computable

125 nieuwsberichten gevonden
SpaceX koopt Cursor-maker Anysphere voor 60 miljard
1 week
Elon Musk jaagt op ai-talent. SpaceX lijft de nog maar drie jaar bestaande ai-startup Anysphere, bekend van de ai-tool Cursor, in voor zestig miljard dollar. De overname van de Amerikaanse leverancier van ai-programmeertools komt vier dagen na de spectaculaire beursgang van SpaceX, waarbij het bedrijf meer dan twee biljoen dollar waard werd. Dit blijkt uit een melding van SpaceX bij de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC. SpaceX betaalt in aandelen. De acquisitie moet xAI naar de top stuwen. Deze ai-divisie zit onder het ruimtevaartbedrijf SpaceX en concurreert met Anthropic’s Claude Code en OpenAI’s Codex. De markt voor ai-agenten en copiloten maakt een consolidatie-fase door. Naar verwachting zal de markt zich stabiliseren en zullen posities zich verder verankeren, waarbij zakelijke contracten gebruikers voor langere tijd vastleggen. Sterke programmeertool Tot nog toe kon xAI’s eigen ai-assistent Grok weinig potten breken tegenover de tools van beide mededingers. Maar de acquisitie van Cursor die naar verwachting in het derde kwartaal van dit jaar wordt afgerond, moet daar verandering in brengen. Door de ‘ai-native code editor’ Cursor binnen te halen, krijgt SpaceX toegang tot een sterke programmeertool én een grote groep professionele softwareontwikkelaars. Beide bedrijven werken overigens al langere tijd samen. Ontwikkelaars kunnen met de codeertool Cursor schakelen tussen verschillende ai-modellen waaronder die van OpenAI, Anthropic en xAI zelf. In de concurrentieslag met andere ai-grootmachten heeft SpaceX/xAI het voordeel een enorme capaciteit op gebied van hyperscale-computing te hebben. In Tennessee stampte xAI Colossus, een zeer groot rekencentrum voor het trainen van ai-modellen, uit de grond. In de (verre) toekomst moeten daar de datacenters in de ruimte bijkomen.
Fiasco rond medische gegevensuitwisseling: AcICT fileert IGF‑programma van VWS
1 week
Het ministerie van VWS kan het beste meteen stoppen met bijna de gehele ontwikkeling van functies die de uitwisseling van medische gegevens veiliger en makkelijker moeten maken. Het programma Implementatie Generieke Functies (IGF) heeft nauwelijks tot resultaat geleid. Tot dit harde oordeel komt het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT).  Minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) reageert in een brief aan de Tweede Kamer vrij summier op de pijnlijke conclusies en vergaande adviezen van het Adviescollege. Een diepgaande inhoudelijke beleidsreactie op een aantal belangrijke aanbevelingen zoals het overstappen op een aanpak gericht op concrete belemmeringen ontbreekt. Het ministerie lijkt het advies tot het bijna volledig stopzetten van de generieke functie-ontwikkeling in de wind te slaan.  Sterk merkt op dat het Adviescollege zijn onderzoek eind februari jongstleden afsloot, toen de realisatie van generieke functies nog in volle gang was. Ze acht de resultaten voldoende om de volgende implementatiefase te starten. Het huidige programma IGF wordt per 1 juli aanstaande beëindigd, omdat dan de overstap volgt naar beproevingen in en met het veld. Weinig gerealiseerd Het IGF-programma had zes bruikbare digitale basisfuncties zoals identificatie, toestemming en adressering moeten opleveren. Deze functies zouden helpen bij vijf belangrijke gegevensuitwisselingen uit de Wegiz (Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg) waaronder medicatieoverdracht en verpleegkundige overdracht.  In het Integraal Zorgakkoord (IZA) was afgesproken dat deze functies in 2025 klaar en in gebruik zouden zijn. Als het programma stopt zoals het Adviescollege aanbeveelt, komt daar voorlopig weinig van. Alleen de onderdelen Dezi (digitale zorgidentiteit) en Mitz (toestemmingsvoorziening) kunnen wat de AcICT betreft doorgaan, maar dan wel duidelijker aangestuurd. Volgens het Adviescollege is in de afgelopen drie jaar heel weinig gerealiseerd van wat in het Integraal Zorgakkoord is toegezegd. De doelen waren te ambitieus, de organisatie was versnipperd en het ministerie van VWS had onvoldoende grip op het zorgveld. Ook werkten beleidsdirecties en het programma zelf niet goed samen, waardoor andere zorgprojecten vertraging opliepen. VWS krijgt zwarte piet  Dat Mirjam Sterk weinig concreet reageert, heeft ook te maken met het feit dat het adviescollege de schuld voor het fiasco in hoge mate bij haar ministerie legt. Zo’n rapport komt niet lekker aan. De vier hoofdproblemen zijn:  Te ambitieuze doelen: er werd tevergeefs geprobeerd om in korte tijd generieke functies voor alle zorgaanbieders te ontwikkelen, terwijl eisen en wensen sterk uiteenliepen; Gebrek aan sturing vanuit beleidsdirecties: De Wegiz-programma’s (die zorgaanbieders verplichten om gezondheidsgegevens elektronisch en gestandaardiseerd uit te wisselen) konden hun behoeften niet goed doorzetten naar het IGF-programma; Zwakte in interne aansturing: de directie Informatiebeleid/CIO (DI/CIO) had te veel rollen tegelijk en werkte zonder duidelijke overkoepelende architectuur of realistische planning. DI/CIO stuurt haar software-ontwikkelafdeling iRealisatie onvoldoende aan. Zij stelt te weinig eisen en ziet onvoldoende toe op het tot stand komen van werkbare procesafspraken. Gevolg is dat de software voor de Nationale Verwijs Index (NVI) en Dezi weinig bruikbaar is;  Onvoldoende regie op het zorgveld: VWS had te weinig kennis, te weinig formele sturingsmiddelen en moest omgaan met botsende belangen tussen zorgsectoren en leveranciers. Stap voor stap In plaats van grote generieke oplossingen moet VWS kleine, concrete belemmeringen per stap oplossen, samen met zorgaanbieders en leveranciers. Ook moet de interne organisatie professioneler worden ingericht.  Bovendien moet VWS doorgaan met het ontwikkelen van juridische instrumenten om partijen te kunnen verplichten mee te werken. De minister zegt de regierol van VWS te zullen versterken. Vooruitlopend daarop zouden verschillende verbeteringen te zijn aangebracht in de governance, normering, architectuur en uitvoering. 
Kort: Unilever geeft met Accenture gas op twins, noodpatch Oracle voor Peoplesoft (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Accenture bouwt meer twins voor Unilever, noodpatch Peoplesoft, BB Capital neemt zorgsoftwareleverancier Logis.P over en proefschriften over tekortschietende EU-regelgeving en het sturend gedrag van techplatformen. Unilever schaalt inzet digital twins met ai wereldwijd op Unilever breidt het gebruik van ai-gestuurde digital twins uit in zijn productienetwerk. Het bedrijf werkt daarbij samen met Accenture Nederland om de technologie wereldwijd op te schalen. Digital twins zijn virtuele modellen van productielijnen die realtime-data gebruiken. Ze helpen bij het volgen van prestaties, het voorspellen van afwijkingen en het optimaliseren van processen. Door inzet van ai en ai-agents kunnen productieteams sneller knelpunten herkennen en bijsturen. Unilever wil in de komende achttien maanden meer dan veertig nieuwe digitale tweelingen bouwen. De technologie levert volgens het bedrijf al meetbare resultaten op, zoals minder afval, lager energieverbruik en minder productiestops. De uitbreiding past binnen een bredere strategie om ai toe te passen in de volledige productieketen. Oracle brengt noodpatch uit voor Peoplesoft Oracle heeft onlangs een noodpatch uitgebracht voor een kritieke kwetsbaarheid in PeopleSoft, nadat cybercriminelen van ShinyHunters claimden data te hebben buitgemaakt van honderden PeopleSoft-omgevingen wereldwijd. Volgens de groep zijn meer dan honderd organisaties getroffen. Volgens Alex Pembrey, team leader, Cyber Threat Volgens Intelligence bij NCC Group, het moederbedrijf van Fox-IT, is het op dit moment nog te vroeg om vast te stellen hoeveel Nederlandse organisaties zijn getroffen. ‘Wat deze aanval vooral benadrukt, is dat bedrijfsapplicaties zoals erp- en hr-systemen een aantrekkelijk doelwit blijven voor aanvallers. Deze systemen bevatten vaak grote hoeveelheden gevoelige bedrijfs- en persoonsgegevens en spelen een cruciale rol binnen organisaties. Wanneer kwetsbaarheden in dergelijke omgevingen niet snel worden verholpen, kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn.’ BB Capital stapt in zorgsoftwareleverancier Logis.P Investeerder BB Capital Investments uit Den Haag neemt een meerderheidsbelang in Logis.P uit Zwolle, een softwareleverancier voor logistieke en administratieve processen in de zorg. Logis.P ontwikkelt modulaire software voor onder meer afspraakplanning, wachtrijsturing en zorgdeclaraties. De oplossingen worden gebruikt door ziekenhuizen, laboratoria en ggz-instellingen in Nederland en Duitsland. Met de investering wil het in 2011 opgerichte bedrijf de volgende groeifase ingaan, gericht op professionalisering en schaalvergroting. Oprichter en directeur Remco van Duuren draagt een deel van zijn belang over. Het managementteam krijgt een grotere rol in de verdere ontwikkeling. BB Capital richt zich op investeringen in groeiende mkb-bedrijven en heeft ervaring in de zorg- en onderwijssector. Volgens de investeerder sluit Logis.P aan bij de focus op digitalisering en efficiëntie in de zorg. EU schiet tekort bij aanpak online-tracking door bedrijven De Europese regelgeving biedt onvoldoende bescherming tegen online-surveillance door bedrijven. Dat stelt rechtswetenschapper Ana-Maria Hriscu op basis van haar promotieonderzoek aan de Universiteit Tilburg. Volgens Hriscu loopt de toepassing van privacywetgeving achter bij de praktijk van gerichte online-advertenties. Bedrijven verzamelen op grote schaal gegevens om gedrag van gebruikers te voorspellen en te beïnvloeden. Dit kan gevolgen hebben voor wat mensen zien, kopen en hoe zij zich gedragen. Voorbeelden, zoals dataverzameling door TikTok, tonen aan dat gegevens ook buiten apps en buiten Europa worden verwerkt. Onderzoek heeft deze praktijken in verband gebracht met manipulatie, discriminatie, verslaving en psychische gezondheidsproblemen. Het huidige systeem maakt het volgens Hriscu moeilijk voor gebruikers om geïnformeerde toestemming te geven, omdat het gebruik van data onvoorspelbaar is. Tegelijkertijd leggen Europese regels veel verantwoordelijkheid bij individuen, terwijl de macht van grote platforms buiten beeld blijft. Hriscu pleit in haar proefschrift Domination by default voor strengere verplichtingen voor technologiebedrijven en een breder debat over alternatieven voor gerichte advertenties. Big Tech stuurt gedrag via data en ontwerp Platformen van technologiebedrijven sturen het gedrag van gebruikers via data en ontwerpkeuzes. Dat stelt mediawetenschapper Bjorn Beijnon, die promoveert aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) in Amsterdam. Bedrijven als Google, Meta, Microsoft, Amazon en Apple verzamelen continu data over zoekopdrachten, klikken en aankopen. Deze gegevens worden gebruikt om gedrag te voorspellen en bepalen welke informatie, advertenties en aanbevelingen gebruikers zien. Volgens Beijnon gaan mensen zichzelf daardoor zien als ‘data subject’: iemand die zijn leven vertaalt naar data, terwijl diezelfde data het zelfbeeld en keuzes beïnvloeden. De invloed van platforms werkt vaak via gebruiksgemak, waardoor sturing niet als dwang wordt ervaren. ‘Slimme’ technologieën – zoals telefoons, speakers of horloges – sturen gedrag via ontwerpkeuzes die als handig of vanzelfsprekend aanvoelen. Zijn onderzoek Data Subjects of Big Tech laat ook zien dat gepersonaliseerde informatie kan leiden tot een gefragmenteerd wereldbeeld. Beijnon pleit daarom voor meer aandacht voor de maatschappelijke impact van digitale infrastructuren, naast privacy.
Werk aan Uitvoering versnelt vernieuwing publieke dienstverlening
1 week
Van datamodellen tot digital twins Het programma Werk aan Uitvoering (WaU) dat de overheid vijf jaar geleden is gestart met als doel om de publieke dienstverlening flink te verbeteren, begint resultaten op te leveren. Staatssecretaris Eric van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) meldt in de voortgangsrapportage 2025  dat de impact steeds beter zichtbaar is: dienstverlening wordt sneller, begrijpelijker en beter uitvoerbaar. Een aantal voorbeelden: Het Kadaster kon een nieuw datamodel ontwikkelen waarmee onder- en bovengrondse obstakels in kaart worden gebracht. Het model houdt daarbij ook rekening met factoren als toekomstig overstromingsgevaar. Dit helpt overheden en bedrijven om realistischer te plannen. Daarmee besparen ze kosten en tijd. Het 3d-basismodel van de Nederlandse leefomgeving vormt de basis voor ‘digital twins’ (digitale replica’s). Die kunnen gebruikt worden voor specifieke thema’s of gebieden. Bijvoorbeeld voor het analyseren van stikstofbelasting, woningbouw of infrastructuurprojecten. De 3D Basisvoorziening werkt met een verzameling van ruimtelijke bestanden met hoogte informatie. Door verschillende data te koppelen en te verrijken met onder meer beeldmateriaal en satellietbeelden, ontstaat een actueel en compleet 3d-beeld van Nederland. De data zijn open en gestandaardiseerd toegankelijk, zodat overheden, bedrijven en wetenschap er direct gebruik van kunnen maken. Om gebruikers beter te helpen, ontwikkelt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) digitale hulpmiddelen naast de reguliere website. Denk aan interactieve regel- en zoekhulpen die mensen stap voor stap door regels leiden. Veel mensen hebben een concrete vraag. Ze willen weten: wat moet ik doen in mijn situatie? Dan helpt een lange pagina met tekst niet altijd. Daarom ontwikkelde de NVWA toepassingen die direct helpen bij dat soort vragen, én breder inzetbaar zijn. De toepassingen zijn generiek. Daardoor kunnen ook andere overheidsorganisaties die oplossingen gebruiken en verder ontwikkelen. Door vernieuwing van de digitale infrastructuur zijn doorlooptijden bij de Raad voor Accreditatie verkort en administratieve lasten voor bedrijven verminderd. Ook blijft meer ruimte over voor maatwerk en inhoudelijk contact. Ambities Het programma Werk aan Uitvoering loopt van 2021 tot 2031 en sluit aan bij de ambities van het huidige kabinet voor een ‘slagvaardige overheid’ waarbij eenvoudigere regels, betere samenwerking en uitstekende dienstverlening centraal staan. Jaarlijks is zeshonderd miljoen beschikbaar voor ministeries en publieke dienstverleners om deze doelen te realiseren. Bij de overheid blijkt vooral samenwerking over organisatie- en domeingrenzen heen lastig. Juist daar worden hardnekkige belemmeringen in financiering, gegevensdeling en besluitvorming zichtbaar.
Mijn laptop is al soeverein, nu mijn telefoon nog
1 week
In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Deel 6: Hoe je van iOS of Android afkomt, apps maken met Mistral Vibe, de Sovereign Cloud Stack wordt omarmd door grote spelers en Amerikanen zien iets gebeuren in Europa. De overstap naar digitaal soeverein werken klinkt vaak groter dan hij in de praktijk hoeft te zijn. Dat merk ik iedere dag aan mijn laptop. Ik werk zoals eerder al gemeld inmiddels op een Slimbook Evo van de Spaanse fabrikant Slimbook, met Linux Mint als besturingssysteem. Geen spectaculaire migratieverhalen, geen nachtenlang prutsen aan drivers, geen ingewikkelde workarounds. Hij doet het gewoon. Sterker nog: hij doet het uitstekend. Dat is misschien wel de belangrijkste constatering. Open source op de laptop voelt niet langer als een compromis. Linux Mint is stabiel, snel, overzichtelijk en voorspelbaar. De machine start vlot op, updates verlopen probleemloos (interessant voor Windows-gebruikers: er is vrijwel nooit een reboot van de laptop nodig) en de dagelijkse werkzaamheden gaan zonder gedoe. Voor tekstproductie, browsen, research, mail, beeldbewerking op basisniveau en documentbeheer mis ik eigenlijk niets. De laptop is daarmee het eenvoudige deel van De Overstap geworden. Maar dan de telefoon nog Mijn huidige telefoon is een iPhone van een paar jaar oud. De batterij wordt wat minder, maar verder werkt het apparaat nog prima. Dat is ook precies het lastige aan Apple: de hardware is goed, de software is prettig en het ecosysteem is comfortabel. Alleen past het steeds minder goed bij de richting waarin ik met mijn digitale gereedschap wil bewegen. Tegelijkertijd heb ik een CMF Phone van Nothing liggen. CMF is het budgetmerk van deze Britse fabrikant en de telefoon kostte, als ik het goed heb, nog geen 300 euro. Het merkwaardige is: ik vind die CMF in het dagelijks gebruik eigenlijk fijner dan mijn iPhone. Het scherm is helderder, het toestel is dunner en lichter, en het geheel voelt verrassend volwassen. NothingOS werkt soepel en oogt strak. Bovendien doet het bedrijf leuke, innovatieve dingen. Zo kun je met ai die lokaal op de telefoon draait heel makkelijk een handig appje voor jezelf maken. Gewoon met een prompt en je hebt razendsnel een appje dat precies doet wat jij wilt. Dat lukt op die iPhone niet zo makkelijk, vrees ik. Op de CMF Phone van Nothing kun je snel een eigen appje maken Er is alleen één belangrijk nadeel: NothingOS is gebaseerd op Android inclusief Google Play en dergelijke. Daarmee stap ik nog steeds niet uit de bekende Apple-Google-tweedeling. Ik zwabber dus een beetje heen en weer tussen twee (eigenlijk drie, zie verder) werelden. In de praktijk is inmiddels bijna als vanzelf een tussenoplossing ontstaan. Ik gebruik beide telefoons naast elkaar, elk voor specifieke taken. Dat werkt beter dan verwacht, maar het voelt niet als eindstation. Wat ik eigenlijk wil, is een open, bij voorkeur Europees mobiel en/of open source besturingssysteem. GrapheneOS is technisch interessant, zeker door de sterke focus op beveiliging, maar vraagt in de praktijk om een Pixel-telefoon. En die komt weer van Google. Dan kom je al snel uit bij twee Europese alternatieven: /e/OS van het Franse Murena en Sailfish OS van het Finse Jolla. /e/OS is eigenlijk een gedeGoogelde Android-variant. Het systeem gebruikt de open source Android-basis, maar vervangt veel Google-componenten door alternatieven, waaronder microG voor apps die normaal Google Play Services verwachten. Via App Lounge zijn Android-apps, open source apps en webapps te vinden, terwijl Advanced Privacy inzicht geeft in trackers en de mogelijkheid biedt om locatie- en IP-gegevens af te schermen. Interessant is ook dat Murena verder kijkt dan consumenten. Er is Murena Workspace, een soort mobiele cloudomgeving waar binnenkort ook een zakelijke variant van komt. En inmiddels heeft het bedrijf ook MDM-functionaliteit beschikbaar voor organisaties die toestellen centraal willen beheren. Murena bouwt stap-voor-stap een alternatief mobile OS Ik keek onlangs naar een webinar van Murena over de nieuwe 4.0-versie van /e/OS. Dat was erg verfrissend. Geen gelikte Apple- of Google-show, maar een paar Europeanen, inclusief de Nederlandse CEO van Murena, die in een kleine studio vertellen waar ze mee bezig zijn. Juist daardoor werd zichtbaar dat hier geen marketingmachine bezig is, maar een bedrijf dat stap-voor-stap een alternatief voor Big Tech aan het bouwen is. Mijn neiging was dan ook om direct een Murena-compatibele telefoon te regelen. Je kunt /e/OS zelf op honderden ondersteunde toestellen flashen. Of je koopt een telefoon waarop het systeem al vooraf is geïnstalleerd, bijvoorbeeld van Murena zelf of van het Nederlandse Fairphone. Toch heb ik me ingehouden. Ik heb namelijk enkele maanden terug voor nog geen 400 euro een Jolla C2 met Sailfish OS als besturingssysteem besteld. Sailfish OS is geen Android-variant, maar een op Linux gebaseerd mobiel besturingssysteem met een eigen interface en eigen filosofie. Tegelijk ondersteunt het via Android AppSupport veel Android-apps, al blijft compatibiliteit naar verluidt per app iets om rekening mee te houden. De Finnen zijn kennelijk wat overvallen door het grote aantal pre-orders, want mijn C2 komt pas in september. Tot die tijd blijft mijn mobiele overstap dus in een tussenfase hangen. Mijn laptop bewijst al dagelijks dat digitaal soeverein werken prima kan. Mijn telefoon laat vooral zien dat de overstap daar nog iets rommeliger is. Maar misschien hoort dat er op dit moment ook gewoon nog bij. Soevereiniteit begint zelden met perfecte producten. Soms begint het gewoon met twee telefoons op je bureau en de vraag welke je vandaag eigenlijk het liefst gebruikt. Op zoek naar Europese applicaties? Er zijn er zo ontzettend veel! Maar wat doen ze precies en kun je er als bedrijf of consument wat mee? De website apps.eu kan helpen. De site is net een appstore. Je kunt zoeken op categorieën, maar je ook laten verrassen door een serie featured apps. Er is veel beschikbaar en daar zit misschien ook een (klein) gevaar: voor je het weet zit je een uur lang te doomscrollen in deze appstore. Windows apps op Linux gebruiken Ik kom zelf nauwelijks applicaties tegen waarvan de functionaliteit niet via een Linux-variant beschikbaar is. Natuurlijk werkt het allemaal net even anders, maar na een half uurtje weet je niet beter.  En zolang het standaard bestandsformaten ondersteund is er eigenlijk geen enkel probleem. Van mensen om mij heen die (nog) in de Windows-wereld leven, hoor ik dat dit toch wel een serieus obstakel is voor hen. Ze hebben geen zin, tijd of kennis om te veranderen. Dat kan natuurlijk, maar laten we niet vergeten dat er volop mogelijkheden bestaan om Windows-applicaties op Linux te draaien. Laten we er eens een paar op een rij zetten. Een bekende is natuurlijk Wine. Dat biedt een compatibiliteitslaag die het mogelijk maakt Windows-applicaties rechtstreeks op Linux te gebruiken zonder dat een virtual machine of zelfs maar een reboot van de laptop nodig is. Het functioneert prima bij veel Windows-toepassingen, maar ik geef toe, heel soms werkt het minder goed. Een kwestie van proberen dus. PlayOnLinux kan wellicht helpen om het installeren van Windows-applicaties nog wat verder te vergemakkelijken. Bottles vormt een vergelijkbare frontend voor Wine. Een andere optie is om een virtual machine te gebruiken. Klinkt ingewikkeld voor de gewone gebruiker, maar valt in de praktijk reuze mee. En op zakelijke laptops kan een systeembeheerder het inrichten van een VM natuurlijk voor zijn of haar rekening nemen. Dan is het starten van een Windows-app op Linux slechts een kwestie van op een snelkoppeling klikken. En voor we nu meteen VMware gaan roepen als VM-oplossing, dat is dus closed software. Gebruik dan liever Virtual Box. En ja, ik weet het, ontwikkeld in Duitsland, maar tegenwoordig eigendom van Oracle. Maar het is grotendeels open source. Wie 100% open source wil gebruiken, komt uit bij QEMU of KVM, maar dat zijn oplossingen met een behoorlijk steile learning curve. Je kunt verder containers gebruiken waar je Windows in installeert. Dat werkt uitstekend, bijvoorbeeld via Docker Desktop. En inderdaad, ook dat product is maar deels open source (de engine wel, de desktopfunctionaliteit niet). Laten we tenslotte niet de misschien wel eenvoudigste oplossing vergeten: een dualboot laptop. Wie Linux op een laptop wil installeren waar al Windows op staat, krijgt automatisch de vraag of Windows vervangen moet worden of dat je liever een dualboot laptop wilt. Zo makkelijk kan het zijn. Soevereine cloud is geen theorie meer Wie overstapt van closed source naar open source software, begint vaak dichtbij huis. Maar De Overstap speelt natuurlijk niet alleen op het niveau van de individuele gebruiker. Minstens zo belangrijk is de laag daaronder: de cloudinfrastructuur waarop bedrijven, overheden en publieke organisaties hun digitale diensten draaien. Daarom is Sovereign Cloud Stack, kortweg SCS, zo interessant. Het is een van de meest concrete Europese initiatieven rond digitale soevereiniteit. De welbekende Deutschland-Stack is er bovendien op gebaseerd. We hebben het dus over een heel serieus project. Het probeert niet wéér een nieuwe cloudprovider te bouwen, maar wil vooral een open standaard zijn en een herbruikbare software stack voor soevereine cloudomgevingen. Denk aan open source bouwblokken voor Infrastructure as a Service en Kubernetes as a Service, met afspraken over compatibiliteit, beheerbaarheid, veiligheid en interoperabiliteit. Dat klinkt technisch, en dat is het ook. Maar de gedachte erachter is eenvoudig. Organisaties moeten cloudomgevingen kunnen gebruiken zonder volledig afhankelijk te worden van één leverancier, één platform of één juridisch regime. SCS wil daarom zorgen dat verschillende aanbieders cloudomgevingen kunnen leveren die volgens dezelfde open standaarden werken. Daarmee wordt overstappen tussen aanbieders realistischer en wordt vendor lock-in kleiner. De SCS Summit 2026 in Berlijn liet zien dat dit verhaal inmiddels een stuk minder theoretisch is geworden. Op 21 mei kwamen zo’n tweehonderd mensen bijeen rond één boodschap: digitale soevereiniteit is niet langer alleen een toekomstvisie, maar komt in de praktijk aan. Een belangrijke mijlpaal is dat de Duitse IT-Planungsrat de SCS-standaarden zoals gezegd in maart 2026 bindend heeft opgenomen in de Deutschland-Stack, het Duitse nationale technologieplatform. Daarmee krijgt SCS niet alleen erkenning vanuit de community, maar ook politieke en bestuurlijke relevantie. Minstens zo interessant zijn de praktijkvoorbeelden. DATEV, de grote Duitse it-dienstverlener voor onder meer belastingadviseurs en accountants, heeft sinds 2025 een SCS-conforme iaas-omgeving in productie. Dat is geen proefballonnetje meer, maar serieuze infrastructuur voor een organisatie met hoge eisen aan betrouwbaarheid en controle. Ook migraties van bestaande OpenStack-omgevingen naar SCS-gebaseerde platformen kwamen in Berlijn aan bod. Juist dat soort verhalen is belangrijk, omdat ze laten zien dat soevereine cloud niet alleen iets is voor nieuwe projecten, maar ook kan aansluiten op bestaande omgevingen. De grote Duitse it-dienstverlener DATEV heeft een iaas-omgeving in productie conform de Sovereign Cloud Stack Verder kwam het onderwerp kunstmatige intelligentie nadrukkelijk aan de orde. De vraag is niet alleen waar ai-modellen draaien, maar ook op welke infrastructuur, met welke afhankelijkheden en onder welke voorwaarden. De SCS-positionering wordt daarmee breder dan cloud alleen: het gaat om een open fundament waarop ook ai-toepassingen onafhankelijker kunnen worden beheerd. Voor deze rubriek is dat precies de kern. Digitale soevereiniteit begint misschien met een andere laptop of een open source applicatie, maar eindigt daar natuurlijk niet. Uiteindelijk moet ook de infrastructuur onder onze digitale werkplek opener, controleerbaarder en beter uitwisselbaar worden. SCS laat zien dat die overstap langzaam maar zeker uit de beleidsnota’s kruipt en in echte productieomgevingen terechtkomt. Concrete migraties: teveel om te onthouden We zijn in Nederland en Europa natuurlijk al een tijdje lekker bezig met digitale soevereiniteit. Veel klassiek denkende Amerikanen zullen er vermoedelijk wat meewarig naar kijken – als ze zich  al bewust zijn van deze trend. Dat ‘handjevol migraties’ en het ‘gedoe’ rond het internationale strafhof staat ver af van de dagelijkse beleving van veel Amerikanen, zelfs als ze in de it werken. Toch lijkt dat inmiddels wat te veranderen. Tijdens de Nextcloud Enterprise Summit in Munchen die vorige week werd gehouden, kwam ik meerdere Amerikanen tegen die aangaven dat ze erg nieuwsgierig zijn geworden naar wat er in Europa allemaal gebeurt rond digitale soevereine clouds en open source. Ook een journalist van Wired begon het op te vallen dat er iets aan het gebeuren is in Europa. Een trend die op termijn wel eens enorme impact zou kunnen gaan hebben – op Europese overheden en bedrijven, maar, zo lijken meer en meer Amerikanen zich te realiseren, ook voor Amerikaanse it-aanbieders. Deze journalist kon het aantal migratieprojecten waar hij over las of hoorde inmiddels niet meer goed onthouden. Het zijn er inmiddels gewoonweg teveel. En wat doe je dan? Precies, je zet al die projecten in een mooie spreadsheet. Hij was wel zo vriendelijk om daar een publiek toegankelijk spreadsheet van te maken. En nog mooier, het werd een Proton Sheet. Inderdaad: een online spreadsheet bij een Europese en digitaal soevereine aanbieder. Die spreadsheet is hier te vinden. Zoeken via Google zonder ads? Voeg “udm=14” toe Eerlijk gezegd kan ik mij de laatste keer niet herinneren dat ik een zoekmachine heb gebruikt. Google gebruik ik al jaren niet meer en zoeken via Qwant (ik zie dat ik deze als mijn standaard zoekmachine in mijn browser heb ingesteld) of Ecosia doe ik al tijden niet meer. Al mijn vragen stel ik via Mistral Vibe, de nieuwe naam van Mistral Le Chat. Ik ben een best wel fan van Mistral Vibe, omdat het niet alleen snel en behoorlijk goed antwoord geeft op vragen, maar dat bovendien doet zonder die enorme hoeveelheid advertenties. Heat is gewoon echt een handige assistent. Voor deze rubriek heb ik zojuist toch weer eens Google gebruikt en het aantal advertenties en met AI gegenereerde tekst is enorm. Ik kan er niet veel mee. Het grappige is dat Google onlangs zelf een interessante oplossing publiceerde voor wie gewoon kale, cleane links wil zien als je een zoekvraag instelt. Ik kwam deze truc tegen via Tedium en eigenlijk is het heel simpel. Gebruik deze url: https://www.google.com/search?q=%s&udm=14 en stel deze in als standaard zoekmachine. En voila, ineens hebben we weer die oude Google-pagina met zoekresultaten. Mistral Vibe voor coding Nu we het toch even over het Franse Mistral Vibe hebben, die toevoeging ‘Vibe’ is er niet voor niets. Je kunt er namelijk ook prima apps mee maken. Daar ben ik best wel een fan van. Ik doe dat voor allerlei kleine maar veel voorkomende taken in mijn werk. Je schrijft op wat je precies wilt aan functionaliteit en twee minuten later heb je daar een app voor. Ik zag ooit een video-interview met iemand die hier op een universiteit mee aan de slag was en die sprak van “mallable apps”. Met andere woorden: wegwerpapps. Computable schreef er al eens over. Dat klinkt alsof het appjes zijn die je snel even maakt en na gebruik weer weggooit. Dat kan, maar je kunt ze ook veel langer gebruiken natuurlijk. Zo heb ik op deze manier een appje gemaakt om in een keer een flink aantal foto’s die op een hobbywebsite geplaatst moeten worden snel kleiner te maken en het juiste liggende formaat mee te geven. Maar je kunt er ook wat ingewikkelder dingen mee doen. Zo heb ik een eigen rss-reader gemaakt die over allerlei onderwerpen online content voor me verzamelt. Dat draait prima. De volgende stap wordt dat ik de zoekterm die ik gebruik om onderwerpen aan te geven automatisch laat vertalen naar meerdere talen zodat ik (eindelijk) weg kan uit de overdosis Engelstalige content die we dagelijks tegenkomen. De vertaling gaat straks naar Frans, Duits, Spaans en Italiaans. De stap die daarna gaat komen? Dat alle Italiaanse en Franse en Spaanstalige content automatisch wordt vertaald naar in eerste instantie het Nederlands. Ik ben daar al mee bezig. Uiteindelijk wil ik dat je als gebruiker zelf kunt instellen in welke taal je de gevonden content wilt lezen. Past wat mij betreft prima bij het idee dat we liever zelf onze keuzes maken in plaats van afhankelijk te zijn van wat Big Techaan functie beschikbaar stelt.
TCS en DXC worden Global Premier-partner van Anthropic
1 week
Anthropic heeft twee grote it-dienstverleners aan zich gebonden als Global Premier-partner in het Claude Partner Network: TCS en DXC Technology. Beide samenwerkingen zijn gericht op het inzetten van Claude-modellen in bedrijfskritische omgevingen. Vooral de plannen van TCS vallen op.De meest ingrijpende Anthropic-deal komt namelijk van TCS, voluit Tata Consultancy Services, de Indiase it-dienstverlener met meer dan een half miljoen medewerkers wereldwijd. Zij richten een aparte business unit op rond de Claude-modellenreeks.Het bedrijf rust vijftigduizend eigen medewerkers uit met Claude en gaat gezamenlijk met Anthropic ai-oplossingen ontwikkelen voor sterk gereguleerde sectoren als financiële dienstverlening, gezondheidszorg, life sciences, luchtvaart, telecom en de publieke sector.TCS krijgt vroege toegang tot nieuwe Claude-modellen en werkt aan branchespecifieke toepassingen, waaronder geautomatiseerde claimafhandeling en kredietadvies via het Claude Code-ecosysteem. DXC DXC Technology, actief in meer dan zeventig landen met ruim 115.000 medewerkers, bouwt voort op een al lopende samenwerking met Anthropic. Het bedrijf gebruikte Claude als primaire ontwikkeltool voor DXC Oasis, een ai-native orkestratieplatform voor managed services. Oasis werd in april 2026 geïntroduceerd en draait inmiddels bij meer dan vijftig klanten. Claude fungeert nu als het standaard basismodel achter de agentische workflows van het platform.In het kader van de nieuwe samenwerking leidt DXC tienduizenden it-specialisten en ontwikkelaars op tot gecertificeerde Claude-experts, die rechtstreeks bij klanten worden ingezet. Strategie Beide partnerschappen illustreren een bredere strategie van Anthropic om via grote systeemintegratoren door te dringen tot de ondernemingen die de meest complexe en gevoelige it-infrastructuren beheren. Want deze dienstverleners zijn zowat het belangrijkste distributiekanaal voor enterprise ai-adoptie.Vooralsnog zijn de aangekondigde resultaten grotendeels intern of beperkt in schaal, ook al zijn de plannen en ambities best groot. De vraag is hoe snel beide partijen de stap naar brede productie-uitrol kunnen maken.
Kort: Europese netwerktech-alliantie ziet licht, Futureproof Group lijft WSB Solutions in (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: SafeNet opgericht, positief advies AG aan Ondernemingskamer, Manhattan Associates lanceert Sightline, ShinyHunters stelt Raad van Europa te hebben gehackt en Futureproof Group neemt WSB Solutions over.Routerfabrikanten richten Safenet op voor Europese netwerktechnologieFritz! heeft samen met Devolo, Lancom en TDT de Sovereignty Alliance for European Network Technology (SafeNet) opgericht. De routerleverancier, gevestigd in Berlijn, wil met de nieuwe alliantie bijdragen aan de digitale onafhankelijkheid van Europa op het gebied van netwerktechnologie.Volgens SafeNet groeit de afhankelijkheid van niet-Europese leveranciers van netwerkapparatuur. De alliantie vraagt daarom aandacht voor de rol van routers in het debat over digitale en technologische soevereiniteit. Daarnaast wil het samenwerkingsverband inzetten op meer transparantie, gerichte inkoop en de ontwikkeling van een Europese ‘Router and Network Technology Security Toolbox’.SafeNet verwijst ook naar onderzoek van YouGov onder 16.000 Europeanen. Daaruit blijkt dat 55 procent het label ‘Made in Europe’ belangrijk vindt bij de aanschaf van een router. In Nederland wantrouwt circa 60 procent van de consumenten Chinese routerfabrikanten en 47 procent Amerikaanse leveranciers.Advies AG: uitspraken Ondernemingskamer over Nexperia kunnen standhoudenDe advocaat-generaal (AG) bij de Hoge Raad adviseert om vijf eerdere uitspraken van de Ondernemingskamer in de zaak rond chipfabrikant Nexperia in stand te laten. Volgens de AG heeft de Ondernemingskamer haar beslissingen voldoende gemotiveerd en juridisch juist gehandeld bij het treffen van ingrijpende maatregelen binnen het bedrijf.De zaak draait om een conflict tussen het Europese management van Nexperia en de Chinese aandeelhouder Wingtech. Eerder werden onder meer de Chinese topman geschorst, aandelen onder beheer geplaatst en een onderzoek naar het beleid van de onderneming gelast. De aandeelhouder en de voormalige bestuurder stelden cassatieberoep in en voerden aan dat hun recht op een eerlijk proces was geschonden. De AG verwerpt die bezwaren. De Hoge Raad doet op een later moment uitspraak.Sightline van Manhattan Associates vervangt spreadsheet bij planningManhattan Associates introduceert Sightline, een nieuwe functionaliteit binnen ActivePlanning. De toevoeging maakt inzichtelijk op basis van welke factoren ai-gestuurde prognoses, aanbevelingen en voorraadbeslissingen tot stand komen.Decennialang moesten planners buiten het systeem werken met spreadsheet-tools zoals Microsoft Excel om de logica achter planningsbeslissingen te begrijpen. Sightline brengt hier verandering in door in realtime en binnen de applicatie analyses te leveren. Volgens de leverancier van logistieke software krijgen planners hiermee rechtstreeks in de applicatie uitleg over onder meer prognose-input, veiligheidsvoorraden, minimale bestelhoeveelheden, levertijden en de invloed van promoties.De functionaliteit bevat daarnaast configureerbare werkruimten die zijn afgestemd op verschillende rollen en activiteiten van planners. Daarmee kunnen gebruikers prognoses, orderverwachtingen en voorraadniveaus vanuit verschillende perspectieven bekijken. Manhattan stelt dat dit de behoefte aan externe business-intelligence-tools en spreadsheets vermindert.Hackgroep claimt datalek bij Raad van EuropaDe hackgroep ShinyHunters claimt te hebben ingebroken bij de Raad van Europa in Straatsburg, Frankrijk, meldt Cybernews. Volgens de aanvallers is daarbij circa 297 gigabyte aan gegevens buitgemaakt, verdeeld over meer dan 429.000 bestanden. Het zou onder meer gaan om hr- en salarisgegevens, personeelsdossiers, bankinformatie, belastinggegevens en medische documenten. De Raad van Europa heeft de claim vooralsnog niet bevestigd.Cybersecurityonderzoekers wijzen erop dat de vermeende buitgemaakte gegevens kunnen worden misbruikt voor identiteitsfraude, phishingaanvallen en afpersing. ShinyHunters stelt dat ook contracten, declaraties, beoordelingsverslagen en cv’s zijn buitgemaakt. De organisatie onderzoekt de melding. De Raad van Europa is een internationale organisatie van 46 Europese landen die zich richt op mensenrechten, democratie en de rechtsstaat.Futureproof Group neemt WSB Solutions overFutureproof Group heeft WSB Solutions gekocht. Met de toevoeging van de it-dienstverlener uit Hardinxveld-Giessendam breidt het it-huis uit Utrecht zijn activiteiten binnen het Microsoft-ecosysteem uit.WSB Solutions ondersteunt organisaties op het gebied van cloud, moderne werkplekken, cybersecurity en business applications. Het bedrijf telt circa tachtig medewerkers en is Microsoft Solutions Partner. Met de overname voegt Futureproof Group ook expertise toe op het gebied van Microsoft Dynamics Business Central.Volgens Futureproof Group krijgen klanten van beide organisaties hierdoor toegang tot een breder dienstenaanbod. WSB blijft onder eigen naam actief. De bedrijven binnen Futureproof Group opereren in belangrijke mate zelfstandig, met hun eigen specialisaties en identiteit. Tegelijkertijd werken zij nauw samen en profiteren zij van de schaalgrootte van de groep, onder meer op het gebied van kennisdeling, inkoop, opleidingen en innovatie.
Beursgang SpaceX verandert ai‑­land­schap
1 week
Van datacenters in de ruimte tot Terafab‑gok De record-beursgang van SpaceX die het techbedrijf van Elon Musk 75 miljard dollar in het laatje bracht, heeft impact op de hele ai-wereld. Het landschap van ai-leveranciers is er in één klap anders gaan uitzien.  De nieuwe grootmacht op gebied van hyperscale-computing kan dankzij deze gigantische kapitaalinjectie een vuist maken. Het is maar afwachten of de komende beursgangen van de concurrenten OpenAI en Anthropic even succesvol zullen verkopen.  Mogelijk heeft het verliesgevende SpaceX, dat nu meer dan twee biljoen dollar waard is, zoveel kapitaal van beleggers aangezogen dat er voor OpenAI en Anthropic minder overblijft. SpaceX’s beursgang sprak ook extra tot de verbeelding met zijn plannen voor datacenters in de ruimte, kolonies op Mars, exploitatie van de Maan alsmede het al winstgevende satellietnetwerk Starlink.  Dagobert Duck Ook de reputatie en invloed van Tesla-oprichter en serie-ondernemer Musk speelt mee. Zelf werd hij de eerste biljonair uit de geschiedenis. En 4.400 SpaceX-werknemers waarvan vele software-ontwikkelaars werden miljonair. Bij zo’n vierhonderd medewerkers gaat het zelfs om bedragen boven de honderd miljoen dollar.  Beleggers in SpaceX krijgen niet alleen een aandeel in een ruimtevaartbedrijf maar delen via xAI ook mee in de groei van ai-infrastructuur. Wie met ai-rekencapaciteit een kansje wil wagen, kan nu naast AWS (Amazon), Azure (Microsoft) en Google Cloud ook SpaceX kiezen. Want sinds Elon Musk begin februari xAI met SpaceX liet samengaan, omvat het techbedrijf een verticaal geïntegreerd ai-platform dat ook nog het sociaal medium X omvat.  Gpu-capaciteit SpaceX/xAI is overigens weinig succesvol met het grote taalmodel Grok. Ook de ai-oplossingen voor consumenten en bedrijven moeten zich nog bewijzen. De meeste indruk maakt de ai-computerinfrastructuur. SpaceX heeft al zoveel ai-rekencapaciteit dat Google en Anthropic voor meer dan dertig miljard dollar aan afname-contracten hebben getekend.  Beide klanten krijgen toegang tot de gpu-capaciteit die oorspronkelijk bedoeld was voor het taalmodel Grok. De komst van SpaceX/xAI vergroot de concurrentie. Deze grootmacht kan Anthropic, OpenAI, Google en anderen dwingen hun kostenstructuren en financieringsstrategieën te herzien. De toch al roerige ai-wereld krijgt er extra dynamiek bij. SpaceX heeft niet alleen een zeer grote schaal, maar kan ook scherpe prijzen hanteren. Orbitale infrastructuur  De grote doorbraak kunnen in de toekomst de ai-datacenters in de ruimte worden, zo denkt Musk. Microsoft en Google zullen die infrastructuur niet snel zelf kunnen opbouwen. Musk gokt op de ruimte, want de groei van ai-datacenters loopt tegen fysieke beperkingen aan. Water en stroom vormen steeds meer een bottleneck. De beursgang brengt kapitaal binnen waarmee deze datacenters minder sciencefiction worden.  Maar uit de prospectus bij de beursgang blijkt nog eens hoe groot de risico’s zijn bij de orbitale infrastructuur voor ai-computing. De kans bestaat dat het helemaal niets wordt. Het plaatsen van datacenters in de ruimte is financieel alleen haalbaar als dit op een enorme schaal gebeurt. Elon Musks plannen vereisen de exploitatie van zeer grote satelliet-constellaties, mogelijk tot wel een miljoen satellieten. ‘s Werelds eerste biljonair draait zijn hand daar niet voor om, maar het blijft een gigantische klus.  Zeer complex Om de satellieten in een baan om de aarde te krijgen is de raket Starship nodig. Groot is het risico dat de commerciële ontwikkeling hiervan, de verwachte prestaties, de lanceer-frequentie of de kostenbesparingen die met Starship gepaard gaan, te lang op zich laten wachten. Het zal veel kapitaal en moeite kosten om die lanceer-frequentie op peil te krijgen. Technisch moet er nog heel veel gebeuren. De uitdagingen zijn enorm groot. Ook het bijtanken in een baan om de aarde brengt technische complexiteiten met zich mee. Ai-computersatellieten op grote schaal hebben volledige herbruikbaarheid van Starship nodig om economisch rendabel te zijn. De technische complexiteit strekt op vele gebieden uit, waarschuwt SpaceX. Genoemd worden:  de grootschalige ai-berekeningen in een baan om de aarde; de productie van ai-chips op grote schaal; de oprichting van een economie op de maan waaronder asteroïdemijnbouw; de ontwikkeling van systemen voor menselijke augmentatie;  het transport van mensen en vracht naar de maan en Mars. Het gaat hier om onbewezen technologieën of technologieën die nog niet bestaan of aanzienlijke vooruitgang vereisen. Dergelijke initiatieven zullen mogelijk niet commercieel levensvatbaar zijn. Uiteindelijk kunnen ze dan ook mislukken. Het zal jaren duren voordat de ai-producten en -diensten en andere strategische initiatieven winstgevend worden. Dat geldt in het bijzonder voor de ai-computerinfrastructuur en industrialisatie-inspanningen in de ruimte, op de maan en tussen planeten. Bovendien hangt de haalbaarheid van ai-berekeningen in een baan om de aarde mede af van de kostenvoordelen van zonne-energie ten opzichte van bestaande aardse energiebronnen. Ook op aarde staat de techniek niet stil. Vooruitgang in kernenergie kan de energiekosten aanzienlijk verlagen. Ook kan de vraag naar ai-toepassingen zo tegenvallen dat aardse datacenters voldoende capaciteit overhouden. Conclusie is dat er geen enkele garantie is dat de gigantische investeringen van SpaceX rendabel worden.  Terafab Helemaal speculatief zijn de plannen met Terafab, een chipfabriek waar Musk $25 miljard in wil steken. Musk noemt deze episch omdat de vervaardiging van logic (logische schakelingen), geheugen en ‘packaging’ onder één dak komt. Uit de prospectus blijkt dat SpaceX/xAI met Tesla alleen maar een algemeen raamwerk, een soort sjabloon voor de productie hebben gemaakt.  Duidelijke afspraken, voorwaarden of definitieve contracten ontbreken. Aan het project liggen geen ip-overeenkomsten ten grondslag wat een chip-project van een dergelijke omvang ongebruikelijk is. Onduidelijk is wie de chipontwerpen bezit en welke lithografieprocessen en packaging worden gebruikt. Kortom, dit project verkeert nog in een zeer vroeg stadium. Het is meer uitgesproken ambitie. Tesla zal Terafab nodig hebben voor zijn robots en auto’s, xAI voor de datacenters en SpaceX voor berekeningen bij de lanceringen en hardware die de ruimte ingaat. Qua technologie, tijdlijnen, kosten en leveringsketens zijn er grote onzekerheden. Musk wil alles in één hand houden: het ontwerp van de chips, de productie en de machines die daarvoor nodig zijn. Dat lijkt een onmogelijke opgave. 
Delftse Qualinx in volledig Europese productieketen
1 week
Qualinx heeft een van de eerste volledig Europese end-to-end productieketens voor halfgeleiders gerealiseerd. De Delftse ontwikkelaar laat zijn energiezuinige, veiligheidskritische chips vervaardigen in de fabriek van GlobalFoundries in Dresden (Duitsland).  Deze halfgeleiders vinden toepassing in de lucht- en ruimtevaart, defensie en kritieke infrastructuur. Ze kunnen volledig binnen Europa worden ontworpen, geproduceerd en geleverd. GlobalFoundries heeft geen Amerikaanse eigenaar. Mubadala, het staatsinvesteringsfonds van de Verenigde Arabische Emiraten, heeft de meerderheid van de aandelen (82 procent). Mede gefinancierd via de European Chips Act die binnenkort fase 2.0 ingaat, werkt GlobalFoundries aan de realisatie van Europese soevereine productie. Veiligheidskritische stappen in het productieproces – van de ontvangst van klantontwerpen tot veilige maskerdiensten en waferproductie – worden volledig binnen Europa uitgevoerd.  Veiligheidskritisch Hierdoor ontstaat een puur Europese toeleveringsketen voor veiligheidskritische halfgeleiders. Volgens Tom Trill, ceo van Qualinx, behoudt zijn bedrijf de totale controle over ip, data en de toeleveringsketen binnen Europa. Gevoelige ontwerpgegevens van klanten en fysieke materialen blijven volledig binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Qualinx onderscheidt zich met energiezuinige herconfigureerbare chips voor positionering en tracking. GlobalFoundries ziet de samenwerking met Qualinx als een referentieproject. Het bedrijf voert met meerdere Europese systeem- en modulefabrikanten gesprekken om toekomstige productgeneraties onder te brengen binnen zijn programma voor Europese soevereine productie.
Washington grijpt in: exportstop op Anthropic’s krachtigste ai‑modellen na vrees voor ‘jailbreak’
1 week
De regering‑Trump heeft de toegang tot Anthropic’s meest geavanceerde ai‑modellen Mythos en Fable voor alle niet-Amerikaanse burgers opgeschort, of die nu in de VS dan wel daarbuiten werken. Nadat Amazon‑ceo Andy Jassy alarm sloeg over mogelijke misbruik-scenario’s, besloot de Amerikaanse overheid meteen tot een exportcontrole.  De brief waarin Washington de richtlijn aankondigde, bevat geen nadere details over de aard van de bezorgdheid over de nationale veiligheid. Volgens Anthropic denkt de overheid een methode te hebben ontdekt om Fable 5 te omzeilen, ofwel te ‘jailbreaken’. Anthropic zegt een demonstratie te hebben bekeken van deze specifieke ai-techniek, waarmee een klein aantal reeds bekende, kleine kwetsbaarheden werden geïdentificeerd. ‘Deze kwetsbaarheden lijken relatief eenvoudig en we hebben vastgesteld dat andere openbaar beschikbare modellen ze ook kunnen opsporen zonder dat een omzeiling nodig is.’  Maar het Amerikaanse ai-bedrijf waarschuwde onlangs zelf voor de verdere ontwikkeling van geavanceerde ai. Dit gaat zo snel dat systemen binnenkort zichzelf kunnen verbeteren zonder menselijke tussenkomst. Eind mei werd bekend dat Mythos bij het project Glasswing al tienduizenden kwetsbaarheden had opgespoord. De CISO Community Nederland waarschuwde daar meermalen voor. Anthropic zei zelf dat hun model te krachtig en risicovol is. Maar nu de Amerikaanse overheid de buitenlandse toegang blokkeert, zegt Anthropic het een misverstand is. Oren laten hangen Om technische redenen heeft Anthropic beide ai-modellen tijdelijk helemaal afgesloten; dus ook voor Amerikanen. Andere modellen van Claude zijn wel toegankelijk. Het ai-bedrijf wil zo snel mogelijk Mythos en Fable weer openstellen.  Volgens de Wall Street Journal heeft de regering in Washington de oren laten hangen naar Amazon, overigens een grote investeerder in Anthropic. De zakenkrant citeert ingewijden die zeggen dat Amazon‑onderzoekers aantoonden dat het Fable 5‑model onder specifieke omstandigheden informatie kon vrijgeven die bruikbaar is voor cyberaanvallen. Amazon-topman Andy Jassy zou dit hebben gemeld aan hoge Amerikaanse functionarissen, onder wie minister van Financiën Scott Bessent. Amazon wil hier niet in detail op ingaan.  Politisering Afgelopen weekeinde regende het kritiek op de nieuwe Amerikaanse richtlijn. Gevreesd wordt voor een politisering van het ai-beleid die Europese gebruikers van beide ai-modellen op achterstand zet. Op 11 juni waarschuwde een groep Europese ai-experts waaronder assistent-professor (MIT) en ai-onderzoeker (DeepMind) Michiel Bakker wat er zou gebeuren als de VS de toegang tot frontier-ai zou stoppen. Tot hun ontzetting werd hun toekomstscenario al na een paar dagen bewaarheid. Volgens Bakker moet Europa toegang hebben tot de beste ai-modellen. En dat streven wordt nu al doorkruist.
Bouw Amsterdams Microsoft-datacenter verstoord
1 week
De actiegroep Geef Tegengas heeft vrijdagochtend in de Amsterdamse Houthavens de bouwplaats bezet van een hyperscale-datacenter van Microsoft. Een deel van de activisten is volgens NRC ook betrokken bij protesten van Extinction Rebellion.  Ze beschuldigen Microsoft ervan data op te slaan voor het Israëlische leger en de Amerikaanse immigratiepolitie ICE. Volgens de actievoerders vertraagt de aanleg van het datacenter de bouw van tienduizenden woningen. Door de energiecongestie komen veel bouwprojecten niet van de grond. Nieuwe bedrijven moeten lang wachten op een aansluiting. Behalve stroom slokt het project ook veel water op. Omzeilen Rond de bouw van het datacenter woedt al langer een discussie. Door het project in drie data-torens te splitsen en daarvoor aparte vergunningen aan te vragen wist Pure DC, de Britse bouwer en exploitant, het landelijk verbod op hyperscalers te omzeilen. Sinds 2022 mogen die alleen verrijzen in de Wieringermeerpolder en de Eemshaven.  Met de acties probeert Geef Tegengas invloed uit te oefenen op de Amsterdamse gemeentepolitiek. Ook in België groeien de twijfels over de economische en maatschappelijke effecten van hyperscale datacenters. Onlangs kondigde Google aan 5 miljard euro extra in Wallonië te investeren. Maar volgens milieufederatie Canopea blijft daarvan maar 200 miljoen euro in dat deel van België hangen.  Beleidsaanpak De Dutch Data Center Association (DDA) pleitte in het rapport, de State of the Dutch Data Centers, onlangs voor een meer gedifferentieerde beleidsaanpak. Deze branche-organisatie vindt dat bij vergunningverlening meer rekening moet worden gehouden met het soort datacenter en de afnemers.
7 tips om ai-agents beter te beveiligen
1 week
Hackers meldden begin juni dat ze maandenlang Instagram-accounts konden stelen door gebruik te maken van Meta’s ai-chatbot. Ze misleidden de bot om een wachtwoordherstel uit te voeren en kregen zo volledige controle over accounts. Het incident toont aan hoe snel een ai‑agent kan ontsporen wanneer bevoegdheden niet goed zijn afgebakend. Ook maakt het duidelijk dat ai‑agents digitale medewerkers zijn die dezelfde beveiliging verdienen als menselijke collega’s. In dit artikel op basis van adviezen van securitybedrijven en eigen research bieden we zeven tips om ai-agents net zo streng te beveiligen als medewerkers. #1 Beperk bevoegdheden tot het absolute minimum Ai‑agents krijgen vaak te brede toegang tot systemen, terwijl ze net zo goed kunnen worden gemanipuleerd als mensen, stelt Open Web Application Security Project (OWASP). De stichting voor het verbeteren van softwarebeveiliging waarschuwt in een privacy-paper dat te ruime permissies van ai-agents direct leiden tot escalaties en misbruik van api’s. ‘Ai-agents horen alleen toegang te krijgen tot de specifieke handelingen die nodig zijn voor één taak – niet meer’ , is het advies. #2. Verifieer elke kritieke actie via een vertrouwd kanaal Het Meta‑incident laat ook zien wat er misgaat als een ai‑agent zelfstandig e‑mailadressen mag wijzigen. Elke wijziging aan accounts, inloggegevens (credentials) of machtigingen moet worden bevestigd via een bestaand, vertrouwd kanaal. Niet als extra beveiliging, maar als basisontwerp, stellen experts. Een ‘vertrouwd kanaal’ is een eerder gevalideerd communicatiemiddel dat aantoonbaar bij de rechtmatige gebruiker hoort, zoals het bestaande e-mailadres, het geregistreerde telefoonnummer, een authenticator‑app of DigiD. Kritieke wijzigingen moeten altijd via zo’n kanaal worden bevestigd. Een ai‑agent mag dus nooit vertrouwen op nieuwe, niet geverifieerde gegevens of op instructies uit een chatvenster, omdat die eenvoudig te manipuleren zijn. 3. Behandel ai‑agents als niet‑vertrouwde identiteiten Security‑onderzoekers van cloudsecurity-platform Wiz stellen dat ai‑agents moeten worden gezien als digitale identiteiten zonder menselijke gebruiker, maar met echte permissies. Ze horen dezelfde controles te krijgen als externe opdrachtnemers of dienstverleners, namelijk: beperkte toegang, audit‑logging en verplichte verificatie. 4. Bescherm tegen prompt‑injectie en contextvergiftiging Ai‑agents zijn gevoelig voor misleidende instructies, zowel direct als via documenten, websites of klantinput. Prompt‑injectie is inmiddels één van de belangrijkste aanvalsvectoren. Het proces van het beveiligen en robuuster maken van een taalmodel (llm), ook wel hardening genoemd is steeds belangrijker. Het doel is om te voorkomen dat de ai zich laat manipuleren door kwaadaardige instructies (promptinjectie) of onbetrouwbare externe data als waarheid gaat beschouwen (contextvergiftiging). Hardening, input‑validatie en regelmatige tests met bekende jailbreak‑technieken zijn noodzakelijk, stelt OWASP. 5. Monitor gedrag continu en blokkeer afwijkende acties Omdat ai‑agents autonoom redeneren, kunnen ze onverwachte stappen zetten. Realtime monitoring van alle tool‑calls, api‑acties en afwijkende patronen is essentieel, stelt Wiz-Research. Tool calls ook wel function calling genoemd, zijn de momenten waarop een ai-model zelfstandig externe software, databases of systemen oproept om een taak uit te voeren. Het model gebruikt zijn ‘denkkracht’ om te bepalen welke tool er nodig is en stelt daar automatisch de juiste vragen of parameters voor op. Security‑analyses tonen aan dat veel organisaties al risicovol ai-agentgedrag zien, maar nauwelijks detectie of monitoring hebben ingericht. 6. Voorkom dat agents gevoelige data lekken Ai‑agents kunnen onbedoeld persoonlijk identificeerbare informatie, inlog-infromatie of bedrijfsgeheimen delen via logs of outputs. Er zijn verschillende richtlijnen voor automatische detectie en filtering van gevoelige data in alle in‑ en uitgaande communicatie. 7. Pas zero‑trust toe op alle ai‑agents Ai‑agents voeren echte acties uit, niet alleen conversaties. Daarom moeten ze binnen een zero‑trust‑architectuur worden geplaatst. Stel segmentatie, strikte authenticatie tussen services en validatie van elke stap die een agent uitvoert, in. Nieuwe aanvalsvectorAi‑agents zijn geen softwaremodules meer, maar digitale medewerkers met echte bevoegdheden. Het Meta‑incident bewijst hoe snel een agent kan worden misleid wanneer organisaties geen duidelijke grenzen stellen. Wie ai inzet zonder dezelfde controles als bij menselijke medewerkers, creëert een nieuwe aanvalsvector en een directe route naar gevoelige processen.
Belgisch slacht­of­fer van online-fraude verliest gemiddeld 4.000 euro, Ne­der­lan­der 820 euro
1 week
Belgische slachtoffers van online-oplichting verliezen gemiddeld 3.984 euro per incident. Dat blijkt uit het nieuwe rapport van de Global Anti-Scam Alliance. Daarmee behoort België tot de Europese landen met de hoogste gemiddelde schade. In Nederland bedraagt het gemiddelde verlies slechts 820 euro.De Global Anti-Scam Alliance (Gasa) is een organisatie die techbedrijven, overheden en consumentenorganisaties verenigt in de strijd tegen de vele vormen van online oplichting.Uit hun jaarlijks rapport blijkt dat het aantal gevallen van bijvoorbeeld phishing, investeringsfraude en cryptoscams in Europa opnieuw is toegenomen. ‘We staan in heel Europa voor een duidelijke en steeds grotere uitdaging’, aldus Andrei Skorobogatov,  policy director bij Gasa.Volgens het rapport van Gasa kwam drie op de vier Europese volwassenen het afgelopen jaar op een of andere manier in contact met een vorm van online-fraude, zoals phishing, investeringsfraude of cryptoscams. Met resultaat: in heel Europa maakten online oplichters het voorbije jaar naar schatting bijna 50 miljard euro buit.België versus NederlandDe financiële impact is aanzienlijk, zeker ook voor Belgische slachtoffers met een gemiddeld verlies van 3.984 euro. Enkel Denemarken (4.300 euro verlies) en Zwitserland (5.226 euro) rapporteren hogere gemiddelde verliezen per slachtoffer dan België. Opvallend is dat 49 procent van de Belgische slachtoffers meer dan één keer werd opgelicht, tegenover 42 procent gemiddeld in de Europese Unie. Als we inzoomen op Nederland, dan blijkt dat het hoog staat in de lijst van landen met het laagst gemiddelde verlies aan oplichting (op plek twee na Roemenië). Gemiddeld bedraagt het verlies 820 euro per slachtoffer, dus bijna vijf keer minder dan bij Belgische slachtoffers.Al is er voor Nederland wel een aandachtspunt: het aandeel van de slachtoffers dat meerdere keren slachtoffer is van online-fraude ligt in Nederland opvallend hoog: op 65 procent.Gedrag bankenVanwaar deze verschillen? Volgens jurist Jean-Philippe Gakwaya van Boomerang.legal, aangehaald in Gazet van Antwerpen, kan het hoge Belgische schadebedrag deels samenhangen met de manier waarop banken omgaan met fraudegevallen. Belgische banken zijn wettelijk verplicht slachtoffers in bepaalde gevallen te vergoeden, tenzij ze kunnen aantonen dat sprake is van grove nalatigheid. In de praktijk ontstaat daar regelmatig discussie over.Daarnaast plaatsen experts vraagtekens bij de algemene effectiviteit van fraudedetectie. Hoewel banken naar schatting driekwart van de verdachte transacties onderscheppen, blijft het aantal slachtoffers in absolute aantallen jaar na jaar stijgen. 
‘Brief staatssecretaris over Fast Enterprises is half werk’
1 week
Het is een positief signaal dat de staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) nu stappen zet, in het algemeen door nadruk te leggen op zelfbouw dan wel Europese oplossingen, concreet rond het contract met Fast Enterprises voor de omzetbelasting. Voor dit laatste lijken met name twee zaken echter belangrijk. In de aanbestedingstukken van het OB-contract werd gezegd dat beheer en onderhoud van de op de datacenters van Belastingdienst geïnstalleerde software door Fast worden uitgevoerd. Uitwerking van de details is opgenomen in stukken die we niet kennen, het wordt nu anders, hoe weten we niet precies. De aangekondigde audit moet hier duidelijkheid geven. Voorts werkt men met de leverancier aan een constructie waarmee escrow ook wordt geactiveerd bij toepassing van extraterritoriale wetgeving: als dat lukt dan krijgt de Belastingdienst de code als door een actie van de Amerikaanse regering de levering door Fast wordt onderbroken. De escrow aanpassing zal heel moeilijk zijn te implementeren. Maar de waarde van de aankondiging van de Staatssecretaris kan het best worden beoordeeld in het licht van de deze week op de 3 juni door de Europese Commissie aangekondigde wet genaamd Cloud and AI Development Act (Cada). Deze wet zal na te zijn geïmplementeerd verplichten ook bestaande voorzieningen onder Cada te brengen, lees: te ontmantelen en te migreren naar een oplossing Made in Europe. Ogenschijnlijk gaat Cada over Clouddiensten. Maar ook software uit de VS die (bijvoorbeeld in Nederland) on premises draait valt qua doel en deels ook letter binnen Cada in zoverre dat het er om gaat welke jurisdictie geldt, wie control heeft en of er blootstelling is aan interventie door derde-landen. Niet om waar de it draait. Twee vereisten Het gaat met name om twee vereisten in Cada: a) geen control vanuit een derde land of entiteit welke het vermogen tot levering van de dienst beperkt, of beperkingen oplegt aan infrastructuur, assets en personeel (met name als gevolg van de eigendomsstructuur; annex III onder G wetsvoorstel Cada) en b) geen control door een derde land of entiteit over de provider op een wijze die de provider verplicht mee te werken aan beperkende maatregelen zoals sancties, embargo’s. De stappen die nu met Fast worden gezet zorgen nog niet voor compliance met deze criteria en voor afdekking van de risico’s waar Cada op doelt. Het blijft immers proprietary software uit de VS. Afronding van het Europese wetgevingsproces voor Cada kan nog leiden tot enkele wijzigingen, bijvoorbeeld verduidelijking rond on-premises constructies. Maar de wet werpt zijn schaduw nu al vooruit. Het lijkt onverstandig om nu geen rekening te houden met Cada met het risico om straks in een juridische fuik en problematiek van ontvlechting en migratie te belanden. Voor bestaande contracten, ook on-premises- constructies, is het van belang om een ‘autonomie en exit-plan’ te gaan maken (zoals financiële instellingen dit deels nu al moeten doen op basis van de Digital Operational Resilience Act (Dora). Projecten met een hoog risicoprofiel die in een beginstadium van implementatie verkeren kunnen maar beter worden beëindigd. Zo bezien is de brief van de staatsecretaris een stapje in de goede richting, Men heeft het contract met Fast wel degelijk deels afgekocht want tegenover verkleining van de scope heeft ongetwijfeld een vergoeding aan Fast gestaan. Maar in het licht van het bovenstaande is de vraag: waarom half werk geleverd, en er niet volledig een streep doorgehaald? Marcel van Kooten studeerde internationale betrekkingen en is consultant informatiestrategie bij Highberg. Lees ook: Digitale soevereiniteit blijft loze belofte
Kort: Wantrouwen in niet‑Europese routers, cybercrimineel dol op remote access-tools (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: geen vertrouwen consumenten in routers buiten Europa, Simac PHI Data neemt Blyott over, Ricoh werkt samen met Closing the Loop, Reverse IT bevoorraadt Dille & Kamille met handhelds en HP waarschuwt voor remote access-tools.Nederlanders wantrouwen vooral niet‑Europese routersNederlandse consumenten hebben weinig vertrouwen in routerfabrikanten buiten Europa. Dat blijkt uit een enquête van markt- en opinieonderzoeksinstituut YouGov onder ruim 16.000 respondenten in veertien Europese landen. In Nederland wantrouwt 71 procent Russische fabrikanten, 60 procent Chinese en 47 procent Amerikaanse. Europese fabrikanten worden door 12 procent gewantrouwd.In heel Europa ligt het wantrouwen tegenover Chinese en Russische partijen eveneens hoog, terwijl slechts 10 procent Europese aanbieders als onbetrouwbaar ziet. Tegelijk vindt 55 procent van de respondenten het label ‘Made in Europe’ belangrijk bij de aankoop.Veel consumenten weten niet waar hun router vandaan komt. Ook denken velen dat via providers geleverde apparatuur Europees is. FRITZ!, van fabrikant AVM uit Berlijn, wordt door 35 procent van de Nederlandse respondenten correct als Europees herkend.Simac PHI Data koopt BlyottSimac PHI Data, onderdeel van de Nederlandse it-huis Simac, heeft Blyott overgenomen, een specialist in realtime asset tracking op basis van Bluetooth Low Energy (BLE). Met deze stap versterkt Simac zijn positie in smart asset tracking binnen de Benelux.De combinatie van Blyott’s schaalbare saas-platform en Simac’s expertise in iot en rfid maakt het mogelijk om organisaties – met name in de zorg – realtime inzicht te geven in assets, met directe impact op kosten, efficiëntie en kwaliteit van dienstverlening. Simac PHI Data heeft zijn hoofdzetel in het Belgische Wemmel; Blyott in Oostkamp.Ricoh sluit e-waste-reductie-samenwerking met Closing the LoopRicoh, met het Nederlandse hoofdkantoor in ‘s-Hertogenbosch, integreert voortaan e-waste-reductie in printcontracten. Het bedrijf werkt hiervoor samen met Closing the Loop, een circulaire dienstverlener uit Amsterdam. Per geplaatste A3-multifunctional wordt circa 2,5 kilo elektronisch afval ingezameld en gerecycled, wat over de looptijd van de overeenkomst neerkomt op 12.500 kilo wereldwijd.De inzameling vindt plaats in regio’s waar e-waste vaak onveilig wordt verwerkt. Door gecontroleerde recycling wordt schadelijke verwerking voorkomen. De Nederlandse rijksoverheid past de aanpak al toe in een aanbesteding om de printomgeving te verduurzamen.Ricoh hanteert sinds 1994 het Comet Circle-principe voor circulaire producten. De samenwerking met Closing the Loop voegt daar een extra element aan toe: naast hergebruik van materialen wordt nu ook actief e-waste uit de keten gehaald.Dille & Kamille versnelt afrekenen met mobiele handhelds Reverse ITRetailketen Dille & Kamille heeft zijn winkelprocessen vernieuwd met handheldterminals van Reverse IT, gevestigd in Emmen. Medewerkers kunnen klanten voortaan direct op de winkelvloer laten afrekenen via Android Tap to Pay, waardoor wachtrijen bij vaste kassa’s afnemen.De Zebra TC22-handhelds ondersteunen naast mobiel betalen ook voorraadbeheer, bestellen en schapcontrole. De oude apparaten draaiden op verouderde Android-versies die niet meer werden geüpdatet en voldeden niet aan actuele beveiligingseisen.Reverse IT levert ook een mobile device management-oplossing waarmee Dille & Kamille alle apparaten centraal kan configureren en beheren. Nieuwe apparaten zijn na het scannen van een qr-code binnen enkele minuten gebruiksklaar. Dat maakt opschalen in bestaande en nieuwe winkels eenvoudiger.Aanvallers misbruiken remote access-tools als digitale achterdeurOnderzoekers van HP Threat Research zien dat cybercriminelen steeds vaker legitieme software inzetten om toegang tot pc’s te krijgen. Volgens het nieuwste Threat Insights Report verspreiden aanvallers remote access-tools via phishing rond belastingaangiftes en via nepdownloads van datingapps. Zo verkrijgen zij langdurige controle over systemen.Daarnaast circuleren frauduleuze cryptowallet-hersteltools die inlog- en walletgegevens stelen. Ook worden ClickFix-campagnes ingezet waarbij malware wordt vermomd als audiobestanden en wordt geactiveerd via realistische Captcha-verzoeken.HP waarschuwt dat deze aanvallen lastig te herkennen zijn omdat ze lijken op normale it-processen. Organisaties moeten volgens HP Wolf Security software-installaties strenger controleren en risicovolle activiteiten isoleren.
Flinke impuls voor Deep Tech Fonds 
1 week
Het Deep Tech Fonds krijgt een financiële impuls van 360 miljoen euro. Het geld komt van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en financieringsinstelling Invest-NL. Het fonds groeit daarmee naar een fondsvermogen van 610 miljoen euro.  Minister Heleen Herbert (EZK) heeft daarover donderdag de Tweede Kamer geïnformeerd. Dankzij het fonds krijgen baanbrekende technologieën die voortkomen uit wetenschappelijk onderzoek en complexe innovaties, eerder toepassingen. Voor innovaties die kennisintensief zijn – en daarom ook veel kapitaal vragen – is het vaak moeilijk om financiering te vinden. Deep-tech-bedrijven hebben langere ontwikkeltijden van hun innovaties. Vaak gaat het om nieuwe technologieën die zich nog niet (volledig) bewezen hebben en waar voor investeerders relatief grote risico’s aan kleven. Bijvoorbeeld in sectoren als fotonica, halfgeleiders, ai, quantumtechnologie en nanotechnologie.  Tot de bedrijven die het fonds ondersteunt, behoren Axelera AI (ai-chips voor edge computing), Nearfield Instruments (precisie-metrologie voor chipproductie), Qualinx (energiezuinige gnss-chips), Sandgrain (chips voor beveiliging van kritieke infrastructuur), QuiX Quantum (quantumcomputer), Eyeo (beeldsensoren), QuantWare (quantum processoren) en EclecticIQ (cybersec).  
Fiscus draait uitbesteding btw-systeem aan Amerikaanse Fast deels terug 
1 week
De Belastingdienst neemt bij de modernisering van de omzetbelasting het beheer van de infrastructuur over van Fast Enterprises, inclusief hosting en kanalen voor updates. De zaak kwam aan het rollen door een Computable-artikel. Staatssecretaris Eelco Eerenberg (Financiën) meldt de koerswijziging in een brief aan de Tweede Kamer. Aanvankelijk zou het nieuwe systeem, geheel in handen gelegd van Fast, op 1 juli a.s. gaan draaien. Deze uitrol wordt nu uitgesteld. Voor ondernemers heeft dat volgens Financiën geen gevolgen.  De heroverweging volgt op een artikel in Computable waarin it-deskundige Marcel van Kooten op persoonlijke titel een reconstructie van het besluitvormingsproces bij Financiën maakte, die leerde dat strategische, geopolitieke en continuïteitsaspecten nauwelijks waren meegewogen bij de uitbesteding aan Fast. Digitale autonomie Het streven naar meer digitale autonomie ligt aan de basis van deze omwenteling. Eerenberg wil minder afhankelijk worden van Amerikaanse technologie. Het is niet de bedoeling om alle afhankelijkheden te elimineren, wel om deze te beheersen en waar mogelijk gericht af te bouwen. De risico’s rondom de vertrouwelijkheid van gegevens en de continuïteit van de dienstverlening worden te groot geacht wanneer Fast Enterprises het beheer en onderhoud van de infrastructuur verzorgt. Deze risico’s kunnen niet afdoende gemitigeerd worden in de huidige geopolitieke context, aldus de staatssecretaris. Eigen datacenters De Belastingdienst kiest voor servers in eigen datacenters, terwijl eigen mensen het beheer gaan doen. Fast Enterprises blijft verantwoordelijk voor de software-oplossing, waardoor de structurele afhankelijkheid niet wordt opgeheven. Eerenberg tekent hierbij aan dat de Amerikaanse leverancier geen directe toegang zal hebben tot de productiegegevens. De Tweede Kamerleden Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Jan Struijs (50PLUS) vroegen Financiën om een onderzoek naar de mogelijkheid met het project te stoppen en alternatieven voor de Amerikaanse leverancier te onderzoeken. Dat blijkt nu voor een belangrijk deel haalbaar te zijn. Eerenberg verzette zich eerst tegen het terugdraaien van het contract met Fast. Dat zou volgens hem een paar honderd miljoen euro kosten. Financieel en juridisch zag hij grote consequenties.  Terugdraaien Maar it-expert Marcel van Kooten toonde aan dat terugdraaien wel degelijk mogelijk was. Grootste gevaar was dat Nederland voor de overheidsfinanciën afhankelijk werd van de regering Trump, want Fast staat als Amerikaans bedrijf onder de invloedsfeer van Washington. Bij een overgang naar een (Amerikaanse) cloud zou Nederland nog minder autonoom worden. De koersverandering bij de modernisering van het systeem van de omzetbelasting staat niet op zichzelf. De Belastingdienst wil ook op andere terreinen meer eigen it-beheer en ook zelfbouw. Ook zijn investeringen nodig in de uitbreiding van de eigen datacentercapaciteit. Verder is er inzet op open source. De Belastingdienst wil zoveel mogelijk gebruik maken van Europese leveranciers. Dit vraagt om een herziening van het inkoopbeleid en de aanbestedingsregels.
AIVD mag effectiever filteren
1 week
De AIVD moet wettelijk ruim baan krijgen om streaming- en downloadverkeer gericht te selecteren. Het VVD-kamerlid Verkuijlen en het CDA-kamerlid Tijs van den Brink (CDA) vragen de regering in een motie zo’n systeem van positieve filtering snel mogelijk te maken. De geheime dienst kan dan effectiever onderzoek doen naar dreigingen vanuit landen met een offensief cyberprogramma. Negatieve filtering blijkt namelijk niet de meest effectieve manier is om download- en streamingsverkeer te reduceren. Bij deze methode kunnen gegevens met potentiële inlichtingenwaarde verloren voor het inlichtingenproces. Positieve filtering werkt beter. Dat wil zeggen dat de gegevens niet van tevoren al worden weggefilterd, maar dat de filtering later in het proces plaatsvindt. Uitsluitend de gegevens die naar verwachting van waarde kunnen zijn voor de onderzoeken van de diensten worden opgeslagen en beschikbaar gesteld voor het inlichtingenproces voor verdere analyse en verwerking.  De Tijdelijke wet onderzoeken AIVD en MIVD maakte deze methode al mogelijk. Nu vragen VVD en CDA positieve filtering ook toepasbaar te maken voor onderzoeken die beide diensten doen onder de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. De toezichthouders (TIB en CTIVD) hebben hier geen bezwaar tegen.
VivaTech tovert Champs-Élysées om in een immersieve techshow
1 week
Van 17 tot en met 20 juni 2026 vindt de tiende editie plaats van VivaTech, het Parijse evenement op het gebied van startups en technologie. In het kader van het jubileum krijgt de Champs-Élysées op 14 juni een eenmalige metamorfose. De beroemdste avenue van de Lichtstad wordt volgens de organisatie ‘een immersieve tech-tentoonstelling in de open lucht’.Met deze vrij toegankelijke, autovrije tijdelijke expo wordt technologie tastbaar voor een breed publiek. Gebaseerd op de letters V‑I‑V‑A‑T‑E‑C‑H is elke letter op de laan een thematische stop waar demo’s worden gegeven over bijvoorbeeld slimme steden, sporttech, gaming, e-health, ai én beroepsmogelijkheden. Deze ‘semantische promenade’ met acht stops biedt een verhalende route door de toekomst van technologie. Daarmee zet de organisatie van VivaTech direct de toon: technologie moet niet alleen zichtbaar zijn op de beursvloer, maar ook midden in de samenleving.De stunt op de Avenue des Champs-Élysées onderstreept de groei en ambitie van VivaTech, dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot een van de grootste techbeurzen van Europa. Waar het evenement in 2016 nog 45.000 bezoekers trok, waren dat er in 2025 al meer dan 180.000, afkomstig uit 171 landen.Explosieve groei van de beursDe ontwikkeling van VivaTech laat zich niet alleen in bezoekersaantallen meten. De beurs groeit ook inhoudelijk en fysiek. In 2026 betrekt het evenement op de Paris Expo (Porte de Versailles) een nieuwe locatie (Hal 7) met een totale expositieruimte van zeventigduizend vierkante meter, een uitbreiding van circa 30 procent.Die schaalvergroting vertaalt zich in een grotere focus op zakelijke interactie. Nieuwe ‘business spaces’ moeten zorgen voor duizenden extra ontmoetingen tussen bedrijven en innovators. VivaTech positioneert zich daarmee nadrukkelijk als marktplaats waar deals worden gesloten en samenwerkingen ontstaan, in plaats van alleen een showcase van technologie, aldus algemeen directeur François Bitouzet tijdens een kortgeleden gehouden persconferentie.Ook het aantal startups groeit stevig door: van circa vijfduizend in de beginjaren naar verwachting veertienduizend deelnemers aan de editie dit jaar. Daarnaast zijn er circa vierduizend andere partners, 1.500 live-demo’s en talloze productlanceringen. Europese invalshoek centraalHoewel er op 20 juni het VivaTech Festival voor een breed publiek plaatsvindt (met onder andere humanoïde robotshows, ai‑gegenereerde kunst, uitleg over nieuwe tech en security en futuristische mobiliteit) profileert VivaTech zich nadrukkelijker als een zakelijk techplatform van Europa, met een sterke focus op samenwerking tussen EU-landen en op technologische autonomie. Die insteek sluit aan bij bredere geopolitieke ontwikkelingen. Technologische soevereiniteit – minder afhankelijkheid van Amerikaanse en Aziatische spelers – is een kernprioriteit geworden voor Europa. Daarbij hoort een eigen model, waarin regulering, burgerbescherming en duurzaamheid centraal staan, stelt directeur Bitouzet. ‘Als Europa één enkel team naar de Olympische Spelen zou sturen, zou het continent bijna alles winnen. Het is tijd om diezelfde teamgeest naar de techwereld te brengen. Dit jaar zullen negentien Europese landen vertegenwoordigd zijn op VivaTech.’Ook vertegenwoordigers van de Europese Commissie zullen aanwezig zijn op VivaTech. Daarnaast krijgt Duitsland een speciale rol als ‘land van het jaar’. Met grote bedrijven als SAP en Siemens en een delegatie van honderden startups en partners laat het land zien hoe industrie en technologie samenkomen binnen Europa.Startups en investeerders als motorDe kern van VivaTech blijft de dynamiek tussen startups en investeerders. Het evenement brengt in 2026 zo’n 3600 investeerders samen met duizenden jonge bedrijven. De organisatie claimt dat de beurs voor hen een springplank vormt naar internationale expansie.  De inhoudelijke agenda van VivaTech kent verder twee hoofdthema’s: kunstmatige intelligentie (ai) met aandacht voor productiviteit en praktische toepassingen, en cybersecurity en defensie. Technologie wordt hier nadrukkelijk gepositioneerd als essentieel instrument voor nationale veiligheid en democratische stabiliteit. Daarnaast komen thema’s als robotica, mobiliteit, klimaat en gezondheid aan bod, zowel op de beursvloer als tijdens de vele conferenties en sessies.
Blockchain in software: een nieuwe generatie data-architectuur
1 week
Digitale soevereiniteit, compliance by design en fors lagere kostenTerwijl Nederland en Europa zich steeds luider afvragen hoe lang we nog afhankelijk kunnen blijven van Amerikaanse cloudreuzen, eisen wetgevingen zoals NIS2 en DORA onomstotelijke data-integriteit en sluitende audit-trails. Toch bouwen we onze kritieke applicaties nog altijd op traditionele relationele of NoSQL-databases. Dit brengt fundamentele risico’s met zich mee: logbestanden zijn niet volledig tamper-proof, en de index-bloat maakt cloud-repatriering bijna onmogelijk. Tijd voor een radicaal andere aanpak.Blockchain in software is net even een andere ‘ball-game’Wie aan blockchain denkt, associeert het vaak direct met cryptocurrencies en grote, gedistribueerde open netwerken. In essentie is blockchain echter niets meer dan een krachtige methode voor immutabele en verifieerbare data-opslag. Satoshi Nakamoto koos voor een blockchain-structuur bij Bitcoin omdat hij een protocol nodig had dat zowel extreem veilig was voor gebruik in een volledig openbaar, onbetrouwbaar netwerk als lichtgewicht genoeg om te draaien op duizenden nodes, beheerd door willekeurige particulieren over de hele wereld. Publieke netwerken zijn weinig geschikt voor bedrijfs- en overheidstoepassingen, maar als data opslagmechanisme heeft de blockchain zich zeker bewezen. Juist wanneer blockchain wordt ingezet als interne datalaag binnen reguliere softwareapplicaties komen de fundamentele eigenschappen van blockchain – immutabiliteit, tamper-evidence en cryptografische integriteit – tot hun recht. Zo ontstaat een nieuwe, lichtgewicht software-architectuur met een extreem lean en performant data-protocol dat lichtgewicht genoeg is om applicaties weer on-premise te draaien. Binnen de vertrouwde bedrijfscontext zijn validatieprotocollen overbodig, volstaat één leader node in plaats van een netwerk van duizenden nodes en fouten hoeven niet bediscussieerd te worden, maar worden behandeld als gewone softwarebugs tijdens reguliere testcycli.Compliance by designChain Solutions heeft deze architectuur doorontwikkeld tot Chain Engine. Hierin wordt blockchain dataopslag gecombineerd met een in-memory replica die via event-sourcing de actuele applicatiestatus opbouwt. Historische data aanpassen is in deze architectuur extreem moeilijk. Een manipulator heeft niet alleen diepgaande cryptografische kennis en volledige schrijftoegang tot het systeem nodig. Om de wijziging ook echt effect te laten hebben, moet hij de aanpassingen doen na het laatste cryptografisch beveiligde snapshot. Wijzigingen van vóór dat snapshot hebben namelijk geen invloed meer op de status in de in-memory replica. Daarnaast moet de manipulator de applicatie herstarten om de gewijzigde events in de replica te effectueren. Tijdens die herstart voeren de recovery- en replicatiemechanismen echter een volledige validatie uit. Om deze mechanismen te laten slagen, moet de manipulator alle opvolgende blocks (van na de snapshot) opnieuw hashen en cryptografisch consistent maken. Dit maakt een succesvolle manipulatie in de praktijk vrijwel onmogelijk. Audits worden met deze data architectuur een formaliteit in plaats van een punt van zorg. De stand-alone auditor binaries dragen hier nog eens extra aan bij.Standaardisatie als fundament voor snelheid en kostenbesparingDe blockchain-kern van Chain Engine is sterk gestandaardiseerd en gemoduleerd. Daardoor is de applicatie eenvoudig schaalbaar en kunnen ontwikkelteams zich volledig richten op businesslogica, zonder zich eerst bezig te hoeven houden met infrastructuur en database-inrichting. In combinatie met meegeleverde AI-prompts kunnen flinke besparingen op de ontwikkeltijd worden behaald. Tegelijk dalen de totale eigendomskosten significant door lagere opslag- en licentiekosten, minder operationele complexiteit en sterk gereduceerde compliance- en auditkosten. Het resultaat: enterprise software die veiliger, beter controleerbaar, wendbaarder én goedkoper is over de gehele levensduur.Nieuwe strategische keuzesHet gesprek in bestuurskamers hoeft niet langer te gaan over “Welke cloudprovider kiezen we?” of “Wat is onze optimale multi-cloudstrategie?” De fundamentele vraag wordt: Voelen we ons comfortabel bij het permanent uitbesteden van ons meest gevoelige bezit, onze bedrijfsdata, en de lock-in die daarbij hoort? De nieuwe generatie software, gebouwd op de beste ideeën uit blockchain maar ontdaan van de complexiteit van publieke netwerken, biedt eindelijk een geloofwaardig, performant en soeverein alternatief. De cloud verdwijnt niet, maar hoeft niet langer de privacy-gevoelige kerngegevens te bevatten. Meer weten over Chain Engine? Vraag een vrijblijvende demo aan via contact@chainsolutions.ioDownload onze whitepaper
Kort: Pact Centric en Nextcloud voor soevereine werkplek overheid, Zwitsers succes voor Netinium (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Centric en Nextcloud werken aan publieke soevereine werkplek, fusie Findest en Hives.co, Netiniumsuccesvol met open smart metering, Fairbanks in Duitse handen en vier miljoen voor Tap Electric. Centric en Nextcloud bouwen soevereine werkplek voor overheid Centric gaat samenwerken met Nextcloud aan een digitale werkplekomgeving voor Nederlandse overheidsorganisaties. De partijen richten zich op een oplossing waarmee organisaties meer controle houden over hun data en minder afhankelijk worden van externe platforms. De werkplek combineert de it-diensten van Centric met Nextcloud Hub, een open‑sourceplatform voor samenwerking en communicatie. Gebruikers kunnen onder meer documenten delen en bewerken, chatten en videobellen, en e-mail en agenda’s beheren binnen één omgeving. Centric verzorgt beheer, beveiliging en ondersteuning. Organisaties houden daarbij controle over opslag, toegang en databeheer. De open‑sourceopzet maakt controle en auditing van de software mogelijk. De oplossing is bedoeld voor onder meer rijksoverheid en gemeenten die moeten voldoen aan strengere eisen rond privacy en databescherming. Centric en Nextcloud willen de samenwerking uitbreiden met aanvullende technologieën en partners om een breder digitaal ecosysteem op te zetten. Findest en Hives.co fuseren voor gecombineerd r&d-aanbod Findest uit Amsterdam en het Zweedse Hives.co uit Stockholm zijn gefuseerd. Met de samenvoeging willen de bedrijven hun aanbod voor onderzoek en ontwikkeling (r&d) integreren en internationaal groeien. Hives.co, opgericht in 2020, ontwikkelt een saas-platform waarmee organisaties ideeën van medewerkers en klanten verzamelen en beheren. Investeerder Partech stapte in 2021 in het bedrijf. In 2024 investeerde Partech ook in Findest, dat software levert om r&d-teams te ondersteunen bij het identificeren van technologieën en innovaties met behulp van ai en expertkennis. Door de fusie combineren de partijen interne en externe informatiebronnen in één aanbod. Hives.co richt zich op het verzamelen en prioriteren van ideeën, terwijl Findest technologie zoekt om plannen uit te voeren. Volgens Partech levert die combinatie meerwaarde op voor klanten. Beide bedrijven blijven onder hun eigen naam opereren.   Netinium werkt met Zwitserse partners aan open smart metering Netinium uit Wormer gaat samenwerken met Enersuisse uit Zürich en EWZ, het energiebedrijf van de stad Zürich, om smart metering in Zwitserland verder te ontwikkelen. De partijen richten zich op een leveranciersneutrale en interoperabele meetinfrastructuur. De samenwerking is langjarig en moet energiebedrijven helpen minder afhankelijk te worden van gesloten systemen. Ook willen de partners nieuwe toepassingen ontwikkelen voor smart metering en het gebruik van netdata. Netinium levert software die onafhankelijk is van specifieke meterleveranciers en kan koppelen met verschillende systemen. Enersuisse en EWZ gebruiken dit platform al. Volgens de partijen groeit de vraag naar open oplossingen door de grootschalige uitrol van slimme meters in Europa. Energiebedrijven zoeken daarbij systemen die kunnen meegroeien met regelgeving en beveiligingseisen. Pride Capital verkoopt Fairbanks aan Synaforce Pride Capital Partners verkoopt Fairbanks International Group uit Baarn aan het Duitse Synaforce, een managed cloud servicesprovider. Met de transactie komt een einde aan de samenwerking die in 2021 begon, toen de Nederlandse investeerder instapte om een management buy-out te financieren. Fairbanks levert beheerde it-diensten voor open cloudinfrastructuren op basis van technologieën als OpenStack, Kubernetes en Ceph. Het bedrijf richt zich op klanten die controle willen houden over data en it-omgeving. Sinds de instap van Pride schakelde Fairbanks van consultancy naar een model met terugkerende managed services. Daarbij verdubbelde de omzet en groeide het aandeel terugkerende inkomsten tot meer dan 75 procent, aldus de investeerder. Tap Electric haalt 4 miljoen op voor uitbreiding laadplatform Tap Electric uit Amsterdam heeft vier miljoen euro opgehaald in een investeringsronde onder leiding van No Such Ventures. Bestaande investeerders Shamrock Ventures, Fair Capital Impact Fund en Lumo Labs deden opnieuw mee. Tap ontwikkelt software die inzicht geeft in laadprijzen, energiegebruik en netcapaciteit. Het platform wordt maandelijks door bijna honderdduizend gebruikers gebruikt. De investering is bedoeld om laden goedkoper te maken en het elektriciteitsnet efficiënter te benutten. Met het kapitaal wil Tap zijn laadbeheerplatform uitbreiden in Nederland, België, het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Ook wordt geïnvesteerd in de verdere ontwikkeling van de laadapp. Volgens het bedrijf wordt openbaar laden relatief duurder. In Nederland kost een laadsessie aan een publieke AC-lader gemiddeld 0,47 euro per kWh, tegenover 0,26 euro per kWh voor thuisladen. Voor gebruikers zonder eigen laadpunt kan dat honderden euro’s per jaar schelen.
Hoe SIDN ondanks politieke druk toch naar AWS gaat
1 week
CISO Ferry Stelte geeft tekst en uitleg tijdens Cybersec Netherlands 2026Digitale soevereiniteit is uitgegroeid tot een van de meest besproken thema’s binnen de Nederlandse cybersecurity- en IT-sector. Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties worstelen allemaal met dezelfde vraag hoe je controle behoudt over kritieke digitale processen in een wereld die steeds afhankelijker wordt van een klein aantal internationale technologieplatforms.Weinig organisaties hebben die discussie zo zichtbaar gevoerd als SIDN, de organisatie achter het .nl-domein. Wat begon als een strategisch besluit om het domeinregistratiesysteem te moderniseren en delen van de onderliggende infrastructuur naar de publieke cloud te brengen, groeide uit tot een nationaal debat over digitale autonomie, afhankelijkheid van Amerikaanse technologie en de toekomst van kritieke Nederlandse digitale infrastructuur.Juist op het moment dat SIDN de laatste fase van dit traject bereikt met de geplande introductie van het nieuwe .nl-registratieplatform in september 2026, staat Ferry Stelte, Chief Information Security Officer van SIDN, op het podium van Cybersec Netherlands 2026. Zijn keynote, ‘70 shades of sovereignty: a CISO’s first crisis inside a national cloud decision’, biedt een unieke inkijk in een dossier dat de afgelopen jaren regelmatig de media, de politiek en de cybersecuritygemeenschap bezighield.Crisis in eerste werkweekVoor Stelte begon het verhaal niet met een architectuurdiagram of een strategisch meerjarenplan. Zijn eerste week als CISO bij SIDN viel samen met het moment waarop de discussie over de migratie naar AWS publiek losbarstte.Wat bedoeld was als de start van een nieuwe functie veranderde vrijwel direct in een praktijkles over publieke verantwoording, stakeholdermanagement en besluitvorming onder een vergrootglas. De discussie beperkte zich niet tot technische experts. Media besteedden er aandacht aan, Kamervragen volgden en uiteindelijk werd ook op politiek niveau gekeken naar de gevolgen van de voorgenomen migratie. Daarmee veranderde een technisch infrastructuurvraagstuk in een veel bredere discussie over digitale soevereiniteit.Geen zwart-witverhaalVolgens Stelte is juist daar een belangrijke les te vinden voor organisaties die vandaag de dag voor vergelijkbare keuzes staan. In het publieke debat wordt digitale soevereiniteit vaak gepresenteerd als een keuze tussen twee uitersten: volledig afhankelijk zijn van hyperscalers of volledig overstappen naar Europese alternatieven. De praktijk blijkt aanzienlijk complexer.Gedurende het traject voerde SIDN aanvullende onderzoeken uit, werden risicoanalyses aangescherpt en werden aanbevelingen van externe partijen meegenomen in de verdere uitwerking van de architectuur. Het resultaat was geen volledige koerswijziging, maar een verfijning van het oorspronkelijke plan, met aanvullende waarborgen om autonomie, continuïteit en controle beter te borgen.Die nuance vormt de kern van Stelte’s verhaal. “Digitale soevereiniteit is geen zwart-witdiscussie,” is de boodschap die als rode draad door zijn keynote loopt. “Het zijn eerder zeventig tinten grijs.”Van theorie naar praktijkWaar veel discussies over soevereiniteit theoretisch blijven, laat de SIDN-casus zien hoe ingewikkeld besluitvorming wordt wanneer publieke belangen, politieke druk, technische realiteit en operationele continuïteit samenkomen.Hoe maak je keuzes wanneer de maatschappelijk gewenste oplossing niet automatisch de technisch of operationeel meest logische oplossing is? Hoe ga je om met publieke kritiek terwijl een organisatie tegelijkertijd verantwoordelijk blijft voor de stabiliteit van een van de belangrijkste onderdelen van het Nederlandse internet? En hoe voorkom je dat ideologie belangrijker wordt dan risicoanalyse? Dat zijn precies de vragen die tijdens de sessie centraal staan.Real storyMet zijn keynote levert Stelte precies het soort verhaal waar Cybersec Netherlands dit jaar nadrukkelijk ruimte voor maakt: geen theoretisch toekomstbeeld en geen marketingpresentatie, maar een real story uit de praktijk. Een verhaal over leiderschap onder druk. Over het maken van moeilijke keuzes. Over publieke verantwoording. En vooral over de vraag hoe organisaties in een tijd van geopolitieke spanningen, groeiende afhankelijkheden en toenemende aandacht voor digitale autonomie tot weloverwogen beslissingen kunnen komen.Voor bezoekers die betrokken zijn bij cloudstrategie, security, governance of digitale soevereiniteit belooft dit een van de meest actuele en relevante sessies van Cybersec Netherlands 2026 te worden.Bezoek Cybersec Netherlands 2026Ontdek de nieuwste ontwikkelingen in cybersecurity tijdens Cybersec Netherlands op 9 en 10 september 2026 in Jaarbeurs Utrecht. Laat je inspireren door experts, praktijkcases en innovatieve oplossingen.Meer informatie
WK 2026 luidt nieuw tijdperk van ai-gedreven cyberaanvallen in
1 week
Nu het WK voetbal 2026 in de Verenigde Staten, Canada en Mexico van start gaat, bereiden ook cybercriminelen zich voor. Het toernooi wordt het eerste grote mondiale sportevenement in het tijdperk van ai-gedreven cyberaanvallen. Beveiligingsspecialisten waarschuwen alvast voor fraude, sabotage en geopolitiek gemotiveerde cyberoperaties.Volgens onderzoek van Check Point Research is het aantal verdachte domeinregistraties en frauduleuze applicaties rond het WK fors hoger dan tijdens eerdere edities. Alleen al in april werden 9.741 domeinnamen geregistreerd met de termen ‘Fifa’ of ‘World Cup’. Dat is meer dan vijf keer zoveel als tijdens de piekperiode rond het WK van 2022 in Qatar.Daarnaast signaleren de Check Point-analisten een explosieve stijging van frauduleuze gokapps. Het volume van dergelijke nepapplicaties ligt momenteel ongeveer zestig keer hoger dan normaal.Kristof Lossie, manager Belux sales engineers team bij Check Point Software Technologies, schrikt niet. ‘Iets dat zoveel publiciteit krijgt, trekt nu eenmaal aandacht. Aanvallers gaan dat misbruiken met namaakdomeinen, phishingmails en allerlei vormen van social engineering om er geld aan te verdienen.’De impact van agentic aiWat volgens hem wél verandert, is het volume en de snelheid waarmee dergelijke campagnes worden opgezet. ‘Het echte verhaal is dat we vandaag een heel nieuwe toolbox hebben. Waar dit vroeger grotendeels manueel gebeurde, wordt het nu versneld door ai en automatisering.’Lossie ziet daarin een belangrijke verschuiving. Vooral de opkomst van zogenaamde agentic ai, waarbij meerdere ai-agenten zelfstandig samenwerken, verlaagt de drempel voor cybercriminelen. ‘Je hoeft zelfs de technische vaardigheden niet meer te hebben. Je zet de juiste agents aan het werk en laat die automatisch zoeken naar opportuniteiten en kwetsbaarheden.’Hij spreekt in dit kader over een industrialisatie van cyberaanvallen. ‘Ai kan op korte tijd enorm veel testen en automatiseren, waardoor aanvallers veel efficiënter werken.’Drie grote dreigingenOok Palo Alto Networks waarschuwt dat het WK een uitzonderlijk aantrekkelijk doelwit vormt. Het bedrijf onderscheidt drie grote dreigingen: financiële fraude gericht op supporters, geopolitiek gemotiveerde aanvallen op kritieke infrastructuur in de gastlanden en sabotage van operationele systemen rond de stadions.Volgens onderzoekers van Unit 42 speelt daarbij ook de internationale context een rol. Het WK wordt georganiseerd door drie Navo-landen en vindt plaats tegen een achtergrond van verhoogde spanningen tussen onder meer de Verenigde Staten, Iran en Rusland. Daardoor bestaat volgens de onderzoekers niet alleen een risico op phishing en ticketfraude, maar ook op ddos-aanvallen en verstoringen van infrastructuur zoals energie- en watersystemen.Snelst groeiende fraude: vervoersbewijzenVoor voetbalfans betekent dit alles alvast extra waakzaamheid. Vooral aanbiedingen met extreem hoge kortingen op merchandise, websites die ‘Fifa’ of ‘World Cup’ in de url verwerken, en onbekende gokplatformen verdienen extra aandacht. Ook oproepen om snel een app te downloaden of een gratis account aan te maken, kunnen wijzen op phishing of malware.Daarnaast verwachten de onderzoekers van Unit 42 een toename van fraude met qr-codes voor vervoer, parkings en toegangstickets. Frauduleuze qr-codes voor shuttlebussen, parkings en fanvervoer blijken de snelst groeiende fraudevorm.Dat het WK voor het eerst over zestien steden en drie landen verspreid is, heeft ook in dat opzicht een impact op cybercriminaliteit. ‘Wie van Dallas naar New York reist voor een volgende ronde, passeert luchthavens, treinstations, bussen en parkings’, stellen de onderzoekers. ‘Op elk van die plaatsen circuleren qr-codes voor transport en toegang. Criminelen weten dat.’
Big Tech en de spiegel die we onszelf voorhouden
1 week
BLOG – Big Tech heeft onze wereld onmiskenbaar verrijkt. Bedrijven zoals Google, Meta en Microsoft hebben de manier waarop we werken, communiceren, leren en ons vermaken ingrijpend veranderd. Ze verbonden continenten met één klik, stopten enorme bibliotheken in onze broekzak en democratiseerden hulpmiddelen die ooit alleen waren voorbehouden aan grote instituten. In veel opzichten maakten ze een krachtige belofte waar: technologie als gelijkmaker en versneller van menselijk potentieel. Genoemde bedrijven groeiden niet in isolatie. Ze groeiden dankzij het gebruik – sommigen zouden zeggen de gewillige deelname – van mensen. Hun macht werd niet uit de grond gewonnen of in fabrieken gesmeed; ze werd opgebouwd uit data. Data die wij leverden telkens wanneer we iets opzochten, een foto plaatsten, een reactie leuk vonden, cookies accepteerden of een app toestemming gaven om onze locatie te volgen. Gemak was de valuta, informatie de prijs. Surveillancekapitalisme Vandaag de dag hebben veel mensen het gevoel dat hun privacy op het spel staat. We maken ons zorgen over dat we worden gevolgd, geprofileerd, subtiel gestuurd en voorspeld. We vrezen dat onze gedachten worden gevormd door algoritmen die we niet begrijpen en niet kunnen zien. We spreken over surveillancekapitalisme en digitale manipulatie alsof die ons ongevraagd zijn overkomen. Toch blijft de ongemakkelijke waarheid bestaan: we hebben onze informatie weggegeven – vaak gretig – via sociale media, zoekmachines, clouddiensten en gratis platforms die vooraf weinig vroegen. Deze spanning voedt de huidige tegenreactie. Gebruikers protesteren. Overheden stellen onderzoeken in. Krantenkoppen waarschuwen voor monopolies, verslaving en gevolgen voor de mentale gezondheid. We spreken alsof we slachtoffers zijn van krachten die veel groter zijn dan wijzelf. In die zin lijken we op Calimero, het tekenfilmkuikentje dat steeds roept: ‘Het is niet eerlijk, zij zijn groot en ik is klein.’ We voelen ons machteloos tegenover deze giganten en zijn ervan overtuigd dat het systeem tegen ons is. En toch blijven we, paradoxaal genoeg, scrollen. Infuencers We bekritiseren platforms terwijl we er uren op doorbrengen. We veroordelen dataverzameling terwijl we vertrouwen op gepersonaliseerde aanbevelingen. Sommige mensen hebben zelfs een volledig inkomen opgebouwd binnen deze ecosystemen: influencers, creators, ontwikkelaars, marketeers en docenten. Big Tech is niet slechts iets wat ons overkomt; het is iets waar velen van ons actief van afhankelijk zijn. Deze tegenstrijdigheid doet ertoe. Ze suggereert dat simpelweg ‘vechten’ tegen Big Tech geen realistische strategie is. De stroming is te sterk en we staan al in het water. Kunnen we het tij echt keren? Waarschijnlijk niet. De schaal, verwevenheid en economische prikkels achter deze platforms maken een volledige omkeer onwaarschijnlijk. Digitale infrastructuur is inmiddels net zo fundamenteel als wegen of elektriciteit. Wat we wél kunnen doen, is leren het tij te sturen. Data zouden niet uitsluitend in dienst moeten staan van winst Regelgeving is een van de weinige middelen die kan tippen aan de macht van Big Tech. Niet regelgeving die wordt gedreven door angst of nostalgie, maar regelgeving die is gebaseerd op duidelijke waarden. Een voor de hand liggend aandachtsgebied is de bescherming van minderjarigen. Jonge gebruikers zijn extra kwetsbaar voor verslavend ontwerp, gerichte advertenties en schadelijke inhoud. Strengere regels rond dataverzameling, aanbevelingsalgoritmen en schermtijd gaan niet over het beperken van innovatie, maar over het beschermen van ontwikkeling en welzijn. Hefboom Verantwoordingsplicht is een andere hefboom. Boetes en afdwingbare wetten kunnen ervoor zorgen dat persoonlijke informatie met terughoudendheid, transparantie en doelgerichtheid wordt gebruikt. Data zouden niet uitsluitend in dienst moeten staan van winst, maar ook aantoonbaar moeten bijdragen aan het maatschappelijk welzijn, bijvoorbeeld door betere gezondheidszorg, toegankelijker onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en sterkere democratische processen mogelijk te maken. Even belangrijk is culturele volwassenheid. Gebruikers moeten zich bewuster gaan gedragen in de digitale wereld. Gemak mag geen excuus meer zijn voor onverschilligheid. Bewust kiezen hoe en waar we onze aandacht aan besteden is een vorm van macht, ook al voelt die klein. Bewustwording alleen zal geen imperia omverwerpen, maar kan wel verwachtingen vormen – en verwachtingen vormen wetten. IJdelheid Big Tech is geen schurk in een eenvoudig verhaal. Het is een spiegel die menselijk gedrag op enorme schaal weerspiegelt: onze nieuwsgierigheid, onze ijdelheid, onze behoefte aan verbinding en onze bereidheid om privacy in te ruilen voor gemak. De toekomst zal niet worden bepaald door de vraag óf deze bedrijven bestaan, maar door hoe de samenleving besluit ze te begrenzen, te sturen en ermee samen te werken. Ruud Pieterse, enterprise-architect DXC Technology Dit liveblog is afgelopen.Er zijn nog geen liveblog-updates. Toon meer
Overnames en netwerkuitbreiding stuwen groei Eurofiber
1 week
De Eurofiber Groep heeft in 2025 een omzet van 349 miljoen euro gerealiseerd, een stijging van dertien procent ten opzichte van de 308 miljoen euro een jaar eerder. Volgens de aanbieder van open digitale infrastructuur werd de groei gerealiseerd in alle kernmarkten: Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Het bedrijf investeerde afgelopen jaar verder in de uitbreiding van zijn glasvezelnetwerk en versterkte zijn positie via enkele overnames. In België nam Eurofiber connectiviteitsspecialist Arcadiz over, leverancier van bedrijfskritische netwerkoplossingen. In Duitsland verwierf NGN Fiber Network, waarin Eurofiber participeert, darkfiber-aanbieder Netcon. Eerder dit jaar volgde de overname van zakelijke netwerkaanbieder LuxNetwork in Luxemburg. Ebitda De gecorrigeerde ebitda steeg eveneens met dertien procent, van 163 miljoen euro in 2024 naar 184 miljoen euro in 2025. De kapitaaluitgaven kwamen uit op ruim tweehonderd miljoen euro. Volgens Eurofiber bleef de operationele kasstroom sterk positief, waardoor verdere investeringen in glasvezelinfrastructuur mogelijk waren. Eind mei verkocht Eurofiber zijn belang in de Waalse glasvezelaanbieder Unifiber voor 75 miljoen euro aan Proximus. Daarmee kreeg het Belgische telecombedrijf de volledige controle over Unifiber. Eurofiber wordt ondersteund door investeerder Antin Infrastructure Partners en het PGGM Infrastructure Fund, dat als minderheidsaandeelhouder participeert.
Breng kroonjuwelen en spaghetti in kaart
1 week
De risico’s van digitale verbondenheidOrganisaties investeren miljoenen in cybersecurity, maar worden alsnog getroffen via leveranciers. De veronderstelling dat contractafspraken en vertrouwen voldoende bescherming bieden, blijkt gevaarlijk.        Incidenten als de Muse-aanval op luchthavensoftware en de SolarWinds-hack illustreren het probleem. Technisch goed beveiligde organisaties worden getroffen doordat een cruciale leverancier uitvalt of gehackt wordt. ‘Vaar niet blind op vertrouwen’, stelt Marcel Spruit, emeritus lector Cybersecurity aan De Haagse Hogeschool. ‘Houd er rekening mee dat een leverancier zijn best doet, maar dat er soms iets fout gaat. En als dat bij jouw leverancier is en de systemen gekoppeld zijn, dan kan je er last van krijgen.’Het probleem escaleert door de groei van digitale verbondenheid. Waar it-systemen vroeger nauwelijks met elkaar communiceerden, zorgt de cloud-revolutie voor explosieve toename van afhankelijkheden. Spruit illustreert dit met een paradox: ‘Een van de beste beschermingen van de Nederlandse overheid is dat het één lappendeken heeft van systemen die niet met elkaar willen praten. Die fragmentatie was nooit de bedoeling, maar biedt onbedoeld bescherming.’ Nu wordt hard gewerkt om alle systemen juist wél aan elkaar te koppelen. ‘Als de onderlinge connectiviteit groeit, dan wordt ook het supply chain-risico steeds groter’, legt Spruit uit. Organisaties die alles naar de cloud verplaatsen, hangen hun complete infrastructuur aan externe systemen – en daarmee aan de beveiliging van die leveranciers. Supply chain-dreigingen groeien inmiddels. Waar vroeger een beveiligingsfout alleen problemen gaf voor de getroffen organisatie, krijgen nu ook de klanten en leveranciers van die organisatie daar klappen van.De misvatting van lokaal denkenDe grootste misvatting is dat organisaties denken dat ze veilig zijn zolang hun eigen it op orde is. Die logica werkt niet meer. Als jouw leverancier getroffen wordt, heb jij daar ook last van. En jouw klanten vervolgens ook. Daar komt bij dat organisaties te veel op vertrouwen leunen. Ze maken afspraken met hun leveranciers over certificering, beveiligingseisen en audits en vertrouwen er dan op dat het goed komt. Maar zelfs de beste afspraken bieden geen garantie wanneer een leverancier, ondanks veel inspanningen, toch getroffen wordt. ‘Ook al is het vertrouwen terecht, er kan altijd iets misgaan en dan moet je wel voorbereid zijn’, benadrukt Spruit.Die voorbereiding begint met inzicht. Organisaties moeten hun ketens in kaart brengen. Niet alleen hun directe leveranciers maar ook hun onderleveranciers. ‘Dat klinkt makkelijk, maar het is vaak spaghetti’, zegt Spruit. Voor grotere organisaties kan dit een heel project worden. Het systeem is organisch gegroeid, er zitten dubbele verbindingen tussen, systemen die niet meer gebruikt worden maar nooit afgesloten zijn. Opruimen kost geld en tijd. Kleinere organisaties kiezen soms bewust voor één grote leverancier. Dat maakt het overzichtelijker, maar creëert afhankelijkheid. ‘Ik vind dat organisaties wel erg makkelijk achteroverleunen en kiezen voor gemak: alles bij bijvoorbeeld Microsoft’, zegt Spruit kritisch.Mens en organisatie als zwakke schakelDe bekende scheefgroei in cybersecurity-investeringen – 85 procent gaat naar technologie, 14 procent naar processen, en slechts 1 procent naar de mens – geldt ook voor supply chain security. Maar juist daar zou de verdeling anders moeten zijn, benadrukt Spruit. Want de technologie voor supply chain security bestaat al, die kun je gewoon kopen. Het zijn de mensen en de organisatie die het verschil maken:·     Wie brengt de ketens in kaart?·     Wie maakt afspraken met leveranciers?·     Wie bepaalt waar de lat ligt voor acceptabele risico’s?·     Wie beoordeelt de kwaliteit van de security?Bij grote organisaties ligt die verantwoordelijkheid deels bij het bestuur, maar ook bij de ciso en security-teams. Bij mkb-bedrijven ontbreekt hiervoor vaak de capaciteit en de expertise. ‘Heb je een kleine organisatie met een man of tien, dan heb je geen cybersecurityspecialist in dienst’, zegt Spruit.Die organisaties besteden hun it en de bijbehorende beveiliging vaak uit naar it-partners. Als bedrijven dat uitbesteden zonder zelf enige kennis van zaken te hebben, worden er niet zelden onvolledige of verkeerde afspraken gemaakt. Spruit noemt als voorbeeld tuinders met klimaatcomputers die ervan overtuigd waren dat hun leverancier alle beveiliging regelde, terwijl die alleen het eigen systeem beveiligde. ‘Daar zit dus verwarring en onduidelijkheid’, concludeert Spruit. ‘Ze denken dat ze het goed uitbesteed en geregeld hebben, maar dat hebben ze dus niet en ze ontberen de kennis om daar tijdig achter te komen.’Die menselijke factor speelt ook bij grotere organisaties. Daar bestaat vaak een kloof tussen werkvloer en bestuur. Beveiligers vangen kleine incidenten af voordat ze het management bereiken. Grote en moeilijk te voorkomen incidenten gebeuren zelden. Het gevolg: bestuurders denken dat er niets aan de hand is, totdat het eerste grote incident plaatsvindt. Spruit maakte het mee dat een bestuurder niet wist van een middelgroot incident van een maand eerder met miljoenen euro’s schade. ‘Het zijn allemaal menselijke dingen’, vat Spruit samen. ‘Het gaat over vertrouwen, afspraken maken, beslissingen nemen. De technologie komt er wel. Dat is een kwestie van implementeren.’De balans tussen preventie en reactieAl die menselijke factoren maken supply chain security complex. Maar hoe pak je het dan wél aan? Voor lage-frequentie, hoge-impact dreigingen kiezen organisaties veelal voor reactieve maatregelen. Die zijn relatief ‘goedkoper’ dan preventieve bescherming. Back-ups, uitwijkmogelijkheden en incident-response vallen in deze categorie. Maar bij snelgroeiende dreigingen zoals supply chain-aanvallen moet je die keuze verleggen, stelt Spruit. ‘Er kan zoveel rotzooi naar binnen komen dat je preventief al veel moet tegenhouden. Anders heb je om de haverklap problemen.’ Dat betekent filteren bij de poort, stevige afspraken met leveranciers over beveiliging en certificering en het beveiligen van je eigen systemen waar data van buitenaf binnenkomt.Tegelijkertijd blijven reactieve maatregelen essentieel. Want hoe goed je ook beveiligt, er slipt vroeg of laat iets door dat groot en vervelend is. Spruit trekt een vergelijking met de luchtvaart: ernstige incidenten zijn zeldzaam omdat ze een combinatie van meerdere oorzaken vereisen, maar dat betekent niet dat er nooit meer wat gebeurt. ‘Daarom moet je voorbereid zijn. Je moet van tevoren nagedacht hebben over wat je doet als een cruciale dienst van buiten uitvalt’, legt Spruit uit. ‘Ondanks goede afspraken en vertrouwen, moet je toch nog rekening houden met dat er iets mis kan gaan en zorgen dat je ook in dat geval snel kunt handelen.’Wat zijn je kroonjuwelen?De kernboodschap van Spruit op het gebied van supply chain security is simpel maar confronterend: ‘Weet wat je hebt. Wat zijn je kroonjuwelen, wie zijn je leveranciers en welke connecties hebben je systemen?’ Zonder dat inzicht kun je de risico’s niet bepalen. En zonder risicoanalyse weet je niet welke maatregelen prioriteit hebben. In een wereld waarin supply chain-aanvallen steeds vaker voorkomen, is dat geen strategie, maar Russische roulette.In 5 stappen naar beter supply chain-risicomanagement1. Breng ketens in kaartWeet wie je leveranciers zijn, maar ook je onderleveranciers. Zonder dit inzicht weet je niet waar dreigingen vandaan kunnen komen.2. Ruim de boel opElimineer dubbele verbindingen, sluit ongebruikte ‘deuren’, vereenvoudig de ‘spaghetti’. Minder complexiteit betekent minder aanvalsoppervlak.3. Inventariseer dreigingenBepaal per schakel in de keten welke bedreigingen waar kunnen ontstaan. Denk hierbij ook aan technische kwetsbaarheden.4. Analyseer risico’sHoe vervelend is het voor jouw organisatie als het misgaat? Denk hierbij ook aan operationele problemen zoals uitval. Een risicodragende start-up kan andere keuzes maken dan een bank. Daar hangt vanaf hoeveel je investeert in maatregelen en welke maatregelen je nodig hebt.5. Neem maatregelen – preventief én reactiefPreventief: filter bij de poort, stel eisen aan leveranciers, controleer certificering en beveilig je eigen systemen. Reactief: zorg voor back-ups, uitwijkmogelijkheden en incident-response.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
Bonden geven groen licht voor sociaal plan ASML
1 week
De leden van FNV Metaal hebben in meerderheid ingestemd met het onderhandelingsresultaat voor het sociaal plan bij ASML. Ook de overige betrokken vakbonden – CNV, VHP2, De Unie en de Belgische vakbond ACV – zijn akkoord. Daarmee is een grote stap gezet in een proces dat voor veel ASML-medewerkers maandenlang onzekerheid met zich meebracht. Het sociaal plan moet de gevolgen opvangen van de eind januari aangekondigde reorganisatie. Daarbij verklaarde de chipmachinefabrikant ruim drieduizend van de 4.500 technologisch leidinggevenden boventallig. Volgens Peter Reniers, bestuurder van FNV Metaal, geeft de stemuitslag duidelijkheid. ‘Medewerkers weten waar zij aan toe zijn en welke afspraken er gelden als zij door de reorganisatie worden geraakt. Dat is belangrijk, maar ons werk stopt hier niet. Ons werk begint juist nu.’ Reniers zegt dat ook de tegenstemmers die vinden dat het akkoord niet ver genoeg gaat, worden gehoord. Nul FNV Metaal blijft ASML nadrukkelijk aanspreken op zijn belangrijkste inzet: nul gedwongen ontslagen. ‘We zullen het bedrijf blijven uitdagen om alle mogelijkheden voor herplaatsing, omscholing en vrijwillige oplossingen maximaal te benutten’, aldus Reniers. Ook blijft de bond aandacht vragen voor de grote groep flexibele arbeidskrachten die volgens hem vaak buiten beeld blijft. Reniers: ‘Wij zullen druk blijven zetten om deze ‘onzichtbare flex’ zichtbaar te maken en mee te nemen in de discussie over werkgelegenheid en reorganisatie.’ Daarnaast houdt de vakbond een kritisch oog op de uitwerking van de datavalidatie. Reniers: ‘Vanuit de organisatie ontvangen wij signalen dat hierover veel onduidelijkheid en verwarring is ontstaan. Medewerkers moeten kunnen vertrouwen op een transparant en zorgvuldig proces.’ Door het akkoord is de onrust op de werkvloer afgenomen. Over de online-toespraak van SpaceX-topman Elon Musk tijdens een besloten evenement van ASML afgelopen donderdag is echter veel discussie ontstaan.
Spoelstra Spreekt: Geen bal aan
1 week
COLUMN – Het WK voetbal staat op het punt van beginnen. Wie de grote winnaar van dat toernooi gaat worden? Heel gemakkelijk. Ongeacht wie de finale wint, aan het einde houdt Donald Trump de wereldbeker omhoog. Er wordt dit WK met een speciale bal gespeeld. Daarin een chip die de scheidsrechter gaat helpen met zijn of haar beslissingen. De bal registreert maar liefst meer dan vijfhonderd bewegingen per seconde. Deze bal is bij Nederland trouwens niet nodig. Als we ons elftal in de voorbereiding zien, dan is vijfhonderd bewegingen per wedstrijd meer dan genoeg. De voornaamste doelstelling van dit WK is niet dat er gescoord wordt, maar betaald De bal gaat zo’n zes uur mee en moet daarna aan de oplader. De spelers mogen dan ook aan de oplader. Dit WK wordt er vanwege de hoge temperaturen een extra rust ingelast. Dit doen ze natuurlijk ook omdat ze – het zijn de VS – extra reclame kunnen uitzenden. Laten we niet vergeten dat de voornaamste doelstelling van dit WK niet is dat er gescoord wordt, maar betaald. Daarom heet het ook betaald voetbal. Tactiek De bal waarmee gespeeld gaat worden, gaat veel data verzamelen. Het voetbal wordt steeds meer bepaald door data. Vroeger was de tactiek: we spelen elf tegen elf, dus er kan niemand vrijstaan. Nu wordt elke stap die je doet, elk schot, elke ingooi bijgehouden. Doe je te veel of te weinig, dan kun je gaan douchen. En als dit bij het voetbal gebeurt, dan kun je er op wachten dat dit overal gaat gebeuren. Op school zien we het al, en op het werk en straks in je huwelijk. Data gaan alles bepalen. Te weinig meters in de keuken is straks een reden voor een scheiding. Of het daar leuker door wordt? Volgens de data niet. Jacob Spoelstra is columnist/stand-upcomedian. Kijk hier voor meer informatie.
Kort: Luchtalarm maakt digitale doorstart, it-beslisser verkiest controle boven cloudgemak (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: nieuw landelijk luchtalarmsysteem met koppeling aan Defensie, de groeiende aandacht voor datasoevereiniteit onder Nederlandse it-beslissers, onderzoek van TNO naar de impact van ai op productiviteit en werk, Accensys en Wanbound fuseren, en PostNL digitaliseert hr-processen met SAP SuccessFactors en HuRis.Nieuw landelijk luchtalarmsysteem krijgt koppeling met DefensieHet kabinet houdt het luchtalarm Waarschuwings- en Alarmeringssysteem (WAS) toch in stand en ontwikkelt samen met Defensie een nieuw landelijk systeem. Daarmee verdwijnt het huidige sirenenetwerk niet in 2028, zoals eerder aangekondigd.Het nieuwe systeem wordt centraal aangestuurd en gekoppeld aan detectiesystemen van Defensie, waardoor burgers sneller zijn te waarschuwen bij lucht- en raket-, maar ook dronedreigingen. Momenteel moeten de circa 4.200 sirenes nog per veiligheidsregio worden geactiveerd. Straks kan dat vanuit één landelijk punt. Ook komen er verschillende geluidssignalen voor uiteenlopende dreigingen.Het luchtalarm blijft bestaan naast NL-Alert, dat volgens het kabinet circa 92 procent van de Nederlanders bereikt. Toch achten kabinet, veiligheidsregio’s en de Tweede Kamer een fysiek waarschuwingssysteem noodzakelijk. Bij stroomuitval, lege telefoons of militaire dreigingen wordt uitsluitend vertrouwen op mobiele meldingen als te kwetsbaar beschouwd.Nederlandse it-beslisser hecht waarde aan datasoevereiniteitDatasoevereiniteit weegt voor Nederlandse it-beslissers steeds zwaarder mee bij cloudkeuzes. Dat blijkt uit onderzoek van Blauw Research in opdracht van Leaseweb onder 383 Nederlandse it-verantwoordelijken. Ruim acht op de tien respondenten (84 procent) vinden datasoevereiniteit belangrijk, terwijl 55 procent aangeeft dat het belang ervan de afgelopen twee jaar is toegenomen.Geopolitieke ontwikkelingen vormen volgens 57 procent van de ondervraagden de belangrijkste aanleiding voor die groeiende aandacht. Daarnaast noemt 35 procent de afhankelijkheid van buitenlandse grootmachten als zorgpunt.Bij de selectie van een cloudprovider staat security met 96 procent bovenaan, gevolgd door juridische zeggenschap over data en integratiemogelijkheden met bestaande systemen (beide 86 procent). Volgens Leaseweb verschuift de focus daarmee van kosten naar controle. Zeven op de tien respondenten verwachten dat datasoevereiniteit de komende drie jaar nog belangrijker wordt binnen hun cloudstrategie.TNO: ai levert productiviteitswinst op, maar impact op werk blijft onderbelichtDe inzet van artificiële intelligentie (ai) kan organisaties aanzienlijke productiviteitswinst opleveren, maar de gevolgen voor werknemers krijgen daarbij nog onvoldoende aandacht. Dat concludeert TNO op basis van onderzoek bij verzekeraar A.S.R., de Douane, e-commercebedrijf HelloPrint en it-dienstverlener Linkit.De resultaten verschillen sterk per toepassing. Bij HelloPrint leidde automatisering van klantcontact tot een forse personeelsreductie, terwijl bij de Douane en Linkit vooral sprake was van beperkte tijdswinst bij specifieke taken. Volgens TNO hangt de uiteindelijke productiviteitswinst af van hoe organisaties de vrijgekomen tijd benutten.Daarnaast verandert ai de inhoud van werk. Routinetaken verdwijnen, terwijl andere werkzaamheden complexer worden. TNO stelt dat succesvolle ai-adoptie niet alleen een technische uitdaging is, maar ook vraagt om bewuste keuzes over werkprocessen, rollen en arbeidsomstandigheden.Accensys en Wanbound fuseren tot regionale msp voor het Groene HartDe Woerdense it-dienstverleners Accensys en Wanbound voegen hun activiteiten samen. Met de fusie willen beide managed service providers (msp’s) hun positie in het Groene Hart (het gebied tussen Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) versterken en beter inspelen op de groeiende vraag naar moderne werkplekken, connectiviteits- en cybersecuritydiensten.De samenvoeging maakt deel uit van de groeistrategie van Smizer, het platform van regionale msp’s dat wordt ondersteund door investeringsmaatschappij Riverdam. Volgens de betrokken partijen ontstaat door de bundeling meer capaciteit, expertise en slagkracht voor het mkb in de regio.De directie van de gecombineerde organisatie komt in handen van Axel Baas als operationeel directeur en Michel Verheijen als commercieel directeur. Voormalig Wanbound-directeur Wayne Wilson krijgt binnen Smizer de rol van lead integratie & optimalisatie. Het uitdijende netwerk van Smizer telt al tientallen regionale it-dienstverleners verspreid over negentien locaties in Nederland.PostNL stroomlijnt hr-processen met SAP SuccessFactors en HuRisPostNL werkt aan een verdere digitalisering van zijn hr-processen met SAP SuccessFactors als basis. Samen met SAP-partner HuRis implementeert het post- en pakketbedrijf de Huris ProcessManager, een oplossing die complexe hr-aanvragen begeleidt, workflowstappen automatiseert en handmatige verwerking terugdringt.De eerste processen die live zijn gegaan, betreffen betaald en onbetaald ouderschapsverlof en interne verplaatsingen van medewerkers. Volgens PostNL helpt de nieuwe aanpak medewerkers om aanvragen beter en foutloos in te dienen, terwijl hr-afdelingen minder tijd kwijt zijn aan controles en correcties.De implementatie startte in november en de eerste processen werden eind maart opgeleverd. PostNL ziet potentieel voor verdere opschaling: circa tachtig tot negentig hr-processen komen in aanmerking voor een vergelijkbare aanpak. Het uiteindelijke doel is een gebruiksvriendelijkere selfservice-omgeving met minder administratieve handelingen.
Vlam in de ai-pan bij rijksambtenaren
1 week
De chat-tool Vlam moet uitgroeien tot een rijksbreed ai-platform en hét soevereine alternatief voor commerciële generatieve ai-diensten binnen de ministeries en rijksdiensten. De verwachting is dat een brede productie-uitrol in de tweede helft van dit jaar volgt, zodra risicoanalyses, beveiligingsprocedures en compliance trajecten zijn afgerond. Vlam, dat staat voor Veilige Lokale AI Modellen, is door SSC-ICT in samenwerking met de AIVD ontwikkeld. Dit alternatief voor ChatGPT, Claude of Gemini biedt volgens deze partijen een volledig binnen de rijksoverheid beheerde omgeving. Daarin blijven data, modellen en infrastructuur onder Nederlandse controle.  Zo blijkt uit de antwoorden op vragen vanuit de Tweede Kamer over de it in de jaarverslagen van drie ministeries (Justitie en Veiligheid, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Economische Zaken en Klimaat). Pilots De toepassing Vlam wordt inmiddels uitgerold bij meerdere onderdelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en draait in pilotvorm bij diverse andere rijksorganisaties. SSC ICT werkt actief aan een bredere adoptie. Vlam wordt momenteel al geleverd aan de ministeries van VWS, Financiën, Algemene Zaken, OCW, IenW en de Hoge Colleges van Staat. De komende maanden volgen naar verwachting meer rijksorganisaties. De doorontwikkeling van Vlam chat wordt daarbij direct gevoed door gebruikerservaringen uit de pilots, zodat functionaliteit, bruikbaarheid en schaalbaarheid verder verbeteren. Voorspelbaarheid Deze ai-assistent wordt vooral ingezet voor praktische ondersteuning: tekstbewerking, kwaliteitscontrole, vertalingen, brainstormen, sparren en samenvatten. Cruciaal daarbij is dat geen vertrouwelijke of privacygevoelige informatie wordt verwerkt. De eerste ervaringen laten zien dat ambtenaren vooral waarde hechten aan de voorspelbaarheid, veiligheid en stabiliteit van een rijksbrede ai-voorziening. Uit een recente enquête onder 285 gebruikers blijkt dat de toepassing al stevig voet aan de grond heeft: •             De gemiddelde tevredenheid scoort een 7,1; •             De efficiëntiewinst is vrij hoog. 77 procent ervaart merkbare tijdsbesparing;  •             De app wordt actief gebruikt: 82 procent gebruikt Vlam chat minimaal wekelijks; •             Sterke punten zijn taalmodelprestaties en de ondersteuning in werkprocessen;  •             De wensen bestaan uit gebruikersgeschiedenis, internet-zoekmogelijkheden en bredere functionaliteit.     Met Vlam chat zet de rijksoverheid een belangrijke stap richting een eigen ai ecosysteem waarin: •             data binnen Nederlandse grenzen blijven;  •             modellen controleerbaar en auditeerbaar zijn;  •             risico’s beheersbaar blijven;  •             afhankelijkheid van commerciële aanbieders wordt beperkt.  Soevereine digitale werkplek Verder blijkt voortgang bij de vervanging van Microsoft-componenten die deels of geheel in de cloud draaien. Stapsgewijs worden die componenten vervangen door autonome componenten. SSC-ICT, Dictu en DUO hebben de opdracht gekregen om een soevereine digitale werkplek te ontwikkelen. Het streven is om volgend jaar de eerste testgebruikers over te zetten naar deze soevereine digitale werkplek. Zeven departementen hebben besloten om hun werkplek bij SSC-ICT af te nemen, twee departementen nemen hun werkplek af bij Dictu. Drie departementen hebben besloten om een eigen werkplekvoorziening in te richten. Kamerleden vroegen ook of er schaalvoordelen zijn bij het samenvoegen van werkplekken tot één centrale, digitaal onafhankelijke werkplek. De voordelen zijn er zeker. Er is dan ook een onderzoek gaande naar nadere samenwerking tussen SSC-ICT en Dictu. Bovendien bekijken SSC-ICT, Dictu en DUO of meer samenwerking mogelijk is op het terrein van een (rijksbrede) soevereine werkomgeving. Tussen de werkplekken van SSC-ICT en Dictu blijken nogal wat technische verschillen te bestaan. Dit geldt met name voor opslag en standaardfunctionaliteiten. De opslag voor een gebruiker is bij Dictu ruimer en bij SSC-ICT zijn meer functionaliteiten ‘standaard’. De ‘Digitale Werkomgeving’ van SSC ICT blijft nagenoeg volledig on premises gehost. De ‘Cloud Werkplek’ van Dictu daarentegen maakt gebruik van een deel van de publieke clouddiensten van Microsoft. De belangrijkste public cloudapplicaties die Dictu inzet zijn Teams, OneDrive en Exchange Online.

Pagina's

Abonneren op computable