computable

111 nieuwsberichten gevonden
Hoe betrouwbaar is onze software?
1 week
Van vertrouwen naar bewijs | Interview Marieke Huisman Software is uitgegroeid van ondersteunend hulpmiddel tot kritieke infrastructuur. In een wereld van geopolitieke spanningen, digitale afhankelijkheid en toenemende systeemcomplexiteit wordt betrouwbaarheid een strategische factor. Volgens Marieke Huisman, hoogleraar Software Reliability aan de Universiteit Twente, is het tijd voor een omslag: van impliciet vertrouwen naar aantoonbaar bewijs. ‘Onze maatschappij draait op software’, stelt Huisman. ‘Van financiële systemen tot energievoorziening: alles is digitaal.’ Software is daarmee niet langer alleen een technisch vraagstuk, maar ook een geopolitieke factor. Europa is in hoge mate afhankelijk van buitenlandse technologie, met name van Amerikaanse cloud- en platformleveranciers. Die afhankelijkheid beperkt de controle over data en systemen en brengt risico’s met zich mee voor digitale soevereiniteit. Softwareketens zijn bovendien internationaal en complex, waardoor organisaties beperkt zicht hebben op de herkomst en werking van componenten. Zolang systemen functioneren, blijft die afhankelijkheid grotendeels onzichtbaar — tot het misgaat. Volgens Huisman zou het helpen als kritieke software, zoals systemen rond DigiD, vaker opensource beschikbaar is. ‘Dan kan een brede groep experts meekijken en fouten sneller aan het licht brengen.’ Hoewel organisaties daar terughoudend in zijn, kan meer transparantie volgens haar juist bijdragen aan betere softwarekwaliteit. Huisman wijst erop dat afhankelijkheden ook een strategische dimensie hebben. Moderne systemen, inclusief defensietoepassingen, zijn in sterke mate softwaregedreven. ‘Dat onderstreept hoe belangrijk het is om te begrijpen en te beheersen hoe software zich gedraagt, zeker wanneer die afkomstig is uit internationale ketens’, aldus de hoogleraar. Tegelijkertijd is het maatschappelijke besef van deze afhankelijkheid beperkt. Software is zo diep verankerd in het dagelijks leven dat ze grotendeels onzichtbaar blijft. Juist in tijden van internationale spanningen krijgt die afhankelijkheid extra gewicht. De kwetsbaarheid neemt verder toe door de groeiende complexiteit van software. Moderne systemen bestaan uit miljoenen regels code en zijn opgebouwd uit externe libraries, api’s en diensten. Volledige controle is daardoor nauwelijks haalbaar. Nieuwe ontwikkelingen versterken dat effect. De opkomst van ai-gegenereerde code versnelt softwareontwikkeling, maar vermindert vaak het inzicht in de werking ervan. Ontwikkelaars vertrouwen steeds vaker op automatisch gegenereerde code zonder die volledig te doorgronden. Dat leidt tot software die wel functioneert, maar waarvan het gedrag niet altijd volledig begrepen wordt. Juist in die context neemt het belang van verificatie toe. Huisman: ‘Het is noodzakelijk om niet minder, maar juist méér te verifiëren: als software essentieel is, moet aantoonbaar zijn wat systemen doen.’ Wiskundige modellen De technieken om software systematisch te controleren zijn niet nieuw; de eerste ideeën stammen uit de jaren zestig en zeventig. Formele methoden maken gebruik van wiskundige modellen om eigenschappen van software te bewijzen, bijvoorbeeld door gewenst gedrag exact te specificeren of alle mogelijke toestanden van een systeem te analyseren. In theorie bieden deze technieken krachtige mogelijkheden om fouten vroegtijdig op te sporen. In de praktijk blijft toepassing echter achter. Volgens Huisman ligt dat niet aan de effectiviteit, maar aan de toegankelijkheid. ‘De methoden zijn complex en vereisen specialistische kennis, wat voor veel ontwikkelteams een drempel vormt. Daarnaast spelen tijdsdruk en kosten een rol: verificatie wordt nog vaak gezien als extra stap, terwijl de baten zich later uitbetalen.’ Dat leidt tot een klassiek spanningsveld tussen korte- en langetermijnbelangen. Onder druk van deadlines en budgetten krijgen snelheid en functionaliteit vaak prioriteit boven zekerheid. Toch is de economische logica volgens Huisman helder: fouten die laat worden ontdekt, zijn aanzienlijk duurder om te herstellen. In kritische systemen kunnen ze bovendien leiden tot verstoringen, beveiligingsincidenten en reputatieschade. De waarde van verificatie zit juist in het voorkomen van problemen. VerCors Om de kloof tussen theorie en praktijk te verkleinen, werkt Huisman met haar onderzoeksgroep aan VerCors (Verification of Concurrent Software), een verificatietool die sinds 2011 in ontwikkeling is. ‘Het doel is formele methoden toegankelijk te maken voor reguliere ontwikkelaars. De tool analyseert broncode en controleert of die voldoet aan gespecificeerde eigenschappen, zodat fouten vroeg zichtbaar worden. Ontwikkelaars krijgen directe feedback over mogelijke problemen en oplossingen.’ De ontwikkeling van dergelijke tools blijft volgens haar echter een uitdaging. Programmeertalen, frameworks en ontwikkelmethoden veranderen snel, waardoor onderzoek zich continu moet aanpassen. Het doel is verificatie zo te integreren in bestaande workflows dat het net zo vanzelfsprekend wordt als testen of code review. Perspectief In de loop van haar carrière heeft Huisman haar perspectief op softwareverificatie zien verschuiven. Waar ze aanvankelijk uitging van volledig bewezen, foutloze software, erkent ze dat volledige zekerheid in de praktijk zelden haalbaar is. De complexiteit en schaal van moderne systemen maken sluitend bewijs vrijwel onmogelijk. Dat maakt verificatie echter niet minder relevant. Het doel verschuift naar aantoonbare kwaliteitsverbetering en het zo vroeg mogelijk opsporen van fouten, zegt ze daarover. Betrouwbaarheid en veiligheid zijn daarbij nauw verweven. Softwarefouten vormen vaak de basis voor beveiligingslekken, variërend van onbedoelde datatoegang tot exploiteerbare kwetsbaarheden. Volgens Huisman ontstaan deze risico’s vaak doordat het gedrag van software niet expliciet wordt vastgelegd en gecontroleerd. Verificatietechnieken kunnen helpen om die eigenschappen inzichtelijk te maken en te borgen. Veiligheid moet daarom geen sluitpost zijn, maar een integraal onderdeel van ontwerp en ontwikkeling. Kloof Er bestaat nog altijd een kloof tussen academisch onderzoek en de praktijk. Universiteiten richten zich op fundamentele inzichten en publicaties, terwijl bedrijven behoefte hebben aan direct toepasbare oplossingen. Ook binnen de academie speelt een spanningsveld: promovendi moeten publiceren, terwijl het ontwikkelen van bruikbare tools andere prioriteiten vraagt. Voor implementatie zijn vaak aanvullende rollen nodig, gericht op engineering en productontwikkeling. Tegelijkertijd ziet Huisman dat bedrijven zich meer en meer bewust zijn van het belang van softwarekwaliteit. De uitdaging ligt in het aantonen van de meerwaarde en het praktisch toepasbaar maken van technieken. Ook bij de overheid is ruimte voor verbetering. Besluitvorming over digitale systemen vindt niet altijd plaats met voldoende technische kennis, terwijl de impact groot is. Volgens Huisman vraagt dat om meer inhoudelijke expertise bij beleidsmakers. Geen enkele partij kan dit vraagstuk alleen oplossen. Bedrijven brengen praktijkervaring, de wetenschap methodologische kennis en de overheid sturingskracht. Juist de combinatie daarvan is nodig om softwarebetrouwbaarheid structureel te verbeteren. Studenten Onderwijs speelt hierin een belangrijke rol. Studenten leren niet alleen programmeren, maar vooral hoe ze software bouwen die begrijpelijk en controleerbaar is. Het gaat niet om de hoeveelheid code, maar om de kwaliteit en de verantwoording ervan. Daarmee ontstaat een nieuwe generatie ontwikkelaars die betrouwbaarheid als uitgangspunt neemt. De conclusie: in een samenleving waarin software de ruggengraat vormt van vrijwel alle processen, volstaat impliciet vertrouwen niet langer. Systemen worden complexer, afhankelijkheden nemen toe en de impact van fouten groeit. Organisaties moeten daarom toewerken naar aantoonbare controle over hun software. Zekerheid zal nooit absoluut zijn, maar met betere methoden, tooling en samenwerking kan de betrouwbaarheid aanzienlijk worden vergroot. Of zoals Huisman het samenvat: ‘We moeten van vertrouwen naar bewijs. Alleen dan houden we grip op de systemen die ons dagelijks leven bepalen.’ Profiel | Marieke Huisman Marieke Huisman is hoogleraar Software Reliability aan de Universiteit Twente. Haar onderzoek richt zich op formele methoden voor softwareverificatie en het vroegtijdig opsporen van fouten in complexe systemen. Zij leidt de ontwikkeling van de verificatietool VerCors en werkt op het snijvlak van theorie en praktijk. Voor de liefhebber Hoe werkt VerCors in de praktijk? In dit voorbeeld ziet VerCors dat de implementatie iets anders doet dan de specificatie zegt.  In vector-add.c een functie die 2 arrays optelt, plus specificaties die dit beschrijven (alle commentaarregels). Context beschrijft dingen die voor en na de functie moeten gelden, ensures is een postconditie: dit geldt na afloop. De specificaties op regel 10 en 11 beschrijven het gedrag van één loop iteratie. Deze specificaties kunnen we verifiëren. Als de specificaties veranderen, bijv. op regel 11 in: ensures a[i]==b[i]+c[i] + 1; Dan verschijnt de volgende foutmelding: Marieke Huisman: ‘De specificatie met de Perm op regel 10 heeft te maken met het feit dat we over concurrent programma’s redeneren (het zegt of een thread mag lezen of schrijven naar een geheugenlocatie die mogelijk door meerdere threads gelezen wordt). Eén van de onderzoeksonderwerpen voor ons is hoe we kunnen zorgen dat zoveel min mogelijk annotaties geschreven moeten worden door de persoon die de code wil verifiëren. De specificatie op regel 4 is wat we echt willen weten, de rest zou je willen genereren. Een ander onderwerp is om zo goed mogelijke informatie te geven als de code niet verifieert.’ Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
Amerikaanse overname Solvinity ketst af; DigiD gered
1 week
Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) verbiedt de overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl. Hiermee wordt voorkomen dat DigiD onder de invloedssfeer van de regering Trump komt.  Aerdts volgt met deze vergaande maatregel het advies van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI). De toezichthouder die de veiligheidsrisico’s van de voorgenomen transactie onderzocht, adviseert een volledig verbod. BTI concludeert dat deze beoogde overname van Solvinity mogelijk een risico vormt voor het publieke belang. Deze toetsing is gebaseerd op de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie (WOZT). Solvinity, die het beheer van het DigiD-platform ondersteunt, geldt als onderdeel van de digitale infrastructuur. Het besluit van Aerdts is op Pinkstermaandag genomen. Er was haast mee omdat voltooiing van de transactie aanstaande was. Het gebeurt zelden dat het BTI overnames verbiedt.  BTI De staatssecretaris benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer dat de investeringstoets risico-gebaseerd is. Het BTI oordeelt landenneutraal. Dat wil zeggen dat er geen sprake is van anti-Amerikaanse gevoelens. Het gaat er alleen om risico’s voor het publieke belang te voorkomen. De WOZT is gelijkelijk van toepassing op alle investeerders, ongeacht het land van herkomst. Aerdts voegt hier aan toe dat Nederland grote waarde hecht aan de aanwezigheid van buitenlandse, waaronder nadrukkelijk ook Amerikaanse technologiebedrijven en hun bijdrage aan de Nederlandse economie en digitale infrastructuur.  Doemscenario De brief laat onvermeld welke risico’s precies zijn meegewogen. De Tweede Kamer krijgt daar in een vertrouwelijk overleg nog een toelichting op. Vooral uitval van DigiD als de regering in Washington Nederland wil ‘straffen’ is een doemscenario dat zeker onder ogen zal zijn genomen. Ook was er brede maatschappelijke angst dat persoonlijke gegevens van Nederlandse burgers bij de regering Trump zouden belanden. Er bestonden ook twijfels of mitigerende maatregelen voldoende zouden zijn om de beschikbaarheid en privacy te waarborgen. Kyndryl zegt in een persverklaring ‘uiterst teleurgesteld’ te zijn over het verbod. De it-dienstverlener voelt zich slachtoffer van ‘de politisering van het proces’.
Kort: Opensource-sector trekt aan de EU-bel, recordjaar voor Lenovo (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: zorgen over vage opensource-strategie EU, Nextview breidt uit naar Noordse regio, Teamenergie zet ai-samenwerkingsplatform op, beste boekjaar Lenovo en advies aan kabinet: ga weg van X. Opensource-bedrijven vragen EU om ‘opensource-first’-beleid Een coalitie van Europese opensource-bedrijven roept de Europese Unie op om opensource standaard mee te nemen bij de inkoop van software. In een open brief aan de Europese Commissie, lidstaten en het Europees Parlement pleiten de partijen voor een ‘opensource-first’-beleid. De brief is mede opgesteld door bedrijven als Suse, Nextcloud en OpenNebula. Zij pleiten ervoor dat overheden eerst beoordelen of er een geschikt opensource-alternatief is, voordat zij kiezen voor gesloten software. De initiatiefnemers roepen andere bedrijven op om de open brief te ondertekenen. De oproep komt in aanloop naar het Tech Sovereignty Package, dat de Europese Commissie op 3 juni wil presenteren. De coalitie wijst erop dat de opensource-strategie mogelijk geen deel meer uitmaakt van het pakket. Volgens de ondertekenaars kan een vaste toets op opensource bijdragen aan minder afhankelijkheid van leveranciers en meer transparantie bij overheidsinkoop. Nextview neemt Pole Consulting over voor uitbreiding in Scandinavië Nextview Consulting uit Amsterdam neemt Pole Consulting uit Stockholm over. Met de deal wil het bedrijf zijn positie als Salesforce-partner in Scandinavië versterken en inspelen op de groeiende vraag naar ai-toepassingen. De medewerkers van Pole, gespecialiseerd in Salesforce-projecten, worden onderdeel van het Nordics-team van Nextview. Klanten krijgen toegang tot een breder Europees netwerk en aanvullende diensten, waaronder ondersteuning rond data en ai. Na afronding telt Nextview, opgericht in 2009, meer dan tweehonderd specialisten en is het actief in zeven Europese landen. Het bedrijf richt zich op advies, implementatie en beheer van Salesforce-oplossingen. Ai-platform laat teams zelf hun ontwikkeling sturen Teamenergie uit Naarden introduceert een ai-platform waarmee teams hun eigen ontwikkeling kunnen analyseren en verbeteren. De oplossing combineert een teamanalyse met een interventieplan en een ai-coach die vragen beantwoordt. De methode is ontwikkeld door onderzoeker Cees van der Zwan, die honderden teams onderzocht. Volgens het bedrijf heeft een groot deel van de gangbare interventies weinig tot negatief effect. Het platform moet gerichter advies geven, afgestemd op de ontwikkelfase van een team. Teamenergie stelt dat organisaties met de aanpak minder afhankelijk zijn van externe coaches en kosten kunnen besparen. De tool is gebaseerd op data uit meer dan zeshonderd teammetingen en richt zich op prestatie, samenwerking en inzetbaarheid. Lenovo sluit sterkste boekjaar uit de geschiedenis af Lenovo Group heeft in het boekjaar 2025/26 een recordomzet van 83,1 miljard dollar gerealiseerd, een stijging van 20 procent. De aangepaste nettowinst kwam uit op twee miljard dollar, 42 procent hoger dan een jaar eerder. De groei wordt volgens het bedrijf vooral gedreven door ai-activiteiten. Die verdubbelden op jaarbasis en zijn goed voor een derde van de totale omzet. In het vierde kwartaal steeg de omzet zelfs met 27 procent tot 21,6 miljard dollar. Alle businessgroepen realiseerden een dubbelcijferige omzetgroei over het volledige boekjaar. Volgens Lenovo onderstrepen de resultaten de kracht van de groep in een complexe marktomgeving, gekenmerkt door onder meer voorrraadtekorten en stijgende componentkosten. De groei wordt daarbij sterk gedreven door Lenovo’s hybride ai-strategie en de toenemende vraag naar ai-apparatuur, ai-infrastructuur en ai-services. Lenovo verhoogde zijn investeringen in onderzoek en ontwikkeling met 9 procent. Negatief ambtelijk memo over X De Voorlichtingsraad, bestaande uit de communicatie-directeuren van alle ministeries, adviseert het kabinet om zich grotendeels terug te trekken van X. Zo blijkt uit een intern memo waarover De Volkskrant bericht. Dit Amerikaanse communicatieplatform zou ‘actief’ desinformatie, racisme, haatzaaien en andere strafbare content faciliteren. Sinds de overname door Elon Musk is X sterk gepolariseerd geraakt door minder moderatie en wijzigingen in het algoritme. Het gebruik door de rijksoverheid staat daardoor op gespannen voet met de eigen wettelijke normen, aldus de ambtenaren.  Uit onderzoek van De Volkskrant blijkt bovendien dat politici op X veel bedreigingen en opruiing ontvangen. Een vertrek zou gevolgen hebben voor de accounts van bewindspersonen en ministeries; alleen in diplomatie en crisissituaties zou X nog worden gebruikt. Na de zomer volgt een besluit. [Alfred Monterie]
Wingtech opent frontale juridische aanval op Nexperia
1 week
Wingtech, de Chinese eigenaar van Nexperia, trekt juridisch alle registers open in het conflict over de vraag wie het voor het zeggen krijgt bij de Europese bedrijven van de chipfabriek met hoofdkantoor in Nijmegen. De machtsstrijd wordt op vele fronten uitgevochten en escaleert verder. In China heeft Wingtech Nexperia Holding, Nexperia BV, Itec BV en drie Europese bestuurders aansprakelijk gesteld voor verliezen die voorlopig worden geraamd op bijna 1 miljard euro maar die mogelijk nog kunnen oplopen. Eerder claimde Wingtech ook nog eens acht miljard dollar van de Nederlandse staat. Dat moet via een internationale arbitrageprocedure. Wingtech-eigenaar Zhang Xuezheng (alias mr. Wing) wil de volledige macht terug over de Europese vestigingen. Het is nog niet zeker of de Middenklasse Volksrechtbank van Guangdong de zaak wil behandelen. Wingtech beschuldigt Nexperia Europa van onrechtmatig handelen. De Chinezen verwijten de bestuurders Ruben Lichtenberg, Achim Kempe en Stefan Tilger dat door hun toedoen mr. Wing de controle over Nexperia is kwijtgeraakt.  Schuld in de schoenen schuiven Deze drie managers beschuldigden Wing vorig jaar september van ernstig wanbeleid toen deze cruciale kennis en productiemiddelen zou hebben geprobeerd naar China over te hevelen. Ook zou hij bezig zijn geweest Nexperia Europa financieel uit te hollen. Het trio stapte naar de Ondernemingskamer die hen in het gelijk stelde. Mr. Wing werd tijdelijk geschorst. De rechtbank wees in zijn plaats een niet-uitvoerende bestuurder aan. Verder is er een vervolgonderzoek gaande dat nog niet is afgerond.  Een dag voor de uitspraak van de Ondernemingskamer had het ministerie van EZK de macht van mr. Wing al ingeperkt. Deze maatregel werd in november opgeschort, mede om een chipcrisis te voorkomen. De Chinese autoriteiten hadden Nexperia China in oktober verboden om bepaalde volledig afgewerkte componenten en halffabricaten naar Europa uit te voeren. De leveringsketen raakte hierdoor ontwricht, wat vooral de Duitse auto-industrie als belangrijke afnemer schaadde.   Hoewel China zelf de leveringsketen verstoorde, schuift Wingtech de Nederlandse regering, de Ondernemingskamer en het eerder genoemde trio bestuurders alle schuld in de schoenen. Nexperia stelt in een reactie dat ‘het nooit de bedoeling is geweest om de belangen van de aandeelhouders van Wingtech te schaden, noch die van klanten en partners wereldwijd’. Het bedrijf zegt dat het alleen een onderzoek heeft verzocht ‘om een einde te maken aan ernstig wanbeleid’. Onrechtmatig handelen? De rechtszaak tegen Nexperia Europa vindt zijn basis in de Chinese anti-sanctiewetgeving. Wingtech meent dat de gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld of geholpen bij de uitvoering van discriminerende beperkingen door het ministerieel besluit en de uitspraak van de Ondernemingskamer. Het Chinese bedrijf eist dat Nexperia Holding en Nexperia BV de Ondernemingskamer vragen het onderzoek naar vermeend wanbeleid door mr. Wing te stoppen. Ook moeten zij het ministerie van EZK ertoe bewegen de voorlopig bevroren maatregel tegen de Chinese eigenaar definitief in te trekken zodat deze weer volledig vrij spel heeft. De drie gedaagde managers dienen beide zaken in gang te zetten. Lukt dat niet dan moet Nexperia heel Nexperia Semiconductor en alle Chinese dochters kosteloos overdragen aan Wingtech. De drie managers zijn ook hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de bijna één miljard euro schade die Wingtech zegt te hebben geleden. Het wordt voor hen en Nexperia Europa extra moeilijk als de uitspraken van de Ondernemingskamer en die van Chinese rechter conflicteren, terwijl er ook nog een internationale arbitrageprocedure loopt.
Huawei beweert zonder ASML top van chipindustrie te bereiken
1 week
Huawei verwacht over vijf jaar chips te kunnen maken van slechts 1,4 nanometer, zonder dat daarvoor de meest geavanceerde machines van ASML nodig zijn.  Daarmee zou de achterstand op het Taiwanese TSMC, dat verwacht in 2028 dit soort chips op grote schaal te kunnen vervaardigen, nog slechts een jaar of drie bedragen. TSMC zal hiervoor de laatste generatie machines van ASML gebruiken die voor Huawei vanwege de Westerse sancties taboe zijn.  De Chinese techgigant borduurt voort op een manier van chipontwerp die afwijkt van wat andere fabrikanten zoals TSMC doen. Voor deze technologie zouden geen ASML-machines nodig zijn waardoor China zijn eigen weg kan gaan. Hoewel Huawei nog geen onafhankelijke data kan overleggen over de prestaties die met deze techniek momenteel haalbaar zijn, is het concern ervan overtuigd dat het op de goede weg zit.  Schaalwet Tijdens het IEEE International Symposium on Circuits and Systems (ISCAS) lichtte Huawei het tipje van de sluier op. He Tingbo, hoofd van de chiptak van Huawei, presenteerde op Pinkstermaandag in Shanghai de Tau (τ) schaalwet, een nieuw principe voor de toekomstige ontwikkeling van de halfgeleiderindustrie. Haar speech droeg de titel ‘Een nieuw pad voor halfgeleiders in de praktijk’. De nadruk ligt op geavanceerde methoden van ‘packaging’ in plaats van op verdere miniaturisering van transistors. Een slimme architectuur, kortere bewegingen van data en nauwere integratie moeten Huawei op chipgebied langszij brengen met TSMC. De Tau-wet stelt voor om geometrische schaling te vervangen door tijdschaling (τ) als nieuw leidend principe voor de evolutie van zowel halfgeleiders als elektronische systemen. Op basis van dit principe kunnen innovatieve technologieën zoals LogicFolding worden gebruikt om de signaalvertraging continu te comprimeren en de transistor-dichtheid gestaag te verbeteren, wat de voortdurende evolutie van halfgeleiders en elektronische systemen zal stimuleren. Wet van Moore De afgelopen jaren heeft de Wet van Moore – die de halfgeleiderindustrie al meer dan vijf decennia leidt – te maken gekregen met ernstige fysieke beperkingen en afnemende economische rendementen. De wereldwijde industrie wordt steeds meer beperkt door de vertraging in de geometrische schaalvergroting van transistors en de afname van de kosten per transistor. Volgens He Tingbo moet de industrie nu de uitdaging aangaan om de fysieke beperkingen van traditionele processen te overwinnen en een nieuw, duurzaam evolutiepad te vinden dat kan voldoen aan de snelgroeiende vraag naar rekenkracht. Dit is waar de τ-schaalwet in beeld komt. Innovatieve basistechnieken Gebaseerd op deze wet heeft Huawei innovatieve basistechnieken ontwikkeld, zoals LogicFolding, en een co-optimalisatiemechanisme op meerdere niveaus opgezet dat zich uitstrekt over halfgeleidercomponenten, circuits, chips en systemen. Dit mechanisme is erop gericht de tijdconstante τ systematisch te verkorten om de prestaties, energie-efficiëntie en transistordichtheid op elk niveau te verhogen. Niveaus + Op componentniveau gaat het om optimalisatie van de weerstand en parasitaire effecten. Gesleuteld wordt aan de capaciteit van transistors en interconnecties om de tijdconstante τ op apparaatniveau in de onderliggende fysieke laag te minimaliseren. + Op circuitniveau wordt de LogicFolding-architectuur toegepast. Dit om de fysieke grenzen van traditionele circuitlay-outs te doorbreken, de kritieke-padbekabeling aanzienlijk te verkorten, de resistieve en capacitieve belasting van signaalpropagatie effectief te verminderen en uiteindelijk de transistordichtheid en circuitprestaties te verhogen. + Op systeemniveau worden de interconnectieprotocollen geherdefinieerd voor computersystemen met UnifiedBus. Dit om uniforme geheugenadressering en native geheugensemantiek voor SuperPoDs te bereiken Kirin-chips Huawei stelt al 381 soorten chips op basis van de τ-schaalwet te hebben ontworpen en in massaproductie te hebben genomen. De Kirin-chips, die naar verwachting komend najaar op de markt komen, zullen de allereerste zijn die de LogicFolding-architectuur toepassen. De fabrikant verwacht dat dit de prestaties van de chips aanzienlijk zal verbeteren.  Deze architectuur zal omstreeks 2030 ook zijn toepassing vinden in de Ascend-chips die de Chinese ao-modellen moeten aandrijven. Tegen 2031 zullen de high-end chips die Huawei ontwerpt op basis van de τ-schaalwet naar verwachting een transistordichtheid hebben die gelijkwaardig is aan die van 14 Å (1,4 nm) processen. He Tingbo riep wetenschappers, ingenieurs en industriële partners op tot nauwe samenwerking bij de τ Scaling Law.
Van openSUSE naar Linux Mint: soms begint soevereiniteit gewoon opnieuw
1 week
In de rubriek De Overstap gidst de doorgewinterde ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar alternatieve zakelijke oplossingen. Deel 5: Overstappen naar Linux Mint, nieuwtjes over onder andere DeepL en Wero, tips over Qubes en EuroSky en ervaringen van overstappers. Ik ben deze rubriek ooit begonnen met een bericht over mijn overstap van macOS naar een Lenovo-laptop met openSUSE. Dat voelde toen als een bewuste stap richting meer digitale zelfstandigheid: weg uit de vanzelfsprekende maar gesloten ecosystemen, terug naar een werkplek die meer op open source en eigen controle is gebaseerd. Maar eerlijk is eerlijk: helemaal soepel liep dat avontuur niet. De printerproblemen waar ik eerder al over schreef, bleken toch hardnekkiger dan gedacht. En ook Thunderbird, dat ik als mailprogramma gebruikte, vertoonde mij net iets te vaak kuren. Niet onoverkomelijk misschien, maar wel vervelend genoeg om mijn dagelijkse werkritme te verstoren. Als je de hele dag schrijft, mailt, bestanden uitwisselt en publiceert, wil je niet voortdurend met je gereedschap bezig zijn. Dan moet een laptop vooral doen wat hij moet doen. Na flink wat onderzoek en een tip van een kennis ben ik daarom helemaal opnieuw begonnen. Niet met dezelfde hardware en een andere Linux-distributie, maar met een nieuwe laptop: een Slimbook EVO, geleverd door de Spaanse fabrikant Slimbook. Daarop staat Linux Mint al vanuit de fabriek geïnstalleerd. En dat verschil merk je meteen. De hardware voelt uitstekend aan: stevig, robuust en duidelijk beter afgewerkt dan veel goedkopere laptops die ik nog wel eens tegenkom. Die zijn op papier vaak aantrekkelijk geprijsd, maar voelen in de praktijk ook echt goedkoop. De Slimbook EVO doet dat niet. Sterker nog, het uiterlijk heeft eerlijk gezegd wel iets weg van een MacBook, al is mijn uitvoering wat dikker omdat ik bewust een model wilde met een ethernetpoort. Voor mij is dat geen nadeel, maar juist praktisch. Een laptop hoeft niet per se zo dun mogelijk te zijn; hij moet betrouwbaar zijn, prettig typen en goed passen bij mijn dagelijkse werk. En als ik op reis ben, wil ik me niet voortdurend zorgen hoeven maken over mogelijke beschadigingen. Linux Mint blijkt daarbij precies het soort besturingssysteem te zijn dat ik zocht. Het is overzichtelijk, logisch opgebouwd en vooral heel makkelijk te gebruiken. Alles werkte eigenlijk direct out of the box. Zelfs die vermaledijde HP-printer, die eerder zoveel gedoe gaf, doet nu zonder morren wat hij moet doen. Omdat een klant erop staat om bestanden via Dropbox uit te wisselen, heb ik ook de Dropbox-app geïnstalleerd. Dat werkte zonder problemen en integreert keurig met het bestandssysteem. Hetzelfde geldt voor Nextcloud, dat de basis voor mijn werkomgeving vormt. Via applets en desklets heb ik inmiddels allerlei handige tooltjes als internetradio netjes in de taakbalk geïntegreerd. Het klinkt misschien als een klein detail, maar juist dat soort dingen maken een werkomgeving prettig. Van een gebruiker met een vergelijkbare EVO met Linux Mint, hoorde ik dat zij last had van een scherm dat af en toe flikkerde. Dat bleek uiteindelijk een kleinigheid: de refresh rate stond op 120 Hz en na het terugzetten naar 60 Hz was het probleem verdwenen. Voor normaal kantoorwerk is dat geen enkel probleem. Voorlopig is mijn conclusie dan ook: mijn eerdere Linux-stap was leerzaam, maar met Slimbook en Linux Mint begint het echt als een volwassen alternatief voor mijn oude Mac-omgeving te voelen. Europese betaaldienst Wero worstelt met Amerikaanse cloudafhankelijkheid Wero vind ik een interessant voorbeeld van hoe ingewikkeld digitale soevereiniteit in de praktijk kan zijn. De Europese betaaldienst is juist opgezet als alternatief voor Amerikaanse betaaloplossingen, maar blijkt voorlopig nog niet helemaal los te zijn van Amerikaanse technologie. Volgens Heise heeft de European Payment Initiative (EPI), de organisatie achter Wero, erkend dat de dienst voor bepaalde onderdelen gebruikmaakt van managed infrastructure- en softwarediensten van AWS. Dat schuurt natuurlijk met het beeld van een volledig Europese betaaldienst. Niet omdat daarmee meteen alles mis is, maar wel omdat Amerikaanse aanbieders onder de Amerikaanse Cloud Act vallen, ook wanneer data netjes in Europese datacenters staat. Gelukkig heeft de EPI toegezegd de afhankelijkheid van niet-Europese cloudproviders stap voor stap af te bouwen, nu de Europese cloudmarkt volgens EPI volwassen genoeg is om die overstap mogelijk te maken. Juist dat maakt Wero voor mij zo’n leerzaam voorbeeld. Digitale soevereiniteit is geen aan-uitknop. Je kunt aan de voorkant een Europees merk, Europese governance en Europese ambities hebben, terwijl er onder de motorkap nog steeds niet-Europese technologie meedraait. Wero laat daarmee vooral zien dat echte soevereiniteit pas ontstaat als ook de technische keten achter de dienst stap voor stap wordt meegenomen. Ook DeepL laat zien hoe sterk Europa nog aan Amerikaanse ai-infrastructuur hangt Ook in de Europese ai-sector blijkt digitale soevereiniteit gemakkelijker beloofd dan gerealiseerd. Vertaalbedrijf DeepL, een van Europa’s bekendste ai-succesverhalen, heeft betalende klanten laten weten dat hun data niet langer uitsluitend op de eigen servers wordt verwerkt en dat AWS als subverwerker wordt toegevoegd. Volgens DeepL krijgt Amazon geen toegang tot klantdata in bruikbare vorm, worden gegevens versleuteld en worden data uit betaalde diensten niet gebruikt om ai-modellen te trainen. Toch heeft de samenwerking tot onrust geleid, juist omdat DeepL veel wordt gebruikt voor gevoelige documenten zoals contracten, beleidsstukken en bedrijfsstrategieën. De discussie raakt daarmee aan een breder Europees probleem: zolang snelgroeiende ai-bedrijven voor schaal, lage latency en wereldwijde infrastructuur afhankelijk blijven van Amerikaanse cloudplatforms, blijft volledige digitale soevereiniteit kwetsbaar. DeepL laat zo zien dat Europa wel sterke ai-toepassingen kan bouwen, maar nog altijd moeite heeft om daar een even sterke, eigen digitale infrastructuur onder te leggen. Van Linux Mint-comfort naar Qubes OS-paranoia? Zoals aan het begin van deze rubriek al aangegeven, ben ik inmiddels behoorlijk fan geworden van Linux Mint. Het is stabiel, overzichtelijk, snel genoeg voor dagelijks werk en vooral prettig onopvallend: precies wat je wilt van een besturingssysteem wanneer je vooral gewoon wilt schrijven, mailen, browsen en produceren. Toch begint mijn drang naar experimenteren alweer te kriebelen. Qubes OS trekt namelijk aan een heel andere kant van het spectrum. Waar Linux Mint vooral inzet op gebruiksgemak, draait Qubes OS om ‘security by compartmentalization’: het idee dat je je digitale leven opdeelt in strikt gescheiden omgevingen, ofwel qubes. Werk, privé, onbetrouwbare websites, gevoelige bestanden en bijvoorbeeld wachtwoordbeheer draaien dan niet allemaal in één grote desktopomgeving, maar in afzonderlijke, geïsoleerde compartimenten. Als er in één omgeving iets misgaat, hoeft dat dus niet meteen je hele systeem mee te sleuren. Qubes OS noemt zichzelf dan ook een gratis en open source besturingssysteem dat is gebouwd voor veilig single-user desktopgebruik. Dat klinkt minder comfortabel dan Linux Mint en waarschijnlijk ook een stuk bewerkelijker. Maar juist daarom is het interessant. Digitale soevereiniteit begint immers niet alleen bij Europese cloudproviders of open standaarden, maar ook bij de vraag hoeveel controle je op je eigen werkplek wilt terugpakken. En hoewel ik Linux Mint voorlopig nog niet zomaar opgeef, zou het zomaar kunnen dat mijn nieuwsgierigheid het wint van mijn behoefte aan rust. Qubes OS voelt als zo’n experiment waarvan je vooraf weet dat het gedoe gaat opleveren, maar waarvan je achteraf misschien zegt: nu begrijp ik pas echt wat isolatie op de desktop betekent. Kortom, ik heb hier nog een geschikte laptop liggen waarop ik binnenkort maar eens Qubes OS ga uitproberen. EuroSky bouwt aan een Europees fundament onder het sociale web Wat mij aanspreekt aan EuroSky is dat het project digitale soevereiniteit heel concreet maakt. Niet als groot beleidswoord, maar als infrastructuurvraag. Want sociale media bestaan niet alleen uit een app op je telefoon of een tijdlijn in je browser. Daaronder zit uiteraard een complexe technische laag van servers, relays, indexering, zoekfuncties, feeds en moderatie. Precies die laag is nu vaak afhankelijk van een beperkt aantal grote, veelal Amerikaanse partijen. EuroSky wil daar een Europees alternatief naast zetten: onafhankelijke infrastructuur voor het open sociale web, stap voor stap opgebouwd, component voor component. Inmiddels zijn twee van de negen onderdelen klaar, waaronder een Europese Personal Data Server waarop posts en data onder Europees recht worden gehost, en een migratietool waarmee bestaande Bluesky-accounts naar EuroSky kunnen worden overgezet. Andere onderdelen, zoals de relay en een mirror van de PLC Directory voor identiteit op het netwerk, zijn nog in ontwikkeling. Ik vind dit soort initiatieven erg interessant omdat ze laten zien dat digitale soevereiniteit niet alleen gaat over cloudcontracten, ai-modellen of overheidsaanbestedingen. Het gaat ook over iets alledaags als de plek waar we online praten, publiceren, volgen en discussiëren. EuroSky wil overigens niet alleen infrastructuur bouwen, maar ook een eigen microblogging-app ontwikkelen om te bewijzen dat de hele stack op onafhankelijke Europese infrastructuur kan draaien. Dat is ambitieus, en natuurlijk is het project nog lang niet af. Zoekfuncties, feedgeneratie, moderatie en een datalaag moeten nog worden gebouwd. Maar juist dat maakt het interessant om te volgen. Hier wordt niet alleen geklaagd over afhankelijkheid van Big Tech; hier proberen mensen de ontbrekende stukken van een Europees sociaal web daadwerkelijk te bouwen. En dat is misschien wel precies waar digitale soevereiniteit uiteindelijk begint: niet bij de vraag welke app we gebruiken, maar wie de onzichtbare infrastructuur daaronder bouwt en beheert. Europese cloudomgevingen voor startups Jelle van Miltenburg plaatste op LinkedIn (werkt er al iemand aan een Europees alternatief?) een interessant overzicht van Europese cloudproviders met speciale programma’s voor startups. Hij schrijft: ‘Voor Databaas (ons eigen Europese data platform, https://databaas.eu) waren we op zoek naar een Europese cloud provider. Nu zijn we als Nederlanders natuurlijk altijd op zoek naar goede (gratis) deals. Daarom hebben we zeven EU-cloudproviders onder de loep genomen om te ontdekken waar je gratis cloud credits kunt krijgen, wat de voorwaarden zijn, en hoe makkelijk het is om je aan te melden.’ Dat werd een interessante zoektocht. Zeker de moeite van het lezen waard mocht je werken bij of denken aan een startup. ‘Why I’m leaving GitHub for Forgejo’ Onder die titel schreef Jorijn Schrijvershof, een Nederlandse freelance DevOps engineer en developer, een zeer interessante blog. Hij zegt daarin: ‘I moved my code from GitHub to a self-hosted Forgejo. Not because of the outages, but because of who owns what runs on top of them. The Dutch government just made the same call.’ Hij beschrijft in de blog zijn redenen om weg te gaan bij Github, waaronder de genoemde outages van de laatste tijd. Maar er speelt wat hem betreft veel meer. Zoals het feit dat Github in feite geen zelfstandig bedrijf of project meer is. Het heeft inmiddels geen eigen ceo meer en is in de CoreAI-divisie van Microsoft geïntegreerd. Dat geeft in mijn ogen wel aan hoe het met de zelfstandigheid van Github zit. Zoals eerder aangegeven, heeft niet voor niets ook de Nederlandse overheid besloten een eigen hostingplek voor eigen code in te richten. Iedere developer, ieder ontwikkelbedrijf, iedere it-afdeling en iedere universiteit moet uiteraard zijn of haar eigen afweging maken. Maar wie digitale soevereiniteit een belangrijk thema vindt, kan zo langzamerhand niet meer om het feit heen dat Github niet in een digitaal soevereine aanpak past. Nog een overstapverhaal: hoe een fotograaf migreerde Wimer Hazenberg is een in Friesland wonende fotograaf met een stevige belangstelling voor ai. Op zijn website vertelt hij over zijn avonturen als het gaat om migreren naar een Europese omgeving. Hij schrijft onder andere: ‘There’s a version of this post that starts with a spreadsheet and ends with a quiet sense of satisfaction. That’s mostly how it went. But underneath the practical exercise of swapping one SaaS tool for another was something that felt more urgent, a growing discomfort with how much of my digital infrastructure sat on servers I didn’t control, in a jurisdiction increasingly prone to unpredictability, operated by companies whose incentives don’t always align with mine.’ Vervolgens lees je in zijn blog hoe hij alle veranderingen heeft doorgevoerd en welke keuzes hij daarbij heeft gemaakt: van Google Analytics tot password management en van compute tot Object Storage en offline backups. Wat mij betreft een leestip, want een zeer lezenswaardig verslag van een ingrijpende verandering. Waarom gebeurt dit eigenlijk? Twee schijnbaar los van elkaar staande berichten die de laatste tijd mijn aandacht trokken en die gevoelsmatig dicht tegen digitale soevereiniteit aan liggen: – Google Chrome laadt in de achtergrond een 4GB grote LLM op je device zonder dat je ergens om hebt gevraagd. – Microsoft Edge stores all your saved passwords unencrypted in memory’. Laten we de gebruiker niet vergeten Tenslotte nog een link naar een blog die Claudia van Kruistum, project manager Nextcloud bij SURF, schreef over een van de gevolgen als je weggaat bij een hyperscaler. Je wordt dan in veel gevallen geconfronteerd met een minder goed geïntegreerde set aan tools. Zo beschrijft ze een voorbeeld van het aanmaken van een agenda en ineens wordt de vergaderlink niet meer automatisch gegenereerd, maar moet dit handmatig gebeuren. Voor wie techniek geen vies woord vindt, is dat geen probleem. Sterker nog, het geeft misschien zelfs wel een gevoel van autonomie. Maar voor veel mensen die techniek slechts als een hulpmiddel zien om hun eigenlijke werk te doen, is dit een forse drempel. Zij zijn vaak juist fan van al die geïntegreerde tools en zien een verandering daarin als een groot nadeel. Daarom heeft SURF, zo schrijft Van Kruistum, in de zoektocht naar een digitaal soevereine werkplekomgeving doelbewust gekozen voor een alternatieve Europese omgeving die alleen flinke mate van integratie kent. Want, zo stelt zij, werkbaarheid is geen bijzaak. Mijn conclusie? De zorgen van gebruikers over veranderingen die hun productiviteit – in ieder geval in eerste instantie – in gevaar kunnen brengen, moeten we serieus nemen. Zij zitten niet te wachten op steile leercurves. Voor hen is belangrijk dat zij dat rapport, die slidedeck of die belangrijke e-mail snel en efficiënt kunnen opstellen en afronden. Misschien wel de grootste fout die wij als enthousiaste digitale soevereinen (is dat een goed Nederlands woord?) kunnen maken, is dat we in onze drang naar verandering de volstrekt terechte zorgen van gebruikers over het hoofd zien. De it-omgeving die wij voor hen optuigen, moet uiteraard aan tal van eisen voldoen. Een heel belangrijke is – zoals Van Kruistum schrijft -werkbaarheid. Want wat we natuurlijk niet willen, is dat we straks ‘alles’ keurig naar een Europese omgeving hebben gemigreerd, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat de acceptatie onder gebruikers nul is en zij als een variant op ‘Bring Your Own Device’ gewoon door blijven werken met hun niet-soevereine werktools. Omdat het alternatief dat wij als digitale enthousiastelingen voor hen opgebouwd hebben voor hen simpelweg niet werkt.
Ciso’s en NCSC slaan alarm: patchgolf en cyberchaos dreigen deze zomer
1 week
Met de geavanceerde ai-tool Claude Mythos Preview zijn inmiddels meer dan tienduizend ernstige of kritieke kwetsbaarheden gevonden in de meest systeemrelevante software ter wereld. Met vijftig partners scande het ai-bedrijf Anthropic de afgelopen maanden meer dan duizend open-sourceprojecten die samen een groot deel van het internet ondersteunen. Mythos spoorde bij het project Glasswing al 23.019 kwetsbaarheden op waarvan 6.202 ernstig of kritiek waren. Vergeleken met Anthropics vorige model Opus 4.6 presteert Mythos dat nog niet voor het publiek is vrijgegeven, aanzienlijk beter. In bijna elk besturingssysteem en iedere webbrowser ontdekte de tool ‘bugs’. Neem bijvoorbeeld Firefox waarin 423 lekken werden gevonden. Zelfs het bijna onkraakbaar geachte MacOS blijkt niet onfeilbaar. Anthropics-partner Cloudflare vond met Mythos tweeduizend bugs. Meest verontrustend is dat Mythos Preview kwetsbaarheden blijkt te kunnen omzetten in exploitatiemogelijkheden en deze mogelijkheden vervolgens kan combineren tot complete aanvalsketens. Uitstel betekent afstel Het is dus zaak dat de enorme aantallen kwetsbaarheden heel snel worden gepatcht. Uitstel is geen optie. Dit vereist een grote paraatheid van cyberbeveiligers die deze systemen moeten beschermen tegen aanvallers die van ai gebruik maken. Ai versnelt namelijk niet alleen de verdediging – die nu eerder weet waar de zwakke plekken zitten – maar ook de handelswijze van cybercriminelen die dezelfde technologie voor aanvallen kunnen gebruiken. Alles gaat zo snel dat tijdige anticipatie nodig is. Aanvallen moeten worden voorkomen voordat ze schade kunnen veroorzaken. Het is een race tegen de klok. De verwachting is dat de ai om kwetsbaarheden te ontdekken zeer binnenkort op grote schaal in verkeerde handen terechtkomt. Daarvoor is niet eens software van het kaliber Mythos nodig. Ook minder krachtige ai vormt een potentieel breekijzer. Voorlopig houdt Anthropic het model Mythos, dat niet alleen voor hacken maar ook voor andere toepassingen geschikt is, achter slot en grendel.  Replicatie Maar gevaar dreigt ook van elders. Binnen enkele maanden valt een replicatie van de mogelijkheden – die ai-modellen van het niveau Mythos bieden – te verwachten in open-sourcemodellen. Dit gebeurt al met openbare grote taalmodellen (llm’s). Kwaadwillende ontwikkelaars weten op die manier gelijkwaardige mogelijkheden te misbruiken Dan kan in principe iedereen hiermee aan de gang gaan met alle gevaren vandien. Een golf dreigt van cyberaanvallen, geautomatiseerde fraude en andere schadelijke toepassingen. De frequentie en intensiteit hiervan nemen toe. Deze technologie werkt als een soort loper, een sleutel waarmee aanvallers zonder een security-achtergrond heel snel en tegen lage kosten toegang kunnen krijgen tot kritische it-infrastructuur. De vrees bestaat dat menselijke securityteams dit tempo niet kunnen bijhouden. Extra zorgelijk ook is dat tegenstanders met weinig technische kennis nu nog gemakkelijker systemen kunnen aanvallen.  Hete zomer Om deze redenen maakt de cybersecurity-wereld zich op voor een lange hete zomer. Weerbaarheid tegen misbruik van ai-modellen kost veel inzet en energie. De CISO Community Nederland waarschuwde in april al voor de opkomst van deze nieuwe generatie ai-modellen. Het potentieel voor disruptie is enorm, waarschuwt Dimitri van Zandvliet, voorzitter van deze gemeenschap. Europarlementariër Bart Groothuis vreest deze zomer een cyber-bloedbad. Het Amsterdamse securitybedrijf Hadrian toonde onlangs aan hoe gemakkelijk en goedkoop het is om in systemen binnen te dringen.  Chefsache ‘Enterprise vulnerability management’ verdient de hoogste prioriteit van de ondernemingsleiding. Cybersecurity is geen zaak om alleen aan cio’s en ciso’s over te laten. Het is geen it-probleem dat je aan hen kunt delegeren, maar chefsache.  Tijdens de Cisoday 2026 werd onderkend dat zo snel mogelijk dit gevaar moet worden ingedamd. Wacht geen moment meer met de digitale verdediging, is de boodschap. Wie denkt de kat uit de boom te kunnen kijken, komt straks bedrogen uit. Ook het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) maant tot spoed. Het gebruik van ai om kwetsbaarheden te vinden is overigens niet zonder risico’s, stelt het Britse National Cyber Security Centre. Hoe je je moet voorbereiden op een golf aan patches valt hier te lezen.
Rus­sisch­spre­ken­de cy­ber­net­wer­ken vestigen zich in Europa
1 week
Event | Cybersec Europe 2026 Russischsprekende cybercriminele netwerken zijn niet alleen actiever in Europa, maar brengen ook hun logistieke structuren en technologische innovaties mee. Artificiële intelligentie (ai) versnelt die evolutie bovendien aanzienlijk. Tijdens Cybersec Europe waarschuwde cybersecurityonderzoeker Vladimir Kropotov voor deze fundamentele verschuiving.Cybercriminelen opereren steeds meer als volwassen ondernemingen, compleet met gespecialiseerde rollen, samenwerkingsmodellen en schaalbare businessprocessen. Dat stelde cybersecurityexpert Vladimir Kropotov (TrendAI) tijdens zijn keynote op Cybersec Europe, waar hij de evolutie van Russischsprekende cybercriminele ecosystemen analyseerde. Volgens Kropotov zijn moderne cybercriminele groepen uitgegroeid tot flexibele organisaties die sterk lijken op technologiebedrijven. ‘Mature groepen functioneren zoals corporates, terwijl nieuwere spelers zoals startups opereren’, stelt hij. ‘Ze combineren externe expertise, gespecialiseerde leveranciers en eigen ontwikkeling om hun activiteiten efficiënter en winstgevender te maken.’ Dat ecosysteem omvat vandaag gespecialiseerde marktplaatsen, social engineering, geldtransport, malwareontwikkeling en zelfs hr-processen. ‘De underground-economie is volledig winstgedreven’, stelde Kropotov. ‘Ze beschikt vandaag over eigen communicatieplatformen, jobboards en gespecialiseerde diensten.’ Fysieke aanwezigheid in Europa Een van de opvallendste observaties in de keynote was dat Russischsprekende cybercriminaliteit zich niet langer beperkt tot online-activiteiten vanuit het buitenland. Volgens Kropotov heeft de oorlog tussen Rusland en Oekraïne geleid tot een fysieke verplaatsing van cybercriminelen richting Europa. Daardoor worden criminele processen die vroeger voornamelijk in Russischtalige regio’s actief waren, nu lokaal georganiseerd binnen Europese landen. Dat vertaalt zich onder meer in frauduleuze callcenters, logistieke operaties, geldezels en het misbruik van legitieme bedrijven of werknemers. Ook identiteitsfraude neemt volgens de spreker sterk toe. Europese burgers worden gebruikt voor het openen van bankrekeningen, accountovernames of financiële transacties zonder dat ze zich daarvan bewust zijn. Ai verandert de schaal van aanvallen Kropotov besteedde tijdens zijn keynote veel aandacht aan de impact van artificiële intelligentie op cybercrime. ‘Ai elimineert wat vroeger hun grootste beperking was: taal- en cultuurbarrières’, aldus Kropotov. ‘Aanvallers kunnen vandaag slachtoffers aanspreken in vloeiend Nederlands, Frans of Duits, zonder die talen zelf te kennen.’ Daardoor worden phishingcampagnes, fraude en social engineering niet alleen geloofwaardiger, maar ook veel schaalbaarder. ‘Realtime-deepfake-oproepen en ai-gestuurde interacties maken het mogelijk om overtuigende scams uit te voeren die enkele jaren geleden technisch of operationeel nog onhaalbaar waren.’ Daarnaast waarschuwde hij voor nieuwe risico’s rond digitale identiteiten en biometrische data. Gecompromitteerde identiteiten kunnen worden ingezet voor witwasoperaties, accountovernames, framing of manipulatie van audiovisueel bewijsmateriaal. De keynote benadrukte ook hoe het aanvalsvlak verschuift richting cyberfysieke systemen. Naast endpoints en klassieke it-infrastructuur worden steeds vaker iot-devices, camera’s, sensoren, edge-devices en verbonden voertuigen geviseerd. Zo omschrijft hij moderne voertuigen als potentiële ‘360 graden surveillance-apparaten.’ Volgens Kropotov moeten organisaties hun beveiligingsstrategie fundamenteel verbreden. ‘Dat betekent niet alleen investeren in ai-gedreven detectie en threat intelligence, maar ook meer aandacht voor digitale identiteiten, ai-systemen en cyberfysieke infrastructuur.’
5 adviezen voor be­drijfs­con­ti­nu­ï­teit bij brand
1 week
De brand op 7 mei 2026  in het North‑C‑datacenter in Almere laat zien hoe snel organisaties stilvallen wanneer hun digitale omgeving plotseling wegvalt. Toegangssystemen, websites, digitale diensten en administraties lagen plat. Het incident onderstreept hoe kwetsbaar organisaties zijn en hoe belangrijk het is om voorbereid te zijn op langdurige uitval.De brand toont hoe één fysiek incident een kettingreactie van digitale verstoringen veroorzaakt. Volgens Cindy Wubben, ciso bij Visma, bewijst dit dat veel organisaties onvoldoende voorbereid zijn op langdurige uitval. ‘Bestuurders moeten nu nadenken over scenario’s waarin systemen plotseling niet beschikbaar zijn en over transparante communicatie richting klanten.’ In dit artikel zet ze vijf belangrijke aandachtspunten op een rij. #1 Fysieke incidenten hebben dezelfde impact als cyberaanvallen Organisaties focussen vaak op cybercriminaliteit, maar brand of stroomuitval kan dezelfde schade veroorzaken. In Almere vielen websites, toegangssystemen en administratieve processen uit. De onzekerheid over de duur van de storing vergrootte de impact. ‘Eén technisch of fysiek incident kan de hele dienstverlening raken’, benadrukt Wubben. #2 Breng mogelijke uitwijkopties voor continuïteit in kaart ‘Het incident laat zien hoe business continuity er in de praktijk uitziet. Organisaties moeten vooraf bepalen hoeveel uitval acceptabel is en welke maatregelen daarbij horen’, aldus de Visma-ciso. Voor sommige partijen is een tweede omgeving op een andere locatie logisch, zodat systemen snel kunnen worden overgeschakeld en downtime beperkt blijft, stelt ze. #3 Bepaal welke processen tijdelijk handmatig kunnen worden uitgevoerd Niet elke organisatie hoeft een volledige uitwijkomgeving te hebben. Sommige processen kunnen tijdelijk handmatig worden opgevangen. Het is cruciaal om vooraf te bepalen welke risico’s ontstaan bij het uitvallen van een datacenter en welke maatregelen daarbij passen, stelt Wubben. #4 Communicatie is tijdens een storing cruciaal Klanten verwachten tijdens een storing duidelijke en regelmatige updates. In Almere waren er organisaties die via statuspagina’s continu informatie deelden over impact en herstel. ‘Dat is hoe crisiscommunicatie hoort te werken. Zeker wanneer systemen uitvallen, bepaalt communicatie voor een groot deel hoe klanten de situatie ervaren’, licht de ciso toe. Het moet daarom onderdeel zijn van incidentrespons en continuïteitsplannen, benadrukt ze. #5. Business continuity hoort bij de digitale strategie Zolang organisaties afhankelijk blijven van één locatie of één omgeving, kan één incident grote maatschappelijke gevolgen hebben, waarschuwt Wubben. ‘Business continuity moet daarom een vast onderdeel zijn van de digitale strategie en is niet iets dat pas na een incident aandacht krijgt.’ Uitval door brandHet NorthC-datacenter in Almere waar op 7 mei 2026 een brand woedde, is een colocatie. Klanten draaien en beheren er hun eigen systemen. Omdat op last van de brandweer de stroomvoorziening werd uitgeschakeld en de noodstroom was weggevallen, konden veel klanten geen gebruik maken van hun systemen. Naast de Universiteit Utrecht waren dat bijvoorbeeld de gemeente Dronten, CBS, vervoersbedrijf TransDev, diverse huisartsenpraktijken, Univé, Nationale Nederlanden, Infomedics, Rova en de Kamer van Koophandel.
VU-hoogleraar Giuffrida wint pres­ti­gi­eu­ze Intel- award
1 week
Cristiano Giuffrida, onderzoeker aan de VU Amsterdam, behoort tot de tien academische vernieuwers die een Intel Outstanding Researcher-award hebben gewonnen. Deze prestigieuze onderscheiding kwam hem toe vanwege een doorbraak op gebied van software-beveiliging. De Amsterdamse hoogleraar systeem-veiligheid ontwikkelde een snelle manier om software waterdicht te beveiligen door slim gebruik te maken van de rekenkracht die al in een computer zit. Het is lastig om computersoftware honderd procent te beveiligen zonder dat de computer er traag van wordt. Het bekroonde onderzoek van Christiano Giuffrida presenteert een nieuwe, snelle manier om programmeerfouten in het geheugen te stoppen. Snelle en modulaire verdediging Giuffrida zette slimme technieken in. Hij maakte gebruik van speciale functies in moderne Intel-processors zoals Linear Address Masking en de floating-point-unit. Hierdoor schaalde de oplossing effectief op naar grote, ongewijzigde applicaties. Grote, bestaande programma’s hoeven niet te worden aangepast om toch veilig te werken. De bescherming is dubbel. Zijn methode beveiligt zowel de plek waar data worden opgeslagen als het moment waarop dit gebeurt. Zijn oplossing is nu al snel, maar laat ook zien hoe toekomstige chips nóg veiliger kunnen worden. Volgens Intel biedt dit onderzoek een snelle en modulaire verdediging tegen ruimtelijke en temporele geheugen-kwetsbaarheden door veilige geheugenallocatie te integreren met runtime monitoring, verbeterd door de huidige mogelijkheden van Intel-processoren. In totaal kregen tien wetenschappelijke onderzoekers een onderscheiding. Giuffrida is al bijna achttien jaar aan de VU verbonden.
Kort: Aantal it-vacatures gedaald, Cegeka doet eerste Zwitserse overname (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Daling it-vacatures, Avex neemt av-tak Yielder over, Duitse overheid gebruikt cloud T-Systems, Keuze lijft Equa in en Cegeka nu ook actief in Zwitserland.   Minder it-vacatures, vraag naar specialisten blijft Het aantal it‑vacatures in Nederland is in het eerste kwartaal van 2026 met 14,4 procent gedaald vergeleken met een jaar eerder. Tegelijkertijd blijft de vraag naar gespecialiseerde it‑professionals hoog. Dat blijkt uit de IT‑Arbeidsmonitor van detacheerder Hello Professionals uit Nederland. Volgens het bureau zijn organisaties terughoudender met het uitzetten van grote aantallen vacatures, maar zoeken zij wel gericht naar specialisten. Met name kennis van ai, data en software‑engineering blijft schaars. Werkgevers kijken daarnaast vaker naar een combinatie van technische vaardigheden en soft skills, zoals communicatie en samenwerking. Uit de monitor blijkt verder dat vooral medior‑professionals gewild zijn en dat vacatures gemiddeld sneller worden ingevuld. Een vast dienstverband blijft het meest gebruikelijk, terwijl bedrijven flexibele inzet vaker gebruiken voor specialistische projecten. Ondanks de daling in vacatures ervaren organisaties nog steeds moeite om geschikte kandidaten te vinden. Yielder verkoopt audiovisuele tak aan Avex It- en communicatiedienstverlener Yielder uit Hoofddorp heeft Yielder Audiovisual verkocht aan Avex uit Breukelen. De afgelopen jaren reeg Yielder met steun van investeerder Capital A de ene overname na de andere aan een op het vlak van it- en communicatiediensten. Sinds januari 2026 staat het bedrijf onder leiding van Bas Kamphuis. Die heeft besloten om meer focus aan te brengen in de koers en de audiovisuele activiteiten af te stoten aan Avex. Medewerkers en klanten van de av-divisie gaan over naar Avex. Dit familiebedrijf is actief in de Benelux en het Verenigd Koninkrijk.  T‑Systems levert soevereine cloud aan Duitse overheid T‑Systems levert met zijn T Cloud Public‑platform cloudinfrastructuur aan de Duitse overheid. De dienst maakt deel uit van een raamovereenkomst voor cloud‑ en ai‑diensten die via het it-concern Bechtle wordt aangeboden aan federale, regionale en lokale overheden. Dankzij de overeenkomst kunnen Duitse overheidsorganisaties cloud- en ai‑capaciteit afnemen zonder aparte aanbestedingen. Toegang loopt via het multicloud‑portaal van Bechtle. Volgens de betrokken partijen moet dit de inkoop vereenvoudigen en versnellen. De cloudinfrastructuur voldoet aan Europese eisen voor dataprotectie en wordt volledig in Duitse datacenters gehost. Daarmee behouden overheden controle over data en systemen. Kreuze breidt uit in Zuid-Nederland met acquisitie Equa It‑dienstverlener Kreuze uit Maastricht neemt ict‑specialist Equa uit Simpelveld op in de organisatie. Met de stap versterkt Kreuze zijn activiteiten in Zuid‑Nederland, gericht op connectiviteit, werkplekbeheer, it‑ en telefoniediensten voor het mkb. Equa ondersteunt al meer dan veertig jaar mkb‑bedrijven in Limburg. Equa‑oprichter Ron Wiertz draagt zijn bedrijf nu over aan Kreuze en moederbedrijf Your.Cloud. Cegeka neemt Zwitserse erp-specialist Lean Projects over It-dienstverlener Cegeka neemt Lean Projects over, een Zwitsers softwarebedrijf dat erp-oplossingen levert voor de print- en verpakkingsindustrie op basis van Microsoft Dynamics 365. Met de overname breidt de it-dienstverlener uit Hasselt zijn aanbod in industrie-oplossingen uit en zet het in op verdere internationale groei. Lean Projects uit Schafisheim ontwikkelt en implementeert al ruim twintig jaar software voor productiebedrijven in onder meer verpakkingsdruk, labelproductie en vouwkarton. De oplossing wordt wereldwijd gebruikt en richt zich op het ondersteunen van complexe productieprocessen.
Kabinet gaat zorg-ict beschermen tegen ongewenste overnames 
1 week
Zorginstellingen en aanbieders van gezondheidsdata en ict gaan mogelijk onder de Wet veiligheidstoets investeringen fusies en overnames (Wet vifo) vallen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) bekijkt in overleg met Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) welke delen van de zorgsector onder de verdere uitbreiding van het toepassingsbereik van de Wet vifo moeten vallen. Minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) zei dit donderdag tijdens een kamerdebat over digitale ontwikkelingen in de zorg. Onder meer kunstmatige intelligentie, biotechnologie en nucleaire technologie voor medisch gebruik gaan zeker onder de uitbreiding vallen. Vitale processenDe wet Vifo geeft het kabinet de mogelijkheid bepaalde overnames door bedrijven uit niet-bevriende landen zoals China tegen te houden als de nationale veiligheid daarmee wordt bedreigd. Vooral de continuïteit van vitale processen maakt deel uit van de risico-analyse. Het ministerie van VWS bekijkt ook welke zorginstellingen onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) gaan vallen, de Nederlandse vertaling van de Europese CER-richtlijn. Minister Sterk wilde vanwege staatsgeheim niet zeggen welke cruciale spelers dat zullen zijn. Verder benadrukte ze dat data-aanbieders die voor zorginstellingen werken, zelf geen toegang hebben tot patiëntgegevens. De zorgorganisaties moeten dat contractueel goed afspreken. Hoofdelijk aansprakelijkZe moeten voor 20 februari 2027 voldoen aan NEN 7510, de norm voor informatiebeveiliging in de Nederlandse zorgsector. Die norm geldt voor alle organisaties die persoonlijke gezondheidsinformatie verwerken. De bestaande norm wordt slecht nageleefd. Maar minister Sterk denkt dat dit gaat veranderen als managers in de zorg straks hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld.  Veel wordt verwacht van ai in de zorg. Dit ook met het oog op dataveiligheid belangrijk. Een werkgroep met vertegenwoordigers van 18 koepels bekijkt welke toepassingsgebieden voorrang verdienen. Voorlopig ligt de focus op spraakgestuurde rapportage en capaciteitsplanning met behulp van ai.
FME wil beter klimaat voor eigen chipindustrie
1 week
De Europese vraag naar halfgeleiders verdubbelt richting 2040. In industriële toepassingen groeit de vraag tot circa 2,4 keer het huidige niveau. Maar deze grotere behoefte vertaalt zich niet automatisch in investeringen in Europa.  Dat blijkt uit de European Semiconductor Demand Study, een onderzoek dat in aanloop naar een nieuwe Europese Chips Act is gedaan. De eerste Chips Act bracht de EU niet de gewenste ai-chips en andere geavanceerde halfgeleider-technologie. Voor de meest geavanceerde chips (sub-7 nanometer) ligt het Europese aandeel momenteel rond circa 3 procent. Europees marktaandeel De eerste Europese Chips Act had als ambitie dat Europa 20 procent van de wereldwijde chipproductie zou leveren, maar dat doel is tot nu toe niet in zicht. Momenteel ligt het Europese marktaandeel in de wereldwijde halfgeleiderproductie rond circa 8 procent.  De FME (metaal- en techindustrie) vreest dat ook het vervolg hierop (Chips Act 2.0) tekortschiet. Deze werkgeversclub betwijfelt zeer of de benodigde investeringen loskomen om op de grotere vraag naar chips in te spelen in Europa.  Samen met onder meer de Duitse ZVEI heeft de FME eerdergenoemde studie laten maken die de noodzaak van structurele keuzes in het Nederlands en Europees chipbeleid onderbouwt. De FME pleit voor gerichte politieke keuzes en gezamenlijke actie van industrie en eindmarkten om vraag en investeringen beter met elkaar te verbinden.  Investeringsklimaat Het huidige investeringsklimaat is niet aantrekkelijk genoeg, stelt de FME. Theo Henrar, voorzitter van FME: ‘We zijn sterk in ecosystemen en samenwerking, maar investeringen om aan de toenemende vraag te voldoen, landen hier alleen als andere randvoorwaarden aantoonbaar beter worden. Met bijvoorbeeld meer technisch talent, snellere procedures en overheidsstimulering moeten we het hier kunnen opnemen tegen landen als Singapore en Taiwan.’ De onderzoekers brengen ook kostenverschillen in kaart tussen Europa en andere halfgeleiderregio’s bij het opschalen van productie. Front-end productie in Europa is gemiddeld 15 tot 30 procent duurder dan in de meest kostenefficiënte Aziatische regio’s.  Tegelijk laat de studie zien dat er bij diverse front-endprocessen en bij advanced packaging, waar het verschil circa 10 tot 20 procent is, kansen zijn om de kostenkloof te verkleinen. Dat vraagt wel om meer investeringen in robotisering en automatisering, lagere en stabiele energiekosten en het beter benutten van Europese sterktes. De Nederlandse industrie is in Europa het duurst uit qua stroomkosten.
Bedrijven gebruiken steeds vaker veilige internetstandaarden
1 week
Het gebruik van moderne internetstandaarden voor websites en e-mail vertoont een stijgende lijn. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De gemiddelde score van websites op Internet.nl steeg van 60,4 procent in 2020 naar 74,7 procent in 2026. Bij e-maildomeinen is een verbetering te zien van 58,9 procent in 2023 naar 73,2 procent in 2026.Internetstandaarden dragen bij aan een veiliger, betrouwbaarder en toegankelijker internet. Correct gebruik van deze standaarden helpt organisaties bijvoorbeeld beter bestand te zijn tegen afluisteren en phishing of helpt beveiligingsonderzoekers om kwetsbaarheden op een website te melden.Voor het onderzoek zijn websites en e-mailservers getest met de tool Internet.nl. Daarbij is gekeken naar de juiste configuratie van internetstandaarden zoals IPv6, DNSSEC, RPKI, STARTTLS en DANE. Ook de beveiliging van e-maildomeinen is verbeterd. Vooral standaarden die helpen tegen phishing en spoofing (DKIM, DMARC en SPC) worden vaker toegepast.De verschillen tussen de bedrijfstakken en tussen kleine en grote bedrijven blijken beperkt als er gekeken wordt naar de totale eindscore van websites en e-mailscans. Kleine bedrijven scoren op sommige onderdelen zelfs beter dan grotere organisaties. Dat komt omdat ze vaker gebruikmaken van externe adviseurs. Zo ondersteunen kleinere bedrijven relatief vaker IPv6, de opvolger van het huidige internetprotocol IPv4. Grote bedrijven behalen juist hogere scores op HTTPS en e-mail authenticatie. Via internet.nl kan iedereen zelf checken of de eigen web- en mailserver up-to-date zijn. Na het invoeren van het websiteadres en het maildomein volgt de score. De methodebeschrijving staat hier.
Inloggen is het nieuwe hacken
1 week
Cyberdreigingen worden niet fundamenteel anders, maar ze evolueren wel sneller dan ooit. Aanvallen zijn geraffineerder, beter getarget en steeds vaker geautomatiseerd. Tegelijk verschuift de focus van infrastructuur naar identiteit. ‘Vroeger trachtte een aanvaller je wachtwoord of code te bemachtigen, tegenwoordig probeert hij jou te zijn.’‘We zien eigenlijk niet zo veel nieuwe trends. Het zijn nog altijd identiteitsdiefstal, ransomware en phishing. Maar die gaan veel sneller en veel dieper dan vroeger’, zo begint Yves Lemage, director systems engineering bij Fortinet in België en Luxemburg, het interview. Met hem en andere specialisten bezien we dreiging, aanpak en technologie.1. Dreigingslandschap – sneller, geraffineerder en gericht op identiteitHet huidige dreigingslandschap wordt vooral gekenmerkt door snelheid. Aanvallen volgen elkaar sneller op, kwetsbaarheden worden sneller misbruikt en campagnes worden op grotere schaal uitgerold. ‘Kwetsbaarheden worden automatisch gedetecteerd. Dat voert de snelheid ook op om ze uit te buiten’, aldus Yves Lemage.Die evolutie wordt sterk gedreven door kunstmatige intelligentie. Phishingmails zijn vandaag nauwelijks nog te onderscheiden van legitieme communicatie en worden vaak gecombineerd met andere kanalen. ‘We zien dat phishing veel realistischer is geworden. Zelfs telefoongesprekken worden nagebootst.’Ook supply chain-risico’s blijven toenemen. Door de verregaande digitalisering zijn bedrijven steeds nauwer met elkaar verbonden. ‘Hoe meer koppeling, hoe groter het risico dat er ergens iets misloopt en het doelwit er last van heeft.’Volgens Lemage zit de zwakte vaak in controle en governance. ‘Er worden wel vereisten opgelegd, maar de verificatie daarvan is in veel gevallen niet aangepast aan de huidige realiteit.’Ai als versneller én intern risicoAi speelt een dubbele rol. Enerzijds maakt het aanvallen efficiënter, anderzijds creëert het nieuwe risico’s binnen organisaties zelf. Een recente case bij McKinsey & Company toont hoe een autonome ai-agent via een klassieke api-kwetsbaarheid toegang kreeg tot een intern ai-platform en grote hoeveelheden data kon raadplegen.Al ziet Fleur van Leusden, security expert en ciso, het gevaar van ai vooral in het interne gebruik. ‘Mensen gebruiken ai voor zaken waar het niet geschikt voor is, of zonder voldoende begrenzing. Dat heeft vaak onbedoelde consequenties’, meent ze. Of hoe het grootste securityrisico rondom ai vaak het onveilige of onjuiste gebruik van ai zélf is.2. Aanpak – proactief waar mogelijk, maar processen blijven de sleutelVeel organisaties willen proactiever worden in hun security-aanpak, maar de realiteit is complex. Toch ziet Yves Lemage duidelijke vooruitgang, vooral bij grotere bedrijven. ‘Die omslag is wel bezig.’Organisaties brengen hun aanvalsvlak in kaart, identificeren kritische data en bereiden zich voor op incidenten. ‘Ze doen oefeningen en bereiden proactief hun acties voor. Ze wachten niet meer tot er iets gebeurt.’ Die evolutie vertaalt zich in meer aandacht voor threat hunting, threat intelligence en incident response. Security wordt minder reactief en meer anticiperend.Mkb blijft worstelen met de basisDie maturiteit is echter niet overal gelijk. Vooral kleinere organisaties blijven achter, vaak door een gebrek aan structuur. Volgens Lemage ligt de kern van het probleem bij processen. ‘Als die securityprocessen er niet zijn, dan kan je nog zoveel oplossingen implementeren als je wilt. Er zal altijd wel een weg omheen zijn.’Hij wijst op het ontbreken van basismaatregelen zoals patchmanagement, monitoring en incident response. ‘Heel veel bedrijven hebben daar zelfs nog niet over nagedacht. Maar zonder processen en discipline blijven organisaties kwetsbaar.’Mfa onder druk: de les van OdidoZelfs wanneer technologie correct is geïmplementeerd, blijft de menselijke factor een doorslaggevende rol spelen. Dat blijkt onder meer uit de beperkingen van multifactorauthenticatie of mfa. Hoewel mfa breed is ingevoerd, is het geen waterdichte oplossing. Volgens Fleur van Leusden toont de hack bij Odido, waarbij gegevens van ongeveer 6,2 miljoen accounts werden buitgemaakt, dat duidelijk aan. Bij die aanval kregen criminelen toegang doordat medewerkers onder druk mfa-verzoeken goedkeurden. ‘Zelfs mfa kon hen niet tegenhouden als medewerkers op ‘approve’ klikken’, stelt ze vast. Aanvallers maken gebruik van social engineering en zogenaamde mfa-fatigue om gebruikers te misleiden. Dat onderstreept het belang van monitoring en duidelijke processen.Volgens cybersecurity-ondernemer Erik Westhovens toont de Odido-aanval ook aan dat organisaties moeten omdenken. Jarenlang lag de focus op sterke wachtwoorden en tweefactorauthenticatie. Dat blijft belangrijk, maar aanvallers richten hun pijlen steeds vaker op wat er gebeurt nadat een gebruiker al is ingelogd. ‘Het gaat om de sessie: cookies, tokens en digitale sleutels, die het systeem vertellen dat iemand geverifieerd is. Voor een aanvaller zijn die sleutels vaak waardevoller dan het wachtwoord zelf’, zo legt Westhovens uit. ‘Trachtte een aanvaller vroeger je wachtwoord of code te bemachtigen, dan wil hij tegenwoordig jou zijn.’3. Securityportfolio – integratie, identiteit en controleDe evoluties in het dreigingslandschap en de aanpak vertalen zich rechtstreeks naar het securityportfolio. Organisaties zoeken meer integratie, meer automatisering en vooral meer zicht op hun omgeving.Volgens Yves Lemage is er een duidelijke trend naar platformisering. ‘Bedrijven gaan niet meer met twintig verschillende leveranciers werken. Ze kiezen voor een beperkt aantal platformen die goed samenwerken.’ Voor grotere organisaties betekent dat een combinatie van meerdere platformen, terwijl kleinere bedrijven eerder kiezen voor één geïntegreerde oplossing.Meer visibiliteit met EDR en XDREen belangrijke evolutie is de verschuiving naar meer visibiliteit, met technologieën zoals EDR en XDR. EDR, of Endpoint Detection and Response, focust op het beveiligen van endpoints zoals laptops en servers. Het registreert wat er op die systemen gebeurt, analyseert gedrag en kan verdachte activiteiten detecteren en isoleren.XDR, of Extended Detection and Response, bouwt daarop verder. ‘Waar EDR zich beperkt tot endpoints, combineert XDR signalen uit meerdere bronnen’, legt Lemage uit. Denk aan cloudomgevingen, e-mail en identiteitsbeheer. ‘Een XDR-oplossing zorgt ervoor dat gegevens gedeeld worden tussen verschillende systemen, zodat er automatisch actie kan worden ondernomen.’Zero trust vraagt focusZero trust – waarbij geen enkele gebruiker of toegang automatisch wordt vertrouwd en alles continu wordt gecontroleerd – blijft een belangrijk concept, maar de implementatie blijkt uitdagend. Volgens Lemage proberen organisaties het vaak te breed toe te passen. ‘Het is belangrijk dat klanten kijken naar hun grootste dreigingen en daar het principe toepassen, en niet overal een beetje.’De focus ligt daarbij op identiteit en toegangsbeheer, zeker in omgevingen met externe partners. Identiteit wordt steeds meer het centrale controlepunt. Oplossingen zoals privileged access management winnen aan belang. ‘We zien meer en meer vraag naar oplossingen waarbij gebruikers niet meer zelf hun wachtwoord kennen en toegang automatisch wordt beheerd. Dat maakt het mogelijk om toegang strikt te controleren en volledig te monitoren.’Ai onder controle houdenTot slot verschuift de aandacht opnieuw naar data. Door het gebruik van ai-tools groeit de behoefte aan controle over waar informatie naartoe gaat. ‘Wat klanten vandaag vooral bezighoudt, is: waar kunnen mijn gebruikers naartoe en wat kunnen ze uploaden?’, aldus Lemage.Daarom zien we vandaag een heropleving van het klassieke data loss prevention en nieuwe oplossingen zoals ai-gateways, die het gebruik van ai binnen organisaties moeten controleren. Of hoe dergelijke oplossingen toch ook een antwoord geven op de gevaren die van binnenuit komen.Dreiging in cijfersKwetsbaarheden worden gemiddeld binnen vijf dagen misbruikt, vaak al binnen 24 uur. Accountmisbruik is het meest voorkomende incidenttype. (Centrum voor Cybersecurity België)Ransomware-aanvallen stegen in 2025 wereldwijd met 50 procent. (Annual Threat Monitor Report van NCC Group)78 procent van medewerkers gebruikt ai zonder toestemming van de it-afdeling. (Awareways)Cyberverzekeraar Stoïk registreerde in 2025 een stijging van 150 procent in de claimfrequentie. Waar in 2024 nog 4,3 procent van de klanten een claim indiende, steeg dat cijfer in 2025 naar 10,6 procent.Dit is een verhaal uit het e-zine ‘Cybersecurity in de keten’ van april 2026.
Kort: Nvidia stijgt als een komeet, Gartner ziet ai-uitgaven verder oplopen (en meer)
1 week
In dit nieuwsoverzicht: Nvidia spekkoper, grote honger naar ai-servers, enterprise-ai in troebel juridisch vaarwater, Accenture koopt Aera, Nvidia overtreft verwachtingen, Klarna helpt ai-shopper, online tracking onder vuur.  Nvidia stapelt record op record De uitbouw van ai-fabrieken versnelt in een buitengewoon hoog tempo. Ook de enorme opkomst van ai-agenten stuwt de vraag naar chips. Chipleverancier Nvidia haalt dan ook een recordomzet over het eerste kwartaal dat eindigde op 26 april.  Jensen Huang, oprichter en ceo van Nvidia, presenteerde woensdagnacht nog fraaiere kwartaalcijfers dan verwacht. De omzet kwam uit op 81,6 miljard dollar, een stijging van 20 procent ten opzichte van het vorige kwartaal en een stijging van 85 procent ten opzichte van een jaar geleden. Voor computing in de datacenters leverde Nvidia voor een recordbedrag van 60,4 miljard dollar, een stijging van 77 procent ten opzichte van een jaar geleden en een stijging van 18 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal.  De omzet uit datacenter-netwerken bedroeg 14,8 miljard dollar, een stijging van 199 procent ten opzichte van een jaar geleden en een stijging van 35 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal. Ook edge computing brengt veel omzet binnen.  De netto-winst bedroeg 58,3 miljard dollar, ruim drie keer meer dan in dezelfde periode een jaar eerder. De vooruitzichten voor het lopende kwartaal zijn onverminderd gunstig. Ai-uitgaven dit jaar naar 2590 miljard dollar  De wereldwijde uitgaven aan ai zullen dit jaar oplopen tot 2,59 biljoen dollar, een stijging van 47 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Zo verwacht marktvorser Gartner. De komende jaren is er vooral veel behoefte aan ai-infrastructuur. Denk aan ai-geoptimaliseerde IaaS, ai-geoptimaliseerde servers, ai-netwerk-fabric alsmede chips die speciaal ontwikkeld zijn voor ai en apparatuur. Deze categorie vormt het grootste deel van de markt, goed voor meer dan 45 procent van de uitgaven.   Binnen dit segment krijgen de ai-geoptimaliseerde servers het grootste aandeel. De uitgaven hieraan zullen de komende vijf jaar verdrievoudigen om alle verwachte workloads te kunnen verwerken. Enterprise-ai zit juridisch vaak scheef Enterprise‑ai botst steeds vaker op strengere eisen rond privacy, security en data-soevereiniteit. Volgens onderzoek van NTT DATA sluiten bestaande infrastructuren onvoldoende aan op de noodzaak voor lokale verwerking, controle en governance.  Daardoor wordt data-jurisdictie een cruciale ontwerpvoorwaarde; een architectonische randvoorwaarde. Data kan nog steeds bewegen, maar niet altijd op de manier die ai nodig heeft. Omdat ai afhankelijk is van continue toegang tot data, bepaalt jurisdictie steeds vaker waar data worden opgeslagen, waar modellen draaien en hoe systemen worden ingericht en beheerd. Daarmee komt de beperking van traditionele, grensoverschrijdende datastromen scherp in beeld.  Hoewel meer dan 95 procent van de organisaties het belang van private en soevereine ai erkent, vertaalt slechts een minderheid dit naar concrete actie. De kloof groeit tussen koplopers die hun architectuur tijdig herontwerpen en organisaties die blijven bouwen op oude modellen. Wie vroeg aanpast, creëert een voorsprong in schaalbaarheid en ai‑volwassenheid. Private en souvereine ai worden zo bepalend voor de volgende fase van enterprise‑ai. Accenture in decision intelligence Accenture investeert in Aera Technology, een Amerikaanse ontwikkelaar van zogeheten agentic decision intelligence. Hiermee zijn leveringsketens sneller, autonomer en datagedreven te maken. Veel ketens werken nog met gefragmenteerde systemen en handmatige besluiten; slechts een kwart van de organisaties zet actief in op autonomie.  Aera’s ai‑agents analyseren continu data, voorspellen verstoringen en automatiseren besluiten, terwijl Accenture advies en sector­expertise toevoegt. Dit moet leiden tot minder handmatige interventies, lagere kosten en meer wendbaarheid. De samenwerking speelt in op de groeiende behoefte aan autonome besluitvorming, zeker in complexe internationale ketens. Grote bedrijven gebruiken deze technologie al om risico’s eerder te signaleren en sneller te reageren. Klarna haakt in op ChatGPT Het Zweedse betaalbedrijf Klarna introduceert de Shopping Search-app in ChatGPT. Daarmee kunnen gebruikers tijdens een ai-gesprek direct producten ontdekken, compleet met actuele prijzen, beschikbaarheid en aanbiedingen. Klarna speelt met deze app in op de explosieve groei van ai‑gedreven shopping. Tijdens de cadeaumaand december 2025 steeg het verkeer vanuit ai-platformen naar retailers met bijna 700 procent, terwijl conversies 31procent hoger lagen.  De app elimineert het openen van meerdere tabs en vergelijkt realtime miljoenen producten uit dertien markten via Klarna’s Product Search MCP‑server. Retailers verschijnen organisch op relevantie, met opties voor gesponsorde zichtbaarheid, waardoor een nieuw discovery‑kanaal ontstaat op het moment dat consumenten aankoopintentie tonen. Rechtszaak tegen online tracking The Privacy Collective (TPC) daagt AppLovin voor de rechter omdat het bedrijf via verborgen volgsoftware in populaire gratis games en apps illegaal gegevens zou verzamelen van minstens 8,5 miljoen Nederlanders, waaronder 1,5 miljoen kinderen.  Volgens TPC worden de data gecombineerd tot profielen en gedeeld met honderden partijen voor advertentiedoeleinden, zonder geldige toestemming. AppLovin negeert bovendien kinderbeschermingsregels en blijft volgen zelfs wanneer gebruikers dit uitschakelen. De profielen worden gebruikt voor manipulatieve advertenties, aldus TPC. En dat maakt kinderen extra kwetsbaar. TPC eist een verbod op deze praktijken en schadevergoeding voor alle gedupeerden, gesteund door diverse privacy‑ en kinderrechtenorganisaties. The Privacy Collective is een Nederlandse stichting die opkomt voor de privacyrechten van internetgebruikers. TPC voert ook een collectieve rechtszaak tegen Oracle en Salesforce wegens vermeende grootschalige, onrechtmatige online tracking.
Nieuw e-zine: Digitale soevereiniteit in de praktijk
1 week
Hoe maak je digitale soevereiniteit concreet? Dat is het uitgangspunt geweest van het themagedeelte in het nieuwe Computable e-zine. Digitale soevereiniteit is voor veel organisaties nog altijd een abstract begrip. Het gaat over afhankelijkheden van leveranciers, controle over data en de vraag hoe wendbaar je nog bent als omstandigheden veranderen. Maar hoe breng je dat in de praktijk? Wie bepaalt onder welke wetgeving data vallen? Hoe groot is de afhankelijkheid van één leverancier? Kun je migreren als de geopolitieke wind draait, prijzen oplopen of voorwaarden veranderen? Wie deze vragen vandaag niet stelt, krijgt er morgen waarschijnlijk onder tijdsdruk mee te maken. Daarbij draait het om zeggenschap, uitwijkvermogen en onderhandelingskracht. In dit e-zine werken we deze vragen uit in de volgende artikelen: It-veteraan Hans Timmerman (ex-Dell) pleit niet voor volledige autonomie of het afzweren van internationale technologie. Zijn boodschap is pragmatischer: wees je bewust van afhankelijkheden, bescherm wat cruciaal is en bouw gericht aan alternatieven. Digitale soevereiniteit betekent in die zin vooral: keuzes maken. Weten wat je zelf moet kunnen, waar je op wilt vertrouwen en hoe je als overheid actief bijdraagt aan een ecosysteem waarin die keuzes ook daadwerkelijk bestaan. Lees het interview met Hans Timmerman … De Universiteit Utrecht (UU) heeft met het zogeheten Digital Autonomy Assessment Framework (Daaf) een methodiek ontwikkeld die de kwetsbaarheid van applicaties systematisch in kaart brengt – en die bovendien vrij beschikbaar is voor anderen. Aan de hand van zo’n inventarisatie kunnen organisaties keuzes maken om soevereiner te worden. Lees meer over DAAF … Initiatieven die alternatieven bieden schieten als paddenstoelen uit de grond, zoals Euro-Office, Open Cloud Alliantie, Ecofed en Dosba. Wat hebben zij te bieden en hoe kun je met deze allianties zakendoen? Gemeenten hebben gemiddeld vier- tot vijfhonderd applicaties in gebruik. Welke stappen zetten zij om hun digitale autonomie te vergroten? Lees het dubbelgesprek met Jacco Brouwer (VNG) en Ruud Alaerds (DCC)… Iedereen voelt intuïtief aan dat onze afhankelijkheid van Amerikaanse technologie een risico vormt. Maar is dat wel zo? Het The Hague Centre for Strategic Studies maakte een raamwerk om de risico’s van zogeheten chokepoints meetbaar te maken – waarbij een chokepoint staat omschreven als een economische afhankelijkheid die tegen een land is te activeren voor economische of politieke chantage. Hierdoor geïnspireerd stellen we drie vragen rond het activeren van chokepoints door de VS: kunnen ze het, willen ze het en doen ze het ook? Het kabinet heeft de mond vol van digitale soevereiniteit en autonomie. Er is met Willemijn Aerdts zelfs een aparte staatssecretaris aangesteld die zich over dit onderwerp moet ontfermen. Maar ingrijpen wanneer zich een acuut vraagstuk aandient — zoals de uitbesteding van de bouw van een omzetbelastingsysteem aan een Amerikaans bedrijf — blijkt dan weer een brug te ver. Intussen weten ze in Polen wel beter. Plus: Gemeenten lanceren ai‑tool voor bron‑a­no­ni­mi­se­ring Alle hens aan cybersecurity-dek Drone-software komt vliegensvlug van de grond Rene Veldwijk: Datasoevereiniteit of data-nihilisme?
Cloud is volwassen, de advisering nog niet
1 week
Van technisch uitvoerder naar strategisch sparringpartner Cloud is volwassen geworden, maar de belofte is voor veel organisaties nog niet ingelost: complexiteit neemt toe, kosten vallen tegen en onafhankelijk advies is schaarser dan het lijkt. De Nieuwegeinse cloudspecialist inQdo wil dat veranderen, en haalt daarvoor een van de meest ervaren AWS-strategen van Nederland in huis. inQdo heeft een naam opgebouwd als betrouwbare AWS-partner die technisch complexe vraagstukken oplost. Nu zet het Nieuwegeinse bedrijf een volgende stap: van technische uitvoerder naar strategisch sparringpartner. Daarvoor trok algemeen directeur Dennis van Bavel een van de meest ervaren AWS-veteranen in Nederland aan als strategisch adviseur: Edwin van Nuil. De aanleiding is even simpel als urgent: cloud is commodity geworden, maar de advisering loopt achter. Edwin van Nuil bouwde in de beginjaren van cloud mee aan de Nederlandse AWS‑markt. In 1998 richtte hij Oblivion op, een software‑ en internetconsultancybedrijf dat al vroeg experimenteerde met Amazon Web Services. In 2014 bracht hij de groeiende cloudpraktijk onder in een apart bedrijf, Oblivion Cloud Control, dat in 2018 als eerste in de Benelux de Premier Consulting Partner‑status van AWS behaalde. Na de overname door Xebia in 2021 bleef hij daar nog enkele jaren actief als CEO Cloud AWS, waarvan de laatste jaren in een global rol. Xebia was een andere wereld. Waar Oblivion Cloud Control klein en gefocust dicht op de klant opereerde, groeide Xebia in korte tijd uit tot een internationale organisatie met activiteiten in zestien landen. Die schaal bracht andere structuren met zich mee. Van Nuil merkte dat de afstand tot de klant toenam en dat hij minder vaak direct bij inhoudelijke gesprekken aan tafel zat dan hij gewend was. “Ik wilde terug naar het intieme, naar de directe lijn met de klant, naar een plek waar je de volledige scope kunt overzien zonder het telkens over interne muurtjes heen te gooien.” Te laat aangehaakt Dat verlies aan klantcontact is niet alleen een persoonlijk gevoel van Van Nuil. Het tekent een bredere ontwikkeling in de markt. De Algemene Rekenkamer constateerde eerder dit jaar dat het rijk voor een groot deel de cloud in is gegaan zonder de vereiste risicoafwegingen, met beperkt zicht op gebruikte diensten en alternatieven. Bij private organisaties ligt dat niet wezenlijk anders. Cloudpartners worden doorgaans ingeschakeld op het moment dat de technische richting al vaststaat. Tegen die tijd liggen de belangrijkste keuzes al vast: welk platform, welke architectuur, welke mate van vendor lock-in. Wie dan aanschuift, kan nog optimaliseren maar niet meer bijsturen. Reden voor inQdo om eerder aan tafel te willen zitten, bij de business, niet alleen bij IT. “Wij haken nu vaak aan op het moment dat de technische keuzes al gemaakt zijn,” zegt Van Bavel. “Dan gaat het nog over de invulling, niet meer over de richting.” Zonde, want juist in het voortraject zit de meeste ruimte voor impact. Eerder betrokken betekent meedenken over de vraag of een SaaS-oplossing volstaat of dat iets custom gebouwd moet worden, over architectuurprincipes, over hoeveel flexibiliteit een organisatie straks nodig heeft. Van Nuil herkent dat patroon. Bij zijn eerdere bedrijf werkte hij voor grote organisaties als Tempo-Team, ABN Amro en Wolters Kluwer, altijd vanuit de business. Dat gaf hem de vrijheid om de technologie te kiezen die paste bij het probleem, niet andersom. “Als je met de business aan tafel zit, kun je alle technieken inzetten die passen bij het vraagstuk. Dat maakt je flexibel, maar ook veel effectiever. We leverden projecten op tijd en binnen budget omdat we wisten wat er écht speelde.” inQdo is AWS Advanced Partner en IBM Silver Partner, partnerships die klanten direct toegang geven tot de nieuwste technologie en diepe productkennis. Maar een partnerschap is geen keurslijf. Van Nuil is eerlijk over die spanning: als cloudspecialist kun je al snel worden gezien als verlengstuk van de leverancier. Maar wie eerder aan tafel zit dan de leverancier, adviseert vanuit het vraagstuk, niet vanuit het partnerbelang. Concreet vertaalt zich dat in eigen frameworks die niet aan één platform gebonden zijn, zodat een oplossing die vandaag op AWS draait morgen ook op een Europese provider of andere omgeving kan landen. “We zorgen ervoor dat klanten altijd de vrijheid hebben om andere keuzes te maken,” zegt Van Bavel. “Dat begint bij de architectuur die je aan het begin neerzet.” Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies De aannemer als voorbeeld Een recente opdracht bij een grote aannemer laat zien hoe die werkwijze er in de praktijk uitziet. inQdo organiseerde een workshop, niet met de IT-afdeling, maar met de business: de mensen van de werkvloer, de beslissers, iedereen die dagelijks met het proces te maken heeft. Het onderwerp was een kritisch bedrijfsproces waarbij data-integriteit van levensbelang is. Technologie kwam die dag nauwelijks ter sprake. “We hebben alleen maar gevraagd: wat zoeken jullie? Wat willen jullie zien?” vertelt Van Bavel. Op basis van die ene workshop lag er anderhalve week later een werkend proof of concept. Zo concreet dat drie andere aannemers zich uit eigen beweging bij het traject aansloten. “Een van hen zei: ik heb dit jaar drie oplossingen gezien. Dit is de eerste waarvan ik zie dat het aansluit bij onze behoeften.” AI speelde daarin een cruciale rol, niet als doel maar als versneller. Waar een vergelijkbaar traject vroeger maanden in beslag nam, comprimeerde inQdo het tot anderhalve week. “Daardoor houd je het momentum bij de klant,” zegt Van Bavel. “De businesscase wordt tastbaar voordat de twijfel toeslaat.” AI helpt zijn consultants ook sneller voet aan de grond te krijgen in een nieuw en nog onbekend domein. Vaktermen die een klant gebruikt, processen die ze nog niet kennen, inzichten die normaal weken kosten om op te doen, zijn nu binnen handbereik. “Je wordt in het domein gezogen en kunt veel sneller meegaan in het gesprek op het niveau van de klant.”  AI verandert het speelveld voor organisaties in rap tempo. Dat biedt kansen, zoals de aannemer-casus laat zien, maar het roept ook nieuwe vragen op. Welke data gaat er door welke netwerklijnen? Wie heeft er toegang tot welke informatie? En in hoeverre ben je als organisatie nog in control over je eigen omgeving? Het zijn vragen die steeds vaker op tafel komen, ook al worden ze niet altijd expliciet gesteld. Soevereiniteit: de hype doorprikken De politieke agenda staat er vol mee, en de zorgen in de markt zijn reëel: uit de Dutch IT Sourcing Study 2026 van Whitelane Research blijkt dat sovereign IT bij 62 procent van de publieke sector een significante impact heeft op de IT-strategie, en ook in het bedrijfsleven groeit de bezorgdheid. Toch krijgt inQdo de vraag zelden spontaan van klanten. De bewustwording is er, de vertaalslag naar concrete actie nog niet. En die bewustwording creëren is precies waar inQdo zich op richt, niet door klanten te sturen naar een bepaalde oplossing, maar door hen te helpen begrijpen wat de impact is van de keuzes die ze maken. Een klant wilde onlangs alles tot in de puntjes geregeld hebben rond soevereiniteit, vertelt Van Bavel. Tot bleek dat hij Anthropic wilde blijven gebruiken voor zijn AI. “Dat kan prima,” zegt Van Bavel, “maar dan moet je wel weten dat alle data die je daar laat analyseren op Amerikaanse servers terechtkomt.” Dat gesprek voeren, transparant en zonder verkoopagenda, is precies de rol die inQdo wil innemen. Niet de keuze maken voor de klant, maar zorgen dat die klant weet wat hij kiest. Dat geldt ook voor de bredere afweging rond vendor lock-in. Het gemak van volledig serverless bouwen is aantrekkelijk, maar brengt afhankelijkheden met zich mee die later moeilijk terug te draaien zijn. Wie nu al weet dat hij over twee jaar misschien naar een andere omgeving wil, bouwt anders dan wie daar niet bij stilstaat. “Denk dan nu al aan containers in plaats van volledig serverless,” zegt Van Nuil. “Dat kost iets meer moeite, maar geeft je later de vrijheid om te kiezen.” Pragmatisme boven ideologie dus. Van Nuil plaatst het in historisch perspectief: “In de begindagen van cloud zei iedereen ook dat de Nederlandse Bank multicloud verplicht stelde, maar dat lag een stuk genuanceerder. Als pragmatische partner kon je door de hype heen prikken en de klant laten zien wat de regelgeving daadwerkelijk vereiste.” Die rol als onafhankelijke sparringpartner is onverminderd belangrijk, alleen is het onderwerp verschoven van cloudmigratie naar soevereiniteit en AI-governance. Kleinschalig als onderscheidend vermogen inQdo richt zich bewust op het hogere middensegment, niet op de grote enterprise, niet op het kleinbedrijf. Dat is geen beperking, maar een bewuste keuze die Van Bavel en Van Nuil allebei verdedigen. Want juist in dat segment is de behoefte aan een partner die écht meekijkt het grootst, en de bereidheid om een langdurige vertrouwensrelatie op te bouwen het meest aanwezig. Die vertrouwensrelatie krijgt bij inQdo een concrete invulling. Medewerkers zijn regelmatig fysiek bij klanten aanwezig, gebruiken het kantoor van de klant als werkplek en vangen bij de koffieautomaat gesprekken op over wat er speelt. Andersom lopen klanten net zo makkelijk bij inQdo binnen. “Dat soort nabijheid bouw je niet op met wisselende teams en jaarlijkse contractverlengingen,” zegt Van Bavel. Van Nuil typeert dat als een relatie die niet draait om de maximale projectomvang, maar om lange termijn‑betrokkenheid. “Ik kom niet om zoveel mogelijk te doen, maar om je zo lang mogelijk te helpen. Klanten bleven niet omdat ze vastzaten aan een contract, maar omdat ze wilden blijven.” Daarbij hoort ook een expliciete belofte richting de klant. “We komen bij een klant met de intentie om het voor te doen, samen te doen en er uiteindelijk voor te zorgen dat de klant het zelf kan,” zegt Van Nuil. “Wij willen de rol van trusted advisor vervullen en ons blijven focussen op verbetering en innovatie.” Niet de afhankelijkheid vergroten, maar juist zorgen voor wendbaarheid van de klant.  Dat is de cultuur die inQdo verder wil uitbouwen nu Van Nuil aan boord is. Niet groter worden om groter te zijn, maar relevanter worden voor de klanten die strategisch partnerschap zoeken. In een markt waarin veel partners pas aanhaken als de technische keuzes al grotendeels zijn gemaakt, positioneert inQdo zich bewust eerder in het traject. Voor organisaties die een strategisch partnerschap zoeken in een compacte setting, kan dat een wezenlijk ander soort samenwerking opleveren dan ze gewend zijn. Bezoek de website van inQdo
Ministerie waarschuwt ict-werkgevers snel pensioenregeling om te zetten
1 week
Kleinere bedrijven, waaronder veel werkgevers in de ict, lopen nog steeds achter bij de overstap naar de nieuwe pensioenregels. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarschuwt opnieuw niet langer te wachten en vóór 1 juli met de omzetting van de pensioenregeling te starten. Op 1 januari 2028 moet elk bedrijf het geregeld hebben.  Begin dit jaar maande het ministerie de (ict-)werkgevers al tot actie, maar aan die oproep werd onvoldoende gehoor gegeven. Bedrijven met een pensioenregeling bij een verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) lopen een groot risico. Wie te laat is, riskeert ernstige financiële gevolgen. Dat kan in ernstige gevallen de bedrijfsvoering in gevaar brengen, waarschuwt het ministerie. Als de pensioenregeling niet op tijd is aangepast aan de nieuwe pensioenregels, wordt de regeling fiscaal onzuiver. Verzekeraars of PPI’s zullen een fiscaal onzuivere pensioenregeling niet uitvoeren. Ook wordt de uitvoering van de pensioenregeling stopgezet.  Grote gevolgen Het risico op overlijden en het arbeidsongeschiktheidspensioen voor de werknemers is dan niet meer verzekerd. Als een werknemer bijvoorbeeld overlijdt, moet u het nabestaandenpensioen zelf betalen. Kortom, het niet voldoen aan de nieuwe pensioenregeling kan ernstige financiële gevolgen hebben die direct bij de werkgever terechtkomen. Dat kan in ernstige gevallen de bedrijfsvoering in gevaar brengen. Ook voor werknemers heeft een fiscaal onzuiver pensioenregeling grote gevolgen. De Belastingdienst ziet het volledige opgebouwde pensioen van de werknemers dan als loon. Daarover moet direct inkomstenbelasting worden betaald. Werknemers kunnen zo bijna de helft van hun pensioenopbouw verliezen. Zij kunnen de werkgever vervolgens juridisch aansprakelijk stellen voor het verlies van pensioen. Deadline De deadline is 1 januari 2028. Dat lijkt lang, maar de overstap naar de nieuwe pensioenregeling vraagt flink meer tijd dan een normale contractverlenging. Werkgevers moeten verschillende stappen doorlopen om tot een nieuwe pensioenregeling te komen. Dat kan zes tot achttien maanden in beslag nemen. Start daarom vóór 1 juli. Een brochure van het ministerie helpt werkgevers verder op weg. De pensioentransitie behoort tot de grootste stelselherzieningen van de afgelopen jaren. Het nieuwe pensioen zou begrijpelijker en transparanter worden. Pensioendeskundigen zijn het er over eens dat daar niets van terecht is gekomen. Vooral de communicatie met de pensioendeelnemers kan problematisch worden. Het is bijna niet uit te leggen hoe de veranderingen
Nijmegen biedt alternatief voor DigiD
1 week
Nijmegen biedt haar ingezetenen alvast de mogelijkheid DigiD als identificatiemiddel voor gemeentelijke zaken te omzeilen. Nu het vrijwel zeker is dat de ondersteuning van het DigiD-platform binnen de Amerikaanse invloedssfeer komt, is in de oudste stad van Nederland al de alternatieve app voor identificatie Yivi beschikbaar. Ontwikkelaar van Yivi is Bart Jacobs, hoogleraar cybersecurity en veiligheid aan de Radboud Universiteit. Volgens hem zijn er geen kwalijke consequenties als de Amerikanen de stekker uit DigiD trekken, verzekert hij omroep Gelderland. Volgens Jacobs is zijn app ook privacyvriendelijker, nuttiger en breder inzetbaar dan DigiD. Waar DigiD uitsluitend het BSN gebruikt, werkt Yivi als een persoonlijke gegevenskluis op je telefoon. Je bepaalt zelf welke gegevens je toevoegt – naast je BSN kunnen dat bijvoorbeeld je adres, e-mail, telefoonnummer of zelfs je bloedgroep zijn. Bij het inloggen wordt vervolgens alleen die informatie gedeeld die op dat moment noodzakelijk is. Meer regie De app biedt ook meer grip en leidt tot minder administratie. Alle data staan uitsluitend op de telefoon van de gebruiker en niet bij een externe partij. Volgens een woordvoerder van de gemeente Nijmegen kan daardoor niemand anders zien welke gegevens je hebt gedeeld en met wie. Inwoners krijgen zo meer regie over hun eigen gegevens. Voor de gemeente levert het bovendien betrouwbare data op én minder administratieve lasten. Daarnaast wilde Nijmegen voorbereid zijn op de nieuwe Europese wetgeving die eind dit jaar ingaat. Die verplicht overheden om, naast DigiD, ook dit soort digitale id-wallets te accepteren voor hun online dienstverlening. Arnhem GroenLinks-PvdA, D66 alsmede twee lokale fracties in Arnhem willen het Nijmeegse voorbeeld graag overnemen. Maar zij stuiten op verzet van wethouder Maurits van de Geijn. Die wijst erop dat DigiD het enige middel is dat wettelijk is erkend om inwoners digitaal te laten inloggen bij de overheid. Volgens Jacobs klopt dat op zich wel, maar de gemeente Nijmegen is tot nog toe niet op juridische bezwaren gestuit. Anders dan veel commerciële identiteitsoplossingen is Yivi niet afhankelijk van buitenlandse investeerders of techgiganten. Yivi is volledig opensource, in Nederlandse handen, en contractueel beschermd tegen verkoop aan buitenlandse partijen.
De zwakste schakel telt
1 week
Meer dan compliance: risicobeheer als sleutel tot supply chain securityRecente incidenten, zoals op Europese luchthavens, tonen aan hoe kwetsbaar digitale ketens zijn. Europese wetgeving zoals NIS2 probeert die afhankelijkheden beter te beheersen, maar regelgeving alleen volstaat niet. ‘De belangrijkste onderdelen van basisbeveiliging kunnen met zeer weinig moeite worden gerealiseerd’, zegt expert Thomas Stubbings.Reizigers moesten manueel inchecken, vluchten werden geannuleerd of vertraagd en operationele processen kwamen onder druk te staan. Het waren maar enkele gevolgen van de cyberaanval op onderaannemer Collins Aerospace, die enkele maanden geleden meerdere Europese luchthavens trof.Het is een schoolvoorbeeld van hoe supply chain-aanvallen werken. Systemen voor check-in en bagageafhandeling vielen uit op onder meer Brussels Airport, London Heathrow en Berlin Brandenburg, en dat via een leverancier die diep geïntegreerd was in hun processen.Cyberveiligheid valt niet uit te bestedenJuridisch gezien kan bijvoorbeeld de Belgische luchthaven zich niet zomaar achter Collins verschuilen. Onder de Belgische NIS2-wet – die Europese verplichtingen omzet in nationale regels én waarvan België een van de eerste landen was die de omzetting doorvoerde – moeten essentiële bedrijven aantonen dat ze hun volledige toeleveringsketen actief controleren en beveiligen.De wet verplicht niet alleen tot technische maatregelen, maar bevordert vooral governance, transparantie en controle, dus ook over partners, leveranciers en subcontractors. Dat betekent: risicoanalyses uitvoeren, leveranciers auditen, en erop toezien dat ook externe partners voldoen aan cybersecuritynormen. Of hoe NIS2 een cultuurverandering verankert waarbij cyberveiligheid niet langer kan worden ‘uitbesteed’.Gebrek aan inzichtThomas Stubbings, de Oostenrijker die de werkgroep trusted supply chain implementation leidt bij de onafhankelijke security-organisatie Ecso, erkent dat – mede door dergelijke incidenten – de beveiliging van de toeleveringsketen hoog op de agenda staat. ‘Beveiliging stopt niet aan de perimeter van een organisatie,’ stelt hij. ‘Iedereen is verbonden en afhankelijk van talrijke leveranciers, die it-hardware, software of diensten leveren. Elk van hen vormt een potentiële toegangspoort voor kwaadwillige activiteiten.’Niet alleen bij Ecso, maar ook via zijn eigen bedrijf koppelt Stubbings het strategische en governance-aspect van cybersecurity aan wetgeving en compliance, met aandacht voor kleinere bedrijven. ‘Het huidige dreigingslandschap richt zich niet alleen op grote organisaties, maar maakt ook systematisch misbruik van kleinere leveranciers, softwarecomponenten en dienstverleners om hele waardeketens te bereiken’, is zijn punt.De beveiliging van de toeleveringsketen is een kwestie van vertrouwen en transparantie in plaats van louter technologie, maar hoe moeten organisaties hun strategische aanpak aanpassen?Stubbings: ‘De kern van het probleem is een gebrek aan inzicht. Wie kan voor elk van zijn leveranciers garanderen dat hun beveiliging op het juiste niveau is? Maar dat is precies wat we moeten weten. Transparantie is een voorwaarde voor vertrouwen geworden. En het moet een integraal onderdeel worden van het inkoop- en leveranciersbeheerproces. Wie hier niet aan voldoet, komt niet in aanmerking. Dit is een kwestie van risicobeheer en moet daarom op de agenda van het management staan, ongeacht de sector of de omvang van het bedrijf.’Veel huidige benaderingen rond supply chain security zijn gebaseerd op vragenlijsten en individuele beoordelingen. Wat zijn de belangrijkste beperkingen hiervan en hoe kan dit beter?‘Beveiligingsvragenlijsten zijn doorgaans eigendom van een bepaalde partij en niet reproduceerbaar. Dit legt een enorme last op zowel de koper als de leverancier bij het opstellen, verspreiden, invullen en beoordelen van die vragenlijsten. Het is simpelweg niet efficiënt om telkens opnieuw het wiel uit te vinden. Ten tweede is een niet-gevalideerde zelfverklaring vrijwel waardeloos omdat er geen controle of verificatie op zit.’‘Het enige bruikbare alternatief zijn gestandaardiseerde benaderingen met vertrouwde derde partijen, die gestandaardiseerde vragenlijsten valideren en de resultaten beschikbaar stellen aan alle betrokkenen. Er zijn in Europa opkomende benaderingen (het onderwerp van Stubbings’ keynote op Cybersec Europe, nvdr) – zoals schema’s, basisbeveiligingsmodellen en gedeelde vertrouwenskaders – die erop gericht zijn de markttransparantie te verbeteren en tegelijkertijd de complexiteit voor zowel grote ondernemingen als het mkb te verminderen.’Mkb’s maken vaak deel uit van grotere toeleveringsketens, maar beschikken over minder middelen – hoe kunnen zij de beveiliging van de toeleveringsketen in de praktijk aanpakken zonder dat dit tot buitensporige complexiteit of kosten leidt?Stubbings: ‘Het is belangrijk om te beseffen dat ook mkb-bedrijven over adequate basisbeveiliging moeten beschikken. Dit is geen luxe en ook niet voorbehouden aan grote ondernemingen. De belangrijkste onderdelen van basisbeveiliging kunnen met zeer weinig moeite worden gerealiseerd, zoals het regelmatig installeren van patches, het maken van back-ups, het uitvoeren van tests en het trainen van medewerkers. Iedereen kan dit doen. Hiervoor zijn geen grote budgetten nodig, alleen focus op de juiste onderwerpen.’Hoe kunnen organisaties de risico’s in de toeleveringsketen beter begrijpen, beoordelen en communiceren op een manier die zowel zinvol als schaalbaar is?‘De sleutel ligt bij adequaat risicobeheer. Compliance moet altijd gekoppeld zijn aan risicobeheer. Het heeft geen zin om organisaties te zwaar te belasten, alleen maar omwille van compliance. Aan de andere kant kan compliance zonder risicobeheer een formaliteit worden die niemand helpt. Als risicobeheer correct wordt toegepast, leidt dit tot een adequaat beveiligingsniveau dat ook aan de compliance-eisen zou moeten voldoen.’5 risicofactoren in complexe supply chainsVolgens het Global Cybersecurity Outlook 2025 van het World Economic Forum zijn supply chain-interdependenties één van de grootste bronnen van cyberrisico. Vijf factoren springen eruit:1. Cyber-ongelijkheidGrote organisaties boeken vooruitgang in cyberweerbaarheid, maar kleinere spelers blijven achter. Daardoor ontstaat een structurele kwetsbaarheid in de keten. Aanvallers maken daar misbruik van door zich te richten op minder goed beveiligde partners.2. Beperkte zichtbaarheidVeel organisaties hebben onvoldoende zicht op hun volledige supplychain, zeker wanneer ook subleveranciers en afhankelijkheden verderop in de keten worden meegerekend.3. Kwetsbaarheden via derde partijenExterne software, opensourcecomponenten en nieuwe technologieën zoals ai brengen bijkomende risico’s met zich mee. Wanneer beveiliging niet grondig wordt geëvalueerd, kunnen kwetsbaarheden ongemerkt binnensluipen en zich verspreiden over meerdere systemen en organisaties.4. Afhankelijkheid van kritieke leveranciersDe concentratie rond een beperkt aantal dominante spelers, zoals cloudproviders, creëert potentiële single points of failure. Problemen bij zulke partijen kunnen een brede impact hebben op volledige sectoren. Dat maakt redundantie en business continuity cruciaal, maar vaak complex.5. Geopolitieke spanningenInternationale spanningen beïnvloeden steeds vaker supply chains en cyberdreigingen. Ze kunnen leiden tot veranderende leveranciersrelaties, verstoringen in beschikbaarheid en een verhoogd risico op geavanceerde aanvallen.Cybersec EuropeOp 20 en 21 mei komen Europese cybersecurity-leiders en specialiste samen op Cybersec Europe in Brussel. Kijk voor het programma en details op cyberseceurope.com.Dit artikel staat ook in Computable Magazine 2026 #4.
‘Ai net zo goed in phishen als mensen’
2 weken
Event | Cybersec Europe 2026E-mail is nog steeds de nummer 1 aanvalsvector en ai speelt daarin een prominente rol, aldus Frank Benus en Bart van den Branden van Cegeka in een sessie op de drukbezochte eerste dag van Cybersec Europe.Ai is de grote drijvende kracht achter de perfectionering van phishing mails. Er zijn tegenwoordig tal van platforms waar iedereen voor honderd tot vierhonderd dollar per maand complete phishing-workflows kan laten maken met een paar simpele opdrachten via een chatbot, aldus Benus.Deze platforms bieden onder andere diensten om inlogprocessen te imiteren, reverse proxies op te zetten, branding te imiteren, malicieuze svg-afbeeldingen te genereren en dynamische url’s te maken. De mails zien er gelikt en foutloos uit. Aanvallers doen zich vervolgens voor als vertrouwde personen door onder andere van LinkedIn informatie te halen om de mails er ook inhoudelijk geloofwaardig uit te laten zien.Benus en Van den Branden hameren erop dat multifactor authenticatie (mfa) niet voldoende bescherming biedt. Ze onderscheiden zeven manieren waarop aanvallers mfa kunnen omzeilen:mfa bombing (zoveel notificaties dat het slachtoffer uiteindelijk toehapt);een eigen malicieuze 2FA-inschrijving na een geslaagde aanval;kapen van session cookies;one time password phishing;consent phishing;adversary-in-the-middle aanvallen;credential phishing.Traditionele methoden om business email compromise (BEC) te voorkomen, zoals url-scanning, voldoen niet meer, aldus de experts. Aanvallers zetten ai maximaal in om detectie te voorkomen. Inmiddels zou uit onderzoek zijn gebleken dat ai net zulke goede phishing mails kan maken als mensen.De oplossing zou volgens Benus en Van den Branden liggen in ‘behavorial ai’. Mails die er perfect uitzien, kunnen toch afwijken van verwachte kenmerken en patronen. Met behulp van ai zouden deze afwijkingen snel opgespoord moeten worden.Klik hier voor meer informatie over Cybersec Europe.
Imec maakt qubit met ASML-lithografie
2 weken
Het Leuvense onderzoekscentrum Imec meldt een doorbraak op gebied van quantumcomputers. Voor het eerst is een qubit (quantumbit) vervaardigd met behulp van High NA EUV-lithografie, ASML’s geavanceerde chip-productietechniek om ultrafijne patronen met hoge precisie te printen.  Imec spreekt van een mijlpaal richting industriële opschaling van betrouwbaardere qubits, de basis-rekeneenheden van quantumcomputers. Extreem ultraviolet (euv)-lithografie met high-numerical aperture (high na) zal hierbij een sleutelrol vervullen, aldus het Vlaamse r&d-centrum dat nauw samenwerkt met ASML. In Leuven staat zelfs ASML’s meest geavanceerde, een paar honderd miljoen euro kostende, chipmachine voor onderzoek naar toekomstige chip-productieprocessen. Voor er sprake kan zijn van een nuttige quantumcomputer, moet het aantal qubits aanzienlijk groter worden. Een quantumcomputer vergt miljoenen qubits, die onderling verbonden zijn, en dat vereist dan weer een hoge betrouwbaarheid en nauwkeurige aansturing. Beloftevol Van de verschillende quantumplatformen die momenteel onderzocht worden, gelden ‘silicium quantumdot spin-qubits’ als een beloftevolle kandidaat voor industriële opschaling. Hun productieproces is namelijk in grote mate compatibel met de productie van reguliere computerchips (cmos), een onderzoeksgebied waarin Imec de afgelopen decennia internationale autoriteit heeft opgebouwd.  Volgens Sofie Beyne, projectleider en quantumintegratie-ingenieur bij Imec, kan het Leuvense onderzoekscentrum de stap maken van labo-experimenten naar grootschalige, produceerbare kwantumsystemen. ‘Dit is waar de op silicium gebaseerde qubits een duidelijk voordeel hebben,’ legt ze uit. Qubits-netwerk Silicium-kwantumdot-spin-qubits sluiten een elektron op in een silicium-nanostructuur (de poortlaag). De ‘spin’ van het opgesloten elektron wordt gebruikt om quantuminformatie op te slaan. De tussenruimtes tussen de verschillende poorten moeten tot een minimum worden beperkt om omgevingsruis te beperken. En daar heeft Imec nu resultaten geboekt: high NA levert superieure resultaten op als het gaat om het uniform en foutloos afdrukken van dergelijke ultrafijne structuren. Zo is Imec erin geslaagd een functionerend netwerk van qubits te fabriceren met openingen van amper 6 nanometer.  ‘Met onze resultaten tonen we aan dat High NA EUV ingezet kan worden om deze qubits nauwkeuriger te maken, wat elementair is voor hun betrouwbaarheid. Dit is een belangrijke technische prestatie,’ zegt Kristiaan De Greve, Imec-fellow en programmadirecteur Quantum Computing.
Generatieve ai maakt rekrutering steeds complexer
2 weken
Steeds meer werkzoekenden zetten generatieve ai in om hun sollicitaties te optimaliseren. Dat zet werkgevers voor een nieuw probleem: hoe onderscheid je echte competenties van aangescherpte zelfpresentatie? Generatieve ai heeft de sollicitatiemarkt voorgoed veranderd. Werkzoekenden gebruiken ai-tools om cv’s en motivatiebrieven te verfijnen en af te stemmen op specifieke vacatures.Het resultaat is een stroom aan opvallend gelijkaardige, vlekkeloos geformuleerde kandidaturen. ‘Sollicitaties kunnen vandaag volledig afgestemd worden op een vacature. Dat lijkt positief, maar het zorgt ervoor dat cv’s en motivatiebrieven steeds meer op elkaar lijken’, zegt Jeroen Diels, managing director bij Robert Half. ‘Daardoor wordt het voor werkgevers moeilijker om de meest geschikte kandidaten snel en accuraat te identificeren.’Dat blijkt ook uit cijfers. In Canada geeft 61 procent van de hr-leiders aan dat ai-gegenereerde sollicitaties het selectieproces complexer maken. In de VS ziet 65 procent van de hiring managers er een bijkomende uitdaging in. Hoewel lokale cijfers ontbreken, signaleren, volgens Diels, ook lokale talent managers dezelfde tendens. Focus op authenticiteit Naast de uniformisering speelt ook een betrouwbaarheidsprobleem. Ai-tools kunnen werkervaring of vaardigheden verfraaien of zelfs verzinnen. ‘Voor bedrijven is het cruciaal om te focussen op authenticiteit en de juiste match’, vindt hij.Persoonlijke gesprekken, referenties en testimonials winnen daardoor, volgens hem, aan belang. Het cv is niet langer een betrouwbaar startpunt. Maar het sollicitatiegesprek des te meer.
Kort: Kamer wil niet van WAS af, Centric koopt OrtaX (en meer)
2 weken
In dit nieuwsoverzicht: Tweede Kamer wil luchtalarm behouden, Stellantis bouwt auto’s met ai en digital twins, Dell kondigt innovaties op voor ai, opslag en datacenterinfrastructuur aan, 7,6 miljoen voor zorgapp Ditto en Centric lijft OrtaX in.Kamer wil ook na 2028 luchtalarmsysteem behoudenEen meerderheid van de Tweede Kamer wil dat het luchtalarmsysteem ook na 2028 in gebruik blijft, meldt De Telegraaf. Minister David van Weel van Justitie en Veiligheid wil het systeem afschaffen en geheel vervangen door NL-Alert en een alternatief, omdat onderhoud van de ruim vierduizend sirenes te kostbaar is en het bereik beperkt. NL-Alert bereikt volgens het kabinet circa 92 procent van de bevolking.Kamerleden vrezen dat een deel van de bevolking zonder smartphone niet wordt bereikt en wijzen op risico’s bij storingen in telecomnetwerken. Meerdere partijen zoeken naar alternatieve financiering. Zij vinden dat een vervangend systeem pas kan worden ingevoerd als het minstens hetzelfde bereik en betrouwbaarheid heeft. Al vaker is gesproken over het vervangen van het WAS (Waarschuwings- en Alarmeringssysteem). Tot nu toe trok het ministerie vaan J&V steeds aan het kortste eind.Stellantis test ai en digital twins met Accenture en NvidiaStellantis gaat met hulp van Accenture en Nvidia digital twins en ai inzetten om productieprocessen te verbeteren. Het autoconcern ontwikkelt virtuele fabrieken waarin processen in realtime worden gesimuleerd en aangepast. Accenture levert ai- en productietoepassingen, terwijl Nvidia simulatietechnologie en rekenkracht levert.De zogeheten digital twins worden continu gevoed met productiedata. Daarmee kan Stellantis knelpunten voorspellen en processen vooraf testen. De eerste pilots starten in 2026 in fabrieken in Noord-Amerika. Het bedrijf onderzoekt toepassingen voor realtime optimalisatie en voorspellend onderhoud als onderdeel van een bredere digitaliseringsstrategie.Dell richt zich op opschalen van ai naar productieomgevingenDell Technologies kondigt nieuwe producten en updates aan voor ai, opslag en datacenterinfrastructuur. Het bedrijf wil organisaties helpen ai-toepassingen op schaal in productie te brengen. Met Dell Deskside Agentic AI kunnen bedrijven lokaal ai-agents ontwikkelen op workstations met Nvidia-technologie (gevestigd in Santa Clara), waarbij data on-premises blijven.Daarnaast breidt Dell zijn AI Data Platform en PowerEdge-servers uit voor betere prestaties en beheer. Nieuwe beveiligingsoplossingen moeten ransomware sneller detecteren. Op storagegebied introduceert Dell PowerStore Elite voor hogere prestaties en upgrades zonder downtime. De aankondigingen werden gedaan tijdens Dell Technologies World in Las Vegas.Ditto haalt 7,6 miljoen euro op voor uitbreiding ai-zorgappDe Rotterdamse healthtech-startup Ditto heeft 7,6 miljoen euro opgehaald voor de verdere ontwikkeling van zijn ai-platform en uitbreiding in Europa. De investeringsronde werd geleid door Heal Capital, met deelname van Rubio Impact Ventures en Optiverder Dit laatste fonds van ondernemer Chris Oomen investeerder vorige maand ook al 2,1 miljoen euro in de Nederlandse startup Captain die een ai‑gedreven analytics‑platform voor winkels ontwikkelt.Ditto, opgericht door Tobias Polak, Bart Voorn en Merlijn van Breugel, ontwikkelt een app die medische gesprekken samenvat in begrijpelijke taal. Gebruikers kunnen consulten opnemen of documenten uploaden, waarna de software een samenvatting genereert en vertaalt. De app is sinds vorig jaar bijna honderdduizend keer gedownload. Met de investering wil Ditto nieuwe functies toevoegen, zoals ondersteuning bij het voorbereiden van consulten en het delen van informatie met familie.Centric neemt WOZ-specialist OrtaX overCentric heeft OrtaX overgenomen, een WOZ-softwareleverancier en onderdeel van Ortec Finance uit Rotterdam. Met de overname breidt Centric zijn aanbod voor het belastingdomein bij lokale overheden uit. OrtaX blijft als zelfstandige entiteit binnen de groep opereren, met behoud van personeel en werkwijze. De software ondersteunt gemeenten bij het uitvoeren van WOZ-waarderingen.Door de combinatie van technologie en domeinkennis willen de partijen hun productaanbod voor belastingen, WOZ en BAG versterken. Klanten houden hun bestaande contactpunten. De overname moet bijdragen aan verdere productontwikkeling en ondersteuning van gemeenten bij waarderingsprocessen.
Privacyclubs: koers VWS maakt zorgcommunicatie onnodig kwetsbaar
2 weken
Vijf privacy-organisaties slaan gezamenlijk alarm over de beleidskoers van het ministerie van Volksgezondheid (VWS). De systemen voor zorgcommunicatie die door VWS worden uitgerold, zijn onverantwoord kwetsbaar voor hackers en andere kwaadwillenden. ‘Zodra het misgaat, en het gaat een keer mis, dan raakt dat iedereen,’ zo luidt de waarschuwing. Door de keuze voor grote centrale systemen zoals Mitz en de European Health Data Space (EHDS) verliezen patiënt en arts de controle over medische gegevens. Dan wordt de zorgcommunicatie kwetsbaar voor hackers. De recente ransomware-aanval op ChipSoft, waarbij medische gegevens werden gestolen, zou een wake-up call moeten zijn, vinden Platform Burgerrechten, Privacy First, Stichting KDVP, Stichting Decozo en de nieuwe stichting Spidz. Deze vijf privacy-organisaties zien grote gevaren. De systemen die het ministerie van VWS op dit moment uitrolt, bieden via één punt toegang tot tien- tot honderdduizenden dossiers, aldus het vijftal.Een en ander gebeurt zonder dat de arts die de gegevens bewaart, kan controleren wie ze voor welke reden opvraagt. Dit maakt ze een dankbaar doelwit voor hackers, die slechts één ingang nodig hebben om bij de gegevens van talloze patiënten te kunnen komen. Desondanks gaat de uitrol van deze systemen door, stellen de vijf privacy-organisaties.MitzHet gaat binnen Nederland om het systeem Mitz, waarop alle zorgverleners van Nederland moeten worden aangesloten. Het is in Mitz mogelijk om tien- tot honderdduizenden zorgverleners tegelijk ongericht toegang te geven tot medische dossiers, waarna de dossierhoudend arts geen controle meer heeft over wie de gegevens inziet. Ook is het mogelijk om toestemmingen die patiënten al dan niet hebben gegeven, te overrulen door derden, beweert het vijftal.Daarnaast wordt vanuit Brussel de EHDS ingevoerd, een systeem dat vergelijkbaar werkt, maar dan zorggegevens in alle lidstaten van de Europese Unie toegankelijk maakt. Daar wordt iedere Nederlander automatisch in opgenomen. Wil je er buiten blijven, dan moet je zelf in actie komen en bezwaar registreren (opt-out). De EHDS biedt lidstaten geen ruimte om dit op basis van voorafgaande, geïnformeerde toestemming (opt-in) te doen, zoals het medisch beroepsgeheim vereist. Sterker nog, de mogelijkheid tot opt-out is optioneel onder de EHDS – waardoor lidstaten er zelfs voor kunnen kiezen burgers niet eens de keuze te geven over het al dan niet delen van hun medische gegevens.BeroepsgeheimOmdat de toestemmingsrechten van patiënten onder de EHDS worden ondermijnd en zelfs volledig kunnen worden afgeschaft, is deze verordening volgens de organisaties in strijd met het medisch beroepsgeheim zoals dat beschermd wordt onder Artikel 8 van het EVRM en in strijd met de eisen die de AVG stelt aan het delen van medisch persoonsgegevens. De organisaties roepen de Tweede Kamer op tot een koerswijziging: er moet nu worden gekozen voor systemen die de risico’s van hacks daadwerkelijk wegnemen of sterk minimaliseren, in plaats van ze verder te vergroten. Een kleinschaliger aanpak is veiliger, eenvoudiger en houdt het medisch beroepsgeheim zoals dat sinds vanouds werkt, intact. Er bestaan al geruime tijd alternatieve systemen voor zorgcommunicatie. Deze maken het mogelijk om gegevens gericht en veilig uit te wisselen, zonder dat er centrale databases of toegangspunten nodig zijn die een groot doelwit vormen voor hackers. Desondanks geven het ministerie van Volksgezondheid en de besturen van zorgkoepels deze systemen geen kans.
Re­ge­rings­par­tij­en tegen snel Kamerdebat over DigiD
2 weken
De regeringspartijen D66, VVD en CDA willen pas een debat over de voorgenomen overname van Solvinity door het Amerikaanse Kyndryl als de investeringstoetsing van het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) klaar is. Ze vinden dat eerst een compleet beeld nodig is van de risico’s voor de nationale veiligheid bij de beoogde overname.  Het Kamerlid Hidde Heutink (Groep Markuszower) kreeg dinsdag opnieuw geen meerderheid voor zijn aanvraag zo snel mogelijk hierover een debat te houden. Hij noemde het idee dat we kunnen wachten ‘ontzettend naïef’. Ook Kamerlid Barbara Kathmann (GrL-PvdA) vindt verder uitstel onverstandig. ‘We kunnen wachten tot we een ons wegen, maar dan zijn we DigiD kwijt.’ D66 en CDA nemen volgens Heutink ten onrechte aan dat de overname van Solvinity pas kan doorgaan als ook afspraken met deze dienstverlener zijn gemaakt over aanvullende maatregelen die de risico’s verkleinen. Het gaat dan vooral om dataveiligheid, zeggenschap en continuïteit van het DigiD-platform dat Solvinity in de lucht houdt.  Gisteren dook een eind vorig jaar gestuurde brief op van Solvinity aan het ministerie van BZK. Daarin stelt het bedrijf niet akkoord te gaan met vertraging van de overname (na toetsing door het BTI). Solvinity weigert te wachten totdat afspraken zijn gemaakt over deze mitigerende maatregelen.  Gelopen race Maar deze cruciale informatie werd aan de Tweede Kamer onthouden. De toenmalige staatssecretaris Eddie van Marum (BZK) liet in zijn Kamerbrief van 11 februari jongstleden namelijk achterwege dat Solvinity geen verder uitstel duldt na toetsing door het BTI. Hidde Heutink ziet daarin een extra reden om volgende week over DigiD te debatteren.  Ook voor Barbara Kathmann (GrL-PvdA) maakt de publicatie in Computable duidelijk dat Solvinity ‘niet meer op ons gaat wachten’. Zij vreest dat DigiD na de overname door het Amerikaanse Kyndryl onder de invloedssfeer van de regering Trump komt met alle risico’s vandien. Maar een meerderheid in de Tweede Kamer kiest ervoor eerst alle informatie over deze kwestie op tafel te krijgen, ook al leidt dit tot het risico dat de overname een gelopen race is.
Gemeenten lanceren ai‑tool voor bron‑a­no­ni­mi­se­ring
2 weken
Event | Overheid 360° De overheid krijgt de smaak van ai te pakken. Zo helpt een groot taalmodel de gemeente Hoeksche Waard documenten automatisch te anonimiseren zonder tekst te verwijderen of zwart te lakken. Woorden of namen worden om privacyredenen vervangen door neutrale termen. Dit voorkomt dat informatie onleesbaar wordt of verkeerd wordt geïnterpreteerd. Wordt zo’n naam voorgelezen, dan hoor je geen piep, maar een alternatieve term. De Zuid-Hollandse gemeente ontving in november vorig jaar de Computable Award 2025 in de categorie Overheidsproject. Bij het project ‘Anonimiseren met LLM’ vervulde de gemeente de rol van regievoerder in een samenwerking tussen zes gemeenten: de bedrijfsvoeringspartner Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk, de gemeente Buren en de gemeente Krimpen aan den IJssel. Tijdens het Overheid 360°-congres – dat woensdag 17 juni in Jaarbeurs Utrecht plaatsgrijpt – presenteert de gemeente Hoeksche Waard de voortgang van dit project. Ofwel, hoe zijn ai-processen bij de overheid veel efficiënter en beter in te richten? Amanda Hanemaaijer. Reden om met Amanda Hanemaaijer (informatiemanager gemeente Hoeksche Waard) en Remco Damhuis (projectleider vanuit Remdam) te spreken over de voortgang. Het succes van ‘Anonimiseren met LLM’ krijgt een vervolg in het project ‘Anonimiseren bij de bron’. Dit innovatieproject richt zich op anonimisering op de plek waar documenten worden opgeslagen, zodat het risico op onderschepping wordt geminimaliseerd. Context en toegankelijkheid blijven daarbij behouden. De tool wordt verder gebruiksvriendelijk gemaakt en kan ook voor andere overheden van grote waarde zijn. Hanemaaijer: ‘Anonimisering door mensen kost veel tijd en moeite; uren die beter kunnen worden besteed aan publieke dienstverlening.’ Damhuis vervolgt: ‘Bij de ontwikkeling van een llm-gebaseerde tool voor anonimisering stond vooral de techniek centraal. In de huidige fase, die in oktober vorig jaar is gestart, wordt de tool doorontwikkeld tot een gebruiksvriendelijk product dat beter aansluit op de behoeften van Nederlandse gemeenten.’ Met de bedrijfsvoeringspartner Albrandswaard, Barendrecht en Ridderkerk wordt gewerkt aan een opensourcemodel binnen de Open Webconcept-beweging. Het technische ontwerp en de uitvoering liggen bij Conduction, terwijl Centric meewerkt aan de ontwikkeling. Acato bouwt de front-end. Nog voor de zomervakantie moet een minimum viable product gereed zijn dat geschikt is voor breed gebruik. Opschaling naar meerdere overheden is het doel. Remco Damhuis. Volgens Damhuis wordt ook de anonimisering zelf verbeterd. ‘Maar er bestaat geen garantie dat dit altijd volledig correct gebeurt. Adressen worden in principe altijd weggelaten, maar bij het gemeentehuis is dat juist niet de bedoeling. En ook bestuurders hoeven niet anoniem te zijn. Bij de Wet open overheid bepalen juristen hoe ver anonimisering moet gaan. De techniek kan dat niet volledig oplossen.’ Hanemaaijer wijst erop dat voor documenten met gevoelige gegevens een puntoplossing de voorkeur heeft. ‘Zodat data de server niet hoeven te verlaten. Dat kan met gespecialiseerde software die voor één specifiek probleem is ontwikkeld’, zegt ze. Damhuis: ‘Wie geen toegang heeft tot een externe server kan zo’n tool bij de bron installeren. Met een nieuwe functie gebeurt alles binnen de eigen afgeschermde omgeving, wat veiliger en efficiënter is.’ Saas Binnen het project wordt gewerkt met twee varianten: een lichte on-premises-variant die eenvoudig te installeren is, en een zwaardere software-as-a-service (saas)-variant. Deze laatste maakt gebruik van een moderner groot taalmodel met meer reken- en opslagcapaciteit. De ai-technologie is daar inmiddels op voorbereid. Hosting vindt in dat geval plaats bij de leverancier. Voor ‘Anonimiseren bij de bron’ is gekozen voor een opensourcemodel dat meer grip, zekerheid en veiligheid biedt. Het is geen black box, waardoor gebruikers inzicht houden en aanpassingen kunnen doen zonder afhankelijk te zijn van één leverancier. Hanemaaijer: ‘De ontwikkeling vindt plaats binnen het Open Webconcept, waarbij meer dan veertig gemeenten samen met marktpartijen digitale dienstverlening ontwikkelen op basis van Common Ground.’ De basisgedachte is dat data worden losgekoppeld van applicaties, zodat gegevens herbruikbaar zijn bij de bron. Standaardisatie maakt dit mogelijk. Het Open Webconcept kent geen hiërarchie; alle partijen werken gelijkwaardig samen. Momenteel wordt gewerkt aan de governance-structuur voor beheer, doorontwikkeling en monitoring. Ook de community wordt verder uitgebreid en eindgebruikers blijven betrokken. Een volledig automatisch systeem zonder menselijke controle is volgens de betrokkenen niet realistisch. Er blijft altijd een mens in de loop. Hanemaaijer: ‘Maar de tijdwinst van het ai-project is enorm.’ Meedoen? De Computable Award gaf ‘Anonimiseren met LLM’ veel zichtbaarheid, wat leidde tot brede interesse vanuit andere gemeenten. De nieuwe tool ‘Anonimiseren bij de bron’ wordt later dit jaar geïntegreerd in Nextcloud, een opensource-cloudplatform. Wie wil meedenken of deelnemen, kan contact opnemen met Remco Damhuis (remco@remdam.nl). Overheid 360°Op woensdag 17 juni 2026 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht Overheid 360° plaats, het jaarlijkse kennisevenement over informatiemanagement voor de overheid. Er is een beursvloer en er zijn zo’n zestig presentaties, verdeeld over de thema’s artificial intelligence, digitale toegankelijkheid, it-outsourcing & cloud computing, cybersecurity, informatiestrategie en datagedreven overheid. Iedereen die werkzaam is bij gemeenten, overheden of publieke organisaties is gratis welkom. Voor meer informatie en aanmelden, klik hier.
Kort KickstartAI verlengt samenwerking met oprichters, Dave Maasland verkoopt bedrijf aan Eset (en meer)
2 weken
In dit nieuwsoverzicht: KickstartAI loopt zeker door tot in 2029, eerste Duitse overname voor SDB Groep, Panasonic koopt Hive Media Control, nieuwe grootformaat-printers van HP en Eset lijft Cyber Defense Group in. KickstartAI verlengt samenwerking met Ahold Delhaize, ING, KLM en NS   KickstartAI verlengt de samenwerking met de oprichtende partijen Ahold Delhaize, ING, KLM en NS tot en met 2029. De organisatie uit Delft wil ai sneller van experiment naar toepassing brengen en het aantal partners uitbreiden. Sinds de oprichting van dit steunprogramma in 2019 zijn projecten ontwikkeld voor onder meer bagagedetectie bij NS en vraagvoorspelling bij Bol. Ook werkt ING aan een digitale financiële gids die consumenten begrijpelijke informatie biedt over geldzaken en met KLM wordt gewerkt aan het verminderen van voedselverspilling door preciezere planning van maaltijden aan boord. Daarnaast werkt KickstartAI samen met organisaties als Erasmus MC en de politie. Volgens de betrokken partijen ligt de uitdaging vooral in het opschalen van toepassingen binnen organisaties en het delen van praktijkervaringen. SDB Groep breidt uit naar Duitsland via acquisitie Buchner SDB Groep uit Den Haag lijft Buchner uit Kiel in en betreedt daarmee de Duitse markt voor zorgsoftware. De stap volgt op de overname van Alfa eCare in Scandinavië en past in de internationale uitbreidingsstrategie van SDB, dat wordt gesteund door Main Capital Partners uit Den Haag. SDB levert software voor zorg- en kinderopvangorganisaties, waaronder ecd/epd-systemen en toepassingen voor planning en analytics. Buchner richt zich op software voor therapeuten en ambulante zorg, met meer dan achtduizend klanten. Door hun producten te combineren willen de partijen hun aanbod verbreden en beter inzetten in de DACH-regio. Panasonic neemt Hive Media Control over voor uitbreiding in mediasoftware Panasonic Projector & Display Corporation uit Osaka heeft Hive Media Control uit Londen overgenomen. Met de acquisitie wil het bedrijf zijn positie versterken in software voor mediaplatformen en besturing van audiovisuele installaties. Hive levert mediaservers voor onder meer musea, waaronder the National Museum of Qatar, en immersieve projecten, zoals de BBC Earth Experience en het plafond van de Sixtijnse Kapel (Michelangelo). Het bedrijf blijft zelfstandig opereren en houdt een leveranciersneutrale aanpak. Panasonic wil met de overname zijn aanbod verbreden van hardware naar software en workflowoplossingen. De technologie van Hive maakt integratie mogelijk met projectoren en ledschermen, en ondersteunt het beheer en de afspeelprocessen van content in complexe installaties. HP introduceert nieuwe DesignJet-printers voor grootformaat prints HP presenteert de DesignJet Z6 en Z9⁺ PostScript Printer Series Plus Edition. De printers richten zich op kleine en middelgrote organisaties, waaronder fotostudio’s, retailers, copyshops, onderwijsinstellingen en architectenbureaus. Ze combineren printkwaliteit met workflowfuncties binnen één platform. De nieuwe modellen bouwen voort op bestaande DesignJet-systemen, waarvan wereldwijd meer dan veertigduizend stuks zijn geïnstalleerd. Ze ondersteunen toepassingen variërend van fotografie tot technische prints. HP breidt ook zijn PrintOS Production Hub uit met functies voor orderbeheer en beeldoptimalisatie met AI. De printers zijn vanaf 22 juni 2026 beschikbaar. De grootformaatdivisie van HP is gevestigd in Barcelona. Eset neemt Nederlandse Cyber Defense Group over Eset uit Bratislava neemt Cyber Defense Group over. Dit bedrijf van algemeen directeur Dave Maasland is al jarenlang de vertegenwoordiger van Eset in Nederland en handelt onder de naam Eset Nederland. Met deze stap krijgt het Slowaakse cybersecbedrijf officieel een eigen vestiging in Nederland. Daarbij wordt het Nederlandse security operations center (soc) onderdeel van de Europese cybersecurityactiviteiten van het bedrijf. Eset wil zich internationaler duidelijker profileren. Naast de Nederlandse overname opent het bedrijf eigen kantoren in Frankrijk en India. Maasland zelf blijft in zijn huidige rol betrokken bij de nieuwe Eset-organisatie. Op de langere termijn gaat hij zich richten op het opbouwen van banden met defensieorganisaties, Europese instellingen en de Navo, zegt hij tegen BNR Nieuwsradio. Bij Eset Nederland werkten tachtig mensen die nu gaan samenwerken met een team van drieduizend mensen. ‘Heel belangrijk’, zegt Maasland: ‘als je in die defensiemarkt zaken wil doen, dan moet je echt wel wat body hebben. Die krijgen we nu hiermee.’
Hadrian vindt in recordtijd ernstige overheidslekken met goedkope ai
2 weken
Het blijkt kinderspel om met ai binnen te dringen bij de Nederlandse overheid. Het Amsterdamse cybersecuritybedrijf Hadrian vond honderden beveiligingslekken, zo meldt het FD. Bij het ministerie van Binnenlandse Zaken werd zelfs een lek van het hoogste risiconiveau gevonden. Het duurde negen dagen voordat dat lek was gedicht. Hadrian was vooral verbaasd over hoe snel hun ai‑systeem dit allemaal ontdekte: in enkele uren tijd. Volgens ceo Rogier Fischer zal ai binnen een jaar in staat zijn om alle kwetsbaarheden in software op te sporen – en dat betekent dat criminelen of vijandige staten er ook snel bij kunnen zijn. Hij benadrukt dat de grote taalmodellen (llm’s) ‘extreem goed ‘ zijn in het vinden van de zwakke plekken, de kwetsbaarheden waarop hackers scannen. Hij bestrijdt de gedachte dat ai-bedrijven als Anthropic en Open AI om redenen van marketing hoog opgeven van de prestaties van hun ai-modellen, met name als het gaat om het opsporen van kwetsbaarheden. Volgens Fischer is de dreiging zo groot dat elke organisatie, van klein tot groot, zich ernstig zorgen moet maken. Het niet-patchen van kwetsbaarheden kan tot veel schade leiden.Veel gevaarNiet alleen de overheid maar vooral ook bedrijven en instellingen lopen veel gevaar. Want volgens Fischer blijkt uit de onderzoeken die Hadrian deed, dat het bedrijfsleven qua kwetsbaarheden er nog slechter aan toe is. De gemiddelde opensource-code-gebruiker buiten de overheid scoort lager, zo is zijn indruk. De overheid doet namelijk relatief veel pentesten om kwetsbaarheden in haar systemen op te sporen. Hadrian komt begin deze week met een gratis open‑sourceharnas voor pentesten, een ai-tool waaronder een llm zit met een manier van aansturing om er een agent van te maken die geautomatiseerde penetratietests kan doen. Dit harnas bevat instructies, biedt toegang tot bepaalde tools en werkt zonder toegang te hebben tot de source-code.Hackers-harnasHet harnas ‘omklemt’ de software‑onderdelen die moeten worden getest en levert wat nodig is om tests automatisch, reproduceerbaar en geïsoleerd uit te voeren. Hadrian heeft dit harnas ontwikkeld als onderdeel van zijn agentische pentest-motor Nova, autonome pentesting die ‘on demand’ draait. Nova kan menselijke pentesters vervangen en bootst de werkwijze van hackers na. Met het gratis harnas kunnen organisaties zelf testen. Fischer maakt zich geen zorgen dat hackers dit misbruiken. Volgens hem hebben zij dit soort middelen allang.Hij denkt dat het belangrijk is dat bedrijven en overheden ook zelf kunnen speuren naar kwetsbaarheden. Deze ai-tool helpt organisaties beter opgewassen te zijn tegen aanvallen waarbij hackers ai-modellen inzetten. Want die dreiging is nu zeer actueel. Open huis bij Open RegelsOm in enkele uren honderden kwetsbaarheden bij de overheid te vinden had Hadrian niet eens het duurste of krachtigste ai‑model nodig. Zelfs goedkopere modellen zoals Deepseek konden de lekken vinden. Hadrian begon met GPT 5.5 van OpenAI, dat volgens Fischer net zo krachtig is als het beruchte Mythos‑model van Anthropic, dat eerder al veel onrust veroorzaakte vanwege zijn hackcapaciteiten.Het grootste lek zat bij Open Regels, een overheidsdienst die wetten vertaalt naar praktische regels. Volgens Hadrian stond ‘de voordeur wagenwijd open’. De ai vond serverinformatie en zelfs een bestand met inloggegevens. Daarmee kreeg Hadrian toegang tot de database én de Azure‑cloudomgeving. In principe kon een aanvaller daar software aanpassen of ransomware plaatsen.Een basiscontrole – het checken van het IP‑adres – ontbrak volledig. Het ging om een kritiek P1‑lek. Hadrian meldde dit op 6 mei, maar pas op vrijdag ging de dienst offline om het probleem te verhelpen. Volgens Fischer zou geen enkel bedrijf zo lang wachten. Het ministerie zegt dat de melding door een communicatiefout verkeerd terechtkwam en dat het lek nu niet meer te misbruiken is.We zien nu pas hoeveel kwetsbaarheden er in dertig jaar softwareontwikkeling zittenBij Open Zaak, software die gemeenten gebruiken voor onder meer paspoortaanvragen, vond Hadrian eveneens een ernstig probleem. Het binnendringen was ingewikkeld, maar dankzij ai toch mogelijk. Ook bleken honderden gebruikers te veel rechten te hebben – een fout die een hacker met gestolen inloggegevens veel speelruimte zou geven.Volgens Fischer gaan we nu pas zien hoeveel kwetsbaarheden er in dertig jaar softwareontwikkeling zitten. De komende twee jaar wordt het hard werken om alles te repareren. Nieuwe software wordt dankzij ai wel veiliger, maar het digitale slagveld blijft bestaan.Hadrian Hadrian is vijf jaar geleden opgericht. Het bedrijf kijkt vanuit het perspectief van de hacker naar kwetsbaarheden van online-omgevingen van bedrijven. Het bedrijf voert met behulp van machine learning en cloudtechnologie preventieve aanvallen uit. Onder meer Microsoft-oprichter Bill Gates en Amazon-miljardair Jeff Bezos hebben destijds voor een deel van het startkapitaal gezorgd. Ook voormalig ABN Amro-bankier Chris Vogelzang en voormalig TomTom-bestuurder Alexander Ribbink behoren tot de groep privé-investeerders die Hadrian van de grond hielpen te komen. 

Pagina's

Abonneren op computable