70 jaar televisie: het nieuwe tv-kijken

De televisie in Nederland vierde afgelopen oktober haar zeventigjarig bestaan. Op 2 oktober 1951 werd de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending vanuit Bussum gerealiseerd. Online ontwikkelingen hebben de tv inmiddels drastisch veranderd. Kabelbedrijven voelen de druk van de streamingplatforms. En steeds meer omroepen laten het idee van lineair kijken langzamerhand los. Een terug- en vooruitblik. Regisseur Erik de Vries mag vanaf 1948 experimentele tv-uitzendingen verzorgen voor Philips-medewerkers, notabelen en radiohandelaren in de directe omgeving van Eindhoven. Nerveuze artiesten repeteren in dezelfde gangen als waar de geleerden zich in hun studeerkamers hebben teruggetrokken. Hun make-up wordt zo sterk aangezet dat ze eruitzien als ‘gestorvenen aan geelzucht’, melden kranten in die tijd. Philips heeft enorme haast. Kort voor de oorlog had het bedrijf in Europa zijn eerste volwassen tv-toestellen gedemonstreerd, maar door de Tweede Wereldoorlog moest de productie worden stopgezet. Het voortbestaan van het bedrijf hangt in sterke mate af van de verkoop van televisies. Maar Nederland zit nog midden in de wederopbouw. Een groot deel van het land ligt in puin. De notoir zuinige premier Drees wil de bevolking niet aanzetten tot luxe aankopen. Daar komt nog bij dat de filmindustrie buitenspel dreigt te worden gezet. De afwachtende houding frustreert Philips in hoge mate. Topman Anton Philips nodigt de minister van Kunst en Wetenschappen bij hem thuis in Eindhoven uit, excuseert zich en richt zich korte tijd later live vanuit de experimentele Philips-studio met een vlammend betoog tot zijn gast. En de mededelingen uit Eindhoven worden met het jaar indringender: ‘Het bedrijf zal binnen tien jaar te gronde zijn als Philips in eigen land geen televisie maakt’. Zelfs als de tv-toren in Lopik in aanbouw is, blijft er verzet tegen snelle introductie van televisie. Noodzakelijke investeringen, zoals voor de oprichting van nijverheidsscholen en voor de woningbouw, komen in het gedrang. Pas tijdens de ministerraad van 2 mei 1951 wordt besloten tot een tweejarig televisie-experiment. Er moet nog wel een zoenoffer aan te pas komen voordat het kabinet zijn zegen aan het nieuwe medium geeft. Philips zou voor de vestiging van de TU Eindhoven verregaande toezeggingen hebben gedaan aan staatsecretaris Cals, zoals de som van een miljoen gulden ‘ter bevordering van de opleiding van vakbekwame ingenieurs’. In 1958 wordt de tweehonderdvijftigduizendste bezitter van het televisietoestel feestelijk onthaald, maar pas in de jaren zestig begint de televisie vast onderdeel te worden van het Nederlandse huishouden. De radio verdwijnt naar de achtergrond. Platte schermen Na de introductie van kleurentelevisie eind jaren zestig en teletekst in de jaren tachtig ontwikkelt de televisie zich in technisch opzicht nauwelijks nog. Totdat rond de eeuwwisseling de platte schermen hun intrede doen en hdtv wordt uitgerold. Om de verkoop nog verder aan te zwengelen, wordt de techniek in hoog tempo verbeterd: 4K (vier keer de resolutie van hdtv) is nog niet uitgerold of tv-fabrikanten demonstreren op beurzen al 8K. Bij het zestigjarig bestaan van de tv was het uitgesteld kijken, via de digitale recorder, (nog) geen vervanging van ‘live’ tv. Het aandeel van uitgesteld kijken bedroeg toen amper 2,5 procent van de totale kijkdichtheid. De komst van de elektronische programmagids en smartphone-applicaties hadden de papieren tv-gids nog niet vervangen en de samensmelting van internet en tv ging nog uiterst langzaam. De infrastructuur werd al wel klaargestoomd, maar vooral omdat fabrikanten een nieuwe inkomstenbron leken te hebben ontdekt door uiteenlopende internetdiensten aan te bieden via applicaties op het scherm. Via televisietoestellen van Sony, Samsung en Philips waren al films te bestellen. Het belangrijkste buzzwoord was in 2011 echter sociale tv. Volgens het Britse marketingbureau Digital Clarity maakte het grootste deel van de mobiele internetgebruikers onder de 25 tijdens het tv-kijken gebruik van sociale media als Twitter en Facebook. De reden was het gevoel van gemeenschap dat de tv-kijkers kregen. “Het praatje dat je vroeger had rond de koffieautomaat verplaatst zich naar het moment zelf”, constateerde Matthias Scholten van RTL. Maar het online delen van televisie-ervaringen leidde niet tot zoiets als Twitter-tv. De zogeheten companion apps die allerlei omroepen introduceerden, kwamen niet van de grond. Standaarden voor ingewikkelde internet-overlays, waarmee je allerlei extra informatie kon opvragen, zijn blijven steken in overleggroepen. Toch stond de revolutie al voor de deur. Streamingapps Het bedrijf dat begon met het verhuren van dvd’s die per post werden verstuurd in markante rode enveloppen waagde de overstap naar het internet. In 2012 werd het Amerikaanse Netflix in Europa gelanceerd en een jaar later was ook Nederland aan de beurt. Inmiddels heeft Netflix tientallen concurrenten, waarvan Disney+ de belangrijkste is. De meeste streamingabonnees in Nederland hebben volgens Telecompaper nog steeds alleen Netflix, maar het aandeel van mensen dat Netflix combineert met een andere dienst stijgt. Vooral onder gebruikers onder de 35 jaar en binnen huishoudens met gezinnen wordt vaak ‘gestapeld’. De populairste combinaties zijn Netflix en Videoland (zestien procent), Disney+ en Netflix (zeven procent) of een combi van Disney+, Netflix en Videoland (zes procent). In de leeftijdsgroep 16-25 jaar heeft al bijna de helft van de gebruikers meer dan één streamingdienst en zijn er bijna evenveel kijkers met twee streamingabonnementen als kijkers met één abonnement. Ook in de leeftijdsgroep tussen de 25 en 35 jaar heeft 46 procent van de gebruikers abonnementen op meerdere diensten. In technisch opzicht bieden de digitale platforms ook veel meer mogelijkheden dan de omroepen via traditionele distributiekanalen kunnen bieden: op basis van persoonlijke profielen kunnen ze programma’s aanbevelen of een kinderslot aanbieden. Sommige series worden in de hoogste uitzendkwaliteit (4K) aangeboden. COVID-19 heeft het kijken naar streamingdiensten in een stroomversnelling gebracht: we hadden ineens meer tijd om te kijken, iets waarvan overigens ook de lineaire televisie profiteerde. Met de komst van streamingdiensten is het aanbod groter dan ooit. Nederlanders hebben de keuze uit een groot aantal internationale en nationale aanbieders, waarbij ze zelf kiezen wat ze wanneer kijken. Toch geeft 56 procent aan dat ze streamingdiensten een toevoeging vinden aan het lineaire televisieaanbod, en geen vervanging. Daarnaast verwacht 39 procent van de jongeren (13-34 jaar) juist dat ze in de toekomst meer televisieprogramma’s gaan kijken. Televisie en streamingdiensten worden beide gezien als een bron van ontspanning. Zo kiest 32 procent van de Nederlanders voor de Nederlandse televisie als ze een avond willen ontspannen, tegenover 38 procent die kiest voor een streamingdienst, zo blijkt uit onderzoek van DVJ Insights in opdracht van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Maar dat hoeft niet zo te blijven. A la carte De komst van de streamingdiensten heeft ons kijkgedrag al drastisch veranderd: het tv-toestel wordt steeds meer gebruikt als een soort smartphone, waarbij we à la carte uiteenlopende diensten selecteren. Het is dan ook geen toeval dat Netflix dit jaar is begonnen games te streamen. Eind augustus werd bekend dat een testpubliek in Polen met Android-toestellen twee games kan spelen gebaseerd op de populaire serie Stranger Things. Straks kan dat ongetwijfeld ook op het grote scherm. Reed Hastings, de CEO van Netflix, denkt dat games een belangrijk deel van de toekomst van Netflix kunnen worden. Een andere trend zijn apps die meerdere diensten combineren. Een dezer dagen rolde Google zijn Google TV-app uit in veertien nieuwe landen. Daar zit België bij, maar Nederland nog niet. Google TV vervangt op Android de Play Movies & TV-app. Je kunt niet alleen films en series kijken die Google via zijn online winkel aanbiedt, maar ook de content bekijken van andere streamingdiensten, zoals Netflix. In de VS biedt Apple lineaire tv aan als onderdeel van een Apple TV. Daarmee passeren deze bedrijven traditionele aanbieders als Ziggo en KPN. Dat de traditionele omroepen niet kunnen achterblijven, blijkt wel uit de nieuwe aanpak van de NPO. Directeur video Frans Klein vertelde in een toelichting op de nieuwe programmering dat de omroepen in het denken niet meer lineair moeten starten, maar de content centraal moeten stellen. In Het Parool: “Voorheen was de vraag: hoe bouwen we die grote kanalen, en als aanvulling van, pak ’m beet, Wie is de Mol? of Nieuwsuur gingen we daarna pas denken: wat kunnen we er nog meer mee op de andere platforms, zoals online.” De kijker krijgt in de toekomst meer originele dramaseries op NPO Start te zien. Of de NPO start met series op on demand en later lineair. Ook RTL zet al unieke content op Videoland die vaak niet eens meer de lineaire zender bereikt. Het grote voordeel van lineaire tv, realtime tv, is ook niet meer voorbehouden aan de traditionele zenders. Volgend jaar is Nederland weer een nieuwe streamingdienst rijker: Viaplay van de Nordic Entertainment Group, die de exclusieve rechten van Formule 1 heeft verworven, evenals de uitzendrechten van de Bundesliga en Premier League. In andere landen, waar Viaplay al beschikbaar is, zijn er ook originele films en series via de dienst te bekijken. CNN International laat intussen zijn distributiecontracten met de Britse zenders Virgin Media, BT TV en Freesat aflopen. De nieuwszender sorteert hiermee voor op prominente verspreiding van zijn eigen betaalde streamingdienst. Sinds 1 september kunnen Britten voor hun dagelijkse portie CNN-nieuws enkel nog terecht op CNN.com of bij Sky TV. Op de website wordt de livestream van het tv-beeld aangeboden. Na zeventig jaar televisie lijkt meer dan ooit de toekomst te worden bepaald voor de komende zeventig jaar. Grote kans dat de tv tegen die tijd in niets meer zal kijken op de huisgenoot van weleer. Voetbal In mei 1952 brengt de Nederlandse televisie al voor het eerst een volledige voetbalwedstrijd op de buis: Nederland tegen Zweden, vanuit een volgepakt Olympisch Stadion in Amsterdam. Tienduizenden Nederlanders verdringen zich voor tv-schermen in etalages en cafés. Aanvankelijk wil men alleen de eerste helft uitzenden vanwege de vallende duisternis, maar omdat er met een witte bal wordt gespeeld, kan de wedstrijd toch gevolgd worden. Al is het een soort schimmenspel. Commentator Aad van Leeuwen gaat daarom maar over tot een soort radioverslag. De Zweden en de Hollanders zijn in het zwart-wittijdperk alleen wel slecht van elkaar te onderscheiden; alleen aan de zwarte kousen kan de kijker de Zweden herkennen. De waardering is niettemin hoog: niet één keer is de bal uit beeld geweest. Vroeg De ontwikkeling van televisie in Nederland is veel ouder dan zeventig jaar. Al in 1927 vindt op een beurs in Rotterdam een tv-demonstratie plaats. De verslaggever van Radio Wereld mag zelf voor het toestel plaatsnemen, terwijl de vertegenwoordiger instructies geeft: “Toon uw profiel”, “Steek uw tong uit” en “Laat uw tanden zien.” Vanaf 1925 laat ook Philips van zich horen. In demonstratiezalen in Groningen en Amsterdam worden tv-beelden overgebracht, met behulp van een primitieve Nipkowschijf. Het bedrijf erkent dat nog een lange weg moet worden afgelegd. Philips is bovendien nog volop bezig om zijn radiotoestellen onder de aandacht te brengen. Daarnaast zorgt de depressie van 1929 voor vertraging. Venster Tot 1956 heeft de Nederlandse tv geen Journaal. Alle pogingen daartoe worden gedwarsboomd. Onder meer door het Polygoonjournaal, dat het bioscoopjournaal verzorgt. Bedrijven die films produceren, mogen van de vakbonden geen zakendoen met de omroepen. Niet eerder dan januari 1956 verschijnt er een vaste nieuwsuitzending zonder presentator. Buitenlands nieuws moet per vliegtuig worden aangevoerd en soms ziet de kijker het bordje ‘WEGENS MIST GEEN BUITENLANDS NIEUWS VANDAAG’. Niet zelden moet er geïmproviseerd worden: oude filmbeelden van de Amerikaanse Zesde Vloot worden gepresenteerd als ‘actuele opnamen’, en een dag later weer, maar dan in spiegelbeeld. Toch krijgen de kijkers dankzij het Eurovisienetwerk al vrij snel de eerste beelden te zien van een verwoest Hongarije na de inval door de Russen. Met zo nu en dan een 1 aprilgrap: drommen kijkers trekken naar een tentoonstelling in Rotterdam, waar zomaar spaghetti aan de bomen zou groeien. * Voor dit artikel is deels geput uit het boek Beeldenstorm. De rumoerige geschiedenis van 60 jaar televisie, dat de auteur in 2011 schreef met Ruud van Gessel. * Dit artikel verscheen eerder in het novembernummer van Emerce magazine (#186).
emerce
20-11-2021 10:02