Girotel: bakermat van het thuisbankieren

ING viert 40 jaar pionierschap in fintech Het is vandaag precies veertig jaar geleden dat Nederland kennismaakte met het fenomeen thuisbankieren. Met de introductie van Girotel op 13 februari 1986 zette ING-rechtsvoorganger de Postbank een destijds futuristische stap: vanuit huis je bankzaken doen via de computer. Vandaag de dag is thuisbankieren niet meer weg te denken uit het dagelijks leven, al gaat het tegenwoordig voornamelijk via apps. Beeld & Geluid heeft een filmpje uit de late jaren 60 van een directeur van de PTT die spreekt over de mogelijkheden van bankieren met computers en over de telefoonlijn.  En een artikel uit 1970 waarin wordt voorzien dat iedereen in het jaar 2000 via de telefoon bankiert’, vertelt Jacoline Bodewes, curator en conservator van de historische objectencollectie en het audiovisueel archief van ING.   Plaats van handeling van het gesprek: het bedrijfshistorisch archief van de bank in Amsterdam-Zuidoost. Daar staat ING stil bij de start van Girotel, veertig jaar geleden, die in Nederland tot een doorbraak in het thuisbankieren heeft geleid en heeft bewezen dat bovenstaande voorspellingen niet meer tot de science fiction behoren. In het archief wordt dan ook middels een opstelling – een MSX-computer, een Girotel-modem en aanverwante documentatie en hulpmiddelen – terecht aandacht geschonken aan deze mijlpaal. Fintech avant la lettre Waar consumenten tot 1986 waren aangewezen op papieren overschrijfformulieren en de post, maakte Girotel het mogelijk om volledig via de computer vanuit huis bankzaken te regelen. Daarmee was het een van de allereerste digitale financiële diensten in Europa. Het systeem werd ontwikkeld binnen de net geprivatiseerde Postbank en vormde de basis voor de digitale transformatie van het betalingsverkeer zoals we dat nu kennen. Het bouwde voort op de technische fundamenten die begin jaren tachtig binnen de Postgiro werden gelegd dankzij experimenten met nieuwe technologieën zoals netwerken, cryptografie en Viditel-systemen. Bob Timmerman, binnen ING in Nederland verantwoordelijk voor Digitaal Bankieren: ‘Girotel was zijn tijd ver vooruit. Het zette Nederland op de kaart als digitale fintech-pionier, lang voordat het woord ‘fintech’ überhaupt bestond. De stap van papieren overschrijvingen naar digitale opdrachten vanuit huis was een grote sprong in klantgemak en betrouwbaarheid.’ Hij stelt dat Girotel begon als een Nederlandse uitvinding zonder internationaal voorbeeld. De Postbank stond ermee voorop in Europa. ‘Er was geen buitenlands systeem dat we konden kopiëren. We waren echt frontrunners.’ Piepen en kraken De eerste duizendproefgebruikers waren vooral technisch ingestelde pioniers die al een personal computer thuis hadden. Sommige kregen via de Postbank hulp bij het aanschaffen van een modem, dat in die tijd nog circa 125 gulden kostte. Voor Girotel moesten klanten met een modem (denk aan het klassieke piepende en krakende geluid) via de vaste telefoonlijn inbellen op de computersystemen van de Postbank. Hoewel dit destijds revolutionair was, bracht het continu inbellen hoge telefoonkosten met zich mee. Bovendien was er een praktische uitdaging: zolang klanten waren ingelogd, was de huislijn bezet. Het leidde in menig huishouden tot discussie, al ging die breder dan alleen thuisbankieren. Timmerman: ‘Als ik als kind met een vriendje wilde inbellen om computerspelletjes te spelen, kon mijn vader niet bankieren. Dat gaf thuis soms gedoe.’   ING ontwikkelde al snel een offline variant. Klanten konden hun betaalopdrachten offline voorbereiden en vervolgens in één keer verzenden, wat de kosten drastisch verlaagde. Dankzij deze verbetering groeide het aantal Girotel-gebruikers snel, met zo’n tienduizend nieuwe klanten per jaar. Dit was een aanzienlijk aantal in een tijd waarin computers nog lang geen vanzelfsprekendheid waren in Nederlandse huishoudens. Volgens ING-archivaris en -curator Bodewes was een opvallend neveneffect van Girotel dat het thuisbankieren niet alleen profiteerde van de opkomst van de pc – het stimuleerde die opkomst ook. Wie Girotel wilde gebruiken, had immers een home computer nodig. Daarmee kreeg de pc voor veel huishoudens een extra praktische functie, naast het gebruikelijke tekstverwerken, boekhouden en gamen. TAN-codes Beveiliging stond vanaf het begin centraal. Girotel introduceerde een combinatie van een persoonlijke identificatiecode en een TAN (Transactie Autorisatie Nummer)-code voor het bevestigen van betalingen (gebruikers kregen steeds een lijst van honderd codes opgestuurd). Dit TAN-systeem zou later ook worden gebruikt bij de internetbankierplatformen, eerst bij Mijnpostbank.nl en later bij Mijning.nl. Timmerman: ‘Het was destijds vooruitstrevend dat een consumentenproduct zulke geavanceerde beveiliging toepaste. De TAN-codes van Girotel vormden de basis voor het beveiligingsprincipe, – een extra controle per transactie -, dat we nu nog steeds herkennen in moderne, multifactor-authenticatiemethoden. Al is de TAN-lijst inmiddels bij ING vervangen door biometrie.’ Vanaf 1997 werd Girotel beschikbaar via ISDN, en in 1998 werd een internetvariant gelanceerd. Een periode lang bestonden Girotel en internetbankieren naast elkaar. Maar in 2005 beëindigde de Postbank de dienst voor particulieren en drie jaar later voor zakelijke klanten. Daarmee had internetbankieren het stokje definitief overgenomen. ‘Girotel plaveide de weg voor de moderne digitale betaalinfrastructuur die we vandaag vanzelfsprekend vinden. Denk aan mobiele apps, realtime-betalingen, Apple Pay, Google Pay en iDeal/Wero en 24/7-toegang.’ “We waren daar onze tijd net wat te ver vooruit. Mensen vonden dit nog ingewikkeld” – Bob Timmerman, hoofd Digitaal Bankieren ING Nederland Dat innoveren kan beteken dat je je neus kan stoten, gold ook voor ING toen het als Postbank na Girotel experimenteerde met mobiel bankieren op klassieke mobiele telefoons (in het pre-smartphonetijdperk). Zo bracht de bank in 2001, in samenwerking meet Libertel, een Siemens-telefoontje (de M35) op de markt waarop een functie van mobiel bankieren zat. Timmerman: ‘We waren daar onze tijd net wat te ver vooruit. Mensen vonden dit nog ingewikkeld. Het was ook qua gebruik niet intuïtief genoeg. Dat was wel een technologisch leerpunt. De betaalfunctie vond niet de adoptie die het bedrijf hoopte en verwachtte. En toen kwam Steve Jobs in 2007 met zijn fantastische smartphone, die veranderde echt het gehele landschap.’ ING werd niet de eerste bank met een mobiele app – Rabobank en ABN Amro waren sneller, moet Timmerman erkennen. ‘Het project rond de M35 had ons tijdelijk teruggeworpen. Maar het heeft ook voordelen om niet meteen de eerste te zijn, want we hebben toen goed naar de andere banken gekeken. Tegelijkertijd vond in de softwarewereld de overgang plaats van de traditionele waterval-ontwikkelmethode naar het agile-bouwen: van project naar project. We kozen ervoor om klein te beginnen en dan uitbouwen. In 2014 kwamen we met onze mobiele app en die hebben we stapsgewijs aan de hand van klantbehoeften doorontwikkeld.’ Kloppend hart Anno 2026 is de ING-app het kloppende hart van de bank. Zes miljoen Nederlanders gebruiken de app actief, goed voor circa tweehonderd miljoen transacties per maand. Ruim 40 procent van alle winkelbetalingen gebeurt inmiddels direct met de telefoon. De app draait al een aantal jaren niet meer op het mainframe, maar in de ING private cloud – een noodzakelijke stap omdat dezelfde app inmiddels ook wordt gebruikt in België, Australië en Italië. Timmerman: ‘Het Girotel‑tijdperk van losse telefoonkasten in een serverruimte heeft plaatsgemaakt voor een wereld waarin digitale bankinfrastructuur over continenten heen werkt.  En toch: wie de app vandaag opent, ziet dezelfde primaire drie functies als in 1986: een klant wil zijn saldo kunnen zien, een betaling kunnen doen en weten waar hij zijn geld aan uitgeeft. Dat was toen zo, en dat is in onze app nog steeds zo!’ Deze embed gebruikt marketing cookies. Accepteer marketing cookies om de embed te tonen. Accepteer marketing cookies
computable
13-02-2026 18:29