BLOG – Artificiële intelligentie (ai) zal ons leven niet overnemen. Die vrees duikt weliswaar vaak op in maatschappelijke discussies, maar is historisch gezien niet nieuw. De komst van ai laat zich vergelijken met de industriële revolutie; ook toen werden processen gemechaniseerd, arbeid vervangen en beroepen overbodig verklaard. Tegelijkertijd leidde die automatisering tot hogere productiviteit, minder menselijke fouten en uiteindelijk tot nieuwe vormen van werk.
Door taken te automatiseren, kan ai repeterend en foutgevoelig werk overnemen. Denk aan administratieve processen, eenvoudige analyses of standaardbeslissingen. Dat maakt systemen efficiënter en betrouwbaarder. Maar zoals elke technologische sprong kent ook deze ontwikkeling een schaduwzijde.
Buiten de boot
Het grootste maatschappelijke risico is dat mensen met een lagere opleiding of beperkte digitale vaardigheden buiten de boot dreigen te vallen. Juist het werk dat zij vaak doen – voorspelbaar, routinematig en fysiek – is het eerst vatbaar voor automatisering. Wanneer deze banen verdwijnen, ontstaat er een groep mensen zonder perspectief op passend werk. Omscholing is daarom geen optie meer voor later; het is een urgent onderwerp waar de politiek zich nú mee moet bezighouden.
Een veelgehoorde aanname is dat de zorgsector deze ‘afvallers’ kan opvangen. Dat idee is grotendeels een illusie. Ook in de zorg zullen ai en robotica een grote rol spelen. Robots die bloed afnemen, bloeddruk meten of verband aanleggen, zijn geen toekomstmuziek meer; ze bestaan al of worden volop getest. De zorg zal dus niet massaal handmatig werk blijven bieden, zoals vaak wordt aangenomen.
De uitdaging is dus niet om ai te bevechten, maar om er bewust mee om te gaan
De toekomst ligt in wat niet te automatiseren is: menselijk contact. Empathie, aandacht en aanwezigheid laten zich niet in code vatten. Een vriendelijk woord van een thuishulp, het aanvoelen van een situatie of simpelweg er zijn voor iemand, dat blijft menselijk werk. Die vaardigheden zullen waardevoller worden in een wereld die technisch rationaliseert.
Brand
Terug naar ai zelf. Een ander punt van zorg is de afhankelijkheid die we creëren. Onze maatschappij leunt steeds zwaarder op digitale infrastructuur waarvan we ons nauwelijks bewust zijn. Een brand in een datacenter kan directe gevolgen hebben voor de manier waarop we werken. Plotseling werken scanners niet meer, administraties vallen stil en artsen kunnen niet bij cruciale patiëntgegevens. Zulke incidenten maken pijnlijk duidelijk hoe slecht voorbereid we zijn op grootschalige uitval.
Ook hier kan ai een rol spelen in de oplossing. Slimme systemen kunnen helpen om data redundanter beschikbaar te maken, risico’s te voorspellen en uitval beter op te vangen. Dat vraagt wel om een herziening van hoe we naar data kijken. De klassieke indeling in ‘vertrouwelijk’ of ‘openbaar’ is niet meer voldoende. In een digitale samenleving is beschikbaarheid — tegen een redelijke prijs en met passende waarborgen — vaak belangrijker dan strikte afbakening.
Machteloos
Ai is niet te stoppen. De technologie ontwikkelt zich snel en is te breed toepasbaar om nog terug te draaien. Maar dat betekent niet dat we machteloos zijn. We kunnen ai wél reguleren. Dat vraagt om scherpere criteria: waar voegt ai daadwerkelijk waarde toe aan de maatschappij en waar niet? Wanneer verbetert het het leven van mensen, en wanneer vergroot het ongelijkheid of kwetsbaarheid?
De uitdaging is dus niet om ai te bevechten, maar om er bewust mee om te gaan. Met duidelijke regels, maatschappelijke doelen en oog voor degenen die dreigen achter te blijven. Niet de technologie zelf is het probleem, maar de keuzes die we maken over hoe we haar inzetten.
Ruud Pieterse, chief architect DXC Technology
computable
12-05-2026 16:18