nu voorstellen gelanceerd voor Europese tech-soevereiniteit, het Cloud Sovereignty Framework en wetgeving inzake cloud- en ai-ontwikkeling (CADA).  Zelfbeschikking is het uitgangspunt. Regie over data in een geopolitieke wereld krijgt vorm, evenals de controle over de infrastructuur waarop de platformen van bedrijven rusten. Wat dat betreft gaat het de goede kant op, constateert Des Tombe. ‘De wens om het anders te doen vertaalt zich in nieuw beleid.’  Maar er liggen ook beren op de weg. ‘Vertragend werkt de versnippering binnen de EU: veel landen, wetten en culturen. Dat vraagt om interoperabiliteit. Bovendien zijn we gewoontedieren.’ De ministeries bepleiten veranderingen, maar als het op de uitvoering aankomt zijn er tegenkrachten. Dan wordt gezegd dat het toch wel heel complex is om van leverancier te veranderen. Des Tombe ziet dat de overheid een veelkoppig monster is dat niet altijd in de praktijk brengt wat wordt gepredikt. Soms blijft alles bij het oude.  Consumerization of it Ook in het bedrijfsleven is de invloed van het it-management geslonken. Vroeger domineerde de it-afdeling. ‘It was in de ogen van de business ingewikkeld. De it’ers zaten in een kamer zonder ramen. Tijdens het werk kon je hen maar beter niet lastig vallen. Rond 2010 kwam de cloud op waarna de business-afdelingen het stokje overnamen. De ‘consumerization of it’ speelde ook een rol. De business had bepaalde wensen die vanuit de cloud werden ingevuld. Voetstoots werd aangenomen dat alles uit de cloud okee was. Over wat er in cloud zit, hoe het werkt en of iets past bij de eigen business werden verder geen vragen gesteld.’  Evenmin kwam ter discussie of men niet te veel afhankelijk werd van één leverancier. ‘Het zal wel goed zijn,’ was de gedachte. Volgens Des Tombe is het heel gezond dat bedrijven en instellingen zich hierover bezinnen. De roep naar digitale soevereiniteit werkt wat dat betreft tot een mooie katalysator.  Denkfout Over soevereiniteit bestaan nogal wat misverstanden. Hardnekkig is het idee dat vooral de fysieke locatie van bijvoorbeeld de servers bepaalt hoe soeverein men is. ‘Er speelt veel meer. Denk aan eigenaarschap, juridische structuur, governance, inkoop en contractuele voorwaarden.’ Een tweede veelgemaakte denkfout is dat 100 procent autonomie mogelijk is. ‘It bestaat uit een samenstel van componenten in diverse lagen waardoor er altijd wel een niet-Europese schakel in de keten zit.’ Verder is soevereiniteit geen feature maar een architectonische keuze. Onafhankelijkheid en controle over de eigen data en technologie zijn niet achteraf met regels af te dwingen. Je moet vanaf het begin nadenken hoe it-systemen, infrastructuren en netwerken zijn ontworpen.  ‘Bij Leaseweb heeft die architectuurkeuze van begin af aan voorop gestaan,’ zegt Des Tombe. ‘Snelle, goedkope oplossingen mogen daarbij niet prevaleren. Daar past een hybride aanpak bij; een mix van private cloud met on premise en dedicated servers en publieke cloud met gebruikmaking van maatwerkoplossingen op basis van ontwikkelde standaarden. Bij elke soort workload wordt bepaald hoe en waar die het beste tot zijn recht kan komen. Data over industriële processen met al hun geheimen zullen al snel in een private cloud terecht komen. Niet-persoonlijke data en data die niet naar een klant zijn te herleiden kunnen naar de publieke cloud. Hyperscalers bieden uitkomst bijvoorbeeld in december als bepaalde webwinkels een groot deel van hun omzet moeten waarmaken en extra capaciteit nodig is.’ Europa Naast aanbieders van hybride clouds komen in Europa publieke cloud partijen op zoals OVHcloud, Scaleway, Proximus, T-Systems en Hetzner. Ook zijn grote private clouds in aanbouw zoals die van Schwarz Digits’ StackIT dat voor de infrastructuur samenwerkt met KPN. Leaseweb kijkt ook naar de mogelijkheden die de Open Cloud Alliantie (OCA) biedt. Dit samenwerkingsverband van Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver werkt aan technische standaarden die mogelijk ook voor Leaseweb interessant zijn.  De belangstelling voor de soevereine cloud laat de marketingafdelingen in de it-branche op volle toeren draaien. Iedereen benadrukt hoe ‘soeverein’, ‘trusted’, ‘EU-ready’ en ‘compliant-by-design’ het eigen aanbod. Maar door gebrek aan definities hebben de marketeers vrij spel. Zelden is het zichtbaar hoe soeverein een leverancier is op de meetlat van autonomie.  Des Tombe wijst in dit verband op de rol die zijn bedrijf speelt als actieve deelnemer aan IPCEI‑CIS, het EU‑programma voor soevereine cloud. Via het European Cloud Campus‑project bouwt Leaseweb aan een multi‑provider cloud‑edge‑continuüm dat Europese data-soevereiniteit moet versterken. Een schaalbaar compute platform, open api’s, container-platformen en multi‑tenant‑architecturen vormen de basis voor toekomstige soevereine cloud-diensten. Ook allerlei microservices komen daarbij.  Volgens Des Tombe is dit geen sinecure om te doen. Meerdere partijen zijn betrokken wat veel overleg vergt. Het is een dynamisch proces waarbij veel kennis en ervaring worden opgebouwd. Maar het project brengt Europa een stap in de richting van datasoevereiniteit.
Kort: It-kosten onduidelijk, ChatGPT-teksten ongezien online, satelliet‑IoT explodeert (en meer) *
1 week
In dit nieuwsoverzicht: organisaties missen grip op it‑kosten, medische Chat‑GPT‑teksten verschijnen ongezien online, satelliet‑IoT groeit explosief en Highberg versterkt zijn ai‑expertise met twee nieuwe partners. Organisaties missen volledig overzicht it-kosten Slechts 35 procent van de Nederlandse organisaties heeft een volledig overzicht van de it-kosten. Dat blijkt uit de Tech Reality Check 2026 van ict-adviesbedrijf Conclusion. Dat is een onderzoek onder 1.058 it-beslissers in Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje. Nederlandse organisaties investeren massaal in it, maar hebben weinig inzicht in de kosten en waarde hiervan. Van de respondenten geeft 66 procent aan vaak te investeren in technologie zonder te weten wat het oplevert. Medische ChatGPT-teksten ongecontroleerd online Teksten die zijn geschreven of worden aangepast door ChatGPT verschijnen steeds vaker zonder menselijke controle op Nederlandse websites. Het gaat ook om medische informatie die nagelezen had moeten worden door mensen. Dat concludeert AI-Checker.nl na onderzoek. Op websites staan steeds vaker tekstregels zoals: ‘Hier is een herschreven versie’ die het gebruik van generatieve ai verraden. Al kan het natuurlijk ook zo zijn dat de tekst wel is nagelezen, maar dat die regel uit de chat met de tekstgenerator over het hoofd is gezien. Het bedrijf trof de instructies binnen ChatGPT aan in content waar een fout echt schade kan veroorzaken, zoals een voorlichtingsbrochure voor tienjarigen over de HPV-prik en in een officieel aanbestedingsdocument voor jeugdhulp met verblijf. Ook de veiligheids- en doseerinstructies van een bestrijdingsmiddel verschenen hoogstwaarschijnlijk zonder menselijke controle op een website. Satelliet‑IoT groeit komende jaren explosief De wereldwijde markt voor satelliet‑IoT staat aan de vooravond van een forse versnelling. Onderzoeksbureau Omdia verwacht dat het aantal verbindingen stijgt van 7,7 miljoen in 2023 naar 197,6 miljoen in 2035 – een jaarlijkse groei van 31 procent. Vooral low earth orbit‑netwerken (leo) trekken de markt vooruit, met een gemiddelde jaarlijkse groei van 88,6 procent dankzij snelle uitrol, hogere bandbreedte en dalende kosten. Geostationaire satellieten (geo) groeien mee, maar veel gematigder met 7,3 procent per jaar. Nu IoT‑toepassingen volwassen worden, eisen organisaties wereldwijde dekking zonder gaten en meer veerkracht wanneer communicatienetwerken met vaste of mobiele infrastructuur op aarde, zoals zendmasten, glasvezelkabels en koperlijnen, uitvallen, stelt Omdia‑analist John Canali. ‘Dat wordt steeds belangrijker nu IoT‑apparaten meer data‑intensieve modellen en geautomatiseerde processen ondersteunen.’ Highberg benoemt nieuwe partners voor ai-vraagstukken Het Amsterdamse adviesbedrijf Highberg kondigt vandaag de benoeming aan van Bob Verstraten (32) en Bart Giesbers (56) als nieuwe partners. Zij moeten twee expertisedomeinen die volgens het bedrijf momenteel hoog op de agenda staan van bestuurders en directieteams versterken, namelijk: organisatie & strategie en risk, resilience & compliance. In een persbericht meldt het bedrijf dat ontwikkelingen zoals ai, strengere regelgeving, cyberdreigingen en de energietransitie organisaties dwingen tot fundamentele keuzes. Highberg werkt onder meer voor de Politie, Shell en verschillende overheden.
Chipindustrie blijft fors doorgroeien
1 week
De wereldwijde omzet in de halfgeleiderindustrie zal naar verwachting dit jaar 1,6 biljoen dollar bedragen. Dit betekent een stijging van 92 procent ten opzichte van de omzet van 809 miljard dollar in 2025. Zo voorspelt marktvorser Gartner. In 2027 zal de omzet naar verwachting 1,9 biljoen dollar bedragen. ‘De halfgeleiderindustrie betreedt een fundamenteel nieuwe groeifase,’ aldus Ben Lee, analist bij Gartner. ‘Het tempo van de industriële expansie versnelt aanzienlijk, gedreven door aanhoudende investeringen in ai-infrastructuur en een sterker dan verwachte prijsontwikkeling voor geheugen.’ Naarmate de ai-infrastructuur groeit, hervormt dit niet alleen de investeringen in het halfgeleider-ecosysteem, maar herdefinieert het ook de toepassingsmix van de industrie. ‘Het ecosysteem van ai-datacenters zal naar verwachting groeien van 36,5 prcent van de chip-omzet in 2026 tot meer dan 53 procent in 2030.’ Geheugenchips blijven dit jaar de belangrijkste motor achter de groei van de halfgeleiderindustrie. Ze zullen naar verwachting 54 procent van de totale halfgeleider-omzet uitmaken; een stijging ten opzichte van 27 procent in 2025. Vorig jaar bedroeg de omzet van geheugenchips 220 miljard dollar. Dit jaar wordt een omzet van 837 miljard dollar verwacht, in 2027 zelfs 1.075 biljoen dollar. Momenteel is het tekort aan geheugenchips enorm, wat ook laptops en smartphones duurder maakt. Deloitte ziet tot 2029 geen verbetering in deze situatie.  De omzet van DRAM (tijdelijk werkgeheugen) zal dit jaar naar verwachting met 246 procent groeien, terwijl de omzet van NAND-flashgeheugen met 372 procent zal toenemen. Hoewel er in 2027 extra capaciteit op de markt komt, zullen de vraag-aanbodverhoudingen naar verwachting krap blijven, omdat de implementatie van ai-infrastructuur het geheugenverbruik blijft verhogen. AI heeft geheugenmarkt veranderd ‘Ai-infrastructuur heeft de dynamiek van de geheugenmarkt fundamenteel veranderd,’ aldus Shrish Pant, analist bij Gartner. ‘Hoewel de prijsstijgingen de groei in 2026 versnellen, zullen de voortdurende implementatie van ai-infrastructuur, de hogere geheugencapaciteit per ai-server en de aanhoudende vraag naar high-bandwidth memory (HBM) de omzetgroei van geheugen tot en met 2027 en daarna ondersteunen.’ Voorlopig lijkt de groei van de jaarlijkse kapitaaluitgaven voor de ontwikkeling van ai nog lang door te gaan. Investeringsbank Goldman Sachs ziet die uitgaven van ongeveer 765 miljard dollar dit jaar toenemen naar 1,6 biljoen dollar in 2031. Adviesbureau McKinsey schat dat de totale investering in de bouw van datacenters tegen het einde van dit decennium 1 biljoen dollar zal bedragen.
Politieke weerstand tegen watergebruik datacenters groeit
1 week
De koeling en het gebruik van drinkwater door nieuwe datacenters krijgen politiek steeds meer aandacht. Naast zorgen over ruimtegebruik en schaarste op het elektriciteitsnet groeit in de Tweede Kamer het verzet tegen het grote waterverbruik van datacenters. Kamerleden Ines Kostić en Christine Teunissen (Partij voor de Dieren) hebben vragen gesteld over het drinkwaterverbruik van een nieuw te bouwen datacenter van Equinix in Amsterdam-Zuidoost. Het datacenter zou bij volledige realisatie jaarlijks circa 1,1 miljard liter water gebruiken. Voor de eerste van de vier geplande torens gaat het om ongeveer 274 miljoen liter per jaar. De PvdD wijst erop dat er alternatieve koeltechnieken beschikbaar zijn. Equinix stelt dat technieken met minder watergebruik, zoals een combinatie van lucht- en waterkoeling of waterloze systemen, niet in het gekozen ontwerp passen. Die technieken zouden meer ruimte vergen. Het bedrijf verwacht het watergebruik op termijn wel ongeveer te kunnen halveren. Zeker tijdens een periode van droogte vindt de PvdD het gebruik van drinkwater voor koeling onwenselijk. De partij verwijst daarbij naar de in februari aangenomen motie-Grinwis, die de regering oproept de juridische criteria voor hyperscale datacenters aan te scherpen en nieuwe wettelijke voorwaarden te verkennen om de groei te beperken en de belasting van het elektriciteitsnet te verminderen. De motie gaat niet specifiek over watergebruik. De PvdD vraagt het kabinet daarnaast om inzicht in de totale watervoetafdruk van datacenters, inclusief indirect watergebruik. Dat betreft onder meer water dat nodig is voor de productie van elektriciteit en in de toeleveringsketen. De partij wil ook weten welke maatregelen het kabinet neemt om dit watergebruik te reguleren. Verder vraagt de PvdD om landelijke regels voor datacenters die niet onder de huidige definitie van hyperscale vallen, maar wel veel drinkwater gebruiken of een groot beslag leggen op het elektriciteitsnet. De partij wil bij voorkeur dat nieuwe datacenters geen drinkwater meer gebruiken voor koeling. Als dat niet haalbaar is, pleit zij voor een landelijk maximum per datacenter en voor de sector als geheel.
AMD verdubbelt tempo op weg naar zuinigere ai-systemen
1 week
Advanced Micro Devices (AMD) heeft naar eigen zeggen halverwege 2026 een verviervoudiging bereikt van de energie-efficiëntie van zijn ai-systemen. Daarmee ligt de chipfabrikant voor op zijn tussendoel van een verdrievoudiging en ruim boven de historische ontwikkeling. AMD baseert de vergelijking op een referentie uit 2024. Het Amerikaanse chipbedrijf wil de energie-efficiëntie van ai-training en -inferentie op rackschaal tegen 2030 met een factor twintig verbeteren. Daarbij kijkt het niet alleen naar de chips, maar naar het complete systeem, inclusief geheugen, verbindingen, software en rackontwerp. Volgens AMD kunnen verdere efficiëntiewinsten klanten meer rekenkracht per watt leveren en tegelijk het elektriciteitsverbruik en de totale eigendomskosten verlagen. Ook moeten de verbeteringen beperkingen rond stroomvoorziening, koeling en datacenterinfrastructuur verminderen. Ai-racks AMD verwacht dat in 2030 twee van zijn ai-racks ongeveer dezelfde rekenprestaties kunnen leveren als 570 racks uit 2024. Bij een representatieve ai-trainingsbelasting zou dat het elektriciteitsverbruik in de gebruiksfase met een factor twintig en de koolstofintensiteit met een factor 28 kunnen verlagen. De cijfers komen tegelijk met AMD’s duurzaamheidsrapport over 2025-2026. Daarin meldt het bedrijf een daling van de operationele uitstoot van broeikasgassen met dertig procent sinds 2020. Daarnaast kwam 58 procent van het wereldwijd door AMD gebruikte elektriciteitsverbruik uit hernieuwbare bronnen. Ook zegt AMD 99 procent van de fabrieken van zijn productieleveranciers te hebben gecontroleerd op verantwoord ondernemen.
AP legt Uber recordboete van 825 miljoen op
1 week
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft Uber een boete van 825 miljoen euro opgelegd. De taxidienst overtrad volgens de toezichthouder de Europese privacyregels door chauffeursaccounts via geautomatiseerde systemen te deactiveren zonder betrokken chauffeurs daarover voldoende te informeren.Ook ontbrak volgens de AP betekenisvolle menselijke controle bij besluiten met aanzienlijke gevolgen. De opbrengst van de boete gaat naar de Nederlandse schatkist.De AP bevestigt de boete na berichtgeving van persbureau Reuters. Uber is het niet eens met de beslissing en gaat in beroep. Het is de op één na hoogste boete die ooit onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) is opgelegd. Alleen Meta kreeg een hogere AVG-boete: 1,2 miljard euro. De Ierse toezichthouder legde die in 2023 op vanwege de doorgifte van gegevens van Europese Facebook-gebruikers naar de Verenigde Staten.De zaak betreft incidenten tussen 2020 en 2022. Uber schorste accounts van Europese chauffeurs die door systemen van fraude werden verdacht, bijvoorbeeld omdat zij volgens algoritmes onnodige omwegen maakten of ritten accepteerden zonder die uit te voeren. Volgens de AP werden ook sommige accounts permanent gedeactiveerd op basis van lage klantwaarderingen zonder menselijke beoordeling. Uber betwist dat en stelt dat permanente deactiveringen niet volledig geautomatiseerd plaatsvonden.De AVG stelt beperkingen aan besluiten die uitsluitend op geautomatiseerde verwerking zijn gebaseerd en iemand juridisch of anderszins aanzienlijk treffen. In zulke gevallen moet onder meer betekenisvolle menselijke tussenkomst mogelijk zijn en moet de betrokkene het besluit kunnen aanvechten. Volgens de AP schond Uber daarnaast het recht van chauffeurs om over de besluitvorming te worden geïnformeerd.De zaak begon met een Franse klacht, maar werd in Nederland behandeld omdat het Europese hoofdkantoor van Uber in Amsterdam staat. Uber noemt de boete disproportioneel en wijst erop dat het huidige beleid voorziet in menselijke beoordeling en mogelijkheden om schorsingen aan te vechten.Het is niet de eerste grote privacyboete voor Uber in Nederland. In 2024 legde de AP het bedrijf een boete van 290 miljoen euro op wegens het onvoldoende beschermen van persoonsgegevens van Europese chauffeurs die naar de Verenigde Staten werden doorgegeven. Uber heeft die praktijk inmiddels beëindigd.
Code op de Camino: app bouwen tijdens 120 kilometer pelgrimstocht
1 week
In zes dagen 120 kilometer wandelen over de Camino Portugués en tegelijkertijd een mobiele app ontwikkelen. Drie jonge ontwikkelaars gaan volgende week (van 24 tot en met 31 augustus) deze uitdaging aan. Max Helmantel (26), Stijn Smit (24) en Caesar Schoorl (21) onderzoeken hoe een ai-ondersteunde digitale workflow eruitziet die niet aan een bureau is gebonden, maar met de ontwikkelaars meebeweegt. Tijdens de tocht van Tui naar Santiago de Compostela gebruiken de makers smart glasses, spraakbesturing en ai-tools. De laptops in hun rugzakken worden onder meer bediend met een Nintendo Switch-controller. Een Xreal-bril fungeert als scherm voor de code, terwijl de wandelaar zicht houdt op de omgeving. Ook een goede ventilatie van de laptops is belangrijk, omdat deze tijdens het wandelen in de rugzak worden meegenomen. Meerdere powerbanks staan garant voor voldoende stroom en een Starlink-verbinding moet onderweg internettoegang bieden. Vlnr: Stijn Smit, Caesar Schoorl en Max Helmantel. Voor spraakbesturing gebruiken de ontwikkelaars Wispr Flow, een ai-spraak- en dicteertool. Volgens de makers van de applicatie kunnen gebruikers er tot vier keer sneller mee schrijven dan met een toetsenbord. Via oortjes kunnen de ontwikkelaars opdrachten geven aan ai-agents die helpen bij het programmeren. Volgens Helmantel is de technologie inmiddels ver genoeg gevorderd om een mobiel kantoor mogelijk te maken. De drie ontwikkelaars verdelen de werkzaamheden zoals in een traditioneel ontwikkelteam, met taken rond planning, ontwerp, appconcept, gebruikersflows en assets. Bij de ontwikkeling besteden ze ook aandacht aan privacy by design. Mind De app komt na afloop van de tocht in handen van de Stichting Mind, die zich inzet voor mensen met psychische problemen en hun naasten. Het concept gebruikt praten over het weer als laagdrempelige ingang voor gesprekken over mentale gezondheid. Via een korte check-in kunnen gebruikers stilstaan bij hoe hun dag voelt, waarna de app passende tips, informatie en oefeningen biedt en kan verwijzen naar de Mind Hulplijn. Het project maakt deel uit van Back to Being, waarin de drie ontwikkelaars onderzoeken hoe ai en technologie kunnen helpen om mentale gezondheid laagdrempeliger bespreekbaar te maken. De tocht moet tegelijk laten zien dat technologie niet noodzakelijk betekent dat mensen achter een bureau en een scherm zitten. ‘We kunnen met ai steeds makkelijker ideeën uitwerken, teksten maken en processen versnellen’, zegt Schoorl. ‘Maar ondertussen verdwijnen we nog steeds vaak achter een laptop, binnen, aan een bureau. Met Back to Being willen we laten zien dat technologie ook anders kan werken.’ De makers zijn van plan hun voortgang tijdens de tocht te delen via Instagram en een speciale site.
Ongecontroleerde ai-hacks: geen cyberapocalyps, wel een storm voor ciso’s
1 week
Panel Sans Institute buigt zich over Hugging Face-incidentDe recente, zelfstandige ontsnapping van een experimenteel OpenAI-model uit een beveiligde testomgeving (een sandbox) zette de cyberwereld op z’n kop. Maar, stelt Sans Institute gerust, er is geen sprake van een cyberapocalyps. Wél moeten ciso’s rekening houden met een storm! Met als een belangrijke boodschap: begin met het oplossen van de problemen die al jaren bekend zijn.Wat gebeurde er een maand geleden ook alweer? Tijdens een test met ExploitGym, een benchmark voor het testen van ai-modellen op het ontdekken en misbruiken van softwarekwetsbaarheden, werden de veiligheidsbeperkingen van OpenAI-modellen tijdelijk verlaagd. De modellen ontdekten een zero-day in hun sandbox, verplaatsten zich door OpenAI-systemen en bereikten uiteindelijk een omgeving met internettoegang. Vervolgens compromitteerden zij de productie-infrastructuur van ai-platform Hugging Face, vermoedelijk omdat die organisatie de benchmark hostte en mogelijk informatie over de test bevatte. Het gevolg? Tienduizenden geautomatiseerde acties die zonder menselijke tussenkomst werden uitgevoerd (de aanval werd uiteindelijk gestopt door het securityteam van Hugging Face).Het klinkt als de plot van een sciencefictionfilm en vormde het uitgangspunt van een recente paneldiscussie van training- en adviesbureau Sans Institute over de toekomst van cybersecurity. Met als centrale vraag: wat betekent dit voor organisaties, beveiligingsteams en beleidsmakers?Niet fundamenteel nieuw‘Dit is niet zomaar een incident. Het raakt de kern van hoe we ai inzetten, beveiligen en onderzoeken’, stelt Sans Institute-president Ed Skoudis bij de opening van de discussie. En het incident is een waarschuwing over de huidige staat van cyberbeveiliging, aldus de deelnemende panelleden.Het panel is opvallend eensgezind over één punt: de gebruikte aanvalstechnieken waren niet fundamenteel nieuw (denk sandbox-escapes, privilege-escalatie en het stelen van inloggegevens). Ai introduceert dus niet per se nieuwe aanvalstechnieken, maar maakt bestaande aanvallen sneller, goedkoper én schaalbaarder. En dat baart de panelleden wel zorgen, want stelt Rob Lee, chief ai officer en chief of research bij Sans Institute: ‘Veel organisaties hebben hun basisbeveiliging nog steeds niet op orde. Verouderde accounts, onvoldoende netwerksegmentatie en niet-gepatchte systemen blijven zwakke plekken.’KroonjuwelenAnalist Rich Mogull, cloud security alliance bij Sans Institute, omschrijft het verschil tussen een menselijke pentester en een zwerm autonome agents. ‘Waar een mens gericht opereert binnen een beperkte scope, kan een verzameling ai-agents gelijktijdig talloze systemen onderzoeken, aanvallen en opnieuw proberen wanneer eerdere pogingen mislukken. Dat leidt tot een aanvalsvorm die tegelijk slim en opmerkelijk onbeholpen kan zijn: strategisch effectief, maar operationeel soms nog verrassend inefficiënt door acties regelmatig te herhalen. Maar die onhandigheid gaat zeker nog verdwijnen.’Voor chief information security officers (ciso’s) betekent dit dat traditionele beveiligingsmaatregelen niet verdwijnen, maar wel moeten opschalen. Prioriteiten zijn netwerksegmentatie, monitoring, vroegtijdige detectie en het aanpassen van incident responsprocessen aan aanvallen die op machinesnelheid plaatsvinden. Ook defensief gebruik van ai wordt steeds belangrijker. Volgens Mogull moeten organisaties daarbij vooral focussen op hun kroonjuwelen: de meest kritieke applicaties en databronnen. Die moeten beter worden afgeschermd en voorzien van aanvullende detectiemechanismen zoals canary tokens en honeypots.Tapletop-oefeningenChief ai officer Lee tekent daarbij aan dat, terwijl ai nu door allerlei fouten nog relatief eenvoudig te detecteren is, toekomstige ai-aanvallen juist gericht zijn op onopvallend gedrag. Hij adviseert daarom om zogeheten tabletop-oefeningen uit te voeren waarbij teams oefenen met ai-gestuurde aanvallen. Daarnaast zullen beveiligingsmaatregelen die gedrag detecteren steeds belangrijker worden. Detectiesystemen die alleen vertrouwen op bekende aanvalspatronen, zullen minder effectief zijn naarmate ai zich verder ontwikkelt.De Sans-expertsreppenvaneen overgangsfase. Ai is al in staat om zelfstandig kwetsbaarheden te vinden en te exploiteren, maar grootschalig misbruik door kwaadwillenden is nog geen dagelijkse realiteit. Het incident betekent in hun ogen niet dat ai op hol is geslagen. De modellen deden wat ze moesten doen binnen een testomgeving waarin veiligheidsmaatregelen bewust waren afgezwakt. Het gaat daarom vooral om een falen in testen, containment en governance–problemen die met gedegen engineering en beleid kunnen worden opgelost.Geen einde der tijdenTijdens het paneldebat verzet Sans-adviseur Ciaran Martin, voormalig directeur van het Britse National Cyber Security Centre en tegenwoordig verbonden aan Oxford University, zich tegen doemscenario’s waarin autonome systemen de digitale wereld volledig ontwrichten. ‘Het risico bestaat dat organisaties meer aandacht besteden aan dit soort hypothetische ai-scenario’s dan aan de aanvallen die vandaag al plaatsvinden. Cybercriminelen gebruiken ai weliswaar steeds vaker, maar de meeste schade wordt nog altijd veroorzaakt door bekende aanvalsmethoden, ransomware en menselijke fouten.’ De sector stevent niet af op een cyberapocalyps, maar op een storm, vervolgt Martin. ‘ Die storm kan ongemakkelijk zijn, schade veroorzaken en organisaties dwingen maatregelen te nemen. Maar het betekent niet automatisch het einde van bestaande veiligheidsmodellen.’
eEvidence? 9 vragen over EU-wet rondom digitaal bewijs
1 week
De nieuwe Europese eEvidence verordening verandert op ingrijpende wijze de manier waarop digitale dienstverleners moeten omgaan met verzoeken om digitaal bewijsmateriaal. Sinds 18 augustus 2026 zijn bedrijven verplicht om data – van ip adressen tot communicatiegegevens – bij een verzoek van justitiële autoriteiten in andere EU-landen snel en veilig te verstrekken. De regels zijn omvangrijk, de impact is groot en de kritiek is stevig. Dit zijn 9 dingen die je moet weten over eEvidence en wat de wet betekent voor jouw organisatie. #1 Wat is eEvidence? Sinds 18 augustus 2026 geldt in de hele EU de eEvidence verordening. Die verplicht digitale dienstverleners om op verzoek digitaal bewijsmateriaal te verstrekken aan justitiële autoriteiten in andere lidstaten. #2 Voor wie geldt de wet? Voor aanbieders van internet- en communicatiediensten, cloud- en opslagproviders, online platforms en marktplaatsen, en organisaties die domeinnamen of ip-diensten beheren. #3 Wat verandert er? Bedrijven moeten hun systemen zo inrichten dat zij digitaal bewijs – zoals e-mailgegevens, ip-adressen of communicatie-informatie – snel en veilig kunnen leveren. Autoriteiten kunnen daarvoor een Europees verstrekkings- of bewaringsbevel afgeven. #4 Wat moet een digitale dienstverlener doen? Digitale dienstverleners moeten zich registreren in de Court Database (CDB) van de Europese Commissie, zodat autoriteiten die organisatie kunnen vinden. In Nederland kan die registratie naar verwachting pas vanaf begin 2027 worden afgerond, omdat de ACM nog geen bevoegdheid heeft om toezicht te houden op de registratieplicht. De verplichtingen uit de Europese verordening gelden al wel vanaf 18 augustus 2026. Nederlandse dienstverleners kunnen daardoor al te maken krijgen met verzoeken uit andere EU-landen. Bedrijven moeten dus al wel aan de wet voldoen, waarschuwt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. #5 Welke data valt onder de regels? Alle gegevens die relevant kunnen zijn voor strafzaken, zoals contactinformatie, dataverkeer en opgeslagen communicatie. De privacy- en veiligheidsregels blijven daarbij volledig van kracht. #6 Wanneer moet dit geregeld zijn? De wet geldt al sinds 18 augustus 2026. Nederland verwacht in het eerste kwartaal van 2027 operationeel te zijn met het Europese digitale portaal (Court Database) voor eEvidence. #7 Waarom is dit belangrijk? Digitale sporen zijn cruciaal bij opsporing. eEvidence maakt het sneller en eenvoudiger om bewijs tussen landen te delen – binnen duidelijke kaders voor privacy en veiligheid. #8 Waarom is de eEvidence wet omstreden? Critici waarschuwen dat justitiële autoriteiten in één EU-land rechtstreeks data kunnen opvragen bij providers in een ander land, zonder dat de autoriteiten van het land waar de provider gevestigd is vooraf toetsen. Daardoor kunnen gegevens worden gedeeld voor feiten die lokaal niet strafbaar zijn. Ook worden gebruikers niet vooraf geïnformeerd dat hun data naar een ander EU-land gaat, wat volgens privacy-experts de transparantie en rechtsbescherming ondermijnt. #9 Waarom maken de deadlines en verplichtingen bedrijven bezorgd? Dienstverleners moeten binnen tien dagen reageren op een Europees verstrekkingsbevel, en in spoedgevallen zelfs binnen acht uur. Volgens privacyorganisaties en cloudproviders zijn deze termijnen onrealistisch, zeker bij complexe of omvangrijke dataverzoeken. Tegelijk moeten bedrijven nu al voldoen aan de verordening, terwijl de verplichte Court Database pas begin 2027 beschikbaar is. Daardoor kunnen providers klem komen te zitten tussen wettelijke verplichtingen die praktisch nog niet uitvoerbaar zijn.
Kort: Workday onderzoekt geheugen en samenwerking van ai-agents, private equity kijkt verder dan it (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Workday zet wetenschappelijk onderzoek naar enterprise-ai op, private equity kiest voor bouw en industrie, Nederlands Magic Lane brengt privacy-navigatie naar auto, Supply Value benoemt Anne IJkema voor verkoop en inkoop, en HCC-regiodag over ai en digitale veiligheid. Workday start onderzoeksteam voor betrouwbare enterprise-ai Workday tuigt een onderzoeksteam op dat zich richt op betrouwbare, efficiënte en verantwoorde ai voor bedrijven. Workday AI Research onderzoekt onder meer het geheugen van ai-agents, samenwerking tussen meerdere agents, verklaarbaarheid en efficiënt gebruik van rekenkracht. Volgens het Amerikaans softwarebedrijf (dat cloudsoftware levert aan grote organisaties en bekend staat om systemen voor personeelszaken, financiën en salarisadministratie) hebben onderzoekers al resultaten gepubliceerd op wetenschappelijke conferenties op het gebied van ai en machine learning (zoals International Conference on Machine Learning, International Conference on Learning Representations en Annual Meeting of the Association for Computational Linguistics). Ofwel, genoemd onderzoek wordt relevant gevonden binnen de internationale ai-onderzoeksgemeenschap. Een onderzoek naar selectief agentgeheugen leverde twaalf procent meer nauwkeurigheid en acht procent betere geheugenkwaliteit op, terwijl 97 procent van relevante informatie behouden bleef. Een andere studie laat zien dat samenwerking tussen gespecialiseerde agents de nauwkeurigheid met 5,8 procent kan verhogen. Workday waarschuwt daarnaast dat ‘vergeten’ door een agent niet altijd betekent dat informatie volledig is verwijderd. In een vijfde van de tests bleek informatie via oude samenvattingen te herstellen. Workday start ook een PhD-fellowship met jaarlijks vijftigduizend dollar onderzoeksgeld. Private equity verschuift focus van it naar bouw en industrie De Nederlandse private-equitymarkt heeft in 2025 een flinke terugval in nieuwe investeringen laten zien. Volgens adviesbureau Aeternus deden ruim driehonderd investeringsfirma’s samen 413 nieuwe investeringen, 46 procent minder dan een jaar eerder. Tegelijkertijd steeg het aantal exits van 156 naar 201, al blijft dat historisch gezien laag. Opvallend is de verschuivende sectorfocus. It, software en technologie blijven met 31 procent van de nieuwe investeringen het grootste investeringsgebied. Buitenlandse private-equitypartijen richten hun aandacht echter steeds meer op industriële productie, zakelijke dienstverlening en consumentengoederen. Volgens Aeternus speelt ook onzekerheid over de impact van ai op software een rol. Investeerders zoeken daardoor vaker naar sectoren met stabiele vooruitzichten en hoge marges, waaronder bouw en industrie. Nederland, aldus het onderzoek, blijft daarbij aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders. Privacygerichte navigatie Magic Earth naar auto met Android Automotive Magic Earth Navigation & Maps is wereldwijd beschikbaar in de Google Play Store voor auto’s met Android Automotive OS en Google built-in. De navigatie-app van het Nederlandse Magic Lane draait rechtstreeks op het autoscherm en heeft geen smartphone nodig. De software combineert on- en offline-navigatie. Zodra een verbinding beschikbaar is, biedt Magic Earth live verkeersinformatie, dynamische routeaanpassingen en incidentmeldingen. Offline zijn kaarten, routeberekening, zoekfuncties en gesproken navigatie beschikbaar voor meer dan tweehonderd landen en regio’s. Privacy staat naar eigen zeggen voorop. Zo meldt Magic Lane geen persoonlijke gegevens te verzamelen, locaties te volgen of bestuurders te profileren. Ook worden gegevens niet met derden gedeeld. De app kost 14,99 euro per jaar en heeft een gratis proefperiode. Een eenmalige licentie buiten Google om is eveneens beschikbaar. Supply Value haalt Anne IJkema binnen voor sales en procurement Supply Value heeft Anne IJkema aangesteld als director sales en senior managing consultant binnen het procurementteam. Met haar komst wil het Arnhemse strategie-implementatiebureau zijn commerciële slagkracht en expertise op het gebied van inkoop, supply chain en digitalisering versterken. IJkema brengt ruim 25 jaar ervaring in inkoop mee. Ze werkte bij De Bijenkorf, Compass Group en Accor Hotels en stapte later over naar een inkoopadviesbureau. Daar hield ze zich bezig met indirecte kosten, duurzame inkoop en het verbeteren van prijs, service, kwaliteit en interne processen. In haar nieuwe functie combineert IJkema inhoudelijke procurementkennis met projectmanagement, leiderschap en commerciële ervaring. Supply Value telt ruim tachtig medewerkers en adviseert organisaties over onder meer digitalisering, inkoop, supply chain en operations. HCC-regiodag in teken van ai en digitale veiligheid De HCC houdt op zaterdag 26 september de jaarlijkse HCC!regiodag in Apeldoorn. In het NewTechPark kunnen bezoekers van 10.00 tot 16.00 uur lezingen, workshops en demonstraties bijwonen. De toegang is gratis. Ai-specialist Kelly van der Minne spreekt over de menselijke factor bij de inzet van kunstmatige intelligentie. Sybren van der Velden-Walda van de Nationale Politie behandelt digitale veiligheid en online-criminaliteit. Ook staat Linux centraal. Belangstellenden kunnen ’s ochtends leren hoe ze het opensourcebesturingssysteem op oudere computers installeren en krijgen ’s middags uitleg over de mogelijkheden ervan. Daarnaast presenteren verschillende HCC-interessegroepen zich, waaronder die voor 3d-printing, domotica, drones, programmeren en opensource-software.
Nieuw Awards-jurylid Edith van de Weg: ‘Graag projecten met grotere ambities’
1 week
Edith van de Weg is al jarenlang actief als verbinder tussen de ict-sector, de zorgsector, onderzoekers en investeerders. Dit jaar maakt ze voor het eerst deel uit van de jury van de Computable Awards. Ze blikt vooruit op waar ze bij de nominaties op let. ‘Ik word niet zo blij van weer een facturatie-oplossing.’ Als kwartiermaker bij de Nederlandse AI Fabriek voor Noord-Nederland houdt Edith van de Weg zich vooral bezig met met het thema ai en health-data. ‘Ik ben op zoek naar interessante use cases op dat vlak en spreek daarover met zorginstellingen, mkb, bedrijfsleven, onderzoek, onderwijsinstellingen en investeerders. Ik zie vaak leuke projecten ontstaan die echter volledig afhankelijk zijn van subsidies. Voor Nederland is het belangrijk dat je soms zaken met subsidie moet aanjagen, maar dat je ook kijkt naar de economische spin-off die mogelijk is.’ Hoe zou je je functie omschrijven? ‘In de VS noemen ze dat een superconnector, en dat is daar een volwaardige baan. Ik heb eigenlijk drie rollen: verbinder, strateeg en business developer. Dat doe ik al sinds jaar en dag. Ik kijk nooit vanuit alleen de eigen industrie. Ik ben goed in staat om verschillende netwerken met elkaar te verbinden, en dat vind ik ook het leukste. Bij health kijk ik bijvoorbeeld ook naar wat de agrokant of voeding kan betekenen voor preventie, of naar de groene chemie in relatie tot pfas en andere ‘forever chemicals’. Ik kijk altijd naar de bredere businesscase: wat maak je nou, en heeft het potentie om meerdere markten te beïnvloeden? Ik heb weleens gezegd tegen een bedrijf dat biomarkers voor de ziekte MS maakt: we hebben bijna geen mensen met MS, wat is dan je businesscase? Dan bleek dat de data die ze ophalen ook relevant is voor Parkinson en andere chronische ziekten. Ze waren dus eigenlijk een platform aan het creëren. Vanuit investeringsperspectief kijk je naar de total addressable market: soms is die zo groot voor een klein subdomein dat het een no-brainer is, maar meestal moet je breder kijken naar meerdere afzetgebieden.’ Wat zie je gebeuren aan de afnemerskant van technologie in de zorg? ‘Er is een groot verschil tussen ziekenhuizen en andere zorgorganisaties. UMC’s ontwikkelen vaak zelf, andere organisaties kopen in en die zijn vaak niet in staat om alles zelf te beoordelen. Je ziet nu meer samenwerking ontstaan rond de vraag hoe je een ai-tool beoordeelt en welk inkoopbeleid daarbij hoort, vooral in de ouderenzorg en de langdurige zorg-sector.’ En bij de ontwikkelaars van ai-producten en diensten? ‘Er is veel meer aandacht voor de cybersecurity-kant. Daar heb ik zelf minder verstand van, dus ik ben blij dat daar anderen goed in zitten. Technologie maakt meer mogelijk, en dat heeft altijd een keerzijde. Je ziet ook dat in allerlei markten naar agentic ai wordt gekeken, maar dat daar ook zorgen over bestaan. Met name in de zorg zie je schaduw-ai ontstaan: zowel zorgverleners als patiënten of cliënten voeren gegevens in bij grote taalmodellen. Dat is een duidelijke keerzijde. Aan de publieke kant ontstaan alternatieven. Denk aan het initiatief van de gemeente Hoeksche Waard met een geanonimiseerde llm-tool die vorig jaar een Computable Award won. Of een groter project met de VNG en Binnenlandse Zaken waarbij inmiddels zo’n vijftig gemeenten de ai chatbot Mai gebruiken en met GovGPT een eigen llm gebruiken.’ Waarom richt de zorgsector zich eerst vooral op administratieve ai-toepassingen? ‘Omdat je daar nog geen MDR-certificering voor nodig hebt. MDR staat voor Medical Device Regulation: zodra software een medisch hulpmiddel is, bijvoorbeeld omdat het advies geeft, moet je een heel traject doorlopen dat al snel anderhalf jaar kost. Spraakgestuurd rapporteren of een geautomatiseerde rekening indienen mag nog wel. Een medisch hulpmiddel betekent vaak ook dat je in de hoogrisicocategorie van de AI Act valt, en dus aan allerlei aanvullende eisen moet voldoen. Dat maakt de zorg net iets anders dan andere sectoren.’ Jury Computable Awards De jury van de Computable Awards bestaat dit jaar uit: Lieke Hamers, Field CTO DellAnne Karine Hafkamp, Benelux Sales Director MnemonicEdith van de Weg, Kwartiermaker AI & Health /Dutch AI Factory Noord-Nederland & EHDS NV NOMRuud Mulder, Storage Solutions Architect NutanixFred Streefland, Global CISO Check Point SoftwareReza Sarshar, Data & Infrastructuur Projectmanager INNAXRichard Turk, CEO PrenetalJasper Wognum, CEO AI Salon Meer over de Computable Awards 2026 … Zie je daarom veel van hetzelfde soort oplossingen voorbijkomen? ‘Klopt. Ik word niet zo blij van weer een facturatie-oplossing, of de zoveelste no-show-voorspeller. De impact daarvan is vaak beperkt. Alles wordt heel snel generiek. Bij spraakgestuurd rapporteren heb je inmiddels zoveel aanbieders dat daar de eerste overnames zullen gaan plaatsvinden, want zoveel aanbieders naast elkaar houdt de markt niet vol.’ Waar word je wel blij van? ‘Van bedrijven die verder denken dan alleen een ‘foefje’ – partijen die niet zomaar een pleister plakken op één deel van het proces, maar kijken naar meerdere zaken tegelijk. Het ai-platform voor de zorg Delphyr vind ik daar een goed voorbeeld van. Het is eigenlijk een soort copiloot voor de zorg, omdat het in jouw bestaande omgeving werkt en tegelijkertijd toekomstgericht door ontwikkelt. In het algemeen zou ik graag zien dat we projecten met grotere ambities neerzetten. Kunnen we niet een ai-kliniek openen waarbij je de hele workflow anders inricht?’ Kun je dat idee van een ai-kliniek concretiseren? Zijn er al partijen mee bezig? ‘Je ziet nu al triage gebeuren door middel van ai-functies. Moet iemand wel of niet naar de huisarts? Maar ik bedoel echt een hele kliniek, waarbij je vanuit de beschikbare technologieën het werkproces opnieuw ontwerpt om mensen zoveel mogelijk thuis te houden. Wat kan er allemaal met technologie, tot en met een biopt of bloedprikken op afstand? Een technologische kliniek op afstand, dat zou ik graag willen zien. Er zijn nog geen concrete initiatieven in die richting omdat de zorgorganisaties zelf er de middelen niet voor hebben. In China gebeurt dit al met agents, wat niet betekent dat je dat een-op-een moet kopiëren, want het moet wel ethisch en juridisch verantwoord zijn.’ Waarom zien we dat soort grote initiatieven niet in Nederland? ‘Vergeleken met de ai-investeringen die in andere landen worden gedaan is Nederland heel risico-avers. Dan denk ik: laten we gewoon investeren, hetzij Europees, hetzij als Nederland. We zijn echt heel goed in R&D en het beginnende onderzoek, en toch zijn bijvoorbeeld veel goede imaging-bedrijven in de zorg verkocht aan Amerikanen. Het is een kwestie van investeren in scale-ups en daar zijn we in Nederland heel slecht in. We zetten enorm veel pilots op, zeker in de zorg. Er zijn meer pilots in de zorg dan bij de KLM, zoals het gezegde luidt. Maar we zijn niet in staat om dat strategisch op te schalen.’ Waar zie je kansen? ‘Met ai en farma kun je enorm veel. In Oss hadden we bij Organon een hele mooie hub op dat vlak, en met het Bio Science Park in Leiden hebben we dat gedeeltelijk nog steeds. Ik zou willen dat we dat onderzoek met ai weer wat meer naar ons toe trekken. Hetzelfde geldt voor de chemie, waar Europa inmiddels een achterstand heeft. Nederland heeft van oudsher een hele goede chemische sector, en door de energieprijzen staat die onder druk. Het zou zonde zijn als we die competentie verliezen. Dat is mijn oproep: investeer weer in ai en chemie, en in de industrie in bredere zin.’ Kunnen we een bruggetje maken naar de Computable Awards? Waar ga je op letten bij de nominaties? ‘Ik kijk vooral of de oplossing geen ‘one-trick’ is. Is er voldoende schaal te genereren? Is er eigenlijk een markt? En zit er potentie in om het verder uit te breiden, en wat is dan de impact daarvan? Ik zie wisselende resultaten bij de nominaties. In ieder geval zag ik wel een aantal partijen waarvan ik weet dat ze echt een goede businesscase hebben.’ Breng je stem uit! Stem direct op de genomineerden .. Of lees eerst de toelichting op de nominaties per categorie: Nominaties Computable Awards 2026: Nominaties: 10 stevige Cyber resilience-projecten Nominaties: 10 ict-projecten die uitblinken in klan­t­er­va­ring Nominaties: 9 ver­nieu­wen­de Digitale innovatie-projecten Nominaties: 10 voor­uit­stre­ven­de Future of work-projecten Nominaties: 10 in­spi­re­ren­de ict-projecten in de zorg Nominaties: 10 sterke ict-projecten in het mkb Nominaties: 10 toon­aan­ge­ven­de ict-projecten bij de overheid Nominaties: 10 lo­vens­waar­di­ge ict-projecten in het onderwijs Nominaties: 10 veel­be­lo­ven­de tech startups Nominaties: 10 groot­za­ke­lij­ke projecten Nominaties: 10 duurzame projecten Nominaties: wie wordt CxO van het jaar? Nominaties: wie wordt it-talent van het jaar? Nominaties: 4 High performers Nominaties: 10 aan­spre­ken­de Digitale trans­for­ma­tie-projecten Nominaties: 10 Sustainable tech-projecten die de wereld schoner maken
Defensie weerspreekt kritiek op aanschaf ‘Chinese’ 3d-printers
1 week
De drie metaal-3d-printers die Defensie aanschafte, worden in China in elkaar gezet. Ook sommige componenten komen uit China. Maar de kritieke onderdelen van dit systeem zijn van Europese en Japanse fabrikanten. Staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) stelt dit in antwoord op vragen van Tweede Kamerlid Maes van Lanschot. De CDA-parlementariër vroeg zich af waarom Defensie 3d-printers van Chinese makelij aanschaft, terwijl er ook Nederlandse producenten zijn die systemen van dezelfde of hogere kwaliteit aanbieden. De software is op een afgesloten netwerk te gebruiken, waardoor gegevens niet op externe of mogelijk onveilige servers hoeven te worden verwerkt. Volgens Boswijk klopt dit niet. ‘Defensie heeft een aanbesteding in concurrentie op de markt gezet met een waarde van zes miljoen euro voor drie metaalprinters, inclusief optieruimte, software, installatie, instructie, dienstverlening en onderhoud voor een periode van vijf jaar.’ Volgens de staatssecretaris is de opdracht conform de Aanbestedingswet met een Europese openbare aanbestedingsprocedure gegund aan de inschrijver met de economisch meest voordelige inschrijving. Eén van de geselecteerde producten is afkomstig van een Europese leverancier, maar wordt in China geassembleerd. Het CDA vraagt zich af of deze aanschaf strijdig is met de kabinetsambitie om meer defensie-orders aan de Nederlandse maakindustrie te gunnen. Boswijk zegt dat Defensie zich aan de aanbestedingsregels moet houden. Inschrijvende partijen en de producten die zij aanbieden mogen niet worden uitgesloten op basis van nationaliteit of herkomst. Defensie wil met deze printers onderzoek doen naar de potentiële operationele toepassingen van 3d-printtechnologie. Het doel is om ervaring en kennis op te doen met het ontwerpen en produceren van metalen reservedelen voor uiteenlopende machines en voertuigen. Deze techniek biedt nieuwe mogelijkheden om gevechtsschade snel te repareren. De aanbesteding betreft slechts enkele printers en geen productielijn, waardoor een eventuele overstap naar een ander systeem mogelijk blijft. Volgens Boswijk is de afhankelijkheid van deze specifieke printers laag en is Defensie er operationeel niet van afhankelijk.
Markt in beweging: gevestigde orde versus uitdagers
1 week
BLOG – De it-wereld bevindt zich in een fascinerende transitie. Jarenlang werden de grote enterprise-markten gedomineerd door vaste namen die hun positie als vanzelfsprekend beschouwden. Maar er is een technische kanteling gaande. Organisaties pikken de ‘arrogantie van de macht’ niet meer en stappen massaal over naar wendbaardere en vaak slimmere alternatieven. Het doorbreken van deze dominante marktposities is pijnlijk voor de gevestigde orde, maar luidt een welkome periode van innovatie en versimpeling in. Vier domeinen De verschuiving in de markt is duidelijk zichtbaar in vier grote domeinen: Servicemanagement: ServiceNow is lange tijd de onbetwiste standaard geweest, maar stuit steeds vaker op weerstand vanwege licentiekosten en complexe implementaties. Dit creëert ruimte voor HaloItsm, een uitdager die bekendstaat om zijn gebruiksvriendelijkheid, snellere time-to-value en scherpere prijsstelling. Virtualisatie & cloud: VMware was decennialang oppermachtig in datacenters. De overname door Broadcom en de drastische wijzigingen in licentiemodellen hebben echter veel kwaad bloed gezet. Nutanix profiteert hier optimaal van. Het bedrijf biedt een moderner, hyperconverged alternatief dat eenvoudiger te beheren is en minder vendor lock-in kent. Netwerkbeveiliging: Cisco gold decennialang als de veilige, logische keuze voor enterprise-netwerken en is dat nog steeds. Het bedrijf wordt echter ingehaald door Fortinet. Door zwaar in te zetten op geconsolideerde beveiliging (security-driven networking) en de integratie van firewalls met sd-wan biedt Fortinet vaak een betere en kostenefficiëntere bescherming. Werkplek & vdi: Citrix was ooit de pionier op het gebied van virtuele desktops, maar focust zich inmiddels vrijwel uitsluitend op de allergrootste enterprise-klanten. Hierdoor voelt de brede middenmarkt zich in de kou gezet. Dit biedt kansen voor innovatieve, cloud-native alternatieven die wél oog hebben voor de gehele markt. Het is niet verrassend dat deze kanteling plaatsvindt. In de it-sector zagen we de afgelopen jaren vaak de typische dynamiek van de gevestigde orde: marktleiders die door hun dominante positie minder luisterden naar de werkelijke behoeften van de klant. Hoge licentiekosten, gedwongen abonnementsvormen, complexe contractonderhandelingen en trage innovatie leidden tot frustratie bij it-beslissers. Deze ‘arrogantie van de macht’ heeft gezorgd voor een drive in de markt om alternatieven te omarmen. Uitdagingen De roep om verandering brengt echter ook uitdagingen met zich mee. Overstappen naar een andere leverancier of technologiearchitectuur is niet zomaar geregeld; dat gaat niet zonder horten of stoten. Het vereist migratietrajecten, het omscholen van it-personeel en het heroverwegen van bestaande processen. Toch is deze stap terug – of het tijdelijk inleveren van comfort – noodzakelijk. Door terug te gaan naar de tekentafel dwingen we onszelf om kritisch te kijken naar wat we écht nodig hebben. Dit leidt tot de broodnodige versimpeling van it-infrastructuren. De technische kanteling die we nu zien, is een volstrekt logische en gezonde ontwikkeling. Het doorbreken van de gevestigde marktposities stimuleert concurrentie, wat direct resulteert in betere producten, lagere kosten en creatievere oplossingen. Het tijdelijke ongemak van de transitie zal op de lange termijn ruimschoots worden terugbetaald in de vorm van een wendbaardere, modernere en toekomstbestendige it-omgeving. Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology
Hoe zorg je voor digitale soevereiniteit?
1 week
Vind je route naar meer grip op je digitale omgeving op Cybersec Netherlands 2026 Wie gebruikt welke data, waar staat die data en wie kan er uiteindelijk over beschikken? Voor veel organisaties zijn dat allang geen puur technische vragen meer. Cloudplatformen, ai-diensten, softwareleveranciers en digitale infrastructuur verbinden organisaties met partijen en jurisdicties waar ze niet altijd zelf controle over hebben. Hoe maak je daarin de juiste keuzes? Op Cybersec Netherlands vind je antwoorden als je onderstaande route volgt langs workshops en stands. Dat maakt digitale soevereiniteit steeds relevanter. Het gaat daarbij niet om de vraag of alle technologie Europees moet zijn of dat organisaties de cloud moeten verlaten. De kern is hoeveel regie een organisatie houdt over data, infrastructuur, technologie en de leveranciers waarvan ze afhankelijk is. Kom naar Cybersec Netherlands 2026! Wil je zelf ontdekken hoe je je voorbereidt op een cybercrisis? Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek. 👉🏼 Registreer je gratis. Wie op 9 en/of 10 september naar Cybersec Netherlands 2026 in Jaarbeurs Utrecht gaat, kan die vraag vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Van Europese digitale autonomie en cloudkeuzes tot infrastructuur, nationale cybercapaciteit en de rol van de ciso. Samen vormen ze een route langs vijf manieren om meer grip te krijgen op digitale soevereiniteit. Meer dan data opslaan in Europa Digitale soevereiniteit wordt vaak teruggebracht tot die ene vraag of de data binnen de Europese Unie staat. Maar daarmee is het vraagstuk niet opgelost. Ook de eigenaar van de infrastructuur, de gebruikte technologie, de juridische zeggenschap en de mogelijkheid om van leverancier te veranderen spelen een rol. Digitale soevereiniteit is daarmee vooral een vraagstuk van controle. Wie bepaalt wat er met data gebeurt? Wie beheert de systemen? Hoe afhankelijk is de organisatie van een specifieke leverancier? En wat gebeurt er wanneer geopolitieke ontwikkelingen, wetgeving of een storing een digitale dienst onder druk zetten? Stap 1: bepaal wat digitale soevereiniteit voor jouw organisatie betekent Een logische eerste stop is de keynote ‘European digital sovereignty and cybersecurity in the age of agentic AI’ (9 september, 11.00 – 11.20 uur, Mainstage). Europarlementariër Bart Groothuis kijkt daarin naar de manier waarop cybersecurity en de opkomst van geavanceerde ai-systemen de Europese benadering van digitale soevereiniteit veranderen. Dat is een goed vertrekpunt, omdat digitale soevereiniteit niet alleen een technische keuze is. Het raakt ook economische, juridische en geopolitieke belangen. De vraag is daarom wat een organisatie onder soevereiniteit verstaat en welke afhankelijkheden voor haar bedrijfskritische processen relevant zijn. Cegeka Nederland sluit hier goed op aan als exposant (stand 11.C010). De organisatie biedt onder meer soevereine cloudoplossingen waarbij controle over data, infrastructuur en operationele processen centraal staan. Ook keuzevrijheid, interoperabiliteit en het voorkomen van vendor lock-in maken onderdeel uit van die benadering. Wat levert deze stop op?Een scherper beeld van wat digitale soevereiniteit voor jouw organisatie betekent en welke vormen van controle daarbij belangrijk zijn. Stap 2: kijk verder dan waar je data fysiek staat Een organisatie kan haar data binnen Europa opslaan en toch afhankelijk blijven van technologie, infrastructuur of wetgeving van buiten Europa. Dataresidentie is daarmee slechts één onderdeel van het grotere geheel. De keynote ‘70 shades of sovereignty: a CISO’s first crisis inside a national cloud decision’ (10 september, 12.30 – 12.35 uur, Mainstage) laat zien hoe complex zo’n afweging kan worden. Ferry Stelte, ciso bij SIDN, vertelt hoe een cloudbeslissing rond de .nl-domeinregistratie uitgroeide tot een publiek en politiek debat over digitale soevereiniteit. Zijn belangrijkste les is dat soevereiniteit geen binaire keuze is, maar bestaat uit verschillende afwegingen tussen controle, continuïteit en afhankelijkheid. PRIM’X Technologies past goed bij deze stap (stand 11.C020). De organisatie richt zich op bescherming van gevoelige data met encryptie en datacontrole. Waar data staat is belangrijk, maar ook wie toegang heeft en wie de controle over de beveiliging en encryptiesleutels houdt. Wat levert deze stop op?Een bredere kijk op datasoevereiniteit. Niet alleen de locatie van data telt mee, maar ook juridische controle, toegang, technologie en afhankelijkheden. Stap 3: houd grip op de infrastructuur waarvan je afhankelijk bent Digitale soevereiniteit stopt niet bij data. Ook netwerken en infrastructuur bepalen hoeveel controle een organisatie heeft over haar digitale dienstverlening. Wanneer de digitale economie afhankelijk is van internationale infrastructuur, kan een verstoring bovendien gevolgen hebben die verder gaat dan één organisatie. De sessie ‘Cyber warfare and weapons of mass disruption’ (9 september, 13.15 – 13.45 uur, Tech Theatre 6) van Hans-Dieter Hiep, assistant professor aan de Nederlandse Defensie Academie, kijkt naar precies dat vraagstuk. Hij bespreekt de afhankelijkheid van internet en cloudinfrastructuur en de gevolgen wanneer wereldwijde connectiviteit wordt verstoord. Daarbij staat het behouden van controle over kritieke infrastructuur centraal. Colt Technology Services sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.D084). De organisatie biedt netwerk- en connectiviteitsdiensten en richt zich onder meer op oplossingen waarbij organisaties meer controle houden over datastromen. Met zogenoemde ‘Sovereign SASE’-oplossingen kan data binnen het eigen netwerk en specifieke regio’s blijven. Wat levert deze stop op?Meer inzicht in de afhankelijkheid van netwerken en infrastructuur en in de vraag waar organisaties zelf controle moeten houden. Stap 4: verminder afhankelijkheden zonder jezelf af te sluiten Digitale soevereiniteit betekent niet dat iedere organisatie haar eigen technologie moet ontwikkelen. Volledige onafhankelijkheid is in een verbonden digitale economie nauwelijks realistisch. De vraag is daarom welke afhankelijkheden acceptabel zijn en waar gezamenlijke nationale of Europese capaciteit meerwaarde biedt. Dat komt sterk terug in het panel ‘Mythos meets its match: The Netherlands builds a national cyber capability’ (9 september, 11.00 – 11.30 uur, Stronger Together Partner Dome 7). Het panel gaat over Prometheus, een initiatief waarin Nederlandse cyberbedrijven, overheid, vitale infrastructuur en kennisinstellingen samenwerken aan een nationale cybercapaciteit. Het doel is om cyberweerbaarheid als een gezamenlijke voorziening voor de Nederlandse economie en samenleving te ontwikkelen. LiveDrop sluit hier als exposant op aan (stand 11.C024). De organisatie ontwikkelt technologie waarmee systemen gecontroleerd en eenzijdig data kunnen uitwisselen. Daarmee kunnen kritieke systemen worden afgeschermd zonder noodzakelijke gegevensuitwisseling onmogelijk te maken. Wat levert deze stop op?Een realistischer beeld van digitale autonomie. Het gaat niet om alles zelf doen, maar om bewust bepalen welke afhankelijkheden je accepteert en waar je zelf de regie wilt houden. Stap 5: zorg dat de ciso de regie ook kan houden Digitale soevereiniteit raakt uiteindelijk aan governance. Wie bepaalt welke cloud- en technologiekeuzes acceptabel zijn? Wie beoordeelt de risico’s van leveranciers? En wie neemt het besluit wanneer geopolitieke ontwikkelingen of nieuwe regelgeving een bestaande architectuur onder druk zetten? De sessie ‘De CISO in een wereld van datasoevereiniteit, NIS2 en AI … Over leiderschap wanneer controle, dreiging en verantwoordelijkheid verschuiven’ (9 september, 14.00 – 14.30 uur, Masterclass theater 5 en 10 september, 11.45 – 12.15 uur, Masterclass theater 4) brengt die vraag naar het niveau van de securityleider. Menno Methorst, principal information security advisor bij L2P, bespreekt onder meer de gevolgen van datasoevereiniteit, complexere leveranciersketens, ai en NIS2 voor de positie van de ciso. Key2XS sluit hier als exposant goed op aan (stand 11.C033). De Nederlandse startup koppelt fysieke toegangscontrole aan digitale identiteit en governance. Daarmee maakt het bedrijf zichtbaar dat controle over toegang niet ophoudt bij accounts en cloudplatformen. Ook fysieke toegang tot kritieke infrastructuur moet bestuurbaar, controleerbaar en aantoonbaar zijn. Wat levert deze stop op?Een concreter beeld van digitale soevereiniteit als governancevraagstuk. Technologiekeuzes, afhankelijkheden en toegangsrechten moeten niet alleen technisch werken, maar ook bestuurbaar zijn. Digitale soevereiniteit begint bij regie Wie deze route volgt, ziet dat digitale soevereiniteit veel verder gaat dan de vraag waar data wordt opgeslagen. Het begint met inzicht in wat soevereiniteit voor de organisatie betekent. Daarna volgen data, infrastructuur en de afhankelijkheden van leveranciers en technologie. Volledige onafhankelijkheid is daarbij niet het doel. Organisaties blijven onderdeel van een internationale digitale economie. De uitdaging is om bewust te bepalen waar afhankelijkheid acceptabel is en waar meer controle noodzakelijk is. Digitale soevereiniteit wordt daarmee een strategisch vraagstuk. Niet alles zelf willen doen, maar weten waar je afhankelijk van bent, welke risico’s dat oplevert en welke keuzes je hebt wanneer de omstandigheden veranderen. Wie die regie goed organiseert, houdt meer grip op data, technologie en de continuïteit van de eigen organisatie.
Kort: Licentie-koppeling VMware en Azure stopt, medisch drone-netwerk in de maak (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft faseert het gekoppelde licentieaanbod van Azure en VMware (AVS) uit, lage instroom technici, medisch drone-netwerk start in Meppel en Zwolle, cloudreuzen ontwijken Nvidia en verkoop serverkasten in de lift door groeiende vraag naar soevereiniteit. Microsoft staakt licentie-koppeling VMware en Azure Microsoft faseert de huidige licentieconstructie van Azure VMware Solution (AVS) uit. Daarmee verdwijnt de mogelijkheid om VMware‑omgevingen in Azure te draaien zonder zelf een VMware Cloud Foundation (VCF)‑licentie aan te schaffen. Bestaande klanten moeten uiterlijk 30 augustus 2027 overstappen. Dat meldt Microsoft in een Azure-update. In de huidige AVS‑variant zijn VMware‑producten zoals vSphere, vCenter, vSAN en NSX inbegrepen. Dat stopt: vanaf 31 oktober 2026 verkoopt Microsoft geen nieuwe AVS‑omgevingen meer met ingebouwde VMware‑licenties. Klanten moeten voortaan een eigen VCF‑licentie bij Broadcom kopen en AVS gebruiken via het Bring Your Own License model (AVS VCF BYOL). De wijziging volgt uit Broadcoms nieuwe licentiestrategie na de overname van VMware. Hyperscalers mogen VMware‑licenties niet langer als onderdeel van hun clouddiensten aanbieden. Lage instroom technici vormt risico voor groei Nederland heeft een sterke basis aan bèta‑technische experts, maar de aanwas blijft achter. Dat blijkt uit de Global STEM Skills Outlook van het Centre for Economics and Business Research (Cebr), in opdracht van workforce‑consultancy SThree. Ons land telt 11 bèta‑technische afgestudeerden per duizend werkenden en scoort daarmee boven het gemiddelde. Maar slechts 18,6 procent van de studenten kiest voor een technische opleiding, fors lager dan het Europese gemiddelde van 26,9 procent. Volgens de onderzoekers botst Nederland daarmee op een structureel risico: een sterke technologiesector en hoge R&D‑investeringen, maar een te lage instroom van nieuw talent. Dat kan de toekomstige groei remmen. De index plaatst Nederland daarom in een gematigd risicoprofiel. Blijvend investeren in talentontwikkeling en het aantrekken én behouden van technische professionals zijn volgens de onderzoekers noodzakelijk om frictie op de arbeidsmarkt te voorkomen. Zwolle–Meppel blauwdruk voor medisch dronenetwerk Een pilot met medische dronevluchten tussen de Isala-ziekenhuizen in Meppel en Zwolle wordt verlengd tot medio 2027. Het gaat om de eerste Nederlandse proef waarbij een jaar lang structureel medische goederen per drone zijn vervoerd tussen twee ziekenhuislocaties. In totaal zijn meer dan achthonderd vluchten uitgevoerd over een vaste route van 22 kilometer. Dat gebeurde met een gemiddelde vluchtduur van 14 minuten en een operationele inzetbaarheid van 92 tot 95 procent. De drones van ANWB vervoerden onder meer paracetamol, gekoelde medicatie en bloedmonsters. Daarbij is onderzocht hoe dronevervoer aansluit op ziekenhuisprocessen en of de kwaliteit van medische goederen behouden blijft. De vluchten vonden plaats in gedeeld luchtruim, wat waardevolle praktijkervaring opleverde voor veilige integratie in het Nederlandse luchtruim. Technisch draait de operatie op KPN Drone Connect, waarbij de drones via het 4G‑ en 5G‑netwerk realtime inzicht hebben in dekking en verbindingskwaliteit op dronehoogte. Het ministerie van IenW, ANWB, Isala, KPN en Luchtverkeersleiding Nederland gebruiken de resultaten als basis voor verdere ontwikkeling van een landelijk medisch dronenetwerk. Grote techbedrijven ontwikkelen vaker zelf ai-chips Grote aanbieders van clouddiensten zoals Amazon, Microsoft en Oracle proberen minder afhankelijk te worden van de dure ai-chips van Nvidia. Ze ontwikkelen steeds vaker zelf chips, schetst Jean-Paul van Oudheusden van beleggingsplatform Etoro in een marktcommentaar. Hij wijst op de opkomst van ai‑inference. Dat is het proces waarbij een al getraind ai-model nieuwe, onbekende data analyseert om voorspellingen, beslissingen of antwoorden te genereren. Het model leert hierbij niet meer bij, maar past de eerder geleerde patronen direct toe in de praktijk. Uit aangehaalde cijfers van onderzoeksinstituut Epoch AI blijkt dat Amazon inmiddels bijna de helft van zijn rekenkracht uit eigen chips haalt. Google gaat nog verder: het grootste deel van zijn ai‑capaciteit draait op zelf ontworpen chips. Microsoft, Meta, Oracle, CoreWeave en xAI leunen nog sterk op Nvidia‑hardware. Ai-inference groeit snel door de opkomst van ai‑agents, die zelfstandig meerdere stappen uitvoeren. Daardoor wordt de prijs per berekening belangrijker dan maximale flexibiliteit, wat kansen biedt voor gespecialiseerde zogenoemde asic‑chips (application-specific integrated circuit), vat Van Oudheusden samen. Flinke groei verkoop serverkasten De verkoop van serverkasten bij het Almelose DSIT lag in juni van dit jaar 47 procent hoger dan een jaar eerder. Dat blijkt uit een analyse van de verkoopcijfers van het bedrijf. De piek valt samen met de maand waarin de Europese Commissie voorstelde minder afhankelijk te worden van Amerikaanse clouddiensten. ‘De groei loopt al twee kwartalen op en komt vrijwel volledig van zakelijke kopers: bedrijven met een eigen serverruimte en it-dienstverleners die bij klanten installeren’, schrijft het bedrijf in een persbericht. In het eerste kwartaal van dit jaar lag de verkoop 12 procent hoger dan een jaar eerder. In het tweede kwartaal liep dat op tot 19 procent, met juni als uitschieter. Het zijn de twee sterkste kwartalen sinds het begin van de meting in januari 2023. Van de verkochte kasten gaat 95 procent naar zakelijke klanten.‘Serverkasten staan doorgaans in serverruimtes van bedrijven, instellingen en kantoren. Wie e-mail, bestanden of bedrijfssoftware in eigen beheer wil draaien in plaats van bij een Amerikaanse clouddienst, heeft daar fysiek plek voor nodig. Dat begint bij een kast. De verkoop ervan geldt daarmee als vroege indicator voor investeringen in eigen it-infrastructuur’, aldus het bedrijf. De bestellingen komen uit onder meer Nederland, Duitsland, België, Frankrijk en Zwitserland.
Unit4 breidt klantenbestand in publieke sector uit
1 week
Unit4 breidt zijn positie in de publieke sector uit met nieuwe klanten in Nederland, Engeland en Zweden. Volgens de leverancier van cloud-erp groeit de vraag naar saas-oplossingen doordat overheden onder druk staan om te digitaliseren, ai toe te passen en kosten te verlagen. In Nederland stapten de gemeenten Delft en Eindhoven over op Unit4 ERPx. Ook een organisatie die lokale overheden in Engeland en Wales vertegenwoordigd (Britse Local Government Association) en de Zweedse gemeente Södertälje behoren tot de nieuwe klanten. Unit4 noemt geen contractwaarden. Het softwarebedrijf, met het hoofdkantoor in Utrecht en locaties en kantoren in onder andere Dordrecht en Sliedrecht, breidt zijn erp-platform daarnaast uit met Data Hub en FIX. Data Hub maakt het eenvoudiger om gegevens uit ERPx te ontsluiten en te koppelen aan analysetools. FIX biedt financiële teams en budgethouders een centraal overzicht van operationele cijfers. Unit4 heeft bovendien Christoffer Crona aangesteld als topman Global Sales Public Sector. Ian Owen wordt Global Industry Director Public Sector.
Fortinet neemt Virtue AI over om snelgroeiende ai-beveiligingsmarkt
1 week
Cybersecuritybedrijf Fortinet neemt Virtue AI over, een Amerikaanse ontwikkelaar van technologie voor de beveiliging van ai-modellen, applicaties en autonome ai-systemen. Met de overname wil Fortinet zijn Security for AI-strategie uitbreiden naar zogeheten agentic ai. De markt voor het beveiligen van ai-systemen groeit snel doordat organisaties vaker naar ai-applicaties en autonome agents grijpen. Daarmee ontstaat een nieuw aanvalsoppervlak dat verder gaat dan traditionele netwerken en endpoints. Ook prompts, modellen, agents, model context protocol-tools (waarmee ai-modellen en ai-agents op een gestandaardiseerde manier toegang krijgen tot externe gegevens en hulpmiddelen) en api-aanroepen moeten worden beveiligd. Volgens Gartner groeit de markt voor producten en diensten voor ai-beveiliging van 2,8 miljard dollar in 2026 naar 16,4 miljard dollar in 2030. Virtue AI, gevestigd in San Francisco, Californië, ontwikkelt onder meer technologie voor geautomatiseerde validatie en realtimebescherming. De software kan autonome agents testen op kwetsbaarheden, ai-tools en agents binnen organisaties in kaart brengen en verdachte tool-aanroepen blokkeren. Ook worden ai-systemen continu getest bij modelupdates. De technologie vormt een aanvulling op FortiAIGate, dat onder meer bescherming biedt tegen prompt injection (waarbij gepoogd wordt een ai-model instructies te laten uitvoeren die de oorspronkelijke opdracht omzeilen) datalekken en model poisoning (trainingsdata van een ai-model worden gemanipuleerd). Financiële details van de overname zijn niet bekendgemaakt.
Verkoop Solvinity vertraagt bouw nieuw inlogstelsel overheid niet
1 week
De mogelijke verkoop van Solvinity aan Kyndryl heeft geen invloed op de ontwikkeling van het afsprakenstelsel en technische netwerk van de overheid voor het gebruik van verschillende erkende inlogmiddelen, zoals DigiD en eHerkenning. Het kabinet verwacht geen vertraging van het zogenoemde Stelsel Toegang als rechtstreeks gevolg van een mogelijke verkoop van ketenpartners aan buitenlandse partijen. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) antwoordt dit op vragen van de Eerste Kamer over de evaluatie van de Wet digitale overheid (Wdo). Het Stelsel Toegang geeft invulling aan het wettelijke kader van die wet. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van autonomie en soevereiniteit kunnen volgens Aerdts aanleiding zijn om het stelsel verder aan te passen. Aerdts benadrukt dat het Stelsel Toegang geen statisch eindproduct is, maar voortdurend wordt doorontwikkeld. Het afsprakenstelsel, waaraan een technische infrastructuur is gekoppeld, is begin volgend jaar technisch beschikbaar. Vervolgens wordt het modulair en gefaseerd uitgebreid. Functionaliteiten die volgend jaar beschikbaar komen, hebben betrekking op wettelijke vertegenwoordiging en de open toelating van private inlogmiddelen voor publieke dienstverlening. Publieke dienstverleners kunnen volgend jaar starten met aansluiten op het stelsel. De voorbereidingen daarvoor zijn al begonnen. Buitenlandse handen De mogelijke verkoop van Solvinity geeft volgens het kabinet geen aanleiding tot extra beleid om te voorkomen dat it-diensten die de publieke dienstverlening raken in buitenlandse handen vallen. Het kabinet zet al in op het verminderen van ongewenste strategische afhankelijkheden en het vergroten van de technologische zelfredzaamheid. Aerdts wijst daarnaast op de beveiligingseisen die sinds begin dit jaar gelden voor bedrijven die overheidsopdrachten uitvoeren waarbij de nationale veiligheid in het geding kan zijn. Ook is er een Rijksbrede it-sourcingstrategie, waarmee het Rijk risico-gebaseerd en uniform kan besluiten over it-inkoop en leverancierskeuze. Verder wordt onderzocht of naast de huidige eisen uit de Wdo aanvullende eisen voor inlogmiddelen nodig zijn vanwege soevereiniteit. Het Stelsel Toegang moet ertoe leiden dat overheden in één keer kunnen aansluiten op alle beschikbare inlogmiddelen en machtigingsdiensten. Daarbij gelden de strenge eisen uit de Wdo, onder meer voor het verwerken van gevoelige gegevens in sectoren zoals de zorg.
Advies GTIA aan msp’s: bouw nu EU-soevereine stack naast je Amerikaanse tools
1 week
Interview | Steven Tytgat (Benelux Executive Council) Managed service providers (msp’s) moeten naast hun klassieke Amerikaanse stack een EU-soevereine stack ontwikkelen. Daar ligt de groei in de komende jaren. Een succesvolle Europese msp heeft vanaf nu beide naast elkaar nodig. De Global Technology Industry Association (GTIA), de vendor-neutrale non-profitorganisatie die het wereldwijde it-kanaal vertegenwoordigt, ziet grote veranderingen op de EU-markt. Europese soevereiniteit biedt nieuwe kansen voor msp’s. Steven Tytgat, voorzitter Benelux Executive Council. Steven Tytgat, voorzitter van de Benelux Executive Council (regionale raad die de lokale it- en tech-community in Benelux aanstuurt en nauw samenwerkt met GTIA), roept msp’s op om snel te reageren op het snel veranderende technologische en geopolitieke landschap. ‘Zorg zo spoedig mogelijk voor een EU-stack’, zegt hij. ‘De markt is bijna gelijk aan de klassieke Amerikaanse stack.’ En, niet onbelangrijk, met een EU-stack zijn hogere marges te bereiken. ‘Want het vereist meer technische kennis van de msp.’ Tytgat, tevens ceo van het Vlaamse bedrijf Tyneso (serviceprovider en it-outsourcing), ziet dat de tijd dat we blindelings Amerikaanse technologie volgden voorbij is. De Europese Commissie wil krachtiger en directer ingrijpen in de it-structuren en de software-inkoop van EU-lidstaten, zo bleek afgelopen voorjaar. Brussel De kern van het EU Tech Souvereiniteit Pakket is dat de EU niet alleen diensten moet afnemen, maar actief de markt wil vormgeven. Anders gezegd: Brussel trekt de regie naar zich toe. De Commissie ambieert een leidende, vormgevende rol. Dit alles met het doel de EU technologisch minder afhankelijk te maken van Amerikaanse tech. Strategische afhankelijkheden met een hoog risico moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Tot de belangrijkste bestanddelen van het soevereiniteitspakket behoren de EU Chips Act 2.0 en de Cloud & AI Development Act (cAda). Hoewel de Europese plannen nog niet definitief zijn, zouden channelpartners nu al moeten nadenken over een data-sovereign-stack van Europese signatuur. msp’s die uitsluitend een ‘klassieke Amerikaanse stack’ bieden, lopen het risico straks de boot te missen. Tytgat onderstreept dat de nieuwe regels waarmee de Commissie onherroepelijk gaat komen, nieuwe kansen bieden. ‘En wie snel reageert, wint de opdrachten.’ De spreekbuis van GTIA beschouwt het EU-soevereiniteitspakket als een echte gamechanger. Het eerst zal dit te merken zijn bij de overheidsaanbestedingen, met name als het gaat om kritieke infrastructuur. Bedrijven in het mkb zullen volgen. Cada Bij de stapel beleid die de Commissie heeft voorgesteld, springt vooral de nieuwe Cloud & AI Development Act (Cada) eruit. Dit wetsvoorstel legt veel nadruk op Europese datacenters en cloud. Volgens Tytgat krijgen bestaande Europese leveranciers en cloudproviders hierdoor meer kansen. Cada stelt niet expliciet dat soevereine datacenters voorrang moeten krijgen, zo blijkt uit een analyse van de Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC). Het pakket omvat geen verplicht Europees inkoopbeleid. Wel komen er meerdere mechanismen waarmee deze datacenters feitelijk een voorkeurspositie krijgen bij vergunningen, toegang tot schaarse infrastructuur en ondersteuning bij vergunningverlening. Hoe breder de EU-stack wordt gebruikt, des te minder weerstand Bij publieke aanbestedingen voor clouddiensten of ai vereist de Commissie dat er toegevoegde waarde bestaat voor de EU. Ook Europese msp’s die zich op dit punt onderscheiden, kunnen hiervan profiteren. Tytgat ziet al initiatieven om hierop in te spelen: ‘msp’s overwegen ofwel hun eigen cloud te bouwen, ofwel samen te werken met EU-providers zoals Hetzner, Ionos en Scaleway. Voorheen keken ze simpelweg niet verder dan AWS en Azure.’ Opensource Een andere kans voor msp’s vloeit voort uit de wens van de EU om opensource in de gehele stack te integreren. Volgens Tytgat is het it-kanaal daar klaar voor. ‘De meeste msp’s werken actief met Linux. Ze kijken naar op Linux gebaseerde alternatieven zoals Proxmox voor VMware. Voorlopig blijft opensource op de achtergrond of in het datacenter. Aan de voorkant, in het contact met de consument, gebruiken we nog steeds Windows/OS X/365/Google Workspace. De overstap naar Linux voor de klant, met Office EU – Europa’s opensourceproductiviteitssuite – zal eerst op overheidsniveau plaatsvinden (bijvoorbeeld Sleeswijk-Holstein) en daarna bij het mkb.’ Tytgat verwacht dat het EU Tech Souvereiniteit Pakket over een jaar of vijf succesvol zal zijn. ‘Hoe breder de EU-stack wordt gebruikt, des te minder weerstand er zal zijn bij commerciële bedrijven om deze stack te adopteren. Dit zal uitgroeien tot een aanzienlijk deel van de markt. Als de overheid het onderwijs al vroeg kan aanpassen om de EU-standaarden te implementeren, zal de nieuwe beroepsbevolking eraan wennen en de overgang naar open source verder stimuleren.’ Voor de msp’s is afwachten terwijl de EU snel verandert geen optie. Want dan dreigt een verouderd aanbod. Kortom, nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Wie is eigenaar van cyberweerbaarheid?
1 week
Mietta Groeneveld en Jeroen Gaiser tijdens Cybersec Netherlands 2026 Op donderdag 10 september verzorgen kolonel Mietta Groeneveld van het Nato Command & Control Centre of Excellence en Jeroen Gaiser, plaatsvervangend ciso van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, op Cybersec Netherlands 2026 een sessie met de titel ‘Between threat and reality: who owns cyber resilience today?’ Een vraag die actueler is dan ooit. Omdat geopolitieke spanningen hun weerslag vinden in het digitale domein, rijst de fundamentele kwestie wie eigenlijk verantwoordelijk is voor onze digitale weerbaarheid. Cybersecurity is allang geen onderwerp meer dat zich beperkt tot de it-afdeling. De afgelopen jaren maken duidelijk dat digitale aanvallen onderdeel zijn geworden van een bredere geopolitieke werkelijkheid. Staten zetten cyberoperaties in om economische druk uit te oefenen, maatschappelijke onrust te creëren of vitale processen te verstoren. Daarbij zijn niet alleen militaire doelwitten interessant. Juist de civiele infrastructuur is uitgegroeid tot een aantrekkelijk aangrijpingspunt. Alles digitaal verbonden Dat is niet verrassend. Vrijwel alles wat onze samenleving draaiende houdt, is tegenwoordig digitaal verbonden. Energievoorziening, drinkwater, transport, havens, telecom, gezondheidszorg en overheidsdiensten vormen samen het fundament van onze economie en maatschappij. Een verstoring van een schakel blijft zelden beperkt tot één organisatie. Door de onderlinge afhankelijkheden verspreiden de gevolgen zich razendsnel door de hele keten. Cyber resilience verschuift van een technisch begrip naar een strategische bestuursopgave Daarmee verandert ook de betekenis van cybersecurity. Waar organisaties jarenlang vooral investeren in het voorkomen van aanvallen, groeit het besef dat volledige bescherming simpelweg niet meer realistisch is. De vraag is niet langer of een organisatie wordt geraakt, maar hoe snel zij een aanval kan detecteren, de impact kan beperken en haar dienstverlening kan herstellen. Cyber resilience (digitale weerbaarheid) verschuift daarmee van een technisch begrip naar een strategische bestuursopgave. Operationeel domein Juist daar ontstaat een interessante spanning. Defensie kijkt al langer naar cyber als een operationeel domein waarin dreigingen continu aanwezig zijn. Niet elke aanval is zichtbaar, niet iedere tegenstander maakt zich bekend en niet elke verstoring is direct toe te schrijven aan een specifieke actor. In dat speelveld draait het niet uitsluitend om bescherming, maar vooral om veerkracht, samenwerking en het vermogen om onder alle omstandigheden operationeel te blijven. Voor organisaties die onderdeel uitmaken van de kritieke infrastructuur is die werkelijkheid inmiddels net zo herkenbaar. Zij opereren in een omgeving waarin it en operationele technologie (ot) met elkaar verweven raken, afhankelijkheden binnen internationale ketens toenemen en wet- en regelgeving hogere eisen stelt aan bestuurders. Tegelijkertijd blijven personeelstekorten, legacy-systemen en de voortdurende stroom aan nieuwe dreigingen dagelijkse uitdagingen. Cyberrisico’s Digitale risico’s hebben directe gevolgen voor bedrijfscontinuïteit, publieke dienstverlening en maatschappelijke stabiliteit. Bestuurders kunnen verantwoordelijkheid voor digitale weerbaarheid daarom niet uitsluitend beleggen bij de ciso of de it-afdeling. Net zoals financiële risico’s of fysieke veiligheid onderdeel zijn van goed bestuur, geldt dat inmiddels ook voor cyberrisico’s. Digitale weerbaarheid kan nooit uitsluitend individueel worden georganiseerd Er is nog een tweede vraag die minstens zo belangrijk is. Want zelfs wanneer organisaties hun eigen beveiliging op orde hebben, zijn zij afhankelijk van leveranciers, partners, overheden en andere partijen binnen de keten. Kritieke infrastructuur bestaat uit een netwerk van onderling verbonden organisaties. Digitale weerbaarheid kan daarom nooit uitsluitend individueel worden georganiseerd. Maatschappelijke continuïteit Samenwerking wordt daarmee een strategische noodzaak. Het delen van dreigingsinformatie, gezamenlijke oefeningen, uniforme standaarden en publiek-private samenwerking zijn geen vrijblijvende initiatieven meer, maar voorwaarden om maatschappelijke continuïteit te waarborgen. Dat vraagt om vertrouwen, transparantie en de bereidheid om over organisatiegrenzen heen te kijken. Tegelijkertijd blijkt dat juist in de praktijk vaak weerbarstig door uiteenlopende belangen, verantwoordelijkheden en volwassenheidsniveaus. De centrale vraag verschuift daardoor van ‘hoe beveiligen we onze organisatie?’ naar ‘hoe zorgen we ervoor dat de samenleving als geheel digitaal weerbaar blijft?’. Dat vraagt om een fundamenteel andere manier van denken over eigenaarschap. Cyber resilience is niet langer exclusief van de ciso, de cio of Defensie. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van bestuurders, overheid, bedrijfsleven en de organisaties die samen onze vitale infrastructuur vormen. Wie is eigenaar? Precies dat spanningsveld staat tijdens Cybersec Netherlands 2026 centraal tijdens de gezamenlijke sessie van Mietta Groeneveld en Jeroen Gaiser op 10 september om 13.05 uur. Vanuit hun verschillende verantwoordelijkheden laten zij zien hoe de strategische realiteit van geopolitieke dreigingen en de dagelijkse praktijk van de Nederlandse kritieke infrastructuur steeds dichter naar elkaar toe groeien. Niet om eenvoudige antwoorden te geven, maar om het gesprek te voeren over de vraag die iedere bestuurder zou moeten bezighouden: wie is eigenaar van cyber resilience wanneer alles met elkaar verbonden is? Bezoek Cybersec Netherlands 2026! Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen. Registreer je gratis
Ai-supercomputer Groningen boet aan rekenkracht in door oplopende kosten
1 week
De nationale ai-fabriek in Groningen krijgt naar alle waarschijnlijkheid een minder krachtige ai-supercomputer dan anderhalf jaar geleden werd voorzien. Het beschikbare investeringsbudget van 64 miljoen euro staat onder druk door sterk gestegen prijzen van belangrijke componenten en leveringsproblemen. De supercomputer moet eind 2027 of begin 2028 operationeel zijn. Dat heeft gevolgen voor zowel de uiteindelijke omvang als de planning van de supercomputer. Alex Berg heeft vanuit Suef de supervisie over de aanbestedingen van de ai-supercomputer en het datacenter. Hoeveel gpu’s de supercomputer uiteindelijk precies krijgt, kan hij tijdens de lopende aanbesteding nog niet zeggen. Berg ziet dat de markt voor het type ai-hardware dat Groningen vereist, snel is veranderd. ‘Er zitten op dit moment heel veel onzekerheden in de markt, en daarmee ook in de kosten en planning’, aldus Berg. De explosieve groei van ai speelt daarin een grote rol. Grote techbedrijven investeren wereldwijd enorme bedragen in ai-infrastructuur. Daardoor is de vraag naar onder meer gpu’s, geheugen en opslag veel groter dan het beschikbare aanbod. Hoogten Sommige geheugenchips zijn in een jaar tijd vijf keer zo duur geworden, meldde Deloitte onlangs. De vraag vanuit ai-datacenters heeft de prijzen tot ongekende hoogten gestuwd. Nieuwe productiecapaciteit is pas tegen 2029/2030 te verwachten. Terwijl processors steeds sneller worden, heeft het traditionele computergeheugen zijn fysieke grenzen bereikt. Dit heeft ook effect op faciliteiten zoals die in Groningen, waar ai-modellen moeten worden getraind. De beoogde supercomputer dient krachtig genoeg te zijn om geavanceerde ai-modellen te trainen. Tegelijk moet de computer ook een ‘werkpaard’ worden: een machine die dagelijks gebruikt kan worden voor een veel breder scala aan ai-toepassingen en ontwikkelprojecten. Startups, scale-ups, onderzoekers, onderwijsinstellingen en publieke organisaties moeten daar terecht kunnen. Volgens Berg gaat het niet alleen om de hardware zelf. Het is minstens zo belangrijk hoe het systeem wordt ingericht, welke software erop staat en hoe goed de computer is beveiligd om met privacygevoelige gegevens te werken. Dit alles bepaalt wat gebruikers er straks daadwerkelijk mee kunnen. ‘We moeten niet alleen kijken naar hoe groot de computer is, maar vooral naar wat je ermee kunt doen,’ zegt Berg. Finale Naast de aanbesteding van de supercomputer loopt de aanbesteding voor het datacenter in de provincie Groningen. De besluitvorming rond het datacenter wordt de komende maand al verwacht. ‘Dat proces is inmiddels vergevorderd. De finale voorstellen van gegadigden zijn ontvangen en worden beoordeeld.’ Naast de prijs wegen ook de haalbaarheid van de planning, soevereiniteit, duurzaamheid en kwaliteit van de dienstverlening zwaar. Een contract voor het datacenter betekent overigens nog niet dat de ai-supercomputer er staat. De twee aanbestedingen zijn nauw met elkaar verbonden. Naar verwachting wordt de aanbesteding van de ai-supercomputer in januari 2027 afgerond. Als alles meezit, kan het systeem eind 2027 of begin 2028 operationeel zijn.
Kort: Vercel zet miljoen in op eigen ai-sandbox, Nederland tweede van Europa met export ai-goederen (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: 50.000 dollar voor wie Vercels ai-sandbox kraakt, Nederlandse chipmachines stuwen export ai-goederen naar tachtig miljard euro, Meta onder vuur om verslavende sociale media, Macaw vindt in Robbert de Ruijter nieuwe ceo, en digitaal zorgplatform Compaan in Finse handen. Vercel looft miljoen dollar uit voor kraken ai-sandbox Vercel daagt beveiligingsonderzoekers uit om zijn Sandbox voor ai-agents te kraken. Het Amerikaanse bedrijf stelt maximaal één miljoen dollar aan beloningen beschikbaar tijdens een twee weken durende challenge op het door hackers aangedreven beveiligingsplatform HackerOne. Per gevonden kwetsbaarheid kan de beloning oplopen tot een halve ton. Deelnemers kunnen proberen de sandbox te omzeilen, toegang te krijgen tot die van andere gebruikers of netwerkbeperkingen te doorbreken. Omdat ai-agents zelfstandig code kunnen uitvoeren, software installeren en programma’s genereren, is isolatie van mogelijk kwaadaardige code essentieel. De challenge test zowel de reken- als netwerkbeveiliging van Vercel Sandbox. Onderzoekers moeten hun bevindingen voorzien van een werkende proof of concept. Vercel gebruikt de ontdekte aanvalstechnieken vervolgens om de beveiliging verder aan te scherpen. De uitdaging loopt tot 1 september 2026. Nederland tweede Europese exporteur van ai-goederen Nederland is na Duitsland de grootste Europese exporteur van goederen die nodig zijn voor de ontwikkeling en toepassing van ai. Wereldwijd staat Nederland met ruim tachtig miljard euro aan export op de elfde plaats, blijkt uit onderzoek van kredietverzekeraar Atradius. Vooral chipproductiemachines doen duit in het zakje. Nederland is dankzij ASML wereldwijd de grootste exporteur in deze productcategorie. De wereldwijde export van ai-gerelateerde goederen, waaronder processors, geheugenchips, servers en netwerkapparatuur, bedroeg in 2024 ruim 2,9 biljoen euro, drie keer zoveel als tien jaar eerder. Aziatische economieën zijn goed voor 65 procent van deze export. China, Hongkong, Taiwan, Singapore en Zuid-Korea domineren de productie van halfgeleiders en ai-apparatuur. Volgens Atradius maakt deze concentratie Europa kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en verstoringen van toeleveringsketens. Juridische storm bedreigt verdienmodel Meta Het bedrijfsmodel van Meta staat onder druk nu het moederbedrijf van Facebook en Instagram de ene rechtszaak na de andere aan de broek krijgt. Volgens de Wall Street Journal wordt Meta geconfronteerd met duizenden juridische procedures.Tientallen staten, schooldistricten en individuele gebruikers van sociale media beweren dat Meta winstbejag stelt boven de mentale gezondheid van minderjarige gebruikers. Procureurs-generaals menen dat Meta diverse wetten ter bescherming van consumenten en ook jongeren overtreedt.Als meerdere zaken in nederlagen eindigen, zal het moeilijk worden op dezelfde manier greep op zijn publiek te houden. Dinsdag beschuldigden vier Amerikaanse staten Meta ervan zijn platforms voor minderjarigen bewust verslavend te maken. Meta wijst de claims af die gepaard gaan met astronomische financiële eisen. In New Mexico heeft een rechter Meta al bevolen een compensatiefonds van 567 miljard dollar op te richten. Macaw benoemt Robbert de Ruijter tot nieuwe topman Digitale dienstverlener Macaw heeft Robbert de Ruijter benoemd tot ceo. De Ruijter moet het bedrijf verder positioneren als strategische partner voor organisaties die ai en digitale transformatie willen vertalen naar concrete bedrijfswaarde. Robbert de Ruijter. De nieuwe topman brengt ervaring mee in it-dienstverlening, transformatie en private-equityomgevingen. Hij was onder meer ceo van Eshgro Group, portfolio director bij Your.World en coo van AFAS Software. Bij Macaw richt hij zich op verdere groei in Nederland en daarbuiten en op het versterken van de positie op het gebied van ai en digitale transformatie. De Ruijter vormt samen met cfo/coo Patrick Steenvoorden de directie. Macaw telt circa vierhonderd medewerkers in Nederland, Duitsland en Litouwen en is strategisch partner van Microsoft. Evondos neemt digitaal zorgplatform Compaan over Het Finse healthtechbedrijf Evondos neemt het Nederlandse digitale zorgplatform Compaan over. Met de overname willen beide bedrijven hun aanbod voor thuiszorg en geriatrische revalidatiezorg versterken. Compaan biedt onder meer beeldzorg, zorg op afstand en digitale werkprocessen via een gebruiksvriendelijke tabletoplossing. Het platform wordt gebruikt door ruim tienduizend cliënten bij meer dan 150 thuiszorgorganisaties en 45 revalidatieorganisaties. Wekelijks faciliteert Compaan circa 33.000 virtuele zorgmomenten. Evondos is actief met geautomatiseerde medicatie-uitgifte en ondersteunt meer dan veertigduizend patiënten in Europa bij zelfstandig wonen. Volgens Evondos-ceo Frans Cromme vullen de oplossingen elkaar aan en ontstaat een breder platform voor efficiëntere en cliëntgerichte zorg. Er zijn geen plannen voor personeelsreducties. Voor bestaande klanten en partners verandert er voorlopig niets.
Helft NIS2-organisaties mist deadline: D66 uit zorgen
1 week
D66 vindt het zorgelijk dat ruim de helft van de organisaties die onder de Cyberbeveiligingswet vallen, zich nog niet heeft geregistreerd. De registratieplicht geldt sinds 15 augustus. Veel bedrijven en instellingen misten de eerste deadline bleek uit navraag van Computable. Tweede Kamerlid Sarah El Boujdaini, die bij D66 de portefeuille Digitale Zaken beheert, vraagt zich af waarom veel organisaties zich nog niet hebben geregistreerd. Organisaties die essentiële of kritieke diensten verlenen, moeten zich aanmelden bij het Nationaal Cybersecurity Centrum (NCSC). Waarom dat onvoldoende gebeurt, is nog onduidelijk.De Cyberbeveiligingswet is de Nederlandse uitvoering van de Europese NIS2-richtlijn. El Boujdaini constateert dat over NIS2 jarenlang uitvoerig is gesproken. De komst van wet- en regelgeving die organisaties met kritieke diensten verplicht om hun beveiliging goed in te richten, kan voor niemand een echte verrassing zijn. ‘Het is nu echt tijd om actief met effectieve implementatie bezig te zijn, te meer daar er nog heel veel digitale technologie in aantocht is die actief beveiligingsbeleid urgent maakt.’BewustwordingscampagneSarah noemt ai en quantumcomputing als voorbeelden; allemaal zaken die veel voorbereiding vereisen. ‘De Cyberbeveiligingswet gaat ons daarbij helpen,’ zegt het D66-kamerlid dat eerder bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I en W) als ambtenaar de CIO en CDO adviseerde. Ze weet uit ervaring bij I en W dat het soms lang kan duren voordat bedrijven zich van bepaalde nieuwe regelgeving bewust zijn. Voor de vrachtwagenheffing bijvoorbeeld, moet elke vrachtwagen een werkend tolkastje aan boord hebben. Een bewustwordingscampagne was nodig om eigenaren van vrachtwagens te bewegen met zo’n kastje de weg op te gaan. El Boujdaini vreest dat het met de implementatie van de Cyberbeveiligingswet niet anders is. ‘Naast het creëren van meer bewustzijn ligt op de overheid de taak om hulp en ondersteuning te bieden.’ Het Nationaal Cybersecurity Centrum doet dat overigens ook bij organisaties die zich registreren en aangeven hulp nodig te hebben. Mocht straks blijken dat de overheid niet genoeg heeft gedaan om de duizenden bedrijven die onder deze wet vallen actief te informeren en te waarschuwen dan zijn volgens haar extra maatregelen nodig. Ze gaat er vooralsnog niet van uit dat het niet voldoen aan de Cyberbeveiligingswet een kwestie van onwil is of dat de wet te complex is dan wel onduidelijk is geformuleerd.Het D66-kamerlid ziet ook een parallel met de privacywetgeving AVG die regels oplegt aan organisaties die persoonsgegevens verwerken. ‘Sommige bedrijven blijken hulp nodig te hebben om alles goed in te regelen. Met name de beveiliging moet op orde zijn.’ DatalekkenCyberbeveiliging krijgt in de Tweede Kamer veel aandacht. De datalekken bij Basic Fit, Booking.com, Odido, bevolkingsonderzoek borstkanker en nu ook CEVA Logistics duperen grote aantallen burgers. El Boujdaini bereidt momenteel een initiatiefnota voor om meer te doen aan de preventieve kant. Ze licht toe: ‘Na ieder nieuw datalek voeren we steeds hetzelfde gesprek: hoe heeft dit kunnen gebeuren, welke gegevens zijn gelekt en hoe voorkomen we dat dit opnieuw gebeurt? Het zijn belangrijke vragen, maar ze komen pas nadat de schade al is aangericht. Als we echt vooruit willen, vraagt dat om meer dan het voorkomen van het volgende datalek. Het vraagt om een ander systeem, een steviger slot op persoonsgegevens waarvan iedereen de sleutel zelf in handen heeft. Vandaag de dag laten we onze gegevens immers nog overal achter, bijvoorbeeld voor een sportabonnement of bij de telecomprovider. Hiermee geven we die sleutel nog te vaak uit handen aan organisaties die grote hoeveelheden persoonsgegevens opslaan. De vraag is daarom hoe we ervoor zorgen dat mensen in het digitale tijdperk baas blijven over hun eigen gegevens.’Initiatiefnota voor dataminimalisatieDe initiatiefnota wil het systeem veranderen door te werken aan dataminimalisatie: gegevens meer bij personen houden en die niet overal verspreiden. Volgens El Boujdaini biedt de digitale wallet kans meer gegevens bij jezelf te houden. Verificatiemethoden vragen niet altijd om een grote detaillering. Soms is het niet nodig precies te weten hoe oud iemand is. Volstaan kan worden met het gegeven dat een persoon ouder is dan 18 jaar. ‘De Europese verordening voor elektronische identificatie en vertrouwensdiensten (eIDAS) zal de komst van digitale ID- en business-wallets kunnen versnellen,’ aldus Sarah. Qua digitale weerbaarheid moet er in Nederland nog veel gebeuren. El Boujdaini constateert dat Nederland op de National Cyber Security Index (NCSI) is gedaald van de 20ste naar de 36ste plek. Afgelopen juni nam de Tweede Kamer unaniem haar motie aan die de regering verzoekt dit jaar nog een plan van aanpak te sturen ter verbetering van de cyberweerbaarheid van Nederland.Kom naar Cybersec Netherlands 2026!Wil je zelf ontdekken hoe jouw organisatie van NIS2-compliance naar aantoonbare cyberweerbaarheid kan komen?Registreer je voor Cybersec Netherlands 2026 op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht.Gebruik deze route als startpunt voor je bezoek.👉🏼 Registreer je gratis.
Omstreden EU-datawet van kracht voor ict-sector
1 week
Digitale dienstverleners moeten verplicht data afstaan als een rechter uit een Europese lidstaat hen daartoe verzoekt. Dat staat in de omstreden Europese eEvidence‑verordening die op 18 augustus in werking is gegaan. Hoewel de database voor de registratie van dergelijke verzoeken nog niet klaar is, moeten bedrijven al wel aan de wet voldoen, waarschuwt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Critici wijzen al langer op privacyrisico’s, disproportionele bevoegdheden en onrealistische deadlines. De eEvidence-verordening geldt voor aanbieders van internet- en communicatiediensten, cloud- en opslagproviders, online platforms en marktplaatsen en organisaties die domeinnamen of ip-diensten beheren. De wet moet grensoverschrijdende opsporing versnellen door het delen van data, zoals e-mailgegevens, contactinformatie, ip-adressen en communicatiegegevens. Het doel is om deze verzoeken beter op elkaar af te stemmen tussen EU-landen en het proces eenvoudiger te maken voor alle betrokken partijen. De impact is aanzienlijk. Organisaties moeten hun systemen zo inrichten dat zij Europese verstrekkings- en bewaringsbevelen binnen vastgestelde termijnen kunnen verwerken, inclusief het veilig bewaren van data wanneer een bewaringsbevel wordt afgegeven. Voor een verstrekkingsbevel geldt standaard een termijn van tien dagen. In bepaalde spoedgevallen kan een dienstverlener verplicht worden om binnen acht uur te reageren. Ook moeten zij zich registreren in de nieuwe Court Database (CDB), zodat autoriteiten hen snel kunnen vinden. In Nederland kan die registratie naar verwachting pas vanaf begin 2027 worden afgerond, omdat de ACM nog geen bevoegdheid heeft om toezicht te houden op de registratieplicht. De verplichtingen uit de Europese verordening gelden vanaf gisteren 2026. Nederlandse dienstverleners kunnen daardoor al te maken krijgen met verzoeken uit andere EU-landen. Forse kritiek Hoewel de eEvidence-verordening bedoeld is om grensoverschrijdende opsporing te versnellen, klinkt stevige kritiek vanuit privacy-experts, advocaten, dienstverleners en belangenorganisaties. Zo wijzen critici erop dat justitiële autoriteiten in één EU-land rechtstreeks data kunnen opvragen bij providers in een ander land. Daarbij is niet in alle gevallen voorafgaande toetsing door de autoriteiten van het land waar de provider gevestigd is vereist. Dat kan ertoe leiden dat gegevens worden gedeeld voor feiten die in het land van de provider niet strafbaar zijn, zoals bepaalde uitingen online. Ook wijzen critici op de korte reactietermijnen: tien dagen standaard en acht uur bij spoed. Volgens privacyorganisaties en cloudproviders zijn deze deadlines ‘agressief’ en in de praktijk moeilijk haalbaar, zeker wanneer het gaat om complexe dataverzoeken of grote hoeveelheden communicatiegegevens. Rechtsbescherming Ook zijn er zorgen over fundamentele rechten. Gebruikers worden niet vooraf geïnformeerd dat hun data naar een ander EU-land worden gestuurd, wat volgens critici de transparantie en rechtsbescherming ondermijnt. Bovendien kan de autoriteit in het land waar de provider gevestigd is in bepaalde gevallen bezwaar maken tegen een bevel, terwijl de gegevens in spoedsituaties al kunnen zijn overgedragen. Dat is een constructie die volgens juristen kan leiden tot misbruik of onterechte dataverzameling. Internationale juristen wijzen verder op mogelijke conflicten met niet-EU-wetgeving, zoals de Amerikaanse Cloud Act en Electronic Communications Privacy Act (ECPA). Omdat de EU-VS-overeenkomst hierover nog steeds niet is afgerond, kunnen providers klem komen te zitten tussen tegenstrijdige wettelijke verplichtingen.
GTIA vergroot aandacht voor leden in Benelux
1 week
De Global Technology Industry Association (GTIA) zet extra in op verantwoorde ai met opleidingen, standaarden en zelfregulering. Tegelijk breidt de wereldwijde branchevereniging van het it-channel haar activiteiten in de Benelux verder uit met nieuwe community- en kennisinitiatieven voor leden. Dat kondigde GTIA aan tijdens ChannelCon 2026, dat begin deze maand plaatsvond in het Amerikaanse San Diego. Zo lanceert de organisatie een mentorprogramma voor leden in de regio en worden nieuwe chapters opgezet in Nederland en België. De organisatie wil it-dienstverleners wereldwijd ondersteunen bij de verdere adoptie van ai. De initiatieven richten zich op ai-vaardigheden, standaarden en governance voor de snelgroeiende markt van ai-diensten wereldwijd. ‘Ook in het tijdperk van ai blijven vertrouwen, standaarden en een sterke community de basis voor succes’, zegt Dan Wensley, ceo van GTIA. ‘It-dienstverleners spelen een cruciale rol bij het helpen van organisaties om nieuwe technologieën veilig en verantwoord toe te passen. Daarom investeren we in kennisontwikkeling, samenwerking en governance.’ Tempo Om leden te ondersteunen bij die ontwikkeling heeft GTIA een samenwerking gesloten met CompTIA, de organisatie die uit GTIA is voortgekomen. Hierdoor krijgen leden toegang tot de AI Essentials Library, een online-leeromgeving met trainingen voor technische, commerciële en leidinggevende professionals. De trainingen zijn op eigen tempo te volgen en leiden tot erkende competentiecertificaten. Verder begint GTIA samen met het Global Cyber Research Institute (GCRI) het Consortium for Responsible IT Services (CRITS). Doel is een raamwerk voor zelfregulering binnen de it-sector te ontwikkelen en organisaties te ondersteunen bij verantwoord ondernemerschap in een snel veranderend technologisch landschap. Een tweede initiatief is de Managed Intelligence Alliance, die zich richt op beheerde ai-diensten. De alliantie gaat werken aan standaarden, open specificaties, accreditatieprogramma’s en onderzoek om verdere professionalisering van deze snelgroeiende markt mogelijk te maken. Vrijwel alle it-dienstverleners in de Benelux zetten inmiddels ai in, maar slechts een kleine groep weet die technologie structureel te vertalen naar groei en nieuwe verdienmodellen. Dat bleek onlangs uit de studie ‘State of the Channel 2026‘ van GTIA.
Kernplatforms als rem op innovatie: waarom cio’s opnieuw moeten kiezen
2 weken
Eén systeem dat e-commerce, data en transacties direct kon meeschalen met de ambities van de organisatie. Dat was ooit de belofte die veel cio’s verleidde flink te investeren in een kernplatform. Stukje bij beetje veranderde dat platform echter in een lastig te upgraden en onderhouden systeem dat steeds vaker de bottleneck vormt voor organisaties die snel willen inspringen op de mogelijkheden van nieuwe (AI-)technologie. Hoe ga je daar als cio mee om? De Britse theoretisch natuurkundige Stephen Hawking zei ooit: ‘Intelligence is the ability to adapt to change’. Bij de keuze van een nieuw digitaal platform sorteer je voor op de speelruimte en snelheid waarmee jouw organisatie in de toekomst kan inspringen op nieuwe klantbehoeften en de mogelijkheden van nieuwe technologie. Ooit was dat een belangrijke reden om te kiezen voor een slagvaardig kernplatform dat al jouw wensen en behoeften direct kon ondersteunen en schalen. Helaas nam de flexibiliteit van dat platform gaandeweg steeds verder af en kwam er telkens iets anders bij: een nieuw kanaal, een uitzondering, een integratie, een stuk maatwerk. Stuk voor stuk waren die aanpassingen verdedigbaar. Bij elkaar leverden ze een landschap op dat steeds moeilijker te veranderen werd. Nu, in een tijd waarin ai vraagt om snelheid, toegankelijke data en modulaire architectuur, dringt de vraag zich op of dit fundament de organisatie nog vooruithelpt — of juist vasthoudt. In gesprekken met cio’s en cto’s ontstaat dan ook een nieuw vraagstuk: niet hoe je verder optimaliseert, maar of het huidige platform nog past bij de toekomst van de organisatie. Als complexiteit sneller groeit dan de business De patronen ontstaan geleidelijk, maar de signalen zijn duidelijk. Organisaties zien hun operationele kosten oplopen, terwijl teams groeien om relatief standaardfunctionaliteit in stand te houden. Tegelijkertijd duren zelfs kleine wijzigingen steeds langer en ontstaat er een afhankelijkheid van een beperkt aantal experts. Wat begon als maatwerk om flexibiliteit te creëren, is uitgegroeid tot een landschap waarin elke verandering complex en kostbaar is. De onderliggende dynamiek is ongewenst: systemen die ooit zijn ontworpen om te schalen, schalen steeds vaker vooral complexiteit. Ai legt de zwakke plekken bloot Waar deze problematiek eerder vooral impact had op kosten en snelheid, speelt nu een extra factor: ai. Veel organisaties ontdekken dat hun platform niet alleen traag is, maar ook onvoldoende voorbereid op ai-toepassingen. Data is versnipperd, van wisselende kwaliteit, niet realtime beschikbaar of moeilijk toegankelijk. Integratie van ai-modellen of agentic systemen vraagt daardoor disproportioneel veel inspanning. De implicatie is direct: organisaties met een inflexibel platform lopen achter in hun vermogen om ai effectief toe te passen. De kernvraag voor cio’s Daarmee verschuift de discussie naar een fundamenteler niveau. Ondersteunt het platform de ambities van de organisatie, of beperkt het deze juist? Het antwoord bepaalt of optimalisatie nog zinvol is, of dat structurele verandering noodzakelijk is. Van optimaliseren naar herontwerpen Organisaties die deze vraag serieus beantwoorden, doorlopen doorgaans drie stappen: inzicht, keuze en uitvoering. Inzicht: waar zit het echte probleem? Een effectieve analyse kijkt niet alleen naar technologie, maar ook naar data en organisatie. Het gaat om de verhouding tussen kosten en waarde, de snelheid van delivery en de mate waarin de organisatie afhankelijk is van specifieke kennis. Tegelijk wordt steeds duidelijker dat de vraag naar datakwaliteit en geschiktheid voor realtimegebruik en ai-toepassingen een doorslaggevende factor is. Keuze: welke route past bij de toekomst? Op basis van deze analyse ontstaan doorgaans drie richtingen. Organisaties kunnen ervoor kiezen om te vereenvoudigen door complexiteit terug te brengen en te standaardiseren. Een andere optie is replatformen, waarbij wordt gemigreerd naar een moderner technologisch fundament. In meer ingrijpende situaties kiezen organisaties ervoor om hun platform volledig te herbouwen als een nieuw, modulair geheel. In de praktijk blijkt dat organisaties die expliciet sturen op modulaire architecturen en standaardcomponenten beter in staat zijn om snelheid en schaalbaarheid terug te brengen. Zeker in combinatie met data en ai-gedreven toepassingen biedt deze aanpak meer controle. Uitvoering: vernieuwen zonder stilstand De grootste uitdaging ligt in de uitvoering. Hoe vernieuw je een platform zonder de business te verstoren? In de praktijk maken organisaties gebruik van een aantal bewezen aanpakken. Onderdelen worden gefaseerd vervangen volgens het zogenoemde strangler pattern, terwijl nieuwe functionaliteit parallel wordt opgebouwd naast het bestaande platform. Tegelijk zorgen api’s voor een duidelijke scheiding tussen oud en nieuw, waardoor migraties gecontroleerd kunnen plaatsvinden. Deze aanpak maakt het mogelijk om continu door te ontwikkelen terwijl het fundament wordt vernieuwd. Tegelijk ontstaat een architectuur waarin nieuwe functionaliteit, zoals ai, sneller en eenvoudiger kan worden geïntegreerd. Begin waar de impact zit Succesvolle organisaties kiezen zelden voor een allesomvattende aanpak. Ze starten gericht op plekken waar de impact het grootst is. Dat zijn vaak onderdelen met hoge kosten of beperkte flexibiliteit, maar ook domeinen waar innovatie wordt geblokkeerd of waar ai direct waarde kan toevoegen. Denk bijvoorbeeld aan personalisatie in digitale kanalen, verbeterde zoekfunctionaliteit of het automatiseren van klantinteracties. Door hier te beginnen ontstaan snel zichtbare resultaten, wat helpt om draagvlak binnen de organisatie op te bouwen. Technologie én organisatie moeten veranderen Een terugkerend inzicht is dat platformproblemen zelden puur technisch zijn. Ook de manier waarop organisaties werken speelt een belangrijke rol. Besluitvorming verloopt vaak via complexe afhankelijkheden, cruciale kennis zit bij een klein aantal individuen en er gaat veel tijd naar afstemming in plaats van uitvoering. Daarom vraagt platformvernieuwing ook om organisatorische verandering. Het gaat om duidelijk eigenaarschap van systemen en data, teams die end-to-end verantwoordelijk zijn en een werkwijze waarin de afhankelijkheid van individuele experts wordt verminderd. Zonder deze veranderingen blijft complexiteit bestaan, ongeacht de gekozen technologie. Van platform naar fundament voor ai De organisaties die vooroplopen, behandelen platformvernieuwing niet als een it-project, maar als een strategische heroriëntatie. Het doel is niet alleen een stabieler systeem, maar een fundament dat data centraal stelt, modulair is opgebouwd en snel nieuwe capabilities kan ondersteunen. Dit maakt het mogelijk om ai-toepassingen, inclusief meer geavanceerde en agentic systemen, daadwerkelijk op schaal in te zetten. Dit vraagt om andere ontwerpkeuzes dan in het verleden, met minder maatwerk en meer gebruik van standaard- en managed services. Conclusie: geen optimalisatievraag, maar een keuzevraag Voor veel cio’s is de conclusie helder. Het vraagstuk rondom kernplatforms is geen pure optimalisatievraag meer, maar een keuzevraag. Blijf je investeren in een complex fundament, of kies je voor een gerichte heroriëntatie? Organisaties die de impact van toenemende complexiteit op hun slagvaardigheid erkennen, kunnen hierop inspelen door hun kernplatforms opnieuw vorm te geven. Daarmee creëren ze de basis om sneller te bewegen, beter in te spelen op verandering en ai daadwerkelijk toe te passen.
Kort: Exchange-update opnieuw uitgesteld, miljoen voor controle op ai-agents (en meer)
2 weken
In dit nieuwsoverzicht: Microsoft stelt grote Exchange-update opnieuw uit, Bossche startup krijgt een miljoen voor extra beveiligingslaag ai-agents, piek in phishing en id-misbruik in zorg, Google start ai-proef in luchtvaart, en Unit4 meldt groei in publieke sector.Microsoft stelt Exchange‑update opnieuw uit door aiMicrosoft kan nog niet zeggen wanneer de eerste grote pakket-update, ofwel cumulative update, voor Microsoft Exchange plaatsvindt. Klanten moeten dus langer wachten op de samenvoeging van bugfixes, beveiligingsupdates en probleemoplossingen, meldt The Register. Volgens het Exchange‑team van Microsoft leidt een stortvloed aan kwetsbaarheden die door interne ai‑tools worden gevonden tot zoveel extra werk dat er simpelweg geen release‑moment te noemen is. Het gaat om taken zoals het valideren, reproduceren, fixen van de software en regressietests. Eerder werd de eerste helft van 2026 genoemd als termijn, later werd deze verschoven naar de tweede helft van het jaar. De maandelijkse security‑payload wordt wel in de interne build (vroege, niet-gepubliceerde versie voor testers) verwerkt, maar een definitieve datum voor de update ontbreekt dus.1 miljoen voor beveiliginglaag ai‑agentsKyvvu, een spin‑off van opleider Jheronimus Academy of Data Science in Den Bosch, heeft een investering van ruim een miljoen euro binnengehaald. Met dat geld wordt een extra beveiligingslaag gebouwd voor ai‑agents die zelfstandig acties uitvoeren binnen bedrijfsnetwerken. De jonge onderneming richt zich op het afvangen van risicovol gedrag van autonome agents, zoals ongeautoriseerde systeemaanpassingen of het uitlezen van gevoelige data. Nu organisaties experimenteren met agentic-ai‑modellen die zonder menselijke tussenkomst code kunnen schrijven, systemen doorzoeken en workflows aanpassen, wordt de noodzaak voor de controle van ai-agents bij bijvoorbeeld banken, verzekeraars en zorginstellingen snel groter, stelt het bedrijf. De financiering (pre-seedronde) komt van Volta Ventures en de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij (BOM) en moet de technologie versneld productierijp maken.Piek in phishing en id-misbruik binnen zorg, overheid en industriePhishing en misbruik van authenticatie bereiken worden volop ingezet door cyberbendes. Dat melden beveiligingsonderzoekers van Cisco Talos in een analyse van het tweede kwartaal van 2026. Daarin was phishing goed voor de helft van alle onderzochte incidenten, terwijl identiteitsmisbruik opliep tot 65 procent. Cybercriminelen zetten daarbij steeds vaker legitieme remote‑supporttools zoals MeshAgent en Zoho Assist in om langdurig onder de radar te blijven. Dat gebeurt vooral bij ransomware-aanvallen.De zorgsector werd opnieuw het hardst getroffen, gevolgd door overheid en maakindustrie. Criminelen omzeilen multi-factorauthenticatie en zetten qr‑phishing in. De beveiligingsonderzoekers adviseren bedrijven en organisaties om versneld over te stappen op phishing‑bestendige authenticatie, langere logretentie en strikte patchprocessen.Google start ai-proef om klimaateffect luchtvaart te verlagenGoogle Groot-Brittannië start samen met de Britse overheid en luchtvaartpartners het project Operation Blue Skies. Volgens het bedrijf gaat het om ’s werelds eerste grootschalige proef om met ai vliegroutes over de Atlantische Oceaan aan te passen om de vorming van opwarmende condensstrepen te voorkomen. Die witte strepen zijn volgens de betrokkenen verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de klimaatimpact (opwarming) door de luchtvaart. Met ai‑modellen, satellietdata en nieuwe meteorologische voorspellingen worden vluchten licht omgeleid om zones te mijden waar die strepen kunnen ontstaan. Het gaat om een proef van dertig maanden en zo’n tienduizend vluchten per jaar. Google draagt ongeveer 1,6 miljoen euro bij en levert rekenkracht.Unit4 meldt flinke groei in publieke sectorBedrijfssoftwareleverancier Unit4 meldt dat het bedrijf de vraag naar saas-oplossingen in de publieke sector flink ziet toenemen. In een persbericht schrijft het bedrijf dat de gemeenten Delft en Eindhoven zijn overgestapt op Unit4 ERPx.  In de afgelopen zes maanden tekende het ook de nationale koepelorganisatie voor lokale overheden in Engeland (Local Government Association), de grootste werkgever in de regio Yorkshire (East Riding of Yorkshire Council) en de Zweedse gemeente Södertälje als klant op.Om de groei binnen de publieke sector in goede banen te leiden, zijn nieuwe managers benoemd. Christoffer Crona wordt svp global sales public sector en Ian Owen treedt aan als global industry director. Zij moeten organisaties begeleiden bij hun transformatieplannen en de inzet van ai.

Pagina's

Abonneren op computable