Open source alleen maakt nog niet digitaal soeverein

In de rubriek De Overstap gidst ict‑journalist Robbert Hoeffnagel de ict-pro en -beslisser naar soevereine zakelijke oplossingen. In deel 8: waarom je soevereiniteit niet kunt kopen maar moet ontwerpen, de zoektocht naar alternatieven voor Linkedin en tips voor handige tools.Laatst hoorde ik iemand zeggen dat digitale soevereiniteit eigenlijk heel eenvoudig is: vervang Microsoft door open source, zet de software bij een Europese hostingprovider en klaar is Kees. Dat klinkt aantrekkelijk. Alleen werkt het in de praktijk natuurlijk niet zo.Open source kan een belangrijke bijdrage leveren aan digitale soevereiniteit, maar het installeren van een open source-platform betekent nog niet automatisch dat een organisatie werkelijk digitaal soeverein is. Wie bijvoorbeeld Drupal, Nextcloud of LibreOffice gebruikt, heeft onmiskenbaar een stap gezet. Je kunt de broncode bekijken, de software kan worden aangepast en de afhankelijkheid van één licentiemodel neemt af. Maar daarna beginnen de echte vragen.Waar draait de software?Wie beheert de infrastructuur waarop de software draait?Waar staan de back-ups?Welke externe diensten zijn gekoppeld?Wie levert de zoekfunctie, identiteitscontrole, analytics of ai-functionaliteit?En onder welk juridisch regime vallen die leveranciers?Precies daar zit volgens FOSS Force de volgende fase van het Europese debat over digitale soevereiniteit. De aandacht verschuift van de applicatie naar de volledige digitale keten. Hosting, beheer, integraties, databeschikbaarheid en bestuurlijke controle worden minstens zo belangrijk als de softwarelicentie.Van privacy naar infrastructuurDe soevereiniteitsdiscussie begon ooit vooral bij privacy en surveillance. Inmiddels gaat het veel breder over cloudafhankelijkheid, cybersecurity, kunstmatige intelligentie, digitale identiteit en de machtspositie van grote technologiebedrijven. Wetgeving als de AVG en NIS2 dwingt organisaties bovendien beter te kijken naar datastromen, leveranciersrisico’s, beveiligingsupdates, incidenten en continuïteit.Dat raakt ook open source. Een organisatie kan een open source-platform gebruiken en toch volledig afhankelijk blijven van een Amerikaanse cloudprovider. Bestanden kunnen in Nextcloud staan, terwijl gebruikers inloggen via een externe identity service en ai-verwerking plaatsvindt buiten Europa. Formeel is de software open. Praktisch ligt een belangrijk deel van de controle nog steeds elders.De hele keten teltEen applicatie staat nooit op zichzelf. Achter een eenvoudige website kunnen tientallen externe diensten schuilgaan: hosting, databases, zoektechnologie, kaartendiensten, analytics, formulieren, authenticatie en beveiliging. We kennen allemaal wel de online enquêtes over digitale autonomie die gemaakt zijn en verwerkt worden via (jawel) Google. Waarom gebruiken we niet gewoon Europese of open source-varianten als LimeSurvey, TypeForm of FormBricks. Is dat weer die eerder al in deze rubriek gesignaleerde gemakzucht? Of kennen we simpelweg die alternatieven niet?Terug naar open source en digitale soevereiniteit. Wanneer één onderdeel moeilijk te vervangen is, kan alsnog een stevige afhankelijkheid ontstaan. Dat geldt ook wanneer data wel geëxporteerd kan worden, maar daarna nauwelijks opnieuw bruikbaar blijkt. Digitale soevereiniteit draait daarom niet alleen om de vraag of een organisatie bij haar data kan. De belangrijkere vraag is of zij met die data en systemen verder kan wanneer een leverancier wegvalt, prijzen verhoogt of voorwaarden verandert.Open source als bouwsteenDat maakt open source niet minder belangrijk. Integendeel. Open source maakt het mogelijk software te onderzoeken, aan te passen en bij verschillende partijen onder te brengen. Ook kan kennis en beheer makkelijker over meerdere leveranciers worden verdeeld. Maar open source is een bouwsteen, geen eindresultaat. Een open platform dat slechts door één partij wordt beheerd, vormt immers ook een risico. Hetzelfde geldt voor open software die sterk leunt op gesloten clouddiensten of die nauwelijks professionele ondersteuning kent. Open source-leveranciers zullen daarom meer moeten bieden dan alleen toegankelijke broncode. Organisaties willen ook weten hoe updates, beveiliging, ondersteuning en dataoverdracht zijn geregeld.Het is geen vinkjeMisschien moeten organisaties daarom stoppen met open source als een eenvoudig vinkje te behandelen.Open source gebruikt? VinkjeEuropese cloud? CheckData in Nederland? Ook een vinkjeDigitale soevereiniteit geregeld? Helaas: geen vinkjeDigitale soevereiniteit is geen product dat je koopt. Het is een manier van ontwerpen, inkopen en besturen. Zeg maar: een architectuur. Het vraagt inzicht in de hele keten: van software en hosting tot contracten, kennis, koppelingen en data.Praten over digitale autonomie op LinkedInIk heb er in deze rubriek al vaker op gewezen: er zit iets merkwaardigs in de manier waarop we als Nederlanders en Europeanen met elkaar over digitale soevereiniteit praten. Veel mensen schrijven op LinkedIn hun vingers blauw over digitale autonomie. Ze waarschuwen daar keer op keer voor de macht van Amerikaanse technologiebedrijven en pleiten voor Europese alternatieven.Maar is LinkedIn niet gewoon onderdeel van diezelfde Big Tech?Het platform is eigendom van Microsoft. Wie op LinkedIn oproept om minder afhankelijk te worden van Amerikaanse technologiebedrijven, doet dat dus op een platform van een van de grootste Amerikaanse technologieconcerns. Dat is een beetje alsof we de roadmap naar digitale autonomie van ons bedrijf met elkaar bespreken via Microsoft Teams.Natuurlijk begrijp ik waarom we het doen. LinkedIn is de plaats waar veel zakelijke contacten zitten. Wie iets publiceert, weet dat een relevant deel van de doelgroep daar aanwezig is. Maar dat is nu juist platformafhankelijkheid. We blijven omdat iedereen er zit. En omdat iedereen blijft, krijgen alternatieven nauwelijks een kans.Vertrouwen uitbestedenDaar komt nog iets bij. LinkedIn presenteert zich als de plaats waar professionele identiteit zichtbaar en controleerbaar wordt gemaakt. Een artikel van Hacking, but Legal laat zien hoe kwetsbaar dat systeem in feite is. In dat artikel wordt uitgelegd hoe iemand die ten onrechte beweerde voor een bedrijf te werken, toch een verificatiebadge kon krijgen. Met andere woorden: LinkedIn bevestigde dat deze persoon voor dat bedrijf werkte. Ten onrechte dus. Bizar genoeg kon de oprichter van datzelfde bedrijf zijn eigen arbeidsrelatie juist niet eenvoudig via de procedure van LinkedIn laten bevestigen.Een door LinkedIn geverifieerde identiteit bewijst dus niet automatisch dat ook de vermelde functie of werkgever klopt. Toch plaatst LinkedIn bij zo’n claim het bedrijfslogo, koppelt het profiel aan de bedrijfspagina en telt de persoon mee als medewerker. Voor de buitenwereld ziet dat er al snel officieel uit. Maar het hoeft dus helemaal niet te kloppen. Het bedrijf zelf kan zo’n foutieve vermelding niet direct verwijderen. Het moet de claim rapporteren en soms zelfs een formele procedure volgen.Heel vreemd natuurlijk: de drempel om een arbeidsrelatie te claimen is daarmee lager dan de drempel om die claim te corrigeren. Ook de verificatie zelf blijft sterk verbonden met Microsoft en LinkedIn. Daarmee besteedt een bedrijf dus niet alleen zichtbaarheid en werving uit, maar ook een deel van haar professionele identiteit en reputatie.Waar zijn de alternatieven?Een goede en belangrijke vraag! Want het lijkt me dat we op zoek moeten naar alternatieven. Zelf ben ik weer actief geworden op het Duitse Xing. Dat platform is vooral bekend in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Toch is het geen vanzelfsprekende vervanger van LinkedIn. Veel functies zijn alleen beschikbaar in de betaalde versie en het platform voelt behoorlijk gesloten.Maar misschien is dat vooral een kwestie van wennen.Bovendien is het de vraag hoe actief de gebruikers er zijn. Een Duitse bekende die ik uitnodigde om via Xing te linken, accepteerde mijn verzoek. Hij bedankte me echter vooral voor de herinnering dat hij überhaupt nog een account bij Xing had. Hij was het alweer vergeten. Dat lijkt me voor een sociaal netwerk geen sterk signaal.Een ander mogelijk alternatief is Monnett uit Luxemburg. Dat platform richt zich op echte sociale interactie en een schone, door gebruikers gestuurde omgeving. Het is nog jong en minder duidelijk op zakelijk netwerken gericht.Daarmee lijkt er ruimte voor een echt Europees professioneel netwerk. Zo’n platform moet dan wel meer bieden dan alleen een Europees adres. Het moet transparant zijn over algoritmen en datagebruik. Gebruikers moeten hun contacten en inhoud eenvoudig kunnen meenemen. Ook verificatie van professionele identiteit mag niet afhankelijk zijn van één commercieel ecosysteem.Dat is een stevig project. Het netwerkeffect van LinkedIn is moeilijk te doorbreken. Toch is het wellicht de moeite van een serieuze brainstorm waard. Want zolang we vrijwel alle discussies over Europese digitale autonomie voeren op een platform van Microsoft, blijft er iets wringen.Linux mee op vakantie?Met de vakantie voor de deur, komt ook weer de vraag op: wat nemen we aan elektronica mee? Voor mij draait die vraag vooral om: werklaptop mee? Of hobbylaptop? Of allebei? Een kennis van me die thuis net is overgestapt van Windows op Linux Mint kwam met een opmerkelijke vraag: ‘Is dat niet riskant, mijn Linux-laptop mee op vakantie nemen?’Die vraag kwam voort uit – zeg maar – gebrek aan ervaring. Na twintig jaar een Windows-laptop gebruiken, zijn mensen na een overstap vaak nog wat onwennig en onzeker: wat als die Linux-machine vastloopt of niet meer wil opstarten? Mijn antwoord was een wedervraag: ‘Heb je tot nu toe last van opstart- of andere problemen met de nieuwe laptop?’ Het antwoord was duidelijk: nee. Waarom zou dat tijdens een vakantie dan wel gebeuren? Vanwege de hogere temperaturen in Zuid-Europa? Met de zomerse temperaturen in ons eigen land zal dat het probleem niet zo snel zijn!Wellicht kun je het ook andersom zien: tijdens vakantie heb je tijd om soms even rustig wat te ‘rommelen’ met een nieuwe laptop. Bijvoorbeeld in de vroege ochtend als het gezin nog slaapt en jij met een overheerlijke espresso in de schaduw op het terras van het vakantiehuisje in Spanje of Italië zit. Voor mij persoonlijk zijn dat altijd fijne momenten.Open source notitie-appIk heb een haat/liefde-verhouding met persoonlijke productiviteit. Ik gebruik daar de nodige tools voor en test regelmatig nieuwe uit. Maar er ontbreekt eigenlijk altijd wel iets. Het zijn ook vaak silo’s: bedoeld voor dan wel notities maken, dan wel rss-feeds volgen dan wel bookmarks vastleggen en dergelijke. Tot nu toe heb ik geen oplossing gevonden die alles combineert. Ook tools als Obsidian bevielen uiteindelijk toch niet. Suggesties? Laat het weten.Dat is dan ook de reden dat ik begin volgend jaar naar de PKM Summit 2027 in Utrecht ga. Dit is een internationaal event over personal knowledge management met sprekers die ingaan op zowel tools als werkmethoden. Met name dat laatste vind ik interessant. Want misschien moet ik wel gewoon besluiten om mijn eigen manier van werken te ondersteunen met een eigen tool die ik dan maar zelf bouw. Het kernwoord in ’personal knowledge management’ is immers ‘persoonlijk’. Dus misschien moet ik wel iets maken op maat van mijn persoonlijke voorkeuren en kronkelige manier van werken.Persoonlijke toolsTenslotte nog een paar handige tools die ik aan het uitproberen ben:Flameshot, een open source-tool voor Windows, MacOS en Linux om screenshots mee te bewerken en bijvoorbeeld van opmerkingen te voorzien.Joplin is een open source notitie-app. Een betaalde cloudversie (kost 2 of 3 euro per maand) maakt het mogelijk de notities te synchroniseren tussen meerdere apparaten.Hiawatha is een open source webserver.Vikunja is een open source-project voor het werken met to do-lijstjes. Je kunt het zelf hosten of via de ontwikkelaar gebruiken.Bubbles is momenteel mijn favoriete website cq webapp als het gaat om het volgen van interessante nieuwe posts op indywebsites. Het is ontwikkeld door een Duitse developer en biedt posts over een bonte verzameling onderwerpen. Heerlijk om in de vroege ochtenduren onder het genot van een kop koffie doorheen te bladeren.
computable
20-07-2026 15:00