EU-parlementariërs hebben in principe ingestemd met de plannen voor een digitale euro. Ze zien hierin een versterking van de monetaire soevereiniteit van de EU. In dit kader proberen ook de Europese banken minder afhankelijk te worden van Amerikaanse (fin)tech.
Met de digitale munt wil de Europese Centrale Bank (ECB) de afhankelijkheid van Amerikaanse betaalreuzen als Visa en Mastercard verkleinen, zeker nu de relatie tussen de EU en de VS onder spanning staat. Ook vermindert zo’n virtuele munt de fragmentatie in het retail-betalingsverkeer.
De ECB mikt op een proefproject in 2027, op voorwaarde dat de EU‑lidstaten en het Europees Parlement dit jaar overeenstemming bereiken over de benodigde wetgeving. Als die testfase goed verloopt, zou de digitale euro in 2029 officieel kunnen worden ingevoerd.
Zorgen
Privacy-organisaties uiten al langer zorgen over de plannen, omdat een digitaal betalingssysteem gevolgen kan hebben voor de financiële privacy van burgers. Stichting Privacy First riep de Nederlandse politiek vorig jaar op om eerst een ‘fundamentele democratische discussie’ te voeren over de introductie van de digitale euro.
ABN Amro, ING en Rabobank proberen minder afhankelijk te worden van Microsoft, Google en andere Amerikaanse techbedrijven. De drie Nederlandse grootbanken zijn hiervoor in overleg met andere Europese banken.
Gebrek aan soevereiniteit
Stefaan Decraene, bestuursvoorzitter van Rabobank, bevestigt dat gebrek aan soevereiniteit aan de NOS. Zijn bank is zich van het risico bewust dat Amerikaanse techbedrijven de systemen uit kunnen zetten waardoor bijvoorbeeld klanten geen geld meer kunnen overmaken. ‘We werken daarom met een aantal partijen aan oplossingen. Want dit kunnen we als Rabobank niet alleen doen.’
Toezichthouders als de Europese Centrale Bank (ECB) hadden eerder zorgen uitgesproken over de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech. Maar volgens Decraene hebbende Europese banken zelf het initiatief genomen tot alternatieve oplossingen.
computable
12-02-2026 15:52