Techwereld vrij positief over Europese pakket voor digitale soevereiniteit

Het uitgebreide pakket maatregelen en acties van de Europese Commissie om de EU digitaal soevereiner te maken is over het algemeen goed ontvangen. De urgentie en noodzaak ervan worden breed erkend door prominente partijen in de techsector. Positief is dat er eindelijk een geïntegreerde aanpak voor chips, cloud, ai en open source op komst is.  Maar er klinkt ook twijfel over het realisme van de ambities, met name waar het halfgeleiders, datacenters en ai-capaciteit betreft. Groot is het risico op bureaucratie en versnippering. Daarnaast is er onzekerheid over financiering en samenwerking met de VS. Geen discussie is er over het feit dat de EU Chips Act alweer aan een update toe is. En de Cloud and AI Development Act (CADA), met als doel om Europese datacentercapaciteit in vijf tot zeven jaar te verdrievoudigen, wordt verwelkomd. Want de achterstand is groot.  De Commissie krijgt de handen op elkaar voor de intentie krachtiger en directer in te grijpen in de it-structuren en de software-inkoop van EU-lidstaten. Althans in Europa, want Amerika is daar natuurlijk niet van gecharmeerd.  Proactiever De rode lijn in het pakket is dat de EU niet louter een rol als afnemer van diensten moet spelen, maar dat de Europese Commissie een proactieve rol als vormgever ambieert. Vicevoorzitter Henna Virkkunen spreekt van een historische systeemverschuiving.  Viervijfde van de digitale producten, cloud, software, infrastructuur en andere diensten die de EU-lidstaten afnemen, komen van niet-EU-aanbieders. Nu geeft de EU jaarlijks voor 264 miljard euro uit aan Amerikaanse it. Als alleen maar een klein deel daarvan in de EU kan blijven, zou dat een enorme ‘boost’ voor de Europese it-sector betekenen.  Daar komt nog bij dat geopolitiek en technologie nu onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Daarom moet Europa de controle over zijn toeleveringsketens en data terugkrijgen, vindt de Virkkunen. Tech-commentator Bert Hubert ziet het als een groot winstpunt dat de Europese Commissie zijn eigen data, die nu vooral door Amerikaanse hyperscalers worden beheerd, gaat terughalen.  Over de uitvoerbaarheid en de geopolitieke balans roept het pakket nog wel veel vragen op. En gedurende de uitwerking van de plannen wat jaren gaat duren, zullen daar nieuwe vragen bij komen. Het streven om de digitale autonomie en veerkracht van Europa te versterken komt sympathiek over, maar bij de uitwerking kunnen wrijvingen ontstaan.  Aanbestedingen Neem bijvoorbeeld het idee om Europese aanbieders van cloud en data-infrastructuur voorrang te geven bij aanbesteding van overheidsprojecten met een kritiek karakter. Dat plan heeft meteen al geleid tot een woedende reactie van de Amerikaanse EU‑ambassadeur die vindt dat daarmee een rode lijn wordt overschreden. Het verwijt van discriminatie en protectionisme ligt dan snel op de loer. En belangenorganisaties uit de VS gooien het nu al over die boeg. Zoals gewoonlijk bij dit soort grote beleidsoperaties vormen zich aan Europese zijde twee kampen: mensen en organisaties die vinden dat de plannen niet ver genoeg gaan en lieden die juist het tegendeel bepleiten. Europarlementariër Kim van Sparrentak (Pro) betreurt het ontbreken van meer duidelijke verplichtingen voor overheden om voor Europese cloudaanbieders te kiezen. Ze wil een hardere lijn: ‘We moeten ons zo snel mogelijk bevrijden van Amerikaanse Big Tech. Onze data zijn niet veilig in hun handen, we maken onszelf kwetsbaar voor chantage en we spekken de Amerikaanse economie terwijl onze eigen techsector wegkwijnt.’ Europarlementariër Bart Groothuis (VVD) vreest dat het pakket weinig effectief zal zijn als de EU geen eigen open source ai-modellen weet te ontwikkelen. Daar zou veel meer in moeten worden geïnvesteerd.  Meer in het algemeen vindt NLdigital het jammer dat er geen directe investeringen zijn toegewezen. De ambities van de Commissie zijn niet haalbaar zonder bijpassende financiering, zo benadrukt deze spreekbuis van de Nederlandse digitale sector. NLdigital onderschrijft de intenties van het Sovereignty Package. Maar in ‘Brussel’ had daar meer geld voor op tafel moeten komen, zeker als de gigantische investeringen in de VS en China in ogenschouw worden genomen.  Het stimuleren van de Europese capaciteiten is goed voor de digitale sector in Nederland, stelt NLdigital. Het pakket moet het verplaatsen van data tussen aanbieders (dataportabiliteit) en het creëren van open standaarden bij de aanbieders (interoperabiliteit) gaan bevorderen. Dit voorkomt afhankelijkheid van één leverancier. Datacenters Voor de datacentersector is de Cloud and AI Development Act (CADA) het meest relevante onderdeel van het hele Tech Sovereignty Package. Doel is de Europese datacentercapaciteit binnen vijf tot zeven jaar te verdrievoudigen. Een systeem van Strategic Projects moet de vergunningverlening aan Europese partijen vereenvoudigen. Voor cloud- en ai-diensten komen soevereiniteitseisen. De wet wil ook investeringen in Europese compute-infrastructuur stimuleren. CADA introduceert vier niveaus van cloud soevereiniteit. Dat zijn controle over de dienstverlening, controle over de toeleveringsketen van de ai-dataverwerking, het verwerken van deze data zelf en de locatie van de infrastructuur en de cybersecurity.  De Nederlandse Soevereine Datacenter Coöperatie (NSDC) merkt op dat de Commissie een veel assertiever industriebeleid wil voeren rond digitale soevereiniteit.  CADA stelt niet expliciet dat soevereine datacenters voorrang moeten krijgen, zo blijkt uit een analyse van de NSDC. Het pakket omhelst geen verplicht Europees inkoopbeleid, want dat zou de relatie met de VS te veel schaden. Wel komen er meerdere mechanismen waarmee deze datacenters feitelijk een voorkeurspositie krijgen bij vergunningen, toegang tot schaarse infrastructuur en ondersteuning bij vergunningverlening.    De Dutch Data Center Association (DDA) vindt dat Europa terecht kiest voor een steviger digitaal fundament. ‘De geopolitiek vraagt om meer Europese regie, van chips tot datacenters en software, en als DDA  steunen wij die richting. Dat Europa nu concreet inzet op eigen digitale infrastructuur, open source en Europese cloudcapaciteit is een logische en noodzakelijke stap.’ De DDA wijst erop dat soevereiniteit geen eenduidig begrip is. ‘Digitale infrastructuur bestaat uit vele lagen, en een volledige scheiding tussen Europees en niet-Europees is in de praktijk zelden realistisch of wenselijk. Soevereiniteit over data is bovendien wezenlijk iets anders dan soevereiniteit over vitale systemen. Een zwart-wit-benadering miskent die complexiteit en werkt contraproductief.’ Volgens de DDA is het logisch dat overheden en organisaties met vitale processen vaker en bewust zullen kiezen voor Europese aanbieders en hogere soevereiniteitsniveaus. ‘Europese bedrijven die wereldwijd actief zijn, of organisaties met internationale klanten en toeleveringsketens, maken andere afwegingen waarbij ook niet-Europese infrastructuur een legitieme rol kan spelen. Ook gezien het gebrek aan wereldwijd opererende Europese spelers. Beide keuzes zijn valide, mits bewust gemaakt op basis van een heldere risicoanalyse. Bestaande Europese kaders, zoals het EU Cloud Sovereignty Framework, bieden daarvoor al bruikbare handvatten.’ Wel plaatst de DDA een kritische kanttekening: de ambitie voor strategische autonomie staat in schril contrast met de dagelijkse realiteit van toenemende regeldruk, steeds langere vergunningstrajecten en aanhoudende netcongestie. Dat vraagt om afgestemd en consistent beleid. ‘Zonder dat dreigt Europa zichzelf verder vast te zetten, en raken we nog verder verwijderd van het doel dat deze soevereiniteitsagenda nu juist beoogt te bereiken.’
computable
04-06-2026 13:56