emerce

156 nieuwsberichten gevonden
Nieuwe directieleden LevelUp Group
12 uur
LevelUp Group stelt per 1 juli een vernieuwde groepsdirectie aan om de samenwerking tussen haar gespecialiseerde labels verder te versterken. Ceo David Beentjes moet een grotere directietafel kopen, want daar moeten niet twee maar vier stoelen omheen passen. Willem van der Steen stopt als cco en vertrekt. Zijn positie wordt overgenomen door Dyon Metselaar. Cathrin van Waveren wordt chief operations officer (coo), en als zodanig verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding, en Janus de Visser wordt hoofd Product. Met de uitbreiding van de directie kunnen de zes losse agencies van de groep zich meer richten op hun respectievelijke specialismes. De groepsdirectie richt zich op de algehele koers en het faciliteren van de bureaus, legt Metselaar aan Emerce uit. “Een heldere koers en strategie zijn nodig door de actuele ontwikkelingen op de markt. AI neemt het werk van generalisten over, dus moéten we ons nog dieper specialiseren. Het bedrijfsmodel van bureaus staat onder druk, want waar huur je een bureau voor in?” De Visser: “Door intensievere samenwerking tussen labels, efficiëntere processen, gecombineerde proposities en een centrale strategische aanpak kunnen we klanten beter helpen groeien.“ De afzonderlijke labels houden ongewijzigd hun eigen directies, want LevelUp Group tuigde die op als waren het onafhankelijke cellen. “We zorgen ervoor dat zij meer focus kunnen nemen.” Tot de groep behoren Cloud Nine Digital, ClickValue, NetProfiler, C2B, Leadscope en Pi Marketing.
Zoeken intuïtiever, conversie omhoog bij Dé VakantieDiscounter
14 uur
Dé VakantieDiscounter ziet zijn conversies stijgen sinds het natuurlijke taal toevoegde aan de filters op zijn zoekpagina. Dat komt doordat de consument met AI heeft leren werken. In plaats een enkele zoekterm in te vullen, zoals je Google gebruikt, tikken ze langere zoektermen in. Meer woorden, hele zinnen. Het datateam Dé VakantieDiscounter heeft zijn zoekinterface daarop aangepast, met positief resultaat. Het is niet zo dat alle gebruikers nu helemaal overstag zijn, maar Anton Buning merkt in A/B-testen wel een verschil. Op de zoekpagina kan de klant inmiddels in gewone zinnen intypen wat hij zoekt, waarna het systeem die tekst vertaalt naar de bestaande filters. Dat klinkt als een cosmetische ingreep, maar onder de motorkap gebeurt iets interessanters. Waar een traditioneel filter blijft hangen bij ‘aan het strand’, typt de klant nu bijvoorbeeld ik wil naar een zandstrand’. Dat verschil, strand versus zandstrand, legt een nuance bloot die in het oude filtermodel onzichtbaar bleef. Betere zoekresultaten leiden in deze context tot hogere conversieratio’s. Omdat het zoeken fijnmaziger wordt, blijven bezoekers bovendien langer op de site hangen. Dit nieuwe gedrag van de consument, ook elders al gerapporteerd, dwingt de reisaanbieder om zijn eigen datastructuur opnieuw in te richten. Dat vertelt head of Product Anton Buning van Dé VakantieDiscounter in een interview op Emerce TV. Het begrijpen van de klant en het verbouwen van de eigen data gaan hand in hand. Een tweede ontwikkeling waar Buning bij stilstaat, raakt aan een werkveld dat nog volop in beweging is: GEO, oftewel generative engine optimization. Het is de nieuwe vindbaarheidsstrategie van Dé VakantieDiscounter en lijkt op het vertrouwde SEO, maar het mechanisme eronder is een andere. En daar wringt het. Bij SEO viel vrijwel alles inzichtelijk en meetbaar te maken, bij GEO raak je een stuk controle kwijt. “Je weet domweg niet hoe zichtbaar je bent.” De vraag die het bedrijf zichzelf stelt, is tweeledig. Hoe zorg je dat je content op de eigen websites toegankelijk is voor de large language models? En hoe blijf je daarnaast zichtbaar op andere sites, zodat je je autoriteit bevestigt? Om een blik in die blackbox te krijgen lanceerde Dé VakantieDiscounter enkele weken geleden een eigen app binnen ChatGPT. Buning noemt het nadrukkelijk een minimum viable product. De tractie is tot nu toe mager, mede doordat de app-functie binnen ChatGPT zelf nog weinig bekend is bij gebruikers. De inzet is dan ook niet het directe rendement, maar de learnings.
‘Smartphone deels oorzaak dalende geboortecijfers’
15 uur
Het gebruik van smartphones zou wel eens een rol kunnen spelen bij de wereldwijd dalende geboortecijfers. Vrouwen krijgen steeds minder vaak kinderen. Economische redenen verklaren dat onvoldoende. Smartphones gaan gepaard met minder sociale contacten, meer pornoconsumptie, minder geslachtsgemeenschap en meer toegang tot informatie over anticonceptie. Het effect van de smartphone op het geboortecijfer is meer dan louter correlatie, zeggen de economen Caitlin Myers en Ezekiel Hooper van Middlebury College in Vermont, al verklaart het niet het hele verhaal. Zij definiëren het begin van het tijdperk van moderne smartphones met de introductie van de iPhone in 2007. Op basis van uitgebreide analyses van de jaren 2007 tot 2011 komen zij tot de conclusie dat de verspreiding van de iPhone, afhankelijk van de gebruikte rekenmethode, tussen een derde en iets meer dan de helft van de daling van het geboortecijfer in de Verenigde Staten verklaart. De beperking tot de periode tot 2011 komt doordat de iPhone een uitzonderingspositie had en tot 2011 slechts in delen van de VS bruikbaar was. Android-smartphones waren toen schaars en, voor zover aanwezig, aanvankelijk alleen beschikbaar in vrijwel hetzelfde dekkingsgebied. Dat maakt het mogelijk de ontwikkeling te vergelijken tussen gebieden mét en zonder smartphones, uitgesplitst naar de meer dan 3.000 districten van de Verenigde Staten. In 2024 lag het geboortecijfer onder Amerikaanse tieners (15–19 jaar) al zo’n 70 procent lager dan in 2007. Bij vrouwen van 20 tot 24 jaar bedroeg de daling 47 procent. Bij oudere moeders is de terugval kleiner; vanaf 35 jaar worden zelfs meer baby’s geboren. Dat heeft echter minder gewicht, omdat moeders van die leeftijd relatief zeldzaam zijn. In totaal bedraagt de daling 22 procent.
Prosus wordt AI-native organisatie, integreert Toqan Claw bij restaurants
16 uur
Prosus heeft dinsdagmiddag Toqan Claw gelanceerd, een AI-platform waarmee ondernemers zonder technische kennis hun eigen apps, dashboards en geautomatiseerde processen kunnen bouwen. De Amsterdamse investeerder, bekend van belangen in Thuisbezorgd-moeder Just Eat Takeaway, OLX en talloze andere platformen, brengt de Toqan-extensie in bèta naar zijn vijf miljoen ecosysteempartners, van restaurants tot winkeliers en hoteliers. De kern van de presentatie van Prosus-ceo Fabricio Bloisi in het kort: “Iedereen heeft toegang tot een AI-model. Dat is geen voordeel meer.” Wat volgens hem wel het verschil maakt, is wat een bedrijf eromheen bouwt: de data, de context en de feedbackloops die een model nuttig maken in de dagelijkse praktijk. Prosus zegt daar de afgelopen maanden intern aan te hebben gewerkt en spreekt over 60.000 agents die medewerkers zonder programmeerervaring hebben gemaakt, waarvan er 20.000 maandelijks worden gebruikt. Daarmee zijn inmiddels 13.000 deelbare apps gebouwd. Die apps zijn gebaseerd op data uit de aangesloten restaurants, wat de basis vormt van het AI-systeem Toqan. Dat is enkel voor Prosus-bedrijven toegankelijk. Een IP-advocate, die zorg draagt voor bescherming van het merkrecht, bouwde bijvoorbeeld een tool die automatisch internet afstruint en naar juridische schuinsmarcheerders zoekt. Onder de motorkap draait Toqan Claw op het zogeheten Large Commerce Model, een eigen AI-model dat Prosus zegt te hebben getraind op gegevens van ruim een miljard klanten en 500 miljoen dagelijkse interacties uit zijn portfolio. Volgens AI-hoofd Ioannis Zempekakis is de tool no-code en bewust gebouwd voor niet-technici: gebruikers beschrijven in gewone taal wat ze nodig hebben, waarna het systeem een werkende app genereert. Niet meer een PowerPoint maar een live HTML-applicatie. Toqan kiest daarbij per taak welk van ruim twintig onderliggende modellen het beste past. Dat is een combinatie van closed en open source-modellen, waaronder ook DeepSeek, Qwen en Kimi. Prosus zoekt per taak het best passende model. Het bedrijf vroeg bij de presentatie in Amsterdam ook twee ondernemers op het podium om hun prille ervaringen met Toqan te delen. Eva Akkerhuis van koffie- en broodjesketen Lebkov & Sons, met zeven vestigingen en zo’n 600.000 transacties per jaar in vijf steden, vertelde hoe haar bedrijf op 6 mei begon met het invoeren van alle bedrijfsdata. “Toqan is verslavend, je krijgt inzichten die je nooit eerder zag”, zei ze. Het systeem maakte volgens haar zichtbaar waarom de ene vestiging vier procent groeide en de andere zestig, iets wat ze met haar gangbare business intelligence niet boven tafel kreeg. Brood van de ene leverancier bleek bijvoorbeeld beter te verkopen dan van de andere, een dienstrooster kon een uur naar voren om piekdrukte beter op te vangen en een klantentrouwprogramma in de Bijlmer leverde in één week dertig procent meer omzet op. Akkerhuis, nog herstellend van de coronaperiode waarin ze een vestiging moest sluiten, mikt op dertig procent groei op jaarbasis. Vergelijkbare verhalen kwamen van Poké Perfect, een Amsterdamse pokébowlketen met veertien vestigingen en zo’n driehonderd medewerkers. Mede-oprichter Gerrit Jan Witzel vertelde hoe operationele vragen vanuit de locaties voortaan via een WhatsApp-chatbot worden afgehandeld in plaats van telefonisch of via een Dropbox-omweg. “Zit er gluten in een bowl?” en “Wat te doen bij internetstoring op deze locatie?” Het systeem kreeg alle handleidingen ingevoerd en put daaruit voor een werkbaar antwoord. Een andere ondernemer die zijn GPS-bezorgdata in Toqan stopte, zag zijn routes efficiënter worden. Hij kon naar eigen zeggen 25 procent meer orders bezorgen en bespaarde 20.000 euro per maand aan logistieke kosten. Naast Toqan Claw maakte Prosus ook Zapia wereldwijd beschikbaar, een AI-assistent gericht op consumenten. Waar Toqan Claw de ondernemers bedient, mikt Zapia op de vraagkant. De assistent voert taken zelfstandig uit: niet een lijstje met restaurantsuggesties, maar het daadwerkelijk boeken van een tafel, het peilen van voorkeuren in een familie-WhatsApp en het afronden van de reservering. Het portfoliobedrijf begon ooit bovenop WhatsApp, verwierf daar in negentig dagen een miljoen gebruikers en werd vervolgens, naar eigen zeggen, van het platform geschopt. Inmiddels gebruiken volgens Prosus meer dan zes miljoen consumenten in Latijns-Amerika de assistent. Bloisi noemde dit type AI-levensassistent ‘de grootste verschuiving in hoe mensen met de digitale economie omgaan sinds de smartphone’. Achter de productlancering schuilt een breder strategisch verhaal dat Prosus tijdens de sessie niet onder stoelen of banken stak. Global head AI Euro Beinat formuleerde het met: de beweging naar AI-native organisaties is geen modegril maar economische logica. Een organisatie kan met AI meer doen met dezelfde mensen, betoogde hij, en in dat plaatje is de mens de beperkende factor geworden.  
Dropbox breidt dataopslag in de EU uit
17 uur
Dropbox kondigt de uitbreiding van zijn Europese infrastructuur aan met nieuwe locaties in Parijs en Frankfurt. Dat doen de Amerikanen vanwege een merkbaar toenemende vraag naar lokale dataopslag en -beheer. De locaties komen in Parijs en Frankfurt. “Door een eigen infrastructuur in Europa te beheren, versterkt Dropbox ook zijn vermogen om op de lange termijn strategisch nieuwe diensten in de regio uit te rollen.”, aldus Eric Webster van Dropbox. Het thema digitale soevereiniteit stond vorige week ook hoog op de agenda op Vivatech in Parijs. In een aparte track waren er tientallen sprekers over het onderwerp, vooral gericht op het creëren van bewustwording over het thema. Overigens voorkomt het op Europese grond hosten door een Amerikaanse provider nog steeds niet dat VS-inlichtingendiensten geen toegang hebben tot die data. Voor de Cloud Act is locatie van de data niet relevant. Elk Amerikaans bedrijf moet zijn overheid op verzoek toegang geven, ook al gelden daar wel strikte procedures voor. Niettemin is dat een proces dat achter gesloten deuren plaatsvindt. Dropbox heeft wereldwijd 700 miljoen gebruikers. Op het Europese vasteland bestaan meerdere alternatieven van eigen bodem voor het opslaan en delen van bestanden. Daaronder: Proton Drive, Tresorit en Swisstransfer. Vorige maand maakte oprichter Drew Houston bekend dat hij Dropbox gaat verlaten. Hij is zijn opvolger aan het inwerken.
ChatGPT in Cannes tegen reclamebranche: ‘We komen er aan’
18 uur
OpenAI toont zich deze dagen prominent aan de Europese reclame-industrie op het reclamefestival in Cannes. De boodschap is, dat de Amerikanen opgelijnd staan om zijn reclameproduct internationaal uit te rollen. Wanneer dat exact is, houden ze voor zich. Maar het bedrijf laat er geen misverstand over bestaan dat het een stevige reclamebusiness wil optuigen. Aan investeerders zou zijn verteld, dat het streven is om tegen 2030 een bruto advertentie-omzet te genereren van 100 miljard dollar. Hoe groot dat ook klinkt, zo onrealistisch is het wellicht niet eens. Ter vergelijking: Google noteerde over de eerste drie maanden van dit jaar een omzet van 77 miljard dollar. En ChatGPT heeft vandaag de dag tegen de één miljard gebruikers per week, van wie twintig procent een vraag stelt met commerciële intentie. Het wordt de kunst om het gat tussen zoekvraag en antwoordsuggestie zo klein mogelijk te maken. Zelf zegt OpenAI dat ze met een reclameproduct komen dat nog niet bestaat op de markt. Hoe dat eruit gaat zien, lichtte Dave Dugan in zijn presentatie niet toe. Wel is duidelijk wíe reclame te zien krijgt bij het gebruik van ChatGPT. Dat zijn de mensen die de gratis versie van de chat-app inzetten en houders van het goedkoopste abonnement. OpenAI bereidt de lancering van nieuwe producten voor die strategisch afstand nemen van ChatGPT als kernproduct. De chatbot zal worden doorontwikkeld richting een super-app die codingtools en AI-agents combineert. Met een slimme chatbot alleen gaat OpenAI de spreekwoordelijke oorlog niet winnen, omdat Claude, Gemini en ook Grok wel al meer bieden dan alleen dat. Foto: Bruno Ngarukiye / Unsplash
WPP: ‘Niet mens maar machine neemt aankoopbeslissing’
18 uur
Reclamereus WPP verwacht dat reclamebudgetten in de komende vijf jaar radicaal anders worden uitgegeven. Reclame verschuift van media- naar commerce-omgevingen, een setting waar machines serieuze beslissers zullen worden. De Engelse groep publiceert zijn herziene marktcijfers, met daarin verwachtingen hoe wereldwijd reclamebudgetten zullen worden uitgegeven. Daarin drie wezenlijke krachten die mediaplanners tot scherpte dwingen. Ten eerste: “De tijd die consumenten besteden aan sociale platforms zal naar verwachting stabiliseren of afnemen.” Vervolgens: “Leeftijdsgebonden toegangsbeperkingen worden wereldwijd van kracht” en: “AI-chatbots ontpoppen zich als concurrerende platforms waarop consumenten steeds meer tijd doorbrengen.” Dat laatst leidt ertoe dat adverteerders meer geld zullen uitgeven aan reclame bij de ChatGPT-achtigen. WPP rekent voor dat dat over zes jaar zelfs meer dan 100 miljard dollar zou kunnen zijn, versus nu 100 miljoen. Maar de Britten maken wel een kanttekening daarbij. “De commercie, met name de detailhandel, vormt steeds meer de basis waarop de reclame-industrie is gebouwd. Commerciële boodschappen die gericht zijn op mensen om hun gedrag te beïnvloeden, zijn mogelijk niet langer voldoende in een tijdperk waarin een aanzienlijk deel van de commercieel relevante beslissingen wordt genomen door niet-menselijke systemen, zoals AI-agenten.” Merkbouwende reclame zal vanuit dat perspectief moeten plaatsvinden buiten de transactionele kanalen een meer op moderne massamedia. “Je bouwt geen merk met een chatbot of een socialvideo van twee seconden. Dat gebeurt wel in omgevingen die tot interactie dwingen, context bieden en vertrouwen geven. Dat zijn kanalen als streaming TV, live sport, premium publishing, buiten- en bioscoopreclame en wellicht nieuwe dragers zoals connected vehicles, AR en robots.“ Foto: Doon _MUC / Unsplash
Oekraïne ontsluit slagvelddata via cloud aan defensiepartners
1 dag
Oekraïne ontsluit voor de tweede keer in korte tijd een immense hoeveelheid data uit het slagveld. Het doel: defensiepartners optimaal informeren om verdedigingsmateriaal te ontwikkelen. Vandaag gaat het om het TrophyLab-platform dat binnenkort online gaat aan geselecteerde gebruikers. Te denken valt aan bedrijven, overheden en onderzoeksinstellingen. Zij krijgen toegang tot een zee aan data over militair materiaal dat op het slagveld is verzameld en gecatalogiseerd. Van elk brokje wordt technische specificaties gedeeld, foto’s, schema’s en op verzoek worden samples verzonden. “Je kunt er vijandelijke systemen analyseren, hun ontwerp bestuderen, zwakke punten vinden en effectieve tegenmaatregelen ontwikkelen”, schrijft de site van het ministerie van Defensie. Enkele weken geleden publiceerde Oekraïne een vergelijkbare dataset via een cloudomgeving, maar dan specifiek rondom drones en andere realtime dynamieken vanaf het slagveld. Het doel is om externe partners daarmee hun AI-modellen te laten trainen, zoals het land zelf doet met zijn DELTA-systeem.
Grootste webbrowsers maken vuist tegen captcha’s
1 dag
Cloudflare heeft Mozilla, Google en Microsoft achter een nieuw protocol gekregen dat moet aantonen dat webverkeer te vertrouwen is, zónder de gebruiker te identificeren of te volgen. De technische partijen gaan samen het zogeheten Private Access Control Tokens-systeem ontwikkelen. Kortweg: PACT. Het doel daarvan is tweeledig. Enerzijds het irritante klikwerk van captcha’s wegnemen uit de werel van de internetgebruiker. En aan de andere kant de verborgen praktijken van fingerprinting overbodig maken. Het achterliggend idee is simpel. Een site die een gebruiker goed kent, kan een anoniem token uitgeven. Een soort muntje dat bevestigt een soort vriend van een vriend te zijn. De webbrowser toont dat token aan andere sites om te bewijzen dat er een mens aan de knoppen zit. Die sites kunnen er niemand mee volgen of herleiden naar surfgedrag. Maar de wetenschap dat het geen script of bot is, is voldoende om geen technische drempels op te werpen. Het feit dat naast Google Chrome ook Shopify ook meedoet, vergroot de poel met ‘bekende gebruikers’ aanzienlijk. De techniek bouwt voort op Privacy Pass, dat Cloudflare al sinds 2017 gebruikt en dat als RFC is vastgelegd. Apple draait er met zijn Private Access Tokens al jaren op, maar de browsers bleven achter. Recente cijfers van Cloudflare laten zien, dat websites tegenwoordig meer bezoekersverkeer krijgen van AI-bots dan van mensen. Foto: Adil Edin / Unsplash
OTTO Group sluit strategisch AI-pact met Google
1 dag
Een van Europa’s grootste retailers, OTTO Group, sluit een strategische samenwerking met Google om diens AI-diensten groepsbreed af te nemen. In een tijdsgewricht waarin soevereiniteit een hot topic is, gaat OTTO Group volledig voor een AI-cloud van Google. De bedrijven kondigden vorige week een samenwerkingsverband aan voor de merken Crate & Barrel, Bonprix en OTTO. De Duitsers zien AI niet als een van de vele digitale grillen, maar schatten het in als drijver van vernieuwing in de retailsector. “Met een bewezen staat van dienst in het succesvol managen van elke grote verandering in de retailsector gedurende decennia, slaat de Otto Group nu de weg in naar AI-commerce. Het bedrijf beschouwt AI-commerce als een bepalende verandering die een AI-gerichte denkwijze vereist en technologie een integraal onderdeel maakt van het denken, de besluitvorming en de werkwijze van de organisatie.” Concreet betekent dit, dat de retailgroep zijn medewerkers gaat trainen op een AI-first denk- en werkwijze. “Technologie is een integraal onderdeel van het denken, de besluitvorming en de werkwijze van de organisatie.” De Google-investering is onderdeel van een breder pakket waarbij het bedrijf 350 miljoen euro investeert in vernieuwende IT. De eerste zichtbare AI-initiatieven uit het Google-kamp zijn: een digitale shopping agent bij Crate & Barrel die de ’kenmerkende gastvrijheid en hoogwaardige selectie van het merk’ overbrengt en, als tweede, productontwikkeling bij Bonprix. Daar loopt momenteel een pilot die de eerste fases dekt: trendontdekking, passendheid bij het eigen assortiment en productdesign. En bij het merk OTTO zelf krijgt diens app en tekst- en spraakinteractie in combinatie met kennis over de volledige productcatalogus.
MKB wendbaarder dan grootbedrijf met digitale afhankelijkheid
1 dag
Kleinere Nederlandse bedrijven zijn vaker dan grote concerns al deels overgestapt op Europese cloud- en software-oplossingen. Waar 17 procent van het MKB de stap richting Europese aanbieders al heeft gezet, blijft het grootbedrijf op 12 procent steken. Dat blijkt uit het Cybertrends-rapport 2026 van ABN AMRO dat vanochtend verschijnt. Dat is opvallend, omdat grote bedrijven op andere punten betere scoren. Ze hebben vaker responsplannen klaarliggen voor een cyberaanval (49 tegenover 26%), oefenen vaker en investeren een hoger deel van de omzet in beveiliging. Het MKB is meer praktisch dan strategisch ingesteld en kijkt vooral naar de prijs, wat cyberveiligheid als IT-investering kost. Volgens de schrijvers van het rapport is de verklaring voor de sterkere EU-focus van kleine bedrijven eenvoudig: ze schakelen sneller. Maar ook: een groter concern heeft vaak een complex contract met Microsoft-achtige groep. Overstappen is een een langdurig proces van processen ontvlechten. Bijna de helft van de Nederlandse bedrijven is deels of zelfs heel sterk afhankelijk van Amerikaanse cloud- en AI-aanbieders. Het gaat om 35 procent van de zzp’ers, 46 procent van het MKB en 60 procent van het grootbedrijf. De cloudmarkt is voor zo’n 70 procent in handen van Amerikaanse techreuzen. Wel stelt het rapport dat inmiddels tweederde van de organisaties actie onderneemt om die afhankelijkheid te verkleinen door alternatieven te onderzoeken. Begin april overhandigde de Open Cloud Alliantie, een initiatief van Centric, Info Support, Intermax, KPN, Nebul, Previder en Uniserver, een manifest waarin ze het kabinet en de Tweede Kamer oproepen een voorkeur uit te spreken voor Nederlandse en Europese cloudoplossingen bij overheidsopdrachten. Naast soevereiniteit geeft het onderzoek ook ruim aandacht voor digitale veiligheid in bredere zin. Het aandeel bedrijven uit midden- en kleinbedrijf dat door cyberboeven werd benaderd, daalde van 72 naar 60 procent. Onder zzp’ers ging dat van 57 naar 48 procent en het deel van de bedrijven dat daadwerkelijk schade leed zakte van 20 naar 15 procent. ABN AMRO ziet daarin echter geen reden tot gerustheid. De daling komt vooral voort uit verbeterde basishygiëne: e-mailbeveiliging die phishing tegenhoudt en endpoint-monitoring die verdachte activiteit in de kiem smoort en sneller optreden bij dreiging. Daar staat tegenover dat aanvallen sneller en geloofwaardiger worden en makkelijker op te schalen.
Nederlandse boekenwereld komt met eigen AI-infrastructuur
1 dag
Een coalitie van uitgevers en CB lanceert een nieuw platform om het gebruik van boeken door AI-partijen in goede banen te leiden: Bookpact.ai. Daarop kunnen uitgevers via opt-in per titel bepalen óf en hoe een boek gebruikt mag worden door AI-bedrijven, een vergoeding voor dat gebruik afspreken en inzicht houden in het gebruik. Boeken worden momenteel wereldwijd massaal gebruikt voor AI-trainingen en andere toepassingen, vaak zonder toestemming en zonder vergoeding aan auteurs of uitgevers. ‘Het hebben van een eigen AI-infrastructuur voor boeken levert auteurs en uitgevers controle en een sterkere onderhandelpositie op om afspraken te kunnen maken met AI-partijen. Maar het allerbelangrijkste aan Bookpact.ai is dat auteurs en uitgevers zeggenschap houden over hun eigen boeken. Deelname is vrijwillig, en kan per titel en per gebruikstype verschillen. Training is iets anders dan samenvatting, vertaling is iets anders dan citeren. Wie niet wil, kan ‘nee’ zeggen. Wie wel wil, bepaalt zelf de voorwaarden,’ aldus Sander Ruys, oprichter Maven Publishing & initiatiefnemer Bookpact.ai. De Europese regelgeving rond AI en auteursrecht is volop in beweging. De EU AI Act is van kracht, en de verplichtingen rond transparantie en copyright compliance voor AI-bedrijven worden concreter. Bookpact.ai biedt naar eigen zeggen een oplossing voor AI-bedrijven om op een gestructureerde en schaalbare manier afspraken te maken, met gedocumenteerde toestemming, heldere licentievoorwaarden en aantoonbare vergoeding aan rechthebbenden. Voor uitgevers en auteurs betekent dit dat er nu een infrastructuur bestaat die hen in staat stelt actief te beslissen over óf en hoe hun werk wordt gebruikt. Het Nederlandse boekenvak neemt hiermee een voortrekkersrol in Europa. Uitgevers die zich aansluiten gaan de komende tijd in gesprek met hun auteurs over deelname. Bookpact.ai is toegankelijk voor alle geïnteresseerde uitgeverijen en wordt ondersteund door Lannoo Groep, VBK, WPG en Maven Publishing en door CB. De zes uitgangspunten van Bookpact.ai: De AI-economie verandert bijna wekelijks en ook de wetgeving is nog volop in ontwikkeling. Daarom werken we vanuit zes uitgangspunten: 1. Toestemming vooraf: Auteurs en uitgevers hebben het recht om vooraf te bepalen óf en hoe hun werk gebruikt mag worden door AI partijen. Toestemming wordt gegeven per titel, per AI-klant, per gebruik en met een specifieke looptijd. 2. Eerlijke vergoeding: Auteurs en uitgevers hebben recht op een eerlijke vergoeding voor het gebruik van hun werk. De mogelijkheid om ‘nee’ te kunnen zeggen tegen specifieke afspraken, nu en in de toekomst, is hier een voorwaarde voor. 3. Inhoudelijke integriteit en bronvermelding: AI-toepassingen geven meestal een inhoudelijke interpretatie van het werk in plaats van een exacte weergave. Of het nu een samenvatting, visualisatie, interactieve toepassing of anderszins is: auteurs hebben er recht op dat het inhoudelijk klopt en met correcte bronvermelding. 4. Traceerbaarheid: Auteurs en uitgevers hebben recht op traceerbaarheid, meetbaarheid en heldere rapportage van hoe hun werk gebruikt wordt binnen elke AI-toepassing, inclusief trainingsdata. 5. Europese focus: Bookpact.ai is ontworpen zodat het niet afhankelijk is van één technologisch platform en kiest waar mogelijk altijd voor open source en Europese alternatieven. 6. Duurzaamheid: AI is energie-intensief. Bookpact.ai geeft voorrang aan AI-partijen die hun energie- en klimaatimpact transparant rapporteren en aantoonbaar beperken.
VNLOK gaat Meta dagvaarden voor verspreiden van illegale gokreclames
1 dag
Brancheorganisatie VNLOK gaat Meta dagvaarden en dient een klacht in bij de Europese Commissie vanwege het grootschalig verspreiden van illegale gokreclames op Facebook en Instagram. Volgens VNLOK schieten de maatregelen van het techbedrijf structureel tekort, terwijl kwetsbare groepen – waaronder jongeren – massaal door de illegale gokreclames worden bereikt. Meta weigert volgens de organisatie al geruime tijd om inhoudelijk het gesprek aan te gaan met de Nederlandse brancheorganisatie van legale online kansspelaanbieders. VNLOK kondigt nu aan dat zij zowel juridische stappen neemt als de Europese Commissie inschakelt. De illegale gokmarkt is in Nederland inmiddels ongeveer net zo groot als de legale markt. Jaarlijks gaat er naar schatting ruim 1 miljard euro om in illegale online kansspelen. “Dat is niet alleen een economisch probleem, maar vooral een groot risico voor consumentenbescherming. Illegale aanbieders houden zich niet aan regels rond verslavingspreventie en richten zich actief op kwetsbare groepen zoals minderjarigen en probleemspelers,’ zegt VNLOK-voorzitter Björn Fuchs. VNLOK doet al langere tijd onderzoek naar advertenties voor illegale goksites. Daaruit blijkt dat in het laatste kwartaal van 2025 gemiddeld ruim 70.000 op Nederland gerichte gokadvertenties zichtbaar waren op de Meta-platforms. Meer dan 95 procent van deze gokpromotie was afkomstig van illegale aanbieders, met maandelijks tientallen miljoenen impressies onder Nederlandse consumenten. Nog geen 5 procent van deze advertenties werd door Meta verwijderd. Illegale gokaanbieders bereiken de Nederlandse consument via Meta-platforms dus nog altijd op grote schaal. VNLOK is zeer kritisch op de aanpak van Meta. Het techbedrijf vertrouwt vooral op meldingen achteraf, via standaardtools voor gebruikers. ‘Dat is dweilen met de kraan open, aldus VNLOK. ‘Illegale aanbieders keren telkens terug met nieuwe advertenties. De Kansspelautoriteit doet maandelijks duizenden meldingen van illegale gokadvertenties bij Meta. Grote online platformen zijn wettelijk verplicht om te blijven investeren in detectie, monitoring en beperking van illegale gokadvertenties gericht op Nederlandse consumenten. Zolang Meta haar wettelijke verplichting niet nakomt, blijft de illegale markt groeien en worden kwetsbare spelers blootgesteld aan grote risico’s. Daarom stappen wij nu naar de rechter én naar Brussel.’ Volgens VNLOK verplicht de Europese Digital Services Act (DSA) zeer grote onlineplatforms zoals Meta om adequate maatregelen te treffen om de risico’s op illegale content op hun platform te beperken. Zeker als het structureel en grootschalig voorkomt. Gelet op de grote aantallen illegale gokadvertenties schiet dit systeem bij Meta structureel te kort. Het is niet de eerste keer dat Meta zich voor een Nederlandse rechter moet verantwoorden. In 2025 en 2026 werd Meta door de rechtbank en het Gerechtshof Amsterdam reeds bevolen om een structurele schending van de DSA te herstellen. ‘Nederlandse rechters hebben zich al vaker kritisch opgesteld richting Meta’, stelt VNLOK, ‘Het kan dus wél. En zonder dat dit een disproportionele belasting vormt’. Omdat overleg niets oplevert, zet VNLOK twee zware stappen: de organisatie vraagt een verklaring van de rechter dat Meta de DSA heeft overtreden en rechtstreeks aansprakelijk is voor de illegale inhoud; een bevel aan Meta om de DSA na te leven, bijvoorbeeld door betere systemen te gebruiken om problemen te voorkomen en op te sporen en een dwangsom voor elke dag dat Meta zich niet aan dit bevel houdt. VNLOK doet een kennisgeving aan de Europese Commissie en vraagt om onderzoek, handhaving en mogelijk sancties vanwege de schending van de DSA. De stap komt vlak voor een debat in de Tweede Kamer over online kansspelen en consumentenbescherming. Ook in Brussel groeit de aandacht voor illegale gokreclames op grote platforms. Europarlementariërs waarschuwden eerder al dat Meta een sleutelrol speelt bij de verspreiding van deze advertenties.
Topman JD.com: robots vervangen bezorgers uiteindelijk
1 dag
Hoe lang het duurt, valt niet te zeggen maar of robots op termijn menselijke bezorgers zullen vervangen staat vast. Dat zegt oprichter Richard Liu van de Chinese retailgigant JD.com, in Nederland vooral bekend van het puntig uitgevoerde nieuwe pan-Europese e-commerce-initiatief Joybuy. In het geval van zijn eigen bedrijf gaat het om 700.000 bezorgers die over het hele land online bestellingen van magazijn naar consument rijden. Liu zei dat afgelopen weekend op het Asia-Pacific Economic Cooperation CEO forum in Shenzhen. De Financial Times was erbij en schrijft er over. Het bezorgen van pakketjes, maaltijden en ander werk rondom online platform wordt in China gezien als wat laaggeschoolden verrichten. Dat zijn in het hele land nu zo’n 320 miljoen arbeiders. JD.com ziet de trend naar het automatiseren van werk en tuigt een systeem op waarbij zijn eigen koeriers kunnen worden omgeschoold. Technologisch gezien zijn robots nu nog niet in staat om handwerk van mensen over te nemen. Het ziet er echter wel naar uit dat deze situatie er over vijf à tien jaar anders kan uitzien.
Breedbandmarkt groeit nauwelijks meer
2 dagen
KPN groeit, Ziggo verliest klanten en de groei van Odido vlakt af: de Nederlandse consumentenbreedbandmarkt groeide in het eerste kwartaal 2026 met slechts 4.000 aansluitingen tot 7,76 miljoen lijnen. De markt lijkt de adem in te houden voor de komst van hollandsnieuwe en Ziggo op het glasvezelnetwerk van Delta Fiber later dit jaar. Dit blijkt uit het Telecompaper-rapport Dutch Consumer Broadband 2026-Q1. Glasvezel is nog altijd de motor van de markt: het aantal glasvezelaansluitingen voor consumenten steeg naar 3,78 miljoen, goed voor een marktaandeel van 48,7 procent, 2,9 procentpunt hoger dan een jaar eerder. Telecompaper verwacht dat de totale markt in 2026 met 0,7 procent groeit en dat glasvezel in 2030 een marktaandeel van bijna 60 procent bereikt. KPN (inclusief Solcon, Kabeltex en Youfone) is marktleider met een marktaandeel van 36,8 procent na 4.000 nettotoevoegingen. Ziggo verloor netto 9.000 klanten in het eerste kwartaal, minder dan in voorgaande kwartalen, en sloot het kwartaal af met 2,7 miljoen klanten en een marktaandeel van 34,8 procent. Odido voegde 13.000 breedbandklanten toe en bereikte 1,18 miljoen aansluitingen en een marktaandeel van 15,2 procent, 1,4 procentpunt hoger dan een jaar eerder. De groeiversnelling via FWA-dienst Klik&Klaar lijkt voorbij. Delta Fiber groeide met 2.000 nettotoevoegingen naar een marktaandeel van 7,3 procent. Om het klantverlies te keren lanceerde VodafoneZiggo in april breedband- en tv-diensten via hollandsnieuwe, aangeboden op het eigen kabelnetwerk. Pakketten kosten 35 euro per maand (100/25 Mbps) of 45 euro per maand (1 Gbps/100 Mbps), met vijf jaar prijsgarantie. Later in 2026 volgt een uitrol op het glasvezelnetwerk van Delta Fiber, voor gebieden waar Ziggo geen eigen netwerk heeft. Odido reageerde met een eigen prijsgarantie: drie jaar vaste prijs op 1 Gbps glasvezel vanaf EUR 40 per maand. ‘De markt staat op een kantelpunt’, zegt Kamiel Albrecht, senior analist bij Telecompaper en auteur van het rapport. ‘Ziggo verliest minder klanten dan eerder en zet nu stappen om weer te groeien. Of dat genoeg is om de trend te keren, wordt duidelijk in de tweede helft van 2026.’
Sendcloud boekt eerste winstcijfers
2 dagen
Softwarespecialist voor logistiek e-commerce Sendcloud sloot het jaar 2025 voor het eerst af met een operationele winst. De omzet over het hele jaar steeg met 24 procent tot 53,3 miljoen euro. Het ebitda-resultaat, het bruto bedrijfsresultaat, ging van elf miljoen negatief in 2024 naar een kleine twee miljoen euro positief in het daarop volgende jaar. Sendcloud uit Eindhoven maakte deze cijfers eind vorige week bekend. Het bedrijf bedient naar eigen zeggen 28.000 webwinkeliers met zijn software, die hen in staat stelt verzendlabels in bulk te printen die het best passen bij de vervoerswensen van de consument. De onderneming heeft afgelopen decennium ruim 150 miljoen euro venture capital opgehaald. Twee jaar geleden werd er hardop gefilosofeerd over een beursgang, die zou toen binnen drie jaar kunnen plaatsvinden. De financiële openheid die ze vandaag betrachten kan een signaal aan de markt zijn dat die kaarten nog niet van de tafel zijn. Eerder maakte het geen jaarresultaten bekend. Directeur Rob van den Heuvel: “We verwachten dat de omzet en de ebitda-marges in de loop van dit jaar verder zullen verbeteren.”
E-commerce Hornbach groeit naar 257 miljoen
2 dagen
De e-commerceactiviteiten bij Hornbach groeiden afgelopen jaar met negen procent tot 257 miljoen euro over het eerste kwartaal. Digitale handel is goed voor 13,6 procent van alle verkoopactiviteiten, zo valt af te leiden uit de kwartaalcijfers die de Duitsers vrijdag publiceerden. Over alle kanalen en landen heen steeg de omzet met vijf procent tot twee miljard euro. De digitale tak groeide dus bijna twee keer sneller. De doe-het-zelver claimt in Nederland een marktaandeel van 30,4 procent, een toename van 0,7 procentpunt. De omzet in de lage landen nam afgelopen kwartaal met 8,9 procent toe, iets minder dan het jaar daarvoor.
Amsterdam krijgt The Stack: nieuwe AI-hub die Europa minder afhankelijk maakt van buitenlandse AI
2 dagen
In september start een nieuwe AI-hub, die aan de beste AI-ondernemers een fysieke thuisbasis wil geven en verbindt hen met een netwerk van toonaangevende AI-hubs en bedrijven in Europa en daarbuiten. The Stack opent zijn deuren in september 2026 aan de Jacob Bontiusplaats 9 in Oostenburg, Amsterdam, met een oppervlakte van 4.500 m². De hub zal dan onderdak bieden aan een zorgvuldig geselecteerde groep veelbelovende, snelgroeiende startups. De eerste bevestigde huurders zijn Ubicloud, Dawnguard en Iconic Works. Het idee achter The Stack: wanneer founders, investeerders en mensen met ervaring in het bouwen en opschalen van techbedrijven één plek delen, trekken ze vanzelf meer talent, kapitaal en aandacht aan dan wanneer ieder bedrijf voor zich opereert. Werkplekken, labs en ontwikkelprogramma’s geven founders een basis, maar de echte kracht zit in het netwerk en de community die daaromheen ontstaan. Centraal in het gebouw komt een eventruimte, het kloppende hart voor het bredere tech-ecosysteem. Daar vinden programma’s, founder sessies, investeerdersdagen, hackathons en productdemo’s plaats. Zo groeien dagelijkse ontmoetingen uit tot financieringsrondes, productlanceringen en partnerships. Door de volledige AI-stack samen te brengen – van chips en hardware tot modellen, platformen en applicaties – zal The Stack de ontwikkeling van een Europese soevereine AI-stack moeten versnellen en de as Eindhoven-Amsterdam versterken als toonaangevende corridor voor AI-innovatie. De ambities zijn stevig: in 2029 wil The Stack doorgroeien naar 12.000 m² en ruimte bieden aan meer dan 200 founders. Het initiatief is mede opgericht door de Nederlandse AI-ondernemers Lennard Zwart (Ascending AI), Maarten Stolk (Deeploy, Enjins) en Philip Gast (AdamI, The AI Foundry), samen met Techleap. The Stack is gefinancierd met meer dan 10 miljoen euro aan privaat kapitaal. Ook het wereldwijde quantitative trading bedrijf IMC sluit zich aan als founding partner. IMC bouwt zijn onderscheidend vermogen op onderzoek van wereldklasse, toegepaste AI en machine learning. Daarnaast wordt The Stack ondersteund door founding partners ABN AMRO, ClickHouse, Deloitte, Google, Miro en Prosus, en gesteund door de gemeente Amsterdam. Founding director van The Stack is Esther Bisschop, haar vorige bedrijf Th3rd werd in 2022 overgenomen door Snap Inc.
American Express koopt TheFork voor 700 miljoen
2 dagen
TripAdvisor doet zijn boekings- en recensieplatform voor restaurants TheFork van de hand. Creditcardmaatschappij American Express legt er 700 miljoen dollar voor op tafel, zo maakten de partijen vorige week bekend. De verwachting is, dat de transactie voor het einde van het jaar wordt afgerond. Met de overname breidt American Express zijn positie op de Europese markt uit met een propositie die slechts indirect aan de betaalmarkt is gelieerd. American Express gebruikt dining als een contactpunt om kaarthouders vaker en langer in het eigen ecosysteem te houden. Ze bundelen reserveren, ontdekken, betalen en spaarpunten verzamelen in één flow. Het haakje in dit geval is het bieden van reserveringen, waarna uiteindelijk vanzelf ook betalingen volgen. Restauranthouders, zo klinkt de redenering, moet dat op hun beur weer meer gasten bezorgen. TheFork geeft de Amerikanen een sterke Europese positie met bestaande restaurantrelaties, want meer dan 50.000 boekbare gelegenheden in elf landen. De creditcardmaatschappij kocht in de afgelopen jaren vergelijkbare bedrijven in de vorm van Resy (2019) en Tock (2024). Beiden komen uit de VS en richten zich op restaurantreserveringen en hospitalitysoftware. Tripadvisor verkoopt TheFork vooral omdat het bedrijf zijn portefeuille wil vereenvoudigen en kapitaal wil vrijmaken voor de Experiences-tak, waar het de meeste groei ziet. Dat er een activistische investeerder aan boord is, speelt ook mee. Deze dwingt de focus af. Foto: Simon Karemann / Unsplash
Mollie investeert 350 miljoen in Europese groei
2 dagen
Met de lancering in Kroatië en IJsland rondt Mollie zijn Europese expansiestrategie af. Het bedrijf maakt bekend ruim een kwart miljard te investeren in verdieping van zijn positie op de EU-markten. Mollie is van plan om 350 miljoen euro te investeren in de komende vijf jaar om zijn producten, diensten, infrastructuur en teams uit te breiden. Dat gebeurt in de hele Europese economische regio, behalve Nederland en het Verenigd Koninkrijk. Dat gaat om in totaal 28 landen: EU-lidstaten plus Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. In de praktijk betekent dat: ondersteuning in eigen taal, de juiste lokale betaalmethoden en eenvoudige toegang tot de lokale en internationale betaalmethoden. Dat laatste is waar Mollie al jaren sterk de nadruk op legt, om ook de kleinste winkelier goed te kunnen bedienen. Het Amsterdamse bedrijf zit op twaalf locaties verspreid over de EU. Er wordt geïnvesteerd in groei in Lissabon, Milaan, Stockholm en Warschau.
Nederlandse webshops negeren gehandicapte klanten nog steeds
2 dagen
Eén jaar na invoering van de Toegankelijkheidswet kunnen blinde consumenten nog steeds niet zelfstandig winkelen bij Nederlands grootste webshops. Dit raakt miljoenen Nederlandse internetgebruikers op dagelijkse basis. De een heeft er heel veel last van, de ander ondervindt alleen hinder. Maar de de Europese Toegankelijkheidswet (EAA) is er juist op gericht om al deze groepen gelijke digitale behandeling te geven. De huidige stand van zaken op het gebied van e-commerce komt naar voren in een nieuw rapport van digital agency Level Level. Dat deed onderzoek onder driehonderd Nederlandse webwinkels. De Rotterdammers constateren dat bij dertien van de vijftien grootste webshops blinde gebruikers grote problemen ondervinden tijdens het bestelproces. Bij vier is zelfstandig bestellen zelfs onmogelijk. Het bureau doet niet aan naming and shaming. Wel geven ze pluimen aan wie het scoort. De partij die al jaren in de top staat is Apple, maar 2026 kent wel een nieuwe nummer één: IKEA. Digital Agency Level Level ziet een grote kloof tussen technische naleving van de regels en de daadwerkelijke gebruikservaring. Veel organisaties voldoen op papier steeds beter aan toegankelijkheidseisen, terwijl gebruikers in de praktijk nog steeds vastlopen tijdens belangrijke stappen zoals zoeken, navigeren en afrekenen. Fabio Bindels, toegankelijkheidsadviseur bij Level Level: “Veel organisaties verbeteren onderdelen die eenvoudig meetbaar zijn, zoals kleurcontrast en alternatieve teksten. Maar zolang er niet wordt getest met schermlezers of gebruikers met een beperking, blijven belangrijke barrières bestaan. Uiteindelijk gaat het niet om een hogere score, maar om de vraag of iemand zelfstandig een bestelling kan plaatsen.” Het onderzoek laat zien, dat webshops gemiddeld 26 automatisch detecteerbare toegankelijkheidsproblemen bevatten per pagina. Het aantal automatisch meetbare fouten daalde dit jaar van 108 naar 26 per homepage. Vandaar klinkt Level Levels advies: “De grootste toegankelijkheidsproblemen worden vaak pas zichtbaar tijdens het uitvoeren van complete gebruikersstromen met ondersteunende technologieën zoals schermlezers of volledige toetsenbordbediening.” Door de bank genomen steeg de gemiddelde technische toegankelijkheidsscore met vijftien procent ten opzichte van vorig jaar.
Mobiele verbinding vanuit de ruimte: telecomproviders werken aan plannen
5 dagen
De grote Duitse telecomaanbieders kijken steeds vaker naar satelliettechnologie om hun mobiele netwerken te verbeteren. Zo werkt de Duitse tak van Deutsche Telekom samen met Starlink om vanaf 2028 mobiele dekking mogelijk te maken in gebieden waar nu nog geen bereik is. Vodafone heeft een joint venture opgericht met het Amerikaanse satellietbedrijf AST SpaceMobile om mobiele communicatie via satellieten aan te bieden. Wanneer deze dienst in Duitsland beschikbaar komt, is volgens Heise nog niet bekend. Ondertussen heeft O2 Telefónica aangekondigd samen te werken met het Luxemburgse OQ Technology. Vanaf begin 2027 willen zij tests uitvoeren in Mecklenburg-Vorpommern. Het doel is om gebieden met slechte dekking, zoals natuurgebieden en meren, via satellieten van mobiel bereik te voorzien. Bijzonder aan het O2-project is dat gebruik wordt gemaakt van de normale mobiele frequenties in plaats van speciale satellietfrequenties (MSS). Daardoor zouden gewone smartphones kunnen werken zonder speciale hardware. Telekom en Vodafone kiezen juist voor MSS-frequenties. Hun klanten zouden daarom nieuwe, compatibele smartphones nodig hebben. Voorlopig blijft dit toekomstmuziek: nog geen enkele klant van de drie grote Duitse providers kan via satellieten verbinding maken met hun mobiele netwerk. Satellietverbindingen zijn bedoeld als aanvulling op bestaande netwerken. Ze moeten helpen om de laatste ‘witte vlekken’ in de dekking weg te werken en kunnen van belang zijn tijdens zware stormen, grootschalige stroomuitval of andere noodsituaties. Het is dus niet bedoeld om overal video’s te streamen, maar om ervoor te zorgen dat mensen altijd ten minste basale communicatiemogelijkheden hebben.
Nederlandstalige Wikipedia viert 25-jarig jubileum
5 dagen
Op 19 juni 2026 viert de Nederlandstalige Wikipedia haar 25-jarig bestaan. Wikipedia trekt dagelijks miljoenen bezoekers, staat al jaren in de mondiale top 10 van meest bezochte websites en wordt mogelijk gemaakt door donaties van gebruikers wereldwijd. Wikipedia is een encyclopedie die continu wordt verbeterd en uitgebreid. Vrijwilligers werken dagelijks samen aan het schrijven, controleren en verbeteren van artikelen. Omdat iedereen kennis kan bijdragen, blijven artikelen voortdurend in beweging. De meeste pagina’s worden door meerdere auteurs gezamenlijk opgebouwd en bijgewerkt. Aan de Nederlandstalige Wikipedia leveren maandelijks ongeveer 1.200 actieve vrijwilligers een bijdrage. Er zijn op dit moment meer dan 300 actieve taalversies. De eerste versie, de Engelstalige Wikipedia, werd op 15 januari 2001 gelanceerd als experiment. De Nederlandstalige versie volgde op 19 juni 2001 en bevat inmiddels ruim 2,2 miljoen artikelen. Dagelijks komen er zo’n 100 nieuwe artikelen bij en maandelijks wordt de Nederlandstalige Wikipedia circa 120 miljoen keer geraadpleegd. ‘In een tijd van desinformatie, AI-hallucinaties en black-box-algoritmes is de radicale transparantie van Wikipedia nog belangrijker geworden. Want Wikipedia vertelt niet alleen wat wordt beweerd, maar laat ook de discussie zien die tot consensus heeft geleid, met bewijsstukken. Achter elke pagina van Wikipedia werken mensen zorgvuldig samen om informatie te verzamelen, controleren en verrijken, vanuit de overtuiging dat kennis voor iedereen toegankelijk moet zijn.’ – Cristina Anca Fodor, directeur Wikimedia Nederland.
Nederlandse mobiele markt groeit licht in eerste kwartaal 2026
5 dagen
De Nederlandse mobiele markt hield in het eerste kwartaal van 2026 de groei erin. De retailserviceopbrengsten stegen bijna 1 procent naar 1,025 miljard euro. Het aantal simkaarten groeide ruim twee keer zo snel, maar de prijzen staan onder druk door een actief MVNO-segment en promoties op FMC-pakketten. Dit blijkt uit onderzoek van Telecompaper. KPN was de enige mobiele aanbieder die de serviceomzet op jaarbasis zag stijgen in Q1 en had ook de sterkste klantengroei. Daarmee hield het bedrijf zijn marktaandeel voor het tweede achtereenvolgende kwartaal boven 33 procent van de retailopbrengsten, staat in het rapport Dutch Mobile Operators 2026 Q1 van van Telecompaper. De serviceomzet van Vodafone daalde 1,7 procent op jaarbasis, voornamelijk door zwakte in het zakelijke segment. Ten opzichte van voorgaande kwartalen was er enig herstel, dankzij betere prestaties van tweede merk Hollandsnieuwe en positieve nettotoevoegingen voor het merk Vodafone. Het totale marktaandeel van de aanbieder bleef desondanks meer dan een half procentpunt lager dan een jaar eerder, op net onder 26 procent van de retailserviceopbrengsten. Telecompaper schat dat Odido in het eerste kwartaal mobiele abonnees verloor, waarschijnlijk als gevolg van berichtgeving over een groot datalek bij het bedrijf en de jaarlijkse prijsverhoging in januari. De retailserviceopbrengsten van het telecombedrijf liggen al meerdere kwartalen op rij vrijwel vlak. Odido blijft daarmee op de tweede plaats met een marktaandeel van net onder 32 procent. MVNO’s lieten als groep positieve groei zien in het eerste kwartaal, met spelers als Lebara en 50+ Mobiel als voornaamste groeiers. Het gezamenlijke aandeel in de Nederlandse mobiele markt blijft echter beperkt: minder dan 13 procent van het aantal simkaarten, ondanks een toename van 0,6 procentpunt in de afgelopen twaalf maanden dankzij groei in postpaidabonnees.
Omzet Nederlandse digitale bureaus +17 procent
5 dagen
De Nederlandse digitale bureausector groeit, maar die groei leidt nauwelijks tot hogere winsten. De deelnemers aan de jaarlijkse benchmark van Dutch Digital Agencies zagen hun gemiddelde omzet het afgelopen jaar met 17 procent stijgen, terwijl de marges nagenoeg gelijk bleven. Bovendien daalde het aantal medewerkers tot 6.800 FTE. Dat maakt Dutch Digital Agencies (DDA) bekend met de publicatie van zijn jongste jaaroverzicht, dat vrij mager is in harde cijfers. Dit geheel in tegenstelling tot de recente cijfers die de Duitse branche publiceerde. Wat beide markten overeenkomstig hebben, is dat de sector meer omzet realiseert met minder handen. Het geld vloeit naar AI, tooling en nieuwe proposities. DDA stelt de rapportage vast op basis van gegevens van 130 bureaus die samen goed zijn voor ruim een miljard euro omzet. Bureaus werken tegenwoordig efficiënter en kijken scherper naar teamopbouw en productiviteit. Ze rekenen ook hogere tarieven en betere brutomarges. Dat de winstgevendheid achterblijft, heeft een duidelijke oorzaak. De operationele kosten slokken een groter deel van de omzet op dan vorig jaar, mede door investeringen in AI, innovatie en nieuwe vormen van dienstverlening. Volgens DDA-directeur Fenna van Raaij is dat een bewuste keuze. De markt groeit doordat organisaties midden in hun digitale transitie zitten en bureaus investeren in vernieuwing. Opvallend is dat niet de allergrootste bureaus het best presteren, maar de middenmoot met 41 tot honderd FTE. Die boekt de hoogste EBITDA-marge: ruim tien procent van de omzet. Veel bureaus rekenen in 2026 op verdere groei en blijven investeren in mensen, organisatie en dienstverlening. Die verwachting wordt niet nader gekwantificeerd.
113 miljoen groeigeld voor OpenRouter
5 dagen
De investeringstakken van Nvidia, Snowflake en Databricks investeren samen met een aantal top-vc’s 113 miljoen dollar in OpenRouter. De leiding van het techbedrijf legt uit waarom ze juist door deze samenstelling van investeerders kiezen. “Het zijn de infrastructuur- en platformbedrijven waar ondernemingen al van afhankelijk zijn. Hun deelname weerspiegelt een gedeelde visie: naarmate organisaties overstappen van pilotprojecten met één model naar productiesystemen met meerdere modellen, hebben ze een routing- en gatewaylaag nodig die specifiek is ontworpen voor die complexiteit.” OpenRouter is een soort luchtverkeersleiding. De gebruiker ervan kan naar eigen inzicht wisselen van AI-model. Voor de ene applicatie gebruikt hij model X, voor het andere model Y of Z. Dit gebeurt allemaal via één API. Dus: één ‘voorkant’ met een veelheid van modellen daar achter, waar tussen men kan wisselen per situatie. Typische voorbeelden zijn te vinden in de context van grote bedrijven die veel AI’s gebruiken voor wisselende toepassingen. Een bedrijfskritische situatie vergt een andere LLM dan het chatsysteem van de klantenservice. Ook kan het worden gebruikt om afhankelijkheid van Amerikaanse leveranciers te verminderen, of zelfs als fallback wanneer daar alle modellen op zwart gaan. De afgelopen zes maanden is het wekelijkse volume op OpenRouter gegroeid van 5 biljoen naar 25 biljoen tokens. Ze liggen naar eigen zeggen op schema om dit jaar meer dan een quadriljoen tokens te verwerken en meer dan 8 miljoen ontwikkelaars te bedienen die bouwen aan meer dan 400 modellen. Het groeigeld uit de series B-ronde wordt gebruikt om de infrastructuur van het bedrijf op te schalen.
VivaTech: AI verlaat het scherm, wordt een kracht in de fysieke wereld
5 dagen
Kunstmatige intelligentie is niet langer een softwarefeature, maar een kracht die zich nestelt in productontwerp, fabriekshallen en kernprocessen. Dat is de rode draad op VivaTech 2026, dat deze dagen in Parijs plaatsvindt. Van feature naar force, zo vatte ceo Roland Busch van Siemens zijn overkoepelende visie samen. En die schets was deze dagen vaker te horen. De ongemakkelijke boodschap die net zo vaak klonk: het gaat niet snel genoeg. Busch tijdens een CEO-forum op VivaTech: “AI wordt in de komende eeuw wat elektriciteit in de vorige was, een basistechnologie die alles eronder verandert.” Bij Siemens zit dat allang in de praktijk: digital twinning, complexe simulaties zoals aerodynamica, en snelheid brengen in ontwerpprocessen. Wat vroeger maanden duurde, kan met AI in een fractie van die tijd worden doorgerekend. Die traagheid waar de rest van het continent mee worstelt, heeft volgens Xavier Jaravel, hoogleraar economie aan de London School of Economics, een herkenbare voorgeschiedenis. Europa verliest tempo in productiviteitsgroei ten opzichte van de Verenigde Staten. Anders dan we algemeen aannemen, ligt dat maar voor een vijfde aan de technologie zelf. De overige tachtig procent zit in de diffusie: het tempo waarmee bedrijven IT daadwerkelijk omarmen en in hun processen verweven. Europa heeft die slag bij de informatietechnologie te langzaam gemaakt. Precies datzelfde patroon dreigt zich nu bij AI te herhalen. Oude wijn in nieuwe zakken. Wie de techniek wél wil laten landen, moet eerst het fundament op orde hebben. Margaux Gregoir, partner bij de Franse vc-firma Serena, wees op het belang van een deugdelijke stack: een goede API-laag, machineleesbare systemen en betrouwbare data. De kunst is om de verspreiding ervan makkelijk te maken, sneller te laten accepteren en breder te laten doordringen. Cultuur bleek minstens zo bepalend als techniek. Gregoir merkte op dat het een wereld van verschil maakt wanneer de CEO zelf begrijpt waar AI over gaat. Bedrijven met die kennis aan de top hanteren een andere methodologie en kunnen veel sneller een make-or-buy-beslissing nemen. Precies daar schuilt het venijn, waarschuwde Cedrik Neike, lid van de raad van bestuur en ceo Digital Industries bij Siemens. Hij somde de valkuilen op die hij keer op keer ziet. Bedrijven verdrinken in pilots en experimenten zonder ooit op te schalen. Binnen organisaties ontstaan digitale eilandjes die niet van elkaars werk afweten. En te vaak sleutelen afdelingen in hun eentje aan AI, waardoor snel opschalen onmogelijk wordt. Het is, kortom, het tegenovergestelde van diffusie: veel beweging, weinig vooruitgang. Bij de altijd terugkerende vrees voor banenverlies hield Jaravel het hoofd koel. Het schrappen van werk is geen probleem zolang de beroepsbevolking wordt bijgeschoold, betoogde hij. Dat AI niet langer om de techniek op zichzelf draait, maar om wat je ermee doet, onderstreepte Inge Kerkloh-Devif, bestuurder bij HEC Paris. De relevante vraag is volgens haar hoe je je organisatie concurrerender wordt. Veel van de echte vernieuwing ontstaat kruispunten tussen technologieën, disciplines en sectoren. Een groeiend deel daarvan komt voort uit dual-use-toepassingen, waar civiele en militaire en spacetoepassingen elkaar beïnvloeden. Juist op dat snijvlak van het fysieke en het digitale meent Europa een troef in handen te hebben. Waar de Verenigde Staten vooral inzetten op de route van AI naar AGI en op digitale diensten ligt de Europese kracht in de stack van fysieke systemen, betoogde Jeannette zu Fürstenberg gisteren. Zij is general manager van investeerder General Catalyst. Innoveren in fysieke systemen zoals robots, machines, autonome installaties en in de wereld van componenten is volgens haar het terrein waar Europa uniek is. De huidige toeleveranciers van de auto-industrie, componentenmakers, zouden die kennis kunnen verschuiven naar bijvoorbeeld robotica. Defensietechnologiebedrijf Helsing geldt daarbij als een voorbeeld van wat fysieke AI in de praktijk betekent. Helsings chief scientist Antoine Bordes toonde zich kritisch op Europese instanties die nu meer investeren in innovatie. Hij waarschuwt voor zelfgenoegzaamheid: “Als wij meer investeren, maar China en de VS doen dat met een nog hoger tempo dan lopen we de achterstand nog steeds niet in.” AI-wetenschapper Yann LeCun betoogt dat de open source-route uiteindelijk de verstandigste is. De Amerikaanse AI-modellen zijn namelijk closed source en dat ziet de gerenommeerde Fransman als een fundamenteel gebrek. Veel van de nieuwe Chinese modellen daarentegen zijn op zijn minst open weights en vaak open source. Zo’n open omgeving stimuleert ontwikkelaars om nieuwe dingen op en mee te bouwen. De wetenschapper spreekt uit ervaring. Hij stond aan de wieg van het open sourcen van de Llama-modellen van Meta. Het beeld dat de topbestuurders van genoemde organisaties schetsen, was ook terug te zien op de Parijse beursvloer. Veel bedrijven, van klein tot groot, toonden vooral nuttige toepassingen van AI en agents. Geen glimmende gimmicks, wel ‘saaie’ praktische efficiencies. Behalve de Nederlandse stand. Ook dit jaar weer de uitzondering op de regel: geen start-ups die zich aan de wereld presenteerden, geen promotie van een lokaal ecosysteem. Wel weer gratis koffie en een koekje.
Louis Vuitton: ‘Happy mistakes door AI’s zijn prima’
5 dagen
Designers van modehuis Louis Vuitton zijn niet bevreesd om hallucinaties door AI’s in hun ontwerpproces. Ze omarmen de happy mistakes juist. “Er is altijd nog een menselijke designers die bepaalt of het een toevoeging is.” “Als een AI onbedoeld een rits of een hengsel toevoegt, kan dat ook juist een creatieve verrassing zijn”, legt Stephan Emanuely uit. Hij was woensdag een van de sprekers op de beurs Vivatech in Parijs. De topman Marketing & Products Development bij Louis Vuitton geeft in zijn presentatie een beeld van een modehuis dat bewust AI inzet in het ontwerpproces. “Allereerst GenAI vervangt geen designers. AI’s kopiëren, ze zijn niet oorspronkelijk. Ze kennen geen creativiteit en hebben geen smaak.” Niettemin zet Vuitton moderne technologie wel in bij het ontwerpproces. Het binnenshuis ontwikkelde LucIA is een AI-tool met daarin alle merkelementen en in het verleden ontwikkelde producten. Emanuely: “De designtool beschermt ons intellectueel eigendom, maar is er ook om het designproces te versnellen.” “Met AI kunnen we sneller ideeën uitwerken en effectief communiceren tussen teams, zoals design en marketing.” Zijn LVMH-collega Jade De Gueltz, hoofd Windows Creation bij Christian Dior, over datzelfde thema versnelling: “Wij ontwerpen jaarlijks twintig keer nieuwe etalages voor onze zeshonderd vestigingen over de hele wereld. Dat is een heel compact proces. Met GenAI-tools maken we nu zesduizend afbeeldingen per jaar”, als input voor de vormgeving van etalages.” “In mijn visie blijft de mens leiding geven aan het creatieve proces. En je mag niet vergeten dat je AI niet moét gebruiken. Handwerk met potlood, pen en papier is niet verdwenen.” Eerder deze week maakten L’Oréal en OpenAI een samenwerking bekend op het gebied van productontwikkeling en marketing.
Zes Belgische top-agencies gaan op in Brigada
6 dagen
Vanaf vandaag gaan de bedrijven mortierbrigade, Today, Who Owns The Zebra, Onlyhumans, Fantastic en de B2B-tak van meetmarcel op in een nieuw merk: Brigada. Daar ging een voorbereiding aan vooraf van zes maanden, waarbij de medewerkers nauw betrokken waren. Dat moest ook wel, want elk van de namen van de betrokken labels vertegenwoordigen vertegenwoordigen een identiteit en historie. Niettemin werd ervoor gekozen ze niet meer los van elkaar te laten fungeren. Ook is het aantal kantoren teruggebracht van vijf naar drie: Gent, Brussel en Antwerpen. “Bedrijven kampen vandaag met uitdagingen die niet langer binnen één vakgebied passen. Een merkprobleem kan bijvoorbeeld zijn wortels in het product hebben. Een marketingvraagstuk verbergt soms een diepere organisatorische uitdaging. Toch werden ze tot nu toe door aparte bureaus opgepakt. Brigada doorbreekt die logica”, zegt ceo Arjan Pomper. Het bureau gaat geïntegreerd werken met experts op vier domeinen: Brand, Marketing, People en Product. Arjan Pomper (foto) trad een jaar geleden in dienst bij het Belgische bedrijf. Hij werd ceo van 62MILES, de paraplu boven de labels die niet als actieve merknaam op de markt wordt gevoerd. De investeerder in 62MILES is Vectis Private Equity. Over de culturele kant van de fusie van de bureaus zegt hij tegen Emerce: “We hebben ons met name gericht op de elementen die verbindend zijn tussen de bedrijven. Dat zijn drie dingen: ze zijn strategisch bijzonder sterk, ze zijn creatief bijzonder sterk en ze zijn rebels. Ze hebben allemaal dezelfde mentaliteit, maar elk vanuit een ander specialisme.” Om de ambitie kracht bij te zetten, stelt Brigada Senta Slingerland aan als chief strategy officer. Dat is een nieuwe functie, omdat strategie eerst afzonderlijk bij de losse labels werd bestierd. Vanuit een c-level-functie krijgen de grote lijnen daarin nadruk.
Vliegende eekhoorndrone vernieuwt droneontwerp
6 dagen
Wetenschappers van de Technische Universiteit Delft biologische principes vertaald naar een nieuwe vliegende robot: de SquirrelDrone. Het onderzoek laat voor het eerst zien hoe het vervormen van het volledige lichaam de vliegprestaties van robots aanzienlijk kan verbeteren. De studie, gepubliceerd in Nature Communications, introduceert een fundamenteel nieuwe benadering voor vervormbare vliegtuigen. Daarbij lieten de onderzoekers zich niet inspireren door vogels, maar door zwevende zoogdieren zoals vliegende eekhoorns en koeskoezen (colugo’s). Door van deze dieren te leren, kunnen toekomstige drones mogelijk een ongekende combinatie van wendbaarheid, stabiliteit en manoeuvreerbaarheid bereiken. De nieuwe vliegende robot bootst drie belangrijke biologische mechanismen van zweefzoogdieren na: Gecoördineerde bewegingen van voor- en achterpoten om de aerodynamische vorm tijdens de vlucht aan te passen. Vervorming van ruggengraat en staart om de stand en oriëntatie van de vleugelstructuur voortdurend te veranderen. Een zachte, passieve membraanstructuur, vergelijkbaar met het patagium van een vliegende eekhoorn, die onder invloed van de luchtstroming vervormt en zo indien nodig extra lift en luchtweerstand genereert. Samen zorgen deze mechanismen voor een volledig vervormbaar vliegend lichaam, in plaats van een traditioneel vliegtuig met stijve vleugels en afzonderlijke stuurvlakken. Volgens de onderzoekers kunnen deze resultaten de deur openen naar een nieuwe generatie vervormbare luchtvaartuigen die moeiteloos kunnen schakelen tussen stabiel zweven en zeer wendbaar manoeuvreren in complexe omgevingen. Drie beelden van een vliegende eekhoorn die van een boom afspringt en zijn vlieghuid uitspreidt tijdens de vlucht.

Pagina's

Abonneren op emerce