De Tweede Kamer heeft geen goed woord over voor de weigering van het kabinet geld uit te trekken voor de digitale infrastructuur. Voor de ai-gigafabriek in Rotterdam noch voor de aanleg van zeekabels is staatsgeld beschikbaar. ‘Als je geen geld hebt, beloof dan geen dingen die je niet kunt waarmaken’, was de veel gehoorde klacht van Kamerleden tijdens een debat.
Of zoals GroenLinks-PvdA-kamerlid Barbara Kathmann in goed Rotterdams zei: ‘Er is geen rooie rotcent beschikbaar voor de digitale infrastructuur. Het budget voor digitale autonomie is nul euro. Dat voor de uitvoering van de Nederlandse Digitalisering Strategie (NDS) is eveneens nul euro. De ambities zijn torenhoog. Maar zonder geld niet te staven.’
Ook Daniël van den Berg (JA 21) sprak van loze ambities, ‘waarmee de weg naar de hel is geplaveid.’ Henk Vermeer (BBB) ergert zich eveneens aan de vele loze woorden die het kabinet op dit gebied uitspreekt, terwijl er gewoonweg geen budget voor is. ‘Willemijn Aerdts ondertekent nu haar brieven met staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit.’ Volgens Vermeer kan de D66-politica daar beter staatssecretaris van Digitale Dromen onder zetten.
Markt lost het op?
Aerdts liet duidelijk weten dat Nederland geen rekenkracht uit de geplande Rotterdamse ai-fabriek wil vooruit bestellen; een voorwaarde tot deelname aan de EU-tender voor maximaal vijf ai-gigafabrieken. Ze lichtte haar brief aan de Tweede Kamer hierover toe.
De bewindsvrouw verwees meermalen naar het rapport-Wennink met de conclusie dat deelname van de rijksoverheid niet nodig zou zijn omdat de markt dit zelf oplost. Maar volgens Han de Groot van het bedrijf Volt, initiatiefnemer tot de Nederlandse ai-gigafactory, is die aanname onjuist. Hij zegt: ‘Subsidies zijn inderdaad niet nodig, maar een rol van de overheid als ‘launching customer’ wél.
Dit punt kwam ook meerdere keren terug in het debat, opgebracht door Barbara Kathmann, Henk Vermeer, Daniël van den Berg en Sara El Boujdaini (D66). Volgens De Groot is het onderliggende probleem marktfalen. ‘In Europa is de vraag naar ai-rekenkracht sterk versnipperd: honderdduizenden bedrijven hebben behoefte aan compute, maar treden niet als één koper op. In de VS wordt die vraag wél gebundeld via hyperscalers en juist daardoor ontstaan grootschalige investeringen in ai-infrastructuur. In Europa ontbreekt zo’n bundelende partij. Er is geen Europese hyperscaler die deze rol vervult. Gevolg is dat investeringen onvoldoende op gang komen. Europa zit op 5 procent versus de VS op 75 procent van de wereldwijde ai-rekenkracht-capaciteit.
Launching customer
De Groot vervolgt: ‘Daarom is tijdelijke publieke coördinatie nodig. Niet via subsidies, maar via het bundelen van vraag, bijvoorbeeld doordat de rijksoverheid optreedt als ‘launching customer’ en via gezamenlijke Europese inkoop (EuroHPC), waarvoor Nederland nu juist heeft bedankt. Overheid en Europa kunnen zo tijdelijk de rol vervullen die in de VS door hyperscalers wordt gespeeld en daarmee investeringen mogelijk maken die de markt nu niet zelfstandig realiseert.’
Vooruit halen (in tijd) van inkoopkosten van ai-rekencapaciteit (‘gpu-uren’) die de overheid in de toekomst toch moet maken, betekent dat de EU mee helpt het project van de grond te tillen. Maar de staatssecretaris vindt dat de markt het maar moet oppakken. Barbara Kathmann vindt dat geen oplossing, nu het ernaar uitziet dat de markt hier faalt.
computable
08-04-2026 18:39