ACM: beschikbaarheid glasvezel ongelijk over het land verdeeld

De beschikbaarheid van glasvezel is ongelijkmatig verdeeld over Nederland. In relatief dunbevolkte gebieden als Zeeland, noordoost-Groningen en het zuiden van Limburg, en in de dichtbevolkte Randstad zijn nog veel postcodegebieden zonder glasvezel. Dat valt goed te zien in de nieuwe interactieve glasvezelkaart van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De verschillen per regio komen onder meer doordat het aanleggen van een glasvezelnetwerk hoge investeringen vergt. Netwerkbedrijven leggen glasvezel aan waar ze verwachten die investeringen te kunnen terugverdienen. Dat ze nog niet veel glasvezel in de Randstad hebben aangelegd, is vermoedelijk doordat daar al koper- en kabelnetwerken liggen waar snel internet op mogelijk is. Dat heeft de vraag naar snel internet via glasvezel beperkt. Omdat het datagebruik toeneemt, is de verwachting dat glasvezelbedrijven de uitrol in de Randstad de komende jaren versnellen. Het is voor hen een grote markt en de ervaring leert dat de eerste aanbieder de beste concurrentiepositie heeft. In het hele land waren er in het tweede kwartaal 5 miljoen glasvezelaansluitingen; 300.000 meer dan in het eerste kwartaal. Daarvan heeft KPN er tussen de 65 en 70 procent aangelegd en Delta Fiber tussen de 15 en 20 procent. Het marktaandeel van Open Dutch Fiber, dat in het tweede kwartaal glasvezelaanbieder heeft E-Fiber overgenomen, is gestegen naar tussen de 5 en 10 procent. Het kwartaal ervoor was dat nog onder de 5 procent. Overigens komt het vooralsnog maar incidenteel voor dat op een adres twee glasvezelaansluitingen gerealiseerd worden. In de regel wordt elk gebied door slechts één partij verglaasd. In het tweede kwartaal waren er bijna 2,3 miljoen glasvezelaansluitingen in gebruik (via een abonnement); een groei van 79 duizend. Er waren in het tweede kwartaal nog 5,8 miljoen aansluitingen op koper, waarvan er ruim 2,3 miljoen in gebruik zijn (een daling van 90 duizend). Van de bijna 8 miljoen kabelaansluitingen waren er 3,9 miljoen in gebruik; 20 duizend minder dan een kwartaal eerder. Het mobiele dataverbruik bedroeg volgens ACM in het tweede kwartaal 403 miljoen gigabyte; 15 procent meer dan het kwartaal ervoor. Dat komt deels doordat er meer apparaten komen die via een mobiele internetverbinding informatie uitwisselen, zoals slimme rookmelders, alarmsystemen en slimme energiemeters. Het gebruik van simkaarten voor zulke toepassingen steeg met 570 duizend tot meer dan 14 miljoen. Het mobiele dataverbruik stijgt ook door de verschuiving naar spraak- en tekstapps die met internetdata werken. Steeds meer mensen laten bellen en sms-en helemaal weg en kiezen voor een mobiel abonnement met alleen internet (data only): daarvan waren er 895 duizend; 20 duizend meer dan in het eerste kwartaal. Dat blijkt ook uit het gebruik van mobiele telefoondiensten: het aantal mobiele belminuten is in het tweede kwartaal 9 procent gedaald naar 10,4 miljard en het aantal sms-berichten 5 procent naar 577 miljoen. het aantal mobiele abonnementen was in het tweede kwartaal 21,3 miljoen.
emerce
02-11-2022 14:00